MIELE F 423 I - Vriezer

F 423 I - Vriezer MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis F 423 I MIELE in PDF-formaat.

📄 40 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MIELE F 423 I - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type productVriezer (vrieskast)
MerkMiele
ModelF 423 I
Afmetingen (hoogte)870 mm
Inbouwnis hoogte874 – 885 mm
Gewicht (ca.)45 kg
Elektrische aansluiting220 – 240 V, 50 Hz, 10 A zekering
KlimaatklasseSN, N (tot +32 °C), ST (tot +38 °C), T (tot +43 °C)
KoelmiddelIsobutaan (R600a)
Superfrost-functieJa, versneld invriezen
WaarschuwingssysteemZoemtoon bij te hoge temperatuur
TemperatuurregelingVia draaiknop met munt
TemperatuuraanduidingDisplay (indicatief)
Maximale vriescapaciteitZie typeplaatje (bijv. 24 kg/24h)
Koude-accuMeegeleverd (modelafhankelijk)
DiepvriesplateauJa, voor kleinere producten
MarkeersysteemWieltjes met maanden op laden
OntdooienHandmatig, ijslaag max 5 mm
ReinigenLauwwarm water met reinigingsmiddel, geen stoomreiniger
DeurdichtingReinigen met water, geen olie of vet
Luchttoevoer/-afvoerNiet afdekken, regelmatig stofvrij maken
Draairichting deurVeranderbaar (links/rechts)
ReparatieAlleen door erkend vakman
GarantieMiele Service Verzekering mogelijk

Veelgestelde vragen - F 423 I MIELE

Hoe schakel ik de vriezer in?
Draai de Aan-/Uit-schakelaar met een munt vanuit stand '0' naar rechts. Het controlelampje van de zoemer knippert en na korte tijd klinkt een zoemtoon.
Wat moet ik doen als de zoemtoon afgaat?
De zoemtoon waarschuwt voor een te hoge temperatuur. Druk op de Zoemer-toets om de toon uit te schakelen. Het lampje blijft branden tot de juiste temperatuur is bereikt.
Hoe stel ik de temperatuur in?
Draai de temperatuurregelaar met een munt van '0' naar rechts. Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur. Stel bij gemiddelde vulling een middenstand in.
Wanneer moet ik Superfrost inschakelen?
Schakel Superfrost 4-6 uur voor het invriezen van verse levensmiddelen in. Voor maximale vriescapaciteit 24 uur van tevoren. Druk op de Superfrost-toets; het lampje gaat branden.
Hveel kan ik invriezen in 24 uur?
De maximale vriescapaciteit staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat, bijvoorbeeld 24 kg per 24 uur.
Hoe ontdooi ik de vriezer?
Schakel 4 uur van tevoren Superfrost in. Haal de producten eruit, wikkel ze in kranten en bewaar ze koel. Schakel het apparaat uit, laat de deur open. Gebruik heet water in pannen op een onderzetter om het ontdooien te versnellen. Gebruik geen scherpe voorwerpen of elektrische apparaten.
Waarom is de vriezer niet koud?
Controleer of de temperatuurregelaar niet op '0' staat, of de stekker in het stopcontact zit en of de hoofdschakelaar aan staat. Neem bij aanhoudende problemen contact op met de Technische Dienst.
Kan ik de deur van draairichting veranderen?
Ja, dat kan. Volg de instructies in de handleiding: verwijder afdekkingen, draai schroeven los, wissel de scharnieren naar de andere kant en monteer de deur opnieuw.
Hoe reinig ik de vriezer?
Gebruik lauwwarm water met een mild reinigingsmiddel. Reinig de binnenruimte, laden en toebehoren met de hand. Droog alles goed af. Reinig de deurdichting alleen met water. Gebruik geen stoomreiniger of schuurmiddelen.
Wat moet ik doen als het Superfrost-lampje niet brandt?
Als het apparaat wel werkt maar het lampje niet brandt, is het controlelampje defect. Neem contact op met de Technische Dienst van Miele.

Gebruikersvragen over F 423 I MIELE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F 423 I - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F 423 I van het merk MIELE.

GEBRUIKSAANWIJZING F 423 I MIELE

Gebruiks- en montage-aanwijzing

MIELE F 423 I - Gebruiks- en montage-aanwijzing - 1

Lees beslist de gebruiksaanwijzing

voordat u uw apparaat plaatst,

installeert en in gebruik neemt.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt

onnodige schade aan uw apparaat. M.-Nr. 05 583 790

Inhoudsopgave

Algemeen 4

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 5

Het verpakkingsmateriaal 5

Het afdanken van het apparaat 5

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 6

Het in- en uitschakelen van de vrieskast 10

Bij langere afwezigheid 10

De juiste temperatuur 11

... in de diepvriesruimte .... 11

Het instellen van de temperatuur.... 11

Temperatuuraanduiding. 12

De zoemer 13

Het inschakelen van het waarschuwingssysteem 13

Het voortijdig uitschakelen van de zoemtoon 13

De functie "Superfrost" 14

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen? 14

Het gebruik van de superfrost 14

Het inschakelen van de superfrost 14

Het uitschakelen van de superfrost 15

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen 16

Maximale vriescapaciteit 16

Het bewaren van diepvriesproducten 16

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen 16

Waar u daarbij op moet letten. 16

Het verpakken. 17

Het wegleggen 17

Diepvrieskalender 18

Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen 18

Het ontdooien van ingevroren producten 18

Het bereiden van ijsblokjes 18

Het bereiden van consumptie-ijs 19

Het snelkoelen van dranken 19

Diepvriesplateau 19

Het gebruik van de koude-accu 19

Het ontdooien van de vrieskast 20

Het reinigen van de vrieskast 22

Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren 22

Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen 22

Het reinigen van de deurdichting 22

Nuttige tips 23

Elektrische aansluiting 26

Montage-instructies 27

Plaats van opstelling 27

Klimaatklasse 27

Luchttoevoer en luchtafvoer 27

Voordat u het apparaat inbouwt. 27

Benodigd gereedschap. 28

Inbouw in een scheidingswand 28

Had uw oude apparaat een andere scharniertechniek? 28

Inbouwmaten 29

Het veranderen van de draairichting van de deur.... 30

Het inbouwen van het apparaat 32

Het monteren van de meubeldeur 34

-15-18 -21-25 -32 °C SUPER ① ② ③ ④ -15-18 -21-25 -32 °C SUPER 4 1 3 2

①Zoemer - toets en controlelampje van de zoemer - toets
②Temperatuuraanduiding

③Superfrost - toets en controlelampje van de superfrost - toets
④Aan-/Uit - schakelaar en temperatuurregelaar

MIELE F 423 I - Het invriezen en bewaren van levensmiddelen 16 - 2

⑤Diepvriesladen met diepvrieskalender
⑥Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen

Het verpakkingsmateriaal

De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.

Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.

Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.

Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.

Het afdanken van het apparaat

Afgedankte apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.

Zet uw apparaat daarom niet zomaar bij het grofvuil, maar informeer bij uw handelaar of het mogelijk is het apparaat terug te geven.

Is dit niet mogelijk, informeer dan bij de gemeente of bij een grondstoffenhandelaar naar mogelijkheden voor hergebruik van het materiaal (bijv. schrootverwerking).

Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wan- neer dit wordt weggebracht om op vak- kundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.

Neem ook de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" in acht.

Deze vrieskast voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.

Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de vrieskast.

Efficiënt gebruik

MIELE F 423 I - Efficiënt gebruik - 1

Deze vrieskast is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.

MIELE F 423 I - Efficiënt gebruik - 2

Gebruik deze vrieskast uitsluitend voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.

Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.

Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer la-waai maakt wanneer het aanstaat. Behalve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koelsysteem stromingsgeluiden optreden. Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat. Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmid-del kan oogletsel veroorzaken.

Wordt het koelsysteem toch beschadigd:

  • vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
    – trek de stekker uit het stopcontact,
  • lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minuten lang door
  • en neem contact op met de Technische Dienst.

Hoe meer koelmiddel een vrieskast bevat, des te groter moet het vertrek zijn waarin de vrieskast wordt opgesteld.

Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.

De hoeveelheid koelmiddel die de vrieskast bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.

Voordat u uw vrieskast aansluit dient u altijd de aansluitgegevens

(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektrici- teitsnet te vergelijken.

Deze moeten beslist overeenkomen, omdat de vrieskast anders beschadigd raakt.

Raadpleeg bij twijfel een elektricien.

De elektrische veiligheid van de vrieskast is uitsluitend gegaran- deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.

Het is zeer belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman controleren.

De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).

Een veilig gebruik van de vrieskast is alleen dan gegarandeerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiksaanwijzing staan.

Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.

Installatie- en onderhoudswerkzaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd.

Ondeskundig uitgevoerde installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.

Er staat alleen dan geen elektrische spanning op de vrieskast als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,

- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.

Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.

De vrieskast mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Gebruik

Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.

Als u dat doet zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de vrieskast heeft gehaald.

Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw

in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en bederven.

Ontdooide levensmiddelen die al ge- kookt en gebraden zijn kunnen wel opnieuw worden ingevroren.

Bewaar geen stoffen in de vrieskast die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten.

Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan.

Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.

Bewaar geen blikjes en flessen in de vrieskast met koolzuurhouden-de dranken of vloeistoffen die kunnen bevriezen.

De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.

Haal flessen die u in de vrieskast hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit.

Doet u dat niet, dan kunnen ze uit el-

kaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ont-staan.

Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico voedselvergiftiging op te doen.

De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.

Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.

Gebruik geen scherpe voorwerp- ten om

- rijp- en ijslagen te verwijderen

- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.

Als u dat doet beschadigt u de vriesplaten en functioneert de vrieskast niet meer.

Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de vrieskast.

Als u dat doet raakt het kunststof beschadigd.

Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.

Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.

Behandel de deurdichting niet met olie of vet.

Als u dat doet dan wordt de deurdichting in de loop van de tijd poreus.

Sluit de luchttoevoeropening in de sokkel en de luchtafvoeropening boven in de kastombouw niet af. Als deze openingen geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomver- bruik stijgt en bepaalde onderdelen van de vrieskast kunnen beschadigen.

De vrieskast is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik, waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

De klimaatklasse van uw vrieskast staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat. Een te lage temperatuur heeft tot gevolg dat de vrieskast voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.

Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de vrieskast nooit een stoomreiniger.

Stoom kan in aanraking komen met de- len van het apparaat die onder span- ning staan en zo kortsluiting veroor- zaken.

Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt

Voorkom dat kinderen zich bij het spelen insluiten en in levensgevaar komen.
Haal de stekker uit het stopcontact en maak de aansluitkabel onbruikbaar.
Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door

  • koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken;
  • buisleidingen om te buigen;
  • beschermende lagen af te krabben.

Als er koelmiddel uit spuit kan dat oog- letsel veroorzaken.

Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.

Voor het eerste gebruik

■ Reinig de binnenkant van de vries-kast en de toebehoren. Gebruik daar- voor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.

Het inschakelen van de vries- kast

0 1 2 3 4

■ Draai de Aan-/Uit - schakelaar met een munt vanuit stand "0' naar rechts op één van de andere standen.

Draai de Aan-/Uit - schakelaar niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt. Draait u verder dan raakt de schakelaar beschadigd.

Het controlelampje van de zoemer knippert.

Na korte tijd klinkt er een zoemtoon en begint het apparaat te koelen.

Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in de vrieskast legt kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen.

Het uitschakelen van de zoem- toon

MIELE F 423 I - Het uitschakelen van de zoem- toon - 1

■ Druk op de Zoemer - toets.

De zoemtoon houdt op. Het controle-lampje blijft zolang branden totdat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Koude-accu

Leg de koude-accu in de bovenste lade of op het diepvriesplateau. Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.

Het uitschakelen van de vries- kast

■ Draai de Aan-/Uit - schakelaar met een munt naar links op stand "0".

Alle controlelampjes gaan uit en de koeling is uitgeschakeld.

Bij langere afwezigheid

Wanneer u de vrieskast vrij lange tijd niet gebruikt, doe dan het volgende.

■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Ontdooi het apparaat.

■ Reinig het apparaat.

■ Laat de deur van het apparaat iets openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.

... in de diepvriesruimte

Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld.

Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langzamer de micro-organismen groeien en des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.

Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.

Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van - 18 °C. Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt. Zodra de temperatuur boven de - 10 °C stijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.

De temperatuur in de vrieskast wordt hoger, naarmate

- de deur van het apparaat vaker wordt geopend en de deur langer geopend blijft;

- er meer levensmiddelen worden opgeslagen;

  • er meer verse levensmiddelen worden ingevroren;
  • de omgevingstemperatuur hoger is. De vrieskast is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

Het instellen van de temperatuur

De temperatuur kunt u instellen met behulp van de temperatuurregelaar.

0 1 2 3 4

■ Draai de temperatuurregelaar met een munt vanuit stand "0" naar rechts op één van de andere standen.

Draai de temperatuurregelaar niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt.

Draait u verder dan raakt de regelaar beschadigd.

Hoe hoger de stand aan de temperatuurregelaar, des te lager de temperatuur in het apparaat.

Stel bij een gemiddelde hoeveelheid levensmiddelen één van de middelste standen in.

Controleer de temperatuur in het apparaat regelmatig.

Temperatuuraanduiding

De temperatuuraanduiding op het bedieningspaneel geeft bij normaal gebruik de temperatuur aan van de warmste plek in het apparaat.

De temperaturen op het display geven een temperatuurbereik aan en zijn geen preciese aanduiding van de echte temperatuur.

Wanneer u met behulp van de temperatuurregelaar een andere temperatuur heeft ingesteld, controleer dan de temperatuuraanduiding na ca. 6 uur wanneer de vrieskast lang niet vol is en na ca. 24 uur wanneer de vrieskast wel vol is.

Pas dan is de echte diepvriesruimte-temperatuur bereikt.

Is de temperatuur na deze tijd te laag of te hoog, zet de temperatuurregelaar dan opnieuw op een andere stand.

Een temperatuur van boven de - 18 °C is geen probleem wanneer u:

- het apparaat in gebruik neemt;

- de deur van het apparaat een keer vrij lang geopend houdt, bijv. om een vrij grote hoeveelheid verse producten of diepvriesproducten in de vrieskast te leggen of een vrij grote hoeveelheid ingevroren producten of diepvriesproducten uit de vrieskast te halen;

– verse levensmiddelen invriest.

Is de temperatuur vrij lange tijd hoger dan -18 °C, controleer dan of de ingevroren levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid. Is dat het geval, verbruik deze levensmiddelen dan zo snel mogelijk.

Dit apparaat is uitgerust met een waarschuwingssysteem waarmee wordt voorkomen dat de temperatuur in de diepvriesruimte ongemerkt stijgt.

Wanneer de temperatuur te veel stijgt klinkt er een zoemtoon. Tegelijk gaat het controlelampje van de zoemtoon knipperen.

Of het apparaat een temperatuur te hoog vindt is afhankelijk van de stand aan de temperatuurregelaar.

De zoemtoon klinkt en het controlelampje van de zoemtoon gaat branden wanneer:

  • u de diepvriesruimte inschakelt;
  • u een vrij grote hoeveelheid levensmiddelen invriest;
  • de stroom vrij lang uitgevallen is ge- weest;
  • u de deur van het apparaat vrij lange tijd open hebt laten staan, bijv. om verse producten of diepvriesproducten in het apparaat te leggen of om ingevroren producten of diepvriesproducten te hersorteren of uit het apparaat te halen.

N.B.: Het gaat hier dus niet om een deuralarm, dat afgaat wanneer de deur openstaat! Het gaat hier om een waarschuwingssysteem dat in werking treedt zodra de temperatuur te hoog is, wat kan gebeuren wanneer de deur vrij lang openstaat.

