SUN2000MA-6KTL-MO - Zonnepaneel HUAWEI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SUN2000MA-6KTL-MO HUAWEI in PDF-formaat.
| Producttype | Stringomvormer voor zonnepanelen |
| Merk | Huawei |
| Model | SUN2000MA-6KTL-MO |
| Afmetingen (B x H x D) | 525 x 470 x 185 mm |
| Gewicht | ca. 18,5 kg |
| Maximaal ingangsvermogen | 9,0 kWp |
| Maximale ingangsspanning | 1100 V |
| Nominaal uitgangsvermogen | 6,0 kVA |
| Maximale uitgangsstroom | 9,2 A |
| Netspanning | 220/380 V of 230/400 V |
| Frequentie | 50/60 Hz |
| Efficiëntie (max) | 98,6% |
| Beschermingsgraad | IP65 |
| Koeling | Natuurlijke convectie (ventilatorloos) |
| Werktemperatuur | -25 °C tot +60 °C |
| Communicatie | Wi-Fi / 4G (optioneel) |
| Garantie | 5 jaar (uitbreidbaar) |
| Ondersteunde zonnepanelen | Monokristallijn, polykristallijn, dunne film |
| Installatie | Binnen- of buitenmuurmontage |
| Toepassing | Netgekoppeld zonne-energiesysteem |
| Veiligheidsnormen | IEC 62109-1/2, VDE-AR-N 4105 |
Veelgestelde vragen - SUN2000MA-6KTL-MO HUAWEI
Gebruikersvragen over SUN2000MA-6KTL-MO HUAWEI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zonnepaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SUN2000MA-6KTL-MO - HUAWEI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SUN2000MA-6KTL-MO van het merk HUAWEI.
GEBRUIKSAANWIJZING SUN2000MA-6KTL-MO HUAWEI
Gebruikershandleiding
Uitgave 06
Datum 2022-03-07

Geen enkel onderdeel van dit document mag in geen enkele vorm of wijze worden gereproduceerd of gedistribueerd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Huawei Technologies Co. Ltd.
Handelsmerken en toestemmingen

HUAWEI en andere Huawei-handelsmerken zijn handelsmerken van Huawei Technologies Co., Ltd. Alle overige handelsmerken en handelsnamen die in dit document worden genoemd, zijn eigendom van de respectievelijke eigenaars.
Kennisgeving
Voor de aangekochte producten, diensten en functionaliteiten gelden de bepalingen in het contract tussen Huawei en de klant. Alle of een deel van de producten, diensten en functionaliteiten die in dit document worden beschreven, vallen mogelijk niet binnen het bereik van de aankoop of het gebruik. Tenzij anders aangegeven in het contract, worden alle verklaringen, informatie en aanbevelingen in dit document aangeboden "AS IS" en zonder enige waarborgen, garanties of voorstellingen, zij het uitdrukkelijk of impliciert.
De informatie in dit document kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. Tijdens het vervaardigen van dit document is er alles aan gedaan om de nauwkeurigheid van de inhoud te waarborgen. De verklaringen, informatie en aanbevelingen in dit document bieden echter geen enkele garantie, in welke vorm dan ook, zij het uitdrukkelijk of impliciet.
Huawei Technologies Co., Ltd.
Adres: Huawei Industrial Base
Bantian, Longgang
Shenzhen 518129
P.R. China
Website: https://e.huawei.com
Over dit document
Doel
Dit document beschrijft de SUN2000-(2KTL-6KTL)-L1 (in het kort SUN2000) wat betreft installatie, elektrische aansluitingen, inbedrijfstelling, onderhoud en probleemoplossing. Zorg voordat u de SUN2000 gaat installeren en gebruiken dat u bekend bent met de kenmerken, functies en de veiligheidsvoorschriften die in dit document worden beschreven.
Beoogd publiek
Dit document is bedoeld voor:
• Installateurs
- Gebruikers
Symboolconventies
De symbolen die in dit document kunnen voorkomen, zijn als volgt gedefinieerd.
| Symbool | Beschrijving |
![]() | Geeft een gevaar aan dat, indien dit niet wordt vermeden, een groot risico op overlijden of ernstig letsel met zich meebrengt. |
![]() | Geeft een gevaar aan dat, indien dit niet wordt vermeden, een gemiddeld risico op overlijden of ernstig letsel met zich meebrengt. |
![]() | Geeft een gevaar aan dat, indien dit niet wordt vermeden, een klein risico op licht of middelzwaar letsel met zich meebrengt. |
![]() | Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt vermeden, kan leiden tot schade aan apparatuur, gegevensverlies, verminderde prestaties of onverwachte resultaten.KENNISGEVING wordt gebruikt om op praktijken te wijzen die niet gerelateerd zijn aan persoonlijk letsel. |
| Symbool Beschrijving | |
| OPMERKING | Vormt een aanvulling op de belangrijke informatie in de hoofdtekst.OPMERKING wordt gebruikt om informatie te geven die niet gerelateerd is aan persoonlijk letsel, schade aan apparatuur en schade aan de omgeving. |
Wijzigingsgeschiedenis
Wijzigingen aan documenten zijn cumulatief. De nieuwste editie van het document bevat alle wijzigingen die gemaakt zijn in eerdere uitgaven.
Uitgave 06 (07-03-2022)
- Toegevoegd 2.1 Overzicht.
- Toegevoegd 4.3 De installatiepositie bepalen.
- Toegevoegd 5.1 Kabels voorbereiden.
- Toegevocgd 5.6 De DC-ingangskabels aansluiten.
- Toegevoegd 5.7 (Optioneel) Accukabels aansluiten.
- Toegevoegd 6.2 Het systeem inschakelen.
- Toegevoegd 8.3 Problemen oplossen.
- Toegevoegd D Snelle uitschakeling.
Uitgave 05 (08-10-2021)
- Toegevoegd 5.6 De DC-ingangskabels aansluiten.
- Toegevoegd 5.7 (Optioneel) Accukabels aansluiten.
- Toegevoegd 5.8 (Optioneel) Signaalkabels installeren.
- Toegevoegd 7.1 Inbedrijfstelling van app.
- Toegevoegd 7.2.1.2 Accuregeling.
- Toegevoegd D Snelle uitschakeling.
Uitgave 04 (01-04-2021)
- Toegevoegd 5.1 Kabels voorbereiden.
- Toegevoegd 6.2 Het systeem inschakelen.
- Toegevoegd 8.3 Problemen oplossen.
Uitgave 03 (15-09-2020)
- Toegevoegd 5.2 PE-kabels aansluiten.
- Toegevoegd 8.3 Problemen oplossen.
Uitgave 02 (09-06-2020)
- Tocgevoegd 4.2 Gereedschappen en instrumenten voorbereiden.
- Toegevoegd 5.1 Kabels voorbereiden.
- Toegevoegd 5.6 De DC-ingangskabels aansluiten.
- Toegevoegd 5.8 (Optioneel) Signaalkabels installeren.
- Toegevoegd 7.1.4 (Optioneel) De fysieke lay-out van Smart PV optimizers instellen.
- Toegevoegd C Wachtwoord resetten.
Uitgave 01 (17-04-2020)
Deze uitgave is de eerste officiële uitgave.
Inhoudsopgave
Over dit document....ii
1 Veiligheidsvoorschriften....1
1.1 Algemene veiligheid....1
1.2 Personeelseisen....3
1.3 Elektrische veiligheid.... 3
1.4 Omgevingsvereisten voor de installatie....4
1.5 Mechanische veiligheid....5
1.6 Inbedrijfstelling....6
1.7 Onderhoud en vervanging....6
2 Productintroductie....8
2.1 Overzicht....8
2.2 Beschrijving van de onderdelen.... 12
2.3 Labelbeschrijving.... 13
2.4 Werkingsprincipes....16
3 Opslag SUN2000....18
4 Systeeminstallatie.... 19
4.1 Controleren vóór de installatie.... 19
4.2 Gereedschappen en instrumenten voorbereiden.... 20
4.3 De installatiepositie bepalen....21
4.4 Een SUN2000 verplaatsen....25
4.5 Een SUN2000 installeren.... 25
4.5.1 Installatie aan de muur....26
4.5.2 Installatic aan een steun....28
5 Elektrische aansluiting....32
5.1 Kabels voorbereiden....33
5.2 PE-kabels aansluiten....37
5.3 (Optioneel) Een Smart Dongle installeren....40
5.4 Een WLAN-antenne plaatsen.... 42
5.5 Een AC-uitgangskabel aansluiten....43
5.6 Dc DC-ingangskabels aansluiten....47
5.7 (Optioneel) Accukabels aansluiten....51
5.8 (Optioneel) Signaalkabels installeren....53
6 Systeem in bedrijf stellen....61
6.1 Controle voor inschakelen....61
6.2 Het systeem inschakelen....62
7 Mens-machine-interactie.... 65
7.1 Inbedrijfstelling van app....65
7.1.1 FusionSolar-app downloaden....65
7.1.2 (Optioneel) Een installateursaccount registreren....66
7.1.3 Een PV-installatie en een gebruiker aanmaken....67
7.1.4 (Optioneel) De fysieke lay-out van Smart PV optimizers instellen.... 68
7.2 Parameterinstellingen.... 70
7.2.1 Energiebeheer....70
7.2.1.1 Instellingen netgekoppelde punt....71
7.2.3 IPS-controle (voor Italië alleen netcode CEI0-21)....77
7.2.4 DRM (Australia AS4777)....79
8 Systeemonderhoud.... 81
8.1 Het systeem uitschakelen....81
8.2 Routinematig onderhoud.... 82
8.3 Problemen oplossen....83
9 SUN2000 afvoeren.... 94
9.1 Een SUN2000 verwijderen....94
9.2 Inpakken van een SUN2000....94
9.3 Een SUN2000 afvoeren....94
B Inbedrijfstelling van apparaat.... 105
C Wachtwoord resetten.... 108
D Snelle uitschakeling....111
E Storingen isolatieweerstand lokaliseren.... 112
F Acroniemen en afkortingen....116
1 Veiligheidsvoorschriften
1.1 Algemene veiligheid
Verklaring
Voordat u de apparatuur gaat installeren, bedienen en onderhouden, dient u eerst dit document te lezen en alle veiligheidsvoorschriften voor de apparatuur en in dit document in acht te nemen.
De verklaringen 'LET OP', 'VOORZICHTIG', 'WAARSCHUWING' en 'GEVAAR' in dit document zijn niet representatief voor alle veiligheidsvoorschriften. Ze vormen slechts aanvullingen op de veiligheidsvoorschriften. Huawei is niet aansprakelijk voor eventuele gevolgen die worden veroorzaakt door het niet opvolgen van algemene veiligheidsvoorschriften voor gebruik en de veiligheidsnormen voor apparaatontwerp, -productie en -gebruik.
Zorg ervoor dat de apparatuur in omgevingen wordt gebruikt die aan de ontwerpspecificaties voldoen. Anders kan de apparatuur defect raken, en hieruit voortkomende storingen, schade aan onderdelen, persoonlijk letsel of schade aan eigendommen wordt niet gedekt door de garantic.
Volg lokale wetten en regels op wanneer u de apparatuur installeert, bedient of onderhoudt. De veiligheidsvoorschriften in dit document zijn alleen aanvullingen op plaatselijke wetten en voorschriften.
Huawei is niet aansprakelijk voor eventuele gevolgen van de volgende omstandigheden:
- Bediening buiten de voorwaarden die zijn vermeld in dit document
- Installatie of gebruik in omgevingen die niet zijn gespecificeerd in gerelateerde internationale of nationale normen
- Onbevoegde wijzigingen aan het product of de softwarecode of verwijdering van het product
- Het niet naleven van de bedieningsinstructies en veiligheidsvoorschriften van het product en in dit document
- Apparaatschade als gevolg van overmacht (zoals aardbevingen, brand en storm)
● Schade die is veroorzaakt tijdens transport door de klant
- Opslagomstandigheden die niet voldoen aan de eisen die zijn vermeld in dit document
Algemene vereisten

GEV A AR
Zorg dat de stroom is uitgeschakeld tijdens de installatie.
- Installeer, gebruik of bedien apparatuur en kabels voor gebruik buitenshuis (waaronder, maar niet beperkt tot bewegende apparatuur, bedieningsapparatuur en kabels, het aansluiten of loskoppelen van connectors van signaalpoorten die zijn verbonden met buitenvoorzieningen, werken op hoogte en het uitvoeren van installaties buitenshuis) niet bij slechte weersomstandigheden zoals onweer, regen, sneeuw, en een windkracht van 6 Beaufort of meer.
- Nadat de apparatuur is geïnstalleerd, dient u onnodig verpakkingsmateriaal, zoals karton, schuim, kunststoffen en kabelbinders uit de apparatuurruimte te verwijderen.
- In geval van brand dient u het gebouw of de ruimte waarin de apparatuur zich bevindt, meteen te verlaten en het noodalarm in te schakelen of de noodhulpdiensten te bellen. Ga in geen geval het gebouw binnen als er brand is.
- U mag de waarschuwingslabels of naamplaatjes op de apparatuur niet beschrijven, beschadigen of afdekken.
- Gebruik bij het installeren van de apparatuur gereedschap om de schroeven vast te draaien met het voorgeschreven aanhaalmoment.
- Zorg dat u de onderdelen en de werking van een netgekoppeld PV-voedingssysteem en de relevante lokale voorschriften begrijpt.
- Overschilder eventuele krassen of beschadigingen die zijn veroorzaakt tijdens het transport of de installatie van de apparatuur zo snel mogelijk. Apparatuur met krassen kan niet gedurende langere periodes buitenshuis worden gebruikt.
- Open het hostpanel van de apparatuur niet.
- U mag geen reverse-engineering toepassen op de apparaatsoftware en de apparaatsoftware niet decompileren, deassembleren of aanpassen, code toevoegen aan de apparaatsoftware of de apparaatsoftware anderszins wijzigen, de interne implementatie van het apparaat onderzoeken, de broncode van de apparaatsoftware verkrijgen, inbreuk maken op intellectueel eigendom van Huawei of testresultaten van de prestaties van de apparaatsoftware openbaar maken.
Persoonlijke veiligheid
- Als er risico op persoonlijk letsel of schade aan de apparatuur aanwezig is tijdens de bediening van de apparatuur, dient u de bediening meteen te stoppen, het probleem te melden bij de supervisor, en redelijke beschermingsmaatregelen te treffen.
- Gebruik gereedschappen op de juiste manier om te voorkomen dat personen gewond raken of dat de apparatuur beschadigd raakt.
- Raak de apparatuur niet aan als deze in bedrijf is, aangezien de behuizing heet is.
1.2 Personeelseisen
- Personeel dat apparatuur van Huawei wil installeren of onderhouden, moet een grondige training ontvangen, inzicht krijgen in alle benodigde veiligheidsmaatregelen en in staat zijn om op de juiste wijze alle werkzaamheden uit te voeren.
- Uitsluitend gekwalificcerde professionals of opgeleid personeel mogen de apparatuur installeren, bedienen en onderhouden.
- Uitsluitend gekwalificeerde professionals mogen veiligheidsvoorzieningen verwijderen en de apparatuur inspecteren.
- Personeel dat de apparatuur bedient, waaronder operators, opgeleid personeel en professionals, moeten over de nationale verciste kwalificaties voor speciale werkzaamheden beschikken, zoals werken met hoogspanning, werken op hoogte en bediening van speciale apparatuur.
- Uitsluitend professionals of gemachtigd personeel mogen de apparatuur of onderdelen ervan vervangen (waaronder software).
OPMERKING
- Professionals: personeel dat is opgeleid of ervaring heeft met het bedienen van apparatuur en dat de oorzaken en de ernst begrijpt van verschillende potentiële gevaren bij het installeren, bedienen en onderhouden van de apparatuur
- Opgeleid personeel: personeel dat een technische training heeft gehad, de vereiste ervaring heeft, zich bewust is van mogelijke gevaren voor zichzelf bij bepaalde werkzaamheden, en dat beschermende maatregelen treft om het gevaar voor zichzelf en voor anderen te minimaliseren
- Operators: bedienend personeel dat mogelijk in contact komt met de apparatuur, naast opgeleid personeel en professionals
1.3 Elektrische veiligheid
Aarding
- Voor de apparatuur die moet worden geaard, dient u eerst de aardkabel te installeren wanneer u de apparatuur installeert, en verwijdert u de aardkabel als laatste wanneer u de apparatuur verwijdert.
- Beschadig de aardingsgeleider niet.
- Bedien de apparatuur niet als er geen goed geïnstalleerde aardingsgeleider aanwezig is.
- Zorg ervoor dat de apparatuur permanent met de beschermingsaarde is verbonden. Voordat u de apparatuur gaat bedienen, controleert u of de elektrische verbinding op de juiste manier is gcaard.
Algemene vereisten

GEV A AR
Zorg ervoor dat de apparatuur intact is voordat u de kabels aansluit. Als u dit niet doet, kunnen er elektrische schokken of brand ontstaan.
- Controleer of alle elektrische aansluitingen voldoen aan de plaatselijke elektrische normen.
- Zorg dat u goedkeuring hebt van het lokale elektriciteitsbedrijf voordat u de apparatuur gebruikt in de netgekoppelde modus.
- Zorg dat de kabels die u hebt voorbereid, aan de lokale regelgevingen voldoen.
- Gebruik speciale geïsoleerde gereedschappen wanneer u werkzaamheden aan hoogspanningsvoorzieningen uitvoert.
AC- of DC-voeding

GEV A AR
Sluit geen kabels aan of koppel geen kabels los wanneer er stroom op staat. Overdrachtscontact tussen de kern van de stroomkabel en de geleider kan elektrische bogen en vonken genereren, waardoor brand of persoonlijk letsel kan ontstaan.
- Voordat u elektrische verbindingen tot stand brengt, schakelt u de onderbreker op het voorgeschakelde apparaat uit om de stroomtoevoer af te sluiten als mensen in contact komen met componenten die onder stroom staan.
- Voordat u een stroomkabel aansluit, controleert u of het label op de stroomkabel correct is.
- Als de apparatuur meerdere ingangen heeft, koppelt u alle ingangen los voordat u de apparatuur gaat bedienen.
Bekabeling
- Wanneer u kabels leidt, dient u ervoor te zorgen dat er een afstand van minimaal 30 mm tussen de kabels en hittegenererende onderdelen zit. Hiermee voorkomt u schade aan de isolaticlaag van de kabels.
- Bind kabels van hetzelfde type samen. Wanneer u verschillende typen kabels leidt, zorg dan dat er een afstand van minimaal 30 mm tussen de kabels zit.
- Zorg ervoor dat de kabels die worden gebruikt in een netgekoppeld PV-voedingssysteem, goed aangesloten en geïsoleerd zijn en voldoen aan alle vereisten.
1.4 Omgevingsvereisten voor de installatie
- Zorg ervoor dat de apparatuur wordt geïnstalleerd in een goed geventileerde omgeving.
- Controleer of de ventilatieopeningen of het warmteafvoersysteem niet zijn geblokkeerd wanneer de apparatuur is ingeschakeld, om brand vanwege hoge temperaturen te voorkomen.
- Stel de apparatuur niet bloot aan brandbare of explosieve gassen of rook. Voer in dergelijke omgevingen geen werkzaamheden uit aan de apparatuur.
- Gebruik houten of glasvezelladders wanneer u werkzaamheden op hoogte moet uityoeren.
- Als u een huishoudtrap gebruikt, dienen de trekkoorden goed vast te zitten en moet de ladder stevig vaststaan.
- Voordat u een ladder gebruikt, dient u te controleren of deze intact is en of deze voldoende draagvermogen heeft. Overbelast de ladder niet.
- Zorg dat het bredere gedeelte van de ladder zich onderaan bevindt, of neem beschermende maatregelen om te voorkomen dat de ladder verschuift.
- Zorg dat de ladder veilig en stevig is geplaatst. De aanbevolen hoek van een ladder ten opzichte van de vloer is 75 graden, zoals u in de volgende afbeelding kunt zien. U kunt een hoekmeter gebruiken om de hoek te bepalen.

