FY2300 - Naaimachine YAMATA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FY2300 YAMATA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FY2300 YAMATA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FY2300 - YAMATA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FY2300 van het merk YAMATA.
GEBRUIKSAANWIJZING FY2300 YAMATA
Uw naaimachine stelt zich voor. . 5
Reglementair gebruik ..... 5
Voordat u begint.... 6
Veiligheidsinstructies ..... 6
Gevaar! Ter bescherming tegen electrische schokken ..... 7
Let op! Ter bescherming tegen verbranding, vuur elektrische schokken of verwondingen van personen ....8
Milieubescherming ..... 10
Verpakking 10
Verwijderen van de naaimachine. 10
BEDIENING....11
Plaatsen en aansluiten ..... 11
Voorbereiding van het naaiwerk 12
Werking van het voetpedaal . . . . 12
Uittrekbare aanschuiftafel ..... 12
Naaimachineverlichting. . . . . . 13
Vervangen van de naaivoet .... 14
Vervangen van de naald .....15
Overzicht naald en garen ..... 16
Gebruik van de garenrolhouders 16
Uitnemen en aanbrengen van de spoelkapsel 17
Opspoelen 18
Invoeren van de draad in de spoelkapsel 19
Invoeren van de bovendraad . . . . 20
Omhooghalen van de onderdraad 21
Instellen van de bovendraadspanning ..... 22
Steekpatroon-draaischakelaar .. 23
Steeklengte-draaischakelaar . . . . 23
Achterwaartsknop 24
Laten zakken van de transporteur 25
Draaischakelaar voor het aanpassen van de naaivoetdruk . 26
Starten van het naaien .....27
Rechte steek 27
Naairichting veranderen .....28
Gebruik van de markeringen op de steekplaat .... 28
Naaien van een rechterhoek . . . . 29
Naaitechnieken .....30
Zigzag-steek 30
Rolsteek 31
Drievoudige zigzag-steek ..... 31
Drievoudige rechte steek ..... 32
Knoppen aannaaien (zigzag-voet) 33
Aannaaien van knopen (knoopaannaaivoet) .... 34
Knoopsgat naaien ..... 36
Innaaien van een ritssluiting .... 38
Blinde steek (geleidingsrail) ..... 39
Naaien van blindsteek zomen (blindsteekvoet) 40
Zomen 42
Naaien met tweelingnaalden . . . 43









INHOUDSOPGAVE
Siersteken 44
Boogsteek 44
Elastische stapnaad 44
Rastersteek 45
Elastische steek met twee
insteken 46
Appliceren 46
Gesloten overlocksteek ..... 47
ONDERHOUD EN
VERZORGING ..... 49
Uitnemen van de grijper en van
zijn onderdelen 49
Oliën van de onderdelen onder
de bovenste afdekkap ..... 51
Verhelpen van fouten ..... 53
- Achterwaartsknop
- Steekpatroon-draaischakelaar
- Steeklengte-draaischakelaar
- Spoelgrijper
- Spoeldraagarm
- Garenrolhouder
- Opspoel-spanningsschijf
- Garenvoorspanning
- Scharniergarenhefboom
- Garenspanning-draaischakelaar
- Bovenste afdekkap
- Draaischakelaar naaivoetdruk
- Garenhaak
- Naaivoethouderhefboom
- Steekplaat
- Uittrekbare aanschuiftafel (met toebehorenvak)
- Draaggreep
- Handwiel
- Tuimelschakelaar
- Voetpedaalbus
- Naaldhouderschroef
- Vrije arm-tafel
- Naaivoethefboom
B TOEBEHOREN
- Spoelen (4 stuks)
- Geleidingsrail
- Naaldassortiment
- Blindstikvoet
- Zigzagvoet (standaardvoet)
- Rolzoomvoet
- Ritssluitingvoet
- Knoopaannaaivoet
- Afsnijmes
- Kwast
- Schroevendraaier (2 stuks)
- Oliekannetje
- Dubbele naald
- Knoopsgatvoet
- Netkabel met voetpedaal (niet afgebeeld)
- Afdekkap (niet afgebeeld)
Opmerking: De zigzagvoet is aan de naaivoethouder aan de machine gemonteerd. De kleine componenten van de toebehoren bevinden zich in een opklapbaar vak in de aanschuiftafel.
Controleer het toebehoren t.a.v. de volledigheid.

text_image
A 9 8 7 6 5 10 11 12 13 14 15 16 4 3 2 1 17 18 21 23 22 19 20 21 13 14
text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15x14 SPDSB
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Uw naaimachine stelt zich voor.
Uw naaimachine primera NM 902 is een hoogwaardig modern apparaat, waarmee u talrijke naaiwerkzaamheden kunt uitvoeren. Hiertoe behoren o.a.:
●24 verschillende naaiprogramma's
●Naaien van knoopsgaten
●Aannaaien van knopen
- Omzoomen met speciale rolzoomvoet
- Naaien met vrije arm
- Innaaien van ritssluitingen met voet voor ritssluitingen
Opmerking: In deze gebruiksaanwijzing is alleen de bediening van uw naai-machine beschreven. Naaikennis en de bijbehorende vakbegrippen worden als bekend verondersteld.
De in de tekst gebruikte getallen hebben betrekking op de hoofdafbeelding op de uitklapbare voorflap. Er zijn echter enkele uitzonderingen. In dergelijke gevallen staat er in de tekst een dienovereenkomstige aanwijzing.
Met de naaimachine mogen uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing beschreven functies worden uitgevoerd. Ieder ander gebruik geldt als oneigenlijk.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Voordat u begint...
Voordat u uw elektrische naaimachine in gebruik neemt, dient u op de volgende punten te letten:
- Het apparaat is uitsluitend geconcipieerd voor het gebruik in de privé-sector.
- Lees voor de eerste ingebruikname deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en raadpleeg met name de veiligheidsinstructies in de volgende paragraaf.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing zoveel mogelijk binnen handbereik van de naai-machine.
- Wanneer u de naaimachine aan andere personen doorgeeft, dient u ook deze gebruiksaanwijzing mee te geven.
- Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen toebehoren, dat in dit handboek vermeld is.
Veiligheidsinstructies
In deze gebruiksaanwijzing worden voor het aanduiden van veiligheidsinstructies de volgende symbolen gebruikt:

Gevaar!
Dit symbool staat voor gevaren die tot ernstig letsel kunnen leiden.

