AMT25 - Luchtbevochtiger REMKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AMT25 REMKO in PDF-formaat.
| Type product | Mobiele luchtontvochtiger (condensatieprincipe) |
| Merk | REMKO |
| Model | AMT 25 |
| Ontvochtigingscapaciteit (max.) | 28 l/dag (bij 30 °C / 80 % r.l.v.) |
| Luchtvolumestroom (max.) | 205 m³/h |
| Koelmiddel | R134a, 340 g |
| Spanningsvoeding | 1~230 V, 50 Hz |
| Nominaal stroomverbruik (max.) | 3,4 A |
| Vermogen (max.) | 0,62 kW |
| Beveiliging (zekering) | 10 A |
| Geluidsdrukniveau (max.) | 43 dB(A) (op 1 m) |
| Afmetingen (B x D x H) | 390 x 314 x 612 mm |
| Gewicht | 21 kg |
| Werkbereik temperatuur | 6 °C tot 32 °C |
| Werkbereik relatieve luchtvochtigheid | 40 % tot 100 % r.l.v. |
| Filter | Luchtaanzuigfilter (wasbaar), om de 2 weken controleren |
| Condensafvoer | Ingebouwde condensaatpot (5 l) of externe slang (1/2") |
| Regeling | Traploos regelbare hygrostaat |
| Ontdooifunctie | Automatische heetgas-ontdooiing |
| Transport | Wieltjes en handgreep |
| Toepassingen | Woon-, slaap-, douche-, kelderruimtes, magazijnen, archieven |
| Veiligheid | Vlotter met microschakelaar, overloopbeveiliging |
| Onderhoud | Jaarlijkse revisie door erkend vakbedrijf |
| Garantie | Voorwaarde: ingevuld garantiecertificaat retour |
Veelgestelde vragen - AMT25 REMKO
Gebruikersvragen over AMT25 REMKO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Luchtbevochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AMT25 - REMKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AMT25 van het merk REMKO.
GEBRUIKSAANWIJZING AMT25 REMKO
Mobiele luchtontvochtiger

Voor ingebruikname / gebruik van het apparaat moet deze handleiding zorgvuldig worden doorgelezen!
Bij niet-doelmatig gebruik, opstelling, onderhoud enz. of eigenmachtige veranderingen aan de vanuit de fabriek geleverde uitvoering van het apparaat vervalt elk recht op garantie.
Mobiele luchtontvochtiger REMKO AMT 25
CE

Luchtontvochtiging 4
Veiligheidsinstructies 6
Beschrijving van het apparaat 6
Opstelling 7
Bedieningspaneel 7
Ingebruikname 8
Buitenbedrijfstelling 9
Filterreiniging 9
Inhoud pagina
Verzorging en onderhoud 10
Storingen opheffen 10
Onderhoudsrapport 14
Deze gebruiksaanwijzing moet altijd in de onmiddellijke nabijheid van het apparaat bewaard worden.


Luchtontvochtiging
De bij de ontvochtiging van lucht samenhangende processen berusten op fysische wetmatigheden. Deze moeten hier in vereenvoudigde vorm worden voorgesteld om u een klein overzicht te geven over het principe van de luchtontvochtiging.
De inzet van REMKO luchtontvochtigers
◇ Ramen en deuren kunnen nog zo goed geïsoleerd zijn, natheid en vocht dringen zelfs door dikke betonmuren.
De bij de vervaardiging van beton, pleisterwerk enz. voor het uitharden benodigde hoeveelheden water zijn onder bepaalde omstandigheden pas na 1-2 maanden uitgediffundeerd.
Zelfs het na hoog water of een overstroming in het metselwerk binnengedrongen vocht wordt maar zeer langzaam weer vrijgegeven.
◇ Dit geldt b.v. ook voor het vocht in opgeslagen materialen.
Het uit delen van gebouwen of materialen vrijkomende vocht (waterdamp) wordt opgenomen door de omgevingslucht. Daardoor stijgt het vochtgehalte daarvan, hetgeen uiteindelijk leidt tot corrosie, schimmels, verrotting, afbladderen van verlagen en andere ongewenste vochtschade.
Het diagram hieronder veraanschouwelijkt bij wijze van voorbeeld de corrosiesnelheid voor b.v. metaal bij verschillende luchtvochtigheden.

line
| rel. luchtvochtigheid % | corrosiesnelheid | | ---------------------- | ---------------- | | 0 | 0 | | 20 | 0 | | 40 | 0 | | 60 | 0 | | 80 | 90 | | 100 | 120 |Hieruit blijkt dat de corrosiesnelheid onder 50 % relatieve luchtvochtigheid (r. lv.) onbeduidend en onder 40 % r. lv. verwaarloosbaar is. Vanaf 60 % r. lv. neemt de corrosiesnelheid sterk toe.
Deze grens voor vochtschade geldt ook voor vele andere materialen, b.v. poedervormige stoffen, verpakkingen, hout of elektronische apparatuur.
Het drogen van gebouwen kan gebeuren op verschillende manieren:
- Door verwarming en luchtvervanging:
De ruimtelucht wordt verwarmd om vocht op te nemen en dat vervolgens af te leiden naar de open lucht. Alle ingebrachte energie gaat verloren met de afgeleide vochtige lucht.
- Door luchtontvochtiging:
De vochtige lucht in de gesloten ruimte wordt volgens het condensatieprincipe continu ontvochtigd.
Ten aanzien van het energieverbruik heeft de luchtontvochtiging een doorslaggevend voordeel:
Het energieverbruik is uitsluitend beperkt tot het ruimte-volume. De door het ontvochtigingsproces vrijkomende mechanische warmte wordt weer naar de ruimte geleid. Bij toepassing volgens de voorschriften verbruikt de luchtontvochtiger slechts ca. 25% van de energie, die bij het principe „Verwarmen en ventileren” moet worden opgebracht.

