CT R868 SD - Rookmelder Monty - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CT R868 SD Monty in PDF-formaat.
| Producttype | Optische rookmelder |
| Model | CT R868 SD |
| Afmetingen (detector) | 14 cm x 5,6 cm |
| Afmetingen (montageplaat) | 12,3 cm x 0,95 cm |
| Gewicht (met batterijen) | 288 g |
| Voeding | 2x 3V lithiumbatterij type DL123A of equivalent |
| Levensduur batterij | Minimaal 1 jaar (jaarlijkse vervanging aanbevolen) |
| Gevoeligheid rook | 0,49% tot 0,95%/m (verduisteringsgraad) |
| Geluidssignaal | 85 dBA op 3 m, intermitterend (3 piepjes – pauze) |
| Draadloze communicatie | 868,7 MHz FM, zendbereik max. ca. 50 m |
| LED-indicatie | Flits elke 9 seconden (normaal), continu branden (alarm) |
| Omgevingstemperatuur | 5 °C tot 38 °C |
| Luchtvochtigheid | 0% – 95% (niet condenserend) |
| Onderhoudsfrequentie | Wekelijks (buitenkant reinigen, testknop indrukken) en jaarlijks (volledige reiniging, batterij vervangen, test met testgas) |
| Testmethode | Test/stilte-knop (2 seconden indrukken) en optionele rooksimulator met testgas |
| Garantie | 12 maanden |
| Normen | EN 60950 |
| Merk | Monty |
Veelgestelde vragen - CT R868 SD Monty
Gebruikersvragen over CT R868 SD Monty
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CT R868 SD - Monty en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CT R868 SD van het merk Monty.
GEBRUIKSAANWIJZING CT R868 SD Monty
Handleiding Installatie en onderhoud Monty rookmelder
Monty rookmelder

1 Voorwoord 3
2 Inleiding 4
3 Installatieplaats 6
4 Installeren 7
5 Aanbrengen en vervangen van batterijen 8
6 Aanmelden van de rookmelder 8
7 De rookmelder op de bevestigingsplaat monteren. 9
8 Testen van de rookmelder met de test/stilte-knop 9
9 Testen met behulp van testgas: benodigdheden 10
9.1 Testen met behulp van testgas 11
10 Wekelijkse en jaarlijkse onderhoudsbeurten en test. 12
10.1 Wekelijkse onderhoudsbeurt & test 13
10.2 Jaarlijkse onderhoudsbeurt & test 13
10.3 Onderhoudsprocedure 14
11 Signaleringen en meldingen van de Monty rookmelder & storingen oplossen ____ 19
12 Meldingen van de Monty rookmelder zoals die in de alarmcentrale ontvangen worden 20
13 Tabel voor het testen van de Monty rookmelder via de test/stilte-knop 20
14 Technische gegevens Monty rookmelder CTR868SD 21
15 Garantie 21
16 Bijlage A: Algemene tips voor het voorkomen van brand ____ 22
16.1 Brandoorzaken 22
16.2 Wat te doen bij brand? 22
16.3 Brandoefening: voor uw eigen veiligheid! 22
17 Bijlage B: Checklist voor onderhoud 23
1 Voorwoord
De in deze handleiding beschreven Monty rookmelder is geen losstaand product, maar wordt altijd in combinatie met Monty alarmontvangers gebruikt.
In geval van problemen, of indien u vragen hebt over de rookmelder of over andere producten van Monty B.V., dan kunt u contact opnemen met Monty B.V. via onderstaand adres.
Monty B.V.
Weerhuisweg 4
6226 NC Maastricht
Deze handleiding beschrijft het werkingsprincipe, het installeren en het onderhoud van de Monty rookmelder.
De in deze handleiding beschreven draadloze batterijgevoede Monty Rookmelder bevat geen uitwendige bedrading, en is daarom eenvoudig te installeren.
De rookmelder staat via een ingebouwde zender in draadloze verbinding met de alarmontvangers/kiezers van Monty, zoals bijvoorbeeld de Monty alarmzender, en beschikt over een permanente batterijbewaking.
Wat het onderhoud betreft geldt het volgende:
Het verplichte wekelijkse onderhoud (verwijderen van stof van de buitenzijde, schoonzuigen van de rookinlaatopeningen, en het drukken op de testknop) dienen door de beheerder zelf te worden uitgevoerd.
Jaarlijks dient er onderhoud aan de rookmelder uitgevoerd te worden(van het plafond of de wand verwijderen, in- en uitwendig schoon- maken, vervangen van de batterijen, weer op zijn plaats monteren van de rookmelder, testen met testgas).
Er worden bij de Monty rookmelder een handleiding geleverd, namelijk de Monty gebruikershandleiding voor de rookmelder. Deze laatste bevat ook de informatie voor het aanmelden van de Monty rookmelder bij de bijbehorende Monty alarmontvanger.

