HM-6015 - Hometrainer Slazenger - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HM-6015 Slazenger in PDF-formaat.
| Producttype | Hometrainer / Vaste fiets |
| Merk | Slazenger |
| Model | HM-6015 |
| Afmetingen (L x B x H) | ca. 100 x 50 x 120 cm |
| Gewicht | ca. 25 kg |
| Maximale gebruikersgewicht | 120 kg |
| Weerstandssysteem | Magnetisch |
| Aantal weerstandsniveaus | 8 niveaus |
| Vliegwielgewicht | ca. 4 kg |
| Display | LCD met tijd, afstand, snelheid, calorieën, hartslag |
| Hartslagmeting | Handpuls sensoren op stuur |
| Zadelverstelling | Verticaal en horizontaal verstelbaar |
| Stuurverstelling | Verticaal verstelbaar |
| Type pedalen | Met voetriemen |
| Transportwielen | Ja |
| Voeding | Batterijen (2x AAA) of adapter (niet inbegrepen) |
| Montage | Eenvoudig zelf te monteren, gereedschap inbegrepen |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen en controleren op losse bouten |
| Kleur | Zwart met grijze accenten |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - HM-6015 Slazenger
Gebruikersvragen over HM-6015 Slazenger
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hometrainer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HM-6015 - Slazenger en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HM-6015 van het merk Slazenger.
GEBRUIKSAANWIJZING HM-6015 Slazenger
Montage instruces en gebruikersgids

Dit kwaliteitsproduct is ontworpen, geproduceerd en getest voor een verbeterde tness ervaring. Beste klanten,
We willen U bedanken dat U onze MAGNETIC BIKE als product gekozen hebt en wensen U veel plezier met het product en een goede training.
Gelieve de veiligheids en montage instruces aandachg te lezen en op te volgen.
Als er vragen zijn, aarzel dan niet om ons te contacteren.
Inhoudstafel :
- Veiligheidsinstruces
- Materiaal
- Montage instruces
- Gebruiksaanwijzing teller
- Trainingsinstruces
- Hartritme en training
- Materiaallijst
- Opbouwschema (met losse stukken
1. Veiligheidsinstruces :
Gelieve volgende veiligheidsinstruces aandachg te lezen voor het gebruik van uw MAGNETIC BIKE. Gelieve de instruces ook bij te houden voor later, in geval van reparaes of het toevoegen van accessoires.
- De HM-6015 is bedoeld voor privaat gebruik en mag alleen gebruikt worden door mensen van minder dan 100 kg.
- Gelieve de montage instruces nauwkeurig te volgen.
- Gebruik alleen originele onderdelen geleverd bij het apparaat.
- Gebruik bij de montage alleen geschikte werktuigen of vraag hulp indien nodig.
- plaats de ets op een vlak en niet glad oppervlak. Gebruik de ets niet in vochge omgeving indien er kans op roestvorming is.
- Controleer of alles nog goed vastzit en in goede staat zijn voor het eerste gebruik en om de 1 à 2 maanden. Vervang onmiddellijk alle defecte stukken en gebruik het apparaat niet zolang dit niet gebeurd is. Gebruik alleen originele onderdelen bij herstelling.
- Vraag advies aan uw verdeler bij herstelling.
- Vermijd agressieve schoonmaakmiddelen bij het proper maken van uw product.
- Voor je met trainen begint controleer je best of de montage correct gebeurd is en inspecteer het apparaat.
- Kijk de maximale posie na die elk object mag innemen.
- Dit apparaat is ontworpen voor volwassenen. Gelieve kinderen alleen gesuperviseerd het toestel te laten gebruiken.
- Zorg ervoor dat de aanwezige personen er op aent gemaakt worden dat er bepaalde delen van het toestel bewegen.
- Gelieve uw geneesheer te raadplegen voor je aan een trainingsprogramma begint. Hij kan een inschang maken van een bepaald type training en daaromtrent advies geven.
- Opgepast : een foute training of een te ver doorgedreven training kan letsels teweeg brengen.
- Gelieve de herhaling van de adviezen bij de trainingsinstruce op te volgen zodat je een correcte training kunt volgen.
- Het niveau van de inspanning/training kan aangepast worden door het gebruik van de UP en DOWN toetsen.
2. Materiaallijst :

8*16*1.5mm(#41)*4

M8 (#40)*4

Bevesg de voorste en achterste stabiliteitsstang met de vijzen (72); in te voeren via de onderzijde van de stabiliteitsstang. Zet ze vast met behulp van 4 rondellen (41) en dopmoeren (40) op het kader.

- Stap 2 :
Schroef de pedalen (27) op de pedaalarmen (38). De pedalen hebben een markering op de schroef : R (rechts) en L (links). Schroef de linkse pedaal vast in tegenwijzerzin en de rechtse in wijzerzin.

- Stap 3 :
- Trek de bovenste computerkabel (11) uit de stuurstang (4).
- Sluit de bovenste computerkabel (11) aan op de achterzijde van de computer (10).
- Bevesg zachtjes de computer (10) op de steun op de bovenkant van het stuurstang (4) en zet het stevig vast met de 4 vijzen (66).

- Stap 4 :
- Sluit de bovenste computerkabel (11) aan op de onderste computerkabel (12)
- Schroef de voor gemonteerde zeskantbout (42) los en verwijder deze. Plaats de stuurstang (4) in het centrale kader (1) en schroef de zeskantmoer (42) en de rondellen (43) terug vast.

- Stap 5 :
-
Draai de ronde vijs (19) los van de klem (19) aan de stuurstang (4). Open de klem en plaats ze boven op het voor gemonteerde stuur (9).
-
Kies de gewenste posie van het stuur (9), bevesg het afdekplaatje (18) en voeg de ronde bout (19) stevig samen met de rondelle (45); schroef het geheel vervolgens stevig vast.
-
Sluit de kabel van de hartslagmeter (16) aan op de stekker op de achterzijde van de computer (10).

- Stap 6 :
- bevesg de zadelbuis (5) aan het zadel (17).
- maak de schroef los, kies de gewenste posie van het zadel en maak de schroef vervolgens weer stevig vast.
- Verzeker U er aljd van dat de schroef (21) aljd stevig aangevezen is.

- Stap 7 :
-
Schroef de bout die de zadelbuis vasthoudt (23) los. Bevesg de zadelbuis (5) op het centrale kader (1), kies de gewenste houding en zet de zadelbuis terug vast met de bout (23).
-
Vergewis U er aljd van dat de vijs (23) stevig vast staat.

- Stap 8 :
Bevesg de adapter (77) aan de DC-kabel (63) aan de achterzijde van het centrale kader (1).

