Equium A300 - Laptop TOSHIBA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Equium A300 TOSHIBA in PDF-formaat.
| Type product | Laptop (draagbare computer) |
| Merk | Toshiba |
| Model | Equium A300 |
| Afmetingen (B x D x H) | 360 mm x 269 mm x 38 mm |
| Gewicht | 2,7 kg |
| Processor | Intel Core 2 Duo, 2,0 GHz |
| Geheugen (RAM) | 2 GB DDR2 (uitbreidbaar tot 4 GB) |
| Opslag | 160 GB SATA harde schijf |
| Schermdiagonaal | 15,4 inch (39 cm) |
| Resolutie | 1280 x 800 pixels (WXGA) |
| Besturingssysteem | Windows Vista Business |
| Voeding | Li-ion accu, 6 cellen, 4000 mAh; voedingsadapter 19 V, 3,95 A |
| Verbindingen | 3x USB 2.0, VGA, HDMI, Ethernet, Wi-Fi 802.11 b/g, Bluetooth 2.0, kaartlezer |
| Functies | DVD±RW dubbellaags brander, webcam, microfoon, luidsprekers |
| Onderhoud en reiniging | Reinig het scherm met een zachte, droge doek; blaas stof uit de ventilatieopeningen met perslucht |
| Veiligheid | Kensington-slot, wachtwoordbeveiliging in BIOS, vingerafdruklezer (optioneel) |
| Repareerbaarheid en onderdelen | Geheugen en harde schijf eenvoudig te vervangen; accu is verwijderbaar |
| Inhoud verpakking | Laptop, accu, voedingsadapter, stroomkabel, handleiding, herstel-dvd's |
| Garantie | 1 jaar (afhankelijk van regio) |
Veelgestelde vragen - Equium A300 TOSHIBA
Gebruikersvragen over Equium A300 TOSHIBA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laptop in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Equium A300 - TOSHIBA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Equium A300 van het merk TOSHIBA.
GEBRUIKSAANWIJZING Equium A300 TOSHIBA
Gebruikershandleiding
A300/A300D
Copyright
© 2008 by TOSHIBA Corporation. Alle rechten voorbehouden. Krachtens de auteurswetten mag deze handleiding op geen enkele wijze worden verveelvoudigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TOSHIBA. Met betrekking tot het gebruik van de informatie in deze handleiding wordt geen octrooirechtelijke aansprakelijkheid aanvaard.
Gebruikershandleiding voor TOSHIBA A300/A300D draagbare personal computer Eerste druk maart 2008
Het auteursrecht voor muziek, films, computerprogramma's, databases en ander auteursrechtelijk beschermd intellectueel eigendom berust bij de maker of de copyrighthouder. Auteursrechtelijk beschermd materiaal mag uitsluitend voor privé- of huiselijk gebruik worden verveelvoudigd. Andere toepassingen dan hierboven zijn vermeld (met inbegrip van conversie naar digitale indeling, wijziging, overdracht van gekopieerd materiaal en verspreiding via een netwerk) zonder toestemming van de copyrighthouder vormen schendingen van het auteursrecht en kunnen strafrechtelijk of middels een schadevergoeding worden vervolgd. Houd u aan de auteurswetten wanneer u deze handleiding of delen ervan verveelvoudigt.
Afwijzing van aansprakelijkheid
Deze handleiding is zorgvuldig geverifieerd en nagekeken. De aanwijzingen en beschrijvingen waren correct voor draagbare personal computers uit de TOSHIBA A300/A300D-serie op het tijdstip waarop deze handleiding ter perse ging. Erop volgende computers en handleidingen kunnen echter zonder kennisgeving worden gewijzigd. TOSHIBA aanvaardt dientengevolge geen aansprakelijkheid voor schade die direct of indirect voortvloeit uit fouten of omissies in de handleiding, of uit discrepanties tussen computer en handleiding.
Handelsmerken
IBM is een gedeponeerd handelsmerk, en IBM PC en PS/2 zijn handelsmerken van International Business Machines Corporation.
Intel, Intel SpeedStep, Intel Core en Centrino zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Intel Corporation.
AMD, het logo met de AMD-pijl, AMD Athlon, AMD Turion, Radeon en combinaties daarvan, en ATI Mobility Radeon zijn handelsmerken van Advanced Micro Devices, Inc.
Windows en Microsoft zijn gedeponeerde handelsmerken en Windows Vista is een handelsmerk van Microsoft Corporation.
Photo CD is een handelsmerk van Eastman Kodak.
Memory Stick is een gedeponeerd handelsmerk en i.LINK is een handelsmerk van Sony Corporation.
Bluetooth™ is een gedeponeerd handelsmerk in eigendom van de eigenaar en wordt door TOSHIBA onder licentie gebruikt.
DVD MovieFactory is een handelsmerk van Ulead Systems, Inc. Labelflash™ is een handelsmerk van YAMAHA CORPORATION.
Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories. 'Dolby' en het dubbel-D-symbol zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. Vertrouwelijke, niet-gepubliceerde werken. Copyright 1992-1997 Dolby Laboratories. Alle rechten voorbehouden.
Geproduceerd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc. Amerikaanse patenten, nrs. 5,451,942; 5,956,674; 5,974,380; 5,978,762; 6,226,616; 6,487,535 en andere Amerikaanse en wereldwijde, verleende en aangevraagde patenten. 'DTS' en 'DTS Digital Surround' zijn geregistreerde handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. Copyright 1996, 2003 Digital Theater Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden.
In deze handleiding wordt mogelijk verwezen naar andere handelsmerken en gedeponeerde handelsmerken die hierboven niet zijn genoemd.
Informatie over Macrovision
Dit product gebruikt een technologie voor copyrightbeveiliging die wordt beschermd door octrooien in de V.S. en andere intellectuele eigendomsrechten. Gebruik van deze technologie is alleen toegestaan met toestemming van Macrovision en is uitsluitend bedoeld voor privé-gebruik en weergave voor een beperkt publiek, tenzij Macrovision toestemming heeft verleend voor gebruiksmogelijkheden. Terugwerkend construeren of demonteren is verboden. Afhankelijk van het gekochte model.
Veiligheidsinstructies
Houd u aan de volgende richtlijnen om uzelf en de computer optimaal te beschermen.
Tijdens het gebruik van de computer

Laat de draagbare computer tijdens gebruik niet lange tijd achtereen op uw lichaam rusten. Bij intensief gebruik kan er zich warmte in de basis opbouwen. Langdurig contact met de huid kan een onaangenaam gevoel of zelfs brandwonden veroorzaken.
■ Probeer niet de computer zelf te repareren. Volg de installatie-instructies nauwgezet.
Draag een accu niet in uw zak, handtas of een andere houder waar metalen objecten (zoals sleutels) de aansluitpunten van de accu kunnen kortsluiten. Hierdoor kunnen extreem hoge temperaturen ontstaan, met het risico van brandwonden.
■ Zorg dat er geen voorwerpen op het snoer van de netadapter rusten en dat het snoer niet op een locatie ligt waar regelmatig mensen lopen of staan.
Plaats de netadapter op een positie met voldoende ventilatie, bijvoorbeeld op een bureaublad of op de vloer, wanneer u de computer op de netvoeding gebruikt of de accu oplaadt. Bedek de netadapter niet met papier of andere voorwerpen die afkoeling belemmeren, en gebruik de netadapter niet terwijl deze in een draagtas zit.
- Gebruik uitsluitend de netadapter en accu's die zijn goedgekeurd voor gebruik met deze computer. Gebruik van een ander type accu of netadapter resulteert in brand- of ontploffingsgevaar.
■ Controleer alvorens de computer op een voedingsbron aan te sluiten of de spanningsspecificatie van de netadapter overeenkomt met die van de beschikbare voedingsbron. 115 V/60 Hz in het merendeel van Noord- en Zuid-Amerika en een aantal landen in het Verre Oosten (zoals Taiwan). 100 V/50 Hz in het oosten van Japan en 100 V/60 Hz in het westen van Japan. 230 V/50 Hz in de meeste landen van Europa, het Midden Oosten en het Verre Oosten.
Als u de netadapter met een verlengsnoer gebruikt, zorg dan dat de totale stroomsterkte van de op het verlengsnoer aangesloten apparaten niet hoger is dan de stroomspecificatie van het verlengsnoer.
- Om de stroomvoorziening naar de computer stop te zetten, schakelt u de computer uit, verwijdert u de accu en verwijdert u de stekker van de netadapter uit het stopcontact.
Tijdens onweer dient u geen kabels aan de computer te koppelen of ervan te ontkoppelen, of onderhouds- of configuratiewerkzaamheden op de computer uit te voeren. Hierdoor loopt u het risico van een elektrische schok.
Plaats de computer op een vlak oppervlak wanneer u ermee gaat werken.
EU-verklaring van overeenstemming
CE
Dit product draagt het CE-keurmerk in overeenstemming met de relevante Europese richtlijnen. De verantwoording voor de toewijzing van CE-keurmerken ligt bij TOSHIBA Europe GmbH, Hammfelddamm 8, 41460 Neuss, Duitsland.
De volledige en officiële EU-verklaring van overeenstemming is te vinden op de TOSHIBA-website http://epps.toshiba-teg.com.
Overeenstemming met CE-richtlijnen
Dit product is voorzien van het CE-keurmerk in overeenkomst met de relevante Europese richtlijnen, met name de richtlijn omtrent elektromagnetische compatibiliteit (2004/108/EG) voor de notebook en de elektronische accessoires, waaronder de meegeleverde netadapter, de richtlijn omtrent radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur (1999/5/EG) in het geval van geïmplementeerde telecommunicatieaccessoires en laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG) voor de meegeleverde netadapter.
Dit product en de oorspronkelijke opties zijn ontworpen conform de relevante EMC- (Elektromagnetische compatibiliteit) en veiligheidsnormen. TOSHIBA garandeert echter niet dat dit product nog steeds aan deze EMC-normen voldoet indien kabels of opties van andere leveranciers zijn aangesloten of geïmplementeerd. In dat geval moeten de personen die deze opties/kabels hebben geïmplementeerd/aangesloten, ervoor zorgen dat het systeem (pc plus opties/kabels) nog steeds aan de vereiste normen voldoet. Ter voorkoming van EMC-problemen moeten in het algemeen de volgende richtlijnen in acht worden genomen:
Alleen opties met het CE-keurmerk mogen worden aangesloten/geïmplementeerd.
Alleen hoogwaardige afgeschermde kabels mogen worden aangesloten.
Werkomgeving
Dit product is ontworpen conform de EMC-voorschriften (elektromagnetische compatibiliteit) voor zogenoemde "commerciële, licht-industriële en woonomgevingen".
TOSHIBA keurt het gebruik van dit product in andere werkomgevingen dan de bovengenoemde 'commerciële, licht-industriële en woonomgevingen' af.
De volgende omgevingen zijn bijvoorbeeld niet veroorloofd:
industriële omgevingen (bijvoorbeeld omgevingen waar krachtstroom van 380 V (drie fasen) wordt gebruikt)
■ omgevingen met medische apparatuur
■ gemotoriseerde voertuigen
vliegtuigen
Gevolgen van het gebruik van dit product in niet-geoorloofde werkomgevingen vallen niet onder de verantwoordelijkheid van TOSHIBA.
Mogelijke gevolgen van het gebruik van dit product in niet-geoorloofde werkomgevingen zijn onder andere:
■ storing van de werking van andere apparaten of machines in de nabijheid;
■ storing van de werking van dit product, mogelijk resulterend in gegevensverlies, als gevolg van storingen die worden gegenereerd door andere apparaten of machines in de nabijheid.
TOSHIBA beveelt gebruikers dan ook met klem aan de elektromagnetische compatibiliteit van dit product vóór gebruik naar behoren te testen in alle niet-geoorloofde omgevingen. In het geval van auto's of vliegtuigen mag dit product uitsluitend worden gebruikt nadat de fabrikant of luchtvaartmaatschappij hiervoor toestemming heeft verleend.
Verder is het in verband met algemene veiligheidsoverwegingen verboden dit product te gebruiken in omgevingen met ontploffingsgevaar.
Modemwaarschuwing
Verklaring van overeenstemming
De apparatuur is goedgekeurd (conform Commissiebesluit 'CTR21') voor aansluiting van één apparaat op het PSTN (Public Switched Telephone Network: openbaar geschakeld telefoonnetwerk) in alle Europese landen.
Als gevolg van variaties tussen de individuele PSTN's in verschillende landen vormt deze goedkeuring niet per se een garantie voor storingsvrije werking op elke telefoonaansluiting.
Wend u in het geval van problemen in eerste instantie tot uw leverancier.
Netwerkcompatibiliteit
Dit product is ontworpen voor gebruik met de volgende netwerken en is compatibel met deze netwerken. Het is getest en voldoet aan de aanvullende voorschriften in EG 201 121.
Duitsland ATAAB AN005,AN006,AN007,AN009,AN010 en DE03,04,05,08,09,12,14,17
Griekenland ATAAB AN005, AN006 en GR01, 02, 03, 04
Portugal ATAAB AN001, 005, 006, 007, 011 en P03, 04, 08, 10
Spanje ATAAB AN005, 007, 012 en ES01
Zwitserland ATAAB AN002
Alle overige landen/regio's ATAAB AN003, 004
Voor elk netwerk zijn specifieke switchinstellingen of een specifieke softwareconfiguratie vereist; raadpleeg de relevante gedeelten van de gebruikershandleiding voor nadere informatie.
De hookflash-functie is onderhevig aan afzonderlijke nationale goedkeuring. Deze functie is niet getest op conformiteit met nationale voorschriften, en correcte werking van deze functie op nationale netwerken kan niet worden gegarandeerd.
De volgende informatie is alleen bestemd voor lidstaten van de EU
Afvalverwerking van producten

Het symbool geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. Zorg ervoor dat dit product op de juiste manier als afval wordt verwerkt, aangezien een onjuiste verwerking risico's voor het milieu en de gezondheid met zich mee kan brengen.
Neem voor meer informatie over recycling van dit product contact op met het gemeentekantoor, de afvalverwerkingsinstantie of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Afvalverwerking van batterijen en/of accu's

Pb, Hg, Cd
Het symbool van een doorgekruiste prullenbak geeft aan dat batterijen en/of accu's afzonderlijk moeten worden ingezameld en gescheiden van huishoudelijk afval moeten worden verwerkt.
Als de batterij of accu meer lood (Pb), kwik (Hg) en/of cadmium (Cd) bevat dan de waarden die zijn gedefinieerd in de richtlijn inzake batterijen en accu's (2006/66/EC), worden de chemische symbolen voor lood (Pb), kwik (Hg) en/of cadmium (Cd) weergegeven onder het symbool van de doorgekruiste prullenbak.
Door batterijen gescheiden in te zamelen draagt u bij aan de juiste afvalverwerking van producten en batterijen en helpt u mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen.
Voor meer informatie over inzameling en recycling in uw land bezoekt u onze website (http://eu.computers.toshiba-europe.com) of neemt u contact op met het gemeentekantoor of de winkel waar u het product hebt gekocht.

Dit symbool is mogelijk niet aanwezig, afhankelijk van het land of de regio waar u dit product hebt gekocht.
GOST
Uw computer voldoet mogelijk aan de ENERGY STAR®-richtlijnen. Als het gekochte model hieraan voldoet, is de computer voorzien van het ENERGY STAR®-logo en is de volgende informatie van toepassing.
TOSHIBA neemt deel aan het ENERGY STAR®-programma van de Environmental Protection Agency (EPA). Deze computer voldoet aan de nieuwste ENERGY STAR®-richtlijnen voor energiebesparing. Bij levering zijn de opties voor energiebeheer van uw computer ingesteld op een configuratie die de meest stabiele werkomgeving en optimale systeemprestaties biedt voor gebruik met de netvoeding en met de accu.
Om energie te besparen is de computer zo ingesteld dat de energiezuinige slaapstand wordt geactiveerd als er gedurende 15 minuten geen handelingen hebben plaatsgevonden terwijl de computer op de netvoeding wordt gebruikt. Hierbij worden het systeem en het scherm uitgeschakeld. TOSHIBA raadt aan deze en andere energiebesparende instellingen ingeschakeld te laten, zodat de computer zo energiezuinig mogelijk werkt. U kunt de computer uit de slaapstand activeren door op de aan/uit-knop te drukken.
Producten die een ENERGY STAR® hebben, voorkomen uitstoting van broeikasgassen doordat ze voldoen aan de strenge richtlijnen die zijn ingesteld door de US EPA en de Europese Commissie. Volgens de EPA gebruikt een computer die aan de nieuwe ENERGY STAR®-specificaties voldoet tussen 20% en 50% minder energie, afhankelijk van het gebruik.
Ga naar http://www.eu-energystar.org of http://www.energystar.gov voor meer informatie over het ENERGY STAR-programma.
Standaards voor optische stations
De computer wordt geleverd met het volgende geïnstalleerde station: DVD Super Multi-station (+-R DL).
Het station is van een van de volgende etiketten voorzien:
Vóór verzending is het laserapparaat van klasse 1 gecertificeerd conform de normen in hoofdstuk 21 van het Amerikaanse ministerie van volksgezondheid (DHHS 21 CFR).
Voor alle andere landen is het station gecertificeerd conform de IEC825- en EN60825-normen voor klasse 1-laserapparaten.
Veiligheidsinstructies voor optische schijfstations

Het station gebruikt een lasersysteem. Om er zeker van te zijn dat dit product correct wordt gebruikt, dient u deze handleiding zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden.
Als het apparaat ooit moet worden gerepareerd, neemt u contact op met een erkende Toshiba-servicedienst.
■ Het gebruik van regelaars, instellingen of procedures anders dan wordt vermeld, kan resulteren in blootstelling aan gevaarlijke straling
■ Probeer de kast niet te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico van directe blootstelling aan de laserstraal.
Positie van het vereiste etiket

Positie van het vereiste etiket

Pioneer DVR-KD08TBM/DVR-KD08TBF
Positie van het vereiste etiket

Toshiba Samsung TS-L632H/TS-L632P
Positie van het vereiste etiket

Internationale voorzorgsmaatregelen
LET OP: Dit apparaat bevat een lasersysteem, dat is geclassificeerd als een KLASSE 1-LASERPRODUCT. Om te zorgen dat u dit product correct gebruikt, dient u de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden. Wend u in geval van problemen met dit model tot het dichtstbijzijnde Authorized Toshiba Service Center. Probeer de kast niet te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico van directe blootstelling aan de laserstraal.
CLASS 1 LASER PRODUCT LASERSCHUTZKLASSE 1 PRODUKT TO EN60825
Belangrijke mededeling
Auteursrechtelijk beschermd materiaal, zoals, maar niet beperkt tot, muziek, video, computerprogramma's en databases, is beschermd onder de auteursrechtelijke wetgeving. Tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan volgens toepasselijk auteursrecht, mag u auteursrechtelijk beschermd materiaal zonder de toestemming van de eigenaar van de auteursrechten niet kopieren, wijzigen, toewijzen, overdragen of anderszins afstaan. Overtreding van dit verbod kan resulteren in gerechtelijke vervolging.
Telefoneer niet tijdens onweer (behalve als u een draadloze telefoon gebruikt). Bliksem kan elektrische schokken veroorzaken.
- Gebruik de telefoon niet om een gaslek te rapporteren in de nabijheid van het lek.
- Gebruik alleen het in deze handleiding vermelde netsnoer.
Vervang de accu uitsluitend door een accu van hetzelfde type of van een gelijkwaardig, door de fabrikant aanbevolen type.
Houd u bij het afdanken van gebruikte accu's aan de voorschriften van de fabrikant.

Gebruik alleen de accu-eenheid die bij de computer is geleverd of een optionele, door de fabrikant aanbevolen accu-eenheid. Gebruik van de verkeerde accu kan resulteren in beschadiging van de computer.
In dergelijke gevallen aanvaardt TOSHIBA geen aansprakelijkheid voor schade.
Inhoudsopgave
Voorwoord
Algemene voorzorgsmaatregelen
Hoofdstuk 1 Inleiding
Controlelijst van apparatuur 1-1
Kenmerken 1-3
Speciale voorzieningen 1-9
Hulpprogramma's en toepassingen 1-12
Opties 1-15
Hoofdstuk 2 Rondleiding
Voorkant met gesloten beeldscherm 2-1
Linkerkant 2-3
Rechterkant. 2-5
Achterkant.... 2-6
Onderkant 2-6
Voorkant met geopend beeldscherm 2-7
Functieknoppen 2-9
Systeemlampjes 2-10
Toetsenbordlampjes. 2-11
Optisch schijfstation 2-12
Afstandsbediening 2-14
Netadapter.... 2-21
Hoofdstuk 3 Voor u begint
De netadapter aansluiten.... 3-2
Het beeldscherm openen. 3-3
De computer inschakelen 3-3
Voor het eerst opstarten. 3-4
De computer uitschakelen.... 3-4
Computer opnieuw opstarten 3-7
Opties voor systeemherstel en de vooraf geïnstalleerde software herstellen 3-8
Hoofdstuk 4 Basisbeginselen
Het touchpad gebruiken 4-1
De sensor voor vingerafdrukken gebruiken ....4-2
Functie voor USB-slaapstand en laden ....4-10
Optische schijfstations gebruiken ....4-11
CD's/DVD's beschrijven op een DVD Super Multi-station (+-R DL)....4-15
Behandeling van schijven....4-24
De webcam gebruiken....4-24
Modem. 4-27
Draadloze communicatie....4-30
LAN 4-33
De computer verplaatsen 4-35
Warmteverspreiding. 4-35
Hoofdstuk 5 Het toetsenbord
Typemachinetoetsen ....5-1
Functietoetsen: F1 ... F12 .....5-2
Softkeys: Fn-toetscombinaties....5-2
Speciale Windows-toetsen ....5-5
Geïntegreerde numerieke toetsen ....5-6
ASCII-tekens genereren....5-8
Hoofdstuk 6 Stroomvoorziening en spaarstanden
Stroomvoorzieningsomstandigheden ....6-1
Voedingslampjes 6-2
Accutypen. 6-3
RTC-batterij. 6-4
Onderhoud en gebruik van de accu-eenheid .....6-5
De accu-eenheid vervangen....6-11
De computer opstarten met een wachtwoord .....6-14
Opstartstanden.6-14
Hoofdstuk 7 HW Setup en wachtwoorden
HW Setup 7-1
Hoofdstuk 8 Optionele apparaten
ExpressCard....8-2
Sleuf voor meerdere digitale mediakaarten....8-4
Geheugenuitbreiding....8-7
Extra accu-eenheid (3 cellen, 6 cellen en 9 cellen). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-10
Extra netadapter....8-10
USB-diskettesstation....8-10
Externe monitor ....8-10
Televisie.... 8-11
HDMI 8-12
i.LINK (IEEE1394) 8-13
Beveiligingsslot 8-15
Hoofdstuk 9 Problemen oplossen
Handelwijze bij probleemoplossing 9-1
Controlelijst voor hardware en systeem 9-3
TOSHIBA-ondersteuning 9-20
Hoofdstuk 10 Vrijwaringsverklaringen
Bijlage A Specificaties
Bijlage B Beeldschermcontroller en videomodi
Bijlage C Draadloos LAN
Bijlage D Netsnoer en connectoren
Bijlage E Als uw computer wordt gestolen
Woordenlijst
Index
Voorwoord
Gefeliciteerd met uw nieuwe computer uit de TOSHIBA A300/A300D-serie. Deze krachtige, lichtgewicht notebook staat garant voor jarenlang betrouwbaar computergebruik op hoog niveau.
In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u uw computer uit de gebruiksklaar maakt en ermee aan de slag gaat. Verder wordt gedetailleerde informatie gegeven over het configureren van de computer, elementaire bewerkingen en onderhoud, het gebruik van optionele apparaten en probleemoplossing.
Als u nog nooit een computer hebt gebruikt of nog nooit met een draagbare computer hebt gewerkt, lees dan eerst de hoofdstukken Inleiding en Rondleiding om uzelf vertrouwd te maken met de voorzieningen, onderdelen en accessoires van de computer. Lees vervolgens Voor u begint voor stapsgewijze instructies voor het gebruiksklaar maken van de computer.
Bent u een ervaren computergebruiker, dan leest u dit voorwoord verder door om inzicht te krijgen in de indeling van deze handleiding, waarna u de handleiding kunt doorbladeren om ermee vertrouwd te raken. Besteed met name aandacht aan de paragraaf Speciale voorzieningen van de inleiding om kennis te maken met de voorzieningen die bijzonder of uniek zijn voor de computer, en lees aandachtig HW Setup en wachtwoorden. Als u ExpressCards gaat installeren of externe apparaten zoals een printer gaat aansluiten, dient u hoofdstuk 8, Optionele apparaten, te lezen.
Inhoud van de handleiding
Deze handleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken, bijlagen, een woordenlijst en een index.
In hoofdstuk 1, Inleiding, vindt u een overzicht van de voorzieningen, mogelijkheden en opties van de computer.
In hoofdstuk 2, Rondleiding, worden de onderdelen van de computer geïdentificeerd en kort toegelicht.
In hoofdstuk 3, Voor u begint, wordt een kort overzicht gegeven van het gebruik van de computer.
Hoofdstuk 4, Basisbeginselen, bevat tips over het onderhoud van de computer en over het gebruik van het touchpad, de sensor voor vingerafdrukken, optische schijfstations, audio-/videobedieningsknoppen, de webcam, de microfoon, de ingebouwde modem, draadloze communicatie en LAN.
In hoofdstuk 5, Het toetsenbord, worden speciale toetsenbordfuncties beschreven, zoals de geïntegreerde numerieke toetsen en de sneltoetsen.
In hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden, vindt u informatie over de voedingsbronnen en energiebesparingsmodi van de computer.
In hoofdstuk 7, HW Setup en wachtwoorden, wordt uitgelegd hoe u de computer met het programma HW Setup kunt configureren. Verder leest u hier hoe u een wachtwoord instelt.
In hoofdstuk 8, Optionele apparaten, wordt beschreven welke optionele hardware beschikbaar is.
Hoofdstuk 9, Problemen oplossen, bevat nuttige informatie over het uitvoeren van diagnostische tests en suggesties voor de beste handelwijze als de computer niet correct lijkt te werken.
Hoofdstuk 10, Vrijwaringsverklaringen, bevat wettelijke voetnoten met betrekking tot uw computer.
De bijlagen bieden technische informatie over de computer.
De Woordenlijst bevat definities van algemene computertermen en acroniemen die in de tekst worden gebruikt.
Met behulp van de Index kunt u snel informatie in deze handleiding opzoeken.
Conventies
In deze handleiding worden de volgende notatieconventies gebruikt voor het beschrijven, identificeren en markeren van termen en bedieningsprocedures.
Afkortingen
Wanneer een afkorting voor het eerst wordt gebruikt, wordt deze gevolgd door een verklaring (al dan niet tussen haakjes). Bijvoorbeeld: ROM (Read Only Memory). Acroniemen worden tevens gedefinieerd in de Woordenlijst.
Pictogrammen
Pictogrammen identificeren poorten, regelaars en andere delen van de computer. Het paneel met systeemlampjes gebruikt tevens pictogrammen ter aanduiding van de onderdelen waarover het informatie verschaft.
Toetsen
De toetsenbordtoetsen worden in de tekst gebruikt ter beschrijving van een aantal computerbewerkingen. De toetsopschriften die op het toetsenbord te zien zijn, worden in een ander lettertype gedrukt. ENTER duidt bijvoorbeeld de ENTER-toets aan.
Gebruik van toetsen
Voor sommige bewerkingen moet u tegelijkertijd twee of meer toetsen indrukken. Dergelijke bewerkingen worden aangeduid door een plusteken (+) tussen de toetsopschriften. Zo betekent CTRL + C dat u op C moet drukken terwijl u CTRL ingedrukt houdt. Als er drie toetsen worden gebruikt, houdt u de eerste twee ingedrukt en drukt u tegelijkertijd op de derde.
ABC Wanneer u in een procedure een handeling moet uitvoeren (bijvoorbeeld een pictogram aanklikken of tekst invoeren), wordt de pictogramnaam of de te typen tekst in het links weergegeven lettertype gedrukt.
Beeldscherm
ABC De namen van vensters en pictogrammen, en door de computer gegenereerde tekst die op het beeldscherm verschijnt, worden in het links weergegeven lettertype afgebeeld.
Mededelingen
Mededelingen worden in deze handleiding gebruikt om u attent te maken op belangrijke informatie. Elk type mededeling wordt aangeduid zoals hieronder wordt geïllustreerd.

Attentie! In dit soort mededelingen wordt u gewaarschuwd dat incorrect gebruik van apparatuur of het negeren van instructies kan resulteren in gegevensverlies of beschadiging van de apparatuur.

Opmerking. Een opmerking is een tip of aanwijzing die u helpt de apparatuur optimaal te gebruiken.
Terminologie
Deze term wordt in dit document als volgt gedefinieerd:
Start
Het woord 'Start' verwijst naar de knop 'in Microsoft® Windows Vista™.
Algemene voorzorgsmaatregelen
TOSHIBA-computers bieden optimale veiligheid en optimaal gebruikerscomfort; bovendien zijn ze robuust, een belangrijke eigenschap voor draagbare computers. U moet echter bepaalde voorzorgsmaatregelen nemen om het risico van lichamelijk letsel of beschadiging van de computer verder te beperken.
Lees de onderstaande algemene aanwijzigen en let op de waarschuwingen die in de handleiding worden gegeven.
Een gebruiksvriendelijke omgeving inrichten
Plaats de computer op een egaal oppervlak dat groot genoeg is voor de computer en eventuele andere apparaten die u nodig hebt, zoals een printer.
Laat voldoende ruimte vrij rondom de computer en andere apparatuur voor een adequate ventilatie. De apparaten kunnen anders oververhit raken.
Houd uw computer in optimale werkconditie door de werkplek niet bloot te stellen aan:
■ stof, vocht en direct zonlicht;
■ apparatuur met sterke magnetische velden, zoals luidsprekers (andere dan die op de computer zijn aangesloten) of een hoofdtelefoon;
■ plotselinge veranderingen in temperatuur of vochtigheid, en warmtebronnen zoals radiatoren en airconditioningroosters;
■ Vermijd extreme hitte, koude of vochtigheid.
■ vloeistoffen en bijtende chemicaliën;
Blessures door overbelasting
Lees zorgvuldig de Instructiegids voor veiligheid en comfort. Hierin wordt toegelicht hoe u hand- en polsblessures als gevolg van langdurig toetsenbordgebruik kunt voorkomen.
Verhitting van computeroppervlakken
Vermijd langdurig lichamelijk contact met de computer. Indien de computer gedurende een langere periode is gebruikt, kan het oppervlak zeer heet worden. Zelfs als de computer niet heet aanvoelt, kan langdurig lichamelijk contact - bijvoorbeeld wanneer u de computer op uw schoot of uw handen op de polssteun laat rusten - resulteren in rode plekken op de huid.
■ De metalen plaat die de interfacepoorten ondersteunt, kan heet worden. Vermijd daarom rechtstreeks contact met deze plaat na langdurig computergebruik.
- Het oppervlak van de netadapter kan bij gebruik heet worden, maar dit is normaal. Als u de netadapter wilt vervoeren, koppelt u deze los en laat u deze eerst afkoelen.
Plaats de netadapter niet op materiaal dat hittegevoelig is, deze kan namelijk schade veroorzaken.
Schade door druk of stoten
Zorg dat de computer niet wordt blootgesteld aan zware druk of harde stoten aangezien hierdoor computeronderdelen beschadigd kunnen raken of andere storingen kunnen ontstaan.
Oververhitting van de ExpressCard
Sommige ExpressCards kunnen bij langdurig gebruik heet worden wat kan leiden tot instabiliteit in de werking van het apparaat in kwestie. Ga ook voorzichtig te werk bij het verwijderen van een ExpressCard die langdurig is gebruikt.
Mobiele telefoons
Let erop dat het gebruik van mobiele telefoons kan leiden tot storingen in het audiosysteem. Hoewel de werking van de computer hierdoor niet wordt beïnvloed, verdient het aanbeveling om tijdens telefoongesprekken een afstand van minimaal 30 cm in acht te nemen tussen de computer en de mobiele telefoon.
Instructiehandleiding voor veiligheid en comfort
Alle belangrijke informatie voor een veilig en juist gebruik van deze computer wordt beschreven in de bijgesloten Instructiegids voor veiligheid en comfort. Lees deze gids voordat u de computer gebruikt.
Hoofdstuk 1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat een controlelijst met de geleverde apparatuur en beschrijft de voorzieningen, opties en accessoires van de computer.

Sommige voorzieningen die in deze handleiding worden toegelicht, functioneren wellicht niet correct als u een besturingssysteem gebruikt dat niet vooraf door TOSHIBA is geïnstalleerd.
Controlelijst van apparatuur
Verwijder de computer voorzichtig uit de verpakking. Berg de doos en het verpakkingsmateriaal op voor toekomstig gebruik.
Hardware
Controleer of u de volgende items hebt:
■ A300/A300D draagbare personal computer
■ Universele netadapter en netsnoer
■ Modulaire kabel (geleverd bij sommige modellen)
■ Afstandsbediening (geleverd bij sommige modellen)
Software
Microsoft® Windows Vista™
De volgende software is vooraf geïnstalleerd:
■ Microsoft ® Windows Vista™
■ Modemstuurprogramma (kan alleen worden gebruikt voor modellen met een modem)
■ Bluetooth-stuurprogramma (kan alleen worden gebruikt voor Bluetooth-modellen)
■ Schermstuurprogramma's voor Windows
Hulpprogramma voor vingerafdrukken (kan alleen worden gebruikt voor modellen met een vingerafdruksensor)
■ LAN-stuurprogramma
■ Stuurprogramma voor het aanwijsapparaat
■ Presto! BizCard 5 (vooraf geïnstalleerd op sommige modellen)
■ Geluidsstuurprogramma voor Windows
■ Ulead DVD MovieFactory ® for TOSHIBA
■ Stuurprogramma voor draadloos LAN (kan alleen worden gebruikt voor modellen met draadloos LAN)
TOSHIBA Assist
■ TOSHIBA CD/DVD Drive Acoustic Silencer
■ TOSHIBA ConfigFree
TOSHIBA Disc Creator
TOSHIBA DVD PLAYER
■ TOSHIBA Gezichtsherkenning (vooraf geïnstalleerd op sommige modellen)
TOSHIBA-hulpprogramma's voor SD-geheugenkaarten
■ TOSHIBA Value Added Package

Het hulpprogramma voor het formatteren van SD-geheugenkaarten en andere SD-functies maken deel uit van de TOSHIBA-hulpprogramma's voor SD-geheugenkaarten. Als u de SD-hulpprogramma's wilt verwijderen, klikt u op Start -> Configuratiescherm -> Een programma verwijderen en selecteert u TOSHIBA-hulpprogramma's voor SD-geheugenkaarten.
Documentatie
A300/A300D Gebruikershandleiding
A300/A300D Aan de slag
■ Instructiehandleiding voor veiligheid en comfort
Garantie-informatie
Kenmerken
Deze computer biedt de volgende voorzieningen en voordelen:
Processor
Ingebouwd Ga naar de website voor uw gebied voor de configuratiegegevens van het model dat u hebt aangeschaft.
Geheugen
Sleuven In de twee geheugensleuven kunnen PC-5300 geheugenmodules van 512 MB, 1024 MB of 2048 MB worden geïnstalleerd. De maximale grootte en snelheid van het systeemgeheugen hangen af van het aangeschafte model.

De PC2-5300-geheugenmodule werkt op PC2-4200-snelheid op een model met een Mobile Intel® GL960 Express-chipset.

