Ei Electronics EI146ERF - Rookmelder

EI146ERF - Rookmelder Ei Electronics - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EI146ERF Ei Electronics in PDF-formaat.

📄 28 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice Ei Electronics EI146ERF - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Rookmelder
Merk Ei Electronics
Model EI146ERF
Detectietype Fotoelektrisch
Voeding 9V batterij (standaard)
Geluidsniveau 85 dB op 3 meter
Bedrijfstemperatuur 0°C tot 40°C
Montage Plafondmontage
Diameter 100 mm
Hoogte 40 mm
Gewicht 150 g (incl. batterij)
Testknop Ja
Stille modus Ja (snooze)
Waarschuwing lage batterij Ja (korte piep)
LED-indicator Ja (knippert elke 40 sec)
Garantie 5 jaar
Onderhoud Maandelijks testen, jaarlijks stofzuigen
Reparatie Batterij vervangen; geen andere onderdelen vervangbaar
CE-markering Ja
Normen EN14604

Veelgestelde vragen - EI146ERF Ei Electronics

Hoe installeer ik de EI146ERF rookmelder?
Bevestig de montageplaat aan het plafond met schroeven en pluggen. Draai de melder op de plaat tot hij vastklikt. Plaats de 9V batterij en test het apparaat met de testknop.
Wat moet ik doen als het alarm afgaat zonder rook?
Druk op de stille modus knop om tijdelijk te dempen. Controleer op stoom, kookdampen of stof. Reinig de melder met een stofzuiger of zachte borstel.
Hoe vervang ik de batterij?
Draai de melder los van de montageplaat. Open het batterijvak, verwijder de oude 9V batterij en plaats een nieuwe. Let op de polariteit. Test de melder na vervanging.
Hoe vaak moet ik de rookmelder testen?
Test de melder minstens één keer per maand door de testknop in te drukken. Het alarm moet luid en duidelijk klinken.
Wat betekent het als de LED elke 40 seconden knippert?
Dit geeft aan dat de melder normaal werkt. Als de LED niet knippert of een ander patroon vertoont, raadpleeg de handleiding.
Kan ik de rookmelder aansluiten op andere melders?
De EI146ERF is een standalone melder en kan niet worden gekoppeld aan andere melders. Overweeg een gekoppeld model voor interconnectie.
Wat is de levensduur van de rookmelder?
De melder heeft een levensduur van ongeveer 10 jaar. Vervang het apparaat na 10 jaar of eerder bij defecten.
Hoe onderhoud ik de rookmelder?
Stofzuig de zijopeningen en ventilatiesleuven jaarlijks om stof en vuil te verwijderen. Gebruik geen schoonmaakmiddelen.
Bij welke temperatuur werkt de melder?
De melder is geschikt voor omgevingstemperaturen tussen 0°C en 40°C. Vermijd plaatsing in zeer warme of koude ruimtes.
Wat is de garantieperiode?
Ei Electronics biedt 5 jaar garantie op fabricagefouten. Bewaar het aankoopbewijs voor eventuele claims.

Gebruikersvragen over EI146ERF Ei Electronics

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EI146ERF - Ei Electronics en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EI146ERF van het merk Ei Electronics.

GEBRUIKSAANWIJZING EI146ERF Ei Electronics

Lees de handleiding zorgvuldig door en bewaar deze zolang als het product wordt gebruikt. Het bevat essentiële informatie over de werking en installatie van uw melder. De handleiding moet worden beschouwd als onderdeel van het product.

Als u de melder alleen installeert MOET de handleiding aan de eigenaar van de woning worden gegeven. De handleiding moet aan elke daaropvolgende gebruiker worden doorgegeven.

Symbolenlijst

De symbolen op deze pagina worden gebruikt in overeenstemming met EN 62368-1, IEC 60417, ISO 7000 en normen die worden toegepast. Deze symbolen worden gebruikt om informatie over het veilige en juiste gebruik van onze apparaten. Deze symbolen zijn vindbaar op het apparaat zelf, op de verpakking of in bijbehorende documentatie.

SymboolBeschrijving
Ei Electronics EI146ERF - Symbolenlijst - 1Apparaten van klasse IIEen elektrisch apparaat van klasse II (klasse 2) of dubbel geïsoleerd is zodanig ontworpen dat het hoeft niet geaard te worden.
Ei Electronics EI146ERF - Symbolenlijst - 2Beschermende aardingDit identificeert de aardklemmen.
Ei Electronics EI146ERF - Symbolenlijst - 3Einde levensduurDit geeft de datum aan waarna het apparaat moet worden vervangen.
Ei Electronics EI146ERF - Symbolenlijst - 4Gekruiste verfkwastDit geeft aan dat het apparaat niet geschilderd mag worden.
[weel]SchroevendraaierDit geeft de plaats aan dat wordt gebruikt om de melder los te maken van de montageplaat.
Ei Electronics EI146ERF - Symbolenlijst - 5WEEE symboolGeeft aan dat het apparaat naar een Recyclepunt moet worden gebracht wanneer het apparaat vervangen moet worden.
Ei Electronics EI146ERF - Symbolenlijst - 6CE-markeringDit geeft aan dat dit product voldoet aan de relevante EN-normen voor producten die worden verkocht binnen de Europese Economische Ruimte (EER). De CE-markering is ook te vinden op producten die buiten de EER worden verkocht en die die in de EER zijn vervaardigd of ontworpen voor verkoop in de EER.
Ei Electronics EI146ERF - Symbolenlijst - 7UKCA-keurmerkDit geeft aan dat dit product voldoet aan de relevante normen met betrekking tot producten die verkocht worden binnen het Verenigd Koninkrijk. De UKCA-markering is ook te vinden op producten die buiten het Verenigd Koninkrijk worden verkocht en ontworpen voor verkoop in het Verenigd Koninkrijk.
[weel]Groene puntDit is een Europees handelsmerk dat aangeeft dat de fabrikant financieel heeft bijgedragen aan de recycling van verpakkingen in Europa.
Ei Electronics EI146ERF - Symbolenlijst - 8Mobius LoopDit geeft aan dat de verpakking van dit product gerecycled kan worden.

