Livigno Limited - Fiets Sensa - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Livigno Limited Sensa in PDF-formaat.
| Type product | Fiets |
| Merk | Sensa |
| Model | Livigno Limited |
| Categorie | Stadsfiets |
| Framemateriaal | Aluminium |
| Wielmaat | 28 inch |
| Aantal versnellingen | 21 versnellingen |
| Remsysteem | Schijfremmen |
| Zadel | Comfortabel zadel met vering |
| Gewicht | Ongeveer 15 kg |
| Maximaal belastbaar gewicht | 120 kg |
| Verlichting | Voor- en achterlicht inbegrepen |
| Onderhoud | Regelmatig smeren van ketting, controleren van bandenspanning en remmen |
| Veiligheidsvoorzieningen | Reflectoren, fietsbel, spatborden |
| Garantie | 2 jaar op materiaal- en productiefouten |
| Inclusief accessoires | Standaard, slot, gereedschapsset |
Veelgestelde vragen - Livigno Limited Sensa
Gebruikersvragen over Livigno Limited Sensa
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Livigno Limited - Sensa en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Livigno Limited van het merk Sensa.
GEBRUIKSAANWIJZING Livigno Limited Sensa
Gebruiksaanwijzing EN ISO 4210-2
Mountainbike / Crossfiets


Lees voor de eerste rit de pagina's 4 tot 11!
Voer voor iedere rit de functietest op pagina 12 en 13 uit!
Uw fiets en deze handleiding voldoen aan de eisen van de EN ISO-standaard 4210-2.
Oplage 4, februari 2018


BESCHRIJVING ONDERDELEN
| Frame: | Verende vork: | 1 Zadel | 8 Achterderailleur | 14 Remhendel | 20 Wiel: |
| a Bovenbuis | i Vorkkop | 2 Zadelpen | 9 Ketting | 15 Schakelhendel | 21 Snelspanner/steekas |
| b Onderbuis | ii Binnenpoot | 3 Zadelpenklem | 10 Kettingblad | 16 Stuur | |
| c Zitbuis | iii Buitenpoot | 4 Rem achter | 11 Crank | 17 Balhoofd | 22 Spaak |
| d Liggende achtervork | iv Uitvalpad | 5 Remschijf | 12 Stuur: | 18 Rem voor | 23 Velg |
| e Staande achtervork | 6 Tandkrans | 13 Afstandsbedienings-hendel in hoogte | 19 Remschijf | 24 Band | |
| f Balhoofdbuis | 7 Voorderailleur | 25 Naaf |
1
SENSA

TIPS VOOR DE SENSA-HANDLEIDING
De afbeeldingen (a-d) tonen typische SENSA-mountainbikes – deze types komen ongeveer overeen met de door u gekochte SENSA-fiets. Er bestaan inmiddels erg veel fietstypes, telkens speciaal geconstrueerd voor een bepaald doel en dus voorzien van een daarvoor bestemde uitrusting.
Let vooral op de volgende symbolen:
Gevaar

Dit symbool wijst op mogelijke gevaren voor uw leven en uw gezondheid wanneer u zich niet houdt aan de vereiste handelingen of wanneer de betreffende voorzorgsmaatregelen niet worden getroffen.
Pas op

Dit symbool waarschuwt u voor verkeerde handelingen die materiële schade of schade aan het milieu kunnen berokkenen.
Opmerking

Dit symbool staat bij informatie over de juiste hantering van het product of bij een hoofdstuk in de SENSA-gebruiksaanwijzing dat uw bijzondere aandacht vergt.
In de SENSA-gebruiksaanwijzing worden bovenstaande mogelijke gevolgen niet telkens herhaald als een van die symbolen opduikt.
Dit is geen handleiding om een SENSA-fiets te repareren, uit diverse onderdelen te monteren of om halfgemonteerde SENSA-fietsen volledig in orde, m.a.w. startklaar te maken.
Voor andere fietsen die niet overeenkomen met het hier getoonde resp. het aangeduide type, geldt deze SENSA-gebruiksaanwijzing niet.
Wijzigingen van technische details in tekst of van foto's van deze SENSA-handleiding zijn voorbehouden.
Deze SENSA-handleiding is in overeenstemming met de eisen van de EN-ISO-standaard 4210-2.
Neem ook de bijgevoegde handleidingen van de onderdelenleveranciers in acht. Deze SENSA-gebruiksaanwijzing valt onder de Europese wetgeving. Wordt de SENSA-fiets geleverd aan iemand in een land buiten Europa, dan moet de fabrikant eventueel aanvullende handleidingen verstrekken.
a

ALGEMENE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 4
DOELMATIG GEBRUIK 6
VOOR DE EERSTE RIT 10
VOOR IEDERE RIT 12
NA EEN VAL....14
GEBRUIK VAN SNELSPANNERS EN STEEKASSEN 16
Snelspanners 16
Werkwijze voor een veilige bevestiging van een onderdeel met een snelspanner .... 17
Steekassen 18
Steekassen op de verende vork 18
RockShox Maxle- en Maxle-Lite-steekassysteem 15 resp. 20 mm....18 Fox E-Thru 15 mm....19 SR SUNTOUR Q-LOC2....20
Steekassen op de achtervork 21
SENSA-FIETS AANPASSEN AAN DE FIETSER 23
Instellen van de juiste zithoogte 24
Instellen van de stuurhoogte 26
Stuurpennen voor systemen zonder schroefdraad, zogenaamde Aheadset®-systemen 27
Helling van stuur, bar-ends en remgrepen veranderen 28
Greepbreedte van de remhendels instellen 30
Afstand tussen stuur en zadel corrigeren en helling van zadel instellen 31
Zadel verschuiven en horizontaal positioneren.... 32
Zadelpen met geïntegreerd klemmechanisme met één of twee parallelle bouten....32 Zadelpen met geïntegreerd klemmechanisme met twee achter elkaar liggende bouten....33
CARBON - BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 34
REMINSTALLATIE 36
Algemene tips voor remmen 36
Velgremmen 38
V-brakes en Cantilever-remmen....38 Werking en slijtage....38 Controle van functionaliteit....38 Synchronisatie en bijstelling....39
Schijfremmen 40 Werking en slijtage 40
Hydraulische schijfremmen....41 Controle van functionaliteit....41 Slijtage en onderhoud....41
Mechanische schijfremmen....42 Controle van functionaliteit....42 Slijtage en onderhoud....42
VERSNELLING 43
Kettingversnelling 43
Manier van werken en bediening....43 Controleren en bijstellen....45 Achterderailleur instellen....46 Eindaanslagen instellen....46 Voorderailleur instellen....47
KETTING - ONDERHOUD EN SLIJTAGE 48
IN HOOGTE VERSTELBARE ZADELPENNEN 49
WIELEN EN BANDEN 50
Buitenbanden, binnenbanden, velglint, bandenspanning .... 50 Ventielen.... 51 Zuivere uitgelijnde loop van de velgen en spaakspanning .... 53
BANDENPECH 54
Demontage van wiel 54
Draad- en vouwbanden 55
Demontage van buitenband....55
Montage van buitenband 56
Montage van wiel 58
STUURLAGER/BALHOOFD 59
Controleren en bijstellen....59
Stuurlager zonder schroefdraad - Aheadset ^ 60
VERING 61
Glossarium....61
VERENDE VORKEN 63
Instellen van de hardheid van de veren 63
Instellen van de demping....64
Lockout 66
Onderhoud 67
ACHTERVERING 68
Bijzonderheden van de zitpositie 68
Instellen van de hardheid van de veren 68
Instellen van de demping 69
Lockout 70
Onderhoud 71
WETENSWAARDIGHEDEN OVER DE SENSA-FIETS 73
Fietshelm en bril....73
Kleding....73
Pedalen en schoenen....73
Toebehoren 75
Sloten 75
Pechset 75
BAGAGE TRANSPORTEREN 76
Bagage transporteren met een ongeveerd frame 76
KINDEREN MEENEMEN 77
Kinderzitjes 77
Kinderaanhangers....77
Trekinrichting kinderfiets/aanhangsystemen 77
TRANSPORT VAN DE SENSA-FIETS 78
Met de auto 78
Met het openbaar vervoer 79
ALGEMENE ONDERHOUDSTIPS EN SERVICEBEURTEN....80
Onderhoud en servicebeurten 80
SENSA-fiets wassen en onderhouden 81
Stallen resp. opslaan van de SENSA-fiets 86
SERVICE- EN ONDERHOUDSINTERVALLEN 82
AANBEVOLEN AANDRAAIMOMENTEN 84
Aanbevolen aandraaimomenten voor schijfremmen 85
WETTELIJKE EISEN VOOR DEELNAME AAN HET WEGVERKEER.... 87
AANSPRAKELIJKHEID VOOR VERBORGEN GEBREKEN
EN GARANTIE 88
Tips over slijtage 88
INSPECTIE-INTERVALLEN - STEMPELVELDEN 89
EXTRA BIJLAGE *ALGEMEEN* 94
EXTRA BIJLAGE *CARBON SPECIFIEK* 95
INTERSENS BIKES & PARTS B.V. - GARANTIE SENSA 96
FIETSPAS 97
OVERDRACHTPROTOCOL 98
Oplage 15.3, februari 2018
© Nadruk, vertaling en verveelvoudiging of ander economisch gebruik, ook gedeeltelijk en ook via elektronische media, is zonder schriftelijke toestemming vooraf van Zedler – Institut für Fahrradtechnik und -Sicherheit GmbH niet toegestaan.
ALGEMENE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
Geachte klant
U hebt een SENSA-fiets (a) van hoogstaande kwaliteit gekocht. Uw nieuwe SENSA-fiets is vervaardigd met zorgvuldig geconstrueerde en afgewerkte onderdelen, gebaseerd op een grondige knowhow. Uw SENSA-dealer heeft de SENSA-fiets afgemonteerd en gecontroleerd of alles terdege functioneert. Zo kunt u met een veilig gevoel vertrekken en met veel plezier op de pedalen trappen.
In deze SENSA-handleiding hebben we de belangrijkste informatie over uw nieuwe SENSA-fiets samengevat. U vindt er veel tips over de manier waarop u met uw SENSA-fiets moet omgaan, maar ook wetenswaardigheden over fietstechniek, onderhoud en verzorging. Lees deze SENSA-handleiding zorgvuldig door. Het loont de moeite ook al fietst u al uw hele leven lang. Zeker met betrekking tot fietstechniek heeft de tijd niet stilgestaan en hebben er grote veranderingen plaatsgevonden (b). Voordat u voor het eerst van start gaat met uw nieuwe SENSA-mountainbike, moet u ten minste de hoofdstukken "Doelmatig gebruik" en "Voor de EERSTE rit" doorlezen.
Om bij het fietsen altijd evenveel plezier te beleven, raden wij u aan om voor iedere rit ten minste de kleine veiligheidscontrole uit te voeren, zoals beschreven in het hoofdstuk "Voor IEDERE rit" om de werking van uw SENSA-fiets te testen.
Zelfs de meest uitgebreide handleiding kan onmogelijk iedere denkbare combinatie van beschikbare fietsen en onderdelen omvatten. Daarom concentreren wij ons hier op uw nieuwe SENSA-fiets en op de gebruikelijke onderdelen ervan. De SENSA-handleiding verstrekt de meest belangrijke tips en waarschuwt voor mogelijke gevaren.
Als u de uitgebreid beschreven onderhouds- en instellingswerkzaamheden (c) uitvoert, vergeet dan niet dat de handleidingen en tips uitsluitend gelden voor deze SENSA-mountainbike.
Pas de tips niet zonder meer toe op andere fietsen. Door de grote hoeveelheid uitvoeringen en verschillende modellen zijn de beschreven werkzaamheden mogelijk niet volledig. Besteed daarom ook altijd aandacht aan de instructies van de leveranciers van onze onderdelen (d), die uw SENSA-dealer u heeft gegeven.
Houd er rekening mee dat de aanwijzingen afhankelijk van ervaring en/of technische bedrevenheid van de persoon die de werkzaamheden uitvoert mogelijk niet uitgebreid genoeg zijn. Sommige werkzaamheden vereisen bijkomend (speciaal) gereedschap of extra instructies. Deze SENSA-handleiding maakt van u geen volleerde fietsmonteur.

Maar voordat u vertrekt nog enkele puntjes die ons als fietsers na aan het hart liggen. Rijd nooit zonder fietshelm en bril (e). Draag altijd geschikte en opvallend gekleurde fietskleding zoals een nauwsluitende broek en schoenen (f), die bij het gemonteerde type pedalen passen.
Fietsen leer je niet uit deze SENSA-handleiding. Verlies niet uit het oog dat er zekere risico's verbonden zijn aan het fietsen en dat de fietser zijn rijwiel dus altijd onder controle moet hebben.
Zoals in iedere andere tak van sport, kunt u ook bij fietsen blessures oplopen. Als u op uw SENSA-fiets stapt, moet u zich van dat gevaar bewust zijn en dat aanvaarden. Bedenk ook altijd dat u op een SENSA-fiets niet over de veiligheidsinrichtingen van een motorvoertuig beschikt zoals carrosserie, ABS of airbag. Rij dus altijd voorzichtig en respecteer de andere weggebruikers.
Fiets nooit onder de invloed van medicijnen, drugs of alcohol of wanneer u moe bent. Neem nooit een passagier mee op uw SENSA-fiets en houd beide handen altijd op het stuur.
Let op de wettelijke regelingen voor het gebruik van fietsen buiten het wegennet (g). Deze regels verschillen per land. Respecteer de natuur bij uw tochten door bossen en velden. SENSA-fiets uitsluitend op verharde en bewegwijzerde wegen.
Eerst willen wij u vertrouwd maken met de onderdelen van uw SENSA-fiets. Klap daartoe de voorste omslag van de SENSA-gebruiks-aanwijzing uit (h). Hier zijn als voorbeeld een SENSA-fiets afgebeeld waarvan alle noodzakelijke onderdelen zijn beschreven. Houd tijdens het lezen de omslag uitgeklapt. Zo kunt u de in de tekst genoemde onderdelen snel terugvinden.

Verg nooit te veel van uzelf, uw veiligheid staat voorop. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Let op: Als u op de fiets zit, mag zich niet vastklampen aan rijdende voertuigen. Hij mag niet met losse handen rijden. U mag alleen uw voeten van de pedalen nemen, als de toestand van de weg dat vereist.
e

Let op dat ieder soort fiets resp. ieder fietstype, in de volgende categorie genoemd, voor een specifiek gebruiksdoel is gebouwd. Gebruik uw SENSA-fiets alleen voor het voorgeschreven gebruiksdoel, anders bestaat het gevaar dat de SENSA-fiets niet is opgewassen tegen de belasting en het zal begeven, wat tot onvoorziene ongelukken kan leiden. Bij een onjuist gebruik vervalt bovendien de garantie.
Vraag uw SENSA-dealer om een bevestiging tot welke categorie uw SENSA-fiets behoort. Raadpleeg hiervoor uw fietspas.
Het maximaal toegelaten gewicht vindt u in de fietspas (a). Het toegestane maximale gewicht kan onder bepaalde omstandigheden door de gebruiksaanbeveling van de fabrikant van de componenten verder worden ingeperkt.
Categorie 5: Crossfietsen
Over het algemeen zijn dit SENSA-fietsen met 28"/622 mm-wielen met smalle banden. De bandenbreedte bedraagt 28 tot maximaal 42 mm.
SENSA-crossfietsen (b) zijn bestemd voor gebruik op een verharde ondergrond, d.w.z. voor geasfalteerde wegen en fietspaden of landweggetjes met een oppervlak van fijn steenslag, waarbij de wielen permanent in contact met de ondergrond blijven. Bovendien zijn ze geschikt voor verharde veld- en bospaden met oppervlak van fijn puin en off-roadpistes met een lichte helling waarop de banden door de kleine treden korte tijd het contact met de ondergrond verliezen.
Ze zijn niet geschikt voor gebruik als mountainbike vooral voor all-mountain, enduro, downhill (DH), freeride, dual slalom, downhill/freeride-parks, jumps, drops etc. en voor gebruik in bikeparks enz.
SENSA-crossfietsen zijn op basis van zijn concept en uitvoering niet geschikt voor gebruik op de openbare weg. Voor gebruik op de openbare weg moeten de hiervoor voorgeschreven inrichtingen aanwezig zijn. Neem de wettelijke eisen voor deelname aan het openbare wegverkeer in acht. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Wettelijke eisen voor deelname aan het wegverkeer".

SENSA-fietsen van de categorie 5 zijn niet geschikt voor gebruik off-road, sprongen (c), slides, het afrijden van trappen, stoppies, wheelies (d), tricks etc.!

De "mountainbike" als zodanig bestaat niet meer. Voor de specifieke bestemmingen zijn er vele types ontwikkeld. Gebruik uw SENSA-fiets alleen binnen de beoogde gebruiksgebieden. Neem de wettelijke eisen voor deelname aan het openbare wegverkeer in acht.
SENSA-mountainbikes zijn op basis van zijn concept en uitvoering niet geschikt voor gebruik op de openbare weg. Voor gebruik op de openbare weg moeten de hiervoor voorgeschreven inrichtingen aanwezig zijn. Neem de wettelijke eisen voor deelname aan het openbare wegverkeer in acht. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Wettelijke eisen voor deelname aan het wegverkeer".
Vraag uw SENSA-dealer om een bevestiging tot welke categorie uw SENSA-fiets behoort. Raadpleeg hiervoor uw fietspas.
Categorie 6: Crosscountry-, marathon- en tour-mountainbikes
Over het algemeen zijn dit SENSA-MTB-Hardtails en volledig geveerde SENSA-bikes met korte veerweg (100-120 mm).
SENSA-crosscountry- (e), -marathon- en -tour-mountainbikes zijn geschikt voor gebruik off-road, maar niet voor rotsachtig terrein, tricks, afrijden van trappen etc., training en wedstrijden in de categorieën freeride, dirt, downhill.
Zij mogen op de ondergronden van de fietsen uit de categorieën 5 worden gebruikt en zijn daarnaast geschikt voor ruw en onverhard terrein. (f). Ook sporadische sprongen tot 0,5 m hoogte vallen in het gebruiksgebied van deze SENSA-fietsen.
Juist bij sprongen kunnen ongeoefende fietsers echter verkeerd neerkomen, waardoor de inwerkende krachten significant verhoogd worden wat tot schade en lichamelijk letsel kan leiden. Wij adviseren om deel te nemen aan een cursus rijtechniek. Laat uw SENSA-fiets evt. vaker dan volgens het onderhoudsschema door uw SENSA-dealer controleren.

SENSA-fietsen van de categorie 6 zijn niet geschikt voor rotsachtig terrein, hoge en verre sprongen, slides, het afrijden van trappen, stoppies, wheelies, tricks etc.!
Categorie 7: Enduro- en all-mountainbikes
Over het algemeen zijn dit volledig geveerde SENSA-bikes met gemiddelde veerweg (130-160 mm).
SENSA-enduro- (g) en -all-mountainbikes (h) zijn voor off-road-gebruik (Alpencross enz.) geconstrueerd. Deze mogen op ondergronden voor fietsen uit de categorieën 5 en 6 worden toegepast.
e

Bovendien zijn SENSA-bikes van deze categorie geschikt voor zeer ruw en gedeeltelijk rotsachtig terrein met steile hellingen en daar-mee verbonden hogere snelheden. Regelmatige sprongen tot 1 m hoogte door geoefende fietsers leveren geen probleem op voor deze SENSA-bikes (a).
SENSA-bikes van deze categorie zijn niet voorzien voor regelmatig en permanent gebruik in bikeparks. Zij zijn ook niet geschikt voor tricks, hoge sprongen etc., training en wedstrijden van de categorie- en freeride, dirt en downhill.

SENSA-bikes van categorie 7 moeten op grond van sterke belastingen na iedere rit op mogelijke schade worden gecontroleerd. Minsten 2 inspecties per jaar bij uw SENSA-dealer zijn verplicht.
Categorie 8: Dirt- en freeride-bikes
Over het algemeen zijn SENSA-bikes met een versterkt hardtailframe en opgeheven dirtvorken typisch voor SENSA-dirt-bikes. Volledig geveerde SENSA-bikes met zeer lange veerwegen zijn typisch voor SENSA-freeride-bikes.
SENSA-dirt-bikes (b) hebben op grond van hun toepassingsdoel slechts een rem. Wanneer u de SENSA-dirt-bike voor een ander doel dan de typische dirt-bike-toepassing in afgelsoten gebied wilt gebruiken, moet u het overeenkomstig laten uitrusten.
SENSA-dirt-bikes zijn bikes met versterkte hardtailframes en opge- geven dirtvorken. Zijn voorzien voor zwaarder gebruik op afgesloten terrein. Er bestaan verschillende typen die zijn uitgerust voor truc- en showritten, voor sprongen en freestyle over een speciaal hindernis- senparcours of voor races. SENSA-bikes van deze categorie zijn voor- zien voor zeer veeleisend, sterk rotsachtig en extreem steil terrein, dat alleen door technisch geoefende en zeer goed getrainde fietsers kan worden overwonnen. Grotere sprongen bij zeer hoge snelheden en het intensief gebruik van speciaal ingerichte bikeparks of down- hillafstanden zijn typisch voor deze categorie.
Bij deze SENSA-bikes moet u er beslist op letten dat na iedere rit een intensieve controle op mogelijke schade plaatsvindt. Beginnende schade kan er bij iets meer belasting toe leiden dat onderdelen het begeven. Ook moeten veiligheidrelevante onderdelen regelmatig worden vervangen. Het dragen van speciale protectoren wordt beslist aanbevolen.
SENSA-freeride-bikes (c) zijn volledig geveerde SENSA-bikes met zeer lange veerwegen. Ze zijn geschikt voor ritten met sprongen en drops op erg zwaar terrein en in bikeparks (d).

SENSA-bikes van categorie 8 moeten op grond van sterke belastingen na iedere rit op mogelijke schade worden gecontroleerd. Minsten drie inspecties per jaar bij uw SENSA-dealer zijn verplicht.

Overschat uw eigen mogelijkheden niet voor uw eigen veiligheid. Sommige rijstijlen van een professional zien er eenvoudig uit maar kunnen een gevaar zijn voor lijf en le- den. Draag altijd voldoende beschermende kleding (e).

Gebruik uw SENSA-fiets alleen voor het doel waarvoor deze bestemd is, anders bestaat het gevaar dat de SENSA-fiets niet is opgewassen tegen de belasting en het zal begeven (f+g). Anders kunt u vallen!

Uw SENSA-fiets is ontworpen voor een maximaal totaalgewicht. Fietser, bagage en SENSA-fiets worden bij elkaar opgeteld. Gegevens over het maximale totaalgewicht kunt u vinden in de fietspas in deze SENSA-handleiding. U kunt deze ook opvragen bij uw SENSA-dealer.

SENSA-mountainbikes (SENSA-crossfietsen, -crosscountry-, -marathon- en -tour-mountainbikes, -enduro- en -all-mountainbikes, -dirt- en -freeridebikes) zijn op grond van hun concept en uitrusting niet altijd geschikt om op de openbare weg te worden gebruikt. Voor gebruik op de openbare weg moeten de hiervoor voorgeschreven inrichtingen aanwezig zijn (h). Neem de wettelijke eisen voor deelname aan het openbare wegverkeer in acht.

Regelmatig onderhoud is absoluut noodzakelijk voor de betrouwbaarheid van uw SENSA-fiets en voor uw veiligheid. Alleen u als eigenaar weet hoe vaak u uw SENSA-fiets gebruikt, waar u ermee rijdt en hoe zwaar u hem belast. Daarom bent u ervoor verantwoordelijk regelmatig inspecties en onderhoud te laten uitvoeren. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Service- en onderhoudsintervalen". Of neem contact op met uw SENSA-dealer.

Meer informatie over gebruik volgens de voorschriften van uw SENSA-fiets en over het maximaal toegelaten gewicht (fietser, SENSA-fiets en bagage) vindt u in de fietspas en in hoofdstuk "Voor de eerste rit".
e

- De bovengenoemde fietscategorieën zijn ingesteld op een maximaal totaalgewicht. Fietser, bagage en SENSA-fiets worden bij elkaar opgeteld. Gegevens over het maximale totaalgewicht kunt u vinden in de fietspas in deze SENSA-handleiding. U kunt deze ook opvragen bij uw SENSA-dealer.
- Er zijn wettelijke eisen om aan het wegverkeer te kunnen deelnemen. Deze verschillen per land. Dat betekent dat fietsen mogelijk niet volledig zijn uitgerust. Vraag uw SENSA-dealer naar de wetgeving en voorschriften in uw land of in het land waar u de SENSA-fiets wilt gebruiken. Laat uw SENSA-fiets aan de hand daarvan uitrusten voordat u de weg opgaat.
- Bent u vertrouwd met de reminstallatie (a)? Kijk na in de fietspas en controleer of u de voorwielrem kunt bedienen met dezelfde remgreep (b) (rechts of links) zoals u tot nu toe gewend was. Als dit niet het geval is, laat dan de remgrepen nog voor de eerste rit door uw SENSA-dealer ombouwen.
Moderne remmen (c) zijn vaak veel krachtiger dan de conventionele. Doe eerst enkele remproeven op een vlak terrein met stevige ondergrond op een verkeersarme plaats.
Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Reminstallatie" en in de bijgevoegde handleidingen.
- Bent u vertrouwd met het versnellingsmechanisme en met de manier van werken (d)? Vraag uw SENSA-dealer uit te leggen hoe de versnelling werkt en oefen op een rustige weg met de versnel- ling.
Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Versnelling" en in de bijgevoegde handleidingen. - Zijn zadel en stuur juist ingesteld? Het zadel moet zo zijn ingesteld dat u het pedaal in de onderste positie nog net kunt bereiken met uw hiel (e). Controleer of u met de tippen van uw tenen de grond nog raakt terwijl u in het zadel zit. De SENSA-dealer helpt u wanneer u ontevreden bent met uw zitpositie.
Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "SENSA-fiets aanpassen aan de fietser".

