MIELE F 623 UI - Vriezer

F 623 UI - Vriezer MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis F 623 UI MIELE in PDF-formaat.

📄 40 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MIELE F 623 UI - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Merk Miele
Model F 623 UI
Type apparaat Inbouwvriezer
Elektrische aansluiting 220-240 V, 50 Hz, 10 A
Koelmiddel R600a (isobutaan)
Klimaatklasse SN, N, ST, T (zie typeplaatje)
Functies Superfrost, waarschuwingssysteem met zoemer, temperatuuraanduiding, diepvrieskalender, markeersysteem
Ontdooiing Handmatig
Deurscharnier Omkeerbaar
Luchtcirculatie Luchttoevoer via sokkel, luchtafvoer boven
Inbouw Side-by-side mogelijk (rechts naast koelkast)
Reiniging Lauwwarm water met mild reinigingsmiddel; geen schuurmiddelen
Veiligheid Brandbaar koelmiddel; waarschuwingen in handleiding
Geluidsniveau Normale bedrijfsgeluiden (zie handleiding)

Veelgestelde vragen - F 623 UI MIELE

Hoe stel ik de temperatuur in op de Miele F 623 UI?
Draai de temperatuurregelaar met een munt vanuit stand '0' naar rechts. Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur. Stel bij een gemiddelde vulling een middenstand in. Controleer de temperatuur na 6-24 uur.
Wat is Superfrost en hoe activeer ik het?
Superfrost is een functie om verse levensmiddelen snel in te vriezen. Druk 4-6 uur voor het invriezen op de Superfrost-toets; het controlelampje gaat branden. Schakel het uit zodra -18 °C is bereikt (of na ca. 50 uur automatisch).
Wat moet ik doen als de zoemer gaat?
De zoemer waarschuwt bij te hoge temperatuur. Druk op de Zoemer-toets om de toon uit te schakelen. Het lampje blijft branden tot de juiste temperatuur is bereikt. Controleer of de deur goed gesloten is, of er veel verse producten zijn toegevoegd, of de stroomuitval is geweest.
Hoe ontdooi ik de vriezer?
Schakel de vriezer uit en trek de stekker. Haal de producten eruit en wikkel ze in kranten. Laat de deur open. Gebruik eventueel pannetjes met heet water (niet kokend) op een onderzetter. Gebruik nooit scherpe voorwerpen of ontdooisprays. Maak na het ontdooien de binnenkant schoon en droog.
Kan ik de deur van de vriezer naar de andere kant laten openen?
Ja, de draairichting is omkeerbaar. Volg de stappen in de handleiding: verwijder de afstandsstukken, scharnieren en zet deze aan de andere kant. Gebruik de meegeleverde doppen om gaten af te sluiten.
Hoe reinig ik de Miele F 623 UI?
Ontdooi het apparaat eerst. Gebruik lauwwarm water met een mild reinigingsmiddel. Reinig de luchttoevoer- en afvoeropeningen regelmatig met een kwast of stofzuiger. Gebruik geen schuurmiddelen, stoomreinigers of agressieve chemicaliën.
Wat moet ik doen als ik langere tijd weg ben?
Schakel de vriezer uit, trek de stekker, ontdooi en reinig het apparaat. Laat de deur op een kier staan om schimmelvorming te voorkomen.
Welke levensmiddelen zijn geschikt om in te vriezen?
Geschikt: vers vlees, gevogelte, vis, groenten, fruit, zuivel, brood, banket, kliekjes. Niet geschikt: druiven, sla, radijs, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, appels, peren. Blancheer groenten en fruit voor het invriezen.
Hoe lang kan ik diepvriesproducten bewaren?
De bewaartijd hangt af van het product. Gebruik de diepvrieskalender op de laden of de houdbaarheidsdatum op de verpakking. Bij -18 °C blijven producten lang goed. Ontdooide producten niet opnieuw invriezen, tenzij gekookt of gebraden.
Welke geluiden zijn normaal bij deze vriezer?
Normale geluiden: brommen van de compressor, klotsen van koelvloeistof, klikken van de thermostaat, ruisen van luchtcirculatie. Rammelende geluiden kunnen worden verholpen door het apparaat waterpas te zetten of onderdelen goed te plaatsen.

Gebruikersvragen over F 623 UI MIELE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F 623 UI - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F 623 UI van het merk MIELE.

GEBRUIKSAANWIJZING F 623 UI MIELE

Gebruiks- en montage-aanwijzing

MIELE F 623 UI - Gebruiks- en montage-aanwijzing - 1

Lees beslist de gebruiksaanwijzing

voordat u uw apparaat plaatst,

installeert en in gebruik neemt.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt

onnodige schade aan uw apparaat.

Algemeen 4

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 5

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 6

Het besparen van energie 10

Het in- en uitschakelen van de vrieskast....12

Bij langere afwezigheid 13

De juiste temperatuur 14

... in de diepvriesruimte .... 14

Het instellen van de temperatuur....14

Temperatuuraanduiding....15

Zoemer 16

Het inschakelen van het waarschuwingssysteem 16

Het voortijdig uitschakelen van de zoemer 16

De functie "Superfrost" 17

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen? 17

Het gebruik van de superfrost....17

Het inschakelen van de superfrost....17

Het uitschakelen van de superfrost 18

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen 19

Het bewaren van diepvriesproducten 19

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen 19

Waar u daarbij op moet letten: 19

Het verpakken....20

Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvriesruimte legt . . . . . . . . . . 20

Het wegleggen....20

Diepvrieskalender 21

Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen 21

Het ontdooien van ingevroren producten 22

Het bereiden van ijsblokjes 22

Het snelkoelen van dranken 22

Het ontdooien van de vrieskast 23

Het reinigen van de vrieskast 25

Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren 25

Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 25

Het reinigen van de deurdichting 25

Nuttige tips 27

Geluiden en de oorzaken ervan 29

Elektrische aansluiting 31

Montage-instructies 32

Plaats van opstelling 32

Klimaatklasse 32

Side-by-side inbouw 32

Luchttoevoer en luchtafvoer 32

Voordat u het apparaat inbouwt. 32

Inbouwmaten 33

Het veranderen van de draairichting van de deur....34

Het inbouwen van het apparaat 36

Het onderbouwen van het apparaat 36

Het instellen van de sokkeldiepte 36

Het monteren van de meubeldeur....37

Algemeen

-*** -15-18 -21-25 -32 °C SUPER ① ② ③ ④ 0 1 4 3 2

①Zoemer - toets en controlelampje van de zoemer
②Temperatuuraanduiding

③Superfrost - toets en controlelampje van de superfrost
④Temperatuurregelaar

Miole : 34M MIOLE : 34M ⑤ ⑥ ⑦

⑤Diepvriesladen met diepvrieskalender
⑥Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen
⑦Ventilatieopeningen

Het verpakkingsmateriaal

De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.

Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be- last en kan worden hergebruikt.

Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.

Uw vakhandelaar neemt de verpakking in het algemeen terug.

Het afdanken van het apparaat

Afgedankte elektrische en elektronische apparaten bevatten meestal nog waardevolle materialen.

Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functioneren.

Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone huisafval doet, kunnen deze stoffen mens en milieu schaden.

MIELE F 623 UI - Het afdanken van het apparaat - 1

Doe het apparaat daarom in geen geval bij het gewone huisafval, maar lever het in bij het inzameldepot van uw gemeente.

Let erop dat de buisleidingen van uw apparaat niet worden beschadigd, wanneer dit wordt weggebracht om op vakkundige wijze en zonder het milieu al te veel schade te berokkenen te worden verschroot. Dan kan men er zeker van zijn dat koelmiddelen die zich in het koelsysteem bevinden en de olie die zich in de compressor bevindt niet in het milieu terechtkomen.

Neem ook de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" in acht.

Deze vrieskast voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan.

Lees deze gebruiksaanwijzing daar- om eerst aandachtig door voordat u dit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onder- houd van het apparaat.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de vrieskast.

Efficiënt gebruik

Deze vrieskast is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.

Gebruik deze vrieskast uitsluitend voor het bewaren van diepvriespro-

ducten, voor het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen en voor het bereiden van ijs.

Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.

Dit apparaat bevat het koelmiddel isobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is.

Het gas is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet, maar het gebruik van dit koelmiddel heeft er wel toe geleid dat het apparaat meer lawaai maakt wanneer het aanstaat. Behalve de geluiden van de compressor kunnen er dan in het hele koelsysteem stromingsgeluiden optreden.

Deze effecten zijn helaas niet te vermijden, maar hebben geen negatieve invloed op de capaciteit van het apparaat.

Let er bij het transport en bij de plaatsing van het apparaat op dat er geen onderdelen van het koelsysteem worden beschadigd. Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken.

Wordt het koelsysteem toch beschadigd:

- vermijd dan open vuur of andere brandhaarden,

- trek de stekker uit het stopcontact,

- lucht het vertrek waar het apparaat staat enkele minutenlang door

- en neem contact op met de Technische Dienst.

Hoe meer koelmiddel een vrieskast bevat, des te groter moet het ver-trek zijn waarin de vrieskast wordt op-gesteld.

Wanneer het vertrek te klein is kan zich bij een eventuele lek een brandbaar mengsel van gas en lucht vormen.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn.

De hoeveelheid koelmiddel die de vrieskast bevat staat op het typeplaatje in de binnenkant van het apparaat.

Voordat u uw vrieskast aansluit dient u altijd de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektrici- teitsnet te vergelijken.

Deze moeten beslist overeenkomen, omdat de vrieskast anders beschadigd raakt.

Raadpleeg bij twijfel een elektricien.

De elektrische veiligheid van de vrieskast is uitsluitend gegaran- deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is ge- installeerd.

Het is zeer belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw controle-ren.

De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).

Een veilig gebruik van de vrieskast is alleen dan gegarandeerd, wanneer het apparaat wordt gemonteerd en aangesloten volgens de instructies die in de gebruiksaanwijzing staan.

Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman/vakvrouw op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.

Installatie- en onderhoudswerkzaamheden als ook reparaties mogen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd.

Ondeskundig uitgevoerde installatie- en onderhoudswerkzaamheden, als ook ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.

Er staat alleen dan geen elektrische spanning op de vrieskast als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

- als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,

- of als de stekker uit het stopcontact is getrokken.

Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.

De vrieskast mag niet via een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Gebruik

Raak ingevroren levensmiddelen niet met natte handen aan.

Doet u dat wel, dan zouden uw handen vast kunnen vriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Gebruik geen elektrische appara- ten in dit apparaat, bijv. voor het maken van ijs.

Doet u dat wel, kunnen er vonken ont- staan en bestaat er gevaar voor een ex- plosie.

Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit de vrieskast heeft gehaald.

Door de zeer lage temperatuur van deze producten zouden uw lippen en tong kunnen vastvriezen en zou u zich kunnen verwonden.

Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet op- nieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snel mogelijk omdat ze anders aan voedingswaarde verliezen en beder- ven.

Ontdooide levensmiddelen die al ge- kookt en gebraden zijn kunnen wel op- nieuw worden ingevroren.

Bewaar geen stoffen in de vrieskast die drijfgassen of andere verstuivingsmiddelen bevatten.

Wanneer de thermostaat wordt ingeschakeld kunnen vonken ontstaan.

Deze kunnen licht ontvlambare producten tot explosie brengen.

Bewaar geen blikjes en flessen in de vrieskast die koolzuurhoudende dranken bevatten of vloeistoffen die kunnen bevriezen.

De blikjes en flessen kunnen in dat geval uit elkaar springen, u zou zich kunnen verwonden en er zou schade kunnen ontstaan.

Haal flessen die u in de vrieskast hebt gelegd om snel te koelen er na maximaal één uur weer uit.

Doet u dat niet, dan kunnen ze uit elkaar springen, zou u zich kunnen verwonden en zou er schade kunnen ont-staan.

Wanneer u levensmiddelen eet die te lang zijn bewaard, loopt u het risico voedselvergiftiging op te doen.

De bewaartijd hangt van vele factoren af, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard.

Neem de bewaartips van de levensmiddelenfabrikanten in acht en houd in de gaten tot welke datum de levensmiddelen uiterlijk houdbaar zijn.

Gebruik geen scherpe voorwerpen om

- rijp- en ijslagen te verwijderen

- en vastgevroren ijsbakjes en/of vastgevroren levensmiddelen los te wrikken.

Doet u dat wel, dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de vrieskast niet meer.

Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de vrieskast.

Doet u dat wel, dan raakt het kunststof beschadigd.

Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien.

Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.

Behandel de deurdichtingen niet met olie of vet.

Doet u dat wel, dan worden de deurdichtingen in de loop van de tijd poreus.

Sluit de luchttoevoeropening in de sokkel en de luchtafvoeropening boven in de kastombouw niet af.

Wanneer deze roosters geblokkeerd zijn kan er geen goede luchtgeleiding plaatsvinden, waardoor het stroomverbruik stijgt en bepaalde onderdelen van de vrieskast kunnen beschadigen.