- Wanneer u op een ladder klimt, dient u de volgende veiligheidsmaatregelen te treffen om risico's te verlagen en de veiligheid te garanderen:
- Houd uw lichaam in balans.
- Klim niet hoger dan de vierde sport gezien vanaf de bovenkant van de ladder.
- Zorg dat het zwaartepunt van uw lichaam niet buiten de benen van de ladder komt.
Gaten boren
Wanneer u gaten in een muur of vloer boort, houd dan de volgende veiligheidsmaatregelen in acht:
- Draag een bril en handschoenen ter bescherming wanneer u gaten boort.
- Wanneer u gaten boort, voorkom dan dat de apparatuur in aanraking komt met gruis. Als u klaar bent met boren, ruim dan eventueel gruis op dat in de apparatuur of erbuiten is terechtgekomen.
Zware objecten verplaatsen
- Zorg dat u zichzelf niet verwondt bij het verplaatsen van zware objecten.

< 18 kg
(< 40 lbs)
- Wanneer u de apparatuur met de hand verplaatst, dient u beschermende handschoenen te dragen om letsel te voorkomen.
1.6 Inbedrijfstelling
Wanneer de apparatuur voor de eerste keer wordt ingeschakeld, dient u ervoor te zorgen dat professioneel personeel de parameters correct instelt. Onjuiste instellingen kunnen leiden tot inconsistenties met de lokale certificering, wat van invloed is op de normale werking van de apparatuur.
1.7 Onderhoud en vervanging

GEV A AR
Hoogspanning die tijdens bedrijf door de apparatuur wordt gegenereerd, kan leiden tot een elektrische schok, wat overlijden, ernstig letsel of ernstige schade aan eigendommen tot gevolg kan hebben. Schakel daarom voorafgaand aan onderhoud de apparatuur uit en neem de veiligheidsmaatregelen in dit document en bijbehorende documenten strikt in acht.
- Onderhoud de apparatuur met voldoende kennis van dit document en met de juiste hulpmiddelen en testapparaten.
- Schakel de apparatuur uit en volg de instructies op het label betreffende de vertraagde ontlading, voordat u onderhoud gaat uitvoeren om zeker te weten dat de apparatuur is uitgeschakeld.
- Plaats tijdelijke waarschuwingstekens of opstaande hekken om onbevoegde toegang tot de onderhoudslocatie te voorkomen.
- Als de apparatuur defect is, neemt u contact op met uw dealer.
- De apparatuur kan alleen worden ingeschakeld nadat alle storingen zijn verholpen. Het nalaten hiervan kan storingen escaleren of schade toebrengen aan het apparaat.
2 Productintroductie
2.1 Overzicht
Functie
De SUN2000-(2KTL-6KTL)-L1 is een enkelfasige, netgekoppelde reeksomvormer die gelijkstroom gegenereerd door PV-reeksen omvormt in wisselstroom en de stroom in het clektriciteitsnet vocdt.
Model
Dit document heeft betrekking op de volgende productmodellen:
● SUN2000-2KTL-L1
● SUN2000-3KTL-L1
● SUN2000-3.68KTL-L1
● SUN2000-4KTL-L1
● SUN2000-4.6KTL-L1
● SUN2000-5KTL-L1
● SUN2000-6KTL-L1
Afbeelding2-1 Model-ID (SUN2000-5KTL-L1 als voorbeeld)

Tabel2-1 ID-beschrijving
| Nr. Betekenis Waarde | |
| 1 Serienaam SUN2000: netgekoppelde omvormer voor zonne-energie | |
| 2 Vermogensniveau | ● 2K: Het vermogensniveau is 2 kW.● 3K: Het vermogensniveau is 3 kW.● 3.68K: Het vermogensniveau is 3,68 kW.● 4K: Het vermogensniveau is 4 kW.● 4.6K: Het vermogensniveau is 4,6 kW.● 5K: Het vermogensniveau is 5 kW.● 6K: Het vermogensniveau is 6 kW. |
| 3 Topologie TL: zonder transformator | |
| 4 Ontwerpcode L1: woonwijk | |
Netwerktoepassing
De SUN2000 is van toepassing op netgekoppelde systemen op een dak in een woonwijk. Het systeem bestaat uit PV-recksen, netgekoppelde omvormers voor zonne-energie, AC-schakelaars en stroomverdeeleenheden (PDU's).
Afbeelding2-2 Scenario enkele SUN2000 (kaders met stippellijn geven optionele configuratie aan)

flowchart
graph TD
subgraph_Device_A["Device A"]
B["B"] --> C["C"]
V["V"] --> C
C --> D["D"]
D --> E["E"]
E --> F["F"]
F --> G["G"]
G --> I["I"]
end
subgraph_Device_B["Device B"]
J["J"] --> K["K"]
K --> D
D --> H["H"]
H --> F
F --> L["L"]
L --> G
end
subgraph_Digital_C["Device C"]
C --> D
D --> E
E --> F
F --> G
end
subgraph_Digital_E["Device E"]
E --> F
F --> G
end
subgraph_Digital_F["Device F"]
F --> G
end
subgraph_Digital_G["Device G"]
G --> I["I"]
end
subgraph_Digital_H["Device H"]
H --> F
F --> L
L --> G
end
subgraph_Digital_L["Device L"]
L --> G
end
subgraph_Digital_O["Device O"]
O --> P["WLAN"]
P --> Q["FE"]
Q --> R["Ethernet"]
end
subgraph_Digital_P["Device P"]
P --> Q
end
style Device_A fill:#f9f,stroke:#333
style Device_B fill:#ccf,stroke:#333
style Digital_C fill:#cfc,stroke:#333
style Digital_E fill:#fcc,stroke:#333
style Digital_F fill:#cff,stroke:#333
style Digital_G fill:#ffc,stroke:#333
style Digital_H fill:#fcc,stroke:#333
style Digital_L fill:#ffc,stroke:#333
style Digital_O fill:#fcc,stroke:#333
style Digital_P fill:#fcc,stroke:#333
Afbeelding2-3 Cascadescenario SUN2000 (kaders met stippellijn geven optionele configuratie aan)

flowchart
graph TD
subgraph Master
A["Slave"] --> B["Master"]
C["Slave"] --> D["Master"]
E["Master"] --> F["Master"]
G["Master"] --> H["Master"]
I["Master"] --> J["Master"]
end
subgraph Slave
B --> C
C --> D
D --> E
E --> F
F --> G
G --> I
end
subgraph Host
H --> I
end
subgraph Router
K --> L["Master"]
N --> O["Master"]
M --> P["Master"]
H --> Q["Master"]
L --> R["Master"]
end
subgraph Ethernet
O --> S["Master"]
P --> T["Master"]
Q --> U["Master"]
S --> V["Master"]
T --> W["Master"]
end
style Master fill:#f9f,stroke:#333
style Slave fill:#ccf,stroke:#333
style Host fill:#cfc,stroke:#333

OPMERKING
- geeft de stroomrichting aan, geeft de signaallijn aan en geeft de draadloze communicatie aan.
- In het cascadescenario van de SUN2000 zijn de master en slave omvormers voor zonne-energie beide SUN2000-(2KTL-6KTL)-L1 en er kunnen maximaal drie SUN2000's worden geschakeld.
- In het cascadescenario van de SUN2000 kan slechts één Smart Power Sensor (G in de afbeelding) worden aangesloten op de master-omvormer.
- In het cascadescenario van de SUN2000 moeten de op het elektriciteitsnet aangesloten SUN2000's voldoen aan de vereisten voor het lokale elektriciteitsnet.
(A) PV-reeks
(B) Smart PV optimizer (C) DC-schakelaar
(D) SUN2000 (E) AC-schakelaar (F) PDU in woonwijk
(G) Smart Power Sensor (H) Vermogensmeter in woonwijk
(I) Elektriciteitsnet
(J) Accu (K) Accuschakelaar (L) Belasting in huishouding
(M) FusionSolar-app (N) 4G Smart Dongle (O) WLAN-FE Smart
Dongle
(P) Router (Q) FusionSolar Smart PV-
beheersysteem

OPMERKING
Raadpleeg de volgende handleidingen voor gedetailleerde instructies voor het gebruik van apparaten in het netwerk:
● SUN2000-450W-P Smart PV Optimizer Beknopte Handleiding
● LUNA2000-(5-30)-S0 Gebruikershandleiding
● Backup Box-(B0, B1) Beknopte handleiding

V OORZICHTIG
De uitgangspoort voor belasting buiten het net van de back-upbox mag niet direct worden aangesloten op het net. Als u dit wel doet, wordt de back-upbox uitgeschakeld door overbelasting.
Ondersteunde typen elektriciteitsnet
De SUN2000 ondersteunt de volgende typen elektriciteitsnet: TN-S, TN-C, TN-C-S en TT. In het TT-elektriciteitsnet moet de N-PE-spanning lager zijn dan 30 V.
Afbeelding2-4 Typen elektriciteitsnet

2.2 Beschrijving van de onderdelen
Uiterlijke kenmerken
Afbeelding2-5 Uiterlijke kenmerken

(1) LED-indicatoren (2) Voorpaneel
(3) Ophangkit (4) Montagesteun
(5) Koellichaam (6) Ontluchtingsventiel
(7) Opening borgschroefDC-schakelaar ^a (8) DC-schakelaar ^b (DC SWITCH)
(9) DC-ingangsterminals (PV1+/PV1-) (10) DC-ingangsterminals (PV2+/PV2-)
(11) Accuterminals (BAT+/BAT−) (12) Smart Dongle-poort (4G/FE)
(13) Antennepoort (ANT) (14) Communicatiepoort (COM)
(15) AC-uitgangspoort (AC) (16) Aardingspunt

OPMERKING
- Opmerking a: De borgschroef van de DC-schakelaar wordt gebruikt om de DC-schakelaar vast te zetten om onbedoeld opstarten te voorkomen. Deze wordt geleverd bij de SUN2000.
- Opmerking b: De DC-ingangsterminals PV1 en PV2 worden aangestuurd door de DC-schakelaar.
2.3 Labelbeschrijving
Labels voor behuizing
Tabel2-2 Beschrijving label voor behuizing
| Pictogram | Naam Betekenis | |
![]() | Waarschuwing voor verbranding | Raak nooit een werkende SUN2000 aan omdat de behuizing hect is als de SUN2000 in werking is. |
| Pictogram Naam Betekenis | ||
![]() | Vertraagde ontlading | ● Er is hoge spanning aanwezig nadat de SUN2000 is ingeschakeld. Alleen gekwalificeerde en geschoolde elektriciens mogen bewerkingen uitvoeren op de SUN2000. ● Er is sprake van restspanning nadat de SUN2000 is uitgeschakeld. Het duurt 5 minuten voordat de SUN2000 een veilige spanning heeft bereikt. |
![]() | Raadpleeg de documentatie | Herinnert operators eraan om de documenten te raadplegen die zijn meegeleverd met de SUN2000. |
![]() | Aarding Geeft de positie aan voor het aansluiten van de aardingskabel (PE). | |
![]() | Waarschuwing voor in werking | Verwijder de aansluiting of de antenne niet als de SUN2000 in werking is. |
![]() | Aardingswaarschuwing Voorzie de SUN2000 van aarding alvorens deze in te schakelen. | |
(1P)PN/ITEM:XXXXXXXXY ![]() | Sericnummer (SN) Geeft het sericnummer van de SUN2000 aan. | |
![]() | Mediatoegangscontrole-adressen (MAC) | Geeft het MAC-adres aan. |
![]() | QR-code voor aanmelden bij de SUN2000 WLAN | Scan de QR-code om verbinding te maken met de WLAN van de Huawei SUN2000 (Android) of verkrijg het wachtwoord voor aanmelden bij WLAN (iOS). |

OPMERKING
De labels zijn uitsluitend bedoeld ter referentie.
Typeplaatje
Afbeelding2-6 Typeplaatje (SUN2000-5KTL-L1 als voorbeeld)

(1) Handelsmerk en model (2) Belangrijke technische specificaties
(3) Nalevingssymbolen (4) Bedrijfsnaam en land van origine

OPMERKING
De afbeelding van het typeplaatje is slechts ter informatie.
2.4 Werkingsprincipes
Schematisch diagram
De SUN2000 ontvangt ingangssignalen van maximaal twee PV-reeksen. De ingangen zijn onderverdeeld in twee MPPT-routes in de SUN2000 om het punt met het maximale vermogen van de PV-reeksen bij te houden. De gelijkspanning wordt vervolgens omgezet in enkelfasige AC-voeding via een omvormingscircuit. Overspanningsbeveiliging wordt zowel aan de DC-als AC-zijde geboden.
De SUN2000 gebruikt een speciale accupoort voor energie-opslaguitbreiding. De accu voert laad- en ontlaadbewerkingen uit volgens de accuwerkmodus.
Afbeelding2-7 Schematisch diagram

flowchart
graph LR
PV+ --> DC_schakelaar
PV- --> DC_schakelaar
PV+ --> DC_overspannings_beverliging
PV- --> DC_overspannings_beverliging
DC_schakelaar --> DC_overspannings_beverliging
DC_overspannings_beverliging --> BM1["BM1"]
DC_schakelaar --> BM2["BM2"]
BM1 --> Inang_EMI_filter
BM2 --> Inang_EMI_filter
Inang_EMI_filter --> Detecting_ingangsstroom
Inang_EMI_filter --> Detecting_ingangsstroom
Detecting_ingangsstroom --> MPPT_circuit1["MPPT-circuit 1"]
Detecting_ingangsstroom --> MPPT_circuit2["MPPT-circuit 2"]
MPPT_circuit1 --> DC_Ac_omvormer_circuit
MPPT_circuit2 --> DC_Ac_omvormer_circuit
DC_Ac_omvormer_circuit --> Filter
Filter --> Detectie_uitgangsstroom
Detectie_uitgangsstroom --> Uitgang_is_isolatierelais
Uitgang_is_isolatierelais --> RCMU
RCMU --> Uitgang_EMI_filter
Uitgang_EMI_filter --> L
Uitgang_EMI_filter --> N
Uitgang_EMI_filter --> PE
BM1 --> EMI_filter
BM2 --> EMI_filter
BM1 --> DC_schakelaar
BM2 --> DC_schakelaar
Werkmodus
Afbeelding2-8 Werkmodus

flowchart
graph TD
A["Bedrijfs-Modus"] -->|Voldoende vermogen van PV-reeks en er is geen storing gedetecteerd.| B["Stand-by modus"]
B -->|Onvoldoende vermogen van PV-reeks of DC-schakelaar is uitgeschakeld.| C["Uitschakel-modus"]
C -->|Uitschakelopdracht of storing gedetecteerd.| D["O startupopdracht of storing verholpen."]
D --> B
Tabel2-3 Beschrijving van werkmodi
| Werkmod us | Beschrijving |
| Stand-bymodus | De SUN2000 schakelt naar stand-bymodus als de externe omgeving niet voldoet aan de startvereisten voor de SUN2000. In stand-bymodus:De SUN2000 detecteert voortdurend de werkingsstatus. Nadat aan de bedrijfsvoorwaarden is voldaan, schakelt de SUN2000 over naar de bedrijfsmodus.Als de SUN2000 een uitschakelopdracht of een storing na het opstarten detecteert, schakelt deze over naar de afsluitmodus. |
| Bedrijfsmod us | In bedrijfsmodus:De SUN2000 zet gelijkstroom van PV-reecksen om in wisselstroom en levert dit vermogen aan het elektriciteitsnet.De SUN2000 traceert het punt met het maximale vermogen om het uitgangsvermogen van de PV-reeks te maximaliscren.Als de SUN2000 een uitschakelopdracht of een storing detecteert, schakelt deze over naar de afsluitmodus.Als de SUN2000 detecteert dat het uitgangsvermogen van PV-reeksen niet voldoet aan de vereisten voor netgebonden elektriciteitsopwekking, schakelt deze over naar de stand-bymodus. |
| Afsluitmod us | Als de SUN2000 in de stand-by- of bedrijfsmodus een uitschakelopdracht of een storing detecteert, schakelt deze over naar de afsluitmodus.Als de SUN2000 in de stand-bymodus detecteert dat de storing is verholpen of de opstartopdracht is uitgevoerd, schakelt deze over naar de stand-bymodus. |
3 Opslag SUN2000
Aan de volgende eisen moet worden voldaan als de SUN2000 niet direct wordt gebruikt:
● Haal de SUN2000 niet uit de verpakking.
- Zorg voor een opslagtemperatuur van -40 °C tot +70 °C en een luchtvochtigheid van 5%-95% RV.
- Het product moet worden bewaard op een schone en droge plaats, en worden beschermd tegen stof en corrosie door waterdamp.
- Er kunnen maximaal acht SUN2000's worden gestapeld. Om persoonlijk letsel of apparaatschade te voorkomen, stapelt u SUN2000's voorzichtig om te voorkomen dat ze omvallen.
- Controleer de SUN2000 regelmatig tijdens de opslagperiode. (Er wordt aanbevolen de controle iedere drie maanden uit te voeren.) Vervang de door insecten en knaagdieren beschadigde verpakkingsmaterialen tijdig.
- Als de SUN2000 meer dan twee jaar is opgeslagen, moet u deze vóór gebruik laten controlleren en testen door professionals.
4 Systeeminstallatie
4.1 Controleren vóór de installatie
Buitenste verpakkingsmateriaal controleren
Vóór het uitpakken van de SUN2000 controleert u het buitenste verpakkingsmateriaal op beschadigingen, zoals gaten en scheuren, en controleert u of u het juiste SUN2000-model hebt. Als sprake is van beschadiging of het SUN2000-model niet het model is dat u hebt aangevraagd, pakt u het apparaat niet uit en neemt u zo spoedig mogelijk contact op met uw dealer.
LET OP
U wordt geadviseerd om verpakkingsmaterialen te verwijderen binnen 24 uur voordat u de SUN2000 installeert.
Geleverde items controleren
Na het uitpakken van de SUN2000 controleert u of de inhoud van de verpakking intact en volledig is. Als een item ontbreekt of beschadigd is, neemt u contact op met uw dealer.

