Doge 3 Plus - Verwarming Cadel - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Doge 3 Plus Cadel in PDF-formaat.
| Type | Pelletkachel |
| Merk | Cadel |
| Model | Doge 3 Plus |
| Afmetingen (H x B x D) | 105,6 x 55,4 x 54 cm |
| Gewicht | 118 kg |
| Nominaal thermisch vermogen | 2,8 - 10,5 kW |
| Rendement | 93 - 87,1% |
| Brandstof | Pellets (Ø6-7 mm) |
| Capaciteit voorraadbak | 22 kg |
| Autonomie | 9,2 - 36,7 uur |
| Uurverbruik | 0,6 - 2,4 kg/h |
| Diameter rookgasafvoer | 80 mm |
| Voeding | 230 V - 50 Hz |
| Maximaal opgenomen vermogen | 360 W |
| Veiligheidsafstand tot brandbare materialen | 300 mm |
| Minimale schoorsteentrek | 11 Pa |
| Verwarmbaar volume | 67 - 252 m³ |
| Rookgastemperatuur | 85 - 228 °C |
| CO-emissie (13% O₂) | 0,030 - 0,007% |
| Deeltjesemissie | 12 mg/Nm³ |
| Programmering | Digitale klok met dag- en weekprogrammering |
| Afstandsbediening | Inbegrepen |
| Veiligheidssystemen | Oververhittingsbeveiliging, drukschakelaar, deurcontact, thermostaat |
| Onderhoud | Wekelijkse reiniging vuurpot en aslade; jaarlijkse reiniging door erkende technicus |
| Garantie | 2 jaar (mits registratie binnen 6 weken) |
Veelgestelde vragen - Doge 3 Plus Cadel
Gebruikersvragen over Doge 3 Plus Cadel
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Doge 3 Plus - Cadel en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Doge 3 Plus van het merk Cadel.
GEBRUIKSAANWIJZING Doge 3 Plus Cadel
7 AANWIJZINGEN VOOR EEN CORRECTE
VERWIJDERING VAN HET PRODUCT 6
8 EXCLUSIEF VOOR BENELUX 6
- De iconen met de mannetjes geven aan tot wie het in de paragraaf behandelde onderwerp gericht is (gebruiker en/of geautoriseerde technicus en/of kachel- en schoorsteenspecialist).
- De AANDACHTS-symbolen duiden op een belangrijke opmerking.
![]() | GEBRUIKER |
![]() | GEAUTORISEERDE TECHNICUS (moet UITSLUITEND opgevat worden als: of de fabrikant van de kachel, of de geautoriseerde technicus van de technische assistentiedienst die door fabrikant van de kachel erkend is) |
![]() | GESPECIALISEERDE INSTALLATEUR |
![]() | LET OP: LEES DE OPMERKING MET AANDACHT |
![]() | LET OP: MOGELIJKHEID VAN GEVAAR OF ONHERSTELBARE SCHADE |
2 BESTE KLANT
- onze producten zijn ontworpen en geconstrueerd met inachtneming van de normen EN13240 voor houtkachels, EN 14785 voor pelletkachels, EN 13229 voor haarden, EN12815 voor houtgestookte fornuizen, C.P.R. 305/2011 voor te construeren producten, EG-verordening1935/2004 voor materialen en voorwerpen die in aanraking met levensmiddelen komen, Richtlijn 2006/95/EEG voor laagspanning, Richtlijn 2004/108/EG voor elektromagnetische compatibiliteit.
- Lees de instructies die in deze handleiding staan met aandacht om de beste prestaties te verkrijgen.
- Deze handleiding met instructies maakt integraal deel uit van het product: controleer of de handleiding zich altijd bij het apparaat bevindt, ook als dit van eigenaar verandert. Bent u de handleiding kwijtgeraakt, vraag dan een kopie aan bij de technische assistentiedienst bij u in de buurt.

In Italië wordt voor de installatie van systemen met een biomassa van minder dan 35 kW naar Ministerieel Besluit D.M. 37/08 verwezen en iedere gekwalificeerde installateur die aan de daarvoor gestelde eisen voldoet moet de conformiteitsverklaring van het geïnstalleerde systeem afgeven (met "systeem" wordt bedoeld: kachel + schoorsteen + luchtinlaat).
- Volgens de Verordening (EU) nr. 305/2011, de "Prestatieverklaring" is online beschikbaar aan de internetsite:
- www.cadelsrl.com
- www.free-point.it
3 WAARSCHUWINGEN
- Alle afbeeldingen die in de handleiding staan, zijn van louter verhelderende en indicatieve aard en kunnen dus enigszins afwijken van het apparaat dat u in bezit heeft.
- Het apparaat waarnaar verwezen wordt, is het apparaat dat u gekocht heeft.
- In geval van twijfel, als u iets niet begrijpt, of wanneer zich problemen voordoen die niet door deze handleiding behandeld worden, verzoeken wij u zo snel mogelijk contact op te nemen met uw distributeur of installateur.
4

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

- De installatie, de elektrische aansluiting, de controle van de werking en het onderhoud mogen uitsluitend door gekwalificeerd en bevoegd personeel uitgevoerd worden.
- Elektrische onderdelen onder spanning: U moet het product van de 230V voeding loskoppelen vooraleer onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. U mag het product pas voeden nadat de assemblage is voltooid.
- Het buitengewone onderhoud mag uitsluitend uitgevoerd worden door gekwalificeerd en geautoriseerd personeel.
- Alle plaatselijke réglementen, met inbegrip van de reglementen die naar nationale, Europese normen verwijzen, moeten op het moment van installatie van het apparaat in acht genomen worden.
- De fabrikant stelt zich op generlei wijze aansprakelijk voor een installatie die niet conform de van kracht zijnde wetten is, voor een onjuiste luchtverversing in de vertrekken, voor een elektische aansluiting die niet conform de voorschriften is en voor een oneigenlijk gebruik van het apparaat.
- Het is verboden de kachel te installeren in slaapkamers, badkamers en douches, in ruimtes die als magazijn van verbrandingsmateriaal dienst doen en in eenkamerwoningen.
- Het is toegestaan de kachel in eenkamerwoningen te installeren als de kachel een hermetisch gesloten kamer heeft.
- De kachel mag in geen geval geïnstalleerd worden in ruimtes die hem blootstellen aan contact met water, en helemaal niet aan waterspetters, omdat dit het risico op brandwonden en korsluiting kan veroorzaken.
- Controleer of de vloer een adequate capaciteit heeft om de last te dragen. Als de bestaande constructie niet aan deze eis voldoet, moeten passende maatregelen getroffen worden (bijvoorbeeld een plaat voor de verdeling van het gewicht).
- Voor de veiligheidsvoorschriften op het gebied van de brandpreventie moeten de afstanden ten opzichte van ontvlambare of hittegevoelige objecten in acht genomen worden (banken, meubels, houten bekleding, enz....).
- Bij zeer ontvlambare objecten (gordijnen, vloerbedekking, enz...) moeten al deze afstanden bijkomend met 1 meter verlengd worden.
- De elektrische kabel mag nooit in aanråking met de rookgassenafvoerpijp komen en ook niet met ongeacht welk ander deel van de kachel.
- Voordat ongeacht welke handeling uitgevoerd wordt, moet de gebruiker of een ieder die met het product gaat werken de volledige inhoud van deze handleiding voor installatie en gebruik gelezen en begrepen hebben. Fouten of slechte instellingen kunnen gevaarlijke situaties en/of een onregelmatige werking veroorzaken.
- Het type brandstof dat gebruikt moet worden is enkel en alleen pellets.
- Gebruik het apparaat niet als afvalverbrander.
- Laat geen wasgoed op het product drogen. Eventuele droogrekken of dergelijke moeten op voldoende afstand van het product geplaatst worden. Brandgevaar.
- Het is verboden om het product in werking te stellen als de deur open staat of het glas stuk is.
- Het is verboden niet geautoriseerde wijzigingen op het apparaat aan te brengen.
- Gebruik tijdens de inschakeling geen öntvlåmbare vloeistoffen (alcohol, benzine, petroleum, enz...).
- Na een mislukte ontsteking moeten de opeengehoopte pellets uit de vuurpot gehaald worden alvorens de kachel opnieuw te starten.
- De voorraadbak van de pellets moet altijd met het deksel afgesloten zijn.
- Alvorens ongeacht welke ingreep uit te voeren, dient men het vuur in de verbrandingskamer volledig uit te laten gaan, tot de kamer volledig koel is, en moet de stekker altijd uit het stopcontact getrokken worden.
- Het toestel mag gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of mentale capaciteiten, of zonder ervaring of de nodige kennis, mits zij onder toezicht staan of nadat ze instructies hebben gekregen betreffende het veilige gebruik van het toestel en het begrip van de gevaren die inherent aan het toestel zijn. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud dat door de gebruiker moet worden uitgevoerd, mag niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.
- De verpakkingen zijn geen speelgoed, ze kunnen het risico op verstikking of wurging en andere gevaren voor de gezondheid veroorzaken! Mensen (met inbegrip van kinderen) met verminderde geestelijke of motorische bekwaamheden, of zonder ervaring en kennis, dienen ver van de verpakkingen gehouden te worden. De kachel is geen speelgoed.
- Kinderen moeten constant onder toezicht staan om er zeker van te zijn dat ze niet met het apparaat spelen.
- Tijdens de werking kan de kachel hoge temperaturen bereiken: houd kinderen en dierenopafstandengebruikgeschikte, vuurvaste, persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals hittebestendige handschoenen.
- Als de transportschroef door een onbekend voorwerp geblokkeerd wordt (zoals bijvoorbeeld spijkers), moet hij gereinigd worden. Verwijder de handenbescherming niet en raak de transportschroef niet aan). Neem contact met de technische assistentiedienst.
- De handenbescherming mag uitsluitend door een geautoriseerde technicus weggenomen worden.
- Het rookkanaal moet altijd schoon zijn omdat de aanslag van roet of onverbrande olie de doorsnede verkleint en de trek blokkeert. In grote hoeveelheden kan deze aanslag in brand raken.
- Als de pellets van slechte kwaliteit zijn (ze bevatten lijm, olie, lak, residu van plastic of zijn kruimig), kan tijdens de werking een residu langs de pelletafvoerleiding gevormd worden. Is de kachel eenmaal uitgeschakeld dan kan dit residu hele kleine gloeiende kooltjes vormen die opwaarts langs de leiding de pellets in de voorraadbak kunnen bereiken, deze kunnen doen verkolen en zo een dichte, schadelijke rook in het vertrek kunnen veroorzaken. Houd de voorraadbak altijd afgesloten met diens deksel. Mocht de buis vuil blijken te zijn, reinig deze dan.
- Mocht het nodig zijn het vuur te moeten doven dat zich buiten de kachel of het rookkanaal verspreidt, gebruik dan een blusser of bel de brandweer. Gebruik nooit water om het vuur in de vuurpot te doven.
5 GARANTIEVOORWAARDEN
Het bedrijf geeft garantie op het product, met uitzondering van de elementen onderhevig aan normale slijtage zoals hierna vermeld, gedurende 2 (twee) jaar vanaf de datum van aankoop, wat wordt aangetoond door:
- een bewijsdocument (factuur en/of fiscaal bewijs) dat de naam van de verkoper en de datum vermeldt waarop de verkoop plaatsvond;
- de verzending van het garantiecertificaat, ingevuld binnen 8 dagen na de aankoop.
Opdat de garantie verder zou geldig worden en effectief zijn, mag de installatie volgens de regels van de kunst en de inwerkingstelling van het toestel uitsluitend door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, dat in de voorziene gevallen aan de gebruiker een gelijkvormigheidsattest van de installatie en verklaring van goede werking van het toestel moet overhandigen.
Wij raden aan om de werkingstest van het toestel uit te voeren vooraleer de voltooiing met de desbetreffende afwerkingen (bekledingen, kleurafwerking van de wanden, enz.) te doen.
Installaties die niet overeenkomen met de geldende normen doen de garantie van het product vervallen, evenals oneigenlijk gebruik en het niet uitvoeren van het onderhoud zoals door de fabrikant voorzien.
De garantie is van kracht op voorwaarde dat de aanwijzingen en waarschuwingen worden nageleefd in de handleiding voor gebruik en onderhoud dat bij het toestel zit, zodat een zo correct mogelijk gebruik mogelijk is. De vervanging van het hele toestel of de reparatie van een van zijn onderdelen zorgen niet voor verlenging van de garantie, die ongewijzigd blijft.
Met garantie wordt de gratis vervanging of reparatie bedoeld van delen die als defect worden erkend als gevolg van fabricatiefouten.
Om zich op de garantie te kunnen beroepen wanneer er zich een defect voordoet, moet de eigenaar het garantiecertificaat bewaren en dit samen met het aankoopbewijs aan de technische dienst voor assistentie voorleggen.
Alle slechte werkingen en/of schade aan het toestel die aan de volgende oorzaken te wijten zijn, zijn van deze garantie uitgesloten:
- Schade veroorzaakt door transport en/of verplaatsing.
- Alle delen die defect blijken door verwaarlozing of onachtzaamheid tijdens het gebruik, door foutief onderhoud, door een installatie die niet conform is met wat door de fabrikant is aangegeven (raadpleeg altijd de handleiding voor installatie en gebruik die bij het toestel zit).
- Foutieve dimensionering in verhouding tot het gebruik of defecten tijdens de installatie of het niet toepassen van de nodige maatregelen om een uitvoering volgens de regels van de kunst te verzekeren.
- Onjuiste oververhitting van het toestel, namelijk door gebruik van brandstoffen die niet conform zijn met het type en met de hoeveelheden aangegeven in de meegeleverde instructies.
-
Andere schade veroorzaakt door foutieve interventies van de gebruiker wanneer die probeert om het oorspronkelijke defect zelf op te lossen.
-
Verergering van de schade veroorzaakt door het toestel verder te gebruiken nadat het defect zich voordeed.
- Eventuele corrosie, aanslag of breuken veroorzaakt door zwerfstroom, condens, agressiviteit of zuurheid van het water, onjuist uitgevoerde aanslagwerende behandelingen, watertekort, bezinksel van modder of kalkaanslag.
- Inefficiëntie van de schoorstenen, rookgaskanalen of delen van de installatie waarvan het toestel afhangt.
- Schade toegebracht door het openbreken van het toestel, weersinvloeden, natuurrampen, vandalisme, elektrische schokken, brand, defecten aan de elektrische en/of hydraulische installatie.
- Wanneer de jaarlijkse reiniging van de kachel door een erkende technicus of door gekwalificeerd personeel niet wordt uitgevoerd, verliest u de garantie.
Bovendien is het volgende van deze garantie uitgesloten:
- Onderdelen onderhevig aan normale slijtage, zoals pakkingen, ruiten, bekledingen en roosters in gietijzer, gelakten verchroomde of vergulde onderdelen, de handgrepen en elektrische kabels, lampen, verlichte controlelampjes, draaiknoppen en alle delen van de vuurhaard die weggenomen kunnen worden.
- De kleurwijzigingen van de gelakte delen en de delen van keramiek/serpentijn, alsook barstjes in de keramiek, omdat dit natuurlijke kenmerken van het materiaal en van het gebruik van het product zijn.
- Metselwerk.
- Onderdelen van de installatie (indien aanwezig) die niet door de fabrikant zijn geleverd.
- Onderdelen onderhevig aan normale slijtage, zoals pakkingen, ruiten, bekledingen en roosters in gietijzer, gelakten verchroomde of vergulde onderdelen, de handgrepen en elektrische kabels, lampen, verlichte controlelampjes, draaiknoppen en alle delen van de vuurhaard die weggenomen kunnen worden. - De kleuwijzigingen van de gelakte delen en de delen van keramiek/serpentijn, alsook barstjes in de keramiek, omdat dit natuurlijke kenmerken van het materiaal en van het gebruik van het product zijn. - Metselwerk. - Onderdelen van de installatie (indien aanwezig) die niet door de fabrikant zijn geleverd.
Eventuele technische interventies op het toestel om voornoemde defecten en daaruit voortvloeiende schade weg te nemen, moeten bijgevolg met de technische dienst voor assistentie worden overeengekomen. Deze dienst behoudt zich het recht voor om de betreffende opdracht al of niet te aanvaarden en de opdracht wordt in ieder geval niet in garantie uitgevoerd, maar wel als technische assistentie geleverd onder eventuele specifiek overeengekomen voorwaarden en volgens de tarieven die van kracht zijn voor de uit te voeren werken.
Bovendien worden de kosten nodig om foutieve technische interventies uitgevoerd door de gebruiker te corrigeren, om forceringen te herstellen of alle andere schadelijke factoren die niet te herleiden zijn tot oorspronkelijke defecten, ten laste van de gebruiker zijn.
Met uitzondering van de beperkingen die door de wetten of reglementeringen worden opgelegd, blijft verder iedere garantie uitgesloten voor atmosferische en akoestische vervuiling.
Het bedrijf kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade die, rechtstreeks of onrechtstreeks, te wijten is aan personen, dieren of voorwerpen als gevolg van het niet respecteren van alle voorschriften die aangeduid worden in deze handleiding, en vooral diegene betreffende de installatie, het gebruik en het onderhoud van het toestel.
6
RESERVEONDERDELEN
Voor iedere reparatie of fijnafstelling die nodig mochten zijn, dient u zich te wenden tot de concessionaris die de verkoop verricht heeft, of tot de technische assistentiedienst bij u in de buurt, onder vermelding van:
• Model van het apparaat
- Serienummer
- Type ongemak
Gebruik alleen originele reserveonderdelen die u altijd bij onze assistentiecentra vindt.
7
AANWIJZINGEN VOOR EEN CORRECTE VERWIJDERING VAN HET PRODUCT
De afbraak en het verwijderen van het product is uitsluitend ten laste van en op verantwoordelijkheid van de eigenaar, die moet handelen in naleving van de geldende wetten in zijn land inzake veiligheid en milieubehoud. Aan het einde van de nuttige levensduur mag het product niet samen met het gewone huishoudafval worden verwerkt.
Het moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht, of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het gedifferentieerd verwijderen van het product voorkomt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwijdering ontstaan en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
8
EXCLUSIEF VOOR BENELUX
Geachte klant,
Indien uw kachel is geïnstalleerd in de Benelux is het aangeraden om uw toestel te registreren op www.fero.be/registratie Waarom zou u uw product registreren?
Bij Fero (invoerder voor de Benelux van uw toestel) eindigt de service niet bij uw aankoop! Onze gecertifieerde dealers alsook Fero Service staan garant voor een onberispelijke werking van uw pelletkachel, en aldus jarenlang stookplezier.
Door uw kachel te registreren kan u rekenen op een feilloze dienst na verkoop en garantieafhandeling en kunnen wij u op de hoogte houden van eventuele nieuwsjes over uw toestel.
Registratie is enkel mogelijk voor pelletkachels van de merken MCZ/RED/CADEL/SERGIO LEONI. Het toestel dienst geregistreerd te worden binnen de 6 weken na aankoop.
Wij wensen u veel stookplezier,
Team Fero
- De verpakking bestaat uit een recyclebare kartonnen doos volgens de RESY-normen, recyclebare inzetstukken van geëxpandeerd EPS en houten pallets.
- Alle verpakkingsmaterialen kunnen voor een gelijkaardig gebruik hergebruikt worden of eventueel als stadsafval, met inachtneming van de van kracht zijnde normen, weggegooid worden.
- Controleer de intacte staat van het product na de verpakking te hebben weggenomen.
9.2 VERPLAATSING VAN DE KACHEL
Zowel voor de verpakte als voor de uitgepakte kachel is het noodzakelijk de volgende instructies voor de verplaatsing en het transport van de kachel zelf in acht te nemen, vanaf het moment van aankoop tot het bereiken van het punt van gebruik en voor iedere andere toekomstige verplaatsing:
- verplaats de kachel met geschikte werktuigen en let op de normen die van kracht zijn op het gebied van de veiligheid:
- leg de kachel niet op een zijde en/of kantel hem niet maar houd hem verticaal of hoe dan ook overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant:
- als de kachel onderdelen van majolica, steen, glas, of hoe dan ook van bijzonder delicate materialen bevat, verplaats het geheel dan zeer voorzichtig.
10 ROOKKANAAL