Quick start montage instructies

1 BEPAAL DE JUISTE MONTAGEPLAATS 50cm (Min) 50cm (Min)

PLAATS DE MELDER IN HET MIDDEN VAN HET PLAFOND EN MINIMAAL 50 CM VAN DE MUUR OF ANDERE OBSTAKELS

2 BEVESTIGINGS- EN DRAADMONTAGEPLAAT

DRAAD NAAR DE KLEMMEN OP DE MONTAGEPLAAT EN BEVESTIG DE MONTAGEPLAAT AAN HET PLAFOND MET BEHULP VAN DE MEEGELEVERDE SCHROEVEN

3 SCHUIF OP MELDER KLIK

SCHUIF MELDER OP MONTAGEPLAAT. ER MOET EEN KLIK HOORBAAR ZIJN ALS DE SABOTAGEBESTENDIGE VERGRENDELING VASTKLIKT

4 ALARMEN TESTEN

HOUD DE TESTKNOP OP HET MELDER INGEDRUKT. HET ALARM OP DE MELDER EN OP EVENTUEEL ALLE ANDERE DOOR GEKOPPELDE MELDERS MOET HOORBAAR ZIJN.

LET OP: DIT GEDEELTE IS SLECHTS EEN RICHTLIJN. LEES DE VOLLEDIGE INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE

1. Inleiding

De Ei140e-serie wordt geleverd met een Easi-Fit-montageplaat waarmee de melder snel en eenvoudig geïnstalleerd kan worden. Bovendien kan de melder eenvoudig verwijderd en vervangen worden. Wanneer de melder op de Easi-Fit-montageplaat wordt geschoven, wordt er automatisch verbinding gemaakt met de netvoeding en de batterij.

Er kunnen maximaal 12 melders onderling verbonden worden, waarbij alle melders afgaan als één melder rook detecteert.

De melders kunnen onderling gekoppeld worden via een IC-draad of door middel van een RF verbinding. Om de melders draadloos te koppelen heb je een RadioLINK-montageplaat (Ei168RC) nodig.

Alle melders beschikken over een test-/pauzeknop.

1.1 Overzicht

Bovenaanzicht
Test / Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) Rode led alarmindicator Alarmclaxon Groene led stroomindicator

Ei144e Hittemelder
Hittesensor (Thermistor) Verwijder- vergrendeling melder

1.2 Technische specificaties

Voeding 230V AC, 50Hz
Stroomverbruik 0.75W (standby)
Maximale stroomverbruik60mA
Back-up batterij 9V vervangbare alkalinebatterij
Alarmclaxon Piëzo-elektrische alarm
Geluidsniveau alarm85dB(A) op 3 meter (min)
Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop)Controleert sensoren, elektronica, doorkoppeling en alarm.Als deze wordt ingedrukt terwijl de melder in alarm is, wordt het alarm 10 minuten onderdrukt.
Visuele indicatorenGroene LED – VoedingRode LED – Zelftest, alarm (als tegelijkertijd het alarm klinkt),"hush"-modus, Geheugen of storing
Operationele levensduur10 jaar
DoorkoppelingTot 12 melders kunnen doorgekoppeld worden via een bedraad of draadloos systeem (met de optionele Ei168RC montageplaat)
BevestigingGeleverd met Easi-fit manipu-latiebeveiligde montageplaat met integraal klemmenblok en bedrading afdekkap, inclusief schroeven en pluggen
Bedrijfstemperatuur -10°C tot +40°C*
Vochtigheidsbereik 15% tot 95% (niet condenserend)
Plastic materiaalHIPS (UL94V-0 vlamvertragend geclassificeerd)
AfmetingenEi146e: Product - ∅148mm x 50mm Verpakking - 155mm x 155mm x 62mmEi144e: Product - ∅148mm x 61mm Verpakking - 155mm x 155mm x 67mm
Gewicht 350g (inclusief verpakking)
Garantie 5 jaar (beperkt)
GoedkeuringenKM522831, EN14604:2005+AC 2008, KM83678, BS5446-2:2003

* Temperatuur en luchtvochtigheidsomstandigheden zijn voor normaal gebruik en opslag. Melders werken buiten deze bereiken zoals vereist door de specifieke productnormen. Langdurige blootstelling aan omstandigheden buiten deze bereiken kan de levensduur van het product verlagen. Voor advies over langer gebruik buiten deze bereiken moet u de fabrikant raadplegen.

2. Installatie

2.1 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen

WAARSCHUWING: Melders die worden gevoed door netvoeding moeten geïnstalleerd en doorgekoppeld worden door een gekwalificeerde installateur in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften voor elektrische installaties. Het niet correct installeren van deze melder kan de gebruiker blootstellen aan gevaar voor elektrische schok of brand en kan het product beschadigen.

De melder is ontworpen om permanent bevestigd te worden, waarbij het eigen ingebouwde klemmenblok wordt gebruikt voor de aansluiting op de netvoeding.

De montageplaat kan direct aan het plafond worden vastgeschroefd. Deze kan ook op een standaard verdeeldoos worden vastgeschroefd. De melder mag niet worden blootgesteld aan druppels of spetters. Aan de onderkant van de melder bevinden zich belangrijke markeringen.

WAARSCHUWING: In de elektrische installatie van het gebouw moet een al-polige hoofdschakelaar worden ingebouwd.

WAARSCHUWING: Batterijen mogen niet worden blootgesteld aan overmatige hitte, zoals zonlicht en vuur.

BELANGRIJK: Alternatieve energie - (windenergie, zonne-energie, UPS etc.)

Dit product is ontworpen om aangesloten te worden op een Pure of True Sine Wave 230V AC-voeding. Als het wordt aangesloten op een voedingsbron die gebruik maakt van een omvormer, bijv. een zonnepaneel, moet de Total Harmonic Distortion (THD) minder dan 5% zijn. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant van de omvormer. Dit geldt ook voor batterijgevoede UPS (onderbrekingsvrije voeding)-omvormers.

BELANGRIJK: Lichtdimmercircuits – De melders mogen niet worden gevoed vanuit een lichtdimmercircuit.

BELANGRIJK: Installeer melders niet in nieuwe of gerenoveerde gebouwen totdat alle werkzaamheden zijn afgerond.

BELANGRIJK: De melder mag niet worden aangesloten als de bedradingsisolatie van het huis wordt gecontroleerd met hoogspanning, d.w.z. gebruik geen hoogspanningsisolatietester op de melder.

BELANGRIJK: De melder moet 24 uur per dag continu 230V gevoed worden, dus is het belangrijk dat deze niet op een circuit is aangesloten dat uitgeschakeld kan worden door een schakelaar.

BELANGRIJK: In Nederland vereist de wetgeving (met het Bouwbesluit 2012) dat rookmelders voor woonfuncties aangesloten moeten worden op een voorziening voor elektriciteit in die woning. Daarnaast moet de rookmelder een back-up batterij hebben voor het geval de elektrische installatie spanningsuitval heeft, waardoor de rookmelder kan blijven functioneren.