Let op!
Dit symbool staat voor gevaren die tot verwondingen en materiële schade kunnen leiden.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
De volgende veiligheidsinstructies dient u in ieder geval in acht te nemen:

Gevaar! Ter bescherming tegen electrische schokken
- De naaimachine werkt met gevaarlijke spanning. Laat de naai-machine niet zonder toezicht, wanneer deze op de stroom aangesloten is.
- Na het gebruik van de naaimachine en voor het reinigen moet onmiddellijk de stekker uit de stopcontact worden getrokken.
- De naaimachine mag niet met druppelend of spetterend water respectievelijk andere vloeistoffen in aanraking komen.
- Sluit de naaimachine uitsluitend op een correct geinstalleerde en beveiligde 230V contactdoos aan.
- Voorkom dat er vloeistof in de naaimachine terecht komt. Indien dit toch mocht gebeuren, moet onmiddellijk de stekker uit het stopcontact worden getrokken en u dient zich tot ons servicecenter te richten, zie garantiekaart.
- Voor het vervangen van gloeilampen moet altijd de stekker uit het stopcontact worden getrokken. Alleen gloeilampen van hetzelfde Type (15W) gebruiken.
- Voer geen veranderingen aan de naaimachine uit.



VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

Let op! Ter bescherming tegen verbranding, vuur elektrische schokken of verwondingen van personen
Bij het plaatsen
- De naaimachine mag niet in de buitenlucht worden gebruikt.
- De naaimachine mag uitsluitend op een horizontaal vlak worden geplaatst.
- De naaimachine mag niet op plaatsen worden gebruikt, waar drijfgasproducten (sprays) of zuurstof worden gebruikt.
- Het apparaat mag niet in vochtige zones worden gebruikt. Houd minimaal afstand t.o.v. vocht, zoals wasbakken e.d., aan van een meter.
- Stel de naaimachine niet aan grote hitte bloot. Let ook op een voldoende grote afstand t.o.v. verwarmingsradiatoren en dergelijke. Dat geldt ook voor de netkabel.
- De netkbel moet voor het gebruik volledig worden afgewikkeld. Let erop dat de netkabel geen struikelval wordt.
- Bij het gebruik van een tussenstekker of een verlengkabel moet erop worden gelet dat deze aan de wettelijke eisen voldoen.
Bij het gebruik
- De naaimachine mag niet als speelgoed worden gebruikt. Verhoogde voorzichtigheid is op zijn plaats, wanneer de naaimachine door kinderen of in de buurt van kinderen wordt gebruikt.
- Deze naaimachine mag niet worden gebruikt, als kabel of stekker beschadigd zijn, deze niet correct functioneerd, men deze heeft laten vallen of deze werd beschadigd of wanneer deze in het water is gevallen. Richt u zich in een dergelijk geval tot de fabrikant, onze klantenservice of vergelijkbaar gekwalificeerd vakpersoneel. Richt u zich a.u.b. tot ons service-center, zie garantiekaart.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- Bij het gebruik van de naaimachine mogen de ventilatiegleuven niet worden geblokkeerd en deze en het voetpedaal dienen vrij te worden gehouden van pluizen, stof- en textielresten.
- Geen voorwerpen in de openingen van de naaimachine steken of erin laten vallen.
- Om de machine uit te schakelen zet u de hoofdschakelaar op "0" en trekt de stekker uit de stopcontact.
- Bij het scheiden van het stroomnet dient men altijd aan de stekker en niet aan de kabel te trekken.
- De vingers bij alle bewegende delen uit de buurt houden. Men dient met name voorzichtig te zijn in de omgeving van de naai-naald. Let altijd op dat de naald omhoog en omlaag beweegd, wanneer deze in gebruik is.
- Gebruik uitsluitend originele steekplaten. Een foutieve steekplaat kan tot het breken van de naald lijden. Gebruik geen kromme naalden.
- Tijdens het naaien mag men niet aan de stof trekken en deze ook niet voortschuiven. Dit kan tot het breken van de naald leiden.
- Schakel de naaimachine uit bij werkzaamheden in de omgeving van de naald, zoals inrijgen, naald vervangen, invoeren van de spoel, naaivoet vervangen en dergelijke activiteiten.
- Leg geen voorwerpen op het voetpedaal, om het ongecontroleerd starten van de naaimachine te voorkomen. Het voetpedaal of de motor kunnen doorbranden!
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Bij het onderhoud
- Trek altijd de netstekker uit het stopcontact wanneer de behuizing voor het reinigen of voor een van de in dit handboek beschreven serviceinstellingen wordt geopend.
- Gebruik voor het reinigen van de behuizing uitsluitend neutrale zepen en reinigingsmiddelen. Benzine, verdunningsmiddelen en schuurpoeder kunnen de behuizing en de machine beschadigen en mogen daarom nooit worden gebruikt.
Milieubescherming
Verpakking
Bewaar de verpakking zoveel mogelijk. Bij een eventueel transport is de naaimachine in de originele verpakking goed beschermd. Indien u de verpakking wenst op te ruimen, dient u deze langs milieuvriendelijke weg te verwijderen.
Verwijderen van de naaimachine
Mocht de naaimachine niet meer kunnen worden gebruikt, richt u zich dan a.u.b. tot de bevoegde afvalverwerkingsorganisatie. Hier krijgt u informatie over de correcte verwijdering.
BEDIENING
Plaatsen en aansluiten
- Plaats de naaimachine op een stabile, vlakke tafel, die u voldoende ruimte geeft voor uw benen en het voetpedaal. Mocht u de naaimachine op een gelakt oppervlak plaatsen, leg dan een slipvast onderlegger onder de naaimachine.
(A) Netstekker
(B) Tuimelschakelaar
(C) Netcontactdoos
(D) Bus aan de naaimachine
(E) Stekker van de voetpedaalkabel

Controleer of de op de typeplaatje aangegeven spanning en frequentie overeenstemmen met de spanning en frequentie van uw stroomnet. Het typeplaatje bevindt zich aan de achterkant van de naaimachine.
- Steek de stekker van de voetpedaalkabel (E) - de stekker tussen voetpedaal en netstekker - in de betreffende bus (D) op de naaimachine.
- Verbind de netstekker (A) met de netcontactdoos (C).
- Bedien de tuimelschakelaar (B) om het naaimachinenlicht in te schakelen.









BEDIENING
Voorbereiding van het naaiwerk
Werking van het voetpedaal
-
Met behulp van het voetpedaal kunt u de naaisnelheid bepalen. Hoe verder het voetpedaal wordt ingedrukt, des te meer stijgt de naaisnelheid.
-
Door loslaten van het voetpedaal zet u de machine stop.

