Satellite Click L30W-B - Laptop TOSHIBA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Satellite Click L30W-B TOSHIBA in PDF-formaat.
| Type product | 2-in-1 laptop (convertible) |
| Beeldschermdiagonaal | 11,6 inch LED |
| Processor | Intel Atom Z3735F (1,33 GHz, quad-core) |
| Geheugen (RAM) | 2 GB DDR3L |
| Opslag | 32 GB eMMC |
| Besturingssysteem | Windows 8.1 (upgradebaar naar Windows 10) |
| Afmetingen (B x D x H) | 297 x 197 x 19 mm |
| Gewicht | 1,2 kg (inclusief toetsenbord) |
| Accu | Li-ion 38 Wh (tot 8 uur) |
| Draadloze verbinding | Wi-Fi 802.11 b/g/n, Bluetooth 4.0 |
| Poorten | USB 2.0, USB 3.0, micro-HDMI, microSD-kaartlezer, audio jack |
| Camera | VGA webcam (0,3 MP) |
| Toetsenbord | Detacheerbaar QWERTY-toetsenbord |
| Beveiliging | Kensington-slot |
| Entertainment | Stereo luidsprekers, Dolby Digital Plus |
| Reiniging | Gebruik een zachte, droge doek; geen vloeistoffen |
| Repareerbaarheid | Beperkt: batterij niet vervangbaar door gebruiker, RAM gesoldeerd |
Veelgestelde vragen - Satellite Click L30W-B TOSHIBA
Gebruikersvragen over Satellite Click L30W-B TOSHIBA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laptop in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Satellite Click L30W-B - TOSHIBA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Satellite Click L30W-B van het merk TOSHIBA.
GEBRUIKSAANWIJZING Satellite Click L30W-B TOSHIBA
Gebruikers- handleiding
L30W-B/L35W-B
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 TOSHIBA: wet- en regelgeving en veiligheid
Copyright, afwijzing van aansprakelijkheid en handelsmerken ..... 1-1
Voorschriften 1-2
Verklaring met betrekking tot videostandaarden 1-8
Licentiekwesties met de OpenSSL Toolkit 1-9
FreeType-licentie 1-12
Afvalverwerking van de computer en de computeraccu's .... 1-15
Algemene voorzorgsmaatregelen 1-15
Veiligheidspictogrammen 1-18
Hoofdstuk 2 Aan de slag
Controlelijst van apparatuur 2-1
Twee bedieningsmodi 2-1
Conventies 2-1
De computer voor het eerst gebruiken 2-3
Kennismaken met Windows 2-10
Het apparaat uitschakelen 2-12
Hoofdstuk 3 Rondleiding
De computer (tabletmodus) 3-1
De computer (laptopmodus) 3-5
Interne hardwareonderdelen 3-9
Beschrijving van de stroomvoorzieningsomstandigheden ...... 3-12
Hoofdstuk 4 Basisbeginselen
Werken in de tabletmodus 4-1
Het touchscreen gebruiken 4-2
Het touchpad gebruiken 4-3
Het toetsenbord 4-4
Accu 4-7
Geheugenmedia 4-10
Extern beeldscherm 4-14
Optionele TOSHIBA-accessoires 4-17
Geluidssysteem en videomodus 4-17
Hoofdstuk 5 Hulpprogramma's en geavanceerd gebruik
Hulpprogramma's en toepassingen 5-1
Speciale voorzieningen 5-6
TOSHIBA-wachtwoordhulpprogramma 5-8
TOSHIBA-systeeminstellingen 5-11
Opladen via USB 5-12
TOSHIBA Media Player van sMedio TrueLink+ 5-15
Hoofdstuk 6 Problemen oplossen
Handelwijze bij probleemoplossing 6-1
Controlelijst voor hardware en systeem 6-5
TOSHIBA-ondersteuning 6-15
Hoofdstuk 7 Aanhangsel
Specifications 7-1
Netsnoer en connectoren 7-2
Informatie voor draadloze apparaten 7-3
Wettelijke voetnoten 7-14
Woordenlijst 7-17
Index
Hoofdstuk 1
TOSHIBA: wet- en regelgeving en veiligheid
In dit hoofdstuk vindt u informatie over wet- en regelgeving en veiligheid met betrekking tot TOSHIBA-computers.
Copyright, afwijzing van aansprakelijkheid en handelsmerken
Copyright
©2014 by TOSHIBA Corporation. Alle rechten voorbehouden. Krachtens de auteurswetten mag deze handleiding op geen enkele wijze worden verveelvoudigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TOSHIBA. Met betrekking tot het gebruik van de informatie in deze handleiding wordt geen octrooirechtelijke aansprakelijkheid aanvaard.
Eerste druk mei 2014
Het auteursrecht voor muziek, films, computerprogramma's, databases en ander auteursrechtelijk beschermd intellectueel eigendom berust bij de maker of de copyrighthouder. Auteursrechtelijk beschermd materiaal mag uitsluitend voor privé- of huiselijk gebruik worden verveelvoudigd. Andere toepassingen dan hierboven zijn vermeld (met inbegrip van conversie naar digitale indeling, wijziging, overdracht van gekopieerd materiaal en verspreiding via een netwerk) zonder toestemming van de copyrighthouder vormen schendingen van het auteursrecht en kunnen strafrechtelijk of middels een schadevergoeding worden vervolgd. Houd u aan de auteurswetten wanneer u deze handleiding of delen ervan verveelvoudigt.
Afwijzing van aansprakelijkheid
Deze handleiding is zorgvuldig geverifieerd en nagekeken. De aanwijzingen en beschrijvingen waren correct voor uw computer op het tijdstip waarop deze handleiding ter perse ging. Erop volgende computers en handleidingen kunnen echter zonder kennisgeving worden gewijzigd. TOSHIBA aanvaardt dientengevolge geen aansprakelijkheid voor schade die direct of indirect voortvloeit uit fouten of omissies in de handleiding, of uit discrepanties tussen computer en handleiding.
Handelsmerken
Intel, Intel SpeedStep, Intel Core en Centrino zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Intel Corporation.
Windows, Microsoft en het Windows-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
Het Bluetooth®-woordmerk en de Bluetooth-logo's zijn gedeponeerde handelsmerken in eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en Toshiba Corporation gebruikt deze merken onder licentie.
De termen HDMI en HDMI High-Definition Multimedia Interface en het HDMI-logo zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC in de Verenigde Staten en andere landen.
sMedio en sMedio TrueLink+ zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van sMedio, Inc.
CyberLink en CyberLink MediaStory zijn gedeponeerde handelsmerken van CyberLink Corporation.
Secure Digital en SD zijn handelsmerken van SD Card Association.
MultiMediaCard en MMC zijn handelsmerken van MultiMediaCard Association.
ATHEROS is een handelsmerk van Qualcomm Atheros, Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en andere landen.
DTS, het symbool, en DTS en het symbool samen zijn gedeponeerde handelsmerken en DTS Studio Sound is een handelsmerk van DTS, Inc. © DTS, Inc. Alle rechten voorbehouden.
Realtek is een gedeponeerd handelsmerk van Realtek Semiconductor Corporation.
Alle andere product- en servicenamen in deze handleiding zijn mogelijk handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven.
Voorschriften
FCC-informatie
FCC-verklaring van overeenstemming
Deze apparatuur is getest en voldoet aan de voorschriften voor een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-voorschriften. Deze voorwaarden zijn ontworpen teneinde redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie bij gebruik in woongebieden. Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie en kan deze energie uitstralen. Indien de apparatuur niet volgens de instructies wordt geïnstalleerd en gebruikt, kan dit resulteren in schadelijke storing van de radiocommunicatie. Zelfs als alle instructies zijn opgevolgd, kan echter storing optreden. Als deze apparatuur schadelijke storing voor radio- of televisieontvangst oplevert (wat kan worden vastgesteld door de
apparatuur uit en weer aan te zetten), verdient het aanbeveling een of meer van de volgende maatregelen te treffen om de storing te verhelpen:
Wijzig de richting of positie van de ontvangstantenne.
Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de radio/tv.
■ Sluit de apparatuur en de ontvanger op verschillende stopcontacten aan.
Raadpleeg de leverancier of een ervaren radio-/tv-monteur.

Alleen randapparaten die voldoen aan de FCC-normen voor klasse B mogen op deze apparatuur worden aangesloten. Gebruik met niet-compatibele randapparaten of randapparaten die niet door TOSHIBA zijn aanbevolen, zal waarschijnlijk resulteren in storing op radio- en tv-toestellen. U moet afgeschermde kabels gebruiken tussen de externe apparaten en de HDMI(micro)-poort, de Universal Serial Bus-poorten (USB 2.0 en 3.0) en de combinatie-aansluiting voor hoofdtelefoon/microfoon van de computer. Het wijzigen of aanpassen van deze apparatuur zonder uitdrukkelijke toestemming van TOSHIBA of door TOSHIBA erkende partijen kan de machtiging tot het gebruik van de apparatuur tenietdoen.
FCC-voorwaarden
Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-voorschriften. De werking van dit product dient te voldoen aan de volgende twee voorwaarden:
- Het apparaat mag geen schadelijke storingen veroorzaken.
- Het apparaat moet in staat zijn alle ontvangen storing te accepteren, zelfs als de werking van het apparaat hierdoor wordt aangetast.
Contact
Adres:TOSHIBA America Information Systems, Inc.
9740 Irvine Boulevard
Irvine, Californië 92618-1697, V.S.
Telefoon:(949) 583-3000

Deze informatie is alleen van toepassing op de landen/regio's waar dit vereist is.
EU-verklaring van overeenstemming
CE
Dit product draagt het CE-keurmerk in overeenstemming met de relevante Europese richtlijnen. De verantwoording voor de toewijzing van CE-keurmerken ligt bij TOSHIBA Europe GmbH, Hammfelddamm 8, 41460 Neuss, Duitsland. De volledige en officiële EU-verklaring van overeenstemming is te vinden op de TOSHIBA-website
http://epps.toshiba-teg.com op internet.
Overeenstemming met CE-richtlijnen
Dit product draagt het CE-keurmerk in overeenstemming met de relevante Europese richtlijnen, met name RoHS-richtlijn 2011/65/EU, richtlijn 1995/5/EG betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur, richtlijn 209/125/EG betreffende ecologisch ontwerp (ErP) en de bijbehorende implementatiemaatregelen.
Dit product en de oorspronkelijke opties zijn ontworpen conform de relevante EMC- (Elektromagnetische compatibiliteit) en veiligheidsnormen. TOSHIBA garandeert echter niet dat dit product nog steeds aan deze EMC-normen voldoet indien kabels of opties van andere leveranciers zijn aangesloten of geïmplementeerd. In dat geval moeten de personen die deze opties/kabels hebben geïmplementeerd/aangesloten, ervoor zorgen dat het systeem (pc plus opties/kabels) nog steeds aan de vereiste normen voldoet. Ter voorkoming van EMC-problemen moeten in het algemeen de volgende richtlijnen in acht worden genomen:
Alleen opties met het CE-keurmerk mogen worden aangesloten/geïmplementeerd.
Alleen hoogwaardige afgeschermde kabels mogen worden aangesloten.
Werkomgeving
Dit product is ontworpen conform de EMC-voorschriften (elektromagnetische compatibiliteit) voor zogenoemde 'commerciële, licht-industriële en woonomgevingen'. TOSHIBA keurt het gebruik van dit product in andere werkomgevingen dan de bovengenoemde 'commerciële, licht-industriële en woonomgevingen' af.
De volgende omgevingen zijn bijvoorbeeld niet goedgekeurd:
industriële omgevingen (bijvoorbeeld omgevingen waar krachtstroom van 380 V (drie fasen) wordt gebruikt)
■ omgevingen met medische apparatuur
■ gemotoriseerde voertuigen
vliegtuigen
Gevolgen van het gebruik van dit product in niet-geoorloofde werkomgevingen vallen niet onder de verantwoordelijkheid van TOSHIBA.
Mogelijke gevolgen van het gebruik van dit product in niet-geoorloofde werkomgevingen zijn onder andere:
■ storing van de werking van andere apparaten of machines in de nabijheid;
■ storing van de werking van dit product, mogelijk resulterend in gegevensverlies, als gevolg van storingen die worden gegenereerd door andere apparaten of machines in de nabijheid.
TOSHIBA beveelt gebruikers dan ook met klem aan de elektromagnetische compatibiliteit van dit product vóór gebruik naar behoren te testen in alle niet-geoorloofde omgevingen. In het geval van auto's of vliegtuigen mag dit product uitsluitend worden gebruikt nadat de fabrikant of luchtvaartmaatschappij hiervoor toestemming heeft verleend.
Verder is het in verband met algemene veiligheidsoverwegingen verboden dit product te gebruiken in omgevingen met ontploffingsgevaar.
Informatie voor VCCI-klasse B (alleen Japan)
Canadese voorschriften (alleen in Canada)
De radioruis die door dit digitale apparaat wordt uitgezonden, ligt binnen de limieten voor digitale apparaten van klasse B conform de Radio Interference Regulation (voorschriften voor radiostoring) van het Canadese ministerie van Communicatie (Department of Communications ofwel DOC).
De DOC-voorschriften bepalen dat het wijzigen of aanpassen van deze apparatuur zonder uitdrukkelijke toestemming van TOSHIBA Corporation de machtiging tot het gebruik van de apparatuur kan tenietdoen.
Dit digitale apparaat van klasse B voldoet aan alle voorschriften van de Canadese regeling voor storingsveroorzakende apparatuur.
De volgende informatie geldt alleen voor EU-lidstaten:
Afvalverwerking van producten

Het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak geeft aan dat producten afzonderlijk moeten worden ingezameld en gescheiden van huishoudelijk afval moeten worden verwerkt. Interne batterijen en accu's kunnen met het product worden weggegooid. Ze worden gescheiden door het recyclingcentrum.
De zwarte balk geeft aan dat het product op de markt is gebracht na 13 augustus 2005.
Door mee te werken aan het afzonderlijk inzamelen van producten en batterijen draagt u bij aan de juiste afvalverwerking van producten en batterijen/accu's en helpt u zo mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen.
Zie voor meer informatie over de inzameling en het hergebruik van afval in uw land onze website
( www.toshiba.eu/recycling ) of neem contact op met uw gemeente of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Verwerking van batterijen en/of accu's

Het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak geeft aan dat batterijen en/of accu's afzonderlijk moeten worden ingezameld en gescheiden van huishoudelijk afval moeten worden verwerkt.
Als de batterij of accu meer lood (Pb), kwik (Hg) en/of cadmium (Cd) bevat dan de waarden die zijn gedefinieerd in de Europese richtlijn inzake batterijen en accu's, worden de chemische symbolen voor lood (Pb), kwik (Hg) en/of cadmium (Cd) weergegeven onder het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak.
Door batterijen en accu's gescheiden in te zamelen, draagt u bij aan de juiste afvalverwerking van producten en batterijen/accu's en helpt u mogelijk schadelijke gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid voorkomen. Om dit te bereiken dient u elke batterij en/of accu in te leveren bij een plaatselijke recyclinginstantie of bij een winkel of inzamelpunt waar deze onderdelen worden ingezameld voor een milieuvriendelijke verwerking. Zorg er daarbij voor dat u de contacten afplakt met niet-geleidende tape.
Zie voor meer informatie over de inzameling en het hergebruik van afval in uw land onze website
( www.toshiba.eu/recycling ) of neem contact op met uw gemeente of de winkel waar u het product hebt gekocht.

Afhankelijk van in welk land of welke regio u dit product hebt aangeschaft, zijn deze symbolen mogelijk niet aanwezig.
REACH - Verklaring van overeenstemming
De verordening van de Europese Unie (EU) met betrekking tot chemische stoffen, REACH (Registration, Evaluation, Authorization and Restriction of Chemicals ofwel registratie, beoordeling, autorisatie en beperkingen van chemische stoffen) is vanaf 1 juni 2007 van kracht, met gefaseerde inwerkingtreding tot 2018.
Toshiba voldoet aan alle REACH-vereisten en verplicht zich klanten informatie te geven over de aanwezigheid in onze artikelen van stoffen op de kandidatenlijst in overeenstemming met de REACH-verordening.
Raadpleeg de volgende website
www.toshiba.eu/reach voor informatie over de aanwezigheid in onze artikelen van stoffen die op de kandidatenlijst staan volgens REACH in een concentratie van meer dan 0,1 gewichtsprocent.
De volgende informatie geldt alleen voor Turkije:
■ Afvalverwerking van producten:

Het symbool van doorgekruiste vuilnisbak betekent dat dit product niet mag worden ingezameld en weggegooid met ander huishoudelijk afval. Wanneer het product het einde van zijn gebruiksduur heeft bereikt, moet dit worden ingeleverd bij een inzamelpunt, recyclingbedrijf of afvalverwerkende instantie om zo het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen. Voor meer informatie over inzamelings- en recyclingprogramma's in uw land neemt u contact op met de gemeente of met de winkel waar u het product hebt gekocht.
Naleving van AEEE-richtlijn.
- Het aantal mogelijke pixelfouten van het beeldscherm wordt gedefinieerd volgens de norm ISO 9241-307. Als het aantal pixelfouten minder is dan deze norm, wordt dit niet als een fout of defect gerekend.
Accu's zijn verbruiksartikelen, aangezien de accugebruiksduur afhangt van het gebruik van de computer. Als de accu niet meer kan worden opgeladen, wordt dit veroorzaakt door een fout of defect.
Veranderingen in de accugebruiksduur zijn geen fout of defect.
De volgende informatie geldt alleen voor India:

Het gebruik van dit symbool geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld.
Door dit product op de juiste manier als afval te verwerken, draagt u eraan bij negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid die kunnen voortvloeien uit onjuiste verwerking van dit product te voorkomen.
Voor meer informatie over recycling van dit product bezoekt u onze website
( http://www.toshiba-india.com ) of neem contact op met het callcenter (1800-200-8674).

