HBD672CS81 - Overige Keukenapparaten BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HBD672CS81 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwoven |
| Merk | Bosch |
| Model | HBD672CS81 |
| Afmetingen (hxbxd) | 595 x 595 x 548 mm |
| Gewicht | 35 kg |
| Voedingspanning | 220-240 V, 16 A |
| Energieklasse | A+ |
| Capaciteit | 71 liter |
| Verwarmingsmethoden | 4D hetelucht, boven- en onderwarmte, grill, pizzastand |
| Temperatuurbereik | 30 °C tot 275 °C |
| Bediening | TouchControl met draaiknoppen |
| Reiniging | Pyrolyse (zelfreinigend) |
| Veiligheid | Kinderslot, automatische uitschakeling, koelventilator |
| Kleur | Roestvrijstaal |
| Montage | Inbouw in 60 cm hoge kasten |
| Energieverbruik conventioneel | 0.93 kWh/cyclus |
| Energieverbruik hetelucht | 0.72 kWh/cyclus |
| Geluidsniveau | 45 dB |
| Accessoires inbegrepen | 1 rooster, 1 bakplaat, 1 grillrooster, 1 combinatierooster |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - HBD672CS81 BOSCH
Gebruikersvragen over HBD672CS81 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Overige Keukenapparaten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HBD672CS81 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HBD672CS81 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING HBD672CS81 BOSCH
[nl]Gebruiksaanwijzing Inbouwoven
Inhoudsopgave

Gebruik volgens de voorschriften ..... 4

Belangrijke veiligheidsvoorschriften ..... 5
Algemeen. 5
Halogeenlamp 6
Reinigingsfunctie 6

Oorzaken van schade 7
Algemeen....7

Milieubescherming....8
Energiebesparing 8
Milieuvriendelijk afvoeren 8

Het apparaat leren kennen 9
Bedieningspaneel....9
Toetsen en display 9
Verwarmingsmethoden en functies 10
Temperatuur....11
Binnenruimte 11

Toebehoren....12
Accessoires 12
Accessoires inschuiven 12
Extra toebehoren 13

Voor het eerste gebruik 14
Eerste gebruik 14
Binnenruimte en accessoires reinigen ..... 14

Apparaat bedienen....14
Apparaat in- en uitschakelen 14
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen ..... 14
Snel voorverwarmen....15

Tijdfuncties....15
Tijdsduur instellen 15
Einde instellen 16
Wekker instellen.... 17
Tijd instellen 17

Kinderslot....18
Activeren en deactiveren .... 18

Basisinstellingen 18
Lijst met basisinstellingen 18
Basisinstellingen wijzigen 19

Sabbatinstelling 19
Sabbatinstelling starten 19

Reinigen 20
Geschikte schoonmaakmiddelen .....20
Apparaat schoon houden .....21

Reinigingsfunctie....21
Voor de reiniging ....22
Reinigingsfunctie instellen .....22
Na de reiniging .....22

Rekjes 23
Rekjes verwijderen en bevestigen .....23

Apparaatdeur 24
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen. . . . . . . . . . .24
Deurafscherming afnemen .....24
Deurruiten verwijderen en inbrengen .....25

Wat te doen bij storingen? 26
Storingen zelf verhelpen .....26
Maximale gebruiksduur .....27
Lamp voor de binnenruimte aan het plafond vervangen 27

Servicedienst 28
E-nummer en FD-nummer.....28

Programma's 28
Vormen. 28
Gerecht voorbereiden. 28
Programma's 29
Programma Instellen....31

Voor u in onze kookstudio uitgetest. . . . . . . . 31
Algemene aanwijzingen ....31
Taart, cake en gebak ....32
Ovenschotels en gegratineerde gerechten. . . . . . . . 35
Gevogelte, vlees en vis. 36
Groente en bijgerechten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Desserts 39
Acrylamide in levensmiddelen .....39
Langzaam garen....40
Drogen 41
Inmaken 41
Deeg laten rijzen....42
Ontdooien. 43
Warmhouden 43
Testgerechten. 44
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.bosch-home.com en in de online-shop: www.bosch-eshop.com

Gebruik volgens de voorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u uw apparaat goed en veilig bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of om door te geven aan een volgende eigenaar.
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Neem het speciale installatievoorschrift in acht.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 4.000 meter boven zeeniveau.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 15 aan of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen. → "Toebehoren" op pagina 12
Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Algemeen
⚠ Waarschuwing – Risico van brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Bewaar geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte. Open nooit de deur wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Het toestel uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
- Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Tijdens het voorverwarmen mag er nooit bakpapier los op de toebehoren liggen. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bakpapier alleen op het benodigde oppervlak leggen. Het bakpapier mag niet uitsteken over de toebehoren.
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
- Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
■ Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
■ Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen.
⚠ Waarschuwing – Kans op verbranding!
- Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
- Door water in de hete binnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel!
■ Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
⚠ Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
- De kabelisolatie van hete toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat.
■ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken. - Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
⚠ Waarschuwing – Gevaar door magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden. Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden.
Halogeenlamp
⚠ Waarschuwing – Gevaar voor verbranding!
De lampen in de binnenruimte worden heel heet. Ook enige tijd na het uitschakelen bestaat er nog een risico van verbranding. Glazen afscherming niet aanraken. Tijdens het schoonmaken contact met de huid vermijden.
⚠ Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
Reinigingsfunctie
⚠ Waarschuwing – Risico van brand!
- Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten. Verwijder voordat de reiniging start altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte. Geen accessoires meereinigen.
- De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen. De voorzijde van het apparaat vrij houden. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur. De dichting niet schuren en niet afnemen.Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken;
⚠ Waarschuwing – Ernstig gezondheidsrisico!
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vormen wordt aangetast en er ontstaan giftige gassen. Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit platen en vormen met een antiaanbaklaag meereinigen. In het algemeen geen accessoires meereinigen.
⚠ Waarschuwing – Gezondheidsrisico!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden. Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren. Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven. Kinderen en huisdieren uit de buurt houden. Ook bij tijduitstel met verplaatste eindtijd de aanwijzingen in acht nemen.
⚠ Waarschuwing – Gevaar voor verbranding!
- De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit de apparaatdeur openen. Het apparaat laten afkoelen.Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit de apparaatdeur aanraken. Het apparaat laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

Oorzaken van schade
Algemeen
Attentie!
■ Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
Aluminiumfolie: aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact komen met de deurruit. Hierdoor kunnen permanente verkleuringen van de ruit optreden.
Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
- Blijft er gedurende langere tijd vocht in de binnenruimte, dan kan dit leiden tot corrosie. De binnenruimte na gebruik laten drogen. Bewaar gedurende langere tijd geen levensmiddelen in de gesloten binnenruimte. Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
- Koelen met de apparaatdeur open: na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte laten afkoelen met de deur gesloten. Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt. Ook wanneer de deur slechts op een kier staat, kunnen naburige voorzijden van meubels in de loop van de tijd beschadigd raken.
Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte laten drogen met de deur open.
Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
■ Sterk vervuilde dichting: wanneer de dichting sterk vervuild is, sluit de apparaatdeur niet goed meer. De aangrenzende voorzijden van meubels kunnen dan beschadigd raken. Is de dichting beschadigd, dan kunt u via de servicedienst een nieuwe aanschaffen.
■ Apparaatdeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: niets op de apparaatdeur leggen of plaatsen en er niets aan hangen. Geen vormen of toebehoren op de apparaatdeur plaatsen.
■ Toebehoren inschuiven: afhankelijk van het type toestel kunnen de toebehoren krassen geven op de deur. Toebehoren altijd tot de aanslag in de binnenruimte schuiven.
■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.

Milieubescherming
Uw nieuwe apparaat is bijzonder energie-efficiënt. Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het gebruik van uw apparaat nog meer kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energiebesparing
- Het apparaat alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
■ Laat diepvrieslevensmiddelen eerst ontdooien voordat u ze in de binnenruimte plaatst.

- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.

■ Verwijder de accessoires die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

- Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

■ Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De binnenruimte is dan nog warm. Hierdoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook twee rechthoekige vormen naast elkaar in de binnenruimte plaatsen.

- Bij langere bereidingstijden kunt u het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Het apparaat leren kennen
In dit hoofdstuk geven we u uitleg over de indicaties en bedieningselementen. Daarnaast leert u verschillende functies van uw apparaat kennen.
Aanwijzing: . Afhankelijk van het apparaattype zijn kleur- en detailafwijkingen mogelijk.
Bedieningspaneel
Via het bedieningspaneel stelt u de verschillende functies van uw apparaat in. Hier ziet u een overzicht van het bedieningspaneel en de indeling van de bedieningselementen.