Opmerking: Oefen voor het eerste gebruik van de naaimachine de omgang met het voelpedaal zonder garen.
Uittrekbare aanschuiftafel
De uittrekbare aanschuiftafel vergroot bij het naaien de arbeidszone en kan probleemloos worden verwijderd. Het gebruik van de vrije arm maakt het naaien op moeilijk toegankelijke plaatsen mogelijk.
Verwijderen van de uittrekbare aanschuiftafel
- Neem de aanschuiftafel eraf zoals in de tekening weergegeven is.
- Om de aanschuiftafel weer aan te brengen, verbindt u deze weer met de naaimachine (stikken met de naaitafel).

Voordelen en toepassingen van het naaien met vrije arm
- Voorkomen van een stofophoping voor de naainaald bij het naaien van zakken, zomen en rondomgesloten naden van mouwen, taille-uitsnijdingen en andere ronde naadstukken.
●Repareren van plekken aan knieën en ellebogen alsmede van kinderkleding.

De naaimachineverlichting bevindt zich aan het kopeinde van de bovenste afdekkap (10).

Let op! Gevaar voor stroomschokken!
Schakel de naaimachine voor het vervangen van de gloeilamp uit. Indien de naaimachine vooraf in gebruik was, is de gloeilamp heet. Er bestaat verbrandingsgevaar. Wacht enkele minuten zodat de gloeilamp afkoelt.
- Verwijder aan de linkerkant van de naaimachine de schroefafdekking.
- Draai de schroef eruit.
- Neem de bovenste afdekkap (11) eraf.
- Draai de gloeilamp naar links om deze eruit te nemen.
- Plaats de nieuwe gloeilamp erin en draai deze naar rechts.
- Zet de afdekkap er weer op en schroef deze vast.

Vervangen van de naaivoet
- Trek de netstekker eruit.
- Breng de naald in de hoogste positie doordat u het handwiel (18) op u aan beweegt.
- Til de naaivoet met behulp van de naaivoethefboom (23) omhoog.
- Maak de voet los doordat u de naaivoethouderhefboom (14) aan de achterkant van de naaivoethouder omhoogtilt.
- Leg de gewenste naaivoet zo op de steekplaat dat de balk van de naaivoet zich exact onder de naaivoethouder bevindt.
- Druk de naaivoethouderhefboom (14) in en laat de naaivoethefboom (23) zakken. De naaivoet wordt zo met de naaivoethouder verbonden en vastgezet.

Vervangen van de naald
- Trek de netstekker eruit.
- Breng de naald in de hoogste positie door- dat u het handwiel (18) op u aan beweegt.
- Laat de naaivoet met behulp van de naai-voethefboom (23) zakken.
- Draai de naaldhouderschroef (21) los door deze tegen de klok in te draaien.
- Neem de gebruikte naald uit de naaldhouder.
-
Plaats de nieuwe naald er zo in dat de vlakke zijde naar achteren gericht is. Bij het aanbrengen moet de naald tot aan de aan-slag in de naaldhouder worden geschoven.
-
Draai vervolgens de naaldhouderschroef (21) vast.

Let op! Gevaar voor letsel!
Controleer in regelmatige intervallen of de naald nog recht en scherp is. Een kromme naald kan afbreken en verwondingen veroorzaken! Knopen en verkeerde steken in jerseystoffen, fijnmazige zijde of zijdeweefsels worden dikwijls door beschadigde naalden veroorzaakt.
BEDIENING
Overzicht naald en garen
| Naalddikte | Materiaal Specificatie katoengaren | Specificatie zijdegaren |
| Nr. 60 (#7) | Fijnmazige zijde | 70-80 100-140 |
| Nr. 70 (#10) | Crêpeweefsel | |
| Nr. 80 (#12) | Natuurzijde | 50-60 |
| Nr. 80-90 (#12-14) | Katoen | 40-50 |
| Nr. 90-100 (#14-16) | Wol | 30-40 |
| Nr. 90-100 (#14-18) | Jeansstoffen | 30 |
| Naaien van elast, weef-sels nr. 70 (#10) | Jerseystof 70-80 | 100-140 |
Gebruik van de garenrolhouders
De garenrolhouders (6) dienen voor het opnemen van garenrollen.
- Trek de garenrolhouders (6) voor het naaien uit de behuizing van de naai-machine.
- Laat de garenrolhouders (6) in de behuizing zakken, voordat u de naaimachine opbergt.
(A) Bovendraad
(B) Opening in de garenrolhouder-halter
(C) Knoop
Opmerking: Indien de gebruikte draad veelvuldig rond de garenrolhouder wordt gewikkeld of wordt geknoopt, kunt u de draad door de opening in de garenrolhouder (B) steken (zie afbeelding boven). Hierbij wijst de opening in richting van de garenrol.

Uitnemen en aanbrengen van de spoelkapsel
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Maak de klep aan de vrije arm (A) open.
-
Breng de naald in de hoogste positie doordat u het handwiel (18) op u aan beweegt.
-
Pak de spoelkapselgrendel (B) vast en trek de spoelkapsel uit de behuizing.
-
Overtuigt u er zich bij het opnieuw aanbrengen ervan dat de spoelkapselvinger (C) vast in de uitsparing boven in de behuizing vergrendelt.

De nummering in de afbeelding komt overeen met de volgende arbeidsstappen:
- Trek het handwiel (18) naar buiten om het contact te onderbreken. De naald wordt nu niet meer bewogen wanneer u aan het handwiel draait.
- Beweeg de draad van de garenrol door de opspoel-spanningschijf (7).
- Steek het draadeinde van binnen door één van de kleine openingen van de spoel en plaats de spoel op de spoeldragerarm (5).
- Druk de spoel naar rechts tegen de spoel-grijper (4) aan.
- Houd het gareneinde vast en druk licht op het voetpedaal.
- Stop nadat de draad enkele keren rond de spoel gewikkeld is.
- Snijd het uitstekende draadeinde vlak aan de spoel af.
- Druk opnieuw op het voetpedaal en spoel het garen zolang op totdat de spoel vol is. De machine stopt automatisch.
- Druk nu de spoeldragerarm (5) naar links en snijd de draad door.
- Schuif het handwiel (18) naar binnen (in de uitgangspositie) om het contact te herstellen.

Invoeren van de draad in de spoelkapsel
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Neem de spoelkapsel eruit, zie Pagina 17.
-
Plaats de spoel in de spoelkapsel. Zorg er hierbij voor dat de draad in richting van de pijl loopt (met de klok mee).
-
Trek het gareneinde in de groef van de spoelkapsel.
-
Trek vervolgens de draad door de spoelspanveer naar de uittrede-opening. Laat ongeveer 10 cm garen uit de spoel naar buiten hangen.
- Breng de spoelkapsel weer aan.