De vrieskast is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de temperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw vrieskast staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.

Een te lage temperatuur heeft tot ge- volg dat de vrieskast voor langere tijd afslaat zodat het apparaat de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.

Gebruik voor het ontdooien en reinigen van de vrieskast nooit een stoomreiniger.

Stoom kan in aanraking komen met de- len van het apparaat die onder span- ning staan en zo kortsluiting veroorza- ken.

Wat te doen wanneer u het ap- paraat afdankt

Voorkom dat kinderen zich bij het spelen insluiten en in levensgevaar komen.
Haal de stekker uit het stopcontact en maak de aansluitkabel onbruikbaar.
Beschadig geen delen van het koelsysteem, bijv. door

  • koelmiddelkanalen van de vriesplaten open te prikken;
  • buisleidingen om te buigen;
  • beschermende lagen af te krabben.

Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat oogletsel veroorzaken.

Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.

Het besparen van energie

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Plaatsing van het apparaatIn ruimten waar kan worden ge -ventileerdIn gesloten ruimten waar niet kan worden geventileerd
Op een plaats waar de zon niet direct op kan schijnenOp een plaats waar de zon direct op kan schijnen
Niet naast een warmtebron (verwarming, fornuis)Naast een warmtebron (verwarming, fornuis)
Bij een kamertemperatuur van ca. 20 °CBij een hogere omgevingstemperatuur
Temperatuurinstelling in standenInstelling van één van de middelste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager de temperatuur, des te hoger het energieverbruik
Temperatuurinstelling in graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bijapparaten met winterschake -ling: schakel bij omgevingstemperaturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit.
Koelzone: 4 tot 5 °C
0° zone: ca. 0 °C
Diepvrieszone: - 18 °C
Dagelijks gebruik Open de dedeur alleen wanneer dat nodig is en dan nog zo kort mogelijk.De temperatuur in het apparaat wordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deur langer geopend blijft.
Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgt de temperatuur.
Laat warme levensmiddelen en dranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nog warm, moet de motor langer werken om de vereiste temperatuur te berei-ken.
Leg de levensmiddelen alleen afgedekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in de koelzone condenseren neemt de koelcapaciteit af.
Leg ingevroren producten in de koelzone wanneer ze moeten ont-dooien.
Plaats de levensmiddelen niet te dicht op elkaar zodat de lucht tus- sen de levensmiddelen kan circu- leren.
Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wanneer er een ijslaag van 1 cm in zit.Een ijslaag in het diepvries- gedeelte bemoeilijkt het invriezen en bewaren van producten in dit gedeelte. Daardoor stijgt het stroomverbruik.

Voor het eerste gebruik

■ Reinig de binnenkant van de vries-kast en de toebehoren. Gebruik daar- voor lauwwarm water met een beetje reinigingsmiddel.
■ Wrijf daarna alles met een doek droog.

Laat het apparaat nadat u het hebt geplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uur staan voordat u het aansluit. Dat is zeer belangrijk voor een goede werking van de vrieskast!

Het inschakelen van de vries- kast

0 1 2 3 4

■ Draai de temperatuurregelaar met een munt vanuit stand "0" naar rechts op één van de andere standen.

Draai de temperatuurregelaar niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt. Draait u verder dan raakt de regelaar beschadigd.

Het controlelampje van de zoemer knippert.

Na korte tijd klinkt er een zoemtoon en begint het apparaat te koelen.

Voordat u voor de eerste keer levens- middelen in de vrieskast legt kunt u het apparaat het beste een paar uur laten voorkoelen.

Hoe hoger de stand aan de temperatuurregelaar, des te lager de temperatuur in het apparaat.

Het uitschakelen van de zoemer

MIELE F 623 UI - Het uitschakelen van de zoemer - 1

■ Druk op de Zoemer - toets.

De zoemer houdt op.

Het controlelampje blijft zolang branden totdat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Het uitschakelen van de vries- kast

■ Draai de temperatuurregelaar met een munt naar links op stand "0".

Alle controlelampjes gaan uit en de koeling is uitgeschakeld.

Bij langere afwezigheid

Wanneer u de vrieskast vrij lange tijd niet gebruikt, doe dan het volgende.

■ Schakel de vrieskast uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Ontdooi het apparaat.
■ Reinig het.
■ Laat de deur van de vrieskast iets openstaan om te voorkomen dat er luchtjes ontstaan.

Wanneer het apparaat in zulke ge- vallen wel wordt uitgeschakeld, maar niet wordt gereinigd en niet wordt opengezet, bestaat er gevaar dat zich schimmel vormt.

... in de diepvriesruimte

Het is voor de houdbaarheid van de levensmiddelen zeer belangrijk dat de juiste temperatuur wordt ingesteld.

Door micro-organismen bederven de levensmiddelen erg snel. De temperatuur beïnvloedt de snelheid waarmee de micro-organismen groeien. Hoe lager de temperatuur, des te langzamer de micro-organismen groeien en des te langer het duurt voordat de levensmiddelen bederven.

Wanneer u voor het bewaren van levensmiddelen de juiste temperatuur instelt kunt u daarmee bederf voorkomen of vertragen.

Stel, wanneer u verse levensmiddelen wilt invriezen en ingevroren levensmiddelen lange tijd wilt bewaren, een temperatuur in van -18 °C. Bij deze temperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeelte gestopt. Zodra de temperatuur boven de -10 °C stijgt begint het bederf door de micro-organismen en zijn de levensmiddelen minder lang houdbaar. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen pas weer worden ingevroren wanneer ze eerst ver-werkt zijn, d.w.z. eerst gekookt of gebraden zijn. Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.

De temperatuur in de vrieskast wordt hoger, naarmate

  • de deur van het apparaat vaker wordt geopend en de deur langer geopend blijft;
  • er meer levensmiddelen worden opgeslagen;

  • er meer verse levensmiddelen worden ingevroren;

  • de omgevingstemperatuur hoger is. De vrieskast is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een temperatuurbereik waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

Het instellen van de temperatuur

De temperatuur kunt u instellen met behulp van de temperatuurregelaar.

0 1 2 3 4

■ Draai de temperatuurregelaar met een munt vanuit stand "0" naar rechts op één van de andere standen.

Draai de temperatuurregelaar niet verder dan het punt waarop u weerstand voelt.

Draait u verder dan raakt de regelaar beschadigd.

Hoe hoger de stand aan de temperatuurregelaar, des te lager de temperatuur in het apparaat.

Stel bij een gemiddelde hoeveelheid levensmiddelen één van de middelste standen in.

