REMKO PGM12 - Verwarming

PGM12 - Verwarming REMKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PGM12 REMKO in PDF-formaat.

📄 16 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice REMKO PGM12 - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Mobiele propaangas-verwarmingsautomaat (warmeluchtgenerator)
Merk REMKO
Model PGM12 / PGM12 E
Verwarmingscapaciteit 12 kW
Nominale warmtebelasting 12 kW
Luchtcapaciteit 250 m³/h
Brandstof Vloeibaar gas (propaan/butaan)
Gasaansluitdruk 300 mbar (0,3 bar)
Gasverbruik 0,95 kg/h
Elektrische aansluiting 230 V / 1~ / 50 Hz
Opgenomen vermogen 60 W (max.)
Zekering (ter plaatse) 10 A
Beschermingsklasse IP44
Geluidsdrukniveau (1 m) 57 dB(A)
Gewicht 6,8 kg
Afmetingen (lxbxh) 400 x 185 x 320 mm
Veiligheidsvoorzieningen Thermo-elektrische vlambeveiliging, temperatuurbegrenzer, slangbreukbeveiliging, piëzo-ontsteker
Toepassingsgebied Industrieel gebruik, drogen nieuwbouw, puntverwarmen, ontdooien, vorstvrij houden
Onderhoudsinterval Minstens elke 2 jaar door een deskundige; na elke verwarmingsperiode reinigen
Gascategorie I₃B/P (AT, BE, CH, DE, DK, FR, IT, LU, NL, NO, SE)
Garantie Garantiecertificaat invullen en terugsturen naar REMKO GmbH & Co. KG

Veelgestelde vragen - PGM12 REMKO

Hoe steek ik de PGM12 aan?
Zet de bedrijfsschakelaar op 'I'. Houd de drukpen van de ontgrendelingsbeveiliging ingedrukt. Druk na 2-3 seconden de piëzo-ontsteker in tot er een vlam is. Houd de drukpen nog 10-15 seconden ingedrukt tot de vlambeveiliging actief is. Laat dan los.
Waarom dooft de vlam na het loslaten van de drukpen?
Mogelijke oorzaken: defect thermo-element, losse verbinding, of vervuilde elektrode. Controleer het thermo-element en reinig of vervang indien nodig. Zorg dat de ontstekingselektrode op 3 mm afstand van de branderkop staat.
Het apparaat start niet. Wat kan ik doen?
Controleer de stroomaansluiting (230V/50Hz). Zorg dat de gasfles geopend is en de slangbreukbeveiliging ontgrendeld is. Controleer of de bedrijfsschakelaar op 'I' staat. Als de ventilator niet draait, kan de motor overbelast zijn.
Hoe sluit ik de gasfles aan?
Gebruik een gasslang met drukregelaar (300 mbar) en slangbreukbeveiliging. Sluit de slang aan op de gasaansluitnippel van het apparaat (linkse schroefdraad). Open de flesklep en druk de ontgrendelknop van de slangbreukbeveiliging in. Controleer alle verbindingen met zeepoplossing op lekkage.
Mag ik de PGM12 in een woonruimte gebruiken?
Nee, dit apparaat is uitsluitend bestemd voor industrieel gebruik in goed geventileerde ruimtes. Het mag niet in woonruimtes of verblijfsruimtes worden gebruikt vanwege het risico op koolmonoxidevergiftiging.
Hoe onderhoud ik de verwarming?
Reinig het apparaat droog of met een vochtige doek. Gebruik geen waterstraal. Controleer regelmatig de aanzuig- en uitblaasroosters, gasbrander, gasbek en ontstekingselektrode. Vervang beschadigde slangen en dichtingen direct. Laat minstens elke 2 jaar een deskundige onderhoud uitvoeren.
Wat betekent een geelachtige vlam?
Een sterk geelachtige vlam duidt op onvoldoende toevoer van frisse lucht of vervuiling in het apparaat. Reinig de brander, gasbek en de aanzuigopening. Zorg voor voldoende ventilatie.
Hoe los ik een bevroren gasfles op?
Gebruik geen open vuur of straalverwarming. Vervang de bevroren fles door een nieuwe. Om bevriezing te voorkomen, sluit meerdere flessen aan met een meerflessenset (min. 3 flessen) voor langdurig gebruik.
Wat moet ik doen als de temperatuurbegrenzer uitschakelt?
Laat het apparaat afkoelen. De temperatuurbegrenzer ontgrendelt automatisch. Voordat u opnieuw start, lokaliseer en verhelp de oorzaak van oververhitting, bijvoorbeeld een geblokkeerde luchtinlaat of uitlaat.
Waar vind ik reserveonderdelen?
Gebruik uitsluitend originele REMKO-onderdelen. Bestel met het EDV-nummer en apparaatnummer (zie typeplaatje). Voorbeeld: gasbrander (1103804), ontstekingselektrode (1103818), temperatuurbegrenzer (1103817).

