GT 483 Ecoplus - Vriezer MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GT 483 Ecoplus MIELE in PDF-formaat.
| Merk | Miele |
| Model | GT 483 Ecoplus |
| Type apparaat | Diepvrieskist (vriezer) |
| Koelsysteem | FreeFrost (beperkt ijsvorming tot ca. 70% minder) |
| Superfrost-functie | Ja, voor snel invriezen van verse etenswaren |
| Temperatuurregeling | Thermostaatknop, stand 2 tot 7, plus Spar-stand voor energiebesparing |
| Waarschuwingssysteem | Waarschuwingslampje bij temperatuurstijging |
| Binnenverlichting | Ja, 220-240 V, max. 15 W, fitting E14, vervangbaar |
| Aantal korven | 2 stuks, stapelbaar of te hangen over de rand |
| Invriesvak | Ja, af te bakenen met scheidingswand |
| Koelmiddel | R600a (isobutaan), milieuvriendelijk maar brandbaar |
| Elektrische aansluiting | 220-240 V, 50 Hz, 10 A zekering, geaard stopcontact |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (afhankelijk van typeplaatje; omgevingstemperatuur tot 43°C) |
| Ontdooiing | Handmatig; FreeFrost vermindert frequentie; aanbevolen bij 1 cm ijslaag |
| Reiniging | Lauw water met afwasmiddel; geen schuurmiddelen, oplosmiddelen of stoomreinigers |
| Slotvoorziening | Ja, kan door Miele service worden geplaatst |
| Garantie | 2 jaar |
| Gebruiksdoel | Huishoudelijk: invriezen van verse etenswaren en bewaren van diepvriesproducten |
| Accessoires meegeleverd | Schraper voor ijs, afvoerdop, korven, scheidingswand |
| Verpakking | Recycleerbaar |
Veelgestelde vragen - GT 483 Ecoplus MIELE
Gebruikersvragen over GT 483 Ecoplus MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GT 483 Ecoplus - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GT 483 Ecoplus van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING GT 483 Ecoplus MIELE
Diepvrieskist met FreeFrost-systeem GT 303 ES GT 373 ES GT 413 ES GT 483 ES
n l - B E
Lees absoluut uw gebruiksaanwijzing voor u het toestel installeert en in gebruik neemt. Daardoor zorgt u voor uw eigen veiligheid en vermijdt u schade aan het apparaat.
M.-Nr. 07 525 960
Beschrijving van het toestel 4
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu 5
Opmerkingen omtrent uw veiligheid, waarschuwingen 6
Hoe kunt u energie besparen? 10
Het toestel in- en uitschakelen 11
Voor het eerste gebruik 11
Bij langdurige afwezigheid 11
De juiste temperatuur 12
De temperatuur instellen 12
Thermometer 13
Waarschuwingslampje 14
Superfrost 15
Superfrost-functie 15
De binnenruimte....16
Korven 16
Invriesvak. 16
Diepvries bewaren en levensmiddelen invriezen 17
Maximum-invriesvermogen 17
Verse eetwaar invriezen....17
Diepvrieswaar bewaren 17
Zelf levensmiddelen invriezen 18
Hou hiermee rekening bij het invriezen:....18
Verpakken. 18
Diepvrieswaar schikken 19
Invriesplan 19
Diepvries ontdooien. 19
Drank snel koelen 19
Ontdooien 20
Het systeem FreeFrost....20
Schoonmaken 22
Buitenwanden, binnenruimte, toebehoren....22
Ventilatierooster 22
Dichting van het deksel 22
Wat gedaan als ...? 23
Waar bepaalde geluiden vandaan komen 25
Elektrische aansluiting 27
Opstellen 28
Plaats van opstelling 28
Klimaatklasse 28
Ventilatie 28

① Superfrost-schakelaar met controlelampje
② Waarschuwingslampje
③ Lampje 'in werking'
④ Temperatuurregelknop

⑤ Binnenverlichting
⑥ Voorziening voor slot (kan door de naverkoopdienst achteraf worden geplaats)
⑦ Ventilatierooster
⑧ Bedieningspaneel
⑨ Afvoeropening voor het dooiwater
Recycleerbare verpakking
De verpakking behoedt het toestel voor transportschade. Er werd materiaal gekozen dat door het milieu wordt verdragen en opnieuw kan worden benut.
Door de verpakking weer in kringloop te brengen, wordt er grondstof ge- spaard en verkleint de afvalberg. Geef deze stoffen dus niet met het gewone vuilnis mee. Breng ze liever naar het dichtstbijzijnde gemeentelijk container- park. Waar u dat vindt, komt u zeker bij uw gemeentebestuur aan de weet.

Berging van uw oud toestel
Bij de aankoop van uw nieuw toestel heeft u een bijdrage betaald. Die wordt volledig gebruikt voor de toekomstige recyclage van dat toestel. Dat bevat trouwens nog waardevol materiaal. Door te recycleren wordt er dan ook minder verspild en vervuild.
Als u vragen heeft omtrent het af- danken van uw oud toestel, neem dan contact op met
- de handelaar bij wie u het kocht
of
– de firma Recupel,
telefoon 02 706 86 10,
website: www.recupel.be
of
- uw gemeentebestuur als u uw toestel naar een containerpark brengt.