4. Gebruiksaanwijzing teller :

Wat je moet weten vóór je begint te trainen.
A. Onder spanning brengen
Sluit de adapter van het apparaat aan; de computer zal een geluid maken en zich inschakelen op manuele modus.
B. Selece van de programeer modus en de modus van waarden
- Gebruik de UP en DOWN toetsen om een programma modus te selecteren en druk vervolgens op ENTER om te bevesgen.
- In de manuele modus moet U de toetsen UP en DOWN gebruiken om uw TIJD, AFSTAND, CALORIEEN en POLSSLAG in te geven.
- Druk op de START/STOP toets om de training te starten.
- Als je de training of een onderdeel afgewerkt hebt, laat de computer dat weten door een geluidssignaal uit te zenden en stopt het.
- Als je training uit meerdere onderdelen bestaat, druk dan op de toets START/STOP om naar het volgende onderdeel over te gaan.
C. Wekfunce
De computer zet zichzelf in standby modus na 4 minuten niet gebruikt te zijn. Druk op het scherm om de computer terug te acveren.
5. Funces :
- TIJD : Toont de jd jdens dewelke al getraind werd in minuten en seconden. De computer telt automasch van 00:00 tot 99:59 per seconde. Men kan eveneens de computer van een ingestelde jd laten aellen. Die instelling maakt men met de toetsen UP/DOWN. Als de ingestelde jd overschreden is, laat de computer een geluidsignaal horen en zet zich terug klaar op de vooraf ingestelde trainingsjd zodat men weet dat de training voorbij is.
- AFSTAND : Toont de afgelegde afstand gedurende de training van 0,00 tot 99,99 km.
- RPM : Toont het aantal omwentelingen van de pedalen per minuut.
- WATT: De mechanische kracht gemeten door de computer gedurende de training.
- SNELHEID : Toont de actuele gemeten snelheid gedurende de training in km/h.
-
KALORIEEN : De computer maakt een schatng van het aantal verbrande calorieën gedurende de training.
-
POLS : Toont de actuele gemeten polsslag jdens de training in slagen per minuut.
-
LEEFTIJD : Je kan je leeijd ingeven in de computer. Als je dat niet doet gaat de computer uit van een leeijd van 35 jaar.
-
DOELPOLSSLAG : De gemiddelde polsslag die je moet behouden gedurende de training noemt men de doelpolsslag en is aangegeven in slagen per minuut.
-
RECUPERATIE VAN HET HART : Houdt vanaf het begin de handen op de sensoren op het stuur of zorg dat de borstband bevesgd is. Druk na de training op de toets "PULS RECOVERY"; enkel de jd zal aangeduid worden : de jd zal aellen van, 00:60 tot 00:00. Van het moment dat het aellen beëindigd is zal de computer uw recuperaevermogen weergeven, gebruik makend van de uitlezing gaande van F1.0 tot F6.0.
1.0 betekent OPMERKELIJK
1.0
2.0≤F≤2.9 betekent GOED
3.0≤F≤3.9 betekent IN ORDE
4.0≤F≤5.9 betekent ONDER HET GEMIDDELDE
6.0 betekent SLECHT
Opmerking : Als de computer geen polsslag kan waarnemen zal hij "P" laten zien. Als de computer "ERR" laat zien: druk dan opnieuw op de toets PULSE RECOVERY; zorg ervoor dat U de handen stevig op het stuur houdt of dat de stekker van de borstband stevig bevesgd is.
11. TEMPERATUUR : Duidt de omgevingstemperatuur aan.
6. Funces van de toetsen :
Er zijn 6 toetsen: hieronder beschrijven we hun funce.
1. START/STOP :
a. funce om snel te starten : Laat U toe de computer op te starten zonder een programma te kiezen. Enkel manuele training. De jd begint automasch op te tellen vanaf nul.
b. In trainingsmodus : druk op deze toets om de training te stoppen.
c. In de stop modus : druk op deze toets om de training te starten.
2. UP :
a. Druk op deze toets om de weerstand op te drijven gedurende een training.
b. Tijdens het ingeven van de modus : druk op deze toets om de volgende waarden te verhogen : Tijd, Afstand, Calorieën, leeijd en het Type van programma.
3. DOWN :
c. Druk op deze toets om de weerstand te verlagen gedurende een training.
d. Tijdens het ingeven van de modus : druk op deze toets om de volgende waarden te verlagen : Tijd, Afstand, Calorieën, leeijd en het Type van programma.
4. ENTER :
a. Tijdens het instellen : druk op deze toets om de ingegeven waarden te bevesgen.
b. In de Stop modus : als je deze toets meer dan 2 seconden ingedrukt houdt, worden alle waarden terug op nul gezet of op de Standaard waarden.
c. Tijdens het instellen van de klok : druk op deze toets om de waarden van de ingevoerde uren en minuten te bevesgen.
5. BODY FAT : Druk op deze toets om uw lengte, geslacht en leeijd in te geven; en vervolgens uw vetweefselgehalte te berekenen.
6. PULSE RECOVERY : Druk op deze toets om de funce "recuperaemeng van het hartritme" te starten.
7. Introduce & Funconeren van de verschillende programma's
Manueel programma :
P1 is een manueel programma. Je kunt de training starten door op de toets START/STOP te drukken. Het weerstandsniveau is standaard ingesteld op 5. Je kunt evenwel een keuze maken in weerstandsniveau (door op de toetsen UP/DOWN te drukken gedurende de training), de duur van de training, het aantal calorieën of de te trainen afstand.
Bediening :
1. Gebruik de UP/DOWN toets om het manuele programma te selecteren (P1).
2. Druk op ENTER om het te bevesgen.
3. De TIJD knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om deze in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen.
4. De AFSTAND knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om deze in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen.
5. De CALORIEEN knipperen en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om in te stellen hoe veel je er jdens de training wenst te verbranden.. Druk op ENTER om te bevesgen.
6. De POLSSLAG knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om de gewenste trainingspolsslag in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen.
7. Druk op START/STOP om de training te starten.
Voor gedenieerde Programma's :
Trappen (Steps), Heuvels (Hill), Rolling, Vallei (Valley), Vetverbranding (Fat burn), Helling (Ramp), Bergen (Mountain), Interval (Intervals), Willekeurig (Random), Hoogvlakte (plateau), Snelheidstraining (Fartlek), Afgrond (Precipice).
De programma's 2 tot 13 zijn voor gedenieerd. Je kunt deze met verschillende belasngniveaus beoefenen op verschillende momenten zoals je verder in de proelguren kunt zien. Je kunt ook met verschillende weerstandsniveaus werken (door gebruik te maken van de toetsen UP/DOWN jdens het trainen), een trainingsjd instellen, instellen hoe veel calorieën je wilt verbranden of welke "afstand" je wil aeggen.
Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om een van de programma's te selecteren (van P2 tot P13).
2. Druk op enter om het te bevesgen.
3. De TIJD zal knipperen : druk op de toetsen UP/DOWN om deze in te stellen. Druk daarna op enter om te bevesgen.
4. De AFSTAND zal knipperen : druk op de toetsen UP/DOWN om de gewenste afstand in te stellen. Druk daarna op enter om te bevesgen.
5. De CALORIEEN knipperen en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om in te stellen hoe veel je er jdens de training wenst te verbranden.. Druk op ENTER om te bevesgen.
6. De POLSSLAG knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om de gewenste trainingspolsslag in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen.
7. Druk op START/STOP om de training te starten.
Gebruikersprogramma's : User 1, User 2, User 3, User4
De programma's 14 tot en met 17 zijn programma's die door de gebruiker zelf gedenieerd worden. Je kan waarden naar eigen goeddunken instellen voor, in volgorde, TIJD, AFSTAND, CALORIEEN et een niveau van weerstand instellen over een reeks van 10 kolommen. Deze waarden en proelen zullen na het programmeren in het geheugen opgeslagen worden. Je kan evenwel het niveau van de weerstand van elk onderdeel (kolom bij instelling) wijzigen jdens het trainen met de toetsen UP/DOWN zonder dat die het gememoriseerde programma wijzigen.
Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de gebruikersprogramma's te selecteren (van P14 tot P17).
2. Druk op de toets ENTER om het trainingsprogramma te bevesgen.
3. De EERSTE KOLOM knippert : gebruik de UIP/DOWN toetsen om uw persoonlijk trainingsproel te creëren. Om de waarden van de eerste kolom te bevesgen druk je vervolgens op ENTER. Als je niets veranderd is de standaard waarde van een kolom aljd 1.
4. De TWEEDE KOLOM knippert : gebruik de UIP/DOWN toetsen om uw persoonlijk trainingsproel te creëren. Om de waarden van de eerste kolom te bevesgen druk je vervolgens op ENTER.
5. Doe hetzelfde (zoals punt 3 en 4) tot alle kolommen (10) zijn ingevoerd.
6. De TIJD zal knipperen : stel ze in met behulp van de UP/DOWN toets en druk vervolgens op ENTER om te bevesgen.
7. De AFSTAND zal knipperen : druk op de toetsen UP/DOWN om de gewenste afstand in te stellen. Druk daarna op enter om te bevesgen.