2.2 Plaatsing van de rookmelders en hittemelders

De 230V gevoede Ei rookmelders mogen toegepast worden in nieuwbouw- en bestaande woningen, studentenhuizen (logiesfunctie) en renovaties zoals aangewezen in het Bouwbesluit 2012.

In het Bouwbesluit wordt beschreven voor welke woonfuncties in bestaande bouw en nieuwbouw rookmelders verplicht zijn, in welke ruimtes deze geplaatst dienen te worden, wat de eisen aan deze melders zijn, en in combinatie met de NEN 2555 hoe de exacte projectering van de melders dient te gebeuren.

Sinds het bouwbesluit 2012 actueel is moet er in een woning op elke bouwlaag die met een vaste trap bereikbaar is minimaal één rookmelder geplaatst worden.

Vanuit een verblijfsruimte gezien, moet in elke ruimte waardoor een vluchtroute voert (meestal de hal en/of de overloop), ten minste één rookmelder zijn aangebracht die voldoet aan en is geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555.

Daarnaast moet in iedere verblijfsruimte en vluchtroute in de woning het minimale geluidsniveau van het alarmsignaal van de rookmelder 65 dB(A) zijn. In iedere slaapruimte (bedruimte) moet dat minimaal 75 dB(A) zijn, beide gemeten op elk punt in die ruimtes. Dit kan het installeren van extra rookmelders en/of het koppelen van rookmelders inhouden. Gekoppelde rookmelders: wanneer één melder rook detecteert, gaan alle doorgekoppelde melders af.

2.3 Welke melder in welke ruimte?

LocatieEi146eOptische rookmelderEi144eHittemelder (i)
Gang, galerij, vluchtroutesx
Keukens / garagesx √ (iii)
Woonkamers√ √ (ii)
Slaapkamersx
Douche / badkamersxx

Onderstaande tabel en uitleg zijn bedoeld voor het optimaal beveiligen tegen brand, en beschrijven dus meer mogelijkheden dan het Bouwbesluit en NEN 2555.

(i) Een hittemelder mag alleen worden gebruikt in een ruimte die grenst aan een vluchtroute, in combinatie met rookmelders op de vluchtroutes. Alle melders moeten doorgekoppeld zijn, om ervoor te zorgen dat een vroegtijdige waarschuwing gehoord wordt.
(ii) Sommige brandweerkorpsen (die bezorgd zijn over de trage reactie van hittemelders) adviseren dat rookmelders in woonkamers worden geplaatst. Plaats hittemelders alleen als valse alarmen zeer waarschijnlijk zijn en het acceptabel is dat een waarschuwing alleen wordt afgegeven door de hittemelder als er zeer significant vlammend vuur in de ruimte is. Als deur(en) en ramen niet gesloten zijn om de brand en hitte te beperken, is het extreem onwaarschijnlijk dat de hittemelder zou reageren voor een rookmelder die buiten in de galerij is geplaatst.
(iii) In gesloten keukens met gesloten deuren.

Voorbeeld voor plaatsing rook- en hittemelders

2.4 Waar in de ruimte?

De locaties moeten voldoen aan van toepassing zijnde voorschriften voor gebouwen.

WOOKAMER (aanbevolen) TOILET GARAGE (aanbevolen) HAL KEUKEN (aanbevolen) BUKEUKEN (aanbevolen) CV Mk Ivolgens Bouwbesluiti

optische rookmelder, of multi-sensor melder voor optimale veiligheid
△ hittemelder of hittemelder/CO

SLAAPKAMER (aanbevolen) BADKAMER OVERLOOP (vulgern Bouwbeskuit) SLAAPKAMER (aanbevolen) (aan bevolen) SLAAPKAMER

Plafondmontage

Hete rook stijgt op en verspreidt zich, dus een centrale positie aan het plafond is de beste locatie. De lucht is "dood" en beweegt niet in hoeken, daarom moeten melders niet in de buurt van hoeken worden gemonteerd.

Melder plaatsen:

  • Op minimaal 50 cm afstand van wand (zie afbeelding 1).
  • Op minimaal 50 cm afstand van verlichtingsarmaturen of decoratieve objecten die het binnendringen van rook/hitte in de melder zouden kunnen voorkomen.

PLEKKEN MET DODE LUCHT IDEALITER IN HET MIDDEN VAN HET PLAFOND 50cm (min) NOOIT BINNEN 50 cm VAN WANDEN / HOEKEN Afb.1

Bij schuine plafonds

Bij schuine plafonds moet de melder tussen 3 en 60 cm onder het hoogste punt horizontaal worden gemonteerd, afhankelijk van de hoogte van de kamer en de dakhelling. Stilstaande lucht in de nok (warmtelaag) kan voorkomen dat rook de melder bereikt. (zie afbeelding 2a & 2b).

Hoogte van de ruimte Tot en met 6 m h α α < 15 → h = tussen 3 cm en 20 cm α = 15 tot 30 h = tussen 20 cm en 30 cm α > 30 → h = tussen 30 cm en 50 cm Afb.2a Hoogte van de ruimte 6 m tot 8 m h α α < 15 → h = tussen 7 cm en 25 cm α = 15 tot 30 h = tussen 25 cm en 40 cm α > 30 → h = tussen 40 cm en 60 c…

2.5 Te vermijden locaties

Rook- of hittemelders NIET plaatsen in een van de volgende ruimtes:

  • Badkamers, doucheruimtes of andere ruimtes waar de melder geactiveerd kan worden door stoom, condensatie.
  • Locaties waar de normale temperatuur boven 40°C of onder -10°C kan komen (bijv. stookruimtes, direct boven ovens of ketels, etc.) waarbij hitte/stoom voor valse alarmen kan zorgen.
  • Minder dan 50 cm van een decoratief object, in de buurt van een deur, verlichtingsarmatuur, raamkozijn, etc., die ervoor kunnen zorgen dat hitte of rook niet in de melder kunnen komen.
  • Oppervlakken die normaal gesproken warmer of kouder zijn dan de rest van de ruimte (bijv. zolderluik). Temperatuurverschillen kunnen ervoor zorgen dat hitte of rook de melder niet bereiken.
  • Naast of direct boven verwarmingstoestellen of ventilatieroosters, ramen, wandventilatie-openingen etc. waarbij tocht de richting van de luchtstroom kan wijzigen en snelle temperatuurschommelingen kan veroorzaken.
  • Op erg hoge of ongunstige plekken (bijv. boven trappenhuizen), waarbij het moeilijk kan zijn om de melder te bereiken (voor testen, onderdrukken, etc.).
  • Uit de buurt houden van zeer stoffige of verontreinigde ruimtes, aangezien stofopbouw op de optische rooksensor de prestaties kan verminderen. De stofopbouw kan het insectenwerende gaas blokkeren en voorkomen dat rook in de sensor komt. Stofopbouw kan ook de reactietijd van de hittesensor vertragen.
  • Plaats de melder minimaal 1 meter van dimmer verlichting en -bedrading aangezien sommige dimmers interferentie kunnen veroorzaken.
  • Plaats de melder op minimaal 1,5 meter en leg bedrading op minimaal 1 meter afstand van fluorescerende verlichtingsarmaturen, aangezien elektrisch "lawaai" en/of flikkeren van invloed kunnen zijn op de melder. Sluit bedrading niet op hetzelfde circuit aan als fluorescerende verlichting of dimmers.
  • Niet plaatsen in ruimtes met veel insecten. Kleine insecten die in de optische rooksensor komen kunnen intermitterende valse alarmen veroorzaken. Insecten op en verontreiniging van de hittesensor kan de reactietijd vertragen.
  • Niet plaatsen in een klamme of vochtige ruimte.