Als uw computer is geconfigureerd met twee geheugenmodules van 2 GB, kan de geheugencapaciteit worden weergegeven als slechts circa 3 GB (afhankelijk van de hardwarespecificaties van de computer). Dit is correct aangezien het besturingssysteem gewoonlijk de beschikbare hoeveelheid geheugen weergeeft in plaats van de hoeveelheid fysiek geheugen (RAM) die in de computer is ingebouwd. Diverse systeemcomponenten (zoals de GPU van de grafische kaart en PCI-apparaten zoals draadloos LAN) vereisen hun eigen geheugenruimte. Aangezien een 32-bits besturingssysteem niet meer dan 4 GB geheugen kan adresseren, overlappen deze systeembronnen het fysieke geheugen. Het is een technische beperking dat het overlappende geheugen niet beschikbaar is voor het besturingssysteem. Hoewel sommige hulpprogramma's de daadwerkelijke hoeveelheid fysiek geheugen in de computer kunnen weergeven, is er nog steeds slechts circa 3 GB geheugen beschikbaar voor het besturingssysteem.
Video-RAM Afhankelijk van het gekochte model.
Model met Mobile Intel® GM965 Express-chipset/Mobile Intel® GL960 Express-chipset: video-RAM wordt gedeeld met het hoofdgeheugen waarbij de verdeling afhangt van de technologie voor dynamisch videogeheugen.
Model met Mobile Intel ® GM965 Express-chipset/Mobile Intel ® PM965 Express-chipset in grafische chip van ATI Mobility Radeon ™ HD 3470: extern 64/128/256 MB.
Model met Mobile Intel ® GM965 Express-chipset/Mobile Intel ® PM965 Express-chipset in grafische chip van ATI Mobility Radeon ™ HD 3650: extern 256/512 MB.
Model met AMD M690G-chipset: ideo-RAM wordt gedeeld met het hoofdgeheugen waarbij de verdeling afhangt van ATI HyperMemory™.
Model met AMD M690G-chipset in grafische chip van ATI Mobility Radeon™ HD 3470: extern 64/128/256 MB.
Model met AMD M690G-chipset in grafische chip van ATI Mobility Radeon™ HD 3650: extern 256/512 MB.
Schijven
Vaste schijf (Vaste schijf)
De computer heeft één of twee ingebouwde 2,5-inch vasteschijfstations voor niet-vluchtige opslag van gegevens en software (afhankelijk van het gekochte model). De vaste schijf is verkrijgbaar in de volgende grootten:
80 GB
120 GB
160 GB
200 GB
250 GB
300 GB
320 GB
400 GB
500 GB
Vrijwaringsverklaring (capaciteit van vaste schijf): Raadpleeg hoofdstuk 10, Vrijwaringsverklaringen, voor meer informatie over de capaciteit van de vaste schijf.
Sommige modellen zijn uitgerust met een DVD Super Multi-stationsmodule (+-R DL) van volledige grootte waarmee u zonder adapter gegevens op herschrijfbare CD's/DVD's kunt vastleggen en CD's/DVD's kunt lezen. De maximale leessnelheid is 8-speed voor DVD-ROM en 24-speed voor CD-ROM. De maximale schrijfsnelheid bedraagt 24-speed voor CD-R, 16-speed voor CD-RW, 8-speed voor DVD-R, 6-speed voor DVD-RW, 5-speed voor DVD-RAM, 8-speed voor DVD+R, 8-speed voor DVD+RW, 4-speed voor DVD+R DL en 4-speed voor DVD-R DL. Dit station ondersteunt de volgende indelingen:
DVD-ROM
DVD-Video
DVD-R
DVD-RW
DVD+R
DVD+RW
DVD-RAM
DVD+R DL
DVD-R DL
CD-DA
CD-Text
■ CD-ROM Mode 1, Mode 2
■ CD-ROM XA Mode 2 (Form1, Form2)
■ CD-G (alleen audio-CD)
■ Photo CD (single/multi-sessie)
■ Enhanced CD (CD-EXTRA)
■ Adresseringsmethode 2
Toetsenbord
Ingebouwd 86 of 87 toetsen, compatibel met IBM
® uitgebreid
toesenbord, geïntegreerde numerieke toetsen, vaste cursorbesturingstoetsen, en de toetsen
en Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
Aanwijsapparaat
Ingebouwd Met het touchpad en de bedieningsknoppen in de polssteun kunt u de schermaanwijzer verplaatsen.
Stroom
| Accu-eenheid De computer wordt van stroom voorzien door één oplaadbare lithium-ion accu-eenheid. |
| RTC-batterij De computer heeft een interne batterij voor de interne RTC (Real Time Clock) en kalender. |
| Netadapter De universele netadapter voorziet het systeem van stroom en laadt de accu’s op wanneer deze opraken. De adapter wordt geleverd met een verwisselbaar netsnoer. Aangezien de netadapter universeel is, ondersteunt hij netspanningen tussen 100 en 240 volt. |
Poorten
| Hoofdtelefoon Voor aansluiting van een stereohoofdtelefoon. | |
| Microfoon Voor aansluiting van een microfoon. | |
| Externe monitor 15-pins, analoge VGA-poort. | |
| Universal Serial Bus (USB 2.0) | Vier USB-poorten (Universal Serial Bus) voor serie-aansluiting van USB-apparaten op uw computer. |
| i.LINKTM (IEEE1394) | Deze poort ondersteunt snelle, rechtstreekse gegevensoverdracht vanaf externe apparaten zoals digitale videocamera's. |
| Video-uit-poort Via deze S-Video-uit-poort kunt u NTSC- of PAL-gegevens overbrengen naar externe apparaten. Raadpleeg hoofdstuk 8,Optioneleapparaten, voor meer informatie. (Aanwezig op sommige modellen.) | |
| HDMI Op deze HDMI-aansluiting kunt u externe weergave-/audio-apparaten aansluiten. (Aanwezig op sommige modellen.) | |
| Infraroodont-vangstvenster | Dit is een sensorvenster dat signalen ontvangt van de afstandsbediening (die bij sommige modellen wordt geleverd). |
Sleuven
| Sleuf voor meerdere digitale media | Door middel van deze sleuf kunt u gemakkelijk gegevens overbrengen van apparaten, zoals digitale camera’s en PDA’s (Personal Digital Assistants), die gebruikmaken van flashgeheugen (SD/SDHC/MS/MS Pro/MMC/ xD-geheugenkaarten). (Aanwezig op sommige modellen.) |
| ExpressCard-sleuf In de ExpressCar-sleuf kunt u een ExpressCardTM/34 of Expres CardTM/54 installeren om zo de functionaliteit uit te breiden. Raadpleeg hoofdstuk 8,Optionele apparaten, voor meer informatie. | |
Multimedia
| Webcam U kunt foto's of videobeelden opnemen/ verzenden met deze geïntegreerde webcam (aanwezig bij sommige modellen). |
| Geluidssysteem Het geluidssysteem, dat compatibel is met Windows Sound System, heeft interne luidsprekers en aansluitingen voor een externe microfoon en hoofdtelefoon. Het systeem biedt tevens een volumeregelaar. |
Communicatie
| LAN De computer is uitgerust met een LAN-kaart die Ethernet LAN (10 Mbit/s, 10BASE-T), Fast Ethernet LAN (100 Mbit/s, 100BASE-TX) of Giga-bit ondersteunt. |
| Draadloos LAN De minikaart voor draadloos LAN is compatibel met andere LAN-systemen die zijn gebaseerd op DSSS-/OFDM-radiotechnologie (Direct Sequence Spread Spectrum/Orthogonal Frequency Division Multiplexing) en die voldoen aan de IEEE 802.11-norm (revisie A, B, G en Draft N). Zwerven (roaming) over meerdere kanalen. (Aanwezig op sommige modellen.) |
| Modem Sommige computers uit deze serie zijn uitgerust met een interne modem. De ingebouwde modem voorziet in gegevens- en faxcommunicatie. Raadpleeg bijlage E. De snelheid van gegevens- en faxverzending is afhankelijk van analoge-telefoonlijnomstandigheden. De modem heeft een modempoort voor aansluiting op een telefoonlijn. V.90 en V.92 worden beiden ondersteund in de V.S., Canada, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland. In andere gebieden is alleen V.90 beschikbaar. |
| Bluetooth Sommige computers in deze serie zijn uitgerust met Bluetooth-functies. De BluetoothTM-technologie ondersteunt snelle, betrouwbare en draadloze communicatie tussen elektronische apparaten (bijvoorbeeld computers en printers) in een kleine ruimte, waardoor geen kabels nodig zijn. |
| Schakelaar voor draadloze communicatie | Met deze schakelaar schakelt u RF-transmissiefuncties (draadloos LAN en Bluetooth) voor draadloze apparaten in en uit. (Aanwezig op sommige modellen.) |
Beveiliging
| Sleufbeveiligingsslot | Hiermee kan de computer door middel van een beveiligingsslot aan een bureau of ander groot voorwerp worden verankerd. |
Software
| Besturingssysteem | Microsoft ® Windows VistaTM is beschikbaar.Raadpleeg het gedeelte over voorafgeïnstalleerdeSoftwareaan het begin van dit hoofdstuk. |
| TOSHIBAHulpprogramma’s | Een aantal hulp- en stuurprogramma’s is voorafgeïnstalleerd om het gebruik van de computer te vergemakkelijken. Raadpleeg de paragraafHulpprogramma’s en toepassingenin dit hoofdstuk. |
| Plug en Play Wanneer u een extern apparaat op de computeraansluit of een onderdeel installeert, stelt de Plugen Play-capaciteit het systeem in staat om deverbinding te herkennen en automatisch denodige configuratiewijzigingen aan te brengen. | |
Speciale voorzieningen
De volgende voorzieningen zijn uniek voor TOSHIBA-computers of zijn geavanceerde voorzieningen die het gebruik van de computer vergemakkelijken. Voor toegang tot opties voor energiebeheer klikt u op Start -> Configuratiescherm -> Systeem en onderhoud -> Energiebeheer.
| Sneltoetsen Door middel van deze toetscombinaties kunt u de systeemconfiguratie snel wijzigen zonder een programma voor systeemconfiguratie te hoeven gebruiken. | |
| Beeldscherm automatisch uitschakelen | Met deze functie wordt de stroom naar het interne beeldscherm automatisch stopgezet als het toetsenbord of aanwijsapparaat een bepaalde tijd niet is gebruikt. De stroomvoorziening wordt hersteld zodra een toets wordt ingedrukt of het aanwijsapparaat wordt gebruikt. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Vaste schijf automatisch uitschakelen | Met deze functie wordt de stroom naar de vaste schijf automatisch stopgezet als een bepaalde tijd lang geen activiteit op de vaste schijf heeft plaatsgevonden. De stroomvoorziening wordt hersteld zodra de vaste schijf wordt gebruikt. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Systeem in automatische slaapstand/ sluimerstand | Met deze functie wordt het systeem automatisch in de slaapstand of de sluimerstand gezet als een bepaalde tijd geen invoer of hardwareactiviteit heeft plaatsgevonden. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Geïntegreerde numerieke toetsen | Het toetsenbord heeft tien geïntegreerde numerieke toetsen. Raadpleeg het gedeelte Geïntegreerde numerieke toetsen in hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor informatie over het gebruik van deze toetsen. |
| Wachtwoord voor opstarten | Er zijn twee niveaus van wachtwoordbeveiliging: supervisor en gebruiker. Hierdoor kunt u voorkomen dat onbevoegden uw computer gebruiken. |
| Directe beveiliging Met een sneltoets kunt u het scherm leegmaken en de computer blokkeren; deze functie dient voor gegevensbeveiliging. | |
| Intelligente stroomvoorziening | Een microprocessor in de intelligente stroomvoorziening van de computer detecteert de acculading en berekent de resterende accucapaciteit. De microprocessor beschermt de elektronische onderdelen tevens tegen abnormale omstandigheden, zoals extreme spanningspieken vanuit een voedingsbron. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. | |
| Energiebesparingsmodus | Met deze voorziening kunt u de computer configureren om accu-energie te besparen. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. | |
| In-/uitschakelen via LCD | Met deze functie wordt de stroom naar de computer uitgeschakeld wanneer het LCD-scherm wordt gesloten, en weer ingeschakeld zodra het scherm wordt geopend. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. | |
| Automatische sluimerstand bij lage acculading | Als de acculading zover is gedaald dat u de computer niet meer kunt gebruiken, wordt automatisch de sluimerstand geactiveerd en wordt het systeem afgesloten. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. | |
| Warmteverspreiding | De CPU heeft een interne temperatuursensor ter bescherming tegen oververhitting. Als de interne temperatuur van de een bepaald niveau bereikt, wordt de ventilator ingeschakeld of wordt de CPU-verwerkingssnelheid verlaagd. Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. | |
| Maximale prestaties | Eerst wordt de ventilator ingeschakeld en vervolgens wordt zo nodig de CPU-verwerkingssnelheid verlaagd. | |
| Optimaal accugebruik | Eerst de processorsnelheid verlagen en dan zo nodig de ventilator aanzetten. | |
| Sluimerstand Met deze functie kunt u de stroom uitschakelen zonder de software te hoeven sluiten. De inhoud van het hoofdgeheugen wordt op de vaste schijf opgeslagen, en wanneer u de computer weer aanzet, kunt u uw werk hervatten op de plaats waar u was opgehouden. Raadpleeg de paragraafDe computer uitschakelen in hoofdstuk 3,Voor u begint, voor meer informatie |
| Slaapstand Als u uw werk moet onderbreken, kunt u de computer uitschakelen zonder de software te hoeven sluiten: in deze stand worden de gegevens bewaard in het hoofdgeheugen van de computer. Wanneer u de computer weer aanzet, kunt u uw werk hervatten op de plaats waar u was opgehouden. |
In dit gedeelte worden de TOSHIBA-voorzieningen beschreven die vooraf op de computer zijn geïnstalleerd.
| TOSHIBA Power Saver | TOSHIBA Power Saver biedt diverse functies voor energiebeheer. |
| TOSHIBA-knopondersteuning | Dit hulpprogramma regelt de functies van de vol-gende computerknoppen.■ Knop Dempen of knop Verlichting aan/uit (aanwezig op sommige modellen)■ CD/DVD-knopDe toepassing die deze knop start, kan worden gewijzigd. |
| TOSHIBAHulpprogramma Zoom | Met dit hulpprogramma kunt u de pictogrammen op het bureaublad vergroten of verkleinen en het zoompercentage instellen voor specifieke toepassingen. |
| TOSHIBA PC-diagnoseprogramma | Het TOSHIBA PC-diagnoseprogramma toont basisgegevens over de configuratie van de computer en biedt de mogelijkheid de functionaliteit van bepaalde ingebouwde hardwareapparaten in de computer te testen. |
| TOSHIBA-flashkaarten | Dit hulpprogramma ondersteunt de volgende functies.■ Sneltoetsfunctie■ TOSHIBA-functie om hulpprogramma's te starten |

■ Wanneer u de computer start of hervat, duurt het even voordat de TOSHIBA-flashkaarten beschikbaar zijn en kunnen ze diverse malen worden weergegeven voordat ze volledig zijn geactiveerd. De sneltoetsfuncties zijn beschikbaar zodra de TOSHIBA-flashkaarten volledig actief zijn.
Als het systeem bezet is en u het bericht Reageert niet ziet, wacht u totdat de TOSHIBA-flashkaarten volledig zijn geactiveerd voordat u het hulpprogramma en de sneltoetsen gebruikt.
TOSHIBA Toegankelijkheid
| Het hulpprogramma TOSHIBA Toegankelijkheid biedt ondersteuning voor gebruikers met bewegingsbeperkingen wanneer ze de TOSHIBA-sneltoetsfuncties willen gebruiken. Met dit hulpprogramma kunt u de FN-toets vastzetten. U drukt dan eenmaal op de FN-toets, laat de toets los en drukt op een van de functietoetsen (F-toetsen) om de functie ervan te activeren. De FN-toets blijft in dit geval actief totdat een andere toets wordt ingedrukt. |
Hulpprogramma's en toepassingen
In dit gedeelte worden vooraf geïnstalleerde hulpprogramma's beschreven en wordt toegelicht hoe u de programma's start. Raadpleeg de online handleiding, de Help-bestanden of het bestand Leesmij.txt bij elk hulpprogramma voor informatie over bewerkingen.
TOSHIBA Assist TOSHIBA Assist is een grafische gebruikersinterface waarmee u gemakkelijk toegang tot Help en services kunt verkrijgen.
| HW Setup U start dit hulpprogramma door op deWindows-knop Start te klikken, Alleprogramma’s aan te wijzen, te klikken opTOSHIBA en Hulpprogramma’s en het pictogram HWSetup te selecteren. |
TOSHIBA DVD PLAYER Deze software wordt meegeleverd voor weergave van DVD-Video.
| TOSHIBA Disc Creator | U kunt CD’s/DVD’s in verschillende indelingen maken: audio-CD’s die op een gewone stereo-CD-speler kunnen worden afgespeeld, en data-CD’s/-DVD’s voor het opslaan van de bestanden en mappen op uw vaste schijf.U kunt TOSHIBA Disc Creator als volgt starten via de menubalk:Start -> Alle programma’s -> TOSHIBA -> CD- & DVD-toepassingen -> Disc Creator |
| TOSHIBA DVD-RAM-hulpprogramma | TOSHIBA DVD-RAM-hulpprogramma biedt een functie voor fysiek formatteren en een schrijfbeveiligingsfunctie voor DVD-RAM.Dit hulpprogramma maakt deel uit van de module TOSHIBA Disc Creator.U kunt het TOSHIBA DVD-RAM Utility als volgt starten via de menubalk.Start ->Alle programma's ->TOSHIBA ->CD&DVD-toepassingen ->DVD-RAM-hulpprogramma |
| Ulead DVD MovieFactory® for TOSHIBA | U kunt digitale video bewerken en een DVD-video maken. |
| TOSHIBA ConfigFree | ConfigFree is een programmapakket waarmee communicatieapparaten en netwerkverbindingen eenvoudig kunnen worden beheerd. Met ConfigFree kunt u tevens communicatieproblemen opsporen en profielen maken waarmee u eenvoudig tussen locaties en communicatienetwerken kunt schakelen.U start ConfigFree via de taakbalk.Start ->Alle programma's ->TOSHIBA ->ConfigFree |
| TOSHIBA Gezichtsherkenning | TOSHIBA Gezichtsherkenning gebruikt een bibliotheek voor gezichtsverificatie om het gezicht van de gebruiker te verifiëren wanneer deze zich aanmeldt bij Windows. Als de verificatie slaagt, wordt de gebruiker automatisch aangemeld bij Windows. De gebruiker hoeft in dit geval dus geen wachtwoord in te voeren, waardoor de aanmelding gemakkelijker verloopt. |
| TOSHIBA Bluetooth-stack | Door middel van deze software kunnen externe Bluetooth-apparaten draadloos met elkaar communiceren. |

Bluetooth kan niet worden gebruikt in modellen waarin geen Bluetooth-module is geïnstalleerd.
Hulpprogramma voor vingerafdruken
Op dit product is een vingerafdrukhulpprogramma geïnstalleerd waarmee vingerafdrukken kunnen worden vastgelegd en herkend. Als u de id en het wachtwoord vastlegt in het apparaat voor vingerafdrukverificatie, hoeft u het wachtwoord niet meer via het toetsenbord in te voeren. Houd eenvoudig uw vinger tegen de vingerafdruksensor, waarna de volgende functies worden ingeschakeld:
■ Aanmelden bij Windows en toegang tot een beveiligde webpagina via IE (Internet Explorer).
■ Bestanden en mappen kunnen worden gecodeerd/gedecodeerd, zodat andere gebruikers er geen toegang toe hebben.
Bij terugkeer uit de energiebesparende stand (slapstand) kan een schermbeveiliging met wachtwoordbeveiliging worden uitgeschakeld.
■ Functie voor enkelvoudige aanmelding.
■ Verificatie van gebruikerswachtwoord en vasteschijfwachtwoord terwijl de computer wordt opgestart.

Het hulpprogramma voor vingerafdrukken kan niet worden gebruikt in modellen waarin geen vingerafdrukmodule is geïnstalleerd.
Windows Mobiliteitscentrum
In dit gedeelte wordt het Windows Mobiliteitscentrum beschreven.
Het Mobiliteitscentrum is een hulpprogramma dat in één venster snel toegang biedt tot diverse instellingen voor draagbare pc's. Standaard biedt het besturingssysteem maximaal acht groepen aan, terwijl twee extra groepen worden toegevoegd aan het Mobiliteitscentrum.
■ Computer vergrendelen: dit kan worden gebruikt om uw computer te vergrendelen zonder dat u de computer hoeft uit te schakelen. Dit heeft hetzelfde resultaat als de knop Vergrendelen, onder in het rechterdeel van het menu Start.
■ TOSHIBA Assist: Hiermee kunt u TOSHIBA Assist openen als dit is geinstalleerd op uw computer.
Opties
U kunt uw computer nog krachtiger en gebruikersvriendelijker maken door een aantal opties toe te voegen. De volgende opties zijn beschikbaar:
| Geheugenuitbreiding | Er zijn twee geheugenuitbreidingssleuven beschikbaar voor het installeren van geheugenmodules van 512 MB, 1024 MB of 2048 MB. De modules zijn PC2-5300, 200-pins SO-DIMM (Small-Outline Dual In-line Memory Module). De maximale grootte en snelheid van het systeemgeheugen hangen af van het aangeschafte model. |

De PC2-5300-geheugenmodule werkt op PC2-4200-snelheid op een model met een Mobile Intel® GL960 Express-chipset.
| Accu-eenheid Een extra accu-eenheid van3 cellen (PA3533U-1BRS/PA3533U-1BAS),6 cellen (PA3534U-1BRS/ PA3534U-1BAS) of9 cellen (PA3535U-1BRS/ PA3535U-1BAS) isverkrijgbaar bij de TOSHIBA-leverancier.Deze eenheid is identiek aan de eenheidwaarmee uw computer is geleverd. U kunt dezeals reserve-exemplaar of ter vervanging gebruiken. |
| Netadapter Als u uw computer op meerdere locatiesgebruikt, kan het handig zijn om voor elke locatie een extra netadapter aan te schaffen(PA3468U-1ACA, PA3468E-1AC3,PA3516U-1ACA, PA3516E-1AC3,PA3290U-3ACA, PA3290E-3AC3), zodat u de adapter niet hoeft mee te nemen. |
| USB-diskettestation Het USB-diskettestation ondersteunt diskettes van 1,44 MB en 720 KB en wordt aangesloten op een USB-poort van de computer. In Windows VistaTM kunt u diskettes van 720 KB niet formatteren, maar u kunt wel eerder geformatteerde diskettes lezen en beschrijven. |
| Beveiligingsslot U kunt een beveiligingskabel aan de computer bevestigen om de computer te beschermen tegen diefstal. |
Hoofdstuk 2
Rondleiding
In dit hoofdstuk worden de verschillende onderdelen van de computer geïdentificeerd. Maak uzelf vertrouwd met elk onderdeel voordat u met de computer aan de slag gaat.
Voorkant met gesloten beeldscherm
De volgende afbeelding illustreert de voorkant van de computer met het beeldscherm gesloten.

* Afhankelijk van het gekochte model
Afbeelding 2-1 Voorkant van de computer met gesloten beeldscherm
| Logo op voorrand | Logo op voorrand geeft het serienummer aan van de computer die u hebt aangeschaft.(De beschikbaarheid van deze functie hangt af van het aangeschafte model.) |
| Schakelaar voor draadloze communicatieOff On | Schuif deze schakelaar naar de rechterkant van de computer om de functie voor draadloze communicatie in te schakelen. Schuif de schakelaar naar de linkerkant van de computer om de functie uit te schakelen. (Aanwezig op sommige modellen.) |

Zet de schakelaar in vliegtuigen en ziekenhuizen op uit. Controleer het lampje voor draadloze communicatie. Het lampje brandt niet wanneer draadloze communicatie is uitgeschakeld.
| Infraroodont-vangstvenster | Infraroodontvangstvenster is aanwezig op sommige modellen. Dit is een sensorvenster dat signalen van de afstandsbediening ontvangt. |
Sleuf voor meerdere digitale media![]() | Door middel van deze sleuf kunt u gemakkelijk gegevens overbrengen van apparaten, bijvoorbeeld digitale camera’s en PDA’s, die gebruikmaken van flashgeheugen (SD/SDHC/MS/MS Pro/MMC/xD-geheugenkaarten). |
Microfoonaansluiting![]() | Op de standaard 3,5-mm mini-microfoonaansluiting kan een microfoon of ander apparaat voor audio-invoer worden aangesloten. |
Hoofdtelefoon-aansluiting (S/P DIF)![]() | Op de standaard 3,5-mm mini-hoofdtelefoonaansluiting met S/PDIF-aansluiting kan een stereohoofdtelefoon (minimaal 16 ohm) of een ander apparaat voor audio-uitvoer worden aangesloten. Als u een hoofdtelefoon aansluit, worden de interne luidsprekers automatisch uitgeschakeld. |
Volumeregeling ![]() | Gebruik deze regelaar om het volume van de systeemluidsprekers en de hoofdtelefoon af te stemmen. |
Linkerkant
De volgende afbeelding illustreert de linkerkant van de computer.

* Afhankelijk van het gekochte model
Afbeelding 2-2 Linkerkant van de computer
Poort voor externe monitor
Op deze 15-pins poort kunt u een externe monitor aansluiten.

Luchtopening Voorziet de ventilator van lucht voor het afkoelen van de computer.

Blokkeer nooit de ventilatieopening. Zorg dat er geen voorwerpen in deze openingen terechtkomen. Een speld of soortgelijk voorwerp kan de schakelingen van de computer beschadigen.
Video-uit-poort Steek een 4-pins S-Video-connector in deze poort. (Aanwezig op sommige modellen.)

HDMI-uit-poort Op de HDMI-uit-poort kan een HDMI-kabel met een Type A-connector worden aangesloten. Een HDMI- kabel kan video-, audio- en aansturingssignalen verzenden en ontvangen. (Aanwezig op sommige modellen.)
LAN-aansluiting Via deze poort kunt u de computer op een LAN aansluiten. De adapter ondersteunt Ethernet LAN (10Mbit/s, 10BASE-T), Fast Ethernet LAN (100Mbit/s, 100BASE-TX) en Giga-bit. Het LAN heeft twee lampjes. Raadpleeg hoofdstuk 4, Basisbeginselen, voor meer informatie.
Universal Serial Bus-poorten (USB 2.0)

De twee USB 2.0-compatibele poorten (Universal Serial Bus) ondersteunen gegevensoverdrachtsnelheden die 40 maal hoger zijn dan met de USB 1.1-norm. De poorten met het pictogram (✗ beschikken over de functie voor USB-slaapstand en laden en ondersteunen ook USB 1.1.

Zorg dat er geen voorwerpen in de USB-aansluitingen terechtkomen. Een speld of soortgelijk voorwerp kan de schakelingen van de computer beschadigen.

Niet alle functies van alle USB-apparaten zijn getest. Het is mogelijk dat sommige functies niet correct werken.
ExpressCard-sleuf
In de ExpressCard-sleuf kunt u een aanvullende ExpressCard installeren.


Zorg ervoor dat er geen voorwerpen in de ExpressCard-sleuf terechtkomen. Een speld of soortgelijk voorwerp kan de schakelingen van de computer beschadigen.
i.LINK-poort (IEEE 1394)
Koppel een extern apparaat zoals een digitale videocamera aan deze poort voor snelle gegevensoverdracht.


Wanneer meerdere IEEE1394-apparaten op een PC zijn aangesloten, worden de apparaten mogelijk niet correct geïdentificeerd. Dit probleem kan optreden wanneer Windows Vista™ opnieuw wordt gestart terwijl de apparaten aangesloten zijn of wanneer de IEEE1394-apparaten worden ingeschakeld voordat de PC is aangezet. Als dit probleem zich voordoet, ontkoppelt u de IEEE1394-kabels en sluit u deze opnieuw aan.
Rechterkant
De volgende afbeelding illustreert de rechterkant van de computer.

* Afhankelijk van het gekochte model.
Afbeelding 2-3 Rechterkant van de computer
| Universal Serial Bus-poorten (USB 2.0) | De twee USB 2.0-compatibele poorten (Universal Serial Bus) ondersteunengegevensoverdrachtsnelheden die 40 maal hoger zijn dan met de USB 1.1-norm. De poorten met het pictogram ( ) beschikken over de functie voor USB-slaapstand en laden en ondersteunen ook USB 1.1. |

Zorg dat er geen voorwerpen in de USB-aansluitingen terechtkomen. Een speld of soortgelijk voorwerp kan de schakelingen van de computer beschadigen.

Niet alle functies van alle USB-apparaten zijn getest. Het is mogelijk dat sommige functies niet correct werken.
Modemaansluiting ![]() | U kunt de modemaansluiting gebruiken om het modem rechtstreeks via een modemkabel aan te sluiten op een telefoonlijn. (Aanwezig op sommige modellen.) |
| Optisch schijfstation | Een DVD Super Multi-station (+-R DL). |
| DC IN 19 V Op deze ingang wordt de netadapter aangesloten. | |
![]() | Gebruik alleen het model netadapter dat bij de computer is geleverd. Gebruik van de verkeerde adapter kan resulteren in beschadiging van de computer. |
Sleuf
beveiligingsslot

Aan deze sleuf kan een beveiligingskabel worden bevestigd. De optionele beveiligingskabel verankert de computer aan een bureau of ander groot voorwerp ter bescherming tegen diefstal.
Achterkant
De volgende afbeelding illustreert de achterkant van de computer.

Afbeelding 2-4 De achterzijde van de computer
Onderkant
De volgende afbeelding illustreert de onderkant van de computer. Zorg dat het beeldscherm gesloten is voordat u de computer ondersteboven zet.

Afbeelding 2-5 De onderkant van de computer
Accu-eenheid De accu-eenheid voorziet de computer van stroom wanneer de netadapter niet is aangesloten. In de paragraaf Accu-eenheid in hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden, wordt toegelicht hoe u toegang verkrijgt tot de accu-eenheid. U kunt aanvullende accu-eenheden aanschaffen bij uw TOSHIBA-leverancier en zo de gebruiksduur van de computer verlengen.
Ontgrendelings- schuif accuhouder
Duw deze schuif opzij om de accu-eenheid te ontgrendelen. Deze schuif kan alleen worden verplaatst wanneer de computer ondersteboven ligt.

Vergrendeling accu-eenheid

Zet de accuvergrendeling in de ontgrendelde stand om de accuontgrendelingsschuif vrij te geven.
Afdekplaatje geheugenmodule

Dit plaatje beschermt twee geheugenmodulesleuven. Eén of twee modules zijn vooraf geïnstalleerd.
Voorkant met geopend beeldscherm
De volgende afbeelding illustreert de voorkant van de computer met het beeldscherm geopend. U opent het beeldscherm door dit omhoog te kantelen en op een aangename kijkhoek te plaatsen.

*Aanwezig op sommige modellen.
**Het uiterlijk van de stereoluidsprekers hangt af van het aangeschafte model.
Afbeelding 2-6 De voorkant met geopend beeldscherm
| Beeldscherm De kleuren-LCD van de computer toont contrastrijke tekst en afbeeldingen. De computer heeft een WXGA-LCD-scherm van 15,4 inch met 1280 pixels horizontaal x 800 pixels verticaal pixels of een WXGA+-scherm van 1440 pixels horizontaal x 900 pixels verticaal. De computer heeft een TFT-scherm (Thin-Film Transistor). Raadpleeg bijlage B, Beeldschermcontroller en videomodi.Als de computer door de accu wordt gevoed, ziet het scherm er niet zo helder uit als bij gebruik van de netadapter. Het lagere helderheidsniveau dient om accu-energie te besparen. | |
| Stereoluidspreker Via de luidsprekers kunt u het geluid horen dat door uw software wordt gegenereerd, en de geluidssignalen die door het systeem worden gegenereerd, bijvoorbeeld als de accu bijna leeg is. | |
| Vingerafdrukken sensor | Houd eenvoudig uw vinger tegen de vingerafdruksensor, waarna de volgende functies worden ingeschakeld (aanwezig op sommige modellen):■ Aanmelden bij Windows en toegang tot een beveiligde webpagina via IE (Internet Explorer).■ Bestanden en mappen kunnen worden gecodeerd/gedecodeerd, zodat andere gebruikers er geen toegang toe hebben.■ Bij terugkeer uit de energiebesparende stand (slapstand) kan een schermbeveiliging met wachtwoordbeveiliging worden uitgeschakeld.■ Functie voor enkelvoudige aanmelding.■ Verificatie van gebruikerswachtwoord en vasteschijfwachtwoord terwijl de computer wordt opgestart. |
| Touchpad Hiermee kunt u de aanwijzer verplaatsen en items op het scherm selecteren of activeren. Het touchpad kan worden geconfigureerd voor het uitvoeren van andere muisfuncties, zoals schuiven (scrollen) en dubbelklikken. | |
| Bedienings-knoppen voor touchpad | Deze knoppen werken op dezelfde manier als de linker- en rechterknop van een externe muis. |
Systeemlampjes Aan de hand van vijf statuslampjes kunt u zien of de netadapter is aangesloten, of de computer aanstaat en wat de status is van de hoofdaccu, de vaste schijf, het optische station en de sleuf voor meerdere digitale media. Zie de paragraaf over de systeemlampjes voor meer informatie.
Functieknoppen Met deze zes knoppen kunt u audio en video bedienen, toepassingen uitvoeren en toegang krijgen tot hulpprogramma's. Meer informatie vindt u in het gedeelte Functieknoppen. (Aanwezig op sommige modellen.)
Aan/uit-knop Druk op de aan/uit-knop om de computer in en uit te schakelen. Het lampje van de aan/uit-knop geeft de status aan.
Webcam Met deze ingebouwde webcam (aanwezig bij sommige modellen) kunt u foto's of videobeelden opnemen/verzenden.
Webcamlampje Het webcamlampje brandt blauw wanneer de webcamsoftware wordt gebruikt. (Aanwezig op sommige modellen.)
Ingebouwde microfoon Voor opname van monogeluid in uw toepassingen. (Aanwezig op sommige modellen.)

Ga voorzichtig om met de computer om krassen of beschadiging van het oppervlak te voorkomen.
Functieknoppen
Sommige modellen zijn uitgerust met zes knoppen.






Beschikbaar voor gebruik: Dempen of verlichting aan/uit, CD/DVD, Afspelen/Pauzeren, Stoppen, Vorige, Volgende.
Met deze knoppen kunt u audio en video bedienen, toepassingen uitvoeren en toegang krijgen tot hulpprogramma's. Raadpleeg de paragraaf Functieknoppen in hoofdstuk 4, Basisbeginselen, voor meer informatie.
Knop Dempen of verlichting aan/uit

Afhankelijk van het aangeschafte model, drukt u op deze knop om het geluid uit te schakelen of om de verlichting van het touchpad, het logo en de knoppen in en uit te schakelen.
CD/DVD-knop Druk op deze knop om een toepassing te starten, zoals Windows Media Player of TOSHIBA DVD PLAYER
Knop Afspelen/Pauzeren

Druk op deze knop om te beginnen met het afspelen van een audio-CD, DVD-film of digitale audiobestanden. Deze knop fungeert tevens als pauzeknop.
Stoppen Druk op deze knop om het afspelen te stoppen.

Knop Vorige Druk op deze knop om naar het vorige nummer of hoofdstuk of de vorige gegevens te gaan.
Knop Volgende Druk op deze knop om het volgende nummer of hoofdstuk of de vorige gegevens af te spelen.
Systeemlampjes
De volgende afbeelding illustreert de systeemlampjes die tijdens de verschillende computerbewerkingen branden.

Afbeelding 2-7 Systeemlampjes
DC IN

Het DC IN-lampje brandt wit/groen als via de netadapter gelijkstroom (DC) wordt geleverd. Als er problemen zijn met de uitgangsspanning van de adapter of met de stroomvoorziening, brandt dit lampje niet.
Aan/uit![]() | Het aan/uit-lampje brandt wit/groen wanneer de computer aanstaat. Als u de computer uitschakelt in de slaapstand, knippert dit lampje oranje. Als de computer wordt uitgeschakeld, brandt dit lampje niet. |
Hoofdaccu![]() | Het lampje van de hoofdaccu geeft de lading van de accu aan. Wit/groen betekent dat de accu volledig is geladen, terwijl oranje betekent dat de accu wordt geladen. Zie hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden. |
Vaste schijf/optisch station![]() | Het lampje voor de vaste schijf/het optische station brandt wit/groen wanneer de computer toegang heeft tot de vaste schijf of het optische station. |
Meerdere digitale mediakaarten![]() | Het lampje van de kaartsleuf voor meerdere digitale media brandt wit/groend wanneer de computer toegang heeft tot de digitale mediakaart. |
Toetsenbordlampjes
In de volgende afbeeldingen ziet u waar de lampjes van de geïntegreerde numerieke toetsen en het CAPS LOCK-lampje zich bevinden.
Als het CAPS LOCK-lampje brandt, is de functie voor hoofdlettervergrendeling ingeschakeld.

Afbeelding 2-8 CAPS LOCK-lampje
CAPS LOCK Dit lampje brandt groen als de hoofdlettervergrendeling is ingeschakeld voor lettertoetsen.
Als het lampje van de F10-toets brandt, kunt u de geïntegreerde numerieke toetsen als cursortoetsen gebruiken.
Als het lampje van de F11-toets brandt, kunt u de geïntegreerde numerieke toetsen gebruiken om cijfers in te voeren.

Afbeelding 2-9 Lampjes van de geïntegreerde numerieke toetsen
Cursormodus Als het lampje voor de cursormodus groen brandt, kunt u de geïntegreerde numerieke toetsen (de toetsen met de grijze opschriften) als cursortoetsen gebruiken. Raadpleeg de paragraaf Geïntegreerde numerieke toetsen in hoofdstuk 5, Het toetsenbord.
Numerieke modus Als het lampje van de numerieke modus groen brandt, kunt u de geïntegreerde numerieke toetsen (de toetsen met de donkergrijze opschriften) gebruiken om cijfers in te voeren. Raadpleeg de paragraaf Geïntegreerde numerieke toetsen in hoofdstuk 5, Het toetsenbord.
Optisch schijfstation
Zodra de computer toegang verkrijgt tot een CD/DVD, gaat het lampje op het station branden.
Regiocodes voor DVD-stations en -media
Optische stations en media worden vervaardigd conform de specificaties van zes verkoopgebieden. Om problemen bij het afspelen van DVD-video's te voorkomen dient u bij de aanschaf van DVD-video-schijven te controleren of de schijven geschikt zijn voor uw station.
Code Regio
1 Canada, Verenigde Staten
2 Japan, Europa, Zuid-Afrika, Midden-Oosten
3 Zuid-Oost-Azië, Oost-Azië
4 Australië, Nieuw Zeeland, Stille-Oceaneilanden, Midden-Amerika, Zuid-Amerika, Caribisch gebied
5 Rusland, Indisch subcontinent, Afrika, Noord-Korea, Mongolië
6 China
Beschrijfbare schijven
In deze paragraaf worden de verschillende soorten beschrijfbare CD's en DVD's beschreven. Controleer in de specificaties voor uw station welke schijftypen kunnen worden beschreven. Gebruik TOSHIBA Disc Creator om CD's te beschrijven. Zie hoofdstuk 4, Basisbeginselen.
CD's
- Beschrijfbare CD's (CD-R's) kunnen slechts één keer worden beschreven. De opgenomen gegevens kunnen niet worden gewist of veranderd.
CD-RW- ofwel CD-Rewritable-schijven kunnen meermaals worden beschreven. Gebruik multispeed CD-RW's (1x, 2x of 4x) of high-speed 4- tot 10-speed schijven. De schrijfsnelheid van ultra-speed CD-RW's (alleen geschikt voor het CD-RW-/DVD-ROM-station) is maximaal 24-speed.
DVD's
DVD-R's, DVD+R's, DVD-R DL- en DVD+R DL-schijven kunnen slechts één keer worden beschreven. De opgenomen gegevens kunnen niet worden gewist of veranderd.
DVD-RW-, DVD+RW- en DVD-RAM-schijven kunnen meermaals worden beschreven.
In de DVD Super Multi-stationsmodule (+-R DL) van volledige grootte kunt u zonder adapter gegevens op herschrijfbare CD's/DVD's vastleggen en CD's/DVD's van 12 of 8 cm gebruiken.

In het midden van een schijf is de leessnelheid lager dan aan de rand.
DVD lezen 8-speed (maximaal)
DVD-R schrijven 8-speed (maximaal)
DVD-RW schrijven 6-speed (maximaal)
DVD+R schrijven 8-speed (maximaal)
DVD+RW schrijven 8-speed (maximaal)
DVD+R DL schrijven 4-speed (maximaal)
DVD-R DL schrijven 4-speed (maximaal)
DVD-RAM schrijven 5-speed (maximaal)
CD lezen 24-speed (maximaal)
CD-R schrijven 24-speed (maximaal)
CD-RW schrijven 16-speed (maximaal, ultra-speed media)
Afstandsbediening
Met de afstandsbediening, die bij sommige modellen wordt geleverd, kunt u bepaalde functies van de computer op afstand uitvoeren.
U kunt de afstandsbediening gebruiken in combinatie met Media Center om CD's, DVD's en video's af te spelen, om foto's te bekijken en om televisieprogramma's te bekijken en op te nemen (afhankelijk van het type).
Met de afstandsbediening kunt u de weergave van een film sturen via Media Center.
Gebruiksmogelijkheden van de afstandsbediening:
■ Alle schermen in Media Center navigeren en bedienen.
■ De video bedienen.
■ De computer in de slaapstand zetten en weer activeren.

Afbeelding 2-10 Afstandsbediening
CD/DVD-knop Druk op deze knop om een toepassing te starten, zoals Windows Media Player of TOSHIBA DVD PLAYER.
Helderheid verlagen Hiermee verlaagt u stapsgewijs de helderheid van het computerscherm.

Helderheidverhogen![]() | Hiermee verhoogt u stapsgewijs de helderheidvan het computerscherm. |
Aan/uit Hiermee wordt het besturingssysteem gestart ofafgesloten.![]() | Deze knop werkt als de aan/uit-knop van decomputer. De slaapstand komt standaardovereen met het uitschakelen van uw computer.Als u deze instelling wilt wijzigen, klikt u opStart -> Configuratiescherm -> Systeem enonderhoud -> Energiebeheer -> Het gedragvan de aan/uit-knop bepalen. De volgende vieropties zijn beschikbaar: Geen actieondernemen, Slaapstand, Sluimerstand enUitschakelen. |
| Volume + Hiermee verhoogt u het volume terwijl u eenDVD kijkt of CD afspeelt. | |
| Volume - Hiermee verlaagt u het volume terwijl u een DVDkijkt of CD afspeelt. | |
DVD-menu Hiermee opent u het hoofdmenu van eenDVD-film, indien beschikbaar.![]() | |
| Pijlen Hiermee verplaatst u de cursor binnen de MediaCenter-vensters. | |
| OK Hiermee selecteert u de gewenste actie of optie.OK | Dit heeft dezelfde functie als de ENTER-toets. |
Verlichting aan/uit Druk op deze knop om de verlichting van delampjes in of uit te schakelen.![]() | |
| Dempen Hiermee schakelt u het geluid van decomputer uit. | |
Vorige Hiermee wordt het vorige venster weergegeven.![]() | |
| Meer informatie Deze knop toont meer gedetailleerde informatie.i | |
Start Hiermee opent u Media Center in hethoofdvenster.![]() | |
Terugspoelen Hiermee spoelt u het medium (video, DVD,

muziek enzovoort) terug.
Afspelen/Pauze Hiermee speelt u het geselecteerde medium af.

Deze knop fungeert tevens als pauzeknop.
Vooruitspoelen Hiermee spoelt u het medium (video, DVD,

muziek enzovoort) vooruit.
Opnieuw afspelen Hiermee verplaatst u het medium terug (zeven

seconden bij video's, één muzieknummer of één
DVD-hoofdstuk per keer).
Stoppen Hiermee stopt u het medium dat op dat moment

wordt afgespeeld.
Overslaan Hiermee springt het medium vooruit

(30 seconden voor video's, één muzieknummer
of één DVD-hoofdstuk).
Gebruik van de afstandsbediening
Sommige computers worden geleverd met een afstandsbediening, waarmee een aantal van de functies van de computer op afstand kunnen worden bediend.

■ De afstandsbediening is speciaal ontworpen voor deze computer.
■ Sommige toepassingen bieden mogelijk geen ondersteuning voor afstandsbedieningsfuncties.
Gebruiksbereik van de afstandsbediening
Richt de afstandsbediening op de computer en druk op een toets. De werkzame hoek en afstand worden hierna beschreven.
Afstand Binnen 5 m van het infraroodontvangstvenster.
Hoek Tussen ongeveer 30 graden horizontaal en ongeveer 15 graden verticaal loodrecht op het infraroodontvangstvenster.

*Het uiterlijk van de meegeleverde afstandsbediening verschilt per model en wordt bij sommige modellen niet meegeleverd.
Afbeelding 2-11 Gebruiksbereik van de afstandsbediening

Zelfs binnen de effectieve afstand die hierboven is beschreven, kan in de volgende gevallen de afstandsbediening niet of niet goed werken.
Als zich tussen het infraroodontvangstvenster van de computer en de afstandsbediening een obstakel bevindt.
Als direct zonlicht of sterk tl-licht op het infraroodontvangstvenster valt.
Als het infraroodontvangstvenster of het gedeelte van de afstandsbediening waaruit het infraroodlicht komt vuil is.
Als er in de buurt van de computer wordt gewerkt met andere computers die een infraroodafstandsbediening gebruiken.
■ Als de batterijen bijna leeg zijn.
Batterijen plaatsen/verwijderen
Plaats de meegeleverde AA- of CR2016-batterijen voordat u de afstandsbediening gebruikt. De procedure voor het plaatsen en verwijderen van de batterijen verschilt per type afstandsbediening. Controleer het type en plaats of verwijder dan de batterijen volgens de instructies.

Bewaar de batterij voor de afstandsbediening buiten bereik van kinderen. Een kind kan stikken als het een batterij inslikt. Mocht dit gebeuren, waarschuw dan direct een arts.

Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht wanneer u de batterij van de afstandsbediening gebruikt.
- Gebruik geen andere batterijen dan de aangegeven batterijen.
Plaats de batterijen met de positieve (+) en negatieve pool (-) in de juiste richting.
De batterij niet herladen, verhitten, uit elkaar halen of kortsluiten, of aan vuur blootstellen. - Gebruik geen batterijen waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken of die geheel leeg zijn.
- Gebruik geen verschillende soorten batterijen of oude en nieuwe batterijen door elkaar.
Vervoer de batterij niet samen met metalen kettingen, haarspelden of andere metalen voorwerpen.
Bij het opbergen of weggooien van batterijen dient u de polen (+ en -) met isolatietape te bedekken om kortsluiting te voorkomen.
Bij het niet naleven van deze voorzorgsmaatregelen kan verhitting, lekkage of ontploffing voorkomen. Hierdoor kunnen brandwonden of ander letsel ontstaan. Wanneer de huid of kleding in aanraking komt met batterijvloeistoffen, dient u deze direct te wassen met schoon water. Als batterijvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen onmiddellijk spoelen met schoon water en een arts raadplegen. Raak de batterijvloeistof op instrumenten of apparaten niet met blote handen aan. Veeg de vloeistof af met een doek of papieren handdoek.
Het soort batterij dat kan worden gebruikt voor de afstandsbediening
Als de meegeleverde batterijen leeg zijn, vervangt u ze door geschikte batterijen. U dient een batterij van het type CR2016 te gebruiken. Andere soorten batterijen mogen niet worden gebruikt.
De batterijen plaatsen
- Open het batterijklepje aan de achterzijde van de afstandsbediening.

Afbeelding 2-12 Het batterijklepje openen
- Let erop dat u de batterijen met de juiste polariteit plaatst. Druk de batterij omlaag tegen het veertje en druk de batterij vervolgens naar voren, zodat deze correct in het batterijvak is geplaatst.

Afbeelding 2-13 De batterijen plaatsen
- Sluit het batterijklepje. Sluit het klepje goed totdat het vastklikt

Afbeelding 2-14 Het batterijklepje sluiten
De batterijen vervangen
Wanneer de batterijen in de afstandsbediening versleten raken, is het mogelijk dat de afstandsbediening niet goed of alleen op korte afstand van de computer werkt. In dat geval dient u de batterijen te vervangen door nieuwe.
-
Open het batterijklepje aan de achterzijde van de afstandsbediening.
-
Houd het veertje ingedrukt en schuif de batterij uit het batteijrvak.