10.1 INLEIDING
Dit hoofdstuk Rookkanaal is opgesteld in samenwerking met Assocosma (www.assocosma.org) en is gebaseerd op de Europese normen (EN 15287 - EN 13384 - EN 1856 - EN 1443) en UNI 10683:2012.
Het hoofdstuk verstrekt aanwijzingen over de goede en correcte totstandkoming van het rookkanaal maar dient in geen geval als vervanging van de van kracht zijnde normen te gelden, die in het bezit van de fabrikant/gekwalificeerde installateur moeten zijn.
10.2 ROOKKANAAL

LEGENDA Fig. 1 op pag. 7
| 1 Rookkanaal met geïsoleerde inox-buizen |
| 2 Rookkanaal op bestaande schoorsteen |
| 3 Inspectiedop |
| 4 Inspectieluikje |
| 5 ≥ 3,5 m. |
- Het rookkanaal of de schoorsteen zijn zeer belangrijk voor de goede werking van een verwarmingsapparaat.
- Het is van essentieel belang dat het rookkanaal volgens de regels van het vak geconstrueerd is en altijd perfect efficiënt gehouden wordt.
- Het rookkanaal moet enkelvoudig zijn (zie Fig. 1 op pag. 7 met geïsoleerde inox-buizen (1) of op een bestaand rookkanaal (2).
- Beide oplossingen moeten een inspectiedop (3) en/of een inspectieluikje (4) bezitten.
LEGENDA Fig. 2 op pag. 8
| 1 Hoogte boven de nok van het dak = 0,5 m |
| 2 Helling dak ≥ 10° |
| 3 90° |
| 4 Gemelen afstand op 90° van het opperviak van het dak = 1,3 m. |
- Het rookkanaal moet rookdicht zijn.
- Het moet een verticaal verloop hebben, zonder knikken, en moet van materialen gemaakt zijn die ondoordringbaar zijn voor rook en condens, die thermisch geïsoleerd zijn en geschikt zijn om door de tijd heen bestand te zijn tegen normale mechanische belastingen.

Het rookkanaal moet extern geïsoleerd zijn ter vermijding van condensvorming en moet het effect van koeling van de rookgassen verlagen.
- Het moet zich door middel van een luchtbuffer of isolatiemateriaal op afstand van brandbare of gemakkelijk ontvlambare materialen bevinden. Controleer deze afstand bij de producent van de schoorsteen.
- De opening van de schoorsteen moet zich in dezelfde ruimte bevinden waarin het apparaat geïstalleerd is, of op zijn minst in de aangrenzende ruimte. Onder de opening moet een opvangruimte voor vast materiaal en condens aanwezig zijn, die via het metalen, hermetisch gesloten deurtje toegankelijk is.
- Extra afzuigsystemen mogen noch langs de schoorsteen noch op de schoorsteenpot geïnstalleerd zijn.
- De binnendoorsnede van het rookkanaal kan rond zijn (het best), of vierkant, waarbij de op elkaar aangesloten zijden een minimumstraal van 20 mm hebben.
- Dé grootte van de doorsnede is:
- minimaal ∅100 mm (voor kachels tot 8,5 kw)
- minimaal ∅120 mm (voor kachels van 9 kW en hoger)
- aanbevolen maximale ∅180 mm
- Laat de efficiëntie van het rookkanaal door een ervaren kachel- en schoorsteenspecialist nakijken en bedek het rookkanaal zo nodig met materiaal dat aan de van kracht zijnde normen voldoet.
- De afvoer van de verbrandingsproducten moet plaatsvinden op het dak.
- Het rookkanaal moet het CE-plaatje bezitten volgens de norm EN 1443. Hieronder een voorbeeldplaatje:

Fig. 3 - Voorbeeld van een plaatje
10.4 HOOGTE-ONDERDRUK
De onderdruk (trek) van een rookkanaal is ook afhankelijk van diens hoogte. Controleer de onderdruk met de waarden die vermeld worden bij KENMERKEN op pag. 44. Minimum hoogte 3,5 meter.
10.5 ONDERHOUD
- De rookafvoerleidingen (rookleiding + rookkanaal + schoorsteenpot) moeten altijd door een ervaren schoorsteenveger gereinigd, geveegd en gecontroleerd worden in overeenstemming met de plaatselijke regelgeving, met aanduiding van de producent van de schoorsteen en met de richtlijnen van uw verzekeringsmaatschappij.
- Pas in geval van twijfel altijd de strengste regels toe.
- Laat het rookkanaal en de schoorsteenpot minstens een keer per jaar door een ervaren schoorsteenveger controleren en reinigen. De schoorsteenveger moet een schriftelijke verklaring afgeven waarin staat dat het systeem veilig is.
- Het niet reinigen compromitteert de veiligheid.
10.6 SCHOORSTEENPOT

1

2
Fig. 4 - Windbestendige schoorsteenpotten
De schoorsteenpot heeft een belangrijke functie voor de goede werking van de verwarmingsapparatuur:
- Er wordt geadviseerd een windbesténdige schoorsteenpot te gebruiken, zie Fig. 4 op pag. 9.
- De zone van de gaten voor de afvoer van de rookgassen moet twee keer zo groot zijn als de zone van het rookkanaal en zo gevormd zijn dat de afvoer van de rook ook in geval van wind verzekerd wordt.
- Deze zone moet voorkomen dat regen, sneeuw en eventueel dieren de schoorsteen binnendringen.
- De hoogte waarop de rookgassen in de atmosfeer uitgestoten worden, moet buiten de zone van terugstroming liggen. Deze terugstroming wordt veroorzaakt door de vorm van het dak of door obstakels die zich in de nabijheid bevinden (zie Fig. 2 op pag. 8).
10.7 ONDERDELEN VAN DE SCHOORSTEEN

Fig. 5 - Onderdelen van de schoorsteen
LEGENDA Fig. 5 op pag. 9
| 1 Schoolsteenpot |
| 2 Uitstroomweg |
| 3 Rookkanaal |
| 4 Thermische isolatie |
| 5 Buitenmuur |
LEGENDA Fig. 5 op pag. 9
| 6 Aansluiting van de schoorsteen |
| 7 Rookieiding |
| 8 Warmtegenerator |
| 9 Inspectieluikje |
| 10 T-aansluiting met inspectiedop |
10.8 BUITENLUCHTINLAAT

Fig. 6 - Directe luchtfoevoer
LEGENDA Fig. 6 op pag. 10
| 1 Te ventileren vertrek |
2 Buitenluchtinlaat
- Het is verplicht om voor buitenluchtrecirculatie te zorgen ten behoeve van een goed welzijn in het vertrek.
- De luchttoevoer tussen de buitenlucht en het vertrek kan zowel direct plaatsvinden, via een opening in de buitenmuur van het vertrek (zie Fig. 6 op pag. 10).
- Vertrekken als slaapkamers, berghokken, garages, magazijnen voor brandbaar materiaal mogen hiervoor niet in aanmerking komen.
- De luchtinlaatopening moet in zijn totaal een minimum netto oppervlak van 80 cm2 hebben genoemd oppervlak moet vergroot worden als er andere actieve generatoren in het vertrek aanwezig zijn (bijvoorbeeld: een elektroventilator voor de extractie van verzadigde lucht, een keukenafzuigkap, andere kachels, enz,...). die het vertrek in onderdruk brengen.
- Het is noodzakelijk te laten nakijken - wanneer alle apparatuur ingeschakeld is - of de drukval tussen het vertrek en de buitenlucht niet groter is dan 4,0 Pa: vergroot de opening van de luchtinlaat zo nodig (EN 13384).
- De luchtinlaat moet tot stand gebracht worden op een hoogte vlakbij de vloer, met een extern rooster dat bescherming tegen vogels biedt, en op een wijze dat het door geen enkel object belemmerd wordt.
- De luchtinlaat is niet nodig in het geval van een hermetisch gesloten installatie.
Fig. 7 - Luchtinlaat voor installatie met hermetisch gesloten kamer
LEGENDA Fig. 7 op pag. 11
| 1 ≥ 1,5 m. |
| 2 ≥ 0,3 m. |
| 3 Aanzicht dwarsdoorsnede |
| 4 Beschermrooster |
| 5 Opening van de bocht die omlaag gericht moet worden |
Controleer bij de KENMERKEN op pag. 44 of de aangekochte kachel een hermetisch gesloten kamer heeft. Als de kachel een hermetisch gesloten kamer heeft en u wilt dat de gehele installatie hermetisch gesloten is, volg dan onderstaande aanwijzingen:
- Het is noodzakelijk dat de lucht die voor de verbranding nodig is rechtstreeks van buitenaf opgenomen wordt.
- Gebruik een buis met minimaal ∅60 mm en een maximumlengte van 2 meter. Zie voor de aansluiting de achterzijde van de kachel.
- De Franse norm laat de installatie in een schoorsteenpijp met dubbele wand toe (concentrisch systeem). De verbrandingslucht wordt opgenomen uit de dubbele wand.
- Het is noodzakelijk om tijdens de installatiefase de minimumafstanden die voor de verbrandingsluchtinlaat nodig zijn te laten nakijken, omdat (bijvoorbeeld) een geopende raam of deur een werveling veroorzaken die de benodigde verbrandingslucht aan de kachel kan onttrekken (zie het schema hieronder).
- Het is nodig op de buitenmuur een bocht van 90° te installeren om de toevoer van de verbrandingslucht te beschermen tegen de effecten van de wind: richt de opening van de bocht omlaag, zie Fig. 7 op pag. 11.
- Voorzie de bocht van een extern beschermrooster tegen vogels en op een wijze dat het door geen enkel object belemmerd wordt.