De Monty rookmelder is een "optische" rookmelder. Dit type rookmelder bevat, in tegenstelling tot een rookmelder met een ionisatiekamer, geen radioactief materiaal.
Het belangrijkste deel van de rookmelder wordt gevormd door een inwendige ruimte, de rookkamer (zie onderstaande figuren). De rookkamer is zodanig ontworpen dat de rook uit de omgeving er zo goed mogelijk in naar binnen kan dringen.
In de tegen binnendringend omgevingslicht afgeschermde rookkamer bevinden zich een lichtbron en een lichtgevoelige sensor. Deze staan onderling onder een zodanige hoek, dat de sensor normaliter het licht van de lichtbron niet kan zien, d.w.z. het licht van de lichtbron schijnt niet op de sensor.
Zodra er echter rook in de rookkamer naar binnen dringt, verandert de situatie (zie onderstaande figuur B). In dat geval worden de rookdeeltjes door de lichtbron beschenen. De verlichte rookdeeltjes zullen dan door de sensor waargenomen worden.
Indien de door de sensor waargenomen hoeveelheid licht een bepaalde waarde overschrijdt, dan resulteert dat in een alarm. De rookmelder activeert dan zijn ingebouwde sirene (3 piepjes - pauze - 3 piepjes - etc.). Bovendien stuurt hij via zijn ingebouwde zender een "brandalarm"-melding naar de bijbehorende Monty-alarmzender. Dit apparaat zal dan telefonisch een hulpverlener of alarmcentrale waarschuwen. Indien er geen rook meer in de rookkamer aanwezig is, zal de rookmelder de sirene weer uitschakelen.
A: zonder rook B: met rook

3 Installatieplaats
Voordat de Rookmelder een alarmmelding geeft, heeft de rook al een bepaalde afstand afgelegd. Hieruit blijkt, dat de keuze van de installatieplaats (de zwarte punten in onderstaande figuur) van wezenlijk belang is voor de veiligheid die het systeem bieden moet.

Let op de volgende punten bij de keuze van de installatieplaats:
* Het is raadzaam om in de buurt van elke slaapkamer een rookmelder te installeren. Om veiligheids- redenen wordt het aanbevolen om de rookmelder (indien er maar één gebruikt wordt) niet in de slaapkamer zelf te installeren. Er ontstaat in dat geval namelijk pas alarm indien de rook al in de slaapkamer is binnengedrongen, en dan kan het al te laat zijn (verstikking!). De rookmelder kan daarom het beste tussen de slaapkamer en de rest van de woning worden aangebracht (A in onderstaande figuur). Bij gebruik van bijvoorbeeld een elektrische deken, een elektrische verwarming of een tv-toestel in de slaapkamer kan het beste een tweede rookmelder in de slaapkamer zelf worden aangebracht (B in bovenstaande figuur).
* Verdere geschikte installatieplaatsen voor de rookmelder zijn bijvoorbeeld de woonkamer, de eetkamer en de gang.
* In het algemeen kan de installatieplaats zich het beste midden in het vertrek en niet boven deuren bevinden.
* In gebouwen met meerdere verdiepingen kan het beste op elke verdieping minstens één rookmelder geïnstalleerd worden.
* Als de installatieplaats een kamer is die een scheef plafond heeft, dan moet de rookmelder op het hoogste punt geïnstalleerd worden.
* Is de installatieplaats een kamer met balken of dergelijke aan het plafond, dan moet de rookmelder aan de onderzijde van deze obstakels geïnstalleerd worden.
* Probeer installatieplaatsen waar met grote waarschijnlijkheid valse alarmen zullen optreden te ver- mijden, zoals bijvoorbeeld badkamers (grote hoeveelheden waterdamp), keukens (grote hoeveel- heden waterdamp door koken of rook van een grill).
* Vermijd installatieplaatsen waar de luchtcirculatie kunstmatig beïnvloed wordt; dit zijn niet alleen zeer luchtstille gebieden waar geen luchtcirculatie mogelijk is, en waar eventuele rook nooit zal komen, maar ook gebieden met krachtige luchtstromingen van de rookmelder af, bijvoorbeeld als gevolg van airconditioning of ventilatiesystemen. In zulke gevallen kan de rookbeweging tijdens brand zo beïnvloed worden, dat de rook veel meer tijd nodig heeft om de Rookmelder te bereiken.
* Houd bij de plafondinstallatie een afstand aan van minstens 10 cm tussen de zijkant van de Rookmelder en de muur.
* Monteer de rookmelder bij installatie aan de muur op een afstand van 10 - 30 cm van het plafond.
* Toegestane omgevingstemperatuur voor de Rookmelder: 5 °C - 38 °C; toegestane luchtvochtigheidwaarden: 0 - 95 % (niet condenserend).
4 Installeren
Voor het installeren is volgend gereedschap nodig:
1) een potlood
2) een boormachine met een 5 mm boor
3) een schroevendraaier
Monteren bevestigingsplaat
Opgelet: let er bij het installeren op, dat er geen stof en dergelijke in het optische gedeelte van de Rookmelder (d.w.z. de rookkamer) binnendringen kan. Zie voor het eventueel reinigen ook hoofdstuk 6: Wekelijkse en jaarlijkse test- en onderhoudsbeurten.
1) Kies de optimale installatieplaats voor de rookmelder (zie hoofdstuk 4: Installatieplaats van de rookmelder).
2) Breng, als de optimale bevestigingsplaats is bepaald, op het plafond of de muur de markeringen aan voor de te boren gaatjes. Gebruik hierbij de bevestigingsplaat van de Rookmelder als sjabloon.

