B15E54N0 - Oven NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B15E54N0 NEFF in PDF-formaat.
| Type product | Inbouwoven |
| Merk | Neff |
| Model | B15E54N0 |
| Afmetingen (H x B x D) | 596 mm x 594 mm x 548 mm |
| Nettogewicht | 35 kg |
| Voeding | 230 V / 50 Hz, 16 A |
| Vermogen | 3300 W |
| Energieklasse | A+ |
| Verwarmingsmethoden | 4D Hotair, CircoTherm, Boven- en onderwarmte, Grill, Intensieve warmte |
| Inhoud | 71 liter |
| Reiniging | EasyClean, Catalytisch, Pyrolyse |
| Bediening | TFT-display met draaiknoppen en touch |
| Veiligheid | Kinderbeveiliging, Automatische uitschakeling, Koeling met ventilator |
| Deurscharnier | Vallende deur (full-face) |
| Aantal roosters | 3 |
| Verlichting | Halogeen, 40 W |
| Geluidsniveau | 45 dB |
| Repareerbaarheidsindex | 7,5 / 10 |
| Inclusief accessoires | 1 rooster, 1 bakplaat, 1 braadslede |
| Garantie | 2 jaar (fabrieksgarantie) |
Veelgestelde vragen - B15E54N0 NEFF
Gebruikersvragen over B15E54N0 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B15E54N0 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B15E54N0 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING B15E54N0 NEFF
[nl] Gebruiksaanwijzing 2
nl Inhoudsopgave
Veiligheidsvoorschriften.... 3
Voor het inbouwen....3
Instructies voor uw veiligheid ....3
Oorzaken van schade....3
Energie- en milieutips 4
Energie besparen 4
Milieuvriendelijk afvoeren 4
Uw nieuwe apparaat....4
BEDIENINGSPANEEL....4
Functies ....5
Inschuifhoogtes 5
Toebehoren....5
Voor het eerste gebruik 6
Tijd instellen 6
Apparaat reinigen 6
Apparaat bedienen 6
Apparaat inschakelen 6
Apparaat uitschakelen. 7
Basisinstellingen wijzigen....7
Automatische veiligheidsuitschakeling ....7
Snel voorverwarmen....9
Instellingen controleren, corrigeren of wissen 9
Kinderslot....9
Blokkering 9
Permanente blokkering....9
Bakken....10
Bakken in vormen en op platen.... 10
Bakken op meerdere niveaus 10
Baktabel voor basisdeeg 10
Broodbakstand.... 11
Baktabel voor gerechten en kant-en-klare diepvriesproducten 12
Tips en trucs 13
Braden 14
Open braden.... 14
Gesloten braden 14
Braadtabel.... 14
Tips en trucs 15
Grillen 16
Thermogrillen.... 16
Vlakgrillen 16
Bereiden met stoom....17
Deegrijsstand....18
Gistdeeg 18
Yoghurt 18
Langzaam garen 18
Het gebruik van Langzaam garen 19
Langzaam garen- tabel....19
Tips en trucs 19
Ontdooien 20
Ontdooien met CircoTherm® hetelucht 20
Ontdooistand.... 20
Inmaken.... 20
Reiniging en onderhoud.... 21
Het apparaat van buiten reinigen 21
Binnenruimte reinigen.... 21
Zelfreinigende oppervlakken 22
EasyClean® 22
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen.... 23
Ruiten van de deur schoonmaken 23
Plafond van de binnenruimte reinigen.... 24
Inhangroosters reinigen.... 24
Deurdichting vervangen 26
Servicedienst.... 26
E-nummer en FD-nummer 26
Testgerechten.... 27
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.neff-international.com en in de online-shop: www.neff-eshop.com
⚠️ Veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift goed. Geeft u het apparaat door aan anderen, doe de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift er dan bij.
Voor het inbouwen
Transportschade
Controleer het apparaat na het uitpakken. Bij transportschade mag u het apparaat niet aansluiten.
Elektrische aansluiting
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Instructies voor uw veiligheid
Dit apparaat is alleen voor huishoudelijk gebruik bestemd. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten.
Volwassenen en kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht gebruiken wanneer
■ ze hiertoe lichamelijk of geestelijk niet in staat zijn,
■ of niet over de nodige kennis en ervaring beschikken.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Hete binnenruimte
Risico van verbranding!
- Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of de verwarmingselementen aanraken. De deur van het apparaat voorzichtig openen Er kan hete stoom vrijkomen. Houd kleine kinderen uit de buurt.
- Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Gebruik alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage en open de deur van het apparaat voorzichtig.
Risico van brand!
- Geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte bewaren. Nooit de deur openen wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Zet het apparaat uit. Haal de netstekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Bij het voorverwarmen het bakpapier nooit onbevestigd op de toebehoren leggen. Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een tochtstroom. Het bakpapier kan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bekleed alleen het benodigde oppervlak met bakpapier. Het bakpapier mag niet over de toebehoren uitsteken.
Risico van kortsluiting!
Nooit aansluitkabels van elektrische apparaten tussen de hete apparaatdeur beklemd laten raken. De kabelisolatie kan smelten.
Kans op verbrandingen!!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan hete waterdamp.
Hete toebehoren en vormen
Risico van verbranding!
Nooit hete toebehoren of vormen zonder pannenlappen uit de binnenruimte nemen.
Ondeskundige reparaties
Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Wanneer het apparaat defect is, haal de stekker dan uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Neem contact op met de klantenservice.
Oorzaken van schade
Attentie!
■ Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
■ Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
■ Vochtige levensmiddelen: Geen vochtige levensmiddelen langere tijd in de afgesloten binnenruimte bewaren. Het email raakt dan beschadigd.
■ Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
■ Afkoelen met open apparaatdeur: De binnenruimte alleen laten afkoelen wanneer deze afgesloten is. Ook wanneer de deur slechts op een kier openstaat, kan de voorzijde van aangrenzende meubels op den duur worden beschadigd.
■ Sterk vervuilde ovendichting: Is de ovendichting sterk vervuild, dan sluit de ovendeur tijdens het gebruik niet meer goed. De voorzijde van aangrenzende meubels kan worden beschadigd. De ovendichting altijd schoon houden.
■ Ovendeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: Niets op de open ovendeur leggen of plaatsen. Geen vormen of toebehoren op de ovendeur plaatsen.
■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Energie- en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen
De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Hierdoor kan de baktijd voor de tweede taart of cake korter zijn.
Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken..
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro- en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.
Uw nieuwe apparaat
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
■ het bedieningspaneel
■ de functies
■ de inschuifhoogtes
■ de toebehoren
BEDIENINGSPANEEEL

Bedieningselement Gebruik
| Klokfunctietoets Gewenste klokfunctie of de functie Snel voorverwarmen kiezen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) | ||
| Draaiknop Instellingen binnen een klokfunctie uitvoeren of de functie Snel voorverwarmen inschakelen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) | ||
| Functiekeuzeknop | Gewenste functie kiezen (zie het hoofdstuk: Apparaat inschakelen) | |
| i | Infotoets Ingeschakeld apparaat: actuele oventemperatuur tijdens het opwarmen weergeven (zie het hoofdstuk: Apparaat inschakelen)Uitgeschakeld apparaat: menu Basisinstellingen opvragen (zie het hoofdstuk: Basisinstellingen wijzigen) | |
| Temperatuurkeuzeknop Ingeschakeld apparaat: temperatuur instellen (zie het hoofdstuk: Apparaat inschakelen)Uitgeschakeld apparaat: Instellingen in het menu Basisinstellingen wijzigen (zie het hoofdstuk: Basisinstellingen wijzigen) | ||
Indrukbare bedieningsknoppen
De draai-, temperatuur- en functiekeuzeknop zijn indrukbaar.
Om in en uit te schakelen op de betreffende knop drukken.
Functions
Hier krijgt u een overzicht van de functies van uw apparaat.
Functie Toepassing
| CircoTherm® hetelucht voor het bakken en braden op één of meerdere niveaus | ||
| Ontdooistand voor het voorzichtig ontdooien van vlees, brood en kwetsbaar gebak (bijv. slagroomtaart) | ||
| Boven- en onderwarmte | voor het bakken en braden op één niveau. Bijzonder geschikt voor taarten met een vochtige bedekking (bijv. kwarktaart) | |
| Pizzastand voor kant-en-klare diepvriesproducten en voor gerechten die veel warmte van de onderkant nodig hebben. (zie het hoofdstuk: Bakken) | ||
| Broodbakstand voor bakwaren die bij een hoge temperatuur gebakken moeten worden | ||
| Onderwarmte | voor gerechten en bakwaren die aan de onderkant sterker gebruind of krokant moeten worden. Schakel de onderwarmte aan het einde van de baktijd slechts kort in. | |
| Thermogrillen voor gevogelte en grotere stukken vlees. | ||
| Groot grill-oppervlak voor grote hoeveelheden vlakke, kleine gerechten van de grill (bijv. steaks, worstjes) | ||
| Klein grill-oppervlak voor kleine hoeveelheden platte, kleine gerechten van de grill (bijv. steaks, toast) | ||
| Langzaam garen voor malse stukken vlees die medium/rosé of a point gebakken moeten worden | ||
| Stoomstand voor het gezond bereiden van groente, vlees en vis | ||
| Deegrijsstand | Voor het maken van gistdeeg en yoghurt | |
| EasyClean® | vergemakkelijkt het reinigen van de binnenruimte | |
| Verlichting van de binnenruimte | als hulp bij het onderhoud en schoonmaken van de binnenruimte | |
Inschuifhoogtes

De binnenruimte heeft vier inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
Risico van verbranding!
De telescooprails worden heet bij gebruik van het apparaat. Pas goed op voor verbranding in uitgetrokken toestand.
De afzonderlijke insteeksystemen kunnen op de door uw gewenste inschuifhoogte worden ingezet. Door het eenvoudige insteeksysteem kan er snel en flexibel worden gewisseld
Aanwijzing: Bij het bakken en braden met CircoTherm® hetelucht inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter bak- en braadresultaat.
Toebehoren
Bij de levering van uw apparaat zijn de volgende toebehoren inbegrepen:

Bakplaat, geëmailleerd
voor het bakken van plaatgebak en klein gebak
Braadslede, geëmailleerd
voor het bakken van vochtig gebak, voor het braden, het grillen en het opvangen van afdruipende vloeistof