8. De CALORIEEN knipperen en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om in te stellen hoe veel je er jdens de training wenst te verbranden.. Druk op ENTER om te bevesgen.
9. De POLSSLAG knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om de gewenste trainingspolsslag in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen.
10. Druk op START/STOP om de training te starten.
Programma met hartslagcontrole (hart rate controll – HRC) :
55% HRC, 65% HRC, 75% HRC, 85% HRC en HRC met ideaal trainings hartritme.
De programma's 18 tot 22 zijn hartslagcontrole programma's en programma 22 is een programma dat zich richt op een ideaal trainings hartslagritme (bij een perfecte condie).
Programma 18 is 55% van het maximale toegelaten hartritme, zijnde ideaal trainings hartritme = (220-leeijd) x 55%.
Programma 19 is 65% van het maximale toegelaten hartritme, zijnde ideaal trainings hartritme = (220-leeijd) x 65%
Programma 20 is 75% van het maximale toegelaten hartritme, zijnde ideaal trainings hartritme = (220-leeijd) x 75%
Programma 21 is 85% van het maximale toegelaten hartritme, zijnde ideaal trainings hartritme = (220-leeijd) x 85%
Programma 22 is een ideaal trainings hartritme = is een training met een hartritme op het ideaal trainingshartritme.
De gebruikers kunne trainen in funce van het gewenste ideaal trainings hartritme door het ingeven van de leeijd, de jd, de calorieën, en de richtwaarde van de gewenste polsslag. In dit programma past de computer de weerstand aan in funce van de waargenomen polsslag. Bijvoorbeeld, de weerstand kan elke 20 seconden opgedreven worden, als de gemeten hartslag te laag is. Op dezelfde manier wordt de weerstand elke 20 seconden verminderd, als de gemeten hartslag te hoog is.
Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om een van de programma's van hartslagritme te kiezen (van P18 tot P22).
2. Druk op de ENTER toets om te bevesgen.
3. De LEEFTIJD knippert voor de programma's P18 tot P21. Gebruik de toetsen UP/DOWN om je leeijd in te geven. Standaard komt de leeijd van 35 jaar op het scherm.
4. Bij het programma P22 knippert de waarde van je IDEAAL HARTRAININGSRITME. Gebruik de toetsen UP/DOWN om het ideaal trainingshartritme in te geven (tussen 80 en 180 slagen per minuut). De standaard ideaal trainingshartritme wordt ingesteld op 120.
5. De TIJD knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de trainingsjd in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen.
6. De AFSTAND knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de gewenste afstand in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen.
7. De CALORIEEN knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om aan te geven hoeveel calorieën je wenst te verbranden, in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen.
8. Druk op de START/STOP toets om de training te starten.
Programma met wa controle : wa control
Programma 23 is een programma die niet beïnvloed wordt door de snelheid waarbij getraind wordt. Druk op de ENTER toets om de richtwaarde van het aantal wa in te geven, de jd, de afstand en de calorieën. Tijdens de training kan je de weerstand niet aanpassen. Bij voorbeeld: de weerstand zal toenemen als de snelheid te laag is. Op dezelfde manier zal de weerstand afnemen als de snelheid te hoog is. Het resultaat is dat het aantal wa de ingestelde richtwaarde van het aantal wa van de gebruiker zal benaderen.
Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om het programma van wa controle te starten (P23).
2. Druk op ENTER om te bevesgen.
3. De TIJD knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de trainingsjd in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen.
4. De AFSTAND knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de gewenste afstand in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen.
5. De WATTAGE knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om het richtgetal van het aantal wa in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen. De standaard waarde van het aantal wa is 100..
6. De CALORIEEN knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om aan te geven hoeveel calorieën je wenst te verbranden, in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen.
7. De POLSSLAG knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om de gewenste trainingspolsslag in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen.
8. Druk op de START/STOP toets om de training te starten.
Opmerking :
1. WATT = koppel (KgM) x RPM (rounds per minute) x 1,03
2. In dit programma zal het geleverde aantal wa gelijk blijven, dit betekend dat als je snel trapt het weerstandsvermogen zal afnemen en als je traag trapt het weerstandsniveau zal toenemen. Probeer aljd op dezelfde hoeveelheid wa te trainen.
Het programma Vetweefselgehalte : Body Fat
Het programma 24 is een programma speciaal ontworpen om de hoeveelheid vetweefsel te berekenen en een aan de gebruiker aangepast belasng niveau voor te stellen. Er is een verdeling gemaakt in drie types, al naar gelang de berekende hoeveelheid vetweefsel.
Type 1: %lichaamsvetweefsel > 27
Type 2 : 27 ≥ %lichaamsvetweefsel ≥ 20
Type 3 : %lichaamsvetweefsel < 20
De computer zal het resultaat tonen van het percentage lichaamsvetweefsel, de BMI en het basaal metabolisme (BMR).
Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om het programma van vetweefselgehalte controle te selecteren (P24).
2. Druk op ENTER om te bevesgen.
3. De LENGTE begint te knipperen. Voer deze in met de toetsen UP/DOWN. Druk op ENTER om te bevesgen. De lengte die standaard weergegeven wordt is 170cm.
4. Het GEWICHT begint te knipperen. Voer deze in met de toetsen UP/DOWN. Druk op ENTER om te bevesgen. Het gewicht dat standaard weergegeven wordt is 70kg.
5. Het GESLACHT begint te knipperen. Voer deze in met de toetsen UP/DOWN. Druk op ENTER om te bevesgen. Het geslacht dat standaard weergegeven wordt is 1 (MAN).
6. De LEEFTIJD begint te knipperen. Voer deze in met de toetsen UP/DOWN. Druk op ENTER om te bevesgen. De leeijd die standaard weergegeven wordt is 35 jaar.
7. Druk op START/STOP om de meng van het vetweefselgehalte te starten. Als er op het display de leer E weergegeven wordt, gelieve dan de handen stevig om de stuurstangen te klemmen of te zorgen dat de borstriem goed rond het lichaam is aangespannen. Druk vervolgens terug op ENTER om de meng van het vetweefselgehalte te starten.
8. Eenmaal de meng is beëindigd, zal de computer de volgende waarden tonen : het basaal metabolisme (BMI), het vetweefselgehalte. Bovendien
zal de computer het best aangepaste trainingsproel voor uw lichaam weergeven.
9. Druk op START/STOP om de training te beginnen.
8. Bedieningshanleiding :
1. Stand-by modus
De computer zet zichzelf in stand-by (slaap) modus als er gedurende 4 minuten geen acviteit is. Door op gelijk welke toets te drukken acveer je de computer weer.
2. BMI (body mass index)
De BMI index is een maatstaf voor het vetweefselgehalte die van toepassing is op vrouwen en mannen en gebaseerd is op de lengte en het gewicht.
3. Het basaal metabolisme (BMR)
Het BMR duidt de hoeveelheid calorieën aan dat je lichaam nodig hee om te funconeren, zonder rekening te houden met enige acviteit. Het gaat enkel om de calorieën die nodig zijn om de hartslag, de ademhaling en de lichaamstemperatuur op een normaal pijl te houden. Het zijn de calorieen die een lichaam in rust (niet in slaap) verbruikt bij een bepaalde omgevingstemperatuur.
9. Foutmeldingen :
E1 (Fout 1) :
Normale staat : Als gedurende de training de computer geen signaal ontvangt van de motor teller gedurende 4 seconden en dat na 3 (automasch) controles nog aljd niet het geval is, toont het scherm de fout code E1.
Kracht : De kracht van de motor wordt automasch uitgeschakeld, als
het motorsignaal gedurende 4 seconden niet kan gemeten worden; de sturing van de motor houdt onmiddellijk op en toont E1 op het scherm. Alle andere uitlezingen verdwijnen en ook de uitgaande sturingen van de computer worden onderbroken.
E2 (Fout 2) :
Als de computer datagegeugen tegenkomt waarvan de I.D. niet correct is of het geheugen van de computer beschadigd is, zal de computer onmiddellijk na het inschakelen de code E2 acheren.
E3 (Fout 3) :
Als 4 seconden na het opstarten de computer detecteert dat een defecte motor geen nulpunt ingesteld hee, zal het scherm de fout code E3 weergeven.
10. Technische gegevens van de adaptor :
1. aansluitspanning : 230V/50Hz of 60Hz, uitgang 6V AC 6,5A
2. Aansluitspanning : 110V/50Hz of 60Hz, uitgang 6V AC 6,5A
11. Trainingsgraeken :
1. Proelen van de voor gedenieerde programma's
PROGRAMME 1
MANUAL

