FBA140A - Airconditioner DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FBA140A DAIKIN in PDF-formaat.
| Type product | Vloerstaande airconditioner |
| Merk | Daikin |
| Model | FBA140A |
| Koelcapaciteit | 14,0 kW |
| Verwarmingscapaciteit | 16,0 kW |
| Energie-efficiëntieklasse koeling | A++ |
| Energie-efficiëntieklasse verwarming | A+ |
| Afmetingen (B x H x D) | 600 x 1860 x 270 mm |
| Gewicht unit | 45 kg |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Koelmiddel | R-32 |
| Luchtdebiet (max.) | 1000 m³/h |
| Geluidsniveau binnenunit | 35 dB(A) |
| Geluidsniveau buitenunit | 55 dB(A) |
| Thermostaat | Inclusief afstandsbediening |
| Ontvochtigingsfunctie | Ja |
| Timer | 24-uurs timer |
| Filter | Wasbaar luchtfilter |
| Onderhoud en reiniging | Filters elke 2 maanden reinigen; jaarlijkse professionele onderhoud aanbevolen |
| Veiligheid | Oververhittingsbeveiliging, automatische uitschakeling |
| Garantie | 2 jaar |
| Repareerbaarheid | Reserveonderdelen beschikbaar via erkende servicecentra |
Veelgestelde vragen - FBA140A DAIKIN
Gebruikersvragen over FBA140A DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FBA140A - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FBA140A van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING FBA140A DAIKIN
2 Over het systeem 2
2.1 Onderdelen.... 2
3 Bediening 3
3.1 Werkingsgebied.... 3
3.2 Bedieningsprocedure 4
4 Energie besparen en optimale werking 4
5 Onderhoud en service 5
5.1 Overzicht: onderhoud en service.... 5
5.2 Afvoerbak schoonmaken.... 5
5.3 Omgaan met de afvoerblindprop....6
5.4 Luchtfilter, aanzuigrooster, luchtuitblaas en buitenpanelen reinigen 6
5.4.1 Luchtuitblaas en buitenpanelen reinigen 6
5.4.2 Luchtfilter reinigen....6
5.5 Onderhoud voor een lange periode van stilstand.... 6
5.6 Onderhoud na een lange periode van stilstand.... 7
6 Opsporen en verhelpen van storingen 7
6.1 Symptomen die geen storingen van het systeem zijn 8
6.1.1 Symptoom: Het systeem werkt niet 8
6.1.2 Symptoom: Uit het toestel komt witte rook (binnenunit) 8
6.1.3 Symptoom: Er komt stof uit de unit 8
6.1.4 Symptoom: De units geven een geur af.... 8
6.1.5 Symptoom: De werking is plots gestopt (bedrijfslampje brandt) 8
6.1.6 Symptoom: De ventilator van de buitenunit draait terwijl de airconditioner niet wordt gebruikt.... 8
6.1.7 Symptoom: Het verwarmen stopt plots en u hoort een stromend geluid 8
7 Als afval verwijderen 8
1 Over dit document
Onze welgemeende dank voor de aankoop van dit product. Verzoek:
- Lees zorgvuldig de documentatie vooraleer de gebruikersinterface te gebruiken om zo de best mogelijke werking te kunnen garanderen.
- Bewaar de documentatie voor latere raadpleging.
Bedoeld publiek
Eindgebruikers

INFORMATIE
Dit apparaat is bedoeld om in werkplaatsen, in de lichte industrie en in boerderijen door deskundige of geschoolde gebruikers gebruikt te worden of, in de handel en in huishoudens, door niet gespecialiseerde personen.
Documentatieset
Dit document is een onderdeel van een documentatieset. De volledige set omvat:
- Algemene veiligheidsmaatregelen:
- Veiligheidsinstructies die u moet lezen vooraleer uw systeem te bedienen
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
- Gebruiksaanwijzing:
- Snelle gids voor basisgebruik
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
- Uitgebreide handleiding voor de gebruiker:
- Gedetailleerde stap per stap instructies en achtergrondinformatie voor basis- en gevorderd gebruik
- Formaat: Digitale bestanden op http://www.daikineurope.com/support-and-manuals/product-information/
Laatste herzieningen van de meegeleverde documentatie kunnen op de regionale Daikin-website of via uw installateur beschikbaar zijn.
De documentatie is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Alle andere talen zijn vertalingen.
2 Over het systeem

INFORMATIE
Het geluidsdrukniveau is lager dan 70 dBA.