Het inschakelen van het waarschuwingssysteem

Het waarschuwingssysteem hoeft niet te worden ingeschakeld, want het is al automatisch klaar voor gebruik.

Het voortijdig uitschakelen van de zoemtoon

Zodra de ingestelde temperatuur in de diepvrieszone is bereikt houdt de zoemtoon op en gaat het controlelampje uit.

Wanneer de zoemtoon u hindert dan kunt u deze voortijdig uitschakelen.

MIELE F 423 I - Het voortijdig uitschakelen van de zoemtoon - 1

■ Druk op de Zoemer - toets.

De zoemtoon houdt op.

Het controlelampje van de zoemertoets blijft zolang branden totdat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Vanaf dat moment is het waarschu- wingssysteem weer klaar voor gebruik.

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?

Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.

Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.

De cellen gaan krimpen.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug. Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.

Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen. De cellen krimpen veel minder.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugkeren. Dat betekent dat de levensmiddelen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooien!

Het gebruik van de superfrost

Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen. De superfrost moet u al vóór het invriezen van verse levensmiddelen inschakelen.

De superfrost schakelt u dus niet in:

- wanneer u reeds ingevroren levens- middelen in het apparaat legt;

- wanneer u dagelijks slechts max. 2 kg verse levensmiddelen in het apparaat legt.

Het inschakelen van de superfrost

De superfrost moet u inschakelen 4 – 6 uur voordat u de in te vriezen levens- middelen in het apparaat legt.

Wilt u gebruik maken van de maximale vriescapaciteit, schakel de superfrost dan 24 uur van te voren in.

SUPER

■ Druk op de Superfrost - toets.

Daarna begint het controlelampje boven deze toets te branden.

De temperatuur in het apparaat daalt doordat de koelcapaciteit van het apparaat maximaal is.

Het uitschakelen van de superfrost

De superfrost wordt automatisch na ca. 50 uur uitgeschakeld.

Het controlelampje gaat uit en de koel-capaciteit van het apparaat is weer nor-maal.

Om energie te besparen kunt u de superfrost zelf uitschakelen, zodra in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18 °C is bereikt.

■ Druk op de Superfrost - toets.

Daarna gaat het controlelampje boven deze toets uit.

De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.

Maximale vriescapaciteit

Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.

De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".

Het bewaren van diepvriesproducten

Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:

– de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel.

Komt deze boven de -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur -18 °C is.

■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist als u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in het apparaat.

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen

Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!

Waar u daarbij op moet letten:

  • Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel- producten, brood en banket, kliek- jes, eigeel, eiwit en vele kant-en- klaarproducten.
  • Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonnaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en peren.
  • Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren.

Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg de groente daar portiegewijs aan toe, laat het daar 2-3 minu- ten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.

  • Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
    – Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.

  • Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
    Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht.
    Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten.

  • Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.

Het verpakken

■ Vries de levensmiddelen per portie in.

Geschikte verpakking

  • kunststof folie
    – diepvrieszakken van polyethyleen
  • aluminiumfolie
    – diepvriesbakje

Ongeschikte verpakking

  • pakpapier
  • braadpapier
  • cellofaan
  • afvalzakken
  • gebruikte plastic zakken

■ Druk de lucht uit de verpakking.

■ Sluit de verpakking goed af met:

  • elastiekjes
  • kunststof klipjes
  • touwtjes of
  • koudebestendig plakband.

Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een seal-ap- paraat afsluiten.

■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.

Het wegleggen

De levenmiddelen kunnen overal in de diepvriesruimte worden ingevroren, bij voorkeur in de bovenste diepvriesladen.

Vrij grote hoeveelheden kunnen het beste direct op de vriesplaten worden gelegd, daar de levensmiddelen daar bijzonder snel worden ingevroren zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit. In dit geval moeten één of meer diepvriesladen uit het apparaat worden gehaald.

In iedere diepvrieslade en op iedere vriesplaat kan maximaal 25 kg worden gelegd.

■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvriesladen of op de vriesplaten van het apparaat, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van-de diepvriesladen vastvriezen.

Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen.

Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.

Diepvrieskalender

De diepvrieskalender die zich op de diepvriesladen bevindt geeft de gebruikelijke bewaartijd aan van verschillende soorten levensmiddelen, als ze vers worden opgeslagen.

Bij de in de handel verkrijgbare diepvriesproducten is de op de verpakking aangegeven uiterste houdbaarheidsdatum beslissend.

Markeersysteem voor ingevro- ren levensmiddelen

Een manier om de bewaartijd van de levensmiddelen in de gaten te houden is het markeersysteem voor ingevroren levenmiddelen.

Op iedere diepvrieslade zitten 2 plaketten met een wieltje. Op dit wieltje zijn de maanden weergegeven met 1 - 12.

10-12 884

■ Schuif de plaketten vanaf de rand van de diepvrieslade op de geleiderail.

Met de plaketten geeft u aan om wat voor soort product het gaat en met de wieltjes het tijdstip waarop u het product hebt opgeslagen.

Het ontdooien van ingevroren producten

Dat kunt u doen

  • in de magnetron;
  • in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
  • bij kamertemperatuur;
    – in de koelkast of in de koelzone.

Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.

Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afge- dekte schaal ontdooien.

Groente kan in het algemeen in bevoren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het bereiden van ijsblokjes

Vul het bakje voor ijsblokjes voor drievierde deel met water en zet het op de bodem van van één van de diepvriesladen.

Als dit bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.

Als het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.