Controleer bij de plaatselijke overheden of er beperkende normen zijn die op de inlaat van verbrandingslucht betrekking hebben: is dat het geval dan moeten deze in acht genomen worden.

In enkele landen en/of streken is de installatie met hermetisch gesloten kamer verplicht: houd u in geval van twijfel altijd aan de strengste regels.
Procedure voor de aansluiting met de kachel in een afgedichte kamer met concentrisch systeem:

- Oorspronkelijke positie van de buis volledig ingetrokken (zie Fig. 8 op pag. 12).
- Trek de buis circa 2 cm uit (zie Fig. 9 op pag. 12).
- Plaats de vrouwelijke buis ø 6 cm (zie Fig. 10 op pag. 12).
10.10 AANSLUITING OP HET ROOKKANAAL
De pelletkachel werkt door de trek van rook die gestuwd wordt door een ventilator. Het is verplicht te controleren of alle leidingen volgens de regels van het vak tot stand gekomen zijn, volgens de normen EN 1856-1, EN 1856-2 en UNI/TS 11278 inzake de keuze van de materialen. Het geheel moet in ieder geval gerealiseerd worden door gespecialiseerde bedrijven of personeel volgens UNI 10683:2012.
- De aansluiting tussen het apparaat en het rookkanaal moet kort zijn om de trek te bevorderen en condensvorming in de leidingen te voorkomen.
- Het rookkanaal moet groter of gelijk zijn aan de afvoerpijp (Ø 80 mm).
- Enkele modellen kachels hebben de afvoer aan de zijkant en/of de achterkant. Controleer of de ongebruikte afvoer gesloten wordt met de bijgeleverde dop.
| TYPE SYSTEEM BUIS ∅80 mm BUIS ∅100 mm | ||
| Minimum verticale lengte 1,5 m. 2 m. | ||
| Maximum lengte (met 1 aansluiting) 6,5 m. 10 m. | ||
| Maximum lengte (met 3 aansluitingen) 4,5 m. 8 m. | ||
| Maximum aantal aansluitingen 3 3 | ||
| Horizontale delen (minimum helling 3%) 2 m. 2 m. | ||
| Installatie op een hoogte van meer dan 1200 meter n.a.p. NEE Verplicht |
- Gebruik specifieke buizen van plaatstaal voor rookkanalen met ∅80 mm of ∅100 mm, afhankelijk van het type systeem, met siliconen pakkingen.
- Het is verboden buigzame metalen buizen van vezelcement of aluminium te gebruiken.
- Om van richting te veranderen is het verplicht altijd van aansluitingen gebruik te maken (met hoek > 90°), met inspectiedop, zodat het gemakkelijk is om een periodieke reiniging van de leidingen uit te voeren.
- Controleer na de reiniging altijd of de inspectiedoppen opnieuw hermetisch en met de eigen efficiënte pakking gesloten worden.
- Het is verboden meer apparaten op hetzelfde rookkanaal aan te sluiten.
- Het is verboden om de rookafvoer van zich erboven bevindende afzuigkappen in hetzelfde rookkanaal te voeren.
- Het is verboden de verbrandingsproducten rechtstreeks via de muur naar buiten af te voeren, of naar gesloten ruimtes, ook wanneer deze onoverdekt zijn.
- Het is verboden om andere apparaten van ongeacht welk type aan te sluiten (houtkachels, afzuigkappen, ketels, enz...).
- Het rookkanaal moet zich op een afstand van minstens 500 mm van ontvlambare constructie-elementen of hittegevoelige elementen bevinden.
10.11 VOORBEELDEN VAN CORRECTE INSTALLATIE

Fig. 11 - Voorbeeld 1
LEGENDA Fig. 11 op pag. 13
| 1 Isolatie |
| 2 Verkleining van ∅100 tot ∅80 mm |
| 3 Inspectiedop |
| 4 Minimum veiligheidsafstand = 0,5 m. |
- Installatie rookkanaal ∅100/120 mm met boring voor de passage van de grotere buis.

Fig. 12 - Voorbeeld 2
LEGENDA Fig. 12 op pag. 13
| 1 Isolatie |
| 2 Inspectriedop |
| 3 Inspectieluikje schoorsteen |
| 4 Minimum veiligheidsafstand = 0,5 m. |
| 5 Helling ≥ 3° |
| 6 Horizontaal deel ≤ 1 m. |
- Oud rookkanaal, minimaal ∅100/120 mm buisinbreng, met de tot standkoming van een extern luikje voor de reiniging van de schoorsteen.

Fig. 13 - Voorbeeld 3
LEGENDA Fig. 13 op pag. 14
| 1 Isolatie |
| 2 Inspectiedop |
| 3 Minimum veiligheidsafstand = 0,5 m. |
- Extern rookkanaal dat tot stand gebracht is met uitsluitend geïsoleerde inox-buizen, dus met dubbele wand minimaal ∅100/120 mm: Het geheel is goed aan de muur verankerd. Met windbestendige schoorsteenpot (zie Fig. 4 op pag. 9).
- Kanaliseringssysteem via T-aansluitingen die een gemakkelijke reiniging zonder demontage van de buizen mogelijk maken.

Er wordt geadviseerd de in acht te nemen veiligheidsafstanden en het type isolatiemateriaal samen met de producent van het rookkanaal te controleren. De vorige regels gelden ook voor gaten die in de muur gemaakt worden (EN 13501 - EN 13063 - EN 1856 - EN 1806 - EN 15827).
11 BRANDSTOF

11.1 BRANDSTOF
- Gebruik pellets van kwaliteit omdat dit aanzienlijk van invloed is op het warmtevermogen en op het asresidu.
- De kenmerken van de pellets zijn: afmetingen ∅6-7mm (Klasse D06), maximum lengte 40 mm, warmtevermogen 5kWh/kg, vochtgehalte ≤ 10%, asresidu ≤ 0,7%, de pellet moet goed geperst en weinig kruimig zijn en moet geen resten van lijm, hars en diverse additieven bevatten (er wordt geadviseerd pellets te gebruiken volgens de norm EN14961-2 type ENplus-A1).
- Het gebruik van ongeschikte pellets veroorzaakt een slechte verbranding, veelvuldige verstoppingen van de vuurpot, verstoppingen van de afvoerpijp, een verhoging van het verbruik, een verlaging van de warmteopbrengst, bevuiling van het glas en een verhoging van de hoeveelheid as en onverbrande korrels.

Vochtige pellets van ongeacht welk type veroorzaken een slechte verbranding en een slechte werking. Controleer daarom of de pellets bewaard worden in een droge ruimte, op minstens één meter afstand van de kachel en/of van iedere andere warmtebron.
- Er wordt geadviseerd verschillende soorten pellets te proberen die in de markt verkrijgbaar zijn en om de pellets te kiezen die de beste prestaties leveren.
- Het gebruik van slechte pellets kan de kachel schade berokkenen en de garantie en de aansprakelijkheid van de fabrikant doen vervallen.
- Voor al onze producten worden materialen van de hoogsgte kwaliteit gebruikt, zoals roestvast staal, gietijzer, enz... Deze materialen worden in het laboratorium getest voordat ze in omloop gebracht worden. Desondanks kunnen op de onderdelen die de pelletstroom regelen (transportschroef) kleine verschillen in het gebruikte materiaal aanwezig zijn, zoals ruwheid en porositeit, die natuurlijke afwijkingen van de toevoer van de brandstof (pellets) tot gevolg kunnen hebben en daardoor een verhoging van de vlam kunnen veroorzaken, dan wel een verlaging, met een mogelijke uitschakeling op de lagere vermogens als gevolg.
- Afhankelijk van het type pellets kan het mogelijk zijn de parameters te moeten iken. Wend u dan tot een erkend assistentiecentrum.
12 INSTALLATIE

12.1 INLEIDING
- De positie van de montage moet gekozen worden op grond van de omgeving, de afvoer en het rookkanaal.
- Controleer bij de plaatselijke overheid of er beperkende normen zijn die betrekking hebben op de inlaat van de verbrandingslucht, de inlaat voor de ventilatie van het vertrek, de rookafvoerinstallatie, het rookkanaal en de schoorsteenpot.
- Controleer of de inlaat voor verbrandingslucht aanwezig is.
- Controleer de eventuele aanwezigheid van andere kachels of apparaten die de kamer in onderdruk kunnen brengen.
- Controleer met ingeschakelde kachel of er geen CO in het vertrek aanwezig is.
- Controleer of de schoorsteen de benodigde trek heeft.
- Controleer of tijdens de trek van de rook alles in veilige staat verkeert (eventuele rooklekken en afstanden ten opzichte van ontvlambaar materiaal, enz...).
- De installatie van het apparaat moet een gemakkelijke toegang voor de reiniging van het apparaat, de rookafvoerleidingen en het rookkanaal garanderen.
- De installatie moet een gemakkelijke toegang tot de elektrische voedingsstekker garanderen (zie ELEKTRISCHE AANSLUITING op pag. 22).
- Om meer apparaten te kunnen installeren, moet de buitenluchtinlaat de daarvoor geschikte afmetingen krijgen (zie KENMERKEN op pag. 44).
12.2 RUIMTEBESLAG


Fig. 14 - Algemene afmetingen: Vega / Trend
LEGENDE Fig. 14 op pag. 15
| 1 54 cm |
| 2 105 cm |
| 3 54 cm |
| 4 7,5 cm |
| 5 8 cm |
| 6 7,5 cm |
| 7 8 cm |
| 8 7,5 cm |
| 9 22 cm |
| 10 22 cm |
| 11 32 cm |
| 12 7,5 cm |
| 13 34 cm |
| 14 Rookgasafvoer d.8 cm |
| 15 Inlaat verbrandingslucht d.6 cm |
| 16 Uitlaat warme lucht |

Fig. 15 - Algemene afmetingen: Sire ^3 Plus
LEGENDE Fig. 15 op pag. 16
| 1 54,4 cm |
| 2 104,8 cm |
| 3 52,3 cm |
| 4 7,1 cm |
| 5 5,8 cm |
| 6 7,1 cm |
| 7 5,8 cm |
| 8 7,7 cm |
| 9 21,7 cm |
| 10 21,6 cm |
| 11 30,3 cm |
| 12 7,7 cm |
| 13 34 cm |
| 14 Rookgasafvoer d.8 cm |
| 15 Inlaat verbrandingslucht d.6 cm |
| 16 Uitlaat warme lucht |


Fig. 16 - Algemene afmetingen: Doge ^3 Plus
LEGENDE Fig. 16 op pag. 16
| 1 55,4 cm |
| 2 105,6 cm |
| 3 54 cm |
| 4 8,3 cm |
| 5 8,5 cm |
| 6 8,3 cm |
| 7 8,5 cm |
| 8 8,3 cm |
| 9 21,7 cm |
| 10 22,2 cm |
| 11 30,3 cm |
| 12 8,3 cm |
| 13 34 cm |
| 14 Rookgasafvoer d.8 cm |
| 15 Inlaat verbrandingslucht d.6 cm |
| 16 Uitlaat warme lucht |

LEGENDE Fig. 17 op pag. 17
| 1 53,6 cm |
| 2 104 cm |
| 3 57 cm |
| 4 45° |
| 5 5,5 cm |
| 6 30,3 cm |
| 7 22,7 cm |
| 8 11,7 cm |
| 9 5,5 cm |
| 10 21,7 cm |
| 11 Rookgasafvoer d.8 cm |
| 12 Inlaat verbrandingslucht d.6 cm |
| 13 Uitlaat warme lucht (model Sfera ^3 Plus) |

Fig. 18 - Algemene afmetingen: Prince ^3 / Prince ^3 Plus
LEGENDE Fig. 18 op pag. 18
| 1 54 cm | |
| 2 105 cm | |
| 3 54 cm | |
| 4 7,5 cm | |
| 5 8 cm | |
| 6 7,5 cm | |
| 7 8 cm | |
| 8 7,5 cm | |
| 9 22 cm | |
| 10 22 cm | |
| 11 32 cm | |
| 12 7,5 cm | |
| 13 34 cm | |
| 14 Rookgasafvoer d.8 cm | |
| 15 Inlaat verbrandingslucht d.6 cm | |
| 16 Uitlaat warme lucht (model Prince ^3 Plus) | |