Het koelmiddel R32 (indien van toepassing) in deze unit is weinig ontvlambaar. Zie de handleiding van de buitenunit voor het te gebruiken type koelmiddel.

WAARSCHUWING
- Wijzig, demonteer, verwijder, herinstalleer of repareer de unit NIET zelf aangezien een verkeerde demontage of installatie een elektrische schok of brand kan veroorzaken. Neem contact op met uw dealer.
- Zorg dat er geen open vlammen zijn in het geval van een koelmiddellek. Het koelmiddel is volledig veilig en niet giftig. R410A is een niet-brandbaar koelmiddel, en R32 een matig ontvlambaar koelmiddel, maar er zal wel een giftig gas vrijkomen wanneer ze per ongeluk lekken in een kamer met lucht van een ventilatorkachel, gasfornuis, enz. Laat de reparatie van een lek altijd controleren door erkend servicepersoneel voordat u de unit weer in gebruik neemt.

OPMERKING
Een foute installatie of bevestiging van apparatuur, uitrustingen of accessoires kan elektrische schokken, een kortsluiting, lekken, brand of schade aan de apparatuur of uitrustingen als gevolg hebben. Gebruik enkel accessoires, optionele apparatuur en uitrustingen en reserveonderdelen die door Daikin gemaakt of goedgekeurd werden.
2.1 Onderdelen

INFORMATIE
De volgende afbeelding is een voorbeeld en stemt mogelijk NIET overeen met de lay-out van uw installatie.

a Binnenunit
b Buitenunit
c Gebruikersinterface
d Luchtinlaat
e Luchtuitlaat
f Koelmiddelleiding en elektrische bedrading
g Afvoerleiding
h Aardingsdraad voor aarding van de buitenunit om elektrische schokken te voorkomen.

VOORZICHTIG
Steek GEEN vingers, stokken of andere voorwerpen in de luchtinlaat of -uitlaat. Verwijder de ventilatorafscherming NIET. Wanneer de ventilator met hoge snelheid draait, zou dit letsels veroorzaken.

VOORZICHTIG
- Raak de interne delen van de controller NOOIT aan.
- Verwijder het voorpaneel NIET. Sommige onderdelen in het toestel aanraken is gevaarlijk en kan problemen met het toestel veroorzaken. Neem contact op met uw dealer voor controle en afstelling van de interne delen.

OPMERKING
Veeg het bedieningspaneel van de controller NIET af met benzine, thinner, reinigingsdoeken met chemische producten, enz. Het paneel kan verkleuren of de coating kan afschilferen. Dompel bij een sterk vervuild bedieningspaneel een doek in met water verdund neutraal detergent, wring de doek goed uit en veeg er dan het paneel mee schoon. Veeg het daarna af met een andere droge doek.

OPMERKING
Druk NOOIT op de knop van de gebruikersinterface met een hard en puntig voorwerp. De gebruikersinterface kan beschadigd raken.