1 Toetsen en display
De Toetsen zijn touch-velden waar sensoren onder liggen. Tip alleen op het betreffende symbool om de functie te kiezen. Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien.
2 Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethode of andere functies in. U kunt de functiekeuzeknop naar rechts of links draaien.
3 Temperatuurknop
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in of kiest de instelling voor andere functies. De temperatuurknop kunt u ook naar links of rechts draaien. Hij heeft geen nulstand.
Aanwijzing: . Bij veel apparaten kunnen de schakelaars worden ingedrukt. Om te ver- en ontgrendelen in de nulstand op de schakelaar drukken.
Toetsen en display
Met de toetsen kunt u verschillende extra functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de bijbehorende waarden.
| Symbool Betekenis | ||
| Tijdfuncties | Tijd ⚙, wekker ,☒, tijdsduur ⚙ en einde ⚙ kiezen door deze meerdere keren aan te tippen. | |
| - | Min | Instelwaarden verlagen. |
| + | Plus | Instelwaarden verhogen. |
| Verlichting van de bin- nenruimte | Verlichting van de binnenruimte in- en uitschakelen. | |
| Snel voorverwarmen Snel | voorverwarmen voor de binnen- ruimte starten of afbreken. | |
| Kinderslot Ovenfuncties via het bedieningspa- neel blokkeren en deblokkeren. | ||
Display
Op het display wordt de temperatuur weergegeven, die u instelt met de temperatuurknop.
U kunt ook de instellingen bij de tijdfuncties aflezen. De waarde die op dat moment kan worden ingesteld of afloopt, staat op de voorgrond. Om de afzonderlijke tijdfuncties te gebruiken, tipt u meerdere keren op de toets Ⓛ. De rode balk geeft boven of onder het betreffende symbool aan welke waarde op dat moment op de voorgrond staat.
Verwarmingsmethoden en functies
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in.
Om altijd de juiste verwarmingsmethode voor uw gerecht te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Verwarmings- methode Temperatuur Gebruik
![]() | 3D-hetelucht 30-275°C Voor het bakken en braden op één of meerdere niveaus.De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| [WASC] | Eco hetelucht 125-275°C Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten op één niveau, zonder voor-verwarmen.De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant in de binnenruimte.Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de cir-culatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. | |
![]() | Pizzastand 30-275°C Voor het bereiden van pizza's en gerechten die veel warmte van onderen nodig heb-bcn.Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achter-wand zijn ingeschakeld. | |
| [6BT4] | Onderwarmte 30-250°C Voor de bereiding au bain-marie en om na te bakken.De warmte komt van onderen. | |
![]() | Warmhouden 60-100°C Voor het warmhouden van bereide gerechten. | |
![]() | Ontdooien 30-60°C Voor het gezond ontdooien van diepvriesgerechten. | |
____ | Langzaam garen 70-120°C Voor het gezond en langzaam garen van aangebraden, zachte stukken vlees in openvormen.De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |
![]() | Grill, groot Grillstanden:1 = zwak2 = gemiddeld3 = sterk | Voor het grillen van platte stukken, zoals steaks, worstjes of toast, en voor het gratineren.Het hele oppervlak onder het grillelement wordt heet. |
____ | Circulatiegrillen 30-275°C Voor het braden van gevogelte, hele vis en grotere vleesstukken.Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator werveltde hele lucht rond de gerechten. | |
____ | Boven- en onderwarmte 30-275°C | Voor traditioneel bakken en braden op één niveau. Bijzonder geschikt voor gebak metvochtige bedekking.De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven.Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de con-ventionele modus gebruikt. |
Aanwijzing: Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een voorgestelde temperatuur of stand weer. U kunt deze overnemen of in het betreffende bereik veranderen.
Meer functies
Uw nieuwe oven biedt u nog meer functies, waarop wij hier een korte toelichting geven.
| Functie Gebruik | |
| Programma's Voor veel gerechten zijn de juiste instelwaarden al geprogrammeerd.→ "Programma's" op pagina 28 | |
| Pyrolyse (ovenreiniging) Met de reinigingsfunctie Pyrolyse wordt de binnenruimte vrijwel zelfstandig gereinigd.→ "Reinigingsfunctie" op pagina 21 | |
Temperatuur
U stelt de temperatuur in de binnenruimte in met de temperatuurknop. Ook de grill- en reinigingsstanden worden hiermee gekozen.
De instellingen verschijnen op het display.
Aanwijzingen
■ Tot 100 °C kan de temperatuur in stappen van 1 graad worden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden.
- Bij zeer hoge temperaturen wordt de temperatuur na langere tijd enigszins verlaagd door het apparaat.
Temperatuurindicatie
De lijn onder in het display wordt, hoe meer de binnenruimte opgewarmd raakt, van links naar rechts rood gevuld.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra de lijn geheel rood gevuld is.

Restwarmte
Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft de temperatuurindicatie de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe lager de temperatuur wordt, des te minder de indicatie gevuld is.
Aanwijzingen
■ De temperatuurindicatie wordt alleen gevuld bij verwarmingsmethoden waarbij een temperatuur wordt ingesteld. Bij grillstanden is hij bijv. snel vol.
■ Wanneer bij de start van een programma de temperatuur in de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkele verwarmingsmethoden een h op het display. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen. Hierna opnieuw starten.
■ Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Binnenruimte
Verschillende functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat. Zo wordt bijv. de binnenruimte volledig verlicht en een koelventilator beschermt het apparaat tegen oververhitting.
Apparaatdeur openen
Opent u de apparaatdeur wanneer er een programma loopt, dan wordt de werking voortgezet.
Verlichting van de binnenruimte
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de binnenruimte tijdens het gebruik verlicht. Wanneer de werking beeindigd wordt, gaat de verlichting uit. Met de toets Verlichting van de binnenruimte kunt u de verlichting inschakelen zonder dat het apparaat opwarmt. Dit helpt u bijv. bij de reiniging van uw apparaat.
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur.
Attentie!
De ventilatiesleuven niet afdekken. Dan raakt het apparaat oververhit.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt.

Toebehoren
Bij uw apparaat horen verschillende toebehoren. Hier is krijgt u een overzicht over de meegeleverde toebehoren en de manier waarop ze worden gebruikt.
Accessoires
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
![]() | RoosterVoor servies, gebak- en ovenschalen.Voor braad- en grillstukken en diepvries-gerechten. |
![]() | BraadsledeVoor vochtig gebak, taarten, diepvries-gerechten en grote braadstukken.Hij kan ook worden gebruikt om het vet op te vangen, als u direct op het rooster grilt. |
![]() | BakplaatVoor plaatgebak en klein gebak. |
Gebruik alleen originele toebehoren. Deze zijn speciaal op uw apparaat afgestemd.
Toebehoren kunt u nabestellen bij de servicedienst, in de vakhandel of via het internet.
Aanwijzing: Wanneer de toebehoren heet worden, kunnen ze vervormen. Dit heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat ze zijn afgekoeld.
Accessoires inschuiven
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
In de binnenruimte is de bovenste inschuifhoogte bij veel apparaten voorzien van een grillsymbool.

De accessoires altijd inschuiven tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte.
De accessoires kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken zonder dat ze kantelen.
Aanwijzingen
- Let erop dat u de accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatst.
■ Schuif de accessoires altijd volledig in de binnenruimte, zodat ze de apparaatdeur niet raken.
■ Neem de accessoires die u niet nodig hebt uit de binnenruimte.
Vergrendelingsfunctie
De toebehoren kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken, tot ze inklikken. De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de toebehoren kantelen wanneer ze worden verwijderd. De toebehoren dienen op de juiste wijze in de binnenruimte te worden geschoven, zodat de kantelbeveiliging goed werkt.
Let er bij het inschuiven van het rooster op dat de ontgrendelnok a zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst. De open kant moet naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden — wijzen.

Let er bij het inschuiven van platen op dat de kerf a zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst. De schuine kant van de accessoires b moet van voren naar de apparaatdeur wijzen.
Voorbeeld in de afbeelding: braadslede

Toebehoren combineren
U kunt het rooster gelijktijdig met de braadslede inschuiven, om afdruipende vloeistof op te vangen.
Let er bij het plaatsen vanhet rooster op dat beide afstandhouders a op de achterste rand staan. Bij het inschuiven van de braadslede bevindt het rooster zich boven de bovenste geleidestang van de inschuifhoogte.
Voorbeeld in de afbeelding: braadslede

Extra toebehoren
Extra toebehoren kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of via het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet.
De beschikbaarheid en de mogelijkheid om online te bestellen is per land verschillend. U kunt dit nakijken in uw verkoopdocumenten.
Aanwijzing: Niet alle extra toebehoren passen bij elk apparaat. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
"Servicedienst" op pagina 28
Voor servies, gebak- en ovenschalen en voor braad- en grillstukken.
Bakplaat
Voor plaatgebak en klein gebak.
Braadslede
Voor vochtig gebak, taarten, diepvriesgerechten en grote braadstukken.
Hij kan ook worden gebruikt om het vet op te vangen, wanneer u direct op het rooster grilt.
Inzetrooster
Voor vlees, gevogelte en vis.
Om in de braadslede te plaatsen en afdruipend vet en vleesssap op te vangen.
Braadslede met antiaanbaklaag
Voor vochtig gebak, taarten, diepvriesgerechten en grote braadstukken.
Gebak en vlees laten gemakkelijker los van de braadslede.
Bakplaat met antiaanbaklaag
Voor plaatgebak en klein gebak.
Het gebak laat gemakkelijker los van de bakplaat.
Twee braadsledes, klein formaat
Voor vochtig gebak, taarten en diepvriesgerechten.
De braadsledes niet met de clip-uitschuifrails gebruiken en niet op het rooster plaatsen.
Grote braadpan
Voor het bereiden van grote hoeveelheden. Zeer geschikt bijv. ook voor moussaka.
Grote braadpan met inzetrooster
Voor het bereiden van grote hoeveelheden.
Deksel voor de grote braadpan
De deksel maakt van de grote braadpan een professionele pan.
Pizzaplaat
Voor pizza's en groot, rond gebak.
Grillplaat
Om te grillen, in plaats van het rooster, of als bescherming tegen spetters. Alleen gebruiken in de braadslede.
Baksteen
Voor zelfgemaakt brood, broodjes en pizza's die een knapperige bodem moeten hebben.
De baksteen moet tot de aanbevolen temperatuur worden voorverwarmd.
Glazen braadpan
Voor stoofgerechten en ovenschotels.
Glazen braadslede
Voor ovenschotels, groentegerechten en gebak.
Clip-uitschuifrail
De uitschuifrails kunnen op elke hoogte worden gebruikt. Er kunnen zoveel uitschuifrails worden aangebracht als er vrije niveaus zijn.
Uittreksysteem enkelvoudig
Met de uitschuifrails op hoogte 2 kunt u de accessoires verder naar buiten trekken zonder dat ze kantelen.
Uittreksysteem 2-voudig
Met de uitschuifrails op hoogte 2 en 3 kunt u de accessoires verder naar builen trekken zonder dat ze kantelen.
Uittreksysteem 3-voudig
Met de uitschuifrails op hoogte 1, 2 en 3 kunt u de accessoires verder naar buiten trekken zonder dat ze kantelen.

Voor het eerste gebruik
Voordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren: Reinig daarnaast de binnenruimte en de toebehoren.
Eerste gebruik
Na het apparaat op de stroom is aangesloten verschijnt de tijd op het display. Stel de actuele tijd in.
Tijd instellen
Let erop dat de functiekeuzeknop op de nulstand staat.
De tijd start bij "12:00 uur".
-
Met de toets - of + de tijd instellen.
-
Om te bevestigen op de toets ⏻ tippen.
De actuele tijd wordt weergegeven op het display.
Binnenruimte en accessoires reinigen
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
Binnenruimte reinigen
Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u binnenruimte op. Deze dient leeg en gesloten te zijn.
Let erop dat zich geen verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim, in de binnenruimte bevinden en verwijder zelfklevende tape in of bij de binnenruimte. Neem voor het opwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek. Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
Voer de opgegeven instellingen uit. In het volgende hoofdstuk kunt u lezen hoe u een verwarmingsmethode en temperatuur instelt. → "Apparaat bedienen" op pagina 14
| Instellingen | |
| Verwarmingsmethode | 3D-hetelucht ⓐ |
| Temperatuur maximaal | |
| Tijdsduur 1 uur | |
Schakel het apparaat na de aangegeven tijdsduur uit.
Wanneer de binnenruimte afgekoeld is, reinigt u de gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje.
Accessoires reinigen
Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel.