OPMERKING
Zie de paklijst in de verpakking voor meer informatie over het aantal accessoires dat bij de SUN2000 is meegeleverd.
4.2 Gereedschappen en instrumenten voorbereiden
| Type Hulpmiddelen en | instrumenten | ||
| Installatie | Klopboor (met een boortje van 8 mm) | Dopsleutel Momentsleutel | |
Kniptang Draadstripper Momentschroevendraaier | ![]() | ![]() | |
Rubberen hamer Snijmes Kabelsnijder | ![]() | ![]() | |
Krimptang (model: PV-CZM-22100/19100) | Krimptang voor kabeluiteinde | Demontage- en montagegereedschap (model: PV-MS-HZ Steeksleutel) | |
Kabelbinder Stofzuiger Multimeter (bereik DC- Markeerstift Stalen meetlint Waterpas | ![]() ![]() | spanningsmeting ≥ 600 V DC)![]() | |
Hydraulische tang Krimpkous Warmtepistool | ![]() | ![]() | |
| Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) | Veiligheidshandschoenen Veiligheidsbril Stofmasker | ![]() | ![]() |
Veiligheidsschoenen | - | - | |
4.3 De installatiepositie bepalen
Basisvereisten
- De SUN2000 is beveiligd volgens IP65 en kan binnenshuis of buitenshuis worden geinstalleerd.
- Installeer de SUN2000 niet op een plek waar personen cenvoudig in contact kunnen komen met de behuizing en het koellichaam, omdat deze onderdelen tijdens de werking zeer heet worden.
- Installeer de SUN2000 niet in de buurt van brandbare of explosieve stoffen.
- Installeer de SUN2000 niet op een plek binnen het bereik van kinderen.
- De SUN2000 corrodeert in gebieden met veel zout, en zoutcorrosie kan brand veroorzaken. Installeer de SUN2000 niet in gebieden met veel zout. Een gebied met zout is een regio binnen 500 meter van de kust of onderhevig aan zeewind. De gebieden die
onderhevig zijn aan zeewind variëren afhankelijk van de weersomstandigheden (zoals tyfoons en moessons) of terreinen (zoals dammen en heuvels).
Omgevingsvereisten voor de installatie
- De SUN2000 moet worden geïnstalleerd in een goed geventileerde omgeving voor een goede warmteafvoer.
- Indien de SUN2000 wordt geïnstalleerd in direct zonlicht kan de werking van het apparaat minder worden als gevolg van de temperatuurstijging.
- U wordt geadviseerd de SUN2000 te installeren op een beschutte plaats of er een luifel over te installeren.
Vereisten voor montageconstructie
- De montageconstructie waarop de SUN2000 wordt geïnstalleerd, moet brandveilig zijn.
- Installeer de SUN2000 niet op brandbaar bouwmateriaal.
- De ondergrond moet stevig genoeg zijn om het gewicht van de SUN2000 te dragen.
- In woonwijken installeert u de SUN2000 niet op een gipsmuur of een muur gemaakt van soortgelijke materialen met beperkte geluidsisolerende kwaliteiten, omdat het geluid dat wordt gegenereerd door de SUN2000 storend kan zijn voor bewoners.
Vereisten voor installatiehoek
De SUN2000 kan aan de muur of op een paal worden gemonteerd. De eisen aan de installatiehoek zijn als volgt:
- Installeer de SUN2000 verticaal of met een maximaal naar achteren gekantelde hoek van 15 graden om een goede warmteafvoer mogelijk te maken.
- Installeer de SUN2000 niet naar voren gekanteld, overmatig naar achteren gekanteld, opzij gekanteld, horizontaal of ondersteboven.
Afbeelding4-1 Installatichock

Vereisten voor installatieruimte
- Reserveer voldoende ruimte rond de SUN2000 om te zorgen voor voldoende ruimte voor de installatie en de warmteafvoer.
Afbeelding4-2 Installatieruimte

- Wanneer u meerdere SUN2000's installeert, dient u ze in horizontale modus te installeren als er voldoende ruimte beschikbaar is en in driehoekmodus als er niet voldoende ruimte beschikbaar is. Gestapelde installatie wordt niet aanbevolen.
Afbeelding4-3 Horizontale installatie (aanbevolen)

Afbeelding4-4 Drichocksinstallatie (aanbevolen)

Afbeelding4-5 Gestapelde installatie (niet aanbevolen)


OPMERKING
De installatie-afbeeldingen zijn alleen ter referentie en zijn niet van belang voor het cascadescenario van de SUN2000.
4.4 Een SUN2000 verplaatsen
Procedure
Stap1 Pak de handvatten aan beide zijden van de SUN2000 vast, til de SUN2000 uit de verpakking en zet hem op de plaats van installatie.
V OORZICHTIG
- Verplaats de SUN2000 met zorg om schade aan het apparaat en lichamelijk letsel te voorkomen.
- Gebruik de bedradingsaansluitingen en poorten aan de onderzijde niet om het gewicht van de SUN2000 te ondersteunen.
- Gebruik schuimrubber, papier of ander beschermend materiaal wanneer u de SUN2000 tijdelijk op de grond moet plaatsen, om schade te voorkomen.
Afbeelding4-6 Een SUN2000 verplaatsen

4.5 Een SUN2000 installeren
Voorzorgsmaatregelen voor installatie
Afbeelding4-7 toont de afmetingen van de montagegaten voor de SUN2000.
Afbeelding4-7 Afmetingen montagesteun


4.5.1 Installatie aan de muur
Procedure
Stap1 Bepaal de posities voor het boren van gaten met behulp van de aftekensjabloon. Stel de posities van de montagegaten waterpas af met behulp van een waterpas en markeer de posities met een markeerstift.
Stap2 Bevestig de montagesteun.

GEV A AR
Let op dat u niet boort in waterleidingbuizen en elektriciteitskabels die in de muur zijn weggewerkt.

OPMERKING
M6x60-keilbouten worden meegeleverd bij de SUN2000. Als de lengte en het aantal bouten niet aan de installatievereisten voldoen, zorg dan zelf voor M6 roestvrijstalen keilbouten.
Afbeelding4-8 Samenstelling keilbouten

(1) Bout
(2) Moer (3) Veerring
(4) Platte ring (5) Expansiemof
LET OP
- Om inademing van stof of stof in de ogen te voorkomen, moet u een veiligheidsbril en stofmasker dragen bij het boren van gaten.
- Veeg het stof in of rond de gaten weg en meet de afstand tussen de gaten. Boor de gaten opnieuw als de gaten niet nauwkeurig zijn geplaatst.
- Lijn de kop van de expansiemof uit met de betonnen muur nadat u de moer, veerring en platte ring hebt verwijderd. Anders wordt de montagesteun niet stevig geïnstalleerd op de muur.
- Draai de moer, veerring en platte ring van de keilbout aan de onderkant los.
Afbeelding4-9 Keilbouten installeren

Stap3 (Optioneel) Breng de borgschroef voor de DC-schakelaar aan.
Afbeelding4-10 Een borgschroef voor de DC-schakelaar aanbrengen

Stap5 Draai de moeren vast.
Afbeelding4-11 Moeren vastdraaien

Stap6 (Optioneel) Installeer een anti-diefstalslot.
LET OP
- Zorg zelf voor een anti-diefstalslot geschikt voor de diameter van het gat (Φ10 mm).
- Wij raden u aan een waterbestendig slot voor buitengebruik te gebruiken.
- Bewaar de sleutel van het anti-diefstalslot.
Afbeelding4-12 Een anti-diefstalslot installeren

4.5.2 Installatie aan een steun
Procedure
Stap1 Bepaal de positie van de boorgaten met behulp van de aftekensjabloon en markeer vervolgens de posities met behulp van een markeerstift.
Afbeelding4-13 De posities voor de gaten bepalen

Stap2 Boor gaten met behulp van een klopboormachine.

OPMERKING
Het is raadzaam anti-roestverf aan te brengen op de posities van de gaten voor bescherming.
Afbeelding4-14 Gaten boren

Stap3 Bevestig de montagesteun.
Afbeelding4-15 Bevestig de montagesteun


OPMERKING
Zorg zelf voor bouten op basis van de gatdiameter van de montagesteun.
Stap4 (Optioneel) Breng de borgschroef voor de DC-schakelaar aan.
Afbeelding4-16 Een borgschroef voor de DC-schakelaar aanbrengen

Stap5 Installeer de SUN2000 op de montagesteun.
Stap6 Draai de bouten vast.
Afbeelding4-17 Bouten vastdraaien

Stap7 (Optioneel) Installeer een anti-diefstalslot.
LET OP
- Zorg zelf voor een anti-diefstalslot geschikt voor de diameter van het gat (Φ10 mm).
- Wij raden u aan een waterbestendig slot voor buitengebruik te gebruiken.
- Bewaar de sleutel van het anti-diefstalslot.
Afbeelding4-18 Een anti-diefstalslot installeren

5 Elektrische aansluiting
Voorzorgsmaatregelen

GEV A AR
Zorg er, voordat u de kabels aansluit, voor dat de DC-schakelaar op de SUN2000 en alle schakelaars die zijn aangesloten op de SUN2000, zijn uitgeschakeld. Anders kan de hoge spanning van de SUN2000 leiden tot elektrische schokken.

W A ARSCHUWING
- Apparaatschade als gevolg van incorrecte kabelverbindingen wordt niet gedekt door de garantie.
- Alleen gecertificeerde elektriciens mogen kabels verbinden.
- Personeel dient geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen bij het aansluiten van kabels.

OPMERKING
De kleuren van de kabels in de elektrische aansluitschema's in dit hoofdstuk dienen uitsluitend ter referentie. Selecteer kabels in overeenstemming met de plaatselijke kabelspecificaties (groen-gele kabels worden alleen gebruikt voor de aarding (PE)).
5.1 Kabels voorbereiden
Afbeelding5-1 SUN2000-kabelverbindingen (kaders met stippellijn geven optionele configuratie aan)

Tabel5-1 Beschrijving van de onderdelen
| Nr. | Onderdeel Beschrijving | Bron | |
| A PV-reeks | ● Een PV-reeks bestaat uit de PV-modules die in serie zijn geschakeld en werkt met een optimizer.● De SUN2000 ondersteunt invoer vanuit twee PV- reeksen. | Voorbereid door de klant | |
| B Smart | PV optimizer De SUN2000 | -450W-P SmartPV optimizer wordt ondersteund. | Acheté auprès de Huawei |
| C DC-schakelaar Aanbevolen: een DC-stroomonderbreker met een nominale spanning groter dan of gelijk aan 600 V DC en een nominale stroom van 20 A | Voorbereid door de klant | ||
| Nr. Onderdeel Beschrijving | Bron | ||
| D Accu | De SUN2000 kan worden | verbonden met LUNA2000-batterijen. | Acheté auprès de Huawei |
| De SUN2000 kan worden aangesloten op LG-RESU accu's (LG RESU7H en RESU10H). | Voorbereid door de klant | ||
| E Accus | chakelaar Aanbevolen: een | DC-stroomonderbreker met een nominale spanning groter dan of gelijk aan 600 V DC en een nominale stroom van 20 A | Voorbereid door de klant |
| F | Smart Donglea | Ondersteunde modellen:● WLAN-FE Smart Dongle: SDongleA-05● 4G Smart Dongle: SDongleA-03 | Aangeschaft bij Huawei |
| G | Smart Power Sensorb | De SUN2000 kan worden aangesloten op de DDSU666-H en DTSU666-H Smart Power Sensors. | Aangeschaft bij Huawei |
| Nr. | Onderdeel Beschrijving | Bron | |
| De onderstaande meters van derden worden tevens ondersteund: Gavazzi-EM340DINAV23XS1X08, Gavazzi-EM111DINAV81XS1X08, Gavazzi-EM112DINAV01XS1X08, CCS-WNC-3Y-400-MB en CCS-WNC-3D-240-MB.Meters van derden ondersteunen alleen LG-batterijen. De LUNA2000-batterijen worden niet ondersteund.De GAVAZZI driefasenmeter heeft verschillende methoden voor vermogensmonstername. Hierdoor wordt het vermogen onjuist weergegeven op het NMS.De LUNA2000-batterijen kunnen alleen worden gebruikt met DDSU666-H- en DTSU666-H-meters. | Voorbereid door de klant | ||
| H SUN2 | 000 Selecteer het correcte | modeldat u nodig hebt. | Aangeschaft bij Huawei |
| I AC-schakelaar Aanbevolen: een enkelfasigeAC-stroomonderbreker met een nominale spanning groter dan of gelijk aan 250 V AC en een nominale stroom van:16 A (SUN2000-2KTL-L1)25 A (SUN2000-3KTL-L1 en SUN2000-3.68KTL-L1)32 A (SUN2000-4KTL-L1, SUN2000-4.6KTL-L1, SUN2000-5KTL-L1 en SUN2000-6KTL-L1) | 16 A (SUN2000-2KTL-L1)25 A (SUN2000-3KTL-L1 en SUN2000-3.68KTL-L1)32 A (SUN2000-4KTL-L1, SUN2000-4.6KTL-L1, SUN2000-5KTL-L1 en SUN2000-6 KTL-L1) | 16 A (SUN2000-2KTL-L1)25 A (SUN2000-3KTL-L1 en SUN2000-3.68KTL-L1)32 A (SUN2000-4KTL-L1, SUN2000-4.6KTL-L1, SUN2000-5KTL-L1 en SUN2O00-6KTL-L1) | Voorbereid door de klant |
| Nr. Onderdeel Beschrijving | Bron | |
| Opmerking a: Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van de 4G Smart Dongle SDongleA-03 de S_DongleA-03 Beknopte handleiding (4G). Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van de WLAN-FE Smart Dongle SDongleA-05 de S_DongleA-05 Beknopte handleiding (WLAN-FE). U kunt deze documenten vinden ophttps://support.huawei.com/enterprisedoor te zoeken naar modellen.Opmerking b: De Spaanse versie is alleen geschikt voor de DDSU666-H Smart Power Sensor geleverd door Huawei. | ||
Tabel5-2 Kabelbeschrijving
| Nr. | Kabel Type | Aanbevolen | specificaties | Bron |
| 1 DC-ingangskabel | Standaard PV-kabel voor buitengebruik | ● Dwarsdoorsnede geleider: 4 - 6 mm^2 ● Kabelbuitendiameter: 5,5 - 9 mm | Voorber eid door de klant | |
| 2 (Optioneel)Accukabel | Standaard PV-kabel voor buitengebruik | ● Dwarsdoorsnede geleider: 4 - 6 mm^2 ● Kabelbuitendiameter: 5,5 - 9 mm | Voorber eid door de klant | |
| 3 (Optioneel)Signaalkabel | Afgeschermde getwiste tweaderige kabel voor buitengebruik | ● Dwarsdoorsnede geleider:- Gecombineerd krimpen van kabels op de poort: 0,20 - 0,35 mm^2 - Krimpen van de kabels op de poort zonder deze te combineren: 0,20 - 1 mm^2 ● Kabelbuitendiameter:- rubberen plug met 4 gaten: 4 - 8 mm - rubberen plug met 2 gaten: 8 - 11 mm | Voorber eid door de klant | |
| Nr. | Kabel Type A | Anbevolen | specificaties | Bron |
| 4 AC-uitgangskabela | Zonder gebruik van het PE-spanningsvereffeningspunt bij de AC-uitgangspoort: koperenkabel voor buitengebruik met twee kernen (L en N)Met gebruik van het PE-spanningsvereffeningspunt bij de AC-uitgangspoort: koperenkabel voor buitengebruik met drie kernen (L, N en PE) | Dwarsdoorsnede geleider: 4 - 6 mm^2 Kabelbuitendiameter: 10 - 21 mm | Voorbereid door de klant | |
| 5 PE-kabel Koperen | kabel voor buitengebruik met één kernen een M6 OT-aansluiting | 4 - 10 mm^2 | Voorbereid door de klant | |
| Opmerking a: De minimale dwarsdoorsnede van de kabel moet worden geselecteerd op basis van de nominale waarde van de AC-zekering. | ||||

OPMERKING
- De minimale kabeldiameter moet voldoen aan de lokale kabelnormen.
- De factoren die van invloed zijn op de kabelkeuze zijn onder andere nominale stroom, kabeltype, routeringsmodus, omgevingstemperatuur en maximaal verwacht lijnverlies.
5.2 PE-kabels aansluiten
Voorzorgsmaatregelen

GEV A AR
- Controleer of de PE-kabel goed is aangesloten. Anders kunnen er elektrische schokken ontstaan.
- Sluit de nuldraad niet aan op de behuizing als een PE-kabel. Anders kunnen er elektrische schokken ontstaan.

OPMERKING
- Het PE-punt bij de AC-uitgangspoort wordt alleen gebruikt als een PE-spanningsvereffeningspunt en niet als vervanging van het PE-punt op de behuizing.
- Het wordt aanbevolen om na het aansluiten van de PE-kabel silicagel of verf rond de aardingsaansluiting aan te brengen.
Aanvullende informatie
De SUN2000 heeft een aardingsdetectiefunctie. Deze functie wordt gebruikt om te detecteren of de SUN2000 is geaard voordat u de SUN2000 start of om te bepalen of de aardingskabel is losgekoppeld wanneer de SUN2000 in werking is. Deze functie is alleen beschikbaar onder beperkte omstandigheden. Om een veilige werking van de SUN2000 te garanderen, moet de SUN2000 op de juiste wijze worden geaard volgens de verbindingsvereisten van de aardingskabel. Bij sommige typen elektriciteitsnet moet u, als de uitgangszijde van de SUN2000 is aangesloten op een scheidingstransformator, ervoor zorgen dat de SUN2000 correct geaard is en dat Aardingsinspectie is ingesteld op Uitschakelen om de SUN2000 goed te laten werken. Als u niet zeker weet of de SUN2000 op een dergelijk elektriciteitsnet is aangesloten, controleert u dit bij uw dealer of de technische ondersteuning van Huawei.
- Om te zorgen voor een veilige werking van de SUN2000 (conform IEC62109) in het geval van schade aan de aardingskabel of bij loskoppeling hiervan, sluit u de aardingskabel van de SUN2000 correct aan en zorgt u ervoor dat deze voldoet aan minimaal een van de onderstaande vereisten voordat de aardingsdetectiefunctie ongeldig wordt:
- Als de PE-klem niet is verbonden met de AC-aansluiting, gebruik dan een koperen kabel met één kerndraad voor buitengebruik met een dwarsdoorsnede van de geleider van ten minste 10 mm2 als de PE-kabel op de behuizing.
- Gebruik kabels met dezelfde diameter als de AC-uitgangskabel en aard de PE-klem op de AC-aansluiting en de aardingsschroeven op de behuizing.
- In sommige landen en regio's moet de SUN2000 zijn voorzien van extra aardingskabels. Gebruik kabels met dezelfde diameter als de AC-uitgangskabel en aard de PE-klem op de AC-aansluiting en de aardingsschroeven op de behuizing.
Procedure
Stap1 Krimp een OT-aansluiting.
LET OP
- Voorkom krassen op de kerndraad bij het strippen van de kabel.
- De holte die ontstaat na het krimpen van de geleiderkrimpstrip van de OT-aansluiting, moet de kerndraden volledig omwikkelen. De kerndraden moeten nauw contact maken met de OT-aansluiting.
- Omwikkel het draadkrimpgebied met de krimpkous of isolatietape. De krimpkous wordt gebruikt als voorbeeld.
- Bescherm bij het gebruik van een warmtepistool de apparatuur tegen verbranding.
Afbeelding5-2 Een OT-aansluiting krimpen

Stap2 Sluit de PE-kabel aan.
LET OP
- Zorg ervoor dat de PE-kabel stevig is aangesloten.
- Er wordt aanbevolen het rechter aardingspunt te gebruiken voor aarding; het andere punt is een speciaal aardingspunt.
Afbeelding5-3 Een PE-kabel aansluiten

----Einde
5.3 (Optioneel) Een Smart Dongle installeren
Procedure

OPMERKING
- U wordt aangeraden de Smart Dongle te installeren voordat u de WLAN-antenne installeert.
- Als u een Smart Dongle zonder SIM-kaart hebt voorbereid, moet u een standaard SIM-kaart voorbereiden (grootte: 25 mm x 15 mm) met een capaciteit die groter dan of gelijk aan 64 KB is.
- Als u de SIM-kaart plaatst, bepaalt u de positie van de SIM-kaart op basis van de opdruk en de pijl op de sleuf.
- Druk de SIM-kaart op zijn plaats om deze te vergrendelen, wat aangeeft dat de SIM-kaart correct is geïnstalleerd.
- Als u de SIM-kaart wilt verwijderen, duwt u deze naar binnen.
- Controleer bij het opnieuw installeren van de afdekking van de Smart Dongle of de sluitingen naar de oorspronkelijke positie terugveren (u hoort een klikgeluid).
● 4G Smart Dongle (4G-communicatie)
Afbeelding5-4 Een 4G Smart Dongle installeren

U wordt geadviseerd om een CAT 5e afgeschermde netwerkkabel voor buitengebruik (buitendiameter < 9 mm; interne weerstand ≤ 1,5 ohm/10 m) en afgeschermde RJ45-aansluitingen te gebruiken.
Afbeelding5-5 Een WLAN-FE Smart Dongle (FE-communicatie) installeren

flowchart
graph TD
A["7.5 N·m"] --> B["4G/FE"]
B --> C["0.8-1.1 N·m"]
C --> D["≤40 mm"]
D --> E["≥40 mm"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
OPMERKING
Er zijn twee typen Smart Dongle:
- Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van de WLAN-FE Smart Dongle SDongleA-05 de SdongleA-05 Beknopte handleiding (WLAN-FE). U kunt ook de QR-code scannen om het document te verkrijgen.

- Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van de 4G Smart Dongle SDongleA-03 de SdongleA-03 Beknopte handleiding (4G). U kunt ook de QR-code scannen om het document te verkrijgen.

De beknopte handleiding wordt bij de Smart Dongle meegeleverd.
5.4 Een WLAN-antenne plaatsen
Procedure
Stap1 Verwijder de waterdichte kap van de ANT-poort.
Stap2 Breng de ring aan op de ANT-poort op de behuizing.
Stap3 Plaats de WLAN-antenne.
LET OP
Zorg ervoor dat de WLAN-antenne stevig is gemonteerd.
Afbeelding5-6 Een WLAN-antenne plaatsen

----Einde
5.5 Een AC-uitgangskabel aansluiten
Voorzorgsmaatregelen
Er moet een AC-schakelaar worden geïnstalleerd aan de AC-kant van de SUN2000 om ervoor te zorgen dat de SUN2000 veilig kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.