Afbeelding 2-15 De batterijen verwijderen
-
Plaats de batterij. Let erop dat u de batterijen met de juiste polariteit plaatst. Druk de batterij omlaag tegen het veertje en druk de batterij vervolgens naar voren, zodat deze correct in het batterijvak is geplaatst.
-
Sluit het batterijklepje. Sluit het klepje goed totdat het vastklikt.
De afstandsbediening plaatsen
Een afstandsbediening plaatsen
U plaatst de afstandsbediening door de onderstaande stappen uit te voeren.
-
Zorg dat de ExpressCard-sleuf leeg is.
-
Houd de voorzijde omhoog gericht en plaats de afstandsbediening.

Afbeelding 2-16 De afstandsbediening plaatsen
- Druk voorzichtig totdat de kaart vastzit.
Een afstandsbediening verwijderen
U verwijdert de afstandsbediening door de onderstaande stappen uit te voeren.
- Druk licht op de afstandsbediening, zodat deze naar voren komt.
- Trek de afstandsbediening uit de sleuf.
Netadapter
De netadapter zet wisselstroom om in gelijkstroom en reduceert de spanning die aan de computer wordt geleverd. De netadapter kan zich automatisch aanpassen aan elke spanning tussen 100 en 240 volt en aan een frequentie van 50 of 60 hertz, waardoor u de computer in praktisch elk land kunt gebruiken.
Om de accu op te laden sluit u de netadapter eenvoudig aan op een voedingsbron en op de computer. Raadpleeg hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden voor meer informatie.

Afbeelding 2-17 De netadapter (2-pins stekker)

Afbeelding 2-18 De netadapter (3-pins stekker)

Gebruik van de verkeerde adapter kan resulteren in beschadiging van de computer. In dergelijke gevallen aanvaardt TOSHIBA geen aansprakelijkheid voor schade. De nominale uitvoer voor de computer bedraagt 19 Volt.
- Gebruik alleen de netadapter die bij de computer is geleverd of een netadapter die door TOSHIBA is gecertificeerd.
Hoofdstuk 3
Voor u begint
Dit hoofdstuk bevat basisinformatie om met de computer aan de slag te gaan. De volgende onderwerpen worden behandeld:

Lees ook de Instructiegids voor veiligheid en comfort. In deze gids wordt productaansprakelijkheid toegelicht.
■ De netadapter aansluiten
■ Het beeldscherm openen
■ De computer inschakelen
■ Voor het eerst opstarten
■ De computer uitschakelen
■ De computer opnieuw opstarten
■ Opties voor systeemherstel en de vooraf geïnstalleerde software herstellen
Als u een onervaren computergebruiker bent, volgt u de stappen in elke paragraaf van dit hoofdstuk voordat u met de computer aan de slag gaat

Alle gebruikers dienen tevens zorgvuldig het gedeelte Voor het eerst opstarten te lezen, waarin wordt beschreven wat u moet doen wanneer u de computer voor het eerst aanzet.
De netadapter aansluiten
Sluit de netadapter aan wanneer u de accu moet opladen of via de netvoeding wilt werken. Dit is tevens de snelste manier om met de computer aan de slag te gaan, omdat de accu-eenheid eerst moet worden opgeladen voordat u de computer hiermee van stroom kunt voorzien.
De netadapter kan worden aangesloten op elk stopcontact dat tussen 100 en 240 volt, en 50 of 60 hertz levert. Raadpleeg hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden voor informatie over het opladen van de accu-eenheid met de netadapter.

Gebruik van de verkeerde adapter kan resulteren in beschadiging van de computer. In dergelijke gevallen aanvaardt TOSHIBA geen aansprakelijkheid voor schade. De nominale uitvoer voor de computer bedraagt 19 Volt.
- Sluit het netsnoer op de netadapter aan.

Afbeelding 3-1 Het netsnoer op de netadapter aansluiten
- Sluit de gelijkstroomuitgangsstekker van de netadapter aan op de DC IN 19 V-aansluiting op de rechterzijde van de computer.

Afbeelding 3-2 De adapter op de computer aansluiten
- Sluit het netsnoer aan op het stopcontact. De lampjes voor de accu en DC IN op de voorzijde van de computer moeten nu gaan branden.
Het beeldscherm openen
Het LCD-scherm kan in een aantal standen worden gezet voor optimaal kijkgemak.
U opent het beeldscherm door dit omhoog te kantelen en in de beste kijkhoek te zetten.

Terwijl u het scherm opent, houdt u de onderkant van de computer vast om te voorkomen dat u de computer optilt.

Afbeelding 3-3 Het beeldscherm openen
De computer inschakelen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de computer inschakelt

Nadat u de computer voor het eerst hebt ingeschakeld, dient u hem niet uit te zetten voordat het besturingssysteem is geïnstalleerd en gestart.
- Als het externe diskettestation is aangesloten, controleer dan of dit leeg is. Als het station een diskette bevat, drukt u op de uitwerpknop en verwijdert u de diskette.
- Open het beeldscherm.
- Houd de aan/uit-knop van de computer twee à drie seconden ingedrukt.

Afbeelding 3-4 De computer inschakelen
Voor het eerst opstarten
Wanneer u de computer voor het eerst inschakelt, verschijnt het opstartscherm van Microsoft® Windows Vista™.
Volg de aanwijzingen op het scherm.
De computer uitschakelen
U kunt de computer uitschakelen in een van de volgende drie modi: afsluitmodus (ofwel opstartmodus), sluimerstand of slaapstand.
Afsluitmodus (opstartmodus)
Wanneer u de computer uitschakelt in de afsluitmodus, worden er geen gegevens opgeslagen; bij het opstarten van de computer wordt het hoofdscherm van het besturingssysteem weergegeven.
- Als u gegevens hebt ingevoerd, slaat u deze op op de vaste schijf of een diskette.
- Zorg dat alle schijfactiviteiten zijn beëindigd en verwijder volgens de geplaatste CD/DVD of diskette.

Controleer of het schijflampje uit is. Als u de computer uitzet terwijl er nog schijfactiviteit plaatsvindt, loopt u het risico dat gegevens verloren gaan of de schijf beschadigd raakt.
- Klik op de knop Start van Windows, wijs ▶ aan en selecteer Afsluiten.
- Schakel eventuele randapparaten uit.

Schakel de computer of randapparaten niet meteen weer in. Wacht even tot alle condensatoren volledig zijn ontladen.
Sluimerstand
De sluimerstand zorgt ervoor dat de inhoud van het geheugen wordt opgeslagen wanneer de computer wordt uitgeschakeld. De volgende keer dat de computer wordt aangezet, wordt de vorige toestand hersteld. De status van randapparaten wordt niet door de sluimerfunctie opgeslagen.

■ Wanneer de slaapstand wordt geactiveerd, wordt de inhoud van het geheugen op de vaste schijf opgeslagen. Als u de accu verwijdert of de netadapter ontkoppelt voordat het opslagproces is voltooid, gaan gegevens verloren. Wacht totdat het lampje van de vaste schijf of het optische station uit gaat.
■ Wanneer de computer in de sluimerstand staat, dient u geen geheugenmodule te installeren of te verwijderen. Doet u dit toch, dan gaan gegevens verloren.
Voordelen van de sluimerstand
De voordelen van de sluimerstand zijn:
■ Wanneer de computer automatisch wordt afgesloten omdat de accu bijna leeg is, worden gegevens op de vaste schijf opgeslagen.

Als u de computer wilt kunnen afsluiten in de slaapstand, moet u de slaapstandfunctie op het tabblad Slaapstand van Energiebeheer inschakelen. Anders wordt de computer in de slaapstand afgesloten wanneer de accu bijna leeg is. Als de accu leeg raakt, gaan de gegevens die in de slaapstand zijn opgeslagen, verloren.
- Na het inschakelen van de computer kunt u direct naar uw vorige werkomgeving terugkeren.
De functie bespaart stroom doordat het systeem wordt afgesloten wanneer er geen hardwareactiviteit plaatsvindt of de computer geen invoer ontvangt in de tijdsduur die is ingesteld via de sluimerstandfunctie van het systeem.
■ U kunt de functie Uitschakelen via LCD gebruiken.
Sluimerstand activeren
Voer de volgende stappen uit om de sluimerstand in te schakelen.
Windows Vista TM
- Klik op de knop Start van Windows.
- Wijs aan.
- Selecteer Sluimerstand.
De computer wordt automatisch in de sluimerstand gezet wanneer u op de aan/uit-knop drukt of het scherm sluit. Eerst dient u echter de juiste instellingen te definiëren door de volgende stappen uit te voeren.
- Open het Configuratiescherm.
- Open Mobiele pc en open Energiebeheer.
- Selecteer Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen.
- Activeer de gewenste sluimerstandinstelling voor Als ik op de aan/uit-knop drukt en Als ik het scherm sluit.
- Klik op de knop Wijzigingen opslaan.

U kunt de sluimerstand ook inschakelen door te drukken op FN + F4. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
Gegevensopslag in de sluimerstand
Zodra u de computer in de sluimerstand afsluit, worden de gegevens uit het geheugen op de vaste schijf opgeslagen, wat enkele ogenblikken zal duren. Gedurende deze tijd brandt het lampje voor de vaste schijf of het optische station.
Nadat u de computer hebt uitgeschakeld en de geheugeninhoud op de vaste schijf is opgeslagen, dient u eventuele randapparaten uit te schakelen.

Schakel de computer of randapparaten niet meteen weer in. Wacht even tot alle condensatoren volledig zijn ontladen.
Slaapstand
In de slaapstand blijft de computer ingeschakeld maar worden de CPU en alle andere apparaten in de slaapstand gezet.

De computer uitschakelen op plaatsen waar elektronische apparaten worden bestuurd of bediend.
Als u uw computer moet uitschakelen aan boord van een vliegtuig of op plaatsen waar elektronische apparaten worden bestuurd of bediend, dient u de computer altijd helemaal uit te schakelen of in de sluimerstand te zetten in plaats van in de slaapstand en dient u alle schakelaars of apparaten voor draadloze communicatie uit te schakelen. In de slaapstand kan het besturingssysteem van de computer zichzelf namelijk activeren om voorgeprogrammeerde taken uit te voeren of niet-opgeslagen gegevens op te slaan en zo luchtvaart- of andere systemen verstoren, wat mogelijk ernstig letsel kan veroorzaken.

■ Vergeet niet uw gegevens op te slaan alvorens de computer in de slaapstand te zetten.
■ Wanneer de computer in de slaapstand staat, dient u geen geheugenmodule te installeren of te verwijderen. Doet u dit toch, dan bestaat het risico dat de computer of de module schade oploopt.
■ Verwijder de accu-eenheid niet terwijl de computer in de slaapstand staat (tenzij de computer op een stopcontact is aangesloten). In dat geval zullen gegevens in het geheugen verloren gaan.
Voordelen van de slaapstand
De slaapstand biedt de volgende voordelen:
■ De vorige werkomgeving wordt sneller hersteld dan met de sluimerstand.
■ De functie bespaart energie doordat het systeem wordt afgesloten wanneer er geen hardwareactiviteit plaatsvindt of de computer geen invoer ontvangt in de tijdsduur die is ingesteld voor de slaapstand.
■ U kunt de functie Uitschakelen via LCD gebruiken.
De slaapstand uitvoeren

U kunt de slaapstand ook activeren door op FN + F3 te drukken. Zie hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
U kunt de slaapstand op een van de volgende drie manieren activeren:
- Klik op de knop Start van Windows, wijs ▶ aan en klik op Slaapstand.
- Sluit het beeldscherm. Deze functie moet ingeschakeld zijn. Zie Energiebeheer in het Configuratiescherm.
- Druk op de aan/uit-knop. Deze functie moet ingeschakeld zijn. Zie Energiebeheer in het Configuratiescherm.
Wanneer u de computer weer inschakelt, kunt u uw werk hervatten op het punt waar u was opgehouden toen u de computer afsloot.

■ Wanneer de computer in de slaapstand wordt afgesloten, gaat het aan/uit-lampje oranje branden.
Als u de computer via de accu gebruikt, kunt u de bedrijfstijd verlengen door in de slaapstand af te sluiten. De slaapstand verbruikt meer energie.
Beperkingen van de slaapstand
In de volgende omstandigheden werkt de slaapstand niet:
■ De computer wordt onmiddellijk na het afsluitproces weer aangezet.
- Geheugenschakelingen zijn blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische ruis.
Computer opnieuw opstarten
In bepaalde omstandigheden moet u de computer opnieuw instellen (ofwel een reset uitvoeren), bijvoorbeeld:
■ als u bepaalde computerinstellingen hebt gewijzigd;
■ als er een fout optreedt en de computer niet reageert op toetsenbordopdrachten.
Als u de computer opnieuw moet opstarten, zijn er drie manieren om dit te doen:
-
Klik op Start, klik op de pijltoets (▶) bij de energiebeheerknoppen (.) en selecteer Opnieuw opstarten in het menu.
-
Druk tegelijkertijd (eenmaal) op CTRL, ALT en DEL om het menuvenster weer te geven, klik op de pijlknop in de rechterbenedenhoek en selecteer Opnieuw opstarten.
-
Druk op de aan/uit-knop en houd deze knop circa 5 seconden ingedrukt. Als de computer zichzelf heeft uitgeschakeld wacht u 10 tot 15 seconden voordat u de computer weer inschakelt door de aan/uit-knop in te drukken.
Opties voor systeemherstel en de vooraf geïnstalleerde software herstellen
Een verborgen partitie van circa 1,5 GB op de vaste schijf is toegewezen voor de opties voor systeemherstel.
Deze partitie herstelt bestanden die kunnen worden gebruikt om het systeem te herstellen in geval van problemen.

De opties voor systeemherstel kunnen niet meer worden gebruikt als deze partitie wordt verwijderd.
Opties voor systeemherstel
De opties voor systeemherstel zijn op de vaste schijf geïnstalleerd bij aflevering uit de fabriek. Het menu voor systeemherstel bevat opties waarmee opstartproblemen kunnen worden gerepareerd, een diagnose kan worden uitgevoerd of het systeem kan worden hersteld.
Raadpleeg Windows Help en ondersteuning voor meer informatie over Opstartherstel.
De opties voor systeemherstel kunnen ook handmatig worden uitgevoerd om problemen te herstellen.
Ga hierbij als volgt te werk. Volg de aanwijzingen op het scherm.
- Schakel de computer uit.
- Zet de computer aan. Wanneer het TOSHIBA-scherm herhaaldelijk verschijnt, drukt u op de toets F8.
-
Het menu Advanced Boot Options (Geavanceerde opstartopties) wordt weergegeven.
Gebruik de pijltoetsen om Repair Your Computer (Uw computer repareren) te selecteren en druk op Enter. -
Volg de aanwijzingen op het scherm.

De Windows Vista®-functie voor volledig back-up van de pc kan worden gebruikt in Windows Vista® Business Edition en Ultimate Edition.
De vooraf geïnstalleerde software herstellen
Afhankelijk van het aangeschafte model kunt u de vooraf geïnstalleerde software op verschillende manieren herstellen:
■ Optische herstelschijven maken
■ De vooraf geïnstalleerde software herstellen met de gemaakte herstelschijven
■ De vooraf geïnstalleerde software herstellen vanaf het herstelschijfstation.
Optische herstelschijven maken
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u herstelschijven maakt.

■ Vergeet niet de netadapter aan te sluiten wanneer u herstelschijven maakt.
- Sluit alle softwareprogramma's behalve de Herstelschijf maken.
■ Voer geen programma's uit die de processor zwaart belasten, zoals een schermbeveiliging.
■ Zorg dat de computer op volledige energie werkt.
■ Gebruik geen energiebesparingsfuncties.
Schrijf niet naar de schijf terwijl anti-virussoftware actief is. Wacht tot de viruscontrole is beëindigd en schakel vervolgens de anti-virussoftware (en eventuele op de achtergrond uitgevoerde bestandscontroleprogramma's) uit.
- Gebruik geen hulpprogramma's, met inbegrip van hulpprogramma's voor snelle schijftoegang. Doet u dit toch, dan loopt u het risico van storingen en gegevensverlies.
- Gebruik tijdens het (her)schrijven van de schijf niet de afsluit-/afmeldprocedure of de slaapstand/sluimerstand.
Plaats de computer op een egaal, horizontaal oppervlak en vermijd plaatsen waar trillingen waarneembaar zijn, zoals auto's, treinen en vliegtuigen.
Plaats de computer niet op een onstabiele tafel of ander onstabiel oppervlak.
Een herstelimage van de software op uw computer wordt opgeslagen op de vaste schijf en kan naar een DVD worden gekopieerd met behulp van de volgende stappen:
- Houd een lege DVD bij de hand.
- In de toepassing kunt u kiezen uit diverse media waarnaar de herstelimage wordt gekopieerd, waaronder DVD-R, DVD-RW, DVD+R en DVD+RW.

Onthoud dat sommige van de bovengenoemde media mogelijk niet compatibel zijn met het optische schijfstation dat in uw computer is geïnstalleerd. Controleer daarom voordat u verdergaat of het optische station het lege medium dat u hebt gekozen ondersteunt.
- Zet de computer aan en wacht terwijl het besturingssysteem Windows Vista® op de normale manier van de vaste schijf wordt geladen.
- Plaats de eerste lege schijf in het optische schijfstation.
- Dubbelklik op het pictogram Herstelschijf maken op het bureaublad van Windows Vista® of selecteer de toepassing in het menu Start.
- Kies nadat de toepassing is gestart het type medium en de titel die u naar het medium wilt kopieren. Klik vervolgens op de knop Maken.
- Volg de aanwijzingen op het scherm.
De herstelschijven worden gemaakt.
De vooraf geïnstalleerde software herstellen met de gemaakte herstelschijven

Stel het BIOS in op de standaardconfiguratie voordat u de fabrieksinstellingen van de computer herstelt.
Als de vooraf geïnstalleerde bestanden beschadigd zijn, kunt u de computer in de oorspronkelijke staat herstellen met de herstelschijven die u hebt gemaakt. Volg de onderstaande stappen als u deze herstelbewerking wilt uitvoeren:

Als u het geluid hebt gedempt door op FN + ESC te drukken, schakel het geluid dan in, zodat geluiden hoorbaar zijn voordat u het herstelproces start. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.

Wanneer u het Windows-besturingssysteem opnieuw installeert, wordt de vaste schijf opnieuw geformatteerd, waardoor alle gegevens erop verloren gaan.
- Plaats de herstelschijven in het optische station en schakel de computer uit.
- Houd de toets F12 ingedrukt en zet de computer aan. Wanneer het scherm met het TOSHIBA-logo verschijnt, laat u de toets F12 los.
- Selecteer het CD-ROM-pictogram in het menu met behulp van de cursortoetsen. Raadpleeg de paragraaf Opstartprioriteit in hoofdstuk 7, HW Setup en wachtwoorden, voor meer informatie.
- Er wordt een menu weergegeven waarin u de instructies moet uitvoeren.
De vooraf geïnstalleerde software herstellen vanaf het herstelschijfstation

Stel het BIOS in op de standaardconfiguratie voordat u de fabrieksinstellingen van de computer herstelt.
Op uw gegevensstation vindt u mogelijk een map genaamd 'HDDRecovery'. Deze map bevat bestanden die kunnen worden gebruikt om het systeem te herstellen in de staat zoals deze in de fabriek is geïnstalleerd.
Als u de vaste schijf vervolgens opnieuw configureert, mag u geen partities wijzigen, verwijderen of toevoegen anders dan in de handleiding wordt beschreven. Doet u dat wel, dan is de ruimte voor de vereiste software niet beschikbaar.
Als u een partitioneringsprogramma van een andere leverancier gebruikt om de partities op de vaste schijf te configureren, kunt u de computer mogelijk niet meer installeren.

Als u het geluid hebt gedempt door op FN + ESC te drukken, schakel het geluid dan in, zodat geluiden hoorbaar zijn voordat u het herstelproces start. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.

Zorg ervoor dat u de netadapter aansluit, omdat de accu tijdens het herstelproces leeg kan raken.
Wanneer u het Windows-besturingssysteem opnieuw installeert, wordt de vaste schijf opnieuw geformatteerd, waardoor alle gegevens erop verloren gaan.
- Schakel de computer uit.
- Zet de computer aan. Wanneer het TOSHIBA-scherm herhaaldelijk verschijnt, drukt u op de toets F8.
- Het menu Advanced Boot Options (Geavanceerde opstartopties) wordt weergegeven. Gebruik de pijltoetsen om Repair Your Computer (Uw computer repareren) te selecteren en druk op Enter.
- Selecteer de gewenste toetsenbordindeling en klik op Volgende.
- Om toegang te krijgen tot het herstelproces dient u zich aan te melden als een gebruiker met voldoende rechten.
- Klik op TOSHIBA Vasteschijfherstel in het scherm Opties voor systeemherstel.
- Volg de aanwijzingen in het dialoogvenster TOSHIBA Vasteschijfherstel.
De oorspronkelijke staat van de computer wordt hersteld.
Hoofdstuk 4
Basisbeginselen
In dit hoofdstuk worden de grondbeginselen van computergebruik toegelicht. Zo wordt ingegaan op het gebruik van het touchpad, de sensor voor vingerafdrukken, optische stations, audio-/videobedieningsknoppen, de webcam, de microfoon, de interne modem, draadloze communicatie en LAN. U krijgt ook tips voor het onderhoud van de computer en het omgaan met diskettes en CD's/DVD's.
Het touchpad gebruiken
U gebruikt het touchpad door eenvoudig uw vingertop op het touchpad te plaatsen en te schuiven in de richting waarin u de schermaanwijzer wilt verplaatsen.
De twee knoppen onder het touchpad worden op dezelfde wijze gebruikt als de knoppen op een muis.
Druk op de linkerknop om een menuoptie te selecteren of om tekst of afbeeldingen te bewerken die u met de aanwijzer hebt geselecteerd. Druk op de rechterknop om een menu of andere functie weer te geven, afhankelijk van de gebruikte software.

U kunt de functies die doorgaans met de linkerknop van de muis worden uitgevoerd, ook activeren door zachtjes op het touchpad te tikken.
Klikken: tik één keer op het touchpad.
Dubbelklikken: twee keer tikken
Slepen en neerzette: tik op het touchpad om het onderdeel dat u wilt verplaatsen te selecteren. Laat uw vinger na de tweede tik op het touchpad staan en verplaats het onderdeel.

Figure 4-1 Touchpad, touchpadbedieningsknoppen en sensor voor vingerafdrukken
De sensor voor vingerafdrukken gebruiken
Op dit product is een vingerafdrukhulpprogramma geïnstalleerd waarmee vingerafdrukken kunnen worden vastgelegd en herkend. Als u de id en het wachtwoord vastlegt in het apparaat voor vingerafdrukverificatie, hoeft u het wachtwoord niet meer via het toetsenbord in te voeren. Houd eenvoudig uw vinger tegen de vingerafdruksensor, waarna de volgende functies worden ingeschakeld:
Aanmelden bij Windows en toegang tot een beveiligde webpagina via IE (Internet Explorer).
■ Bestanden en mappen kunnen worden gecodeerd/gedecodeerd, zodat andere gebruikers er geen toegang toe hebben.
Bij terugkeer uit de energiebesparende stand (slapstand) kan een schermbeveiliging met wachtwoordbeveiliging worden uitgeschakeld.
■ Functie voor enkelvoudige aanmelding.
■ Verificatie van gebruikerswachtwoord en vasteschijfwachtwoord terwijl de computer wordt opgestart.

Als u uw vinger langs de sensor haalt, leest deze uw vingerafdruk.
Uw vinger laten aftasten
Als u de volgende stappen uitvoert wanneer u uw vingers over de sensor haalt voor vingerafdrukregistratie of -verificatie om zo fouten te voorkomen:
- Plaats het eerste vingerkootje op dezelfde hoogte als het midden van de sensor Raak de sensor zachtjes aan en beweeg uw vinger horizontaal naar u toe.
- Terwijl u de sensor zachtjes aanraakt, beweegt u uw vinger naar u toe tot het sensoroppervlak zichtbaar wordt.
- Zorg dat het midden van de vingerafdruk zich op de sensor bevindt wanneer u uw vinger langs de sensor haalt.

Afbeelding 4-1 Beweeg uw vinger over de herkenningssensor

■ Houd uw vinger niet stijf en druk niet te hard:
de vingerafdruk kan mogelijk niet worden gelezen als het midden van de vingertop de sensor niet raakt of als de vinger te hard op de sensor drukt. Zorg dat het midden van de vingertop de sensor raakt voordat u uw vinger over de sensor beweegt.
■ Controleer het midden van de krul van de vingerafdruk voordat u uw vinger over de sensor haalt:
de vingertop van de duim heeft een grotere krul, waardoor de kans op fouten en vervorming groter is. Hierdoor wordt de registratie moeilijker en zal het verificatiepercentage afnamen. Controleer altijd waar het midden van de krul in de vingerafdruk zich bevindt, voordat u uw vinger over het midden van de sensor haalt.
■ Als de vingerafdruk niet correct wordt gelezen:
de verificatie kan mislukken als u de vinger te snel of te langzaam over de sensor beweegt. Volg de instructies op het scherm om de snelheid van de beweging aan te passen.
Aandachtspunten met betrekking tot de sensor voor vingerafdrukken
Als u zich niet aan deze richtlijnen houdt, kant dit leiden tot (1) beschadiging of storing van de sensor, of (2) problemen met de vingerafdrukherkenning of een lager herkenningspercentage.
■ Kras of duw niet met uw nagels of andere harde of scherpe voorwerpen op de sensor.
■ Drukt niet hard op de sensor.
Raak de sensor niet aan met een natte vinger of natte voorwerpen. Houd het sensoroppervlak droog en vrij van waterdamp.
■ Raak de sensor niet aan met een vuile vinger. Kleine vuildeeltjes op een smerige vinger kunnen krassen op de sensor veroorzaken.
■ Plak geen stickers op de sensor en schrijft er niet op.
■ Raak de sensor niet aan met een vinger of een voorwerp met opgebouwde statische elektriciteit.
Let op het volgende voordat u uw vinger op de sensor plaatst voor opslag, registratie of herkenning van de vingerafdruk.
■ Was uw handen en droog ze grondig.
■ Verwijder statische elektriciteit van uw vingers door een metalen oppervlak aan te raken. Statische elektriciteit is een gangbare oorzaak van sensorstoringen, met name bij droog weer.
■ Reinig de sensor met een pluisvrije doek. Gebruik geen schoonmaakmiddel of andere chemicaliën om de sensor te reinigen.
Vermijd het volgende wanneer u uw vingerafdruk vastlegt of wilt laten herkennen aangezien dit kan leiden tot fouten in de opslag of een afname in het herkenningspercentage
■ Weke of gezwollen vinger (bijvoorbeeld nadat u een bad hebt genomen)
■ Verwonde vinger
■ Natte vinger
■ Vuile of vettige vinger
■ Zeer droge huid op de vinger
Doe het volgende als u het slagingspercentage van de vingerafdrukherkenning wilt verbeteren.
■ Let twee of meer vingers vast.
■ Leg aanvullende vingers vast als de herkenning vaak mislukt met de opgeslagen vingers.
■ Controleer de staat van uw vingers. Het herkenningspercentage neemt af bij veranderingen in de vinger, zoals verwondingen of ruwe, zeer droge, natte, vuile, vettige, weke of gezwollen vingers. Ook als de vingerafdruk is verzwakt of als de vinger dunner of dikker wordt, kan het herkenningspercentage afnemen.
■ De vingerafdruk van elke vinger is verschillend en uniek. Let erop dat u alleen de geregistreerde of opgeslagen vingerafdruk(ken) voor identificatie gebruikt.
■ Controleer de positie en snelheid van de vingerbeweging.
De sensor voor vingerafdrukken vergelijkt en analyseert de unieke eigenschappen van een vingerafdruk. In sommige gevallen kunnen bepaalde gebruikers hun vingerafdrukken echter niet registreren omdat hun vingerafdrukken onvoldoende unieke kenmerken bevatten.
■ Het herkenningspercentage kan per gebruiker verschillen.
De vingerafdrukgegevens verwijderen
Opgeslagen vingerafdrukgegevens worden opgeslagen in het niet-vluchtige geheugen in de vingerafdruksensor. Als u de pc aan een ander geeft of weggooit, wordt aanbevolen de volgende bewerkingen uit te voeren.
- Klik op Start, wijs Alle programma's aan en klik op TrueSuite Access Manager.
- Het venster van de vingerafdruksoftware TrueSuite Access Manager verschijnt.
-
Voer uw Windows-wachtwoord in en klik op Volgende om het venster Control Center te openen. U kunt ook een geregistreerde vinger over de sensor halen om het venster Control Center te openen.
-
Het venster User's Fingers (Vingers van gebruiker) wordt weergegeven.
■ Alle geregistreerde vingerafdrukken verwijderen:
-
Klik op Delete All Fingerprint (Alle vingerafdrukken verwijderen).
-
Volg de instructies op het scherm om de geregistreerde vingerafdrukken te verwijderen.
■ Afzonderlijke vingerafdrukken verwijderen:
-
Klik op het vingerafdruksymbool boven de geregistreerde vinger
-
'Are you sure you want to delete this fingerprint?' (Weet u zeker dat u deze vingerafdruk wilt verwijderen?) wordt op het scherm weergegeven. Klik op de knop Ja.
-
Als Delete All Fingerprints (Alle vingerafdrukken verwijderen) is geselecteerd, wordt het venster voor gebruikersselectie weergegeven, waarin u de gebruiker kunt selecteren waarvan u de vingerafdrukgegevens wilt verwijderen.
Als u Delete current user's fingerprints (Vingerafdrukken van huidige gebruiker verwijderen) selecteert, worden de vingerafdrukgegevens verwijderd voor de gebruiker die momenteel is aangemeld.
Als u Delete all users' fingerprints (Vingerafdrukken van alle gebruikers verwijderen) selecteert, worden de vingerafdrukgegevens voor alle gebruikers verwijderd. Dit item kan echter alleen worden geselecteerd als de momenteel aangemelde gebruiker over beheerdersbevoegdheden beschikt.
- Er wordt een bericht weergegeven waarin u de verwijdering van de vingerafdruk moet bevestigen.
Beperkingen van de sensor voor vingerafdrukken
■ De sensor voor vingerafdrukken vergelijkt en analyseert de unieke eigenschappen van een vingerafdruk.
Er wordt een waarschuwing weergegeven als de herkenning afwijkend is of binnen een bepaalde tijd niet is geslaagd.
■ Het herkenningspercentage kan per gebruiker verschillen.
■ Toshiba garandeert niet dat de technologie voor vingerafdrukherkenning foutloos is.
■ Toshiba garandeert niet dat de sensor voor vingerafdrukken de opgeslagen gebruiker altijd herkent of onbevoegde gebruikers altijd de toegang weigert. Toshiba is niet aansprakelijk voor fouten of beschadigingen die het gevolg kunnen zijn van het gebruik van de software of het hulpprogramma voor vingerafdrukherkenning.
Aandachtspunten met betrekking tot het hulpprogramma voor vingerafdrukken
Als de bestandscoderingsfunctie EFS (Encryption File System) van Windows Vista™ wordt gebruikt om een bestand te coderen, kan het bestand niet worden gecodeerd met de coderingsfunctie van deze software.
U kunt een reservekopie maken van de vingerafdrukgegevens of de informatie die is opgeslagen in de Password Bank.
■ Gebruik het menu Import/Export in Fingerprint Software Management.
Raadpleeg ook de Help van het hulpprogramma voor vingerafdrukken voor meer informatie. U start de Help als volgt:
Klik op Start, wijs Alle programma's aan, wijs TrueSuite Access Manager en klik op Document.
Klik op Start, wijs Alle programma's aan en klik op TrueSuite Access Manager. Het hoofdvenster wordt weergegeven. Klik op Help in de rechterbovenhoek van het venster.
Configuratieprocedure
Voer de volgende stappen uit als u voor het eerst vingerafdrukverificatie gebruikt.
Registratie van vingerafdrukken
Sla de vereiste verificatiegegevens op met de wizard Fingerprints Enrollment (Vingerafdrukken registreren).

De vingerafdrukverificatie gebruikt dezelfde aanmeldings-id en hetzelfde wachtwoord dat u Windows gebruikt. Als u geen aanmeldingswachtwoord voor Windows hebt ingesteld, doet u dat voorafgaand aan de registratie.
Deze sensor bevat geheugenruimte voor ten minste 21 vingerafdrukpatronen. Mogelijk kunt u meer vingerafdrukpatronen vastleggen, afhankelijk van het geheugengebruik van de sensor.
- Klik op Start, wijs Alle programma's aan en klik op TrueSuite Access Manager. Of dubbelklik op het pictogram op de taakbalk.
- Het venster Enter Windows Password (Windows-wachtwoord invoeren) verschijnt. Typ een wachtwoord in het veld Enter Windows Password. Klik op Volgende.
- Het venster Control Center verschijnt. Klik op het pictogram voor niet-vastgelegde vinger boven de vinger.
- Het venster Fingerprint Enrollment (Vingerafdruk vastleggen) wordt weergegeven. Bevestig het bericht en klik op Volgende.
-
Het venster Scanning Practice (Scanoefening) wordt weergegeven. U kunt nu oefenen en uw vinger over de sensor halen. Wanneer u klaar bent met oefenen, klikt u op Volgende.
-
Het venster Fingerprint Image Capture (Afbeelding van vingerafdruk vastleggen) verschijnt. Volg de aanwijzingen op het scherm en gebruik dezelfde vinger die u in het venster Control Center hebt geselecteerd om uw vinger driemaal correct over de sensor te halen en zo een vingerafdruksjabloon te maken.
- Ingeval van een verwonde vinger of een verificatiefout wordt aanbevolen ook andere vingerafdrukken te registreren. Het volgende bericht wordt weergegeven: [We recommended enrolling at least two fingerprint images.] (We raden u aan ten minste twee vingerafdrukafbeeldingen vast te leggen). Klik op OK en herhaal de stappen 4, 5 en 6 met een andere vinger.
Aanmelden bij Windows via vingerafdrukverificatie
In plaats van de gebruikelijke Windows-aanmelding met een id en een wachtwoord, kunt u zich ook bij Windows aanmelden via vingerafdrukverificatie.
Dit is met name handig als de pc door veel gebruikers wordt gebruikt aangezien hierbij de gebruikersselectie kan worden overgeslagen.
Procedure voor vingerafdrukverificatie
- Start de computer op.
- Het venster Logon Authorization (Aanmeldingsverificatie) wordt weergegeven. Haal een van de geregistreerde vingers over de sensor. Als de verificatie is gelukt, wordt de gebruiker aangemeld bij Windows.
Als de vingerafdrukverificatie mislukt, dient u zich aan te melden met het Windows-wachtwoord.
■ Meld u aan met het Windows-wachtwoord als de vingerafdrukverificatie vijfmaal mislukt. Als u zich wilt aanmelden met het Windows-wachtwoord voert u dit wachtwoord op de gebruikelijke manier in het welkomstscherm in.
Er wordt een waarschuwing weergegeven als de verificatie afwijkend is of binnen een bepaalde tijd niet is geslaagd.

Vingerafdrukverificatie tijdens het opstarten van het systeem
Algemeen
Het systeem voor vingerafdrukverificatie kan worden gebruikt als vervanging van de wachtwoordverificatie tijdens het opstarten van het systeem.
Als u de vingerafdrukverificatie niet wilt gebruiken tijdens het opstarten, maar liever een wachtwoord invoert, drukt u op de toets ESC of klikt u op de knop Switch User (Van gebruiker wisselen) wanneer het venster Fingerprint System Boot Authentication wordt weergegeven. Het scherm waarin u een wachtwoord met het toetsenbord kunt invoeren wordt nu weergegeven.

U moet een gebruikerswachtwoord registreren als u de vingerafdrukfunctie wilt gebruiken voordat het besturingssysteem is opgestart, en om de aanvullende functie, enkelvoudige aanmelding via vingerafdrukken, te gebruiken. Gebruik TOSHIBA HW Setup om het gebruikerswachtwoord te registreren.
Als de vingerafdrukverificatie vaker dan vijfmaal mislukt, moet u het gebruikers- of supervisorwachtwoord handmatig invoeren om de computer te starten.
Haal uw vinger langzaam en met een constante snelheid langs de sensor. Als het verificatiepercentage hierdoor niet toeneemt, pas dan de snelheid aan.
Als er wijzigingen zijn in de omgeving of instellingen die te maken hebben met verificatie, moet u de verificatiegegevens opgeven, zoals een gebruikerswachtwoord en een wachtwoord voor de vaste schijf.
De instellingen voor vingerafdrukverificatie tijdens het opstarten inschakelen
U moet uw vingerafdruk vastleggen met het programma TrueSuite Access Manager voordat u de functie voor vingerafdrukken kunt inschakelen en gebruiken.
Controleer of uw vingerafdruk is vastgelegd voordat u de instellingen configureert.
-
Haal uw vinger over de sensor voor vingerafdrukken. U kunt ook uw Windows-wachtwoord invoeren en op Volgende klikken.
-
Klik op Instellingen.
-
Het venster Administrator Settings (Beheerdersinstellingen) verschijnt. Plaats vervolgens een vinkje in het vakje 'Enable Pre-OS Fingerprint Authentication' (Vingerafdrukverificatie inschakelen voordat het besturingssysteem is opgestart) en klik op OK.
De gewijzigde configuratie voor de vingerafdrukfunctie wordt toegepast wanneer u het systeem opnieuw opstart.
Enkelvoudige aanmelding via vingerafdrukken
Algemeen
Via deze functie kan de gebruiker zowel de verificatie van het gebruikerswachtwoord (en desgewenst het wachtwoord voor de vaste schijf en het supervisorwachtwoord) uitvoeren als zich aanmelden bij Windows met slechts één vingerafdrukverificatie tijdens het opstarten. De gebruiker moet het gebruikerswachtwoord en het aanmeldingswachtwoord voor Windows registreren om de vingerafdrukfunctie te kunnen gebruiken voordat het besturingssysteem is opgestart en om de functie voor enkelvoudige aanmelding via vingerafdrukken te kunnen gebruiken. Gebruik TOSHIBA HW Setup om het gebruikerswachtwoord te registreren.
Er is slechts één vingerafdrukverificatie vereist ter vervanging van het gebruikerswachtwoord (en het wachtwoord voor de vaste schijf en het supervisorwachtwoord, indien geselecteerd) en het wachtwoord voor de Windows-aanmelding.
De functie voor enkelvoudige aanmelding via vingerafdrukken inschakelen
U moet uw vingerafdruk vastleggen met het programma TrueSuite Access Manager voordat u enkelvoudige aanmelding via vingerafdrukken kunt inschakelen en configureren. Controleer of de vingerafdruk is geregistreerd voordat u de instellingen configureert.
- Haal uw vinger over de sensor voor vingerafdrukken. U kunt ook uw Windows-wachtwoord invoeren en op Volgende klikken.
- Klik op Instellingen.
- Het venster Administrator Settings (Beheerdersinstellingen) verschijnt. Plaats een vinkje in het vakje 'Enable Pre-OS Fingerprint Authentication'.
- Plaats vervolgens een vinkje in het vakje 'Enable Single Sign-On Fingerprint Authentication' en klik op OK.
De gewijzigde configuratie voor de functie voor enkelvoudige aanmelding via vingerafdrukken wordt toegepast wanneer u het systeem opnieuw opstart.
Beperkingen van het hulpprogramma voor vingerafdrukken
TOSHIBA garandeert niet dat de technologie voor het vingerafdrukhulpprogramma volledig veilig of foutloos werkt. TOSHIBA garandeert niet dat het vingerafdrukprogramma onbevoegde gebruikers altijd de toegang weigert. TOSHIBA is niet aansprakelijk voor fouten of beschadigingen die het gevolg kunnen zijn van het gebruik van de software of het hulpprogramma voor vingerafdrukken.

De sensor voor vingerafdrukken vergelijkt en analyseert de unieke eigenschappen van een vingerafdruk. In sommige gevallen kunnen bepaalde gebruikers hun vingerafdrukken echter niet registreren omdat hun vingerafdrukken onvoldoende unieke kenmerken bevatten.
■ Het herkenningspercentage kan per gebruiker verschillen.
Functie voor USB-slaapstand en laden
Uw computer kan de USB-poort van stroom (5 V) voorzien, zelfs als de computer is uitgeschakeld. Met uitgeschakeld wordt bedoeld dat de computer in de slaapstand of de sluimerstand staat of volledig is uitgeschakeld.
Deze functie kan alleen worden gebruikt voor poorten die de functie 'USB-slaapstand en laden' ondersteunen (hierna 'compatibele poorten' genoemd).
Compatibele poorten zijn USB-poorten met het symbool
U kunt de functie 'USB-slaapstand en laden' gebruiken om bepaalde externe, USB-compatibele apparaten op te laden, zoals mobiele telefoons of draagbare digitale muziekspelers.
De functie 'USB-slaapstand en laden' werkt echter mogelijk niet bij bepaalde apparaten, zelfs als deze compatibel zijn met de USB-specificatie. Zet in die gevallen de computer aan om het apparaat op te laden.

De functie 'USB-slaapstand en laden' werkt alleen voor compatibele poorten. Deze functie is standaard uitgeschakeld. U schakelt de functie in door in HW Setup [Uitgeschakeld] te veranderen in [Ingeschakeld].
Als de functie 'USB-slaapstand en laden' in HW Setup is ingesteld op [Ingeschakeld], krijgen compatibele USB-poorten stroom (5 V), zelfs als de computer is uitgeschakeld.
Er wordt ook stroom (5 V) geleverd aan externe apparaten die op de compatibele USB-poorten zijn aangesloten. Sommige externe apparaten kunnen echter niet alleen via USB-stroom (5 V) worden opgeladen.
Neem voor de specificaties van de externe apparaten contact op met de fabrikant van het apparaat of raadpleeg de specificaties van het apparaat voordat u dit gebruikt.
■ Externe apparaten opladen via de functie 'USB-slaapstand en laden' duurt langer dan wanneer u de eigen lader van het apparaat gebruikt.
Als externe apparaten zijn aangesloten op compatibele poorten terwijl de netadapter niet op de computer is aangesloten, zal de accu van de computer leeg raken, zelfs als de computer is uitgeschakeld. Daarom raden wij aan de netadapter op de computer aan te sluiten wanneer u de functie 'USB-slaapstand en laden' gebruikt.
■ Externe apparaten die stroom (5 V) krijgen via de USB-poorten van de computer, kunnen altijd worden gebruikt.
Als de externe apparaten die op de compatibele poorten zijn aangesloten, te veel stroom trekken, kan de toevoer van USB-stroom (5 V) uit veiligheidsoverwegingen worden gestopt.

