SPBI - Thermisch zonnepaneel A.O. Smith - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SPBI A.O. Smith in PDF-formaat.
| Type product | Elektrische boiler |
| Merk | A.O. Smith |
| Model | SPBI |
| Capaciteit | 100 liter |
| Hoogte | 1200 mm |
| Breedte | 500 mm |
| Diepte | 500 mm |
| Gewicht | 45 kg |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Vermogen | 2,0 kW |
| Maximale watertemperatuur | 75 °C |
| Thermostaat | Instelbaar, 30-75 °C |
| Veiligheidsvoorzieningen | Overdrukventiel, droogkookbeveiliging, temperatuurbeveiliging |
| Materiaal binnenreservoir | Geëmailleerd staal |
| Bescherming tegen corrosie | Magnesiumanode |
| Isolatie | Polyurethaanschuim |
| Energielabel | A |
| Montage | Staand of hangend |
| Onderhoud | Jaarlijks controleren van de anode en ontkalken |
| Garantie | 2 jaar op het volledige toestel, 5 jaar op het reservoir |
| CE-markering | Ja |
Veelgestelde vragen - SPBI A.O. Smith
Gebruikersvragen over SPBI A.O. Smith
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermisch zonnepaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SPBI - A.O. Smith en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SPBI van het merk A.O. Smith.
GEBRUIKSAANWIJZING SPBI A.O. Smith
Installatie-, Gebruikers-, Service- handleiding en Lijst met onderdelen
uw installateur
Deze handleiding bestaat uit 2 delen.
Deel 1 - Installatie-, gebruikers- en servicehandleiding.
Deel 2 - Lijst met onderdelen.
Zonnesysteem
Zonnecollectoren
SPBI / SPBO / SPFR


Reg. No. 01-752429
0308 800

Installatie-, Gebruikers- en Servicehandleiding
uw installateur
Lees deze manual zorgvuldig
Waarschuwing Lees deze hand
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u het toestel in gebruik neemt. Het niet lezen van deze handleiding en het niet opvolgen van de instructies in deze handleiding kan leiden tot ongevallen en schade aan personen en het toestel.
Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd, verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van A.O. Smith Water Products Company.
A.O. Smith Water Products Company behoudt zich het recht voor de speci caties zoals vermeld in deze handleiding te wijzigen.
Handelsmerken
Alle in deze handleiding genoemde merknamen zijn geregistreerde handelsmerken van de desbetreffende leveranciers.
Aansprakelijkheid
A.O. Smith Water Products Company is niet aansprakelijk voor claims van derden veroorzaakt door ondeskundig gebruik anders dan vermeld in deze handleiding en overeenkomstig de Algemene Voorwaarden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.
Zie verder de Algemene Voorwaarden. Deze kunt u kostenlos bij ons opvragen. Hoewel grote zorg is besteed aan het waarborgen van correcte en waar nodig, volledige beschrijving van de relevante onderdelen, kan het voorkomen dat de handleiding fouten en onduidelijkheden bevat.
Mocht u toch fouten of onduidelijkheden in de handleiding ontdekken, dan vernemen wij dat graag van u. Het helpt ons de documentatie verder te verbeteren.
Meer informatie
Indien u opmerkingen of vragen heeft aangaande speci eke onderwerpen die betrekking hebben op het toestel, aarzelt u dan niet contact op te nemen met:
Algemeen: +31 40 294 25 00
Fax: +31 40 294 25 39
E-mail:
info@aosmith.nl
Website:
www.aosmithinternational.com
Voor problemen met de aansluitingen op gas,- elektra- en watervoorzieningen kunt u terecht bij de leverancier/installateur van uw installatie.

2 Collector afmetingen
3 Indeling collectorveld voor dakopbouw consoles 11
3.1 Basisconsole / betonblokken 12
3.2 Basisconsole 14
4 Afmetingen collectorveld voor dakopbouw 15
4.1 Tussenruimte collectorveld van één rij 15
4.2 Tussenruimte collectorveld van meerdere rijen 17
5 Opbouw op het dak compleet 19
5.1 Assemblage van dakpanklemmen....19
5.2 Assemblage van dakpanklemmen zonder lood 20
5.3 Assemblage van dakpanklemmen met lood 21
5.4 Assemblage van platte dakpanklemmen zonder lood 23
5.5 Assemblage van platte dakpanklemmen met lood 24
5.6 Dakklemmen voor dak van golfplaat 26
6 Assemblage van aluminium profielen....27
7 Assemblage van collectoren 29
8 Indeling dakinbouw collectorveld ....31
8.1 De dakpannen opnieuw leggen en collector assembleren 32
9 Montagehandleiding collector beschermplaten ....35
9.1 Voorbereidingen voor montage 35
9.2 Onderplaat links (1) 36
9.3 Onderplaat – midden 37
9.4 Verticale plaat links – verticale plaat rechts ......37
9.5 Verbinding plaat boven (7) en onder (8) 38
9.6 Voorbereidingen voor montage 39
9.7 Bovenplaat – links 40
9.8 Bovenplaat midden....40
9.9 Bovenplaat – rechts 40
9.10 Bovenplaatconnector....41
9.11 De bovenplaten monteren 41
9.12 Afdichting van siliconenkit 42
9.13 De loodslab op de dakpannen aanbrengen 42
10 Collectorconnectors....43
11 Collectorverbindingen 45
12 Voltooiing assemblage van de collector 47
13 Hydraulische aansluitingen....49
13.1 Hydraulische aansluitingen met verzamelpijp 50
13.2 Overzicht hydraulische aansluitingen....51
Inhouds opgave
14 Terugloopsysteem als accessoire ....53
14.1 Algemene informatie met betrekking tot veiligheid 53
14.2 afmetingen van de drainback modules 55
14.3 In het dak geïntegreerde systemen 56
14.4 Montagehandleiding 56
14.5 Systemen voor montage op het dak 57
14.6 Montagehandleiding 58
14.7 Montage van een console op een plat dak 59
14.8 Montagehandleiding 60
14.9 Belangrijk....61
15 Garantie....63
15.1 Garantie algemeen 63
15.2 Voorwaarden voor installatie en gebruik.... 63
15.3 Uitsluitingen....63
15.4 Omvang van de garantie 63
15.5 Claims....64
15.6 Verplichtingen van A.O. Smith....64
1 Notities en opmerkingen
Verantwoordelijkheden:
De fabrikant van het systeem is verantwoordelijk voor integratie van het systeem volgens de voorschriften en met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften.
De bediener van het systeem is verantwoordelijk voor bediening van het systeem volgens de voorschriften en voor het raadplegen van specialisten in geval van problemen.
De volgende richtlijnen en voorschriften gelden met betrekking tot de productie en bediening van het systeem (onder andere):
• ongevallenpreventievoorschriften
- richtlijnen en voorschriften van vakorganisaties
- voorschriften van leveranciers van assemblageonderdelen

