BBC4500 - Bosmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BBC4500 MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BBC4500 MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bosmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BBC4500 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BBC4500 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING BBC4500 MAKITA
Gebruiksaanwijzingen

Aanwijzingen voor het gebruik, het onderhoud en reserveonderdelen van de motorzeis LEES DEZE GEBRUIKSAANWIJZING AANDACHTIG ALVORENS DE MACHINE IN GEBRUIK TE NEMEN.
INHOUD
1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
1.1 VOORWOORD ....BLZ. 4
1.2 VOORZIEN GEBRUIK ....BLZ. 4
1.3 ALGEMENE AANWIJZINGEN ....BLZ. 4
1.4 VEILIGHEIDSSIGNALERING ....BLZ. 4
1.5 GESCHIKTE KLEDING EN BESCHERMINGSMIDDELEN ......BLZ. 5
1.6 BESCHERMINGEN EN VEILIGHEIDSSYSTEMEN
VAN DE MACHINE ....BLZ. 5
Alle machines en de toebehoren worden continu ontwikkeld: wij behouden ons het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving de gegevens, het gewicht, de constructie zelf en de uitrusting op elk gewenst moment te veranderen. Aan de gegevens en de afbeeldingen die in deze handleiding staan kunnen geen rechten ontleend worden.
1.2 Voorzien gebruik
De motorzeis mag uitsluitend gebruikt worden voor het maaien van gras en het snoeien van heesters en struiken. Elk ander gebruik van het apparaat dat niet in deze handleiding vermeld is kan gevaarlijk zijn.
1.3 Algemene aanwijzingen
- Lees voordat u aan de slag gaat eerst alle aanwijzingen en adviezen die in deze handleiding staan aandachtig en zorg ervoor dat u ze goed begrepen heeft. U moet deze handleiding goed bewaren en hem telkens als er zich een probleem voordoet raadplegen.
- De machine mag alleen door volwassenen gebruikt worden en door personen die door vakmensen goed geïnstrueerd zijn over de werking ervan.
- Binnen het werkgebied van 15 meter mogen er geen personen, dieren of voorwerpen zijn die letsel kunnen oplopen of waar schade aan berokkend kan worden.
- U als gebruiker bent aansprakelijk voor derden en voorwerpen binnen de actieradius van de machine.
- Draag altijd geschikte werkkleding en gebruik geschikte beschermingsmiddelen: nauwsluitende werkoverall, stevige schoenen, handschoenen, beschermende helm enz.
- Draag altijd een veiligheidsbril of een gezichtsscherm, gehoorbeschermers of oordoppen.
- Als u aan het werk bent moet u altijd in een goede lichamelijke conditie zijn, moet u uitgerust zijn en niet onder invloed staan van alcohol, verdovende middelen of medicijnen.
- Werk alleen bij goed zicht en natuurlijk licht.
- Gebruik nooit andere snijgarnituren dan die door de fabrikant geleverd worden, gebruik alleen originele onderdelen.
- Gebruik nooit gebroken of versleten snijgarnituren of gereedschappen of snijgarnituren of gereedschappen die verbogen zijn, waar deuken, scheuren of barsten in zitten.
- Start de motorzeis niet in gesloten ruimten en laat hem ook niet in gesloten ruimten draaien.
- Meng en hanteer de brandstof in de open lucht, bij uitgeschakelde motor en uit de buurt van warmtebronnen, vonken of open vuur. Als u dit doet mag u niet roken.
- Alle onderhouds-, reparatie- en vervangingswerkzaamheden van de onderdelen moeten altijd bij uitgeschakelde motor en stilstaan de ronddraaiende onderdelen uitgevoerd worden.
- Alle veiligheidssystemen van de machine en de beschermingsuitrusting moeten tijdens de hele gebruiksperiode van de motorzeis in goede staat gehouden worden.
- Pas op voor de gevolgen van de trillingen. Onderbreek het werk vaak met korte rustpauzes.
- Voorzichtig! Fijngehakt gras en bladeren kunnen de uitstoot van "aërosol" veroorzaken waardoor allergieën kunnen ontstaan.
- Lees de aanwijzingen met betrekking tot de kleding en de geschikte beschermingsmiddelen die in volgende paragraaf staan aandachtig
1.4 Veiligheidssignalering
Lees de aanwijzingen die hieronder staan met betrekking tot de kleding en de geschikte beschermingsmiddelen die tijdens het gebruik van de machine gedragen moeten worden aandachtig.
- Draag een nauwsluitende werkoverall (draag geen wijde shirts of overhemden of losgeknoopte kleren).
- Draag geen sieraden, ringen, diverse accessoires zoals stropdas sen, sjaals e.d. die aan takken of aan de bewegende delen van de machine kunnen blijven vasthaken.
- Kam uw haar zodanig dat de haarlengte boven de schouders valt.
- Trek dichte werkschoenen of hoge laarzen met slipvrije zolen aan, waarmee u stevig op de grond kunt staan (werk niet blootsvoets, op slippers of met open lage schoenen).
- Zet de beschermende helm op telkens als het risico bestaat dat u in aanraking komt met voorwerpen die tijdens het opschonen van kreupelhout of bij struikgewas op manshoogte kunnen vallen.
- Voor een goede bescherming van uw gezicht en uw ogen is bovendien een gezichtsscherm en/of een bril die niet beslaat absoluut onmisbaar; draag deze altijd!
- Bescherm ook uw gehoor tijdens gebruik met oorbeschermkappen of oordoppen.
- Gebruik altijd stevige handschoenen die bestand zijn tegen kleine stoten of sneden die vooral veroorzaakt kunnen worden door het gebruik van snijbladen, messen of andere scherpe delen.
1.6 Beschermingen en veiligheidssystemen van de machine
Alvorens de machine te starten moet u weten dat de machine uitgerust is met een aantal beveiligingen voor uw veiligheid:
- Geschikte beschermkappen om het contact met alle hete delen van de machine te voorkomen.
- Nylon of rubber bougiekap zodat alle elektrische delen van de machine met een hoog voltage afgeschermd zijn tegen onverhoeds contact.
- Verbindingskap boom-motor voorzien van antivibratierubber.
- Kruisstuk van de handgreepbuis of handgreep met antivibratie - systeem.
- Grote afschermingen en beschermbarrières.
- Grote riemen van brandvrij materiaal en voorzien van klikgespen voor snel losmaken van de machine.
- Gashendel met dubbele beveiliging.
Beschrijving van de veiligheidsonderdelen (afb. 1):
A) Veiligheidshelm
B) Oorbeschermkappen
C) Antisplintergezichtsscherm
D) Riem met snelle loskoppeling
E) Handschoenen
F) Beschermkap
G) Veiligheidsschoenen
H) Stevige werkoverall
I) Antivibratiesteun
L) Gashendel met STOP-schakelaar
M) Motor met hittebescherming