Zorg ervoor dat de buisleidingen van de compressor geen schade oplopen voordat het toestel terdege wordt geborgen. Zo vermijdt u dat er koelmiddel uit het koelcircuit of olie uit de compressor in het milieu terechtkomt.
Zorg er ook voor dat het toestel kinder-veilig wordt bewaard voor u het laat wegbrengen.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid, waarschuwingen
Dit toestel voldoet aan de voorge- schreven veiligheidsvoorschriften. Bij ondeskundig gebruik kan de ge- bruiker gevaar lopen en het toestel beschadigd worden.
Lees aandachtig uw gebruiksaanwijzing voor u het toestel in gebruik neemt. U vindt er belangrijke opmerkingen omtrent het inbouwen, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het toestel. Zo beschermt u zichzelf en vermijdt u schade aan het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Geef ze door aan wie het toestel achteraf gebruikt.
Het toestel juist gebruiken
Gebruik dit toestel uitsluitend in het huishouden. Het dient enkel om diepvriesproducten te bewaren, verse levensmiddelen in te vriezen en consumptie-ijs te bereiden. Alle andere toepassingen zijn ongeoorloofd en misschien ook wel gevaarlijk. De fabrikant kan niet aansprakelijk zijn voor schade die werd veroorzaakt doordat het toestel niet correct gebruikt of verkeerd bediend werd.
Technisch veilig
Dit toestel bevat het koelmiddel isobutaan R600a. Dat is een natuurlijk gas dat heel weinig milieubelastend is. Het is evenwel brandbaar. Het brengt echter geen schade toe aan de ozonlaag. Het vergroot evenmin het broeikaseffect.
Door dit milieuvriendelijk koelmiddel toe te passen maakt het toestel wel iets meer lawaai. Naast het geluid dat de compressor maakt, kan er in heel het koelcircuit lawaai optreden. Deze gevolgen zijn jamm er genoeg niet te vermijden. Ze beïnvloeden echter niet het vermogen van het toestel.
Bij het transport en opstellen van het toestel dient u ervoor te zorgen dat er geen onderdelen van het koelmiddelcircuit worden beschadigd. Wegspattend koelmiddel kan oogletsels veroorzaken! Is er toch schade opgetreden, - vermijd dan open vuur of vonken, - trek de stekker uit het stopcontact, - laat het vertrek waar het toestel staat, enkele minuten doorluchten - en verwittig de Technische Dienst.
Hoe meer koelmiddel het toestel bevat, hoe groter het vertrek moet zijn, waar het opgesteld wordt. Treedt er eventueel een lek op, dan kan er in te kleine vertrekken een brandbaar gas-luchtmengsel worden gevormd. Per 8 g koelmiddel dient het vertrek minstens 1 m³ ruim te zijn. Hoeveel koelmiddel het toestel bevat, vindt u op het typeplaatje aan de binnenzijde.
Vergelijk voor het aansluiten van het toestel beslist de aansluitgegevens op het typeplaatje met de gegevens van uw huisinstallatie. Het gaat hier over de spanning en de frequentie. Deze gegevens moeten absoluut overeenstemmen om schade aan uw toestel te vermijden. Vraag bij twijfel inlichtingen aan uw installateur.
Opmerkingen omtrent uw veiligheid, waarschuwingen
De elektrische veiligheid van dit toestel wordt enkel gewaarborgd indien het op een aardsysteem is aangesloten, dat volgens de voorschriften werd geïnstalleerd. Het is heel belangrijk dat deze fundamentele veiligheidsvoorziening voorhanden is. Laat uw installatie bij twijfel door een vakman nakijken. De fabrikant kan niet aansprakelijk zijn voor schade die werd veroorzaakt doordat de aardleiding onderbroken was of gewoon ontbrak. Er zijn dan ook elektrische schokken mogelijk.
Het toestel kan enkel veilig werken indien u het volgens de gebruiksaanwijzing monteert en aansluit.
Installatiewerk en herstellingen mag u enkel door erkende vakmensen laten uitvoeren. Door ondeskundige installaties of reparaties kunnen er niet te onderschatten risico's opduiken voor wie het toestel gebruikt. Daarvoor is de fabrikant niet aansprakelijk.
Het toestel is pas stroomloos indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
- u hebt de stekker van het toestel uit het stopcontact getrokken.
Trek niet aan het snoer, wel aan de stekker om het toestel stroomloos te maken. - u hebt de smeltveiligheden van de huisinstallatie uitgeschakeld.
Gebruik om het toestel op het stroomnet aan te sluiten, geen verlengsnoeren. Die waarborgen niet de nodige veiligheid. Er is risico op oververhitting.
Gebruik
Raak de diepvrieswaar niet met natte handen aan. Uw handen kunnen eraan vastvriezen. U kan kwetsuren oplopen!
Gebruik geen elektrische apparaten in het toestel (bijvoorbeeld een ijsmachine).
Er kunnen vonken optreden.
Explosiegevaar!
Steek ijsblokjes en frisco's, vooral ijslolly's, nooit meteen in de mond nadat u die uit de diepvriezer hebt genomen. Door de zeer lage temperatuur kunnen uw lippen of uw tong vastvriezen. U kan letsels oplopen!
Vries gedeeltelijk of volledig ont-dooide levensmiddelen niet terug in. Verbruik die zo vlug mogelijk.
De levensmiddelen boeten immers aan voedingswaarde in en bederven. Zo u ze kookt of braadt, kan u die levens-middelen opnieuw invriezen.