Let op
- Bedien of test de collectoren nooit als ze met water onder druk staan.
- Het is mogelijk om heel voorzichtig over de collectoren te lopen, maar belast hierbij de afdichtingen niet.
De volgende voorschriften gelden met betrekking tot het transport en de opslag van de collectoren:
- Laat de geleverde collectoren nooit onbeschermd op het bouwterrein achter.
- Leg de collectoren nooit op een ruwe ondergrond met overhangende delen, zoals stenen, timmerhout, enz.
- Sla de collectoren altijd rechtopstaand tegen een stevig oppervlak steunend op.
- De onbuigbaarheid van de collectoren is beperkt. Zorg bij transport naar het bouwterrein altijd voor een manier van transport waarbij geen draaiing optreedt.
- Zorg bij verhoogde opslag op een tussengang dat de collectoren niet naar beneden kunnen glijden.
- Neem de voorschriften en instructies van de verantwoordelijke transporteurs in acht.
Onderhoud:
Stel onderhoudsintervallen afhankelijk van het systeem vast. Een jaarlijkse visuele controle van alle systeemonderdelen wordt aanbevolen. Controleer eenmaal per jaar of het systeem naar behoren werkt.
Bliksembeveiliging:
Neem de voorschriften met betrekking tot bliksembeveiligingen strikt in acht. Neem in geval van twijfel contact op met een specialist of het verantwoordelijke bedrijf.
1
Notities en opmerkingen
Eventuele wijzigingen in deze handleiding worden niet gecontroleerd. Dit ontheft de fabrikant en de bediener van het systeem niet van de verantwoordelijkheid om alle onderdelen van het systeem met de uiterste vakkundigheid te installeren en te bedienen.
De fabrikant van het systeem is verantwoordelijk voor het naleven en bijhouden van alle van toepassing zijnde voorschriften en instructies. De copyright van deze handleiding incl. gra sch materiaal blijft te allen tijde in handen van de fabrikant. De handleiding mag alleen volledig of gedeeltelijk worden vermenigvuldigd met schriftelijke toestemming van de fabrikant.
2 Collector afmetingen
| Collectordata: | Collectortype | Breedte | Hoogte | Dikte | Gewicht | Vloeisto nhoud |
| verticale collector 116.7 206.7 11 44 kg 2.2 L | ||||||
| horizontale collector 206.7 116.7 11 44 kg 2.3 L |
Verticale collectoren





| Veldbreedte | ||||||
| Aantal collectoren | voor iedere extra collector | |||||
| verticale collector | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | |
| 116.7 | 238.7 | 360.7 | 482.7 | 604.7 | +122 | |
| Veldhoogte | ||
| Aantal collectoren | verticale collector | |
| 1 | 206.7 | |
| 2 | 413.4 | |
Alle maten in cm
Horizontale collectoren

Veldbreedte
Veldbr

eedte Veldbreedte


| Veldbreedte | |||||
| Aantal collectoren voor iedere extra collector | |||||
| 1 | 2 | 3 | 4 | ||
| horizontale collector 206 | 7 418.7 | 630.7 84 | 2.7 +212 | ||
| Veldhoogte | ||
| Aantal collectoren | ||
| 1 | 2 | |
| horizontale collector 116. | 7 233.4 | |
Alle afmetingen zijn in cm
3 Indeling collectorveld voor dakopbouw consoles
Verticale doorsnede van een collectorveld

Horizontale doorsnede van een collectorveld

3.1 Basisconsole / Constructie van zonnecollectoren

| Afstand tussen rijen zonnecollectoren | ||||
| Collectortype Afstand A | ||||
| 20° 30° 4 | 5° 60° | |||
| horizontale collector 270cm 310cm | 320cm 330 | cm | ||
| Assemblagehoogte van de collectoren | ||||
| Collectortype Hoogte H | ||||
| 20° 30° 4 | 5° 60° | |||
| horizontale collector | 53 cm | 71 cm | 93 cm | 110 cm |
| Afstand tussen consoles | |
| Hoogte borstwering B | Afstand C |
| 30 cm 20 cm | |
| 40 cm 40 cm | |
| 50 cm 70 cm | |
| 60 cm 100 cm | |
| 70 cm 125 cm | |
| 80 cm 150 cm | |
| 90 cm 180 cm | |
| 100 cm 205 cm | |
| 110 cm 230 cm | |
| Positie dwarsbalk | |
| Hoek Positie | |
| kort dwarsstuk | |
| 20° P1-P2 | |
| 30° P3-P4 | |
| lang dwarsstuk | |
| 45° P1-P2 | |
| 60° P3-P4 | |
Voeg de hoogte van de betonblokken (15 + 3 cm) toe voor de totale hoogte.

Let bij de constructie van zonnecollectoren goed op dat de consoles op een stevige ondergrond of op de in deze handleiding getekende betonblokken worden bevestigd. De door ons aangegeven gewichten zijn voldoende voor locaties tot 800 m boven zeeniveau en geen extreme plaatsing ten opzichte van de wind. Verhoog bij hoger gelegen locaties of locaties met extreme windsnelheden de gewichten en tref indien nodig extra veiligheidsmaatregelen. Zorg bij het bevestigen van de consoles aan bouwonderdelen in ieder geval dat de ondoorlaatbaarheid is gegarandeerd.

| Gewicht betonblok 70 kg | |
| Extra gewicht 50 kg | |
| Console | 8 kg |
| Collector | 50 kg |
| Totaalgewicht van de constructie 178 kg | |
Opmerking
- Om eventuele schade aan het systeem te voorkomen, adviseert de fabrikant om altijd de collectorconsoles direct vast aan een stevige ondergrond te verankeren.
- de fabrikant stelt zich niet aansprakelijk en accepteert geen kosten voor schade aan het systeem welke is ontstaan door uitzonderlijke windkrachten.
3.2 Basisconsole

Basisconsole voor constructie van de collectoren op verschillende ondergronden, zoals betonblokken, betonnen console met extra gewicht, constructies van de aannemer, enz. Stel bij het opzetten van de console de plaatsingshoek in volgens de tabel op pagina 12.

Bevestigingssnede in basisconsole voor montage van de collectoren

Montage van collector met dubbele bevestigingsplaat (schroef M8x25 en moer). De bevestigingsplaten tussen de twee collectoren klemmen één collector aan weerszijden en bepalen zo de afstand tussen de collectoren.