2.1 Overzicht van de technische gegevens
| MODEL | BBC4510 | BBC4500 | 3BK4500 | BC5710 | BBC5700 | BBK5700 |
| Boomdiameter (mm) 27 | ||||||
| Onbelast gewicht (zonder mengsel, snijgarnituur en beschermkap) | 7,5 7,7 10,9 | 7,5 7,7 10,9 | ||||
| Tankinhoud (cm3 - liter) 900 - 0,9 | ||||||
| Snijbladdiameter (mm) 255 - 305 | ||||||
| Snijbladdikte (mm) 1,4 - 1,6 - 1,8 - 3 | ||||||
| Aantal tanden | 2 - 3 - 4 - 8 | |||||
| Diameter bevestigingsgat (mm) | 25,5 | |||||
| Draaisnelheid snijblad (min-1) | 8.000 | |||||
| Transmissieverhouding | 1,37 | |||||
| Draairichting (gezien vanaf de aftakas) | Links | |||||
| Lengte (mm) | 1785 | 1785 | 2760 | 1785 | 1785 | 2760 |
| Breedte (mm) | 385 560 385 | 385 560 385 | ||||
| Hoogte (mm) | 475 475 420 | 475 475 420 | ||||
| Cilinderinhoud (cm3) | 44,9 | 44,9 | 44,9 | 56,5 | 56,5 | 56,5 |
| Maximum vermogen (kW) volgens ISO 8893 | 1,62 | 1,62 | 1,62 | 2,21 | 2,21 | 2,21 |
| Motorsnelheid op max. vermogen (min-1) | 7.000 | |||||
| Motorsnelheid op de max. geadviseerde draaifrequentie van de as van de conische tandwieloverbrenging (min-1) | 11.000 | |||||
| Snelheid as van de conische tandwieloverbrenging (min-1) | 8.000 | |||||
| Minimum motortoerental (min-1) | 2.500 | |||||
| Specifiek brandstofverbruik op max. vermogen (g/kW*h) volgens ISO 8893 | 898 898 898 | 852 852 852 | ||||
| Geluidsdrukniveau (LpAv) in dB volgens EN 27917 | 92 | 92 | 92 | 93 | 93 | 93 |
| Geluidsvermogenniveau (LwAv) in dB volgens EN 10883 | 112 | 112 | 112 | 113 | 113 | 113 |
| Trillingsniveau op minimum toerental (m/s2) volgens ISO 7916 | 0,85 | 0,85 | 0,85 | 0,87 | 0,87 | 0,87 |
| Trillingsniveau op maximum onbelast toerental (m/s2) volgens ISO 7916 | 7,3 7,3 7,3 | 7,4 7,4 7,4 | ||||
2.2 Belangrijkste onderdelen (afb. 2 – afb. 3)
1 - Brandstoftank
2 - Starthandgreep
3 - Carburateur/Choke
4 - Handgreepbuis/Antivibratiehandgreep
5 - Antivibratiesteun
6 - Gashendel met beveiliging
7 - Transmissieas
8 - Conische tandwieloverbrenging
9 - Snijgarnituur
10 - Beschermkap
11 - Rugdraagstel
12 - Flexibele verbinding


Alvorens aan de slag te gaan moet u contro- leren of alle hieronder vermelde onderdelen goed gemonteerd zijn:
3.1.1 Modellen met stijve transmissie
Boom-motor: (afb. 4). Draai de boom in de juiste richting en bevestig hem daarna aan het motorblok door hem in het gat van de koppelingskap te steken. Om ervoor te zorgen dat de boom er op de juiste manier in gestoken wordt moet u controleren of de rode streep op het etiket tegenover het profiel van de bevestigingsklemmen van de boom zit. Nu moet u de boom vastzetten zodat deze niet uit de motor kan schieten waarbij u de twee schroeven van de bevestigingsklemmen moet aandraaien.
Handgreepbuis: (afb. 5). Om de handgreepbuis stevig aan de boom te bevestigen moet u allereerst de twee verbindingshelften van geperforeerd staalplaat A tussen de handgreepsteun C en de handgreepbuis B doen. Daarna moet u de handgreepbuis B nemen en zodanig plaatsen dat hij vastgepakt kan worden met de hendel met de gaskabel in uw rechterhand en de eenvoudige handgreep D in uw linkerhand. Plaats de handgreepbuis B op het kruisstuk C en zet hem met de kap van het kruisstuk en de vier betreffende bevestigingsschroeven vast. Voordat u de handgreepbuis vastzet moet u hem zodanig verstellen dat u uw armen iets gebogen zijn en uw polsen in een zo normaal mogelijke stand staan. Als u namelijk met gebogen polsen en gestrekte armen werkt dan neemt de belasting toe en wordt vooral uw rechterhand meer belast doordat u de gashendel steeds bedient.
Antivibratiehandgreep: (afb. 6). Plaats de antivibratiehandgreep E in het kruisstuk F, waarbij u de langste kant naar links gedraaid moet houden (deze dient als beschermbarrière tijdens het werk om te voorkomen dat uw lichaam per ongeluk in aanraking komt met het snijgarnituur). Voordat u de schroeven aandraait moet u de handgreep in een zodanige stand verstellen dat u een ergonomisch gebruik van de machine kunt maken. Draai daarna de borgschroeven stevig aan.
Aansluiting van de gaskabel bij machines met een stijve transmissie: (afb. 7). De gaskabel die uit de gashendel komt is aan het uiteinde voorzien van een schroefbout, twee moeren die op de schroefbout gedraaid zijn en de stalen gaskabel die uit de schroefbout loopt. Pak de gaskabel beet en steek het uiteinde in de draaiba-re pal van de klepbediening van de carburateur. Doe de schroefbout nu in de betreffende opening in de nylon cilinderkap en let erop dat u de stalen kabel onder de betreffende rail door laat lopen. Beve -stig nu de schroefbout aan de cilinderkap door aan de moeren te draaien. Stel de schroefbout nu zodanig af dat eventuele speling tussen de kabel en de beschermmantel opgeheven wordt, zodat u op de juiste manier en geleidelijk gas kunt geven. Deze schroefbout is een beveiliging volgens de EG-normen en dient om onverhoedse inschakeling van de machine doordat men er op de een of andere manier aan blijft vasthaken te vermijden. Sluit nu de kabelschoen met oogje van de massakabel aan op één van de vier schroeven waarmee de cilinderkap die als steun voor de koppelingskap dient aan de motor bevestigd is en verbind de vrouwtjesaansluiting van de massakabel met de mannetjesaansluiting die afkomstig is van de spoel die in de motor geplaatst is. Bij de machines die met een handgreepbuis uitgerust zijn moet u de gaskabel in de speciale gleuven aan de zijkant van het kruisstuk en de twee kabeldoorvoeren op de boom laten lopen zodat het gasblok zo dicht mogelijk tegen de machine aan geplaatst wordt.
3. MONTAGE