Controleer de temperatuur in het apparaat regelmatig.

Temperatuuraanduiding

De temperatuuraanduiding op het bedieningspaneel geeft bij normaal gebruik de temperatuur aan van de warmste plek in het apparaat.

De temperaturen op het display geven een temperatuurbereik aan en zijn geen preciese aanduiding van de echte temperatuur.

Wanneer u met behulp van de temperatuurregelaar een andere temperatuur heeft ingesteld, controleer dan de temperatuuraanduiding na ca. 6 uur wanneer de vrieskast lang niet vol is en na ca. 24 uur wanneer de vrieskast wel vol is.

Pas dan is de echte diepvriesruimte-temperatuur bereikt.

Is de temperatuur na deze tijd te laag of te hoog, zet de temperatuurregelaar dan opnieuw op een andere stand.

Een temperatuur van boven de -18 °C is geen probleem wanneer u:

  • het apparaat in gebruik neemt;
  • verse levensmiddelen invriest;
  • de deur van het apparaat een keer vrij lang geopend houdt, bijv. om een vrij grote hoeveelheid producten in de vrieskast te leggen of eruit te halen.

Is de temperatuur vrij lange tijd hoger dan -18 °C, controleer dan of de ingevroren levensmiddelen geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid. Is dat het geval, verbruik deze levensmiddelen dan zo snel mogelijk.

Dit apparaat is uitgerust met een waarschuwingssysteem in de vorm van een zoemer. Daarmee wordt voorkomen dat de temperatuur in de diepvrieszone ongemerkt stijgt.

Wanneer de temperatuur te veel stijgt klinkt er een zoemtoon. Tegelijk gaat het controlelampje van de zoemer knipperen.

Of het apparaat een temperatuur te hoog vindt is afhankelijk van de stand aan de temperatuurregelaar.

De zoemtoon klinkt en het controle-lampje van de zoemer gaat branden wanneer:

  • u de diepvrieszone inschakelt;
  • u een vrij grote hoeveelheid levens- middelen invriest;
  • er teveel warme lucht uit het vertrek het apparaat binnenstroomt, bijv. wanneer u producten in de vrieskast legt of hersorteert of er producten uithaalt;
  • de stroom vrij lang uitgevallen is ge- weest.

Het inschakelen van het waarschuwingssysteem

Het waarschuwingssysteem hoeft niet te worden ingeschakeld, want het is al automatisch klaar voor gebruik.

Het voortijdig uitschakelen van de zoemer

Zodra de ingestelde temperatuur in de diepvrieszone is bereikt houdt de zoemer op en gaat het controlelampje uit.

Wanneer de zoemer u hindert dan kunt u deze voortijdig uitschakelen.

MIELE F 623 UI - Het voortijdig uitschakelen van de zoemer - 1

■ Druk op de Zoemer - toets.

De zoemer houdt op.

Het controlelampje van de zoemer blijft zolang branden totdat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Vanaf dat moment is het waarschu- wingssysteem weer klaar voor gebruik.

Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen?

Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Alleen zo blijven voedingswaarde, vitaminen, vorm en smaak behouden.

Hoe langzamer de levensmiddelen invriezen, des meer vocht komt er uit iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tussenruimten terecht.

De cellen gaan krimpen.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien komt slechts een deel van het vocht dat eerder vrijkwam in de cellen terug.

Praktisch betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat ziet u aan de grote waterplas die zich om de levensmiddelen vormt wanneer deze ontdooien.

Wanneer de levensmiddelen snel helemaal invriezen, heeft het vocht minder tijd om uit de cellen vrij te komen en in de tussenruimten terecht te komen.

De cellen krimpen veel minder.

Wanneer de levensmiddelen ontdooien kan de kleine hoeveelheid vocht die vrijgekomen is naar de cellen terugkeren. Dat betekent dat de levensmiddelen weinig vocht verliezen. Er vormt zich slechts een kleine waterplas om de levensmiddelen wanneer deze ontdooien!

Het gebruik van de superfrost

Met behulp van de functie "Superfrost" kunt u verse levensmiddelen optimaal invriezen. De superfrost moet u al vóór het invriezen van verse levensmiddelen inschakelen.

De superfrost schakelt u dus niet in:

- wanneer u reeds ingevroren levensmiddelen in het apparaat legt;

- wanneer u dagelijks slechts max. 2 kg verse levensmiddelen in het apparaat legt.

Het inschakelen van de superfrost

De superfrost moet u inschakelen 4 - 6 uur voordat u de in te vriezen levensmiddelen in het apparaat legt.

Wilt u gebruik maken van de maximale vriescapaciteit, schakel de superfrost dan 24 uur van te voren in.

SUPER

■ Druk op de Superfrost - toets.

Daarna begint het controlelampje boven deze toets te branden.

De temperatuur in het apparaat daalt doordat de koelcapaciteit van het apparaat maximaal is.

Het uitschakelen van de superfrost

De superfrost wordt automatisch na ca. 50 uur uitgeschakeld.

Het controlelampje gaat uit en de koel-capaciteit van het apparaat is weer nor-maal.

Om energie te besparen kunt u de superfrost zelf uitschakelen, zodra in de diepvrieszone een constante temperatuur van minstens -18 °C is bereikt.

■ Druk op de Superfrost - toets.

Daarna gaat het controlelampje boven deze toets uit.

De koelcapaciteit van het apparaat is weer normaal.

Maximale vriescapaciteit

Levensmiddelen kunnen het best zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de maximale vriescapaciteit niet wordt overschreden.

De maximale vriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje "Vriescapaciteit ..... kg/24 h".

Het bewaren van diepvries- producten

■ Wilt u diepvriesproducten bewaren, controleer dan al vóórdat u ze koopt:
– de verpakking op eventuele beschadigingen;
- de uiterste houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten en
- de temperatuur van de diepvrieskist in de winkel. Komt deze boven de -18 °C, dan zijn de diepvriesproducten niet zo lang houdbaar als wanneer de temperatuur -18 °C is.
■ Haal de diepvriesproducten uit de diepvrieskist als u alle andere boodschappen al in uw wagentje hebt liggen en vervoer ze in krantenpapier of in een koeltas.
■ Leg de diepvriesproducten thuis direct in het apparaat.

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen

Gebruik voor het invriezen alleen verse levensmiddelen waar geen rotte plekken in zitten!

