EVBox

BusinessLine - Batterijlader EVBox - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BusinessLine EVBox in PDF-formaat.

📄 46 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice EVBox BusinessLine - page 7
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over BusinessLine EVBox

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BusinessLine - EVBox en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BusinessLine van het merk EVBox.

GEBRUIKSAANWIJZING BusinessLine EVBox

Installatie- en inbedrijfstellingshandleiding deel A

EVBox BusinessLine - 1

bar | Category | Value | |---|---| | Category 1 | 100 | | Category 2 | 100 | | Category 3 | 100 | | Category 4 | 100 | | Category 5 | 100 | | Category 6 | 100 | | Category 7 | 100 | | Category 8 | 100 | | Category 9 | 100 | | Category 10 | 100 | | Category 11 | 100 | | Category 12 | 100 | | Category 13 | 100 | | Category 14 | 100 | | Category 15 | 100 | | Category 16 | 100 | | Category 17 | 100 | | Category 18 | 100 | | Category 19 | 100 | | Category 20 | 100 | | Category 21 | 100 | | Category 22 | 100 | | Category 23 | 100 | | Category 24 | 100 | | Category 25 | 100 | | Category 26 | 100 | | Category 27 | 100 | | Category 28 | 100 | | Category 29 | 100 | | Category 30 | 100 | | Category 31 | 100 | | Category 32 | 100 | | Category 33 | 100 | | Category 34 | 100 | | Category 35 | 100 | | Category 36 | 100 | | Category 37 | 100 | | Category 38 | 100 | | Category 39 | 100 | | Category 40 | 100 | | Category 41 | 100 | | Category 42 | 100 | | Category 43 | 100 | | Category 44 | 100 | | Category 45 | 100 | | Category 46 | 100 | | Category 47 | 100 | | Category 48 | 100 | | Category 49 | 100 | | Category 50 | 100 | | Category 51 | 100 | | Category 52 | 100 | | Category 53 | 100 | | Category 54 | 100 | | Category 55 | 100 | | Category 56 | 100 | | Category 57 | 100 | | Category 58 | 100 | | Category 59 | 100 | | Category 60 | 100 | | Category 61 | 100 | | Category 62 | 100 | | Category 63 | 100 | | Category 64 | 100 | | Category 65 | 100 | | Category 66 | 100 | | Category 67 | 100 | | Category 68 | 100 | | Category 69 | 100 | | Category 70 | 100 | | Category 71 | 100 | | Category 72 | 100 | | Category 73 | 100 | | Category 74 | 100 | | Category 75 | 100 | | Category 76 | 100 | | Category 77 | 100 | | Category 78 | 100 | | Category 79 | 100 | | Category 80 | 100 | | Category 81 | 100 | | Category 82 | 100 | | Category 83 | 100 | | Category 84 | 100 | | Category 85 | 100 | | Category 86 | 100 | | Category 87 | 100 | | Category 88 | 100 | | Category 89 | 100 | | Category 90 | 100 | | Category 91 | 100 | | Category 92 | 100 | | Category 93 | 100 | | Category 94 | 100 | | Category 95 | 100 | | Category 96 | 100 | | Category 97 | 100 | | Category 98 | 100 | | Category 99 | 100 | | Total (Total) = [sum of bars] / [values] * (sum of bars + bars) * (sum of bars + bars) * (sum of bars + bars). The values in the table represent the sum of the bars and the corresponding sum of the bars. There is no additional data series or categories specified in the code.

EVBox BusinessLine

Installatie- en inbedrijfstellingshandleiding deel A

Inhoudsopgave

1. Inleiding 3

1.1. Toepassingsgebied van het document 3
1.2. Compatibiliteit 3
1.3. Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt 3
1.4. Certificering en naleving 4
1.5. Productclassificatie 5

2. Veiligheid 6

2.1. Veiligheidsmaatregelen 6
2.2. Voorzorgsmaatregelen voor verplaatsing en opslag 8

3. Productkenmerken 10

3.1. Beschrijving 10
3.2. Technische specificaties 11
3.3. Verbindingen van controller 13
3.4. Geleverde onderdelen 14
3.5. Optionele onderdelen 15

4. Installatie-instructies 16

4.1. Voorbereiden op installatie 16

4.1.1. Vereist gereedschap en materiaal 16
4.1.2. Installatie voorbereiden 16
4.1.3. Montage kiezen 17
4.1.4. Voedingsvereisten 19
4.1.5. Voedingskabels geleiden 21
4.1.6. Hub-Satellite-installations 22
4.1.7. Faserotatie 22
4.1.8. Stroomconfiguratie voor slim net 23
4.1.9. Smart Charging (optioneel) 23
4.1.10. Implementatie van VDE-AR-N 4100: 2019-04 (alleen voor Duitsland) 23

4.2. Laadstation installeren 24

4.2.1. Het station installeren 24
4.2.2. Voedingskabels aansluiten 26
4.2.3. Hub-Satellite-netwerkkabels aansluiten 28
4.2.4. Smart Charging-netwerkkabels aansluiten 29

NL

4.2.5. Cover installeren 29

4.3. Ingebruikname 30

4.3.1. Configuratiegegevens 31
4.3.2. BusinessLine op CMP registreren 31
4.3.3. Download de EVBox Connect-app 31
4.3.4. Inbedrijfstelling EVBox BusinessLine 31

  1. Gebruiksaanwijzing 33

5.1. Een laadsessie starten en stoppen 33
5.2. LED-indicatorring 33
5.3. Problemen oplossen 34

  1. Bijlage 39

6.1. Woordenlijst 39
6.2. Disclaimer 39

1. Inleiding

Hartelijk dank dat u gekozen heeft voor de EVBox BusinessLine (4e generatie), onze bestverkopende laadpaal met bewezen technologie en betrouwbaarheid. BusinessLine is ontwikkeld om verbonden en intelligent te zijn. Dat maakt de overstap naar elektrisch rijden op uw werkplek makkelijker dan ooit.

In deze installatie- en inbedrijfstellingshandleiding leest u hoe u BusinessLine moet installeren en gebruiksklaar moet maken. Lees de veiligheidsinformatie zorgvuldig voordat u aan de slag gaat.

Deze instructies zijn van toepassing op diverse modellen van de laadpaal BusinessLine (4e generatie). Het is mogelijk dat sommige beschreven kenmerken en opties niet van toepassing zijn op uw laadpaal.

1.1. Toepassingsgebied van het document

Bewaar deze handleiding gedurende de gehele gebruikscyclus van de laadpaal.

De installatie-instructies in deze handleiding zijn uitsluitend bedoeld voor gekwalificeerd personeel dat de werkzaamheden kan beoordelen en mogelijke gevaren kan identificeren.

De werk- en onderhoudsinstructies zijn bedoeld voor gebruikers van de laadpaal.

Deze handleiding bestaat uit twee delen:

  • Handleiding deel A - Dit deel bevat de instructies.
  • Handleiding deel B - Dit deel bevat de illustraties voor de instructies.

U moet beide delen van de handleiding lezen.

Alle EVBox-handleidingen kunnen worden gedownload van www.evbox.com/manuals.

© 2021 EVBox Manufacturing B.V. - alle rechten voorbehouden. Er mogen geen delen van dit document, in welke vorm of op welke wijze dan ook, worden aangepast, gereproduceerd, verwerkt of verdeeld zonder de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van EVBox.

1.2. Compatibiliteit

De EVBox BusinessLine (4e generatie) is niet compatibel met eerdere generaties van het BusinessLine-laadstation. Elke Hub-Satellite-installatie moet bestaan uit laadstations van dezelfde generatie.

1.3. Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt

Symbool Toelichting
EVBox BusinessLine - Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt - 1GEVAAR:Geeft een dreigende gevaarlijke situatie aan met een hoog risiconiveau die, indien het gevaar niet wordt vermeden, de dood of ernstig letsel tot gevolg zal hebben.
EVBox BusinessLine - Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt - 2EVBox BusinessLine - Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt - 3ATTENTIE:Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan met een gemiddeld risiconiveau die, als de waarschuwing niet wordt opgevolgd, de dood of ernstig letsel kan veroorzaken.LET OP:Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan met een gemiddeld risiconiveau die, als de waarschuwing niet wordt opgevolgd, licht of gemiddeld letsel of schade aan de apparatuur kan veroorzaken.
EVBox BusinessLine - Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt - 4Opmerking:Opmerkingen bevatten nuttige suggesties of verwijzingen naar informatie die niet in deze handleiding staat.
EVBox BusinessLine - Symbolen die in deze handleiding worden gebruikt - 5Dit symbool geeft aan dat de illustraties die overeenkomen met het aangegeven hoofdstuk gevonden kunnen worden in Handleiding deel B.
1., a. of i. Handeling die moet worden uitgevoerd in de aangegeven volgorde.

1.4. Certificering en naleving

EVBox BusinessLine - Certificering en naleving - 1Het laadstation is door de fabrikant CE-gecertificeerd en heeft het CE-logo. De relevante conformiteitsverklaring is verkrijgbaar bij de fabrikant.
EVBox BusinessLine - Certificering en naleving - 2Het laadstation voldoet aan de RoHS-richtlijn (RL 2011/65/EU). De relevante conformiteitsverklaring is verkrijgbaar bij de fabrikant.
EVBox BusinessLine - Certificering en naleving - 3Elektrische en elektronische apparaten, inclusief accessoires, moeten gescheiden van het algemeen huishoudelijke afval afgevoerd worden.
EVBox BusinessLine - Certificering en naleving - 4Het recyclen van materialen bespaart grondstoffen en energie en levert een belangrijke bijdrage aan het behoud van het milieu.
EVBox BusinessLine - Certificering en naleving - 5Het recyclen van materialen bespaart grondstoffen en energie en levert een belangrijke bijdrage aan het behoud van het milieu. Recycle de verpakking volgens de nationale regelgeving.

