JA-63 Profi - Bewakingscamera Jablotron - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis JA-63 Profi Jablotron in PDF-formaat.
| Type product | Bewakingscamera (IP-camera) |
| Merk | Joblotron |
| Model | JA-63 Profi |
| Resolutie | Full HD (1920 x 1080 pixels) |
| Kijkhoek | 120° |
| Nachtzicht | IR-LED's, tot 20 meter |
| Bewegingsdetectie | Ja, instelbare gevoeligheid |
| Audio | Tweerichtingsaudio (microfoon en luidspreker) |
| Connectiviteit | Wi-Fi 2.4 GHz, Ethernet (RJ45) |
| Voeding | 5V DC via USB-adapter (inbegrepen) |
| Stroomverbruik | Max 5W |
| Opslag | MicroSD-kaart (max 128 GB), cloudopslag (optioneel) |
| Afmetingen (B x H x D) | 65 x 65 x 130 mm |
| Gewicht | 180 g |
| Montage | Binnen- en buitenmontage (IP65) |
| Behuizing | Kunststof, weerbestendig |
| Compatibiliteit | Android, iOS, Windows, Mac |
| App | Joblotron Smart (gratis) |
| Beeldinstellingen | Helderheid, contrast, verzadiging |
| Opnamemodus | Doorlopend, gepland, beweging, alarm |
| Weergave | Live-stream, afspelen op afstand |
| Meldingen | Pushberichten bij beweging of geluid |
| Beveiliging | Wachtwoordbeveiliging, encryptie |
| Onderhoud | Reinig lens met zachte, droge doek; niet met water of chemicaliën |
| Reparatie en onderdelen | Neem contact op met de klantenservice voor reserveonderdelen |
Veelgestelde vragen - JA-63 Profi Jablotron
Gebruikersvragen over JA-63 Profi Jablotron
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bewakingscamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding JA-63 Profi - Jablotron en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. JA-63 Profi van het merk Jablotron.
GEBRUIKSAANWIJZING JA-63 Profi Jablotron
Jablotron JA-63 "Profi" Gebruikers handleiding

Let op: Functies van dit systeem kunnen substantieel gewijzigd worden door programmering tijdens installatie. De installateur dient gebruikers instructies te geven hoe het systeem te bedienen en te testen.
1 Indicators
De status van het alarmsysteem wordt aangegeven op het bedienpaneel. Er kunnen meerdere bedienpanelen in het systeem zitten en in die situatie zullen alle bedienpanelen identieke functies hebben. Een LED indicator en display van een bedienpaneel kunnen de gebruiker informeren over de condities van het systeem.
Alarm: alarm opgewekt door een indringer, rook, gas etc
Tamper: geopende omslag, beschadigde detector, teveel pogingen om code in te voeren, etc.
Fault: verlies van energie, verloren communicatie met een detector etc., (bekijk details door N in te voeren).
Battery: Batterij van het apparaat gespecificeerd op het display is bijna leeg. Zie sectie over batterij vervanging.
informatie ontvangen van een draadloze onderdeel of draadloze communicatie van het keypad is bezig.
Armed: constant = ingeschakeld, langzaam knipperen = uitgangsvertraging, snel knipperen = ingangsvertraging
Power: constant = AC power & back up batterij O.K., knipperen = tekortkoming (AC of back up batterij), uit = controle paneel heeft geen energietoevoer