W A ARSCHUWING
Sluit geen belastingen aan tussen de SUN2000 en de AC-schakelaar.
De SUN2000 is voorzien van een geïntegreerde bewaking voor aardlekstroom. Wanneer wordt gedetecteerd dat de reststroom de drempel overschrijdt, wordt de SUN2000 onmiddellijk ontkoppeld van het elektriciteitsnet.
LET OP
- Als de externe AC-schakelaar aardlekbeveiliging kan uitvoeren, moet de nominale aardlekstroom groter zijn dan of gelijk zijn aan 100 mA.
- Als er meerdere SUN2000's worden aangesloten op de algemene aardlekschakelaar (RCD) via hun respectieve externe AC-schakelaars, moet de nominale aardlekstroom van de algemene aardlekschakelaar groter zijn dan of gelijk zijn aan het aantal SUN2000's vermenigvuldigd met 100 mA.
- Een messchakelaar kan niet worden gebruikt als een AC-schakelaar.
Procedure
Stap1 Sluit de AC-uitgangskabel aan op de AC-aansluiting.
LET OP
- Het PE-punt bij de AC-uitgangspoort wordt alleen gebruikt als een PE-spanningsvereffeningspunt en niet als vervanging van het PE-punt op de behuizing.
- Houd de AC-uitgangskabel en de PE-kabel dicht bij elkaar.
- Houd de AC-uitgangskabel en de kabel DC-ingangsvermogen dicht bij elkaar.
- Zorg ervoor dat de kabelmantel in de aansluiting zit.
- Zorg ervoor dat de blootliggende kern volledig in het kabelopening is geplaatst.
- Zorg ervoor dat de AC-uitgangskabel stevig is aangesloten. Als u dit niet doet, kan dit ertoe leiden dat de SUN2000 niet meer werkt en de AC-aansluiting beschadigd raakt.
- Zorg ervoor dat de kabel niet gedraaid is.
Afbeelding5-7 Een AC-aansluiting (drie-aderige draad) monteren

flowchart
graph TD
A["Sensor Input"] --> B["Component 1: D"]
B --> C["Component 2: ≤45 mm, 12-16 mm"]
C --> D["Component 3: D 10-12 mm, 12-16 mm, 16-21 mm"]
D --> E["Component 4: L N PE"]
E --> F["Sensor Output"]
subgraph Component 1
G["Sensor Input"] --> H["Component 5: 6.5 N·m"]
end
subgraph Component 2
I["Sensor Input"] --> J["Component 6"]
end
subgraph Component 3
K["Sensor Input"] --> L["Component 7"]
M["Sensor Input"] --> N["Component 8"]
O["Sensor Input"] --> P["Component 9"]
Q["Sensor Input"] --> R["Component 10"]
end
Afbeelding5-8 Een AC-aansluiting (twee-aderige draad) monteren

- De kleuren van de kabels in de afbeeldingen dienen uitsluitend ter referentie. Selecteer een geschikte kabel volgens de lokale normen.
- Voor de installatiemethode van de kern en de lengte voor het kabel strippen raadpleegt u de instructies op de zijkant van de stekker.
Afbeelding5-9 Lengte voor kabel strippen

Stap2 Sluit de AC-aansluiting aan op de AC-uitgangspoort.
LET OP
Zorg ervoor dat de AC-aansluiting goed is aangesloten.
Afbeelding5-10 Een AC-aansluiting bevestigen

Stap3 Controleer het traject van de AC-uitgangskabel.
Afbeelding5-11 Bekabelingsvereisten

----Einde
Vervolgprocedure

W A ARSCHUWING
Voordat u de AC-aansluiting verwijdert, controleert u of de DC-schakelaar aan de onderkant van de SUN2000 en alle schakelaars die zijn aangesloten op de SUN2000, zijn uitgeschakeld.
U verwijdert de AC-aansluiting van de SUN2000 door de handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren.
Afbeelding5-12 Een stekker verwijderen

Voorzorgsmaatregelen

GEV A AR
- Voordat u de DC-ingangskabels aansluit, zorgt u ervoor dat de gelijkspanning binnen het veilige bereik ligt (lager dan 60 V DC) en dat de DC-schakelaar op de SUN2000 is uitgeschakeld. Wanneer u dit niet doet, kan dit leiden tot elektrische schokken.
- Als de SUN2000 in werking is, is het niet toegestaan om de DC-ingangskabels te gebruiken, bijvoorbeeld voor aansluiten of loskoppelen van een PV-reeks of een PV-module in een PV-reeks. Wanneer u dit wel doet, kan dit leiden tot elektrische schokken.
- Als er geen PV-reeks is aangesloten op de DC-ingangsaansluiting van de SUN2000, verwijder dan niet de waterdichte kap van de DC-ingangsaansluitingen. Als u dat wel doet, kan de IP-beschermingsgraad van de SUN2000 worden beïnvloed.

W A ARSCHUWING
Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan. Anders kan de SUN2000 beschadigd raken of ontstaat er mogelijk zelfs brand.
- De DC-ingangsspanning van de SUN2000 mag nooit hoger zijn dan de maximale ingangsspanning.
- De polariteit van elektrische aansluitingen aan de DC-ingangszijde is correct. De positieve en negatieve aansluitingen van de PV-reeks worden aangesloten op de overeenkomstige positieve en negatieve DC-ingangsaansluitingen op de SUN2000.
- Als de DC-ingangskabels omgekeerd zijn aangesloten, moet u de DC-schakelaar en positieve en negatieve aansluitingen niet direct gebruiken. Wacht tot de zonnestraling 's nachts afneemt en de PV-reeksstroom lager wordt dan 0,5 A. Schakel dan de DC-schakelaar uit, verwijder de positieve en negatieve aansluitingen en corrigeer de polariteit van de DC-ingangskabels.
LET OP
- Aangezien de uitvoer van de PV-reeks verbonden met de SUN2000 niet kan worden geaard, moet u ervoor zorgen dat PV-module goed is geaard.
- Tijdens de installatie van PV-reeksen en de SUN2000 kunnen de positieve of negatieve aansluitingen van PV-reeksen kortsluiting maken naar aarde als de voedingskabel niet juist wordt geïnstalleerd of gelegd. In dat geval kan een AC- of DC-kortsluiting optreden en kan de SUN2000 schade oplopen. Deze veroorzaakte apparaatschade wordt niet gedekt door enige garantie of serviceovereenkomst.
Afbeelding5-13 DC-ingangsaansluitingen

(1) Aansluitingen van DC-ingang 1
(2) Aansluitingen van DC-ingang 2
Procedure
Stap1 Zet een DC-aansluiting in elkaar.
⚠ V OORZICHTIG
Gebruik de positieve en negatieve metalen Staubli MC4-aansluitingen en de DC-aansluitingen die zijn meegeleverd met de SUN2000. Het gebruik van incompatibele positieve en negatieve metalen aansluitingen en DC-aansluitingen kan ernstige gevolgen hebben. Deze veroorzaakte apparaatschade wordt niet gedekt door enige garantie of serviceovereenkomst.
LET OP
- Houd de PV+ kabel en de PV- kabel van de DC-ingang dicht bij elkaar.
- Zeer stijve kabels, zoals gewapende kabels, worden niet aanbevolen als DC-ingangskabels, omdat het buigen van de kabels kan leiden tot een slecht contact.
- Vóór het monteren van DC-aansluitingen labelt u de kabelpolen correct, om te zorgen voor correcte kabelverbindingen.
- Na het krimpen van de positieve en negatieve metalen aansluitingen trekt u de DC-ingangskabels terug om te controleren of ze goed zijn aangesloten.
- Breng de gekrimpte metalen aansluitingen van de positieve en negatieve kabels in de positieve en negatieve aansluitingen aan. Trek vervolgens de DC-ingangskabels terug om te controleren of ze goed zijn aangesloten.
Afbeelding5-14 Een DC-aansluiting samenstellen

flowchart
graph TD
A["Positief metalen contact"] --> B["PV-CZM-22100 Zorg ervoor dat de kabel na het krimpen niet kan worden verwijderd."]
B --> C["Positieve aansluiting"]
C --> D["Negatieve aansluiting Klik"]
D --> E["Gebruik de afgebeelde sleutel om de borgmoer aan te halen. Wanneer de sleutel tijdens het aanhalen slipt, is de borgmoer vastgedraaid."]
E --> F["Meet de gelijkspanning met een multimeter ingesteld op DC."]

OPMERKING
- Als de PV-reeks niet is geconfigureerd met een optimizer, gebruikt u een multimeter om de spanning te meten bij de DC-positie. De multimeter moet een DC-spanningsbereik hebben van minimaal 600 V. Als de spanning negatief is, is de DC-ingangspolariteit onjuist en moet deze worden gecorrigeerd. Als de spanning hoger is dan 600 V, zijn er te veel PV-modules voor dezelfde reeksgeconfigureerd. Verwijder een of meer PV-modules.
- Als de PV-reeks is geconfigureerd met een optimizer, controleert u de kabelpolariteit door de beknopte handleiding van de Smart PV optimizer te raadplegen.

W A ARSCHUWING
Voordat u Stap 2 uitvoert, moet u ervoor zorgen dat de DC-schakelaar is uitgeschakeld.
Stap2 Plaats de positieve en negatieve aansluitingen in de bijbehorende DC-ingangsaansluitingen op de SUN2000.
LET OP
Nadat de positieve en negatieve aansluitingen op hun plaats zijn geklikt, trekt u de DC-ingangskabels terug om ervoor te zorgen dat ze goed zijn aangesloten.
Afbeelding5-15 De DC-ingangskabels aansluiten

LET OP
Als de DC-ingangskabel met omgekeerde polariteit is aangesloten en de DC-schakelaar op ON wordt gezet, zet de DC-schakelaar dan niet onmiddellijk uit en koppel de positieve en negatieve aansluitingen nog niet los. Als u dit wel doet, kan het apparaat beschadigd raken. Deze veroorzaakte apparaatschade wordt niet gedekt door enige garantie of serviceovereenkomst. Wacht tot de zonnestraling 's nachts afneemt en de PV-reeksstroom lager wordt dan 0,5 A. Schakel dan de DC-schakelaar uit, verwijder de positieve en negatieve aansluitingen en corrigeer de polariteit van de DC-ingangskabels.
---Einde
Vervolgprocedure

W A ARSCHUWING
Voordat u de positieve en negatieve aansluitingen verwijdert, zorgt u ervoor dat de DC-schakelaar is uitgeschakeld.
U verwijdert de positieve en negatieve aansluitingen uit de SUN2000 door een demontagegereedschap in de inkeping in te brengen en met de juiste kracht op het gereedschap te drukken.
Afbeelding5-16 Een DC-aansluiting verwijderen

5.7 (Optioneel) Accukabels aansluiten
Vereisten

GEV A AR
- Accukortsluiting kan leiden tot persoonlijk letsel. De hoge impulsstroom opgewekt door een kortsluiting kan in een piekspanning resulteren en brand veroorzaken.
- U mag de accukabel niet aansluiten of loskoppelen terwijl de SUN2000 in werking is. Wanneer u dit wel doet, kan dit leiden tot elektrische schokken.
- Voordat u de accukabels aansluit, zorgt u ervoor dat de DC-schakelaar op de SUN2000 en alle schakelaars die zijn aangesloten op de SUN2000 zijn uitgeschakeld en dat de SUN2000 geen resterende elektriciteit bevat. Anders kan de hoge spanning van de SUN2000 en de accu leiden tot elektrische schokken.
- Als er geen accu is aangesloten op de SUN2000, verwijder dan niet de waterdichte kap van de accuterminal. Als u dat wel doet, kan de IP-beschermingsgraad van de SUN2000 worden beïnvloed. Als een accu is aangesloten op de SUN2000, zet u de waterdichte kap opzij. Plaats de waterdichte kap onmiddellijk na het verwijderen van de aansluiting weer terug. De hoge spanning van de accuterminal kan leiden tot elektrische schokken.
Er kan een accuschakelaar worden geconfigureerd tussen de SUN2000 en de accu om ervoor te zorgen dat de SUN2000 veilig kan worden losgekoppeld van de accu.

W A ARSCHUWING
Sluit geen belastingen aan tussen de SUN2000 en de accu.
De accukabels moeten correct worden aangesloten. Dit houdt in dat de positieve en negatieve terminals van de accu moeten worden aangesloten op respectievelijk de positieve accuterminal en de negatieve accuterminal op de SUN2000. Anders kan de SUN2000 beschadigd raken of ontstaat er mogelijk zelfs brand.
LET OP
- Tijdens de installatie van de SUN2000 en de accu treedt in de positieve of negatieve terminal van de accu kortsluiting op als de stroomkabels niet zijn geïnstalleerd of gerouteerd zoals vereist. In dat geval kan een AC- of DC-kortsluiting optreden en kan de SUN2000 schade oplopen. Deze veroorzaakte apparaatschade wordt niet gedekt door enige garantie of serviceovereenkomst.
- De kabelafstand tussen de accu en de SUN2000 moet minder zijn dan of gelijk zijn aan 10 meter, en minder dan 5 meter wordt aanbevolen.
Procedure
Stap1 Monteer de positieve en negatieve aansluitingen door 5.6 De DC-ingangskabels aansluiten te raadplegen.

GEV A AR
- De accuspanning resulteert in ernstig letsel. Gebruik speciaal isolerend gereedschap om de kabels te verbinden.
- Zorg ervoor dat de accukabels correct zijn aangesloten tussen de accuterminal en de accuschakelaar en tussen de accuschakelaar en de accuterminal op de SUN2000.
LET OP
Zeer stijve kabels, zoals gewapende kabels, worden niet aanbevolen als accukabels, omdat het buigen van de kabels kan leiden tot een slecht contact.
Stap2 Plaats de positieve en negatieve aansluitingen in de bijbehorende accuterminal op de SUN2000.
LET OP
Nadat de positieve en negatieve aansluitingen op hun plaats zijn geklikt, trekt u de accukabels terug om ervoor te zorgen dat ze goed zijn aangesloten.
Afbeelding5-17 Accukabels aansluiten

----Einde
5.8 (Optioneel) Signaalkabels installeren
Context
LET OP
Bij het leggen van signaalkabels, dient u deze te scheiden van stroomkabels en weg te houden van sterke storingsbronnen om communicatie-interferentie te vermijden.
Afbeelding5-18 Signaalkabelpoorten

Tabel5-3 Definitie COM-poort
| Nr. | Label Definitie Scenario enkele SUN2000 | Cascadescenario SUN2000 | ||
| 1 485B | 1 RS485B | RS485 differentieel signaal- | - Verbinding met de | SUN2000's. |
| 2 485A | 1 RS485A | RS485 differentieel signaal+ | ||
| 3 485B | 2 RS485B | RS485 differentieel signaal- | Wordt gebruikt voor aansluiting op de RS485-signaalpoorten van de accu- en stroommeter. Wanneer zowel de accu als de stroommeter zijn geconfigureerd, moeten deze op de poorten 485B2 en 485A2 worden gekrimpt. | Wordt gebruikt voor aansluiting op de RS485-signaalpoorten van de accu- en stroommeter. Wanneer zowel de accu als de stroommeter zijn geconfigureerd, moeten deze op de poorten 485B2 en 485A2 worden gekrimpt. |
| 4 485A | 2 RS485A | RS485 differentieel signaal+ | ||
| 5 GND | GND van het vrijgavesignaal/1 2V/DI1/DI2 | Verbinding met de aarding van het vrijgavesignaal/12V/DI1/DI2 van een accu. | ||
| 6 EN+ | Vrijgavesignaal +/12V+ | Verbinding met het vrijgavesignaal van een accu en de positieve aansluiting van 12V. | ||
| Nr. Label | Definitie | Scenario enkele SUN2000 | Cascadescenario SUN2000 |
| 7 DI1 | Digitaal | ingangssignaal 1+ | Verbinding met de positieve aansluiting van DI1. Verbinding met het DRM0 schemasignaal of fungeert als speciale poort voor snelle uitchakelsignalen. |
| 8 DI2 | Digitaal | ingangssignaal 2+ | Verbinding met de positieve aansluiting van DI2 en fungeert als speciale poort voor feedbacksignalen van de controller die al dan niet op het netwerk is aangesloten. |

OPMERKING
- Als accu's en Smart Power Sensors naast elkaar bestaan, dan worden poorten 485B2 en 485A2 gedeeld.
- Raadpleeg voor het aansluiten van signaalkabels de SUN2000L-(2KTL-5KTL) and SUN2000-(2KTL-5KTL)-L1 Battery and Smart Power Sensor Quick Guide. U kunt ook de QR-code scannen om het document te verkrijgen.

De Smart Power Sensor en de Smart Dongle moeten zijn verbonden met dezelfde SUN2000.
- Scenario's enkele SUN2000
Afbeelding5-19 Enkele SUN2000

flowchart
graph TD
A["Elektriciteitsnet"] --> B["SUN2000"]
B --> C["AC"]
B --> D["COM"]
D --> E["485A2"]
D --> F["485B2"]
B --> G["Smart Dongle"]
G --> H["Krachtmeter, Accu"]
style B fill:#e6f3ff,stroke:#333
style G fill:#ffcccc,stroke:#333
style H fill:#ffcccc,stroke:#333
Afbeelding5-20 Kabels aansluiten op de Smart Power Sensor (enkele SUN2000)

flowchart
graph TD
A["SUN2000"] --> B["AC-schakelaar"]
B --> C["HOofdschakelaar"]
B --> D["AC-schakelaar"]
C --> E["Elektriciteitsnet"]
D --> F["Last thuis"]
B --> G["DC 31485A2"]
B --> H["DC 31485B2"]
B --> I["DC 31485A"]
B --> J["DC 31485B"]
B --> K["DC 31485A"]
B --> L["DC 31485B"]
B --> M["DC 31485A"]
B --> N["DC 31485B"]
B --> O["DC 31485A"]
B --> P["DC 31485B"]
B --> Q["DC 31485A"]
B --> R["DC 31485B"]
B --> S["DC 31485A"]
B --> T["DC 31485B"]
B --> U["DC 31485A"]
B --> V["DC 31485B"]
B --> W["DC 31485A"]
B --> X["DC 31485B"]
B --> Y["DC 31485A"]
B --> Z["DC 31485B"]
- Cascadescenario's SUN2000
- In-fase netverbinding
Afbeelding5-21 In-fase netverbinding

flowchart
graph TD
A["SUN2000-1"] -->|AC| B["COM 485A1"]
A -->|AC| C["COM 485B1"]
D["SUN2000-2"] -->|AC| E["COM 485A1"]
D -->|AC| F["COM 485B1"]
G["SUN2000-3"] -->|AC| H["COM 485A1"]
G -->|AC| I["COM 485B1"]
I --> J["Smart Dongle"]
K["Krachtmeter, Accu"] --> L["Output"]
Afbeelding5-22 Kabels aansluiten op de Smart Power Sensor (gebalancerde infase netverbinding)

flowchart
graph TD
subgraph Power Sources
A["SUN2000-1"] --> B["AC Schakelaar"]
C["SUN2000-2"] --> D["AC Schakelaar"]
E["SUN2000-3"] --> F["AC Schakelaar"]
end
subgraph Equipment
G["Hoofdschakelaar"] --> H["Electrical Tower"]
I["Elektriciteitsnet"] --> J["Electrical Tower"]
K["DC"] --> L["DC"]
end
B -->|L N| H
D -->|L N| H
F -->|L N| H
H -->|L N| L
L -->|L N| M["DDSU666-H"]
M --> N["RS485A"]
M --> O["RS485B"]
N --> P["TV"]
O --> Q["Last thuis"]
style M fill:#f9f,stroke:#333
style N fill:#ccf,stroke:#333
- Gebalanceerde driefasige netverbinding
Afbeelding5-23 Gebalanceerde driefasige netverbinding