1.5. Productclassificatie

Voeding invoerEV-voedingsapparatuur permanent aangesloten op het AC-voedingsnetwerk.
Voeding uitvoer AC EV-voedingsapparatuur.
Normale omgevingsomstandigheden Gebruik buitenshuis.
Toegang Apparatuur voor locaties met vrije toegang.
Montagemethode Stationaire apparatuur, wandmontage of paalmontage.
Bescherming tegen elektrische schokkenKlasse 1-apparatuur.
Laadmodi Modus 3.

2. Veiligheid

2.1. Veiligheidsmaatregelen

EVBox BusinessLine - Veiligheidsmaatregelen - 1

GEVAAR!:

Het niet volgen van de installatie- en gebruikersinstructies in deze handleiding resulteert in het risico op een elektrische schok, wat ernstig of dodelijk letsel veroorzaakt.

- Lees deze handleiding voorafgaand aan het installeren of het gebruik van het laadstation.

EVBox BusinessLine - GEVAAR!: - 1

GEVAAR!:

Installatie, onderhoud, reparatie en verplaatsing van dit laadstation door een niet-gekwalificeerd persoon zal risico op elektrische schokken met zich meebrengen, wat ernstig letsel of de dood tot gevolg heeft.

- Alleen een gekwalificeerde elektricien mag het laadstation installeren, onderhouden, repareren en verplaatsen.

- De gebruiker mag geen poging doen om onderhoud uit te voeren op dit laadstation of dit te repareren, aangezien het geen door de gebruiker te onderhouden onderdelen bevat.

- Lokale regelgeving kan van toepassing zijn en kan variëren afhankelijk van uw regio/land van gebruik. De gekwalificeerde elektricien moet er altijd voor zorgen dat het laadstation wordt geïnstalleerd volgens de plaatselijke voorschriften.

EVBox BusinessLine - GEVAAR!: - 1

GEVAAR!:

Werken aan elektrische installaties zonder gepaste voorzorgsmaatregelen leidt tot het risico op een elektrische schok, met ernstig letsel of de dood tot gevolg.

- Schakel de invoerstroom uit voordat u het laadstation installeert.

- Schakel het laadstation niet in als het niet is geïnstalleerd of niet goed is bevestigd.

- Installeer geen laadstation dat defect is of een waarneembaar probleem heeft.

EVBox BusinessLine - GEVAAR!: - 1

GEVAAR!:

Het bedienen van het laadstation terwijl het een foutmelding geeft of terwijl er scheuren aanwezig zijn op het laadstation of de laadkabel, of deze buitensporige slijtage of andere fysieke schade vertonen, resulteert in het risico op een elektrische schok, wat ernstig of dodelijk letsel veroorzaakt.

- Gebruik het laadstation niet als de behuizing of een EV-connector kapot, gebarsten of open is of enige andere indicatie van schade vertoont.

- Gebruik het laadstation niet als een laadkabel gerafeld is, de isolatie heeft verbroken of enige andere indicatie van schade vertoont.

- In geval van gevaar en/of een ongeval moet een gekwalificeerde elektricien onmiddellijk de elektrische voeding van het laadstation loskoppelen.

- Neem contact op met uw installateur als u vermoedt dat het laadstation beschadigd is.

EVBox BusinessLine - GEVAAR!: - 1

GEVAAR!:

Sommige elektrische voertuigen stoten gevaarlijke of explosieve gassen uit tijdens het laden, wat resulteert in het risico op explosie, wat ernstig of dodelijk letsel veroorzaakt.

- Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw voertuig om te controleren of uw voertuig gevaarlijke of explosieve gassen uitstoot tijdens het laden.

- Volg de instructies die worden gegeven in de gebruikershandleiding van het voertuig voordat u de locatie van het laadstation kiest.

EVBox BusinessLine - GEVAAR!: - 1

GEVAAR!:

Overmatige blootstelling van het laadstation aan water of het bedienen van het laadstation met natte handen resulteert in het risico op een elektrische schok, wat ernstig of dodelijk letsel veroorzaakt.

  • Richt geen krachtige waterstralen naar of op het laadstation.
  • Bedien het laadstation nooit met natte handen.
  • Steek de laadstekker niet in vloeistof.

EVBox BusinessLine - GEVAAR!: - 1

ATTENTIE:

Het installeren van het laadstation in natte omgevingsomstandigheden (bijvoorbeeld regen of mist) kan resulteren in het risico op een elektrische schok en schade aan het product, wat ernstig of dodelijk letsel kan veroorzaken.

- Installeer of open het laadstation niet tijdens natte omgevingsomstandigheden (bijvoorbeeld regen of mist).

EVBox BusinessLine - ATTENTIE: - 1

ATTENTIE:

Het gebruik van een beschadigd laadstation of een beschadigde laadkabel kan de gebruiker blootstellen aan elektrische onderdelen en resulteren in het risico op een elektrische schok, wat (dodelijk) letsel kan veroorzaken.

  • Zorg dat het laadstation, de laadkabel en de laadstekker niet beschadigd zijn voordat u een laadsessie begint.
  • Zorg dat het contactgedeelte van de laadstekker vrij is van vuil en vocht voordat u een laadsessie begint.
  • Zorg ervoor dat de laadkabel zo wordt geplaatst dat er niet op kan worden gestaan, over gestruikeld of overheen gereden kan worden of op een andere manier aan overmatige kracht of schade wordt blootgesteld. Zorg er, indien van toepassing, voor dat de laadkabel correct is opgeborgen wanneer deze niet wordt gebruikt, en zorg ervoor dat de laadstekker de grond niet raakt.
  • Trek alleen aan de handgreep van de laadstekker en nooit aan de laadkabel zelf.
  • Houd de laadstekker uit de buurt van warmtebronnen, vuil of water.

EVBox BusinessLine - ATTENTIE: - 1

ATTENTIE:

Het gebruik van adapters, conversieadapters of verlengsnoeren met het laadstation kan resulteren in technische incompatibiliteiten en in schade aan het laadstation, wat (dodelijk) letsel kan veroorzaken.

  • Gebruik dit laadstation alleen om elektrische voertuigen op te laden die compatibel zijn. Raadpleeg voor details de specificaties van het laadstation in de installatiehandleiding van het laadstation.
  • Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw voertuig om te controleren of uw voertuig compatibel is.

EVBox BusinessLine - ATTENTIE: - 1

ATTENTIE:

Blootstelling van het laadstation of de laadkabel aan hitte of brandbare stoffen kan resulteren in

schade aan het laadstation, wat (dodelijk) letsel kan veroorzaken.

  • Zorg ervoor dat het laadstation of de laadkabel nooit in contact komt met hitte.
  • Gebruik geen explosieve of brandbare stoffen in de buurt van het laadstation.

EVBox BusinessLine - ATTENTIE: - 1

ATTENTIE:

Het gebruik van het laadstation in omstandigheden die niet worden beschreven in deze handleiding kan resulteren in schade aan het laadstation, wat (dodelijk) letsel kan veroorzaken.

- Gebruik het laadstation alleen onder de aangegeven bedieningsvoorwaarden in deze handleiding.

EVBox BusinessLine - ATTENTIE: - 1

ATTENTIE:

Brandveiligheid (alleen voor Polen):

  • schakel de stroom uit naar de apparatuur die brandt of door vuur wordt bedreigd, wanneer dit op een veilige manier kan.
  • Gebruik geen water om elektrische installaties en apparatuur te blussen die onder spanning staan.
  • Gebruik voor het blussen van laadstations een brandblusser die is gespecificeerd voor gebruik op elektrische apparatuur met een vermogen tot 1 kV.

EVBox BusinessLine - ATTENTIE: - 1

LET OP!:

Het laden van een voertuig terwijl de laadkabel niet volledig is afgerold kan resulteren in oververhitting van de kabel, wat het laadstation kan beschadigen.

- Zorg ervoor dat de laadkabel volledig is afgewikkeld en geen overlappende lussen heeft voordat u het voertuig laadt.

EVBox BusinessLine - LET OP!: - 1

LET OP!:

Vingers in het stopcontact steken of andere objecten in het stopcontact laten zitten (bijvoorbeeld tijdens het schoonmaken) kan letsel of schade aan het laadstation veroorzaken.

  • Steek uw vingers niet in het stopcontact.
  • Laat geen voorwerpen in het stopcontact zitten.

EVBox BusinessLine - LET OP!: - 1

LET OP!:

Het gebruik van apparaten met (elektro)magnetische eigenschappen in de buurt van het laadstation kan schade aan het laadstation veroorzaken en de werking ervan beïnvloeden.

- Houd en gebruik (elektro)magnetische apparaten op een veilige afstand van het laadstation.

EVBox BusinessLine - LET OP!: - 1

LET OP!:

Het niet nemen van voorzorgsmaatregelen tegen ESD (Electrostatic Discharge; elektrostatische ontlading) kan de elektronische onderdelen van het laadstation beschadigen.

- Neem de nodige voorzorgsmaatregelen tegen ESD voordat u de elektronische onderdelen aanraakt.

2.2. Voorzorgsmaatregelen voor verplaatsing en opslag

Volg de volgende richtlijnen bij het verplaatsen en opbergen van BusinessLine:

2. Veiligheid

NL

  • Koppel de stroomvoorziening los voordat u het laadstation voor opslag of verplaatsing verwijdert.
  • Verplaats en bewaar het laadstation alleen in de originele verpakking. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade die ontstaat wanneer het product in een niet-standaard verpakking wordt vervoerd.
  • Bewaar het laadstation in een droge omgeving in het temperatuur- en vochtigheidsbereik dat in de specificaties wordt vermeld.