OPMERKING
Trek of draai NOOIT aan de elektrische draad van de gebruikersinterface. Dit kan een storing van de unit veroorzaken.
3 Bediening
3.1 Werkingsgebied
Gebruik het systeem binnen de volgende temperatuur- en vochtgehaltewaarden om een veilige en efficiënte werking te verzekeren.
Zie de tabel hierna voor combinatie met een R410A-buitenunit:
| Buitenunits Koelen | Verwarmen | ||
| RR71~125 | -15~46°C drogebol | — | |
| 18~37°C drogebol12~28°C nattebol | — | ||
| RQ71~125 | -5~46°C drogebol | -9~21°C drogebol-10~15°C nattebol | |
| 18~37°C drogebol12~28°C nattebol | 10~27°C drogebol | ||
| RXS35~60 | -10~46°C drogebol | -15~24°C drogebol-16~18°C nattebol | |
| 18~32°C drogebol | 10~30°C drogebol | ||
| 3MXS40~684MXS68~805MXS90 | -10~46°C drogebol | -15~24°C drogebol-16~18°C nattebol | |
| 18~32°C drogebol | 10~30°C drogebol | ||
| RZQG71~140 | -15~50°C drogebol | -19~21°C drogebol-20~15,5°C natt e bol | |
| 18~37°C drogebol12~28°C nattebol | 10~27°C drogebol | ||
| RZQSG71~140 | -15~46°C drogebol | -14~21°C drogebol-15~15,5°C natt e bol | |
| 20~37°C drogebol14~28°C nattebol | 10~27°C drogebol | ||
| RZQ200~250 | -5~46°C drogebol | -14~21°C drogebol-15~15°C nattebol | |
| 20~37°C drogebol14~28°C nattebol | 10~27°C drogebol | ||
| Binnenvochtigheid | ≤80%(a) | ||
Zie de tabel hierna voor combinatie met een R32-buitenunit:
4 Energie besparen en optimale werking
| Buitenunits Koelen Verwarmen | |||
| RXM35~60 – | ![]() | 10~46°C droge bol | -15~24°C droge bol-16~18°C natte bol |
![]() | 18~32°C droge bol | 10~30°C droge bol | |
| 3MXM40~684MXM68~805MXM90 | ![]() | -10~46°C droge bol | -15~24°C droge bol-16~18°C natte bol |
![]() | 18~32°C droge bol | 10~30°C droge bol | |
| RZAG35~60 – | ![]() | 20~52°C droge bol | -20~24°C droge bol-21~18°C natte bol |
![]() | 18~32°C droge bol | 10~30°C droge bol | |
| RZAG71~140 – | ![]() | 20~52°C droge bol | -19,5~21°C droge bol-20~15,5°C natt e bol |
![]() | 18~37°C droge bol12~28°C natte bol | 10~27°C droge bol | |
| RZASG71~140 – | ![]() | 15~46°C droge bol | -14~21°C droge bol-15~15,5°C natt e bol |
![]() | 20~37°C droge bol14~28°C natte bol | 10~27°C droge bol | |
| AZAS71~140 – | ![]() | 15~46°C droge bol | -14~21°C droge bol-15~15,5°C natt e bol |
![]() | 20~37°C droge bol14~28°C natte bol | 10~27°C droge bol | |
| Binnenvochtigheid ≤80% | (a) | ||
| Symbool Verklaring | |
| Buitentemperatuur | |
| Binnentemperatuur | |
(a) Om te voorkomen dat er condens wordt gevormd en water uit de unit druppelt. Als de temperatuur of de vochtigheid buiten deze limieten valt, kunnen beveiligingen geactiveerd worden, waardoor de unit mogelijk niet functioneert.
Het insteltemperatuurbereik van de gebruikersinterface is:
| Koelen Verwarmen | |
| 17~32°C 16~31°C |
3.2 Bedieningsprocedure
- Schakel de voeding ten minste 6 uur voor gebruik van de unit in, dit om een vlotte werking te verzekeren. Zodra de voeding wordt ingeschakeld, verschijnt het displays van de gebruikersinterface.
- Als de stroom tijdens de werking uitvalt, zal het systeem onmiddellijk na het herstellen van de stroom automatisch herstarten.
- Het temperatuurbereik van de gebruikersinterface staat beschreven in het hoofdstuk "Werkingsbereik".
- Als u een niet beschikbare functie selecteert, verschijnt NOT AVAILABLE op de gebruikersinterface.
- De werkingsprocedure hangt af van het model (warmtepomp of alleen koelen). Neem contact op met uw dealer om uw model te bevestigen.
- Lees zorgvuldig de documentatie vooraleer de gebruikersinterface te gebruiken om zo de best mogelijke werking te kunnen garanderen.
4 Energie besparen en optimale werking

VOORZICHTIG
Stel kleine kinderen, planten of dieren NOOIT rechtstreeks bloot aan de luchtstroom.

