Varfree - Ketel Ygnis - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Varfree Ygnis in PDF-formaat.
| Merk | Ygnis |
| Model | Varfree |
| Producttype | Condenserende gaswandketel met modulerende brander |
| Vermogensklassen | 40, 60, 80, 100 kW |
| Geschikt voor | Aardgas H (G20) en L (G25) |
| Nominaal vermogen (80/60°C) | 40 / 56,5 / 80 / 92,6 kW (afhankelijk van type) |
| Condensatievermogen (50/30°C) | 44 / 61,8 / 87 / 100 kW |
| Elektrische voeding | 230 V AC (+10% / -15%), 50 Hz |
| Opgenomen vermogen (max) | 160 - 300 W (afhankelijk van type) |
| Stand-by vermogen | 7 W |
| Waterinhoud | 4,6 L (40) / 6,1 L (60) / 9,4 L (80/100) |
| Leeg gewicht | 66 - 88 kg (afhankelijk van type) |
| Maximale aanvoertemperatuur | 80 °C |
| Maximale bedrijfsdruk | 4 bar |
| Minimale waterdruk (koud) | 1 bar |
| Rookgasafvoertypes | B23, B23P, C13, C33, C53 |
| NOx-klasse | 4 (type B) / 5 (type C) |
| Type brander | Modulerende voor-mengbrander |
| Condensafvoer | Ja, via sifon (meegeleverd) |
| Aansluitingen (aanvoer/retour) | G 1" (40/60) / G 1 1/4" (80/100) |
| Aansluiting gas | G 3/4" |
| Onderhoud | Jaarlijks door gekwalificeerd personeel |
Veelgestelde vragen - Varfree Ygnis
Gebruikersvragen over Varfree Ygnis
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Varfree - Ygnis en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Varfree van het merk Ygnis.
GEBRUIKSAANWIJZING Varfree Ygnis
CONDENSERENDE GASWANDKETEL 40-60-80-100kW met modulerende brander voor aardgas Type: B23 - B23P - C13 - C33 - C53

Voor de naverkoopdienst van uw ketel contacteer:

Avenue Château Jaco 1
1410 Waterloo
Tel.:+3223572828
Fax: +32 2 353 21
Toestel conform de richtlijnen van de Europese Gemeenschap:
- Richtlijn Laagspanning 2006/95/CE :
‘Dit apparaat is niet bedoeld om zonder hulp en/of toezicht gebruikt te worden door kinderen of andere personen indien hun fysieke, zintuiglijke of mentale vermogen hen niet in staat stellen dit apparaat op een veilige wijze te gebruiken, tenzij zij van tevoren instructies hebben ontvangen betreffende het gebruik van dit apparaat door een verantwoordelijke persoon. Er moet toezicht zijn op kinderen zodat zij niet met het apparaat kunnen spelen.’
- Richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit 2004/108/CEE,
- Richtlijn Rendement 92/42/CEE,
- Richtlijn Gastoestel 90/396/CEE
CONSTRUCTEUR
Guillot Industrie
1 Route de Fleurville - BP 55
FR - 01190 PONT DE VAUX
Verklaart dat de hierna genoemde toestellen in overeenstemming zijn met artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 08/01/2004 betreffende de emissies waarden van NOx en CO.
Merk :
YGNIS
Types :
VARFREE 40
VARFREE 60
VARFREE 80
VARFREE 100
Het EC type onderzoek, zoals beschreven in bijlage II van het Koninklijk besluit, uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium : CERTIGAZ n°1312
De procedure voor overeenstemming met het type, zoals beschreven in bijlage III, uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium : CERTIGAZ n°1312
Gemeten emissies en toegepaste normen :
| TYPES | NOx[mg/kWh] bij 0% O2 | CO[mg/kWh] bij 0% O2 | Toegepaste normen | ||||||
| VARFREE | VARFREE | ||||||||
| 40 | 60 | 80 | 100 | 40 | 60 | 80 | 100 | ||
| B23 | < 45 | < 45 | < 40 | < 35 | < 60 | < 80 | < 95 | < 100 | EN 297 |
| C13 | < 45 | < 40 | < 40 | < 30 | EN 483 | ||||
| C33 | < 45 | < 40 | < 40 | < 30 | EN 483 | ||||
| C53 | < 45 | < 45 | < 40 | < 35 | EN 483 | ||||
De documentatie is beschikbaar bij de dienst « Ontwikkeling » van hoger genoemde fabrikant.
Philippe BOUQUIAUX
Handtekening :
Datum : 26/01/2010
0RNO0111-A_FL-BE

INHOUDSOPGAVE
1. Afmetingen en onderdelen....6
1.1. Afmetingen....6
1.2. Onderdelen VARFREE....7
2.1. Categorie gas....8
2.2. Nominale, maximale en minimale ingangsdrukken gas ....8
2.3. Verbrandingskarakteristieken op 15°C en 1013 m bar......8
2.4. Werkingscondities 9
2.5. Karakteristieken elektrische aansluiting....9
3. Installatie ....10
3.1. Reglementering voor installatie in België....10
3.2. Standplaats ....10
3.3. Installatie van de ketel....11
3.4. Aansluiting rookgasafvoer 12
3.5. Hydraulische aansluiting....17
3.6. Gastoevoer....19
3.7. Elektrische aansluiting....19
3.8. Aansluitingen gebruiker op de klemmenstroken van de ketel 21
3.9. Elektrisch schema VARFREE....22
4. Bedieningspaneel ketel 23
4.1. Interface 23
4.2. Scherm....23
4.3. Werkingsmodi....24
4.4. Instellingen....26
4.5. Informatie over de status van de ketel....27
4.6. Instelling parameters ....30
5. Werking ketelthermostaat LMU64 060D168....31
6. Inbedrijfstelling ....31
6.1. Te controleren voor de inbedrijfstelling van de ketel....31
6.2. Wijziging gastype ....32
6.3. Inbedrijfstelling 34
7. Controles na de inbedrijfstelling ....34
7.1. Condensafvoer....34
7.2. Gastoevoer....34
8. Onderhoudswerkzaamheden 34
8.1. Jaarlijkse controles....35
8.2. Aftappen ketel ....36
9. Onderdelen....37
9.1. VARFREE 40 ....37
9.2. VARFREE 60 ....38
9.3. VARFREE 80 / 100 ....39
9.4. Bedieningspaneel VARFREE 40
10. Overzichtstabel gebruikersparameters....41
11. Montage van de sifon voor de condensafvoer 44
11.1. Montage van de sifon op de VARFREE 40 / 60....44
11.2. Montage van de sifon op de VARFREE 80 / 100....45
11.3. Montage van de veiligheidsklep op de VARFREE 46
1. Afmetingen en onderdelen
1.1. Afmetingen

| VARFREE 40 / 60 | VARFREE 80 / 100 | ||
| R | Retour verwarming | G 1” G 1” 1/4 | |
| M | Aanvoer verwarming | G 1” G 1” 1/4 | |
| G | Gastoevoer | G 3/4 ” G 3/4 ” | |
| C | Wateraansluiting | G 1/2 ” G 1/2 ” | |
| S1 | Veiligheidsventiel | 1/2 ” 1/2 ” | |
| CA | Luchtinlaat | ∅ 80 ∅ 80 | |
| CS | Rookgasafvoer | ∅ 80 | ∅ 100 |
| S3 | Condensafvoer | ∅ 22 ∅ 22 | |
1.2. Onderdelen VARFREE