Gebruikersvragen over PGM12 REMKO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PGM12 - REMKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PGM12 van het merk REMKO.

GEBRUIKSAANWIJZING PGM12 REMKO

Voor ingebruikname / gebruik van het apparaat moet deze handleiding zorgvuldig worden doorgelezen!

Bij niet-doelmatig gebruik, opstelling, onderhoud enz. of eigenmachtige veranderingen aan de vanuit de fabriek geleverde uitvoering van het apparaat vervalt elk recht op garantie. Wijzigingen voorbehouden!

Mobiele propaangas-verwarmingsautomaat REMKO PGM 12 / 12 E

CE

REMKO PGM12 - 1

InhoudpaginaInhoudpagina
Veiligheidsinstructies4Schakelschema9
Beschrijving van het apparaat4Technische gegevens9
Algemene instructies5Montagetekening10
Gasaansluiting6Onderdelenlijst11
Ingebruikname7Opheffen van Storingen12
Buitenbedrijfstelling7Onderhoudsrapport13
Verzorging en onderhoud8

REMKO PGM12 - 2

Deze gebruiksaanwijzing moet altijd in de onmiddellijke nabijheid van het apparaat bewaard worden!

REMKO PGM12 - 3

Veiligheidsinstructies

Bij de inzet van het apparaat moeten in principe altijd de plaatselijke bouw- en brandveiligheidsvoorschriften en de voorschriften van de beroepsvereniging in acht genomen worden. Neem bovendien de volgende veiligheidsinstructies in acht.

Het apparaat mag alleen bediend worden door personen die geïnstrueerd zijn in de bediening van het apparaat.
◇Het apparaat moet zo worden opgesteld en werken, dat personen niet in gevaar kunnen worden gebracht door afvoergassen en stralingswarmte en er geen brand kan ontstaan.
Het apparaat mag alleen worden opgesteld en werken in ruimtes, als het apparaat een voor de verbranding toereikende hoeveelheid lucht wordt toegevoerd.
◇Mobiele flessen met vloeibaar gas moeten absoluut stabiel en rechtop worden neergezet.
◇Flessen met vloeibaar gas mogen tijdens het bedrijf van het apparaat nooit liggend gebruikt worden. Gasontsnapping in de vloeibare fase.
◇Het apparaat mag alleen gebruikt worden in goed geventileerde ruimtes.
◇Het voortdurende verblijf van personen in de opstellingsruimte is niet toegestaan. Er moeten verbodsborden worden aangebracht aan de ingangen.
Het apparaat moet stabiel en op een niet-brandbare ondergrond worden opgesteld en werken.
◇Het moet gegarandeerd zijn dat er geen brandbare voorwerpen resp. materialen kunnen worden aangezogen.
◇Het apparaat mag niet in een omgeving worden opgesteld en werken waar brand- of explosiegevaar bestaat.
◇Er moet een veiligheidszone van 1,5 m rondom het apparaat worden vrijgehouden.
In principe moet bovendien een minimumafstand van 3 m tot de uitblaasopening van het apparaat worden aangehouden.
De uitblaasopening van het apparaat mag niet vernauwd resp. van slang- of buisleidingen voorzien worden.
◇ Nooit vreemde voorwerpen in het apparaat steken.
◇Het luchtaanzuigrooster moet altijd vrij van vuil en losse voorwerpen zijn.
◇Het apparaat mag niet worden blootgesteld aan een directe waterstraal.
◇Alle elektrische kabels van het apparaat moeten tegen beschadigingen door b.v. dieren beschermd worden.
Voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden moet in principe de gastoevoer afgesloten en de netstekker uit de netcontactdoos getrokken worden.

Beschrijving van het apparaat

Het apparaat is een transporteerbare, op vloeibaar gas gestookte warmeluchtgenerator (WLG) zonder warmtewisselaar met een ventilator om de warme lucht te transporteren.

Het apparaat werkt zonder afvoergasaansluiting en mag uitsluitend in de industrie gebruikt worden. Het apparaat wordt rechtstreeks gestookt en is geconcipieerd voor een universele en probleemloze inzet.

Het apparaat is uitgerust met een geluids- en onderhoudsarme axiale ventilator, een robuuste vlammenbrander, een elektrische magneetklep, een piëzoontsteker, een ontstekingsbeveiliging met thermoelektrische vlambewaking en een aansluitkabel met stekker.

Het apparaat is EG bouwmodel gecontroleerd en DVGW geregistreerd en toegelaten voor alle landen van de EU.