De relatieve luchtvochtigheid
Onze omgevingslucht is een gasmengsel en bevat altijd een bepaalde hoeveelheid water in de vorm van water-damp. Deze hoeveelheid water wordt aangegeven in g per kg droge lucht (absoluut watergehalte).
1m³ lucht weegt ca. 1,2 kg bij 20 °C.
Temperatuurafhankelijk kan elke kg lucht maar een bepaalde hoeveelheid waterdamp opnemen. Als deze opnamecapaciteit bereikt is, dan spreekt men van „verzadigde” lucht; deze heeft een relatieve vochtigheid (r. lv.) van 100 %.
Onder de relatieve luchtvochtigheid verstaat men dus de verhouding tussen de hoeveelheid waterdamp in de lucht op een bepaald moment en de maximaal mogelijke hoeveelheid waterdamp bij dezelfde temperatuur.
De capaciteit van de lucht om waterdamp op te nemen neemt toe bij stijgende temperatuur. Dat betekent dat het maximaal mogelijke (= absolute) watergehalte bij stijgende temperatuur groter wordt.
| Temp. °C | Waterdampgehalte in g/m3 bij een luchtvochtigheid van | ||||
| 40% | 60% | 80% | 100% | ||
| -5 | 1,3 | 1,9 | 2,6 | ||
| +10 | 3,8 | 5,6 | 7,5 | ||
| +15 | 5,1 | 7,7 | 10,2 | 12,8 | |
| +20 | 6,9 | 10,4 | 13,8 | 17,3 | |
| +25 | 9,2 | 13,8 | 18,4 | 23,0 | |
| +30 | 12,9 | 18,2 | 24,3 | 30,3 | |
9,4
3,3

De condensatie van waterdamp
Aangezien bij de verwarming van de lucht de opname-capaciteit van de maximaal mogelijke hoeveelheid water-damp groter wordt, de hoeveelheid waterdamp in de lucht echter gelijk blijft, leidt dit tot een daling van de relatieve luchtvochtigheid.
Daarentegen wordt bij afkoeling van de lucht de opnamecapaciteit van de maximaal mogelijke hoeveelheid waterdamp kleiner, de hoeveelheid waterdamp in de lucht blijft gelijk en de relatieve luchtvochtigheid stijgt.
Als de temperatuur verder daalt, dan wordt de opname-capaciteit van de maximaal mogelijke hoeveelheid water-damp zo ver gereduceerd, tot hij gelijk is aan de hoeveel-heid waterdamp in de lucht. Deze temperatuur noemt men dauwpunttemperatuur.
Als de lucht wordt afgekoeld tot onder de dauwpunttemperatuur, dan is de hoeveelheid waterdamp in de lucht groter dan de maximaal mogelijke hoeveelheid waterdamp.
Er wordt waterdamp afgescheiden.
Deze condenseert tot water, er wordt vocht onttrokken aan de lucht.
Voorbeelden van het condenseren zijn be- slagen ruiten in de winter of het beslaan van een koude fles drank.
Hoe hoger de relatieve luchtvochtigheid van de lucht, des te hoger ook de dauwpunttemperatuur, die des te gemakkelijker kan worden bereikt.

Het uitdrogen van materialen
Bouwmateriaal resp. elementen kunnen aanzienlijke hoeveelheden water opnemen; b.v. tegels 90-190 l/m³, zwaar beton 140-190 l/m³, kalkzandsteen 180-270 l/m³.
Het uitdrogen van vochtige materialen zoals bijvoorbeeld metselwerk gaat als volgt in zijn werk:
◇ Het vocht in het materiaal beweegt zich van het inwendige naar het oppervlak.
Aan het oppervlak vindt een verdamping plaats (= overgang als waterdamp in de omgevingslucht).
De met waterdamp verrijkte lucht circuleert voortdu-rend door de REMKO luchtontvochtiger. Hij wordt ont-vochtigd en verlaat licht verwarmd het apparaat weer om opnieuw waterdamp op te nemen.
◇ Het vocht in het materiaal wordt op deze manier geleidelijk gereduceerd.
Het materiaal wordt droog.
Het condensaat dat daar- bij ontstaat, wordt in het apparaat verzameld en afgevoerd.

flowchart
graph TD
A["Input"] --> B{Step 1}
B --> C["Step 2"]
C --> D{Step 3}
D --> E["Step 4"]
E --> F{Step 5}
F --> G["Output"]
B --> H["Label: 1"]
H --> I["Downward Arrow"]
I --> J["Downward Arrow"]
De luchtstroom wordt op zijn weg door resp. via de ver-damper afgekoeld tot onder het dauwpunt.
De waterdamp condenseert en wordt verzameld in een condensaatval en afgeleid.