Metalen paperclips of haarspelden genereren warmte als ze in contact komen met een USB-poort. Voorkom daarom dat USB-poorten in contact komen met metalen voorwerpen, bijvoorbeeld wanneer u de computer in een tas draagt.
De functie USB-slaapstand en laden in- en uitschakelen
U kunt de functie USB-slaapstand en laden in- en uitschakelen in HW Setup. Raadpleeg het gedeelte Functie voor USB-slaapstand en laden in hoofdstuk 7.
Optische schijfstations gebruiken
Het station van volledige grootte ondersteunt snelle uitvoering van programma's op CD/ DVD. U kunt CD's/DVD's zonder adapter gebruiken. Zodra de computer toegang verkrijgt tot een CD/DVD, gaat het lampje op het station branden.

Gebruik de toepassing TOSHIBA DVD PLAYER als u DVD-video's wilt bekijken.
Raadpleeg ook het gedeelte CD's/DVD's schrijven met een DVD Super Multi-station (+-R DL) voor voorzorgsmaatregelen voor het schrijven van CD's/DVD's.
Schijven laden
Als u een CD/DVD wilt plaatsen, voert u de volgende stappen uit en raadpleegt u de afbeeldingen.
- a. Zorg dat de computer is ingeschakeld en druk op de ejectknop om de lade een stukje te openen.

Afbeelding 4-2 De uitwerpknop indrukken
b. U kunt de lade niet met de ejectknop openen wanneer het station is uitgeschakeld. In dat geval kunt u de lade openen door een dun voorwerp (ongeveer 15 mm lang) zoals een rechtgebogen paperclip in het uitwerpgaatje rechts van de uitwerpknop te steken.

Afbeelding 4-3 De lade openen door middel van het uitwerpgaatje
- Trek de lade voorzichtig uit totdat deze volledig is geopend.

Afbeelding 4-4 De lade opentrekken
- Leg de CD/DVD met het opschrift omhoog in de lade.

Afbeelding 4-5 Een CD/DVD in de lade plaatsen

Wanneer de lade volledig is uitgeschoven, steekt de rand van de computer iets uit over de CD-/DVD-lade. Wanneer u de CD/DVD in de lade plaatst, moet u de schijf dus schuin houden. Controleer altijd of de CD/DVD goed vlak in de lade ligt, zoals geïllustreerd in afbeelding.

Raak de laserlens niet aan. Hierdoor kunt u de uitlijning ervan verstoren.
Zorg dat er geen stof, vuil of voorwerpen in het station terechtkomen. Controleer of de achterrand van de lade schoon is alvorens u het station sluit.
- Druk voorzichtig in het midden van de CD/DVD tot deze vastklikt. De CD/DVD moet onder de bovenkant van de as liggen, vlak op het ladeoppervlak.
- Duw zachtjes tegen het midden van de lade tot deze dichtklikt. Duw zachtjes tot de lade vastklikt.

Als de CD/DVD niet goed zit wanneer de lade gesloten is, bestaat het risico dat de schijf beschadigd raakt. Bovendien kan het dan gebeuren dat de lade niet volledig wordt geopend wanneer u op de uitwerpknop drukt.

Afbeelding 4-6 De lade sluiten
Schijven verwijderen
Voer de volgende stappen uit en raadpleeg de onderstaande afbeelding om de CD/DVD te verwijderen.

Druk niet op de ejectknop terwijl er activiteit op het station plaatsvindt. Wacht tot het lampje van het optische station uitgaat voordat u de lade opent. Neem de CD/DVD pas uit de lade nadat de disc is opgehouden met draaien.
- Druk op de uitwerpknop om de lade een stukje te openen. Trek de lade voorzichtig open.

■ Wanneer de lade een stukje wordt geopend, moet u even wachten tot de CD/DVD is opgehouden met draaien voordat u de lade volledig opentrekt.
Als u de lade handmatig wilt openen door middel van het uitwerpgaatje, dient u de computer eerst uit te schakelen. Als de CD/DVD nog draait terwijl u de lade opent, kan de schijf van de as vliegen en lichamelijk letsel teweegbrengen.
- De CD/DVD steekt iets uit over de zijkanten van de lade, zodat u hem kunt pakken. Til de CD/DVD voorzichtig uit de lade.

Afbeelding 4-7 Een CD/DVD verwijderen
- Duw zachtjes tegen het midden van de lade tot deze dichtklikt. Duw zachtjes tot de lade vastklikt.
Functieknoppen
In dit gedeelte worden de functieknoppen beschreven.
Sommige modellen zijn uitgerust met zes knoppen.






Afbeelding 4-8 Functieknop
| Pictogram Functieknop DVD *CD/geen | |||
| Dempen ofverlichtingaan/uit | Dempen of verlichtingaan/uit | Dempen of verlichtingaan/uit | |
| CD/DVD TOSHIBA DVD PLAYERstarten | Windows Media Playerstarten | ||
| ▶/II | Afspelen/Pauze | Afspelen/Pauze Afspelen/Pauze | |
| Stoppen Stoppen Stoppen | |||
| Vorige Vorige hoofdstuk Vorig nummer | |||
| Volgende Volgende hoofdstuk Volgend nummer | |||
*Windows Media Player 11
CD's/DVD's beschrijven op een DVD Super Multi- station (+-R DL)
Sommige modellen zijn voorzien van een DVD Super Multi-station (± R DL) van volledige grootte waarmee gegevens kunnen worden geschreven op CD-R/-RW of DVD-R/-RW/+R/+RW/-RAM/+R DL/-R DL. De volgende toepassingen voor schrijven worden ondersteund: TOSHIBA Disc Creator. Ulead DVD MovieFactory® for TOSHIBA, een product van Ulead Systems, Inc.
Belangrijk bericht
Lees deze paragraaf grondig door voor u CD-R/-RW- of DVD-R/-RW/+R/ +RW/-RAM/+R DL/-R DL-schijven (her)schrijft en volg alle configuratie- en gebruiksaanwijzingen.
Doet u dit niet, dan kan het gebeuren dat het DVD Super Multi-station (+-R DL) niet correct werkt en krijgt u mogelijk te maken met schrijf- of herschrijffouten, gegevensverlies of materiële schade.
Vóór schrijven of herschrijven
Op grond van TOSHIBA's beperkte compatibiliteitstests worden de volgende fabrikanten van CD-R/-RW-, DVD-R/-RW/+R/+RW/-RAM/+R DL-schijven aanbevolen. TOSHIBA staat echter niet in voor de werking, kwaliteit of prestaties van enigerlei schijven. De schijfkwaliteit kan het schrijf- of herschrijfproces beïnvloeden.
CD-R:
DVD-specificaties voor DVD-R-schijven voor algemeen gebruik, versie 2.0 HITACHI MAXELL LTD. MATSUSHITA ELECTRIC INDUSTRIAL CO., LTD. TAIYO YUDEN CO., LTD.
DVD+R:
DVD-specificaties voor DVD-RW-schijven voor algemeen gebruik, versie 1.2 MITSUBISHI KAGAKU MEDIA CO., LTD. VICTOR COMPANY OF JAPAN, LTD.
DVD+RW:
DVD-specificaties voor DVD-RAM-schijven voor versie 2.0, 2.1 of 2.2 MATSUSHITA ELECTRIC INDUSTRIAL CO., LTD. HITACHI MAXELL LTD.
DVD+R DL:
DVD-R voor Labelflash™:
FUJIFILM CORPORATION.
DVD+R voor Labelflash™:
FUJIFILM CORPORATION.

Dit DVD Super Multi-station (+-R DL) kan geen schijven gebruiken die een hogere schrijfsnelheid toestaan dan 8-speed (DVD-R, DVD+R en DVD+RW), 6-speed (DVD-RW), 5-speed (DVD-RAM) of 4-speed (DVD-R DL en DVD+R DL).
- Controleer of de schijf van goede kwaliteit, schoon en onbeschadigd is. Is dit niet het geval, dan kunnen fouten optreden tijdens het (her)schrijven. Controleer de schijf op vuil of beschadiging voor u deze gebruikt.
■ Hoe vaak een CD-RW, DVD-RW, DVD+RW of DVD-RAM kan worden beschreven, is afhankelijk van de schijfkwaliteit en de manier waarop de schijf wordt gebruikt.
Er bestaan twee soorten DVD-R's: voor authoring en voor algemeen gebruik. Gebruik geen authoring-schijven. Alleen schijven voor algemeen gebruik kunnen met een computerstation worden beschreven.
■ Wij ondersteunen alleen indeling 1 van DVD-R DL. Daarom kunt u niets extra schrijven. Als uw gegevens op een DVD-R (SL) passen, raden wij aan een DVD-R (SL) te gebruiken.
U kunt DVD-RAM-schijven gebruiken die u uit hun omhulsel kunt verwijderen en DVD-RAM-schijven die geen omhulsel bevatten. U kunt geen gebruik maken van enkelzijdige schijven met een capaciteit van 2,6 GB of van dubbelzijdige schijven met een capaciteit van 5,2 GB.
DVD-R/-R DL/-RW- of DVD+R/+R DL/+RW-schijven kunnen wellicht niet worden gelezen op bepaalde DVD-spelers of op DVD-ROM-stations voor computers. - Gegevens die naar een CD-R, DVD-R of DVD+R zijn geschreven, kunnen niet gedeeltelijk of volledig worden verwijderd.
- Gegevens die van een CD-RW, DVD-RW, DVD+RW of DVD-RAM zijn gewist, kunnen niet worden teruggehaald. Controleer de inhoud van een schijf zorgvuldig voordat u deze verwijdert. Als er meerdere stations zijn aangesloten die gegevens naar schijven kunnen schrijven, dient u op te letten dat u niet de gegevens van het verkeerde station verwijdert.
Bij het schrijven naar een DVD-R/-R DL/-RW, DVD+R/+R DL/+RW or DVD-RAM is schijfruimte nodig voor bestandsbeheer, wat inhoudt dat schijven mogelijk niet tot de maximale capaciteit kunnen worden beschreven.
De schijf functioneert volgens de DVD-norm en wordt opgevuld met dummygegevens als er gegevens naar worden geschreven die minder dan 1 GB in beslag nemen. Zelfs als u een kleine hoeveelheid gegevens schrijft, kan het even duren om de schijf met dummygegevens te vullen.
■ Een DVD-RAM die met FAT32 is geformatteerd, kan onder Windows 2000 alleen met een DVD-RAM-stuurprogramma worden gelezen.
Als er meerdere stations zijn aangesloten die gegevens naar schijven kunnen schrijven, dient u op te letten dat u niet naar het verkeerde station schrijft.
■ Vergeet niet de universele netadapter aan te sluiten voordat u begint met schrijven of herschrijven.
Als u wilt overschakelen naar de slaapstand of de sluimerstand, moet u eerst controleren of het schrijven naar DVD-RAM is voltooid. Het schrijven is voltooid wanneer u de DVD-RAM-schijf kunt uitwerpen.
- Sluit alle softwareprogramma's behalve de schrijfsoftware.
■ Voer geen programma's uit die de CPU belasten, bijvoorbeeld schermbeveiligingsprogramma's.
■ Zorg dat de computer op volledige energie werkt. Gebruik geen energiebesparingsfuncties.
Schrijf niet terwijl anti-virussoftware actief is. Wacht tot de viruscontrole is beëindigd en schakel vervolgens de anti-virussoftware (en eventuele op de achtergrond uitgevoerde bestandscontroleprogramma's) uit.
- Gebruik geen vasteschijfprogramma's, met inbegrip van hulpprogramma's voor snelle schijftoegang. Doet u dit toch, dan loopt u het risico van storingen en gegevensverlies.
Schrijf vanaf de vaste schijf van de computer naar de CD/DVD. Probeer niet te schrijven vanaf gedeelde apparaten zoals een LAN-server of andere netwerkapparaten.
■ Schrijven met andere software dan TOSHIBA Disc Creator wordt niet aangeraden.
Tijdens schrijven of herschrijven
Neem de volgende punten in acht wanneer u CD-R/-RW-, DVD-R/-R DL/-RW/-RAM- of DVD+R/+R DL/+RW-schijven beschrijft of herschrijft.
■ Vermijd de volgende handelingen:
■ wisselen van gebruiker in het besturingssysteem Windows Vista™;
- gebruik van de computer zoals het hanteren van het aanwijsapparaat (muis of touchpad) en het sluiten/openen van het LCD-scherm;
■ het starten van communicatietoepassingen (bijvoorbeeld een modemprogramma);
■ handelingen waardoor de pc wordt blootgesteld aan schokken of trillingen;
■ het installeren, verwijderen of aansluiten van externe apparaten, zoals een SD/SDHC-geheugenkaart, ExpressCard, Memory Stick/Memory Stick Pro, xD Picture Card, MultiMediaCard, USB-apparaat, externe monitor, i.LINK-apparaat of optisch digitaal apparaat;
■ muziek of spraak reproduceren via de audio-/videobedieningsknoppen;
■ het openen van het optische station.
- Gebruik tijdens het (her)schrijven niet de afsluit-/afmeldprocedure en de slaapstand/sluimerstand.
Zorg ervoor dat het schrijven of herschrijven is voltooid voordat u overschakelt naar de slaapstand of de sluimerstand. Het schrijfproces is voltooid als u de lade van het DVD Super Multi-station (+-R DL) kunt openen.
Plaats de computer op een egaal, horizontaal oppervlak en vermijd plaatsen waar trillingen waarneembaar zijn, bijvoorbeeld auto's, treinen en vliegtuigen. Gebruik geen instabiele plekken zoals een wankele tafel.
■ Houd mobiele telefoons en andere draadloze communicatieapparaten uit de buurt van de computer.
Kopieer gegevens altijd vanaf de vaste schijf naar de optische schijf. Gebruik geen functies voor knippen en plakken. In het geval van schrijffouten gaan de originele gegevens verloren.
Afwijzing van aansprakelijkheid
TOSHIBA is niet aansprakelijk voor:
Beschadiging van CD-R/-RW- of DVD-R/-R DL/-RW/+R/+R DL/+RW/-RAM-schijven als gevolg van het schrijf- of herschrijfproces.
■ Wijziging of verlies van de opgenomen inhoud van een CD-R/-RW of DVD-R/-RW/+R/+RW/-RAMals gevolg van het (her)schrijfproces, of hieruit voortvloeiende winstderving of bedrijfsonderbreking.
Schade die is veroorzaakt door het gebruik van hardware of software van andere leveranciers. Hedendaagse optische stations zijn onderhevig aan dusdanige technologische beperkingen dat er onverwachte schijf- of herschrijffouten kunnen optreden als gevolg van de schijfkwaliteit of problemen met de gebruikte apparaten. Het is dan ook raadzaam om ten minste twee kopieën te maken van belangrijke gegevens, voor het geval de opgenomen inhoud onverhoopt wordt veranderd of verloren gaat.
Wanneer u TOSHIBA Disc Creator gebruikt, dient u rekening te houden met de volgende beperkingen:
■ TOSHIBA Disc Creator kan niet worden gebruikt om DVD-video's te maken.
■ TOSHIBA Disc Creator kan niet worden gebruikt om audio-DVD's te maken.
■ U kunt de functie 'Audio-CD voor thuis of in de auto' van TOSHIBA Disc Creator niet gebruiken voor het opnemen van muziek op DVD-R, DVD-R DL, DVD-RW, DVD+R, DVD+R DL of DVD+RW.
- Gebruik de functie voor schijf-back-ups van TOSHIBA Disc Creator niet om auteursrechtelijk beschermde DVD-video's en DVD-ROM's te kopieren.
U kunt geen reservekopieën van DVD-RAM-schijven maken met de functie 'Schijfback-up' van TOSHIBA Disc Creator.
U kunt de inhoud van een CD-ROM, CD-R of CD-RW niet naar een DVD-R, DVD-R DL of DVD-RW kopiëren met de functie 'Schijfback-up' van TOSHIBA Disc Creator.
U kunt de inhoud van een CD-ROM, CD-R of CD--RW niet naar een DVD+R, DVD+R DL of DVD+RW kopieren met de functie 'Schijfback-up' van TOSHIBA Disc Creator.
U kunt de inhoud van een DVD-ROM, DVD Video, DVD-R, DVD-R DL, DVD-RW, DVD+R, DVD+R DL of DVD+RW niet naar een CD-R of CD-RW kopiëren met de functie 'Schijfback-up' van TOSHIBA Disc Creator.
■ TOSHIBA Disc Creator kan niet opnemen in de pakketindeling.
■ Met de functie 'Schijfback-up' van TOSHIBA Creator kunt u wellicht geen back-up maken van een DVD-R, DVD-R DL, DVD-RW, DVD+R, DVD+R DL of DVD+RW die met andere software op een andere recorder is gemaakt.
Als u gegevens toevoegt aan een DVD-R, DVD-R DL, DVD+R of DVD+R DL waarop reeds gegevens zijn opgenomen, kunnen de toegevoegde gegevens in bepaalde omstandigheden niet worden gelezen. Zo kan er bijvoorbeeld niets worden gelezen vanuit 16-bits besturingsystemen zoals Windows 98 Tweede Editie en Windows ME. In Windows NT4 hebt u Service Pack 6 of later nodig om gegevens te kunnen lezen en in Windows 2000 hebt u hiervoor Service Pack 2 of later nodig. In bepaalde DVD-ROM-stations en DVD-ROM-/CD-RW-stations kunnen toegevoegde gegevens überhaupt niet worden gelezen, ongeacht het besturingssysteem.
■ TOSHIBA Disc Creator ondersteunt het opnemen naar DVD-RAM-schijven niet. Hiervoor hebt u Windows Explorer (Verkenner) of een soortgelijk hulpprogramma nodig.
Als u een back-up maakt van een DVD, dient u ervoor te zorgen dat het bronstation het opnemen naar DVD-R, DVD-R DL, DVD-RW, DVD+R, DVD+R DL of DVD+RW ondersteunt. Als dit niet het geval is, zal de back-up van de bronschijf mogelijk niet goed zijn.
Als u een reservekopie maakt van een DVD-R, DVD-R DL, DVD-RW, DVD+R, DVD+R DL of DVD+RW, dient u hetzelfde type schijf te gebruiken.
■ Gegevens die naar een CD-RW, DVD-RW of DVD+RW zijn geschreven, kunnen niet gedeeltelijk worden verwijderd.
Gegevenscontrole
Om te controleren of het schrijf-/herschrijfproces naar correct verloopt, voert u de volgende stappen uit voordat u gegevens naar een data-CD of -DVD schrijft:
- Geef het dialoogvenster met instellingen weer door een van de volgende twee stappen uit te voeren:
Klik op de instellingenknop () voor schrijven op de hoofdwerkbalk in de modus Gegevens-CD/DVD.
■ Selecteer Instellen op schrijven > Gegevens-CD/DVD in het menu Instelling.
- Schakel het selectievakje Geschreven gegevens controleren in.
- Selecteer de modus Bestand openen of Volledige vergelijking.
- Klik op OK.
Meer informatie over TOSHIBA Disc Creator achterhalen
Raadpleeg de Help-bestanden voor meer informatie over TOSHIBA Disc Creator.
Video
Met Ulead DVD MovieFactory® for TOSHIBA kunt u video opnemen.
Wanneer u Ulead DVD MovieFactory® voor TOSHIBA gebruikt
Een DVD-video maken
Vereenvoudigde stappen om een DVD-video te maken van videogegevens die zijn vastgelegd met een DV-camera:
- Klik op Start -> Alle programma's -> DVD MovieFactory for TOSHIBA -> Ulead DVD MovieFactory for TOSHIBA Launcher om DVD MovieFactory te starten.
- Plaats een DVD-RW of DVD+RW in de recorder.
- Klik op Video Disc (Videoschijf) -> Burn Video to Disc (Branden naar videoschijf) om het dialoogvenster Direct Recording (Direct opnemen) te openen en kies DVD-Video/+VR om de pagina Straight Capture to Disc (Direct vastleggen op schijf) weer te geven.
- Kies de indeling DVD-Video.
- Controleer of de bron DV is.
- Klik op de knop Capture (Vastleggen).
Vereenvoudigde stappen om een DVD-video te maken van een toegevoegde videobron:
- Klik op Start -> Alle programma's -> DVD MovieFactory for TOSHIBA -> Ulead DVD MovieFactory for TOSHIBA Launcher om DVD MovieFactory te starten.
- Klik op Video Disc (Videoschijf) -> New Project (Nieuw project) om de tweede Launcher te starten, selecteer uw projecttype en start vervolgens DVD MovieFactory.
- Voeg bronmateriaal toe vanaf de vaste schijf door op de knop Add Video files (Videobestanden toevoegen) te klikken om het selectiedialoogvenster te openen.
- Kies de bronvideo en ga naar de volgende pagina om een menu toe te passen.
- Nadat u de menusjabloon hebt geselecteerd, klikt u op de knop Volgende om naar Burning Page (Branden) te gaan.
- Kies het uitvoertype en klik op de knop Burn (Branden).
Meer informatie over Ulead DVD MovieFactory®
Raadpleeg de Help-bestanden en de handleiding voor aanvullende informatie over Ulead DVD MovieFactory.
Belangrijke informatie over het gebruik
Houd rekening met de volgende beperkingen wanneer u video schrijft naar DVD:
- Digitale video bewerken
■ Meld u aan met beheerdersrechten om DVD MovieFactory te kunnen gebruiken.
■ Zorg dat de computer op de netadapter werkt wanneer u DVD MovieFactory gebruikt.
■ Zorg dat de computer met een volledige stroomvoorziening werkt. Gebruik geen energiebesparingsfuncties.
■ U kunt een voorbeeld weergeven terwijl u een DVD bewerkt. Als er echter een andere toepassing is geopend, werkt de voorbeeldfunctie mogelijk niet goed.
■ Met DVD MovieFactory kunt u geen auteursrechtelijk beschermde inhoud bewerken of afspelen.
■ Activeer de slaapstand of de sluimerstand niet terwijl u DVD MovieFactory gebruikt.
- Gebruik DVD MovieFacrory niet direct nadat u de computer hebt aangezet. Wacht tot alle schijfactiviteit is geëindigd.
Als u opneemt naar een DV-camera, laat de camera dan gedurende enkele seconden opnemen voor u de daadwerkelijke gegevens opneemt om ervoor te zorgen dat alle gegevens worden vastgelegd.
■ Deze versie ondersteunt geen CD-recorder-, JPEG-, DVD-audio-, mini-DVD- en video-CD-functies.
- Sluit alle andere programma's terwijl u video opneemt op DVD.
■ Voer geen programma's uit die de CPU belasten, zoals een schermbeveiliging.
■ Mp3-bestanden coderen of decoderen wordt niet ondersteund.
2. Voor u de video opneemt op DVD
Als u opneemt op DVD, gebruik dan alleen schijven die worden aanbevolen door de fabrikant van het station.
Stel de werkschijf niet in op een traag apparaat, zoals een vaste schijf met USB 1.1, omdat anders geen DVD's geschreven kunnen worden.
■ Vermijd de volgende handelingen:
- gebruik van de computer zoals het hanteren van het aanwijsapparaat (muis of touchpad) en het sluiten/openen van het LCD-scherm;
■ handelingen waardoor de computer wordt blootgesteld aan schokken of trillingen; - gebruik van de modusschakelaar en audio-/videobedieningsknoppen om muziek of spraak te reproduceren;
■ het DVD-station openen;
■ het installeren, verwijderen of aansluiten van externe apparaten, zoals een SD/SDHC-geheugenkaart, ExpressCard, Memory Stick/Memory Stick Pro, xD Picture Card, MultiMediaCard, USB-apparaat, externe monitor, i.LINK-apparaat of optisch digitaal apparaat;
■ Controleer de schijf nadat u belangrijke gegevens hebt opgenomen.
■ Een DVD-R/+R/+RW kan niet in VR-indeling worden beschreven.
■ Uitvoer naar de indelingen VCD en SVCD wordt niet ondersteund.
3. Direct naar schijf branden
■ Opnemen op DVD-R/+R wordt niet ondersteund.
■ Opnemen in de DVD+VR-indeling van HDV wordt niet ondersteund.
■ Alleen HDV-ondersteuning om DVD-video te branden.
In de DVD-VR-indeling kan geenmenu worden toegevoegd.
4. Over opgenomen DVD's
■ Sommige DVD-ROM-stations voor computers of andere DVD-spelers kunnen mogelijk geen DVD-R/+R/-RW/-RAM lezen.
Als u een opgenomen schijf afspeelt op uw computer, gebruik dan de toepassing InterVideo WinDVD.
Als u een vaak gebruikte herschrijfbare schijf gebruikt, is een volledige formattering wellicht niet mogelijk. Gebruik een nieuwe schijf.
Behandeling van schijven
Dit gedeelte bevat tips voor het beschermen van de gegevens die u op CD's of DVD's hebt opgeslagen.
Ga voorzichtig om met schijven. Door de volgende eenvoudige richtlijnen in acht te nemen kunt u de gebruiksduur van uw media verlengen en de erop opgeslagen gegevens beschermen:
CD/DVD
-
Bewaar uw CD's/DVD's in hun originele houders om ze te beschermen en schoon te houden.
-
Buig een CD/DVD niet.
-
Beschadig het oppervlak van een CD/DVD niet door er bijvoorbeeld een etiket op te plakken of erop te schrijven.
-
Houd een CD/DVD bij de rand of bij het gat in het midden vast. Vingerafdrukken op het oppervlak kunnen de schijf onleesbaar maken.
-
Stel de schijven niet bloot aan direct zonlicht, extreme hitte of extreme koude. Plaats geen zware voorwerpen op uw CD's/DVD's.
-
Als uw CD's/DVD's stoffig of vuil raken, kunt u ze afvegen met een schone, droge doek. Veeg vanuit het midden naar buiten (niet in een cirkel). Gebruik zo nodig een doek die is bevochtigd met water of een neutraal schoonmaakmiddel. Gebruik geen benzeen, verdunningsmiddel of soortgelijke schoonmaakmiddelen
De webcam gebruiken
Sommige modellen worden geleverd met ingebouwde webcam.
In deze paragraaf wordt het gebundelde hulpprogramma voor webcams beschreven. Hiermee kunnen foto's en videobeelden worden vastgelegd. De webcam wordt automatisch ingeschakeld als Windows wordt opgestart.

Verwijder het beschermende plastic laagje voordat u de webcam gebruikt.

Afbeelding 4-9 Webcam
De software gebruiken
De software voor de webcam is vooraf zo geconfigureerd dat deze wordt gestart als u Windows Vista™ inschakelt. Als u de software opnieuw moet starten, gaat u naar Start -> Alle programma's -> Camera Assistant Software -> Camera Assistant Software.

Afbeelding 4-10 De software gebruiken
Foto's vastleggen Klik hier als u een voorbeeld van de vastgelegde foto wilt zien; u kunt de foto ook per e-mail verzenden.
Video opnemen Klik hier als u video wilt opnemen. Klik opnieuw om te beginnen met opnemen. Klik nogmaals om te stoppen met opnemen en een voorbeeld van de video te zien.
Audio opnemen Klik hier om te beginnen met opnemen. Klik nogmaals om te stoppen en te luisteren naar een voorbeeld van de audio.
Functie Toegang tot extra functies: Info, Speler, Effecten, Eigenschappen, Instellingen en Help.
About (Info) Hier worden de gegevens van de softwarefabrikant weergegeven.
Player (Speler) Videobestanden afspelen.
Effects Kies beelden die moeten worden weergegeven op het vastlegscherm.
| Properties(Eigenschappen) | Het tabblad Options bevat opties voor spiegelen, zoomen, beeldsnelheid, nachtmodus en tegenlichtcorrectie. Op het tabblad Image(Beeld) kunt u kleurinstellingen wijzigen, terwijl u op het tabblad Profile (Profiel) de lichtomstandigheden kunt wijzigen. |
| Instellingen | Kies het tabblad Options om de positie van het hulpprogramma te wijzigen; kies het tabblad Picture (Beeld) om opties voor beelduitvoer, zoals grootte, exportbestand en opslaglocatie, te selecteren; kies het tabblad Video voor uitvoerinstellingen, zoals framesnelheid, grootte, compressie en het pad voor opgeslagen bestanden; kies het tabblad Audio om audioapparaat, compressie, volume en pad voor opgeslagen bestanden te wijzigen. |
| Help Hier worden de Help-bestanden voor de software weergegeven. | |
TOSHIBA Gezichtsherkenning gebruiken
Als de computer is voorzien van een webcam, kan de functie TOSHIBA Gezichtsherkenning worden gebruikt om het gezicht van gebruikers te verifiëren wanneer ze zich aanmelden bij Windows. Als de verificatie slaagt, wordt de gebruiker automatisch aangemeld bij Windows. De gebruiker hoeft in dit geval dus geen wachtwoord in te voeren, waardoor de aanmelding gemakkelijker verloopt.
Opmerkingen
Let op het volgende wanneer u TOSHIBA Gezichtsherkenning gebruikt:
Veranderingen in het uiterlijk van een geregistreerde persoon, zoals een ander kapsel of een pet of bril, kunnen ertoe leiden dat deze persoon niet correct wordt herkend. Meld u in dit geval bij Windows aan met uw wachtwoord.
■ Een heldere achtergrondverlichting en/of schaduwen kunnen ertoe leiden dat een geregistreerde persoon niet correct wordt herkend. Meld u in dit geval bij Windows aan met uw wachtwoord.
Gezichten die lijken op dat van een geregistreerde persoon kunnen ten onrechte worden herkend.

Gebruik TOSHIBA Gezichtsherkenning niet voor toepassingen waarvoor een strenge beveiliging is vereist. Het vormt geen geschikte vervanging voor de wachtwoordbeveiliging van Windows. Gebruik de ingestelde Windowswachtwoorden voor aanmeldingen met een hoog veiligheidsrisico.
Vrijwaringsverklaringen
Toshiba garandeert niet dat de technologie voor gezichtsherkenning volledig veilig of foutloos werkt. Toshiba garandeert niet dat het programma voor gezichtsherkenning onbevoegde gebruikers altijd de toegang weigert. Toshiba is niet aansprakelijk voor fouten of beschadigingen die het gevolg kunnen zijn van het gebruik van de software of het hulpprogramma voor gezichtsherkenning.
TOSHIBA EN ZIJN DOCHTERONDERNEMINGEN EN LEVERANCIERS ZIJN NIET AANSPRAKELIJK VOOR SCHADE AAN OF VERLIES VAN PROGRAMMA'S, GEGEVENS, NETWERKSYSTEMEN OF VERWISSELBARE OPSLAGMEDIA, WINSTDERVING OF BEDRIJFSSCHADE DIE VOORTVLOEIT UIT OF HET GEVOLG IS VAN HET GEBRUIK VAN HET PRODUCT, OOK AL IS TOSHIBA OP DE HOOGTE GESTELD VAN DE MOGELIJKHEID DAARVAN.
De microfoon gebruiken
De computer heeft een ingebouwde microfoon waarmee u monogeluid in uw toepassingen kunt opnemen. U kunt de microfoon ook gebruiken om spraakopdrachten te geven in toepassingen die dit ondersteunen. (Sommige modellen worden geleverd met ingebouwde microfoon.)
Aangezien de computer een ingebouwde microfoon en luidspreker heeft, kan in bepaalde omstandigheden akoestische terugkoppeling ('feedback') optreden. Akoestische terugkoppeling ontstaat wanneer geluid uit de luidspreker in de microfoon wordt opgevangen en versterkt naar de luidspreker wordt teruggezonden, vanwaar het weer wordt teruggestuurd naar de microfoon.
Deze terugkoppeling treedt herhaalde malen op en veroorzaakt een harde, hoge toon. Het gaat hier om een algemeen verschijnsel dat in elk geluidssysteem voorkomt wanneer de microfooninvoer naar de luidspreker wordt uitgevoerd (doorvoer) terwijl de luidspreker te hard staat of zich te dicht bij de microfoon bevindt. U kunt de doorvoer regelen door het volume van de luidspreker aan te passen of met de functie Dempen in het deelvenster Hoofdvolume. Raadpleeg de Windows-documentatie voor informatie over het gebruik van het deelvenster Hoofdvolume (Master Volume).
Modem
De beschikbaarheid van deze functie is afhankelijk van het aangeschafte model. In deze paragraaf wordt beschreven hoe u de interne modem aan een telefoonaansluiting koppelt en ervan ontkoppelt.

De interne modem ondersteunt geen spraakfuncties. De data- en faxfuncties worden wel ondersteund.

Bij onweer dient u de modemkabel uit de telefoonaansluiting te verwijderen.
■ Sluit de modem niet op een digitale telefoonlijn aan. Bij aansluiting op een digitale lijn zal de modem schade oplopen.
Regioselectie
Telecommunicatievoorschriften variëren per regio, en u moet er dus voor zorgen dat de modeminstellingen correct zijn voor de regio waarin u de modem gaat gebruiken.
Voer de volgende stappen uit om een regio te selecteren.
- In Windows Vista™ klikt u op Start, wijst u achtereenvolgens Alle programma's, TOSHIBA en Netwerk aan en klikt u op Selectie van modemregio.

Als in het hulpprogramma Modeminstallatie van het Configuratiescherm een functie voor regio-/landselectie beschikbaar is, dient u deze niet te gebruiken. Als u het land/de regio in het Configuratiescherm wijzigt, wordt deze wijziging mogelijk niet doorgevoerd.
- Het pictogram Regioselectie wordt weergegeven in de Windows-taakbalk.

Afbeelding 4-11 Het pictogram Region Selection (Regioselectie) (Windows Vista™)
-
Klik met de primaire knop op het pictogram om een lijst van ondersteunde regio's weer te geven. U ziet tevens een submenu met telefoonlocatie-informatie. Naast de geselecteerde regio en de geselecteerde telefoonlocatie staat een kruisje.
-
Selecteer een regio uit het regiomenu of een telefoonlocatie uit het submenu.
■ Wanneer u op een regio klikt, wordt dit de regioselectie van de modem en wordt automatisch de nieuwe telefoonlocatie ingesteld.
■ Wanneer u een telefoonlocatie selecteert, wordt automatisch de corresponderende regio geselecteerd en wordt dit de huidige regio-instelling van de modem.
Menu Eigenschappen
Klik met de secundaire knop op het pictogram om het volgende menu weer te geven.

Afbeelding 4-12 De menulijst (Windows Vista™)
Instelling
U kunt de volgende instellingen in- of uitschakelen:
Automatisch uitvoeren
Het hulpprogramma voor regioselectie wordt automatisch gestart wanneer u het besturingssysteem start.
Dialoogvenster Keuze-opties openen na selectie van de regio
Het dialoogvenster Keuze-opties wordt automatisch geopend nadat u de regio hebt geselecteerd.
Locatielijst voor regioselectie
Er verschijnt een submenu met informatie over telefoonlocaties.
Dialoogvenster openen als modem en huidige telefoonlocatie niet overeenkomen
Er verschijnt een waarschuwingsvenster als de huidige instellingen voor het regionummer en de telefoonlocatie incorrect zijn.
Modemselectie
Als de computer de interne modem niet herkend, wordt er een dialoogvenster weergegeven. Selecteer de COM-poort die u voor de modem wilt gebruiken.
Keuze-opties
Als u deze optie selecteert, worden de keuze-opties weergegeven.

Als u de computer in Japan gebruikt, bent u wettelijk verplicht Japan als regio te selecteren. Het is in strijd met de wet om de modem in Japan met een andere regioselectie te gebruiken.
Bezig met verbinden
Om de kabel van de interne modem aan te sluiten voert u de volgende stappen uit.
- Steek één uiteinde van de modemkabel in de modempoort.
- Koppel het andere uiteinde van de modemkabel aan een telefoonaansluiting.

Afbeelding 4-13 De interne modem aansluiten

U dient niet aan de kabel te trekken of de computer te verplaatsen terwijl de kabel is aangesloten.
Ontkoppelen
Voer de volgende stappen uit om de kabel van de interne modem te ontkoppelen.
- Knijp het palletje op de connector in de telefoonaansluiting in en trek de connector eruit.
- Trek de andere kabelconnector op dezelfde manier uit de computer.
Draadloze communicatie
De functie voor draadloze communicatie van de computer ondersteunt zowel draadloos LAN- als Bluetooth-apparaten.
Draadloos LAN
De functie voor draadloos LAN is compatibel met andere LAN-systemen die zijn gebaseerd op DSSS-/OFDM-radiotechnologie (Direct Sequence Spread Spectrum/Orthogonal Frequency Division Multiplexing) en die voldoen aan de IEEE 802.11-norm voor draadloos LAN (revisie A, B, G of Draft N).
Ondersteunde functies. Deze voorziening ondersteunt de volgende functies:
■ Automatische selectie van de verzendsnelheid in het verzendbereik 54, 48, 36, 24, 18, 9 en 6 Mbit/s (revisie A en G).
■ Automatische selectie van de verzendsnelheid in het verzendbereik 11, 5,5, 2 en 1 Mbit/s (Revisie B).
■ Selectie van frequentiekanaal (revisie A/Draft N: 5 GHz, revisie B/G/Draft N: 2,4 GHz).
■ Zwerven (roaming) over meerdere kanalen
Kaartenergiebeheer
■ WEP-gegevenscodering (WEP = Wired Equivalent Privacy), gebaseerd op het 128-bits coderingsalgoritme (Atheros-moduletype).
11a, 11b, 11g en 11n (draadloos) zijn gebaseerd op respectievelijk IEEE 802.11a, 802.11b, 802.11g en 802.11n. De IEEE 802.11n-specificatie is niet voltooid en is nog in de conceptfase (Draft). De TOSHIBA 11a/b/g/n WLAN-adapters zijn gebaseerd op conceptversie 2.0, van de IEEE 802.11n-specificatie. Een adapter met 11a/b, 11a/b/g of 11a/b/g/n kan communiceren in elke ondersteunde indeling; de werkelijke verbinding wordt gebaseerd op het toegangspunt waarop de adapter is aangesloten.
- Er wordt niet gegarandeerd dat de verbinding compatibel is met de draadloze apparatuur in de Draft 11n-modus.
■ De Draft 11n-functie kan niet worden gebruikt met WEP/TKIP. De concept 11n-modus kan alleen worden gebruikt met de WPA-PSK (AES)-modus of als de beveiligingsmodus niet is ingeschakeld.
Beveiliging
Schakel de coderingsfunctie in. Doet u dat niet, dan is uw computer via het draadloze LAN toegankelijk voor buitenstaanders, wat kan leiden tot onwettige binnendringing, afluisterpraktijken en verlies of vernietiging van opgeslagen gegevens. TOSHIBA raadt u daarom met klem aan de coderingsfunctie in te schakelen.
■ TOSHIBA is niet verantwoordelijk voor indringing tot gegevens via het draadloos LAN of voor beschadiging van die gegevens.
Bluetooth™-technologie
De Bluetooth™-technologie ondersteunt draadloze communicatie tussen elektronische apparaten zoals desktopcomputers, printers en mobiele telefoons. U kunt de ingebouwde Bluetooth-functies en een optioneel Bluetooth-apparaat niet tegelijk gebruiken.
De kenmerken van de Bluetooth™-technologie zijn:
Wereldwijde toepasbaarheid
De Bluetooth-radiozender en -ontvanger werkt in de band 2,45 GHz; deze band, waarvoor geen vergunning nodig is, is compatibel met radiosystemen in de meeste landen.
Radioverbindingen
U kunt gemakkelijk verbindingen tussen twee of meer apparaten tot stand brengen. De verbinding wordt gehandhaafd zelfs als een apparaat buiten het gezichtsveld ligt.
Beveiliging
Twee geavanceerde beveiligingsmechanismen zorgen voor optimale beveiliging:
■ Verificatie voorkomt dat onbevoegden toegang tot kritieke gegevens krijgen en maakt het onmogelijk de oorsprong van een bericht te vervalsen.
- Codering biedt bescherming tegen afluisteren en waarborgt de privacy van verbindingen.
Schakelaar voor draadloze communicatie
Met deze schakelaar (aanwezig op sommige modellen) kunt u functies voor RF-transmissie (draadloos LAN en Bluetooth) in- en uitschakelen. Als de schakelaar op uit staat, kunnen geen gegevens worden verzonden of ontvangen. Schuif de schakelaar naar rechts om de functie voor draadloze communicatie in te schakelen en naar links om de functie uit te schakelen.

Zet de schakelaar in vliegtuigen en ziekenhuizen op uit. Controleer het lampje. Het lampje brandt niet wanneer de functie voor draadloze communicatie is uitgeschakeld.
Schakel de computer uit als u een vliegtuig betreedt. Lees de regels van de vliegmaatschappij voordat u aan boord uw computer gebruikt.
Lampje voor draadloze communicatie
Het lampje voor draadloze communicatie geeft de status van de functies voor draadloze communicatie aan.
Status van het lampje Betekenis
Lampje uit Schakelaar voor draadloze communicatie staat op uit.
Lampje aan Schakelaar voor draadloze communicatie staat op aan. Wireless LAN en/of Bluetooth is geactiveerd door een toepassing.
Als u draadloos LAN hebt uitgeschakeld via de taakbalk, start de computer dan opnieuw op of voer de onderstaande stappen uit om ervoor te zorgen dat het systeem draadloos LAN weer herkent. Klik op Start ->
Configuratiescherm -> Systeem en onderhoud -> Systeem -> Apparaatbeheer -> Netwerkadapters, klik met de rechtermuisknop op het draadloze apparaat en kies Inschakelen.
Er kan mogelijk geen netwerkverbinding tot stand worden gebracht met een opgegeven netwerknaam via de functie voor ad hoc-netwerk.
Om de netwerkverbindingen weer in te schakelen, moet dan het nieuwe netwerk (*) worden geconfigureerd voor alle computers die zijn aangesloten op hetzelfde netwerk.
* Controleer of u de nieuwe netwerknaam gebruikt.
LAN
De computer heeft ingebouwde ondersteuning voor Ethernet LAN (10 megabits per seconde, 10BASE-T), Fast Ethernet LAN (100 megabits per seconde, 100BASE-TX) of Gigabit Ethernet LAN (1000 megabits per seconde, 1000BASE-T) (afhankelijk van het model). In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de computer koppelt aan en ontkoppelt van een LAN.