Inzetgebieden van de apparaten

◇Drogen van nieuwbouw, puntverwarmen van werkplaatsen in de open lucht of in open, brandveilige fabrieksruimtes en hallen
Continu of tijdelijk verwarmen van ruimtes met voldoende aanvoer van frisse lucht
◇Ontdooien van machines, voertuigen en niet-brandbare opgeslagen goederen,t empereren van ruimtes waar het kan vriezen

Werkwijze

Nadat de bedrijfsschakelaar in stand „I” is gezet, wordt de luchttoevoerventilator in bedrijf gesteld en de elektrische magneetklep geopend. De gastoevoer naar de brander blijft echter nog gesloten.

Pas door de drukpen van de thermo-elektrische gasklep (ontstekingsbeveiliging) in te drukken wordt de gastoevoer naar de brander vrijgegeven. Het vloeibaar gas wordt door een gasbek onder druk naar de branderpijp getransporteerd. Hier wordt het gas verrijkt met een op de betreffende brandercapaciteit afgestemde hoeveelheid zuurstof.

Het zo ontstane gas-luchtmengsel wordt aan de branderkop door een elektrische ontstekingsvonk ontstoken. De ontstekingsvonk wordt gegenereerd door manuele activering van de piëzo-ontsteker.

Door verwarming van de thermovoeler wordt de thermoelektrische bewaking van de vlam in bedrijf gesteld. De drukpen van de ontstekingsbeveiliging moet nu worden losgelaten.

Bij eventuele onregelmatigheden of doven van de vlam wordt de gastoevoer onderbroken. De luchttoevoerventilator werkt echter verder. Het apparaat moet opnieuw gestart worden.

De temperatuurbegrenzer onderbreekt bij oververhitting de gastoevoer. De automatische ontgrendeling van de temperatuurbegrenzer gebeurt na afkoeling van het apparaat. Het apparaat moet opnieuw gestart worden.

Algemene instructies

Het apparaat mag alleen bediend worden door personen die zijn geïnstrueerd in de bediening van het apparaat en in de omgang met vloeibaar gas.
Bij de inzet van het apparaat moeten in principe de betreffende richtlijnen van de verschillende landen resp. staten in acht worden genomen.

Bijvoorbeeld voor Duitsland:

-Stookinstallatieverordening (FeuVo) van de verschillende deelstaten
-Voorschrift ter preventie van ongevallen (UVV) „Verwarmings-, vlam- en smeltapparaten voor bouw- en montagewerkzaamheden" (VBG 43) en UVV „Gebruik van vloeibaar gas" (VBG 21)
–Werkplaatsrichtlijnen ASR 5
–Werkplaatsverordening §§ 5 en 14

◇Het apparaat mag alleen werken in ruimtes als:

-het apparaat een voor de verbranding toereikende hoeveelheid lucht wordt toegevoerd,
–deze goed be- en ontlucht zijn en
-het aandeel voor de gezondheid schadelijke stoffen in de ingeademde lucht geen schadelijke concentratie bereikt.

◇Een goede natuurlijke be- en ontluchting is b.v. gegarandeerd als:

  1. het volume van de ruimte in m³ minstens overeenkomt met de 30-voudige nominale warmtebelasting in kW van alle in de ruimte werkende apparaten en door ramen en deuren een natuurlijke luchtcirculatie gegarandeerd is of
  2. continu open ventilatieopeningen voor de toe- en afvoerlucht in de buurt van plafond en vloer voorhanden zijn, waarvan de grootte in m² minstens overeenkomt met de 0,003-voudige nominale warmtebelasting in kW van alle in de ruimte werkende apparaten.

Uniform voor alle EU-landen is een apparaataansluitdruk van 0,3 bar (300 mbar) van de categorie I _3B/P vereist.

De aansluitdruk mag niet lager of hoger dan de vereiste waarde liggen.

Bij gebruik van langere slangleidingen moet rekening worden gehouden met het drukverlies.
Er mogen uitsluitend geteste en voor het betreffende gebruiksdoel geschikte componenten zoals gasslang, drukregelaar en slangbreukbeveiliging of lekgasbeveiliging gebruikt worden
Er mogen uitsluitend geschikte drukregelapparaten met een vast ingestelde uitgangsdruk van 300 mbar en een bijhorende slangbreukbeveiliging gebruikt worden.

De lengte van de gasslang mag zo mogelijk 2 m niet overschrijden.
◇Het gebruik van langere slangleidingen is toegestaan als:

-er sprake is van speciale bedrijfsafhankelijke redenen,
-er extra adequate veiligheidsmaatregelen getroffen en
–de slangleidingen zo kort mogelijk gehouden worden.

