DOLMAR RM-72.13 H - Grasmaaier

RM-72.13 H - Grasmaaier DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RM-72.13 H DOLMAR in PDF-formaat.

📄 52 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice DOLMAR RM-72.13 H - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Grasmaaier
Merk Dolmar
Model RM-72.13 H
Afmetingen (L x B x H) ca. 100 cm x 60 cm x 50 cm
Gewicht ca. 35 kg
Aandrijving Benzinemotor
Motorvermogen ca. 4,5 kW
Maaihoogte Verstelbaar, 25-80 mm
Maaihoogteverstelling Centraal, 7 standen
Inhoud opvangzak ca. 60 liter
Maaisysteem Mulchen, opvangen, zij-uitworp
Mes Staal, 72 cm maaibreedte
Veiligheidsvoorzieningen Motorremhendel, veiligheidsslot
Brandstoftank ca. 1,5 liter
Oliecarter ca. 0,6 liter
Onderhoud Luchtfilter reinigen, mes slijpen, olie verversen
Geluidsniveau ca. 95 dB(A)
Vibratieniveau ca. 5 m/s²
Garantie 2 jaar
Onderdelen beschikbaar Via erkende dealers

Veelgestelde vragen - RM-72.13 H DOLMAR

Hoe start ik de Dolmar RM-72.13 H grasmaaier?
Zet de brandstofkraan open, trek de chokehendel (indien koud), druk de primerbol 3-5 keer, trek het startkoord stevig door. Laat de chokehendel los zodra de motor loopt.
Hoe stel ik de maaihoogte in?
Gebruik de centrale hoogteverstellinghendel om de maaihoogte in 7 standen tussen 25 en 80 mm in te stellen. Trek de hendel naar de gewenste stand.
Welke olie moet ik gebruiken en hoe ververs ik deze?
Gebruik SAE 30 of 10W-30 motorolie. Plaats de maaier op een vlakke ondergrond, verwijder de olievulplug, kantel de maaier naar de zijkant (bobinekant) om de olie af te tappen. Vul daarna nieuwe olie tot het juiste niveau.
Hoe reinig ik de grasmaaier na gebruik?
Schakel de motor uit en trek de bougiekabel los. Reinig de onderkant met een hogedrukreiniger of een stroom water. Verwijder grasresten uit de opvangzak en rond de messen. Maak de luchtfilter schoon.
Hoe slijp ik het mes?
Draai de bougiekabel los. Verwijder de centrale bout en het mes. Slijp het mes met een vijl of slijpmachine, behoud de originele hoek. Zorg dat het mes uitgebalanceerd is voordat u het terugplaatst.
Wat moet ik doen als de motor niet start?
Controleer of er brandstof is, de bougie droog en correct gemonteerd is, en de luchtfilter schoon is. Controleer ook of de veiligheidshendels worden ingedrukt.
Hoe lang is de garantie op deze grasmaaier?
Dolmar geeft doorgaans 2 jaar garantie op deze grasmaaier. Registreer het product online om de garantie te activeren.
Kan ik de maaier gebruiken voor mulchen?
Ja, de RM-72.13 H is geschikt voor mulchen. Gebruik de mulchwig (meegeleverd) en sluit de opvangzak om het gras fijn te versnipperen.
Welke veiligheidsmaatregelen moet ik nemen?
Draag stevige schoenen en een gehoorbescherming. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt. Maai alleen bij daglicht. Schakel de motor uit voor onderhoud.
Waar vind ik reserveonderdelen?
Neem contact op met een erkende Dolmar-dealer of raadpleeg de website voor een onderdelencatalogus. Gebruik alleen originele Dolmar-onderdelen.

Gebruikersvragen over RM-72.13 H DOLMAR

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

Uw e-mailadres blijft privé: het wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RM-72.13 H - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RM-72.13 H van het merk DOLMAR.

GEBRUIKSAANWIJZING RM-72.13 H DOLMAR

Gebruikershandleiding

DOLMAR RM-72.13 H - Gebruikershandleiding - 1

Wij danken u voor het feit dat u de voorkeur heeft gegeven aan onze produkten en wij hopen dat deze nieuwe zitmaaier "Rider" volledig aan uw verwachtingen zal voldoen. Deze handleiding is geschreven om u vertrouwd te maken met uw machine en om u in staat te stellen uw machine op de beste en de meest veilige manier te gebruiken. Deze handleiding hoort bij de machine. Bewaar de handleiding binnen handbereik zodat u de handleiding op elk gewenst moment kunt raadplegen en zorg ervoor dat de handleiding de machine altijd vergezelt ook als u de machine verkoopt.

De machine is ontworpen en gemaakt in overeenstemming met de geldende normen en is volkomen betrouwbaar indien het wordt gebruikt voor het maaien en het opvangen van gras en alle aanwijzingen in deze handleiding in acht worden genomen (voorzien gebruik); het gebruik voor alle andere doeleinden of het niet in acht nemen van de veiligëheids-, de gebruiks-, de onderhouds- en de reparatievoorschriften die in deze handleiding opgenomen zijn wordt als “oneigenlijk gebruik” van de machine beschouwd en brengt verval van de garantie en de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg, waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hij zelf of anderen oplopen.

Mocht u verschillen tegenkomen tussen wat beschreven is en de machine die u bezit, denk er dan aan dat, aangezien het produkt continu verbeterd wordt, de in deze handleiding opgenomen gegevens zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat de fabrikant ver- plicht is de handleiding te updaten gewijzigd kunnen worden, waarbij de essentiële ken- merken met het oog op de veiligheid en de werking van de machine onveranderd blijven. In geval van problemen of vragen met betrekking tot de machine kunt u zich gerust tot de leverancier bij u in de buurt of een erkende garage wenden. Wij wensen u een prettig gebruik van de machine toe!

SERVICE

Deze handleiding verstrekt alle aanwijzingen die u nodig heeft om de machine op de juiste manier te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan doen.

Voor de onderhoudswerkzaamheden die niet in deze handleiding beschreven worden kunt u contact opnemen met de leverancier in uw regio of een erkende garage.

Indien u het wenst kan de leverancier een persoonlijk onderhoudsprogramma naar uw eisen voor u opstellen: dit stelt u in de gelegenheid om uw nieuwe aankoop altijd in een perfekte conditie te kunnen blijven behouden en zodoende de waarde van uw investering te beschermen.

INHOUD

  1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 3

Bevat de voorschriften om de machine op een veilige manier te kunnen gebruiken

  1. IDENTIFICATIE VAN DE MACHINE EN DE COMPONENTEN .... 7

Legt uit hoe u de machine en de voornaamste onderdelen waar de machine uit bestaat kunt identificeren

  1. HET UITPAKKEN EN MONTEREN 9

Legt uit hoe u de verpakking moet verwijderen en de losse onderdelen moet monteren

  1. BEDIENINGSELEMENTEN 13

Geeft een overzicht van de werking van de bedieningselementen en de plaats waar zij zich bevinden

  1. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN 17

Bevat alle aanwijzingen om op de juiste wijze en op een veilige manier met de machine te kunnen werken

5.1 Uit te voeren werkzaamheden voor de ingebruikname.... 17

5.2 De machine starten en rijden 20

5.3 Het gras maaien.... 22

5.4 De machine schoonmaken en stallen 27

  1. ONDERHOUD 29

Bevat alle aanwijzingen om de machine in goede staat te houden

Stelt u in staat eventuele problemen die tijdens het gebruik kunnen optreden snel zelf te verhelpen

  1. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES 42

De verkrijgbare accessoires worden geillustreerd met het oog op de bijzondere eisen die u aan de machine stelt

Geeft een overzicht van de belangrijkste eigenschappen van uw machine

1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

HOE U DEZE HANDLEIDING MOET LEZEN

In de handleiding is zowel de machine met een mechanische overbrenging als met een hydrostatische overbrenging beschreven, en bovendien ook de verschillende versies in verband met uitrustingen en accessoires die niet in alle landen leverbaar zijn.

Het symbool ▶rkeert de verschillen in het gebruik van de machine, en wordt gevolgd door het type overbrenging of de versie waar deze betrekking op hebben.

In de tekst van deze handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens bevatten die in het bijzonder van belang zijn, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:

DOLMAR RM-72.13 H - HOE U DEZE HANDLEIDING MOET LEZEN - 1

of BELANGRIJKOPMERKING Verstrekt hadere gegevens of andere ele-

menten ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd of dat er schade veroorzaakt wordt.

DOLMAR RM-72.13 H - HOE U DEZE HANDLEIDING MOET LEZEN - 2

Gevaar van persoonlijk letsel of aan anderen in geval van niet-

DOLMAR RM-72.13 H - HOE U DEZE HANDLEIDING MOET LEZEN - 3

Kans op ernstig persoonlijk letsel of aan anderen met gevaar elukken, in geval van niet-inachtneming.

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

(die u aandachtig moet lezen alvorens de machine in gebruik te nemen)

A) VOORBEREIDING

1) Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer hoe u de motor snel kunt uitschakelen.
2) Gebruik de machine uitsluitend voor het doel waarvoor hij is bestemd, dat wil zeggen voor het maaien en het opvangen van gras. Ieder doel waarvoor de machine wordt gebruikt dat niet uitdrukkelijk in de gebruiksaanwijzing wordt vermeld kan gevaarlijk zijn en zou de machine kunnen beschadi-gen, waardoor de garantie vervalt en waarvoor de Fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden.
3) Laat kinderen of personen die deze gebruiksaanwijzing niet gelezen hebben de machine niet gebruiken. De leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
4) Gebruik de machine in geen geval:
- als er personen, met name kinderen of dieren in de buurt zijn;
- als u onder invloed van medicijnen of alcohol e.d. bent omdat deze uw reactievermogen kunnen verminderen.
5) Denk eraan dat de gebruiker van de machine aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.

6) Vervoer geen andere personen dan uzelf.

7) De bestuurder van de machine dient de aanwijzingen voor het besturen van de machine stipt op te volgen en wel:

- de bestuurder mag niet afgeleid worden en dient alle aandacht bij zijn werk te houden;

– de bestuurder dient eraan te denken dat het verlies van de macht over het stuur van de machine, terwijl hij van een helling afglijdt, niet hersteld kan worden door de rem te gebruiken. De voornaamste oorzaken waardoor u de macht over het stuur kwijt kunt raken zijn de volgende:

– de wielen hebben niet voldoende grip;

- te hoge snelheid;

- niet goed remmen;

- de machine is niet geschikt voor het doel waarvoor hij wordt gebruikt;

- gebrek aan kennis ten aanzien van de gevolgen die de toestand waarin het terrein zich verkeerd kunnen hebben, in het bijzonder op hellingen.