Installeer of verwijder geen optionele geheugenmodule zolang Activering op LAN is ingeschakeld.

De functie Activering op LAN werkt niet zonder de netadapter. Laat de netadapter aangesloten als u deze functie gebruikt.
De LAN-kabel aansluiten

De computer moet correct worden geconfigureerd voordat u verbinding met een LAN maakt. Als u zich bij een LAN aanmeldt terwijl de standaardinstellingen van de computer van kracht zijn, kunnen storingen in het LAN optreden. Vraag de LAN-beheerder naar de juiste configuratieprocedures.
Als u Fast Ethernet LAN (100 Mbit/s, 100BASE-TX) gebruikt, dient u de computer aan te sluiten met een kabel uit categorie 5 (CAT5) of hoger. Gebruikt u Ethernet LAN (10 Mbit/s, 10BASE-T), dan sluit u de computer aan met een kabel uit categorie 3 (CAT3) of hoger.
Als u Gigabit Ethernet (1000 megabits per seconde, 1000BASE-T) gebruikt, sluit u de computer aan met een kabel uit categorie 5e (CAT5E) of hoger. Voer de volgende stappen uit om de LAN-kabel aan te sluiten.
- Schakel de computer en alle erop aangesloten externe apparaten uit.
- Koppel één uiteinde van de kabel aan de LAN-poort. Duw voorzichtig tot de vergrendeling vast klikt.

Afbeelding 4-14 De LAN-kabel aansluiten
- Koppel het andere uiteinde van de kabel aan een LAN-hubconnector. Raadpleeg de LAN-beheerder voordat u de kabel op een hub aansluit.

Wanneer de computer gegevens met het LAN uitwisselt, brandt het LAN-actief-lampje oranje. Wanneer de computer op een LAN-hub is aangesloten maar geen gegevens uitwisselt, brandt het verbindingslampje groen.
De LAN-kabel ontkoppelen
Voer de volgende stappen uit om de LAN-kabel te ontkoppelen.

Zorg dat het LAN-actief-lampje (het oranje lampje) uit is voordat u de verbinding tussen de computer en het LAN verbreekt.
- Knijp het palletje op de connector in de LAN-poort van de computer in en trek de connector eruit.
- Ontkoppel de kabel op dezelfde wijze van de LAN-hub. Raadpleeg de LAN-beheerder voordat u de kabel van de hub ontkoppelt.
Om een lange gebruiksduur en storingsvrij gebruik te waarborgen dient u de computer stofvrij te houden en voorzichtig te zijn met vloeistoffen in de buurt van de computer.
■ Mors geen vloeistoffen in de computer. Als de computer toch nat wordt, schakelt u onmiddellijk de stroom uit; laat de computer volledig drogen voordat u hem weer aanzet.
■ Reinig de computer met een licht (met water) bevochtigde doek. Voor het beeldscherm kunt u een glasreinigingsmiddel gebruiken. Sproei een kleine hoeveelheid reinigingsmiddel op een zachte, schone doek en veeg het scherm hiermee voorzichtig af.

Sproei schoonmaakmiddel nooit rechtstreeks op de computer en laat er geen vloeistof inlopen. Gebruik nooit bijtende chemicaliën om de computer te reinigen.
De computer verplaatsen
De computer is een robuust apparaat. Wanneer u de computer verplaatst, dient u echter enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen te treffen om te zorgen dat het systeem probleemloos blijft werken.
- Controleer of alle schijfactiviteiten zijn beëindigd voordat u de computer verplaatst. Controleer of het lampje van de vaste schijf/het optische stationen het lampje voor het externe apparaat uit zijn.
Als het station een CD/DVD bevat, verwijdert u deze. Zorg tevens dat de stationslade goed is gesloten.
■ Schakel de computer uit.
Koppel de netadapter en alle randapparaten los alvorens de computer te verplaatsen.
■ Sluit het beeldscherm. Til de computer niet op aan het beeldscherm.
■ Sluit alle poortafdekkingen. - Gebruik een draagtas wanneer u de computer vervoert.
Houd de computer stevig vast wanneer u deze draagt om zo stoten en vallen te vermijden.
■ Houd de computer tijdens het dragen niet aan uitstekende delen vast.
Warmteverspreiding
De CPU heeft een interne temperatuursensor ter bescherming tegen oververhitting. Als de interne temperatuur van de een bepaald niveau bereikt, wordt de ventilator ingeschakeld of wordt de CPU-verwerkingssnelheid verlaagd. U kunt opgeven of u de CPU-temperatuur wilt regelen door eerst de ventilator aan te zetten en dan zo nodig de CPU-verwerkingssnelheid te verlagen, of vice versa. Of door eerst de CPU-snelheid te verlagen en vervolgens, indien nodig, de ventilator in te schakelen. Deze functies worden geregeld via Energiebeheer.
Zodra de CPU-temperatuur tot een normaal niveau is gedaald, wordt de ventilator uitgeschakeld en gaat de CPU weer op standaardsnelheid werken.

Als de CPU-temperatuur met een van beide instellingen een onaanvaardbaar hoog niveau bereikt, wordt het systeem automatisch uitgezet om beschadiging te voorkomen. In dat geval zullen gegevens in het geheugen verloren gaan.
Hoofdstuk 5
Het toetsenbord
Het toetsenbord van de computer is compatibel met een uitgebreid toetsenbord met 104/105 toetsen. Door de FN-toets tegelijkertijd met andere toetsen in te drukken, kunt u alle functies van het uitgebreide toetsenbord uitvoeren.
Het aantal toetsen op uw toetsenbord is afhankelijk van de toetsenbordindeling waarmee uw computer is geconfigureerd. Er zijn toetsenborden voor verschillende talen beschikbaar.
Er zijn vijf soorten toetsenbordtoetsen: typemachinetoetsen, functietoetsen, zogenoemde 'softkeys', speciale Windows-toetsen en geïntegreerde numerieke toetsen.
Typemachinetoetsen
De typemachinetoetsen produceren de hoofdletters en kleine letters, cijfers, leestekens en speciale symbolen die op het scherm verschijnen.
Er zijn echter enkele verschillen tussen het gebruik van een typemachine en het gebruik van een computertoetsenbord:
Letters en cijfers die met de computer zijn geproduceerd, verschillen van breedte. Spaties, die door een 'spatieteken' worden gecreëerd, kunnen ook variëren, al naar gelang uitlijning en andere factoren.
- Op computers zijn de kleine letter I (el) en het cijfer 1 (één) niet verwisselbaar.
■ De hoofdletter O en de 0 (nul) zijn niet verwisselbaar.
■ CAPS LOCK, de functietoets voor hoofdlettervergrendeling, is alleen van invloed op de lettertoetsen, niet (zoals op typemachines) op de cijfer- en symbooltoetsen.
De SHIFT- of hoofdlettertoetsen, de TAB-toets en de toets BACKSPACE hebben dezelfde functie als de gelijknamige typemachinetoetsen maar hebben bovendien speciale computerfuncties.
Functietoetsen: F1 ... F12
De functietoetsen, niet te verwarren met de FN-toets, zijn de twaalf toetsen boven aan het toetsenbord. Deze toetsen zijn donkergrijs, maar werken anders dan de andere donkergrijze toetsen.

F1 tot en met F12 worden functietoetsen genoemd, omdat u hiermee geprogrammeerde functies kunt uitvoeren. Als u toetsen met een pictogram gebruikt in combinatie met de FN-toets gebruikt, worden specifieke functies op de computer uitgevoerd. Zie het gedeelte Softkeys: FN-toetscombinaties in dit hoofdstuk. De werking van individuele toetsen is afhankelijk van de software die u gebruikt.
Softkeys: Fn-toetscombinaties
De toets FN (functie) is een bijzondere toets die alleen op Toshiba-computers aanwezig is en die in combinatie met andere toetsen 'softkeys' vormt. Softkeys zijn toetscombinaties die specifieke voorzieningen activeren, uitschakelen of configureren.

In sommige softwareprogramma's werken softkeys niet naar behoren of werken ze in het geheel niet. De softkey-instellingen worden niet hersteld door de functie Hervatten.
Toetsen op een uitgebreid toetsenbord emuleren
Het toetsenbord is zodanig ontworpen dat het voorziet in alle functies van het uitgebreide toetsenbord met 104/105 toetsen, zoals geïllustreerd in afbeelding 5-1. Het uitgebreide toetsenbord met 104/105 toetsen heeft een numeriek toetsenblok en een Scroll Lock-toets. Het heeft bovendien een extra ENTER-, CTRL- en ALT-toets rechts van het hoofdtoetsenbord.
Aangezien dit toetsenbord kleiner is en minder toetsen heeft, moet een aantal van de functies van het uitgebreide toetsenbord worden gesimuleerd door middel van toetscombinaties.
Het is mogelijk dat uw softwaretoepassing een toets vereist die niet op het toetsenbord voorkomt. Door de FN-toets in combinatie met een van de volgende toetsen in te drukken emuleert u de functies van het uitgebreide toetsenbord.
Druk op FN + F10 of FN + F11 om de geïntegreerde numerieke toetsen te activeren.

De toetsen met een donkergrijze marking op de onderrand worden hierdoor cijfertoetsen (FN + F11) of cursorbesturingstoetsen (FN + F10). Raadpleeg de paragraaf Geïntegreerde numerieke toetsen in dit hoofdstuk voor meer informatie over de bediening van deze toetsen. Let erop dat standaard beide functies bij het opstarten van de computer zijn uitgeschakeld.
Druk op FN + F12 (Scroll Lock) om de cursor op een bepaalde regel te vergrendelen. Bij het opstarten is deze functie standaard uitgeschakeld.

Met FN + ENTER emuleert u de ENTER-toets op het numerieke toetsenblok van het uitgebreide toetsenbord.

Met FN + CTRL emuleert u de rechter CTRL-toets van het uitgebreide toetsenbord.

Met FN + ALT emuleert u de rechter ALT-toets van het uitgebreide toetsenbord.

Sneltoetsen
Met sneltoetsen (FN + een functietoets of de ESC-toets) kunt u bepaalde computerfuncties in- en uitschakelen.
Geluid dempen: Als u in een Windows-omgeving op FN + ESC drukt, wordt het geluid in- of uitgeschakeld. Wanneer u op deze sneltoets drukt, wordt de huidige instelling als pictogram weergegeven.

Vergrendelen: Met FN + F1 schakelt u de vergrendelmodus van de computer in. U kunt uw bureaublad alleen herstellen door u opnieuw aan te melden.

Energiebeheerschema: Met FN + F2 wijzigt u de instellingen voor energiebeheer.

Slaapstand: Druk op FN + F3 om over te schakelen naar de slaapstand.

Sluimerstand: Druk op FN + F4 om over te schakelen naar de sluimerstand.

Uitvoer: Met FN + F5 wijzigt u het actieve beeldscherm.

Helderheid verlagen: Als u op FN + F6 drukt, wordt de helderheid van het computerscherm stapsgewijs verlaagd.

Helderheid verhogen: Als u op FN + F drukt, wordt de helderheid van het computerscherm stapsgewijs verhoogd.

Draadloos: Als u op FN + F8 drukt, worden de actieve draadloze apparaten ingeschakeld als de schakelaar voor draadloze communicatie is ingeschakeld.

Als uw apparaat voor draadloze communicatie niet is geïnstalleerd, wordt het dialoogvenster niet weergegeven.
Touchpad: Als u op FN + F9 drukt, wordt de touchpadfunctie in- of uitgeschakeld.

Zoomen: Druk op FN + spatiebalk om de schermresolutie te wijzigen.

TOSHIBA Hulpprogramma Zoom (verkleinen): Als u op FN +1 drukt, worden pictogrammen op het bureaublad of de tekengrootte binnen een van de ondersteunde toepassingsvensters verkleind.

TOSHIBA Hulpprogramma Zoom (vergroten): Als u op FN + 2 drukt, worden pictogrammen op het bureaublad of de tekengrootte binnen een van de ondersteunde toepassingsvensters vergroot.

FN-plaktoets
Met het hulpprogramma Toshiba Toegankelijkheid kunt u de FN-toets vergrendelen, zodat u deze toets bij het gebruik van toetscombinaties niet ingedrukt hoeft te houden. In plaats hiervan drukt u eenmaal op de FN-toets, laat u de toets los en drukt op een functietoets (F1 - F12).
U start het hulpprogramma TOSHIBA Toegankelijkheid door te klikken op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> Toegankelijkheid.
Speciale Windows-toetsen
Het toetsenbord is voorzien van twee toetsen die in Windows speciale functies hebben: de ene toets activeert het menu Start, terwijl de andere dezelfde functie heeft als de secundaire muisknop.
Deze toets activeert het menu Start van Windows.

Deze toets heeft dezelfde functie als de secundaire muisknop.

Geïntegreerde numerieke toetsen
Het toetsenbord van uw computer heeft geen apart numeriek toetsenbord maar geïntegreerde numerieke toetsen met dezelfde functies. Deze bevinden zich in het midden van het toetsenbord en de betreffende toetsen hebben donkergrijze letters aan de voorrand. Deze toetsen hebben dezelfde functie als de numerieke toetsenbloktoetsen van het uitgebreide standaardtoetsenbord met 101/102 toetsen.
De geïntegreerde numerieke toetsen inschakelen
U kunt de geïntegreerde numerieke toetsen gebruiken voor het invoeren van cijfers of voor cursor- en paginabesturing.
Cursormodus
U activeert de cursormodus door op FN + F10 te drukken. Het lampje voor de cursormodus gaat branden. Nu is cursor- en paginabesturing mogelijk met de toetsen die in afbeelding 5-1 worden geïllustreerd. Druk nogmaals op FN + F10 om de geïntegreerde numerieke toetsen uit te schakelen.
Numerieke modus
U activeert de numerieke modus door op FN + F11 te drukken. Het lampje voor de numerieke modus gaat branden. Nu kunt u cijfers invoeren met de toetsen die in afbeelding 5-1 worden geïllustreerd. Druk nogmaals op FN + F11 om de geïntegreerde numerieke toetsen uit te schakelen.

Afbeelding 5-1 De geïntegreerde numerieke toetsen
Tijdelijk het gewone toetsenbord gebruiken (geïntegreerde numerieke toetsen aan)
Tijdens het gebruik van de geïntegreerde numerieke toetsen kunt u tijdelijk met het gewone toetsenbord werken zonder de geïntegreerde numerieke toetsen uit te schakelen:
- Houd FN ingedrukt en druk op een andere toets. Alle toetsen werken alsof de geïntegreerde numerieke toetsen zijn uitgeschakeld.
- U typt hoofdletters door FN + SHIFT ingedrukt te houden en op een lettertoets te drukken.
- Laat FN los om de geïntegreerde numerieke toetsen weer in gebruik te nemen.
Tijdelijk de geïntegreerde numerieke toetsen gebruiken (geïntegreerde numerieke toetsen uitgeschakeld)
Tijdens het gebruik van het gewone toetsenbord kunt u tijdelijk met de geïntegreerde numerieke toetsen werken zonder deze in te schakelen:
- Druk op FN en houd deze toets ingedrukt.
- Controleer de toetsenbordlampjes. Door op FN te drukken activeert u de laatstgebruikte modus van de geïntegreerde numerieke toetsen. Als het lampje van de numerieke modus brandt, kunt u de geïntegreerde numerieke toetsen voor het invoeren van cijfers gebruiken. Brandt het lampje van de cursormodus, dan kunt u de geïntegreerde numerieke toetsen gebruiken voor cursor- en paginabesturing.
- Laat FN los om het gewone toetsenbord weer in gebruik te nemen.
Tijdelijk van modus wisselen
Als de numerieke modus actief is, kunt u tijdelijk naar de cursormodus overschakelen door op een SHIFT-toets te drukken.
Als de cursormodus actief is, kunt u tijdelijk naar de numerieke modus overschakelen door op een SHIFT-toets te drukken.
ASCII-tekens genereren
Niet alle ASCII-tekens kunnen via het gewone toetsenbord worden gegenereerd. U kunt deze tekens echter door middel van hun ASCII-codes genereren.
Voer de volgende stappen uit met de geïntegreerde numerieke toetsen ingeschakeld:
- Houd ALT ingedrukt.
- Typ de ASCII-code met behulp van de geïntegreerde numerieke toetsen.
-
Laat ALT los. Het ASCII-teken verschijnt op het scherm.
Als de geïntegreerde numerieke toetsen zijn uitgeschakeld, voert u de volgende stappen uit: -
Houd ALT + FN ingedrukt.
- Typ de ASCII-code met behulp van de geïntegreerde numerieke toetsen.
- Laat ALT + FN los. Het ASCII-teken verschijnt op het scherm.
Hoofdstuk 6
Stroomvoorziening en spaarstanden
De computer kan via de netadapter of via de interne accu van stroom worden voorzien. In dit hoofdstuk leest u hoe u deze energiebronnen optimaal gebruikt en hoe u de accu oplaadt en vervangt. Verder worden tips gegeven voor het besparen van accu-energie en krijgt u informatie over spaarstanden.
Stroomvoorzieningsomstandigheden
De bedrijfscapaciteit en de energiestatus van de accu in de computer worden beïnvloed door de stroomvoorzieningsomstandigheden: of er een netadapter is aangesloten, of er een accu is geïnstalleerd en wat het ladingsniveau van de accu is.
Tabel met stroomvoorzieningsomstandigheden
| Stroom ingeschakeld | Stroom uitgeschakeld (buiten werking) | ||
| Netadapter aangesloten | Accu volledig opgeladen | In werkingLampje: Accu wit/groenDC IN wit/groen | Lampje: Accu wit/groenDC IN wit/groen |
| Accu gedeeltelijk opgeladen of leeg | In werkingWordt snel opgeladenLampje: accu oranjeDC IN wit/groen | Wordt snel opgeladenLampje: accu oranjeDC IN wit/groen | |
| Geen accu geïnstalleerd | In werkingWordt niet opgeladenLampje: Accu uitDC IN wit/groen | Wordt niet opgeladenLampje: Accu uitDC IN wit/groen | |
| Netadapter niet aangesloten | Acculading is boven activeringsniveau lage acculading | • In werking• Lampje: Accu uit DC IN uit | |
| Acculading is onder activeringsniveau lage acculading | • In werking• Lampje: Accu-knippert oranje DC IN uit | ||
| Accu is leeg Computer wordt in sluimerstand gezet of afgesloten (afhankelijk van de instelling in het hulpprogramma Toshiba Energiebeheer) | |||
| Geen accu geïnstalleerd | • Buiten werking• Lampje: Accu uit DC IN uit | ||
Voedingslampjes
Het accu-, DC IN- en aan/uit-lampje op het paneel met systeemlampjes attenderen u op de bedrijfscapaciteit en de accu-energiestatus van de computer.
Acculampje
Controleer het acculampje om de status van de accu-eenheid te bepalen. Let daarbij op de volgende indicaties:
Knippert oranje Lading hoofdaccu is onder activeringsniveau lage acculading.
Oranje Geeft aan dat de netadapter is aangesloten en dat de accu wordt opgeladen.
Wit/groen Geeft aan dat de netadapter is aangesloten en dat de accu volledig is opgeladen.
Lampje brandt niet In alle andere omstandigheden is het lampje uit.

Als de accu tijdens het opladen te heet wordt, wordt het opladen stopgezet en gaat het acculampje uit. Zodra de accu een normale temperatuur heeft bereikt, wordt het opladen vervolgd. Hierbij maakt het niet uit of de computer in- of uitgeschakeld is.
DC IN-lampje
Aan de hand van het DC IN-lampje kunt u de stroomvoorzieningsstatus voor de aangesloten netadapter controleren.
Wit/groen Geeft aan dat de netadapter is aangesloten en de computer van stroom voorziet.
Oranje Duidt op een probleem met de stroomvoorziening. Steek de netadapter in een ander stopcontact. Indien het probleem aanhoudt, neemt u contact op met de dealer.
Lampje brandt niet In alle andere omstandigheden is het lampje uit.
Aan/uit-lampje
Controleer het aan/uit-lampje om de status van de accu-eenheid te bepalen. Let daarbij op de volgende indicaties:
Wit/groen Geeft aan dat de computer van stroom wordt voorzien en is ingeschakeld.
Lampje knippert oranje Geeft aan dat de computer is uitgeschakeld terwijl deze in de slaapstand stond.
Lampje brandt niet In alle andere omstandigheden is het lampje uit.
Accutypen
De computer bevat twee verschillende soorten accu's/batterijen:
Accu van 3, 6 of 9 cellen, afhankelijk van het model
■ RTC-batterij (batterij voor de realtime klok)
Accu
De verwisselbare lithium-ion accu-eenheid, in deze handleiding ook wel kortweg 'accu' genoemd, is de voornaamste energiebron van de computer wanneer het netsnoer niet is aangesloten. U kunt extra accu-eenheden kopen voor langdurig computergebruik zonder netstroom.

De accu-eenheid bestaat uit een lithium-ion batterij. Indien de batterij onjuist wordt vervangen, gebruikt, gehanteerd of afgedankt, bestaat ontploffingsgevaar. Houd u bij het afdanken van de accu aan de plaatselijke verordeningen of voorschriften. Gebruik alleen accu's die door TOSHIBA zijn aanbevolen.
De accu laadt de RTC-batterij op. De accu handhaaft de toestand van computer wanneer u Hervatten activeert.

Wanneer de computer wordt uitgeschakeld in de sluimerstand of de slaapstand en de netadapter niet is aangesloten, levert de accu-eenheid stroom, zodat de gegevens en programma's in het geheugen behouden blijven. Als de accu-eenheid leeg is, functioneren de sluimerstand en de slaapstand niet en gaan alle gegevens in het geheugen verloren. In dat geval ziet u het volgende bericht wanneer u de computer weer inschakelt:
De firmware heeft vastgesteld dat er een CMOS-accufout is opgetreden.
Om de maximale capaciteit van de accu-eenheid te handhaven, dient u de computer ten minste eenmaal per maand op accu-energie te gebruiken tot de accu totaal leeg is. Raadpleeg Gebruiksduur van de accu verlengen in dit hoofdstuk voor procedures. Als de computer geruime tijd continu via de netadapter op netstroom wordt gebruikt, bestaat het risico dat de accucapaciteit wordt aangetast. De accu zal dan niet langer efficiënt functioneren, zelfs als de verwachte gebruiksduur nog niet is verstreken. Bovendien kunt u er niet langer op vertrouwen dat het acculampje gaat branden ter aanduiding van een laag accu-energieniveau.
RTC-batterij
De RTC-batterij (Real Time Clock) levert stroom voor de interne real-time klok en kalender. Deze batterij handhaaft tevens de systeemconfiguratie.
Als de RTC-batterij leeg is, gaan deze gegevens verloren en werken de realtime klok en kalender niet meer. In dat geval ziet u het volgende bericht wanneer u de computer weer inschakelt:
De firmware heeft vastgesteld dat er een CMOS-accufout is opgetreden.

De RTC-batterij van de computer is een lithium-ion batterij en dient uitsluitend door uw dealer of een TOSHIBA-servicevertegenwoordiger te worden vervangen. Indien de batterij onjuist wordt vervangen, gebruikt, gehanteerd of afgedankt, bestaat ontploffingsgevaar. Houd u bij het afdanken van de accu aan de plaatselijke verordeningen of voorschriften
Onderhoud en gebruik van de accu-eenheid
De accu-eenheid is een essentieel onderdeel van de draagbare computer. Door de eenheid naar behoren te gebruiken en te onderhouden zorgt u ervoor dat deze langer stroom levert en langer meegaat. Volg de aanwijzingen in dit gedeelte zorgvuldig ter waarborging van veilig gebruik en maximale prestaties.
Voorzorgsmaatregelen
Verkeerde behandeling van accu's kan resulteren in ernstig of dodelijk letsel of materiële schade. Neem de volgende richtlijnen zorgvuldig in acht:
Gevaar: duidt op een gevaarlijke situatie die bij veronachtzaming van de veiligheidsinstructie in ernstig of dodelijk letsel kan resulteren.
Waarschuwing: duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie die bij veronachtzaming van de veiligheidsinstructie in ernstig of dodelijk letsel kan resulteren.
Let op: duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie die bij veronachtzaming van de veiligheidsinstructie in lichte verwondingen of lichte schade aan eigendommen kan resulteren.
Opmerking: verschaft belangrijke informatie.
Gevaar
- Probeer niet om een gebruikte accu-eenheid te verbranden of te verwarmen, bijvoorbeeld in een magnetronoven. Hierdoor kan de accu-eenheid ontploffen en persoonlijk letsel veroorzaken.
- Probeer nooit om een accu-eenheid te demonteren, te repareren of op een andere wijze aan te passen. Hierdoor zal de accu-eenheid oververhit raken en vlam vatten. Uit de accu gelekte alkalische vloeistof of andere elektrolytische stoffen kunnen resulteren in brand en ernstig of dodelijk letsel.
- Houd metalen voorwerpen uit de buurt van de accupolen ter voorkoming van kortsluiting. Kortsluiting kan brand veroorzaken of de accu-eenheid anderszins beschadigen en in verwondingen resulteren. Wanneer u de accu-eenheid opbergt, dient u deze altijd in plastic te wikkelen en de polen met isolatieband te bedekken om kortsluiting te voorkomen.
- Doorboor de accu-eenheid nooit met een spijker of een ander scherp voorwerp. Sla nooit met een hamer of een ander voorwerp op de accu-eenheid. Ga niet op de accu staan.
-
Probeer nooit om de accu-eenheid op te laden op een andere manier dan in de gebruikershandleiding is beschreven. Koppel de accu-eenheid nooit aan een contactdoos of aan het aanstekercontact in een auto. Hierdoor kan de eenheid barsten of vlam vatten.
-
Gebruik alleen de accu-eenheid die bij de computer of andere hardware is geleverd, of een accu-eenheid die is goedgekeurd door de computer-of-hardwarefabrikant. Voltage en polariteit variëren per accu-eenheid. Gebruik van een incorrecte accu kan resulteren in beschadiging van de accu-eenheid of in rookontwikkeling of brand.
-
Stel een accu-eenheid nooit bloot aan warmte door deze bijvoorbeeld in de buurt van een radiator op te bergen. Door blootstelling aan warmte kan de accu-eenheid vlam vatten, ontploffen of lek raken, en zodoende ernstig of dodelijk letsel teweegbrengen. Verder kan de eenheid bij blootstelling aan warmte defect raken, waardoor gegevens verloren kunnen gaan.
-
Stel de accu-eenheid nooit bloot aan abnormale schokken, trillingen of druk. Hierdoor zal het interne beschermende apparaat van de accu-eenheid defect raken, waardoor de eenheid oververhit of lek kan raken, vlam kan vatten of kan ontploffen, met ernstig of dodelijk letsel als gevolg.
-
Laat een accu-eenheid nooit vochtig worden. Een vochtige accu-eenheid zal oververhit raken, vlam vatten of barsten, en zodoende ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
Waarschuwing
-
Elektrolytische vloeistof die uit een accu-eenheid is gelekt, mag nooit in contact komen met uw ogen, huid of kleren. Mocht bijtende elektrolytische vloeistof onverhoopt in uw ogen terechtkomen, dan dient u uw ogen onmiddellijk met flinke hoeveelheden stromend water te wassen en medische hulp in te roepen. Als elektrolytische vloeistof in contact komt met uw huid, dient u deze onmiddellijk onder stromend water af te spoelen. Als elektrolytische vloeistof op uw kleren terechtkommt, dient u deze direct uit te trekken teneinde contact met uw huid of ogen te voorkomen.
-
Schakel de computer onmiddellijk uit, ontkoppel de netadapter en verwijder de accu-eenheid als de eenheid een van de volgende verschijnselen vertoont: vreemde geur, extreme hitte, verkleuring of vervorming. Laat de computer vervolgens nakijken door een Authorized Toshiba Service Center voordat u er weer mee aan de slag gaat. Als u deze waarschuwing negeert, zal de accu-eenheid mogelijk rook gaan afgeven, vlam vatten of barsten.
-
Zorg dat de accu-eenheid correct in de computer is geïnstalleerd voordat u probeert de eenheid op te laden. Onjuiste installatie kan resulteren in beschadiging van de accu-eenheid of in rookontwikkeling of brand.
-
Bewaar accu-eenheid buiten bereik van kinderen. De accu kan letsel veroorzaken.
Waarschuwing
- Wanneer de oplaadcapaciteit van de accu-eenheid is aangetast of u via een waarschuwingsbericht wordt meegedeeld dat de accu-eenheid leeg is, dient u het gebruik van de eenheid te staken. Als u een lege of aangetaste accu-eenheid blijft gebruiken, kan gegevensverlies optreden.
- Gooi accu-eenheden nooit samen met het gewone afval weg. Breng ze naar uw TOSHIBA-leverancier of een ander recyclingcentrum om bronnen te besparen en schade aan het milieu te voorkomen. Bedek de accupolen met isolatieband ter voorkoming van kortsluiting, waardoor de accu-eenheid vlam kan vatten of barsten.
- Gebruik alleen accu-eenheden die door TOSHIBA zijn aanbevolen.
- Controleer altijd of de accu-eenheid correct is geïnstalleerd en stevig vastzit. Is dit niet het geval, dan kan de accu-eenheid uit de computer vallen en letsel teweegbrengen.
- Laad de accu-eenheid op bij een omgevingstemperatuur tussen 5 °C en 35 °C Als u de accu-eenheid bij hogere of lagere temperaturen oplaadt, kan elektrolytische vloeistof ontsnappen en kunnen de werking en de gebruiksduur van de eenheid achteruitgaan.
- Vergeet niet de resterende accucapaciteit te controleren. Als de accu van de computer en die van de real-time klok volledig zijn ontladen. De slaapstand en de sluimerstand werken niet en gegevens in het geheugen gaan verloren. Verder zijn de datum- en tijdaanduiding van de computer hierna mogelijk incorrect. Sluit in dat geval de netadapter aan om de accu/batterij op te laden.
- Installeer of verwijder de accu-eenheid nooit voordat de computer is uitgeschakeld en de netadapter is ontkoppeld. Verwijder de accu-eenheid nooit terwijl de computer in de sluimerstand of de slaapstand staat. Doet u dit toch, dan gaan gegevens verloren.
Opmerking
- Verwijder de accu-eenheid nooit terwijl de functie Activering op LAN ingeschakeld is. Doet u dit toch, dan gaan gegevens verloren. Schakel de functie Activering op LAN uit alvorens de accu-eenheid te verwijderen.
- Om de maximale capaciteit van de accu-eenheid te handhaven dient u de computer eenmaal per week op accu-energie te gebruiken tot de eenheid totaal leeg is. Raadpleeg het gedeelte Gebruiksduur van de accu verlengen van dit hoofdstuk voor procedures. Als de computer geruime tijd (langer dan een maand) continu op netstroom wordt gebruikt, bestaat het risico dat de accucapaciteit wordt aangetast. De accu-eenheid zal dan niet langer efficiënt functioneren, zelfs als de verwachte gebruiksduur nog niet is verstreken. Bovendien kunt u er niet langer op vertrouwen dat het acculampje gaat branden ter aanduiding van een laag accu-energieniveau.
- Na het opladen van de accu-eenheid dient u de netadapter niet langer dan enkele uren achtereen aangesloten te laten wanneer de computer uit staat. Als u doorgaat met opladen terwijl de accu-eenheid reeds volledig is opgeladen, kan de accu beschadigd raken.
De accu opladen
Als de lading in de accu-eenheid opraakt, knippert het acculampje oranje om aan te geven dat er slechts acculading voor enkele minuten resteert. Als u de computer blijft gebruiken terwijl het acculampje knippert, wordt de slaapstand geactiveerd (zodat u geen gegevens verliest) en wordt de computer automatisch afgesloten.
U moet een accu-eenheid opladen wanneer deze leeg raakt.
Procedures
Om een accu-eenheid op te laden terwijl deze in de computer is geïnstalleerd, steekt u het ene uiteinde van de netadapter in de gelijkstroomingang (DC IN) en het andere uiteinde in een functionerend stopcontact.
Tijdens het opladen van de accu brandt het acculampje oranje.

Gebruik voor het opladen van de accu-eenheid alleen de computer (aangesloten op het stopcontact) of de optionele accu-oplader van TOSHIBA. Probeer nooit om de accu-eenheid met een andere oplader op te laden
Tijd
In de volgende tabel wordt aangegeven hoe lang het ongeveer duurt om een lege accu volledig op te laden.
Oplaadtijd (uren)
Type accu/batterij Stroom ingeschakeld Stroom uitgeschakeld
| Accu-eenheid (3 cellen) 8 uur of langer 2 uur |
| Accu-eenheid (6 cellen) 8 uur of langer 3 uur |
| Accu-eenheid (9 cellen) 8 uur of langer 4 uur |
| RTC-batterij 24 uur 24 uur |

De oplaadtijd wanneer de computer aanstaat, wordt beïnvloed door de omgevingstemperatuur, de temperatuur van de computer en de manier waarop u de computer gebruikt. Als u bijvoorbeeld intensief gebruik maakt van externe apparaten, wordt de accu tijdens gebruik wellicht nauwelijks opgeladen. Raadpleeg ook het gedeelte Gebruiksduur van de accu maximaliseren.
Accuaanwijzingen over opladen
In de volgende omstandigheden kan het gebeuren dat de accu niet direct wordt opgeladen:
De accu is extreem heet of koud. Bij extreem hoge temperaturen kan het gebeuren dat de accu in het geheel niet wordt opgeladen. Om te zorgen dat de accu maximaal wordt opgeladen, dient u deze op te laden bij een kamertemperatuur van 10 °C tot 30 °C.
■ De accu is praktisch leeg. Laat de netadapter enkele minuten aangesloten; hierna begint het opladen.
Als u een accu in de volgende omstandigheden probeert op te laden, kan het gebeuren dat het acculampje een snelle daling in de gebruiksduur van de accu aangeeft:
■ De accu is lange tijd niet gebruikt.
■ De accu is na verlies van zijn lading lange tijd in de computer gelaten.
■ Een koele accu is in een warme computer geïnstalleerd.
Voer in dergelijke gevallen de volgende stappen uit.
- Ontlaad de accu volledig door deze in de ingeschakelde computer te laten tot de stroom automatisch wordt uitgeschakeld.
- Sluit de netadapter aan.
- Laad de accu op totdat het acculampje wit/groen brandt.
Herhaal de stappen twee à drie keer tot de accucapaciteit het normale niveau heeft bereikt.

Als u de netadapter aangesloten laat, neemt de gebruiksduur van de accu-eenheid af. Gebruik de computer ten minste eenmaal per maand op accu-energie tot de eenheid totaal leeg is. Laad de accu vervolgens op.
Accucapaciteit controleren
De resterende accu-energie kan worden gecontroleerd in Energiebeheer.

Wacht ten minste 16 seconden na het inschakelen van de computer voordat u probeert de resterende bedrijfstijd te controleren. De computer heeft deze tijd nodig om de resterende accucapaciteit te controleren en de resterende bedrijfstijd te berekenen op basis van het huidige stroomverbruik en de resterende accucapaciteit. De werkelijke resterende gebruiksduur kan enigszins afwijken van de berekende tijd.
Gebruiksduur van de accu maximaliseren
De bruikbaarheid van een accu is afhankelijk van de gebruiksduur die één acculading levert.
Hoe lang de lading van een accu meegaat, hangt af van de volgende factoren:
■ de configuratie van de computer (of u bijvoorbeeld energiebesparingsopties hebt geactiveerd). In Energiebeheer kunt u een modus voor het besparen van accu-energie instellen. Deze modus heeft de volgende opties:
■ CPU-verwerkingssnelheid
■ Helderheid van scherm
Koelmethode
Slaapstand
■ Systeem in slaapstand
Monitor uit
■ Vaste schijf uit
- Frequentie en duur van het gebruik van de vaste schijf, het optische station en het diskettestation.
■ Het oorspronkelijke ladingsniveau van de accu.
De wijze waarop u gebruik maakt van optionele apparaten (zoals een ExpressCard) die door de accu van stroom worden voorzien.
■ Het activeren van de sluimerstand en de slaapstand bij regelmatig in- en uitschakelen van de computer.
- De locatie waar u uw programma's en gegevens opslaat.
■ Het sluiten van het beeldscherm wanneer u het toetsenbord niet gebruikt om energie te besparen.
■ De omgevingstemperatuur (de gebruiksduur neemt af bij lage temperaturen).
■ De toestand van de accupolen. Zorg dat de polen schoon blijven door ze met een schone, droge doek af te vegen voordat u de accu-eenheid installeert.
Gegevens behouden bij uitschakelen van computer
Als u de computer uitschakelt terwijl de accu en RTC-batterij volledig zijn opgeladen, zorgen de accu en batterij dat gegevens gedurende de volgende tijdsperiodes behouden blijven.
Bewaartijd
| Type accu/batterij Stand en bewaartijd |
| Accu-eenheid (3 cellen) circa 18 uur (slaapstand)circa 7 dagen (afsluitmodus) |
| Accu-eenheid (6 cellen) circa 1 dag (slaapstand)circa 14 dagen (afsluitmodus) |
| Accu-eenheid (9 cellen) circa 2 dagen (slaapstand)circa 21 dagen (afsluitmodus) |
| RTC-batterij circa 3 maanden |
Gebruiksduur van de accu verlengen
U kunt de gebruiksduur van de accu-eenheid als volgt verlengen:
■ Ontkoppel de computer ten minste eenmaal per maand van de netstroom en gebruik het systeem op accu-energie tot de accu-eenheid totaal leeg is. Voer eerst de volgende stappen uit:
- Schakel de computer uit.
- Koppel de netadapter los en zet de computer aan. Als de computer niet wordt ingeschakeld, gaat u naar stap 4.
- Laat de computer vijf minuten aanstaan. Als de accu-eenheid voldoende capaciteit heeft voor vijf minuten, laat u de computer aanstaan tot de accu-eenheid totaal leeg is. Als het acculampje gaat knipperen of als u op een andere manier wordt geattendeerd op een laag accu-energieniveau, gaat u verder met stap 4
- Sluit de netadapter op de computer aan en steek de stekker in het stopcontact. Het DC IN-lampje brandt wit/groen en het acculampje brand oranje om aan te geven dat de accu-eenheid wordt opgeladen. Als het DC IN-lampje niet brandt, wordt de computer niet van stroom voorzien. Controleer in dat geval of de netadapter en het netsnoer correct zijn aangesloten
- Laad de accu-eenheid op totdat het acculampje wit/groen brandt.
■ Als u extra accu-eenheden hebt, gebruik deze dan afwisselend.
■ Verwijder de accu-eenheid als u het systeem geruime tijd (langer dan een maand) niet gebruikt.
■ Ontkoppel de netadapter wanneer de accu volledig is opgeladen. Te lang laden van de accu leidt tot oververhitting en verkort de gebruiksduur.
- Ontkoppel de netadapter als de computer langer dan acht uur buiten gebruik blijft.
Bewaar reserve-accu's op een koele, droge plek zonder direct zonlicht.
De accu-eenheid vervangen
Als de accu-eenheid volledig versleten is, moet u een nieuwe eenheid installeren. Als het acculampje kort na het opladen van de accu oranje knippert, betekent dit dat de accu-eenheid versleten is en dat u een nieuwe accu moet installeren.
U kunt een lege accu-eenheid ook vervangen door een reserve-accu als u de computer niet op het elektriciteitsnet hebt aangesloten. In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u accu-eenheden verwijdert en installeert.
De accu-eenheid verwijderen
Voer de volgende stappen uit om een lege accu te verwijderen.

Wees bij het hanteren van de accu-eenheid voorzichtig dat u de accupolen niet kortsluit. Laat de eenheid niet vallen en vermijd schokken; kras of breek het accuoppervlak niet en buig of verdraai de accu-eenheid niet.
■ Verwijder de accu-eenheid niet terwijl de computer in de slaapstand staat. Gegevens worden in het RAM-geheugen opgeslagen en daarom gaan de gegevens verloren als de stroomvoorziening naar de computer wordt onderbroken.
In de sluimerstand gaan gegevens verloren als u de accu verwijdert of de netadapter ontkoppelt voordat het opslagproces is voltooid. Wacht totdat het lampje voor de vaste schijf/het optische station, het lampje van het optische station en het lampje van externe apparaten uitgaan.
- Sla uw werk op.
- Schakel de computer uit. Controleer of het aan/uit-lampje uit is.
- Koppel alle kabels van de computer los.
- Zet de computer ondersteboven met de achterkant naar u toe gericht.
- Duw de vergrendelingschuif van de accu-eenheid in de ongrendelde stand.

Afbeelding 6-1 Duw de vergrendelingsschuif in de ontgrendelde stand.
- Duw de accu-ontgrendelingsschuif opzij om de accu-eenheid vrij te geven en verwijder de accu-eenheid.

Afbeelding 6-2 De accu-eenheid verwijderen
- Trek de accu-eenheid naar voren en verwijder de eenheid uit de computer.

Met het oog op het milieu dient u gebruikte accu-eenheden niet weg te gooien. Retourneer gebruikte accu-eenheden naar uw TOSHIBA-dealer.
De accu-eenheid installeren
Voer de volgende stappen uit om een accu te installeren.

De accu-eenheid bestaat uit een lithium-ion batterij. Indien de batterij onjuist wordt vervangen, gebruikt, gehanteerd of afgedankt, bestaat ontploffingsgevaar. Houd u bij het afdanken van de accu aan de plaatselijke verordeningen of voorschriften. Gebruik alleen accu's die door TOSHIBA zijn aanbevolen.
-
Zorg dat de computer is uitgeschakeld en dat alle kabels zijn ontkoppeld.
-
Plaats de accu-eenheid.