WAARSCHUWING
Plaats GEEN voorwerpen die nat kunnen worden onder de binnenunit en/of buitenunit. Anders kunnen condensatie op de unit of de koelmiddelleidingen, vuil op het luchtfilter of een verstopte afvoer druppelend water veroorzaken, waardoor voorwerpen onder de unit kunnen vuil worden of schade oplopen.

OPMERKING
Gebruik het systeem NIET voor andere doeleinden. Gebruik de unit NIET voor het koelen van precisie-instrumenten, voedsel, planten, dieren of kunstwerken, om te voorkomen dat de kwaliteit ervan wordt aangetast.

VOORZICHTIG
Gebruik het systeem NIET wanneer een rookvormig insecticide in de ruimte wordt verspreid. Anders zouden de chemische stoffen zich in de unit kunnen ophopen, met gevaar voor de gezondheid van mensen die overgevoelig zijn voor chemische stoffen.

WAARSCHUWING
Zet GEEN brandbare sprays bij de airconditioner en gebruik GEEN sprays. Anders kan er brand ontstaan.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om voor een optimale werking van het systeem te zorgen.
- Houd bij het koelen rechtstreeks zonlicht uit de kamer met behulp van gordijnen of jaloezieën.
- Verlucht dikwijls. Zorg bij langdurig gebruik vooral voor verluchting.
-
Houd deuren en ramen dicht. Als de deuren of ramen open blijven, zal er lucht uit de kamer stromen, met een kleiner koel- of verwarmeffect tot gevolg.
-
Koel of verwarm NIET te sterk. Om zuinig om te gaan met energie houdt u de temperatuurinstelling op een gematigd niveau.
- Plaats NOOIT voorwerpen in de buurt van de luchtinlaat of -uitlaat van de unit. Anders kan het verwarmings-/koeleffect afnemen of het systeem uitgeschakeld worden.
- Zet de hoofdvoedingsschakelaar van de unit uit als de unit gedurende langere tijd NIET zal worden gebruikt. Zolang de hoofdvoedingsschakelaar niet uitgeschakeld is, verbruikt de unit stroom. Zet de hoofdvoedingsschakelaar 6 uur voor gebruik aan alvorens de unit opnieuw op te starten, dit om een vlotte werking te garanderen.
- Als op het display staat (tijd om het luchtfilter te reinigen), laat u de filters door een erkend servicetechnicus schoonmaken (zie "5.4.2 Luchtfilter reinigen" op pagina 6).
- Bij een vochtigheid van meer dan 80% of wanneer de afvoeruitlaat verstopt is, kan condensvorming optreden.
- Pas de kamertemperatuur aan voor een aangename omgeving. Voorkom te sterk verwarmen of koelen. Het kan even duren alvorens de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt. U kunt hiervoor de timermogelijkheden gebruiken.
- Stel de luchtstroomrichting in om te voorkomen dat er bij de vloer koude lucht blijft hangen of warme lucht tegen het plafond. (Omhoog bij koelen of drogen naar het plafond en omlaag bij verwarmen.)
- Voorkom dat de lucht rechtstreeks op de personen in de kamer wordt geblazen.
5 Onderhoud en service
5.1 Overzicht: onderhoud en service
De installateur moet een jaarlijks onderhoud uitvoeren.
Over het koelmiddel
Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen. Laat de gassen NIET vrij in de atmosfeer.
Koelmiddeltype: R32
Waarde globaal opwarmingspotentieel (GWP): 675
Koelmiddeltype: R410A
Waarde globaal opwarmingspotentieel (GWP): 2087,5

OPMERKING
In Europa worden de broeikasgasemissies van de totale koelmiddelvulling in het systeem (uitgedrukt in tonnen CO _2 -equivalent) gebruikt om de onderhoudsintervallen te bepalen. Houd u aan de geldende wetgeving.
Formule om broeikasgasemissies te berekenen: GWP-waarde koelmiddel × totale koelmiddelvulling [in kg] / 1000
Neem contact op met uw installateur voor meer informatie.