3. Productkenmerken

Het laadstation is compatibel met alle Mode 3 elektrische voertuigen en is ontworpen voor gebruik binnen en buiten. Werking van de laadpaal is goedgekeurd bij omgevingstemperaturen van tussen de -25 °C en +50 °C. Het laadstation kan worden aangesloten op een laadbeheersysteem (Charging Management System; CMS) voor de registratie van het aantal geladen kilowattuur (kWh).

3.1. Beschrijving

Beschrijving

EVBox BusinessLine - Beschrijving - 1

Het laadstation kan een Hub-station of een Satellite-station zijn, en er moet één Hub-station zijn in elke installatie (zie Hub-Satellite-installaties op pagina 22). Er kunnen maximaal 19 Satellite-stations worden aangesloten op de Hub-stations.

°Een Hub-station bevat de lezer voor de laadpas, de led-ring, de wifimodule, de bluetooth-module, het mobiele modem, de smart charging-module en de laadkabelconnector.

°Een Satellite-station bevat de lezer voor de laadpas, de led-ring en de laadkabelconnector.

Het station is gemonteerd op een grondpaal, muurpaal of rechtstreeks aan een muur.

2. Lezer voor laadpas

Dit is het gebied waar u uw laadpas of handzender scant. BusinessLine leest, afhankelijk van de configuratie-instellingen, de gegevens van uw kaart om een laadsessie te starten of te stoppen.

3. Connector

Sluit de stekker van een oplaadkabel (mode 3) aan op de connector.

4. Led-ring

De led-ring geeft de status aan van BusinessLine.

Configurations

BusinessLine -laadpalen zijn er in de volgende configuraties:

  • Eén connector, communicatiehub.
  • Eén connector, satelliet.
  • Dubbele connector, één communicatiehub en één satelliet.

- Dubbele connector, twee satellieten.

Eén BusinessLine Hub-station kan met maximaal 19 BusinessLine Satellite-stations worden verbonden. Er kan een slim net worden opgezet met alle stations in de Hub-Satellite-installatie. Dit optimaliseert stroomgebruik en laat meerdere voertuigen tegelijkertijd laden indien er stroombeperkingen zijn.

3.2. Technische specificaties

KenmerkBusinessLine (4e gen) met RCBOBusinessLine (4e gen) zonder RCBO
Laadvermogen per connectorMaximaal 7,4 kW, 11 kW of 22 kW, afhankelijk van de installatie en configuratie.
Connectortype Type 2.
Aantal connectors 1 of 2.
Uitgangsstroom per connector 1-fase of3-fase, 230 V - 400 V, 16 A of 32 A.
Capaciteit aansluiting1-fase of 3-fase, 50 - 60 Hz, draadmaten 2,5 - 16 mm ^2 .
Aardlekschakelaar met overstroombeveiliging (RCBO) (30 mA AC lekdetectie)Eaton FRBM4-C32/3N/003-A.Eaton FRBM6-C16/3N/003-A.Eaton FRBM6-C32/3N/003-A.Aardlek- (30 mA) en overstroombeveiliging worden uitwendig geïnstalleerd.*
Detectie-apparaat voor resterende gelijkstroomIs in overeenstemming met tabel 2 van IEC 62955, met 6 mA soepele detectie van resterende gelijkstroom.
Operationeel temperatuurbereik -25 °Ctot +50 °C.
Vochtigheid (niet-regulerend) Max. 95%.
CommunicatieHub-station:4G LTE-FDD CAT1 (B1/3/7/8/20) / 3G WCDMA (Band 1/8) / GSM (900/1800 Mhz) Dual-band.Wi-Fi 2,4/5 GHz.Bluetooth 4.0 voor configuratie met de EVBox Connect-app.Gps.RFID-lezer.Satellite-station:RFID-lezer.
Communicatieprotocol OCPP 1.6 JSON.

* Elke laadpaal moet worden beschermd door een toegewijde stroomonderbreker (MCB) en een aardlekschakelaar (RCD) van type A (> 30 mA AC) in overeenstemming met lokale wetten en regelgeving. Voor een 3-fasige laadpaal wordt er een toegewijde stroomonderbreker met 4 palen (3-fase plus nulleider (N)) aanbevolen. Enkelfasige stroomonderbrekers mogen niet worden gebruikt voor 3-fasige installaties. De RCD moet alle verbonden fasen en de nulleider (N) uitschakelen.

Fysieke kenmerken

Kenmerk Beschrijving
Certificering en nalevingZie Certificering en naleving op pagina 4.
Beveiliging IP55, IK08.
Externe cover Polycarbonaat.
Max. installatiehoogte 2000 m boven de zeespiegel.
Afmetingen (mm)600 x 255 x 410 mm (dubbele connector).
600 x 255 x 205 mm (één connector).
Gewicht (kg)12 kg (dubbele connector).
10 kg (één connector).
MontageDubbele connector: Combipole (combinatiepaal) in of op de grond of aan een Combipole voor de muur.Eén connector: Combipole in of op de grond of aan een Wall Spacer (afstandhouder voor muur).Zie Montage kiezen op pagina 17.
Standaardkleuren RAL 7016 (donkergrijs), RAL 9016 (wit), RAL 5017 (blauw).

3.3. Verbindingen van controller

L3 L2 L1 N L3 L2 L1 N 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Verbindingsgroep Beschrijving
1 - 2 pin, rood Extern relais
2 - 2 pin, blauw kWh-meter
3 - 2 pin, zwart RS485 Hub-Satellite-communicatie
4 - 4 pin, groenIngangenPin 1 - GrondPin 2 - Ingang van draadloze ontvanger voor rimpelcontrole voor VDE-AR-N 4100 (IN-2)Pin 3 - Ingang van RCBO-temperatuursensor (IN-1)Pin 4 - 12 V
5 - 2 pin, wit RS485 MAX-protocolcommunicatie (smart charging)
6 - 2 pin, groen Temperatuursensor van connector
7 - 3 pin, groen Control pilot
8 - 4 pin, blauw Led-ring
9 - 3 pin, zwart Vergrendelingsmotor

3.4. Geleverde onderdelen

EVBox BusinessLine - Geleverde onderdelen - 1

Item Beschrijving
LaadstationEVBox BusinessLine-eenheid (Hub of Satellite met één connector, of Hub met dubbele connector en Satellite, of 2x Satellites met dubbele connector).
Cover1x EVBox BusinessLine-cover (voor een enkele connector).2x EVBox BusinessLine-covers (voor een dubbele connector).
Coverlabelset Informatie- en gebruikslabels voor op de cover na installatie.
M6-bout en sluitringUitsluitend voor station met dubbele connector:Om de montagepaal te aarden met een laadpaal met een dubbele connector.
120 Ω-weerstandOm de RS485-connector van de laatste Satellite-laadpaal in een Hub-Satellite-installatie af te sluiten.
Inbussleutel, 1x Om de cover van de eenheid te openen.
InstructiemapInstallatie- en inbedrijfstellingshandleiding, veiligheidscode en station-ID.

3.5. Optionele onderdelen

Afhankelijk van de installatie, kunt u ook de volgende onderdelen aanschaffen. Neem contact op met uw leverancier om de optionele onderdelen te bestellen.

EVBox BusinessLine - Optionele onderdelen - 1

Opmerking:

De installateur is verantwoordelijk voor het voorzien van de voedingskabels, datakabels en alle kleine items die nodig zijn voor de installatie.

Onderdeel Onderdeelnummer
EVBox Combipole (EVBox-combinatiepaal) (in de grond). 290150
EVBox Combipole (EVBox-combinatiepaal) (vloermontage). 290305
EVBox Combipole (EVBox-combinatiepaal) (wandmontage, uitsluitend voor stations met een dubbele connector).290600
EVBox Adapter Kit (EVBox-adapterkit) om een station met één connector op een Combipole met vloer- of wandmontage te installeren.290165
EVBox Wall spacer (EVBox-afstandhouder voor muur) om een station met één connector rechtstreeks aan een muur te monteren.290190
EVBox Test Box with fixed cable (EVBox-testdoos met vaste kabel) (om het functioneren van de laadpaal te testen).462322

4. Installatie-instructies

4.1. Voorbereiden op installatie

4.1.1. Vereist gereedschap en materiaal

EVBox BusinessLine - Vereist gereedschap en materiaal - 1

  1. Schroevendraaier, plat, 4 mm. 6. Moersleutel, 8 mm.
  2. Schroevendraaier, plat, 8 mm. 7. Draadstripper (stroomkabel).
  3. Philips-schroevendraaier, PH2. 8. Draadstripper (netwerkkabel).
  4. Inbussleutels, 4 mm, 5 mm en 6 mm. 9. Siliconenvet.

  5. Ratel met 4 mm, 5 mm en 6 mm zeskanten, ¼ inch aandrijving.

4.1.2. Installatie voorbereiden

De volgende aanbevelingen zijn een richtlijn om u te helpen bij het plannen van de installatie van het laadstation.

Locatie kiezen

  • Plaats het laadstation, indien mogelijk, op een plek waar deze niet wordt blootgesteld aan extreem zonlicht en kwetsbaar kan zijn voor externe schade.
  • Rondom het laadstation moet een minimale vrije ruimte van 300 mm voorzien zijn.
  • De locatie moet het mogelijk maken dat de laadkabel binnen de buigtolerantie blijft.