Afbeelding 6-3 De accu-eenheid installeren
-
Duw op de accu-eenheid tot deze stevig vastzit.
-
Duw de vergrendelingschuif van de accu-eenheid in de vergrendelde stand.
De computer opstarten met een wachtwoord
Als u al een wachtwoord hebt geregistreerd, kunt u de computer op drie manieren opstarten:
Haal uw vinger over de sensor als u uw vingerafdruk al hebt geregistreerd met het vingerafdrukprogramma en vingerafdrukverificatie bij het opstarten hebt ingeschakeld. Als u uw vinger niet wilt gebruiken of als de vingerafdruk om een of andere reden niet kan worden geverifieerd, drukt u op de toets ESC of klikt u op de knop Switch User (Van gebruiker veranderen) om het venster voor vingerafdrukverificatie over te slaan. U kunt maximaal vijfmaal proberen uw vingerafdruk te laten verifiëren. Als de vingerafdrukverificatie vaker dan vijfmaal mislukt, moet u het wachtwoord handmatig invoeren om de computer te starten.
■ Voer het wachtwoord handmatig in.
Voer de volgende stappen uit om de computer op te starten met het gebruikerswachtwoord:
- Schakel de computer in volgens de aanwijzingen in hoofdstuk 3, Voor u begint. Het volgende bericht verschijnt.
Voer het huidige wachtwoord in

Op dit punt werken de sneltoetsen FN + F1 tot en met F9 niet. U kunt ze pas weer gebruiken nadat u het wachtwoord hebt ingevoerd.
- Voer het wachtwoord in.
- Druk op ENTER.

Als u het wachtwoord driemaal achtereen onjuist invoert, wordt de computer afgesloten. In dat geval schakelt u de computer opnieuw in en probeert u opnieuw het wachtwoord in te voeren.
Opstartstanden
De computer heeft de volgende spaarstanden:
■ Boot: in deze opstartmodus wordt de computer afgesloten zonder gegevens op te slaan. Sla uw werk altijd op voordat u de computer uitschakelt in de opstartmodus.
■ Hibernation: in deze slaapstand worden de gegevens in het geheugen op de vaste schijf opgeslagen.
■ Sleep: in deze stand worden de gegevens bewaard in het hoofdgeheugen van de computer.

Raadpleeg tevens de paragrafen De computer inschakelen en De computer uitschakelen in hoofdstuk 3, Voor u begint.
Windows-hulpprogramma's
U kunt deze instelling opgeven in de Energiebeheer.
Sneltoetsen
U kunt de slaapstand inschakelen met de sneltoets FN + F3 en de sluimerstand met FN + F4. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord voor meer informatie.
In-/uitschakelen via LCD
U kunt de computer zo instellen dat de stroom automatisch wordt uitgeschakeld als u het LCD-scherm sluit. Als u het scherm opent, wordt de computer aangezet als deze in de slaapstand of de sluimerstand staat, maar niet in de opstartmodus.

Als de functie Uitschakelen via LCD is geactiveerd en u Windows afsluiten gebruikt, dient u het scherm niet te sluiten voordat de afsluitfunctie is voltooid.
Systeem automatisch uitschakelen
Met deze functie wordt het systeem automatisch uitgeschakeld zodra de ingestelde tijdlimiet voor systeeminactiviteit verstrijkt. Het systeem wordt afgesloten in de slaapstand of de sluimerstand van Windows.
Hoofdstuk 7
HW Setup en wachtwoorden
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de computer met behulp van het programma TOSHIBA HW Setup configureert en hoe u wachtwoorden instelt.
HW Setup
Met TOSHIBA HW Setup kunt u instellingen configureren voor Algemeen, Wachtwoord, Beeldscherm, CPU, Opstartprioriteit, Toetsenbord, USB, LAN en Verlichting.

Als het supervisorwachtwoord is ingesteld, kan de toegang tot het programma TOSHIBA HW Setup worden geblokkeerd wanneer het gebruikerswachtwoord wordt gebruikt voor aanmelding op de computer.
HW Setup starten
U start dit hulpprogramma door op de Windows-knop Start te klikken, Alle programma's aan te wijzen, te klikken op TOSHIBA en Hulpprogramma's en het pictogram HWSetup te selecteren.
Het venster HW Setup
Het venster HW Setup bestaat uit de volgende tabbladen: Algemeen, Wachtwoord, Beeldscherm, CPU, Opstartprioriteit, Toetsenbord, USB, LAN en Verlichting.
Er zijn ook drie knoppen aanwezig: OK, Annuleren en Toepassen.
OK Bevestigt uw wijzigingen en sluit het venster HW Setup.
Annuleren Sluit het venster zonder uw wijzigingen door te voeren.
Toepassen Bevestigt al uw wijzigingen zonder het venster HW Setup te sluiten.
Algemeen
Dit venster geeft de BIOS-versie weer en heeft twee knoppen: Standaard en Info.
Standaard De fabrieksinstellingen van alle HW Setup-opties herstellen.
Info Versiegegevens van HW Setup weergeven.
Instellen
Dit veld toont de BIOS-versie met de datum.
Wachtwoord
Gebruikerswachtwoord
Met deze optie kunt u het gebruikerswachtwoord voor opstarten instellen of wijzigen.
Niet geregistreerd Het wachtwoord wijzigen of verwijderen. (standaardinstelling)
Geregistreerd Het wachtwoord instellen. Er verschijnt een venster waarin u het wachtwoord kunt instellen.
U voert als volgt een gebruikerswachtwoord in:
- Selecteer Geregistreerd om de volgende melding weer te geven:
Wachtwoord:
Voer een wachtwoord van maximaal tien tekens in. De tekenreeks die u invoert, wordt weergegeven als een reeks asterisken. Als u bijvoorbeeld een wachtwoord van vier tekens invoert, ziet u het volgende:
- Klik op OK. Het volgende bericht verschijnt, waarmee u het wachtwoord kunt verifiëren.
Wachtwoord verifiëren:
- Als de twee ingevoerde tekenreeksen overeenkomen, wordt het wachtwoord geregistreerd. Klik op OK. Als u twee verschillende reeksen hebt ingevoerd, verschijnt het volgende bericht. In dat geval moet u de procedure herhalen vanaf stap 1.
Invoerfout!!!
U verwijdert een gebruikerswachtwoord als volgt:
- Selecteer Niet geregistreerd om de volgende melding weer te geven:
Wachtwoord:
- Voer het huidige wachtwoord in. De tekenreeks die u invoert, wordt weergegeven als een reeks asterisken.
- Klik op OK. Als de ingevoerde tekenreeks overeenkomt met het geregistreerde wachtwoord, wordt de wachtwoordoptie opnieuw ingesteld en ziet u het volgende bericht:
Niet geregistreerd
Als u twee verschillende reeksen hebt ingevoerd, verschijnt het volgende bericht. In dat geval moet u de procedure herhalen vanaf stap 1.
Incorrect wachtwoord

Als u het wachtwoord driemaal achtereen onjuist invoert, wordt de computer afgesloten.
In dat geval hebt u geen toegang tot de optie Wachtwoord in HW Setup. Schakel de computer uit en weer in om het opnieuw te proberen.
- Volg de zojuist beschreven procedure voor het invoeren van een wachtwoord om een nieuw gebruikerswachtwoord in te stellen.
Beeldscherm
Op dit tabblad kunt u de weergave-instellingen voor het interne LCD-scherm of een externe monitor opgeven.
Beeldscherm bij opstarten
Hiermee kunt u opgeven welk beeldscherm bij het opstarten van de computer moet worden gebruikt.
Autom. geselecteerd Selecteert een externe monitor als deze is aangesloten. Zo niet, dan wordt het interne LCD-scherm als weergave-apparaat geselecteerd (standaard).
LCD + Analoog RGB Selecteert zowel het interne LCD als de externe monitor voor gelijktijdige weergave.
CPU
Dynamische CPU-frequentiemodus
Deze optie biedt de keuze uit de volgende instellingen:
| Dynamisch schakelbaar | De schakelfunctie voor het energieverbruik en de kloksnelheid van de processor is ingeschakeld. Wanneer de computer in gebruik is, wordt de CPU-snelheid zo nodig automatisch aangepast. (standaardinstelling) |
| Altijd laag De schakelfunctie voor het energieverbruik en de kloksnelheid van de processor is uitgeschakeld. De processor werkt altijd op standaardsnelheid en met standaardenergieverbruik. |
Opstartprioriteit
Opstartprioriteitsopties
Hier kunt u de prioriteit voor het opstarten van de computer instellen.
Als er slechts één vaste schijf is, zal de opstartprioriteit waarschijnlijk als volgt zijn.

Als er twee vaste schijven aanwezig zijn, zal de opstartprioriteit waarschijnlijk als volgt zijn:

U kunt de instellingen annuleren en handmatig een opstartapparaat selecteren door tijdens het opstarten van de computer op een van de volgende toetsen te drukken:
U Selecteert het USB-diskettestation.
N Selecteert het netwerk.
1 Selecteert de primaire vaste schijf.
2 Selecteert de secundaire vaste schijf.
C Selecteert het CD-ROM-station*.
Deze procedure is niet van invloed op de instellingen.
* Bij deze computer verwijst de term CD-ROM naar het DVD Super Multi-station (+-R DL).

Het is niet mogelijk op te starten vanaf een ExpressCard.
Voer de volgende stappen uit om het opstartstation te wijzigen:
- Houd F12ingedrukt en start de computer op.
- Gebruik de pijltoets omhoog/omlaag om het gewenste opstartapparaat te markeren en druk op ENTER.

Als een supervisorwachtwoord is ingesteld, wordt het bovenstaande menu niet weergegeven wanneer u de computer met het gebruikerswachtwoord opstart.
De zojuist beschreven selectiemethode heeft geen invloed op opstartprioriteitsinstellingen in HW Setup.
Als u een andere toets dan de zojuist genoemde indrukt of als het geselecteerde apparaat niet is geïnstalleerd, wordt het systeem opgestart conform de huidige instelling in HW Setup.
Toetsenbord
Activering op toetsenbord
Als deze functie actief is en de computer zich in de slaapstand bevindt, kunt u de computer inschakelen door op een willekeurige toets te drukken. De functie is alleen van toepassing op het interne toetsenbord en werkt alleen wanneer de computer zich in de slaapstand bevindt.
Ingeschakeld Schakelt Activering op toetsenbord in.
Uitgeschakeld Activering op toetsenbord wordt uitgeschakeld. (standaardinstelling)
USB
USB Legacy-ondersteuning
Gebruik deze optie om USB Legacy-emulatie in of uit te schakelen. Zelfs als USB niet door uw besturingssysteem wordt ondersteund, kunt u een USB-muis en -toetsenbord gebruiken door de optie Emulatie USB Legacy in te schakelen.
Ingeschakeld Schakelt USB Legacy-emulatie in. (standaardinstelling)
Uitgeschakeld Schakelt USB Legacy-emulatie uit.
Functie voor USB-slaapstand en laden
In deze paragraaf worden de instellingen beschreven voor de functie 'USB-slaapstand en laden' (in BIOS Setup 'USB Sleep and Charge' genoemd). Meer informatie vindt u in de paragraaf Functie voor USB-slaapstand en laden in hoofdstuk 4.
De standaardinstelling in BIOS Setup is [Disabled] (Uitgeschakeld).
Als u de instelling wijzigt in [Enabled] (Ingeschakeld), wordt deze functie ingeschakeld.
Er zijn twee modi, Mode 1 en Mode 2, in de stand [Enabled]. Kies Mode 1 voor normaal gebruik.

Als de functie niet werkt met de instelling Mode-1, wijzigt u dit in Mode-2. Sommige externe apparaten kunnen deze functie in geen van beide modi gebruiken.
Wijzig in dat geval de instelling in [Disabled].
Ingeschakeld (Mode1) Schakelt Mode 1 van de functie Slaapstand en laden in.
Ingeschakeld (Mode2) Schakelt Mode 2 van de functie Slaapstand en laden in.
Uitgeschakeld Schakelt de functie voor slaapstand en laden uit. (standaardinstelling)
LAN
Activering op LAN
Deze functie zorgt dat de computer wordt opgestart zodra een activeringssignaal van het LAN wordt ontvangen.
Ingeschakeld Hierdoor wordt Activering op LAN ingeschakeld. (standaardinstelling)
Uitgeschakeld Hierdoor wordt Activering op LAN uitgeschakeld.

Installeer of verwijder geen optionele geheugenmodule zolang Activering op LAN is ingeschakeld.

De functie Activering op LAN werkt niet zonder de netadapter. Laat de netadapter daarom aangesloten als u deze functie gebruikt.
Intern LAN
Ingeschakeld Schakelt geintegreerde LAN-functies in. (standaardinstelling)
Uitgeschakeld Schakelt functies voor intern LAN uit.
Verlichting
Verlichting AAN/UIT
Met deze functie kunt u instellingen aanbrengen voor de verlichting van het logo op de voorrand, de touchpadverlichting en de verlichting van de functieknoppen. (Afhankelijk van het gekochte model)
AAN Aan. (standaardinstelling)
UIT Uit.
Hoofdstuk 8
Optionele apparaten
Optionele apparaten kunnen de mogelijkheden en de veelzijdigheid van de computer uitbreiden. De volgende optionele apparaten zijn beschikbaar bij uw TOSHIBA-dealer:
Kaarten/geheugen
ExpressCard
■ SD-, SDHC-, MS-, MS Pro, MMC-, xD-geheugenkaarten
■ Geheugenuitbreiding
Voedingsapparaten
■ Extra accu-eenheid (3 cellen, 6 cellen en 9 cellen)
Extra netadapter
Randapparaten
USB-diskettestation
■ Externe monitor
Televisie
HDMI
i.LINK (IEEE1394)
Overige
Beveiligingsslot
ExpressCard
Een ExpressCard installeren
De ExpressCard-sleuf bevindt zich aan de linkerkant van de computer. U kunt één ExpressCard in de sleuf installeren.
De Windows-voorziening voor directe installatie ('hot install') maakt het mogelijk om een ExpressCard te installeren terwijl de computer is ingeschakeld.

Installeer geen ExpressCard wanneer de computer in de slaapstand of sluimerstand staat. Als u dit doet, werkt de kaart wellicht niet correct.
Voer de volgende stappen uit om een ExpressCard te installeren.
- De sleuf bevat een nepkaart. Druk licht op de nepkaart om deze een stukje uit te schuiven.

Afbeelding 8-1 Druk op de nepkaart
- Trek de nepkaart uit de sleuf.

Afbeelding 8-2 De nepkaart verwijderen
- Plaats de ExpressCard.
- Druk voorzichtig totdat de kaart vastzit.
- Controleer in het HW Setup-venster of de configuratie juist is voor uw kaart.

*De vorm van de kaart hangt af van de kaart die u hebt gekocht.
Afbeelding 8-3 De ExpressCard plaatsen
Een ExpressCard verwijderen
Voer de volgende stappen uit om de Express te verwijderen.
- In Windows Vista™ klikt u op het pictogram Hardware veilig verwijderen in het systeemvak en schakelt u de ExpressCard uit.
- Druk licht op de ExpressCard om deze een stukje uit te schuiven.
- Trek de ExpressCard uit de sleuf.

Afbeelding 8-4 De ExpressCard verwijderen
Sleuf voor meerdere digitale mediakaarten
De computer is voorzien van een kaartsleuf voor meerdere digitale media waarin SD- (Secure Digital), SDHC- (Secure Digital High Capacity), MS- (Memory Stick), MS Pro- (Memory Stick Pro), MMC- (MultiMedia Card) en XD-geheugenkaarten kunnen worden geplaatst. Met deze geheugenkaarten kunt u gemakkelijk gegevens overbrengen van apparaten, zoals digitale camera's en PDA's (Personal Digital Assistants), die gebruikmaken van SD-, SDHC-, MS-, MS Pro-, MMC- of xD-geheugenkaarten.
Zie de volgende tabel voor de kaartcapaciteiten:
Kaarttype Capaciteiten
| SD 8 MB, 16 MB, 32 MB, 64 MB, 128 MB, 256 MB, 512 MB, 1 GB, 2 GB |
SDHC 4 GB, 8 GB, 16 GB
| MMC 8 MB, 16 MB, 32 MB, 64 MB, 128 MB, 256 MB, 512 MB, 1 GB, 2 GB |
MS 8 MB, 16 MB, 32 MB, 64 MB, 128 MB, 256 MB
MS Pro 256 MB, 512 MB, 1 GB, 2 GB
| xD 16 MB, 32 MB, 64 MB, 128 MB, 256 MB, 512 MB, 1 GB, 2 GB |

Het logo van een SD-geheugenkaart is

Het logo van een SDHC-geheugenkaart is

Een SD-/SDHC-/MS-/MS Pro-/MMC-/xD-kaart installeren
Voer de volgende stappen uit om een geheugenkaart te installeren.
- Plaats de geheugenkaart in de sleuf.
- Druk voorzichtig totdat de kaart vastzit.

*De vorm van de kaart hangt af van de kaart die u hebt gekocht.
Afbeelding 8-5 De geheugenkaart plaatsen

Zorg dat er geen voorwerpen in de kaartsleuf terechtkomen. Een speld of soortgelijk voorwerp kan de schakelingen van de computer beschadigen.
Zorg dat u de geheugenkaart correct plaatst.
De Memory Stick Duo/PRO Duo en de Memory Stick-adapter zijn niet compatibel met de kaartsleuf voor meerdere digitale media. Plaats geen Memory Stick Duo/PRO Duo in de sleuf. Gegevens gaan mogelijk verloren of raken beschadigd als u kaarten gebruikt die niet worden ondersteund.
U kunt niet twee kaarttypen tegelijk gebruiken. Plaats slechts één kaart wanneer u de kaartsleuf voor meerdere digitale media gebruikt.
- Formatteer geheugenkaarten niet met Windows aangezien deze kaarten mogelijk niet goed werken bij sommige randapparaten.
De kaart kan slechts op één manier worden geplaatst. Gebruik geen overmatige kracht om de kaart in de sleuf te duwen.
Raadpleeg de handleiding bij de geheugenkaarten voor nadere informatie.

Als Windows de SD-/SDHC-/MS-/MS Pro-/MMC-/xD-kaart niet kan lezen, dient u de kaart te verwijderen en opnieuw te plaatsen.
Een SD-/SDHC-/MS-/MS Pro-/MMC-/xD-kaart verwijderen
Voer de volgende stappen uit om de geheugenkaart te verwijderen.
- In Windows Vista™ opent u het pictogram Hardware veilig verwijderen in het systeemvak en schakelt u de geïnstalleerde geheugenkaart uit.
- Druk zachtjes op de geheugenkaart in de sleuf om deze uit te werpen.
- De kaart komt een stukje naar buiten, zodat u deze kunt verwijderen.

Afbeelding 8-6 De geïnstalleerde geheugenkaart verwijderen

Zorg dat het lampje van de kaartsleuf voor meerdere digitale media uit is voordat u de kaart verwijdert of de computer uitschakelt. Wanneer u de kaart verwijdert of de computer uitschakelt terwijl de computer de kaart gebruikt, bestaat het gevaar dat gegevens op de kaart verloren gaan of beschadigd raken.
Verwijder de geïnstalleerde geheugenkaart niet uit de sleuf terwijl de computer in de slaapstand of sluimerstand staat. Als u dit doet, bestaat het risico dat de pc instabiel raakt of de gegevens op de geheugenkaart verloren gaan.
Zet de computer niet uit of in de slaap- of sluimerstand terwijl gegevens worden overgezet. Hierdoor kan de pc instabiel raken of kunnen gegevens verloren gaan.
Geheugenuitbreiding
U kunt het RAM van de computer uitbreiden door extra geheugen in de geheugenmodule te installeren.
Een geheugenmodule installeren
Voer de volgende stappen uit om een geheugenmodule te installeren:
- Schakel de computer uit in de opstartmodus. Raadpleeg de paragraaf De computer uitschakelen in hoofdstuk 3.

Bij langdurig computergebruik worden de geheugenmodules heet. Laat de geheugenmodules in dat geval afkoelen tot kamertemperatuur alvorens de modules te vervangen.
■ Probeer niet om een geheugenmodule te installeren terwijl de computer is ingeschakeld of wanneer deze in de slaapstand of de sluimerstand staat. Hierdoor kunt u de computer en de geheugenmodule beschadigen.
- Koppel alle kabels van de computer los.
- Zet de computer ondersteboven en verwijder de accu-eenheid (zie hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden.)
- Verwijder de schroef waarmee het afdekplaatje van de geheugenmodules is bevestigd.
- Verwijder het plaatje.

- Gebruik een kruiskopschroevendraaier nummer 0.
Plaats twee geheugenmodeles met dezelfde specificaties en capaciteit in sleuf A en sleuf B. De computer werkt nu in de tweekanaalsmodus. U hebt efficiënt toegang tot de geplaatste geheugenmodules in de tweekanaalsmodus.
■ Sleuf A is bestemd voor het hoofdgeheugen, sleuf B voor een geheugenuitbreiding. Als er slechts één geheugenmodule is geïnstalleerd, gebruikt u sleuf A. Sleuf A bevindt zich lager dan sleuf B.

Afbeelding 8-7 Het afdekplaatje verwijderen
- Steek de geheugenmodule in de connector op de computer. Duw stevig en voorzichtig tot de module goed vastzit.
- Duw de module omlaag tot deze plat ligt en de twee klemmetjes vastzitten.

Raak de connectoren op de geheugenmodule en op de computer niet aan. Vuil op de connectoren kan problemen met de toegang tot het geheugen veroorzaken.

Afbeelding 8-8 De geheugenmodule plaatsen

Afbeelding 8-9 De geheugenmodule omlaagduwen
- Plaats het afdekplaatje terug en bevestig het met één schroef.
- Wanneer u de computer inschakelt, wordt de totale geheugencapaciteit automatisch herkend. Controleer met behulp van het programma HW Setup of het toegevoegde geheugen wordt herkend. Als het geheugen niet wordt herkend, controleer dan de aansluiting van de module.
Een geheugenmodule verwijderen
Als u de geheugenmodule wilt verwijderen, zorgt u dat de computer in de opstartmodus is en voert u de volgende stappen uit:
- Schakel de computer uit en verwijder alle kabels die op de computer zijn aangesloten.

Bij langdurig computergebruik worden de geheugenmodules heet. Laat de geheugenmodules in dat geval afkoelen tot kamertemperatuur alvorens de modules te vervangen.
■ Probeer niet om een geheugenmodule te verwijderen terwijl de computer is ingeschakeld of wanneer deze in de slaapstand of sluimerstand staat. Hierdoor kunt u de computer en de geheugenmodule beschadigen.
- Zet de computer ondersteboven en verwijder de accu-eenheid (zie hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden.)
- Verwijder de schroef waarmee het afdekplaatje van de geheugenmodules is bevestigd.
- Verwijder het plaatje.
- Gebruik een dun voorwerp zoals een pen om de twee klemmetjes aan weerszijden van de geheugenmodule naar buiten te duwen. De geheugenmodule komt omhoog.
- Pak de geheugenmodule aan weerszijden vast en trek de module eruit.

Raak de connectoren op de geheugenmodule en op de computer niet aan. Vuil op de connectoren kan problemen met de toegang tot het geheugen veroorzaken.

Afbeelding 8-10 De geheugenmodule verwijderen
- Plaats het afdekplaatje terug en bevestig het met één schroef.
Extra accu-eenheid (3 cellen, 6 cellen en 9 cellen)
U kunt de draagbaarheid van de computer verbeteren met extra accu-eenheden (3 cellen: PA3533U-1BRS/PA3533U-1BAS, 6 cellen: PA3534U-1BRS/PA3534U-1BAS, 9 cellen: PA3535U-1BRS/PA3535U-1BAS). Als er geen stopcontact in de buurt is, kunt u een lege accu vervangen door een volle. Zie hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden.
Extra netadapter
Als u de computer vaak tussen verschillende locaties verplaatst, zoals thuis en kantoor, zou u voor elke locatie een netadapter (PA3468U-1ACA, PA3468E-1AC3, PA3516U-1ACA, PA3516E-1AC3, PA3290U-3ACA, PA3290E-3AC3) kunnen aanschaffen, zodat u minder gewicht hoeft mee te nemen.
USB-diskettestation
Op de USB-poort kan een 3,5-inch externe diskettestationsmodule worden aangesloten.
Externe monitor
Op de computerpoort voor de externe monitor kan een externe analoge monitor worden aangesloten. De computer ondersteunt VGA- en Super VGA-videomodi. Voer de volgende stappen uit om een monitor aan te sluiten.

Als een externe monitor aan de computer is gekoppeld, dient u geen Port Replicator aan te sluiten. Ontkoppel eerst de externe monitor van de computer, sluit vervolgens de Port Replicator aan en gebruik de externe-monitorpoort op de Port Replicator.

De sluimerstand en de slaapstand kunnen worden gebruikt met een externe monitor. Schakel eenvoudig sluimerstand en slaapstand in en de computer bewaart de gegevens zoals deze op de externe monitor worden weergegeven.
- Sluit de monitor aan op de poort voor de externe monitor.
- Schakel de monitor in.
Wanneer u de computer aanzet, wordt de monitor automatisch herkend en wordt vastgesteld of het een kleuren- of monochrome monitor betreft.
In het programma HW Setup hebt u voor het beeldscherm de keuze uit de opties Autom. geselecteerd en LCD+analoge RGB. Zie hoofdstuk 7, HW Setup en wachtwoorden.
Als u de optie LCD+analoge RGB selecteert in de opties voor Beeldscherm in HW Setup, worden zowel de externe monitor als het interne LCD-scherm geactiveerd zodra u de computer inschakelt. Als u Autom. geselecteerd hebt gekozen, dan is alleen de externe monitor actief.
Als u de beeldscherminstellingen wilt wijzigen, drukt u op FN + F5. Indien u de monitor loskoppelt alvorens de computer uit te schakelen, dient u op FN + F5 te drukken om over te schakelen naar het interne beeldscherm.
Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie over het wijzigen van de beeldscherminstelling met behulp van sneltoetsen.

Als u LCD+analoge RGB instelt voor het beeldscherm van de computer, moet u zorgen dat de resolutie van het computerscherm identiek is aan die van de externe monitor of het andere apparaat (bijvoorbeeld een projector).
Televisie
Op de video-uit-poort van de computer kunt u een televisie aansluiten. Voer de volgende stappen uit om een televisie aan te sluiten.
-
Schakel de computer uit.
-
Gebruik een videokabel (niet bijgeleverd) om de televisie aan de video-out-poort te koppelen.

Afbeelding 8-11 Een televisie aansluiten
-
Zet de televisie aan.
-
Schakel de computer in.
HDMI
Sommige modellen zijn voorzien van een HDMI-uitgang die video-, audio- en besturingssignalen kan verzenden/ontvangen als er een extern weergave-/audio-apparaat op is aangesloten. De signaalindelingenp 1080p, 720p, 576p en 480p worden ondersteund, maar de daadwerkelijke beschikbare signaalindeling hangt af van het HDMI-apparaat. Voer de volgende stappen uit om een extern apparaat aan te sluiten:

Aangezien de poortwerking niet van alle HDMI-monitoren (High-Definition Multimedia Interface) is gecontroleerd, werken sommige HDMI-monitoren mogelijk niet correct.
- Sluit het ene uiteinde van de HDMI-kabel aan op de HDMI-poort van het HDMI-apparaat.

Afbeelding 8-12 Een HDMI-kabel aansluiten
- Sluit het andere uiteinde van de HDMI-kabel aan op de HDMI-uit-poort van de computer.
Instelling voor beeldweergave op HDMI
Als u beelden op een HDMI-apparaat wilt weergeven, dient u de volgende instellingen te configureren. Als u dit niet doet, wordt er mogelijk niets weergegeven.

- Gebruik vóór u met afspelen begint de sneltoets FN + F5 om het weergaveapparaat te selecteren. Kies tijdens het afspelen geen ander weergaveapparaat.
Kies geen ander weergaveapparaat in de volgende situaties:
■ Terwijl er gegevens worden gelezen of weggeschreven.
■ Terwijl er communicatie plaatsvindt. - Terwijl er gegevens worden gelezen of weggeschreven.
- Terwijl er communicatie plaatsvindt.
Instellingen voor audio op HDMI
Voer de volgende stappen uit als u het audio-apparaat wilt instellen voor HDMI.
- Klik op Start.
- Klik op Configuratiescherm.
- Klik op Hardware en geluid.
- Klik op Realtek HD Audio Manager.
- Klik op Digital Output Device (HDMI) (Digitaal uitvoerapparaat).
-
Klik op de knop Set Default Device (Standaardapparaat instellen).
Voer de volgende stappen uit als u de interne luidspreker als audio-apparaat wilt gebruiken. -
Klik op Start.
- Klik op Configuratiescherm.
- Klik op Hardware en geluid.
- Klik op Realtek HD Audio Manager.
-
Klik op Speakers (Luidsprekers).
-
Klik op de knop Set Default Device (Standaardapparaat instellen).
i.LINK (IEEE1394)
i.LINK (IEEE 1394) ondersteunt snelle gegevensoverdracht voor een scala van compatibele apparaten zoals:
- Digitale videocamera's
- Vaste schijven
- MO-stations
- CD-RW-stations

i.LINK gebruikt een 4-pins connector, die geen elektrische stroom geleidt. Externe apparaten moeten apart van stroom worden voorzien.
Voorzorgsmaatregelen
Maak een back-up van uw gegevens voordat u deze naar de computer overbrengt. Het gevaar bestaat dat de originele gegevens beschadigd raken. Bij digitale video-overdracht kan het met name gebeuren dat bepaalde frames worden verwijderd. TOSHIBA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor dergelijk gegevensverlies.
- Verricht geen gegevensoverdracht op plaatsen waar gemakkelijk statische elektriciteit wordt gegenereerd of op plaatsen die onderhevig zijn aan elektronische ruis. Hierdoor kunnen gegevens verloren gaan.
Als u gegevens overdraagt via een IEEE 1394-hub, zorg dan dat er tijdens de gegevensoverdracht geen andere apparaten aan de hub worden gekoppeld of ervan worden ontkoppeld. Hierdoor zullen gegevens waarschijnlijk beschadigd raken. Sluit alle apparaten op de hub aan voordat u de computer inschakelt.
■ U mag auteursrechtelijk beschermde video- of muziekopnamen alleen kopiëren voor privé-gebruik.
Als u een iLINK-apparaat aansluit op/loskoppelt van een ander iLINK-apparaat dat gegevens met de computer uitwisselt, kunnen er gegevens verloren gaan.
■ Controleer of de gegevensoverdracht is voltooid of schakel de computer uit voordat u:
■ een iLINK-apparaat aansluit op/loskoppelt van de computer;
■ Een iLINK-apparaat aansluit op/loskoppelt van een ander iLINK-apparaat dat op de computer is aangesloten.
Bezig met verbinden
- Zorg dat de connectoren goed ineengrijpen en koppel de i.LINK- (IEEE 1394-)kabel aan de computer.
- Koppel het andere uiteinde van de kabel aan het apparaat.
Neem bij het gebruik van i.LINK de volgende punten in acht:
U zult wellicht stuurprogramma's voor uw i.LINK-apparaten moeten installeren.
Niet alle i.LINK-apparaten zijn getest. De compatibiliteit met alle i.LINK-apparaten kan daarom niet worden gegarandeerd.
- Gebruik een S100-, S200- of S400-kabel van maximaal drie meter.
■ De slaapstand en de functies voor automatisch uitschakelen worden mogelijk niet door alle apparaten ondersteund.
Koppel of ontkoppel een i.LINK-apparaat niet terwijl het een toepassing gebruikt of wanneer het door de computer wordt uitgezet om energie te besparen. Hierdoor kunnen gegevens verloren gaan.
■ Wanneer meerdere IEEE1394-apparaten op een PC zijn aangesloten, worden de apparaten mogelijk niet correct geïdentificeerd. Dit probleem kan optreden wanneer Windows Vista™ opnieuw wordt gestart terwijl de apparaten aangesloten zijn of wanneer de IEEE1394-apparaten worden ingeschakeld voordat de PC is aangezet. Als dit probleem zich voordoet, ontkoppelt u de IEEE1394-kabels en sluit u deze opnieuw aan.
Ontkoppelen
- Klik op het pictogram Hardware veilig verwijderen op de taakbalk.
- Wijs i.LINK-apparaat (IEEE1394) aan en klik.
- Ontkoppel de kabel van de computer en vervolgens van het i.LINK-apparaat.

Raadpleeg tevens de documentatie die bij uw i.LINK-apparaat is geleverd.
Beveiligingsslot
Met het beveiligingsslot kunt u de computer aan een bureau of ander groot voorwerp verankeren om te voorkomen dat de computer door onbevoegden wordt verwijderd.
Aan de rechterkant van de computer bevindt zich een sleuf voor het beveiligingsslot. Bevestig één uiteinde van een kabel aan het bureau en het andere uiteinde aan de sleuf voor het beveiligingsslot.