flowchart
graph TD
A["Sun2000-1"] -->|AC| B["SUN2000-1"]
A -->|AC| C["SUN2000-2"]
A -->|AC| D["SUN2000-3"]
B --> E["COM 485A1 485B1"]
C --> F["COM 485A1 485B1"]
D --> G["COM 485A1 485B1"]
H["Driefase Krachtmeter, Accu"] --> I["Smart Dongle"]
J["L3"] --> K["N"]
L["L2"] --> K
M["L1"] --> K
N["IH07W00013"] --> O["AC"]
P["Elektriciteitsnet"] --> Q["AC"]
R["485A1 485B1"] --> S["AC"]
T["485A1 485B1"] --> U["AC"]
V["485A1 485B1"] --> W["AC"]
X["485A1 485B1"] --> Y["AC"]
Z["485A1 485B1"] --> AA["AC"]
AB["485A1 485B1"] --> AC["AC"]
AD["485A1 485B1"] --> AE["AC"]
AF["485A1 485B1"] --> AG["AC"]
AH["485A1 485B1"] --> AI["AC"]
AJ["485A1 485B1"] --> AK["AC"]
AL["485A1 485B1"] --> AM["AC"]
AN["485A1 485B1"] --> AO["AC"]
AP["485A1 485B1"] --> AQ["AC"]
AR["485A1 485B1"] --> AS["AC"]
AT["485A1 485B1"] --> AU["AC"]
AV["485A1 485B1"] --> AW["AC"]
AX["485A1 485B1"] --> AY["AC"]
AZ["485A1 485B1"] --> BA["AC"]
BB["Driefase Krachtmeter, Accu"] --> BC["AC"]
BD["IH07W00013"] --> BE["AC"]
Afbeelding5-24 Kabels aansluiten op de Smart Power Sensor (gebalancerde driefasige netverbinding)

flowchart
graph TD
subgraph Power Grid
A["SUN2000-1"] --> B["AC Schakelaar"]
C["SUN2000-2"] --> D["AC Schakelaar"]
E["SUN2000-3"] --> F["AC Schakelaar"]
end
subgraph Electrical Equipment
G["Hoofdschakelaar"] --> H["Elektriciteitsnet"]
I["DTSU666-H"] --> J["AC Schakelaar"]
K["TV"] --> L["Last thuis"]
end
B -->|L1| H
D -->|L2| H
F -->|L3| H
H -->|L4| I
I -->|L5| J
J -->|L6| K
K -->|L7| L
L -->|L8| M["TV"]
M --> N["Last thuis"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#ccf,stroke:#333
style I fill:#ccf,stroke:#333
style K fill:#ccf,stroke:#333
style M fill:#ccf,stroke:#333
OPMERKING
- In cascadescenario's zijn de omvormers vereist voor verbinding met het managementsysteem via een Smart Dongle.
- Bij de voorgaande netwerken zijn de SUN2000's in serie geschakeld en ondersteunen de functie Instellingen netgekoppelde punt om nulexport te bereiken.
- Als de SUN2000's moeten beschikken over de functie Instellingen netgekoppelde punt, dienen deze te worden aangesloten op een Smart Power Sensor.
- In het scenario van gebalanceerde driefasige netverbinding, wanneer de SUN2000's moeten beschikken over de functie Instellingen netgekoppelde punt, dienen deze te worden aangesloten op een driefasige Smart Power Sensor voor regeling van het totale driefasige vermogen.
- Er wordt slechts één LG-accu ondersteund en deze moet worden aangesloten op de omvormer die is geïnstalleerd met de Smart Dongle.
Procedure
Stap1 Sluit de signaalkabels aan op de juiste signaalaansluitingen.
LET OP
- Zorg ervoor dat de beschermlaag van de kabel in de aansluiting zit. De overbodige draadkern moet worden afgesneden van de beschermlaag.
- Zorg ervoor dat de blootliggende kern volledig in het kabelopening is geplaatst.
- Zorg ervoor dat de signaalkabels goed zijn aangesloten.
- Zorg ervoor dat de kabels niet gedraaid zijn.
- Als meerder signaalkabels moeten worden verbonden met een enkele aansluiting, dient u ervoor te zorgen dat de buitendiameters van de signaalkabels gelijk zijn.
Afbeelding5-25 Twee signaalkabels krimpen

Afbeelding5-26 Drie signaalkabels krimpen

Afbeelding5-27 Een signaalaansluiting monteren (enkele SUN2000)

Afbeelding5-28 Een signaalaansluiting monteren (cascadescenario SUN2000)

Stap2 Sluit de signaalaansluiting aan op de overeenkomstige poort.
LET OP
Zorg ervoor dat de signaalaansluiting goed is aangesloten.
Afbeelding5-29 Een signaalaansluiting bevestigen

---Einde
6 Systeem in bedrijf stellen
6.1 Controle voor inschakelen
Tabel6-1 Controle-items en acceptatiecriteria
| Nr. Item | controleren Acceptatiecriteria | |
| 1 SUN2000 | De SUN2000 is correct en veilig | geïnstalleerd. |
| 2 WLAN-antenne | De WLAN-antenne is correct en veilig geïnstalleerd. | |
| 3 Kabelroute | Kabels zijn correct gelegd, zoals vereist door de klant. | |
| 4 Kabelbinder | Kabelbinders zijn gelijkmatig bevestigd en er zijn geen scherpe punten. | |
| 5 Aarding | De PE-kabel is correct, veilig en betrouwbaar aangesloten. | |
| 6 Schakelaar | De DC-schakelaar en alle schakelaars die op de SUN2000 zijn aangesloten, zijn uitgeschakeld. | |
| 7 Kabelverbinding | De AC-uitgangskabel, DC-ingangskabel, accukabel en signaalkabel zijn correct, veilig en betrouwbaar aangesloten. | |
| 8 Ongebruikte | aansluiting en poort | Ongebruikte aansluitingen en poorten zijn vergrendeld met waterdichte doppen. |
| 9 Installatie | -omgeving De installatieruimte is netjes en de installatie-omgeving is schoon en opgeruimd. |
6.2 Het systeem inschakelen
Vereisten
Controleer voordat u de AC-schakelaar tussen de SUN2000 en het elektriciteitsnet inschakelt met een multimeter of de AC-spanning binnen het toegestane bereik valt.
LET OP
- Als de DC-stroomvoorziening is aangesloten, maar de AC-stroomvoorziening is ontkoppeld, rapporteert de SUN2000 een Netverlies alarm. De SUN2000 kan alleen correct worden gestart nadat de verbinding met het elektriciteitsnet is hersteld.
- Als de AC-stroomvoorziening is aangesloten, maar de accu niet is aangesloten, rapporteert de SUN2000 een Accu abnormaal alarm.
- Als de SUN2000 is aangesloten op accu's, schakelt u de DC-schakelaar in binnen 1 minuut nadat u de AC-schakelaar hebt ingeschakeld. Als u dit niet doet, start de SUN2000 die is verbonden met het elektriciteitsnet opnieuw op.
Procedure
Stap1 Als de accupoort van de SUN2000 is aangesloten op een accu, schakelt u de schakelaar voor de hulpvoeding van de accu en vervolgens de accuschakelaar in.
Stap2 Schakel de AC-schakelaar tussen de SUN2000 en het elektriciteitsnet in.
Stap3 (Optioneel) Verwijder de borgschroef van de DC-schakelaar.
Afbeelding6-1 De borgschroef van een DC-schakelaar verwijderen

Stap4 Schakel indien van toepassing de DC-schakelaar tussen de PV-reeks en de SUN2000 in.
Stap5 Schakel de DC-schakelaar aan de onderkant van de SUN2000 in.
Stap6 Observeer de LED's om de werkingsstatus van de SUN2000 te controleren.
Tabel6-2 LED-indicator 1
| Categorie Status | Beschrijving | ||
| Indicator actief LED1LED2 - | |||
| Constant groen Constant groen De SUN2000 bevindt zich in de netgckoppelde modus. | |||
| Knipperend groen met lange intervallen (1 sec aan en vervolgens 1 sec uit) | Uit De DC is ingeschakeld en de AC is uitgeschakeld. | ||
| Knipperend groen met lange intervallen (1 sec aan en vervolgens 1 sec uit) | Knipperend groen met lange intervallen (1 sec aan en vervolgens 1 sec uit) | ||
| Uit Knipperend groen | met lange intervallen (1 sec aan en vervolgens 1 sec uit) | ||
| Constant oranje Constant oranje Back-up | |||
| Knipperend oranje met lange intervallen | Uit Stand-by in back-upmodus | ||
| Knipperend oranje met lange intervallen | Knipperend oranje met lange intervallen | ||
| Uit Uit Zowel de DC als de | AC zijn uitgeschakeld. | ||
| Knipperend rood met korte intervallen (0,2 sec aan en vervolgens 0,2 sec uit) | - Er is een DC- omgevingsalarm, zoals een alarm voor hoge ingangsspanning op reeksen, voor omgekeerd aangesloten reeks of voor lage isolatieweerstand. | ||
| - Knipperend rood | metkorte intervallen (0,2 sec aan en vervolgens 0,2 sec uit) | Er is een AC-omgevingsalarm, zoals een alarm voor onderspanning elektriciteitsnet, overspanning elektriciteitsnet, overfrequentie elektriciteitsnet of onderfrequentie elektriciteitsnet. | |
| Constant rood Constant | rood Storing. | ||
| Indicator communicatie[IMAGE] | LED3 - | ||
| Knipperend groen met korte intervallen (0,2 sec aan en vervolgens 0,2 sec uit) | Er wordt gecommuniceerd. | ||
| Knipperend groen met lange intervallen (1 sec aan en vervolgens 1 sec uit) | De mobiele telefoon heeft verbinding met de SUN2000. | ||
| Uit Er is geen | communicatie. | ||

OPMERKING
Als de belasting buiten het net overbelast is, knipperen de indicatoren LED1 en LED2 op de omvormer langzaam oranje. Verminder de spanning van de belasting buiten het net en wis het alarm handmatig of totdat de omvormer is hersteld. De omvormer probeert opnieuw te starten met een interval van 5 minuten. Als de omvormer drie keer niet opnieuw start, verandert het interval in 2 uur. Als de omvormer stand-by staat in de modus buiten net, controleer dan de alarmen van de omvormer en verhelp de storing.
Tabel6-3 LED-indicatoren 2
| Categorie | Status Beschrijving | |||
| Indicatie vervanging van apparaat | LED1LED2LED3 - | |||
| Constant rood | Constant rood | Constant rood De | SUN2000- hardware is defect. De SUN2000 moet worden vervangen. | |
----Einde
7 Mens-machine-interactie
7.1 Inbedrijfstelling van app
7.1.1 FusionSolar-app downloaden
- Methode 1: Zoek FusionSolar in de Huawei AppGallery en download het nieuwste installatiepakket.
- Methode 2: Ga naar https://solar.huawei.com met de browser van de mobiele telefoon en download het nieuwste installatiepakket.
Afbeelding7-1 Download en installeer de FusionSolar-app

- Methode 3: Scan de volgende QR-code en download het nieuwste installatiepakket.
Afbeelding7-2 QR-code

FusionSolar
7.1.2 (Optioneel) Een installateursaccount registreren

OPMERKING
- Sla deze stap over als u een installateursaccount hebt.
- U kunt alleen in China een account registreren met een mobiele telefoon.
- Het mobiel nummer of e-mailadres is de gebruikersnaam voor registratie bij de FusionSolar-app.
Maak de eerste installateursaccount aan en maak een domein aan met de naam van uw bedrijf.
Afbeelding7-3 Het eerste installatcursaccount aanmaken

LET OP
Als u meerdere installateursaccounts voor hetzelfde bedrijf wilt aanmaken, meldt u zich aan bij de FusionSolar-app en tikt u op Voeg gebruiker toe.
Afbeelding7-4 Meerdere installateursaccounts voor hetzelfde bedrijf aanmaken

7.1.3 Een PV-installatie en een gebruiker aanmaken
Afbeelding7-5 Een PV-installatie en een gebruiker aanmaken


OPMERKING
- In de snelle instellingen is de netcode standaard ingesteld op N/A (automatisch opstarten wordt niet ondersteund). Stel de netcode in op basis van het gebied waar de PV-installatie zich bevindt.
- Voor meer informatie over het gebruiken van de implementatiewizard van de site, zie FusionSolar App Quick Guide. U kunt ook de QR-code scannen om het document te verkrijgen.

7.1.4 (Optioneel) De fysieke lay-out van Smart PV optimizers instellen

OPMERKING
- Als Smart PV optimizers zijn geconfigureerd voor PV-reeksen, zorg er dan voor dat de Smart PV optimizers met succes zijn aangesloten op de SUN2000 voordat u de werkzaamheden in dit gedeelte uitvoert.
- Controleer of de SN-labels van de Smart PV optimizers juist zijn bevestigd aan het fysieke lay-outsjabloon.
- Maak een foto van het fysieke lay-outsjabloon en sla deze op. Houd uw telefoon parallel aan het sjabloon en maak een foto in liggende modus. Zorg ervoor dat de vier positioneringspunten in de hoeken in het frame zitten. Zorg ervoor dat elke QR-code binnen het frame is bevestigd.
- Voor meer informatie over het gebruiken van de implementatiewizard van de site, zie FusionSolar App Quick Guide. U kunt ook de QR-code scannen om het document te verkrijgen.

Scenario 1: Instelling op de FusionSolar-server (omvormer voor zonne-energie verbonden met het beheersysteem)
Stap1 Meld u aan bij de FusionSolar-app en tik op de naam van de installatie in het scherm Woning om het scherm van de installatie te openen. Selecteer lay-out, tik op en upload de foto van de sjabloon voor fysieke lay-out zoals aangegeven.
Afbeelding7-6 Een sjabloonafbeelding voor een fysieke lay-out uploaden (app)


OPMERKING
U kunt de foto van de sjabloon voor fysieke lay-out ook als volgt uploaden via de webinterface: Meld u aan op https://intl.fusionsolar.huawei.com om de webinterface van het FusionSolar Smart PV-beheersysteem te openen. Klik op de startpaginaop de naam van de installatie om naar de pagina van de installatie te gaan. Selecteer Lay-out, klik op Klik om te uploaden en upload de foto van de sjabloon voor fysieke lay-out.
Afbeelding7-7 Een sjabloonafbeelding voor een fysieke lay-out uploaden (WebUI)

Stap2 Meld u aan bij de webinterface van het FusionSolar Smart PV-beheersysteem. Klik op de Woning op de naam van de installatie om naar de pagina van de installatie te gaan. Selecteer Lay-out. Selecteer Lay-out genercreen en maak een fysieke lay-out aan zoals aangegeven. U kunt ook handmatig een lay-out voor de fysieke locatie maken.
Afbeelding7-8 Fysieke lay-out van PV-modules

---Einde
Scenario 2: Instelling op de omvormer voor zonne-energie (omvormer voor zonne-energie niet verbonden met het beheersysteem)
Stap1 Gebruik de FusionSolar-app om het scherm Inbedrijfstelling van apparaat te openen en de fysieke lay-out van Smart PV optimizers in te stellen.
-
Meld u aan bij de FusionSolar-app. In het scherm Inbedrijfstelling van apparaat selecteert u Onderhoud > Optimizer-indeling. Het scherm Optimizer-indeling wordt weergegeven.
-
Tik op het lege gebied. De knoppen Identificeer afbeelding en PV-modules toevoegen worden weergegeven. U kunt een van de volgende methods gebruiken om de bewerkingen uit te voeren zoals aangegeven:
- Methode 1: Tik op Identificeer afbeelding en upload de foto van de sjabloon voor fysieke lay-out om de lay-out van de optimizer te voltooien. (De optimizers die niet kunnen worden geïdentificeerd, moeten handmatig worden gekoppeld.)
- Methode 2: Tik op PV-modules toevoegen om Pv-modules handmatig toe te voegen en koppel de optimizers aan de PV-modules.
Afbeelding7-9 Fysieke lay-out van PV-modules

----Einde
7.2 Parameterinstellingen
Ga naar het scherm Inbedrijfstelling van apparaat en stel de parameters voor de SUN2000 in. Voor meer informatie over toegang tot het scherm Inbedrijfstelling van apparaat, zie B Inbedrijfstelling van apparaat.
Tik op Instellingen om nog meer parameters in te stellen. Raadpleeg voor meer informatie over de parameters de FusionSolar App and SUN2000 App User Manual. U kunt ook de QR-code scannen om het document te verkrijgen.

7.2.1 Energiebeheer
Tik op het startscherm op Stroomaanpassing om de betreffende handeling uit te voeren.
Afbeelding7-10 Energiebeheer

7.2.1.1 Instellingen netgekoppelde punt
Functie
Beperkt of vermindert het uitgangsvermogen van het PV-voedingssysteem om ervoor te zorgen dat het uitgangsvermogen binnen de vermogensafwijkingslimiet ligt.
Procedure
Stap1 Kies in het startscherm Stroomaanpassing > Instellingen netgekoppelde punt.
Afbeelding7-11 Instellingen netgekoppelde punt

Tabel7-1 Instellingen netgekoppelde punt
| Parameternaam | Beschrijving | ||
| Actieve stroom | Onbeperkt - Als | deze parameter is | ingesteld op Onbeperkt, is het uitgangsvermogen van de SUN2000 niet beperkt en kan de SUN2000 op het elektriciteitsnet worden aangesloten met het nominale vermogen. |
| Netverbinding bij geen stroom | Regelaar met gesloten kring | ● Als er meerdere SUN2000's in serie zijn geschakeld, stelt u deze parameter in op S_Dongle/SmartLogger.● Als er slechts één SUN2000 is, stelt u deze parameter in op Omvormer. | |
| Beperkingsmodus | Totaal vermogen geeft de exportbeperking aan van het totale vermogen op het netgekoppelde punt. | ||
| Stroomaanpassingsperiode | Geeft het kortst mogelijke interval aan voor één anti-backfeeding-aanpassing. | ||
| Hysterese energiebeheer | Specificeert de dode zone voor het afstellen van het uitgangsvermogen van de SUN2000. Als de stroomschommeling binnen de hysterese van het energiebeheer ligt, wordt het vermogen niet aangepast. | ||
| Limict uitgang actieve stroom voor failsafe | Geeft de reductiewaarde van de actieve stroom van de SUN2000 weer middels een percentage. Als de Smart Dongle geen metergegevens detecteert of als de communicatie tussen de Smart Dongle en de SUN2000 is onderbroken, geeft de Smart Dongle de reductiewaarde van de actieve stroom van de SUN2000 weer middels een percentage. | ||
| Parameternaam Beschrijving | |||
| Failsafe voor verbroken communicatie verbinding | In het anti-backfeedingscenario voor de SUN2000 vindt er in de SUN2000 reductie plaats volgens het reductiepercentage voor actieve stroom, als deze parameter is ingesteld opInschakelen, wanneer de communicatie tussen de SUN2000 en de Smart Dongle langer wordt onderbroken dan deDetectietijdvoor verbroken communicatieverbinding. | ||
| Detectietijd voor verbroken communicatie verbinding | Geeft de tijd aan voor het vaststellen van de communicaticonderbreking tussen de SUN2000 en de Smart Dongle.Deze parameter wordt weergegeven wanneerFailsafe voor verbroken communicatieverbindingis ingesteld op Inschakelen. | ||
| Netverbinding bij beperkte stroom (kW) | Regelaar met gesloten kring | ● Als er meerdere SUN2000's in serie zijn geschakeld, stelt u deze parameter in opSDongle/SmartLogger.● Als er slechts een SUN2000 is, stelt u deze parameter in opOmvormer. | |
| Beperkingsmodus | Totaal vermogen geeft de exportbeperking aan van het totale vermogen op het netgekoppelde punt. | ||
| Maximale elektriciteit afgegeven aan het net | Geeft de maximale actieve stroom aan dat het punt dat op het elektriciteitsnet is aangesloten, kan doorgeven aan het elektriciteitsnet. | ||
| Stroomaanpassingsperiode | Geeft het kortst mogelijke interval aan voor een anti-backfeeding-aanpassing. | ||
| Hysterese energiebeheer | Specificeert de dode zone voor het afstellen van het uitgangsvermogen van de SUN2000. Als de stroomschommeling binnen de hysterese van het energiebeheer ligt, wordt het vermogen niet aangepast. | ||
| Limiet uitgang actieve stroom voor failsafe | Geeft de reductiewaarde van de actieve stroom van de SUN2000 weer middels een percentage. Als de Smart Dongle geen metergegevens detecteert of als de communicatie tussen de Smart Dongle en de SUN2000 is onderbroken, geeft de Smart Dongle de reductiewaarde van de actieve stroom van de SUN2000 weer middels een percentage. | ||
| Failsafe voor verbroken communicatie verbindingDetectietijd voor verbroken communicatie verbinding | In het anti-backfeedingscenario voor de SUN2000 vindt er in de SUN2000 reductie plaats volgens het reductiepercentage voor actieve stroom, als deze parameter is ingesteld opInschakelen, wanneer de communicatie tussen de SUN2000 en de Smart Dongle langer wordt onderbroken dan deDetectietijdvoor verbroken communicatieverbinding.Geeft de tijd aan voor het vaststellen van de communicatieonderbreking tussen de SUN2000 en de Smart Dongle.Deze parameter wordt weergegeven wanneer Failsafe voor verbroken communicatieverbinding is ingesteld op Inschakelen. | ||
| Netverbinding bij beperkte stroom (%) | Regelaar met gesloten kring | ● Als er meerdere SUN2000's in serie zijn geschakeld, stelt u deze parameter in op S_Dongle/SmartLogger.● Als er slechts één SUN2000 is, stelt u deze parameter in op Omvormer. | |
| Beperkingsmodus | Totaal vermogen geeft de exportbeperking aan van het totale vermogen op het netgekoppelde punt. | ||
| Capaciteit PV-installatie | Geeft het totale maximum actieve stroom aan in het cascadescenario van de SUN2000. | ||
| Maximale elektriciteit afgegeven aan het net | Geeft het percentage van de maximale actieve stroom aan van het punt dat op het elektriciteitsnet is aangesloten, ten opzichte van de capaciteit van de PV-installatie. | ||
| Stroomaanpassingsperiode | Geeft het kortst mogelijke interval aan voor één anti-backfeeding-aanpassing. | ||
| Hysterese energiebeheer | Specificeert de dode zone voor het afstellen van het uitgangsvermogen van de SUN2000. Als de stroomschommeling binnen de hysterese van het energiebeheer ligt, wordt het vermogen niet aangepast. | ||
| Limiet uitgang actieve stroom voor failsafe | Geeft de reductiewaarde van de actieve stroom van de SUN2000 weer middels een percentage. Als de Smart Dongle geen metergegevens detectcert of als de communicatie tussen de Smart Dongle en de SUN2000 is onderbroken, geeft de Smart Dongle de reductiewaarde van de actieve stroom van de SUN2000 weer middels een percentage. | ||
| Failsafe voor verbroken communicatie verbindingDetectietijd voor verbroken communicatie verbinding | In het anti-backfeedingscenario voor de SUN2000 vindt er in de SUN2000 reductie plaats volgens het reductiepercentage voor actieve stroom, als deze parameter is ingesteld op Inschakelen, wanneer de communicatie tussen de SUN2000 en de Smart Dongle langer wordt onderbroken dan de Detectietijd voor verbroken communicatieverbinding.Geeft de tijd aan voor het vaststellen van de communicatieonderbreking tussen de SUN2000 en de Smart Dongle.Deze parameter wordt weergegeven wanneer Failsafe voor verbroken communicatieverbinding is ingesteld op Inschakelen. | ||
----Einde
De schermafbeeldingen in dit hoofdstuk zijn gemaakt in de SUN2000 3.2.00.011-app. De app wordt bijgewerkt. De actuele schermen prevaleren.
Functie
Wanneer de omvormer op een batterij is aangesloten, voegt u de batterij toe en stelt u de batterijparameters in.
Batterij toevoegen
Als u een batterij wilt toevoegen, kiest u Onderhoud > Subapparaatbeheer in het beginscherm.
Afbeelding7-12 Batterij toevoegen

