Satellite U500D - Laptop TOSHIBA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Satellite U500D TOSHIBA in PDF-formaat.
| Producttype | Draagbare personal computer (laptop) |
| Model | TOSHIBA Satellite U500D |
| Beeldscherm | 13,3-inch WXGA-CSV (1280x800 pixels), optioneel touchscreen |
| Processor | AMD- of Intel-processor (afhankelijk van configuratie) |
| Geheugen | Uitbreidbaar tot 8 GB (PC2-6400 DDRII) |
| Opslag | Vaste schijf (HDD) van 120 GB tot 500 GB of solid-state drive (SSD) 64 GB |
| Optisch station | DVD Super Multi-station (±R DL) – leest en brandt cd’s/dvd’s |
| Grafische controller | Geïntegreerde grafische kaart (specifiek model afhankelijk van configuratie) |
| Geluid | Harman/Kardon-luidsprekers (bij sommige modellen), hoofdtelefoon-/S/PDIF-aansluiting, microfoonaansluiting |
| Voeding | Netadapter (100-240 V, 50/60 Hz) + oplaadbare lithium-ion accu |
| Connectiviteit | Wi-Fi (802.11 b/g/n), Bluetooth (optioneel), Gigabit Ethernet, modem (optioneel) |
| Poorten | 2× USB 2.0, 1× eSATA/USB-combinatie, HDMI (optioneel), externe monitor, ExpressCard-sleuf, Bridge-mediakaartsleuf (SD/SDHC/MMC/MS/xD) |
| Beveiliging | Vingerafdruksensor (optioneel), wachtwoordbeveiliging (opstarten, harde schijf), beveiligingsslot |
| Bijzondere functies | USB-slaapstand en opladen, TOSHIBA HDD-beveiliging, ECO-modus, gezichtsherkenning (optioneel) |
| Besturingssysteem | Windows 7 (vooraf geïnstalleerd) |
| Onderhoud en reiniging | Reinigingsdoekje (bij sommige modellen); vermijd vloeistoffen en blokkering van ventilatieopeningen |
| Veiligheid | Laserschijf klasse 1 (optisch station); houd voldoende ventilatie in acht; niet gebruiken in explosieve omgevingen |
| Reparatie en reserveonderdelen | Neem contact op met een geautoriseerd TOSHIBA-servicecentrum; reserveonderdelen: accu, netadapter, geheugenmodules |
| Garantie | Raadpleeg de meegeleverde garantie-informatie |
Veelgestelde vragen - Satellite U500D TOSHIBA
Gebruikersvragen over Satellite U500D TOSHIBA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laptop in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Satellite U500D - TOSHIBA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Satellite U500D van het merk TOSHIBA.
GEBRUIKSAANWIJZING Satellite U500D TOSHIBA
Gebruikershandleiding
Satellite U500/U500D
Satellite Pro U500/U500D
Copyright
©2009 by TOSHIBA Corporation. Alle rechten voorbehouden. Krachtens de auteurswetten mag deze handleiding op geen enkele wijze worden verveelvoudigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TOSHIBA. Met betrekking tot het gebruik van de informatie in deze handleiding wordt geen octrooirechtelijke aansprakelijkheid aanvaard.
Gebruikershandleiding voor TOSHIBA Satellite U500/U500D en Satellite Pro U500/U500D draagbare personal computer
Eerste druk september 2009
Het auteursrecht voor muziek, films, computerprogramma's, databases en ander auteursrechtelijk beschermd intellectueel eigendom berust bij de maker of de copyrighthouder. Auteursrechtelijk beschermd materiaal mag uitsluitend voor privé- of huiselijk gebruik worden verveelvoudigd. Andere toepassingen dan hierboven zijn vermeld (met inbegrip van conversie naar digitale indeling, wijziging, overdracht van gekopieerd materiaal en verspreiding via een netwerk) zonder toestemming van de copyrighthouder vormen schendingen van het auteursrecht en kunnen strafrechtelijk of middels een schadevergoeding worden vervolgd. Houd u aan de auteurswetten wanneer u deze handleiding of delen ervan verveelvoudigt.
Afwijzing van aansprakelijkheid
Deze handleiding is zorgvuldig geverifieerd en nagekeken. De aanwijzingen en beschrijvingen waren correct voor TOSHIBA Satellite U500/U500D en Satellite Pro U500/U500D draagbare personal computers op het tijdstip waarop deze handleiding ter perse ging. Erop volgende computers en handleidingen kunnen echter zonder kennisgeving worden gewijzigd. TOSHIBA aanvaardt dientengevolge geen aansprakelijkheid voor schade die direct of indirect voortvloeit uit fouten of omissies in de handleiding, of uit discrepanties tussen computer en handleiding.
Handelsmerken
Microsoft en Windows® zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
IBM® is een gedeponeerd handelsmerk, en IBM® PC en PS/2 zijn handelsmerken van International Business Machines Corporation.
DirectX, ActiveDesktop, DirectShow en Windows Media zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
Intel, Intel Core, Celeron, Centrino en Pentium zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Intel Corporation of diens dochtermaatschappijen in de Verenigde Staten en andere landen.
AMD, het AMD-logo en combinaties daarvan en zijn handelsmerken van Advanced Micro Devices, Inc.
Adobe en Photoshop zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Bluetooth™ is een handelsmerk in eigendom van de eigenaar en wordt door TOSHIBA onder licentie gebruikt.
ConfigFree is een handelsmerk van TOSHIBA Corporation.
Dolby is een gedeponeerd handelsmerk van Dolby Laboratories.
ExpressCard is een handelsmerk van PCMCIA.
HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC.
Memory Stick en Memory Stick PRO zijn gedeponeerde handelsmerken van Sony Corporation.
MultiMediaCard en MMC zijn handelsmerken van MultiMediaCard Association.
Photo CD is een handelsmerk van Eastman Kodak.
Secure Digital en SD zijn handelsmerken van SD Card Association.
xD-Picture Card is een handelsmerk van Fuji Photo Film, Co., Ltd.
Wi-Fi is een gedeponeerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance.
In deze handleiding wordt mogelijk verwezen naar andere handelsmerken en gedeponeerde handelsmerken die hierboven niet zijn genoemd.
EU-verklaring van overeenstemming

Dit product draagt het CE-keurmerk in overeenstemming met de relevante
Europese richtlijnen. De verantwoording voor de toewijzing van
CE-keurmerken ligt bij TOSHIBA Europe GmbH, Hammfelddamm 8,
41460 Neuss, Duitsland. De volledige en officiële EU-verklaring van overeenstemming is te vinden op de TOSHIBA-website
http://epps.toshiba-teg.com.
Overeenstemming met CE-richtlijnen
Dit product is voorzien van het CE-keurmerk in overeenkomst met de relevante Europese richtlijnen, met name de richtlijn omtrent elektromagnetische compatibiliteit (2004/108/EG) voor de notebook en de elektronische accessoires, waaronder de meegeleverde netadapter, de richtlijn omtrent radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur (1999/5/EG) in het geval van geïmplementeerde telecommunicatieaccessoires en laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG) voor de meegeleverde netadapter.
Dit product en de oorspronkelijke opties zijn ontworpen conform de relevante EMC- (Elektromagnetische compatibiliteit) en veiligheidsnormen. TOSHIBA garandeert echter niet dat dit product nog steeds aan deze EMC-normen voldoet indien kabels of opties van andere leveranciers zijn aangesloten of geïmplementeerd. In dat geval moeten de personen die deze opties/kabels hebben geïmplementeerd/aangesloten, ervoor zorgen dat het systeem (pc plus opties/kabels) nog steeds aan de vereiste normen voldoet. Ter voorkoming van EMC-problemen moeten in het algemeen de volgende richtlijnen in acht worden genomen:
■ Alleen opties met het CE-keurmerk mogen worden aangesloten/geïmplementeerd.
■ Alleen hoogwaardige afgeschermde kabels mogen worden aangesloten.
Werkomgeving
Dit product is ontworpen conform de EMC-voorschriften (elektromagnetische compatibiliteit) voor zogenoemde ‘commerciële, licht-industriële en woonomgevingen’. TOSHIBA keurt het gebruik van dit product in andere werkomgevingen dan de bovengenoemde ‘commerciële, licht-industriële en woonomgevingen’ af.
De volgende omgevingen zijn bijvoorbeeld niet veroorloofd:
industriële omgevingen (bijvoorbeeld omgevingen waar krachtstroom van 380 V (drie fasen) wordt gebruikt)
■ omgevingen met medische apparatuur
■ gemotoriseerde voertuigen
vliegtuigen
Gevolgen van het gebruik van dit product in niet-geoorloofde werkomgevingen vallen niet onder de verantwoordelijkheid van TOSHIBA.
Mogelijke gevolgen van het gebruik van dit product in niet-geoorloofde werkomgevingen zijn onder andere:
■ storing van de werking van andere apparaten of machines in de nabijheid;
■ storing van de werking van dit product, mogelijk resulterend in gegevensverlies, als gevolg van storingen die worden gegenereerd door andere apparaten of machines in de nabijheid.
TOSHIBA beveelt gebruikers dan ook met klem aan de elektromagnetische compatibiliteit van dit product vóór gebruik naar behoren te testen in alle niet-geoorloofde omgevingen. In het geval van auto's of vliegtuigen mag dit product uitsluitend worden gebruikt nadat de fabrikant of luchtvaartmaatschappij hiervoor toestemming heeft verleend.
Verder is het in verband met algemene veiligheidsoverwegingen verboden dit product te gebruiken in omgevingen met ontploffingsgevaar.
GOST
Verklaring van overeenstemming
De apparatuur is goedgekeurd (conform raadsbesluit 98/482/EC - 'TBR 21') voor aansluiting van één toestel op het PSTN (Public Switched Telephone Network: openbaar geschakeld telefoonnetwerk) in alle Europese landen.
Als gevolg van variaties tussen de individuele PSTN's in verschillende landen vormt deze goedkeuring niet per se een garantie voor storingsvrije werking op elke telefoonaansluiting.
Wend u in het geval van problemen in eerste instantie tot uw leverancier.
Netwerkcompatibiliteit
Dit product is ontworpen voor gebruik met de volgende netwerken en is compatibel met deze netwerken. Het is getest en voldoet aan de aanvullende voorschriften in EG 201 121.
Duitsland ATAAB AN005,AN006,AN007,AN009,AN010 en DE03,04,05,08,09,12,14,17
Griekenland ATAAB AN005, AN006 en GR01,02,03,04
Portugal ATAAB AN001,005,006,007,011 en P03,04,08,10
Spanje ATAAB AN005,007,012 en ES01
Zwitserland ATAAB AN002
Alle overige landen/regio's ATAAB AN003, 004
Voor elk netwerk zijn specifieke switchinstellingen of een specifieke softwareconfiguratie vereist. Raadpleeg de relevante gedeelten van de gebruikershandleiding voor nadere informatie.
De hookflash-functie is onderhevig aan afzonderlijke nationale goedkeuring. Deze functie is niet getest op conformiteit met nationale voorschriften, en correcte werking van deze functie op nationale netwerken kan niet worden gegarandeerd.
De volgende informatie is alleen bestemd voor lidstaten van de EU:
Afvalverwerking van producten

Het symbool van een doorgekruiste prullenbak geeft aan dat producten afzonderlijk moeten worden ingezameld en gescheiden van huishoudelijk afval moeten worden verwerkt. Interne batterijen en accu's kunnen met het product worden weggegooid. Ze worden gescheiden door het recyclingcentrum.
De zwarte balk geeft aan dat het product op de markt is gebracht na 13 augustus 2005.
Door producten en batterijen gescheiden in te zamelen, draagt u bij aan de juiste afvalverwerking van producten en batterijen en helpt u mogelijk schadelijke gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid voorkomen.
Voor meer informatie over inzameling en recycling in uw land bezoekt u onze website (http://eu.computers.toshiba-europe.com) of neemt u contact op met het gemeentekantoor of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Afvalverwerking van batterijen en/of accu's

Het symbool van een doorgekruiste prullenbak geeft aan dat batterijen en/of accu's afzonderlijk moeten worden ingezameld en gescheiden van huishoudelijk afval moeten worden verwerkt.
Als de batterij of accu meer lood (Pb), kwik (Hg) en/of cadmium (Cd) bevat dan de waarden die zijn gedefinieerd in de richtlijn inzake batterijen en accu's (2006/66/EG), worden de chemische symbolen voor lood (Pb), kwik (Hg) en/of cadmium (Cd) weergegeven onder het symbool van de doorgekruiste prullenbak.
Door producten en batterijen afzonderlijk in te leveren, helpt u producten en batterijen op de juiste wijze weg te gooien. Ook draagt u eraan bij de negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen.
Voor meer informatie over inzameling en recycling in uw land bezoekt u onze website (http://eu.computers.toshiba-europe.com) of neemt u contact op met het gemeentekantoor of de winkel waar u het product hebt gekocht.

Afhankelijk van het land of de regio waar u dit product hebt aangeschaft, is dit symbool mogelijk niet aanwezig
Afvalverwijdering van de computer en de computeraccu's
■ Verwijder deze computer overeenkomstig de toepasselijke wetten en voorschriften. Raadpleeg uw lokale overheid voor nadere informatie.
- Deze computer is uitgerust met een oplaadbare accu. Na herhaaldelijk gebruik zal de accu uiteindelijk niet meer kunnen worden opgeladen en moet deze worden vervangen. Volgens de geldende wetten en voorschriften is het mogelijk niet toegestaan om oude accu's weg te gooien met het huisvuil.
Denk om het milieu. Raadpleeg de lokale overheden voor nadere details met betrekking tot de recycling van oude accu's of het op de juiste wijze weggooien hiervan. Om milieuredenen kunnen er regels gelden voor de verwijdering van dit materiaal. Raadpleeg uw lokale overheid voor nadere informatie over verwijdering, hergebruik of recycling.
Uw computer voldoet mogelijk aan de ENERGY STAR®-richtlijnen. Als het model dat u hebt gekocht, hieraan voldoet, is de computer voorzien van het ENERGY STAR®-logo en is de volgende informatie van toepassing. TOSHIBA neemt deel aan het ENERGY STAR-programma van de Environmental Protection Agency (EPA). Deze computer voldoet aan de nieuwste ENERGY STAR-richtlijnen voor energiebesparing. Bij levering zijn de opties voor energiebeheer van uw computer ingesteld op een configuratie die de meest stabiele werkomgeving en optimale systeemprestaties biedt voor gebruik met de netvoeding en met de accu.
Om energie te besparen is de computer zo ingesteld dat de energiesluimerstand wordt geactiveerd als er gedurende 15 minuten geen handelingen hebben plaatsgevonden terwijl de computer op de netvoeding wordt gebruikt. Hierbij worden het systeem en het scherm uitgeschakeld. TOSHIBA raadt aan deze en andere energiebesparende instellingen ingeschakeld te laten, zodat de computer zo energiezuinig mogelijk werkt. U kunt de computer uit de slaapstand activeren door op de aan/uit-knop te drukken.
Producten die een ENERGY STAR hebben, voorkomen uitstoting van broeikasgassen doordat ze voldoen aan de strenge richtlijnen die zijn ingesteld door de US EPA en de Europese Commissie. Volgens de EPA gebruikt een computer die aan de nieuwe ENERGY STAR-specificaties voldoet tussen 20% en 50% minder energie, afhankelijk van het gebruik.
Ga naar http://www.eu-energystar.org of http://www.energystar.gov voor meer informatie over het ENERGY STAR Program.
Verklaring over REACH-compatibiliteit
De nieuwe verordening van de Europese Unie (EU) met betrekking tot chemische stoffen, REACH (Registration, Evaluation, Authorization and Restriction of Chemicals ofwel registratie, beoordeling, autorisatie en beperkingen van chemische stoffen), is vanaf 1 juni 2007 van kracht. Toshiba voldoet aan alle REACH-vereisten en we streven ernaar onze klanten informatie te verschaffen over de chemische stoffen in onze producten in overeenstemming met de REACH-verordening.
Bezoek de volgende website www.toshiba-europe.com/computers/info/reach voor informatie over de aanwezigheid in onze producten van stoffen die op de kandidatenlijst staan volgens artikel 59(1) van verordening (EG) Nr. 1907/2006 (REACH) in een concentratie van meer dan 0,1 gewichtsprocent (g/g).
De volgende informatie geldt alleen voor Turkije:
Overeenstemming met EEE-richtlijnen: Toshiba voldoet aan alle vereisten van de Turkse richtlijn 26891 'Beperking op het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur'.
■ Het aantal mogelijke pixelfouten van het beeldscherm wordt gedefinieerd volgens de norm ISO 13406-2. Als het aantal pixelfouten minder is dan deze norm, wordt dit niet als een fout of defect gerekend.
Accu's zijn verbruiksartikelen, aangezien de accugebruiksduur afhangt van het gebruik van de computer. Als de accu niet meer kan worden opgeladen, wordt dit veroorzaakt door een fout of defect. Veranderingen in de accugebruiksduur zijn geen fout of defect.
Standaards voor optische stations
De TOSHIBA Satellite U500/U500D, Satellite Pro U500/U500D-computer wordt geleverd met een van de volgende vooraf geïnstalleerde stations: DVD Super Multi (±R DL), DVD-ROM & CD-R/RW of DVD-ROM.
Het station is van een van de volgende etiketten voorzien:
Vóór verzending is het laserapparaat van klasse 1 gecertificeerd conform de normen in hoofdstuk 21 van het Amerikaanse ministerie van volksgezondheid (DHHS 21 CFR).
Voor alle andere landen is het station gecertificeerd conform de IEC825- en EN60825-normen voor klasse 1-laserapparaten.
De computer is uitgerust met een van de volgende optische stations:
- Het station gebruikt een lasersysteem. Om er zeker van te zijn dat dit product correct wordt gebruikt, dient u deze handleiding zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden.
Als het apparaat ooit moet worden gerepareerd, neemt u contact op met een Authorized Toshiba Service Center.
■ Het gebruik van regelaars, instellingen of procedures anders dan wordt vermeld, kan resulteren in blootstelling aan gevaarlijke straling
■ Probeer de kast niet te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico van directe blootstelling aan de laserstraal.
Veiligheidsinstructies voor optische schijfstations

Vergeet niet de internationale voorzorgsmaatregelen aan het einde van deze paragraaf te lezen.
Panasonic
■ Het DVD Super Multi-station (Double Layer) gebruikt een lasersysteem. Om er zeker van te zijn dat dit product correct wordt gebruikt, dient u deze handleiding zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden. Als het apparaat ooit moet worden gerepareerd, neemt u contact op met een Authorized Toshiba Service Center.
■ Het gebruik van regelaars, instellingen of procedures anders dan wordt vermeld, kan resulteren in blootstelling aan gevaarlijke straling.
■ Probeer de kast niet te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico van directe blootstelling aan de laserstraal.

■ Het DVD Super Multi-station (Double Layer) gebruikt een lasersysteem. Om er zeker van te zijn dat dit product correct wordt gebruikt, dient u deze handleiding zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden. Als het apparaat ooit moet worden gerepareerd, neemt u contact op met een Authorized Toshiba Service Center.
Het gebruik van regelaars, instellingen of procedures anders dan wordt vermeld, kan resulteren in blootstelling aan gevaarlijke straling.
■ Probeer de kast niet te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico van directe blootstelling aan de laserstraal.
Internationale voorzorgsmaatregel
LET OP: Dit apparaat bevat een lasersysteem, dat is geclassificeerd als een KLASSE 1-LASERPRODUCT. Om te zorgen dat u dit product correct gebruikt, dient u de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden. Wend u in geval van problemen met dit model tot het dichtstbijzijnde Authorized Toshiba Service Center.
Probeer de kast niet te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico van directe blootstelling aan de laserstraal.
CLASS 1 LASER PRODUCT LASERSCHUTZKLASSE 1 PRODUKT TOEN60825
Algemene voorzorgsmaatregelen
Hoofdstuk 1 Inleiding
Controlelijst van apparatuur 1-1
Speciale voorzieningen 1-10
Hulpprogramma's en toepassingen 1-14
Opties 1-18
Hoofdstuk 2 Rondleiding
Voorkant met gesloten beeldscherm 2-1
Linkerkant 2-3
Rechterkant. 2-5
Onderkant 2-7
Voorkant met geopend beeldscherm 2-9
Optisch station 2-12
Netadapter.... 2-13
Hoofdstuk 3 Aan de slag
De netadapter aansluiten.... 3-2
Het beeldscherm openen. 3-4
De computer inschakelen 3-5
Windows ® 7 instellen .... 3-5
De computer uitschakelen.... 3-6
De computer opnieuw opstarten.... 3-10
Opties voor systeemherstel en de vooraf geïnstalleerde software herstellen .... 3-10
Hoofdstuk 4 Basisbeginselen
Het touchpad gebruiken. 4-1
De sensor voor vingerafdrukken gebruiken 4-2
Functie voor USB-slaapstand en laden 4-10
De functieknoppen gebruiken.... 4-12
De webcam gebruiken 4-13
De microfoon gebruiken 4-15
Gezichtsherkenning gebruiken....4-15
Het optische station gebruiken....4-19
Automatische vergrendeling van optisch station (bij sommige modellen). 4-24
CD's/DVD's beschrijven met het DVD Super Multi-station (Double Layer) 4-25
Behandeling van schijven....4-32
Geluidssysteem 4-34
Modem. 4-35
Draadloze communicatie....4-38
LAN 4-40
Gids voor draadloos WAN. 4-42
De computer verplaatsen 4-46
De vasteschijfbeveiliging gebruiken 4-47
Het touchscreen gebruiken (geleverd bij sommige modellen) . . . .4-49
Touchscreenbewegingen 4-51
Hoofdstuk 5 Het toetsenbord
Typemachinetoetsen ....5-1
Functietoetsen F1 ... F12 .... 5-2
Softkeys: Fn-toetscombinaties .....5-2
Toetsen op een uitgebreid toetsenbord emuleren .....5-2
Sneltoetsen....5-3
Speciale Windows®-toetsen 5-5
Geïntegreerde numerieke toetsen ....5-6
ASCII-tekens genereren....5-7
Hoofdstuk 6 Stroomvoorziening en spaarstanden
Stroomvoorzieningsomstandigheden....6-1
Voedingslampjes 6-2
Accu. 6-3
Onderhoud en gebruik van de accu-eenheid ....6-5
De accu-eenheid vervangen ....6-9
De computer opstarten met een wachtwoord ....6-11
Opstartstanden....6-12
In-/uitschakelen via LCD 6-12
Systeem automatisch uitschakelen....6-12
Hoofdstuk 7 HW Setup
HW Setup starten....7-1
Het venster HW Setup 7-1
Hoofdstuk 8 Optionele apparaten
ExpressCard-sleuf 8-2
Geheugenkaarten SD/SDHC/MMC/MEMORY STICK/ MEMORY STICK PRO/xD 8-4
Geheugenuitbreiding 8-7
Extra accu-eenheid.... 8-11
Extra netadapter 8-11
Externe monitor 8-11
HDMI 8-12
Beveiligingsslot 8-13
Hoofdstuk 9 Problemen oplossen
Handelwijze bij probleemoplossing 9-1
Controlelijst voor hardware en systeem 9-3
TOSHIBA-ondersteuning 9-22
Hoofdstuk 10 Wettelijke voetnoten
Bijlage A Specificaties
Werkomgeving ...... A-1
Ingebouwde modem. ...... A-2
Kaartspecificaties. C-1
Radiospecificaties C-2
Ondersteunde subfrequencies C-3
Bijlage D Netsnoer en connectoren
Certificeringsinstanties ..... D-1
Als een bericht van TOSHIBA PC Health Monitor wordt weergegeven....E-3
Bijlage F Als uw computer wordt gestolen
Woordenlijst
Index
Voorwoord
Gefeliciteerd met uw nieuwe TOSHIBA Satellite U500/U500D- of Satellite Pro U500/U500D-computer. Deze krachtige, hoogpresterende notebook staat garant voor jarenlang betrouwbaar computergebruik en biedt uitstekende uitbreidingsmogelijkheden, bijvoorbeeld voor multimedia-apparaten.
In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u uw TOSHIBA Satellite U500/U500D- of Satellite Pro U500/U500D computer gebruiksklaar maakt en ermee aan de slag gaat. Verder wordt gedetailleerde informatie gegeven over het configureren van de computer, elementaire bewerkingen en onderhoud, het gebruik van optionele apparaten en probleemoplossing.
Als u nog nooit een computer hebt gebruikt of nog nooit met een draagbare computer hebt gewerkt, leest u eerst de hoofdstukken Inleiding en Rondleiding om uzelf vertrouwd te maken met de voorzieningen, onderdelen en accessoires van de computer. Lees vervolgens Aan de slag voor stapsgewijze instructies voor het gebruiksklaar maken van de computer.
Bent u een ervaren computergebruiker, dan leest u dit voorwoord verder door om inzicht te krijgen in de indeling van deze handleiding, waarna u de handleiding kunt doorbladeren om ermee vertrouwd te raken. Besteed met name aandacht aan de paragraaf Specificaties in de Inleiding om kennis te maken met de voorzieningen die bijzonder of uniek zijn voor de computers. Als u PC-kaarten gaat installeren of externe apparaten zoals een monitor gaat aansluiten, dient u hoofdstuk 8, Optionele apparaten, te lezen.
Inhoud van de handleiding
Deze handleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken, bijlagen, een woordenlijst en een index.
In hoofdstuk 1, Inleiding, vindt u een overzicht van de voorzieningen, mogelijkheden en opties van de computer.
In hoofdstuk 2, Rondleiding, worden de onderdelen van de computer geïdentificeerd en kort toegelicht.
In hoofdstuk 3, Aan de slag, wordt beknopt uitgelegd hoe u met de computer aan de slag kunt gaan en worden tips gegeven over veiligheid en het inrichten van uw werkplek.
Hoofdstuk 4, Basisbeginselen, bevat instructies voor het gebruik van de volgende apparaten: touchpad, geluidssysteem, optische stations, modem, draadloze communicatie en LAN. U krijgt ook tips voor het onderhoud van de computer en het omgaan met CD's/DVD's.
In hoofdstuk 5, Het toetsenbord, worden speciale toetsenbordfuncties beschreven, zoals de geïntegreerde numerieke toetsen en de sneltoetsen.
In hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden, vindt u informatie over de voedingsbronnen en energiebesparingsmodi van de computer.
In hoofdstuk 7, HW Setup, wordt uitgelegd hoe u de computer configureert met het programma HW Setup.
In hoofdstuk 8, Optionele apparaten, wordt beschreven welke optionele hardware beschikbaar is.
Hoofdstuk 9, Problemen oplossen, bevat nuttige informatie over het uitvoeren van diagnostische tests en suggesties voor de beste handelwijze als de computer niet correct lijkt te werken.
Hoofdstuk 10, Wettelijke voetnoten, bevat wettelijke voetnoten met betrekking tot uw computer.
De bijlagen verschaffen technische informatie over de computer.
De Woordenlijst bevat definities van algemene computertermen en acroniemen die in de tekst worden gebruikt.
Met behulp van de Index kunt u snel informatie in deze handleiding opzoeken.
Conventies
In deze handleiding worden de volgende notatieconventies gebruikt voor het beschrijven, identificeren en markeren van termen en bedieningsprocedures.
Afkortingen
Wanneer een afkorting voor het eerst wordt gebruikt, wordt deze gevolgd door een verklaring (al dan niet tussen haakjes). Bijvoorbeeld: ROM (Read Only Memory). Acroniemen worden tevens gedefinieerd in de Woordenlijst.
Pictogrammen
Pictogrammen identificeren poorten, regelaars en andere delen van de computer. Het paneel met systeemlampjes gebruikt tevens pictogrammen ter aanduiding van de onderdelen waarover het informatie verschaft.
Toetsen
De toetsenbordtoetsen worden in de tekst gebruikt ter beschrijving van een aantal computerbewerkingen. De toetsopschriften die op het toetsenbord te zien zijn, worden in een ander lettertype gedrukt. Enter duidt bijvoorbeeld de Enter-toets aan.
Gebruik van toetsen
Voor sommige bewerkingen moet u tegelijkertijd twee of meer toetsen indrukken. Dergelijke bewerkingen worden aangeduid door een plusteken (+) tussen de toetsopschriften. Zo betekent Ctrl + C dat u op C moet drukken terwijl u Ctrl ingedrukt houdt. Als er drie toetsen worden gebruikt, houdt u de eerste twee ingedrukt en drukt u tegelijkertijd op de derde.
ABC
Wanneer u in een procedure een handeling moet uitvoeren (bijvoorbeeld een pictogram aanklikken of tekst invoeren), wordt de pictogramnaam of de te typen tekst in het links weergegeven lettertype gedrukt.
Beeldscherm

ABC
De namen van vensters en pictogrammen, en door de computer gegenereerde tekst die op het beeldscherm verschijnt, worden in het links weergegeven lettertype gedrukt.
Mededelingen
Mededelingen worden in deze handleiding gebruikt om u attent te maken op belangrijke informatie. Elk type mededeling wordt aangeduid zoals hieronder wordt geïllustreerd.