◇Slangleidingen moeten in principe beschermd worden tegen chemische, thermische en mechanische beschadigingen.
Als het apparaat werkt zonder toezicht, dan moeten er slangleidingen met lekgasbeveiliging gebruikt worden.
◇Het apparaat mag uitsluitend uit de gasfase werken.
De met de bediening van het apparaat belaste personen moeten het apparaat voor het begin van het werk controleren op opvallende gebreken aan de bedienings- en veiligheidsinrichtingen en op de aanwezigheid en goede werking van de bescherminrichtingen.

Als er gebreken worden vastgesteld, dan moet de toezichthouder op de hoogte worden gesteld.

Bij gebreken die de bedrijfsveiligheid van het apparaat in gevaar brengen moet het bedrijf van het apparaat onmiddellijk gestaakt worden!
De apparaten mogen alleen door deskundige personen gerepareerd worden.
Er mogen bij reparatiewerkzaamheden uitsluitend originele vervangingsonderdelen gebruikt worden.

◇Delen van het apparaat die onderhevig zijn aan slijtage en veroudering, moeten in regelmatige intervallen vervangen worden.

Dit geldt niet als de goede staat wordt bevestigd door een deskundige.

Als de temperatuurbegrenzer het apparaat wegens oververhitting heeft uitgeschakeld, dan moet alvorens het apparaat opnieuw in te schakelen de oorzaak van de storing gelokaliseerd en geëlimineerd worden.

REMKO PGM12 - Algemene instructies - 1

Veiligheidsinrichtingen mogen niet overbrugd noch geblokkeerd worden.

REMKO PGM12 - Algemene instructies - 2

Bij bedrijf op bouwwerven mogen alleen slangen voor vloeibaar gas volgens DIN 4815 deel 1, drukklasse 30 gebruikt worden.

Gasaansluiting

De gasaansluiting/het bedrijf van het apparaat mag alleen gebeuren met inachtneming van het voorschrift ter preventie van ongevallen VBG 21 en de betreffende plaatselijke bouw- en brandveiligheidsvoorschriften.

De apparaten zijn geconcipieerd voor een constante aansluitdruk van 0,3 bar (vloeibaar gas volgens DIN 51622 cat I 3B/P ,I 3+ ).

De aansluitdruk mag niet lager of hoger liggen. Als er langere slang- of buisleidingen worden gebruikt, dan moet er rekening worden gehouden met het drukverlies. Er mogen uitsluitend geteste en voor het betreffende gebruiksdoel geschikte componenten, zoals gasslang, drukregelaar en slangbreukbeveiliging of lekgasbeveiliging gebruikt worden. Alleen drukregelaars met een vast ingestelde uitgangsdruk zijn toegelaten. De apparaten mogen uitsluitend werken uit de gasfase.

REMKO PGM12 - Gasaansluiting - 1

Een constante aansluitdruk van de apparaten van 0,3 bar (300 mbar) moet, ook in het continu bedrijf, gegarandeerd zijn.

REMKO PGM12 - Gasaansluiting - 2

Voor alle werkzaamheden aan de gastoevoer en bij een vervanging van de gasflessen moeten alle afsluitkleppen gesloten zijn en er mogen geen ontstekingsbronnen in de onmiddellijke omgeving aanwezig zijn.

Aansluiting van de gastoevoer

Voer de aansluiting als volgt uit.

REMKO PGM12 - Aansluiting van de gastoevoer - 1

  1. Sluit de drukregelaar aan aan de gasfles(sen) resp. aan de toevoerinstallatie.

REMKO PGM12 - Aansluiting van de gastoevoer - 2

Linkse schroefdraad!

REMKO PGM12 - Linkse schroefdraad! - 1

  1. Open de klep van de fles resp. de afsluitklep van de toevoerleiding. Bij gelijktijdige toevoer uit meerdere gasflessen moeten alle kleppen geopend worden.

REMKO PGM12 - Linkse schroefdraad! - 2

  1. Druk de ontgrendelknop van de slangbreukbeveiliging in na het openen van de klep(pen). Dit moet ook gebeuren na elke flesvervanging.

REMKO PGM12 - Linkse schroefdraad! - 3

  1. Controleer na opstelling en aansluiting van de apparaten alle gasgeleidende verbindingen op dichtheid. Zeepoplossing, lekopsporingsspray.

Belangrijke montage-instructie

Bij de montage resp. demontage van de gasslang moet, rekening houdend met de linkse schroefdraad, met een gaffelsleutel SW 17 aan de gasaansluitnippel van het apparaat (volgens DIN 4815 deel 2) tegengehouden worden.