Apparaat bedienen
U heeft de bedieningselementen en hun werking al leren kennen. Nu leggen we uit hoe u het apparaat instelt.
Apparaat in- en uitschakelen
De functiekeuzeknop schakelt het apparaat in en uit. Zodra u hem in een positie buiten de nulstand draait, is het apparaat ingeschakeld. Om het apparaat uit te schakelen de functiekeuzeknop altijd in de nulstand draaien.
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
Met de functies en temperatuurknop stelt u het apparaat heel eenvoudig in. Aan het begin van de gebruiksaanwijzing staat welke verwarmingsmethode het meest geschikt is voor welk gerecht.
Voorbeeld in de afbeelding: boven- en onderwarmte bij 190 °C.
- Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.

- Met de temperatuurknop de temperatuur of grillstand instellen.

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Aanwijzing: U kunt op het apparaat ook de tijdsduur en het einde van de werking instellen. → "Tijdfuncties" op pagina 15
Wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode en de temperatuur op elk moment met de daarvoor bestemde knop veranderen.
Wanneer u de verwarmingsmethode verandert, wordt de temperatuur van de betreffende voorgestelde waarde veranderd.
Snel voorverwarmen
Met de functie Snel voorverwarmen kunt u de opwarmtijd verkorten.
Geschikte verwarmingsmethoden zijn:
3D-hetelucht
■ Boven- en onderwarmte
Gebruik Snel voorverwarmen alleen bij ingestelde temperaturen van meer dan 100 °C.
Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, plaatst u het gerecht pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beeindigd is.
- Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
- Op de toets »tippen.
Op het display verschijnt het symbool »».
Na enkele seconden begint de oven op te warmen.
Wanneer het snel voorverwarmen is beeindigd, klinkt er een signaal en verdwijnt het symbool »\\\$. Plaats het gerecht in de binnenruimte.

Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties.
Tijdfunctie Gebruik
| 5 | Tijdsduur Na afloop van een ingestelde tijdsduur eindigt de werking automatisch. |
| 5 | Einde Voer een tijdsduur en een gewenste eindtijd in. Het apparaat start automatisch, zodat de werking op het gewenste tijdstip beëindigd is. |
| 8 | Wekker De kookwekker functioneert als een eierwekker. Hij loopt onafhankelijk van de werking en andere tijdfuncties en het apparaat wordt hierdoor niet beïnvloed. |
| 5 | Tijd Zolang er geen andere functie op de voor-grond loopt, wordt de tijd op het display aan-gegeven. |
Pas na het instellen van een verwarmingsmethode, kunt u de tijdsduur met de toets opvragen. Na het instellen van een tijdsduur kan de eindtijd worden opgevraagd. De wekker kan op elk moment worden ingesteld.
Na afloop van een tijdsduur of wekkertijd klinkt er een signaal. U kunt het signaal voortijdig beëindigen door op de toets ⏻ te tippen.
Aanwijzing: In de basisinstellingen kunt u instellen hoelang een signaal klinkt. → "Basisinstellingen" op pagina 18
Tijdsduur instellen
U kunt voor uw gerecht op het apparaat de bereidingsduur instellen. Zo wordt de bereidingsduur niet ongewild overschreden en hoeft u andere werkzaamheden niet te onderbreken om de werking te beeindigen.
U kunt maximaal 23 uur en 59 minuten instellen. De tijdsduur kan tot een uur in stappen van een minuut worden ingesteld, daarna in stappen van 5 minuten.
Afhankelijk van de toets die u voor het eerst aantipt, begint de tijdsduur bij een andere voorgestelde waarde: 10 minuten bij toets - en 30 minuten bij toets +.
Voorbeeld in de afbeelding: tijdsduur 45 minuten.
- Verwarmingsmethode en temperatuur of stand instellen.
- Twee keer op toets Ⓛ tippen.
Op het display is de tijdsduur Ⓤ gemarkeerd.

- Met toets - of + de tijdsduur instellen.

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen. Op het display loopt de tijdsduur af.
De tijdsduur is afgelopen
Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur op nul.
Zodra het signaal beeindigd is, kunt u met de toets + opnieuw een tijdsduur instellen.
Is het gerecht klaar, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Wijzigen en afbreken
Met toets - of + kunt u de tijdsduur op elk moment veranderen. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen.
Om de werking af te breken zet u de tijdsduur met toets – helemaal naar nul terug. Het apparaat warmt zonder tijdsduur verder op.
Tijdfuncties opvragen
Wanneer er tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. Het symbool waarvan de tijd op dat moment wordt weergegeven is gemarkeerd.
Om de waarden van de verschillende tijdfuncties op te vragen tipt u zo vaak op de toets ⏻ tot het gewenste symbool gemarkeerd is.
Einde instellen
U kunt het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt op een later tijdstip zetten. U kunt het gerecht bijv. 's morgens in de binnenruimte plaatsen en zo instellen dat het 's middags klaar is.
Aanwijzingen
- Let erop dat levensmiddelen niet te lang in de binnenruimte staan en bederven.
■ Stel geen einde meer in wanneer de werking al gestart is. Het bereidingsresultaat zou dan niet meer kloppen.
Het einde van de tijdsduur kan maximaal 23 uur en 59 minuten worden uitgesteld. Voorbeeld in de afbeelding: het is 10:30 uur, de ingestelde tijdsduur is 45 minuten en het gerecht moet om 12:30 uur klaar zijn.
- Verwarmingsmethode en temperatuur of stand instellen.
- Twee keer op toets Ⓛ tippen en met toets - of + de tijdsduur instellen.
- Opnieuw een keer op toets Ⓛ tippen. Op het display is de eindtijd Ⓛ gemarkeerd.

- Met toets + of - het einde op een later tijdstip zetten.

Na enkele seconden neemt het apparaat de instellingen over. Op het display staat de eindtijd. Zodra het apparaat start, loopt de tijdsduur af.
De tijdsduur is afgelopen
Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur op nul.
Zodra het signaal beeindigd is, kunt u met de toets + opnieuw een tijdsduur instellen.
Is het gerecht klaar, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Wijzigen en afbreken
Met de toets – of + kunt u de eindtijd wijzigen. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen. De eindtijd kan niet meer worden gewijzigd wanneer de tijdsduur afloopt. Het bereidingsresultaat zou dan niet meer kloppen.
Om het programma af te breken zet u met de toets - de eindtijd helemaal terug naar de actuele tijd plus tijdsduur. Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Tijdfuncties opvragen
Wanneer er tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. Het symbool waarvan de tijd op dat moment wordt weergegeven is gemarkeerd.
Om de waarden van de verschillende tijdfuncties op te vragen tipt u zo vaak op de toets ⏻ tot het gewenste symbool gemarkeerd is.
Wekker instellen
De wekker loopt parallel met de andere instellingen. U kunt hem op elk moment instellen, ook wanneer het apparaat uitgeschakeld is. Hij heeft een eigen signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur afgelopen is.
U kunt maximaal 23 uur en 59 minuten instellen. Tot 10 minuten kan de wekkertijd in stappen van 30 seconden worden ingesteld. Hierna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.
Afhankelijk van de toets die u het eerst aantipt, begint de wekkertijd bij een andere voorgestelde waarde: 5 minuten bij toets – en 10 minuten bij toets +.
- Op toets Ⓛ tippen tot het wekkersymbool Ⓧ gemarkeerd is.
- Met toets - of + de wekkertijd instellen. Na een paar seconden start de wekkertijd.
Tip: Geldt de ingestelde wekkertijd voor de looptijd van het apparaat, gebruik dan de tijdsduur. Het apparaat wordt hiermee automatisch uitgeschakeld.
Wekker is afgelopen
Er klinkt een signaal. Op het display staat de wekkertijd op nul.
Met een willekeurige toets de wekker uitschakelen.
Wijzigen en afbreken
Met toets — of + kunt u de wekkertijd op elk moment veranderen. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen.
Om het programma af te breken zet u met toets – de wekkertijd helemaal naar nul terug. De wekker is uitgeschakeld.
Tijdfuncties opvragen
Wanneer er tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. Het symbool waarvan de tijd op dat moment wordt weergegeven is gemarkeerd.
Om de waarden van de verschillende tijdfuncties op te vragen tipt u zo vaak op de toets ⏻ tot het gewenste symbool gemarkeerd is.
Tijd instellen
Na de aansluiting of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. Stel de tijd in.
De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
-
Met toets - of + de tijd instellen. De tijd knippert niet meer.
-
Met de toets Ⓛ bevestigen.
Het apparaat neemt de ingestelde tijd over.
Aanwijzing: In de basisinstellingen kunt u vastleggen of de tijd op het display wordt weergegeven. → "Basisinstellingen" op pagina 18
Tijd wijzigen
U kunt de tijd zo nodig weer wijzigen, bijv. van zomer- in wintertijd.
Hiervoor als het apparaat uitgeschakeld is op toets Ⓧ tippen, tot het symbool voor de tijd gemarkeerd is, en met toets – of + de tijd veranderen.

Kinderslot
Om te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen, is het voorzien van een kinderslot.
Aanwijzingen
In de basisinstellingen kunt u vastleggen of de functie Kinderslot kan worden ingesteld.
→ "Basisinstellingen" op pagina 18
- Een eventueel aangesloten kookplaat wordt niet beïnvloed doordat de oven is voorzien van een kinderslot.
Activeren en deactiveren
Om het kinderslot te activeren moet de functiekeuzeknop op de nulstand staan.
Toets ≅ ca. 4 seconden lang indrukken.
Het symbool hiervoor verschijnt op het display. Het kinderslot is geactiveerd.
Aanwijzing: Wanneer er een wekkertijd is ingesteld, loopt deze verder. Zolang het kinderslot actief is, kan de wekkertijd niet worden veranderd.
Om het te deactiveren opnieuw ca. 4 seconden lang toets c⇒ indrukken tot het symbool van het display verdwijnt.