Attentie! In dit soort mededelingen wordt u gewaarschuwd dat incorrect gebruik van apparatuur of het negeren van instructies kan resulteren in gegevensverlies of beschadiging van de apparatuur.

Opmerking. Een opmerking is een tip of aanwijzing die u helpt de apparatuur optimaal te gebruiken.

Duidt op een potentieel gevaarlijke situatie die bij veronachtzaming van de instructies kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
Terminologie
Deze term wordt in dit document als volgt gedefinieerd:
Start
Het woord 'start' verwijst naar de knop 'in Windows®.
Algemene voorzorgsmaatregelen
TOSHIBA-computers bieden optimale veiligheid en optimaal
gebruikerscomfort; bovendien zijn ze robuust, een belangrijke eigenschap voor draagbare computers. U moet echter bepaalde voorzorgsmaatregelen nemen om het risico van lichamelijk letsel of beschadiging van de computer verder te beperken.
Lees de onderstaande algemene aanwijzigen en let op de waarschuwingen die in de handleiding worden gegeven.
Zorgen voor voldoende ventilatie
Zorg er altijd voor dat er afdoende ventilatie beschikbaar is voor de computer en de netadapter en dat deze worden beschermd tegen oververhitting als de stroom wordt ingeschakeld of als een netadapter wordt aangesloten op een stopcontact (zelfs als de computer in de slaapstand staat). Let hierbij op het volgende:
■ Dek de computer of netadapter nooit met een voorwerp af.
Plaats de computer of netadapter nooit in de buurt van een warmtebron, zoals een elektrische deken of een verwarmingstoestel.
■ Bedek of blokkeer de luchtopeningen niet, met inbegrip van de openingen op de onderzijde van de computer.
Plaats de computer voor gebruik altijd op een harde, vlakke ondergrond. Als u de computer gebruikt op een tapijt of een ander zacht materiaal, kunnen de ventilatieopeningen worden geblokkeerd.
■ Zorg altijd voor voldoende ruimte rondom de computer.
■ Oververhitting van de computer of de netadapter kan resulteren in systeemstoringen, schade aan computer of netadapter of brand, met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Een gebruiksvriendelijke omgeving inrichten
Plaats de computer op een egaal oppervlak dat groot genoeg is voor de computer en eventuele andere apparaten die u nodig hebt, zoals een printer.
Laat voldoende ruimte vrij rondom de computer en andere apparatuur voor een adequate ventilatie. De apparaten kunnen anders oververhit raken.
Houd uw computer in optimale werkconditie door de werkplek niet bloot te stellen aan:
■ stof, vocht en direct zonlicht;
■ apparatuur met sterke magnetische velden, zoals luidsprekers (andere dan die op de computer zijn aangesloten) of een hoofdtelefoon;
■ plotselinge veranderingen in temperatuur of vochtigheid, en warmtebronnen zoals radiatoren en airconditioningroosters;
■ Vermijd extreme hitte, koude of vochtigheid.
■ vloeistoffen en bijtende chemicaliën;
Blessures door overbelasting
Lees zorgvuldig de Instructiegids voor veiligheid en comfort. Hierin wordt toegelicht hoe u hand- en polsblessures als gevolg van langdurig toetsenbordgebruik kunt voorkomen.
Verhitting van computeroppervlakken
Vermijd langdurig lichamelijk contact met de computer. Indien de computer gedurende een langere periode is gebruikt, kan het oppervlak zeer heet worden. Zelfs als de computer niet heet aanvoelt, kan langdurig lichamelijk contact - bijvoorbeeld wanneer u de computer op uw schoot of uw handen op de polssteun laat rusten - resulteren in rode plekken op de huid.
■ De metalen plaat die de interfacepoorten ondersteunt, kan heet worden. Vermijd daarom rechtstreeks contact met deze plaat na langdurig computergebruik.
- Het oppervlak van de netadapter kan bij gebruik heet worden, maar dit is normaal. Als u de netadapter wilt vervoeren, koppelt u deze los en laat u deze eerst afkoelen.
Plaats de netadapter niet op materiaal dat hittegevoelig is, deze kan namelijk schade veroorzaken.
Schade door druk of stoten
Zorg dat de computer niet wordt blootgesteld aan zware druk of harde stoten aangezien hierdoor computeronderdelen beschadigd kunnen raken of andere storingen kunnen ontstaan.
Oververhitting van de ExpressCard
Sommige ExpressCards kunnen bij langdurig gebruik heet worden wat kan leiden tot instabiliteit in de werking van het apparaat in kwestie. Ga ook voorzichtig te werk bij het verwijderen van een PC-kaart of ExpressCard die langdurig is gebruikt.
Mobiele telefoons
Let erop dat het gebruik van mobiele telefoons kan leiden tot storingen in het audiosysteem. Hoewel de werking van de computer hierdoor niet wordt beïnvloed, verdient het aanbeveling om tijdens telefoongesprekken een afstand van minimaal 30 cm in acht te nemen tussen de computer en de mobiele telefoon.
Instructiehandleiding voor veiligheid en comfort
Alle belangrijke informatie voor veilig en juist gebruik van deze computer wordt beschreven in de bijgesloten Instructiegids voor veiligheid en comfort. Lees deze gids voordat u de computer gebruikt.
Hoofdstuk 1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat een controlelijst met de geleverde apparatuur en beschrijft de voorzieningen, opties en accessoires van de computer.

Sommige voorzieningen die in deze handleiding worden toegelicht, functioneren wellicht niet correct als u een besturingssysteem gebruikt dat niet vooraf door TOSHIBA is geïnstalleerd.
Controlelijst van apparatuur
Verwijder de computer voorzichtig uit de verpakking.
Berg de doos en het verpakkingsmateriaal op voor toekomstig gebruik.
Hardware
Controleer u de volgende items hebt:
■ TOSHIBA Satellite U500/U500D, Satellite Pro U500/U500D draagbare personal computer
■ Universele netadapter en netsnoer
Accu-eenheid (is vooraf geïnstalleerd in de computer)
■ Reinigingsdoekje (geleverd bij sommige modellen)
Software
Het volgende Windows®-besturingssysteem en de volgende software zijn vooraf geïnstalleerd:
Windows ® 7
■ TOSHIBA Value Added Package
■ TOSHIBA Herstelmedium maken
■ TOSHIBA DVD-speler
Hulpprogramma's voor TOSHIBA SD-geheugen
TOSHIBA Assist
TOSHIBA ConfigFree™
■ TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging
■ TOSHIBA Disc Creator
■ TOSHIBA Gezichtsherkenning*
■ TOSHIBA-hulpprogramma USB-slaapstand en laden*
Bluetooth-stack voor Windows van TOSHIBA*
Hulpprogramma voor vingerafdrukken (kan alleen worden gebruikt voor modellen met een vingerafdruksensor.)
Windows ® Mobiliteitscentrum
■ TOSHIBA-webcamtoepassing (kan alleen worden gebruikt op modellen met een webcam)
■ TOSHIBA Bulletin Board
TOSHIBA ReelTime
■ TOSHIBA Servicestation
■ TOSHIBA-ecohulpprogramma
■ Online handleiding
* Deze software is vooraf geïnstalleerd op sommige modellen.
Documentatie
■ Satellite U500/U500D, Satellite Pro U500/U500D personal computer Gebruikershandleiding
Aan de slag met de Satellite U500/U500D, Satellite Pro U500/U500D personal computer
Instructiehandleiding voor veiligheid en comfort (maakt deel uit van gebruikershandleiding)
Garantie-informatie

Neem contact op met uw leverancier als een of meer items ontbreken of beschadigd zijn.
Kenmerken
Ga naar de website voor uw gebied voor de configuratiegegevens van het model dat u hebt aangeschaft.
Processor
Ingebouwd Het type processor hangt af van het model. Als u wilt controlleren welk type processor uw model bevat, opent u PC-diagnoseprogramma door te klikken op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> PC-diagnoseprogramma.
Geheugen
Sleuven PC2-6400 1 GB, 2 GB of 4 GB
In de geheugensleuf kan een geheugenmodule van maximaal 4 GB worden geïnstalleerd voor een systeemgeheugen van maximaal 8 GB in totaal.
De daadwerkelijke hoeveelheid bruikbaar systeemgeheugen is minder dan de geïnstalleerde geheugenmodules.

Voor gebruikers van een 32-bits versie van Windows: als uw computer is geconfigureerd met meer dan 3 GB geheugen, kan de geheugencapaciteit worden weergegeven als slechts circa 3 GB (afhankelijk van de hardwarespecificaties van de computer).
Dit is correct aangezien het besturingssysteem gewoonlijk de beschikbare hoeveelheid geheugen weergeeft in plaats van de hoeveelheid fysiek geheugen (RAM) die in de computer is ingebouwd.
Diverse systeemcomponenten (zoals de GPU van de grafische kaart en PCI-apparaten zoals draadloos LAN) vereisen hun eigen geheugenruimte. Aangezien een 32-bits besturingssysteem niet meer dan 4 GB geheugen kan adresseren, overlappen deze systeembronnen het fysieke geheugen. Het is een technische beperking dat het overlappende geheugen niet beschikbaar is voor het besturingssysteem. Hoewel sommige hulpprogramma's de daadwerkelijke hoeveelheid fysiek geheugen in de computer kunnen weergeven, is er nog steeds slechts circa 3 GB geheugen beschikbaar voor het besturingssysteem.
| Video-RAM Het geheugen in de grafische kaart van een computer, dat wordt gebruikt om het beeld op te slaan dat wordt weergegeven op een bitmapscherm.De beschikbare hoeveelheid video-RAM is afhankelijk van het systeemgeheugen van de computer.Start -> Configuratiescherm -> Vormgeving en persoonlijke instellingen -> Beeldscherm -> Beeldscherminstellingen wijzigen (linkermenu).U kunt de hoeveelheid video-RAM controleren door te klikken op de knop Geavanceerde instellingen... in het venster Beeldscherminstellingen. |
Voeding
| Accu-eenheid De computer wordt van stroom voorzien door een oplaadbare lithium-ion accu-eenheid. |
| RTC-batterij De computer heeft een interne batterij voor de interne RTC (Real Time Clock) en kalender. |
| Netadapter De netadapter voorziet het systeem van stroomen laadt de accu’s op wanneer deze opraken. Denetadapter wordt geleverd met een verwisselbaar netsnoer met een 2-pins of 3-pins stekker.Aangezien de netadapter universeel is, ondersteuntdeze netspanningen tussen 100 en 240 Volt; deuitgangsstroom varieert echter al naar gelang hetmodel.Gebruik van het verkeerde model netadapter kanresulteren in beschadiging van de computer.Raadpleeg de paragraafNetadapterin hoofdstuk 2,Rondleiding. |
Schijven
Vaste schijf (HDD) of solid-state drive (SSD)
Deze computer is uitgerust met een van de volgende soorten vaste schijven (HDD) of solid-state drives (SSD). De capaciteit van elk model vaste schijf of SSD verschilt.
Vaste schijf
120 GB
160 GB
200 GB
250 GB
320 GB
400 GB
500 GB
SSD
64 GB
Houd er rekening mee dat een deel van de ruimte op de vaste schijf of de solid-state drive wordt gebruikt voor beheerdoeleinden.
Wellicht komen in de toekomst andere vaste schijven beschikbaar.

In deze handleiding verwijst de term ‘vaste schijf’ of ‘HDD’ ook naar de SSD, tenzij anders wordt aangegeven.
■ SSD is een opslagmedium met een hoge capaciteit dat solid-state geheugen gebruikt in plaats van een magnetische schijf, zoals een vaste schijf.

In bepaalde ongebruikelijke omstandigheden wanneer de SSD langere tijd niet wordt gebruikt en/of wordt blootgesteld aan hoge temperaturen, kunnen er fouten met betrekking tot het bewaren van gegevens optreden.
Optisch station
| DVD Super Multi-station (±R DL) | Sommige modellen zijn uitgerust met een DVD Super Multi-stationsmodule (±R DL) van volledige grootte waarmee u zonder adapter gegevens op herschrijfbare CD’s/DVD’s kunt vastleggen en CD’s/DVD’s kunt lezen. De maximale leessnelheid is 8-speed voor DVD-ROM en 24-speed voor CD-ROM. De maximale schrijfsnelheid bedraagt 24-speed voor CD-R, 24-speed voor CD-RW, 8-speed voor DVD-R, 6-speed voor DVD-RW, 5-speed voor DVD-RAM, 8-speed voor DVD+R, 8-speed voor DVD+RW, 6-speed voor DVD+R DL en 6-speed voor DVD-R DL. Dit station ondersteunt de volgende indelingen: |
| ■ DVD-ROM | |
| ■ DVD-Video | |
| ■ DVD-R | |
| ■ DVD-RW | |
| ■ DVD+R | |
| ■ DVD+RW | |
| ■ DVD-RAM | |
| ■ DVD+R DL | |
| ■ DVD-R DL | |
| ■ CD-DA | |
| ■ CD-Text | |
| ■ CD-R | |
| ■ CD-RW | |
| ■ CD-ROM Mode 1, Mode 2 | |
| ■ CD-ROM XA Mode 2 (Form1, Form2) | |
| ■ CD-G (alleen audio-CD) | |
| ■ Photo CD (single/multi-sessie) | |
| ■ Enhanced CD (CD-EXTRA) | |
| ■ Adresseringsmethode 2 |

DVD-RAM-schijven van 2,6 GB en 5,2 GB kunnen niet worden gelezen of beschreven.
Beeldscherm
Het LCD-scherm van de computer ondersteunt videobeelden met hoge resolutie. Het scherm kan in diverse standen worden gezet voor maximaal comfort en optimale leesbaarheid.
Beeldscherm 13,3-inch WXGA-CSV met 1280 pixels horizontaal x 800 pixels verticaal.
Touchscreenmodel
U kunt bewerkingen uitvoeren door het scherm aan te raken met uw vinger.
U controleert het aantal vingers dat u kunt gebruiken door te klikken op Start -> Computer -> Systeemeigenschappen -> Pen en aanraken.
De computer ondersteunt alleen invoer via aanraken, ook al wordt in de systeemeigenschappen vermeld dat pen en aanraken wordt ondersteund.
Grafische controller Grafische controller voor optimale beeldschermprestaties. Raadpleeg bijlage B, Beeldschemcontroller, voor nadere informatie.
Toetsenbord
Ingebouwd Intern toetsenbord, compatibel met uitgebreid IBM-toetsenbord, geïntegreerde numerieke toetsen, vaste cursorbesturingstoetsen, en de toetsen en . Zie hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
Aanwijsapparaat
Ingebouwd touchpad Met het touchpad en de besturingsknoppen in de polssteun kunt u de schermaanwijzer verplaatsen en door de inhoud van vensters schuiven.
Poorten
HDMI Op deze HDMI-aansluiting kunt u externe weergave-/audio-apparaten aansluiten. (Aanwezig op sommige modellen.)
Externe monitor Op deze 15-pins poort kunt u een extern beeldscherm aansluiten.
| Universal Serial Bus (USB 2.0) | De USB 2.0-compatibele poorten ondersteunen gegevensoverdrachtsnelheden die 40 maal hoger zijn dan met de USB 1.1-norm. (De poorten ondersteunen tevens USB 1.1.) |
| eSATA/USB-combinatiepoort | Eén eSATA/Universal Serial Bus (USB)-combinatiepoort biedt de mogelijkheid een keten van USB- of eSATA-apparaten via de poort op de computer aan te sluiten. |
Sleuven
| ExpressCard-sleuf | De ExpressCard-sleuf biedt ruimte aan twee standaardmodules: een ExpressCard/34-module en een ExpressCard/54-module. Een Express Card is een kleine, modulaire, toevoegbare kaart met een PCI Express- en Universal Serial Bus (USB)-interface. |
| Sleuf voor Bridge-mediakaart | Ondersteunt SD/miniSD/microSD/SDHC-geheugenkaarten, MMC, MEMORY STICK, MEMORY STICK PRO, MEMORY STICK PRO DUO en xD Picture Card. |
Multimedia
| Webcam Foto's of videobeelden opnemen/verzenden met deze geïntegreerde webcam. (aanwezig op sommige modellen) | |
| Geluidssysteem Een Windows®-geluidssysteem bestaat uit luidsprekers en aansluitingen voor een externe microfoon en hoofdtelefoon.Speciaal Harman/Kardon-geluidssysteem (afhankelijk van het aangeschafte model). | |
| Aansluiting voor hoofdtelefoon (S/PDIF) | Via deze aansluiting worden analoge audiosignalen uitgevoerd. Deze bus kan ook worden gebruikt als S/PDIF-bus en voor aansluiting van optische digitale apparatuur. |
| Microfoonaansluiting | Op de 3,5-mm mini-microfoonaansluiting kan een drie-aderige miniplug voor niet-stereofonische microfooninvoer worden aangesloten. |
| Sleuf voor SIM-kaart | Deze sleuf (die zich bevindt onder de accu-eenheid) maakt het mogelijk informatie over te zetten van een standaard SIM-kaart (Subscriber Identity Module) van 25 mm naar de computer. De SIM-kaartsleuf is alleen beschikbaar in sommige modellen. |
Communicatie
| Modem Een modem voorziet in gegevens- enfaxcommunicatie. Raadpleeg bijlage E.De snelheid van gegevensoverdracht enfaxcommunicatie is afhankelijk van de toestandvan de analoge telefoonlijn. De computer heefteen modempoort voor aansluiting op eentelefoonlijn. V.90 en V.92 worden uitsluitend in deVS, Canada, Frankrijk en Duitsland ondersteund.In andere gebieden is V.90 beschikbaar.Sommige modellen zijn uitgerust met een internemodem. | |
| LAN De computer heeft ingebouwde ondersteuningvoor Ethernet LAN (10 megabits per seconde,10BASE-T), Fast Ethernet LAN (100 megabits perseconde, 100BASE-TX) en Gigabit Ethernet LAN(1000 megabits per seconde, 1000BASE-T).In sommige verkoopgebieden wordt dezestandaard in de fabriek geïnstalleerd. | |
| Draadloos LAN Sommige computers in deze serie zijn uitgerustmet een draadloos LAN-module. Deze module iscompatibel met andere LAN-systemen die zijngebaseerd op de DSSS-/OFDM-radiotechnologie(Direct Sequence Spread Spectrum/OrthogonalFrequency Division Multiplexing) en die voldoenaan de IEEE 802.11-norm. | |
| De verzendsnelheid via het draadloos LAN en het maximale bereik van hetdraadloze LAN kunnen variëren al naar gelang de elektromagnetischeomgeving, obstakels, ontwerp en configuratie van toegangspunten,clientontwerp en software-/hardwareconfiguratie. De vermeldeverzendsnelheid is de theoretische maximumsnelheid van dedesbetreffende norm. De daadwerkelijke verzendsnelheid zal lager zijndan de theoretische maximumsnelheid. | |
| Bluetooth Sommige computers in deze serie zijn uitgerustmet Bluetooth-functies. Bluetooth-technologieondersteunt snelle, betrouwbare en draadlozecommunicatie tussen elektronische apparaten(bijvoorbeeld computers en printers) in een kleineruimte. (Aanwezig op sommige modellen.) | |
| Schakelaar voordraadlozecommunicatie | Met deze schakelaar zet u de functies voordraadloos LAN en Bluetooth aan en uit. |

Beveiliging
| Sleufbeveiligingsslot | Hiermee kan de computer door middel van een optioneel beveiligingsslot aan een bureau of ander groot voorwerp worden verankerd. |
| Wachtwoord ■ Wachtwoordbeveiliging voor opstarten■ Wachtwoordarchitectuur met twee niveaus■ Wachtwoordbeveiliging voor harde schijf■ Vingerafdrukverificatie (niet op alle modellen beschikbaar) | |
Speciale voorzieningen
| De volgende voorzieningen zijn uniek voor TOSHIBA-computers of zijn geavanceerde voorzieningen die het gebruik van de computer vergemakkelijken. | |
| Sneltoetsen Door middel van deze toetscombinaties kunt u de systeemconfiguratie snel wijzigen zonder een programma voor systeemconfiguratie te hoeven gebruiken. | |
| Geïntegreerde numerieke toetsen | Het toetsenbord heeft tien geïntegreerde numerieke toetsen. Raadpleeg de paragraaf Geïntegreerde numerieke toetsen in hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor informatie over het gebruik van deze toetsen. |
| Directe beveiliging Met de sneltoets Fn + F1 kunt u het scherm leegmaken en de computer blokkeren; deze functie dient voor gegevensbeveiliging. | |
| Beeldscherm automatisch uitschakelen *1 | Met deze functie wordt de stroom naar het interne beeldscherm automatisch stopgezet als het toetsenbord of aanwijsapparaat een bepaalde tijd niet is gebruikt. De stroomvoorziening wordt hersteld zodra een toets wordt ingedrukt of het aanwijsapparaat wordt gebruikt.Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Vaste schijf automatisch uitschakelen *1 | Met deze functie wordt de stroom naar de vaste schijf automatisch stopgezet als gedurende een bepaalde tijd geen activiteit op de vaste schijf heeft plaatsgevonden. De stroomvoorziening wordt hersteld zodra de vaste schijf wordt gebruikt.Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Automatische slaapstand/sluimerstand*1 | Met deze functie wordt het systeem automatisch in de slaapstand of sluimerstand gezet als een bepaalde tijd lang geen invoer of hardwareactiviteit heeft plaatsgevonden.Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Intelligente stroomvoorziening *1 | Een microprocessor in de intelligente stroomvoorziening van de computer detecteert de acculading en berekent de resterende accucapaciteit. De microprocessor beschermt de elektronische onderdelen tevens tegen abnormale omstandigheden, zoals extreme spanningspieken vanuit een voedingsbron.Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Energiebesparingsmodus *1 | Met deze voorziening kunt u accu-energie besparen.Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| In-/uitschakelen via LCD *1 | Met deze functie wordt de stroom naar de computer uitgeschakeld wanneer het LCD-scherm wordt gesloten, en weer ingeschakeld zodra het scherm wordt geopend.Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| Automatische sluimerstand bij lage acculading*1 | Als de acculading zover is gedaald dat u de computer niet meer kunt gebruiken, wordt automatisch de slaapstand geactiveerd en wordt het systeem afgesloten.Dit kan worden ingesteld via Energiebeheer. |
| TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging | Deze functie gebruikt de ingebouwde sensor in de computer om trillingen en schokken te detecteren en automatisch de kop van de vaste schijf in een veilige stand te plaatsen. Hiermee wordt het risico verkleind dat de schijf beschadigt doordat deze in aanraking komt met de kop. Raadpleeg de paragraaf De vasteschijfbeveiliging gebruiken in hoofdstuk 4, Basisbeginselen, voor meer informatie. |