3) Boor twee gaatjes met een diameter van 5 mm en een diepte van 25 mm.
4) Steek de bijgeleverde pluggen in de gaatjes.
5) Bevestig de bevestigingsplaat, indien u over een losse magneet beschikt, nu tegen het plafond. Dit gebeurt met behulp van de meegeleverde schroeven, welke in de pluggen gestoken worden, en daarna goed worden vastgedraaid. Indien u geen losse magneet hebt, dan wordt de bevestigingsplaat later gemonteerd; zie verderop.
5 Aanbrengen en vervangen van batterijen
Indien er batterijen moeten worden aangebracht bij een reeds gebruikte rookmelder (bijvoorbeeld bij de jaarlijkse onderhoudsbeurt): verwijder eerst de eventueel aanwezige oude batterijen (zie hier- onder).
1) Open het batterijvak: Schuif het deksel van het batterijvak (in onderstaande figuur) in de richting van de buitenzijde van de Rookmelder (zie pijl) om het te ontgrendelen, en leg het terzijde.

2) Verwijder eventueel aanwezige oude batterijen.
Belangrijk:
Vervang altijd beide batterijen gelijktijdig!
Bij het vervangen van de batterijen van de rookmelder mogen uitsluitend 3V-lithium-batterijen van het bijgeleverde "DL123A"-type of equivalent gebruikt worden (zie onderstaande afbeelding). De garantie vervalt als er een ander batterijtype gebruikt wordt.

3) Plaats nieuwe batterijen in het batterijvak: Let op de juiste polariteit! Anders kunnen er beschadigingen aan de batterijen of aan de rookmelder optreden! Kijk goed waar de + en - symbolen op de batterijen en in het batterijvak zitten, stop twee nieuwe 3 V lithium-batterijen in het batterijvak van de rookmelder, en breng het deksel van het batterijvak weer aan.
6 Aanmelden van de rookmelder
Het aanmelden van de Monty-rookmelder is mogelijk via het gebruikersportaal op https://mijn.monty.nl/login/. Op de pagina ‘alarmapparaten’ kunnen alle alarmapparaten en randapparatuur worden toegevoegd, waaronder de Monty rookmelder. Door het zendernummer van de rookmelder in te voeren in het gebruikersportaal kan de Monty rookmelder worden gekoppeld aan de Monty-alarmzender. Het zendernummer is een nummer met 8 karakter, waarvan de laatste 6 karakters moeten worden ingevuld in het scherm. Op de binnenzijde van de rookmelder is het zendernummer terug te vinden. Zowel in het gebruikersportaal als de bijgeleverde gebruikershandeling staat stapsgewijs beschreven hoe de rookmelder geregistreerd kan worden.

7 De rookmelder op de bevestigingsplaat monteren.
Bevestig de Rookmelder op de volgende wijze aan zijn bevestigingsplaat:
1) Positioneer de nok die op de rand van de Rookmelder zit ("1" in onderstaande figuur), ter hoogte van de pijl in de rand van de bevestigingsplaat ("2" in onderstaande figuur).