Fig. 19 - Algemene afmetingen: Elise ^3 Plus
LEGENDE Fig. 19 op pag. 18
| 1 65 cm |
| 2 108 cm |
| 3 60,3 cm |
| 4 45° |
| 5 5,5 cm |
| 6 30,3 cm |
| 7 22,7 cm |
| 8 11,7 cm |
| 9 8,2 cm |
| 10 22 cm |
| 11 Rookgasafvoer d.8 cm |
| 12 Inlaat verbrandingslucht d.6 cm |
| 13 Uitlaat warme lucht |
12.3 ALGEMENE INSTALLATIE

Fig. 20 - Algemene installatie
LEGENDE Fig. 20 op pag. 19
| 1 Inzetelement |
| 2 Minimum zij-afstand = 300 mm |
| 3 Minimum achterafstand = 200 mm |
| 4 Minimum voorafstand = 1000 mm |
Het is verplicht de kachel los van eventuele muren en/of meubels te installeren, met een minimale luchtdoorgang van 300 mm rondom de zijkanten en van 200 mm aan de achterkant, om een doeltreffende koeling van het apparaat mogelijk te maken, alsmede een goede verspreiding van de warmte in het vertrek (zie Fig. 20 op pag. 19).
Als de wanden van ontvlambaar materiaal zijn, controleer dan de veiligheidsafstanden (zie Fig. 20 op pag. 19). Controleer op het maximum vermogen of de temperatuur van de muren nooit hoger is dan 80°C. Installeer zo nodig een vuurvaste plaat op de muren in kwestie.
In enkele landen worden de gemetselde draagmuren ook als ontvlambare muren beschouwd.
12.4 ASSEMBLAGE FRONTPANEEL (MODELLEN VEGA / TREND / PRINCE ^3 / PRINCE ^3 PLUS)

Handel als volgt om de panelen te assembleren:

- Steek de tandjes van het frontpaneel in de voorziene gaten (zie Fig. 21 op pag. 19).
- Positioneer het frontpaneel in de correcte positie (zie Fig. 22 op pag. 19).
- Blokkeer het frontpaneel door de 2 schroeven op het onderste gedeelte aan te draaien (zie Fig. 23 op pag. 19).
12.5 ASSEMBLAGE VAN DE MAJOLICA'S (MODEL SIRE 3 PLUS)

Handel als volgt om de majolica's te assembleren:

Fig. 25 - Schroef het profiel aan op de majolica's

Fig. 26 - Bevestiging op de kachel
- Assembleer het verzinkte profiel op de majolica's (zie Fig. 24 op pag. 20 en Fig. 25 op pag. 20).
- Haak de tandjes van de majolica's vast op de kachel (zie Fig. 26 op pag. 20).
12.6 ASSEMBLAGE PANELEN (MODELLEN SFERA ^3 / SFERA ^3 PLUS)

Handel als volgt om de panelen te assembleren:

Fig. 27 - Plaatsing van de panelen Fig. 28 - Montage paneel met gaten (model Sfera³ Plus)

Fig. 29 - Open het gat (model Sfera³ Plus)
- Maak de panelen vast op de voorziene tandjes (zie Fig. 27 op pag. 20).
- Maak het paneel met gaten vast op de voorziene tandjes aan de achterkant van de kachel (zie Fig. 28 op pag. 20).
- Voor Sfera ^3 Plus model met zijdelingse kanalisering, opent het gat zoals aangegeven in Fig. 29 op pag. 20.

- Plaats de media tussen de gekleurde panelen, in het bovenste gedeelte, de zijden te vergrendelen (zie Fig. 30 op pag. 21).
- Bevestig de beugel met de schroef (zie Fig. 31 op pag. 21).
12.7 ASSEMBLAGE FRONTPANEEL (MODELLEN VEGA STONE)

Handel als volgt om de panelen te assembleren:

Fig. 32 - De stenen plaatsen Fig. 33 - De stenen bevestigen Fig. 34 - Geassembleerde lijst
- Plaats de stenen op de lijst (zie Fig. 32 op pag. 21).
- Bevestig de stenen met de schroef achter de lijst (zie Fig. 33 op pag. 21).
- Geassembleerde lijst (zie Fig. 34 op pag. 21).

- Steek de tandjes van het frontpaneel in de voorziene gaten (zie Fig. 35 op pag. 21).
- Positioneer het frontpaneel in de correcte positie (zie Fig. 36 op pag. 21).
- Blokkeer het frontpaneel door de 2 schroeven op het onderste gedeelte aan te draaien (zie Fig. 37 op pag. 21).
12.8 AFSTELLING VOORPANELEN (MODEL ELISE ^3 PLUS)

U kunt het bovenste en onderste voorpaneel regelen om ze op de zijpanelen te laten aansluiten. Handel als volgt:
BOVENSTE VOORPANEEL

- Draai de schroef los onderaan (zie Fig. 38 op pag. 22) en de schroef bovenaan met een schroevendraaier (zie Fig. 39 op pag. 22).
ONDERSTE VOORPANEEL

- Draai de schroef los onder de basis met de sleutel CH7 (zie Fig. 40 op pag. 22) en de schroef bovenaan met een schroevendraaier (zie Fig. 41 op pag. 22).
12.9 ELEKTRISCHE AANSLUITING


Belangrijk: het apparaat moet door een geautoriseerd technicus geïnstalleerd worden!
- De elektrische aansluiting vindt plaats met een kabel met stekker op een elektrisch stopcontact dat geschikt is om de lading en de specifieke spanning van ieder afzonderlijk model te verdragen, zoals aangeduid wordt in de tabel met technische gegevens (zie KENMERKEN op pag. 44).
- De stekker moet gemakkelijk toegankelijk zijn wanneer het apparaat geïnstalleerd is.
- Controleer bovendien of het elektriciteitsnet over een doeltreffende aardverbinding beschikt: als die niet aanwezig of niet efficiënt is, zorg dan voor een aardverbinding in overeenstemming met de wettelijke voorschriften.
- Sluit de voedingskabel eerst op de achterkant van de kachel aan (zie Fig. 42 op pag. 23) en daarna op een elektrisch wandstopcontact.

Fig. 42 - Elektrisch stopcontact met hoofdschakelaar
- De O/I-hoofdschakelaar (zie Fig. 42 op pag. 23) mag alleen geactiveerd worden om de kachel in te schakelen. Het is raadzaam de hoofdschakelaar in alle andere gevallen uitgeschakeld te laten.
- Gebruik geen verlengsnoer.
- Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze door een geautoriseerd technicus vervangen worden.
- Wanneer de kachel gedurende lange tijd niet gebruikt zal worden, is het raadzaam de stekker uit het elektrische wandstopcontact te halen.

De kachel is reeds werkzaam via een thermostaatsonde die zich binnenin de kachel zelf bevindt. Als u dat wenst kan de kachel op een externe omgevingsthermostaat aangesloten worden. Deze handeling moet door een geautoriseerd technicus uitgevoerd worden.
- Externe thermostaat: stel een "SET TEMP RUIMTE" van 7°C op de kachel in.
- Externe chronothermostaat: stel een "SET TEMP RUIDTE" van 7°C op de kachel in en schakel in menu 03-01 de chronofuncties uit "ACTIVEER CHRONO" ("OFF").
12.11 VENTILATIE

- De kachel is met ventilatie uitgerust.
- De lucht die door de ventilatoren aangeduwd wordt, handhaafthet apparaat op een laag temperatuursregime zodat een overmatige belasting op het materiaal waaruit de kachel bestaat vermeden wordt.
- Sluit de openingen voor de uitlaat van de warme lucht met geen enkel voorwerp af anders raakt de kachel oververhit!
- De kachel is niet geschikt om voedsel op te koken.

Fig. 43 - Bedek de luchtopeningen niet
12.12 KANALISERING WARME LUCHT (MODELLEN VEGA / TREND / SIRE 3 PLUS / DOGE 3 PLUS /
SFERA ^3 PLUS / ELISE ^3 PLUS / PRINCE ^3 PLUS)

De kachel is uitgerust met 1 uitlaat voor de warme lucht bovenaan of achteraan.

Fig. 44 - Positionering van de buizen voor kanalisering bove- naan

Fig. 45 - Uitlaat voor de warme lucht bovenaan

Fig. 46 - Positionering van de buizen voor kanalisering achteraan

Fig. 47 - Uitlaat voor de warme lucht achteraan
- Het is mogelijk de warme lucht uit de bovenkant van de kachel te laten komen (zie Fig. 44 op pag. 24 en Fig. 45 op pag. 24).
- Ofwel kunt u de warme lucht aan de achterkant laten komen (zie Fig. 46 op pag. 24 en Fig. 47 op pag. 24).

Fig. 48 - Voorbeeld van kanalisering
- De kachel zonder kanalisering heeft een variabel luchtdebiet van minimaal 61 m ^3 /h tot maximaal 130 m ^3 /h,
en een luchttemperatuur die varieert van minimaal 90°C tot maximaal 136°C.
- Voor de kanalisering wordt aangeraden een buis t gebruiken die niet langer is dan 6 meter, met niet meer dan 3 bochten van 90°, anders verliest de warme lucht haar doeltreffende werking.
- Gebruik buizen met een diameter van 80 mm met gladde binnenwanden.
- Als de buizen koude muren moeten passeren, isoleer de buis dan met isolatiemateriaal.
- Plaats in de uitlaatopening een beschermrooster van grof gaas, met een totaal netto-oppervlak van minimaal 40 cm².
- Na 6 meter buis kan er een luchtdebiet zijn dat varieert van minimaal 58 m ^3 /h tot maximaal 83 m ^3 /h, en een luchttemperatuur die varieert van minimaal 65°C tot maximaal 99°C (deze waarden zijn in het testlaboratorium geregistreerd, in de installatieruimte kunnen zowel het debiet als de temperatuur verschillen vertonen).
- Indien men het luchtdebiet wenst te verhogen, moet op de uitgang van de buis een kleine wandventilator met een debiet van meer dan 130 m³/h geïnstalleerd worden, dit moet uitgevoerd worden door een geautoriseerd technicus.
- Met de fabrieksparameters wordt 1/2 van de door de kachel geproduceerde warmte afgegeven in de ruimte van installatie van de kachel. 1/2 deel verlaat vervolgens de kanalisering aan de linkerkant.
- Om de beste prestaties te verkrijgen, moeten het vermogen en het luchtdebiet met elkaar in balans gebracht worden (zie INSTELLING VENTILATOREN op pag. 29). Deze handeling moet uitgevoerd worden met de hulp van een geautoriseerd technicus.
12.13 GEBRUIK VAN DE KACHEL ZONDER KANALISERING
De kachel kan ook worden gebruikt zonder de lucht in andere omgevingen te kanaliseren. In dit geval moet u aan de achterkant van de kachel (waar de uitlaat van de kanalisering is voorzien) de verdeler voor de omgeving monteren (zie Fig. 49 op pag. 25).

Voor het beste rendement met het laagste verbruik moeten onderstaande aanwijzingen opgevolgd worden.
- De inschakeling van de pellets vindt heel gemakkelijk plaats als de installatie correct is en het rookkanaal efficiënt werkt.
- Schakel de kachel gedurende minstens 2 uur in op Vermogen 1 om het materiaal waaruit de ketel en de vuurhaard bestaat in staat te stellen zich aan te passen aan de interne elastische krachten die uitgeoefend worden.
- Door gebruik van de kachel kan de lak vanbinnen in de verbrandingskamer veranderingen ondergaan. Dit fenomeen kan aan verschillende oorzaken worden toegeschreven: overmatige oververhitting van de kachel, chemische stoffen die in minderwaardige pellets aanwezig zijn, slechte trek van de schoorsteen, enz. Bijgevolg kan de hechting van de lak in de verbrandingskamer niet worden gegarandeerd.

De vetresten van de fabricage en de lakken kunnen tijdens de eerste uren werking geuren en rook verspreiden: er wordt geadviseerd het vertrek te luchten omdat deze geuren en rook schadelijk voor mens en dier kunnen zijn.