De TOSHIBA-functie voor vasteschijfbeveiliging garandeert echter niet dat de vaste schijf niet beschadigt.
TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging kan niet worden gebruikt in modellen die zijn uitgerust met een SSD.
| Automatische vergrendeling van optisch station (bij sommige modellen) | Deze functie vergrendelt automatisch de uitwerpknop van het optische station als de computer trillingen of andere schokken detecteert terwijl de accu wordt gebruikt.Deze functie voorkomt dat de schijflade wordt geopend, zelfs als er onverwacht op de uitwerpknop wordt gedrukt. Raadpleeg de paragraaf Automatische vergredendeling van het optische station in hoofdstuk 4,Basisbeginselen, voor informatie over het gebruik van deze functie. |
| Sluimerstand Met deze functie kunt u de stroom uitschakelen zonder de software te hoeven sluiten. De inhoud van het hoofdgeheugen wordt op de vaste schijf opgeslagen, en wanneer u de computer weer aanzet, kunt u uw werk hervatten op de plaats waar u was opgehouden. Raadpleeg de paragraaf De computer uitschakelen in hoofdstuk 3, Aan de slag, voor meer informatie |
| Slaapstand Als u uw werk moet onderbreken, kunt u de computer uitschakelen zonder de software te hoeven sluiten: De gegevens worden opgeslagen in het hoofdgeheugen van de computer. Wanneer u de computer weer aanzet, kunt u verder werken waar u was gebleven. |

\*1 Klik op 📋, Configuratiescherm -> Systeem en beveiliging -> Energiebeheer.
| Functie voor USB-slaapstand en laden | Deze functie maakt het mogelijk om USB-compatibele externe apparaten, zoals mobiele telefoons of draagbare digitale muziekspelers, op te laden via de USB-poort terwijl de computer in de slaapstand of sluimerstand staat of is uitgeschakeld.Deze functie wordt aangestuurd door het hulpprogramma USB-slaapstand en laden. Meer informatie vindt u in de paragraaf Functie voor USB-slaapstand en laden in hoofdstuk 4,Basisbeginselen. |
| De functieUSB-activering | Deze functie herstelt de computer uit de slaapstand, afhankelijk van de externe apparaten die op de USB-poorten zijn aangesloten.Als bijvoorbeeld een muis of USB-toetsenbord is aangesloten op een USB-poort, wordt de computer geactiveerd als u de muis beweegt of een toets op het toetsenbord indrukt.De functie ‘USB-activering’ werkt onder Windows® 7 en werkt voor alle USB-poorten. |
| TOSHIBA PCHealth Monitor | Het programma TOSHIBA PC Health Monitor controleert functies van het computersysteem, zoals stroomverbruik, het koelsysteem en de HDD/SSD-waarschuwing. Het programma waarschuwt gebruikers via pop-upberichten over specifieke systeemstatussen. Het houdt ook het gebruik van de computer en verwante apparaten bij, waarbij relevante informatie wordt opgeslagen in een logbestand op de vaste schijf van de computer.Raadpleeg bijlage E,TOSHIBA PC Health Monitor starten. |
In dit gedeelte worden de TOSHIBA-voorzieningen beschreven die vooraf op de computer zijn geïnstalleerd.
| TOSHIBA Power Saver | TOSHIBA Power Saver biedt diverse functies voor energiebeheer. |
| TOSHIBAHulpprogramma Zoom | Met dit hulpprogramma kunt u de pictogrammen op het bureaublad vergroten of verkleinen en het zoompercentage instellen voor specifieke toepassingen. |
| TOSHIBA PC-diagnoseprogramma | Het TOSHIBA PC-diagnoseprogramma toont basisgegevens over de configuratie van de computer en biedt de mogelijkheid de functionaliteit van bepaalde ingebouwde hardwareapparaten in de computer te testen. |
| TOSHIBA-flashkaarten | Dit hulpprogramma ondersteunt de volgende functies.■ Sneltoetsfunctie■ TOSHIBA-functie om hulpprogramma’s te starten |
| Gemeenschappelijk stuurprogramma voor TOSHIBA-componenten | TOSHIBA Components Common Driver bevat de module die nodig is voor het hulpprogramma dat TOSHIBA biedt. |
| TOSHIBA Toegankelijkheid | Het hulpprogramma TOSHIBA Toegankelijkheid biedt ondersteuning voor gebruikers met bewegingsbeperkingen wanneer ze de TOSHIBA-sneltoetsfuncties willen gebruiken. Met dit hulpprogramma kunt u de Fn-toets vastzetten. U drukt dan eenmaal op de Fn-toets, laat de toets los en drukt op een van de functietoetsen (F-toetsen) om de functie ervan te activeren. De Fn-toets blijft in dit geval actief totdat een andere toets wordt ingedrukt. |
| TOSHIBA-knopondersteuning | De computer bevat de volgende knoppen: ■ Ecoknop ■ Knop CD/DVD ■ Knop Dempen De toepassing die deze knop start, kan worden gewijzigd. |
Hulpprogramma's en toepassingen
In dit gedeelte worden vooraf geïnstalleerde hulpprogramma's beschreven en wordt toegelicht hoe u de programma's start. Raadpleeg de online handleiding, Help of readme-bestanden bij elk hulpprogramma voor informatie over bewerkingen.
| TOSHIBA Assist TOSHIBA Assist is een grafische gebruikersinterface waarmee u gemakkelijk toegang tot Help en services kunt verkrijgen. | |
| HW Setup Met dit programma kunt u uw hardware-instellingen aanpassen aan uw werkwijzen en de randapparaten die u gebruikt. U start het hulpprogramma door te dubbelklikken op TOSHIBA Assist op het bureaublad.Klik vervolgens op het tabblad OPTIMIZE (OPTIMALISEREN) en klik op TOSHIBA Hardware Settings (TOSHIBA-hardware-instellingen). | |
| Wachtwoord voor opstarten | Er zijn twee niveaus van wachtwoordbeveiliging: supervisor en gebruiker. Hierdoor kunt u voorkomen dat onbevoegden uw computer gebruiken.Als u een supervisorwachtwoord wilt instellen, dubbelklikt u op TOSHIBA Assist op het bureaublad. Klik op het tabblad SECURE (BEVEILIGING) en start het hulpprogramma Supervisor Password.Als u een gebruikerswachtwoord wilt instellen, klikt u op het tabblad SECURE (Beveiliging) in TOSHIBA Assist en start u het hulpprogramma User Password. Op het tabblad Password (Wachtwoord) kunt u een gebruikerswachtwoord instellen. |
| TOSHIBA DVD PLAYER | De DVD-speler wordt gebruikt om DVD-video's af te spelen. De speler heeft een scherminterface en -functie. |

Er kunnen frames wegvallen, het geluid kan overslaan en het geluid en beeld kunnen niet meer synchroon lopen tijdens de weergave van bepaalde DVD-videotitels. Sluit de netadapter van de computer aan wanneer u een DVD-video afspeelt. Energiebesparende functies kunnen een vloeiende weergave verstoren.
| Hulpprogramma voor vingerafdrukken | Op dit product is een hulpprogramma voor vingerafdrukken geïnstalleerd waarmee vingerafdrukken kunnen worden vastgelegd en herkend. Die vingerafdrukken kunnen vervolgens worden gekoppeld aan een gebruikersnaam en wachtwoord, zodat u deze gegevens niet meer via het toetsenbord hoeft in te voeren. Beweeg eenvoudig met een vastgelegde vinger over de vingerafdruksensor, waarna de volgende functies worden ingeschakeld:■ Aanmelden bij Windows en toegang tot een beveiligde webpagina via Internet Explorer.■ Bestanden en mappen kunnen worden gecodeerd/gedecodeerd, zodat andere gebruikers er geen toegang toe hebben.■ Bij terugkeer uit een energiebesparende stand, zoals de slaapstand, kan een schermbeveiliging met wachtwoordbeveiliging worden uitgeschakeld.■ Verificatie van het gebruikerswachtwoord (en indien van toepassing het vasteschijfwachtwoord) terwijl de computer wordt opgestart (beveiliging bij opstarten).■ Functie voor enkelvoudige aanmelding |

- Beveiliging via vingerafdrukken kan niet worden gebruikt in modellen waarin geen vingerafdrukmodule is geïnstalleerd.
Het wachtwoord voor de vaste schijf kan worden geregistreerd via BIOS Setup. Als u het wachtwoord voor de vaste schijf vergeet, kan TOSHIBA u NIET helpen en wordt de vaste schijf VOLLEDIG en VOORGOED ONBRUIKBAAR. TOSHIBA kan NIET verantwoordelijk worden gesteld voor verlies van gegevens, voor het feit dat de vaste schijf niet bruikbaar of toegankelijk is of voor enig ander verlies dat u of een persoon in uw organisatie lijdt doordat de vaste schijf niet meer toegankelijk is. Stel geen wachtwoord voor de vaste schijf in als u dit risico niet aanvaardt.
| TOSHIBA Gezichtsherkenning | TOSHIBA Gezichtsherkenning gebruikt een bibliotheek voor gezichtsverificatie om het gezicht van de gebruiker te verifiëren wanneer deze zich aanmeldt bij Windows. Als de verificatie is geslaagd, wordt de gebruiker automatisch aangemeld bij Windows. De gebruiker hoeft in dit geval dus geen wachtwoord in te voeren, waardoor de aanmelding gemakkelijker verloopt. |
| Bluetooth-stack voor Windows® van Toshiba | Door middel van deze software kunnen de computer en externe Bluetooth-apparaten zoals printers en mobiele telefoons draadloos met elkaar communiceren. |

Bluetooth-functies kunnen niet worden gebruikt in modellen waarin geen Bluetooth-module is geïnstalleerd.
| TOSHIBA SD-geheugenkaart formatteren | Met dit hulpprogramma kunt u een SD/SDHC-geheugenkaart formatteren op basis van de SD-standaardindeling. |

Het hulpprogramma voor het formatteren van SD-geheugenkaarten en andere SD-functies maken deel uit van de TOSHIBA-hulpprogramma's voor SD-geheugenkaarten.
| TOSHIBA Disc Creator | U kunt CD’s/DVD’s in verschillende indelingen maken: audio-CD’s die op een gewone stereo-CD-speler kunnen worden afgespeeld, en data-CD’s/-DVD’s voor het opslaan van multimedia- en/of documentbestanden op uw vaste schijf. Deze software kan worden gebruikt op een model met een CD-RW/DVD-ROM-station, DVD-R/-RW-station, DVD±R/±RW-station of DVD Super Multi-station (Double Layer).U start TOSHIBA Disc Creator door te klikken op en vervolgensAlle programma’s, TOSHIBA, CD- & DVD-toepassingente selecteren en opDisc Creatorte klikken. |
| TOSHIBAConfigFree | ConfigFree is een programmapakket waarmee communicatieapparaten en netwerkverbindingen eenvoudig kunnen worden beheerd. Met ConfigFree kunt u tevens communicatieproblemen opsporen en profielen maken waarmee u eenvoudig tussen locaties en communicatienetwerken kunt schakelen.U voert ConfigFree uit door te klikken opAlle programma’s, TOSHIBAte selecteren en vervolgens te klikken opConfigFree. |
| WindowsMobiliteitscentrum | In dit gedeelte wordt het Windows Mobiliteitscentrum beschreven. Het Mobiliteitscentrum is een hulpprogramma dat in één venster snel toegang biedt tot diverse instellingen voor draagbare pc’s. Standaard biedt het besturingssysteem maximaal acht groepen aan. Er worden echter twee aanvullende groepen toegevoegd aan het Mobiliteitscentrum. Als u het pakket ‘TOSHIBA Extended Tiles for Windows Mobility Center’ installeert, worden de volgende functies toegevoegd.Computer vergrendelen: vergrendelt uw computer zonder deze uit te schakelen.TOSHIBA Assist: opent TOSHIBA Assist als dit programma al is geïnstalleerd op uw computer. |
| TOSHIBA-hulpprogrammaUSB-slaapstand en laden | Met dit hulpprogramma kunt u de functie voor USB-slaapstand en laden in- en uitschakelen.Dit hulpprogramma geeft de posities weer van de USB-poorten die de functie voor USB-slaapstand en laden ondersteunen en toont de resterende capaciteit van de accu.U start het hulpprogramma door te klikken op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> USB-slaapstand en laden. |
| TOSHIBA HDD/SSD-waarschuwing | TOSHIBA HDD/SSD-waarschuwing gebruikt de functies van de wizard om de status van het schijfstation te controleren en een systeembackup uit te voeren. |
| TOSHIBA-ecohulpprogramma | Het TOSHIBA-ecohulpprogramma helpt u uw stroombesparing te controleren door real-time een benadering van het stroomverbruik weer te geven.Bovendien wordt een benadering weergegeven van het totale stroomverbruik en de totale energiebesparing per dag, per week en per maand bij gebruik van de ecostand. U kunt de energiebesparing bijhouden als u de ecostand doorlopend gebruikt. |
Opties
U kunt uw computer nog krachtiger en gebruikersvriendelijker maken door een aantal opties toe te voegen. Raadpleeg hoofdstuk 8, Optionele apparaten, voor meer informatie. De volgende opties zijn beschikbaar:
Geheugenuitbreiding Een geheugenmodule van 1 GB, 2 GB of 4 GB kan in de geheugensleuf worden geïnstalleerd voor een maximaal systeemgeheugen van 8 GB in totaal.

Gebruik alleen PC6400*-compatibele DDRII-geheugenmodules. Neem contact op met uw TOSHIBA-leverancier voor nadere informatie.
* De beschikbaarheid van DDRII is afhankelijk van het aangeschafte model.
Accu-eenheid U kunt een extra accu-eenheid bij uw TOSHIBA-leverancier kopen. U kunt deze als reserve-exemplaar gebruiken, zodat u langer met uw computer kunt werken.
Netadapter Als u de computer regelmatig op verschillende locaties gebruikt, is het wellicht een goed idee om voor elke locatie een extra netadapter te kopen: u hoeft de adapter dan niet telkens mee te nemen.
Hoofdstuk 2
Rondleiding
In dit hoofdstuk worden de verschillende onderdelen van de computer geïdentificeerd. Maak uzelf vertrouwd met elk onderdeel voordat u met de computer aan de slag gaat.
Voorkant met gesloten beeldscherm
De volgende afbeelding illustreert de voorkant van de computer met het beeldscherm gesloten.

- Sleuf voor meerdere digitale mediakaarten
- Schakelaar voor draadloze communicatie
-
DC-IN-lampje
-
Aan/uit-lampje
- Acculampje
- Lampje voor Bridge-mediasleuf
- Lampje voor vaste schijf/ optisch station/eSATA
Afbeelding 2-1 Voorkant van de computer met gesloten beeldscherm

1 Sleuf voor meerdere digitale mediakaarten
Biedt ondersteuning voor een SD-/SDHC-geheugenkaart, MMC-, MEMORY STICK-, MEMORY STICK PRO- en xD-Picture-kaart.
Off On
2 Schakelaar voor draadloze communicatie
Schuif deze schakelaar naar de rechterkant van de computer om de functie voor draadloze communicatie in te schakelen. Schuif de schakelaar naar links om deze functies uit te schakelen.

Schakel Wi-Fi- en Bluetooth-functies uit in de buurt van mensen bij wie mogelijk een pacemaker of een ander medisch elektrisch apparaat is geïmplanteerd. Radiogolven kunnen de werking van de pacemaker of het medische apparaat beïnvloeden met mogelijk ernstig letsel tot gevolg. Volg de instructies bij uw medische apparaat als u gebruikmaakt van een Wi-Fi- of Bluetooth-functie.
Schakel altijd de Wi-Fi- of Bluetooth-functie uit als de computer in de buurt komt van automatische besturingsapparatuur of -toestellen, zoals automatische deuren of brandmelders. Radiogolven kunnen storingen veroorzaken in dergelijke apparatuur met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
- Gebruik de Wi-Fi- of Bluetooth-functies niet in de buurt van een magnetron of in gebieden met radiostoring of magnetische velden. Storing van een magnetron of andere bron kan tot onderbreking van de Wi-Fi- of Bluetooth-functie leiden.

3 DC-IN-lampje
Het DC-IN-lampje brandt wanneer de computer is aangesloten op de netadapter, die op zijn beurt aan een voedingsbron is gekoppeld.

4 Aan/uit-lampje
Het aan/uit-lampje brandt wit als de computer aan is. Als u bij Computer uitschakelen klikt op Slaapstand, knippert dit lampje oranje (één seconde aan, twee seconden uit) terwijl de computer in de slaapstand wordt gezet.

5 Acculampje
Het acculampje geeft het ladingsniveau van de accu aan: wit betekent volledig opgeladen, oranje betekent dat de accu wordt opgeladen en knipperend oranje betekent dat de accu bijna leeg is. Zie hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden.

6 Lampje voor Bridge-mediasleuf
Lampje voor kaartsleuf voor meerdere digitale mediakaarten gaat branden als er toegang tot de kaartsleuf voor meerdere digitale mediakaarten wordt gezocht.
(Aanwezig op sommige modellen.)

7 Lampje voor vaste schijf/optisch station/eSATA
Het lampje voor vaste schijf/optisch station/eSATA brandt wit wanneer de computer toegang heeft tot de vaste schijf, het optische station of een eSATA-apparaat.
Linkerkant
De volgende afbeelding illustreert de linkerkant van de computer.

- Poort voor externe monitor*
- Luchtopeningen
- HDMI*
-
eSATA- en USB-combinatiepoort
-
ExpressCard-sleuf
- Aansluiting voor hoofdtelefoon (S/PDIF)
- Microfoonaansluiting
- Universal Serial Bus-poort (USB 2.0)
* Aanwezig op sommige modellen.
Afbeelding 2-2 Linkerkant van de computer

1 Poort voor externe monitor
Op deze 15-pins poort kunt u een extern beeldscherm aansluiten. (Aanwezig op sommige modellen)
2 Luchtopeningen
De luchtopeningen dienen om de CPU te beschermen tegen oververhitting.

U mag de luchtopeningen niet blokkeren. Zorg ervoor dat er nooit metalen voorwerpen, zoals schroeven, nietjes en paperclips, in de koelopeningen komen. Vreemde metalen voorwerpen kunnen tot kortsluiting leiden, waardoor de computer beschadigd raakt en er brand ontstaat, met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
HOMI
3 HDMI
Op de HDMI-poort kunt u apparaten met een HDMI-interface (High Definition Multimedia Interface) aansluiten, zoals een DVD-speler, LCD-scherm, LCD-TV, HDTV, set-top-box of projector. (Aanwezig op sommige modellen.)
eSATA/
4 eSATA- en USB-combinatiepoort
Eén eSATA/USB-combinatiepoort die compatibel is met USB 2.0 en gegevensoverdrachtsnelheden ondersteunt die 40 maal hoger zijn dan met de USB 1.1-norm.
Via deze combinatiepoort kan een keten van USB- of eSATA-apparaten op de computer worden aangesloten.

5 ExpressCard-sleuf
In deze sleuf kunt u een ExpressCard plaatsen. Een ExpressCard is een kleine, modulaire, uitbreidingskaart met een PCI Express- en Universal Serial Bus (USB)-interface. De maximale overdrachtssnelheid is 2,5 Gbps. ExpressCard/34- en ExpressCard/54-typen worden ondersteund.

Zorg ervoor dat er nooit metalen voorwerpen, zoals schroeven, nietjes en paperclips, in de ExpressCard-sleuf terechtkomen. Vreemde metalen voorwerpen kunnen tot kortsluiting leiden, waardoor de computer beschadigd raakt en er brand ontstaat, met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.

6 Hoofdtelefoonaansluiting (S/PDIF)
Via deze aansluiting worden analoge audiosignalen uitgevoerd. Deze bus kan ook worden gebruikt als S/PDIF-bus en voor aansluiting van optische digitale apparatuur.

7 Microfoonaansluiting
Op de 3,5-mm mini-microfoonaansluiting kan een drie-aderige miniplug voor niet-stereofonische microfooninvoer worden aangesloten.

8 Universal Serial Bus-poort (USB 2.0)
Eén USB-poort (Universal Serial Bus) die voldoet aan de USB 2.0-norm.
Rechterkant
De volgende afbeelding illustreert de rechterkant van de computer.

- ODD-lampje
- Nooduitwerpgaatje
- Uitwerpknop
- Optisch station
- Universal Serial Bus-poort (USB 2.0)
- LAN-poort
- Modempoort *
- DC IN-poort
- Beveiligingsslot
- Optisch station met lade*
* Aanwezig op sommige modellen.
Afbeelding 2-3 Rechterkant van de computer
1 ODD-lampje
Het ODD-lampje brand amber wanneer de computer toegang heeft tot het optische station.
2 Nooduitwerpgaatje
Druk op deze knop om de stationslade handmatig te openen indien het station op onverklaarbare wijze blokkeert of niet meer reageert.
3 U i t w e r p k n o p
Druk op deze knop om de stationslade te openen.
4 Optisch station (ODD)
De computer is geconfigureerd met een DVD Super Multi-station (±R DL). Sommige modellen zijn voorzien van een optisch station.
5 Universal Serial Bus-poort (USB 2.0)
De USB 2.0-compatibele poort ondersteunt gegevensoverdrachtsnelheden die 40 maal hoger zijn dan met de USB 1.1-norm.


6 LAN-aansluiting
Via deze poort kunt u de computer op een LAN aansluiten. De adapter biedt ingebouwde ondersteuning voor Ethernet LAN (10 megabits per seconde, 10BASE-T), Fast Ethernet LAN (100 megabits per seconde, 100BASE-TX) en Gigabit Ethernet LAN (1000 megabits per seconde, 1000BASE-T). Het LAN heeft twee lampjes. Zie hoofdstuk 4, Basisbeginselen, voor meer informatie.

■ Op de LAN-poort mogen alleen LAN-kabels worden aangesloten. Als u dit doet, kunnen schade of storingen optreden.
Koppel de LAN-kabel niet aan een voedingsbron. Als u dit doet, kunnen schade of storingen optreden.

7 Modempoort
U kunt de modemaansluiting gebruiken om het modem rechtstreeks via een modemkabel aan te sluiten op een telefoonlijn. (Aanwezig op sommige modellen.)

Als de computer wordt aangesloten op een andere communicatielijn dan een analoge telefoonlijn, kan de computer defect raken.
■ Sluit de ingebouwde modem alleen aan op normale analoge telefoonlijnen.
■ Sluit de ingebouwde modem nooit aan op een digitale lijn (ISDN).
■ Sluit de ingebouwde modem nooit aan op de digitale aansluiting van een openbare telefoon of op een digitale telefooncentrale (PBX).
■ Sluit het ingebouwde modem nooit aan op een huiscentrale in een woning of bedrijf.
- Gebruik de computermodem niet tijdens onweer terwijl de telefoonkabel is aangesloten. Bliksem kan elektrische schokken veroorzaken.

DC IN 19V
8 DC IN-poort
Op deze ingang wordt de netadapter aangesloten. Gebruik alleen het model netadapter dat bij de computer is geleverd. Gebruik van de verkeerde adapter kan resulteren in beschadiging van de computer.

9 Beveiligingsslot
Aan dit slot kan een beveiligingskabel worden bevestigd. De optionele beveiligingskabel verankert de computer aan een bureau of ander groot voorwerp ter bescherming tegen diefstal.
10 Optisch station met sleuf
Plaats de CD/DVD in deze sleuf. (Aanwezig op sommige modellen.)
Onderkant
De volgende afbeelding illustreert de onderkant van de computer. Zorg dat het beeldscherm gesloten is voordat u de computer ondersteboven zet.

-
Afdekking draadloos LAN-module
-
Vergrendeling accu-eenheid
-
Luchtopeningen
-
Accu-eenheid
-
Ontgrendelingsschuif accuhouder
-
Sleuf voor SIM-kaart* (onder de accu-eenheid)
-
Afdekking vaste schijf/geheugenmodule
Afbeelding 2-4 De onderkant van de computer
1 Afdekking draadloos LAN-module
Deze afdekking beschermt de draadloos LAN-module.
2 Luchtopeningen
De luchtopeningen dienen om de CPU te beschermen tegen oververhitting.
3 Ontgrendelingsschuif accuhouder
Duw deze schuif opzij en houd de schuif vast om de accu-eenheid vrij te geven. Raadpleeg hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden, voor uitgebreide informatie over het verwijderen van de accu-eenheid.