Parameterinstellingen
Kies in het beginscherm Stroomaanpassing > Instellingen energieopslag en stel de batterijparameters en de werkmodus in.
Afbeelding7-13 Instelling batterijregelingsparameter

| Parameter Beschrijving Waardenbereik | ||
| Werkmodus Zie de beschrijving op het app-scherm voor meer informatie. | ● Maximaal eigenverbruik● Gebruiksduur● Volledig geleverd aan net | |
| Maximale lading (kW) | Houd deze parameter op het maximale oplaadvermogen.Aanvullende configuratie is niet vereist. | ● Opladen: [0, Maximale lading] |
| Maximale ontlading (kW) | Houd deze parameter op het maximale ontladvermogen. Aanvullende configuratie is niet vercist. | ● Ontladen: [0, Maximale ontlading] |
| Eindlaadcapaciteit (%) | Stel het uitschakelpunt voor laden in. 90% - 100% | |
| Eindontladingscapaciteit (%) | Stel het uitschakelpunt voor laden in. 0% - 20% | |
| Elektriciteit afgeven aan het net | Als de functie Elektriciteit afgeven aan het net standaard is uitgeschakeld, moet u voldoen aan de netspanningsvereisten die zijn vastgelegd in de lokale wetten en voorschriften als deze functie is ingeschakeld. | ● Uitschakelen● Inschakelen |
| SOC uitschakelen netspanning | Stel de SOC uitschakelen netspanning in. [20%, 100%] | |
7.2.2 AFCI
Functie
Als PV-modules of kabels incorrect worden aangesloten of beschadigd zijn, kunnen elektrische bogen worden gegenereerd, wat kan leiden tot brand. De omvormers voor zonne-energie van Huawei bieden vlamboogdetectie die voldoet aan de vereiste van UL 1699B-2018, om de veiligheid van de gebruiker en het eigendom te waarborgen.
Deze functie is standaard ingeschakeld. De omvormer voor zonne-energie detecteert automatisch vlamboogstoringen. Om deze functie uit te schakelen, meldt u zich aan bij de FusionSolar-app. Ga vervolgens naar het scherm Inbedrijfstelling van apparaat, kies Instellingen > Functieparameters, en schakel AFCI uit.
Alarmen wissen
De AFCI-functie bevat onder andere het alarm Storing DC-boog.
De SUN2000 beschikt over het automatische wismechanisme voor het AFCI-alarm. Als een alarm gedurende minder dan vijf keer binnen 24 uur wordt geactiveerd, wist de SUN2000 het alarm automatisch. Als het alarm gedurende meer dan vijf keer binnen 24 uur wordt geactiveerd, wordt de SUN2000 vergrendeld ter beveiliging. Het alarm van de SUN2000 dient handmatig te worden gewist voor een correcte werking.
Het alarm kan als volgt handmatig worden gewist:
- Methode 1: FusionSolar-app
Meld u aan bij de FusionSolar-app en kies Mijn account > Inbedrijfstelling van apparaat. Maak in het scherm Inbedrijfstelling van apparaat verbinding met de SUN2000 die het AFCI-alarm genereert en meld u aan, tik op Alarmbeheer en tik op Verwijder aan de rechterzijde van het alarm Storing DC-boog om het alarm te wissen.
Afbeelding7-14 Alarmbeheer

● Methode 2: FusionSolar slim PV-beheersysteem
Meld u aan bij het FusionSolar slim PV-beheersysteem met een account zonder eigenaar, kies Beheer en onderhoud > Alarmbeheer, selecteer het alarm Storing DC-boog en klik op Verwijderen om het alarm te wissen.
Afbeelding7-15 Alarmen wissen

Schakel over naar het eigenaarsaccount met beheersrechten voor de PV-installatie. Klik op de startpagina op de naam van de PV-installatie om naar de pagina PV-installatie te gaan en klik op OK wanneer u wordt gevraagd het alarm te wissen.
7.2.3 IPS-controle (voor Italië alleen netcode CEI0-21)
Functie
De Italiaanse netcode CEI0-21 vereist een IPS-test voor de SUN2000. Tijdens de zelfcontrole controleert de SUN2000 de beveiligingsdrempel en beveiligingstijd van de maximale spanning gedurende 10 minuten (59.S1), maximale overspanning (59.S2), minimale onderspanning (27.S1), minimale onderspanning (27.S2), maximale overfrequentie (81.S1), maximale overfrequentie (81.S2), minimale onderfrequentie (81.S) en minimale onderfrequentie (81.S2).
Procedure
Stap1 Kies op het startscherm Onderhoud > IPS-test voor toegang tot het IPS-testscherm.
Stap2 Tik op Start om een IPS-test te starten. De SUN2000 detecteert maximale spanning gedurende 10 minuten (59.S1), maximale overspanning (59.S2), minimale onderspanning (27.S1), minimale onderspanning (27.S2), maximale overfrequentie (81.S1), maximale overfrequentie (81.S2), minimale onderfrequentie (81.S) en minimale onderfrequentie (81.S2).
Afbeelding7-16 IPS-test

Tabel7-2 IPS-testtype
| IPS-testtype | Beschrijving |
| Meer dan 10 min. maximale spanning (59.S1) | De standaard maximale spanning gedurende de beveiligingsdrempel van 10 min. is 253 V (1,10 Vn) en de standaard beveiligingstijddrempel is 3 s. |
| Maximale overspanning (59.S2) | De standaard overspanningsbeveiligingsdrempel is 264,5 V (1,15 Vn) en de standaard beveiligingstijddrempel is 0,2 s. |
| Minimale onderspanning (27.S1) | De standaard onderspanningsbeveiligingsdrempel is 195,5 V (0,85 Vn) en de standaard beveiligingstijddrempel is 1,5 s. |
| Minimale onderspanning (27.S2) | De standaard onderspanningsbeveiligingsdrempel is 34,5 V (0,15 Vn) en de standaard beveiligingstijddrempel is 0,2 s. |
| IPS-testtype Beschrijving | |
| Maximale overfrequentie (81.S1) | De standaard overfrequentiebeveiligingsdrempel is 50,2 Hz en de standaard beveiligingstijddrempel is 0,1 s. |
| Maximale overfrequentie (81.S2) | De standaard overfrequentiebeveiligingsdrempel is 51,5 Hz en de standaard beveiligingstijddrempel is 0,1 s. |
| Minimale onderfrequentie (81.S1) | De standaard onderfrequentiebeveiligingsdrempel is 49,8 Hz en de standaard beveiligingstijddrempel is 0,1 s. |
| Minimale onderfrequentie (81.S2) | De standaard onderfrequentiebeveiligingsdrempel is 47,5 Hz en de standaard beveiligingstijddrempel is 0,1 s. |
Stap3 Na afronding van de IPS-test wordt IPS-status weergegeven als IPS-status geslaagd. Tik op Historisch rapport in de rechterbovenhoek van het scherm om het IPS-controllerapport te bekijken.
----Einde
7.2.4 DRM (Australia AS4777)
Functie
Volgens Australia AS 4777.2-2015, dienen omvormers voor zonne-energie de functie van de Demand Response Mode (DRM) te ondersteunen (DRM0 is een verplichte vereiste).
Deze functie is standaard uitgeschakeld.
Afbeelding7-17 Elektrisch schema voor de DRM-functie


OPMERKING
Het Demand Response Enabling Device (DRED) is een apparaat voor elektriciteitsnet-dispatching.
| Modus Poort op de SUN2000 Vereisten | |
| DRM0 DI1 en GND van de COM-poort | ● Als schakelaar S0 en S9 worden ingeschakeld, moet de omvormer voor zonne-energie zijn uitgeschakeld.● Wanneer schakelaar S0 is uitgeschakeld en schakelaar S9 is ingeschakeld, moet de omvormer voor zonne-energie netgekoppeld zijn. |
Procedure
Stap1 Kies op de startpagina Instellingen > Functieparameters.
Stap2 Stel DRM in op
Afbeelding7-18 DRM

---Einde
8 Systeemonderhoud
8.1 Het systeem uitschakelen
Voorzorgsmaatregelen

Nadat de SUN2000 is uitgeschakeld, kunnen de resterende elektriciteit en warmte nog steeds elektrische schokken en brandwonden veroorzaken. Draag daarom veiligheidshandschoenen en begin vijf minuten nadat de stroom is uitgeschakeld pas met bediening van de SUN2000.
Procedure
Stap1 Stuur een uitschakelopdracht in de app.
Stap2 Schakel de AC-schakelaar tussen de SUN2000 en het elektriciteitsnet uit.
Stap3 Schakel de DC-schakelaar aan de onderkant van de SUN2000 uit.
Stap4 (Optioneel) Breng de borgschroef voor de DC-schakelaar aan.
Afbeelding8-1 Een borgschroef voor de DC-schakelaar aanbrengen