1A-Gasklep 40 / 60
1B - Gasklep 80 / 100
2 - Ventilator
3 -lonisatie-elektrode
4 – Ontstekingselektrode
5 – Ontstekingstransformator
6 – Sensor rookgastemperatuur
7 – Automatische ontluchter
8 – Sensor waterretourtemperatuur
9 – Luchtdrukverschilregelaar
10 – Veiligheidsthermostaat
11 - Waterdrukverschilregelaar
12 – Sensor wateraanvoertemperatuur
13 – Waterdrukregelaar
14 - Terugslagklep
15 – Circulatiepomp
16 – Ontluchtkraan / Aftapkraan
17 – Veiligheidsventiel (los meegeleverd)
18 – Sifon condensafvoer (los meegeleverd)
19 - Bedieningspaneel
Deze VARFREE ketel is standaard ingesteld om te werken op aardgas uit groep H (type G20) met een ingangsdruk van 20 mbar.
Zie hoofdstuk 6.2 indien u een ander type gas heeft, en doe een beroep op gekwalificeerd personeel.
In geval van installatie op een gasnet van 300 mbar, monteer een gasfilter en een gasdrukregelaar op de ketel volgens de geldende voorschriften.
Indien u handelingen uitvoert aan een verzegeld component vervalt de garantie (Behalve bij verandering van gastype uitgevoerd door gekwalificeerd personeel).
2.1. Categorie gas
| Land BE | |
| VARFREE 40 / 60 I | 2E(S) B |
| VARFREE 80 / 100 I | 2E(R) B |
2.2. Nominale, maximale en minimale ingangsdrukken gas
| Aardgas H G20 | Aardgas L G25 | |
| Nominale druk (mbar) | 20 25 | |
| Minimale druk (mbar) | 17 20 | |
| Maximale druk (mbar) | 25 30 |
2.3. Verbrandingskarakteristieken op 15°C en 1013 m bar
| VARFREE | ||||||
| 40 | 60 | 80 | 100 | |||
| Nominaal vermogen Pn (80/60°C) | G20/G25 | kW | 40,0 / 33,0 | 56,5 / 46,6 | 80,0 / 66,0 | 92,6 / 76,4 |
| Nominaal vermogen bij condensatie P (50/30°C) | G20/G25 | kW | 44,0 / 36,3 | 61,8 / 51,0 | 87,0 / 72,0 | 100 / 82,5 |
| Nominale warmtebelasting Qn | G20/G25 | kW | 41,6 / 34,3 | 58 / 47,9 | 83,0 / 68,5 | 95,1 / 78,5 |
| Minimale warmtebelasting Qmin | G20/G25 | kW | 12,6 / 10,4 | 14,5 / 12,0 | 25,5 / 21,0 | 25,5 / 21,0 |
| Gasdebiet G20 bij Pn | m3/u | 4,4 | 6,1 | 8,8 | 10,1 | |
| Gasdebiet G25 bij Pn | m3/u | 5,1 | 6,1 | 8,8 | 10,1 | |
| Rookgasdebiet bij Qn (G20) | g/s | 19 | 27 | 39 | 44 | |
| Rookgastemperatuur bij Qn | °C | 67 | 70 | 68 | 76 | |
| Drukverlies in het rookgascircuit bij Qn | Pa | 47 | 75 | 50 | 74 | |
| Maximaal toegelaten druk op de pijp (B23P) | Pa | 85 | 150 | 80 | 110 | |
| Debiet verbrandingslucht bij Qn | m3/u | 54 | 76 | 109 | 124 | |
| NOx-klasse type B / C | 4 / 5 | 4 / 5 | 5 / 5 | 5 / 5 | ||
| Classificatie in functie van de rookgasafvoer en de luchttoevoer | B23, B23P, C13, C33, C53 | |||||
2.4. Werkingscondities
| VARFREE | |||||
| 40 60 | 80 100 | ||||
| Ingestelde maximale aanvoertemperatuur | °C 80 | ||||
| Veiligheidstemperatuur | °C 100 | ||||
| Maximale bedrijfsdruk | bar 4 | ||||
| Minimumdruk bij koude installatie | bar 1 | ||||
| Nominaal circulerend volume op primaire traject / op secundaire traject (P/20) | m3/u | 2,1 / 1,7 | 2,4 / 2,4 | 4,0 / 3,4 | 4,0 / 4,0 |
| Waterinhoud (buiten hydraulische kit code 059515) | I 4,6 | 6.1 9.4 9.4 | |||
| Leeg gewicht | kg 66 | 73 88 88 | |||
2.5. Karakteristieken elektrische aansluiting
| 40 60 80 100 | VARFREE | ||||
| Elektrische voeding | V | 230 V AC (+10% -15%), 50Hz | |||
| Opgenomen elektrisch vermogen bij Qn (zonder accessoires) | W | 160 | 190 | 270 | 300 |
| Opgenomen elektrisch vermogen in stand-by | W | 7 | |||
| Maximumlengte van de sensorkabels | m | Sensor SWW : 10Buitensensor: 40Ruimtethermostaat: 40Ruimtesensor: 50 | |||
| Klemmenstrook - vermogen | VA | 230V AC (+10%, -15%)5 mA - 1 A | |||
| Temperatuur in °C | Ohmse-weerstandswaardenSensoren aanvoer/retour QAK36.095/109en rookgassensor QAK36.670/109NTC 10 KΩ bij 25°C |
| 0°C | 32 555 Ω |
| 10°C | 19 873 Ω |
| 20°C | 12 488 Ω |
| 25°C | 10 000 Ω |
| 30°C | 8 059 Ω |
| 40°C | 5 330 Ω |
| 50°C | 3 605 Ω |
| 60°C | 2 490 Ω |
| 70°C | 1 753 Ω |
| 80°C | 1 256 Ω |
| 90°C | 915 Ω |
| 100°C | 677 Ω |
| 110°C | 508 Ω |
| 120°C | 387 Ω |
3. Installatie
3.1. Reglementering voor installatie in België
De installatie en het onderhoud van het toestel moeten door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden, conform de wettelijke voorschriften en de geldende regels der vakkundigheid. Voor België de normen NBN D 51.003, NBN D 61.002 et NBN D61.001.
3.2. Standplaats
Plaats de VARFREE ketel niet tegen een muur die bekleed is met brandbaar materiaal : kunststof, hout, enz.
De verbrandingslucht moet vrij zijn van chloorhoudende stoffen, ammoniak, fluor en alkalines. Deze stoffen zitten in spuitbussen, verven, schoonmaakproducten, was-middelen, detergenten, lijmen, dooizout, enz. Zuig geen lucht aan uit lokalen waar dergelijke producten gebruikt worden: zwembad, wasplaats, droogkuis, kapsalon, koelruimte,... waar deze producten in de verbrandingslucht terecht kunnen komen.
Aanbevolen afstand tot de muren:
Er is genoeg speling voorzien om overal gemakkelijk bij de ketel te kunnen. De minimumwaarden zijn aangegeven op het schema hiernaast en in de tabel hieronder.
Deze waarden voldoen aan de specifieke reglementaire vereisten.

*De hoogte H mini, ter indicatie aangegeven, duidt de benodigde ruimte aan voor de montage van de rookgasafvoer. Er is rekening gehouden met de benodigde ruimte voor de bocht op 87° bij een horizontaal kanaal, onafhankelijk van de lengte en de hellingsgraad ervan.
| Type rookgasafvoer | B23/B23P | C13/C33 | C53 | ||||||
| VARFREE | 40 / 60/Ø110 | 40 / 60/Ø125 | 80 / 100/Ø110 | 80 / 100/Ø125 | 80 / 100/Ø160 | 40 / 60/Ø80/125 | 80 / 100/Ø100/150 | 40 / 60/Ø80/80 | 80 / 100/Ø100/100 |
| H mini* | 405 | 475 | 465 | 450 | 655 | 475 | 525 | 310 | 350 |
3.3. Installatie van de ketel
Consulteer voor de installatie het technisch referentiewerk VARFREE.

Opgelet: Het is verplicht, zowel voor één ketel als voor verschillende ketels in cascade, een hydraulische kit te installeren. Het gewicht van deze kit moet niet door de ketel gedragen worden.
Installatie van de VARFREE ketel met hydraulische kit code 059515


M : Aanvoerleiding R : Retourleiding

3.4. Aansluiting rookgasafvoer
Belangrijk: Hoe de verbrandingsgassen ook worden afgevoerd, het gewicht van de rookgaskanalen en de
luchtkanalen moet niet door de ketel gedragen worden.
Welk type aansluiting u ook maakt voor de afvoer van de rookgassen, het is noodzakelijk dat u het verlengstuk, voorzien van een meetstut voor analyse van de rookgassen (meegeleverd met de ketel), op het mondstuk voor rookgasafvoer bovenaan de ketel monteert.
Bij de installatie van één enkele ketel, moet dit verlengstuk ingekort worden volgens de waarden in de tabel hiernaast.
Volg hiervoor de werkwijze getoond in het schema hiernaast.

3.4.1. Aansluiting op een schoorsteen B23 en B23P
Om de VARFREE op een rookgaskanaal B23 of B23P aan te sluiten moet u de aansluittoebehoren van de VARFREE gebruiken (zie tabel op de volgende pagina).
Bij B23 moet het rookgaskanaal gedimensioneerd worden volgens een verbrandingsgasdruk van 0 Pa bij keteluittrede. Opmerking: de norm DTU 24.1 staat het gebruik toe van een trekonderbreker om een druk van 0 Pa op de pijp te bekomen, dit garandeert een storingsvrije werking van uw ketel bij te veel trek.
De rookgasafvoerkanalen moeten uit een condensbestendig materiaal zijn aangezien er zich tijdens de werking van de ketel condens kan vormen.
Dit materiaal moet ook bestand zijn tegen temperaturen tot 120°C.
De Belgische reglementering verbiedt het gebruik van PPTL-buizen op ketels met een vermogen < 70 kW ; u moet dus inox buizen gebruiken.

De VARFREE ketels zijn ketels met hoog rendement en zeer lage rookgastemperaturen; bijgevolg moeten de afvoerkanalen stijgend zijn opdat ze zo goed mogelijk zouden trekken.
Horizontale kanalen moeten vermeden worden omdat deze te veel condens vasthouden. Respecteer daarom in de horizontale gedeeltes een minimale hellingsgraad van 3 % naar de ketel toe. Een aftap T-stuk is niet nodig, omdat condensopvang voorzien is in de ketel. Om de montage te vergemakkelijken, smeert u de dichtingen in met vloeibare zeep of smeervet.
Respecteer de regels der kunst, de norm DTU 65.4 voor schoorstenen, DTU 24.1 voor rookgasafvoer, evenals alle geldende nationale en locale reglementeringen.
BELANGRIJK:
Wanneer meerdere ketels op één enkel rookkanaal zijn aangesloten, controleer dan het volgende:
- wanneer alle ketels in werking zijn, bereken dan of het rookkanaal niet onder druk staat,
- wanneer één van de ketels niet in werking is of op minimaal vermogen, controleer dan of de andere ketels niet in deze ketel uitblazen.
| Toebehoren B23-B23P Referentie | ||||
| VARFREE 40 / 60 | Amini | 80 / 100 | Amini | |
| Adaptateur conduit fumée+ Luchtfilter ∅ 80 | ∅80M / ∅110F : 059499∅80M / ∅125F : 059500 | 20002055 | ∅100M / ∅110F : 059501∅100M / ∅125F : 059502∅100M / ∅160F : 059503 | 206020302195 |

Voor de aansluiting van het type B23P, is het noodzakelijk kanalen onder druk te gebruiken (voorgesteld door het WTCB).
Het afvoerkanaal voor de verbrandingsgassen moet zodanig gedimensioneerd worden dat de maximale druk bij keteluittrede de maximaal toegestane waarde, vermeld in de tabel hiernaast (regime 80%60°C), niet overschrijdt.
| Type | Maximaal toegestane druk in Pa (regime 60/80°C) |
| VARFREE 40 | 85 |
| VARFREE 60 | 150 |
| VARFREE 80 | 80 |
| VARFREE 100 | 110 |

Afhankelijk van de reële kanaalconfiguratie, is het nodig te berekenen of de druk bij keteluittrede de maximaal toegestane waarde, hierboven vermeld, niet overschrijdt.