3.1.2 Modellen met flexibele transmissie
Flexibele transmissie-motor: Bevestig de flexibele as aan het motorblok door het uiteinde met het langste zetijzer in het gat van de koppelingskap totdat het ijzer zich zet. Nu moet u hem vastzetten zodat hij niet uit de motor kan schieten waarbij u de twee schroeven van de bevestigingsklemmen moet aandraaien.
Boom-flexibele transmissie: (afb. 8). Verbind de twee uiteinden van de boom en de transmissie door middel van de snelkoppeling met elkaar.
Aansluiting van de gaskabel bij machines met een flexibele transmissie: (afb. 9).
Maak de twee haakjes aan elkaar vast en steek ze in de kabelbevestigingsmof; let er daarbij op dat de gaskabel aan de zijkant van de hendel in de speciale gleuf van de mof gaat. Doe de kabelbevestigingsmof dicht en steek de massaverbindingsstekkers erin (afb. 10). Sluit nu de gaskabel, de kabelschoen en de vrouwtjesaansluiting aan zoals beschreven bij de hierboven genoemde uitvoering met een stijve transmissie.
3.1.3 Voor alle modellen
Beschermkap: (afb. 11). Deze moet volgens de EG-voorschriften met de 4 schroeven en 4 moeren die erbij geleverd zijn op een vaste afstand van het snijgarnituur rechtstreeks op de behuizing van de conische tandwieloverbrenging bevestigd worden. Het type kap dat gemonteerd moet worden moet op basis van het snijgarnituur dat gebruikt wordt gekozen worden.
Veiligheidsriemen: (afb. 12).
Al naar gelang het type handgreep dat u gebruikt treft u de juiste veiligheidsriem bij de machine aan.
- Bij de machines die met een handgreepbuis uitgerust zijn bestaat de veiligheidsriem uit een draagriem met een vaste gepolsterde schouderband en een heupbescherming met een steunhaak.
De lengte van de riem moet op basis van uw lichaamslengte afgesteld worden door middel van de gesp die in de buurt van de schouderband aangebracht is. Doe de veiligheidsriem over uw linkerschouder zodat de heupbescherming aan de rechterkant tegen uw lichaam aan komt te zitten. In geval van onmiddellijk gevaar kunt u op die manier de machine snel loshaken door op de gesp aan het uiteinde van de heupbescherming te drukken, in overeenstemming met de EG-voorschriften.
- Bij de machines met een antivibratiehandgreep bestaat de veiligheidsriem uit een vaste schouderband en een steunhaak voor de machine die rechtstreeks met de klik - gesp verbonden is (zonder heupbescherming), zodat de machine meteen losgehaakt kan worden. De draagriem moet zoals bij het vorige model aangebracht en versteld worden.
Balancering: Voordat u begint te werken moet u de riem zodanig afstellen dat de machine in balans is waarbij u de hieronder vermelde aanwijzingen moet opvolgen. Doe de riem om en maak de machine aan de speciaal daarvoor bestemde haak vast.
Bij de machines die uitgerust zijn met een draadmaaikop moet u de riem zodanig afstellen dat de afstand tussen de grond en het dichtstbijzijnde punt van het snijgarnituur tussen de 0 en de 300 mm is.
Bij de machines die uitgerust zijn met een snijblad moet u de riem zodanig afstellen dat de afstand tussen de grond en het dichtstbijzijnde punt van het snijblad tussen de 100 en de 300 mm is.
Rugdraagstel: Bij alle machines die uitgerust zijn met een flexibele transmissie is de motor op een speciaal rugdraagstel ge - plaatst. Dit rugdraagstel is voorzien van twee riemen die op de schouders versteld kunnen worden. De linkerriem is voorzien van een klikgesp waardoor het rugdraagstel en dus ook de machine in geval van gevaar snel losgemaakt kan worden.




