RX-D302B - Hi-Fi Systeem JVC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RX-D302B JVC in PDF-formaat.
| Type | Hi-Fi Systeem (AV-receiver) |
| Merk | JVC |
| Model | RX-D302B |
| Afmetingen (B x H x D) | 435 mm x 91,5 mm x 371 mm |
| Gewicht | 6,8 kg |
| Stroomverbruik (werking) | 180 W |
| Stroomverbruik (standby) | 0,9 W |
| Voeding | Netsnoer, 230 V AC |
| Versterkeruitgang (stereo) | 110 W per kanaal (6 Ω, 1 kHz, 0,8% THD) |
| Versterkeruitgang (surround) | 110 W per kanaal (voor, midden, surround, surround-achter) |
| Frequentiebereik FM-tuner | 87,50 MHz - 108,00 MHz |
| Frequentiebereik AM-tuner | 522 kHz - 1.629 kHz |
| Aantal luidsprekerkanalen | 7.1 (maximaal) |
| USB-aansluiting | 1 x voorpaneel, 1 x voor draadloze antenne |
| Digitale audio-ingangen | 1 x coaxiaal, 2 x optisch |
| Video-ingangen | Component, composiet, S-video, SCART |
| Surround-modi | Dolby Digital, DTS, Dolby Pro Logic II/IIx, DSP-effecten |
| Afstandsbediening | Ja, met batterijen (2 x AA) |
| Accessoires bijgeleverd | Afstandsbediening, batterijen, FM-antenne, AM-ringantenne, USB-draadloze antenne, USB-zender, USB-verlengkabel |
| Veiligheid | Ventilatie vereist; niet blootstellen aan regen of vocht; batterijen correct plaatsen |
| Onderhoud | Reinig met een droge doek; geen vloeistoffen gebruiken |
| Reparatie | Alleen door gekwalificeerd personeel; geen schroeven verwijderen |
| Geschatte levensduur | 10 jaar bij normaal gebruik |
Veelgestelde vragen - RX-D302B JVC
Gebruikersvragen over RX-D302B JVC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hi-Fi Systeem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RX-D302B - JVC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RX-D302B van het merk JVC.
GEBRUIKSAANWIJZING RX-D302B JVC
Voorzichtig—STANDBY/ON schakelaar!
Om de stroomtoevoer geheel uit te schakelen, trekt u de stekker uit het stopkontakt. Anders zal er altijd een geringe hoeveelheid stroom naar het apparaat lopen, ongeacht de stand van de Ⓕ/I STANDBY/ON schakelaar. U kunt het apparaat ook met de afstandsbediening aan- en uitschakelen.
VOORZICHTIG
Ter vermindering van gevaar voor brand, elektrische schokken, enz.:
- Verwijder geen schroeven, panelen of de behuizing.
- Stel dit toestel niet bloot aan regen of vocht.
VOORZICHTIG
- Zorg dat u de ventilatieopeningen en -gaten niet afsluit. (Als de ventilatieopeningen en -gaten worden afgesloten door bijvoorbeeld papier of een doek, kan er hitte in het apparaat worden opgebouwd.)
- Zet geen bronnen met open vuur, zoals brandende kaarsen, op het apparaat.
- Wees milieubewust en gooi lege batterijen niet bij het huishoudelijk afval. Lege batterijen dient u in te leveren met het KCA of bij een innamepunt voor batterijen.
- Stel dit apparaat niet bloot aan regen, vocht, drupwater of spatwater en plaats geen enkel voorwerp waarin zich een vloeistof bevindt, zoals een vaas, op het apparaat.
Voorschriften
CE-markering
C€ 0560
BEVAT R&TTE GEMARKEERDE APPARATUUR USB draadloze zender [2,4 GHz]
Landen waarvoor dit toestel is ontworpen en mag worden gebruikt
Deze apparatuur met USB draadloze zender is ontworpen voor gebruik in de landen die in de rechterkolom afgekort worden vermeld.
R&TTE Richtlijn 1999/5/EC
| BE √ | FR √ | DE √ | LU √ | IT √ |
| NL √ | DK √ | IE √ | GR √ | PT √ |
| ES √ | AT √ | FI √ | SE √ | CH √ |
| NO √ | LI √ | GB √ | CZ HU | √ |
| PL S1 | √ | SK E/E | LV √ | √ |
| LTCY | MT √ | √ |
Nationale beperkingen
WAARSCHUWING voor restricties voor bepaalde landen met betrekking tot het gebruik van een USB draadloze zender Italië: Voor gebruik buitenshuis buiten eigen terrein is algemene autorisatie vereist.
Algemene opmerking
Gemaakte veranderingen en modificaties in het product zonder vooraf verkregen toestemming van JVC, kunnen de gebruiker het recht op gebruik ontzeggen.
LET OP: voor USB draadloze zender,
Ter overeenstemming met R&TTE richtlijnen m.b.t. blootstelling aan RF, dient deze apparatuur te worden geïnstalleerd en gebruikt met een minimale afstand van 20 cm tussen de zender en het lichaam van de gebruiker.
Voorzichtig: Zorg Voor Goede Ventilatie
Om gevaar voor brand of een elektrische schok te voorkomen, dient u bij opstelling van het apparaat op de volgende punten te letten:
Voorkant: Voldoende ruimte vrij houden. Zijkanten: Minstens 10 cm aan weerszijden vrij houden. Bovenkant: Niets bovenop plaatsen; 10 cm speling geven. Achterkant: Minstens 15 cm ruimte achteraan vrij houden. Onderkant: Opstellen op een egaal horizontaal oppervlak. Bovendien moet er rondom voldoende luchtdoorstroming zijn, zoals in de afbeelding aangegeven.

Namen van onderdelen 2
Starten 4
Voor de installatie 4
Controleren van de bijgeleverde accessoires .... 4
Plaatsen van batterijen in de afstandsbediening .... 4
Aansluiten van de antennes voor FM en AM (MG) 5
Aansluiten van de luidsprekers 6
Aansluiten van videocomponenten 7
Aansluiten van het netsnoer 11
USB-verbinding 12
Basisbediening.... 14
1 Inschakelen van de spanning 14
2 Kiezen van de weer te geven bron 14
3 Instellen van het volume 15
Kiezen van de digitale decodeerfunctie 15
Tijdelijk uitschakelen van het geluid 15
Veranderen van de displayhelderheid 16
Uitschakelen van de stroom met de inslaaptimer 16
Voor een natuurgetrouw geluid 16
Basisinstellingen.... 17
Gemakkelijk instellen van de luidsprekerinformatie —Quick Speaker Setup .... 17
Instellen basisonderdelen 18
Bedieningsprocedure 19
Instellen van de luidsprekers 19
Kiezen van het hoofd- of subkanaal—DUAL MONO ...... 21
Instellen van de lage tonen 21
Gebruik van de nacht-functie—MIDNIGHT MODE 22
Instellen van de digitale (DIGITAL IN) ingangsaansluitingen —DIGITAL IN 1/2/3 22
Instellen van de automatische functie—AUTO MODE ..... 22
Kiezen van de componentvideo-ingangsfunctie —DVD VIDEO IN/VCR VIDEO IN/VIDEO VIDEOIN ..... 23
Omzetten van composietvideosignalen naar S-videosignalen—Y/C SEPARATE 23
Vastleggen van het volumeniveau voor iedere bron —ONE TOUCH OPE 23
Regelen van het geluid 24
Instellen basisonderdelen 24
Bedieningsprocedure 24
Instellen van het luidsprekeruitgangsniveaus 25
Instellen van de egalisatiepatronen —D EQ 63Hz/250Hz/1kHz/4kHz/16kHz .... 25
Instellen van de lage tonen 26
Instellen van de geluidsparameters voor de Surround-/DSP-functies 26
Bediening van de tuner 28
Handmatig afstemmen op zenders 28
Gebruik van voorkeurzenders 28
Kiezen van de FM-ontvangstfunctie 29
Gebruik van RDS (Radio Data System) voor ontvangst van FM-zenders 30
Opzoeken van een programma aan de hand van PTY-codes 31
Tijdelijk overschakelen len naar een ander gewenst radioprogramma 33
Voor realistische geluidsvelden 34
Reproductie met een bioscoopeffect 34
Introductie van de Surround-functie 34
Introductie van de DSP-functies 36
Gebruik van de Surround-/DSP-functies 37
Activeren van de Surround-/DSP-functies 38
Bediening van andere JVC toestellen .... 39
Bediening van componenten van een ander merk 41
Oplossen van problemen 44
Namen van onderdelen

Afstandsbediening
Zie de tussen haakjes aangegeven bladzijden voor details.
1 TV/VIDEO toets (39, 41)
2 Standby/on toetsen (14, 39 – 43)
O/IAUDIO, TV OSITB , VOR , DVRODVD O/I
3 Bronkeuzetoetsen (14, 28, 39 – 43)
TV, STB CONT, VCR, DVR/DVD, FM/AM, USB, VIDEO, DVD MULTI
4 TV VOL (volume) +/- toets (39, 41)
5 CHANNEL +/- toets (39 - 43)
6• Bedieningstoetsen voor videocomponenten (39, 40, 42, 43)
• Bedieningstoetsen voor tuner (28, 29)
FM MODE, ⊖ TUNING, MEMORY, TUNING
7 • Bedieningstoetsen voor DVD-recorder of DVD-speler* (40, 43)
TOP MENU, MENU, cursor toetsen (▶, ◀, ▲, ▼), ENTER
• Bedieningstoetsen voor RDS (30, 31, 33)
13 Insteltoetsen voor digitale equalizer (25)
D.EQ FREQ, D.EQ LEVEL +/-
14B (lage tonen).BOOST toets (26)
15 Insteltoetsen voor uitgangsniveau luidsprekers en
subwoofer (25)
FRONT L +/-, FRONT R +/-, CENTER +/-, SUBWFR +/-,
SURR L +/-, SURR R +/-, S.BACK L +/-, S.BACK R +/-
16VOLUME +/- toets (15)
17 DVR/DVD functieschakelaar (40, 43)
18 MUTING toets (15)
19 CC CONVERTER toets (16)
20• Cijfertoetsen (29, 39 – 43)
1 - 10, 0, +10, 100+
• RETURN toets (39)
21C (midden). TONE toets (27)
22 EFFECT toets (26)
23DIMMER toets (16)
24SLEEP toets (16)
25TEST toets (25)
* Deze toetsen kunnen worden gebruikt voor het bedienen van een JVC DVD-recorder of DVD-speler indien de functiekeuzeschakelaar op "DVR" of "DVD" is gesteld (zie bladzijde 40).
Gebruik de bij uw DVD-recorder of DVD-speler geleverde afstandsbediening indien deze toetsen niet normaal functioneren. Zie tevens de bij uw DVD-recorder of DVD-speler geleverde gebruiksaanwijzing voor details aangaande bedieningen.
- Voor bediening van een DVD-recorder (ALLEEN JVC toestellen) moet u de functieschakelaar (17) naar "DVR" drukken.
- Voor bediening van een DVD-speler, moet u de functieschakelaar (17) naar "DVD" drukken.
Zie de tussen haakjes aangegeven bladzijden voor details.
Voorpaneel

1 O/I STANDBY/ON toets en standby lampje (14)
2CC CONVERTER toets (16)
|3|SETTING toets (17, 19)
4 ADJUST toets (24)
5 SURROUND toets (38)
6Bronlampjes
DVD MULTI, DVR/DVD, VCR, VIDEO, TV, USB, FM, AM
10 PHONES aansluiting (15)
11USB aansluiting (12)
12 Displayvenster (zie hieronder)
13 Afstandsbedieningsensor (4)
Displayvenster

①ANALOG indicator (14)
②DUAL MONO indicator (21)
⑤Indicators voor RDS-bediening (30, 33) RDS, TA, NEWS, INFO
⑥Indicators voor tuner-bediening (28) TUNED, STEREO
⑦DIGITAL EQ indicator (25)
⑭Signaal- en luidsprekerindicators (16)
⑮NEO:6 indicator (35)
⑯ VIRTUAL SB indicator (37)
⑰3D-PHONIC indicator (35, 36)
⑱DSP indicator (35, 36)
⑲ PLⅡ en PLⅡx indicator (34 - 36)
⑳CC CONVERTER 1 2 indicator (16)
② AUTO MODE indicator (22)
②Hoofddisplay
②B (lage tonen).BOOST indicator (26)
②MIDNIGHT indicator (22)
25 Frequentie-eenheidindicators
MHz (voor FM-zenders), kHz (voor AM (MG)-zenders)
Achterpaneel

1 Netsnoer (11)
[2] COMPONENT VIDEO (Y, PB, PR) aansluitingen (8, 10) VIDEO IN, DVR/DVD IN, MONITOR OUT
3 AV IN/OUT aansluitingen (7) TV, VCR, DVR/DVD
4 DIGITAL IN aansluitingen (11)
• Coaxiaal: 1(DVR/DVD)
- Optisch: 2(VIDEO)
- Optisch: 3(TV)
5 DIGITAL OUT aansluitingen (11)
|6|USB WIRELES ANTENNA aansluitingen (12)
7 ANTENNA aansluitingen (5)
8 SUBWOOFER OUT aansluitingen (6)
9VIDEO aansluitingen (10)
VIDEO (composiet video), S-VIDEO
10 AUDIO aansluitingen (8 - 10)
VIDEO IN, DVR/DVD IN
11 DVD MULTI IN aansluitingen (9)
CENTER, SUBWOOFER, SURR-L, SURR-R
12 Luidsprekeraansluitingen (6)
• Zorg dat uw handen droog zijn.
• Schakel alle apparatuur uit.
- Lees de gebruiksaanwijzing van alle apparaten die u aan wilt sluiten aandachtig door.
Plaatsing
- Plaats de receiver op een vlakke plaats die niet aan vocht en stof onderhevig is.
- De omgevingstemperatuur mag niet lager zijn dan -5^ en niet hoger worden dan 35^ .
- Zorg voor voldoende ventilatie rond de ontvanger. Bij gebrek aan ventilatie kan de ontvanger oververhit en beschadigd raken.
- Zorg dat er voldoende afstand tussen de receiver en de TV is.
Veiligheid
- Steek geen metalen voorwerpen in de ontvanger.
- Laat de ontvanger intact. Verwijder geen schroeven, beschermplaten of onderdelen.
- Stel de ontvanger niet bloot aan vochtigheid zoals regen.
- Trek niet aan het netsnoer om de stekker te ontkoppelen. Pak de stekker beet voor het ontkoppelen zodat het snoer niet kan worden beschadigd.
- Trek de stekker uit het stopcontact indien u het toestel voor langere tijd niet gaat gebruiken, bijvoorbeeld wanneer u op vakantie gaat. Met de stekker in het stopcontact gestoken, wordt er altijd een kleine hoeveelheid stroom verbruikt.
Deze receiver heeft een ingebouwde ventilator die in werking treedt wanneer het receiver wordt ingeschakeld. Zorg dat er voldoende vrije ruimte rond de receiver is zodat deze goed door de ventilator kan worden gekoeld.
LET OP:
Steek de stekker van het netsnoer pas in het stopcontact nadat alle andere verbindingen zijn gemaakt.
Controleren van de bijgeleverde accessoires
Controleer dat u alle hieronder beschreven accessoires heeft. Neem direct contact op met de plaats van aankoop indien er accessoires ontbreken.
- Afstandsbediening (× 1)
- Batterijen (× 2)
• Ringantenne voor AM (MG) (× 1)
• FM-antenne (× 1)
• USB-draadloze antenne (× 1) - USB-draadloze zender (modelnummer: QAL0708-001) ( × 1)
• USB-verlengkabel (60 cm) (× 1)
Plaatsen van batterijen in de afstandsbediening
Voor gebruik van de afstandsbediening moet u eerst de twee bijgeleverde batterijen plaatsen.

1 Druk op de batterij-afdekking op de achterkant van de afstandsbediening en schuif open.
2 Plaats de batterijen.
Zorg dat de polen in de juiste richting wijzen:
(+) naar (+) en (−) naar (−).

3 Plaats de deksel weer terug.
Vervang de batterijen indien het bereik van de afstandsbediening kleiner wordt of de afstandsbediening niet meer goed werkt. Gebruik in dat geval twee R6(SUM-3)/AA(15F) droge cel batterijen.
- De bijgeleverde batterijen dienen uitsluitend voor het in gebruik nemen. Plaats andere batterijen voor langdurig gebruik.
LET OP:
Voorkom het lekken of barsten van batterijen en let daarom op het volgende:
- Plaats batterijen altijd met de polen in de juiste richting in het vak van de afstandsbediening: (+) naar (+) en (−) naar (−).
- Gebruik uitsluitend het gespecificeerde type batterij. Batterijen van dezelfde afmetingen hebben namelijk mogelijk een ander voltage.
- Vervang altijd beide batterijen tegelijkertijd door nieuwe.
- Stel batterijen niet aan hitte of vlammen bloot.
Richt de afstandsbediening bij gebruik recht naar de afstandsbedieningsensor van de voorpaneel.

Aansluiten van de antennes voor FM en AM (MG)
Steek de stekker van het netsnoer pas in het stopcontact nadat alle andere verbindingen zijn gemaakt.

flowchart
graph TD
A["Ringantenne voor AM (MG) (bijgeleverd)"] --> B["Druk de lipjes van de ring in de openingen van de basis om de ringantenne voor AM (MG) in elkaar te zetten."]
B --> C["Verbind een FM-buitenantenne (niet bijgeleverd) indien de ontvangst van FM slecht is."]
C --> D["FM-antenne (bijgeleverd)"]
D --> E["FM-ANTenna"]
E --> F["AM LOOP"]
E --> G["FM 75 Ω COAXIAL"]
F --> H["AM EXT"]
G --> I["AM EXT"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#ffc,stroke:#333
style H fill:#cfc,stroke:#333
style I fill:#cfc,stroke:#333
Aansluiten van de antenne voor AM (MG)
Verbind de bijgeleverde ringantenne voor AM (MG) met de AM LOOP aansluitingen.
Verbind het witte snoer met de AM EXT aansluiting en het zwarte snoer met de ± aansluiting.
Richt de ring voor een optimale ontvangst.
- Verbind een enkel vinyl-geïsoleerd buitendraad (niet bijgeleverd) met de AM EXT aansluiting indien de ontvangst slecht is. Houd in dat geval de ringantenne voor AM (MG) ook aangesloten.
Aansluiten van de antenne voor FM
Verbind de bijgeleverde FM-antenne met de FM 75 Ω COAXIAL aansluiting als tijdelijke oplossing.
Rol de FM-antenne in horizontale richting uit.
- Verbind een FM-buitenantenne (niet bijgeleverd) indien de ontvangst slecht is. Alvorens een 75 Ω coaxkabel met een stekker (IEC of DIN 45325) aan te sluiten, moet u de bijgeleverde FM-antenne ontkoppelen.
OPMERKINGEN
- Indien het draad van de ringantenne voor AM (MG) met vinyl is bedekt, moet u het vinyl van het uiteinde verwijderen door het te draaien zoals u hier rechts ziet.
- Controleer dat de antennegeleiders geen contact met andere aansluitingen, aansluitsnoeren en het netsnoer maken. Dit zou namelijk de ontvangst van zenders verslechteren.

Aansluiten van de luidsprekers
Steek de stekker van het netsnoer pas in het stopcontact nadat alle andere verbindingen zijn gemaakt.
Opstelling van de luidsprekers


flowchart
graph TD
A["Rechtersurround- achterluidspreker (SBR)"] --> B["Middenluid-spreker (C)"]
C["*Linkersurround- achterluidspreker (SBL)"] --> B
D["Rechtersurround-luidspreker (RS)"] --> B
B --> E["Subwoofer met stroomcircuit (SW)"]
B --> F["Rechtervoor-luidspreker (R)"]
B --> G["Linkervoor-luidspreker (L)"]
LET OP:
- Gebruik luidsprekers met de SPEAKER IMPEDANCE die bij de luidsprekeraansluitingen (6 Ω – 16 Ω) is vermeld.
- Sluit NIET meer dan één luidspreker op één luidsprekeraansluiting aan.
Aansluiten van de luidsprekers
Schakel alle apparaten uit alvorens verbindingen te maken.
Aansluiten van de middenluidspreker en voorluidsprekers

1 Draai een stukje van de isolatie bij het uiteinde van ieder luidsprekersnoer en verwijder dat stukje.
2 Draai het knopje linksom.
3 Steek het luidsprekersnoer in de aansluiting.
- Voor iedere luidspreker moet u de (+) en (−) aansluitingen op het achterpaneel met respectievelijk de met (+) en (−) gemarkeerde aansluitingen van de luidsprekers verbinden.
4 Draai het knopje rechtsom.
Aansluiten van de surroundluidsperkers en surroundachterluidsprekers

1 Draai een stukje van de isolatie bij het uiteinde van ieder luidsprekersnoer en verwijder dat stukje.
2 Open de aansluiting (①), en steek het luidsprekersnoer (②) in de aansluiting.
- Voor iedere luidspreker moet u de (+) en (−) aansluitingen op het achterpaneel met respectievelijk de met (+) en (−) gemarkeerde aansluitingen van de luidsprekers verbinden.
3 Sluit de aansluiting.
*Indien u slechts één luidspreker als surroundachterluidspreker gebruikt
U kunt tevens een surroundgeluid krijgen met slechts één surroundachterluidspreker. Indien u slechts één surroundachterluidspreker gebruikt;
- stel "SB OUT" op "<1SPK>" (zie bladzijde 19) en
- verbind de surroundachterluidspreker met de aansluiting voor de linkersurround-achterluidspreker. (U hoort geen geluid indien u de luidspreker met de aansluiting voor de rechtersurround-achterluidspreker heeft verbonden.)
Aansluiten van een subwoofer met stroomcircuit
Met een subwoofer kunt u de lage tonen verbeterd weergeven of de oorspronkelijke LFE (lage frequentie) signalen van digitale software reproduceren.
Verbind middels een RCA tulpstekkersnoer (niet bijgeleverd) de ingangsaansluiting van een subwoofer met eigen stroomcircuit met de SUBWOOFER OUT aansluiting op het achterpaneel.
- Zie tevens de gebruiksaanwijzing van de subwoofer.
Na het aansluiten van alle luidsprekers en/of een subwoofer moet u de juiste informatie voor de aangesloten luidsprekers instellen voor een optimaal surroundeffect. Zie bladzijden 17 tot 21 voor details.
OPMERKING
U kunt de subwoofer op iedere gewenste plaats installeren daar de lage tonen niet-richtinggevoelig zijn. Plaats normaliter echter voor de luisterplaats.
Aansluiten van videocomponenten
Steek de stekker van het netsnoer pas in het stopcontact nadat alle andere verbindingen zijn gemaakt.
SCART verbinding
U kunt het beeld bekijken en geluid horen van weergavecomponenten door eenvoudig een verbinding met de SCART kabel te maken.
- Indien uw videocomponenten een digitale uitgangsaansluiting hebben, dient u deze tevens met de digitale aansluiting te verbinden zoals beschreven bij "Digitale verbinding" (zie bladzijde 11).
LET OP:
Indien u een apparaat voor verbetering van het geluid, bijvoorbeeld een grafische equalizer, tussen het broncomponent en dit toestel aansluit, wordt het via dit toestel weergegeven geluid mogelijk vervormd.
Gebruik GEEN TV die via een videorecorder is verbonden of een TV met ingebouwde videorecorder; het beeld wordt anders mogelijk vervormd.
Schakel de spanning van alle componenten uit alvorens verbindingen.
- De afbeeldingen van de in- en uitgangsaansluitingen zijn standaardvoorbeelden. Zie bij het aansluiten van andere componenten tevens de betreffende gebruiksaanwijzingen daar de namen van aansluitingen op het achterpaneel per component verschillend zijn.