Voor de VARFREE 60 ; 80 en 100 aangesloten op B23P en werkend op gas G25 of gemengd G20/G25, moeten volgende parameters op de LMU-regelaar ingesteld worden:
- Zet de ketel in stand-by met toets ⚪ (zie §4.3).
- Druk gelijktijdig de toetsen ▼ en △ in om naar de parametragemodus voor de installateur te gaan (zie § 4.6). Het scherm moet parameters tonen van het type Hxxx.
- U kunt door de parameters scrollen met de toetsen en tot aan parameter H608.
- Met de toetsen <− en +, wijzigt u de waarde van de parameter volgens de tabel hiernaast.
- Valideer de wijziging met de toets
-
Met de toets ▼ kunt u verder door de parameters scrollen tot aan de volgende parameter aangeduid in de tabel hiernaast.
-
Na validering van de tweede parameter, verlaat u de parametragemodus door op 📄 te drukken.
- Schakel de stroom van de ketel uit, en daarna terug aan.
| Parameters LMU | ||
| H608pwmontsteking | H611Ontstekings-snelheid | |
| VARFREE 60 | 18,5 | 1600 |
| VARFREE 80 | 19,0 | 3000 |
| VARFREE 100 | 19,0 | 3000 |
3.4.2. Aansluiting gesloten systeem C53
| VARFREE | ||||
| 40 60 | 80 100 | |||
| Kit parallelle doorvoer C53 | Volgens aanwijzingen UBBINK | Verticaal eindstuk 100/150 + Eindstuk verbrandingslucht 100 + verloopstuk 80/100 | ||
| Referentie | Onze commerciële dienst raadplegen | 059513 | ||
Goedgekeurde kanalen zijn: Ubbink Rolux Condensation 'Gescheiden systeem' 80/80 voor type 40 / 60 en Ubbink Rolux Condensation 'Gescheiden systeem' 100/100 voor type 80 / 100.
Voor de plaatsing van de gevel- en dakdoorvoer moet u de aanwijzingen op de volgende pagina opvolgen.
Bij het berekenen van de lengte van de kanalen moet u met de volgende regels rekening houden:
- Bocht van 90° = 1 m recht kanaal.
- Bocht van 45° = 0,5 m recht kanaal.
Voor de rookgasafvoer dient u een minimale hellingsgraad te respecteren van 3 % naar de ketel toe in de horizontale gedeeltes.
Opgelet: Voor het horizontale luchttoevoerkanaal moet u absoluut een minimale hellingsgraad van 3% voorzien naar buiten toe om regenwaterinsijpeling te voorkomen (zie schema hiernaast).
Om de montage te vergemakkelijken, smeert u de dichtingen in met vloeibare zeep of smeervet.
Maximale rechte lengte van het kanaal L + L1 = in de grijze zone van de grafiek hieronder (zonder eindstuk).

De aangegeven afstanden van de gevel-/dakdoorvoer tot ramen en deuren zijn minimumwaarden die moeten gerespecteerd worden om conform de norm NF DTU 61.1 te zijn. Voor uw dagelijks comfort is het echter aangewezen de doorvoer verder verwijderd te plaatsen.
3.4.2. Aansluiting gesloten systeem C13 et C33
Om de VARFREE ketel aan te sluiten op de doorvoer C13 of C33 is het gebruik van deze toebehoren verplicht. De tabel hieronder toont de beschikbare toebehoren, afhankelijk van het type ketel, de kanaaldiameters en de maximale rechte lengtes.
Goedgekeurde kanalen zijn: Ubbink Rolux Condensation Concentrisch (Polypropyleen / Metaal).
| VARFREE | |||||
| 40 60 | 80 100 | ||||
| horizontale doorvoer type C13 | Eindstuk C13 | Volgens aanwijzingen UBBINK | Code 059507 | ||
| ∅ kanalen | Concentrisch 80/125 | Concentrisch 100/150 | |||
| A min (mm) | 2125 2165 | ||||
| Lmax* | 9 m | 9 m | 9** m | 9** m | |
| Verticale doorvoer type C33 | Eindstuk C33 | Volgens aanwijzingen UBBINK | Code 059512 | ||
| ∅ kanalen | Concentrisch 80/125 | Concentrisch 100/150 | |||
| A mini (mm) | 2035 2060 | ||||
| Lmax* | 9 m | 9 m | 9** m | 9** m | |
* De opgegeven lengtes Lmax zijn lengtes zonder eindstuk en bocht van 90° voor het type C13, en zonder eindstuk voor het type C33.
Hou bovendien bij de berekening van de lengte van het kanaal rekening met de volgende regels:
- Bocht van 90° = 1 m recht kanaal.
- Bocht van 45° = 0,5 m recht kanaal.
Voor de plaatsing van de gevel- en dakdoorvoer moet u de aanwijzingen op de vorige pagina opvolgen.
Respecteer een minimale hellingsgraad van 3 % naar de ketel toe. Boor voor type C13 een gat in de muur van 150mm diameter voor het eindstuk 80/125 en een gat van 180mm diameter voor het eindstuk 100/150. Dicht daarna af met polyurethaanschuim om een eventuele demontage te vergemakkelijken.
Om de montage te vergemakkelijken, smeert u de dichtingen in met vloeibare zeep of smeervet.


** De VARFREE 80 en 100 is standaard afgeregeld voor een doorvoerlengte van 0 tot 5m. Voor een langere lengte (van 5 tot 9m), moeten bepaalde parameters van de ketel veranderd worden naar de waarden die u vindt in de tabel op de volgende bladzijde.
VARFREE 80/100 geïnstalleerd met een doorvoer van 0 tot 5m: Verplichte parameterinstellingen op de LMU:
- Zet de ketel in stand-by met de toets Ⓞ (zie §4.3).
- Druk gelijktijdig de toetsen ▼en △in om naar de parametragemodus voor de installateur te gaan (zie § 4.6). Het scherm moet parameters tonen van het type Hxxx.
-
U kunt door de parameters scrollen met de toetsen ▽ en △ tot aan parameter H608.
-
Met de toetsen ← en ▶ wijzigt u de waarde van de parameter volgens de tabel hierna.
- Valideer de wijziging met de toets
- Met de toets ▼ kunt u verder door de parameters scrollen tot aan de volgende parameter aangeduid in de tabel hierna.
- Herhaal de 3 laatste handelingen voor alle parameters van de tabel.
- Na validering van de laatste parameter, drukt u op

om de modus te verlaten.
- Schakel de stroom van de ketel uit, en daarna terug aan.
| VARFREE80 / 100 | Lengte doorvoer L | Parameters LMU | ||||
| H608pwmontsteking | H609pwmmini | H611ontstekings-snelheid | H612min.snelheid | H613max.snelheid | ||
| 0 à 5 m | 22,5 / 22,5 | 10,5 / 10,5 | 3500 / 3500 | 1750 / 1750 | 5200 / 6100 | |
| 5 à 9 m | 23 / 23 | 11,5 / 11,5 | 3600 / 3600 | 1850 / 1850 | 5450 / 6400 | |
3.5. Hydraulische aansluiting
3.5.1. Beschikbare restdruk
Herinnering: Bij de installatie van één enkele ketel is de montage van een hydraulische kit verplicht.
Restdruk tussen de aanvoerleiding M en retourleiding R van de ketel (zie figuur hoofdstuk 1.1).

VARFREE 60

VARFREE 80 / 100
Beschikbare manométrique grootte

Vullen van de installatie:
Het ganse leidingnet moet goed ontlucht zijn. Dit kan het efficiëntst gebeuren door het vullen van de ketel zo traag mogelijk te laten verlopen en ondertussen de aftapkraan op de aanvoerleiding open te laten (punt 16, hoofdstuk 1.2).
Zodra uit deze kraan een continue waterstraal stroomt zonder luchtbellen, draait u ze toe en stopt u met vullen. Nu de ketel op druk is (1 bar min. bij koude installatie; 4 bar max. bij warme installatie), laat u de interne circulatiepomp enkele keren kort starten en stoppen.
Wanneer bij het starten van de ketel de foutcode « E164 » verschijnt, is het mogelijk dat er nog lucht in het circuit zit. In dit geval kan het nodig zijn de ontluchter manueel uit te schakelen (punt 7, hoofdstuk 1.2) door de zwarte plastic dop weg te nemen en druk uit te oefenen op het membraan.
Na het vullen:
- Controleer de druk van het water met een manometer (niet meegeleverd). Warme installatie : maximaal 4 bar ; koude installatie : minimaal 1 bar.
- Controleer of de ketel en de hele installatie goed ontlucht zijn (kijk met een waterpas of de ketel horizontaal staat).
Het gebruikte water, vanaf de inbedrijfstelling, en voor de ganse levensduur van de ketel, moet conform de volgende waarden zijn:
- Vulwater
Bij het vullen van een nieuwe installatie, of nadat de installatie compleet geledigd is, moet het vulwater conform de volgende karakteristieken zijn:
☐ TH: < 10°f
- Bijvulwater
Een grote hoeveelheid onbehandeld water kan kalkafzetting veroorzaken. Dit kan voor oververhitting zorgen en zelfs leiden tot scheuren van de leidingen. Kijk hier nauwgezet op toe. Een watermeter is verplicht. Het bijvulwater moet beantwoorden aan volgende karakteristieken:
☐ TH : < 1°f
- Leidingwater
Het leidingwater kan voor corrosie zorgen door :
□ de zuurtegraad,
□ de aanwezigheid van zuurstof,
□ aanwezige metalen.
Om dit te vermijden moet het leidingwater behandeld worden zodat het aan volgende parameters beantwoordt :
☐ PH : van 8,2 tot 9,5
□ Zuurstofreductor: overbodig.
De gebruikte chemische producten moeten nauwgezet en rigoureus behandeld worden. Wij adviseren een beroep te doen op een firma gespecialiseerd in waterbehandeling; zij zullen u het volgende voorstellen :
☐ De geschikte behandeling in functie van de karakteristieken van de installatie.
□ Een follow-upcontract en resultaatgarantie.
Om de aanwezigheid van zuurstof in het cv-leidingnet zoveel mogelijk te voorkomen, is het aangeraden tijdens de installatie zo weinig mogelijk lucht in te laten en waterlekken te vermijden
U moet wel enkele voorzorgsmaatregelen in acht nemen zoals het plaatsen van een watermeter zodat u zo snel mogelijk verwittigd wordt van een eventuele waterlek. Het bijvulwater brengt immers zuurstof in het cv-leidingnet.
3.5.3. Behandeling verwarmingscircuit
Renovatie verwarmingsinstallatie:
Een complete reiniging van de installatie is noodzakelijk om alle bezinksel en residu's te verwijderen.
Aanbevolen producten voor de reiniging zijn: Fernox reinigingsproducten voor cv-leidingen en Sentinel X300 of X400.
Spoel de installatie tot het water helder is en vrij van alle onzuiverheden.
Preventief kunt u een corrosieremmend product gebruiken. Aanbevolen producten zijn: Fernox
Nieuwe installatie:
Maak de installatie schoon met een universeel schoonmaakproduct opdat alle vuil en lasresten verwijderd worden.
Aanbevolen producten voor de reiniging zijn: Fernox reinigingsproducten voor cv-leidingen en Sentinel X300 of X400.
Spoel de installatie tot het water helder is en vrij van alle onzuiverheden.
Preventief kunt u een corrosieremmend product gebruiken. Aanbevolen producten zijn: Fernox
3.5.4. Condensafvoer
De afvoer dient via een trechter en een pvc-buis (diameter minstens 32mm) naar de riolering gelegd te worden, aangezien het condenswater zuur is en dus agressief (pH-waarde tussen 3 en 5).
beschermingsproducten voor cv-leidingen, Sentinel X100, X500 en Sottin 212.
Volg bij gebruik van deze producten, de instructies van de fabrikant op.
Deze handelingen moeten, net zoals de waterbehandeling, uitgevoerd worden door een gespecialiseerde firma.
beschermingsproducten voor cv-leidingen, Sentinel X100, X500 en Sottin 212.
Volg bij gebruik van deze producten, de instructies van de fabrikant op.
Deze handelingen moeten, net zoals de waterbehandeling, uitgevoerd worden door een gespecialiseerde firma.
Respecteer een hellingsgraad van 3% om een goede afloop te verzekeren.
Neutraliseer voor het afvoeren het condenswater volgens de geldende reglementeringen
3.6. Gastoevoer
De gasklep is uitgerust met een geïntegreerde filter (125μm), maar deze kan niet alle onzuiverheden tegenhouden die zich in het gas en de leidingen bevinden. Om een mogelijk slecht functioneren van de gasklep te voorkomen, raden wij aan een aangepaste filter te monteren op de gastoevoer van de ketel (50μm).
Vooraleer de gastoevoer naar de installatie open te zetten, dient u er zeker van te zijn dat alle aansluitingen correct uitgevoerd en dicht zijn.
Controleer in het bijzonder of er een loskoppelbare verbinding is tussen de afsluitklep en de gastoevoeraansluiting van de ketel.
De waarde bij intrede gasklep (aansluiting begindruk, zie schema's hoofdstuk 6.2) moet tussen 17 en 25 mbar zijn bij maximale belasting
(aardgas van groep H en van type G20).