8) De machine is van een aantal microschakelaars en veiligheidsinrichtingen voorzien. U mag deze voorzieningen in geen geval beschadigen of verwijderen, op straffe van verval van de garantie en de fabrikant kan hier dan niet voor aansprakelijk gesteld worden.

B) VOOR HET GEBRUIK

1) Tijdens het maaien dient u altijd stevige schoenen en een lange broek te dragen. Gebruik de machine niet met blote voeten of met open sandalen.

2) Controleer het gehele terrein dat u wilt maaien grondig en verwijder alles wat de machine zou kunnen beschadigen (zoals stenen, takken, ijzerdraad, botten e.d.).

3) LET OP: GEVAAR! De benzine is bijzonder brandbaar.

- bewaar de brandstof in speciale tanks;

- giet de brandstof, met behulp van een trechter, alleen in de open lucht in de tank en als u dit doet mag u hierbij, en ook niet tijdens het hanteren van de brandstof, niet roken;

– giet de brandstof in de tank vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen benzine toevoegen of niet de dop van de benzinetank erafdraaien;

- als u benzine gelekt heeft mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gelekt heeft te brengen en te voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn;

- draai de doppen van de benzinetank van de machine en van het benzineblik altijd goed dicht.

4) Vervang de geluiddempers als deze defect zijn.

5) Vóór het gebruik dient u een algemene controle te verrichten, met name de toestand van het mes, en dient u te controleren of de bouten en het mes niet versleten of beschadigd zijn. Vervang het beschadigde of versleten mes en/of de bouten en bloc om ervoor te zorgen dat het maaidek in balans blijft.

6) Vóórdat u met het maaien begint, dient u de beschermingen op het windkanaal te monteren (opvangbak en steenbeschermkap).

C) TIJDENS HET GEBRUIK

1) Start de motor niet in gesloten ruimten, waar zich gevaarlijke koolstofmonoxyde kan ophopen.

2) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.

3) Indien mogelijk, maai niet als het gazon nat is.

4) Voordat u de motor start dient u het mes los te koppelen, de versnelling (▶ bij modellen met mechanische aandrijving) of de snelheidsregelaar (▶ bij modellen met hydrostatische aandrijving) in de “vrije” stand te zetten en de machine op de handrem te zetten.

5) Maai geen gazons die een helling van meer dan 10° hebben (17%).

6) Denk eraan dat er geen "veilige" hellingen bestaan. U dient bijzonder goed op te letten als u zich op een helling begeeft. Om te voorkomen dat u over de kop slaat, adviseren wij u:

- een tegengewicht op de voorzijde van de machine te monteren (verkrijgbaar op aanvaag);

- niet plotseling te stoppen of weg te rijden als u een helling op- of afrijdt;

- de koppeling altijd voorzichtig laat opkomen en altijd een versnelling ingeschakeld te houden (▶ bij modellen met mechanische aandrijving) of de snelheidsregelaar (▶ bij modellen met hydrostatische aandrijving) geleidelijk naar een hogere stand te schuiven;

- de snelheid op de hellingen en in scherpe bochten laag te houden;

- let op bobbels, taluds en op verborgen gevaren;

- maai het gazon in geen geval in de dwarsrichting ten opzichte van de helling.

7) Koppel het mes los als u over gedeelten rijdt waar geen gras ligt en zet het maaidek in de hoogste stand.

8) Gebruik de machine nooit om gras te maaien als de beveiligingen beschadigd zijn en ook nooit zonder de grasopvangbak of zonder de steenbeschermkap.

9) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van de motor niet buitengewoon hoog oplopen.

10) Vóórdat u de bestuurdersstoel verlaat dient u:

- het mes los te koppelen;

- de versnelling in zijn vrij te zetten (▶ bij modellen met mechanische aandrijving) of de snelheidsregelaar in de vrije stand terug te zetten (▶ bij modellen met hydrostatische aandrijving) en de machine op de handrem te zetten.

- de motor uit te schakelen en de contactsleutel eruit te nemen.

11) Koppel het mes los, schakel de motor uit en neem de contactsleutel eruit:

- vóórdat u enige werkzaamheden onder het maaidek uitvoert of vóórdat u het windkanaal leegt;

– vóórdat u de machine controleert, schoonmaakt of ermee werkt;

- nadat u op een vreemd voorwerp gestoten bent. Controleer of de machine beschadigd is en voer de nodige reparaties uit vóórdat u de machine opnieuw gebruikt;

- als de machine op een ongebruikelijke manier begint te trillen (probeer onmiddellijk de oorzaak van het trillen te vinden en probeer de oorzaak te verhelpen).

12) Koppel het mes tijdens het vervoer los en doe dit telkens als u het mes niet gebruikt. Koppel het mes los en wacht totdat het stilstaat telkens als u de opvangbak leegt.

13) Schakel de motor uit en koppel het mes los:

– vóórdat u benzine bijvult;

- iedere keer als u de opvangbak verwijdert of opnieuw aanbrengt.

14) Neem gas terug voordat u de motor uitschakelt. Draai, na voltooiing van het maaien, de benzine- kraan dicht, waarbij u de in het boekje vermelde aanwijzingen dient na te leven.

15) Kom niet met uw handen of voeten in de buurt van of onder de roterende gedeelten. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening.

1) Laat de bouten en de schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de machine pleegt zal de werking van de machine veilig blijven en zal het prestatieniveau gelijk blijven.
2) Zet de machine nooit met benzine in de tank in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen.
3) Laat de motor eerst afkoelen vóórdat u de machine opbergt.
4) Om het brandgevaar zoveel mogelijk te beperken dient u de motor, de geluiddemper van het uit-werpmechanisme, de accubak en de benzinetank vrij te houden van gras, bladeren of teveel vet. Leeg de opvangbak altijd en laat geen zakken of bakken met gemaaid gras in de opslagruimte achter.
5) Controleer de steenbeschermkap, de opvangbak en het afzuigrooster regelmatig op slijtage of beschadiging. In geval van beschadiging dienen deze vernieuwd te worden.
6) Gebruik de machine, uit veiligheidsoverwegingen, nooit met versleten of beschadigde onderdelen. Deze onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Gebruik altijd originele onderdelen (het mes moet altijd gemerkt zijn met dit teken) A Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker.
7) Als u de tank moet legen, dient u dit in de open lucht te doen terwijl de motor koud is.
8) Trek werkhandschoenen aan als u het mes demonteert en opnieuw monteert.
9) Zorg dat het maaidek opnieuw in balans wordt gebracht nadat het mes geslepen is.
10) Als de machine opgeborgen of onbeheerd achtergelaten moet worden, dient u het maaidek omlaag te zetten.
11) Laat de sleutels nooit in het contact zitten of binnen het bereik van kinderen of personen die de machine niet mogen gebruiken. Haal de sleutel altijd uit het contact vóórdat u onderhoudswerkzaamheden aan de machine verricht.

E) VERVOER

1) Als de machine vervoerd wordt met een vrachtwagen of op een oplegger, dient u het maaidek omlaag te zetten, de handrem aan te trekken en dient u er zeker van te zijn dat de machine goed vastzit aan het vervoermiddel met behulp van touwen, kabels of kettingen.

VEILIGHEIDSSTICKERS

Gebruik uw machine met de nodige voorzichtigheid. Om u tot voorzichtigheid te manen is uw machine voorzien van een aantal stickers welke u door middel van pictogrammen wijzen op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. Deze stickers worden beschouwd als een aanvullend deel van de machine.

Als een sticker loslaat of onleesbaar wordt, dient u zich tot de leverancier te wenden voor vervanging. Hun betekenis is hieronder weergegeven.

Let op: Lees de gebruikers- handleiding voordat u deze machine gebruikt.

Let op: Neem de sleutel uit het contact en lees de instructies voordat u onderhoud verricht of reparaties uitvoert.

Gevaar! Wegschietende voorwerpen: Werk niet zonder de steenbeschermkap of de grasopvangbak.

Gevaar! Wegschietende voorwerpen: Houd personen op een afstand.

DOLMAR RM-72.13 H - VEILIGHEIDSSTICKERS - 1

Gevaar! De machine kan omkiepen: Gebruik deze machine niet op hellingen van meer dan 10°.

Gevaar! Verminking: Let erop dat kinderen uit de buurt van de machine blijven als de motor draait.

DOLMAR RM-72.13 H - VEILIGHEIDSSTICKERS - 2

Risico voor snijwonden. Lemmer in beweging. Geen handen of voeten aan de binnenkant van de zitting van het lemmer plaatsen.

DOLMAR RM-72.13 H - VEILIGHEIDSSTICKERS - 3

U dient enig letsel, veroorzaakt door het meeslepen van de riemen, te vermijden:

Bedien de machine niet zonder de gemonteerde beschermingen. Blijf op afstand van de rie- men.

2. IDENTIFICATIE VAN DE MACHINE EN DE COMPONENTEN

IDENTIFICATIE VAN DE MACHINE

De sticker die zich onder de bestuurdersstoel bevindt bevat essentiële gegevens en het serienummer van iedere machine (6).

  1. Niveau van de geluidssterke volgens de richtlijn 2000/14/CE
  2. EEG-merkteken volgens de richtlijn 98/37/EEG
  3. Bouwjaar
  4. Bedrijfstoerental van de motor in omw./min. (indien aangeduid)
  5. Machinetype
  6. Serienummer
  7. Gewicht in kg
  8. Naam en adres van de fabrikant
  9. Type overbrenging (indien aangeduid)

8547 min⁻¹ kg CE S/N 39621 LWA dB

Vul hier het serienummer van de machine in:

IDENTIFICATIE VAN DE VOORNAAMSTE COMPONENTEN

Op de machine kunt u enkele belangrijke componenten herkennen die de volgende werking hebben:

  1. Maaidek: dit is de beschermkap waar het ronddraaiende mes onder zit.
  2. Mes: dit is het element om het gras te maaien; de windvleugels die aan de uiteinden zitten bevorderen het overbrengen van het gemaaide gras naar het windkanaal.
  3. Windkanaal: dit is het verbindungselement tussen het maaidek en de grasopvangbak.

  4. Grasopvangbak: dient niet alleen om het gemaaide gras op te vangen maar vormt bovendien een veiligheidselement omdat het namelijk voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door het mes meegenomen worden, van de machine weg kunnen schieten.