Stap5 Schakel de DC-schakelaar tussen de SUN2000 en de PV-reeksen uit.
Stap6 (Optioneel) Schakel de accuschakelaar tussen de SUN2000 en de accu's uit.
----Einde
8.2 Routinematig onderhoud
Om te zorgen dat de SUN2000 op lange termijn goed blijft werken, kunt u routinematig onderhoud het beste uitvoeren zoals beschreven in dit hoofdstuk.
V OORZICHTIG
Schakel de SUN2000 uit voordat u deze reinigt, kabels aansluit en de aardingsbetrouwbaarheid controleert (zie 8.1 Het systeem uitschakelen voor informatie).
Tabel8-1 Controlelijst voor onderhoud
| Item controleren | Methode voor controle Onderhoudsinterval | |
| Reinheid van systeem | Controleer regelmatig of de koellichamen vrij van obstakels en stof zijn. | Eenmaal per 6 tot 12 maanden |
| Bedrijfsstatus van systeem | ● Controleer of de SUN2000 niet beschadigd of vervormd is.● Controleer of de SUN2000 werkt zonder abnormaal geluid.● Controleer of alle parameters van de SUN2000 correct zijn ingesteld tijdens de werking. | Eenmaal per zes maanden |
| Elektrische aansluiting | ● Controleer of de kabels goed vastzitten.● Controleer of de kabels intact zijn en met name of de onderdelen die het metalen oppervlak raken krasvrij zijn.● Controleer of ongebruikte DC-ingangsaansluitingen, accuterminals, COM-poorten, ANT-poorten en waterdichte behuizingen van Smart Dongle zijn vergrendeld. | De eerste inspectie vindt 6 maanden na eerste inbedrijfstelling plaats. Vanaf dat moment kan het interval 6 of 12 maanden zijn. |
| Betrouwbaarheid aarding | Controleer of de aardingskabels goed zijn aangesloten. | De eerste inspectie vindt 6 maanden na eerste inbedrijfstelling plaats. Vanaf dat moment kan het interval 6 of 12 maanden zijn. |
8.3 Problemen oplossen
Alarmeringsniveaus worden als volgt ingedeeld:
- Hoog: De SUN2000 wordt uitgeschakeld of functioncert abnormaal na een storing.
- Laag: Sommige onderdelen zijn defect, maar de SUN2000 maakt nog steeds verbinding met het elektriciteitsnet en wekt elektriciteit op.
- Waarschuwing: De SUN2000 functioneert normaal, maar het uitgangsvermogen neemt af als gevolg van externe factoren.
Tabel8-2 Algemene alarmen en maatregelen voor probleemoplossing
| Alarm-ID | Alarmna am | Alarmeringsniveau | Mogelijke oorzaken Problemen oplossen |
| 2001 Hoge | ingangsspanning op reeksen | Hoog De PV | - generator is onjuist geconfigureerd. Te veel PV-modules zijn in serie aangesloten op de PV-reeks en daarom overschrijdt de nullastspanning de maximale bedrijfsspanning van de SUN2000.Oorzaak-ID = 1, 21: De PV1-ingangsspanning is hoog.2: De PV2-ingangsspanning is hoog. |
| 2002 Storing | DC-vlamboog | Hoog De stroomkabels van de PV-reeks veroorzaken vlambogen of zijn niet goed aangesloten.Oorzaak-ID = 1, 21: Storing DC-vlamboog PV12: Storing DC-vlamboog PV2 | Controleer of de kabels van de PV-reeks vlambogen veroorzaken of niet goed zijn aangesloten. |
| 2011 Reeks | omgeckcerd | Hoog De PV | -reeks is omgekeerd aangesloten.Oorzaak-ID = 1, 21: PV1 is omgekeerd aangesloten.2: PV2 is omgekeerd aangesloten. |
| 2021 Storing | AFCI-controle | Hoog De AFCI-controle is mislukt.Oorzaak-ID = 1, 2● 1: Het AFCI-controlecircuitis abnormaal.● 2: Het AFCI-circuit isdefect. | Schakel de AC-uitgangsschakelaaren de DC-ingangsschakelaar uitenschakel ze vervolgens na 5 minutenweer in. Necem contact op met uwdealer of de technischeondersteuning van Huawei als destoring zich blijft voordoen. |
| 2032 Stroomstoring | Hoog Oorzaak-ID = 1● Er is sprake van eenstroomstoring in hetelektriciteitsnet.● Het AC-circuit islosgekoppeld of de AC-stroomonderbreker isuitgeschakeld. | 1. Controleer de AC-spanning.2. Controleer of het AC-circuit islosgekoppeld of de AC-stroomonderbreker isuitgeschakeld. | |
| 2033 Onderspanningelektriciteitsnet | Hoog Oorzaak-ID = 1De netspanning is lager dan delaagste grenswaarde of de lagespanning heeft langer geduurddan de door Low-Voltage RideThrough (LVRT)gespecificeerde waarde. | 1. Als het alarm zo nu en danoptreedt, kan het elektriciteitsnettijdelijk abnormaal zijn. DeSUN2000 herstelt zichautomatisch nadat is gedetecteerddat het elektriciteitsnet weernormaal is.2. Als het alarm zich vakervoordoct, controleer dan of denetspanning binnen hettoegestane bereik ligt. Zo niet,neemt u contact op met uwplaatselijke energiebedrijf. Zo ja,meld u dan aan bij SmartLogger,de app op uw mobiele telefoon ofhet Netwerkbeheersysteem(NMS, Network ManagementSystem) om debeveiligingsdrempelwaarde vooronderspanning met toestemmingvan het plaatselijke energiebedrijfaan te passen.3. Als de storing lange tijd aanhoudt, controleer dan de aansluiting tussen de AC-schakelaar en deuitgangsstroomkabel. |
Alarm-ID Alarmna am Alarmer ingsnive au Mogelijke oorzaken Problemen oplossen
| 2034 Overspanningelektriciteitsnet | Hoog Oorzaak-ID = 1 | 1. Als het alarm zo nu en dan optreedt, kan het elektriciteitsnet tijdelijk abnormaal zijn. De SUN2000 herstelt zich automatisch nadat is gedetecteerd dat het elektriciteitsnet weer normaal is. |
| De spanning van het elektriciteitsnet overschrijdt de hoogste grenswaarde of de hoge spanning heeft langer geduurd dan de door High-Voltage Ride Through (HVRT) gespecificeerde waarde. | 2. Als het alarm zich vaker voordoet, controleer dan of de netspanning binnen het toegestane bereik ligt. Zo niet, neemt u contact op met uw plaatselijke energiebedrijf. Zo ja, meld u dan aan bij SmartLogger, de app op uw mobiele telefoon of het Netwerkbeheersysteem (NMS, Network Management) om de beveiligingsdrempelwaarde voor overspanning met toestemming van het plaatselijke energiebedrijf aan te passen. | |
| 3. Controleer of de piekspanning van het elektriciteitsnet te hoog is. Als de fout zich blijft voordoen en gedurende langere tijd niet kan worden verholpen, necmt u contact op met het energiebedrijf. |
| Alarm-ID | Alarmna am | Alarmeringsniveau | Mogelijke oorzaken Problemen oplossen |
| 2036 Overfrequente elektriciteitsnet | Hoog Oorzaak-ID = 1Uitzondering elektriciteitsnet:De werkelijke netfrequentie is hoger dan de vereiste standardfrequentie voor het lokale elektriciteitsnet. | 1. Als het alarm zo nu en dan optreedt, kan het elektriciteitsnet tijdelijk abnormaal zijn. De SUN2000 herstelt zich automatisch nadat is gedetecteerd dat het elektriciteitsnet weer normaal is.2. Als het alarm zich vaker voordoet, controleer dan of de netfrequentie binnen het tocgestane bereik ligt. Zo niet, neemt u contact op met uw plaatselijke energiebedrijf. Zo ja, meld u dan aan bij SmartLogger, de app op uw mobicle telefoon of het Netwerkbeheersysteem (NMS, Network Management) om de beveiligingsdrempelwaarde voor te hoge frequentie met toestemming van het plaatselijke energiebedrijf aan te passen. | |
| 2037 | Onderfrequente elektriciteitsnet | Hoog Oorzaak-ID = 1Uitzondering elektriciteitsnet:De werkelijke netfrequentie is lager dan de vereiste standardfrequentie voor het lokale elektriciteitsnet. | 1. Als het alarm zo nu en dan optreedt, kan het elektriciteitsnet tijdelijk abnormaal zijn. De SUN2000 herstelt zich automatisch nadat is gedetecteerd dat het elektriciteitsnet weer normaal is.2. Als het alarm zich vaker voordoet, controleer dan of de networkbenc bereik ligt. Zo niet, neemt u contact op met uw plaatselijke energiebedrijf. Zo ja, meld u dan aan bij SmartLogger, de app op uw mobicle telefoon of het Netwerkbeheersysteem (NMS, Network Management) om de beveiligingsdrempelwaarde voor te lage frequentie met toestemming van het plaatselijke energiebedrijf aan te passen. |
| 2038 Instabiele | elefrequentie elektriciteitsnet | Hoog Oorzaak-ID = 1Uitzondering elektriciteitsnet:De werkelijkeveranderingssnelheid van denetfrequentie komt nietovereen met de standaard vanhet lokale elektriciteitsnet. | 1. Als het alarm zo nu en danoptreedt, kan het elektriciteitsnettijdelijk abnormaal zijn. DeSUN2000 herstelt zichautomatisch nadat is gedetecteerddat het elektriciteitsnet wecrnormaal is.2. Als het alarm zich vakervoordoet, controleer dan of denetfrequentie binnen hettocgestane bereik ligt. Zo niet,neemt u contact op met uwplaatselijke energiebedrijf. |
| 2039 Te hoge | uitgangsstroom | Hoog Oorzaak-ID = 1De netspanning daaltdramatisch of theelektriciteitsnet is kortgesloten.Als gevolg hiervan overschrijdtde transiënte uitgangsstroomvan de SUN2000 debovengrenswaarde en wordt debeveiliging van de SUN2000 inwerking gezet. | 1. De SUN2000 detecteert zijnexterne werkomstandigheden inrealtime. Nadat de storing isverholpen, herstelt de SUN2000automatisch.2. Als het alarm zich regelmatigvoordoet en de energieproductievan de installatie beïnvloedt,controller dan de uitgang dan opkortsluiting. Neem contact op metuw dealer of de technischeondersteuning van Huawei als destoring zich blijft voordoen. |
| 2040 DC- | component van deuitgangsstroom tehoog | Hoog Oorzaak-ID = 1De DC-component van deuitgangsstroom van deSUN2000 overschrijdt degespecificeerde bovenstegrenswaarde. | 1. De SUN2000 detecteert zijnexterne werkomstandigheden inrealtime. Nadat de storing isverholpen, herstelt de SUN2000automatisch.2. Als het alarm zich regelmatigvoordoet, neemt u contact op metuw dealer of de technischeondersteuning van Huawei. |
| 2051 Abnormalereststroom | Hoog Oorzaak-ID = 1De isolatie-impedantie aan deingangszijde naar aarde neemtaf als de SUN2000 in werkingis. | 1. Als het alarm af en toe optreedt,kan de externe stroomkringtijdelijk abnormaal zijn. DeSUN2000 herstelt automatischnadat de storing is verholpen.2. Als het alarm herhaaldelijkoptreedt of aanhoudt, controleerdan of de impedantie tussen dePV-reeks en de aarding te laag is. | |
| 2062 Lage | isolatieweerstand | Hoog Oorzaak-ID = 1● Er is een kortsluiting tussen de PV-generator en de aarding.● De omgevingslucht van de PV-generator is vochtig en de isolatie tussen de PV-generator en de aarding is slecht. | 1. Controleer de uitgangsimpedantie van de PV-generator naar aarding. Als er kortsluiting of een gebrek aan isolatie is, corrigcert u dit.2. Controleer of de PE-kabel van de SUN2000 correct is aangesloten.3. Als de impedantie lager is dan de gespecificeerde beveiligingsdrempelwaarde op regenachtige en bewolkte dagen, stelt uBeschermingisolatieweerstandin met behulp van de app op uw mobiele telefoon, SmartLogger of NMS. Stroomisolatieweerstand: x MΩ, mogelijke positie kortsluiting: x %. De kortsluitpositie is geldig voor een enkele PV-reeks. Als er meerdere PV-reeksen zijn, controleert u de PV-reeksen één voor één. ZieE Storingenisolatieweerstand lokaliserenvoor meer informatie. |
| 2063 | Te hoge temperatuur | Laag Oorzaak-ID = 1● De SUN2000 is geïnstalleerd op een plek met slechte ventilatie.● De omgevingstemperatuur is hoger dan de bovengrenswaarde.● De SUN2000 werkt niet goed. | ● Controleer de ventilatie en de omgevingstemperatuur op de plek waar de SUN2000 is geïnstalleerd.● Als de ventilatie slecht is of als de omgevingstemperatuur hoger is dan de bovengrenswaarde, mocten de ventilatie en warmteafvoer worden verbeterd.● Als de ventilatie en omgevingstemperatuur beide aan de vereisten voldoen, neemt u contact op met uw dealer of de technische ondersteuning van Huawei. |
| 2064 Apparaats toring | Hoog Er is | een onherstelbare storing opgetreden in een circuit van de SUN2000.Oorzaak-ID = 1-121: De boost-ingang is kortgesloten.2: Overstroom bij de boost-ingang.3: Het regelcircuit is defect.4: Er is sprake van een afwijking in het omvormercircuit.5: De reststroomsensor is defect.6: De temperatuurdetectie is mislukt.7: Lezen/schrijven EEPROM mislukt.8: Er is sprake van een afwijking bij de hulpvoeding.9: Er is sprake van een afwijking bij het netgekoppeld relais.10: Er is sprake van overspanning bij de DC-bus.11: Er is sprake van onderspanning bij de DC-bus.12: Er is sprake van spanningsonbalans bij de DC-bus. | |
| 2065 Upgrade | mislukt ofverkeerdeversie | Laag De up | grade wordt niet correct voltooid.Oorzaak-ID = 1 - 4, 71. De software en hardware van de hoofdcontroller komen niet overeen.2: De softwareversies van de hoofd- en hulpcontroller komen niet overeen.3: De softwareversies van de monitoring- en stroomcontroller komen niet overeen.4: De upgrade is mislukt.7: De upgrade van de optimizer is mislukt. |
| 61440 Bewakingseenheid defect | Laag Oorzaak-ID = 1Het USB-geheugen is ontoereikend.Het USB-geheugen heeft beschadigde sectoren. | Schakel de AC-uitgangsschakelaar en de DC-ingangsschakelaar uit en schakel ze vervolgens na 5 minuten weer in. Als de storing zich blijft voordoen, vervangt u de controleprintplaat of neem contact met uw dealer of de technische ondersteuning van Huawei. | |
| 2067 Defecte | stroomafncmcr | Hoog Oorzaak-ID = 1De Smart Power Sensor is ontkoppeld. | 1. Controleer of het model van de geconfigureerde stroommeter hetzelfde is als het werkelijke model.2. Controleer of de communicatieparameters voor de Smart Power Sensors hetzelfde zijn als die in de configuraties van de SUN2000 RS485.3. Controleer of de Smart Power Sensor is ingeschakeld en de RS485-communicatiekabel is aangesloten. |
| 2068 Accu | abnormaal | Laag De accu is defect, ontkoppeld of de circuitonderbreker van de accu is uitgeschakeld terwijl de accu in werking is.Oorzaak-ID = 1-41: De communicatie met de accu is abnormaal.2: Er is sprake van overstroom in de accupoort.3: De inschakelingskabel van de accu is niet goed aangesloten.4: De spanning van de accupoort is abnormaal. | Als de accustoringsindicator continu brandt of knippert, neem dan contact op met de leverancier van de accu.Controler of de inschakelings-/voedings-/communicatiekabel van de accu correct is aangesloten en of de communicatieparameters hetzelfde zijn als de configuratie van de SUN2000 RS485.Controler of de hulpvoedingsschakelaar van de accu is ingeschakeld.Stuur een uitschakelopdracht in de app. Schakel de AC-uitgangsschakelaar, DC-ingangsschakelaar en de accuschakelaar uit. Schakel de accuschakelaar, AC-uitgangsschakelaar en DC-ingangsschakelaar na 5 minuten één voor één weer in.Neem contact op met uw dealer of de technische ondersteuning van Huawei als de storing zich blijft voordoen. |
| 2070 | Actief eilandbed rijf | Hoog Oorzaak-ID = 1Bij een AC-stroomstoring in het net detecteert de SUN2000 proactief een eilandnet. | Controleer of de netverbindingsspanning van de SUN2000 normaal is. |
| 2077 Overbelasting uitgang buiten net | Hoog Oorzaak-ID = 1, 2De uitgang is overbelast of maakt kortsluiting. | Controleer of de uitgang van het apparaat kortsluiting maakt.Controler of de configuratie van de apparaatbelasting de nominale waarde overschrijdt. | |
| 2080 Abnormal configuratie van PV-module | Hoog De configuratie van de PV-module voldoet niet aan de vereisten of de uitgang van de PV-module is omgekeerd aangesloten of maakt kortsluiting.Oorzaak-ID = 2, 3, 6, 7, 8, 92: De spanning van de PV-string of het aantal optimizers dat in serie is verbonden met een PV-string overschrijdt de bovenste drempel.3: Het aantal optimizers dat in serie is verbonden in een PV-string is kleiner dan de onderste drempel, de PV-stringuitgang is omgekeerd verbonden of de uitgang van sommige optimizers in de PV-string is omgekeerd verbonden.6: Onder dezelfde MPPT is het aantal optimizers dat in serie is verbonden in parallel verbonden PV-strings verschillend, of de uitgang van sommige optimizers in PV-strings is omgekeerd verbonden.7: De installatiepositie van de optimizer is gewijzigd of PV-strings zijn gecombineerd of verwisseld.8: Het zonlicht is zwak of verandert abnormaal.9: In gedeeltelijke configuratiescenario's overschrijdt de spanning van de PV-string de ingangsspanningsspecificati es van de omvormer. | Controleer of het totale aantal PV-modules, aantal PV-modules in een reeks en het aantal PV-reeksen voldocn aan de vereisten en of de uitgang van de PV-module omgekeerd is aangesloten.ID2: Controleer of de spanning van de PV-reeks of het aantal PV-modules dat in serie is aangesloten in de PV-reeks de bovenste drempelwaarde overschrijdt.ID3:1. Controleer of het aantal optimizers dat in serie is aangesloten in de PV-reeks lager is dan de onderste drempelwaarde.2. Controleer of de uitgang van de PV-reeks omgekeerd is aangesloten.3. Controleer of de uitgang van de PV-reeks is losgekoppeld.4. Controleer of de verlengkabel van de optimizeruitgang correct is (positieve aansluiting aan het ene uiteinde en negatieve aansluiting aan het andere).ID6:1. Controleer of het aantal optimizers dat in serie is aangesloten in de PV-reeksen die parallel zijn aangesloten onder dezelfde MPPT hetzelfde is.2. Controleer of de verlengkabel van de optimizeruitgang correct is (positieve aansluiting aan het ene uiteinde en negatieve aansluiting aan het andere).ID7: Voer de functie voor het zoeken naar optimizers opnieuw uit wanneer het zonlicht normaal is.ID8: Voer de functie voor het zocken naar optimizers opnieuw | |
| Alarm-ID | Alarmna am | Alarmeringsniveau | Mogelijke oorzaken Problemen oplossen | |
| uit wanneer het zonlicht normaal is.ID9: Bereken de spanning van de PV-reeks op basis van het aantal PV-modules in de PV-reeks en controleer of de spanning van de PV-reeks de bovenste drempelwaarde van de ingangsspanning van de omvormer overschrijdt. | ||||
| 2081 Storing | van optimizer | Waarschu wing | Oorzaak-ID = 1Een optimizer is defect. | Ga naar het optimizer-informaticscherm om de storingsdetails te bekijken. |
| 2082 Controller netgekoppeld/buiten net abnormaal | Netgekoppeld/buiten net abnormaal | Hoog Oorzaak-ID = 1De omvormer kan niet communiceren met de slimme back-up box.Oorzaak-ID = 2Er is een onherstelbare storing opgetreden in een circuit in de slimme back-up box. | 1. Stuur een uitschakelopdracht in de app. Schakel de AC-uitgangsschakelaar, DC-ingangsschakelaar en de batterijschakelaar uit.2. Controleer of de voedingskabel en de RS485-kabel tussen de slimme back-up box en de omvormer normaal zijn.3. Schakel na 5 minuten de batterijschakelaar, AC-uitgangszijde, AC-uitgangsschakelaar en DC-ingangsschakelaar in.4. Neem contact op met uw dealer of de technische ondersteuning van Huawei als het alarm zich blijft voordoen. |

OPMERKING
Neem contact op met uw dealer als alle bovenbeschreven storingsanalyseprocedures zijn uitgevoerd en de storing zich blijft voordoen.
9 SUN2000 afvoeren
9.1 Een SUN2000 verwijderen
Procedure
Stap1 Schakel de SUN2000 uit. Zie 8.1 Het systeem uitschakelen voor meer informatie.
Stap2 Koppel alle kabels los van de SUN2000, inclusief signaalkabels, DC-ingangskabels, accukabels, AC-uitgangskabels en PE-kabels.
Stap3 Verwijder de WLAN-antenne of de Smart Dongle van de SUN2000.
Stap4 Verwijder de SUN2000 uit de montagesteun.
Stap5 Verwijder de montagesteun.
----Einde
9.2 Inpakken van een SUN2000
- Als de oorspronkelijke verpakking beschikbaar is, plaatst u de SUN2000 daarin en maakt u de verpakking dicht met plakband.
- Als de oorspronkelijke verpakking niet beschikbaar is, plaatst u de SUN2000 in een geschikte kartonnen doos en sluit u deze goed af.
9.3 Een SUN2000 afvoeren
Als de gebruiksduur van de SUN2000 is verstreken, voert u deze af volgens de plaatselijke verwijderingsvoorschriften voor afgedankte elektrische apparaten en elektronische onderdelen.
10 Technische parameters
10.1 Technische specificaties SUN2000
Efficiëntie
| Technische specificati es | SUN200 0-2KTL-L1 | SUN200 0-3KTL-L1 | SUN2000-3.68KTL-L1 | SUN2000-4KTL-L1 | SUN2000-4.6KTL-L1 | SUN2000-5KTL-L1 | SUN2000-6KTL-L1 |
| Maximale efficiëntie | 98,2% 98,3% | 98,4% 98,4% | 98,4% 98,4% | 98,4% | |||
| Europese gewogen efficiëntie | 96,7% 97,3% | 97,3% 97,5% | 97,7% 97,8% | 97,8% |
Ingang
| Technische specificaties | SUN2000-2KTL-L1 | SUN2000-3KTL-L1 | SUN2000-3.68KTL-L1 | SUN2000-4KTL-L1 | SUN2000-4.6KTL-L1 | SUN2000-5KTL-L1 | SUN2000-6KTL-L1 |
| Maximale ingangsspanninga | ● Geen accu aangesloten: 600 V● LG-RESU-accu aangesloten: 495 V | ||||||
| Maximale ingangsstroom (per MPPT) | 12,5 A | ||||||
| Maximale kortsluitstroom (per MPPT) | ● Geen accu aangesloten: 18 A● LG-RESU-accu aangesloten: 15 A | ||||||
| Bereik bedrijfsspanning | ● Geen accu aangesloten: 80-600 V● LG-RESU-accu aangesloten: 350-450 V | ||||||
| Opstartspanning | 100 V | ||||||
| Bereik MPPT-spanning | 90-560 V | ||||||
| Nominale ingangsspanning | 360 V | ||||||
| Stroomvoorziening | 2 | ||||||
| Aantal MPPT's | 2 | ||||||
| Opmerking a: De maximale ingangsspanning omvat de PV-ingangsspanning en de accu-ingangsspanning. | |||||||
Uitvoer
| Technische specificati es | SUN2000-2KTL-L1 | SUN2000-3KTL-L1 | SUN2000-3.68KTL-L1 | SUN2000-4KTL-L1 | SUN2000-4.6KTL-L1 | SUN2000-5KTL-L1 | SUN2000-6KTL-L1 |
| Nominaal uitgangsvermogen | 2000 W 3000 | W 3680 W 4000 | W 4600 W | 5000 | W^a | 6000 W | |
| Maximaalschijnbaar vermogen | 2200 VA 3300 | VA 3680 VA | A 4400 VA | 5000 VA^b | 5500 VA^c | 6000 VA | |
| Nominaleuitgangsspanning | 220 V/230 V/240 V | ||||||
| Aangepaste netfrequentie | 50 Hz/60 Hz | ||||||
| Maximaleuitgangsstro om | 10 A 15 A 16 | A 20 A | 23 A^d | 25 A^d | 27 A | ||
| Vermogenscoëfficiënt | 0,8 voorijlend en 0,8 naijlend | ||||||
| Maximale totale harmonisch e vervorming (nominaal vermogen) | ≤ 3% | ||||||
| ● Opmerking a: Het nominale uitgangsvermogen is 4990 W voor de netwerkcode AS4777.● Opmerking b: Het maximale schijnbare vermogen is 4600 VA voor de netwerkcode VDE-AR-N 4105 en 4990 VA voor de netwerkcode AS4777.● Opmerking c: Het maximale schijnbare vermogen is 4990 VA voor de netwerkcode AS4777.● Opmerking d: De maximale uitgangsstroom is 21,7 A voor de netwerkcode AS4777. | |||||||
Beveiliging
| Technische specificati es | SUN2000-2KTL-L1 | SUN2000-3KTL-L1 | SUN2000-3.68KTL-L1 | SUN2000-4KTL-L1 | SUN2000-4.6KTL-L1 | SUN2000-5KTL-L1 | SUN2000-6KTL-L1 |
| Beveiliging anti-eilandbedrijf | Ondersteund | ||||||
| DC-beveiligingtegenomgekeerde polariteit | Ondersteund | ||||||
| Beschermingisolatiebewaking | Ondersteund | ||||||
| Reststroombewaking | Ondersteund | ||||||
| Technische specificati es | SUN200 0-2KTL-L1 | SUN2000-3KTL-L1 | SUN2000-3.68KTL-L1 | SUN2000-4KTL-L1 | SUN2000-4.6KTL-L1 | SUN2000-0-5KTL-L1 | SUN2000-6KTL-L1 |
| AC-beveiliging tegen kortsluiting | Ondersteund | ||||||
| AC-beveiliging tegen overstroom | Ondersteund | ||||||
| Oververhittingsbescherming | Ondersteund | ||||||
| DC-overspanningsbeveiliging | Ondersteund | ||||||
| AC-overspanningsbeveiliging | Ondersteund | ||||||
| AC-overspanningsbeveiliging | Ondersteund | ||||||
| Vlamboogbescherming | Ondersteund | ||||||
Communicatie
| Technische specificaties | SUN2000-2KTL-L1 | SUN2000-3KTL-L1 | SUN2000-3.68KTL-L1 | SUN2000-4KTL-L1 | SUN2000-4.6KTL-L1 | SUN2000-5KTL-L1 | SUN2000-6KTL-L1 |
| Scherm LED-indicatoren; WLAN+App | |||||||
| WLAN Ondersteund | |||||||
| RS485 Ondersteund | |||||||
| Communicatie-uitbreidingsmodule | WLAN-FE (optioneel)/4G (optioneel) | ||||||
Algemene parameters
| Technische specificati es | SUN2000-2KTL-L1 | SUN2000-3KTL-L1 | SUN2000-3.68KTL-L1 | SUN2000-4KTL-L1 | SUN2000-4.6KTL-L1 | SUN2000-5KTL-L1 | SUN2000-6KTL-L1 |
| Topologie Zonder transformator | |||||||
| IP-beschermingsgraad | IP65 | ||||||
| Koelmodus Natuurlijke koeling | |||||||
| Afmetingen (h x b x d) | 365 mm x 365 mm x 140 mm (exclusief steunen) | ||||||
| Gewicht < 12,3 kg | |||||||
| Bedrijfstem peratuur | -25 °C tot +60 °C (neemt af wanneer de temperatuur hoger is dan +45 °C) | ||||||
| Vochtigheid 0 | -100% RV | ||||||
| Gebruiksho ogte | 0 - 4000 m (met declassering boven 2000 m) | ||||||
10.2 Technische specificaties optimizer
Efficiëntie
| Technische specificaties | Beschrijving |
| Maximale efficiëntie 99,5% | |
| Europese gewogen efficiëntie | 99,0% |
Ingang
| Technische specificaties | Beschrijving |
| Nominaal vermogen PV-module | 450 W |
| Maximaal vermogen PV-module | 472,5 W |
| Maximale ingangsspanning | 80 V |
| Bereik MPPT-spanning | 8-80 V |
| Maximale kortsluitstroom | 13 A |
| Overspanningsniveau II |
Uitvoer
| Technische specificaties | Beschrijving |
| Nominaaluitgangsvermogen | 450 W |
| Uitgangsspanning 4-80 V | |
| Maximaleuitgangsstroom | 15 A |
| Omleiding uitgang Ja | |
| Uitgangsspanning/ impedantieuitschakeling | 0 V/1 kΩ ( ± 10% ) |
Algemene parameters
| Technische specificaties | Beschrijving |
| Afmetingen (B x H x D) | 71 mm x 138 mm x 25 mm |
| Nettogewicht ≤ 550 g | |
| Ingangs- en uitgangsklemmen gelijkstroom | MC4 |
| Bedrijfstemperatuur -40 | tot +85 °C |
| Opslagtemperatuur -40 | tot +70 °C |
| Luchtvochtigheid bij gebruik | 0 - 100% RV |
| Maximale gebruikshoogte | 4000 m |
| IP-beschermingsgraad IP68 | |
| Installatiemodus | ● Installatie PV-modulesteun● Installatie PV-moduleframe |
A
Netcode