De programmeringswaarden van 1 tot 5 zijn van tevoren door de fabrikant ingesteld en kunnen alleen door een geautoriseerd technicus veranderd worden.
13.2 BEDIENINGSPANEE
| ELEMENT VAN HET PANEEL BESCHRIJVING | |
![]() | P1 en P2: wanneer men zich in de werkwijze set temperatuur bevindt, verhogen of verlagen ze de waarde van de thermostaat van min. 6°C tot max. 41°C. Houd P1 ingedrukt om de temperatuur van de rookgassen in de afvoerpijp te zien. Beide hebben programmeringsfuncties. |
![]() | P3: om naar set temperatuur en naar het menu van de parameters van gebruiker en technicus te gaan. |
![]() | P4: inschakeling en uitschakeling, deblokkering van eventuele alarmen en verlaten van de programmering. |
![]() | P5 en P6: verhogen en verlagen het warmtevermogen van 1 tot 5. |
![]() | Tijdprogrammering: actief. |
![]() | Rookgassenafzuiger: actief |
![]() | Transportschroef: actief. |
![]() | Ontvangst gegevens van afstandsbediening |
![]() | Ventilator warmtewisselaar: actief |
![]() | - |
![]() | Alarm: actief |

Fig. 50 - Controledisplays LCD
LEGENDA Fig. 50 op pag. 26
| 1 Uuwerk |
| 2 Mogendheid |
| 3 Uitbreiding |
| 4 Bericht |
| 5 Temperatuur |
13.3 GEBRUIKERSMENU
Doorslechts één keer op toets P3 te drukken, wordt toegang verkregen tothet beheerv van de gebruikersparameters. Druk op de toetsen P5 en P6 om deze langs te lopen. We hebben:
| POS. VERWIJST NAAR BESCHRIJVING | ||
| 1 | FAN ADJUST (supplementary) | Druk één keer op toets P3: druk één keer op de toets P3: de ventilator Nr2 (indien een kanalisering is voorzien) of de ventilatoren Nr2 en Nr3 (indien een dubbele kanalisering is voorzien) verschijnt. Zie INSTELLING VENTILATOREN op pag. 29. |
| 2 SET CLOCK | Stelt de datum en de tijd in. De kaart is uitgerust met een lithiumbatterij die de klok een autonomie van 3/5 jaar verschafft. Zie INSTELLINGEN KLOK op pag. 28. | |
| 3 SET CHRONO | Druk één keer op toets P3: de tekst "CHRONO ENABLE" verschijnt. Druk nog een keer op P3 en gebruik de toetsen P1 en P2 om "OFF" of "ON" in te stellen. Zie voor de programmering van de dag, het weekend of de week DAGPROGRAMMERING op pag. 28. LET OP: niet activeren als de STANDBY-functie actief is! | |
| 4 | SELECT LANGUAGE | Druk één keer op toets P3 en kies de gewenste taal met de toetsen P1 en P2. |
| 5 STAND-BY MODE | Activeert een functie die de fase van uitschakeling start als de ingestelde omgevingstemperatuurlangerdan 10minutenoverschredenis.Alsdeomgevingstemperatuur met meer dan 2°C gedaald is, wordt de kachel opnieuw automatisch ingeschakeld, vertrekkende van STARTEN op pag. 27. Druk één keer op toets P3 en stel "OFF" of "ON" in met de toetsen P1 en P2. LET OP: niet activeren als de CHRONO-functie actief is! | |
| 6 | BUZZER MODE (audio alarm) | Druk één keer op toets P3 en stel "OFF" of "ON" in met de toetsen P1 en P2. |
| 7 INITIAL LOAD | Wanneer de kachel voor het eerst ingeschakeld moet worden, is de transportschroef geheel leeg. Voer zo nodig een voorlading uit door op toets P3 te drukken. Druk vervolgens op P1 om te starten en op P4 om dit te onderbreken. | |
| 8 STOVE STATE | Geeft alle parameters weer die verband houden met de status waarin de kachel zich bevindt: het is een menu voor de geautoriseerde technicus. | |
| 9 TECHNIC A SETTING Alleen voor de geautoriseerde technicus | ||
| 10 FLAME | SETTING Maakt het mogelijk de vlam in te stellen op grond van de trek van het rookkanaal. | |
13.4 STARTEN
Wij herinneren u eraan dat de eerste inschakeling door gekwalificeerd en geautoriseerd technisch personeel uitgevoerd moet worden, dat controleert of alles volgens de van kracht zijnde normen geïnstalleerd is en dat de werking controleert.
- Als in de verbrandingskamer boekjes, handleidingen enz..... aanwezig zijn, verwijder deze dan.
- Controleer of de deur goed gesloten is.
- Controleer of de stekker in het elektrische stopcontact gestoken is.
- Controleer voordat u de kachel inschakelt of de vuurpot schoon is.
- Om de kachel te starten, houdt u toets P4 enkele ogenblikken ingedrukt tot "START" en dan "WACHT VOORVERW" getoond wordt: nu begint de voorverwarming van de inschakelweerstand. Na circa 2 minuten wordt "LADEN PELLET, WACHTEN VLAM" getoond, begint de transportschroef de pellets te laden en wordt de verwarming van de weerstand voortgezet. Wanneer de temperatuur voldoende hoog is (na circa 7-10 minuten), kan men de inschakeling als voltooid beschouwen en verschijnt "VLAM AANWEZIG" op het display.
- Na beeindiging van de fase "VLAM AANWEZIG" neemt de regeleenheid de modaliteit "ARBEID" aan en toont het geselecteerde warmtevermogen en de omgevingstemperatuur. Het is in deze fase dat de toetsen P5 en P6 het vermogen van de kachel van 1 tot 5 regelen.
- Als de waarde van de omgevingstemperatuur de limiet overschrijdt die met het toetsenbord bij set temperatuur ingesteld is, wordt het warmtevermogen op het minimum gezet en wordt de tekst "ARBEID, MODULE" getoond. Als de omgevingstemperatuur onder de ingestelde temperatuur daalt, keert de kachel terug naar het ingestelde vermogen.
13.5 INSTELLING KACHEL

De kachel is ingesteld op grond van de gegevens van het rookkanaal en van de gebruikte pellets, volgens de technische kenmerken (zie KENMERKEN op pag. 44). Als de gegevens niet overeenstemmen kan de geautoriseerde technicus de kachel in stellen.
Als de pellets klein zijn en het warmtevermogen groter is (bijvoorbeeld: door vuurpot met aanslag), verlaag dan de val van de pellets in het menu "INSTELL VLAM", druk op P3 "TYPE PELLET", druk nog een keer op P3 "LADEN PELLET" en verlaag met toets P2 de hoeveelheid pellets van -1 (gelijk aan -2%) tot -9 (gelijk aan -18%).
Als het rookkanaal een lagere trek heeft (bijvoorbeeld: door zwakke vlam, vuil glas), verhoog dan de toeren
van de rookgassenmotor in het menu "INSTELL VLAM", druk op P5 "TYPE SCHOUW", druk op P3 "ASP-RG SCHOUW" en verhoog met toets P1 de toeren van de rookgassenaanzuiger van +1 (gelijk aan 5%) tot +9 (gelijk aan +30%). Als het rookkanaal een grotere trek heeft (bijvoorbeeld: omdat pellets uit de vuurpot gehaald zijn), verlaag de toeren van de rookgassenaanzuiger dan van -1 tot -9.

Let op of de waarde positief of negatief is.
13.6 GEEN ONTSTEKING
Als de pellets niet ontstoken worden, wordt dit gesignaleerd door het alarm "GEEN ONTSTEK".
- Als de omgevingstemperatuur lager is dan 10°C is de bougie niet in staat de ontstekingsfase te activeren. Om de bougie in deze fase te helpen, moet u nog wat pellets in de vuurpot doen en een stukje brandend ontstekingsmateriaal op de pellets leggen (zoals bijvoorbeeld het Italiaanse product Diavolina).
- Teveel pellets in de vuurpot, of vochtige pellets, of een vuile vuurpot, maken het ontsteken moeilijk, veroorzaken witte, dichte rook die schadelijk voor de gezondheid is en kunnen explosies in de verbrandingskamer tot gevolg hebben. Men dient daarom tijdens de ontstekingsfase niet voor de kachel te blijven staan als witte, dichte rook waargenomen wordt.

Als de vlam na enkele maanden zwak is en/of oranje van kleur, of als het glas de neiging vertoont steeds erg zwart te worden, of de vuurpot de neiging vertoont een aanslag te vormen, reinig dan de kachel, reinig de rookleiding en reinig het rookkanaal.
13.7 GEEN ENERGIE
- Na een black-out van de elektrische energie van minder dan 5 seconden, keert de kachel terug naar het vermogen waarop hij ingesteld was.
- Na een black-out van de elektrische energie van meer dan 5 seconden, treedt de kachel de fase "WACHT AFKOELEN" binnen. Na afloop van de koelfase gaat de kachel automatisch opnieuw van start met de diverse fasen (zie STARTEN op pag. 27).
13.8 SET TEMPERATUUR
- Om de omgevingstemperatuur te wijzigen, volstaat het op de toetsen P1 en P2 te drukken, al naargelang de gewenste temperatuur, en "SET TEMP RUIMTE" weer te geven.
- Druk één enkele keer op toets P1 om de ingestelde temperatuur te laten weergeven.
Om de temperatuur van de rookgassen bij de uitgang van de afvoerpijp te controleren, volstaat het toets P2 ingedrukt te houden.
13.10 UITSCHAKELING
Om de kachel uit te schakelen, houdt u toets P4 ingedrukt: op display A verschijnt de tekst "EINDE REINIGIN". Na circa 15-20 minuten gaat ook de rookgassenafzuiger uit (dit gebeurt altijd, onafhankelijk van het feit of de kachel warm of koud is). Op het beeldscherm "OFF".
13.11 INSTELLINGEN KLOK
- Druk op toets P3 en vervolgens op toets P5 tot het menu (02) "SET KLOK" geaccentueerd wordt.
- Druk één keer op P3 (DAG) en selecteer met toetsen P1 en P2 de dag van de week (maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag).
- Druk een tweede keer op toets P3 (UREN) en stel het uur in met toetsen P1 en P2.
- Druk een derde keer op toets P3 (MINUTEN) en stel de minuten in met toetsen P1 en P2.
- Druk een vierde keer op toets P3 (DAG) en stel de dag van de maand in (1, 2, 3 ...29, 30, 31) met toetsen P1 en P2.
- Druk een vijfde keer op toets P3 (MAAND) en stel de maand in met toetsen P1 en P2.
• Druk een zesde keer op de toets P3 (JAAR) en stel het jaar in met toetsen P1 en P2. - Druk twee keer op P4 om de programmering te verlaten.
13.12 DAGPROGRAMMERING
Maakt het mogelijk de functies van de dag-chronothermostaat in te schakelen, uit te schakelen en in te stellen. Druk op toets P3 en vervolgens op toets P5 tot het menu (03) "SET CHRONO" weergegeven wordt. Druk één keer op toets P3 en selecteer met toetsen P5 en P6 "PROGRAM DAG". Druk één keer op P3 waarna "CHRONO DAG" verschijnt. Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in. Het is mogelijk twee tijdzones voor de werking in te stellen die door de ingestelde tijden afgebakend worden. Na "CHRONO DAG":
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "START 1". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van inschakeling in, of "OFF".
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "STOP 1". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van inschakeling in, of "OFF".
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "START 2". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van inschakeling in. of "OFF".
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "STOP 2". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van inschakeling in, of "OFF".
- Druk drie keer op toets P4 om het menu te verlaten.
13.13 WEEKENDPROGRAMMERING
Maakt het mogelijk de functies van de dag-chronothermostaat in te schakelen, uit te schakelen en in te stellen. Druk op toets P3 en vervolgens op toets P5 tot het menu (03) "SET CHRONO" weergegeven wordt. Druk één keer op toets P3 en selecteer met toetsen P5 en P6 "PROGRAM WEEKEND".
Druk één keer op P3 waarna "CHRONO WEEKEND" verschijnt. Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in.
Het is mogelijk twee tijdzones voor de werking in te stellen die door de ingestelde tijden afgebakend worden en alleen voor de zaterdag en de zondag geldig zijn.
Na "CHRONO WEEKEND":
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "START 1 WEEKEND". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van inschakeling in, of "OFF".
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "STOP 1 WEEKEND". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van inschakeling in, of "OFF".
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "START 2 WEEKEND". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van inschakeling in, of "OFF".
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "STOP 2 WEEKEND". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van inschakeling in, of "OFF".
- Druk drie keer op toets P4 om het menu te verlaten.
Maakt het mogelijk de functies van de dag-chronothermostaat in te schakelen, uit te schakelen en in te stellen. Druk op toets P3 en vervolgens op toets P5 tot het menu (03) "SET CHRONO" weergegeven wordt. Druk één keer op toets P3 en selecteer met toetsen.P5 en P6 "PROGRAM WEEK". Druk één keer op P3 waarna "CHRONO WEEK" verschijnt. Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in.
Het is mogelijk twee tijdzones voor de werking in te stellen die door de ingestelde tijden afgebakend worden. Na "CHRONO WEEK":
Druk op P5: nu verschijnt de tekst "START PROG-1". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van inschakeling in, of "OFF".
Druk op P5: nu verschijnt de tekst "STOP PROG-1". Voer met toetsen P1 en P2 de waarde van het tijdstip van uitschakeling in, of "OFF".
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "MAANDAG PROG-1". Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in.
• Druk op P5: nu verschijnt de tekst "DINSDAG PROG-1". Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in. - Druk op P5: nu verschijnt de tekst "WOENSDAG PROG-1". Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in.
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "DONDERDA PROG-1". Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in.
- Druk op P5: nu verschijnt de tekst "VRIJDAG PROG-1". Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in.
• Druk op P5: nu verschijint de tekst "ZATERDAG PROG-1". Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in.
• Druk op P5: nu verschijnt de tekst "ZONDAG PROG-1". Stel met toetsen P1 en P2 "OFF" of "ON" in.
Ga nu verder door op toets P5 te drukken en alle vorige handelingen te herhalen voor Prog-2, Prog-3, Prog-4.
- Druk drie keer op toets P4 om het menu te verlaten.
13.15 INSTELLING VENTILATOREN
Druk op toets P3 in menu 1 "FAN ADJUST" waarna een menu ventilator Nr2 verschijnt.
Door op toets P1 te drukken, wordt ventilator Nr2 ingesteld.
Met de functie "A" worden de ventilatiegegevens geactiveerd die in de fabriek ingesteld waren. (Voorbeeld: op vermogen 1 worden de van tevoren ingestelde toeren van vermogen 1 geactiveerd, op vermogen 2 worden de van tevoren ingestelde toeren van vermogen 2 geactiveerd, enz...).
Met de functie "1" of "2" of "3" of "4" of "5" wordt de ventilator verplicht altijd op het geselecteerde vermogen te draaien. (Voorbeeld: als "2" ingesteld wordt, zal de ventilator ook op vermogen 5 draaien alsof hij op vermogen "2" stond, enz...).

Als het vermogen op het maximum staat (vermogen 5) met de ventilatoren op het minimum (vermogen 1), kan oververhitting van de kachel ontstaan en het alarm "THERMAL SAFETY" in werking treden.
13.16 PELLETS BIJVULLEN


Fig. 51 - Slechte opening de pelletszak Fig. 52 - Correct opening de pelletszak
Vermijd het om de verzamelbak met pellets te vullen als de kachel in werking is.
- Breng de zak met brandstof niet in aanraking met de warme delen van de kachel.
• Giet geen brandstofresten (onverbrande kool) - het afval van inschakelingen in de vuurpot - in de voorraadbak.
13.17 AFSTANDSBEDIENING
- De kachel kan bediend worden met de afstandsbediening.
- Voor de werking heeft men 1 batterij van het type Lithium battery CR 2025 nodig.

De gebruikte batterijen bevatten - voor de omgeving - schadelijke metalen en moeten dus in speciale batterijbakken geëlimineerd worden.