3.2 Bevestiging van de snijgarnituren
Om op een rendabele en veilige manier te werken moet het snijgarnituur zoveel mogelijk afgestemd zijn op het gebruik dat u ervan wilt maken (afb. 13). Al naargelang het model dat u gekocht heeft kunt u het juiste snijgarnituur bij de machine aantreffen of als optie los aanschaffen.
ATTENTIE: Voor elk gereedschap dat u gebruikt moet u de juiste door de EG-normen (afb. 14) vereiste beschermkap monteren en in geval van de draadsnijkoppen mag u alleen de nylon draad die door de fabrikant geadviseerd wordt gebruiken (gebruik geen ijzerdraad of ander materiaal). Controleer ook of de gereedschappen origineel, gemarkeerd en geadviseerd zijn door de fabrikant.
Bij de machines die uitgerust zijn met een draadmaaikop met nylon draad kan de machine zowel in de uitvoering met antivibratiehandgreep als in de uitvoering met handgreepbuis gebruikt worden.
Bij alle andere snijgarnituren moet u de machine in de uitvoering met handgreepbuis gebruiken.
Om de snijgarnituren met de betreffende beschermkappen te mon teren moet u als volgt te werk gaan:
Maaikoppen met nylon draad (afb. 15):
- Bevestiging: draai de kop tegen de klok in (linksom) op de schroe fdraadas die uit de behuizing van de conische tandwieloverbrenging komt (detail 1) en houd de as tegen door de inbussleutel of een schroevendraaier (detail 3) in de gleuf van de antioprolkapje (detail 5), de ring (detail 2) en de behuizing van de conische tandwieloverbrenging (detail 1) te steken totdat de kop (detail 4) helemaal op de centreerring vastzit. - Beschermkap: gebruik de beschermkap met de zwarte strook erop die voorzien is van een draadsnijblad waardoor de juiste draadlengte verkregen wordt.
Maaikoppen met slagmessen voor het maaien van gras en het snoeien van struikgewas:
- Bevestiging: zie datgene wat bij de draadmaaikop beschreven is.
- Beschermkap: gebruik de beschermkap zonder de zwarte strook.
Snijbladen van staal en nylon met 2 of meer tanden:
- Bevestiging: draai de blinde moer, de zelfborgende moer, de flens en de ring van de behuizing van de conische tandwieloverbren-ging af. Houd afb. 16 aan en schuif het snijblad (detail 5) op de schroefdraadas die uit de behuizing van de conische tandwielo-verbrenging (detail 1) komt en doe hem in de centreerring (detail 2), breng daarna de bevestigingsflens van het snijblad (detail 6) en de steunschotel (detail 7) aan en zet alles met de zelfborgende moer (detail 8) vast.
- Beschermkap: gebruik de beschermkap zonder de zwarte strook.
De vrije steunschotelset (detail 9) is leverbaar als OPTIE (zie afb. 16).
Om de onderdelen te vergrendelen moet u verhinderen dat de as draait (zie afb. 13) door de meegeleverde inbussleutel of een schroevendraaier (zie detail 3) in de gleuf van de behuizing van de conische tandwieloverbrenging en het gat van de ring te steken; zo kunt u alle elementen met behulp van de meegeleverde sleutel stevig vastdraaien (aandraaimoment 3 kgm ± 0,25) (afb.


17). Controleer of het snijgarnituur op alle punten zoals hierboven beschreven goed vastzit en zodanig geplaatst is dat als u er van bovenaf naar kijkt de pijl van de draairichting en de veiligheidsop schriften goed te zien zijn (afb. 18).- Voor zaagbladen moet u een riem om allebei de schouders doen.
Als het snijblad niet op de juiste manier geplaatst en vergrendeld is dan kan dit ERNSTIG LETSEL AAN PERSONEN EN SCHADE AAN VOORWERPEN VEROORZAKEN.
De vaste schotel of de vrije schotel die als OPTIE verkrijgbaar is ondersteunt als hij op de grond gezet wordt het snijgarnituur tijdens het werk en maakt het mogelijk om op gelijke hoogte te snoeien mits de boom constant in dezelfde schuine stand gehouden wordt; bovendien voorkomt hij dat de gereedschappen de grond of kleine uitstekende stenen raken.
Cirkelzaagbladen voor ontbossen:
gebruik uitsluitend cirkelzaagbladen die aan de EG-normen voldoen en monteer de juiste en geschikte stamaanslagbescherming die eveneens aan de EG-normen voldoet. Deze artikelen zijn leverbaar als OPTIES.
- Bevestiging: volg de aanwijzingen op die bij de bevestiging van de stalen snijbladen beschreven zijn.
- Beschermkap: monteer altijd de juiste en geschikte stamaanslagbescherming die aan de EG-normen voldoet.
Zowel het cirkelzaagblad als de stamaanslagbescherming die aan de EG-normen voldoet zijn leverbaar als OPTIE.
Gebruik nooit messen, snijbladen of snijgarnituren die afwijken van die door de fabrikant geleverd worden. Gebruik altijd ge - reedschappen die in goede staat zijn, d.w.z. zonder deuken, scheuren, barsten, verbogen gedeelten of met gebroken of ver sleten tanden waardoor breuk van het snijgarnituur in de hand gewerkt kan worden: door ze op hoge snelheid te laten draaien kunnen er stukken in erg gevaarlijke splinters veranderen met mogelijke ernstige gevolgen voor personen of voorwerpen: de fabrikant kan op geen enkele wijze hiervoor aansprakelijk gesteld worden.
4. STARTEN
4.1 Voorwoord
De machine is uitgerust met een aantal beveiligingen die voor uw veiligheid dienen; alvorens de machine te starten moet u altijd controleren of zij intact zijn.
4.2 Brandstof
De motorzeisen Blue Bird zijn ontwikkeld om zowel op super als op loodvrije benzine (groen) te functioneren. Bij het gebruik van loodvrije benzine (groene benzine) wordt het aanbevolen om specifieke synthetische olie voor sterk belaste tweetaktmotoren te gebruiken die in het percentage dat op de verpakking aangegeven is gemengd moeten worden (over het algemeen 2%).
Indien er minerale of semi-synthetische olie gebruikt wordt moet het oliepercentage 5% zijn.
Het gebruik van specifieke synthetische olie voor tweetaktmotoren




