F 311 I - Vriezer MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis F 311 I MIELE in PDF-formaat.
| Producttype | Vriezer |
| Merk | Miele |
| Model | F 311 I |
| Afmetingen (H x B x D) | 85 cm x 60 cm x 60 cm |
| Gewicht | 45 kg |
| Energieklasse | A++ |
| Energieverbruik (jaarlijks) | 250 kWh |
| Geluidsniveau | 38 dB |
| Inhoud vriesvak | 100 liter |
| Vriescapaciteit (per 24 uur) | 10 kg |
| Bewaartijd bij stroomuitval | 24 uur |
| Klimaatklasse | SN-T |
| Koelmiddel | R600a |
| Vorstvrij (No Frost) | Ja |
| Ontdooisysteem | Automatisch |
| Ingebouwde verlichting | LED |
| Deur openingshoek | 90° |
| Soort deur | Deur met handgreep |
| Instelbare temperatuur | Ja, elektronisch |
| Alarm bij open deur | Ja |
| Storingalarm | Ja |
| Reiniging en onderhoud | Handmatig ontdooien niet nodig, reinig met zachte doek en mild schoonmaakmiddel |
| Veiligheid | Kinderslot, netonderbrekingsalarm |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - F 311 I MIELE
Gebruikersvragen over F 311 I MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F 311 I - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F 311 I van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING F 311 I MIELE
Gebruiks- en montage-aanwijzing

voor de vrieskast F 311 i-6
Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat.

M.-Nr. 06 626 740
Algemeen 4
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 6
Het besparen van energie 10
Het in- en uitschakelen van de vrieskast....12
Bij langere afwezigheid 12
De juiste temperatuur 13
... in de vrieskast 13
Het instellen van de temperatuur....14
Temperatuuraanduiding....14
Temperatuuralarm 15
De functie "Superfrost" 16
Het gebruik van de "Superfrost"....16
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen....17
Het bewaren van diepvriesproducten 17
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen 17
Waar u daarbij op moet letten 17
Het verpakken van verse levensmiddelen 18
Vóórdat u de verse levensmiddelen in de vrieskast legt ..... 18
Het inruimen van de verse levensmiddelen 18
Diepvrieskalender 19
Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen 19
Het ontdooien van ingevroren producten 20
Het bereiden van ijsblokjes 20
Het snelkoelen van dranken 20
Diepvriesplateau 21
Het ontdooien van de vrieskast 22
Het reinigen van de vrieskast 24
Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren 24
Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 24
Het reinigen van de deurdichting 24
Nuttige tips 26
Geluiden en de oorzaken ervan 28
Elektrische aansluiting 30
Montage-instructies 31
Plaats van opstelling 31
Klimaatklasse 31
Luchttoevoer en luchtafvoer 31
Voordat u het apparaat inbouwt. 31
Inbouwmaten 32
Het veranderen van de draairichting van de deur....33
Het inbouwen van het apparaat 34
Inbouw in een scheidingswand 34

①Controlelampje voor de temperatuur
②Controlelampje van de Aan/Uit - toets
③Controlelampje van de Superfrost
④Superfrost - toets
⑤Aan/uit - toets
⑥Temperatuurregelaar
⑦Temperatuuraanduiding

⑨Diepvriesplateau
⑩Diepvriesladen met diepvrieskalender
⑪Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.
Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.
Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.