Afhankelijk van in welk land of welke regio u dit product hebt aangeschaft, zijn deze symbolen mogelijk niet aanwezig.
Verklaring met betrekking tot videostandaarden
DIT PRODUCT WORDT IN LICENTIE GEGEVEN ONDER DE VISUAL PATENT PORTFOLIO LICENSE VOOR AVC, VD-1 EN MPEG-4 INZAKE PERSOONLIJK, NIET-COMMERCIEEL GEBRUIK DOOR EEN KLANT
VOOR (I) CODERING VAN VIDEO IN OVEREENSTEMMING MET DE BOVENGENOEMDE STANDAARDEN ("VIDEO") EN/OF (II) DECODERING VAN AVC, VC-1 EN MPEG-4 VIDEO DIE IS GECODEERD DOOR EEN KLANT ALS ONDERDEEL VAN EEN PERSOONLIJKE EN NIET-COMMERCIËLE ACTIVITEIT EN DIE IS VERKREGEN VAN EEN VIDEOPROVIDER DIE OVER EEN LICENTIE VAN MPEG LA BESCHIKT OM EEN DERGELIJKE VIDEO AAN TE BIEDEN. VOOR AL HET OVERIGE GEBRUIK WORDT GEEN LICENTIE VERLEEND, OOK NIET IMPLICIET. AANVULLENDE INFORMATIE, INCLUSIEF INFORMATIE MET BETREKKING TOT PROMOTIONEEL, INTERN EN COMMERCIEEL GEBRUIK KAN WORDEN VERKREGEN BIJ MPEG LA, L.L.C. ZIE HTTP://WWW.MPEGLA.COM .
Licentiekwesties met de OpenSSL Toolkit
LICENTIEKWESTIES
[EMPTY]
De OpenSSL Toolkit valt onder twee licenties, dat wil zeggen dat zowel de voorwaarden van de OpenSSL-licentie als de oorspronkelijke SSLeay-licentie van toepassing zijn op de toolkit. Zie hieronder voor de daadwerkelijke teksten van de licenties. Beide licenties zijn Open Source-licenties uit de BSD-categorie. In het geval van licentiekwesties die te maken hebben met OpenSSL neemt u contact op met openssl-core@openssl.org.
OpenSSL-licentie
/*
Copyright (c) 1998-2011 The OpenSSL Project. Alle rechten voorbehouden.
Herdistributie en gebruik van de broncode of van code in binaire vorm, met of zonder wijziging, is toegestaan mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
-
Bij herdistributie van de broncode moeten de bovenstaande copyrightmelding, deze lijst met voorwaarden en de volgende afwijzing van aansprakelijkheid worden vermeld.
-
Bij herdistributie in binaire vorm moeten de bovenstaande copyrightmelding, deze lijst met voorwaarden en de volgende afwijzing van aansprakelijkheid in de documentatie en/of andere materialen bij de herdistributie worden vermeld.
-
In elk reclamemateriaal waarin de functies of het gebruik van deze software worden vermeld, moet de volgende kennisgeving worden weergegeven:
'Dit product bevat software die is ontwikkeld door het OpenSSL Project voor gebruik in de OpenSSL Toolkit.'
( http://www.openssl.org/ )
-
De namen 'OpenSSL Toolkit' en 'OpenSSL Project' mogen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming niet worden gebruikt om producten te onderschrijven of te promoten die zijn afgeleid van deze software. Neem voor schriftelijke toestemming contact op met openssl-core@openssl.org.
-
Producten die zijn afgeleid van deze software mogen geen 'OpenSSL' worden genoemd en 'OpenSSL' mag geen deel uitmaken van de naam zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het OpenSSL Project.
-
Bij herdistributie in welke vorm dan ook moet de volgende kennisgeving worden vermeld:
'Dit product bevat software die is ontwikkeld door het OpenSSL Project voor gebruik in de OpenSSL Toolkit.'
( http://www.openssl.org/ )
DEZE SOFTWARE WORDT DOOR HET OpenSSL PROJECT AANGEBODEN 'ALS ZODANIG' EN ALLE EXPLICIETE OF IMPLICIETE GARANTIES, MET INBEGRIP VAN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, WORDEN AFGEWEZEN. IN GEEN GEVAL KAN HET OpenSSL PROJECT OF EEN BIJDRAGER ERAAN AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ENIGE DIRECTE, INDIRECTE, BIJKOMENDE, SPECIALE OF MORELE SCHADE OF GEVOLGSCHADE (MET INBEGRIP VAN MAAR NIET BEPERKT TOT HET VERKRIJGEN VAN VERVANGENDE GOEDEREN OF DIENSTEN, VERLIES VAN GEGEVENS, DE ONMOGELIJKHEID TOT GEBRUIK, WINSTDERVING OF BEDRIJFSONDERBREKING), ONGEACHT DE OORZAAK EN ONGEACHT DE AANSPRAKELIJKHEIDSTHEORIE, HETZIJ OP BASIS VAN EEN CONTRACT, BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID OF EEN ONRECHTMATIGE DAAD (MET INBEGRIP VAN NALATIGHEID OF ANDERSZINS), DIE OP ENIGE WIJZE VOORTVLOEIT UIT HET GEBRUIK VAN DEZE SOFTWARE, OOK AL IS MEN OP DE HOOGTE GESTELD VAN DE MOGELIJKHEID VAN DEZE SCHADE.
Dit product bevat cryptografische software die is geschreven door Eric Young (eay@cryptsoft.com). Dit product bevat software die is geschreven door Tim Hudson (tjh@cryptsoft.com).
*/
Oorspronkelijke SSLeay-licentie
Alle rechten voorbehouden.
Dit pakket is een SSL-implementatie geschreven door Eric Young (eay@cryptsoft.com).
De implementatie is geschreven conform de SSL van Netscape.
Deze bibliotheek is gratis voor commercieel en niet-commercieel gebruik, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan. De volgende voorwaarden zijn van toepassing op alle code in deze distributie, zoals RC4-, RSA-, Ihash-, DES- en andere code, en niet alleen op de SSL-code. Voor de SSL-documentatie bij deze distributie gelden dezelfde copyrightvoorwaarden, behalve dat Tim Hudson (tjh@cryptsoft.com) hiervan de houder is.
Het copyright blijft in handen van Eric Young en daarom mogen eventuele copyrightmeldingen in de code niet worden verwijderd.
Als dit pakket wordt gebruikt in een product, moet Eric Young worden vermeld als schrijver van de gebruikte onderdelen uit de bibliotheek.
Dit kan gebeuren in de vorm van een tekstbericht wanneer het programma wordt opgestart of in de documentatie (online of in tekst) die bij het pakket wordt geleverd.
Herdistributie en gebruik van de broncode of in binaire vorm, met of zonder wijziging, is toegestaan mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Bij herdistributie van de broncode moeten de copyrightmelding, deze lijst met voorwaarden en de volgende afwijzing van aansprakelijkheid worden vermeld.
- Bij herdistributie in binaire vorm moeten de bovenstaande copyrightmelding, deze lijst met voorwaarden en de volgende afwijzing van aansprakelijkheid in de documentatie en/of andere materialen bij de herdistributie worden vermeld.
- In elk reclamemateriaal waarin de functies of het gebruik van deze software worden gemeld, moet de volgende kennisgeving worden vermeld:
'Dit product bevat cryptografische software die is geschreven door Eric Young (eay@cryptsoft.com)'
Het woord 'cryptografisch' mag worden weggelaten als de gebruikte routines uit de bibliotheek geen verband houden met cryptografie :-).
- Als u Windows-specifieke code (of een afgeleide ervan) uit de directory apps (met toepassingscode) gebruikt, moet u de volgende kennisgeving toevoegen:
'Dit product bevat software die is geschreven door Tim Hudson (tjh@cryptsoft.com)'
DEZE SOFTWARE WORDT DOOR ERIC YOUNG AANGEBODEN 'ALS ZODANIG' EN ALLE EXPLICIETE OF IMPLICIETE GARANTIES, MET INBEGRIP VAN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, WORDEN AFGEWEZEN. IN GEEN GEVAL KAN DE AUTEUR AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR ENIGE DIRECTE, INDIRECTE, BIJKOMENDE, SPECIALE OF MORELE SCHADE OF GEVOLGSCHADE (MET INBEGRIP VAN MAAR NIET BEPERKT TOT HET VERKRIJGEN VAN VERVANGENDE GOEDEREN OF DIENSTEN, VERLIES VAN GEGEVENS, DE ONMOGELIJKHEID TOT GEBRUIK, WINSTDERVING OF BEDRIJFSONDERBREKING), ONGEACHT DE
OORZAAK EN ONGEACHT DE AANSPRAKELIJKHEIDSTHEORIE, HETZIJ OP BASIS VAN EEN CONTRACT, BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID OF EEN ONRECHTMATIGE DAAD (MET INBEGRIP VAN NALATIGHEID OF ANDERSZINS), DIE OP ENIGE WIJZE VOORTVLOEIT UIT HET GEBRUIK VAN DEZE SOFTWARE, OOK AL IS MEN OP DE HOOGTE GESTELD VAN DE MOGELIJKHEID VAN DEZE SCHADE.
De licentie en distributievoorwaarden voor een openbaar beschikbare versie of afgeleide van deze code mogen niet worden gewijzigd. Dat wil zeggen dat deze code niet zo maar mag worden gekopieerd om onder een andere distributiecode te plakken, met inbegrip van de openbare GNU-licentie.]
*/
FreeType-licentie
LICENTIE van het FreeType Project
27 januari 2006
Copyright 1996-2002, 2006 door
David Turner, Robert Wilhelm en Werner Lemberg
Inleiding
Het FreeType Project wordt verspreid in meerdere archiefpakketten.
Sommige ervan kunnen, behalve het FreeType-lettertypesysteem, diverse hulpmiddelen en bijdragen bevatten die vertrouwen op of verband houden met het FreeType Project.
Deze licentie is van toepassing op alle bestanden in dergelijke pakketten die niet vallen onder hun eigen expliciete licentie. De licentie is daarom, op zijn minst, van toepassing op het FreeType-lettertypesysteem, de testprogramma's, de documentatie en de makefiles.
Deze licentie is geïnspireerd door de BSD-, Artistic- en IJG-licenties (Independent JPEG Group), die alle het insluiten en gebruiken van gratis software aanmoedigen in zowel commerciële als freewareproducten.
Daardoor zijn dit de belangrijkste punten:
We beloven niet dat deze software werkt. We zijn echter wel geïnteresseerd in foutenrapporten. (distributie 'als zodanig')
U kunt deze software, geheel of gedeeltelijk, gebruiken waarvoor u maar wilt, zonder dat u ons hoeft te betalen. ('royaltyvrij' gebruik)
U mag niet doen alsof u deze software hebt geschreven. Als u de software, of slechts delen ervan, gebruikt in een programma, moet u ergens in de documentatie aangeven dat u de FreeType-code hebt gebruikt. ('credits')
Het insluiten van deze software, met of zonder wijzigingen, in commerciële producten is toegestaan en we moedigen dit ook aan.
We wijzen alle garanties met betrekking tot het FreeType Project af en aanvaarden geen aansprakelijkheid met betrekking tot het FreeType Project.
Tot slot hebben veel mensen ons gevraagd om een voorbeeldtekst voor credits/afwijzing van aansprakelijkheid die in overeenstemming is met deze licentie. We raden u daarom aan de volgende tekst te gebruiken:
......
Delen van deze software zijn Copyright (C)
......
Vervang hierbij
[EMPTY]
0. Definities
In deze licentie verwijzen de termen 'pakket', 'FreeType Project' en 'FreeType-archief' naar de reeks bestanden die oorspronkelijk zijn verspreid door de auteurs (David Turner, Robert Wilhelm en Werner Lemberg) als het 'FreeType Project'. Deze kunnen worden aangeduid als alfa-, bêta- of definitieve versie.
'U' verwijst naar de licentienemer, of de persoon die het project gebruikt, waarbij 'gebruiken' een algemene term is die ook betrekking heeft op het compileren van de broncode van het project en het koppelen ervan om een 'programma' of 'uitvoerbaar bestand' te vormen. Naar dit programma wordt verwezen als 'een programma dat het FreeType-systeem gebruikt'.
Deze licentie is van toepassing op alle bestanden die worden gedistribueerd in het oorspronkelijke FreeType Project, inclusief alle broncode, binaire bestanden en documentatie, tenzij anders vermeld in het bestand in de oorspronkelijke, ongewijzigde vorm zoals verspreid in het oorspronkelijke archief. Als u niet zeker weet of een bepaald bestand onder deze licentie valt, neemt u contact met ons op om dit te controleren.
Het FreeType Project is Copyright (C) 1996-2000 door David Turner, Robert Wilhelm en Werner Lemberg. Alle rechten zijn voorbehouden behalve zoals hieronder aangegeven.
1. Geen garantie
HET FREETYPE PROJECT WORDT VERSTREKT 'ALS ZODANIG', ZONDER ENIGE GARANTIE, EXPLICIET OF IMPLICIET, MET INBEGRIP VAN, MAAR NIET BEPERKT TOT, GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. IN GEEN GEVAL ZIJN DE AUTEURS OF EIGENAREN VAN HET AUTEURSRECHT AANSPRAKELIJK VOOR SCHADE DIE WORDT
VEROORZAAKT DOOR HET GEBRUIK OF DE ONMOGELIJKHEID TOT GEBRUIK VAN HET FREETYPE PROJECT.
2. Herdistributie
Deze licentie verleent een wereldwijd, royaltyvrij, eeuwigdurend en onherroepelijk recht en licentie tot het gebruiken, uitvoeren, compileren, weergeven, kopieren, het maken van afgeleide werken, het verspreiden en het in sublicentie geven van het FreeType Project (zowel als broncode en als objectcode) en van afgeleide werken ervan voor elk doel, en om anderen toestemming te geven sommige of alle hierin verleende rechten uit te oefenen, waarbij aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan:
Bij herdistributie van broncode moet dit licentiebestand ('FTL.TXT') ongewijzigd aanwezig zijn. Alle toevoegingen, verwijderingen of wijzigingen in de oorspronkelijke bestanden moeten duidelijk worden aangegeven in de bijgaande documentatie. De auteursrechtmeldingen van de ongewijzigde, originele bestanden moeten behouden blijven in alle kopieën van de bronbestanden.
Bij herdistributie in binaire vorm moet aan de documentatie van de distributie een afwijzing van aansprakelijkheid worden toegevoegd waarin staat vermeld dat de software deels is gebaseerd op het werk van het FreeType-team. We raden u ook aan een URL naar de FreeType-webpagina toe te voegen aan uw documentatie hoewel dit niet verplicht is.
Deze voorwaarden zijn van toepassing op elke software die is afgeleid van of gebaseerd op het FreeType Project, niet alleen op de ongewijzigde bestanden. Als u ons werk gebruikt, moet u dat aangeven. U hoeft ons er echter niet voor te betalen.
3. Reclame
De auteurs en bijdragers van FreeType noch u mogen de naam gebruiken voor commerciële doeleinden, reclame of promotiedoeleinden zonder uitdrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming.
We raden u aan, hoewel dit niet is vereist, een of meer van de volgende termen te gebruiken om naar deze software te verwijzen in uw documentatie of reclamemateriaal: 'FreeType Project', 'FreeType-systeem', 'FreeType-bibliotheek' of 'FreeType-distributie'.
Aangezien u deze licentie niet hebt ondertekend, hoeft u er niet mee akkoord te gaan. Aangezien het FreeType Project echter auteursrechtelijk beschermd materiaal is, verleent alleen deze licentie, of een andere die is aangegaan met de auteurs, u het recht dit te gebruiken, te verspreiden en te wijzigen. Door het FreeType Project te gebruiken, te verspreiden of te wijzigen, geeft u daarom aan dat u alle voorwaarden van deze licentie begrijpt en ermee akkoord gaat.
4. Contact
Er zijn twee mailinglijsten met betrekking tot FreeType:
freetype@nongnu.org
Hier worden het algemene gebruik en toepassingen van FreeType besproken, evenals toekomstige en gewenste toevoegingen aan de bibliotheek en distributie. Als u op zoek bent naar ondersteuning, begint u in deze lijst als u de gezocht informatie niet hebt gevonden in de documentatie.
■ freetype-devel@nongnu.org
Hier worden fouten, het interne systeem, ontwerpproblemen, specifieke licenties, porting en dergelijke besproken.
U vindt onze homepage op
http://www.freetype.org
Afvalverwerking van de computer en de computeraccu's
De computeraccu is niet toegankelijk voor de gebruiker. Neem contact op met een geautoriseerde TOSHIBA-servicedienst voor informatie over afvalverwerking van de computer en de accu's.
Algemene voorzorgsmaatregelen
TOSHIBA-computers bieden optimale veiligheid en optimaal gebruikerscomfort; bovendien zijn ze robuust, een belangrijke eigenschap voor draagbare computers. U moet echter bepaalde voorzorgsmaatregelen nemen om het risico van lichamelijk letsel of beschadiging van de computer verder te beperken.
Lees de onderstaande algemene aanwijzigen en let op de waarschuwingen die in de handleiding worden gegeven.
Zorg voor afdoende ventilatie
Zorg er altijd voor dat er afdoende ventilatie beschikbaar is voor de computer en de netadapter en dat deze apparaten zijn beschermd tegen oververhitting als de stroom wordt ingeschakeld of als een netadapter wordt aangesloten op een stopcontact (zelfs als de computer in de slaapstand staat). Let hierbij op het volgende:
Dek de computer of netadapter nooit met een voorwerp af.
Plaats de computer of netadapter nooit in de buurt van een warmtebron, zoals een elektrische deken of een verwarmingstoestel.
Bedek of blokkeer de luchtopeningen nooit.
Plaats de computer voor gebruik altijd op een harde, vlakke ondergrond. Als u de computer gebruikt op een tapijt of een ander zacht materiaal, kunnen de ventilatieopeningen worden geblokkeerd.
Zorg altijd voor voldoende ruimte rondom de computer.
Oververhitting van de computer of de netadapter kan resulteren in systeemstoringen, schade aan computer of netadapter of brand, met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Een gebruiksvriendelijke omgeving inrichten
Plaats de computer op een egaal oppervlak dat groot genoeg is voor de computer en eventuele andere apparaten die u nodig hebt, zoals een printer.
Laat voldoende ruimte vrij rondom de computer en andere apparatuur voor een adequate ventilatie. De apparaten kunnen anders oververhit raken.
Houd uw computer in optimale werkconditie door de werkplek niet bloot te stellen aan:
■ Stof, vocht en direct zonlicht.
■ Apparatuur met sterke magnetische velden, zoals stereoluidsprekers (andere dan die op de computer zijn aangesloten) of een headset.
Plotselinge veranderingen in temperatuur of vochtigheid, en warmtebronnen zoals radiatoren en airconditioningroosters.
■ Extreme hitte, koude of vochtigheid.
■ Vloeistoffen en bijtende chemicaliën.
Blessures door overbelasting
Lees zorgvuldig de Instructiehandleiding voor veiligheid en comfort. Hierin wordt toegelicht hoe u hand- en polsblessures als gevolg van langdurig toetsenbordgebruik kunt voorkomen. Dit document bevat eveneens informatie over het inrichten van de werkplek, de lichaamshouding en de verlichting, met behulp waarvan u lichamelijke overbelasting kunt reduceren.
Letsel door verhitting
Vermijd langdurig lichamelijk contact met de computer. Indien de computer gedurende een langere periode is gebruikt, kan het oppervlak zeer heet worden. Zelfs als de computer niet heet aanvoelt, kan langdurig lichamelijk contact - bijvoorbeeld wanneer u de computer op uw schoot of uw handen op de polssteun laat rusten - resulteren in rode plekken op de huid.
De metalen plaat die de interfacepoorten ondersteunt, kan heet worden. Vermijd daarom rechtstreeks contact met deze plaat na langdurig computergebruik.
Het oppervlak van de netadapter kan bij gebruik heet worden, maar dit is normaal. Als u de netadapter wilt vervoeren, koppelt u deze los en laat u deze eerst afkoelen.
Plaats de netadapter niet op materiaal dat hittegevoelig is, deze kan namelijk schade veroorzaken.
Schade door druk of stoten
Zorg dat de computer niet wordt blootgesteld aan zware druk of harde stoten, hierdoor kunnen onderdelen van de computer worden beschadigd of storingen optreden.
Om een lange levensduur en storingsvrij gebruik te waarborgen dient u de computer stofvrij te houden en voorzichtig te zijn met vloeistoffen in de buurt van de computer.
Mors geen vloeistoffen in de computer. Als de computer vochtig wordt, sluit de stroom dan meteen af en laat de computer helemaal droog worden. In deze omstandigheden moet u de computer laten nakijken door een bevoegde servicemedewerker om de schade vast te stellen.
■ Reinig de plastic delen van de computer met een licht bevochtigde doek.
U kunt het beeldscherm reinigen door een kleine hoeveelheid reinigingsmiddel op een zachte, schone doek te sproeien en het scherm voorzichtig af te vegen.

Sproei schoonmaakmiddel nooit rechtstreeks op de computer en laat er geen vloeistof inlopen. Gebruik nooit bijtende chemicaliën om de computer te reinigen.
De computer verplaatsen
Hoewel de computer is ontworpen voor flexibel dagelijks gebruik, dient u enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen te treffen wanneer u de computer verplaatst om te zorgen dat het systeem probleemloos blijft werken.
Zorg dat alle schijfactiviteit is gestopt voordat u de computer verplaatst.
■ Schakel de computer uit (afsluiten).
Koppel de netadapter en alle randapparaten los alvorens de computer te verplaatsen.
■ Sluit het beeldscherm (laptopmodus).
- Til de computer niet op aan het beeldscherm.
■ Voordat u de computer optilt, moet deze zijn gesloten, de adapter afgekoppeld en afgekoeld. Nalatigheid van deze instructie kan tot een lichte brandwond leiden.
Let erop dat er niet tegen de computer wordt gedrukt of gestoten. Als u zich niet aan deze instructie houdt, kan dat leiden tot beschadiging van de computer, storingen of gegevensverlies.
Vervoer uw computer nooit als er nog kaarten zijn geplaatst. Dit kan leiden tot schade aan de computer en/of aan de kaart waardoor de computer niet meer werkt.
- Gebruik een geschikte draagtas wanneer u de computer vervoert.
Houd de computer stevig vast wanneer u deze draagt om zo stoten en vallen te vermijden.
■ Houd de computer tijdens het dragen niet aan uitstekende delen vast.
Mobiele telefoons
Let erop dat het gebruik van mobiele telefoons kan leiden tot storingen in het audiosysteem. Hoewel de werking van de computer hierdoor niet wordt beïnvloed, verdient het aanbeveling om tijdens telefoongesprekken een afstand van minimaal 30 cm in acht te nemen tussen de computer en de mobiele telefoon.
Instructiehandleiding voor veiligheid en comfort
Alle belangrijke informatie voor veilig en juist gebruik van deze computer wordt beschreven in de bijgesloten Instructiegids voor veiligheid en comfort. Lees deze gids voordat u de computer gebruikt.
Veiligheidspictogrammen
Veiligheidspictogrammen worden in deze handleiding gebruikt om u attent te maken op belangrijke informatie. Elk type mededeling wordt aangeduid zoals hieronder wordt geïllustreerd.

Duidt op een potentieel gevaarlijke situatie die bij veronachtzaming van de instructies kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel.

In dit soort mededelingen wordt u gewaarschuwd dat incorrect gebruik van apparatuur of het negeren van instructies kan resulteren in gegevensverlies, beschadiging van de apparatuur of licht letsel.

Opmerking. Een opmerking is een tip of aanwijzing die u helpt de apparatuur optimaal te gebruiken.
Hoofdstuk 2
Aan de slag
Dit hoofdstuk bevat een controlelijst voor de apparatuur en alle basisgegevens om met uw computer aan de slag te gaan.

Sommige voorzieningen die in deze handleiding worden toegelicht, functioneren wellicht niet correct als u een besturingssysteem gebruikt dat niet vooraf door TOSHIBA is geïnstalleerd.
Controlelijst van apparatuur
Pak de computer voorzichtig uit en bewaar de doos en het verpakkingsmateriaal voor toekomstig gebruik.
Hardware
Controleer of u de volgende items hebt:
■ TOSHIBA draagbare personal computer
■ TOSHIBA-toetsenborddock (aan de computer bevestigd)
■ Netadapter en netsnoer (stekker met 2 of 3 pinnetjes)
Documentatie
Aan de slag
■ Instructiehandleiding voor veiligheid en comfort
Garantie-informatie
Neem onmiddellijk contact op met uw leverancier als een of meer items ontbreken of beschadigd zijn.
Twee bedieningsmodi
De computer wordt geleverd met een TOSHIBA-toetsenborddock en ondersteunt twee bedieningsmodi, waardoor de computer gemakkelijk kan worden veranderd van een tablet-pc in een laptop-pc. In deze handleiding wordt de bedieningsmodus van de computer als tablet-pc de 'tabletmodus' genoemd en als laptop-pc de 'laptopmodus'.
Conventies
In deze handleiding worden de volgende notatieconventies gebruikt voor het beschrijven, identificeren en markeren van termen en bedieningsprocedures.
| HDD of Hard Disk Drive(vasteschijfstation) | Sommige modellen zijn uitgerust met een solid-state drive (SSD) in plaats van een vaste schijf.In deze handleiding verwijst de term 'vaste schijf' ook naar de SSD, tenzij anders wordt aangegeven. |
| Klikken Tik op het touchpad of klik eenmaal op de linker touchpadbesturingsknop.Klik eenmaal met de linkermuisknop.Tik tweemaal op het touchscreen. | |
| Klikken met de rechtermuisknop | Klik eenmaal op de rechter touchpadbesturingsknop.Klik eenmaal met de rechtermuisknop.Druk op het touchscreen en laat uw vinger staan. |
| Dubbelklikken Tik tweemaal op het touchpad of klik tweemaal op de linker touchpadbesturingsknop.Klik tweemaal met de linkermuisknop.Tik tweemaal op het touchscreen. | |
| Charm Als u veegt vanaf de rechterrand of met de muisaanwijzer de rechterbenedenhoek (of rechterbovenhoek) van het scherm aanwijst, verschijnt er een lijst met charms: Zoeken, Delen, Starten, Apparaten en Instellingen. | |
| Bureaublad Klik op de tegel Bureaublad in het startscherm om het bureaublad weer te geven. | |
| Startscherm U kunt als volgt vanuit een app of het bureaublad teruggaan naar het startscherm:Klik op de charm Starten.Verplaats de muisaanwijzer helemaal naar de linkerbenedenhoek van het scherm en klik op de knop Start (Gebruik de toets met het Windows®-logo ( ) op het toetsenbord.Druk op de Windows®-knop (op de computer.Raadpleeg Help en ondersteuning van Windows voor meer informatie. | |
De weergave Apps U vindt alle apps, waaronder
bureaubladprogramma's, in de weergave Apps.
U opent de weergave Apps als volgt:
■ Verplaats de muisaanwijzer en klik op het pictogram oinksonder op het scherm.
■ Schuif omhoog vanaf het midden van het startscherm.
De computer voor het eerst gebruiken

Zorg dat u de bijgesloten Instructiehandleiding voor veiligheid en comfort hebt gelezen om deze computer veilig en juist te gebruiken. De handleiding is bedoeld om u comfortabeler en productiever met laptops te laten werken. Als u de aanbevelingen in deze handleiding volgt, verkleint u de kans op pijnlijk of blijvend letsel aan uw handen, armen, schouders of nek.
Dit hoofdstuk bevat basisinformatie om met de computer aan de slag te gaan. De volgende onderwerpen worden behandeld:
Het TOSHIBA-toetsenborddock aansluiten/verwijderen
■ De netadapter aansluiten
■ Het apparaat inschakelen
Eerste configuratie

- Gebruik een programma voor viruscontrole en zorg ervoor dat dit regelmatig wordt bijgewerkt.
- Formatteer opslagmedia nooit zonder eerst de inhoud ervan te controleren. Tijdens het formatteren gaan alle opgeslagen gegevens verloren.
Het is verstandig om af en toe een back-up op externe media te maken van de interne vaste schijf of van een ander primair opslagapparaat. Algemene opslagmedia zijn niet duurzaam of stabiel op de lange termijn en onder bepaalde omstandigheden kan dit resulteren in gegevensverlies.
Voordat u een apparaat of toepassing installeert, zorgt u ervoor dat alle gegevens in het geheugen worden opgeslagen op de vaste schijf of op een ander opslagmedium. Als u dat niet doet, kan dit mogelijk resulteren in gegevensverlies.
Het TOSHIBA-toetsenborddock aansluiten/verwijderen
Met het TOSHIBA-toetsenborddock kunt u uw tablet veranderen in een laptop, waarbij u over een fysiek toetsenbord en over extra poorten beschikt.
Als u de tablet wilt gebruiken in de laptopmodus, moet u het TOSHIBA-toetsenborddock op de tablet aansluiten door de volgende stappen uit te voeren:
-
Houd het scherm met twee handen vast aan de linker- en rechterzijde.
-
Lijn de bevestigingsgaatjes op de tablet uit met de pinnetjes op het toetsenborddock.
Als u het Windows-logo op de tablet uitlijnt met de markering die het midden van het toetsenborddock aangeeft, zoals in de afbeelding, kunt u ze gemakkelijker koppelen.
- Druk de tablet omlaag totdat deze vastklikt. De dockingaansluiting op het toetsenborddock wordt vastgezet met de dockinginterface op de tablet.
Afbeelding 2-1 Het toetsenborddock aansluiten

De vormgeving van het product verschilt per model.
-
Pinnetjes
-
Dockingaansluiting
-
Windows-logo 4. Middenmarkering
Als u werkt in de laptopmodus, kunt u het beeldscherm in verschillende hoeken openen voor een optimale weergave.
Houd de polssteun met één hand naar beneden, zodat het toetsenborddock niet wordt opgetild. Til het scherm nu langzaam op, waarna de hoek van het beeldscherm zo kan worden ingesteld dat de helderheid optimaal is.
Afbeelding 2-2 Het beeldscherm openen

De vormgeving van het product verschilt per model.

Wees voorzichtig bij het openen en sluiten van het beeldscherm. Als u het scherm te ruw opent of dichtklapt, bestaat het risico dat u de computer beschadigt.

Let op dat u het beeldscherm niet te ver opent aangezien dit de scharnieren kan overbelasten en schade kan veroorzaken.
Sluit het scherm wanneer u de computer verplaatst of draagt.
- Til de computer niet op aan het beeldscherm of de polssteun op het toetsenborddock. Als u dit wel doet, kan de computer beschadigd raken of kan dit leiden tot lichte verwondingen
Duw of druk niet met veel kracht op het beeldscherm omdat de computer dan onstabiel kan worden en kan omvallen.
Sluit de computer niet als zich pennen of andere voorwerpen tussen het beeldscherm en het toetsenborddock bevinden.
Let op dat u uw vingers niet bezeert wanneer u de tablet koppelt aan het toetsenborddock.
Verwijder de tablet nooit zonder de ontgrendeling te openen omdat anders de computer beschadigd kan raken.
Draai de computerhouder nooit om terwijl de computer niet is gekoppeld. Doet u dat wel, dan kan dit leiden tot schade of mogelijk tot mechanische defecten.

Voer de onderstaande stappen uit om de computer los te koppelen van het toetsenborddock en te verwijderen:

Als u zich niet aan de procedures houdt, kan dit leiden tot gegevensverlies.
-
Koppel alle randapparaten en kabels los die op de computer zijn aangesloten en verwijder ze.
-
Klik op het pictogram Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen ( ) op de Windows-taakbalk en klik daarna op Dockingstation uitwerpen. Er wordt een melding weergegeven dat u de computer nu veilig kunt verwijderen.
-
Schuif de ontgrendeling naar rechts (ontgrendelde positie) en til de computer daarna langzaam op om deze uit de computerhouder te halen en uit het toetsenborddock te verwijderen. (a, b)
Afbeelding 2-3 De computer uit het toetsenborddock verwijderen

1. Ontgrendeling 2. Computerhouder
Het uiterlijk van de computer hangt af van het gekochte model.

Er verschijnt een pop-upmelding om de dockingstatus aan te geven. U kunt deze melding uitschakelen door de optie Toetsenborddockingstation uit te schakelen in de TOSHIBA-systeeminstellingen.
De netadapter aansluiten
Sluit de netadapter aan wanneer u de accu moet opladen of via de netvoeding wilt werken. Dit is tevens de snelste manier om aan de slag te gaan, omdat de accu eerst moet worden opgeladen voordat u het apparaat hiermee van stroom kunt voorzien.
De netadapter kan zich automatisch aanpassen aan elke spanning tussen 100 en 240 volt en aan een frequentie van 50 of 60 hertz, waardoor u de computer in praktisch elk land of gebied kunt gebruiken. De netadapter zet
wisselstroom om in gelijkstroom en reduceert de spanning die aan de computer wordt geleverd.

Gebruik altijd de TOSHIBA-netadapter die bij uw computer is meegeleverd of gebruik een andere netadapter die door TOSHIBA wordt aanbevolen om het risico van brand of andere schade aan de pc te vermijden. Het gebruik van een incompatibele netadapter kan leiden tot brand of schade aan de computer, mogelijk met ernstig letsel tot gevolg. TOSHIBA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door het gebruik van een incompatibele adapter.
Sluit de netadapter nooit aan op een voedingsbron die niet overeenstemt met de spanning en frequentie die op het voorschriftetiket van het apparaat zijn vermeld. Als u dat niet doet, kunnen er brand of elektrische schokken optreden met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Gebruik of koop altijd netsnoeren die overeenstemmen met de wettelijke specificaties en voorschriften met betrekking tot spanning en frequentie die gelden in het land van gebruik. Als u dat niet doet, kunnen er brand of elektrische schokken optreden met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Het meegeleverde netsnoer voldoet aan de veiligheidsregels en -voorschriften in de regio waarin de computer wordt verkocht en mag niet buiten deze regio worden gebruikt. Voor gebruik in andere regio's dient u een netsnoer aan te schaffen dat voldoet aan de veiligheidsregels en -voorschriften in die regio.
Gebruik geen verloopstekker van 3-pins naar 2-pins.
Wanneer u de netadapter op de computer aansluit, dient u de stappen exact uit te voeren in de volgorde die wordt beschreven in deze handleiding. Het aansluiten van het netsnoer op een stopcontact moet de laatste stap zijn. Als u deze handeling in een eerder stadium verricht, kan de gelijkstroomuitgangsstekker van de netadapter onder stroom komen te staan, waardoor u het risico van een elektrische schok of persoonlijk letsel loopt. Raak voor de veiligheid geen metalen onderdelen aan.
Plaats de computer of netadapter nooit op een houten oppervlak, meubelstuk of een ander oppervlak dat door verhitting kan beschadigen. Tijdens normaal gebruik zal de temperatuur aan de onderkant van de computer en de buitenkant van de netadapter namelijk stijgen.
Plaats de computer of netadapter altijd op een vlak en hard, warmtebestendig oppervlak.
Raadpleeg de bijgesloten Instructiegids voor veiligheid en comfort voor gedetailleerde voorzorgsmaatregelen en bedieningsinstructies.
- Sluit het netsnoer op de netadapter aan.
Afbeelding 2-4 Het netsnoer op de netadapter aansluiten (2-pins stekker)

Afbeelding 2-5 Het netsnoer op de netadapter aansluiten (3-pins stekker)

Een 2- of 3-pins adapter/snoer wordt met de computer meegeleverd, afhankelijk van het model.
- Sluit de gelijkstroomuitgangsstekker van de netadapter aan op de DC IN-ingang (19 V).
Afbeelding 2-6 De gelijkstroomuitgangsstekker op de computer aansluiten (laptopmodus)

De vormgeving van het product verschilt per model.
- Gelijkstroomingang (19 V) 2. Gelijkstroomuitgangsstekker
Afbeelding 2-7 De gelijkstroomuitgangsstekker op de computer aansluiten (tabletmodus)

De vormgeving van het product verschilt per model.
-
Gelijkstroomingang (19 V)
-
Gelijkstroomuitgangsstekker
-
Steek het netsnoer in een stopcontact. Het DC IN-/acculampje gaat branden.
Het apparaat inschakelen
In deze paragraaf wordt beschreven hoe u de computer aanzet. Het aan/uit-lampje geeft de status aan. Raadpleeg het gedeelte Beschrijving van de stroomvoorzieningsomstandigheden voor meer informatie.

Nadat u het apparaat voor het eerst hebt ingeschakeld, dient u dit niet uit te zetten voordat het besturingssysteem is geïnstalleerd.
■ Het volume kan niet worden aangepast tijdens de installatie van Windows.
- Open het beeldscherm.
- Druk op de aan/uit-knop van de computer.
Afbeelding 2-8 Het apparaat inschakelen

1. Aan/uit-knop
De vormgeving van het product verschilt per model.
Eerste configuratie
Het opstartscherm van Windows wordt als eerste weergegeven wanneer u de computer aanzet. Volg de aanwijzingen in elk scherm om het besturingssysteem te installeren.

Lees zorgvuldig de Licentievoorwaarden door wanneer deze worden weergegeven.
Kennismaken met Windows
Voor meer informatie over nieuwe onderdelen en het gebruik van Windows raadpleegt u Help en ondersteuning van Windows.
Startscherm
Het startscherm vormt het startpunt voor alles wat u kunt doen in het Windows-besturingssysteem en biedt nieuwe, eenvoudige manieren om toegang te krijgen tot alles wat u maar nodig hebt, van uw favoriete apps en websites tot uw contactpersonen en andere belangrijke informatie.
In het startscherm kunt u typen om te vinden wat u zoekt. Van hieruit kunt u gemakkelijk schakelen tussen resultaten voor apps, bestanden en meer.
Windows-taakbalk
Wijs de onderrand aan om de Windows-taakbalk op het startscherm weer te geven. (Als u de Windows-taakbalk naar een andere rand hebt verplaatst, wijst u die aan.)
U ziet alle recentelijk gebruikte apps op de Windows-taakbalk.
Pictogram Energiebeheer
Het startscherm biedt een handige manier om de slaap- of sluimerstand in te schakelen of de computer af te sluiten. Klik op het aan/uit-pictogram ( ⏻ ) rechtsboven op het startscherm en selecteer daarna de gewenste stand.
Charms
Met de Windows-charms kunt u apps starten, documenten zoeken, systeemonderdelen instellen en de meeste andere computertaken uitvoeren.
Als u de muisaanwijzer in de rechterbenedenhoek van het scherm plaatst, ziet u een reeks charms: Zoeken, Delen, Start, Apparaten en Instellingen.