Bewaar in uw toestel geen explosieve stoffen. Zodra de thermostaat inschakelt, kunnen er dan vonken ontstaan. Die kunnen bepaalde vonkgevoelige mengelingen doen ontploffen.
Bewaar in uw diepvriezer geen blikjes of flessen met koolzuurhoudende drank of met vloeistof die kan bevriezen. De blikjes of flessen kunnen stukspringen. U kan letsels oplopen en er is risico op schade!
Opmerkingen omtrent uw veiligheid, waarschuwingen
Neem flessen die u in de diepvriezen legt om snel te koelen, uiterlijk na een uur weer uit. De flessen kunnen stukspringen. Er is risico's op lichamelijk letsel en op schade!
Zo u te lang bewaarde levensmiddelen eet, loopt u het risico van voedselvergiftiging.
De bewaarduur hangt van heel wat factoren af. Onder meer van de mate waarin de levensmiddelen vers en degelijk zijn, maar ook van de bewaartemperatuur. Hou de bewaartips en de opgegeven bewaarduur van de voedselfabrikanten in acht!
Gebruik geen spitse noch scherpe voorwerpen om
- rijm- en ijslagen te verwijderen,
- aangevroren ijsblokjesschalen en diepvrieswaar los te maken.
Zo beschadigt u de vriesplaten en raakt het toestel volledig defect.
Zet nooit elektrische verwarmingsapparaten en kaarsen in het toestel. Anders loopt de kunststof schade op.
Gebruik nooit ontdooisprays of ijsverwijderende middelen. Die kunnen explosieve gassen vormen, die oplos-middel of drijfgas bevatten of uw gezondheid kunnen schaden.
▶ Behandel de dekseldichting niet met olie of vet. Anders wordt die op de duur poreus.
Dek het ventilatierooster van het toestel niet af. Anders is er geen onberispelijke luchttoevoer meer gewaarborgd. Het stroomverbruik stijgt en er kan schade optreden aan bepaalde onderdelen.
Dit toestel is geschikt voor een bepaalde klimaatklasse of categorie van omgevingstemperatuur. Die temperatuur dient binnen zekere grenzen te blijven. De klimaatklasse vindt u terug op het typeplaatje binnen in het toestel. Door te lage kamertemperaturen blijft de compressor te lang stilstaan. Daardoor kan het toestel de noodzakelijke temperatuur niet bieden.
Gebruik om uw toestel te ontdooien en schoon te maken in geen geval een toestel met stoom onder druk.
De stoom kan onderdelen aanraken, die onder spanning staan. Zo kan er kortsluiting optreden.
Uw oud toestel afdanken
Verniel het slot of de vergrendeling van uw oude diepvriezer wanneer u die buiten gebruik stelt. Zo vermijdt u dat spelende kinderen zich in het toestel opsluiten en in levensgevaar komen.
Maak oude toestellen onbruikbaar. Trek de stekker uit het stopcontact en knip het aansluitsnoer door.
Zorg dat u geen onderdelen van het koelcircuit beschadigt, b.v. door:
- de koelmiddelkanaaltjes van de ver-damper open te steken,
– de buisleidingen af te knikken of - oppervlakbekledingen af te krabben. Wegspuitend koelmiddel kan oogletsels tot gevolg hebben.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die werd veroorzaakt doordat de veiligheidsbepalingen en waarschuwingen niet in acht werden genomen.
Hoe kunt u energie besparen?
| normaal energieverbruik verhoogd energieverbruik | ||
| Opstellen | In een verluchtbare ruimte. | In een gesloten, niet te verluchten ruimte |
| Beschermd tegen directe zonnestraling. | Bij directe zonnestraling. | |
| Niet naast een warmtebron (verwarmingselement, fornuis). | Naast een warmtebron (verwarmingselement, fornuis). | |
| Bij een ideale kamertemperatuur van 20 °C. | Bij een hogere omgevingstemperatuur. | |
| Temperatuurinstelling Thermostaat "niveaugetallen" (regeling in niveaus) | Bij een gemiddelde instelling van 2 tot 3. | Bij een hoge instelling: Hoe lager de temperatuur in het vriesvak, hoe hoger het energieverbruik! |
| Temperatuurinstelling Thermostaat "graadaanduidingen" (digitaal scherm) | Keldervak van 8 tot 12 °C | Bij toestellen met een winterschakeling moet u erop letten dat die schakelaar bij temperaturen boven 16 resp. 18 °C uitgeschakeld is. |
| Koelvak van 4 tot 5 °C | ||
| PerfectFresh-zone bijna 0 °C | ||
| Vriesvak -18 °C | ||
| Wijnbewaarzone van 10 tot 12 °C | ||
| Gebruik | De deur alleen maar zo kort mogelijk openen. | De deur vaak en langdurig openen = koudeverlies |
| Levensmiddelen goed gesorteerd inladen. | Wanneer alles door elkaar ligt, moet u lang zoeken en blijft de deur lang openstaan. | |
| Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het toestel afkoelen. | Warme gerechten in het toestel doen de compressor langdurig werken (het toestel probeert harder te koelen). | |
| Levensmiddelen goed verpakt of goed afgedekt inladen. | Wanneer vloeistoffen in de koelzone verdampen en condenseren, leidt dat tot verlies van het koelvermogen. | |
| Leg ingevroren producten in de koelzone om ze te ontdooien. | ||
| Doe de vakken niet te vol zodat de lucht kan circuleren. | ||
| Ontdooien | Ontdooi het vriesvak bij een ijslaag van 0,5 cm. | Een ijslaag vermindert de overdracht van de koude aan de in te vriezen levensmiddelen en doet het stroom-verbruik stijgen. |
Voor het eerste gebruik
■ Maak de binnenruimte en het toebehoren schoon. Gebruik daar lauw water voor en wrijf daarna alles met een doek droog.