Rooster, gebogen
voor het bakken in vormen, het braden in braadservies en het grillen.
Meer toebehoren kunt u kopen in speciaalzaken:
| Toebehoren | Bestelnr. |
| Megasysteem-stoomapparaat | N8642X0 |
| Systeem-stoomapparaat | N8642X0EU |
| Braadslede, geëmailleerd | Z1232X0 |
| Braadslede met anti-aanbaklaag | Z1233X0 |
| Braadslede met vlak rooster | Z1242X0 |
| Glazen schaal | Z1262X0 |
| Pan voor ovenschotels, geëmailleerd Z1272X0 | |
| Bakplaat, aluminium | Z1332X0 |
| Bakplaat, geëmailleerd | Z1342X0 |
| Bakplaat met anti-aanbaklaag | Z1343X0 |
| Pizzavorm | Z1352X0 |
| Rooster, gebogen met schepgat | Z1432X0 |
| Rooster, vlak | Z1442X0 |
| Braadplaat, geëmailleerd, tweedelig | Z1512X0 |
| Afzonderlijk te bestellen telescooprail | Z1784X0 |
| Broodbaksteen | Z1912X0 |
| Braadslede, geëmailleerd | Z9930X0 |
Aanwijzing: De bakplaat of braadslede kan tijdens het gebruik van de oven iets kromtrekken. De oorzaak hiervan zijn grote temperatuurverschillen op de toebehoren. Deze kunnen zich voordoen wanneer er slechts op een deel van de toebehoren gerechten zijn geplaatst of diepvriesproducten, zoals pizza's, op de toebehoren zijn gelegd.
Voor het eerste gebruik
In dit hoofdstuk leest u
■ hoe u na de elektrische aansluiting van uw apparaat de tijd instelt
■ hoe u het apparaat voor het eerste gebruik schoonmaakt
Tijd instellen
Aanwijzing: Wanneer u op de klokfunctietoets ◀▶ drukt, heeft u 3 seconden de tijd om de tijd met de draaiknop in te stellen. Was dit te kort, dan kunt u de tijd later nog veranderen.
Op het klokdisplay knippert 0:00.
- Klokfunctietoets ◀◀ kort indrukken om naar de instelmodus te gaan.
De symbolen ◀◀ en ⚙ zijn verlicht. Op het klokdisplay verschijnt 12:00.
- Met de draaiknop de actuele tijd instellen.
Uw instelling wordt na 3 seconden automatisch overgenomen.
Tijd wijzigen
Om de tijd achteraf te veranderen, drukt u zo vaak op de klokfunctietoets ◀▶ tot de symbolen ◀▶ en ⚙ weer verlicht zijn. Met de draaiknop de tijd wijzigen.

Apparaat reinigen
Maak het apparaat voor het eerste gebruik schoon
- Toebehoren uit de oven nemen.
- Verpakkingsresten (bijv. stukjes piepschuim) volledig uit de binnenruimte verwijderen.
-
Toebehoren en binnenruimte schoonmaken met warm zeepsop (zie het hoofdstuk: Reiniging en onderhoud).
-
Boven- en onderwarmte ☐ bij 240 °C 30 minuten lang opwarmen.
-
De afgekoelde binnenruimte met warm zeepsop afnemen.
-
Reinig de buitenkant van het apparaat met een zachte, vochtige doek en zeepsop.
Apparaat bedienen
In dit hoofdstuk leest u
■ hoe u het apparaat in- en uitschakelt
■ hoe u een functie en temperatuur kiest
■ hoe u de basisinstellingen kunt wijzigen.
■ wanneer u het apparaat automatisch uitschakelt
Apparaat inschakelen
- Aan de functiekeuzeknop draaien tot het symbool voor de gewenste functie verlicht is.
Op het temperatuurdisplay verschijnt een voorgestelde temperatuur.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien om de voorgestelde temperatuur te veranderen.
Het apparaat begint op te warmen.

Aanwijzingen
■ De functies Langzaam garen 📁, Stoomstand 🔒, Deegrijsstand 🔒 en EasyClean® 🔒 kunt u alleen starten wanneer er op het temperatuurdisplay geen H of h wordt weergegeven.
■ Wordt er geen voorgestelde temperatuur weergegeven, dan is de temperatuur van de gekozen functie een vaste instelling. U kunt deze temperatuur niet veranderen.
| Functie Voorgestelde | temperatuur in °C | Temperatuurbereik in °C | |
| CircoTherm® hetelucht | 160 40 - 200 | ||
| Ontdooistand | Vaste instelling | ||
| Boven- en onderwarmte | 170 50 - 275 | ||
| Pizzastand | 220 50 - 275 | ||
| Broodbakstand | 200 180 - 220 | ||
| Onderwarmte | 200 50 - 225 | ||
| Thermogrill | 170 50 - 250 | ||
| Groot grill-oppervlak | 220 50 - 275 | ||
| Groot grill-oppervlak(Intensief)* | Vaste instelling | ||
| Klein grill-oppervlak | 180 50 - 275 | ||
| Klein grill-oppervlak(Intensief)* | Vaste instelling | ||
| Langzaam garen | Vaste instelling | ||
| Stoomstand | Vaste instelling | ||
| Functie Voorgestelde | temperatuur in °C | Temperatuurbereik in °C | |
| CircoTherm® hetelucht | 160 40 - 200 | ||
| Ontdooistand | Vaste instelling | ||
| Boven- en onderwarmte | 170 50 - 275 | ||
| Pizzastand | 220 50 - 275 | ||
| Broodbakstand | 200 180 - 220 | ||
| Onderwarmte | 200 50 - 225 | ||
| Thermogrill | 170 50 - 250 | ||
| Groot grill-oppervlak | 220 50 - 275 | ||
| Groot grill-oppervlak(Intensief)* | Vaste instelling | ||
| Klein grill-oppervlak | 180 50 - 275 | ||
| Klein grill-oppervlak(Intensief)* | Vaste instelling | ||
| Langzaam garen | Vaste instelling | ||
| Stoomstand | Vaste instelling | ||
* Draai de temperatuurkeuzeknop voorbij de 275 °C. Op het temperatuurdisplay verschijnt int
| Functie Voorgestelde | temperatuur in °C | Temperatuurb ereik in °C | |
| Deegrijsstand | Vaste instelling | ||
| EasyClean® | Vaste instelling | ||
| Verlichting van de binnenruimte | Vaste instelling | ||
* Draai de temperatuurkeuzeknop voorbij de 275 °C. Op het temperatuurdisplay verschijnt int
Actuele temperatuur
Druk op de infotoetsi. De actuele temperatuur verschijnt gedurende 3 seconden.
Aanwijzing: De actuele temperatuur kan alleen worden weergegeven bij functies met een temperatuurvoorstel.
Verwarmingscontrole
De verwarmingscontrole geeft de temperatuurstijging in de binnenruimte weer.
■ Temperatuur bereikt (Afbeelding A)
■ Apparaat warmt na (Afbeelding B)


Apparaat uitschakelen.
Draai de functiekeuzeknop naar de stand o terug. Het apparaat is uitgeschakeld.
Het apparaat heeft een koelventilator. Na het uitschakelen kan de koelventilator nalopen.
Op het temperatuurdisplay ziet u of de restwarmte in de binnenruimte hoog of laag is.
| Temperatuurdispla Betekenis | |
| y | |
| H | Restwarmte hoog (boven de 120 °C) |
| h | Restwarmte laag (tussen 60 °C en 120 °C) |
Elektronische klok
In dit hoofdstuk leest u
■ hoe u de kookwekker instelt
■ hoe u het apparaat automatisch uitschakelt (gebruiksduur en gebruikseinde)
■ hoe u het apparaat automatisch in- en uitschakelt (instelling vooraf)
■ hoe u de tijd instelt
■ hoe u de functie Snel voorverwarmen inschakelt
Basisinstellingen wijzigen
Uw apparaat heeft verschillende standaard basisinstellingen. U kunt deze basisinstellingen naar wens veranderen.
Het apparaat moet uitgeschakeld en mag niet geblokkeerd zijn.
- Infotoets i 3 seconden lang indrukken om in het menu Basisinstellingen te komen.
Op het temperatuurdisplay verschijnt c 10. - Info-toets i zo vaak kort indrukken tot het instelsymbool van de actuele basisinstelling van een submenu op het temperatuurdisplay wordt weergegeven (bijv. c32).
- Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste basisinstelling binnen een submenu instellen (bijv. c33).
- Infotoets i 3 seconden lang indrukken.
Uw basisinstelling wordt opgeslagen.
U kunt de volgende basisinstellingen wijzigen.
Menu Basisinstellingen
| Submenu Basisinstelling Instel- | symbol | |
| Kinderslot Apparaat | gedeblokkeerd | c 10 |
| Apparaat geblokkeerd | c 11 | |
| Apparaat permanent geblokkeerd | c21 | |
| Geluidssignaal Geluidssignaal uit | c30 | |
| Geluidssignaal 30 seconden. | ||
| Geluidssignaal 2 minuten | ||
| Geluidssignaal 10 minuten | ||
Automatische veiligheidsuitschakeling
De automatische veiligheidsuitschakeling wordt geactiveerd wanneer u langere tijd geen instellingen op uw ingeschakelde apparaat uitvoert.
De tijdsduur waarna uw apparaat uitgaat, is afhankelijk van uw instellingen.
Op het temperatuurdisplay knippert 000. De werking van het apparaat wordt onderbroken.
Draai de functiekeuzeknop naar de stand o terug om het te deactiveren.
Klokdisplay

KlokfunctietoetsDraaiknop
Klokfunctie Gebruik
| Kookwekker U kunt de wekker gebruiken als een kook- of eierwekker. Het apparaat gaat niet automatisch aan of uit. | ||
| Gebruiksduur | Het apparaat gaat na een ingestelde gebruiksduur (bijv. 1:30 uur) automatisch uit | |
| Gebruikseinde | Het apparaat gaat op een ingesteld tijdstip (bijv. 12:30 uur) automatisch uit | |
| Voorkeuze-functie | Het apparaat wordt automatisch in- en uitgeschakeld. Gebruiksduur en gebruikseinde worden gecombineerd | |
| Tijd Tijd instellen | ||
| Snel voorverwarmen Opwarmtijd verkorten | ||
Aanwijzingen
- Bij het instellen van een klokfunctie wordt het tijdsinterval langer wanneer u hogere waarden instelt (bijv. gebruiksduur tot 100h met een precisie van één minuut, hoger dan 100h met een precisie van 5 minuten in te stellen).
Bij de klokfuncties Kookwekker ⬆, Gebruiksduur I→I, Gebruikseinde →I en Voorkeuzefunctie klinkt na afloop van de instellingen een signaal en het symbool ⬆ resp. →I knippert. Wilt u het geluidssignaal voortijdig beëindigen, druk dan op de klokfunctietoets ◀.
■ Druk steeds maar slechts kort op de klokfunctietoets om een klokfunctie te kiezen. U heeft dan 3 seconden de tijd om de geselecteerde klokfunctie in te stellen. Hierna wordt de instelmodus automatisch verlaten.
Klokdisplay uit- en inschakelen
- Klokfunctietoets ◀ 6 seconden lang indrukken. Het klokdisplay gaat uit. Is er een klokfunctie actief, dan blijft het bijbehorende symbool verlicht.
- Klokfunctietoets ◀◀ kort indrukken. Het klokdisplay gaat aan.
Kookwekker
- KLokfunctietoets ◇zo vaak indrukken tot de symbolen ◇en □verlicht zijn.
- Met de draaiknop de tijdsduur instellen (bijv. 5:00 minuten). De instelling wordt automatisch overgenomen. Hierna wordt weer de tijd weergegeven en de kookwekker loopt af.