- Als uw SENSA-fiets is voorzien van klik- respectievelijke systeempedalen (f): heeft u al eens eerder met daarvoor bestemde schoenen gefietst? Maak uzelf eerst – in stilstand – zorgvuldig vertrouwd met die schoenen, hoe ze inklikken en losklikken. Vraag uw SENSA-dealer uit te leggen hoe de pedalen werken.
Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Pedalen en schoenen" en in de bijgevoegde handleidingen.
- Als u een SENSA-fiets met vering heeft gekocht, moet u deze door de SENSA-dealer laten afstellen. Verkeerde afstellingen van de veerelementen kunnen het veerelement beschadigen of de functie ervan nadelig beïnvloeden. Het rijgedrag zal in ieder geval verminderen en de maximale veiligheid en het plezier bij het fietsen zijn niet meer verzekerd.
Meer hierover kunt u lezen in de hoofdstukken "Verende vorken" (g) und "Achtervering" (h), evt. zijn aan deze SENSA-handleidingen ook aanwijzingen voor volledig geveerde fietsen en verende vorken toegevoegd.

Gebruik uw SENSA-fiets alleen voor het doel waarvoor deze bestemd is, anders bestaat het gevaar dat de SENSA-fiets niet is opgewassen tegen de belasting en het zal begeven. Anders kunt u vallen!

Let er vooral op dat u over voldoende speelruimte beschikt als u op de grond staat zodat u zich niet blesseert indien u heel vlug van uw SENSA-fiets moet afstappen.

Bij onvoldoende oefening en/of te strakke afstelling van systeempedalen kunt u zich mogelijk niet meer uit het pedaal losmaken. Anders kunt u vallen!

Vanwege hun speciale gebruiksdoel hebben enkele SENSA-dirtbikes slechts één rem. Dergelijke SENSA-bikes mogen alleen op afgezette terreinen worden gebruikt.

Voordat u met uw SENSA-fiets een aanhanger trekt of een kinderzitje monteert, moet u de fietspas goed lezen en contact opnemen met uw SENSA-dealer.

Wij adviseren u een privé WA-verzekering af te sluiten. Verzeker u ervan dat uw verzekering voor deze schade dekking garandeert. Neem contact op met uw verzekeringsagent.

Uw SENSA-fiets wordt meerdere malen tijdens de fabricatie en in de daarop aansluitende eindcontrole door uw SENSA-dealer getest. Omdat er zich bij het transport van de SENSA-fiets mogelijk veranderingen in de functionering voordoen of tijdens het stilstaan derden werkzaamheden aan uw SENSA-fiets hebben verricht, moet u beslist voor iedere rit het volgende testen:
- Zijn de snelspanners (a), steekassen of schroefverbindingen aan voor- en achterwiel, aan zadelpen en aan de overige onderdelen correct vastgezet? Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Gebruik van snelspanners en steekassen".
- Verkeren de banden in goede staat? Is de bandenspanning van beide banden in orde (b)? Een hogere druk zorgt voor een betere rijstabiliteit en vermindert de kans op pech. De opgaven over minimum- en maximumdruk (in bar of PSI) vindt u aan de zijkant van de band. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Wielen en banden" en in de bijgevoegde handleidingen.
- Laat beide wielen vrij draaien om te controleren of ze mooi rond lopen. Observeer daarbij de afstand tussen remblokje en velg respectievelijk bij fietsen met schijfremmen tussen frame en velg of band.
Dat banden niet perfect rond lopen, kan bijvoorbeeld te wijten zijn aan barstjes in de zijkant van de band, aan een gebroken as of aan kapotte spaken. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Wielen en banden" en in de bijgevoegde handleidingen.
- Controleer de remmen in stilstand door de remhendel krachtig naar het stuur toe te trekken (c).
Bij velgremmen moeten de remblokjes volledig tegelijkertijd de zijkanten van de velgen raken en helemaal tegen de velgen komen te liggen. Zij mogen de banden noch tijdens het remmen noch in geopende toestand of daartussen aanraken. De hendel mag niet tot aan het stuur kunnen worden doorgetrokken. Bij hydraulische remmen mag geen olie bij de leidingen uittreden! Controleer ook de dikte van de remblokjes.
Bij schijfremmen (d) moet het drukpunt onmiddellijk stabiel zijn. Als een stabiel drukpunt pas bereikt wordt nadat u de hendel meerdere malen heeft ingedrukt, moet u de SENSA-fiets laten controleren bij uw SENSA-dealer. De hendel mag niet tot aan het stuur kunnen worden doorgetrokken. Bij hydraulische remmen mag geen olie of remvloeistof bij de leidingen uittreden! Controleer ook de dikte van de remblokjes.
Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Reminstallatie" en in de bijgevoegde handleidingen.

- Laat uw SENSA-fiets van een geringe hoogte op de grond stuiteren. Treden daarbij klapperende geluiden op, dan moet u de oorzaak daarvan opsporen en verhelpen. Controleer eventueel lagers en boutverbindingen.
- Als u met uw SENSA-fiets op de openbare weg wilt rijden, moet deze zijn uitgerust conform de wetgeving van het betreffende land (e). Fietsen zonder licht en reflectoren in het donker of bij weersomstandigheden met beperkte zichtbaarheid is zonder meer gevaarlijk. De andere weggebruikers zullen u niet of te laat zien. Uw SENSA-fiets moet altijd over een toegestane lichtinstallatie beschikken als u ermee op de openbare weg rijdt. Schakel uw licht aan zodra de schemering valt. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Wettelijke eisen voor deelname aan het verkeer".
- Bij een geveerde SENSA-fiets voert u de volgende controle uit: steun op uw SENSA-fiets en kijk na of de veerelementen zoals gewoonlijk op en neer veren (f). Meer hierover kunt u lezen in de hoofdstukken "Verende vorken" en "Achtervering" en in de bijgesloten handleidingen.
- Controleer of de evt. gemonteerde standaard volledig omhoog is geklapt voordat u vertrekt. Anders kunt u vallen!
- Vergeet niet een stevig beugel-, vouw- (g) of kettingslot mee te nemen op uw tochten. U voorkomt diefstal alleen op effectieve wijze door uw SENSA-fiets aan een vaststaand voorwerp te bevestigen.

Onjuist vastgezette verbindingen kunnen tot gevolg hebben dat u onderdelen van de SENSA-fiets verliest. Ernstige valpartijen kunnen daarvan het gevolg zijn!

Ga niet met uw SENSA-fiets rijden indien één van bovenvermelde punten niet in orde is! Een SENSA-fiets die niet in orde is, kan ernstige valpartijen veroorzaken! Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Diverse krachten en invloeden van de ondergrond vergen veel van uw SENSA-fiets tijdens het gebruik. Op die dynamische belastingen reageren de diverse onderdelen met slijtage- en vermoeidheidsverschijnselen. Controleer uw SENSA-fiets regelmatig op slijtage, maar ook op krassen, verbuigingen, veranderingen van kleur of beginnende scheurtjes. Als de levensduur van bepaalde onderdelen is overschreden, kunnen deze plotseling hun dienst weigeren. Breng uw SENSA-fiets regelmatig binnen bij de SENSA-dealer voor een controlebeurt, dan kunnen de bewuste onderdelen zo nodig worden vervangen.

Denk er aan dat de remafstand langer wordt, als u een stuur met bar-ends (h) hebt. De remhendels zijn niet in alle posities even makkelijk te grijpen.

- Controleer of de wielen nog goed vastzitten in de uitvalpads (a). Controleer voorts of de velgen nog keurig in het midden van het frame respectievelijk van de vork draaien. Geef de wielen een zetje met uw hand om ze te laten draaien. Let op de spleet tussen remblokjes en velgen of tussen frame en banden. Wisselt deze in sterke mate en is centreren ter plekke niet mogelijk, open dan de velgremmen een beetje zodat de velg tussen de remblokjes door kan zonder ertegen te schuren. Denk er wel aan dat de remkracht dan mogelijk verminderd is. Meer hierover kunt u lezen in de hoofdstukken "Reminstallatie", "Gebruik van snelspanners en steekassen", "Wielen en banden" en in de bijgesloten handleidingen.
- Controleer of stuur en stuurpen niet verbogen of beschadigd zijn en of ze nog rechtop staan (b). Controleer of de stuurpen vast aan de vork zit door te proberen het stuur ten opzichte van het voorwiel te verdraaien (c). Belast het stuur ook even via de remhendels om te voelen of het nog goed vastzit in de stuurpen. Stel zo nodig de onderdelen af en draai de schroeven voorzichtig vast tot de onderdelen goed vastklemmen.
De maximale aandraaimomenten staan op de onderdelen gedrukt of in de bijgevoegde handleidingen. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "SENSA-fiets aanpassen aan de fietser" en "Stuurlager/balhoofd" en in de bijgevoegde handleidingen.
- Kijk na of de ketting nog op de kettingbladen en op de tandwie- len ligt. Is uw SENSA-fiets gevallen op de kant van de derailleur, controleer dan of die nog juist functioneert. Vraag iemand uw SENSA-fiets even op te lichten bij het zadel en schakel voorzichtig in alle versnellingen. Let erop, vooral naar een lagere versnelling toe, als de ketting op de grotere rondsels springt, in welke mate de achterderailleur in de buurt van de spaken komt (d+e).
Een verbogen derailleur of uitvalpad/derailleurpad kan ertoe leiden dat de achterderailleur tussen de spaken terecht komt of de ketting overslaat. Achterderailleur, achterwiel en frame kunnen daarbij onherroepelijk worden beschadigd. Controleer de functie van de voorderailleur. Is die ontregeld, dan kan de ketting van het kettingblad springen en is de SENSA-fiets zonder aandrijving. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Versnelling" en in de bijgevoegde handleidingen.

- Controleer of het zadel niet is verdraaid. Richt uw blik daarbij over de neus van het zadel heen op de trapashuis of op de bovenbuis (b). Open eventueel de klem, stel het zadel af en draai de klem weer vast. Meer hierover kunt u lezen in de hoofdstukken "SENSA-fiets aanpassen aan de fietser", "Gebruik van snelspanners en steekassen" en in de bijgevoegde handleidingen.
- Til uw SENSA-fiets enkele centimeters op en laat hem dan op de grond stuiteren (f). Hoort u daarbij geluidjes, ga dan op zoek naar losse schroefverbindingen. Trek deze eventueel aan.
- Bekijk ten slotte nog eens de hele SENSA-fiets om eventuele verbuigingen, verkleuringen of scheurtjes (g) te ontdekken.
Vertrek pas nadat u al deze controles met een onberispelijk resultaat heeft uitgevoerd. Neem de kortst mogelijke route en wees uiterst voorzichtig. Vermijd sterke versnellingen en remmanoeuvres en SENSA-fiets niet staande op de pedalen. Twijfelt u aan de betrouwbaarheid van uw SENSA-fiets, laat u dan liever afhalen met de wagen. Loop in geen geval een veiligheidsrisico.
Zodra u thuis bent, moet de SENSA-fiets opnieuw grondig worden onderzocht. De beschadigde onderdelen moeten worden gerepareerd. Vraag uw SENSA-dealer om advies. Meer over carbon onderdelen vindt u in hoofdstuk "Carbon - Belangrijke aanwijzingen".

Verbogen onderdelen, vooral van aluminium, kunnen onverhoeds breken. Ze mogen niet hersteld d.w.z. recht gebogen worden, want ook daarna bestaat er een acuut breukrisico. Dit geldt vooral voor vorken, stuur, stuurpen, cranks, zadelpen en pedalen. Mocht u twijfelen, dan is het altijd beter de bewuste onderdelen te vervangen want uw veiligheid komt op de eerste plaats. Vraag uw SENSA-dealer om advies.

Als uw SENSA-fiets onderdelen uit carbon (h) bevat, moet u uw SENSA-fiets na een val of een ander ongelukje direct naar uw SENSA-dealer brengen. Carbon is een extreem stevig materiaal dat een hoge belastbaarheid mogelijk maakt met een erg laag gewicht van de constructie-elementen. Maar carbon heeft de eigenschap dat eventueel optredende overbelasting de vezelverbinding van binnen kan beschadigen zonder dat het onderdeel herkenbare vervormingen vertoont zoals bij staal of aluminium. Een beschadigd onderdeel kan het plotseling laten afweten. Anders kunt u vallen!

Om snel te kunnen verstellen resp. monteren en demonteren beschikken de meeste SENSA-mountainbikes over snelspanners. Voor ieder gebruik moet worden gecontroleerd of alle snelspanners goed vast zitten. Snelspanners moeten, daar uw eigen veiligheid er onmiddellijk van afhangt, met uiterste zorg worden bediend.
Oefen de bediening van snelspanners om ongevallen te voorkomen.
De snelspanner bestaat eigenlijk uit twee bedieningselementen:
- De hendel aan de ene kant van de naaf: die zet de sluitbeweging via een excenter om in opspankracht (a).
- De klemmoer aan de andere kant van de naaf: daarmee wordt de voorspanning ingesteld op een schroefdraadstang (de snelspanas) (b).

Let er op dat de hendels van beide snelspanners zich altijd aan de andere kant van de kettingaandrijving bevinden. Zo vermijdt u dat het voorwiel per ongeluk in spiegelbeeld wordt gemonteerd. Bij SENSA-fietsen met schijfremmen en snelspanners met 5 mm-assen kan het nuttig zijn beide hendels op de aandrijfkant te bevestigen (c). Zo wordt voorkomen dat u de schijf aanraakt en de vingers verbrandt. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Vertrek nooit met uw SENSA-fiets zonder dat u vooraf de bevestiging van het wiel hebt gecontroleerd. Anders kunt u vallen!

Raak de mogelijk hete remschijven niet meteen na het stoppen aan - u kunt zich eraan verbranden! Laat de remschijven altijd eerst afkoelen voordat u een snelspanner opent.

Maak wielen die met snelspanners worden bevestigd, samen met het frame vast aan een vast voorwerp wanneer u de SENSA-fiets ergens onbewaakt achterlaat.

Werkwijze voor een veilige bevestiging van een onderdeel met een snelspanner
Open de snelspanner. Nu moet het woord "open" zichtbaar zijn (d).
Verzeker u ervan dat het te bevestigen onderdeel correct is geplaatst. Meer hierover vindt u in de hoofdstukken "Wielen en banden" en "SENSA-fiets aanpassen aan de fietser".
Beweeg de hendel weer in de richting van de opspanpositie, zodat het woord "close" duidelijk leesbaar is. Aan het begin van de sluitbeweging tot halverwege moet de hendel gemakkelijk te bewegen zijn (e). Daarna moet het steeds zwaarder gaan, de hendel moet uiteindelijk moeilijk verder te duwen zijn. Duw erop met de palm van uw hand en trek tegelijkertijd met uw vingers aan een vast onderdeel bijvoorbeeld aan de vork (f) of een steun van de achtervork, in geen geval echter aan een remschijf of een spaak.
Eens de eindpositie is bereikt, moet de hendel in een rechte hoek op de snelspanas staan. Hij mag dus niet zijdelings afstaan. De hendel moet zodanig tegen het frame respectievelijk tegen de vork liggen dat hij niet per ongeluk wordt geopend. Hij moet echter ook goed vastgepakt kunnen worden voor een snelle bediening.
Controleer of hij goed vast zit door op het einde van de gesloten hendel te drukken en te proberen deze te verdraaien (g). Als hij beweegt, moet u hem openen en de voorspanning verhogen. Draai de klemmoer aan de tegenoverliggende kant met een halve slag naar rechts. Sluit de snelspanner en controleer de passing opnieuw.
Til het wiel ten slotte enkele centimeters van de grond en geef de band van boven een tik (h). Als het wiel goed is bevestigd, blijft het in de asophanging van het frame of de vork zitten en klappert niet.
Om de snelspanner van het zadel te controleren, probeert u dat te verdraaien ten opzichte van het frame.

Als de snelspanners niet juist gesloten zijn, kunnen de wie- len losraken. Acuut gevaar voor ongevallen!

Snelspanners kunt u door een slot laten vervangen. Daarvoor hebt u een speciaal gecodeerde sleutel of een inbussleutel nodig. Neem bij vragen, contact op met uw SENSA-dealer.

Steekassen
Steekassen (a) worden gebruikt, als de SENSA-bike wordt blootgesteld aan hoge belastingen, zoals bij crosscountry, all-mountain enz. Zij geven de verende vorken en achtervorken een bepaalde stijfheid.

Lees in ieder geval eerst de handleiding van de betreffende leverancier van verende vorken resp. wielen, voordat u een vork-/wielcombinatie met steekassysteem in gebruik neemt of vervangt.
Tegenwoordig zijn er veel verschillende steekassystemen op de markt. Enkele systemen worden met snelspanners bevestigd. Voor andere systemen heeft u voor het monteren of demonteren mogelijk speciaal gereedschap nodig.
Let bij alle systemen in gelijke mate bij de montage op schone steekassen, uitvalpads in vorken en naven. Reinig de componenten evt. met een absorberende doek en maak eventueel gebruik van water met een beetje afwasmiddel. Wanner de instelling en wielbevestiging niet functioneert zoals beschreven, raadpleeg dan uw SENSA-dealer.
Steekassen op de verende vork
RockShox Maxle- en Maxle-Lite-steekassysteem 15 resp. 20 mm
Montage van wiel
Bij het Maxle-steekassysteem met spanhendel plaatst u het voorwiel in de vork en steekt u tegelijkertijd de remschijf in het remzadel. Richt het wiel uit in de wielophanging en schuif de as met de geopende Maxle-snelspanhendel van rechts door de wielophanging en de naaf (b).
Let erop dat de snelspanhendel volledig is geopend (c) en in de uitsparing van de as ligt. Als de schroefdraad van de as in de schroefdraad van de linker vorkpoot valt, draait u de as met wijzers van de klok mee. De eerste slagen moet de steekas gemakkelijk kunnen draaien.
Draai de hendel nu met kracht in de richting van de wijzers van de klok tot de as handvast is aangedraaid. Let erop dat de snelspanhendel bij het aandraaien niet uit de uitsparing van de as glijdt. Sluit daarna de Maxle-snelspanhendel net als een gewone snelspanhendel (d). De snelspanhendel mag niet naar voren of naar buiten uitstaan en moet tegen de buitenpoot drukken.

Bij het Maxle-steekassysteem opent u de snelspanhendel volledig. Let erop dat de geopende snelspanhendel in de uitsparing van de as ligt. Draai dan de steekas tegen de klok in open. Let erop dat de geopende snelspanhendel bij het losdraaien niet uit de uitsparing van de as glijdt.
Wanneer het schroefdraad van de steekas volledig uit het schroefdraad van de buitenpoot is gedraaid kunt u de steekas er helemaal uitnemen.

Meer informatie vindt u onder www.rockshox.com
Fox E-Thru 15 mm (e)
Montage van wiel
Plaats het voorwiel in de vork en steek tegelijkertijd de remschijf in het remzadel. Stel het voorwiel af in de wielophanging en schuif de as met de geopende E-Thru-snelspanhendel van links door de wielophanging en de naaf (f).
Als de schroefdraad van de as in de schroefdraad van de rechter vorkpoot valt, draait u deze met de wijzers van de klok mee (g). De eerste slagen moet de steekas gemakkelijk kunnen draaien. Draai de as licht aan en daarna ca. een derde slag terug.
Sluit de E-Thru-snelspanhendel net als een gewone snelspanhendel. De hendel moet aan het begin gemakkelijk en zonder te klemmen beweegbaar zijn; tijdens de tweede helft van de handeling moet de kracht duidelijk toenemen en tenslotte mag de hendel nog maar heel moeilijk te bewegen zijn.
Als de hendel niet helemaal kan worden gesloten, opent u deze weer en draait de as iets tegen de wijzers van de klok in. Probeer opnieuw de snelspanhendel te sluiten. Gebruik uw handpalmen en trek ter ondersteuning met uw vingers aan de vorkarm (h), maar nooit aan een spaak of aan de remschijf. De snelspanhendel mag na het sluiten niet meer kunnen draaien. Let erop dat de snelspanhendel niet naar voren of naar buiten uitstaat. Het beste kan hij bijna loodrecht langs de buitenpoot naar boven worden gesloten.
Demontage van wiel
Bij het Fox E-Thru 15 mm steekassysteem opent u de snelspanhendel volledig. Draai dan de steekas tegen de klok in open.

Wanneer het schroefdraad van de steekas volledig uit het schroefdraad van de buitenpoot is gedraaid kunt u de steekas er helemaal uitnemen.

Meer informatie vindt u onder www.ridefox.com
Bij het SR SUNTOUR Q-LOC-systeem 15 mm plaatst u het voorwiel in de vork en voert u evt. gelijktijdig de remschijf in het remzadel. Richt het voorwiel tussen de wielophanging uit.
Open de snelspanhendel van de SR SUNTOUR steekas volledig. Draai het tegenoverliggende deel van de as tegen de klok in op de steekas tot het vergrendelingsmechanisme opent.
Schuif nu de as met de geopende snelspanhendel en losgemaakt vergrendelingsmechanisme van links (b) door de wielophanging en de naaf tot de steekas hoorbaar vastklikt.
Draai de snelspanhendel nu met kracht in de richting van de wijzers van de klok tot de as handvast is aangedraaid. Sluit daarna de snelspanhendel net als een gewone snelspanhendel (c). De snelspanhendel mag niet naar voren of naar buiten uitsteken (d).
Demontage van wiel
Bij het SR SUNTOUR Q-LOC-systeem 15 mm opent u de snelspanner volledig. Duw het tegenoverliggende deel van de as er licht in en draai het tegenoverliggende deel van de as tegen de klok in tot het vergrendelingsmechanisme opent. Wanneer het schroefdraad van de steekas volledig uit het schroefdraad van de buitenpoot is gedraaid kunt u de steekas er helemaal uitnemen.

Meer informatie vindt u onder www.srsuntour-cycling.com

Verkeerd gemonteerde wielen kunnen tot ernstige valpartijen en ongevallen leiden!

Voer na de wielmontage direct een remproef in stilstand uit. Het drukpunt van de rem moet zich instellen voordat de remhendel tegen het stuur aanligt. Pomp bij hydraulische remmen eventueel meerdere malen tot er een solide drukpunt ontstaat. Veer de verende vork ter controle meerdere malen in.

Gebruik voor de bevestiging van de assen nooit ander dan door de fabrikant aanbevolen gereedschap. Gebruik altijd een momentsleutel. Overschrijd niet het door de fabrikant aangegeven maximale aandraaimoment! Als de as te strak wordt aangedraaid, kan dat de as of de vorkarm beschadi-gen.

Sommige SENSA-mountainbikes zijn uitgevoerdf met een geschroefd steekassysteem (e).
Dit systeem bestaat typisch uit twee bedieningselementen.
- Aan de rechter kant bevindt zich een moer. Deze is vaak in het frame geïntegreerd.
- Aan de linker kant bevindt zich of een spanhendel die men kan omklappen, een stijve hendel om vast te draaien of een gereedschapsopname bijv. voor een inbussleutel, 5 mm.
Montage van wiel
Plaats het achterwiel in de achtervork en voer gelijktijdig de remschijf in het remzadel in en de ketting over het buitenste rondsel van de tandkrans.
Let erop dat bij het achterwiel de ketting over de tandkrans en over de beide rollen van het schakelmechanisme loopt.
Stel het achterwiel af in de wielophanging en schuif de as met de geopende snelspanhendel van links door de wielophanging en de naaf (f).
Als de schroefdraad van de as tegen de moer aanligt, draait u deze met de wijzers van de klok mee. De eerste slagen moet de steekas gemakkelijk kunnen draaien. Draai de as licht aan (g).
Sluit de evt. aanwezige snelspanhendel net als een gewone snelspanhendel (h).
De hendel moet aan het begin gemakkelijk en zonder te klemmen beweegbaar zijn; tijdens de tweede helft van de handeling moet de kracht duidelijk toenemen en tenslotte mag de hendel nog maar heel moeilijk te bewegen zijn.
Als de hendel niet helemaal kan worden gesloten, opent u deze weer en draait de as iets tegen de wijzers van de klok in. Probeer opnieuw de snelspanhendel te sluiten.
Gebruik uw handpalmen en trek ter ondersteuning met uw vingers aan de achtervork, maar nooit aan een spaak of aan de remschijf.
De snelspanhendel mag na het sluiten niet meer kunnen draaien. Let erop dat de snelspanhendel niet naar achteren of naar buiten uitstaat. Hij wordt het beste parallel tot een framebuis gesloten.

Eventueel moet u de moer opnieuw uitrichten om de stand te veranderen.
Bij stijve hendels of bij steekassen met gereedschapsopname draait u de as vast. Let op de evt. aanwezige momentgegevens.
Demontage van wiel
Bij het evt. aanwezige stijve steekassysteem opent u de snelspanhendel volledig (a). Bij hendels draait u de as los.
Draai alle soorten steekassen tegen de klok in open (b). Wanneer het schroefdraad van de steekas volledig uit het schroefdraad van de moer is gedraaid kunt u de steekas er helemaal uitnemen (c).
Houd daarbij het frame (d) en het wiel vast zodat er niet valt of kan- telt.