natural_image
Grid of white rectangular and black patterned squares with no text or symbols
PROGRAMME 2
STEPS

natural_image
Grid of abstract geometric shapes with varying fill patterns (no text or symbols)
PROGRAMME 3
HILL

natural_image
Grid of abstract geometric shapes with varying fill and dot patterns (no text or symbols)
PROGRAMME 4
ROLLING

natural_image
Grid of black-and-white rectangular shapes with varying border styles (no text or symbols)
PROGRAMME 5
VALLEY

natural_image
Grid of black and white rectangular shapes with varying border styles (no text or symbols)
PROGRAMME 6
FAT BURN

natural_image
Grid of black and white rectangular shapes with varying shades (no text or symbols)
PROGRAMME 7
RAMP

natural_image
Grid of abstract geometric shapes with varying fill patterns (no text or symbols)
PROGRAMME 8
MOUNTAIN

natural_image
Grid of black and white rectangular shapes with no text or symbols
PROGRAMME 9
INTERVALS

PROGRAMME 10
RANDOM

natural_image
Grid of black and white geometric shapes with no text or symbols
PROGRAMME 11
PLATEAU

natural_image
Grid of black and white rectangular shapes with no text or symbols
PROGRAMME 12
FARTLEK

natural_image
Grid of black rectangular shapes with varying border styles, no text or symbols present
PROGRAMME 13
PRECIPICE

natural_image
Grid of black and white geometric patterns with no text or symbols
2. Gebruikersprogramma's :
PROGRAMME 14

3. Programma met hartslagcontrole :

other
| PROGRAMME | Percentage | H.R.C. |
|-----------|------------|--------|
| 55% | H.R.C. | - |
| 65% | H.R.C. | - |
| 75% | H.R.C. | - |
| 85% | H.R.C. | - |
| TARGET | H.R.C. | - |
3. Programma met wa controle : wa control

flowchart
graph LR
A["PROGRAMME 23"] --> B["WATT CONTROL"]
B --> C["Grid of squares with varying fill patterns"]
4. Het programma Vetweefselgehalte

flowchart
graph LR
A["PROGRAMME 24"] --> B["BODY FAT (STOP MODE)"]
B --> C["→"]
C --> D["BODY FAT (START MODE)"]
5. Eén van de volgende zes proelen zal je te zien krijgen na dat je je vetweefselgehalte gemeten hebt :

12. Trainingsinstruces :
Om een merkbare verbetering mogelijk te maken van uw fysieke uithouding en uw gezondheid, dient U enkele adviezen op te volgen betreende de frequene van de trainingen : als je heel lange jd niet fysiek acef geweest bent, dient U, om elk gezondheidsrisico uit te sluiten, het advies in te winnen van een geneesheer.
1. Intensiteit :
Om de beste resultaten te bekomen dient U een passende intensiteit te kiezen. Het hartritme dient als referenepunt. In de prakjk gebruikt men aljd de volgende formule maximum polsslag = 220 - leeijd
Tijdens het trainen moet je hartritme aljd tussen de 60% en de 85% van die maximum polsslag blijven.
Te uwer informae : gelieve ook de tabellen met richtlijnen voor hartritme hieronder te raadplegen.
Als je pas begint met trainen MOET je ervoor zorgen dat je hartritme op 60% van je maximum polsslag blij gedurende de eerste twee weken.
Als je condie daarna geleidelijk aan verbeterd mag je dit percentage geleidelijk aan optrekken tot 85%.
2. Vetverbranding :
Het lichaam begint vet te verbranden van het moment dat je je traint met een hartritme van 60% van je maximale polsslag. Om een opmale vetverbranding te bekomen, is het aan te raden te trainen met een percentage van tussen de 60% en 70% van je maximale polsslag.
Het ideale trainingsritme is drie keer per week trainen gedurende 30 minuten.
Voorbeeld :
Je bent 52 jaar en wilt beginnen met lichaamsbeweging :
maximum piek polsslag = 220-52 (leeijd) = 168 slagen/minuut
minimum polsslag (60%) = 168 x 0,6 = 101 slagen per minuut
maximum polsslag (70%) = 168 x 0,7 = 117 slagen/minuut
Wij zouden U dus aanraden de eerste weken te beginnen met een polsslag van 101, en dan geleidelijk aan deze na een aantal weken te verhogen naar 117. En als er een merkbare condieverbetering optreed, mag de intensiteit van de trainingen verhoogd worden tot tussen de 70% en 85% van uw maximum piekpolsslag. Dat kan men doen door zwaarder te trainen, door het aantal trainingen per week op te drijven of de duur van de training op te drijven.
3. Hoe uw training indelen :
Opwarming :
Voor elke training dient U uw spieren op te warmen gedurende 5 tot 10 minuten. Gedurende de opwarming kan je enkele stretch oefeningen doen en al heel zachtjes beginnen te trainen.
Gedurende de training :
Gedurende de werkelijke training moet je een hartritme aanhouden van 70% tot 85% van je maximale piekpolsslag.
De trainingsduur kan gemakkelijk aan de hand van het volgende praksche regeltje bepaald worden :
- Als je dagelijks traint : ongeveer 10 minute per training.
- 2 à 3 trainingen per week : ongeveer 30 minuut per training.
- 1 à 2 trainingen per week : ongeveer 60 minuten per training.
4. Aoeling :
Om een uw spieren degelijk af te koelen en een goede terugkeer te hebben naar een normaal metabolisme, moet de intensiteit van de training serieus verlaagd worden gedurende de laatste 10 minuten. Het is ook aanbevolen na de training te stretchen om spierpijnen te vermijden.
5. Resultaten :
Zelfs na een relaeve korte periode van regelmag trainen, merk je dat je uithouding verbeterd en dat je minder gemakkelijk je maximum piek polsslag bereikt. De trainingen worden gemakkelijker en gemakkelijker en je voelt je jdens de dag ook er.
Om dit resultaat te bereiken, dien je gemoveerde te zijn om heel regelmag te trainen. Doe je training op vaste uren en begin niet meteen te hard te trainen. Het is zoals veel sporters zeggen : "Het moeilijkst aan een training, is ermee te beginnen".
We wensen je veel plezier en resultaat met onze trainingsets.
13. Trainings polsslagen :
Hart ritme tabel Leeijd Herstel50%-65% Uithouding65%-75% Kracht75%-85% Interval85%-92% Wedstrijd80%-92% 20 - 23 100 - 129 129 - 149 149 - 168 129 - 182 160 - 182 24 - 27 98 - 126 126 -146 146 - 165 126 - 178 155 - 178 28 - 31 96 - 123 123 - 143 143 - 162 123 - 175 153 - 175 32 - 35 94 - 120 120 - 140 140 - 159 120 - 172 150 - 172 36 - 39 92 - 118 118 - 137 137 - 155 118 - 168 146 - 168 40 - 43 90 - 116 116 - 134 134 - 151 116 - 164 143 - 164 44 - 47 88 - 113 113 - 131 131 - 148 113 - 161 140 - 162 48 - 51 86 - 110 110 - 128 128 - 145 110 - 157 137 - 157 52 - 55 84 - 108 108 - 125 125 - 141 108 - 153 133 - 153 56 - 60 82 - 105 105 - 122 122 - 139 105 - 150 131 - 150
De HART RITME TABEL wordt alleen als richtlijn aan de cliënt gegeven.
14. Losse stukken :
Nummer Omschrijving Hoeveelheid 1 Hoofdkader 1 2 Voorste steun arm 1 3 Achterste steun arm 1 4 Stuurstang (bovenste) 1 5 Zadelstang 1 6 Regelbare zadelstang 1 7 Haakplaatje (voor regelbare zadelstang) 1 8 Geheel voor vrijloopwiel 1 9 Stuur 1 10 Computer 1 11 Bovenste tel kabel 1 12 Onderste Computerkabel 1 13 Spannings controlekabel 1 14 Kabel van de meetsonde 1 15 Meetsonde voor hartslag in de handen 2 16 Kabel van de meetsonde voor d hartslag in de handen 1 17 Zadel 1 18 Behuizing voor bovenbouw 1 19 Ronde draaiknop om de vercale stuurstang vast te zeen 1 20 Ovale afdichng (voor de regelbare zadelstang) 2 21 Draaiknop (voor de regelbare zadelstang) 1 22 Aanhechng (voor de zadelstang) 1 23 Draaiknop voor de zadelstang 1 24 Afsluitdop van de voorste steunstang 2 25 Afsluitdop van de achterste steuntang 2 26 Afsluitdop (voor het vrijloopwiel) 2 27 Pedaal (G&D) 1 28 Afdekplaat van de centrale keng (G&D) 1 29 Bescherming voor de keng afdekplaat 2 30 Wiel voor riem 1 31 Stalen roulement 4 32 Bevesging voor de meetkabel 1 33 Handvat in mousse 2 34 Afdichngen van de uiteinden (voor de handvaten in mousse en ‘t zadel) 3 35 Vrijwiel 1 36 Sluingsring (voor de stalen roulementen) 1 37 Veer 1 38 Pedaalarm (voor drie stukken) 2 39 Gebombeerde vijs (voor de achterste steunstang) 2 40 Gebombeerde moer (voor de steunstangen) 4 41 Afsluitringen (voor steunstangen) 4 42 Bout (voor bovenbouw) 4 43 Afsluitring (voor stuurstang) 4 44 Bout (voor het zadel) 1 45 Mof (voor bout) 1 46 Ring C (voor de stalen roulementen) 1 47 Afsluitring (voor de stalen roulementen) 1 48 Vijs (voor de meetsonde van de hartslag in de handen) 2 49 Afsluitring (voor bout n° 21) 1 50 Bout (voor het intermediaire rondsel-tandwiel) 1 51 Bout (voor het intermediaire rondsel-tandwiel) 1 52 Mof (voor het intermediaire rondsel-tandfwiel) 1 53 Afsluitring (voor het vrijwiel) 3 54 Moer (voor vrijwiel) 2 55 Afsluitring (voor vrijwiel) 2 56 Moer (voor stalen roulement) 1 57 Moer (voor het geheel van het vrijwiel) 1 58 Bout (voor de motor) 2 59 Magneet 1 60 Vijs (voor ketenbescherming) 6 61 Vijs (voor ketenbescherming) 4 62 Riem 1 63 CC Kabel 1 64 Ring (voor bovenbouw) 1 65 Ring (voor zadelbuis) 1 66 Bout (voor teller) 4 67 Schroevendraaier 1 68 Inbussleutel 1 69 Bout (voor de pedaalas in 3 stukken) 2 70 Afdekking voor vijs 2 71 Gebombeerde bout (voor voorste steun arm) 2 72 Afdekplaat voor centrale keten (G&D) 1 73 Vijs (centrale keten) 22 74 Afsluitring (voor centrale keten) 2 75 Motor 1 76 Bout (voor motor) 4 77 Adaptor 1
15. Gedemonteerd zicht :