300 mm 300 mm 300 mm >700-1100 mm

EVBox BusinessLine - Locatie kiezen - 2

Opmerking:

De bovenstaande afbeelding geeft een standaard installatiehoogte aan. Houd u aan de plaatselijke toegankelijkheidsvoorschriften.

Checklist vóór de installatie

  • De lokale installatievoorschriften zijn geïdentificeerd en worden nageleefd.
  • Alle benodigde vergunningen worden verkregen bij de lokale bevoegde autoriteit.
  • De bestaande elektrische belasting is berekend om de maximale bedrijfsstroom voor de laadinstallatie te vinden.
  • Voor de BusinessLine zonder een RCBO: er zijn upstream een miniatuurstroomonderbreker (Miniature Circuit Breaker; MCB) en aardlekschakelaar (Residual Current Device; RCD, type A, 30 mA AC lekdetectie) geïnstalleerd en deze moeten ampèrages hebben die overeenkomen met de lokale stroomtoevoer en de vereiste laadstroom.
  • De juiste specificatie van de voedingskabel is naar het installatiegebied geleid en er is voldoende kabellengte om de draden te strippen en aan te sluiten.
  • De voedingskabel blijft tijdens en na de installatie binnen de buigtolerantie.
  • De voedingskabel en de optionele Smart Charging-netwerkkabel voldoen aan de specificaties van het laadstation dat u gaat installeren.
  • De vereiste gereedschappen en materialen zijn ter plaatse beschikbaar. Zie Vereist gereedschap en materiaal op pagina 16.

EVBox BusinessLine-laadstations kunnen op de volgende manieren worden gemonteerd:

Paalmontage in de grond of op de vloer

NL

BusinessLine-laadstations, zowel versies met één als twee connectors, kunnen worden gemonteerd op een EVBox Combipole-set in de grond of op een EVBox Combipole die vastzit aan de vloer (zie Optionele onderdelen op pagina 15).

  • Het dubbele laadstation kan rechtstreeks aan een Combipole worden gemonteerd zonder aanvullende onderdelen of accessoires.
  • Het enkele laadstation is bevestigd aan een Combipole met de BusinessLine Adapter Kit.

290150 290305 290165

Paalmontage aan een muur

BusinessLine-laadstations met dubbele connector kunnen worden gemonteerd op een EVBox Combipole die aan een muur is gemonteerd (zie Optionele onderdelen op pagina 15). Wandmontage heeft de volgende vereisten:

  • De wand moet een belasting van minstens 70 kg kunnen dragen.
  • Monteer de Combipole op een verticaal oppervlak, zodat de bodem van het laadstation zich tussen de 70 cm en 110 cm boven het grondniveau bevindt.

290600

Wandmontage

Een enkel laadstation kan worden gemonteerd op een EVBox Wall Spacer die rechtstreeks aan een muur is bevestigd (zie Optionele onderdelen op pagina 15).

  • De wand moet een belasting van minstens 70 kg kunnen dragen.
  • Installeer de wandmontage op een hoogte van tussen de 900 en 1200 mm boven grondniveau.

290190

Het verbinden van het laadstation met de stroomtoevoer op een andere manier dan is beschreven in deze sectie, kan resulteren in incompatibiliteit van de installatie en het risico op een elektrische schok, wat schade aan het laadstation en (dodelijk) letsel kan veroorzaken.

- Verbind het laadstation alleen met een stroomtoevoer in een configuratie die in deze sectie is beschreven.

AardingssysteemTN-net PE-kabel.
TT-systeemIT-systeemAardelektrode, afzonderlijk geïnstalleerd.
Opgenomen vermogen (fase)1-fase 230 V ±10% 50/60 Hz.
3-fase 400 V ± 10% 50/60 Hz.
MCB(miniatuurstroomonderbreker)16 A installatie: gebruik een 20 A MCB, C-karakteristiek.32 A installatie: gebruik een 40 A MCB, C-karakteristiek.EVBox BusinessLine - Wandmontage - 2 Opmerking:Een MCB is alleen nodig voor een laadstation zonder RCBO.De MCB moet overeenkomen met de stroomsterkte-instellingen van het laadstation en de maximaal beschikbare stroom voor het station, rekening houdend met de specificaties van de MCB-fabrikant.Overweeg de beschikbaarheid van extra energiebronnen (bijvoorbeeld zonne-energie) samen met een dynamisch load balancing-systeem (optioneel).
RCD (Residual Current Device - aardlekschakelaar)40 A, 30 mA AC type A. BusinessLine heeft intern een 6 mA DC-lekdetectie.EVBox BusinessLine - Wandmontage - 3 Opmerking:Een RCD is alleen nodig voor een laadstation zonder RCBO.

EVBox BusinessLine - Wandmontage - 4

Opmerking:

Bij een TT- of IT-elektriciteitsnet met 230 V van lijn tot lijn moet het laadstation worden geïnstalleerd met één fase aangesloten op klem L1 en de andere fase aangesloten op klem N.

Bedrading energievoorziening

De onderstaande tabel laat zien hoe u de voeding aansluit op BusinessLine, afhankelijk van de specificaties van de voedingskast en de versie van BusinessLine.

Optie 1: 400 V 3-fase met de nulleider

Voor 3-fasegebruik van een Wye-aangesloten secundaire kring, moeten alle drie de fasen (L1, L2 en L3) en de nulleider aangesloten zijn. De spanning van iedere fase moet tussen 230 V en neutraal zijn.

400 V 230 V 230 V 230 V L1 L2 L3 N PE / G

Optie 2: 230 V 1-fase met nulleider

Voor een 1-fase gebruik van een Wye-gekoppelde secundair, hoeft slechts één fase (L1 of L2 of L3) en de nulleider op het net aangesloten te worden op de L1 en N op het laadstation. Deze fasespanning moet 230 V bedragen tussen de lijn en de nulleider.

EVBox BusinessLine - Optie 2: 230 V 1-fase met nulleider - 1

LET OP!:

Uitsluitend een BusinessLine met een 1P+N RCBO of een BusinessLine zonder een RCBO moeten worden aangesloten op een enkelfasig net. Een BusinessLine met een 3P+N RCBO mag niet worden aangesloten op een enkelfasig net.

230 V 230 V L1 L2 L3 N PE / G

Optie 3: 230 V 1-fase zonder nulleider

In deze configuratie (zonder nulleider en 230 V van lijn tot lijn) sluit u twee willekeurige lijnen (L1, L2 of L3) van het net aan op L1 en N op het laadstation.

EVBox BusinessLine - Optie 3: 230 V 1-fase zonder nulleider - 1

ATTENTIE:

In deze configuratie werkt het laadstation alleen vanuit een enkele fase (L1). Sluit de overige fasen L2 en L3 niet aan.

EVBox BusinessLine - ATTENTIE: - 1

LET OP!:

Uitsluitend een BusinessLine met een 1P+N RCBO of een BusinessLine zonder een RCBO moeten worden aangesloten op een enkelfasig net. Een BusinessLine met een 3P+N RCBO mag niet worden aangesloten op een enkelfasig net.

230 V L1 L2 L3 N PE / G

4.1.5. Voedingskabels geleiden

Gebruik minimaal 2,5 mm ^2 en maximaal 16 mm ^2 aan koperdraad, afhankelijk van het vermogen en de afstand tussen de meterkast en het laadstation. De spanningsval mag niet groter zijn dan 5% (het is raadzaam om een maximaal toelaatbare spanningsval van 3% te hebben).

Voor een laadpaal met RCBO: houd bij het berekenen van de lengte en de diameters van de voedingskabels rekening met het geschatte kortgesloten stroomvermogen van de RCBO in het station.

  • Voor de 3-fase 32 A RCBO is de kortsluitstroom 4,5 kA.
  • Voor de 3-fase 16 A RCBO en de 1-fase 32 A RCBO is de kortsluitstroom 6 kA.

Een laadstation met dubbele connector met productnummer 'Bxxx2-Ex801' heeft twee afzonderlijke ingangen voor voedingskabels. Een laadstation met dubbele connector met productnummer 'Bxxx2-Ex901' heeft één ingang voor een voedingskabel. Raadpleeg de gids met producttypen voor meer informatie.

Leid de voedingskabels naar de positie waar de laadpaal wordt geïnstalleerd. Zorg voor het volgende:

  • Er moet genoeg kabel zijn om deze ten minste 500 mm uit een geïnstalleerde Combipole of Wall Spacer te laten komen.
  • Er moet genoeg kabel zijn om deze veilig te laten bewegen en buigen tijdens de installatie van

een Combipole.

EVBox BusinessLine - Voedingskabels geleiden - 1

Opmerking:

De voedingskabel gaat het station binnen via de montageplaat voor enkele stations en via de bovenkant van de Combipole voor dubbele stations. Als er een laadstation met één connector is geïnstalleerd op een Wall Spacer, is de aanbevolen ingang van de kabel via een kabelwartel in de basis van het laadstation.

Het maximale vermogen per connector wordt hieronder gespecificeerd.