line
| Temperature (°C) | Label | | ----------------- | ----------------- | | 25 | - | | 30 | + | | 70 | - | | 15 | + |
De condensatiewarmte
De door de condensator aan de lucht overgedragen energie bestaat uit:
- de van tevoren in de verdamper onttrokken hoeveelheid warmte
- de elektrische aandrijfenergie
- de door condensatie van de waterdamp vrijgekomen condensatiewarmte
Bij de overgang van vloeibare in gasvormige toestand moet er energie worden toegevoerd. Deze energie wordt verdampingswarmte genoemd. Hij heeft geen temperatuurverhoging tot gevolg, maar is alleen noodzakelijk voor de omvorming van vloeibaar in gasvormig. Omgekeerd komt bij de condensatie van gas energie vrij, die condensatiewarmte genoemd wordt.
De hoeveelheid energie van verdampings- en condensatiewarmte is gelijk.
Deze is voor water 2250 kJ / kg (4,18 kJ = 1kcal).
Hieruit blijkt dat door de condensatie van de waterdamp een relatief grote hoeveelheid energie vrijkomt.
Indien het vocht dat men wilt condenseren, niet door condensatie in de ruimte zelf, maar van buiten wordt ingebracht, b.v. door ventilatie, dan draagt de daarbij vrijkomende condensatiewarmte bij aan de verwarming van de ruimte.
Bij uitdrogingstaken is er dus sprake van een kringloop van de warmte-energie, die bij de verdamping verbruikt wordt en bij de condensatie vrijkomt. Bij de ontvochtiging van toegevoerde lucht wordt een grote bijdrage aan warmte-energie gecreëerd, die zich manifesteert in de vorm van een temperatuurverhoging.
De voor de uitdroging vereiste tijd is in de regel niet uitsluitend afhankelijk van de capaciteit van het apparaat, maar wordt veeleer bepaald door de snelheid waarmee het materiaal of de delen van het gebouw hun vocht afgeven.
Veiligheidsinstructies
Het apparaat werd voor levering onderworpen aan uitgebreide materiaal-, functie- en kwaliteitscontroles.
Niettemin kunnen er van dit apparaat gevaren uitgaan, als het door niet-geïnstrueerde personen ondeskundig of niet-doelmatig wordt ingezet!
Neem de volgende instructies in acht.
◇ Het apparaat mag niet worden opgesteld en werken in ruimtes waar explosiegevaar bestaat.
◇ Het apparaat mag niet worden opgesteld en werken in olie-, zwavel-, chloor- of zouthoudende atmosferen.
◇ Het apparaat moet rechtop en stabiel worden opgesteld.
◇ Het apparaat mag niet worden blootgesteld aan een directe waterstraal.
◇ Vrije luchtaanzuiging en luchtuitblazing moeten altijd gegarandeerd zijn.
De aanzuigkant moet altijd vrij zijn van vuil en losse voorwerpen.
◇ Nooit vreemde voorwerpen in het apparaat steken.
◇ Het apparaat mag tijdens het bedrijf niet afgedekt en niet getransporteerd worden.
◇ Alle elektrische leidingen van het apparaat moeten tegen beschadigingen (b.v. door dieren) beschermd worden.
Verlengingen van de aansluitkabel moeten afhankelijk van het aansluitvermogen van het apparaat, de kabelengte en het gebruiksdoeleinde gekozen worden.
Het apparaat mag alleen rechtop getransporteerd worden; de condensaatpot moet voor elke verandering van plaats leeggemaakt worden.
- Een ander bedrijf of een andere bediening dan beschreven in deze gebruiksaanwijzing is niet toegelaten. Bij niet-inachtneming vervalt elke aansprakelijkheid en het recht op garantie.

Werkzaamheden aan de koelinstallatie en aan de elektrische uitrusting mogen alleen worden uitgevoerd door een hiervoor geautoriseerd vakbedrijf!
Beschrijving van het apparaat
Het apparaat is geconcipieerd voor een automatische, universele en probleemloze luchtontvochtiging. Het kan dankzij zijn compacte afmetingen gemakkelijk getransporteerd en opgesteld worden.
Het apparaat werkt volgens het condensatieprincipe. Het is uitgerust met een hermetisch afgesloten koelinstallatie, een geluids- en onderhoudsarme ventilator en een elektrische aansluiting met stekker.
De volautomatische regeling, de traploos regelbare hygrostaat, de condensaatpot met geïntegreerde overloopbeveiliging en de aansluitstomp voor een directe afvoer van het condensaat garanderen een storingsvrije continue inzet.
Voor de functiecontrole beschikt het apparaat over controlelampen op het bedieningspaneel.
Het apparaat voldoet aan de fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen van de geldende EU-richtlijnen. Het is gemakkelijk te bedienen en bedrijfsveilig.
Inzetplaatsen van de apparaten
Het apparaat wordt overal ingezet waar waarde wordt gehecht aan droge ruimtes en waar indirecte materiële schade (b.v. door schimmelvorming) moet worden vermeden.
Het apparaat wordt voornamelijk gebruikt voor het uitdrogen en ontvochtigen van:
◇ woon-, slaap-, douche- of kelderruimtes.
◇ waskeukens, weekendhuisjes, woonwagens.
Voor het continu droog houden van:
◇ magazijnen, archieven, laboratoria.
◇ bad-, was- en omkleedruimtes enz.
Werkwijze
Het apparaat werkt volgens het condensatieprincipe.
De ventilator zuigt de vochtige ruimtelucht aan de achterkant van het apparaat aan via het luchtfilter, de verdamper en de daarachter gelegen condensator.
Aan de koude verdamper wordt warmte onttrokken aan de ruimtelucht. De ruimtelucht wordt afgekoeld tot onder het dauwpunt en de waterdamp in de lucht slaat als condensaat resp. rijp neer op de verdamperlamellen.