Invoeren van de bovendraad
Trek de netstekker uit het stopcontact.
Til de naaivoet met de naaivoethefboom (23) omhoog en beweeg het handwiel (18) naar u toe om de scharnierdraadhefboom (9) in de hoogste positie te brengen.
Plaats een garenrol op de garenrolhouder (6; zie afbeelding).
Voer de draad van de achterkant van de garenrol naar buiten.
De nummering in de afbeelding komt overeen met de volgende arbeidsstappen:
- Steek de draad door de garenvoorspanner (8).
- Trek de draad van rechts rond de garenspanningsschijf naar boven.
- Trek de draad strak aan en steek deze van rechts door de opening van de schamierdraadhefboom (9).
- Steek de draad naar beneden en door de garenhaak (13).
- Steek de draad weer naar beneden en door de volgende garengeleidingshaak.
- Rijg de draad van voren naar achteren door de naald.

Opmerking: De draadgeleiding wordt door getallen op de machine verduidelijkt.



BEDIENING
Omhooghalen van de onderdraad
- Til de naaivoet met behulp van de naai-voethefboom (23) omhoog en houd het einde van de bovendraad losjes in uw linker hand.
- Beweeg het handwiel (18) zolang naar u toe totdat de scharnierdraadhefboom (9) zich in zijn hoogste positie bevindt. De naald moet ervoor naar beneden zijn bewo-gen.
- Trek aan de bovendraad om de onderdraad omhoog te halen.
- Trek beide draden ongeveer 5 cm uit en steek beide draden onder de naaivoet door naar achteren.

Instellen van de bovendraadspanning
Bij het naaien met rechte steek worden boven- en onderdraad tussen de stofstukken aan elkaar vastgeknoopt.
- Kies met de draadspannings-draaischake-laar (10) de geschikte spanning uit voor de draadspanningsschijf.
(A) Nieuw ingestelde waarde
Hoe lager de getalswaarde is, des te lager is de bovendraadspanning.

Hoe hoger de getalswaarde is, des te hoger is de bovendraadspanning.

Bovendraadspanning bij zigzag-steek:
Om goede resultaten bij het naaien met zigzagsteken te realiseren, dient de bovendraadspanning lager te zijn dan bij het naaien met rechte steek. De bovendraad dient aan de achterkant van het te naaien product te zien te zijn.
BEDIENING
Steekpatroon-draaischakelaar
- Beweeg de naald uit de stof.
- Kies met de draaischakelaar (2) het gewenste steekpatroon.
- Voor de elastische steken (onderste rij) kiest u met de steekpatroon-draaischakelaar (2) het gewenste getal.
- Met de steeklengte-draaischakelaar (3; zie onder) stelt u met de stand 1-10 de onderste steekpatroonrij in.
Met de symbolen (A) worden knoopgaten genaaid, zie Pagina 36.

text_image
- 0.5 A 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ①②③④⑤⑥⑦⑧⑨⑩ 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩Steeklengte-draaischakelaar
Afhankelijk van de gekozen steek kan het gebeuren dat u voor een optimaal resultaat de steeklengte moet veranderen.
- Stel de gewenste steeklengte met de steeklengte-draaischakelaar (3) in.
Hoe hoger het getal, des te langer is de steek.
De instelling tussen 0 en 1 is geschikt voor het naaien van knoopsgaten.
Het bereik tussen 0,5 tot 4 is geschikt voor zigzag-steken.
Voor het naaien met elastische steek wordt de instelling 1-10 gekozen.

text_image
0 1 2 3 4 +①⑩ + ①⑩ ← - 3 1 4 0 +①⑩-BEDIENING
Hoe kan de kwaliteit van de elastische steek worden verbeterd?
Wanneer deze instelling bij het naaien met elastische steek geen bevredigend resultaat oplevert, kunt u met de steeklengte-draaischakelaar (3) de steekdichtheid veranderen:
●“-” dichtere steken
●" + " wijdere steken.
Opmerking: De lengte van de steek verandert bij een instelling van de draai-schakelaar tussen 0 en 1 zonder overgang en dient dienovereenkomstig te worden ingesteld.
Achterwaartsknop
- Druk de achterwaartsknop omlaag om uit-sluitend achterwaarts te naaien.

Laten zakken van de transporteur
De nummering in de afbeelding komt overeen met de volgende arbeidsstappen:
- Maak de klep aan de vrije arm (A) open.
- Laat de transporteur zakken doordat u de transporteurhefboom (B) omlaag drukt en in de in de afbeelding door de pijl aangegeven richting beweegt.
- Til de transporteur op, doordat u de transporteurhefboom (B) omlaag drukt en in de in de afbeelding door de pijl aangegeven richting beweegt.

text_image
1 A 2 3 BOpmerking: Bij alle normale naaiwerkzaamheden dient de transporteur omhooggetild te zijn.
BEDIENING
Draaischakelaar voor het aanpassen van de naaivoetdruk
Voor alle normale naaiwerkzaamheden is de naaivoetdruk op stand 3 ingesteld.
- Stel de draaischakelaar naaivoetdruk (12) op stand 2, wanneer u applicaties en borduursels aanbrengt of netweefsels naait.
- Zet de draaischakelaar (12) op stand 3 wanneer u chiffon, kantweefsel, garen en andere fijne gemengde weefsels verwerkt.
- Zet de draaischakelaar (12) op stand 1 wanneer u katoenflanel en stretchweefsels naait.

text_image
1 2 3BEDIENING
Starten van het naaien
Rechte steek
Gebruik hiervoor de volgende instellingen:
- Instelling van de steekpatroon-draaischakelaar: 1 of 2
- Steeklengte: 1,5-4
●Naaivoet voor het naaiwerk: zigzag-voet -
Instelling van de draadspanning-draaischakelaar: 2-6
-
Til de naaivoet met de naaivoethefboom (23) omhoog en leg de stof onder de naaivoet op de steekplaat (15), zodat de stofkant met één van de markeringen aan de steekplaat afsluit.
- Beweeg het handwiel (18) naar u toe zodat de naald in de stof daalt.
- Laat de naaivoet zakken en zorg ervoor dat de draad naar achteren werd gelegd.
- Druk op het voetpedaal. De stof wordt door de transporteur automatisch langs de steekplaatmarkering naar achteren getransporteerd.
- Bedien de achterwaartsknop (1) en naai enkele steken in achterwaartse richting om het draadeinde te bevestigen.
- Naai verder voorwaarts tot het einde van de naald bereikt is.
- Til de naaivoet op en trek deze uit de stof, steek hierbij de boven- en onderdraad naar achteren.
- Knip de beide draden met de schaar af. Laat hierbij ter voorbereiding van de naaimachine voor de volgende toepassing voldoende lange gareneinden uitsteken.

text_image
1 2








BEDIENING
Naairichting veranderen
- Stop de naaimachine en beweeg het handwiel (18) naar u toe zodat de naald in de stof daalt.
- Til de naaivoet met de naaivoethefboom (23) omhoog en draai de stof in de gewenste richting, doordat u de naald als draaipunt gebruikt.
- Laat de naaivoet zakken en ga door met het naaien.