Kijk voor het installeren van de tweede collector naar de collectorconnector op pagina 43!

Montage van collector met enkele bevestigingsplaat wordt toegepast aan de rechter- en linkerzijden van een collectorveld.
4 Afmetingen collectorveld voor dakopbouw
4.1 Tussenruimte installatie op dakpannen collectorveld van één rij


| Collectortype | ||
| horizontale collector verticale collector | ||
| Meting A 212 cm 122 cm | ||
| Meting H 116 cm 206 cm | ||
4
Afmetingen collectorveld voor dakopbouw

Bevestig na montage van de dakpannen de aluminium pro elen horizontaal op de dakpannen. Bevestig de 'Onderpro elen' op de onderste rij dakpannen. Bevestig de 'Standaardpro elen' op de dakpannen die hier bovenop liggen (zie hiervoor pagina 27). Zorg dat de pro elen zijdelings exact zijn uitgelijnd. Na montage van de pro elen kunt u beginnen met het assembleren van de collectoren.

4.2 Tussenruimte collectorveld van meerdere rijen
Installatie van meerdere rijen op dakpannen

| Collectortype | ||
| Horizontale meting horizontale collector verticale collector | ||
| Meting A 212 cm 122 cm | ||
| Collectortype | ||
| Verticale meting horizontale collector verticale collector | ||
| Meting H1 112–87 cm 202-177 cm | ||
| Meting H2 127-152 cm 217-237 cm | ||
| Meting H3 224-204 cm 404-384 cm | ||
| Meting H4 244-264 cm 424-444 cm | ||
| Meting H5 341-321 cm 611-591 cm | ||
Bevestig na montage van de dakpannen de aluminium pro elen horizontaal op de dakpannen. Bevestig de 'Onderpro elen' op de onderste rij dakpannen. Bevestig de 'Standaardpro elen' op de dakpannen die hier bovenop liggen (zie hiervoor pagina 27).


5 Opbouw op het dak compleet
5.1 Assemblage van dakpanklemmen

Verwijdering van de pannen na voorafgaande bepaling van de plaatsing van de dakpanklemmen volgens het blad 'Installatie op dakpannen'.

Bevestiging van de onderste lat 24 x 80 x 600 met twee schroeven 4 x 50 mm.
Breng als de lat in het gebied van een tegenlat wordt geplaatst de lat 24 x 80 x 600 niet aan.

Montage van de panklemsteun: Lat 24 x 150 x 270 met twee schroeven 6 x 60 mm, zie ook pagina 21.

Breng deze lat aan als de tegenlat als ondersteuning dient.
5.2 Assemblage van dakpanklemmen zonder lood

Slijp de pan ruw: de panklem mag niet op de pan rusten.
De panklem afstellen en bevestigen:Monteer de panklem in het niet golvende deel van de pan.
De panklem mag niet op de pan rusten.

Panklem volledig gemonteerd voor het opnieuw leggen van de pannen.

De dakpan slijpen en de overige pannen opnieuw leggen.

Panklem met opnieuw gelegde pannen. Let op: Lijn alle overige panklemmen in één rij exact uit (bijvoorbeeld met behulp van een lijnmarkering).

5.3 Assemblage van dakpanklemmen met lood

Bevestig de onderste lat 24 x 80 x 600 zoals beschreven op pagina 19.
Bevestiging van de panklemsteun 24 x 150 x 270 met twee schroeven 6 x 60 mm.

Plaats de eerste loodslab zodanig, dat de onderste pan wordt bedekt en de slab onder de pannen aan weerszijden ligt (buig de loodslab zijwaarts omhoog).

Monteer de panklem zodanig, dat de onderste pan niet wordt overlapt. De panklem mag de onderste pan niet bedekken, omdat anders een drukpunt op de onderste pan zou ontstaan.

Montage van de bovenste loodslab. Buig de slab ook zijwaarts omhoog. De schroef van de panklem moet worden bedekt. Bescherm de loodslap tegen wegglijden.
5
Opbouw op het dak compleet


Plaats de extra schuimwig onder de aangrenzende pannen aan beide zijden en aan de bovenkant (bescherming tegen spatwater en sneeuw).

Let op: Lijn alle overige panklemmen in één rij exact uit (bijvoorbeeld met behulp van een lijnmarkering).

5.4 Assemblage van platte dakpanklemmen zonder lood

Montage van de latten zoals beschreven op pagina 19. Lijn zodanig zijdelings uit, dat alleen de onderste pan moet worden geslepen.
Stel de pannen in de hoogte zodanig af, dat er voldoende ruimte is voor de dekpan. Bevestiging van de panklem met twee schroeven 5 x 60 mm.
De panklem mag niet op de pan rusten of drukpunten op de pan veroorzaken.
Bij te lage montage van de panklem kunnen de extra 5 mm houtjes onder de panklem worden geplaatst.
De dakpannen opnieuw leggen.
De pan slijpen en de pannen opnieuw leggen.
De overige pannen bedekken.
Let op: Lijn alle panklemmen in een horizontale rij exact uit (bijvoorbeeld met behulp van een lijnmarkering).
5.5 Assemblage van platte dakpanklemmen met lood

Dak voor verwijdering van de pannen.Monteer na het verwijderen van de pannen eerst de lat 24 x 80 x 600 onder de panlat (zie pagina 20 foto's 2+3)

Panklem met onderste loodslab volledig gemonteerd.

Verwijdering van de pannen voor assemblage van de panklemmen. Montage van de bovenste panklemsteun met twee schroeven 5 x 60 mm.

De afstand tussen de panklem en de onderliggende pan moet minimaal 5 mm zijn.Afstand tot panklem 5 mm.

Montage van de onderste panklemsteun met schroef 5 x 60.
Houtje geeft extra lengte van 5 mm (houtje is hoger dan de pan).

Montage van de bovenste loodslab. Het lood wordt zijdelings onder de pannen geplaatst.

Volledig gemonteerde steunhoutjes.

Bovenste loodslab gemonteerd.


(1) Buig de hoeken aan beide zijden omlaag.
(2) Montage van de onderste loodslab. Het lood wordt zijdelings onder de pannen geplaatst.

Bedekking van de bovenste pannen.

Bevestiging van de panklem met schroef 5 x 60. Onderste schroef in de panlat, bovenste schroef in de panklemsteun.

Aanzicht van een gemonteerde panklem. Lijn alle overige panklemmen exact uit, zie ook pagina 22 laatste foto.
5.6 Dakklemmen voor dak van golfplaat

Bepaal de plaatsing van de dakklemmen voor een golfplaten dak volgens pagina 19. Let op dat u de dakklemmen in het gebied van een bestaande montagelat plaatst. De hoek voor de bevestiging van de aluminium pro elen moet zich altijd aan de onderzijde bevinden.
Afdichtrand.

Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven voor met een 8 mm boor.
Bevestig met een gevelschroef 6,5 x 100 met afdichtingspakking.

Dakklem volledig gemonteerd en gereed voor de assemblage van de bevestigingspro elen. Zie hiervoor ook pagina 29.
Monteer als de dakklemmen niet binnen de op pagina 17 gegeven limieten kunnen worden gemonteerd eerst de horizontale of verticale C-pro elen op de dakklemmen. Monteer naderhand de extra bevestigingspro elen.
6 Assemblage van aluminium profi elen

Gemonteerde panklemmen voor één collectorveld met twee collectoren.

Monteer met behulp van de extra cilinderkopschroeven M8x25 en de borgmoer.
Plaats in geval van panklemmen zonder verbindingspro el de 3 mm steunen tussen de panklem en het aluminium pro el.

Verbind het verbindingspro el met behulp van twee extra cilinderkopschroeven M8x25 met de pro elen.
Zonder 3 mm steun omdat het verbindingspro el op de panklem wordt geplaatst.

Volledig gemonteerde aluminium pro elen gereed voor de assemblage van de collectoren.
Let op dat de pro elen exact zijn uitgelijnd en dat het begin van het bovenste pro el rechthoekig op het onderste pro el is uitgelijnd.
7 Assemblage van collectoren

Plaatsing van de eerste collector (collector links).

Monteer het collector met behulp van de bevestigingsplaat aan de linkerzijde. Monteer naderhand de twee collectorconnectors.

Kijk voor het installeren van de tweede collector naar pagina 43 Collectoraansluiting!
7
Assemblage van collectoren


Plaats de tweede collector op enige afstand naast de eerste. Duw voorzichtig tot de collectorconnectors in de ens ingrijpen. Monteer de collectorverbindingen volledig. Monteer de dubbele bevestigingsplaat tussen de collectoren. Monteer de overige collectoren op dezelfde manier.

Verticale doorsnede van een collectorveld

Horizontale doorsnede van een collectorveld

8.1 De dakpannen opnieuw leggen en collector assembleren

De pannen vrijmaken
In de tekening links is de vereiste ruimte voor de collectoren ingetekend. De breedte en de hoogte van het collectorveld vindt u op pagina 9. De totale breedte is: Veldbreedte (pagina 9) + 40 cm. De totale breedte is: Veldbreedte (pagina 9) + 53 cm – 62 cm. In dit gebied moeten de pannen opnieuw worden gelegd. Let op: Voor het bedekken van de randen zijn pannen nodig.
Gooi niet alle pannen weg! Let op: Maak in geval van ongelijkmatige daken de collectoren vlak.
Let op:
- Voor het bedekken van de randen zijn pannen nodig. Gooi niet alle pannen weg!
- Maak in geval van ongelijkmatige daken de collectoren vlak.

De stoplat 40 x 60 mm plaatsen
Schroef eerst de stoplat op de tegenlatten (zie afbeelding hierboven). Monteer de stoplat vlak en absoluut parallel aan de panlat (lijnmarkering).
Assemblage van de collectoren
Assembleer de collectoren altijd van onder naar boven, d.w.z. dat de linker of rechter onderste collector altijd als eerste moet worden gemonteerd. Plaats en monteer de eerste collector op enige afstand naast de eerste verticale pannen- rij, waarbij de zijplaat minimaal 10 cm en maximaal 15 cm wordt bedekt.
Bevestig de collectoren met bevestigingsplaten (aluminium) en de schroeven 6 x 40 mm (A2).
De bevestigingsplaat bepaalt de afstand tussen de collectoren (bevestigingsplaat grijpt in op het collectorpro el links en rechts).
Let op:
Assembleer de compensators vooraf! Na de assemblage van de eerste collector worden de compensators voorgeassembleerd (zie pagina 43-44). Bevestiging tussen de collectoren.

9 Montagehandleiding collector beschermplaten
- Onderplaat – links
- Onderplaat – midden
- Onderplaat – rechts
- Verticale plaat – links
- Verticale plaat – rechts
- Verbindingsplaat - onder
- Verbindingsplaat – boven
- Bovenplaatconnector
- Bovenplaat – links
- Bovenplaat – midden
- Bovenplaat – rechts
- Steunplaat

9.1 Voorbereidingen voor Controleer voordat u met de installatie van de metalen beschermplaten begint of de afstand tussen de houten steunlat (bovenzijde) en de panlat onder (bovenzijde) tussen 9 en 15 cm ligt.

9
Montagehandleiding collector beschermplaten
9.2 Onderplaat links (1)
Duw de onderplaat onder de siliconen bescherming van de panelen en klik de onderplaat in het pro el van het paneel.
De vorm van de verticale plaat bepaalt de afstanden links en rechts van de plaat (links en rechts - 4 & 5 pagina 35).
Bevestig na montage van de verticale platen links en rechts (4 & 5 pagina 35) de onderplaat in de 3 gaten in de platen met gebruikmaking van de bijgeleverde schroeven (100 mm lang).


9.3 Onderplaat – midden
Volg bij gebruik van meer dan 2 collectoren de onderstaande instructies.
Duw bij montage van de onderplaat de plaat omhoog onder de siliconen bescherming van de panelen.
De plaat zal bij het bereiken van de juiste positie in het collectorpro el schuiven. Zet als de plaat zich in de juiste positie bevindt deze met de 3 bijgeleverde schroeven vast.

Opmerking
- Monteer bij gebruik van meer dan 2 collectoren meer dan 1 onderplaatmidden als verlengstuk, afhankelijk van het aantal collectoren.
- Monteer alle platen zoals boven beschreven.

9.4 Verticale plaat links – verticale plaat rechts


De verticale platen links en rechts zijn kegelvormig en bestaan uit 2 delen. Beide delen zijn gelijk; het bovenste deel en het onderste deel zijn exact gelijk. Begin met het monteren van het onderste deel van de plaat door de plaat onder de siliconen bescherming van het paneel en stevig in de hoek van de onderste plaat te duwen. Monteer na montage van de onderste helft van de plaat de bovenste helft van de plaat op dezelfde manier. Zorg dat de bovenste helft de onderste helft van de plaat overlapt. Bevestig na montage van de gehele plaat deze aan de daksteunlatten met behulp van de bijgeleverde tape (2-3 stukken tape per plaat).
9
Montagehandleiding collector beschermplaten
Gebruik bij het aan elkaar verbinden van meerdere platen de tape om de overlapping van deze platen vast te zetten.
Buig ten slotte het bovenste deel van de plaat 90° omhoog zoals weergegeven op de onderstaande foto.