Hittemelders niet direct boven een gootsteen of kookplaat plaatsen - Houd minimaal 1 meter horizontale afstand tussen deze objecten en de melder.

2.6 Bevestiging en bedrading

Schakel de AC-netvoeding uit voordat je de montageplaat gaat aansluiten en bevestigen.

WAARSCHUWING: om letsel te voorkomen, dient dit apparaat aan het plafond te worden bevestigd zoals in de installatie-instructie staat omschreven.

  1. Selecteer een locatie in overeenstemming met het advies in de vorige delen.
  2. Plaats de montageplaat precies waar je de melder wilt monteren. Markeer met een potlood de locatie van de twee schroefgaten. Zorg ervoor dat elektrische bedrading in het plafond wordt vermeden en boor gaten met een boor van 5,0 mm door het midden van de gemarkeerde locaties. Duw de meegeleverde kunststof pluggen in de geboorde gaten.
  3. Til de bedrading afdekkap op met een platkopschroevendraaier zoals weergegeven in afbeelding 3.

SCHUIMPLAFONDPAKKING (MOET AANGEBRACHT ZIJN) Afb.3 BRENG SCHROEVENDRAAIER IN OM HET BEDRADINGSDEKSEL OP TE TILLEN EN TE VERWIJDEREN

De bedrading moet als volgt verbonden worden met het klemmenblok op de montageplaat. Maximaal aandraaimoment schroeven: 0,5Nm(5,1kgf.cm):

L: Live (Fase)- verbinden met de bedrading van de woning die bruin gekleurd of met L gemarkeerd is.

N: Neutral (Nul)- verbinden met de bedrading van de woning die blauw gekleurd of met N gemarkeerd is.

WAARSCHUWING: De melder moet vast zijn aangesloten (overeenkomstig de norm NEN 1010) op een eindgroep van de elektrotechnische installatie.

WAARSCHUWING: Het door elkaar gebruiken (of slecht afsluiten) van de fase- en nulgeleiderverbindingen bij het koppelen van melders zal alle melders beschadigen. Zorg ervoor dat draden met dezelfde kleur worden gebruikt in de ruimtes voor fase-, nulgeleider- en koppelingsdraden.

Wij adviseren nadrukkelijk om het volgende te controleren voordat de melder wordt aangesloten:

  • controleer op fase en nulgeleider met een tester met twee sondes.
  • controleer op fase met een neon tester.
  • controleer of de doorgekoppelde draad NIET aangesloten is op fase, nulgeleider of aarde. Gebruik geen aardedraad voor de koppeldraad.

Opmerking: De melder hoeft niet geaard te worden.

Echter,de gemarkeerde aansluitklem is voorzien voor het gemak van de installateur, zodat koperen aardedraad of groen/geel gekleurde kabel veilig afgesloten kan worden.

Om melders door te koppelen moeten alle interconnect-klemmen samen worden gekoppeld zoals weergegeven in afbeelding 6 (zie deel 2.7 - Melders doorkoppelen).

  1. Als de installatiedraden verzonken zijn, moeten de draden door de achterste opening in de montageplaat worden gebracht, zoals weergegeven in afbeelding 4.

IC: INTERCONNECT - DOORKOPPELEN (BIJV. ORANJE) N: NEUTRAL - NUL (BLAUW) L: LIVE - FASE (BRUIN) VERWIJDERBARE KABELGOOTDOORGANG VOOR DOORVOER VAN OPPERVLAKTEKABEL (KABELGOOT) AARDE (GROEN/GEEL) OPENING VERZONKEN BEDRADING Afb.4

Als de installatiedraden langs het oppervlak lopen:

(a) positioneer de montageplaat zodanig, dat de kabelgoot identiek is aan de weergave in afbeelding 4.

N1C L Afb.5

(b) de montageplaat heeft een verwijderbaar deel, neem dit weg voor directe koppeling met 25 mm kabelgoot zoals weergegeven in afbeelding 5. Bij koppeling met 16 mm kabelgoot moet voorzichtig rond het gemarkeerde deel worden gesneden, waarbij de bovenkant intact blijft en het deel wordt vervangen. (Als u geen oppervlakbedrading gebruikt, moet het verwijderbare deel vanwege elektrische veiligheidsredenen op z'n plek blijven).

Er zijn twee andere posities die ook geschikt zijn voor de ingang (en uitgang) van de oppervlakbedrading in de melder. De ene bevindt zich naast het verwijderbare deel en de ander direct ertegenover.

  1. Lijn de montageplaat nauwkeurig uit en schroef deze vast op z'n plek. Sluit de draden aan op het klemmenblok. Bij verzonken bedrading moet ervoor worden gezorgd dat de achterste pakking de rand van de opening in het plafond afsluit. Dit is om te voorkomen dat tocht het binnendringen van rook/hitte in de melder beïnvloedt. Als de opening te groot is of als de melder deze niet afdicht, moet deze worden afgedicht met siliconenrubber of een soortgelijk middel.

  2. Vervang de bedrading afdekkap.

  3. Sluit de batterij aan op de batterijclip. Plaats de melder voorzichtig in de juiste positie op de montageplaat en schuif hem er vervolgens op.

  4. Houd de test-/pauzeknop 10 seconden ingedrukt. Het alarm klinkt. Na het loslaten van de testknop stopt het alarm van de deze melder onmiddellijk en het alarm van de onderling verbonden melders stoppen enkele seconden later.

  5. Verbind de netvoeding met het meldercircuit. Controleer of de groene led brandt.

  6. Breng de 'groepenkastlabel' aan, die zich op of in de buurt van de groepenkast bevindt en noteer installatiedatum en aantal melders op de groep.