Gebruik van de markeringen op de steekplaat
De markeringen op de steekplaat zijn van groot nut om de afstand van de naad t.o.v. de rand te handhaven.
(A) Steekplaatmarkeringen
(B) Hoekmarkering
(C) Steekplaat
(D) Steekgat
(E) Afstand van de kant naar het oog van de naald

De volgende gegevens hebben betrekking op de afstand tussen naald en steekplaatmarkering:
| Getal op de steekplaat 10 15 20 | 3/8 4/8 | 6/8 6/8 | ||||
| Afstand in cm 1,0 1,5 2,0 1,0 1,3 | 1,6 1,9 |









BEDIENING
Naaien van een rechterhoek
- Bij het naaien van een rechterhoek dient u erop te letten dat er ten opzichte van de stofrand een afstand van 1,6 cm wordt aangehouden.
- Zet de naaimachine stop wanneer de sto-frand zich op dezelfde hoogte bevindt als de hoekmarkering op de steekplaat (15).
- Beweeg het handwiel (18) naar u toe zodat de naald in de stof daalt.
- Til de naaivoet met de naaivoethefboom (23) omhoog en draai de stof zo lang in de gewenste richting totdat zijn rand met de steekplaatmarkering 1,6 cm afsluit.
- Laat de naaivoet zakken en ga door met het naaien.
(A) Hoekmarkering

In de volgende paragraaf worden verschillende steken en naaitechnieken gepresenteerd.
Zigzag-steek
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 3, 4 of 5
- Steeklengte: 1-4
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 2-6
De eenvoudige zigzag-steek wordt veelvuldig voor het omzomen, maken van knoopsgaten en voor het innaaien van elastieke bandjes.


Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 5
- Steeklengte: 1-2
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
Deze steek wordt gebruikt wanneer het overnaaien van de snijkant van de stof gewenst is. Daardoor wordt het uitrafelen van de stof voorkomen.


Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 6
- Steeklengte: 1-2
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
Deze steek is geschikt voor het naaien van synthetische stoffen en andere materialen die snel plooien vormen. Hij is ook geschikt als rolsteek om het uitrafelen van stoffen te voorkomen. Hij kan ook voor het innaaien van elastiek en voor herstelwerkzaamheden worden gebruikt. Laat een 1,5 cm brede zoom staan, deze naadtoevoeging wordt na het naaien afgesneden.


Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 1 of 2
●Steeklengte: 1-10
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
Bij deze steek wordt een zeer vaste naad gerealiseerd zodat de naald twee steken voorwaarts en één steek achterwaarts beweegt. Deze steeksoort is met name geschikt voor geernaden. Speld de stof met knopspelden af voordat u kledingsstukken naait.

text_image
① ②
Knoppen aannaaien (zigzag-voet)
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar:4 of 5
- Steeklengte: na de afstand van de gaten in de knop
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 1-3
●Laat de transporteur zakken (zie Pagina 25).
- Leg de knop op de gewenste plaats op de stof.
- Richt beide knoopsgaten langs de opening in de naaivoet (zie afbeelding) en leg het linker knoopsgat vlak onder de punt van de naald.
-
Laat de naaivoet zakken.
-
Test met het handwiel (18) of de steeklengte zo ingesteld is dat de knoopsgaten exact worden geraakt.
-
Verander evt. de steeklengte met de steeklengte-draaischakelaar (3) resp. met de steekpatroon-draaischakelaar (2).
Door een op de naaivoet gelegde naainaald wordt er bij het naaien een verbinding gevormd, die het latere ontwikkelen met garen aan de onderzijde van de knoop vergemakkelijkt.
-
Naai ongeveer vijf steken en beweeg de naald omhoog.
-
Laat een ongeveer 20 cm lang draadeinde over wanneer u een vastere knoophals wenst.


- Rijg de bovendraad door een knoopsgat naar beneden en wikkel de draad meerdere keren om de draad die de knoop met het textiel verbindt, om zo een knoophals te maken.
- Trek de draad naar de onderkant van de stof en knoop deze vast.
Opmerking: Beweeg de transporteur na het aannaaien van de knoop weer omhoog.
Aannaaien van knopen (knoopaannaaivoet)
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar:4, 5
●Naaivoet: knoopaannaaivoet
- Steeklengte: 0
Met de knoopaannaaivoet kunt u knopen aan- naaien tot en met een gemiddelde grootte. Hierbij wordt een zigzagsteek gebruikt. Hierbij komt de zigzagbreedte overeen met de afstand tussen de gaten van de knoop.
- Monteer de knoopaannaaivoet, zie Paragraaf Vervangen van de naaivoet, Pagina 14.
- Markeer met kleermakerskrijt exact de positie van de knoop op de stof.


- Leg de knoop op de markering en klem hem vast door de knoopaannaivoet te laten zakken.
- Test voordat u gaat naaien met het handwiel (18) of de naaldaanslag zodanig ingesteld is dat de naald precies door de gaten van de knoop valt. Indien dit niet het geval is, wijzigt u de instelling van de steekregelknop (2).
- Voer de eerste steken uit met het handwiel, om beschadigingen aan de naald te voorkomen.
- Naai op lage snelheid 6-7 steken per gat.
- Snijd de draden op ca. 20 cm lengte af, trek de bovendraad naar de onderkant van het werkstuk en knoop de draden aan elkaar vast.