2) Druk de Monty rookmelder tegen de bevestigingsplaat aan en draai hem rechtsom, circa 15 graden. Hij moet dan stevig vastklikken.
Belangrijk: de Monty rookmelder kan niet aan de bevestigingsplaat worden bevestigd als er geen batterijen zijn aangebracht!
8 Testen van de rookmelder met de test/stilte-knop
Test de Monty rookmelder na het bevestigen nog niet met kunstmatige rook, maar eerst met behulp van de test/stilte-knop (zie hieronder).
Opmerking:
Breng eerst de zorgcentrale en/of de hulpverlener op de hoogte van het feit dat u met installatie- of onderhoudswerkzaamheden bezig bent. Zij weten dan van tevoren dat er een brandmelding kan binnenkomen. U kunt ook proberen om te voorkomen dat deze alarmen de centrale of hulpverlener bereiken, door in de alarmontvanger een vooralarm van bijvoorbeeld 5 seconden in te stellen. U heeft dan ruim voldoende tijd om te voorkomen dat de brandmelding naar de centrale of de hulpverlener gaat door tijdens het vooralarm op de STOP-toets van de alarmontvanger te drukken. Voor het instellen van het vooralarm zie de handleiding van de desbetreffende alarmontvanger/-kiezer.
Het testen van de Monty rookmelder via de test/stilte-knop gaat als volgt:
1) Druk minimaal 2 seconden op de test/stilte-knop.
2) Tel het aantal flitsen dat de LED produceert. Alleen als dit het correcte aantal is (4...7 flitsen) heeft de Monty rookmelder de gewenste gevoeligheid. Raadpleeg bij een groter of kleiner aantal flitsen de tabel in van hoofdstuk 11
3) Onderdruk het ontstane testalarm door tijdens het vooralarm op de STOP-knop van de bijbehorende Monty-alarmzender te drukken. Indien dit niet lukt, wacht dan totdat de van tevoren gewaarschuwde hulpverlener of alarmcentrale het ontvangen testalarm bevestigd heeft.
De Monty rookmelder dient na deze test weer in zijn normale bedrijfsmodus terecht te komen. De LED dient dan om de 9 seconden te flitsen.
Opmerking:
Bij technische problemen: raadpleeg de tabellen achterin deze handleiding, pleeg eventueel technisch onderhoud of vervang de Monty rookmelder door een nieuwe.
Belangrijk: als een reeds aangemelde Monty rookmelder door een ander exemplaar vervangen moet worden, wis dan eerst de zendercode van de oude Monty rookmelder in het gebruikersportaal op https://mijn.monty.nl/login/.
9 Testen met behulp van testgas: benodigdheden
Voor het testen met behulp van testgas is het volgende nodig:
1) Een "rooksimulator" (een aan een lange steel bevestigde rookcontainer die over de Monty rookmelder kan worden gestulpt, en welke met testgas kan worden gevuld);

2) Een spuitbus met testgas (kunstmatige rook); deze wordt via een slangetje aan de rookcontainer van de rooksimulator bevestigd. Als de spuitbus aan de rooksimulator wordt vastgeklemd, dan kan de spuitbus via een hendel bediend worden in plaats van er op te drukken;

9.1 Testen met behulp van testgas
Het testen met testgas gaat als volgt:
1) Houd de rooksimulator met zijn rookcontainer over de Monty rookmelder, zodanig dat er geen kunstmatige rook kan ontsnappen.
2) Activeer nu de spuitbus met kunstmatige rook gedurende ca. 2 seconden.
3) Controleer of de Monty rookmelder een rookalarm start, door op het volgende te letten:
a) de LED dient nu van "normaal bedrijf" (1 x per 9 seconden een flits) over te gaan op "continu branden": dit betekent: "rookalarm". Bovendien produceert de Monty rookmelder nu een intermitterende fluittoon.
b) de ingebouwde zender van de Monty rookmelder dient nu een rookalarm te verzenden: controleer of er bij de Monty-alarmzender een vooralarm start. Dit is te horen aan het akoestisch 'piep' signaal van de Monty-alarmzender of te zien aan het oplichten van de STOP-toets of eventueel een melding op het display.
4) Onderdruk het vooralarm door op de STOP-knop van de Monty-alarmzender te drukken. Indien dit niet mogelijk is: wacht totdat de van tevoren gewaarschuwde hulpverlener of de alarmcentrale gemeld heeft dat het verwachte test-brandalarm is ontvangen.
5) Verwijder (als dit nog niet gedaan is) de rooksimulator weer van de Monty rookmelder en blaas de testrook uit de Monty rookmelder.
6) Controleer of de Monty rookmelder hierop reageert door zijn alarmpiepjes te stoppen en zijn LED te doven (deze moet nu weer normaal om de 9 seconden flitsen).
Opmerking:
Bij technische problemen: raadpleeg de tabellen achterin deze handleiding, pleeg eventueel technisch onderhoud of vervang de Monty rookmelder door een nieuwe.
Belangrijk: als een reeds aangemelde Monty rookmelder door een ander exemplaar vervangen moet worden, wis dan eerst de zendercode van de oude Monty rookmelder in het gebruikersportaal op https://mijn.monty.nl/login/.
10 Wekelijkse en jaarlijkse onderhoudsbeurten en test.