Waar u daarbij op moet letten:

  • Geschikt om in te vriezen zijn: vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis, groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten.
  • Niet geschikt om in te vriezen zijn: druiven, kropsla, radijs, rammenas, zure room, mayonaise, hele eieren in de schaal, uien, appels en peren.
  • Om kleur, smaak, aroma en vitamine C te behouden kunt u groenten en fruit het beste voor het invriezen blancheren.
    Breng daartoe een pan water aan de kook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 minuten in liggen, haal het eruit, laat het snel in koud water afkoelen en laat het uitlekken.
  • Mager vlees is beter geschikt om te worden ingevroren dan vet vlees en kan veel langer worden bewaard.
  • Leg tussen koteletten, biefstukjes, schnitzels enz. telkens een stukje huishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aan elkaar vastvriezen.

- Kruid en zout verse levensmiddelen en geblancheerde groente vóór het invriezen niet.

Kruid en zout reeds bereide gerechten voor het invriezen slechts licht. Sommige kruiden veranderen de smaakintensiteit van de gerechten.

- Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reeds ingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.

Het verpakken

■ Vries de levensmiddelen per portie in.

Geschikte verpakking

  • kunststof folie
  • diepvrieszakken van polyethyleen
  • aluminiumfolie
  • diepvriesbakje

Ongeschikte verpakking

  • pakpapier
  • braadpapier
  • cellofaan
  • afvalzakken
  • gebruikte plastic zakken

■ Druk de lucht uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met:

- elastiekjes

- kunststof klipjes

- touwtjes of

- koudebestendig plakband.

Zakken en diepvrieszakken van poly- ethyleen kunt u ook met een seal- apparaat afsluiten.

■ Doe een sticker op de verpakking met inhoud en invriesdatum.

Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvriesruimte legt

■ Wanneer u meer dan 2 kg verse levensmiddelen heeft, schakel dan een tijdje vóórdat u deze in de diepvriesruimte legt de functie "Superfrost" in. Zie hoofdstuk: "De functie "Superfrost"".

Het wegleggen

De levenmiddelen kunnen overal in de diepvriesruimte worden ingevroren, bij voorkeur in de bovenste twee diepvriesladen.

Vrij grote hoeveelheden kunnen het beste direct op de vriesplaten worden gelegd, daar de levensmiddelen daar bijzonder snel worden ingevroren zonder dat dat ten koste gaat van de kwaliteit. In dit geval moeten één of meer diepvriesladen er uit worden gehaald.

In iedere diepvrieslade en op iedere vriesplaat kan maximaal 25 kg worden gelegd.

MIELE F 623 UI - Het wegleggen - 1

De levensmiddelen mogen niet buiten de stapelgrens A uitkomen, want dat bemoeilijkt de luchtcirculatie.

■ Leg de in te vriezen producten over de hele breedte op de bodem van de diepvriesladen of op de vriesplaten van het apparaat, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.

■ Zorg ervoor dat het materiaal waarin de in te vriezen producten zijn verpakt droog is, zodat de producten niet aan elkaar of aan de bodem van de diepvriesladen vastvriezen.

Zorg ervoor dat in te vriezen levensmiddelen niet tegen reeds ingevroren levensmiddelen aan komen te liggen.

Gebeurt dat wel dan kunnen reeds ingevroren levensmiddelen gaan ontdooien.

Diepvrieskalender

De diepvrieskalender die zich op de diepvriesladen bevindt geeft de ge- bruikelijke bewaartijd aan van verschil- lende soorten levensmiddelen, als ze vers worden opgeslagen.

Bij de in de handel verkrijgbare diepvriesproducten is de op de verpakking aangegeven uiterste houdbaarheidsdatum beslissend.

Markeersysteem voor ingevroren levensmiddelen

Een manier om de bewaartijd van de levensmiddelen in de gaten te houden is het markeersysteem voor ingevroren levenmiddelen.

Op iedere diepvrieslade zitten 2 plaket- ten met een wieltje. Op dit wieltje zijn de maanden weergegeven met 1 - 12 .

10-12

■ Schuif de plaketten vanaf de rand van de diepvrieslade op de geleiderail.

Met de plaketten geeft u aan om wat voor soort product het gaat en met de wieltjes het tijdstip waarop u het pro- duct hebt opgeslagen.

Het ontdooien van ingevroren producten

Dat kunt u doen

  • in de magnetron;
  • in de oven bij het verwarmingssysteem "Hetelucht" of "Ontdooien";
  • bij kamertemperatuur;
  • in de koelkast of in de koelzone.

Platte stukken vlees en vis kunnen gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.

Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in de verpakking als ook in een afgedekte schaal ontdooien.

Groente kan in het algemeen in bevroren toestand aan kokend water worden toegevoegd of in heet vet worden gestoofd. De kooktijd is iets korter dan bij verse groente.

Vries geheel of gedeeltelijk ont- dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmid- delen hebt gekookt of gebraden kunt u ze opnieuw invriezen.

Het bereiden van ijsblokjes

(Afhankelijk van het model met bakje met boutje)

MIELE F 623 UI - Het bereiden van ijsblokjes - 1

■ Druk het boutje naar beneden en vul het bakje voor ijsblokjes met water. Overtollig water stroomt door een opening weg.
■ Druk het boutje naar boven om het bakje te sluiten en zet het op de bodem van een diepvrieslade.
■ Wanneer het bakje is vastgevroren, gebruik dan een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel om het los te maken.
■ Wanneer het bakje even onder stromend water wordt gehouden laten de ijsblokjes gemakkelijk los.

Het snelkoelen van dranken

Wanneer u flessen drank in het apparaat hebt gelegd om snel te koelen, haal ze er dan na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet dan springen ze uit elkaar.

Wanneer de vrieskast normaal in gebruik is, ontstaan er na verloop van tijd rijp en ijs op de aluminium platen en la-denfronten. Daardoor wordt er minder kou afgegeven en meer stroom verbruikt.

Krab de rijp- en ijslagen er niet af, want dan beschadigt u de vriesplaten en functioneert de vrieskast niet meer.

Ontdooi de vrieskast van tijd tot tijd, echter in ieder geval zodra zich een ca. 5 mm dikke ijslaag heeft gevormd. Gebruik de gelegenheid wanneer er weinig of geen producten in de vrieskast liggen.

■ Schakel ca. 4 uur voordat u de vrieskast gaat ontdooien de superfrost in. Daardoor krijgen de reeds opgeslagen ingevroren levensmiddelen een koudereserve en kunnen dus iets langer bij kamertemperatuur worden bewaard.
■ Haal de ingevroren producten uit de vrieskast en wikkel ze in verschillende lagen krantenpapier of dekens. Bewaar de ingevroren producten op een koele plaats, totdat de vrieskast weer klaar is voor gebruik.
■ Haal de diepvriesladen uit het apparaat behalve de onderste lade. Deze moet namelijk het dooiwater opvangen!