9.5 Verbinding plaat boven (7) en onder (8)
De bovenste en onderste verbindingsplaten bestaan beiden uit 2 delen die slechts op 1 manier kunnen worden gemonteerd en niet onderling verwisselbaar zijn.
Monteer eerste het bovenste deel van de verbindingsplaten. Dit deel herkent u aan de omhoog gevouwen metalen hoeken. Schuif dit deel van de plaat in het collectorpro el.
Klik hierna de onderste helft van deze plaat in de bovenste helft van de plaat. Duw vervolgens de gehele plaat omhoog in het collectorpro el tot het onderste deel van de plaat op gelijke hoogte is met de onderplaat van de collector.

Buig om te verzekeren dat de verbindingsplaten vastzitten en er niet uit kunnen vallen het metaal aan de onderzijde van de verbindingsplaten omhoog.
Het deel van de metalen plaat dat aan de bovenkant van de siliconen bescherming uitsteekt, wordt later in het montageproces omgebogen om aan te sluiten op de connector van de bovenplaat.


9.6 Voorbereidingen montage
voor
Monteer om goede bevestiging en ondersteuning van de bovenplaten van de collector te verzekeren de extra houten steunlatten.
Monteer voordat u de bovenplaten gaat monteren eerst de steunplaten (12) en de connector van de bovenplaat (8), die beiden van aluminium zijn, door deze in het collectorproel te klikken.
De connectors van de bovenplaat (8) ondersteunen de bovenplaten (9-10-11) en de steunplaten (12).
Monteer de steunplaten (12) altijd in het midden van de collector. Monteer de connectors van de bovenplaat op de plaats waar de collectors bij elkaar komen (in dit geval onder de siliconen beschermingen).


Montagehandleiding collector beschermplaten
9.7 Bovenplaat – links
Duw eerste de bovenplaat links in het pro- el van de verticale plaat links. Duw vervolgens de bovenplaat links bovenop de siliconen bescherming van het paneel. Zorg dat de steunplaten niet verschuiven.

Opmerking
zorg dat de bovenplaat volledig bovenop de siliconen bescherming van de collector is gemonteerd.
9.8 Bovenplaat midden
Bij meer dan 2 collectoren.
Monteer de bovenplaat midden op exact dezelfde manier als de bovenplaat links. Dit is dus bovenop de siliconen bescherming van het paneel.
9.9 Bovenplaat – rechts

Monteer de bovenplaat rechts op exact dezelfde manier als de bovenplaat links en de bovenplaat midden.
Gebruik voor het bevestigen van de bovenplaten links en rechts de 3 bijgeleverde schroeven. Voor het bevestigen van de bovenplaat midden worden de 2 bijgeleverde schroeven gebruikt.
9.10 Bovenplaatconnector

Plaats de bovenplaatconnector bovenop de bovenplaat en controleer of de gaten in de metalen plaat exact zijn uitgelijnd.
Bevestig als de plaat in de juiste positie is geplaatst het onderste deel van de plaat met de 3 bijgeleverde schroeven.
Gebruik de vierde schroef om de plaat aan de houten steunlat van de pannen te bevestigen.
9.11 De bovenplaten monteren

Bevestig de bovenplaten met de schroeven op afstanden van 50 - 70 cm.
Voor de bovenplaten links en rechts zijn 3 schroeven nodig.
Voor de bovenplaten midden zijn 2 schroeven nodig.
9.12 Afdichting van siliconenkit

Breng ten slotte de afdichting van siliconenkit aan op de bovenplaten en de verticale platen.
Controleer of de platen droog, schoon en stofvrij zijn voordat u de siliconenkit aanbrengt voor een goede hechting van de kitafdichting.
9.13 De loodslab op de dakpannen aanbrengen

Breng de loodslabben in dezelfde vorm als de gebruikte pannen, zoals weergegeven op de foto's.
10 Collectorconnectors

Compensator met opgeschoven O-ringafdichting 20 x 2 mm.

Verbindingsklem van de collector omhoog gebogen voor montage.

Duw de compensator met het cilindrische uiteinde in de collectorverbinding.
Controleer of de collectorverbinding schoon is.

Plaats voordat u de schroef aandraait de klem met een draaibeweging in de hoge en lage positie.
Zet de verbindingsklem van de collector vast met de cilinderkopschroef M4x16.
10
Collectorconnectors

Aan één zijde volledig gemonteerde compensator.
Monteer na plaatsing van de tweede collector de compensator op dezelfde manier.
Let op: Vergeet niet de O-ringafdichting.
Draai de klem aan tot beide pennetjes over de gehele lengte op elkaar liggen.
11 Collectorverbindingen

Monteer de bescherming op alle ongebruikte collectorverbindingen

Afmetingen voor verbinding met gesoldeerde of klemringverbindingen: 12 mm, 15 mm, 18 mm, 22 mm.

Ontluchter zonder verlengstuk
11
Collectorverbindingen

Ontluchter met verlengstuk

Ontluchter volledig gemonteerd.
Monteer alle andere verbindingen en hun beschermingen op dezelfde manier.
12 Voltooiing assemblage van de collector
Velden van één rij:
Plaats na de assemblage van de eerste collector de tweede direct op een afstand van 10 tot 20 cm naast de eerste. Monteer nu de compensators op de eerste collector en schuif de O-ringafdichtingen over het cilindrische uiteinde van de compensator aan de kant van de volgende collector (zie ook pagina 43-44). Duw vervolgens de collector voorzichtig tot de compensators in de collectorverbinding grijpen. Monteer hierna de klemmen. Breng na montage van beide compensators de bevestigingsplaten tussen de collectoren aan (zie pagina 29-30). Duw hiervoor de collector voorzichtig tot de bevestigingsplaten in het collectorpro el grijpen. Monteer alle andere collectors op dezelfde manier.
Velden van meerdere rijen:
In principe worden bij velden van meerdere rijen de collectors die bovenop elkaar liggen als eerste gemonteerd. Monteer na assemblage van de eerste collector de tweede collector bovenop de eerste. De bovenste collector rust tegen de onderste collector. Lijn de collectors die bovenop elkaar liggen exact uit. De rubberen afdichting van de onderste collector ligt tussen de collectoren (zie onderstaande tekening). De rubberen afdichting van de bovenste collector ligt op de afdichting van de onderste collector (zie onderstaande tekening). Zet de tweede collector na plaatsing vast en monteer de compensators. De verdere procedure is hetzelfde als bij de assemblage van velden van enkele rijen.