4 Afdekking vaste schijf en geheugenmodule
Deze afdekking beschermt de vaste schijf en de geheugenmodule. Raadpleeg de paragraaf Geheugenuitbreiding in hoofdstuk 8, Optionele apparaten.

5 Vergrendeling accu-eenheid
Duw deze schuif opzij, zodat de accu-eenheid verwijderd kan worden.
6 Accu-eenheid
De accu-eenheid voorziet de computer van stroom wanneer de netadapter niet is aangesloten. Raadpleeg hoofdstuk 6,
Stroomvoorziening en spaarstanden, voor uitgebreide informatie over de accu-eenheid.
7 Sleuf voor SIM-kaart
De sleuf voor de SIM-kaart bevindt zich onder de accu-eenheid en biedt de mogelijkheid een standaard SIM-kaart (Subscriber Identity Module) van 25 mm in de computer te plaatsen.
(Aanwezig op sommige modellen.)
Voorkant met geopend beeldscherm
Deze paragraaf beschrijft de voorkant van de computer met geopend beeldscherm. Raadpleeg de desbetreffende illustratie voor details. Als u het beeldscherm wilt openen, tilt u de voorkant van het scherm omhoog. Zet het scherm in een stand waar u er goed zicht op hebt.

- Touchpadbedieningsknoppen
- Sensor voor vingerafdrukken*
- Touchpad
- Knop Touchpad aan/uit
- Luidsprekers
- Aan/uit-knop
- Webcam*
- Webcamlampje*
-
Draadloze antenne* (niet weergegeven)
-
Ingebouwde microfoon*
- Beeldscherm
- ECO-knop
- CD/DVD-knop
- Knop Afspelen/Pauze
- Knop Vorige
- Knop Volgende
- Knop Dempen
- Volumeknop
* Aanwezig op sommige modellen.
Afbeelding 2-5 De voorkant van de computer met geopend beeldscherm

Ga voorzichtig om met de computer om krassen of beschadiging van het oppervlak te voorkomen.
Hiermee kunt u menuopties selecteren en bewerkingen uitvoeren op tekst en afbeeldingen die u met de schermaanwijzer hebt geselecteerd. Raadpleeg de paragraaf Het touchpad gebruiken in hoofdstuk 4, Basisbeginselen.
2 Sensor voor vingerafdrukken
Wanneer u gewoon uw vinger over de sensor voor vingerafdrukken haalt, worden de volgende functies ingeschakeld: Aanmelden bij Windows en toegang tot een beveiligde webpagina via IE (Internet Explorer), bestanden en mappen kunnen worden gecodeerd/ gedecodeerd en toegang tot deze bestanden en mappen door derden wordt voorkomen. De wachtwoordbeveiliging van de schermbeveiliging uitschakelen bij terugkeer uit de energiebesparende stand (slaapstand). Verificatie tijdens de systeemstart en de functie Single Touch Boot. Verificatie van gebruikerswachtwoord en vasteschijfwachtwoord terwijl de computer wordt opgestart. Raadpleeg de paragraaf De sensor voor vingerafdrukken gebruiken in hoofdstuk 4, Basisbeginselen.
(Aanwezig op sommige modellen.)
3 T o u c h p a d
Met het touchpad in het midden van de polssteun kunt u de schermaanwijzer verplaatsen.
4 Knop Touchpad aan/uit
Schakelt het touchpad in/uit.
5 Luidsprekers
Via de luidsprekers kunt u het geluid horen dat door uw software wordt gegenereerd, en de geluidssignalen die door het systeem worden gegenereerd, bijvoorbeeld als de accu bijna leeg is.
6 A a n / u i t - k n o p
Schakelt de computer in, zet de computer in de sluimerstand en activeert de computer uit de slaapstand.
7 W e b c a m
Hiermee kunt u een foto maken of beelden naar internetcontactpersonen sturen.
(Aanwezig op sommige modellen.)
8 Webcamlampje
Het lampje van de webcam geeft aan of de webcam werkt of niet.
(Aanwezig op sommige modellen.)
9 Draadloze antenne (WLAN, 3G)
Sommige computers in deze serie zijn uitgerust met een WLAN- of 3G-antenne.
(Aanwezig op sommige modellen.)


| 10 Ingebouwde microfoonDe microfoon wordt gebruikt met de webcam om te praten met andere webcamgebruikers en om berichten op te nemen op Windows-media.(Aanwezig op sommige modellen.) | |
| 11 BeeldschermDe LCD toont contrastrijke tekst en afbeeldingen. Raadpleeg bijlage B,Beeldschermcontroller.Als de computer door de accu wordt gevoed, ziet het scherm er minder helder uit als bij gebruik van de netadapter. Het lagere helderheidsniveau dient om accu-energie te besparen. | |
| 12 ECO-knopDruk op deze knop om het TOSHIBA ECO-hulpprogramma te wijzigen. Met deze knop zet u de ECO-modus aan en uit. Als de ECO-modus is ingeschakeld, is het pictogram groen. Als de ECO-modus is uitgeschakeld, is het pictogram grijs. | |
![]() | |
![]() | 13 CD/DVD-knopAls u op deze knop drukt, wordt er een toepassingsprogramma gestart waarmee u CD's of DVD's kunt afspelen.De toepassing die wordt gestart, verschilt per model: Windows Media Player/TOSHIBA DVD PLAYER.(Aanwezig op sommige modellen.) |
![]() | 14 Knop Afspelen/PauzeDruk op deze knop om te beginnen met het afspelen van een audio-CD, DVD-film of digitaal audiobestand. Deze knop fungeert tevens als pauzeknop.(Aanwezig op sommige modellen.) |
![]() | 15 Knop VorigeHiermee gaat u terug naar het vorige nummer, hoofdstuk of digitale bestand. Zie hoofdstuk 4,Basisbeginselen, voor meer informatie.(Aanwezig op sommige modellen.) |
![]() | 16 Knop VolgendeHiermee gaat u verder naar het volgende nummer, hoofdstuk of digitale bestand.Zie hoofdstuk 4,Basisbeginselen, voor meer informatie.(Aanwezig op sommige modellen.) |
![]() | 17 Knop DempenDruk op deze knop om het volume te dempen.(Aanwezig op sommige modellen.) |
![]() | 18 VolumeknopDruk op (+) om het volume te verhogen of op (-) om het volume te verlagen. |
Optisch station
Voor de aansturing van de optische schijf wordt een ATAPI-interfacecontroller gebruikt. Zodra de computer toegang krijgt tot een optische schijf, gaat het lampje op het station branden.
Regiocodes voor DVD-station en media
Optische schijfstations en de bijbehorende media worden vervaardigd conform de specificaties van zes verkoopgebieden. Om problemen bij het afspelen van DVD-video's te voorkomen dient u bij de aanschaf ervan te controleren of de schijf geschikt is voor de regio van uw station.
Code Regio
1 Canada, Verenigde Staten
2 Japan, Europa, Zuid-Afrika, Midden-Oosten
3 Zuid-Oost-Azië, Oost-Azië
4 Australië, Nieuw Zeeland, Stille-Oceaneilanden, Midden-Amerika, Zuid-Amerika, Caribisch gebied
5 Rusland, Indisch subcontinent, Afrika, Noord-Korea, Mongolië
6 China
Beschrijfbare schijven
In deze paragraaf worden de verschillende soorten beschrijfbare CD's beschreven. Controleer in de specificaties voor uw station welke schijftypen kunnen worden beschreven. Zie hoofdstuk 4, Basisbeginselen.
CD's
Beschrijfbare CD's (CD-R's) kunnen slechts één keer worden beschreven. De opgenomen gegevens kunnen niet worden gewist of veranderd.
■ CD-RW- ofwel CD-Rewritable-schijven kunnen meermaals worden beschreven. Gebruik multispeed CD-RW's (1x, 2x of 4x) of high-speed 4- tot 10-speed schijven. De schrijfsnelheid van ultra-speed CD-RW's is maximaal 24-speed.
DVD Super Multi-station met Double Layer
In de DVD Super Multi-stationsmodule (±R DL) van volledige grootte kunt u zonder adapter gegevens op herschrijfbare CD's/DVD's vastleggen en CD's/DVD's van 12 cm of 8 cm (station met lade) of CD's/DVD's van 12 cm (station met sleuf) lezen.

In het midden van een schijf is de leessnelheid lager dan aan de rand.
DVD lezen 8-speed (maximaal)
DVD-R schrijven 8-speed (maximaal)
DVD-R DL schrijven 4-speed (maximaal)
DVD-RW schrijven 6-speed (maximaal)
DVD+R schrijven 8-speed (maximaal)
DVD+R DL schrijven 4-speed (maximaal)
DVD+RW schrijven 8-speed (maximaal)
DVD-RAM schrijven 5-speed (maximaal)
CD lezen 24-speed (maximaal)
CD-R schrijven 24-speed (maximaal)
CD-RW schrijven 16-speed (maximaal, snelle media)

Gebruik alleen ronde standaardschijven (12 cm) met de sleufversie van het optische station. Schijven met een andere grootte of vorm kunnen mogelijk niet uit de sleuf worden verwijderd, waarbij zowel het systeem of de schijf kan beschadigen.
Netadapter
De netadapter zet wisselstroom om in gelijkstroom en reduceert de spanning die aan de computer wordt geleverd. De netadapter kan zich automatisch aanpassen aan elke spanning tussen 100 en 240 volt en aan een frequentie van 50 of 60 hertz, waardoor u de computer in praktisch elk land of gebied kunt gebruiken.
Om de accu op te laden sluit u de netadapter eenvoudig aan op een voedingsbron en op de computer. Zie hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden, voor meer informatie.

Afbeelding 2-6 De netadapter

■ Afhankelijk van het model wordt er een adapter/voedingskabel met 2 of 3 pinnetjes bij de computer geleverd.
- Gebruik geen verloopstekker van 3-pins naar 2-pins.
- Het meegeleverde netsnoer voldoet aan de veiligheidsregels en - voorschriften in de regio waarin het product wordt verkocht en mag niet buiten deze regio worden gebruikt. Voor gebruik van de adapter/ computer in andere regio's, dient u een netsnoer aan te schaffen dat voldoet aan de veiligheidsregels en -voorschriften in die regio.

Gebruik altijd de TOSHIBA-netadapter die bij uw computer is meegeleverd of gebruik een andere netadapter die door Toshiba wordt aanbevolen om het risico van brand of andere schade aan de pc te vermijden. Het gebruik van een incompatibele netadapter kan leiden tot brand of schade aan de computer, mogelijk met ernstig letsel tot gevolg. TOSHIBA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door het gebruik van een incompatibele adapter.
Hoofdstuk 3
Aan de slag
Dit hoofdstuk verschaft basisinformatie aan de hand waarvan u met uw computer aan de slag kunt. De volgende onderwerpen worden behandeld:

■ Lees in elk geval de paragraaf De computer voor het eerst opstarten.
Zorg dat u de bijgesloten Instructiehandleiding voor veiligheid en comfort hebt gelezen om deze computer veilig en juist te gebruiken. De handleiding is bedoeld om u comfortabeler en productiever met laptops te laten werken. Als u de aanbevelingen in deze gids volgt, verkleint u de kans op pijnlijk of blijvend letsel aan uw handen, armen, schouders of nek.
■ De netadapter aansluiten
■ Het beeldscherm openen
■ De computer inschakelen
Windows ® 7 instellen
■ De computer uitschakelen
■ De computer opnieuw opstarten
■ Opties voor systeemherstel
■ Opties voor systeemherstel en de vooraf geïnstalleerde software herstellen

- Gebruik een programma voor viruscontrole en zorg ervoor dat dit regelmatig wordt bijgewerkt.
- Formatteer opslagmedia nooit zonder eerst de inhoud ervan te controleren. Tijdens het formatteren gaan alle opgeslagen gegevens verloren.
- Het is verstandig om af en toe een back-up van de interne vaste schijf of een ander primair opslagapparaat te maken op externe media. Algemene opslagmedia zijn niet duurzaam of stabiel op de lange termijn en onder bepaalde omstandigheden kan dit resulteren in gegevensverlies.
■ Voordat u een apparaat of toepassing installeert, zorgt u ervoor dat alle gegevens in het geheugen worden opgeslagen op de vaste schijf of op een ander opslagmedium. Als u dat niet doet, kan dit mogelijk resulteren in gegevensverlies.
De netadapter aansluiten
Sluit de netadapter aan wanneer u de accu moet opladen of via de netvoeding wilt werken. Dit is tevens de snelste manier om met de computer aan de slag te gaan, omdat de accu-eenheid eerst moet worden opgeladen voordat u de computer hiermee van stroom kunt voorzien.
De netadapter kan worden aangesloten op elk stopcontact dat tussen 100 en 240 volt, en 50 of 60 hertz levert. Raadpleeg hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden voor informatie over het opladen van de accu-eenheid met de netadapter.

- Gebruik altijd de TOSHIBA-netadapter die bij uw computer is meegeleverd of gebruik een andere netadapter die door Toshiba wordt aanbevolen om het risico van brand of andere schade aan de pc te vermijden. Het gebruik van een incompatibele netadapter kan leiden tot brand of schade aan de computer, mogelijk met ernstig letsel tot gevolg. TOSHIBA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door het gebruik van een incompatibele adapter.
■ Sluit de netadapter nooit aan op een voedingsbron die niet overeenstemt met de spanning en frequentie die op het voorschriftetiket van het apparaat zijn vermeld. Als u dat niet doet, kunnen er brand of elektrische schokken optreden met mogelijk ernstig letsel tot gevolg. - Gebruik of koop altijd netsnoeren die overeenstemmen met de wettelijke specificaties en voorschriften met betrekking tot spanning en frequentie die gelden in het land van gebruik. Als u dat niet doet, kunnen er brand of elektrische schokken optreden met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
- Het meegeleverde netsnoer voldoet aan de veiligheidsregels en - voorschriften in de regio waarin het product wordt verkocht en mag niet buiten deze regio worden gebruikt. Voor gebruik in andere regio's dient u een netsnoer aan te schaffen dat voldoet aan de veiligheidsregels en -voorschriften in die regio.
-
Gebruik geen verloopstekker van 3-pins naar 2-pins.
Wanneer u de netadapter op de computer aansluit, dient u de stappen precies in de hier beschreven volgorde uit te voeren. Het aansluiten van het netsnoer op een stopcontact moet de laatste stap zijn. Als u deze handeling in een eerder stadium verricht, kan de gelijkstroomuitgangsstekker van de netadapter onder stroom komen te staan, waardoor u het risico van een elektrische schok of persoonlijk letsel loopt. Raak voor de veiligheid geen metalen onderdelen aan.
Plaats de computer of netadapter nooit op een houten oppervlak, meubelstuk of een ander oppervlak dat door verhitting kan beschadigen. Tijdens normaal gebruik zal de temperatuur aan de onderkant van de computer en de buitenkant van de netadapter namelijk stijgen.
Plaats uw computer of netadapter altijd op een vlakke en harde, warmtebestendige ondergrond. Raadpleeg de bijgesloten Instructiegids voor veiligheid en comfort voor gedetailleerde voorzorgsmaatregelen en bedieningsinstructies. -
Sluit het netsnoer op de netadapter aan.

Afbeelding 3-1 Het netsnoer op de netadapter aansluiten

Een 2- of 3-pins adapter/snoer wordt met de computer meegeleverd, afhankelijk van het model.
- Sluit de gelijkstroomuitgangsstekker van de netadapter aan op de DC IN 19 V-aansluiting op de rechterzijde van de computer.

Afbeelding 3-2 De adapter op de computer aansluiten
- Sluit het netsnoer op een wandcontactdoos aan.
Het beeldscherm openen
Het LCD-scherm kan in een aantal standen worden gezet voor optimaal kijkgemak.
Kantel het scherm omhoog en zet het in de stand waar u er het beste zicht op hebt.

Wees voorzichtig bij het openen en sluiten van het beeldscherm. Als u het scherm te ruw opent of dichtklapt, bestaat het risico dat u de computer beschadigt.

Afbeelding 3-3 Het beeldscherm openen

■ Wanneer u het scherm opent, dient u erop te letten dat u het scherm niet te ver opent.
Let op dat u het beeldscherm niet te ver opent aangezien dit de scharnieren van het scherm kan overbelasten en beschadigen.
Druk of duw niet op het beeldscherm.
- Til de computer niet op aan het beeldscherm.
Klap het beeldscherm niet dicht als er pennen of soortgelijke voorwerpen tussen het beeldscherm en het toetsenbord zijn achtergebleven.
Wanneer u het beeldscherm open- of dichtklapt, moet u een hand op de polssteun plaatsen om de computer opzijn plaats te houden en gebruikt u de andere hand omhet beeldscherm voorzichtig open of dicht te klappen (gebruik niet te veel kracht bij het open- of dichtklappen van het beeldscherm).

In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de computer inschakelt.

Nadat u de computer voor het eerst hebt ingeschakeld, dient u hem niet uit te zetten voordat het besturingssysteem is geïnstalleerd. Raadpleeg de paragraaf Windows® 7 instellen.
Houd de aan/uit-knop van de computer twee à drie seconden ingedrukt.

Afbeelding 3-4 De computer inschakelen
Windows® 7 instellen
Wanneer u de computer voor het eerst inschakelt, verschijnt het opstartlogo van Windows® 7.
Volg de aanwijzingen op het scherm.

Vergeet niet om de Windows-gebruiksrechtovereenkomst zorgvuldig door te lezen.
De computer uitschakelen
U kunt de computer uitschakelen in een van de volgende modi: afsluitmodus (ofwel opstartmodus), sluimerstand of slaapstand.
Afsluitmodus (opstartmodus)
Wanneer u de computer uitschakelt in de afsluitmodus, worden er geen gegevens opgeslagen; bij het opstarten van de computer wordt het hoofdscherm van het besturingssysteem weergegeven.
- Als u gegevens hebt ingevoerd, slaat u deze op op de vaste schijf.
- Controleer of er geen schijfactiviteit meer plaatsvindt en verwijder vervolgens eventuele schijfmedia (CD/DVD).

Controleer of het schijflampje uit is. Als u de computer uitzet terwijl er nog schijfactiviteit plaatsvindt, loopt u het risico dat gegevens verloren gaan of de schijf beschadigd raakt.
-
Klik op en klik daarna op de knop Uitschakelen () in het down menu Start om het systeem uit te schakelen.
-
Schakel eventuele randapparaten uit.

Schakel de computer of randapparaten niet meteen weer in. Wacht even tot alle condensatoren volledig zijn ontladen.
Slaapstand
Als u uw werk moet onderbreken, kunt u de computer uitschakelen zonder de software te hoeven sluiten: De gegevens worden opgeslagen in het hoofdgeheugen van de computer. Wanneer u de computer weer aanzet, kunt u verder werken waar u was gebleven.

Als u de computer moet uitschakelen aan boord van een vliegtuig of op een plaats waar elektronische apparaten worden bestuurd of bediend, dient u de computer altijd helemaal uit te zetten. Hierbij moet u ook schakelaars of apparaten voor draadloze communicatie uitzetten en instellingen annuleren die de computer automatisch activeren, zoals opnametimer. Als u de computer niet volledig op deze manier uitschakelt, kan het besturingssysteem opnieuw worden geactiveerd en voorgeprogrammeerde taken uitvoeren of niet-opgeslagen gegevens opslaan en zo luchtvaart- of andere systemen verstoren, wat mogelijk ernstig letsel kan veroorzaken.

Wanneer de netadapter is aangesloten, wordt de computer in de slaapstand gezet conform de instellingen in het dialoogvenster Energiebeheer.
Als u de computer uit de slaapstand wilt halen, drukt u op de Aan/uit-knop of op een willekeurige toets. De laatste methode werkt alleen als Activering op toetsenbord is ingeschakeld in HW Setup.
Als de computer automatisch in de slaapstand wordt gezet terwijl een netwerktoepassing actief is, wordt deze toepassing mogelijk niet hersteld wanneer de computer uit de slaapstand wordt gehaald.
Als u wilt voorkomen dat de computer automatisch in de slaapstand wordt gezet, schakelt u de slaapstand uit in Energiebeheer. Hierna is de computer echter niet langer compatibel met de Energy Star-richtlijnen.

■ Vergeet niet uw gegevens op te slaan alvorens de computer in de slaapstand te zetten.
■ Wanneer de computer in de slaapstand staat, dient u geen geheugenmodule te installeren of te verwijderen. Doet u dit toch, dan bestaat het risico dat de computer of de module schade oploopt.
■ Verwijder de accu-eenheid niet terwijl de computer in de slaapstand staat (tenzij de computer op een stopcontact is aangesloten). In dat geval zullen gegevens in het geheugen verloren gaan.
Voordelen van de slaapstand
De slaapstand biedt de volgende voordelen:
■ De vorige werkomgeving wordt sneller hersteld dan met de slaapstand.
De functie bespaart stroom door het systeem af te sluiten wanneer geen hardwareactiviteit plaatsvindt of de computer geen invoer ontvangt in de tijdsduur die is ingesteld met de functie Systeem in slaapstand.
■ U kunt de functie Uitschakelen via LCD gebruiken.
De slaapstand inschakelen
U kunt de slaapstand op een van de volgende drie manieren activeren:
Klik op ( ) en klik vervolgens op de pijlknop ( ) van de knop voor energiebeheer ( ). Kies Slaapstand in het menu. Let erop dat deze functie moet worden ingeschakeld via Energiebeheer ( ) (klik hiervoor op Configuratiescherm -> Systeem en beveiliging -> Energiebeheer).
Wanneer u de computer weer inschakelt, kunt u uw werk hervatten op het punt waar u was opgehouden toen u de computer afsloot.

U kunt de slaapstand ook activeren door op Fn + F3 te drukken. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.

■ Wanneer de computer in de slaapstand wordt afgesloten, gaat het aan/uit-lampje oranje knipperen.
Als u de computer via de accu gebruikt, kunt u de gebruiksduur verlengen door af te sluiten in de sluimerstand, aangezien de slaapstand meer energie gebruikt.
Beperkingen van de slaapstand
In de volgende omstandigheden werkt de slaapstand niet:
■ De computer wordt onmiddellijk na het afsluitproces weer aangezet.
- Geheugenschakelingen zijn blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische ruis.
Sluimerstand
De sluimerstand zorgt ervoor dat de inhoud van het geheugen wordt opgeslagen wanneer de computer wordt uitgeschakeld. De volgende keer dat de computer wordt aangezet, wordt de vorige toestand hersteld. De status van randapparaten wordt niet door de sluimerfunctie opgeslagen.

Sla uw gegevens op. Wanneer de slaapstand wordt geactiveerd, wordt de inhoud van het geheugen op de vaste schijf opgeslagen. U kunt uw gegevens voor de zekerheid echter het beste handmatig opslaan.
Als u de accu verwijdert of de netadapter ontkoppelt voordat het opslagproces is voltooid, gaan gegevens verloren. Wacht tot het schijflampje uitgaat.
■ Wanneer de computer in de sluimerstand staat, dient u geen geheugenmodule te installeren of te verwijderen. Doet u dit toch, dan gaan gegevens verloren.
Voordelen van de sluimerstand
De sluimerstand biedt de volgende voordelen.
■ Wanneer de computer automatisch wordt afgesloten omdat de accu bijna leeg is, worden gegevens op de vaste schijf opgeslagen.
■ Na het inschakelen van de computer kunt u direct naar uw vorige werkomgeving terugkeren.
De functie bespaart stroom door het systeem af te sluiten wanneer geen hardwareactiviteit plaatsvindt of de computer geen invoer ontvangt in de tijdsduur die is ingesteld met de functie Systeem in sluimerstand.
■ U kunt de functie Uitschakelen via LCD gebruiken.
Sluimerstand activeren

U kunt de sluimerstand ook activeren door op Fn + F4 te drukken. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
Voer de volgende stappen uit om de sluimerstand in te schakelen:
-
Klik op .
-
Klik op de pijl () van de knop voor energiebeheer ().
Shut down
- Selecteer Sluimerstand in het menu.
Wanneer u op de aan/uit-knop drukt of het beeldscherm sluit, wordt de computer automatisch in de slaapstand gezet. Eerst dient u echter de juiste instellingen te definiëren door de volgende stappen uit te voeren.
- Open het Configuratiescherm.
- Open Systeem en beveiliging en open vervolgens Energiebeheer.
- Selecteer Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen in het menu links.
- Activeer de gewenste slaapstandinstelling voor Als ik op de Aan/uit-knop druk en Als ik het scherm sluit.
- Klik op de knop Wijzigingen opslaan.
Gegevensopslag in de sluimerstand
Zodra u de computer in de slaapstand afsluit, worden de gegevens uit het geheugen op de vaste schijf opgeslagen, wat enkele ogenblikken zal duren. Gedurende deze tijd brandt het schijflampje.
Nadat u de computer hebt uitgeschakeld en de geheugeninhoud op de vaste schijf is opgeslagen, dient u eventuele randapparaten uit te schakelen.