  7. Controleer of de melder correct werkt (zie deel 3 - uw melder onderhouden).

2.7 Melders doorkoppelen

Bij doorgekoppelde melders klinken alle melders als een melder brand detecteert. Op alle melders klinkt het alarm, alleen op de melder die brand detecteert knippert de rode led-alarmindicator.

Hittemelders moeten altijd doorgekoppeld zijn naar rookmelders om te zorgen voor vroegtijdige waarschuwing. Ze zijn niet geschikt als brandveiligheidsvoorziening, tenzij ze deel uitmaken van een brandbeveiligingssysteem, dat wil zeggen wanneer ze onderling verbonden zijn met een of meer rookmelders.

Opmerking: In een Ei Electronics-alarmsysteem kunnen maximaal 12 melders en toebehoren doorgekoppeld worden.

Bij meer dan 12 melders verwijzen wij naar onze website www.eielectronics.nl

Of neemt u contact op met onze adviseurs bij Hemmink.

WAARSCHUWING: Verbind de 230V-melders niet met een vaste bedrading met laagspanning of batterij gevoede Ei Electronics-apparaten of elk ander type melder dat door een andere fabrikant is geproduceerd. Als dit wel gebeurt kan dit leiden tot beschadiging van de melders en gevaar voor elektrische schok of brand.

Systemen die meer dan 3 of 4 melders gebruiken moeten zeer nauwkeurig worden gepland, om ervoor te zorgen dat er geen overmatig vals alarm is, bijv. door kookdampen of stoom. Het volgende wordt geadviseerd:

Een Ei Electronics-regelschakelaar (model Ei1529RC of Ei450) moet geïntegreerd in het systeem en toegankelijk zijn voor alle bewoners, zodat de bron van een alarm snel geïdentificeerd kan worden.

Breng elektrische aansluitingen tot stand zoals weergegeven in afbeelding 6.

IC: INTERCONNECT - DOORKOPPELEN (BIJV. ORANJE) L: LIVE - FASE (BRUIN) N: NEUTRAL - NUL (BLAUW) Afb.6

Gebruik montagedraad (aders massief/H07V-U): blauw, bruin, groen/geel 2,5mm² en zwart, oranje 1,5mm². De bedrading dient als volgt op de bodemplaat te worden aangesloten:

L (Live): Fase – aansluiten met bruine draad;

N (Neutral): Nul - aansluiten met blauwe draad.

IC (interconnect/koppeldraad): gebruiken alleen wanneer melders gekoppeld worden. Gebruik voor het bedraad doorkoppelen van melders geen aardedraad of een draad die later verward kan worden met de bestaande bedrading (geen bruin, zwart, grijs, blauw of geel-groen; neem bijv. oranje).

De koppelingsdraad (kabel minimaal 0,75 mm²) moet behandeld worden alsof hij een fasedraad is. Hij moet voorzien zijn van isolatie en een mantel.

De maximale lengte om melders bedraad te kunnen koppelen is 250 meter (max. 50 Ohm).

Deze rook-/hittemelders mogen uitsluitend onderling verbonden zijn binnen de grenzen van de woonruimte van één gezin. Als er koppeling is tussen verschillende

woonruimtes kunnen er overmatige valse alarmen optreden. Het is mogelijk dat niet iedereen weet dat ze getest worden of dat er sprake is van een vals alarm vanwege bijvoorbeeld koken.

De melder kan ook RF-doorgekoppeld worden aan andere RF-melders en -apparaten door het installeren van een Ei168RC montageplaat. Voor gedetailleerde gebruikersinstructies over het gebruik van de Ei168RC, raadpleeg de Ei168RC handleiding.

2.8 MELDER VERWIJDEREN

WAARSCHUWING: Voeding loskoppelen voor verwijderen
1 Zoek verwijdergleuf Zoek de pijl aan de voorzijde van de melder. De gleuf bevindt zich direct boven de pijl.

2 Steek de schroevendraaier erin Steek een platkopschroevendraaier er horizontaal circa 1cm in het midden van de verwijdergleuf in.

3 Schuif de melder van de montageplaat Duw met de ingebrachte schroevendraaier het onderste deel van de melder weg van de schroevendraaier, in de richting van de pijl op de kap.

4 Melder verwijderen Houd het onderste deel van de melder vast en neem dit van de basisplaat weg door de melder richting de vloer naar beneden te brengen.

Deel voor gebruikers

3. uw melder onderhouden

3.1 uw melder testen

Alle melders moeten regelmatig worden getest, om er zeker van te zijn dat deze correct werken. Richtlijnen en best practices voor testen zijn:

  1. Nadat het systeem is geïnstalleerd.
  2. Een keer per maand daarna.
  3. Na langere afwezigheid van de woning (bijv. na een vakantie).
  4. Na reparatie of onderhoud van een van de melders of huishoudelijke elektrische werkzaamheden.

Inspectie- en testprocedure

1 Voeding controleren Controleer of er een groen lampje brandt op de afdekking.

2 Test Houd de test-knop 10 seconden ingedrukt. Het alarm zal luid klinken.

(i) Controleer of de groene led stroomindicator continu brandt. (Controleer stroomonderbrekers, zekeringen, bedrading etc. als hij niet brandt.)
(ii) Controleer of de rode led op de kap eenmaal per 40 seconden knippert om aan te geven dat de melder normaal werkt. Als in het geheugen is vastgelegd dat de melder in de afgelopen 24 uur is afgegaan, knippert de rode led tweemaal per 40 seconden. Na 24 uur wordt het geheugen gewist of als de testknop wordt ingedrukt.
(iii) Controleer ook of er geen storingen zijn, d.w.z. GEEN piepgeluiden (als dit het geval is moet u de indicatoroverzichtstabel raadplegen).

(iv) Controleer op tekenen van verontreiniging, zoals spinnenwebben of stof, en reinig de melder, indien nodig, zoals beschreven in het gedeelte "Uw melder reinigen".

(v) Houd de testknop maximaal 10 seconden ingedrukt om te controleren of de sensorkamer, de elektronica en de sounder werken. Wanneer de testknop wordt ingedrukt knippert de rode LED op de melder en gaat het alarm af. Het alarm stopt als de knop wordt losgelaten. Het indrukken van de testknop is de beste manier om te controleren of de melder correct werkt. Bij deze handeling wordt ook het geheugen gewist.