  5. Steenbeschermkap of steenbeveiliging: deze wordt in plaats van de grasopvangbak gemonteerd en voorkomt dat eventuele voorwerpen die door het mes meegenomen worden van de machine weg kunnen schieten.
  6. Motor: brengt de beweging naar zowel het mes als de wielaandrijving over; de kenmerken van de motor staan in een specifiek instructieboekje vermeld.
  7. Accu: levert de nodige stroomvoorziening om de motor te kunnen starten; de kenmerken van de accu staan in een specifiek instructieboekje vermeld.
  8. Bestuurdersstoel: dit is de plek waarop de bestuurder plaats moet nemen om met de machine te kunnen werken; de stoel is uitgerust met een sensor die de aanwezigheid van de bestuurder waarneemt met het oog op de werking van de veiligheidsinrichtingen.
  9. Stickers met instructies en veiligheidsvoorschriften: attenderen u op de belangrijkste maatregelen die getroffen moeten worden om op een veilige manier met de machine te kunnen werken; de betekenis ervan wordt in hoofdstuk 1 uitgelegd.
  10. Toegangsdeurtje: om de bougie, de benzinekraan en de moer van de motorkap gemakkelijk te kunnen bereiken.
  11. Afzuigrooster: bevordert de luchttoevoer binnen het maaidek en voorkomt het weg- schieten van eventuele voorwerpen aan de voorkant.

14 19 16 18 17 15 13/12 11 21

3. HET UITPAKKEN EN MONTEREN

Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van de machine niet in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden. De voltooing dient uitgevoerd te worden aan de hand van de volgende, eenvoudige instrukties.

BELANGRIJK

Om vervoersredenen wordt de machine zonder motorolie en benzine geleverd. Voordat u de motor in werking stelt moet u er dan ook eerst olie en benzine in doen waarbij u de voorschriften die in het instructieboekje van de motor staan in acht moet nemen.

DE MACHINE UITPAKKEN

Bij het uitpakken van de machine moet u oppassen dat u geen losse onderdelen, die bij de levering inbegrepen zijn, kwijtraakt en dat het maaidek niet beschadigd wordt op het moment dat de machine van de transportpallet afgereden wordt.

De standaardverpakking

  • het stuurwiel;
  • de accu;
  • de stoel;
    – de onderdelen van de opvangbak;
  • een mapje met de gebruikershandleiding, de overige documenten en de bij de levering inbegrepen schroeven, inclusief 2 startsleuteltjes, 1 stalen stift voor het blokkeren van het stuurwiel en een reservezekering van 10 Ampere.

MONTEREN EN DE ACCU AANSLUITEN

Demonteer de achterste afdekking (1) van de stuuras die bevestigd is met twee schroeven (2) en de voorste afdekking(3), bevestigd met twee schroeven (4).

Plaats de accu (5) en zijn zitting en bevestig

1 2 3 4

met behulp van de beugel (6) en de bijhorende moer (7).

Sluit de drie rode draden (8) aan op de positieve klem (+) en de drie zwarte draden (9) op de negatieve klem (−) met behulp van de bijgeleverde schroeven, en in de aangegeven volgorde.

Hermonteer correct de afdekkingen (3) en (1) van de stuuras en zet ze vast met de schroeven (4) en (2).

DOLMAR RM-72.13 H - MONTEREN EN DE ACCU AANSLUITEN - 2

Herlaad, volgens de instructies van de fabrikant van de accu.

BELANGRIJK

Om te vermijden dat het beveiligingssysteem van de elektronische installatie in werking treedt mag u de motor absoluut niet starten voordat de accu volle- dig opgeladen is!

DOLMAR RM-72.13 H - BELANGRIJK - 1

LET OP!

Neem de aanwijzingen van de fabrikant van de accu in acht met betrekking tot de veiligheid bij het hanteren en het lozen van de accu.

HET STUURWIEL MONTEREN

Zet de machine op een vlakke ondergrond en zorg ervoor dat de voorwielen uitgelijnd zijn.

Schuif het stuurwiel (1) over de stuurkolom (2) en zorg ervoor dat de verstevigingsspaken naar de stoel toe gedraaid zijn.

Zorg ervoor dat de opening van het stuurwiel en de opening van de stuurkolom tegenover elkaar komen te zitten en doe de meegeleverde stalen stift (3) erin.

Sla de stalen stift er met behulp van een hamer door heen en controleer of de stift er aan de andere kant uit komt.

DOLMAR RM-72.13 H - HET STUURWIEL MONTEREN - 1

Om te vermijden dat het stuurwiel met de hamer beschadigd wordt, moet u de stift er met behulp van een slagpen of een schroevedraaier, waarvan de diameter geschikt moet zijn, door heen slaan.

DE STOEL MONTEREN

Monteer de stoel (1) op de plaat (2) met behulp van de schroeven (3).

DOLMAR RM-72.13 H - DE STOEL MONTEREN - 1

Monteer allereerst het frame, door het bovenste deel (1) inclusief de opening aan het onderste deel (2) te bevestigen, maak daarbij gebruik van de meegeleverde schroeven en moeren (3). Houd daarbij de aangegeven volgorde aan.

Plaats de hoekplaten (4) en (5) en houd daarbij de betreffende aanduiding rechts (R ↑ ) en links (L ↑ ), aan. Maak ze daarna met behulp van de vier zelftappende schroeven (6) aan het frame vast.

Doe het op die manier gevormde frame in de zak, waarbij u erop moet letten dat de onderkant rondom op de juiste plaats zit. Haak de kunststof profielen met behulp van een

schroevedraaier (7) vast aan het frame.

Schuif het handvat (8) in de gaatjes van het deksel (9) en bevestig dit door middel van de bouten (10) aan het frame. Dit volgens de aangegeven volgorde. Completeer de montage met behulp van de vier zelftappende schroeven (11) die zich aan de voor- en achterkant bevinden.

7 CLAK

Als laatste bevestigt u onderaan het frame de dwarsversteviging (12) met de vlakke zijde naar de bak toe. Schroef deze met behulp van de meegeleverde schroeven en moeren (13) vast. Houd daarbij de aangegeven volgorde aan.

DOLMAR RM-72.13 H - DE STOEL MONTEREN - 3

Hiermee kunt u de voorwielen besturen.

2. VERSNELLINGSPOOK

Hiermee kunt u het toerental van de motor bepalen. De diverse standen staan aangeven op het plaatje waar de volgende symbolen op staan:

|

«CHOKE» stand om de motor te starten

[Non-Text]

«LANGZAAM» stand stemt overeen met het laagste toerental

[Non-Text]

«SNEL» stand stemt overeen met het hoogste toerental

DOLMAR RM-72.13 H - VERSNELLINGSPOOK - 1

Tijdens het rijden moet u een tussenstand tussen de «LANGZAAM» en de «SNEL» stand kiezen; tijdens het maaien is het verstandig om de versnellingspook op de «SNEL» stand te zetten.

Deze hendel wordt gebruikt om te voorkomen dat de machine gaat rijden als u hem geparkeerd heeft en moet altijd aangetrokken worden als u van de machine afstapt.

De rem wordt ingeschakeld als het pedaal (11 - 21) volledig ingetrapt is waarbij u de hendel in stand «A» moet zetten; als u uw voet van het pedaal haalt dan moet het pedaal ingetrapt blijven en door de hendel in die stand blijven staan.

Om de handrem uit te schakelen moet u opnieuw het pedaal intrappen, waarna de hendel in stand «B» gaat staan.

4. CONTACTSLOT

Het contactslot heeft drie verschillende standen:

«UIT» stand alles uit;
«DRAAIEN» stand alle bedieningselementen worden in werking gesteld;
O, «STARTEN» stand u start de startmotor; vanuit deze stand komt het sleuteltje, zodra u deze loslaat, vanzelf weer in de «DRAAI-EN» stand terug.

5. CONTROLELAMPJE EN SIGNALERINGSSYSTEEM

Dit controlelampje gaat branden als het sleuteltje (4) zich in de «DRAAIEN» stand bevindt en blijft branden zolang de machine in werking is.

Een knipperend lampje betekent dat de toestemming, om de motor te starten, ontbreekt (zie bladzijde 26).

Een geluidssignaal bij een ingeschakeld mes, attendeert u erop dat de grasopvangbak vol is.

Deze hendel heeft twee standen, die op het plaatje aangegeven staan, te weten:

Stand «A» = MES UITGESCHAKELD
Stand «B» = MES INGESCHAKELD

Als het mes ingeschakeld wordt zonder dat de voorgeschreven veilige omstandigheden in acht genomen zijn, dan slaat de motor af (zie bladzijde 26).

Als het mes uitgeschakeld wordt (stand «A») dan wordt er tegelijkertijd een rem ingeschakeld die binnen vijf seconden belet dat het mes kan draaien.

7. HENDEL OM DE MAAIHOOGTE IN TE STELLEN

Deze hendel heeft zeven standen die op het betreffende plaatje aangegeven staan, d.w.z. stand «1» tot en met «7», die met net zoveel maaihoogten overeenstemmen, variërend van 3 tot 8 cm.

Om van de ene stand naar de andere stand over te gaan dient u de hendel door een zijwaartse beweging in één van de zeven inkepingen te plaatsen.

Bij modellen met mechanische aandrijving:

11. K OPPELINGS-/REMPEDAAL

Dit pedaal heeft een dubbele functie: bij het intrappen van het eerste gedeelte dient het pedaal als koppelingspedaal waarbij de wielaandrijving in- of uitgeschakeld wordt en het tweede deel dient als rem, die op de achterwielen inwerkt.

U moet bijzonder goed opletten dat u tijdens de koppelingsfase niet te lang aarzelt om oververhitting en, als gevolg daarvan, beschadiging van de overbrengingsriem te vermijden.

OPMERKING

Tijdens het rijden is het verstandig uw voet niet op dit pedaal te laten rusten.

12. V ERSNELLINGSPOOK

Deze pook heeft zeven standen die overeenstemmen met vijf versnellingen vooruit, de stand om de versnelling in zijn vrij te zetten «N» en de achteruitrijversnelling «R».

Om van de ene versnelling naar de andere te schakelen moet u het pedaal (11) half intrappen en de pook overeenkomstig de gegevens die op het plaatje staan in de gewenste versnelling zetten.

LET OP!

Het inschakelen van de achteruitrijversnelling dient bij stilstand te gebeuren.

DOLMAR RM-72.13 H - LET OP! - 1

Bij modellen met hydrostatische aandrijving:

21. R EMPEDAAL

Bij modellen met hydro- statische aandrijving fungeert dit pedaal alleen als achterrem.