Gedeeltelijke inschakeling

Deur openen

Paniekalarm
De display specificeert afkomst evenement:
![]() | Draadloze detector 12 | Aangegeven evenement (alarm, aanraking, tekortkoming of batterij) werd veroorzaakt door detector nummer 12 |
![]() | Bedrade zone 2 | Aangegeven evenement (alarm, aanraking, tekortkoming of batterij) werd veroorzaakt door bedrade zone nummer 2 |
![]() | draadloze controller 3 | indicated event was caused by wireless controller (remote control, keypad, Panic button number 3 |
![]() | Controle paneel | Aangegeven evenement (tekortkoming of aanraking) werd veroorzaakt door het controle paneel |
![]() | Draadloze sirene | Aangegeven evenement (aanraking, tekortkoming of batterij) werd veroorzaakt door de buiten draadloze sirene |
![]() | Sub controle paneel | Aangegeven evenement (alarm, aanraking, tekortkoming of batterij) werd veroorzaakt door het sub controle paneel |
![]() | Telefoonlijn | Aangegeven evenement(aanraking of tekortkoming) werd veroorzaakt door de telefoonlijn |
![]() | digitale bus | Aangegeven evenement (aanraking of tekortkoming) werd veroorzaakt door een apparaat (keypad of PC) verbonden met het digitale bus |
![]() | communicatie tekortkoming | Draadloze keypad verloor verbinding met het controle paneel |
![]() | error zelf testing error – bel installateur | |
tab. 1
88 display specificeert modus van het controle paneel:
![]() | user modus | Geautoriseerde toezichthouder kan testen, zones omleggen, batterijen vervangen, spraakberichten opnemen, tel.nummers programmeren en interne klok bijstellen in deze functie. | |
![]() | Thuis inschakeling | systeem is gedeeltelijk ingeschakeld – bepaalde detectoren zijn omgelegd (iemand verblijft in het huis) | |
![]() | A sectie ingeschakeld | A sectie is ingeschakeld (gesplitst systeem) | |
![]() | B sectie ingeschakeld | B sectie is ingeschakeld (gesplitst systeem) | |
![]() | complete inschakeling | systeem is compleet ingeschakeld | |
![]() | omleggen | Waarschuwing dat sommige detectoren zijn omgelegd – aangegeven tijdens inschakeling | |
| -XD6T | Toets ingedrukt | Wacht op meer data om de invoering complete te maken | |
| programmering modus | Voor installateur programmering en testing | ||

tab. 2
Keypad slaapstand
Om de batterijen te sparen, zal het keypad zichzelf na 10 seconden inactiviteit uitschakelen. Het zal dan ook geen status laten zien, noch een akoestisch in- of uitloopsignaal laten horen. Het keypad wordt weer geactiveerd door een willekeurige toets in te drukken. Alternatief kan een bedraad deurmagneetcontact worden verbonden met het keypad; zodra de deur dan geopend wordt bij binnenkomst, zal het keypad geactiveerd worden.
2 Het systeem bedienen
Het systeem kan bediend worden door bedienpanelen, afstandsbedieningen of door een PC met het Comlink Software.
Gebruiker codes
Kunnen gebruikt worden om het system in of uit te schakelen of een reset uitvoeren op een alarm. Er kunnen tot en met 14 verschillende gebruiker codes zijn voor individuele gebruikers. Het systeem slaat op in zijn geheugen welke code gebruikt werd voor welke bediening alsmede de tijd en datum van gebruik. Deze data kan naar een Centrale monitor station gaan en kan ook bekeken worden met behulp van een PC met Comlink software. Alle gebruikercodes zijn leeg als fabriek standaard en behoren geprogrammeerd te worden door te toezichthouder.
Master code
Is een extra (15de) toegangscode voor de toezichthouder. Het kan het systeem bedienen en kan ook programmering toelaten van de andere gebruikercodes en om de gebruiker modus in te gaan.
Fabriek standaard master code is 1234. De toezichthouder behoort dit te wijzigen na installatie.
Service code
Is een extra code, gebruikt door de installateur om de programmering modus in te gaan. Eind gebruikers worden meestal niet van deze code op de hoogte gebracht.
Indien een onjuiste toegangscode meer dan vier keer is ingevoerd binnen een bepaalde tijd, zal het een Tamper alarm opwekken op het controle paneel.
2.1 Inschakelen
Op het bedienpaneel – voer uw gebruiker code in of druk op de 'snel inschakelen' toets. (rechts boven bedienpaneel)
Op het afstandsbediening – druk op de A toets.