Gebruiksduur
Automatisch uitschakelen na een ingestelde tijdsduur.
- Functie en temperatuur instellen. Het apparaat warmt op.
- Klokfunctietoets ◀zo vaak indrukken tot de symbolen ◀en I→I verlicht zijn.
- Met de draaiknop de gebruiksduur instellen (bijv. 1:30 uur). De instelling wordt automatisch overgenomen. Hierna wordt weer de tijd weergegeven en de ingestelde gebruiksduur loopt af.

Na afloop van de gebruiksduur schakelt het apparaat automatisch uit.
- Functie- en temperatuurkeuzeknop weer in de stand o draaien.
- Klokfunctietoets ◀▶ indrukken om de klokfunctie te beeindigen.
Gebruikseinde
Automatisch uitschakelen op een ingesteld tijdstip.
- Functie en temperatuur instellen. Het apparaat warmt op.
- KLokfunctietoets ◀▶ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀▶ en →l verlicht zijn.
- Met de draaiknop het gebruikseinde instellen (bijv. 12:30 uur). De instelling wordt automatisch overgenomen. Hierna wordt weer de tijd weergegeven.

Op het tijdstip van het ingestelde gebruikseinde schakelt het apparaat automatisch uit.
- Functie- en temperatuurkeuzeknop weer in de stand o draaien.
- Klokfunctietoets ◀ indrukken om de klokfunctie te beeindigen.
Voorkeuze-functie
Het apparaat schakelt automatisch in en op het tijdstip van het gekozen gebruikseinde uit. Combineer hiervoor de klokfuncties Gebruiksduur en Gebruikseinde.
Let erop dat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de binnenruimte mogen staan.
- Functie en temperatuur instellen.
Het apparaat warmt op. - Klokfunctietoets ◀▷ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀▷ en I→I verlicht zijn.
- Met de draaiknop de gebruiksduur instellen (bijv. 1:30 uur). De instelling wordt automatisch overgenomen.
- KLokfunctietoets ◀▷ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀▷ en →l verlicht zijn.
5.Met de draaiknop het gebruikseinde instellen (bijv. 12:30 uur).
Het apparaat schakelt uit en wacht op het juiste tijdstip om in te schakelen (in het voorbeeld om 11:00 uur). Op het ingestelde gebruikseinde schakelt het apparaat automatisch uit (12:30 uur). - Functie- en temperatuurkeuzeknop weer in de stand o draaien.
- Klokfunctietoets ◀▶ indrukken om de klokfunctie te beëindigen.
Tijd instellen
U kunt de tijd alleen wijzigen wanneer er geen andere klokfunctie actief is.
-
Klokfunctietoets ◀▶ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀▶ en ⚙️ verlicht zijn.
-
Met de draaiknop de tijd instellen. De instelling wordt automatisch overgenomen.

Snel voorverwarmen
Bij de functie CircoTherm® hetelucht 📋 en Broodbakstand 📋 kunt u de opwarmduur verkorten wanneer de ingestelde temperatuur hoger dan 100 °C is.
Aanwijzing: Plaats tijdens het snel voorverwarmen zolang het symbool verlicht is geen gerecht in de binnenruimte.
1.Functie en temperatuur instellen.
Het apparaat warmt op.
2. Klokfunctietoets ◀▶ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀▶ en ∥ verlicht zijn en ∅FF op het klokdisplay verschijnt.
3. De draaiknop naar rechts draaien.
Op het klokdisplay wordt In weergegeven en het symbool III is verlicht. De functie Snel voorverwarmen wordt bijgeschakeld.

Na het bereiken van de ingestelde temperatuur schakelt de functie Snel voorverwarmen uit. Het symbool verdwijnt.
Instellingen controleren, corrigeren of wissen
-
Om uw instellingen te controleren drukt u zo vaak op de klokfunctietoets ◀▶ tot het betreffende symbool verlicht is.
-
Zo nodig kunt u de instelling met de draaiknop corrigeren.
-
Wanneer u de instelling wilt wissen, draait u de draaiknop naar links terug op de oorspronkelijke waarde.
Kinderslot
In dit hoofdstuk leest u
■ hoe u het apparaat blokkeert
■ hoe u het apparaat permanent blokkeert
Blokkering
Het vergrendelde apparaat kan niet per ongelijk of door onbevoegden (bijv. spelende kinderen) worden ingeschakeld.
Om het apparaat weer in te schakelen moet u het deblokkeren. Na gebruik wordt het apparaat niet automatisch geblokkeerd. Blokkeer het eventueel opnieuw of activeer de permanente blokkering.
Apparaat blokkeren
1.Apparaat uitschakelen.
-
Infotoets i ingedrukt houden tot c 10 op het temperatuurdisplay verschijnt.
-
Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c / / op het temperatuurdisplay verschijnt.
-
Infotoets i ingedrukt houden tot het symbool ⇌ op het temperatuurdisplay verschijnt.
-
Apparaat uitschakelen.
- Infotoets i ingedrukt houden tot c // op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c // op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Infotoets i ingedrukt houden tot het symbool ⇌ op het temperatuurdisplay verschijnt.
Aanwijzing: Wordt geprobeerd het geblokkeerde apparaat in te schakelen, dan verschijnt -5- op het temperatuurdisplay.
Apparaat deblokkeren
-
Infotoets i ingedrukt houden tot c // op het temperatuurdisplay verschijnt.
-
Aan de temperatuurknop draaien tot c 10 op het temperatuurdisplay verschijnt.
-
Infotoets i ingedrukt houden tot het symbool ⇌ verdwijnt.
Permanente blokkering
Het permanent geblokkeerde apparaat kan niet per ongeluk of door onbevoegden (bijv. spelende kinderen) worden ingeschakeld.
Om het apparaat in te schakelen moet u de permanente blokkering tijdelijk onderbreken. Nadat u het apparaat uitgeschakeld heeft, wordt het weer automatisch geblokkeerd.
Apparaat permanent blokkeren
-
Apparaat uitschakelen.
-
Infotoets i ingedrukt houden tot c 10 op het temperatuurdisplay verschijnt.
-
Apparaat uitschakelen.
-
Infotoets i ingedrukt houden tot c 10 op het temperatuurdisplay verschijnt.
-
Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c^2 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Infotoets i 3 seconden indrukken. Uw apparaat wordt na 30 seconden geblokkeerd. Op het temperatuurdisplay verschijnt het symbool ⇌.
Aanwijzing: Wordt geprobeerd het geblokkeerde apparaat in te schakelen, dan verschijnt -5P op het temperatuurdisplay.
Permanente blokkering onderbreken.
- Infotoets i ingedrukt houden tot c^2 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c20 op het temperatuurdisplay verschijnt.
-
Infotoets i ingedrukt houden tot het symbool ⇌ verdwijnt. De permanente blokkering is onderbroken.
-
Apparaat binnen 30 seconden inschakelen. Na het uitschakelen wordt de permanente blokkering na 30 seconden weer geactiveerd.
Apparaat permanent deblokkeren.
- Infotoets i ingedrukt houden tot c2 / op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c20 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Infotoets i ingedrukt houden tot het symbool ⇌ verdwijnt.
- Binnen 30 seconden de info-toets opnieuw 3 seconden lang indrukken.
- Aan de temperatuurknop draaien tot c 10 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Infotoets i 3 seconden indrukken. Het apparaat is permanent gedeblokkeerd.
Bakken
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
■ bakvormen en -platen
■ bakken op meerdere niveaus
■ bakken van gebruikelijk basisdeeg (baktabel)
■ bakken van kant-en-klare diepvriesproducten en verse gerechten (baktabel)
■ Tips en trucs voor het bakken
Aanwijzing: Bij het bakken met CircoTherm® hetelucht inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter bak- en braadresultaat.
Bakken in vormen en op platen
Bakvormen
Wij raden u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Blikken en glazen vormen verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig. Wilt u met blikken vormen en boven- en onderwarmte □ bakken, gebruik dan inschuifhoogte 1.
Plaats bij het bakken op een niveau met CircoTherm® hetelucht een rechthoekige vorm altijd diagonaal (Afbeelding A) en een ronde bakvorm altijd in het midden van het gebogen rooster (Afbeelding B).