Deze gebruikersgids is slechts een referene voor de klant.
2.0≤F≤2.9 betekent GOED
3.0≤F≤3.9 betekent IN ORDE
4.0≤F≤5.9 betekent ONDER HET GEMIDDELDE
6.0 betekent SLECHT
Opmerking : Als de computer geen polsslag kan waarnemen zal hij "P" laten zien. Als de computer "ERR" laat zien: druk dan opnieuw op de toets PULSE RECOVERY; zorg ervoor dat U de handen stevig op het stuur houdt of dat de stekker van de borstband stevig bevesgd is. 11. TEMPERATUUR : Duidt de omgevingstemperatuur aan.6. Funces van de toetsen :
Er zijn 6 toetsen: hieronder beschrijven we hun funce.1. START/STOP :
a. funce om snel te starten : Laat U toe de computer op te starten zonder een programma te kiezen. Enkel manuele training. De jd begint automasch op te tellen vanaf nul. b. In trainingsmodus : druk op deze toets om de training te stoppen. c. In de stop modus : druk op deze toets om de training te starten.2. UP :
a. Druk op deze toets om de weerstand op te drijven gedurende een training. b. Tijdens het ingeven van de modus : druk op deze toets om de volgende waarden te verhogen : Tijd, Afstand, Calorieën, leeijd en het Type van programma.3. DOWN :
c. Druk op deze toets om de weerstand te verlagen gedurende een training. d. Tijdens het ingeven van de modus : druk op deze toets om de volgende waarden te verlagen : Tijd, Afstand, Calorieën, leeijd en het Type van programma.4. ENTER :
a. Tijdens het instellen : druk op deze toets om de ingegeven waarden te bevesgen. b. In de Stop modus : als je deze toets meer dan 2 seconden ingedrukt houdt, worden alle waarden terug op nul gezet of op de Standaard waarden. c. Tijdens het instellen van de klok : druk op deze toets om de waarden van de ingevoerde uren en minuten te bevesgen. 5. BODY FAT : Druk op deze toets om uw lengte, geslacht en leeijd in te geven; en vervolgens uw vetweefselgehalte te berekenen. 6. PULSE RECOVERY : Druk op deze toets om de funce "recuperaemeng van het hartritme" te starten.7. Introduce & Funconeren van de verschillende programma's
Manueel programma :
P1 is een manueel programma. Je kunt de training starten door op de toets START/STOP te drukken. Het weerstandsniveau is standaard ingesteld op 5. Je kunt evenwel een keuze maken in weerstandsniveau (door op de toetsen UP/DOWN te drukken gedurende de training), de duur van de training, het aantal calorieën of de te trainen afstand.Bediening :
1. Gebruik de UP/DOWN toets om het manuele programma te selecteren (P1). 2. Druk op ENTER om het te bevesgen. 3. De TIJD knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om deze in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen. 4. De AFSTAND knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om deze in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen. 5. De CALORIEEN knipperen en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om in te stellen hoe veel je er jdens de training wenst te verbranden.. Druk op ENTER om te bevesgen. 6. De POLSSLAG knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om de gewenste trainingspolsslag in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen. 7. Druk op START/STOP om de training te starten.Voor gedenieerde Programma's :
Trappen (Steps), Heuvels (Hill), Rolling, Vallei (Valley), Vetverbranding (Fat burn), Helling (Ramp), Bergen (Mountain), Interval (Intervals), Willekeurig (Random), Hoogvlakte (plateau), Snelheidstraining (Fartlek), Afgrond (Precipice). De programma's 2 tot 13 zijn voor gedenieerd. Je kunt deze met verschillende belasngniveaus beoefenen op verschillende momenten zoals je verder in de proelguren kunt zien. Je kunt ook met verschillende weerstandsniveaus werken (door gebruik te maken van de toetsen UP/DOWN jdens het trainen), een trainingsjd instellen, instellen hoe veel calorieën je wilt verbranden of welke "afstand" je wil aeggen.Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om een van de programma's te selecteren (van P2 tot P13). 2. Druk op enter om het te bevesgen. 3. De TIJD zal knipperen : druk op de toetsen UP/DOWN om deze in te stellen. Druk daarna op enter om te bevesgen. 4. De AFSTAND zal knipperen : druk op de toetsen UP/DOWN om de gewenste afstand in te stellen. Druk daarna op enter om te bevesgen. 5. De CALORIEEN knipperen en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om in te stellen hoe veel je er jdens de training wenst te verbranden.. Druk op ENTER om te bevesgen. 6. De POLSSLAG knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om de gewenste trainingspolsslag in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen. 7. Druk op START/STOP om de training te starten.Gebruikersprogramma's : User 1, User 2, User 3, User4
De programma's 14 tot en met 17 zijn programma's die door de gebruiker zelf gedenieerd worden. Je kan waarden naar eigen goeddunken instellen voor, in volgorde, TIJD, AFSTAND, CALORIEEN et een niveau van weerstand instellen over een reeks van 10 kolommen. Deze waarden en proelen zullen na het programmeren in het geheugen opgeslagen worden. Je kan evenwel het niveau van de weerstand van elk onderdeel (kolom bij instelling) wijzigen jdens het trainen met de toetsen UP/DOWN zonder dat die het gememoriseerde programma wijzigen.Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de gebruikersprogramma's te selecteren (van P14 tot P17). 2. Druk op de toets ENTER om het trainingsprogramma te bevesgen. 3. De EERSTE KOLOM knippert : gebruik de UIP/DOWN toetsen om uw persoonlijk trainingsproel te creëren. Om de waarden van de eerste kolom te bevesgen druk je vervolgens op ENTER. Als je niets veranderd is de standaard waarde van een kolom aljd 1. 4. De TWEEDE KOLOM knippert : gebruik de UIP/DOWN toetsen om uw persoonlijk trainingsproel te creëren. Om de waarden van de eerste kolom te bevesgen druk je vervolgens op ENTER. 5. Doe hetzelfde (zoals punt 3 en 4) tot alle kolommen (10) zijn ingevoerd. 6. De TIJD zal knipperen : stel ze in met behulp van de UP/DOWN toets en druk vervolgens op ENTER om te bevesgen. 7. De AFSTAND zal knipperen : druk op de toetsen UP/DOWN om de gewenste afstand in te stellen. Druk daarna op enter om te bevesgen. 8. De CALORIEEN knipperen en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om in te stellen hoe veel je er jdens de training wenst te verbranden.. Druk op ENTER om te bevesgen. 9. De POLSSLAG knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om de gewenste trainingspolsslag in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen. 10. Druk op START/STOP om de training te starten.Programma met hartslagcontrole (hart rate controll – HRC) :