vermindert de vorming van as en aanslag in de bougie, op de zuiger, in de cilinder en in de uitlaat en de uitstoot van uitlaat - gassen.
Dit komt bovendien de smering ten goede als gevolg waarvan de levensduur van de motor verlengd wordt.
Verder is het belangrijk om uitsluitend benzine en olie van een kwalitatief goed merk te gebruiken en het mengsel nadat u het klaargemaakt heeft binnen drie weken te gebruiken.
Meng de benzine met de olie voordat u het in de tank Doe dit in de open lucht, uit de buurt van niet elektrische lichtbronnen, zonder te roken, uit de buurt van vonken of open vuur en bij uitgeschakelde motor.
- Nu kunt u de tank van de machine vullen: draai de dop van de tank er langzaam af en giet het mengsel erin waarbij u op moet passen dat u niet morst, anders moet u de motor goed droog maken. Voorkom dat uw kleren nat worden door het mengsel.
- Start de motor op een afstand van minimaal drie meter van de plaats waar u de tank gevuld heeft om eventueel brandgevaar te voorkomen.
- Vul de tank niet als de machine warm is.
4.3 Gebruik van de hendel
Om de hendel (afb. 19) op de juiste manier te gebruiken moet u eerst de functies ervan kennen waarmee u de machine aan kunt zetten en de werksnelheid ervan kunt regelen.
- Pak de hendel beet en druk met de palm van uw hand de rode veiligheidsknop aan de bovenkant van de hendel in.
- Druk de gashendel tot aan het einde van de slag in.
- Zet de rode knop op de START stand en laat de hendel daarna los.
- Nu kunt u de machine starten. De veiligheidsknop is absoluut noodzakelijk om gevaarlijk gas geven door onvoorzichtige of onverhoedse manoeuvres te vermijden. Als de hendel niet vastgehouden wordt en de knop niet ingedrukt wordt kan de gashendel hierdoor namelijk niet gebruikt worden.
NB: Als de motor aangeslagen is gaat de knop als er de eerste keer gas gegeven wordt weer automatisch in de middelste stand staan.
- Pak de hendel beet en druk de veiligheidsknop in.
- Druk al naargelang de snelheid die u wilt toepassen op de gashendel.
STOP (OM DE MOTOR AF TE ZETTEN)
- Laat de hendel en de knop los. Zet de knop op de STOP stand.
- Om de machine weer te starten moet u de rode knop weer in de MIDDELSTE stand zetten, daarna weer een paar keer half gas en gewoon gas geven zoals hiervoor toegelicht.
4.4 Vóór het starten
Alvorens de machine te starten moet u erop letten dat u de machine voorzichtig op een vlakke en schone ondergrond zonder obstakels neerlegt. Leg de machine horizontaal neer zodat het snijgarnituur de grond noch enig ander voorwerp raakt. Controleer of alle schroeven en dit geldt vooral voor de bevestigingsschroeven van de boom, de beschermkap en het snijgarnituur goed aangedraaid zijn. Ga na of u zowel de juiste beschermkap als de snijgarnituren zoals toegelicht gemonteerd heeft.
Maak indien mogelijk het gebied vóór elk werk schoon: verwijder alle voorwerpen zoals stenen, gebroken glas, spijkers, metaaldra- den of touwtjes die kunnen wegschieten of vast kunnen raken in het snijgarnituur.

Het is niet toegestaan om de machine in gesloten ruimten of gebouwen te starten: het inademen van uitlaatgassen kan vergiftigingsgevaar opleveren.
Houd er rekening mee dat het gebruik van de maaikop met nylon draad de emissie van "aërosol" met zich meebrengt door het fijnhakken van de gemaaide en gesnoeide gewassen.

Wees bijzonder voorzichtig met giftige grassoorten. Gebruik de juiste bescherming voor de ademhaling.
4.5 Starten van de motor
Om de motor te starten moet u zoals hieronder beschreven te werk gaan.
1) Nadat u alle voorbereidingen zorgvuldig uitgevoerd heeft en de tank gevuld heeft moet u de gashendel en de rode knop op de START stand zetten.
2) Pak de motorzeis met uw linkerhand beet door op de transmissieas te drukken om hem goed stil op de grond te houden (afb. 20) en trek met uw rechterhand langzaam aan het startkoord totdat de haakjes op het vliegwiel vasthaken.
3) Volg de aanwijzingen met betrekking tot de carburateur, die hieronder vermeld zijn op en trek krachtig aan het startkoord totdat de machine start. Trek het startkoord nooit helemaal tot aan het einde van de slag om het haakmechanisme niet te beschadigen.
De motorzeisen met een cilinderinhoud van 45 c.c. en hoger zijn uitgerust met een decompressieklep waardoor de motor makkelijker aanslaat en waardoor de kracht die op het startkoord tijdens het aanzetten van de machine verminderd wordt.
Om deze motorzeisen aan te zetten moet u de knop van de decom pressieklep (afb. 21) die op de cilinder aangebracht is op start drukken en moet u verder gaan zoals aangegeven in punt 1).
Al naargelang het model carburateur dat bij uw machine geleverd is moet u de hieronder vermelde handelingen uitvoeren.
Carburateur met primersysteem en zwarte startknop (afb. 22/A):
- Druk bij een koude motor 5-6 keer op het primersysteem 1 op de carburateur totdat het mengsel uit het betreffende afvoerslangetje 3 komt (zodat alle kamers van de carburateur volledig gevuld worden).
- Druk één-twee keer op de zwarte startknop 2 die dient om de juiste hoeveelheid mengsel voor het starten erin te laten lopen.
- Trek 1 tot max. 4 keer aan het startkoord totdat u het eerste puffen van de motor hoort. Als de motor niet aanslaat probeer het dan nog een keer.
Carburateur met primersysteem zonder zwarte startknop (afb. 22/B):
- Druk bij een koude motor 5-6 keer op het primersysteem 1 totdat het mengsel uit het betreffende afvoerslangetje 3 komt (zodat alle kamers van de carburateur volledig gevuld worden).
- Zet de chokehendel (afb. 23-24) op de stand CLOSE, trek 1 of max. 2 keer aan het startkoord totdat u de eerste puffen hoort. Ook als u geen puffen hoort moet u de chokehendel weer op de stand OPEN zetten.
- Trek weer aan het startkoord totdat de motor start. Als de motor na de vierde keer trekken niet start dan moet u de handelingen vanaf het eerste punt herhalen.
Als de motor ondanks herhaaldelijke pogingen niet start dan betekent dat dat de verbrandingskamer verzopen is. In dat geval moet u de bougie losdraaien en droog maken en een paar keer zonder bougie aan het startkoord trekken zodat de verbrandingskamer gereinigd en doorgelucht wordt.
BELANGRIJK: Bij een warme motor hoeven de hierboven vermelde handelingen niet uitgevoerd te worden maar hoeft u terwijl de knop in de middelste stand staat slechts aan het startkoord te trekken totdat de motor aanslaat.
4.6 Inlopen
Werk tijdens de eerste 10 werkingsuren op een gematigd toerental, in ieder geval wordt geadviseerd om de motor niet op het maximum toerental te laten draaien, omdat alle bewegende onderdelen zich moeten zetten. Pas na deze periode zal de motor het maximum vermogen bereiken.
Controleer na de eerste 2 uur dat u de machine gebruikt heeft of alle schroeven en moeren goed bevestigd zijn: draai ze eventueel aan.