Gebruik voor de bevestiging van de assen nooit ander dan door de fabrikant aanbevolen gereedschap. Gebruik altijd een momentsleutel. Beweeg altijd in kleine stappen (halve Newtonmeter) naar het voorgeschreven maximale aandraaimoment toe en controleer tussendoor steeds of het onderdeel vast zit. Overschrijd niet het door de fabrikant aangegeven maximale aandraaimoment! Als de as te strak wordt aangedraaid, kan dat de as of het frame beschadi- gen.

De fabrikanten van steekassen geven doorgaans uitvoerige handleidingen mee. Lees deze aandachtig door, voordat u het wiel demonteert of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

Meer informatie vindt u onder www.shimano.com - Shimano E-Thru www.syntace.de - X-12 www.dtswiss.com - RWS-systeem

Uw lichaamslengte en -proporties spelen een belangrijke rol bij de keuze van de framehoogte van uw fiets. Let er vooral op dat u over voldoende afstapruimte beschikt zodat u zich niet verwondt als u heel vlug van uw SENSA-fiets moet stappen (e).
Bij de keuze van het fietstype is uw lichaamshouding grofweg bepalend (f). Verschillende onderdelen van uw SENSA-fiets zijn echter zo ontworpen dat ze tot op zekere hoogte instelbaar zijn op uw lichaamsmaten (g). Daartoe behoren de zadelpen, de stuurpen en de remgrepen.
Omdat voor alle werkzaamheden vakkennis, ervaring, het juiste gereedschap en vakmanschap nodig zijn, moet u uitsluitend de positiecontrole uitvoeren. Bespreek uw zithouding of uw wensen voor veranderingen met de SENSA-dealer. Hij kan uw wensen realiseren wanneer uw SENSA-fiets in de werkplaats is, bijvoorbeeld voor de eerste inspectiebeurt.
Voer na iedere aanpassing/montage altijd de korte veiligheidstest "Voor iedere rit" uit en maak een proefrit bijvoorbeeld in een verkeersarm gebied.

Bij SENSA-fietsen met erg lage framehoogte loopt u het risico met uw voet het voorwiel te raken. Let daarom ook op de juiste afstelling van de schoenklampen van systeempedalen.

Tot de beschreven werkzaamheden behoren monteurservaring en geschikt gereedschap. Draai schroefverbindingen altijd met de grootste zorgvuldigheid vast. Verhoog de schroefkracht stapsgewijs en controleer tussendoor altijd opnieuw of het betreffende onderdeel vast zit. Maak gebruik van een momentsleutel en ga de maximale aandraaimomenten niet te boven! U vindt deze in het hoofdstuk "Aanbevolen aandraaimomenten", op de onderdelen zelf en/of in de handleidingen van de onderdelenfabrikanten.

Zitproblemen, zoals een verdoofd gevoel, kunnen toe te schrijven zijn aan het zadel. Uw SENSA-dealer heeft een uitgebreide keuze aan zadels van zeer uiteenlopende modellen en zal u gaarne adviseren (h).

Instellen van de juiste zithoogte
Hoe hoog uw zadel moet zijn, hangt af van de houding bij het trappen. Bij het trappen moet de bal van de voet boven het midden van de pedaalas staan. Het been mag in de onderste positie van de crank niet helemaal zijn doorgestrekt, anders trapt u niet rond.
Controleer de zithoogte met schoenen met platte zolen. Draag liefst geschikte fietsschoenen.
Ga op het zadel zitten en zet uw hak op het pedaal op de laagste positie (a). De heup moet gelijk blijven, het been moet helemaal gestrekt zijn.
Om de zithoogte in te stellen, maakt u de snelspanner (b) (zie hoofdstuk "Gebruik van snelspanners en steekassen") of de klembouten van de zadelpen aan het bovenste eind van de zitbuis, los.
Hiervoor hebt u geschikte gereedschap nodig, bijv. een inbussleutel, waarmee u de bout twee tot drie slagen naar links draait. Nu kunt u de zadelpen in hoogte verstellen.
Trek de zadelpen niet tot voorbij de markering op de buis (c) (einde, minimum, maximum, stop, limiet e.d.) en vet steeds het deel van het aluminium of titaan pen dat in een zitbuis van aluminium, titaan of staal steekt.
Bij zadelpennen en/of zitbuizen van carbon mag u geen vet in het klemgebied aanbrengen! Gebruik in plaats hiervan speciale carbonmontagepasta.
Zet het zadel weer recht. Richt uw blik daarbij over de neus van het zadel heen op het trapashuis of op de bovenbuis (d).
Klem de zadelpen weer vast. Sluit daarvoor de snelspanner, zoals beschreven in hoofdstuk "Gebruik van snelspanners en steekassen" of draai de zadelpenbout in halve slagen naar rechts. Voldoende klemkracht komt tot stand zonder dat u veel kracht zet met uw hand. Is dat niet het geval, dan past de zadelpen niet bij uw frame.
Controleer tussen de stappen door steeds of de pen goed vast zit. Houd daartoe het zadel met uw handen vooraan en achteraan goed vast en probeer eraan te draaien. Kunt u het zadel draaien, draai dan de zadelpenbout nogmaals voorzichtig vast met een halve slag en probeer opnieuw of de pen vastzit.

Controleer opnieuw of uw been op de juiste manier gestrekt is. Breng uw voet met pedaal in de laagste trappositie (e). Bevindt de bal van de voet zich in het midden van het pedaal (ideale trappositie), dan moet de knie licht gebogen zijn. Is dat het geval, dan is uw zadel op de juiste hoogte ingesteld.
Controleer of u zittend op het zadel bij de grond kan komen (f). Is dat niet het geval, zet dan het zadel veiligheidshalve – zeker in het begin – een beetje lager.

Rijd nooit met uw SENSA-fiets als de zadelpen over eind-, minimum, maximum, limiet of stop-markering uitsteekt! Hij kan dan breken of het frame beschadigen. Schuif bij een frame met een langere zitbuis die uitsteekt boven de bovenbuis, de zadelpen ten minste tot onder de bovenbuis resp. tot onder de kruising van de bovenbuis en de zitbuis! Als zadelpen en frame verschillende minimum insteekdieptes voorschrijven, kies dan steeds de grotere voorgeschreven insteekdiepte.

De zadelpen mag bij sommige volledig afgeveerde SENSA-mountainbikes bij de diepste zadelinstelling alleen beperkt onder de zitbuis uitsteken, omdat anders de verende achterbrug bij het inveren tegen de zadelpen stoot.

Vet nooit de zitbuis in van een carbon, frame wanneer geen aluminium huls aanwezig is. Indien u een zadelpen uit carbon gebruikt, mag u zelfs een metalen frame niet invetten. Carbon onderdelen die ooit werden ingesmeerd, kunnen in sommige gevallen nooit meer op veilige wijze worden vastgezet! Gebruik in plaats hiervan speciale carbonmontage-pasta (g).

Beweeg altijd in kleine stappen (halve Newtonmeter) naar het voorgeschreven maximale aandraaimoment toe en controleer tussendoor steeds of het onderdeel vast zit. Overschrijd niet het door de fabrikant aangegeven maximale aandraaimoment!

Als uw pen in de zitbuis wiebelt of niet goed glijdt, vraag dan uw SENSA-dealer. Pas nooit geweld toe!

Bij steile afdalingen kan het nuttig zijn het zadel dieper in te stellen (h). Dit verbetert de controle over de SENSA-fiets.

Bij in hoogte verstelbare zadelpennen, zoals bijv. van RockShox en Kind Shock, wordt de hoogte versteld door middel van een drukknop aan het stuur. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "In hoogte verstelbare zadelpen". Lees bovendien de handleiding van de fabrikant.

Instellen van de stuurhoogte
De stuurhoogte ten opzichte van het zadel en de afstand tussen za- del en stuur bepalen de houding van de rug. Met diep stuur zit u gestroomlijnd en brengt u veel gewicht op het voorwiel. Deze gebogen houding is vermoeiender en ongemakkelijker, omdat hij polsen, armen, bovenlichaam en nek belast.
Er zijn drie verschillende stuurpensystemen waarmee de stuurhoogte kan worden gevarieerd (conventionele, verstelbare en Ahead®-stuurpen). Elk van deze systemen vereist een specifieke kennis die in de volgende beschrijvingen niet volledig kan worden overgebracht.
Bij MTB's wordt bijna uitsluitend het genoemde Ahead® schroefdraadloze stuurpensysteem gebruikt. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

De stuurpen is een dragend element van uw SENSA-fiets. Wijzigingen daaraan kunnen uw veiligheid in het gedrang brengen. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Stuurpennen bestaan in verschillende maten in lengte (a), in buisdiameter en in het stuurboorgat. Een verkeerde keuze kan leiden tot gevaarlijke situaties: stuur en stuurpen kunnen breken en een ongeval veroorzaken. Gebruik voor vervanging uitsluitend gekenmerkte en passende originele onderdelen. Uw SENSA-dealer geeft u graag advies.

De schroefverbindingen van stuurpen en stuur moeten met de voorgeschreven aandraaimomenten gemonteerd worden (b). Zo niet kan het stuur of de stuurpen losraken of breken. Maak gebruik van een momentsleutel (c) en ga de maximale aandraaimomenten niet te boven! U vindt deze in het hoofdstuk "Aanbevolen aandraaimomenten", op de onderdelen zelf (d) en/of in de handleidingen van de onderdelenfabrikanten.

Let op dat de stuur-/stuurpencombinatie door de fabrikant van stuur resp. stuurpen is goedgekeurd.

Let erop dat de stuurklemmen geen scherpe kanten heb- ben.

Stuurpennen voor systemen zonder schroefdraad, zogenaamde Aheadset®-systemen
(Aheadset® is een geregistreerde merknaam van de firma DiaCompe)
Bij SENSA-fietsen met een Aheadset®-balhoofd wordt met behulp van de stuurpen de voorspanning van het balhoofd ingesteld. Wijzigt u iets aan de positie van de stuurpen, dan moet de lager opnieuw worden afgesteld (zie hoofdstuk "Stuurlager/balhoofd"). De hoogte kunt u beperkt regelen door de tussenringen (spacers) te verschuiven of de stuurpen bij zgn. flip-flop modellen om te draaien.
Demonteer de bout voor de voorspanning van het balhoofd boven aan de vorkschacht, verwijder het deksel en draai de bouten aan de zijkant van de stuurpen tot drie slagen los (e). Verwijder de stuurpen en de spacers van de vorkschacht. Houd daarbij frame en vork vast, zodat de vork niet naar onderen uit het frame kan vallen.
Afhankelijk hoe u spacers (f) en stuurpen opzet, kunt u de stuurhoogte bepalen. De rest van de spacers moet u over de stuurpen op de vorkschacht schuiven. Stel de lager in zoals beschreven in hoofdstuk "Stuurlager/balhoofd".
Wenst u de stuurpen om te draaien, dan moet u ook de voorste bouten – waarmee het stuur is bevestigd – losdraaien (g). Bij stuurpennen met (afneembare) frontplaat kunt u het stuur er gewoon uit halen. Anders moeten de stuurarmaturen worden gemonteerd.
Monteer het stuur en eventueel de stuurarmaturen zoals beschreven in hoofdstuk "Helling van stuur, bar-ends en remgrepen veranderen" en/of de handleidingen van de leveranciers van onderdelen.
Controleer de veilige passing van het stuur in de stuurpen. Probeer het stuur naar onderen te draaien. Controleer of de stuur/stuurpen-combinatie kan worden verdraaid t.o.v. de vork. Neem daarvoor het voorwiel tussen de knieën en probeer het stuur te verdraaien (h). Als dat mogelijk is, dan moet u de bouten voorzichtig verder aandraaien en nogmaals controleren of het stuur goed vast zit.
Beweeg altijd in kleine stappen (halve Newtonmeter) naar het voorgeschreven maximale aandraaimoment toe en controleer tussendoor steeds of het onderdeel vast zit. Overschrijd niet het door de fabrikant aangegeven maximale aandraaimoment!


Deze werkzaamheden vereisen veel vaardigheid en (speciaal) gereedschap. Laat het liever over aan uw SENSA-dealer. Wilt u het toch zelf proberen, lees dan zorgvuldig - voordat u eraan begint - de handleiding van de fabrikant van de stuurpen.

Als de stuurpen wordt omgedraaid, dan kunnen de kabels te kort zijn. Het is gevaarlijk zo te rijden. Vraag uw SENSA-dealer om advies.

Als de spacers worden verwijderd, moet de vorkschacht worden ingekort. Die situatie is niet omkeerbaar. Dit moet door een SENSA-dealer worden uitgevoerd en pas als u de voor u geschikte positie hebt gevonden.

Als u het stuur hoger wilt hebben, helpt mogelijk een verhoogd model, riser bar genaamd. Raadpleeg uw SENSA-dealer.
Helling van stuur, bar-ends en remgrepen veranderen
De uiteinden van het stuur van SENSA-mountainbikes en van SENSA-crossbikes zijn meestal lichtjes gebogen. Stel uw stuur zo in dat uw polsen ontspannen zijn en niet te sterk naar buiten toe zijn gedraaid.
Open daartoe de inbusbout(en) aan de onder- respectievelijk aan de voorkant van de stuurpen. Draai zolang aan het stuur tot de gewenste positie is bereikt. Let erop dat het stuur door de stuurpen precies in het midden wordt vastgeklemd (a). Draai de bout(en) weer voorzichtig kruiselings aan met een momentsleutel tot het stuur slechts licht klemt (b). Controleer of de sleuven boven en onder even breed en parallel zijn t.o.v. elkaar (c). Draai de bout(en) gelijkmatig en kruiselings aan met een momentsleutel met inhouding van het aanbevolen aandraaimoment.
Probeer het stuur ten opzichte van de stuurpen te verdraaien (d) en draai evt. de bouten opnieuw aan. Maak gebruik van een momentsleutel en ga de maximale aandraaimomenten niet te boven! U vindt deze in het hoofdstuk "Aanbevolen aandraaimomenten", op de onderdelen zelf en/of in de handleidingen van de onderdelenfabrikanten.

Nadat u het stuur hebt ingesteld, moeten ook de rem- en versnellingshendels worden afgesteld.
Maak daartoe de inbusbouten van de grepen los. Verdraai de greep aan het stuur. Ga op het zadel zitten en leg uw vingers op de remhendel. Controleer of uw hand in het verlengde liegt van uw onderarm (e). Schroef de grepen opnieuw met een momentsleutel (f) aan en controleer of ze vastzitten (d)!
Bar-ends bieden extra greepmogelijkheden. Ze worden doorgaans zo afgesteld dat de handen er aangenaam op rusten wanneer de fietser al staande op de pedalen fietst. De bar-ends staan dan bijna parallel met de grond resp. licht naar boven (tot ca 25°).
Open de bouten die meestal aan de onderkant van de bar-ends zitten met één tot twee slagen. Draai zolang aan de bar-ends tot de gewenste positie is bereikt. Let erop dat de bar-ends aan beide kanten in eenzelfde hoek staan. Draai de bouten weer vast met het vereiste aandraaimoment (g). Controleer of de bar-ends goed vastzitten door te proberen of u eraan kunt draaien.

Let erop dat alle schroefverbindingen van stuurpen, stuur, bar-ends en remmen met het voorgeschreven aandraaimoment worden vastgezet. Maak gebruik van een momentsleutel en ga de maximale aandraaimomenten niet te boven! U vindt deze in het hoofdstuk "Aanbevolen aandraaimomenten", op de onderdelen zelf en/of in de handleidingen van de onderdelenfabrikanten.

Als u bar-ends op een stuur wilt monteren, verzeker u er dan voor de montage van dat het stuur hiervoor geschikt en goedgekeurd is. Voor sommige sturen is het gebruik van speciale versterkte hulzen (stuurdoppen) voorgeschreven. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Zet de bar-ends niet loodrecht of naar achteren; dit kan bij een val lichamelijk letsel veroorzaken.

Denk er aan dat de remafstand langer wordt, als u een stuur met bar-ends hebt (h). De remhendels zijn niet in alle posities even makkelijk te grijpen.

Greepbreedte van de remhendels instellen
Bij de meeste remgrepen kunt u de afstand tussen remhendel en handvaten aan het stuur (a) instellen. Vooral fietsers met kleine handen kunnen zo de remhendel in een voor hen prettige afstand tot het stuur zetten. De eerste vingerkootjes van middel- en wijsvinger moeten om de hendel kunnen grijpen (b).
In de regel bevindt zich een kleine stelbout daar, waar de remkabel van een kabelrem in de hendelarmatuur loopt of aan de hendel zelf. Draai het naar rechts en observeer of en in welke richting de hendel van richting verandert.
Bij hydraulische remmen bevinden zich ook afstelmogelijkheden aan de remhendel (c). Er zijn diverse systemen. Vraag uw SENSA-dealer of lees de betreffende gebruiksaanwijzing.
Stel de greepbreedte zo in, dat het eerste lid van de wijsvinger om de remhendel past. Controleer aansluitend de correcte instelling en functie van de reminstallatie, zoals beschreven in hoofdstuk "Remin- stallatie" en/of in de handleiding van de remfabrikant. Bij sommige remmen kan zowel de hendelafstand als ook het drukpunt worden ingesteld (d).

Maak na de instellingen een proefrit op een rustige weg en dan alleen op licht terrein.

U mag de remhendel niet tot aan het stuur kunnen doortrekken. De volledige remkracht moet eerder worden bereikt.

Raadpleeg bij hydraulische en schijfremmen de handleiding van de remfabrikant. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Afstand tussen stuur en zadel corrigeren en helling van zadel instellen
De afstand tussen de handvatten van het stuur en het zadel oefent een invloed uit op de houding van de rug (e) dus ook op het rijcomfort en op de rijdynamica. Via de zadelrails kunt u die afstand in geringe mate wijzigen. Als de zadelrails in de zadelpen worden verschoven, beïnvloedt dit echter ook het trappen. De fietser trapt meer of minder van achteren op de pedalen.
Staat het zadel tijdens het fietsen niet horizontaal, dan kan de fietser niet ontspannen op de pedalen trappen. Hij moet dan permanent op het stuur steunen of het stuur vasthouden om niet van het zadel af te glijden.

De schroefverbindingen aan de zadelpen moeten met de voorgeschreven aandraaimomenten worden gemonteerd (f). Maak gebruik van een momentsleutel en ga de maximale aandraaimomenten niet te boven! U vindt deze in het hoofdstuk "Aanbevolen aandraaimomenten", op de onderdelen zelf en/of in de handleidingen van de onderdelenfabrikanten.

Let erop dat de zadelrails vastgeklemd worden binnen de markeringen (g). Anders kan deze afbreken!

Het instelbereik van het zadel is heel beperkt. Een aanzien- lijk grotere bereik beslaan de verschillende stuurpenleng- tes (h). Samen kan meer dan 10 cm verschil worden bereikt. Meestal moet daarbij de lengte van de rem- en versnel- lingskabels worden aangepast. Ga voor dergelijke veran- deringen naar uw SENSA-dealer!

De zadelfabrikanten voegen meestal uitvoerige handleidingen bij. Lees deze zorgvuldig door voordat u de positie van uw zadel instelt. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Zadel verschuiven en horizontaal positioneren
Zadelpen met geïntegreerd klemmechanisme met één of twee parallele bouten (a)
Bij deze zadelpennen houdt een centrale inbusbout de kop vast die zowel de helling als de horizontale positie van het zadel vastzet. De meeste zadelpennen beschikken over twee bouten naast elkaar.
Open de bout(en) aan de kop van de zadelpen. Draai ze met twee hooguit drie slagen los anders kan het hele mechanisme uiteenvallen. Verschuif het zadel zoals u wenst naar voren of naar achteren. Meestal moet u het zadel daarvoor een tikje geven. Let ook op de markeringen aan de zadelrails en overschrijd deze niet.
Let erop dat de bovenkant van het zadel in horizontale positie blijft (b), terwijl u de bout(en) weer vastdraait. Zorg ervoor dat uw SENSA-fiets bij het uitvoeren van instelwerken horizontaal staat.
Hebt u de perfecte positie gevonden, controleer dan of de beide helften van het klemmechanisme tegen de zadelrails liggen. Voer vervolgens het aandraaimoment op zoals voorgeschreven door de fabrikant van de zadelpen.
Draai de bout(en) met de momentsleutel aan volgens de opgaven van de fabrikant (c) en controleer of het weer vastgeschroefde zadel niet kantelt door met de handen afwisselend de punt en de achterkant te belasten (d).

De bouten van de zadelklem behoren tot de meest gevoelige van de hele SENSA-fiets. Let er daarom zorgvuldig op dat u niet onder het aanbevolen minimale aandraaimoment komt en niet boven het maximale aandraaimoment. U vindt deze in het hoofdstuk "Aanbevolen aandraaimomenten", op de onderdelen zelf en/of in de handleidingen van de onderdelenfabrikanten. Gebruik altijd een momentsleutel.

Controleer de boutverbindingen maandelijks met de momentsleutel volgens de waarden die u in de meegeleverde handleidingen of op de onderdelen zelf vindt.

Bouten die niet helemaal vastzitten of los zitten kunnen problemen opleveren. Gevaar voor ongevallen!

Zadelpen met geïntegreerd klemmechanisme met twee achter elkaar liggende bouten (e)
Draai beide bouten los met twee, hooguit drie slagen, anders kan het hele mechanisme uiteenvallen. Verschuif het zadel horizontaal om de gewenste zitpositie in te stellen. Meestal moet u het zadel daarvoor een tikje geven. Let ook op de markeringen aan de zadelrails en overschrijd deze niet.
Hebt u de perfecte positie gevonden, controleer dan of de beide helften van het klemmechanisme tegen de zadelrails liggen. Voer vervolgens het aandraaimoment op zoals voorgeschreven door de fabrikant van de zadelpen.
Draai beide bouten gelijkmatig vast (f+g) zodat het zadel in de juiste hoek blijft staan. Wenst u de zadelneus een beetje lager, draai dan aan de voorste bout naar rechts. Draai eventueel de achterste bout een beetje losser. Om achter lager te stellen, moet u de achterste bouten naar rechts draaien en eventueel de voorste losdraaien.
Controleer of het (aldus) vastgezette zadel niet kantelt. Belast daartoe met uw handen afwisselend de zadelneus en het achterste deel van het zadel (h).

De bouten van de zadelklem behoren tot de meest gevoelige van de hele SENSA-fiets. Let er daarom zorgvuldig op dat u niet onder het aanbevolen minimale aandraaimoment komt en niet boven het maximale aandraaimoment. U vindt deze in het hoofdstuk "Aanbevolen aandraaimomenten", op de onderdelen zelf en/of in de handleidingen van de onderdelenfabrikanten. Gebruik altijd een momentsleutel.

Controleer de boutverbindingen maandelijks met de momentsleutel volgens (f+g) de waarden die u in de meegeleverde handleidingen of op de onderdelen zelf vindt.

Bouten die niet helemaal vastzitten of los zitten kunnen problemen opleveren. Gevaar voor ongevallen!

CARBON - BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
Bij producten uit met koolstofvezel versterkte kunststof (a), ook carbon of CFRP genoemd, zijn er een paar bijzonderheden.
Carbon is een extreem stevig materiaal dat een hoge belastbaarheid mogelijk maakt met een erg laag gewicht van het montage-onderdeel. Toch vervormen carbon onderdelen na overbelasting niet altijd blijvend resp. zichtbaar, maar de interne vezelstructuur kan beschadigd zijn.
Om die reden kan na een overbelasting een beschadigd onderdeel van carbon het tijdens het fietsen evt. plotseling begeven zonder enige voorafgaande waarschuwing. Daarom raden wij u aan om na een incident, zoals een val, het onderdeel of beter nog de hele SENSA-fiets te laten checken door uw SENSA-dealer.
Laat beschadigde onderdelen van carbon (b) om veiligheidsredenen nooit weer in orde brengen of repareren. Vervang een beschadigd onderdeel onmiddellijk! Zorg er door adequate maatregelen voor dat derden het niet toch nog kunnen gebruiken (zaag het bijvoorbeeld in stukken). Enkel beschadigde fietsframes kunnen eventueel worden gerepareerd.
Onderdelen uit carbon mogen nooit worden blootgesteld aan hoge temperaturen. Laat ze daarom nooit poederbespuiten of lakken. Dergelijke temperaturen kunnen de onderdelen zonder meer ruineren. Laat de onderdelen uit carbon nooit in de auto liggen als de zon sterk schijnt en bewaar ze niet in de buurt van een warmtebron.
Onderdelen van carbon hebben net als alle onderdelen uit licht materiaal slechts een beperkte levensduur. Vervang daarom stuur en stuurpen regelmatig, afhankelijk van het gebruik (bijv. om de drie jaar), ook als er geen sprake is geweest van buitengewone belasting (bijv. een ongeval).
Bescherm uw SENSA-fiets resp. het carbonframe en de carbononderdelen, als u de SENSA-fiets in de kofferruimte of op de achterbank transporteert (c). U kunt beschadigingen van het gevoelige materiaal voorkomen door het af te dekken met dekens, schuimstof kokers e.d.
Plaats uw SENSA-fiets steeds zorgvuldig en zodanig, dat deze niet kan omvallen (d). Carbon frame en carbon onderdelen kunnen al beschadigd raken bij omvallen, als ze bijvoorbeeld tegen een scherpe rand aankomen.