WAARSCHUWING
R410A is een niet-brandbaar koelmiddel, en R32 een matig ontvlambaar koelmiddel; normaal lekken zij niet. Als het koelmiddel in de kamer lekt en in contact komt met vuur van een brander, een verwarming of een fornuis, dan kan er brand ontstaan (in het geval van R32), of kan een schadelijk gas worden gevormd.
Schakel alle verwarmingstoestellen met verbranding uit, verlucht de kamer en neem contact op met de dealer waar u de unit hebt gekocht.
Gebruik de unit niet totdat iemand van de servicedienst heeft bevestigd dat het deel met het koelmiddellek gerepareerd is.

WAARSCHUWING
- Doorboor of verbrand GEEN onderdelen van de koelmiddelcyclus.
- Gebruik GEEN andere schoonmaakmiddelen of manieren om het ontdooien te versnellen dan die aanbevolen door de fabrikant.
- Denk eraan dat het koelmiddel in het systeem geurloos is.

OPMERKING
Dit onderhoud MOET worden uitgevoerd door een erkend installateur of een servicetechnicus.
Laat het onderhoud minstens één keer per jaar uitvoeren. De geldende wetgeving kan evenwel kortere onderhoudsintervallen vereisen.

VOORZICHTIG
Schakel de voeding volledig uit voordat u de klemmen aanraakt.

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
Wanneer u de airconditioner of het luchtfilter wilt schoonmaken, moet u de unit eerst stilleggen en alle voedingen uitschakelen. Anders dreigt u elektrische schokken en letsel op te lopen.

WAARSCHUWING
Om elektrische schokken of brand te vermijden:
- Spoel de unit NIET af.
- Bedien de unit NIET met natte handen.
- Plaats GEEN voorwerpen die water bevatten op de unit.

VOORZICHTIG
Controleer na langdurig gebruik of de staander en bevestiging niet beschadigd zijn. Bij beschadiging dreigt de unit te vallen en letsel te veroorzaken.

VOORZICHTIG
Raak de lamellen van de warmtewisselaar NIET aan. Deze lamellen zijn scherp en kunnen snijwonden veroorzaken.

OPMERKING
Verwijder de schakelkast en de ventilatormotor wanneer u de warmtewisselaar schoonmaakt. De isolatie van de elektronische componenten kan door water of schoonmaakmiddel worden aangetast, waardoor deze componenten kunnen doorbranden.

WAARSCHUWING
Ga voorzichtig te werk met ladders wanneer u op een hoogte werkt.
5.2 Afvoerbak schoonmaken
Maak de afvoerbak schoon zodat hij NIET verstopt of stoffig wordt.
5.3 Omgaan met de afvoerblindprop

OPMERKING
- Verwijder de afvoerblindprop NIET. Anders kan er water uit lekken.
- Gebruik de afvoeruitlaat alleen voor het afvoeren van water als de afvoerpomp niet wordt gebruikt of vooraleer het onderhoud uit te voeren.
- Wees voorzichtig bij het aanbrengen en verwijderen van de blindprop. Het overmatig uitoefenen van druk kan de afvoeraansluiting vervormen van de lekbak.
1 Verwijder de blindprop.
- Beweeg de blindprop niet op en neer.

2 Duw de blindprop in.
- Breng de blindprop aan en duw ze omlaag met een kruiskopschroevendraaier.

a Blindprop
b Kruiskopschroevendraaier
5.4 Luchtfilter, aanzuigrooster, luchtuitblaas en buitenpanelen reinigen
5.4.1 Luchtuitblaas en buitenpanelen reinigen

WAARSCHUWING
Laat de binnenunit NIET nat worden. Mogelijk gevolg: Elektrische schokken of brand.