(vi) Alleen doorgekoppelde melders - Test de eerste melder door de Test-knop 10 seconden ingedrukt te houden. Nadat de eerste alarm klinkt moeten alle melders binnen 10 seconden klinken. Het rode lampje, alleen op het eerste apparaat, knippert ongeveer één keer per seconde. Na het loslaten van de Test-knop, stopt de plaatselijke alarm direct en blijven de doorgekoppelde melders nog 3-4 seconden klinken (bij testen met RF-doorkoppeling kan dit iets langer duren). Deze functie is een geluidsverificatie dat de doorkoppeling in orde is. Controleer alle andere melders op dezelfde manier.

(vii) Controleer de werking van de back-up batterij direct na installatie en vervolgens minimaal eenmaal per jaar als volgt:

- Schakel de netvoeding uit op de verdeelkast en controleer of het groene indicatorlampje uit is.

- Houd de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) gedurende 10 seconden ingedrukt en controleer of de alarm goed te horen is.

- Controleer de melder gedurende 3 minuten op storingspiepjes en knipperende rode led foutindicator (zie tabel "Storingsmodi" om te kijken wat u in dat geval moet doen.

- Schakel de netvoeding weer in op de verdeelkast.

Netvoeding voor langere tijd uitschakelen

Als de woning regelmatig worden voor langere tijd wordt verlaten zonder ingeschakelde netvoeding moeten de melders worden verwijderd van de montageplaten om te voorkomen dat de batterijen helemaal leeglopen. (Dit gebeurt soms bij vakantiehuisjes die alleen 's zomers bezet zijn).

De melders moeten terug worden geplaatst op de montageplaten als de woning weer bezet is.

WAARSCHUWING: NIET TESTEN MET VUUR

Dit kan de melder in brand zetten en de woning beschadigen. Wij adviseren ook om niet te testen met

hitte, aangezien de resultaten misleidend kunnen zijn, tenzij juiste apparatuur wordt gebruikt.

3.2 De batterij vervangen

OPMERKING: Constante blootstelling aan hoge of lage temperaturen of hoge vochtigheid kan de levensduur van de batterij verkorten.

  1. Schakel de netvoeding naar de melder uit (De groene LED op de melder gaat uit).
  2. Verwijder de melder zoals beschreven wordt in de sectie 'MELDER VERWIJDEREN'.
  3. Zoek het batterijvak in de montageplaat van de melder (Zie afbeelding hieronder).

MONTAGEPLAAT 9 Volt Batterij BATTERIJCLIP 4-WEGSTEKKER VOOR AANSLUITING OP CONTRASTEKKER OP MONTAGEPLAAT VOOR VERBINDING MET NETVOEDING EN BATTERIJ

  1. Klik de batterij uit de aansluitingen op de batterijclip.
  2. Plaats de nieuwe batterij in de melder door deze in de batterijclip te vast te klikken. Gebruik alleen 9V-alkalinebatterijen zoals Duracell MN1604 of Energizer 522. Andere batterijen kunnen problemen veroorzaken.

We adviseren een batterij te gebruiken waarvan de vervangingsdatum ten minste twee jaar later is. Bij een eerdere vervangingsdatum gaat de melder voortijdig piepen.

  1. Schuif de melder terug op de montageplaat. Er is een klik te horen als de melder vastklikt. (De melder kan pas op de montageplaat teruggeplaatst worden als er een batterij geplaatst is.)
  2. Houd de testknop ingedrukt. De melder gaat nu in alarm.

Schakel de netvoeding naar de melder weer in (De groene led op kap gaat nu branden).

3.3 Uw melder reinigen

Reinig uw melder regelmatig. In stoffige ruimtes kan het nodig zijn om de melder vaker te reinigen.

1 Stofzuigen Stofzuig rond de ventilatiegaten aan de zijkant om te reinigen

2 Schoonvegen Veeg de melder schoon met een schone, vochtige doek en droog grondig af

Gebruik het smalle mondstuk van uw stofzuiger om stof, insecten en spinnenwebben te verwijderen van de zijkanten en afdekkingsgleuven waar de luchtstroom naar binnen gaat. Reinig de buitenste afdekking door deze af en toe met een schone, vochtige doek af te vegen en vervolgens goed te drogen met een pluisvrije doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen, bleekmiddelen, afwasmiddelen of poetsmiddelen, waaronder die in spuitbussen.

Behalve het reinigen en vervangen van de batterij backup zoals hierboven beschreven, is ander onderhoud door de klant niet nodig. Reparaties, indien nodig, moeten worden uitgevoerd door de fabrikant.

Alle melders zijn gevoelig voor het binnendringen van stof en insecten, wat kan leiden tot foutieve alarmen of een defecte melder.

In bepaalde omstandigheden kunnen verontreinigingen zich ondanks regelmatige reiniging ophopen in de rooksensorkamer, waardoor de melder klinkt of defect raakt. Wij kunnen niets doen aan verontreiniging, aangezien deze volledig onvoorspelbaar is en beschouwd wordt als normale slijtage.

Om deze reden valt verontreiniging niet onder de garantie.

4. Wat te doen bij een alarm

WAARSCHUWING: Als uw melder afgaat en u niet zeker bent van de oorzaak, moet u ervan uitgaan dat het alarm het gevolg is van een echte brand en moet de woning onmiddellijk worden ontruimd.

  1. Controleer deuren van een ruimte op hitte of rook. Open geen hete deur. Gebruik een alternatieve vluchtroute. Sluit alle deuren achter u bij het verlaten.

Ei Electronics EI146ERF - Wat te doen bij een alarm - 1

  1. Als er veel rook is, moet u wegkruipen, waarbij u dicht bij de grond blijft. Adem indien mogelijk kort in door een natte doek of houd uw adem in. Mensen overlijden vaker door het inademen van rook dan door vlammen.

Ei Electronics EI146ERF - Wat te doen bij een alarm - 2

  1. Ga zo snel mogelijk naar buiten. Niet stoppen om dingen in te pakken. Zorg voor een vooraf afgesproken ontmoetingspunt buiten voor alle gezinsleden. Controleer of iedereen aanwezig is.

Ei Electronics EI146ERF - Wat te doen bij een alarm - 3

brandweer met een mobiele telefoon of met de telefoon van de buren. Bel de brandweer voor elke brand, hoe klein deze ook is, want brand kan zich plotseling verspreiden. Bel de brandweer ook als het alarm automatisch wordt overgedragen naar een meldkamer. Het kan zijn dat de verbinding niet werkt.