flowchart
graph TD
A["ventilator"] --> B["condensator"]
B --> C["condensaatval"]
C --> D["compressor"]
D --> E["condensaatpot"]
E --> F["condensaatpel"]
F --> G["vochtige ruimtelucht"]
G --> H["verdamper"]
H --> I["condensator"]
I --> J["ventilator"]
J --> K["ondvochtigde ruimtelucht"]
K --> L["flow path"]
L --> M["flow path"]
M --> N["flow path"]
N --> O["flow path"]
O --> P["flow path"]
P --> Q["flow path"]
Q --> R["flow path"]
R --> S["flow path"]
S --> T["flow path"]
T --> U["flow path"]
U --> V["flow path"]
V --> W["flow path"]
W --> X["flow path"]
X --> Y["flow path"]
Y --> Z["flow path"]
Z --> AA["flow path"]
AA --> AB["flow path"]
AB --> AC["flow path"]
AC --> AD["flow path"]
AD --> AE["flow path"]
AE --> AF["flow path"]
AF --> AG["flow path"]
AG --> AH["flow path"]
AH --> AI["flow path"]
AI --> AJ["flow path"]
AJ --> AK["flow path"]
AK --> AL["flow path"]
AL --> AM["flow path"]
AM --> AN["flow path"]
AN --> AO["flow path"]
AO --> AP["flow path"]
AP --> AQ["flow path"]
AQ --> AR["flow path"]
AR --> AS["flow path"]
AS --> AT["flow path"]
AT --> AU["flow path"]
AU --> AV["flow path"]
AV --> AW["flow path"]
AW --> AX["flow path"]
AX --> AY["flow path"]
Aan de condensator (warmtewisselaar) wordt de ontvochtigde, afgekoelde lucht weer verwarmd en met een temperatuur van ca. 5 graden boven de ruimtetemperatuur weer uitgeblazen.
De zo behandelde, drogere lucht wordt weer vermengd met de ruimtelucht. Door de voortdurende circulatie wordt de luchtvochtigheid in de opstellingsruimte continu gereduceerd tot de gewenste relatieve luchtvochtigheidswaarde.
Afhankelijk van de luchttemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid druppelt het gecondenseerde water gestaag of alleen tijdens de periodieke ontdooifases in de condensaatval en vervolgens, door de geïntegreerde aflooptubulure, in de condensaatpot daaronder.
In de condensaatpot is een vlotterklep aangebracht, die bij gevulde toestand het ontvochtigingsbedrijf onderbreekt via een microschakelaar.
Het apparaat schakelt uit en de controlelamp „Pot vol“ op het bedieningspaneel licht op. Deze dooft pas als de leeggemaakte condensaatpot er opnieuw wordt ingezet. Het apparaat start dan, na een inschakelvertraging van drie minuten, opnieuw.
In het continu bedrijf met externe condensaataansluiting zonder toezicht wordt het condensaat continu afgevoerd via een slangaansluiting.
Opstelling
Neem voor een optimaal, economisch en veilig bedrijf van het apparaat altijd de volgende instructies in acht.
Het apparaat moet stabiel en verticaal worden opgesteld, opdat een ongehinderde afvoer van het condensaat naar de condensaatpot gegarandeerd is.
Stel het apparaat indien mogelijk op in het midden van de ruimte om een optimale luchtcirculatie te garanderen.
Houd absoluut een minimumafstand van 50 cm tot muren aan.

Stel het apparaat niet op in de onmiddellijke nabijheid van radiators of andere warmtebronnen.
Zorg ervoor dat de lucht aan de achterkant van het apparaat ongehinderd aangezogen en aan de bovenste luchtgeleidingsklep ongehinderd uitgeblazen kan worden.
Houd de te drogen of te ontvochtigen ruimte afgesloten tegenover de omgevende atmosfeer.
◇ Vermijd open ramen en deuren en het frequente betreden en verlaten van de ruimte.
Als het apparaat wordt ingezet in een stoffige omgeving, dan moeten voor de betreffende voorwaarden adequate verzorgings- en onderhoudsmaatregelen getroffen worden.
Zie hoofdstuk „Verzorging en onderhoud“.
◇ U bereikt een betere luchtcirculatie, als u het apparaat opstelt op een hoogte van ca. 1 m.
Belangrijke instructies bij de elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting van het apparaat moet gebeuren aan voedingspunten met differentiaaluitschakelaar.
Bij de opstelling van het apparaat in natte omgevingen, zoals b.v. waskeukens of badkamers, moet het apparaat op de plaats van opstelling worden beveiligd via een differentiaaluitschakelaar, die voldoet aan de voorschriften.
Bedieningspaneel
Op het bedieningspaneel bevinden zich de draaiknop van de hygrostaat en de controlelampen.