Vermogen per connectorIngangstype RCBO Uitgangsstroom
Laadstation met één connector
7,4 kW 1x 1-fase230 V, 32 A Ja 1x 32 A
11 kW 1x 3-fase400 V, 16 A Ja 1x 16 A
22 kW 1x 3-fase400 V, 32 A Ja 1x 32 A
22 kW 1x 3-fase400 V, 32 A Nee 1x 32 A
Laadstation met dubbele connector
7,4 kW 2x 1-fase230 V, 32 A Ja 2x 32 A
11 kW 2x 3-fase400 V, 16 A Ja 2x 16 A
22 kW 2x 3-fase400 V, 32 A Ja 2x 32 A
22 kW 1x 3-fase400 V, 32 A Ja 2x 32 A
22 kW 2x 3-fase400 V, 32 A Nee 2x 32 A

4.1.6. Hub-Satellite-installations

Een Hub-Satellite-laadstationinstallatie kan uit maximaal 19 Satellite-stations bestaan die op een Hubstation zijn aangesloten. Een Hub-Satellite-installatie is eenvoudiger en voordeliger om te beheren dan individuele Hub-stations, omdat die slechts één Hub-station heeft. Daarnaast maakt de installatie het opzetten van een slim net mogelijk voor de verbonden stations, wat het stroomgebruik optimaliseert.

Gegevenscommunicatie tussen de stations maakt gebruik van seriële RS485-gegevensverbinding.

Raadpleeg hoofdstuk Hub-Satellite-netwerkkabels aansluiten op pagina 28 voor meer informatie.

4.1.7. Faserotatie

Voor laadstations die worden aangesloten op een 3-fasevoeding in een Hub-Satellite-installatie, raden we aan om de fasen te roteren zoals hieronder weergegeven om overbelasting van de eerste fase met eenfasige elektrische voertuigen te voorkomen.

EVBox BusinessLine - Faserotatie - 1

Opmerking:

Als faserotatie wordt gebruikt, moet u de juiste faserotatie-instellingen configureren met de EVBox Connect-app.

Enkele 3-fase 400 V AC 16 A of 32 A voedingskabel
EVBox BusinessLine - Opmerking: - 1

flowchart
graph TD
    A["Resistor"] --> B["RST"]
    B --> C["L1 L2 L3 N PE"]
    B --> D["L1 L2 L3 N PE"]
    E["Ground"] --> F["Resistor"]
    F --> G["L1 L2 L3 N PE"]
    H["Resistor"] --> I["STR"]
    I --> J["L1 L2 L3 N PE"]
    I --> K["L1 L2 L3 N PE"]
    L["TRS"] --> M["L1 L2 L3 N PE"]
    L --> N["L1 L2 L3 N PE"]
    O["Resistor"] --> P["TRS"]
    P --> Q["L1 L2 L3 N PE"]
    P --> R["L1 L2 L3 N PE"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#cfc,stroke:#333
    style E fill:#fcc,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
    style G fill:#ffc,stroke:#333
    style H fill:#ffc,stroke:#333
    style I fill:#cfc,stroke:#333
    style J fill:#cfc,stroke:#333
    style K fill:#cfc,stroke:#333
    style L fill:#cfc,stroke:#333
    style M fill:#cfc,stroke:#333
    style N fill:#cfc,stroke:#333

4.1.8. Stroomconfiguratie voor slim net

Als meerdere 3-fasige Satellite-laadstations zijn verbonden in het slimme net, wordt er aangeraden om de primaire fase te wisselen om stroomverbruik zo evenredig mogelijk over alle fasen te verdelen (zie Faserotatie op pagina 22).

Voor optimale prestaties van het slimme net, moet je de maximale laadstroom voor de Hub-Satellite-installatie en de faserotatie configureren met behulp van de EVBox Connect-app.

4.1.9. Smart Charging (optioneel)

Er kan een Smart Charging-systeem op het Hub-laadstation worden aangesloten, met behulp van het RS485 MAX-protocol, om de load balancing te optimaliseren. Leid een netwerkkabel van SFTP Categorie 6 van het Smart Charging-systeem naar het installatiegebied van het Hub-laadstation. Gebruik een uv-gestabiliseerde netwerkkabel voor buiteninstallaties. Zorg ervoor dat er voldoende kabellengte is om de kabel te strippen en aan te sluiten op het laadstation. Zie Smart Charging-netwerkkabels aansluiten op pagina 29 voor kabelaansluitinstructies.

4.1.10. Implementatie van VDE-AR-N 4100: 2019-04 (alleen voor Duitsland)

Alle laadstations van EVBox kunnen rechtstreeks worden aangestuurd door een distributienetbeheerder (distribution network operator - DNO). Laadstations met een totaal nominaal vermogen van meer dan 12 kVA moeten worden gecontroleerd in overeenstemming met de technische aansluitingsregels VDE-AR-N 4100: 2019-04. Een draadloze ontvanger voor rimpelcontrole maakt het mogelijk om het laadstation direct uit te schakelen.

Registratie bij de lokale distributienetbeheerder is vereist.

Zorg dat de ingang voor een draadloze ontvanger voor rimpelcontrole op de juiste manier is geconfigureerd in de CMP-backend.

Verbind de draadloze ontvanger voor rimpelcontrole met de controller, zoals aangegeven in het diagram.

L3 L2 L1 N L3 L2 L1 N ① GND IN-2 IN-1 12 V

1.

Draadloze ontvanger voor rimpelcontrole geregeld door de DNO.

  • Het station werkt normaal als het relais is geopend.
  • Het station is uitgeschakeld als het relais is gesloten.

4.2. Laadstation installeren

Als de installatieruimte is voorbereid en de montagesystemen van de laadstations zijn geïnstalleerd, kunt u de laadstations installeren en aansluiten.

Compatibiliteit

De EVBox BusinessLine (4e generatie) is niet compatibel met eerdere generaties van het BusinessLine-laadstation. Elke Hub-Satellite-installatie moet bestaan uit laadstations van dezelfde generatie.

4.2.1. Het station installeren

EVBox BusinessLine - Het station installeren - 1

Zie de bijbehorende afbeeldingen in handleiding B.

  1. Als de cover is geïnstalleerd, verwijdert u de cover of covers van het laadstation.

EVBox BusinessLine - Het station installeren - 2

Opmerking:

Een laadstation met dubbele connector heeft twee covers.

a. Gebruik de inbussleutel (meegeleverd) of een ratel met een zeskant om de schroeven onderaan het laadstation te verwijderen.
b. Open de cover vanaf de onderkant en til deze van het laadstation af.
c. Leg de cover met de voorkant naar boven op een plek waar deze niet kan worden beschadigd.

  1. Voor een laadstation met dubbele connector: monteer op een Combipole voor de grond, vloer of muur.

a. Til het laadstation met dubbele connector op de Combipole en voedt de stroomkabels en optionele RS485-communicatiekabels via de achterplaat van het station.

EVBox BusinessLine - Opmerking: - 1

Opmerking:

Een laadstation met dubbele connector kan één gedeelde stroomkabel of twee afzonderlijke stroomkabels bevatten en kan RS485-communicatiekabels hebben voor Hub-Satellite- en Smart Charging-communicatie. Voed tijdens de installatie de stroom- en RS485-communicatiekabels via de achterplaat van het laadstation, waaraan de kabels worden bevestigd.

b. Zorg dat het laadstation volledig langs de paal naar beneden glijdt en uiteindelijk rust op de interne stop in het laadstation.
c. Leid de aardingskabel vanaf het aardklemmenblok naar het aardingspunt van de Combipole.
d. Stem het aardingspunt in het station af met het vooraf geboorde aardingsgat in de Combipole. Sluit de aardingskabel aan op het aardingspunt met de 4 mm bout en sluitring (meegeleverd).
e. Koppel de connectors los van de rechterzijde van de controller.
f. Maak de bouten die de controller aan de beugel bevestigen los, maar verwijder ze niet.
g. Verplaats de controller omhoog om de bouten los te maken van de sleufgaten in de beugel. Verplaats de controller vervolgens naar één zijde om bij de bevestigingspunten te kunnen.
h. Zet de klemmen vast met een ratel om het laadstation op de Combipole te bevestigen.

i. Plaats de controller terug in positie op de vier bouten.
j. Draai de vier bouten vast.
k. Koppel de connectors aan de rechterzijde van de controller.

3. Voor een laadstation met één connector: monteer op een Adapter Kit of Wall Spacer

EVBox BusinessLine - Voor een laadstation met één connector: monteer op een Adapter Kit of Wall Spacer - 1

Opmerking:

De montage van het station op een Adapter Kit of Wall Spacer is hetzelfde.

  • De Adapter Kit wordt gebruikt om het station op een Combipole te monteren.
  • De Wall Spacer wordt gebruikt om het station aan een muur te monteren.

a. Installeer de EVBox Adapter Kit op de Combipole of installeer de Wall Spacer op de muur (zie Optionele onderdelen op pagina 15). Stem drie bouten en sluitringen op de Adapter Kit of Wall Spacer af op de juiste afstand, zodat ze de achterplaat van het station raken.
b. Til het laadstation met één connector op de Adapter Kit of Wall Spacer en voedt de stroomkabels en optionele RS485-communicatiekabels in het station.

EVBox BusinessLine - Opmerking: - 1

Opmerking:

Als er een laadstation is geïnstalleerd op een muur, is de aanbevolen ingang van de kabel via een kabelwartel in de basis van het laadstation.

c. Koppel de connectors los van de rechterzijde van de controller.
d. Maak de bouten die de controller aan de beugel bevestigen los, maar verwijder ze niet.
e. Verplaats de controller omhoog om de bouten los te maken van de sleufgaten in de beugel. Verplaats de controller vervolgens naar één zijde om bij de bevestigingspunten te kunnen.
f. Draai de drie bouten vast om het laadstation te bevestigen aan de Adapter Kit of Wall Spacer.

g. Plaats de controller terug in positie op de vier bouten.
h. Draai de vier bouten vast.
i. Koppel de connectors aan de rechterzijde van de controller.

EVBox BusinessLine - Opmerking: - 1

4.2.2. Voedingskabels aansluiten

EVBox BusinessLine - Voedingskabels aansluiten - 1

Zie de bijbehorende afbeeldingen in handleiding B.