Basisinstellingen
Er zijn verschillende instellingen beschikbaar om uw apparaat optimaal en eenvoudig te kunnen bedienen. U kunt nu deze instellingen naar wens wijzigen:
Lijst met basisinstellingen
Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat zijn niet alle basisinstellingen beschikbaar.
| Basisinstelling Keuze | ||
| c01 | Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd | 1 = ca. 10 seconden 2 = ca. 30 seconden^* 3 = ca. 2 minuten |
| c02 | Wachttijd totdat een instelling is overgenomen | 1 = ca. 3 seconden^* 2 = ca. 6 seconden 3 = ca. 10 seconden |
| c03 | Toetssignaal bij het tippen op een toets | 0 = uit 1 = aan^* |
| c04 | Helderheid van de display-verlichting | 1 = donker 2 = gemiddeld^* 3 = licht |
| c05 | Indicatie van de tijd 0 = tijdsweergave uit 1 = tijdsweergave aan^* | |
| c06 | Kinderslot activeren mogelijk 0 = nee 1 = ja^* 2 = ja, met deurvergrendeling^** | |
| c07 | Verlichting van de binnen-ruimte bij gebruik | 0 = nee 1 = ja^* |
| c08 | Nalooptijd van de koelventilator | 1 = kort 2 = gemiddeld^* 3 = lang 4 = extra lang |
| c09 | Telescooprails achteraf aan-gebracht** | 0 = nee^* (bij rekjes en 1-voudig uittreksysteem) 1 = ja (bij 2- en 3-voudig uittreksysteem) |
| c10 | Sabbat-instelling beschik-baar | 0 = nee^* 1 = ja |
| c12 | Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten | 0 = nee^* 1 = ja |
* Fabrieksinstelling (afhankelijk van het apparaattype kunnen de fabrieksinstellingen afwijken)
** Niet beschikbaar bij alle apparaten.
Basisinstellingen wijzigen
De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- Toets ⏻ ca. 4 seconden lang indrukken. Op het display verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. c011.
- De instelling naar wens met de temperatuurknop wijzigen.
- Met toets + naar de volgende basisinstelling gaan.
- Met toets - of + op deze manier door alle basisinstellingen gaan en ze naar wens met de temperatuurknop veranderen.
- Tot slot ter bevestiging toets Ⓛ opnieuw ca. 4 seconden lang indrukken.
Alle basisinstellingen zijn overgenomen.
U kunt de basisinstellingen op elk moment opnieuw wijzigen.
Aanwijzing: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer dan 70 uur instellen. De gerechten in de oven blijven warm, zonder dat u deze hoeft in of uit te schakelen.
Sabbatinstelling starten
Voordat u de sabbatinstelling kunt gebruiken, dient u deze in de basisinstelling te activeren.
→ "Basisinstellingen" op pagina 18
Het apparaat loopt met boven- en onderwarmte. Er kan een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C worden ingesteld. De tijdsduur kan worden ingesteld in stappen van 24 tot 72 uur.
- De functiekeuzeknop op Programma's ☐ zetten. Op het display verschijnt 5866.
- Met de temperatuurknop de temperatuur instellen.
- Twee keer op toets ⏻ tippen. Op het display is de tijdsduur ⏻ gemarkeerd.
- Met toets + of - de tijdsduur instellen.
Aanwijzing: De eindtijd kan niet op een later tijdstip worden gezet.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen. Op het display loopt de tijdsduur af.
Wanneer de tijdsduur van de sabbatinstelling beeindigd is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur op nul.
Schakel het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Wijzigen en afbreken
Na de start kunnen de instellingen niet meer worden gewijzigd.
Wilt u de sabbatinstelling afbreken, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.

Reinigen
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.
Attentie!
Oppervlakteschade
Gebruik geen
■ scherpe of schurende schoonmaakmiddelen,
■ sterk alcoholhoudende schoonmaakmiddelen,
■ harde schuur- of schoonmaaksponsjes,
■ hogedrukreiniger of stoomreiniger of
■ speciale schoonmaakmiddelen voor de warmtereiniging.
Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.
Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.

Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bereik Schoonmaken
Buitenzijde apparaat
| Voorzijde van roestvrij staal | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan.Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. |
| Knststof Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Geen glasreiniger of schraper gebruiken. | |
| Gelakte oppervlakken | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
| Bedieningspaneel | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken. |
| Deurgreep Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden. | |
Binnenzijde apparaat
| Emailen vlakken Warm zeepsop of water met azijn:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken.Attentie!Nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte gebruiken. Er kan schade aan het email ontstaan. Vóór het volgende opwarmen resten uit de binnenruimte en van de toesteldeur volledig verwijderen.De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen.Het beste de reinigingsfunctie gebruiken.→ "Reinigingsfunctie" op pagina 21Aanwijzing: Door levensmiddelresten kan witte aanslag ontstaan. Deze zijn ongevaarlijk en hebben geen invloed op de werking.Zo nodig verwijderen met citroenzuur. | |
| Glazen kapje van de binnenruimte-verlichting | Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken. |
| Deurafscherming van roestvrijstaal:Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht.Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.van kunststof:Met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken.Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken. | |
| Rekjes Warm zeepsop:Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. | |
| Uittreksysteem Warm zeepsop:Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonma-ken.Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails.U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet afwassen in de vaatwasmachine. | |
Toebehoren Warm zeepsop:
Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal gebruiken.
Aanwijzingen
■ Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenuimte.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Apparaat schoon houden
Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.
⚠ Waarschuwing – Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Tips
■ De binnenruimte na gebruik altijd schoonmaken. Zo kan er geen vuil inbranden.
■ Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
■ Voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede gebruiken.
- Gebruik geschikt gerei om te braden, bijv. een braadpan.
Reinigingsfunctie
Reinig de binnenruimte met de reinigingsfunctie "ovenreiniging".
U kunt drie reinigingsstanden kiezen.
Stand Reinigingsgraad Bereidingstijd
| 1 licht ca. 1 uur, 15 min. |
| 2 gemiddeld ca. 1 uur, 30 min. |
| 3 intensief ca. 2 uur |
Hoe sterker en ouder de verontreiniging, des te hoger de reinigingsstand moet zijn. Het is voldoende wanneer u de binnenruimte om de twee tot drie maanden reinigt. Zo nodig kunt u het ook vaker doen. Voor het reinigen zijn ca. 2,5-4,8 kilowattuur nodig.
Aanwijzingen
■ Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur vanaf een bepaalde temperatuur automatisch. Hij kan pas weer worden geopend wanneer het vergrendelingssymbool ⏻ van het display verdwenen is.
■ De verlichting van de binnenruimte is tijdens de reiniging niet aan.
⚠ Waarschuwing
Gevaar voor verbranding!
■ De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit de apparaatdeur openen. Het apparaat laten afkoelen.Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit de apparaatdeur aanraken. Het apparaat laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
⚠ Waarschuwing
Gezondheidsrisico!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden. Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren. Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven. Kinderen en huisdieren uit de buurt houden. Ook bij tijduitstel met verplaatste eindtijd de aanwijzingen in acht nemen.
Voor de reiniging
De binnenruimte moet leeg zijn. Neem de accessoires, de vormen en rails uit de binnenruimte. In het betreffende hoofdstuk kunt u lezen hoe de rekjes verwijderd worden. → "Rekjes" op pagina 23
Maak de apparaatdeur en de randvlakken van de binnenruimte bij de deurdichting schoon. De dichting niet schuren en niet afnemen!
⚠ Waarschuwing
Risico van brand!
- Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten. Verwijder voordat de reiniging start altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte. Geen accessoires meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen. De voorzijde van het apparaat vrij houden. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. - Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur. De dichting niet schuren en niet afnemen.Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken;
Reinigingsfunctie instellen
Let erop dat u voor het instellen van de reinigingsfunctie alle aanwijzingen voor de voorbereiding opvolgt.
De tijdsduur voor elke reinigingsstand staat vast en kan niet meer veranderd worden.
- Met de functiekeuzeknop Pyrolyse 📄 instellen.
- Met de temperatuurkeuzeknop de reinigingsstand instellen.
Op het display verschijnt een tijdsduur bij elke stand. Na enkele seconden start de reinigingsfunctie. De tijdsduur loopt af op het display.
Zorg ervoor dat de keuken geventileerd wordt zolang de reiniging loopt.
Kort na de start vergrendelt de apparaatdeur. Op het display verschijnt het symbool ⏻.
Wanneer de reiniging beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul. Schakel het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De apparaatdeur kan pas weer worden geopend wanneer de binnenruimte voldoende is afgekoeld en het vergrendelingssymbool 📋 verdwenen is.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
U kunt de eindtijd uitstellen. Voor de start op toets ⏻ tippen, tot het eindsymbool op het display gemarkeerd is. Met toets + het einde uitstellen.
Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.
Wijzigen en afbreken
Na de start kan de reinigingsstand niet meer veranderd worden.
De eindtijd kan veranderd worden zolang het apparaat zich in de wachtstand bevindt.
Wanneer u de reinigingsfunctie wilt afbreken, schakelt u het apparaat door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De apparaatdeur blijft eventueel zolang vergrendeld tot de binnenruimte voldoende is afgekoeld en het vergrendelingssymbool van het display verdwenen is.
Na de reiniging
Laat de binnenruimte goed afkoelen. Neem de achtergebleven as in de binnenruimte en bij de apparaatdeur af met een vochtig doekje.
Breng de rekjes weer in.
Aanwijzing: Als gevolg van een te grote verontreiniging kan er een witte aanslag ontstaan op de emailen oppervlakken. Dit zijn resten van levensmiddelen die geen kwaad kunnen. Ze zijn niet van invloed op de werking. U kunt de voedselresten zo nodig met citroenzuur verwijderen.
Rekjes
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de rekjes kunt verwijderen en schoonmaken.
Rekjes verwijderen en bevestigen
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Rekjes verwijderen

- Het rekje aan de voorkant een beetje optillen a en verwijderen b (Afb. 1).
- Vervolgens het hele rekje naar voren trekken en uitnemen (Afb. 2).


Maak de rekjes schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Rekjes ophangen
De rekjes passen alleen links of rechts. Let er bij beide rekjes op dat de gebogen stangen zich aan de voorkant bevinden.
- Het rekje eerst in het midden van de achterste bus steken a, tot het aansluit op de wand van de binnenruimte, en naar achteren drukken b (Afb. 1).
- Het rekje vervolgens in de voorste bus steken c, tot het ook hier aansluit op de wand van de binnenruimte, en naar beneden drukken d (Afb. 2).