■ Sluit de afvoeropening voor het dooiwater op de bodem van het toestel langs binnen af met de bijgeleverde dop!
Laat het toestel na het transport ca. 1/2 à 1 uur staan voor u het aansluit. Dat is belangrijk voor een degelijke werking achteraf!
Het toestel inschakelen
Zodra u het toestel aansluit op een naar behoren geïnstalleerd stopcontact, wordt het ingeschakeld.
Het lampje 'in werking' en het waarschuwingslichtje gaan aan.Het toestel begint te koelen.
Opdat de temperatuur laag genoeg daalt, laat u het toestel bij voorkeur en- kele uren ingeschakeld voor u er voor het eerst eetwaar in plaatst.
Het waarschuwingslichtje blijft aan tot de ingestelde temperatuur is bereikt.
Het toestel uitschakelen
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
Alle controlelampjes gaan uit. De koeling is uitgeschakeld.
Bij langdurige afwezigheid
Zo u het toestel lange tijd niet gebruikt:
■ trek de stekker uit het stopcontact,
■ laat het toestel ontdooien en maak het schoon,
■ laat het deksel ietwat openstaan om reukhinder tegen te gaan.
Voor het bewaren van levensmiddelen is het van groot belang de juiste temperatuur in te stellen. Door micro-organismen bederft eetwaar namelijk gauw. Door een juiste bewaartemperatuur kan dat proces evenwel worden vermeden of vertraagd. De temperatuur heeft een invloed op de snelheid waarmee de micro-organismen aangroeien. Hoe lager de temperatuur, hoe trager dat proces. Om verse levensmiddelen in te vriezen en eetwaar lange tijd te bewaren, is er een temperatuur van -18 °C nodig. Bij deze temperatuur wordt de aangroe i van micro-organismen verregaand stopgezet. Zodra de temperatuur boven de -10 °C stijgt, wordt de diepvrieswaar door de micro-organismen aangetast en kan die niet meer zo lang worden bewaard. Daarom mag u gedeeltelijk of volledig ontdooide spijzen pas weer invriezen nadat u ze gekookt of gebraden hebt. Door de hoge temperatuur worden de meeste micro-organismen immers vernietigd.
De temperatuur in het toestel loopt op naarmate
- u de toesteldeur vaker opent en langer laat openstaan,
- u meer eetwaar in het toestel be- waart,
- u meer verse levensmiddelen in-vriest,
- de omgevingstemperatuur hoger ligt. Dit toestel is geschikt voor een be-paalde klimaatklasse of categorie van omgevingstemperatuur. Die temperatuur dient binnen zekere gren-zen te blijven.
De temperatuur instellen
De temperatuur stelt u in met de temperatuurregelknop.

■ Draai de temperatuurregelknop met een geldstuk naar rechts in een stand tussen 2 en 7.
Draai deze knop enkel tot aan de aanslag. Draai vandaar weer terug. Anders maakt u de knop stuk.
Hoe hoger de stand van de knop, hoe lager de temperatuur in het toestel.
Het verdient aanbeveling een stand tussen 2 en 3 te kiezen.
■ Draai de temperatuurregelknop op de stand 'Spar' (spaar) zo u de kist maar tot hoogstens 30 cm onder de korfrand vult.
Dan verbruikt het toestel nog minder stroom!
Is het toestel maar weinig geladen en staat de temperatuurregelknop op de stand 'Spar' (spaar), leg dan in elk geval een thermometer op de bovenste laag diepvrieswaar. Zo controleert u of er wel een temperatuur van -18 °C gehandhaafd blijft.
Thermometer
De thermometer binnen in het toestel duidt bij normale werking de temperatuur van de warmste plek in de diepvriezer aan. Deze thermometer duidt enkel bij waarden onder 0 °C juist aan.
Indien u de temperatuur anders instelt, controleer de temperatuuraanduiding dan na ca. 6 uur bij een weinig gevuld, na ca. 24 uur bij een vol toestel.
Pas dan is de echte vriestemperatuur bereikt. Ligt de temperatuur na deze tijd nog te laag of te hoog, stel hem dan opnieuw in met de temperatuurregel-knop.
Dat de temperatuur hoger ligt dan -18 °C, is niet zo erg wanneer
- u het toestel in gebruik neemt,
- de toesteldeur eens wat langer open blijft, bv. bij het uitnemen of plaatsen van heel wat levensmiddelen,
- er verse eetwaar wordt ingevroren.
Ligt de temperatuur langere tijd boven de -18 °C, kijk dan eens na of de diepvrieswaar niet gedeeltelijk of volledig ontdooid is. In zo'n geval dient u deze spijzen zo gauw mogelijk te verbruiken!
