Vitocal 200-S - Warmtepomp VIESSMANN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Vitocal 200-S VIESSMANN in PDF-formaat.
| Producttype: | Lucht/water warmtepomp |
| Model: | Vitocal 200-S |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Fabrikant: | Viessmann |
| Toepassingen: | Ruimteverwarming, ruimtekoeling, tapwaterverwarming, woningventilatie |
| Warmtepompregeling: | Vitotronic 200, type WO1C |
| Warmtepomptypes: | Lucht/water, brine/water, water/water; binnenshuis of buitenshuis opgesteld |
| Toegestane omgevingstemperatuur (binnenunit): | 0 °C tot 35 °C |
| Buitentemperatuurgrenzen (lucht/water): | -20 °C tot +35 °C |
| Elektrische aansluiting: | 230 V~ of 400 V~ (afhankelijk van uitvoering) |
| Compressor: | 1- of 2-traps, afhankelijk van type |
| Extra elektrische verwarming: | Optioneel, als verwarmingswaterdoorstroomtoestel of elektrisch verwarmingselement |
| Warmwaterboiler: | Geïntegreerd of apart, met 1 of 2 temperatuursensoren |
| Buffer: | Verwarmingswaterbuffer of verwarmings-/koelwaterbuffer (optioneel) |
| Ventilatietoestel (optioneel): | Vitovent 200-C, 200-W, 300-C, 300-F, 300-W |
| Regeling: | Bediening via display, basismenu en uitgebreid menu; tijdprogramma's, vakantieprogramma, partywerking |
| Veiligheidsfuncties: | Vorstbescherming, veiligheidsklep, blokkering door energiebedrijf |
| Onderhoud: | Reiniging filters, inspectie door installateur; filter vervangen (zie handleiding) |
| Reparatie / reserveonderdelen: | Alleen door erkende installateur; gebruik originele Viessmann-onderdelen |
| Milieu: | Koelmiddel volgens Kyoto-protocol; recycling via installateur |
| Garantie: | Via installateur; neem contact op met Viessmann Nederland |
Veelgestelde vragen - Vitocal 200-S VIESSMANN
Gebruikersvragen over Vitocal 200-S VIESSMANN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Warmtepomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Vitocal 200-S - VIESSMANN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Vitocal 200-S van het merk VIESSMANN.
GEBRUIKSAANWIJZING Vitocal 200-S VIESSMANN
Verwarmingsinstallatie en woningventilatiesysteem met warmtepompregeling
Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel en materiële schade.
Toelichting bij veiligheidsvoorschriften

Gevaar
Dit teken waarschuwt voor persoonlijk letsel.

Opgelet
Dit teken waarschuwt voor materiele schade en schade aan het milieu.
Opmerking
Gegevens met het woord "Opmerking" bevatten aanvullende informatie.
Doelgroep
Deze bedieningshandleiding is bedoeld voor de bedieners van de installatie. Dit apparaat kan ook worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysische, sensorische of mentale vaardigheden of gebrek aan ervaring en kennis, wanneer ze onder toezicht zijn of zijn onderwezen in het veilig gebruik van het apparaat en de gevaren die het gebruik van het apparaat met zich meebrengt.
Opgelet
Kinderen in de buurt van het apparaat onder toezicht stellen.
- Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
- Reiniging en door de gebruiker te verrichten onderhoud mogen niet worden verricht door kinderen die niet onder toezicht staan.
Veiligheidsinstructies voor werkzaamheden aan de installatie
Aansluiting van het toestel
- Het toestel mag enkel door erkende vakmensen aangesloten en in bedrijf genomen worden.
- Vermelde elektrische aansluitvoorwaarden naleven.
- Wijzigingen aan de aanwezige installatie mogen enkel door erkende vakmensen worden uitgevoerd.
Gevaar
Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden aan de installatie kunnen leiden tot levensgevaarlijke ongevallen.
Elektrische werkzaamheden mogen alleen door elektromonteurs worden uitgevoerd.
Voor uw veiligheid (vervolg)
Werkzaamheden aan het toestel
- Instellingen en werkzaamheden aan het toestel enkel volgens de instructies in deze bedieningshandleiding uitvoeren.
Overige werkzaamheden aan het toestel mogen enkel door bevoegde vakmensen worden uitgevoerd.
■ Toestel niet openen.
■ Bekledingen niet verwijderen. - Aangebouwde delen of geïnstalleerde toebehoren niet veranderen of verwijderen.
- Buisverbindingen niet openen of aan-trekken.

Gevaar
Hete oppervlakken kunnen brand- wonden veroorzaken.
- Toestel niet openen.
- Hete oppervlakken en niet-geïsoleerde buizen en armaturen niet aanraken.
Extra componenten, reserveonderde- len en slijtagegevoelige onderdelen
I Opgelet
Componenten die niet met de installatie zijn gekeurd, kunnen leiden tot schade aan de installatie of de goede werking ervan belemmeren.
Montage resp. vervanging uitsluitend door het installatiebedrijf laten uitvoeren.
Veiligheidsinstructies voor de werking van de installatie
Wat te doen bij brand

Gevaar
Bij vuur bestaat verbrandingsgevaar.
- Installatie uitschakelen.
- Goedgekeurde brandblusser van brandklasse ABC gebruiken.
Voorwaarden voor de opstelling
Gevaar Light on
Licht ontvlambare vloeistoffen en materialen (bijv. benzine, oplos- en reinigingsmiddelen, verf of papier) kunnen explosies en brand veroorzaken.
Dergelijke stoffen niet in de verwarmingsruimte en niet in de onmiddellijke buurt van de verwarmingsinstallatie opslaan of gebruiken.
Opgelet
Ontoelaatbare omgevingsvoorwaarden kunnen schade aan de installatie veroorzaken en een veilige werking belemmeren.
- Toegelaten omgevingstemperaturen respecteren volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
- Toestel voor binnenopstelling:
- Luchtverontreiniging door halogeenkoolwaterstoffen (deze bevinden zich bijv. in verven, oplosmiddelen en reinigingsproducten) vermijden.
- Permanent hoge luchtvochtigheid (bijv. door voortdurend wasgoed te drogen) vermijden.
Inhoudsopgave
1. Eerst informeren
Symbolen 10
Vaktermen 10
Productinformatie 11
■ Warmtepompregeling .... 11
■ Warmtepomptypes .... 11
■ Woningventilatiesystemen 12
■ Toegestane omgevingstemperaturen in de installatieruimte .... 13
■ Buitentemperatuurgrenzen voor lucht/water-warmtepompen Ⓧ/ 14
- Temperatuurgrenzen voor brine/water-warmtepompen en water/water-warmtepompen 14
Eerste inbedrijfstelling 14
Uw installatie is vooraf ingesteld 15
Tips om energie te besparen 15
Tips voor meer comfort 16
2. Warmtepompregeling bedienen
Warmtepompregeling openen 18
Warmtepompregeling bedienen 18
■ Algemene Bedieningsinstructies opvragen 19
■ Symbolen in het display 19
Basismenu: Weergaven en instellingen 20
■ Normale kamertemperatuur voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit instellen 21
■ Werkingsprogramma voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit instellen 21
Uitgebreid menu: Weergaven en instellingen 21
Screensaver 22
Bedieningssystematiek 22
Informatie over de werkingsprogramma's 23
■ Werkingsprogramma voor verwarmen, koelen, warm water, vorstbescherming 24
■ Werkingsprogramma's voor ventilatie 25
■ Bijzondere werkingsprogramma's 25
Werkwijze voor de instelling van een tijdprogramma 26
■ Tijdprogramma instellen met als voorbeeld kamerverwarming/-koeling 26
■ Tijdprogramma effectief instellen 28
■ Periodes wissen 28
3. Kamerverwarming/kamerkoeling
Normale kamertemperatuur instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling 29
Gereduceerde kamertemperatuur instellen voor kamerverwarming ..... 29
Werkingsprogramma instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling ... 29
Tijdprogramma instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling .... 30
Kamerverwarming/kamerkoeling met buffer 31
■ Kamerverwarming/kamerkoeling met buffer inschakelen 31
■ Tijdprogramma instellen voor kamerverwarming met buffer ...... 31
■ Tijdprogramma instellen voor kamerkoeling met verwarmingswater-/koelwaterbuffer 32
Stooklijn/koellijn instellen 33
■ Karakteristieken instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling ...... 33
Kamerverwarming/kamerkoeling uitschakelen 34
Kamertemperatuur tijdelijk aanpassen 35
■ Partywerking instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling ...... 35
■ "Partywerking" beeindigen 36
Energie besparen bij korte afwezigheid 36
■ Spaarwerking instellen voor verwarmen 36
■ "Spaarwerking" beëindigen 37
Inhoudsopgave
Energie besparen bij lange afwezigheid 37
■ Vakantieprogramma instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling, ventilatie 37
■ "Vakantieprogramma" wijzigen 38
■ "Vakantieprogramma" afbreken of wissen 38
Normale warmwatertemperatuur instellen 39
Verhoogde warmwatertemperatuur instellen 39
Werkingsprogramma instellen voor warmwaterbereiding 39
Tijdprogramma instellen voor warmwaterbereiding 39
■ Inschakeloptimalisering instellen 40
■ Uitschakeloptimalisering instellen 41
Tijdprogramma instellen voor de circulatiepomp 41
Warmwaterbereiding tijdelijk verhogen 41
■ 1x WW-bereiding inschakelen .... 41
Warmwaterbereiding uitschakelen 42
■ U wilt geen tapwater opwarmen en geen kamers verwarmen of koe- len: 42
■ U wilt geen tapwater opwarmen, maar de kamers verwarmen: ...... 42
5. Verwarmingsinstallatie met extra elektrische verwarming
Extra elektrische verwarming voor kamerverwarming vrijgeven of blokkeren 43
Extra elektrische verwarming voor warmwaterbereiding vrijgeven of blokkeren 43
Tijdprogramma instellen voor de extra elektrische verwarming 43
Actieve koeling vrijgeven en blokkeren 44
Tijdprogramma instellen voor geluiddempende werking/ 45
Ventilatie inschakelen 46
Ventilatie uitschakelen 46
■ Uitschakelwerking inschakelen 46
■ "Uitschakelwerking" beëindigen 47
Ventilatie uitschakelen om de filter te vervangen 47
Werkingsprogramma instellen voor ventilatie 47
Ventilatie zonder warmterecuperatie 47
■ Kamertemperatuur instellen voor ventilatie 47
■ Minimumtemperatuur instellen voor ventilatie 48
Tijdprogramma instellen voor ventilatie 48
Ventilatieniveau tijdelijk verhogen 49
■ "Intensieve werking" instellen voor ventilatie 49
■ "Intensieve werking" beëindigen 49
Energie besparen bij korte afwezigheid 50
■ Spaarwerking instellen voor ventilatie 50
■ "Spaarwerking" beëindigen 50
Energie besparen bij lange afwezigheid 50
■ "Vakantieprogramma" instellen voor ventilatie, kamerverwarming/kamerkoeling 51
■ "Vakantieprogramma" wijzigen 51
■ "Vakantieprogramma" afbreken of wissen 51
Stroom uit de fotovoltaïsche installatie gebruiken (gebruik van eigen stroom) 52
Stroomoverschot gebruiken 53
12. Overige instellingen Contrast in het display instellen 56
Helderheid van de schermverlichting instellen 56
Naam voor de verwarmings-/koelcircuits instellen 56
Favoriet verwarmings-/koelcircuit voor basismenu instellen .... 57
Tijd en datum instellen 57
Menutaal instellen 57
Temperatuureenheid instellen (°C/°F) 57
Fabrieksinstelling weer instellen 58
13. Opvragen Informatie opvragen 59
■ Zonne-energieopbrengst opvragen 59
■ Energiebalans opvragen 59
■ Bedrijfsdagboek 60
■ Estrikdroging 61
Meldingen opvragen 62
14. Manuele bediening Manuele bediening 64
65
15. Speciale installatie-uitvoe- ringen 65
16. Uit- en inschakelen Bedieningselementen van de warmtepompregeling 66
Warmtepomp uitschakelen 67
■ Met vorstbescherming 67
■ Zonder vorstbewaking (buitenbedrijfstelling) 67
Warmtepomp inschakelen 67
17. Wat doen? Ruimten te koud 68
Ruimten te warm 69
Geen warm water 69
Warm water te heet 70
"KNIPPERT EN "Aanwijzing" wordt weergegeven 70
"△" knippert en "Waarschuwing" wordt weergegeven 70
"A" knippert en "Storing" wordt weergegeven 70
"Blok. door energiebedr. C5" wordt weergegeven 70
"E8 Warmtemanagement" wordt weergegeven 70
"Externe bijschakeling" wordt weergegeven 70
"Extern programma" wordt weergegeven 71
"Bedien. geblokkeerd" wordt weergegeven 71
"A0 Ventilatie: Filter controleren" wordt weergegeven 71
Deuren/vensters gaan moeilijk open 71
Deuren/vensters slaan open 71
18. Onderhoud Verwarmingsinstallatie reinigen 72
■ Lucht/water-warmtepompen met kunststof oppervlak 72
■ Bedieningseenheid van de warmtepompregeling 72
Inspectie en onderhoud van de verwarmingsinstallatie 72
■ Warmwaterboiler (indien voorhanden) 72
■ Veiligheidsklep (warmwaterboiler) 73
■ Tapwaterfilter (indien aanwezig) 73
■ Beschadigde aansluitleidingen 73
Woningventilatiesysteem reinigen 73
■ Toevoerlucht-/afvoerluchtkleppen reinigen 73
■ Keukenafvoerluchtklep reinigen 74
Filter reinigen of vervangen 75
■ Filter in het ventilatietoestel Vitovent 200-C 75
■ Filter in het ventilatietoestel Vitovent 200-W 77
■ Filter in het ventilatietoestel Vitovent 300-C 79
■ Filter in het ventilatietoestel Vitovent 300-F 81
■ Filter in het ventilatietoestel Vitovent 300-W 82
■ Filter in de afvoerluchtkleppen vervangen 84
■ Onderhoudsindicatie voor filtervervanging resetten 85
19. Bijlage
Koelmiddel 86
Overzicht uitgebreid menu 86
Verklaring van de begrippen 93
■ Ontdooien 93
■ Actieve koeling ("active cooling") 94
■ Installatie-uitvoering 94
■ Werkingsprogramma 94
■ Werkingsmodus 94
■ Onevenwicht druk 94
■ Gebruik eigen stroom 94
■ Extra elektrische verwarming 95
■ Enthalpiewarmtewisselaar 96
■ Blokkering energiebedrijf 96
■ Vloerverwarming 96
■ Geluiddempende werking 96
■ Stookwerking/Koelwerking 96
■ Stooklijn/koellijn 97
■ Verwarmings-/koelcircuitse 98
■ CV-pomp 99
■ CV-water-doorstroomtoestel 99
■ Verwarmings-/koelwaterbuffer 99
■ Verwarmingswaterbuffer 99
■ Cascade 99
■ Gecontroleerde woningventilatie 100
■ Koeling ....101
■ Koelfuncties 102
■ Koellijn 102
■ Koelcircuit 102
■ Vermogensaanpassing 102
■ Ventilatie 102
■ Mengklep 103
■ Factor primaire energie .... 103
■ Buffer 103
■ Kamertemperatuur ....103
■ Retourtemperatuur 104
■ Smart Grid (SG) 104
■ Veiligheidsklep 105
■ Secundaire pomp .... 105
■ Zonnecircuitpomp 105
■ Boilerlaadpomp ....105
■ Ontstane stroomkosten .... 106
■ Tapwaterfilter 106
■ Verdamper 106
■ Compressor 106
■ Condensor 106
■ Aanvoertemperatuur 106
■ Warmtepompcascade 107
■ Weersafhankelijke stookwerking / koelwerking 107
■ Woningventilatie 107
■ Tijdprogramma ....107
■ Circulatiepomp ....107
■ Tweetrapswarmtepompen 107
Installatie-uitrusting en functies 108
Instructies inzake afvalverwijdering 109
Inhoudsopgave (vervolg)
■ Verwijdering van de verpakking 109
■ Definitieve buitenbedrijfstelling en verwijdering van de verwarmings-installatie ....109
- Index 110
Symbolen
| Symbol | Betekenis |
![]() | Verwijzing naar ander document met bijkomende informatie |
![]() | Stap in afbeeldingen:de nummering komt overeen met de volgorde van de stappen. |
| Waarschuwing voor materiële schade en schade aan het milieu | |
| Bereik onder spanning | |
![]() | Goed voor opletten. |
![]() | ▪ Onderdeel moet hoorbaar inklikken.of▪ Akoestisch signaal |
![]() | ▪ Nieuw onderdeel plaatsen.of▪ In combinatie met gereedschap: Oppervlakte reinigen. |
![]() | Onderdeel deskundig als afval verwijderen. |
![]() | Onderdeel bij geschikt verzamelpunt afgeven. Onderdeelnietmet het huisvuil mee-geven. |
Vaktermen
Om de functies van uw Vitotronic-regeling beter te begrijpen, worden enkele begrippen verklaard. Die informatie vindt u in het hoofdstuk "Begripsverklaringen" in de bijlage.
Het toestel mag volgens de regelgeving enkel geïnstalleerd en gebruikt worden in gesloten verwarmingssystemen conform EN 12828, rekening houdend met de bijbehorende montage-, service- en gebruikshandleidingen.
Soorten toestellen
| Symbool Betekenis | |
| [TTKS] | Inhoud geldt alleen voor brine/water-warm-tepompen. |
![]() | Inhoud geldt alleen voor lucht/water-warm-tepompen. |
![]() | Inhoud geldt alleen voor lucht/water-warm-tepompen met gescheiden binnen-/buiten-unit. |
Afhankelijk van de uitvoering kan het toestel uitsluitend voor de volgende doeleinden worden gebruikt:
■ Ruimteverwarming
■ Ruimtekoeling
■ Tapwaterverwarming
Met bijkomende componenten en accessoires kan de functieomvang uitgebreid worden.
Reglementair gebruik (vervolg)
Het gebruik in bedrijven of industrie voor een ander doel als voor de verwarming/koeling van ruimtes of voor tapwaterverwarming geldt als niet volgens de voorschriften.
Verkeerd gebruik van het toestel respectievelijk ondeskundige bediening (bijvoorbeeld wanneer de gebruiker het toestel opent) is verboden en leidt tot aansprakelijkheidsuitsluiting. Wanneer wijzigingen aangebracht worden aan de componenten, wordt dit gezien als verkeerd gebruik.
Opmerking
Het toestel is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik, d.w.z. dat ook niet geïnstrueerde personen het apparaat veilig kunnen bedienen.
Productinformatie
Warmtepompregeling
De warmtepompregeling Vitotronic 200, type WO1C regelt alle functies van uw verwarmingsinstallatie met warmtepomp en woningventilatie.
Afhankelijk van het type warmtepomp is de warmte-pompregeling op een andere plaats gemonteerd: zie pagina 18.
■ Aan de voorzijde van de warmtepomp
■ Aan de bovenzijde van de warmtepomp
■ In een aparte behuizing aan een muur
Warmtepomptypes
Lucht/water-warmtepompen ✉
Lucht/water-warmtepompen gebruiken de energie uit de omgevingslucht voor de warmteproductie. Hiervoor zuigt een ventilator de omgevingslucht door een warmtewisselaar (verdamper). In de verdamper wordt de warmte-energie van deze omgevingslucht in het koel-circuit overgebracht. Daar wordt voor de vereiste temperaturen voor de kamerverwarming en tapwaterver-warming gezorgd. Als aandrijving voor het koelcircuit dient de compressor.
Voor de kamerkoeling loopt het koelcircuit met omkeerwerking. Aan uw kamers wordt warmte onttrokken en via de verdamper aan de omgevingslucht afgegeven.
Opmerking
Lucht/water-warmtepompen kunnen tweetraps zijn. Tweetraps-lucht/water-warmtepompen hebben 2 compressoren, die afhankelijk van het opgevraagde vermogen afzonderlijk of gelijktijdig ingeschakeld worden.
Lucht/water-warmtepompen zijn in volgende behuizings-/opstelvarianten verkrijgbaar:
Warmtepomp voor binnenopstelling
- Alle componenten van de warmtepomp inclusief van de warmtepompregeling bevinden zich in een behuizing binnen het gebouw. Via een luchtkanaalsysteem komt de buitenlucht in de warmtepomp en opnieuw in de openlucht terecht.
Warmtepomp voor buitenopstelling
■ Met uitzondering van de warmtepompregeling bevinden alle componenten zich in een behuizing die buiten het gebouw opgesteld is. De warmtepompregeling is binnen het gebouw aangebracht. De warmtepomp is hydraulisch met een verwarmingsinstallatie van het gebouw verbonden.
Lucht/water-warmtepompen met gescheiden binnen-/buitenunit ☒☐
De buitenunit is buiten het gebouw opgesteld of van buiten aan het gebouw gemonteerd. In de buitenunit wordt de warmte uit de omgevingslucht gewonnen. De binnenunit inclusief de warmtepompregeling is in het gebouw opgesteld/gemonteerd en brengt de warmte over in de verwarmingsinstallatie.
Binnenunit en buitenunit zijn hydraulisch en elektrisch met elkaar verbonden.
Productinformatie (vervolg)
Hybrid Pro Control
■ Voor de warmtepompen Vitocal 200-A en Vitocal 200-S staat de regelingsfunctie Hybrid Pro Control ter beschikking.
■ Met Hybrid Pro Controle kan de warmtepomp met een gas- of olie-verwarmingsketel volgens ecologische of economische oogpunten worden gecombineerd. Door deze regelingsfunctie werken beide warmtebronnen in elke bedrijfssituatie optimaal op elkaar afgestemd.
Brine/water-warmtepompen
Brine/water-warmtepompen gebruiken de aardwarmte voor de warmteproductie. De aardwarmte wordt via een warmtedragermedium (brine) in het koelcircuit overgedragen. Daar wordt voor de vereiste temperaturen voor de kamerverwarming en tapwaterverwarming gezorgd. Ook hier dient een compressor als aandrijving voor het koelcircuit.
De kamerkoeling voert de warmte van de warmtepomp uit de ruimte naar de grond af.
Brine/water-warmtepompen zijn binnen het gebouw geplaatst.
Opmerking
Brine/water-warmtepompen kunnen tweetraps zijn. Tweetraps brine/water-warmtepompen hebben 2 compressoren, die afhankelijk van het opgevraagde vermogen afzonderlijk of gelijktijdig ingeschakeld worden. Afhankelijk van het type bevinden beide compressoren zich in een behuizing of in 2 naast elkaar staande, afzonderlijke behuizingen. Beide compressoren worden door één gemeenschappelijke warmtepompregeling geregeld.
Water/water-warmtepompen
Water/water-warmtepompen gebruiken bijv. grondwater voor de warmteopwekking, volgens hetzelfde principe als brine/water-warmtepompen. De energie uit het grondwater komt via een warmtedragermedium in het koelcircuit terecht.
Met extra componenten kan een brine/water-warmtepomp als water/water-warmtepomp gebruikt worden. Water/water-warmtepompen zijn binnen het gebouw geplaatst.
Uitrusting en functies
De types warmtepompen verschillen door hun uitrusting:
■ Warmwaterboiler
■ Extra elektrische verwarming (verwarmingswaterdoorstroomtoestel)
■ HR-circulatiepompen
■ ...
De types warmtepompen verschillen door de beschikbare functies:
■ Aantal verwarmingscircuits
■ Warmwaterbereiding door zonne-energie
■ Ruimtekoeling
■ Geluidsreductie
■ Vermogensregeling
■ Gebruik eigen stroom
■ Gebruik van stroomoverschot uit het net (Smart Grid)
■ ...
Welke uitrusting en functies uw verwarmingsinstallatie heeft, werd door uw firma in het formulier op pagina 108 ingevoerd.
Woningventilatiesystemen
Woningventilatiesystemen dienen voor de gecontroleerde ventilatie en ontluchting van eengezinswoningen of woningen.
Als in uw installatie een woningventilatiesysteem van Viessmann geïntegreerd is, kan het centrale ventilatie-toestel door de warmtepompregeling geregeld en bediend worden.
Via een tijdprogramma past de ventilatiewerking zich automatisch aan uw wensen aan. De "Spaarwerking" en het "Vakantieprogramma" helpen u bij het sparen van energie. In de "Intensieve werking" verhoogt u de luchtuitwisseling in het gebouw en worden geurtjes en vocht snel naar de open lucht geleid.
Volgende centrale ventilatietoestellen worden ondersteund:
Vitovent 200-C
Vitovent 200-C is geschikt voor ééngezinswoningen of woningen tot 120 m² woonoppervlakte.
Vitovent 200-C voldoet aan de eisen voor het gebruik in het passiefhuis.
Het ventilatietoestel kan naar keuze aan een muur of aan een plafond gemonteerd worden.
Naast de warmtepompregeling kan de ventilatiewerking ook via een aan het ventilatietoestel aangesloten schakelaar of toets (badkamerschakelaar) omgeschakeld worden, bijv. als u tijdelijk de hoogste ventilatie-trap nodig hebt.
Productinformatie (vervolg)
Vitovent 200-W
Vitovent 200-W is geschikt voor ééngezinswoningen of woningen tot 230 m 2 woonoppervlakte.
Dit ventilatietoestel wordt aan een muur gemonteerd.
Om vochtschade in het gebouw te vermijden, past het ventilatietoestel de luchtuitwisseling automatisch aan, afhankelijk van de luchtvochtigheid in uw kamers (accessoires vereist).
Vitovent 300-C
Vitovent 300-C is geschikt voor ééngezinswoningen of woningen tot 90 m² woonoppervlakte.
Vitovent 300-C voldoet aan de eisen voor het gebruik in het passiefhuis.
Het ventilatietoestel kan naar keuze aan een muur of aan een plafond gemonteerd worden.
Voor goede luchtkwaliteit in uw gebouw past het ventilatietoestel de luchtuitwisseling automatisch aan afhankelijk van de luchtvochtigheid en/of de kooldioxideconcentratie in uw kamers (accessoires vereist).
Vitovent 300-F
Vitovent 300-F is geschikt voor ééngezinswoningen of woningen tot 180 m 2 woonoppervlakte.
Vitovent 300-F voldoet aan de eisen voor het gebruik in het passiefhuis.
Dit ventilatietoestel wordt in de buurt van de warmte-pompregeling opgesteld.
Voor goede luchtkwaliteit in uw gebouw past het ventilatietoestel de luchtuitwisseling automatisch aan afhankelijk van de luchtvochtigheid en/of de kooldioxideconcentratie in uw kamers (accessoires vereist).
Naast de eigenlijke woningventilatie kan aan uw kamers via het ventilatiesysteem ook warmte uit de warmtepomp toegevoerd worden. Deze opwarming van de toevoerlucht is in gebouwen met heel goede warmte-isolatie als enige warmtebron geschikt. Voor de opwarming van de toevoerlucht heeft uw gespecialiseerde firma het ventilatietoestel met het verwarmingscircuit VC1 van uw warmtepomp verbonden. Verwarmingscircuit VC1 is dan een ventilatieverwarmingscircuit.
Vitovent 300-W
Vitovent 300-W is geschikt voor ééngezinswoningen of woningen tot 440 m² woonoppervlakte.
Vitovent 300-W komt overeen met de eisen voor het gebruik in een passiefhuis.
Dit ventilatietoestel wordt aan een muur gemonteerd. De vloeropstelling is met toebehoren mogelijk.
Voor goede luchtkwaliteit in uw gebouw past het ventilatietoestel de luchtuitwisseling automatisch aan afhankelijk van de luchtvochtigheid en/of de kooldioxideconcentratie in uw kamers (accessoires vereist).
Toegestane omgevingstemperaturen in de installatieruimte
Opgelet
Buiten de opgegeven temperatuurbereiken kunnen evt. storingen aan het toestel optreden.
Zorg ervoor dat het opgegeven temperatuurbereik in de opstellingsruimte in acht wordt genomen.
Productinformatie (vervolg)
| Toestel Omgevingstemperatuur | Min. Max. | |
| In het gebouw opgestelde warmtepompenBrine/water- en water/warmtepompen inclusief warmtepompregeling 0 °C 35 °CLucht/warmtepomp Vitocal 200-A inclusief warmtepompregeling 5 °C 30 °CLucht/warmtepompen met gescheiden binnen-/buitenunitAan de wand hangende binnenunits zonder geïntegreerde warmwaterboiler 5 °C 35 °COp de vloer staande binnenunits met geïntegreerde warmwaterboiler 0 °C 35 °CIn het gebouw gemonteerde warmtepompregelingenAparte warmtepompregelingen van lucht/warmtepompen voor opstelling buiten | 0 °C | 35 °C |
| Centrale ventilatietoestellenAlle types 2 °C 35 °C |
Buitentemperatuurgrenzen voor lucht/water-warmtepompen ☒☐ ☒
Lucht/water-warmtepompen gebruiken de buitenlucht als warmtebron. De werking is enkel binnen bepaalde buitentemperatuurgrenzen efficiënt, bijv. tussen -20 °C en +35 °C. Als de bovenste temperatuurgrens overschreden of de onderste temperatuurgrens onderschreden is, schakelen deze warmtepompen tijdelijk uit. Aan de warmtepompregeling krijgt u hiervoor een melding.
Om de warmtebehoefte voor de kamerverwarming en de warmwaterbereiding buiten de temperatuurgrenzen te dekken, schakelt de warmtepompregeling indien nodig automatisch de voorhanden extra verwarmingen in, bijv. extra elektrische verwarming.
Opmerking
Extra elektrische verwarmingen moet u voor warmte-opwekking vrijgeven: zie pagina 43.
Als de buitentemperatuur opnieuw binnen de temperatuurgrenzen liegt, is de warmtepomp automatisch opnieuw bedrijfsklaar.
Temperatuurgrenzen voor brine/water-warmtepompen en water/water-warmtepompen
Bij brine/water-warmtepompen en water/water-warmtepompen wordt de warmte via het wamtedragermedium (brine) in de warmtepomp overgedragen. De warmte-bronnen grond en grondwater hebben het hele jaar door ongeveer hetzelfde temperatuurniveau. Daarom is een onderschrijding of overschrijding van de toege-laten temperatuurgrenzen voor de brine-inlaat in de warmtepomp niet te verwachten.
Als uw brine/water-warmtepomp of water/water-warmtepomp door te geringe of te hoge brine-inlaattemperaturen uitschakelt, is er evt. een storing. Aan de warmtepompregeling krijgt u hiervoor een melding. Informeer in dit geval uw installateur.
Eerste inbedrijfstelling
De eerste inbedrijfstelling en het aanpassen van de warmtepompregeling aan de plaatselijke en bouwkundige situatie evenals de instructie over de bediening moeten door uw installateur worden uitgevoerd.
Opmerking
In deze bedieningshandleiding worden ook de functies beschreven die slechts bij enkele types warmtepompen of alleen met accessoires mogelijk zijn. Deze functies worden niet apart aangeduid.
Welke uitrusting en functies uw verwarmingsinstallatie heeft, werd door uw firma in het formulier op pagina 108 ingevoerd.
Bij vragen over de functionaliteit en de accessoires van uw warmtepomp en uw verwarmingsinstallatie wendt u zich tot uw installateur.
Uw installatie is vooraf ingesteld
Uw verwarmingsinstallatie is vooraf in de fabriek ingesteld en dus klaar voor gebruik:
Kamerverwarming/kamerkoeling
■ Uw kamers worden van 00.00 tot 24.00 uur tot 20 °C "Gew. kamertemperatuur" verwarmd (normale kamertemperatuur).
■ Als een buffer aanwezig is, wordt deze verwarmd.
■ De actieve koeling is geblokkeerd: zie pagina 44.
Warmwaterbereiding
- Het warm water wordt alle dagen van 00.00 tot 24.00 uur op 50 °C "Gew. warmwatertemp." verwarmd.
■ Een eventueel aanwezige circulatiepomp is uitgeschakeld.
■ Een evt. beschikbare extra elektrische verwarming is vrijgegeven: zie pagina 43.
Vorstbescherming
- De vorstbescherming van uw warmtepomp, warmwaterboiler en evt. voorhanden buffer is gegarandeerd.
In de volgende gevallen is vorstbescherming enkel met een extra verwarming (door de installateur te voorzien) gegarandeerd: - Lucht/water-warmtepompen:
Bij temperaturen onder -15 °C - Bij storing van de warmtepomp
Extra verwarmingen zijn bijv. verwarmingswater-doorstroomtoestellen of olie-/gas-verwarmingsketels.
Opmerking
Woningventilatie met Viessmann ventilatietoestel
■ Van 00.00 tot 24.00 uur: Woningventilatie in werkingsstatus "Normaal"
Winter-/zomertijdomschakeling
■ De omschakeling vindt automatisch plaats.
Datum en tijd
■ Datum en tijd zijn door uw installateur ingesteld.
U kunt de instellingen op elk ogenblik aan uw persoonlijke wensen aanpassen.
Stroomuitval
Bij stroomuitval blijven alle instellingen behouden.
Tips om energie te besparen
Energie besparen bij de kamerverwarming/kamerkoeling
■ Verwarm de kamers niet te veel. Elke graad kamertemperatuur minder spaart tot 6 % verwarmingskosten.
Stel uw comforttemperatuur niet te hoog in, bijv. niet hoger dan 20 °C: zie pagina 29.
■ Verwarm uw kamers 's nachts of bij regelmatige afwezigheid met de gereduceerde kamertemperatuur (niet zinvol voor vloerverwarming). Stel hiervoor de tijdprogramma's voor de kamerverwarming in: zie pagina 30.
■ Stel de stook- of koellijnen zo in dat uw kamers het hele jaar door tot uw comforttemperatuur verwarmd of gekoeld worden: zie pagina 33.
■ Selecteer de regelstrategie "Zuinig" bij installaties waarin een lucht/water-warmtepomp en een externe warmteopwekker (bijv. gas- of olie-verwarmingsketel) gecombineerd zijn: Zie pagina 54.
- Om onnodige functies uit te schakelen (bijv. kamerverwarming in de zomer), stelt u de werkingsprogramma's "Alleen warm water" en "Uitschakelwerking" in: zie pagina 39 en pagina 67.
- Om de kamertemperatuur bij korte afwezigheid te reduceren (niet zinvol voor vloerverwarming), zet u de "Spaarwerking" aan: zie pagina 36.
■ Stel het "Vakantieprogramma" in als u op vakantie gaat: zie pagina 37.
Gedurende uw afwezigheid wordt de kamertemperatuur gereduceerd en de warmwaterbereiding uitgeschakeld.
Energie besparen bij de warmwaterbereiding
■ Verwarm het warm water 's nachts of bij regelmatige afwezigheid tot een lagere temperatuur. Stel hiervoor het tijdprogramma voor de warmwaterbereiding in: zie pagina 39.
- Schakel de warmwatercirculatie enkel in voor de periodes waarin u regelmatig warm water tapt. Stel hiervoor het tijdprogramma voor de circulatiepomp in: zie pagina 41.
Tips om energie te besparen (vervolg)
Energie besparen bij de woningventilatie (in combinatie met ventilator)
- Als u korte tijd afwezig bent, stelt u de "Spaarwerking" of het werkingsprogramma "Basiswerking" in. In die periode wordt het ventilatieniveau gereduceerd: zie pagina 47 en 50.
■ Stel het "Vakantieprogramma" in als u op vakantie gaat: zie pagina 50:
Gedurende uw afwezigheid wordt het ventilatieniveau beperkt.
Gebruik van eigen stroom (in combinatie met fotovoltaïsche installatie)
- Gebruik de elektriciteit, die door uw fotovoltaïsche installatie wordt opgewekt, voor uw verwarmingsinstallatie: zie pagina 52.
Stroomoverschot gebruiken (Smart Grid)
- Gebruik gratis en voordelig stroomoverschot van energievoorzieningsbedrijven voor uw verwarmingsinstallatie: zie pagina 53.
Voor verdere energiespaarfuncties van de warmte-pompregeling kunt u zich tot uw verwarmingsbedrijf wenden.
Tips voor meer comfort
Aangenamer in uw kamers
■ Stel uw comforttemperatuur in: zie pagina 21.
■ Stel het tijdprogramma voor uw verwarmings-/koel-circuits so in dat uw comforttemperatuur automatisch bereikt is als u aanwezig bent: zie pagina 30.
■ Stel de stook- of koellijnen zo in dat uw kamers het hele jaar door tot uw comforttemperatuur verwarmd of gekoeld worden: zie pagina 33.
- Stel het tijdprogramma voor de buffer (indien aanwezig) zo in dat er altijd voldoende warm of koud water voor uw verwarmings-/koelcircuits beschikbaar is: zie pagina 31.
- Geef de extra elektrische verwarming voor kamerverwarming vrij. Als er snel grote hoeveelheden warmte nodig zijn, wordt deze extra verwarming bovenop de warmtepomp ingeschakeld: zie pagina 43.
- Geef de actieve koeling vrij. Daardoor is indien nodig een hoog koelvermogen beschikbaar: zie pagina 44.
- Als u snel een hogere kamertemperatuur nodig heeft, stelt u de "Partywerking" in: zie pagina 35. Voorbeeld:
's Avonds is door het tijdprogramma de gereduceerde kamertemperatuur ingesteld. Uw visite blijft langer.
Warmwaterbereiding naar behoefte
■ Stel het tijdprogramma voor de warmwaterbereiding zo in dat er altijd genoeg warm water beschikbaar is voor uw gewoontes: zie pagina 39 en pagina 41.
U heeft 's morgens meer warm water nodig dan overdag.
- Optimaliseer het tijdprogramma voor de warmwater-boiler. Gebruik hiervoor de in- en uitschakeloptimalisering: zie pagina 40.
- Stel het tijdprogramma voor de circulatiepomp zo in dat er altijd genoeg warm water beschikbaar is in periodes waarin vaker warm water wordt getapt aan de waterkranen: zie pagina 41.
- Geef de extra elektrische verwarming voor de warmwaterbereiding vrij. Als er snel grote hoeveelheden warm water nodig zijn, wordt deze extra verwarming automatisch bovenop de warmtepomp ingeschakeld: zie pagina 43.
- Als u snel een hogere warmwatertemperatuur nodig heeft, stelt u de "1x WW-bereiding" in: zie pagina 41.
Voorbeeld:
Geluiddempende werking van lucht/water-warmte-pompen
■ Verminder het geluidsniveau van uw lucht/waterwarmtepomp, bijv. 's nachts. Stel hiervoor het tijdprogramma voor de geluiddempende werking in: zie pagina 45.
Tips voor meer comfort (vervolg)
Woningventilatie naar behoefte (in combinatie met ventilatietoestel)
■ Verhoog de luchtuitwisseling in uw kamers bij hogere luchtvochtigheid of geurvorming, bijv. bij het koken. Stel hiervoor de "Intensieve werking" in: zie pagina 49.
In de verwarmingsperiode kan de luchtvochtigheid van de toevoerlucht erg verminderen. Opdat gedurende die periode de lucht in uw kamers niet te droog zou worden, vermindert u het ventilatieniveau. Pas hiervoor het tijdprogramma aan: zie pagina 48 (niet nodig bij ventilatietoestellen met enthalpiewarmtewisselaar).
Warmtepompregeling bedienen
Warmtepompregeling openen
Afhankelijk van het warmtepomptype kan de warmte-pompregeling er anders uitzien.
Warmtepompregeling aan de voorzijde van het apparaat