LEGENDA Fig. 53 op pag. 30
| Toets 1 Verhoogt de gewenste temperatuur |
| Toets 2 Veraagt de gewenste temperatuur |
| Toets 3 On / off |
| Toets 4 Menu |
| Toets 5 Veraagt het vermogensniveau van 5 tot 1 |
| Toets 6 Verhoogt het vermogensniveau van 1 tot 5 |
14 VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN

14.1 INLEIDING
De veiligheidsvoorzieningen hebben tot taak de risico's op persoonlijk letsel, dierlijk letsel of materiële schade weg te nemen.
Het is verboden deze voorzieningen onklaar te maken en de ingreep voor een eventuele reparatie door niet geautoriseerd personeel doet de garantie en de aansprakelijkheid van de fabrikant vervallen.
14.2 ALARM "BLACK OUT"
"ALARM ACTIEF" "AL 1 - BLACK OUT": onderbreking van de voeding tijdens de ontsteking.
• Verricht een reset van de fout met toets P4. De kachel voert een fase "EINDE REINIGIN" en "OFF" uit.
- Reinig de vuurpot en herstart de kachel met toets P4.
Er is een sonde op de rookgassenafvoerpijp aangesloten die de bedrijfstemperatuur continu bewaakt. "ALARM ACTIEF" "AL 2 - SONDE ROOKG": de sonde is beschadigd of afgesloten
- Verricht een reset van de fout met toets P4. De kachel voert een fase "EINDE REINIGIN" en "OFF" uit.
- Controleer het type fout aan de hand van ALARMEN op pag. 38.
- Reinig de vuurpot en herstart de kachel met toets P4.
Als de rookgassensonde een temperatuur van meer dan 180°C meet op de afvoer, verschijnt de tekst "WARM ROOKG" op het display. Op dit punt wordt het brandstofdebiet (pellets) verlaagd tot fase 1.
Deze functie heeft tot doel de waarden binnen de van tevoren ingestelde gegevens terug te brengen. Als de temperatuur om diverse redenen niet verlaagd maar verhoogd wordt, wordt bij 200°C de tekst "ALARM ACTIEF" "AL 3 - WARM ROOKG" weergegeven en start de kachel de fase van uitschakeling.
- Verricht een reset van de fout met toets P4. De kachel voert een fase "EINDE REINIGIN" en "OFF" uit.
- Controleer het type fout aan de hand van ALARMEN op pag. 38.
- Reinig de vuurpot en herstart de kachel met toets P4.
14.5 ALARM "VENT PANNE"
• Verricht een reset van de fout met toets P4. De kachel voert een fase "EINDE REINIGIN" en "OFF" uit.
- Controleer het type fout aan de hand van ALARMEN op pag. 38.
- Reinig de vuurpot en herstart de kachel met toets P4.
"ALARM ACTIEF" "AL 5 - GEEN ONTSTEK": de temperatuur is onvoldoende voor de ontsteking.
• Verricht een reset van de fout met toets P4. De kachel voert een fase "EINDE REINIGIN" en "OFF" uit.
- Controleer het type fout aan de hand van ALARMEN op pag. 38.
- Reinig de vuurpot en herstart de kachel met toets P4.
Als de rookgassensensor bij de afvoer een temperatuur detecteert die lager is dan de minimumdrempel, dan wordt de tekst "ALARM ACTIEF" "AL 6 - GEEN PELLET" getoond.
- Verricht een reset van de fout met toets P4. De kachel voert een fase "EINDE REINIGIN" en "OFF" uit.
- Vul de tank.
- Reinig de vuurpot en herstart de kachel met toets P4.
14.8 ALARM "WARMTE VEILIGHE"
In de voorraadbak is een een thermostaatautomaat geïnstalleerd die in werking treed als de temperatuurgang van de voorraadbak de toegestane limieten overschrijdt zodat de mogelijkheid uitgesloten wordt dat de pellets binnenin de voorraadbak door oververhitting in brand kunnen raken.
"ALARM ACTIEF" "AL 7 - WARMTE VEILIGHE": dee thermostaat onderbreken de elektrische voeding naar de transportschroef.
- Verricht een reset van de fout met toets P4. De kachel voert een fase "EINDE REINIGIN" en "OFF" uit.
- Controleer het type fout aan de hand van ALARMEN op pag. 38.
- Reinig de vuurpot en herstart de kachel met toets P4.
14.9 ALARM "STORING DEPRESS"
Er is een drukschakelaar op de ketel aangesloten die de onderdruk controleert.
"ALARM ACTIEF" "AL 8 - STORING DEPRESS": dee thermostaat onderbreken de elektrische voeding naar de transportschroef.
- Verricht een reset van de fout met toets P4. De kachel voert een fase "EINDE REINIGIN" en "OFF" uit.
- Controleer het type fout aan de hand van ALARMEN op pag. 38.
- Reinig de vuurpot en herstart de kachel met toets P4.
14.10 ALARM "DEUR OPEN"
Is een microschakelaar in de vuurdeur geïnstalleerd die de opening ervan detecteert.
"ALARM ACTIEF" "AL 9 - DEUR OPEN": de branddeur is niet-correcte gesloten.
- Verricht een reset van de fout met toets P4. De kachel voert een fase "EINDE REINIGIN" en "OFF" uit.
- Controleer het type fout aan de hand van ALARMEN op pag. 38.
- Reinig de vuurpot en herstart de kachel met toets P4.
15 ONDERHOUD

15.1 INLEIDING
Voor een lange levensduur van de kachel moet regelmatig een algehele reiniging uitgevoerd worden zoals vermeld wordt in onderstaande paragrafen.
- De rookafvoerleidingen (rookleiding + rookkanaal + schoorsteenpot) moeten altijd door een geautoriseerde specialist gereinigd, geveegd en gecontroleerd worden in overeenstemming met de plaatselijke regelgeving, met aanduiding van de fabrikant en met de richtlijnen van uw verzekeringsmaatschappij.
- Bij afwezigheid van plaatselijke voorschriften en richtlijnen van uw verzekeringsmaatschappij is het nodig de reiniging van de rookleiding, het rookkanaal en de schoorsteenpot minstens één keer per jaar te laten uitvoeren.
- Het is bovendien nodig om de verbrandingskamer minstens één keer per jaar te laten reinigen en de pakkingen na te laten kijken, de motoren en de ventilatoren te laten reinigen en het elektrische gedeelte te laten controleren.

Al deze werkzaamheden moeten tijdig geprogrammeerd worden in overleg met de geautoriseerde technische assistentiedienst.
- Na een lange periode van onbruik dient men te controleren of de rookgassenafvoerpijp geen obstructies bevat, alvorens de kachel in te schakelen.
- Als de kachel op continue en intense wijze gebruikt wordt, moet het gehele systeem (met inbegrip van de schoorsteen) vaker gereinigd en gecontroleerd worden.
- Voor de eventuele vervanging van beschadigde delen dient u de geautoriseerde verkoper om originele vervangingsonderdelen te vragen.
15.2 REINIGING VUURPOT EN ASLADE

De vuurpot en de aslade moeten om de 2 dagen gereinigd worden.
- Open de deur.

Fig. 54 - Verwijdering vuurpot Fig. 55 - Verwijdering aslade Fig. 56 - Reiniging vuurpot
- Verwijder de vuurpot (zie Fig. 54 op pag. 32) uit diens zitting en leeg hem door de as weg te gooien.
• Verwijder de aslade (zie Fig. 55 op pag. 32) uit diens zitting en leeg hem door de as weg te gooien. - Reinig zo nodig met een puntig voorwerp de gaten die door afzettingen verstopt geraakt zijn (zie Fig. 56 op pag. 32).

Fig. 57 - Reiniging ruimte vuurpot Fig. 58 - Reiniging met flessenwisser
- Reinig de ruimte van de vuurpot en aslade en verwijder de eventueel aanwezige as af die zich daar opeengehoopt heeft (zie Fig. 57 op pag. 33).
- Reinig ook het valgat van de pellets met een flessenwisser (zie Fig. 58 op pag. 33).
- De as moet in een metalen bak met hermetisch gesloten deksel gedaan worden en deze bak mag nooit in aanraking met brandbaar materiaal komen (als hij bijvoorbeeld op een houten vloer gezet wordt) omdat de as in de bak de kool nog heel lang brandend houdt).
- Pas wanneer de as gedoofd is kan ze weggegooid worden bij het organische afval.
- Let op de vlam, als deze rood wordt, zwak is of zwarte rook afgeeft: in dat geval is de vuurpot door afzettingen verstopt en moet gereinigd worden. Indien versleten moet hij vervangen worden.
15.3 REINIGING VOORRAADBAK EN TRANSPORTSCHROEF

Bij iedere bijvulling met pellets moet de eventuele aanwezigheid van poeder/zaagsel of ander afval op de bodem van de voorraadbak gecontroleerd worden. Is dergelijk afval aanwezig, dan moet het verwijderd worden met behulp van een alleszuiger (zie Fig. 59 op pag. 33).

Fig. 59 - Reiniging van de voorraadbak en transportschroef

Het rooster dat de handen bescherming biedt, mag nooit uit zijn zitting verwijderd worden. Reinig de bodem van de voorraadbak en het zichtbare deel van de transportschroef grondig en uitsluitend zoals op de foto getoond wordt (zie Fig. 59 op pag. 33).
15.4 REINIGING KAMER VAN DE ROOKGASSEN EN PASSAGE VAN DE ROOKGASSEN

Reinig de rookgassenkamer ieder seizoen (of 1500 uur werk).
- Verwijder de flanken van de kachel naargelang het model:
VEGA / SIRE ^3 PLUS / PRINCE ^3 / TREND / PRINCE ^3 PLUS: verwijder de bovenste schroeven van de flank (zie Fig. 60 op pag. 34 en Fig. 61 op pag. 34), neem de flank daarna volledig weg (zie Fig. 62 op pag. 34).

Fig. 60 - Verwijdering bovenste schroef

Fig. 61 - Verwijdering achterste schroef

Fig. 62 - Verwijdering van de flank
DOGE 3 PLUS: verwijder de onderste schroeven van het middenpaneel (zie Fig. 63 op pag. 34), neem het paneel daarna weg (zie Fig. 64 op pag. 34).

Fig. 63 - Verwijdering onderste schroeven Fig. 64 - Verwijdering middenpaneel
SFERA ^3 / SFERA ^3 PLUS: maak de zijpanelen los (zie Fig. 65 op pag. 34).

Fig. 65 - Sfera³ / Sfera³ Plus: maak de zijpanelen los
GLOBE: schroef de 6 schroeven los van het deksel bovenaan (zie Fig. 66 op pag. 35 en Fig. 67 op pag. 35) en verwijder daarna het deksel (zie Fig. 68 op pag. 35). Maak de zijpanelen los (zie Fig. 69 op pag. 35).

Fig. 66 - Verwijdering schroeven deksel 1 Fig. 67 - Verwijdering schroeven deksel 2

Fig. 68 - Het deksel verwijderen Fig. 69 - Het zijpaneel losmaken
ELISE ^3 PLUS: los de schroef van de deurstop en verwijder de deur (zie Fig. 70 op pag. 35 en Fig. 71 op pag. 35). Los de 2 schroeven in het zijpaneel (zie Fig. 72 op pag. 35 en Fig. 73 op pag. 35) en haak het zijpaneel dan los (zie Fig. 74 op pag. 35).

Fig. 70 - Draai de schroef los Fig. 71 - Verwijdering van de deur

Fig. 72 - Draai de bovenste schroef los Fig. 73 - Draai de onderste schroef los Fig. 74 - Verwijdering zijpanelen
- Reinig de 2 buizen in de verbrandingskamer met behulp van de pijpenwisser; deze buizen bevinden zich bovenaan (zie Fig. 75 op pag. 36, Fig. 77 op pag. 36 en Fig. 76 op pag. 36).
- Draai de 2 schroeven los van het verzinkte paneel dat de kamer van de rookgassen afsluit, dit paneel bevindt zich aan beide zijden van de kachel (zie Fig. 78 op pag. 36).
- Reinig met een pijpenwisser en zuig de assen op die zich binnenin hebben opgehoopt (zie Fig. 79 op pag. 36 en Fig. 80 op pag. 36).
- Voer na de reiniging de werkzaamheden in omgekeerde volgorde uit en controleer de intacte staat en de efficiëntie van de pakking. Vervang deze indien nodig.

Fig. 76 - Reiniging met flessenwisser1

Fig. 79 - Reiniging met flessenwisser 2

Reinig het afvoersysteem ieder seizoen (of 1500 uur werk).

- Verwijder het zijpaneel zoals beschreven in REINIGING KAMER VAN DE ROOKGASSEN EN PASSAGE VAN DE ROOKGASSEN op pag. 33.
• Verwijder de inspectie stekker van de T (zie Fig. 81 op pag. 36 en Fig. 82 op pag. 36). - Zuig de as die is opgebouwd binnen.
- Voer na de reiniging de werkzaamheden in omgekeerde volgorde uit en controleer de intacte staat en de efficiëntie van de pakking. Vervang deze indien nodig.

Het is belangrijk de dop hermetisch te sluiten anderS zullen schadelijke rookgassen in het vertrek verspreid worden.
15.6 REINIGING VAN DE ROOKGASSENAFZUIGER

Reinig jaarlijks de rookgassenafzuiger en ontdoe deze van de as of de stof die tot gevolg hebben dat de schoepen in onbalans raken en meer geluid maken.

• Volg de procedure die aangeduid wordt in Fig. 83 op pag. 37, Fig. 84 op pag. 37 en Fig. 85 op pag. 37.
15.7 REINIGING OMGEVINGSVENTILATOR

Reinig de omgevingsventilator jaarlijks en verwijder de as of het stof die een onbalans van de schoepen veroorzaken, alsmede een grotere geluidsemissie.