Deze hendel schakelt de aandrijving van de wielen in en regelt de snelheid van de machine, zowel bij het vooruit als bij het achteruit rijden.

Bij het vooruit rijden versnelt de machine geleidelijk aan door de hendel richting «F» te schuiven; om de machine in zijn achteruit te zetten moet de hendel

21 22 F N R A B 23 PEERLESS 23 A B A

richting «R» worden geschoven. De machine keert automatisch terug naar de vrije stand «N» wanneer het rempedaal (21) wordt ingedrukt. Wanneer er niet geremd wordt kan de machine handmatig in de vrije stand worden gezet.

BELANGRIJK

De hendel wordt in de vrije stand «N» geblokkeerd wan- (3) wordt aangetrokken en blijft geblokkeerd zolang de ndrem staat of het rempedaal is ingetrapt.

23. K OPPELINGSHENDEL VAN DE HYDROSTATISCHE OVERBRENGING

Deze hendel heeft twee standen die door een plaatje zijn aangegeven:

Stand «A» = Aandrijving vergrendeld: voor alle gebruikscondities, tijdens het rijden en het maaien;

Stand «B» = Aandrijving ontgrendeld: een aanzienlijke vermindering van de inspanning die nodig is om de machine, met de motor uit, op eigen kracht te verplaatsen.

BELANGRIJK

Teneinde te voorkomen dat de aandrijfunit beschadigd operatie alleen worden uitgevoerd met een stilstaande ndel (22) in de stand "N".

IS VOOR SCHADE DIE AAN ANDEREN BEROKKEND WORDT. Voordat u de machine in gebruik neemt moet u de veiligheidsvoorschriften die in hoofdstuk 2 opgenomen zijn lezen en met name aandacht besteden aan de voorschriften die voor het rijden en het maaien op hellende terreinen gelden. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico's die het terrein, waar hij op moet werken, met zich mee kan brengen te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigen veiligheid met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen. Deze machine mag niet gebruikt worden op hellingen met een hellingspercentage van meer dan 10° (17%).

LET OP!

Als u verwacht de machine voornamelijk op hellende terreinen

(max. 10%) te gebruiken dan is het verstandig tegengewichten (op aanvraag leverbaar) aan de voorkant van het chassis te monteren, waardoor de stabiliteit aan de voorkant verhoogd wordt en de mogelijkheid dat de machine gaat steigeren zich beperkt.

BELANGRIJK

Alle verwijzingen met betrekking tot de bedieningsposities worden

toegelicht in hoofdstuk 4.

5.1 UIT TE VOEREN WERKZAAMHEDEN VOOR DE INGEBRUIKNAME

DE STOEL AFSTELLEN

De stoel is met vier schroeven (1) bevestigd die u los moet draaien om de stand van de stoel te kunnen verstellen, waarbij u de stoel in de gleuven van de steun moet laten glijden. Als de stoel in de gewenste stand staat, moet u de vier schroeven weer goed aandraaien.

1 1

DE TANK VULLEN

OPMERKING

De te gebruiken brandstof en motorolie staan aangegeven in het

instructieboekje van de motor.

Om bij de peilstok van de olie te komen dient u de zitting omhoog te zetten en het daaronder gelegen deksel te openen.

MAX MIN

Zet het contact af en controleer het motoroliepeil dat zich tussen de MIN. en de MAX. inke- ping van de peilstok moet bevinden.

Tijdens het vullen van de tank met brandstof met behulp van een trechter dient u erop toe te zien dat de tank niet te vol is.

De inhoud van de tank bedraagt ongeveer 4 liter.

GEVAAR!

Om de brandstoftank te vullen moet u de motor uitzetten. Doe dit in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte. Denk er altijd aan dat benzinedampen brandbaar zijn! GEEN OPEN VUUR IN DE BUURT VAN DE TANK BRENGEN EN NIET ROKEN BIJ HET VULLEN VAN DE TANK.

BELANGRIJK

Vermijden benzine op de plastic gedeelten te gieten zodanig dat ze niet beschadigd worden; bij toevallige lekken onmiddellijk spoelen met water.

BANDENSPANNING

Een juiste bandenspanning is noodzakelijk om het maaidek geheel vlak boven het grasop-

pervlak te krijgen, zodat u een mooi maaibeeld krijgt.

Schroef de ventieldopjes los en verbind de ventielen aan een persluchtmachine die voorzien is van een manometer.

De bandenspanning moet als volgt zijn:

VOOR 1,5 bar

ACHTER 1,0 bar

DOLMAR RM-72.13 H - BANDENSPANNING - 1

Gebruik de machine nooit ligingen!

Til het deksel (1) op en bevestig de opvangbak door de twee scharniergewrichten (2) in de gaten van de twee steunen (3) te steken.

Als u zonder opvangbak wilt werken dan is er op aanvraag een steenbeschermkap (4) leverbaar die gemonteerd moet worden zoals afgebeeld op de figuur.

DOLMAR RM-72.13 H - Gebruik de machine nooit ligingen! - 1

zorgt ervoor dat de motor afslaat of belet het starten met een ingeschakeld mes, als de opvangbak of de steenbeschermkap niet gemonteerd is. HET IS ZEER GEVAARLIJK OM DEZE BEVEILIGINGEN EIGENMACHTIG TE VERANDEREN OF DE WERKING ERVAN TE BEPERKEN!

DOLMAR RM-72.13 H - Gebruik de machine nooit ligingen! - 2

Alvorens ieder gebruik dient u de veiligheidssystemen na te kijken op hun doelmatigheid. Om dit uit te voeren dient u de verschillende gebruikssituaties te simuleren die zijn aangegeven in de tabel op bladzijde 26 en te controleren of, in elke situatie, het gewenste effect bereikt wordt.

CONTROLE VAN HET REMSYSTEEM

Zorg ervoor dat het remvermogen van de machine aangepast is aan de gebruiksvoorwaarden, en vat het werk niet aan als u twijfels hebt omtrent de doeltreffendheid van de rem. Indien nodig, stelt u de rem bij en indien u twijfels blijft hebben omtrent de doeltreffendheid, wendt u zich tot een erkend Assistentie Centrum.

HET MES CONTROLEREN

Controleer of het mes goed geslepen en stevig bevestigd is op de respectievelijke as. Als het mes bot is wordt het gras uitgerukt, waardoor u een vergeeld gazon krijgt.

5.2 DE MACHINE STARTEN EN RIJDEN

DE MACHINE STARTEN

GEVAAR!

Het starten moet altijd in de open lucht of in een goed geventieuren ! DENK ERAAN DAT UITLAATGASSEN GIFTIG ZIJN!

Voordat u de motor start:

  • open de benzinekraan (1) (indien aanwezig), toegankelijk vanaf het wielvak achteraan links;
  • Zet de versnellingspook (▶ bij modellen met mechanische aandrijving) of de hendel van de snelheidsregelaar (▶ bij modellen met hydrostatische aandrijving) in de vrije stand «N».
    – het mes uitschakelen;
    – schakel op hellende terreinen de handrem in.

DOLMAR RM-72.13 H - Voordat u de motor start: - 1

Nadat u dit gedaan heeft:

  • dient u de gashendel, bij een koude motor; in de «CHOKE» stand te zetten zoals aangegeven op het plaatje, of tussen de «LANGZAAM» en «SNEL» stand als de motor reeds is warmgedraaid;
  • steek het startsleuteltje in het contact, draai het sleuteltje in de «DRAAIEN» stand om de elektrische installatie in werking te stellen, draai het sleuteltje daarna in de «STAR-TEN» stand om de motor te starten en laat het sleuteltje los zodra de motor draait.

Als de motor draait zet de gashendel in de «LANGZAAM» stand.

OPMERKING

Indien de motor niet binnen enkele seconden aanslaat, blijf dan niet starten om de motor niet te verzuipen en om de accu niet uit te putten. Zet het contact-sleuteltje weer in de «UIT» stand, wacht enkele seconden en probeer opnieuw te starten. Indien het startprobleem voortduurt, raadpleeg dan hoofdstuk «7» van deze handleiding en het instructieboekje van de motor.

BELANGRIJK

Denk er altijd aan dat de beveiligingssystemen het starten van de motor beletten wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen (zie bladzijde 26).

Als u in deze gevallen blijft proberen de motor te starten (sleuteltje in de «STARTEN» stand) begint het controlelampje te knipperen.

RIJDEN

LET OP!

De machine is niet goedgekeurd om op de openbare weg te rijden. U mag de machine (overeenkomstig het Wegenverkeersreglement) alleen op privé terrein gebruiken, dat voor openbaar wegverkeer afgesloten is.

OPMERKING

Indien u zich met de machine verplaatst moet het mes uitgeschakeld zijn en moet het maaidek in de hoogste stand staan (stand «7»).

Bij modellen met mechanische aandrijving:

Zet de gashendel in een tussenstand tussen «LANGZAAM» en »SNEL» en zet de versnellingspook in de 1e versnelling.

Houd het pedaal ingetrapt om zo de handrem uit te schakelen; laat het pedaal langzaam opkomen zodat het pedaal van de «remfunctie» naar de «koppelingsfunctie» overgaat, waarbij de achterwielen in werking gesteld worden.

U dient het pedaal geleidelijk op te laten komen om te beletten dat de machine, door een te bruuske start, begint te steigeren en u de macht over het stuur kwijtraakt.

Zorg dat u geleidelijk de gewenste snelheid bereikt door de gashendel en de versnel- lingspook te bedienen; om van de ene versnelling naar de andere over te gaan dient u de koppeling te bedienen door het pedaal half in te trappen.

Bij modellen met hydrostatische aandrijving:

Zet de gashendel op een stand tussen «LANGZAAM» en «SNEL»; trap op het rempedaal om de handrem uit te schakelen en laat het pedaal weer opkomen.

Verplaats de snelheidsregelaar in richting «F» en breng de machine op de gewenste snelheid met gebruik van de snelheidsregelaar en de gashendel.

  • Beweeg de hendel niet te bruusk, om te voorkomen dat de machine steigert en onbe-
  • stuurbaar wordt.

REMMEN

Bij modellen met mechanische aandrijving:

- Om te remmen dient u het rempedaal helemaal in te trappen nadat eerst door middel - van de gashendel snelheid teruggenomen is om het remsysteem niet onnodig te belas- - ten.

Bij modellen met hydrostatische aandrijving:

- Trap het rempedaal in om te remmen. De snelheidsregelaar keert automatisch terug naar de «N» stand.