Apparaatdeur
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de apparaatdeur verwijderen.
De scharnieren van de apparaatdeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel.
Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afb. 1), is de apparaatdeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd.
Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de apparaatdeur opengeklapt zijn (Afb. 2), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

■ Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, of bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Apparaatdeur verwijderen
- Apparaatdeur in de richting van het apparaat helemaal open drukken.
- Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afb. 1).
- Apparaatdeur sluiten tot de aanslag a. Met beide handen links en rechts vastpakken b en iets naar boven trekken (Afb. 2).

De apparaatdeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- Let er bij het inbrengen van de apparaatdeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afb. 11). Leg beide scharnieren tegen de onderkant van de buitenste ruit en gebruik deze bij de geleiding. Let erop dat de scharnieren in de juiste opening worden geschoven. Dit moet gemakkelijk gaan, zonder merkbare weerstand. Voelt u weerstand, controleer dan of de scharnieren in de juiste opening zijn geschoven.

- Deur van de binnenruimte sluiten.
Deurafscherming afnemen
De roestvrijstalen inlegger in de deurafscherming kan verkleuren. Om de deur grondig schoon te maken kunt u de afscherming verwijderen. → "Reinigen" op pagina 20
- Apparaatdeur een beetje openen.
- Links en rechts op de afscherming drukken (Afb. 1).
- Afscherming afnemen (Afb. 2).
Apparaatdeur voorzichtig sluiten.

Aanwijzing: De roestvrijstalen inlegger in de afscherming schoonmaken met een middel voor roestvrij staal. De rest van de deurafscherming schoonmaken met warm zeepsop en een zachte doek.
- Apparaatdeur weer een beetje openen De afscherming plaatsen en aandrukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. 3).

- Apparaatdeur sluiten.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
Van het apparaat verwijderen
- Apparaatdeur een beetje openen.
- Links en rechts op de afscherming drukken (Afb. 1).
- Afscherming afnemen (Afb. 2).

- De schroeven links en rechts van de apparaatdeur losdraaien en verwijderen (Afb. 3).
- Klem er voordat u de deur weer sluit, een samengevouwen vaatdoek tussen (Afb. 4). De ruit aan de voorkant er naar boven uittrekken en met de deurgreep naar beneden op een egaal oppervlak leggen.

- De beide houders van de middelste ruit naar boven drukken, niet afnemen (Afb. 5). Houd de ruit met één hand vast. De ruit uitnemen.

Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
⚠ Waarschuwing
Risico van letsel!
■ Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Inbrengen in het apparaat
Let er bij het inbouwen van de middelste ruit op dat de pijl zich rechtsboven op de ruit bevindt en overeenstemt met de pijl op de plaat.
- Middelste ruit onder in de houder inbrengen (Afb. 1) en aan de bovenkant aandrukken.
- Beide houders naar beneden drukken (Afb. 2).

- Voorste ruit onder in de houders leiden (Afb. 3).
- Voorste ruit sluiten tot de beide bovenste haken zich tegenover de opening bevinden (Afb. 4).

nl Wat te doen bij storingen?
- Tegen de onderkant van de voorste ruit drukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. 5).
- Apparaatdeur weer een beetje openen en vaatdoek verwijderen.
- De beide schroeven links en rechts weer vastdraaien.
- De afscherming plaatsen en aandrukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. 6).

- Apparaatdeur sluiten.
Attentie!
Gebruik de binnenruimte pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.

Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Storingen zelf verhelpen
Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak heel gemakkelijk zelf verhelpen.
Lukt een gerecht niet optimaal, dan vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing vele tips en aanwijzingen voor de bereiding. → "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 31
| Storing Mogelijkeoorzaak | Oplossing / aanwijzing | |
| Apparaat werkt niet. | Zekering defect. | Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomonderbreking | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomonderbreking. | Stel de tijd opnieuw in. |
| Apparaat kan niet worden ingesteld. Op het display is een sleutelsymbool verlicht of SAFE. | Kinderslot is geactiveerd. | Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht. | Apparaatdeur is vergrendeld met het kinderslot. | Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. De vergrendeling kan in de basisinstellingen worden uitgeschakeld. |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht. | Apparaatdeur is vergrendeld door de reinigingsfunctie. | Wacht totdat de binnenruimte is afgekoeld en het sleutelsymbool verdwenen is. |
| Na het inschakelen van een functie knippert op het display. | Het apparaat is nog niet voldoende afgekoeld. | Apparaat uitschakelen, laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen. |
| Het apparaat warmt niet op.Op het display knippert de dubbele punt. Bij veel apparaten verschijnt ook een op het display. | De demonstratiemodus is geactiveerd. | Ontkoppel het apparaat even van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen ca. 5 minuten, door de basisinstelling of op de waarde te zetten.→ "Basisinstelling" op pagina 18 |
⚠ Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;
⚠ Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Foutmeldingen op het display
Wanneer er op het display een foutmelding met "E" verschijnt, bijv. E05-32, tipt u op de toets Ⓞ. De foutmelding wordt dan teruggezet. Stel eventueel de tijd opnieuw in.
Was het een eenmalige storing, dan kunt u het apparaat weer gebruiken zoals altijd. Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef hierbij de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. → "Servicedienst" op pagina 28
Maximale gebruiksduur
Heeft u de instellingen van uw apparaat meerdere uren niet gewijzigd, dan wordt het opwarmen automatisch stopgezet. Zo wordt voorkomen dat het apparaat ongewild blijft werken.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de verschillende apparaatinstellingen.
Maximale gebruiksduur bereikt
Op het display verschijnt F8.
De functiekeuzeknop in de nulstand draaien. U kunt zo nodig opnieuw instellen.
Tip: Om te voorkomen dat het apparaat niet ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt op totdat de ingestelde tijdsduur is afgelopen.
Lamp voor de binnenruimte aan het plafond vervangen
Als de lamp voor de binnenruimte is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de servicedienst of uw speciaalzaak.
Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.
⚠ Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- Leg een theedoek in de onverwarmde binnenruimte, om schade te voorkomen.
- Glazen afscherming er naar links uitdraaien (Afb. 1).
- Lamp eruit trekken - niet draaien (Afb. 2). Nieuwe lamp inbrengen, hierbij op de stand van de pinnen letten. De lamp stevig aandrukken.

-
Glazen afscherming er weer inschroeven.
Afhankelijk van het type apparaat is de glazen afscherming voorzien van een afdichtring.
Afdichtring weer aanbrengen voor het inschroeven. -
Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.

Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de servicedienst altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opendoet. Bij enkele apparaten die werken met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.

Om niet te lang te hoeven zoeken kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
| E-nr. | FD-nr. |

Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4010
B 070 222 141
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.