Specificaties van de SCART aansluiting
| Naam aansluiting | |||||
| TV VCR DVR/DVD | |||||
| Ingang | Audio L/R | ○ | ○ | ○ | |
| Video | Composiet *2 *2 *2 | ○ | ○ | ○ | |
| S-video (Y/C) | - | ○ | ○ | ||
| RGB | - | ○ | ○ | ||
| Uitgang | Audio L/R - | ○ | ○ | ||
| Video | Composiet *1 *1 *1 | ○ | ○ | ○ | |
| S-video (Y/C) | ○ | - | - | ||
| RGB | ○ | - | |||
| T-V LINK *3 *3 *3 | ○ | ○ | ○ | ||
○: Beschikbaar, –: Niet beschikbaar
*1 Signalen die van een SCART aansluiting worden ingevoerd, kunnen niet via dezelfde SCART aansluiting worden uitgestuurd.
*2 Composiet-videosignalen kunnen naar S-videosignalen worden omgezet. Zie bladzijde 23 voor details aangaande de instelling en reproductie van de signalen.
*3 De signalen voor de T-V LINK functie gaan altijd via het toestel.
Voor een analoge decoder
Voor het bekijken of opnemen van een gecodeerd programma met uw videorecorder, moet u een analoge decoder met de videorecorder verbinden en vervolgens het gecodeerde kanaal van de videorecorder kiezen.
Indien er geen vereiste aansluiting voor de decoder op uw videorecorder is, verbind dan de decoder met de TV.
Zie tevens de bij de betreffende apparatuur geleverde gebruiksaanwijzingen.
Voor T-V LINK
- U kunt de T-V LINK functie tevens gebruiken indien u een voor T-V LINK geschikte TV en videorecorder met dit receiver verbindt middels volledige draad SCART kabels. Zie de bij de TV en videorecorder geleverde gebruiksaanwijzingen voor details aangaande T-V LINK.
- Verbind de SCART kabel met de EXT-2 aansluiting van uw met JVC's T-V LINK compatibele TV voor gebruik van de T-V LINK functie.
- Bepaalde videocomponenten zijn geschikt voor datacommunicatie, bijvoorbeeld T-V LINK. Zie tevens de bij deze componenten geleverde gebruiksaanwijzingen voor details.
Behalve de SCART aansluitingen heeft deze receiver tevens de volgende video-aansluitingen:
- Component video-ingang/uitgang: VIDEO IN, DVR/DVD IN, MONITOR OUT
- Composiet en S-video-ingang: VIDEO IN
BELANGRIJK
De component videosignalen van de COMPONENT VIDEO aansluitingen worden uitsluitend via de MONITOR OUT aansluitingen uitgestuurd.
Indien de TV derhalve via de SCART aansluiting (TV) met de receiver is verbonden en een spelend videocomponent via de component video-aansluitingen (VIDEO IN of DVR/DVD IN) met de receiver is verbonden, kunt u het weergavebeeld niet op de TV bekijken.
■Verbinden van een DVD-recorder of DVD-speler met de DVR/DVD IN aansluitingen
Voor optimale weergave van Dolby Digital en DTS multikanaal software (inclusief Dual Mono software), moet u de DVD-recorder of DVD-speler via de digitale ingangsaansluitingen verbinden (zie bladzijde 11).
Indien u een DVD-recorder of DVD-speler met de stereo-uitgangsaansluitingen verbindt:

flowchart
graph TD
A["Component video"] -->|Groen, Blauw, Rood| B["Component videokabel (niet bijgeleverd)"]
B --> C["DVD-recorder of DVD-speler"]
C -->|A| D["Stereo audiokabel (niet bijgeleverd)"]
C -->|B| E["AUDIO VIDEO IN DVD IN FRONT"]
E --> F["Wit"]
E --> G["Rood"]
OPMERKINGEN
- Verbind geen verschillende componenten met de AUDIO DVR/DVD IN aansluitingen en AV IN/OUT (SCART) DVR/DVD aansluiting (zie bladzijde 7); geluid van beide componenten wordt anders tegelijkertijd via de luidsprekers weergegeven.
- Kies de analoge ingangsfunctie. Zie "Kiezen van de analoge of digitale ingangsfunctie" op bladzijde 14.
- U kunt digitaal geluid beluisteren indien u een verbinding met een digitale coaxiale of optische kabel heeft gemaakt. Bij het verlaten van de fabriek is de audio-ingangsfunctie voor een DVD-recorder en DVD-speler voor de digitale coaxiale aansluiting (DIGITAL IN 1 (DVR/DVD)). ingesteld. Zie bladzijde 11 voor details aangaande een digitale verbinding.
- Indien u een DVD-recorder of DVD-speler met de componentvideo-ingangsaansluitingen heeft verbonden, moet u de componentvideo-ingangsfunctie (DVD VIDEO IN) juist kiezen. Het beeld zal anders niet op de TV kunnen worden getoond. Zie bladzijde 23 voor details.
A Naar component video-uitgang
• Sluit Y, P_B en P_R juist aan.
BNaar links/rechts audiokanaaluitgang
Indien u een DVD-speler met de analoge gescheiden uitgangsaansluitingen (DVD MULTI IN) verbindt:
Deze verbinding is de beste aansluitmethode voor weergave van geluid van een DVD-Audio. Bij weergave van een DVD-Audio kan het oorspronkelijke geluid van hoge kwaliteit uitsluitend via deze verbinding worden gereproduceerd.
Schakel de spanning van alle componenten uit alvorens verbindingen.

flowchart
graph TD
A["Mono-audiokabel (niet bijgeleverd)"] --> B["Stereo audiokabel (niet bijgeleverd)"]
C["Mono-audiokabel (niet bijgeleverd)"] --> D["Stereo audiokabel (niet bijgeleverd)"]
E["Monoiduander"] --> F["Monoiduander"]
G["Monoiduander"] --> H["Monoiduander"]
I["DVD-recorder of DVD-speler"] --> J["Monoiduander"]
K["Wit"] --> L["Rod"]
M["Wit"] --> N["L"]
O["DVHDIVM"] --> P["CVWR"]
Q["SUNR-I"] --> R["SUNR-R"]
S["SWINDUFER"] --> T["SUNR-R"]
U["A"] --> V["B"]
W["C"] --> X["D"]
Y["D"] --> Z["D"]
OPMERKING
Verbind geen verschillende componenten met de DVD MULTI IN aansluitingen en AV IN/OUT (SCART) DVR/DVD aansluiting (zie bladzijde 7); geluid van beide componenten wordt anders tegelijkertijd via de luidsprekers weergegeven.
A Naar links/rechts surroundkanaal audio-uitgang
BNaar middenkanaal audio-uitgang
CNaar links/rechts voorkanaal audio-uitgang
DNaar subwooferuitgang
Indien u "DVD MULTI" als bron kiest (zie bladzijde 14), kunt u het geluid van de analoge gescheiden uitgang (5,1 kanaal weergave) van het aangesloten component reproduceren.
- U moet mogelijk de analoge gescheiden uitgangsfunctie van het component kiezen.
OPMERKINGEN
- Bij gebruik van de hoofdtelefoon kunt u uitsluitend het geluid van de voorkanalen beluisteren (links en rechts). De 3D HEADPHONE functie kan niet worden gebruikt (zie bladzijde 35).
- Voor "DVD MULTI" kunt u geen Surround-/DSP-functies gebruiken (zie bladzijden 34 tot 38).
■ Verbinden van een ander videocomponent met de VIDEO IN aansluitingen
Indien uw videocomponenten S-video (Y/C-gescheiden) en/of component video (Y, PB, PR) aansluitingen hebben, kunt u deze middels een S-videokabel (niet bijgeleverd) en/of een component videokabel (niet bijgeleverd) verbinden. Middels deze aansluitingen krijgt u een betere beeldkwaliteit, op volgorde van:
Component video > S-video > Composiet video
Kies "VIDEO" als bron (zie bladzijde 14) voor weergave van het videocomponent dat met deze aansluitingen is verbonden.

flowchart
graph TD
A["COMPONENT VIDEO"] -->|Groen| B["Composiet videokabel (niet bijgeleverd)"]
A -->|Blauw| B
A -->|Rood| B
C["VIDEO"] -->|Audio| D["S-videokabel (niet bijgeleverd)"]
C -->|Rood| D
E["Composite"] -->|Wit| F["S-videokabel (niet bijgeleverd)"]
E -->|Rood| F
G["Schakel de spanning van alle componenten uit alvorens verbindingen."] --> H["Composiet videokabel (niet bijgeleverd)"]
I["Videorecorder, enz."] --> J["Composite"]
K["Stereo audiokabel (niet bijgeleverd)"] --> L["Composite"]
M["S-videokabel (niet bijgeleverd)"] --> N["Composite"]
OPMERKINGEN
- Kies de analoge ingangsfunctie. Zie "Kiezen van de analoge of digitale ingangsfunctie" op bladzijde 14.
- Indien u video-apparatuur met de component-videoingangsaansluitingen heeft verbonden, moet u de juiste video-ingangsfunctie kiezen (VIDEO VIDEOIN). U zult anders het weergavebeeld namelijk niet op de TV kunnen bekijken. Zie bladzijde 23 voor details.
- U kunt digitaal geluid beluisteren indien u een verbinding met een digitale coaxiale of optische kabel heeft gemaakt. Bij het verlaten van de fabriek is de audio-ingangsfunctie voor andere video-apparatuur dan een DVD-recorder en DVD-speler voor de digitale optische aansluiting (DIGITAL IN 2 (VIDEO)) ingesteld. Zie bladzijde 11 voor details aangaande een digitale verbinding.
A Naar component video-uitgang
• Sluit Y, PB en PR juist aan.
B Naar links/rechts audiokanaaluitgang
C Naar composiet video-uitgang
D Naar S-video-uitgang
■ Verbinden van een TV met de MONITOR OUT aansluitingen

OPMERKINGEN
- Kies de analoge ingangsfunctie. Zie "Kiezen van de analoge of digitale ingangsfunctie" op bladzijde 14.
- U kunt digitaal geluid reproduceren indien u een verbinding met een digitale coaxkabel of optische kabel heeft gemaakt. Bij het verlaten van de fabriek is de "DIGITAL IN 3" aansluiting voor een TV ingesteld. Zie bladzijde 11 voor details aangaande een digitale verbinding.
A Naar component video-ingang
- Sluit Y, PB en PR juist aan.
Digitale verbinding
Deze receiver heeft drie DIGITAL IN aansluitingen—één digitale coaxiale aansluiting en twee digitale optische aansluitingen—en één DIGITAL OUT aansluiting.
Voor weergave van digitaal geluid, moet u behalve de analoge verbinding als beschreven op bladzijden 7 tot 10, ook een digitale verbinding maken.
Digitale coaxiale kabel (niet bijgeleverd)

Digitale optische kabel (niet bijgeleverd)

Schakel de spanning van alle componenten uit alvorens verbindingen.
- Zie tevens de gebruiksaanwijzingen van de andere aan te sluiten apparatuur.
■Digitale ingangsaansluitingen

Indien het component een digitale coaxiale uitgangsaansluiting heeft, moet u deze middels een digitale coaxiale kabel (niet bijgeleverd) met de 1(DVR/DVD) aansluiting verbinden.

Indien het component een digitale optische uitgangsaansluiting heeft, moet u deze middels een digitale optische kabel (niet bijgeleverd) met de 2(VIDEO) of 3(TV) aansluiting verbinden.

Verwijder het beschermdopje alvorens een optisch digitaal kabel aan te sluiten.
OPMERKINGEN
- Bij het verlaten van de fabriek zijn de DIGITAL IN aansluitingen voor gebruik met de volgende componenten ingesteld:
- 1(DVR/DVD): Voor DVD-recorder of DVD-speler
- 2(VIDEO): Voor andere video-apparatuur dan een DVD-recorder en DVD-speler.
- 3(TV): Voor TV
Indien u andere apparatuur heeft aangesloten, moet u de instelling voor de digitale ingangsaansluitingen (DIGITAL IN) veranderen. Zie "Instellen van de digitale (DIGITAL IN) ingangsaansluitingen—DIGITAL IN 1/2/3" op bladzijde 22.
- Kies de juiste digitale ingangsfunctie. Zie "Kiezen van de analoge of digitale ingangsfunctie" op bladzijde 14.
■Digitale uitgangsaansluitingen
U kunt digitale apparatuur met een optische digitale ingangsaansluiting verbinden.

OPMERKING
Het digitale signaalformaat dat via de DIGITAL OUT aansluiting wordt verstuurd, is hetzelfde als het formaat van het ingangssignaal. Indien bijvoorbeeld DTS signalen worden ingevoerd, worden DTS signalen uitgestuurd.
Aansluiten van het netsnoer
Steek de stekker van het netsnoer in een stopcontact nadat alle audio- en videoverbindingen zijn gemaakt. Controleer dat de stekkers geheel zijn ingestoken. Het standby lampje licht rood op.
LET OP:
- Raak de netspanningskabel niet met natte handen aan.
- Breng geen wijzigingen in het netsnoer aan en zorg dat dit niet wordt verdraaid of verbogen; plaats er ook geen zware voorwerpen op, om brand, een elektrische schok of andereongelukken te voorkomen.
- Neem contact op met uw leverancier voor een nieuw netsnoer als het snoer beschadigd is.
OPMERKINGEN
- Houd het netsnoer uit de buurt van de andere aansluitsnoeren en de antenne. Het netsnoer kan anders namelijk ruis of scherminterferentie veroorzaken.
-
De voorkeursinstellingen zoals kanaal- en geluidsinstellingen kunnen in de volgende gevallen na een aantal dagen zijn gewist:
-
Wanneer u de stekker eruit haalt.
- Wanneer er een stroomstoring optreedt.
- De receiver schakelt standby wanneer u de stekker uit het stopcontact trekt met de receiver ingeschakeld en vervolgens weer in het stopcontact steekt.
USB-verbinding
Deze receiver heeft een USB aansluiting op het voorpaneel en een USB WIRELESS ANTENNA aansluiting op het achterpaneel. U kunt het geluid van uw PC met een van de volgende methode weergeven:
① door een USB draadloze antenne (bijgeleverd) met de USB WIRELESS ANTENNA aansluiting te verbinden en een USB draadloze zender (bijgeleverd) voor uw PC te gebruiken. (USB WIRELESS)
② door uw PC middels een USB-kabel met de USB aansluiting te verbinden. (USB TERMINAL)
Voer de volgende handelingen uit wanneer u voor het eerst uw PC met dit toestel verbindt.
- U kunt geen signalen of data van deze receiver naar uw PC versturen.
- Gebruik een USB-verlengkabel (bijgeleverd) indien u de zender niet direct met de USB aansluiting kan verbinden of de zender het gebruik van andere USB aansluitingen stoort.
BELANGRIJK:
Controleer of uw PC met CD-ROM Windows® 98 SE*, Windows® Me*, Windows® 2000* of Windows® XP* gebruikt en zorg dat u de CD-ROM bij de hand heeft.
Voorbereiding
①(Voor USB WIRELESS)
Breng de USB WIRELESS communicatie tot stand alvorens de receiver aan te sluiten en te installeren. Tijdens de procedure moet u de status van het lampje op het achterpaneel van de receiver controleren (opgelicht of knipperend).
1. Verbind de antenne met de USB WIRELESS ANTENNA aansluiting op het achterpaneel.
- Draai het schroefje met de antenne omhoog gericht vast.

2. Schakel uw PC.
- Verlaat eventueel andere actieve programma's indien uw PC reeds is ingeschakeld.
3. Verbind de USB draadloze zender met de USB aansluiting van uw PC.
Alvorens de zender met de PC te verbinden, moet u het kapje van de zender verwijderen.
Nadat u de zender heeft aangesloten, worden de USB-stuurprogramma's geïnstalleerd. De POWER en PLAYER lampjes op de zender lichten op.

flowchart
graph TD
A["USB draadloze zender (bijgeleverd)"] --> B["JVC"]
B --> C["JVC"]
C --> D["PC"]
D --> E["Computer"]
F["POWER PLAYERID"] --> C
- Schakel de receiver in en schuif vervolgens de USB WIRELESS schakelaar op het achterpaneel naar "ID LEARNING" en kies "USB WIRELESS" als bron. Het lampje op de schakelaar begint te knipperen wanneer u de schakelaar verschuift.
5. Stel het volume in de minimale stand.
BELANGRIJK:
Stel het volume altijd op "0" alvorens andere apparatuur aan te sluiten of te ontkoppelen.
6. Houd ID op de zender ingedrukt om de draadloze communicatie met de receiver tot stand te brengen. Het ID lampje op de zender knippert wanneer u de toets indrukt.

Het lampje op het achterpaneel van de receiver stopt te knipperen en licht continu op wanneer de receiver de zender heeft herkend.
7. Schuif de schakelaar op de receiver naar "ON".
- Indien u de schakelaar niet verschuift, zal er geen geluidssignaal naar de receiver kunnen worden verzonden.
OPMERKINGEN
- De afstand voor de signalen is ongeveer 30 meter (100 voet), maar kan echter verschillen afhankelijk van de omstandigheden en de werking.
- Het PLAYER lampje op de zender blijft knipperen tijdens het reproduceren van het geluid van de PC met de weergavesoftware.
- Indien er gedurende ongeveer 30 minuten geen signalen van de zender worden verzonden, schakelt de zender "sleep". De "L" en "R" indicators op het display zullen nu doven.
- De zender wordt mogelijk warm tijdens gebruik. Dit is normaal en duidt niet op een defect.
- Indien uw PC reeds is ingeschakeld, moet u alle aktieve programma's stoppen.
2. Schakel de receiver in en kies de "USB TERMINAL".
3. Stel het volume in de minimale stand.
BELANGRIJK:
Stel het volume altijd op "0" alvorens andere apparatuur aan te sluiten of te ontkoppelen.
4. Verbind het toestel middels een USB-kabel (niet bijgeleverd) met uw PC.

- Gebruik een "USB-serie A-stekker naar B-stekker" kabel voor het verbinden.
Installeren van de USB-drivers
De volgende procedure is gebaseerd op het gebruik van de Engelse versie van Windows ^® XP. Indien u een andere versie, besturingssysteem of taal voor uw PC gebruikt, zullen de schermen die op uw monitor worden getoond verschillen van de afbeeldingen in de volgende procedure.
De volgende procedure wordt voor zowel USB WIRELESS als USB TERMINAL gebruikt.
1. De USB-drivers worden automatisch geïnstalleerd.
- Indien de USB-drivers niet automatisch worden geïnstalleerd, moet u de USB-drivers aan de hand van de aanwijzingen op de monitor van de PC installeren.
2. Controleer of de drivers juist zijn geïnstalleerd.
- Open "Control Panel" van uw PC: Kies [Start] → [Control Panel].
- Kies [System] → [Hardware] → [Device Manager] → [Sound, video and game controllers] → [Universal Serial Bus controllers].
- Het volgende venster verschijnt en u kunt controleren of de drivers werkelijk zijn geïnstalleerd.