AchteruitRIJDEN

Bij modellen met mechanische aandrijving:

- Het inschakelen van de achteruit DIENT bij stilstand te gebeuren. Trap het pedaal in tot- - dat de machine stilstaat, schakel de achteruit in door de versnellingspook opzij te - duwen en in de «R» stand te zetten. Laat het pedaal geleidelijk opkomen om de koppe- - ling in te schakelen en begin met de achteruitrijmanoeuvre.

Bij modellen met hydrostatische aandrijving:

- Het inschakelen van de achteruit DIENT bij stilstand te gebeuren. - Stop de machine en schakel de achteruit in door de snelheidsregelaar richting «R» te schuiven.

5.3 HET GRAS MAAIEN

HET MES INSCHAKELEN EN VOORUITRIJDEN

Als u zich op het te maaien gazon bevindt:

- zet de gashendel in de «SNEL» stand; - schakel het mes in door de hendel in stand «B» te zetten;

- om het rijden te beginnen moeten de snelheidsregelaars bediend worden. Denk eraan het pedaal heel langzaam en voorzichtig op te laten komen zoals reeds eerder beschreven is.

Zet het mes altijd in de hoogste stand om het daarna geleidelijk in de gewenste stand te zetten. Om een goed en gelijkmatig maaibbeeld te krijgen dient u de juiste rijsnelheid in te stellen afhankelijk van de hoeveelheid gras dat gemaaid moet worden (lengte en dichtheid) en van de vochtigheid van het gazon (▶ bij modellen met mechanische aandrijving). Houd hierbij de volgende aanwijzingen aan:

  • Hoog, dicht en nat gras 1
    – Normaal onderhouden gazon 2
  • Kort en droog gras 4

e versnelling
e - 3e versnelling
e versnelling

OPMERKING

De vijfde versnelling dient uitsluitend als rijversnelling op een vlakke

ondergrond.

Bij modellen met hydrostatische aandrijving moet de snelheid geleidelijk aan de toe- stand van het gazon worden aangepast met behulp van de snelheidsregelaar.

Het is in ieder geval verstandig om, elke keer als u merkt dat de motor het toerental niet kan behouden, snelheid te vertragen. Denk eraan dat u nooit een mooi maaibeeld krijgt als u te hard vooruit rijdt.

Bij het oversteken van een hindernis moet u het mes uitschakelen en het maaidek in de hoogste stand zetten.

DE MAAIHOOGTE AFSTELLEN

Met de speciale hendel kunt u 7 verschillende maaihoogten instellen.

HOE U EEN MOOI MAAIBEELD KRIJGT

  1. Uw gazon zal er mooier uitzien indien u afwisselend in de lengte- en in de dwarsrichting maait, dit steeds bij een constante maaihoogte.
  2. Als het windkanaal de neiging heeft verstopt te raken dan moet u uw snelheid vertra-gen.

1 2

Deze kan te hoog zijn met het oog op de toestand van het te maaien gazon. Indien het probleem blijvend is, kan dit zijn doordat het mes bot is of doordat de windvleugels beschadigd zijn (zie hoofdstuk 7).

  1. Als het gras erg hoog is, raden wij u aan het gazon in twee maal te maaien: de eerste maal met het mes in de hoogste stand en eventuele smallere grasstroken tegelijk en de tweede maal met het mes in de gewenste stand.
  2. Pas erg goed op bij het maaien van gazonboorden en langs struiken. Deze kunnen de stand van het maaidek ontregelen en eventueel het mes en de zijkant van het maaidek beschadigen.

HELLENDE TERREINEN

Houd de aangegeven beperkingen in acht en maai een hellend gazon altijd van onder naar boven of van boven naar onder maar nooit in de dwarsrichting. Pas erg goed op bij het veranderen van richting dat u niet op obstakels (zoals bijvoorbeeld stenen, takken, wortels enz.) stuit waardoor de machine zijwaarts kan glijden, om kan kiepen of waardoor u de macht over het stuur kwijt zou kunnen raken.

DOLMAR RM-72.13 H - HELLENDE TERREINEN - 1

GEVAAR! Op een helling moet u altijd snelheid minderen voordat u van richting verandert, en de machine altijd op de handrem zetten voordat u de machine onbeheerd achterlaat.

LET OP!

⚠ LET OP! Op een helling moet de machine voorzichtig op gang worden gebracht om de kans op steigeren en omslaan te voorkomen.

Bij modellen met mechanische aandrijving:

GEVAAR!

GEVAAR! Rijd nooit een helling af met de versnelling of de koppeling in de vrije stand! Schakel altijd een lage versnelling in voordat u de machine onbeheerd achterlaat.

Bij modellen met hydrostatische aandrijving:

Bij het afdalen van hellingen moet de snelheidsregelaar op stand "N" staan (om gebruik te maken van het remeffect van de hydrostatische aandrijving) en minder snelheid met de rempedaal als dat nodig is.

GEVAAR!

Zet de machine nooit in zijn achteruit om snelheid te minderen bij het hellingafwaarts gaan (vooral niet op glad terrein); dit kan u de controle over de machine doen verliezen.

DE GRASOPVANGBAK LEGEN

OPMERKING

Dit mag u alleen doen als het mes uitgeschakeld is. Als dit niet het geval is dan zal de motor afslaan.

Als de opvangbak vol is dan wordt dit door een geluidssignaal gemeld; STOP MET RIJDEN om te voorkomen dat het windkanaal verstopt raakt. Door het mes uit te schakelen wordt het geluidssignaal onderbroken.

Leeg de opvangbak. Til hem op door hem, bij de speciale handgreep, vast te pakken.

DOLMAR RM-72.13 H - OPMERKING - 1

Het kan gebeuren dat het geluids-

signaal, nadat u de bak geleegd heeft, weer afgegeven wordt op het moment dat u het mes inschakelt. Dit is te wijten aan gras dat op de voeler van de signaleringsmicroschakelaar achtergebleven is; in dit geval hoeft u slechts het achtergebleven gras te verwijderen of het mes uit te schakelen en meteen weer in te schakelen om het op te laten houden.

SCHOONMAKEN VAN HET WINDKANAAL

Als u hoog en vochtig gras maait met een te hoge snelheid bestaat de kans dat het windkanaal verstopt raakt. In dit geval dient u:

  • te stoppen en het mes en de motor uit te schakelen;
  • de opvangbak of de steenbeschermkap te verwijderen;
  • het opgehoopte gras te verwijderen via de uitgang van het windkanaal.

LET OP!

Deze handelingen dienen altijd te gebeuren met de motor uit.

OVERZICHT VAN DE OMSTANDIGHEDEN WAARIN DE VEILIGHEIDSINRICHTINGEN TOESTEMMING GEVEN OF ZICH INSCHAKELEN

De veiligheidsmechanismen hebben twee functies:

  • ze voorkomen de start van de motor als de veiligheidsmaatregelen niet in acht zijn genomen;
  • ze stoppen de motor als er ook maar één veiligheidsconditie wegvalt.

a) Om de motor te starten is het in ieder geval nodig dat:

– de koppeling in de "vrije" stand staat;
- het mes uitgeschakeld is;
- de gebruiker op de stoel van de machine zit ofwel de handrem ingeschakeld is.

b) De motor stopt automatisch als:

  • de gebruiker de stoel verlaat terwijl de messen ingeschakeld zijn;
  • de gebruiker de stoel verlaat terwijl de koppeling niet in de "vrije" stand staat;
  • de gebruiker de stoel verlaat terwijl de koppeling wel in de "vrije" stand staat, maar de handrem niet is ingeschakeld;
  • de zak wordt opgetild of als de steenbeschermkap wordt verwijderd terwijl de messen ingeschakeld zijn;
  • of de handrem ingeschakeld is zonder het mes te hebben uitgeschakeld.

De volgende tabel geeft enige situaties weer, waarbij de redenen van tussenkomst onderlijnd zijn.

BESTUURDEROPVANGZAKMESKOPPELINGREMMENMOTOR
A) STARTEN (Sleutel in de «START» stand)
Zit op stoel Geen invloed Ontkoppeld 1....5 - F/R____Ingeschakeld Slaat NIET aan
Zit op stoel Geen invloed Ingeschakeld «N» Ingeschakeld Slaat NIET aan
AfwezigGeen invloedOntkoppeld«N»UitgeschakeldSlaat NIET aan
B) TIJDENS HET MAAIEN (Sleutel in de «DRAAIEN» stand)
AfwezigJAIngeschakeldGeen invloedIngeschakeldSlaat af
AfwezigGeen invloedOntkoppeld1....5 - F/RUitgeschakeldSlaat af
AfwezigJAOntkoppeld«N»UitgeschakeldSlaat af
Zit op stoelNEEIngeschakeldGeen invloedUitgeschakeldSlaat af
Zit op stoelJAIngeschakeldGeen invloedUitgeschakeldSlaat af

KAARTBEVEILIGINGSSYSTEEM

De elektronische kaart is uitgerust met een zelfherstellende beveiliging die de stroomkring onderbreekt indien er zich onregelmatigheden in de elektrische installatie voordoen; als dit

beveiligingssysteem in werking treedt slaat de motor af en dit wordt aangegeven door het controlelampje dat uitgaat.

De stroomkring wordt na enkele seconden vanzelf weer ingeschakeld; stel de oorzaken van de storing vast en verhelp deze om te voorkomen dat de signalering zich herhaalt.

BELANGRIJK

Om te voorkomen dat het beveiligingssysteem in werking treedt:

  • Verwissel de polen van de accu niet;
  • Laat de machine niet zonder accu werken om storingen in de werking van de laadregelaar te voorkomen;
  • Pas op dat u geen kortsluiting veroorzaakt.

NA HET MAAIEN

Na het maaien dient u het mes uit te schakelen en het maaidek in de hoogste stand te zetten.

Breng de machine tot stilstand, trek de handrem aan en zet het contact af door het sleuteltje in de «UIT» stand te draaien.

Als u de motor afgezet heeft moet u de benzinekraan (1) (indien aanwezig) dichtdraaien.

DOLMAR RM-72.13 H - NA HET MAAIEN - 1

Om een ontploffing in de knalpot te vermijden dient u de gas- en voordat u de motor afzet, in de «LANGZAAM» stand zetten.

LET OP!

Haal altijd, als u de machine onbeheerd achterlaat, het sleutel-

tje uit het contact!

BELANGRIJK

Om de lading van de accu in stand te houden, wordt de sleutel niet EN» gelaten wanneer de motor niet aanstaat.