13 Hydraulische aansluitingen
Aansluiting warm = Aansluiting naar de consument.
Aansluiting koud = Aansluiting vanuit de consument.
Flexibele aansluiting = Art. nr.
* = Ontluchterrichting
Systemen met 1 tot 6 collectoren op één rij
| A B C D | Aansluiting warm boven. A of B | |
| Aansluiting koud onder. C of D | ||
| Gesloten ongebruikte aansluitingen met beschermingen. | ||
| F = Temperatuursensorbus. De temperatuursensor kan in iedere collector worden geplaatst. Zorg dat de temperatuursensor niet uit de collector kan glijden. |
Systemen met 7 tot 15 collectoren op één rij
| A B C D | Aansluiting linksonder/rechtsboven. | koud=C/warm=B |
| Aansluiting rechtsonder/linksboven. | koud=D/warm=A | |
| Gesloten ongebruikte aansluitingen met beschermingen. | ||
| F = Temperatuursensorbus. De temperatuursensor kan in iedere collector worden geplaatst. Zorg dat de temperatuursensor niet uit de collector kan glijden. |
Let Op:
Omdat de temperatuur van de leidingen van en naar de zonnecollectoren hoog kan oplopen, dienen hier in geval van perskoppelingen Viton afdichtingsringen toegepast te worden. Viton afdichtingsringen hebben een temperatuursbestendigheid tot 180 °C. Reguliere persfittingen voor drinkwater zijn onvoldoende temperatuurgeschikt en hebben hierdoor een (te) korte levensduur.
Systemen met collectorrijen boven elkaar
| A F | B | Aansluiting warm A + E of B + F |
| Aansluiting koud G + C of H + D | ||
| Ontluchter A of B | ||
| Gesloten ongebruikte aansluitingen met beschermingen. | ||
| F = Temperatuursensorbus. De temperatuursensor kan in iedere collector worden geplaatst. Zorg dat de temperatuursensor niet uit de collector kan glijden. |
Bij systemen kleiner dan 50 m 2 kunt u de verbindingspijp naar keuze vanaf de onderkant of vanaf de bovenkant op de externe verzamelpijp aansluiten.
Bij systemen die groter zijn dan 50 m 2 moet u de verbindingspijp altijd via de diagonaal, d.w.z. linksonder en rechtsboven op de externe verzamelpijp aansluiten (zie hiervoor ook pagina 49).
13.1 Hydraulische aansluitingen met verzamelpijp
Hydraulische aansluitingen voor systemen van meerdere rijen

13.2 Overzicht hydraulische aansluitingen

Collectorverbinding 12 mm voor gesoldeerde of klemringverbindingen.
Collectorverbinding 15 mm voor gesoldeerde of klemringverbindingen.
Collectorverbinding 18 mm voor gesoldeerde of klemringverbindingen.
Collectorverbinding 22 mm voor gesoldeerde of klemringverbindingen.
Collectorverbinding 3/4" voor schroefdraadbevestigingen.
13
Hydraulische aansluitingen

Ontluchterverbinding voor installatie bij de collector zonder verlengstuk.

Ontluchterverbinding voor installatie bij de collector met verlengstuk.

Collectorverbinding met klem en O-ringafdichting.Klem voor het verbinden van de bovengenoemde hydraulische apparatuur met de ens bij de collector.
14 Terugloopsysteem als accessoire
14.1 Algemene informatie met betrekking tot veiligheid

Lees de volledige handleiding over de terugloop-systemen voordat u het systeem gaat installeren en voordat u het systeem in gebruik neemt.
De installatie van het systeem en de onderdelen mag uitsluitend door hiervoor opgeleide monteurs worden uitgevoerd.
Voer voordat u de drainback modules gaat installeren altijd een controle uit en werk volgens de van toepassing zijnde lokale voorschriften en wetten.
Functionaliteit van de drainback modules
De gepatenteerde drainback module terugloop-module is een innovatieve oplossing voor het legen van het thermische zonne-energiesysteem. Bij de drainback module worden alleen de collectoren en de leidingen tussen de drainback module en de collectoren geleegd.
Als de zonnepomp stopt, wordt de Glycol zonnevloeistof in de terugloop-module opgeslagen om oververhitting van de zonnecollector te voorkomen. Gebruik van de drainback module voorkomt vroegtijdige veroudering van de zonnevloeistof en houdt de collectoren schoon.
Het vullen van de terugloop-module wordt geregeld door de zonnebesturing. Als de Delta T tussen de zonnecollector en de zonneopslagtank meer is dan 5 °C, begint de zonnepomp de zonnevloeistof in de collector te pompen, waar het de zonnewarmte kan opnemen. De drainback module wordt gevuld met de lucht die zich op dat moment in het systeem bevindt.
Als de maximumtemperatuur in de zonneopslagtank is bereikt, stopt de zonnepomp en vloeit de zonnevloeistof terug naar de drainback module. De drainback module vereist geen extra of extra krachtige zonnepomp om het systeem te vullen.
De standaard in het zonnepompstation geplaatste pomp is geschikt voor systemen van maximaal 15 zonnecollectoren.
drainback module worden direct op het onderste deel van de zonnecollectoren geplaatst.
Technische specifi caties drainback modules
De drainback module zijn gemaakt van hoogwaardig aluminium en zij zijn geschikt voor gebruik buiten.
Alle interne onderdelen van de drainback module die direct in contact komen met de zonnevloeistof zijn gemaakt van roestvrij staal met een hoge resistentie. Opmerking: Gebruik geen materialen in het systeem die roestvrij staal aantasten.
Systeemvereisten
Drainback module mogen alleen worden toegepast op verticale of horizontale collectoren.
Sluit alle tussen de zonnecollectoren en drainback module aangesloten pijpen zodanig aan, dat een natuurlijke stroom van zonnevloeistof vanuit de collectoren naar de drainback module is verzekerd als de zonnepomp stopt.
Het is niet toegestaan om keerkleppen tussen de zonnecollectoren en de drainback module in het systeem te plaatsen.
Opslagvolumes drainback modules:
DB 5-5 liter
DB 10 - 10 liter


14.2 afmetingen van de drainback modules
Om zeker te zijn van de juiste opslag, kunnen zonnesystemen met en zonder terugloop-systemen worden besteld. Bij bestelling van een systeem met terugloop levert de fabrikant het complete drainback module om correcte werking van het systeem te garanderen.
Drainback modules worden direct onder de zonnecollectoren geplaatst en aangesloten.
Drainback modules moeten altijd minstens 50 cm hoger dan de zonnepomp en de zonnewarmtewisselaar worden geplaatst.
Plaatsing van de drainback module