De aansluiting van de gasleiding mag niet mechanisch belast zijn (gevaar voor gaslekken).
Controleer of de druk van de aardgastoevoer overeenkomt met de nominale druk van de ketel, vermeld op het kenplaatje.
3.7. Elektrische aansluiting
Om toegang te krijgen tot de klemmenstroken :
- Schroef de 2 kruiskopschroeven (met indruk Pozidriv) van het voorpaneel los.
- Klik het voorpaneel los door het aan de 2 zijdelingse handgrepen vast te nemen.
- Verwijder de plakband (transportbeveiliging). Hef het bedieningspaneel op en draai het 180° naar voor.
- De klemmenstroken zijn nu toegankelijk.


Maak gebruik van de kabeldoorvoeropeningen en de kabelklemmen op de bodem van de ketel voor de elektrische aansluitingen.
Voor een optimale werking van uw ketel is het aangewezen de vermogenskabels en de signaalkabels te scheiden: zie schema hieronder.

Respecteer bij aansluiting het bekabelingschema, in het bijzonder de polariteiten fase, sterpunt en aarde (zie figuur op volgende pagina).

Het is verplicht deze ketel te aarden en de norm NFC 15.100 (versie 2002) voor elektrische laagspanningsinstallaties in Frankrijk te respecteren. Voorzie een bipolair verbreekcontact op de ketel (afstand tussen de contacten : 3,5 mm minimaal).
Overigens moet u absoluut de CE-normen respecteren betreffende de elektrische aansluiting en in het bijzonder betreffende de aansluiting van de aarding (NF EN 60 335-1).
Wij raden zeer sterk aan de elektrische installatie uit te rusten met een verliesstroombeveiliging van 30 mA. De karakteristieken van de elektrische installatie zijn te vinden in hoofdstuk 2.5.
3.8. Aansluitingen gebruiker op de klemmenstroken van de ketel
De ketel moet permanent elektrisch gevoed worden. U dient een tweepolige schakelaar met contactopening van tenminste 3mm op de ketel te plaatsen. De draden van de voedingskabel (stijf of soepel) hebben een sectie van tenminste 3 x 1,5 mm 2 .
Respecteer de polariteit bij de elektrische voeding van de ketel:
Fase : L, (bruine, zwarte of rode draad),
Aarde: ⏚, (groene en gele draad),
Sterpunt: N, (blauwe draad).

Als alle elektrische aansluitingen uitgevoerd zijn, plaatst u het bedieningspaneel terug.
3.9. Elektrisch schema VARFREE

4. Bedieningspaneel ketel
4.1. Interface
De gebruikersinterface van de ketel bevat de hoofdschakelaar, een printkaart met LCD-scherm met achtergrondverlichting (2 lijnen van 4 cijfers + pictogrammen) en 10 toetsen.
Alle gebruikersinstellingen en de eventuele parameterinstellingen gebeuren via dit bedieningspaneel. U kan er ook informatie consulteren over de werking van de ketel.

4.2. Scherm
Het scherm toont de staat van de ketel (Werkingsregime, uur, tijdsprogramma, temperatuur ketel, vlam, eventuele storing).

Wanneer er een fout optreedt die de werking niet blokkeert, verschijnt op het display afwisselend het uur en de foutcode. Hierdoor gaat het toestel niet in veiligheid.

Wanneer de ketel door een fout in veiligheid gaat, knippert de foutcode op het display op de plaats waar anders de temperatuur van de ketel staat. Onderaan links op het display verschijnt een klokje.

Kijk bij paragraaf « Foutmelding » op pagina 29 voor de verklaring van de foutcode.
Bij telefonische assistentie zal u gevraagd worden de foutcode mee te delen evenals de uitgebreide code. Hiervoor drukt u op de informatietoets i vervolgens drukt u gelijktijdig op de toetsen en om de uitgebreide foutcode te kunnen aflezen.
Druk op ivervolgens op of om terug te keren naar het standaardscherm.
4.3. Werkingsmodi
Toets verwarmingsregime
Hiermee kiest u het verwarmingsregime onder de modi Stand-by, Comfort, Eco en Auto.

Er wordt geen rekening gehouden met een interne warmte- vraag. De antivorstfunctie is actief.
Externe warmtevragen (0-10 V of LPB-bus) blijven actief behalve bij cascadetoepassing.

Het brandervermogen wordt aangepast om te voldoen aan de verwarmingsinstelling 📂.

Het brandervermogen wordt aangepast om te voldoen aan de verlaagde verwarmingsinstelling (Parameter nr. 5, zie paragraaf 4.6 « Instelling parameters»).
Auto

Afhankelijk van het tijdsprogramma, schakelt de regelaar tussen Comfortregime en Ecoregime.
Bij een cascadeoepassing dient u de ketel mee in cascade te zetten.
Er zijn nog 2 extra modi, voor onderhoud en service, beschikbaar. Hiermee kunt u metingen op de ketel uitvoeren :
Roet - verwijdering

Met deze modus kunt u de brander op vollast laten draaien.
veer 3 sec. de toetsen en

in.
De brander start (voor zover dit nog niet het geval was) en verhoogt zijn vermogen om het maximale calorisch debiet te leveren.
De brander stopt als u de maximaalthermostaat uitzet.
Zolang deze functie geactiveerd is, wordt de warmte geëvacueerd d.m.v. een forceersignaal 1 .
Uit- schakeling regelaar

Met deze modus stelt u manueel het calorisch debiet van de brander in.
Druk vanuit één van de standaardmodi tegelijkertijd op 10 en gedurende ongeveer 6 sec., of vanuit de modus roetverwijdering gedurende 3 sec.
De instelling 'relatief vermogen' 2 van de brander verschijnt op het scherm.
Met de toetsen ◀ of ➕ kunt u de instelwaarde per stappen van 1% instellen. Met de toetsen ▼en △ kunt u rechtstreeks naar de instelling min. en max. vermogen (0% of 100%) gaan.
Zolang deze functie geactiveerd is, wordt de warmte geëvacueerd d.m.v. een forceersignaal 1
Om één van deze twee modi te verlaten en terug te keren naar de standaard modus drukt u tegelijkertijd op gedurende 1 seconde.
1 Forceersignaal: doet de pompen aanslaan, en/of zet de driewegventielen van de aangesloten verwarmingscircuits open om de warmte te evacueren.
2 Relatief vermogen: het effectief vermogen van de brander, afhankelijk van het moduleringsbereik.
0% komt overeen met het minimumvermogen,
100% komt overeen met het maximumvermogen van de brander.
Activeert / deactiveert de sanitairwarmwaterproductie


4.4. Instellingen
Verwarmingsinstelling
Afhankelijk van de gekozen regelmodus, kan de ingestelde temperatuur iets anders betekenen:
- In de modus constante aanvoertemperatuur, is de water-aanvoertemperatuur instelbaar van 20°C tot 80°C.
- In de modus regeling in functie van de buitentemperatuur of in functie van de ruimtetemperatuur, of beide, is de ruimtetemperatuur instelbaar van 10°C tot 26°C.
Druk de toets verwarmingsinstelling in. De actuele instelling verschijnt op het display.
Druk de toetsen ← of + in om de wateraanvoertemperatuur in te stellen.
Druk opnieuw de toets verwarmingsinstelling Ⓗ in om de instelling te valideren en de functie te verlaten.
Indien gedurende ongeveer 8 minuten geen enkele toets wordt ingedrukt, wordt er automatisch teruggekeerd naar het standaardscherm.