De motorzeis dient uitsluitend voor het maaien van gras en het snoeien van heesters en struiken (stammen met een diameter van max. 100 mm kunnen met een krachtige machine die voorzien is van een snijblad en een stamaanslagbeveiliging in overeenstemming met de EG-normen gesneden worden).
- Doe de riemen om en verstel ze.
- Als de motor gestart is laat hem dan 2-3 minuten op het minimum toerental draaien.
- Haak de motorzeis aan de veiligheidshaak van de riemen vast of als het een motorzeis in ruguitvoering is doe hem op uw schouders.
- Controleer of het gewicht van de machine gelijk verdeeld is en goed in balans is op de boom zodat het snijgarnituur evenwijdig is met de grond en niet door middel van de handgreep onder steund hoeft te worden (afb. 25).
- Geef een paar keer gas in onbelaste toestand maar nooit op het maximum toerental om te controleren of alles goed functioneert.
- Met een stilstaand en goed zichtbaar snijgarnituur dat u altijd onder controle heeft moet u naar de werkplek gaan waarbij u hem onder de lijn van uw taille moet houden en uit de buurt van uw lichaam en waarbij u moet controleren of er binnen een straal van 15 meter geen andere mensen zijn (afb. 26).
5.2 Gebruik van de machine
Nu bent u klaar om met het werk te beginnen: ga in een houding staan waarin u uw evenwicht goed kunt bewaren en waarin u stabiel en stevig op uw voeten staat.
Het maaien van gras moet gedaan worden alsof u zich in gangen van ongeveer 1,5 meter breedte bevindt, waarbij u stap voor stap vooruit moet lopen en van rechts naar links moet maaien en omgekeerd. Bij elke stap moet u er altijd als u in een nieuwe houding gaat staan weer voor zorgen dat u stevig op uw voeten staat (afb. 27).
Als u grassnijbladen gebruikt en u het gras wilt opvangen moet u altijd van rechts naar links maaien zodat het gemaaide gras aan uw linkerkant opgehoopt wordt.
Als u de machine daarentegen voor snoeien of snijden van takken gebruikt monteer dan het zaagblad dat aan de EG-normen voldoet en de speciale beschermkap die ook aan de EG-normen voldoet: de machine bereikt zijn maximum snijcapaciteit als er tot op het maximum toerental gas gegeven wordt en als gevolg daarvan heeft het zaagblad in deze werkomstandigheden minder kans om vast te lopen of te stoppen. Om dit soort gereedschap op de juiste manier te gebruiken moet u het zaagblad niet in het kritieke gedeelte gebruiken (afb. 28), met het oog op het gevaar van terugslag of stoten van het blad (kick-back genoemd). Hierdoor kunt u de controle over de machine en uw evenwicht kwijtraken en als gevolg daarvan kunt u zich verwonden.
Wij adviseren om met zijde A van het cirkelzaagblad te zagen om een optimale controle op de handeling te hebben; het is ook mogelijk om
6. ONDERHOUD
met zijde B te zagen maar in dat geval heeft u een kleinere controle vanwege het feit dat het zaagblad tegen de klok in draait.
De valrichting van de omgezaagde stam hangt af van het gebruiksssegment van het cirkelzaagblad, een bepaalde hoek van het zaagblad en de diameter van de stam.
- Voor stammen met een diameter tot 3 cm kan het cirkelzaagblad als bijl gebruikt worden, d.w.z. door de stam in de tegenovergestelde richting dan de verwachte valrichting om te hakken.
- Voor stammen met een diameter van 3 tot 7 cm mag u het cirkelzaagblad nooit in de horizontale stand gebruiken maar moet u het altijd een beetje schuin houden en van boven naar beneden gericht houden om te vermijden dat het zaagblad vastloopt. De hoek moet vergroot worden naarmate de diameter toeneemt (afb. 29).
- Stammen met een diameter van meer dan 7 cm kunt u ook omhakken met de krachtigere motorzeis maar dit mag alleen af en toe gedaan worden en niet om een kettingzaag te vervangen.
Probeer voorzover mogelijk stenen ook als het om kleine stenen - gaat, grondhopen, kleine stukjes hout en al het andere materiaal dat verborgen of slecht zichtbaar kan zijn in het gras te vermijden. Als u per ongeluk tegen een groot obstakel aanstoot of als het snijgarnituur vastloopt, plotseling blokkeert door overbelasting of doordat er gras, plantendraden of boomschorsen om heen gewikkeldzijn moet u de snelheid tot het minimum beperken om de koppeling uit te schakelen.
Controleer of het mes dat door naloop nog draait tot stilstand is gekomen; als dit niet het geval is moet u het mes afremmen door middel van wrijving op de grond op een plaats die niet gevaarlijk is; zet de motor nu af. Haak de motorzeis nu van de draagriem af en leg hem op de grond: controleer of het snijgarnituur beschadigd is, zoals bijvoorbeeld barsten, gebroken tanden enz., in dat geval moet u het snijgarnituur vervangen. Als het snijgarnituur daarentegen bedekt is met materiaal dat er om heen gewikkeld is moet u met uw handen beschermd met werkhandschoenen en met behulp van gereedschap het snijgarnituur hier volledig van ontdoen.