Uw PC is nu gereed voor weergave via de USB-verbinding.
Nadat u de installatie heeft voltooid, kunt u uw PC als weergavebron gebruiken. De PC herkent de receiver automatisch wanneer de zender met de PC is verbonden of de USB-kabel met de PC en de receiver is verbonden en de receiver is ingeschakeld.
- Ontkoppel de zender of de USB-kabel wanneer u de PC niet als weergavebron gebruikt.
Zie voor weergave van het geluid van uw PC, tevens de gebruiksaanwijzingen van het geluidsprogramma van uw PC. Start het programma nadat de USB-apparatuur is herkend.
Voor weergave met USB WIRELESS, moet u de zender verbinden en de zender naar de antenne richten. De weergave wordt onderbroken of de draadloze communicatie wordt geannuleerd indien obstakels het signaalpad belemmeren.
In geval van ruis tijdens weergave of wanneer de weergave wordt onderbroken met gebruik van USB WIRELESS, moet u een van de volgende maatregelen nemen:
- druk op CHANNEL op de zender om een een andere frequentie op te zoeken. Door iedere druk op CHANNEL verandert de frequentie een kanaal vanaf CH 1 tot CH 13.
- houd CHANNEL langer dan drie seconden ingedrukt om te controleren dat de zender automatisch de beste frequentie herkent.
Voer de volgende punten uit indien er geen geluid via de luidsprekers wordt gereproduceerd:
(Voor zowel USB WIRELESS als USB TERMINAL)
- controleer of de USB-apparatuur juist werd herkend.
- controleer of de weergave-software van uw PC compatibel met USB is.
- open "Control Panel" van uw PC en kies [Sounds and Audio Devices] → [Audio] toets → [Sound playback] → [Default device], en controleer of [Default device] op [USB Audio device] is gesteld.
(Voor USB WIRELESS)
- kies "USB WIRELESS" als bron.
- verbind de USB draadloze zender juist met de USB WIRELESS schakelaar van de receiver op "ON".
- zorg dat er tussen de receiver en PC een juiste afstand is.
- controleer dat het ID lampje op de zender en de "L" en "R" indicators op het display oplichten.
(Voor USB TERMINAL)
- kies de "USB TERMINAL" ingangsbron.
- sluit de USB-kabel juist aan.
OPMERKINGEN
- Schakel de receiver NIET uit en ontkoppel de zender of de USB-kabel niet tijdens het installeren van stuurprogramma's en gedurende de paar seconden dat uw PC de receiver aan het herkennen is.
- Ontkoppel de zender of de USB-kabel indien uw PC de receiver niet herkent. Sluit vervolgens weer aan. Start Windows opnieuw indien het nog niet werkt.
- De geïnstalleerde stuurprogramma's kunnen alleen worden herkend wanneer de zender met de PC is verbonden of de USB-kabel op de receiver en de PC is aangesloten.
- De geïnstalleerde drivers kunnen alleen worden herkend wanneer de USB-kabel is aangesloten op de receiver en uw PC.
-
Indien de zender een negatieve invloed op draadloze systemen (gebaseerd op IEEE 802, 11b/11g, of een draadloze telefoon of magnetronoven), moet u een van de volgende maatregelen nemen;
-
druk op CHANNEL op de zender om een een andere frequentie op te zoeken. Door iedere druk op CHANNEL verandert de frequentie een kanaal vanaf CH 1 tot CH 13.
- houd CHANNEL langer dan drie seconden ingedrukt om te controleren dat de zender automatisch de beste frequentie herkent.
- gebruik het bijgeleverde verlengsnoer en zorg dat er voldoende afstand tussen de zender en de LAN-antenne is.
- Gebruik een USB-kabel (versie 1,1 of later). Gebruik bij voorkeur een kabel van maximaal 1,5 meter.
* Microsoft ^® , Windows ^® 98 SE, Windows ^® Me, Windows ^® 2000 en Windows ^® XP zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
Basisbediening

Bronlampjes

Inschakelen van de spanning
Druk op Ⓑ/I STANDBY/ON (of Ⓑ/I AUDIO van de afstandsbediening).
Het standby lampje dooft en het bronlampje van de huidige gekozen bron licht rood op.
De naam van de ingestelde bron verschijnt.

Uitschakelen van de spanning (naar standby)
Druk nogmaals op Ⓧ/I STANDBY/ON (of Ⓧ/IAUDIO van de afstandsbediening).
Het standby lampje licht rood op.
OPMERKING
Tijdens standby wordt er nog een kleine hoeveelheid stroom naar het toestel gestuurd. Om de spanning geheel uit te schakelen, moet u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
2 Kiezen van de weer te geven bron
Op het bedieningspaneel aan de voorzijde:
Draai SOURCE SELECTOR totdat de naam van de gewenste bron op het display verschijnt.
Het bronlampje van de gekozen bron licht rood op.
- Door SOURCE SELECTOR te draaien, verandert de bron als volgt:

| DVD MULTI: | Kiezen van de DVD-speler met gebruik van de analoge discrete uitgangsfunctie (5,1-kanaal weergave). |
| DVR/DVD (DGTL)*: | Kiest de DVD-recorder of DVD-speler. |
| VCR (DIGITAL)*: | Kiest de videorecorder. |
| VIDEO (DIGITAL)*: | Kiest het apparaat dat met de VIDEO IN aansluitingen op het achterpaneel van de receiver is aangesloten. |
| TV (DIGITAL)*: | Kiest de TV. |
| USB WIRELESS: | Kiest de PC met gebruik van draadloze apparatuur. |
| USB TERMINAL: | Kiezen van de PC. |
| FM: | Kiest een FM-zender. |
| AM: | Kiest een AM (MG)-zender. |
Met de afstandsbediening:
Druk op een van de bronkeuzetoetsen.
- Voor USB WIRELESS en USB TERMINAL moet u op USB drukken. Door iedere druk op USB wordt afwisselend USB WIRELESS en USB TERMINAL gekozen.
- Voor de tuner drukt u op FM/AM. Door iedere druk op FM/AM, wordt afwisselend FM en AM (MG) als golfband gekozen.
\* Kiezen van de analoge of digitale ingangsfunctie
U moet de juiste ingangsfunctie kiezen, in overeenstemming met de gebruikte aansluitmethode (analoog of digitaal) op bladzijde 7 t/m 11.
- Indien u een digitale verbinding heeft gemaakt, moet u tevens de juiste digitale ingangsaansluitingen kiezen. (Zie "Instellen van de digitale (DIGITAL IN) ingangsaansluitingen—DIGITAL IN 1/2/3" op bladzijde 22.)
ALLEEN met de afstandsbediening:
Druk op ANALOG/DIGITAL om de analoge of digitale ingangsfunctie te kiezen.
- Door iedere druk op de toets, wordt ingangsfunctie afwisselend de analoge ingang ("ANALOGUE") en de digitale ingang ("DGTL AUTO") ingesteld. Deze instelling wordt voor iedere bron in het geheugen vastgelegd.
DGTL AUTO (DIGITAL AUTO):
| Kies voor de digitale ingangsfunctie. Het receiver tast automatisch het formaat van het binnenkomende signaal af, vervolgens licht de digitale signaalindicator (LINEAR PCM, DIGITAL, dts of dts 96/24) voor het afgetaste signaal op. | |
| ANALOGUE: | Kies voor de analoge ingangsfunctie. De ANALOG indicator licht op het display op. |
Fabrieksinstelling: DGTL AUTO
OPMERKINGEN
- U kunt de digitale ingangsfunctie niet kiezen indien "DVD MULTI", "FM" of "AM" als bron is gekozen.
- De ingangsfunctie wordt op "DGTL AUTO" vastgesteld indien u "USB WIRELESS" of "USB TERMINAL" als bron kiest.

Instellen van het volume
Voor het verhogen van het volume, draait u MASTER VOLUME naar rechts (of drukt u op VOLUME + van de afstandsbediening).
Voor het verlagen van het volume, draait u MASTER VOLUME naar links (of drukt u op VOLUME – van de afstandsbediening).
- De volumeniveau-aanduiding verschijnt even op het display wanneer u het volume instelt.

LET OP:
Stel het volume altijd op het minimale niveau alvorens de weergave van een bron te starten. Indien een hoog volume is ingesteld, kan een plotseling hard geluid uw gehoor en/of de luidsprekers beschadigen.
OPMERKING
Het volumeniveau kan vanaf "0" (minimum) tot "50" (maximum) worden ingesteld.
Luisteren via een hoofdtelefoon
U kunt niet alleen stereo-software maar ook multi-kanaal software via de hoofdtelefoon beluisteren. (In geval van multi-kanaal software wordt het geluid teruggemengd tot de voorkanalen).
Verbind een hoofdtelefoon met de PHONES aansluiting op het voorpaneel om de HEADPHONE functie te activeren.
De HEADPHONE (hoofdtelefoon) indicator licht op het display op.
- U kunt ook de Surround/DSP-functies voor weergave via de hoofdtelefoon gebruiken—3D HEADPHONE functie. Zie bladzijden 35 voor details.
- De HEADPHONE (of 3D HEADPHONE) functie wordt uitgeschakeld en de luidsprekers worden geactiveerd wanneer u de hoofdtelefoon weer van de PHONES aansluiting ontkoppelt.
LET OP:
Verlaag beslist het volume:
- Alvorens de hoofdtelefoon aan te sluiten of op te zetten, daar een hoog volume zowel de hoofdtelefoon als uw gehoor kan beschadigen.
- Alvorens de luidsprekers weer in te schakelen, daar anders mogelijk een zeer hoog volume via de luidsprekers wordt weergegeven.
Kiezen van de digitale decodeerfunctie
Voer de volgende stappen uit indien u de volgende problemen heeft bij weergave van Dolby Digital of DTS software met "DGTL AUTO" gekozen (zie bladzijde 14):
- Geen geluid bij het starten van de weergave.
- Ruis tijdens het zoeken of verspringen naar hoofdstukken of fragmenten.
ALLEEN met de afstandsbediening:
Druk op DECODE MODE om "DOLBY DIGITAL" of "DTS" te kiezen.
- Door iedere druk op DECODE MODE verandert de digitale decodeerfunctie als volgt:

- Kies "DOLBY DIGITAL" voor weergave van software die met Dolby Digital is gecodeerd.
- Kies "DTS" voor weergave van software die met DTS is gecodeerd.
OPMERKING
"DOLBY DIGITAL" of "DTS" wordt in de volgende gevallen automatisch naar "DGTL AUTO" teruggesteld:
- Wanneer u de receiver inschakelt.
- Wanneer u een andere bron kiest.
- Wanneer u weer "DGTL AUTO" kiest door een druk op ANALOG/DIGITAL.
De volgende digitale signaalformaatindicators op het display tonen wat voor een soort signaal door de receiver wordt ontvangen.
LINEAR PCM: Licht op wanneer Lineair PCM signalen worden ontvangen.
☐ DIGITAL: • Licht op wanneer Dolby Digital signalen worden ontvangen.
- Knippert wanneer "DOLBY DIGITAL" is gekozen voor software die niet met Dolby Digital is gecodeerd.
dts: • Licht op indien conventionele DTS-signalen worden ontvangen.
- Knippert indien "DTS" is gekozen voor andere software dan DTS.
dts 96/24: Licht op wanneer DTS 96/24 signalen worden ontvangen.
OPMERKING
Indien "DGTL AUTO" het binnenkomende signaal niet kan herkennen, zal er geen digitaal signaalformaatindicators op het display oplichten.
Tijdelijk uitschakelen van het geluid
ALLEEN met de afstandsbediening:
Druk op MUTING om het geluid via alle aangesloten luidsprekers en de aangesloten hoofdtelefoon te dempen.
"MUTING" verschijnt op het display en het volume wordt geheel verlaagd.

Voor het weer inschakelen van het geluid, druk weer op MUTING.
- Het geluid wordt tevens hersteld door een druk op VOLUME +/- (of het verdraaien van de MASTER VOLUME regelaar op het voorpaneel).
Veranderen van de displayhelderheid
U kunt het display dimmen—Dimmer.
ALLEEN met de afstandsbediening:
Druk herhaaldelijk op DIMMER.
- Door iedere druk op de toets verandert de helderheid van het display als volgt:
DIMMER 1: Het display wordt gedimd.
DIMMER 2: Het display wordt sterker gedimd dan met DIMMER 1.
DIMMER 3: Het display wordt uitgeschakeld.
(Bij bediening van de receiver lichten het display en de verlichting even op).
DIMMER OFF: De dimmer is uitgeschakeld (normaal display).
Uitschakelen van de stroom met de inslaaptimer
U kunt bijvoorbeeld muziek beluisteren wanneer u naar bed gaat —inslaaptimer.
ALLEEN met de afstandsbediening:
Druk herhaaldelijk op SLEEP.
- Door iedere druk op de toets verandert de uitschakeltijd met stappen van 10 minuten. De SLEEP indicator licht op het display op. SLEEP indic
SLEEP indicator

Wanneer de ingestelde stoptijd is bereikt:
Het toestel wordt automatisch uitgeschakeld.
Controleren of veranderen van de resterende tijd tot de stoptijd: Druk éénmaal op SLEEP.
De resterende tijd (in minuten) tot de stoptijd wordt getoond.
- Druk herhaaldelijk op SLEEP om de stoptijd te veranderen.
Annuleren van de inslaaptimer:
Druk herhaaldelijk op SLEEP totdat "SLEEP OFF" op het display verschijnt. (De SLEEP indicator dooft.)
- De inslaaptimer wordt tevens geannuleerd wanneer u de receiver uitschakelt.
Voor een natuurgetrouw geluid
Met JVC CC (Compressie Compensative) converter worden trillingen en onregelmatigheden geëlimineerd, waardoor de digitale vervorming aanzienlijk wordt verminderd, door de digitale muziekdata met een 24 bit-quantisatie te verwerken en de bemonsteringsfrequentie naar 176,4 kHz (voor fs 44,1 kHz signalen)/192 kHz (voor fs 48 kHz signalen) voor de voorluidsprekers uit te breiden.
Met gebruik van de CC-converter krijgt u een natuurgetrouwer geluidsveld met zowel digitale als analoge bronnne.
Druk herhaaldelijk op CC CONVERTER.
- Door iedere druk op de toets verandert de functie als volgt:
CC CNVRTR 1: Kies voor weergave van een analoge bron of digitale bron zonder gecomprimeerd digitaal geluid (lineair PCM). De CC CONVERTER 1 indicator licht op het display op.
CC CNVRTR 2: Kies voor weergave van een met gecomprimeerd digitaal geluid (Dolby Digital of DTS). De CC CONVERTER 2 indicator licht op het display op.
CC CNVRTR OFF: Kies indien u de CC-converter niet wilt gebruiken.
OPMERKING
U kunt deze functie niet gebruiken indien "DVD MULTI" als bron is gekozen.
Automatisch geheugen voor basisinstellingen
Dit toestel legt de geluidsinstellingen voor iedere bron vast:
- wanneer u de spanning uitschakelt, en
- wanneer u van bron verandert.
Bij het verande van bron worden de in het geheugen vastgelegde instellingen voor de nieuwe gekozen bron automatisch opgeroepen.
De volgende instellingen kunnen voor iedere bron afzonderlijk worden vastgelegd:
- Analoge/digitale ingangsfunctie (zie bladzijde 14)
- Versterking van lage tonen (zie bladzijde 26)
• Digitale egalisatiepatroon (zie bladzijde 25) - Ingang-verzwakkingsfunctie (zie bladzijde 26)
- Middernachtfunctie (zie bladzijde 22)
- Luidsprekeruitgangsniveau (zie bladzijde 25)
- Surround-/DSP-functiekeuze (zie bladzijde 38)
- Volumeniveau voor iedere bron indien "One Touch Operation" op "ONETOUCH
" is gesteld (zie bladzijde 23)
OPMERKING
Indien u "FM" of "AM" als bron heeft gekozen, kunnen voor iedere golfband afzonderlijke instellingen worden vastgelegd.
Signaal- en luidsprekerindicators op het display
Signaalindicators Luidsprekerindicators

De signaalindicators lichten op als volgt:
L: Indien de digitale ingang is gekozen: Licht op wanneer het linkerkanaal een signaal ontvangt.
- Indien de analoge ingang is gekozen: Licht altijd op.
R: Indien de digitale ingang is gekozen: Licht op wanneer het rechterkanaal een signaal ontvangt.
- Indien de analoge ingang is gekozen: Licht altijd op.
C: Licht op wanneer het middenkanaal een signaal ontvangt.
LS: Licht op wanneer het linkersurroundkanaal een signaal ontvangt.
RS: Licht op wanneer het rechtersurroundkanaal een signaal ontvangt.
S: Licht op wanneer mono-surroundsignalen worden ontvangen.
SB: Licht op wanneer het signaal van het surroundachterkanaal wordt ontvangen.
LFE: Licht op wanneer het LFE-kanaal een signaal ontvangt.
OPMERKING
Met "DVD MULTI" als bron gekozen, lichten alle signaalindicators op, uitgezonderd "SB", "S" en "LFE".
De luidsprekerindicators lichten als volgt op:
- De subwooferindicator (S.WFR) licht op wanneer "SUBWOOFER" op "SUBWFR <YES)". Zie bladzijde 19 voor details.
- De andere luidsprekerindicators lichten uitsluitend op wanneer de overeenkomende luidsprekers op "SML (klein)" of "LRG (groot)", zijn gesteld en tevens voor de huidige weergavefunctie vereist zijn.
Basisinstellingen
Voor een optimaal geluidseffect met de Surround/DSP-functies (zie bladzijden 34 tot 38), dient u de juiste informatie voor de luidsprekers en subwoofer in te stellen nadat alle verbindingen zijn gemaakt. Vanaf bladzijden 17 tot 23 wordt beschreven hoe u de instellingen voor de luidsprekers en andere basisonderdelen voor de receiver moet maken.
Gemakkelijk instellen van de luidsprekerinformatie—Quick Speaker Setup
Met "Quick Speaker Setup" kunt u snel en gemakkelijk het luidsprekerformaat, de luidsprekerafstand en het uitgangsniveau voor iedere luidspreker in overeenstemming met het
kamerformaat instellen zodat u een optimaal surroundeffect krijgt.
- U kunt de diverse informatie voor de luidsprekers ook handmatig instellen. Zie bladzijden 20 en 25 voor details.

Voordat u start, vergeet niet...
De volgende stappen moeten binnen een bepaalde tijd worden uitgevoerd. U moet weer vanaf stap 1 beginnen indien de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent.
1 Druk op SETTING en draai MULTI JOG totdat "QUICK SPK SET" op het display verschijnt.

3 Draai MULTI JOG om het juiste aantal aangesloten luidsprekers te kiezen (aantal luidsprekerkanalen).
Door de schijf te draaien, verandert het aantal luidsprekerkanalen als volgt.
- Zie "Aantal luidsprekers (kanalen) en formaat" op bladzijde 18 voor details aangaande het aantal luidsprekers.

5 Draai MULTI JOG om het juiste kamerformaat, in overeenstemming met uw luisterruimte, te kiezen.
Door de schijf te draaien, verandert het kamerformaat als volgt.
- Zie "Kamerformaat en luidsprekerafstand/uitgangsniveau" op bladzijde 18 voor details aangaande een geschikt formaat.