1 Hygrostaat
Met de traploos regelbare hygrostaat kiest u de gewenste luchtvochtigheid in de opstellingsruimte.
2 Controlelamp „Ontvochtigen“
Deze lamp geeft aan dat het apparaat werkt zoals voorgeschreven.
3 Controlelamp „Pot vol“
Deze lamp geeft aan dat de condensaatpot vol is en dat het apparaat om deze reden is uitgeschakeld.
4 Controlelamp „Ontdooibedrijf“
Deze lamp geeft aan dat de in het apparaat ingebouwde ontdooiautomatiek de ontdooicyclus heeft ingeschakeld.
Ingebruikname
Voor elke ingebruikname of al naargelang de plaatselijke vereisten moeten de aanzuig- en uitblaasopeningen gecontroleerd worden op vreemde voorwerpen en het aanzuigfilter op vervuiling.
Verstopte resp. vervuilde roosters en filters moeten onmiddellijk gereinigd worden, zie hoofdstuk „Verzorging en onderhoud“.
Belangrijke instructies voor de ingebruikname
◇ Alle verlengingen van de elektrische aansluiting moeten een toereikende leidingdiameter bezitten en mogen alleen volledig uit- resp. afgerold gebruikt worden!
- Gebruik de elektrische aansluiting niet als trekkoord.
Het apparaat werkt na het inschakelen volautomatisch, tot er een regeluitschakeling door de vlotter van de gevulde condensaatpot plaatsvindt.
De condensaatpot moet er volgens de voorschriften zijn ingezet.
Anders werkt het apparaat niet!
Als het apparaat werkt in het continu bedrijf met externe condensaataansluiting, lees daarvoor dan de desbetreffende paragraaf op deze pagina.
Het apparaat is ter vermijding van compressorschade voorzien van een herinschakelbeveiliging, die verhindert dat de compressor onmiddellijk na het uitschakelen opnieuw inschakelt.
De compressor schakelt pas in na een wachttijd van drie minuten.

Bij ruimtetemperaturen onder 10 °C en een relatieve luchtvochtigheid onder 40 % is een economische, rendabele capaciteit van het apparaat niet meer gegarandeerd.
Ingebruikname van het apparaat
- Zet de draaiknop van de hygrostaat tegen de klok in in de stand Uit.
- Verbind de elektrische aansluiting van het apparaat met een volgens de voorschriften beveiligde netcontactdoos.
- Kies de gewenste luchtvochtigheid in de opstellingsruimte aan de hygrostaat.
- Leid de approximatieve instelwaarden af uit de volgende paragraaf.
- Houd er rekening mee dat de compressor pas inschakelt na een wachttijd van drie minuten. Herinschakelbeveiliging.

Informatie over de ontvochtigingscapaciteit
De ontvochtigingscapaciteit is uitsluitend afhankelijk van de omstandigheden in de ruimte, de ruimtetemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de inachtneming van de instructies in het hoofdstuk „Opstelling“.
De maximale ontvochtigingscapaciteit bereikt u bij volledig geopende luchtgeleidingsklep.
Hoe hoger de ruimtetemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid, des te groter de ontvochtigingscapaciteit.
Voor de inzet in woonruimtes volstaat een luchtvochtigheid van ca. 45 tot 60 %, terwijl in magazijnen, archieven enz. de luchtvochtigheid 40 tot 45 % niet mag overschrijden.
Instelling van de hygrostaat voor de aanbevolen luchtvochtigheid in woonruimtes. Circa 50 %.
Instelling van de hygrostaat voor de aanbevolen luchtvochtigheid in archieven. Circa 40 %.
Instelling van de hygrostaat voor minimale luchtvochtigheid in de opstellingsruimte. Het apparaat werkt in het continu bedrijf.

Instructies voor de instelling van de uitblaasrichting
De ontvochtigde ruimtelucht wordt uitgeblazen aan de bovenkant van het apparaat. Om de uitblaasrichting te verstellen dient de zwenkbare luchtgeleidingsklep.
Druk om de luchtgeleidingsklep te openen op het achterste vlak.
De voorkant klapt open naar boven, u kunt de luchtrichting instellen naar believen.

Neem de volgende instructies in acht.
- Genereer door de klep volledig naar boven te openen een zo veel mogelijk naar boven gerichte luchtstroom.
Zorg voor een ongehinderde luchtuitblazing. Alleen zo garandeert u een optimaal bedrijf van het apparaat.
Zorg ervoor dat gevoelige voorwerpen, zoals b.v. kamerplanten, niet rechtstreeks worden getroffen door de uittredende luchtstroom.
Condensaatpot
Van tijd tot tijd is het nodig om de ingebouwde condensaatpot leeg te maken.
Bij gevulde pot wordt het ontvochtigingsbedrijf onderbroken. De controlelamp „Pot vol“ geeft aan dat het apparaat om deze reden is uitgeschakeld.
De condensaatpot leegmaken
- Trek de pot voorzichtig naar voor eruit.
- Giet het condensaat in een afvoer.
-
Reinig de pot met een schone doek.
-
Zet de pot weer voorzichtig in het apparaat.
-
Houd er rekening mee dat het apparaat alleen start als de pot correct erin is gezet.
De controlelamp „Pot vol“ dooft, het apparaat werkt volautomatisch verder.