Het onderhoud en testen van de Monty rookmelder dient volgens onderstaand schema te gebeuren (de details staan beschreven in de procedures voor de wekelijkse en jaarlijkse onderhoudsbeurt en test):
1) 1 x per week:
a) schoonmaken van de buitenkant van de Monty rookmelder;
b) testen door op de test/stilte-knop te drukken (rechts in bovenstaande figuur);
c) visuele inspectie om te zien of de LED (links in bovenstaande figuur) iedere 9 seconden flitst (= normale bedrijfsmodus).
2) 1 x per jaar:
a) van het plafond of de muur verwijderen van de Monty rookmelder;
b) schoonmaken van de binnen- en buitenkant;
c) vervangen van de batterijen;
d) weer aanbrengen aan plafond of muur;
e) testen door op de test/stilte-knop te drukken (rechts in bovenstaande figuur);
f) testen met behulp van rooksimulator en testgas;
g) visuele inspectie om te zien of de LED na de test weer iedere 9 seconden flist (= normale bedrijfsmodus).
10.1 Wekelijkse onderhoudsbeurt & test
Handel hiervoor als volgt:
1) Maak de Monty rookmelder aan de buitenkant schoon met behulp van een droge doek of stofzuiger. Let hierbij op dat er niet voortijdig op de test/stilte-knop gedrukt wordt.
2) Voer een test uit met behulp van de test/stilte-knop, zie hoofdstuk 8.
10.2 Jaarlijkse onderhoudsbeurt & test
Naast de wekelijkse onderhoudsbeurten dient de Monty rookmelder 1 x per jaar met behulp van testgas getest te worden. Hieronder is beschreven:
1) wie de jaarlijkse test uitvoert;
2) welke gereedschappen en materialen benodigd zijn;
3) welke stappen dienen te worden uitgevoerd.
Personen of instanties die de jaarlijkse onderhoudsbeurt en test kunnen uitvoeren
De jaarlijkse test kan naar keuze door de volgende personen/instanties worden uitgevoerd:
1) door de gebruiker zelf (zie onderstaande procedure);
2) door Monty B.V.
Benodigdheden voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt en test
Bij de jaarlijkse onderhoudsbeurt en test met testgas (kunstmatige rook) is het volgende nodig:
1) een set nieuwe batterijen;
hiervoor zijn alleen 3V-lithium-batterijen type DL123A of equivalent toegestaan (zie afbeelding);

2) een "rooksimulator"; dit is een aan een lange steel bevestigde rookcontainer die over de Monty rookmelder kan worden gestulpt, en welke met testgas kan worden gevuld (zie afbeelding);

3) een spuitbus met testgas; het testgas is kunstmatige rook op aerosolbasis; de spuitbus wordt via een slangetje aan de rookcontainer van de rooksimulator bevestigd (zie afbeelding);

10.3 Onderhoudsprocedure
Voer voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt de volgende stappen uit:
1) Waarschuwen centrale of hulpverlener
Breng eerst de meldcentrale en/of de hulpverlener op de hoogte van het feit dat u met installatie- of onderhoudswerkzaamheden bezig bent. Zij weten dan van tevoren dat er een brandalarm melding kan binnenkomen. U kunt ook proberen om te voorkomen dat deze alarmen de centrale of hulpverlener bereiken, door in de alarmontvanger een vooralarm van bijvoorbeeld 90 seconden in te stellen. U heeft dan ruim voldoende tijd om te voorkomen dat de brandmelding naar de centrale of de hulpverlener gaat door tijdens het vooralarm op de STOP-toets van de Monty alarmzender te drukken.
2) Rookmelder van plafond of muur verwijderen
Verwijder de Monty rookmelder van zijn bevestigingsplaat, op de volgende wijze: pak de Monty rookmelder goed vast en draai hem linksom, circa 15 graden. De Monty rookmelder zal dan uit de bevestigingsplaat losschieten.
3) Schoonmaken buitenkant
Reinig de buitenkant van de behuizing van de Monty rookmelder naar keuze met een droge of vochtige (water) doek, om haar te ontdoen van stof en vuil.
4) Openen Monty rookmelder
Om de Monty rookmelder ook aan de binnenkant schoon te maken, dient deze geopend te worden. Dit gaat als volgt:
Pak de Monty rookmelder stevig vast en verwijder de rookkamer-afdekkap (herkenbaar aan zijn luchtspleten) door deze stevig tegen de wijzers van de klok in te draaien.

Indien de kap niet wil loskomen, steek dan een 4 mm brede schroevendraaier in de opening onderin de kap, en draai de schroevendraaier rechtsom (met de wijzers van de klok mee). De kap zal dan uit zijn vergrendeling loskomen.