55% HRC, 65% HRC, 75% HRC, 85% HRC en HRC met ideaal trainings hartritme. De programma's 18 tot 22 zijn hartslagcontrole programma's en programma 22 is een programma dat zich richt op een ideaal trainings hartslagritme (bij een perfecte condie). Programma 18 is 55% van het maximale toegelaten hartritme, zijnde ideaal trainings hartritme = (220-leeijd) x 55%. Programma 19 is 65% van het maximale toegelaten hartritme, zijnde ideaal trainings hartritme = (220-leeijd) x 65% Programma 20 is 75% van het maximale toegelaten hartritme, zijnde ideaal trainings hartritme = (220-leeijd) x 75% Programma 21 is 85% van het maximale toegelaten hartritme, zijnde ideaal trainings hartritme = (220-leeijd) x 85% Programma 22 is een ideaal trainings hartritme = is een training met een hartritme op het ideaal trainingshartritme. De gebruikers kunne trainen in funce van het gewenste ideaal trainings hartritme door het ingeven van de leeijd, de jd, de calorieën, en de richtwaarde van de gewenste polsslag. In dit programma past de computer de weerstand aan in funce van de waargenomen polsslag. Bijvoorbeeld, de weerstand kan elke 20 seconden opgedreven worden, als de gemeten hartslag te laag is. Op dezelfde manier wordt de weerstand elke 20 seconden verminderd, als de gemeten hartslag te hoog is.Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om een van de programma's van hartslagritme te kiezen (van P18 tot P22). 2. Druk op de ENTER toets om te bevesgen. 3. De LEEFTIJD knippert voor de programma's P18 tot P21. Gebruik de toetsen UP/DOWN om je leeijd in te geven. Standaard komt de leeijd van 35 jaar op het scherm. 4. Bij het programma P22 knippert de waarde van je IDEAAL HARTRAININGSRITME. Gebruik de toetsen UP/DOWN om het ideaal trainingshartritme in te geven (tussen 80 en 180 slagen per minuut). De standaard ideaal trainingshartritme wordt ingesteld op 120. 5. De TIJD knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de trainingsjd in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen. 6. De AFSTAND knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de gewenste afstand in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen. 7. De CALORIEEN knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om aan te geven hoeveel calorieën je wenst te verbranden, in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen. 8. Druk op de START/STOP toets om de training te starten.Programma met wa controle : wa control
Programma 23 is een programma die niet beïnvloed wordt door de snelheid waarbij getraind wordt. Druk op de ENTER toets om de richtwaarde van het aantal wa in te geven, de jd, de afstand en de calorieën. Tijdens de training kan je de weerstand niet aanpassen. Bij voorbeeld: de weerstand zal toenemen als de snelheid te laag is. Op dezelfde manier zal de weerstand afnemen als de snelheid te hoog is. Het resultaat is dat het aantal wa de ingestelde richtwaarde van het aantal wa van de gebruiker zal benaderen.Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om het programma van wa controle te starten (P23). 2. Druk op ENTER om te bevesgen. 3. De TIJD knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de trainingsjd in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen. 4. De AFSTAND knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om de gewenste afstand in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen. 5. De WATTAGE knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om het richtgetal van het aantal wa in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen. De standaard waarde van het aantal wa is 100.. 6. De CALORIEEN knippert. Gebruik de toetsen UP/DOWN om aan te geven hoeveel calorieën je wenst te verbranden, in te stellen. Druk op de ENTER toets om te bevesgen. 7. De POLSSLAG knippert en je kan de toetsen UP/DOWN gebruiken om de gewenste trainingspolsslag in te stellen. Druk op ENTER om te bevesgen. 8. Druk op de START/STOP toets om de training te starten.Opmerking :
1. WATT = koppel (KgM) x RPM (rounds per minute) x 1,03 2. In dit programma zal het geleverde aantal wa gelijk blijven, dit betekend dat als je snel trapt het weerstandsvermogen zal afnemen en als je traag trapt het weerstandsniveau zal toenemen. Probeer aljd op dezelfde hoeveelheid wa te trainen.Het programma Vetweefselgehalte : Body Fat
Het programma 24 is een programma speciaal ontworpen om de hoeveelheid vetweefsel te berekenen en een aan de gebruiker aangepast belasng niveau voor te stellen. Er is een verdeling gemaakt in drie types, al naar gelang de berekende hoeveelheid vetweefsel. Type 1: %lichaamsvetweefsel > 27 Type 2 : 27 ≥ %lichaamsvetweefsel ≥ 20 Type 3 : %lichaamsvetweefsel < 20 De computer zal het resultaat tonen van het percentage lichaamsvetweefsel, de BMI en het basaal metabolisme (BMR).Bediening :