Afb. 1
Warmtepompregeling aan de bovenkant van het apparaat

Ⓐ Regelingsbovendeel met bedieningseenheid
⑧ Knop voor wijziging van de vastklikstand
Warmtepompregeling als afzonderlijke behuizing aan een wand

■ Voor lucht/water-warmtepompen die buiten het gebouw opgesteld zijn.
- Aan de achterkant van de afdekklep bevindt zich een korte handleiding. Om te openen trekt u de bovenste rand van de afdekklep naar voren.
Warmtepompregeling bedienen
Alle instellingen aan uw warmtepompregeling kunt u centraal aan het bedieningsgedeelte uitvoeren. Als in uw kamers afstandsbedieningen geïnstalleerd zijn, kunt u ook de instellingen via deze afstandsbedie- ningen invoeren.

Bedieningshandleiding van de afstandsbedie- ning
Warmtepompregeling bedienen (vervolg)

Afb. 4
U beschikt over 2 bedieningsniveaus:
■ Het basismenu: zie pagina 20.
■ Het uitgebreide menu: zie pagina 21.
Opmerking
Als u een paar minuten geen instellingen aan de bedieningseenheid heeft uitgevoerd, wordt de screen-saver actief: zie pagina 22.
U gaat één stap terug in het menu.
Of
U breekt een begonnen instelling af.
Cursortoetsen
U bladert in het menu of stelt waarden in.
OK U bevestigt uw keuze of bewaart de ingevoerde instelling.
? U roept "Bedieningsinstructies" op (zie volgend hoofdstuk) of aanvullende informatie bij het geselecteerde menu.
≡: U roept het uitgebreide menu op.
Algemene Bedieningsinstructies opvragen
U krijgt op het display in de vorm van een beknopte handleiding uitleg bij de bediening.
Zo roept u de "Bedieningsinstructies" op:
■ Screensaver is actief (zie pagina 22): Druk op de toets ?.
■ U bevindt zich ergens in het menu:
Druk zo vaak op de toets → tot het basismenu verschijnt: zie pagina.
Druk op de toets ?
Symbolen in het display
De symbolen verschijnen niet constant, maar zijn afhankelijk van de uitvoering van de installatie en van de werkingstoestand.
Indicaties:
Vorstbescherming is actief.
Kamerverwarming met normale kamertemperatuur
) Kamerverwarming met gereduceerde kamertemperatuur
Partywerking voor kamerverwarming is actief.
Spaarwerking voor kamerverwarming is actief.
* In combinatie met de zonne-installatie: Zonnecircuitpomp loopt
Compressor loopt.
Bij brine-/water- en water-/waterwarmtepompen: Primaire pomp loopt.
☒ Bij lucht-/waterwarmtepompen: Ventilator draait.
Verwarmingswaterdoorstromer is ingeschakeld (extra elektrische verwarming).
In combinatie met een koelcircuit: koeling is actief.
In combinatie met een fotovoltaïsche installatie: Gebruik van eigen stroom is actief.
SG In combinatie met speciale aansluiting voor een energiebedrijf (Smart Grid):
Blokkering door energiebedrijf of het gebruik van stroomoverschot is actief. Het inschakelgedrag van de warmtepomp wordt door het energiebedrijf beïnvloed.
Verwarmings-/koelcircuits:
VC... Verwarmingscircuit ...
Of
verwarmings-/koelcircuit ...
AKC Afzonderlijk koelcircuit
Warmtepompregeling bedienen
Warmtepompregeling bedienen (vervolg)
Werkingsprogramma's:
■ Werkingsprogramma's voor verwarmen, koelen en warm water:

Betekenis van de symbolen: zie pagina 24.
■ Werkingsprogramma's voor ventilatie:
Ventilatieniveaus 10 tot 14 afhankelijk van het ingestelde werkingsprogramma: zie pagina 25.
Ventilatietrappen (in combinatie met een ventilatie-toestel):

Geen ventilatie

Minimaal luchtdebiet

Gereduceerd luchtdebiet

Normaal luchtdebiet

Maximaal luchtdebiet

Vorstbescherming voor het ventilatietoestel is actief. Symbool bij het voorbeeld van ventilatie-trap 2

Voorverwarmregister voor het ventilatietoestel is ingeschakeld, indien voorhanden. Symbool bij het voorbeeld van ventilatietrap 2

Ventilatietoestel is via de netschakelaar uitgeschakeld.
Of
De netstekker werd uitgetrokken.
Meldingen: zie pagina 62.
Storing
△ Waarschuwing
Aanwijzing
Basismenu: Weergaven en instellingen
In het basismenu kunt u de volgende instellingen voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit Ⓔ uitvoeren en opvragen:
■ Normale kamertemperatuur (uw comforttemperatuur)
■ Werkingsprogramma
Zo roept u het basismenu op:
■ Screensaver is actief, zie pagina 22:
Druk op de toets OK.
■ U komt in het uitgebreide menu, zie pagina 21: Druk op de toets → tot het basismenu verschijnt.

Afb. 5
Opmerking
- Het basismenu kan bij speciale uitvoeringen van de hier weergegeven indicatie afwijken: Zie hoofdstuk "Bijzondere installatie-uitvoeringen" op pagina 65.
■ De instellingen voor het verkozen verwarmings-/koel-circuit kunt u ook in het uitgebreide menu uitvoeren: zie pagina 21. - De instellingen voor evt. andere aangesloten verwarmings-/koelcircuits kunt u alleen in het uitgebreide menu uitvoeren.
- De instellingen voor de ventilatie (indien voorhanden) kunt u alleen in het uitgebreide menu uitvoeren.
- Uw installateur kan de bediening voor het basismenu blokkeren. In dat geval kunt u noch in het basis-menu, noch in het uitgebreide menu instellingen uitvoeren. "Bedien. geblokkeerd" wordt aangegeven.
Informatieregels Ⓓ
In de bovenste informatieregel worden bijzondere werkingsprogramma's weergegeven: zie pagina 25.
■ "Estrikdroging"
■ "Externe bijschakeling"
■ "Extern programma"
Ⓐ Werkingsprogramma voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit (E)
B Actuele buitentemperatuur
© Gewenste kamertemperatuur voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit (E)
D Informatieregels
⑤ Favoriete verwarmings-/koelcircuit: zie pagina 57.
Geen indicatie indien slechts één verwarmings-/koelcircuit voorhanden is.
Basismenu: Weergaven en instellingen (vervolg)
In de onderste informatieregel wordt, afhankelijk van de uitvoering van uw installatie, de volgende informatie weergegeven:
■ "Aanvoertemperatuur":
temperatuur van het verwarmings- of koelwater bij uittrede uit de warmtepomp:
Deze informatie wordt weergegeven als uw installatie over een verwarmingswaterbuffer beschikt of geen buffer heeft.
■ "Buffer: kamerverwarming"
Uw installatie beschikt over een verwarmings-/koelwaterbuffer voor kamerverwarming en kamerkoeling: zie pagina 31.
Voor deze buffer heeft u de kamerverwarming ingeschakeld.
■ "Buffer: kamerkoeling"
Uw installatie beschikt over een verwarmings-/koelwaterbuffer voor kamerverwarming en kamerkoeling: zie pagina 31.
Voor deze buffer heeft u de kamerkoeling ingeschakeld.
Normale kamertemperatuur voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit instellen
De volgende toetsen indrukken:
-
OK ter bevestiging
-
▲/▼voor de gewenste waarde
Werkingsprogramma voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit instellen
De volgende toetsen indrukken:
-
OK ter bevestiging
-
◀/►voor het gewenste werkingsprogramma
Uitgebreid menu: Weergaven en instellingen
In het uitgebreide menu kunt u alle instellingen uit de functieomvang van de warmtepompregeling uitvoeren en opvragen, bijv. vakantieprogramma en tijdprogramma's.
Het menuoverzicht vindt u op pagina 86.
Zo roept u het uitgebreide menu op:
■ Screensaver is actief:
Druk na elkaar op de toetsen OK en ≡:
■ U bevindt zich ergens in het menu:
Druk op de toets ≡:
Opmerking
Uw installateur kan de bediening voor het uitgebreide menu blokkeren. In dit geval kunt u alleen meldingen opvragen (zie pagina 59) en de manuele bediening activeren (zie pagina 64). Gebruik de manuele bediening alleen in overleg met uw installateur.

Afb. 6
⑤ Dialoogregel
Warmtepompregeling bedienen
Screensaver
Als u een paar minuten geen instellingen aan de bedieningseenheid heeft uitgevoerd, wordt de screen-saver actief. De helderheid van de displayverlichting wordt gereduceerd.

Afb. 7
⑧ Actuele buitentemperatuur
© Gewenste kamertemperatuur
-
Druk op de toets OK.
U gaat naar het basismenu: zie pagina 20. -
Druk op de toets ≡:
Het gekozen menupunt heeft een witte achtergrond.
U gaat naar het uitgebreide menu: zie pagina 21. In de dialoogregel Ⓕ staan de nodige handelings-instructies: zie afbeelding 6 op pagina 21.
Bedieningssystematiek
Voor ieder CV-circuit/koelcircuit kunt u instellingen voor het verwarmen/koelen van kamers realiseren. Daarom moet u voorafgaand aan de desbetreffende instellingen (bijvoorbeeld kamertemperatuur) het gewenste CV-circuit/koelcircuit selecteren.
De volgende afbeelding laat aan de hand van het voorbeeld voor de instelling van de gewenste kamertemperatuur de procedure zien. De afbeelding omvat de instelling zonder en met selectie van het CV-circuit, maar ook verschillende dialoogvensterregels.
Bedieningssystematiek (vervolg)
![graph TD A["14 °C 21 °C"] --> B["Menu: Verwarmen/koelen, Warm water, Installatie, Handbediening, Verder met OK"] B --> C{OK} C --> D["CV-circuit 1: Partywerking, Spaarwerking, Gew. kamertemperatuur, Verl. kamertemp. gewenst, Kiezen met ◆"] D --> E{OK} E --> F["CV-circuit 1: Partywerking, Spaarwerkin…](/content/2026/05/1124763/images/1d7c30aec9b328818001e857cb48a24d60415b22e8078c46a07f05a655455d40.jpg)
Afb. 8
Informatie over de werkingsprogramma's
Met het "Werkingsprogramma" schakelt u de functies van uw installatie in of uit, bijv. of u kamers verwarmt of enkel tapwater wilt verwarmen.
Als in uw verwarmingsinstallatie meerdere verwarmingscircuits aanwezig zijn, stelt u het "Werkingsprogramma" voor ieder verwarmingscircuit apart in.
Informatie over de werkingsprogramma's (vervolg)
Werkingsprogramma voor verwarmen, koelen, warm water, vorstbescherming
Alleen kamerverwarming
| Verwarmings-/koelcircuits | Installatie-uitvoering met warmwaterbereiding | Installatie-uitvoering zonder warmwaterbereiding | ||
| Symbool Werkingsprogramma Symbool Werkingsprogramma | ||||
| Verwarmingscircuit "VC1", "VC2", "VC3" | "Uitschakelwerking" "Uitschakelwerking" | |||
| "Alleen warm water" — — | ||||
| "Verwarmen en warm water" (Fabrieksinstelling) | "Verw." | |||
Kamerverwarming en kamerkoeling
| Verwarmings-/koelcircuits | Installatie-uitvoering met warmwaterbereiding | Installatie-uitvoering zonder warmwaterbereiding | ||
| Symbool Werkingsprogramma | Symbool Werkingsprogramma | Symbool Werkingsprogramma | Symbool Werkingsprogramma | |
| Verwarmings-/koel-circuit"VC1", "VC2", "VC3" | "Uitschakelwerking" "Uitschakelwerking" | |||
| "Alleen warm water" — — | ||||
| "Verwarmen/koelen en WW"(Fabrieksinstelling) | "Verwarmen/koelen" | |||
| Afzonderlijk koel-circuit"SKK" | "Uitschakelwerking" "Uitschakelwerking" | |||
| "Alleen warm water" — — | ||||
| "Koelen en WW"(Fabrieksinstelling) | "Koelen" | |||
Functies van de werkingsprogramma's
Kamerverwarming/Kamerkoeling en warmwaterbereiding
| Symbool | Werkingsprogramma Functie | |
| "Verwarmen en warm water" | De kamers van het gekozen verwarmingscircuit worden volgens de instellingen voor de kamertemperatuur en het tijdprogramma verwarmd. Zie hoofdstuk "Kamerverwarming/kamerkoeling".Het warme water wordt volgens de gegevens voor de warmwatertemperatuur en het tijdprogramma opgewarmd. zie hoofdstuk "Warmwaterbereiding". | |
| "Verwarmen/koelen en WW" | De kamers van het gekozen verwarmings-/koelcircuit worden volgens de gegevens voor de kamertemperatuur en het tijdprogramma verwarmd/gekoeld: Zie hoofdstuk "Kamerverwarming/kamerkoeling".Het warme water wordt volgens de gegevens voor de warmwatertemperatuur en het tijdprogramma opgewarmd. zie hoofdstuk "Warmwaterbereiding". | |
| "Koelen en warm water" | De kamers in het aparte koelcircuit worden doorlopend gekoeld. U kunt geen tijdprogramma instellen.Het warme water wordt volgens de gegevens voor de warmwatertemperatuur en het tijdprogramma opgewarmd. zie hoofdstuk "Warmwaterbereiding". | |
Warmwaterbereiding
| Symbool | Werkingsprogramma Functie | |
| ”Alleen warm water” | ▪ Het warme water wordt volgens de gegevens voor de warmwatertemperatuur en het tijdprogramma opgewarmd. zie hoofdstuk "Warmwaterbereiding".▪ Geen kamerverwarming/kamerkoeling▪ Vorstbescherming van een evt. voorhanden buffer is actief. |
Informatie over de werkingsprogramma's (vervolg)
Kamerverwarming/kamerkoeling
Symbool Werkingsprogramma Functie
| "Verw." | De kamers van het gekozen verwarmingscircuit worden volgens de instellingen voor de kamertemperatuur en het tijdprogramma verwarmd. Zie hoofdstuk "Kamerverwarming/kamerkoeling". | |
| "Verwarmen/koelen" | De kamers van het gekozen verwarmings-/koelcircuit worden volgens de gegevens voor de kamertemperatuur en het tijdprogramma verwarmd/gekoeld: Zie hoofdstuk "Kamerverwarming/kamerkoeling". | |
| "Koelen" | De kamers in het aparte koelcircuit worden doorlopend gekoeld. U kunt geen tijdprogramma instellen. |
Vorstbescherming
Symbool Werkingsprogramma Functie
| ∅ | ”Uitschakelwerking” | ▪ Geen kamerverwarming/kamerkoeling▪ Geen warmwaterbereiding▪ De vorstbescherming van de warmtepomp, warmwaterboiler, verwarmings-/koelcircuit en evt. voorhanden buffer is actief. |
Werkingsprogramma's voor ventilatie
| Werkingsprogramma Werkingsstatus Luchtdebiet Ventilatietrap | |||
| "Uitschakelmodus" — Geen ventilatie | |||
| "Basiswerking" — Minimaal luchtdebiet | |||
| "Ventilatie-automaat" "Gereduc." Gereduceerd luchtdebiet | |||
Bijzondere werkingsprogramma's
Afhankelijk van de installatie-uitvoering zijn bijzondere werkingsprogramma's beschikbaar.
Weergave in het basismenu

Afb. 9
⑭ Bijzondere werkingsprogramma's in de bovenste informatieregel
Opmerking
In het uitgebreide menu kunt u onder "Informatie" het ingestelde werkingsprogramma oproepen: zie pagina 59.
Estrikdroging
Deze functie stelt uw installateur in. Uw estrikvloer wordt volgens een vast ingesteld tijdprogramma (temperatuur-tijdprofiel) gedroogd, zoals dat voor de materialen het beste is. Uw instellingen voor de kamerverwarming/kamerkoeling zijn gedurende de estrikdroging (max. 30 dagen) niet actief. Deze functie kan uw installateur wijzigen of uitschakelen.
Informatie over de werkingsprogramma's (vervolg)
Externe bijschakeling
- Uw installateur heeft externe schakelcontacten aan uw warmtepompregeling aangesloten en de functies hiervoor ingesteld. Met deze schakelcontacten kunnen de warmtepompen of bepaalde installatiecomponenten in- of uitgeschakeld worden, bijv. mengklep. Of
- Uw installateur heeft de warmtepomp in een gebouwbeheersysteem geïntegreerd. Dit systeem schakelt bepaalde functies, installatiecomponenten of werkingsprogramma's in of uit, ongeacht uw instellingen.
Opmerking
Terwijl "Externe bijschakeling" actief is, kunt u het ingestelde werkingsprogramma aan de warmtepompregeling niet wijzigen. Als "Externe bijschakeling" beëindigd is, wordt het werkingsprogramma, dat voordien op de warmtepompregeling was ingesteld, voortgezet.
Extern programma
Uw installateur heeft de warmtepompregeling met het internet verbonden, bijv. via de internetinterface Vitoconnect.
Het werkingsprogramma en andere functies worden via een Viessmann-app in- of uitgeschakeld.
Opmerking
Terwijl "Extern programma" actief is, kunt u het ingestelde werkingsprogramma aan de warmtepompregeling na bevestiging van een vraag wijzigen.
Als "Extern programma" beëindigd is, wordt het werkingsprogramma, dat voordien op de warmtepompregeling was ingesteld, voortgezet.
Vakantieprogramma
Zie pagina 37.
Werkwijze voor de instelling van een tijdprogramma
Hieronder wordt de werkwijze voor de instelling van een tijdprogramma toegelicht. Details over de afzonderlijke tijdprogramma's vindt u in de desbetreffende hoofdstukken.
Voor de volgende functies kunt u een tijdprogramma instellen:
■ Kamerverwarming/kamerkoeling: zie pagina 30.
■ Verwarming van een verwarmingswaterbuffer: zie pagina 31.
- Koeling van een verwarmingswaterbuffer: zie pagina 32.
■ Warmwaterbereiding: zie pagina 39.
■ Circulatiepomp voor warm water: zie pagina 41.
■ Extra elektrische verwarming: zie pagina 43.
■ Geluidsreductie bij lucht/water-warmtepompen: zie pagina 45.
■ Tarieftijden voor stroom (in combinatie met Hybrid Pro Control ☒): zie pagina 54.
■ Woningventilatie (in combinatie met ventilatietoestel): zie pagina 48.
In het tijdprogramma verdeelt u de dag in segmenten, zogenaamde perioden. U bepaalt wat er in een periode gebeurt, bijv. wanneer uw kamers tot de normale kamertemperatuur worden verwarmd. Daartoe stelt u voor elke periode een werkingsstatus in.
De mogelijke werkingsstatussen verschillen bijv. door verschillende temperatuurniveaus.
- Het tijdprogramma kunt u individueel instellen, voor elke dag gelijk of verschillend.
■ U kunt maximaal 8 periodes per dag instellen.
■ De perioden zijn genummerd.
■ Voor elke periode stelt u het begintijdstip en het eindtijdstip in.
De gekozen periode wordt door een witte balk in het tijddiagram aangegeven. De lengte ervan wordt in het tijddiagram navenant aangepast. - De afzonderlijke werkingsstatussen worden door verschillende balkhoogten in het tijddiagram weergegeven.
Als meerdere periodes elkaar overlappen, heeft de werkingsstatus met de hoogste balk prioriteit.
- In het uitgebreide menu kunt u onder "Informatie" de tijdprogramma's oproepen: zie pagina 59.
Tijdprogramma instellen met als voorbeeld kamerverwarming/-koeling
- Uitgebreid menu:
三:
-
"Verwarm./koeling"
-
Ev. ▲▶oor het gekozen verwarmings-/koelcircuit.
-
"Tijdprogr. verw./koel."
Werkwijze voor de instelling van een... (vervolg)
- Kies het weekdeel of de weekdag.
- Kies een periode 1 tot 8. De gekozen periode wordt door een witte balk in het tijddiagram aangegeven.
- Stel het begin en het einde van de betreffende periode in. De lengte van de witte balk in het tijd-diagram wordt overeenkomstig aangepast.
- Kies de gewenste werkingsstatus "Gereduceerd", "Normaal" of "Constant". De afzonderlijke werkingsstatussen worden door verschillende balkhoogten in de tijdtabel weergegeven.
- Druk op ↩ om het menu te verlaten.
Opmerking
Als u voortijdig wilt stoppen met het instellen van een periode, drukt u zo vaak op tot de gewenste indicatie verschijnt.
Voorbeeld voor werkingsstatus en periodes in het tijdprogramma voor kamerverwarming

Afb. 10
- Tijdprogramma voor het weekdeel "Maandag-Zondag" ("Ma-Zo")
■ Periode 1: 00:00 tot 08:30 uur: "Gereduceerd"
■ periode 2: 08:30 tot 12:10: "Normaal"
■ periode 3: 13:00 tot 18:30: "Gereduceerd"
■ periode 4: 20:00 tot 22:00: "Constante"
■ Periode 5: 22:00 tot 24:00 uur: "Gereduc."
Tussen de periodes is de werkingsstatus "Standby" actief, in het voorbeeld van 12.10 tot 13.00 uur en van 18.30 tot 20.00 uur.
Tijdprogramma effectief instellen
Voorbeeld: U wilt voor alle weekdagen, behalve maandag, hetzelfde tijdprogramma instellen:
- Kies de periode "Maandag-Zondag" en stel het tijdprogramma in.