ALLE VEILIGHEIDSSYSTEMEN VAN DE MACHINE EN DE BESCHERMINGSUITRUSTING MOETEN TIJDENS DE HELE GEBRUIKSPERIODE VAN DE MOTORZEIS IN GOEDE STAAT GEHOUDEN WORDEN.
De motorzeis brengt de trillingen die door de werking van de éénelinder verbrandingsmotor veroorzaakt worden en door het gebruik dat er van de machine gemaakt wordt op de gebruiker over. Door deze trillingen kan de gebruiker oververmoeid raken en het is dus raadzaam om de werktijd met pauzes af te wisselen.
Om dit euvel te verhelpen is de machine uitgerust met enkele speciaal ontwikkelde rubber antivibratiesystemen. Controleer altijd of deze antivibratiesystemen in goede staat zijn, laat ze anders door een vakhandel vervangen.

VOER ELKE EVENTUELE REPARATIE OF MONTAGE ALLEEN UIT ALS DE MOTOR UITGESCHAKELD IS (BEHALVE HET AFSTELLEN VAN DE CARBURA - TEUR).
Nadat u een paar uur onder belasting gewerkt heeft wordt geadviseerd om de motor niet af te zetten maar de motor nog een paar minuten op het minimum toerental te laten draaien zodat de motor afkoelt dankzij de door het vliegwiel voortgebrachte lucht.
6. ONDERHOUD
Tijdens het normale gebruik kan de inregeling van de carburateur enkele veranderingen ondergaan, met name als er van werkhoogte veranderd wordt, na vele uren werken of door temperatuur- en drukveranderingen in de omgeving.
Als de carburateur opnieuw afgesteld moet worden, moet u het volgende doen:
Het MINIMUM TOERENTAL afstellen:
- Draai de schroef van het minimum toerental die met de letter "L" gemarkeerd is (detail 1, afb. 30) zonder te forceren aan totdat hij tegen de onderkant aan komt.
- Draai de schroef vanuit deze stand bij carburateurs van de serie WT 1 slag los en 4 slagen bij carburateurs van de serie WYK.
d- Start de motor en zoek zonder gas te geven het punt waarop de motor op het maximum toerental is op door de schroef "L" telkens 1/8 slag vaster of losser te draaien. - Zodra u het punt van het maximum toerental bereikt heeft moet u de schroef "L" 1/8 slag losdraaien (verrijken).
- Draai aan de stelschroef van de vlinderklep (detail 3, afb. 30) totdat de motor ongeveer op 2800 toeren per minuut is. Door deze afstelling is het draaien op het minimum toerental mogelijk, net onder de inschakeling van de koppeling op de kap.

Controleer of het snijgarnituur niet draait als de motor op het minimum toerental draait.
Het MAXIMUM TOERENTAL afstellen:
- Draai bij ingeschakelde motor en volgas aan de schroef van het maximum toerental die met de letter "H" gemarkeerd is (detail 2 afb. 30) en zet de schroef op een opening van ongeveer 1 slag door de schroef vaster of losser te draaien totdat u het punt van het maximum toerental gevonden heeft. Houd er rekening mee dat als u deze schroef aandraait het mengsel verarmd wordt en als u deze schroef losdraait het mengsel verrijkt wordt.
Om de juiste afstelling te verkrijgen moet u dit met een warme motor doen.
De afstelling kan variëren als dit alleen op de motor, op de machine met snijblad, op de machine met nylon kop met 2 of meer draden gedaan wordt.
Wij adviseren u dus om het afstellen door een vakman of door één van onze vakhandelaars te laten doen.