OPMERKING: bij knopen met 4 gaten wordt de stof met de knoop verschoven en in de andere gaten worden 6-7 steken genaaid.
Knoop met steel aannaaien
Bij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig.
- Hiervoor legt u voor het naaien een naald of een lucifer op de knoop, voordat u deze vastklemt door de persvoet omlaag te brengen.
- Naai de knoop aan zoals boven staat beschreven.
- Laat de bovendraad iets langer, als u het werkstuk uit de machine haalt.
- Rijg de bovendraad nu door een gat van de knoop en wikkel hem om de steekdraden, zodat er een knoopsteel ontstaat.
- Knoop vervolgens de boven- en onderdraden aan de achterkant aan elkaar vast.
BEDIENING
Knoopsgat naaien
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar:
●Steeklengte: Ⅲ(0,5-1)
●Naaivoet: knoopsgatvoet
●Garenspanning-draaischakelaar: 3-5
- Zet de steeklengte-draaischakelaar (3) op 0 wan- neer u dichtere steken wenst. Satijnsteek is geschikt voor het aanbrengen van knoopsgaten op dunne stoffen.
- Zet de steeklengte-draaischakelaar (3) op 1 wan- neer u minder dichte steken wenst. Minder dichte steken zijn geschikt voor het aanbrengen van knoopsgaten op dikke stoffen.


text_image
2 3 1 4 0 + ① ⑩Opmerking: Probeer het naaien van een knoopsgat op een klein stuk stof uit om een optimaal resultaat te behalen.



BEDIENING
- Markeer de positie van het knoopsgat op de stof.
- Trek de slede van de knoopsgatvoet (A) naar voren en breng de markering op de knoopsgatvoet (C) met de markering op de stof (B) in overeenstemming.
- Laat de naaivoet zakken.
Opmerking: De eenheid van de markeringen op de slede is centimeter.
-
Zet de steekpatroon-draaischakelaar (2) op
-
Naai zo lang voorwaarts totdat u de voorste knoopsgatmarkering bereikt. Zet vervolgens de naaimachine stop. De naald moet hierbij links bovenaan zijn.
-
Zet de steekpatroon-draaischakelaar (2) op 4. Naai vier tot zes steken voordat u de naaimachine weer stopzet. De naald moet hierbij rechts bovenaan zijn.
-
Zet de steekpatroon-draaischakelaar (2) op [3],
-
Naai zo lang achterwaarts totdat u de achterste knoopsgatmarkering bereikt. Zet vervolgens de naaimachine stop, De naald moet hierbij rechts bovenaan zijn.
-
Zet de steekpatroon-draaischakelaar (2) op .4
-
Naai vier tot zes steken voordat u de naaimachine weer stopzet. De naald moet hierbij links bovenaan zijn.
-
Neem de stof eruit wanneer het knoopsgat kant-en-klaar genaaid is.

- Steek een naald voor de achterste knoopsgatvergrendeling zodat u hem bij het uitsnijden van het knoopsgat niet per ongeluk doorknipt.
- Snijd het knoopsgat vervolgens met een mes zorgvuldig open.
Innaaien van een ritssluiting
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar:1
●Steeklengte: 1,5-4
●Naaivoet: ritssluitingvoet
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
De ritssluitingvoet kan in twee verschillende posities aan de voethouder worden bevestigd. Mogelijk zijn een linker en een rechter positie. Deze zijn door de midden-verbinding van de ritssluitingvoet aangeduid.

- Monteer de ritssluitingvoet eerst in de linker positie, zie Pagina 14. In deze positie steekt de naald door het linker naaldgat van het voetje.
- Leg de ritssluiting op de stof of bevestig deze met knopspelden.
- Plaats het te naaien textiel zo onder de naaivoet dat de naald de ritssluiting aan de rechterkant passeert.
- Leg de draad naar achteren en laat de naaivoet zakken.
- Naai de rechterkant van de ritssluiting zo dicht mogelijk aan de tanden vast.

- Naai de stof tegelijkertijd dicht aan de ritssluiting vast.
- Voordat de naaivoet de schuif van de ritssluiting bereikt, tilt u de naaivoet omhoog en opent de ritssluiting!
- Om de linkerkant vast te naaien, monteert u nu de ritssluitingvoet in de rechter positie.
- Naai deze kant op dezelfde manier vast als de rechterkant.

Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 6-7
- Steeklengte: 1-3
●Naaivoet: zigzag-voet, met geleidingsrail
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
- Vouw de stof, zoals in de afbeelding aangegeven is.
(A) achterkant van de stof,
(B) 0,4 - 0,7 cm
2. Laat de naaivoet zakken, draai de vastzetschroef van de naaivoet los en veranker het geleidingsrail tussen de schroef en het patroon van de naaivoet.
3. Draai de schroef weer vast en overtuigt u er zich van dat het geleidingsrail vast in het midden van de naaivoet zit.
4. Beweeg de naaivoet omhoog, leg de stof onder de naaivoet en richt de plooi van de stof langs het geleidingsrail uit.
5. Laat de naaivoet zakken en naai langzaam om een betere controle te bewaren.


- Met de linker insteek van de naal bij de zigzag-steek wordt de plooi dicht langs de kant genaaid. Let erop dat de plooi bij het naaien altijd langs het geleidingsrail loopt.
- Nadat de rechter bovenste stoflaag werd gestreken, zijn de insteken nauwelijks nog te zien.
Naaien van blindsteek zomen (blindsteekvoet)
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 7
●Naaivoet: blindsteekvoet
- Steeklengte: 1-3
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
-
Monteer de blindsteekvoet, zie Paragraaf Vervangen van de naaivoet, Pagina 14.
-
Vouw de stof op de gewenste stofbreedte zoals getoond op de afbeelding. Rechts moet bij het terugvouwen van de zoom een rand van ca. 4 mm breedte overblijven.


- Leg de zoom zodanig onder de blindsteekvoet dat de geleiding van de voet langs derand van de gevouwen zoom loopt.

- Stel met de schroef de geleiding op de blindsteekvoet zodanig af dat de naald bij de grootste oversteek uitsluitend de rand van de zoom raakt. Aan de andere kant van de zoom dient uitsluitend een punt van de draad te zien te zijn.

- Neem de stof uit de machine en strijk hem glad. De uitgevouwen stof vertoont een blindsteekzoom.
OPMERKING: Voor een betere controle moet u deze naad slechts zeer langzaam uitvoeren!









BEDIENING
Zomen
Gebruik hiervoor:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 1
- Steeklengte: 1-4
●Naaivoet: rolzoomvoet
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6

- Gebruik de rolzoomvoet, zie Paragraaf Vervangen van de naaivoet, Pagina 14.
- Sla de om te zomen stofkant ca. 3 mm dubbel in.
- Naai ca. 5 mm van de kant vast, om de omslag te borgen, voordat u met het automatisch zomen begint.
- Stop vervolgens en zet de naald omhoog.
- Trek nu de stofkant in de rolinrichting van de rolzoomvoet en begin langzaam met het zomen.
- Zorg ervoor dat de stof niet onder de rechterhelft van de rolzoomvoet terechtkomt. De zoomkant moet correct door de rolinrichting van de rolzoomvoet worden getrokken.
- Tijdens het zomen vouwt u de stof licht naar links en laat u de stofkant met voldoende breedte door de voet lopen.