"QUICK SPEAKER SETUP" is nu voltooid en het SETTING menu verschijnt weer op het display.
7 Druk op SETTING.
OPMERKINGEN
- De instelling wordt niet vastgelegd indien u de procedure voortijdig stopt.
- Nadat "Quick Speaker Setup" is voltooid, worden de luidsprekeruitgangsniveaus tevens automatisch op een passend niveau gesteld (voor alle bronnen hetzelfde). Zie "Instellen van het luidsprekeruitgangsniveaus" op bladzijde 25 indien u de luidsprekeruitgangniveaus handmatig voor iedere bron afzonderlijk wilt instellen.
Aantal luidsprekers (kanalen) en formaat
U kunt met de volgende tabel ieder luidsprekerformaat in overeenstemming met het gekozen aantal aangesloten luidsprekers (luidsprekerkanaal "ch" nummer) bepalen.
- De subwoofer wordt als het 0.1 kanaal geteld.
| CH L/R | Formaat van de aangesloten luidsprekers | ||||
| R C LS/RS | SB SUBWFR | ||||
| 2.0CH | LARGE | NONE NONE | NONE NO | ||
| 2.1CH | SMALL | NONE NONE | NONE YES | ||
| 3.0CH | LARGE | SMALL NONE | NONE NO | ||
| 3.1CH | SMALL | SMALL NONE | NONE YES | ||
| 4.0CH | LARGE | NONE SMALL | NONE NO | ||
| 4.1CH | SMALL | NONE SMALL | NONE YES | ||
| 5.0CH | LARGE | SMALL SMALL | NONE NO | ||
| 5.1CH | SMALL | SMALL SMALL | NONE YES | ||
| 6.0CH | LARGE | SMALL SMALL | NO | SMALL(1SPK) | |
| 6.1CH | SMALL | SMALL SMALL | SMALLYES(1SPK) | ||
| 7.0CH | LARGE | SMALL SMALL | NO | SMALL(2SPK) | |
| 7.1CH | SMALL | SMALL SMALL | SMALLYES(2SPK) | ||
Kamerformaat en luidsprekerafstand/uitgangsniveau
Afhankelijk van het gekozen kamerformaat worden de luidsprekerafstand en het luidsprekeruitgangsniveau voor iedere geactiveerde luidspreker als volg ingesteld:
| Kamer-formaat | Luidspreker | Afstand | Uitgangs-niveau |
| L(Groot) | L/R | 3.0 m (10 ft) | 0 dB |
| C | 3.0 m (10 ft) | 0 dB | |
| LS/RS 3.0 m (10 ft) 0 dB | |||
| SBL(SB)/SBR | 3.0 m (10 ft) | 0 dB | |
| M(Medium) | L/R | 2.7 m (9 ft) | 0 dB |
| C | 2.4 m (8 ft) | -2 dB | |
| LS/RS | 2.1 m (7 ft) | -3 dB | |
| SBL(SB)/SBR | 1.8 m (6 ft) | -4 dB | |
| S(Klein) | L/R | 2.4 m (8 ft) | 0 dB |
| C | 2.1 m (7 ft) | -2 dB | |
| LS/RS | 1.5 m (5 ft) | -4 dB | |
| SBL(SB)/SBR | 1.2 m (4 ft) | -6 dB | |
OPMERKING
De in de hierboven getoonde tabellen gebruikte afkortingen hebben de volgende betekenissen voor de luidsprekers en subwoofer:
- L: Linkervoorluidspreker
- R: Rechtervoorluidspreker
- C: Middenluidspreker
- LS: Linkersurroundluidspreker
- RS: Rechtersurroundluidspreker
- SB: Achtersurroundluidspreker
- SBL: Linkerachter-surroundluidspreker
- SBR: Rechterachter-surroundluidspreker
- SUBWFR: Subwoofer
Instellen basisonderdelen
U kunt de volgende onderdelen instellen. Zie de tussen haakjes aangegeven bladzijden voor details.
- Onderdelen die niet voor een instelling beschikbaar zijn kunnen niet worden gekozen. Indien het aantal luidsprekers bijvoorbeeld op "<5.1ch>" met "Quick Speaker Setup" is ingesteld, kunt u de volgende onderdelen niet kiezen: S BACK OUT, S BACK DIST, S BACK L DIST, S BACK R DIST
| Onderdeel | Aktie |
| QUICK SPK SET | Registeren van het aantal aangesloten luidsprekers en het kamerformaat. (17) |
| SUBWOOFER* | Registreren van uw subwoofer. (19) |
| FRONT SPK* | Registreren van het formaat van uw voorluidspreker. (19) |
| CENTER SPK* | Registreren van het formaat van uw middenluidspreker. (19) |
| SURROUND SPK* | Registreren van het formaat van uw surroundluidspreker. (19) |
| S BACK SPK* | Registreren van het formaat van uw surroundachterluidspreker. (19) |
| S BACK OUT* | Registreren van het aantal achtersurroundluidspreker(s). (19) |
| DIST UNIT | Kiezen van de meeteenheid voor de luidsprekerafstand. (20) |
| FRONT L DIST* | Voor het registeren van de afstand vanaf uw luisterpositie tot de linkervoorluidspreker. (20) |
| FRONT R DIST* | Voor het registeren van de afstand vanaf uw luisterpositie tot de rechtervoorluidspreker. (20) |
| CENTER DIST* | Voor het registeren van de afstand vanaf uw luisterpositie tot de middenluidspreker. (20) |
| SURR L DIST* | Voor het registeren van de afstand vanaf uw luisterpositie tot de linkersurroundluidspreker. (20) |
| SURR R DIST* | Voor het registeren van de afstand vanaf uw luisterpositie tot de rechtersurroundluidspreker. (20) |
| S BACK DIST* | Voor het registeren van de afstand vanaf uw luisterpositie tot de surroundachterluidspreker. (20) |
| S BACK L DIST* | Registeren van de afstand vanaf de linkerachter-surroundluidspreker tot uw luisterpositie. (20) |
| S BACK R DIST* | Registeren van de afstand vanaf de rechterachter-surroundluidspreker tot uw luisterpositie. (20) |
| EX/ES/PLIIx | Voor het kiezen van de EX/ES/PLIIx reproductiefunctie. (20) |
| DUAL MONO | Kiezen van het Dual Mono geluidskanaal. (21) |
| SUBWOOFER OUT | Kiezen van geluid voor weergave via de subwoofer. (21) |
| CROSSOVER | Kiezen van de drempelfrequentie voor de subwoofer. (21) |
| LFE ATT | Verzwakken van de lage tonen (LFE; lage frequentie-effect). (21) |
| MIDNIGHT MODE | Voor het reproduceren van een krachtig geluid 's avond laat. (22) |
| DIGITAL IN 1 | Kiezen van het component dat met de digitale coaxiale aansluiting is verbonden—1(DVR/DVD). (22) |
| DIGITAL IN 2 | Kiezen van het component dat met de digitale optische aansluiting is verbonden—2(VIDEO). (22) |
| DIGITAL IN 3 | Kiezen van het component dat met de digitale optische aansluiting is verbonden—3(TV). (22) |
| AUTO MODE | Voor het kiezen van de automatisch functie. (22) |
| DVD VIDEO IN | Kiezen van het soort video-aansluiting dat voor de DVD-recorder of de DVD-speler wordt gebruikt. (23) |
| VCR VIDEO IN Kies | het type video-aansluiting dat voor de videorecorder wordt gebruikt. (23) |
| VIDEO VIDEOIN | Kiezen van het soort video-aansluiting dat voor het met de VIDEO IN aansluitingen op het achterpaneel van de receiver verbonden component wordt gebruikt. (23) |
| Y/C SEPARATE | Kies voor het omzetten van composiet-videosignalen naar S-videosignalen. (23) |
| ONE TOUCH OPE | Voor het vastleggen van het volumeniveau voor iedere bron. (23) |
* U hoeft deze instellingen niet te maken indien u "Quick Speaker Setup" op bladzijde 17 heeft uitgevoerd.
Bedieningsprocedure

ALLEEN op het bedieningspaneel aan de voorzijde:
Voordat u start, vergeet niet...
De volgende stappen moeten binnen een bepaalde tijd worden uitgevoerd. U moet weer vanaf stap 1 beginnen indien de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent.
Bijv.: Instellen voor de DIGITAL IN 1 aansluiting.
1 Druk op SETTING.
MULTI JOG werkt nu voor het instellen.
2 Draai MULTI JOG totdat het gewenste in te stellen onderdeel op het display verschijnt.
- De instelbare onderdelen veranderen als volgt wanneer u MULTI JOG draait:

3 Druk op SET.
De huidige instelling voor het gekozen onderdeel verschijnt.

4 Draai MULTI JOG om de gewenste instelling te kiezen.

flowchart
graph TD
A["ANALOG"] --> B["D1"]
B --> C["VCR"]
C --> D["DVR/DVD"]
C --> E["VIDEO"]
C --> F["TV"]
C --> G["VCR"]
Uw instelling is nu vastgelegd.
5 Druk op SET.
6 Herhaal indien nodig stappen 2 tot 5 voor het instellen van andere onderdelen.
7 Druk op SETTING.
De bronaanduiding verschijnt weer op het display.
Instellen van de luidsprekers
U verkrijgt de best mogelijke surround-sound met de Surround- en DSP-functies als u de informatie over de opstelling van de luidsprekers in het geheugen registreert (opslaat) nadat alle aansluitingen tot stand zijn gebracht.
- U hoeft deze instelling niet te maken indien u "Quick Speaker Setup" op bladzijde 17 heeft gebruikt.
Instellen van informatie voor de subwoofer —SUBWOOFER
Kies of u wel of niet een subwoofer heeft aangesloten.
| SUBWFR | Kies wanneer u een subwoofer heeft aangesloten.De subwoofer indicator (SWFR) licht op het display op. U kunt het subwoofer-uitgangsniveau instellen (zie bladzijde 25). |
| SUBWFR | Kies indien u de subwoofer heeft ontkoppeld. Door deze instelling te kiezen, wordt het formaat voor de voorluidsprekers op “LRG” gesteld (zie hieronder). |
Fabrieksinstelling: SUBWFR
Instellen van het formaat van de luidsprekers —FRONT SPK (voorluidspreker), CENTER SPK (middenluidspreker), SURROUND SPK (surroundluidsprekers), S BACK SPK (surroundachterluidspreker)
Leg de formaten van alle aangesloten luidsprekers vast.
| (groot) | Kies indien de hoornvormige unit van de luidspreker groter dan 12 cm is. | |
| (klein) | Kies indien de hoornvormige unit van de luidspreker kleiner dan 12 cm is. | |
| Kies wanneer de betreffende luidspreker niet is aangesloten. (Niet instelbaar voor de voorluidsprekers). |
Fabrieksinstelling:
Instellen van de surroundachterluidspreker(s) —S BACK OUT
Registreer het aantal aangesloten surroundachterluidspreker(s).
| SB OUT <1SPK> | Kies indien u slechts 1 surroundachterluidspreker gebruikt. |
| SB OUT <2SPK> | Kies indien u slechts 2 surroundachterluidsprekers gebruikt. |
Fabrieksinstelling: SB OUT <2SPK>
OPMERKINGEN
- Met "SML (klein)" voor het formaat voor de voorluidspreker gekozen, kunt u "LRG (groot)" niet voor de andere luidsprekers kiezen.
- Indien "SUBWOOFER" op "SUBWFR
" is gesteld, wordt het formaat voor de voorluidsprekers op "LRG" gesteld (en kunt u "SML" niet kiezen). - Indien "SURROUND SPK" op "SML (klein)" gesteld, kunt u niet "LRG (groot)" voor de surroundachterluidspreker kiezen.
- Indien "SURROUND SPK" op "NO" is gesteld, wordt "NO" voor de surroundachterluidspreker ingesteld.
- U kunt "S BACK OUT" niet kiezen indien "S BACK SPK" op "NO" is gesteld.
- Indien "SB OUT" op "<1SPK>" is gesteld, moet de surroundachterluidspreker met de aansluiting voor de linkersurround-achterluidspreker worden verbonden (zie bladzijde 6). U hoort geen geluid indien u de luidspreker met de aansluiting voor de rechtersurround-achterluidspreker heeft verbonden.
Instellen van de luidsprekerafstand
De afstand vanaf uw luisterpositie tot de luidsprekers is een van de belangrijkste factoren voor een optimaal geluidseffect met gebruik van de surround-/DSP-functies.
Aan de hand van de luidsprekerafstand stelt de receiver automatisch de vertragingstijd voor het geluid via iedere luidspreker in zodat het geluid van alle luidsprekers u tegelijkertijd bereikt.
■Meeteenheid—DIST UNIT
Kies de gewenste meeteenheid.
| UNIT | Kies voor het instellen van de afstand in meters. |
| UNIT | Kies voor het instellen van de afstand in voet. |
Fabrieksinstelling: UNIT
■Luidsprekerafstand—
FRONT L DIST (voor de linkervoorluidspreker), FRONT R DIST (voor de rechtervoorluidspreker), CENTER DIST (voor de middenluidspreker), SURR L DIST (voor de linkersurroundluidspreker), SURR R DIST (voor de rechtersurroundluidspreker), S BACK L DIST (voor de linkersurround-achterluidspreker), S BACK R DIST (voor de rechtersurround-achterluidspreker)
Instelbereik: 0,3 m tot 9,0 m met stappen van 0,3 m (1 voet tot 30 voet met stappen van 1 voet)
Fabrieksinstelling: 3.0 m (10 ft) voor alle luidsprekers

flowchart
graph TD
L --> C
C --> R
R --> RS
RS --> SBR
SBR --> SBL
SBL --> LS
LS --> C
C --> L
C --> R
C --> RS
C --> SBR
C --> SBL
style L fill:#ccc,stroke:#333
style C fill:#ccc,stroke:#333
style R fill:#ccc,stroke:#333
style RS fill:#ccc,stroke:#333
style SBR fill:#ccc,stroke:#333
style SBL fill:#ccc,stroke:#333
style LS fill:#ccc,stroke:#333
note1["2.1 m (7 voet)"]
note2["2.4 m (8 voet)"]
note3["2.7 m (9 voet)"]
note4["3.0 m (10 voet)"]
note5["3.3 m (11 voet)"]
Stel in dit geval de afstand als volgt in:
Linkervoorluidspreker (L): "FRONT L <3.0m> (10ft)"
Rechtervoorluidspreker (R): "FRONT R <3.0m> (10ft)"
- U kunt geen afstand instellen voor een luidspreker waarvoor u "NO".
- Indien u "<1SPK>" voor "S BACK OUT" heeft gekozen (zie bladzijde 19), verschijnt "S BACK DIST" in plaats van "S BACK L DIST" en "S BACK R DIST".
Afhankelijk van deze instelling verschillen de beschikbare surroundfuncties voor digitale multikanaal software—EX/ES/PLIlx (7,1-kanaal) reproductie of 5,1-kanaal reproductie. Kies voor de weergave de geschikte instelling.
- Zie bladzijde 37 voor details aangaande de relaties tussen de EX/ES/PLIIx instelling en de beschikbare surroundfunctie.
- Zie bladzijde 38 voor het activeren van de surroundfunctie.
| In overeenstemming met het binnenkomende signaal wordt een passende surroundfunctie gekozen.Voor Dolby Digital Surround EX en DTS-ES software wordt de EX/ES (6,1-kanaal) reproductie geactiveerd*.Voor andere multikanaal (meer dan 4 kanalen) gecodeerde software, wordt 5,1-kanaal reproductie geactiveerd. |
| <ON> Kies voor 6,1-kanaal reproductie van zowel5,1-kanaal als 6,1-kanaal gecodeerde software. |
| <PLIIx MOVIE> | Kies voor gebruik van PLIIx MOVIE (7,1-kanaal) reproductie voor zowel 5,1-kanaal als 6,1-kanaal gecodeerde software. |
| <PLIIx MUSIC> | Kies voor gebruik van PLIIx MUSIC (7,1-kanaal) reproductie voor zowel 5,1-kanaal als 6,1-kanaal gecodeerde software. |
| <OFF> Kies voor het annuleren van EX/ES/PLIIx (7,1-kanaal) reproductie. |
Fabrieksinstelling:
* Voor bepaalde Dolby Digital Surround EX software wordt Dolby Digital 5,1-kanaal reproductie gebruikt ("DOLBY DIGITAL") ook al heeft u "
Met de afstandsbediening:
Druk herhaaldelijk op EX/ES/PLIlx om de gewenste instelling te kiezen.

OPMERKINGEN
- Deze functie is niet beschikbaar
- indien "SURROUND SPK" op "NO" is gesteld (zie bladzijde 19) of
- indien "DVD MULTI" als bron is gekozen.
- Met "S BACK SPK" op "NO" gesteld (zie bladzijde 19) wordt Virtual Surround Back (zie bladzijde 37) voor EX/ES/PLIIx (6,1-kanaal) reproductie gebruikt.
Kiezen van het hoofd- of subkanaal —DUAL MONO
U kunt het weergavegeluid (kanaal) kiezen voor weergave van digitale software die met de Dual Mono functie (zie bladzijde 35) is opgenomen (of wordt uitgezonden) en dus twee gescheiden monokanalen heeft. De DUAL MONO indicator licht op het display op wanneer de receiver Dual Mono signalen herkent.
| D MONO | Kies voor weergave van het hoofdkanaal (Ch 1).*De “L” signaalindicator licht op bij weergave van dit kanaal. |
| D MONO | Kies voor weergave van het subkanaal (Ch 2).*De “R” signaalindicator licht op bij weergave van dit kanaal. |
| D MONO | Kies voor weergave van zowel het hoofdkanaal als het subkanaal (Ch 1/Ch 2).*De “L” en “R” indicators lichten op bij weergave van deze kanalen. |
Fabrieksinstelling: D MONO
* Dual Mono signalen kunnen via de volgende luidsprekers worden weergegeven—L (linkervoorluidspreker), R (rechter voorluidspreker) en C (middenluidspreker)—in overeenstemming de huidige surroundinstelling:
| DUAL MONO instelling | SURROUND OFF | Met Surround geactiveerd | |||||
| Instelling voor CENTER SPK | |||||||
| SML/LRG | NO | ||||||
| L | R | L | R | C | L | ||
| MAIN | Ch 1 | Ch 1 | — | Ch 1 Ch | 1 — | Ch1 | |
| ALL | Ch 1 Ch 2 | — | — | Ch 1+Ch 2Ch | |||
| SUB | Ch 2 | Ch 2 | — | Ch 2 Ch | 2 — | Ch 2 | |
OPMERKING
Het Dual Mono formaat is niet identiek aan het formaat van tweetalige uitzendingen van TV-uitzendingen. Deze instelling heeft derhalve geen effect voor de weergave van dergelijke tweetalige programma's.
Instellen van de lage tonen
Instellen van de subwooferuitgang —SUBWOOFER OUT
De subwoofer reproduceert LFE-signalen* en de lage tonen van iedere luidspreker die op "SML" is gesteld. U kunt de lage tonen van de voorluidsprekers (MAIN) via de subwoofer reproduceren.
| SW | Kies voor het reproduceren van de LFE-signalen en de lage tonen van iedereluidspreker die op “SML” is gesteld. |
| SW | Kies voor het reproduceren van de lagetonen van de voorluidsprekers (MAIN)indien de lage tonen niet met “SW”via de subwoofer worden weergegeven. |
Fabrieksinstelling: SW
OPMERKING
- Deze functie kan niet worden gebruikt indien "SUBWOOFER" op "SUBWFR
" is gesteld (zie bladzijde 19).
* De LFE-signalen worden uitsluitend gereproduceerd bij weergave van de volgende software met LFE-signalen: -Dolby Digital multikanaal software -DTS multikanaal software Er worden geen LFE-signalen weergegeven tijdens weergave van een analoge bron of lineaire PCM software.
Instellen van de drempelfrequentie—CROSSOVER
Kleine luidsprekers kunnen de lage tonen niet efficiënt reproduceren. Indien u een kleine luidspreker op een willekeurige positie gebruikt, worden met dit toestel automatisch de elementen van de lage tonen voor de kleine luidspreker naar de grote luidsprekers gestuurd.
Voor een juist gebruik van deze functie moet u dit drempelfrequentieniveau in overeenstemming met het formaat van de aangesloten kleine luidspreker instellen.
- Deze functie heeft geen effect indien u "LRG (groot)" voor alle luidsprekers (zie bladzijde 19) heeft ingesteld ("CROSS OFF" verschijnt).
| CROSS <80Hz> | Kies deze frequentie indien de hoornvormige luidsprekerunit van de luidspreker ongeveer 12 cm is. |
| CROSS <100Hz> | Kies deze frequentie indien de hoornvormige luidsprekerunit van de luidspreker ongeveer 10 cm is. |
| CROSS <120Hz> | Kies deze frequentie indien de hoornvormige luidsprekerunit van de luidspreker ongeveer 8 cm is. |
| CROSS <150Hz> | Kies deze frequentie indien de hoornvormige luidsprekerunit van de luidspreker ongeveer 6 cm is. |
| CROSS <200Hz> | Kies deze frequentie indien de in de luidspreker ingebouwde hoornvormige luidsprekerunit kleiner dan 5 cm is. |
Fabrieksinstelling: CROSS <100Hz>
OPMERKING
De drempelfrequentie heeft geen effect op de HEADPHONE en 3D HEADPHONE functies.
Instellen van de verzwakking voor het lage frequentie-effect—LFE ATT
Stel het LFE-niveau in indien de lage tonen vervormd klinken bij weergave van met Dolby Digital of DTS gecodeerde software. - Deze functie heeft uitsluitend effect indien LFE signalen worden ontvangen.
LFE <0dB> Kies normaliter deze instelling.
LFE <-10dB> Kies dit niveau indien de lage tonen vervormd klinken.
Fabrieksinstelling: LFE <0dB>
Gebruik van de nacht-functie —MIDNIGHT MODE
U kunt ook 's avonds laat zonder andere te storen met de nachtfunctie een krachtig geluid krijgen. De MIDNIGHT indicator licht op het display op wanneer de middernachtfunctie is geactiveerd.
| MIDNIGHT <OFF> | Kies voor surround-weergave met het volledige dynamische bereik. (Geen compressie). |
| MIDNIGHT <1> | Kies wanneer u het dynamisch bereik slechts iets wilt comprimeren. |
| MIDNIGHT <2> | Kies wanneer u het geluid maximaal wilt comprimeren. (Handig voor's avonds laat). |
Fabrieksinstelling: MIDNIGHT
Met de afstandsbediening:
Druk herhaaldelijk op MIDNIGHT om de gewenste instelling te kiezen.