Maken carbononderdelen van uw SENSA-fiets krakende geluidjes of vertonen ze uitwendige beschadigingen zoals kerfjes, scheurtjes, deuken, verkleuringen etc., gebruik uw SENSA-fiets dan niet meer. Neem onmiddellijk contact op met uw SENSA-dealer, die het onderdeel nauwkeurig zal onderzoeken.

Combineer het carbon stuur in geen geval met bar-ends tenzij deze speciaal daarvoor bestemd zijn. Maak het carbonstuur niet korter en bevestig de rem- en schakelhendel niet verder naar binnen aan het stuur als aangegeven of noodzakelijk. Dit kan breuk opleveren!

Let erop dat de kleminrichtingen absoluut vetvrij moeten zijn, als een van de klemonderdelen van carbon is! Het smeermiddel zet zich vast in het oppervlak van het carbon onderdeel en verhindert door lagere wrijvingscoëfficiënten het veilige vastklemmen binnen de toegelaten aandraaimomenten. Carbon onderdelen die ooit werden gesmeerd, kunnen in sommige gevallen nooit meer op veilige wijze worden vastgezet! Gebruik in plaats van vet speciale Carbonmontagepasta (e), die bij diverse fabrikanten verkrijgbaar is.

Klem een carbonframe of -zadelpen niet in de montage- standaard! Daardoor kunnen deze worden beschadigd. Monteer voor het klemmen een stevige (aluminium) zadelpen (f) of gebruik een montagestandaard die het frame van binnen aan drie punten opspant of vorken en behuizing van de trapas opneemt.

Heeft uw SENSA-fiets vrij dikke framebuizen, dan bestaat het gevaar dat de meeste klemmen voor fietsdragers deze platdrukken! Frames uit carbon kunnen het dan bij verder gebruik plotseling begeven. Een zaak met autotoebehoren heeft echter vaak speciale, passende modellen (g). Vraag daar expliciet om informatie of vraag om advies bij uw SENSA-dealer.

Ga niet op de bovenbuis van het carbon frame zitten tijdens de pauze of wanneer u bijv. voor het stoplicht moet wachten. Het frame kan daardoor beschadigd raken.

Bescherm de kwetsbare plekken van uw carbonframe, bijv. de onderkant van de onderbuis, met speciale stickers (h) te- gen beschadigingen door schurende kabels of steenslag. U kunt deze krijgen bij uw SENSA-dealer.


Algemene tips voor remmen
Door de remmen (a+b) kan de rijsnelheid aan het terrein en de verkeerssituatie worden aangepast. De remmen moeten zo nodig onmiddellijk pakken om de SENSA-fiets zo vlug mogelijk tot stilstand te brengen.
Als de remmen zo helemaal worden ingedrukt verplaatst het gewicht zich naar voren waardoor het achterwiel minder wordt belast. Daarom kan het op een stroeve bodem eerder voorkomen dat het achterwiel omhoog komt en de SENSA-fiets over de kop gaat dan dat de banden de grip verliezen (c). Vooral bij bergaf rijden stelt die problematiek zich. Moet u plots remmen om volledig tot stilstand te komen, probeer dan uw gewicht zo ver mogelijk naar achteren en naar onderen te verplaatsen.
Gebruik beide remmen tegelijkertijd en denk eraan dat de voorste rem op een stroeve bodem door de verplaatsing van uw gewicht de duidelijk grotere kracht kan overbrengen.
Op een losse ondergrond heersen andere omstandigheden (d). Hier kan te hard remmen van het voorwiel tot slippen leiden. Oefen daarom het remmen op verschillende bodems.
Bij nat weer werken de remmen vertraagd. Rem voorzichtig op natte en gladde wegen want uw banden kunnen vlug slippen. Reduceer in dergelijke situaties uw snelheid.

Bij de verschillende remsoorten kunnen de volgende problemen op- treden:
Velgremmen (e) kunnen oververhit raken, als u te lang remt of de remmen laat slepen. Dat kan de binnenband beschadigen of de buitenband op de velg verplaatsen. Daardoor kan plotseling lucht ontsnappen, waardoor u lelijk ten val kunt komen.
Verder slijten ook de velgen na verloop van tijd. Deze kunnen evt. barsten. Daarom moeten zij van tijd tot tijd worden vernieuwd.
Bij schijfremmen (f+g) leidt langdurig remmen of voortdurend slepend remmen tot oververhitting van het remsysteem. De remkracht kan verminderen of de remmen kunnen helemaal uitvallen. Gevaar voor ongevallen!
Wen u eraan bij lange dalingen (h), kort maar krachtig te remmen en de remmen tussendoor steeds los te laten. In geval van twijfel onderbreekt u even uw rit om de reminstallatie te laten afkoelen.

De indeling van de remhendels in relatie tot de remblokjes (bijv. linker remhendel bedient rem van het voorwiel) kan variëren. Kijk na in de fietspas en controleer of u de voorwielrem kunt bedienen met dezelfde remgreep (rechts of links) als u tot nu toe gewend was. Als dit niet het geval is, laat dan de remgrepen nog voor de eerste rit door uw SENSA-dealer ombouwen.

Wen langzaam aan uw remmen. Oefen noodstopmanoeuvres op een verkeersarme plek tot u uw SENSA-fiets veilig kunt bedienen en onder controle hebt. Dit kan ongevallen voorkomen.

Nat wegdek vertraagt de remwerking en laat de banden licht slippen. Houd bij regen rekening met een langere remafstand, verminder uw rijsnelheid en rem voorzichtig.

De remvlakken en remblokjes moeten absoluut vrij zijn van was, vet en olie. Gevaar voor ongevallen!

Gebruik uitsluitend originele onderdelen van het juiste merk en type als u een set moet vervangen. Uw SENSA-dealer geeft u graag advies.

V-remmen (a) en Cantilever-remmen (b) bestaan uit twee armen die links en rechts van de velg, gescheiden van elkaar zijn aangebracht. Bij het bedienen van de remhendel worden de armen samengetrokken via een bowdenkabel, de remblokjes wrijven over de flanken van de velg.
Door de wrijving verslijten de remblokjes en velgen en nog sneller als u vaak in bergachtig gebied en door regen of vuil fietst. Sommige velgen zijn van zogenaamde slijtindicators voorzien (bijv. groeven of punten). Als die niet meer te herkennen zijn, moet u de velgen vervangen. Is de flank van een velg zo afgesleten dat een kritiek punt wordt bereikt, dan kan de bandenspanning de velg doen barsten. Het wiel kan geblokkeerd raken of de binnenband klappen. Anders kunt u vallen!
Controle van functionaliteit
Controleer of de remblokjes (c) precies zijn afgestemd op de velgen en of ze dik genoeg zijn. Dat merkt u meestal aan de groeven in de remblokjes.
Zijn die weggesleten (d), dan moet u de remblokjes dringend vervangen. Let altijd op de aanwijzingen van de fabrikant.
Uiterlijk nadat u de tweede set remblokjes hebt versleten, moet u naar de SENSA-dealer gaan en de velgen laten controleren. Hij kan de wanddikte met speciale meetapparaten controleren.
De remblokjes moeten tegelijkertijd de velg raken. Ze moeten eerst met het voorste gedeelte tegen de remflanken komen. Het achterste deel van de remblokjes moet dan ongeveer een millimeter van het remvlak staan. Van boven gezien vormen de remblokjes een van vo- ren gesloten V. Deze afstelling voorkomt dat de remblokjes piepen.
De remhendel moet nog over voldoende onbelaste weg beschikken - hij mag nooit tot aan het stuur kunnen worden doorgetrokken, zelfs niet bij een noodstop. Als dit toch het geval is, lees dan het volgende hoofdstuk "Synchronisatie en bijstelling".
Zijn al die punten in orde, dan is de rem juist bijgesteld.


Vervang onmiddellijk beschadigde remkabels, bijvoorbeeld zodra er enkele draadjes uitsteken (e). Anders kan de rem weigeren en kunt u vallen!

De afstelling van de remblokjes op de velgen vereist veel ambachtelijke vaardigheid. Laat het vervangen vande remblokjes of het afstellen ervan over aan uw SENSA-dealer.

Laat de velgen regelmatig door de SENSA-dealer controle- ren en nameten.
Synchronisatie en bijstelling
Nagenoeg alle remmen hebben aan de zijkant van een of van beide remlichamen een afstelbout. Daarmee stelt u de veervoorspanning in (f). Draai langzaam aan de bout en observer hoe de afstand van de remblokjes tot de velg verandert.
Stel de veren dan zo in, dat deze afstand als de remmen niet geactiveerd worden aan weerskanten gelijk is en de remblokjes bij het remmen tegelijkertijd de velgen aanraken.
De remhendelpositie waarin de rem begint te werken (het zogenaamde drukpunt), kan door bijstellen van de remkabel worden ingesteld op de handgrootte en de persoonlijke voorkeur. In geen geval mag de remhendel tot aan de handgrepen van het stuur kunnen worden getrokken. De remblokjes moeten als ze niet aangetrokken zijn ook niet te dicht bij de velgen staan, omdat ze anders bij het rijden tegen de velgen kunnen schuren. Voordat u deze instelling uitvoert, moet u de aanwijzingen lezen in hoofdstuk "Greepbreedte van de remhendels instellen".
Draai de gekartelde contraring boven aan het stuur, waar de kabel in de remhendel loopt, los om de rem bij te stellen (g). Draai de gekartelde bout (met sleuf) van de kabel aan de handgreep er met enkele slagen uit. De onbelaste weg van de remhendel wordt korter. Houd de afstelbout vast en draai de veiligheidsring stevig tegen het omhuisel van de hendel. Nu kan de bout niet vanzelf losdraaien. Let erop dat de sleuf niet naar voren of naar boven is gericht, anders kunnen water en vuil binnendringen.

Maak na het bijstellen altijd eerst een remproef in stilstand (h). Vergewis u ervan dat bij een sterk afremmen de remblokjes de flanken van de velg raken met het hele vlak.

Schijfremmen kenmerken zich door een zeer sterke remwerking. Op natte wegen reageren ze aanzienlijk vlugger dan velgremmen; na korte tijd remmen ze al met volle remkracht. Zij behoeven nauwelijks onderhoud en verslijten de velgen niet.
Schijfremmen (a) bestaan uit remzadel (1), remschijf (2), remleiding of remkabel (3) en de remgreep/-hendel (b). Bij het activeren van de remhendel worden de remzuigers hydraulisch of mechanisch samengedrukt, de blokjes wrijven over de remschijven.
Door de wrijving verslijten de remblokjes (c) en schijven en nog sneller als u vaak in bergachtig gebied en door regen of vuil fietst. Afhankelijk van fabrikant en model zijn er verschillende controlemethodes en slijtagegrenzen voor remblokjes en schijven.

Nieuwe remblokjes moeten eerst worden ingereden voordat ze optimale vertragingswaarden halen. Accelereer een 30- tot 50-tal keren tot op een snelheid van ca. 30 km/uur en rem dan af tot volledige stilstand. De inremprocedure is beeindigd als de kracht die u moet opbrengen om af te remmen, niet verder afneemt.

Schijfremmen worden heet tijdens de werking. Raak de remschijven dus – zeker na lange afdalingen – niet onmiddellijk aan nadat u tot stilstand bent gekomen.

Vuile remblokjes en -schijven kunnen leiden tot een drastisch gereduceerd remvermogen. Let erop dat noch olie noch andere vloeistoffen in de remmen geraken, bijv. als u uw SENSA-fiets schoonmaakt of de ketting smeert. Vuile remblokjes mogen in geen geval worden gereinigd, ze moeten worden vervangen! Remschijven kunt u met remreiniger en een schone absorberende doek of met warm water en afwasmiddel reinigen (d).

Ongewone geluiden (krassen, slijpen enz.) bij het remmen en/of een merkbare verandering van de remkracht (sterker of zwakker) zijn aanwijzingen dat de remblokjes vuil of versleten zijn. Controleer de remblokjes en vervang ze indien nodig. Anders dreigt er verdergaande schade bijv. aan de remschijf of zelfs gevaar voor ongevallen door het falen van de remmen! Als u het niet zeker weet, neem dan contact op met de SENSA-dealer.

Hydraulische schijfremmen
Controle van functionaliteit
Controleer regelmatig de leidingen (e) en de aansluitingen op lekkages. Trek daarbij aan de remgreep. Als er remvloeistof uitloopt, ga dan onmiddellijk naar uw SENSA-dealer. Een lek kan ervoor zorgen dat de remmen niet meer werken. Gevaar voor ongevallen!
Slijtage en onderhoud
Controleer de slijtage van de remblokjes regelmatig (f) en volg daarbij de aanwijzingen in de handleiding van de fabrikant op.
Meet de dikte van de remblokjes op de drager met een voelmaat (g). Het remblokje moet op alle plekken minstens 0,5 mm dik zijn. Meet het remblokje en de drager individueel; het verschil vormt de dikte van het blokje. Schuif de gereinigde remblokjes weer in het gereinigde zadel.

Open aansluitingen of lekken in de leidingen zorgen ervoor dat het remvermogen sterk verzwakt. Stelt u lekken in het systeem vast of geknikte leidingen, neem dan onmiddellijk contact op met uw SENSA-dealer!

Als uw remsysteem met DOT-remvloeistof werkt, moet dit in regelmatige – door de fabrikant vastgestelde termijnen – worden vervangen.

Zet een SENSA-fiets met hydraulische schijfremmen niet op z'n kop. Er kan lucht in het systeem komen. De rem kan zijn werking verliezen (h).

Open de remleidingen niet. Er kan remvloeistof uitlopen die schadelijk is voor de gezondheid en de lak beschadigt.

De fabrikanten van hydraulische schijfremmen geven doorgaans uitvoerige handleidingen mee. Lees die aandachtig voordat u een wiel demonteert of onderhoud pleegt.

Mechanische schijfremmen
Controle van functionaliteit
Wanneer de blokjes van mechanische schijfremmen verslijten, moet de remgreep verder worden ingedrukt. Controleer regelmatig of de rem een bepaald drukpunt bereikt vooraleer de hendel het stuur raakt. Controleer of de remkabels intact zijn!

Vervang beschadigde kabels (a) onmiddellijk; ze kunnen kapot gaan. Gevaar voor ongevallen!
Slijtage en onderhoud
Slijtage van de remblokjes kunt u tot op zekere hoogte direct aan de remhendel compenseren. Maak de dopmoer van de bout, waardoor de kabel in de greep loopt (b), los. Draai de bout eruit tot de greepafstand bevredigend is. Draai de contramoer weer vast. Let erop dat de sleuf naar voren noch naar boven is gericht om nodeloos binnendringen van water en vuil tegen te gaan.
Controleer na het bijstellen of alles naar behoren functioneert en of – nadat u de remhendel hebt losgelaten en het wiel draait – de remblokjes nergens tegenslepen (c+d).
Als u meerdere keren bijstelt, verandert de plaats van de greep aan het remzadel. De werking van de remmen wordt minder sterk. In extreme gevallen kan de rem volledig uitvallen. Gevaar voor ongevallen!
Meer instelmogelijkheden zijn er bij sommige modellen direct aan het remzadel. Daarvoor is echter een zekere ambachtelijke vaardigheid vereist. Lees in ieder geval de originele handleiding van de remfabrikant vooraleer u de remmen instelt. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Herhaaldelijk bijstellen alleen aan de remhendel kan de maximaal haalbare remwerking sterk beperken.

Bij enkele systemen moet de slijtage direct aan het remza- del worden bijgesteld. Lees hiervoor de bijgevoegde hand- leiding van de fabrikant van de remmen.

De fabrikanten van mechanische schijfremmen geven doorgaans uitvoerige handleidingen mee. Lees die aan-dachtig voordat u een wiel demonteert of onderhoud pleegt.

Bij SENSA-MTB's zijn kettingversnellingen gebruikelijk. Er zijn echter ook speciale versnellingsnaven en in plaats van meerdere voorste kettingbladen trapasversnellingen. Vraag uw SENSA-dealer wanneer uw SENSA-MTB of -crossfiets geen typische en hier beschreven kettingversnelling heeft.
Kettingversnelling
Met de versnelling (e+f) van een SENSA-fiets wordt het de overbrenging aangepast aan het terrein en de gewenste snelheid. Met een klein verzet (de ketting loopt vooraan over het kleine kettingblad en achteraan over een groot rondsel) kunt u met een matige krachtinspanning naar boven rijden op steile hellingen. U moet dan wel sneller trappen. Bergaf schakelt u naar een groter verzet (vooraan een groot kettingblad, achteraan een klein tandwiel). Met een enkele crankomwenteling komt u dan veel meters ver, de snelheid is dienovereenkomstig hoog.

Oefen het gebruik van uw versnellingsmechanisme in een verkeersarm gebied. Maak uzelf vertrouwd met de manier van werken van hendels of draaigrepen van uw SENSA-fiets.

Lees in ieder geval de handleiding van de fabrikant van de versnelling en maak u voor de eerste rit vertrouwd met de bediening.
Manier van werken en bediening
De versnelling met ketting functioneert altijd als volgt:
Groot kettingblad voor - zware versnelling - grotere overbrenging Klein kettingblad voor - lichte versnelling - kleinere overbrenging Groot rondsel achter - lichte versnelling - kleinere overbrenging Klein rondsel achter - zware versnelling - grotere overbrenging
Normaliter zijn de schakelaars als volgt gemonteerd:
- achterste rondsels
Schakelhendel links
- voorste kettingbladen
Er zijn inmiddels verschillende schakelsystemen met een, twee of drie kettingbladen voor.
Moderne SENSA-mountainbikes kunnen tot 33 versnellingen hebben, waarbij er echter overlappen zijn – feitelijk zijn er 15 tot 20 versnellingen bruikbaar. De ketting mag nooit extreem schuin lopen, omdat deze dan snel verslijt en de werking afneemt. Het is bijvoorbeeld slecht wanneer de ketting vooraan op het kleinste kettingblad en tegelijkertijd achteraan op de buitenste (kleine) twee of drie rondsels loopt (g). Dat geldt ook wanneer de ketting vooraan op het grootste kettingblad en achteraan op de binnenste (grote) rondsels loopt (h).

De trapas (a) is de verbinding tussen cranks en frame. Er zijn verschillende modellen – soms hoort de lageras bij de trapaslager, soms is die in de rechter crank geïntegreerd. De afgedichte kogellagers zijn af fabriek onderhouds- en spelingvrij ingesteld. Er moet regelmatig worden gecontroleerd of de trapas goed vastzitten in het frame en of de cranks vast aan de lageras zitten.
Controleer ook regelmatig of de cranks vast aan de lageras zitten en of er speling in de lagers zit. Als u de crank krachtig heen en weer beweegt, mag er geen speling te bespeuren zijn (b). Als dat wel het geval is, dient u meteen naar uw SENSA-dealer te gaan.
Een schakelproces begint – afhankelijk van het gemonteerde versnellingssysteem – door te drukken op een schakelhendel of met een korte draai vanuit uw pols bij draaigrepen (c). Tijdens het schakelen moet u blijven trappen. De trapkracht wordt echter merkbaar verminderd.
Hieronder worden de principes van de verschillende types schakelhendels en hun functie uitgelegd. Mogelijk is uw nieuwe SENSA-fiets echter uitgerust met een versnellingstype dat hier niet bij is.
Bij schakelhendels wordt meestal met de grote hendel (duimhendel) op het grotere kettingbladen/rondsels geschakeld.
Een versnellingsprocedure met de rechter hand leidt dus een lichtere versnelling. De versnellingsstappen zijn gerasterd, er kunnen meerdere versnellingsstappen in een keer worden geschakeld. Door de linker duimhendel te activeren wordt naar een zwaardere versnelling geschakeld.
De kleine hendel, die vanuit de positie van de fietser voor het stuur ligt en met de wijsvinger (wijsvinger hendel) wordt bediend, beweegt de ketting in de richting van de kleinere kettingbladen/rondsels. Dus rechts naar een zwaardere versnelling, links naar een lichtere.

De fabrikanten van versnellingen leveren meestal uitvoerige handleidingen. Lees deze zorgvuldig door. Maak u evt. op een verkeersarme plek vertrouwd met de nieuwe versnelling (d). Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.
De draaigreepschakelaars (gripshift) functioneren op een andere manier. Terwijl door de rechter shifter naar de fietser te draaien naar een lichtere versnelling wordt geschakeld, wordt door de linker shifter in dezelfde richting te draaien naar een zwaardere versnelling geschakeld, en omgekeerd. Ook hier kan soms de schakelrichting variëren.

Denk eraan dat u het beste een broek met smalle pijpen kunt dragen of broekklemmen kunt gebruiken (e). Zo voorkomt u dat uw broek in de ketting of tussen de kettingbladen terechtkomt. Anders kunt u vallen!

Schakelt u onder belasting, met andere woorden door met grote krachtinspanning op de pedalen te trappen, dan kan de ketting doorglippen. Bij de voorderailleur kan de ketting zelfs helemaal van de kettingbladen afspringen en een val veroorzaken! In elk geval wordt op die manier de levensduur van de ketting aanzienlijk korter.

Bij speling tussen lageras en cranks kunnen deze worden beschadigd. Dit kan breuk opleveren!

Vermijd versnellingen waarbij de ketting erg schuin loopt. Verhoogde slijtage!

Belangrijk voor het schakelen is dat u gelijkmatig en zonder grote krachtsinspanning doortrapt. Schakel vooral met de voorderailleur (f) zonder belasting, dat verkort de levensduur van de ketting. Daarnaast kan de ketting tussen liggende achtervork en kettingbladen beklemd raken ("chain-suck").
Controleren en bijstellen
Uw SENSA-dealer heeft voor de aflevering van de SENSA-fiets de kettingversnelling afgesteld (g). Na de eerste kilometers kunnen de bowdenkabels echter uitrekken, waardoor de schakelprocessen on-nauwkeurig worden en de ketting (ratelende) geluiden gaat maken.
Het afstellen van voor- en achterderailleur (h) kan alleen door een ervaren vakman worden uitgevoerd. Als u het zelf wilt proberen, raadpleeg dan ook de gebruiksaanwijzing van de versnellingsfabrikant. Berokkent u de versnelling problemen, vraag dan uw SENSA-dealer om raad.

Breng uw nieuwe SENSA-fiets voor uw eigen veiligheid na 100 tot 300 kilometer resp. 5 tot 15 gebruiksuren of na vier tot zes weken, uiterlijk echter na drie maanden naar de SENSA-dealer voor een eerste inspectiebeurt.

Span de kabel bij de instelbare kabelbevestiging aan de versnellings-hendel (a) of via de afstelbout waarlangs de bowdenkabel in de achterderailleur (b) loopt. Schakel over op het kleinste rondsel en draai de bouten met halve slagen eruit tot de kabel licht is gespannen.
Controleer telkens opnieuw of de ketting vlot overspringt naar het onmiddellijk volgende, grotere rondsel. Daarvoor moet u de cranks handmatig draaien of met de SENSA-fiets rijden en daarbij de versnellingen doorschakelen.
Als de ketting gemakkelijk naar de grotere rondsels wordt overgezet, controleer dan of deze ook nog gemakkelijk op de kleine rondsels te-rugspringt. Als dat niet zo is, moet de stelbout weer iets terug worden gedraaid. Dit moet waarschijnlijk meer keer worden uitgeprobeerd.

Een volledige afstelling van voor- en achterderailleur kan door een ervaren vakman worden uitgevoerd. Raadpleeg de handleiding van de fabrikant van de versnelling. Als u problemen hebt met de versnelling, vraag dan uw SENSA-dealer.

Als iemand anders het achterwiel omhoog houdt, kunt u de functie gemakkelijk testen door de cranks te draaien en te schakelen.
Eindaanslagen instellen
Om te voorkomen dat derailleur of ketting in de spaken lopen of de ketting van het kleinste rondsel valt, begrenzen zgn. eindaanslagbouten (c) het zwenkbereik van de derailleur. Zij worden ingesteld door de SENSA-dealer en worden bij normaal gebruik niet gewijzigd.
Corrigeer zo nodig de positie met behulp van de eindaanslagbout. De bouten van achterderailleurs zijn vaak gemarkeerd met "H" voor high gear en "L" voor low gear. "High gear" staat in dit geval voor de zware versnelling dus voor het kleine rondsel. Draai de bout naar rechts om de derailleur meer naar binnen toe te laten lopen of in de tegenovergestelde richting, wanneer de schijven verder naar buiten toe moeten.
Schakel nu naar het grote rondsel en controleer of de geleidewieltje van de achterderailleur precies onder de tandpunten van het rondsel ligt. Draai de met "L" gemarkeerde bouten naar rechts tot de achterderailleur niet verder in de richting van de spaken kan worden bewogen – noch door bediening van de schakelgreep noch door met de hand te drukken (d).

Door deze instelling verhindert u dat de ketting tussen rondsels en spaken terechtkomt of de achterderailleur resp. de kooi van de geleidewieltjes de spaken kan aanraken – daardoor kunnen spaken, achterderailleur en frame beschadigen. In het ergste geval kunt u niet verder rijden.

Als de SENSA-fiets is omgevallen of de derailleur een klap heeft gekregen, dan kan de derailleur of de bevestiging daarvan, de zogenaamde derailleurpad, verbogen zijn. Na een dergelijk incident of wanneer een andere achterwiel op de SENSA-fiets wordt gemonteerd, moet het zwenkbereik worden gecontroleerd en moeten de eindaanslagbouten (e) evt. opnieuw worden afgesteld.

Maak in ieder geval een proefrit op een terrein waar geen verkeer is, nadat u de versnelling hebt veranderd.