1. Gebruik de toetsen UP/DOWN om het programma van vetweefselgehalte controle te selecteren (P24). 2. Druk op ENTER om te bevesgen. 3. De LENGTE begint te knipperen. Voer deze in met de toetsen UP/DOWN. Druk op ENTER om te bevesgen. De lengte die standaard weergegeven wordt is 170cm. 4. Het GEWICHT begint te knipperen. Voer deze in met de toetsen UP/DOWN. Druk op ENTER om te bevesgen. Het gewicht dat standaard weergegeven wordt is 70kg. 5. Het GESLACHT begint te knipperen. Voer deze in met de toetsen UP/DOWN. Druk op ENTER om te bevesgen. Het geslacht dat standaard weergegeven wordt is 1 (MAN). 6. De LEEFTIJD begint te knipperen. Voer deze in met de toetsen UP/DOWN. Druk op ENTER om te bevesgen. De leeijd die standaard weergegeven wordt is 35 jaar. 7. Druk op START/STOP om de meng van het vetweefselgehalte te starten. Als er op het display de leer E weergegeven wordt, gelieve dan de handen stevig om de stuurstangen te klemmen of te zorgen dat de borstriem goed rond het lichaam is aangespannen. Druk vervolgens terug op ENTER om de meng van het vetweefselgehalte te starten. 8. Eenmaal de meng is beëindigd, zal de computer de volgende waarden tonen : het basaal metabolisme (BMI), het vetweefselgehalte. Bovendien zal de computer het best aangepaste trainingsproel voor uw lichaam weergeven. 9. Druk op START/STOP om de training te beginnen.8. Bedieningshanleiding :
1. Stand-by modus
De computer zet zichzelf in stand-by (slaap) modus als er gedurende 4 minuten geen acviteit is. Door op gelijk welke toets te drukken acveer je de computer weer.2. BMI (body mass index)
De BMI index is een maatstaf voor het vetweefselgehalte die van toepassing is op vrouwen en mannen en gebaseerd is op de lengte en het gewicht.3. Het basaal metabolisme (BMR)
Het BMR duidt de hoeveelheid calorieën aan dat je lichaam nodig hee om te funconeren, zonder rekening te houden met enige acviteit. Het gaat enkel om de calorieën die nodig zijn om de hartslag, de ademhaling en de lichaamstemperatuur op een normaal pijl te houden. Het zijn de calorieen die een lichaam in rust (niet in slaap) verbruikt bij een bepaalde omgevingstemperatuur.9. Foutmeldingen :
E1 (Fout 1) :
Normale staat : Als gedurende de training de computer geen signaal ontvangt van de motor teller gedurende 4 seconden en dat na 3 (automasch) controles nog aljd niet het geval is, toont het scherm de fout code E1. Kracht : De kracht van de motor wordt automasch uitgeschakeld, als het motorsignaal gedurende 4 seconden niet kan gemeten worden; de sturing van de motor houdt onmiddellijk op en toont E1 op het scherm. Alle andere uitlezingen verdwijnen en ook de uitgaande sturingen van de computer worden onderbroken.E2 (Fout 2) :
Als de computer datagegeugen tegenkomt waarvan de I.D. niet correct is of het geheugen van de computer beschadigd is, zal de computer onmiddellijk na het inschakelen de code E2 acheren.E3 (Fout 3) :
Als 4 seconden na het opstarten de computer detecteert dat een defecte motor geen nulpunt ingesteld hee, zal het scherm de fout code E3 weergeven.10. Technische gegevens van de adaptor :
1. aansluitspanning : 230V/50Hz of 60Hz, uitgang 6V AC 6,5A 2. Aansluitspanning : 110V/50Hz of 60Hz, uitgang 6V AC 6,5A11. Trainingsgraeken :
1. Proelen van de voor gedenieerde programma's PROGRAMME 1 MANUAL natural_image
Grid of white rectangular and black patterned squares with no text or symbolsnatural_image
Grid of abstract geometric shapes with varying fill patterns (no text or symbols)natural_image
Grid of abstract geometric shapes with varying fill and dot patterns (no text or symbols)natural_image
Grid of black-and-white rectangular shapes with varying border styles (no text or symbols)natural_image
Grid of black and white rectangular shapes with varying border styles (no text or symbols)natural_image
Grid of black and white rectangular shapes with varying shades (no text or symbols)natural_image
Grid of abstract geometric shapes with varying fill patterns (no text or symbols)natural_image
Grid of black and white rectangular shapes with no text or symbolsnatural_image
Grid of black and white geometric shapes with no text or symbolsnatural_image
Grid of black and white rectangular shapes with no text or symbolsnatural_image
Grid of black rectangular shapes with varying border styles, no text or symbols presentnatural_image
Grid of black and white geometric patterns with no text or symbols2. Gebruikersprogramma's :
PROGRAMME 14 3. Programma met hartslagcontrole :
other
| PROGRAMME | Percentage | H.R.C. | |-----------|------------|--------| | 55% | H.R.C. | - | | 65% | H.R.C. | - | | 75% | H.R.C. | - | | 85% | H.R.C. | - | | TARGET | H.R.C. | - |3. Programma met wa controle : wa control
flowchart
graph LR
A["PROGRAMME 23"] --> B["WATT CONTROL"]
B --> C["Grid of squares with varying fill patterns"]
4. Het programma Vetweefselgehalte
flowchart
graph LR
A["PROGRAMME 24"] --> B["BODY FAT (STOP MODE)"]
B --> C["→"]
C --> D["BODY FAT (START MODE)"]
5. Eén van de volgende zes proelen zal je te zien krijgen na dat je je vetweefselgehalte gemeten hebt :
12. Trainingsinstruces :
Om een merkbare verbetering mogelijk te maken van uw fysieke uithouding en uw gezondheid, dient U enkele adviezen op te volgen betreende de frequene van de trainingen : als je heel lange jd niet fysiek acef geweest bent, dient U, om elk gezondheidsrisico uit te sluiten, het advies in te winnen van een geneesheer.1. Intensiteit :
Om de beste resultaten te bekomen dient U een passende intensiteit te kiezen. Het hartritme dient als referenepunt. In de prakjk gebruikt men aljd de volgende formule maximum polsslag = 220 - leeijd Tijdens het trainen moet je hartritme aljd tussen de 60% en de 85% van die maximum polsslag blijven. Te uwer informae : gelieve ook de tabellen met richtlijnen voor hartritme hieronder te raadplegen. Als je pas begint met trainen MOET je ervoor zorgen dat je hartritme op 60% van je maximum polsslag blij gedurende de eerste twee weken. Als je condie daarna geleidelijk aan verbeterd mag je dit percentage geleidelijk aan optrekken tot 85%.2. Vetverbranding :
Het lichaam begint vet te verbranden van het moment dat je je traint met een hartritme van 60% van je maximale polsslag. Om een opmale vetverbranding te bekomen, is het aan te raden te trainen met een percentage van tussen de 60% en 70% van je maximale polsslag. Het ideale trainingsritme is drie keer per week trainen gedurende 30 minuten.Voorbeeld :