Wij raden u aan alleen originele platen te gebruiken, omdat deze optimaal op de binnenruimte en de functies zijn afgestemd.
Schuif de bakplaat of de braadslede altijd voorzichtig tot de aanslag in en let erop dat de schuine kant altijd naar de apparaatdeur wijst.
Gebruik bij vochtig gebak de braadslede, zodat de binnenruimte niet vuil wordt.
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik bij het bakken op meerdere niveaus bij voorkeur bakplaten en schuif deze tegelijkertijd in.
Houd er rekening mee dat uw gebak op de verschillende niveaus niet even snel bruin wordt. Het gebak op het onderste niveau wordt het snelst bruin en kan vroeger uit de oven worden genomen.
Wilt u bij het bakken op twee niveaus een bakplaat en een braadslede gebruiken, schuif de bakplaat dan op inschuifhoogte 3 en de braadslede op inschuifhoogte 1 in.
Baktabel voor basisdeeg
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor geëmailleerde bakplaten en donkere bakvormen. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.
Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.
| Basisdeeg Inschuif- | CircoTherm®hetelucht ☒ | Boven- en onderwarmte ☐ | |||
| hoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Roerdeeg | |||||
| Plaatgebak met bedekking 1 160 - 170 30 - 45 3 170 - 180 | |||||
| 1 + 3 150 - 160 40 - 50 | - | - | |||
* Oven voorverwarmen
| Basisdeeg | CircoTherm®hetelucht & | Boven- enonderwarmte ☐ | |||||
| Inschuif-hoogte | Temperatuurin °C | Tijdsduur inminuten | Inschuif-hoogte | Temperatuurin °C | |||
| Spring-/rechthoekige vorm 1 150 - 160 60 - 80 2 160 - 170 | |||||||
| Vorm vruchtentaartbodem 1 160 - 170 20 - 35 2 170 - 180 | |||||||
| Zandtaartdeeg | |||||||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel 1 160 - 170 45 - 70 3 180 - 190 | |||||||
| 1 + 3 160 - 170 60 - 80 -- | |||||||
| Plaatgebak met vochtige bedekking, bijv. roomglazuur 1 150 - 170 60 - 80 -- | |||||||
| Springvorm, bijv. kwarktaart 1 150 - 160 50 - 90 2 160 - 180 | |||||||
| Vorm vruchtentaartbodem 1 150 - 160* 20 - 35 2 170 - 180* | |||||||
| Biscuitbeslag | |||||||
| Biscuitrol 1 180 - 190* 10 - 15 3 190 - 200* | |||||||
| Vorm vruchtentaartbodem 1 160 - 170 20 - 30 2 160 - 170 | |||||||
| Biscuit (6 eieren) 1 150 - 160 30 - 45 2 160 - 170 | |||||||
| Biscuit (3 eieren) 1 150 - 160* 20 - 30 2 160 - 170* | |||||||
| Gistdeeg | |||||||
| Plaatgebak met droge bedekking, bijv. strooisel 1 160 - 170 40 - 60 3 170 - 180 | |||||||
| 1 + 3 160 - 170 45 - 65 -- | |||||||
| Gistkrans/-vlecht (500 g) | 1 160 - 170 30 - 40 3 170 - 180 | ||||||
| Springvorm | 1 160 - 170 30 - 40 2 160 - 170 | ||||||
| Tulbandvorm | 1 160 - 170 35 - 45 2 170 - 180 | ||||||
| * Oven voorverwarmen | |||||||
| Klein gebak | CircoTherm®hetelucht & | Boven- enonderwarmte ☐ | |||||
| Inschuif-hoogte | Temperatuurin °C | Tijdsduur inminuten | Inschuif-hoogte | Temperatuurin °C | |||
| Gistdeeg 1 | 160 - 170 | 20 - 25 3 170 - 180 | |||||
| 1 + 3 | 160 - 170 | 20 - 30 | -- | ||||
| Baisermassa | 1 80 | 100 - 130 | 3 80 | ||||
| 1 + 3 | 80 | 150 - 170 | -- | ||||
| Bladerdeeg | 1 190 - 200* 20 - 30 3 200 - 210* | ||||||
| 1 + 3 | 190 - 200* 25 - 35 | -- | |||||
| Soezendeeg | 1 190 - 200* 25 - 35 3 200 - 210* | ||||||
| 1 + 3 | 190 - 200* 30 - 40 | -- | |||||
| Roerdeeg, bijv. muffins | 1 150 - 160* 25 - 35 3 160 - 170* | ||||||
| 1 + 3 | 150 - 160* 25 - 35 | -- | |||||
| Zandtaartdeeg, bijv. boterkoekjes | 1 140 - 150* 15 - 20 3 140 - 150* | ||||||
| 1 + 3 | 130 - 140* 20 - 30 | -- | |||||
| 1 + 3+ 4 | 130 - 140* 20 - 35 | -- | |||||
* Oven voorverwarmen
Broodbakstand
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. Ze kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid deeg variëren.
De waarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.
| Brood Inschuifho | Broodbakstand | Boven- en onderwarmte | |||
| ogte | Temperatuu r in °C | Tijdsduur in minuten | Inschuifho ogte | Temperatuu r in °C | |
| Broodjes 1 220* 10 - 20 2 240* | |||||
| Plat rond brood 1 220* 15 - 20 2 240* | |||||
| Empanada 1 180* 30 - 40 3 200* | |||||
| Brooddeeg 750 - 1000 g | |||||
| Afbakken 1 220* 35 - 40 2 220* | |||||
| Brooddeeg 1000 - 1250 g | |||||
| Voorbakken 1 220* 10 - 15 2 240* | |||||
| Afbakken 1 180 | 40 - 45 2 200 | ||||
| Brooddeeg 1250 - 1500 g | |||||
| Voorbakken 1 220* 10 - 15 2 240* | |||||
| Afbakken 1 180 | 40 - 50 2 200 | ||||
* Oven voorverwarmen
Baktabel voor gerechten en kant-en-klare diepvriesproducten
De pizzastand is zeer geschikt voor het bereiden van verse gerechten, waarvoor veel warmte van de onderkant nodig is, en voor kant-en-klare diepvriesproducten.
Aanwijzingen
■ Gebruik voor diepvriesproducten de braadslede
■ Bekleed de braadslede met bakpapier of met speciaal vetopnemend papier wanneer u diepvries-aardappelproducten bakt.
- Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur.
■ Leg frites niet op elkaar
■ Keer diepvries-aardappelproducten na de helft van de baktijd om.
■ Kruid diepvries-aardappelproducten pas na het bakken
■ Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen voorgebakken broodjes is wanneer u deze afbakt. Leg er niet te veel op de bakplaat
■ Gebruik geen diepvriesproducten met vriesbrand (uitdroging)
■ Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten
■ Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht
■ Met de pizzastand kunt u niet op meerdere niveaus bakken.
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor geëmailleerde bakplaten. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van de soort en hoeveelheid deeg en de bakvorm.
Wij raden u aan om de eerste keer de laagste van de opgegeven temperaturen in te stellen. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Wanneer u gerechten bakt volgens eigen recept, houd dan de waarden van gelijksoortig gebak in de tabel aan.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabel in acht.
| Gerechten | Broodbakstand | Pizzastand | |||
| Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Pizza, vers | 1 | 190 - 210* | 20 - 30 | 1 | 180 - 200 |
| 1 + 3 | 180 - 190 | 35 - 45 | - | - | |
| Flammkuchen | 1 | 190 - 210* | 15 - 25 | 1 | 200 - 220 |
| Quiche | 1 | 180 - 200 | 50 - 60 | 1 | 170 - 190 |
| Taart | 1 | 180 - 200* | 30 - 45 | 1 | 190 - 210 |
| Zwitserse vruchtentaart | 1 | 180 - 190* | 45 - 55 | 1 | 170 - 190 |
| Gegratineerde aardappels van ongekookte aardappels | 1 | 180 - 200 | 50 - 60 | 1 | 170 - 190 |
| Strudel, diepvries | 1 | 190 - 210 | 35 - 45 | 1 | 180 - 200 |
| Pizza, diepvries | |||||
| Pizza met dunne bodem | 1 | 180 - 200 | 10 - 20 | 1 | 200 - 220 |
| 1 + 3 | 180 - 190 | 20 - 30 | - | - | |
| Pizza met dikke bodem | 1 | 180 - 200 | 20 - 30 | 1 | 180 - 200 |
| 1 + 3 | 180 - 190 | 25 - 35 | - | - | |
| Aardappelproducten | |||||
| Frites | 1 | 190 - 210 | 15 - 25 | 1 | 210 - 230 |
| 1 + 3 | 180 - 190 | 25 - 35 | - | - | |
* Oven voorverwarmen
| Gerechten | Broodbakstand Pizzastand | ||||
| Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | Inschuif-hoogte | Temperatuur in °C | |
| Kroketten 1 180 - 200 15 - 25 1 200 - 220 | |||||
| Rösti (gevulde aardappelflappen) 1 180 - 200 15 - 25 1 200 - 220 | |||||
| Brood en banket | |||||
| Afbakbroodjes/-stokbrood, voorgebakken 1 180 - 200 5 - 15 1 180 - 200 | |||||
| Broodjes/stokbrood, diepvries 1 180 - 200 5 - 15 1 200 - 220 | |||||
| Broodjes/stokbrood, voorgebakken, diepvries 1 180 - 200 10 - 20 1 180 - 200 | |||||
| Zoute krakelingen, diepvries 1 180 - 190 15 - 20 1 170 - 190 | |||||
| Groenteballetjes, diepvries | |||||
| Vissticks 1 180 - 200 15 - 20 1 190 - 210 | |||||
| Groenteburgers 1 180 - 200 20 - 30 1 200 - 220 | |||||
* Oven voorverwarmen
Tips en trucs
| Het gebak is te licht | Controleer de inschuifhoogte. |
| Controleer of u een door ons aanbevolen bakvorm heeft gebruikt | |
| Plaats uw vorm op het rooster en niet op de bakplaat. | |
| Zijn de inschuifhoogte en de bakvorm juist, houd dan een langere baktijd of hogere temperatuur aan. | |
| Het gebak is te donker | Controleer de inschuifhoogte. |
| Is de inschuifhoogte correct, verkort dan de baktijd of verlaag de temperatuur. | |
| Het gebak in de bakvorm is ongelijkmatig bruin geworden | Controleer de inschuifhoogte. |
| Controleer de temperatuur. | |
| Let erop dat uw bakvorm niet direct voor de luchtuitlaat van de achterwand van de binnenruimte staat. | |
| Controleer of de bakvorm goed op het rooster staat | |
| Het gebak op de bakplaat is ongelijkmatig bruin geworden | Controleer de inschuifhoogte. |
| Controleer de temperatuur. | |
| Neem bij het bakken op meerdere niveaus de bakplaten op verschillende tijdstippen uit de oven. | |
| Let erop dat u bij het bakken van klein gebak gelijke groottes en diktes gebruikt | |
| Het gebak is te droog | Stel de temperatuur wat hoger in en houd een wat kortere baktijd aan. |
| Het gebak is van binnen te vochtig | Stel de temperatuur wat lager in. |
| Let op: baktijden kunnen door hogere temperaturen niet korter worden (van buiten gaar, van binnen niet). Houd een langere baktijd aan en laat het deeg langer rijzen. Voeg minder vloeistof aan het deeg toe. | |
| Bij zeer vochtig gebak, bijv. vruchtentaart, ontstaat veel waterdamp in de binnenruimte, die op de apparaatdeur neerslaat | Door de apparaatdeur kort en voorzichtig te openen (1 tot 2 keer, bij een langere baktijd vaker) kunt u de waterdamp onttrekken aan de binnenruimte en de condens aanzienlijk verminderen. |
| Het gebak zakt in nadat u het uit de oven heeft genomen | Gebruik minder vloeistof voor het deeg. |
| Houd een langere baktijd aan of stel de temperatuur wat lager in. | |
| De opgegeven baktijd is niet juist | Controleer bij klein gebak de hoeveelheid op uw bakplaat. Klein gebak mag elkaar niet raken. |
| Diepvriesproduct is na het bakken niet overal gelijkmatig bruin geworden | Let erop of het diepvriesproduct misschien ongelijkmatig voorgebruind is. De ongelijke bruine kleur blijft na de baktijd behouden. |
| Diepvriesproduct is niet bruin, niet knapperig of de opgegeven tijd is niet juist | Verwijder voor het bakken het ijs van het diepvriesproduct. Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten |
| Energie besparen | U dient alleen maar voor te verwarmen wanneer dit in de baktabel is aangegeven. |
| Gebruik donkere bakvormen, omdat deze de hitte beter opnemen. | |
| Maak gebruik van het nawarmen en schakel bij een langere baktijd de oven 5 tot 10 minuten voor het einde van de baktijd uit. |
Braden
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
■ braden in het algemeen
■ open braden
■ gesloten braden
■ het braden van vlees, gevogelte en vis (braadtabel)
■ Tips en trucs voor het braden
⚠️ Kans op letsel door gebruik van niet hittebestendige schalen!
Gebruik alleen braadvormen die speciaal voor de oven bestemd zijn.
Bij het braden met CircoTherm® hetelucht 📋 inschuifhoogte 2 niet gebruiken. Dit heeft invloed op de luchtcirculatie, met als gevolg een slechter braadresultaat.
Open braden
Voor het open braden wordt een vorm zonder deksel gebruikt. Keer het vlees bij het braden met boven- en onderwarmte om nadat ca. de helft of twee derde van de braadtijd verstreken is.
Bakken in de braadslede
Tijdens het braden in de braadslede ontstaat braadsap. Dit braadsap kunt u als basis voor een smakelijke saus gebruiken.
Blus het vleessap met heet water, bouillon, wijn of iets dergelijks. Breng het aan de kook, bind het met maïzena, maak het op smaak af en giet het zo nodig door een zeef.
Bij het braden in de braadslede kunt u ook bijgerechten (bijv. groenten) mee laten garen.
Bij kleinere stukken vlees kunt u in plaats van de braadslede een kleinere braadvorm gebruiken. Plaats deze direct op het rooster.
Braden in de braadslede met gebogen rooster
Leg het gebogen rooster in de braadslede en schuif deze samen in op dezelfde inschuifhoogte.
Doe voor vet vlees en gevogelte al naargelang de grootte en het soort vlees 18 tot 14 liter water in de braadslede.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de braadvorm. Voeg zo nodig wat hete vloeistof toe.
Braden in de braadslede met braadplaat
De braadplaat gaat vervuiling in de binnenruimte tegen. Leg de braadplaat in de braadslede en plaats ze samen op dezelfde inschuifhoogte.
Afdruipend sap en braadvocht worden opgevangen in de braadslede.
Gesloten braden
Voor het gesloten braden wordt een braadvorm met deksel gebruikt. Gesloten braden is zeer geschikt voor stoofgerechten.
Leg het vlees in het braadgerei. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. Dek het braadgerei met de bijbehorende deksel af en plaats het in de binnenruimte.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de braadvorm. Voeg zo nodig wat hete vloeistof toe.
Braadtabel
De braadtijd en temperatuur zijn afhankelijk van de grootte, de hoogte, de kwaliteit en het soort vlees.
In het algemeen geldt: Hoe groter het braadstuk, des te lager de temperatuur en des te langer de braadduur.
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden en gelden voor het braden zonder deksel. De waarden kunnen variëren, afhankelijk van het soort en de hoeveelheid vlees en de braadvorm.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat het vlees na afloop van de braadtijd nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte. Bij de opgegeven braadtijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven in de tabel gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Vlees Inschuifho | CircoTherm® hetelucht ☒ | Boven- en onderwarmte ☐ | |||
| ogte | Temperatuu r in °C | Braadtijd in minuten | Inschuifho ogte | Temperatuu r in °C | |
| Gehakt van 500 g vlees 1 170 - 180 60 - 70 2 200 - 210 | |||||
| Varkensvlees | |||||
| Casselerrib 1 160 - 170 70 - 80 2 190 - 210 | |||||
| Filet, medium (400 g) 1 170 - 180 30 - 45 3 200 - 230 | |||||
| Braadstuk met zwoerd (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 150 | 2 | 200 - 220 |
| Braadstuk met zwoerd (2,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 150 - 180 | 2 | 190 - 210 |
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 100 - 130 | 2 | 190 - 210 |
| Braadstuk, doorregen, zonder zwoerd, bijv. nek (2,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 150 | 2 | 180 - 200 |
| Braadstuk mager (1 kg) 1 170 - 180 70 - 90 2 180 - 200 | |||||
| Braadstuk mager (2 kg) | 1 | 170 - 180 | 80 - 100 | 2 | 180 - 200 |
* Oven voorverwarmen
** Stoofvlees gesloten braden
*** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken
| Vlees | CircoTherm®hetelucht | Boven- enonderwarmte | |||
| Inschuifho ogte | Temperatuur in °C | Braadtijd inminuten | Inschuifho ogte | Temperatuur in °C | |
| Rundvlees | |||||
| Filet, medium (1 kg) 1 180 - 190 45 - 65 2 200 - 220 | |||||
| Rosbief, rosé (1,5 kg) 1 180 - 190 30 - 45 2 200 - 220 | |||||
| Stoofvlees (1,5 kg)** 1 170 - 180 120 - 150 2 200 - 220 | |||||
| Stoofvlees (2,5 kg)** 1 170 - 180 150 - 180 2 190 - 210 | |||||
| Kalfsvlees | |||||
| Kalfsvlees/-borst (1,5 kg) 1 160 - 170 90 - 120 2 180 - 200 | |||||
| Kalfsvlees/-borst (2,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 150 | 2 | 170 - 190 |
| Schenkel | 1 160 - 170 100 - 130 2 190 - 210 | ||||
| Lamsvlees | |||||
| Bout zonder been | 1 180 - 190 70 - 110 | 2 200 - 220 | |||
| Rug met been | 1 | 180 - 190* | 40 - 50 | 2 | 200 - 220* |
| Rug zonder been | 1 | 180 - 190* | 30 - 40 | 2 | 200 - 220* |
| Gevogelte | |||||
| Kip, heel (1 kg) | 1 170 - 180 60 - 70 2 200 - 220 | ||||
| Eend, heel (2 - 3 kg) 1 150 - 160 90 - 120 2 190 - 210 | |||||
| Gans, heel (3 - 4 kg) | 1 | 150 - 160 | 130 - 180 | 2*** | 180 - 200 |
| Wild | |||||
| Reevlees/-bout zonder been (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 90 - 120 | 2 | 190 - 210 |
| Wild zwijn (1,5 kg) | 1 | 160 - 170 | 120 - 140 | 2 | 190 - 210 |
| Hertenvlees (1,5 kg) | 1 160 - 170 100 - 120 2 190 - 210 | ||||
| Konijn | 1 160 - 170 70 - 80 2 180 - 200 | ||||
| Vis | |||||
| Vis, heel (300 g) | 1 160 - 170 30 - 40 2 180 - 200 | ||||
| Vis, heel (700 g) | 1 160 - 170 40 - 50 2 180 - 200 | ||||
| * Oven voorverwarmen** Stoofvlees gesloten braden*** bij een hoog gerecht inschuifhoogte 1 gebruiken | |||||
Tips en trucs
| Korst te dik en/of vlees te droog | Houd een lagere temperatuur of een kortere braadtijd aan. Controleer de inschuifhoogte. |
| Korst te dun | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het vlees is van binnen niet gaar | Neem de toebehoren die niet nodig zijn uit de binnenruimte.Houd langere braadtijden aan.Controleer met behulp van een vleesthermometer de kerntemperatuur van het vlees. |
| Waterdamp in de binnenruimte slaat neer op de apparaatdeur | Wanneer het apparaat aan is, verdwijnt de waterdamp geleidelijk. Bij zeer veel waterdamp kunt u kort en voorzichtig de apparaatdeur openen, zodat hij sneller verdwijnt. |
Grillen
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
■ grillen in het algemeen
■ thermogrillen
■ vlakgrillen (Grill, groot ☐ en Grill, klein ☐)
Attentie!
Beschadiging van keukenmeubels door het grillen bij open apparaatdeur: Aangrenzende meubels worden door grote hitte beschadigd. Laat de apparaatdeur dicht tijdens het grillen.
Aanwijzingen
- Gebruik om te grillen altijd het rooster en de braadslede.
■ Leg het rooster in de braadslede en plaats beide op de inschuifhoogte die in de tabel wordt opgegeven
■ Zet de gerechten van de grill altijd midden op het rooster.
■ Let er bij het grillen van meerdere vleesstukken op dat het soort, de dikte en het gewicht van het vlees hetzelfde is.
Thermogrillen
De functie Thermogrillen is zeer geschikt voor gevogelte of vlees (bijv. gebraden varkensvlees met zwoerd), dat knapperig gegrild moet worden.
Keer groot gevogelte na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
Steek bij eend en gans het vel onder de vleugels en bouten vast, zodat het vet er goed uit kan braden.
Bij thermogrillen op het rooster kan al naargelang het te grillen gerecht de binnenruimte sterker vervuild raken. Maak de binnenruimte na gebruik daarom altijd schoon, zodat het vuil niet inbrandt.
De gegevens in de tabel zijn richtwaarden, die gelden voor de geëmailleerde braadslede met rooster. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren.
Stel de eerste keer de laagste opgegeven temperatuur in. In principe levert de laagste temperatuur de meest gelijkmatige bruining op.
Laat de gerechten van de grill aan het einde nog ca. 10 minuten rusten in de uitgeschakelde, gesloten oven. Bij de opgegeven grilltijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
De opgaven gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
Gerechten van de grill Inschuifhoogte Temperatuur in °C Grilltijd in minuten
| Rosbief, medium (1,5 kg) 2 220 - 240 40 - 50 |
| Lamsbout zonder been, medium 2 170 - 190 120 - 150 |
Varkensvlees
| Gebraden varkensvlees met zwoerd 2 170 - 190 140 - 160 | |
| Varkensschenkel | 2 180 - 200 120 - 150 |
Gevogelte (ongevuld)
| Halve kippen (1 - 2 stuks) | 2 | 210 - 230 | 40 - 50 |
| Kip, heel (1 - 2 stuks) | 2 | 200 - 220 | 60 - 80 |
| Eend, heel (2 - 3 kg) | 2 180 - 200 | 90 - 120 | |
| Eendenborst | 3 230 - 250 30 - 45 | ||
| Gans, heel (3 - 4 kg) | 1 150 - 170 130 - 160 | ||
| Ganzenborst | 2 160 - 180 | 80 - 100 | |
| Ganzenbout | 2 180 - 200 50 - 80 |
Vlakgrillen
Gebruik voor grote hoeveelheden platte gerechten de grill groot (Afbeelding A).
Gebruik voor kleine hoeveelheden platte gerechten de grill klein. Zet de gerechten midden op het rooster (Afbeelding B). Door het gebruik van de kleine vlakgrill spaart u energie.