Handel het ontdooien zo snel mogelijk af.

Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur worden bewaard, des te korter ze houdbaar zijn.

■ Schakel de vrieskast met de temperatuurregelaar uit.
■ Trek de stekker uit het stopcontact.
■ Laat de deur van het apparaat open.

U kunt het ontdooien versnellen door twee pannetjes op een onderzetter met heet (niet kokend) water in de vrieskast te zetten en wat warm water in de onderste lade te gieten. In dat geval kan de deur bij het ontdooien gesloten blijven, zodat de warmte niet vrij kan komen.

Plaats wanneer u wilt ontdooien nooit elektrische verwarmingsapparaten of kaarsen in de vrieskast. Doet u dat wel dan raakt het kunststof beschadigd.

Gebruik geen ontdooisprays of andere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die het kunststof beschadigen of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid.

■ Haal de onderste lade uit de vrieskast en giet de lade leeg.
■ Neem het dooiwater dat zich verder nog in de vrieskast bevindt met een spons of doek op.
■ Reinig het apparaat
■ en maak het droog.
■ Sluit de deur van de vrieskast.
■ Steek de stekker in het stopcontact.
■ Schakel de vrieskast in.
■ Schakel de superfrost in zodat de vrieskast snel koud wordt.

Het controlelampje gaat branden.

■ Schuif de diepvriesladen met de ingevroren producten in de vrieskast zodra de temperatuur in het apparaat laag genoeg is.

■ Schakel de superfrost weer uit.

Het controlelampje gaat uit.

Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of schuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmiddelen.

Ongeschikt zijn ook zogenaamde "schuurmiddelvrije" schuurmiddelen, daar deze doffe plekken veroorza- ken.

Let erop dat er geen water in de elektronica terechtkomt.

Gebruik geen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delen van het apparaat die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.

Het typeplaatje in de binnenruimte van het apparaat mag niet worden verwijderd. De gegevens zijn nodig in het geval er een storing optreedt.

Voor het reinigen

■ Ontdooi het apparaat.
■ Schakel het apparaat uit.
■ Haal de stekker uit het stopcontact.
■ Sla de ingevroren producten op een koele plaats op.
■ Haal alle diepvriesladen uit het apparaat.

Het reinigen van de binnen- ruimte en de toebehoren

■ Reinig de binnenruimte en de toebehoren met lauwwarm water met reini-gingsmiddel.
Reinig de toebehoren met de hand, niet in de afwasautomaat.
■ Neem binnenruimte en toebehoren daarna met helder water af en wrijf alles met een doek droog.
■ Laat de deur van de vrieskast korte tijd openstaan.

Het reinigen van de luchttoe-voer- en luchtafvoeropeningen

■ Reinig de luchttoevoer- en luchtaf-voeropeningen regelmatig met een kwast of een stofzuiger.

Wanneer er zich stof ophoopt, wordt er onnodig veel energie verbruikt.

Het reinigen van de deurdich- ting

Behandel de deurdichting niet met olie of vet.

Doet u dat wel, dan wordt de deurdichting in de loop van de tijd poreus.

Reinig de deurdichting regelmatig alleen met helder water en wrijf deze daarna met een doek grondig droog.

Na het reinigen

■ Sluit de deur van de vrieskast.
■ Steek de stekker weer in het stopcontact.
■ Schakel het apparaat weer in.
■ Schakel de SuperFrost in, zodat het in de vrieskast weer snel koud wordt.

Het controlelampje van de SuperFrost gaat aan.

■ Leg de ingevroren producten weer terug in de diepvriesladen en schuif de diepvriesladen weer in het apparaat, zodra de temperatuur laag genoeg is.

■ Schakel de SuperFrost weer uit.

Het controlelampje van de SuperFrost gaat uit.

Reparaties aan elektrische appara- ten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Wanneer dit niet gebeurt dan kan de gebruiker grote risico's lopen.

Een aantal storingen kunt u echter zelf verhelpen.

Wat moet u doen, wanneer ...

... de vrieskast niet koelt?

■ Controleer of:
- de temperatuurregelaar op een andere stand staat dan op "0";
– de stekker stevig in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is ingeschakeld. Is dit wel het geval, neem dan contact op met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

... de deur van de vrieskast niet verschillende keren achter elkaar kan worden geopend?

Dat is geen storing. Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder moeite openen.

... de temperatuur in de vrieskast te laag is?

■ Zet de temperatuurregelaar op een lagere stand (hogere temperatuur).
■ Controleer of u vergeten hebt om de superfrost uit te schakelen. In dat geval brandt het controlelampje.

... de vrieskast vaker en voor langere tijd aanslaat?

■ Controleer of:

  • de luchttoevoeropening beneden in de sokkel of de luchtafvoeropening boven in de vrieskastombouw is geblokkeerd en of er veel stof inzit;
  • u de deur van de vrieskast vaak open en dicht heeft gedaan;
  • er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
  • de deur van de vrieskast goed sluit;
  • er zich op de vriesplaten een vrij dikke ijslaag bevindt.
    Klopt dat, ontdooi dan de vrieskast.

... de zoemtoon klinkt en het contro- lelampje van de zoemer knippert?

De diepvriesruimte is gezien de ingestelde temperatuur te warm en wel doordat:

  • de deur van de vrieskast vaak open en dicht is gedaan;
  • er ineens grote hoeveelheden verse levensmiddelen zijn ingevroren;
  • de stroom vrij lang uitgevallen is ge- weest;
  • de luchttoevoeropeningen zijn geblokkeerd.

Wanneer het euvel verholpen is dan gaat het controlelampje van de zoemer uit en houdt de zoemer op.

... het controlelampje van de zoemtoon tegelijk knippert met de temperatuuraanduiding -15 °C?

Er is sprake van een technische storing.

■ Neem in dat geval contact op met de Technische Dienst.

... het controlelampje van de superfrost niet brandt, terwijl het apparaat wel werkt?

Het controlelampje is defect.

■ Neem contact op met de Technische Dienst.

... de ingevroren producten vastgevroren zijn?

■ Maak de ingevroren producten met een stomp voorwerp, bijv. met een lepelsteel los.

... zich op de vriesplaten een vrij dikke ijslaag bevindt?

■ Controleer of de deur van de vrieskast goed sluit.

■ Ontdooi het apparaat en reinig het.

Door een dikke ijslaag vermindert de koelcapaciteit waardoor het stroomverbruik stijgt.