ZoekenMet deze charm kunt u zoeken op de computer (apps, instellingen en bestanden), op internet of in een app. U vindt het pictogram Zoeken ook rechtsboven op het startscherm.

DelenMet deze charm kunt u items (koppelingen, foto's en meer) delen.

StartMet deze charm gaat u naar het startscherm of, als u zich al in het startscherm bevindt, keert u terug naar de vorige app.

ApparatenMet deze charm kunt u uw hardware beheren.

InstellingenVia deze charm hebt u toegang tot de instellingen van de computer (volume, helderheid, internetverbinding en meer).
Tegels
Tegels zijn toegankelijk en kunnen worden gestart via het startscherm.
Het startscherm bevat gewoonlijk de tegels Bureaublad en E-mail en tegels voor alle andere toepassingen die naar uw systeem zijn gedownload.
Windows Store
Hoewel veel toepassingen vooraf op uw computer zijn geïnstalleerd of zijn ingebouwd, kunt u ook veel andere toepassingen downloaden met één klik met de muis.
In de Windows Store kunt u zoeken en bladeren naar duizenden apps, gegroepeerd in overzichtelijke categorieën.
Aanmeldopties
Windows biedt een aantal aanmeldopties, waaronder verificatie door middel van Wachtwoord ( ), Pincode ( ) en
Afbeeldingswachtwoord ( ) om toegang door onbevoegden te voorkomen. U kunt een optie selecteren op het Windows-aanmeldscherm door te klikken op aanmeldopties als er meerdere aanmeldmethoden zijn ingesteld voor een gebruikersaccount. Verificatie door middel van wachtwoord is de standaardaanmeldoptie.
Het apparaat uitschakelen
U kunt de computer uitschakelen in een van de volgende modi: afsluitmodus, slaapstand of sluimerstand.
Afsluitmodus
Wanneer u het apparaat uitschakelt in de afsluitmodus, worden er geen gegevens opgeslagen. De volgende keer dat u de computer aanzet, wordt het hoofdscherm van het besturingssysteem weergegeven.
- Als u gegevens hebt ingevoerd, slaat u deze op op de vaste schijf of een opslagmedium.
- Controleer of alle schijfactiviteit is gestopt voordat u de schijf verwijdert.

Als u de computer uitzet terwijl er nog schijfactiviteit plaatsvindt, kunnen gegevens verloren gaan of de schijf beschadigd raken.
Zet het apparaat nooit uit terwijl een toepassing actief is. Dit zou tot gegevensverlies kunnen leiden.
Zet het apparaat nooit uit, koppel nooit een extern opslagapparaat los en verwijder nooit opslagmedia tijdens het lezen/schrijven van gegevens. Als u dat wel doet, kan dit tot gegevensverlies leiden.
-
Klik op het aan/uit-pictogram (_) op het startscherm en selecteer Afsluiten.
-
Schakel eventuele randapparaten die op de computer zijn aangesloten uit.

Zet de computer of de randapparaten niet direct weer aan. Wacht korte tijd om mogelijke beschadiging te voorkomen.
De computer opnieuw opstarten
In bepaalde omstandigheden moet u de computer opnieuw instellen (ofwel een reset uitvoeren), bijvoorbeeld:
Als u bepaalde computerinstellingen hebt gewijzigd.
U kunt de computer op meerdere manieren opnieuw opstarten:
Klik op het aan/uit-pictogram ( ) op het startscherm en selecteer Opnieuw opstarten.
Klik in de charm Instellingen op Aan/uit en selecteer Opnieuw opstarten.
Druk tegelijkertijd (eenmaal) op CTRL, ALT en DEL om het menuvenster weer te geven en selecteer Opnieuw opstarten door te klikken op het voedingspictogram (in de rechterbenedenhoek
Slaapstand
Als u uw werk moet onderbreken, kunt u de computer uitschakelen zonder dat u de software hoeft te sluiten door de computer in de slaapstand te zetten. In deze modus worden de gegevens opgeslagen in het hoofdgeheugen van de computer, zodat u kunt verder werken waar u was gebleven wanneer u de computer weer inschakelt.

Als u de computer moet uitschakelen aan boord van een vliegtuig of op een plaats waar elektronische apparaten worden bestuurd of bediend, dient u de computer altijd helemaal uit te zetten. Hierbij moet u ook functies voor draadloze communicatie uitschakelen en instellingen annuleren die de computer automatisch activeren, zoals een opnametimer. Als u de computer niet volledig op deze manier uitschakelt, kan het besturingssysteem opnieuw worden geactiveerd en voorgeprogrammeerde taken uitvoeren of niet-opgeslagen gegevens opslaan en zo luchtvaart- of andere systemen verstoren, wat mogelijk ernstig letsel kan veroorzaken.

Vergeet niet uw gegevens op te slaan alvorens de computer in de slaapstand te zetten.
Schakel niet over naar de slaapstand terwijl gegevens worden overgezet naar externe media, zoals USB-apparaten, geheugenmedia of andere externe geheugenapparaten. Doet u dit toch, dan gaan gegevens verloren.

Als de netadapter is aangesloten, wordt de computer in de slaapstand gezet op basis van de instellingen in Energiebeheer (dat u opent via Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Systeem en beveiliging -> Energiebeheer op het bureaublad).
Als u de werking van de computer wilt herstellen nadat de slaapstand is geactiveerd, houdt u de aan/uit-knop of een toets op het toetsenbord gedurende korte tijd ingedrukt. Houd er rekening mee dat de toetsenbordtoetsen alleen kunnen worden gebruikt als de optie Activering op toetsenbord is ingeschakeld in de TOSHIBA-systeeminstellingen.
Als de computer automatisch in de slaapstand wordt gezet terwijl een netwerktoepassing actief is, wordt deze toepassing mogelijk niet hersteld wanneer de computer de volgende keer wordt ingeschakeld en uit de slaapstand wordt gehaald.
Als u wilt voorkomen dat de computer automatisch in de slaapstand wordt gezet, schakelt u de slaapstand uit in Energiebeheer.
Als u de hybride slaapfunctie wilt gebruiken, configureert u deze via Energiebeheer.
Voordelen van de slaapstand
De slaapstand biedt de volgende voordelen:
De vorige werkomgeving wordt sneller hersteld dan met de sluimerstand.
De functie bespaart energie door het systeem af te sluiten wanneer geen hardwareactiviteit plaatsvindt of de computer geen invoer ontvangt in de tijdsduur die is ingesteld met de functie Slaapstand.
■ U kunt de functie Uitschakelen via LCD gebruiken.
De slaapstand uitvoeren
U kunt de slaapstand op een van de volgende manieren activeren:
Klik op het aan/uit-pictogram (op het startscherm en selecteer Slaapstand
Klik in de charm Instellingen op Aan/uit en selecteer Slaapstand.
■ Sluit het beeldscherm. Deze functie moet zijn ingeschakeld via Energiebeheer.
Druk op de aan/uit-knop. Deze functie moet zijn ingeschakeld via Energiebeheer.
Wanneer u de computer weer inschakelt, kunt u uw werk hervatten op het punt waar u was opgehouden toen u de computer afsloot.

Wanneer de computer in de slaapstand staat, knippert het aan/uit-lampje wit.
Als u de computer via de accu gebruikt, kunt u de gebruiksduur verlengen door af te sluiten in de sluimerstand, aangezien de slaapstand meer energie gebruikt als de computer uit staat.
Beperkingen van de slaapstand
In de volgende omstandigheden werkt de slaapstand niet:
De computer wordt onmiddellijk na het afsluitproces weer aangezet.
- Geheugenschakelingen zijn blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische ruis.
Sluimerstand
De sluimerstand zorgt ervoor dat de inhoud van het geheugen op de vaste schijf wordt opgeslagen wanneer de computer wordt uitgeschakeld zodat de vorige toestand wordt hersteld wanneer de computer weer wordt aangezet. Vergeet niet dat de status van de randapparaten die op de computer zijn aangesloten, niet wordt opgeslagen bij het inschakelen van de sluimerstand.

Sla uw gegevens op. Wanneer de sluimerstand wordt geactiveerd, wordt de inhoud van het geheugen op de vaste schijf opgeslagen. U kunt uw gegevens voor de zekerheid echter het beste handmatig opslaan.
Als u de netadapter loskoppelt voordat het opslagproces is voltooid, gaan gegevens verloren.
Schakel niet over naar de sluimerstand terwijl gegevens worden overgezet naar externe media, zoals USB-apparaten, geheugenmedia of andere externe geheugenapparaten, aangezien er dan gegevens verloren gaan.
Voordelen van de sluimerstand
De sluimerstand biedt de volgende voordelen.
■ Wanneer de computer automatisch wordt afgesloten omdat de accu bijna leeg is, worden gegevens op de vaste schijf opgeslagen.
Na het inschakelen van de computer kunt u direct naar uw vorige werkomgeving terugkeren.
De functie bespaart energie door het systeem af te sluiten wanneer geen hardwareactiviteit plaatsvindt of de computer geen invoer ontvangt in de tijdsduur die is ingesteld met de functie Sluimerstand.
■ U kunt de functie Uitschakelen via LCD gebruiken.
Sluimerstand activeren
Als u de sluimerstand wilt inschakelen, klikt u op het aan/uit-pictogram ( ⏻ ) op het startscherm en selecteert u Sluimerstand.

Als u Sluimerstand wilt weergeven in het menu Aan/uit, moet u de volgende stappen uitvoeren:
- Klik op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Systeem en beveiliging -> Energiebeheer op het bureaublad.
- Klik op Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen of Het gedrag van het sluiten van het deksel bepalen.
- Klik op Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn.
-
Schakel het selectievakje Sluimerstand in bij instellingen voor Uitschakelen.
-
Klik op de knop Wijzigingen opslaan.
De computer wordt automatisch in de sluimerstand gezet wanneer u op de aan/uit-knop drukt of het scherm sluit. Om deze instellingen in te voeren kunt u de volgende stappen nemen:
- Klik op Energiebeheer en klik daarna op Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen of Het gedrag van het sluiten van het deksel bepalen.
- Activeer de gewenste sluimerstandinstellingen voor Als ik op de aan/uit-knop druk en Als ik het scherm sluit.
- Klik op de knop Wijzigingen opslaan.
Gegevensopslag in de sluimerstand
Zodra u de computer in de sluimerstand afsluit, worden de gegevens uit het geheugen op de vaste schijf opgeslagen, wat enkele ogenblikken zal duren.
Nadat u de computer hebt uitgeschakeld en de geheugeninhoud op de vaste schijf is opgeslagen, dient u eventuele randapparaten uit te schakelen.

Schakel de computer of randapparaten niet meteen weer in. Wacht even tot alle condensatoren volledig zijn ontladen.
Hoofdstuk 3
Rondleiding
In dit hoofdstuk worden de verschillende onderdelen van de computer beschreven. Het wordt aanbevolen vertrouwd te raken met elk onderdeel voordat u de computer gebruikt.
Wettelijke voetnoot (niet-toepasselijke pictogrammen)
Raadpleeg het gedeelte Wettelijke voetnoten voor meer informatie over niet-toepasselijke pictogrammen.

Ga voorzichtig om met de computer om krassen of beschadiging van het oppervlak te voorkomen.
De computer (tabletmodus)
In de volgende afbeelding ziet u de belangrijkste onderdelen van de computer.
Afbeelding 3-1 De computer in de tabletmodus

- Beeldscherm 11. Knop volume omhoog/omlaag
- Webcam 12. HDMI(micro)-poort
- Webcamlampje 13. Universal Serial Bus-poort (USB 2.0)
-
Omgevingslichtsensor 14. Gecombineerde hoofdtelefoon-/microfoonaansluiting
-
Microfoon 15. DC IN-/acculampje
- Microfoon 16. Geheugenmediasleuf
- Windows-knop 17. Dockinginterface
- Luidsprekers
- Antennes voor draadloze communicatie (niet zichtbaar)
-
Aan/uit-knop
-
Gaatje voor gedwongen uitschakelen
- Gaten voor haakjes
- Gelijkstroomingang (19 V)
De vormgeving van het product verschilt per model.
| Beeldscherm | LCD-scherm van 33.8 cm (13.3 inch), geconfigureerd met de volgende resoluties:■ 1366 pixels horizontaal x 768 pixels verticaalDenk eraan dat als de computer door de accu wordt gevoed, het scherm er niet zo helder uit zal zien als wanneer u een netadapter gebruikt. Dit verschil in helderheid dient om accu-energie te besparen wanneer de computer op de accu werkt. |

Wettelijke voetnoot (LCD)
Raadpleeg het gedeelte Wettelijke voetnoten voor meer informatie over het LCD-scherm.
Webcam Een webcam is een apparaat waarmee u video kunt opnemen of foto's kunt maken met uw computer. U kunt deze camera gebruiken voor videochats of videovergaderingen via een communicatieprogramma.
■ Richt de webcam niet direct op de zon.
Raak de lens van de webcam niet aan en druk er niet op. Als u dat wel doet, kan de beeldkwaliteit afnemen. Gebruik een brillendoekje (lensdoekje) of andere zachte doek om de lens te reinigen als deze vuil wordt.
Webcamlampje Het webcamlampje brandt wanneer de webcam wordt gebruikt.
Omgevingslichtsensor De omgevingslichtsensor kan de kwaliteit en sterkte van het licht detecteren en deze informatie gebruiken om de helderheid van het scherm automatisch aan te passen.

Dek de omgevingslichtsensor niet af omdat deze anders niet correct werkt.
Microfoon Met de ingebouwde microfoon kunt u geluid voor uw toepassing importeren en opnemen. Raadpleeg het gedeelte Geluidssysteem en videomodus voor meer informatie.

Windows-knop Druk op deze knop om het startscherm te openen.
Stereoluidsprekers Via de luidsprekers kunt u het geluid horen dat door uw software wordt gegenereerd, en de geluidssignalen die door het systeem worden gegenereerd, bijvoorbeeld als de accu bijna leeg is.
Antennes voor draad-loze communicatie De computer is voorzien van een draadloos LAN/Bluetooth-antenne.
Wettelijke voetnoot (draadloos LAN)

Raadpleeg het gedeelte Wettelijke voetnoten voor meer informatie over draadloos LAN.
Aan/uit-knop Druk op deze knop om de computer in of uit te schakelen.
Knop volume omhoog/omlaag Druk op deze knoppen om het volume te verhogen of te verlagen.

HDMI(micro)-poort Op de HDMI(micro)-poort kan een HDMI-kabel met een D-type stekker worden aangesloten.
Een HDMI-kabel verzendt video- en audiosignalen. Daarnaast kan deze kabel besturingssignalen verzenden en ontvangen.
Raadpleeg het gedeelte De HDMI(micro)-poort voor meer informatie.

Universal Serial Buspoort (USB 2.0) Eén USB-poort, die voldoet aan de USB 2.0-standaard, bevindt zich in de linkerkant van de computer.
De USB 2.0-poort is niet compatibel met USB 3.0-apparaten.

Het is niet mogelijk om het gebruik van alle functies van alle USB-apparaten die beschikbaar zijn te bevestigen. Sommige functies die zijn gekoppeld aan een specifiek apparaat werken mogelijk niet correct.
Voordat u een USB-apparaat loskoppelt van de USB-poort van de computer, klikt u op het pictogram Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen op de Windows-taakbalk en selecteert u het USB-apparaat dat u wilt verwijderen.

Zorg ervoor dat er nooit metalen voorwerpen, zoals schroeven, nietjes en paperclips, in de USB-poort komen. Metalen voorwerpen kunnen tot kortsluiting leiden, waardoor de beschadigd raakt en er brand ontstaat, met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.

Gecombineerde hoofdtelefoon-/microfoonaansluiting Op de gecombineerde 3,5-mm-mini-hoofdtelefoon-/microfoonaansluiting kunt u een monomicrofoon of stereohoofdtelefoon aansluiten.

DC IN-/acculampje Het DC IN-/acculampje geeft de toestand van de gelijkstroomingang en de lading van de accu aan. Wit betekent dat de accu volledig is opgeladen en dat de netadapter probleemloos werkt. Raadpleeg het gedeelte Beschrijving van de stroomvoorzieningsomstandigheden voor meer informatie over deze functie.

Geheugenmediasleuf In deze sleuf kunt u een SD™/SDHC™/SDXC™-geheugenkaart, miniSD™/microSD™-kaart of MultiMediaCard™ plaatsen. Raadpleeg het gedeelte Geheugenmedia voor meer informatie.

Zorg ervoor dat er nooit metalen voorwerpen, zoals schroeven, nietjes en paperclips, in de geheugenmediasleuf komen. Metalen voorwerpen kunnen tot kortsluiting leiden, waardoor de beschadigd raakt en er brand ontstaat, met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Dockinginterface Op deze interface kan het toetsenborddock worden aangesloten.
Gaatje voor gedwongen afsluiten Steek een dun voorwerp, zoals een naald, in dit gaatje om de computer af te sluiten wanneer het systeem is vastgelopen.
Bevestigingsgaatjes Hierin kunnen de haakjes op het toetsenborddock worden geplaatst, zodat dit stevig wordt bevestigd.

Gelijkstroomingang (19 V) De netadapter wordt op deze ingang aangesloten om de computer van stroom te voorzien en om de interne accu's te laden. Let erop dat u alleen het type netadapter gebruikt dat bij de computer is geleverd ten tijde van de aankoop. Het gebruik van een verkeerde netadapter kan de computer beschadigen.
De computer (laptopmodus)
Voorkant met gesloten beeldscherm
In de volgende afbeelding ziet u de voorzijde van de computer met gesloten beeldscherm.
Afbeelding 3-2 Voorkant van de computer met gesloten beeldscherm

- Aan/uit-lampje 2. Lampje voor draad-loze
communicatie
De vormgeving van het product verschilt per model.

Aan/uit-lampje Het aan/uit-lampje brandt wit als de computer aanstaat. Als u de computer echter in de slaapstand zet, knippert dit lampje wit.

Lampje voor draad-loze communicatie Het lampje voor draadloze communicatie brandt oranje wanneer de functie voor Bluetooth of draadloos LAN is ingeschakeld.
Achterkant
In de volgende afbeelding ziet u de achterkant van de computer.
Afbeelding 3-3 De achterkant van de computer

- Gelijkstroomingang (19 V) 3. Gaatje voor gedwongen uitschakelen
- Universal Serial Bus-poort (USB 3.0)
De vormgeving van het product verschilt per model.

Gelijkstroomingang (19 V) De netadapter wordt op deze ingang aangesloten om de computer van stroom te voorzien en om de interne accu's te laden. Let erop dat u alleen het type netadapter gebruikt dat bij de computer is geleverd ten tijde van de aankoop. Het gebruik van een verkeerde netadapter kan de computer beschadigen.

Universal Serial Bus (USB 3.0)-poort
Eén Universal Serial Bus-poort, die voldoet aan de USB 3.0-standaard, bevindt zich op de achterkant van het toetsenborddock.
De USB 3.0-poort is compatibel met de USB 3.0-standaard en is neerwaarts compatibel met USB 2.0-apparaten.
De poort met het pictogram (⚡) biedt de functie Slaapstand en laden.

De USB 3.0-poort werkt mogelijk als USB 2.0-poort als deze wordt gebruikt in de modus USB Legacy-emulatie.
Het is niet mogelijk om het gebruik van alle functies van alle USB-apparaten die beschikbaar zijn te bevestigen. Sommige functies die zijn gekoppeld aan een specifiek apparaat werken mogelijk niet correct.
Voordat u een USB-apparaat loskoppelt van de USB-poort van de computer, klikt u op het pictogram Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen op de Windows-taakbalk en selecteert u het USB-apparaat dat u wilt verwijderen.

Zorg ervoor dat er nooit metalen voorwerpen, zoals schroeven, nietjes en paperclips, in de USB-poort komen. Metalen voorwerpen kunnen tot kortsluiting leiden, waardoor de beschadigd raakt en er brand ontstaat, met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Gaatje voor gedwongen afsluiten
Steek een dun voorwerp, zoals een naald, in dit gaatje om de computer af te sluiten wanneer het systeem is vastgelopen.
Voorkant met geopend beeldscherm
In deze paragraaf wordt de computer met geopend beeldscherm beschreven. U opent het scherm door dit omhoog te klappen en in een comfortabele kijkhoek te plaatsen.
Afbeelding 3-4 De voorkant van de computer met geopend beeldscherm

- Ontgrendeling 4. Touchpad
- Computerhouder 5. Touchpadbesturingsknoppen
- Toetsenbord
De vormgeving van het product verschilt per model.

Ontgrendeling Schuif de vergrendeling naar rechts om de computer los te koppelen van het toetsenborddock.
Raadpleeg het gedeelte Het TOSHIBA-toetsenborddock aansluiten voor meer informatie.
ComputerhouderDe houder biedt stevige steun voor de computer.
ToetsenbordHet toetsenbord van de computer bevat tekentoetsen, besturingstoetsen, functietoetsen en speciale Windows-toetsen die alle functionaliteit bieden van een volledig toetsenbord.
Raadpleeg het gedeelte Het toetsenbord voor meer informatie.
TouchpadMet het touchpad in de polssteun kunt u de beweging van de schermaanwijzer aansturen.
Als u het touchpad wilt gebruiken, dient u uw vingertop op het touchpad te plaatsen en deze in de richting te bewegen waarin u de schermaanwijzer wilt verplaatsen.
Touchpadbesturings-knoppen
De twee knoppen onder aan het touchpad worden op dezelfde manier gebruikt als de knoppen op een standaardmuis. Druk op de linkerknop om een menuoptie te selecteren of om tekst of afbeeldingen te bewerken die u met de aanwijzer hebt geselecteerd. Druk op de rechterknop om een menu of andere functie weer te geven, afhankelijk van de gebruikte software.
Interne hardwareonderdelen
In dit gedeelte worden de interne hardwareonderdelen van de computer beschreven.
De werkelijke specificaties hangen af van het gekochte model.
Accu Deze computer is voorzien van een accu. U mag deze echter niet zelf proberen te verwijderen of vervangen. Neem zo nodig contact op met een erkende Toshiba-servicedienst. De oplaadbare lithium-ion accu voorziet de computer van stroom wanneer de netadapter niet is aangesloten. Raadpleeg het gedeelte Accu voor meer informatie over het gebruik en de werking van de accu.
Wettelijke voetnoot (gebruiksduur van de accu)
Raadpleeg het gedeelte Wettelijke voetnoten voor meer informatie over de gebruiksduur van de accu.
CPU Het type processor hangt af van het model.
Als u wilt controlleren welk type processor uw model bevat, opent u TOSHIBA PC Health Monitor door te klikken op Desktop Assist -> Ondersteuning & herstel -> PC Health Monitor op het bureaublad en klikt u daarna op Pc-gegevens.
Wettelijke voetnoot (CPU)
Raadpleeg het gedeelte Wettelijke voetnoten voor meer informatie over de CPU.
Vaste schijf of solid-state drive
De capaciteit van de vaste schijf is afhankelijk van het model.
Als u wilt controleren welk type vaste schijf/SSD uw model bevat, opent u TOSHIBA PC Health Monitor door te klikken op Desktop Assist -> Ondersteuning & herstel -> PC Health Monitor op het bureaublad en klikt u daarna op Pc-gegevens.
Houd er rekening mee dat een deel van de ruimte op de vaste schijf wordt gebruikt voor beheerdoeleinden.

In deze handleiding verwijst de term 'vaste schijf' ook naar de SSD, tenzij anders wordt aangegeven.
■ SSD is een opslagmedium met een hoge capaciteit dat solid-state geheugen gebruikt in plaats van een magnetische schijf, zoals een vaste schijf.

In bepaalde ongebruikelijke omstandigheden wanneer de SSD langere tijd niet wordt gebruikt en/of wordt blootgesteld aan hoge temperaturen, kunnen er fouten met betrekking tot het bewaren van gegevens optreden.
Wettelijke voetnoot (capaciteit van vaste schijf)
Raadpleeg het gedeelte Wettelijke voetnoten voor meer informatie over de capaciteit van de vaste schijf.
Video-RAM Het geheugen in de grafische kaart van een
computer, dat wordt gebruikt om het beeld op te slaan dat wordt weergegeven op een bitmapscherm.
De beschikbare hoeveelheid video-RAM is afhankelijk van het systeemgeheugen van de computer.
Klik op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Vormgeving en persoonlijke instellingen -> Beeldscherm -> Resolutie aanpassen op het bureaublad.
U kunt de hoeveelheid video-RAM controlleren door te klikken op de knop Geavanceerde instellingen in het venster Schermresolutie.
Geheugenmodule De geheugenmodule is in de computer geïnstalleerd.
Wettelijke voetnoot (geheugen (hoofdsysteem))
Raadpleeg het gedeelte Wettelijke voetnoten voor meer informatie over het geheugen (hoofdsysteem).
De prestaties van de Graphics Processing Unit (GPU) hangen af van het productmodel, de ontwerpconfiguratie, de toepassingen, de instellingen voor energiebeheer en de gebruikte functies. De GPU-prestaties worden alleen geoptimaliseerd wanneer het apparaat op netstroom werkt. De prestaties zijn aanzienlijk minder wanneer de accu wordt gebruikt.
Wettelijke voetnoot (Graphics Processing Unit (GPU))
Raadpleeg het gedeelte Wettelijke voetnoten voor meer informatie over de GPU (Graphics Processor Unit).
Energiebesparingstechnologie voor beeldschermen van Intel®
Modellen met een Intel GPU beschikken over de energiebesparingstechnologie voor beeldschermen die het stroomverbruik van de computer kan verminderen door het beeldcontrast op het interne LCD-scherm te optimaliseren.
Deze functie kan worden gebruikt als de computer:
■ wordt gebruikt in de accumodus
■ alleen het interne LCD-scherm gebruikt
De energiebesparingstechnologie voor beeldschermen is standaard ingeschakeld. U kunt deze functie desgewenst uitschakelen.
U kunt de functie voor energiebesparingstechnologie voor beeldschermen uitschakelen in het regelpaneel Intel ® HD Graphics
Dit regelpaneel is toegankelijk op de volgende manier:
Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en klik op Grafische eigenschappen...
In dit venster:
-
Klik op Power (Voeding) en selecteer On battery (Op accu).
-
Klik op Off (Uit) onder Display Power Saving Technology (Energiebesparingstechnologie voor beeldschermen).
-
Klik op Toepassen..
Als u deze functie onder de bovengenoemde voorwaarden wilt inschakelen, klikt u op On (aan) onder Display Power Saving Technology.
Intel® Smart Connect Technology
Mogelijk ondersteunt uw computer Intel® Smart Connect Technology, die uw toepassingen als e-mail, bestanden delen en sociale media/netwerken, enz. automatisch updatet. Wanneer Intel® Smart Connect Technology is ingeschakeld, zal uw computer periodiek uit de slaapstand ontwaken om de open toepassingen te updaten.
Als u deze functie wilt gebruiken, klikt u op het pictogram ( ) op de taakbalk om de wizard van het hulpprogramma te starten. Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.
Voor verdere informatie over het configureren van Intel® Smart Connect Technology raadpleegt u de Help van het hulpprogramma.

Wanneer Intel® Smart Connect Technology is ingeschakeld, kan de computer automatisch worden aangezet. Als u de computer moet meenemen aan boord van een vliegtuig of op een plaats waar het gebruik van elektronische apparaten gereguleerd of aan beperkingen onderhevig is, dient u de computer altijd helemaal uit te zetten.