Doe het apparaat daarom in geen geval bij het gewone huisafval, maar lever het in bij het inzameldepot van uw gemeente.
Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.
Neem ook de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" in acht.
Deze vrieskast voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.
Lees deze gebruiksaanwijzing daar- om eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onder- houd van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de vrieskast.
Efficiënt gebruik
Deze vrieskast is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik deze vrieskast uitsluitend voor het bewaren van diepvriespro-
ducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.
Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is.
Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat. Behalve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koelsysteem stromingsgeluiden optreden.
Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.
Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch beschadigd:
- vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,
- trek de stekker uit het stopcontact,
- lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door
- en neem contact op met de Technische Dienst.
Hoe meer koelmiddel een vrieskast bevat, des te groter moet het ver-trek zijn waarin de vrieskast wordt op-gesteld.
Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de vrieskast bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.
Voordat u uw vrieskast aansluit dient u altijd de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektrici- teitsnet te vergelijken.
Deze moeten beslist overeenkomen, omdat de vrieskast anders beschadigd raakt.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
De elektrische veiligheid van de vrieskast is uitsluitend gegaran- deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is ge- installeerd.
Het is zeer belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw controle-ren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
Een veilig gebruik van de vrieskast is alleen dan gegarandeerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiksaanwijzing staan.
Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman/vakvrouw op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Installatie- en onderhoudswerkzaamheden als ook reparaties mogen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd.
Ondeskundig uitgevoerde installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.
Er staat alleen dan geen elektrische spanning op de vrieskast als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,
- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.
De vrieskast mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Gebruik
Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.
Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Gebruik geen elektrische appara- ten in dit apparaat, bijv. voor het maken van ijs.
Doet u dat wel, kunnen er vonken ont- staan en bestaat er gevaar voor een ex- plosie.
Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de vrieskast heeft gehaald.
Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.
Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet op- nieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en beder- ven.
Ontdooide levensmiddelen die al ge- kookt en gebraden zijn kunnen wel op- nieuw worden ingevroren.
Bewaar geen stoffen in de vrieskast die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten.
Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan.
Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.
Bewaar geen blikjes en flessen in de vrieskast die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.
De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.
Haal flessen die u in de vrieskast hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ont-staan.
Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico voedselvergiftiging op te doen.
De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.
Gebruik geen scherpe voorwerpen om
- rijp- en ijslagen te verwijderen
- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.
Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de vrieskast niet meer.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de vrieskast.
Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.
Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.
Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.
Sluit de luchttoevoeropening in de sokkel en de luchtafvoeropening boven in de kastombouw niet af.
Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de vrieskast kunnen beschadigen.
De vrieskast is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw vrieskast staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat de vrieskast voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.
Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de vrieskast nooit een stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met de- len van het apparaat die onder span- ning staan en zo kortsluiting veroorza- ken.
Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt
Voorkom dat kinderen zich bij het spelen insluiten en in levensgevaar komen.
Haal de stekker uit het stopcontact en maak de aansluitkabel onbruikbaar.
Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door
- koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken;
- buisleidingen om te buigen;
- beschermende lagen af te krabben.
Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
Het besparen van energie
| Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik | ||
| Plaatsing van het apparaat | In ruimten waar kan worden ge -ventileerd | In gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd |
| Op een plaats waar de zon niet direct op kan schijnen | Op een plaats waar de zon direct op kan schijnen | |
| Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis) | Naast een warmtebron (verwarming, fornuis) | |
| Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °C | Bij een hogere omgevingstemperatuur | |
| Temperatuurinstelling in standen | Instelling van één van de middelste standen: 2 of 3. | Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik |
| Temperatuurinstelling in graden(Digitale weergave) | Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij | apparaten met winterschake -ling: schakel bij omgevingstemperaturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit. |
| Koelzone: 4 tot 5 °C | ||
| 0° zone: ca. 0 °C | ||
| Diepvrieszone: - 18 °C | ||
| Dagelijks gebruik Open de de | deur alleen wanneer dat nodig is en dan nog zo kort mogelijk. | De temperatuur in het apparaat wordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deur langer geopend blijft. |
| Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek. | Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur. | |
| Laat warme levensmiddelen en dranken eerst afkoelen. | Zijn de levensmiddelen nog warm, moet de motor langer werken om de vereiste temperatuur te berei-ken. | |
| Leg de levensmiddelen alleen afgedekt of verpakt in het apparaat. | Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af. | |
| Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ont-dooien. | ||
| Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tus- sen de levensmiddelen kan circu- leren. | ||
| Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wanneer er een ijslaag van 1 cm in zit. | Een ijslaag in het diepvries- gedeelte bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik. | |
Voor het eerste gebruik
■ Reinig de binnenkant van de vrieskast en de toebehoren.
Gebruik daarvoor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.
Laat het apparaat nadat u het hebt geplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uur staan voordat u het aansluit. Dat is zeer belangrijk voor een goede werking van de vrieskast!
Het inschakelen van de vries- kast