Dit geldt eveneens voor de drukregelaar, de slangbreukbeveiliging en alle andere gascomponenten.

Gasslang losdraaien Gasslang vastdraaien

REMKO PGM12 - Belangrijke montage-instructie - 1

Draai de wartelmoer met de klok mee.

REMKO PGM12 - Belangrijke montage-instructie - 2

Draai de wartelmoer tegen de klok in.

Belangrijke instructies bij bevroren gasflessen

Bij een langer bedrijf van het apparaat bestaat het gevaar dat de gasfles bevriest. Doordat de gasdruk daalt is een goede toevoer naar het apparaat uit een bevroren gasfles in veel gevallen niet meer gegarandeerd.

De eliminering van de kristallijne rijpaanslag mag niet gebeuren door open vuur, gloeiende voorwerpen of stralers.

De gastoevoer moet overeenkomstig de aansluitwaarde van het apparaat volgens het typeplaatje, de bedrijfsduur en de omgevingstemperatuur van de toevoerfles ontworpen worden. Om sterk bevriezen van de gasfles te vermijden raden wij het gebruik van een batterij van min. 3 flessen aan.

Al naargelang de capaciteit van het apparaat en de bedrijfsduur kan de batterij flessen met behulp van de meerflessenset (toebehoren) worden uitgebreid.

Opbouw meerflessenset

Om een gelijkmatige gasontname te garanderen moeten alle kleppen van de flessen geopend zijn.

gasslang naar apparaat slangbreukbeveiliging drukregelaar HD-slang 0,4m T-aansluiting

Ingebruikname

Belangrijke instructies voor de ingebruikname

De drukgasflessen moeten zijdelings achter het apparaat worden opgesteld.

REMKO PGM12 - Belangrijke instructies voor de ingebruikname - 1

De flessen mogen nooit door de warmeluchtstroom van het apparaat verwarmd of ontdooid worden. Er bestaat explosiegevaar!

REMKO PGM12 - Belangrijke instructies voor de ingebruikname - 2

Flessen met vloeibaar gas mogen tijdens het bedrijf van het apparaat nooit liggend gebruikt worden. Gasontsnapping in de vloeibare fase.

REMKO PGM12 - Belangrijke instructies voor de ingebruikname - 3

De apparaten mogen alleen in goed geventileerde ruimtes en niet in woonruimtes of gelijkaardige verblijfsruimtes worden opgesteld.

Verbinden van het apparaat met de stroomvoeding

REMKO PGM12 - Verbinden van het apparaat met de stroomvoeding - 1

  1. Zet de bedrijfsschakelaar 1 in stand „0”.

REMKO PGM12 - Verbinden van het apparaat met de stroomvoeding - 2

  1. Verbind de stekker van het apparaat met een volgens de voorschriften gemonteerde netcontactdoos. 230V/1\~ 50Hz

REMKO PGM12 - Verbinden van het apparaat met de stroomvoeding - 3

De elektrische aansluiting van de apparaten moet gebeuren via een speciaal voedingspunt met lekstroombeveiligingsschakelaar.

Verwarmingsbedrijf van het apparaat

REMKO PGM12 - Verwarmingsbedrijf van het apparaat - 1

  1. Zet de bedrijfsschakelaar in stand „I“ (= verwarmingsbedrijf). De luchttoevoerventilator start.

REMKO PGM12 - Verwarmingsbedrijf van het apparaat - 2

Houd absoluut de vereiste veiligheidsafstanden tot brandbare en brandgevaarlijke materialen aan.

REMKO PGM12 - Verwarmingsbedrijf van het apparaat - 3

  1. Druk de drukpen 2 van de thermo-elektrische gasklep in en houd deze ingedrukt. Ontstekingsbeveiliging.

REMKO PGM12 - Verwarmingsbedrijf van het apparaat - 4

  1. Activeer bij ingedrukte drukpen na ca. 2 tot 3 sec. de piëzo-ontsteker 3 tot er een vlam is gevormd. De piëzo-ontsteker evt. meermaals indrukken.

  2. Houd na de vlamvorming de drukpen nog ca. 10-15 seconden ingedrukt, tot de thermo-elektrische vlambewaking geactiveerd is.

  3. Laat nu pas de drukpen los.
  4. Herhaal het ontstekingsproces indien de vlam na het loslaten van de drukpen dooft. Een wachttijd van ca. 1 minuut aanhouden.
  5. Houd bij nog een ontstekingsproces de drukpen eventueel iets langer ingedrukt.

Belangrijke instructies

Het moet gegarandeerd zijn dat de toevoerlucht vrij aangezogen en de verwarmde lucht ongehinderd uitgeblazen kan worden.