Wanneer Intel® Smart Connect Technology is ingeschakeld, ontwaakt de computer periodiek uit de slaapstand, wat stroom van de batterij verbruikt. Wanneer de batterijlading minder dan 15% bedraagt, zal de Intel® Smart Connect Technology mogelijk niet goed werken en moet u de batterij opladen en de computer opnieuw opstarten.
Wanneer Intel® Smart Connect Technology is ingeschakeld, kan de toetsenbordverlichting automatisch worden ingeschakeld. Als u deze wilt uitschakelen, drukt u op FN+Z.
Controleer of Intel® Smart Connect Technology is uitgeschakeld voordat u andere activeringsfuncties gebruikt.
De temperatuur van de computerbehuizing kan stijgen wanneer Intel® Smart Connect Technology is ingeschakeld.
Beschrijving van de stroomvoorzieningsomstandigheden
Stroomvoorzieningsomstandigheden
De bedrijfscapaciteit van de computer en de energiestatus van de accu worden beïnvloed door de stroomvoorzieningsomstandigheden, bijvoorbeeld of er een netadapter is aangesloten en wat het ladingsniveau van de accu is.

Het lampje in de volgende tabel is het DC IN-/acculampje.
| Ingeschakeld Uitgeschakeld | (buiten werking) | ||
| Netadapter aangesloten | Accu volledig opgeladen | • In werking• Wordt niet opgeladen• Lampje: wit | • Wordt niet opgeladen• Lampje: wit |
| Accu gedeeltelijk opgeladen of leeg | • In werking• Wordt geladen• Lampje: oranje | • Wordt snel opgeladen• Lampje: oranje | |
| Netadapter niet aangesloten | De resterende accucapaciteit is boven het activerings-niveau voor lage acculading | • In werking• Lampje: uit | |
| De resterende accucapaciteit is onder het activerings-niveau voor lage acculading | • In werking• Lampje: knippert oranje | ||
| De accu is leeg. De computer wordt uitgezet | |||
DC IN-/acculampje
Controleer het DC IN-/acculampje om de status van de accu te bepalen en de voedingsstatus wanneer de netadapter is aangesloten. Let daarbij op de volgende indicaties:
Knipperend oranje De energiestatus van de accu is laag, de netadapter moet worden aangesloten om de accu op te laden.
Oranje Geeft aan dat de netadapter is aangesloten en dat de accu wordt opgeladen.
Wit Geeft aan dat de netadapter is aangesloten en dat de accu volledig is opgeladen.
Lampje brandt niet In alle andere omstandigheden is het lampje uit.

Als de accu tijdens het opladen te heet wordt, wordt het opladen stopgezet en gaat het DC IN-/acculampje uit. Zodra de accu een normale temperatuur heeft bereikt, wordt verder gegaan met opladen, ongeacht of de computer aan of uit staat.
Aan/uit-lampje
Controleer het aan/uit-lampje om de status van de accu te bepalen. Let daarbij op de volgende indicaties:
Wit Geeft aan dat de computer van stroom wordt voorzien en is ingeschakeld.
Knippert wit Geeft aan de computer nog steeds in de slapstand staat en dat er voldoende stroom is (adapter of accu) om in deze stand te blijven.
Lampje brandt niet In alle andere omstandigheden is het lampje uit.
Hoofdstuk 4
Basisbeginselen
In dit hoofdstuk worden de grondbeginselen van computergebruik beschreven en wordt toegelicht welke voorzorgsmaatregelen u daarbij dient te treffen.
Werken in de tabletmodus
Volg de onderstaande instructies wanneer u de computer in tabletmodus gebruikt.
Afbeelding 4-1 De computer in tabletmodus gebruiken

■ Houd de computer stevig op uw onderarm.
■ Verwijder de netadapter van de computer wanneer u deze tijdens het gebruik op uw onderarm laat rusten.
- Gebruik de computer niet terwijl u loopt of een auto bestuurt.
Stel de computer niet bloot aan snelle temperatuurwijzigingen (zoals zich zou voordoen wanneer u de computer uit een koude omgeving in een warme kamer binnenbrengt). Als een snelle temperatuurwijziging onvermijdelijk is, laat u de computer circa twee uur acclimatiseren voordat u deze inschakelt. Hiermee voorkomt u condensvorming.
Koppel alle externe randapparaten en bijbehorende verbindingskabels van de computer los voordat u de computer vervoert.
Laat de computer niet vallen en oefen er geen grote druk op uit. Laat de computer niet achter in een auto of soortgelijke omgeving die aan direct zonlicht blootstaat.
De stand van het scherm wijzigen
Wanneer u de computer gebruikt in de tabletmodus, kunt u de schermstand wijzigen in de staande stand door de computer zijwaarts te
draaien. De stand van het scherm wordt automatisch gewijzigd aan de hand van de gedetecteerde draaihoek.
Afbeelding 4-2 De computer zijwaarts draaien

U kunt de stand vergrendelen en de computer altijd in de staande of liggende stand gebruiken door te drukken op O terwijl u de Windows-toets (angedrukt houdt. Wanneer de computer in de laptopmodus wordt gebruikt, wordt de schermstand echter altijd in gesteld op de liggende stand.

Vermijd rechtstreeks contact met de andere randen van het handheldapparaat terwijl het draadloze apparaat is ingeschakeld en verzendt. Alleen in de fabriek geïnstalleerde draadloze zenders kunnen worden gebruikt met dit handheldapparaat om ervoor te zorgen dat aan de normen voor RF-blootstelling wordt voldaan.
In de staande stand kan er met sommige stuurprogramma's en hulpprogramma's niet worden geïnstalleerd en verwijderd. In dat geval moet u overschakelen naar de liggende stand.
Het touchscreen gebruiken
Met uw vinger kunt u pictogrammen, knoppen, menuopties, het schermtoetsenbord en andere items op het touchscreen aansturen.

Tikken Tik eenmaal met uw vinger op het touchscreen om een item, zoals een app, te activeren.

Ingedrukt houden Zet uw vinger neer en laat deze enkele seconden staan. Er wordt meer informatie weergegeven over een item of er wordt een menu weergegeven dat betrekking heeft op wat u aan het doen bent.

Knijpen of spreiden Raak het scherm of een item aan met twee of meer vingers en beweeg de vingers naar elkaar toe (knijpen) of van elkaar af (spreiden). Hiermee geeft u verschillende informatieniveaus weer of kunt u in- of uitzoomen.

Draaien Plaats twee of meer vingers op een item en draai
uw hand om items te roteren in de richting waarin u uw hand draait. Alleen bepaalde items kunnen worden geroteerd.

Schuiven Sleep met uw vinger over het touchscreen om de
inhoud van het scherm te verplaatsen.

Vegen om te selecteren
Schuif snel met uw vinger over een item, zoals een app-tegel, om dit te selecteren. Hiermee worden gewoonlijk de opdrachten voor de app geopend.

Vegen Beweeg uw vinger snel vanaf een rand van het
scherm zonder te pauzeren wanneer u het scherm voor het eerst aanraakt.
Vegen vanaf de linkerrand: de laatst geopende apps en dergelijke weergeven.
Vegen vanaf de rechterrand: de charms (Zoeken, Delen, Starten, Apparaten, Instellingen) openen of sluiten.
Vegen vanaf de bovenrand: de opdrachtbalk van de app openen of sluiten.
Voor meer informatie en meer geavanceerde touchscreenbewegingen voor gebruik met Windows raadpleegt u Help en ondersteuning.

Druk of duw niet met veel kracht op het touchscreen.
Oefen niet veel druk uit wanneer u het touchscreen reinigt.
Raak het scherm nooit aan met een scherp voorwerp zoals een balpen aangezien dit het oppervlak kan bekrassen of beschadigen.
Gebruik geen beschermend vel voor het touchscreen aangezien hierdoor de gevoeligheid voor aanrakingen kan afnemen.
Het touchpad gebruiken
Het touchpad in de polssteun kan de volgende bewegingen ondersteunen:

Tikken Tik eenmaal op het touchpad om een item, zoals
een app, te activeren.

Tikken met twee vingers
Tik eenmaal met twee vingers tegelijk op het touchpad om een menu of andere functie weer te geven, afhankelijk van de gebruikte software. (Vergelijkbaar met klikken met de rechtermuisknop)

Knijpen of spreiden Plaats twee of meer vingers op het touchpad en beweeg ze naar elkaar toe (knijpen) of van elkaar af (spreiden). Hiermee geeft u verschillende informatieniveaus weer of kunt u in- of uitzoomen.

Schuiven met twee vingers
Zet twee vingers neer en beweeg ze verticaal of horizontaal vanaf elke positie op het touchpad. Hiermee kunt u de schuifbalken van een venster bedienen.

Vegen Beweeg uw vinger snel vanaf een rand van het
touchpad zonder te pauzeren wanneer u het touchpad voor het eerst aanraakt.
Vegen vanaf de linkerrand: de laatst geopende apps weergeven.
Vegen vanaf de rechterrand: de charms (Zoeken, Delen, Starten, Apparaten, Instellingen) openen of sluiten.
Vegen vanaf de bovenrand: de opdrachtbalk van de app openen of sluiten.

Sommige van de hier beschreven touchpadbewerkingen worden alleen ondersteund in bepaalde toepassingen.
Het toetsenbord
Het aantal toetsen op uw toetsenbord is afhankelijk van de toetsenbordindeling waarmee uw computer is geconfigureerd. Er zijn toetsenborden voor verschillende talen beschikbaar.
Er zijn verschillende soorten toetsen: typemachinetoetsen, functietoetsen en speciale Windows-toetsen.

Verwijder nooit de toetsen van het toetsenbord. Dit kan schade veroorzaken aan de onderdelen onder de toetsen.
Toetsenbordlampje
De volgende afbeelding toont de positie van het CAPS LOCK-lampje.
Wanneer het CAPS LOCK-lampje brandt, zal het toetsenbord hoofdletters produceren.
Afbeelding 4-3 CAPS LOCK-lampje

1. CAPS LOCK-lampje
CAPS LOCK Dit lampje brandt groen als de hoofdlettervergrendeling is ingeschakeld voor lettertoetsen.
Functietoets
De functietoetsen (F1\~F12) zijn de twaalf toetsen bovenaan op het toetsenbord.

U kunt functietoetsmodi zoals 'Speciale functiemodus' of 'Standaard F1-F12-modus' configureren door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Systeeminstellingen -> Toetsenbord op het bureaublad.
In de speciale functiemodus kunt u de speciale functies gebruiken zonder op de toets FN te drukken.
| Speciale functiemodus | Standaard F1-F12-modus | Functie |
| F1 FN + F1 Start het Help-bestand van de software. | ||
| F2 FN + F2 Hiermee verlaagt u stapsgewijs de helderheid van het computerscherm. | ||
| F3 FN + F3 Hiermee verhoogt u stapsgewijs de helderheid van het computerscherm. | ||
| F4 FN + F4 Wijzigt het actieve beeldscherm. | ||
| Als u twee beeldschermen tegelijk wilt gebruiken, moet u de resolutie van het interne beeldscherm instellen op dezelfde resolutie als die van het externe scherm. | ||
| F5 FN + F5 Schakelt het touchpad in of uit. | ||
| F6 FN + F6 Hiermee spoelt u het medium achteruit. | ||
| F7 FN + F7 Hiermee speelt u media af of pauzeert u de weergave. | ||
| F8 FN + F8 Hiermee spoelt u het medium vooruit. | ||
| F9 FN + F9 Verlaagt het geluidsvolume van de computer. | ||
| F10 FN + F10 Verhoogt het geluidsvolume van de computer. | ||
| F11 FN + F11 Schakelt het geluid in of uit. | ||
| F12 FN + F12 Hiermee schakelt u devliegtuigmodus in of uit. | ||
| FN + 1 FN + 1 Hiermee verkleint u pictogrammen ophet bureaublad of de tekengrootte binnen een van de ondersteunde toepassingsvensters. | ||
| FN + 2 FN + 2 Hiermee vergroot u pictogrammen ophet bureaublad of de tekengrootte binnen een van de ondersteunde toepassingsvensters.. | ||
| FN + spatiebalk FN + spatiebalk Wijzigt de beeldschermresolutie. | ||
| FN + [IMAGE] | [IMAGE] | Schakelt de toetsenbordverlichting in of uit.Sommige modellen zijn voorzien van deze functie. |

Bij sommige functies wordt een pop-upmelding weergegeven aan de rand van het scherm.
Die pop-upmeldingen zijn standaard uitgeschakeld. U kunt ze inschakelen in de toepassing TOSHIBA-functietoets.
U opent dit door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Functietoets op het bureaublad.
Speciale Windows-toetsen
Het toetsenbord is voorzien van twee toetsen die in Windows een speciale functie hebben: de toets met het Windows®-logo activeert het startscherm, terwijl de toepassingstoets dezelfde functie heeft als de rechtermuisknop.

Deze toets activeert het startscherm van Windows.

Deze toets heeft dezelfde functie als de secundaire (rechter)muisknop.
Accu
In dit gedeelte worden de accutypen, de omgang ermee, de oplaadmethoden en het gebruik ervan toegelicht.
Accu
De lithium-ion accu-eenheid, in deze handleiding ook wel 'hoofdaccu' of kortweg 'accu' genoemd, is de voornaamste energiebron van de computer wanneer de netadapter niet is aangesloten.
RTC-functie
De RTC-functie (Real Time Clock) wordt ondersteund. De hoofdaccu voorziet de interne real-time klok en kalenderfunctie van stroom en handhaaft de systeemconfiguratie wanneer de computer is uitgeschakeld. Als de RTC-duur volledig is verstreken, raakt het systeem deze gegevens kwijt en werken de real-time klok en kalender niet meer.
U kunt de instellingen van de RTC wijzigen in het BIOS Setup-hulpprogramma. Raadpleeg Problemen oplossen voor meer informatie.
Onderhoud en gebruik van de accu
Dit gedeelte bevat belangrijke voorzorgsmaatregelen voor een correcte behandeling van de accu.
Raadpleeg de bijgesloten Instructiegids voor veiligheid en comfort voor gedetailleerde voorzorgsmaatregelen en bedieningsinstructies.

De accu kan ontploffen als deze onjuist wordt gebruikt, gehanteerd of afgedankt. Houd u bij het afdanken van de accu aan de plaatselijke verordeningen of voorschriften.
Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur tussen 5°C en 35°C. Als u de accu bij een hogere of lagere temperatuur oplaadt, kan elektrolytische vloeistof ontsnappen en kunnen de werking en de gebruiksduur van de accu achteruitgaan.
De accu opladen
Als de accu bijna leeg is, gaat het DC IN-/acculampje oranje knipperen om aan te geven dat er nog slechts enkele minuten op accustroom kan worden gewerkt. Als u de computer blijft gebruiken terwijl het DC IN-/acculampje knippert, wordt de sluimerstand geactiveerd (zodat u geen gegevens verliest) en wordt de computer automatisch afgesloten.
U moet een accu opladen wanneer deze leeg raakt.
Procedures
Als u de accu wilt opladen, steekt u het ene uiteinde van de netadapter in de gelijkstroomingang (DC IN 19V) en het andere uiteinde in een functionerend stopcontact. Het DC IN-/acculampje brandt oranje terwijl de accu wordt opgeladen.

Gebruik voor het opladen van de accu alleen de computer (aangesloten op het stopcontact) of de optionele accu-oplader van TOSHIBA. Probeer nooit de accu met een andere lader op te laden.
Oplaadtijd
In de volgende tabel wordt aangegeven hoe lang het ongeveer duurt om een lege accu volledig op te laden.
Type accu Uitgeschakeld Ingeschakeld
Accu (45 Wh, 3 cellen) circa 3 uur circa 8 uur

Let erop dat de oplaadtijd als de computer is ingeschakeld, wordt beïnvloed door de omgevingstemperatuur, de temperatuur van de computer en hoe u de computer gebruikt. Als u bijvoorbeeld intensief gebruik maakt van externe apparaten, wordt de accu tijdens gebruik wellicht nauwelijks opgeladen.
Opmerkingen over het opladen van de accu
In de volgende omstandigheden kan het gebeuren dat de accu niet direct wordt opgeladen:
De accu is te heet of te koud (als de accu erg heet is, wordt deze helemaal niet opgeladen). Om te zorgen dat de accu maximaal wordt opgeladen, dient u deze bij een kamertemperatuur tussen 5°C en 35°C op te laden.
De accu is praktisch leeg. Laat de netadapter in dat geval enkele minuten aangesloten; hierna begint het opladen.
Als u een accu in de volgende omstandigheden probeert op te laden, kan het gebeuren dat het DC IN-/acculampje een snelle daling in de gebruiksduur van de accu aangeeft:
■ De accu is lange tijd niet gebruikt.
De accu is na verlies van zijn lading lange tijd in de computer gelaten.
Voer in dergelijke gevallen de volgende stappen uit:
- Ontlaad de accu volledig door deze in de ingeschakelde computer te laten tot het systeem zichzelf automatisch uitschakelt.
- Sluit de netadapter aan op de gelijkstroomingang (19 V) van de computer en op een werkend stopcontact.
- Laad de accu op totdat het DC IN-/acculampje wit brandt.
Herhaal deze stappen twee of drie keer tot de accucapaciteit het normale niveau heeft bereikt.
Accucapaciteit controleren
De resterende accu-energie kan als volgt worden gecontroleerd:
■ Door te klikken op het accupictogram op de Windows-taakbalk
Via de accustatus in het venster Windows Mobiliteitscentrum
Wacht ten minste zestien seconden na het inschakelen van de computer voordat u probeert de resterende gebruiksduur te controleren. Dit omdat de computer deze tijd nodig heeft om de resterende capaciteit van de accu te controleren en om de resterende bedrijfstijd uit te rekenen op basis van het huidige energieverbruik.
Let er wel op dat de werkelijke resterende gebruiksduur enigszins kan afwijken van de berekende tijd.
Bij herhaald ontladen en opladen zal de capaciteit van de accu geleidelijk afnemen. Een veelgebruikte oudere accu zal derhalve niet zo lang werken als een nieuwe accu, zelfs indien beide volledig opgeladen zijn.

Bedrijfstijd van de accu maximaliseren
De bruikbaarheid van een accu is afhankelijk van de gebruiksduur die één acculading levert, terwijl de gebruiksduur van de lading in een accu afhangt van het volgende:
■ Processorsnelheid
■ Helderheid van scherm
Slaapstand
■ Sluimerstand
■ Tijd waarna het beeldscherm wordt uitgeschakeld
Tijd waarna de vaste schijf wordt uitgeschakeld
Hoe vaak en hoe lang u de vaste schijf en externe stations, zoals het optische station, gebruikt.
■ Het oorspronkelijke ladingsniveau van de accu.
De wijze waarop u gebruikmaakt van optionele apparaten (zoals een USB-apparaat) die door de accu van stroom worden voorzien.
Of de slaapstand is ingeschakeld, zodat accu-energie kan worden bespaard als u de computer regelmatig in- en uitschakelt.
De locatie waar u uw programma's en gegevens opslaat.
Of u het scherm sluit wanneer u het toetsenbord niet gebruikt. Het scherm sluiten bespaart energie.
De omgevingstemperatuur. De gebruiksduur neemt af bij lage temperaturen.
■ Of u de functie Slaapstand en laden inschakelt.
Leeglooptijd van accu's
Wanneer u de computer uitschakelt terwijl de accu volledig is opgeladen, zal de accu binnen de onderstaande geschatte tijdsduur zijn leeggelopen.
Gebruiksduur van de accu verlengen
U kunt de gebruiksduur van de accu als volgt verlengen:
Ontkoppel de computer ten minste eenmaal per maand van de voedingsbron en gebruik het systeem op accu-energie totdat de accu helemaal leeg is. Voer eerst de volgende stappen uit:
- Schakel de computer uit.
- Koppel de netadapter los en schakel de computer in. Als de computer niet wordt ingeschakeld, gaat u naar stap 4.
- Laat de computer vijf minuten aanstaan op de accu. Als de accu minimaal vijf minuten gebruiksduur heeft, ga dan verder totdat de accu helemaal leeg is. Als echter het DC IN-/acculampje knippert of als er een ander signaal is dat de accu bijna leeg is, ga dan naar stap 4.
- Sluit de netadapter aan op de gelijkstroomingang (19 V) van de computer en op een werkend stopcontact. Het DC IN-/acculampje moet oranje branden om aan te geven dat de accu wordt opgeladen. Als het DC IN-/acculampje niet brandt, betekent dit dat er nog geen stroom wordt toegevoerd. Controleer de aansluitingen van de netadapter en het netsnoer.
- Laad de accu op totdat het DC IN-/acculampje wit brandt.
Geheugenmedia
Deze computer is uitgerust met een geheugenmediasleuf waarin u verschillende soorten geheugenmedia met diverse capaciteiten kunt plaatsen, zodat u eenvoudig gegevens kunt overbrengen vanaf apparaten zoals digitale camera's en PDA's (Personal Digital Assistants).

Zorg ervoor dat er geen voorwerpen in de geheugenmediasleuf terechtkomen. Let erop dat er nooit metalen voorwerpen, zoals schroeven, nietjes en paperclips in de computer of het toetsenbord terechtkomen. Vreemde metalen voorwerpen kunnen tot kortsluiting leiden, waardoor de computer beschadigd raakt en er brand ontstaat, met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.

Voor gebruik van een miniSD/microSD-kaart is een adapter vereist.
Houd er rekening mee dat niet alle geheugenmedia zijn getest op een correcte werking. Er kan derhalve niet worden gegarandeerd dat alle geheugenmedia probleemloos functioneren.
Afbeelding 4-4 Voorbeelden van geheugenmedia


Secure Digital (SD)-kaart
microSD-kaartadapter en microSD-kaart

MultiMediaCard (MMC)
Aandachtspunten met betrekking tot geheugenkaarten
SD/SDHC/SDXC-geheugenkaarten zijn compatibel met SDMI (Secure Digital Music Initiative), een technologie ter voorkoming van het illegaal kopiëren of afspelen van digitale muziek. U kunt beschermd materiaal dus niet op andere computers of apparaten afspelen of naar andere computers of apparaten kopiëren, en u mag auteursrechtelijk materiaal alleen verveelvoudigen voor privégebruik.
Hieronder vindt u een eenvoudige uitleg van de manier waarop u SD-geheugenkaarten kunt onderscheiden van SDHC- en SDXC-geheugenkaarten.
SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten zien er vrijwel hetzelfde uit. Het logo op geheugenkaarten verschilt echter, zodat u bij aanschaf goed op het logo moet letten.

Het logo van een SD-geheugenkaart is (SD).
Het logo van een SDHC-geheugenkaart is (
Het logo van een SDXC-geheugenkaart is ( )
De maximale capaciteit van SD-geheugenkaarten is 2 GB. De maximale capaciteit van SDHC-geheugenkaarten is 32 GB. De maximale capaciteit van SDXC-geheugenkaarten is 128 GB.
Formattering van geheugenmedia
Nieuwe mediakaarten worden geformatteerd volgens specifieke normen. Als u een mediakaart opnieuw wilt formatteren, gebruik hiervoor dan een apparaat dat mediakaarten kan gebruiken.
Een geheugenkaart formatteren
Wanneer u een geheugenkaart koopt, is deze reeds geformatteerd conform specifieke normen. Als u een geheugenkaart opnieuw formatteert, dient u deze te formatteren met een apparaat, zoals een digitale camera of digitale audiospeler, dat geheugenkaarten gebruikt en niet met de formatteeropdracht van Windows.

Als u alle gebieden van de SD-geheugenkaart wilt formatteren, inclusief het beschermde gebied, dient u een toepassing aan te schaffen die overweg kan met het kopieerbeveiligingssysteem.
Behandeling van schijven
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen voor de behandeling van kaarten in acht.
Buig kaarten niet.
Houd kaarten uit de buurt van vloeistoffen en bewaar ze niet op een vochtige plaats.
Raak het metalen deel van een kaart niet aan en laat het niet vochtig of vuil worden.
Plaats de kaart na gebruik terug in de houder.
De kaart kan slechts op één manier worden geplaatst. Gebruik geen overmatige kracht om de kaart in de sleuf te duwen.
Laat een kaart niet gedeeltelijk in de sleuf zitten. Duw de kaart in de sleuf totdat deze vastklikt.
Zet de schrijfbeveiligingsschakelaar in de vergrendelde stand als u geen gegevens wilt vastleggen.
- Geheugenkaarten hebben maar een beperkte levensduur, zorg er dus voor dat u een back-up maakt van belangrijke gegevens.
Schrijf niet naar een kaart als de accu bijna leeg is. Een laag energieniveau kan de schrijfkwaliteit aantasten.
■ Verwijder een kaart niet tijdens het lezen of schrijven van gegevens.

Raadpleeg de handleiding bij de geheugenkaarten voor meer informatie.
De schrijfbeveiliging
Geheugenkaarten hebben een schrijfbeveiliging.
SD-kaart (SD-geheugenkaart, SDHC-geheugenkaart, SDXC-geheugenkaart)

Zet de schrijfbeveiligingsschakelaar in de vergrendelde stand als u geen gegevens wilt vastleggen.
Geheugenmedia plaatsen
De volgende instructies zijn van toepassing op alle soorten ondersteunde media. Voer de volgende stappen uit als u een geheugenmedium wilt plaatsen:
-
Draai het geheugenmedium zodanig dat de contactpunten (metalen delen) naar beneden zijn gericht.
-
Plaats het geheugenmedium in de geheugenmediumsleuf van de computer.
-
Duw zachtjes totdat het geheugenmedium vastklikt.
Afbeelding 4-5 Geheugenmedia plaatsen

De vormgeving van het product verschilt per model.

Zorg dat u het geheugenmedium recht voor de sleuf houdt voordat u dit plaatst. Als u het medium verkeerd plaatst, kunt u dit mogelijk niet meer verwijderen.
Raak de metalen contactpunten niet aan wanneer u geheugenmedia plaatst. Hierdoor wordt het opslaggebied mogelijk blootgesteld aan statische elektriciteit, waardoor gegevens verloren kunnen gaan.
Schakel niet over op de slaapstand of de sluimerstand terwijl bestanden worden gekopieerd. Hierdoor kunnen gegevens verloren gaan.
Geheugenmedia verwijderen
De volgende instructies zijn van toepassing op alle soorten ondersteunde media. Voer de volgende stappen uit om een geheugenmedium te verwijderen:
- Klik op het pictogram Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen op de Windows-taakbalk.
- Selecteer geheugenmedia.
- Duw op het geheugenmedium totdat u een klik hoort en de kaart naar voren komt.
- Pak het medium vast en verwijder dit uit de sleuf.

Als u het geheugenmedium verwijdert of de computer uitschakelt terwijl de computer het geheugenmedium gebruikt, bestaat de kans dat gegevens op het medium verloren gaan of beschadigd raken.
Verwijder een geheugenmedium niet terwijl de computer in de slaapstand of de sluimerstand staat. Hierdoor kan de computer instabiel raken of kunnen gegevens op het geheugenmedium verloren gaan.
Verwijder niet alleen de miniSD/microSD-kaart terwijl u de adapter in de geheugenmediasleuf laat zitten.
Extern beeldscherm
U kunt de weergavemogelijkheden van uw computer uitbreiden met extra beeldschermen.
Met extra beeldschermen kunt u uw bureaublad delen of het bureaublad uitbreiden.
Een extern beeldscherm aansluiten
Uw computer wordt geleverd met een ingebouwd scherm, maar u kunt ook andere externe beeldschermen aansluiten via de beschikbare poorten op de computer.

Aangezien niet van alle externe beeldschermen de werking van de poorten is gecontroleerd, werken sommige beeldschermen mogelijk niet correct.
De HDMI(micro)-poort
De HDMI-poort (High-Definition Multimedia Interface) zet zowel video- als audiogegevens digitaal over zonder dat de kwaliteit hierbij afneemt. HDMI-compatibele externe beeldschermen, waaronder televisies, kunnen via de HDMI-poort worden aangesloten.
Als u een HDMI-compatibel apparaat wilt aansluiten, voert u de volgende stappen uit:

Als u een apparaat wilt aansluiten op de HDMI(micro)-poort, moet u een geschikte HDMI-kabel kopen.
- Sluit het ene uiteinde van de HDMI-kabel aan op de HDMI-uit-poort van het HDMI-apparaat.
- Sluit het andere, kleinere uiteinde van de HDMI-kabel aan op de HDMI(micro)-poort van de computer.
- Zet het HDMI-weergaveapparaat aan.
Afbeelding 4-6 De HDMI(micro)-poort aansluiten

De vormgeving van het product verschilt per model.