Schakel de computer of randapparaten niet meteen weer in. Wacht even tot alle condensatoren volledig zijn ontladen.
De computer opnieuw opstarten
In bepaalde gevallen dient u het systeem opnieuw op te starten. Bijvoorbeeld:
■ als u bepaalde computerinstellingen hebt gewijzigd;
■ als er een fout optreedt en de computer niet reageert op toetsenbordopdrachten.
- Er zijn drie manieren om de computer opnieuw in te stellen:
-
klik op () en vervolgens op de pijl () van de knop voor energiebeheer () en selecteer Opnieuw opstarten in het menu.
-
Druk op Ctrl + Alt + Del om het menuvenster weer te geven en selecteer vervolgens Opnieuw opstarten in de opties voor Uitschakelen.
- Druk op de aan/uit-knop en houd deze knop circa 5 seconden ingedrukt. Als de computer zichzelf heeft uitgeschakeld, wacht u 10 tot 15 seconden voordat u de computer weer inschakelt door op de aan/uit-knop te drukken.
Opties voor systeemherstel en de vooraf geïnstalleerde software herstellen
Op de vaste schijf is een verborgen partitie van ongeveer 1,5 GB gereserveerd voor de opties voor systeemherstel.

De opties voor systeemherstel kunnen niet meer worden gebruikt als deze partitie wordt verwijderd.
Opties voor systeemherstel
De opties voor systeemherstel zijn op de vaste schijf geïnstalleerd bij aflevering uit de fabriek. Het menu voor systeemherstel bevat enkele opties waarmee opstartproblemen kunnen worden gerepareerd, een diagnose kan worden uitgevoerd of het systeem kan worden hersteld.
Meer informatie over opstartherstel vindt u in 'Windows Help en ondersteuning'.
De opties voor systeemherstel kunnen ook handmatig worden uitgevoerd om problemen te herstellen.
Ga hierbij als volgt te werk. Volg de aanwijzingen op het scherm.
- Zet de computer uit.
-
Houd de toets F8 ingedrukt en schakel de computer weer in.
-
Het menu Geavanceerde opstartopties wordt weergegeven. Gebruik de pijltoetsen om Uw computer herstellen te selecteren en druk op Enter.
-
Volg de aanwijzingen op het scherm.

Raadpleeg de handleiding van Windows® voor meer informatie over systeembackups (met inbegrip van de backupfunctie voor systeemkopie).
De vooraf geïnstalleerde software herstellen
Afhankelijk van het aangeschafte model kunt u de vooraf geïnstalleerde software op verschillende manieren herstellen:
Optische herstelschijven maken en de vooraf geïnstalleerde software herstellen vanaf deze schijven
■ De vooraf geïnstalleerde software herstellen vanaf het herstelschijfstation
Herstelschijven bestellen bij TOSHIBA en de vooraf geïnstalleerde software herstellen vanaf die schijven*
* Houd er rekening mee dat deze service niet gratis is.
Optische herstelschijven maken
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u herstelschijven maakt.

■ Vergeet niet de netadapter aan te sluiten wanneer u herstelschijven maakt.
- Sluit alle softwareprogramma's, behalve Recovery Media Creator.
- Voer geen programma's uit die de processor zwaar belasten, zoals een schermbeveiliging.
■ Zorg dat de computer op volledige energie werkt.
■ Gebruik geen energiebesparingsfuncties.
Schrijf niet naar de schijf terwijl anti-virussoftware actief is. Wacht tot de viruscontrole is beëindigd en schakel vervolgens de anti-virussoftware (en eventuele op de achtergrond uitgevoerde bestandscontroleprogramma's) uit.
- Gebruik geen hulpprogramma's, met inbegrip van hulpprogramma's voor snelle schijftoegang. Doet u dit toch, dan loopt u het risico van storingen en gegevensverlies.
- Gebruik tijdens het (her)schrijven van de schijf niet de afsluit-/afmeldprocedure of de slaapstand/sluimerstand.
Plaats de computer op een egaal, horizontaal oppervlak en vermijd plaatsen waar trillingen waarneembaar zijn, zoals auto's, treinen en vliegtuigen.
Plaats de computer niet op een onstabiele tafel of ander onstabiel oppervlak.
Een herstelimage van de software op uw computer wordt opgeslagen op de vaste schijf en kan naar een DVD worden gekopieerd met behulp van de volgende stappen:
- Houd een lege DVD bij de hand.
- In de toepassing kunt u kiezen uit diverse media waarnaar de herstelimage wordt gekopieerd, waaronder DVD-R, DVD-RW, DVD+R en DVD+RW.

Onthoud dat sommige van de bovengenoemde media mogelijk niet compatibel zijn met het optische station dat in uw computer is geïnstalleerd. Controleer daarom voordat u verdergaat of het optische station het lege medium dat u hebt gekozen ondersteunt.
- Zet de computer aan en wacht terwijl het besturingssysteem Windows® 7 op de normale manier van de vaste schijf wordt geladen.
- Plaats de eerste lege schijf in het optische station.
- Dubbelklik op het pictogram Recovery Media Creator op het bureaublad van Windows® 7 of selecteer de toepassing in het menu Start.
- Nadat Recovery Media Creator is gestart, selecteert u het type medium en de titel die u naar het medium wilt kopieren. Klik vervolgens op de knop Maken.
- Volg de aanwijzingen op het scherm.
De herstelschijven worden gemaakt.
De vooraf geïnstalleerde software herstellen met de gemaakte herstelschijven
Als de vooraf geïnstalleerde bestanden beschadigd zijn, kunt u de computer in de oorspronkelijke staat herstellen met de herstelschijven die u hebt gemaakt. Volg de onderstaande stappen als u deze herstelbewerking wilt uitvoeren:

Als u het geluid hebt gedempt door op Fn + ESC te drukken, schakel het geluid dan in, zodat geluiden hoorbaar zijn voordat u het herstelproces start. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.

Wanneer u het Windows-besturingssysteem opnieuw installeert, wordt de vaste schijf opnieuw geformatteerd, waardoor alle gegevens erop verloren gaan.
- Plaats de herstelschijven in het optische station en schakel de computer uit.
- Houd de toets F12 ingedrukt en zet de computer aan. Wanneer het scherm met het TOSHIBA-logo verschijnt, laat u de toets F12 los.
- Selecteer het CD-ROM-pictogram in het menu met behulp van de cursortoetsen. Raadpleeg de paragraaf Opstartprioriteit in hoofdstuk 7, HW Setup, voor meer informatie.
- Er wordt een menu weergegeven waarin u de instructies moet uitvoeren.
De vooraf geïnstalleerde software herstellen vanaf het herstelschijfstation
Op uw gegevensstation vindt u mogelijk een map genaamd 'HDDRecovery'. Deze map bevat bestanden die kunnen worden gebruikt om het systeem te herstellen in de staat zoals deze in de fabriek is geïnstalleerd.
Als u de vaste schijf vervolgens opnieuw configureert, mag u geen partities wijzigen, verwijderen of toevoegen anders dan in de handleiding wordt beschreven. Doet u dat wel, dan is de ruimte voor de vereiste software niet beschikbaar.
Als u een partitioneringsprogramma van een andere leverancier gebruikt om de partities op de vaste schijf te configureren, kunt u de computer mogelijk niet meer installeren.

Als u het geluid hebt gedempt door op Fn + ESC te drukken, schakel het geluid dan in, zodat geluiden hoorbaar zijn voordat u het herstelproces start. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.

Zorg ervoor dat u de netadapter aansluit, omdat de accu tijdens het herstelproces leeg kan raken.
Wanneer u het Windows-besturingssysteem opnieuw installeert, wordt de vaste schijf opnieuw geformatteerd, waardoor alle gegevens erop verloren gaan.
- Zet de computer uit.
- Zet de computer aan. Wanneer het TOSHIBA-scherm herhaaldelijk verschijnt, drukt u op de toets F8.
- Het menu Geavanceerde opstartopties wordt weergegeven. Gebruik de pijltoetsen om Uw computer herstellen te selecteren en druk op Enter.
- Selecteer de gewenste toetsenbordindeling en klik op Volgende.
- Om toegang te krijgen tot het herstelproces dient u zich aan te melden als een gebruiker met voldoende rechten.
- Klik op TOSHIBA Vasteschijfherstel in het scherm Opties voor systeemherstel.
- Volg de aanwijzingen in het dialoogvenster TOSHIBA Vasteschijfherstel.
De oorspronkelijke staat van de computer wordt hersteld.

Stel het BIOS in op de standaardconfiguratie voordat u de fabrieksinstellingen van de computer herstelt.
Herstelschijven bestellen bij TOSHIBA\*
U kunt productherstelschijven voor uw notebook bestellen in de TOSHIBA Europe Backup Media Online Shop.

* Houd er rekening mee dat deze service niet gratis is.
- Ga hiervoor naar https://backupmedia.toshiba.eu.
- Volg de aanwijzingen op het scherm.
U ontvangt de herstelschijven binnen twee weken nadat u de bestelling hebt geplaatst.
De vooraf geïnstalleerde software herstellen vanaf de bestelde herstelschijven
Als de vooraf geïnstalleerde bestanden zijn beschadigd, kunt u de bestelde herstelschijven gebruiken om de fabrieksinstellingen van de computer te herstellen. Volg de onderstaande stappen als u deze herstelbewerking wilt uitvoeren:

Als u het geluid hebt gedempt door op Fn + ESC te drukken, schakel het geluid dan in, zodat geluiden hoorbaar zijn voordat u het herstelproces start. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.

Wanneer u het Windows-besturingssysteem opnieuw installeert, wordt de vaste schijf opnieuw geformatteerd, waardoor alle gegevens erop verloren gaan.
- Plaats de herstelschijven in het optische station en schakel de computer uit.
- Houd de toets F12 ingedrukt en zet de computer aan. Wanneer het scherm met het TOSHIBA-logo verschijnt, laat u de toets F12 los.
- Selecteer het CD-ROM-pictogram in het menu met behulp van de cursortoetsen. Raadpleeg de paragraaf Opstartprioriteit in hoofdstuk 7, HW Setup, voor meer informatie.
- Er wordt een menu weergegeven waarin u de instructies moet uitvoeren.
Hoofdstuk 4
Basisbeginselen
In dit hoofdstuk worden de grondbeginselen van computergebruik toegelicht. Zo wordt ingegaan op het gebruik van het touchpad, optische stations, geluidssysteem, modem, draadloos LAN en LAN. Verder worden tips gegeven voor het onderhoud van de computer.
Het touchpad gebruiken
U gebruikt het touchpad door eenvoudig uw vingertop op het touchpad te plaatsen en te schuiven in de richting waarin u de schermaanwijzer wilt verplaatsen.

- Touchpadbedieningsknoppen 2. Touchpad
Afbeelding 4-1 Touchpad en besturingsknoppen
De twee knoppen onder het toetsenbord worden op dezelfde wijze gebruikt als de knoppen op een muis. Druk op de linkerknop om een menuoptie te selecteren of om tekst of afbeeldingen te bewerken die u met de aanwijzer hebt geselecteerd. Druk op de rechterknop om een menu of andere functie weer te geven, afhankelijk van de gebruikte software.

Druk niet te hard op het touchpad en gebruik geen spitse voorwerpen zoals ballpoints. Hierdoor kan het touchpad beschadigd raken.
Sommige functies kunt u activeren door het touchpad zachtjes aan te tikken in plaats van op een besturingsknop te drukken.

Klikken: tik één keer op het touchpad.
Dubbelklikken: tik twee keer op het touchpad.
Slepen en neerzetten:
- Houd de linkerbesturingsknop ingedrukt en beweeg de cursor om het te verplaatsen item te verslepen.
- Til uw vinger op om het item op de gewenste plaats te zetten.
Schuiven:
Verticaal: schuif uw vinger aan de rechterkant van het touchpad omhoog of omlaag.
Horizontaal: Schuif uw vinger aan de onderkant van het touchpad naar links of rechts.
De sensor voor vingerafdrukken gebruiken
Op dit product is een vingerafdrukhulpprogramma geïnstalleerd waarmee vingerafdrukken kunnen worden vastgelegd en herkend. Als u de id en het wachtwoord vastlegt in het apparaat voor vingerafdrukverificatie, hoeft u het wachtwoord niet meer via het toetsenbord in te voeren. Houd eenvoudig uw vinger tegen de vingerafdruksensor, waarna de volgende functies worden ingeschakeld:
■ Aanmelden bij Windows en toegang tot een beveiligde webpagina via IE (Internet Explorer).
■ Bestanden en mappen kunnen worden gecodeerd/gedecodeerd, zodat andere gebruikers er geen toegang toe hebben.
Bij terugkeer uit de energiebesparende stand (slapstand) kan een schermbeveiliging met wachtwoordbeveiliging worden uitgeschakeld.
■ Functie voor opstartbeveiliging en functie voor enkelvoudige aanmelding.
■ Verificatie van gebruikerswachtwoord en vasteschijfwachtwoord terwijl de computer wordt opgestart.

Als u uw vinger langs de sensor haalt, leest deze uw vingerafdruk.
Uw vinger laten aftasten
Als u de volgende stappen uitvoert wanneer u uw vingers over de sensor haalt voor vingerafdrukregistratie of -verificatie om zo fouten te voorkomen:
- Plaats het eerste vingerkootje op dezelfde hoogte als het midden van de sensor Raak de sensor zachtjes aan en beweeg uw vinger horizontaal naar u toe.
- Terwijl u de sensor zachtjes aanraakt, beweegt u uw vinger naar u toe tot het sensoroppervlak zichtbaar wordt.
- Zorg dat het midden van de vingerafdruk zich op de sensor bevindt wanneer u uw vinger langs de sensor haalt.

Afbeelding 4-2 Beweeg uw vinger over de herkenningssensor

■ Houd uw vinger niet stijf en druk niet te hard op de sensor:
De vingerafdruk wordt mogelijk niet correct gelezen als het midden van uw vingertop de sensor niet raakt of als u te hard drukt. Zorg dat het midden van de vingertop de sensor raakt voordat u uw vinger over de sensor beweegt.
■ Controleer waar het midden van de krul op de vingerafdruk zich bevindt:
De vingerafdruk van de duim bevat een grotere krul, zodat de kans op afwijkingen en vervormingen groter is. Hierdoor wordt de registratie moeilijker en zal het verificatiepercentage afnamen. Controleer altijd waar het midden van de krul in de vingerafdruk zich bevindt, voordat u uw vinger over het midden van de sensor haalt.
■ Als de vingerafdruk niet wordt gelezen:
Er kunnen verificatiefouten optreden als u uw vinger te snel of te langzaam over de sensor haalt. Volg de instructies op het scherm om de snelheid van de beweging aan te passen.
Aandachtspunten met betrekking tot de sensor voor vingerafdrukken
Als u zich niet aan deze richtlijnen houdt, kant dit leiden tot (1) beschadiging of storing van de sensor, of (2) problemen met de vingerafdrukherkenning of een lager herkenningspercentage.
Kras of duw niet met uw nagels of andere harde of scherpe voorwerpen op de sensor.
■ Drukt niet hard op de sensor.
Raak de sensor niet aan met een natte vinger of natte voorwerpen. Houd het sensoroppervlak droog en vrij van waterdamp.
■ Raak de sensor niet aan met een vuile vinger. Kleine vuildeeltjes op een smerige vinger kunnen krassen op de sensor veroorzaken.
■ Plak geen stickers op de sensor en schrijft er niet op.
■ Raak de sensor niet aan met een vinger of een voorwerp met opgebouwde statische elektriciteit.
Let op het volgende voordat u uw vinger op de sensor plaatst voor opslag, registratie of herkenning van de vingerafdruk.
■ Was uw handen en droog ze grondig.
■ Verwijder statische elektriciteit van uw vingers door een metalen oppervlak aan te raken. Statische elektriciteit is een gangbare oorzaak van sensorstoringen, met name bij droog weer.
■ Reinig de sensor met een pluisvrije doek. Gebruik geen reinigingsmiddel om de sensor te reinigen.
Vermijd het volgende wanneer u uw vingerafdruk vastlegt of wilt laten herkennen aangezien dit kan leiden tot fouten in de opslag of een afname in het herkenningspercentage
■ Weke of gezwollen vinger (bijvoorbeeld nadat u een bad hebt genomen)
■ Verwonde vinger
■ Natte vinger
■ Vuile of vettige vinger
■ Zeer droge huid op de vinger
Doe het volgende als u het slagingspercentage van de vingerafdrukherkenning wilt verbeteren.
■ Let twee of meer vingers vast.
■ Leg aanvullende vingers vast als de herkenning vaak mislukt met de opgeslagen vingers.
■ Controleer de staat van uw vingers. Het herkenningspercentage neemt af bij veranderingen in de vinger, zoals verwondingen of ruwe, zeer droge, natte, vuile, vettige, weke of gezwollen vingers. Ook als de vingerafdruk is verzwakt of als de vinger dunner of dikker wordt, kan het herkenningspercentage afnemen.
■ De vingerafdruk van elke vinger is verschillend en uniek. Let erop dat u alleen de geregistreerde of opgeslagen vingerafdruk(ken) voor identificatie gebruikt.
■ Controleer de positie en snelheid van de vingerbeweging.
De sensor voor vingerafdrukken vergelijkt en analyseert de unieke eigenschappen van een vingerafdruk. In sommige gevallen kunnen bepaalde gebruikers hun vingerafdrukken echter niet registreren omdat hun vingerafdrukken onvoldoende unieke kenmerken bevatten.
■ Het herkenningspercentage kan per gebruiker verschillen.
Beperkingen van de sensor voor vingerafdrukken
■ De sensor voor vingerafdrukken vergelijkt en analyseert de unieke eigenschappen van een vingerafdruk.
Er wordt een waarschuwing weergegeven als de herkenning afwijkend is of binnen een bepaalde tijd niet is geslaagd.
■ Het herkenningspercentage kan per gebruiker verschillen.
■ Toshiba garandeert niet dat de technologie voor vingerafdrukherkenning foutloos is.
■ Toshiba garandeert niet dat de sensor voor vingerafdrukken de opgeslagen gebruiker altijd herkent of onbevoegde gebruikers altijd de toegang weigert. Toshiba is niet aansprakelijk voor fouten of beschadigingen die het gevolg kunnen zijn van het gebruik van de software of het hulpprogramma voor vingerafdrukherkenning.
Aandachtspunten met betrekking tot het hulpprogramma voor vingerafdrukken
Als de bestandscoderingsfunctie EFS (Encryption File System) van Windows ® 7 wordt gebruikt om een bestand te coderen, kan het bestand niet worden gecodeerd met de coderingsfunctie van deze software.
■ U kunt een reservekopie maken van de vingerafdrukgegevens of de informatie die is opgeslagen voor automatische wachtwoordinvoer in IE.
- Gebruik hiervoor Importeren/Exporteren in het hoofdmenu van het TOSHIBA-hulpprogramma voor vingerafdrukken.
Raadpleeg ook de Help van het hulpprogramma voor vingerafdrukken voor meer informatie. U start de Help als volgt:
Klik op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> TOSHIBA-hulpprogramma voor vingerafdrukken. Het hoofdvenster wordt weergegeven. Klik op ‘?’ linksonder in het venster.
Configuratieprocedure
Voer de volgende stappen uit als u voor het eerst vingerafdrukverificatie gebruikt.
Registratie van vingerafdrukken
Sla de vereiste verificatiegegevens op met de wizard Fingerprints Enrollment (Vingerafdrukken registreren).

De vingerafdrukverificatie gebruikt dezelfde aanmeldings-id en hetzelfde wachtwoord dat u Windows gebruikt. Als u geen aanmeldingswachtwoord voor Windows hebt ingesteld, doet u dat voorafgaand aan de registratie.
Deze sensor bevat geheugenruimte voor ten minste 20 vingerafdrukpatronen. Mogelijk kunt u meer vingerafdrukpatronen vastleggen, afhankelijk van het geheugengebruik van de sensor.
- Klik op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> TOSHIBA-hulpprogramma voor vingerafdrukken. Of dubbelklik op het pictogram op de taakbalk.
- Het venster Enter Windows Password (Windows-wachtwoord invoeren) verschijnt. Typ een wachtwoord in het veld Enter Windows Password. Klik op Volgende.
- Het venster Enroll (Registreren) wordt weergegeven. Klik op het pictogram voor een niet-geregistreerde vinger boven de vinger en klik op Volgende.
- Er wordt een opmerking weergegeven over de werking van het registratievenster. Bevestig het bericht en klik op Volgende.
- Het venster Scanning Practice (Scanoefening) wordt weergegeven. U kunt nu oefenen en uw vinger over de sensor halen. Wanneer u klaar bent met oefenen, klikt u op Volgende.
- De laatste stap voor het registratievenster wordt weergegeven. Haal driemaal dezelfde vinger over de sensor. Als de vingerafdruk correct wordt gescand, wordt het bericht 'Enrollment succeed. Do you want to save this template?' (Registratie gelukt. Wilt u deze sjabloon opslaan?) weergegeven. Klik op OK.
- Ingeval van een verwonde vinger of een verificatiefout wordt aanbevolen ook andere vingerafdrukken te registreren. Het volgende bericht wordt weergegeven: [Strongly recommended to do one more enroll.] (Het wordt ten zeerste aanbevolen nog een vinger te registreren). Klik op OK en herhaal de stappen 3, 4, 5 en 6 met een andere vinger.
De vingerafdrukgegevens verwijderen
Opgeslagen vingerafdrukgegevens worden opgeslagen in het niet-vluchtige geheugen in de vingerafdruksensor. Als u de pc aan een ander geeft of weggooit, wordt aanbevolen de volgende bewerkingen uit te voeren.
-
Klik op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> TOSHIBA-hulpprogramma voor vingerafdrukken.
-
Het hoofdmenu van het TOSHIBA-hulpprogramma voor vingerafdrukken verschijnt.
-
'Are you sure you want to delete this template? (Weet u zeker dat u deze sjabloon wilt verwijderen?)' wordt op het scherm weergegeven. Klik op OK. Herhaal de stappen 2 en 3 als u de andere vingerafdrukken wilt verwijderen.
■ De vingerafdrukken van alle gebruikers verwijderen:
- Klik linksonder op Run as administrator (Uitvoeren als beheerder). Deze knop wordt niet weergegeven als gebruikersaccountbeheer in Windows is uitgeschakeld.
- Het venster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven. Selecteer 'Toestaan' in het venster Gebruikersaccountbeheer.
- Haal een geregistreerde vinger over de sensor.
- Klik op Fingerprint control (Vingerafdrukken beheren).
- Klik op de knop Delete All (Alles verwijderen) rechtsonder.
- Het bericht 'Are you sure you want to delete all fingerprints?' (Weet u zeker dat u alle vingerafdrukken wilt verwijderen?)' wordt op het scherm weergegeven. Klik op OK.
Aanmelden bij Windows via vingerafdrukverificatie
In plaats van de gebruikelijke Windows-aanmelding met een id en een wachtwoord, kunt u zich ook bij Windows aanmelden via vingerafdrukverificatie.
Dit is met name handig als de pc door veel gebruikers wordt gebruikt aangezien hierbij de gebruikersselectie kan worden overgeslagen.
Procedure voor vingerafdrukverificatie
- Start de computer op.
- Het venster Logon Authorization (Aanmeldingsverificatie) wordt weergegeven. Haal een van de geregistreerde vingers over de sensor. Als de verificatie is gelukt, wordt de gebruiker aangemeld bij Windows.

Als de vingerafdrukverificatie mislukt, dient u zich aan te melden met het Windows-wachtwoord.
Meld u aan met het Windows-wachtwoord als de vingerafdrukverificatie vijfmaal mislukt. Als u zich wilt aanmelden met het Windows-wachtwoord voert u dit wachtwoord op de gebruikelijke manier in het welkomstscherm in.
Er wordt een waarschuwing weergegeven als de verificatie afwijkend is of binnen een bepaalde tijd niet is geslaagd.
Vingerafdrukverificatie tijdens het opstarten van het systeem
Algemeen
Het systeem voor vingerafdrukverificatie kan worden gebruikt als vervanging van de wachtwoordverificatie via het toetsenbord tijdens het opstarten van het systeem
Als u de vingerafdrukverificatie niet wilt gebruiken tijdens het opstarten, maar liever een wachtwoord invoert, drukt u op de toets ESC of klikt u op de knop Switch User (Van gebruiker wisselen) wanneer het venster Fingerprint System Authentication wordt weergegeven. Het scherm waarin u een wachtwoord met het toetsenbord kunt invoeren wordt nu weergegeven.