De aanzuig- en uitblaasopening van het apparaat mogen niet vernauwd resp. van slang- of buisleidingen voorzien worden.

Buitenbedrijfstelling

REMKO PGM12 - Buitenbedrijfstelling - 1

  1. Sluit de kleppen van alle flessen.
  2. Laat de vlam uitbranden.
  3. Zet de bedrijfsschakelaar 1 in stand „0”.
  4. Trek de netstekker uit de netcontactdoos.

REMKO PGM12 - Buitenbedrijfstelling - 2

REMKO PGM12 - Buitenbedrijfstelling - 3

Verzorging en onderhoud

De bedrijfsveilige toestand van het apparaat moet al naargelang de inzetvoorwaarden en indien nodig, maar minstens om de twee jaar door een deskundige gecontroleerd worden.

Het resultaat van de controle moet in een controleattest worden bijgehouden. Het controleattest moet tot aan de volgende controle bewaard en altijd ter inzage voorgelegd worden aan personen die daar recht toe hebben.

REMKO PGM12 - Verzorging en onderhoud - 1

Instel- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel!

Instructies over verzorging en onderhoud

De regelmatige verzorging en onderhoud, ten laatste na elke verwarmingsperiode, is de basisvoorwaarde voor een lange levensduur en storingsvrij bedrijf van het apparaat.

◇Houd het apparaat vrij van stof en andere afzettingen.
◇Reinig het apparaat alleen droog of met een bevochtigde doek.
Gebruik geen waterstraal. Hogedrukreiniger enz.
Gebruik geen schurende of oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Gebruik ook bij sterke vervuilingen alleen geschikte reinigingsmiddelen.
◇Controleer de aanzuig- en uitblaasroosters regelmatig op vervuiling en reinig deze indien nodig.
◇Controleer de aanzuigopening voor de verbrandingslucht en de gasbek regelmatig op vervuiling.
◇Controleer de slangen en dichtingen regelmatig op beschadigingen.
Vervang de beschadigde slangen en dichtingen onmiddellijk.
◇Reinig regelmatig de gasbrander, de gasbek en de stuwschijf.
◇Reinig en controleer de ontstekingselektrode.

3 mm ontstekings- elektrode thermo-element gasbrander temperatuur- begrenzer

REMKO PGM12 - Instructies over verzorging en onderhoud - 2

Een sterk geelachtig vlambeeld duidt op onvoldoende toevoer van frisse lucht of op een vervuiling binnenin het apparaat.

Stel indien nodig de ontstekingselektrode in. 3 mm afstand tot de branderkop.
◇Controleer het thermo-element en reinig het indien nodig.

REMKO PGM12 - Instructies over verzorging en onderhoud - 3

Om de werking van de temperatuurbegrenzer niet aan te tasten mag de bimetaaltong niet beschadigd resp. verbogen worden!

Demontage van het apparaat voor reinigingsdoeleinden

REMKO PGM12 - Demontage van het apparaat voor reinigingsdoeleinden - 1

Voor alle werkzaamheden aan het apparaat moet de gastoevoer gesloten en de netstekker uit de netcontactdoos getrokken worden.

REMKO PGM12 - Demontage van het apparaat voor reinigingsdoeleinden - 2

  1. Demonteer de 4 be- vestigingsschroeven 1.
  2. Trek de buitenmantel naar voor eraf.

REMKO PGM12 - Demontage van het apparaat voor reinigingsdoeleinden - 3

  1. Demonteer de 3 bevestigingsschroeven 2 aan het bescherm-rooster van de ventilator.

REMKO PGM12 - Demontage van het apparaat voor reinigingsdoeleinden - 4

  1. Demonteer het beschermrooster van de ventilator met motor en ventilator.
  2. Trek de binnenmantel naar voor eraf.

Reiniging van het apparaat

Na de demontage van het apparaat zijn alle componenten vrij toegankelijk voor reinigings- en onderhoudsdoeleinden.

◇Reinig voorzichtig de brander. Evt. perslucht gebruiken.
◇Reinig voorzichtig de gasbek.
◇Verwijder voorzichtig evt. aanhechtende afzettingen aan de ontstekingselektrode, het thermo-element en de temperatuurbegrenzer.
◇Verwijder afzettingen resp. vervuilingen in de sokkel van het apparaat.
Monteer alle delen weer zorgvuldig in de omgekeerde volgorde.
Voer een functiecontrole van het hele apparaat uit inclusief een dichtheidscontrole van alle gasgeleidende verbindingen met zeepoplossing resp. lekopsporingsspray.