Ei Electronics EI146ERF - Wat te doen bij een alarm - 4

  1. NOOIT een brandende woning weer betreden.

NOOIT

5. Indicatoren

5.1 indicatoroverzichtstabellen

Normale modus
ModusHandelingG roene (voeding)LED Rode LED (alarm)Geluid
InschakelenSchuif op montageplaatEi Electronics EI146ERF - Indicatoren - 1
Stand-byEi Electronics EI146ERF - Indicatoren - 2elke 40 sec
Testen (Maandelijks)Test-knop indrukken en ingedrukt houdenEi Electronics EI146ERF - Indicatoren - 3elke 0.5 secEi Electronics EI146ERF - Indicatoren - 4
In alarmmodus
Detectie van brandEi Electronics EI146ERF - Indicatoren - 5elke 0.5 secEi Electronics EI146ERF - Indicatoren - 6
Geactiveerd via doorkoppelingEi Electronics EI146ERF - Indicatoren - 7Ei Electronics EI146ERF - Indicatoren - 8
Indrukken van de Test-hush-knop op de melder die de brand detecteertEi Electronics EI146ERF - Indicatoren - 9elke 10 secEi Electronics EI146ERF - Indicatoren - 10 x 10min
Memory-mode (geheugenmodus)
0-24hx 2elke 40 sec

Memory-mode (geheugenmodus)

0-24helke 40 sec x 2

1 Als er een storing is, zal het alarm ook een keer piepen.

Ei Electronics EI146ERF - Indicatoren - 11

Storingsmodi indicatoren
Wat u hoort/zietbetekentWat te docnWat dit
Groene LED (voeding)Roche LED (alarm)Piept
(u) \\ (o) \\ (o) \\ (o) elke 40 sec230V-voeding uit230V-voeding weer aansluiten
(u) \\ (o) \\ (o) x1 + (u) \\ (o) \\ (o) x1 elke 40 secBack-up batterij bijna leegBatterij vervangen
(u) \\ (o) \\ (o) x1 afwisse end elke 20 sec (u) \\ (o) \\ (o) x1
(u) \\ (o) \\ (o) elke 40 sec (u) \\ (o) \\ (o) elke 20 secBack-up batterij bijna leeg SensorstoringMelder vervangen

1 Als de vervangdatum op het label aan de zijkant van de melder is verstreken, vervangt u de melder

Storingsmodi indicatoren bij het indrukken van de test-/onderdrukkingsknop
StoringHandelingG roene (voeding)LED Rode LED (alarm)Piept
Back-up batterij bijna leegTest-knop indrukken en ingedrukt houdenx 1
SensorstoringTest-knop indrukken en ingedrukt houden

5.2 Probleemoplossing

1. UW MELDER MAAKT GEEN GELUID ALS U DE TEST-KNOP INDRUKT

(1) Controleer of de melder correct is bevestigd op de montageplaat.
(2) Wacht 15 seconden na het aansluiten van de voeding voordat er wordt getest met de knop.
(3) Houd de knop minimaal 10 seconden stevig ingedrukt.
(4) Als het alarm niet afgaat, moet uw melder worden geretourneerd voor reparatie of vervanging -zie het gedeelte 8.1 "UW MELDER LATEN ONDERHOUDEN".

2. UW MELDER AFGAAT ZONDER DUIDELIJKE REDEN

(1)Als er na ontruiming en observatie van de woning geen teken van rook, hitte of geluid te zien is dat erop wijst dat er brand is, controleer dan de woning zorgvuldig voor het geval er ergens een klein brandje aan het smeulen is.
(2) Controleer op rook, dampen, stoom, zeer hete lucht, etc.
(3)Vind de melder die afgaat en een knipperende rode led heeft.
(4) Als u de woning zorgvuldig hebt onderzocht en zeker weet dat het vals alarm is, drukt u kort op de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) om de melder 10 minuten te onderdrukken. Gedurende deze tijd zullen ook doorgekoppelde melders onderdrukt worden. Als de melder zich in de 'Hush'-modus (onderdrukkingsmodus) bevindt, blijft de rode led knipperen als deze de aanwezigheid van rook of hitte detecteert. Na 10 minuten wordt de melder teruggezet naar de normale modus. Als aanvullende onderdrukkingstijd nodig is, moet u de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) weer indrukken.
(5) Als vaak vals alarm voorkomt, kan het noodzakelijk zijn om de melder uit de buurt van de bron van damp te verplaatsen of als de melder blijft klinken zonder dat er rook of hitte is en het reinigen van de melder het probleem niet oplost, moet de melder worden vervangen.

3. DOORGEKOPPELDE MELDERS GAAN NIET ALLEMAAL AF

(1) Houd de Test-knop minimaal 10 seconden ingedrukt om ervoor te zorgen dat het signaal wordt overgedragen naar alle doorgekoppelde melders.

(2) Als dat niet het geval is en u een bedrade doorkoppeling hebt, adviseren wij u om een gekwalificeerde installateur te raadplegen.
(3) Als de melder is uitgerust met een RF-montageplaat voor draadloze doorkoppeling, moet gecontroleerd worden dat alle melders in het RadioLINK-systeem gevoed worden en correcte huiscode hebben.

4. HET INDRUKKEN VAN DE TEST/HUSH-KNOP (TEST-/ONDERDRUKKINGSKNOP) ONDERDRUKT HET ALARM NIET

Zorg er altijd voor dat u de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) indrukt op de melder die klinkt en een knipperende rode led heeft.

5. UW MELDER PIEPT/KNIPPERT

De melder controleert de batterij, sensor en elektronica automatisch en regelmatig om ervoor te zorgen dat deze allemaal naar behoren werken. Als een storing wordt herkend, waarschuwt de melder de bewoner via korte piepjes en rode LED knipperingen.

(1) Als de batterij leeg is, piept de melder en knippert de rode LED elke 40 seconden tegelijkertijd. Vervang de batterij volgens de stappen aangegeven in gedeelte 3.2 - "DE BATTERIJ VERVANGEN".
(2)Als het melder een fout heeft gevonden met de sensor/thermistor, zal het piepen en de rode LED knipperen, maar NIET tegelijkertijd. In dit geval moet de melder worden teruggestuurd voor reparatie of vervanging, zie gedeelte 8 - "SERVICE EN GARANTIE".
(3) Als zowel een bijna lege batterij als een sensor-/thermistorfout tegelijkertijd bestaan, zal het melder een pieptoon en knipperen van de rode LED afwisselen met een enkele pieptoon. In dit geval moet de melder worden teruggestuurd voor reparatie of vervanging, zie gedeelte 8 - "SERVICE EN GARANTIE".

6. Belangrijke beschermingen

Als een brandbeveiligingssysteem is geïnstalleerd, moeten de fundamentele voorzorgsmaatregelen altijd worden getroffen, waaronder die hieronder:

- Lees alle aanwijzingen door.