In de volgende omstandigheden mag u een HDMI-apparaat niet aansluiten of loskoppelen:
■ Het systeem wordt opgestart.
■ Het systeem wordt afgesloten.
Wanneer u een televisie of externe monitor aansluit op de HDMI-poort, moet het beelduitvoerapparaat zijn ingesteld op HDMI.
Wanneer u de HDMI-kabel loskoppelt en weer aansluit, dient u minstens 5 seconden te wachten voordat u de HDMI-kabel weer aansluit.
Wanneer u het beelduitvoerapparaat wijzigt, wordt het afspeelapparaat mogelijk niet automatisch gewijzigd. In dit geval stelt u het afspeelapparaat in op hetzelfde apparaat als het beelduitvoerapparaat door het afspeelapparaat als volgt aan te passen:
- Klik op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Geluid op het bureaublad.
- Selecteer op het tabblad Afspelen het afspeelapparaat waarnaar u wilt overschakelen.
- Als u de interne luidsprekers van de computer wilt gebruiken, selecteert u Luidsprekers. Als u de televisie of externe monitor wilt gebruiken die u op de computer hebt aangesloten, selecteert u een ander afspeelapparaat.
- Klik op de knop Standaard.
- Klik op OK om het dialoogvenster Geluid te sluiten.
Instellingen voor beeldweergave op HDMI
Als u beelden op een HDMI-apparaat wilt weergeven, dient u de volgende instellingen te configureren. Als u dit niet doet, wordt er mogelijk niets weergegeven.

Selecteer het weergaveapparaat met behulp van de functietoets voordat u de video afspeelt. Kies tijdens het afspelen geen ander weergaveapparaat.
Kies geen ander weergaveapparaat in de volgende situaties:
Terwijl er gegevens worden gelezen of weggeschreven.
■ Terwijl er communicatie plaatsvindt.
HD-formaat selecteren
Voer de onderstaande stappen uit om de weergavemodus te selecteren:
-
Klik op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Vormgeving en persoonlijke instellingen -> Beeldscherm -> Beeldscherminstellingen wijzigen -> Geavanceerde instellingen -> Alle modi weergeven.
-
Selecteer een van de modi bij Alle modi weergeven.
Wireless Display
Uw computer ondersteunt mogelijk Wireless Display, een draadloze technologie die Wi-Fi gebruikt om de computer in staat te stellen draadloos verbinding te maken met externe beeldschermen, met inbegrip van tv's, die als schermuitbreiding worden gebruikt. Met Wireless Display kunnen documenten, gestreamde/lokale media of andere online inhoud draadloos met anderen worden gedeeld.
Als u Wireless Display wilt gebruiken, is een van de volgende apparaten vereist:
■ Een compatibel extern beeldscherm met ingebouwde ondersteuning van Wireless Display.
■ Een extern beeldscherm met een HDMI-poort en een Wireless Display-adapter.
De Wireless Display-adapter is een apparaat dat via de HDMI-poort op het externe beeldscherm wordt aangesloten en Wi-Fi-signalen van de computer kan ontvangen.
Voer de volgende stappen uit als u draadloos verbinding wilt maken met een extern beeldscherm:
- Klik in de charm Instellingen op Pc-instellingen wijzigen -> Pc en apparaten -> Apparaten
- Klik op Een apparaat toevoegen. De computer zoekt het Wireless Display-apparaat.
- Nadat het Wireless Display-apparaat is gevonden, volgt u de aanwijzingen op het scherm om de verbinding te voltooien.
Nadat de verbinding tot stand is gebracht, wordt de naam van het Wireless Display-apparaat weergegeven onder Projectors.
Als u de verbinding met het Wireless Display-apparaat wilt verbreken, klikt u op de naam van het Wireless Display-apparaat en klikt u daarna op Apparaat verwijderen.
De beeldscherminstellingen wijzigen
Nadat een of meer externe beeldschermen zijn aangesloten, kan het besturingssysteem automatische de beeldscherminstellingen detecteren, identificeren en configureren.
U kunt ook handmatig beheren hoe de externe schermen werken en de scherminstellingen wijzigen door op P te drukken terwijl u de Windows-toets ( ) ingedrukt houdt. Als u het externe beeldscherm loskoppelt voordat u de computer uitschakelt, moet u eerst overschakelen naar het interne scherm.
Optionele TOSHIBA-accessoires
U kunt uw computer nog krachtiger en gebruikersvriendelijker maken door een aantal opties en accessoires toe te voegen. In de volgende lijst vindt u informatie over enkele items die verkrijgbaar zijn u bij uw verkoper of TOSHIBA-leverancier:
Universele netadapter Als u de computer regelmatig op verschillende locaties gebruikt, is het wellicht een goed idee om voor elke locatie een extra netadapter te kopen: u hoeft de adapter dan niet telkens mee te nemen.
Geluidssysteem en videomodus
In dit gedeelte worden enkele van de audiobedieningsfuncties beschreven.
Volumemixer
Met het hulpprogramma Volumemixer kunt u het afspeelvolume regelen van apparaten en toepassingen onder Windows.
U start het hulpprogramma Volumemixer door met de rechtermuisknop te klikken op het luidsprekerpictogram op de Windows-taakbalk en Volumemixer openen te selecteren in het submenu.
U past het volume van de luidsprekers of de hoofdtelefoon aan door te schuifregelaar Luidsprekers te verslepen.
Als u het volume wilt aanpassen van een toepassing die u gebruikt, versleept u de schuifregelaar van de desbetreffende toepassing.
Microfoonvolume
Volg de onderstaande stappen om het opnamevolume van de microfoon te wijzigen.
- Klik met de rechtermuisknop op het luidsprekerpictogram op de Windows-taakbalk en selecteer Opnameapparaten in het submenu.
- Selecteer Microfoon en klik op Eigenschappen.
- Versleep de schuifregelaar Microfoon op het tabblad Niveaus om het volume van de microfoon te verhogen of te verlagen.
Als het microfoonvolume niet toereikend is, verplaatst u de schuifregelaar Microfoonversterking naar een hoger niveau.
Audio-aanpassingen
Voer de onderstaande stappen uit als u de geluidseffecten van de huidige luidspreker wilt toepassen.
- Klik met de rechtermuisknop op het luidsprekerpictogram op de taakbalk en selecteer Afspeelapparaten in het submenu.
- Selecteer Luidsprekers en klik op Eigenschappen.
- Selecteer de gewenste geluidseffecten op het tabblad Aanpassingen en klik op Toepassen.
DTS Sound
DTS Sound™ gebruikt geavanceerde, gepatenteerde technieken om audiocues die diep in het originele geluidsmateriaal verborgen liggen op te sporen en zo een allesomvattende surround sound te creëren, compleet met diepe, rijke bassen en kristalheldere spraak.
DTS Sound wordt bij sommige modellen geleverd. Dit ondersteunt de volgende functies:
■ Allesomvattende surround sound met verbeterde bassen en spraak.
Brede 'sweet spot' met een verbeterd geluidsbeeld
- Verbeterde volume-uitvoer met een maximaal volume zonder afkapping of vervorming
- Verbetering van spraak voor heldere en verstaanbare stemmen
■ Basverbetering voor rijke lage frequenties
■ Heldere hoge frequenties voor heldere details
U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Media & entertainment -> DTS Sound op het bureaublad.
Er zijn Amerikaanse octrooien van toepassing op dit product. Zie http://patents.dts.com
Geproduceerd onder licentie van DTS Licensing Limited.
Videomodus
De video-instellingen worden ingesteld in het dialoogvenster Schermresolutie.
U opent het dialoogvenster Schermresolutie door te klikken op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Vormgeving en persoonlijke instellingen -> Beeldscherm -> Beeldscherminstellingen wijzigen op het bureaublad.

Als u bepaalde toepassingen uitvoert (bijvoorbeeld een 3D-toepassing of als u een video afspeelt), kan er sprake zijn van een schokkerig of knipperend beeld of van het wegvallen van beeld.
Als dit gebeurt, verlaagt u de schermresolutie totdat het scherm correct wordt weergegeven.
Hoofdstuk 5
Hulpprogramma's en geavanceerd gebruik
In dit hoofdstuk worden de hulpprogramma's en speciale voorzieningen van deze computer beschreven en wordt het geavanceerde gebruik van bepaalde hulpprogramma's toegelicht.
Hulpprogramma's en toepassingen
In deze paragraaf worden de op de computer voorgeïnstalleerde hulpprogramma's beschreven en er wordt toegelicht hoe u de programma's start. Raadpleeg indien van toepassing de online handleiding, de Helpbestanden of het bestand Leesmij.txt bij elk hulpprogramma voor informatie over toepassing en het gebruik.
| TOSHIBA Desktop AssistTOSHIBA-weergavehulpprogramma | TOSHIBA Desktop Assist is een grafische gebruikersinterface waarmee u toegang krijgt tot speciale toepassingen en TOSHIBA-hulpprogramma's die het gebruik en de configuratie van de computer vereenvoudigen.U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist op het bureaublad.Het TOSHIBA-weergavehulpprogramma omvat het hulpprogramma Tekstgrootte bureablad, het hulpprogramma Scherm splitsen of Resolution+-instellingen. Met Tekstgrootte bureablad kunt u de tekst op het bureablad groter of kleiner maken op basis van uw gebruik en voorkeur. U kunt de tekstgrootte op het scherm en in de titelbalk van vensters wijzigen door de tekstschaal te wijzigen. Wanneer de schaal kleiner is, wordt meer informatie tegelijk op het scherm weergegeven, maar wordt de tekst kleiner. Wanneer de schaal groter is, wordt minder informatie tegelijk op het scherm weergegeven, maar wordt de tekst groter. U kunt het hulpprogramma Scherm splitsen zelf installeren. Met het hulpprogramma Scherm splitsen kunt u meerdere schermzones op het scherm maken en actieve vensters aanpassen binnen deze zones.Resolution+ is een beeldprocessor die hoogwaardige beeldverbeteringen, zoals kleurcorrectie en scherpte, toepast op videoweergave. Deze functie is alleen beschikbaar op sommige modellen.U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Weergavehulpprogramma op het bureablad.Voor meer informatie over dit hulpprogramma raadpleegt u het Help-bestand. |
| TOSHIBA-wachtwoordhulpprogramma | Met dit hulpprogramma kunt u een wachtwoord instellen om de toegang tot de computer te beperken.U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Wachtwoordhulpprogramma op het bureablad. |
| TOSHIBA-systeeminstellingen | Met dit programma kunt u uw hardware-instellingen aanpassen aan uw werkwijzen en de randapparaten die u gebruikt.U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Systeeminstellingen op het bureablad. |
Hulpprogramma TOSHIBA Setup
Het hulpprogramma TOSHIBA Setup is een BIOS Setup-hulpprogramma dat een gebruikersinterface met een menu biedt, zodat u de BIOS-instellingen gemakkelijk kunt bekijken en wijzigen.
Raadpleeg het gedeelte Hulpprogramma TOSHIBA Setup voor meer informatie.
TOSHIBA eco Utility Deze computer beschikt over een 'ecostand'. In deze stand worden de prestaties van sommige apparaten iets verminderd om zo het stroomverbruik te verlagen. Als u deze stand doorlopend gebruikt, is de energiebesparing meetbaar.
TOSHIBA eco Utility helpt het energieverbruik van de computer regelen. Verschillende soorten informatie kunnen u helpen te begrijpen in welke mate u bijdraagt aan het milieu.
Bovendien bevat dit hulpprogramma een piekverschuivingsfunctie die kan helpen het stroomverbruik tijdens piekperioden te verminderen door een deel van het stroomverbruik te verschuiven naar perioden met een lager stroomverbruik.
Het hulpprogramma ondersteunt ook de eco-oplaadmodus. In deze modus wordt de accu niet volledig opgeladen, waardoor de levensduur van de accu wordt verlengd.
Het wordt aanbevolen de computer te gebruiken terwijl de netadapter is aangesloten aangezien de gebruiksduur van de accu in deze modus relatief kort is.
Afhankelijk van de gebruikssituatie kan de levensduur van de accu mogelijk niet correct worden verlengd.
U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> eco Utility op het bureaublad.
Voor meer informatie over TOSHIBA eco Utility raadpleegt u het Help-bestand.
TOSHIBA Media Player van sMedio TrueLink+
Deze software is een multimediaspeler die kan worden gebruikt om video, muziek en foto's weer te geven.
TOSHIBA Media Player kan inhoud afspelen uit een lokale bibliotheek, in een thuisnetwerk of op OneDrive.
U opent dit programma door te klikken op het pictogram Media Player op het startscherm.
Raadpleeg de online Help voor meer informatie.
CyberLink MediaStory
Met CyberLink MediaStory kunt u uw multimedia-inhoud snel beheren en delen. Uw foto's en video's worden geordend op gebeurtenis, datum in de kalender, geografische locaties en gezichten van mensen. U kunt gemakkelijk een verzorgde diashow of video van uw digitale leven maken met behulp van uw foto's en video's.
Dit hulpprogramma is alleen beschikbaar op sommige modellen.
U opent het programma door te klikken op CyberLink MediaStory in de weergave Apps.
Voor informatie over het gebruik van CyberLink MediaStory raadpleegt u de zelfstudies door te klikken op Voorkeuren ( ⚙ ) in het hoofdvenster en daarna op Tutorials (Zelfstudies).

Wijzig het weergaveapparaat niet terwijl CyberLink MediaStory wordt uitgevoerd.
TOSHIBA-functietoets
Met dit hulpprogramma kunt u bepaalde functies uitvoeren door te drukken op de opgegeven toets, al dan niet in combinatie met de FN-toets. U stelt dit hulpprogramma in door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Functietoets op het bureaublad.
Voor meer informatie raadpleegt u het gedeelte Functietoets.
| TOSHIBA Service Station | Met deze toepassing kan de computer automatisch zoeken naar updates van TOSHIBA-software of andere waarschuwingen van TOSHIBA die specifiek zijn voor uw computersysteem en de programma's die erop staan. Als deze toepassing is ingeschakeld, wordt regelmatig een klein aantal systeemgegevens naar onze servers verzonden. Deze gegevens worden behandeld in overeenstemming met de regels en voorschriften en met wetten voor gegevensbescherming.U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Ondersteuning & herstel -> Service Station op het bureaublad. |
| TOSHIBA PC Health Monitor | De toepassing TOSHIBA PC Health Monitor controleert diverse systeemfuncties, zoals stroomverbruik, accustatus en systeemkoeling, en informeert u over belangrijke systeemomstandigheden. Deze toepassing herkent het serienummer van het systeem en van afzonderlijke onderdelen en houdt specifieke activiteiten bij met betrekking tot het gebruik ervan.U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Ondersteuning & herstel -> PC Health Monitor op het bureaublad.Voor meer informatie over TOSHIBA PC Health Monitor raadpleegt u het Help-bestand. |
| TOSHIBA Audio Enhancement | TOSHIBA Audio Enhancement biedt functies voor het filteren van audiobronnen en het verbeteren van het geluid van de oortelefoon en de luidsprekers. Als u de instellingen wilt wijzigen, klikt u op Desktop Assist -> Media & Entertainment -> Audio Enhancement op het bureaublad. |

Afhankelijk van het model dat u hebt gekocht, hebt u mogelijk niet alle bovengenoemde software.
Voor toegang tot de installatiebestanden van de stuurprogramma's/hulpprogramma's klikt u op Toepassingen en stuurprogramma's in de weergave Apps.
Windows Store-apps maken geen deel uit van de bovenstaande installatiebestanden, maar kunnen worden gedownload via de Windows Store.
Speciale voorzieningen
De volgende voorzieningen zijn uniek voor TOSHIBA-computers of zijn geavanceerde voorzieningen die het gebruik van de computer vergemakkelijken.
U hebt toegang tot elke functie door de volgende stappen uit te voeren.
*1 U opent Energiebeheer door te klikken op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Systeem en beveiliging -> Energiebeheer op het bureaublad.
| Beeldscherm automatisch uitschakelen *1 | Met deze functie wordt het beeldscherm van de computer automatisch uitgeschakeld als het toetsenbord een bepaalde tijd niet is gebruikt. Het scherm wordt weer ingeschakeld als er een toets wordt ingedrukt. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Vaste schijf automatisch uitschakelen *1 | Met deze functie wordt de vaste schijf automatisch uitgeschakeld als een bepaalde tijd geen activiteit op de vaste schijf heeft plaatsgevonden. De vaste schijf wordt ingeschakeld wanneer deze weer wordt gebruikt. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Systeem automatisch in slaapstand/ sluimerstand *1 | Met deze functie wordt het systeem automatisch in de slaapstand of de sluimerstand gezet als een bepaalde tijd lang geen invoer of hardwareactiviteit heeft plaatsgevonden. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Wachtwoord voor opstarten | Er zijn twee niveaus van wachtwoordbeveiliging om ongeoorloofd gebruik van uw computer te voorkomen. |
| Intelligente stroomvoorziening *1 | Een microprocessor in de intelligente stroomvoorziening van de computer detecteert de acculading en berekent automatisch de resterende accucapaciteit; de elektronische onderdelen worden beschermd tegen abnormale omstandigheden zoals extreme spanningspieken vanuit de netadapter. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Energiebesparingsmodus *1 | Met deze voorziening kunt u de computer configureren om accu-energie te besparen. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| In-/uitschakelen via LCD *1 | Met deze functie wordt de computer automatisch uitgeschakeld wanneer het LCD-scherm wordt gesloten en weer ingeschakeld zodra het scherm wordt geopend. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Automatische sluimerstand bij lage acculading *1 | Als de acculading zover is gedaald dat u de computer niet meer kunt gebruiken, wordt automatisch de sluimerstand geactiveerd en wordt het systeem afgesloten. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Slaapstand Als u uw werk moet onderbreken, kunt u met deze functie de computer uitschakelen zonder de software te hoeven sluiten De gegevens worden opgeslagen in het hoofdgeheugen van de computer, zodat u kunt verder werken waar u was gebleven wanneer u de computer weer aanzet. | |
| Sluimerstand Met deze functie kunt u de stroom naar de computer uitschakelen zonder de software te hoeven sluiten. De inhoud van het hoofdgeheugen wordt automatisch op de vaste schijf opgeslagen, zodat u uw werk kunt hervatten op de plaats waar u was opgehouden wanneer u de computer weer aanzet. Raadpleeg het gedeelteDe computer uitschakelenvoor meer informatie. | |
| De functie USB-activering | Deze functie herstelt de computer uit de slaapstand, afhankelijk van de externe apparaten die op de USB-poorten zijn aangesloten.Als bijvoorbeeld een muis of USB-toetsenbord is aangesloten op een USB-poort, wordt de computer geactiveerd als u met een muisknop klikt of een toets op het toetsenbord indrukt. |
Om de processor tegen oververhitting te beschermen, is deze voorzien van een interne temperatuursensor die een ventilator inschakelt of de verwerkingssnelheid verlaagt indien de interne temperatuur van de computer een bepaald niveau bereikt. U kunt instellen of u deze temperatuur wilt regelen door eerst de ventilator aan te zetten en daarna zo nodig de processorsnelheid te verlagen of vice versa. Deze functies worden beide ingesteld via Energiebeheer.
Zodra de temperatuur van de processor tot een normaal niveau is gedaald, werken de ventilator en de processor weer op de standaardsnelheid.
Als de temperatuur van de processor bij een van beide instellingen een onaanvaardbaar hoog niveau bereikt, wordt de computer automatisch uitgeschakeld om beschadiging te voorkomen. In dat geval gaan alle niet-opgeslagen gegevens in het geheugen verloren.
TOSHIBA-wachtwoordhulpprogramma
Het TOSHIBA-wachtwoordhulpprogramma biedt twee niveaus van wachtwoordbeveiliging: Gebruiker en Supervisor.

Wachtwoorden die met het TOSHIBA-wachtwoordhulpprogramma worden ingesteld, verschillen van het Windows-wachtwoord.
Gebruikerswachtwoord
U start het hulpprogramma door te klikken op de volgende items op het bureaublad:
Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Wachtwoordhulpprogramma -> Gebruikerswachtwoord
Gebruikersverificatie is mogelijk vereist om de gebruikersrechten te controleren wanneer u 'TOSHIBA-wachtwoordhulpprogramma' gebruikt om wachtwoorden te verwijderen, te wijzigen en dergelijke.
Instellen (knop)
Klik op deze knop om een wachtwoord te registreren. Na het instellen van een wachtwoord wordt u gevraagd het wachtwoord in te voeren wanneer u de computer opstart.

Nadat u het wachtwoord hebt ingesteld, verschijnt er een dialoogvenster met de vraag of u het wachtwoord op een ander medium wilt opslaan. Als u het wachtwoord vergeet, kunt u het wachtwoordbestand op een andere computer openen. Bewaar de diskette/schijf met het wachtwoordbestand op een veilige plaats.
Wanneer u de tekenreeks invoert om het wachtwoord te registreren, dient u elk teken via het toetsenbord te typen. Voer het wachtwoord niet in als ASCII-code of door middel van kopieren en plakken. Controleer bovendien of het geregistreerde wachtwoord correct is door de tekenreeks naar het wachtwoordbestand uit te voeren.
Wanneer u een wachtwoord invoert, gebruik dan geen tekens die u maakt met behulp van de toetsen SHIFT of ALT, zoals ! of #.
■ Verwijderen (knop)
Klik op deze knop om een geregistreerd wachtwoord te verwijderen. U kunt een wachtwoord pas verwijderen nadat u het huidige wachtwoord correct hebt ingevoerd.
Wijzigen (knop)
Klik op deze knop om een geregistreerd wachtwoord te wijzigen. U kunt een wachtwoord pas wijzigen nadat u het huidige wachtwoord correct hebt ingevoerd.
■ Eigenaarsreeks (tekstvak)
U kunt dit vak gebruiken om tekst aan het wachtwoord te koppelen. Klik na het invoeren van de tekst op Toepassen of OK. Wanneer de computer wordt gestart, wordt deze tekst weergegeven samen met een melding waarin u om een wachtwoord wordt gevraagd.

Gebruik BIOS Setup als u het wachtwoord voor de vaste schijf of een hoofdwachtwoord voor de vaste schijf wilt instellen, wijzigen of verwijderen. Raadpleeg het gedeelte Hulpprogramma TOSHIBA Setup voor meer informatie.

Als u het gebruikerswachtwoord voor de vaste schijf vergeet, kan TOSHIBA u NIET helpen en wordt de vaste schijf VOLLEDIG en VOORGOED ONBRUIKBAAR. TOSHIBA kan NIET verantwoordelijk worden gesteld voor verlies van gegevens, voor het feit dat de vaste schijf niet bruikbaar of toegankelijk is of voor enig ander verlies dat u of een persoon in uw organisatie lijdt doordat de vaste schijf niet meer toegankelijk is. Stel geen gebruikerswachtwoord voor de vaste schijf in als u dit risico niet aanvaardt.
Wanneer u het gebruikerswachtwoord voor de vaste schijf opslaat, moet u de computer uitschakelen en opnieuw opstarten. Als u de computer niet uitschakelt en opnieuw opstart, worden de opgeslagen gegevens mogelijk niet correct toegepast. Raadpleeg De computer inschakelen voor meer informatie over het uitschakelen of opnieuw opstarten van de computer.
Supervisorwachtwoord
Als u een supervisorwachtwoord instelt, zijn bepaalde functies mogelijk beperkt wanneer een gebruiker zich aanmeldt met het gebruikerswachtwoord. U stelt als volgt een supervisorwachtwoord in:
Klik op Desktop Assist -> Hulpprogramma's ->
Wachtwoordhulpprogramma -> Supervisorwachtwoord op het bureaublad
Met dit hulpprogramma kunt u de volgende bewerkingen uitvoeren:
■ Het supervisorwachtwoord registreren of verwijderen.
■ Beperkingen voor gewone gebruikers opgeven.
De computer starten met een wachtwoord
Als u al een gebruikerswachtwoord hebt geregistreerd, is er één manier om de computer op te starten:
■ Voer het wachtwoord handmatig in.

Het wachtwoord is alleen nodig als de computer is afgesloten in de sluimertand of de opstartmodus. U hebt het niet nodig in de slaapstand en bij opnieuw starten.
Voer de volgende stappen uit als u een wachtwoord handmatig wilt invoeren:
- Schakel de computer in volgens de instructies in het gedeelte Aan de slag. Het volgende bericht wordt weergegeven:
Wachtwoord invoeren [ ]
![TOSHIBA Satellite Click L30W-B - Wachtwoord invoeren [ ] - 1](/content/2026/05/1117007/images/3fe649b3b5476b6b8e5fac0d4fdd386b20bf805bc69ac324bbb5ee93496b9c08.jpg)
Op dit punt werken de functietoetsen niet. U kunt ze pas weer gebruiken nadat u het wachtwoord hebt ingevoerd.
- Voer het wachtwoord in.
- Druk op ENTER.
![TOSHIBA Satellite Click L30W-B - Wachtwoord invoeren [ ] - 2](/content/2026/05/1117007/images/5f35794b8f0fb647405c599d421face2a8c295b4f78ed704587be50d4f50f128.jpg)
Als u het wachtwoord driemaal achter elkaar onjuist invoert of als u niet binnen één minuut een wachtwoord invoert, wordt de computer uitgeschakeld. In dit geval werken functies die de computer automatisch inschakelen (zoals Activering op LAN, Taakplanner en dergelijke) mogelijk
niet. U moet de computer opnieuw inschakelen en het wachtwoord opnieuw proberen in te voeren.
TOSHIBA-systeeminstellingen
TOSHIBA-systeeminstellingen is een TOSHIBA-hulpprogramma voor configuratiebeheer dat beschikbaar is via het Windows-besturingssysteem.
U start TOSHIBA-systeeminstellingen door te klikken op Desktop Assist - > Hulpprogramma's -> Systeeminstellingen op het bureaublad.
Het venster TOSHIBA-systeeminstellingen bevat een aantal tabbladen waarop u specifieke functies van de computer kunt configureren.
Er zijn ook drie knoppen aanwezig: OK, Annuleren en Toepassen.
OK Bevestigt uw wijzigingen en sluit het venster TOSHIBA-systeeminstellingen.
Annuleren Sluit het venster zonder uw wijzigingen door te voeren.
Toepassen Bevestigt al uw wijzigingen zonder het venster TOSHIBA-systeeminstellingen te sluiten.

Sommige opties worden grijs weergegeven, zodat u de status ervan kunt controleren.
Het venster TOSHIBA-systeeminstellingen kan de volgende tabbladen bevatten:
Algemeen: hier ziet u de huidige BIOS-versie en kunt u de standaardwaarde van bepaalde instellingen wijzigen
■ Slaapstand en laden: hier kunt u geavanceerde functies instellen voor de slaapstand, sluimerstand en uitgeschakelde staat
Beeldscherm: hier kunt u aangeven of het interne LCD-scherm en/of de externe monitor wordt gebruikt wanneer de computer wordt opgestart
Opstartopties: hier kunt u de volgorde wijzigen waarin de computer op stations zoekt naar het besturingssysteem.
Toetsenbord; hier kunt u de functie Activeren via toetsenbord instellen en de functietoetsen configureren
USB: hier kunt u instellingen voor USB selecteren
■ SATA: hier kunt u instellingen voor SATA selecteren

De instellingen en opties die hier worden beschreven hangen af van het aangeschafte model.
Nadat u de instellingen hebt gewijzigd, kan een dialoogvenster worden weergegeven waarin wordt vermeld dat de wijzigingen worden toegepast
nadat u de computer opnieuw hebt opgestart. Zorg dat u de computer direct opnieuw opstart om deze wijzigingen toe te passen.
Opladen via USB
Uw computer kan via een USB-poort van stroom (5 V gelijkstroom) voorzien.
De poort met het pictogram (⚡) ondersteunt de volgende functies:
USB-slaapstand en laden
■ CDP-oplaadmodus bij ingeschakeld system
USB-slaapstand en laden
U kunt de functie 'Slaapstand en laden' gebruiken om bepaalde externe USB-compatibele apparaten op te laden, zoals mobiele telefoons of draagbare digitale muziekspelers. Uw computer kan een compatibele USB-poort van stroom (5 V gelijkstroom) voorzien, zelfs als de computer is uitgeschakeld. Met 'uitgeschakeld' wordt bedoeld dat de computer in de slaapstand of de sluimerstand staat of volledig is uitgeschakeld.
U stelt de functie 'USB-slaapstand en laden' in door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Systeeminstellingen -> Slaapstand en laden op het bureaublad.
Verplaats de schuifregelaar om de functie Slaapstand en laden in of uit te schakelen.