OPMERKING
U kunt deze functie niet gebruiken indien "DVD MULTI" als bron is gekozen.
Instellen van de digitale (DIGITAL IN) ingangsaansluitingen —DIGITAL IN 1/2/3
Bij gebruik van de digitale ingangsaansluitingen moet u vastleggen welke componenten met welke aansluitingen—DIGITAL IN 1/2/3 (zie bladzijde 11) zijn verbonden zodat de juiste naam van de bron verschijnt wanneer u een digitale bron kiest. Kies een van de volgende componenten voor iedere aansluiting:
DVR/DVD Voor de DVD-speler (of DVD-recorder).
VIDEO Voor het apparaat dat met de VIDEO IN aansluitingen op het achterpaneel van de receiver is verbonden.
VCR Voor de videorecorder.
TV Voor de TV.
Fabrieksinstelling: DVR/DVD (voor "DIGITAL IN 1")
VIDEO (voor "DIGITAL IN 2")
TV (voor "DIGITAL IN 3")
OPMERKINGEN
- U kunt hetzelfde component niet aan verschillende aansluitingen toewijzen. De voorkeurvolgorde voor het toewijzen is als volgt:
Bijv.: Met "DIGITAL IN 1" op "DVR/DVD" gesteld
DIGITAL IN 1 DVR/DVD VIDEO VCR TV

Voor "DIGITAL IN 2" kunt u "VIDEO", "VCR" en "TV" kiezen.
- In dit voorbeeld is "VCR" gekozen.
DIGITAL IN 2 DVR/DVD VIDEO VCR TV

Voor "DIGITAL IN 3" kunt u "VIDEO" en "TV" kiezen.
DIGITAL IN 3 DVR/DVD VIDEO VCR TV

Kiesbaar : Niet kiesbaar
- De "DIGITAL IN 1" instelling heeft effect op de instellingen voor "DIGITAL IN 2" en "DIGITAL IN 3". Indien u de instelling voor "DIGITAL IN 1" verandert, moet u derhalve de instelling voor de aan "DIGITAL IN 2" en "DIGITAL IN 3" toegewezen componenten controleren.
Instellen van de automatische functie —AUTO MODE
De bron wordt automatisch gekozen door eenvoudigweg het gewenste videocomponent in te schakelen.
- Deze functie werkt voor de videocomponenten die middels de SCART kabel met de receiver zijn verbonden—DVR/DVD en VCR.
De automatische functie werkt als volgt:
- Indien een videocomponent wordt ingeschakeld, kiest de receiver het videocomponent als bron (en wordt de TV-ingang automatisch veranderd).
- Indien het videocomponent dat als bron is gekozen wordt uitgeschakeld, kiest de receiver weer de hiervoor gekozen bron—DVR/DVD, VCR of VIDEO.
| MODE | De automatische functie werkt wanneer de receiver is ingeschakeld. |
| MODE | De automatische functie werkt ongeacht de receiver wel of niet is ingeschakeld.Indien de receiver is uitgeschakeld, wordt door het inschakelen van een videocomponent de receiver automatisch ingeschakeld en het videocomponent als bron gekozen. |
MODE
Fabrieksinstelling: MODE
De AUTO MODE indicator licht op het display op wanneer "MODE
OPMERKING
Met VCR als bron gekozen, werkt "MODE
Kiezen van de componentvideo-ingangsfunctie—DVD VIDEO IN/VCR VIDEO IN/VIDEO VIDEOIN
Indien u de component-videoingangen gebruikt voor een DVD-recorder (of DVD-speler), videorecorder of andere video-apparatuur (bijvoorbeeld STB), moet u het soort video-ingangsaansluitingen registreren.
Er zal geen beeld op de TV verschijnen indien u niet de juiste video-ingangsaansluitingen heeft gekozen.
Voor de DVD-recorder of DVD-speler (DVD VIDEO IN):
| Kies indien u een DVD-recorder (of DVD-speler) heeft verbonden met de SCART aansluiting die RGB-signalen of composietvideosignalen ontvangt. | |
| • Kies indien u een DVD-recorder (of DVD-speler) heeft verbonden met de SCART aansluiting die RGB-signalen of composietvideosignalen ontvangt.• Kies indien u een DVD-recorder (of DVD-speler) met de componentvideo-ingang heeft verbonden. | |
| Kies indien u een DVD-recorder (of DVD-speler) heeft verbonden met de SCART aansluiting die S-videosignalen ontvangt. | |
| • Kies indien u een DVD-recorder (of DVD-speler) heeft verbonden met de SCART aansluiting die S-videosignalen ontvangt.• Kies indien u een DVD-recorder (of DVD-speler) met de componentvideo-ingang heeft verbonden. |
Fabrieksinstelling:
Voor een videorecorder (VCR VIDEO IN):
| VCR | Kies indien u een videorecorder heeft verbonden met de SCART aansluiting die RGB-signalen of composietvideosignalen ontvangt. |
| VCR | Kies indien u een videorecorder heeft verbonden met de SCART aansluiting die S-videosignalen ontvangt. |
Fabrieksinstelling: VCR
Voor apparatuur die met de VIDEO IN aansluitingen op het achterpaneel van de receiver is verbonden (VIDEO VIDEOIN):
| VIDEO | Kies indien u video-apparatuur met de composietvideo-ingang of S-videoingang heeft verbonden. |
| VIDEO | Kies indien u video-apparatuur met de componentvideo-ingang heeft verbonden. |
Fabrieksinstelling: VIDEO
OPMERKING
De instellingen hierboven zijn afhankelijk van uw video-apparatuur. Zie tevens de bij uw video-apparatuur geleverde gebruiksaanwijzingen.
Omzetten van composietvideosignalen naar S-videosignalen—Y/C SEPARATE
U kunt kiezen of u wel of niet de composietvideosignalen van video-apparatuur naar S-videosignalen wilt omzetten.
| Y/C SEP | Kies voor het omzetten van composietvideosignalen naar S-videosignalen. |
| Y/C SEP | Kies indien u de signalen niet wilt omzetten. |
Fabrieksinstelling: Y/C SEP
OPMERKINGEN
- Deze functie kan worden gebruikt indien aan de volgende vereisten is voldaan:
- Indien video-apparatuur met deze receiver is verbonden met gebruik van tenminste één van de aansluitingen voor het ontvangen van composietvideosignalen.
- Indien een TV met deze receiver is verbonden met gebruik van tenminste één AV IN/OUT (SCART) aansluiting voor het uitsturen van S-videosignalen.
- DVD VIDEO IN of VCR VIDEO IN is op "RGB/C" of "RGB/C/CMPNT" gesteld (zie de linkerkolom).
- In geval van RGB-ingangssignalen, moet u "Y/C SEPARATE" op "Y/C SEP
" stellen; het beeld zal anders namelijk wazig zijn. - Voor gebruik van deze functie moet u de juiste ingangsfunctie van de TV kiezen. (Zie tevens de gebruiksaanwijzing van de TV.)
Vastleggen van het volumeniveau voor iedere bron—ONE TOUCH OPE
Deze receiver legt bepaalde instellingen afzonderlijk voor iedere bron in het geheugen vast. U kunt daarbij het volumeniveau voor iedere afzonderlijke bron met de andere vastgelegde instellingen in het geheugen registreren. (zie bladzijde 16)
- Deze receiver legt het volumeniveau vast
- wanneer u de stroom uitschakelt, en
- wanneer u van bron verandert.
| ONETOUCH | Kies voor het afzonderlijk vastleggen van het volumeniveau voor iedere bron. (De ONE TOUCH OPERATION indicator licht op het display op.) |
| ONETOUCH | Kies indien u het volumeniveau niet wilt vastleggen. |
Fabrieksinstelling: ONETOUCH
Oproepen van het vastgelegde volumeniveau
Indien de ONE TOUCH OPERATION indicator is opgelicht, wordt het volumeniveau voor de betreffende bron opgeroepen wanneer u deze bron kiest.
Annuleren van "One Touch Operation"
Stel "One Touch Operation" op "ONETOUCH
Regelen van het geluid
U kunt na het maken van de basisinstellingen de geluidsparameters naar wens instellen.
Instellen basisonderdelen
U kunt de volgende onderdelen instellen. Zie de tussen haakjes aangegeven bladzijden voor details.
Onderdelen die niet voor een instelling beschikbaar zijn kunnen niet worden gekozen.
| Onderdeel Aktie | |
| SUBWFR LVL*1 | Instellen van het subwooferuitgangsniveau. (25) |
| FRONT L LVL*1*2 | Instellen van het uitgangsniveau van de linkervoorluidspreker. (25) |
| FRONT R LVL*1*2 | Instellen van het uitgangsniveau van de rechtervoorluidspreker. (25) |
| CENTER LVL*1*2 | Instellen van het uitgangsniveau van de middenluidspreker. (25) |
| SURR L LVL*1*2 | Instellen van het uitgangsniveau van de linkersurroundluidspreker. (25) |
| SURR R LVL*1*2 | Instellen van het uitgangsniveau van de rechtersurroundluidspreker. (25) |
| S BACK LVL*1*2 | Instellen van het uitgangsniveau van de surroundachterluidspreker. (25) |
| S BACK L LVL*1*2 | Instellen van het uitgangsniveau van de linkersurround-achterluidspreker. (25) |
| S BACK R LVL*1*2 | Instellen van het uitgangsniveau van de rechtersurround-achterluidspreker. (25) |
| D EQ 63Hz*1 | Voor het instellen van het egalisatiepatroon voor iedere band. (25) |
| D EQ 250Hz*1 | |
| D EQ 1kHz*1 | |
| D EQ 4kHz*1 | |
| D EQ 16kHz*1 | |
| BASS BOOST Voor het versterken van de lage tonen. (26) | |
| INPUT ATT Voor het dempen van het ingangsniveau van een analoge bron. (26) | |
| EFFECT*1 | Instellen van het effectniveau. (26) |
| ROOM SIZE Kiezen van het kamerformaat voor uw virtuele luisterruimte. (26) | |
| LIVENESS Kiezen van het levendigheidsniveau voor uw virtuele luisterruimte. (26) | |
| PANORAMA Toevoegen van een “omringend” effect met gesimuleerde zijmuren. (26) | |
| CENTER WIDTH Instellen van de lokalisatie van het middenkanaal tussen de middenluidspreker en de linker-/rechtervoorluidsprekers. (27) | |
| DIMENSION Instellen van de positie voor de geluidslokalisatie. (27) | |
| CENTER GAIN Instellen van de geluidslokalisatie van het middenkanaal. (27) | |
| CENTER TONE*1 | Voor een zachtere of scherpe midden-toon. (27) |
| CENTER ALIGN Instellen van de vertikale lokalisatie van de signalen van het middenkanaal. (27) | |
*1 U kunt de instelling tevens met gebruik van de afstandsbediening maken.
*2 U hoeft deze instellingen niet te maken indien u "Quick Speaker Setup" op bladzijde 17 heeft uitgevoerd.
Bedieningsprocedure

Op het bedieningspaneel aan de voorzijde:
Voordat u start, vergeet niet...
De volgende stappen moeten binnen een bepaalde tijd worden uitgevoerd. U moet weer vanaf stap 1 beginnen indien de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent.
Bijv.: Instellen van het uitgangsniveau voor de subwoofer.
1 Druk op ADJUST.
MULTI JOG werkt nu voor het instellen.
2 Draai MULTI JOG totdat het gewenste in te stellen onderdeel op het display wordt getoond.
- De instelbare onderdelen veranderen als volgt wanneer u MULTI JOG draait:

3 Druk op SET.
De huidige instelling voor het gekozen onderdeel verschijnt.

4 Draai MULTI JOG om het gekozen onderdeel in te stellen.

Uw instelling wordt nu vastgelegd.
5 Druk op SET.
6 Herhaal indien nodig stappen 2 tot 5 voor het instellen van andere onderdelen.
7 Druk op ADJUST.
De bronaanduiding verschijnt weer op het display.
Instellen van het luidsprekeruitgangsniveaus
- SUBWFR LVL (uitgangsniveau subwoofer),
- FRONT L LVL (uitgangsniveau linkervoorluidspreker),
- FRONT R LVL (uitgangsniveau rechtervoorluidspreker),
- CENTER LVL (uitgangsniveau middenluidspreker),
- SURR L LVL (uitgangsniveau linkersurroundluidspreker),
- SURR R LVL (uitgangsniveau rechtersurroundluidspreker),
- S BACK L LVL (uitgangsniveau linkersurround-achterluidspreker),
- S BACK R LVL (uitgangsniveau rechtersurround-achterluidspreker)
U kunt de uitgangsniveaus voor de luidsprekers instellen. Stel de uitgangsniveaus voor alle luidsprekers zodanig in dat u het geluid via alle luidsprekers met hetzelfde niveau hoort.
- De instelling wordt voor iedere bron afzonderlijk in het geheugen vastgelegd nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt.
Instelbereik: -10 (dB) tot +10 (dB) (met stappen van 1)
Fabrieksinstelling: 0 (dB) voor alle luidsprekers
OPMERKINGEN
- U kunt het uitgangsniveau niet instellen voor luidsprekers waarvoor u "NO" heeft gekozen (zie bladzijde 19).
- "S BACK LVL", "S BACK L LVL" en "S BACK R LVL" kunnen niet niet worden ingesteld wanneer u "DVD MULTI" als bron heeft gekozen.
- Indien u "<1SPK>" voor "S BACK OUT" heeft gekozen (zie bladzijde 19), verschijnt "S BACK LVL" in plaats van "S BACK L LVL" en "S BACK R LVL".
- Bij gebruik van een hoofdtelefoon kunt u uitsluitend het uitgangsniveau van de linker- en rechtervoorluidsprekers instellen.
Met de afstandsbediening:
1 Druk op TEST om het uitgangsbalans van de luidsprekers te controleren.
"TEST: FRONT L" begint op het display te knipperen en de testtoon wordt op volgorde via de luidsprekers uitgestuurd.

- U kunt de uitgangsniveaus voor de luidsprekers tevens zonder gebruik van de testtoon instellen.
2 Stel de luidsprekeruitgangniveaus in.
Druk op de + of – toets in overeenstemming met de in te stellen luidspreker.
3 Druk nogmaals op TEST om de testtoon te stoppen.
OPMERKINGEN
- Er wordt geen testtoon gereproduceerd via de luidsprekers waarvoor u "NO" heeft gekozen (zie bladzijde 19).
- Er wordt geen testtoon gereproduceerd wanneer de hoofdtelefoon is aangesloten en wanneer "DVD MULTI" als bron is gekozen.
- Indien u "<1SPK>" voor "S BACK OUT" heeft gekozen (zie bladzijde 19), moet u op de + of – toets drukken om het uitgangsniveau voor L – S. BACK in te stellen.
Instellen van de egalisatiepatronen —D EQ 63Hz/250Hz/1kHz/4kHz/16kHz
U kunt de egalisatiepatronen in vijf frequentiebanden instellen (middenfrequentie: 63 Hz, 250 Hz, 1 kHz, 4 kHz, 16 kHz) voor de voorluidsprekers.
- De instelling wordt voor iedere bron afzonderlijk in het geheugen vastgelegd nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt.
Instebereik: -8 (dB) tot +8 (dB) (met stappen van 2 dB)
Fabrieksinstelling: 0 (dB) voor alle banden
- De DIGITAL EQ indicator licht op het display op wanneer u deze instelling maakt.
Stel alle frequentiebanden op "0 (dB)" indien u geen instellingen hoeft te maken.
- De DIGITAL EQ indicator dooft van het display.
OPMERKING
U kunt deze functie niet gebruiken indien "DVD MULTI" als bron is gekozen.
Met de afstandsbediening:
Voordat u start, vergeet niet...
De volgende stappen moeten binnen een bepaalde tijd worden uitgevoerd. U moet weer vanaf stap 1 beginnen indien de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent.
1 Druk herhaaldelijk op D. EQ FREQ om de gewenste in te stellen band te kiezen.
2 Druk op D. EQ LEVEL + of – om het egalisatiepatroon van de gekozen band in te stellen.
3 Herhaal stappen 1 en 2 voor het instellen van de andere banden.

Instellen van de lage tonen
Versterken van de lage tonen—BASS BOOST
U kunt het niveau van de lage tonen versterken—Bass Boost.
- De instelling wordt voor iedere bron afzonderlijk in het geheugen vastgelegd nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt.
| B BOOST <ON> | Kies deze stand om het niveau van de lage tonen te versterken.De B.BOOST indicator licht op het display op. |
| B BOOST <OFF> | Kies deze stand wanneer u geen gebruik van Bass Boost wilt maken. |
Fabrieksinstelling: B BOOST
OPMERKING
Deze functie heeft uitsluitend effect op het geluid dat via de voorluidsprekers wordt weergegeven.
Met de afstandsbediening:
Druk op B.BOOST om een van de instellingen hierboven te kiezen. ||○○○○||

Verzwakken van het ingangssignaal—INPUT ATT
Het geluid wordt vervormd indien het ingangsniveau van de analoge bron te hoog is. U moet in dat geval het niveau van het ingangssignaal verzwakken zodat het geluid niet langer wordt vervormd.
- De instelling wordt voor iedere bron afzonderlijk in het geheugen vastgelegd nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt.
- Deze instelling kan niet met de afstandsbediening worden gemaakt.
| ATT | Kies voor het verzwakken van het ingangssignaalniveau.De INPUT ATT indicator licht op het display op. |
| ATT | Kies indien u het signaal niet wilt verzwakken. |
Fabrieksinstelling: ATT
OPMERKING
U kunt deze functie niet gebruiken indien "DVD MULTI" als bron is gekozen.
Instellen van de geluidsparameters voor de Surround-/DSP-functies
U kunt de geluidsparameters voor de Surround-/DSP-functies naar wens instellen.
- Zie bladzijden 34 tot 38 voor details aangaande de Surround-/DSP-functies.
Instellen van het effectniveau voor de DSP-functies—EFFECT
Deze instelling kan uitsluitend worden gemaakt indien een van de DSP-functies (uitgezonderd ALL CH STEREO) is geactiveerd. Zie bladzijde 38 voor het activeren van een DSP-functie.
- Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, wordt deze voor iedere DSP-functie in het geheugen vastgelegd.
Instelbereik: 1 t/m 5 (met stappen van 1)
Fabrieksinstelling: EFFECT <3>
Het effect wordt sterker wanneer u een hoger nummer kiest. Kies normaliter "3".
Met de afstandsbediening:
Druk herhaaldelijk op EFFECT om het in te stellen niveau te kiezen.

Instellen van het virtuele kamerformaat voor de DSP-functies—ROOM SIZE
Deze instelling kan uitsluitend worden gemaakt indien een van de DSP-functies (uitgezonderd ALL CH STEREO) is geactiveerd. Zie bladzijde 38 voor het activeren van een DSP-functie.
- U kunt deze instelling niet maken indien "SURROUND SPK" op "
" is gesteld (zie bladzijde 19). - Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, wordt deze voor iedere DSP-functie in het geheugen vastgelegd.
- Deze instelling kan niet met de afstandsbediening worden gemaakt.
Instelbereik: 1 t/m 5 (met stappen van 1)
Fabrieksinstelling: ROOM SIZE <3>
Met een hoger nummer wordt het interval tussen de reflecties langer zodat het lijkt alsof u in een ruimere kamer bent. Kies normaliter "3".
Instellen van het live-effect voor de DSP-functies—LIVENESS
Deze instelling kan uitsluitend worden gemaakt indien een van de DSP-functies (uitgezonderd ALL CH STEREO) is geactiveerd. Zie bladzijde 38 voor het activeren van een DSP-functie.
- U kunt deze instelling niet maken indien "SURROUND SPK" op "
" is gesteld (zie bladzijde 19). - Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, wordt deze voor iedere DSP-functie in het geheugen vastgelegd.
- Deze instelling kan niet met de afstandsbediening worden gemaakt.
Instelbereik: 1 t/m 5 (met stappen van 1)
Fabrieksinstelling: LIVENESS <3>
Met een hoger nummer wordt het dempingsniveau van de reflecties met tijd verlaagd zodat de akoestiek van "Dead" naar "Live" verandert. Kies normaliter "3".
Instellen van de panoramaregeling voor Pro Logic IIx Music en Pro Logic II Music—PANORAMA
Deze instelling kan worden gemaakt wanneer Pro Logic IIx Music of Pro Logic II Music is geactiveerd voor analoge of digitale 2-kanaal geluidssignalen. Zie bladzijde 38 voor het activeren van Pro Logic IIx Music of Pro Logic II Music.
- Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, blijft deze in het geheugen vastgelegd totdat u de instelling weer verandert.
- Deze instelling kan niet met de afstandsbediening worden gemaakt.
PANORAMA
PANORAMA
Fabrieksinstelling: PANORAMA
Instellen van de lokalisatie van het middenkanaal voor Pro Logic IIx Music en Pro Logic II Music—CENTER WIDTH
Deze instelling kan worden gemaakt indien Pro Logic IIx Music of Pro Logic II Music voor analoge of digitale 2-kanaal geluidsignalen is geactiveerd. Zie bladzijde 38 voor het activeren van Pro Logic IIx Music of Pro Logic II Music.
- U kunt deze instelling niet maken indien "CENTER SPK" op "NO" is gesteld (zie bladzijde 19).
- Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, blijft deze in het geheugen vastgelegd totdat u de instelling weer verandert.
- Deze instelling kan niet met de afstandsbediening worden gemaakt.
Instelbereik: OFF en 1 t/m 7 (met stappen van 1)
Fabrieksinstelling: C WIDTH <3>
Met een hoger nummer wordt het geluid van het middenkanaal meer naar de linker- en rechterluidsprekers verplaatst. Kies normaliter "3".
Instellen van de geluidspositie voor voor Pro Logic IIx Music en Pro Logic II Music—DIMENSION
Deze instelling kan worden gemaakt indien Pro Logic IIx Music of Pro Logic II Music voor analoge of digitale 2-kanaal geluidsignalen is geactiveerd. Zie bladzijde 38 voor het activeren van Pro Logic IIx Music of Pro Logic II Music.
- Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, blijft deze in het geheugen vastgelegd totdat u de instelling weer verandert.
- Deze instelling kan niet met de afstandsbediening worden gemaakt.
Instelbereik: 1 t/m 7 (met stappen van 1)
Fabrieksinstelling: DIMENSION <4>
Met een hoger nummer wordt het geluid van achter meer naar voren verplaatst. Kies normaliter "4".
Regelen van de geluidslokalisatie van het middenkanaal—CENTER GAIN
Deze instelling kan uitsluitend worden gemaakt wanneer Neo:6 Music is geactiveerd.
- U kunt deze instelling niet maken indien "CENTER SPK" op "NO" is gesteld (zie bladzijde 19).
- Nadat u de instelling eenmaal heeft gemaakt, blijft deze in het geheugen vastgelegd totdat u de instelling weer verandert.
- Deze instelling kan niet met de afstandsbediening worden gemaakt.
Instelbereik: 0 t/m 1,0 (met stappen van 0,1)
Fabrieksinstelling: C GAIN <0.3>
Het geluid van het middenkanaal wordt duidelijker geplaatst naarmate u een hoger nummer kiest. Kies normaliter "0.3".
Instellen van de middentoon—CENTER TONE
Deze instelling kan uitsluitend worden gemaakt indien een van de Surround-/DSP-functies is geactiveerd. Zie bladzijde 38 voor het activeren van de surroundfuncties/DSP-functies.
- U kunt deze instelling niet maken indien "CENTER SPK" op "NO" is gesteld (zie bladzijde 19).
- Deze instelling is voor alle surroundfuncties hetzelfde, en wordt afzonderlijk voor de DSP-modus vastgelegd.
Instelbereik: 1 t/m 5 (met stappen van 1)
Fabrieksinstelling: C TONE <3>
De dialoog wordt duidelijker hoorbaar wanneer u een hoger nummer kiest.
Kies normaliter "3".
- Indien de middentoon op een andere instelling dan "C TONE <3>", is gesteld, licht de C.TONE indicator op het display op.
Met de afstandsbediening:
Druk herhaaldelijk op C.TONE om het in te stellen niveau te kiezen.

Instellen van de vertikale lokalisatie van het middenkanaal voor de surroundfuncties en de DSP-functies—CENTER ALIGN
Deze instelling kan worden gemaakt indien een van de surroundfuncties/DSP-functies (uitgezonderd Pro Logic IIx Music, Pro Logic II Music, NEO:6 Music en ALL CH STEREO) is geactiveerd. Zie bladzijde 38 voor het activeren van de surroundfuncties/DSP-functies.
- U kunt deze instelling niet maken indien "CENTER SPK" op "NO" is gesteld (zie bladzijde 19).
- Na het maken van deze instelling blijft deze voor iedere surroundfunctie/DSP-functie in het geheugen vastgelegd.
- Deze instelling kan niet met de afstandsbediening worden gemaakt.
| C ALIGN | Kies indien het lijkt alsof het geluid van de acteurs of zangers niet van het scherm komt. |
| C ALIGN | De functie voor de lokalisatie van het geluid wordt geannuleerd. |
Fabrieksinstelling: C ALIGN
Bediening van de tuner
De bedieningen voor de tuner worden voornamelijk met de afstandsbediening uitgevoerd.