Kunt u een storing ook met boven- genoemde tips niet verhelpen, roep dan de hulp in van de Technische dienst.

Open als het mogelijk is de vries-kastdeur niet vóórdat de storing is verholpen. Op deze manier houdt u het koudeverlies zo gering mogelijk.

Geluiden en de oorzaken ervan

Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan?
Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.-
Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van de koelvloeistof die door de leidingen stroomt.
Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de motor in- of uitschakelt.
Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat.

Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.

Geluiden die makkelijk te verhelpen zijnWat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt u daartegen doen?
Klapperende en rammelende ge-luidenHet apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of leg er iets onder.
Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan: Schuif het apparaat een eindje weg.
Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze weer goed.
In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar aankomen.
De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van het apparaat: Verwijder de kabelhouder.

Neem bij storingen die u niet zelf kunt verhelpen contact op met

- uw Miele-handelaar

of

– met de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.

De telefoonnummers van diverse afdelingen en het adres van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.

Geef bij het inschakelen van de Technische Dienst altijd het type en het nummer van het apparaat door.

Beide gegevens vindt u op het type- plaatje in de binnenruimte van het ap- paraat.

Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgevoegde folder raadplegen.

Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.

Dit apparaat is voorzien van een aansluitkabel en een stekker met randaarde, geschikt voor aansluiting op 50 Hz 220 - 240 V.

Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contactdoos met randaarde.

Het is het beste wanneer de contact- doos zich naast het apparaat bevindt en u er gemakkelijk bij kunt.

Dit apparaat mag uitsluitend op een huisinstallatie worden aangesloten die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.

De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.

In de EU-voorschriften geeft men ter verhoging van de veiligheid het advies om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.

Het apparaat mag niet op omvormers worden aangesloten die bij autonome stroomvoorzieningen zoals zonne-energie worden gebruikt. Het is mogelijk dat wanneer het apparaat in dat geval wordt ingeschakeld, het door spanningspieken om veiligheidsredenen weer wordt uitgeschakeld. De elektronica kan beschadigd raken.

Het apparaat mag ook niet met een energievoorkeurstekker worden gebruikt. Het is mogelijk dat er in dat geval te weinig energie naar het apparaat wordt toegevoerd en dat componenten in het apparaat te warm worden.

Met verlengsnoeren kan een veilig gebruik van het apparaat namelijk niet worden gewaarborgd in verband met het gevaar voor oververhitting.

Moet er aan de aansluiting op het elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel iets worden veranderd dan mag dat uitsluitend door een erkend bedrijf gebeuren.

Een vrieskast die niet is ingebouwd kan kantelen!

Plaats van opstelling

Kies geen plaats direct naast een for- nuis of naast een apparaat dat hitte af- geeft of in de buurt van een raam waar de zon direct door heen kan schijnen. Hoe hoger de omgevingstemperatuur is, des te langer de vrieskast staat te ronken en des te hoger het stroomver- bruik is.

Geschikt is een droge ruimte waar kan worden geventileerd.

Klimaatklasse

De vrieskast is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse. Een klimaatklasse is een kamertemperatuurbereik waarbinnen de kamertemperatuur zich moet bewegen en waar deze niet boven of onder mag liggen.

De klimaatklasse van uw vrieskast staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnenkant van uw apparaat.

Klimaatklasse Kamertemperatuur

SN, Ntot +32 °C
STtot +38 °C
Ttot +43 °C

Met een minimum kamertemperatuur van + 5 °C werken de apparaten gega-randeerd zonder problemen.

Side-by-side inbouw

Wanneer de vrieskast naast een koel-kast moet worden ingebouwd (side-by-side inbouw), moet de vries-kast altijd (van voren gezien) rechts naast de koelkast worden ingebouwd.

In de linker zijwand van de vrieskast bevindt zich namelijk een verwarmingselement dat voorkomt dat zich tussen de apparaten condenswater vormt.

Luchttoevoer en luchtafvoer

De lucht aan de achterwand van de vrieskast wordt warm. Voor een goede koeling van het apparaat is het zeer belangrijk dat de inbouwkast zo geconstrueerd is dat de warme lucht via de voorkant wordt afgevoerd en niet via de achterkant ontsnapt. Daartoe moet de achterzijde met een meubelwand afgesloten zijn en de zijwanden en het werkblad vlak tegen de keukenwand aanliggen. Maak voor de stekker slechts een klein gat.

De lucht wordt via de sokkel van de vrieskast toe- en afgevoerd.

De luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen mogen daarom niet worden afgedekt of geblokkeerd.

Bovendien moeten ze regelmatig stofvrij worden gemaakt.

Voordat u het apparaat inbouwt

■ Verwijder de kabelhouder van de achterwand van het apparaat.
■ Controleer of de onderdelen aan de achterwand van het apparaat ner-gens tegenaan kunnen komen. Buig ze zo nodig de andere kant op.

570 600 100 550 597 20 818-868 168 820-870 22-77 A 2 SW30 50 2

Sokkelhoogte A is afhankelijk van de verschillende onderbouwhoogten:

Bij een onderbouwhoogte van

870 mm is de sokkelhoogte

100 - 170 mm.

Bij apparaten met de klimaatklasse ST en T is de minimum sokkelhoogte 120 mm!

De sokkelhoogte is hier afhankelijk van de hoogte van de meubelfrontplaat.

Bij een onderbouwhoogte van

920 mm is de sokkelhoogte

150 - 220 mm.

De sokkelhoogte kan met behulp van de stelvoeten onder het apparaat worden gewijzigd en varieert afhankelijk van de hoogte van het meubelfront.

Het veranderen van de draairichting van de deur

Voordat u het apparaat inbouwt moet u bepalen aan welke kant de deur van het apparaat moet worden geopend. Moet de deur linksscharnierend zijn, verander dan de draairichting van de deur.

■ Open de deur van het apparaat.
■ Haal alle diepvriesladen er uit.

MIELE F 623 UI - Het veranderen van de draairichting van de deur - 1

■ Maak alle afstandsstukken ① met een schroevendraaier los en maak ze aan de tegenoverliggende kant weer vast.

MIELE F 623 UI - Het veranderen van de draairichting van de deur - 2

■ Haal afdekking ①er met de hand en afdekkingen ②er met behulp van de kruiskopschroevendraaier af.
■ Draai de bevestigingsschroeven ③ iets los.
■ Schuif de deur van het apparaat naar buiten en licht hem eruit ④.
■ Draai de bevestigingsschroeven ③ er helemaal uit en schroef ze er losjes aan de tegenoverliggende kant ⑤ weer in.