Fig. 86 - Reiniging omgevingsventilator
- Verwijder de zijflanken (zie REINIGING KAMER VAN DE ROOKGASSEN EN PASSAGE VAN DE ROOKGASSEN op pag. 33).
- Zuig as en stof op die zich binnenin opeengehoopt hebben (zie Fig. 86 op pag. 37).
15.8 JAARLIJKSE REINIGING VAN DE ROOKGASSENLEIDINGEN

Reinig deze jaarlijks en verwijder het roet met gebruik van borstels.
De reiniging moet door een kachel- en schoorsteenspecialist uitgevoerd worden die de rookleiding, het rookkanaal en de schoorsteenpot reinigt, de efficiëntie ervan nakijkt en een schriftelijke verklaring afgeeft waarin vermeld wordt dat het systeem veilig is. Deze werkzaamheden moeten minstens één keer per jaar uitgevoerd worden.
15.9 ALGEMENE REINIGING

Voor de reiniging van de externe en interne delen van de kachel dient u geen gebruik te maken van staalsponsjes, zoutzuur of andere corroderende en schurende producten.
15.10 REINIGING VAN GELAKTE METALEN ONDERDELEN

Voor de reiniging van de gelakte metalen onderdelen dient u een zachte doek te gebruiken. Gebruik nooit ontvettende substanties zoals alcohol, verdunners, aceton of benzine omdat deze de lak op onherstelbare wijze beschadigen.
15.11 REINIGING VAN DE MAJOLICA EN STEEN ONDERDELEN

Enkele modellen kachel hebben een externe bekleding van majolica o steen. Deze zijn ambachtelijk gemaakt en het is dan ook haast overmijdelijk dat ze barstjes, putjes en schaduwen vertonen. Voor de reiniging van de majolica o steen gebruikt u een zachte, droge doek. Als ongeacht welk reinigingsmiddel gebruikt wordt, zal dit in de barstjes sijpelen en deze beter doen uitkomen.
15.12 VERVANGING VAN DE PAKKINGEN

Mochten de pakkingen van de vuurdeur, de voorraadbak of de rookgassenkamer versleten raken, dan moeten ze vervangen worden door een gautoriseerde technicus om de goede werking van de kachel te garanderen.

Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
15.13 REINIGING VAN HET GLAS

Het keramische glas van de vuurdeur is bestand tegen 700°C maar niet tegen temperatuurschommelingen. De eventuele reiniging met in de handel verkrijgbare producten voor glas moet plaatsvinden wanneer het glas koud is om te voorkomen dat het kan exploderen.

Er wordt geadviseert de glas van de vuurdeur alle dagen te reinigen!
16 IN GEVAL VAN ONGEMAKKEN

16.1 ALARMEN

Vóór iedere test en/of ingreep van de geautoriseerde technicus heeft deze technicus zelf de plicht te controleren of de parameters van de elektronische kaart overeenkomen met de referentietabel die hij in bezit heeft.

In geval van twijfel omtrent het gebruik van de kachel dient u ALTIJD de geautoriseerde technicus te contacteren om onherstelbare schade te voorkomen.
| ALARM OORZAAK OPLOSSING INGREEP | |||
| AL 1 - BLACK OUT | Onderbreking elektrische energie tijdens de fase van inschakeling | Reinig de vuurpot en schakel opnieuw in. | ![]() |
| AL 2 - SONDE ROOKG | De temperatuursonde van de rookgassen is afgesloten | Voer een revisie van de kachel uit. | ![]() |
| De temperatuursonde van de rookgassen is defect | Vervang de rookgassensonde. | ![]() | |
| AL 3 - WARM ROOKG | De rookgassensonde is defect | Vervang de rookgassensonde. | ![]() |
| De elektronische kaart is defect | Vervang de elektronische kaart. | ![]() | |
| De warmtewisselaar-ventilator voor de omgeving werkt niet | Vervang de omgevingsventilator. | ![]() | |
| De waarde van de lading van de pellets is te hoog "fase 5" | Regel de lading van de pellets. | ![]() | |
| AL 4 - VENT PANNE | De rookgassenafzuiger is defect | De pellets kunnen ook branden dankzij de onderdruk van het rookkanaal, zonder behulp van de afzuiger. Laat de rookgassenafzuiger onmiddellijk vervangen. Het kan schadelijk voor de gezondheid zijn om de kachel zonder afzuiger te laten werken. | ![]() |
| AL 5 - GEEN ONTSTEK | De voorraadbak is leeg Vul de voorraadbak. | ![]() | |
| De vuurpot is niet gereinigd | Reinig de vuurpot. | ![]() | |
| De ontstekingsdrempel is niet bereikt door de sonde | Reinig de vuurpot en schakel opnieuw in. (Bel een geautoriseerde technicus als het probleem aanhoudt). | ![]() | |
| De inschakelbougie is defect | Vervang de inschakelweerstand. | ![]() | |
| De buitentemperatuur is te laag | Herstart de kachel. | ![]() | |
| Vochtige pellets | De pellets moeten in een droge plaats bewaard worden. Controleer dit. | ![]() | |
| De thermische sonde is geblokkeerd | Vervang de thermische sonde. | ![]() | |
| De elektronische kaart is defect | Vervang de elektronische kaart. | ![]() | |
| ALARM OORZAAK OPLOSSING INGREEP | |||
| AL 6 - GEEN PELLET | De voorraadbak is leeg Vul de voorraadbak. | ![]() | |
| AL 7 - WARMTE VEILIGHE | De ketel heeft een te hoge temperatuur | Laat de kachel afkoelen: de thermostaat zal opnieuw automatisch geactiveerd worden. (Bel een geautoriseerde technicus als het probleem aanhoudt). | ![]() |
| De warmtewisselaar-ventilator voor de omgeving werkt niet | Vervang de omgevingsventilator. | ![]() | |
| Tijdelijke onderbreking van de elektrische energie | Werking veroorzaakt een oververhitting van de ketel en de inwerkingtreding van de thermostaat. Laat de kachel afkoelen en herstart de kachel. | ![]() | |
| De automatische thermostaat is defect | Vervang de automatische thermostaat. | ![]() | |
| De elektronische kaart is defect | Vervang de elektronische kaart. | ![]() | |
| AL 8 - STORING DEPRESS | De afvoer is verstopt | De afvoerschoorsteen is gedeeltelijk of geheel verstopt. Bel een kachel- en schoorsteenspecialist die een controle van de kachelafvoer op de schoorsteenpot uitvoert. Zorg dat onmiddellijk een reiniging plaatsvindt. Het kan schadelijk voor de gezondheid zijn om de kachel met verstopte schoorsteen te laten werken. | ![]() |
| De rookgassenafzuiger is defect | De pellets kunnen ook branden dankzij de onderdruk van het rookkanaal, zonder behulp van de afzuiger. Laat de rookgassenafzuiger onmiddellijk vervangen. Het kan schadelijk voor de gezondheid zijn om de kachel zonder afzuiger te laten werken. | ![]() | |
| De zitting voor het rubber is verstopt | Reinig het gat voor het rubber. | ![]() | |
| De drukschakelaar is defect | Vervang de drukschakelaar. | ![]() | |
| De elektronische kaart is defect | Vervang de elektronische kaart. | ![]() | |
| De schoorsteen is te lang | Raadpleeg een kachel- en schoorsteenspecialist en controleer of de afvoerschoorsteen aan de voorschriften voldoet: zieROOKKANAAL op pag. 7. | ![]() | |
| De weersomstandigheden zijn ongunstig | Bij sterke wind kan er negatieve druk op de schoorsteen staan. Controleer dit en schakel de kachel opnieuw in. | ![]() | |
| AL 9 - DEURO OPEN | De vuurdeur is niet correct gesloten | Sluit de vuurdeur correct en controleer of de pakkingen niet verslechterd zijn. | ![]() |
| Microschakelaar vuurdeur kapot of defect | Vervang de microschakelaar van de vuurdeur. | ![]() | |
16.2 OPLOSSING VAN DE PROBLEMEN

Vóór iedere test en/of ingreep van de geautoriseerde technicus heeft deze technicus zelf de plicht te controleren of de parameters van de elektronische kaart overeenkomen met de referentietabel die hij in bezit heeft.

In geval van twijfel omtrent het gebruik van de kachel dient u ALTIJD de geautoriseerde technicus te contacteren om onherstelbare schade te voorkomen.
| PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING INGREEP | |||
| Het controledisplay wordt niet ingeschakeld | De kachel is zonder voeding | Controleer of de stekker in het net gestoken is. | ![]() |
| De veiligheidszekering van de kaart is doorgebrand | Vervang de veiligheidszekering in de kaart (4A-250V). | ![]() | |
| Het controledisplay is defect | Vervang het controledisplay. | ![]() | |
| De flat-kabel is defect. | Vervang de flat-kabel. | ![]() | |
| De elektronische kaart is defect | Vervang de elektronische kaart. | ![]() | |
| Er komen geen pellets de verbrandingskamer binnen | De voorraadbak is leeg | Vul de voorraadbak. | ![]() |
| De transportschroef is geblokkeerd door een onbekend object (zoals spijkers) | Reinig de transportschroef. | ![]() | |
| De reductiemotor van de transportschroef is kapot | Vervang de reductiemotor. | ![]() | |
| Controleer of het display niet een actief alarm toont "ALARM ACTIEF" | Voer een revisie van de kachel uit. | ![]() | |
| PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING INGREEP | |||
| Het vuur dooft en de kachel stopt | De voorraadbak is leeg | Vul de voorraadbak. | ![]() |
| De transportschroef is geblokkeerd door een onbekend object (zoals spijkers) | Reinig de transportschroef. | ![]() | |
| Slechte pellets Probeer andere soorten pellets uit. | ![]() | ||
| De waarde van de lading van de pellets is te laag "fase 1" | Regel de lading van de pellets. | ![]() | |
| Controleer of het display niet een actief alarm toont "ALARM ACTIEF" | Voer een revisie van de kachel uit. | ![]() | |
| De kachel werkt op snelheid en het display toont "BRANDPOT REINIGIN" | Automatische reiniging vuurpot | De kachel gaat op het minimum staan en de rookgassenafzuiger op het maximum. GEEN ENKEL PROBLEEM! | ![]() |
| De vlammen zijn zwak en oranje van kleur, de pellets branden niet correct en het glas wordt vuil zwart | Er is onvoldoende verbrandingslucht | Controleer de volgende punten: eventuele obstructies voor de inlaat van de verbrandingslucht via de achter- of onderkant van de kachel; regel of verwijder de eventuele PVC-dop met register in de luchtinlaatbuis; verstopte gaten van het rooster van de vuurpot en/of de ruimte van de vuurpot met overmatige hoeveelheden as; laat de schoepen van de afzuiger en het slakkenhuis daarvan reinigen. | ![]() |
| De afvoer is verstopt | De afvoerschoorsteen is gedeeltelijk of geheel verstopt. Bel een ervaren kachel- en schoorsteenspecialist die een controle van de kachelafvoer tot en met de schoorsteenpot uitvoert. Zorg dat onmiddellijk een reiniging plaatsvindt. | ![]() | |
| De kachel is verstopt | Zorg voor een interne reiniging van de kachel. | ![]() | |
| De rookgasse-nafzuiger is kapot | De pellets kunnen ook branden dankzij de onderdruk van het rookkanaal, zonder behulp van de afzuiger. Laat de rookgassenafzuiger onmiddellijk vervangen. Het kan schadelijk voor de gezondheid zijn om de kachel zonder afzuiger te laten werken. | ![]() | |
| De ventilator-warmtewisselaar blijft draaien, ook al is de kachel afgekoeld | De tempera-tuursonde van de rookgassen is defect | Vervang de rookgassensonde. | ![]() |
| De elektronische kaart is defect | Vervang de elektronische kaart. | ![]() | |
| PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING INGREEP | |||
| Er bevindt zich as rondom de kachel | De deurpakkingen zijn defect of kapot | Vervang de pakkingen. | ![]() |
| De buizen van de rookleiding zijn niet hermetisch gesloten | Raadpleeg een kachel- en schoorsteenspecialist die de aansluitingen onmiddellijk met siliconenkit voor hoge temperaturen zal verzegelen en/of de buizen zelf zal vervangen door buizen die aan de van kracht zijnde normen voldoen. De kanalisering van de rookgassen is niet hermetisch gesloten en kan de gezondheid schade berokkenen. | ![]() | |
| De kachel werkt op snelheid en het display toont "ARBEID, MODULE" | De omgevingstemperatuur is bereikt | De kachel gaat op het minimum staan. GEEN ENKEL PROBLEEM! | ![]() |
| De kachel werkt op snelheid en het display toont "WARM ROOKG" | De limiettemperatuur voor de uitlaat van de rookgassen is bereikt | De kachel gaat op het minimum staan. GEEN ENKEL PROBLEEM! | ![]() |
| De kachel werkt op snelheid en het display toont "SERVICE" | Waarschuwing periodiek onderhoud (niet blokkerend) | Wanneer deze knipperende tekst verschijnt tijdens de inschakeling, betekent dit dat het van tevoren vastgestelde aantal werkuren tot het onderhoud verstreken is. Bel het assistentiecentrum. | ![]() |
Wij verstrekken hier enige aanwijzingen voor de geautoriseerde technicus die hij dient op te volgen om toegang tot de mechanische delen van de kachel te krijgen.
- Gebruik voor de vervanging van de zekeringen in het elektrische stopcontact achter de kachel een schroevendraaier voor schroeven met inkeping. Steek deze in het deurtje en gebruik hem als hefboom (zie Fig. 87 op pag. 43). Trek de te vervangen zekeringen vervolgens naar buiten.