Het bereiden van consumptie- ijs

Gebruik hiervoor een bakje voor ijsblok- jes zonder rooster.

Consumptie-ijs heeft afhankelijk van het vetgehalte iets langer nodig om in te vriezen dan waterijs.

Als het bakje even in water wordt ge- plaatst kan het consumptie-ijs er ge- makkelijk uit worden gehaald.

Het snelkoelen van dranken

Wanneer u flessen drank in het apparaat hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit.

Doet u dat niet dan springen ze uit el- kaar.

Diepvriesplateau

Op het diepvriesplateau kunt u kleinere producten invriezen, niet alleen fruit en groenten maar ook kruiden, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit.

De producten blijven in vorm en de kans dat ze aan elkaar vastvriezen is klein.

MIELE F 423 I - Diepvriesplateau - 1

■ Leg de in te vriezen producten op het diepvriesplateau.

■ Hang het diepvriesplateau in één van de bovenste diepvriesladen.

Laat de producten 10 tot 12 uur stevig invriezen. Hevel ze dan over in een diepvrieszak of diepvriesbakje en leg ze dan in de diepvriesladen.

Het gebruik van de koude-accu

(afhankelijk van het model)

De koude-accu voorkomt dat de temperatuur in de diepvriesruimte snel stijgt wanneer de stroom is uitgevallen.

Leg de koude-accu in de bovenste diepvrieslade direct op de levensmiddelen of op het diepvriesplateau.

Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu zijn maximale koelcapaciteit.

Leg de koude-accu wanneer de stroom uitvalt direct op de levensmiddelen in de bovenste lade om de levensmidde- len in ieder geval nog zo lang mogelijk te kunnen bewaren.

Wanneer u verse levensmiddelen in het apparaat wilt leggen, gebruik de koude-accu dan om een scheiding aan te brengen tussen reeds ingevroren en verse levensmiddelen, zodat de eerste groep niet gaat ontdooien.

De koude-accu kan ook korte tijd worden gebruikt voor het koelen van levensmiddelen en dranken in een koeltas.

Wanneer de vrieskast normaal in gebruik is, ontstaan er na verloop van tijd rijp en ijs op de vriesplaten. Daardoor wordt er minder kou afgegeven en meer stroom verbruikt.

Krab de rijp- en ijslagen er niet af, want dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de vrieskast niet meer.

Ontdooi de vrieskast van tijd tot tijd, echter in ieder geval zodra zich een ca. 5 mm dikke ijslaag heeft gevormd. Gebruik de gelegenheid wanneer er weinig of geen producten in de vrieskast liggen.

■ Schakel ca. 4 uur voordat u de vrieskast gaat ontdooien de superfrost in. Daardoor krijgen de reeds opgeslagen ingevroren levensmiddelen een koudereserve en kunnen dus iets langer bij kamertemperatuur worden bewaard.
■ Haal de ingevroren producten uit de vrieskast en leg de koude-accu erop. Wikkel de producten in verschillende lagen krantenpapier of de-kens. Bewaar de ingevroren producten op een koele plaats, totdat de vrieskast weer klaar is voor gebruik.
■ Haal de diepvriesladen uit het apparaat behalve de onderste lade. Deze moet namelijk het dooiwater opvangen!

Handel het ontdooien zo snel mogelijk af. Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur worden bewaard, des te korter ze houdbaar zijn.

■ Schakel de vrieskast met de Aan-/Uit - schakelaar uit.
■ Laat de deur van de vrieskast open.

U kunt het ontdooien versnellen door twee pannetjes op een onderzetter met heet (niet kokend) water in de vrieskast te zetten en wat warm water in de onderste lade te gieten. In dat geval kan de deur bij het ontdooien gesloten blijven, zodat de warmte niet vrij kan komen.

Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de vrieskast. Als u dat doet raakt het kunststof beschadigd.

Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.

■ Haal de onderste lade uit de vrieskast en giet de lade leeg.
■ Neem het dooiwater dat zich verder nog in de vrieskast bevindt met een spons of doek op.
■ Reinig het apparaat en maak het droog.
■ Sluit de deur van de vrieskast en schakel de vrieskast in.
■ Schakel de superfrost in zodat de vrieskast snel koud wordt.

Het controlelampje gaat branden.

■ Schuif de diepvriesladen met de ingevroren producten in de vrieskast zodra de temperatuur in het apparaat laag genoeg is.

■ Schakel de superfrost weer uit.

Het controlelampje gaat uit.

Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmiddelen.

Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorzaken.

Let erop dat er geen water in de elektronica terechtkomt.

Gebruik geen stoomreiniger.

Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.

Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.

■ Reinig de vrieskast direct nadat u hem hebt ontdooid.

De vrieskast moet dan uitgeschakeld zijn.

De ingevroren producten moeten op een koele plaats worden bewaard.

Ook de onderste diepvrieslade moet nu uit de vrieskast worden gehaald.

Het reinigen van de binnen- ruimte en de toebehoren

Deze kunt u het beste reinigen met lauwwarm water met reinigingsmiddel. Reinig de toebehoren met de hand, niet in de afwasautomaat.

■ Neem de binnenruimte en de toebehoren daarna met helder water af en wrijf alles met een doek droog.
■ Laat de deur van de vrieskast korte tijd openstaan.

Het reinigen van de luchttoe-voer- en luchtafvoeropeningen

■ Reinig de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen regelmatig met een kwast of een stofzuiger.