OPMERKING
De netcodes zijn onder voorbehoud van wijzigingen. De vermelde codes zijn uitsluitend ter referentie.
TabelA-1 Netcode
| Nationale/regionale netcode | Beschrijving | SUN2000-2KTL-L1 | SUN2000-3KTL-L1 | SUN2000-3.68KTL-L1 | SUN2000-4KTL-L1 | SUN2000-4.6KTL-L1 | SUN2000-5KTL-L1 | SUN2000-6KTL-L1 |
| VDE-AR-N-4105 | LV-elektriciteitsnetDuitsland | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | - | - |
| UTE C 15-712-1(A) | ElektriciteitsnetcontinentaalFrankrijk | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund |
| UTE C 15-712-1(B) | ElektriciteitsneteilandenvanFrankrijk | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund |
| UTE C 15-712-1(C) | ElektriciteitsneteilandenvanFrankrijk | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund |
| CEI0-21 ElektriciteitsnetItalië | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | Ondersteund | |
| RD1699/6 61 | LV-elektricite itsnet Spanje | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Onder steund |
| C10/11 Elektricite itsnet België | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | - | |
| AS4777 Elektricite itsnet Australië | Ondersteu nd | Ondersteu nd | - Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Onder steund | |
| IEC61727 -60Hz | IEC 61727 LV (60 Hz) | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Onder steund |
| TAI-PEA S | Standaard netgekopp eldelektricite itsnet Thailand | - Ondersteu nd | - - - Ondersteu nd | nd | - | |||
| TAI-MEA S | Standaard netgekopp eldelektricite itsnet Thailand | - Ondersteu nd | - - - Ondersteu nd | nd | - | |||
| EN50549-LV | Elektricite itsnet Ierland | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Onder steund |
| ABNT NBR 16149 | Elektricite itsnet Brazilië | Ondersteu nd | Ondersteu nd | - Ondersteu nd | - Ondersteu nd | Ondersteu nd | Onder steund | Onder steund |
| Fuel-Engine-Grid | Hybride elektricite itsnet dieselgene rator | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Onder steund |
| Fuel-Engine-Grid-60Hz | Hybride elektricite itsnet dieselgenerator | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd |
| Austria Elektricite itsnet Oostenrijk | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | - - - - | ||||
| G98 G98 | elektricite itsnet VK | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd |
| G99-TYPEA-LV | UK G99_Type A_LV elektricite itsnet | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd | Ondersteu nd |
B Inbedrijfstelling van apparaat
Stap1 Open het scherm Inbedrijfstelling van apparaat.
AfbeeldingB-1 Methode 1: voor aanmelden (niet verbonden met internet)

AfbeeldingB-2 Methode 2: na aanmelden (verbonden met internet)

Stap2 Maak verbinding met de WLAN voor de omvormer voor zonne-energie en meld u aan bij het scherm Inbedrijfstelling van apparaat als de gebruiker installateur.
LET OP
- Als de mobiele telefoon direct is verbonden met de SUN2000, moet de zichtbare afstand tussen de SUN2000 en de mobiele telefoon minder dan 3 m zijn wanneer een ingebouwde antenne wordt gebruikt en minder dan 50 m wanneer een externe antenne wordt gebruikt om de communicatiekwaliteit te waarborgen tussen de app en de SUN2000. De afstanden zijn alleen voor referentiedoeleinden en kunnen verschillen per mobiele telefoon en afschermingsomstandigheden.
- Om de SUN2000 via een router met WLAN te verbinden, zorgt u ervoor dat de mobiele telefoon en de SUN2000 zich binnen het WLAN-bereik van de router bevinden en de SUN2000 verbonden is met de router.
- De router ondersteunt WLAN (IEEE 802.11 b/g/n, 2,4 GHz) en het WLAN-signaal bereikt de SUN2000.
- De versleutelingsmodus WPA, WPA2 of WPA/WPA2 wordt aanbevolen voor routers. Zakelijke versleuteling wordt niet ondersteund (bijv. openbare hotspots met verificatie, zoals WLAN op luchthavens). WEP en WPA TKIP worden niet aangeraden omdat deze twee versleutelingsmodi ernstige fouten vertonen. Als de SUN2000 niet met behulp van WEP kan worden verbonden, dient u in te loggen op de router en de versleutelingsmodus te wijzigen in WPA2 of WPA/WPA2.

OPMERKING
- Verkrijg het initiele wachtwoord voor verbinding met de WLAN voor de omvormer voor zonne-energie van het label aan de zijkant van de omvormer voor zonne-energie.
- Gebruik het initiele wachtwoord wanneer u het apparaat voor het eerst inschakelt en wijzig het onmiddellijk na het aanmelden. Wijzig het wachtwoord regelmatig om de veiligheid van de account te waarborgen en onthoud het nieuwe wachtwoord. Het niet wijzigen van het initiele wachtwoord kan ertoe leiden dat het wachtwoord bekend wordt. Een wachtwoord dat lange tijd niet is gewijzigd, kan worden gestolen of gekraakt. Als een wachtwoord verloren gaat, zijn apparaten niet meer toegankelijk. In deze gevallen is de gebruiker aansprakelijk voor eventuele schade aan de PV-installatie.
- Als u het scherm Inbedrijfstelling van apparaat van de SUN2000 voor de eerste keer opent, dient u het aanmeldingswachtwoord handmatig in te stellen, omdat de SUN2000 niet beschikt over een initieel aanmeldingswachtwoord.
AfbeeldingB-3 Snelle instellingen

---Einde
C
Wachtwoord resetten
Stap1 Zorg ervoor dat de SUN2000 tegelijkertijd op de AC- en DC-vocding is aangesloten.
Indicatoren 1\~ en branden continu groen of knipperen met lange tussenpozen gedurende meer dan 3 minuten.
Stap2 Voer de volgende handelingen binnen 3 minuten uit:
- Schakel de AC-schakelaar uit en zet de DC-schakelaar aan de onderkant van de SUN2000 op OFF. Als de SUN2000 op batterijen is aangesloten, schakelt u de batterijschakelaar uit. Wacht u tot alle LED-indicatoren op het paneel van de SUN2000 uit gaan.
- Zet de DC-schakelaar op ON en controleer of de AC-voeding niet is aangesloten en de indicator = met lange tussenpozen groen knippert.
- Zet de DC-schakelaar op OFF en wacht tot alle LED-indicatoren op het paneel van de SUN2000 uit zijn.
- Zet de DC-schakelaar op ON. Zorg ervoor dat de AC-voeding niet is aangesloten. Wacht tot alle indicatoren op het paneel van de omvormer voor zonne-energie knipperen en na 30 seconden uit gaan.
Stap3 Stel het wachtwoord binnen 10 minuten opnieuw in. (Als er binnen 10 minuten geen handeling wordt uitgevoerd, worden de parameters van de onvormer niet gewijzigd.)
- Wacht tot de indicator met lange tussenpozen groen knippert.
- Zoek de oorspronkelijke naam van de WLAN-hotspot (SSID) en het initiele wachtwoord (PSW) op het label aan de zijkant van de SUN2000 en maak verbinding met de app.
- Stel in het aanmeldingsscherm een nieuw aanmeldingswachtwoord in en meld u aan bij de app.
AfbeeldingC-1 Het wachtwoord instellen

Stap4 Stel de parameters van de router en het beheersysteem in om extern beheer te implementeren
- Routerparameters instellen
Meld u aan bij de FusionSolar-app, kies Inbedrijfstelling van apparaat > Instellingen > Communicatieconfiguratie > Instellingen routerverbinding en stel de routerparameters in.
AfbeeldingC-2 Routerparameters instellen

- Parameters van beheersysteem instellen
Meld u aan bij de FusionSolar-app, kies Inbedrijfstelling van apparaat > Instellingen > Communicatieconfiguratie > Configuratie beheersysteem en stel de parameters van het beheersysteem in.
AfbeeldingC-3 Parameters van beheersysteem instellen

flowchart
graph LR
A["Delphi parameters"] --> B["Communicatesconfiguratie"]
C["Befragigations parameters"] --> B
D["Functional parameters"] --> B
E["Streampassing"] --> B
F["Tripfinstelling"] --> B
B --> G["Communicatesconfiguratie"]
G --> H["Communicatesconfiguratie"]
H --> I["Configuration beehersystem"]
I --> J["Parametersstellinger dongie"]
J --> K["Configuration beehersystem"]
K --> L["Verbinden"]
- (Optioneel) Het WLAN-wachtwoord resetten
Meld u aan bij de FusionSolar-app, kies Inbedrijfstelling van apparaat > Instellingen > Communicatieconfiguratie > WLAN-instellingen omvormer en reset het WLAN-wachtwoord.
AfbeeldingC-4 Het WLAN-wachtwoord resetten

----Einde
D
Snelle uitschakeling

OPMERKING
Als er alleen optimizers voor bepaalde PV-modules zijn geconfigureerd, wordt de functie snelle uitschakeling niet ondersteund.
Als alle PV-modules aangesloten op de omvormer voor zonne-energie worden geconfigureerd met optimizers, dan wordt het PV-systeem snel uitgeschakeld en wordt de uitgangsspanning van de PV-reeks binnen 30 seconden verlaagd tot onder 30 V.
Voer de volgende stap uit om snelle uitschakeling te activeren:
- Methode 1: Gebruik de functie voor snelle uitschakeling. Stel Dry contact function in op DI Rapid Shutdown. Sluit de tocgangsschakelaar aan op pen 7 en 5 van de communicatieterminal van de omvormer. De schakelaar is standaard uitgeschakeld. Als de schakelaar wordt ingeschakeld, wordt de snelle uitschakeling geactiveerd.
- Methode 2: Schakel de AC-schakelaar tussen de omvormer voor zonne-energie en het elektriciteitsnet uit.
- Methode 3: Stel de DC SWITCH aan de onderkant van de omvormer voor zonne-energie in op OFF. (Als u een extra schakelaar aan de DC-zijde van de SUN2000 uitschakelt, wordt de sneluitschakeling niet geactiveerd. De PV-reeks kan stroom voeren.)
E Storingen isolatieweerstand lokaliseren
Als de aardingsweerstand van een PV-reeks die is aangesloten op een omvormer voor zonne-energie te laag is, genereert de omvormer voor zonne-energie een alarm Lage isolatieweerstand.
Enkele mogelijke oorzaken zijn:
- Er is een kortsluiting tussen de PV-generator en de aarding.
- De omgevingslucht van de PV-generator is vochtig en de isolatie tussen de PV-generator en de aarding is slecht.
Om de storing te lokaliseren, sluit u iedere PV-reeks aan op een omvormer voor zonne-energie, schakelt u deze in, controleert u de omvormer voor zonne-energie en lokaliseert u de storing op basis van de alarminformatie gerapporteerd door de FusionSolar app. Wanneer een systeem niet is geconfigureerd met een optimizer, slaat u de betreffende handelingen over. Voer de volgende stappen uit om een storing in de isolatieweerstand te lokaliseren:
LET OP
Als er twee of meer storingen in de aardingsisolatie optreden in één PV-reeks, kan de fout niet worden gevonden met de volgende methode. U moet de PV-modules een voor een controleren.
Stap1 Controleer of de AC-voeding is aangesloten en zet de DC-schakelaar aan de onderkant van de omvormer voor zonne-energie op OFF. Als de omvormer voor zonne-energie op accu's is aangesloten, wacht u 1 minuut en schakelt u de accuschakelaar en vervolgens de schakelaar voor de hulpvoeding van de accu uit.
Stap2 Sluit iedere PV-recks aan op de omvormer voor zonne-energie en zet de DC-schakelaar op ON. Als de status van de omvormer voor zonne-energie Uitschakelen: Opdracht is, kiest u Inbedrijfstelling van apparaat > Onderhoud > Omvormer aan/uit in de app om een opstartopdracht te verzenden.
Stap3 Meld u aan bij de FusionSolar-app en kies Mijn account > Inbedrijfstelling van apparaat. Op het scherm Inbedrijfstelling van apparaat maakt u verbinding met de omvormer voor zonne-energie, meldt u zich aan bij de omvormer voor zonne-energie en opent u het scherm Alarmbeheer. Controleer of het alarm Lage isolatieweerstand wordt gerapporteerd.
- Als één minuut nadat de gelijkstroom is geleverd het alarm Lage isolatieweerstand niet wordt gerapporteerd, kiest u Inbedrijfstelling van apparaat > Onderhoud >
Omvormer aan/uit in de app om een uitschakelopdracht te verzenden. Zet de DC-schakelaar op OFF en ga naar Stap 2 om een andere PV-reeks te verbinden met de omvormer voor zonne-energie voor een controle.
- Als één minuut nadat de gelijkstroom is geleverd nog steeds een alarm Lage isolatieweerstand wordt gerapporteerd, controleert u het percentage op mogelijke kortsluitingsposities op de pagina Alarmdetails en gaat u naar Stap 4.
AfbeeldingE-1 Alarmdetails


OPMERKING
- De positieve en negatieve aansluitingen van een PV-reeks worden aangesloten op de aansluitingen PV+ en PV- van de omvormer voor zonne-energie. De aansluiting PV- vertegenwoordigt een mogelijkheid van 0% voor de kortsluitingspositie en de aansluiting PV+ een mogelijkheid van 100% voor de kortsluitingspositie. Overige percentages geven aan dat de storing voorkomt bij een PV-module of kabel in de PV- reeks.
- Mogelijke storingspositie = Totaal aantal PV-modules in een PV-reeks x Percentage van mogelijke kortsluitingsposities. Een PV-reeks bestaat bijvoorbeeld uit 14 PV-modules en het percentage van de mogelijke kortsluitingspositie is 34%; de mogelijke storingspositie is dan 4,76 (14 x 34%), wat aangeeft dat de storing aanwezig is in de buurt van PV-module 4, met inbegrip van de vorige en de volgende PV-modules en de kabels van PV-module 4. De omvormer voor zonne-energie heeft een detectienauwkeurigheid van ±1 PV-module.
AfbeeldingE-2 Definitie van het percentage van de kortsluitingspositie

Stap4 Zet de DC-schakelaar op OFF en controleer of de aansluiting of DC-kabel tussen de mogelijk defecte PV-modules en de betreffende optimizers of de aansluiting of DC-kabel tussen de aangrenzende PV-modules en de betreffende optimizers beschadigd zijn.
- Zo ja, vervang dan de beschadigde aansluiting of DC-kabel, zet de DC-schakelaar op ON en bekijk de alarminformatie.
- Als één minuut nadat de gelijkstroom is geleverd het alarm Lage isolatieweerstand niet wordt gerapporteerd, dan is de controle van de PV-reeks voltooid. Kies Inbedrijfstelling van apparaat > Onderhoud > Omvormer aan/uit in de app om een uitschakelopdracht te verzenden. Zet de DC-schakelaar op OFF. Ga naar Stap 2 om andere PV-reeksen te controleren. Ga vervolgens naar Stap 8.
- Als één minuut nadat de gelijkstroom is geleverd het alarm Lage isolatieweerstand nog wordt gerapporteerd, gaat u naar Stap 5.
- Is dit niet geval, ga dan naar Stap 5.
Stap5 Zet de DC-schakelaar op OFF, ontkoppel de mogelijk defecte PV-modules en betreffende optimizers van de PV-reeks en sluit een DC-verlengkabel met een MC4-aansluiting aan op de aangrenzende PV-modules of optimizers. Zet de DC-schakelaar op ON en bekijk de alarminformatie.
- Als één minuut nadat de gelijkstroom is geleverd het alarm Lage isolatieweerstand niet wordt gerapporteerd, dan komt de storing voor bij de ontkoppelde PV-module en optimizer. Kies Inbedrijfstelling van apparaat > Onderhoud > Omvormer aan/uit in de app om een uitschakelopdracht te verzenden. Ga naar Stap 7.
- Als één minuut nadat de gelijkstroom is geleverd het alarm Lage isolatieweerstand nog wordt gerapporteerd, dan komt de storing niet voor bij de ontkoppelde PV-module of optimizer. Ga naar Stap 6.
Stap6 Zet de DC-schakelaar op OFF, sluit de verwijderde PV-module en optimizer weer aan en herhaal Stap 5 om de aangrenzende PV-modules en optimizers te controleren.
Stap7 Bepaal de positie van de storing in de aardingsisolatie.
- Koppel de mogelijk defecte PV-module los van de optimizer.
- Zet de DC-schakelaar op OFF.
- Sluit de mogelijk defecte optimizer aan op de PV-reeks.
- Zet de DC-schakelaar op ON. Als de status van de omvormer voor zonne-energie Uitschakelen: Opdracht is, kiest u Inbedrijfstelling van apparaat > Onderhoud > Omvormer aan/uit in de app om een opstartopdracht te verzenden. Controleer of het Lage isolatieweerstand alarm wordt gerapporteerd.
- Als één minuut nadat de omvormer voor zonne-energie is ingeschakeld het alarm Lage isolatieweerstand niet wordt gerapporteerd, dan is de PV-module defect. Kies Inbedrijfstelling van apparaat > Onderhoud > Omvormer aan/uit in de app om een uitschakelopdracht te verzenden.
-
Als één minuut nadat de omvormer voor zonne-energie is ingeschakeld het alarm Lage isolatieweerstand nog wordt gerapporteerd, dan is de optimizer defect.
-
Zet de DC-schakelaar op OFF. Vervang het defecte onderdeel om de storing in de isolatieweerstand te verhelpen. Ga naar Stap 2 om andere PV-reeksen te controleren. Ga vervolgens naar Stap 8.
Stap8 Als de omvormer voor zonne-energie op accu's is aangesloten, moet de schakelaar voor de hulpvoeding van de accu in en schakelt u de accuschakelaar worden ingeschakeld. Zet de DC-schakelaar op ON. Als de status van de omvormer voor zonne-energie Uitschakelen:
Opdracht is, kiest u Inbedrijfstelling van apparaat > Onderhoud > Omvormer aan/uit in de app om een opstartopdracht te verzenden.
----Einde
F
Acroniemen en afkortingen
A
ACAlternating Current, wisselstroom
D
DCDirect Current, gelijkstroom
gelijkstroomidentificatie
F
FRTFault Ride Through
H
HVRTHigh-Voltage Ride Through
I
IDIdentifier, identificatiemiddel
L
RHRelative Humidity, relatieve vochtigheid
S
SNserienummer










(1P)PN/ITEM:XXXXXXXXY 


Klopboor (met een boortje van 8 mm)
Dopsleutel Momentsleutel
Kniptang Draadstripper Momentschroevendraaier

Rubberen hamer Snijmes Kabelsnijder

Krimptang (model: PV-CZM-22100/19100)
Krimptang voor kabeluiteinde
Demontage- en montagegereedschap (model: PV-MS-HZ Steeksleutel)
Kabelbinder Stofzuiger Multimeter (bereik DC-
Markeerstift Stalen meetlint Waterpas

spanningsmeting ≥ 600 V DC)
Hydraulische tang Krimpkous Warmtepistool

Veiligheidshandschoenen Veiligheidsbril Stofmasker

Veiligheidsschoenen