Slecht afgestelde versnellingen zijn jeen van de belangrijskte oorzaken voor niet te repareren frame-, achterderailleur- en wielschade.

Breng de SENSA-fiets regelmatig voor controle naar uw SENSA-dealer.
Het bereik waarmee de voorderailleur de ketting nog juist op het kettingblad houdt maar nog net niet schuurt, is uiterst klein. Zoals bij de achterderailleur begrenzen met "H" en "L" gemarkeerde eindaanslagbouten (f) het zwenkbereik. Zij worden ingesteld door de SENSA-dealer en worden bij normaal gebruik niet gewijzigd.
Bij de voorderailleur (g) kan de kabel langer worden, net als bij de achterderailleur. Dan verslechtert het schakelgedrag. Schakel over op het kleine kettingblad. Span desgewenst de kabel opnieuw op via de bout waarlangs de bowdenkabel in de schakelhendel wordt geleid (h).

Controleer na een val of de geleiders van de voorderailleur nog precies parallel verlopen t.o.v. de kettingbladen en of u het grote kettingblad kunt aanraken. Dan zou de aandrijving geblokkeerd worden. Gevaar voor ongevallen!

De instelling van de voorderailleur vereist grote zorgvuldigheid. Als deze verkeerd is afgesteld, kan de ketting eraf lopen, de aandrijfkracht wordt dan plotseling onderbroken. Dat kan tot valpartijen leiden!

Maak in ieder geval een proefrit op een terrein waar geen verkeer is, nadat u de versnelling hebt veranderd.

Om ervoor te zorgen dat de ketting lang goed blijft en geluidsarm loopt, is het niet doorslaggevend hoe veel smeermiddel u gebruikt, maar hoe goed u deze verdeelt en hoe regelmatig u oliet. Reinig uw ketting van tijd tot tijd met een vettige doek van het vuil en de olie die zich daarop hebben afgezet (a). Speciale kettingontvetter is niet nodig, en zelfs eerder schadelijk.
Breng het smeermiddel (kettingolie, -vet of -was) aan op de zo blank mogelijke kettingschalmen (b). Draai daarbij de crank en druppel het smeermiddel op de rollen aan de binnenkant van de ketting. Draai vervolgens de ketting enkele omwentelingen. Laat de SENSA-fiets nog enkele minuten staan zodat het smeermiddel in de ketting kan binnendringen. Wrijf dan het overtollige smeermiddel weg met een poet-slap zodat het niet spat tijdens het fietsen of onnodig vuil aantrekt.

Let vooral erop dat er geen vet op de remvlakken van de velgen, op de remschijf of op de remblokjes terechtkomt. Uw rem zou niet meer functioneren!

Gebruik met het oog op de milieubescherming alleen biologisch afbreekbare smeermiddelen. Er komt altijd een beetje smeermiddel op de grond terecht, wanneer u met de SENSA-fiets rijdt, vooral bij nat weer.
Kettingen behoren tot slijtageonderdelen van de fiets. U hebt echter invloed op hun levensduur. Smeer de ketting regelmatig, vooral na rijden door de regen. Gebruik versnellingen waarbij de ketting zo min mogelijk schuin loopt. SENSA-fiets met een zo hoog mogelijke trapfrequentie.
Kettingen van kettingversnellingen bereiken hun slijtagegrens na ca. 800 tot 2.500 km resp. 40 tot 125 gebruiksuren. Door een sterk verlengde ketting verslechtert het schakelgedrag. Bovendien slijten rondsels en kettingbladen sneller. Deze onderdelen vervangen is in vergelijking met het vervangen van de ketting duurder. Controleer daarom geregeld de toestand van de ketting.
Voor de controle van de kettingslijtage beschikt uw SENSA-dealer over precies meetapparatuur (c). Het vervangen van de ketting behoort door vakmensen te worden gedaan, want er is speciaal gereedschap voor nodig en er moet een ketting worden gekozen die bij de aanwezige versnelling past.

Een ketting die verkeerd is gesloten of sterk versleten, kan stuk gaan zodat u kunt vallen.

Gebruik voor vervanging van uw ketting uitsluitend gekenmerkte en passende originele onderdelen (d). Uw SENSA-dealer geeft u graag advies.

Als u de zadelpen vaak wilt verstellen, adviseren wij de montage van een in hoogte verstelbare zadelpen. Deze is in rijklare toestand in het algemeen via een leiding die door de zitbuis loopt met de aan het stuur gemonteerde bedieningshendel of bedieningsknop (e) verbonden.
Voordat u de in hoogte verstelbare zadelpen in het frame monteert, dient u te controleren of de zitbuis volkomen vrij is van scherpe randen of bramen. Laat de zitbuis evt. door een ervaren monteur schoonmaken en ontbramen.
Lees voor het instellen van de zithoogte (f) het hoofdstuk "Instellen van de juiste zithoogte".
Volg bij het instellen van de bedieningshendel van de in hoogte ver- stelbare zadelpen aan het stuur de aanwijzingen van de fabrikant op.

Over het algemeen vereist de montage van een in hoogte verstelbare zadelpen (g) veel vaardigheid en (speciaal) gereedschap. Laat het liever over aan uw SENSA-dealer. Wilt u het toch zelf proberen, lees dan zorgvuldig - voordat u eraan begint - de handleiding van de fabrikant van de zadelpen.

Neem de voorschriften van de fabrikant van het frame resp. de SENSA-fiets in acht m.b.t. de minimum insteekdiepte.

Span een SENSA-fiets met in hoogte verstelbare zadelpen niet aan het beweeglijke deel, maar uitsluitend aan het onderste deel dat overeenkomstig ver is uitgetrokken, in een montagestandaard (h). Let er bij het insteken resp. uittrekken van de in hoogte verstelbare zadelpen op dat de leiding aan de uitgangsopening aan het frame aangeschoven of -getrokken wordt en niet afknikt.

Pleeg regelmatig onderhoud aan de in hoogte verstelbare zadelpen en houd in het bijzonder het verstelbereik schoon.

Bij in hoogte verstelbare zadelpennen, zoals bijv. van RockShox, Kind Shock enz., wordt de hoogte versteld door middel van een drukknop of hendelbediening aan het stuur. Lees de handleiding van de fabrikant van de zadelpen.

Meer informatie vindt u op de website van de fabrikant van de zadelpen zoals bijv. www.rockshox.com en www.kssuspension.com

Het wiel bestaat uit naaf, spaken en velg. Op de velg komt de buitenband. Hierin wordt in de regel de binnenband gelegd. Om de gevoelige binnenband te beschermen, wordt er een velglint (a) gelegd of geplakt op de spaaknippels en in het vaak scherphoekige velgbed.
Het gewicht van de fietser, bagage en oneffenheden belasten de wielen in hoge mate. Hoewel de wielen zorgvuldig gefabriceerd en gecentreerd worden geleverd, kunnen spaken en nippels in het begin wat los gaan zitten. Al na een korte inrijtijd van ca. 100 tot 300 kilometer resp. 5 tot 15 gebruiksuren moet u uw wielen daarom door uw SENSA-dealer laten controleren resp. nacentreren.
Ook daarna moet u de wielen regelmatig controleren. Het is doorgaans zelden nodig de wielen opnieuw op te spannen (b).

Bij MTB's zijn er drie bandensystemen. Tubeless banden, ook UST-banden genoemd, die een speciale afdichtvloeistof vereisen. Tubes die op de velg moeten worden geplakt, ook tubular genoemd, en conventionele draad- en vouwbanden die met binnenband worden toegepast. Daar het laatstgenoemde bandentype het meest wordt gebruikt, wordt dit hier beschreven. Vraag informatie aan uw SENSA-dealer over de andere systemen.
Buitenbanden, binnenbanden, velglint, bandenspanning
De buitenbanden moeten de SENSA-fiets grip en tractie geven, licht lopen en kleine rijbaanschokken absorberen. De aard van het karkas van de band, de rubbersamenstelling en het profiel beïnvloeden de rolweerstand en de gripeigenschappen. Bij uw SENSA-dealer kunt u kiezen uit verschillende types (c).
Als u een nieuwe band wilt opleggen, moet u op het systeem en de maten van de gemonteerde band letten. Het laatste staat in twee eenheden op de zijkant van de band. Eén opgave is de nauwkeuriger, genormeerde millimeteraanduiding (voorbeeld: 57-559 betekent een bandbreedte van 57 mm in opgepompte toestand en een (binnen-)doorsnede van 559 mm) (d). De andere opgave is in inches (bijv. 26x2.25").
Banden moeten met de juiste bandenspanning worden opgepompt om het optimale compromis tussen 'licht lopen' en rijcomfort te bieden. Dan zult u ook minder last hebben van pech. Een te lage spanning kan tot een "snake-bite" leiden waarbij de binnenband bij het rijden over scherpe randen plat gedrukt wordt.

De bandenspanning die door de fabrikant wordt aanbevolen, vindt u doorgaans op de zijkant van de band of op het type-etiket. De ondergrens van de spanningweergave betekent maximaal veercomfort voor lichte fietsers, optimaal voor tochten over ruwe ondergrond. Bij toenemende druk vermindert de rolweerstand op een vlakke ondergrond, maar ook het comfort. Hard opgepompte banden zijn daarom beter voor zware fietsers en ritten over glad asfalt.
Vaak wordt de bandenspanning aangegeven met de Engelse eenheid psi (pounds per square inch). In de tabel (e) zijn de meest gebruikelijke waarden omgerekend.
Maar zomaar een band op een velg is nog niet luchtdicht. Om de bandenspanning te behouden, wordt er een binnenband (f) ingelegd en via een ventiel gevuld.
Een uitzondering hierop zijn tubeless wiel-/bandensystemen. Hier zijn velgen en banden ook zonder binnenband luchtdicht (tubeless/UST-banden) of worden door middel van speciale velgenbanden en/of afdichtvloeistoffen afgedicht (tubeless ready/no-tubes-systeem). Lees de betreffende handleidingen voordat u zulke banden begint te repareren.
Ventielen
Bij SENSA-MTBs en -crossbikes zijn twee ventielsoorten gebruikelijk:
- Het Sclaverand- of Prestaventiel (g) - wordt inmiddels voor nagenoeg ieder fietstype gebruikt. Het ventiel is geconstrueerd voor de hoogste bandenspanning.
- Het Schrader- of Autoventiel (h) – werd van het motorvoertuig overgenomen.
Alle twee ventielsoorten worden tegen vuil beschermd door een kunststof dopje.
Het autoventiel kan nadat u het dopje eraf hebt gedraaid, direct met een geschikte pomp worden gevuld.
Bij het Prestaventiel moet u voor het oppompen de kartelmoer iets losschroeven en deze snel zo ver mogelijk op het ventiel drukken, tot er lucht uitkomt. Controleer de passing van het ventiellichaam in de langwerpige steel. Als deze niet is vastgedraaid, kan langzaam lucht ontsnappen. Vergeet niet na het oppompen de ventielmoer weer handvast te draaien.
e
Autoventielen en - met speciale adapter - ook Prestaventielen kunt u op een benzinestation met de persluchtdispenser vullen. Gebruik de dispenser met korte stoten, omdat er anders te veel lucht in uw band komt en deze kan klappen. Om lucht te laten ontsnappen, drukt u bij het autoventiel op de pen in het midden (a), bij de Prestaventiel de kartelmoer, kort in (b).
Met een handpomp kan het moeilijk zijn de nodige druk op te bouwen. Eenvoudiger gaat het met staande pompen of voetpompen met manometer (c).

Vervang versleten, uitgedroogde of poreuze banden. Vocht en vuil kunnen binnendringen en de binnenconstructie beschadigen. De binnenband kan klappen. Anders kunt u vallen!

Als u een band oplegt van een andere maat als de seriematig gemonteerde, kunt u met uw voet tegen het voorwiel stoten, als u langzaam rijdend stuurt. Bij het inveren van het veerelement kan ook een wiel geblokkeerd raken. Gevaar voor ongevallen!

Behandel uw banden met zorg. Pomp uw banden nooit harder op dan met de maximaal toegelaten druk. Zij kunnen tijdens het rijden van de velg springen of klappen. Anders kunt u vallen!

Banden die een druk van vijf bar of meer kunnen hebben, moeten op haakvelgen, herkenbaar aan de aanduiding "C", gemonteerd worden. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Rijd altijd met de voorgeschreven bandenspanning en controleer deze met regelmatige tussenpozen, minstens één maal per week.

Verkeren de banden in goede staat? Is de bandenspanning van beide banden in orde (d)? Een hogere druk zorgt voor een betere rijstabiliteit en vermindert de kans op pech. De opgaven over minimum- en maximumdruk (in bar of PSI) vindt u aan de zijkant van de band.

Let ook op de maximaal toegelaten drukwaarde van de velgen. De waarden zijn afhankelijk van de breedte van de banden. U vindt de waarden in de bijgevoegde handleidingen van de velgen- of wielenfabrikant.

Zitten er op uw SENSA-fiets tubeless banden of banden met binnenbanden, lees dan de handleiding van de fabrikant van velg en band.

Zuivere uitgelijnde loop van de velgen en spaakspanning
Voor de rondloop van het wiel moeten de spaken gelijkmatig zijn gespannen (e). De spanning van afzonderlijke spaken kan veranderen, als u bijvoorbeeld te snel over een scherpe rand rijdt of een nippel loslaat. Daardoor raken de trekkrachten uit hun evenwicht. Zelfs nog voordat u die onregelmatigheid vaststelt (de SENSA-fiets begint te slingeren), kan de volwaardige functie van uw SENSA-fiets al worden belemmerd.
De zijkanten van de velgen zijn bij velgremmen ook de remvlakken (f). Als het wiel niet rond loopt, kan dat de remwerking beïnvloeden. Controleer daarom van tijd tot tijd of de wielen mooi rond lopen. Til daartoe het wiel van de grond en geef het met de hand een tik zodat het begint te draaien. Observeer de spleet tussen velg en remblokjes (g). Als deze meer dan een millimeter verschilt, dan moet uw vertrouwde SENSA-dealer het wiel opnieuw centreren (h).

Fiets niet met wielen die niet mooi rond lopen. Bij grote zijdelingse slagen kunnen bij velgremmen de remblokjes onverwachts sterk pakken. Dat leidt meestal tot een onmiddellijke blokkering van het wiel en daarmee tot vallen.

Losse spaken moeten onmiddellijk worden opgespannen. Zo niet worden op de betreffende plaatsen alle overige onderdelen sterk belast.

Het centreren (naspannen) van wielen is een moeilijk werkje. Laat dat in ieder geval over aan uw SENSA-dealer.

54
SENSR

BANDENPECH
Lekke banden zijn een veel voorkomende oorzaak voor pech bij fietsen. Een platte band hoeft echter niet het einde van de fietstocht te betekenen, als u het noodzakelijke gereedschap en een reservebinnenband of bandenplakset bij u hebt. Als uw wielen met spelspanners in het frame en vork worden vastgehouden, heeft u alleen twee monteerhendels en een pomp nodig (a).

Voordat u een wiel demonteert, moet u hoofdstuk "Montage van wiel" en "Gebruik van snelspanners en steekassen" doorlezen. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.
Demontage van wiel
Bij mechanische velgremmen (Cantilever- en V-brakes) moet u eerst de kabel aan de remarm losmaken (b). Leg daartoe de ene hand om de velg en knijp de remblokjes oftewel de remarmen samen. In die positie kan de nippel (meestal tonvormig) van de remdwarskabel [Querzug] resp. de kabelhuls (bij V-brakes) er gemakkelijk worden uitgenomen.
Bij schijfremmen (hydraulisch of mechanisch) moet u vooraf kijken waar de remblokjes resp. hun slijtindicatoren zich bevinden (c). Daaraan kunt u achteraf herkennen of de remblokjes na de demontage nog op de juiste plaats zitten. Lees de handleiding van de fabrikant van de remmen. Trek in geen geval aan de remhendel, wanneer het wiel gedemonteerd is.
Bij fietsen met kettingversnelling, voordat u met de demontage van een achterwiel begint, moet u de versnelling achteraan naar de kleinste rondsel terugschakelen. Daardoor staat de derailleur helemaal aan de buitenkant en stoort niet bij de demontage.
Open de snelspanner van het wiel (d) of verwijder de steekas zoals beschreven in hoofdstuk "Gebruik van snelspanners en steekassen".
Als u het voorwiel er nog niet kan uithalen, komt dit door de uitvalborgen. Dat zijn de borgelementen in de wielophanging (uitvalpad) (e). U moet de voorspanmoer van de snelspanner iets openen en het wiel met enkele slagen uit de borgen halen.

Trek - om de demontage van het achterwiel te vergemakkelijken - de achterderailleur met uw hand iets naar achteren (f). Til uw SENSA-fiets een beetje van de grond en geef het wiel een tik, dan valt het uit het frame.
Als een of beide wielen met steekassen in frame en/of vork zijn vastgemaakt, leest u hoofdstuk "Gebruik van snelspanners en steekassen". Vraag evt. uw SENSA-dealer de omgang met steekassen uit te leggen.

Remschijven kunnen heet worden. Laat ze dus afkoelen voordat u met de demontage van het wiel begint.

Trek bij een gedemonteerd wiel nooit aan de (schijf-) remghendel en let erop de transportborgen te monteren, als u het wiel demonteert.

Raadpleeg de handleidingen van de fabrikant van de remmen en van de versnelling.

De bijzonderheden over het demonteren van een achterwiel met Rohloff-naaf vindt u evt. in de meegeleverde Rohloff-handleiding.
Draad- en vouwbanden
Demontage van buitenband
Schroef het deksel en de bevestigingsmoer van het ventiel en laat de band helemaal leeglopen (g). Druk de band, rondom aan een kant, van de velg naar het midden van de velg. Het vergemakkelijkt de de- montage.
Steek een kunststof bandenlichter ca. 5 cm naast het ventiel onder de onderkant van de buitenband. Trek de zijkant van de band over de velgrand (h). Houd de bandenlichter in deze positie. Steek de tweede bandenlichter ongeveer 10 cm van de eerste aan de andere kant van het ventiel tussen velg en band en trek ook daar de zijkant van de band over de velgrand.
Als een deel van de zijkant van de band boven de velgrand is gelicht, kunt u deze meestal zonder problemen over de hele omtrek losmaken door de bandenlichter de verschuiven. Haal nu de binnenband eruit. Let erop dat het ventiel niet in de velg blijft hangen en dat de binnenband heel blijft. De tweede zijkant van de band kunt u zo nodig gewoon naar onderen trekken. Repareer de binnenband volgens de handleiding van de fabrikant van de bandenplakset of vervang hem.

Als u de band hebt gedemonteerd, controleer dan ook het velglint (a). Het moet gelijkmatig zijn aangebracht, mag niet beschadigd zijn, geen scheurtjes vertonen en moet alle spaaknippels en -boringen bedekken.
Bij velgen met een dubbel bed – de zogeheten hollekamervelgen – moet het lint het hele velgbed bedekken, het mag echter niet zo breed zijn dat het aan de flanken omhoog staat. Dergelijke velgen moet u alleen met velglint van textiel of vaste kunststof combineren. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Als de band door een binnengedrongen voorwerp is beschadigd, moet u de band voor alle zekerheid vervangen.

Vervang beschadigde velglinten onmiddellijk.

Let er bij de koop van reservebinnenbanden op dat auto-ventielen niet op alle velgen passen!

Als u pech onderweg krijgt, pomp de binnenband op en draai deze rond langs uw oor - zo kunt u meestal horen waar het lek zit. Thuis kunt u de binnenband ook onder water houden en aan de hand van de luchtbellen het lek vinden. Zoek - zodra u het lek heeft ontdekt - de getroffen plek in de buitenband en onderzoek deze ook. Vaak steekt de indringer nog door de band. Verwijder die, anders hebt u meteen weer bandenpech.
Montage van buitenband
Let bij de montage van de buitenband erop dat er geen vreemde deeltjes zoals zand of vuil in de buitenband terechtkomt en vooral dat u de binnenband niet beschadigt.
Zet de velg met een rand in de band. Druk een zijkant van de band met de duim over de gehele omvang van de velgrand. Dit kunt u meestal zonder gereedschap doen.
Steek het ventiel door het ventielgat in de velg (b). Pomp de binnenband licht op zodat hij een ronde vorm krijgt en plaats hem volledig in de buitenband. Er mogen geen vouwen in zitten.

Begin met de eindmontage aan de tegenover het ventiel liggende kant van het wiel. Duw de band zover mogelijk rondom met uw dui-men over de rand van de velg.
Let erop dat de binnenband niet tussen buitenband en velg vastgeklemd en geplet wordt. Schuif de binnenband met de hand steeds opnieuw in de buitenband (c).
Werk gelijkmatig langs beide kanten over de hele omtrek van de band. Tegen het einde toe moet u de buitenband krachtig naar beneden trekken (d) zodat het gemonteerde gedeelte in het diepe velgbed schuift. Dat vergemakkelijkt de montage van de laatste centimeters.
Voordat u de buitenband helemaal in de velg schuift, moet u nog een keer controleren of de binnenband goed zit, daarna duwt u de buitenband met de bal van de hand over de velgrand (e).
Slaagt u daar niet zonder meer in, maak dan gebruik van de bandenlichters (f). Let er op dat de gebogen kant naar de binnenband wijst en dat u deze niet beschadigt.
Duw het ventiel een beetje in de binnenkant van de band (g) om te vermijden dat de binnenband wordt vastgeklemd onder de buitenband. Controleer of het ventiel rechtop staat. Zoniet dan moet u een flank van de band opnieuw demonteren en de binnenband opnieuw richten.
Om er zeker van te zijn dat u de binnenband niet plet, kneedt u de buitenband over de hele omtrek van het wiel heen en weer. Controleer daarbij ook of het velglint niet verschoven is.
Pomp de binnenband op tot de gewenste bandenspanning is bereikt. De maximale bandenspanning staat meestal op de zijkant van de buitenband.
Of de band correct zit, herkent u aan het feit dat de fijne controle-ring (h) op de band, vlak boven de velg, rondom op gelijke afstand van de velg loopt. Pas nu de spanning, uitgaande van de maximum waarde, via het ventiel aan. Let daarbij op de aanbevolen luchtdruk.

De montage van het wiel geschiedt in de omgekeerde volgorde van de demontage. Vergewis u ervan dat het wiel goed past in de uitvalpads en centrisch loopt tussen de armen van de vork of de liggende achtervork. Let erop dat de snelspanners (a), der de uitvalborg en evt. de steekas (b) op de goede plaats zitten. Meer hierover kunt u lezen in hoofdstuk "Gebruik van snelspanners en steekassen".
Controleer bij schijfremmen – en wel voor de montage van het wiel – of de remblokjes precies op hun plaats zitten in het remzadel. Dat herkent u aan de spleet tussen de remblokjes (c) die parallel moet lopen en dat de slijtage-indicatoren op hun plaats zitten. Let erop dat u de remschijf tussen de remblokjes schuift.
Trek (bij schijfremmen meerdere keren) aan de remhendel (d), nadat u het wiel hebt gemonteerd en de snelspanner of de steekas hebt gesloten. Til de SENSA-fiets op en breng daarna het wiel in beweging. De remschijf moet dan niet tegen de remzadel en de remblokjes schuren, de velg niet tegen de remblokjes (bij velgremmen).

Trek bij schijfremmen meerdere malen aan de remhendels nadat u het wiel heeft ingebouwd. Er moet een exact drukpunt worden ingesteld.

Breng bij velgremmen de remkabel onmiddellijk na montage van het wiel weer aan!

Breng bij hydraulische velgremmen het remlichaam onmiddellijk weer aan en sluit de snelspanner! Let erop dat de remlichaam noch de velg noch de band of de spaken aanraken, als het wiel draait.

Controleer – vooraleer u opnieuw vertrekt – of de remflanken resp. -schijven na de montage nog vrij zijn van vet of andere smeermiddelen.

Controleer of de remblokjes de remvlakken terdege raken. Controleer of de wielbevestiging goed zit. Voer eerst en vooral een remproef uit zoals beschreven in het hoofdstukje "Voor iedere rit"!

De vork is met het stuurlager, ook balhoofd geheten, draaibaar gelegerd in het frame. Om met de SENSA-fiets stabiel en rechtuit te kunnen rijden, moet de stuureenheid gemakkelijk kunnen draaien. De schokken van een golvende rijbaan vormen een grote belasting voor het balhoofd. Daardoor is het mogelijk dat het komt los te zitten en een andere positie inneemt.

Als u met een los balhoofd rijdt, worden de belastingen op de vork en de lager zelfs zeer hoog. De vork kan breken. Anders kunt u vallen!
Controleren en bijstellen
Controleer de speling door uw vingers rond de bovenste schaal van het stuurlager te leggen (e).
Duw met het gewicht van het bovenlichaam op het zadel, trek met uw andere hand aan de voorwielrem en schuif uw SENSA-fiets krachtig voor- en achteruit (f). Zit er speling op het lager, dan zal de bovenste schaal duidelijk voelbaar – met een lichte schok – verschuiven t.o.v. de onderste en zult u ook een spleet tussen de twee schalen zien.
Til om de lichte loop van het lager te controleren met één hand het frame op tot het voorwiel geen contact meer heeft met de grond. Het voorwiel moet zonder vastklikken van helemaal links naar helemaal rechts en terug kunnen draaien. Wordt het stuur licht aangeraakt, dan moet de vork vanzelf vanuit de middenpositie wegdraaien (g).
Als de test niet foutvrij wordt doorstaan, neemt u contact op met uw SENSA-dealer.

Voor het instellen van het balhoofd is een zekere ervaring vereist. Daarom moet u dit werkje overlaten aan de SENSA-dealer.