5.4 DE MACHINE SCHOONMAKEN EN STALLEN

DE MACHINE SCHOONMAKEN

Na elk gebruik moet u de buitenkant van de machine schoonmaken, de grasopvangbak legen en uitkloppen om alle resten gras en aarde te verwijderen.

De kunststof delen van de machine kunt u met een vochtige spons en een mild schoonmaakmiddel reinigen. Let erop dat de motor, de elektrische onderdelen en de elektronische kaart onder het dashboard niet nat worden.

BELANGRIJK

Reinig de carrosserie en de motor in geen geval met een hogedruk-

reiniger of met bijtende middelen!

DE BINNENKANT VAN HET MAAIDEK SCHOONMAKEN

Doe dit op een harde ondergrond met de opvangbak of de steenbeschermkap gemon- teerd. Om het maaidek en het windkanaal aan de binnenkant schoon te maken dient u een waterslang op de speciale fitting (1) aan te sluiten waarna u voor enkele minuten het water erdoorheen laat lopen en waarbij:

  • u op de machine moet gaan zitten;
    – de motor moet draaien;
    – de aandrijving in de vrije stand;
  • het mes ingeschakeld moet zijn.

Tijdens het schoonmaken verdient het aanbeveling het maaidek in de laagste stand te zetten.

Verwijder daarna de opvangbak, leeg de bak, spoel de bak uit en leg de bak op een zodanige plaats dat de bak snel kan drogen.

DOLMAR RM-72.13 H - DE BINNENKANT VAN HET MAAIDEK SCHOONMAKEN - 1

Als er verwacht wordt de machine voor geruime tijd niet te gebruiken (meer dan 1 maand), moeten de kabels van de accu losgekoppeld worden, waarbij de aanwijzingen in het instructieboekje van de motor in acht genomen moeten worden; vet alle bewegende onderdelen in zoals beschreven in hoofdstuk 6,

DOLMAR RM-72.13 H - DE BINNENKANT VAN HET MAAIDEK SCHOONMAKEN - 2

LET OP!

Verwijder het droge gras dat zich eventueel in de buurt van de motor of van de geluiddemper van het uitwerpmechanisme opgehoopt heeft; als u dit niet doet kan er brand ontstaan als u opnieuw begint te maaien!

Leeg de benzinetank door de benzineslang, gekoppeld aan het benzinefilter (1) los te maken en neem hierbij de aanwijzingen, die in het instructieboekje van de motor staan, in acht.

DOLMAR RM-72.13 H - LET OP! - 1

De accu dient opgeborgen te worden op een koele, droge plaats.

De accu altijd terug opladen vóór iedere lange periode van inactiviteit (langer dan 1 maand) en terug opladen vooraleer de activiteit te hervatten in hoofdstuk 6,

Controleer, voordat u opnieuw begint te maaien, of er uit de slang, de benzinekraan of de carburateur geen benzine lekt.

6. ONDERHOUD

LET OP!

LET OP! Haal het sleuteltje uit het contact en lees de desbetreffende aanwijzingen voordat u reinigings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine verricht. Trek hierbij geschikte kleding en werkhandschoenen aan.

BELANGRIJK

Gooi afgewerkte olie en oude benzine of andere vervuilende stoffen nooit achteloos weg. Deze zijn namelijk schadelijk voor het milieu!

TOEGANG TOT DE MECHANISCHE DELEN

Om de motor en de mechanische delen te bereiken moet u de motorkap (1) openen.

Ga als volgt te werk:

- plaats de machine op een vlakke bodem, zet het maaidek in de hoogste stand en breng steunblokken (2) met een dikte van 65-70 mm aan onder de rand, om het maaidek gedurende de volgende handelingen te steunen;

Bij modellen met mechanische aandrijving:

- zet de machine op de handrem;

Bij modellen met hydrostatische aandrijving:

  • zet de koppelingshendel op stand INGESCHA-
    KELD (zie hoofdstuk 4, nr.23); omdat de hendel
    • van de snelheidsregelaar niet voldoende beweeg-
    baar is wanneer de machine op de handrem
    • staat;

  • verwijder de opvangbak of de steenbeschermkap;

  • draai de knop van de hendel (3) los en zet de hendel in de vrije stand «N» (▶ modellen met hydrostatische aandrijving), of op «R» (▶ modellen met hydrostatische aandrijving);

- open het toegangsdeurtje (4) en draai de bevestigingsmoer (5) los met een sleutel van 13mm;

- plaats de hendel (6) zodat het maaidek op de steunblokken rust en houd de hendel iet-

1 3 4 6 2 5 6 7 10 8

wat opzij om te voorkomen dat hij in een inkeping vast komt te zitten. Pak de stoel (7) aan de onderkant vast en klap kap naar achteren.

Voor het sluiten:

  • verzeker u ervan dat het kanaal (8) goed op de steun (9) zit en op de rechter geleider steunt;
  • zet de hendel (3) op stand «R» en laat de kap (1) zakken naar de hendels (3) en (6);
  • plaats eerst hendel (6) in zijn zitting, dan hendel (3) en laat dan de kap zakken tot de bevestigingsschroef is gecentreerd;

DOLMAR RM-72.13 H - Voor het sluiten: - 1

Wanneer u de kap heeft neerge-

laten moet u zeker stellen dat:

- de monding van het kanaal (8) goed in de opening van de achterste plaat (10) steekt en op de steun (11) rust.

En vervolgens:

  • draai de bevestigingsmoer (5) vast;
  • zet de hendel (6) vast op stand «7» van de inkepingen;
  • verwijder de steunblokken (2) en monteer opnieuw de knop (3) van de hendel en het deurtje (4).

MOTOR

Volg de aanwijzingen die in het instructieboekje van de motor opgenomen zijn stipt op.

De motorolie wordt afgetapt door de vuldop (1) los te draai- en en met behulp van de bijleverde spuit.

Monteer de slang (2) op de spuit (3) en breng deze volledig in de opening, zuig alle motorolie op. Om de motorolie volledig af te tappen, dient u de handeling meerdere malen te herhalen.

Achteras

De hoeveelheid smeermiddel die fabriekswege geleverd wordt is voldoende en hoeft niet vervangen te worden.

DOLMAR RM-72.13 H - Achteras - 1

Het is fundamenteel om de accu zorgvuldig te onderhouden voor een duurzaam bestaan. De accu van uw machine dient steeds te worden opgeladen:

  • bij het eerste gebruik na de aankoop van de machine;
    – vóór elke langere periode waarin de machine niet zal worden gebruikt;
  • vóór de machine na een lange periode van stilstand opnieuw in gebruik te nemen.

- Lees met aandacht de oplaadprocedures die in het instructieboekje van de accu staan en volg ze op. Als deze procedures niet in acht worden genomen of als de accu niet wordt opgeladen, kan er zich onherstelbare schade voordoen aan de elementen van de accu.

– Een lege accu dient zo snel als mogelijk opgeladen te worden.

BELANGRIJK

Het opladen dient uitgevoerd te worden met gelijkspanning apparatuur. Andere oplaadsystemen kunnen de accu op een onherstelbare manier beschadi-gen.

De machine is uitgerust met een connector (1) voor het opladen, die aangesloten moet worden op de overeenstemmende connector van de speciale acculader van behoud "CB01" in dotatie (▶ indien voorzien) of beschikbaar op aanvraag (hoofdstuk 8),

1

BELANGRIJK

Deze connector mag uitsluitend gebruikt worden voor de aansluiting op de acculader van behoud "CB01". Voor zijn gebruik:

– de aanwijzingen volgen aangegeven in de desbetreffende gebruiksinstructies;
- de aanwijzingen volgen aangegeven in het instructieboekje van de accu.

VERVANGING VAN EEN ZEKERING

De machine is uitgerust met een aantal zekeringen (1) met verschillend vermogen en met de volgende functies en kenmerken:

- Zekering van 10 A = bescherming van de algeme-ne stroomcircuits en het vermogen van de elektro-

DOLMAR RM-72.13 H - VERVANGING VAN EEN ZEKERING - 1

nische kaart; Het in werking treden van deze zekering veroorzaakt de stilstand van de machine. Tevens gaan alle lampjes uit op het dashboard.

- Zekering van 25 A = bescherming van het laadcircuit; wanneer deze zekering in werking treedt, verliest de accu geleidelijk aan zijn lading en ontstaan problemen bij het starten.

Het vermogen van de zekering is aangegeven op de zekering zelf.

BELANGRIJK

Als er een zekering doorbrandt dient deze altijd door een andere de type en met dezelfde waarde vervangen worden en nooit door en andere waarde.

Als het u niet lukt de oorzaak van het inwerkingtreden van de beveiligingssystemen te ver- helpen, neem dan contact op met een erkende garage.

DE WIELEN VERVANGEN

Zet de machine op een vlakke ondergrond. Zet aan de kant waar het wiel vervangen moet worden een houten steunblok onder een dragend deel van het chassis van de machine. De wielen worden op hun plaats gehouden door een metalen borgring (1) die u met een schroevedraaier kunt verwijderen.

De achterwielen zijn rechtstreeks op de stee- kassen gemonteerd, d.m.v. een spie die in de naaf van het wiel zit.

DOLMAR RM-72.13 H - DE WIELEN VERVANGEN - 1

Voordat u de wielen opnieuw monteert moet u de wielassen altijd met vet smeren en de beschermring en de borgring (2) precies op hun plaats doen.

OPMERKING

Als u één achterwiel of beide achterwielen vervangt dient u erop te en dezelfde diameter hebben, zo niet dan dient u de afstelling van roleren om te vermijden dat het gazon ongelijkmatig gemaaaid wordt.

DE BANDEN REPAREREN OF VERVANGEN

De banden zijn van het «Tubeless» type, zij dienen dan ook door een vakman gerepareerd te worden volgens de, voor dit type banden, geldende voorschriften.

DE V-SNAREN VERVANGEN

De drijfkracht van de motor naar de achteras en van de motor naar het mes wordt door middel van twee V-snaren verkregen. Hun levensduur hangt af van de manier waarop de machine wordt gebruikt.

Om de V-snaren te vervangen moeten zij gedemonteerd en afgesteld worden. Dit luistert nogal nauw en het is dan ook onontbeerlijk dat dit door een erkende garage gedaan wordt.

OPMERKING

Vervang de V-snaren zodra zij tekenen van slijtage vertonen!

GEBRUIK ALTIJD ORIGINELE V-SNAREN!