SWW-instelling, regelbaar van 50°C tot 65°C
Deze functie is enkel toegankelijk indien de SWW-productie aangesloten is op de ketel.
Druk de toets voor instelling sanitair warm water in. De actuele instelling verschijnt op het display.
Druk de toetsen ← of + in om de temperatuur voor het sanitair warm water in te stellen.
Druk opnieuw de toets SWW-instelling 10v in om de instelling te valideren en de functie te verlaten.
Indien gedurende ongeveer 8 minuten geen enkele toets wordt ingedrukt, wordt er automatisch teruggekeerd naar het standaardscherm.


Bij de SWW-instelling moet rekening gehouden worden met de geldende reglementeringen ter voorkoming van legionella.
4.5. Informatie over de status van de ketel
Toets Info ⓘ
Op elk ogenblik kan u met de toets info alle basisinformatie bekijken. Bij elke druk op verschijnt de volgende variabele.
| 1 Temperatuur SWW | ![]() | |
| 2 Niet gebruikt | ![]() | |
| 3 | Code branderfase(zie paragraaf «Codes branderfase» pag. 30) | ![]() |
| 4 Buitentemperatuur | ![]() | |
| 5 | Foutcode Albatros 3 (zie paragraaf «Foutmeldingen» pag. 29) | ![]() |
| 6 Temperatuur ketel | ![]() | |
Om naar het standaardscherm terug te keren, druk op de toets
3 Albatros : benaming door SIEMENS voor de foutcodes.
Vanuit de infomodus (druk op 🔒 kunt u extra gegevens bekomen over de werking van de ketel. Druk hiervoor tegelijkertijd gedurende ongeveer 3 sec. op de toetsen en √De △ tijdsaanduiding op het scherm wordt vervangen door een adres dat bestaat uit een letter (b, C, d) en een cijfer (van 0 tot 7). Gebruik de toetsen √ en om de letter te wijzigen. Gebruik de toetsen — of + om het cijfer te wijzigen. Druk de toets in om terug te keren naar de infomodus, of of Ⓞ om terug te keren naar het standaardscherm.

| Adres Informatie | |
| b0 | Uitgebreide foutcode |
| b1 | Temperatuur retoursensor |
| b2 | - |
| b3 | Rookgastemperatuur |
| b4 | Temperatuur buitensensor |
| b5 | Samengestelde buitentemperatuur |
| b6 | Verminderde buitentemperatuur |
| b7 | Temperatuur aanvoersensor kit 3-wegventiel |
| C1 | Ionisatiestroom ( A ) |
| C2 | Gemeten ventilatorsnelheid |
| C3 | Gemeten PWM-signaal ventilator |
| C4 | Relatief vermogen PWM |
| C5 | - |
| C6 | Reëel verschil instelling / gemeten waarde |
| d1 | Instelling voor keteltemperatuur (inbegrepen SWW en andere verwarmingscircuits) |
| d2 | Ingestelde verwarmingstemperatuur |
| d3 | Ingestelde kamertemperatuur |
| d4 | Temperatuurinstelling SWW |
| d5 | Maximale PWM ventilator in verwarmingsregime |
| d6 | Max. ventilatorsnelheid in verwarmingsregime |
Wanneer door een fout de LMU-regelaar in veiligheid gaat, verschijnt het alarmsignaal continu op het scherm en de foutcode knippert. Om de regelaar opnieuw in te stellen, moet u eerst de oorzaak van de
fout wegnemen, vervolgens drukt u gedurende minstens 2 sec. op de reset-toets ⏻
| Nr. Albatros | Betekenis |
| 0 | Geen enkele foutcode – geen fout |
| 10 | Fout buitensensor |
| 20 | Fout aanvoertemperatuursensor |
| 28 | Fout rookgastemperatuursensor |
| 32 | Fout Clip-in sensor |
| 40 | Fout retourtemperatuursensor |
| 50 | Fout SWW-temperatuursensor |
| 61 | Ruimtethermostaat: storing |
| 62 | Fout ruimtethermostaat of fout radioklok |
| 81 | Kortsluiting op de LPB-bus, of slechte voeding |
| 82 | Adresconflict op de LPB-bus (meerdere identieke adressen) |
| 91 | Verlies van gegevens op de EEPROM |
| 92 | Fout in de elektronica |
| 100 | Twee hoofdklokken in het systeem |
| 105 | Waarschuwing onderhoud |
| 110 | Uitschakeling veiligheidsthermostaat (elektronisch of mechanisch) |
| 111 | Uitschakeling maximaalthermostaat (elektronisch) |
| 113 | Overschrijding van de toegestane rookgastemperatuur |
| 128 | Vlam gaat uit tijdens de werking |
| 129 | Slechte luchttoevoer |
| 130 | Beperking vermogen voor extreme rookgastemperatuur |
| 133 | Geen vlamvorming na afloop van de beveiligingstijd of Omwisseling fase/sterpunt op de klemmenstrook (klemmen L en N) |
| 140 | Segmentnummer of toestelnummer LPB ontoegankelijk |
| 148 | Interfacecommunicatie LPB en LMU niet compatibel |
| 151 | Interne fout LMU |
| 152 | Parameterinstellingfout LMU |
| 153 | Het toestel staat in vergrendelde stand |
| 154 | Inbreuk op het waarschijnlijkheidscriterium |
| 160 | Drempel ventilatorsnelheid is niet bereikt |
| 161 | Overschrijding van de maximumsnelheid van de ventilator |
| 162 | Luchtdrukregelaar is niet gesloten |
| 164 | Contact verbroken DC : waterdrukverschilpressostaat / waterdrukregelaar |
| 166 | Luchtdrukregelaar is niet open |
| 180 | Reinigingsfunctie (roet) is actief |
| 181 | Uit-functie van de regelaar is actief |
| 183 | Het toestel bevindt zich in de parametragemodus |
Om de branderfasecodes te raadplegen drukt u 3 keer op de toets Info (Zoals aangeduid in het stuk « Toets Info »).
| Code Betekenis | |
| 0 | Stand-by (geen verwarmingsvraag) |
| 1 | Startblokkering |
| 2 | Opvoeren ventilatorregime |
| 3 | Voorventilatie |
| 4 | Wachttijd |
| 5 | Voorontstekingtijd |
| 6 | Beveiligingstijd |
| 10 | Verwarmingsregime |
| 11 | SWW-regime |
| 12 | Parallelle werking verwarming en SWW |
| 20 | Naventilatie |
| 22 | Terug naar beginpositie |
| 99 | Storing (actuele foutcode op het scherm) |
4.6. Instelling parameters
Om de ketel zo optimaal mogelijk te configureren, kunnen een aantal parameters door de eindgebruiker gewijzigd worden. Om de ketelconfiguratie te beveiligen, zijn niet alle parameters toegankelijk voor de eindgebruiker. Ze zijn gegroepeerd per toegangsniveau.
Vanuit het standaardscherm krijgt u toegang tot de parametragemodus -niveau eindgebruiker- door de toetsen ▼ of △ in te drukken. Op het scherm verschijnt een P gevolgd door een parameternummer met 3 cijfers. Met de toetsen en kunt u de lijst met parameternummers overlopen. Wanneer u de te wijzigen parameter hebt gevonden, past u de waarde aan met de toetsen ← en ▶ De nieuwe waarde wordt gevalideerd zodra u naar de volgende of voorgaande parameter gaat, of wanneer u de modus verlaat door op i of ▽ of te drukken.
Zie "Overzichtstabel gebruikersparameters" aan het eind van deze handleiding.

Parameters toegankelijk voor de installateur
Vanuit het eindgebruikerniveau in de parametragemodus geraakt u bij het installateurniveau door gedurende 3 sec. tegelijkertijd op de toetsen en te drukken. De letter P wordt vervangen door een H.
Zie "Overzichtstabel gebruikersparameters" aan het eind van deze handleiding.

5. Werking ketelthermostaat LMU64 060D168

Legende :
PDE = Drukverschilpressostaat water, PE = Waterdrukregelaar. TS = Veiligheidsthermostaat.

N maxi = maximum toegelaten toerental. N allumage = toerental bij ontsteking. N mini = minimum toegelaten toerental bij moduleren. N arrêt = toerental minder dan 200 tr/min, dus beschouwd als 0. } Ventilator- snelheid
NOOT : Wanneer een eerste start mislukt, kan de LMU-thermostaat (afhankelijk van het vermogen van de ketel) nog 1 à 4 pogingen tot starten ondernemen.
6. Inbedrijfstelling
6.1. Te controleren voor de inbedrijfstelling van de ketel
Controleer bij cascadeopstelling het hydraulisch evenwicht van de ketels.
Verifieer of de druk bij koude installatie minimaal 1 bar is.
Als het gasnet 300 mbar is, kijk dan na of er een regelaar geïnstalleerd is op de gastoevoerleiding van de ketel.
Indien het een renovatie van een verwarmingsinstallatie betreft, verzeker u er dan van dat de spoeling en de eventuele reiniging van de installatie grondig is uitgevoerd (zie hoofdstuk « Waterkwaliteit » van deze handleiding).
6.2. Wijziging gastype
Deze VARFREE ketel is standaard ingesteld om te werken op aardgas uit groep H (type G20) met een ingangsdruk van 20 mbar.