Programma's
Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en het apparaat neemt voor u de optimale instellingen over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn. Laat de binnenruimte afkoelen en start pas daarna het programma.
Vormen
Neem de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.
Geschikte vormen
Gebruik hittebestendige vormen tot 300 °C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Door het glazen deksel kan de grill zijn werk doen en krijgt het vlees een mooie, knapperige korst.
Braadpannen van roestvrij staal zijn slechts in beperkte mate geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadpan van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren.
Gebruikt u braadpannen van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht van onderen bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.
Tip: Is de saus van het vlees te licht of te donker, voeg dan de volgende keer minder of meer vloeistof toe.
Ongeschikte vormen:
Ongeschikt zijn vormen van licht, glanzend aluminium, van kunststof en ongeglazuurde klei en vormen die voorzien zijn van kunststof handgrepen.
Grootte van de vorm:
Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.
Gerecht voorbereiden
Gebruik diepvriesgerechten direct vanuit het diepvriesvak. Gebruik voor vleesgerechten verse levensmiddelen, het liefst op koelkasttemperatuur.
Tip: Zeer mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.
Weeg het gerecht. U dient te weten wat het gewicht is om in te kunnen stellen. Stel altijd het hogere gewicht in dat er direct op volgt.
Plaats de vorm op het rooster. Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
Programma's
Als het vlees klaar is, kan het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Dan kan het vocht zich beter verdelen.
Aanwijzing: . Het gewichtsbereik is bewust beperkt gehouden. Voor zeer grote gerechten zijn namelijk vaak geen passende vormen beschikbaar en het bereidingsresultaat zou niet meer kloppen.
| Programma Levensmiddel Vormen Vloeistof toevoegen Inschuif- | hoogte | Instelgewicht | Aanwijzingen | ||||
| 01 Pizza, dunne bodem diepvries, voorge-bakken | Braadslede metbakpapier | nee 3 Totaal | gewicht | Bij de start moet de bin-nenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aan-wijzingen opvolgen die op de verpakking staan. | |||
| 02 Pizza, dikke bodem diepvries, voorge-bakken | Braadslede metbakpapier | nee 3 Totaal | gewicht | Bij de start moet de bin-nenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aan-wijzingen opvolgen die op de verpakking staan. | |||
| 03 Lasagne diepvries Originele ver-pakking | nee 3 Totaal | gewicht | - | ||||
| 04 Patat diepvries Braadslede metbakpapier | nee 3 Totaal | gewicht | Naast elkaar op de braadslede leggen. | ||||
| 05 Afbakbroodjes diepvries, voorge-bakken | Braadslede metbakpapier | nee 3 Totaal | gewicht | - | |||
| 06 Aardappelgratin - Ovenschaal zon-der deksel | nee 2 Totaal | gewicht | - | ||||
| 07 Pastaschotel met voorge-gaarde pasta | Ovenschaal zon-der deksel | nee 2 Totaal | gewicht | - | |||
| 08 Aardappels in de oven, heel | Ongeschilde, krui-mige aardappels | Braadslede nee 3 Totaal | gewicht | - | |||
| 09 Eenpansgerecht, met groente | vegetarisch hoge braadpan met deksel | volgens recept | 2 Totaal | gewicht | Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in klei-nere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. toma-ten) | ||
| 10 Eenpansgerecht met vlees | -hoge braadpan met deksel | volgens recept | 2 Totaal | gewicht | Het vlees niet eerst aan-braden | ||
| 11 Goulash | Rund- of varkens-vlees in blokjes met groente | hoge braadpan met deksel | volgens recept | 2 Totaal | gewicht | Vlees erin doen en daarop de groente leggen.Het vlees niet eerst aan-braden | |
| 12 Vis, heel | panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | Bodem van de braad-pan bedekken | 2 Gewicht | van de vis | - | |
| 13 Kip, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | nee 2 Gewicht | van de kip | met de borst naar boven in de vorm leggen | ||
| 14 Stukken kip | panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | Bodem van de braad-pan bedekken | 2 Gewicht | van het zwaarste deel | - | |
| 15 Kalkoenfilet | van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van de kal-koenfilet | - | |
| Programma | Levensmiddel | Vormen | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Instelgewicht | Aanwijzingen | |
| 16 Eend, niet gevuld panklaar, gekruid Braadpan zonder deksel | nee 2 Gewicht | van de eend | - | ||||
| 17 Gans, niet gevuld panklaar, gekruid Braadpan zonder deksel | nee 2 Gewicht | van de gans | - | ||||
| 18 Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fri-candeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | Vlees met vloeistof bedekken | 2 Gewicht | van het vlees | Het vlees niet eerst aan-braden | ||
| 19 Rosbief, medium panklaar, gekruid Braadpan zonder deksel | nee 2 Gewicht | van het vlees | Het vlees niet eerst aan-braden, met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen | ||||
| 20 Runderrollade gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water | 2 Gewicht | van alle gevulde rol-lades | Het vlees niet eerst aan-braden | ||
| 21 Gebraden gehakt, vers Gehakt van rund-, varkens- of lams-vloes | Braadpan met deksel | nee 2 Gewicht | van het vlees | Het vlees niet eerst aan-braden | |||
| 22 Lamsbout, medium zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van het vlees | Het vlees niet eerst aan-braden | ||
| 23 Lamsbout, doorbakken zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van het vlees | Het vlees niet eerst aan-braden | ||
| 24 Gebraden kalfsvlees, doorregen | bijv. rug of heup Braadpan met deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van het vlees | Het vlees niet eerst aan-braden | ||
| 25 Gebraden kalfsvlees, mager | bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van het vlees | Het vlees niet eerst aan-braden | |
| 26 Reebout zonder been, gezout | Braadpan met deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van het vlees | - | ||
| 27 Konijn, heel panklaar, van bin-nen gekruid | Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van het vlees | - | ||
| 28 Gebraden varkensnek zonder been, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van het vlees | Het vlees niet eerst aan-braden | ||
| 29 Gebraden varkens-vlees met korstje | bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesne-den | Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van het vlees | met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten | |
| 30 Gebraden varkens-haas | gekruid Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braad-pan bedekken, eventu-eel tot 250 g groente toevoegen | 2 Gewicht | van het vlees | Het vlees niet eerst aan-braden | ||
Programma Instellen
Het apparaat kiest de optimale verwarmingsmethode en de tijd- en temperatuurinstelling. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.
Het gewicht kan alleen worden ingesteld in het betreffende gewichtsbereik.
- De functiekeuzeknop op Programma's ☐zetten.
- Met toets + of - het gewenste programma instellen.
- Met de temperatuurkeuzeknop het gewicht van het gerecht instellen.
Na enkele seconden start het programma. Op het display loopt de tijdsduur af.
Als het programma beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Tijdsduur van het programma
U kunt de tijdsduur van het ingestelde programma opvragen. Voor de start op toets ⏻ tippen tot het eindsymbool voor de tijdsduur op het display gemarkeerd is. Tip opnieuw op toets ⏻ tot het programma of het gewicht wordt weergegeven.
U kunt de vooringestelde duur van het programma niet veranderen.
Nagaren
Zodra het programma en het signaal beëindigd zijn, kunt u met toets + een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt verder op met de instellingen van het programma.
Aanwijzing: U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Bij enkele programma's kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Voor de start op toets ⏻ tippen tot het eindsymbool op het display gemarkeerd is. Met toets + het einde op een later tijdstip zetten.
Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.
Wijzigen en afbreken
Na de start kunnen het programmanummer en het gewicht niet meer veranderd worden.
De eindtijd kan veranderd worden zolang het apparaat zich in de wachtstand bevindt.
Wanneer u het programma wilt afbreken, schakelt u het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.

Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan. Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Algemene aanwijzingen
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De gerechten zouden dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie besparen. Wanneer u voorverwarmt worden de aangegeven baktijden enkele minuten korter.
Voor bepaalden gerechten is voorverwarmen nodig, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Maakt u iets klaar volgens eigen recept, neem dan soortgelijke gerechten als basis. Bijkomende informatie vindt u onder de tips na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en bespaart u tot 20 procent energie.
Verwarmingsmethode milde hetelucht
Milde hetelucht is een intelligente verwarmingsmethode voor een gezonde bereiding van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het gerecht kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de verwarmingsmethoden afgestemd. Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode milde hetelucht wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveau:
■ hoog gebak of hoge vormen op het rooster: hoogte 2
■ plat gebak of op de bakplaat: hoogte 3
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik hete lucht. Taarten op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bakken op twee niveaus:
■ Braadslede: hoogte 3 Bakplaat: hoogte 1
■ Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Bakken op drie niveaus:
■ Bakplaat: hoogte 5 Braadslede: hoogte 3 Bakplaat: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.