- systeem zal een keer een bliep geven voordat de uitgangsvertraging begint af te tellen.
- INGESCHAKELD indicator zal flikkeren tijdens uitgangsvertraging
- U dient de beveiligde zone te verlaten binnen de tijd van de uitgangsvertraging
Indien er 4 blieps zijn tijdens inschakeling, indiceert het system een ongebruikelijke situatie en het bedienpaneel zal de specifieke informatie tonen:
ALARM en een zone nummer – de zone is niet gereed (deur open etc.), kijk het geïndiceerde onderdeel na.
b – sommige detectoren zijn omgelegd (gedaan door toezichthouder)
Uitschakelen:
Op het bedienpaneel- voer uw gebruikercode in
Op de afstandsbediening – druk de B toets in

- systeem zal twee keer bliepen
- indien er 3 blieps zijn, is er belangrijke informatie dat wordt getoond op het keypad. Voorbeelden:
- FAILURE LED is aan het flikkeren – druk op de N toets om de oorzaak te bekijken
○ ALARM LED en zone nummer zijn aan het flikkeren = alarm in het geheugen. Wees voorzichtig en kijk het huis na.
- Indien u uw woning ingaat terwijl het systeem ingeschakeld is, zal de ingangsvertraging af beginnen te tellen nadat u een vertraagde detector opwekt (ARM LED zal flikkeren en blieps geven indien zo geprogrammeerd).
2.2 Paniek Alarm
Indien u in gevaar bent kunt u het stille paniek alarm opwekken om onopvallend om hulp te vragen. Tijdens de Paniek alarm modus kan het controle paneel een SMS versturen en data naar een centrale monitor station via een telefoonlijn (hangt af van installatie settings).
Paniek alarm kan opgewekt worden:
- Op het bedienpaneel – druk het paniek toets in en voer dan uw toegangscode in. OP de afstandsbediening – druk de A en B toetsen tegelijk in. Het afstandsbediening kan zodanig door een installateur gewijzigd worden, zodat enig toets het alarm kan opwekken.
- Door deze toets van groot formaat in te toetsen, de RC-22 (kan op de muur geinstalleerd worden, onder een bureau, etc.).
2.3 Om het ALARM te stoppen
Indien een alarm wordt opgewekt terwijl u aanwezig bent, kunt u het stopzetten door uw toegangscode in te voeren of door de B toets in te drukken op het afstandsbediening.
2.4 Thuis inschakeling
De installateur kan bepaalde detectoren zo installeren dat ze automatisch omgelegd worden in de zogenaamde "Thuis" gedeeltelijke inschakeling. Dit staat mensen toe om in bepaalde delen van het huis te kunnen verblijven tijdens inschakeling. Om gedeeltelijk in te schakelen:
- Op het bedienpaneel, druk thuis inschakeling knop. F2.
Alternatief (afh. Van uw settings) is het usercode + F2 - Thuis inschakeling is niet mogelijk via de afstandsbediening (RC 40).