Afb. 11
Opmerking
Het vinkje staat altijd bij de weekdelen met dezelfde periodes.
Fabrieksinstelling: Voor alle weekdagen gelijk, daarom is het vinkje bij "Maandag-Zondag" geplaatst.
- Kies vervolgens "Maandag" en stel voor die dag het tijdprogramma in.
Opmerking
De ingestelde periodes voor "Maandag-Zondag" blijven voor de weekdagen "Dinsdag" tot "Vrijdag" behouden.
Het vinkje wordt bij het weekgedeelte "Zaterdag-Zondag" geplaatst, omdat nog slechts in dit weekgedeelte de ingestelde periodes overeenstemmen.

Afb. 12
Periodes wissen
■ Stel voor het einde dezelfde tijd in als voor het begin. Of
■ Kies voor het begintijdstip een instelling vóór 00:00 uur.
Op het display verschijnt voor de gekozen periode "---".

Normale kamertemperatuur instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling
De normale kamertemperatuur is de temperatuur waarbij u zich goed voelt. Uw kamers worden altijd tot deze temperatuur verwarmd of gekoeld als in het tijdprogramma een periode met de werkingsstatus "Normaal" actief is.
Tijdprogramma voor kamerverwarming/kamerkoeling instellen: zie pagina 30.
Fabrieksinstelling: 20 °C
Voor het verkozen verwarmings-/koelcircuit
1. Basismenu:
▲/▼voor de gewenste waarde
2. OK ter bevestiging
Voor alle verwarmings-/koelcircuits
1. Uitgebreid menu:
三:
- "Verwarming" of "Verwarm./koeling"
- Evt. ◀ voor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
- "Gewenste kamertemperatuur"
- Stel de gewenste waarde in.
Opmerking voor gebruik met een ventilatietoestel
Stel de kamertemperatuur voor ventilatie ca. 2 °C hoger in dan de normale kamertemperatuur voor kamerverwarming/kamerkoeling: zie pagina 47.
Deze instelling garandeert een correcte werking van de bypass.
Gereduceerde kamertemperatuur instellen voor kamerverwarming
U stelt de kamertemperatuur in voor de periodes, waarin u minder wilt verwarmen.
Deze kamertemperatuur geldt voor de volgende periodes:
In de periodes waarvoor u in het "Tijdprogramma" de werkingsstatus "Gereduc." instelt: zie pagina 30
■ In het vakantieprogramma: zie pagina 37.
Fabrieksinstelling: 16 °C
- Uitgebreid menu:
三: - "Verwarming" of "Verwarm./koeling"
- Evt. ▲▶oor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
- "Gered. kamertemp. Gewenst"
- Stel de gewenste waarde in.
Opmerking
Voor een afzonderlijk koelcircuit kan geen gereduceerde gewenste kamertemperatuur worden ingesteld.
Werkingsprogramma instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling
In het "Werkingsprogramma" voor de kamerverwarming stelt u in of de kamerverwarming al dan niet vrijgegeven is.
Overzicht van de werkingsprogramma's: zie pagina 24.
Voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit
1. Basismenu:
◄►voor het werkingsprogramma: bijv. "Verwarmen en warm water"
2. OK ter bevestiging
Voor alle verwarmings-/koelcircuits
- Uitgebreid menu:
三: - "Verwarming" of "Verwarming/koeling"
- Evt. ◀ voor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
- "Werkingsprogramma"
- Selecteer het gewenste werkingsprogramma, bijv. "Verwarmen en warm water"
Tijdprogramma instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling
In de periodes voor kamerverwarming en -koeling stelt u in wanneer uw kamers met welke temperatuur verwarmd of gekoeld worden.
Daartoe stelt u voor elke periode een werkingsstatus in: zie hoofdstuk "Werkingsstatus voor kamerverwarming/kamerkoeling".
Fabrieksinstelling: Een tijdfase van 0:00 tot 24:00 uur voor alle weekdagen met de werkingsstatus "Normaal".
Opmerking
■ De fabrieksinstelling is geschikt voor de werking met vloerverwarming.
■ Voor een apart koelcircuit kan geen tijdprogramma worden ingesteld.
1. Uitgebreid menu:

2. "Verwarming" of "Verwarming/koeling"
- Evt. ▶▶oor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
4. "Tijdprog. verwarmen" of "Tijdprog. verw.koel."
- Stel de gewenste periodes en de werkingsstatus in.
Methode voor de instelling van een tijdprogramma: zie pagina 26.
Opmerking
- Tussen de periodes worden de kamers niet verwarmd of gekoeld. Enkel de vorstbescherming van de warmtepomp is actief (werkingsstatus "Standby").
■ Houd bij het instellen rekening met het feit dat uw verwarmingsinstallatie tijd nodig heeft om de kamers tot de gewenste temperatuur te verwarmen of af te koelen.
Werkingsstatus voor kamerverwarming/kamerkoeling
"Normaal"
- De kamerverwarming/kamerkoeling gebeurt met de normale kamertemperatuur "Gew. kamertemperatuur": zie pagina 29.
"Gereduc."
- De kamerverwarming vindt plaats met de gereduceerde kamertemperatuur "Ger. gew. kamertemp.": zie pagina 29.
Opmerking
In de werkingsstatus "Gereduc." wordt een verwarmings-/koelcircuit niet gekoeld.
"Constante"
■ De kamerverwarming gebeurt onafhankelijk van de buitentemperatuur met de maximale aanvoertemperatuur van elk verwarmingscircuit.
- De kamerkoeling gebeurt onafhankelijk van de buitentemperatuur met de minimale aanvoertemperatuur van het koelcircuit.
■ Instellingen af fabriek: Uw gespecialiseerde firma heeft deze waarden evt. aangepast.
- Max. aanvoertemperatuur verwarmen: 40 °C
- Min. aanvoertemperatuur koelen: 20 °C
Kamerverwarming/kamerkoeling met buffer
Opmerking
Verdere informatie over de verschillende buffers vindt u in het hoofdstuk "Begripsverklaringen" in de bijlage: zie pagina 97.
Kamerverwarming/kamerkoeling met buffer inschakelen
Installatie met verwarmingswaterbuffer
Bij kamerverwarming voorziet de verwarmingswaterbuffer uw verwarmings-/koelcircuits van warmte. De warmtepomp verwarmt de verwarmingswaterbuffer automatisch zodra de buitentemperatuur onder de verwarmingsgrens daalt. Uw installateur heeft de verwarmingsgrens ingesteld.
Bij kamerkoeling (indien voorhanden) voorziet de warmtepomp het koelcircuit direct, niet via de verwarmingswaterbuffer. De kamerkoeling is automatisch ingeschakeld als de buitentemperatuur de koelgrens overschrijdt. Uw installateur heeft ook de koelgrens ingesteld.
Installatie met verwarmings-/koelwaterbuffer
Een verwarmings-/koelwaterbuffer kan uw verwarmings-/koelcircuits ofwel verwarmen, ofwel koelen. Om uw kamers te verwarmen, moet u de kamerverwarming via de verwarmings-/koelwaterbuffer inschakelen. Om uw kamers te koelen, moet u de kamerkoeling via de verwarmings-/koelwaterbuffer inschakelen.
Opmerking
■ Kamerverwarming en kamerkoeling is gelijktijdig niet mogelijk.
■ Kamerkoeling via een afzonderlijk koelcircuit is niet mogelijk.
Kamerverwarming voor verwarmings-/koelwater-buffer inschakelen
- Uitgebreid menu:

- "Installatie"
- "Modus buffer"
- "Verwarming"
Kamerkoeling voor verwarmings-/koelwaterbuffer inschakelen

- Uitgebreid menu:
- "Installatie"
- "Modus buffer"
- "Koeling"
Tijdprogramma instellen voor kamerverwarming met buffer
In het tijdprogramma voor kamerverwarming met buffer stelt u in wanneer uw buffer tot welke temperatuur verwarmd wordt. Bovendien stelt u in of de hele inhoud of slechts het bovenste deel van de buffer verwarmd wordt.
Bij de instelling van het tijdprogramma selecteert u voor elke periode een werkingsstatus: zie hoofdstuk "Werkingsstatus voor de verwarming van de buffer".
Opmerking
Dit tijdprogramma geldt ofwel voor een verwarmingswaterbuffer, ofwel voor een verwarmings-/koelwaterbuffer in verwarming.
Fabrieksinstelling: Een periode van 0.00 tot 24.00 uur voor alle weekdagen met de werkingsstatus "Normaal".
■ De periodes voor de verwarming van de buffer moeten alle periodes voor de kamerverwarming (voor alle verwarmingscircuits) omvatten.
- Als u de verwarming van de buffer door het tijdprogramma uitschakelt (alle periodes zijn gewist "- - : - -"), worden uw kamers niet verwarmd.
■ We raden aan om de buffer doorlopend te verwarmen.
- Uitgebreid menu:

- "Installatie"
- "Tijdprogramma buffer"
- Stel de gewenste periodes en de werkingsstatus in.
Kamerverwarming/kamerkoeling met buffer (vervolg)
Methode voor de instelling van een tijdprogramma: zie pagina 26.
Opmerking
- Tussen de periodes wordt de buffer niet verwarmd. Enkel de vorstbescherming voor de buffer is actief.
■ Hou bij het instellen rekening met het feit dat uw warmtepomp enige tijd nodig heeft om de buffer tot de gewenste temperatuur te verwarmen.
Werkingsstatus voor de verwarming van de buffer
"Normaal"
- Het totale volume van de buffer wordt tot de grootste gewenste aanvoertemperatuur van alle aangesloten verwarmings-/koelcircuits verwarmd.
- De gewenste aanvoertemperatuur van een verwarmings-/koelcircuit ontstaat uit de stooklijn, de buitentemperatuur en de gewenste kamertemperatuur.
"Gereduc."
- Het bovenste gedeelte van de buffer wordt tot de grootste gewenste aanvoertemperatuur van alle aangesloten verwarmings-/koelcircuits verwarmd.
- De gewenste aanvoertemperatuur van een verwarmings-/koelcircuit ontstaat uit de stooklijn, de buitentemperatuur en de gewenste kamertemperatuur.
"Constante"
- Het totale volume van de buffer wordt tot een vaste temperatuur verwarmd.
Fabrieksinstelling: 50 °C
Uw installateur heeft deze waarden evt. aangepast.
■ U kunt de werkingsstatus "Constante" bijv. gebruiken om de buffer met gunstige nachtstroom te verwarmen.
Opmerking
Boven een bepaalde buitentemperatuur wordt de buffer ook in de werkingsstatus "Constante" niet meer verwarmd. Uw installateur kan deze temperatuurgrens aanpassen.
Tijdprogramma instellen voor kamerkoeling met verwarmingswater-/koelwaterbuffer
In het tijdprogramma voor kamerkoeling met verwarmings-/koelwaterbuffer stelt u in welke perioden uw buffer tot welke temperatuur gekoeld wordt. Bovendien stelt u in of de hele inhoud of slechts het bovenste deel van de buffer gekoeld wordt.
Bij de instelling van het tijdprogramma selecteert u voor elke periode een werkingsstatus: zie hoofdstuk "Werkingsstatus voor de koeling van de buffer".
Opmerking
Dit tijdprogramma geldt ofwel voor een verwarmings-/koelwaterbuffer in koeling.
Fabrieksinstelling: Een periode van 0.00 tot 24.00 uur voor alle weekdagen met de werkingsstatus "Normaal".
- De periodes voor de koeling van de buffer moeten alle periodes voor de kamerkoeling (voor alle verwarmings-/koelcircuits) omvatten.
- Als u de koeling van de buffer door het tijdprogramma uitschakelt (alle periodes zijn gewist "- - : - -"), worden uw kamers niet gekoeld.
■ We raden aan om de buffer doorlopend te koelen.
1. Uitgebreid menu:
三
2. "Installatie"
3. "Tijdprogr. koelbuffer"
- Stel de gewenste periodes en de werkingsstatus in.
Methode voor de instelling van een tijdprogramma: zie pagina 26.
Opmerking
- Tussen de periodes wordt de buffer niet gekoeld. Enkel de vorstbescherming voor de buffer is actief.
■ Hou bij het instellen rekening met het feit dat uw warmtepomp enige tijd nodig heeft om de buffer tot de gewenste temperatuur te koelen.
Werkingsstatus voor de koeling van de verwarmings-/koelwaterbuffer
"Normaal"
- Het totale volume van de buffer wordt tot de laagste gewenste aanvoertemperatuur van alle aangesloten verwarmings-/koelcircuits gekoeld.
- De gewenste aanvoertemperatuur van een verwarmings-/koelcircuit ontstaat uit de koellijn, de buitentemperatuur en de gewenste kamertemperatuur.
Kamerverwarming/kamerkoeling met buffer (vervolg)
"Gereduc."
- Het bovenste gedeelte van de buffer wordt tot de laagste gewenste aanvoertemperatuur van alle aangesloten verwarmings-/koelcircuits gekoeld.
- De gewenste aanvoertemperatuur van een verwarmings-/koelcircuit ontstaat uit de koellijn, de buitentemperatuur en de gewenste kamertemperatuur.
"Constante"
■ Het totale volume van de buffer wordt tot een vaste temperatuur gekoeld.
Fabrieksinstelling: 20 °C
Uw installateur heeft deze waarden evt. aangepast.
■ U kunt de werkingsstatus "Constante" bijv. gebruiken om de buffer met gunstige nachtstroom tot een lagere temperatuur te koelen.
Stooklijn/koellijn instellen
Opdat uw kamers bij elke buitentemperatuur optimaal verwarmd of gekoeld worden, kunt u "Niveau" en "Inclinatie" van de "Stooklijn" of van de "Koel- lijn" aanpassen. Daardoor beïnvloedt u de aanvoer- temperatuur van de warmtepomp.
Opmerking
Verdere informatie over de instelling van "Stooklijn" of "Koellijn" vindt u in het hoofdstuk "Begripsverklaringen" in de bijlage: zie pagina 97.
Karakteristieken instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling
Fabrieksinstellingen
| "Inclinatie" "Niveau" | ||
| Stooklijn 0,6 0 | ||
| Koellijn 1,2 0 |
- Uitgebreid menu:

- "Verwarming" of "Verwarm./koeling"
- Evt. ◀ voor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
- "Stooklijn" of "koellijn"
- "Inclinatie" of "Niveau"
- Stel de gewenste waarde in.
Opmerking
U krijgt tips over hoe en wanneer u de inclinatie en het niveau van de stooklijn kunt wijzigen. Op ? drukken.
Voorbeeld: Inclinatie van de stooklijn wijzigen naar 1,1
Een diagram geeft duidelijk de wijziging van de stooklijn weer, zodra u de waarde voor de inclinatie of het niveau wijzigt.

Afb. 14
Aan de verschillende buitentemperaturen zijn gewenste aanvoertemperaturen toegewezen. De buitentemperaturen zijn op de horizontale as weergegeven. De gewenste aanvoertemperaturen voor het verwarmings-circuit hebben een witte achtergrond.
Kamerverwarming/kamerkoeling
Stooklijn/koellijn instellen (vervolg)
Tips voor instelling van de "Stooklijn"
| Verwarmingsgedrag Maatregel voor "Stooklijn" | |
| De kamers zijn in het koude seizoen te koud. | Stel de "Inclinatie" in op de volgende hogere waarde. |
| De kamers zijn in het koude seizoen te warm. | Stel de "Inclinatie" in op de volgende lagere waarde. |
| De kamers zijn in het overgangsseizoen en in het kou-de seizoen te koud. | Stel het "Niveau" in op een hogere waarde. |
| De kamers zijn in het overgangsseizoen en in het kou-de seizoen te warm. | Stel het "Niveau" in op een lagere waarde. |
| De kamers zijn in het overgangsseizoen te koud, maar in het koude seizoen warm genoeg. | Stel de "Inclinatie" in op de volgende lagere waarde en het "Niveau" op een hogere waarde. |
| De kamers zijn in het overgangsseizoen te warm, maar in het koude seizoen warm genoeg. | Stel de "Inclinatie" in op de volgende hogere waarde en het "Niveau" op een lagere waarde. |
Tips voor instelling van de "Koellijn"
| Koelgedrag Maatregel voor "Koellijn" | |
| De kamers zijn in het warme seizoen te warm. | Stel de "Inclinatie" in op de volgende hogere waarde. |
| De kamers zijn in het warme seizoen te koud. | Stel de "Inclinatie" in op de volgende lagere waarde. |
| De kamers zijn in het overgangsseizoen en in het war-me seizoen te warm. | Stel het "Niveau" in op een hogere waarde. |
| De kamers zijn in het overgangsseizoen en in het war-me seizoen te koud. | Stel het "Niveau" in op een lagere waarde. |
| De kamers zijn in het overgangsseizoen te warm, maar in het koude seizoen koud genoeg. | Stel de "Inclinatie" in op de volgende lagere waarde en het "Niveau" op een hogere waarde. |
| De kamers zijn in het overgangsseizoen te koud, maar in het warme seizoen koud genoeg. | Stel de "Inclinatie" in op de volgende hogere waarde en het "Niveau" op een lagere waarde. |
Kamerverwarming/kamerkoeling uitschakelen
Om de kamerverwarming voor een verwarmings-/koel-circuit uit te schakelen, kiest u het werkingsprogramma "Alleen warm water" of "Uitschakelwerking".
Voor het verkozen verwarmings-/koelcircuit
1. Basismenu:
◄►voor het werkingsprogramma:
■ "Alleen warm water" (geen kamerverwarming/kamerkoeling)
of
■ "Uitschakelwerking" (vorstbewaking is actief)
2. OK ter bevestiging
Voor alle verwarmings-/koelcircuits
1. Uitgebreid menu:
三
-
"Verwarming" of "Verwarm./koeling"
-
Evt. ◀ voor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
-
"Werkingsprogramma"
-
■ "Alleen warm water" (geen kamerverwarming/kamerkoeling) of
■ "Uitschakelwerking" (vorstbewaking is actief)
Informatie over de werkingsprogramma's: Zie pagina 24.
Kamertemperatuur tijdelijk aanpassen
Als u de kamertemperatuur tijdelijk wilt aanpassen, stelt u de "Partywerking" in. De "Partywerking" is onafhankelijk van het tijdprogramma voor kamerverwarming/kamerkoeling.
- Bij kamerverwarming worden de kamers tot de voor de "Partywerking" ingestelde temperatuur verwarmd.
-
Bij kamerkoeling worden de kamers tot de voor de "Partywerking" ingestelde temperatuur gekoeld.
-
Indien door uw installateur niet anders is ingesteld, wordt eerst het warm water tot de ingestelde warmwatertemperatuur verwarmd voordat de kamerverwarming/kamerkoeling plaatsvindt.
■ De circulatiepomp (indien aanwezig) wordt ingeschakeld.
Partywerking instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling
- Uitgebreid menu: ≡:
- "Verwarming" of "Verwarming/koeling"
- Evt. ◀▶oor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
Opmerking
Voor een apart koelcircuit kan geen "Partywerking" worden ingesteld.
- "Partywerking"
- Stel de gewenste kamertemperatuur voor de "Partywerking" in.

Afb. 15
Weergave in het basismenu: Voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit

Afb. 16
Opmerking
De weergave van de gewenste kamertemperatuur in het basismenu verandert niet.
Opmerking
In combinatie met een ventilatietoestel: Stel de kamertemperatuur voor ventilatie max. 4 °C lager in dan voor de "Partywerking". Deze instelling garandeert een correcte werking van de bypass.
Kamerverwarming/kamerkoeling
Kamertemperatuur tijdelijk aanpassen (vervolg)
"Partywerking" beëindigen
■ De "Partywerking" eindigt automatisch na 8 uur. of
- De "Partywerking" eindigt automatisch als het tijd-programma naar de werkingsstatus "Normaal" of "Constante" wisselt.
Of
■ Zet de "Partywerking" op "Uit".
Energie besparen bij korte afwezigheid
Om energie te besparen, stelt u bij het verlaten van uw kamers de "Spaarwerking" in.
- De kamertemperatuur wordt onafhankelijk van het "Tijdprogramma" voor kamerverwarming verlaagd.
- De koeling via een verwarmings-/koelcircuit is in de "Spaarwerking" uitgeschakeld.
■ Voor een apart koelcircuit kan geen "Spaarwerking" worden ingesteld.
Opmerking
"Spaarwerking" kunt u alleen in het werkingsprogramma "Verwarmen en warm water" of "Verwarmen" instellen.
Spaarwerking instellen voor verwarmen
- Uitgebreid menu:

- "Verwarming" of "Verwarming/koeling"
- Evt. ◀ voor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
- "Spaarwerking"
Weergave in het basismenu: Voor het favoriete verwarmingscircuit

Afb. 17
Opmerking
De weergave van de gewenste kamertemperatuur in het basismenu verandert niet.
Energie besparen bij korte afwezigheid (vervolg)
"Spaarwerking" beëindigen
- De "Spaarwerking" eindigt automatisch als het tijdprogramma naar de werkingsstatus "Gereduc."
of "Standby" wisselt.
Of
■ Zet de "Spaarwerking" op "Uit".
Energie besparen bij lange afwezigheid
Om energie te sparen bij langere afwezigheid, stelt u het "Vakantieprogramma" in.
Het vakantieprogramma heeft het volgende effect:
■ Kamerverwarming:
- voor verwarmings-/koelcircuits in het werkingsprogramma "Verwarmen en warm water" of "Verwarmen/koelen en WW":
De kamers worden tot de ingestelde gereduceerde kamertemperatuur ("Ger. gew. kamertemp.") verwarmd: zie pagina 29.
- Voor verwarmings-/koelcircuits "Alleen warm water":
Geen kamerverwarming: De vorstbescherming van de warmtepomp en een evt. aanwezige buffer is actief.
■ Kamerkoeling:
Geen koeling via een verwarmings-/koelcircuit: Een apart koelcircuit wordt wel gekoeld.
■ Warmwaterbereiding:
Geen warmwaterbereiding: De vorstbescherming voor de warmwaterboiler is actief.
■ Woningventilatie (in combinatie met een ventilatie-toestel):
Woningventilatie met minimaal luchtdebiet (1)
Opmerking
Het vakantieprogramma geldt voor alle verwarmings-/koelcircuits. Uw installateur kan deze fabrieksinstelling wijzigen.
Vakantieprogramma instellen voor kamerverwarming/kamerkoeling, ventilatie
- Uitgebreid menu:
三: - "Verwarming" of "Verwarming/koeling"
- "Vakantieprogramma"
- Stel de gewenste vertrekdag en dag van terugkomst in.
| Vakantieprogramma | VC1 |
| Vertrekdag: | |
| Datum | Woe 13-6-2012 |
| Dag van terugkomst: | |
| Datum | Vr 15-06-2012 |
| Kiezen met | ◆ |
Afb. 18
Het vakantieprogramma begint om 00:00 uur op de dag die volgt op de vertrekdag en eindigt om 00:00 uur op de dag van de terugreis. Dat wil zeggen dat op de dag van vertrek en aankomst het ingestelde tijdprogramma actief is: zie pagina 30.
Weergave in het basismenu

Afb. 19
Kamerverwarming/kamerkoeling
Energie besparen bij lange afwezigheid (vervolg)
Weergave in het uitgebreide menu
In het uitgebreide menu kunt u onder "Informatie" het ingestelde vakantieprogramma oproepen: zie pagina 59.
"Vakantieprogramma" wijzigen
- Uitgebreid menu:
- "Programma wijzigen"
- Stel de gewenste vertrek- en aankomstdag in.
- "Verwarming" of "Verwarming/koeling"
- "Vakantieprogramma"

"Vakantieprogramma" afbreken of wissen
- Uitgebreid menu:

-
"Vakantieprogramma"
-
"Programma wissen"
-
"Verwarming" of "Verwarming/koeling"
Normale warmwatertemperatuur instellen
Uw warm water wordt altijd tot deze temperatuur verwarmd als in het tijdprogramma een periode met de werkingsstatus "Normaal" actief is.
Tijdprogramma voor de warmwaterbereiding instellen: zie pagina 39.
Fabrieksinstelling: 50 °C
-
Uitgebreid menu: ≡:
-
"Warm water"
- "Warmwatertemperatuur gewenst"
- Stel de gewenste waarde in.
Verhoogde warmwatertemperatuur instellen
In de volgende gevallen wordt het warm water tot de verhoogde warmwatertemperatuur verwarmd:
- In het tijdprogramma voor de warmwaterbereiding is een periode met de werkingsstatus "Temp. 2" actief: zie pagina 40.
■ U hebt de eenmalige warmwaterbereiding ingesteld: zie pagina 41.
■ U hebt de manuele bediening ingesteld: zie pagina 64.
Fabrieksinstelling: 60 °C
- "Warm water"
- "2e gewenste WW-temperatuur"
- Stel de gewenste waarde in.
Opmerking
Opdat de gewenste warmwatertemperatuur bereikt wordt, geeft u evt. de extra elektrische verwarming vrij: zie pagina 43.
- Uitgebreid menu: ≡:
Werkingsprogramma instellen voor warmwaterbereiding
In het werkingsprogramma voor de warmwaterbereiding stelt u in of de warmwaterbereiding al dan niet vrijgegeven is.
Overzicht van de werkingsprogramma's: zie pagina 24.
Voor het verkozen verwarmings-/koelcircuit
- Basismenu:
◄►voor het werkingsprogramma: Bijv. "Alleen warm water"
- OK ter bevestiging
Voor alle verwarmings-/koelcircuits
- Uitgebreid menu:

-
"Verwarming" of "Verwarming/koeling"
-
Evt. ◀ voor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
-
"Werkingsprogramma"
-
Bijv. "Alleen warm water"
Tijdprogramma instellen voor warmwaterbereiding
In het tijdprogramma voor warmwaterbereiding kunt u instellen in welke periodes uw warm water tot welke temperatuur verwarmd wordt.
Daartoe stelt u voor elke periode een werkingsstatus in: zie hoofdstuk "Werkingsstatus voor de warmwaterbereiding".
Fabrieksinstelling: Een periode van 0.00 tot 24.00 uur voor alle weekdagen met de werkingsstatus "Boven-aan".
-
Uitgebreid menu: ≡:
-
"Warm water"
Tijdprogramma instellen voor warmwaterbereiding (vervolg)
3. "Tijdprogr. Warm water"
- Stel de gewenste periodes en de werkingsstatus in.
Methode voor de instelling van een tijdprogramma: zie pagina 26.
Opmerking
■ Tussen de periodes wordt het warm water niet verwarmd. Alleen de vorstbescherming voor de warmwaterboiler is actief.
- Let er bij het instellen op dat uw verwarmingsinstallatie een poosje nodig heeft om de warmwaterboiler tot de gewenste temperatuur te verwarmen. Zet het begin daarom vroeger. Gebruik de functies "Inschakeloptimalisering" en "Uitschak.optimalisering": zie pagina 40 en pagina 41.
- Terwijl de warmwaterboiler wordt verwarmd, worden de kamers niet verwarmd.
Werkingsstatus voor de warmwaterbereiding
Afhankelijk van de uitvoering van uw warmwaterboiler is de werkingsstatus voor de warmwaterbereiding als volgt:
Warmwaterboiler met 1 bovenste temperatuursensor
Geldt voor volgende uitvoeringen:
■ Warmwaterboiler met temperatuursensor bovenaan
■ Warmtepomp met geïntegreerde warmwaterboiler
"Bovenaan"
- Het bovenste deel van de warmwaterboiler wordt tot de "Gew. warmwatertemp." verwarmd, bijv. bij geringe warmwaterbehoefte: zie pagina 39.
"Normaal"
- Het bovenste deel van de warmwaterboiler wordt tot de "Gew. warmwatertemp." verwarmd: zie pagina 39.
"Temp. 2"
- Het bovenste deel van de warmwaterboiler wordt tot "WW-temp. gewenst 2" verwarmd: zie pagina 39.
Warmwaterboiler met 2 temperatuursensoren
Geldt voor volgende uitvoering:
■ Warmwaterboiler met temperatuursensor bovenaan en onderaan
"Bovenaan"
- Het bovenste deel van de warmwaterboiler wordt tot de "Gew. Warmwatertemp." verwarmd, bijv. bij geringe warmwaterbehoefte: zie pagina 39.
"Normaal"
- Het volledige volume van de warmwaterboiler wordt tot de "Gew. Warmwatertemp." verwarmd: zie pagina 39.
"Temp. 2"
- Het volledige volume van de warmwaterboiler wordt tot de "WW-temp. gewenst 2" verwarmd: zie pagina 39.
Opmerking
Welke uitrusting en functies uw verwarmingsinstallatie heeft, werd door uw firma in het formulier op pagina 108 ingevoerd.
Bij vragen over de functionaliteit en de accessoires van uw warmtepomp en uw verwarmingsinstallatie wendt u zich tot uw installateur.
Inschakeloptimalisering instellen
De inschakeloptimalisering garandeert dat aan het begin van een periode in het tijdprogramma het warme water reeds op de ingestelde temperatuur is opgewarmd.
-
Uitgebreid menu: ≡:
-
"Warm water"
-
"Inschakeloptimalisering"
Voorbeeld:
U heeft 's ochtends vanaf 6.00 uur warm water nodig om te douchen.
U stelt in het tijdprogramma het begin van de tijdfase in op 6 uur. Met de inschakeloptimalisering start de warmwaterbereiding automatisch vroeger.
Hierdoor staat om 6.00 uur water met de ingestelde temperatuur ter beschikking.
Tijdprogramma instellen voor warmwaterbereiding (vervolg)
Uitschakeloptimalisering instellen
De uitschakeloptimalisering garandeert dat de warmwaterboiler overeenkomstig het tijdprogramma op het einde van een periode altijd volledig opgewarmd is.
-
"Warm water"
-
"Uitschak.optimalisering"
-
Uitgebreid menu:

Tijdprogramma instellen voor de circulatiepomp
In het tijdprogramma voor de circulatiepomp kunt u instellen in welke periodes de circulatiepomp continu of in intervallen ingeschakeld is.
Daartoe stelt u voor elke periode een werkingsstatus in: zie hoofdstuk "Werkingsstatus voor de circulatie-pomp".
Af fabriek is geen periode voor de circulatiepomp ingesteld, d.w.z. de circulatiepomp is uitgeschakeld.