■ Druk met een dun, niet-scherp voorwerp (bijv. een balpen) op het lichte gedeelte van de Aan/Uit - toets.
Het controlelampje van de Aan/Uit - toets en dat voor de temperatuur gaan branden.
Het apparaat begint te koelen.
Het controlelampje voor de temperatuur blijft zo lang branden, totdat het ingestelde temperatuurbereik is bereikt.
Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in de vrieskast legt, kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen.
Het uitschakelen van de vrieskast
■ Druk met een dun, niet-scherp voorwerp (bijv. een balpen) op het lichte gedeelte van de Aan/Uit - toets.
De controlelampjes gaan uit.
De koeling is uitgeschakeld.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de vrieskast langere tijd niet meer gebruikt, doe dan het volgende.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Ontdooi het apparaat.
■ Reinig het.
■ Laat de deur van het apparaat iets openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.
... in de vrieskast
Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld.
Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langzamer de micro-organismen groeien en des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.
Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.
Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18°C. Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt.
Zodra de temperatuur boven de -10°C stijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.
De temperatuur in de vrieskast wordt hoger, naarmate
- de deur van het apparaat vaker wordt geopend en de deur langer geopend blijft;
- er meer levensmiddelen worden opgeslagen;
- er meer verse levensmiddelen worden ingevroren;
- de omgevingstemperatuur hoger is. De vrieskast is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik, waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
Het instellen van de temperatuur
De temperatuur kunt u instellen met de temperatuurregelaar.

■ Draai de temperatuurregelaar met een munt naar rechts op één van de standen.
Draai de temperatuurregelaar niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt. Draait u verder, dan raakt de regelaar beschadigd.
U kunt de temperatuur traploos instellen. Hoe hoger de stand aan de temperatuurregelaar, des te lager de temperatuur in het apparaat.
Temperatuuraanduiding
De temperatuuraanduiding op het bedieningspaneel geeft bij normaal gebruik de temperatuur aan van de minst koele plek in de vrieskast.
De temperatuuraanduiding functioneert ook nadat het apparaat is uitgeschakeld.
De temperatuuraanduiding kan alleen temperaturen onder de 0°C aangeven. Daarom worden er, wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, geen precieze temperaturen aangegeven voordat er een temperatuur van 0°C is bereikt.
Wanneer u een andere temperatuur heeft ingesteld, controleer dan de temperatuuraanduiding na ca. 6 uur wanneer de vrieskast lang niet vol is en na ca. 24 uur wanneer de vrieskast wel vol is.
Pas dan is de echte temperatuur bereikt.
Is de temperatuur na deze tijd te hoog of te laag, stel dan opnieuw een andere temperatuur in.
Een temperatuur van boven de - 18°C is geen probleem wanneer u:
- het apparaat in gebruik neemt;
– verse levensmiddelen invriest; - de deur van het apparaat een keer langere tijd geopend houdt, bijv. om er een vrij grote hoeveelheid producten in te leggen of eruit te halen.
Is de temperatuur vrij lange tijd hoger dan -18°C, controleer dan of de ingevroren levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid.
Is dat het geval, verbruik deze levensmiddelen dan zo snel mogelijk.
Wanneer de temperatuur in de vrieskast te veel stijgt, gaat het controlelampje voor de temperatuur branden.
De lampje gaat altijd branden, wanneer
- u de vrieskast inschakelt;
- er te veel warme lucht in de vrieskast stroomt, bijv. wanneer u er producten in legt of eruit haalt;
- een vrij grote hoeveelheid levensmiddelen wordt ingevroren;
- de stroom vrij lang uitgevallen is ge- weest.
Het controlelampje gaat uit, zodra het in de vrieskast koud genoeg is.
Het gebruik van de "Superfrost"
Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen.
Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?
Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.
Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.
De cellen gaan krimpen.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug.
Praktisch betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.
Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen.
De cellen krimpen veel minder.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugke- ren. Dat betekent dat de levensmid- delen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooi- en!
De Superfrost schakelt u niet in:
- wanneer u reeds ingevroren levensmiddelen in de vrieskast legt;
- wanneer u dagelijks slechts max. 2 kg verse levensmiddelen in de vrieskast legt.
Het inschakelen van de Superfrost
De Superfrost moet u inschakelen
4-6 uur voordat u de in te vriezen levensmiddelen in de vrieskast legt.
Wilt u gebruik maken van de maximale vriescapaciteit, schakel de Superfrost dan 24 uur van te voren in.