Accessoires
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Let erop dat u altijd geschikte accessoires gebruikt en deze er goed om inschuift. → "Toebehoren" op pagina 12
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Taart, cake en gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Bakvormen
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Wilt u vormen van silicone gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Brood en broodjes
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Gebak in vormen
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Cake, eenvoudig Krans-/rechthoekige vorm 2 ☑ 140-150 75-85 | ||||||
| Cake, eenvoudig, 2 niveaus | Krans-/rechthoekige vorm | 3+1 | ☒ | 140-150 | 70-85 | |
| Cake, fijn Krans-/rechthoekige vorm 2 ☐ 150-170 60-80 | ||||||
| Taartbodem van roerdeeg Taartbodemvorm 3 ☐ 160-180 20-30 | ||||||
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg Springvorm ∅ 26 cm 2 ☐ 170-190 55-80 | ||||||
| Taart Taartvorm 1 ☐ 200-240 25-50 | ||||||
| Gistgebak Springvorm ∅ 28 cm 2 ☑ 150-160 25-35 | ||||||
| Tulband | Tulbandvorm | 2 ☐ 150-170 50-70 | ||||
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm ∅ 26 cm | 2 | ☒ | 160-170 | 30-35 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm ∅ 28 cm | 2 | ☐ | 150-160* | 30-40 | |
* voorverwarmen
Gebak op de plaat
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuif-hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Cake met bedekking | Bakplaat | 3 | 160-180 | 20-45 | |
| Cake, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 30-55 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 2 | 170-190 | 30-45 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-170 | 35-45 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | 55-95 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 160-180 | 15-20 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 20-30 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 3 | 180-200 | 30-55 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 45-65 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 2 | 160-170 | 35-40 | |
| Biscuitrol | Bakplaat | 3 | 180-200* | 10-15 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 2 | 190-200 | 45-60 | |
| Strudel, diepvries | Braadslede | 3 | 200-220* | 35-45 |
* voorverwarmen
Klein gebak
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuif-hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 170-190 | 20-40 | |
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten | 3+1 | 160-170* | 20-45 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 3 | 150-170 | 20-30 | |
| Klein gistdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 25-40 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 170-190* | 20-35 | |
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190* | 25-45 | |
| Bladerdeeggebak, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 170-190* | 25-45 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 3 | 190-210 | 35-50 | |
| Soezendeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 190-210 | 35-45 |
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.
Koekjes
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Sprits Bakplaat 3 ☐ 140-150** 25-40 | ||||||
| Sprits, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ☑ 140-150** 25-35 | ||||||
| Sprits, 3 niveaus Bakplaten + braadslede 5+3+1 ☑ 130-140** 40-55 | ||||||
| Koekjes Bakplaat 3 ☐ 140-160 15-25 | ||||||
| Koekjes, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ☑ 140-160 15-25 | ||||||
| Koekjes, 3 niveaus Bakplaten + braadslede 5+3+1 ☑ 140-160 15-25 | ||||||
| Schuimgebak Bakplaat 3 ☑ 80-90* 120-150 | ||||||
| Schuimgebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ☐ | 90-100* | 100-150 | |
| Macarons | Bakplaat 3 ☑ 90-110 20-30 | |||||
| Macarons, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | ☐ | 90-110 | 20-35 | |
| Macarons, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | ☐ | 90-110 | 30-40 | |
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.
Brood en broodjes
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuif-hoogte | Verwarmings-methode | Stap | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Brood, 750 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | - | 200-220 | 20-40 | |
| Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | - | 200-220 | 35-50 | |
| Brood, 1500 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | - | 200-220 | 40-60 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 3 | - | 240-250 | 20-25 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 3 | - | 150-160* | 25-35 | |
| Broodjes, zoet, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | - | 150-170* | 15-25 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 3 | - | 180-200 | 20-30 | |
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 3 | - | 200-220 | 15-20 | |
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 3 | - | 220-240 | 15-25 |
* voorverwarmen
Pizza, quiche en hartig gebak
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | |||||
| hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Pizza, vers | Bakplaat 3 ☑ | 190-210 20-30 | |||
| Pizza, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 30-40 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Pizzaplaat | 2 | 250-270* | 8-13 | |
| Pizza, gekoeld | Rooster | 3 | 190-210 | 10-15 | |
| Pizza, diepvries, dunne bodem, 1 stuk | Rooster | 2 | 190-210 | 15-20 | |
| Pizza, diepvries, dunne bodem, 2 stuks | Universele braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | 20-25 | |
| Pizza, diepvries, dikke bodem, 1 stuk | Rooster | 3 | 180-200 | 20-25 | |
| Pizza, diepvries, dikke bodem, 2 stuks | Universele braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | 25-30 | |
| Minipizza's | braadslede | 3 | 180-200 | 15-20 | |
| Hartig gebak in vormen | Springvorm ∅ 28 cm | 2 | 170-190 | 50-60 | |
| Quiche | Taartvorm, zwart metaal | 2 | 190-210 | 25-35 | |
| Pasteigebak | Ovenschaal | 2 | 170-190 | 65-75 | |
| Empanada | braadslede | 2 | 180-200 | 35-50 | |
| Börek | braadslede | 1 | 180-200 | 40-50 | |
* voorverwarmen
Tips voor het bakken
| U wilt vaststellen of het gebak doorbakken is. | Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Zit er geen deeg meer aan de prikker, dan is het gebak klaar. |
| Het gebak stort in. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Houd u aan de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer de braadslede. |
| Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Het gebak is te droog. Stel de temperatuur 10 °C hoger in en houd een kortere baktijd aan. | |
| Het gebak is over het geheel te licht. | Zijn de inschuifhoogte en de accessoires juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar van onderen te donker. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger. |
| Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar van onderen te licht. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak in een (langwerpige) vorm wordt te donker aan de achterkant. | Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op het accessoire. |
| Het gebak is in zijn geheel te donker. | Kies de volgende keer een lagere temperatuur en houd evt. een langere baktijd aan. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur.Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zo af dat het goed past.Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat.Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd hete lucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Het gebak ziet er goed uit, maar is van binnen niet goed doorbakken. | Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi hem met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Komt het er nog steeds niet uit, maak de rand dan voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel. |
Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht.
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden ze donkerder aan de bovenkant.
Gebruik altijd de aangegeven inschuifhoogtes.
Op één niveau kunt u bakken in vormen of met de braadslede.
■ Vormen op het rooster: hoogte 2
■ Braadslede: hoogte 3
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten Ovenschaal 2 ☐ | 200-220 30-60 | ||||
| Ovenschotel, zoet Ovenschaal 2 ☐ 170-190 40-60 | |||||
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 2 | 150-170 | 60-80 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog, 2 niveaus | Ovenschaal | 3+1 | 150-160 | 65-80 | |
Gevogelte, vlees en vis
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis. In de insteltabellen vindt u voor enkele gerechten optimale instellingen.
Braden op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk.
Plaats de braadslede met het rooster op de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. → "Toebehoren" op pagina 12
Giet afhankelijk van de grootte en het soort vlees tot 1/2 liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Van dit braadvocht kunt u een saus maken. Bovendien ontstaat er zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Braden in vormen
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel door barstend glas!
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
⚠ Waarschuwing – Risico van verbranding!
Wanneer het deksel na de bereiding wordt afgenomen kan er zeer hete stoom vrijkomen. Til het deksel aan de achterkant op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de oven. Vormen van glas zijn het meest geschikt. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Gevogelte, vlees en vis wordt langzamer gaar en minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis kunt u het beste een hoge vorm gebruiken. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Gevogelte, vlees en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit grillen terwijl de apparaatdeur geopend is.
Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats bovendien de braadslede, met de schuine kant naar de apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eronder. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals. Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.
Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Bestrooi vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
■ Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braadthermometer
Afhankelijk van de versie van uw apparaat beschikt u over een braadthermometer. Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.
Aanbevolen instelwaarden
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte, vlees en vis en voorgestelde gewichten. Wilt u zwaarder gevogelte, vlees of vis bereiden, gebruik dan in elk geval de lagere temperatuur. Om bij meerdere stukken de bereidingsduur te bepalen dient u uit te gaan van het gewicht van het zwaarste stuk. De stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de opgegeven tijd keren.
Gevogelte
Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
Snijd bij eendenborst het vel in.Keer de eendenborst niet.
Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de pan. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 c€m bedekt te zijn.
Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Vlees
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
Voeg aan braadstukken van mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. 12 cm hoog bedekt zijn.
Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren van braadvlees op dat eerst het zwoerd onder ligt.
Als het braadvlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees evt. in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
Braden en stoven in een vorm is comfortabeler. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Voor het stoven braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets soortgelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm bedekt te zijn.
Vis
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand in de binnenruimte, met de rugvin naar boven. Een ingesneden aardappel of kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
De vis is gaar wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat. Doe bij het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap of azijn in de vorm.
Gevogelte
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Kip, 1,3 kg Open vorm 2 ☑ 200-220 60-70 | ||||||
| Kleine kipdelen, à 250 g Open vorm 3 ☑ 220-230 30-35 | ||||||
| Kipsticks, nuggets, diepvries braadslede 3 ☐ 190-210 20-25 | ||||||
| Eend, 2 kg Open vorm 2 ☑ 180-200 90-110 | ||||||
| Eendenborst, medium, à 300 g Open vorm 3 ☐ 210-230 35-40 | ||||||
| ☐ 3 3-5 | ||||||
| Gans, 3 kg Open vorm 2 ☑ 140 130-140 | ||||||
| 160 | 50-60 | |||||
| Ganzenbouten, à 350 g | Gesloten vorm | 2 | ☐ | 150-160 | 80-90 | |
| ☒ 230-240 30-40 | ||||||
| Kalkoen, 2,5 kg | Open vorm 2 ☑ 180-200 75-90 | |||||
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg Gesloten vorm | 2 ☐ 240-260 80-100 | |||||
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Open vorm 2 ☑ 180-200 80-100 | |||||
Vlees
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Stap Tempera-tuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm 2 📄 - 160-170 150-160 | |||||
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Open vorm 2 📄 1 130-140 135-145 | |||||
| 2 190-200 25-30 | ||||||
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg Gesloten vorm 2 📄 - 190-200 100-110*** | ||||||
| Varkenssteaks, 2 cm dik Rooster 4 📄 - 3 20-25** | ||||||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster + universele pan | 3 | - | 210-220**** | 40-50** | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | - | 200-220 | 130-150**** | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Rooster + universele pan | 3 | - | 200-220**** | 60-70 | |
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | - | 3**** | 25-30 | |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm 2 📄 - 160-180 140-160 | |||||
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | - | 200-220 | 125-140 | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | - | 170-190 | 70-80*** | |
| Lamszadel met been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | - | 180-190 | 45-55*** | |
| Grillworsten | Rooster 3 📄 - 3 15-20 | |||||
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm | 2 | - | 170-180 | 70-80 | |
* voorverwarmen
** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen
*** zonder keren
**** keren na 1/2 - 2/3 van de bereidingstijd
***** in het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
Vis
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuif-hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 2 | 160-180 | 20-30*** | |
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Rooster | 2 | 170-190 | 30-40*** | |
| Visfilet, viskotelet, gegrild, 2-3 cm dik | Rooster | 4 | 3 | 12-22** | |
| Visfilet, gestoofd, ongepaneerd, 2-3 cm dik | Gesloten vorm | 2 | 170-190 | 35-45 | |
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Gesloten vorm | 2 | 170-190 | 40-50 | |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Gesloten vorm | 2 | 180-200 | 55-65 |
* voorverwarmen
** Braadslede op inschuifhoogte 2 plaatsen
*** Braadslede onder rooster schuiven
Tips voor het braden, stoven en grillen
| De binnenruimte wordt erg vuil. | Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen. |
| Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd. |
| De korst is te dun. | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe. |
| Bij het stoven brandt het vlees aan. | Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten.Reduceer de temperatuur en voeg indien gewenst tijdens het stoven nog vloeistof toe. |
| Het grillproduct wordt te droog. | Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grillproduct. Gebruik een grilltang. |
Groente en bijgerechten
Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten.
Houd u aan de opgaven in de tabel.
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Tempera-tuur in °C | Tijdsduur in min. | |
| Gegrilde groente Braadslede 5 ☐ 3 10-15 | |||||
| Gebakken aardappels, gehalveerd Braadslede 3 ☑ | 160-180 45-60 | ||||
| Aardappelproducten, diepvries, bijv. frites, kroketten,aardappelflappen, Rösti | Braadslede 3 ☐ 200-220 25-35 | ||||
| Frites, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ☑ | 190-210 30-40 | ||||
Desserts
Met uw apparaat kunt u ook zelf soufflés en yoghurt maken.
Soufflés
Soufflés kunt u ook in een waterbad in de braadslede klaarmaken. Plaats hiertoe de braadslede op hoogte 2.
Yoghurt
Neem de rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 1 liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat tot 90 °C verwarmen en tot 40 °C afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen op 40 °C voldoende.
- 150g yoghurt (koelkasttemperatuur) erdoor roeren.
- Koppen of kleine potjes hiermee vullen en afdekken met vershoudfolie.
- De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en instellen zoals aangegeven in de tabel.
- Na de bereiding de yoghurt in de koelkast laten afkoelen.
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuifhoogte | Verwarmings- | methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | |
| Yoghurt | Portievormen | Bodem binnenruimte | 40-45 | 8-9h | |
| Soufflé in portievormen | Portievormen | 2 | 160-180 | 35-45 | |
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
| Algemeen | Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden.Gerechten goudgeel en niet te donker laten worden.Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte, max. 200 °C.Met hete lucht max. 180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte, max. 190 °C.Met hete lucht max. 170 °CEi of eigeel vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites | Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Ca. 400-600 g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen en knapperig worden. |
Langzaam garen
Langzaam garen betekent dat de bereiding op een zeer lage temperatuur plaatsvindt. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
Uw voordeel: u heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. U hoeft het vlees tijdens de bereiding niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees, zonder bot. Verwijder zorgvuldig de pezen en vetranden. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.
Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit. Het is echter niet rauw, maar voldoende gaar.
De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Aanwijzing: Bij het langzaam garen kan geen starttijdvoorkeuze met eindtijd worden ingesteld.
Vormen
Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen eveneens in de binnenruimte.
Plaats de open vorm altijd op hoogte 2 op het rooster.
Bijkomende informatie vindt u onder de tips voor langzaam garen, na de insteltabel.
Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm erin ca. 15 minuten goed doorwarmen.
Braad het vlees op de kookplaat zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Aanbraad-duur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Eendenborst, à 300 g Open vorm 2 ☐ 6-8 95* 60-70 | |||||||
| Kipfilet, à 200 g, doorbakken Open vorm 2 ☐ | 4 120* 70-80 | ||||||
| Kalkoenfilet, zonder been, 6,5-8,5 cm dik, 1 kg, doorbakken | Open vorm 2 ☐ 6-8 120* 140-180 | ||||||
| Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 2 | ☐ | 6-8 | 85* | 150-210 | |
| Varkenshaas, heel Open vorm 2 ☐ 4-6 85* 75-100 | |||||||
| Runderdij, 6-7 cm dik, 1,5 kg, doorbakken Open vorm 2 ☐ 6-8 100* 160-220 | |||||||
| Runderfilet, 4-6 cm dik, 1 kg | Open vorm 2 ☐ 6-8 85* 90-150 | ||||||
| Rosbief, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 2 | ☐ | 6-8 | 85* | 120-180 | |
| Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dik | Open vorm | 2 | ☐ | 4 | 80* | 40-80 | |
| Kalfsnootje, 7-10 cm dik, 1,5 kg | Open vorm 2 ☐ 6-8 85* 250-310 | ||||||
| Kalfsfilet, heel | Open vorm 2 ☐ 4-6 85* 100-160 | ||||||
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 2 | ☐ | 4 | 80* | 50-70 | |
| Lamszadels, zonder been, à 200 g | Open vorm | 2 | ☐ | 4 | 85* | 30-70 | |
| Lamsbout zonder been, 1 kg, gebonden | Open vorm | 2 | ☐ | 6-8 | 95* | 150-210 | |
voorverwarmen
Tips voor het langzaam garen
| Eendenborst langzaam garen. | Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen. |
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heel als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. |
Drogen
Met hete lucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.
Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.
Snijd ze eventueel in even grote stukken of even dunne plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddestoelen niet op elkaar liggen.
Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groenten afdruipen en verdeel ze gelijkmatig over het rooster.
Droog kruiden samen met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het drogen:
■ 1 rooster: hoogte 3
■ 2 roosters: hoogte 3+1
Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter ze geconserveerd zijn. Hoe dunner er gesneden wordt, des te sneller het einde van de droogtijd bereikt wordt en des te meer aroma het gedroogde product behoudt. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Wilt u nog meer levensmiddelen drogen, neem dan soortgelijke levensmiddelen in de tabel als uitgangspunt.
| Fruit, groente en kruiden Accessoires Verwarmings- | methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in uren | |
| Pitvruchten (appelringen, 3 mm dik, per rooster 200 g) | 1-2 roosters | 80 | 4-8 | |
| Wortelgewassen (wortelen), geraspt, geblancheerd 1-2 roosters | 80 4-7 | |||
| Paddestoelen in plakjes 1-2 roosters | 80 5-8 | |||
| Kruiden, schoongemaakt 1-2 roosters | 60 2-5 | |||
Inmaken
In uw apparaat kunt u fruit en groente inmaken.
⚠ Waarschuwing – Risico van letsel!
Wanneer de levensmiddelen niet goed zijn ingekookt, kunnen de inmaakpotten barsten. Volg de aanwijzingen voor het inkoken.
Potten
Gebruik uitsluitend schone en onbeschadigde weckpotten. Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en onbeschadigde rubber afdichtringen. Klemmen en veren van tevoren controleren.
Gebruik bij een inmaakproces alleen weckpotten van gelijke grootte die gevuld zijn met dezelfde levensmiddelen. In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes weckpotten met 12 , 1 of 112 liter tegelijkertijd inmaken. Gebruik geen grotere of hogere potten. Dan zouden de deksels kunnen springen.
De weckpotten mogen tijdens het inkoken niet met elkaar in contact komen in de binnenruimte.
Fruit en groente voorbereiden
Gebruik uitsluitend fruit en groenten die geen gebreken vertonen. Was ze grondig.
Fruit resp. groente, afhankelijk van de soort, schillen, ontpitten, kleinmaken en in weckpotten doen. Vullen tot ca. 2 cm onder de rand.
Fruit: de vruchten in de weckpotten doen, met een hete, afgeschuimde suikeroplossing (ca. 400 ml voor 1-literfles). Op één liter water:
■ ca. 250 g suiker bij zoet fruit
■ ca. 500 g suiker bij zuur fruit
Groente: de groente in de weckpotten doen met heet, gekookt water.
De glazen randen schoonmaken. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen. Plaats de potten zó in de braadslede dat ze elkaar niet raken. 500 ml heet water (ca. 80 °C) in de braadslede doen. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Inmaken beëindigen
Fruit: Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Zodra in alle weckpotten belletjes te zien zijn het apparaat uitschakelen. Haal de weckpotten na de aangegeven nawarmtijd uit de binnenruimte.
Groente: Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Zodra alle weckpotten borrelen, de temperatuur tot 120 °C reduceren en ze zoals aangegeven in de tabel in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen. Schakel na afloop van deze tijd het apparaat uit en maak zoals in de tabel aangegeven nog enkele minuten gebruik van de nawarmte.
Haal de potten na het inmaken uit de binnenruimte en plaats ze op een schone doek. Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond, dan zouden ze kunnen knappen. Dek de weckpotten af om ze te beschermen tegen tocht. Klemmen pas verwijderen wanneer de potten koud zijn.
De aangegeven tijden in de insteltabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten en de hoeveelheid, temperatuur en kwaliteit van de inhoud. De opgaven hebben betrekking op ronde potten van 1 liter. Controleer voordat u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen. Het borrelen begint na ca. 30-60 minuten.
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Stap Tempera-tuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Groente, bijv. wortelen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 1. | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| 2. 120 vanaf het borrelen: 30-40 | ||||||
| 3. - Nawarmen: 30 | ||||||
| Groente, bijv. komkommer | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 1. | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| 2. - Nawarmen: 30 | ||||||
| Steenvruchten, bijv. kersen, pruimen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 1. | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| 2. - Nawarmen: 35 | ||||||
| Pitvruchten, bijv. appels, aardbeien | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 1. | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| 2. - Nawarmen: 25 | ||||||
Deeg laten rijzen
Het deeg rijst duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en droogt niet uit. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld.
Laat gistdeeg altijd twee maal rijzen. Houd u wanneer het deeg voor de eerste en tweede keer rijst aan de opgaven in de insteltabellen (gaarheid van het deeg en afzonderlijke gaarheid).
Gaarheid van deeg
Doe het deeg in een hittebestendige schaal en plaats deze op het rooster. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Open tijdens het gisten de apparaatdeur niet omdat er anders vocht ontwijkt. Het deeg niet afdekken.
Tijdens het gebruik ontstaat er condenswater en beslaat de deurruit. Na het gisten de binnenruimte afnemen. Kalkresten met wat azijn oplossen en afnemen met helder water.
Afzonderlijke gaarheid
Plaats het gebak op de inschuifhoogte die in de tabel is aangegeven.
Wanner u wilt voorverwarmen vindt de afzonderlijke gaarheid buiten het apparaat op een warme plek plaats.
Temperatuur en duur van het gisten zijn afhankelijk van de soort en hoeveelheid van de ingrediënten. Daarom zijn de opgaven in de insteltabel richtwaarden.
| Gerecht Accessoires/vormen | Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Stap | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Gistdeeg, licht | Kom | 2 | 1. | 35-40 | 25-30 | |
| Bakplaat | 2 | 2. | 35-40 | 10-20 | ||
| Gistdeeg, zwaar en vetrijk | Kom | 2 | 1. | 35-40 | 60-75 | |
| Hittebestendige vorm | 2 | 2. | 35-40 | 45-60 |
Ontdooien
Geschikt voor het ontdooien van diepvries fruit, groente en gebak. Gevogelte, vlees en vis kunt u het beste in de koelkast ontdooien. Niet geschikt voor room- of slagroomtaarten.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het ontdooien:
■ 1 rooster: hoogte 2
■ 2 roosters: hoogte 3+1
De tijdsopgaven in de tabel zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit, vriestemperatuur (-18°C) en de aard van de levensmiddelen. Er zijn tijdsintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
Tip: Vlak of in porties ingevroren producten ontdooien sneller dan wanneer ze als blok zijn bevroren.
Diepvrieslevensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte vorm op het rooster plaatsen.
De voedingsproducten tussentijds één tot twee keer omroeren of keren. Grote stukken moet u herhaaldelijk keren. Haal de voedingsproducten zo nodig tussentijds uit elkaar of neem reeds ontdooide stukken uit de binnenruimte.
Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuif- | ||||
| hoogte | Verwarmings-methode | Tempera-tuur in °C | Tijdsduur in min. | |
| Brood, algemeen Bakplaat 2 ☎ 50 40-70 | ||||
| Taart, vochtig Bakplaat 2 ☎ 50 70-90 | ||||
| Gebak, droog Bakplaat 2 ☎ 60 60-75 | ||||
Warmhouden
U kunt gegaarde gerechten met de verwarmingsmethode boven- en onderwarmte warm houden. Zo voorkomt u condensvorming en hoeft u de binnenruimte niet af te nemen.
Houd de gegaarde gerechten nooit langer dan twee uur warm. Let erop dat sommige gerechten tijdens het warm houden verder garen. Dek de gerechten evt. af.
Testgerechten
Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controleren en testen van het apparaat te vergemakkelijken.
Volgens EN 60350-1.
Bakken
Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
■ Braadslede: hoogte 3 Bakplaat: hoogte 1
■ Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus
Bakplaat: hoogte 5
■ Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
■ Op één niveau (Afb. 1)
■ Op twee niveaus (Afb.2)