- Uitgebreid menu:
- "Warm water"
- "Tijdprogr. Circulatie"
- Stel de gewenste periodes en de werkingsstatus in.
Methode voor de instelling van een tijdprogramma: zie pagina 26.
Opmerking
Tussen de perioden is de circulatiepomp uitgeschakeld.
Werkingsstatus voor circulatiepomp
"5/25 puls"
- De circulatiepomp wordt om de 30 minuten gedurende 5 minuten ingeschakeld (pauzetijd 25 minuten).
"5/10 takt"
■ De circulatiepomp wordt om de 15 minuten gedurende 5 minuten ingeschakeld (pauzetijd 10 minuten).
"Aan"
■ De circulatiepomp loopt permanent.
Warmwaterbereiding tijdelijk verhogen
Als er behoefte is aan meer warm water, kunt u de warmwatertemperatuur tijdelijk verhogen. Schakel hiervoor "1x WW-bereiding" in.
Het warm water wordt tot de verhoogde warmwater-temperatuur ("WW-temp. gewenst 2") verwarmd: zie pagina 39.
Voor minstens één CV-/koelcircuit moet één van de volgende werkingsprogramma's zijn ingesteld:
■ "Verwarmen en warm water"
■ "Verwarmen/koelen en WW"
■ "Koelen en warm water"
■ "Alleen warm water"
- Uitgebreid menu:

- "Warm water"
- "1x WW-bereiding"
Opmerking
Deze functie wordt automatisch beëindigd zodra
de "2e gew. WW-temp." bereikt is.
Warmwaterbereiding uitschakelen
U wilt geen tapwater opwarmen en geen kamers verwarmen of koelen:
Schakel hiervoor "Uitschakelwerking" in.
- "Verwarming" of "Verwarm./koeling"
Voor het verkozen verwarmings-/koelcircuit
-
Evt. ◀ voor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
-
Basismenu:
◄►voor het werkingsprogramma "Uitschakelwerking" (vorstbescherming)
-
"Werkingsprogramma"
-
OK ter bevestiging
-
"Uitschakelwerking" (vorstbescherming)
Voor alle verwarmings-/koelcircuits
- Uitgebreid menu:

U wilt geen tapwater opwarmen, maar de kamers verwarmen:
Stel hiervoor de normale warmwatertemperatuur op de laagste waarde in.
-
Afhankelijk van het geselecteerde verwarmings-/koelcircuit: bijv. "Verwarmen en warm water"
-
Uitgebreid menu:

-
"Verwarming" of "Verwarm./koeling"
-
tot het menu
-
Evt. ◀▶oor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
-
"Warm water"
-
"Warmwatertemperatuur gewenst"
-
"Werkingsprogramma"
-
Stel 10 °C in.
Extra elektrische verwarming voor kamerverwarming vrijgeven of blokkeren
Als er behoefte is aan meer kamerverwarming, wordt het verwarmingswater-doorstroomtoestel bovenop de warmtepomp ingeschakeld.
Opmerking
Aangezien de werking van een extra elektrische verwarming tot meer elektriciteitsverbruik leidt, moet u deze extra verwarming voor de kamerverwarming vrijgeven.
Fabrieksinstelling: Geblokkeerd
- Uitgebreid menu: ≡:
- "Installatie"
- "Verw. met elek. verw.elem."
Extra elektrische verwarming voor warmwaterbereiding vrijgeven of blokkeren
Als er behoefte is aan meer warmwaterbereiding, wordt het verwarmingswater-doorstroomtoestel bovenop de warmtepomp ingeschakeld.
Opmerking
Aangezien de werking van een extra elektrische verwarming tot meer elektriciteitsverbruik leidt, moet u deze extra verwarming voor de warmwaterbereiding vrijgeven.
Fabrieksinstelling: Vrijgegeven
- Uitgebreid menu: ≡:
- "Warm water"
- "WW met elektr. verw."
Tijdprogramma instellen voor de extra elektrische verwarming
In het tijdprogramma voor de extra elektrische verwarming kunt u instellen in welke periodes de extra elektrische verwarming op welk vermogensniveau ingeschakeld mag worden.
Daartoe stelt u voor elke periode een werkingsstatus in: zie hoofdstuk "Werkingsstatus voor extra elektrische verwarming".
Fabrieksinstelling: Eén periode van 0.00 tot 24.00 uur voor alle weekdagen met de werkingsstatus "trap 3".
- Uitgebreid menu: ≡:
- "Installatie"
- "Tijdprogr. Elektrische verwarming"
- Stel de gewenste periodes en de werkingsstatus in.
Methode voor de instelling van een tijdprogramma: zie pagina 26.
Opmerking
Tussen de ingestelde periodes is de extra elektrische verwarming geblokkeerd.
Werkingsstatus voor extra elektrische verwarming
"Trap 1"
■ Alleen het kleinste vermogensniveau mag ingeschakeld worden.
"Trap 2"
■ Het kleinste en middelste vermogensniveau mag ingeschakeld worden.
"Trap 3"
■ Alle vermogensniveaus mogen ingeschakeld worden.
Actieve koeling
Actieve koeling vrijgeven en blokkeren
Bij actieve koeling is de warmtepomp in werking. Het beschikbare koelvermogen is qua omvang vergelijkbaar met het verwarmingsvermogen van de warmtepomp.
Opmerking
■ De koelfunctie moet door uw installateur ingesteld zijn.
- Aangezien een actieve koeling tot meer elektriciteits-verbruik leidt, moet u deze functie vrijgeven.
Installatie zonder buffer of met verwarmingswater-buffer
-
Uitgebreid menu: ≡:
-
"Verwarm./koeling"
- Evt. ◀▶oor het gewenste verwarmings-/koelcircuit
- "Actieve koeling"
Installatie met verwarmings-/koelwaterbuffer
-
Uitgebreid menu: ≡:
-
"Installatie"
-
"Actieve koeling"
Tijdprogramma instellen voor geluiddempende werking ✗ ☐ ✗
In het tijdprogramma voor de geluiddempende werking kunt u instellen in welke periodes het toerental van de ventilator en evt. van de compressor beperkt wordt.
Daartoe stelt u voor elke periode een werkingsstatus in: zie hoofdstuk "Werkingsstatus voor geluiddempende werking".
Fabrieksinstelling: Geen periode van 0.00 tot 24.00 uur voor alle weekdagen. Het toerental van de ventilator wordt niet beperkt.
1. Uitgebreid menu: ≡:
2. "Installatie"
3. "Tijdprogr. Geluiddemp."
4. Stel de gewenste periodes en de werkingsstatus in.
Methode voor de instelling van een tijdprogramma: zie pagina 26.
Opmerking
■ Tussen de ingestelde periodes wordt het toerental van de ventilator niet beperkt.
- Als de instelling van de geluidsgereduceerde werk-ing geblokkeerd is, wordt 4 s lang "Niet te wijzigen" weergegeven. Uw installateur kan de blokkering opheffen. Een door de installateur ingesteld tijdsprogramma kunt u onder "Informatie" opvragen.
Werkingsstatus voor geluiddempende werking
"Trap 1"
■ Het max. toerental van de ventilator en evt. van de compressor wordt beperkt gereduceerd.
"Trap 2"
■ Lucht/waterwarmtepompen met gescheiden binnen-/buitenunit en 2-traps lucht/water-warmtepompen: Zoals trap 1
■ Alle andere lucht/water-warmtepompen: Het max. toerental van de ventilator en evt. van de compressor wordt sterk gereduceerd.
"Stop"
- De warmtepomp werkt niet. De kamerverwarming en de warmwaterbereiding gebeuren door de extra verwarming, bijv. elektrische extra verwarming.
Opmerking
Voorhanden extra verwarmingen moet u vrijgeven, bijv. extra elektrische verwarming: Zie pagina 43. Als er geen extra verwarming voorhanden is, worden uw kamers niet verwarmd en het warme water wordt niet opgewarmd.
Ventilatie inschakelen
■ Uw gespecialiseerde firma stelt het ventilatietoestel in werking.
- Om de woningventilatie in te schakelen, stelt u ofwel het werkingsprogramma "Basiswerking" of "Venti-latie-automaat" in: zie pagina 47.
Opmerking
Om het vocht uit de kamers te brengen, moet het ventilatietoestel altijd minstens op het minimale ventilatieniveau (↔) worden gebruikt.
Weergave in het basismenu

Afb. 20 Voorbeeld voor ventilatie in het werkingsprogramma "Ventilatie-automaat"Werkingsstatus "Normaal"
Ventilatie uitschakelen
Om de woningventilatie uit te schakelen, stelt u het werkingsprogramma "Uitschakelwerking" in: zie volgende hoofdstuk "Uitschakelwerking inschakelen".
Opgelet
Als u het ventilatietoestel continu uitschakelt, is er gevaar voor vochtschade in het gebouw.
■ Schakel de "Uitschakelwerking" maar even in.
- Gebruik het ventilatietoestel minstens op het minimale ventilatieniveau (←), bijv. in "Spaarwerking" of "Vakantieprogramma".
Uitschakelwerking inschakelen
-
Uitgebreid menu:
-
"Ventilatie"
-
"Werkingsprogramma"
-
"Uitschakelwerking"
-
Geen woningventilatie, bijv. wanneer u uw woning wilt ventileren via de ramen.
■ In combinatie met een ventilatieverwarmingscircuit: Geen toevoerluchtverwarming via het verwarmings-circuit VC1
Weergave in het basismenu

Afb. 21
Ventilatie uitschakelen (vervolg)
"Uitschakelwerking" beëindigen
Selecteer voor de ventilatie een ander werkingsprogramma, een comfort- of energiespaarfunctie.
Ventilatie uitschakelen om de filter te vervangen
Om de filters te vervangen, opent u het ventilatietoestel.
Opgelet
Door het gebruik van het geopende ventilatie-toestel zonder filter ontstaan stofafzettingen in het toestel. Deze stofafzettingen kunnen tot defecten leiden.
Schakel voor het openen het ventilatietoestel uit, zoals hierna wordt beschreven.
■ Vitovent 200-C, Vitovent 200-W, Vitovent 300-C en Vitovent 300-W:
Trek de netaansluitstekker van het ventilatietoestel uit het stopcontact: zie vanaf pagina 75.
■ Vitovent 300-F:
Schakel het ventilatietoestel aan de netschakelaar uit: zie pagina 81.
Weergaven op het display
- Na het uitschakelen van het ventilatietoestel wordt op het display van de warmtepompregeling het symbool 📁️ weergegeven.
■ Evt. verschijnt de melding "EF Modbus deelnemer" op het display. Zodra u het ventilatietoestel weer in gebruik neemt, verdwijnt deze mededeling.
Werkingsprogramma instellen voor ventilatie
In het werkingsprogramma voor de ventilatie stelt u in of de woningventilatie al dan niet vrijgegeven is.
Overzicht van de werkingsprogramma's: zie pagina 25.
- Uitgebreid menu:
三:
-
"Ventilatie"
-
"Werkingsprogramma"
-
bijv. "ventilatie-automaat"
Ventilatie zonder warmterecuperatie
Bij de ventilatie zonder warmteterugwinning is de bypass van het ventilatietoestel actief. De verse buitenlucht komt zonder warmteuitwisseling direct in de kamers.
Daardoor kunnen uw kamers via toevoerlucht passief verwarmd of passief gekoeld worden, afhankelijk van de temperatuur binnen en buiten het gebouw.
In- en uitschakelvoorwaarden voor passief verwarmen en passief koelen: zie pagina 100.
Kamertemperatuur instellen voor ventilatie
Zodra de kamertemperatuur de hier ingestelde gewenste waarde overschrijdt, kan ventilatie zonder warmte-recuperatie plaatsvinden.
Ventilatie zonder warmterecuperatie (vervolg)
Opmerking
Om de correcte werking van de bypass te garanderen, stelt u de kamertemperatuur voor de ventilatie als volgt in:
■ Vitovent 200-C:
Stel de waarde ca. 2 °C hoger in dan de normale kamertemperatuur voor kamerverwarming/kamerkoeling en de "Partywerking".
■ Alle overige ventilatietoestellen:
Stel de waarde ca. 4 °C hoger of lager in dan de normale kamertemperatuur voor kamerverwarming/kamerkoeling en de "Partywerking".
Wij adviseren de waarde minstens 1 °C hoger in te stellen.
Normale kamertemperatuur voor kamerverwarming/kamerkoeling en de "Partywerking": zie pagina 29 en 35.
- Uitgebreid menu:

-
"Ventilatie"
-
"Gewenste kamertemperatuur"
-
Stel de gewenste waarde in.
Opmerking
Wanneer uw verwarmingscircuit VC1 een ventilatieverwarmingscircuit is, is dit menu niet beschikbaar.
Minimumtemperatuur instellen voor ventilatie
Geldt alleen voor Vitovent 200-C en Vitovent 300-F. Fabrieksinstelling: 16 °C
Zodra de buitenluchttemperatuur bij de inlaat in het ventilatietoestel de hier ingestelde minimumtemperatuur overschrijdt, kan ventilatie zonder warmterecuperatie plaatsvinden.
Opmerking
Hoe lager deze temperatuur wordt ingesteld, des te groter is het gevaar op condensvorming buiten het leidingsysteem. Deze condensvorming kan tot bouwschade leiden.
- Uitgebreid menu:

-
"Ventilatie"
-
"Min. luchttoevoertemp. Byp."
-
Stel de gewenste waarde in.
Tijdprogramma instellen voor ventilatie
In het tijdprogramma voor ventilatie kunt u instellen in welke periodes uw kamers met welk luchtdebiet verlucht worden.
Daartoe stelt u voor elke periode een werkingsstatus in: zie hoofdstuk "Werkingsstatus voor ventilatie".
Fabrieksinstelling: Een periode van 0.00 tot 24.00 uur voor alle weekdagen met de werkingsstatus "Normaal".
Opmerking
- Wij raden aan om de fabrieksinstelling te behouden, vooral wanneer uw verwarmingscircuit VC1 een ventilatieverwarmingscircuit is.
-
Het tijdprogramma voor de ventilatie is enkel in het werkingsprogramma "Ventilatie-automaat" actief.
-
Uitgebreid menu:

-
"Ventilatie"
-
"Tijdprogr. Ventilatie"
- Stel de gewenste periodes en de werkingsstatus in.
Methode voor de instelling van een tijdprogramma: zie pagina 26.
Opmerking
Tussen de ingestelde periodes vindt woningventilatie met minimaal luchtdebiet ( ← ) plaats.
Werkingsstatus voor ventilatie
"Gereduc." (12)
■ Gereduceerd luchtdebiet:
Ca. 70 % van het normale luchtdebiet: Zie "Normaal".
"Normaal" (3)
■ Normaal luchtdebiet
Tijdprogramma instellen voor ventilatie (vervolg)
"Intensief" (14)
■ Maximaal luchtdebiet: Ca. 125 % van het normale luchtdebiet: Zie "Nor- maal".
Opmerking
■ Het luchtdebiet voor "Gereduc.", "Normaal" en "Intensief" stelt uw installateur in.
- Om een gelijkblijvend goede luchtkwaliteit te garanderen, kunnen het luchtdebiet tijdens het bedrijf in de werkingsstatus "Gereduc." en "Normaal" automatisch verhoogd of verlaagd worden:
- Als CO 2 -sensoren (toebehoren) in uw ruimtes zijn geïnstalleerd, dan wordt het luchtdebiet afhankelijk van de hoogste gemeten kooldioxideconcentratie (CO 2 ) aangepast.
- Als in één van uw kamers een gecombineerde CO2 -/vochtsensor (accessoire) geïnstalleerd is, wordt het luchtdebiet afhankelijk van de luchtvochtigheid en/of de kooldioxideconcentratie ( CO2 ) van deze kamer aangepast.
- Als in de centrale afvoerluchtleiding een vochtsensor (accessoire) geïnstalleerd is, wordt het luchtdebiet afhankelijk van de luchtvochtigheid aan de uit alle kamers afgevoerde lucht aangepast.
Ventilatieniveau tijdelijk verhogen
Als u het ventilatieniveau tijdelijk wilt verhogen, stelt u de "Intensieve werking" in.
De woningventilatie vindt plaats met maximaal luchtdebiet (ventilatieniveau 4).
De "Intensieve werking" is onafhankelijk van het tijdprogramma voor ventilatie.
"Intensieve werking" instellen voor ventilatie
- Uitgebreid menu: ≡:
- "Ventilatie"
- "Intensieve werking"
Woningventilatie met maximaal luchtdebiet (4).
Weergave in het basismenu

Afb. 22
"Intensieve werking" beëindigen
U hebt "Intensieve werking" aan de warmtepompre-geling ingeschakeld:
■ De "Intensieve werking" eindigt automatisch na 2 uur. Uw installateur kan deze periode aanpassen. Of
■ Zet de "Intensieve werking" op "Uit".
U hebt "Intensieve werking" via een externe schakelaar/toets (badkamerschakelaar) ingeschakeld:
- De "Intensieve werking" eindigt automatisch na 30 minuten. Uw installateur kan deze periode aanpassen. Of
- Schakel voor de ventilatie "Uitschakelwerking" in: zie hoofdstuk "Uitschakelwerking inschakelen".
Woningventilatie
Ventilatieniveau tijdelijk verhogen (vervolg)
Opmerking
Als de "Intensieve werking" automatisch eindigt, wordt het werkingsprogramma verdergezet, dat voor de "Intensieve werking" actief was.
Energie besparen bij korte afwezigheid
Om energie te besparen, stelt u bij het verlaten van uw kamers de "Spaarwerking" in.
De woningventilatie vindt plaats met minimaal luchtdebiet (ventilatieniveau 1).
De "Spaarwerking" is onafhankelijk van het tijdprogramma voor ventilatie.
Spaarwerking instellen voor ventilatie
- Uitgebreid menu: ≡:
- "Ventilatie"
- "Spaarwerking"
Weergave in het basismenu

Afb. 23
"Spaarwerking" beëindigen
- De "Spaarwerking" eindigt automatisch als in het tijdprogramma de woningventilatie met minimaal luchtdebiet (←1) ingeschakeld wordt, d.w.z. tussen de ingestelde periodes.
Of
■ Zet de "Spaarwerking" op "Uit".
Energie besparen bij lange afwezigheid
Om energie te sparen bij langere afwezigheid, stelt u het "Vakantieprogramma" in.
Opmerking
Het vakantieprogramma geldt zowel voor de woning-ventilatie als voor de kamerverwarming/-koeling van alle verwarmings-/koelcircuits: zie pagina 37.
Uw gespecialiseerde firma kan deze fabrieksinstelling wijzigen.
Het vakantieprogramma heeft het volgende effect:
■ Woningventilatie met minimaal luchtdebiet (ventilatieniveau 11)
■ Kamerverwarming/kamerkoeling en warmwaterbereiding: zie pagina 37.
Energie besparen bij lange afwezigheid (vervolg)
"Vakantieprogramma" instellen voor ventilatie, kamerverwarming/kamerkoeling
- Uitgebreid menu:
≡: - "Ventilatie"
- "Vakantieprogramma"
- Stel de gewenste vertrekdag en dag van terugkomst in.
| Vakantieprogramma | |
| Vertrekdag: | |
| Donderdag | 02.02.2012 |
| Dag van terugkomst: | |
| Vrijdag | 03.02.2012 |
| Kiezen met | ◆ |
Afb. 24
Weergave in het basismenu

Afb. 25
Weergave in het uitgebreide menu
In het uitgebreide menu kunt u onder "Informatie" het ingestelde vakantieprogramma oproepen: zie pagina 59.
Het vakantieprogramma begint om 00:00 uur op de dag die volgt op de vertrekdag en eindigt om 00:00 uur op de dag van de terugreis. D.w.z. dat op de dag van vertrek en aankomst het ingestelde tijdprogramma actief is: zie pagina 48.
"Vakantieprogramma" wijzigen
- Uitgebreid menu:
≡: - "Ventilatie"
- "Vakantieprogramma"
"Vakantieprogramma" afbreken of wissen
- Uitgebreid menu: ≡:
-
"Ventilatie"
-
"Programma wijzigen"
-
Stel de gewenste vertrek- en aankomstdag in.
-
"Vakantieprogramma"
- "Programma wissen"
Stroom uit de fotovoltaïsche installatie gebruiken (gebruik van eigen stroom)
U kunt de stroom, die door uw fotovoltaïsch systeem werd opgewekt (eigen stroom) voor de werking van de warmtepomp gebruiken. Geef hiervoor één of meer-dere functies vrij.
Voor het gebruik van eigen stroom stelt u het gepaste werkingsprogramma voor kamerverwarming, kamerkoeling of warmwaterbereiding in, bijv. "Verwarmen en warm water": zie pagina 23.
Om het gebruik van de eigen stroom te verhogen, kunt u bij volgende functies de gewenste temperatuur verhogen of voor koeling verlagen:
| Functie Gewenste temperatuur | ||
| Verhoging Verlaging | ||
| Normale warmwatertemperatuur | ||
| "Verwarming warmwaterboi-ler" | "Stijging WW-boiler ge-wenst" | — |
| Verhoogde warmwatertemperatuur | ||
| "2e gewenste WW-tempera-tuur" | — | — |
| Verwarming buffer | ||
| "Verw. verw.wa-terbuffer" | "Stijging CV-buffer ge-wenst" | — |
| Kamerverwarming | ||
| "Verhoging ka-mertemp." | "Verhoging ruimtetemp.gewenst" | — |
| Kamerkoeling | ||
| "Koeling kamer-temp." | — "Daling kamer-temp. Gewenst" | |
| Koeling verwarmings-/koelwaterbuffer | ||
| "Koeling koel-water-buffer" | — "Daling koelwa-terbuf.ge-wenst" | |

- Uitgebreid menu:
- "Regelstrategie FV"
-
Kies de gewenste functie, bijv. "Verwarming WW-boiler"
-
Stel de gewenste temperatuurverhoging of -verlaging in. bijv. 10 Kelvin (10 K) voor "Stijging WW-boiler Gewenst" om de gewenste temperatuur voor de normale warmwatertemperatuur van 50 °C tot 60 °C te verhogen.

Afb. 26
- Herhaal eventueel de stappen 3 tot 4 voor meer functies.
Opmerking
- Als u meerdere functies voor eigen stroomgebruik vrijgeeft, hebben de functies voor warmwaterbereiding voorrang op de functies voor kamerverwarming/kamerkoeling.
- De activering van de "WW-temp. gewenst 2" is enkel zinvol wanneer u in het tijdprogramma voor warmwaterbereiding geen periode voor de werkingsstatus "Temp. 2" heeft ingesteld: zie pagina 39. Wanneer u toch de werkingsstatus "Temp. 2" in het tijdprogramma instelt, wordt uw warmwaterboiler in die periodes evt. met elektriciteit van het net verwarmd.
- Parallel met het gebruik van eigen stroom kan voor de werking van de warmtepomp een deel stroom uit het net gehaald worden. Uw verwarmingsfirma kan deze functie vrijgeven.
- Alleen voor lucht/water-warmtepompen met vermogensregeling:
Om de gewenste temperaturen te verhogen of te verlagen, kan uw installateur instellen dat het vermogen van de compressor automatisch wordt aangepast aan de door het fotovoltaïsche systeem opgewekte stroomhoeveelheid. Daardoor wordt het gebruik van eigen stroom geoptimaliseerd.
Gebruik van eigen stroom en van stroomoverschot uit het net (Smart Grid) zijn vrijgegeven
Als het gebruik van eigen stroom en Smart Grid tegelijk vrijgegeven en actief zijn, wordt de functie met de grootste temperatuurstijging of -daling gebruikt: zie pagina 53.
Stroomoverschot gebruiken
Als uw installateur Smart Grid heeft aangesloten en ingesteld, wordt de werking van de warmtepomp aan de beschikbare stroomhoeveelheid in het net (netbelasting) aangepast.
Weinig stroom in het net (overbelasting van het net)
Uw energiemaatschappij kan de werking van uw warmtepomp blokkeren.
Tijdens deze blokkering gebeurt de kamerverwarming via de buffer. Als er geen buffer voorhanden is of de temperatuur daarin te laag is, worden de kamers met de beschikbare extra verwarmingen verwarmd, bijv. verwarmingsketel op olie, extra elektrische verwarming.
De warmwaterbereiding tijdens de stroomblokkering is alleen met de extra verwarmingen mogelijk.
Hoog stroomoverschot (stroom is gratis)
Uw energiemaatschappij schakelt uw warmtepomp direct in.
Het warm water, de buffer en de verwarmingscircuits worden automatisch tot de max. mogelijke temperaturen verwarmd.
Beperkt stroomoverschot (stroom is voordelig)
Uw warmtepomp werkt in normale werking met gewijzigde gewenste temperaturen.
U kunt deze gewenste temperaturen voor de volgende functies verhogen of voor de koeling verlagen:
| Functie Gewenste | temperatuur | |
| Verhoging Verlaging | ||
| Warmwaterbereiding | ||
| "Verwarming warmwaterboi-ler" | "Stijging WW-boiler ge-wenst" | — |
| Verwarming verwarmingswaterbuffer | ||
| "Verw. verw.wa-terbuffer" | "Stijging CV-buffer ge-wenst" | — |
| Kamerverwarming | ||
| "Verhoging ka-mertemp." | "Verhoging ruimtetemp.gewenst" | — |
| Kamerkoeling | ||
| "Koeling kamer-temp." | — "Daling kamer-temp. gewenst" | |

- Uitgebreid menu:
- "Smart Grid"
- Kies de gewenste functie, bijv. "Verwarming WW-boiler"
- Stel de gewenste temperatuurverhoging of -verlaging in. bijv. 10 Kelvin (10 K) voor "Stijging WW-boiler Gewenst" om de gewenste temperatuur voor de normale warmwatertemperatuur van 50 °C tot 60 °C te verhogen.