De functie Slaapstand en laden werkt mogelijk niet bij bepaalde externe apparaten, zelfs als deze compatibel zijn met de USB-specificatie. Zet in die gevallen de computer aan om het apparaat op te laden.
Als de functie 'Slaapstand en laden' is ingeschakeld, krijgen compatibele USB-poorten stroom (5 V gelijkstroom), zelfs als de computer is uitgeschakeld. Er wordt ook stroom (5 V) geleverd aan externe apparaten die op de compatibele USB-poorten zijn aangesloten. Sommige externe apparaten kunnen echter niet alleen via USB-stroom (5 V) worden opgeladen. Neem voor de specificaties van de externe apparaten contact op met de fabrikant van het apparaat of raadpleeg de specificaties van het apparaat voordat u dit gebruikt.
Externe apparaten opladen via de functie 'Slaapstand en laden' duurt langer dan wanneer u de eigen lader van het apparaat gebruikt.
Als de functie Slaapstand en laden is ingeschakeld, zal de accu van de computer ontladen als deze in de zuinige slaapstand staat of wanneer de computer wordt uitgeschakeld. Het wordt aanbevolen de netadapter op de computer aan te sluiten wanneer u de functie Slaapstand en laden gebruikt.
Externe apparaten die stroom (5 V) krijgen via de USB-poorten van de computer, kunnen altijd worden gebruikt.
Als de externe apparaten die op de compatibele poorten zijn aangesloten, te veel stroom trekken, kan de toevoer van USB-stroom (5 V) uit veiligheidsoverwegingen worden gestopt.
Als de functie 'Slaapstand en laden' is ingeschakeld, werkt de functie 'USB-activering' mogelijk niet voor compatibele poorten. Als er in dat geval een USB-poort zonder de functie Slaapstand en laden is, sluit u de muis of het toetsenbord aan op die poort. Als alle USB-poorten beschikken over de functie Slaapstand en laden, schakelt u de functie Slaapstand en laden uit. De functie USB-activering werkt nu, maar de functie Slaapstand en laden is uitgeschakeld.

Metalen paperclips of haarspelden genereren warmte als ze in contact komen met een USB-poort. Voorkom daarom dat USB-poorten in contact komen met metalen voorwerpen, bijvoorbeeld wanneer u de computer in een tas draagt.
Uw pc biedt diverse oplaadmodi, zodat veel verschillende USB-apparaten worden ondersteund door de functie Slaapstand en laden.
Automatische modus (standaard) is geschikt voor een groot aantal digitale audiospelers. Terwijl u de automatische modus gebruikt, kan de computer USB-busvoeding van maximaal 2,0 A leveren aan compatibele poorten terwijl de computer is uitgeschakeld. Als een USB-apparaat niet kan worden opgeladen in de automatische modus, schakelt u over naar de alternatieve modus.
Deze functie kan mogelijk niet worden gebruikt met bepaalde aangesloten externe apparaten, ook al is de juiste modus geselecteerd. Schakel in dat geval de functie uit en gebruik deze niet meer.
Sommige externe apparaten kunnen de automatische modus niet gebruiken. Neem voor de specificaties van de externe apparaten contact op met de fabrikant van het apparaat of raadpleeg de specificaties van het apparaat voordat u dit gebruikt.
Gebruik altijd de USB-kabel die bij het USB-apparaat is geleverd.
Gebruik in accumodus
Met deze optie kunt u Slaapstand en laden in de accumodus in- en uitschakelen. Tevens wordt de resterende capaciteit van de accu weergegeven.
Verplaats de schuifregelaar om deze functie in of uit te schakelen.
Ingeschakeld Schakelt de functie Slaapstand en laden in de accumodus in.
Uitgeschakeld De functie Slaapstand en laden kan alleen worden ingeschakeld als de netadapter is aangesloten.
Functies uitschakelen wanneer het accuniveau bereikt Geef de minimale resterende accuduur aan door de schuifregelaar te verplaatsen. Als de resterende gebruiksduur van de accu onder deze instelling valt, wordt de functie Slaapstand en laden gestopt. Deze instelling is alleen beschikbaar als Gebruik in accumodus is ingeschakeld.
CDP-oplaadmodus bij ingeschakeld system
Deze functie schakelt CDP (Charging Downstream Port) in als u snel wilt opladen via USB terwijl de computer is ingeschakeld. Als 'CDP-oplaadmodus bij ingeschakeld systeem' is ingeschakeld, kan de computer USB-busvoeding (5 V gelijkstroom, 1,5 A) leveren aan compatibele poorten wanneer de computer is ingeschakeld.
U schakelt 'CDP-oplaadmodus bij ingeschakeld systeem' in door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Systeeminstellingen -> USB op het bureaublad.
Ingeschakeld De USB-accu snel opladen met maximaal 1,5 A terwijl de pc is ingeschakeld.
Uitgeschakeld De USB-accu op de normale manier opladen terwijl de pc is ingeschakeld.

De functie 'CDP-oplaadmodus bij ingeschakeld systeem' werkt mogelijk niet bij bepaalde externe apparaten, zelfs als deze compatibel zijn met de USB-specificatie. Gebruik in dat geval een USB-poort zonder de functie 'USB-slaapstand en laden' of schakel 'CDP-oplaadmodus bij ingeschakeld systeem' uit.
Het wordt aanbevolen de netadapter aan te sluiten op de computer terwijl een USB-poort van stroom (5 V gelijkstroom, 1,5 A) wordt voorzien.
Als de accucapaciteit te laag is om door te gaan, werkt 'CDP-oplaadmodus bij ingeschakeld systeem' mogelijk niet. Sluit in dat geval de netadapter aan en start de computer opnieuw op.
Gebruik altijd de USB-kabel die bij het USB-apparaat is geleverd.
Als 'CDP-oplaadmodus bij ingeschakeld systeem' of 'USB-slaapstand en laden' is ingeschakeld, werkt de functie 'USB-activering' niet. Gebruik in dat geval een USB-poort zonder de functie 'USB-slaapstand en laden' of
schakel zowel 'CDP-oplaadmodus bij ingeschakeld systeem' als 'USB-slaapstand en laden' uit.
TOSHIBA Media Player van sMedio TrueLink+
Wanneer u TOSHIBA Media Player van sMedio TrueLink+ gebruikt, dient u rekening te houden met de volgende beperkingen:
Opmerkingen betreffende het gebruik
TOSHIBA Media Player van sMedio TrueLink+ is een multimediaspeler die kan worden gebruikt om video, muziek en foto's weer te geven.
Deze software is alleen beschikbaar op sommige modellen.
Het wordt aanbevolen de netadapter aan te sluiten terwijl TOSHIBA Media Player actief is. Energiebesparende functies kunnen een vloeiende weergave verstoren. Als TOSHIBA Media Player wordt gebruikt op de accu, stelt u Energiebeheer in op 'Balans'.
De schermbeveiliging wordt uitgeschakeld terwijl TOSHIBA Media Player een videobestand of een diashow met foto's weergeeft.
De computer wordt niet automatisch in de sluimerstand of slaapstand gezet terwijl TOSHIBA Media Player actief is.
De functie die het beeldscherm automatisch uitschakelt, is uitgeschakeld terwijl TOSHIBA Media Player een videobestand of een diashow met foto's weergeeft.
De functie Resolution+ is speciaal bedoeld voor de interne monitor. Schakel Resolution+ daarom uit als u een externe monitor gebruikt.
De functie Resolution+ voor videoweergave wordt alleen ondersteund door sommige modellen. Resolution+ kan alleen worden ingeschakeld voor video-/fotoweergave als Enhance Video/Photo Quality (Video-/fotokwaliteit verbeteren) wordt weergegeven.. Resolution+ kan alleen worden ingeschakeld voor fotoweergave als Enhance Photo Quality (Fotokwaliteit verbeteren) wordt weergegeven..
U kunt de weergave van video/muziek/diapresentaties regelen met de mediaknoppen in het voorbeeldvenster dat wordt weergegeven wanneer u de muiswijzer op het pictogram TOSHIBA Media Player op de Windows-taakbalk plaatst.
U kunt de weergave van video/diapresentaties alleen regelen wanneer de toepassing op de voorgrond staat.
Muziek kan ook worden geregeld wanneer de toepassing op de achtergrond staat.
Tijdens de weergave van inhoud met een hoge bitsnelheid kunnen frames wegvallen, kan het geluid overslaan of kunnen de computerprestaties afnemen.
U kunt de bovenstaande problemen oplossen door Resolution+ uit te schakelen.
Tik/klik op de knop Vernieuwen in de app-opdrachten om de inhoud in het bibliotheekscherm te vernieuwen. Dit wordt niet automatisch vernieuwd.
Als de slaapstand, sluimerstand of afsluitstand actief is of de computer opnieuw wordt opgestart tijdens het uploaden van bestanden naar OneDrive, wordt de bewerking niet correct voltooid.
Deze app ondersteunt geen weergave van inhoud die is beveiligd met DRM. Als u inhoud met DRM-beveiliging probeert weer te geven terwijl Resolution+ is ingeschakeld, wordt deze app mogelijk gesloten.
■ Voor foto's die worden geüpload naar OneDrive geldt een maximale resolutie van 2048 x 2048 pixels. Foto's die groter zijn, worden geschaald tot een maximale resolutie van 2048 x 2048 pixels.
■ Deze app ondersteunt geen DMS.
Sommige mediabestanden worden mogelijk niet correct afgespeeld door deze speler. Dit kan ook gebeuren als u Windows Media Player en de video-app gebruikt.
De gebruikersinterface en bedieningsprocedures kunnen verschillen, afhankelijk van de versie van de toepassing. Raadpleeg de Help van TOSHIBA Media Player van sMedio TrueLink+ voor meer informatie.
De handleiding van TOSHIBA Media Player van sMedio TrueLink+ openen
De functies en het gebruik van TOSHIBA Media Player worden toegelicht in de handleiding van TOSHIBA Media Player.
Voer de volgende stappen uit om de online Help van TOSHIBA Media Player te openen:
Wanneer TOSHIBA Media Player wordt uitgevoerd, klikt u op Help in de charm Instellingen.
De toepassing TOSHIBA PC Health Monitor controleert diverse systeemfuncties, zoals stroomverbruik, accustatus (voor modellen met een accu) en systeemkoeling, en informeert u over belangrijke systeemomstandigheden. Deze toepassing herkent het serienummer van het systeem en van afzonderlijke onderdelen en houdt specifieke activiteiten bij met betrekking tot de computer en het gebruik ervan.
Het programma verzamelt onder andere de volgende informatie: werkingsduur van het apparaat en het aantal activeringen of statuswijzigingen (d.w.z. het aantal malen dat de aan/uit-knop en combinaties met de FN-toets worden gebruikt, netadapter, accu (voor modellen met een accu), LCD, ventilator (voor modellen met een ventilator), vaste schijf/SSD, geluidsvolume, functies voor draadloze communicatie en USB-informatie), datum waarop het systeem voor het eerst werd gebruikt, en het gebruik van computer en apparaten (zoals energie-instellingen, accutemperatuur, het opladen van de accu (voor
modellen met een accu), CPU, geheugen, gebruiksduur van de schermverlichting en de temperatuur voor diverse apparaten). De verzamelde gegevens zijn niet beperkt tot de hier gegeven voorbeelden. De opgeslagen gegevens nemen een klein deel van de totale ruimte van de vaste schijf in beslag, circa 10 MB of minder per jaar.
Deze informatie wordt gebruikt om de systeemstatus te bepalen en een bericht over het effect hiervan op de prestaties van uw TOSHIBA-computer te tonen. De informatie kan ook worden gebruikt om een diagnose van problemen te stellen indien de computer onderhoud vereist door Toshiba of een door Toshiba erkende servicedienst. Daarnaast kan TOSHIBA deze informatie ook gebruiken voor kwaliteitscontrole en -analyse.
Onder voorwaarde van de bovenstaande beperkingen kunnen de vastgelegde gegevens worden overgedragen aan instanties buiten het land of de regio waarin u verblijft (zoals de Europese Unie). Deze landen kunnen wel of niet beschikken over dezelfde wetten of niveaus voor gegevensbeveiliging die zijn vereist in uw land of regio van verblijf.
U kunt TOSHIBA PC Health Monitor op elk gewenst moment uitschakelen door de software te verwijderen via Een programma verwijderen in het Configuratiescherm. Hiermee wordt tevens alle verzamelde informatie van het interne opslagmedium verwijderd.
De software TOSHIBA PC Health Monitor vergroot of wijzigt op geen enkele wijze de verplichtingen van Toshiba volgens de standaard beperkte garantie. De voorwaarden en beperkingen in de standaard beperkte garantie van Toshiba blijven van toepassing.
U kunt TOSHIBA PC Health Monitor starten door te klikken op Desktop Assist -> Ondersteuning & herstel -> PC Health Monitor op het bureaublad.
Het hoofdscherm van TOSHIBA PC Health Monitor wordt weergegeven.
Dit hulpprogramma kan standaard zijn uitgeschakeld op uw computer. U kunt dit inschakelen door te klikken op Klik hier om TOSHIBA PC Health Monitor in te schakelen. Het scherm 'Kennisgeving en akkoordverklaring voor PC Health Monitor' wordt weergegeven. Lees zorgvuldig de weergegeven informatie. Als u ACCEPT selecteert en vervolgens op OK klikt, wordt het programma ingeschakeld. Door de software TOSHIBA PC Health Monitor in te schakelen gaat u akkoord met deze voorwaarden en bepalingen en met het gebruiken en delen van de verzamelde informatie. Nadat het programma is ingeschakeld, verschijnt het venster TOSHIBA PC Health Monitor en start het programma met het controleren van de systeemfuncties en het verzamelen van informatie.

Er wordt een bericht weergegeven als er wijzigingen worden gedetecteerd die de werking van het programma kunnen verstoren. Volg de aanwijzingen in het bericht op.
Hulpprogramma TOSHIBA Setup
Het hulpprogramma TOSHIBA Setup is een BIOS Setup-hulpprogramma dat een gebruikersinterface met een menu biedt, zodat u de BIOS-instellingen gemakkelijk kunt bekijken en wijzigen.
Voer de volgende stappen uit om het BIOS Setup-hulpprogramma te openen:
- Sla uw werk op.
- Klik op het aan/uit-pictogram ( ⏻ ) op het startscherm en selecteer Opnieuw opstarten.
- Houd de toets F2 ingedrukt en laat de toets één seconde nadat de computer is ingeschakeld los.
Het BIOS Setup-hulpprogramma kan ook worden gestart met een knopcombinatie:
- Sla uw werk op.
- Klik op het aan/uit-pictogram ( ⏻) op het startscherm en selecteer Afsluiten.
- Houd de knop Volume omlaag ingedrukt en druk op de aan/uit-knop om de tablet in te schakelen. Laat de knop Volume omlaag los nadat het hulpprogramma TOSHIBA Setup is geladen.

Zorg dat snel opstarten is uitgeschakeld bij Energiebeheeropties door de volgende stappen uit te voeren:
- Klik op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Systeem en beveiliging -> Energiebeheer op het bureaublad.
- Klik op Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen of Het gedrag van het sluiten van het deksel bepalen.
- Klik op Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn.
- Schakel het selectievakje Snel opstarten inschakelen uit bij Instellingen voor uitschakelen.
- Klik op de knop Wijzigingen opslaan.
Om de wijzigingen op te slaan en het hulpprogramma af te sluiten drukt u op de toets F10 en selecteert u Ja met het toetsenborddock of selecteert u Afsluiten -> Afsluiten en wijzigingen opslaan -> Ja. De computer wordt direct opnieuw opgestart.
Navigeren in het hulpprogramma
U kunt navigeren in het hulpprogramma TOSHIBA Setup via het aanraakscherm.
Sommige knoppen op de computer kunnen ook worden gebruikt om de bijbehorende functie op het toetsenborddock uit te voeren. Hieronder vindt u meer informatie hierover:
KnopToetsFunctie
Windows Enter-toets Doorgaan of bewerking
bevestigen
Volume omhoog Pijl omhoog Het vorige item selecteren
Volume omlaag Pijl omlaag Het volgende item
selecteren
Systeemherstel
Er is een verborgen partitie op de vaste schijf toegewezen aan de opties voor systeemherstel voor het geval er een probleem optreedt.
U kunt ook herstelmedia maken en het systeem herstellen.
De volgende items worden beschreven in dit gedeelte:
Herstelmedia maken
De vooraf geïnstalleerde software herstellen met de gemaakte herstelmedia
De vooraf geïnstalleerde software herstellen vanaf het herstelschijfstation
Herstelmedia maken
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u herstelmedia maakt.

■ Vergeet niet de netadapter aan te sluiten wanneer u herstelmedia maakt.
■ Sluit alle softwareprogramma's, behalve Recovery Media Creator.
Voer geen programma's uit die de processor zwaar belasten, zoals een schermbeveiliging.
Zorg dat de computer op volledige energie werkt.
- Gebruik geen energiebesparingsfuncties.
Schrijf niet naar het medium terwijl anti-virussoftware actief is. Wacht tot de viruscontrole is beëindigd en schakel vervolgens de anti-virussoftware (en eventuele op de achtergrond uitgevoerde bestandscontroleprogramma's) uit.
Gebruik geen hulpprogramma's, ook geen hulpprogramma's voor snelle toegang tot de vaste schijf. Doet u dit toch, dan loopt u het risico van storingen en gegevensverlies.
Activeer tijdens het (her)schrijven van het medium niet de afsluit-/afmeldprocedure of de slaapstand/sluimerstand.
Plaats de computer op een egaal, horizontaal oppervlak en vermijd plaatsen waar trillingen waarneembaar zijn, zoals auto's, treinen en vliegtuigen.
Gebruik de computer niet op instabiele plekken, zoals een standaard.
Een herstelimage van de software op uw computer wordt opgeslagen op de vaste schijf en kan naar een schijf of USB-flashgeheugen worden gekopieerd met behulp van de volgende stappen:
- Selecteer een lege schijf of leeg USB-flashgeheugen.
In de toepassing kunt u kiezen uit diverse media waarnaar de herstelimage wordt gekopieerd, waaronder verschillende soorten schijven en USB-flashgeheugen.

Onthoud dat sommige van de schijfmedia mogelijk niet compatibel zijn met het optische station dat op uw computer is aangesloten.
Controleer daarom voordat u verdergaat of het optische station het lege medium dat u hebt gekozen ondersteunt.
Als u verdergaat, wordt het USB-flashgeheugen geformatteerd en gaan alle gegevens in het USB-flashgeheugen verloren.
-
Schakel de computer in en wacht totdat het besturingssysteem Windows op de gebruikelijke manier is opgestart vanaf de vaste schijf.
-
Plaats de eerste lege schijf in de lade van het externe optische station of sluit het USB-flashgeheugen aan op een beschikbare USB-poort.
-
Klik op Desktop Assist -> Ondersteuning & herstel -> Recovery Media Creator op het bureaublad.
-
Nadat Recovery Media Creator is gestart, selecteert u het type medium en de titel die u naar het medium wilt kopieren. Klik vervolgens op de knop Maken.
De vooraf geinstalleerde software herstellen met de gemaakte herstelmedia
Als de vooraf geïnstalleerde bestanden beschadigd zijn, kunt u de computer in de oorspronkelijke staat herstellen met de herstelmedia die u hebt gemaakt. Volg de onderstaande stappen als u deze herstelbewerking wilt uitvoeren:

Zorg dat het TOSHIBA-toetsenborddock en de netadapter zijn aangesloten tijdens de herstelbewerking.

Wanneer u het Windows-besturingssysteem opnieuw installeert, wordt de vaste schijf opnieuw geformatteerd, waardoor alle gegevens erop verloren gaan.
Zorg dat de opstartsnelheid is ingesteld op Normaal. (U opent dit door te klikken op Desktop Assist -> Hulpprogramma's -> Systeeminstellingen -> Opstartopties op het bureaublad.)
Gebruik de standaardoptie voor de opstartmodus in het BIOS Setup-hulpprogramma voordat u de herstelbewerking uitvoert.
- Start het BIOS Setup-hulpprogramma.
Raadpleeg het gedeelte Hulpprogramma TOSHIBA Setup voor meer informatie.
- Selecteer in het BIOS Setup-scherm achtereenvolgens Advanced -> System Configuration -> Boot Mode.
Opmerking: Sla het volgende over als u de optie Boot Mode niet kunt vinden in uw systeem.
- Selecteer UEFI Boot (Standaard).
Als u de opstartmodus instelt op CSM Boot, werken de herstelmedia die door Recovery Media Creator zijn gemaakt NIET voor de herstelbewerking.
Als u een herstelimage maakt met behulp van geavanceerde herstelfuncties in het Configuratiescherm, zorg dan ook dat u de standaardoptie voor de opstartmodus (UEFI Boot) in het hulpprogramma BIOS Setup selecteert voordat u de herstelbewerking uitvoert.
- Plaats het herstelmedium in het optische station of sluit het USB-flashgeheugen met herstelgegevens aan op een beschikbare USB-poort.
- Klik op het aan/uit-pictogram ( ) op het startscherm en selecteer Opnieuw opstarten.
- Houd de toets F12 ingedrukt en laat de toets één seconde nadat de computer is ingeschakeld los.
- Druk op de pijltoetsen omhoog en omlaag om de juiste optie in het menu te selecteren op basis van het herstelmedium.
- Er wordt een menu weergegeven waarin u de instructies moet uitvoeren.

Als u er eerder voor hebt gekozen de herstelpartitie te verwijderen en herstelmedia probeert te maken, wordt het volgende bericht weergegeven:
'Recovery Media Creator kan niet worden gestart omdat er geen herstelpartitie is.'
Als er geen herstelpartitie is, kan Recovery Media Creator geen herstelmedia maken.
Als u al een herstelschijf hebt gemaakt, kunt u hiermee de herstelpartitie herstellen.
Als u geen herstelschijf hebt gemaakt, neemt u voor hulp contact op met de ondersteuning van TOSHIBA.
De vooraf geïnstalleerde software herstellen vanaf het herstelschijfstation
Een deel van de totale vasteschijfruimte is geconfigureerd als een verborgen herstelpartitie. In deze partitie worden bestanden opgeslagen die kunnen worden gebruikt om vooraf geïnstalleerde software te herstellen in geval van problemen.
Als u vervolgens uw vaste schijf opnieuw gebruiksklaar maakt, dient u geen partities te wijzigen, te verwijderen of toe te voegen op een andere manier dan wordt vermeld in de handleiding. Als u dat wel doet, is er mogelijk geen ruimte beschikbaar voor de vereiste software.
Bovendien kunt u mogelijk de computer niet installeren als u een partitieprogramma van derden gebruikt om partities op de vaste schijf opnieuw te configureren.

Zorg dat het TOSHIBA-toetsenborddock en de netadapter zijn aangesloten tijdens de herstelbewerking.

Wanneer u het Windows-besturingssysteem opnieuw installeert, wordt de vaste schijf opnieuw geformatteerd, waardoor alle gegevens erop verloren gaan.
- Klik op het aan/uit-pictogram ( ⏻) op het startscherm en selecteer Opnieuw opstarten.
- Houd de toets 0 (nul) ingedrukt en laat de toets één seconde nadat de computer is ingeschakeld los. Kies Ja als u wilt doorgaan.
- Selecteer Probleemoplossing.
- Selecteer De pc opnieuw instellen.
- Volg de instructies op het scherm om het herstel te voltooien.
U kunt de herstelbewerking ook uitvoeren via de pc-instellingen van het besturingssysteem:
- Klik op de charm Instellingen en klik op Pc-instellingen wijzigen.
- Klik op Bijwerken en herstellen onder Pc-instellingen en klik daarna op Herstellen.
- Klik op Aan de slag onder Alles verwijderen en Windows opnieuw installeren.
- Volg de instructies op het scherm om het herstel te voltooien.
Herstelschijven bestellen bij TOSHIBA*
U kunt productherstelschijven voor uw notebook bestellen in de TOSHIBA Europe Backup Media Online Shop.

* Houd er rekening mee dat deze service niet gratis is.
- Ga hiervoor naar https://backupmedia.toshiba.eu.
- Volg de aanwijzingen op het scherm. U ontvangt de herstelschijven binnen twee weken nadat u de bestelling hebt geplaatst.
Hoofdstuk 6
Problemen oplossen
TOSHIBA heeft met deze computer een duurzaam product willen maken, maar mochten zich problemen voordoen dan kunt u aan de hand van de procedures in dit hoofdstuk bepalen wat er aan de hand is.
Het is raadzaam dat alle gebruikers kennis nemen van dit hoofdstuk omdat als zij weten wat er fout kan gaan, er bepaalde problemen kunnen worden vermeden.
Handelwijze bij probleemoplossing
Het oplossen van problemen zal u veel gemakkelijker afgaan als u de volgende richtlijnen in acht neemt:
- Stop meteen als u een probleem ontdekt, omdat doorgaan kan leiden tot verlies van gegevens of schade. Ook kan waardevolle informatie die met het probleem te maken heeft, verloren raken.
Kijk goed wat er gebeurt en schrijf op wat het systeem doet en welke handelingen u verrichtte vlak vóór het probleem zich voordeed. Maak een schermafbeelding van het huidige scherm.
Vergeet niet dat de vragen en procedures die in dit hoofdstuk worden beschreven, zijn bedoeld als leidraad, niet als onfeilbare probleemoplossingstechnieken. In werkelijkheid kunnen veel problemen eenvoudig worden opgelost, maar voor enkele hebt u hulp nodig van de TOSHIBA-ondersteuning. Als u anderen wilt raadplegen, moet u het probleem zo gedetailleerd mogelijk kunnen beschrijven.
Algemene controlepunten
Kies altijd eerst de eenvoudigste oplossing. De punten in deze lijst zijn eenvoudig te controleren maar kunnen ten grondslag liggen aan schijnbaar ernstige problemen:
Zorg ervoor dat u alle randapparatuur aansluit voordat u de computer aanzet. Hiertoe behoren ook de printer en alle externe apparatuur waarvan u gebruik maakt.
Schakel de computer uit voordat u een extern apparaat aansluit; als u de computer weer aan zet, zal het nieuwe apparaat worden herkend.
- Controleer of alle optionele accessoires correct zijn geconfigureerd in het configuratieprogramma van de computer en of alle vereiste stuurprogramma's geladen zijn (raadpleeg de documentatie bij de optionele accessoires voor meer informatie over installatie en configuratie).
- Controleer of alle kabels op de juiste manier zijn aangesloten en stevig vastzitten. Loszittende kabels kunnen signaalfouten veroorzaken.
- Controleer alle verbindingskabels op losse draden en alle connectoren op losse pinnen.
■ Controleer of een eventuele schijf correct is geplaatst
Maak uitgebreide notities van uw bevindingen en bewaar deze in een permanent foutenlogboek. Hierdoor kunt u gemakkelijker aan de TOSHIBA-ondersteuning uitleggen wat de problemen zijn. Als er zich nogmaals een probleem voordoet, kunt u dit probleem aan de hand van dit logboek sneller identificeren.
Het probleem analyseren
Soms geeft de computer aanwijzingen aan de hand waarvan u kunt bepalen wat er aan de hand is. Houd daarom de volgende vragen in gedachten:
Welk deel van de computer werkt niet naar behoren: toetsenbord, vaste schijf, beeldscherm, touchpad, touchpadbesturingsknoppen. Elk apparaat vertoont andere symptomen.
- Controleer de apparaten in het besturingssysteem om na te gaan of de configuratie juist is ingesteld.
Wat is er op het beeldscherm te zien? Worden er berichten of willekeurige tekens weergegeven? Maak een schermafbeelding van het huidige scherm en zoek de berichten zo mogelijk op in de documentatie bij de computer, de software of het besturingssysteem.
- Controleer of alle kabels goed en stevig vastzitten, aangezien loszittende kabels foutieve of onderbroken signalen kunnen veroorzaken.
Branden de lichtjes en zo ja welke en in welke kleur en branden ze doorlopend of knipperend? Noteer wat u ziet.
■ Hoort u piepjes, zo ja hoeveel, zijn ze lang of kort en hoog of laag? Maakt de computer daarbij ongebruikelijke geluiden? Noteer wat u hoort.
Noteer uw bevindingen, zodat u ze gedetailleerd kunt beschrijven aan de Toshiba-ondersteuning.
SoftwareDe problemen worden wellicht door uw software
of schijfje veroorzaakt. Als u een softwarepakket niet kunt laden, is het medium of het programma misschien beschadigd. Probeer in dat geval een andere kopie van de software te laden.
Als tijdens het gebruik van een softwarepakket een foutbericht verschijnt, raadpleegt u de softwaredocumentatie. Deze bevat meestal een gedeelte over probleemoplossing of een samenvatting van foutberichten.
Vervolgens leest u de documentatie bij het besturingssysteem op foutberichten na.
HardwareAls u geen softwareprobleem kunt vinden,
controleert u de installatie en configuratie van de hardware. Werk eerst de eerder genoemde controlelijsten af en als u het probleem dan nog steeds niet kunt verhelpen, probeert u de bron te identificeren. In het volgende gedeelte vindt u een controlelijst voor afzonderlijke componenten en randapparaten.