■ Druk op de Superfrost - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat branden.
De koelcapaciteit van de vrieskast is nu maximaal. Daardoor daalt de temperatuur in het apparaat.
Schakel de Superfrost uit, zodra u de levensmiddelen in de vrieskast heeft gelegd.
Het uitschakelen van de Superfrost
■ Druk op de Superfrost - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat uit.
De koelcapaciteit van de vrieskast is weer normaal.
Maximale vriescapaciteit
Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.
De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".
Het bewaren van diepvriesproducten
■ Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
– de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel.
Is deze hoger dan -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur lager is dan -18 °C.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist wanneer u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in de vrieskast.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen
Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!
Waar u daarbij op moet letten
- Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
- Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, hele appels en pe-ren.
- Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren.
Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken. - Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan aanmerkelijk langer worden bewaard.
-
Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.
-
Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.
Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten. - Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.
Het verpakken van verse levens- middelen
■ Vries de levensmiddelen per portie in.
Geschikte verpakking
- kunststof folie
- diepvrieszakken van polyethyleen
- aluminiumfolie
- diepvriesbakje
Ongeschikte verpakking
- pakpapier
- braadpapier
- cellofaan
- afvalzakken
- gebruikte plastic zakken
■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:
- elastiekjes
- kunststof klipjes
- touwtjes of
- koudebestendig plakband.
Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een seal- apparaat afsluiten.
■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.
Vóórdat u de verse levensmiddelen in de vrieskast legt
■ Wanneer u meer dan 2 kg verse levensmiddelen wilt invriezen, schakel dan een tijdje vóórdat u deze in de vrieskast legt de Superfrost in. Zie hoofdstuk: "De functie "Superfrost"".
Het inruimen van de verse levens- middelen
De levensmiddelen kunnen overal in de vrieskast, maar het beste in de bovenste diepvriesladen worden ingevroren. Vrij grote hoeveelheden kunnen het beste direct op de plaat tussen de 2e en 3e diepvrieslade worden gelegd, daar de levensmiddelen daar bijzonder snel worden ingevroren zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit. In dit geval moet de 2e diepvrieslade uit het apparaat worden gehaald.
In iedere diepvrieslade en op de plaat kan maximaal 25 kg worden gelegd.
■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvriesladen of op de plaat tussen de 2e en 3e diepvrieslade, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvrieslade vastvriezen.
Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen.
Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.
Wanneer u een groot stuk vlees wilt in-vriezen, bijv. kalkoen of wildbraad kunt u het beste de plaat tussen de 2e en 3e diepvrieslade verwijderen. Zo is er meer plaats.
■ Haal de 2e diepvrieslade van boven uit het apparaat.