Bestrijk de gerechten naar wens licht met olie.
Keer de gerechten van de grill na ca. de helft tot twee derde van de grilltijd om.
U kunt het grillresultaat beïnvloeden door het rooster of de positie van het rooster te veranderen:
| Positie van het rooster | Gebruik |
| Het gebogen rooster met de verlaging naar beneden in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend doorbakken moeten zijn | |
| Het gebogen rooster met de verlaging naar boven in de braadslede leggen: geschikt voor gegrilde gerechten die overwegend saignant tot medium moeten zijn |
Tabel Grill, groot
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. Ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor vlees dat direct uit de koelkast komt.
| Gerechten van de grill Inschuif- | ||||
| hoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten | Aanwijzingen | |
| Toast met bedekking 3 220 10 - 15 De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg | ||||
| Groente 4 | Int | 15 - 20 | ||
| Worsten 4 250 10 - 14 Licht insnijden | ||||
| Varkensvlees | ||||
| Filetsteaks, medium (3 cm dik) 4 | Int | 12 - 15 Via de positie van het rooster kan het bereidingsresultaat naar wens beïnvloed worden | ||
| Steak, doorbakken (2 cm dik) 4 | Int | 15 - 20 | ||
| Rundvlees | ||||
| Filetsteaks (3 - 4 cm dik) | 4 | Int | 15 - 20 Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden. | |
| Tournedos | 4 | Int | 12 - 15 | |
| Lamsvlees | ||||
| Filets | 4 | Int | 8 - 12 | Met het oog op het gewenste resultaat kunnen grilltijden verkort of verlengd worden. |
| Koteletten | 4 | Int | 10 - 15 | |
| Gevogelte | ||||
| Kippenbouten | 3 250 25 - 30 Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden | |||
| Kleine stukken kip | 3 250 25 - 30 | |||
| Vis | ||||
| Steaks | 4 220 15 - 20 De stukken moeten even dik zijn | |||
| Koteletten | 4 220 15 - 20 | |||
| Hele vis | 3 220 20 - 25 | |||
| Tabel Grill, kleinDe opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De waarden kunnen ze gelden voor het inschuiven in de onverwarmde oven en voor al naargelang het soort en de hoeveelheid gerechten variëren. vlees dat direct uit de koelkast komt. | ||||
| Gerechten van de grill Inschuif- | ||||
| hoogte | Temperatuur in °C | Grilltijd in minuten | Aanwijzingen | |
| Toast met bedekking 3 220 12 - 18 De inschuifhoogte is afhankelijk van de hoogte van het beleg | ||||
| Groente 4 | Int | 15 - 20 | ||
| Worsten 4 250 12 - 16 Licht insnijden | ||||
| Gevogelte | ||||
| Kippenbouten | 3 250 35 - 45 Door gaatjes te prikken in het vel kan de vorming van belletjes bij het grillen voorkomen worden | |||
| Kleine stukken kip | 3 250 30 - 40 | |||
| Vis | ||||
| Steaks | 4 230 15 - 20 De stukken moeten even dik zijn | |||
| Koteletten | 4 230 15 - 20 | |||
| Hele vis | 3 230 20 - 25 | |||
Bereiden met stoom
De stoomstand 📄 kan alleen samen met het mega systeem-stoomapparaat (als extra accessoire in de vakhandel verkrijgbaar) worden gebruikt.
Schakel de stoomstand alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
Wanneer na het inschakelen van de stoomstand op het temperatuurdisplay afwisselend H en ^000 verschijnen, is de binnenruimte nog niet volledig afgekoeld.
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is en schakel de stoomstand opnieuw in. Het stoomproces wordt automatisch geregeld.
Aanwijzingen
- Gebruik voor de bereiding met stoom alleen de stoomstand.
- Gebruik voor de bereiding met stoom alleen het mega systeem-stoomapparaat.
- Gebruik de stoomstand niet samen met de klokvoorkeuze-functie.
- Verdere nuttige aanwijzingen vindt u in de gebruiksaanwijzing bij het mega systeem-stoomapparaat.
Deegrijsstand
In dit hoofdstuk vindt u informatie
■ over de deegrijsstand
■ over de bereiding van gistdeeg en yoghurt
Schakel de deegrijsstand alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
Wanneer na het inschakelen van de deegrijsstand op het temperatuurdisplay afwisselend H of h en - -verschijnen, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld.
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is en schakel de deegrijsstand opnieuw in.
Gebruik de functie Deegrijsstand niet samen met de klokvoorkeuzefunctie
Gistdeeg
Attentie!
■ Schade aan het oppervlak van het email als gevolg van het gieten van koud water in de hete binnenruimte. Giet geen koud water in de hete binnenruimte.
■ Schade aan het oppervlak van de binnenruimte door gedistilleerd water. Gebruik alleen leidingwater.
- 200 ml water in de bak van de binnenruimte gieten.
- Schaal in het midden van het rooster plaatsen en op inschuifhoogte 1 inschuiven.
- Apparaatdeur sluiten en de deegrijsstand 📄 inschakelen. Het gaarproces wordt automatisch geregeld. De temperatuur is vast ingesteld.
- Verwijder na de bereiding het restwater uit de binnenruimte.
- Kalkresten met wat azijn oplossen en met helder water afnemen.
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden.
Informatie voor verdere verwerking, verdere instructies en recepten vindt u in het bijbehorende kookboek.
| Gistdeeg Hoeveelheid | meel in grammen | Rijstijd in minuten |
| Licht deeg(bijv. pizzadeeg, broodvlecht) | 300 - 500 25 - 30 | |
| 750 30 - 35 | ||
| Zwaar, vetvrij deeg(bijv. kerststol, Panettone) | 500 40 - 60 | |
| 750 60 - 80 | ||
| Licht brooddeeg 1000 30 - 40 | ||
| Zwaar brooddeeg 1000 50 - 70 | ||
Yoghurt
- Toebehoren en inhangroosters, telescooprails of afzonderlijke insteeksystemen verwijderen.
2.1 liter gesteriliseerde melk (3,5 % vet) of gepasteuriseerde melk tot 40 °C opwarmen of
1 liter gepasteuriseerde melk één keer opkoken en tot 40 °C laten afkoelen. - 150 g yoghurt bij de warme melk doen, er doorheen roeren en hier gelijkmatig potjes of kommen mee vullen. Niet meer dan 200 ml per potje/kom.
- De potjes of kommen met een passend deksel of plasticfolie afdekken.
- De vormen op gelijkmatige afstanden verdeeld over de hele bodem van de binnenruimte plaatsen.
- Apparaatdeur sluiten en de deegrijsstand 📄 inschakelen. Het gaarproces wordt automatisch geregeld. De temperatuur is vast ingesteld.
- Na 8 uur de deegrijsstand 📋 uitschakelen en de yoghurt minstens 15 uur in de koelkast laten staan.
Langzaam garen
In dit hoofdstuk vindt u informatie
■ over langzaam garen
■ over tips en trucs
Met Langzaam garen wordt het gerecht bij een zeer lage temperatuur bereid, daarom wordt het ook wel 'garen bij een lage temperatuur' genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle zachte delen van bijv. rund, kalf, varken, lam en gevogelte die medium/rosé of "à point" (half doorbakken) moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
Het gebruik van Langzaam garen
Aanwijzingen
■ Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees
- Na het langzaam garen ziet het vlees er van binnen altijd roze uit. Dit is geen teken van een te korte bereidingstijd
■ Gebruik uitsluitend vlees zonder been
■ Gebruik geen ontdooid vlees
■ U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken
■ Gebruik voor het langzaam garen altijd inschuifhoogte 1
■ Dek het vlees tijdens het garen in de binnenruimte niet af
■ Keer het vlees tijdens het langzaam garen niet
■ De grootte, dikte en soort van de stukken vlees zijn bepalend voor de tijden van het aanbraden en langzaam garen.
■ De kwaliteit van het materiaal van de slede en de stand van de kookzone kunnen de aanbraadtijd beïnvloeden
- Gebruik de functie Langzaam garen niet samen met de klokfunctie voorkeuzefunctie
Schakel de functie stoomstand alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
Wanneer na het inschakelen van de functie Langzaam garen op het temperatuurdisplay afwisselend H of h en III verschijnen, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld.
Wacht totdat de binnenruimte volledig is afgekoeld en schakel de functie Langzaam garen opnieuw in.
- Glazen of porseleinen bord op een rooster op inschuifhoogte 1 inschuiven om het voor te verwarmen.
- De functie Langzaam garen 📄 inschakelen.
Tijdens de opwarmfase (15 - 20 minuten) verschijnt III op het temperatuurdisplay.
3.Vet en zenen uit het vlees verwijderen. - Vlees van alle kanten goed aanbraden, zodat er zich een korst vormt met braadaroma's.
- Wanneer er een signaal klinkt en op het temperatuurdisplay "In werking" ∅nverschijnt, het product op het glazen of porseleinen bord in de binnenruimte leggen.
- Gerecht na afloop van de gaartijd uit de oven nemen en de oven uitschakelen.
Aanwijzing: Langzaam gegaard vlees heeft geen rusttijd nodig en kan probleemloos bij lage temperaturen worden warm gehouden.
Langzaam garen- tabel
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. De aanbraadduur heeft betrekking tot het aanbraden in een hete pan met vet.
Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen met de grill op inschuifhoogte 3 bij 250 °C gedurende 3 - 5 minuten knapperig afbakken.
Informatie voor verdere verwerking, verdere instructies en recepten vindt u in het bijbehorende kookboek.
| Aanbraden in minuten | Langzaam garen in minuten |
Varkensvlees
| Filet, heel (ca. 500 g) 5 - 6 100 - 120 |
| Rugstuk (ca. 1 kg, 4 - 5 cm dik) 5 - 6 120 - 150 |
| Medaillons (5 cm dik) 3 - 4 45 - 60 |
| Rugsteaks (2 - 3 cm dik) 2 - 3 30 - 45 |
Rundvlees
| Filet, heel (1,5 kg) 6 - 7 160 - 200 | |
| Rosbief( ca. 1, 5 kg, 5 - 6 c m d i k ) | 6 - 7 180 - 210 |
| Heupstuk (6 - 7 cm dik) | 6 - 7 240 - 300 |
| Medaillons (5 cm dik) 3 - 4 60 - 80 | |
| Rumpsteak (3 cm dik) | 3 - 4 50 - 70 |
| Heupstuk (3 cm dik) | 3 - 4 50 - 70 |
Kalfsvlees
| Filet, heel (ca. 800 g) 4 - 5 150 - 180 | ||
| Fricandeau (ca. 2 kg, 8 - 9 cm dik) | 6 - 7 | 360 - 420 |
| Heupstuk (ca. 1,5 kg, 4 - 5 cm dik) | 6 - 7 | 240 - 300 |
| Medaillons (4 cm dik) 3 - 4 70 - 90 | ||
Lamsvlees
| Rug zonder been (ca. 200 g) | 2 - 3 30 - 40 |
| Lamsbout zonder been, gebonden (ca. 1 kg) | 6 - 7 240 - 300 |
Gevogelte
| Kippenborst (150 - 200 g)* | 4 - 5 | 90 - 120 |
| Eendenborst (300 - 400 g)** | 10 - 12** | 70 - 90** |
| Kalkoenborst (1 kg)* | 4 - 5 | 150 - 180 |
| Kalkoensteaks (2 - 3 cm)* | 3 - 4 | 40 - 60 |
* doorgegaard
** Instructies aanhouden
Tips en trucs
| Langzaam gegaard vlees koelt te snel af | Op voorverwarmde borden met zeer hete saus serveren |
| Langzaam gegaard vlees warmhouden | Schakel de functie Boven- en onderwarmte ☐ in en zet de temperatuur op 60 °C. Kleine stukken vlees kunnen maximaal 45 minuten en grote maximaal 2 uur worden warm gehouden |
Ontdooien
In dit hoofdstuk leest u
■ hoe u ontdooit met CircoTherm® hetelucht
■ hoe u de functie Ontdooistand 📋 gebruikt
Ontdooien met CircoTherm® hetelucht
Gebruik voor het ontdooien en garen van diepvriesproducten CircoTherm® hetelucht.
Aanwijzingen
- Ontdooide diepvriesproducten (vooral vlees) hebben kortere bereidingstijden nodig dan verse producten
■ De bereidingstijd van diepvriesvlees wordt verlengd met de tijd die nodig is voor het ontdooien
■ Diepvriesgevogelte dient u voor de bereiding altijd te ontdooien om de ingewanden te kunnen verwijderen
■ Maak diepvriesvis op dezelfde temperatuur klaar als verse vis
■ U kunt kant-en-klare diepvriesgroente in aluminiumschalen in grotere hoeveelheden gelijktijdig in de binnenruimte plaatsen
■ Gebruik bij het ontdooien op één niveau inschuifhoogte 1 en op twee niveaus inschuifhoogte 1 + 3
■ Houd u bij diepvrieslevensmiddelen aan de aanwijzingen van de fabrikant
| Diepvriesgerecht Temperatu | ur in °C | Ontdooitijd in minuten |
| Rauwe diepvriesproducten/diepvrieslevensmiddelen | 50 30 - 90 | |
| Brood/broodjes (750 - 1500 g) 50 30 - 60 | ||
| Droog diepvriesplaatgebak 60 45 - 60 | ||
| Vochtig diepvriesplaatgebak 50 50 - 70 |
Ontdooistand
Met de functie Ontdooistand 📁 kunt u bijzonder goed gevoelig gebak (bijv. slagroomtaart) ontdooien.
- De functie Ontdooistand 📋 inschakelen.
- Diepvriesproduct afhankelijk van de soort en grootte 25 - 45 minuten ontdooien.
- Diepvriesproduct uit de binnenruimte nemen en 30 - 45 minuten laten rusten.
Bij kleine hoeveelheden (stukjes) wordt de ontdooitijd 15 - 20 minuten en de rusttijd 10 - 15 minuten korter.
Inmaken