Fig. 87 - Deurtje met te verwijderen zekeringen Fig. 88 - Verwijdering carter achteraan
Handel als volgt:
• Verwijdering carter achteraan (zie Fig. 88 op pag. 43).
- Na deze handelingen kunt u bij de volgende onderdelen komen: reductiemotor, inschakelbougie, omgevingsventilator, rookgassenafzuiger, omgevingssonde, rookgassensonde, thermostaat, elektronische kaart, drukschakelaar.
- Voor de vervanging en/of de reiniging van de transportschroef voor het laden met pellets dient men de drie bouten van de reductiemotor los te schroeven en de reductiemotor los te halen. Draai de twee schroeven onder de motorreductor van de transportschroef los, verwijder de handbescherming binnenin de voorraadbak en schroef vervolgens de bout binnenin de transportschroef los. Ga voor de hermontage in omgekeerde volgorde te werk.
17.2 KENMERKEN
| BESCHRIJVING SFERA | 39,5 kW SFERA | 3PLUS 10,5 kW GLOBE 10,5 kW | |
| BREEDTE 53,6 cm 53,6 cm 53,6 cm | |||
| DIEPTE 57 cm 57 cm 57 cm | |||
| HOOGTE 104 cm 104 cm 104 cm | |||
| GEWICHT 98 - 108 kg 98 - 108 kg 98 kg | |||
| INGEVOERD THERMISCH VERMOGEN (Min/Max) | 3 - 10,7 kW 3 - 11,9 kW 3 - 11,9 kW | ||
| NOMINAAL THERMISCH VERMOGEN (Min/Max) | 2,8 - 9,5 kW 2,8 - 10,5 kW 2,8 - 10,5 kW | ||
| EFFICIÉNTIE (Min/Max) 93 - 86,5 % 93 - 87,1 % 93 - 87,1 % | |||
| TEMPERATUUR ROOKGASSEN | 85 - 221 °C | 85 - 228 °C | 85 - 228 °C |
| MAXIMUM DEBIET VAN DE ROOKGASSEN (Min/Max) | 3,1 - 6,8 g/s | 3,1 - 6,5 g/s | 3,1 - 6,5 g/s |
| CO-EMISSIES (13% O_2 ) (Min/Max) | 0,030 - 0,005 % | 0,030 - 0,007 % | 0,030 - 0,007 % |
| OGC-EMISSIES (13% O_2 ) (Min/Max) | 2 - 1 mg/Nm ^3 | 2 - 1 mg/Nm ^3 | 2 - 1 mg/Nm ^3 |
| NO _x -EMISSIES (13% O_2 ) (Min/Max) | 117 - 152 mg/Nm ^3 | 117 - 136 mg/Nm ^3 | 117 - 136 mg/Nm ^3 |
| Gemiddeld CO-GEHALTE bij 13% O_2 (Min/Max) | 375 - 67 mg/Nm ^3 | 375 - 83 mg/Nm ^3 | 375 - 83 mg/Nm ^3 |
| Gemiddeld DEELTJESGEHALTE bij 13% O_2 (Max) | 12 mg/Nm ^3 | 12 mg/Nm ^3 | 12 mg/Nm ^3 |
| ONDERDRUK SCHOORSTEEN (Max) | 11 Pa | 11 Pa | 11 Pa |
| MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTAND van ontvlambaar materiaal | 300 mm 300 mm | 300 mm | |
| OP GEDEELD ROOKKANAAL | NO | NO | NO |
| DIAMETER AFVOERPIJP ROOKGASSEN | ∅80 mm | ∅80 mm | ∅80 mm |
| BRANDSTOF | Pellet ∅6-7 mm | Pellet ∅6-7 mm | Pellet ∅6-7 mm |
| WARMTEVERMOGEN PELLETS | 5 kWh/kg | 5 kWh/kg | 5 kWh/kg |
| VOCHTGEHALTE PELLETS | ≤ 10% | ≤ 10% | ≤ 10% |
| VERWARMBAAR VOLUME 18/20°C Coëff. 0,045 kW (Min/Max) | 67 - 228 m ^3 | 67 - 252 m ^3 | 67 - 252 m ^3 |
| UURVERBRUIK (Min/Max) | 0,6 - 2,3 kg/h | 0,6 - 2,4 kg/h | 0,6 - 2,4 kg/h |
| CAPACITEIT VOORRAADBAK | 22 kg | 22 kg | 22 kg |
| AUTONIMOE (Min/Max) | 9,6 - 36,7 h 9,2 - 36,7 h 9,2 - 36,7 h | ||
| VOEDING | 230 V - 50 Hz | 230 V - 50 Hz | 230 V - 50 Hz |
| GEABSORBEERD VERMOGEN (Max) | 360 kW | 360 kW | 360 kW |
| GEABSORBEERD VERMOGEN INSCHAKELWEERSTAND | 300 W | 300 W | 300 W |
| MINIMUM BUITENLUCHTINLAAT (laatste nuttige doorsnede) | 80 cm ^2 | 80 cm ^2 | 80 cm ^2 |
| KACHEL MET HERMETISCH GESLOTEN KAMER | JA | JA | JA |
| BUITENLUCHTINLAAT VOOR | 60 mm | 60 mm | 60 mm |
| BESCHRIJVING SIRE | 3 PLUS 10,5 kW DOGE | 3 PLUS 10,5 kW ELISE | 3 PLUS 10,5 kW |
| BREEDTE 54,4 cm 55,4 cm 65 cm | |||
| DIEPTE 52,3 cm 54 cm 60,3 cm | |||
| HOOGTE 104,8 cm 105,6 cm 108 cm | |||
| GEWICHT 131 kg 118 kg 138 kg | |||
| INGEVOERD THERMISCH VERMOGEN (Min/Max) | 3 - 11,9 kW 3 - 11,9 kW 3 - 11,9 kW | ||
| NOMINAAL THERMISCH VERMOGEN (Min/Max) | 2,8 - 10,5 kW 2,8 - 10,5 kW 2,8 - 10,5 kW | ||
| EFFICIÊNTIE (Min/Max) 93 - 87,1 % 93 - 87,1 % 93 - 87,1 % | |||
| TEMPERATUUR ROOKGASSEN 85 - 228 °C | 85 - 228 °C | 85 - 228 °C | |
| MAXIMUM DEBIET VAN DE ROOKGASSEN (Min/Max) | 3,1 - 6,5 g/s | 3,1 - 6,5 g/s | 3,1 - 6,5 g/s |
| CO-EMISSIES (13% O_2 ) (Min/Max) | 0,030 - 0,007 % | 0,030 - 0,007 % | 0,030 - 0,007 % |
| OGC-EMISSIES (13% O_2 ) (Min/Max) | 2 - 1 mg/Nm ^3 | 2 - 1 mg/Nm ^3 | 2 - 1 mg/Nm ^3 |
| NO _x -EMISSIES (13% O_2 ) (Min/Max) | 117 - 136 mg/Nm ^3 | 117 - 136 mg/Nm ^3 | 117 - 136 mg/Nm ^3 |
| Gemiddeld CO-GEHALTE bij 13% O_2 (Min/Max) | 375 - 83 mg/Nm ^3 | 375 - 83 mg/Nm ^3 | 375 - 83 mg/Nm ^3 |
| Gemiddeld DEELTJESGEHALTE bij 13% O_2 (Max) | 12 mg/Nm ^3 | 12 mg/Nm ^3 | 12 mg/Nm ^3 |
| ONDERDRUK SCHOORSTEEN (Max) | 11 Pa | 11 Pa | 11 Pa |
| MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTAND van ontvlambaar materiaal | 300 mm 300 mm | 300 mm | |
| OP GEDEELD ROOKKANAAL | NO | NO | NO |
| DIAMETER AFVOERPIJP ROOKGASSEN | ∅80 mm | ∅80 mm | ∅80 mm |
| BRANDSTOF | Pellet ∅6-7 mm | Pellet ∅6-7 mm | Pellet ∅6-7 mm |
| WARMTEVERMOGEN PELLETS | 5 kWh/kg | 5 kWh/kg | 5 kWh/kg |
| VOCHTGEHALTE PELLETS | ≤ 10% | ≤ 10% | ≤ 10% |
| VERWARMBAAR VOLUME 18/20°C Coëff. 0,045 kW (Min/Max) | 67 - 252 m ^3 | 67 - 252 m ^3 | 67 - 252 m ^3 |
| UURVERBRUIK (Min/Max) | 0,6 - 2,4 kg/h | 0,6 - 2,4 kg/h | 0,6 - 2,4 kg/h |
| CAPACITEIT VOORRAADBAK | 22 kg | 22 kg | 22 kg |
| AUTONIMOE (Min/Max) | 9,2 - 36,7 h 9,2 - 36,7 h | 9,2 - 36,7 h | |
| VOEDING | 230 V - 50 Hz | 230 V - 50 Hz | 230 V - 50 Hz |
| GEABSORBEERD VERMOGEN (Max) | 360 kW | 360 kW | 360 kW |
| GEABSORBEERD VERMOGEN INSCHAKELWEERSTAND | 300 W | 300 W | 300 W |
| MINIMUM BUITENLUCHTINLAAT (laatste nuttige doorsnede) | 80 cm ^2 | 80 cm ^2 | 80 cm ^2 |
| KACHEL MET HERMETISCH GESLOTEN KAMER | JA | JA | JA |
| BUITENLUCHTINLAAT VOOR | 60 mm | 60 mm | 60 mm |
| BESCHRIJVING VEGA 10,5 kW TREND 10,5 kW PRINCE | 3 10,5 kW | PRINCE3 PLUS 10,5 kW | ||
| BREEDTE 54 cm 54 cm 53,6 cm 53,6 cm | ||||
| DIEPTE 54 cm 54 cm 54 cm 54 cm | ||||
| HOOGTE 105 cm 105 cm 105,8 cm 105,8 cm | ||||
| GEWICHT 104 kg 104 kg 104,5 kg 105,5 kg | ||||
| INGEVOERD THERMISCH VERMOGEN (Min/Max) | 3 - 11,9 kW 3 - 11,9 kW 3 - 11,9 kW 3 - 11,9 kW | |||
| NOMINAAL THERMISCH VERMOGEN (Min/Max) | 2,8 - 10,5 kW 2,8 - 10,5 kW 2,8 - 10,5 kW | |||
| EFFICIËNTIE (Min/Max) | 93 - 87,1 % | 93 - 87,1 % | 93 - 86,5 % | 93 - 87,1 % |
| TEMPERATUUR ROOKGASSEN | 85 - 228 °C | 85 - 228 °C | 85 - 221 °C | 85 - 228 °C |
| MAXIMUM DEBIET VAN DE ROOKGASSEN (Min/Max) | 3,1 - 6,5 g/s | 3,1 - 6,5 g/s | 3,1 - 7,0 g/s | 3,1 - 6,5 g/s |
| CO-EMISSIES (13% O_2 ) (Min/Max) | 0,030 - 0,007 % | 0,030 - 0,007 % | 0,030 - 0,006 % | 0,030 - 0,007 % |
| OGC-EMISSIES (13% O_2 ) (Min/Max) | 2 - 1 mg/Nm3 | 2 - 1 mg/Nm3 | 2 - 1 mg/Nm3 | 2 - 1 mg/Nm3 |
| NOx-EMISSIES (13% O_2 ) (Min/Max) | 117 - 136 mg/Nm3 | 117 - 136 mg/Nm3 | 117 - 147 mg/Nm3 | 117 - 136 mg/Nm3 |
| Gemiddeld CO-GEHALTE bij 13% O_2 (Min/Max) | 375 - 83 mg/Nm3 | 375 - 83 mg/Nm3 | 375 - 77 mg/Nm3 | 375 - 83 mg/Nm3 |
| Gemiddeld DEELTJESGEHALTE bij 13% O_2 (Max) | 12 mg/Nm3 | 12 mg/Nm3 | 11 mg/Nm3 | 12 mg/Nm3 |
| ONDERDRUK SCHOORSTEEN (Max) | 11 Pa | 11 Pa | 11 Pa | 11 Pa |
| MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTAND van ontvlambaar materiaal | 300 mm 300 mm | 300 mm | 300 mm | |
| OP GEDEELD ROOKKANAAL | NO | NO | NO | NO |
| DIAMETER AFVOERPIJP ROOKGASSEN | ∅80 mm | ∅80 mm | ∅80 mm | ∅80 mm |
| BRANDSTOF | Pellet ∅6-7 mm | Pellet ∅6-7 mm | Pellet ∅6-7 mm | Pellet ∅6-7 mm |
| WARMTEVERMOGEN PELLETS | 5 kWh/kg | 5 kWh/kg | 5 kWh/kg | 5 kWh/kg |
| VOCHTGEHALTE PELLETS | ≤ 10% | ≤ 10% | ≤ 10% | ≤ 10% |
| VERWARMAAR VOLUME 18/20°C Coëff. 0,045 kW (Min/Max) | 67 - 252 m3 | 67 - 252 m3 | 67 - 252 m3 | 67 - 252 m3 |
| UURVERBRUIK (Min/Max) | 0,6 - 2,4 kg/h | 0,6 - 2,4 kg/h | 0,6 - 2,5 kg/h | 0,6 - 2,4 kg/h |
| CAPACITEIT VOORRAADBAK | 22 kg | 22 kg | 22 kg | 22 kg |
| AUTONIMOE (Min/Max) | 9,2 - 36,7 h | 9,2 - 36,7 h | 8,8 - 36,7 h | 9,2 - 36,7 h |
| VOEDING | 230 V - 50 Hz | 230 V - 50 Hz | 230 V - 50 Hz | 230 V - 50 Hz |
| GEABSORBEERD VERMOGEN (Max) | 360 kW | 360 kW | 360 kW | 360 kW |
| GEABSORBEERD VERMOGEN INSCHAKELWEERSTAND | 300 W | 300 W | 300 W | 300 W |
| MINIMUM BUITENLUCHTINLAAT (laatste nuttige doorsnede) | 80 cm2 | 80 cm2 | 80 cm2 | 80 cm2 |
| KACHEL MET HERMETISCH GESLOTEN KAMER | JA | JA | JA | JA |
| BUITENLUCHTINLAAT VOOR | 60 mm | 60 mm | 60 mm | 60 mm |
NOTE
PELLETKACHELS · HOUTKACHELS · HOUTKEUKENS THERMOKACHEL · OPEN HAARD PELLETS
CADEL srl
FREEPOINT by Cadel
Via Foresto Sud, 7
31025 Santa Lucia di Piave (TV) - ITALY
tel. +39.0438.738669
fax +39.0438.73343
www.cadelsrl.com








































