Dit toestel is uitgerust met een waarschuwingssysteem. Daarmee kan de temperatuur in het toestel niet onge-merkt stijgen. Wordt het te warm, dan gaat het waarschuwingslichtje aan. Wanneer het toestel een temperatuur als te warm ‘aanvoelt’, hangt af van de temperatuur die u aan de knop instel-de.
U ziet dit signaal telkens als
- u het toestel inschakelt.
- u het deksel lange tijd opent, bv. om er diepvrieswaar in te leggen, te verplaatsen of uit te nemen.
- u veel levensmiddelen invriest.
– de stroom lang onderbroken was.
Het lampje gaat uit zodra de ingestelde temperatuur in het toestel weer is bereikt.
Superfrost-functie
Om verse eetwaar heel efficiënt in te vriezen dient u van tevoren de functie Superfrost in te schakelen.
Uitzonderingen:
- Indien u reeds ingevroren levensmiddelen in de diepvriezer legt.
- Indien u elke dag maar hoogstens 2 kg invriest.
Superfrost inschakelen
■ Schakel de functie Superfrost in 4 à 6 uur voor u levensmiddelen plaatst.
■ Wenst u het hoogste invriesvermo-gen te benutten, schakel dan de Superfrost 24 uur van tevoren in!

■ Druk op de toets Superfrost zodat het controlelampje Superfrost aangaat.
De temperatuur in het toestel daalt daar het met het hoogste invriesvermogen werkt.
Superfrost uitschakelen
Om stroom te besparen, schakelt u de functie Superfrost uit zodra er een constante vriestemperatuur van minstens -18 °C is bereikt.
■ Druk op de toets Superfrost zodat het controlelampje Superfrost uitgaat.
Het toestel koelt nu weer met zijn nor- male koelcapaciteit.
Korven
Met behulp van de korven kan u de eet- waar in de kuip vlotter sorteren.
■ Haak de korven met het handvat over de kuiprand of
■ stapel de korven in de kuip:
- zet een van de korven op de
kuipbodem,

- duw de handvatten bij deze korf omlaag, til ze op en zwenk ze dan naar binnen toe, - zet daar nu een andere korf bovenop.
Invriesvak
U kan in de kuip een vak afbakenen. Dat dient dan als invriesvak.
Zo'n vak heeft het voordeel dat u verse eetwaar kan scheiden van reeds inge- vroren diepvrieswaar. Daarmee ver- mijdt u dat de reeds ingevroren levens- middelen lichtjes gaan ontdooien.
Maximum-invriesvermogen
Om levensmiddelen zo gauw mogelijk tot in de kern te laten invriezen, mag het maximum-invriesvermogen niet overschreden worden. Hoeveel dat bedraagt, vindt u op het typeplaatje: 'invriesvermogen ... kg / 24 uur'.
Verse eetwaar invriezen
Verse eetwaar dient u zo snel mogelijk tot in de kern te laten invriezen. Zo blijven de voedingswaarde, de vitaminen, het uitzicht en de smaak bewaard.
Hoe trager de levensmiddelen ingevroren worden, hoe meer vloeistof er uit elke cel in de tussenruimte terechtkomt. De cellen krimpen.
Bij het ontdooien kan er maar een deel van die vloeistof naar de cellen terug. In de praktijk betekent dit dat er in de levensmiddelen veel sap verlorengaat. Bij het ontdooien valt dat te merken aan de grote plas rond de eetwaar.
Werd de eetwaar snel ingevroren, dan krijgt de celvloeistof minder tijd om in de tussenruimte weg te vloeien. De cellen krimpen heel wat minder. Bij het ontdooien kan die eerder geringe hoeveelheid vloeistof die in de tussenruimte terecht is gekomen, naar de cellen terug. Er ging dus heel weinig sap verloren. Er wordt maar een kleine plas gevormd!
Diepvrieswaar bewaren
Zo u kant-en-klare diepvrieswaar in het toestel legt, controleer dan reeds bij de aanschaf
- of de verpakking niet beschadigd is,
- tot wanneer het product houdbaar is
- en hoe laag de koeltemperatuur in de winkeltoog is. Ligt die hoger dan -18 °C, dan is de diepvrieswaar niet zo lang houdbaar.
■ Koop uw diepvrieswaar op het einde van uw boodschappen. Bewaar hem in krantenpapier of een koeltas.
■ Leg de gekochte diepvrieswaar meteen in uw toestel.
Vries gedeeltelijk of volledig ont-dooide levensmiddelen niet terug in. Zo u ze kookt of braadt, kan u die levensmiddelen opnieuw invriezen.
Zelf levensmiddelen invriezen
Gebruik enkel verse en onberispelijke levensmiddelen om in te vriezen!
Hou hiermee rekening bij het invriezen:
- Zijn geschikt om in te vriezen: vers vlees, gevogelte, wild, vis, groente, kruiden, rauw fruit, zuivel, gebak, spijsresten, eigeel, eiwit en heel wat kant- en klaargerechten.
- Niet geschikt om in te vriezen: druiven, kropsla, radijsjes, ramme- nas, zure room, mayonaise, eieren in hun schaal, uien, ongeschilde rauwe appelen en peren.
- Om kleur, smaak, aroma en vitaminen C te bewaren, dient u fruit en groente voor het invriezen te blancheren. Doe de groente per portie 2 à 3 minuten in kokend water. Daarna uitnemen en vlug in koud water afkoelen. Laat de groente uitdruppen.
- Mager vlees is beter geschikt om in te vriezen dan vet. Het kan trouwens veel langer worden bewaard.