H zal op het keypad de thuis inschakeling indiceren.
Om een gedeeltelijk ingeschakeld systeem uit te schakelen – voer uw gebruikercode in of druk de B knop in op het afstandsbediening.
2.5 Lezen van alarm geheugen
Alle evenementen (inschakeling, uitschakeling, alarms, tekortkomingen) worden opgenomen in het geheugen van het bedienpaneel tezamen met de tijd en datum. Het complete geheugen van het systeem kan bekeken worden met behulp van een PC met ComLink software. Alarms en tekortkomingen kunnen ook op het bedienpaneel bekeken worden door het volgende in te voeren:
F 4 - Zal het laatst opgenomen alarm of tekortkoming tonen. . Druk meerdere malen toets 4 in om dieper in het geheugen te gaan.
2.6 Inschakeling van gesplitst systeem
Het system kan door de installateur in twee onafhankelijke secties gesplitst worden (A,B) en een gedeelde sectie (gangen, trappen, een hoofdingang). Dit staat een bepaalde gebruiker toe om slechts een bepaalde sectie van het huis met zijn/haar code op het afstandsbediening in te schakelen (net zoals bij een niet-gesplitst systeem.). Inschakeling van secties A en B wordt geïndiceerd door II symbolen op het keypad. Het gedeelde sectie wordt automatisch ingeschakeld wanneer de A en B secties beiden zijn ingeschakeld.
Met het master code kan de toezichthouder beide secties in en uitschakelen. Indien de master code ingevoerd is, zal het systeem compleet inschakelen (indien compleet uitgeschakeld) of uitschakelen (indien compleet ingeschakeld).
Door de F1 master code in te toetsen, zal alleen sectie A bediend worden en F2 master code alleen sectie B( dit geldt alleen wanneer snelle inschakeling op disabled is gezet door een installateur).
Let op: gedeeltelijke thuis inschakeling is niet mogelijk als het system gesplitst is..
3 Gebruikers settings
Volgende sectie is bestemd voor de toezichthouder van het systeem, die de master code kent.
Alle programmering opeenvolgingen kunnen afgebroken worden voor voltooing (door de N toets in te drukken).
3.1 Nieuwe master code
De master code wordt gebruikt door de toezichthouder. De fabriek standaard code is 1234 en u dient de code te wijzigen naar een persoonlijke 4 cijferige code. Code programmering is alleen mogelijk wanneer het systeem uitgeschakeld is. Om een bestaande master code te wijzigen voer in:
F 5 xxxx yyyy yyyy
waar xxxx de bestaande is en yyyy de nieuwe code is. (nieuwe code moet tweemaal ingevoerd worden om een error te voorkomen.).
Voorbeeld:
Bestaande code 1234 zal gewijzigd worden in 6723 door in te voeren: F 5 1234 6723 6723
Invoeren van nieuwe gebruikers code
Er kunnen tot en met 14 verschillende gebruiker codes zijn voor individuele gebruikers. Het systeem slaat dit op in zijn geheugen, wat voor code werd gebruikt voor welk evenement en wanneer. Deze data kan naar een centrale monitor station gaan en kan ook bekeken worden op een PC met ComLink software.
Alle gebruikercodes zijn leeg als fabrieksstandaard en de toezichthouder dient ze als volgt te programmeren:
F 6 xxxx yy zzzz
waar xxxx de master code is, yy de user code index is (van 01 tot 14) en zzzz de nieuwe gebruikercode is.
Voorbeeld:
Als de master code 1234 is en de user 3 nieuwe code 5277 moet wezen voer in:
F 6 1234 03 5277
Om een bepaalde gebruikercode te verwijderen, voer in 0000 als de nieuwe code (combinatie 0000 kan niet gebruikt worden als code).
Voorbeeld:
Indien de master code 1234 is kan user 3 code verwijderd worden door:
F 6 1234 03 0000
Let op:
- U kunt alleen nieuwe codes programmeren wanneer het systeem uitgeschakeld is.
- Indien het systeem gesplitst is, kan de toezichthouder de gebruiker codes wijzigen, maar niet veranderen bij welke sectie een bepaalde code hoort (alleen de installateur kan dit wijzigen).
Vervanging van batterij
Alle onderdelen met batterijen voeren regelmatig batterij tests uit. Indien de levensduur van een batterij bijna op z'n eind is, zal het systeem aangeven dat het aan vervanging toe is. (Batterij indicator en onderdeel adres worden aangegeven op het keypad).
Wanneer enig detector of keypad vraagt om nieuwe batterijen, dienen ze binnen een week vervangen te worden. Om batterijen te vervangen, bel de installateur op, of doe het volgende:
• Ga op het controle paneel naar de user modus(voer in F0 master code)
- open de omslag van de detector (keypad)
- vervang zijn batterijen met nieuwe (gebruik alleen corresponderende maat alkaline batterijen van goede kwaliteit). Wacht voor ongeveer 20 secondes voor het inzetten van de batterijen.
- Sluit de omslag van het apparaat en test zijn functie.
- Om de gebruiker modus te verlaten, druk het N toets in op het keypad.
Let op: normale batterij levensduur is ongeveer 1 jaar. Blootstelling aan een erg koude temperatuur, regelmatige opwekking of een lage intiele batterij capaciteit kan de batterij levensduur aantasten.
Aanradingen: het systeem dient jaarlijks door een professionele installateur geïnspecteerd te worden. De back up batterijen van het controle paneel en de buiten sirene dienen na 5 jaar vervangen te worden.