Schakelschema

KL 1 2 3 4 1 2 3 4 PE N L1 BS MV2 M 1~

Z PZ

TE MV1 TB

KL - contactstrip

M - ventilatormotor

TE - thermo-element

BS – bedrijfsschakelaar

Z - ontstekingselektrode

MV1 – gasklep (ontstekingsbeveiliging)

MV2 - gasklep 2

PZ - piëzo-ontsteker

TB - temperatuurbegrenzer

Technische gegevens

Bouwserie
PGM 12 / 12 E

Nominale warmtebelastingkW12
VerwarmingscapaciteitkW12
Luchtcapaciteit m^3/h 250
Brandstofvloeibaar gas
Gassoortcat. I_3B/P {AT, BE, CH, DE, DK, FR, IT, LU, NL, NO, SE}
Aansluitdrukmbar300
Aansluitwaardekg/h0,95
Elektrische aansluiting 1~V230
FrequentieHz50
Krachtontneming max.W60
Beveiliging (ter plaatse)A10
IsolatieklasseIP44
Geluidsdrukniveau L_pA 1m^1) dB(A)57
Gewichtkg6,8
Afmetingen tot. lengtemm400
breedtemm185
hoogtemm320

1) Geluidsmeting DIN 45635-01-KI3 in het verwarmingsbedrijf

Een ander bedrijf / bediening dan beschreven in deze gebruiksaanwijzing is niet toegelaten! Gebeurt dit toch, dan vervalt elke aansprakelijkheid en het recht op garantie.

Voorwaarde voor eventuele garantieclaims is dat de besteller of diens afnemer binnen een redelijke tijd ten aanzien van verkoop en ingebruikname het bij elke REMKO – verwarmingsautomaat gevoegde „Garantiecertificaat” volledig ingevuld heeft teruggezonden aan REMKO GmbH & Co. KG.

Montagetekening

REMKO PGM12 - Montagetekening - 1

Maat- en constructieveranderingen die de technische vooruitgang dienen, voorbehouden.

Onderdelenlijst

Fig.nr.OmschrijvingEDV-nr.
1transportgreep1101142
2buitenmantel PGM 121103830
2abuitenmantel PGM 12 E (roestvrij staal)1103832
3binnenmantel1103802
4borgring1103811
5uitblaasbeschermrooster1103803
6gasbrander1103804
7ontstekingselektrode1103818
8contactstrip, 4 contacten1101442
9apparaatsokkel1103805
10apparaatvoet1103806
11trekontlasting1103904
12netkabel met stekker1103808
13bedrijfsschakelaar1103809
14ontstekingskabel1103810
15piezo-ontsteker1101364
16thermo-element1103812
17gasaansluitnippel1103813
18ontstekingsbeveiliging1101169
19reduceernippel1103829
20magneetklep1101376
21gasbek1103815
22aansluithoek1103816
23beschermmondstuk, klein1101304
24afdekplaat1103828
25temperatuurbegrenzer1103817
26ventilatorwaaier1103819
27meenemerkoppeling B6ø1108455
28ventilatormotor1103820
29aanzuigbeschermrooster1103821
30koppelingsschijf1101375
niet afgeb.drukregelaar met slangbreukbeveiliging1103825
1,5 str. m. gasslang1103826
2,0 str. m. HD-gasslang (bouwwerfbedrijf)1103827

Gelieve bij een bestelling van onderdelen naast het EDV-nr. ook altijd het apparaat-nr. te vermelden! Zie typeplaatje.

Opheffen van Storingen

Storingen: Oorzaak:
- Het apparaat start niet. 1 – 2 – 3 – 4 – 7
- Het apparaat schakelt tijdens het bedrijf uit. 2 – 4 – 7 – 12 – 13
- De ventilator loopt, maar de gastoevoer is geblokkeerd resp. er wordt geen vlam gevormd.4 – 5 – 8 – 9 – 12
- De vlam dooft na het loslaten van de drukpen van de ontstekingsbeveiliging.8 – 10 – 11
- De gastoevoer wordt onderbroken resp. de vlam dooft.4 – 6 – 7 – 10 – 11 – 12 – 13
- Het apparaat verbruikt te veel brandstof. 12 – 15
- Het apparaat kan niet worden uitgeschakeld. 3 – 14
- De verwarmingscapaciteit neemt af bij continu bedrijf. 13

REMKO PGM12 - Montagetekening - 2

REMKO PGM12 - Montagetekening - 3
Voor alle werkzaamheden moet de gastoevoer gesloten en de netstekker uit de netcontactdoos getrokken worden. Instel- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel!