Afb. 27
- Herhaal eventueel de stappen 3 tot 4 voor meer functies.
Opmerking
Als u meerdere functies voor het gebruik van stroom-overschot vrijgeeft, hebben de functies voor warmwaterbereiding voorrang op de functies voor kamerverwarming.
Gebruik van eigen stroom en van stroomoverschot uit het net (Smart Grid) zijn vrijgegeven
Als het gebruik van eigen stroom en Smart Grid tegelijk vrijgegeven en actief zijn, wordt de functie met de grootste temperatuurstijging of -daling gebruikt: zie pagina 52.
Uw installatie beschikt over volgende warmtebronnen:
■ Warmtepomp Vitocal 200-A of Vitocal 200-S
■ Externe warmteopwekker, bijv. gas- of olie-verwarmingsketel
Als uw vakfirma de regelingsfunctie Hybrid Pro Control geactiveerd heeft, kunt u de regelstrategie voor het warmtemanagement kiezen. Zo bepaalt u volgens welke oogpunten de beide warmtebronnen in de betreffende bedrijfssituatie worden in- of uitgeschakeld.
Afhankelijk van de betreffende bedrijfssituatie (bijv. benodigde warmtepomp) wordt alleen de warmtebron ingeschakeld, waarmee de laagste CO₂-emissies kunnen worden bereikt. Evt. worden ook beide warmtebronnen tegelijk ingeschakeld.
Voor de ecologische regelstrategie moet u de primaire energiefactoren voor de gebruikte energiedragers invoeren, dus voor stroom, gas of olie.
De factoren primaire energie voor de energiedrager kunt u bij uw energiebedrijf opvragen.
- Uitgebreid menu:
三:
-
"Warmtemanagement"
-
"Regelstrategie toestel"
Afhankelijk van de betreffende bedrijfssituatie (bijv. benodigde warmtehoeveelheid) wordt alleen de warmtebron ingeschakeld, waarmee de laagste kosten ontstaan. Evt. worden ook beide warmtebronnen tegelijk ingeschakeld.
Voor de economische regelstrategie moet u de primaire energieprijzen voor de gebruikte energiedragers invoeren, dus voor stroom, gas of olie.
- Uitgebreid menu:
三: - "Warmtemanagement"
- "Regelstrategie toestel"
- "Zuinig"
-
"Energieprijzen"
-
"Ecologisch"
- "Primaire energiefactoren"
- Voer beide primaire energiefactoren in, "Stroom" en "Brandstof".
Opmerking
- Als u geen primaire energiefactoren invoert, verschijnt de storingsmelding "E8 Warmtemanagement".
-
Als het menu "Regelstrategie toestel" niet zichtbaar is, heeft uw installateur een andere werkingswijze voor uw toestel ingesteld. Neem voor vragen hierover contact op met uw installateur.
-
Voer volgende energieprijzen in:
-
Stroomprijzen in cent per kilowattuur (ct/kWh) voor alle stroomtarieven, die u voor de werking van uw warmtepomp gebruikt: De stroomprijzen kunt u op de laatste afrekening van uw stroomaanbieder vinden.
- Brandstofprijs voor gas in cent per kilowattuur (ct/kWh): De gasprijs kunt u op de laatste afrekening van uw gasaanbieder vinden.
Of
Brandstofprijs voor olie in cent per liter (ct/l):
De olieprijs kunt u op de laatste afrekening van uw olieleverancier vinden.
- Ontstane stroomkosten in cent per kilowattuur (ct/kWh) voor de door uw fotovoltaïsche installatie opgewekte stroom:
Informatie over de bepaling van de ontstane stroomkosten vindt u op pagina 106.
- "Tarieftijden stroom"
- Wijs de stroomtarieven aan de overeenkomstige dag- en weektijden toe.
Regelstrategie instellen (vervolg)
Opmerking
- Als u geen brandstof- en stroomprijzen invoert, verschijnt de storingsmelding "E8 Warmtemanagement".
- Als het menu "Regelstrategie toestel" niet zichtbaar is, heeft uw installateur een andere werkingswijze voor uw toestel ingesteld. Neem voor vragen hierover contact op met uw installateur.
Overige instellingen
Contrast in het display instellen
U wilt de teksten in het menu beter kunnen lezen. Pas hiervoor het contrast op het display aan de lichtomstandigheden aan.
- Uitgebreid menu:

-
"Instellingen"
-
"Contrast"
-
Stel het gewenste contrast in.
Helderheid van de schermverlichting instellen
U wilt de teksten in het menu beter kunnen lezen. Wijzig daartoe de helderheid voor "Bediening".
De helderheid voor de "Screensaver" kunt u ook wijzigen.
- Uitgebreid menu:

-
"Instellingen"
-
"Helderheid"
-
"Bediening" of "Screensaver"
-
Stel de gewenste helderheid in.
Naam voor de verwarmings-/koelcircuits instellen
U kunt alle verwarmings-/koelcircuits individueel benoemen. De afkortingen "VC1", "VC2", "VC3" en "AKC" blijven behouden.
- Uitgebreid menu:

- "Instellingen"
- "Naam voor verwarm.circuit"
- "Verwarm.circuit 1", "Verwarm.circuit 2", "Verwarm.circuit 3" of "Koelcircuit SKK"
- "Wijzigen?"
- Met ▲kiest u het gewenste teken.
- Met ♦ gaat u naar het volgende teken.
- Met OK neemt u alle ingevoerde tekens in een keer over en verlaat u gelijktijdig dit menu.
Opmerking
Met "Terugzetten?" wordt het ingevoerde begrip weer gewist.
Voorbeeld:
Naam voor "Verwarm.circuit 2": Zelfstandige wooneenheid

Afb. 28
| Verwarm.circuit 2 | VC2 |
| Zelfstandige wooneenheid | |
| Overgenomen | |
Afb. 29
Naam voor de verwarmings-/koelcircuits instellen (vervolg)
In het menu staat voor "Verwarm.circuit 2" "Zelfstandige wooneenheid".

Afb. 30
Favoriet verwarmings-/koelcircuit voor basismenu instellen
Als uw installatie over meer dan één verwarmings-/koelcircuit beschikt, geldt de bediening in het basis-menu altijd voor het favoriete verwarmings-/koelcircuit. In dit menu selecteert u het favoriete verwarmings-/koelcircuit.
- Uitgebreid menu: ≡:
- "Instellingen"
- "Basismenu"
Tijd en datum instellen
Tijd en datum zijn vanuit de fabriek ingesteld. Als uw verwarmingsinstallatie langere tijd buiten gebruik was, moet u tijd en datum eventueel opnieuw instellen.
-
Uitgebreid menu:
≡: -
Kies het verwarmings-/koelcircuit:
■ "Verwarm.circuit 1"
Weergave "VC1"
■ "Verwarm.circuit 2"
Weergave "VC2"
■ "Verwarm.circuit 3"
Weergave "VC3"
■ "Koelcircuit SKK" (voor het afzonderlijke koel-
circuit)
Weergave "SKK"
- "Instellingen"
- "Tijd/datum"
- Stel tijd en datum in.
Menutaal instellen
- Uitgebreid menu: ≡:
-
"Instellingen"
-
"Taal"
- Stel de gewenste taal in.
Temperatuureenheid instellen (°C/°F)
Fabrieksinstelling: °C 1. Uitgebreid menu:

Overige instellingen
Temperatuureenheid instellen (°C/°F) (vervolg)
2. "Instellingen"
- Stel de temperatuureenheid "°C" of "°F" in.
3. "Temperatuureenheid"
Fabrieksinstelling weer instellen
U kunt alle gewijzigde waarden voor elk verwarmings-of koelcircuit, de warmwaterbereiding en verdere instellingen van de installatie apart op de fabrieksin-stelling terugzetten.
-
"Instellingen"
-
"Basisinstelling"
-
Kies de gewenste instelling, bijv. "Warm water".
1. Uitgebreid menu:

| Installatie-instelling Teruggezette instellingen en waarden | |
| "Installatie" | Tijdprogramma voor kamerverwarming via bufferTijdprogramma voor kamerkoeling via bufferElektrische extra verwarming is geblokkeerd voor kamerverwarming.Tijdprogramma voor de extra elektrische verwarmingTijdprogramma voor geluiddempende werking |
| "Warmtemanagement" | RegelstrategieEnergiekosten voor elektriciteit en brandstofFactoren primaire energie voor elektriciteit en brandstof |
| "Warm water" | Normale warmwatertemperatuurVerhoogde warmwatertemperatuurTijdprogramma voor de warmwaterbereidingTijdprogramma voor de circulatiepompExtra elektrische verwarming is vrijgegeven voor warmwaterbereiding.In- en uitschakeloptimalisering worden uitgeschakeld. |
| "Extra elektr. verwarming" | Elektrische extra verwarming is geblokkeerd voor kamerverwarming.Tijdprogramma voor de extra elektrische verwarming |
| "Verwarm.circuit 1""Verwarm.circuit 2""Verwarm.circuit 3" | Normale kamertemperatuurGereduceerde kamertemperatuurTijdprogramma voor de kamerverwarmingSteilheid en niveau van de stooklijnComfort- en energiespaarfuncties ("Partywerking", "Spaarwerking", "Vakantieprogramma") worden uitgeschakeld.OpmerkingAls de verwarmings-/koelcircuits een naam hebben gekregen, verschijnt de toegekende naam. Zie hoofdstuk "Naam voor de verwarmings-/koel-circuits instellen". |
| "Koeling" | Normale kamertemperatuurInclinatie en niveau van de koellijnActieve koeling is geblokkeerd. |
| "Ventilatie" | Tijdprogramma voor ventilatieComfort- en energiespaarfuncties ("Intensieve werking", "Spaarwerking", "Vakantieprogramma") worden uitgeschakeld. |
| "Fotovoltaïsche" | Eigen gebruik van de stroom wordt voor alle componenten uitgeschakeld. |
| "Smart Grid" | Voor het gebruik van stroomoverschot is geen functie vrijgegeven. |
Informatie opvragen
U kunt de actuele temperaturen en instelwaarden, tijdprogramma's en werkingstoestanden opvragen.
In het uitgebreide menu is de informatie in groepen ingedeeld:
■ "Installatie"
■ "Verwarm.circuit 1"
■ "Verwarm.circuit 2"
■ "Verwarm.circuit 3"
■ "Koelcircuit SKK"
■ "Warm water"
■ "Ventilatie"
■ "Solar"
■ "Warmtepomp"
■ "Energiebalans": zie pagina 59.
■ "Bedrijfsdagboek": zie pagina 60.
Gedetailleerde opvragingsmogelijkheden over de afzonderlijke groepen vindt u in het hoofdstuk "Overzicht uitgebreide menu" op pagina 86.
Opmerking
Als de verwarmings-/koelcircuits een naam hebben gekregen, verschijnt de toegekende naam: Zie hoofdstuk "Naam voor de verwarmings-/koelcircuits instellen".
- Uitgebreid menu:

-
"Informatie"
-
Selecteer de groep.
-
Selecteer de gewenste opvraging.
Zonne-energieopbrengst opvragen
U krijgt een overzicht hoeveel warmte uw zonnesysteem de laatste 7 dagen in uw verwarmingsinstallatie gevoed heeft.
- Uitgebreid menu:

-
"Zonne-energie"
-
Om de warmte-energie voor een bepaalde dag weer te geven, kiest u met ◀de gewenste dag (weergave in kWh).

Afb. 31 De knipperende lijn in het diagram geeft aan dat de actuele dag nog niet afgesloten is.
Energiebalans opvragen
Uw installateur kan evt. de weergave van de energiebalansen vrijgeven. De weergave is niet bij alle warmtepompen mogelijk.
Elke energiebalans geeft de energiehoeveelheden van de afgelopen 52 weken als staafdiagram weer.
- Uitgebreid menu:

-
"Informatie"
-
"Energiebalans"
-
Kies de gewenste energiebalans, bijv. "Energiebalans PV"
-
Om de energiehoeveelheden voor een bepaalde week weer te geven, kiest u met ◀de gewenste week (weergave in kWh).
Informatie opvragen (vervolg)

Afb. 32
De volgende energiebalansen kunnen worden opgevraagd:
| Energiebalans Betekenis van de symbolen in het diagram | |
| "Energiebalans verwarmen" ("Energiebalans verw. 1", "Energiebalans verw. 2" bij tweetrapswarmtepomp) | Elektrische energie die voor de stookwerking van de warm-tepomp ingezet werd. |
| In de verwarmingsinstallatie afgegeven verwarmingsener-gie | |
| "Energiebalans WW" ("Energiebalans WW 1", "Energiebalans WW 2" bij twee-trapswarmtepomp) | Elektrische energie die voor de werking van de warmte-pomp voor de warmwaterbereiding ingezet werd. |
| Voor de warmwaterbereiding afgegeven verwarmingsener-gie | |
| "Energiebalans koelen" ("Energiebalans koelen 1", "Energiebalans koelen 2" bij tweetrapswarmtepomp) | Elektrische energie die voor de koelwerking van de warm-tepomp ingezet werd. |
| Aan de verwarmingsinstallatie voor de koeling onttrokken warmte-energie | |
| "Energiebalans PV" | Via het fotovoltaïsche systeem opgewekte elektrische energie, die voor de werking van de warmtepomp werd ge-bruikt (gebruik van eigen stroom). |
| Totaal van via het fotovoltaïsche systeem opgewekte elek-trische energie | |
Opmerking
Bij sommige warmtepompen wordt slechts een deel van de karakteristiek weergegeven, bijv. bij "Energiebalans verwarmen" alleen de afgegeven warmteenergie, maar niet de ingezette elektrische energie.
Bedrijfsdagboek
Het bedrijfsdagboek is een tabel waarin de volgende informatie voor iedere kalenderweek "CW" (calendar week) staat:
| Kolom Betekenis |
| "T.in" Minimale lucht- of brijntemperatuur bij intrede in de warmtepomp |
| "T.out" Minimale lucht- of brinetemperatuur bij uittrede uit de warmtepomp |
| "WP1" Bedrijfsuren van de warmtepomp 1e trap |
| "WP2" Bedrijfsuren van de warmtepomp 2e trap |
| Kolom Betekenis | |
| "AC" | Brine/water-warmtepompenBedrijfsuren van de actieve koeling "active cooling"Lucht/water-warmtepompenSom van de bedrijfsuren van de actieve koeling "active cooling" en de bedrijfsuren voor het ontdooien van de verdamper. |
| "NC" | Bedrijfsuren van de koelfunctie "natural coo-ling" |
Informatie opvragen (vervolg)
Opmerking
Deze informatie wordt permanent opgeslagen, ook als de warmtepompregeling defect is.

Afb. 33
- Uitgebreid menu:

-
"Informatie"
-
"Bedrijfsdagboek"
Estrikdroging
Uw installateur kan voor de estrikdroging de functie "Estrikdroging" activeren, bijv. in een nieuwbouw. De estrik wordt volgens een vast opgegeven tijdprogramma (temperatuur-tijd-profiel) op aangepaste wijze gedroogd.
- De kamerverwarming gebeurt voor alle verwarmings-/koelcircuits volgens een vast opgegeven tijdprogramma. Uw instellingen voor de kamerverwarming/kamerkoeling zijn gedurende de estrikdroging niet actief.
■ De warmwaterbereiding is actief.
■ In combinatie met een ventilatietoestel: Voor de woningventilatie wordt het maximale lucht- debiet ingesteld (4).
Weergave in het basismenu

Afb. 34
(D) Bovenste informatieregel
Estrikdroging opvragen voor alle verwarmings-/koelcircuits

- Uitgebreid menu:
- "Informatie"
- "Verwarm.circuit 1", "Verwarm.circuit 2", "Verwarm.circuit 3" of "Koelcircuit SKK"
- "Werkingsprogramma"

Afb. 35
Resterende duur van de estrikdroging
De estrikdroging duurt max. 32 dagen. De weergegeven waarde voor "Estrikdroging dagen" is het nog resterende aantal dagen.
- Uitgebreid menu:

- "Informatie"
Informatie opvragen (vervolg)
3. "Installatie"
| i Installatie | |
| Algemeen alarm | Uit |
| Tijd | 14:30 uur |
| Datum | Woe 19.01.2012 |
| Estrikdroging dagen 18 | |
| Selecteren met ◆ | |
Afb. 36
Meldingen opvragen
Bij bijzondere gebeurtenissen of werkingstoestanden van uw warmtepomp of verwarmingsinstallatie geeft de warmtepompregeling aanwijzingen, waarschuwingen of storingsmeldingen.
Naast de melding in volle tekst knippert op het display het bijbehorende symbool.
"Aanwijzing"
△ "Waarschuwing"
"Storing"
Daarnaast knippert de storingsindicator (rood) op de warmtepompregeling. Een evt. aangesloten meldinrichting (bijv. claxon) wordt ingeschakeld.
Voorbeeld voor storing:

Afb. 37
- Met de toets OK krijgt u meer informatie over de aangegeven melding.
| Opmerking | |
| Buitentemp.sensor 18 | |
| Blokkering door energiebedrijf C5 | |
| Bevestigen met | OK |
Afb. 38
- U kunt door de lijst met meldingen bladeren. In de bovenste regel wordt bij elke melding aangegeven of het om een aanwijzing, een waarschuwing of een storingsmelding gaat.
Met de toets ? krijgt u de volgende informatie bij de gekozen melding:
- Datum en tijd, waarop de melding voor het eerst voorkwam.
■ aanwijzingen bij het gedrag van de warmtepomp en de verwarmingsinstallatie, -
tips welke maatregelen u zelf kunt nemen voordat u uw installateur informeert.
-
Noteer bij waarschuwings- en storingsmeldingen (△, △de melding en de bijbehorende meldingscode. Bijvoorbeeld: "Storing", "Buitentemp.sensor 18".
Zo is de installateur beter voorbereid en bespaart u op eventuele extra voorrijkosten.
Bij aanwijzingen (◀) moet u uw installateur niet op de hoogte brengen. Bijvoorbeeld: "Aanwijzing", "Blok. door energiebedr. C5": zie pagina.
Meldingen opvragen (vervolg)
- Bevestig alle meldingen. Volg daartoe de instructies in het menu.
De melding wordt in het menu "Storing", "Waarschuwing" of "Aanwijzing" opgenomen.
Weergave in het basismenu

Afb. 39
Weergave in het uitgebreide menu
| Menu | |
| Storing | |
| Verwarming | |
| Warm water | |
| Zonne-energie | |
| Verder met | OK |
Afb. 40
Opmerking
- Als u voor de melding van storingen een meldingsinrichting (bijv. een claxon) heeft aangesloten, wordt de meldingsinrichting uitgeschakeld door de storingsmelding te bevestigen.
- Als de storingen pas op een later tijdstip kunnen worden verholpen, verschijnt de storingsmelding de volgende dag om 7:00 uur opnieuw. De meldinrichting (indien aanwezig) wordt opnieuw ingeschakeld.
- Als u de storingsmelding "Warmtepomp A9" bevestigt, worden de verwarming en de warmwaterbereiding volledig door de voorhanden extra verwarmingen overgenomen, bijv. verwarmingswater-door-stroomtoestel (indien voorhanden en vrijgegeven). Aangezien dit evt. hoge stroomkosten tot gevolg heeft, adviseren wij de warmtepomp zo snel mogelijk door uw installateur te laten controleren.
Bevestigde meldingen oproepen
- Uitgebreid menu:

- "Storing", "Waarschuwing" of "Aanwijzing"
Manuele bediening
In de manuele bediening worden de kamerverwarming en de warmwaterbereiding onafhankelijk van de tijd-programma's uitgevoerd:
- Ongeregelde verwarming met een gewenste aanvoertemperatuur van 45 °C
■ Warmwaterbereiding met "WW-temp. gewenst 2": zie pagina 39.
■ Geen kamerkoeling
■ De buffer wordt tot een temperatuur "Constante" verwarmd.
■ De ventilatie vindt plaats in de werkingsstatus "Normaal".
Opmerking
Gebruik de manuele bediening alleen in overleg met uw installateur.
1. Uitgebreid menu:

2. "Manuele bediening"
Manuele bediening

Beëindigen met OK
Afb. 41
Opmerking
Met de toets ≡: komt u terug in het uitgebreide menu.
U kunt alle opvragingen en instellingen uitvoeren.
Deze instellingen zijn na het beëindigen van de manuele bediening geactiveerd.
Speciale installatie-uitvoeringen
Afhankelijk van de installatie-uitvoering is de indicatie in het basismenu en in het uitgebreide menu afwijkend.
In beide bedieningsniveaus beschikt u alleen over de functies die voor de installatie-uitvoering relevant zijn.
Basismenu voor de installatie-uitvoering Warm water

Afb. 42
Basismenu bij "Externe besturing"

Afb. 43
Uit- en inschakelen
Bedieningselementen van de warmtepompregeling
Afhankelijk van het warmtepomptype kan de warmte-pompregeling er anders uitzien.
Regeling aan de voorzijde van de warmtepomp

Afb. 44
Ⓐ Storingsindicatie (rood)
⑧ Werkingsindicatie (groen)
© Netschakelaar
Aan de bovenzijde van de warmtepomp

Afb. 45
Ⓐ Storingsindicatie (rood)
⑧ Werkingsindicatie (groen)
© Netschakelaar
Regeling in afzonderlijke behuizing aan een muur

Ⓐ Storingsindicatie (rood)
⑧ Werkingsindicatie (groen)
© Netschakelaar
Warmtepomp uitschakelen
Met vorstbescherming
Kies voor ieder verwarmings-/koelcircuit het werkingsprogramma "Uitschakelwerking".
Voor het verkozen verwarmings-/koelcircuit
1. Basismenu:
◀/▶voor het werkingsprogramma "Uitschakelwerking" (vorstbescherming)
2. OK ter bevestiging
Voor alle verwarmings-/koelcircuits
1. Uitgebreid menu:
三:
2. "Verwarming" of "Verwarming/koeling"
- Evt. ▲▶oor het gewenste verwarmings-/koelcircuit.
4. "Werkingsprogramma"
- De circulatiepompen worden automatisch om de 24 uur even ingeschakeld zodat ze niet vast komen te zitten.
- Als een ventilatietoestel op uw warmtepompregeling is aangesloten, werkt het ventilatietoestel in het gekozen werkingsprogramma verder (bijv. "Ventilatie-automaat").
Opmerking
In de volgende gevallen is vorstbescherming enkel met een extra verwarming (door de installateur te voorzien) gegarandeerd:
■ Lucht/water-warmtepompen: Bij temperaturen onder -15 °C
■ Bij storing van de warmtepomp
Extra verwarmingen zijn bijv. verwarmingswater-door-stroomtoestel (extra elektrische verwarming) of olie-/gasketel (extra fossiele verwarming).
Zonder vorstbewaking (buitenbedrijfstelling)
- Schakel de netschakelaar uit.
- Schakel de installatie spanningsvrij, bijv. met de aparte zekering of een hoofdschakelaar.
Opgelet
Bij te verwachten buitentemperaturen lager dan 3 °C moet u geschikte maatregelen nemen voor de vorstbescherming van de warmtepomp en de verwarmingsinstallatie. Neem indien nodig contact op met uw installateur.
Opmerking
Als een ventilatietoestel op uw warmtepompregeling is aangesloten, werkt dat met minimaal debiet (1).
Aanwijzingen voor langere buitenbedrijfstelling
■ Aangezien de circulatiepompen niet van spanning worden voorzien, kunnen ze vast komen te zitten.
- Het kan nodig zijn dat u de datum en tijd opnieuw moet instellen. Zie hoofdstuk "Tijd en datum instellen".
Warmtepomp inschakelen
-
Schakel de netspanning in, bijvoorbeeld met de aparte zekering of een hoofdschakelaar.
-
Schakel de netschakelaar in.
Na korte tijd wordt op het display het basismenu weergegeven: zie pagina 20. De groene werkingsindicator brandt. Uw warmtepomp en de afstandsbedieningen (indien voorhanden) zijn nu gebruiksklaar.
Ruimten te koud
| Oorzaak Oplossing | |
| De warmtepomp is uitgeschakeld. | Schakel de netschakelaar in: Zie afbeeldingen vanaf pagina 66.Schakel de hoofdschakelaar in (indien aanwezig, buiten de stookruimte).Schakel de zekering in de stroomkringverdeling (huiszekering) in. |
| Instellingen aan de warmtepompregeling werden gewijzigd of zijn fout. | Kamerverwarming/kamerkoeling moet vrijgegeven zijn.Controleer en corrigeer eventueel de volgende instellingen:Werkingsprogramma: zie pagina 29.Kamertemperatuur: zie pagina 29.Tijd: zie pagina 57.Tijdprogramma kamerverwarming/kamerkoeling: zie pagina 30.Tijdprogramma voor kamerverwarming via buffer: zie pagina 31.Stooklijn/koellijn: zie pagina 33.Schakel evt. de kamerverwarming via de buffer in: zie pagina 31.Geef evt. de bijkomende elektrische verwarming voor de kamerverwarming vrij (indien voorhanden): zie pagina 43. |
| Warmwaterboiler wordt opgewarmd. | Wacht tot de warmwaterboiler is opgewarmd.Reduceer eventueel de afname van warm water of tijdelijk de normale warmwatertemperatuur. |
| "Aanwijzing", "Waarschuwing" of "Storing" wordt in het display aangegeven. | Vraag het soort melding op. Bevestig de melding: zie pagina 62.Informeer eventueel uw installateur. |
| "Estrikdroging" is ingeschakeld. | Geen maatregel nodigZodra de periode voor de estrikdroging verstreken is, loopt de warmtepomp met het ingestelde werkingsprogramma verder: zie pagina 29. |
| In combinatie met ventilatietoestel:Bypass sluit niet.Voorverwarmregister defect.Luchttoevoer-/Luchtafvoerventilator defect. | Informeer uw installateur. |
Ruiimten te warm
| Oorzaak Oplossing | |
| Instellingen aan de warmtepompregeling werden gewijzigd of zijn fout. | Kamerverwarming/kamerkoeling moet vrijgegeven zijn. Controleer en corrigeer eventueel de volgende instellingen:■ Werkingsprogramma: zie pagina 29.■ Kamertemperatuur: zie pagina 29.■ Tijd: zie pagina 57.■ Tijdprogramma kamerverwarming/kamerkoeling: zie pagina 30.■ Tijdprogramma kamerkoeling via buffer: zie pagina 32.■ Stooklijn/koellijn: zie pagina 33.■ Schakel evt. de kamerkoeling via de buffer in: zie pagina 31.■ Geef evt. de "actieve koelwerking" vrij: zie pagina 44. |
| "Aanwijzing", "Waarschuwing" of "Storing" wordt in het display aangegeven. | ■ Vraag het soort melding op. Bevestig de melding: zie pagina 62.■ Informeer eventueel uw installateur. |
| In combinatie met ventilatietoestel: Bypass gaat niet open. | Controleer en corrigeer eventueel de volgende instellingen:■ Kamertemperatuur voor ventilatie "Gew. kamertemperatuur": zie pagina 29.■ Minimumtemperatuur voor ventilatie "Min. toev.luchtt. byp.": zie pagina 48. Informeer eventueel uw installateur. |
Geen warm water
| Oorzaak Oplossing | |
| De warmtepomp is uitgeschakeld. | Schakel de netschakelaar in: Zie afbeeldingen vanaf pagina 66.Schakel de hoofdschakelaar in (indien aanwezig, buiten de stookruimte).Schakel de zekering in de stroomkringverdeling (huiszekering) in. |
| Instellingen aan de warmtepompregeling werden gewijzigd of zijn fout. | Warmwaterbereiding moet vrijgegeven zijn.Controleer en corrigeer eventueel de volgende instellingen:Werkingsprogramma: zie pagina 29.Warmwatertemperatuur: zie pagina 39.Tijdprogramma warmwaterbereiding: zie pagina 39.Tijd: zie pagina 57.Geef evt. de bijkomende elektrische verwarming voor de warmwaterverwarming vrij (indien voorhanden):zie pagina 43. |
| "Aanwijzing", "Waarschuwing" of "Storing" wordt in het display aangegeven. | Vraag het soort melding op. Bevestig de melding: zie pagina 62.Informeer eventueel uw installateur. |
Wat doen?
Warm water te heet
| Oorzaak Oplossing | |
| Instellingen aan de warmtepompregeling werden gewijzigd of zijn fout. | Controleer en corrigeer evt. de normale warmwatertemperatuur: zie pagina 39. |
"öknippert en "Aanwijzing" wordt weergegeven
| Oorzaak Oplossing | |
| Aanwijzing voor een bijzondere gebeurtenis of werkingstoestand van de warmtepomp, de verwarmingsinstallatie of het aangesloten ventilatietoestel | Ga te werk zoals op pagina 62 beschreven. |
"△knippert en "Waarschuwing" wordt weergegeven
| Oorzaak Oplossing | |
| Waarschuwing vanwege een bijzondere gebeurtenis of werkingstoestand van de warmtepomp, de verwarmingsinstallatie of van het aangesloten ventilatietoestel | Ga te werk zoals op pagina 62 beschreven. |
"△ knippert en "Storing" wordt weergegeven
| Oorzaak Oplossing | |
| Storing aan de warmtepomp, aan de verwarmingsinstallatie of aan het aangesloten ventilatietoestel | Ga te werk zoals op pagina 62 beschreven. |
"Blok. door energiebedr. C5" wordt weergegeven
| Oorzaak Oplossing | |
| Deze melding verschijnt tijdens de stroomblokkering door het energiebedrijf. | ▪ Geen maatregel nodig▪ Zodra het energiebedrijf de stroom weer vrijgeeft, werkt de warmtepomp met het gekozen werkingsprogramma automatisch verder. |
"E8 Warmtemanagement" wordt weergegeven
| Oorzaak Oplossing | |
| ■ Primaire energiefactoren zijn niet ingesteld.■ Brandstof- en stroomprijzen zijn niet ingesteld. | ■ Stel de primaire energiefactoren in: Zie pagina 54.■ Stel de brandstof- en stroomprijzen in: Zie pagina 54. Als deze storing opnieuw voorkomt, informeer dan uw firma. |
"Externe bijschakeling" wordt weergegeven
| Oorzaak Oplossing | |
| Het werkingsprogramma dat aan de warmtepomprege-ling is ingesteld, is door een extern schakeltoestel, bijvoorbeeld uitbreiding EA1, omgeschakeld. | Geen maatregel nodig |
"Extern programma" wordt weergegeven
| Oorzaak Oplossing | |
| De communicatie-interface Vitocom heeft het aan de warmtepompregeling ingestelde werkingsprogramma omgeschakeld. | U kunt het werkingsprogramma wijzigen. |
"Bedien. geblokkeerd" wordt weergegeven
| Oorzaak Oplossing | |
| De bediening van de warmtepomp is geblokkeerd. Uw installateur kan de blokkering opheffen. | |
"A0 Ventilatie: Filter controleren" wordt weergegeven
| Oorzaak Oplossing | |
| ■ De filters in uw ventilatietoestel en/of in uw luchtaf-voerventilatoren zijn sterk vervuild.■ Het tijdinterval voor de filtervervanging is afgelopen. | Reinig de filters of vervang ze: zie vanaf pagina 73. |
Deuren/vensters gaan moeilijk open
| Oorzaak Oplossing | |
| In goed afgedichte gebouwen, bijv. passief huis: luchtdebiet van uw ventilatietoestel voor toevoer- en af-voerlucht is niet in evenwicht. | Informeer uw installateur. |
Deuren/vensters slaan open
| Oorzaak Oplossing | |
| In goed afgedichte gebouwen, bijv. passief huis: luchtdebiet van uw ventilatietoestel voor toevoer- en af-voerlucht is niet in evenwicht. | Informeer uw installateur. |
Verwarmingsinstallatie reinigen
U kunt de toesteloppervlakken met een gebruikelijk huishoudelijk schoonmaakmiddel reinigen. Gebruik geen schuurmiddelen.
Lucht/water-warmtepompen /
Opgelet
Gebruikelijke huishoudelijke schoonmaakmiddelen en speciale schoonmaakmiddelen voor de warmtewisselaar (verdamper) kunnen de warmtepomp beschadigen.
■ Reinig de oppervlakken van de toestellen enkel met een vochtige doek.
■ Reinig indien nodig de lamellen van de warmtewisselaar (verdamper) alleen met een borstel met lange haren.
Lucht/water-warmtepompen met kunststof oppervlak
Opgelet
Gebruikelijke schoonmaakmiddelen kunnen het oppervlak van de buitenbekleding beschadigen.
- Gebruik enkel milde, in water oplosbare huishoudelijke schoonmaakmiddelen.
- Gebruik geen producten met zuren of oplosmiddelen, bijv. op basis van azijn, nitro- of kunstharsverdunners, nagellakremover, spiritus, enz.
Opgelet
Mechanische reacties veroorzaken krassen op het oppervlak van de buitenbekleding.
■ Veeg het oppervlak enkel met een zachte, vochtige doek af.
- Gebruik geen stoffen, die schurende deeltjes bevatten, bijv. politoer, schuurmiddelen of schoonmaaksponsjes.
■ Reinig de buitenbekleding niet met een hoge-
drukreiniger.
Bedieningseenheid van de warmtepompregeling
Het oppervlak van de bedieningseenheid kunt u met de meegeleverde microvezeldoek reinigen.
Inspectie en onderhoud van de verwarmingsinstallatie
De inspectie en het onderhoud van een verwarmings-installatie worden voorgeschreven door de verordening inzake energiebesparing en de normen DIN 4755, DIN 1988-8 en EN 806.
Regelmatig onderhoud garandeert een storingsvrije, energiebesparende en milieuvriendelijke verwarming en koeling. Hiertoe kunt u het beste een inspectie- en onderhoudscontract met uw installateur afsluiten.
Warmwaterboiler (indien voorhanden)
DIN 1988-8 en EN 806 schrijven voor dat uiterlijk 2 jaar na inbedrijfstelling en daarna indien nodig onderhoud of reiniging moet plaatsvinden. Het intern reinigen van de warmwaterboiler, inclusief de tapwateraansluitingen, mag uitsluitend door een erkende installateur worden uitgevoerd.
Als zich in de koudwatertoevoer van de warmwaterboiler een toestel voor waterbehandeling bevindt, bijvoorbeeld een sluis- of injecteerinrichting, moet de vulling tijdig worden vernieuwd. Lees hiervoor de gegevens van de fabrikant.
Tevens bij Vitocell 100: Voor het testen van de verbruiksanode raden wij een jaarlijkse werkingscontrole aan door een installateur.
Inspectie en onderhoud van de... (vervolg)
De functiecontrole van de verbruiksanode kan zonder bedrijfsonderbreking plaatsvinden. De installateur meet de beveiligingsstroom met een anodetester.
Veiligheidsklep (warmwaterboiler)
Elk half jaar moet de gebruiker of de installateur door middel van beluchting controleren of de veiligheidsklep goed werkt (zie handleiding van de klepfabrikant). Het gevaar bestaat dat de klepzitting vervuild raakt. Tijdens het verwarmen kan water uit de veiligheidsklep druppen. De uitlaat is naar de buitenlucht toe open.
! Opgelet Overdruk kan tot schade leiden. Veiligheidsklep niet afsluiten.
Tapwaterfilter (indien aanwezig)
Omwille van hygiënische redenen als volgt te werk gaan:
- Bij filters die niet kunnen worden teruggespoeld, elke 6 maanden het filterelement vernieuwen (visuele controle elke 2 maanden).
- Bij filters die kunnen worden teruggespoeld elke 2 maanden terugspoelen.
Beschadigde aansluitleidingen
Als de aansluitkabels van het toestel of het extern aangebouwde accessoire beschadigd zijn, dienen deze door bijzondere aansluitkabels vervangen te worden. Bij vervanging uitsluitend leidingen van Viessmann gebruiken. Neem daartoe contact op met uw installateur.
Woningventilatiesysteem reinigen
■ De behuizing van het ventilatietoestel mag met een gebruikelijk huishoudelijk reinigingsproduct worden gereinigd. Gebruik geen schuurmiddelen.
- De buitenlucht- en afvoerluchtfilter in het ventilatie-toestel en de filters in de afvoerluchtkleppen moeten regelmatig gereinigd of vervangen worden. Vervang de filters minstens één keer per jaar.