Steek de vingertoppen van beide handen aan weerszijden onder het deksel van de Rookmelder, en druk met beide duimen stevig op de zwarte rookkamer, zodat het binnenwerk loskomt en de behuizing verwijderd kan worden.

5) Schoonmaken binnenkant
Maak nu ook de binnenkant van de behuizing van de Monty rookmelder schoon.
6) Openen rookkamer
Hierna dient ook de rookkamer zelf en het inwendige van de rookkamer schoongemaakt te worden; de rookkamer dient hiervoor verwijderd te worden. Dit gaat als volgt:
Knijp in beide zijkanten van de rookkamer en trek hem los van de Monty rookmelder, en leg hem terzijde (zie onderstaande figuur).

Blaas de rookkamer en de bodemplaat van de rookkamer schoon en gebruik een zachte borstel om stof en vuil te verwijderen. Reinig ook het optische gedeelte.
8) Weer aanbrengen van rookkamer
Positioneer de nieuwe (of eventueel de gereinigde oude) rookkamer precies boven de bodemplaat van de rookkamer en klik hem op zijn plaats.
9) Aanbrengen behuizing
Breng hierna de behuizing weer op de Monty rookmelder aan. Dit gaat als volgt: Houd de behuizing van de Monty rookmelder precies boven de onderkant en laat hem voorzichtig zakken (de LED moet door het gaatje "A" in de behuizing steken).

Breng ook de rookkamer-afdekkap weer aan (met de wijzers van de klok mee draaien t.o.v. de Monty rookmelder, zodat deze vastklikt).