OPMERKING
Indien u met de SOURCE SELECTOR op het voorpaneel "FM" of "AM" heeft gekozen, werkt de afstandbediening mogelijk niet voor het bedienen van de tuner. Voor het gebruik van de afstandsbediening voor de tuner moet u eerst "FM" of "AM" met de FM/AM toets op de afstandsbediening kiezen.
Handmatig afstemmen op zenders
ALLEEN met de afstandsbediening:
1 Druk op FM/AM om de golfband te kiezen.
Er wordt op de laatst ontvangen zender van de gekozen golfband afgestemd.
- Door iedere druk op de toets wordt afwisselend de FM en AM (MG) golfband ingesteld.

2 Druk herhaaldelijk op TUNING ⊕ of TUNING of houd ingedrukt, totdat op de gewenste zender is afgestemd.
- Door een druk (of ingedrukt houden) op TUNING wordt de frequentie verhoogd.
- Door een druk (of ingedrukt houden) op ⚡ TUNING wordt de frequentie verlaagd.
OPMERKINGEN
- Wanneer u TUNING + of - TUNING ingedrukt houdt en vervolgens loslaat, zal de frequentie blijven veranderen totdat op een zender is afgestemd.
- De TUNED indicator licht op het display op wanneer een zender van voldoende sterkte is gevonden.
- De STEREO indicator licht tevens op wanneer een stereo FM-programma wordt ontvangen.
Gebruik van voorkeurzenders
Nadat u eenmaal een zender onder een kanaalnummer heeft vastgelegd, kunt u snel op die zender afstemmen door het overeenkomende nummer te kiezen. U kunt maximaal 30 zenders voor FM en 15 zenders voor AM (MG) vastleggen.
Vastleggen van voorkeurzenders
Voordat u start, vergeet niet...
De volgende stappen moeten binnen een bepaalde tijd worden uitgevoerd. U moet weer vanaf stap 2 beginnen indien de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent.
ALLEEN met de afstandsbediening:
1 Stem op de zender die u wilt vastleggen af (zie "Handmatig afstemmen op zenders" van de hierboven).
- Kies de gewenste FM-ontvangstfunctie indien u tevens de FM-entvangstfunctie voor de zender wilt vastleggen. Zie "Kiezen van de FM-entvangstfunctie" op bladzijde 29.

2 Druk op MEMORY.
De plaats voor het kanaalnummer knippert ongeveer 5 seconden op het display.

3 Druk op de cijfertoetsen (1 - 10, +10) om het kanaalnummer te kiezen terwijl de plaats knippert.
• Voor kanaalnummer 5, druk op 5.
- Voor kanaalnummer 15, druk op +10 en dan op 5.
- Voor kanaalnummer 30, druk op +10, +10 en dan op 10.

4 Druk nogmaals op MEMORY terwijl het gekozen kanaalnummer op het display knippert.
Het gekozen kanaalnummer stopt te knipperen. De zender wordt nu als voorkeurzender op dit gekozen kanaalnummer vastgelegd.
5 Herhaal stappen 1 tot 4 totdat alle gewenste zenders zijn vastgelegd.
Wissen van een vastgelegde voorkeurzender
Door een nieuwe zender op een reeds bezet kanaalnummer vast te leggen, wordt de eerst vastgelegde zender gewist.
Afstemmen op een voorkeurzender
Met de afstandsbediening:
1 Druk op FM/AM om de golfband te kiezen.
Er wordt op de laatst ontvangen zender van de laatst gekozen golfband afgestemd en de cijfertoetsen werken nu voor bediening van de tuner.
- Door iedere druk op de toets wordt afwisselend de FM en AM (MG) golfband ingesteld.

2 Druk op de cijfertoetsen (1 - 10, +10) om een voorkeurkanaalnummer te kiezen.

• Voor kanaalnummer 5, druk op 5.
- Voor kanaalnummer 15, druk op +10 en dan op 5.
- Voor kanaalnummer 30, druk op +10, +10 en dan op 10.
Op het bedieningspaneel aan de voorzijde:

Voordat u start, vergeet niet...
De volgende stappen moeten binnen een bepaalde tijd worden uitgevoerd. U moet weer vanaf stap 2 beginnen indien de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent.
7 Draai SOURCE SELECTOR om "FM" of "AM" te kiezen.
Er wordt op de laatst ontvangen zender van de gekozen golfband afgestemd.
2 Druk op TUNER PRESET.
"P" verschijnt op het display en MULTI JOG werkt nu voor het kiezen van voorkeurkanalen.
3 Draai MULTI JOG om een voorkeurkanaalnummer te kiezen.
- Draai MULTI JOG naar rechts om het voorkeurkanaalnummer te verhogen.
- Draai MULTI JOG naar links om het voorkeurkanaalnummer te verlagen.
Kiezen van de FM-ontvangstfunctie
U kunt tijdens ontvangst van een FM-uitzending de FM-ontvangstfunctie veranderen wanneer een stereo FM-uitzending moeilijk te ontvangen is of veel ruis bevat.
- U kunt de FM-ontvangstfunctie voor iedere voorkeurzender vastleggen (zie bladzijde 28).
ALLEEN met de afstandsbediening:
Druk tijdens het luisteren naar een FM-zender op FM MODE.
- Door iedere druk op de toets wordt de FM-ontvangstfunctie afwisselend op "AUTO MUTING" en "MONO" gesteld.
| AUTO MUTING Kies normaliter deze instelling.Indien een programma stereo wordtuitgezonden, zult u het programma stereokunnen beluisteren, wordt het monouitgezonden, dan hoort u het mono. Dezefunctie is tevens handig voor hetonderdrukken van statische ruis tussenzenders. De AUTO MUTING indicatorlicht op het display op. |
| MONO Kies deze stand voor een betere | |
| ontvangst (maar het stereo-effect wordt nu uitgeschakeld). | |
| Met deze functie hoort u ruis tijdens het afstemmen op zenders. De AUTO MUTING indicator dooft van het display.(De STEREO indicator dooft tevens). | |
Fabrieksinstelling: AUTO MUTING
Gebruik van RDS (Radio Data System) voor ontvangst van FM-zenders
Voor de bediening van RDS worden voornamelijk de toetsen van de afstandsbediening gebruikt.

Met gebruik van RDS sturen FM-zenders extra signalen samen met de normale programmasignalen uit. De zenders sturen bijvoorbeeld de zendernaam en tevens informatie over het type programma dat ze uitzenden, bijvoorbeeld sport of muziek.
De RDS indicator licht op het display op wanneer u op een FM-zender heeft afgestemd die tevens RDS-signalen levert.
RDS indicator

Met dit toestel kunt u de volgende typen RDS-signalen ontvangen:
PS (Stationsnaam): Toont de algemeen bekende zendernamen.
PTY (Programmatype): Toont het programmatype dat wordt uitgezonden.
RT (Radiotekst): Toont textmededelingen die door de zender wordt uitgezonden.
Enhanced Other Networks: Zie bladzijde 33.
OPMERKINGEN
- RDS is niet beschikbaar voor AM (MG) uitzendingen.
- RDS werkt mogelijk niet goed indien de zender waarop is afgestemd de RDS-signalen niet juist uitstuurt of de signalen te zwak zijn.
Wat voor een informatie leveren RDS-signalen?
U kunt op het display zien welke RDS-signalen door de zender worden uitgestuurd.
Druk tijdens het luisteren naar een FM-zender op DISPLAY.
- Door iedere druk op de toets verandert de aanduiding op het display en toont u de volgende informatie:

flowchart
graph LR
PS --> PTY
PTY --> RT
Frequentie --> RT
Frequentie --> PS
(Normale aanduiding) --> Frequentie
PS (Stationsnaam):
Tijdens het zoeken verschijnt "PS" en worden de zendernamen getoond. "NO PS" zal verschijnen indien er geen signaal wordt ontvangen.
PTY (Programmatype):
Tijdens het zoeken verschijnt "PTY" en vervolgens het type van het programma dat wordt uitgezonden. "NO PTY" zal verschijnen indien er geen signaal wordt ontvangen.
RT (Radiotekst):
Tijdens het zoeken verschijnt "RT" en wordt de textmededeling getoond die door de zender wordt uitgezonden. "NO RT" zal verschijnen indien er geen signaal wordt ontvangen.
Frequentie:
De zenderfrequentie (geen RDS-service).
Meer over de tekens die op het display worden getoond
De volgende tekens worden op het display gebruikt bij ontvangst van PS, PTY of RT signalen:
- Het display kan geen accenten tonen. "A" wordt bijvoorbeeld voor alle "A's" met accenten, zoals "Ä, Ä, Ä, Á, Ä, Ä, ä, ä, ä, ä, ä, en ä".
OPMERKING
Indien het zoeken direct stopt, zullen "PS", "PTY" en "RT" niet op het display verschijnen.
Opzoeken van een programma aan de hand van PTY-codes
Een voordeel van RDS is dat u eenvoudig en snel een bepaald soort programma kunt opzoeken dat door een van de voorkeurzenders (zie bladzijden 28 en 29) wordt uitgezonden door de overeenkomende PTY-code in te voeren.
Zoeken van een programma met gebruik van de PTY-codes
Voordat u start, vergeet niet...
De volgende stappen moeten binnen een bepaalde tijd worden uitgevoerd. U moet weer vanaf stap 1 beginnen indien de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent.
1 Druk tijdens het luisteren naar een FM-zender op PTY SEARCH.
"PTY SELECT" knippert op het display.
2 Druk terwijl "PTY SELECT" knippert op PTY ⊕ of ● PTY totdat de gewenste PTY-code op het display verschijnt.
3 Druk nogmaals op PTY SEARCH terwijl de in de vorige stap gekozen PTY-code nog steeds op het display wordt getoond.
Tijdens het zoeken worden "SEARCH" en de gekozen
PTY-code afwisselend op het display getoond.
Het toestel zoekt de 30 FM-voorkeurzenders af en stopt zodra een zender is gevonden die een programma van het gekozen type uitzendt.
- Druk tijdens het zoeken op PTY SEARCH om het zoeken voortijdig te stoppen.
- "NOT FOUND" zal verschijnen indien er geen overeenkomend programma wordt gevonden.
Verder zoeken nadat de eerste zender is gevonden
Druk nogmaals op PTY SEARCH terwijl de aanduidingen op het display knipperen.
PTY-codes

flowchart
graph TD
A["None"] --> B["Alarm!"]
A --> C["News"]
B --> D["TEST"]
D --> E["Document"]
E --> F["Folk M (Volksmuziek)"]
F --> G["Oldies"]
G --> H["Nation M (Nationale muziek)"]
H --> I["Country"]
I --> J["Jazz"]
J --> K["Leisure"]
K --> L["Travel"]
L --> M["Phone In"]
M --> N["Religion"]
N --> O["Social"]
O --> P["Children"]
P --> Q["Finance"]
C --> R["News"]
R --> S["Affairs"]
S --> T["Info (Informatief)"]
T --> U["Sport"]
U --> V["Educate (Educatief)"]
V --> W["Drama"]
W --> X["Culture"]
X --> Y["Science"]
Y --> Z["Varied"]
Z --> AA["Pop M (Popmuziek)"]
AA --> AB["Rock M (Rockmuziek)"]
AB --> AC["Easy M (Easy Listening muziek)"]
AC --> AD["Light M (Lichte muziek)"]
AD --> AE["Classics"]
AE --> AF["Other M (Andersoortige muziek)"]
AF --> AG["Weather"]
- Zie "Beschrijving van PTY-codes" op bladzijde 32 voor details aangaande iedere code.
Beschrijving van PTY-codes:
| News: Nieuws. | |
| Affairs: | Programma's met een thema waarin dieper op het nieuws wordt ingegaan—debat of analyse. |
| Info (Informatief): | Programma's die in een brede zin meer informatie en advies geven. |
| Sport: | Programma's over sport en sportwedstrijden. |
| Educate (Educatief): | Educatieve programma's. |
| Drama: | Radiohoorspelen en series. |
| Culture: | Programma's over nationale of regionale cultuur, met inbegrip van taal, theater, enz. |
| Science: | Programma's over natuurwetenschappen en techniek. |
| Varied: | Voornamelijk praat-programma's, bijvoorbeeld quizzen, spelletjes en interviews met beroemdheden. |
| Pop M (Popmuziek): | Commerciële, hedendaagse muziek. |
| Rock M (Rockmuziek): | Rockmuziek. |
| Easy M (Easy Listening muziek): | Huidige muziek die ookwel “easy listening” wordt genoemd. |
| Light M (Lichte muziek): | Lichte instrumentale muziek, zang of koormuziek. |
| Classics: | Uitvoeringen van orkesten, symfonieën, kamermuziek, enz. |
| Other M (Andersoortige muziek): | Muziek die niet bij een van de andere categorieën hoort. |
| Weather: | Weerberichten. |
| Finance: | Verslagen van de beurs, handel en commercie, enz. |
| Children: | Programma's voor kinderen. |
| Social: | Programma's over sociologie, geschiedenis, geografie, psychologie en sociale vraagstukken. |
| Religion: | Religieuze programma's. |
| Phone In: | Luisteraars die hun mening via de telefoon of forums duidelijk maken. |
| Travel: | Reisinformatie. |
| Leisure: | Programma's over recreatie en activiteiten. |
| Jazz: | Jazzmuziek. |
| Country: | Programma's met muziek van oorspronkelijk het zuiden van Amerika. |
| Nation M (Nationale muziek): | Huidige populaire, nationale of regionale muziek in de taal van het land. |
| Oldies: | Muziek uit de “golden age”, oftewel “gouwe ouwe”. |
| Folk M (Volksmuziek): | Muziek die uit een bepaalde cultuur komt. |
| Document: | Programma's die dieper op gebeurtenissen ingaan of bepaalde feiten verder onderzoeken. |
| TEST: | Uitzendingen voor het testen van onder andere noodberichten en waarschuwingen. |
| Alarm !: | Waarschuwingen en noodberichten. |
| None: | Geen programmatype, ongedefinieerd programma of programma's die niet gemakkelijk in een van de andere groepen passen. |
De inhoud van programma's met een bepaalde PTY-code kan met sommige FM-zenders afwijken van de hierboven gegeven beschrijving.
Tijdelijk overschakelen len naar een ander gewenst radioprogramma
Een andere handige functie met RDS is het zogenaamde "Enhanced Other Networks".
Met deze functie kunt u tijdelijk naar een ander gewenst radioprogramma (TA, NEWS en/of INFO) van een andere zender overschakelen. Het overschakelen is echter niet mogelijk in de volgende gevallen:
- De Enhanced Other Networks functie werkt uitsluitend tijdens ontvangst van FM-zenders die de Enhanced Other Networks code hebben.
Voordat u start, vergeet niet...
De Enhanced Other Networks functie kan uitsluitend voor voorkeurzenders worden gebruikt.
Druk herhaaldelijk op TA/NEWS/INFO totdat het gewenste programmatype op het display verschijnt.
- Door iedere druk op de toets verandert het (de) programmatype(s) en licht(en) de overeenkomende indicator(s) als volgt op:

flowchart
graph LR
A["TA → NEWS → INFO → TA/NEWS → TA/INFO"] --> B["Geannuleerd ← TA/NEWS/INFO ← NEWS/INFO"]
TA: Verkeersinformatie in uw regio.
NEWS: Nieuws.
INFO: Programma's die informatie en advies in de breedste zin van het woord geven.
Werking van de Enhanced Other Networks functie:
Indien een andere FM-zender van hetzelfde netwerk een uitzending van het door u gekozen programmatype start tijdens het luisteren naar een FM-zender
De receiver schakelt automatisch naar deze andere zender over. De indicator van de ontvangen programmatype begint te knipperen.

Na het programma schakelt de receiver terug op de zender waarop hiervoor was afgestemd, maar blijft de Enhanced Other Networks functie standby geschakeld. De indicator van de ontvangen programmatype stopt te knipperen en blijft opgelicht.
Indien de zender waarop is afgestemd een uitzending van het door u gekozen programmatype start
De receiver blijft op deze zender afgestemd, maar de indicator van de ontvangen programmatype begint te knipperen.

Na het programma stopt de indicator van de ontvangen programmatype te knipperen en blijft opgelicht, maar de receiver blijft in de Enhanced Other Networks standbyfunctie geschakeld.
Stoppen van het programma dat door Enhanced Other Networks werd gekozen
Druk herhaaldelijk nogmaals op TA/NEWS/INFO zodat de indicator van het programmatype (TA/NEWS/INFO) van het display dooft. De Enhanced Other Networks standbyfunctie wordt uitgeschakeld en het toestel stemt op de hiervoor gekozen zender af.
Indien een noodbericht (Alarm ! signaal) door een FM-zender wordt uitgezonden
Het toestel stemt behalve in de volgende gevallen automatisch op de betreffende zender af:
- Bij het luisteren naar niet-RDS Networks—alle AM (MG) zenders, bepaalde FM-zenders en andere bronnen.
- Indien de receiver standby is geschakeld.
Tijdens ontvangst van een noodbericht verschijnt "Alarm!" op het display.
Het TEST signaal dient voor het testen—en controleert of het Alarm! signaal goed kan worden ontvangen
Het TEST signaal laat het toestel op dezelfde manier werken als het Alarm ! signaal. Bij ontvangst van een TEST signaal schakelt het toestel automatisch over naar de zender die het TEST signaal uitzendt.
Tijdens ontvangst van het TEST signaal verschijnt "TEST" op het display.
OPMERKINGEN
- Sommige stations zenden Enhanced Other Networks-gegevens uit waar deze toestel niet mee overweg kan.
- Enhanced Other Networks functioneert niet met bepaalde RDS FM-zenders.
- Als u naar een programma luistert waarop door de functie Enhanced Other Networks is afgestemd, blijft de eenheid dat station ontvangen, ook als een ander station een programma met dezelfde Enhanced Other Networks-gegevens gaat uitzenden.
- U kunt uitsluitend de TA/NEWS/INFO en DISPLAY toetsen gebruiken tijdens het luisteren naar een programma dat door de Enhanced Other Networks functie werd gekozen.
LET OP:
Als de eenheid steeds heen en weer schakelt tussen het station waarop de eenheid staat afgestemd en het station waarop de functie Enhanced Other Networks wil afstemmen, is het raadzaam om herhaaldelijk op de toets TA/NEWS/INFO te drukken zodat de functie Enhanced Other Networks wordt uitgeschakeld.
Als u niet op de toets drukt, wordt uiteindelijk het station weer ontvangen waarop de ontvanger op dat moment al was afgestemd en de knipperende vermelding van het Enhanced Other Networks-gegevenstype verdwijnt weer van de display.
Voor realistische geluidsvelden
Reproductie met een bioscoopeffect
In een bioscoop zijn veel luidsprekers aan de muren opgehangen om een imponerend, multi-surroundgeluid te reproduceren dat u via alle richtingen ontvangt.
Met gebruik van veel luidsprekers kan de richting en verplaatsing van het geluid goed worden uitgedrukt.
De in deze receiver ingebouwde Surround-/DSP-functies kunnen bijna dezelfde surroundgeluiden als in een echte bioscoop reproduceren.