Opgelet
Stofafzettingen in het toestel kunnen tot defecten leiden.
Schakel het toestel niet zonder luchttoevoeren luchtafvoerfilter in.
■ Wij adviseren het ventilatietoestel en het leidingsysteem minstens eenmaal per jaar door de installateur te laten onderhouden en eventueel te laten reinigen.
■ Wij adviseren met de installateur een onderhouds-contract af te sluiten.
Achterstallig onderhoud vormt een risico. Regelmatig reinigen en onderhouden garandeert een hygiënische, milieuvriendelijke en energiebesparende werk- ing.
Toevoerlucht-/afvoerluchtkleppen reinigen
Lichte vervuiling
Veeg de luchttoevoer-/afvoerkleppen van buiten met een vochtige doek af.
Woningventilatiesysteem reinigen (vervolg)
Sterke vervuiling

Opgelet
Als u het woningventilatiesysteem zonder filter gebruikt, zet zich stof in het leidingsysteem af. Daardoor verhoogt de luchtweerstand. Schakel het ventilatietoestel uit voor u de afvoerluchtkleppen uitdraait: Zie hoofdstuk "Ventilatie uitschakelen om de filter te vervangen".


Ringspleet
- Draai de toevoerlucht-/afvoerluchtkleppen eruit (bajonetsluiting).
- Reinig de kleppen vochtig.
- Plaats de kleppen terug.
Opmerking
■ Verander de instelling van de ringspleet Ⓐ niet.
- Als de filters in de afvoerluchtkleppen vervuild zijn, vervangt u deze filters: Zie hoofdstuk "Filters in de afvoerluchtkleppen vervangen".
Keukenafvoerluchtklep reinigen

Opgelet
Als u het woningventilatiesysteem zonder filter gebruikt, zet zich stof in het leidingsysteem af. Daardoor verhoogt de luchtweerstand. Schakel het ventilatietoestel uit voor u de filter uit de keukenafvoerklep verwijdert: Zie hoofdstuk "Ventilatie uitschakelen om de filter te vervangen".

Afb. 48
- Haal de vetfilter eruit. Reinig de keukenafvoerlucht-klep vochtig.
- Reinig de vetfilter Ⓐ met water en afwasmiddel of in de vaatwasser. Droog de vetfilter Ⓐ.
- Plaats de vetfilter er weer in. Sluit de keukenafvoerklep. Beveilig de keukenafvoerklep met de veiligheidsstop Ⓑ.
Filter reinigen of vervangen
Als "A0 ventilatie. Filter control." op het display van de bedieningseenheid weergegeven wordt, zijn de filters in het ventilatietoestel vervuild of het tijdsinterval voor het vervangen van de filters is verstreken.
Opmerking
Controleer ook de filters in de afvoerluchtkleppen. Vervang deze filters evt.: Zie hoofdstuk "Filters in de afvoerluchtkleppen vervangen".
Vitovent 200-C en Vitovent 300-F
■ Reinig de filters niet. Vervang de filters.
Vuile filters mag u met het huisvuil meegeven.
Opmerking
Het aantal resterende dagen tot de volgende filterwissel kunt u in het uitgebreide menu onder "Informatie" opvragen: Zie hoofdstuk "Informatie opvragen".
Vitovent 200-W, Vitovent 300-C en Vitovent 300-W
Bij weinig vuil reinigt u de filters in het ventilatietoestel met een stofzuiger.
Opmerking
Het reinigen van de filters leidt evt. tot een vermindering van de filterwerking.
Als één van de volgende voorwaarden van toepassing is, vervangt u de filters:
■ De filters zijn erg vuil.
■ De filters werden al herhaaldelijk gereinigd.
■ De laatste filterwissel is meer dan 1 jaar geleden.
Vuile filters mag u met het huisvuil meegeven.
Opmerking
Het aantal resterende dagen tot de volgende filtercontrole kunt u in het uitgebreide menu onder "Informatie" opvragen: Zie hoofdstuk "Informatie opvragen".
Filter in het ventilatietoestel Vitovent 200-C
Opgelet
Door het gebruik van het geopende ventilatie-toestel zonder filter ontstaan stofafzettingen in het toestel. Deze stofafzettingen kunnen tot defecten leiden.
Trek vóór het openen van het ventilatietoestel de netstekker uit het stopcontact.
Filter reinigen of vervangen (vervolg)
Filter vervangen bij plafondmontage
![graph TD A["Input Eye"] --> B["2x"] C["Input lens"] --> D["2x"] E["Input monitor"] --> F["2x"] G["Output eye"] --> H["2x"] I["Input monitor"] --> J["2x"] K["Input monitor"] --> L["2x"] M["Input monitor"] --> N["2x"] O["Input monitor"] --> P["2x"] Q["Input monitor"] --> R["2x"] S["Input monitor"] -->…](/content/2026/05/1124763/images/633266dd7a6ae18091e649a3208f3855953528885461771aacd7ef143fe2a687.jpg)
Afb. 49
Ⓐ Buitenluchtfilter
B Afvoerluchtfilter
Filter reinigen of vervangen (vervolg)
Filter vervangen bij wandmontage

Afb. 50
Ⓐ Buitenluchtfilter
B Afvoerluchtfilter
Filter in het ventilatietoestel Vitovent 200-W
Opgelet
Door het gebruik van het geopende ventilatie-toestel zonder filter ontstaan stofafzettingen in het toestel. Deze stofafzettingen kunnen tot defecten leiden.
Trek vóór het openen van het ventilatietoestel de netstekker uit het stopcontact.
Filter reinigen of vervangen (vervolg)
Ventilatietoestel openen

Ⓐ Afvoerluchtfilter
B Buitenluchtfilter
Filter reinigen, eventueel vervangen
Opmerking
Onthoud vóór het uittrekken van de filters de inbouw-positie. Breng evt. met een stift een markering aan.
Filter reinigen of vervangen (vervolg)

Afb. 52
Ⓐ Afvoerluchtfilter
B Buitenluchtfilter
Filter in het ventilatietoestel Vitovent 300-C
Opgelet
Door het gebruik van het geopende ventilatie-toestel zonder filter ontstaan stofafzettingen in het toestel. Deze stofafzettingen kunnen tot defecten leiden.
Trek vóór het openen van het ventilatietoestel de netstekker uit het stopcontact.
Filter reinigen of vervangen (vervolg)
Filterboxen uit het toestel trekken

Ⓐ Box voor afvoerluchtfilter
⑧ Box voor buitenluchtfilter
Filter reinigen, eventueel vervangen
Opmerking
Als u een fijnfilter gebruikt: Onthoud vóór het verwijderen van de filter uit de filterbox de positie van de boven- en onderkant. Breng evt. aan de filterbox met een stift een markering aan.
![graph TD A["Step 1: 2x"] --> B["Step 2: Rotation"] B --> C["Step 3: Directional Arrow"] C --> D["Step 4: Spread to Top"] D --> E["End"]](/content/2026/05/1124763/images/5736e85fdf322f959ff5f122c0185dbf264b035b8491c504b7880972fffbc57f.jpg)
Afb. 54
Filterboxen in het toestel schuiven

Filter reinigen of vervangen (vervolg)
Filter in het ventilatietoestel Vitovent 300-F
Opgelet
Door het gebruik van het geopende ventilatie- toestel zonder filter ontstaan stofafzettingen in het toestel. Deze stofafzettingen kunnen tot defecten leiden.
Schakel vóór het openen van het ventilatietoestel de netschakelaar uit.

Ⓐ Netschakelaar aan de achterkant van het toestel
Ventilatietoestel openen
Linker- of rechterzijplaat verwijderen

Filter reinigen of vervangen (vervolg)
Filter vervangen

Afb. 58
Ⓐ Luchtafvoerfilter
B Buitenluchtfilter
Filter in het ventilatietoestel Vitovent 300-W
Opgelet
Door het gebruik van het geopende ventilatie- toestel zonder filter ontstaan stofafzettingen in het toestel. Deze stofafzettingen kunnen tot defecten leiden.
Trek vóór het openen van het ventilatietoestel de netstekker uit het stopcontact.
Ventilatietoestel openen
Opgelet
Gewichten aan de uitgeklapte voorplaat kunnen schade aan het toestel veroorzaken.
Leg geen voorwerpen op de opengeklapte voorplaat. Steun niet op de voorplaat.
Filter reinigen of vervangen (vervolg)

Filter reinigen, eventueel vervangen

| Pos. Toesteluitvoering: Zie typeplaatje aan de bovenzijde van het ventilatietoestel.Links (L) Rechts (R) | |
| A | Afvoerluchtfilter G4 = ISO Coarse 60 % Buitenluchtfilter G4 = ISO Coarse 60 %of fijne filter F7 = ISO ePM1 50 % |
| B | Buitenluchtfilter G4 = ISO Coarse 60 %of fijne filter F7 = ISO ePM1 50 % |
Onderhoud
Filter reinigen of vervangen (vervolg)
-
■ Fijne filter F7 (= ISO ePM1 50 %):
Verwijder het fijne filter met het huisvuil.
■ Grove filter G4 (= ISO Coarse 60 %):
Vervang enkel het filtervlies in het filterframe: Zie afb. 61. -
Schuif de nieuwe filters in het toestel. Neem hierbij de montagepositie in acht: Zie afb. 62.
Enkel bij grove filter G4 (= ISO Coarse 60 %): Filtervlies vervangen

Filter in de afvoerluchtkleppen vervangen
Opgelet
Als u het woningventilatiesysteem zonder filter gebruikt, zet zich stof in het leidingsysteem af. Daardoor verhoogt de luchtweerstand.
Schakel de netschakelaar van het ventilatietoestel uit voor u de afvoerluchtkleppen verwijdert.
Filter reinigen of vervangen (vervolg)

Onderhoudsindicatie voor filtervervanging resetten
- Schakel na de filterwissel het ventilatietoestel in.

Opgelet
Stofafzettingen in het toestel kunnen tot defecten leiden.
Schakel het toestel enkel met luchttoevoeren luchtafvoerfilter in.
-
Reset de onderhoudsindicatie voor de filterwissel in de warmtepompregeling manueel.
-
Uitgebreid menu: ≡:
-
"Ventilatie"
-
"Filterwissel"
-
"Ja"
-
"OK" ter bevestiging
Bijlage
Koelmiddel
Dit toestel bevat gefluoreerde koolwaterstoffen (koelmiddel) die in het Kyoto-protocol zijn opgenomen.
Op het typeplaatje staat met welk koelmiddel het toestel werkt.
Het broeikaspotentieel GWP (Global Warming Potential) van de koelmiddelen wordt als veelvoud van het GWP van kooldioxide (CO₂) aangegeven. Het GWP van CO₂ bedraagt 1.
| Koudemiddel Broeikaseffect GWP | |
| R32 | 675 1 677 2 |
| R449A 1397 | |
| R407C 1774 | |
| R410A | 2088 1 1924 2 |
Overzicht uitgebreid menu
Opmerking
Afhankelijk van de uitrusting van uw verwarmingsinstallatie zijn onder ≡: niet alle vermelde menu-items beschikbaar.
Uitgebreid menu ≡:
| "Partywerking" | |
| "Spaarwerking" | |
| "Gewenste kamertemperatuur" | |
| "Gered. kamertemp. gewenst" | |
| "Werkingsprogramma" | |
| "Verwarmen en warm water"Of"Verwarmen/koelen en WW"Of"Verw."Of"Koelen"Of"Koelen en WW" | |
Overzicht uitgebreid menu (vervolg)
"Warm water"
"Warmwatertemperatuur gewenst"
| "Werkingsprogramma" | |
| "Tijdprogramma" | |
"1x WW-bereiding"
"Tijdprogramma Warm water"
"Tijdprogr. Circulatie"
"WW met elektr. verw."
"Inschakeloptimalisering"
"Uitschakeloptimalisering"
"2e gewenste WW-temperatuur"
"Ventilatie"
| "Spaarwerking" |
| "Gewenste kamertemperatuur" |
| "Min. toevoerluchttemp. Byp." |
| "Werkingsprogramma" |
| "Automatische ventilatie" |
"Basiswerking"
"Uitschakelwerking"
"Tijdprogramma Ventilatie"
"Vakantieprogramma"
"Filterwissel"
"Installatie"
Modus buffer
| Actieve koeling |
| "Tijdprogr. Buffer" |
| Tijdprogr. koelbuffer |
| "Tijdprogr. geluiddemp." |
| "Verwarmen met elektr." |
| "Tijdprogr. Elektrische verwarming" |
Bijlage
Overzicht uitgebreid menu (vervolg)
| Warmtemanagement | ||
| Regelstrategie toestel | ||
| Zuinig | ||
| Ecologisch | ||
| Primaire energiefactoren | ||
| Stroom | ||
| Brandstof | ||
| Energieprijzen | ||
| Normaaltarief stroom | ||
| Tarieftijden stroom | ||
| Energieverbruik | ||
Zonne-energie
| "Regelstrategie PV" | |
| "2e gewenste WW-temperatuur" | |
| "Verwarming warmwaterboiler" | |
| "Verw. Verw.waterbuffer" | |
| "Verhoging kamertemp." | |
| "Koeling kamertemp." | |
| Koeling koelwater-buffer | |
Afhankelijk van de uitvoering van uw verwarmingsinstallatie zijn bij "Informatie" niet alle vermelde opvragingen mogelijk.
Voor de met▶gemarkeerde informatie kunt u bijkomende informatie opvragen.
Overzicht uitgebreid menu (vervolg)
"Informatie"
| "Installatie" | |
| "Buitentemperatuur" | |
| "Gemeensch. aanvoert." | |
| Werkingsstatus installatie ▶ | |
| "Tijdprogr. Geluiddemp." | |
| "Verwarmingsperiode" | |
| "Koelperiode" | |
| "Verw.waterbuffer" | |
| Modus buffer ▶ | |
| "Werkingsstatus buffer" | |
| Tijdprogramma buffer ▶ | |
| Werkingsstatus koelbuffer | |
| Tijdprogr. koelbuffer | |
| Klep verwarm./koelen ▶ | |
| Koelbuffertemp. | |
| Koelbuffertemp. gew. | |
| Koelen met koelbuffer | |
| Koelbuffer aanvoert. | |
| Koelbuffer gew. aanvoer. | |
| Koelbuffer mengklep ▶ | |
| Koelbuffer pomp | |
| Active Cooling | |
| Natural Cooling | |
| Ext. warmtegenerator ▶ | |
| Tijdprogr. e-verw. ▶ | |
| "Groepsalarm" | |
| Werkingsstatus zwembad ▶ | |
| "Opvr. Zwembadverw." | |
| "Zwembadverwarming" | |
| "Volgwarmtepomp 1" | |
| "Volgwarmtepomp 2" | |
| "Volgwarmtepomp 3" | |
| "Volgwarmtepomp 4" | |
| "Deelnemersnr." | |
| "Ext. Bijschak. 0..10V" | |
| "Tijd" | |
| "Datum" | |
| "Radiokloksignaal" | |
| "Estrikdroging dagen" |
Overzicht uitgebreid menu (vervolg)
"Informatie"
Verwarmingscircuit VC1, VC2, VC3
"Werkingsprogramma"
| "Werkingsstatus" |
| Tijdprog. verwarmen ▶ Of |
| Tijdprog. verw./koel. ▶ |
| "kamertemp. gewenst" |
| "Kamertemperatuur" |
| "Ger. gew. Gewenst" |
| "Gew. partytemp." |
| Stooklijn ▶ |
| "CV-pomp" |
| Vakantieprogramma ▶ |
| "Mengklep" |
| Aanvoertemperatuur |
| Gew. aanvoertemp. |
| Koellijn ▶ |
| "Active cooling" |
| "Natural cooling" |
| "Mengklep koeling" |
| "Aanvoertemp. Koelen" |
| Verwarmingsperiode |
| Koelperiode |
| Opvr. stookwerk. |
| Opvr. koelwer. |
Koelcircuit SKK
Werkingsprogramma
| "Modusstatus" |
| "kamertemp. gewenst" |
| "Kamertemperatuur" |
| "Mengklep" |
| "Aanvoertemperatuur" |
| "Koellijn" |
| "Active cooling" |
| "Natural cooling" |
Overzicht uitgebreid menu (vervolg)
"Informatie"
Overzicht uitgebreid menu (vervolg)
"Informatie"
"Warmtepomp"
"Bedrijfsuren compr." of "Bedrijfsuren compr. 1"
"Aant. insch. Compr." of "Aant. insch. compr. 1"
"Compressor 2"
"Primaire pomp/ventilator 2"
"Secundaire pomp 2"
"Klep verwarmen/WW 2"
"Bedrijfsuren Compressor 2"
"Aant. insch. compr.2"
Tarieftijden stroom▶
Factoren primaire energie ▶
"Energiebalans"
"Energiebalans verw. 1"
"Energiebalans WW 1"
"Energiebalans koelen 1"
"Energiebalans verw. 2"
"Energiebalans WW 2"
"Energiebalans koelen 2"
"Energiebalans PV"
"Bedrijfsdagboek"
Overzicht uitgebreid menu (vervolg)
| "Instellingen" | ||
| "Tijd / datum" | ||
| "Taal" | ||
| "Contrast" | ||
| "Helderheid" | ||
| "Bediening" | ||
| "Screensaver" | ||
| "Temperatuureenheid" | ||
| "Naam voor verwarm.circuit" | ||
| "Basismenu" | ||
| "Basisinstelling" | ||
| "Installatie" | ||
| "Compressor 1" | ||
| "Compressor 2" | ||
| "Warmtemanagement" | ||
| "Warm water" | ||
| "Solar" | ||
| "Extra elek. verwarm." | ||
| "Interne hydraulica" | ||
| "Verw.waterbuffer" | ||
| "Verwarm.circuit 1" | ||
| "Verwarm.circuit 2" | ||
| "Verwarm.circuit 3" | ||
| "Koeling" | ||
| "Ventilatie" | ||
| "Fotovoltaische" | ||
| "Smart Grid" | ||
| "Primaire bron" | ||
| "Primaire bron 2" | ||
| "Tijd" | ||
| "Communicatie" | ||
| "Bediening" | ||
Manuele bediening
Testwerking
Verklaring van de begrippen
Ontdooien
Tijdens de werking van lucht/water-warmtepompen is ijsvorming op de verdamper mogelijk.
Om dat ijs te verwijderen, wordt de verdamper automatisch ontdooid.
Tijdens het ontdooien is de warmtepomp niet beschikbaar voor kamerverwarming of -koeling.
Tijdens het ontdooien kan uit de warmtepomp water-damp komen.
Bijlage
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Het ontdooien gebeurt net als bij de actieve koeling tijdens de omkeermodus van de warmtepomp. Daarom worden de bedrijfsuren voor het ontdooien in het bedrijfsdagboek bij de bedrijfsuren "AC" in aanmerking genomen.
Actieve koeling ("active cooling")
Actieve koeling: Zie "Koelfuncties".
Installatie-uitvoering
De installatie-uitvoering beschrijft de componenten van uw verwarmingsinstallatie, bijv. warmtepomp, CV-pomp, mengklep, kleppen, regeling, radiatoren enzo-voort.
Uw installateur past de verwarmingsinstallatie aan de plaatselijke omstandigheden aan en stelt de installatie individueel volgens uw wensen in.
Welke uitrusting en functies uw verwarmingsinstallatie heeft, werd door uw firma in het formulier op pagina 108 ingevoerd.
Werkingsprogramma
Met het werkingsprogramma legt u bijv. het volgende vast:
■ Hoe u uw kamers verwarmt of koelt.
■ Of u tapwater verwarmt.
■ Het ventilatieniveau voor uw woningsventilatie
Werkingsmodus
Zie "Tijdprogramma".
Onevenwicht druk
In combinatie met gecontroleerde woningventilatie kan bij onevenwichtige instelling van de luchtdebieten in kamers een onevenwichtige druk ontstaan.
Bij een onevenwichtige druk verschilt het luchtdebiet aan toevoerluchtzijde van het luchtdebiet aan afvoerluchtzijde. Bij goed afgedichte gebouwen ontstaat daardoor in ruimtes hetzij onderdruk, hetzij overdruk. Bij onderdruk slaan ramen en deuren open, bij overdruk gaan ramen en deuren zachtjes dicht.
Gebruik eigen stroom
Bij het gebruik van eigen stroom wordt de door de fotovoltaïsche installatie opgewekte stroom voor de werking van de warmtepomp en andere componenten van de verwarmingsinstallatie gebruikt.
Voor het gebruik van eigen stroom heeft uw installateur een stroommeter (energiemeter) op de warmtepompregeling aangesloten. De warmtepompregeling krijgt zo informatie over of en hoeveel elektriciteit van de fotovoltaïsche installatie gebruikt kan worden.
Weergave op de energiemeter
Energie-afname van het net (energiebedrijf):
■ De energiemeter toont het vermogen met negatief voorteken:

Afb. 64
Opmerking
op de energiemeter worden max. 3 foutbalken getoond. Dat heeft geen invloed op de werking van de warmtepompregeling.
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Energietoevoering aan het net (energiebedrijf)
■ De energiemeter toont het vermogen zonder voorteken.
Functies voor gebruik van eigen stroom
Voor het gebruik van eigen stroom geeft u een of meerdere functies vrij. De beschikbare functies han-gen van het toesteltype af.
Als u meerdere functies voor eigen stroomgebruik vrij- geeft, hebben de functies voor warmwaterbereiding voorrang op de functies voor kamerverwarming.
Om de eigen stroom te kunnen gebruiken, kunt u bij enkele functies de gewenste temperatuur verhogen of voor koeling verlagen.
Mogelijke functies voor gebruik van eigen stroom:
■ Warmwaterbereiding
■ Verwarming verwarmingswaterbuffer
■ Kamerverwarming
■ Kamerkoeling
Voorwaarde voor het gebruik van eigen stroom is dat telkens het juiste werkingsprogramma voor de kamerverwarming, kamerkoeling of warmwaterbereiding is ingesteld. Zo moet bijv. voor de warmwaterbereiding het werkingsprogramma "Verwarmen en warm water" of "Alleen warm water" ingesteld zijn.
Voorbeeld: Gebruik van eigen stroom voor warmwaterbereiding
Als er voldoende stroom van de fotovoltaïsche installatie ter beschikking staat, wordt de warmtepomp voor de warmwaterbereiding met deze stroom gebruikt. In het tijdprogramma heeft u periodes ingesteld waarin de warmwaterbereiding vrijgegeven is. Om zoveel mogelijk elektriciteit van de fotovoltaïsche installatie te gebruiken, mag de warmwaterbereiding evt. ook buiten de ingestelde periodes ingeschakeld worden.
Om de eigen stroom doeltreffender te gebruiken, stelt u voor de warmwatertemperatuur een verhoging in.
■ Normale warmwatertemperatuur: 50 °C
■ Verhoging van de warmwatertemperatuur bij gebruik van eigen stroom: 10 K (10 Kelvin)
Het warme water wordt tot 60 °C opgewarmd. Bij gelijk warmwaterverbruik verschuift de volgende warmwaterbereiding met stroom uit het net naar een later tijdstip.
Opmerking
- Parallel met het gebruik van eigen stroom kan voor de werking van de warmtepomp een deel stroom uit het net gehaald worden: bijv. als de hoeveelheid eigen stroom niet volstaat om de warmtepomp te gebruiken. Uw installateur kan de hoogte van dit aandeel instellen.
■ Alleen voor lucht/water-warmtepompen (niet alle types):
Om de gewenste temperaturen te verhogen of te verlagen, kan uw installateur instellen dat het vermogen van de compressor automatisch wordt aangepast aan de door het fotovoltaïsche systeem opgewekte stroomhoeveelheid. Zo wordt voorkomen dat voor de werking van de warmtepomp stroom uit het net gehaald wordt.
Gebruik van eigen stroom en van stroomoverschot uit het net (Smart Grid) zijn geactiveerd
Als het gebruik van eigen stroom en Smart Grid vrijge- geven en actief zijn, wordt de functie met de grootste temperatuurstijging of -daling gebruikt.
Als de gewenste kamertemperatuur of warmwatertemperatuur met de warmtepomp alleen niet wordt bereikt, kan een extra elektrische verwarming worden bijgeschakeld.
Voorbeelden voor extra elektrische verwarmingen:
■ Verwarmingswater-doorstroomtoestel:
- Voor kamerverwarming en/of warmwaterbereiding
- Ingebouwd in de warmtepomp of in de aanvoer van uw verwarmingsinstallatie.
■ Elektrisch verwarmingselement:
- Voor de warmwaterbereiding
- Ingebouwd in de warmwaterboiler
Opmerking
■ De permanente werking van een extra elektrische verwarming leidt tot een verhoogd stroomverbruik.
■ Voor de extra elektrische verwarming kunt u een tijd-programma instellen.
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Enthalpiewarmtewisselaar
In ventilatietoestellen met warmteterugwinning wordt in de geïntegreerde warmtewisselaar de koelere lucht met de warmte van de afvoerlucht voorverwarmd. Beide luchtstromen komen hierbij niet rechtstreeks in contact met elkaar.
De enthalpiewarmtewisselaar kan niet alleen warmte uit de afvoerlucht terugwinnen, maar bovendien ook een groot deel van de luchtvochtigheid. Hierdoor zorgt deze vocht-warmtewisselaar zeker in het koude seizoen voor een aangenamer omgevingsklimaat, aangezien hij voorkomt dat de lucht te sterk uitdroogt.
Blokkering energiebedrijf
(Niet voor Nederland). In andere landen kan het energiebedrijf op tijdstippen met een te hoog stroomverbruik de stroomtoevoer van het toestel blokkeren. Tijdens deze blokkering wordt de aanwijzing "Blok. door energiebedr." weergegeven.
Zodra het energiebedrijf de stroom weer vrijgeeft, werkt de warmtepomp met het ingestelde werkingsprogramma verder.
Gedurende deze stroomblokkering door het energiebedrijf gebeurt de kamerverwarming via de verwarmingswaterbuffer. Als er geen verwarmingswaterbuffer voorhanden is of als de temperatuur daarin te gering is, worden de kamers met de voorhanden extra verwarmingen verwarmd, bijv. olieketel, elektrische extra verwarming.
De warmwaterbereiding tijdens de stroomblokkering is alleen met de extra verwarmingen mogelijk.
Vloerverwarming
Vloerverwarmingen zijn trage verwarmingssystemen voor lage temperaturen en reageren zeer langzaam op kortstondige temperatuurwijzigingen.
De verwarming met gereduceerde kamertemperatuur 's nachts en de activering van de "Spaarwerking" bij korte afwezigheid leveren daarom geen noemenswaardige energiebesparing op.
Geluiddempende werking
Bij lucht/water-warmtepompen is een ventilator in de warmtepomp geïntegreerd. Het toerental van die ventilator kunt u met het tijdprogramma reduceren. Daardoor vermindert u de luchtgeluiden ervan, bijv. 's nachts.
Opmerking
Door het beperkte toerental van de ventilator vermindert ook het beschikbare vermogen. Bij lucht/waterwarmtepompen met vermogensregeling kan ter compensatie evt. het vermogen van de compressor verhoogd worden. Dat vermindert de jaararbeidsfactor iets.
Stookwerking/Koelwerking
Gedurende de tijd dat u overdag thuis bent, verwarmt of koelt u uw kamers met de normale kamertemperatuur. De periodes (tijdfasen) legt u vast met het tijdprogramma voor verwarmen/koelen.
Opmerking
De koeling is bij verlaagde werking uitgeschakeld.
Verwarming/koeling afhankelijk van de kamertemperatuur
Gereduceerde stookwering
Gedurende de tijd dat u afwezig bent of 's nachts verwarmt u uw kamers met verlaagde kamertemperatuur. De periodes legt u vast met het tijdprogramma voor verwarmen/koelen. Bij vloerverwarming leidt de verlaagde stookwerking slechts voor een deel tot energiebesparing (zie "Vloerverwarming").
Bij werking afhankelijk van de kamertemperatuur wordt een ruimte zo lang verwarmd of gekoeld tot de ingestelde gewenste kamertemperatuur is bereikt. Hiervoor moet er een aparte temperatuursensor in de kamer aanwezig zijn.
De regeling van de verwarming of koeling gebeurt onafhankelijk van de buitentemperatuur.
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Weersafhankelijke stookwerking/koelwerking
Bij weersafhankelijke werking wordt de aanvoertemperatuur afhankelijk van de buitentemperatuur geregeld. Daardoor wordt de vereiste warmte of koude geproduceerd om de ruimtes tot de door u ingestelde gewenste kamertemperatuur te verwarmen of te koelen.
De buitentemperatuur wordt door een sensor die buiten het gebouw is aangebracht, geregistreerd en aan de warmtepompregeling doorgegeven.
Stooklijn/koellijn
Het verwarmings-/koelgedrag van uw warmtepomp wordt door de inclinatie en het niveau van de gekozen stooklijn/koellijn beïnvloed.
Stook- en koellijnen tonen het verband tussen buitentemperatuur, kamertemperatuur (gewenste waarde) en (verwarmingscircuit-)aanvoertemperatuur.
■ Stooklijn:
Hoe lager de buitentemperatuur, des te hoger de aanvoertemperatuur in het verwarmingscircuit.
■ Koellijn:
Hoe hoger de buitentemperatuur, des te lager de aanvoertemperatuur in het koelcircuit.
Om bij iedere buitentemperatuur voldoende warmte ter beschikking te hebben, moeten de omstandigheden van uw gebouw en uw verwarmingsinstallatie in acht worden genomen. Daartoe kunt u de stooklijn aanpassen.
Ook kunt u voor de koelwerking de koellijn aanpassen.
Stooklijn voor een verwarmingscircuit zonder mengklep A1/VC1

Afb. 65
Stooklijn voor een verwarmingscircuit met meng-klep M2/VC2 of M3/VC3

Afb. 66
Koellijn

Inclinatie en niveau instellen aan het voorbeeld van de stooklijn voor een verwarmingscircuit met mengklep M2/VC2 of M3/VC3
Instellingen af fabriek:
■ Inclinatie = 0,6
■ Niveau = 0
Verklaring van de begrippen (vervolg)
De getoonde stooklijnen gelden bij de volgende instellingen:
■ Niveau van de stooklijn = 0
■ Normale kamertemperatuur (gewenste kamertemperatuur) = 20 °C

Afb. 68
Voor buitentemperatuur -8 °C:
Ⓐ Vloerverwarming: Inclinatie 0,2 tot 0,8
⑧ Lagetemperatuurverwarming: Inclinatie 0,8 tot 1,6