Wanneer er zich stof ophoopt wordt er onnodig energie verbruikt.

Het reinigen van de deurdichting

Behandel de deurdichting niet met olie of vet. Wanneer u dat doet dan wordt de deurdichting in de loop van de tijd poreus.

Reinig de deurdichting regelmatig alleen met helder water en wrijf deze daarna met een doek grondig droog.

Na het reinigen

■ Sluit de deur van de vrieskast en schakel het apparaat in.
■ Schakel de superfrost in zodat de vrieskast snel koud wordt.

Het controlelampje gaat branden.

■ Schuif de diepvriesladen met de ingevroren producten in de vrieskast zodra de temperatuur in het apparaat laag genoeg is.
■ Schakel de superfrost weer uit.

Het controlelampje gaat uit.

Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.

Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.

Wat moet u doen, wanneer ...

... u ongewone geluiden hoort nadat u de vrieskast hebt ingeschakeld en vooral nadat u het apparaat voor het eerst in gebruik hebt genomen?

■ Schakel de vrieskast uit en controleer:
- of de vrieskast stabiel en waterpas staat;
- of de meubels die naast de vrieskast staan gaan trillen als deze aanstaat;
- of u er bij het inbouwen van de vrieskast aan gedacht hebt dat alle delen aan de achterwand van het apparaat nergens tegenaan kunnen komen;
- of u voor het inbouwen van de vrieskast de kabelhouder van de achterwand van het apparaat hebt verwijderd;
- of de uitneembare onderdelen van de vrieskast stevig in het apparaat zitten;

Bedenk wel dat motor- en stromingsgeluiden in het koelsysteem niet te vermijden zijn.

... de vrieskast niet koelt?

■ Controleer of:

- de temperatuurregelaar op een andere stand staat dan op "0";

– de stekker stevig in het stopcontact zit;

- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld. Is dit wel het geval, neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

... de deur van de vrieskast niet verschillende keren achter elkaar kan worden geopend?

Dat is geen storing. Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder moeite openen.

... de temperatuur in de vrieskast te laag is?

■ Zet de temperatuurregelaar op een lagere stand (hogere temperatuur).
■ Controleer of u vergeten hebt om de superfrost uit te schakelen. In dat geval brandt het controlelampje.

... de vrieskast vaker en voor lange-re tijd aanslaat?

■ Controleer:

  • of de luchttoevoeropening beneden in de sokkel of de luchtafvoeropening boven in de vrieskastombouw is geblokkeerd en of er veel stof inzit;
  • of u de deur van de vrieskast vaak open en dicht heeft gedaan;

  • of er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
    – of de deur van de vrieskast goed sluit;

  • of er zich op de vriesplaten een vrij dikke ijslaag bevindt. Klopt dat, ontdooi dan de vrieskast.

... de zoemtoon klinkt en het contro- lelampje van de zoemtoon knippert?

De diepvriesruimte is gezien de ingestelde temperatuur te warm en wel doordat:

  • de deur van de vrieskast vaak open en dicht is gedaan;
  • er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
  • de stroom vrij lang uitgevallen is ge- weest;
  • de luchttoevoeropeningen zijn geblokkeerd.

Wanneer het euvel verholpen is dan gaat het controlelampje van de zoemtoon uit en houdt de zoemtoon op.

... het controlelampje van de zoemtoon tegelijk knippert met de temperatuuraanduiding -15 °C ?

Er is sprake van een technische storing.

■ Neem in dat geval contact op met de Technische Dienst.

... het controlelampje van de superfrost niet brandt, terwijl het apparaat wel werkt?

Het controlelampje is defect.

■ Neem contact op met de Technische Dienst.

... de ingevroren producten vastgevroren zijn?

■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.

... zich op de vriesplaten een vrij dikke ijslaag bevindt?

■ Controleer of de deur van de vrieskast goed sluit.
■ Ontdooi het apparaat en reinig het.

Door een dikke ijslaag vermindert de koelcapaciteit waardoor het stroomverbruik stijgt.

Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Technische dienst.

Open als het mogelijk is de vries-kastdeur niet vóórdat de storing is verholpen. Op deze manier houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.

Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met

- uw Miele-handelaar

of

– met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.

Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door.

Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.

Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.

Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 – 240 V.

Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.

Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.

Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.

De installatiegroep dient met een 10 Azekering te worden gezekerd.

In de EU-voorschriften staat het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien. Daarmee kan de veiligheid nog worden vergroot.

Het is niet toegestaan het apparaat met een verlengsnoer op het elektriciteits-net aan te sluiten.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.

Een apparaat dat niet is ingebouwd kan kantelen!

Plaats van opstelling

Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam, waar de zon direct door heen kan schijnen.

Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.

Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.

Klimaatklasse

Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik, waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

De klimaatklasse van het apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.

Klimaatklasse Kamertemperatuur

SN, Ntot +32 °C
STtot +38 °C
Ttot +43 °C

Met een minimum kamertemperatuur van +5 °C werken de apparaten gega-randeerd zonder problemen.

Luchttoevoer en luchtafvoer

De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt warm. Daarom moet de inbouwkast voor het apparaat zodanig zijn geconstrueerd dat een goede lucht-toevoer en luchtafvoer gewaarborgd is. Bij Miele-keukens is daarmee automa-tisch rekening gehouden.

Voor de luchtafvoer moet aan de achterkant van het apparaat een luchtafvoerkanaal van minstens 50 mm diepte worden geplaatst.