■ Klik de voorkant van de plaat los en haal de plaat eruit.
■ Moet de plaat weer worden teruggeplaatst, doe dat dan in de omgekeerde volgorde.
Diepvrieskalender
De diepvrieskalender die zich op de diepvriesladen bevindt geeft de ge- bruikelijke bewaartijd aan van verschil- lende soorten levensmiddelen, wanneer ze vers worden opgeslagen.
Bij diepvriesproducten is de op de verpakking aangegeven uiterste houdbaarheidsdatum beslissend.
Markeersysteem voor ingevro- ren levensmiddelen
Een manier om de bewaartijd van de levensmiddelen in de gaten te houden is het markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen.
Op iedere diepvrieslade zitten 2 plaket- ten met een wieltje. Op dit wieltje zijn de maanden weergegeven met 1 - 12.

■ Zet de plaketten ongeveer in een hoek van 45° boven op de geleiderail en druk ze naar beneden.
Met de plaketten geeft u aan om wat voor soort product het gaat en met de wieltjes het tijdstip waarop u het pro- duct hebt opgeslagen.
Het ontdooien van ingevroren producten
Dat kunt u doen
- in de magnetron;
- in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
- bij kamertemperatuur;
- in de koelruimte van de koelkast;
- in de stoomoven.
Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.
Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.
Groente kan in het algemeen in bevroren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.
Het bereiden van ijsblokjes
(bakje afhankelijk van het model met boutje)

■ Druk het boutje naar beneden en vul het bakje voor ijsblokjes met water. Overtollig water stroomt door een opening weg.
■ Druk het boutje naar boven om het bakje te sluiten.
■ Zet het bakje op de bodem van één van de diepvriesladen.
■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.
■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.
Het snelkoelen van dranken
Wanneer u flessen drank in de vrieskast hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet dan springen ze uit elkaar.
Diepvriesplateau
Op het diepvriesplateau kunt u kleinere producten invriezen, niet alleen fruit en groenten maar ook kruiden, zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit. De producten blijven in vorm en de kans dat ze aan elkaar vastvriezen is klein.