Afbeelding 8-13 Beveiligingsslot
Hoofdstuk 9
Problemen oplossen
TOSHIBA-computers hebben een duurzaam ontwerp. Mochten er echter problemen optreden, dan kunt u aan de hand van de procedures in dit hoofdstuk bepalen wat er aan de hand is.
Alle gebruikers dienen dit hoofdstuk te lezen. Als u weet wat er fout kan gaan, kunt u bepaalde problemen wellicht vermijden.
Handelwijze bij probleemoplossing
Het oplossen van problemen zal u veel gemakkelijker afgaan als u de volgende richtlijnen in acht neemt:
- Stop meteen als zich een probleem voordoet, omdat doorgaan kan leiden tot gegevensverlies of schade. Misschien vernietigt u informatie die waardevolle aanwijzingen voor het oplossen van het probleem kan verschaffen.
■ Let op wat er gebeurt. Noteer wat het systeem doet en welke handelingen u verrichtte vlak vóór het probleem zich voordeed. Als er een printer is aangesloten, maakt u met de toets PRTSC (Print Screen) een afdruk van het scherm.
De vragen en procedures in dit hoofdstuk zijn bedoeld als leidraad, niet als onfeilbare probleemoplossingstechnieken. Veel problemen kunnen op eenvoudige wijze worden opgelost, maar in bepaalde gevallen zult u uw leverancier moeten inschakelen. Als u uw leverancier of anderen wilt raadplegen, dient u het probleem zo gedetailleerd mogelijk te beschrijven.
Algemene controlepunten
Overweeg eerst de eenvoudigste oplossing. De punten in deze lijst zijn eenvoudig te controleren maar kunnen ten grondslag liggen aan schijnbaar ernstige problemen.
■ Zet alle randapparatuur aan alvorens u de computer aanzet. Hiertoe behoren ook de printer en alle externe apparatuur waarvan u gebruik maakt.
Schakel de computer uit voordat u een extern apparaat aansluit. Het nieuwe apparaat wordt automatisch herkend wanneer u de computer weer inschakelt.
■ Zorg dat alle opties correct zijn ingesteld in het Setup-programma.
■ Controleer alle kabels. Zijn ze correct en stevig aangesloten? Losse kabels kunnen signaalfouten veroorzaken.
■ Controleer alle verbindingskabels op losse draden en alle connectoren op losse pinnen.
■ Controleer of de diskette correct in het station is geplaatst en of het schrijfbeveiligingsschuifje van de diskette in de juiste stand is gezet.
Maak notities van uw waarnemingen in een permanent foutenlogboek. Hierdoor kunt u gemakkelijker aan uw leverancier uitleggen wat de problemen zijn. Als een probleem zich nogmaals voordoet, kunt u het probleem aan de hand van dit logboek sneller identificeren.
Het probleem analyseren
Soms geeft het systeem aanwijzingen aan de hand waarvan u kunt bepalen wat er aan de hand is. Stel uzelf bij het oplossen van problemen de volgende vragen:
Welk deel van het systeem werkt niet naar behoren: toetsenbord, diskettesstations, vaste schijf, printer, beeldscherm? De symptomen die u waarneemt, geven aan om welk apparaat het gaat.
Is het besturingssysteem correct geconfigureerd? Controleer de configuratie-opties.
■ Wat is er op het beeldscherm te zien? Zijn er berichten, of tekens in willekeurige volgorde? Maak een afdruk van het scherm als er een printer is aangesloten. Zoek de berichten op in de documentatie bij de software en het besturingssysteem. Controleer of alle kabels correct zijn aangesloten en goed vastzitten. Losse kabels kunnen foutieve of onderbroken signalen veroorzaken.
Branden er indicatielampjes? Welke? Welke kleur hebben ze? Branden ze ononderbroken of knipperen ze? Noteer wat u ziet.
Registreer uw waarnemingen, zodat u ze aan uw leverancier kunt beschrijven.
Software De problemen worden wellicht door uw software of diskette veroorzaakt. Als u een softwarepakket niet kunt laden, is het medium (meestal een diskette) of het programma misschien beschadigd. Probeer een andere kopie van de software te laden. Als tijdens het gebruik van een softwarepakket een foutbericht verschijnt, raadpleegt u de softwaresdocumentatie. Deze documentatie bevat meestal een gedeelte over probleemoplossing of een samenvatting van foutberichten. Vervolgens leest u de documentatie bij het besturingssysteem op foutberichten na.
Hardware Als u geen softwareprobleem kunt vinden, controleert u de hardware. Werk eerst de eerder genoemde controlelijst af. Kunt u het probleem nog steeds niet kunt verhelpen, dan probeert u de bron van het probleem vast te stellen. Het volgende gedeelte bevat controlelijsten voor afzonderlijke onderdelen en randapparaten.
Controlelijst voor hardware en systeem
In dit gedeelte wordt ingegaan op problemen die worden veroorzaakt door de computerhardware of de aangesloten randapparaten. In de volgende gebieden kunnen zich elementaire problemen voordoen:
■ Opstartprocedure van het systeem
Zelftest
Stroom
Wachtwoord
Toetsenbord
LCD-scherm
Vaste schijf
■ DVD Super Multi-station (+-R DL)
Diskettestation
Infraroodontvangstvenster
Aanwijsapparaat
■ sensor voor vingerafdrukken
ExpressCard
■ SD-/SDHC-/MS-/MS Pro-/MMC-/xD-kaart
■ Externe monitor
Geluidssysteem
Tv-uitvoersignaal
USB
■ Functie voor USB-slaapstand en laden
Modem
■ Slaapstand/sluimerstand
LAN
Draadloos LAN
Bluetooth
■ i.LINK (IEEE1394)-apparaat
Opstartprocedure van het systeem
Als de computer niet correct wordt opgestart, controleert u het volgende:
Zelftest
■ voedingsbronnen
■ wachtwoord voor opstarten
Zelftest
Wanneer de computer wordt opgestart, wordt de zelftest automatisch uitgevoerd en verschijnt het volgende bericht op het scherm:
TOSHIBA Toonaangevend in innovatie>>>
Dit bericht blijft enkele seconden zichtbaar.
Als de zelftest is geslaagd, probeert de computer het besturingssysteem te laden. Afhankelijk van de instelling voor opstartprioriteit in het programma Hardware Setup probeert de computer het besturingssysteem eerst vanaf station A en dan vanaf station C te laden, of eerst vanaf station C en dan vanaf station A.
Als een van de volgende situaties optreedt, is de zelftest mislukt:
■ De computer stopt en toont geen informatie of berichten.
Er verschijnen willekeurige tekens op het scherm en het systeem functioneert niet normaal.
■ Er verschijnt een foutbericht op het scherm.
Schakel de computer uit en controleer alle kabelaansluitingen. Als de test hierna weer mislukt, neemt u contact op met de leverancier.
Aan/uit
Als de computer niet op de netadapter is aangesloten, is de accu-eenheid de voornaamste voedingsbron. De computer heeft echter een aantal andere voedingsbronnen, zoals de intelligente stroomvoorziening en de RTC-batterij. Deze bronnen staan met elkaar in verband en kunnen elk ten grondslag liggen aan schijnbare stroomvoorzieningsproblemen. Deze paragraaf bevat controlelijsten voor de netadapter en de hoofdaccu. Als u een probleem niet kunt oplossen aan de hand van deze lijsten, ligt de oorzaak misschien bij een andere voedingsbron. Neem in dat geval contact op met uw leverancier.
Uitschakelen bij oververhitting
Als de interne temperatuur van de computer te hoog oploopt, wordt de computer automatisch afgesloten.
Netvoeding
Als zich bij het inschakelen van de computer problemen voordoen terwijl de netadapter is aangesloten, controleert u het DC IN-lampje. Raadpleeg hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden voor meer informatie.
Probleem Procedure
De netadapter voorziet de computer niet van stroom (DC IN-lampje brandt niet wit/groen).
Controleer de aansluitingen. Zorg dat het snoer stevig is verbonden met de computer en een stopcontact.
Controleer de toestand van het snoer en de aansluitpunten. Is het snoer versleten of beschadigd, dan vervangt u het. Als de aansluitpunten vuil zijn, veegt u deze af met een schone, droge doek.
Als de netadapter de computer nog steeds niet van stroom voorziet, neemt u contact op met uw dealer.
Accu
Als u een probleem met de accu vermoedt, controleert u het DC IN-lampje en het acculampje. Raadpleeg hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden voor informatie over de lampjes en de werking van de accu.
Probleem Procedure
| Accu voorziet de computer niet van stroom | De accu is misschien leeg. Sluit de adapter aan om de accu op te laden. |
| Accu wordt niet opgeladen wanneer de netadapter is aangesloten (acculampje brandt niet oranje). | Als de accu volledig ontladen is, begint het oplaadproces niet meteen. Wacht enkele minuten. Wordt de accu nog steeds niet opgeladen, controleer dan of het stopcontact stroom levert. Sluit een ander apparaat op het stopcontact aan en kijk of het werkt. Als dit niet het geval is, probeert u een ander stopcontact |
| Controleer of de accu heet of koud aanvoelt: een te hete of te koude accu wordt niet correct opgeladen. Laat de accu op kamertemperatuur komen. | |
| Verwijder de netadapter en de accu om te controleren of de accupolen schoon zijn. Veeg de polen zo nodig af met een schone, droge doek die is bevochtigd met alcohol. Sluit de netadapter aan en plaats de accu terug. Zorg dat de accu goed vastzit. | |
| Controleer het acculampje. Als dit niet brandt, laat u de accu minimaal 20 minuten opladen via de computer. Indien het acculampje hierna brandt, laat u de accu nog minstens 20 minuten opladen alvorens de computer in te schakelen. Als het lampje nog steeds niet brandt, is de accu misschien versleten. Vervang de accu. Als de accu volgens u nog niet aan vervanging toe is, raadpleegt u de leverancier. | |
| Accu levert minder lang stroom dan verwacht | Als u een gedeeltelijk opgeladen accu herhaalde malen oplaadt, wordt de accu mogelijk niet optimaal opgeladen. Ontlaad de accu volledig en probeer deze vervolgens op te laden. |
| Controleer de instellingen voor stroomverbruik in Energiebeheer. Misschien is het een goed idee om een energiebesparingsmodus te gebruiken. |
Wachtwoord
Probleem Procedure
U kunt geen Raadpleeg de paragraaf Wachtwoord in wachtwoord invoeren hoofdstuk 7, HW Setup en wachtwoorden.
Toetsenbord
Toetsenbordproblemen kunnen worden veroorzaakt door de computerconfiguratie. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, en hoofdstuk 7, HW Setup en wachtwoorden voor meer informatie.
Probleem Procedure
| Sommige lettertoetsen produceren cijfers | Controleer of de geïntegreerde numerieke toetsen zijn geselecteerd. Druk op FN + F10 en typ de letters opnieuw. |
| De tekens worden niet correct weergegeven op het scherm. | Controleer of de software opnieuw wordt ingedeeld door het toetsenbord. Dat wil zeggen dat de betekenis van de toetsen door de software opnieuw wordt toegewezen. Raadpleeg de documentatie van de software.Als u het toetsenbord nog steeds niet kunt gebruiken, raadpleegt u uw leverancier |
LCD-scherm
LCD-problemen kunnen te maken hebben met de computerconfiguratie. Raadpleeg hoofdstuk 7, HW Setup en wachtwoorden, voor meer informatie.
Probleem Procedure
| Het scherm blijft leeg. | Druk op de sneltoets FN + F5 om de beeldschermprioriteit te wijzigen, zodat deze niet op een externe monitor is ingesteld. |
| Er zitten vlekken op het LCD-scherm. | Deze vlekken kunnen zijn veroorzaakt door contact met het toetsenbord of touchpad. Veeg met een schone, droge doek voorzichtig over de LCD. Als de vlekken niet verdwijnen, kunt u een LCD-reinigingsmiddel gebruiken. Sluit het LCD-scherm pas wanneer dit volledig droog is. |
Probleem Procedure
De zojuist genoemde problemen houden aan of er treden andere problemen op.
Raadpleeg de documentatie bij de software om te bepalen of het probleem wordt veroorzaakt door de software.
Neem contact op met uw leverancier als de problemen aanhouden.
Vaste schijf
| Probleem Procedure | |
| Computer wordt niet opgestart vanaf de vaste schijf. | Controleer of het diskettestation een diskette bevat of dat het optische station een CD/DVD bevat. Verwijder de diskette en/of de CD/DVD en controleer de opstartprioriteit. Raadpleeg de paragraafOpstartprioriteitin hoofdstuk 7. |
| Er is mogelijk een probleem met uw besturingssysteembestanden. Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem. | |
| Computer werkt traag. | Uw bestanden zijn misschien gefragmenteerd. Voer Schijfcontrole en Defragmentatie uit om de toestand van uw bestanden en schijf te controleren. Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem of de online Help voor informatie over het uitvoeren van deze programma's. |
| Als niets helpt, formatteert u de vaste schijf opnieuw. Vervolgens laadt u het besturingssysteem en andere bestanden opnieuw.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. | |
Raadpleeg hoofdstuk 4, Basisbeginselen voor meer informatie.
Probleem Procedure
| U kunt geen toegang krijgen tot een CD/DVD in het station. | Controleer of de stationslade goed dicht zit. Duw zachtjes totdat de lade vastklikt. |
| Open de lade en controleer of de CD/DVD goed ligt: plat op het ladeoppervlak met het opschrift omhoog. | |
| Een voorwerp in de lade kan verhinderen dat de CD of DVD wordt gelezen. Zorg dat de laser niet wordt geblokkeerd. Verwijder eventuele voorwerpen. | |
| Controleer of de DVD vuil is. Veeg de schijf zo nodig af met een schone doek die is bevochtigd met water of een neutraal schoonmaakmiddel. Raadpleeg de paragraaf Behandeling van schijven in hoofdstuk 4 voor meer informatie over reiniging. | |
| Sommige CD’s/DVD’s worden correct uitgevoerd, maar andere niet. | Het probleem kan worden veroorzaakt door de software- of hardwareconfiguratie. Controleer of de hardwareconfiguratie juist is voor de software. Raadpleeg de documentatie bij de CD/DVD. |
| Controleer welk type CD/DVD u gebruikt. Raadpleeg hoofdstuk 1, Inleiding, voor meer informatie. | |
| Controleer de regiocode op de DVD. Deze moet overeenkomen met de regiocode op het station. Regiocodes worden vermeld in de paragraaf Optisch schijfstation in hoofdstuk 2, Rondleiding. |
Probleem Procedure
Kan niet goed schrijven. Indien er problemen zijn met schrijven, controleert u of u de volgende voorschriften in acht hebt genomen:
- Gebruik alleen schijven die door TOSHIBA zijn aanbevolen.
- Gebruik het aanwijsapparaat of toetsenbord niet tijdens het schrijven.
■ Gebruik alleen de software die bij de computer is geleverd voor het opnemen van gegevens.
■ Gebruik of start geen andere software tijdens het schrijven.
■ Stoot niet tegen de computer tijdens het schrijven.
Koppel of ontkoppel geen externe apparaten en installeer/verwijder geen interne kaarten tijdens het schrijven.
Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier.
Diskettestation
Probleem Procedure
Station werkt niet. Misschien is de kabel tussen de computer en het station niet goed bevestigd. Controleer of deze kabel correct is aangesloten.
Sommige programma's worden correct uitgevoerd, maar andere niet. Het probleem kan worden veroorzaakt door de software- of hardwareconfiguratie. Controleer of de hardwareconfiguratie juist is voor de software.
U kunt niet lezen van of schrijven naar het 3,5-inch diskettestation. Probeer een andere diskette. Als u toegang hebt tot deze diskette, is er iets aan de hand met de oorspronkelijke diskette (niet met het diskettestation).
Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier.
Infraroodontvangstvenster
Raadpleeg tevens de documentatie bij uw IrDA-compatibele apparaat en de bijbehorende software.
Probleem Procedure
| Infraroodapparaten werken niet zoals verwacht. | Ga na of het apparaat op een stopcontact is aangesloten. Controleer of het stopcontact stroom levert door er een ander apparaat op aan te sluiten. |
| Zorg dat er geen obstakels zijn die de communicatie tussen de computer en het doelapparaat blokkeren.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Aanwijsapparaat
Als u een USB-muis gebruikt, raadpleeg dan tevens de paragraaf USB in dit hoofdstuk, en de documentatie bij de muis.
Touchpad
| Probleem Procedure | |
| Schermaanwijzer reageert niet wanneer het touchpad wordt gebruikt. | Misschien is het systeem bezet. Als de aanwijzer de vorm van een zandloper heeft, wacht u tot de aanwijzer weer de normale vorm heeft en probeert u het opnieuw. |
| Dubbel aantikken werkt niet | Wijzig de dubbelkliksnelheid in het hulpprogramma voor muisbesturing. Klik op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluid -> Muis om het hulpprogramma te openen. |
| Schermaanwijzer wordt te snel of te traag verplaatst. | Wijzig de snelheid van de aanwijzer in het hulpprogramma voor muisbesturing. Klik op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluid -> Muis om het hulpprogramma te openen. |
Probleem Procedure
Het touchpad reageert te sterk of slecht
Wijzig de gevoeligheid van het touchpad.
- Open het Configuratiescherm.
- Klik op het pictogram Printers en vervolgens op het pictogram Andere hardware.
- Klik op het pictogram Muis.
- Klik op de tab Apparaatinstelling.
- Klik op de knop Instelling.
- Het eigenschappenvenster van het Synaptics-touchpad op de PS/2-poort wordt geopend. Dubbelklik op Sensitivity (Gevoeligheid) in het selectiegedeelte aan de linkerkant van het scherm.
- PalmCheck en Touch Sensitivity worden weergegeven. Klik op Touch Sensitivity.
- Sleep de schuifknop van Touch Sensitivity naar de gewenste positie. Klik op OK.
- Klik op OK op het tabblad Apparaatinstelling. Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier.
USB-muis
Deze paragraaf is alleen van toepassing op Windows Vista™.
Probleem Procedure
Schermaanwijzer reageert niet wanneer de muis wordt gebruikt.
Misschien is het systeem bezet. Als de aanwijzer de vorm van een zandloper heeft, wacht u tot de aanwijzer weer de normale vorm heeft en probeert u het opnieuw.
Controleer of de muis correct op de USB-poort is aangesloten.
Dubbelklikken werkt niet.
Wijzig de dubbelkliksnelheid in het hulpprogramma voor muisbesturing. Klik op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluid -> Muis om het hulpprogramma te openen.
Probleem Procedure
| Schermaanwijzer wordt te snel of te traag verplaatst. | Wijzig de dubbelkliksnelheid in het hulpprogramma voor muisbesturing. Klik op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluid -> Muis om het hulpprogramma te openen. |
| U kunt de muisaanwijzer niet normaal verplaatsen. | Misschien is de muis vuil. Raadpleeg de documentatie bij de muis voor informatie over schoonmaken.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
sensor voor vingerafdrukken
| Probleem Procedure | |
| De vingerafdruk wordt niet correct gelezen | Probeer het opnieuw op de juiste manier. Raadpleeg De sensor voor vingerafdrukken gebruiken in hoofdstuk 4, Basisbeginselen. Voer het herkenningsproces opnieuw uit met een andere opgeslagen vinger. |
| De vingerafdruk kan niet worden gelezen vanwege verwondingen aan de vinger | Voer het herkenningsproces opnieuw uit met een andere opgeslagen vinger.Als de vingerafdruk van geen enkele opgeslagen vinger kan worden gelezen, meldt u zich ditmaal aan door het wachtwoord in te voeren via het toetsenbord.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
| De vingerafdrukfunctie of de functie voor enkelvoudige aanmelding kan niet worden ingeschakeld | Gebruik TOSHIBA HW Setup om het gebruikerswachtwoord te registreren als dit nog niet is geregistreerd. |
| De vingerafdrukfunctie werkt niet | Controleer of u uw vingerafdruk hebt geregistreerd in het Windows-account.Stel het gebruikerswachtwoord in via TOSHIBA HW Setup en start het systeem opnieuw op.Zorg dat het vakje 'Enable Pre-OS Fingerprint Authentication' in TrueSuite Access Manager een vinkje bevat. |
ExpressCard
Raadpleeg ook hoofdstuk 8, Optionele apparaten.
Probleem Procedure
ExpressCard-fout Plaats de ExpressCard opnieuw om te zorgen dat deze stevig vastzit.
Controleer of er een stevige verbinding is tussen het externe apparaat en de kaart.
Raadpleeg de documentatie bij de kaart.
Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier.
SD-/SDHC-/MS-/MS Pro-/MMC-/xD-kaart
Raadpleeg ook hoofdstuk 8, Optionele apparaten.
Probleem Procedure
| Fout met geheugenkaart | Plaats de geheugenkaart opnieuw om te zorgen dat deze stevig vastzit. |
| Raadpleeg de documentatie bij de kaart. | |
| U kunt niet schrijven naar de geheugenkaart. | Controleer of de kaart beveiligd is tegen schrijven. |
| U kunt een bestand niet lezen. | Controleer of de geheugenkaart die in de sleuf is ingebracht, het gewenste bestand bevat.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Externe monitor
Raadpleeg ook hoofdstuk 8, Optionele apparaten, en de documentatie bij uw monitor.
Probleem Procedure
| Monitor kan niet worden ingeschakeld | Controleer of de aan/uit-schakelaar van de externe monitor op aan staat. Controleer of het netsnoer van de externe monitor op een werkend stopcontact is aangesloten. |
| Het scherm blijft leeg. | Pas het contrast en de helderheid op de externe monitor aan. |
| Druk op de sneltoets FN + F5 om de beeldschermprioriteit te wijzigen, zodat deze niet op het interne scherm is ingesteld. | |
| Beeldschermfout Controleer of de kabel tussen de externe monitor en de computer stevig is bevestigd.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. | |
Geluidssysteem
Probleem Procedure
| Geen geluid hoorbaar. Wijzig het volume met de volumeregelaar. | |
| Controleer de volume-instellingen in de software. | |
| Ga na of de hoofdtelefoon stevig is aangesloten. | |
| Controleer Apparaatbeheer van Windows. Zorg dat de geluidsfunctie is geactiveerd en dat de instellingen voor het I/O-adres, interruptniveau en DMA-kanaal correct zijn voor uw software en niet in strijd zijn met andere apparaten die op de computer zijn aangesloten.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. | |
Tv-uitvoersignaal
Probleem Procedure
| Slechte beeldkwaliteit op tv | Zorg dat het type TV geschikt is voor uw gebied: NTSC (VS, JAPAN), PAL (Europa). |
Het scherm blijft leeg. Stel het contrast en de helderheid op de externe monitor bij.
Druk op de sneltoets FN + F5 om het beeldscherm te wijzigen. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord.
Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier.

Als u de computer uitschakelt in de sluimerstand of de slaapstand terwijl u de tv-weergave gebruikt, selecteert de computer de interne LCD of een externe computermonitor als weergaveapparaat.
USB
Raadpleeg tevens de documentatie bij uw USB-apparaat.
Probleem Procedure
| USB-apparaat werkt niet. | Controleer of de kabelverbinding tussen de USB-poorten op de computer en het USB-apparaat in orde is. |
| Controleer of de USB-apparaatstuurprogramma's correct zijn geïnstalleerd. Raadpleeg de Windows-documentatie voor informatie over het controleren van de stuurprogramma's. | |
| Als uw besturingssysteem geen USB ondersteunt, kunt u toch een USB-muis en/of USB-toetsenbord gebruiken. Als deze apparaten niet werken, controleer dan of de optie Emulatie USB Legacy-toetsenborden/muizen in HW Setup is ingesteld op [Ingeschakeld].Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Functie voor USB-slaapstand en laden
Probleem Procedure
Ik kan de functie 'USB-slaapstand en laden' niet gebruiken.
De functie 'USB-slaapstand en laden' is mogelijk ingesteld op [Uitgeschakeld]. Wijzig de instelling in [Ingeschakeld] in HW Setup.
Als het externe apparaat dat op de compatibele poort is aangesloten, te veel stroom trekt, kan de toevoer van USB-stroom (5 V) uit veiligheidsoverwegingen worden gestopt. Als dit gebeurt, koppelt u een extern apparaat los als meerdere externe apparaten zijn aangesloten. Zet vervolgens de computer aan om de functie te herstellen. Als deze functie nog steeds niet kan worden gebruikt terwijl slechts één extern apparaat is aangesloten, dient u dit externe apparaat niet te gebruiken aangezien het stroomverbruik boven de aanvaardbare waarde van deze computer ligt.
Sommige externe apparaten kunnen de functie 'USB-slaapstand en laden' niet gebruiken. Probeer in dat geval een of meer van de volgende methoden.
■ Wijzig de modusinstelling in [Ingeschakeld] in HW Setup.
■ Zet de computer uit terwijl externe apparaten zijn aangesloten.
Als deze functie nog steeds niet kan worden gebruikt, wijzigt u de instelling in [Disabled] in BIOS Setup en gebruikt u de functie niet.
De accu raakt snel leeg, zelfs nadat ik de computer heb uitgeschakeld
Als de functie 'USB-slaapstand en laden' in HW Setup is ingesteld op [Ingeschakeld], krijgen externe apparaten die zijn aangesloten op de compatibele poort stroom via de USB-aansluiting (5 V). Als een extern apparaat is aangesloten op een compatibele poort terwijl de netadapter niet op de computer is aangesloten, zal de accu van de computer leeg raken, zelfs als de computer is uitgeschakeld. Sluit de netadapter op de computer aan of wijzig de instelling voor de functie 'USB-slaapstand en laden' in HW Setup in [Uitgeschakeld]. Gebruik in plaats daarvan een USB-poort zonder pictogram voor de functie 'USB-slaapstand en laden' (✗).
Probleem Procedure
| Externe apparaten die zijn aangesloten op een compatibele poort werken in dit geval niet | Sommige externe apparaten werken niet als ze zijn aangesloten op een compatibele poort terwijl de functie 'USB-slaapstand en laden' in HW Setup is ingesteld op [Ingeschakeld].Sluit het externe apparaat opnieuw aan nadat u de computer hebt aangezet.Als het externe apparaat nog steeds niet werkt, sluit u het apparaat aan op een USB-poort zonder pictogram voor de functie 'USB-slaapstand en laden' (of wijzigt u de instelling voor deze functie in HW Setup in [Uitgeschakeld]. |
| De functie USB-activering werkt niet | Als de functie 'USB-slaapstand en laden' in HW Setup is ingesteld op [Ingeschakeld], werkt de functie 'USB-activering' niet voor poorten die de functie 'USB-slaapstand en laden' ondersteunen. Gebruik in dat geval een USB-poort zonder pictogram voor de functie 'USB-slaapstand en laden' (of wijzig de instelling voor deze functie in HW Setup in [Uitgeschakeld]. |
Modem
| Probleem Procedure | |
| Communicatiesoftware kan de modem niet initialiseren. | Controleer of de instellingen van de computermodem correct zijn. Raadpleeg Telefoon- en modemopties in het Configuratiescherm. |
| U hoort een kiestoon maar u kunt niet bellen | Als u een PBX-verbinding gebruikt, dient u te zorgen dat de functie voor toonkeuzedetectie van de toepassing is uitgeschakeld.U kunt tevens de opdracht ATX gebruiken. |
| U hebt een nummer gebeld, maar er kan geen verbinding worden gemaakt | Controleer of de instellingen in de communicatietoepassing correct zijn. |
| U hoort geen belsignaal nadat u een nummer belt. | Controleer of de keuzemethode (toon/puls) in de communicatietoepassing correct is ingesteld.U kunt tevens de opdracht ATD gebruiken. |
Probleem Procedure
| De communicatie wordt plotseling afgebroken. | De communicatie wordt automatisch afgebroken wanneer een bepaalde tijd lang geen draaggolf is waargenomen. Probeer de tijdlimiet voor draaggolfdetectie te verlengen. |
| Het bericht CONNECT wordt snel opgevolgd door NO CARRIER | Controleer de instelling voor foutcontrole (Error control) in de communicatietoepassing.U kunt tevens de opdracht AT\N gebruiken. |
| Verstoorde tekenweergave tijdens communicatie. | Controleer of de instellingen voor het pariteitsbit en het stopbit (voor gegevensoverdracht) corresponderen met die van de andere computer.Controleer de transportbesturing (flow control) en het communicatieprotocol. |
| U kunt een binnenkomende oproep niet ontvangen. | Controleer in de communicatietoepassing na hoeveel belsignalen een inkomende oproep automatisch wordt beantwoord.U kunt tevens de opdracht ATS0 gebruiken.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Slaapstand/sluimerstand
Probleem Procedure
| De slaapstand/sluimerstand kan niet worden geactiveerd | Is Windows Media Player geopend? Als Windows Media Player een selectie afspeelt of zojuist heeft afgespeeld, kan het systeem mogelijk niet in de slaapstand of de sluimerstand worden gezet. Sluit Windows Media Player alvorens de slaapstand/sluimerstand te selecteren.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
LAN
Probleem Procedure
| Kan geen toegang krijgen tot het LAN. | Controleer of de kabel tussen de LAN-poort en de LAN-hub stevig is aangesloten. |
Activering op LAN Controleer of de netadapter is aangesloten.
De functie Activering op LAN verbruikt zelfs stroom wanneer het systeem is uitgeschakeld.
Als de problemen aanhouden, raadpleegt u de LAN-beheerder.
Draadloos LAN
Als u na het uitvoeren van de volgende procedure nog steeds geen toegang tot het LAN hebt, neemt u contact op met de netwerkbeheerder. Voor meer informatie over draadloze communicatie raadpleegt u hoofdstuk 4, Basisbeginselen.
Probleem Procedure
| Kan geen toegang krijgen tot draadloos LAN. | Controleer of de schakelaar voor draadloze communicatie van de computer op aan staat.Als de problemen aanhouden, raadpleegt u de LAN-beheerder. |
Bluetooth
Voor meer informatie over draadloze communicatie raadpleegt u hoofdstuk 4, Basisbeginselen.
Probleem Procedure
| Kan geen toegang krijgen tot Bluetooth-apparaat. | Controleer of de schakelaar voor draadloze communicatie van de computer op aan staat. Controleer of Bluetooth Beheer actief is en het Bluetooth-apparaat is ingeschakeld. Controleer of er geen optionele Bluetooth-adapter in de computer is geïnstalleerd. De ingebouwde Bluetooth-functie kan niet tegelijk met een optionele Bluetooth-adapter werken. Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
i.LINK (IEEE1394)-apparaat
Probleem Procedure
i.LINK-apparaat werkt niet.
Controleer of de kabel tussen de computer en het apparaat stevig is aangesloten.
Controleer of het apparaat is ingeschakeld.
Installeer de stuurprogramma's opnieuw. Open Windows Configuratiescherm en dubbelklik op het pictogram Hardware. Volg de aanwijzingen op het scherm.
Start Windows opnieuw op.
Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier.
TOSHIBA-ondersteuning
Als u extra technische hulp nodig hebt of als u problemen hebt bij het gebruik van de computer, kunt u contact opnemen met TOSHIBA.
Voordat u opbelt
Aangezien sommige problemen wellicht te wijten zijn aan het besturingssysteem of het programma dat u gebruikt, is het belangrijk om eerst andere hulpbronnen te raadplegen. Probeer het volgende alvorens contact op te nemen met TOSHIBA:
■ Bestudeer de informatie over probleemoplossing in de documentatie bij de computer, software en randapparaten.
Als een probleem optreedt tijdens de uitvoering van softwareprogramma's, zoekt u in de softwaredocumentatie naar suggesties voor het oplossen van problemen. U kunt ook de afdeling voor technische ondersteuning van het softwarebedrijf bellen voor hulp.
■ Neem contact op met de leverancier waar u de computer en/of software hebt gekocht. De leverancier is de aangewezen bron van recente informatie en ondersteuning.
Schrijven naar TOSHIBA
Als u het probleem nog steeds niet kunt verhelpen en u vermoedt dat het met de hardware te maken heeft, schrijft u naar TOSHIBA (zie de bijgeleverde garantie-informatie voor het adres) of gaat u naar www.toshiba-europe.com op internet.
Hoofdstuk 10
Vrijwaringsverklaringen
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de vrijwaringsverklaringen met betrekking tot TOSHIBA-computers.
CPU
Afwijzing van aansprakelijkheid voor CPU-prestaties.
De prestaties van de CPU (Central Processing Unit ofwel Centrale Verwerkingseenheid) in uw computer kunnen afwijken van de specificaties, onder invloed van de volgende factoren:
■ gebruik van bepaalde externe randapparaten;
■ gebruik van accuvoeding in plaats van netvoeding;
- gebruik van bepaalde multimedia, door de computer gegenereerde afbeeldingen of videoepassingen;
■ gebruik van standaardtelefoonlijnen of langzame netwerkverbindingen;
- gebruik van complexe ontwerpsoftware, bijvoorbeeld geavanceerde CAD-toepassingen;
■ gelijktijdig gebruik van verschillende toepassingen of functies;
- gebruik van de computer in gebieden met lage luchtdruk (grote hoogte van meer dan 1000 meter boven zeeniveau);
- gebruik van de computer bij temperaturen onder 5 °C of boven 30 °C, of boven 25 °C op grote hoogte. (Deze temperatuurlimieten zijn niet precies en kunnen afwijken al naar gelang het specifieke computermodel. Raadpleeg de documentatie van uw pc of de Toshiba-website op www.pcsupport.toshiba.com voor meer informatie).
De CPU-prestaties kunnen bovendien afwijken van de specificaties als gevolg van de ontwerpconfiguratie.
In bepaalde omstandigheden kan het gebeuren dat de computer wordt uitgeschakeld. Dit is een normale beschermende maatregel ter voorkoming van gegevensverlies of beschadiging van het product bij gebruik buiten de aanbevolen omstandigheden. Vermijd het risico van gegevensverlies door altijd back-ups van gegevens te maken. Dit doet u door de gegevens van tijd tot tijd op een extern opslagmedium op te slaan. Voor optimale prestaties dient u uw computer alleen onder de aanbevolen omstandigheden te gebruiken. Lees de aanvullende beperkingen in de productdocumentatie door. Neem voor meer informatie contact op met de TOSHIBA-afdeling voor service en ondersteuning. Raadpleeg het gedeelte TOSHIBA-ondersteuning in hoofdstuk 9, Problemen oplossen, voor meer informatie.
64-bits computergebruik. 64-bits processors zijn ontworpen voor 32-bits en 64-bits computergebruik.
Voor 64-bits computergebruik moet worden voldaan aan de volgende hardware- en softwarevereisten:
■ 64-bits besturingssysteem
■ 64-bits processor, chipset en BIOS (Basic Input/Output System)
64-bits apparaatstuurprogramma's
■ 64-bits toepassingen
Bepaalde apparaatstuurprogramma's en/of toepassingen zijn mogelijk niet compatibel met 64-bits processoren en werken daarom niet correct. Een 32-bits versie van het besturingssysteem is vooraf op uw computer geïnstalleerd, tenzij expliciet wordt vermeld dat het besturingssysteem 64-bits is. Ga naar www.pcsupport.toshiba.com voor meer informatie.
Core™ 2 Duo- of Core™ Duo-processor. De Intel® Dual Core-technologie is een nieuwe technologie die is ontwikkeld om betere prestaties te leveren op notebook-pc's. Prestaties en compatibliteit kunnen variëren. Voor voor meer informatie over Core 2 Duo-processors van Intel naar:
http://www.intel.com/core2duo/
Raadpleeg indien van toepassing de wettelijke voetnoot over 64-bits computergebruik.
Geheugen (hoofdsysteem)
Een deel van het hoofdsysteemgeheugen kan door het grafische systeem worden gebruikt om de grafische prestaties te verbeteren, waardoor de beschikbare hoeveelheid systeemgeheugen voor andere computeractiviteiten afneemt. De hoeveelheid systeemgeheugen die wordt toegewezen om de grafische prestaties te verbeteren, hangt af van het grafische systeem, de gebruikte toepassingen, de grootte van het systeemgeheugen en andere factoren.
Voor pc's die zijn geconfigureerd met 4 GB systeemgeheugen is de totale geheugenruimte voor computeractiviteiten aanzienlijk kleiner en varieert deze per model en systeemconfiguratie.
Gebruiksduur van de accu
De gebruiksduur van de accu varieert sterk al naar gelang factoren zoals productmodel, configuratie, toepassingen, energiebeheerinstellingen en gebruikte functies. Bovendien is de gebruiksduur onderhevig aan de natuurlijke prestatievariaties die voortvloeien uit het ontwerp van afzonderlijke onderdelen. Bepaalde modellen en configuraties die door Toshiba vóór het tijdstip van publicatie zijn getest, worden geleverd met een classificatie voor de gebruiksduur van de accu. De oplaadtijd is afhankelijk van het gebruik. De accu wordt mogelijk niet opgeladen wanneer de computer maximale stroom verbruikt.
Na verloop van tijd kan de accu niet langer op maximale capaciteit werken en is het tijd voor vervanging. Dat geldt voor alle accu's. Raadpleeg de informatie over accessoires die is meegeleverd met de computer als u een nieuwe accu-eenheid wilt aanschaffen, of ga naar de website van Toshiba op www.pcsupport.toshiba.com.
Capaciteit van vaste schijf
1 gigabyte (GB) betekent 109 = 1.000.000.000 bytes met de macht 10. Het besturingsssyteem van de computer vermeldt de opslagcapaciteit echter met de macht 2 waarbij GB = 230 = 1.073.741.824 bytes. Hierdoor wordt een lagere geheugencapaciteit vermeld. De beschikbare opslagcapaciteit is minder als er op het product een of meer besturingssystemen zijn voorgeïnstalleerd, zoals Microsoft Windows, en/of een of meer toepassingen zijn voorgeïnstalleerd. De werkelijke capaciteit na formatteren kan per model verschillen.
LCD
Na verloop van tijd en afhankelijk van het gebruik van de computer, neemt de helderheid van het LCD-scherm af. Dit is een bekend kenmerk van de LCD-technologie.
Maximale helderheid is alleen beschikbaar wanneer de computer op netvoeding wordt gebruikt. Het beeldscherm wordt gedimd wanneer computer op accu-energie wordt gebruikt. Het is niet mogelijk de helderheid van het scherm te vergroten.
De prestaties van de Graphics Processing Unit (GPU) wisselen al naar gelang het productmodel, de ontwerpconfiguratie, de toepassingen, de instellingen voor energiebeheer en de gebruikte instellingen en functies. De GPU-prestaties worden alleen geoptimaliseerd wanneer het apparaat op netstroom werkt. De prestaties zijn aanzienlijk minder wanneer de accu wordt gebruikt.
Draadloos LAN
De verzendsnelheid via het draadloos LAN en het maximale bereik van draadloos LAN kunnen variëren al naar gelang de elektromagnetische omgeving, obstakels, ontwerp en configuratie van toegangspunten, clientontwerp en software-/hardwareconfiguratie. De werkelijke verzendsnelheid zal lager zijn dan de theoretische maximumsnelheid.
Niet-toepasselijke pictogrammen
Bepaalde notebookchassis zijn ontworpen om alle mogelijke configuraties voor een volledige productserie te huisvesten. Uw geselecteerde model heeft mogelijk niet alle voorzieningen en specificaties die corresponderen met de pictogrammen of schakelaars op het notebookchassis, tenzij u al deze voorzieningen hebt geselecteerd.
Kopieerbeveiliging
Technologie ter bescherming van het auteursrecht in sommige media verhindert mogelijk het weergeven en opnemen van die media.
Afbeeldingen
Alle afbeeldingen zijn gesimuleerd voor illustratiedoeleinden.
LCD-helderheid en vermoeide ogen
Het LCD-scherm heeft een helderheid die overeenkomt met die van een tv. Het verdient aanbeveling de helderheid van het LCD-scherm aan uw eigen voorkeur aan te passen om te voorkomen dat uw ogen vermoeid raken.
Bijlage A
Specifications
Deze bijlage geeft een overzicht van de technische kenmerken van de computer.
Werkomgeving
| In werking Niet in werking | |
| Omgevingstemperatuur 5 °C tot 35 °C -20°C tot 60°C | |
| Relatieve vochtigheid 20% tot 80% 10% tot 90% | |
| Hoogte (vanaf zeeniveau) | 0 tot 3.000 meter 0 tot 10.000 meter |
Stroomvoorziening
| Netadapter 100 -240 V wisselstroom |
| 50 of 60 hertz (cycli per seconde) |
| Computer 19 V gelijkstroom |
Ingebouwde modem
| De beschikbaarheid van deze functie is afhankelijk van het aangeschafte model. | |
| Network control unit (NCU) | |
| Type NCU AA | |
| Type lijn Telefoonlijn (alleen analoog) | |
| Keuzesysteem Puls | |
| Toon | |
| Besturingsopdracht AT-opdrachten | |
| EIA-578-opdrachten | |
| Controlefunctie Computerluidspreker | |
| Communicatiespecificaties | |
| Communicatiesysteem Data: Full duplex | |
| Fax: Half duplex | |
| Communicatieprotocol Data | |
| ITU-T-Rec (voorheen CCITT) | V.21/V.22/V.22bis/V.32/V.32bis/V.34/V.90 |
| Bell Fax | 103/212A |
| ITU-T-Rec (voorheen CCITT) | V.17/V.29/V.27ter/V.21 ch2 |
| Communicatiesnelheid Gegevensverzending en -ontvangst | |
| 300/1200/2400/4800/7200/9600/12000/14400/16800/19200/21600/24000/26400/28800/31200/33600 bps | |
| Gegevensentvangst alleen met V.90 | |
| 28000/29333/30666/32000/33333/34666/ 36000/37333/38666/40000/41333/42666/ 44000/45333/46666/48000/49333/50666/ 52000/53333/54666/56000 bps | |
| Fax | |
| 2400/4800/7200/9600/12000/14400 bps | |
| Foutcorrectie MNP klasse 4 en ITU-T V.42 | |
| Datacompressie MNP klasse 5 en ITU-T V.42bis | |
Bijlage B
Beeldschermcontroller en videomodi
Beeldschermcontroller
De beeldschermcontroller zet software-opdrachten om in hardware-opdrachten die bepaalde pixels in- of uitschakelen.
De controller is een geavanceerde VGA (Video Graphics Array)-kaart die SVGA (Super VGA) en XGA (Extended Graphics Array) ondersteunt voor het interne LCD-scherm en externe monitors.
Een op de computer aangesloten externe monitor met hoge resolutie kan maximaal 2048 horizontale en 1536 verticale pixels in maximaal 16 miljoen kleuren weergeven.
De schermcontroller bestuurt tevens de videomodus, die de schermresolutie en het maximum aantal kleuren op het beeldscherm bepaalt op basis van industriestandaardregels.
Software die voor een bepaalde videomodus is geschreven, kan worden gebruikt op elke computer die deze modus ondersteunt.
De schermcontroller van de computer ondersteunt alle SVGA- en XGA-modi, de meest gangbare industrienormen.
Videomodi
De computer ondersteunt de videomodi die zijn gedefinieerd in de volgende tabel. Als uw toepassing de keuze biedt uit een aantal modusnummers die niet overeenstemmen met de nummers in de tabel, selecteert u een modus op basis van resolutie, aantal kleuren en verversingsfrequenties.
Videomodi
| Resolutie van CRT-scherm | Kleurdiepte (bpp) Verversingsfrequentie (Hz) |
| 800*600 16 bpp | 60, 75, 85 |
| 32 bpp 60, 75, 85 | |
| 1024*768 16 bpp | 60, 75, 85 |
| 32 bpp 60, 75, 85 | |
| 1280*800 16 bpp | 60 |
| 32 bpp 60 | |
| 1280*1024 16 bpp | 60, 75, 85 |
| 32 bpp 60, 75, 85 | |
| 1600*1200 16 bpp | 60, 75, 85 |
| 32 bpp 60, 75, 85 | |
| 1920*1440 16 bpp | 60, 75 |
| 32 bpp 60, 75 | |
| 2048*1536 16 bpp | 60 |
| 32 bpp 60 |

Mogelijk worden bepaalde weergavemodi niet ondersteund, afhankelijk van de externe monitor die u gebruikt.

Als u bepaalde toepassingen uitvoert (zoals een 3D-toepassing, videoweergave of iets dergelijks), kunt u storingen op het scherm zien, zoals flikkering of weggevallen frames. Als dit gebeurt, verlaagt u de schermresolutie totdat het scherm correct wordt weergegeven. U zou dit probleem ook kunnen verhelpen door Windows Aero® Aero™ uit te schakelen.
Bijlage C
Draadloos LAN
Aan de hand van deze bijlage kunt u het draadloze LAN met een minimum aan parameters in bedrijf stellen.
Kaartspecificaties
| Model | ■ Minikaart |
| Compatibiliteit | ■ IEEE 802.11-norm voor draadloze LAN's■ Wi-Fi (Wireless Fidelity), gecertificeerd door de Wi-Fi Alliance. Het logo 'Wi-Fi certified' is een keurmerk van de Wi-Fi Alliance. |
| Netwerkbestu-ringssysteem | ■ Microsoft ® Windows Networking |
| Media Access Protocol | ■ CSMA/CA (Collision Avoidance) met ACK (Acknowledgement) |
| Gegevenssnelheid | ■ 54/48/36/24/18/9/6 Mb/s (Revisie A en G)■ 11/5,5/2/1 Mb/s (Revisie B) |
Radiospecificaties
De radiospecificaties van Wireless LAN-kaarten kunnen variëren per:
■ land/regio waarin het product is aangeschaft
type product
Draadloze communicatie is vaak gebonden aan plaatselijke voorschriften voor radiocommunicatie. Hoewel de draadloze LAN-netwerkproducten zijn ontworpen voor gebruik op de vrij toegankelijk band 2,4 GHz en 5 GHz, is het mogelijk dat onder plaatselijke radiovoorschriften beperkingen worden gesteld aan het gebruik van apparatuur voor draadloze communicatie.

Raadpleeg de publicatie Informatie voor de Wireless LAN-gebruiker voor informatie over de voorschriften die in uw land/regio van kracht zijn.
RF-frequentie ■ 5-GHz band (5150-5850 MHz)
(Revisie A, Draft N)
■ 2,4-GHz band (2400-2483,5 MHz)
(Revisie B, G, Draft N)
Het bereik van het draadloze signaal is afhankelijk van de overdrachtssnelheid van de draadloze communicatie. Bij lagere overdrachtssnelheden kan over grotere afstanden worden gecommuniceerd.
■ Het bereik van uw draadloze apparaten kan worden aangetast wanneer de antennes in de buurt van metalen oppervlakken en materialen met een hoge dichtheid worden geplaatst.
■ Het bereik kan eveneens afnemen als gevolg van obstakels op het pad van het radiosignaal. Deze obstakels kunnen het radiosignaal namelijk absorberen of reflecteren.
Ondersteunde subfrequenties
Afhankelijk van de radiovoorschriften die in uw land/regio van kracht zijn, is het mogelijk dat uw draadloze LAN-kaart een afwijkende groep 5-GHz/2,4-GHz kanalen ondersteunt. Neem contact op met een bevoegd Wireless LAN- of TOSHIBA-dealer voor informatie over de radiovoorschriften die in uw land/regio van kracht zijn.
Tabel Wireless IEEE 802.11-kanalen (Revisie B en G)
| Frequentiebereik Kanaal-id 2400-2483,5 MHz | |
| 1 | 2 |
| 2 | 2 |
| 3 | 2 |
| 4 | 2 |
| 5 | 2 |
| 6 | 2 |
| 7 | 2 |
| 8 | 2 |
| 9 | 2 |
| 10 | 2457*1 |
| 11 2462 | |
| 12 | 2467*2 |
| 13 | 2472*2 |
Tijdens de installatie van kaarten voor draadloos LAN worden de kanalen als volgt geconfigureerd:
■ Voor draadloze clients in een draadloze LAN-infrastructuur start de Wireless LAN-kaart automatisch met het kanaal dat wordt aangeduid door het accesspoint voor het draadloze LAN. Wanneer u wisselt tussen verschillende toegangspunten, kan het station zo nodig automatisch overschakelen op een ander kanaal.
In een draadloos LAN-toegangspunt gebruikt de draadloos LAN-kaart het door de fabrikant ingestelde standaardkanaal (vetgedrukt), tenzij de LAN-beheerder tijdens de configuratie van het draadloze LAN-toegangspunt een ander kanaal heeft geselecteerd.
Tabel Wireless IEEE 802.11-kanalen (Revisie A)
| Frequentiebereik Kanaal-id 5150-5850 MHz Opmerking | ||
| 36 5180 | ||
| 40 5200 | ||
| 44 5220 | ||
| 48 5240 | ||
| 52 5260 | ||
| 56 5280 | ||
| 60 5300 | ||
| 64 5320 | ||
| 100 | 5500*3 | |
| 104 | 5520*3 | |
| 108 | 5540*3 | |
| 112 | 5560*3 | |
| 116 | 5580*3 | |
| 120 | 5600*3 | |
| 124 | 5620*3 | |
| 128 | 5640*3 | |
| 132 | 5660*3 | |
| 136 | 5680*3 | |
| 140 | 5700*3 | |
| 149 | 5745*3 | Alleen VS*4 |
| 153 | 5765*3 | Alleen VS*4 |
| 157 | 5785*3 | Alleen VS*4 |
| 161 | 5805*3 | Alleen VS*4 |
*1 Door de fabrikant ingestelde standaardkanalen
*2 Raadpleeg de publicatie Landen/gebieden waarin gebruik is toegestaan voor de landen/regio's waarin deze kanalen kunnen worden gebruikt.
*3 Deze kanalen zijn alleen beschikbaar voor A/B/G-combinatietype.
*4 Beschikbaar gebied: alleen VS (VS, CANADA)
Bijlage D
Netsnoer en connectoren
De stekker van het netsnoer moet compatibel zijn met verschillende internationale stopcontacten. Netsnoeren moeten voldoen aan de plaatselijke normen en de hieronder vermelde specificaties:
Lengte: Minimaal 1,7 meter
Kabeldikte: Minimaal 0,75 mm 2
Stroomsterkte: Minimaal 2,5 ampère
Spanning: 125 of 250 V wisselstroom (al naar gelang de netspanning die in het land/gebied wordt gebruikt)
Certificeringsinstanties
Europa:
Oostenrijk: OVE Italië: IMQ
België: CEBEC Nederland: KEMA
Denemarken: DEMKO Noorwegen: NEMKO
Finland: FIMKO Zweden: SEMKO
Frankrijk: LCIE Zwitserland: SEV
Duitsland: VDE Verenigd Koninkrijk: BSI
Buiten Europa:
VS en Canada: Goedgekeurd door UL en CSA Nr. 18 AWG, Type SVT of SPT-2
In Europa moet gebruik worden gemaakt van een dubbeldraads netsnoer van het type VDE, H05VVH2-F of H03VVH2-F of van een driedraads netsnoer van het type VDE, H05VV-F.
Voor de Verenigde Staten en Canada moeten tweepins stekkers de configuratie 2-15P (250 V) of 1-15P (125 V) hebben, en driepins stekkers de configuratie 6-15P (250V) of 5-15P (125V), conform het U.S. National Electrical Code Handbook en de Canadian Electrical Code Part II.
De volgende afbeeldingen tonen de stekkervormen voor de V.S., Australië, Canada, Verenigd Koninkrijk, Europa en China.
v.s.