Afb. 69
Ⓐ U verandert de inclinatie:
De inclinatie van de stooklijnen veranderen.
⑧ U verandert het niveau:
De stooklijnen worden parallel in verticale richting verschoven.
© U verandert de normale kamertemperatuur (gewenste kamertemperatuur):
De stooklijnen worden langs de as van de "gewenste kamertemperatuur" verschoven.
Opmerking
Een te hoge of te lage instelling van inclinatie of niveau veroorzaakt geen schade aan uw warmtepomp of uw verwarmingsinstallatie.
Beide instellingen hebben gevolgen voor de hoogte van de aanvoertemperatuur, die dan evt. te laag of onnodig hoog kan zijn.
U krijgt tips over hoe en wanneer u de inclinatie en het niveau van de stooklijn kunt wijzigen. Druk hiervoor op de toets ?.
Verwarmings-/koelcircuitse
Een verwarmingscircuit of koelcircuit is een gesloten circuit tussen de verbruikers (bijv. vloerverwarming) waarin het verwarmingswater of koelwater stroomt. Met meerdere verwarmingscircuits en koelcircuits kunnen de wooneenheden in een gebouw apart worden voorzien, bijv. een verwarmingscircuit voor uw woning en een verwarmingscircuit voor een secundaire suite. Als in een wooneenheid of een gebouw verschillende consumententypes (bijv. vloerverwarming en radiatoren) geïnstalleerd zijn, zijn deze verbruikers normaliter op verschillende verwarmings- of koelcircuits aangesloten.
Voor de verschillende verwarmings-/koelcircuits zijn tegelijk verschillende aanvoertemperaturen mogelijk.
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Verwarmings-/koelcircuits
■ Verwarmingscircuit
Een verwarmingscircuit verwarmt uw kamers, bijv. via de radiatoren.
De kamerverwarming wordt ingeschakeld zodra de buitentemperatuur lager ligt dan de stookgrens.
■ Verwarmings-/koelcircuit
Een verwarming-/koelcircuit verwarmt uw kamers in de winter en koelt uw kamers in de zomer, bijv. via de vloerverwarming.
De kamerverwarming wordt ingeschakeld zodra de buitentemperatuur lager ligt dan de stookgrens. De kamerkoeling wordt ingeschakeld zodra de buiten-temperatuur boven de koelgrens ligt.
Opmerking
De stookgrens en de koelgrens heeft uw verwarmingsbedrijf ingesteld.
Afzonderlijk koelcircuit
Via een apart koelcircuit kan een kamer (bijv. koelcel) het hele jaar door worden gekoeld, onafhankelijk van de buitentemperatuur.
CV-pomp
Circulatiepomp voor de circulatie van het CV-water in het CV-/koelcircuit.
CV-water-doorstroomtoestel
Zie "Elektrische bijverwarming".
Verwarmings-/koelwaterbuffer
In een verwarmings-/koelwaterbuffer wordt ofwel warmte-energie voor de kamerverwarming of koelenergie voor de kamerkoeling opgeslagen.
Opdat zich bij kamerkoeling buiten geen condens zou vormen, beschikken verwarmings-/koelwaterbuffers over een speciale warmte-isolatie.
Verwarmingswaterbuffer
In een verwarmingswaterbuffer kan de warmte-energie voor de kamerverwarming worden opgeslagen. Alle verwarmings-/koelcircuits worden door deze buffer voorzien.
Benaming van de verwarmings-/koelcircuits
In deze bedieningshandleiding worden de verwarmingscircuits, de verwarmings-/koelcircuits en het aparte koelcircuit algemeen verwarmings-/koelcircuits genoemd. Alleen in individuele gevallen wordt een onderscheid gemaakt tussen verwarmingscircuit, verwarmings-/koelcircuit en apart koelcircuit.
De verwarmings-/koelcircuits zijn af fabriek met "Verwarm.circuit 1", "Verwarm.circuit 2", "Verwarm.circuit 3", "Koelcircuit SKK" aangeduid.
Als u of uw installateur de verwarmings-/koelcircuits een andere naam hebben gegeven, bijv. "zelfstandige wooneenheid", wordt deze naam in plaats van "Verwarm.circuit ..."/"Koelcircuit SKK" aangegeven.
Alle verwarmings-/koelcircuits worden via de verwarmings-/koelwaterbuffer van warmte-energie of van koelenergie voorzien.
In het uitgebreide menu schakelt u om tussen kamerverwarming en kamerkoeling.
Meer informatie over buffers: zie "buffer".
De kamerkoeling is slechts via 1 koelcircuit mogelijk. Door een hydraulische bypass-schakeling komt geen koelwater in de verwarmingswaterbuffer terecht. Meer informatie over buffers: zie "buffer".
Cascade
Zie "Warmtepompcascade".
Gecontroleerde woningventilatie
Met een woningventilatiesysteem kunt u uw kamers continu verluchten.
Het woningventilatiesysteem bestaat uit een ventilatie-toestel, het leidingsysteem, de aanvoer- en afvoer-luchtkleppen.
Een in het ventilatietoestel ingebouwde buitenluchtfilter beschermt tegen pollen.
Als aan de warmtepompregeling een Viessmann ventilatietoestel aangesloten is, kunnen de ventilatiefuncties aan de warmtepompregeling ingesteld worden.
Werkingsprincipe van het ventilatietoestel
![graph TD A["A"] --> B["B"] B --> C["C"] C --> D["D"] D --> E["E"] E --> F["F"] F --> A style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333 style E fill:#cff,stroke:#333 style F fill:#ffc,stroke:#333](/content/2026/05/1124763/images/a27eb73a900fc0cc143c8791cf013de82dcc5a9b63a5396fd5cfe38067eebcda.jpg)
Afb. 70 Voorbeeld: Vitovent 300-F
Ⓐ Luchttoevoer: bijv. voor slaapkamer, kinderkamer, woonkamer
B Uitlaatlucht
© Buitenlucht
⑭ Afvoerlucht: bijv. uit keuken, badkamer, wc
⑤ Bypass niet actief:
Ventilatie met warmterecuperatie
⑤ Bypass actief: Ventilatie zonder warmterecuperatie, bijv. bij passief verwarmen of koelen
Ventilatie met warmterecuperatie, bypass geblokkeerd
Via een warmtewisselaar in het ventilatietoestel wordt de naar de kamers geleide lucht (toevoerlucht) met de warmte van de afgezogen lucht (afvoerlucht) voorverwarmd. Hiervoor is de bypass Ⓔ niet actief.
Het energieverlies is daarbij in vergelijking met de vensterventilatie erg gering.
Ventilatie zonder warmterecuperatie, bypass actief
Bij een actieve bypass Ⓔ wordt 100 % van de afvoer-luchtstroom langs de warmtewisselaar geleid en verse, gefilterde buitenlucht met buitentemperatuur in de kamers geleid.
Afhankelijk van de buitentemperatuur en de kamertemperatuur wordt bij een actieve bypass koelere of warmere buitenlucht in de kamers geleid. D.w.z. dat de kamers passief gekoeld of passief verwarmd worden.
Passief koelen
Er wordt koelere buitenlucht naar de kamers geleid, bijv. in koele zomernachten.
Als alle volgende voorwaarden vervuld zijn, is de bypass voor passief koelen actief:
Vitovent 200-C:
■ Binnen is het minstens 4 °C warmer dan buiten.
- De kamertemperatuur is minstens 1 °C hoger dan de "Gew. kamertemperatuur" voor de ventilatie.
- De buitenlucht is 0,5 °C warmer dan "Min. toev.luchtt. byp.".
Vitovent 300-F:
■ Binnen is het minstens 4 °C warmer dan buiten.
- De kamertemperatuur is minstens 1 °C hoger dan de "Gew. kamertemperatuur" voor de ventilatie.
- De toevoerlucht overschrijdt de minimumtemperatuur voor passief koelen ("Min. toev.luchtt. byp.").
Vitovent 200-W, Vitovent 300-C en Vitovent 300-W:
■ Binnen is het warmer dan buiten.
- De kamertemperatuur is hoger dan "Gew. kamertemperatuur" voor de ventilatie.
■ De buitenlucht is warmer dan 7 °C.
Passief verwarmen
Er wordt warmere buitenlucht naar de kamers geleid, bijv. op warme lentedagen.
Als alle volgende voorwaarden vervuld zijn, is de bypass voor passief verwarmen actief:
Vitovent 200-C en Vitovent 300-F:
■ De buitenlucht is minstens 4 °C warmer dan de kamertemperatuur.
- De kamertemperatuur is minstens 1 °C koeler dan "Gew. kamertemperatuur" voor de ventilatie.
Opmerking
Bij Vitovent 200-W, Vitovent 300-C en
Vitovent 300-W is passief verwarmen niet mogelijk.
Luchtdebiet
Opdat in uw kamers noch onderdruk, noch overdruk zou ontstaan, moet het luchtdebiet van de toevoerlucht even hoog zijn als het luchtdebiet van de afvoerlucht. Uw installateur stelt dit luchtdebiet bij de inbedrijfstelling in.
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Regeling van de luchtvochtigheid en de kooldioxideconcentratie (CO₂-concentratie)
- Als CO 2 -sensoren (toebehoren) in uw ruimtes zijn geïnstalleerd, dan kan het luchtdebiet afhankelijk van de hoogste gemeten kooldioxideconcentratie (CO 2 ) worden aangepast.
- Als in één van uw kamers een gecombineerde CO 2 /vochtsensor (accessoire) geïnstalleerd is, kan het ventilatietoestel het luchtdebiet afhankelijk van de luchtvochtigheid en/of de kooldioxideconcentratie (CO 2 ) van deze kamer aanpassen.
- Als in de centrale afvoerluchtleiding een vochtsensor (accessoire) geïnstalleerd is, kan het ventilatietoestel het luchtdebiet afhankelijk van de luchtvochtigheid van de uit alle kamers afgevoerde lucht aanpassen.
De regeling van de luchtvochtigheid en kooldioxide-concentratie is alleen in het werkingsprogramma "Ventilatie-automaat" mogelijk.
Vorstbescherming voor de warmtewisselaar in het ventilatietoestel
Bij warmterecuperatie wordt de warmte van de afvoerlucht aan de toegevoerde buitenlucht doorgegeven. Daardoor koelt de afvoerlucht af en condenseert water in de warmtewisselaar. Bij lage buitentemperaturen kan het condenswater aan de warmtewisselaar bevriezen. De warmterecuperatie vermindert. In het ergste geval beschadigt het ijs de warmtewisselaar;
■ Vorstbescherming met elektrisch voorverwarm-register:
Om de ijsvorming aan de warmtewisselaar te vermijden, kan de buitenlucht door een elektrisch voorverwarmregister vóór het inbrengen in de warmtewisselaar voorverwarmd worden. Bij sommige ventilatie-toestellen is een elektrisch voorverwarmregister af fabriek ingebouwd. Bij andere toestellen heeft uw installateur een elektrisch voorverwarmregister in de buitenluchtleiding gemonteerd.
■ Vorstbescherming zonder elektrisch voorverwarmregister:
Als uw ventilatietoestel niet over een elektrisch voor-verwarmregister beschikt, wordt ter bescherming van de warmtewisselaar het luchtdebiet gereduceerd, evt. tot stilstand van de ventilatoren.
■ Ontdooifuncties: Alleen bij Vitovent 200-C
Om ijs aan de warmtewisselaar te ontdooien, kan uw installateur verschillende functies instellen: Zo kan bijv. het buitenluchtdebiet via de bypass voorbij de warmtewisselaar geleid worden en/of het luchtdebiet kan gereduceerd worden. Bijkomend kan het elektrische voorverwarmregister (accessoire) ingeschakeld worden.
Opmerking
Bij vorstbescherming kan de weergegeven ventilatie-trap van de ingestelde ventilatietrap afwijken. De weergave van de ventilatietrap past zich aan het verminderde luchtdebiet van de vorstbeschermingsfunctie aan.
Alleen bij Vitovent 300-F: Toevoerluchtverwarming via het verwarmingscircuit 1 (ventilatieverwarmingscircuit)
Als in uw ventilatietoestel een hydraulisch naverwarmregister (accessoire) is ingebouwd, is een toevoer-luchtverwarming door de warmtepomp mogelijk. De in de warmtewisselaar van het ventilatietoestel voorver-warmde buitenlucht/toevoerlucht wordt via het hydraulische naverwarmingsregister door de warmtepomp naverwarmd.
In dat geval stelt u de kamertemperatuur en het tijdprogramma voor de kamerverwarming in, via het menu voor verwarmingscircuit 1.
Opmerking
Omdat via het ventilatieverwarmingscircuit slechts een gering (verwarmings-) warmtevermogen overgedragen kan worden, raden we de luchttoevoeropwarming als enige warmtebron alleen in heel goed geïsoleerde gebouwen aan bijv. passiefhuis).
Koeling
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Koelfuncties
Afhankelijk van het type warmtepomp en de geïnstalleerde accessoires worden de koelfuncties "natural cooling" en "active cooling" ondersteund.
Brine/water-warmtepompen:
■ "Natural cooling"
Bij deze koelfunctie wordt het temperatuurniveau van de bodem direct naar het verwarmings-/koudecircuit of het afzonderlijke koudecircuit overgedragen. In vergelijking tot "active cooling" staat bij "natural cooling" een geringere koelvermogen ter beschikking. Omdat de compressor daarbij buiten werking is, is de functie zeer efficiënt qua energie en daarom erg geschikt voor permanente koeling.
■ "Active cooling"
Als het koelvermogen van "natural cooling" niet volstaat en als de nodige accessoires zijn geïnstalleerd, kan de regeling automatisch naar de actieve koelwerking ("active cooling") schakelen.
Bij actieve koeling wordt de temperatuur van het in de bodem afgekoelde warmteoverdrachtsmedium door de warmtepomp verder verlaagd, alvorens het naar het verwarmings-/koudecircuit of afzonderlijk koudecircuit wordt overgedragen. Daardoor staat in vergelijking met "natural cooling" een duidelijk hoger koelvermogen ter beschikking.
Een continue actieve koeling verbruikt meer stroom, aangezien hierbij niet alleen de circulatiepompen, maar ook de compressor in werking zijn.
U kunt de actieve koeling individueel vrijgeven en blokkeren.
Lucht/water-warmtepompen:
■ "Natural cooling" Is niet mogelijk.
■ "Active cooling"
De koeling vindt plaats via de omkeermodus van de warmtepomp. Er is een hoger koelvermogen beschikbaar.
Koellijn
Zie "Stooklijn/koellijn".
Koelcircuit
Zie "CV-/koelcircuits".
Vermogensaanpassing
Bij vermogensgeregelde warmtepompen wordt het toerental van de compressor automatisch aan het vereiste vermogen aangepast. Vermogensgeregelde warmtepompen zijn daarom efficiënter dan warmtepompen zonder vermogensaanpassing.
Bij gebruik van eigen stroom kan het opgenomen vermogen van de compressor automatisch aangepast worden aan het vermogen dat de fotovoltaïsche installatie ter beschikking stelt. Daardoor wordt het gebruik van eigen stroom geoptimaliseerd.
Ventilatie
Zie "Gecontroleerde woningventilatie".
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Mengklep
Kamerverwarming
Een mengklep mengt het opgewarmde verwarmingswater met het uit het verwarmingscircuit terugstromende afgekoelde water. Het water dat zo al naar gelang de behoefte op temperatuur wordt gebracht, wordt met de CV-pomp naar het verwarmingscircuit getransporteerd. De warmtepompregeling past via de mengklep de verwarmingscircuitaanvoertemperatuur aan de verschillende omstandigheden aan, bijv. aan een veranderde buitentemperatuur.
Kamerkoeling
Ook bij de kamerkoeling wordt de aanvoertemperatuur via een mengklep ingesteld.
Bijkomend wordt via een mengklep de aanvoertemperatuur boven het condensatiepunt van de kamerlucht (dauwpunt) gehouden. Daardoor vormt zich geen condenswater op het vloeroppervlak.
Factor primaire energie
De voor de warmtebron gebruikte energiedrager (bijv. elektriciteit of gas) moet gewonnen, omgevormd en getransporteerd worden.
De daarvoor vereiste energie en de daaruit voortkomende CO 2 -emissie wordt door de factor primaire energie uitgedrukt.
De factoren primaire energie voor de energiedrager kunt u bij uw energiebedrijf opvragen.
Buffer
In een buffer wordt een grote hoeveelheid verwarmings- of koelwater opgeslagen. Daardoor kunnen de verwarmings-/koelcircuits langdurig voorzien worden zonder dat de warmtepomp in werking moet treden, bijv. bij blokkering door energiebedrijf. Door het grote buffervolume is de warmtepomp voor het verwarmen of afkoelen van de buffer langer in werking dan zonder buffer.
Door de warmtepomp zelden in te schakelen en lang te laten werken, functioneert deze efficiënter en is de levensduur langer.
Door de juiste instelling van het tijdprogramma kunt u de buffer met gunstige nachtstroom verwarmen of afkoelen. Overdag kunt u de verwarmings-/koelcircuits met deze goedkopere energie voeden.
In uw installatie kunnen de volgende buffers ingebouwd zijn:
■ Verwarmingswaterbuffer: zie "verwarmingswaterbuffer".
■ Verwarmings-/koelwaterbuffer: zie "verwarmings-/koelwaterbuffer".
Kamertemperatuur
■ Normale kamertemperatuur:
Voor de periodes waarin u overdag thuis bent, stelt u de normale kamertemperatuur in.
■ Gereduceerde kamertemperatuur:
Tijdens uw afwezigheid of 's nachts stelt u de gere-
duceerde kamertemperatuur in: Zie "Stookwerking/
koelwerking".
- Kamertemperatuur voor ventilatie:
Deze kamertemperatuur beïnvloedt het activeren van de bypass: Zie "Gecontroleerde woningventilatie".
Regelstrategie
Met de regelstrategie bepaalt u wanneer de warmte-pomp en/of de externe warmteopwekker worden ingeschakeld.
Verklaring van de begrippen (vervolg)
- Milieuvriendelijke regelstrategie: "Ecologisch"
Deze regelstrategie vermindert de CO 2 -uitstoot.
De warmtepompregeling bepaalt de ontstane CO 2 -uitstoot aan de hand van de primaire energiefactoren voor stroom en fossiele brandstoffen.
De factoren primaire energie kunt u bij uw energiebedrijf opvragen.
■ Economische regelstrategie: "Zuinig"
Deze regelstrategie vermindert de gebruikskosten. De warmtepompregeling bepaalt de bedrijfskosten aan de hand van de door u ingevoerde energieprijzen voor stroom en fossiele brandstoffen.
Retourtemperatuur
De retourtemperatuur is de temperatuur waarmee het verwarmings- of koelwater uit een component van de installatie komt, bijv. verwarmingscircuit.
Smart Grid (SG)
Om Smart Grid te gebruiken, heeft uw installateur de warmtepompregeling via 2 schakelcontacten met het stroomnet verbonden. Via deze schakelcontacten kan het energiebedrijf de werking van de warmtepomp aan de huidige netbelasting aanpassen.
Met de volgende 4 mogelijkheden voor netbelasting wordt daarbij rekening gehouden:
- weinig stroom in het net (overbelasting van het net):
Als er weinig stroom ter beschikking staan, kan het energiebedrijf de warmtepomp blokkeren.
Zodra het energiebedrijf de stroom weer vrijgeeft, werkt de warmtepomp met het ingestelde werkingsprogramma verder.
Gedurende deze stroomblokkering door het energiebedrijf gebeurt de kamerverwarming via de verwarmingswaterbuffer. Als er geen verwarmingswaterbuffer voorhanden is of als de temperatuur daarin te gering is, worden de kamers met de voorhanden extra verwarmingen verwarmd, bijv. olieketel, elektrische extra verwarming.
De warmwaterbereiding tijdens de stroomblokkering is alleen met de extra verwarmingen mogelijk. - Geen stroomoverschot, normale netbelasting: De warmtepomp wordt volgens de instellingen en de afgesproken voorwaarden (elektriciteitstarief) gebruikt.
Opmerking
De regelstrategie is alleen voor installatiecombinaties van bepaalde warmtepompen met een externe warmteopwekker instelbaar. Meer informatie vindt u bij uw firma.
- Beperkt stroomoverschot:
Het energiebedrijf stelt het stroomoverschot gratis ter beschikking.
Als in het tijdprogramma een periode actief is, wordt de warmtepomp ingeschakeld. Om de voordelige stroom te kunnen gebruiken, kunt u bij de volgende functies de gewenste temperatuur verhogen of voor koeling verlagen.
■ Warmwaterbereiding
■ Verwarming verwarmingswaterbuffer
■ Kamerverwarming
■ Kamerkoeling
■ Vrijgave extra elektrische verwarming
Opmerking
De beschikbare functies hangen van het type warmtepomp af.
- Hoog stroomoverschot:
Het energiebedrijf stelt het stroomoverschot gratis ter beschikking.
Het energiebedrijf schakelt de warmtepomp onmiddellijk in, ook als in het tijdprogramma geen periode actief is. De installatiecomponenten worden tot de max. mogelijke temperaturen verwarmd of tot de min. temperaturen gekoeld.
Aanwijzing bij de werking met voordelige en gratis stroom
Bij de berekening van de jaararbeidsfactor wordt geen rekening gehouden met het opgenomen elektrische vermogen van de warmtepomp en de extra elektrische verwarming.
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Voorbeeld: Gebruik van stroomoverschot voor warmwaterbereiding
Voordelig stroomoverschot
De warmtepomp wordt met het stroomoverschot van het energiebedrijf gebruikt om het tapwater tot de verhoogde gewenste warmwatertemperatuur te verwarmen.
In het tijdprogramma heeft u periodes ingesteld waarin de warmwaterbereiding vrijgegeven is. Het energiebedrijf mag de warmwaterbereiding ook buiten de ingestelde periodes inschakelen.
Om nog meer voordelig stroomoverschot voor de warmwaterbereiding te gebruiken, kan de normale warmwatertemperatuur verhoogd worden. U kunt de waarde voor deze temperatuurverhoging instellen.
■ Normale warmwatertemperatuur: 50 °C
■ Verhoging van de warmwatertemperatuur bij gebruik van eigen stroom:
10 K (10 Kelvin)
Het warme water wordt tot 60 °C opgewarmd. Bij gelijk warmwaterverbruik verschuift de volgende warmwaterbereiding met stroom tegen het normale tarief naar een later tijdstip.
Gratis stroomoverschot
Ongeacht de instellingen in het tijdprogramma wordt de warmwaterbereiding onmiddellijk gestart.
Het warme water wordt tot de max. mogelijke temperatuur opgewarmd. Deze temperatuur heeft uw installateur ingesteld.
■ Normale warmwatertemperatuur: 50 °C
■ Max. temperatuur van uw warmwaterboiler (door uw installateur ingesteld):
65 °C
Het warme water wordt tot 65 °C opgewarmd. Bij gelijk warmwaterverbruik verschuift de volgende warmwaterbereiding met stroom tegen het normale tarief naar een later tijdstip.
Opmerking
- Als u meerdere functies voor Smart Grid vrijgeeft, hebben de functies voor warmwaterbereiding voorrang op de functies voor kamerverwarming.
- De gewijzigde gewenste temperaturen hebben voor de extra elektrische verwarming geen invloed. De extra elektrische verwarming wordt uitgeschakeld bij de grenzen, die zonder Smart Grid gelden. In het voorbeeld bij de normale warmwatertemperatuur 50 °C.
Gebruik van eigen stroom en van stroomoverschot uit het net (Smart Grid) zijn geactiveerd
Als het gebruik van eigen stroom en Smart Grid vrijge- geven en actief zijn, wordt de functie met de grootste temperatuurstijging of -daling gebruikt.
Veiligheidsklep
Veiligheidsinrichting die door uw CV-installateur in de koudwaterleiding moet worden gemonteerd. De veiligheidsklep opent automatisch, opdat de druk in de warmwaterboiler niet te hoog wordt.
Ook de CV-circuits en het brinecircuit hebben veiligheidskleppen.
Secundaire pomp
De secundaire pomp brengt het verwarmingswater van de warmtepomp naar de verwarmingsinstallatie, bij verwarmingsinstallaties met verwarmingswaterbuffer eerst naar de verwarmingswaterbuffer.
Zonnecircuitpomp
In combinatie met zonne-energiesystemen. De zonnecircuitpomp brengt het afgekoelde warmte-overdrachtsmedia uit de warmtewisselaar van de warmwaterboiler naar de zonnecollectoren.
Boilerlaadpomp
Circulatiepomp voor de opwarming van tapwater in de warmwaterboiler.
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Ontstane stroomkosten
Ontstane stroomkosten zijn de kosten, die voor het opwekken van elektrische stroom moeten worden uitgegeven. Hiertoe horen investerings-, kapitaal- en bedrijfskosten.
Bij eigen gebruikte stroom van de fotovoltaïsche installatie zijn dit voornamelijk de kosten voor het opstellen, financieren en verzekeren van de fotovoltaïsche installatie.
De investeringskosten voor fotovoltaïsche installaties en daarmee de ontstane stroomkosten zijn in de laatste jaren altijd verder gedaald. Bij moderne installaties bedragen de ontstane stroomkosten 10 tot 15 ct/kW (cent per kilowattuur).
Als de warmtepomp de stroom van uw fotovoltaïsche installatie kan gebruiken en u de regelstrategie "Zuinig" hebt ingesteld, worden ook de ontstane stroomkosten voor de warmtepompwerking in acht genomen. Als er voldoende stroom van de fotovoltaïsche installatie ter beschikking staat, wordt onder normale voorwaarden de werking van de warmtepomp verkozen. Bij dalende buitentemperaturen stijgt de stroombehoefte van de warmtepomp. Daarom kan rekening houdende met de ontstane stroomkosten ook de werking van de externe warmteopwekker voordeliger zijn in prijs, hoewel voldoende stroom van de fotovoltaïsche installatie ter beschikking staat.
Tapwaterfilter
Toestel dat de vaste stoffen aan het tapwater onttrekt. Het tapwaterfilter is in de koudwaterleiding gemonteerd voor de ingang naar de warmwaterboiler of het doorstroomelement.
Verdamper
De verdamper is een warmtewisselaar, die warmte-energie naar de warmtepomp overbrengt. Bij lucht/water-warmtepompen wordt de warmte-energie aan de toegevoerde lucht overgebracht, bij brine/water-warm-tepompen de warmte-energie uit de grond.
Bij lucht/water-warmtepompen kan door de afkoeling van de toegevoerde lucht water condenseren. Dat condenswater kan op de verdamper bevriezen. Om dat ijs te verwijderen, wordt de verdamper automatisch ont-dooid.
Compressor
De compressor is de centrale module van de warmtepomp. Met de compressor wordt het temperatuurniveau dat voor de verwarmingswerking wordt vereist, bereikt.
Bij vermogensgeregelde warmtepompen kan het toerental van de compressor aan het vereiste vermogen worden aangepast.
In combinatie met een fotovoltaïsche installatie kan de zelf opgewekte stroom voor de werking van de compressor worden gebruikt.
Condensor
De condensor is een warmtewisselaar, die de warmte-energie uit de warmtepomp naar de verwarmingsinstallatie overbrengt.
Aanvoertemperatuur
De aanvoertemperatuur is de temperatuur waarmee het verwarmings- of koelwater een component van de installatie binnengaat, bijv. verwarmingscircuit.
In de informatieregel in het basismenu wordt de aanvoertemperatuur weergegeven, waarmee het verwarmingswater in de installatie komt, d.w.z. de uittredetemperatuur uit de warmtepomp.
Verklaring van de begrippen (vervolg)
Warmtepompcascade
Een warmtepompcascade is een installatie met meer-dere warmtepompen.
Bij warmtepompcascades heeft elke warmtepomp een eigen regeling. De regeling en controle van de hele installatie gebeurt door de regeling van de hoofdwarmtepomp.
Weersafhankelijke stookwerking / koelwerking
Zie "Stookwerking / koelwerking".
Woningventilatie
Zie "Gecontroleerde woningventilatie".
Tijdprogramma
In de tijdprogramma's geeft u aan hoe uw verwarmingsinstallatie zich op bepaalde tijdstippen moet gedragen.
Bijv. verschillen de werkingsstatussen voor de kamerverwarming door verschillende temperatuurniveaus. De tijdstippen voor een overgang van modusstatus legt u in het tijdprogramma vast.
Werkingsstatus
De werkingsstatus geeft aan op welke manier een component van uw CV-installatie werkt.
Circulatiepomp
De circulatiepomp pompt het warme water in een ringleiding tussen warmwaterboiler en de tappunten (bijvoorbeeld kraan). Op die manier kunt u aan de tappunten heel snel warm water tappen.
Tweetrapswarmtepompen
Tweetrapswarmtepompen hebben 2 compressoren. Dat verhoogt het totale vermogen.
Beide compressoren kunnen in één warmtepompbehuizing gemonteerd zijn of in 2 behuizingen, die naast elkaar staan.
Installatie-uitrusting en functies
| Door de verwarmingsfunctie laten invullen. | ||
| Warmtepomp Vitocal | Type | |
| ▪ Lucht/water-warmtepomp | ✕ | □ |
| ▪ Lucht/water-warmtepomp met binnen- en buitenunit | ✕□ | |
| Buitenunit 230 V~ | □ | |
| Buitenunit 400 V~ | □ | |
| ▪ Brine/water-warmtepomp | □ | □ |
| ▪ Water/water-warmtepomp | □ | |
| ▪ Compacte warmtepomp | □/✕□ | □ |
| ▪ 2-traps warmtepomp | ✕/□ | □ |
| ▪ Warmtepomp met vermogensregeling | ✕□/✕ | □ |
| Warmtepompcascade | □ | |
| Installatie-uitrusting | ||
| Verwarmingscircuits | □ VC1□ VC2□ VC3 | |
| Koelcircuits | □ VC1□ VC2□ VC3 | |
| Opmerking | □ SKK | |
| Meerdere koelcircuits zijn enkel bij installaties met verwarmings-/koelwaterbuffer mogelijk.Als er meerdere koelcircuits voorhanden zijn, is een afzonderlijk koel-circuit niet mogelijk. | ||
| Boiler | ||
| ▪ Geïntegreerde warmwaterboiler | □ | |
| ▪ Afzonderlijke warmwaterboiler | ||
| Met 1 temperatuursensor, bovenaan | □ | |
| Met 2 temperatuursensoren, bovenaan en onderaan | □ | |
| Buffer | ||
| ▪ Verwarmingswaterbuffer | □ | |
| ▪ Verwarmings-/koelwaterbuffer | ✕□/✕ | □ |
| Extra elektrische verwarming | ||
| ▪ Verwarmingswater-doorstroomtoestel | □ | |
| ▪ Elektrisch verwarmingselement (in de warmwaterboiler) | □ | |
| Externe warmtegenerator, bijv. verwarmingsketel op olie/gas | □ | |
| Ventilatietoestel | ||
| ▪ Vitovent 200-C | □ | |
| ▪ Vitovent 200-W | □ | |
| ▪ Vitovent 300-C | □ | |
| ▪ Vitovent 300-F | □ | |
| ▪ Vitovent 300-W | □ | |
| Zonne-installatie voor de warmwaterbereiding | □ | |
| Zwembad | □ | |
Installatie-uitrusting en functies (vervolg)
Functions
| Actieve koeling | |
| Gebruik van eigen stroom (in combinatie met fotovoltaïsche installatie) | |
| Geluidsreductie | ⊗□/⊗ |
| Smart Grid | |
| Hybrid Pro Control | ⊗□ |
| Onafhankelijke aansturing |
Betekenis van de symbolen: zie pagina 10.
Instructies inzake afvalverwijdering
Verwijdering van de verpakking
Uw verwarmingsbedrijf zorgt voor de verwijdering van de verpakking van het Viessmann-product.
NL: Het verpakkingsafval wordt door de installateur meegenomen/afgevoerd
Definitieve buitenbedrijfstelling en verwijdering van de verwarmingsinstallatie
De producten van Viessmann kunnen gerecycleerd worden. Componenten en bedrijfsstoffen van uw verwarmingsinstallatie horen niet thuis in het huisvuil. Voor een deskundige verwijdering van uw oude installatie neemt u contact op met uw installateur.
Index
A
Aanvoertemperatuur.... 106
Aanwijzing.... 20
– Blokkering energiebedrijf....70
- Opvragen/bevestigen.... 62
- Weergave....70
Actieve koeling.... 16, 94, 109
- Verklaring.... 102
– vrijgeven/blokkeren.... 44
Actieve koelwerking
– Fabrieksinstelling.... 15
Afhankelijk van de kamertemperatuur....96
Afvoerluchtfilters
- Reinigen.... 73
Afvoerluchtklep....100
- Reinigen....73
Afwezigheid
-Kamerverwarming....15
– Woningventilatie....16
Afzonderlijk koelcircuit....98, 99
B
Badkamerschakelaar.... 12, 49
Basismenu
– Normale kamertemperatuur.... 21
- Weergaven en instellingen....20
– Werkingsprogramma....21
– Wijzigen....57
Basiswerking.... 16
Bediening geblokkeerd....71
Bedieningselementen....18, 66
Bedieningsgedeelte....18
Bedieningsinstructies.... 19
Bedieningsniveaus.... 19
Bedieningssystematiek.... 22
Bedieningsverloop....22
Bedrijfsdagboek.... 60
Bedrijfsuren.... 60
beëindigen
– Spaarwerking verwarmen.... 37
Beëindigen
- intensieve werking....49
- Partywerking.... 36
– Spaarwerking ventilatie.... 50
– Warmwaterbereiding.... 42
Behuizing reinigen....73
Beknopte handleiding....19
Bevestigen van meldingen.... 62
Blokkeertijd....70
Blokkeren
-Actieve koeling....44
– Extra elektrische verwarming.... 43
Blokkering energiebedrijf
-Melding....70
- Verklaring.... 96
Boiler 72
Boilerlaadpomp.... 105
Brandstofprijs.... 54
Brijntemperatuur....60
Brine/water-warmtepomp.... 12
Broeikaspotentieel....86
– Tijdprogramma.... 31
– Werkingsstatus....32
Buitenbedrijfstelling.... 67
Buitenluchtfilter....82
Buitenluchtfilters
- Reinigen.... 73
Buitenluchttemperatuur.... 48
Buitentemperatuurgrenzen....14
Bypass.... 47, 100, 103
C
Circulatiepomp.... 107
– Fabrieksinstelling.... 15, 41
- Periodes.... 41
– Tijdprogramma.... 41
– Werkingsstatus ....41
Comfort (tips).... 16
Comfortfunctie intensieve werking.... 49
Comforttemperatuur.... 16
Compressor....106
Contrast instellen.... 56
Cursortoets....19
CV-pomp....99
D
Dagtemperatuur.... 21
Datum/tijd
– Fabrieksinstelling.... 15
- Instellen....57
Display
- contrast instellen.... 56
– Helderheid instellen....56
Duur estrikdroging....61
E
Eerste inbedrijfstelling.... 14
Elektrisch verwarmingselement.... 95, 108
Elektrisch voorverwarmregister....101
Energiebalans.... 59
– Fotovoltaïsch systeem.... 60
-Koelen....60
- Verwarmen.... 60
– Warm water....60
energiebedrijf....70
Energie besparen (tips)....15
Energieprijzen.... 54
Energiespaarfunctie
– Bij korte afwezigheid.... 36
– Bij lange afwezigheid.... 37
– Spaarwerking ventilatie.... 50
– Spaarwerking verwarmen.... 36
– Vakantieprogramma.... 37, 50
Index (vervolg)
Enthalpiewarmtewisselaar.... 96
Estrikdroging.... 25, 61
Externe besturing.... 65
Externe bijschakeling.... 26, 70
Externe warmtegenerator....108
Extern programma.... 26, 71
Extra elektrische verwarming.... 16, 108
– Fabrieksinstelling.... 15
-Kamerverwarming....43
- Periodes.... 43
– Symbool.... 19
– Tijdprogramma.... 43
- Verklaring.... 95
– Voor kamerverwarming.... 43
– Warmwaterbereiding.... 43
– Werkingsstatus....43
– Kamertemperatuur.... 21
– Werkingsprogramma....21
Filter....71
– Afvoerluchtkleppen....84
- Reinigen....78
- Reinigen, Vitovent 200-W....78
- Reinigen, Vitovent 300-C....80
– Reinigen, Vitovent 300-W....83
-tapwater....106
-Tapwater....72
– Ventilatietoestel.... 75
– Ventilatietoestel Vitovent 200-C....75
– Ventilatietoestel Vitovent 200-W....77
– Ventilatietoestel Vitovent 300-C....79
– Ventilatietoestel Vitovent 300-F......81
– Ventilatietoestel Vitovent 300-W....82
– Vervangen, Vitovent 200-C...... 76, 77
– Vervangen, Vitovent 200-W....78
– Vervangen, Vitovent 300-C....80
– Vervangen, Vitovent 300-F......82
– Vervangen, Vitovent 300-W....83
Filterbox....80
Filters
- Keukenafvoerluchtklep....74
- Reinigen.... 73
- Vervangen.... 73
Fotovoltaïsche installatie....16, 52, 106
Functies....108, 109
G
Gasaanbieder....54
Gebruik....10
Gebruik eigen stroom....52
Gebruik van eigen stroom.... 109
– Energie besparen....16
Gecontroleerde woningventilatie....100
-Inschakelen 46
Geen warm water....69
Geluiddempende werking.... 16
- Periodes.... 45
– Tijdprogramma.... 45
- Verklaring.... 96
– Werkingsstatus....45
Geluidsniveau.... 16
Gereduceerde kamertemperatuur....29, 103
Gereduceerde stookwering
- Verklaring.... 96
Gewenst verwarmings-/koelcircuit.... 20
Inbedrijfstelling.... 14
Inclinatie
-Koellijn....33
- Stooklijn....33
Indicatie
– Warmtemanagement E8....70
Indicatie-elementen....66
Indicatie filtervervanging.... 85
Informatie
- Bedrijfsdagboek.... 60
- Opvragen.... 59
Informatieregel.... 20
Ingebruikneming....67
Inschakelen
– Extra elektrische verwarming.... 43
– Ventilatie....46
Installatieruimte.... 13
Installatie-uitrusting.... 108
Installatie-uitvoering
- Externe besturing.... 65
- Verklaring.... 94
– Warmwaterbereiding.... 65
instellen
- Inschakeloptimalisering....40
– Kamertemperatuur ventilatie.... 47
Index (vervolg)
Instellen
-Actieve koeling.... 44
- Contrast....56
– Datum/Tijd....57
– Extra elektrische verwarming.... 43
– Favoriet verwarmings-/koelcircuit....57
– Geluiddempende werking.... 45
– Helderheid....56
- Intensieve werking.... 49
– Naam van de verwarmingscircuits.... 56
– Spaarwerking ventilatie.... 50
– Spaarwerking verwarmen.... 36
- Stooklijn/koellijn....33
-Taal....57
– Temperatuureenheid.... 57
– Tijdprogramma buffer.... 31
– Tijdprogramma circulatiepomp......41
– Tijdprogramma ventilatie....48
– Tijdprogramma verwarmen/koelen......30
– Tijdprogramma warm water....39
– Uitschakeloptimalisering.... 41
– Vakantieprogramma.... 50
– Warmwatertemperatuur....39
– Werkingsprogramma ventilatie....47
– Werkingsprogramma verwarmen/koelen...... 29
– Werkingsprogramma warm water.... 39
Intensieve werking
- Beëindigen.... 49
- Instellen....49
K
Kamers
- Te koud....68
-Te warm....69
Kamertemperatuur.... 15, 16
– Fabrieksinstelling.... 15
– Favoriet verwarmings-/koelcircuit......21
– Gereduceerde.... 103
- Instellen, gereduceerde....29
- Instellen, normale....29
-Normale....103
– Tijdelijk aanpassen....35
– Ventilatie....47
– Voor gereduceerde verwarming.... 29
– Voor normale verwarming.... 29
Kamerverwarming
– Met extra elektrische verwarming.... 43
- Symbool.... 19
Kamerverwarming/kamerkoeling
- Comfort.... 16
– Energie besparen....15
– Fabrieksinstelling.... 15
-Kamertemperatuur....29
- Periodes.... 30
– Tijdprogramma.... 30
– Uitschakelen....34
– Werkingsprogramma....24, 29
Keukenafvoerluchtklep....74
Koelcircuit
- Benoemen....56
– Informatie.... 59
– Symbolen.... 19
- Verklaring.... 98
Koelen
- Comfort.... 16
– Energie besparen....15
– Fabrieksinstelling.... 15
– Werkingsstatus....30
Koelfunctie.... 44, 102
Koeling.... 16
Koellijn/stooklijn....97
Koelmiddel.... 86
Koelwerking....103
- Verklaring.... 96
Kooldioxideconcentratie.... 101
Korte handleiding.... 18
Koude kamers.... 68
Kyoto-protocol....86
L
Leidingsysteem.... 100
Lucht/water-warmtepomp....11
– Geluiddempende werking.... 16
- Met gescheiden binnen-/buitenunit.... 11
Luchtafvoerfilter....82
Luchtdebiet....100
Luchtuitwisseling.... 13
Luchtvochtigheid.... 101
M
Manuele bediening (handmatige werking)...... 64
Max. aanvoertemperatuur koelen.... 33
Max. aanvoertemperatuur verwarmen.... 30
Max. Aanvoertemperatuur verwarmen....32
Melding
– Aanwijzing/waarschuwing/storing.... 62
- Blokkering energiebedrijf....70
– E8 Warmtemanagement.... 70
– Symbolen.... 20
Mengklep....103
Menu
-Basismenu....20
- Help....19
- Structuur....86
– Uitgebreid menu....21
Menutaal instellen.... 57
Min. aanvoertemperatuur koelen.... 30
N
Naam van de verwarmingscircuits.... 56
Netschakelaar.... 67
Netspanning.... 67
Niveau
-Koellijn....33
- Stooklijn....33
Normale kamertemperatuur.... 29, 103
– Favoriet verwarmings-/koelcircuit......21
Normale warmwatertemperatuur....39
0
Olieprijs.... 54
Omgevingstemperaturen....13
Onderhoud....72
- Verwarmingsinstallatie.... 72
– Warmwaterboiler....72
Onderhoudscontract....72
Onderhoudsindicatie filter.... 85
Onevenwicht.... 94
Ontdooifuncties.... 101
Ontstane stroomkosten.... 54, 106
Opmerking
– Oproepen.... 63
Opvraging
– Aanwijzing, waarschuwing, storingsmelding...... 62
- Bedrijfsdagboek.... 60
– Estrikdroging.... 61
– Werkingstoestanden, temperaturen, Informatie..... 59
Opwarming toevoerlucht.... 13
P
Partywerking.... 16
- Beëindigen.... 36
– Symbool.... 19
Passiefhuis....12, 13, 101
Passief huis....71
Periodes....27
- Buffer....31
– Circulatiepomp.... 41
– Extra elektrische verwarming.... 43
– Geluiddempende werking.... 45
– Kamerverwarming/kamerkoeling......30
– Ventilatie....48
– Warmwaterbereiding.... 39
Periode wissen....28
Pomp
- Boilerverwarming.... 105
– circulatie.... 107
- CV-circuit....99
- Secundair circuit....105
-zonnecircuit....105
Primaire energiefactor....54
Productinformatie.... 11
R
Regeling openen.... 18
Regelstrategie.... 15, 54, 103
- Gebruik eigen stroom....52
Reiniging
- Bedieningseenheid....72
- Behuizing....73
- Brine/water-warmtepompen.... 72
- Filters....73
- Keukenafvoerluchtklep....74
– Lucht/water-warmtepompen met kunststof oppervlak....72
- Toevoerlucht-/afvoerluchtkleppen.... 73
- Verwarmingsinstallatie.... 72
– Woningventilatiesysteem.... 73
Reset....58
Resterende duur estrikdroging....61
Retourtemperatuur.... 104
S
Screensaver.... 19, 22
Secundaire pomp.... 105
Soorten toestellen.... 10
Spaarwerking.... 15, 16
- Beëindigen, ventilatie.... 50
- Beëindigen, verwarmen.... 37
– Symbool.... 19
– Ventilatie....50
- Verwarmen.... 36
Specialeinstallatie-uitvoeringen....65
Stofafzettingen..... 47, 73, 74, 75, 77, 79, 81, 82, 84, 85
Stooklijn....15, 16
– Inclinatie /niveau.... 33
- Instellen....33
– Wijzigen....33
Stooklijn/koellijn....97
– Normale kamertemperatuur.... 21
- Opvragen.... 59
– Ventilatie....47
– Warm water....39
Temperatuureenheid.... 57
Temperatuurgrenzen
- Brine/water-warmtepompen.... 14
– Circulatiepomp.... 41
– Extra elektrische verwarming.... 43
– Geluiddempende werking.... 45
- Instellen....26, 28
– Kamerverwarming/kamerkoeling......30
– Ventilatie....48
- Verwarmings-/koelcircuits.... 16
– Warmwaterbereiding.... 39
Tijdprogramma warmwaterbereiding
– Warm water....16
Tips
- Comfort.... 16
– Energie besparen....15
Toestand bij levering.... 15
Toetsen....19
Toevoerluchtklep.... 100
- Reinigen....73
Toevoerluchtverwarming.... 46, 101
U
Uitgebreid menu....21
Uitschakelen
- Actieve koeling.... 44
– Extra elektrische verwarming.... 43
– Geluiddempende werking.... 45
- Intensieve werking.... 49
– Kamerverwarming/kamerkoeling....34
- Partywerking.... 36
– Spaarwerking ventilatie.... 50
– Spaarwerking verwarmen.... 37
– Vakantieprogramma.... 38, 51
– Ventilatie....46
– Warmtepomp....67
– Warmwaterbereiding.... 42
Uitschakeloptimalisering.... 16, 40, 41
Uitschakelwerking.... 15
– Kamerverwarming/kamerkoeling, warm water...... 67
– Kamerverwarming/kamerkoeling uitschakelen......34
– Warmwaterbereiding uitschakelen.... 42
- werkingsprogramma....25
– Werkingsprogramma....25
V
Vakantie.... 15, 37
– Ventilatie....16
Vakantieprogramma.... 15, 16, 26
– Afbreken/wissen....38, 51
-Inschakelen 37,50
– Wijzigen....38, 51
Veiligheidsklep.... 105
Ventilatie....100
- Comfort.... 17
– Energie besparen....16
– Fabrieksinstelling.... 15
– Informatie.... 59
-Inschakelen 46
– Kamertemperatuur...... 47
- Met warmterecuperatie.... 100
- Minimumtemperatuur instellen.... 48
- Periodes.... 48
- Reinigen.... 73
- Symbolen.... 20
– Tijdprogramma.... 48
– Werkingsprincipe....100
- werkingsprogramma....25
– Werkingsprogramma Instellen.... 47
– Werkingsstatus....48
– Zonder warmterecuperatie.... 47, 100
Ventilatieniveau
– Tijdelijk verhogen.... 49
Ventilatietoestel.... 12, 13, 100, 101, 108
- Openen....78, 81, 82
Ventilatietrap.... 101
Ventilatieverwarmingscircuit....13, 46, 101
Verhoogde warmwatertemperatuur....39
Verklaring van de begrippen.... 93
Verwarmen
- Comfort.... 16
– Energie besparen....15
– Fabrieksinstelling.... 15
– Werkingsstatus....30
Verwarming
– Gereduceerde.... 29
-Normale....29
Verwarmings-/koelcircuit.... 99
Verwarmings-/koelwaterbuffer....31, 108
Verwarmingscircuit.... 99
- Benoemen....56
– Informatie.... 59
– Symbolen.... 19
- Verklaring.... 98
Verwarmingsgedrag wijzigen.... 33
Verwarmingsinstallatie
– Onderhouden....72
- Reinigen....72
Verwarmingswaterbuffer.... 31, 99, 108
Verwarmingswater-doorstroomtoestel....95, 108
– Voor kamerverwarming.... 43
– Voor warmwaterbereiding.... 43
Vitovent 200-C....12
- Filter vervangen.... 75
Index (vervolg)
Vitovent 200-W....13
- Filter vervangen.... 77
Vitovent 300-C....13
- Filter vervangen.... 79
Vitovent 300-F....13
- Filter vervangen.... 81
Vitovent 300-W....13
- Filter vervangen.... 82
Vloerverwarming.... 96
Voorinstelling....15
Vorstbeschermingsfuncties.... 101
Vrijgave
-Actieve koeling.... 44
– Extra elektrische verwarming.... 43
W
Waarschuwing....20
- Oproepen.... 63
- Opvragen/bevestigen 62
- Weergave....70
Warmtemanagement....54
Warmtemanagement E8....70
Warmtepomp
-Inschakelen 67
– Symbool.... 19
– Uitschakelen....67
Warmtepompregeling
-Bedienen....18
- Openen.... 18
Warmtepompregeling bedienen.... 18
Warmtepomptypes.... 11
warmterecuperatie.... 100
Warmterecuperatie....100
Warmtewisselaar....101
Warmwaterbereiding
– Buiten het tijdprogramma.... 41
- Comfort.... 16
– Eenmalig.... 16
– Energie besparen....15
– Fabrieksinstelling.... 15
– Informatie.... 59
– Met extra elektrische verwarming.... 43
- Periodes.... 39
– Tijdprogramma.... 39
– Uitschakelen....42
– Werkingsprogramma....24, 39
– Werkingsstatus ....40
Warmwaterboiler.... 108
Warmwatertemperatuur
- Instellen....39
-Normale....39
- Verhoogde ....39
Water
- Te heet.... 70
– te koud....69
Water/water-warmtepomp.... 12
Weekdeel.... 27
Weergave
-Aanwijzing....70
- Bediening geblokkeerd....71
– Blokkering energiebedrijf....70
- Filter controlleren.... 71
- Storing....70
– Waarschuwing....70
Weersafhankelijke stookwerking/koelwerking......97
Werkingsmodus
- verklaring....94
Werkingsprincipe van het ventilatietoestel.... 100
Werkingsprogramma....20
-Bijzondere....25
– Favoriet verwarmings-/koelcircuit......21
- Functies....24
- Instellen, uitschakelwerking verwarmen/koelen..... 67
- Instellen, ventilatie....47
- Instellen, verwarmen/koelen.... 29
- Instellen, warm water.... 39
– symbolen....24
- ventilatie.... 25
- Verklaring.... 94
- Verwarmen/koelen, warm water....24
– Circulatiepomp.... 41
– Extra elektrische verwarming.... 43
– Geluiddempende werking.... 45
– Ventilatie....48
- Verwarmen/koelen.... 30
– Warmwaterbereiding.... 40
Werkingstoestanden opvragen.... 59
Werkwijze....54
Winter-/zomertijdomschakeling.... 15
Woningventilatie....17, 46
– Energie besparen....16
– Symbolen.... 20
Woningventilatiesysteem.... 12, 100
Woordenlijst....93
Z
Zomer-/wintertijdomschakeling.... 15
Zonnecircuitpomp....19, 105
Zonne-energie
– Informatie.... 59
Zonne-energieopbrengst....59
Zonne-installatie....108
Zwembad.... 108
Uw contactpersoon
Voor vragen, onderhoud of reparatie van uw installatie neemt u contact op met uw installateur. Installateurs in uw buurt vindt u bijv. op het internet op www.viessmann.nl

Viessmann Nederland B.V.
Postbus 322
2900 AH Capelle a/d IJssel
Tel.: 010-458 44 44
Fax:010-458 70 72
e-mail: info-nl@viessmann.com
www.viessmann.com