Risico van letsel!
Inmaakpotten van levensmiddelen die op een verkeerde manier zijn ingemaakt kunnen barsten. Neem de volgende aanwijzingen in acht:
■ Fruit en groente moeten vers zijn en in onberispelijke staat verkeren.
■ Gebruik alleen schone en onbeschadigde inmaakpotten
■ De inmaakpotten mogen elkaar niet raken wanneer ze in de binnenruimte staan
In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes inmaakpotten van 1/2, 1 of 1½ liter tegelijkertijd met CircoTherm® hetelucht 📁 inmaken.
Aanwijzingen
- Gebruik tijdens één inmaakproces alleen inmaakpotten van dezelfde grootte en met dezelfde levensmiddelen.
■ Let op de hygiène bij het voorbereiden en afsluiten van de inmaakpotten.
■ Gebruik alle hittebestendige rubberringen.
■ U kunt de volgende levensmiddelen met uw apparaat inmaken: de inhoud van blik, vlees, vis of pasteien.
Fruit voorbereiden
- Het fruit wassen en afhankelijk van de soort schillen, ontpitten en kleinsnijden.
- De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met het fruit.
- Inmaakpotten met een hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. 1/3 liter voor een literpot).
Op één liter water:
■ ca. 250 g suiker bij zoet fruit
■ ca. 500 g suiker bij zurig fruit
Groente voorbereiden
- Groente wassen en afhankelijk van de soort schoonmaken en kleinsnijden.
- De inmaakpotten tot ca. 2 cm onder de rand vullen met de groente.
- De inmaakpotten direct vullen met heet water dat eerst gekookt is.
Inmaakpotten afsluiten
- De randen van de inmaakpotten met een schone, vochtige doek afnemen.
- Rubberring en deksel er nat op plaatsen en de potten met een klem afsluiten.
Inmaken starten
- Braadslede op inschuifhoogte 1 inschuiven.
- Inmaakpotten in een driehoek opstellen, zonder dat ze elkaar raken.