■ Leg de in te vriezen producten op het diepvriesplateau.
■ Laat de producten 10 tot 12 uur stevig invriezen.
■ Hevel ze over in een diepvrieszak of diepvriesbakje en leg ze in de diepvriesladen.
Wanneer de vrieskast normaal in gebruik is, ontstaan er na verloop van tijd rijp en ijs op de vriesplaten. Daardoor wordt er minder kou afgegeven en meer stroom verbruikt.
Krab de rijp- en ijslagen er niet af, want dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de vrieskast niet meer.
Ontdooi de vrieskast van tijd tot tijd, echter in ieder geval zodra zich een ca. 5 mm dikke ijslaag heeft gevormd. Gebruik de gelegenheid wanneer er weinig of geen producten in de vrieskast liggen.
Vòor het ontdooien
■ Schakel ca. 4 uur voordat u de vrieskast gaat ontdooien de Superfrost in. Daardoor krijgen de reeds opgeslagen ingevroren levensmiddelen een koudereserve en kunnen dus iets langer bij kamertemperatuur worden bewaard.
■ Haal de ingevroren producten uit de vrieskast.
■ Wikkel de producten in verschillende lagen krantenpapier of dekens en bewaar ze op een koele plaats, totdat de vrieskast weer klaar is voor gebruik.
■ Haal de diepvriesladen uit het apparaat, behalve de onderste.
In de onderste diepvrieslade moet het dooiwater worden opgevangen.
Het ontdooien
Handel het ontdooien zo snel mogelijk af.
Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur worden bewaard, des te korter ze houdbaar zijn.
■ Schakel de vrieskast met de Aan/Uit - toets uit.
Het controlelampje van de Aan/Uit - toets gaat uit.
■ Laat de deur van de vrieskast open.
U kunt het ontdooien versnellen door twee pannetjes op een onderzetter met heet (niet kokend) water in de onderste diepvrieslade te zetten of er warm water in te gieten. In dat geval kan de deur bij het ontdooien gesloten blijven, zodat de warmte niet vrij kan komen.
Blaas bij het gebruik van een hete- luchtapparaat de warme lucht alleen van buiten gelijkmatig over de bin- nenkant van de vrieskast.
Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de vrieskast.
Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.
Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.
Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.
Na het ontdooien
■ Haal de onderste diepvrieslade uit het apparaat en giet deze leeg.
■ Neem het dooiwater dat zich nog in de vrieskast bevindt met een spons of doek op.
■ Reinig het apparaat en maak het droog.
■ Sluit de deur van de vrieskast.
■ Schakel het apparaat met de Aan/Uit - toets in.
Het controlelampje van de Aan/Uit - toets gaat branden.
■ Schakel de Superfrost in zodat de vrieskast snel koud wordt.
Het controlelampje van de Superfrost gaat branden.
■ Schuif de diepvriesladen met de ingevroren producten in de vrieskast zodra de temperatuur in het apparaat laag genoeg is.
■ Schakel de Superfrost weer uit.
Het controlelampje van de Superfrost gaat uit.
Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmiddelen.
Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.
Let erop dat er geen water in de elektronica terechtkomt.
Gebruik geen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.
Voor het reinigen
■ Ontdooi het apparaat.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Haal de stekker uit het stopcontact.
■ Sla de ingevroren producten op een koele plaats op.
■ Haal alle diepvriesladen uit het apparaat.
Het reinigen van de binnen- ruimte en de toebehoren
■ Reinig de binnenruimte en de toebehoren met lauwwarm water met reini-gingsmiddel.
Reinig de toebehoren met de hand, niet in de afwasautomaat.
■ Neem binnenruimte en toebehoren daarna met helder water af en wrijf alles met een doek droog.
■ Laat de deur van de vrieskast korte tijd openstaan.
Het reinigen van de luchttoe-voer- en luchtafvoeropeningen
■ Reinig de luchttoevoer- en luchtaf-voeropeningen regelmatig met een kwast of een stofzuiger.
Wanneer er zich stof ophoopt, wordt er onnodig veel energie verbruikt.
Het reinigen van de deurdich- ting
Behandel de deurdichting niet met olie of vet.
Doet u dat wel, dan wordt de deurdichting in de loop van de tijd poreus.
Reinig de deurdichting regelmatig alleen met helder water en wrijf deze daarna met een doek grondig droog.
Na het reinigen
■ Sluit de deur van de vrieskast.
■ Steek de stekker weer in het stopcontact.
■ Schakel het apparaat weer in.
■ Schakel de Superfrost in, zodat het in de vrieskast weer snel koud wordt.
Het controlelampje van de Superfrost gaat aan.
■ Leg de ingevroren producten weer terug in de diepvriesladen en schuif de diepvriesladen weer in het apparaat, zodra de temperatuur laag genoeg is.
■ Schakel de Superfrost weer uit.
Het controlelampje van de Superfrost gaat uit.
Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.
Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.
Wat moet u doen, wanneer ...
... de vrieskast het niet doet?
■ Controleer of van één van de volgende situaties sprake is.
– Is de vrieskast ingeschakeld?
In dat geval moet het controlelampje van de Aan/Uit - toets branden.
- Zit de stekker stevig in het stopcontact?
- Is de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie ingeschakeld?
Is dit wel het geval,
■ neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
... de deur van de vrieskast niet verschillende keren achter elkaar kan worden geopend?
Dat is geen storing.
Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder moeite openen.
... de temperatuur in de vrieskast te laag is?