U moet een gebruikerswachtwoord registreren als u de vingerafdrukfunctie wilt gebruiken voordat het besturingssysteem is opgestart, en om de aanvullende functie, enkelvoudige aanmelding via vingerafdrukken, te gebruiken. Gebruik TOSHIBA HW Setup om het gebruikerswachtwoord te registreren.
Als de vingerafdrukverificatie vaker dan vijfmaal mislukt, moet u het gebruikers- of supervisorwachtwoord handmatig invoeren om de computer te starten.
Haal uw vinger langzaam en met een constante snelheid langs de sensor. Als het verificatiepercentage hierdoor niet toeneemt, pas dan de snelheid aan.
Als er wijzigingen zijn in de omgeving of instellingen die te maken hebben met verificatie, moet u de verificatiegegevens opgeven, zoals een gebruikerswachtwoord en een wachtwoord voor de vaste schijf.
De functie voor enkelvoudige aanmelding via vingerafdrukken
Algemeen
Via deze functie kan de gebruiker zowel de verificatie van het gebruikerswachtwoord (en desgewenst het wachtwoord voor de vaste schijf en het supervisorwachtwoord) uitvoeren als zich aanmelden bij Windows met slechts één vingerafdrukverificatie tijdens het opstarten. De gebruiker moet het gebruikerswachtwoord en het aanmeldingswachtwoord voor Windows registreren voordat de opstartbeveiliging via vingerafdrukken en de functie voor enkelvoudige aanmelding via vingerafdrukken kunnen worden gebruikt. Gebruik TOSHIBA HW Setup om het gebruikerswachtwoord te registreren.
Er is slechts één vingerafdrukverificatie vereist ter vervanging van het gebruikerswachtwoord (en het wachtwoord voor de vaste schijf en het supervisorwachtwoord, indien geselecteerd) en het wachtwoord voor de Windows-aanmelding.
De instellingen voor vingerafdrukverificatie tijdens het opstarten en enkelvoudige aanmelding inschakelen
U moet eerst uw vingerafdruk registreren met het TOSHIBA-hulpprogramma voor vingerafdrukken en de functie voorenkelvoudige aanmelding voordat u vingerafdrukverificatie tijdens het opstarten van het besturingssysteem kunt inschakelen en configureren.
Controleer of uw vingerafdruk is vastgelegd voordat u de instellingen configureert.
- Aanmelden als beheerder betekent dat de gebruiker over beheerdersbevoegdheden beschikt.
- Klik op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> TOSHIBA-hulpprogramma voor vingerafdrukken.
- Haal uw vinger over de sensor voor vingerafdrukken.
- Klik op Run As Administrator (Uitvoeren als beheerder). Deze knop wordt niet weergegeven als de gebruikersaccountbeheer in Windows is uitgeschakeld.
- Het venster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven wanneer u klikt op Run as administrator. Selecteer Toestaan in het venster Gebruikersaccountbeheer.
- Haal uw vinger over de sensor voor vingerafdrukken.
- Klik op Setting (Instelling).
- Plaats een vinkje in Boot authentication (Opstartverificatie). Als u de functie voor enkelvoudige aanmelding wilt gebruiken, vinkt u ook Single Sign-on aan.
- Klik op Toepassen.
- 'save succeeded' (Opslaan gelukt) wordt weergegeven. Klik op OK.
- Klik op Close (Sluiten).
- 'Are you sure to close this window? (Weet u zeker dat u dit venster wilt sluiten?)' wordt weergegeven. Klik op OK.
- Klik op Close (Sluiten).
- 'Are you sure to close this window? (Weet u zeker dat u dit venster wilt sluiten?)' wordt weergegeven. Klik op OK.
De gewijzigde configuratie voor de vingerafdrukfunctie wordt toegepast wanneer u het systeem opnieuw opstart.
Beperkingen van het hulpprogramma voor vingerafdrukken
TOSHIBA garandeert niet dat de technologie voor het vingerafdrukhulpprogramma volledig veilig of foutloos werkt. TOSHIBA garandeert niet dat het vingerafdrukprogramma onbevoegde gebruikers altijd de toegang weigert. TOSHIBA is niet aansprakelijk voor fouten of beschadigingen die het gevolg kunnen zijn van het gebruik van de software of het hulpprogramma voor vingerafdrukken.

De sensor voor vingerafdrukken vergelijkt en analyseert de unieke eigenschappen van een vingerafdruk. In sommige gevallen kunnen bepaalde gebruikers hun vingerafdrukken echter niet registreren omdat hun vingerafdrukken onvoldoende unieke kenmerken bevatten.
■ Het herkenningspercentage kan per gebruiker verschillen.
Functie voor USB-slaapstand en laden
Uw computer kan de USB-poort van stroom (5 V) voorzien, zelfs als de computer is uitgeschakeld. Met uitgeschakeld wordt bedoeld dat de computer in de slaapstand of de sluimerstand staat of volledig is uitgeschakeld.
Deze functie kan alleen worden gebruikt voor poorten die de functie 'USB-slaapstand en laden' ondersteunen (hierna 'compatibele poorten' genoemd).
Compatibele poorten zijn USB-poorten met het symbool
U kunt de functie ‘USB-slaapstand en laden’ gebruiken om bepaalde externe USB-compatibele apparaten op te laden, zoals mobiele telefoons of draagbare digitale muziekspelers.
De functie 'USB-slaapstand en laden' werkt echter mogelijk niet bij bepaalde apparaten, zelfs als deze compatibel zijn met de USB-specificatie. Zet in die gevallen de computer aan om het apparaat op te laden.

De functie USB-slaapstand en laden werkt alleen voor compatibele poorten. Deze functie is standaard uitgeschakeld. U schakelt de functie in door [Uitgeschakeld] te veranderen in [Ingeschakeld].
Als de functie 'USB-slaapstand en laden' is ingesteld op [Ingeschakeld], krijgen compatibele USB-poorten stroom (5 V), zelfs als de computer is uitgeschakeld.
Er wordt ook stroom (5 V) geleverd aan externe apparaten die op de compatibele USB-poorten zijn aangesloten. Sommige externe apparaten kunnen echter niet alleen via USB-stroom (5 V) worden opgeladen. Neem voor de specificaties van de externe apparaten contact op met de fabrikant van het apparaat of raadpleeg de specificaties van het apparaat voordat u dit gebruikt.
■ Externe apparaten opladen via de functie 'USB-slaapstand en laden' duurt langer dan wanneer u de eigen lader van het apparaat gebruikt.
Externe apparaten die stroom (5 V) krijgen via de USB-poorten van de computer, kunnen altijd worden gebruikt.
Als de externe apparaten die op de compatibele poorten zijn aangesloten, te veel stroom trekken, kan de toevoer van USB-stroom (5 V) uit veiligheidsoverwegingen worden gestopt.
Als USB-slaapstand en laden is ingeschakeld, wordt de accu van de computer ontladen tijdens de sluimerstand of wanneer de computer is uitgeschakeld. Het wordt aanbevolen de netadapter op de computer aan te sluiten wanneer u de functie 'USB-slaapstand en laden' inschakelt.

■ Metalen paperclips of haarspelden genereren warmte als ze in contact komen met een USB-poort. Voorkom daarom dat USB-poorten in contact komen met metalen voorwerpen, bijvoorbeeld wanneer u de computer in een tas draagt.
Het hulpprogramma USB-slaapstand en laden starten
U start dit hulpprogramma door te klikken op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> USB-slaapstand en laden.
USB-slaapstand en laden inschakelen
Dit hulpprogramma kan worden gebruikt om de functie voor USB-slaapstand en laden in en uit te schakelen. Schakel het selectievakje 'USB-slaapstand en laden' in. Deze functie is standaard uitgeschakeld. Instellingen voor de stroomvoorzieningsmodus.
Er zijn diverse modi beschikbaar voor de functie USB-slaapstand en laden. Normaal gesproken dient u Modus 4 (standaard) te gebruiken. Stel een van de andere modi in (probeer van modus 3 naar modus 1) *1 als de oplaadfunctie niet kan worden gebruikt in modus 4 (standaard). Deze functie kan mogelijk niet worden gebruikt met bepaalde aangesloten externe apparaten, ook al is de juiste modus geselecteerd. In dit geval schakelt u het selectievakje 'USB-slaapstand en laden' uit en gebruikt u deze functie niet meer.
*1 Sommige modi worden mogelijk niet in de lijst weergegeven.
Accu-instellingen
Het gedeelte Accu kan worden gebruikt om de ondergrens voor de resterende gebruiksduur van de accu voor de functie USB-slaapstand en laden in te stellen. Verplaats de schuifregelaar om de ondergrens in te stellen. Als de resterende gebruiksduur van de accu onder deze instelling valt, wordt de functie 'USB-slaapstand en laden' gestopt. Als u het selectievakje 'Inschakelen in accumodus' uitschakelt, wordt de laadfunctie alleen gebruikt als de netadapter is aangesloten.
De functieknoppen gebruiken
In dit gedeelte worden de functieknoppen beschreven.
Sommige modellen zijn uitgerust met zeven knoppen.
| + |
| Pictogram | Functieknop DVD * | CD/geen | |
| ECO | |||
| CD/DVD TOSHIBA | DVDPLAYER starten | Windows Media Player starten | |
| ▶/II | Afspelen/Pauzeren | Afspelen/Pauzeren | Afspelen/Pauzeren |
| Vorige Vorige hoofd | stuk Vorig nummer | ||
| Volgende Volgende | hoofdstuk Volgend nummer | ||
| Dempen Dempen D | Dempen | ||
| - - + | Volume omhoogen omlaag | Volume omhoog/omlaag | Volume omhoog/omlaag |
De webcam gebruiken
In deze paragraaf wordt het gebundelde hulpprogramma voor webcams beschreven. Hiermee kunnen foto's en videobeelden worden vastgelegd. De webcam wordt automatisch ingeschakeld als Windows wordt opgestart.

Verwijder het beschermende plastic laagje voordat u de webcam gebruikt.

- Webcamlampje*
- Webcam*
- Ingebouwde microfoon*
* Aanwezig op sommige modellen.
TOSHIBA-webcamtoepassing gebruiken
TOSHIBA-webcamtoepassing is vooraf zo geconfigureerd dat het wordt gestart wanneer u Windows® 7 start (het wordt verankerd aan de zijbalk op het bureaublad van Windows® 7). Als u het programma opnieuw moet starten, kiest u Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> Webcamtoepassing.

1 Foto's make n
Klik om een foto te maken, waarna een voorbeeld van de foto wordt weergegeven in het voorbeeldgebied.
2 Video opnemen
Klik om de opname te starten. Klik nogmaals om de opname te stoppen en een voorbeeld van de video weer te geven.
3 Opgenomen bestand verwijderen
Selecteer de miniatuur van een opgenomen bestand en klik op deze knop om het bestand van de vaste schijf te verwijderen.
4 Voorbeeldgebied openen/sluiten
Klik om het voorbeeldgebied te openen Kik nogmaals om het voorbeeldgebied te sluiten
5 Cameraresolutie
Kies een resolutie voor Voorbeeld, Vastleggen en Opnemen.
6 Opname-instellingen
Hiermee opent u het dialoogvenster met opname-instellingen. Op het tabblad Basis selecteert u de opslaglocatie voor foto's en video's, het fotoformaat en de videokwaliteit.
De microfoon gebruiken
De computer heeft een ingebouwde microfoon waarmee u monogeluid in uw toepassingen kunt opnemen. U kunt de microfoon ook gebruiken om spraakopdrachten te geven in toepassingen die dit ondersteunen.
(Sommige modellen worden geleverd met ingebouwde microfoon.)
Aangezien de computer een ingebouwde microfoon en luidspreker heeft, kan in bepaalde omstandigheden akoestische terugkoppeling ('feedback') optreden. Akoestische terugkoppeling ontstaat wanneer geluid uit de luidspreker in de microfoon wordt opgevangen en versterkt naar de luidspreker wordt teruggezonden, vanwaar het weer wordt teruggestuurd naar de microfoon.
Deze terugkoppeling treedt herhaalde malen op en veroorzaakt een harde, hoge toon. Het gaat hier om een algemeen verschijnsel dat in elk geluidssysteem voorkomt wanneer de microfooninvoer naar de luidspreker wordt uitgevoerd (doorvoer) terwijl de luidspreker te hard staat of zich te dicht bij de microfoon bevindt. U kunt de doorvoer regelen door het volume van de luidspreker aan te passen of met de functie Dempen in het deelvenster Hoofdvolume. Raadpleeg de Windows-documentatie voor informatie over het gebruik van het deelvenster Hoofdvolume.
Gezichtsherkenning gebruiken
Gezichtsherkenning gebruikt een bibliotheek voor gezichtsverificatie om het gezicht van de gebruiker te verifiëren wanneer deze zich aanmeldt bij Windows. De gebruiker hoeft in dit geval dus geen wachtwoord in te voeren, waardoor de aanmelding gemakkelijker verloopt. Deze software is vooraf geïnstalleerd op sommige modellen.
Opmerking over het gebruik
Gezichtsherkenning garandeert geen correcte identificatie van een gebruiker. Wijzigingen in het uiterlijk van een geregistreerde gebruiker, zoals haardracht of het dragen van een pet of bril, kunnen gevolgen hebben voor het herkenningspercentage wanneer deze veranderingen plaatsvinden na registratie van de gebruiker.
- Gezichtsherkenning kan gezichten die lijken op het gezicht van een geregistreerde persoon ten onrechte herkennen.
■ Voor toepassingen die een hoge mate van beveiliging vereisen, vormt Gezichtsherkenning geen geschikte vervanging voor de Windows-wachtwoorden. Als beveiliging van groot belang is, gebruikt u de opgeslagen Windows-wachtwoorden om u aan te melden.
- Een heldere achtergrondverlichting en/of schaduwen kunnen ertoe leiden dat een geregistreerde persoon niet correct wordt herkend. Meld u in dat geval aan met uw Windows-wachtwoord. Als de herkenning van een geregistreerde persoon meerdere malen mislukt, raadpleegt u de documentatie van de computer voor manieren om de herkenning te verbeteren.
Afwijzing van aansprakelijkheid
TOSHIBA garandeert niet dat de technologie voor het hulpprogramma voor gezichtsherkenning volledig veilig of foutloos werkt. TOSHIBA garandeert niet dat het hulpprogramma voor gezichtsherkenning onbevoegde gebruikers altijd de toegang weigert. Toshiba is niet aansprakelijk voor fouten of beschadigingen die het gevolg kunnen zijn van het gebruik van de software of het hulpprogramma voor gezichtsherkenning.
TOSHIBA EN DIENS DOCHTERONDERNEMINGEN EN LEVERANCIERS ZIJN NIET AANSPRAKELIJK VOOR SCHADE AAN OF VERLIES VAN PROGRAMMA's, GEGEVENS, NETWERKSYSTEMEN OF VERWISSELBARE OPSLAGMEDIA, WINSTDERVING OF BEDRIJFSSCHADE DIE VOORTVLOEIT UIT OF HET GEVOLG IS VAN HET GEBRUIK VAN HET PRODUCT, OOK AL IS TOSHIBA OP DE HOOGTE GESTELD VAN DE MOGELIJKHEID DAARVAN.
Gegevens voor gezichtsherkenning registreren
Maak een foto voor de gezichtsverificatie en registreer de benodigde gegevens wanneer u zich aanmeldt. Voer de onderstaande stappen uit om de benodigde gegevens te registreren wanneer u zich aanmeldt:
-
Start het hulpprogramma door te klikken op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> TOSHIBA Gezichtsherkenning.
-
Het registratievenster wordt weergegeven voor een aangemelde gebruiker wiens gezicht nog niet is geregistreerd.
■ Het beheervenster wordt weergegeven voor een aangemelde gebruiker wiens gezicht al is geregistreerd. -
Klik op de knop Register face (Gezicht registreren) in het beheervenster. Het registratievenster wordt weergegeven.
■ Als u wilt oefenen, klikt u op de knop Volgende in het registratievenster.
Als u niet wilt oefenen, klikt u op de knop Volgende in het registratievenster.
- Klik op de knop Volgende om de oefening te starten.
- Maak eerst een foto terwijl u uw hoofd iets naar links en naar rechts draait.
- Maak vervolgens een foto terwijl u uw hoofd iets omhoog en omlaag beweegt.
Klik op de knop Vorige als u nog een keer wilt oefenen.
- Klik op de knop Volgende om het vastleggen te starten. Pas de positie van uw gezicht aan, zodat dit binnen het gezichtvormige kader past.
-
Zodra uw gezicht zich op de correcte positie bevindt, start de opname. Beweeg uw hoofd iets naar links en naar rechts en vervolgens iets omhoog en omlaag.
-
De registratie eindigt nadat u uw hoofd meerdere malen naar links, naar rechts, omhoog en omlaag hebt bewogen. Wanneer de registratie is gelukt, wordt het onderstaande bericht op het scherm weergegeven:
Registratie geslaagd. Nu gaat u de verificatietest doen. Klik op de knop Volgende.
Klik op de knop Volgende om de verificatietest uit te voeren.
- Voer de verificatietest uit. Richt uw gezicht naar het scherm zoals u deed toen u zich registreerde.
Als de verificatie mislukt, klikt u op de knop Vorige en voert u de registratie opnieuw uit. Raadpleeg hiervoor de stappen 6 tot en met 8.
-
Als de verificatie slaagt, klikt u op de knop Volgende en registreert u een account.
-
Registreer de account. Vul de velden voor accountregistratie in.
■ Vul alle velden in.
Nadat u klaar bent, klikt u op de knop Volgende.
- Het beheervenster wordt weergegeven. De naam van de geregistreerde account wordt weergegeven. Als u op deze naam klikt, wordt links de vastgelegde foto van uw gezicht weergegeven.
De gegevens voor gezichtsherkenning verwijderen
U kunt de fotogegevens, accountgegevens en persoonlijke gegevens die tijdens de registratie zijn vastgelegd, verwijderen. Als u de gegevens voor gezichtsherkenning wilt verwijderen, voert u de onderstaande stappen uit:
-
Start het hulpprogramma door te klikken op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> TOSHIBA Gezichtsherkenning. Het beheervenster wordt weergegeven.
-
Select de gebruiker die u wilt verwijderen in het beheervenster.
-
Klik op de knop Verwijderen. Het bericht U staat op het punt om de gebruikergegevens te verwijderen. Wilt u doorgaan? wordt op het scherm weergegeven
Als u de gegevens niet wilt verwijderen, klikt u op de knop Nee, waarna u terugkeert naar het beheervenster.
Als u op de knop Ja klikt, wordt de geselecteerde gebruiker verwijderd uit het beheervenster.
Het Help-bestand starten
Raadpleeg het Help-bestand voor meer informatie over dit hulpprogramma.
- U start het Help-bestand door te klikken op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> TOSHIBA Gezichtsherkenning Help.
Aanmelden bij Windows via Gezichtsherkenning
In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u zich bij Windows aanmeldt met Gezichtsherkenning. Er worden twee verificatiemethoden geboden.
■ Automatisch aanmeldingsscherm: Als de tegel voor gezichtsverificatie standaard is geselecteerd, kunt u zich aanmelden zonder het toetsenbord of de muis te gebruiken.
1:1-aanmeldingsscherm: Deze methode is in feite gelijk aan de automatische methode, maar het venster Account selecteren wordt weergegeven voorafgaand aan het venster Vastgelegde foto weergeven en u moet de gebruikersaccount selecteren die moet worden geverifieerd om het verificatieproces te starten.
Aanmeldingsscherm voor 1:N-modus
- Zet de computer aan.
- Het venster Tegels selecteren wordt weergegeven.
- Selecteer Gezichtsherkenning starten.
- 'Please face to the camera' (Draai met uw gezicht naar de camera) wordt weergegeven.
- De verificatie wordt uitgevoerd. Als de verificatie slaagt, worden de fotogegevens die zijn gemaakt in stap 4 ingefade en over elkaar geplaatst.
Als er een fout optreedt tijdens de verificatie, keert u terug naar het venster Tegels selecteren.
- Het welkomstscherm van Windows wordt weergegeven en u wordt automatisch aangemeld bij Windows.
Aanmeldingsscherm voor 1:1-modus
- Zet de computer aan.
- Het venster Tegels selecteren wordt weergegeven.
- Selecteer Gezichtsherkenning starten.
- Het venster Account selecteren wordt weergegeven.
- Selecteer de account en klik op de pijlknop.
- 'Please face to the camera' (Draai met uw gezicht naar de camera) wordt weergegeven.
- De verificatie wordt uitgevoerd. Als de verificatie slaagt, worden de fotogegevens die zijn gemaakt in stap 6 ingefade en over elkaar geplaatst.
Als er een fout optreedt tijdens de verificatie, keert u terug naar het venster Tegels selecteren.
- Het welkomstscherm van Windows wordt weergegeven en u wordt automatisch aangemeld bij Windows.
Als de verificatie is geslaagd, maar er vervolgens een verificatiefout optreedt wanneer u zich aanmeldt bij Windows, wordt u om uw accountgegevens gevraagd.
Het optische station gebruiken
De tekst en afbeeldingen in dit gedeelte hebben in principe betrekking op het optische station. Alle andere optische stations functioneren echter op dezelfde manier. Het station ondersteunt snelle uitvoering van programma's op CD en DVD. U kunt zonder adapter CD's/DVD's van 12 cm of 8 cm gebruiken in het optische station met lade en CD's/DVD's van 12 cm in het optische station met sleuf. Voor het aansturen van een CD/DVD wordt een ATAPI-interfacecontroller gebruikt. Zodra de computer toegang heeft tot een CD/DVD, gaat een lampje op het station branden (alleen optisch station met lade).
Raadpleeg ook het gedeelte CD's/DVD's beschrijven met het DVD Super Multi-station (Double Layer) voor voorzorgsmaatregelen wanneer u CD's/DVD's beschrijft.
Schijven laden
Voer de volgende stappen uit en raadpleeg de bijbehorende afbeeldingen om een schijf te laden.
- a. Zorg dat de computer is ingeschakeld en druk op de uitwerpknop om de lade een stukje te openen.

Afbeelding 4-3 De uitwerpknop indrukken
b. U kunt de lade niet met de uitwerpknop openen als het station geen stroom krijgt. In dat geval kunt u de lade openen door een dun voorwerp (ongeveer 15 mm lang) zoals een rechtgebogen paperclip in het uitwerpgaatje rechts van de uitwerpknop te steken.

Afbeelding 4-4 De lade openen door middel van het uitwerpgaatje
- Trek de lade voorzichtig uit totdat deze volledig is geopend.

Afbeelding 4-5 De lade opentrekken
- Leg de schijf met het label omhoog in de lade.

Afbeelding 4-6 Een schijf plaatsen

Wanneer de lade volledig is uitgeschoven, steekt de rand van de computer iets uit over de lade. Wanneer u de schijf in de lade plaatst, moet u de schijf daarom schuin houden. Zorg na het plaatsen van de schijf echter dat deze plat ligt (zie de vorige afbeelding).

Raak de laserlens niet aan. Hierdoor kunt u de uitlijning ervan verstoren.
Zorg dat er geen stof, vuil of voorwerpen in het station terechtkomen. Controleer of de achterrand van de lade schoon is alvorens u het station sluit.
- Druk voorzichtig in het midden van de schijf tot deze vastklikt. De schijf moet onder de bovenkant van de as liggen, vlak op het ladeoppervlak.
- Duw zachtjes tegen het midden van de lade tot deze dichtklikt. Duw zachtjes tot de lade vastklikt.

Als de schijf niet goed zit wanneer de lade gesloten is, bestaat het risico dat de schijf beschadigd raakt. Bovendien kan het dan gebeuren dat de lade niet volledig wordt geopend wanneer u op de uitwerpknop drukt.

Afbeelding 4-7 De lade sluiten
Optisch schijfstation met lade
Voor een computer met een optisch station met lade laadt u een CD/DVD door de onderstaande stappen uit te voeren en de afbeeldingen te raadplegen.
- Schakel de computer in.
-
Houd de CD/DVD voorzichtig bij de randen vast met het label omhoog en plaats de schijf langzaam recht in de sleuf van het optische station.
-
Gebruik alleen ronde standaardschijven (12 cm) met de sleufversie van het optische station. Schijven met een andere grootte of vorm kunnen mogelijk niet uit de sleuf worden verwijderd, waarbij zowel het systeem of de schijf kan beschadigen.
Duw zachtjes tegen de CD/DVD tot deze automatisch wordt geladen. Gebruik geen kracht en duw de schijf niet onder een hoek in de sleuf van het optische station. Hierdoor kan de CD/DVD beschadigen of kan er stof of vuil op het oppervlak terechtkomen. Dit kan ertoe leiden dat het station de schijf niet kan lezen of beschrijven.

Afbeelding 4-8 Een schijf plaatsen

Schijven verwijderen
Als u de schijf wilt verwijderen, voert u de volgende stappen uit en raadpleegt u de volgende afbeelding.

Druk niet op de uitwerpknop terwijl de computer toegang heeft tot het schijfstation. Wacht tot het lampjes van het optische station uitgaat voordat u de lade opent. Neem de schijf pas uit de lade nadat deze is opgehouden met draaien.
- Druk op de uitwerpknop om de lade een stukje te openen. Trek de lade voorzichtig open.

■ Wanneer de lade een stukje wordt geopend, moet u even wachten tot de schijf is opgehouden met draaien voordat u de lade volledig opentrekt.
Als u de lade handmatig wilt openen door middel van het uitwerpgaatje, dient u de computer eerst uit te schakelen. Als de schijf nog draait terwijl u de lade opent, kan de schijf van de as vliegen en letsel veroorzaken.
- De schijf steekt iets uit over de zijkanten van de lade, zodat u hem kunt pakken. Pak de schijf voorzichtig aan de randen uit de lade.

Afbeelding 4-9 Een schijf verwijderen
- Duw zachtjes tegen het midden van de lade tot deze dichtklikt. Duw zachtjes tot de lade vastklikt.
Optisch schijfstation met lade
Voor een computer met een optisch station met sleuf voert u de volgende stappen uit en raadpleegt u de afbeeldingen.
- Controleer of de computer aanstaat.
- Druk op de uitwerpknop. De CD/DVD wordt ongeveer half uitgeworpen.

Houd uw hand of een ander voorwerp niet in de buurt van de sleuf van het optische station.

Afbeelding 4-10 De uitwerpknop indrukken
- Houd de CD/DVD zachtjes vast aan de randen en trek er horizontaal aan.