- 12 liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- CircoTherm® hetelucht ☒ met 160 °C instellen.
■ Inmaakpotten met 12 of 1 liter borrelen na ca. 50 minuten
■ Inmaakpotten met 1½ liter borrelen na ca. 60 minuten
Inmaken beëindigen
Bij fruit, augurken en tomatenpuree:
1.Apparaat uitschakelen zodra alle inmaakpotten borrelen.
- Inmaakpotten nog een paar minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
■ Frambozen, aardbeien, kersen of augurken: ca. 5 - 10 minuten
■ Ander fruit: ca. 10 - 15 minuten
■ Tomatenpuree of appelmoes: ca. 15 - 20 minuten
Bij groente:
- Temperatuur tot 100 °C verlagen, zodra alle inmaakpotten borrelen. Inmaakpotten ca. 60 minuten in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen.
2.Apparaat uitschakelen. - Inmaakpotten nog ca. 15 - 30 minuten in de gesloten binnenruimte laten staan.
Inmaakpotten verwijderen
- Inmaakpotten op een schone doek plaatsen, afdekken en beschermen tegen tocht.
2.Klemmen pas verwijderen wanneer de potten koud zijn.
Reiniging en onderhoud
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
■ reiniging en onderhoud van uw apparaat
■ schoonmaakmiddelen en -hulpen
■ zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte
■ reinigingshulp EasyClean®
Risico van kortsluiting!
Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomstraalapparaat om uw apparaat schoon te maken.
Attentie!
Schade aan het oppervlak door verkeerde reiniging: Gebruik geen
■ scherpe of schurende schoonmaakmiddelen
■ alcoholhoudende schoonmaakmiddelen
■ schurende reinigingshulpen zoals staalwol of schuursponzen.
Houd u aan de opgaven in de tabellen.
Aanwijzing: Via de klantenservice kunt u bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en onderhoudsmiddelen betrekken. Neem de betreffende aanwijzingen van de fabrikant in acht.
Het apparaat van buiten reinigen
| Apparaatonderdeel/oppervlak Reinigingsmiddel/-hulp | |
| Roestvrijstalen oppervlakken In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. | |
| Gelakte oppervlakken In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. | |
| Bedieningspaneel In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. | |
| Ruiten van de deur | In de handel gebruikelijk glasreinigings- of schoonmaakmiddel met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen. |
| Om de temperatuur omlaag te brengen zit op de ruit aan de binnenkant van de deur een coating waarmee de warmte wordt gereflecteerd. Het zicht door de deur wordt hierdoor niet beïnvloed. Wanneer de deur van het apparaat geopend is, kan deze coating een zeer helle weerschijn hebben. Dit is normaal en doet geen afbreuk aan de kwaliteit. | |
Binnenruimte reinigen
Attentie!
Schade aan het oppervlak! Maak geen gebruik van speciaal voor ovens bestemde schoonmaakmiddelen.
Aanwijzingen
■ Het email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
■ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie is echter gegarandeerd.
Apparaatonderdeel Reinigingsmiddel/-hulp
| Oppervlakken van email (glad oppervlak) | Om het schoonmaken te vergemakkelijken kunt u de verlichting van de binnenruimte inschakelen en eventueel de deur verwijderen.In de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel of azijnwater met een zachte, vochtige doek of zeem opbrengen; met een zachte doek nadrogen.Neem ingebrande voedselresten af met een vochtige doek en schoonmaakmiddel.Bij sterke vervuiling adviseren wij het gebruik van een ovenreiniger in gelvorm. Deze kan secuur worden aangebracht.De binnenruimte na het schoonmaken openlaten om te drogen. |
| Zelfreinigende oppervlakken (ruw oppervlak) | Houd u aan de aanwijzingen in het hoofdstuk: Zelfreinigende oppervlakken |
| Deurdichting Warm zeepsop | |
| Inhangrooster/Telescooprail Warm zeepsop | |
| Toebehoren In heet zeepsop weken, reinigen met borstel en schoonmaaksponsje of in de vaatwasmachine. | |
Vervuiling vermijden
Om vervuiling van de binnenruimte te voorkomen, dient u
■ de binnenruimte na gebruik altijd schoon te maken, omdat het vuil bij later gebruik van de oven inbrandt en moeilijk kan worden verwijderd.
■ kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk te verwijderen
■ zo mogelijk CircoTherm® hetelucht ☒ te gebruiken. Bij deze functie treedt minder vervuiling op
■ voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede te gebruiken.
■ voor het bakken en braden geschikte vormen (bijv. een braadpan) of een bak- of braadplaat te gebruiken (zie het hoofdstuk: Toebehoren)
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is voorzien van een laagje zelfreinigend email. Spetters die ontstaan bij het bakken en braden worden hiervan tijdens het gebruik van de oven opgezogen en afgebroken.
Grotere spetters verdwijnen pas nadat de oven meerdere keren gebruikt is.
Verkleuringen op de achterwand hebben geen invloed op de zelfreinigende functie.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het opbrengen van een ovenreiniger. Behandel de zelfreinigende oppervlakken nooit met ovenreiniger.
Komt er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Attentie!
Oppervlakteschade op de zelfreinigende oppervlakken door het gebruik van schurende en zuurhoudende reinigingsmiddelen en -hulpen!
Gebruik geen reinigingsmiddelen die schurende stoffen of zuren bevatten.
Gebruik geen schurende reinigingshulpen zoals bijv. staalwol of schuursponsjes.
EasyClean®
Om het schoonmaken van de binnenruimte gemakkelijker voor u te maken, is uw apparaat voorzien van de reinigingshulp EasyClean®. Door een automatisch gestuurde verdamping van zeepsop lossen de vuilresten op en kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Bij sterkere vervuiling kunt u
■ het sop enige tijd voor het inschakelen laten inwerken
■ de verontreinigde plekken vóór het inschakelen van de reinigingshulp met afwasmiddel inwrijven
■ de functie EasyClean® herhalen nadat de binnenruimte is afgekoeld
Voorbereiden en inschakelen
EasyClean® start alleen wanneer de binnenruimte afgekoeld is.
Risico van brand en beschadiging van oppervlakken!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat waterdamp en als gevolg van de plotselinge temperatuursverandering kan het email beschadigd raken.
- Toebehoren uit de oven nemen.
- 0,4 liter water (geen gedestilleerd water) met wat afwasmiddel voorzichtig in de bodembak van de binnenruimte gieten (Afbeelding A).
- Apparaatdeur sluiten.
-
EasyClean® inschakelen.
Op het temperatuurdisplay verschijnt ECS.
Wanneer na het inschakelen van EasyClean® op het temperatuurdisplay afwisselend H of h en ECS verschijnen, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld.
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is en schakel EasyClean® opnieuw in.
Na afloop van de reinigingshulp EasyClean® schakelt de verlichting van de binnenruimte in. Er klinkt een signaal. -
Klokfunctietoets ◀▶ indrukken om de klokfunctie te beeindigen.

Nareinigen en uitschakelen
Laat het restwater niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv.'s nachts).
-
Deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen (Afbeelding B).
-
Binnenruimte met een sponsdoek, zachte borstel of een kunststof schuursponsje reinigen.
Aanwijzing: Nog aanwezige, hardnekkige resten kunt u verwijderen met een schraper voor glaskeramiek. - Kalkranden met een in azijn gedrenkte doek verwijderen, daarna met schoon water afnemen en met een zachte doek droogwrijven, ook onder de deurafdichting.
- Functiekeuzeknop in de stand o terugdraaien.
- De deur van het apparaat na de reiniging nog ca. 1 uur op een kier laten staan (ca. 30°), zodat de emaillen oppervlakken in de binnenruimte goed kunnen drogen.
Sneldrogen
- De deur van het apparaat na de reiniging op een kier (ca. 30°) geopend laten.
- CircoTherm® hete lucht ☒ met 50 °C instellen.
- Na 5 minuten apparaat uitschakelen en apparaatdeur sluiten.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.
Risico van letsel!
De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Klap de blokkeerhendels van de scharnieren om de deur te kunnen verwijderen altijd helemaal open en na het inbrengen weer helemaal dicht. Kom niet met uw handen aan het scharnier.
Risico van letsel!
Hangt de apparaatdeur er aan één kant uit, kom dan niet met uw handen aan het scharnier. Het scharnier kan met grote kracht terugklappen. Neem contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur verwijderen
1.Apparaatdeur helemaal openen.
2. Blokkeerhendels links en rechts helemaal openklappen.