De lucht wordt via de sokkel van het apparaat toegevoerd.

De doorsnede van de luchtafvoeropening moet minstens 200 cm ^2 bedragen, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd. Is dat niet het geval, dan moet het apparaat meer presteren, wat meer stroom vergt.

De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd.

Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.

Voordat u het apparaat inbouwt

■ Haal de afdichtingsband en andere toebehoren uit het apparaat en van de achterwand van het apparaat.
■ Verwijder de kabelhouder van de achterwand van het apparaat.
■ Controleer of de onderdelen aan de achterwand van het apparaat ner-gens tegenaan kunnen komen. Buig ze zo nodig de andere kant op.

Benodigd gereedschap

Voor het inbouwen van het apparaat hebt u nodig: een sleufschroevendraaier, een kruiskopschroevendraaier, een waterpas en een gradenboog.

Inbouw in een scheidingswand

Wanneer het apparaat in een scheidingswand wordt ingebouwd moet de achterkant van de inbouwnis van een front worden voorzien.

Had uw oude apparaat een andere scharniertechniek?

Wanneer uw oude apparaat een andere scharniertechniek had kunt u toch de meubeldeur gebruiken. Verwijder in dat geval het oude beslag van de inbouwkast. We hebben dit niet meer nodig daar de meubeldeur op de deur van het apparaat wordt gemonteerd. Alle benodigde onderdelen worden bijgevoegd of kunnen bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B.V. worden aangevraagd.

Wanneer de meubeldeur gaten heeft voor kopscharnieren, plak deze gaten dan dicht met de bijgevoegde zelfklevende folie, daar u deze gaten niet meer nodig heeft.

≥50 ≥200 cm² 560-568 538 6 b 550 a ≥200 cm² 557

Hoogte van het apparaat [mm]Hoogte van de inbouwnis [mm]
ab
F 423 i870 874 – 885
F 456 i1393 1397 – 1410

Het veranderen van de draairichting van de deur

Voordat u het apparaat inbouwt moet u bepalen aan welke kant de deur van het apparaat moet worden geopend. Als de deur linksscharnierend moet zijn, moet u de draairichting van de deur veranderen.

■ Open de deur van het apparaat.

MIELE F 423 I - Het veranderen van de draairichting van de deur - 1

■ Haal afdekking ① er met de hand en afdekking ② met behulp van de kruiskopschroevendraaier af.
■ Draai de bevestigingsschroeven ③ los.
■ Schuif de deur van het apparaat naar buiten en licht de deur van het apparaat eruit ④.
■ Draai de bevestigingsschroeven ③ er helemaal uit en schroef ze er losjes aan de tegenovergestelde kant weer in ⑤.

MIELE F 423 I - Het veranderen van de draairichting van de deur - 2

■ Draai de schroeven ① eruit.

Klap de scharnieren niet in elkaar, want dan zou u zich kunnen verwonden.

■ Zet de scharnieren er diagonaal aan de andere kant weer aan ②.
■ Sluit de vrijgekomen gaten met de bijgevoegde stoppen af ③.

MIELE F 423 I - Het veranderen van de draairichting van de deur - 3

■ Schuif de deur van het apparaat op de voorgemonteerde schroeven ① en draai de schroeven stevig aan.

Het inbouwen van het apparaat

Alle stappen bij de montage worden gedemonstreerd met een apparaat met een rechtsscharnierende deur. Als u een apparaat met links-scharnierende deur hebt, houd daar dan bij de montage rekening mee.

Het stellen van de inbouwkast

A A 90° A 90° A = 200 cm²!

Stel de inbouwkast voordat u het apparaat inbouwt heel precies met een waterpas. De hoeken van de kast moeten allemaal 90° zijn, omdat de meubeldeur anders niet precies tegen alle vier de hoeken aanligt.

Voordat u het apparaat inbouwt

MIELE F 423 I - Voordat u het apparaat inbouwt - 1

■ Schuif de opvulplaat ① in de houder.
■ Alleen bij meubelwanden van 16 mm dik:

Verkort de afdichtingsband ② tot nishoogte.

Plak de afdichtingsband aan die kant van het apparaat waar de deur wordt geopend.

Klik de afstandstukken ③ op de scharnieren vast.

Het inbouwen van het apparaat

■ Schuif het apparaat in de inbouwnis. Let er daarbij op dat de aansluitka-bel niet ergens tussen beklemd raakt.

16 mm 19 mm 3 5 4 6

■ Schuif het apparaat in de inbouwkast.
- Wanneer de wand 16 mm dik is, schuif het apparaat dan zo ver naar binnen totdat de afstandstukken tegen de wand van de inbouwkast aan- komen ①.
- Wanneer de wand 19 mm dik is, schuif het apparaat dan zo ver naar binnen totdat de voorste rand van de scharnieren evenwijdig lopen met de zijwand van de inbouwkast ②.

De opvulplaat mag niet tegen de meubelrand aankomen en moet helemaal in de inbouwkast verdwijnen.

■ Druk het apparaat met de kant waar de scharnieren zitten tegen de wand van de inbouwkast.
■ Stel het apparaat via de stelvoeten met de bijgevoegde gaffelsleutel ⑥.
■ Schroef de kunststof haak ③ met de schroeven met een verzonken schroefkop ④ (M5 x 22) vast aan de kant waar de deur wordt geopend.
■ Schuif het apparaat zo ver naar binnen dat de kunststof haak evenwijdig loopt met de voorste rand van de bodem van de inbouwkast ⑤.