■ De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
■ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Grillen
Plaats ook de braadslede. De vloeistof wordt opgevangen en de binnenruimte blijft schoner.
Bakken
| Gerecht Accessoires / vormen Inschuif- | hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Sprits Bakplaat 3 ☐ | 140-150* 25-35 | |||||
| Sprits Bakplaat 3 ☑ | 140-150* 20-30 | |||||
| Sprits, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 ☑ | 140-150* 25-35 | |||||
| Sprits, 3 niveaus Bakplaten + braadslede 5+3+1 ☑ | 130-140* 35-55 | |||||
| Small cakes Bakplaat 3 ☐ | 150* 25-35 | |||||
| Small cakes Bakplaat 3 ☑ | 150* 20-30 | |||||
| Small cakes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat 3+1 ☑ | 140* 25-35 | ||||
| Small cakes, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede 5+3+1 ☑ | 140* 25-35 | ||||
| Waterbiscuit | Springvorm ∅26cm | 2 | ☐ | 160-170** | 25-35 | |
| Waterbiscuit | Springvorm ∅26cm | 2 | ☒ | 160-170 | 30-35 | |
| Waterbiscuit, 2 niveaus | 2x springvormen ∅26cm | 3+1 | ☒ | 150-160** | 35-50 | |
| Bedekte appeltaart | 2x zwarte bakvormen ∅20cm | 2 | ☒ | 160-170 | 70-90 | |
| Bedekte appeltaart | 2x zwarte bakvormen ∅20cm | 1 | ☐ | 190-210 | 70-80 | |
| Bedekte appeltaart, 2 niveaus | 2x zwarte bakvormen ∅20cm | 3+1 | ☒ | 160-180 | 70-90 | |
* 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken
** voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken
Grillen
| Gerecht Accessoires | Inschuit- | hoogte | Verwarmings-methode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. | ||
| Toast gratineren Rooster | 5 | 3 | 5-6* | ||||
| Beefburger, 12 stuks | Rooster | 4 | 3 | 25-30** | |||
| * niel voorverwarmen** na 2/3 van de totale tijd keren | |||||||





____
____
____