De aansluiting van de ingangsstroomkabel op een BusinessLine-laadstation is afhankelijk van het model, zoals weergegeven in de volgende tabel:

EVBox BusinessLine - Voedingskabels aansluiten - 2

Opmerking:

Gebruik minimaal 2,5 mm ^2 en maximaal 16 mm ^2 aan koperdraad, afhankelijk van de beschikbare voeding en de afstand tot de voedingskast.

Ingangstype RCBO Stroomkabelverbinding
Laadstation met één connector
1x 1-fase 230 V, 32 A Ja Rechtstreeks met RCBO.
1x 3-fase 400 V, 16 A Ja Rechtstreeks met RCBO.
1x 3-fase 400 V, 32 A Ja Rechtstreeks met RCBO.
1x 3-fase 400 V, 32 A Nee Met enkel klemmenblok.

Ingangstype RCBO Stroomkabelverbinding

Laadstation met dubbele connector

2x 1-fase 230 V, 32 A Ja Rechtstreeks met RCBO.

2x 3-fase 400 V, 16 A Ja Rechtstreeks met RCBO.

2x 3-fase 400 V, 32 A Ja Rechtstreeks met RCBO.

1x 3-fase 400 V, 32 A Ja

Met enkel klemmenblok.

Interne bedrading voorziet beide RCBO's van stroom.

2x 3-fase 400 V, 32 A Nee Met twee klemmenblokken.

  1. Knip en strip de voedingskabels op de gewenste lengte.

  2. Gebruik bij gevlochten (flexibele) bedrading adereindhulzen met een adereindhuls met een lengte van 12-15 mm en breng een vierkante krimp aan voor een optimale pasvorm in de RCBO of klemmenblokken.

  3. Voor rechtstreekse verbinding met een RCBO: sluit een stroomkabel rechtstreeks aan op een RCBO. Dit doet u als volgt:

a. Sluit de draden van de voedingskabel aan op de ingangsklemmen op de RCBO.

EVBox BusinessLine - Laadstation met dubbele connector - 1

Opmerking:

Als er meerdere laadstations zijn aangesloten op één voedingskast, overweeg dan om faserotatie te gebruiken (zie Faserotatie op pagina 22).

b. Sluit de aardleiding (PE/G) aan op het PE/G-aansluitblok.

c. Trek aan de draad om te controleren of deze correct is aangesloten. De indicator op het aansluitblok moeten in de vergrendelde positie staan.

EVBox BusinessLine - Opmerking: - 1

  1. Voor verbinding met een klemmenblok: sluit een stroomkabel aan op een klemmenblok. Dit doet u als volgt:

a. Sluit de stroomdraden en de PE/G-draad van de voedingskabel aan op de ingangsklemmen op het klemmenblok.

EVBox BusinessLine - Opmerking: - 2

Opmerking:

Als er meerdere laadstations zijn aangesloten op één voedingskast, overweeg dan om faserotatie te gebruiken (zie Faserotatie op pagina 22).

b. Trek aan de draden om te controleren of deze correct zijn aangesloten. De indicatoren op het aansluitblok moeten in de vergrendelde positie staan.

  1. Bindt de voedingskabels vast met een of meerdere kabelbinders.

4.2.3. Hub-Satellite-netwerkkabels aansluiten

EVBox BusinessLine - Hub-Satellite-netwerkkabels aansluiten - 1

Zie de bijbehorende afbeeldingen in handleiding B.

In een Hub-Satellite-systeem bevat de hub de communicatiemodule en communiceert die met de satellietstations met behulp van een gegevenskabel. De netwerkkabels zijn via een serieschakeling bevestigd tussen de communicatiepoort van elke satelliet en vervolgens aan de communicatiepoort in de hub. De communicatiepoort is de zwarte 2-polige connector aan de rechterzijde van de controller.

  • Gebruik een RS485-connector, 2-polig, zwart, voor elke RS485-verbinding.
  • Gebruik een SFTP-netwerkkabel van categorie 6 die geschikt is voor het de RS485-protocol voor de gegevensverbinding.
  • Gebruik het groen/groen-witte getwiste aderpaar voor de RS485-aansluitingen.
  • Eén BusinessLine-hub kan op maximaal 19 BusinessLine-satellieten worden aangesloten.
  • In een dubbel BusinessLine-station is de RS485-verbinding tussen de hub en satelliet (of satelliet en satelliet) al tot stand gekomen. Zorg dat de inkomende RS485-kabel aan een zijde van het station wordt aangesloten (voor een Satelliet) en dat de uitgaande RS485-kabel aan de andere zijde van het station wordt aangesloten, zodat er een correct serieel netwerk ontstaat.
  • Sluit het Hub-Satellite-netwerk altijd met een 120 Ω-afsluitweerstand af (zie Geleverde onderdelen op pagina 14) on de zwarte RS485-connector van het laatste station in de serie.
  • Voor de juiste werking van een slim net moet er een Hub-Satellite-configuratie worden aangesloten op een enkele stroomkast. Als een groep laadstations wordt gevoed vanuit een andere stroomkast, dan moet die groep stations een aparte Hub-Satellite-configuratie zijn.
  • Deze installatiemethode kan niet worden gebruikt in een stervormig of T-vormig netwerk, omdat er reflecties in de kabel kunnen ontstaan.
  • Als in een Hub-Satellite-installatie een of meer led-ringen constant rood knipperen, is er een kruislingse verbinding in een van de RS485-verbindingen van de Satellite.

Sluit de Hub-Satellite-netwerkkabels aan overeenkomstig het diagram.

EVBox BusinessLine - Hub-Satellite-netwerkkabels aansluiten - 2

Opmerking:

RS485-datacommunicatieconfiguraties in een stervormig of T-vormig netwerk werken niet correct omdat signaalreflecties kunnen optreden in het netwerk. Raadpleeg de schema's voor voorbeelden van stervormige en T-vormige netwerken.

4.2.4. Smart Charging-netwerkkabels aansluiten

EVBox BusinessLine - Smart Charging-netwerkkabels aansluiten - 1

Zie de bijbehorende afbeeldingen in handleiding B.

Leid de netwerkkabel van het RS485 MAX-protocol (smart charging) vanaf de voedingskast naar de controller in het laadstation. De netwerkkabel is aangesloten op de grijze connector aan de rechterzijde van de controller in het Hub-station.

  • Gebruik een RS485-connector, 2-polig, wit, voor de RS485-verbinding.
  • Gebruik een SFTP-netwerkkabel van categorie 6 die geschikt is voor het de RS485-protocol voor de gegevensverbinding.
  • Gebruik het blauw/blauw-witte getwiste aderpaar voor de RS485-aansluitingen.
  • Voor de juiste werking van een slim net moet er een Hub-Satellite-configuratie worden aangesloten op een enkele stroomkast. Als een groep laadstations wordt gevoed vanuit een andere stroomkast, dan moet die groep stations een aparte Hub-Satellite-configuratie zijn.

Sluit de Smart Charging-netwerkkabels aan overeenkomstig het diagram.

RS485 B A L3 L2 L1 N L3 L2 L1 N

4.2.5. Cover installeren

EVBox BusinessLine - Cover installeren - 1

Zie de bijbehorende afbeeldingen in handleiding B.

  1. Voor een laadstation met een RCBO: zet de RCBO in positie I (aan).

  2. De cover installeren:

a. Breng siliconenvet aan op de afdekking rondom het frame van het laadstation om het te beschermen tegen water en vuil.
b. Zorg ervoor dat de bedrading in het station rondom de laadconnector vrij is van het

vergrendelingsmechanisme van de laadconnector.

c. Plaats de bovenkant van de cover over de bovenste rand van het frame van het laadstation en trek de cover vervolgens omlaag.

•Zorg dat er geen draden klem zitten rond de rand van de cover.

°Zorg dat de cover zich vastzet op het frame en dat de rubberen afdekkingen in positie zijn om bescherming tegen water en vuil te garanderen.

EVBox BusinessLine - Cover installeren - 2

Opmerking:

Een laadstation met dubbele connector heeft twee covers.

d. Draai de bouten aan de onderkant van de cover vast met behulp van een 5 mm inbussleutel of ratel met een zeskant van 5 mm.

e. Installeer de cover op dezelfde manier bij een laadstation met dubbele connector.

  1. Installeer een coverlabelset op elke cover.

EVBox BusinessLine - Opmerking: - 1

BusinessLine is klaar voor inbedrijfstelling.

EVBox BusinessLine - Opmerking: - 2

LET OP!:

Schakel de stroom naar BusinessLine op dit moment nog niet in. U moet eerst BusinessLine op de CMP registreren voordat de stroom wordt ingeschakeld.

4.3. Ingebruikname

Inbedrijfstelling van BusinessLine zorgt voor een verbinding met een laadbeheerplatform (CMP), zodat u klaar bent om uw voertuig op te laden. In een Hub-Satellite-installatie is alleen de Hub BusinessLine verbonden met de CMP, terwijl de satellieten via deze Hub zijn verbonden met behulp van RS485-datacommunicatie.

Een Hub-model kan tot 20 connectoren (1 Hub en 19 Satellites, elk met twee connectoren) verbinden met een CMP. De Hub gebruikt een voorgeprogrammeerde simkaart om verbinding te maken met de CMP via een mobiel netwerk, of een wifi-verbinding met een lokale wifirouter.

EVBox BusinessLine - Ingebruikname - 1

Opmerking:

Het is belangrijk dat BusinessLine eerst op de CMP geregistreerd wordt voordat er stroom wordt geleverd. Hierdoor kan BusinessLine automatisch de CMP-URL zoeken en er verbinding mee te maken.