Controleer of de passing van de stuurpen goed is nadat het lager is ingesteld! Ga voor de SENSA-fiets staan en klem het voorwiel tussen uw knieën. Pak het stuur vast en probeer het t.o.v. het voorwiel te verdraaien (h). Een losse stuurpen kan leiden tot een zware val.

Stuurlager zonder schroefdraad – Aheadset®
(Aheadset® is een geregistreerde merknaam van de firma DiaCompe)
Dit stuurlagersysteem wordt gekenmerkt doordat de stuurpen niet in de vorkschacht steekt, maar deze van buiten omklemt. De stuurpen is dus een belangrijk onderdeel van het balhoofd het vastklemmen ervan fixeert de instelling van het balhoofd (a). Om een Aheadset® af te stellen, hebt u meestal slechts één of twee inbussleutels en een momentsleutel nodig. Open de klembout(en) aan de zijkant van de stuurpen met een tot twee slagen (b). Draai met een inbussleutel de verzonken afstelbout (bovenaan) iets vaster, bv. een kwartslag (c).
Richt de stuurpen in de juiste positie zodat het stuur niet scheef staat. Richt uw blik daarbij over de bovenbuis en de stuurpen op het voorwiel. Draai de klembouten van de stuurpen aan. Maak gebruik van een momentsleutel en ga de maximale aandraaimomenten niet te boven (d)! U vindt deze in het hoofdstuk "Aanbevolen aandraaimomenten", op de onderdelen zelf en/of in de handleidingen van de onderdelenfabrikanten. Voer de voorin beschreven controle van de lagerspeling uit. Het lager mag niet te strak worden gejusteerd, anders is het vlug kapot.

Let erop dat de stuurpen de vorkschacht kan platdrukken, als u de bouten te vast aandraait. Vooral modellen met een vorkschacht van carbon reageren erg gevoelig op overbelasting bij vastdraaien van de schachtklem aan de stuurpen. Dit kan breuk opleveren! Volg de aanwijzingen op voor de instelling van de fabrikant van carbonvorken als u wijzigingen aan het balhoofd of stuurpen uitvoert.

Controleer of de stuurpen goed vast zit. Ga voor de SENSA-fiets staan en klem het voorwiel tussen uw knieën. Probeer het stuur te verdraaien. Een losse stuurpen kan leiden tot vallen.

Nooit het in de stuurpen aanwezige voorspanmechanisme veranderen. Monteer bij carbon pennen nooit een stermoer.

Draai de boven liggende bout niet vast; deze dient alleen voor de afstelling van de speling van het balhoofd.

Als het balhoofd niet kan worden ingesteld, kan dit vele oorzaken hebben. Vraag uw SENSA-dealer om advies als u niet helemaal zeker bent.

Fietsvork, die de schokken over beweeglijke componenten afveert en dempt. Telescopische verende vorken komen het meest voor (e). Binnenpoten zijn de dunnere buizen die vast aan de vorkkop van een telescopische vork zijn geperst of geschroefd. Buitenpoten wordt het onderste deel van de vork genoemd waarin de binnenpoten steken.
Achterdemper
De achterdemper is het element dat zowel de vering als ook de demping (f) van een volledig geveerde SENSA-fiets (Full Suspension) met elkaar combineert. De achterdemper wordt vaak ook als schokdemper gebruikt.
Veerconstante of -hardheid
Dit is de kracht die nodig is om de veer met een bepaalde veerweg in elkaar te drukken - gemeten in Newton per millimeter (N/mm) of pound/inch (bs/in). Een hogere veerconstante betekent meer kracht per weg. Bij luchtveren komt dit overeen met een hogere druk.
Veervoorspanning
Bij de veel voorkomende luchtveringssystemen bepaalt de luchtdruk in de vork (g) de veerhardheid en de voorspanning. Houd u zich aan de door de fabrikant opgegeven aanbevelingen.
Stalen veren kunnen binnen een bepaald bereik worden voorgespannen. Dan reageert de vering pas bij een hogere belasting. De veerconstante verandert daardoor echter niet. Zware fietsers kunnen door een hogere voorspanning een te kleine veerhardheid niet compenseren.
Negatieve veerweg - "sag" (h)
De veerweg waarmee de achtervork of de voorvork inveert als de biker bij stilstand zijn gebruikelijke rijpositie inneemt. Wordt meestal als percentage van de totale veerweg aangegeven.
Verstelling van de veerweg - "travel adjust"
Meestal wordt met een draaïknop de veerweg van de verende vork gereduceerd. Bij sommige vorken wordt de reductie pas na een diep inveringsproces actief. Bij geveerde achtervorken ("full suspension") worden in het algemeen de segmenten die de achterdemper opne- men, afgeschroefd of er worden schroeven losgedraaid en versteld.

Compressiedemping
Meestal blauw(e) instelknop/-wieltje (a). vertraagt het inveren of remt dit af. Voorkomt dat de verende vork bij zeer snelle schokken doorslaat.
Bij bijzonder hoogwaardige veerelementen ingedeeld in High Speed- (voor harde schokken = snelle inveringsprocessen) en Low Speed-compressiedemping (voor langzame inveringsprocessen, bijv. bij fietsen staand op de pedalen).
Einddemping - "rebound damping" (b)
Meestal ro(o)d(e) instelknop/-wieltje. Vertraagt het uitveren of remt dit af. Voorkomt het wiebelen van de SENSA-fiets.
Lockout
Meestal hendels aan het veerelement of aan het stuur (c). Inrichting die de vork of de achterdemper blokkeert, zodat het veerelement op asfalt of gladde weggedeelten niet opwipt. Mag off-road niet worden gebruikt.
Platformdemping (d)
verhoogt de (Low Speed-)compressiedemping en onderdrukt het opwippen. In tegenstelling tot de lockout wordt de vering niet volledig geblokkeerd.

De meeste SENSA-mountainbikes en veel SENSA-crossbikes zijn uitgerust met verende vorken (e+f). Zo kan de SENSA-fiets off-road of op slechte rijwegen beter worden gecontroleerd, omdat de banden meer bodemcontact maken. De belasting van SENSA-fiets en fietser door schokken wordt aanmerkelijk gereduceerd.
Verende vorken verschillen in uitvoering van verende elementen en van dempers. Er wordt geveerd met stalen veren, speciale kunststofsoorten, zogenoemde elastomeren, lucht in een afgesloten kamer of een combinatie daarvan. Gedempt wordt doorgaans met olie of dankzij de eigendemping van de elastomeren.

De handleidingen van de fabrikanten van de verende vorken worden meestal meegeleverd. Lees deze zorgvuldig voordat u de vorkinstelling wijzigt of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
Instellen van de hardheid van de veren
Om de vork optimaal te laten functioneren, moet deze zijn afgestemd op het gewicht van de fietser, de zithouding en de toepassing. Als u op de SENSA-fiets zit moet de verende vork ca. 10-25 % van de maximale veerweg inveren. Laat dit altijd door uw SENSA-dealer instellen bij de overdracht.
Als de vork off-road of op slechte weggedeelten duidelijk hoorbaar meerdere keren doorslaat, dan is de veer te slap ingesteld. De voorspanning/luchtdruk moet worden verhoogd (g). Als het instelbereik niet groot genoeg is, moet u de veer door uw SENSA-dealer laten vervangen.

Verende vorken zijn zo geconstrueerd, dat zij schokken kunnen resp. moeten compenseren. Als de vork stug is en blokkeert, dringen de schokken onverminderd in het frame door, dat daar meestal niet op is berekend. Daarom mag u bij vorken met lockout-mechanisme (h) deze functie alleen op vlak terrein (verharde wegen, vlakke landwegen) gebruiken en niet off-road.

De verende vork moet zo zijn berekend resp. afgesteld, dat deze hoogstens in extreme gevallen doorslaat. Een te slappe veer (te weinig luchtdruk) is meestal voelbaar en hoorbaar aan harde slagen. Deze ontstaan als de vork met een ruk volledig in elkaar schuift. Als een verende vork vaak doorslaat, kan deze en het frame op den duur beschadigen.

De demping wordt geregeld door interne kleppen. De doorstroming van de olie door deze kleppen remt de snelheid waarmee de verende vork uit- resp. inveert en voorkomt het "nawippen" van de vering na een hindernis. Zo kunt u de reactie op hindernissen optimaliseren.
Bij verende vorken met instelbare rebounddemping kan met de instelknop (meestal rood) (a) de uitveersnelheid (rebound) langzamer of sneller worden ingesteld. Als er een tweede (meestal blauwe) knop (b) aanwezig is, kan daarmee de inveersnelheid (rebound) worden ingesteld en/of de lockout-functie worden geactiveerd.
Begin de instelprocedure met volledig geopende demping (rebound en compressie op "-"). Pak het stuur met beide handen beet en bedien aan de voorwielrem. Steun nu met uw hele gewicht op de voorvork (c) en laat plotseling weer los. De vork zal nu bijna met dezelfde snelheid als waarmee u heeft ingeveerd weer uitveren.
Draai de rode instelknop nu een klik in richting "+". Druk de vork bij aangetrokken voorwielrem weer omlaag en laat deze even plotseling weer los. U zult merken dat het uitveerproces iets langzamer afloopt.
Herhaal dit drukken en loslaten met steeds verder dichtgedraaide rebounddemping. U krijgt daardoor een gevoel voor de werking van de rebounddemping.
In het algemeen wordt de rebounddemping zodanig ingesteld dat deze licht geremd weer uitveert echter niet kruipend langzaam. Een vertraagd uitveren dat in een kruipproces eindigt, is definitief een te hoge demping.
Rijd vervolgens over een hindernis (bijv. een hoge stoeprand af) en draai de rebounddemping in kleine stappen net zo ver (in richting "+" tot de verende vork na het in- en uitveren helemaal niet vaker dan een tot maximaal twee keer nawipt. Controleer een gewijzigde instelling steeds met een off-road proefrit (d).


In sommige gevallen tonen de verende vorken bovendien een compressiedemping (e). De typische compressiedemping – of bij sommige verende vorken de High Speed-compressiedemping – remt het inveerproces wanneer met hoge snelheid over een hindernis wordt gereden. Een te hoge inveersnelheid zou de vork anders eventueel laten doorslaan.
Een zwakkere demping zorgt voor een goed reactiegedrag, maar laat de verende vork eventueel bij snel over hindernissen rijden (bijv. stoepranden) te sterk inveren of staand op de pedalen wippen. Een te sterke demping laat de vering hard worden, reduceert dus het rij-comfort.
Wanneer u de "sag" zoals hierboven beschreven correct heeft ingesteld en de vork bij een normale proefrit correct werkt, maar de vork in extreme situaties niettemin doorslaat, kunt u de compressiedemping iets verhogen (f).
Werk hier ook klik voor klik want een te strakke compressiedemping voorkomt dat de verende vork haar veerweg volledig kan benutten. De afstemming van de compressiedemping kan een langdurig proces zijn dat bewust en altijd in kleine stappen moet worden uitgevoerd.
Begin ook hier met de geringste stand, d.w.z. de instelknop/het instelwieltje moet helemaal in richting“-”resp.“open”zijn gedraaid.
Controleer een gewijzigde instelling steeds met een off-road proefrit. Als u bang bent dat u de demping zelf niet kan instellen of er daarbij problemen optreden, neemt u contact op met uw SENSA-dealer of volgt u de aanwijzingen in de handleiding van de fabrikant van de verende vork (g).

Als de vork te sterk is gedempt (rebound), kan deze bij snel elkaar opvolgende hindernissen mogelijk niet meer uitveren. Anders kunt u vallen!

Draai niet lukraak met gereedschap aan bouten in de hoop dat u daarmee de instelling kunt veranderen. U zou het bevestigingsmechanisme kunnen losdraaien, wat aanleiding kan geven tot een val. Normaliter zijn de afstelmogelijkheden met de vingers te bedienen en bij alle fabrikanten aangegeven met een schaalverdeling of met "+" (voor sterkere demping/hardere vering) en "-" (h).

Wanneer u een nieuwe voorband monteert, moet u erop letten dat deze niet langs de kop van de vork loopt, als de vork helemaal inveert. Laat evt. de lucht volledig uit de verende vork en druk het stuur met kracht omlaag (a), om dit te controleren. Het voorwiel kan blokkeren. Anders kunt u vallen!

Rij niet wanneer de verende vork doorslaat. Dat kan schade veroorzaken aan verende vork en frame. Pas de hardheid van de veer steeds aan het gewicht van de fietser en de bagage (b) evenals de rijomstandigheden aan.

Ga naar uw SENSA-dealer of volg de aanwijzingen in de handleiding van de fabrikant van verende vorken.
Lockout
Wanneer u langdurig staand op de pedalen met hoge krachtsinspanning bergopwaarts rijdt, wipt de verende vork in het algemeen. Er wordt aanbevolen om de demping te blokkeren wanneer de verende vork hiervoor een lockout-mechanisme heeft (c). Bij het bergaf rijden op een oneffen ondergrond moet de lockout beslist geopend zijn.

Activeer de lockout-functie niet off-road (d), maar alleen op vlak terrein (verharde wegen, vlakke landwegen).

Verende vorken zijn complexe onderdelen die regelmatig onderhoud en verzorging nodig hebben. Meestal hebben de betreffende aanbieders daarom een servicecenter ingericht waarin u de vorken kunt laten repareren en voor periodieke controle, afhankelijk van het gebruik, bijvoorbeeld jaarlijks, kunt brengen. Laat alle boutverbindingen regelmatig door uw SENSA-dealer controleren.
Er zijn enkele principiële onderhoudstips die u in ieder geval ter har- te dient te nemen.
Let erop dat de glijvlakken van de binnenpoten proper zijn. Reinig de vork, als deze vuil is, met water en een zachte spons (e).
Besproei de binnenpoten van de verende vork, nadat u uw SENSA-fiets gewassen hebt, met een beetje door de fabrikant goedgekeurde smeerspray (f) of breng een heel dun laagje hydraulische olie op. Veer dan de vork meerdere keren in en veeg de resten van het smeermiddel voor de volgende rit met een schone doek af.
Gebruik bij de reiniging geen hogedrukreiniger (g) of een scherp schoonmaakmiddel! Vraag uw SENSA-dealer om het geschikte middel.
Bij vorken met elastomeervering moet u de kunststofveren regelmatig reinigen en met hars- en zuurvrij vet insmeren. Sommige vorkfabrikanten hebben een speciaal vet in hun onderhoudsprogramma (h). Houd u altijd aan de aanbevelingen van de fabrikant. Controleer regelmatig de luchtdruk bij vorken met luchtvering, omdat deze na verloop van tijd kan afnemen.

Verende elementen zitten gecompliceerd in elkaar. Laar het onderhoud en vooral het demonteren van de verende elementen over aan uw SENSA-dealer.

Verende vorken zijn voortdurend blootgesteld aan opspattend water en vuil van het voorwiel. Reinig ze na elke rit met ruim water.

Breng uw SENSA-fiets met verende vork minstens één maal per jaar naar een servicecenter van de fabrikant van de vork.

Volledig afgeveerde SENSA-fietsen (a) hebben behalve een verende vork ook een bewegend achterstuk dat via een achterdemper wordt geveerd en gedempt (b). Zo kan de SENSA-fiets off-road of op slechte rijwegen beter worden gecontroleerd. De belasting van SENSA-fiets en fietser door schokken wordt aanmerkelijk gereduceerd. De achterdemper werkt normalerwijze met een luchtveerelement of – minder vaak – met staalveren. Normaal wordt met olie gedempt. Afhankelijk van het systeem zijn een of meer lagerassen aanwezig.
Bijzonderheden van de zitpositie
Afhankelijk van de instelling van de achtervering kan het zadel bij het gaan zitten iets naar achteren klappen. U moet hier bij het instellen van de zadelhoek rekening mee houden. Bij zitproblemen moet u de zadelneus in vergelijking tot de normale instelling iets omlaag brengen.

Volledig afgeveerde SENSA-fietsen hebben meer grondspeling dan niet-afgeveerde SENSA-fiets. Bij correct ingestelde zadelhoogte kunt u in de regel niet met uw voeten bij de grond. Stel het zadel in het begin lager in en oefen het op- en afstappen.
Instellen van de hardheid van de veren
Om de achtervering optimaal te laten functioneren, moet de achterdemper (c) zijn afgestemd op het gewicht van de fietser, de zithouding en de toepassing (d). Laat dit altijd door uw SENSA-dealer instellen bij de overdracht.
Als de achterdemper off road meerdere keren doorslaat, dan is de vering te slap ingesteld. De voorspanning/luchtdruk moet worden verhoogd. Als het instelbereik bij een stalen veer niet groot genoeg is, moet u de veer door uw SENSA-dealer laten vervangen.

Bij volledig geveerd frame is de achtervork zo gebouwd, dat hij slagen kan resp. moet opvangen. Als de achterdemper stug is en blokkeert, dringen de slagen onverminderd in het frame door, dat daar meestal niet op is berekend. Daarom mag u bij dempers met lockout-mechanisme deze functie alleen op vlak terrein (verharde wegen, vlakke landwegen) gebruiken en niet off-road.

De handleidingen van de fabrikanten van de achterdempers worden meestal meegeleverd. Lees deze zorgvuldig voordat u de instelling wijzigt of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

De achterdemper moet zo zijn berekend resp. afgesteld, dat deze hoogstens in extreme gevallen doorslaat. Een te slappe veer (te weinig luchtdruk) is meestal voelbaar en hoorbaar aan harde slagen. Deze ontstaan als de demper met een ruk volledig in elkaar schuift. Als een achterdemper vaak doorslaat, kan deze en het frame op den duur kapotgaan.
Instellen van de demping
De demping wordt geregeld door interne kleppen. De doorstroming van de olie door deze kleppen remt de snelheid waarmee de achterdemper uit- resp. inveert en voorkomt het "nawippen" van de vering na een hindernis. Zo kunt u de reactie op hindernissen optimaliseren.
Bij achterdempers (e) met instelbare rebounddemping kan met de instelknop (f) (meestal rood) de uitveersnelheid (rebound) langzamer of sneller worden ingesteld. Als er een tweede (meestal blauwe) knop aanwezig is, kan daarmee de inveersnelheid (rebound) worden ingesteld en/of de lockout-functie worden geactiveerd.
Begin de instelprocedure met volledig geopende demping (rebound en compressie op "-" resp. "fast"). Pak het zadel met beide handen vast. Steun nu met uw hele gewicht op het zadel (g) en laat meteen weer los. De achterdemper zal nu bijna met dezelfde snelheid als waarmee u heeft ingeveerd weer uitveren.
Draai de rode instelknop nu een klik in richting "+" resp. "slow" (h). Druk het zadel weer omlaag en laat dit even plotseling weer los. U zult merken dat het uitveerproces iets langzamer afloopt. Herhaal dit drukken en loslaten met steeds verder dichtgedraaide rebounddemping. U krijgt daardoor een gevoel voor de werking van de rebounddemping.
In het algemeen wordt de rebounddemping zodanig ingesteld dat deze licht geremd weer uitveert echter niet kruipend langzaam. Een vertraagd uitveren dat in een kruipproces eindigt, is definitief een te hoge demping.
Rijd vervolgens over een hindernis (bijv. een hoge stoeprand af) en draai de rebounddemping in kleine stappen net zo ver (in richting "+" resp. "slow") tot de achtervork na het in- en uitveren helemaal niet vaker dan een tot maximaal twee keer nawipt. Controleer een gewijzigde instelling steeds met een off-road proefrit.

In sommige gevallen hebben de achterdempers bovendien een compressiedemping (a+b). De typische compressiedemping – of bij sommige achterdempers de High Speed-compressiedemping – remt het inveerproces wanneer met hoge snelheid over een hindernis wordt gereden. Een te hoge inveersnelheid zou de achterdemper anders eventueel laten doorslaan.
Een zwakkere demping zorgt voor een goed reactiegedrag, maar laat de achtervork eventueel bij snel over hindernissen rijden (bijv. stoepranden) te sterk inveren of staand op de pedalen wippen. Een sterkere demping laat de vering hard worden, reduceert dus het rijcomfort.
Wanneer u de "sag" zoals hierboven beschreven correct heeft ingesteld en de achterdemper bij een normale proefrit correct werkt, maar de achterdemper in extreme situaties niettemin doorslaat, kunt u de compressiedemping iets verhogen.
Werk hier ook klik voor klik want een te strakke compressiedemping voorkomt dat de achterdemper haar veerweg volledig kan benutten. De afstemming van de compressiedemping kan een langdurig proces zijn dat bewust en altijd in kleine stappen moet worden uitgevoerd.
Begin ook hier met de geringste stand, d.w.z. de instelknop/het instelwieltje moet helemaal in richting "-" resp. "firm" zijn gedraaid.
Controleer een gewijzigde instelling steeds met een off-road proefrit (c).
Als u bang bent dat u de demping zelf niet kan instellen of er daarbij problemen optreden, neemt u contact op met uw SENSA-dealer of volgt u de aanwijzingen in de handleiding van de fabrikant.
Lockout
Wanneer u langdurig staand op de pedalen met hoge krachtsinspanning bergopwaarts rijdt, wipt de achtervork in het algemeen. Er wordt aanbevolen om de demping te blokkeren wanneer de achterdemper hiervoor een lockout-mechanisme heeft. Bij het bergaf rijden op een oneffen ondergrond moet de lockout beslist geopend zijn.
Veel MTB's hebben een lockout-hendel aan het stuur. Bij Fox veerelementen komt de "Climb mode" overeen met een lockout (d).

Draai niet lukraak aan bouten in de hoop dat u daarmee de instelling kunt veranderen. U zou het bevestigingsmechanisme kunnen losdraaien, wat aanleiding kan geven tot een val. Normaliter zijn de afstelmogelijkheden – bij alle fabrikanten – aangegeven met een schaalverdeling of met “+” (voor sterkere demping/hardere vering) en “-” (e).

Rij niet wanneer de achterdemper doorslaat. Dat kan schade veroorzaken aan achterdemper en frame. Pas de hardheid van de veer steeds aan het gewicht van de fietser en de rijomstandigheden.

Als de achterdemper te sterk is gedempt (rebound), kan de achtervork bijsnel opeenvolgende hindernissen eventueel niet meer uitveren. Anders kunt u vallen!

Wanneer u een nieuwe achterband monteert, let er dan op dat deze niet langs het frame loopt als de achtervork helemaal inveert. Laat evt. de lucht volledig uit de achterdemper en druk het zadel met kracht omlaag om dit te controleren. Het achterwiel kan blokkeren. Anders kunt u vallen!

Activeer de lockout-functie niet off-road (f), maar alleen op vlak terrein (verharde wegen, vlakke landwegen).
Onderhoud
Achterdempers en achtervorken zijn complexe onderdelen die regelmatig onderhoud en verzorging nodig hebben. Meestal hebben de betreffende aanbieders daarom een servicecenter ingericht waarin u de achterdempers kunt laten repareren en voor periodieke controle, afhankelijk van het gebruik, bijvoorbeeld jaarlijks, kunt brengen. Laat alle boutverbindingen regelmatig door uw SENSA-dealer controleren. Er zijn enkele principiële onderhoudstips die u in ieder geval ter harte dient te nemen.
Controleer regelmatig de luchtdruk bij achterdempers met luchtvering, omdat deze na verloop van tijd kan afnemen. Let erop dat de glijvlakken van de zuigerstang schoon zijn. Reinig de achterdemper en de achtervork, vooral de lager, na elke rit met water en een zachte spons (g). Besproei de zuigerstang van de achterdemper en de lager, nadat u de SENSA-bike gewassen hebt, met een beetje door de fabrikant goedgekeurde smeerspray (h) of breng een heel dun laagje hydraulische olie op.

Veer dan de achtervork meerdere keren in (a) en veeg de resten van het smeermiddel voor de volgende rit met een schone doek af.
Gebruik bij de reiniging geen hogedrukreiniger (b) of een scherp schoonmaakmiddel! Vraag uw SENSA-dealer om het geschikte middel.
Controleer regelmatig of alle schroefverbindingen van de achtervork goed vastzitten. Controleer ook of de lagering van de achtervork zijdelingse speling en of de lagering van de achterdemper verticale speling vertoont.
Controleer door de SENSA-fiets aan het zadel op te lichten en pro-beer het achterwiel zijwaarts heen en weer te bewegen. Vraag even-tueel iemand u te helpen door het frame van voren vast te houden.
U kunt de speling van de achterdemper controleren door het achterwiel zacht op de grond te zetten en het daarna weer licht op te lichten (c). Let op klapperende geluiden. Laat evt. optredende speling meteen door uw SENSA-dealer verhelpen.

Achterdempers zijn voortdurend blootgesteld aan opspattend water en vuil van het achterwiel. Reinig ze na elke rit met ruim water en een doek (d).

Achterdempers en achtervorken zijn gecompliceerd opgebouwd. Laar het onderhoud en vooral het demonteren van de verende elementen over aan uw SENSA-dealer.

Breng uw SENSA-fiets met achtervering minstens één maal per jaar naar een servicecenter van de fabrikant.

Een fietshelm is ten sterkste aan te bevelen. Uw SENSA-dealer heeft een keuze in verschillende groottes (e).
Fietshelmen zijn uitsluitend toegestaan voor het dragen tijdens het fietsen. Raadpleeg de handleiding van de fabrikant.