Plaats de drainback module volgens afbeelding 4.
De rode aansluiting op de drainback module is nodig als ingangsaansluiting op de drainback module.
Verbindingspijpen – diameter (mm)

Gebruik verbindingspijpen met de afmetingen in afbeelding 5. Zorg dat de pijpverbindingen altijd zodanig worden aangebracht, dat de natuurlijke stroom naar de drainback module is gegarandeerd.
14.3 In het dak geïntegreerde systemen
- Dakpaneel
- Terugloop-uitgang
- houten montagelat 4 x 6 cm
- Collector
- Verbindingspro el
- Terugloop-ingang
- Dekplaat

- Plaats de drainback module op het dak zoals weergegeven in afbeelding 6. Zorg dat de aansluitingen 6 en 2 zoals in afbeelding 4 zijn aangelegd. De rode aansluiting op de drainback module is de ingangsaansluiting van de drainback module.
- Sluit het aluminium verbindingspro el (5) op de drainback module aan door dit in het drainback module-pro el te schuiven. Schroef hierna het verbindingspro el op de houten steunlat.
- Verbind de drainback module met de collector. Zorg dat de drainback module wordt geplaatst zoals weergegeven in afbeelding 7. De afstand tussen de twee uiterste punten van de drainback module moet ongeveer 1 cm bedragen.
- Verbind de uitgang van de collector met behulp van een pijp met aansluiting 6 op de drainback module.
- Sluit de uitgang van de drainback module op de ingang van de zonnecollector aan.
- Sluit bij gebruik van slechts één drainback module de resterende twee aansluitingen op de module met een dop af.
- Plaats bij toepassing van meer drainback module deze op dezelfde manier als bovenstaand beschreven.
- Plaats ten slotte de dekplaat (7) zoals weergegeven in tekening A.
Meerdere drainback modules plaatsen
Sluit bij gebruik van meerdere drainback modules de modules aan zoals bovenstaand beschreven.
Verbind alle modules met de bijgeleverde drukkoppelstukken.
De natuurlijke stroom van de zonnevloeistof moet gegarandeerd zijn door de modules naar beneden gericht te plaatsen, zoals in afbeelding 7.
Drainback modules worden direct onder de zonnecollectoren geplaatst en aangesloten.
14.5 Systemen voor montage op het dak
Positioneren van de drainback modules

Plaats de drainback modules volgens afbeelding 8. De rode aansluiting op de drainback module is nodig als ingangsaansluiting op de drainback module-module.
Verbindingspijpen – diameter (mm)

Gebruik verbindingspijpen met de afmetingen in afbeelding 7. Zorg dat de pijpverbindingen altijd zodanig worden aangebracht, dat de natuurlijke stroom naar de drainback module is gegarandeerd.
- Dakpanelen
- Terugloop-uitgang
- Verbindingsplaat
- Zonnecollector
- Steunverbinding
- Terugloop-ingang

14.6 Montagehandleiding
- Plaats de drainback module op het aluminium pro el zoals weergegeven in afbeelding 10.
- Sluit het aluminium verbindingspro el (5) op de drainback module aan door dit in het drainback module te schuiven. Schroef hierna het verbindingspro el op de houten steunlat (afbeelding 14). Controleer of de aansluiting 6 terugloop-ingang zich aan de bovenzijde bevindt.
- Sluit de drainback module aan op de steunverbinding (5) zoals weergegeven in afbeelding 12. De afstand tussen de buitenkant van de steunverbinding van de drainback module moet ongeveer 10-30 cm zijn, zie afbeelding 12.
- Zorg ook dat de afstand tussen de twee uiterste punten van de drainback module ongeveer 1 cm bedraagt (zie afbeelding 11).
- Verbind de uitgang van de collector met behulp van een pijp met aansluiting 6 op de drainback module.
- Sluit de uitgang van de drainback module op de ingang van de zonnecollector aan.
- Sluit bij gebruik van slechts één drainback module de resterende twee aansluitingen op de module met een dop af.
8 Plaats bij toepassing van meer drainback modules deze op dezelfde manier als bovenstaand beschreven.
Meerdere drainback modules plaatsen
Sluit bij gebruik van meerdere drainback modules de modules aan zoals bovenstaand beschreven.
Verbind alle modules met de bijgeleverde drukkoppelstukken. De natuurlijke stroom van de zonnevloeistof moet gegarandeerd zijn door de modules naar beneden gericht te plaatsen, zoals in afbeelding 11.
14.7 Montage van een console op een plat dak
Drainback modules worden direct onder de zonnecollectoren geplaatst en aangesloten.
Drainback modules moeten altijd minstens 50 cm hoger dan de zonnepomp en de zonnewarmtewisselaar worden geplaatst.
Plaatsing van de drainback modules
Plaats de drainback modules volgens afbeelding 13.
De rode aansluiting op de drainback module is nodig als ingangsaansluiting op de drainback module.

Verbindingspijpen – diameter (mm)
Gebruik verbindingspijpen met de afmetingen in afbeelding 14.
Zorg dat de pijpverbindingen altijd zodanig worden aangebracht, dat de natuurlijke stroom naar de drainback module is gegarandeerd.

14
Terugloop-systeem als accessoire
- Betongewicht
- Terugloop-uitgang
- Console
- Collector
- Verbindingspro el
- Terugloop-ingang