- Leg tussen koteletten, biefstuk, vleeslapjes e.d. telkens plastic folie. Zo vermijdt u dat porties aaneenvriezen.
- Rauwe levensmiddelen en geblancheerde groente mag u voor het invriezen niet kruiden of zouten. Klaargemaakte spijzen kruidt of zout u maar lichtjes. Sommige kruiden veranderen immers van smaakintensiteit bij het invriezen.
- Laat warme spijs en drank eerst buiten het toestel afkoelen. Anders wordt reeds ingevroren eetwaar even ontdooid. Dit leidt bovendien tot een hoger stroomverbruik.
Verpakken
■ Vries de levensmiddelen per portie in.
Geschikte verpakking
- kunststoffolie
- zakjes van polyethyleen
-aluminiumfolie
– diepvriesdozen
Ongeschikte verpakking
- inpakpapier
- perkamentpapier
- cellofaan
- vuilniszakken
- gebruikte boodschapzakjes
■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking af met
- elastiekjes,
- kunststofklemmen,
- touwtjes of
- koudebestendige plakband.
Polyethyleen zakjes kan u ook met een lastoestel dichtmaken.
■ Plak op de verpakking een etiket met inhoud en invriesdatum erop.
Diepvrieswaar schikken
■ Leg verse eetwaar in het invriesvak dat u tevoren met beide vriestabletten hebt afgebakend. Zo vermijdt u contact tussen reeds ingevroren diepvrieswaar en verse eetwaar.
Levensmiddelen die u er pas inlegt, mogen niet in aanraking komen met reeds ingevroren eetwaar. Anders gaat die lichtjes ontdooien.
■ Leg de levensmiddelen keurig gesorteerd in de kuip.
■ Leg de pakjes er droog in. Zo vermijdt u dat ze aan elkaar vriezen.
Invriesplan
Het invriesplan op de binnenzijde van het deksel duidt aan hoeveel maand u bepaalde levensmiddelen kan bewaren. Bij de aanbevolen bewaarduur gaat het om een richtwaarde. Er spelen immers heel wat factoren een rol: bv. de kwaliteit van de levensmiddelen, de behandeling die het invriezen van de eetwaar voorafging e.d.
Diepvries ontdooien
Diepvries kan u ontdooien
- in uw microgolfoven,
- in uw oven met de verwarmingsssoort 'Hete lucht' of 'Ontdooien',
- op kamertemperatuur,
- in uw koelkast.
Platte stukken vlees en vis kan u in een hete pan doen zodra ze lichtjes ontdooid zijn.
Fruit kan u op kamertemperatuur zowel in de verpakking als in een schotel met deksel ontdooien.
Ingevroren groente kan u in kokend water doen of in heet vet stoven. De kooktijd valt dan wat korter uit dan bij verse groente.
Vries gedeeltelijk of volledig ont- dooide levensmiddelen niet terug in. Zo u ze kookt of braadt, kan dat wel.
Drank snel koelen
Als u flessen met drank snel koelt, haal die dan uiterlijk na 1 uur weer uit de diepvriezer. Anders springen ze stuk!
Het systeem FreeFrost
Door de normale werking zet er na zich verloop van tijd rijp en ijs op de koelelementen af. Daardoor vermindert de koudeafgifte en stijgt het stroomverbruik.
Het systeem FreeFrost zorgt ervoor dat er ongeveer 70 % minder ijs en rijp gevormd wordt dan in andere toestellen. De verklaring daarvoor is dat de binnenkomende luchtvochtigheid snel gebonden en weer naar buiten afgevoerd wordt. Het toestel moet aanzienlijk minder vaak ontdooid worden.
Schraap de rijp- of ijslagen alleen met de bijgeleverde schraper weg omdat de koelementen anders beschadigd kunnen worden. Het toestel functioneert dan niet meer.
Ontdooi het toestel regelmatig, maar uiterlijk als er zich een ijslaag van ca. 1 cm dik heeft gevormd. Doe dat bij voorkeur als het toestel weinig of geen bevroren goederen bevat.
Voor het ontdooien
■ Schakel ca. 4 uur voor het ontdooien de functie Superfrost in. Daardoor krijgen de reeds ingevroren levensmiddelen een extra koudereserve en kunnen ze dus iets langer bij kamertemperatuur worden bewaard.
■ Neem de bevroren goederen uit het toestel en wikkel ze in meerdere la-gen krantenpapier of in een deken. Bewaar ze op een koele plek tot het toestel opnieuw bedrijfsklaar is.
Ontdooien
Ontdooien moet snel gebeuren. Hoe langer u de ingevroren levensmiddelen bij kamertemperatuur bewaart, des te korter wordt de houdbaarheid van de ingevroren levensmiddelen.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Neem de scheidingswand uit het toestel en plaats die onder de afvoeropening voor het dooiwater om dat op te vangen.

■ Wacht tot de stop ontdooid is en trek hem dan uit de bodem van het toestel.
■ Laat het deksel open.
U kunt het ontdooien versnellen door twee potten met heet (niet kokend) water op onderleggers in het toestel te plaatsen.
Plaats nooit elektrische verwarmingstoestellen of kaarsen in het toestel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken.
Gebruik geen ontdooisprays of - producten om ijs te verwijderen. Die kunnen immers explosieve gassen vormen, oplos- of drijfmiddelen bevatten, of de gezondheid schaden.