MIELE F 423 I - Het inbouwen van het apparaat - 2

Het inbouwen van het apparaat

■ Verbind het apparaat boven en onder met de inbouwkast en wel door de lange spaanplaatschroeven ① (4 x 19 mm) losjes door de scharnier-lussen te draaien.
■ Draai een lange spaanplatenschroef ② (4 x 19 mm) losjes door het midden van het sleufgat van de kunststof haak en klap de kunststof haak naar beneden ③.
■ Sluit de deur van het apparaat.

Het monteren van de meubeldeur
MIELE F 423 I - Het inbouwen van het apparaat - 1

■ Stel de afstand tussen de deur van het apparaat en de bevestigingstraverse in op 8 mm.
■ Schuif de montagehulpstukken ① ter hoogte van de meubeldeur. Daarbij moet de onderkant van de haken X van de montagehulpstukken zich op gelijke hoogte bevinden als de bovenrand ▲ van de te monteren meubeldeur.

■ Schroef de moeren ② eraf en haal de bevestigingstraverse ③ er samen met de montagehulpstukken af.

MIELE F 423 I - Het inbouwen van het apparaat - 2

■ Teken met een potlood een dunne middellijn op de binnenkant van de meubeldeur.
■ Hang de bevestigingstraverse met de montagehulpstukken ① op de binnenkant van de meubeldeur. Stel de bevestigingstraverse precies in het midden.
■ Maak de bevestigingstraverse met minstens 6 korte spaanplaatschroeven ② (4 x 14 mm) vast. Gebruik bij cassettedeuren slechts 4 schroeven aan de rand.
■ Trek de montagehulpstukken naar boven en trek ze eruit ③.
■ Draai de montagehulpstukken en steek ze helemaal in de middelste gleuven van de bevestigingstraverse ④.

MIELE F 423 I - Het inbouwen van het apparaat - 3

■ Hang de meubeldeur op de stelschroeven ①.
■ Draai de moeren ② losjes op de stelschroeven.
■ Sluit de deur en controleer de afstand van de de deur tot de meubeldeuren daarnaast.
■ Stel de meubeldeur ten opzichte van de meubeldeuren daarnaast.
Het stellen aan de zijkanten: de juiste afstand X krijgt u door de meubeldeur te verschuiven.
Het stellen in de hoogte: de juiste afstand Y krijgt u door met een sleufschroevendraaier aan de stelschroeven ① te draaien.
■ Draai de moeren ② iets vaster aan.

MIELE F 423 I - Het inbouwen van het apparaat - 4

■ Schroef de deur van het apparaat door de bevestigingsshaken ① aan de meubeldeur vast:

- Haal de afdekking ② er met een schroevendraaier af.

- Let erop dat de beide metalen ran- den ③ (symbool II) evenwijdig lopen.

- Boor de bevestigingspunten ④ voor en draai er de korte spaanplaten-schroeven ⑤ (4 x 14 mm) in.

- Stel de meubeldeur in de diepte: de juiste afstand Z krijgt u door aan de bovenkant van de deur van het apparaat de kruiskopschroeven ⑥ en door onder aan de bevestigings-haak de zeskantige schroef ⑦ los te draaien.

Stel tussen meubeldeur en de nis- ruimte aan de voorkant een lucht- spleet van 2 mm in door de meubel- deur te verschuiven. Sluit daartoe de deur. Oriënteer u aan de meubeldeu- ren daarnaast.

Het inbouwen van het apparaat

(Schroef bij grote of gedeelde meubel- deuren een tweede paar bevestigings- haken ① in het handvatgedeelte van de deur. Gebruik daarvoor de voorge- boorde gaten van de deur van het ap- paraat).

Het vastmaken van het apparaat

MIELE F 423 I - Het vastmaken van het apparaat - 1

■ Draai de moeren ① aan de bovenkant van de deur van het apparaat vast. Houd daarbij de stelschroeven ② met een sleufschroevendraaier vast.

■ Draai alle schroeven stevig aan. Schroef het apparaat boven en onder aan de meubelkast vast.

■ Klap de kunststof haak omhoog en draai er een tweede schroef ① in.

MIELE F 423 I - Het vastmaken van het apparaat - 2

■ Draai beide schroeven stevig aan en klap de kunststof haak omlaag.

■ Stel het opvulpaneel ② door het parallel aan de bovenkant van het meubel te verschuiven. Het opvulpaneel mag niet uitsteken!

■ Schroef het opvulpaneel met de korte spaanplatenschroeven ③ (4 x 14 mm) aan de bovenkant van het meubel vast.

MIELE F 423 I - Het vastmaken van het apparaat - 3

U kunt zich wenden tot Miele Nederland B.V.:

Bij storingen:

Voor onderdelenleveranties:

- afdeling Onderdelen -

telefoon: (03 47) 37 88 80*

Voor overige informatie:

- afdeling Consumentenbelangen -

telefoon: (03 47) 37 88 87*

MIELE NEDERLAND B.V.

Postbus 166

4130 ED Vianen

Kantoor en Infocentrum Miele-inbouwapparaten:

De Limiet 2 (wegnummer 31)

4131 NR Vianen

*) meerdere lijnen

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MIELE

Model : F 423 I

Categorie : Vriezer