OPMERKING
- Gebruik GEEN benzine, benzeen, verdunner, schuurpoeder of vloeibaar insecticide. Mogelijk gevolg: Verkleuring en vervorming.
- Gebruik GEEN water of lucht van 50°C of warmer. Mogelijk gevolg: Verkleuring en vervorming.
- Schrob NIET te hard wanneer u de lamel wast met water. Mogelijk gevolg: Anders kan de coating er afkomen.
Reinig ze met een zachte doek. Als sommige vlekken moeilijk te verwijderen zijn, gebruik dan water of een neutraal schoonmaakmiddel.
5.4.2 Luchtfilter reinigen
Wanneer het luchtfilter reinigen:
- Vuistregel: Eens om de 6 maand reinigen. Reinig vaker als de lucht in de kamer heel sterk vervuild is.
- Afhankelijk van de instellingen, kan op de gebruikersinterface de aanduiding "TIME TO CLEAN AIR FILTER" (tijd om het luchtfilter te reinigen) verschijnen. Reinig het luchtfilter wanneer de aanduiding op de display verschijnt.
- Als het vuil niet meer verwijderd kan worden, moet u het luchtfilter vervangen (= optionele uitrusting).
Luchtfilter reinigen:
1 Verwijder de luchtfilters door de stof omhoog (achteraanzuiging) of naar achteren (onderaanzuiging) te trekken.

2 Reinig het luchtfilter. Gebruik een stofzuiger of was het luchtfilter met water. Als het filter heel vuil is, gebruik dan een zachte borstel en een mild schoonmaakmiddel.

3 Laat het luchtfilter drogen in de schaduw.
4 Breng het luchtfilter opnieuw aan. Breng de 2 hangbeugels op één lijn en druk de 2 klemmen op hun plaats; trek daarbij, indien nodig, aan de stof.

5 Controleer of de 4 hangers bevestigd zijn.
6 Sluit het luchtinlaatrooster in het geval van onderaanzuiging.
7 Schakel de voeding IN.
8 Druk op de knop FILTER SIGN RESET.
Gevolg: De aanduiding TIME TO CLEAN AIR FILTER verdwijnt van de gebruikersinterface.
5.5 Onderhoud voor een lange periode van stilstand
Bijvoorbeeld aan het eind van het seizoen.
- Laat de binnenunits ongeveer een halve dag draaien in de stand alleen ventileren om de binnenkant van de units te drogen.
- Schakel de voeding uit. Het display van de gebruikersinterface gaat uit. Wanneer de hoofdschakelaar ingeschakeld is, wordt er een kleine hoeveelheid elektriciteit gebruikt, ook al draait de airconditioner niet.
- Reinig de luchtfilters en behuizingen van de binnenunits. Neem contact op met uw installateur of onderhoudspersoon om de luchtfilters en buitenkant van de binnenunit schoon te maken. Tips voor het onderhoud en procedures voor het schoonmaken vindt u in de montagehandleiding/gebruiksaanwijzing van de specifieke binnenunits. Installeer de gereinigde luchtfilters terug in dezelfde positie.
5.6 Onderhoud na een lange periode van stilstand
Bijvoorbeeld aan het begin van het seizoen.
- Controleer en verwijder alles dat de inlaat- en uitlaatopeningen van de binnen- en buitenunits zou kunnen blokkeren.
- Controleer of de aarding is aangesloten.
- Controleer of er een gebroken draad is. Neem bij problemen contact op met uw dealer.
- Reinig de luchtfilters en behuizingen van de binnenunits. Neem contact op met uw installateur of onderhoudspersoon om de luchtfilters en buitenkant van de binnenunit schoon te maken. Tips voor het onderhoud en procedures voor het schoonmaken vindt u in de montagehandleiding/gebruiksaanwijzing van de specifieke binnenunits. Installeer de gereinigde luchtfilters terug in dezelfde positie.
- Schakel de voeding ten minste 6 uur voor gebruik van de unit in, dit om een vlotte werking te verzekeren. Zodra de voeding wordt ingeschakeld, verschijnt het displays van de gebruikersinterface.
6 Opsporen en verhelpen van storingen
Als zich één van de volgende problemen voordoet, neem dan onderstaande maatregelen en neem contact op met uw dealer.