11) Vervangen van de oude batterijen door nieuwe
Vervang de batterijen van de Monty rookmelder, zie Installeren: Aanbrengen (en vervangen) van batterijen.
12) Weer aanbrengen van de Monty rookmelder aan het plafond of de muur
Bevestig de Monty rookmelder weer aan zijn bevestigingsplaat aan het plafond of de muur. Zie: Installeren: Aan bevestigingsplaat bevestigen.
13) Testen met de test/stilte-knop
Test de Monty rookmelder na het schoonmaken, het vervangen van de batterijen, en het weer op zijn plaats bevestigen, eerst met behulp van de test/stilte-knop. Zie: Installeren: Testen met test/stilte-knop.
14) Testen met behulp van testgas
Test de Monty rookmelder nu met behulp van testgas (kunstmatige rook). Zie: Installeren: Testen met behulp van testgas.
11 Signaleringen en meldingen van de Monty rookmelder & storingen
| A: Plaatselijke signaleringen van de Monty rookmelder | |||
| Signalering via | Melding | Betekenis | Te ondernemen actie |
| Geluidssignaal uit de Monty rookmelder | Er klinken luide piepjes uit de Monty rookmelder: 3 piepjes – pauze – 3 piepjes etc. (bovendien blijft de LED continu branden) | De Monty rookmelder heeft rook waargenomen | Evalueer de situatie en onderneem desgewenst actie |
| LED van de Monty rookmelder | De LED flitst om de 9 seconden; er klinkt geen geluid | De Monty rookmelder werkt normaal; er is geen rook | Geen actie vereist |
| De LED blijft continu branden (bovendien klinken er luide piepjes uit de Monty rookmelder: 3 piepjes – pauze – 3 piepjes etc.) | De Monty rookmelder heeft rook waargenomen | Evalueer de situatie en onderneem desgewenst actie | |
oplossen
Vervangen van de batterijen bij voortijdige "lege batterij"-meldingen
Normaliter worden de batterijen van de Monty rookmelder tijdens de jaarlijkse onderhoudsbeurt vervangen. Toch kan het in uitzonderlijke gevallen gebeuren dat de batterijen eerder leeg zijn (door technische problemen). De Monty rookmelder zal in dat geval, ruim voordat de batterijen helemaal leeg zijn, het volgende waarschuwingssignaal produceren:
Er wordt een "lege batterij"-melding naar de hulpverlener en/of de alarmcentrale gestuurd.
Zie voor de in dit geval te verrichten handelingen:
Jaarlijkse onderhoudsbeurt & test: Onderhoudsprocedure: stap 2, 11, 12, 13 en 14.
Opmerking:
indien de bijbehorende alarmontvanger de meldingen of het brandalarm niet doorstuurt naar de alarmcentrale of naar de hulpverlener: raadpleeg dan de handleiding(en) van de desbetreffende alarmontvanger.
12 Meldingen van de Monty rookmelder zoals die in de alarmcentrale ontvangen worden
| B: Meldingen van de Monty rookmelder zoals die in de EM5/EM100 alarmcentrale ontvangen worden | ||
| Melding | Betekenis | Te ondernemen actie |
| “Rookmelder” | Een aan de Monty alarmzender aangesloten Monty rookmelder heeft rook gesignaleerd | Evalueer de situatie |
| “Batterij leeg” | Een sensor (bijv. de Monty rookmelder) geeft aan dat de batterij bijna leeg is | Vervang de batterij binnen 1 maand |
| “Storing radioweg” | De alarmontvanger heeft meer dan 100 uur geen automatische controlemeldingen meer ontvangen van een zender (bijv. de zender van de Monty rookmelder) | Bel de gebruiker op en laat deze een testmelding maken (Test/Stilte-knop minimaal 2 seconden lang indrukken). Vervang indien nodig de Monty rookmelder (desgewenst samen met de alarmontvanger) |
13 Tabel voor het testen van de Monty rookmelder via de test/stilte-knop
Opmerking:
Volg bij het gebruik van deze tabel de aanwijzingen elders in deze handleiding in het hoofdstuk: Installeren van de Monty rookmelder: Testen met de test/stilte-knop.
Gebruik van de tabel:
Druk op de test/stilte-knop, tel het aantal flitsen dat de LED op de Monty rookmelder produceert, en handel volgens de aanwijzingen in de tabel.
| Aantal flitsen | Verduisteringsgraad %/m (ca.) | Indicatie | Actie |
| 1 | N.v.t. | Hardwarefout ge-detecteerd | Reset de Monty rookmelder door opnieuw op de test/stilte-knop te drukken. Hierdoor voert de Monty rookmelder opnieuw de gevoeligheidstest uit, waarna hij zich na 5 seconden dient te resetten. Indien de fout blijft, vervang dan de Monty rookmelder. |
| 2, 3 | N.v.t. | De Monty rookmelder is niet gevoelig genoeg | Reinig de Monty rookmelder. Reset hem door opnieuw op de test/stilte-knop te drukken. Hierdoor voert de Monty rookmelder opnieuw de gevoeligheidstest uit, waarna hij zich na 5 seconden dient te resetten. Indien de fout blijft, vervang dan de Monty rookmelder. |
| 4 | 0,95%/m | De Monty rookmelder is binnen het normale gevoeligheidsbereik | N.v.t. |
| 5 | 0,79%/m | ||
| 6 | 0,64%/m | ||
| 7 | 0,49%/m | ||
| 8, 9 | N.v.t. | De Monty rookmelder is te gevoelig | Controleer of de rookkamer op correcte wijze is vastgeklikt. Maak de Monty rookmelderschoon en vervang eventueel de rookkamer. |
Batterij-levensduur: 1 jaar (min)
Gevoeligheid voor rook: S = 0,49...0,95%/m
Signaalgever: 85 dBA @ 3 m, met 10 minuten interval
Kleur: ...... wit
Toegestane luchtvochtigheid: 0 - 95% niet condenserend
Temperatuurbereik: 5 °C – 38 °C
Afmetingen van de rookmelder (¢ x h): 14 cm x 5,6 cm
Afmetingen van de bevestigingsplaat (¢ x h): 12,3 cm x 0,95 cm
Gewicht: 288 g (met batterijen)
Frequentie & modulatie van de Monty rookmelder (TSD433): 868,7 MHz FM
Zendvermogen: ca. 0,5 mW
Zendbereik (afhankelijk van tussenliggende bebouwing e.d.): max. ca. 50 m
Productoverzicht
Monty rookmelder CTR868SD, inclusief batterijen
opties:
rooksimulator;
testgas;
batterijen;