- Gebruik alleen ronde standaardschijven (12 cm) met de sleufversie van het optische station. Schijven met een andere grootte of vorm kunnen mogelijk niet uit de sleuf worden verwijderd, waarbij zowel het systeem of de schijf kan beschadigen.
Automatische vergrendeling van optisch station (bij sommige modellen)
Deze functie vergrendelt automatisch de uitwerpknop van het optische station als de computer trillingen of andere schokken detecteert terwijl de accu wordt gebruikt. Deze functie voorkomt dat de schijflade wordt geopend, zelfs als er onverwacht op de uitwerpknop wordt gedrukt. Wanneer de automatische vergrendeling van het optische station is ingeschakeld, wordt rechtsonder op het stroompictogram voor het optische station op de taakbalk een sleutel weergegeven.

U schakelt deze functie in door het optische station aan te zetten.
De automatische vergrendeling van het optische station instellen
Klik met de rechtermuisknop op het stroompictogram voor het optische station op de taakbalk om de instellingen voor de automatische vergrendeling van het optische station te wijzigen.
De automatische vergrendeling van het optische station in- en uitschakelen
- Klik met de rechtermuisknop op het stroompictogram voor het optische station op de taakbalk
- Klik op Automatische vergrendeling van optisch station inschakelen of uitschakelen.
Vergrendelingstijd voor automatische vergrendeling van optisch station
Hiermee stelt u in hoeveel tijd moet verstrijken voordat de uitwerpknop van het optische station wordt ontgrendeld wanneer de computer trillingen of andere schokken detecteert.
- Klik met de rechtermuisknop op het stroompictogram voor het optische station op de taakbalk.
- Klik op Ontgrendelingstijd -> 1 sec of 3 sec of 5 sec.

Als de automatische vergrendeling van het optische station is ingeschakeld, zijn de toetsencombinatie FN + Tab en de uitwerpknoppen in toepassingen uitgeschakeld.
De automatische vergrendeling van het optische station wordt niet direct ingeschakeld nadat de computer wordt opgestart, de schijflade wordt gesloten of het optische station wordt ingeschakeld via de toetsen FN + Tab.
CD's/DVD's beschrijven met het DVD Super Multi-station (Double Layer)
DVD Super Multi-station met Double Layer
Met het DVD Super Multi-station (Double Layer) kunt u gegevens schrijven naar CD-R, CD-RW, DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer), DVD+RW en naar DVD-RAM-schijven. De schrijfsoftware TOSHIBA Disc Creator wordt bij deze computer meegeleverd.

Raadpleeg de paragraaf Beschrijfbare schijven in hoofdstuk 2 voor meer informatie over de soorten beschrijfbare CD's en DVD's die door deze computer worden ondersteund.
Schakel de stroom niet uit als de computer het station gebruikt om het risico te vermijden dat er gegevens verloren gaan.
- Gebruik TOSHIBA Disc Creator dat op uw computer is geïnstalleerd als u gegevens naar CD-R/-RW wilt schrijven.
Als het optische station geen stroom krijgt, kan de schijflade niet worden geopend, zelfs niet als u op de uitwerpknop drukt. Hiermee schakelt u de stroom van het optische station in of uit. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord.

- Gebruik alleen ronde standaardschijven (12 cm) met de sleufversie van het optische station. Schijven met een andere grootte of vorm kunnen mogelijk niet uit de sleuf worden verwijderd, waarbij zowel het systeem of de schijf kan beschadigen.
Wanneer u media beschrijft met behulp van een optisch station, moet u de netadapter altijd aansluiten op een stopcontact. Als gegevens worden weggeschreven bij gebruik van de accu-eenheid, kan het wegschrijven soms mislukken omdat de accu bijna leeg is. Dit kan resulteren in gegevensverlies.
Belangrijk bericht
Lees deze paragraaf grondig door voordat u media gaat beschrijven die door het DVD Super Multi-station (Double Layer) worden ondersteund en volg alle configuratie- en gebruiksaanwijzingen. Doet u dat niet, dan werkt het DVD Super Multi-station (Double Layer) mogelijk niet correct en kunt u te maken krijgen met schrijf- of herschrijffouten, wat kan leiden tot gegevensverlies of schade aan station of media.
Afwijzing van aansprakelijkheid
TOSHIBA is niet aansprakelijk voor:
■ Beschadiging van CD-R, CD-RW, DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer), DVD+RW of DVD-RAM - schijven als gevolg van het schrijf- of herschrijfproces.
Wijziging of verlies van de opgenomen inhoud van een CD-R/CD-RW, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW of DVD+R/DVD+R (Double Layer), DVD+RW of DVD-RAM als gevolg van het schrijf- of herschrijfproces, of hieruit voortvloeiende winstderving of bedrijfsonderbreking die wordt veroorzaakt door het verlies of de wijziging van de opgenomen inhoud.
Schade die is veroorzaakt door het gebruik van hardware of software van andere leveranciers.
Hedendaagse optische stations zijn onderhevig aan dusdanige technologische beperkingen dat er onverwachte schijf- of herschrijffouten kunnen optreden als gevolg van de schijfkwaliteit of problemen met de gebruikte apparaten. Het is dan ook raadzaam om ten minste twee kopieën te maken van belangrijke gegevens, voor het geval de opgenomen inhoud onverhoopt wordt veranderd of verloren gaat.
Vóór schrijven of herschrijven
- Op grond van TOSHIBA's beperkte compatibiliteitstests worden de volgende fabrikanten van CD-R, CD-RW, DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer), DVD+RW of DVD-RAM-schijven aanbevolen, hoewel de kwaliteit van de media het schrijf- of herschrijfproces kan beïnvloeden. TOSHIBA staat niet in voor de werking, kwaliteit of prestaties van enigerlei schijven.
CD-R:
DVD-specificaties voor DVD-R-schijven voor algemeen gebruik, versie 2.0
DVD-specificaties voor DVD-RW-schijven voor algemeen gebruik, versie 1.2
DVD-specificaties voor DVD-RAM-schijven voor versie 2.0, 2.1 of 2.2 PANASONIC COMMUNICATIONS CO., LTD.
DVD-R voor Labelflash™:
FUJIFILM CORPORATION.
DVD+R voor Labelflash™:
FUJIFILM CORPORATION.

■ Het DVD Super Multi-station (Double Layer) kan geen schijven gebruiken die sneller schrijven dan 16-speed (DVD-R en DVD+R), 8-speed (DVD-R (Dual Layer), DVD+RW en DVD+R (Double Layer), 6-speed (DVD-RW) en 5-speed (DVD-RAM).
DVD-R (Dual Layer)- en DVD+R (Dual Layer)-schijven in bepaalde indelingen kunnen onleesbaar zijn.
DVD-RAM-schijven van 2,6 GB en 5,2 GB kunnen niet worden gelezen of beschreven.
Schijven die zijn gemaakt als DVD-R (Dual Layer) indeling 4 (Layer Jump Recording) kunnen niet worden gelezen.
■ Controleer of de schijven van goede kwaliteit, schoon en onbeschadigd zijn. Is dit niet het geval, dan kunnen fouten optreden tijdens het schrijf- of herschrijfproces.
■ Hoe vaak een CD-RW, DVD-RW, DVD+RW of DVD-RAM kan worden beschreven, is afhankelijk van de schijfkwaliteit en de manier waarop de schijf wordt gebruikt.
Er bestaan twee soorten DVD-R's: voor authoring en voor algemeen gebruik. Gebruik geen authoring-schijven aangezien alleen schijven voor algemeen gebruik met een computerstation kunnen worden beschreven.
U kunt DVD-RAM-schijven gebruiken die u uit hun omhulsel kunt verwijderen en DVD-RAM-schijven die geen omhulsel bevatten.
■ Het kan voorkomen dat DVD-ROM-stations van andere computers of andere DVD-spelers de DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer) of DVD+RW-schijven niet kunnen lezen.
- Gegevens die naar een CD-R, DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD+R of DVD+R (Double Layer) zijn geschreven, kunnen niet gedeeltelijk of volledig worden verwijderd.
■ Gegevens die van een CD-RW, DVD-RW, DVD+RW of DVD-RAM zijn gewist, kunnen niet worden teruggehaald. Controleer de inhoud van een schijf goed voordat u deze wist en kijk goed uit als er meerdere stations zijn aangesloten die naar schijven kunnen schrijven, niet de gegevens van het verkeerde station worden verwijderd.
Bij het schrijven naar een DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer), DVD+RW of DVD-RAM is schijfruimte nodig voor bestandsbeheer, wat inhoudt dat schijven mogelijk niet tot de maximale capaciteit kunnen worden beschreven.
De schijf functioneert volgens de DVD-norm en wordt mogelijk opgevuld met dummygegevens als er gegevens naar worden geschreven die minder dan 1 GB in beslag nemen. Zelfs als u een kleine hoeveelheid gegevens schrijft, kan het even duren om de schijf met dummygegevens te vullen.
Als er meerdere stations zijn aangesloten die gegevens naar schijven kunnen schrijven, dient u op te letten dat u niet de gegevens verwijdert van of schrijft naar het verkeerde station.
■ Vergeet niet de netadapter aan te sluiten voordat u begint met schrijven of herschrijven.
■ Voordat u de slaapstand of de sluimerstand inschakelt, dient u ervoor te zorgen dat het schrijfproces naar DVD-RAM is voltooid. Het schrijven is in dit geval voltooid wanneer u de DVD-RAM-schijf kunt uitwerpen.
- Sluit alle softwareprogramma's behalve de schrijfsoftware.
■ Voer geen programma's uit die de processor belasten, bijvoorbeeld schermbeveiliging.
- Gebruik de computer bij volledig vermogen en schakel geen energiebesparende functies in.
Schrijf geen informatie als de virusscanner actief is. Wacht in dat geval totdat de scanner klaar is, schakel hierna de antivirussoftware uit, inclusief software die bestanden automatisch controleert op de achtergrond.
- Gebruik geen schijfhulpprogramma's, met inbegrip van programma's die de toegangssnelheid tot de harde schijf verkorten, aangezien deze kunnen leiden tot een onstabiele werking en gegevensbeschadiging.
■ CD-RW-schijven (Ultra Speed +) moeten niet worden gebruikt omdat gegevens verloren kunnen gaan of kunnen worden beschadigd.
Schrijf altijd van de vaste schijf van de computer naar de CD/DVD - probeer niet te schrijven vanaf gedeelde apparaten zoals een server of een ander netwerkapparaat.
■ Voor het beschrijven van optische schijven wordt uitsluitend TOSHIBA Disc Creator aanbevolen. TOSHIBA staat niet in voor de werking van andere schrijfsoftware.
Tijdens schrijven of herschrijven
Houd de volgende zaken in de gaten als u gegevens schrijft of herschrijft naar CD-R, CD-RW, DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer), DVD+RW of DVD-RAM-schijven.
Kopieer gegevens altijd van de vaste schijf naar het optische station. Gebruik geen knippen en plakken, aangezien de oorspronkelijke gegevens verloren gaan ingeval van een schrijffout.
■ Vermijd de volgende handelingen:
■ wisselen van gebruiker in het besturingssysteem Windows ® 7;
- gebruik van de computer voor andere functies zoals het gebruik van een muis of touchpad of het sluiten/openen van het beeldscherm;
■ het starten van communicatietoepassingen (bijvoorbeeld een modemprogramma);
■ handelingen waardoor de computer wordt blootgesteld aan schokken of trillingen;
■ het installeren, verwijderen of aansluiten van items zoals een ExpressCard, SD/SDHC-geheugenkaart, USB-apparaat, externe monitor, i.LINK-apparaat of digitaal optisch apparaat;
- gebruik van de audio-/videobedieningsknoppen om geluid te reproduceren;
■ het openen van het optische station.
- Gebruik tijdens het schrijven of herschrijven niet de functies Afsluiten, Afmelden, Slaapstand of Sluimerstand.
Zorg ervoor dat het schrijven/herschrijven is voltooid voordat u overschakelt naar de slaapstand of de sluimerstand (het schrijven is voltooid als u een optische schijf kunt verwijderen uit het optische schijfstation).
■ Controleer of de schijven van goede kwaliteit, schoon en onbeschadigd zijn. Is dit niet het geval, dan kunnen fouten optreden tijdens het (her)schrijven.
Plaats de computer op een egaal, horizontaal oppervlak en vermijd plaatsen waar trillingen waarneembaar zijn, bijvoorbeeld auto's, treinen en vliegtuigen. Gebruik ook geen instabiele plekken zoals een wankele tafel.
■ Houd mobiele telefoons en andere draadloze communicatieapparaten uit de buurt van de computer.
Wanneer u TOSHIBA Disc Creator gebruikt, dient u rekening te houden met de volgende beperkingen:
■ TOSHIBA Disc Creator kan niet worden gebruikt om DVD-video's te maken.
■ TOSHIBA Disc Creator kan niet worden gebruikt om audio-DVD's te maken.
■ U kunt de functie ‘Audio-CD voor thuis of in de auto’ van TOSHIBA Disc Creator niet gebruiken voor het opnemen van muziek op DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer) of DVD+RW.
- Gebruik de functie voor schijfbackups van TOSHIBA Disc Creator niet om auteursrechtelijk beschermde DVD-video's en DVD-ROM's te kopieren.
U kunt geen reservekopieën van DVD-RAM-schijven maken met de back-upfunctie van TOSHIBA Disc Creator.
U kunt de inhoud van een CD-ROM of CD-R/-RW niet naar een DVD-R, DVD-R (Dual Layer) of DVD-RW kopieren met de functie 'schijfback-up' van TOSHIBA Disc Creator.
U kunt de inhoud van een CD-ROM of CD-R/-RW niet naar een DVD+R, DVD+R (Double Layer) of DVD+RW kopieren met de functie 'schijfback-up' van TOSHIBA Disc Creator.
U kunt de inhoud van een DVD-ROM, DVD Video, DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer) of DVD+RW niet naar een CD-R of CD-RW kopiëren met de functie 'schijfbackup' van TOSHIBA Disc Creator.
■ TOSHIBA Disc Creator kan niet opnemen in de pakketindeling.
■ Met de functie ‘schijfback-up’ van TOSHIBA Disc Creator kunt u wellicht geen back-up maken van een DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer) of DVD+RW die met andere software op een andere recorder is gemaakt.
Als u gegevens toevoegt aan een DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD+R of DVD+R (Double Layer) waarop reeds gegevens zijn opgenomen, kunnen de toegevoegde gegevens in bepaalde omstandigheden niet worden gelezen. Zo kan er bijvoorbeeld niets worden gelezen vanuit 16-bits besturingsystemen zoals Windows 98 Tweede Editie en Windows ME. In Windows NT4 hebt u Service Pack 6 of later nodig om gegevens te kunnen lezen en in Windows 2000 hebt u hiervoor Service Pack 2 of later nodig. In bepaalde DVD-ROM-stations en DVD-ROM-en CD-R/-RW-stations kunnen toegevoegde gegevens überhaupt niet worden gelezen, ongeacht het besturingssysteem.
■ TOSHIBA Disc Creator ondersteunt het opnemen naar DVD-RAM-schijven niet. Hiervoor hebt u Windows Explorer (Verkenner) of een soortgelijk hulpprogramma nodig.
Als u een back-up maakt van een DVD, dient u ervoor te zorgen dat het bronstation het opnemen naar DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer) of DVD+RW ondersteunt. Als dit niet het geval is, zal de back-up van de bronschijf mogelijk niet goed zijn.
Als u een reservekopie maakt van een DVD-R, DVD-R (Dual Layer), DVD-RW, DVD+R, DVD+R (Double Layer) of DVD+RW, dient u hetzelfde type schijf te gebruiken.
■ Gegevens die naar een CD-RW, DVD-RW of DVD+RW zijn geschreven, kunnen niet gedeeltelijk worden verwijderd.
Gegevenscontrole
Om te controleren of het schrijf-/herschrijfproces naar correct verloopt, voert u de volgende stappen uit voordat u gegevens naar een data-CD of -DVD schrijft:
- Geef het dialoogvenster met instellingen weer door een van de volgende twee stappen uit te voeren:
Klik op de knop Opname-instellingen ( ) voor schrijven op de hoofdwerkbalk in de modus Gegevensschijf.
- Selecteer Instellingen voor elke modus -> Gegevens-CD/DVD in het menu Instellingen.
- Schakel het selectievakje Geschreven gegevens controleren in.
- Selecteer de modus Bestand openen of Volledige vergelijking.
- Klik op OK.
Meer informatie over TOSHIBA Disc Creator achterhalen
Raadpleeg de Help-bestanden voor meer informatie over TOSHIBA Disc Creator.
TOSHIBA DVD PLAYER
Deze software wordt meegeleverd voor weergave van DVD-Video.
De speler heeft een scherminterface en -functies. Klik op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA DVD PLAYER -> TOSHIBA DVD PLAYER.
Raadpleeg het Help-bestand voor meer informatie over het gebruik van TOSHIBA DVD PLAYER.
Wanneer u TOSHIBA DVD PLAYER gebruikt, dient u rekening te houden met de volgende beperkingen:
Opmerkingen betreffende het gebruik
Er kunnen frames wegvallen, het geluid kan overslaan en het geluid en beeld kunnen niet meer synchroon lopen tijdens de weergave van bepaalde DVD-videotitels.
■ Sluit alle andere toepassingen wanneer u TOSHIBA DVD PLAYER gebruikt. Open geen andere toepassingen en voer geen andere bewerkingen uit tijdens de weergave van DVD-Video. De weergave kan in sommige gevallen stoppen of niet correct werken.
Niet-afgesloten DVD's die zijn gemaakt op een gewone DVD-recorder kunnen mogelijk niet worden afgespeeld op de computer.
- Gebruik DVD-Video's met een de regiocode 'gelijk aan de standaardfabrieksinstelling' of 'alles'.
Speel geen DVD-Video af terwijl u met een ander programma een televisieprogramma kijkt of opneemt. Hierdoor kunnen fouten ontstaan in de weergave van DVD-Video of de opname van het televisieprogramma. Als een voorgeprogrammeerde opname start tijdens DVD-Video-weergave, kan dit fouten veroorzaken in de weergave van de DVD-Video of de opname van het televisieprogramma. Bekijk DVD-Video wanneer er geen opname is geprogrammeerd.
■ De hervattingsfunctie kan niet worden gebruikt met bepaalde schijven in TOSHIBA DVD PLAYER.
■ Het wordt aanbevolen de netadapter aan te sluiten wanneer u DVD-Video afspeelt. Energiebesparende functies kunnen een vloeiende weergave verstoren. Als u DVD-Video afspeelt op de accu, stelt u Energiebeheer in op 'Hoge prestaties'.
■ Schermbeveiligingen worden niet weergegeven wanneer u een film afspeelt met TOSHIBA DVD PLAYER. De computer gaat ook niet in de slaapstand of de sluimerstand en wordt niet uitgeschakeld terwijl u TOSHIBA DVD PLAYER gebruikt.
- Configureer de functie Beeldscherm automatisch uitschakelen niet zodanig dat deze wordt uitgevoerd terwijl TOSHIBA DVD PLAYER actief is.
■ Schakel niet over naar de sluimerstand of slaapstand terwijl u TOSHIBA DVD PLAYER gebruikt.
■ Vergrendel de computer niet met de toetsen Windows-logo () L of Fn + F1 wanneer u TOSHIBA DVD PLAYER gebruikt.
Behandeling van schijven
Deze paragraaf bevat tips voor het beschermen van de gegevens die u op CD's, DVD's of diskettes hebt opgeslagen. Ga voorzichtig om met schijven. Door de volgende eenvoudige richtlijnen in acht te nemen kunt u de levensduur van uw media verlengen en de erop opgeslagen gegevens beschermen:
CD's/DVD's
- Bewaar uw CD's en DVD's in de originele houder om ze te beschermen en schoon te houden.
- Buig de CD's of DVD's niet.
- Beschadig het oppervlak van een CD of DVD die gegevens bevat niet door er bijvoorbeeld een etiket op te plakken of erop te schrijven.
- Houd de CD of DVD bij de buitenste rand vast of bij de rand van het gaatje. Vingerafdrukken op het oppervlak van de schijf kunnen tot gevolg hebben dat de gegevens van de schijf niet goed kunnen worden gelezen.
- Stel de CD of DVD niet bloot aan direct zonlicht, extreme hitte of extreme koude.
-
Plaats geen zware voorwerpen op CD's of DVD's.
-
Als uw CD's of DVD's stoffig of vuil raken, kunt u ze afvegen met een schone, droge doek van. Veeg vanaf het midden naar buiten, veeg niet in draaiende bewegingen. Gebruik zo nodig een doek die bevochtigd is met water of een neutraal schoonmaakmiddel; gebruik beslist geen benzine, verdunner of soortgelijk schoonmaakmiddel.
Diskettes
- Bewaar diskettes in hun originele houders om ze te beschermen en schoon te houden. Maak een vuile diskette schoon met een zachte doek die is bevochtigd met water. Gebruik geen schoonmaakmiddelen.
- Open nooit de afsluitklep en raak het magnetische oppervlak van uw diskette niet aan, dit kan leiden tot permanente beschadiging en gegevensverlies.
- Ga altijd voorzichtig om met diskettes om te voorkomen dat opgeslagen gegevens verloren gaan.
- Breng het etiket van de diskette altijd op de juiste plek aan en breng nooit een nieuw label aan bovenop een oud label. Het etiket kan dan namelijk loslaten en het diskettestation beschadigen.
- Gebruik nooit een potlood om een etiket van een diskette te beschrijven; stof van het lood kan het systeem beschadigen als het op de onderdelen van de terechtkomt. Gebruik daarom altijd een viltstift en beschrijf het etiket voordat u het op de diskette bevestigt.
- Bewaar diskettes nooit op een plaats waar ze in contact kunnen komen met water of een andere vloeistof of waar het erg vochtig is. Deze omstandigheden kunnen gegevensverlies tot gevolg hebben.
- Gebruik nooit een natte of vochtige diskette. Dit kan het diskettestation of andere onderdelen van de computer beschadigen.
- Buig diskettes niet en stel ze niet bloot aan direct zonlicht of extreme temperaturen; als u dit voorschrift niet in acht neemt, kunnen gegevens verloren gaan.
- Plaats geen zware voorwerpen op uw diskettes.
- Eet, rook of gum niet in de nabijheid van diskettes, omdat vreemde deeltjes het magnetische oppervlak in de diskette kunnen beschadigen.
- Magnetische energie kan de gegevens op diskettes vernietigen. Houd de diskettes altijd weg van luidsprekers, radio's televisies en andere voorwerpen die magnetische velden genereren.
Geluidssysteem
In dit gedeelte worden enkele van de audiobedieningsfuncties beschreven.
Het systeemvolume aanpassen
U kunt het algehele geluidsniveau aanpassen met Volumemixer van Windows.
Voer de volgende stappen uit om Volumemixer te starten.
- Zoek het luidsprekerpictogram op de taakbalk.
- Klik met de rechtermuisknop op het luidsprekerpictogram op de taakbalk.
- Selecteer Volumemixer openen in het menu.
Klik op de knop Apparaat om de beschikbare afspeelapparaten weer te geven. Selecteer Luidsprekers als u de interne luidsprekers wilt gebruiken. Pas het luidsprekervolume aan door de schuif omhoog of omlaag te verplaatsen. Klik op de knop Dempen als u het geluid wilt dempen.
Mogelijk ziet u nog een regelaar onder Toepassingen in Volumemixer. Deze is bestemd voor de toepassing die momenteel wordt uitgevoerd. Systeemgeluiden wordt altijd weergegeven aangezien u hiermee het volume van het systeemgeluid regelt. Systeemgeluiden wijzigen
Systeemgeluiden worden gebruikt om u op de hoogte te stellen wanneer zich bepaalde gebeurtenissen voordoen. In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u een bestaand schema selecteert of een gewijzigd schema opslaat.
Voer de onderstaande stappen uit om het configuratievenster voor systeemgeluiden te starten:
- Klik met de rechtermuisknop op het luidsprekerpictogram in het systeemvak.
- Selecteer Geluiden in het menu.
Realtek HD Audio Manager
U kunt de audioconfiguratie controleren en wijzigen met Realtek Audio Manager. U start Realtek Audio Manager door te klikken op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Realtek HD Audio Manager. Wanneer u Realtek Audio Manager voor het eerst start, ziet u de volgende apparaattabs. Speakers (Luidsprekers) is het standaarduitvoerapparaat. Microphone is het standaardinvoerapparaat. Als u het standaardapparaat wilt wijzigen, klikt u op de knop Set Default Device (Standaardapparaat instellen) onder de tab van het gekozen apparaat.
Speakers (Luidsprekers) is het standaarduitvoerapparaat. Selecteer deze optie als u de interne luidsprekers of een koptelefoon wilt gebruiken.
■ Selecteer Digital Output (Digitale uitvoer) als u de optische kabel aansluit op de hoofdtelefoon-, S/PDIF- of Line-out-aansluiting voor weergave van digitaal geluid op digitale audio-apparatuur. Digitale uitvoer kan alleen worden gebruikt als u een optische audiokabel aansluit.
■ Microphone is het standaardinvoerapparaat. Selecteer deze optie als u de interne microfoon van de computer of een aangesloten externe microfoon gebruikt om geluid op te nemen.
Informatie
Klik op de informatieknop om hardwaregegevens, softwaregegevens en de taalinstelling weer te geven.
Luidsprekerconfiguratie
Klik op de afspeelknop om te controleren of het geluid van de interne luidsprekers of de koptelefoon uit de juiste richting komt.
Geluidseffecten
In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u verschillende geluidseffecten selecteert.
■ Environment (Omgeving) bootst geluidsweerkaatsingen van bekende omgevingen na. U kunt een instelling selecteren in het menu.
Equalizer verhoogt of verlaagt een geluidsfrequentie om een populaire muziekgenre na te bootsen. U kunt een instelling selecteren in het menu.
- Karaoke verwijdert bepaalde geluidsfrequenties waardoor de zang afneemt. Als u op het pictogram Karaoke klikt, wordt de zang in muziek zachter weergegeven. Met de pijlknoppen kunt u de toonsoort van het geluid aanpassen.
Microfooneffecten
Microfooneffecten zijn alleen beschikbaar in het venster Microphone.
Noise Suppression (Ruisonderdrukking) vermindert achtergrondgeluid en het geluid van de ventilator.
Acoustic Echo Cancellation (Akoestische echo-onderdrukking) vermindert feedback en feedbackecho.
Default Format (Standaardindeling)
U kunt de samplingfrequentie en bitdiepte van geluid wijzigen.
Modem
In deze paragraaf wordt beschreven hoe u de interne modem aan een telefoonaansluiting koppelt en ervan ontkoppelt.