WAARSCHUWING
Stop de werking en schakel de voeding uit als er zich iets abnormaals voordoet (brandgeur, enz.).
Als u de unit onder dergelijke omstandigheden laat werken, kan dit leiden tot een defect, elektrische schok of brand. Neem contact op met uw dealer.
ALLEEN een erkend servicetechnicus mag het systeem repareren.
| Storing Maatregel | |
| Als een beveiliging zoals een zekering, onderbreker of aardlekschakelaar vaak in werking treedt, of als de AAN/UIT-schakelaar NIET goed werkt. | Schakel de hoofdvoeding UIT. |
| Als water uit de unit lekt. Stop de werking. | |
| De bedrijfsschakelaar werkt NIET goed. | Schakel de voeding UIT. |
| Als het unitnummer op het display van de gebruikersinterface staat, het bedrijfslampje knippert en de storingscode wordt aangegeven. | Verwittig uw installateur en geef hem de storingscode door. |
Als het systeem NIET goed werkt en geen van de bovenstaande storingen in aanmerking komt, volg dan de onderstaande procedures.
| Storing Maatregel | |
| Indien het systeem helemaal niet werkt. | • Controleer of er geen stroomonderbreking is. Wacht tot de stroom is hersteld. Als de stroom tijdens de werking uitvalt, zal het systeem automatisch herstarten direct nadat de stroom is hersteld.• Controleer of er geen zekering is doorgebrand of een onderbreker in werking is gesteld. Vervang indien nodig de zekering of stel de onderbreker terug. |
| Het systeem stopt meteen nadat het begint te draaien. | • Controleer of de luchtinlaat of -uitlaat van de buitenunit of de binnenunit niet geblokkeerd is. Verwijder eventuele obstakels en zorg ervoor dat de lucht vrij kan circuleren.• Controleer of het luchtfilter verstopt is. Neem contact op met uw dealer om het luchtfilter schoon te maken. |
| Het systeem werkt, maar koelt of verwarmt onvoldoende. | • Controleer of de luchtinlaat of -uitlaat van de buitenunit of de binnenunit niet geblokkeerd is. Verwijder eventuele obstakels en zorg ervoor dat de lucht vrij kan circuleren.• Controleer of het luchtfilter verstopt is. Neem contact op met uw dealer om het luchtfilter schoon te maken (zie "Onderhoud" in de handleiding van de binnenunit).• Controleer de temperatuurinstelling. Raadpleeg de handleiding van de gebruikersinterface.• Controleer of de ventilatorsnelheid op lage snelheid is ingesteld. Raadpleeg de handleiding van de gebruikersinterface.• Controleer of de luchtstroomhoek goed is. Raadpleeg de handleiding van de gebruikersinterface.• Controleer of er geen deuren of ramen openstaan. Sluit alle deuren en ramen om te voorkomen dat er wind binnenkomt.• Controleer of er geen rechtstreeks zonlicht in de kamer schijnt. Gebruik gordijnen of jaloezieën.• Controleer of er niet te veel mensen aanwezig zijn in de kamer tijdens het koelen. Controleer of de warmtebron in de kamer niet te groot is.• Indien de warmtebron in de kamer te hoog is (bij koelen). Het koeleffect vermindert wanneer er te veel warmte in de kamer wordt geproduceerd. |
| De werking stopt plots.(Bedrijifslampje knippert.) | • Controleer of het luchtfilter verstopt is. Neem contact op met uw dealer om he luchtfilter schoon te maken (zie "Onderhoud" in de handleiding van de binnenunit).• Controleer of de luchtinlaat of -uitlaat van de buitenunit of de binnenunit niet geblokkeerd is. Verwijder eventuele obstakels, draai de onderbreker op OFF en weer op ON. Raadpleeg uw verdele als het lampje nog steeds knippert.• Controleer of alle op de buitenunit aangesloten binnenunits in het multi-systeem in dezelfde stand werken. |
| Tijdens de werking kan iets abnormaals gebeuren. | • De airconditioner kan slecht werken door bliksem of radiogolven. Draai de onderbreker op OFF en weer op ON. |
Neem contact op met uw installateur als u na controle van alle bovenstaande punten het probleem niet zelf kunt oplossen. Geef hem de symptomen door, de volledige modelnaam van de unit (met indien mogelijk ook het fabricagenummer) en de installatiedatum (mogelijk vermeld op de garantiekaart).