Om een mooi maaibeeld te krijgen moet het maai- dek juist afgesteld zijn. Het maaidek scharniert op drie hendels en kan in de hoogte versteld worden; stel het maaidek op een vlakke ondergrond af nadat u eerst gecontroleerd heeft of de banden- spanning juist is.

OPMERKING

Om een goed maairesultaat

te krijgen is het verstandig ervoor te zorgen dat de voorkant altijd 2 - 4 mm lager is dan de achterkant.

Om de evenwijdigheid met betrekking tot het gazon te regelen dient u:

  • één vulstuk (1) van 26 mm onder de voorste rand van het maaidek aan te brengen, één van 32 mm (2) onder de achterste rand en de hendel in stand «1» te zetten, ervoor zorgend dat de hendel in de desbetreffende inkeping blijft;
  • de moeren (3 - 5 - 7) en de contramoeren (4 - 6 - 8) losser te draaien zodat het maaidek stevig op de vulstukken rust;
  • moer (3) bij te stellen totdat u merkt dat de rechterachterkant van het maaidek omhoog begint te komen, om daarna de desbetreffende contra-moer (4) vast te draaien;

DOLMAR RM-72.13 H - OPMERKING - 1

  • moer (5) vast te schroeven op de stang totdat u merkt dat de rechtervoorkant van het maaidek omhoog begint te komen, om daarna de desbetreffende contramoer (6) vast te draaien;
  • moer (7) van de linkervoorsteun vast te schroeven totdat u merkt dat die kant van het maaidek omhoog begint te komen, om daarna contramoer (8) vast te draaien.

Als het niet mogelijk is om het maaidek evenwijdig te krijgen, neem dan contact op met een erkende garage.

DE REM AFSTELLEN

Het bijstellen dient uitgevoerd te worden met een aangetrokken handrem.

Bij modellen met mechanische aandrijving:
Bij modellen met hydrostatische aandrijving (Peerless):

  • Draai de moer (1), waarmee de staaf (2) bevestigd is,
    los en draai aan de moer (3) totdat een veerlengte (4)
    • van 46 – 48 mm aan de binnenkant van de sluitringen
    verkregen is.
  • Na het bijstellen, dient de moer (1) weer vastgedraaid
    te worden.

Bij modellen met hydrostatische aandrijving (Tuff-Torq):

Los en draai aan de moer (5) totdat een veerlengte (6)
• van 45 – 47 mm aan de binnenkant van de sluitringen
verkregen is.

3 4 1 46 - 48 mm 2

45 - 47 mm 6 5

BELANGRIJK Om overbelasting van de remgroep te voorkomen dient u bij het bijstellen niet onder deze waardes te gaan.

Bij modellen met mechanische aandrijving:

Als u merkt dat de rijkracht onvoldoende is dan kunt
- u de de schroeven (1), waar u bij kunt komen via
- het de deksel onder de zitting, bijstellen. Als u de
- schroeven losser draait spant de veer (2) zich waar-
door de doeltreffendheid van de rijkracht wordt ver-
- hoogd; de optimale lengte voor de veer is 86 mm,
• gemeten aan de buitenkant van de windingen. Na de afstelling schroeft u de contra-
• moer (3) vast. Als u de veer te strak spant dan kan dit een bruuske inschakeling van de
- koppeling teweegbrengen, waardoor de machine kan gaan steigeren.

86 mm 1 3 2

DE KOPPELING EN DE REM VAN HET MES AFSTELLEN

Als u merkt dat het mes niet goed inschakelt of dat het mes na het ontkoppelen niet binnen 5 secon- den tot stilstand komt, dan moet u de spanning van de veer (1) regelen.

Voor het uitvoeren van deze regeling de moeren (2) losdraaien en ze op de drijfstang (3) vast- of losdraaien voor zover dit nodig is om de hoogte te bekomen van 77-79 mm, gemeten tussen de klamp (4) e de binnenkant van de moerplaat (5), met het mes ingeschakeld en de hendel om de maaihoogte te regelen op stand "1". Wanneer de regeling voltooid is, de moeren opnieuw vastdraaien 2).

77 - 79 mm A 2 4 1 5 3

Bij modellen met hydrostatische aandrijving:

DE SNELHEIDSREGELAAR REGELEN

De snelheidsregelaar is voorzien van een frictiesysteem dat er voor zorgt dat de hendel in de gewenste stand blijft staan tijdens het rijden en dat de hendel naar de vrije stand kan terugkeren bij het remmen.

Als de hendel van de snelheidsregelaar zich tijdens het rijden onverwacht verplaatst of met moeite in de vrije stand terugkeert, dan moet de regelmoer (1) zo worden versteld dat de snelheidsregelaar weer naar behoren werkt.

DOLMAR RM-72.13 H - DE SNELHEIDSREGELAAR REGELEN - 1

Controleer of het mes goed geslepen is en stevig vastzit aan de steun.

  • een bot mes rukt het gras uit een veroorzaakt de vergeling van het gazon.
  • een mes dat niet goed vastzit gaat op abnormale wijze trillen en is een potentiële geva- renbron.

LET OP!

Alle handelingen aan het maaidek (demontage, slijpen, in

balans brengen, hermontage en/of vervanging) vergen een welbepaalde vaardigheid en het gebruik van speciaal gereedschap; uit veiligheidsoverwegingen, dienen deze handelingen bijgevolg uitgevoerd te worden in een gespecialiseerd servicecentrum.

Om het mes te demonteren, dient u het stevig met werkhandschoenen vast te pakken en de middelste schroef (1) los te draaien.

Slijp beide kanten van mes met behulp van een slijpschijf met een middelgrote korrel en contro-leer of het mes in balans is door een ronde staaf met een diameter van 18 mm in het middelste gat te doen.

Om zeker te zijn van een regelmatige werking zonder ongewone trillingen dient de eventuele onbalans tussen de twee kanten van het mes minder dan één gram te zijn.

Dit is makkelijk na te gaan door een gewicht van één gram aan te brengen op het lichtste uiteinde van het mes; daalt dit uiteinde tot over de balanslijn dan is de balans juist; als het omhoog blijft staan dan dient u het andere uiteinde te ontlasten.

LET OP!

Als het mes beschadigd of verbogen is moet het altijd vervangen worden; probeer het mes nooit te repareren! GEBRUIK ALTIJD ORIGINELE MESSEN WAAR HET TEKEN CP STAAT!

LET OP!

Bij het monteren

dient de aangegeven volgorde aangehou- den te worden. Let erop dat de windvleu- gels van het maaidek naar de binnenkant van het maaidek wijzen en dat de holle kant van de elastische veerring (1) tegen het mes drukt; Draai de bevestigings- schroef (2) aan met een 45-50 Nm dyna- mometrische sleutel. Als de naaf (3) van de as loskomt tijdens het demonteren controleer dan of de spie (4) goed in de gleuf is geplaatst.

DOLMAR RM-72.13 H - LET OP! - 1

Dit schema dient voor het behoud van een doelmatige en veilige werking van uw machine. De belangrijkste onderhouds- en smeringswerkzaamheden en de termijnen waarbinnen er onderhoud gepleegd moet worden staan hierin aangegeven; naast deze werkzaamheden vind u een serie hokjes waarin u de datum of de werkuren van het onderhoud kunt invul- len.

ONDERHOUDURENUITVOERING (DATUM OF UREN)
1. MACHINE
1.1 Controle bevestiging en scherpte mes 25
1.2 Vervanging mes 100
1.3 Controle V-snaar 25
1.4 Vervanging V-snaar 2) -
1.5 Controle aandrijvingsriem van het mes 25
1.6 Vervanging aandrijvingsriem van het mes 2) -
1.7 Controle en bijstellen rem 10
1.8 Controle en bijstellen aandrijving 10
1.9 Controle meskoppeling en -rem 10
1.10 Controle van alle bevestigingen 25
1.11 Algemene smering 3) 25
2. MOTOR 1)
2.1 Olie verversen......
2.2 Controle en schoonmaken luchtfilter......
2.3 Vervanging luchtfilter......
2.4 Controle benzinefilter......
2.5 Vervanging benzinefilter......
2.6 Controle en schoonmaken contactpuntjes......
2.7 Vervanging bougie......

1) Zie het instructieboekje van de motor voor een complete lijst en voor de uitvoering.
2) Te vervangen bij de eerste slijtageverschijnselen (bij een erkende garage).
3) De algemene smering dient bovendien, elke keer als u verwacht dat de machine voor langere tijd niet wordt gebruikt, uitgevoerd te worden

DE MACHINE OP HAAR ZIJKANT PLAATSEN

Als u bij de onderkant van de machine moet komen, kunt u haar op haar zijkant plaatsen. Hiertoe moet u eerst de grasopvangbank verwijderen en de benzinetank geheel ledigen.

Nadat de machine op een vlakke en stevige ondergrond geplaatst is, trekt u de handrem aan, brengt u het maaidek in de «7» stand, pakt u het stuur en de stoel stevig vast en plaatst u de machine op haar rechterkant. Zorg ervoor dat de machine op de grasopvangbak rust (zoals aangegeven) en dat u de kunstoffen delen niet beschadigd.

GEVAAR!

Let erop dat de machine goed stabiel staat voordat u eraan gaat werken en doe geen dingen waardoor de machine om kan vallen.