Controleer, voordat u randapparatuur of toepassingen gaat gebruiken die niet door TOSHIBA zijn goedgekeurd, of deze geschikt zijn voor gebruik met uw computer. Het gebruik van incompatibele apparaten kan leiden tot letsel of tot schade aan de computer.
Als er iets misgaat
De computer reageert niet op toetsenbordopdrachten.
Als er een fout optreedt en de computer niet reageert op toetsenbordopdrachten, voert u de onderstaande stappen uit:
Druk op de aan/uit-knop en houd deze knop circa 5 seconden ingedrukt. Nadat de computer zichzelf heeft uitgeschakeld, wacht u 10 tot 15 seconden voordat u de computer weer inschakelt door op de aan/uit-knop te drukken.
Uw programma reageert niet meer.
Als tijdens het werken met een programma plotseling alle bewerkingen worden geblokkeerd, is het programma waarschijnlijk vastgelopen. U kunt het desbetreffende programma afsluiten zonder het besturingssysteem af te sluiten of andere programma's te sluiten.
U kunt een programma dat niet meer reageert, als volgt sluiten:
-
Druk tegelijk (eenmaal) op CTRL, ALT en DEL of druk tegelijk (eenmaal) op de aan/uit-knop en de Windows-knop en klik daarna op Taakbeheer. Het venster Windows Taakbeheer verschijnt.
-
Selecteer het programma dat u wilt sluiten en klik op Taak beeindigen. Nadat het programma is gesloten, zou u moeten kunnen doorwerken. Zo niet, ga dan verder met de volgende stap.
- Sluit de overige programma's een voor een door de programmanaam te selecteren en op Taak beëindigen te klikken. Nadat u alle programma's hebt gesloten, zou u verdere moeten kunnen werken. Zo niet, zet dan de computer uit en start opnieuw op.
De computer wordt niet opgestart.
Controleer of de netadapter en het netsnoer correct zijn aangesloten.
Als u de netadapter gebruikt, controleert u of het stopcontact werkt door er een ander apparaat op aan te sluiten, zoals een lamp.
Controleer aan de hand van het aan/uit-lampje of de computer is ingeschakeld.
Als het lampje brandt, staat de computer aan. Probeer ook de computer uit en weer in te schakelen.
Als u een netadapter gebruikt, controleert u aan de hand van het DC-IN-/acculampje of de computer stroom krijgt via de externe voedingsbron. Als het lampje brandt, is de computer aangesloten op een werkende voedingsbron.
De computer laadt geen geavanceerde opties tijdens het opstarten.
Als u een van de volgende toetsen of knoppen ingedrukt houdt tijdens het opstarten, laadt de computer de hieronder beschreven geavanceerde opties.
| Geavanceerde optie | Toets Knop |
| BIOS-hulpprogramma | F2 Volume omlaag |
Opstartmenu F12 Volume omhoog
Herstelopties 0 (nul) -

Herstelopties zijn ook toegankelijk via Vasteschijfherstel in het opstartmenu.
Als uw computer het besturingssysteem laadt in plaats van de gewenste geavanceerde opties, voert u de onderstaande stappen uit:

Zorg dat snel opstarten is uitgeschakeld bij Energiebeheeropties door de volgende stappen uit te voeren:
- Klik op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Systeem en beveiliging -> Energiebeheer op het bureaublad.
- Klik op Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen of Het gedrag van het sluiten van het deksel bepalen.
- Klik op Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn.
- Schakel het selectievakje Snel opstarten inschakelen uit bij Instellingen voor uitschakelen.
-
Klik op de knop Wijzigingen opslaan.
-
Klik op het aan/uit-pictogram ( ⏻) op het startscherm en selecteer Afsluiten.
-
Houd de aan/uit-knop ingedrukt en druk op de desbetreffende toets of knop om de tablet in te schakelen.
-
Volg de aanwijzingen op het scherm om verder te gaan.
Controlelijst voor hardware en systeem
In dit gedeelte worden problemen besproken die worden veroorzaakt door de hardware van de computer of door aangesloten randapparaten. In de volgende gebieden kunnen zich elementaire problemen voordoen:
Voeding
Toetsenbord
Intern beeldscherm
Vaste schijf
Geheugenkaart
Aanwijsapparaat
USB-apparaat
Geluidssysteem
■ Externe monitor
Draadloos LAN
Bluetooth
Voeding
Als de computer niet op een stopcontact is aangesloten, is de accu de voornaamste voedingsbron. Uw computer heeft ook een RTC-functie (Real Time Clock). Alle voedingsbronnen staan met elkaar in verband en elke bron kan schijnbare stroomvoorzieningsproblemen veroorzaken.
Uitschakelen bij oververhitting
Als de temperatuur van de processor bij een van beide instellingen een onaanvaardbaar hoog niveau bereikt, wordt de computer automatisch uitgeschakeld om beschadiging te voorkomen. In dat geval gaan alle niet-opgeslagen gegevens verloren.
Probleem Procedure
| De computer wordt automatisch uitgeschakeld. | Laat de computer uitstaan totdat deze de kamertemperatuur heeft bereikt. Als u de computer nog steeds niet kunt opstarten nadat deze weer op kamertemperatuur is of als het notebook na opstarten direct wordt uitgeschakeld, neemt u contact op met de TOSHIBA-ondersteuning. |
Netvoeding
Als zich bij het inschakelen van de computer problemen voordoen terwijl de netadapter is aangesloten, controleert u het DC IN-/acculampje. Raadpleeg het gedeelte Beschrijving van de stroomvoorzieningsomstandigheden voor meer informatie.
Probleem Procedure
| Netadapter voorziet de computer niet van stroom. | Controleer de aansluitingen en kijk of het netsnoer/netadapter goed aan de computer vastzit en of het stopcontact in orde is. |
| Controleer de toestand van het snoer en de aansluitpunten. Als het snoer versleten of beschadigd is, moet het worden vervangen, als de aansluitpunten vervuild zijn, reinigt u deze met een schone, droge doek. | |
| Als de netadapter de computer nog steeds niet van stroom voorziet, neemt u contact op met de TOSHIBA-ondersteuning. |
Accu
Als u een probleem met de accu vermoedt, controleert u het DC IN-/acculampje.
Probleem Procedure
| Accu voorziet de computer niet van stroom | De accu is misschien leeg. Sluit de adapter aan om de accu op te laden. |
| De accu wordt niet opgeladen terwijl de netadapter is aangesloten. | Als de accu helemaal ontladen is, begint het oplaadproces niet meteen. Wacht in dat geval enkele minuten voordat u het weer probeert. Wordt de accu nog steeds niet opgeladen, dan controleert u of het stopcontact stroom levert door er een ander apparaat op aan te sluiten. |
Probleem Procedure
| Accu levert minder lang stroom dan verwacht | Als u een gedeeltelijk opgeladen accu herhaalde malen oplaadt, wordt de accu mogelijk niet optimaal opgeladen. Ontlaad in dat geval de accu volledig en probeer deze vervolgens opnieuw op te laden. |
| Controleer de optie Energiebesparing onder Selecteer een energieschema in Energiebeheer. |
Real Time Clock
| Probleem Procedure | |
| De BIOS-instelling en systeemdatum/-tijd zijn verloren gegaan. | De duur van de RTC-functie is verstreken. U moet de datum en tijd opnieuw instellen via het BIOS Setup-hulpprogramma door de volgende stappen uit te voeren:1. Het BIOS Setup-hulpprogramma starten Raadpleeg het gedeelte Hulpprogramma TOSHIBA Setup voor meer informatie.2. Stel de datum in via het veld System Date.3. Stel de tijd in via het veld System Time.4. Druk op F10. Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven.5. Druk op Ja. Het BIOS Setup-hulpprogramma wordt afgesloten en de computer wordt automatisch opnieuw opgestart. |
Toetsenbord
Problemen met het toetsenbord kunnen worden veroorzaakt door de installatie en configuratie van de computer. Raadpleeg het gedeelte Het toetsenbord voor meer informatie.
Probleem Procedure
| De tekens worden niet correct weergegeven op het scherm. | Raadpleeg de documentatie bij de software om te controleren of deze het toetsenbord niet opnieuw indeelt ('opnieuw indelen' wil zeggen dat de betekenis van de toetsen door de software wordt veranderd of opnieuw wordt toegewezen).Als u het toetsenbord nog steeds niet kunt gebruiken, neemt u contact op met de Toshiba-ondersteuning. |
Intern beeldscherm
Problemen met het computerscherm kunnen te maken hebben met de installatie en configuratie van de computer.
| Probleem Procedure | |
| Het scherm blijft leeg. | Druk op de functietoetsen om de beeldschermprioriteit te wijzigen, zodat deze niet op een externe monitor is ingesteld. |
| Er verschijnen vlekken op het beeldscherm. | Deze vlekken kunnen zijn veroorzaakt door contact met het toetsenbord of het touchpad bij het sluiten van het scherm. Probeer de vlekken te verwijderen door het scherm voorzichtig af te vegen met een schone, droge doek of, als dit niet lukt, met een goed LCD-reinigingsmiddel. In dit laatste geval moet u altijd de instructies volgen bij de schermreiniger en het scherm goed laten drogen voordat u het sluit. |
Vaste schijf
| Probleem Procedure | |
| Computer wordt niet opgestart vanaf de vaste schijf. | Controleer of het optische station een schijf bevat.Als dat het geval is, verwijdert u de schijf en probeert u de computer opnieuw op te starten.Als dit geen resultaat heeft, controleert u de instelling Opties voor opstartprioriteit in het hulpprogramma TOSHIBA-systeeminstellingen. |
| Computer werkt traag. | De bestanden op de vaste schijf zijn mogelijk gefragmenteerd. In dat geval moet u het hulpprogramma Schijfdefragmentatie uitvoeren om de toestand van de bestanden en de schijf te controleren. Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem of de online Help voor informatie over het uitvoeren en gebruiken van Schijfdefragmentatie.Als niets helpt, formatteert u de vaste schijf opnieuw en daarna laadt u het besturingssysteem en alle andere bestanden en gegevens. Als u het probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met de Toshiba-ondersteuning. |
Geheugenkaart
Voor meer informatie raadpleegt u Basisbeginselen.
| Probleem Procedure | |
| Fout met geheugenkaart | Verwijder de geheugenkaart uit de computer,plaats de kaart daarna opnieuw en zorg ervoor dathij stevig vast zit.Als het probleem aanhoudt, raadpleegt u dedocumentatie bij de geheugenkaart voor meerinformatie. |
| U kunt niet schrijvennaar eengeheugenkaart. | Verwijder de geheugenkaart uit de computer om tecontroleren of deze niet schrijfbeveiligd is. |
| U kunt een bestandniet lezen. | Controleer of het benodigde bestand echt op degheugenkaart staat die in de computer isgeplaatst.Als u het probleem nog steeds niet kunt oplossen,neemt u contact op met de Toshiba-ondersteuning. |
Aanwijsapparaat
Als u een USB-muis gebruikt, raadpleegt u het gedeelte USB-muis en de documentatie bij de muis.
Touchpad
| Probleem Procedure | |
| Het touchpad werkt niet. | Controleer de apparaatinstellingen.Klik op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis op het bureaublad. |
| Schermaanwijzer reageert niet wanneer het aanwijsapparaat wordt gebruikt | In dit geval kan het systeem bezet zijn. Beweeg de muis nogmaals nadat u enkele ogenblikken hebt gewacht. |
| Dubbel aantikken (touchpad) werkt niet. | Probeer in dit geval eerst om de dubbelkliksnelheid te wijzigen in het hulpprogramma voor muisbesturing.1. U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis op het bureaublad.2. Klik in het venster Muiseigenschappen op het tabblad Knoppen.3. Stel de dubbelkliksnelheid naar wens in en klik op OK. |
| De schermaanwijzer wordt te snel of te traag verplaatst | Probeer in dit geval eerst om de snelheid te wijzigen in het hulpprogramma voor muisbesturing.1. U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis op het bureaublad.2. Klik in het venster Muiseigenschappen op het tabblad Aanwijzeropties.3. Stel de snelheid van de aanwijzer naar wens in en klik op OK. |
| Het touchpad is te gevoelig of niet gevoelig genoeg. | Wijzig de gevoeligheid van het touchpad.U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis op het bureaublad.Als u het probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met de Toshiba-ondersteuning. |
USB-muis
| Probleem Procedure | |
| Schermaanwijzer reageert niet wanneer de muis wordt gebruikt. | In dit geval kan het systeem bezet zijn. Beweeg de muis nogmaals nadat u enkele ogenblikken hebt gewacht. |
| Koppel de muis los van de computer, sluit hem weer aan op een vrije USB-poort en zorg ervoor dat hij stevig vast zit. | |
| Dubbelklikken werkt niet. | Probeer in dit geval eerst om de dubbelkliksnelheid te wijzigen in het hulpprogramma voor muisbesturing.1. U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis op het bureaublad.2. Klik in het venster Muiseigenschappen op het tabblad Knoppen.3. Stel de dubbelkliksnelheid naar wens in en klik op OK. |
| De schermaanwijzer wordt te snel of te traag verplaatst | Probeer in dit geval eerst om de snelheid te wijzigen in het hulpprogramma voor muisbesturing.1. U opent dit hulpprogramma door te klikken op Desktop Assist -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis op het bureaublad.2. Klik in het venster Muiseigenschappen op het tabblad Aanwijzeropties.3. Stel de snelheid van de aanwijzer naar wens in en klik op OK. |
| U kunt de schermaanwijzer niet normaal verplaatsen. | De onderdelen van de muis die met het detecteren van de verplaatsing van de muis te maken hebben, kunnen vuil zijn. Raadpleeg de documentatie bij de muis voor reinigingsinstructies.Als u het probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met de Toshiba-ondersteuning. |
USB-apparaat
Raadpleeg naast de informatie in dit gedeelte ook de documentatie bij het USB-apparaat..
| Probleem Procedure | |
| USB-apparaat werkt niet. | Koppel het USB-apparaat los van de computer, sluit het weer aan op een vrije poort en zorg dat het stevig vast zit.Zorg ervoor dat de benodigde USB-stuurprogramma's correct zijn geïnstalleerd.Raadpleeg hiervoor zowel de documentatie van de apparatuur als van het besturingssysteem. |
Functie Slaapstand en laden
Voor meer informatie en instellingen raadpleegt u het gedeelte USB-slaapstand en laden.
Probleem Procedure
| Ik kan de functieSlaapstand en ladenniet gebruiken | De functie Slaapstand en laden is mogelijkuitgeschakeld.Schakel de functieSlaapstand en ladenin via deTOSHIBA-systeeminstellingen.Als het externe apparaat dat op de compatibelepoort is aangesloten, te veel stroom trekt, kan detoevoer van USB-stroom (5 V) uitveiligheidsoverwegingen worden gestopt. Als ditgebeurt, koppelt u een extern apparaat los alsmeerdere externe apparaten zijn aangesloten. Zetvervolgens de computer aan om de functie teherstellen. Als deze functie nog steeds niet kanworden gebruikt terwijl slechts één extern apparaatis aangesloten, dient u dit externe apparaat niet tegebrauiken aangezien het stroomverbruik boven deaanvaardbare waarde van deze computer ligt.Sommige externe apparaten kunnen de functie'Slaapstand en laden' niet gebruiken. Probeer indat geval een of meer van de volgende methoden.Zet de computer uit terwijl externe apparatenzijn aangesloten.Sluit de externe apparaten aan nadat u decomputer hebt uitgezet.Als deze functie nog steeds niet kan wordengebruikt, schakelt u de functie uit en gebruikt u defunctie niet. |
| De accu raakt snelleeg, zelfs nadat ikde computer hebuitgeschakeld. | Als de functie Slaapstand en laden isingeschakeld, neemt de lading van de accu af alsde computer in de sluimerstand staat of isuitgeschakeld.Sluit de netadapter aan op de computer of schakeltde functie Slaapstand en laden uit. |
| ProbleemProcedure | |
| Externe apparaten die zijn aangesloten op een compatibele poort werken in dit geval niet. | Sommige externe apparaten werken niet als ze zijn aangesloten op een compatibele poort terwijl de functie 'Slaapstand en laden' is ingeschakeld.Sluit het externe apparaat opnieuw aan nadat u de computer hebt aangezet.Als het externe apparaat nog steeds niet werkt, sluit u het apparaat aan op een USB-poort zonder de functie 'Slaapstand en laden' of schakelt u de functie 'Slaapstand en laden' uit. |
| De functie 'USB-activering' werkt niet. | Als de functie 'Slaapstand en laden' is ingeschakeld, werkt de functie 'USB-activering' niet voor poorten die de functie 'Slaapstand en laden' ondersteunen.Gebruik in dat geval een USB-poort zonder de functie 'USB-slaapstand en laden' of schakel deze functie uit. |
Geluidssysteem
Raadpleeg naast de informatie in dit gedeelte ook de documentatie bij het audio-apparaat.
| ProbleemProcedure | |
| Geen geluid hoorbaar. | Druk op de functietoetsen om het volume te verhogen of te verlagen.Controleer de volume-instellingen in de software.Controleer of Dempen is uitgeschakeldControleer of de hoofdtelefoon stevig is aangesloten.Controleer in Windows Apparaatbeheer of het geluidsapparaat is ingeschakeld en correct werkt. |
| Hinderlijk geluid hoorbaar. | Dit wordt mogelijk veroorzaakt door feedback van de interne microfoon of een externe microfoon die op de computer is aangesloten. RaadpleegGeluidssysteemen videomodusvoor meer informatie.U kunt het volume niet aanpassen terwijl Windows wordt opgestart of afgesloten.Als u het probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met de Toshiba-ondersteuning. |
Externe monitor
Raadpleeg ook Basisbeginselen en de documentatie bij de monitor voor meer informatie.
| ProbleemProcedure | |
| Monitor kan niet worden ingeschakeld. | Kijk of de monitor is ingeschakeld en controleer daarna de aansluitingen om er zeker van te zijn dat het netsnoer/de netadapter goed aan de monitor vastzit en het stopcontact werkt. |
| Het scherm blijft leeg. | Stel het contrast en de helderheid op de externe monitor bij.Druk op de functietoets om de beeldschermprioriteit te wijzigen, zodat deze niet alleen op het interne beeldscherm is ingesteld.Controleer of de externe monitor is aangesloten.Indien de externe monitor is ingesteld als primair weergaveapparaat in de modus Uitgebreid bureaublad, geeft deze geen beeld als de computer wordt geactiveerd uit de slaapstand als de externe monitor tijdens de slaapstand is losgekoppeld.Als u wilt voorkomen dat dit gebeurt, koppel de externe monitor dan niet los terwijl de computer in de slaapstand of de sluimerstand staat.Zet de computer uit voordat u de externe monitor loskoppelt.Als het interne scherm en een externe monitor zijn ingesteld op de kloonmodus en ze door de timer worden uitgeschakeld, kan het interne scherm of de externe monitor mogelijk geen beeld geven wanneer ze weer worden ingeschakeld.Als dit gebeurt, drukt u op de functietoets om het interne scherm en de externe monitor weer in te stellen op de kloonmodus. |
Beeldschermfout Controleer of de kabel tussen de externe monitor en de computer stevig is bevestigd.
Als u het probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met de Toshiba-ondersteuning.
Draadloos LAN
ProbleemProcedure
| Kan geen toegang krijgen tot draadloos LAN | Controleer of de functie voor draadloze communicatie van de computer is ingeschakeld.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met de LAN-beheerder. |
Bluetooth
ProbleemProcedure
| Kan geen toegang krijgen tot Bluetooth-apparaat. | Controleer of de functie voor draadloze communicatie van de computer is ingeschakeld. |
| Controleer of de toepassing voor Bluetooth-beheer geactiveerd is en of het externe Bluetooth-apparaat stroom krijgt. | |
| Controleer of er geen optionele Bluetooth-adapter in de computer is geïnstalleerd. De ingebouwde Bluetooth-hardware werkt niet tegelijk met een andere Bluetooth-controller. | |
| Als u het probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met de Toshiba-ondersteuning. |
TOSHIBA-ondersteuning
Als u extra hulp nodig hebt of als u problemen hebt bij het gebruik van de computer, kunt u contact opnemen met de technische ondersteuning van TOSHIBA.
Voordat u opbelt
Aangezien sommige problemen wellicht te wijten zijn aan het besturingssysteem of het programma dat u gebruikt, is het belangrijk om eerst andere hulpbronnen te raadplegen. Probeer het volgende alvorens contact op te nemen met TOSHIBA:
■ Bestudeer de informatie over probleemoplossing in de documentatie bij de software en/of randapparaten.
Als een probleem optreedt tijdens de uitvoering van softwareprogramma's, zoekt u in de softwaredocumentatie naar suggesties voor het oplossen van problemen. U kunt ook de afdeling voor technische ondersteuning van het softwarebedrijf bellen voor hulp.
Vraag de verkoper of leverancier van wie u de computer en/of de software hebt gekocht om advies. Zij zijn de instantie bij uitstek voor actuele informatie en ondersteuning.
Technische ondersteuning van TOSHIBA
Als u het probleem nog steeds niet kunt verhelpen en u vermoedt dat het met de hardware te maken heeft, schrijft u naar TOSHIBA (zie de bijgeleverde garantie-informatie voor het adres) of gaat u naar
www.toshiba-europe.com
op internet.
Hoofdstuk 7
Aanhangsel
Specifications
Dit gedeelte geeft een overzicht van de technische kenmerken van de computer.
Gewicht en afmetingen
Bij de onderstaande fysieke afmetingen zijn uitstekende delen niet inbegrepen. De fysieke afmetingen hangen af van het gekochte model.
(uitstekende delen niet inbegrepen).
Werkomgeving
| Omstandigheden Omgevings-temperatuur | Relatieve vochtigheid |
| In werking 5°C tot 35°C 20% tot 80% (geen condensvorming) | |
| Niet in werking -20°C tot 60°C 10% tot 90% (geen condensvorming) | |
| Natte-boltemperatuur maximaal 29°C | |
| Omstandigheden Hoogte (vanaf zeeniveau) | |
| In werking -60 tot 3.000 meter | |
| Niet in werking -60 tot 10.000 meter | |
Stroomvoorziening
| Netadapter 100-240 V wisselstroom |
| 50 of 60 hertz (cycli per seconde) |
Netsnoer en connectoren
De stekker van het netsnoer moet compatibel zijn met de diverse internationale wandcontactaansluitingen en het netsnoer moet voldoen aan de normen van het land/gebied waarin het wordt gebruikt. Alle snoeren moeten voldoen aan de volgende specificaties:
Kabeldikte: Minimaal 0,75 mm²
Stroomsterkte: Minimaal 2,5 ampère
Certificeringsinstanties
China: CQC
VS en Canada: Goedgekeurd door UL en CSA
Oostenrijk: OVE Italië: IMQ
België: CEBEC Nederland: KEMA
Denemarken: DEMKO Noorwegen: NEMKO
| Finland: | FIMKO | Zweden: | SEMKO |
| Frankrijk: | LCIE | Zwitserland: | SEV |
| Duitsland: | VDE | VerenigdKoninkrijk: | BSI |
In Europa moet gebruik worden gemaakt van een dubbeldraads netsnoer van het type VDE, H05VVH2-F of H03VVH2-F, of van een driedraads netsnoer van het type VDE, H05VV-F.
Voor de Verenigde Staten en Canada moeten tweepins stekkers de configuratie 2-15P (250 V) of 1-15P (125 V) hebben, en driepins stekkers de configuratie 6-15P (250V) of 5-15P (125V), conform het U.S. National Electrical Code Handbook en de Canadian Electrical Code Part II.
In de onderstaande afbeeldingen worden de stekkervormen voor de VS en Canada, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Europa en China weergegeven.
v.s.

Goedgekeurd door UL
Australië

Goedgekeurd door AS
Canada

Goedgekeurd door CSA
Verenigd Koninkrijk

Goedgekeurd door BS
Europa

Goedgekeurd door de desbetreffende instantie
China

Goedgekeurd door CCC
Informatie voor draadloze apparaten
Onderlinge samenwerking tussen draadloze producten
Het draadloze LAN is compatibel met LAN-systemen met de Direct Sequence Spread Spectrum (DSSS)/Orthogonal Frequency Division Multiplexing (OFDM) radiotechnologie en voldoet aan de volgende normen:
De IEEE 802.11-standaard voor draadloze LAN's (revisie a/b/g/n, b/g/n of a/b/g/n/ac), zoals gedefinieerd en goedgekeurd door het Institute of Electrical and Electronics Engineers.
Bluetooth®-modules kunnen worden gebruikt in combinatie met elk product met de draadloze Bluetooth-technologie dat is gebaseerd op de FHSS-radiotechnologie (Frequency Hopping Spread Spectrum) en dat compatibel is met:
Bluetooth-specificatie (afhankelijk van het aangeschafte model), zoals gedefinieerd en goedgekeurd door de Bluetooth Special Interest Group.
Logocertificering met Bluetooth-technologie, zoals gedefinieerd door de Bluetooth Special interest Group.
Dit Bluetooth-product is niet compatibel met apparaten die Bluetooth versie 1.0B gebruiken.

De draadloze apparaten zijn niet geverifieerd op aansluiting van en werking met alle apparaten die de draadloos LAN- of Bluetooth-radiotechnologie gebruiken.
Bluetooth- en draadloos LAN-apparaten werken in hetzelfde frequentiebereik en kunnen elkaars werking verstoren. Als u Bluetooth- en draadloze LAN-apparaten tegelijk gebruikt, kunnen de netwerkprestaties minder dan optimaal zijn of kan de netwerkverbinding zelfs verloren gaan.
Als u dergelijke problemen ondervindt, schakelt u onmiddellijk het Bluetooth- of draadloos LAN-apparaat uit.
Ga naar
http://www.pc.support.global.toshiba.com als u vragen hebt over het gebruik van de draadloos LAN- of Bluetooth-module.
In Europa gaat u naar
http://www.toshiba-europe.com/computers/tnt/bluetooth.htm
Draadloze apparaten en uw gezondheid
Net als andere radioapparaten stralen draadloze producten hoogfrequente (HF) elektromagnetische energie uit. Het intensiteitsniveau van de EMF-energie die door draadloze apparaten wordt uitgestraald, is echter aanzienlijk lager dan dat van andere draadloze apparaten zoals bijvoorbeeld mobiele telefoons.
Aangezien draadloze producten voldoen aan de richtlijnen zoals gedefinieerd in veiligheidsnormen en -aanbevelingen voor radiofrequenties, is TOSHIBA van mening dat draadloze producten veilig zijn voor gebruik door klanten. Deze normen en aanbevelingen vertegenwoordigen de consensus van de wetenschappelijke wereld en zijn geformuleerd door panels en commissies van wetenschappers op basis van alle actuele onderzoeksliteratuur.
In sommige situaties of omgevingen kan het gebruik van draadloze producten worden beperkt door de eigenaar van het gebouw of door de verantwoordelijke medewerkers van de organisatie. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn in de volgende situaties:
- gebruik van draadloze apparatuur in een vliegtuig of
in andere omgevingen waar het risico van storing voor andere apparaten of diensten als schadelijk wordt aangemerkt.
Als u niet zeker weet wat de richtlijnen zijn met betrekking tot het gebruik van draadloze apparatuur in een bepaalde organisatie of omgeving (zoals op vliegvelden), is het raadzaam toestemming te vragen voor u het draadloze apparaat inschakelt.
Draadloze LAN-technologie
De functie voor draadloze communicatie van de computer ondersteunt sommige draadloze apparaten.
Alleen sommige modellen zijn voorzien van functies voor draadloos LAN en Bluetooth.