Continu bedrijf met externe condensaataansluiting
Het apparaat is aan de linkerkant voorzien van een aansluitstomp. Hieraan kan een in de handel verkrijgbare ^1/2 " waterslang worden aangesloten.

- Breek met een geschikt gereedschap de afdekking F van de aansluitstomp uit de wand van het apparaat.
Alleen vereist bij de eerste aan- sluiting.
- Sluit een voldoende lange afvoerslang aan aan de aansluitstomp.
Het condensaat kan nu in het continu bedrijf b.v. naar een lager gelegen afvoer geleid worden.
Zorg ervoor dat de slang met verval naar de afvoer gelegd wordt, opdat het condensaat ongehinderd uit de condensaatval weg kan lopen!
Ontdooiautomatiek
Het vocht in de ruimtelucht condenseert bij afkoeling en bedekt, afhankelijk van de luchttemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid, de verdamperlamellen met rijp resp. ijs.
De in het apparaat ingebouwde heetgas-ontdooi automatiek schakelt indien nodig de ontdooicyclus in om deze rijp- resp. ijsafzetting te ontdooien.
Tijdens de ontdooifase wordt het ontvochtigingsbedrijf kortstondig onderbroken. De controlelamp „Ontdooi- bedrijf“ geeft aan dat de ontdooicyclus is ingeschakeld.
Transport van het apparaat
Om het gemakkelijk te kunnen transporteren is het apparaat voorzien van wieltjes en een handgreep.
◇ Schakel het apparaat alvorens het van plaats te veranderen uit en trek de netstekker uit de contactdoos.
◇ Maak vervolgens de condensaatpot leeg. Let op het nadruppelende condensaat.
Buitenbedrijfstelling
Zet de draaiknop van de hygrostaat tegen de klok in in de stand Uit.

Voor langere bedrijfspauzes
- Trek de netstekker uit de contactdoos.
- Maak de condensaatpot leeg en veeg hem droog met een schone doek. Let op het nadruppelende condensaat.
- Reinig het luchtaanzuigfilter zoals beschreven.
- Bescherm het apparaat evt. met een kunststof hoes tegen binnendringend stof.
- Bewaar het apparaat rechtop op een tegen stof en direct zonlicht beschermde plaats.
Filterreiniging
Ter vermijding van schade aan het apparaat is het uitgerust met een luchtaanzuigfilter.
Om capaciteitsverliezen resp. storingen te vermijden moet het luchtaanzuigfilter indien nodig, echter minstens om de twee weken, gecontroleerd en indien nodig gereinigd worden.

- Schakel het apparaat uit door de „Aan/Uit“-toets in te drukken.
- Grijp in de verdieping G en trek het luchtaanzuigfilter uit het apparaat.
- Reinig het luchtaanzuigfilter met handwarm water of met een stofzuiger.
- Verwijder sterkere vervuilingen door het filter te spoelen in een warme zeepoplossing van max. 40 °C. Vervolgens naspoelen met helder water.
- Houd er rekening mee dat het luchtaanzuigfilter onbeschadigd en voordat het erin wordt gezet volledig droog moet zijn om schade aan het apparaat te voorkomen.



Het apparaat mag nooit werken zonder erin gezet luchtaanzuigfilter!
Verzorging en onderhoud
De regelmatige verzorging en de inachtneming van enkele basisvoorwaarden garanderen een storingsvrij bedrijf en een lange levensduur van het apparaat.
Het apparaat moet na elke langere inzet, echter minstens eenmaal per jaar, gereviseerd en grondig gereinigd worden.
Alle beweeglijke delen hebben een onderhoudsarme continue smering. De hele koelinstallatie is een onderhoudsvrij, hermetisch afgesloten systeem en mag alleen door hiervoor speciaal geautoriseerde vakbedrijven gerepareerd worden.

Voor alle werkzaamheden aan het apparaat moet de elektrische aansluiting uit de netcontactdoos getrokken worden!
◇ Houd het apparaat vrij van stof en andere afzettingen.
◇ Reinig het apparaat alleen droog of met een bevochtigde doek.
Geen waterstraal gebruiken.
Gebruik geen schurende of oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen en gebruik ook bij extreme vervuiling alleen geschikte reinigingsmiddelen.
◇ Controleer regelmatig het luchtaanzuigfilter op vervuiling.
Indien nodig reinigen resp. vervangen.
Reiniging van condensator en verdamper
Voor deze werkzaamheden moet de behuizing van het apparaat geopend worden en deze mogen alleen worden uitgevoerd door geautoriseerde vakbedrijven!
◇ Reinig de condensator en de verdamper ofwel door uitblazen, afzuigen of met een zachte borstel of kwast. Geen waterstraal gebruiken.
Houd er rekening mee dat de lamellen gemakkelijk beschadigd resp. verbogen kunnen worden.
◇ Reinig voorzichtig de inwendige oppervlakken van het apparaat, de condensaatval met slangaansluiting, de ventilator en de ventilatorbehuizing.
Monteer alle van tevoren gedemonteerde delen weer zoals voorgeschreven.
- Voer een functiecontrole en een elektrische veiligheidscontrole uit!