Introductie van de Surround-functie
■ Dolby Digital\*
Dolby Digital is een digitale signaalcompressiemethode, ontwikkeld door Dolby Laboratories, voor multikanaal codering en decodering.
- De Indicator licht op het display op wanneer een Dolby Digital signaal via de digitale ingang wordt ontvangen.
Dolby Digital 5.1CH
Bij codering met Dolby Digital 5.1CH (DOLBY DIGITAL) worden de signalen van het linkervoorkanaal, rechtervoorkanaal, middenkanaal, linkersurroundkanaal, rechtersurroundkanaal en het LFE-kanaal opgenomen en gecomprimeerd. (Er zijn in totaal dus 6 kanalen, maar het LFE-kanaal wordt als het 0,1 kanaal geteld. Vandaar de term "5,1 kanaal").
Daarbij kan Dolby Digital ook het surroundgeluid via de achterluidsprekers stereo reproduceren en wordt de drempelfrequentie voor de hoge surroundtonen, in vergelijking met 7 kHz voor Dolby Pro Logic, op 20 kHz gesteld. Deze feiten versterken de verplaatsing van het geluid en het "aanwezigheidsgevoel" veel meer dan in vergelijking met Dolby Pro Logic.
Dolby Digital EX
Dolby Digital EX (DOLBY D EX) is een nieuw digitaal surround-coderingsformaat dat de derde surroundkanalen toevoegt, oftewel "surroundachter".
In vergelijking met het conventionele Dolby Digital 5.1CH kunnen deze nieuw toegevoegde surroundachterkanalen de beweging achter u tijdens weergave van videosoftware met meer details reproduceren. Daarbij wordt de lokalisatie en richting van het surroundgeluid stabieler.
■ Dolby Surround
Dolby Pro Logic II
Dolby Pro Logic II heeft een nieuw ontwikkeld multikanaal weergaveformaat voor het omzetten van 2-kanaal software in 5-kanalen (plus subwoofer). De matrix-gebaseerde conversiemethode die voor Dolby Pro Logic II wordt gebruikt, heeft geen limiet voor de drempelfrequentie van de surround hoge tonen en levert stereo surroundgeluid.
- Deze receiver heeft twee verschillende Dolby Pro Logic II functies Pro Logic II Movie (PLII MOVIE) en Pro Logic II Music (PLII MUSIC).
De Indicator licht op wanneer Dolby Pro Logic II wordt geactiveerd.
PLII MOVIE Geschikt voor weergave van software die met Dolby Surround is gecodeerd. U krijgt met gebruik van deze functie een geluidsveld dat zeer dicht bij het discrete 5,1 kanaal geluid ligt.
PLII MUSIC Geschikt voor weergave van 2-kanaal stereo software. U krijgt met deze functie een breed en diep geluid.
* Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories. "Dolby", "Pro Logic" en het symbool double-D zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.
Dolby Pro Logic Ilx
Dolby Pro Logic IIx is een uit Dolby Pro Logic II voortkomend, nieuw multikanaal weergaveformaat waarmee niet alleen multikanaal software, maar ook 2-kanaal software naar 7,1 kanaal (of 6,1 kanaal) wordt omgezet. De matrix-gebaseerde conversiemethode die voor Dolby Pro Logic IIx wordt gebruikt, heeft geen beperking voor de drempelfrequentie van de surround hoge tonen.
- Deze receiver heeft twee Dolby Pro Logic IIx functies—Pro Logic IIx Movie (PLIIx MOVIE) en Pro Logic IIx Music (PLIIx MUSIC).
"PLIIx MOVIE" of "PLIIx MUSIC" verschijnt en de ☐☐ PLIIx indicator licht op het display op wanneer Dolby Pro Logic IIx wordt geactiveerd.
PLIIx MOVIE Geschikt voor weergave van software die met Dolby Surround is gecodeerd. U krijgt een breed geluidsveld met een natuurgetrouw "omringend" geluidseffect.
PLIIx MUSIC Geschikt voor weergave van 2-kanaal stereosoftware. U krijgt een breed en diep 7,1-kanaal geluid.
- Voor weergave van de met Dolby Digital gecodeerde software moet het broncomponent middels de digitale aansluitingen op het achterpaneel van deze receiver zijn verbonden. (Zie bladzijde 11.)
■ DTS**
DTS is een ander digitale signaalcompressiemethode, ontwikkeld door Digital Theater Systems, Inc., en levert multikanaal codering en decodering (1 kanaal tot 6,1 kanalen).
- De dts indicator licht op wanneer een DTS signaal door de digitale ingang wordt ontvangen en herkend.
DTS Digital Surround (DTS) is een ander discreet 5,1 kanaal digitaal audioformaat voor CD, LD en DVD software. In vergelijking met Dolby Digital heeft het DTS Digital Surround formaat een lagere audiocompressieverhouding. Hierdoor geeft DTS Digital Surround extra diepte en breedte aan het geluid. U zult merken dat het geluid natuurgetrouw, overtuigend en gashelder overkomt.
DTS-ES is een ander nieuw multikanaal digitaal coderingsformaat. Het verbetert aanzienlijk het 360-graden surroundbeeld en de ruimtelijke expressie door het derde surroundkanaal toe te voegen—surroundachterkanaal.
DTS-ES bestaat uit twee signaalformaten met verschillende surroundsignaal-opnamemethodes—DTS-ES Discrete 6.1ch (ES DISCRETE) en DTS-ES Matrix 6.1ch (ES MATRIX).
DTS-ES Discrete 6.1ch is ontworpen voor het gescheiden coderen (en decoderen) van 6,1 kanaal signalen zodat interferentie tussen de diverse kanalen wordt voorkomen.
DTS-ES Matrix 6.1ch is ontworpen voor het toevoegen van een extra surroundkanaal aan DTS Digital Surround 5,1 kanaal. Met gebruik van een matrix codering/decodingmethode, wordt een extra "surroundachter" kanaalsignaal gecodeerd (en gedecodeerd) in zowel de linker- als rechtersurroundkanaalsignalen.
DTS 96/24
De laatste jaren is er steeds meer interesse in een hogere bemonsteringswaarde voor zowel opname en reproductie in de huiskamer. Hogere bemonsteringswaarden geven een breder frequentiebereik en hogere bitdiepten leveren een breder dynamisch bereik.
DTS 96/24 is een multikanaal digitaal signaalformaat (fs 96 kHz/24 bits) dat door Digital Theater Systems, Inc. werd geïntroduceerd, voor een "betere geluidskwaliteit dan CD" in uw huiskamer.
- De 196/24 indicators lichten op wanneer DTS 96/24 signalen worden ontvangen. U kunt het 5,1-kanaalgeluid met de volledige kwaliteit beluisteren.
DTS Neo:6
DTS Neo:6 is een andere conversiemethode voor het creëren van 6-kanaal (plus subwoofer) geluid van analoog/digitaal 2-kanaal software met gebruik van een uitermate nauwkeurige digitale matrix-decoder die voor DTS-ES Matrix 6,1ch wordt gebruikt.
- Deze receiver heeft de volgende DTS Neo:6 modus—Neo:6 Cinema (NEO:6 CINEMA) en Neo:6 Music (NEO:6 MUSIC). De NEO:6 indicator licht op het display op indien een van deze functies wordt geactiveerd.
NEO:6 CINEMA Geschikt voor weergave van films. U krijgt met 2-kanaal software dezelfde sfeer als met 6,1 kanaal software. Deze functie is tevens effectief voor het afspelen van software die met conventionele surroundformaten is gecodeerd.
NEO:6 MUSIC Geschikt voor weergave van muzieksoftware. De signalen voor de voorkanalen worden niet via de decoder gestuurd (zodat er geen kwaliteitsverlies in het geluid is) en de surroundsignalen worden via de andere luidsprekers gestuurd zodat het geluidsveld op natuurlijke wijze wordt verbreed.
** "DTS", "DTS-ES", "Neo:6" en "DTS 96/24" zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc.
Bij gebruik van de Surround-functie wordt het geluid weergegeven via de geactiveerde luidsprekers die voor de Surround functie vereist zijn.
- Indien "SURROUND SPK" of "CENTER SPK" op "
- Indien zowel “SURROUND SPK” en “CENTER SPK” op “
3D HEADPHONE functie
Indien u een hoofdtelefoon aansluit terwijl een van de Surround-functies is geactiveerd, wordt ongeacht het type software dat u afspeelt de 3D HEADPHONE functie geactiveerd.
"3D HEADPHONE" verschijnt op het display en de DSP en HEADPHONE indicators lichten op.
Meer over andere digitale signalen
Lineair PCM
Dit zijn de niet-gecomprimeerde digitale audiodata die voor DVD's, CD's en Video-CD's worden gebruikt. DVD's hebben 2 kanalen met een bemonsteringswaarde van 48/96 kHz en een kwantisatie van 16/20/24 bits. CD's en Video-CD's daarentegen blijven beperkt tot 2 kanalen met 44,1 kHz en 16 bits.
- De LINEAR PCM indicator licht op wanneer Lineaire PCM signalen worden ontvangen.
Dual Mono
Dual Mono is zeer vergelijkbaar met tweetalige uitzendingen van TV-programma's die twee gescheiden kanalen voor de geluidssporen hebben (Het Dual Mono formaat is echter niet identiek aan dergelijk analoge formaten). Dit formaat wordt nu gebruikt voor Dolby Digital, DTS, enz. Dit formaat maakt het mogelijk om twee afzonderlijke kanalen (ook het hoofdkanaal en subkanaal genoemd) gescheiden op te nemen.
- U kunt nu het gewenste, te beluisteren kanaal kiezen (zie bladzijde 21).
Introductie van de DSP-functies
Het geluid wat u hoort in een concertzaal, kerk, enz. bestaat uit het directe geluid en het indirecte geluid—de snelle reflecties en reflecties via de achterkant en achtermuren. Het directe geluid bereikt uw gehoor zonder reflecties, dus direct. De indirecte geluiden daarentegen worden vertraagd door de afstand tot het plafond en de muren. Deze directe en indirecte geluiden zijn de belangrijkste elementen van de akoestische surroundeffecten. De DSP-functie kan deze belangrijke elementen aan het geluid toevoegen zodat u het gevoel krijgt dat u werkelijk bij de "live-uitvoering aanwezig" bent.

De DSP-functies biedt u de volgende functies:
- Digital Acoustic Processor (DAP) functies—HALL1, HALL2, LIVE CLUB, DANCE CLUB, PAVILION, THEATRE1, THEATRE2
- MONO FILM—Wordt gebruikt voor alle soorten 2-kanaal signalen (inclusief het Dual Mono signaal)
- Stereofunctie voor alle kanalen (ALL CH STEREO)
De DSP indicator licht op het display op wanneer een van de DSP-functies wordt geactiveerd.
■ Digital Acoustic Processor (DAP) functions
U kunt de volgende DAP-functies gebruiken voor een weergave met een akoestisch geluidsveld in uw huiskamer.
| HALL1 Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een grote, schoenendoos-vormige zaal die voornamelijk voor klassieke concerten is ontworpen. (Het aantal stoelen is ongeveer 2000). | |
| HALL2 Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een grote wijngaard-vormige zaal die voornamelijk voor klassieke concerten is ontworpen. (Het aantal stoelen is ongeveer 2000). | |
| LIVE CLUB | Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een “live muziekclub met een laag plafond. |
| DANCE CLUB | Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een swingende discotheque. |
| PAVILION | Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een hal met een hoog plafond voor bijvoorbeeld tentoonstellingen. |
| THEATRE1 | Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een groot theater met ongeveer 600 stoelen. |
| THEATRE2 | Reproduceert het ruimtelijke gevoel van een klein theater met ongeveer 300 stoelen. |
OPMERKING
Indien "THEATRE1" of "THEATRE2" wordt geactiveerd tijdens weergave van een 2-kanaal analoge of digitale bron, wordt de ingebouwde Dolby Pro Logic II decoder ingeschakeld en licht de PLII indicator op.
Bij gebruik van de DAP-functie wordt er geluid via alle aangesloten en geactiveerde luidsprekers weergegeven.
- Indien "SURROUND SPK" op "
■ MONO FILM
Voor een betere akoestisch geluidsveld in uw luisterruimte tijdens weergave van videosoftware met monogeluid (analoge en 2-kanaal digitale signalen, inclusief het Dual Mono signaal) kunt u deze functie gebruiken.
Er wordt met deze functie een surroundeffect toegevoegd en de geluidslokalisatie van bijvoorbeeld de acteurs/actrices wordt aanzienlijk verbeterd.
Deze functie kan niet voor multikanaal digitale signalen worden gebruikt.
Met "MONO FILM" geactiveerd wordt het geluid via alle aangesloten (en geactiveerde) luidsprekers uitgestuurd.
- Indien "SURROUND SPK" op "
" voor de luidsprekers is gesteld (zie bladzijde 19), worden de signalen met het originele JVC 3D-PHONIC systeem (dat werd ontwikkeld voor het reproduceren van het surroundeffect via uitsluitend voorluidsprekers) verwerkt. De 3D-PHONIC licht op het display op. - Indien de binnenkomende signalen van het 2-kanaal digitale signaal naar een ander digitaal signaalformaat veranderen, wordt "MONO FILM" uitgeschakeld en een passende surroundfunctie geactiveerd.
■ Stereofunctie voor alle kanalen (ALL CH STEREO)
Deze functie kan een gro ter stereo-geluidsveld reproduceren met gebruik van alle aangesloten (en geactiveerde) luidsprekers. Deze functie kan niet worden gebruikt indien "SURROUND SPK" op "

flowchart
graph TD
A["Device 1"] --> B["Device 2"]
B --> C["Device 3"]
C --> D["Device 4"]
D --> E["Device 5"]
E --> F["Device 6"]
F --> G["Device 7"]
G --> H["Device 8"]
H --> I["Device 9"]
I --> J["Device 10"]
J --> K["Device 11"]
K --> L["Device 12"]
L --> M["Device 13"]
M --> N["Device 14"]
N --> O["Device 15"]
O --> P["Device 16"]
P --> Q["Device 17"]
Q --> R["Device 18"]
R --> S["Device 19"]
S --> T["Device 20"]
Geluid dat met normale
stereo wordt
gereproduceerd
Geluid dat met All Channel
Stereo wordt
gereproduceerd
Gebruik van de Surround-/DSP-functies
De beschikbare Surround-/DSP-functies zijn afhankelijk van de luidsprekerinstellingen en de binnenkomende signalen. Zie de tabel hieronder.
- Het tussen haakjes aangegeven cijfer na het soort binnenkomende signaal toont het aantal voorkanalen en surroundkanalen. (3/2) betekent bijvoorbeeld dat de signalen met drie voorsignalen (links/rechts/midden) en twee (stereo) surroundsignalen zijn gecodeerd.
- Zie bladzijde 20 voor details aangaande EX/ES/PLIIx.
| Type binnenkomend signaal | EX/ES/PLIIx instelling | |||||
| AUTO ON PLIIx MOVIE PLIIx MJSIC OFF | ||||||
| Dolby Digital | Dolby Digital Surround EX DOLBY D EX*3.5 | DOLBY D EX*3 | D+PLIIx MOVIE*2,3 | D+PLIIx MUSIC*3 | DOLBY DIGITAL | |
| Dolby Digital (3/2, 2/2) DOLBY DIGITAL DOLBY D EX* | 3 | D+PLIIx MOVIE*2,3 | D+PLIIx MUSIC*3 | DOLBY DIGITAL | ||
| Dolby Digital (3/1, 2/1, 3/0, 1/0) DOLBY DIGITAL | ||||||
| Dolby Digital (Dual Mono) DUAL MONO | ||||||
| DTS | DTS-ES Discrete*1 | DTS-ES DSCRT*3 | DTS-ES DSCRT*3 | DTS+PLIIx MOVIE*2,3 | DTS+PLIIx MUSIC*3 | DTS SURROUND |
| DTS-ES Matrix*1 | DTS-ES MATRIX*3 | DTS-ES MATRIX*3 | DTS+PLIIx MOVIE*2,3 | DTS+PLIIx MUSIC*3 | DTS SURROUND | |
| DTS (3/2, 2/2)*1 | DTS SURROUND DTS+NEO:6*3 | DTS+PLIIx MOVIE*2,3 | DTS+PLIIx MUSIC*3 | DTS SURROUND | ||
| DTS (3/1, 2/1, 3/0, 1/0) DTS | ||||||
| DTS (Dual Mono) | DUAL MONO | |||||
| Analogue/LINEAR PCMDolby Digital (2/0) | PLIIx MOVIE*4/PLIIx MUSIC*4/NEO:6 CINEMA/NEO:6 MUSIC | PLII MOVIE/PLII MUSIC/NEO:6 CINEMA/NEO:6 MUSIC | ||||
*1 DTS 96/24 functioneert niet wanneer EX/ES/PLIIx is geactiveerd. Kies "OFF" voor de EX/ES/PLIIx instelling (zie bladzijde 20) indien u DTS 96/24 wilt gebruiken.
*2 Indien "S BACK OUT" op "<1SPK>" is gesteld, verandert D+PLIIx MOVIE naar DOLBY D EX en DTS+PLIIx MOVIE naar DTS+DEX.
*3 Indien "S BACK SPK" op "
*4 Indien "S BACK SPK" op "
^*5 Voor bepaalde Dolby Digital Surround EX software wordt Dolby Digital 5.1-kanaal reproductie gebruikt ("DOLBY DIGITAL"), ook al heeft u "
Meer over de DSP-functies
- De volgende DSP-functies zijn, ongeacht het binnenkomende signaaltype, beschikbaar.
HALL1, HALL2, LIVE CLUB, DANCE CLUB, PAVILION, THEATRE1, THEATRE2 - "MONO FILM" kan niet worden gebruikt indien het binnenkomende signaal een multikanaal signaal (meer dan twee kanalen) is.
- "ALL CH STEREO" kan niet worden gebruikt indien "SURROUND SPK" op "
" is gesteld.
Virtual Surround Back
Met dit surroundformaat worden de signalen voor het surroundachterkanaal via de normale surroundluidsprekers weergegeven zodat u toch zonder gebruik van surroundachterluidsprekers een goed surroundachtereffect krijgt. De VIRTUAL SB (Surroundachter) indicator licht op het display op.
Indien u de normale surroundluidsprekers heeft aangesloten (en geactiveerd), kunt u Virtual Surround Back gebruiken zonder dat een surroundachterluidspreker is aangesloten.
Virtual Surround Back wordt geactiveerd indien EX/ES/PLIIx op een andere instelling dan "
-Dolby Digital Surround EX
-DTS-ES
-Dolby Digital of DTS met meer dan 4-kanalen
Activeren van de Surround-/DSP-functies
De beschikbare Surround-/DSP-functies zijn afhankelijk van de luidsprekerinstellingen en de binnenkomende signalen. Zie bladzijde 37 voor details.
Door een van de Surround-/DSP-functies te activeren, worden automatisch de vastgelegde instellingen en keuzes opgeroepen.
- Voor het instellen van het luidsprekeruitgangsniveau, zie bladzijde 25.
- Indien een van de Surround-/DSP-functies is geactiveerd, kunt u CENTER TONE instellen. (zie bladzijde 27)
- Indien een van de Surround-/DSP-functies (uitgezonderd Pro Logic IIx Music, Pro Logic II Music, NEO:6 Music en ALL CH STEREO) is geactiveerd, kunt u CENTER ALIGN instellen. (zie bladzijde 27)
- Indien NEO:6 MUSIC is geactiveerd, kunt u CENTER GAIN instellen. (zie bladzijde 27)
- Indien een van de DSP-functies (uitgezonderd All Channel Stereo) is geactiveerd, kunt u de volgende instellingen maken:
EFFECT (zie bladzijde 26)
LIVENESS (zie bladzijde 26)
ROOM SIZE (zie bladzijde 26)
- Indien "PLIIx MUSIC" en "PLII MUSIC" is geactiveerd, kunt u de volgende instellingen maken:
CENTER WIDTH (zie bladzijde 27)
DIMENSION (zie bladzijde 27)
PANORAMA (zie bladzijde 26)
Kiezen van de Surround-/DSP-functies
Met de afstandsbediening:

1 Kies een bron en start de weergave DVD MULTI.
- Controleer dat u de juiste ingangsfunctie (analoog of digitaal) heeft gekozen.
2 Druk herhaaldelijk op SURROUND om de gewenste Surround-/DSP-functie te kiezen.
Bijv.: Met "DOLBY DIGITAL" gekozen voor Dolby Digital multikanaal software:

DOLBY DIGITAL
→ PAVILION → THEATRE1 → THEATRE2 → MONO FILM*3 → ALL CH STEREO*4 → SURROUND OFF → (Terug naar het begin)
*1 "AUTO SURROUND" is de fabrieksinstelling.
*2 De beschikbare Surround-functies zijn afhankelijk van de luidsprekerinstellingen en de binnenkomende signalen. Zie bladzijde 37 voor details.
*3 "MONO FILM" kan niet worden gebruikt indien het binnenkomende signaal een multikanaal signaal (meer dan twee kanalen) is.
*4 "ALL CH STEREO" kan niet worden gebruikt indien "SURROUND SPK" op "
Annuleren van Surround-/DSP-functies
Druk herhaaldelijk op SURROUND zodat "SURROUND OFF" op het display verschijnt.
Op het bedieningspaneel aan de voorzijde:

Voordat u start, vergeet niet...
De volgende stappen moeten binnen een bepaalde tijd worden uitgevoerd. U moet weer vanaf stap 2 beginnen indien de instelling wordt geannuleerd voordat u klaar bent.
1 Kies een bron en start de weergave DVD MULTI.
- Controleer dat u de juiste ingangsfunctie (analoog of digitaal) heeft gekozen.
2 Druk op SURROUND.
MULTI JOG werkt nu voor het kiezen van Surround-/DSP-functies.
3 Draai MULTI JOG om de gewenste Surround-/DSP-functie te kiezen.
Bijv.: Met "DOLBY DIGITAL" gekozen voor Dolby Digital multikanaal software:

*1 "AUTO SURROUND" is de fabrieksinstelling.
*2 De beschikbare Surround-functies zijn afhankelijk van de luidsprekerinstellingen en de binnenkomende signalen. Zie bladzijde 37 voor details.
*3 "MONO FILM" kan niet worden gebruikt indien het binnenkomende signaal een multikanaal signaal (meer dan twee kanalen) is.
*4 "ALL CH STEREO" kan niet worden gebruikt indien "SURROUND SPK" op "
Annuleren van Surround-/DSP-functies
Draai MULTI JOG zodat "SURROUND OFF" op het display verschijnt.
Indien u "AUTO SURROUND" heeft gekozen
U kunt de surroundfuncties nu gemakkelijk gebruiken.
- Zie bladzijde 37 voor details aangaande de surroundfuncties.
- De AUTO SURR indicator licht op het display op indien "AUTO SURROUND" is geactiveerd.
Hoe werkt "AUTO SURROUND"?
- Indien een multikanaal signaal wordt ontvangen, wordt automatisch een passende surroundfunctie gekozen.
- Indien een Dolby Digital 2-kanaal signaal met surround wordt ontvangen, wordt "PLIIx MOVIE" of "PLII MOVIE" gekozen.
- Indien een Dolby Digital 2-kanaal signaal zonder surround wordt ontvangen, wordt "SURROUND OFF (stereo)" gekozen.
- Indien een lineair PCM-signaal wordt ontvangen, wordt "SURROUND OFF (stereo)" gekozen.
OPMERKING
"AUTO SURROUND" werkt niet in de volgende gevallen:
– Bij weergave van een analoge bron,
- Indien een van de vastgestelde digitale decoderingsfuncties is gekozen—“DOLBY DIGITAL” of “DTS” (zie bladzijde 15).
Bediening van andere JVC toestellen
U kunt de bijgeleverde afstandsbediening behalve voor de receiver ook voor het bedienen van andere JVC apparaten gebruiken.
- Zie tevens de gebruiksaanwijzingen van de andere toestellen.
- Bepaalde JVC videorecorders accepteren twee soorten bedieningssignalen—afstandsbedieningssignalen “A” en “B”. Deze afstandsbediening is geschikt voor videorecorders waarvan “A” voor de bedieningssignalen is ingesteld.
- Bepaalde JVC DVD-recorders kunnen vier verschillende soorten afstandsbedieningssignalen accepteren. Deze afstandsbediening kan worden gebruikt voor een DVD-recorder waarvoor de basiscode als afstandsbedieningscode is ingesteld. Zie de bij de DVD-recorder geleverde gebruiksaanwijzing voor details.
- Richt de afstandsbediening voor het bedienen van andere componenten naar de afstandsbedieningssensor op het te bedienen component.
TV