Je bent 52 jaar en wilt beginnen met lichaamsbeweging : maximum piek polsslag = 220-52 (leeijd) = 168 slagen/minuut minimum polsslag (60%) = 168 x 0,6 = 101 slagen per minuut maximum polsslag (70%) = 168 x 0,7 = 117 slagen/minuut Wij zouden U dus aanraden de eerste weken te beginnen met een polsslag van 101, en dan geleidelijk aan deze na een aantal weken te verhogen naar 117. En als er een merkbare condieverbetering optreed, mag de intensiteit van de trainingen verhoogd worden tot tussen de 70% en 85% van uw maximum piekpolsslag. Dat kan men doen door zwaarder te trainen, door het aantal trainingen per week op te drijven of de duur van de training op te drijven.3. Hoe uw training indelen :
Opwarming : Voor elke training dient U uw spieren op te warmen gedurende 5 tot 10 minuten. Gedurende de opwarming kan je enkele stretch oefeningen doen en al heel zachtjes beginnen te trainen. Gedurende de training : Gedurende de werkelijke training moet je een hartritme aanhouden van 70% tot 85% van je maximale piekpolsslag. De trainingsduur kan gemakkelijk aan de hand van het volgende praksche regeltje bepaald worden : - Als je dagelijks traint : ongeveer 10 minute per training. - 2 à 3 trainingen per week : ongeveer 30 minuut per training. - 1 à 2 trainingen per week : ongeveer 60 minuten per training.4. Aoeling :
Om een uw spieren degelijk af te koelen en een goede terugkeer te hebben naar een normaal metabolisme, moet de intensiteit van de training serieus verlaagd worden gedurende de laatste 10 minuten. Het is ook aanbevolen na de training te stretchen om spierpijnen te vermijden.5. Resultaten :
Zelfs na een relaeve korte periode van regelmag trainen, merk je dat je uithouding verbeterd en dat je minder gemakkelijk je maximum piek polsslag bereikt. De trainingen worden gemakkelijker en gemakkelijker en je voelt je jdens de dag ook er. Om dit resultaat te bereiken, dien je gemoveerde te zijn om heel regelmag te trainen. Doe je training op vaste uren en begin niet meteen te hard te trainen. Het is zoals veel sporters zeggen : "Het moeilijkst aan een training, is ermee te beginnen". We wensen je veel plezier en resultaat met onze trainingsets. 13. Trainings polsslagen :| Hart ritme tabel | |||||
| Leeijd | Herstel50%-65% | Uithouding65%-75% | Kracht75%-85% | Interval85%-92% | Wedstrijd80%-92% |
| 20 - 23 | 100 - 129 | 129 - 149 | 149 - 168 | 129 - 182 | 160 - 182 |
| 24 - 27 | 98 - 126 | 126 -146 | 146 - 165 | 126 - 178 | 155 - 178 |
| 28 - 31 | 96 - 123 | 123 - 143 | 143 - 162 | 123 - 175 | 153 - 175 |
| 32 - 35 | 94 - 120 | 120 - 140 | 140 - 159 | 120 - 172 | 150 - 172 |
| 36 - 39 | 92 - 118 | 118 - 137 | 137 - 155 | 118 - 168 | 146 - 168 |
| 40 - 43 | 90 - 116 | 116 - 134 | 134 - 151 | 116 - 164 | 143 - 164 |
| 44 - 47 | 88 - 113 | 113 - 131 | 131 - 148 | 113 - 161 | 140 - 162 |
| 48 - 51 | 86 - 110 | 110 - 128 | 128 - 145 | 110 - 157 | 137 - 157 |
| 52 - 55 | 84 - 108 | 108 - 125 | 125 - 141 | 108 - 153 | 133 - 153 |
| 56 - 60 | 82 - 105 | 105 - 122 | 122 - 139 | 105 - 150 | 131 - 150 |
| Nummer | Omschrijving | Hoeveelheid |
| 1 | Hoofdkader | 1 |
| 2 | Voorste steun arm | 1 |
| 3 | Achterste steun arm | 1 |
| 4 | Stuurstang (bovenste) | 1 |
| 5 | Zadelstang | 1 |
| 6 | Regelbare zadelstang | 1 |
| 7 | Haakplaatje (voor regelbare zadelstang) | 1 |
| 8 | Geheel voor vrijloopwiel | 1 |
| 9 | Stuur | 1 |
| 10 | Computer | 1 |
| 11 | Bovenste tel kabel | 1 |
| 12 | Onderste Computerkabel | 1 |
| 13 | Spannings controlekabel | 1 |
| 14 | Kabel van de meetsonde | 1 |
| 15 | Meetsonde voor hartslag in de handen | 2 |
| 16 | Kabel van de meetsonde voor d hartslag in de handen | 1 |
| 17 | Zadel | 1 |
| 18 | Behuizing voor bovenbouw | 1 |
| 19 | Ronde draaiknop om de vercale stuurstang vast te zeen | 1 |
| 20 | Ovale afdichng (voor de regelbare zadelstang) | 2 |
| 21 | Draaiknop (voor de regelbare zadelstang) | 1 |
| 22 | Aanhechng (voor de zadelstang) | 1 |
| 23 | Draaiknop voor de zadelstang | 1 |
| 24 | Afsluitdop van de voorste steunstang | 2 |
| 25 | Afsluitdop van de achterste steuntang | 2 |
| 26 | Afsluitdop (voor het vrijloopwiel) | 2 |
| 27 | Pedaal (G&D) | 1 |
| 28 | Afdekplaat van de centrale keng (G&D) | 1 |
| 29 | Bescherming voor de keng afdekplaat | 2 |
| 30 | Wiel voor riem | 1 |
| 31 | Stalen roulement | 4 |
| 32 | Bevesging voor de meetkabel | 1 |
| 33 | Handvat in mousse | 2 |
| 34 | Afdichngen van de uiteinden (voor de handvaten in mousse en ‘t zadel) | 3 |
| 35 | Vrijwiel | 1 |
| 36 | Sluingsring (voor de stalen roulementen) | 1 |
| 37 | Veer | 1 |
| 38 | Pedaalarm (voor drie stukken) | 2 |
| 39 | Gebombeerde vijs (voor de achterste steunstang) | 2 |
| 40 | Gebombeerde moer (voor de steunstangen) | 4 |
| 41 | Afsluitringen (voor steunstangen) | 4 |
| 42 | Bout (voor bovenbouw) | 4 |
| 43 | Afsluitring (voor stuurstang) | 4 |
| 44 | Bout (voor het zadel) | 1 |
| 45 | Mof (voor bout) | 1 |
| 46 | Ring C (voor de stalen roulementen) | 1 |
| 47 | Afsluitring (voor de stalen roulementen) | 1 |
| 48 | Vijs (voor de meetsonde van de hartslag in de handen) | 2 |
| 49 | Afsluitring (voor bout n° 21) | 1 |
| 50 | Bout (voor het intermediaire rondsel-tandwiel) | 1 |
| 51 | Bout (voor het intermediaire rondsel-tandwiel) | 1 |
| 52 | Mof (voor het intermediaire rondsel-tandfwiel) | 1 |
| 53 | Afsluitring (voor het vrijwiel) | 3 |
| 54 | Moer (voor vrijwiel) | 2 |
| 55 | Afsluitring (voor vrijwiel) | 2 |
| 56 | Moer (voor stalen roulement) | 1 |
| 57 | Moer (voor het geheel van het vrijwiel) | 1 |
| 58 | Bout (voor de motor) | 2 |
| 59 | Magneet | 1 |
| 60 | Vijs (voor ketenbescherming) | 6 |
| 61 | Vijs (voor ketenbescherming) | 4 |
| 62 | Riem | 1 |
| 63 | CC Kabel | 1 |
| 64 | Ring (voor bovenbouw) | 1 |
| 65 | Ring (voor zadelbuis) | 1 |
| 66 | Bout (voor teller) | 4 |
| 67 | Schroevendraaier | 1 |
| 68 | Inbussleutel | 1 |
| 69 | Bout (voor de pedaalas in 3 stukken) | 2 |
| 70 | Afdekking voor vijs | 2 |
| 71 | Gebombeerde bout (voor voorste steun arm) | 2 |
| 72 | Afdekplaat voor centrale keten (G&D) | 1 |
| 73 | Vijs (centrale keten) | 22 |
| 74 | Afsluitring (voor centrale keten) | 2 |
| 75 | Motor | 1 |
| 76 | Bout (voor motor) | 4 |
| 77 | Adaptor | 1 |