De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- De apparaatdeur zó ver sluiten tot u merkt dat er een weerstand is (Afbeelding A).
- Met beide handen links en rechts vastpakken, iets verder sluiten en eruit trekken (Afbeelding B).

- De scharnieren in de houders links en rechts plaatsen (Afbeelding C).
De keep van beide scharnieren moet inklikken.
2.Apparaatdeur helemaal openen. - Blokkeerhendels links en rechts helemaal dichtklappen (Afbeelding D).

De apparaatdeur is beveiligd en kan niet meer worden verwijderd.
4.Apparaatdeur sluiten.
Ruiten van de deur schoonmaken
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
Risico van letsel!
De componenten van de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Hierdoor kunt u snijwonden oplopen. Draag veiligheidshandschoenen.
Risico van letsel!
Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.
Deurruit verwijderen
- Apparaatdeur verwijderen en met de voorkant naar beneden op een zachte, schone ondergrond leggen (zie het hoofdstuk: Apparaatdeur verwijderen en inbrengen).
- De deurruit naast de scharnieren vastpakken en uit de insteekhouders (niet zichtbaar) trekken.
- De deurruit iets optillen en in de richting van de scharnieren afnemen.

Middelste ruit verwijderen
Let er voordat u de ruit verwijdert op in welke positie de middelste ruit is ingebracht, zodat u hem later niet verkeerd inbrengt.
- De houders links en rechts naar buiten drukken.

De middelste ruit wordt er naar boven toe uitgehaald.
- Middelste ruit iets optillen en uitnemen.
Reinigen
Reinig de deurruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Attentie!
Gebruik geen scherpe of schurende middelen en geen schraper. Het glas kan hierdoor beschadigd raken.
Middelste ruit inbrengen
- De middelste ruit links en rechts in de opnames inbrengen.
- Middelste ruit naar beneden in de houders drukken.

- De deurruit links en rechts in de opnames inbrengen.
- De deurruit naar beneden in de insteekhouders drukken.

Plafond van de binnenruimte reinigen
Om het plafond van de binnenruimte eenvoudig en snel te reinigen kunt u het grillelement naar beneden klappen.
⚠ Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- Beugel van het grillelement naar voren trekken en naar boven drukken tot het grillelement hoorbaar ontgrendelt (Afbeelding A).
- Grillelement vasthouden en naar beneden klappen (Afbeelding B).

- Plafond van de binnenruimte reinigen.
- Beugel naar voren trekken en naar boven ingedrukt houden.
- Grillelement naar boven klappen tot het inklikt.
Inhangroosters reinigen
U kunt de inhangroosters verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.
⚠ Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
- Inhangroosters er aan de voorkant uittrekken en verwijderen (Afbeelding A).
- Inhangroosters met afwasmiddel en spons of een borstel reinigen.
- De inhangroosters na de reiniging in omgekeerde volgorde inbrengen (Afbeelding B).


U kunt de telescooprails verwijderen om ze gemakkelijker schoon te maken.
⚠ Risico van verbranding door hete onderdelen in de binnenruimte!
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is.
Telescooprails verwijderen
- Bladveer naar voren trekken en vasthouden (Afbeelding A).
- Telescooprail aan de voorkant naar boven schuiven en naar opzij verwijderen.
- Telescooprail er aan de achterkant uittrekken.


Telescooprails met afwasmiddel en spons of een borstel schoonmaken.
Telescooprails inbrengen
-
Telescooprail aan de achterkant tot de aanslag inbrengen.
-
Telescooprail aan de voorkant van boven inschuiven en naar beneden drukken tot hij inklikt (Afbeelding B).
-
Telescooprails tot de aanslag inschuiven en de apparaatdeur sluiten.
Storingen en reparaties
Ga voordat u de klantenservice belt na of de tips in de volgende tabellen van nut kunnen zijn.
⚠️ Kans op een elektrische schok!
■ Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen. Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Elektrische functie vertoont een storing (bijv. indicatielampjes branden niet meer) | Zekering defect. Zekeringen in de meterkast controleren, eventueel vervangen. | |
| Vloeistof of dunvloeibaar deeg wordt zeer eenzijdig verdeeld | Apparaat niet waterpas ingebouwd Inbouw van het apparaat controleren (zie Installatievoorschrift) | |
| Apparaat functioneert niet meer, op het klokdisplay knippert 0:00 | Stroomtoevoer is onderbroken Tijd opnieuw instellen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) | |
| Op het klokdisplay knippert 0:00, op het temperatuurdisplay verschijnt “rrr” | De stroomtoevoer is onderbroken terwijl het apparaat in gebruik was | Klokfunctietoets ◀▶ indrukken. Tijd opnieuw instellen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) |
| Op het temperatuurdisplay verschijnt “E011“ | Permanente bezetting van een toets Permanente bezetting van de toets opheffen en de klokfunctietoets ◀▶ indrukken | |
| Op het temperatuurdisplay verschijnt “EXXX“, bijv. E300 | Interne fout van de apparaatelektronica | Klokfunctietoets ◀▶ indrukken. Verdwijnt de melding niet, haal de stekker dan uit het stopcontact en steek hem er na ca. 10 seconden weer in |
| Het apparaat kan niet worden bediend, op het temperatuurdisplay verschijnen ≫ en -5- | Apparaat is geblokkeerd Blokkering deactiveren (zie het hoofdstuk: Kinderslot) | |
| Het apparaat kan niet worden bediend, op het temperatuurdisplay verschijnen ≫ en -5P | Apparaat is permanent geblokkeerd Permanente blokkering deactiveren (zie het hoofdstuk: Kinderslot) | |
| Apparaat warmt niet op, op het klokdisplay knippert de dubbele punt, op het temperatuurdisplay verschijnt bijv. 160a | Er is een toetscombinatie gebruikt | Apparaat uitschakelen, info-toets i 3 seconden lang indrukken, vervolgens de klokfunctietoets ◀▶ 4 seconden lang indrukken, tenslotte de info-toets iopnieuw 3 seconden lang indrukken |
| Elektronisch gestuurde functies vertonen een storing | Energetische impulsen (bijv. blikseminslag) | Betreffende functie opnieuw instellen |
| Bij het inschakelen van een functie verschijnt H of h op het temperatuurdisplay | Apparaat is niet volledig afgekoeld | Wachten tot het apparaat afgekoeld is, vervolgens de functie opnieuw inschakelen |
| Apparaat is automatisch uitgeschakeld. op het temperatuurdisplay knippert 000 | Apparaat is als beveiliging tegen oververhitting uitgeschakeld | Functieschakelaar in de stand o terugdraaien |
| Bij het braden of grillen ontstaat een walm | Vet op het grillelement verbrandt | Verder grillen of braden tot het vet op het grillelement verbrand is |
| Rooster of braadslede verkeerd ingeschoven. | Rooster in de braadslede leggen en samen op een lagere inschuifhoogte plaatsen. | |
| In de binnenruimte treedt meer condenswater op | Normaal verschijnsel (bijv. bij gebak met zeer vochtige vulling of een groot braadstuk) | Apparaatdeur tijdens het gebruik af en toe kort openen |
| Geëmailleerde toebehoren vertonen matte, lichte vlekken | Normaal verschijnsel door afdruipend vlees- of vruchtensap | Niet mogelijk |
| Deurruiten zijn beslagen | Normaal verschijnsel, dat ontstaat door temperatuurverschillen | Apparaat bij 100 °C opwarmen en na 5 minuten weer uitschakelen |
Ovenlamp vervangen
Een defecte ovenlamp dient te worden vervangen.
Reservelampen kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak: E14, 220 - 240 V, 40 W, hittebestendig tot 300 °C. Gebruik uitsluitend originele ovenlampen.
⚠️ Kans op een elektrische schok!
Maak het apparaat stroomloos. Activeer de zekeringsautomaat of draai de zekering van de meterkast van uw woning eruit.
- Theedoek in de koude binnenruimte leggen, om schade te voorkomen.
- Glazen afscherming naar links draaien en afnemen.

- Ovenlamp vervangen door een van hetzelfde type.
- Glazen afscherming er weer inschroeven.
- Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Aanwijzing: Gebruik rubberhandschoenen wanneer de glazen afscherming er niet afgedraaid kan worden. Of bestel een demontagehulp bij de klantendienst (Bestelnr. 613634).
Deurdichting vervangen
Is de deurdichting defect, dan moet deze worden vervangen. Vervangende afdichtingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice.
De deurdichting is op vier punten bevestigd (Afbeelding A). Om de dichting te vervangen de haken op alle vier de plaatsen losmaken resp. bevestigen (Afbeelding B).

De bevestiging van de dichting vooral in de hoeken nog eens controleren.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
| E-nr. | FD-nr. |
| Servicedienst 📞 | |
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4040
B 070 222 143
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Testgerechten
Testgerechten volgens de norm EN 50304/EN 60350 (2009) resp. IEC 60350. Neem de aanwijzingen voor het
voorverwarmen in de tabellen in acht. De waarden in de tabel zijn van toepassing zonder snelvoorverwarming.
| Bakken Inschuifhoo | gte | Func-tie | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Sprits 3 | ☐ | 140 - 150* 25 - 35 | ||
| 1 | ☒ | 140 - 150* 20 - 30 | ||
| 1 + 3 | ☒ | 140 - 150* 20 - 40 | ||
| 1 + 3 + 4 | ☒ | 130 - 150* 30 - 50 | ||
| Small cakes (20 stuks per plaat) 3 | ☐ | 160 - 170** 20 - 35 | ||
| 1 | ☒ | 150 - 160** 20 - 30 | ||
| 1 + 3 | ☒ | 150 - 160** 25 - 35 | ||
| 1 + 3 + 4 | ☒ | 150 - 160** 25 - 35 | ||
| Waterbiscuit 2 | ☐ | 160 - 170* 25 - 35 | ||
| 1 | ☒ | 150 - 160* 25 - 35 | ||
| Donkere appeltaart (vormen naast elkaar, afbeelding A) 1 | ☒ | 170 - 180* 75 - 85 | ||
| Donkere appeltaart (vormen diagonaal geplaatst, afbeelding B) | 1 + 3 | ☒ | 170 - 180* 65 - 80 |
* Oven voorverwarmen
** 10 minuten voorverwarmen

| Grillen Inschuifhoo | gte | Positie van het rooster | Func-tie | Temperatuu r in °C | Grilltijd in minuten |
| Toast (braadslede + gebogen rooster) 4 | Int* | 1 - 2 | |||
| Beefsteaks, 12 stuks (braadslede + gebogen rooster) | 4 | Int | 20 - 25** |
* 10 minuten voorverwarmen
** na 2/3 van de tijd keren
Neff GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München
DEUTSCHLAND
(901217)