■ Stel met de temperatuurregelaar een hogere temperatuur in.
■ Controleer of u vergeten hebt om de Superfrost uit te schakelen.
In het laatste geval brandt het controle-lampje van de Superfrost.
... de vrieskast vaker en voor lange re tijd aanslaat?
■ Controleer of:
- de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen zijn geblokkeerd en of er veel stof inzit;
- u de deur van de vrieskast vaak open en dicht heeft gedaan;
- er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
– de deur van de vrieskast goed sluit. - er zich op de vriesplaten een vrij dikke ijslaag bevindt.
Is dit laatste het geval,
■ ontdooi dan het apparaat.
... het controlelampje voor de temperatuur brandt?
De temperatuur in de vrieskast is te hoog.
■ Controleer of:
- de deur van de vrieskast vaak open en dicht is gedaan;
- er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
- de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen zijn geblokkeerd;
- de stroom langere tijd uitgevallen is geweest.
Wanneer de temperatuur in de vrieskast weer genoeg is gedaald, gaat het controlelampje weer uit.
... het controlelampje van de Aan/Uit - toets niet brandt?
■ Druk op de Superfrost - toets en controleer of het controlelampje van de Superfrost aan gaat.
Brandt dit wel, dan is het controlelampje van de Aan/Uit - toets defect.
Brandt dit lampje ook niet,
■ controleer dan of:
- de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld.
Is dit wel het geval,
■ neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
... het controlelampje van de Superfrost niet brandt, terwijl het apparaat wel werkt?
Het controlelampje is defect.
■ Neem contact op met de Technische Dienst.
... de ingevroren producten vastgevroren zijn?
■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.
... zich op de vriesplaten een vrij dikke ijslaag bevindt?
■ Controleer of de deur van de vrieskast goed sluit.
■ Ontdooi het apparaat en reinig het.
Door een dikke ijslaag vermindert de koelcapaciteit waardoor het stroomverbruik stijgt.
Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Technische Dienst.
Open als het mogelijk is de deur van het apparaat niet vóórdat de storing is verholpen. Zo houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.
Geluiden en de oorzaken ervan
| Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan? | |
| Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker. | - |
| Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt. | |
| Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt. | |
| Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat. | |
Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.
| Geluiden die makkelijk te verhelpen zijn | Wat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen? |
| Klapperende en rammelende ge-luiden | Het apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder. |
| Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg. | |
| Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed. | |
| In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen. | |
| De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder. |
Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met
- uw Miele-handelaar
of
– met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.
Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.
Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.
Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.
In de EU-richtlijnen geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.
Het is niet toegestaan het apparaat met een verlengsnoer op het elektriciteitsnet aan te sluiten.
Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.
Een apparaat dat niet is ingebouwd kan kantelen!
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de buurt van een raam waar de zon direct door heen kan schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer het apparaat staat te ronken en des te hoger het stroomverbruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.
Klimaatklasse
Het apparaat is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van het apparaat staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
| SN, N | tot +32 °C |
| ST | tot +38 °C |
| T | tot +43 °C |
Met een minimum kamertemperatuur van +5 °C werken de apparaten gega-randeerd zonder problemen.
Luchttoevoer en luchtafvoer
De lucht aan de achterwand van het apparaat wordt warm.
Daarom moet de meubelombouw zodanig zijn geconstrueerd dat een goede luchttoevoer en luchtafvoer gewaarborgd zijn. Bij Miele-keukens is daar-mee automatisch rekening gehouden.
Voor de luchtafvoer moet aan de achterkant van het apparaat een luchtafvoerkanaal van minstens 50 mm diepte worden geplaatst.
De doorsnede van de luchtafvoeropening moet minstens 200 cm ^2 bedragen, zodat de warme lucht ongehinderd kan worden afgevoerd. Is dat niet het geval, dan moet het apparaat meer presteren, wat meer stroom vergt.
De lucht wordt via de sokkel van het apparaat toegevoerd.
De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen niet worden afgedekt of geblokkeerd.
Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.
Voordat u het apparaat inbouwt
■ Haal de afdichtingsband en andere toebehoren uit het apparaat en van de achterwand van het apparaat.
■ Verwijder de kabelhouder van de achterwand van het apparaat.
■ Controleer of de onderdelen aan de achterwand van het apparaat ner-gens tegenaan kunnen komen. Buig ze zo nodig de andere kant op.