Oorzaak: Uitkomst:
1. Het apparaat heeft geen elektrische aansluiting.- De stekker verbinden met de betreffende contactdoos (230V/1~ 50Hz). De stekker, indien defect, vervangen.
2. De ventilatormotor is overbelast.(De toevoerluchtventilator loopt onregelmatig of is geblokkeerd.)- Motor, ventilatorwaaiier en meenemerkoppeling controleren.
3. De bedrijfsschakelaar is defect.- De bedrijfsschakelaar vervangen.
4. Geen gasdruk.- Controleren of er gas wordt toegevoerd naar het apparaat.- De inhoud van de gasflessen controleren.- De gasslang controleren op beschadigingen.- De slangbreukbeveiliging ontgrendelen resp. vervangen.
5. Er wordt geen ontstekingsvonk gevormd.- De ontstekingselektrode instellen conform opgave.- De ontstekingskabel controleren.- De porseleinisolatie van de elektrode controleren.
6. Het aanzuigbeschermrooster van de toevoerluchtventilator is vervuild.- Het aanzuigbeschermrooster reinigen.
7. Er volgt geen uitschakeling door de temperatuurbegrenzer.- Aanzuig- en uitblaasbeschermrooster controleren (evt. reinigen).- Controleren of de toevoer van frisse lucht voldoende is.
8. De ontstekingsbeveiliging opent de gastoevoer niet of houdt hem niet open.- De ontstekingsbeveiliging vervangen.
9. De piëzo-ontsteker is defect.- De piëzo-ontsteker vervangen.
10. Het thermo-element resp. de temperatuurbegrenzer is defect.- Het thermo-element resp. de temperatuurbegrenzer controleren en indien nodig vervangen.
11. Losse of vervuilde verbinding tussen de ontstekingsbeveiliging en het thermo-element.- De verbinding controleren en indien nodig reinigen.
12. De drukregelaar is defect of er is een verkeerde drukregelaar gemonteerd resp. de slangbreukbeveiliging heeft vergrendeld.- Een originele drukregelaar monteren.- De slangbreukbeveiliging ontgrendelen resp. vervangen.
13. De gasfles is door lage temperaturen en een hoge gasontname bevroren.- De gasfles vervangen en 2-3 flessen met de meerflessenset , EDV-nr. 1014050, aansluiten.
14. De magneetklep sluit niet.- De gastoevoer sluiten.- De vlam laten uitbranden.- De bedrijfsschakelaar in stand „0“ zetten en de netstekker uit de contactdoos trekken.- De magneetklep vervangen.
15. Ondichte gasleiding.- De lekkage opsporen met een schuimvormend middel en elimineren.

Onderhoudsrapport

Apparaattype

:

Apparaatnummer

: ....

123456789101112131415161718
Apparaat gereinigd – buiten –
Apparaat gereinigd – binnen –
Ventilatorwaaier gereinigd
Brandkamer gereinigd
Gasbrander gereinigd
Ontstekingselektrode gejusteerd
Gasslang gecontroleerd op beschadiging
Gasgeleidende delen gecontroleerd op dichtheid
Veiligheidsinrichtingen gecontroleerd
Bescherminrichtingen gecontroleerd
Apparaat gecontroleerd op beschadigingen
Alle bevestigingsschroeven gecontroleerd
Elektrische veiligheidscontrole
Proefdraaien

Opmerkingen:

1. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handt2. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekin3. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handteening4. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handteuning5. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handte weighting
6. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening HandteURING Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening HandtekeningHandtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening HandtekeningHandter7. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handteoning8. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handteakin9. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handteinking10. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handte AJON11. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handte AJON
12. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handte AJON13. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handte AJON14. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handte AJON15. Datum:....Handtekening Handtekening Handte AJON16. Datum:....Handtekening Handtekening Handte AJON17. Datum:....Handtekening Handtekening Handte AJON18. Datum:....Handtekening Handte AJON19. Datum:....Handte AJON20. Datum:....Handte AJON19. Datum:....Handte AJON18. Datum:....Handte AJON19. Datum:....Handte AJON20. Datum:....Handte AJON
16. Datum:....Handtekening Handtekening Handtekening Handtekening Handte AJON17. Datum:....Handtekening Handte AJON18. Datum:....Handte AJON19. Datum:....Handte AJON20. Datum:....Handte AJON18. Datum:....Handte AJON19. Datum:....Handte AJON20. Datum:....Handte AJON21. Datum:....Handte AJON20. Datum:....Handte AJON19. Datum:....Handte AJON20. Datum:....Handte AJON21. Datum:....Handte AJON20. Datum:....Handte AJON

Laat het apparaat conform de wettelijke voorschriften alleen onderhouden door, geautoriseerd vakpersoneel.

REMKO GmbH & Co. KG

Klimaat- en Warmtetechniek

Telefoon (0 52 32) 606 - 0

Telefax (0 52 32) 606260

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : REMKO

Model : PGM12

Categorie : Verwarming