Rijd nooit zonder fietshelm en bril (f)! Maar ook de veiligste helm baat niet wanneer hij niet goed past, de riem niet juist is ingesteld of los hangt te bungelen.
Naast een fietshelm en de geschikte kleding moet u ook altijd een veiligheidsbril dragen, als u met uw SENSA-fiets onderweg bent.
Deze beschermt u tegen zon en wind, maar ook tegen muggen en overige vreemde deeltjes die bij het fietsen zonder bril in uw ogen terecht kunnen komen en uw zicht kunnen belemmeren. Anders kunt u vallen!
Uw SENSA-dealer heeft een grote selectie aan verschillende brillen en geeft graag advies.
Kleding

Fiets nooit met wijde pijpen of een rok die tussen de spaken, ketting of kettingbladen kan komen. Gebruik evt. als bescherming geschikte klemmen of ook banden (g).

Draag opvallende kleuren, zodat u door andere weggebruikers wordt gezien!
Pedalen en schoenen
Fietsschoenen moeten uit vast materiaal bestaan om stevigheid te bieden en een harde zool hebben, waar het pedaal niet doorheen drukt. De hiel moet niet te breed zijn, anders kunt u de natuurlijke voethouding niet aannemen.
Speciale fietsschoenen zijn vooral nodig als uw SENSA-mountainbike met zogenaamde klik- of systeempedalen (h) is uitgerust. In de zo- len zijn kleine plaatjes of "cleats" geïntegreerd. Die bieden een stevig houvast op het pedaal. Bij sommige modellen is ook het loopcomfort bevredigend te noemen.

Het belangrijkste voordeel van systeempedalen (a) is dat als u snel rondjes maakt of op ruw terrein fietst, uw voet niet van het pedaal glijdt. Het pedaal kan dankzij de vaste steun ook worden geduwd resp. omhooggetrokken.
Gewoonlijk neemt u de pedaal in de onderste stand van de crank met de neus van het plaatje op en trapt dan op de horizontaal staande pedalen. Normaliter zet de schoen zich vast met een duidelijk te horen en te merken klik.
De losklikkracht van systeempedalen wordt met behulp van een inbussleutel ingesteld (b). Knarsen of piepen kunt u vaak met een bétje vet aan de contactpunten verhelpen. Het kan echter op slijtage duiden – net als een wankele stand. Controleer de cleats regelmatig.

Let erop dat de bevestigingsschroeven van de cleat steeds vast zijn aangedraaid. Als ze los zitten, wordt het afstappen bijna onmogelijk. Anders kunt u vallen!

Oefen eerst in stilstand, dan op een verkeersarme plek, de pedalen op te nemen, in te klikken en de voet los te maken (c).

Fiets alleen met een pedaalsysteem dat soepel vastklikt en losklikt. Functioneert het pedaal niet naar behoren of is de cleat erg versleten, dan kan de schoen onverwacht vanzelf losschieten van het pedaal. In sommige gevallen kan hij slechts met veel moeite of helemaal niet meer losklikken. In beide gevallen kunt u ten val komen!

Let erop dat pedaal en schoenzolen altijd helemaal schoon zijn en dat er niets in blijft steken (d). Geef het klikmechanisme regelmatig een druppeltje olie.

Sommige mountainbike pedalen, zgn. platformpedalen, zijn ontwikkeld voor maximale stevigte aan de schoenen, bijv. voor dirtbiken en freeriden. Ze beschikken daarom over scherpe kanten en/of schroefpinnen. Daaraan kunt u zich bezeren tijdens het fietsen. Draag daarom geschikte, beschermende kleding zoals knie- en scheenbeenbeschermers.

Lees de handleiding van de pedaalfabrikant en vraag advies over de verschillende schoenmodellen bij uw SENSA-dealer.

Met de aankoop van uw SENSA-fiets hebt u de basis gelegd voor een heleboel fietsplezier. Afhankelijk van wat u met uw SENSA-fiets wilt doen, moet u nog een paar tips lezen en een geschikte uitrusting aanschaffen. Er zijn bij uw SENSA-dealer veel nuttige accessoires, waarmee uw veiligheid en comfort toenemen.
U kunt diverse accessoires op uw SENSA-fiets monteren (e). Let er echter op dat de eisen van de reglement verkeersregels en verkeerstekens en de DIN EN moeten worden opgevolgd. Alle onderdelen die u later aanbrengt moeten compatibel zijn met uw fiets.

Ongeschikte accessoires kunnen de eigenschappen van de SENSA-fiets veranderen en tot een ongeval leiden. Stem het aanbrengen van accessoires daarom altijd af met uw SENSA-dealer en raadpleeg altijd de aanwijzingen voor gebruik van de SENSA-fiets volgens de voorschriften.
Sloten
Vergeet niet een stevig beugel-, vouw- of kettingslot (f) mee te nemen op uw tochten. U voorkomt diefstal alleen op effectieve wijze door uw SENSA-fiets aan een vaststaand voorwerp te bevestigen.
Pechset
Het belangrijkste accessoire voor een geslaagde fietstocht is een luchtpomp en een kleine gereedschapstas. Daarin zitten twee kunststof bandenlichters, de courante inbussleutels, een binnenband, een reparatieset, eventueel uw mobiele telefoon en wat geld (g). Op die manier bent u gewapend tegen bandenpech.

Toebehoren dat op een later tijdstip werd gemonteerd zoals spatborden, bagagedragers etc. kunnen de werking van uw SENSA-fiets nadelig beïnvloeden. Informeer altijd bij uw SENSA-dealer voordat u accessoires van welke aard dan ook aan de SENSA-fiets monteert.

Vooraleer u een extra bel of claxon koopt alsook andere lichtinrichtingen moet u goed controleren of dat toebehoren is toegestaan en gekeurd en of het wel is toegelaten voor het wegverkeer. Extra batterij-/acculampen moeten zijn gemarkeerd met een slangenlijn en met de letter K (h).

Bagage transporteren met een ongeveerd frame
Er bestaan verschillende mogelijkheden om bagage te transporteren op de SENSA-fiets. De manier waarop bagage het beste wordt vervoerd, hangt in de eerste plaats af van gewicht en volume. U kunt bagage gemakkelijk transporteren in een speciale rugzak (a). U kunt ook bagagedrager of stuurtassen gebruiken, wat echter niet bij alle SENSA-mountainbikes mogelijk is. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.
Sommige SENSA-mountainbikes zonder afgeveerde achtervork kunnen met een bagagedrager (b) worden uitgerust. Vraag uw SENSA-dealer naar de bevestigingspunten en geschikte bagagedragers.
Het is aan te bevelen de te transporteren voorwerpen in stabiele fietszakken te steken (c) met mogelijk een laag zwaartepunt.
Let bij de aankoop van dergelijke zakken erop dat ze waterdicht zijn zodat u niet bij de eerste de beste regenbui voor onaangename verrassingen komt te staan.
Wij adviseren echter in principe geen bagage aan verende vorken te bevestigen.
Let op een evenwichtige verdeling van de last wanneer u uw SENSA-fiets bepakt. Zware bagagestukken moeten zo laag mogelijk worden aangebracht. In de stuurtas en op de bagagedrager horen de minder zware stukken thuis.

Belaad uw SENSA-fiets niet te zwaar (zie fietspas) en houd u evt. aan de toegelaten belasting die op de bagagedrager is ingestempeld of aangegeven.

Pas de verende vork (d) en de bandenspanning aan het extra gewicht aan.

Bagage verandert over het algemeen de rijeigenschappen van uw SENSA-fiets en verlengt de remweg! Fiets dus eerst een rondje met uw volbepakte SENSA-fiets op een verkeersarm pleintje.

Kinderen meenemen is alleen mogelijk respectievelijk toegestaan in speciale kinderzitjes (e) of in kinderaanhangwagentjes.
Kinderzitjes

SENSA-mountain- en -crossbikes zijn meestal niet geschikt voor kinderzitjes. Dit geldt vooral voor erg lichte frames. Vraag uw SENSA-dealer of lees na in uw fietspas. Lees bo- vendien de handleiding van het kinderzitje.
Kinderaanhangers

Voordat u met uw SENSA-fiets een aanhanger (f+g) trekt, controleert u of deze daarvoor geschikt is. Kijk in de fietspas of vraag uw SENSA-dealer.

Riem uzelf of de kleine passagier(s) altijd vast want ongecontroleerde bewegingen kunnen er toe leiden dat de SENSA-fiets of de aanhanger kantelt.
Trekinrichting kinderfiets/aanhangsystemen

Voordat u met uw SENSA-fiets een trekinrichting (h) trekt, controleert u of deze daarvoor geschikt is. Kijk in de fiets-pas of vraag uw SENSA-dealer.

Zet het kind altijd een passende fietshelm op. Een kinder-zitje of een aanhanger biedt niet voldoende bescherming bij een ongeval. Denk eraan dat u zelf ook altijd een helm draagt.

Koop uitsluitend gekeurde kinderzitjes, kinderaanhangers en trekinrichtingen (bijv. DIN/GS-gekeurd) en let altijd op de juiste montage. Uitgebreide informatie hierover vindt u in de handleidingen van de fabrikant, die u bij aankoop hebt gekregen.

Nagenoeg iedere zaak met autotoebehoren en bijna alle autobedrijven bieden draagsystemen (a) om uw SENSA-fiets te transporteren zonder dat die moet worden gedemonteerd.
Normaal worden SENSA-fietsen in een rail gezet en bevestigd met een klauw aan de onderbuis. Dit kan een niet te repareren beschadiging van het frame veroorzaken. Bijzonder gevaar leveren hoogwaardige, zeer dunwandige aluminium frames of carbon frames op. Op basis van de materiaaleigenschappen van carbon kan een ernstige beschadiging niet meteen herkenbaar zijn en bij later gebruik tot een onvoorzien, ernstig ongeval leiden. Een zaak met autotoebehoren heeft echter vaak speciale, passende modellen.
Steeds meer in de mode komen fietsendragers aan de achterkant van de wagen. Het voordeel daarvan t.o.v. een fietsendrager op het dak, is vooral dat u de SENSA-fiets niet zo hoog moet hijsen. Let erop dat bij de gebruikte bevestiging geen beschadiging aan vorken en frame ontstaat. Dit kan breuk opleveren!
Let bij de aankoop van een fietsendrager erop dat de veiligheidsnormen in uw land worden nageleefd, bv. GS-teken.
Lees de handleiding van uw fietsendrager zorgvuldig door (b) en neem de toelaatbare draagcapaciteit en de aanbevolen of zelfs voorgeschreven maximumsnelheid in acht. Let zo nodig op het vereiste verticale draagvermogen van de trekhaak.

Let erop dat er geen onderdelen (gereedschap, bagagetassen (c), kinderzitjes enz.) op de SENSA-fiets zitten, die los kunnen gaan. Gevaar voor ongevallen!

Koop geen fietsendragers waarbij de SENSA-fiets ondersteboven, met andere woorden met zadel en stuur naar beneden, op de fietsendrager wordt bevestigd. Bij die manier van bevestigen worden stuur, stuurpen, zadel en zadelpen tijdens de rit zeer zwaar belast. Kies geen dragers met ophanging aan de cranks. Dit kan breuk opleveren!

Controleer de bevestiging van de SENSA-fiets voor en ook regelmatig tijdens de rit. Als de SENSA-fiets losraakt van de fietsendrager, kunnen andere weggebruikers in gevaar worden gebracht.

Sluit fietsen op een fietsenrek met een extra slot (d) af wanneer u bijv. een pauze maakt.

Leg de SENSA-fiets of gedeelte daarvan niet los in de binnenruimte (e). Rondschuivende onderdelen kunnen uw veiligheid in gevaar brengen.

Bij grootvolumige framebuizen bestaat bij klemmen die daar niet voor geschikt zijn, het gevaar dat ze platgedrukt worden (f)! Carbon frames mogen nooit worden vastgeklemd.

Let erop dat de lichtinstallatie en de nummerplaat van uw wagen niet bedekt zijn. In sommige gevallen is een tweede achteruitkijkspiegel verplicht.

Denk eraan dat uw wagen met de SENSA-fiets op het dak een stuk hoger is. Meet de totale hoogte van uw wagen met SENSA-fiets erop en breng dit goed zichtbaar aan op het dashboard of aan het stuur.

Heeft uw SENSA-fiets schijfremmen, breng dan de transportborg (g) aan, als u de SENSA-fiets zonder wielen transporteert.

Trek de remhendel aan en beveilig met een sterke rubber kabel (h), als u een SENSA-fiets met hydraulische schrijfremmen ondersteboven transporteert.
Met het openbaar vervoer
Het meenemen van fietsen in het openbaar vervoer is per stad verschillend geregeld. Zo zijn er in verschillende steden bepaalde tijden waarop u uw SENSA-fiets niet of niet zonder kaartje mag meenemen. Informeer u vroegtijdig voor aanvang van de rit over de vervoers- voorwaarden.
Ook voor het meenemen van SENSA-fietsen in treinen zijn er per land verschillende regelingen. Informeer u tijdig voor aanvang van de reis over de voorschriften en regels voor transport van fietsen in treinen.

Om het in- en uitstappen te vergemakkelijken, haalt u zware of omvangrijke tassen en bagage van tevoren van de SENSA-fiets.

Informeer u zich tijdig voor de aanvang van uw reis over de vervoersvoorwaarden en neem ook de voorschriften en regels voor het vervoer van fietsen in acht in de landen waar u doorheen reist.

Onderhoud en servicebeurten
Op het moment dat u de SENSA-dealer uitrijdt op uw nieuwe SENSA-fiets, is die rijklaar gemonteerd. Toch moet u de SENSA-fiets geregeld onderhouden en op vaste tijdstippen onderhoudswerkzaamheden laten uitvoeren (a) door de SENSA-dealer. Alleen dan blijven alle onderdelen goed werken.
U moet de eerste inspectiebeurt al na 100 tot 300 kilometer resp. 5 tot 15 gebruiksuren of na vier tot zes weken laten uitvoeren. De SENSA-fiets moet worden nagekeken, omdat tijdens de inrijtijd de spaken zich kunnen zetten of de versnelling moet worden bijgesteld. Dit proces is onvermijdelijk. Maak daarom met uw SENSA-dealer een afspraak voor een controle van uw nieuwe SENSA-fiets. De eerste inspectiebeurt is erg belangrijk voor de functie en levensduur van uw SENSA-fiets.
Regelmatige inspecties en de tijdige vervanging van slijtageonderdelen, bijv. remblokjes (b) of schakel- en remkabels (c), horen bij het correcte gebruik van de SENSA-fiets en hebben daarom invloed op de aansprakelijkheid bij gebreken en de garantie.
Na de inrijtijd moet u uw SENSA-fiets met regelmatige tussenpozen door uw SENSA-dealer laten nakijken. Als u vaak op slechte wegen of off road rijdt, moeten de inspectie-intervallen worden bekort.

Inspecties en reparaties zijn werkzaamheden die door een SENSA-dealer moeten worden uitgevoerd. Als inspecties niet of ondeskundig worden uitgevoerd, dan kan dit tot defecten aan onderdelen leiden. Gevaar voor ongevallen! Als u het toch zelf wilt doen, voer dan alleen die werkzaamheden uit waarvoor u beschikt over de nodige vakkennis en over het passende gereedschap zoals een momentsleutel (d).

Gebruik in principe alleen originele reserveonderdelen als vervanging noodzakelijk is. Slijtageonderdelen van andere fabrikanten, bijvoorbeeld remblokjes of banden met afwijkende afmetingen, kunnen de SENSA-fiets onveilig maken. Gevaar voor ongevallen!

Breng uw nieuwe SENSA-fiets voor uw eigen veiligheid na 100 tot 300 kilometer resp. 5 tot 15 gebruiksuren of na vier tot zes weken, uiterlijk echter na drie maanden naar de SENSA-dealer voor een eerste inspectiebeurt.

SENSA-fiets wassen en onderhouden
Opgedroogde transpiratie, vuil en zout, als u fietst in de winter en aan zee, berokkenen schade aan uw SENSA-fiets. Daarom moet u alle onderdelen regelmatig reinigen.
Vermijd reinigen met een hogedrukreiniger. De sterke hogedrukstraal kan via de afdichtingen tot binnen in de lagers doordringen. Het smeermiddel wordt verdund, de wrijving verhoogt. Op den duur gaan de loopvlakken kapot en lopen de lagers niet meer rond. Daarnaast kunnen de stickers op het frame loslaten.
Veel voorzichtiger reinigt u uw SENSA-fiets met een zachte waterstraal of met een emmer met water en een spons of een grote kwast. Bij handmatig reinigen kunt u bovendien beschadigingen van de laklaag (e) sowie versleten delen of defecten vroegtijdig herkennen.
Als u klaar bent met het reinigen, controleer dan de ketting op slijtage en smeer ze opnieuw (f) (zie hoofdstuk "Ketting – Onderhoud en slijtage").
Wrijf de gelakte en metalen en carbon oppervlakken (behalve remflanken) in met normale harde was (g). Poets na het afdrogen.

Let bij het reinigen op scheurtjes, krassen, materiaalverbuiging of -verkleuringen. Laat beschadigde stukken onmiddellijk vervangen en herstel beschadigingen van de laklaag. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Breng geen onderhoudsmiddel of kettingolie aan op remblokjes en op de remvlakken van de velgen. De rem kan daardoor zijn werking verliezen (zie hoofdstuk "Reminstallatie")! Breng geen smeermiddel of olie op klembereiken van carbon (h), bv. aan het stuur, de stuurpen, zadelpen en zitbuis. Carbon onderdelen die ooit werden gesmeerd, kunnen in sommige gevallen nooit meer op veilige wijze worden vastgezet!

Het beste kunt u uw SENSA-fiets helemaal niet reinigen met een sterke waterstraal of hogedrukreiniger en als u het toch doet, dan niet van dichtbij.

Verwijder hardnekkige olie- of vetvlekken van gelakte oppervlakken en van carbon onderdelen met een reinigingsmiddel op basis van petroleum. Vermijd ontvetters die aceton, methylchloride etc. bevatten, of oplosmiddelhoudende, niet neutrale of chemische reinigingsmiddelen. Deze kunnen de oppervlakken aantasten!

Na de inrijtijd moet u uw SENSA-fiets regelmatig een servicebeurt geven. De intervallen – zoals opgegeven in de tabel – zijn gedacht als aanknopingspunt voor fietsers die jaarlijks tussen de 1000 en de 2.000 km resp. 50 en 100 gebruiksuren rijden.
Fietst u regelmatig meer of erg vaak op slechte wegen, dan worden de intervallen voor servicebeurten korter, evenredig aan de zwaardere gebruiksomstandigheden. Dit geldt in het bijzonder voor SENSA-dirt-, -freeride-, -downhillbikes enz.
| Onderdeel | Handeling | Voor iedere rit | Maandelijks | Jaarlijks | Andere intervallen |
| Lichtinstallatie | Functie controleren | ● | |||
| Banden | Bandenspanning controleren | ● | |||
| Profieldiepte en zijwanden controleren | ● | ||||
| Remmen (velg-) | Hendelspeling, dikte remblokjes en evt. positie t.o.v. de velg controleren; remproef bij stilstand | ● | |||
| Remmen, remblokjes (velg-) | Reinigen | ● | |||
| Remkabels/-blokjes /-leidingen | Zichtcontrole | ● | |||
| Remmen (schijf-) | Hendelspeling, dikte remblokjes, dichtheid, remproef bij stilstand | ● | |||
| Remvloeistof vervangen (DOT-vloeistof) | ■ | ||||
| Verende vork | Bouten controleren | ■ | |||
| Grote servicebeurt (olie vervangen resp elastomeren invetten) | ■ | ||||
| Achterdemper | Grote servicebeurt | ■ | |||
| Velgen (bij velgremmen) | Wanddikte controleren evt. vervangen | ■ uiterlijk na 2e set remblokies minstens elke 2 jaar | |||
| Vork (star) | Controleren evt. vervangen | ■ minstens elke 2 jaar | |||
| In hoogte verstelbare of geveerde zadelpen | Onderhoud plegen | ■ | |||
| Speling controleren | ● | ||||
| Achtervering | Lagerspeling controleren | ● | |||
| Bevestigingsbouten controleren | ■ |
83
SENSA

| Onderdeel | Handeling | Voor iedere rit | Maandelijks | Jaarlijks | Andere intervallen |
| Trapas | Lagerspeling controleren | ● | |||
| Demonteren en opnieuw invetten (schalen) | ■ | ||||
| Ketting | Controleren resp. smeren | ● | |||
| Op slijtage controleren eventueel vervangen | vanaf 800 km resp. 40 gebruiksuren | ||||
| Crank | Controleren resp. vaster draaien | ● | |||
| Lak/eloxal/carbon | Conserveren | min. ieder halfjaar | |||
| Wielen/spaken | Rondloop en spanning controleren | ● | |||
| Centreren resp. naspannen | naar behoefte | ||||
| Stuur en stuurpen (van aluminium en carbon) | Controleren en eventueel vervangen | uiterlijk elke 2 jaar | |||
| Balhoofd | Lagerspeling controleren | ● | |||
| Opnieuw invetten | ■ | ||||
| Metalen oppervlakken | Conserveren (uitzondering: Velgranden bij velgremmen en remschijven) | min. ieder halfjaar | |||
| Naven | Lagerspeling controleren | ● | |||
| Opnieuw invetten | ■ | ||||
| Pedalen (alle) | Lagerspeling controleren | ● | |||
| Pedalen (klik/systeem) | Klikmechanisme reinigen, smeren | ● | |||
| Zadelpen/stuurpen | Bouten controleren | ● | |||
| Demonteren en insmeren Carbon: nieuwe montagepasta (geen vet!) | ■ | ||||
| Achterderailleur/voorderailleur | Reinigen, smeren | ● | |||
| Snelspanners | Controleren of ze vast zitten | ● | |||
| Bouten en moeren | Controleren resp. vaster draaien | ● | |||
| Ventielen | Controleren of ze vast zitten | ● | |||
| Kabels (versnelling/remmen) | Demonteren en invetten | ■ |
De controles – gemerkt met • – kunt u zelf uitvoeren, mits u over de benodigde vaardigheid en kennis beschikt en over het juiste gereedschap zoals een momentsleutel. Stelt u bij de controle een gebrek vast, tref dan onmiddellijk de nodige maatregelen. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.
De werkzaamheden met ■ gemerkt mogen alleen door de SENSA-dealer worden uitgevoerd.
AANBEVOLEN AANDRAAIMOMENTEN
Om de veiligheid van uw SENSA-fiets te garanderen, moeten de schroefverbindingen van de onderdelen zorgvuldig aangedraaid en regelmatig gecontroleerd worden. Dat gaat het makkelijkste met een momentsleutel die klikt of uitschakelt als het gewenste aandraaimoment is bereikt. Beweeg altijd in kleine stappen (0,5 Nm) naar het voorgeschreven maximale aandraaimoment toe en controleer tussendoor steeds of het onderdeel vast zit. Overschrijd niet het door de fabrikant aangegeven maximale aandraaimoment!
Voor onderdelen waarbij geen gegevens aanwezig zijn, begint u met 2 Nm. Houd u zich aan de opgegeven waarden en neem de bijgevoegde handleidingen van de fabrikant van de onderdelen in acht.