Na het ontdooien
■ Neem het resterende dooiwater in de vrieskast met een spons of een doek op.
■ Reinig de vrieskast en droog ze.
■ Sluit de afvoeropening voor het dooi-water weer met de stop af.
■ Sluit het deksel van de vrieskast en steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel de functie Superfrost in, zo-
dat het toestel snel koud wordt.
Het controlelampje gaat aan.
■ Leg de bevroren goederen weer in de vrieszone zodra de temperatuur in het toestel laag genoeg is.
■ Schakel de functie Superfrost weer uit zodra -18 °C bereikt is.
Het controlelampje gaat uit.
Gebruik nooit reinigingsmiddel met zand, schurend middel, soda of zuur, noch chemisch oplosmiddel. Ongeschikt zijn ook zogenaamde 'schuurmiddelvrije' schuurmiddelen. Die doen matte plekken opduiken.
Let erop dat er geen water terechtkomt in de elektronische bediening noch in het ventilatierooster.
Gebruik nooit stoomreinigers. De stoom kan toestelonderdelen aanraken, die onder spanning staan. Er kan dan kortsluiting optreden.
Het typeplaatje binnen in het toestel mag u niet verwijderen. Bij een eventuele storing heeft de Technische Dienst dat nodig!
■ Maak het toestel meteen na het ont-dooien schoon.
■ De stekker is uit het stopcontact gehaald. De diepvrieswaar ligt op een koele plaats en het toebehoren bevindt zich buiten het toestel.
Buitenwanden, binnenruimte, toebehoren
Om die schoon te maken gebruikt u het best lauw water met wat afwasmiddel. Was alle delen met de hand af, niet in de vaatwasser.
■ Spoel de buitenwanden, de binnen-ruimte en het toebehoren na het reinigen met helder water af. Wrijf alles met een doek droog. Laat het deksel even openstaan.
Ventilatierooster
■ Maak het ventilatierooster geregeld met een kwast of stofzuiger schoon. Hoe meer stof erop ligt, hoe meer stroom het toestel verbruikt.
Dichting van het deksel
Behandel de dichting nooit met olie of vet. Die wordt anders na verloop van tijd poreus.
■ Maak de dichting geregeld met helder water schoon. Wrijf ze nadien met een doek goed droog.
Na het schoonmaken
■ Sluit het deksel en steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel Superfrost in. Zo wordt het toestel gauw koud. Het controlelampje gaat aan.
■ Leg de diepvrieswaar in het toestel. Wacht tot de temperatuur in het toestel laag genoeg gezakt is.
■ Schakel Superfrost uit zodra de -18 °C is bereikt. Het controlelampje gaat uit.
Herstellingen aan elektrische toestellen mogen enkel en alleen door een vakman worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kunnen er ernstige risico's opduiken voor wie het toestel gebruikt.
Wat gedaan als ...
... het toestel niet koelt?
■ Zit de stekker van het toestel wel stevig in het stopcontact?
■ Zijn de smeltstoppen van uw huisinstallatie niet uitgevallen? Zo dat het geval is, doe dan een beroep op de Technische Dienst van Miele.
... de temperatuur in het toestel te laag is?
■ Stel de temperatuurregelknop op een kleinere stand in.
■ U vergat Superfrost uit te schakelen. Het controlelampje is aan.
... de compressor vaker en langer ingeschakeld wordt?
■ Is het ventilatierooster niet geblokkeerd of zit het niet onder het stof?
■ Het deksel werd vaak geopend. Ofwel werd heel wat verse eetwaar ingevroren.
■ Kan het deksel wel goed dicht?
■ Kijk eens na of er op de vriesplaten geen dikke laag rijm zit. Is dat zo, laat het toestel dan ontdooien.
... het waarschuwingslampje aan-gaat?
Het is in de diepvriezer naar gelang van de ingestelde temperatuur, te warm omdat
■ het deksel vaak geopend of heel wat verse eetwaar ingevroren werd.
■ de ventilatie-opening werd afgedekt.
■ de stroom lange tijd onderbroken was.
Zodra aan deze storingen een einde is gesteld, gaat het waarschuwingslichtje uit.
... d e diepvrieswaar vastgevroren is?
Maak de diepvrieswaar los met een stomp voorwerp, bv. een lepelsteel.
... er zich op de vriesplaten een dikke ijslaag gevormd heeft?
■ Kan het deksel wel goed dicht?
■ Ontdooi het toestel en maak het schoon.
Dikke lagen ijs beperken het koelvermogen. Dan stijgt ook het stroomverbruik.
... d e binnenverlichting niet werkt?
Het lampje is defect:
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Neem het dekseltje van de lamp in de richting van de pijl af.

■ Draai de defecte lamp eruit en vervang ze. Gegevens:
220 - 240 V, max. 15 W, fitting E 14
■ Zet het lampdekseltje er terug op.
Kan u de storing aan de hand van deze aanwijzingen niet ongedaan maken, doe dan een beroep op de Technische Dienst van Miele.
Maak het deksel bij voorkeur niet open tot de storing werd verholpen.
Zo beperkt u koudeverlies.