DOLMAR RM-72.13 H - GEVAAR! - 1

1. Het controle-lampje brandt nietSleuteltje op «DRAAIEN», de motor is uitgeschakeldHet beveiligingssysteem schakelt zich in omdat:– de accu verkeerd aangesloten is– de accu helemaal leeg of gesulfateerd is– de polen van de accu verwisseld zijn– de zekeringen doorgebrand zijn– de aansluitingen onjuist zijn– de kaart vochtig is– de microschakelaars massa makenDraai het sleuteltje op «UIT» en probeer de oorzaak op te sporen:– controleer de aansluitingen– laad de accu opnieuw op– sluit de polen juist aan– vervang de zekering (10 A)– controleer de aansluitingen– laten opdrogen– controleer de aansluitingen
2. De startmotor werkt nietSleuteltje op «STARTEN» en het controle-lampje brandt– de accu is onvoldoende geladen– zekering met onderbroken lading– de aansluitingen zijn onjuist– laad de accu opnieuw op (als de storing aanhoudt neem dan contact op met een erkende garage)– vervang de zekering (25 A)– controleer de aansluitingen
Sleuteltje op «STARTEN» en het controle-lampje knippert– de toestemming om te starten ont-breekt– Controleer of aan de nodige voorwaarden werd voldaan om de motor te starten (zie bladzij-de 26/a).
3. De motor start nietSleuteltje op «STARTEN»– er wordt geen benzine aangevoerd– controleer het benzinepeil in de tank– draai de benzinekraan open (indien aanwezig)– controleer de bedrading van de elektrische benzinekraan bij de carburateur (indien aanwezig)– controleer het benzinefilter
– er is een storing in de ontsteking– controleer de bevestiging van de bougiekap– controleer de afstand en de toestand van de elektroden van de bougies
PROBLEEM TOESTAND MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
4. De motor start moeilijk of draait onregelmatigSleuteltje op «DRAAIEN», de motor draait- slechte carburatie- reinig of vervang het luchtfilter- maak het bakje van de carbu-rateur schoon- leeg de benzinetank en doe er nieuwe benzine in- controleer het benzinefilter en vervang het eventueel
5. Het motorvermo-gen licht te laag tij-dens het maaienSleuteltje op «DRAAIEN», de motor draait- u rijdt te hard vooruit ten opzichte van de hoogte van het te maaien gras- schelheid verminderen en/of zet het maaidek in een hogere stand
6. De motor valt stil en het controle-lampje knippertSleuteltje op «DRAAIEN», de motor draait- ingreep van de veiligheidsinrichting- controleer of de toelatingsvoor-waarden worden gerespec-teerd (zie bladzijde 26/b)
7. De motor valt stil en het controle-lampje dooftSleuteltje op «DRAAIEN», de motor draaitHet beveiligingssysteem bevindt zich in de beveiligingsstand omdat:- de microschakelaars massa maken- de accu leeg is- overbelasting veroorzaakt door de laadregelaar- de accu is verkeerd aangesloten (slecht contact)- slechte massa van de motorDraai het sleuteltje op «UIT» en probeer de oorzaak op te sporen:- controleer de aansluitingen- laad de accu opnieuw op- neem contact op met een erkende garage- controleer de aansluitingen van de accu- controleer de massa van de motor
8. De motor valt stil en het controel-lampje blijft bran-denSleuteltje op «DRAAIEN», de motor draait- problemen aan de motor- neem contact op met een erkend servicecentrum
9. Het maaibbeeld is onregelmatig en het opvangen is niet efficëntSleuteltje op «DRAAIEN», de motor draait- het maaidek is niet evenwijdig met het gazon- het mes maait niet goed- controleer de bandenspanning- stel het maaidek evenwijdig ten opzichte van het gazon- controleer of het mes goed gemonteerd is- slijp of vervang het mes- controleer de spanning van de riem

PROBLEEM TOESTAND MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING

- u rijdt te hard vooruit ten opzichte van de hoogte van het te maaien gras- de uitwerpopening is verstopt- het maaidek zit vol met gras- snelheid verminderen en/of zet het maaidek in een hogere stand- wacht totdat het gras droog is- verwijder de opvangbak en leeg het windkanaal- reinig het maaidek
10. Abnormale tril-lingen tijdens het maaienSleuteltje op «DRAAIEN», de motor draait- het mes is niet in balans- het mes zit niet goed vast- de bevestigingen zijn losgetrild- het maaidek is verstopt- balanceer het mes uit of ver- vang het beschadigde mes- controleer of het mes goed vastzit- controleer alle bevestigingen van de motor en van de machi- ne- verwijder de opvangbak, leeg het windkanaal en maak de binnenkant van het maaidek schoon

Als de problemen voortduren nadat u al deze handelingen uitgevoerd heeft, neem dan contact op met een erkende garage.

LET OP!

LET OP! Voer moeilijke reparatiewerkzaamheden nooit zelf uit, indien u niet over de vereiste middelen en technische kennis beschikt. Bij een onjuist uitgevoerde reparatie vervalt de garantie en elke aansprakelijkheid van de fabrikant.

8. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES

Hierdoor wordt de stabiliteit aan de voorkant van de machine verbeterd met name als u de machine hoofdzakelijk op hellende terreinen gebruikt.

2. STEENBESCHERMKAP

Deze kap moet in plaats van de grasopvangbak gebruikt worden als het gras niet opgevangen wordt.

3. ACCULADER BEHOUD "CB01"

Laat toe de accu efficiënt te houden tijdens de periodes van inactiviteit van de machine, waarbij een optimaal laadniveau en een langere duurzaamheid van de accu gegarandeerd wordt.

Versnippert het pas gemaaide gras en laat het achter op het terrein. Kan ook worden opgevangen in de grasop- vangzak.

DOLMAR RM-72.13 H - ACCULADER BEHOUD "CB01" - 1

Bandenspanning voor ....1,5 bar

Bandenspanning achter 1,0 bar

Totaal gewicht 159 ÷ 168 kg

Binnendiameter (minimum diameter

van de ongesneden oppervlakte) ..... 1,4 m

Maaihoogte 3 ÷ 8 cm

Maaibreedte 71 cm

Inhoud opvangbak 170 liter

Bij modellen met mechanische aandrijving:

Snelheid in versnelling (indicatief) bij 3000 min -1 :

1e 1,5 km/h

2e 2,7 km/h

3e 4,0 km/h

4e 4,5 km/h

5e 6,8 km/h

Achteruit 2,0 km/h

Bij modellen met hydrostatische aandrijving:

Snelheid in versnelling (bij 3000 min -1 ):

Vooruit 0 ÷ 8,6 km/h

Achteruit 0 ÷ 3,2 km/h

1100 860 1130 1546 1863

706 750 760

DOLMAR

DOLMAR RM-72.13 H - DOLMAR - 1

DOLMAR

DOLMAR RM-72.13 H - DOLMAR - 1

DOLMAR

DOLMAR RM-72.13 H - DOLMAR - 1

BIJLAGE

Werkplaatsservice, reservedelen en garantie EEG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING

NL

Werkplaatsservice, reservedelen en garantie

Onderhoud en reparaties

Het onderhoud en de reparatie van moderne apparaten en veiligheidsrelevante modules vraagt een gekwalificeerde vakopleiding en een met speciaal gereedschap en testapparatuur uitgeruste werkplaats.

Alle niet in deze handleiding beschreven werkzaamheden moeten door een geschikte of door DOLMAR geautoriseerde werkplaats worden uitgevoerd.

De vakman beschikt over de noodzakelijke opleiding, ervaring en uitrusting om u steeds met zo weinig mogelijk kosten een oplossing te bieden en helpt u met raad en daad.

Bij reparatiepogingen door derden of niet-geautoriseerde personen vervalt de garantie.

Bevoegdheden

Alleen bij apparaten met motoren van het merk Briggs&Stratton, Honda, Tecumseh of Robin Subaru is voor de motor de motorfabrikant resp. de desbetreffende geautoriseerde werkplaats bevoegd op het gebied van werkplaatsservice, reserveonderdelen en garantie.

Voor het apparaat zelf (zonder motor) is dat DOL-MAR.

Deze regeling geldt niet voor stroomgeneratoren en voor alle andere apparaten die geen van de bovengemelde motoren hebben. Hier ligt de bevoegdheid bij DOLMAR.

Reserveonderdelen

Betrouwbaarheid, levensduur en veiligheid van uw machine is ook afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte reserveonderdelen.

Alleen originele reserveonderdelen gebruiken.

Alleen de originele onderdelen komen uit dezelf-de fabriek als de machine en garanderen daarom de beste kwaliteit van materiaal, maatvastheid, werking and veiligheid.

Originele reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij uw vakhandelaar. Deze beschikt over de noodzakelijke reserveonderdelenlijsten en wordt doorlopend op de hoogte gehouden van

verbeteringen en veranderingen in het aanbod van reserveonderdelen.

Houd er a.u.b. ook rekening mee dat bij het gebruik van niet-originele onderdelen een prestatie onder garantie niet mogelijk is.

Garantie

DOLMAR garandeert een uitstekende kwaliteit en vergoedt de kosten van verbeteringen door vervanging van de beschadigde onderdelen in geval van materiaal- of fabricagefouten die binnen de garantie na de datum van aankoop optreden.

Houdt u er rekening mee dat in sommige landen specifieke garantievoorwaarden gelden. Vraagt u dit na bij de verkoper in geval van twijfel. Deze is als verkoper van het produkt verantwoordelijk voor de garantie.

De volgende schadeoorzaken vallen buiten de garantie. Wij vragen hiervoor uw begrip:

  • Niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing.
  • Achterwege laten van noodzakelijke onderhouds- en reinigingswerkzaamheden.
  • Schade als gevolg van een onjuiste carburator-instelling.
  • Normale slijtage.
  • Duidelijke overbelasting door aanhoudende overschrijding van de maximaal toegestane belasting.
  • Gebruik van geweld, onoordeelkundige behandeling, misbruik of ongevallen.
  • Schade door oververhitting als gevolg van vervuiling van het ventilatorhuis.
  • Ingrepen door ondeskundige personen of ondeskundige reparatiepogingen.
  • Gebruik van ongeschikte reserveonderdelen, resp. niet-originele DOLMAR onderdelen, voorzover deze schade kunnen veroorzaken.
  • Gebruik van ongeschikte of te lang opgeslagen brandstoffen.
  • Schade die terug te voeren is tot voorwaarden bij verhuur.

Reinigings-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden vallen niet onder de garantie. Alle voorkomende garantiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een DOLMAR vakhandelaar.

•EEG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING

•Het bedrijfDOLMAR - Jenfelder Straße 38 D-22045 Hamburg Germany
•Verklaart dat de grasmaaier met zittende bestuurder en verbrandingsmotorRM-72.13 H
•Maaibreedte71 cm
•MotorBriggs & Stratton 21A907
•Getest doorSNCH, 11 route de Luxembourg L-5230 SANDWEILER
•Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen98/37/EEC89/336/EEC ~ 93/68/EEC2000/14/EC
•Gevolgde procedure voor de beoordeling van de overeenstemming:•BIJLAGE VI
•Gemeten geluidsniveau99 dB(A)
•Gewaarworgd geluidsniveau100 dB(A)
•Verwijzing naar de geharmoniseerde normenEN 836 - EN 292-2EN1032 - EN 1033EN ISO 3767 - EN ISO 14982
•Geluidsniveau aan het oor van de gebruiker overeenkomstig de richtlijn 81/1051/EEG86 dB(A)

DOLMAR RM-72.13 H - Garantie - 1

•Vibraties (EN 1032)

•Vibraties (EN 1033)

0.6 m/s²

7 m/s²

Hamburg 02-10-2006

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DOLMAR

Model : RM-72.13 H

Categorie : Grasmaaier