- Gebruik de functies voor draadloos LAN (Wi-Fi) en Bluetooth niet in de buurt van een magnetron of in gebieden met radiostoring of magnetische velden. Storing van een magnetron of andere bron kan tot onderbreking van de Wi-Fi- of Bluetooth-functie leiden.
Schakel alle draadloze functies uit in de buurt van personen bij wie mogelijk een pacemaker of een ander medisch elektrisch apparaat is geïmplanteerd. Radiogolven kunnen de werking van de pacemaker of het medische apparaat beïnvloeden met mogelijk ernstig letsel tot gevolg. Volg de instructies van uw medische apparaat als u gebruikmaakt van een draadloze functie.
Schakel de draadloze functie altijd uit als de computer in de buurt komt van automatische besturingsapparatuur of -toestellen, zoals automatische deuren of brandmelders. Radiogolven kunnen storingen veroorzaken in dergelijke apparatuur met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Het is wellicht niet mogelijk om een netwerkverbinding met een opgegeven netwerknaam tot stand te brengen door middel van de ad-hoc netwerkfunctie. Als dit het geval is, moet het nieuwe netwerk(*) worden geconfigureerd voor alle computers die zijn aangesloten op hetzelfde netwerk om zo de netwerkverbindingen opnieuw tot stand te brengen.
* Zorg dat u de nieuwe netwerknaam gebruikt.
Beveiliging
TOSHIBA beveelt u met klem aan codering in te schakelen om te voorkomen dat anderen via een draadloze verbinding illegala toegang tot uw computer krijgen. Als u dit advies niet opvolgt, stelt u zich bloot aan afluisterpraktijken en bestaat bovendien het gevaar dat opgeslagen gegevens door onbevoegden worden verwijderd of vernietigd.
TOSHIBA is niet verantwoordelijk voor verlies of beschadiging van gegevens als gevolg van afluisterpraktijken of onrechtmatige toegang via het draadloze LAN.
Kaartspecificaties
Compatibiliteit IEEE 802.11-norm voor draadloze LAN's
Netwerkbesturings- systeem ■ Microsoft Windows Networking
Media Access Protocol
De radiospecificaties van draadloos LAN-modules kunnen variëren afhankelijk van:
■ land/regio waarin het product is aangeschaft
type product
Draadloze communicatie is vaak gebonden aan plaatselijke voorschriften voor radiocommunicatie. Hoewel netwerkproducten voor draadloos LAN zijn ontworpen voor gebruik op de vrij toegankelijk band 2,4 GHz en 5 GHz, is het mogelijk dat onder plaatselijke radiovoorschriften beperkingen worden gesteld aan het gebruik van apparatuur voor draadloze communicatie.
Radiofrequentie 5-GHz band (5150-5850 MHz) (revisie a en n)
2,4-GHz band (2400-2483,5 MHz) (revisie b/g en n)
Het bereik van het draadloze signaal is afhankelijk van de overdrachtssnelheid van de draadloze communicatie. Bij lagere overdrachtssnelheden kan over grotere afstanden worden gecommuniceerd.
Het bereik van uw draadloze apparaten kan worden aangetast wanneer de antennes in de buurt van metalen oppervlakken en materialen met een hoge dichtheid worden geplaatst.
Het bereik kan eveneens afnemen als gevolg van obstakels op het pad van het radiosignaal. Deze obstakels kunnen het radiosignaal namelijk absorberen of reflecteren.
RFI-vereisten
Dit apparaat werkt in het frequentiebereik 5,15 tot 5.25 GHz en kan daarom alleen binnenshuis worden gebruikt.
Krachtige radars worden toegewezen als hoofdgebruikers (dat wil zeggen, gebruikers met prioriteit) van de banden 5,25 tot 5,35 GHz en 5,65 tot 5,85 GHz en deze radars kunnen storing en/of schade veroorzaken aan LE-LAN-apparaten.
Bluetooth-technologie
Sommige computers in deze serie beschikken over een Bluetooth-functie voor draadloze communicatie waardoor er geen snoeren meer nodig zijn tussen elektronische apparaten zoals computers, printers en mobiele telefoons. Als deze functie is ingeschakeld, biedt Bluetooth snel en eenvoudig een veilige en betrouwbare, draadloze netwerkomgeving.
U kunt de ingebouwde Bluetooth-functies van de computer en een externe Bluetooth-adapter niet tegelijk gebruiken. De kenmerken van Bluetooth-technologie zijn als volgt:
Beveiliging
Twee geavanceerde beveiligingsmechanismen zorgen voor optimale beveiliging:
Verificatie voorkomt dat onbevoegden toegang tot kritieke gegevens krijgen en maakt het onmogelijk de oorsprong van een bericht te vervalsen.
- Codering biedt bescherming tegen afluisteren en waarborgt de privacy van verbindingen.
Wereldwijde toepasbaarheid
De Bluetooth-radiozender en -ontvanger werkt op de 2,4-GHz band. Deze band, waarvoor geen vergunning nodig is, is compatibel met radiosystemen in de meeste landen.
Radioverbindingen
U kunt eenvoudig verbindingen tot stand brengen tussen twee of meer apparaten, deze verbindingen worden gehandhaafd zelfs als de apparaten buiten het gezichtsveld van elkaar liggen.
Informatie over regelgeving
Het draadloze apparaat moet worden geïnstalleerd en gebruikt in strikte overeenstemming met de instructies van de fabrikant, zoals wordt beschreven in de gebruikersdocumentatie bij het product. Dit product voldoet aan de volgende normen op het gebied van radiofrequentie en veiligheid.
Europa
Beperkingen voor gebruik van de frequenties tussen 2400,0-2483,5 MHz in Europa
| Frankrijk:Gebruik | |
| buitenshuis is beperkt tot 10 m W.e.i.r.p. binnen de band van 2454-2483,5 MHz | |
| Gebruik voor militaire radioplaatsbepaling. De afgelopen jaren is er voortdurend aan gewerkt om de 2,4 GHz-band aan te passen voor de huidige versoepelde regelgeving. Volledige implementatie staat gepland voor 2012. | |
Italië:- Voor privégebruik is algemene
| goedkeuring vereist als WAS/RLAN's buiten de eigen locatie wordt gebruikt. Voor openbaar gebruik is algemene goedkeuring vereist. | |
| Luxemburg:Geïmplementeerd | Algemene goedkeuring is vereist voor netwerk- en servicelevering. |
| Noorwegen:Geïmplementeerd | Deze subsectie geldt niet voor het geografische gebied binnen een straal van 20 km rond het midden van Ny-Alesund. |
| Russische Federatie:- Alleen voor gebruik binnenshuis. | |
Beperkingen voor gebruik van de frequenties tussen 5150-5350 MHz in Europa
| Italië:- Voor privégebruik is algemene | ||
| goedkeuring vereist als WAS/RLAN's buiten de eigen locatie wordt gebruikt. | ||
| Luxemburg:Geïmplemen-teerd | Algemene goedkeuring is vereist voor netwerk- en servicelevering. | |
| Russische Federatie: | Beperkt e.i.r.p 100 | mW. Gebruik is alleen toegestaan binnenshuis, in afgesloten industriële gebieden en opslagplaatsen en aan boord van vliegtuigen. |
| 1. Gebruik is toegestaan voor lokale netwerken voor servicecommunicatie tussen luchtvaartpersoneel aanboord van een vliegtuig op het vliegveld en tijdens alle vluchtstadia. | ||
| 2. Gebruik is toegestaan voor openbare draadloze lokale netwerken aan boord van een vliegtuig tijdens de vlucht op een hoogte van meer dan 3000 m. | ||
Beperkingen voor gebruik van de frequenties tussen 5470-5725 MHz in Europa
| Italië:- Voor privégebruik is algemene | ||
| goedkeuring vereist als WAS/RLAN's buiten de eigen locatie wordt gebruikt. | ||
| Luxemburg:Geïmplemen-teerd | Algemene goedkeuring is vereist voor netwerk- en servicelevering. | |
| Russische Federatie: | Beperkt e.i.r.p 100 | mW. Gebruik is alleen toegestaan binnenshuis, in afgesloten industriële gebieden en opslagplaatsen en aan boord van vliegtuigen. |
| 1. Gebruik is toegestaan voor lokale netwerken voor servicecommunicatie tussen luchtvaartpersoneel aanboord van een vliegtuig op het vliegveld en tijdens alle vluchtstadia. | ||
| 2. Gebruik is toegestaan voor openbare draadloze lokale netwerken aan boord van een vliegtuig tijdens de vlucht op een hoogte van meer dan 3000 m. | ||
Om te voldoen aan de Europese wetten met betrekking tot het bereik van draadloos LAN gelden de bovenstaande beperkingen voor de kanalen van 2,4 en 5 alleen voor gebruik buitenshuis. De gebruiker dient het huidige kanaal te controleren met het hulpprogramma voor draadloos LAN. Als het apparaat werkt buiten de toegestane grenzen voor gebruik buitenshuis, zoals hierboven wordt vermeld, dient de gebruiker contact op te nemen met de desbetreffende landelijke instantie met een verzoek om toestemming voor gebruik buitenshuis.
Dit apparaat voldoet aan RSS-210 van de regels van Industry Canada. De werking van dit product dient te voldoen aan de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen schadelijke storing veroorzaken,
en (2) dit apparaat moet ontvangen storing accepteren, zelfs storing die ongewenste resultaten kan hebben.
De letters 'IC' voor het certificeringsnummer van de apparatuur geven enkel aan dat er wordt voldaan aan de technische specificaties voor Industry Canada.
Verenigde Staten-Federal Communications Commission (FCC)
Deze apparatuur is getest en voldoet aan de stipulaties voor een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-voorschriften. Deze voorwaarden zijn ontworpen teneinde redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie bij gebruik in woongebieden.
Raadpleeg het gedeelte met FCC-informatie voor meer informatie.

Het uitgestraalde uitgangsvermogen van het draadloze apparaat ligt ruimschoots onder de FCC-limieten voor blootstelling aan HF-straling. Niettemin dient het draadloze apparaat zodanig te worden gebruikt dat fysiek contact tijdens normaal gebruik tot een minimum beperkt blijft.
In een normale gebruiksconfiguratie mag de afstand tussen de antenne en de gebruiker niet minder dan 20 cm zijn. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de computer voor meer informatie over de locatie van de antenne.
De installateur van deze radioapparatuur dient ervoor te zorgen dat de antenne zodanig is geplaatst of gericht dat deze geen HF-energie uitstraalt boven de door Health Canada gedefinieerde limieten voor het publiek; raadpleeg Safety Code 6, verkrijgbaar via de website van Health Canada:
www.hc-sc.gc.ca
Taiwan
| Artikel 12 Zonder toestemming van de NCC is het geen enkel bedrijf, onderneming of gebruiker toegestaan de frequentie te wijzigen, het zendvermogen te vergroten of de oorspronkelijke eigenschappen of de prestaties te wijzigen van een goedgekeurd apparaat met laag vermogen op radiofrequentie. |
| Artikel 14 Apparaten met laag vermogen op radiofrequentie mogen geen invloed hebben op de vliegtuigveiligheid en wettelijk toegestane communicatie niet storen.Als dat wel het geval is, moet het gebruik onmiddellijk worden beëindigd, zodat er geen storing meer optreedt.De genoemde wettelijk toegestane communicatie betreft radiocommunicatie die plaatsvindt in overeenstemming met de Telecommunications Act (Wet op de telecommunicatie).Apparaten met laag vermogen op radiofrequentie moeten gevoelig zijn voor de storing van apparaten voor wettelijk toegestane communicatie of ISM-apparaten die radiogolven uitzenden. |
Gebruik van deze apparatuur in Japan
In Japan wordt de frequentiebandbreedte van mobiele objectidentificatiesystemen (gelicentieerd radiostation en gespecificeerd radiostation met laag vermogen) overlapt door de frequentiebandbreedte tussen 2.400 en 2.483,5 MHz voor tweedegeneratiesystemen voor gegevenscommunicatie met laag vermogen zoals deze apparatuur.
1. Belangrijke mededeling
De frequentiebandbreedte van deze apparatuur kan functioneren binnen hetzelfde bereik als industriële apparaten, wetenschappelijke apparaten, medische apparaten, magnetrons, gelicentieerde radiostations en niet-gelicentieerde gespecificeerde radiostations met laag vermogen voor mobiele systemen voor objectidentificatie (RFID) die worden gebruikt in productielijnen in fabrieken (Andere radiostations).
- Voordat u deze apparatuur in gebruik neemt, dient u te controleren of de apparatuur geen storingen veroorzaakt in de hiervoor genoemde apparatuur.
-
Als deze apparatuur storingen in andere radiostations veroorzaakt, dient u onmiddellijk een andere frequentie te selecteren, een andere gebruikslocatie te kiezen of de zendbron uit te schakelen.
-
Neem contact op met een erkende TOSHIBA-servicedienst als u problemen ondervindt met storingen die dit product bij andere radiostations veroorzaakt.
2. Aanduiding voor draadloos LAN
De hieronder weergegeven aanduiding wordt op deze apparatuur vermeld.

- 2.4: Deze apparatuur gebruikt een frequentie van 2,4 GHz.
- DS: Deze apparatuur gebruikt DS-SS-modulatie.
- OF: Deze apparatuur gebruikt OFDM-modulatie.
- 4: Het storingsbereik van deze apparatuur is minder dan 40 m.
- : Deze apparatuur gebruikt een frequentiebandbreedte van 2.400 MHz tot 2.483,5 MHz. Het is mogelijk om de frequentieband van mobiele objectidentificatiesystemen te vermijden.
3. Aanduiding voor Bluetooth
De hieronder weergegeven aanduiding wordt op deze apparatuur vermeld.

- 2.4: Deze apparatuur gebruikt een frequentie van 2,4 GHz.
- FH: Deze apparatuur gebruikt FH-SS-modulatie.
- 1: Het storingsbereik van deze apparatuur is minder dan 10 m.
- : Deze apparatuur gebruikt een frequentie bandbreedte van 2.400 MHz tot 2.483,5 MHz. Het is onmogelijk de bandbreedte van identificatiesystemen voor mobiele objecten te omzeilen.
4. Over de JEITA
Draadloos LAN op 5 GHz ondersteunt het kanaal W52/W53/W56.

Apparaatvalidatie
Dit apparaat is goedgekeurd conform de Technical Regulation Conformity Certification en behoort tot de klasse van radio-apparaten van gegevenscommunicatiesystemen met laag vermogen zoals vermeld in de handelswetten op het gebied van telecommunicatie.
Intel® Centrino® Wireless-AC 3160 voor draadloos LAN en Bluetooth De naam van de radioapparatuur: 3160NGW DSP Research, Inc. Keuringsnummer: D130092003
Atheros QCNFA335 draadloze netwerkadapter b/g/n en Bluetooth De naam van de radioapparatuur: QCNFA335 DSP Research, Inc. Keuringsnummer: D130158003
Broadcom BCM43142 draadloze netwerkadapter b/g/n en Bluetooth De naam van de radioapparatuur: BCM43142 DSP Research, Inc. Keuringsnummer: D135106201
De volgende beperkingen zijn van toepassing:
■ Open of wijzig het apparaat niet.
Installeer de draadloze LAN-module waarmee het apparaat is uitgerust, niet in een ander apparaat.
Radiogoedkeuringen voor draadloze apparaten
Deze apparatuur is goedgekeurd volgens de radionormen van de landen/gebieden in de onderstaande tabel.

Als u deze apparatuur gebruikt in landen/regio's die niet in de onderstaande tabel staan, neemt u contact op met de ondersteuning van TOSHIBA.
Vanaf mei 2014
Oostenrijk België Bulgarije Canada
Cyprus Tsjechië Denemarken Estland
Finland Frankrijk Duitsland Griekenland
Hong Kong Hongarije IJsland India
Indonesië Ierland Italië Japan
Korea Letland Liechtenstein Litouwen
Luxemburg Malta
Monaco
Nederland
Noorwegen Filipijnen Polen Portugal
Roemenië Slowakije Slovenië Spanje
Zweden Zwitserland Verenigd
V.S.
Koninkrijk
Wettelijke voetnoten
Niet-toepasselijke pictogrammen
Bepaalde computerchassis zijn ontworpen om alle mogelijke configuraties voor een volledige productserie te huisvesten. Het door u geselecteerde model heeft dus mogelijk niet alle voorzieningen en specificaties die corresponderen met de pictogrammen of schakelaars op het computerchassis.
CPU
Wettelijke voetnoten met betrekking tot CPU-prestaties.
De prestaties van de CPU (Central Processing Unit ofwel Centrale Verwerkingseenheid) in uw computer kunnen afwijken van de specificaties, onder invloed van de volgende factoren:
- gebruik van bepaalde externe randapparaten;
- gebruik van accuvoeding in plaats van netvoeding;
- gebruik van bepaalde multimedia, door de computer gegenereerde afbeeldingen of videoepassingen;
- gebruik van standaardtelefoonlijnen of langzame netwerkverbindingen;
- gebruik van complexe ontwerpsoftware, bijvoorbeeld geavanceerde CAD-toepassingen;
- gelijktijdig gebruik van verschillende toepassingen of functies;
- gebruik van de computer in gebieden met lage luchtdruk (grote hoogte van meer dan 1000 meter boven zeeniveau);
- gebruik van de computer bij temperaturen tussen 5°C en 30°C of hoger dan 25°C op grote hoogte. (Deze temperatuurlimieten zijn niet precies en kunnen afwijken al naar gelang het specifieke computermodel. Raadpleeg de TOSHIBA-website voor meer informatie.)
De CPU-prestaties kunnen bovendien afwijken van de specificaties als gevolg van de ontwerpconfiguratie.
In bepaalde omstandigheden kan het gebeuren dat de computer automatisch wordt uitgeschakeld. Dit is een normale beschermende maatregel ter voorkoming van gegevensverlies of beschadiging van het product bij gebruik buiten de aanbevolen omstandigheden. Vermijd het risico van gegevensverlies door altijd back-ups van gegevens te maken. Dit doet u door de gegevens van tijd tot tijd op een extern opslagmedium op te
slaan. Voor optimale prestaties dient u uw computer alleen onder de aanbevolen omstandigheden te gebruiken. Lees de aanvullende beperkingen in de productdocumentatie door. Neem voor meer informatie contact op met de TOSHIBA-afdeling voor service en ondersteuning of raadpleeg het gedeelte TOSHIBA-ondersteuning.
64-bits computergebruik
Bepaalde 32-bits apparaatstuurprogramma's en/of toepassingen zijn mogelijk niet compatibel met 64-bits processors/besturingssystemen en werken daarom niet correct.
Hoofdgeheugen
Een deel van het hoofdsysteemgeheugen kan door het grafische systeem worden gebruikt om de grafische prestaties te verbeteren, waardoor de beschikbare hoeveelheid systeemgeheugen voor andere computeractiviteiten afneemt. De hoeveelheid systeemgeheugen die wordt toegewezen om de grafische prestaties te verbeteren, hangt af van het grafische systeem, de gebruikte toepassingen, de grootte van het systeemgeheugen en andere factoren.
Als uw computer is geconfigureerd met meer dan 3 GB, kan de geheugencapaciteit worden weergegeven als slechts circa 3 GB (afhankelijk van de hardwarespecificaties van de computer).
Dit is correct aangezien het besturingssysteem gewoonlijk de beschikbare hoeveelheid geheugen weergeeft in plaats van de hoeveelheid fysiek geheugen (RAM) die in de computer is ingebouwd.
Diverse systeemcomponenten (zoals de GPU van de grafische kaart en PCI-apparaten zoals draadloos LAN) vereisen hun eigen geheugenruimte. Aangezien een 32-bits besturingssysteem niet meer dan 4 GB geheugen kan adresseren, overlappen deze systeembronnen het fysieke geheugen. Het is een technische beperking dat het overlappende geheugen niet beschikbaar is voor het besturingssysteem. Hoewel sommige hulpprogramma's de daadwerkelijke hoeveelheid fysiek geheugen in de computer kunnen weergeven, is er nog steeds slechts circa 3 GB geheugen beschikbaar voor het besturingssysteem.
Computers die met een 64-bits besturingssysteem zijn geconfigureerd, hebben toegang tot maximaal 4 GB systeemgeheugen.
Gebruiksduur van de accu
De gebruiksduur van de accu varieert sterk al naar gelang factoren zoals productmodel, configuratie, toepassingen, energiebeheerinstellingen en gebruikte functies. Bovendien is de gebruiksduur onderhevig aan de natuurlijke prestatievariaties die voortvloeien uit het ontwerp van afzonderlijke onderdelen. Bepaalde modellen en configuraties die door TOSHIBA vóór het tijdstip van publicatie zijn getest, worden geleverd met een classificatie voor de gebruiksduur van de accu. De oplaadtijd is
afhankelijk van het gebruik. De accu wordt mogelijk niet opgeladen wanneer de computer maximale stroom verbruikt.
Nadat de accu meerdere malen is opgeladen en ontladen, kan deze niet langer op maximale capaciteit werken en is het tijd voor vervanging. Dat geldt voor alle accu's. Zie de informatie over accessoires die bij de computer is geleverd om na te gaan hoe en waar u een nieuwe accu kunt aanschaffen.
Capaciteit van vaste schijf (HDD)
1 gigabyte (GB) betekent 10 × 9 = 1.000.000.000 bytes met de macht 10. Het besturingssysteem van de computer vermeldt de opslagcapaciteit echter met de macht 2 waarbij GB = 230 = 1.073.741.824 bytes. Hierdoor wordt een lagere geheugencapaciteit vermeld. De beschikbare opslagcapaciteit is minder als er op het product een of meer besturingssystemen, zoals Microsoft Windows, en/of een of meer toepassingen vooraf zijn geïnstalleerd. De werkelijke capaciteit na formatteren kan per model verschillen.
LCD
Na verloop van tijd en afhankelijk van het gebruik van de computer, neemt de helderheid van het LCD-scherm af. Dit is een bekend kenmerk van de LCD-technologie.
Maximale helderheid is alleen beschikbaar als het apparaat op netvoeding wordt gebruikt. Het beeldscherm wordt gedimd wanneer computer op accu-energie wordt gebruikt. Het is niet mogelijk de helderheid van het scherm te vergroten.
De prestaties van de Graphics Processing Unit (GPU) hangen af van het productmodel, de ontwerpconfiguratie, de toepassingen, de instellingen voor energiebeheer en de gebruikte functies. De GPU-prestaties worden alleen geoptimaliseerd wanneer het apparaat op netstroom werkt. De prestaties zijn aanzienlijk minder wanneer de accu wordt gebruikt.
De totaal beschikbare hoeveelheid grafisch geheugen is het totaal van, indien van toepassing, speciaal videogeheugen, systeemvideogeheugen en gedeeld systeemgeheugen. De hoeveelheid gedeeld videogeheugen hangt af van de grootte van het systeemgeheugen en andere factoren.
Draadloos LAN
De verzendsnelheid via het draadloos LAN en het maximale bereik van draadloos LAN kunnen variëren al naar gelang de elektromagnetische omgeving, obstakels, ontwerp en configuratie van toegangspunten, clientontwerp en software-/hardwareconfiguratie.
De werkelijke verzendsnelheid zal lager zijn dan de theoretische maximumsnelheid.
Kopieerbeveiliging
Technologie ter bescherming van het auteursrecht in sommige media verhindert mogelijk het weergeven en opnemen van die media.
Woordenlijst
In deze woordenlijst worden onderwerpen toegelicht die verband houden met deze handleiding. Alternatieve benamingen zijn ter referentie opgenomen.
Afkortingen
DC: Direct Current (gelijkstroom)
DDR: Double Data Rate
DIMM: Dual Inline Memory Module
Dvd: Digital Versatile Disc
DVD-R: Digital Versatile Disc-Recordable
DVD-RAM: Digital Versatile Disc-Random Access Memory
DVD-R DL: Digital Versatile Disc Recordable Double Layer
DVD-ROM: Digital Versatile Disc-Read Only Memory
DVD-RW: Digital Versatile Disc-ReWritable
DVD+R DL: Digital Versatile Disc Recordable Double Layer
HDD: Hard Disk Drive (vaste schijf)
HDMI: High-Definition Multimedia Interface
HDMI CEC: High-definition Multimedia Interface Consumer Electronics Control
HTML: Hypertext Markup Language
RGB: Rood, Groen en Blauw
Aanwijsapparaat touchpad 3-8
E
Externe monitor problemen 6-14
Accu capaciteit controleren 4-9 energiebesparingsmodus 5-6 gebruiksduur verlengen 4-10
G
Geheugenmediasleuf 4-10
Geheugenmedium plaatsen 4-13 verwijderen 4-14
B
Beeldscherm automatisch uitschakelen 5-6 scherm 3-2
Geluidssysteem problemen 6-13
Controlelijst van apparatuur 2-1
HDMI-uit-poort 3-4
Herstelmedia 5-20, 5-22
Herstelschijfstation 5-22
D
DC IN lampje 3-5
L
Luchtopeningen 3-9
DC IN-/acculampje 3-13
M
Documentatielijst 2-1
Mediabehandeling geheugenkaarten 4-12 kaarten 4-12
Draadloze communicatie 7-5
Dubbel aanwijsapparaat touchpad 6-9
MultiMediaCard verwijderen 4-14
N
Netadapter aansluiten 2-6 extra 4-17 gelijkstroomingang (19 V) 3-5, 3-6
S
Scherm openen 2-4
SD/SDHC/SDXC-kaart formatteren 4-12 opmerking 4-11
O
Opnieuw opstarten van de computer 2-12
Slaapstand instelling 2-13 systeem automatisch in 5-6
P
Problemen accu 6-6 controlelijst voor hardware en systeem 6-5 dubbel aanwijsapparaat 6-9 externe monitor 6-14 geheugenkaart 6-8 geluidssysteem 6-13 Intern beeldscherm 6-8 netvoeding 6-6 probleem analyseren 6-2 Real Time Clock 6-7 toetsenbord 6-7 TOSHIBA- ondersteuning 6-15 touchpad 6-9 uitschakelen bij oververhitting 6-5 USB-apparaat 6-11 USB-muis 6-10 vaste schijf 6-8 voeding 6-5
Stroomvoorziening omstandigheden 3-12 slaapstand 2-13 uitschakelen 2-12
T
Toetsenbord functietoetsen 4-5 functietoetsen F1...F12 4-5 problemen 6-7 Windows-toetsen 4-7
Reinigen van de computer 1-17
Vaste schijf automatisch uitschakelen 5-6
Verplaatsen van de
computer 1-17
Video-RAM 3-10
Videomodus 4-19
Voeding
afsluitmodus 2-12
in-/uitschakelen via LCD
5-6
inschakelen 2-9
sluimerstand 2-15
W
Wachtwoord
computer opstarten met
wachtwoord 5-10
gebruiker 5-8
opstarten 5-6
supervisor 5-10
Webcam 3-3