Naaien met tweelingnaalden
Door met tweelingnaalden te naaien kunt u patronen in twee kleuren naaien, doordat u twee garens van een andere kleur gebruikt.
Gebruik de volgende instellingen:
●Naaivoet: zigzag-voet
●Steekpatroon-draaischakelaar: 1
- Steeklengte: 2-3
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
- Monteer de tweelingnaald als een normale naald, zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.
- Trek de twee verzonken garenkloshouders (6) omhoog en zet er twee even volle garenklossen op.
- Rijg de twee draden door de draadgeleiding zoals u dat kent van de enkele bovendraad, zie Paragraaf Invoeren van de bovendraad, Pagina 20.
- Rijg in iedere naald van de tweelingnaald één draad.
ATTENTIE! breng de tweelingnaald uit de stof omhoog voordat u de naadrichting wijzigt. Anders kunnen de naalden afbreken.









BEDIENING
Siersteken
Boogsteek
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 9
- Steeklengte: 2
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 6-8
Deze steek wordt voor het decoratief zomen, met name van schuin gesneden stoffen gebruikt.


Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 1 - 10
- Steeklengte: 1-10
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 2-6
Met de volgende instellingen van de steeklengte-draaischakelaar (3) kunt u de steeklengte willekeurig variëren,
Instelling op "+" is geschikt voor wijde steken.
Instelling op “-” is geschikt voor nauwe steken.

text_image
① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨ ⑩ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -BEDIENING
Rastersteek
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 6
- Steeklengte: 1-10
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
- Naai de stof met meerdere rijen rechte steken in een afstand van 1 cm.
- Kies de instelling 4 als steeklengte.
- Knoop aan één kant telkens boven- en onderdraad vast.
- Trek van de andere kant uit aan de onderdraad, zodat er in regelmatige afstanden plooien ontstaan.
- Fixeer de draden aan de andere kant.
- Naai met de rastersteek een decoratief netpatroon dwars over de plooien.
- Verwijder tenslotte zorgvuldig de hulpdraden die voor het maken van de plooien hebben gediend.
Opmerking: Een verminderde bovendraadspanning vergemakkelijkt het maken van biesjes.


text_image
1 cm
BEDIENING
Elastische steek met twee insteken
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 10
- Steeklengte: 1
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
Deze steek is voortreffelijk geschikt voor het opstikken van elastische bandjes met een breedte van meer dan 3 cm. Deze worden bijvoorbeeld in mouwen van kinderkleding genaaid.
- Naai de elastische band na het afsluiten van het naaiwerk vast.


Bovendien is dit steektype goed geschikt voor het aan elkaar vastnaaien van zware stoffen.
2. Leg de beide stoffen zonder zoom op elkaar en naai de stoffen aan elkaar vast.
Appliceren
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 5
- Steeklengte: 0,5-1
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 1-4
●Naaivoetdruk: 2

BEDIENING
- Maak de applicatie op de stof vast of strijk deze erop.
- Naai zorgvuldig langs de snijkant van de applicatie.
- Laat de naald in de stof zakken, wanneer u de naadrichting moet veranderen.
-
Til de naaivoet op en draai de stof naar rechts of links.
-
Snijd eventueel overstekende stof buitende naad af.

Opmerking: Zet na het naaien de naaivoetdruk weer op 3.
Gesloten overlocksteek
Gebruik de volgende instellingen:
●Steekpatroon-draaischakelaar: 10
- Steeklengte: 1-2
●Naaivoet: zigzag-voet
●Garenspanning-draaischakelaar: 4-6
- Sla beide stofkanten ca. 1,5 cm in en strijk de kanten glad.
- Bevestig de stoffen met de omgeslagen zijde naar beneden met een afstand van 0,3 cm t.o.v. elkaar op een dragervlies.
- Naai langzaam en zorg ervoor dat iedere insteek van de naald de stofkant bereikt.


Uitnemen van de grijper en van zijn onderdelen

Let op! Gevaar voor verwondingen door bewegende delen!
Schakel het naaimachinelicht uit en trek voor het uitnemen de stekker uit het stopcontact.
- Breng om de grijper eruit te nemen de naald in de hoogste positie en maak de klep aan de vrije arm open.
- Verwijder de spoelkapsel uit de naaimachine, zie Pagina 17.
- Draai de beide klemgrendels (B) en neem het ringdeksel (C) eruit.
(A) Spoelkapsel
(B) Klemgrendel
(C) Ringdeksel
(D) Grijper
(E) Grijperbaanbehuizing
(F) Ringdekselspoor
(G) Uitsparing in de grijperbaanbehuizing
-
Pak aan de middelste tap van de grijper (D) vast en trek deze eruit.
-
Verwijder de vuildeeltjes en vezelresten uit de grijperbaan alsmede van de grijper (D) en van het ringdeksel (C).

OPMERKING: Gebruik voor uw naaimachine uitsluitend naaimachine-olie!
- Olie de delen met een licht in olie gedrenkte pluisvrije doek.









ONDERHOUD EN VERZORGING
-
Doe de olie op het met de pijl gemarkeerde punt van de grijperbaanbehuizing (E).
-
Zet alles weer in elkaar. Hierbij pakt u de grijper (D) aan de middelste tap vast en u brengt deze in de richting zoals in de afbeelding aangegeven is weer aan.
-
Houd het ringdeksel (C) zo dat de ringdek-selspoor (F) naar beneden gericht is, en plaats deze voorzichtig weer in de grijperbaanbehuizing (F).

-
Bevestig het ringdeksel (C) en zorg ervoor dat de ringdekselspoor (F) weer vast in de hiervoor bestemde uitsparing (G) in de grijperbaanbehuizing verankerd is.
-
Bevestig het ringdeksel (C) doordat u de klemgrendel (A) weer in zijn uitgangspositie brengt.
-
Plaats de spoelkapsel met de spoel er weer in.
Let op! Gevaar voor verwondingen door bewegende delen!
Schakel het naaimachinelicht uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u met de reiniging begint.
-
Verwijder de naald (zie Pagina 15) en de naai-voet (zie Pagina 14).
-
Draai de schroeven op de steekplaat (15) los met een schroevendraaier.
-
Verwijder de steekplaat (15).
-
Reinig de transporteur met een fijne borstel en plaats de steekplaat er weer op.
-
Schroef de steekplaat (15) weer vast.
-
Bevestig de naaivoet en de naald. De machine is weer gebruiksklaar.