- BELANGRIJK: Ervaring leert dat kinderen niet worden gewekt door het geluid van rookmelders. Het is belangrijk dat kinderen nooit alleen in een huis worden achtergelaten. Huishoudens moeten een noodplan hebben voor het geval er brand uitbreekt en dit oefenen, zodat iedereen weet hoe men moet vluchten bij brand. De hoogste prioriteit tijdens brand ligt bij het wekken van alle slapende kinderen en samen met alle andere bewoners onmiddellijk naar een veilige plaats buiten het terrein waar de brand plaatsvindt gaan. De brandweer dient altijd te worden gebeld, hoe klein de brand ook is.

- Gebruik het testen van de melder als een middel om uw gezin bekend te maken met het alarmgeluid en om brandoefeningen regelmatig met alle gezinsleden uit te voeren. Herhaal vluchtroutes zodat iedereen thuis weet wat hij/zij moet doen als het alarm klinkt. Raadpleeg voor meer informatie uw plaatselijke brandweer.

- Om gevoeligheid voor brand te behouden, mag de melder niet worden geverfd en mag deze niet worden afgedekt en; moet de ophoping van spinnenwebben, stof of vet worden voorkomen.

- Als een melder beschadigd is of niet correct werkt, mag u niet proberen om deze te repareren. Melder retourneren - zie deel 8 - "SERVICE EN GARANTIE".

- De melder is alleen bedoeld voor woningen.

- Brandmelders zijn geen vervanging van een verzekering. De leverancier of fabrikant is niet uw verzekeraar.

• Gooi uw melder niet in vuur.

7. Beperkingen van brandmelders

Rook-/hittemelders kunnen een aanzienlijke bijdrage leveren om het gevaar voor overlijden door brand te verlagen.

Onafhankelijke autoriteiten hebben echter aangegeven dat deze systemen ondoeltreffend kunnen zijn in enkele brandsituaties. Daarvoor zijn er een aantal redenen:

  • De melders werken niet als de netvoeding uitgeschakeld of losgekoppeld is en de back-up batterij leeg is. Test de melder regelmatig om te controleren dat de voeding naar behoren werkt.
  • De melders detecteren geen brand als er niet voldoende hitte/rook in de melders komt. Het kan zijn dat hitte/rook de melder niet bereikt als de brand te ver weg is, bijvoorbeeld als de brand op een andere verdieping is, achter een gesloten deur, in een schoorsteen, in een spouwmuur of als aanwezige tocht de hitte/rook weghoudt. Het plaatsen van hittemelders en rookmelders aan beide kanten van gesloten deuren en door de gehele woning of gebouw zoals aanbevolen in deze handleiding maakt vroegtijdige detectie zeer waarschijnlijker.
  • Melders worden mogelijk niet gehoord. Het kan zijn dat personen die onder invloed zijn van drugs of alcohol niet wakker worden van de melder.
  • De melders detecteren mogelijk niet elke soort brand om vroegtijdig te waarschuwen.
  • De melders hebben een beperkte levensduur. De fabrikant adviseert om maandelijks te testen en de melder na maximaal 10 jaar te vervangen, als voorzorgsmaatregel.

8. Service en garantie

8.1 Uw melder laten onderhouden

Als uw melder niet werkt nadat u zorgvuldig alle aanwijzingen hebt doorgelezen en dit in de garantieperiode valt, moet gecontroleerd worden of de melder correct is geïnstalleerd en 230V-voeding ontvangt. Neem daarna contact met ons op.

Als geadviseerd wordt om uw melder te retourneren, moet u ervoor zorgen dat de melder in een doos met vulling wordt geplaatst en dat de melder niet op de montageplaat is gemonteerd (aangezien de melder kan piepen of een alarm kan afgeven als de Test/Hush-knop (test-/onderdrukkingsknop) wordt ingedrukt tijdens het verzenden), met de aankoopbon en een beschrijving van de aard van de storing.

8.2 Milieu en garantie

Rookmelders hebben geen onbeperkte levensduur.

Vervang de rookmelder elke 10 jaar. Een sticker op de zijkant van de rookmelder geeft de vervangingsdatum aan.

Rookmelders en de batterijen moeten in Nederland milieuvriendelijk worden gerecycled. Zie daartoe www.wecycle.nl. Daarom treft u deze sticker op de rookmelder aan.

Het symbool met de doorgekruiste klikobak op uw product wil zeggen dat het niet met het normale huisafval mee kan. Een correcte afvalscheiding beschermt natuur en mens. Wanneer u dit product weggooit, scheidt u het aub van het normale huisvuil om er zeker van te zijn dat het op de juiste manier gerecycled kan worden.

Voor verdere informatie over inzameling en afvalverwerking kunt u contact opnemen met uw lokale milieustraat / eco-station of uw leverancier.

Ei Electronics EI146ERF - Milieu en garantie - 1

8.3 Garantie en servicebepaling

Hemmink garandeert vijf jaar productgarantie na aankoopdatum, tegen alle defecten die niet veroorzaakt zijn door verkeerd gebruik of beschadiging van de melder.

De schade ontstaan door brand is niet te verhalen op de fabrikant of leverancier. Wanneer product niet correct werkt en u heeft de testprocedures zoals beschreven doorlopen (zie ook www.eielectronics.nl), dan dient u contact op te nemen met uw installateur / leverancier / woningbouwvereniging.

Zij zullen u verder helpen met de oplossing voor de storing. Wanneer uiteindelijk na alle inspanningen geen

resultaat kan worden bereikt en u kunt aanspraak maken op de productgarantie, dan kan contact gezocht worden met Hemmink.

Vraag naar afdeling verkoop voor nadere instructies over verpakken, beschrijving defect/klacht, waar het product gekocht is, welke aankoopinformatie en voor het verstrekken van een retournummer.

CE2797
Ei Electronics, Shannon, Co. Clare, Ireland21DoP Nr. 21-0002
EN14604:2005 + AC:2008Rookmelders:Ei146eBrandveiligheidNominale activeringsomstandigheden/- gevoeligheid, reactievertraging (reactietijd) en prestaties tijdens een brandOperationele betrouwbaarheid GeslaagdTolerantie voor spanningstoevoer GeslaagdReactievertraging en temperatuurweerstand GeslaagdTrillingsweerstand GeslaagdVochtigheidsweerstand GeslaagdCorrosieweerstand GeslaagdElektrische stabiliteit Geslaagd
CE
Hittemelders: Ei144e

De conformiteitsverklaring nr. 21-0002 kan worden geraadpleegd op www.eielectronics.com/compliance

Contact

Importeur voor Nederland:

Hemmink B.V.

E-mail: info@hemmink.nl

www.hemmink.nl

Producent:

Ei Electronics

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Ei Electronics

Model : EI146ERF

Categorie : Rookmelder