Belangrijke informatie over de recyclage!
Het apparaat werkt met het milieuvriendelijke en ozon-neutrale koelmiddel R134 a. Conform de wettelijke resp. plaatselijk geldende voorschriften moet het koel-middel/oliemengsel in het apparaat vakkundig verwerkt worden.
Storingen opheffen
De foutloze werking van het apparaat werd tijdens de productie meermaals gecontroleerd.
Als er toch functiestoringen optreden, controleer het apparaat dan aan de hand van de volgende opsomming.
Het apparaat loopt niet aan:
◇ Controleer de spanningsvoeding.
1 \~ 50 Hz 230
◇ Controleer de netbeveiliging ter plaatse.
10 A.
◇ Controleer de elektrische aansluiting op beschadigingen.
◇ Controleer de condensaatpot op juiste zitting resp. vulstand.
De controlelamp „Pot vol“ mag niet branden.
◇ Controleer de werking van de microschakelaar van de condensaatpot.
◇ Controleer de instelling van de hygrostaat.
De luchtvochtigheid in de opstellingsruimte moet boven de gekozen instelling liggen.
Het apparaat loopt, maar geen condensaatvorming:
◇ Controleer de ruimtetemperatuur.
Het werkbereik van het apparaat ligt tussen 6 en 32 °C.
◇ Controleer de luchtvochtigheid.
Min. 40 % r. Iv.
◇ Controleer het luchtaanzuigfilter op vervuiling.
Indien nodig reinigen resp. vervangen.
- Laat de wisselaarlamellen controlleren op vervuiling. Voor deze werkzaamheden moet het apparaat geopend worden, hetgeen alleen mag worden uitgevoerd door een geautoriseerd vakbedrijf.
Het apparaat maakt lawaai resp. trilt, er loopt condensaat uit:
◇ Controleer of het apparaat recht en op een vlak oppervlak staat.
- Laat de condensaatval en de aansluitstomp controleren op vervuilingen.
Voor deze werkzaamheden moet het apparaat geopend worden, hetgeen alleen mag worden uitgevoerd door een geautoriseerd vakbedrijf.
Als het apparaat ondanks de uitgevoerde controles niet foutloos werkt, stel dan een geautoriseerd vakbedrijf hiervan op de hoogte.

Werkzaamheden aan de koelinstallatie en aan de elektrische uitrusting mogen alleen worden uitgevoerd door een speciaal geautoriseerd vakbedrijf!
Technische gegevens
Bouwserie AMT 25
| Werkbereik temperatuur °C 6 tot 32 | ||
| Werkbereik vochtigheid % r. lv. 40 tot 100 | ||
| Ontvochtigingscapaciteit max. | l/dag | 28 |
| bij 30 °C / 80 % r. lv. | l/dag | 26,6 |
| Luchtvolumestroom max. | m3/h | 205 |
| Koelmiddel | — | R 134a |
| Koelmiddelhoeveelheid | g | 340 |
| Spanningsvoeding | V | 1 ~ 230 |
| Frequentie | Hz | 50 |
| Nominaal stroomverbruik max. | A | 3,4 |
| Krachtontneming max. | kW | 0,62 |
| Beveiliging ter plaatse | A | 10 |
| Geluidsdrukniveau max. LpA 1m1) | dB(A) 43 | |
| Diepte | mm | 314 |
| Breedte | mm | 390 |
| Hoogte | mm | 612 |
| Gewicht | kg | 21 |
1) Geluidsmeting DIN 45635 - 01 - KL 3
Schakelschema

flowchart
graph TD
A["GS"] --> B["MS"]
B --> C["H"]
C --> D["PS"]
D --> E["M1"]
D --> F["M2"]
E --> G["PA"]
F --> G
H["GS"] --> I["RS"]
J["HS"] --> K["RS"]
L["NS"] --> M["RS"]
N["1~50 Hz 230"] --> O["Ground"]
P["ACI"] --> Q["RS"]
R["LINE"] --> S["RS"]
T["NATURE"] --> U["RS"]
V["COMP"] --> W["RS"]
X["DEICE"] --> Y["RS"]
Z["RS"] --> AA["RS"]
AB["RS"] --> AC["RS"]
AD["RS"] --> AE["RS"]
AF["RS"] --> AG["RS"]
AH["RS"] --> AI["RS"]
AJ["RS"] --> AK["RS"]
AL["RS"] --> AM["RS"]
AN["RS"] --> AO["RS"]
AP["RS"] --> AQ["RS"]
AR["RS"] --> AS["RS"]
AT["RS"] --> AU["RS"]
AV["RS"] --> AW["RS"]
AX["RS"] --> AY["RS"]
AZ["RS"] --> BA["RS"]
C condensator MS microschakelaar
M2 ventilatormotor PS stuurprintplaat
Service en garantie
Voorwaarde voor eventuele garantieclaims is dat de besteller of diens afnemer binnen een redelijke tijd ten aanzien van verkoop en ingebruikname het bij elke REMKO stookautomaat gevoegde „Garantiecertificaat” volledig ingevuld heeft teruggezonden aan REMKO GmbH & Co. KG.
De foutloze werking van de apparaten werd in de fabriek meermaals gecontroleerd. Als er niettemin functiestoringen optreden, die niet met behulp van de storingseliminering door de exploitant geëlimineerd kunnen worden, wend u dan tot uw handelaar of contractant.
Een ander bedrijf of een andere bediening dan beschreven in deze gebruiksaanwijzing is niet toegelaten! Bij niet-naleving vervalt elke aansprakelijkheid en het recht op garantie.
Doelmatig gebruik
De apparaten zijn omwille van hun conceptie en uitrusting uitsluitend geconcipieerd voor ontvochtigingsdoeleinden.
Bij niet-inachtneming van de opgaven van de fabrikant, de wettelijke eisen of na eigenmachtige veranderingen aan de apparaten, is de fabrikant niet aansprakelijk voor de daaruit resulterende schade.
Montagetekening