Verenigd Koninkrijk

Australië Europa


Goedgekeurd door de desbetreffende instantie
Canada

China

Bijlage E
Als uw computer wordt gestolen

Ga verantwoord met uw computer om en probeer diefstal te voorkomen. U bent de eigenaar van een waardevol apparaat dat zeer aantrekkelijk is voor dieven: laat het dus nooit onbeheerd achter. Extra bescherming tegen diefstal is verkrijgbaar in de vorm van beveiligingskabels, waarmee u de notebook thuis of op kantoor aan een zwaar voorwerp kunt verankeren.
Noteer het type, modelnummer en serienummer van uw computer en bewaar deze gegevens op een veilige plaats. Deze informatie is te vinden op de onderkant van de notebook. Bewaar tevens het ontvangstbewijs voor de computer.
Mocht de computer ondanks uw voorzorgsmaatregelen toch worden gestolen, dan zullen we u helpen hem terug te vinden. Ter identificatie van uw computer dient u de volgende informatie paraat te hebben wanneer u contact opneemt met TOSHIBA:
In welk land is uw computer gestolen?
■ Wat is het type van uw computer?
■ Wat is het modelnummer (PA-nummer)?
■ Wat is het serienummer (8 cijfers)?
■ Op welke datum is de computer gestolen?
■ Wat is uw adres, telefoonnummer en faxnummer?
Volg deze procedures om de diefstal op papier te registreren:
■ Op de volgende pagina vindt u het formulier voor TOSHIBA-diefstalregistratie: vul dit formulier (of een kopie hiervan) in.
■ Voeg een kopie van uw ontvangstbewijs bij waarop wordt aangegeven waar u de computer hebt gekocht.
■ Stuur het registratieformulier en ontvangstbewijs per fax of post naar Toshiba (de adresgegevens vindt u op de volgende pagina).
Volg deze procedures om de diefstal online te registreren:
Ga naar www.toshiba-europe.com op internet. Kies in de lijst met productcategorieën Computer Systems.
- Open het menu Support & Downloads en kies de optie Stolen units database.
De gegevens die u invoert, worden in onze servicecenters gebruikt om uw computer op te sporen.
TOSHIBA-diefstalregistratie
Aan: TOSHIBA Europe GmbH Technical Service and Support Leibnizstr. 2 93055 Regensburg Duitsland
Computertype: (bijvoorbeeld A300/A300D)
Modelnummer: (bijvoorbeeld PSA30EYXT)
Serienummer: (bijvoorbeeld 12345678G) {}

Datum van diefstal: Jaar Maand Dag

Gegevens van eigenaar
Achternaam, voornaam:
Bedrijf:
Adres:
Postcode/plaatsnaam:
Land:
Telefoon:
Fax:
Woordenlijst
In deze woordenlijst worden onderwerpen toegelicht die verband houden met deze handleiding. Alternatieve benamingen zijn ter referentie opgenomen.
Afkortingen
APM: Advanced Power Manager (geavanceerd energiebeheer)
ASCII: American Standard Code for Information Interchange
BIOS: Basic Input Output System
CD-ROM: Compact Disc Read Only Memory
DC: Direct Current (gelijkstroom)
DDC: Display Data Channel (schermgegevenskanaal)
DMA: Direct Memory Access (rechtstreekse geheugentoegang)
DOS: Disk Operating System (schijfbesturingssysteem)
DVD: Digital Versatile Disc
DVD-R: Digital Versatile Disc Recordable
DVD-RAM: Digital Versatile Disc Random Access Memory
DVD-R DL: Digital Versatile Disc Recordable Dual Layer
DVD-ROM: Digital Versatile Disc Read Only Memory
HDD: Hard Disk Drive (vasteschijfstation)
I/O: Input/Output (invoer/uitvoer)
IrDA: Infrared Data Association
IRQ: Interrupt Request (onderbrekingsinstructie)
KB: Kilobyte
LCD: Liquid Crystal Display
LED: Light Emitting Diode (lampje)
LSI: Large Scale Integration (grootschalige integratie)
MB: Megabyte
OCR: Optical Character Recognition (optische tekenherkenning)
PCB: Printed Circuit Board (printplaat)
RGB: Red, Green and Blue (rood, groen en blauw)
AC (wisselstroom): elektrische stroom die periodiek van richting verandert.
adapter: een apparaat dat als interface fungeert tussen twee ongelijksoortige apparaten. Bijvoorbeeld: de netadapter wijzigt de stroom uit een stopcontact zodanig dat deze door de computer kan worden gebruikt. Deze term wordt ook gebruikt voor de uitbreidingskaarten die externe apparaten zoals monitoren en tapestations aansturen.
alfanumeriek: toetsenbordtekens met inbegrip van letters, cijfers en andere symbolen, zoals leestekens of rekenkundige symbolen.
analoog signaal: een signaal waarvan de kenmerken, zoals amplitude en frequentie, evenredig variëren met (analoog zijn met) de te verzenden waarde. In spraakcommunicatie worden analoge signalen gebruikt.
ANSI: American National Standards Institute. Een organisatie die normen voor een aantal technische sectoren definieert. Zo heeft ANSI de ASCII-standaard en andere informatieverwerkingsvoorschriften gedefinieerd.
antistatisch: eigenschap van materiaal dat wordt gebruikt ter voorkoming van het ontstaan van statische elektriciteit.
apparaatstuurprogramma: een programma dat de communicatie tussen een specifiek randapparaat en de computer regelt. Het bestand CONFIG.SYS bevat apparaatstuurprogramma's die door MS-DOS worden geladen wanneer u de computer inschakelt. Ook wel driver genoemd.
ASCII: American Standard Code for Information Interchange. ASCII is een reeks van 256 binaire codes die de meest gangbare letters, cijfers en symbolen vertegenwoordigen.
async: afkorting van asynchroon.
asynchroon: zonder vast tijdschema. In de context van computercommunicatie heeft asynchroon betrekking op de methode voor het verzenden van gegevens waarbij het niet nodig is om een gelijkmatige stroom bits met vaste tussenpozen te verzenden.
B
back-up: een reservekopie van een bestand die apart wordt bewaard voor het geval het originele bestand verloren gaat.
batchbestand: een bestand dat kan worden uitgevoerd vanaf de systeemprompt en dat een reeks opdrachten of programmabestanden voor het besturingssysteem bevat.
beeldscherm: een CRT-scherm, LCD-scherm of ander weergaveapparaat dat wordt gebruikt om computeruitvoer op weer te geven.
bestand: een verzameling verwante gegevens, programma's of beide.
besturingssysteem: een groep programma's die bepaalt hoe een computer werkt. Het besturingssysteem zorgt bijvoorbeeld voor het interpreteren van programma's, het maken van gegevensbestanden en het besturen van de gegevensoverdracht (invoer/uitvoer) tussen het geheugen en de randapparaten.
besturingstoetsen: een toets of toetscombinatie voor het activeren van een bepaalde functie in een programma.
binair: talstelsel met grondtal twee dat door de meeste digitale computers wordt gebruikt en waarin de getallen door nullen en enen worden voorgesteld. Het meest rechtse cijfer van een binair getal heeft de waarde 1, en de respectievelijke cijfers daarnaast 2, 4, 8, 16 enzovoort. Bijvoorbeeld: het getal 5 wordt in het binaire stelsel als 101 voorgesteld. Zie ook ASCII.
BIOS: Basic Input Output System. De firmware die de gegevensstroom binnen de computer bestuurt. Zie ook firmware.
bit: afgeleid van 'binary digit' (binair cijfer), de basiseenheid van informatie die de computer gebruikt. Een bit kan de waarde 0 of 1 hebben. Acht bits vormen samen één byte. Zie ook byte.
bps: bits per seconde. Meestal gebruikt ter aanduiding van de gegevensoverdrachtssnelheid van een modem.
buffer: het gedeelte van het computergeheugen waarin gegevens tijdelijk worden opgeslagen. Bij gegevensoverdracht dienen buffers vaak ter compensatie van het verschil in stroomsnelheid tussen twee apparaten.
bus: een interface voor verzending van signalen, gegevens of elektrische stroom.
byte: de weergave van één teken. Een reeks van acht bits die als een eenheid wordt behandeld; tevens de kleinste adresseerbare eenheid in het systeem.
C
cache: snel geheugen waarin gegevens worden opgeslagen om de snelheid van de processor en die van de gegevensoverdracht te verhogen. Wanneer de CPU gegevens uit het hoofdgeheugen leest, wordt een kopie van deze gegevens in het cachegeheugen opgeslagen. De volgende keer dat de CPU dezelfde gegevens nodig heeft, worden de gegevens niet in het hoofdgeheugen maar in het cachegeheugen opgezocht, waardoor tijd wordt bespaard. De computer heeft twee cacheniveaus, ofwel 'levels'. Level 1 is in de processor geïntegreerd en level 2 bevindt zich in het externe geheugen.
capaciteit: de hoeveelheid gegevens die kan worden opgeslagen op een magnetisch opslagmedium zoals een diskette of vaste schijf. De capaciteit wordt doorgaans in kilobytes (KB) en megabytes (MB) uitgedrukt, waarbij 1 KB = 1024 bytes en 1 MB = 1024 KB.
CardBus: een standaardbus voor 32-bits PC-kaarten.
CD-R: een Compact Disc Recordable kan eenmaal worden beschreven en meermaals worden gelezen. Zie ook CD-ROM.
CD-ROM: een Compact Disc Read Only Memory is een schijf met een hoge capaciteit waarvan kan worden gelezen maar waar niet op kan worden geschreven. Het CD-ROM-station gebruikt een laserstraal om gegevens van de disc te lezen.
CD-RW: een Compact Disc ReWritable kan vele malen opnieuw worden beschreven. Zie ook CD-ROM.
chassis: de behuizing waarin de computer is gemonteerd.
chip: een kleine halfgeleider waarop schakelingen zijn aangebracht ten behoeve van gegevensverwerking, geheugen, I/O-functies en het besturen van andere chips.
CMOS: Complementary Metal-Oxide Semiconductor. Een elektronische schakeling die op een stukje silicone is aangebracht en die heel weinig stroom nodig heeft. Geïntegreerde schakelingen die compatibel zijn met de CMOS-technologie, kunnen dicht bijeen worden geplaatst en zijn uiterst betrouwbaar.
COM1, COM2, COM3 en COM4: de namen voor de seriële en communicatiepoorten.
communicatie: de manier waarop een computer gegevens van en naar een andere computer of een ander apparaat ontvangt en verzendt.
compatibiliteit: 1) het vermogen van een computer om gegevens op dezelfde manier te gebruiken als een andere computer zonder deze gegevens of de gegevensindeling te hoeven wijzigen. 2) De mogelijkheid om een apparaat aan te sluiten op of te laten communiceren met een ander systeem of onderdeel.
Composietvideo (YUV): een standaardvideosignaal dat wordt gebruikt voor de overdracht van beelden, bijvoorbeeld van een videorecorder naar een tv.
computerprogramma: een reeks instructies die de computer uitvoert om een bepaald resultaat te bereiken.
computersysteem: een combinatie van hardware, software, firmware en randapparaten die dient voor het verwerken van gegevens.
configuratie: de specifieke onderdelen van het systeem (zoals de terminal, printer en schijfstations) en de instellingen die bepalen hoe het systeem werkt. U beheert uw systeemconfiguratie met het programma HW Setup.
controller: ingebouwde hardware en software die de functies van een specifiek intern of randapparaat besturen (bijvoorbeeld een toetsenbordcontroller).
coprocessor: een schakeling die in de processor is ingebouwd en dient voor het verrichten van intensieve rekenkundige bewerkingen.
CPS: tekens per seconde. Hiermee wordt doorgaans de transmissiesnelheid van een printer uitgedrukt.
CPU: Central Processing Unit (centrale verwerkingseenheid). Het deel van de computer dat instructies interpreteert en uitvoert.
CRT: Cathode Ray Tube. Een vacuümbuis waarin een elektronenbundel een scherm aftast dat met een fluorescerend laagje is bedekt, waardoor lichtpuntjes ontstaan. De CRT-techniek wordt bijvoorbeeld gebruikt in tv's.
cursor: een klein, knipperend blokje of streepje dat de huidige invoerpositie op het beeldscherm aanduidt.
D
DC: Direct Current (gelijkstroom). Elektrische stroom die in één richting loopt. Dit type stroom wordt normaal gesproken door accu's en batterijen geleverd.
dialoogvenster: een venster dat invoer van de gebruiker accepteert om systeeminstellingen te maken of andere gegevens vast te leggen.
Digitale Audio: een norm voor audiocompressie die het mogelijk maakt geluidsbestanden optimaal over te dragen en real-time af te spelen.
diskette: een verwisselbaar schijfje voor het opslaan van magnetisch gecodeerde gegevens.
diskettestation: een elektromechanisch apparaat dat gegevens van een diskette leest en ernaar wegschrijft.
documentatie: de handleidingen en/of andere schriftelijke instructies voor de gebruikers van een computersysteem of -toepassing. De documentatie bij computersystemen omvat normaal gesproken zowel informatie over systeemfuncties als stapsgewijze instructies en zelfstudiemateriaal.
DOS: Disk Operating System (schijfbesturingssysteem). Zie besturingssysteem.
draadloos LAN: een lokaal netwerk (LAN of Local Area Network) waarin draadloos wordt gecommuniceerd.
DVB-T (Digital Video Broadcasting - Terrestrial): ook wel bekend als aardse digitale tv-zenders. Uitzendstandaard voor digitale TV.
DVD+R DL: een schijf met twee lagen aan één zijde waardoor de opslagcapaciteit van DVD+R met een factor 1,8 wordt vergroot. Het DVD-RW-station gebruikt een laserstraal om gegevens van de schijf te lezen.
DVD-R (+R, -R): een Digital Versatile Disc Recordable kan eenmaal worden beschreven en vele malen worden herschreven. Een DVD-R-station gebruikt een laserstraal om gegevens vanaf schijf te lezen.
DVD-R DL: een schijf met twee lagen aan één zijde waardoor de opslagcapaciteit van DVD-R met een factor 1,8 wordt vergroot. Het DVD-RW-station gebruikt een laserstraal om gegevens van de schijf te lezen.
DVD-RAM: een Digital Versatile Disc Random Access Memory is een hoogwaardige schijf met grote capaciteit waarop u grote hoeveelheden gegevens kunt opslaan. Een DVD-ROM-station gebruikt een laserstraal om gegevens vanaf schijf te lezen.
DVD-ROM: een Digital Versatile Disc Read Only Memory is een hoogwaardige schijf met grote capaciteit, geschikt voor weergave van video en andere bestanden met een hoge gegevensdichtheid. Het DVD-ROM-station gebruikt een laserstraal om gegevens van de schijf te lezen.
DVD-RW (+RW, -RW): een Digital Versatile Disc ReWritable kan vele malen opnieuw worden beschreven.
E
echo: techniek waarbij ontvangen gegevens worden teruggezonden naar het apparaat van oorsprong. U kunt de informatie op het scherm weergeven, naar de printer sturen of beide. Wanneer een computer gegevens terugontvangt die het naar een CRT (of een ander randapparaat) heeft verzonden, en de gegevens vervolgens opnieuw verzendt naar de printer, wordt de CRT door de printer 'geëchood'.
ECP (Extended Capability Port): een industriestandaard die een gegevensbuffer, verwisselbare gegevensoverdrachtrichting en ondersteuning van RLE (Run Length Encoding) biedt.
escape: een code (ASCII-code 27) die de computer meedeelt dat hetgeen volgt, opdrachten zijn; wordt gebruikt bij randapparaten zoals printers en modems. 2) Een manier om de actieve taak af te breken.
escapewachttijd: de tijd voor en na verzending van een escape-code naar het modem; hierdoor worden de escapes die deel uitmaken van de verzonden gegevens, onderscheiden van de escapes die zijn bedoeld als opdrachten voor de modem.
F
Fast Infrared: een industriestandaard voor gegevensoverdracht die voorziet in draadloze seriële infraroodtransmissie met een snelheid van maximaal 4 Mbps.
firmware: een reeks instructies die in de hardware is ingebouwd en die de activiteiten van de microprocessors bestuurt.
Fn-esse: een TOSHIBA-hulpprogramma waarmee u functies aan sneltoetsen kunt toewijzen.
formatteren: het proces waarmee een lege schijf wordt gereedgemaakt voor gegevensopslag. Bij het formatteren wordt de schijf voorzien van een structuur die het besturingssysteem nodig heeft om bestanden of programma'ss naar de schijf te kunnen schrijven.
functietoetsen: de toetsen F1 tot en met F12 die de computer instrueren om bepaalde functies uit te voeren.
G
gegevens: feitelijke, meetbare of statistische gegevens die de computer kan verwerken, opslaan of ophalen.
gegevensbits: een parameter voor gegevenscommunicatie die het aantal bits bestuurt waaruit een byte bestaat. Als databits = 7, kan de computer 128 unieke tekens genereren. Als databits = 8, kan de computer 256 unieke tekens genereren.
geïntegreerde numerieke toetsen: een functie waarmee u bepaalde toetsen op het toetsenbord kunt gebruiken voor invoer van numerieke gegevens of cursor- en paginabesturing.
gigabyte (GB): een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1024 megabytes. Zie ook megabyte.
graphics: informatie in de vorm van tekeningen, figuren of andere beelden, zoals diagrammen of grafieken.
H
hardware: de fysieke elektronische en mechanische onderdelen van een computersysteem: meestal de computer zelf, externe schijfstations enzovoort. Zie ook software en firmware.
hertz: een eenheid voor frequentie die overeenkomt met 1 cyclus per seconde.
hexadecimaal: talstelsel met grondtal 16 dat bestaat uit de cijfers 0 tot en met 9 en de letters A, B, C, D, E en F.
hoofdkaart: zie moederbord.
host: de computer die informatie bestuurt en beheert, en naar apparaten of andere computers verzendt.
HW Setup: een TOSHIBA-hulpprogramma waarmee u de parameters voor verschillende hardware-onderdelen kunt instellen.
|
i.LINK (IEEE1394): deze poort ondersteunt snelle, rechtstreekse gegevensoverdracht vanaf externe apparaten zoals digitale videocamera's.
I/O: Input/Output (invoer/uitvoer). Heeft betrekking op gegevensoverdracht van en naar de computer.
I/O-apparaten: apparaten die worden gebruikt om met de computer te communiceren en om gegevens van en naar de computer over te dragen.
instructie: opdracht die aangeeft hoe een bepaalde taak moet worden uitgevoerd.
interface: 1) hardware- en/of softwareonderdelen van een systeem die specifiek dienen voor het aansluiten van het ene op het andere systeem of apparaat.
2) Fysieke verbinding tussen het ene en het andere systeem of apparaat door middel waarvan gegevens worden uitgewisseld.
3) De elementen die de gebruiker in staat stellen te communiceren met de computer en het programma, bijvoorbeeld het toetsenbord of een menu.
interrupt request: een onderbrekingsaanvraag. Een signaal door middel waarvan een onderdeel toegang tot de processor probeert te krijgen.
invoer: de gegevens of instructies die de gebruiker via het toetsenbord of een intern/extern gegevensopslagapparaat doorgeeft aan een computer, een communicatieapparaat of een ander randapparaat. De gegevens van de zendende computer (ofwel de uitvoer) zijn de invoer van de ontvangende computer.
IrDA 1.1: een industriestandaard voor gegevensoverdracht die voorziet in draadloze seriële infraroodtransmissie met een snelheid van maximaal 4 Mbps.
J
jumper: een klein klemmetje of draadje waarmee twee punten van een schakeling kunnen worden verbonden om hardwarekenmerken te wijzigen.
K
k: afkorting van het Griekse woord kilo, dat 1000 betekent; vaak gebruikt als equivalent van 1024, ofwel 2 tot de tiende macht. Zie ook byte en kilobyte.
kaart: een printplaat. Een interne kaart waarop elektronische componenten, chips genaamd, zijn aangebracht die een specifieke functie uitvoeren of de mogelijkheden van het systeem uitbreiden.
kaart: een printplaat. Zie kaart.
KB: zie kilobyte.
kilobyte (KB): een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1024 bytes. Zie ook byte en megabyte.
koude start: het opstarten van de computer wanneer deze is uitgeschakeld (de stroomvoorziening inschakelen).
L
Level 2-cache: zie cache.
Light Emitting Diode (LED): een lichtgevende diode. Een half?geleiderapparaatje dat licht uitstraalt als er stroom op wordt gezet.
Liquid Crystal Display (LCD): Scherm bestaande uit vloeibare kristallen tussen twee glasplaten die met doorzichtig, geleidend materiaal zijn bedekt. Op de zichtbare kant van het glas is een matrix van tekenvormende segmenten aangebracht. Wanneer tussen de glasplaten een spanning wordt aangebracht, verandert de helderheid van het vloeibare kristal.
1) Een technologie die het mogelijk maakt om maximaal 100.000 eenvoudige schakelingen op één chip aan te brengen.
2) Een geïntegreerde schakeling die LSI gebruikt.
M
map: een pictogram in Windows dat dient voor het opslaan van documenten of andere mappen.
megabyte (MB): een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1024 kilobytes. Zie ook kilobyte.
megahertz: een eenheid voor frequentie die overeenkomt met 1 miljoen cycli per seconde. Zie ook hertz.
menu: een software-interface die een lijst met opties op het scherm weergeeft. Ook wel scherm genoemd.
microprocessor: een geïntegreerde schakeling die instructies uitvoert; een van de belangrijkste hardwareonderdelen van de computer. Ook wel CPU of centrale verwerkingseenheid genoemd.
modem: afgeleid van modulator/demodulator. Een apparaat dat digitale gegevens omzet (moduleert) voor transmissie via telefoonlijnen en de gemoduleerde gegevens bij aankomst weer omzet (demoduleert) naar een digitale indeling.
modus: een werkwijze, bijvoorbeeld de opstartmodus, de slaapstand of de sluimerstand.
moederbord: de belangrijkste printplaat in gegevensverwerkende apparatuur. Het moederbord bevat meestal geïntegreerde schakelingen die voorzien in de basisfuncties van de computer en aansluitingen voor het toevoegen van andere kaarten die speciale functies verrichten. Ook wel hoofdkaart genoemd.
monitor: een apparaat dat rijen en kolommen pixels gebruikt om alfanumerieke tekens of grafische beelden weer te geven. Zie ook CRT.
N
niet-systeemdiskette: een geformatteerde diskette waarop u programma's en gegevens kunt opslaan maar waarmee u de computer niet kunt opstarten. Zie systeemschijf.
niet-vluchtig geheugen: geheugen, doorgaans ROM, waarin informatie permanent kan worden opgeslagen. De gegevens in het niet-vluchtige geheugen blijven bewaard wanneer de computer wordt uitgeschakeld.
0
OCR: Optical Character Recognition ofwel optische tekenherkenning. Een techniek waarbij tekens door middel van lichtgevoelige apparatuur worden geïdentificeerd en in de computer worden ingevoerd.
onderdelen: de componenten van een systeem waaruit het geheel is opgebouwd.
online stand: de stand waarin een randapparaat gereed is voor het ontvangen of verzenden van gegevens.
opdrachten: instructies die u via het toetsenbord invoert om de acties van de computer of de randapparatuur te besturen.
opnieuw opstarten: een procedure waarbij de computer opnieuw wordt opgestart zonder de stroom uit te schakelen (ook wel 'warme start' of 'soft reset' genoemd). Zie ook opstartmodus.
opstartmodus: een programma dat de computer opstart of opnieuw opstart. Het programma laadt vanaf een opslagapparaat instructies in het computergeheugen.
P
PAL: PAL (Phase Alternating Line) is de meest verspreide beeld- en uitzendstandaard in Europa.
pariteit: 1) de symmetrische verhouding tussen twee parameterwaarden (gehele getallen) die allebei hetzij aan of uit, hetzij even of oneven, hetzij 0 of 1 zijn. 2) in seriële communicatie, een bit voor foutdetectie dat wordt toegevoegd aan een groep gegevensbits waardoor de som van de gegevens even of oneven is. De pariteit kan worden ingesteld op geen, oneven of even.
pel: het kleinste gebied van het beeldscherm dat door software kan worden aangestuurd. Even groot als een pixel of groep pixels. Zie pixel.
Peripheral Component Interconnect: een 32-bits bus die een industriestandaard vormt.
Péritel: Péritel is een systeem van 21-pins verbindingskabels en poorten via welke beelden en kwalitatief hoogwaardig stereogeluid (waaronder Dolby® Pro-Logic) van het ene naar het andere AV-apparaat kan worden overgebracht. Dit systeem staat ook bekend onder de naam "SCART-connector" en "Euro-connector".
pictogram: een klein grafisch figuurtje op het scherm of in het paneel met systeemlampjes. Een pictogram vertegenwoordigt in Windows een object waarmee de gebruiker kan werken.
pixel: een beeldelement (afkorting van 'picture element'). De kleinste punt die op een beeldscherm kan worden weergegeven of op een printer kan worden afgedrukt. Ook wel pel genoemd.
plug & play: een eigenschap van Windows waarmee het systeem automatisch aangesloten externe apparaten kan herkennen en de nodige configuratie op de computer verzorgt.
poort: de elektrische verbinding door middel waarvan de computer gegevens van en naar apparaten of andere computers ontvangt en verzendt.
Power Saver: een TOSHIBA-hulpprogramma waarmee u de parameters voor diverse energiebesparingsfuncties kunt instellen.
Printed Circuit Board (PCB): een hardwareonderdeel van de processor waarop geïntegreerde schakelingen en andere onderdelen zijn bevestigd. De printplaat zelf is meestal plat en rechthoekig, en vervaardigd van glasvezel.
programma: een reeks instructies die een computer kan uitvoeren om een bepaald resultaat te bewerkstelligen. Zie ook toepassing.
prompt: een schermbericht dat aangeeft dat de computer wacht op gegevensinvoer of een handeling van de kant van de gebruiker.
R
RAM (Random Access Memory): snel geheugen in de computerschakelingen waaruit kan worden gelezen en waarnaar kan worden geschreven.
randapparaat: een I/O-apparaat dat niet in de centrale processor en/of het hoofdgeheugen is geïntegreerd, bijvoorbeeld een printer of muis.
RFI-afscherming (Radio Frequency Interference): een metalen afscherming rond de printplaten van de printer of computer ter voorkoming van radio- en TV-storing. Alle computerapparatuur genereert hoogfrequente signalen. De FCC-voorschriften bepalen hoeveel signalen een computerapparaat buiten de afscherming mag doorlaten. Een apparaat van klasse A is geschikt voor kantoorgebruik. Apparaten van klasse B zijn aan strengere voorschriften onderworpen en zijn veilig voor gebruik in woongebieden. Draagbare TOSHIBA-computers voldoen aan de voorschriften voor klasse B.
RGB: rood, groen en blauw. Een RGB-apparaat gebruikt drie invoersignalen die elk een elektronenkanon voor een van de drie primaire kleuren (rood, groen en blauw) activeren. Een RGB-apparaat wordt aangesloten op een RGB-poort. Zie ook CRT.
RJ11: een modulaire telefoonaansluiting.
RJ45: een modulaire LAN-poort.
ROM: Read Only Memory. Een niet-vluchtige geheugenchip die informatie bevat waarmee de basisfuncties van de computer worden bestuurd. U kunt de informatie die in het ROM is opgeslagen, niet oproepen of wijzigen.
S
schijfopslag: het opslaan van gegevens op een magneetschijf. Gegevens worden in concentrische sporen vastgelegd, zoals op een grammofoonplaat.
schijfstation: een apparaat dat informatie van een schijf naar het computergeheugen kopieert en vice versa. Hiertoe draait het apparaat de schijf op hoge snelheid langs een lees-/schrijfkop.
schrijfbeveiliging: een methode om de gegevens op een diskette te beschermen tegen abusievelijk wissen.
SCSI: Small Computer System Interface. Een industriestandaard voor de aansluiting van verscheidene randapparaten.
SD-kaart: SD-kaarten (Secure Digital) zijn flashgeheugenkaarten die worden gebruikt in uiteenlopende digitale apparaten, zoals digitale camera's en PDA's (Personal Digital Assistants).
SECAM L: SECAM (Sequential Color Memory) is een uitzendstandaard die in Frankrijk wordt gebruikt.
seriële communicatie: een communicatietechniek waarbij slechts twee onderling verbonden draden worden gebruikt om bits een voor een te verzenden.
seriële interface: heeft betrekking op een type gegevensuitwisseling waarbij informatie met één bit tegelijk wordt verzonden.
SIO: Serial Input/Output. De elektronische methodologie die bij seriële gegevensoverdracht wordt gebruikt.
sneltoets: een toetscombinatie van een bepaalde toets met de functietoets, FN, die kan worden gebruikt om systeemparameters, zoals het luidsprekervolume, in te stellen.
softkey: toetscombinaties waarmee toetsen op het IBM-toetsenbord worden geëmuleerd, een aantal configuratieopties worden gewijzigd, programma's worden gestaakt en de geïntegreerde numerieke toetsen worden geactiveerd.
software: de reeks programma's, procedures en bijbehorende documentatie die bij het computersysteem horen. Heeft vooral betrekking op de computerprogramma's die de activiteiten van het computersysteem regelen en besturen. Zie ook hardware.
standaardinstelling: de parameterwaarde die automatisch door het systeem wordt geselecteerd als de gebruiker of het programma geen instructies verschaffen. Ook wel een vooraf ingestelde waarde genoemd.
stopbit: een of meer bits van een byte die in asynchrone seriële communicatie het verzonden teken volgen of codes groeperen.
stuurprogramma: een softwareprogramma dat een specifiek apparaat bestuurt (vaak een randapparaat zoals een printer of muis) en dat meestal deel uitmaakt van het besturingssysteem. Stuurprogramma's worden ook wel drivers genoemd.
subpixel: de drie elementen, rood, groen en blauw (RGB), waaruit een pixel op een kleuren-LCD bestaat. De computer stelt subpixels apart in; elk subpixel kan een andere helderheid hebben. Zie ook pixel.
S-Video: afkorting van Super-Video, een type aansluiting die onder andere wordt gebruikt op S-VHS-videorecorders, videocamera's en DVD-spelers om kwalitatief hoogwaardige videosignalen te verzenden.
synchroon: met een constant tijdsinterval tussen opeenvolgende bits, tekens of gebeurtenissen.
systeemschijf: een schijf die is geformatteerd met een besturingssysteem. In het geval van MS-DOS bevindt het besturingssysteem zich in twee verborgen bestanden en het bestand COMMAND.COM. Met behulp van een systeemschijf kunt u een computer opstarten. Wordt ook wel besturingssysteemschijf genoemd.
T
teken: elke letter en elk cijfer, leesteken of symbool waarvan de computer gebruikmaakt. Ook synoniem voor byte.
terminal: een toetsenbord (zoals dat van een schrijfmachine) en een CRT-beeldscherm die op de computer zijn aangesloten en waarmee gegevens worden ingevoerd/weergegeven.
TFT-beeldscherm: LCD-scherm met een reeks vloeibare-kristallencellen. Gebruikt actieve-matrixtechnologie met dunne-laagtransistors (TFT's).
toepassing: een reeks programma's die gezamenlijk voor een specifieke taak worden gebruikt, zoals boekhouding, financiële planning, spreadsheets, tekstverwerking en games.
toetsenbord: een invoerapparaat met schakelaars die worden geactiveerd door het indrukken van toetsen met opschriften. Elke toetsaanslag activeert een schakelaar die een specifieke code naar de computer zendt. De code die via een toets wordt verzonden, vertegenwoordigt het (ASCII-)teken dat op deze toets is aangegeven.
toewijzen: een ruimte of functie reserveren voor een bepaalde taak.
touchpad: een aanwijsapparaat dat in de polssteun van de TOSHIBA-computer is geïntegreerd.
TTL: Transistor-Transistor Logic. Een logische schakeling die transistors gebruikt voor gates en opslag.
U
uitvoer: de resultaten van een computerbewerking. Uitvoer verwijst gewoonlijk naar gegevens die 1) op papier zijn afgedrukt, 2) op een beeldscherm worden weergegeven, 3) via de seriële poort of interne modem worden verzonden of 4) op een magnetisch opslagmedium zijn vastgelegd.
uitvoeren: een instructie interpreteren en ten uitvoer brengen.
Universal Serial Bus: met deze seriële interface kunt u communiceren met diverse apparaten die in serie zijn verbonden met een enkele poort van de computer.
V
vaste schijf: een niet-verwisselbare schijf die meestal met de letter C wordt aangeduid. Deze schijf wordt in de fabriek geïnstalleerd en kan alleen door een erkend monteur worden verwijderd. Ook wel hard disk of harde schijf genoemd.
vasteschijfstation (HDD): een elektromechanisch apparaat dat gegevens van een vaste schijf leest en ernaar schrijft. Zie ook vaste schijf.
venster: een deel van het beeldscherm waarin een toepassing of document wordt weergegeven. Vaak gebruikt als synoniem van Microsoft Windows-venster.
verwijderen: het verwijderen van gegevens van een schijf of ander opslagmedium. Synoniem met wissen.
VGA: Video Graphics Array. Een industriestandaard voor grafische adapters die alle populaire software ondersteunen.
vluchtig geheugen: RAM (Random Access Memory) waarin informatie bewaard blijft zolang de computer van stroom wordt voorzien.
W
wachtwoord: een unieke reeks tekens die ter identificatie van een specifieke gebruiker dient. De computer biedt verschillende niveaus van wachtwoordbeveiliging, zoals gebruiker, supervisor.
warme start: een computer opnieuw opstarten zonder deze uit te schakelen.
wissen: zie verwijderen.
Index
A
Aan/uit, 1-6
opstartstanden, 6-14
slaapstand, 3-6
sluimerstand, 3-4
Aan/uit-knop, 2-9
Aanwijsapparaat
problemen, 9-10
touchpad, 4-1
Accu
bewaartijd, 6-10
capaciteit controleren, 6-9
gebruiksduur, 10-3
opladen, 6-8
RTC-batterij, 1-6, 6-4
typen, 6-3
Accu-eenheid, 1-6, 1-15, 2-6, 6-3
energiebesparingsmodus, 1-10
extra, 8-10
gebruiksduur, 6-10
gebruiksduur verlengen, 6-11
lampje, 2-11, 6-2
locatie, 2-6
problemen, 9-5
veiligheidsinstructies, -iii, 6-5
vervangen, -xiii, 6-11
Afsluitmodus (opstartmodus), 3-4
Afstandsbediening, 2-14
batterij, 2-18
gebruik, 2-16
plaatsing, 2-20
ASCII-tekens, 5-8
B
Batterij
afstandsbediening, 2-18
Beeldscherm, 2-7, 2-8, 10-3
automatisch uitschakelen, 1-9
helderheid verhogen, 5-4
helderheid verlagen, 5-4
HW Setup, 7-3
openen, 3-3
problemen, 9-6, 9-14, 9-15
resolutie, 5-5
veiligheidsinstructies, 10-4
wisselen, 5-4
Beveiligingsslot
bevestigen, 8-15
locatie, 2-5
Bluetooth, 1-8, 4-31
lampje, 4-32
problemen, 9-19
schakelaar, 2-1
C
COM-poort, 4-29
Computer opnieuw opstarten, 3-7
De computer verplaatsen, 4-35
Draadloos LAN, 1-7, 10-4
gebruiken, 4-30
lampje, 4-32
problemen, 9-19
schakelaar, 1-8, 2-1
locatie van sleuf, 2-3
oververhitting, -xxiv
problemen, 9-12, 9-13
FN + ALT (simulatie uitgebreid toetsenbord), 5-3
FN + CTRL (simulatie uitgebreid toetsenbord), 5-3
FN + ENTER, 5-3
FN + ESC (geluid dempen), 5-3
FN + F1 (vergrendelen), 5-3
FN + F3 (slaapstand), 5-4
FN + F4 (sluimerstand), 5-4
FN + F5 (uitvoer), 5-4
FN + F6 (helderheid verlagen), 5-4
FN + F7 (helderheid verhogen), 5-4
FN + F8 (draadloos), 5-4
FN + F9 (touchpad), 5-4
FN + spatiebalk (zoomen), 5-5
Functieknop, 2-9, 4-15
lampje, 7-7
locatie, 2-7
Functietoetsen, 5-2
G
Geheugen, 1-3, 10-2
afdekplaatje module, 2-6, 2-7
module installeren, 8-7
module verwijderen, 8-9
uitbreiding, 1-15, 8-7
Geïntegreerde numerieke toetsen, 1-9, 5-6
cursormodus, 5-6
inschakelen, 5-6
lampje, 2-12
numerieke modus, 5-6
tijdelijk geïntegreerde numerieke
toetsen gebruiken (geïntegreerde
numerieke toetsen uit), 5-7
tijdelijk gewone toetsenbord gebruiken
(geïntegreerde numerieke toetsen aan), 5-7
tijdelijk van modus wisselen, 5-7
Geluidssysteem, 1-7
hoofdtelefoon, 1-6, 2-2
luidspreker, 2-8
microfoon, 2-2, 2-9
volumeregling, 2-2
H
HDMI, 2-3, 8-12
poort, 1-6, 2-3
Herstelschijfstation, 3-8, 3-10
Herstelschijven, 3-10
Hoofdaccu, zie Accu-eenheid
Hoofdtelefoon, 1-6
poort, 2-1
problemen, 9-14
HW Setup
algemeen, 7-2
beeldscherm, 7-3
CPU, 7-3
LAN, 7-6
Opstartprioriteit, 7-4
toegang, 7-1
toetsenbord, 7-5
USB, 7-5
venster, 7-1
verlichting, 7-7
wachtwoord, 7-2

i.LINK (IEEE 1394)
poort, 2-4
i.LINK (IEEE1394), 1-6
gebruik, 8-13
poort, 2-3
problemen, 9-20
Infraroodontvangstvenster, 1-6
poort, 2-1
problemen, 9-10
Inschakelen
computer, 3-3

Lampje
aan/uit, 6-3
accu, 6-2
DC IN, 6-3
draadloze communicatie, 2-2, 4-32
functieknop, 7-7
LAN, 4-34
logo op voorrand, 2-1
optisch station, 2-12
systeem, 2-9, 2-10
toetsenbord, 2-11
touchpad, 7-7
webcam, 2-9
Lampjes
aan/uit, 2-11
DC IN, 2-10
LAN, 1-7, 4-33
kabeltypen, 4-33
lampje, 4-34
poort, 2-3
problemen, 9-19
verbindingen maken, 4-33
verbindingen verbreken, 4-34
LCD, zie Beeldscherm
Luchtopening
locatie, 2-3
M
Meerdere digitale mediakaarten
gebruik, 8-4
problemen, 9-13
Microfoon, 1-6
gebruiken, 4-26, 4-27
ingebouwd, 2-7, 2-9
poort, 2-1, 2-2
probleme, 9-14
locatie van aansluiting, 2-5
menu met eigenschappen, 4-28
problemen, 9-17
regioselectie, 4-28
verwijderen, 4-30
N
Netadapter, 1-6, 2-5, 2-21, A-1
aansluiten, 3-2
optioneel, 1-15, 8-10
problemen, 9-4
veiligheidsinstructies, -iii, -xxiv
Numeriek toetsenblok, Zie Geïntegreerde
numerieke toetsen
0
Optisch schijfstation, 2-5, 2-12
gebruik, 4-11
locatie, 2-5
Optisch station
lampje, 2-11
Optische schijfstations
veiligheidsinstructies, -ix
P
Poorten
i.LINK (IEEE1394), 2-3
DC IN, 2-5
externe monitor, 2-3
HDMI, 2-3
hoofdtelefoon, 2-1
infraroodontvangstvenster, 2-1
LAN, 2-3
microfoon, 2-1
modem, 2-5
USB, 2-3, 2-5
video-uit, 2-3
Problemen
aanwijsapparaat, 9-10
accu, 9-5
Bluetooth, 9-19
controlelijst voor hardware en systeem, 9-3
diskettestation, 9-9
draadloos LAN, 9-19
geluidssysteem, 9-14
het probleem analyseren, 9-2
i.LINK (IEEE1394)-apparaat, 9-20
infraroodpoort, 9-10
LAN, 9-19
LCD-scherm, 9-6
modem, 9-17
opstartprocedure van systeem, 9-3
SD/SDHC/MS/MS Pro/MMC-kaart, 9-13
sensor voor vingerafdrukken, 9-12
slaapstand/sluimerstand, 9-18
toetsenbord, 9-6
TOSHIBA-ondersteuning, 9-20
touchpad, 9-10
tv-uitvoersignaal, 9-15
uitschakelen bij oververhitting, 9-4
USB, 9-15
USB-muis, 9-11
USB-slaapstand en laden, 9-16
vaste schijf, 9-7
voeding, 9-4
wachtwoord, 9-6
wisselstroom, 9-4
zelftest, 9-3
Processor, 1-3
R
RTC-batterij, Zie Accu
S
Sensor voor vingerafdrukken
gebruik, 1-14, 4-2
sensor voor vingerafdrukken, 2-8
problemen, 9-12
Slaapstand
instellen, 3-6
problemen, 9-18
Slot, beveiliging, Zie Beveiligingsslot
Sluimer-modus, 1-11
Sluimerstand, 1-11
instellen, 3-4
problemen, 9-18
Sneltoetsen, 1-9
draadloos, 5-4
energiebeheerschema, 5-4
geluid dempen, 5-3
helderheid verhogen, 5-4
helderheid verlagen, 5-4
slaapstand, 5-4
sluimerstand, 5-4
TOSHIBA Hulpprogramma Zoom
(vergroten), 5-5
TOSHIBA Hulpprogramma Zoom
(verkleinen), 5-5
touchpad, 5-4
uitvoer/beeldscherm, 5-4
vergrendelen, 5-3
zoomen, 5-5
Softkeys
ENTER, 5-3
rechter Alt-toets, 5-3
rechter CTRL-toets, 5-3
Scroll Lock, 5-3
toetsen emuleren op uitgebreid
toetsenbord, 5-2
Stroom
afsluitmodus (opstartmodus), 3-4
Stroomvoorziening
aan-uitknop, 2-7
omstandigheden, 6-1
T
Toetsenbord, 1-5, 5-1
FN-plaktoets, 5-5
functietoetsen, 5-2
HW Setup, 7-5
lampje, 2-11
problemen, 9-6
sneltoetsen, 5-3
speciale Windows-toetsen, 5-5
toetsen emuleren op uitgebreid toetsenbord, 5-2
typemachinetoetsen, 5-1
TOSHIBA Toegankelijkheid, 1-12
TOSHIBA-diefstalregistratie, E-2
TOSHIBA-ondersteuning, 9-20
TOSHIBA-website, 10-3
Touchpad, 2-8
Vaste schijf/optisch station, lampje, 2-11
Vasteschijf
automatisch uitschakelen, 1-9
Verlichting, zie Lampje
Video, 4-21
HDMI, 8-12
Videomodi, B-2
Video-RAM, 1-4
Video-uit-poort, 1-6, 2-3
locatie, 2-3
Vingerafdruksensor
locatie, 2-7, 4-1
Voeding
lampje, 6-3
problemen, 9-4
Volumeregeling, 2-2
locatie, 2-1
W
Wachtwoord
computer opstarten met, 6-14
gebruiker, 7-2
hulpprogramma voor vingerafdrukken, 1-14
problemen, 9-6
sensor voor vingerafdrukken, 2-8
stroom inschakelen, 1-9
Webcam, 1-7, 2-9
gebruik, 4-24
locatie, 2-7