4.3.1. Configuratiegegevens

De BusinessLine configuratiegegevens staan op de sticker in deel B van deze handleiding. U heeft de configuratiegegevens van een Hub BusinessLine nodig om een zelfstandige Hub of een Hub-Satellite-installatie in gebruik te nemen.

4.3.2.OBusinessLineOop CMP registreren

Activeer de Hub BusinessLine met de CMP op de CMP-website of met de CMP-specifieke app. Neem contact op met de Charging Point Operator (CPO) voor details over de activeringsprocedure van het laadstation.

4.3.3. Download de EVBox Connect-app

Gebruik de EVBox Connect-app om de Hub BusinessLine in te stellen en verbind deze met de URL van de CMP.

Download en installeer de EVBox Connect-app op uw smartphone of tablet:

EVBox BusinessLine - Download de EVBox Connect-app - 1

EVBox BusinessLine - Download de EVBox Connect-app - 2

EVBox BusinessLine - Download de EVBox Connect-app - 3

EVBox BusinessLine - Download de EVBox Connect-app - 4

4.3.4. InbedrijfstellingOEVBoxOBusinessLine

Zorg ervoor dat BusinessLine is geregistreerd op bij de CMP voordat u de voeding aansluit (zie BusinessLine op CMP registreren op pagina 31).

1.0 Schakel de stroom in op BusinessLine.

BusinessLine start op en voert de opstartprocedure uit.

Bluetooth wordt geactiveerd en BusinessLine zoekt naar het apparaat waarop de EVBox Connect-app draait.

  1. OSchakel bluetooth in op uw smartphone of tablet en open de EVBox Connect-app.

  2. OSelecteer START HET KOPPELENO in de app.

Er wordt een lijst met laadstations weergegeven.

  1. Selecteer de bluetooth-ID (het registratienummer) van de BusinessLine.

De led-ring knippert paars wanneer koppelen via bluetooth actief is.

  1. Selecteer de bluetooth-ID van de BusinessLine en volg de instructies in de app. De volgende

gegevens van de BusinessLine-configuratiesticker (zie Configuratiegegevens op pagina 31) zijn vereist voor de app:

  • De bluetooth-ID van het product.
  • De productbeveiligingscode.

  • Gebruik de app in de installatiemodus om de volgende instellingen te configureren:

a. Voor een laadinstallatie aangesloten op de voorgeprogrammeerde simkaart:

  • Het toepasselijke laadbeheerplatform (CMP). (Voeg de CMP-URL niet handmatig toe.)
    De laadstroom. De maximale laadstroom voor een enkel laadstation bepaalt de maximale uitvoerstroom voor een enkele connector. Voor een Hub-Satellite-installatie bepaalt de maximale laadstroom de maximale uitvoerstroom voor de volledige Hub-Satellite-installatie.

b. Voor een laadinstallatie verbonden met wifi:

  • De wifi-verbinding.
  • Het toepasselijke laadbeheerplatform (CMP). (Voeg de CMP-URL niet handmatig toe.)
    °De laadstroom. De maximale laadstroom voor een enkel laadstation bepaalt de maximale uitvoerstroom voor een enkele connector. Voor een Hub-Satellite-installatie bepaalt de maximale laadstroom de maximale uitvoerstroom voor de volledige Hub-Satellite-installatie.

c. De volgende instellingen kunnen ook via de app worden geconfigureerd:

Toegangscontrole laadpas. Selecteer de benodigde toegangscontrole voor het laadstation.
°Helderheid van de led-ring.
• Led-ring AAN of UIT wanneer BusinessLine in inactieve modus is.
•Naam laadstation.
- Het toevoegen en verwijderen van laadpassen die worden gebruikt om een laadsessie te activeren (uitsluitend voor een offline laadstation).
- Updaten van de firmware.

  1. Volg de instructies in de app om BusinessLine opnieuw op te starten.
  2. Gebruik BusinessLine met een elektrisch voertuig (EV) of de EVBox Test Box om de juiste werking te bevestigen. Gebruik bij een Hub-Satellite-installatie elk station in de installatie om de juiste werking ervan te bevestigen.

BusinessLine is aangesloten op een CMP en is klaar voor gebruik.

5. Gebruiksaanwijzing

5.1. Een laadsessie starten en stoppen

1. Het laden starten

  • Sluit de laadkabel aan op uw auto.
  • Als u een laadpas of handzender gebruikt, houdt u deze voor de lezer op het laadstation om het laden te starten.*

2. Uw auto wordt opgeladen.

3. Laden stoppen.

  • Als u een laadpas of handzender gebruikt**, houdt u deze voor de lezer op het laadstation om het laden te stoppen.*
  • Haal de stekker van de laadkabel uit uw auto.

EVBox BusinessLine - Laden stoppen. - 1

flowchart
graph LR
    A["Start"] --> B["Testing"]
    B --> C["Stop"]

* Als het laadstation is geconfigureerd om enkel laadpassen of handzenders te accepteren. Zie Ingebruikname op pagina 30.
** U moet dezelfde laadpas of handzender gebruiken die u hebt gebruikt om de laadsessie te starten.

5.2. LED-indicatorring

Kleur LED-ring Wat het betekent Wat u moet doen
EVBox BusinessLine - LED-indicatorring - 1LED-ring uit of groen.Het laadstation is klaar voor gebruik.Sluit de laadkabel aan.Selecteer de autorisatiemethode (bijvoorbeeld laadpas of handzender).
EVBox BusinessLine - LED-indicatorring - 2LED-ring knippert groen.De laadpas of handzender wordt geautoriseerd.Wacht tot de LED-ring blauw wordt.
EVBox BusinessLine - LED-indicatorring - 3LED-ring blauw.Het laadstation laadt het voertuig op.Wacht tot het voertuig is opgeladen.Stop op elk moment met laden.
EVBox BusinessLine - LED-indicatorring - 4LED-ring geel.De auto is volledig geladen.Stop de laadsessie met behulp van de autorisatiemethode die voor activering is gebruikt (bijvoorbeeld laadpas of handzender).Koppel de laadkabel los.
EVBox BusinessLine - LED-indicatorring - 5LED-ring knippert geel.Laadsessie staat in de wachtrij (alleen van toepassing voor Smart Charging).Als er stroom beschikbaar komt, wordt het laden gestart of hervat en wordt de LED-ring blauw.
EVBox BusinessLine - LED-indicatorring - 6LED-ring rood.Er is een fout opgetreden.Raadpleeg Problemen oplossen op pagina 34 voor een oplossing.
EVBox BusinessLine - LED-indicatorring - 7LED-ring knippert rood.De laadpas of handzender is niet geautoriseerd.Autoriseer de gebruiker. Zie Ingebruikname op pagina 30.Neem indien nodig contact op met de serviceprovider van de laadpas.Een Satellite-laadstation werd losgekoppeld van het Hub-laadstation.
Een Satellite-laadstation werd losgekoppeld van het Hub-laadstation.Controleer de RS485-netwerkverbinding van de Hub-Satellite. Zie Hub-Satellite-netwerkkabels aansluiten op pagina 28.
EVBox BusinessLine - LED-indicatorring - 8Led-ring knippert paars.Het Hub-laadstation is in bluetooth-koppelingsmodus en klaar om te koppelen met de EVBox Connect-app.Zie Ingebruikname op pagina 30.

5.3. Problemen oplossen

De probleemoplossing mag alleen door een gekwalificeerde elektricien worden uitgevoerd tenzij anders wordt aangegeven. Onjuiste installatie, reparatie of wijziging kan leiden tot gevaar voor de gebruiker en tot het vervallen van de garantie en aansprakelijkheid.

Dit is een algemene handleiding voor het oplossen van de meest voorkomende problemen. Als u niet in staat bent om een probleem op te lossen, kunt u www.evbox.com/support bezoeken om onze servicepagina's te raadplegen en contact op te nemen met het supportteam voor verdere hulp.