Waar bepaalde geluiden vandaan komen
| Heel normale geluiden | Waar komen ze vandaan? |
| Brrrrr... | Gebrom komt van de motor (compressor). Dat kan even wat harder worden terwijl de motor ingeschakeld wordt. |
| Blubb, blubb.... | Geborrel, geklots of gezoem komt van het koelmiddel dat door de buisjes vloeit. |
| Klik.... | U hoort een klik telkens als de thermostaat de motor in- of uit-schakelt. |
| Sssrrrrr.... | Bij toestellen met verschillende zones of bij No-Frostmodellen kan u een zacht geruis horen van de luchtstroming in de binnen-ruimte van het toestel. |
Bedenk echter dat motor- en stromingsgeluiden in de koelingskringloop niet te vermijden zijn!
| Geluid waaraan u vlot kan verhelpen | Waar komt het vandaan en wat kan u ertegen doen? |
| Geklepper, gerammel, gerinkel | Het toestel staat niet waterpas: Stel het toestel waterpas. Schroef de voetjes in of uit het toestel of leg iets onder het toestel. |
| Het toestel raakt andere toestellen of meubels aan: Schuif het toestel van de meubels of andere toestellen weg. | |
| Laden, korven of legplaten trillen of knellen: Controleer de uit-neembare onderdelen en zet ze eventueel opnieuw op hun plaats. | |
| Flessen of recipienten raken elkaar: Schuif de flessen of recipienten wat uit elkaar. | |
| De snoerhouder hangt nog tegen de achterzijde van het toestel: Neem de snoerhouder weg. |
Neem in geval van storingen die u zelf niet kan verhelpen, contact op met
■ uw Miele-handelaar
of
Het adres en de telefoonnummers van onze Technische Dienst vindt u op de rugzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Wanneer u daar een beroep op doet, geef dan a.u.b. altijd het type- en het machinenummer van uw toestel op.
Deze gegevens vindt u op het type- plaatje op de buitenzijde van het toestel.
Duur en voorwaarden van de garantie
De duur van de garantie bedraagt 2 jaar.
Meer informatie over de garantievoorwaarden kan uw bekomen op onze site of per telefoon bij Miele. Zie keerzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Dit toestel wordt aansluitklaar geleverd, is dus voorzien van snoer en stekker. Het apparaat is geschikt om te worden aangesloten op eenfasige stroom 220 - 240 V, 50 Hz. Dit toestel mag enkel op een degelijk geaard stopcontact worden aangesloten.
Om de veiligheid te verhogen, verdient het aanbeveling een verliesstroomschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA voor het toestel te schakelen.
U dient smeltveiligheden van 10 A te voorzien.
Plaats het stopcontact naast of vlakbij het toestel. Dat dient vlot toegankelijk te zijn.
Gebruik geen verlengsnoeren om het toestel op het stroomnet aan te sluiten. Die waarborgen niet de nodige veiligheid. Er is risico van oververhitting.
Dient het aansluitsnoer te worden vervangen, dan mag dat enkel worden uitgevoerd door een erkend elektricien.
Plaats van opstelling
De vloer waarop het toestel staat, dient waterpas en vlak te zijn.
Stel het toestel zo ver van de wand op dat het deksel ongehinderd open en dicht kan.
Kies geen plaats vlak naast een fornuis, een radiator of bij een venster vlak in de zon. Hoe hoger de omgevingstemperatuur oploopt, hoe langer de compressor draait en hoe meer stroom er wordt verbruikt. Geschikt is een droog, goed geventileerd vertrek.
Laat rond het toestel minstens 2 cm tussenruimte tot andere toestellen of voorwerpen. Zo wordt er voldoende warmte afgevoerd.
Klimaatklasse
Dit toestel is geschikt voor een be-paalde klimaatklasse of categorie van omgevingstemperatuur. Die tempera-tuur dient binnen zekere grenzen te blij-ven. De klimaatklasse vindt u terug op het typeplaatje op de buitenkant van het toestel.
| Klimaatklasse Kamertemperatuur | |
| SN, N | tot +32 °C |
| ST | tot +38 °C |
| T | tot +43 °C |
Tot een minimumkamertemperatuur van +5 °C werkt uw toestel beslist probleemloos.
Ventilatie
Om de compressor voldoende van koele lucht te voorzien,
- mag u de spleet tussen de onderzijde van het toestel en de vloer niet dichtstoppen.
- laat u tussen het ventilatierooster in het toestel en de wand een mini-mumafstand van 20 cm. Zo blijft een onberispelijke ventilatie gewaar-borgd.
- dient u het ventilatierooster ook gere-geld af te stoffen.
N.V. Miele België
Z.5 Mollem 480
Hof te Bollebeeklaan 9-1730 Mollem
Herstellingen bij u thuis
Bij storingen staan verschillende Miele-technici voor u klaar in uw onmiddellijke omgeving.
Kies dus het telefoonnummer van uw streek.

geo
| Location | Value | |---|---| | 03 | 232 00 52 | | 089 | 35 42 92 | | 04 | 227 83 05 | | 061 | 22 51 41 | | 081 | 73 70 81 | | 071 | 35 68 80 | | 02 | 451 16 16 | | 09 | 220 24 42 | | 050 | 34 58 55 | | 056 | 75 45 10 | | 065 | 36 00 15 |Dienst "Onderdelen en Toebehoren": (02) 451.16.00
Voor nadere inlichtingen: dienst "Consumentenbelangen": (02) 451.16.80
Fax: (02) 451.14.14
Internet: http://www.miele.be