6.1 Symptomen die geen storingen van het systeem zijn
De volgende symptomen zijn GEEN storingen van het systeem:
6.1.1 Symptoom: Het systeem werkt niet
- De airconditioner start niet meteen nadat u op de AAN/UIT-knop van de gebruikersinterface drukt. Als het bedrijfslampje brandt, werkt de airconditioner normaal. De airconditioner herstart niet meteen omdat één van de beveiligingen is geactiveerd om overbelasting van de airconditioner te voorkomen. De airconditioner wordt na 3 minuten automatisch opnieuw ingeschakeld.
- De airconditioner start niet meteen na het inschakelen van de voeding. Wacht 1 minuut totdat de microcomputer werkingsklaar is.
- De airconditioner herstart niet meteen als de toets voor de temperatuurinstelling op zijn vroegere instelling wordt ingesteld. De airconditioner herstart niet meteen omdat één van de beveiligingen is geactiveerd om overbelasting van de airconditioner te voorkomen. De airconditioner wordt na 3 minuten automatisch opnieuw ingeschakeld.
- De buitenunit is gestopt. De reden is dat de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur heeft bereikt. De unit schakelt over op ventilatorwerking. " (symbool externe besturing) verschijnt op de gebruikersinterface en de echte werking verschilt van de instelling van de gebruikersinterface. Bij multisplitmodellen voert de microcomputer de volgende besturing uit, afhankelijk van de bedrijfsmodus van andere binnenunits.
- De ventilatorsnelheid is niet die van de instelling. De ventilatorsnelheid verandert niet wanneer u op de regeltoets voor de ventilatorsnelheid drukt. Wanneer de kamertemperatuur in de verwarmingsmodus de ingestelde temperatuur bereikt, is de capaciteitstoevoer van de buitenunit gestopt en werkt de binnenunit in de modus alleen ventilator (L tab). Bij een multisplitsysteem werkt de binnenunit afwisselend in de ventilatorstopmodus en de modus alleen ventilator (L tab). Dit voorkomt dat rechtstreeks koude lucht op de aanwezigen in de kamer wordt geblazen.
6.1.2 Symptoom: Uit het toestel komt witte rook (binnenunit)
- Bij een hoge vochtigheidsgraad tijdens koelen (op vettige of stoffige plaatsen). Als de binnenkant van een binnenunit extreem vuil is, zal de temperatuurverdeling in de kamer ongelijk zijn. Daarom is het nodig om de binnenkant van de binnenunit schoon te maken. Vraag aan uw dealer meer informatie over het schoonmaken van de unit. Dit is het werk van een erkend servicetechnicus.
- Wanneer de airconditioner na het ontdooien wordt omgeschakeld op verwarmen. Het vocht dat bij ontdooien werd geproduceerd, wordt in stoom omgezet en komt vrij.
6.1.3 Symptoom: Er komt stof uit de unit
Wanneer een unit na een lange periode van stilstand weer wordt gebruikt. Dit komt door stof in de unit.
6.1.4 Symptoom: De units geven een geur af
De unit kan geuren opnemen van kamers, meubilair, sigaretten, enz., en die dan weer afgeven.
6.1.5 Symptoom: De werking is plots gestopt (bedrijfslampje brandt)
De airconditioner stopt om het systeem te beveiligen wanneer er grote spanningsschommelingen zijn. Na ongeveer 3 minuut wordt de werking hervat.
6.1.6 Symptoom: De ventilator van de buitenunit draait terwijl de airconditioner niet wordt gebruikt
- Nadat de unit is gestopt. De ventilator van de buitenunit blijft nog 30 seconden draaien om het systeem te beveiligen.
- Terwijl de airconditioner niet wordt gebruikt. Bij een heel hoge buitentemperatuur begint de ventilator van de buitenunit te draaien om het systeem te beveiligen.
6.1.7 Symptoom: Het verwarmen stopt plots en u hoort een stromend geluid
Het systeem verwijdert vorst op de buitenunit. Wacht ongeveer 3 tot 8 minuten.
7 Als afval verwijderen

OPMERKING
Probeer het systeem NIET zelf te ontmantelen: het ontmantelen van het systeem en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderdelen MOETEN conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden. De units MOETEN voor hergebruik, recyclage en terugwinning bij een gespecialiseerd behandelingsbedrijf worden behandeld.