Elke handeling met betrekking tot wijziging van het type gas moet door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden.
Sturing verhouding lucht/gas

VARFREE 40 / 60
1 - Gasklep
2 – Luchtdrukverschil-
regelaar
3 – Luchtsignaal op de klep
4 – Luchtsignaal op de mengkamer
5 – Luchtsignaal op de
bocht
6 - Mengkamer

VARFREE 80 / 100
De klep moet afgeregeld worden terwijl de ketel op maximaal en op minimaal vermogen draait. Gebruik hiervoor de werkingsmodus 'Uitschakeling regelaar' (hoofdstuk 4.3) waarbij u direct naar de minimum- of de maximuminstelling kunt gaan (0% of 100%).
Opgelet: de regelwaarden gelden voor de gastoevoerdrukken bij intrede van de klep (meting ingangsdruk gasklep en brander in werking) opgegeven in onderstaande tabel:
| Gastype G20 G25 | ||
| Ingangsdruk (mbar) | 20 25 | |

Herinnering:
Voor de VARFREE 40 en 60 hoeft de gasklep niet opnieuw afgeregeld te worden.
Bij een gastoevoer G25 of gemengd G20/G25, werkt de ketel volgens de fabrieksinstellingen voor G20.
Voor de VARFREE 80 en 100, hoeft de gasklep enkel opnieuw afgeregeld te worden in geval van een gastoevoer G25.
Bij gemengde gastoevoer G20/G25, werkt de ketel volgens de fabrieksinstellingen voor G20.
- Vooraleer de brander op te starten, stelt u op de gasklep het gasdebiet in met de regelschroef gasdebiet R1 volgens de waarden opgegeven in de tabel hieronder.
- Start de brander op maximaal vermogen. (Druk tegelijkertijd op 100 gedeurende ongeveer 6 seconden; op het scherm verschijnt 100%).
- Meet met behulp van een rookgasanalysetoestel, het CO 2 -gehalte in de rookgassen: open de stop op het rookgaskanaal en steek er de CO 2 -meetsonde in, midden in de rookgasstroom.
- Controleer de CO 2 -waarde bij maximaal vermogen Qmax en regel, indien nodig, de regelschroef gasdebiet R1 van de klep bij om de CO 2 -waarden uit de tabel hieronder te bekomen.
- Neem nu het minimaal vermogen Qmin (druk op ▼; op het scherm verschijnt 0%) en controleer of de CO₂-waarde overeenkomt met de waarden in de tabel hieronder. Indien nodig, regel de regelschroef R2 bij.
- Indien u bij minimaal vermogen hebt bijgeregeld, keert u terug naar maximaal vermogen Qmax (druk op △) en u controleert opnieuw de CO₂-waarde. Herhaal deze handelingen tot u de waarden verkrijgt die opgegeven zijn in de tabel hieronder.
- Keer terug naar de standaard werkingsmodus (druk op 📄).

VARFREE 80 / 100
| VARFREE | Gas-klep | Gas | Voorinstelling regelschroef gasdebiet R1 en regelschroef instelling regelaar R2 / G20 | CO2Qmax | CO2indicatief Qmin |
| 80 | SIT 822 Novamix | G20 | - | 8,8 | 8,6 |
| G25 | R1 1 toer losschroeven (+richting) | 8,8-9,0 | 8,4-8,6 | ||
| 100 | SIT 822 Novamix | G20 | - | 8,8 | 8,6 |
| G25 | R1 1 toer losschroeven (+richting) | 8,8-9,0 | 8,4-8,6 |
6.3. Inbedrijfstelling
Alle ketels worden in de fabriek onderworpen aan testen op aardgas van groep H (type G20) waarbij de volledige afregeling gebeurt.
Voer volgende handelingen uit voor de
inbedrijfstelling :
- Schakel de hoofdschakelaar in.
-
Lok met de gebruikersinterface een warmtevraag uit via de comfortmodus (zie hoofdstuk 4 « Bedieningspaneel ketel »).
-
Na het opstarten van de brander controleert u met een schuimend product de dichtheid van de aansluitingen van de gasleiding. Controleer de staat van de verbrandingsgassen met behulp van een rookgasanalysetoestel.
- Stel de ketel in (zie "Overzichtstabel gebruikersparameters" aan het einde van deze handleiding).

Indien u handelingen uitvoert aan een verzegeld component vervalt de garantie.
7. Controles na de inbedrijfstelling
7.1. Condensafvoer
Controleer of de condensafvoer niet verstopt is, noch aan de kant van de ketel, noch in de leiding.
7.2. Gastoevoer
Controleer of de diameter van de gasleiding correct gedimensioneerd is :
Het is noodzakelijk om alle ketels samen bruusk te stoppen met de hoofdschakelaar van de
verwarmingsinstallatie om te verifiëren of de veiligheid van de drukreduceerder niet uitschakelt.
Indien dit gebeurt is de gasleiding ondergedimensioneerd. Zet dan de schakelaar terug aan.
De ketels moeten automatisch weer aanslaan, zo niet, consulteer de fabrikant van de drukreduceerder.
8. Onderhoudswerkzaamheden
Een jaarlijks onderhoud moet uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel.
Voer allereerst onderstaande handelingen uit:
- Zet de hoofdschakelaar af.
- Sluit de gastoevoerklep af.
- Zet de watertoevoer naar de ketel uit.
Reiniging van de warmtewisselaar (voor details: zie volgend hoofdstuk)
Kijk of er geen vuilafzetting in de leidingen is
Indien nodig, reinig de leidingen met een niet-metalen borstel (chemische reiniging verboden)
Ontsteekelektroden / ionisatie-elektroden (voor details: zie volgend hoofdstuk)
Controle geometrie van de ontstekingselektrode (spleetafstand) en van de ionisatie-elektrode
Indien nodig, vervang de elektroden
Sifon condensafvoer
Reinig de sifon van de condensafvoer en controleer of deze goed doorloopt (na controle met water vullen)
Controleer de staat en de aansluiting van de leidingen voor drukoverbrenging naar de luchtbocht, de gasklep en de luchtdrukverschilregelaar
Controleer de verbrandingshygiène
8.1. Jaarlijkse controles
- Sluit de elektrische voeding af.
- Sluit de gastoevoer af.
- Schroef de 2 kruiskopschroeven (met indruk Pozidriv) van het voorpaneel los.
- Klik het voorpaneel los door het aan de 2 zijdelingse handgrepen vast te nemen.
- Hef het bedieningspaneel op en draai het 180° naar voor.

Bescherm de interne elektrische verbindingen van het bedieningspaneel wanneer u handelingen uitvoert aan de hydraulica van de ketel (gevaar voor spatwater).

- Maak de gasleiding links binnenin de ketel los, de luchttoevoerslang in het onderste gedeelte en de leidingen voor drukoverbrenging van de gasklep en de mengkamer.
- Ontkoppel de elektroden, de ventilator en de gasklep.
• Schroef de 6 bouten M8 los. - Haal het geheel (branderdeur, ventilator, gasklep) er uit en leg dit voorzichtig op een propere plaats.
- Indien u residu vindt in de verbrandingskamer, borstel dan de buizen van de warmtewisselaar met een niet-metalen borstel. Chemisch reinigen van de verbrandingskamer met een zuur of alkalisch product is verboden. Zuig het residu op.
- Indien de hittebestendige isolatie onderaan de verbrandingskamer en aan de branderdeur beschadigd is, moet u deze absoluut vervangen.
- Wanneer door een gebrekkige condensafvoer er vocht in de verbrandingskamer gekomen is, moet u absoluut de hittebestendige isolatie onderaan de verbrandingskamer en aan de branderdeur vervangen.
- Vervang de dichtingen van de branderdeur indien deze beschadigd zijn.

- De branderrail behoeft geen onderhoud. Bij beschadiging dient u deze te vervangen.
- U dient het volgende te controleren: de geometrie van de elektroden, de aanwezigheid van aluminiumafzetting, de keramische aspecten en de dichtingen. Als de elektroden en de dichtingen beschadigd zijn, dient u ze te vervangen.
- Maak de sifon proper en controleer of deze goed doorloopt. Na het onderhoud moet de sifon terug met water gevuld worden.
- Plaats de branderdeur terug en zet vast met de 6 kruisschroeven: aantal keren aandraaien: maximum 5.
- Bij het terug monteren van de brander op de warmtewisselaar van de VARFREE 80 en 100, dient u te controleren of de oriëntatie van de luchtdrukaansluiting van het diafragma (gemonteerd aan het uiteinde van de mengkamer) zich in het oriëntatiebereik van 45° bevindt. Zie schema hieronder.
- Sluit de gastoevoer aan, de luchttoevoerslang en de leidingen voor drukoverbrenging (zie aansluitschema in hoofdstuk 6.2).
- Controleer de dichtheid van het gascircuit met een schuimend product.
- Plaats het bedieningspaneel terug.
• Schakel de elektriciteit weer in. - Stel de VARFREE in bedrijf, controleer de dichtheid van de branderdeur en verifieer de verbrandingshygiène: CO2-gehalte conform de waarden in de tabel van paragraaf 6.2.
- Plaats het voorpaneel terug en maak het bovenaan vast met de 2 schroeven.

Toegestaan oriëntatiebereik van de luchtdruk-aansluiting diafragma op VARFREE 80 / 100

Positie elektroden brander
V A R F R E E 4 0 → A = 1 1 + 5 / - 3
VAEFREE 6 0 → A = 5, 5 + / - 2

Positie elektroden brander VARFREE 80 / 100

Brander VARFREE onderaanzicht
8.2. Aftappen ketel
- Sluit de afsluitventielen ter hoogte van de aanvoer- en retourcollectors,
- Laat de druk zakken met het veiligheidsventiel.
- Maak een luchtaansluiting op de koeldoos van de warmtewisselaar (losschroeven automatische ontluchter).
- Open de aftapkraan op de aanvoerleiding.
9.1. VARFREE 40

| N° | Désignation Code N° Désignation Code | ||||
| 1 | Zijdelingse omkasting rechts en links 072139 | 21 | Waterdrukverschilregelaar | 072166 | |
| 2 | Zijpaneel rechts en links 072849 | 22 | Automatische ontluchter 07 | 2164 | |
| 3 | Toegangsdeur vooraan 072955 | 23 | Retourleiding diafragma 07 | 3036 | |
| 4 | Bovendeel omkasting vooraan 072881 | 24 | Terugslagklep | 072167 | |
| 5 | Bovendeel omkasting achteraan | 072852 | 25 | Retourleiding klant | 073037 |
| 6 | Houder bochtstuk luchtkanaal | 072882 | 26 | Circulatiepomp | 072168 |
| 7 | Warmtewisselaar | 073033 | 27 | Aanvoerleiding | 073038 |
| 8 | Ontstekingselektrode | 072146 | 28 | Veiligheidsthermostaat | 072169 |
| 9 | Ionisatie-elektrode | 072856 | 29 | Veiligheidsventiel | 072165 |
| 10 | Dichting rookgasafvoer ∅ 100 | 072148 | 30 | Ontluchtkraan/Aftapkraan | 072171 |
| 11 | Vuurvaste schijf branderdeur | 072150 | 31 | Ventilator | 073039 |
| 12 | Branderrail | 073035 | 32 | Dichting ventilator | 072145 |
| 13 | Vuurvaste schijf achterkant branderhaard | 072152 | 33+34 | Mengkamer lucht/gas | 072874 |
| 14 | Afdichtingen branderdeur | 072153 | 35 | Gasklep | 073040 |
| 15 | Bedieningspaneel | 072857 | 37 | Gasbuis | 072867 |
| 16 | Onstekingstransformator | 072131 | 38 | Bochtstuk luchtkanaal | 072868 |
| 17 | Luchtdrukverschilregelaar | 072573 | 39 | Luchtslang | 072875 |
| 18 | Waterdrukregelaar | 072300 | 40 | Sifon condensafvoer | 072876 |
| 19 | Rookgastemperatuursensor | 072158 | |||
| 20 | Temperatuursensor wateraanvoer/-retour | 072859 |
9.2. VARFREE 60