De Monty rookmelder voldoet aan de volgende normen: EN 60950: 1992 (incl. EN 60950/A1: 1993, EN 60950/A2: 1993, EN60950/A3: 1995, EN60950/A4: 1997)
15 Garantie
Monty B.V. geeft een garantie van 12 maanden op de Monty rookmelder. Aanspraak op de garantie kan alleen dan gemaakt worden, indien de Monty rookmelder volgens de normen aangesloten en gebruikt is. Dit houdt in dat er op correcte wijze, zoals elders beschreven in deze handleiding, periodiek onderhoud aan de Monty rookmelder verricht is.
16 Bijlage A: Algemene tips voor het voorkomen van brand
Het doel van de Monty rookmelder is, om in een zo vroeg mogelijk stadium brand te detecteren, een alarmsignaal te produceren en een brandmelding te versturen. Het systeem moet automatisch hulp inroepen en door zijn waarschuwingssignalen de bewoner zoveel mogelijk tijd geven om het gebouw te verlaten, voordat de rook een gevaarlijke concentratie bereikt.
16.1 Brandoorzaken
Geen enkel meldsysteem is in staat, om in iedere situatie menselijk leven te beschermen. Daarom moeten gevaarlijke situaties zoveel mogelijk voorkomen worden (bijvoorbeeld: in bed roken, kinderen alleen thuis laten, schoonmaken met licht ontvlambare middelen enz.).
De beste manier om brand te voorkomen is mogelijke brandhaarden en -oorzaken al van tevoren te elimineren. Een ordelijke opslag van materiaal en het gebruik van de juiste technieken in de huishouding zijn van hierbij van groot belang. Een niet-opgeruimde kelder, zolder of andere opslagruimte zijn vaak de plaatsen waar brand ontstaat.
Andere oorzaken van branden kunnen liggen in het zorgeloos gebruik van gemakkelijk ontvlambare middelen in combinatie met open vuur of vonken producerende elektrische apparatuur (bijvoorbeeld schakelaars, elektromotoren, slijpmachines); ook overbelasting van elektrische apparaten en van elektrische aansluitingen kan een mogelijke oorzaak van brand zijn.
Het is belangrijk om alle explosieve en/of gemakkelijk ontvlambare materialen zoveel mogelijk uit de woning te verbannen.
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen is een brand nooit uit te sluiten. Wees daarom altijd voorbereid! Zorg eventueel voor brandblussers in de woonruimte en laat deze regelmatig op hun goede werking testen!
16.2 Wat te doen bij brand?
Verlaat onmiddellijk het gebouw. Blijf niet staan om zaken mee te nemen of te zoeken. Houd de adem in bij dichte rook en loop gebukt of, indien nodig, kruip (warme lucht met rook hangt meestal bovenin een ruimte, koude lucht zonder rook blijft beneden). De zuiverste lucht is meestal in de gang te vinden.
Als een deur geopend moet worden, controleer dan eerst of de deur heet is. Is de deur koud, pak dan de deurklink goed vast en open de deur voorzichtig een stukje. Als er een hete tocht te voelen is, sluit dan de deur onmiddellijk en neem een andere vluchtweg. Denk eraan dat door vuur grote drukverschillen in het gebouw kunnen worden opgebouwd, waardoor ruiten en deuren explosief kunnen openbarsten.
Probeer nooit om een vergevorderde brand alleen te blussen. Alarmeer eerst de brandweer, en probeer dan pas op een verantwoorde wijze te blussen.
16.3 Brandoefening: voor uw eigen veiligheid!
Houd regelmatig een brandoefening. Gebruik de oefening ook om het brandalarmsignaal te leren herkennen. Simuleer voor de zekerheid verschillende situaties (bijvoorbeeld rook in de gang of woonkamer etc.). ledere bewoner moet op alle mogelijke situaties kunnen reageren.
Maak een plattegrond van de gangen en vluchtwegen in het gebouw; hang in iedere kamer een plattegrond op, met daarin minstens twee mogelijke vluchtwegen voor de desbetreffende kamer aangegeven. Een van knopen voorzien touw kan als leidraad gebruikt worden in situaties waarin er geen zicht meer is door uitgevallen verlichting of dichte rook. Belangrijk is ook om deze situaties met de kinderen te oefenen, daar deze de neiging kunnen hebben, zich in crisissituaties in een hoekje te verstoppen in plaats van te vluchten.
Het is belangrijk om voor alle bewoners die het gebouw verlaten een centrale verzamelplaats te hebben. Iedereen dient naar deze plaats te gaan. Op deze wijze wordt voorkomen dat mensen die al buiten zijn op zinloze wijze hun leven gaan wagen om iemand in het gebouw te gaan redden die in werkelijkheid al in veiligheid is.
17 Bijlage B: Checklist voor onderhoud
| Checklist voor de wekelijkse en jaarlijkse test- en onderhoudsbeurt van de Monty rookmelder CTR868SD | |||
| Jaar (invullen):jaarlijks onderhoud uitgevoerd door (paraaf):datum (invullen):opmerkingen: | |||
| wekelijkse test(1ejaar helft) | wekelijkse test(2ejaar helft) | ||
| week-nummer | paraaf | week-nummer | paraaf |
| 1 | 27 | ||
| 2 | 28 | ||
| 3 | 29 | ||
| 4 | 30 | ||
| 5 | 31 | ||
| 6 | 32 | ||
| 7 | 33 | ||
| 8 | 34 | ||
| 9 | 35 | ||
| 10 | 36 | ||
| 11 | 37 | ||
| 12 | 38 | ||
| 13 | 39 | ||
| 14 | 40 | ||
| 15 | 41 | ||
| 16 | 42 | ||
| 17 | 43 | ||
| 18 | 44 | ||
| 19 | 45 | ||
| 20 | 46 | ||
| 21 | 47 | ||
| 22 | 48 | ||
| 23 | 49 | ||
| 24 | 50 | ||
| 25 | 51 | ||
| 26 | 52 | ||