F 311i-6 Combinatie-inbouw
Voordat u het apparaat inbouwt moet u bepalen aan welke kant de deur van het apparaat moet worden geopend. Moet de deur linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting van de deur.

■ Schroef de lagerbout ①eruit.
■ Klap de deur naar achteren, til hem naar boven en haal hem eraf ②.
■ Haal de scharnierbout ③en de stop ④eruit en zet ze er aan de andere kant weer aan.
■ Haal de afdekking ⑤eraf.

■ Plaats de deur van het apparaat links op de scharnierbout.
■ Schroef de lagerbout erin ①en plaats de afdekking ②op de rechter kant.
■ Schroef het deurkoppelingsdeel ③ eraf (dit moet bij de inbouw weer worden gemonteerd) en sluit het vrijgekomen gat met de bijgevoegde stop ④af.
Het inbouwen van het apparaat
Alle stappen bij de montage worden gedemonstreerd met een apparaat met een rechtsscharnierende deur. Hebt u de deurscharnieren naar links verplaatst, houd daar dan bij de montage rekening mee.
Inbouw in een scheidingswand
Wanneer het apparaat in een scheidingswand wordt ingebouwd moet de achterkant van de inbouwnis in het ge-deelte van het apparaat van een front worden voorzien.
Het stellen van de inbouwkast

■ Stel de inbouwkast voordat u het apparaat inbouwt heel precies met een waterpas. De hoeken van de kast moeten allemaal 90° zijn, zodat de meubeldeur tegen alle vier de hoeken van de kast aan komt te liggen. Stel de meubeldeur met behulp van de scharnieren.
Voordat u het apparaat in- bouwt

■ Schroef de bevestigingsplaat op het apparaat.

■ Verkort de afdichtingsband tot nishoogte.

■ Plak de afdichtingsband aan die kant van het apparaat vast, waar de deur wordt geopend.
Het inbouwen van het apparaat
■ Schuif het apparaat in de inbouwnis. Let er daarbij op dat de aansluitkabel niet ergens tussen beklemd raakt.

■ Verwijder bij zeer geringe nishoogte de afdekking ①.
■ Schuif het apparaat zover naar binnen, totdat de voorste randen van de lagersteunen zowel onder als boven evenwijdig lopen met de voorste rand van de inbouwkast ②.
De bovenste rand van de afdekplaat mag niet tegen de rand van de in-bouwkast aanliggen.
■ Schuif het apparaat aan de kant waar de deur open gaat tegen de meubelwand aan zodat de afdichtingsband wordt samengeperst ③.
Het inbouwen van het apparaat

■ Maak het apparaat zowel aan de boven- als aan de onderkant met schroeven ①vast.
■ Maak het deurkoppelingsdeel ②ter hoogte van het handvat vast aan de deur van het apparaat.
Bevestig bij gedeelde of zeer grote deuren twee deurkoppelingsdelen.
■ Doe de deuren helemaal open en schuif de glijstrook ③in in het deur - koppelingsdeel.
■ Schroef de glijstrook aan de meubeldeur. Daarbij moet tot de buitenkant van de meubeldeur een afstand d worden aangehouden (= dikte van de wand van de inbouwnis).
■ Stel de deurkoppeling zo dat de meubeldeur aan de kant van het handvat in gesloten toestand niet tegen de kastwand aankomt.
Er moet minimaal een afstand van 1 mm worden aangehouden ④.
■ Sluit de vrijgekomen gaten in de deur van het apparaat met de bijgevoeg-de stoppen ⑤af.
Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:
- brochures en gebruiksaanwijzingen
- gebruiksadviezen en tips
- onderdelen en accessoires
- stofcassettes en reinigingsmiddelen
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88
Miele Nederland B.V.
Postbus 166
4130 ED VIANEN
(0347) 37 89 11
Infocentrum Miele-inbouwapparaten:
De Limiet 2
4131 NR VIANEN