| No | Betekenis Code No Betekenis Code | ||||
| 1 | Zijdelingse omkasting rechts en links 072880 | 80 | 21 | Waterdrukverschilregelaar | 072166 |
| 2 | Zijpaneel rechts en links 072849 | 22 | Automatische ontluchter 072164 | ||
| 3 | Toegangsdeur vooraan 072955 | 23 | Retourleiding diafragma 072871 | ||
| 4 | Bovendeel omkasting vooraan 072881 | 24 | Terugslagklep 072167 | ||
| 5 | Bovendeel omkasting achteraan 072852 | 25 | Retourleiding klant | 072622 | |
| 6 | Houder bochtstuk luchtkanaal | 072882 | 26 | Circulatiepomp | 072168 |
| 7 | Warmtewisselaar | 072144 | 27 | Aanvoerleiding | 072872 |
| 8 | Ontstekingselektrode | 072146 | 28 | Veiligheidsthermostaat | 072169 |
| 9 | Ionisatie-elektrode | 072147 | 29 | Veiligheidsventiel | 072165 |
| 10 | Dichting rookgasafvoer ∅ 100 | 072148 | 30 | Ontluchtkraan/Aftapkraan | 072171 |
| 11 | Vuurvaste schijf branderdeur | 072150 | 31 | Ventilator | 072512 |
| 12 | Branderrail | 072151 | 32 | Dichting ventilator | 072145 |
| 13 | Vuurvaste schijf achterkant branderhaard | 072152 | 33+34 | Mengkamer lucht/gas | 072874 |
| 14 | Afdichtingen branderdeur | 072153 | 35 | Gasklep | 072883 |
| 15 | Bedieningspaneel | 072857 | 37 | Gasbuis | 072867 |
| 16 | Onstekingstransformator | 072131 | 38 | Bochtstuk luchtkanaal | 072868 |
| 17 | Luchtdrukverschilregelaar | 072573 | 39 | Luchtslang | 072875 |
| 18 | Waterdrukregelaar | 072300 | 40 | Sifon condensafvoer | 072876 |
| 19 | Rookgastemperatuursensor | 072158 | |||
| 20 | Temperatuursensor wateraanvoer/-retour | 072859 |

| No | Betekenis Code No | Betekenis Code | |||
| 1 | Zijdelingse omkasting rechts en links 072848 | 48 | 21 | Waterdrukverschilregelaar | 072166 |
| 2 | Zijpaneel rechts en links 072849 | 22 | Automatische ontluchter 072164 | ||
| 3 | Toegangsdeur vooraan 072955 | 23 | Retourleiding diafragma 072860 | ||
| 4 | Bovendeel omkasting vooraan 072851 | 24 | Terugslagklep 072509 | ||
| 5 | Bovendeel omkasting achteraan 072852 | 25 | Retourleiding klant 072625 | ||
| 6 | Houder bochtstuk luchtkanaal | 072853 | 26 | Circulatiepomp | 072510 |
| 7 | Warmtewisselaar | 072854 | 27 | Aanvoerleiding | 072627 |
| 8 | Ontstekingselektrode | 072505 | 28 | Veiligheidsthermostaat | 072169 |
| 9 | Ionisatie-elektrode | 072856 | 29 | Veiligheidsventiel | 072165 |
| 10 | Dichting rookgasafvoer ∅ 100 | 072519 | 30 | Ontluchtkraan/Aftapkraan | 072171 |
| 11 | Vuurvaste schijf branderdeur | 072517 | 31 | Ventilator | 072862 |
| 12 | Branderrail | 072941 | 32 | Dichting ventilator | 072145 |
| 13 | Vuurvaste schijf achterkant branderhaard | 072152 | 33 | Mengkamer lucht/gas | 072863 |
| 14 | Afdichtingen branderdeur | 072153 | 34 | Gasklep 072864 | |
| 15 | Bedieningspaneel | 072858 | 35 | Gasbuis | 072938 |
| 16 | Onstekingstransformator | 072131 | 37 | Bochtstuk luchtkanaal | 072867 |
| 17 | Luchtdrukverschilregelaar | 072573 | 38 | Luchtslang | 072865 |
| 18 | Waterdrukregelaar | 072300 | 39 | Sifon condensafvoer | 072869 |
| 19 | Rookgastemperatuursensor | 072158 | 40 | Passtuk rookgasafvoer | 072870 |
| 20 | Temperatuursensor wateraanvoer/-retour | 072859 | 41 | Aanvoerleiding klant | 072861 |
9.4. Bedieningspaneel VARFREE