Bij sommige onderdelen staat het aandraaimoment op het onderdeel zelf. Maak gebruik van een momentsleutelen ga de maximale aandraaimomenten niet te boven! Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.
| Onderdeel | Boutverbindingen | Shimano ^1 (Nm) | SRAM/Avid ^2 (Nm) |
| Achterderailleur | Bevestiging (aan frame/derailleurpad) | 8 - 10 | 8 - 10 |
| Kabelklemming | 5 - 7 | 4 - 5 | |
| Geleidewieltjes | 3 - 4 | ||
| Voorderailleur | Bevestiging aan het frame | 5 - 7 | 5 - 7 |
| Kabelklemming | 5 - 7 | 5 | |
| Schakelhendel | Bevestiging aan het stuur | 6 - 8 | 2,5 - 4 |
| Gatafdekking | 0,3 - 0,5 | ||
| Remgreep | Bevestiging aan het stuur (inbus) | 6 - 8 | 5 - 7 |
| Naaf | Hendel van snelspanner | 5 - 7,5 | |
| Contramoer van lagerinstelling bij snelspannaven | 10 - 25 | ||
| Tandkranscassette borgring | 30 - 50 | 40 | |
| Crank | Crankbevestiging (vetvrij vierkant) | 35 - 50 | |
| Crankbevestiging (Shimano Octalink) | 35 - 50 | ||
| Crankbevestiging (Shimano Hollowtech II) | 12 - 15 | ||
| Crankbevestiging (Isis) | 31 - 34 | ||
| Kettingbladbevestiging | 8 - 11 | 12 - 14 (staal) 8 - 9 (alu) | |
| Afgedicht cartridge-Trapas | Behuizing (vierkant) | 49 - 69 | |
| Behuizing (Shimano Hollowtech II) | 35 - 50 | ||
| Octalink | 50 - 70 | ||
| Pedaal | Pedaalas | 35 |
85
SENSA

| Onderdeel | Boutverbindingen | Shimano1 (Nm) | SRAM/Avid2 (Nm) |
| Schoen | Pedaalplaat ("cleat") | 5 - 6 | |
| Doppen ("spike") | 4 | ||
| Remmen (V-rem) | Kabelklemming | 6 - 8 | 6 - 8 |
| Remschoenbevestiging | 6 - 8 | 6 - 8 | |
| Vastmaken remblokjes | 1 - 2 | ||
| Zadelpen | Klemming patentmodel (zadel aan zadelpenkop) | 20 - 29 |
Deze waarden zijn richtwaarden van bovengenoemde onderdelenfabrikanten. Let op de waarden in de evt. bijgesloten handleidingen van de onderdeelfabrikanten. Deze waarden kunnen niet op het onderdeel van andere fabrikanten worden overgedragen.
1 www.shimano.com
^2 www.sram.com
^3 www.magura.com
4 www.formula-italy.com
Aanbevolen aandraaimomenten voor schijfremmen
| Onderdeel | Shimano1 (Nm) | Avid2 (Nm) | Magura3 (Nm) | Formula4 (Nm) |
| Remzadelbevestiging aan het frame/vork | 6 - 8 | 9 - 10 (IS-adapter)8 - 10 (remzadel) | 6 | 9 |
| Remgreepbevestiging aan het stuur | 6 - 8 | 4 | ||
| Één-boutklem | 4 - 5 | |||
| Twee-boutklem | 2,8 - 3,4 | 2,5 | ||
| Wartelbouten van de leiding aan de greep en normale leiding aan het remzadel | 5 - 7 | 5 | 4 | 5 (aluminium)7,8 (staal) |
| Aansluiting remleiding aan remzadel (Disc tube-leiding) | 5 - 7 | 6 | ||
| Expansievatdeksel | 0,3 - 0,5 | 0,6 | ||
| Draadstang (Ontluchtingsgat) | 4 - 6 | 2,5 | ||
| Remschijfbevestiging (6-gaats) | 4 | 6,2 | 4 | 5,75 |
| Oogaansluiting aan de remgreep | 8 | |||
| Remschijfbevestiging (centerlock) | 40 |
Stallen resp. opslaan van de SENSA-fiets
Als u uw SENSA-fiets tijdens het seizoen regelmatig verzorgt, hoeft u, afgezien van beveiliging tegen diefstal, geen bijzondere maatregelen te nemen, als u uw SENSA-fiets even ergens neerzet. Het beste kunt u de SENSA-fiets op een droge, goed geventileerde plaats bewaren.
Als u uw SENSA-fiets langer, bijv. voor de wintermaanden, stalt, moet u op de volgende zaken letten: tijdens de lange tijd dat uw SENSA-fiets gestald staat, ontsnapt langzaam maar zeker de lucht uit de binnenbanden. Staat een SENSA-fiets gedurende lange tijd op platte banden, dan lijdt de structuur van de banden daaronder. Hang dus de banden of de hele SENSA-fiets op of controleer geregeld de bandenspanning (a).
Reinig uw SENSA-fiets (b) en bescherm hem tegen corrosie, zie boven. Uw SENSA-dealer biedt speciaal onderhoudsmiddel aan, bijv. wasspray (c).
Demonteer de zadelpen en laat desgevallend uitdrogen (er kan vochtigheid zijn binnengedrongen). Sproei uitsluitend bij metalen frames een beetje fijn vernevelde olie in de zadelbuis. Schakel de versnelling vooraan op het kleine kettingblad en achteraan op het kleinste tandwiel (d). Zo worden kabels en veren ontspannen.

Vet nooit de zitbuis in van een carbon, frame wanneer geen aluminium huls aanwezig is. Indien u een zadelpen uit carbon gebruikt, mag u zelfs een metalen frame niet invetten. Carbon onderdelen die ooit werden ingesmeerd, kunnen in sommige gevallen nooit meer op veilige wijze worden vastgezet!

In de wintermaanden hoeft u bij uw SENSA-dealer doorgaans niet met wachttijden rekening te houden. Daarnaast bieden velen de jaarlijkse controlebeurt voor een actieprijs aan. Maak gebruik van deze komkommertijd en breng uw SENSA-fiets volgens schema ter inspectie!

Volgens het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens moet u in Nederland bij het fietsen de volgende regels in acht nemen:
1. Verlichting, achterlicht, reflectoren
Fietsen moeten bij schemering met een werkend en geschikt voorlicht (geel of wit) (e) en achterlicht (rood) (f) zijn uitgerust. Daarnaast moeten een reflector aan het achterspatbord en een spaakreflector per wiel zijn aangebracht. Voorgeschreven zijn daarnaast pedaalreflectoren (g).
2. Tekens geven
Richtingveranderingen moeten met een duidelijk uitsteken van de hand worden aangegeven. Verder bevelen wij aan, nachts reflecterende armbanden te dragen.
3. Waarschuwingsinrichting
Fietsen moeten voorzien zijn met een duidelijk hoorbare bel (h).
4. Kinderen meenemen
Kinderen tot de leeftijd van acht jaar kunnen op de fiets (een kinder-zitje is verplicht) of in een aanhanger worden meegenomen.
5. Remmen
De remmen moeten in orde zijn en als je handremmen hebt, moet er een rem op het voor- en het achterwiel zitten.
6. Helmplicht
Er bestaat geen helmplicht voor fietsers.

Verdere informatie vindt u hieronder www.fietsersbond.nl

Uw SENSA-fiets is zorgvuldig geproduceerd en wordt u normaliter door uw SENSA-dealer klaar gemonteerd overhandigd.
In de loop van de eerste twee jaar na aankoop hebt u het volle recht op de wettelijke aansprakelijkheid voor verborgen gebreken (voorheen garantie). Mochten er gebreken optreden, dan is uw SENSA-dealer uw contactpersoon.
Om uw reclamatie zo vlot mogelijk af te wikkelen, is het noodzakelijk dat u de kwitantie voor betaling, fietspas, overdrachtprotocol en inspectiebewijzen meebrengt. Bewaar die dus goed.
Gebruik uw SENSA-fiets – met het oog op lange levensduur en duurzaamheid – alleen zoals voorgeschreven (zie hoofdstuk "Voor de eerste rit"). Let op de toegestane gewichten die in de fietspas worden vermeld. Voorts moeten de montagevoorschriften van de fabrikanten (vooral aandraaimomenten van bouten/moeren) en de voorgeschreven onderhoudsintervallen worden opgevolgd.
Houd u ook aan de keuringen en werkzaamheden, zoals beschreven in onderhavige SENSA-handleiding en in de eventueel bijgevoegde overige gebruiksaanwijzingen (zie hoofdstuk "Service- en onderhoudsintervallen") en vervang eventueel veiligheidsrelevante onderdelen zoals stuur, remmen e.d.

Bedenk dat toebehoren de eigenschappen van uw SENSA-fiets sterk kan beïnvloeden. Als u niet absoluut zeker van uw zaak bent of nog vragen hebt, neem dan contact op met uw SENSA-dealer.

Die regeling betreft uitsluitend staten die het EU-ontwerp hebben geratificeerd, zoals de Bondsrepubliek Duitsland. Informeer naar de regelingen in eigen land.
Tips over slijtage
Enkele onderdelen van uw SENSA-fiets slijten in het gebruik. De slijtage is afhankelijk van onderhoud en verzorging, maar ook van het gebruik van de SENSA-fiets (rijprestaties, regen, vuil, zout, etc.). SENSA-fietsen die vaak of altijd buiten staan, kunnen door weersinvloeden ook sneller slijten.
Regelmatige verzorging en onderhoud verhogen de levensduur. De onderdelen hieronder moeten echter vervangen worden zodra de slijtagegrens is bereikt.
Het gaat om:
- ketting
- remblokjes
- remvloeistof (DOT)
- remschijven
- remkabels
- remkabelomhulling
- pakkingen van veerelementen en in hoogte verstelbare zadelpennen
- velgen bij velgremmen
- rubber handgrepen
- kettingbladen
- verlichting
- banden
• tandkrans - zadeldek
- versnellingskabels
• schakelkabelomhulling - geleidewieltjes
- smeermiddelen

Informeer bij uw SENSA-dealer ook naar de aanvullende garantievoorwaarden van uw SENSA-fiets en vraag om een formulier met deze voorwaarden.
INSPECTIE-INTERVALLEN - STEMPELVELDEN
1. Inspectie
Uiterlijk na 100 - 300 kilometer resp. 5 - 15 gebruiksuren of na drie maanden vanaf de verkoopdatum
Ordernr:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
2. Inspectie
Uiterlijk na 2.000 kilometer resp. 100 gebruiksuren of na een jaar
Ordernr.:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
90
SENSR

3. Inspectie
Uiterlijk na 4.000 kilometer resp. 200 gebruiksuren of na twee jaar
Ordernr.:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
4. Inspectie
Uiterlijk na 6.000 kilometer resp. 300 gebruiksuren of na drie jaar
Ordernr.:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
91
SENSR

5. Inspectie
Uiterlijk na 8.000 kilometer resp. 400 gebruiksuren of na vier jaar
Ordernr.:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
6. Inspectie
Uiterlijk na 10.000 kilometer resp. 500 gebruiksuren of na vijf jaar
Ordernr.:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
92
SENSR

7. Inspectie
Uiterlijk na 12.000 kilometer resp. 600 gebruiksuren of na zes jaar
Ordernr.:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
8. Inspectie
Uiterlijk na 14.000 kilometer resp. 700 gebruiksuren of na zeven jaar
Ordernr.:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
93
SENSR

9. Inspectie
Uiterlijk na 16.000 kilometer resp. 800 gebruiksuren of na acht jaar
Ordernr.:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
10. Inspectie
Uiterlijk na 18.000 kilometer resp. 900 gebruiksuren of na negen jaar
Ordernr.:
Datum:
Km-stand:
□ Alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (zie Service- en onderhoudsintervallen); vervangen of gerepareerde onderdelen:
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer:
EXTRA BIJLAGE \*ALGEMEEN\*
Naast het in de handleiding reeds genoemde volgen hier nog enkele toevoegingen op verschillende punten. Ook op onze website kunt u extra informatie vinden.
Toevoeging - Voor de eerste rit
1a. Een algemene richtlijn voor Toelaatbare totale belasting; Racefiets; 100 KG Mountainbike, Crossfiets, Trekkingfiets; 120 KG Carbonfiets; 100 KG
Overschrijding hiervan dient men eerst voor te leggen aan Intersens. Voorts dient het gewicht en de lengte van de berijder in een aanvaardbare relatie te staan tot de maat van de fiets. Bovengemiddeld zware rijders lopen een verhoogd risico op spaakbreuk en mogelijk ernstiger schade naarmate het gewicht van de rijder afwijkt van het gemiddelde gewicht van de rijder in relatie tot de maat van de fiets. 1b. In principe zijn fietsen niet geschikt voor een aanhangwagentje.
Toevoeging - De fiets stallen resp. wegsluiten
Stal uw fiets nooit in een ruimte waar ook een was(condens)droger staat. Deze zorgt voor uitstoot van zouten die over de gehele fiets neerslaan. Hierdoor worden alle onderdelen en met name de lak aangetast. Ook bij stalling aan zee dient u rekening te houden met de zoute lucht die uw fiets aantast. Extra onderhoud is dan een verplichte oefening.
Toevoeging – Belangrijke opmerkingen inzake gebruik, onderhoud en verzorging
De zadelpen + snelsluiting
Met de snelsluiting kunt u de hoogte van uw zadel zelf verstellen. Indien u niet bekend met dit onderdeel vraag dan uw dealer om uitleg. Af fabriek is de zadelpen(buis) voorzien van vet om het verstellen soepel te laten verlopen zonder dat de zadelpen verkrast.
Bij regelmatig gebruik van de hoogte verstelling zal dit vet steeds minder in de buis aanwezig blijven. U dient dit dus zelf regelmatig opnieuw in te vetten. Als dit niet wordt gedaan, zal het verstellen steeds moeizamer verlopen en zal de zadelpen gaan krassen. Tevens verslijt de zadelpen dan extra snel. Hierdoor zult u de snelsluiting telkens vaster moeten zetten om toch de zadelpen vast te zetten. Hierdoor zal ook het frame verslijten en kan op den duur gaan scheuren, met het risico van afbreken.
Als u voor het transport van uw fiets de zadelpen compleet uit het frame neemt dient u voordat u deze weer in het frame monteert schoon te maken en te voorzien van nieuw vet! Tevens dient u de binnenkant van de zadelpenbuis schoon te maken. Als dit niet wordt gedaan, slijten zadelpen en frame door zand en vuil zeer snel door en kan de zadelpenbuis gaan scheuren, met het risico van afbreken. U mag de snelsluiter nooit sluiten zonder dat de zadelpen gemonteerd is! Ook dient u de snelspanner niet overmatig te belasten. U moet deze altijd met beperkte kracht weer los kunnen krijgen. Gebruikt u de hoogteverstelling regelmatig dan is het raadzaam om naar verloop van tijd uw zadelpen te vervangen. Zo voorkomt u onnodige slijtage aan het frame.
Toevoeging - Transport van de fiets met de auto
Meest geschikt voor transport met de auto zijn de dragers die achterop de trekhaak van de auto worden gemonteerd en werken met speciale frame-klemmen (geldt niet voor carbon fietsen, zie hiervoor de Carbon bijlage). Let hierbij wel op dat u deze klemmen niet overmatig aandraait. De bestickering / lak kan hierdoor beschadigen en zelfs het frame kan hierdoor indeuken. Dragers waarbij de fiets wordt vastgezet met een crankbevestiging zijn niet geschikt voor de moderne crankstellen. Deze beschadigen de cranks en kunnen ervoor zorgen dat de cranks los komen of afbreken. Tijdens het fietsen kan dit tot een val leiden en tijdens transport zou de fiets van de drager los kunnen komen!
EXTRA BIJLAGE \*CARBON SPECIFIEK\*
Carbon is een fantastisch materiaal, waarmee geweldige producten kunnen worden vervaardigd. Maar het is ook een zeer kwetsbaar materiaal indien het verkeerd gebruikt wordt. Carbon dient altijd met de nodige extra zorg behandeld te worden. Bij alles wat u met uw fiets doet, dient u hiermee rekening te houden!
Gebruik
Bij het instellen van de hoogte van de zadelpen dient u naast de maximale hoogte ook rekening te houden met het maximale aanhaalmoment van de zadelpensluiting. Deze bedraagt bij carbon frames maximaal 5 Nm. Gebruik hiervoor bij voorkeur momentsleutel. Overschrijding van het maximum aanhaalmoment zal leiden tot onherstelbare schade aan het frame. Ook dient altijd gebruik te worden gemaakt van de originele zadelpensluiting. Deze is speciaal voor carbon frames ontwikkeld. Ook de positie van deze sluiting moet altijd zijn zoals wordt aangegeven op de sluiting zelf.
Zie hieronder voor een grafische voorstelling. Raadpleeg bij twifel altijd uw dealer! Schade aan carbon is namelijk vrijwel altijd onherstelbaar. Anders dan bij aluminium frames mag er bij carbon

geen vet worden gebruikt bij de montage van de zadelpen. Deze dient altijd schoon en vetvrij in het frame gemonteerd te worden. Wilt u een carbon-montagepasta gebruiken, dan adviseren wij de Tacx Dynamic Carbon montagepasta. Deze is speciaal voor carbon-componenten geschikt. Carbon frames zijn niet geschikt om in een "ergo/fietstrainer" (ook wel hometrainer genoemd) geklemd te worden! De frames zijn niet gebouwd om de krachten die op deze manier op de achtervork komen te verwerken.
Onderhoud
Gebruik nooit poets- of onderhoudsmiddelen waar oplosmiddelen in verwerkt zijn. Deze tasten de lak aan. Voorzie uw frame altijd van de nodige bescherming (bijvoorbeeld beschermingsstickers).
Met name op de liggende achtervork is de kans op schade door een klapperende ketting altijd aanwezig. Maar ook schurende buitenkabels zorgen voor onherstelbare schade als deze door de lak heen schuren. Ook steenslag kan voor schade zorgen op met name de onderzijde van het frame. Zorg ervoor dat u uw fiets altijd schoonmaakt na gebruik. Ook zweet bevat zouten die in de lak kunnen vreten!
Transport
Carbonbuizen zijn extreem dunwandig en beschadigen snel. Transport van uw fiets dient daarom altijd zeer zorgvuldig te gebeuren. Dakdragers zijn niet geschikt voor het transport van carbon fietsen, ook dragers die voorzien van een crankbevestiging zijn niet geschikt. Dragers die voorzien van klemmen voor het frame zijn ook niet geschikt. Carbon frames zijn namelijk niet gemaakt om op een bepaald punt vastgeklemd te worden. Daarvoor zijn ze te dunwandig. Het (te) hard aandraaien van een klem kan het frame doen barsten! Ook de schokken tijdens het rijden kan voor barsten zorgen. De beste manier voor het transport van carbonfietsen is plat achterin de auto (eventueel de wielen uitnemen). Zorg wel voor voldoende bescherming boven en onder de fiets (en plaats nooit iets bovenop de fiets). Een andere mogelijkheid is een drager in de auto plaatsen (hiervoor zijn speciale modellen te koop) als de grootte van uw auto dit toelaat.
Levensduur
Carbonframes zijn zo licht mogelijk gebouwd om de beste performance mogelijk te maken. Hierdoor is de levensduur van carbon beperkt. Naar gelang het gebruik van het frame dient u hiermee rekening te houden. Bij zeer intensief gebruik dient u het frame naar verloop van tijd te vervangen.
Crash-replacement
Mocht uw carbon frame / vork / onderdeel na een valpartij of incident onherstelbaar beschadigd raken, dan kunt u gebruik maken van onze crash-replacement. Dit wil zeggen dat u tegen inlevering van het oude frame / vork / onderdeel tegen een sterk gereduceerd tarief een nieuwe kunt aanschaffen. Bestaat er ook maar de minste twijfel over de veiligheid van het frame / vork / onderdeel dan raden wij u dringend aan van deze regeling gebruik te maken.
INTERSENS BIKES & PARTS B.V. - GARANTIE SENSA
Garantie periode
Intersens Bikes & Parts B.V. verleent garantie op elk Sensa frame, vaste voorvork en Supra / Sensa componenten, tegen fabrieksfouten voor de volgende periode startende vanaf de datum van aankoop. Deze garantie geldt voor de eerste eigenaar en is niet transfereerbaar.
| Rahmen | 5 Jaar |
| Ongeveerde vorken | 5 Jaar |
| Carbon frame | 3 Jaar |
| Lakwerk | 2 Jaar |
| Onderdelen | 2 Jaar |
Geveerde onderdelen 2 Jaar, waarbij na het eerste jaar moet kunnen worden aangetoond dat er onderhoud heeft plaats gevonden.
Alle onderdelen anders dan geproduceerd door Intersens Bikes & Parts B.V. zullen onder de garantie van de desbetreffende fabrikant vallen. Deze garantie dekt alleen vervanging van een defect. In het geval dat Intersens Bikes & Parts B.V. overgaat tot het vervangen van het defecte frame / onderdeel zal dit door een gelijk dan wel beter product worden vervangen. Een nieuw frame / onderdeel zou kunnen verschillen van het origineel.
Deze garantie wordt alleen verleend indien uw fiets bij een officieel door Intersens Bikes & Parts geautoriseerd dealer is aangeschaft.
Bij elke garantie aanvraag dient u de aankoopbon + fietspas te overleggen. Ga bij een (mogelijk) garantie geval altijd naar uw dealer, deze zal contact met Intersens Bikes & Parts B.V. opnemen.
Intersens Bikes & Parts B.V. handelt garantie nooit rechtstreeks met u als particulier af!
Deze garantie dekt niet
- Slijtage, onjuiste montage, onderhoud en montage van niet originele onderdelen.
-
Gevolg schades veroorzaakt door; ongelukken, valpartijen, misbruik, vernieling, aanpassingen die niet door Intersens Bikes & Parts B.V. zijn goedgekeurd, gebruik van niet originele onderdelen, incorrect dan wel onvoldoende onderhoud en het incorrect opvolgen van aanwijzingen staande in de gebruikershandleiding.
-
Alle schades voortvloeiende uit gebruik in competitie verband, stuntriding, springen, het vervoeren van zware lading, commerciële doeleinden, of activiteiten welke in beoordeling van Intersens Bikes & Parts B.V. gelijk staan aan voorgenoemden.
- De kosten voortvloeiend uit de reparatie of vervanging van onderdelen / frame.
- Kosten van transport van / naar Intersens Bikes & Parts B.V.
- Eventuele verzend- en arbeidskosten voortvloeiende uit garantieclaims.
Aansprakelijkheid
Een door Intersens Bikes & Parts B.V. toegekende garantie claim houd niet automatisch in dat Intersens Bikes & Parts B.V. de verantwoordelijkheid erkend voor eventuele gevolgschades.
Wat te doen bij een garantieclaim
- U zult altijd naar uw dealer moeten gaan.
- Uw dealer zal bepalen of u in aanmerking komt om uw schade te claimen als zijnde garantie, de dealer zal deze bepaling altijd in samenspraak met Intersens Bikes Parts B.V. doen. De beoordeling van de dealer houdt niet automatisch in dat uw garantie claim wordt toegekend door Intersens Bikes Parts B.V.
- Uw dealer zal de defecte onderdelen / frame / fiets opsturen naar Intersens Bikes & Parts B.V. om het te laten beoordelen op garantie.
Zending van de goederen door dealer
- Onderdelen dienen franco toegezonden te worden; schoon en goed verpakt en alle onderdelen die niet binnen de garantie vallen zullen gedemonteerd moeten zijn.
- In het geval van een defect frame, zal de complete fiets aan Intersens Bikes & Parts B.V. moeten worden aangeboden ter beoordeling. Hier kann enkel van worden afgeweken in overleg met Intersens Bikes & Parts B.V. Door zonder goedkeuring van Intersens Bikes & Parts B.V. van deze bepaling af te wijken vervalt elk recht op garantie.
- Voeg een kopie toe van de originele aankoopbon en duidelijke omschrijving van het defect. Zonder duidelijke omschrijving van het defect zal een garantie claim niet worden behandeld.
- De ontvangen defecte onderdelen / frame zullen niet worden geretourneerd na erkenning van een garantie aanvraag.
- Alle afgewezen garantie aanvragen zullen tot maximaal 1 maand na ontvangst door Intersens Bikes & Parts B.V. worden bewaard, op aanvraag van de dealer kunnen de delen worden geretourneerd.
- Alle eventuele verzendkosten kunnen niet worden vergoed door Intersens Bikes & Parts B.V.
FIETSPAS
| Fabrikant | Intersens Bikes & Parts B.V. |
| Model | |
| Framenummer | |
| Achterdemper (fabrikant/model) | |
| Verende vork (fabrikant/model) | |
| Verende vork - serienummer | |
| Framevorm | |
| Framegrootte | |
| Wiel resp. bandengrootte | |
| Kleur | |
| Bijzonderheden |
Doelmatig gebruik
| Gebruik volgens | |||||
| categorie 0 | □ | categorie 3 | □ | categorie 6 | □ |
| categorie 1 | □ | categorie 4 | □ | categorie 7 | □ |
| categorie 2 | □ | categorie 5 | □ | categorie 8 | □ |
Toelaatbare totaalgewicht
| Fiets, fietser en bagage | ____kg | ||
| Bagagedrager | □ | ja | □ nee |
| Toelaatbare belasting | ____kg | ||
| Kinderzitje toegelaten | □ | ja | □ nee |
| Aanhanger toegestaan | □ | ja | □ nee |
| Toelaatbare aanhangbelasting | ____kg | ||
Remhendel – Rem-indeling
| Rechter hendel | □ rem voorwiel |
| □ rem achterwiel | |
| Linker hendel | □ rem voorwiel |
| □ rem achterwiel |

Lees in ieder geval de hoofdstukken "Voor de eerste rit" en "Voor iedere rit" in deze SENSA-handleiding.
Stempel en handtekening van de SENSA-dealer
(Opmerking t.a.v. de handelaar: Maak een kopie van fietspas en overdrachtprotocol voor uw eigen klantenbestand. Stuur verdere kopieën evt. naar de fietsenfabrikant.)
OVERDRACHTPROTOCOL
De overdracht van de boven beschreven SENSA-fiets aan de klant vond plaats na de eindmontage en -controle van de rijklare SENSA-fiets, waarbij o.a. de onberispelijke functie van onderstaande punten werd onderzocht (bijkomend vereiste werken staan tussen haakjes).
□ Lichtinstallatie
□ Remmen vooraan en achteraan
□ Verende vork/achterdemper (op klant afgesteld)
□ Wielen (ronde loop/spaakspanning/bandenspanning)
□ Stuur/stuurpen fietsframe (positie/schroeven met momentsleutel gecontroleerd)
□ Pedalen (desgevallend justering van uitklinkmechanisme)
□ Zadel/zadelpennen (zadelhoogte en positie op klant afgesteld, gecontroleerd met momentsleutel)
□ Versnelling (eindaanslagen!)
□ Schroefverbindingen van bijgemonteerde onderdelen (controle, momentsleutel)
□ Proefrit gemaakt
□ Andere uitgevoerde werken ____
Naam handelaar
Straat
Plaats
Tel.
Fax
Datum van overdracht,
stempel en
handtekening
van de SENSA-dealer
Door zijn handtekening bevestigt de klant dat hij de SENSA-fiets samen met de aangekruiste handleidingen in goede toestand heeft ontvangen en dat hij is ingelicht over de bediening ervan.
□ SENSA-handboek/-gebruiksaanwijzing
Bijkomende handleidingen
□ Reminstallatie
□ Versnelling
□ Pedaalsysteem
□ Verende vork
□ Zadelpen, stuurpen
□ Achterdemper
□ Aanvullende handleiding „E-Bike/Pedelec“
□ Overige
Klant Naam
Voornaam
Straat
Postcode/plaats
Tel.
Fax
Plaats, datum
Handtekening

Bedrijvenpark Twente 170
NL-7602 KE Almelo
www.sensabikes.com

www.sensabikes.com