MIELE F 623 UI - Het veranderen van de draairichting van de deur - 3

■ Draai de schroeven ①er uit.

Klap de scharnieren niet in elkaar, want dan zou u zich kunnen verwonden.

■ Zet de scharnieren er diagonaal aan de andere kant weer aan ②.
■ Sluit de vrijgekomen gaten met de bijgevoegde stoppen ③af.

Het veranderen van de draairichting van de deur

MIELE F 623 UI - Het veranderen van de draairichting van de deur - 1

■ Schuif de deur van het apparaat op de voorgemonteerde schroeven ① en draai de schroeven stevig aan.

Het inbouwen van het apparaat

Gebruik voor alle kruiskopschroeven een sterschroevendraaier.

Het onderbouwen van het apparaat

Bij een onderbouwhoogte van

820 mm kan het apparaat direct in de nis worden geschoven. Stel het echter van te voren met behulp van de stelvoeten waterpas!

Bij een onderbouwhoogte van

870 mm moeten de stelvoeten ca.

50 mm naar buiten worden gedraaid.

Gebruik daarvoor een steeksleutel (SW 30) of een schroevendraaier!

Stel het apparaat daarna waterpas.

■ Leg de aansluitkabel zo, dat de elektriciteit makkelijk kan worden aangesloten, nadat het apparaat is ingebouwd.

MIELE F 623 UI - Het onderbouwen van het apparaat - 1

■ Schuif het apparaat in de nis totdat de voorste rand van de scharnieren evenwijdig lopen met de zijwand van de inbouwkast (A).

■ Druk het apparaat met de kant waar de scharnieren zitten tegen de wand van de inbouwkast.

■ Schroef het apparaat door de bevestigingsplaat heen ①losjes aan het werkblad.

Het apparaat wordt pas goed vastgeschroefd nadat de sokkeldiepte is ingesteld en de meubeldeur is ge-monteerd.

Het instellen van de sokkeldiepte

MIELE F 623 UI - Het instellen van de sokkeldiepte - 1

■ Draai de schroeven ①los met ca. 8 tot 10 draaibewegingen.

■ Stel het sokkelpaneel ten opzichte van de sokkelpanelen van de meubels ernaast.

■ Draai de schroeven ①er na het stellen weer in totdat u duidelijk weerstand voelt.

Hebt u een doorlopend sokkelpaneel in de keuken, moet daarin voor de ventilatie van het apparaat een gat worden gemaakt:

SW30 600 H

Onderbouwhoogte [mm]Maat H [mm]
82060 +1
870110 +1

De ventilatieroosters mogen in geen geval worden geblokkeerd!

Het monteren van de meubeldeur

MIELE F 623 UI - Het monteren van de meubeldeur - 1

■ Stel de afstand tussen de deur van het apparaat en de bevestigingstraverse in op 8 mm.

■ Schuif de montagehulpstukken ①ter hoogte van de meubeldeur. Daarbij moet de onderkant van de haken X van de montagehulpstukken zich op gelijke hoogte bevinden als de bovenrand ▲ van de te monteren meubeldeur.

■ Schroef de moeren ②eraf en haal de bevestigingstraverse ③er samen met de montagehulpstukken af.

Het inbouwen van het apparaat

MIELE F 623 UI - Het inbouwen van het apparaat - 1

■ Teken met een potlood een dunne middellijn op de binnenkant van de meubeldeur.
■ Hang de bevestigingstraverse met de montagehulpstukken ①op de binnenkant van de meubeldeur. Stel de bevestigingstraverse precies in het midden.
■ Maak de bevestigingstraverse met minstens 6 korte spaanplaatschroeven ②(4 x 14 mm) vast. Gebruik bij cassettedeuren slechts 4 schroeven aan de rand.
■ Trek de montagehulpstukken naar boven en haal ze eruit ③.
■ Draai de montagehulpstukken en steek ze helemaal in de middelste gleuven van de bevestigingstraverse ④.

MIELE F 623 UI - Het inbouwen van het apparaat - 2

■ Hang de meubeldeur op de stelschroeven ①.
■ Draai de moeren ② losjes op de stelschroeven.
■ Sluit de deur en controleer de afstand van de de deur tot de meubeldeuren daarnaast.
■ Stel de meubeldeur ten opzichte van de meubeldeuren daarnaast. Het stellen aan de zijkanten: de juiste afstand X krijgt u door de meubeldeur te verschuiven. Het stellen in de hoogte: de juiste afstand Y krijgt u door met een sleufschroevendraaier aan de stelschroeven ①te draaien.
■ Draai de moeren ②iets vaster aan.

MIELE F 623 UI - Het inbouwen van het apparaat - 3

■ Schroef de deur van het apparaat aan de meubeldeur vast en wel als volgt.
- Schroef bevestigingshaak ①met de zeskantige schroef ②op de voorgeboorde gaten in de deur van het apparaat.
- Let erop dat de beide metalen ran- den ③(symbool //) evenwijdig lopen.
- Boor de bevestigingspunten ④voor en draai er de korte spaanplaten-schroeven ⑤(4 x 14 mm) in.
- Stel de meubeldeur in de diepte met afstand Z:

Draai de schroeven ⑥aan de bovenkant van de deur van het apparaat en schroef ⑦aan de bevestigings - haak aan de onderkant los.

Stel tussen meubeldeur en de nis- ruimte aan de voorkant een lucht- spleet van 2 mm in door de meubel- deur te verschuiven. Sluit daartoe de deur. Oriënteer u aan de meubel- deuren daarnaast.

(Schroef bij grote of gedeelde meubeldeuren een tweede paar bevestigingshaken ①in het handvatgedeelte van de deur. Gebruik daarvoor de voorgeboorde gaten van de deur van het apparaat).

Het vastmaken van het apparaat

MIELE F 623 UI - Het vastmaken van het apparaat - 1

■ Draai de moeren ①aan de bovenkant van de deur van het apparaat vast. Houd daarbij de stelschroeven ②met een sleufschroevendraaier vast.
■ Draai alle schroeven stevig aan.

MIELE F 623 UI - Het vastmaken van het apparaat - 2

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.

Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:

  • brochures en gebruiksaanwijzingen
  • gebruiksadviezen en tips
  • onderdelen en accessoires
  • stofcassettes en reinigingsmiddelen

U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88

Miele Nederland B.V.

Postbus 166

4130 ED VIANEN

(0347) 37 89 11

Infocentrum Miele-inbouwapparaten:

De Limiet 2

4131 NR VIANEN

Wijzigingen voorbehouden / 3105

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MIELE

Model : F 623 UI

Categorie : Vriezer