U kunt altijd de volgende bedieningen uitvoeren:
TV ⓍNoor het in- en uitschakelen van de TV.
TV VOL +/-: Voor het instellen van het volume van de TV.
TV/VIDEO: Voor het veranderen van de ingangsfunctie (video-ingang en TV-tuner) van de TV.
Na een druk op TV kunt u de volgende bedieningen voor de TV uitvoeren.
CHANNEL +/-: Voor het veranderen van kanaalnummer.
1 - 9, 0, 100+ (+10): Voor het kiezen van kanaalnummers.
RETURN (10): Voor het afwisselend kiezen van het vorige kanaal en het huidige kanaal.
■ Videorecorder

U kunt altijd de volgende bedieningen uitvoeren:
VCR ☐oor het in- en uitschakelen van de videorecorder.
Na een druk op VCR kunt u de volgende bedieningen voor de videorecorder uitvoeren.
CHANNEL +/-: Voor het veranderen van kanaalnummer van de videorecorder.
1 – 9, 0: Voor het kiezen van kanaalnummers van de videorecorder.
▶: Voor het starten van de weergave.
■: Voor het stoppen van de weergave.
II: Voor het pauzeren van de weergave. Druk op ▶ om de weergave weer voort te zetten.
FF: Voor het snel doorspoelen van een videoband.
REW: Voor het terugspoelen van een videoband.
REC PAUSE: Voor het pauzeren van de opname. Druk nogmaals op deze toets en vervolgens op ▶ om de opname weer te starten.
■ DVD-recorder of DVD-speler

Nadat de functieschakelaar in de juiste stand is gedrukt, kunt u de volgende bedieningen voor de DVD-recorder of DVD-speler uitvoeren.
Zie tevens de bij de DVD-recorder of DVD-speler geleverde gebruiksaanwijzing voor details.
■ Veranderen van de afstandsbedieningscode voor een DVD-recorder
Bepaalde JVC DVD-recorders accepteren vier soorten bedieningssignalen. U kunt een van de vier codes invoeren voor de bij deze receiver geleverde afstandsbediening zodat u de DVD-recorder met deze afstandsbediening kunt bedienen. Zie de bij de DVD-recorder geleverde gebruiksaanwijzing voor details.
Fabrieksinstelling: 03
1 Druk de functieschakelaar naar "DVR".
2 Houd DVR/DVD eingedrukt.
3 Druk op DVR/DVD.
4 Voer de gewenste afstandsbedieningscode met de 1 - 4 en 0 cijfertoetsen in.
Bijv.: Druk op 0 en vervolgens op 2 voor het invoeren van "2" als code.
| Code voor DVR | In te voeren nummer |
| 1 | 01 |
| 2 | 02 |
| 3 | 03 |
| 4 | 04 |
5 Laat DVR/DVD ⏻/I los.
De afstandsbedieningscode is nu vastgelegd.
U kunt altijd de volgende bedieningen uitvoeren:
DVR/DVD ⓍNoor het in- en uitschakelen van de DVD-recorder of DVD-speler.
Na een druk op DVR/DVD kunt u de volgende bedieningen voor de DVD-recorder en DVD-speler uitvoeren.
▶: Voor het starten van de weergave.
■: Voor het stoppen van de weergave.
II: Voor het pauzeren van de weergave. Druk op ▶ om de weergave weer voort te zetten.
▶▶I: Voor het verspringen naar het begin van het volgende hoofdstuk.
◀◀: Voor het terugkeren naar het begin van het huidige (of voorgaande) hoofdstuk.
TOP MENU/MENU: Voor het tonen van het op de disc opgenomen menu.
▲/▼/►/◄: Voor het kiezen van een onderdeel van het menuscherm.
ENTER: Invoeren van het gekozen onderdeel, kanaalnummer, hoofdstuk-/titelnummer of fragmentnummer (indien vereist).
Alleen voor bediening van een DVD-recorder:
CHANNEL +/-: Veranderen van kanaalnummers.
1 – 9, 0: Kiezen van een kanaalnummer (wanneer gestopt) of een nummer van een hoofdstuk/titel, fragmentnummer (tijdens weergave). Druk op ENTER om het nummer in te voeren.
REC PAUSE: Voor het activeren van opnamepauze. Druk op ▶ om de opname voort te zetten.
Alleen voor bediening van een DVD-speler:
1 – 10, 0, +10: Kiezen van een nummer van een hoofdstuk/titel, fragmentnummer, menuonderdeel, enz.
Gebruik de bij uw DVD-recorder of DVD-speler geleverde afstandsbediening indien deze toetsen niet normaal functioneren. Zie tevens de bij uw DVD-recorder of DVD-speler geleverde gebruiksaanwijzing voor details aangaande bedieningen.
Bediening van componenten van een ander merk
U kunt de bijgeleverde afstandsbediening ook voor het bedienen van apparatuur van andere merken gebruiken door de afstandsbedieningssignalen te veranderen.
- Zie tevens de gebruiksaanwijzingen van de andere betreffende componenten.
- Voor bediening van deze componenten met de afstandsbediening, moet u eerst de merkcodes of fabrikantcodes voor de TV, videorecorder, STB en DVD-speler instellen.
- Na het vervangen van de batterijen van de afstandsbediening moet u de merkcode opnieuw instellen.
- Voor bepaalde apparatuur kunnen mogelijk niet alle functies met de toetsen worden geactiveerd.
□Veranderen van de zendbare signalen voor bediening van een TV
1 Houd TV öngedrukt.
2 Druk op TV.
3 Voer de merkcode met de 1 - 9 en 0 cijfertoetsen in.
Zie "Merkcodes voor TV" hier rechts.
4 Laat TV dos.
U kunt altijd de volgende bedieningen voor de TV uitvoeren.
| TV ∅Woor het in- en uitschakelen van de TV. |
| TV VOL +/-: Voor het instellen van het volume van de TV. |
| TV/VIDEO: Voor het veranderen van de ingangsfunctie (TV of VIDEO). |
| Na een druk op TV kunt u de volgende bedieningen voor de TV uitvoeren. |
| CHANNEL +/-: Voor het veranderen van kanaalnummer. |
| 1 – 9, 0, 100+ (+10): Voor het kiezen van kanaalnummers. |
Zie de bij uw TV geleverde gebruiksaanwijzing voor details.
5 Probeer de TV te bedienen door op TV te drukken.
U heeft de juiste code ingevoerd indien de TV nu wordt in- of uitgeschakeld.
Indien er meerdere codes voor het merk van uw TV worden gegeven, moet u de diverse codes proberen totdat u de juiste heeft gevonden.
Merkcodes voor TV
De merkcodes kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden veranderd. Indien de codes werden veranderd, is het mogelijk dat u het betreffende component niet met deze afstandsbediening kunt bedienen.
□Veranderen van de zendbare signalen voor bediening van een videorecorder
3 Voer de merkcode met de 1 - 9 en 0 cijfertoetsen in.
Zie "Merkcodes voor videorecorder" hier rechts.
4 Laat VCR dos.
U kunt altijd de volgende bedieningen voor de videorecorder uitvoeren.
VCR ⓄMoor het in- en uitschakelen van de videorecorder.
Na een druk op VCR kunt u de volgende bedieningen voor de videorecorder uitvoeren.
CHANNEL +/-: Voor het veranderen van kanaalnummer van de videorecorder.
1 - 10, 0, +10: Voor het kiezen van kanaalnummers van de videorecorder.
▶: Voor het starten van de weergave.
■: Voor het stoppen van de weergave.
II: Voor het pauzeren van de weergave.
FF: Voor het snel doorspoelen van een videoband.
REW: Voor het terugspoelen van een videoband.
REC PAUSE: Voor het pauzeren van de opname. Druk nogmaals op deze toets en vervolgens op ▶ om de opname weer te starten.
Zie de bij uw videorecorder geleverde gebruiksaanwijzing voor details.
5 Probeer de videorecorder te bedienen door op VCR óte drukken.
U heeft de juiste code ingevoerd indien de videorecorder nu wordt in- of uitgeschakeld.
Indien er meerdere codes voor het merk van uw videorecorder worden gegeven, moet u de diverse codes proberen totdat u de juiste heeft gevonden.
Merkcodes voor videorecorder
| Merk Codes | |
| JVC 01 | |
| Akai 02, 36 | |
| Bell+Howell | 03, 16 |
| Blaupankt | 04 |
| CGM | 03, 05, 16 |
| Daewoo | 34 |
| DIGITAL | 05 |
| Fisher | 03, 16 |
| G.E. 06 | |
| Grundig | 07 |
| Hitachi | 08, 09 |
| Loewe | 05, 10, 11 |
| Magnavox | 04, 05 |
| Mitsubishi | 12, 13, 14, 15 |
| Nokia | 16 |
| Nordmende | 17, 18, 19, 31 |
| Orion | 20 |
| Panasonic | 21 |
| Philips | 05, 22 |
| Phonola | 05 |
| Saba | 17, 18, 19, 23, 31 |
| Samsung | 24, 25 |
| Sanyo | 03, 16 |
| Sharp | 26, 27 |
| Siemens | 07 |
| Sony | 28, 29, 30, 35 |
| Telefunken | 17, 18, 19, 31, 32 |
| Toshiba | 33 |
Fabrieksinstelling: 01
De merkcodes kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden veranderd. Indien de codes werden veranderd, is het mogelijk dat u het betreffende component niet met deze afstandsbediening kunt bedienen.
□Veranderen van de zendbare signalen voor bediening van een STB
1 Houd STB eingedrukt.
2 Druk op STB CONT.
3 Voer de merkcode met de 1 - 9 en 0 cijfertoetsen in.
Zie "Merkcodes voor STB" hieronder.
4 Laat STB clos.
U kunt altijd de volgende bedieningen voor de STB uitvoeren.
| STB ♂/I | Voor het in- en uitschakelen van de STB. |
| Na een druk op STB CONT kunt u de volgende bedieningen voor de STB uitvoeren. | |
| CHANNEL +/-: | Voor het veranderen van kanaalnummer van de STB. |
| 1 – 10, 0: | Voor het kiezen van kanaalnummers van de STB. |
Zie de bij uw STB geleverde gebruiksaanwijzing voor details.
5 Probeer de STB te bedienen door op STB ⏻/I te drukken.
U heeft de juiste code ingevoerd indien de STB nu wordt in- of uitgeschakeld.
Indien er meerdere codes voor het merk van uw STB worden gegeven, moet u de diverse codes proberen totdat u de juiste heeft gevonden.
Merkcodes voor STB
| Merk | Codes |
| JVC | 01, 02 |
| Amstrad | 03, 04, 05, 06, 31 |
| BT 01 | |
| Canal Satellite | 20 |
| Canal+ | 20 |
| D-Box | 24 |
| Echostar | 17, 18, 19, 21 |
| Finlux | 11 |
| Force | 28 |
| Galaxis | 27 |
| Grundig 07, 08 | |
| Hirschmann | 07, 17, 37 |
| ITT Nokia | 11 |
| Jerrold | 16 |
| Kathrein | 13, 14, 34 |
| Luxor | 11 |
| Mascom | 32 |
| Maspro | 13 |
| Nokia | 24, 26, 33 |
| Pace | 10, 25, 31 |
| Panasonic | 15 |
| Philips 09, 23 | |
| RFT | 12 |
| Saba 35 | |
| Sagem | 22, 29 |
| Salora | 11 |
| Selector | 29 |
| Skymaster | 12, 36 |
| Thomson | 35 |
| TPS | 22 |
| Triax | 30 |
| Wisi | 07 |
Fabrieksinstelling: 01
□Veranderen van de afstandbedieningssignalen voor bediening van een DVD-speler
1 Druk de functieschakelaar naar "DVD".
2 Houd DVR/DVD eingedrukt.
3 Druk op DVR/DVD.
4 Voer de fabrikantcode met de 1 - 9 en 0 cijfertoetsen in.
Zie "Merkcodes voor DVD-speler" hieronder.
5 Laat DVR/DVD 📄los.
U kunt nu de volgende bedieningen voor uw DVD-speler uitvoeren.
| DVR/DVD ⭕Noor het in- en uitschakelen van de DVD-speler. | |
| ►: Voor het starten van de weergave. | |
| ◄◄◄: | Terugkeren naar het begin van het huidige hoofdstuk (of snel voorwaarts voor bepaalde modellen). |
| ►►I: | Verspringen naar het begin van het volgende hoofdstuk (of snel achterwaarts voor bepaalde modellen). |
| ■: | Voor het stoppen van de weergave. |
| II: | Voor het pauzeren van de weergave. |
| TOP MENU/MENU: Oproepen van het op de DVD VIDEO opgenomen menu. | |
| ▲/▼/►/◄: | Voor het kiezen van een onderdeel van het menuscherm. |
| ENTER: | Invoeren van het gekozen onderdeel. |
| 1 – 9, 0, +10: | Kiezen van een hoofdstuknummer. |
Zie tevens de bij de DVD-speler geleverde gebruiksaanwijzing voor details.
6 Probeer uw DVD-speler te bedienen door op DVR/DVD óte drukken.
De code is juist vastgelegd indien uw DVD-speler nu wordt in- of uitgeschakeld.
Merkcodes voor DVD-speler
| Merk Codes | |
| JVC 01 | |
| Kenwood 02, 03 | |
| Mitsubishi 06 | |
| Panasonic 07 | |
| Philips 05 | |
| Pioneer 08 | |
| Sony 09 | |
| Toshiba 04 | |
| Yamaha 10 |
Fabrieksinstelling: 01
Indien er meerdere codes voor het merk van uw DVD-speler worden gegeven, moet u de diverse codes proberen totdat u de juiste heeft gevonden.
OPMERKING
U kunt deze afstandsbediening niet gebruiken voor het bedienen van DVD-recorders van een ander merk.
De merkcodes kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden veranderd. Indien de codes werden veranderd, is het mogelijk dat u het betreffende component niet met deze afstandsbediening kunt bedienen.
Oplossen van problemen
Gebruik deze tabel voor het oplossen van mogelijke problemen. Neem contact op met een JVC-onderhoudsdienst indien u het probleem niet op kunt lossen.
| PROBLEEM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING | |
| Stroom | De spanning kan niet worden ingeschakeld. | De stekker van het netsnoer is niet aangesloten. | Steek de stekker in een stopcontact. |
| De receiver wordt uitgeschakeld (en de standbyfunctie wordt geactiveerd). | De luidsprekers zijn overbelast door een te hoog volume. | 1. Stop de weergave van de bron.2. Schakel het toestel weer in en stel het volume in. | |
| De luidsprekers zijn overbelast vanwege kortsluiting bij de luidsprekeraansluitingen. | Controleer vervolgens de luidsprekeraansluitingen. Raadpleeg de plaats van aankoop indien de luidsprekersnoeren geen kortsluiting maken. | ||
| De receiver is door een hoog voltage overbelast. | Trek de stekker uit het stopcontact en raadpleeg vervolgens de plaats van aankoop. | ||
| “OVER HEAT” knippert op het display en vevolgens wordt de receiver uitgeschakeld. | De receiver is door een hoog volume of langdurig gebruik oververhit. | Verlaag het volume van de receiver of schakel de receiver even uit en dan weer in. Indien de receiver vervolgens na het uitvoeren van de hiervoor beschreven handeling weer direct uitschakelt, moet u de stekker uit het stopcontact trekken en de plaats van aankoop raadplegen. | |
| Geluid en beeld | Geen geluid via de luidsprekers. | De luidsprekersnoeren zijn niet aangesloten. | Trek eerst de stekker uit het stopcontact en controleer vervolgens de verbindingen van de luidsprekers en sluit opnieuw aan indien nodig (zie bladzijde 6). |
| De verbindingen zijn verkeerd. | Trek de stekker uit het stopcontact en controleer vervolgens de audioverbindingen (zie bladzijden 7 tot 13). | ||
| Een verkeerde bron is gekozen. | Kies de juiste bron. | ||
| Het geluid wordt gedempt. | Druk op MUTING om weer geluid te horen (zie bladzijde 15). | ||
| Een verkeerde ingangsfunctie (analoog of digitaal) is gekozen. | Kies de juiste ingangsfunctie (analoog of digitaal). | ||
| Uitsluitend geluid via één luidspreker. | De luidsprekersnoeren zijn juist niet aangesloten. | Trek eerst de stekker uit het stopcontact en controleer vervolgens de verbindingen van de luidsprekers en sluit opnieuw aan indien nodig (zie bladzijde 6). | |
| Geluid wordt afwisselend vervormd door externe storing, bijvoorbeeld onweer of lichtflitsen. | Indien u een digitale coaxiale verbinding heeft gemaakt, wordt het geluid mogelijk af en toe vervormd door storing van buiten, bijvoorbeeld een lichtflits, maar het geluid wordt weer automatisch hersteld. | Dit duidt niet op een defect. | |
| Beeld is wazig. | RGB-signalen worden ontvangen met Y/C SEPARATE geactiveerd. | Annuleer Y/C SEPARATE (zie bladzijde 23). | |
| Afstandsbediening | Afstandsbediening werkt niet naar behoren. | De afstandsbediening is niet voor de gewenste functie geactiveerd. | Druk de functieschakelaar in de juiste stand en druk vervolgens op de overeenkomende bronkeuzetoets alvorens de bediening uit te voeren. |
| Afstandsbediening werkt niet. | Er is een obstakel waardoor de afstandsbedieningssensor op het receiver geen signalen ontvangt. | Verwijder het obstakel. | |
| De batterijen zijn bijna leeg. | Vervang de batterijen. | ||
| De functieschakelaar is in de verkeerde stand gesteld. | Druk de functieschakelaar in de juiste stand. | ||
| Tuner | Voortdurend gesis of ruis tijdens FM-ontvangst. | Het signaal dat wordt ontvangen is te zwak. | Verbind een FM-buitenantenne of raadpleeg de plaats van aankoop. |
| De zender ligt te ver weg. | Kies een andere zender. | ||
| U gebruikt een verkeerde antenne. | Raadpleeg de plaats van aankoop omtrent een geschikte antenne. | ||
| De antennes zijn niet goed aangesloten. | Controleer de verbindingen. | ||
| Af en toe krakende ruis tijdens FM-ontvangst. | De ruis wordt veroorzaakt door langsrijdende auto's. | Plaats de antenne uit de buurt van verkeer. |
Technische gegevens
Ontwerp en technische gegevens zijn zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar.
Versterker
Uitgangsvermogen
Bij stereo-gebruik:
Voorkanalen: 110 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 6 Ω bij 1 kHz met niet meer dan 0,8% totale harmonische vervorming. (IEC268-3)
Bij surround-gebruik:
Voorkanalen: 110 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 6 Ω bij 1 kHz met niet meer dan 0,8% totale harmonische vervorming.
Middenkanaal: 110 W, min. RMS, aangedreven in 6 Ω bij 1 kHz met niet meer dan 0,8% totale harmonische vervorming.
Surroundkanalen: 110 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 6 Ω bij 1 kHz met niet meer dan 0,8% totale harmonische vervorming.
Surroundachterkanalen: 110 W per kanaal, min. RMS, aangedreven in 6 Ω bij 1 kHz met niet meer dan 0,8% totale harmonische vervorming.
Audio
Audio-ingangsgevoeligheid/Impedantie:
DVR/DVD (DVD MULTI), VCR, VIDEO, TV: 270 mV/47 kΩ
* In overeenstemming met Lineair PCM, Dolby Digital en DTS (met bemonsteringfrequentie—32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz).
Audio-uitgangsniveau:
DVR, VCR: 270 mV
Signaal-tot-ruis verhouding ('66 IHF/DIN):
80 dB/62 dB
Frequentierespons (6 Ω): 20 Hz tot 20 kHz (±1 dB)
Bassversterking: +4 dB ±1 dB bij 100 Hz
Egalisatie (bij DSP-gebruik):
Middenfrequentie: 63 Hz, 250 Hz, 1 kHz, 4 kHz, 16 kHz
Instelbereik: ±8 dB
Video
Video-ingangsgevoeligheid/Impedantie:
Composiet video: DVR/DVD, VCR, VIDEO: 1 V(p-p)/75 Ω
S-video: DVR/DVD, VCR, VIDEO:
Y (illuminantie): 1 V(p-p)/75 Ω
C (chrominantie, burst): 0,3 V(p-p)/75 Ω
RGB: DVR/DVD, VCR: 0,7 V(p-p)/75 Ω
Componenten: DVR/DVD, VIDEO:
Y (illuminantie): 1 V(p-p)/75 Ω
Video-uitgangsniveau/Impedantie:
Composiet video: DVR, VCR, TV: 1 V(p-p)/75 Ω
S-video: DVR, VCR, TV:
Y (illuminantie): 1 V(p-p)/75 Ω
C (chrominantie, burst): 0,3 V(p-p)/75 Ω
RGB: TV: 0,7 V(p-p)/75 Ω
Componenten: MONITOR OUT:
Y (illuminantie): 1 V(p-p)/75 Ω
PB, PR: 0,7 V(p-p)/75 Ω
Synchronisatie: Negatief
FM tuner (IHF)
Afstembereik: 87,50 MHz tot 108,00 MHz
Bruikbare gevoeligheid:
50 dB onderdrukkingsgevoeligheid:
Mono: 21,3 dBf (3,2 μV/75 Ω)
Stereo: 41,3 dBf (31,8 μV/75 Ω)
Stereoscheiding bij REC OUT: 35 dB bij 1 kHz
AM (MG) tuner
Afstembereik: 522 kHz tot 1 629 kHz
Algemeen
Stroomverbruik: 180 W (bij werking)
0,9 W (tijdens standby)
Afmetingen (B x H x D): 435 mm x 91,5 mm x 371 mm
Gewicht: 6,8 kg
USB WIRELESS SYSTEM
De USB draadloze zender die bij deze receiver is geleverd, ondersteunt Direct Sequence Spreading Spectrum (DSSS) met gebruik van de 2,4 GHz frequentieband.