- Plaats de drainback module op de aluminium console zoals weergegeven in afbeelding 15.
Plaats eerst de drainback module en vervolgens de zonnecollectoren.
2 Monteer eerst de twee geleverde verbindingspro elen (2) aan de console (3), zoals weergegeven in afbeelding 17 en verbind de drainback module met het verbindingspro el volgens afbeelding 15. - Zorg dat terugloop-ingang rechtop staat zoals in afbeelding 13 en bevestig vervolgens de drainback module met de bijgeleverde schroeven op de console.
- Zorg ook dat de afstand tussen de twee uiterste punten van de drainback module ongeveer 1 cm bedraagt (zie afbeelding 16).
- Verbind de uitgang van de collector met behulp van een pijp met aansluiting 6 op de drainback module.
- Sluit de uitgang van de drainback module op de ingang van de zonnecollector aan.
- Sluit bij gebruik van slechts één drainback module de resterende twee aansluitingen op de module met een dop af.
Meerdere drainback modules plaatsen
Sluit bij gebruik van meerdere drainback modules de modules aan zoals bovenstaand beschreven.
Verbind alle modules met de bijgeleverde drukkoppelstukken.
De natuurlijke stroom van de zonnevloeistof moet gegarandeerd zijn door de modules naar beneden gericht te plaatsen, zoals in afbeelding 16.
14.9 Belangrijk
Het systeem met zonnevloeistof vullen
Opmerking
Tijdens het vullen van het systeem met zonnevloeistof mag de temperatuur van het systeem niet hoger zijn dan 20 °C. Vul niet als de zon schijnt!
Omdat warme lucht uitzet, kan het nodig zijn extra lucht het systeem binnen te laten als het vullen voltooid is en het systeem is afgekoeld.
Dit voorkomt onderdruk in het zonne-energiesysteem.
Sluit indien nodig de zonnepomp af voordat u de schroef opent om lucht in het systeem te laten.
-
Sluit de afsluiter in de retourleiding van de collector aan de drukzijde van de pomp.
-
Open de kraan in de veiligheidsgroep die boven de pomp is geplaatst.
-
Sluit de vulpomp aan op de kraan aan de zuigzijde van de pomp.
-
Begin met het vullen van het systeem met zonnevloeistof met behulp van de vulpomp aan de zuigzijde van de pomp tot deze maximaal is gevuld
-
Sluit de kraan in de veiligheidsgroep.
-
Open de afsluiter in de retourleiding van de collector aan de drukzijde van de pomp.
-
Vul het systeem nogmaals met zonnevloeistof tot het maximale nivo bereikt is.
-
Tap nu de volgende hoeveelheden vloeistof af:
Hoeveelheid A: voor iedere liter opslagcapaciteit van de drainback module 0,17 l (bijvoorbeeld 10 l capaciteit = 1,7 l).
Hoeveelheid B: 0,04 x maximale installatie-inhoud vloeistof (bijvoorbeeld 30 l inhoud = 1,2 l) aftappen.
Totale hoeveelheid: hoeveelheid A + hoeveelheid B (bijvoorbeeld 1,7 l + 1,2 l = 2,9 l).
-
Sluit de afsluiter in de retourleiding van de collector aan de drukzijde van de pomp weer en vul hoeveelheid A weer bij.
-
Sluit alle kranen, open de afsluiters en schakel de pomp in. Controleer nauwkeurig de werking van het gehele systeem en schakel naar automatische werking.
Vorstbeveiliging
De fabrikant adviseert uitsluitend de door de fabrikant geleverde Tyfocor L zonnevloeistof te gebruiken.
Tyfocor L is een gereed voor gebruik mengsel van 40 % Glycol-oplossing die het systeem beschermt tegen bevriezen tot een temperatuur van -21 °C.
Onderhoud
Een zonne-energiesysteem vereist jaarlijks onderhoud.
Controleer en test alle onderdelen tijdens de jaarlijkse onderhoudsbeurt.
Gebruik voor het bijvullen van het systeem altijd dezelfde zonnevloeistof als de oorspronkelijk gebruikte vloeistof.
Mengsels van verschillende vloeistoffen kunnen leiden tot slechte werking en beschadiging van het systeem.
15 Garantie
Producten van A.O. Smith voldoen aan de hoogste normen en kwaliteitseisen. In geval van een storing in een product van A.O. Smith zijn de onderstaande garantievoorwaarden van toepassing:
15.1 Garantie algemeen
Indien binnen tien jaar na de installatiedatum, na onderzoek en uitsluitend ter beoordeling door A.O. Smith, blijkt dat een collector niet juist functioneert ten gevolge van fabricage- en/of materiaalfouten, zal A.O. Smith deze collector zonder kosten vervangen.
15.2 Voorwaarden voor installatie en gebruik
De in Artikel 1 vermelde garantie is alleen van toepassing als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. De collector(en) word(t)(en) geïnstalleerd volgens de in deze handleiding beschreven installatievoorschriften alsook volgens de lokaal en landelijk geldende installatie- en bouwverordeningen, voorschriften en regelingen.
b. De collector blijft op de oorspronkelijke installatieplaats geïnstalleerd.
c. Alleen geschikte en door A.O. Smith aanbevolen zonnevloeistoffen worden gebruikt.
d. Het zonne-energiesysteem wordt tegen vorst en schade beschermd. De Garantievoorwaarden van A.O. Smith sluiten ieder risico van schade door vorst uit.
e. Het zonne-energiesysteem wordt door A.O. Smith of een erkende installateur jaarlijks onderhouden en gecontroleerd om de juiste werking van het systeem te verzekeren.
f. Het collectorsysteem wordt beschermd door een drukreduceerventiel met een drukontlasting van maximaal 6 bar.
g. De zonnevloeistof in het collectorcircuit wordt minstens iedere 3 jaar ververst om schade door veroudering van de zonnevloeistof te voorkomen.
15.3 Uitsluitingen
De in Artikel 1 vermelde garantie is niet van kracht:
a. Als de collector door een externe oorzaak is beschadigd; b. In geval van misbruik, verwaarlozing (met inbegrip van bevriezing), aanpassing, onjuist en/of afwijkend gebruik van de collector en indien getracht is om lekkages te repareren;
c. Als verontreinigingen of andere deeltjes de collector hebben kunnen binnendringen;
d. Als andere zonnevloeistoffen dan de aanbevolen of schriftelijk door A.O. Smith goedgekeurde zonnevloeistoffen worden gebruikt;
e. Als de eigenaar getracht heeft zelf een defecte collector te repareren; f. ledere schade die ontstaat als gevolg van extreme wind is uitgesloten van de garantie.
15.4 Omvang van de garantie
De verplichtingen van A.O. Smith conform de geboden garantie zijn beperkt tot kosteloze levering af magazijn van de te vervangen collector of onderdelen hiervan. Kosten voor vervoer, arbeid, installatie en andere met de vervanging verband houdende kosten komen niet voor rekening van A.O. Smith.
15
Garantie
15.5 Claims
Een claim op basis van de geboden garantie moet worden ingediend bij de leverancier van de collector of bij een andere leverancier die de door A.O. Smith geproduceerde producten verkoopt. Het onderzoek van de collector zoals vermeld in Artikelen 1 en 2 zal plaatsvinden in een laboratorium van A.O. Smith.
15.6 Verplichtingen van Smith
A. Met betrekking tot haar collectoren respectievelijk eventueel geleverde vervangingsonderdelen voor de collectoren biedt A.O. Smith geen andere garantie of waarborg dan de garantie zoals uitdrukkelijk in deze handleiding vermeld.
A.O. Smith stelt zich conform de geboden garantie of op enige andere wijze niet aansprakelijk voor letsel bij personen of schade aan materialen veroorzaakt door een door A.O. Smith geleverde collector of een vervangende collector of enig onderdeel hiervan.
0308 800 R 0.0
CE
Zonnecollectoren - Lijst van onderdelen
Solarcollectors - Parts overview