Maat- en constructiewijzigingen die de technische vooruitgang dienen, voorbehouden.
Onderdelenlijst
| Nr. | Benaming | EDV-nr. |
| 1 grondplaat 1103620 | ||
| 2 transportwiel 1103621 | ||
| 3 compressor 1103622 | ||
| 4 trillingsdemper 1103623 | ||
| 5 zuigleiding 1103624 | ||
| 6 hogedrukleiding 1103625 | ||
| 8 middenwand 1103626 | ||
| 9 microschakelaar 1103627 | ||
| 10 condensaatval 1103628 | ||
| 11 verdamper 1103630 | ||
| 12 condensator 1103631 | ||
| 17 droger 1103632 | ||
| 19 afdekking, boven 1103633 | ||
| 20 ventilatorbehuizing 1103634 | ||
| 21 ventilatormotor | 1103661 | |
| 22 ventilatorwiel | 1103636 | |
| 25 beschermrooster | 1103637 | |
| 28 vorstbeschermingssensor | 1103642 | |
| 29 printplaat, controlelampen | 1103662 | |
| 30 afdekking, controlelampen | 1103663 | |
| 31 hygrostaat | 1103664 | |
| 32 bedieningspaneel | 1103665 | |
| 33 draaiknop | 1103666 | |
| 35 stuurprintplaat | 1103667 | |
| 36 condensator 1103668 | ||
| 38 zijbekleding, links | 1103649 | |
| 39 zijbekleding, rechts | 1103650 | |
| 40 achterwand | 1103651 | |
| 41 transportgreep 1103652 | ||
| 42 voorwand | 1103653 | |
| 44 luchtgeleidingsklep | 1103654 | |
| 46 aanzuigrooster met grof filter | 1103655 | |
| 47 vlotterbehuizing | 1103656 | |
| 48 vlotter, styropor | 1103657 | |
| 49 condensaatpot | 1103658 | |
| 51 magneetklep, cpl. | 1103659 | |
| niet afgeb. elektrische aansluiting met stekker | 1103660 | |
Gelieve bij bestellingen van vervangingsonderdelen naast het EDV-nr. ook altijd het apparaat-nr. (zie typeplaatje) te vermelden.
Onderhoudsrapport
Apparaattype: .... Apparaatnummer: ....
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | ||||
| Apparaat gereinigd – buiten – | |||||||||||||||||||
| Apparaat gereinigd – binnen – | |||||||||||||||||||
| Condensator gereinigd | |||||||||||||||||||
| Verdamper gereinigd | |||||||||||||||||||
| Ventilator gereinigd | |||||||||||||||||||
| Ventilatorbehuizing gereinigd | |||||||||||||||||||
| Aanzuigrooster met grof filter gereinigd | |||||||||||||||||||
| Apparaat gecontroleerd op beschadigingen | |||||||||||||||||||
| Alle bevestigingsschroeven gecontroleerd | |||||||||||||||||||
| Elektrische veiligheidscontrole | |||||||||||||||||||
| Proefdraaien |
Opmerkingen: ....
| 1. Datum:...... 2. | Datum:...... 3. | Datum:...... 4. | Datum:...... 5. | Datum:...... |
| Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening | ||||
| 6. Datum:...... 7. | Datum:...... 8. | Datum:...... 9. | Datum:...... 10. | Datum:...... |
| Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening | ||||
| 11. Datum:...... 12. | Datum:...... 13. | Datum:...... 14. | Datum:...... 15. | Datum:...... |
| Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening | ||||
| 16. Datum:...... 17. | Datum:...... 18. | Datum:...... 19. | Datum:...... 20. | Datum:...... |
| Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening | ||||

Laat het apparaat conform de wettelijke voorschriften alleen onderhouden door geautoriseerd vakpersoneel.

REMKO GmbH & Co. KG
Klimaat- en Warmtetechniek
D-32791 Lage, Im Seelenkamp 12
D-32777 Lage, Postbus 1827
Telefoon +49 5232 606-0
Telefax +49 5232 606-260
E-mail info@remko.de
Internet www.remko.de