OPMERKING: Bij veelvuldig gebruik van de naaimachine verdient een regelmatige reiniging aanbeveling om optimale naairesultaten te bereiken.
Oliën van de onderdelen onder de bovenste afdekkap

Let op! Gevaar voor verwondingen door bewegende delen!
Schakel het naaimachinelicht uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u begint met het oliën.

Let op! Beschadiging van de machine!
Gebruik uitsluitend naaimachine-olie! Gebruik slechts één tot twee druppels naaimachine-olie om de machine te oliën, anders zou uw textiel kunnen worden verontreinigd.
Het oliën van uw naaimachine dient om de 2 - 3 maanden plaats te vinden.
Indien de machine na een lange rusttijd niet correct functioneert, dient u voor het gebruik enkele druppels naaimachine-olie te gebruiken.
- Verwijder de schroefafdekking (A), de schroef (B) en de bovenste afdekking (C).
(A) Schroefafdekking
(B) Schroef
(C) Bovenste afdekking

- Reinig en smeer de met een pijl gemarkeerde punten, zie afbeelding.
- Sluit de bovenste afdekkap weer en schroef deze vast.

OPMERKING: Na het oliën dient u een stuk oude stof onder de naaivoet te leggen en de machine enkele minuten zonder draad te laten lopen om ont-wijkende olie te verwijderen.
ONDERHOUD EN VERZORGING
Verhelpen van fouten
| Fout | Oorzaak Verklaring | |
| Bovendraad knapt | 1. De bovendraad is niet correct ingevoerd.2. De bovendraadspanning is te hoog.3. De naainaald is verbo-gen of stomp.4. De naainaald werd niet correct aangebracht.5. Het te naaien product wordt bij het naaien niet getransporteerd.6. De draad is ofwel te dik of te dun. | 1. Zie Paragraaf Invoeren van de bovendraad, Pagina 20.2. Zie Paragraaf Instellen van de bovendraadspanning, Pagina 22.3. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.4. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.5. Zie Paragraaf Laten zakken van de transporteur, Pagina 25.6. Zie Paragraaf Rechte steek, Pagina 27. |
| Onderdraad knapt | 1. De onderdraadgeleiding is fout.2. De spoelkapselvinger is door fijne vezels geblokkeerd.3. De spoelkapsel is beschadigd en functioneert niet correct. | 1. Zie Paragraaf Omhooghalen van de onderdraad, Pagina 21.2. Reinig de spoelkapsel.3. Vervang de spoelkapsel. |
ONDERHOUD EN VERZORGING
| Fout | Oorzaak Verklaring | |
| Naald breekt | 1. De naainaald is niet correct aangebracht.2. De naainaald is verbo-gen of stomp.3. De naaldhouder-schroef is losgeraakt.4. De bovendraadspan-ning is te hoog.5. Het te naaien product wordt bij het naaien niet getransporteerd.6. De naainaald is te dun voor het te naaien tex-tiel.7. De steekpatroon-draai-schakelaar is niet cor-rect ingesteld. | 1. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.2. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.3. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.4. Zie Paragraaf Instellen van de bovendraadspanning, Pagina 22.5. Zie Paragraaf Laten zakken van de transporteur, Pagina 25.6. Zie Paragraaf Overzicht naald en garen, Pagina 16.7. Zie Paragraaf Steekpatroon-draaischakelaar, Pagina 23. |
| Steken wor-den uitgela-ten | 1. De naainaald is niet correct aangebracht.2. De naainaald is verbo-gen of stomp.3. Naald of draad zijn voor het geplande naaiwerk niet geschikt.4. De bovendraad is niet correct ingevoerd. | 1. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.2. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.3. Zie Paragraaf Overzicht naald en garen, Pagina 16.4. Zie Paragraaf Invoeren van de bovendraad, Pagina 20. |
ONDERHOUD EN VERZORGING
| Fout | Oorzaak Verklaring | |
| Stof is gol-vend | 1. De bovendraadspan-ning is te hoog.2. De draadgeleiding is niet correct.3. De naainaald is te dik voor het te naaien tex-tiel.4. Te grote steeklengte voor het te naaien tex-tiel.Voor het naaien van zeer dunne stoffen is het onderleggen van een dra-gervlies noodzakelijk. | 1. Zie Paragraaf Instellen van de bovendraadspanning, Pagina 22.2. Zie Paragraaf Invoeren van de bovendraad, Pagina 20.3. Zie Paragraaf Overzicht naald en garen, Pagina 16.4. Zie Paragraaf Steeklengte-draaischakelaar, Pagina 23. |
| Lus in de naad | 1. De bovendraadspan-ning is te laag.2. De combinatie naald-grootte / draaddikte / stof is niet correct. | 1. Zie Paragraaf Instellen van de bovendraadspanning, Pagina 22.2. Zie Paragraaf Overzicht naald en garen, Pagina 16. |
| Te naaien textiel wordt niet correct getranspor-teerd | 1. De transporteur is door fijne vezels geblok-keerd.2. De transporteur is niet geactiveerd (omhoog geheven).3. De steken zijn te kort. | 1. Zie Paragraaf Reiniging van de transporteur, Pagina 50.2. Zie Paragraaf Laten zakken van de transporteur, Pagina 25.3. Zie Paragraaf Steeklengte-draaischakelaar, Pagina 23. |
ONDERHOUD EN VERZORGING
| Fout | Oorzaak Verklaring | |
| Machine start niet | 1. De netschakelaar is uit-geschakeld.2. De draad is in de spoelkapselvinger niet vastgezet.3. Het handwiel bevindt zich in spoelstand. | 1. Zie Paragraaf Plaatsen en aansluiten, Pagina 11.2. Zie Paragraaf Omhooghalen van de onderdraad, Pagina 21.3. Zie Paragraaf Opspoelen, Pagina 18. |
| Machine is luid of lang-zaam | 1. De draad is in de spoelkapselvinger komen vast te zitten.2. De transporteur is door fijne vezels geblok-keerd.3. Onvoldoende smering. | 1. Zie Paragraaf Invoeren van de draad in de spoelkapsel, Pagina 19.2. Zie Paragraaf Reiniging van de transporteur, Pagina 50.3. Zie Paragraaf Oliën van de onderdelen onder de boven-ste afdekkap, Pagina 51. |
TECHNISCHE GEGEVENS
Naaimachine YAMATA FY760/FY2300
Nominale spanning 230 V\~50 Hz, opgenomen stroom 85 W, motor 70 W, TÜV-GS, CE, beschermklasse II (of A)
Lamp
230V\~50Hz, max. 15W
Voetpedaal MODEL HKT7
Nominale spanning 200 -240 V\~50 Hz, 0,5 A, TÜV-GS, CE, beschermklasse II (of A)