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Laadstation reageert niet.Geen stroom naar laadstation.Controleer of de aardlekschakelaar en de stroomonderbreker op het hoofdvoedingspaneel zijn ingeschakeld.Schakel de hoofdvoeding uit, wacht 20 seconden en schakel de hoofdvoeding dan weer in.Controleer of de voedingskabel die is aangesloten op het laadstation onder spanning staat. De led-ring moet groen zijn.
Het laadstation laat geen duidelijke toon horen als de schakelaar is ingeschakeld.Kleine stekkers op de controller zijn er niet volledig ingestoken.Verbindingen van 230 V zijn niet goed aangesloten.Controleer of de stroomonderbreker (RCBO) is ingeschakeld.Controleer of de ingangsklemmen van de controller 230 V aan spanning hebben.Zorg ervoor dat alle draad- en stekkerverbindingen goed vastzitten, vooral op de controller.
Aardlekschakelaar wordt constant uitgeschakeld.Aardingsfout in het laadstation.Inspecteer elektrische bedrading op schade. Vervang beschadigde bedrading.Vocht of condens op elektrische aansluitingen. Droog de aansluitingen indien nodig. Repareer afdichtingen op het laadstation indien nodig
Fout in het voertuig of defecte laadkabel.Vervang de laadkabel.
Grondweerstand is te hoog voor het voertuigtype.Meet de grondweerstand en vergelijk deze met de weerstand die de leverancier van het voertuig vereist.
Led-ring knippert onmiddellijk rood wanneer de kaart tegen de lezer wordt gehouden.Laadpas is niet geautoriseerd om te laden bij dit laadstation.• Controleer of de laadpas geautoriseerd is voor gebruik op openbare laders. (Controle door gebruiker.) • Controleer de instellingen van uw laadstation in uw online account. (Controle door gebruiker.)
Er is geen communicatie met de backend.Gebruik de EVBox Connect-app om te controleren of het hub-station of de hub-module verbinding heeft met het mobiele netwerk of met wifi.
Led-ring licht continu rood op.Aardingsfout.• Controleer of de elektrische installatie op de juiste manier is geaard. • Voeg, indien nodig, dichter bij de installatie extra aarding toe.
Bij een Hub-Satellite-installatie knipperen een of meerdere led-ringen constant rood.Kruislingse verbinding in een van de RS485-satellietverbindingen.Onderzoek RS485-bekabeling en aansluitingen.
Geen verbinding met het hub-laadstation.Onderzoek RS485-bekabeling en aansluitingen.
Led-ring licht altijd geel op.Het voertuig is volledig geladen.Koppel de laadkabel los.
Laadstation wacht op voertuig.Controleer of de laadkabelstekker op de juiste manier in het voertuig is gestoken. (Controle door gebruiker.)
Het voertuig staat op een timer.Verander de instelling van de timer in het voertuig. (Uitgevoerd door gebruiker.)
De laadkabel bevat een fout.Vervang de laadkabel. (Uitgevoerd door gebruiker.)
Grondweerstand is te hoog voor het voertuigtype.Meet de grondweerstand en vergelijk deze met de weerstand die de leverancier van het voertuig vereist, bijvoorbeeld Renault Zoe < 150 Ω.
Led-ring wordt een paar seconden blauw en kleurt vervolgens geel.Voertuig laadt niet op.Zorg dat het minimale vermogen dat door de auto wordt geaccepteerd niet hoger is dan het minimale vermogen dat door het station wordt geleverd.(Controle door gebruiker.)Controleer de voltages van lijn- naar-lijn en nulleider-naar-lijn op diverse locaties op de stroomnet(ten).Controleer of de elektrische installatie op de juiste manier is geaard.
Laadstation begint niet met laden. Led-ring knippert 30 seconden groen en knippert vervolgens 10 keer rood. Led-ring wordt groen of gaat uit.Geen reactie van het backend-portalaccount.Gebruik de kaart opnieuw om het laden te starten. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met uw operator of serviceprovider voor aanvullende ondersteuning.(Controle door gebruiker.)
Stekker niet vergrendeld.Is de stekker ver genoeg in het laadstation gestoken? (Controle door gebruiker.)Onderzoek de stekker op beschadigingen of verbogen pinnen. (Controle door gebruiker.)Onderzoek de connector om te zien of deze door een object wordt geblokkeerd. (Controle door gebruiker.)
Voertuig niet aangesloten.Is de stekker op de juiste wijze in het voertuig gestoken? (Controle door gebruiker.)
Laadstationsvergrendeling is geblokkeerd.Controleer of het interne bedradingsharnas van het laadstation het stekkervergrendelingsmechanisme blokkeert.
Stekker kan niet worden verwijderd uit het laadstation.Onjuiste pas is gebruikt om het laden te stoppen (led-ring knippert kort paars).Gebruik dezelfde pas om het laden te stoppen als om het laden te starten. (Controle door gebruiker.)
Geen reactie van het backend-portalaccount.Gebruik de kaart opnieuw om het laden te stoppen. Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met uw operator of serviceprovider voor aanvullende ondersteuning. (Controle door gebruiker.)
Stekkervergrendeling komt niet los.Steek de stekker verder in het laadstation en houd de pas weer tegen de paslezer. (Controle door gebruiker.)Schakel de hoofdvoeding uit, wacht 20 seconden en schakel de hoofdvoeding dan weer in.Verwijder de cover vervolgens handmatig, draai de hendel op het stekkervergrendelingsmechanisme omhoog in de ontgrendelde positie.Controleer of het interne bedradingsharnas van het laadstation het stekkervergrendelingsmechanisme blokkeert.

6. Bijlage

6.1. Woordenlijst

Afkortingen en acroniemenBetekenis
AC Wisselstroom.
CMPLaadbeheerplatform. Het backend platform dat een laadstation koppelt aan de CPO.
CPO Laadpuntoperator. De eigenaar en/of exploitant van de laadpaalinstallatie.
DNODistribution Network Operator (distributienetbeheerder). De eigenaar en/of exploitant van het voedingsnetwerk.
EV Elektrisch voertuig.
EVCS Laadstation voor elektrische voertuigen.
HMI Human Machine Interface (mens-machine-interface).
Led Light Emitting Diode (licht-emitterende diode).
OCPP Open Charge Point Protocol (protocol open laadpunten).
RCBO Aardlekschakelaar met overstroombeveiliging.
URL Uniform Resource Locator (URL): het webadres van een CMP.

6.2. Disclaimer

Dit document is alleen ter informatie en leidt niet tot wettelijke verplichtingen voor EVBox. EVBox heeft de inhoud van dit document naar best vermogen samengesteld. Er wordt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie gegeven voor de volledigheid, nauwkeurigheid, betrouwbaarheid of geschiktheid voor een specifiek doel van de inhoud en de daarin voorgestelde producten en diensten. Specificaties en prestatiegegevens bevatten gemiddelde waarden binnen de bestaande specificatietoleranties en kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Neem, vóór het plaatsen van een bestelling, altijd contact op met EVBox voor de laatste informatie en specificaties. EVBox verwerpt uitdrukkelijk iedere aansprakelijkheid voor directe of indirecte schade, in de ruimste zin, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik en/of de interpretatie van dit document. EVBIM_072021 © EVBox Manufacturing B.V.

EVBox streeft ernaar om producten van de hoogste kwaliteit te fabriceren. Producten van EVBox zijn volledig CE-gecertificeerd en voldoen aan de essentiële eisen van de EMC (Electro-Magnetic Compatibility) Richtlijn 2014/30/EU, Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU, RED (Radio Equipment) Richtlijn 2014/53/EU en RoHS (Restriction of Hazardous Substances) Richtlijn 2011/65/EU (zoals gewijzigd door 2015/863/EU). Meer informatie kan worden gevonden op EVBox.com of in dit installatiehandleiding. EVBox-producten worden verkocht met een beperkte garantie die wordt weergegeven op evbox.com/general-terms-conditions.

© 2021 EVBox Manufacturing B.V. Alle rechten voorbehouden. BusinessLine, EVBox® en het EVBox logo zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken.

EVBox Manufacturing B.V.

Kabelweg 47

1014 BA Amsterdam

Nederland

www.evbox.com/support

EVBox BusinessLine - Disclaimer - 1

bar | Category | Value | |---|---| | Category 1 | 100 | | Category 2 | 100 | | Category 3 | 100 | | Category 4 | 100 | | Category 5 | 100 | | Category 6 | 100 | | Category 7 | 100 | | Category 8 | 100 | | Category 9 | 100 | | Category 10 | 100 | | Category 11 | 100 | | Category 12 | 100 | | Category 13 | 100 | | Category 14 | 100 | | Category 15 | 100 | | Category 16 | 100 | | Category 17 | 100 | | Category 18 | 100 | | Category 19 | 100 | | Category 20 | 100 | | Category 21 | 100 | | Category 22 | 100 | | Category 23 | 100 | | Category 24 | 100 | | Category 25 | 100 | | Category 26 | 100 | | Category 27 | 100 | | Category 28 | 100 | | Category 29 | 100 | | Category 30 | 100 | | Category 31 | 100 | | Category 32 | 100 | | Category 33 | 100 | | Category 34 | 100 | | Category 35 | 100 | | Category 36 | 100 | | Category 37 | 100 | | Category 38 | 100 | | Category 39 | 100 | | Category 40 | 100 | | Category 41 | 100 | | Category 42 | 100 | | Category 43 | 100 | | Category 44 | 100 | | Category 45 | 100 | | Category 46 | 100 | | Category 47 | 100 | | Category 48 | 100 | | Category 49 | 100 | | Category 50 | 100 | | Category 51 | 100 | | Category 52 | 100 | | Category 53 | 100 | | Category 54 | 100 | | Category 55 | 100 | | Category 56 | 100 | | Category 57 | 100 | | Category 58 | 100 | | Category 59 | 100 | | Category 60 | 100 | | Category 61 | 100 | | Category 62 | 100 | | Category 63 | 100 | | Category 64 | 100 | | Category 65 | 100 | | Category 66 | 100 | | Category 67 | 100 | | Category 68 | 100 | | Category 69 | 100 | | Category 70 | 100 | | Category 71 | 100 | | Category 72 | 100 | | Category 73 | 100 | | Category 74 | 100 | | Category 75 | 100 | | Category 76 | 100 | | Category 77 | 100 | | Category 78 | 100 | | Category 79 | 100 | | Category 80 | 100 | | Category 81 | 100 | | Category 82 | 100 | | Category 83 | 100 | | Category 84 | 100 | | Category 85 | 100 | | Category 86 | 100 | | Category 87 | 100 | | Category 88 | 100 | | Category 89 | 100 | | Category 90 | 100 | | Category 91 | 100 | | Category 92 | 100 | | Category 93 | 100 | | Category 94 | 100 | | Category 95 | 100 | | Category 96 | 100 | | Category 97 | 100 | | Category 98 | 100 | | Category 99 | 100 | | Total (Total) = [sum of bars] / [values] * (sum of bars + bars) * (sum of bars + bars) * (sum of bars + bars). The values in the table represent the sum of the bars and the corresponding sum of the bars. There is no additional data series or categories specified in the code.
Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : EVBox

Model : BusinessLine

Categorie : Batterijlader