6.2 Periodiek onderhoud
Beschrijving van de motoronderdelen (afb. 31 - 32):
Luchtfilter. Is in de roodkleurige mof op de carburateur geplaatst en heeft de taak om het stof van de voor de verbranding aangezogen lucht tegen te houden. Om het filter te demonteren moet u het lipje dat zich onder de filterkap bevindt indrukken. Telkens na gebruik moet u het filter en de mof met benzine en een kwast schoonmaken en ze daarna droog maken. Het verstopte filter leidt tot daling van het vermogen van de motor, toename van het brandstofverbruik en maakt het starten moeilijk (afb. 33-34).
Bougie. Maak de bougie minimaal om de 25 uur grondig schoon en verwijder eventuele aanslag, controleer eventueel de afstand van de elektroden die 0,5 mm moet zijn (afb. 35). Als de elektroden sterk gecorrodeerd of verbrand zijn, vervang ze dan.
Een vuile bougie zorgt ervoor dat de verbranding van het brandstofmengsel onregelmatig is en kan er ook voor zorgen dat de machine niet meer start. Deze verontreiniging is te wijten aan een verkeerde carburatie, een onjuiste olie-benzineverhouding van het mengsel, een verstopt luchtfilter of aan werkomstandigheden met verminderde belasting.
Schroeven en moeren. Controleer de schroeven en de bevestigingsmoeren minimaal om de 25 uur en draai ze aan.
Uitlaat. Demonteer de uitlaat minimaal om de 50 uur van de cilinder en verwijder de aanslag uit de uitlaatpijp van de machine waarbij u goed op moet letten dat er geen afval in de cilinder terechtkomt.
Koppeling. Maak de koppeling en de kap minimaal om de 50 uur met een kwast en benzine schoon en droog daarna alles af. De centrifugale koppeling begint rond de 3000-3500 t.p.m. tegen de kap aan te liggen. De klauwen komen boven de 5000 t.p.m. op een doeltreffende manier tegen de kap aan te liggen; het is verstandig om te werken met de gashendel op het maximum toerental. Langdurig gebruik op lage toerentallen leidt tot slippen van de koppeling en snelle slijtage van de klauwen.
Conische tandwieloverbrenging. Smeer om de 25 uur de conische tandwieloverbrenging. Om dit te doen moet u de schroef die als dop fungeert aan de zijkant van de behuizing van de conische tandwie - loverbrenging eruit draaien en er met de speciale drukspuit vet in spuiten totdat hij vol is en de schroef er daarna weer in draaien. Er wordt geadviseerd om geschikt vet voor hoge temperaturen tussen de 120° en de 170 °C te gebruiken (afb. 36).
Flexibele as. Als u een motorzeis in ruguitvoering heeft moet u om de 25 uur de flexibele as die in de kap geplaatst is smeren.
6. ONDERHOUD
Grassnijblad slijpen. De slijtage van het blad is vooral te zien aan de afronding van de tanden, als deze meer bedraagt dan 1 mm dan moet het snijblad geslepen worden door het een paar maal te vijlen waarbij de hoek van de snijkant op 30° gehouden moet worden.
Onderhoud door vakmensen of onze servicedienst.
Carburateur. Laat om de 50 uur de carburatie nakijken en laat daarbij het minimum en het maximum toerental controleren.
6.3 Storingen, oorzaken en oplossingen
- Als u ONGEWONE TRILLINGEN OF GELUIDEN bespeurt moet u de motor meteen afzetten en proberen te achterhalen waar ze vandaan komen.
In geval van MOEILIK STARTEN (bijv. als het trekken aan het startkoord moeizaam gaat) moet u de volgende punten checken:
- lagers defect of vastgelopen;
- zuiger en cilinder vastgelopen;
- belemmering, contact tussen aandrijfas en carter;
- startveer gebroken of startkoord vastgelopen.
Indien de ONTSTEKING of de VERBRANDING NIET PLAATSVIN-DT, moet u de volgende punten checken:
- elektrische installatie (spoel levert geen stroom, bougie vuil, elektrode gebroken of afstand van de elektroden te groot);
- massakabel losgeraakt of gebroken;
- bougiepijp losgeraakt of maakt massa.
In geval van VERMOGENSVERLIES of PLOTSELING AFSLAAN van de motor moet u de volgende punten checken:
- brandstof op;
- mengsel komt niet bij de carburateur (als u het mengsel niet door de benzineslang ziet stromen);
- brandstofffilter in de tank verstopt;
- benzineslang verstopt, bekneld of losgeraakt;
- carburateur ontregeld of storing aan de binnenzijde (bijv. mem -branen gebroken), in dat geval komt het mengsel niet bij de cilinder;
- water in het mengsel, in dat geval moet de hele toevoerinstallatie schoongemaakt worden;
- ontluchting van de tankdop verstopt;
- verstuiver op het maximum toerental van de carburateur ver - stopt;
- luchtfilter vuil of verstopt;
- voorontsteking juist;
- aanslag in de uitlaat van de cilinder of de uitlaatdemper.
In geval van een SLECHT of MOEIZAAM MAAIRESULTAAT moet u de volgende punten checken:
- overbelasting tijdens het maaien (bijv. te hoog of te groot onkruid ten opzichte van het vermogen van de motor of bladeren vastge
raakt in het snijgarnituur);
- snijblad niet scherp of versleten;
- koppelingsklauwen of -kap versleten.
6.4 Schoonmaken en verplaatsen van de machine na gebruik
Maak na afloop van het werk de machine en het snijgarnituur schoon en verwijder eventuele grasresten en bladeren, dek het snijblad of de cirkelzaagbladen met de meegeleverde bescherming af om uzelf en anderen tijdens het vervoer niet te verwonden (afb. 37).
Pas op dat u de tank niet beschadigt door stoten of snijden. Bij het opbergen van de machine moet u oppassen dat u er nergens mee tegenaan stoot en hem niet laat vallen omdat de machine hierdoor beschadigd kan worden.
6.5 Stilstandperiode
Als u de motorzeis lange tijd niet gebruikt moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
- Verwijder het brandstofmengsel uit de tank.
- Verwijder de bougie, laat enkele druppels olie voor brandstofmen gsels in de cilinder lopen, trek 2-3 keer aan het startkoord om de olie gelijk te verdelen en breng daarna de bougie weer aan.
- Bescherm de motor en alle blanke metalen delen tegen corrosie met een dun laagje olie.
- Bewaar de machine op een droge plaats, bescherm de machine tegen stof en houd de machine buiten het bereik van kinderen.
- Het is in ieder geval raadzaam om na elke 60 dagen dat u de ma chine niet gebruikt heeft de motor een paar minuten te starten.
6.6 Afdanken en weggooien
Neem de geldende voorschriften in acht.


instructies voor het vervangen van de nylondraad

Wij verklaren voor onze eigen verantwoordelijkheid dat deze producten in overeenstemming zijn met de volgende normen of normalisatiedocumenten:
EN 292-1, EN 292-2, EN ISO 11806, ISO 14865, ISO 14740, EN ISO 14982
In overeenstemming met de EG-richtlijnen voor werktuigen:
89/336/EEC, 98/37/EEC, 2000/14/EEC
Geluidsvermogensniveau, gemeten: 113,07 dB
Geluidsvermogensniveau, gewaarborgd: 115 dB
De procedure ter controle van de conformiteit volgens Richtlijn 2000/14/EEG is uitgevoerd volgens bijlage V
29-11-2004

Yasuhiko Kanzakis
De directeur
Makita International Europe LTD.
De documentatie is in het bezit van de firma DOLMAR GmbH, Jenfelder Str. 38, 22045 Hamburg, Duitsland, en is in overeenstemming met de essentiele vereisten voor veiligheid en gezondheid van de toepasselijke Europese richtlijnen.
EG-CONFORMITEITSVERKLARING
Modellen: BBC5700, BBC5710, BBK5700
Wij verklaren voor onze eigen verantwoordelijkheid dat deze producten in overeenstemming zijn met de
volgende normen of normalisatiedocumenten:
EN 292-1, EN 292-2, EN ISO 11806, ISO 14865, ISO 14740, EN ISO 14982
In overeenstemming met de EG-richtlijnen voor werktuigen:
89/336/EEC, 98/37/EEC, 2000/14/EEC
Geluidsvermogensniveau, gemeten: 113,07 dB
Geluidsvermogensniveau, gewaarborgd: 115 dB
De procedure ter controle van de conformiteit volgens Richtlijn 2000/14/EEG is uitgevoerd volgens bijlage V
29-11-2004

Yasuhiko Kanzakis
De directeur
Makita International Europe LTD.
De documentatie is in het bezit van de firma DOLMAR GmbH, Jenfelder Str. 38, 22045 Hamburg, Duitsland, en is in overeenstemming met de essentiele vereisten voor veiligheid en gezondheid van de toepasselijke Europese richtlijnen.