| No | Betekenis Code | |
| 1 | Ketelregelaar LMU 64 VARFREE 40 | 073041 |
| Ketelregelaar LMU 64 VARFREE 60 | 072877 | |
| Ketelregelaar LMU 64 VARFREE 80 | 072873 | |
| Ketelregelaar LMU 64 VARFREE 100 | 072878 | |
| 2 | Interface / display HMI 060430 | |
| 3 | Aan-/Uitschakelaar 070385 | |
| 4 | CEM-filter 071487 | |
| 5 | Zekering T6,3 H 071898 |
10. Overzichtstabel gebruikersparameters
Ketel: .... Locatie:
Serienr.:
Gelieve alle parameterwijzigingen in dit document in te vullen!
| Parameter | Functie Instelbereik Default-waarde | Instelling klant | ||
| Klok instellen | ||||
| P 1 | Uur (actueel) | 00 :00 ... 23 :59 | 00 :00 | |
| P 2 | Dag (actueel) | 1:maandag... 7:zondag | 1 | |
| P 5 | Instelling verminderde aanvoer/verlaagde ruimtetemperatuur (naargelang de modus) | 20...80 / 10...26 °C | 40 / 15 | |
| Uurprogramma directverwarmingscircuit | ||||
| P 10 | Voorselectie te programmeren dag(en): | |||
| 1-7 Volledige week 1-5 Maandag tot vrijdag1...7 Dag van de week 6-7 Zaterdag en zondag | 1-7 | |||
| P 11 | Inschakeltijd 1 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 06 :00 | |
| P 12 | Uitschakeltijd 1 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 22 :00 | |
| P 13 | Inschakeltijd 2 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 14 | Uitschakeltijd 2 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 15 | Inschakeltijd 3 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 16 | Uitschakeltijd 3 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| Uurprogramma gemengd verwarmingscircuit | ||||
| P 20 | Voorselectie te programmeren dag(en): | |||
| 1-7 Volledige week 1-5 Maandag tot vrijdag1...7 Dag van de week 6-7 Zaterdag en zondag | 1-7 | |||
| P 21 | Inschakeltijd 1 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 06 :00 | |
| P 22 | Uitschakeltijd 1 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 22 :00 | |
| P 23 | Inschakeltijd 2 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 24 | Uitschakeltijd 2 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 25 | Inschakeltijd 3 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 26 | Uitschakeltijd 3 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| Uurprogramma sanitairwarmwaterproductie (SWW) | ||||
| P 30 | Voorselectie te programmeren dag(en): | |||
| 1-7 Volledige week 1-5 Maandag tot vrijdag1...7 Dag van de week 6-7 Zaterdag en zondag | 1-7 | |||
| P 31 | Inschakeltijd 1 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 06 :00 | |
| P 32 | Uitschakeltijd 1 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 22 :00 | |
| P 33 | Inschakeltijd 2 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 34 | Uitschakeltijd 2 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 35 | Inschakeltijd 3 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 36 | Uitschakeltijd 3 e periode | 0 :00 ... 24 :00 | 24 :00 | |
| P 45 | Retour naar het standaard uurprogramma voor verwarming en SWW.(druk tegelijkertijd gedurende 3 sec. op de toetsen - en +) | 0 | ||
| H 90 | Verlaagde temperatuurinstelling SWW | 50...65 °C | 60 | |
| H 91 | Vrijgave SWW-productie:0 Uurprogramma SWW 1 24u/24 | 0 | ||
| H 93 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 94 | Niet gebruikt | 0 | ||
| Instellingen verwarmingscircuits | ||||
| H 503 | Minimum insteltemperatuur direct circuit | 20...80 °C | 20 | |
| H 506 | Minimum insteltemperatuur gemengd circuit | 20...80 °C | 20 | |
| H 507 | Maximum insteltemperatuur gemengd circuit | 20...80 °C | 80 | |
| H 510 | Verhoging insteltemperatuur aanvoer sanitair warm water | 0 ... 30 K | 15 | |
| H 514 | Verhoging instelling ketel / gemengd circuit | 0 ... 30 K | 2 | |
| P 516 | Temperatuur niet-verwarming(30°C = permanente verwarming) | 8 ... 30 °C | 19 | |
| P 532 | Gradiënt stooklijn direct circuit | 1 ... 40 | 15 | |
| P 533 | Gradiënt stooklijn gemengd circuit (actief naargelang configuratie) | 1 ... 40 | 15 | |
| H 534 | Correctie ingestelde ruimtetemperatuur direct circuit | -31 ... 31 K | 0 | |
| H 535 | Correctie ingestelde ruimtetemperatuur gemengd circuit (actief naargelang configuratie) | -31 ... 31 K | 0 | |
| Configuratie ketel | ||||
| H 536 | Maximale ventilatorsnelheid in verwarmingsregime 40 / 60 / 80 / 100) | 0 ... 9950 tr/min 43 | 00/5650/5450/6400 | |
| H 542 | Minimaal vermogen ketel (40 / 60 / 80 / 100) | 0 ... 9999 kW 12/14/25/25 | ||
| H 543 | Maximaal vermogen ketel (40 / 60 / 80 / 100) | 0 ... 9999 kW 40/58/80/95 | ||
| H 544 | Wachttijd pompen, max. 218 min.(255 = permanente werking van Q1) | 0 ... 255 min 5 | ||
| H 545 | Minimale branderwachtijd | 0 ... 3600 sec | 150 | |
| H 551 | Constante voor versnelde verlaging zonder invloed van de ruimtetemperatuur | 0 ... 20 | 0 | |
| H 552 | Instelling hydraulische configuratie van de installatie:66 Ketel alleen80 Ketel in cascade85 Ketel voor SWW in cascade | 66 | ||
| H 553 | Invloed van de ruimtesensor op de verwarmingscircuits (enkel met ruimtesensor):Tiental invloed op gemengd circuit (GC), Eenheid: invloed op direct circuit (DC)0 GC niet beïnvloed door QAA 73 0 DC niet beïnvloed door QAA 731 GC gestuurd door hoofdkanaal van QAA 73 1 DC gestuurd door hoofdkanaal van QAA 732 GC gestuurd door secundair kanaal van QAA 73 2 DC gestuurd door secundair kanaal van QAA 73vb : 12 komt overeen met DC gestuurd door secundair kanaal van QAA 73 en GC gestuurd door hoofdkanaal van QAA 73 | 0 | ||
| H 555.b0 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 555.b1 | Sanitaire prioriteit:0 Absolute prioriteit 1 Geen prioriteit | 0 | ||
| H 555.b2 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 555.b3 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 555.b4 | Antivorstbescherming van de installatie:0 Buiten dienst 1 In dienst | 1 | ||
| H 555.b5 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 555.b6 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 558.b0 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 558.b1 | Type constructie :0 Licht 1 Zwaar | 0 | ||
| H 558.b2 | Type bediening SWW:0 Sensor 1 Thermostaat | 0 | ||
| H 558.b3 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 558.b4 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 558.b5 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 558.b6 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 558.b7 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 596 | Openingstijd / sluitingstijd van het driewegventiel van het gemengd circuit | 30 ... 873 sec | 150 | |
| H 597 | Doorstroming van het driewegventiel van het gemengd circuit | 1 ... 100 K | 24 | |
| Communicatie per LPB-bus | ||||
| H 604.b0 | Synchronisatie klok / systeem :b1 b00 0 Autonome klok0 1 Uur van het systeem zonder afstelling1 0 Hoofdklok van het systeem | 0 | ||
| H 604.b1 | 0 | |||
| H 604.b2 | Regeling van de voeding van de bus :0 Gecentraliseerde voeding 1 Automatische voeding door de regelaars | 1 | ||
| H 604.b3 | Uitlezing van de voeding van de bus :0 OFF 1 ON | 0 | ||
| H 604.b4 | Non utilisé | 1 | ||
| H 604.b5 | SWW afstemmen op de gebruikers:b6 b50 0 Enkel plaatselijke gebruikers0 1 Gebruikers van hetzelfde segment1 0 Alle gebruikers van het systeem | 0 | ||
| H 604.b6 | 0 | |||
| H 604.b7 | Voorrang LPB-bus op vermogenvraag via ingang 0 ... 10 V :0 Voorrang externe vraag naar vermogen1 Voorrang LPB-bus | 0 | ||
| H 605 Adres toestel | 0 ... 16 | 1 | ||
| H 606 | Adres segment :0 segment generator1 ... 14 segmenten gebruikers | 0 ... 14 | 0 | |
| Ventilatorinstellingen | ||||
| H 608 | Signaal ventilatorbesturing bij ontstekingssnelheid (40 / 60 / 80 / 100) | 0...100 % | 21/19/22,5/22,5 | |
| H 609 | Signaal ventilatorbesturing bij minimumsnelheid (40 / 60 / 80 / 100) | 0...100 % 15/18 | 5/10,5/10,5 | |
| H 611 | Toerental ventilator bij ontstekingssnelheid (40 / 60 / 80 / 100) | tr/min | 22001750/3500/3500 | |
| H 612 | Ventilatorsnelheid bij minimumsnelheid (40 / 60 / 80 / 100) | tr/min 1450/1600/1750/1750 | ||
| H 613 | Ventilatorsnelheid bij maximumsnelheid (40 / 60 / 80 / 100) | tr/min 4300/5650/5200/6100 | ||
| Kits Ingang / Uitgang met relais (AGU2.51x) | ||||
| H 618 | Functie programmeerbare ingang:0 Geen erkele functie 3 Warmeluchtgordijn1 Modem 4 Voorgeschreven instelling2 Omschakelaar Modem 5 Voorgeschreven vermogen | 0 | ||
| H 619 | Functie van de 1e programmeerbare uitgang:0 Inactief 6 Circulatiepomp voor afsluiten SWW2 Overdracht alarm 7 Signaal functie warmeluchtgordijn actief3 Werking brander 8 Circulatiepomp beneden voor evenwichtsfles5 Pomp 2verwarmingscircuit 12 Signaal analoge invoer actief | 2 | ||
| H 620 | Functie van de 2e programmeerbare uitgang:0 Inactief 6 Circulatiepomp voor afsluiten SWW2 Overdracht alarm 7 Signaal functie warmeluchtgordijn actief3 Werking brander 8 Circulatiepomp beneden voor evenwichtsfles5 Pomp 2verwarmingscircuit 12 Signaal analoge invoer actief | 3 | ||
| H 622 | Maximumtemperatuurinstelling voor maximumwaarde van het signaal analoge invoer, in voorgeschreven instelmodus | 5 ... 130 °C | 100 | |
| H 623 | Minimumwaarde van het bereik in % van het signaal analoge invoer om de brander te starten op minimaal vermogen, in voorgeschreven vermogensmodus | 5 ... 95 % | 20 | |
| Waarschuwingssignalen onderhoud | ||||
| P 629 | Tijdelijke uitschakeling waarschuwingssignaal onderhoud:1 Uitschakeling waarschuwingssignaal | 0 | ||
| H 630.b0 | Activering / deactivering waarschuwingssignaal onderhoud:0 Signaal gedeactiveerd 1 Signaal geactiveerd | 0 | ||
| H 630.b6 | Algemene uitschakeling waarschuwingssignaal onderhoud:1 Uitschakeling waarschuwingssignaal | 0 | ||
| H 630.b7 | Niet gebruikt | 0 | ||
| H 634 | Aantal uren branderwerking sinds laatste onderhoud | 0 | ||
| H 635 | Aantal starten brander sinds laatste onderhoud | 0 | ||
| H 636 | Aantal maanden ketelwerking sinds laatste onderhoud | 0 | ||
| Foutenhistoriek / Tellers | ||||
| H 700 | Teller geregistreerde herhalingen fout 1 | |||
| H 701 | Branderfase gedurende geregistreerde fout 1 * | |||
| H 702 | Uitgebreide code geregistreerde fout 1 | |||
| H 703 | Teller geregistreerde herhalingen fout 2 | |||
| H 704 | Branderfase gedurende geregistreerde fout 2 * | |||
| H 705 | Uitgebreide code geregistreerde fout 2 | |||
| H 706 | Teller geregistreerde herhalingen fout 3 | |||
| H 707 | Branderfase gedurende geregistreerde fout 3 * | |||
| H 708 | Uitgebreide code geregistreerde fout 3 | |||
| H 709 | Teller geregistreerde herhalingen fout 4 | |||
| H 710 | Branderfase gedurende geregistreerde fout 4 * | |||
| H 711 | Uitgebreide code geregistreerde fout 4 | |||
| H 712 | Teller geregistreerde herhalingen fout 5 | |||
| H 713 | Branderfase gedurende geregistreerde fout 5 * | |||
| H 714 | Uitgebreide code geregistreerde fout 5 | |||
| H 715 | Teller geregistreerde herhalingen huidige fout | |||
| H 716 | Branderfase gedurende huidige geregistreerde fout | |||
| H 717 | Uitgebreide code huidige geregistreerde fout | |||
| H 718 | Werkingstijd brander | 0 ... 131070 u | 0 | |
| H 719 | Werkingstijd in verwarmingsmodus | 0 ... 131070 u | 0 | |
| H 720 | Werkingstijd in SWW-modus | 0 ... 131070 u | 0 | |
| H 721 | Werkingstijd in zoneregelingsmodus | 0 ... 131070 u | 0 | |
| H 722 | Teller starten | 0 ... 327675 0 | ||
| H 728 | Foutcode Albatros 1e precedent | |||
| H 729 | Foutcode Albatros 2e precedent | |||
| H 730 | Foutcode Albatros 3e precedent | |||
| H 731 | Foutcode Albatros 4e precedent | |||
| H 732 | Foutcode Albatros 5e precedent | |||
| H 733 | Huidige foutcode Albatros | |||
Cursief gedrukt: af te lezen parameters
* : Overeenkomst codes branderfase:
| 0, 1, 2 | Retour naar stand-by | 11 | Voorverwarming (ontstekingselektrode warmt op) |
| 3 | Stand-by | 12, 13, 14, 15 | Beveiligingstijd |
| 4 | Startblokkering | 16 | Naverwarming (behoud ontstekingssnelheid) |
| 5, 6 | Opvoeren ventilator | 17 | Modulering brander |
| 7 | Voorventilatie | 18, 19, 20, 21 | Naventilatie |
| 8, 9, 10 | Wachtstand | 22 | Veiligheid |
11. Montage van de sifon voor de condensafvoer
11.1. Montage van de sifon op de VARFREE 40 / 60
De onderdelen voor de aansluiting van de sifon voor de condensafvoer van de verbrandingsgassen vindt u in het plastic zakje binnenin de ketel.

De onderdelen voor de aansluiting van de sifon voor de condensafvoer van de verbrandingsgassen vindt u in het plastic zakje binnenin de ketel.


11.3. Montage van de veiligheidsklep op de VARFREE


Houd het ventiel stevig vast bij het aandraaien om vervorming van de leiding te voorkomen.