De interne modem ondersteunt geen spraakfuncties. De data- en faxfuncties worden wel ondersteund.

Bij onweer dient u de modemkabel uit de telefoonaansluiting te verwijderen.
■ Sluit de modem niet op een digitale telefoonlijn aan. Bij aansluiting op een digitale lijn zal de modem schade oplopen.
Regioselectie
Telecommunicatievoorschriften variëren per regio, en u moet er dus voor zorgen dat de modeminstellingen correct zijn voor de regio waarin u de modem gaat gebruiken.
Voer de volgende stappen uit om een regio te selecteren.
- Klik op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Netwerk -> Selectie van modemregio.

Als in het hulpprogramma Modeminstallatie van het Configuratiescherm een functie voor regio-/landselectie beschikbaar is, dient u deze niet te gebruiken. Als u het land/de regio in het Configuratiescherm wijzigt, wordt deze wijziging mogelijk niet doorgevoerd.
- Het pictogram Regioselectie wordt weergegeven in de taakbalk. Klik met de primaire knop op het pictogram om een lijst van ondersteunde regio's weer te geven. U ziet tevens een submenu met telefoonlocatie-informatie. Naast de geselecteerde regio en de geselecteerde telefoonlocatie staat een kruisje.
- Selecteer een regio uit het regiomenu of een telefoonlocatie uit het submenu.
■ Wanneer u op een regio klikt, wordt dit de regioselectie van de modem en wordt automatisch de nieuwe telefoonlocatie ingesteld.
■ Wanneer u een telefoonlocatie selecteert, wordt automatisch de corresponderende regio geselecteerd en wordt dit de huidige regio-instelling van de modem.
Menu Eigenschappen
Klik met de secundaire knop op het pictogram om het eigenschappenmenu op het scherm weer te geven.
Instellingen
U kunt de volgende instellingen in- of uitschakelen:
Automatisch uitvoeren
Het hulpprogramma voor regioselectie wordt automatisch gestart wanneer u het besturingssysteem start.
Dialoogvenster Keuze-opties openen na selectie van de regio
Het dialoogvenster Keuze-opties wordt automatisch geopend nadat u de regio hebt geselecteerd.
Locatielijst voor regioselectie.
Er verschijnt een submenu met informatie over telefoonlocaties.
Dialoogvenster openen als modem en huidige telefoonlocatie niet overeenkomen.
Er verschijnt een waarschuwingsvenster als de huidige instellingen voor het regionummer en de telefoonlocatie incorrect zijn.
Modemselectie
Als de computer de interne modem niet herkend, wordt er een dialoogvenster weergegeven. Selecteer de COM-poort die u voor de modem wilt gebruiken.
Keuze-opties
Als u deze optie selecteert, worden de keuze-opties weergegeven.

Als u de computer in Japan gebruikt, bent u wettelijk verplicht Japan als regio te selecteren. Het is in strijd met de wet om de modem in Japan met een andere regioselectie te gebruiken.
Aansluiten
Voer de volgende stappen uit om de modemkabel aan te sluiten.

■ Voor het aansluiten van een modem moet gebruik worden gemaakt van de bij de computer geleverde modemkabel. Koppel het kabeluiteinde met de kern aan de computer.
Bij onweer dient u de modemkabel uit de telefoonaansluiting te verwijderen.
■ Sluit de modem niet op een digitale telefoonlijn aan. Bij aansluiting op een digitale lijn zal de modem schade oplopen.
-
Steek één uiteinde van de modemkabel in de modempoort.
-
Koppel het andere uiteinde van de modemkabel aan een telefoonaansluiting.

Afbeelding 4-11 De interne modem aansluiten

U dient niet aan de kabel te trekken of de computer te verplaatsen terwijl de kabel is aangesloten.
Ontkoppelen
Voer de volgende stappen uit om de kabel van de interne modem te ontkoppelen.
- Knijp het palletje op de connector in de telefoonaansluiting in en trek de connector eruit.
- Trek de andere kabelconnector op dezelfde manier uit de computer.
Draadloze communicatie
De functie voor draadloze communicatie van de computer ondersteunt zowel draadloos LAN- als Bluetooth-apparaten.
Alleen sommige modellen zijn voorzien van functies voor draadloos LAN en Bluetooth.

- Gebruik de functies voor LAN (Wi-Fi) en Bluetooth niet in de buurt van een magnetron of in gebieden met radiostoring of magnetische velden. Storing van een magnetron of andere bron kan tot onderbreking van de Wi-Fi- of Bluetooth-functie leiden.
Schakel Wi-Fi- en Bluetooth-functies uit in de buurt van mensen bij wie mogelijk een pacemaker of een ander medisch elektrisch apparaat is geïmplanteerd. Radiogolven kunnen de werking van de pacemaker of het medische apparaat beïnvloeden met mogelijk ernstig letsel tot gevolg. Volg de instructies bij uw medische apparaat als u gebruikmaakt van een Wi-Fi- of Bluetooth-functie.
Schakel altijd de Wi-Fi- of Bluetooth-functie uit als de computer in de buurt komt van automatische besturingsapparatuur of -toestellen, zoals automatische deuren of brandmelders. Radiogolven kunnen storingen veroorzaken in dergelijke apparatuur met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Er kan mogelijk geen netwerkverbinding tot stand worden gebracht met een opgegeven netwerknaam via de functie voor ad hoc-netwerk. Als dit het geval is, moet het nieuwe netwerk(*) worden geconfigureerd voor alle computers die zijn aangesloten op hetzelfde netwerk om zo de netwerkverbindingen opnieuw tot stand te brengen.
* Controleer of u de nieuwe netwerknaam gebruikt.
Draadloos LAN
De functie voor draadloos LAN is niet op alle modellen beschikbaar. Als deze functie aanwezig is, ondersteunt deze de A-, B-, G- en N (concept)-standaard, maar is deze ook compatibel met andere LAN-systemen die zijn gebaseerd op de Direct Sequence Spread Spectrum/Orthogonal Frequency Division Multiplexing-radiotechnologie die voldoet aan de IEEE 802.11-standaard voor draadloze LAN's.
■ Automatische selectie van de verzendsnelheid in het verzendbereik 54, 48, 36, 24, 18, 12, 9 en 6 Mbit/s (IEEE 802.11a/g).
■ Automatische selectie van de verzendsnelheid in het verzendbereik 11, 5,5, 2 en 1 Mbit/s (IEEE 802.11b)
■ Zwerven (roaming) over meerdere kanalen
Kaartenergiebeheer
■ WEP-gegevenscodering (WEP = Wired Equivalent Privacy), gebaseerd op het 128-bits coderingsalgoritme;
■ AES-gegevenscodering (AES = Advanced Encryption Standard), gebaseerd op het 128-bits coderingsalgoritme
Beveiliging
Schakel de coderingsfunctie in om te voorkomen dat anderen zich via het draadloos LAN onrechtmatig toegang tot uw computer verschaffen, wat kan leiden tot wederrechtelijke toe-eigening, afluisterpraktijken en verlies of vernietiging van opgeslagen gegevens. TOSHIBA raadt u daarom met klem aan de coderingsfunctie in te schakelen.
TOSHIBA is niet verantwoordelijk voor indringing tot gegevens via het draadloos LAN of voor beschadiging van die gegevens.
Bluetooth-stack voor Windows van TOSHIBA (afhankelijk van het gekochte model)
Denk eraan dat deze software speciaal ontworpen is voor de volgende besturingssystemen:
Windows ® 7
U vindt hieronder gedetailleerde informatie over het gebruik met deze besturingssystemen. Raadpleeg ook de elektronische informatie die bij deze software is inbegrepen.

Deze Bluetooth-stack is gebaseerd op Bluetooth-versie 1.1/1.2/2.0/2.1+EDR. TOSHIBA kan de compatibiliteit tussen pc-producten en/of andere elektronische apparaten met Bluetooth alleen garanderen voor notebookcomputers van TOSHIBA.
Release-informatie voor de Bluetooth-stack voor Windows van TOSHIBA
- Faxtoepassingen:
Sommige faxtoepassingen kunnen niet met deze Bluetooth-stack worden gebruikt.
- Meerdere gebruikers:
In Windows® 7 wordt Bluetooth niet ondersteund in een omgeving met meerdere gebruikers. Dit betekent dat als u Bluetooth gebruikt, andere gebruikers die op dezelfde computer zijn aangemeld de Bluetooth-functionaliteit niet kunnen gebruiken.
productondersteuning
De meest recente informatie over de ondersteuning van besturingssystemen, taalondersteuning of beschikbare upgrades vindt u op onze website in Europa (://www.toshiba-europe.com/computers/tnt/bluetooth.htm) of de Verenigde Staten (http://www.pcsupport.toshiba.com).
Schakelaar voor draadloze communicatie
U kunt de functie voor draadloos LAN in- of uitschakelen met de schakelaar voor draadloze communicatie. Als de schakelaar op uit staat, kunnen geen gegevens worden verzonden of ontvangen. Verschuif de schakelaar om de functie in en uit te schakelen.

Zet de schakelaar in vliegtuigen en ziekenhuizen op uit. Controleer het lampje. Het lampje brandt niet wanneer de functie voor draadloze communicatie is uitgeschakeld.
Lampje voor draadloze activiteit
Het lampje voor draadloze activiteit geeft de status van de functies voor draadloze communicatie aan.
Status van het lampje Betekenis
Lampje uit De schakelaar voor draadloze communicatie is ingesteld op Automatisch uitschakelen door oververhitting. Stroomstoring.
Lampje brandt Schakelaar voor draadloze communicatie staat op aan. Het draadloos LAN is ingeschakeld door een toepassing.
Als u draadloos LAN uitschakelt via de taakbalk, moet u de computer opnieuw opstarten om deze functie weer in te schakelen. U kunt in plaats daarvan ook de volgende stappen uitvoeren:
- Klik in het Configuratiescherm op Systeem en beveiliging.
- Klik op Apparaatbeheer in de categorie Systeem. Het venster Apparaatbeheer wordt geopend. Klik op Network adaptors (Netwerkadapters).
- Selecteer de gewenste draadloze netwerkadapter en klik op de knop Inschakelen op de werkbalk.
LAN
De computer heeft ingebouwde ondersteuning voor Fast Ethernet LAN (10 megabits per seconde, 10BASE-T), Fast Ethernet LAN (100 megabits per seconde, 100BASE-TX) en Gigabit Ethernet LAN (1000 megabits per seconde, 1000BASE-T).
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de verbinding van de computer met een LAN instelt of verbreekt.

Installeer of verwijder geen geheugenmodule zolang Activering op LAN is ingeschakeld.

De functie Activering op LAN werkt niet zonder de netadapter. Laat de netadapter aangesloten als u deze functie gebruikt.
De verbindungssnelheid (10/100/1000 megabits per seconde) verandert automatisch, afhankelijk van de netwerkomstandigheden (aangesloten apparaat, kabel of ruis en dergelijke).
Soorten LAN-kabels

De computer moet correct worden geconfigureerd voordat u verbinding met een LAN maakt. Als u zich bij een LAN aanmeldt terwijl de standaardinstellingen van de computer van kracht zijn, kunnen storingen in het LAN optreden. Vraag de LAN-beheerder naar de juiste configuratieprocedures.
Als u Fast Ethernet LAN (100 megabits per seconde, 100BASE-TX) gebruikt, dient u de computer met een CAT5-kabel of hoger aan te sluiten. U kunt geen CAT3-kabel gebruiken.
Als u Gigabit Ethernet LAN gebruikt, dient u de computer met een CAT5-E-kabel of hoger aan te sluiten. U kunt hiervoor geen CAT5- of CAT3-kabel gebruiken.
Gebruikt u Ethernet LAN (10 megabits per seconde, 10BASE-T), dan kunt u de computer aansluiten met een CAT3-kabel of hoger.
De LAN-kabel aansluiten
Voer de volgende stappen uit om de LAN-kabel aan te sluiten.
-
Schakel de computer en alle erop aangesloten externe apparaten uit.
-
Koppel één uiteinde van de kabel aan de LAN-poort. Duw voorzichtig tot de vergrendeling vast klikt.

Afbeelding 4-12 De LAN-kabel aansluiten
- Koppel het andere uiteinde van de kabel aan een LAN-hubconnector. Raadpleeg de LAN-beheerder voordat u de kabel op een hub aansluit.
De LAN-kabel ontkoppelen
Voer de volgende stappen uit om de LAN-kabel te ontkoppelen.
- Knijp het palletje op de connector in de LAN-poort van de computer in en trek de connector eruit.
- Ontkoppel de kabel op dezelfde wijze van de LAN-hub. Raadpleeg de LAN-beheerder voordat u de kabel van de hub ontkoppelt.
Gids voor draadloos WAN
Inleiding
Afhankelijk van het gekochte model wordt uw TOSHIBA-notebook geleverd met een geïnstalleerd apparaat voor draadloos WAN (Wide Area Network). Dit apparaat maakt een snelle verbinding met internet, een bedrijfsintranet en e-mail mogelijk wanneer u niet op kantoor bent. In dit gedeelte vindt u de informatie die u nodig hebt om aan de slag te gaan en de TOSHIBA-module voor draadloos WAN te gebruiken
Voorzorgsmaatregelen
Raadpleeg de instructiehandleiding voor veiligheid en comfort die deel uitmaakt van de gebruikershandleiding. Deze bevat belangrijke veiligheidsinformatie.
Een pc gebruiken aan boord van een vliegtuig

De huidige voorschriften en beleidsregels van luchtvaartmaatschappijen vereisen gewoonlijk dat u uw computer en draadloze apparaat uitschakelt en draadloze communicatie uitschakelt in BIOS Setup voordat u aan boord gaat van een vliegtuig.
Hoewel bepaalde computer- en/of draadloze technologieën tijdens niet-kritieke fasen van uw vlucht in de toekomst mogelijk worden toegestaan aan boord van een vliegtuig, is het gebruik van draadloze WAN-communicatie gewoonlijk verboden. Aangezien de computer is voorzien van een functie voor draadloos WAN, moet u draadloze communicatie uitschakelen in BIOS Setup, ook al is het gebruik van draadloos LAN en/of Bluetooth™ toegestaan. Voor dit computermodel regelt draadloze communicatie in BIOS Setup alle draadloze communicatie, en draadloos LAN en/of Bluetooth™ kan niet selectief worden ingeschakeld zonder ook draadloos WAN in te schakelen. Als draadloze communicatie is ingeschakeld in BIOS Setup, kunnen draadloze WAN-radiogolven worden uitgezonden.
Niet-goedgekeurd gebruik van een computer en/of draadloze communicatie kan de navigatie- en communicatiesystemen van een vliegtuig verstoren en mogelijk ernstig letsel veroorzaken.
Beperking van aansprakelijkheid
Hoewel Toshiba alles in het werk heeft gesteld om te zorgen dat de hierin geboden informatie accuraat is op het moment van publicatie, kunnen productspecificaties, configuraties en de beschikbaarheid van systeemcomponenten/opties zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Een SIM-kaart installeren/verwijderen
- Schakel de computer uit - controleer of het aan/uit-lampje uit is.
- Verwijder de netadapter en alle kabels die op de computer zijn aangesloten.
- Zet de computer ondersteboven.

Zorg altijd dat het scherm is gesloten voordat u de computer ondersteboven legt.
- Schuif het veiligheidsslot (1) van de accu in de ontgrendelde stand (om de accuvergrendelingsschuif te kunnen bewegen.

- Vergrendeling accu-eenheid
- Accu-eenheid
- Ontgrendelingsschuif accuhouder
Afbeelding 4-13 De accu-eenheid vrijgeven
- Duw de accu-ontgrendelingsschuif (1) opzij en houd deze vast. Schuif vervolgens de accu-eenheid (2) uit de computer.
- Zoek de sleuf voor de SIM-kaart.

- Schuif de SIM-kaart in de sleuf voor de SIM-kaart met de metalen aansluitpunten omhoog gericht.


Let erop dat er nooit metalen voorwerpen, zoals schroeven, nietjes of paperclips in de pc terechtkomen. Vreemde metalen voorwerpen kunnen tot kortsluiting leiden, waardoor de pc beschadigd raakt en er brand ontstaat, met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Raak de aansluitpunten op de SIM-kaart en op de computer niet aan. Vuil op de connectoren kan toegangsproblemen veroorzaken.
- Schuif de accu zo ver als het gaat in de computer (1).
- Zorg dat de accu-eenheid correct is geplaatst en dat de accuvergrendeling (2) in de vergrendelde stand staat.

- Vergrendeling accu-eenheid
- Accu-eenheid
Afbeelding 4-14 De accu-eenheid vastzetten
- Draai de computer om.
Draadloze apparaten in- of uitschakelen
Fn + F8: met deze sneltoets schakelt u de draadloze apparaten in uw computer in/uit.
De draadloze modi zijn:
■ Alle apparaten inschakelen: de Wi-Fi-, Bluetooth- en 3G-module worden ingeschakeld.
■ Alle apparaten uitschakelen: de Wi-Fi-, Bluetooth- en 3G-module worden uitgeschakeld.
■ Wi-Fi inschakelen of uitschakelen: alleen de Wi-Fi-module wordt in- of uitgeschakeld.
Bluetooth inschakelen of uitschakelen: alleen de Bluetooth-module wordt in- of uitgeschakeld.
Draadloos WAN inschakelen of uitschakelen: alleen de draadloos WAN-module wordt in- of uitgeschakeld.

FCC-overeenstemming is niet van toepassing op dit product als een draadloos WAN-module is geïnstalleerd.
Overeenstemming met Industry Canada (IC) is niet van toepassing op dit product als een draadloos WAN-module is geïnstalleerd.
Om een lange gebruiksduur en storingsvrij gebruik te waarborgen dient u de computer stofvrij te houden en voorzichtig te zijn met vloeistoffen in de buurt van de computer.
■ Mors geen vloeistoffen in de computer. Als de computer toch nat wordt, schakelt u onmiddellijk de stroom uit; laat de computer volledig drogen voordat u hem weer aanzet.
■ Reinig de computer met een licht (met water) bevochtigde doek. Voor het beeldscherm kunt u een glasreinigingsmiddel gebruiken. Sproei een kleine hoeveelheid reinigingsmiddel op een zachte, schone doek en veeg het scherm hiermee voorzichtig af.

Sproei schoonmaakmiddel nooit rechtstreeks op de computer en laat er geen vloeistof inlopen. Gebruik nooit bijtende chemicaliën om de computer te reinigen.
■ Verwijder regelmatig met een stofzuiger het stof uit de luchtopeningen aan de linkerkant van de computer. Raadpleeg de paragraaf Linkerkant in hoofdstuk 2, Rondleiding.
De computer verplaatsen
De computer is een robuust apparaat. Wanneer u de computer verplaatst, dient u echter enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen te treffen om te zorgen dat het systeem probleemloos blijft werken.
■ Het wordt aanbevolen TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging in te schakelen voordat u de computer verplaatst. Raadpleeg de paragraaf De vasteschijfbeveiliging gebruiken in dit hoofdstuk.
Zorg dat alle schijfactiviteit is gestopt voordat u de computer verplaatst. Controleer het lampje voor de vaste schijf op de computer.
Als het station een CD/DVD bevat, verwijdert u deze. Zorg tevens dat de stationslade goed is gesloten.
■ Schakel de computer uit (afsluiten).
Koppel de netadapter en alle randapparaten los alvorens de computer te verplaatsen.
■ Sluit het LCD-scherm. Til de computer niet op aan het beeldscherm
■ Voordat u de computer gaat verplaatsen, schakelt u deze uit, koppelt u het netsnoer los en wacht u totdat de computer is afgekoeld. Als u zich niet aan deze instructie houdt, kan dit resulteren in licht letsel.
Schakel altijd de stroom uit als u de computer gaat verplaatsen. Als de aan/uit-knop een blokkeringsstand heeft, activeert u deze blokkeringsstand. Zorg ervoor dat de computer nergens tegenaan stoot. Als u zich niet aan deze instructie houdt, kan de computer beschadigd raken, kunnen er in de computer storingen optreden of kunnen er gegevens verloren gaan.
■ Vervoer de computer nooit terwijl PC-kaarten zijn geïnstalleerd. Dit kan tot schade aan computer en/of PC-kaart leiden, waardoor het product niet meer werkt.
- Gebruik een draagtas wanneer u de computer vervoert.
Houd de computer stevig vast wanneer u deze draagt om zo stoten en vallen te vermijden.
■ Houd de computer tijdens het dragen niet aan uitstekende delen vast.
De vasteschijfbeveiliging gebruiken
Deze computer bevat een functie die de kans op beschadiging van de vaste schijf verkleint.
Via een ingebouwde sensor in de computer detecteert de TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging trillingen, schokken en dergelijke en plaatst vervolgens automatisch de kop van de vaste schijf in de veilige stand. Zo wordt het risico verkleind dat de schijf beschadigt doordat deze in aanraking komt met de kop.

De TOSHIBA-functie voor vasteschijfbeveiliging garandeert echter niet dat de vaste schijf niet beschadigt.
Als trillingen worden gedetecteerd, wordt een bericht weergegeven en verandert het pictogram in het systeemvak van de taakbalk in de beveiligde status. Dit bericht wordt weergegeven totdat er op OK wordt gedrukt of wanneer er 30 seconden zijn verstreken. Wanneer de trillingen verdwijnen, wordt de normale status van het pictogram hersteld.
Pictogram op de taakbalk
Status Pictogram Beschrijving
Normaal TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging is ingeschakeld.
Beveiliging TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging is ingeschakeld. De kop van de vaste schijf staat op een veilige positie
UIT TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging is uitgeschakeld.
Eigenschappen voor TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging
U kunt de TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging instellen in het venster van TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging. U opent dit venster door te klikken op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> Vasteschijfbeveiliging instellen. U kunt dit venster ook openen via het pictogram op de taakbalk of via Configuratiescherm.
Vasteschijfbeveiliging
U kunt de TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging in- of uitschakelen
Detectieniveau
Deze functie kan worden ingesteld op vier niveaus. De gevoeligheid waarmee trillingen, schokken en dergelijke worden gedetecteerd kan worden ingesteld op UIT, 1, 2 en 3. Niveau 3 wordt aanbevolen voor de beste bescherming van de computer. Als de computer echter in een mobiele omgeving of in andere onstabiele omstandigheden wordt gebruikt, wordt de TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging mogelijk zeer vaak uitgevoerd als u detectieniveau 3 instelt. Hierdoor neemt de lees- en schrijfsnelheid van de vaste schijf af. Stel een lager detectieniveau in als de lees- en schrijfsnelheid van de vaste schijf van belang is.
U kunt verschillende detectieniveaus instellen, afhankelijk van het feit of u de computer als handheld of draagbare pc gebruikt of in een stabiele omgeving, zoals op een tafel op kantoor of thuis. Als u verschillende detectieniveaus voor de computer instelt afhankelijk van het gebruik met de netadapter (bureau) of met de accu (handheld of draagbaar), wordt het detectieniveau automatisch gewijzigd op basis van de stroomvoorziening.
3D-viewer
Deze functie toont geen 3D-object op het scherm dat beweegt, afhankelijk van de kanteling of trillingen van de computer. Wanneer TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging computertrillingen detecteert, wordt de kop van de vaste schijf geparkeerd en stop de rotatie van de 3D-schijf. Wanneer de kop uit de parkeerstand wordt gehaald, begint de schijf weer te draaien. U kunt de 3D-viewer via het pictogram op de taakbalk starten.

- Dit 3D-object vormt een virtuele representatie van de interne vaste schijf van de computer. Deze representatie hangt af van het daadwerkelijke aantal schijven, de schijfrotatie, de beweging van de kop en de grootte, vorm en richting van de delen.
Deze functie kan op sommige modellen veel processorkracht en geheugen vereisen. De computer kan traag worden als u probeert andere toepassingen uit te voeren terwijl de 3D-viewer wordt weergegeven.
De computer kan beschadigen als deze hard wordt geschud of wordt blootgesteld aan andere sterke schokken.
Details
U opent het venster Details door te klikken op de knop Details instellen in het venster Eigenschappen voor TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging.
Verhoging van het detectieniveau
Als de netadapter niet is aangesloten of het scherm is gesloten, gaat de vasteschijfbeveiliging ervan uit dat de computer wordt gedragen en wordt het detectieniveau gedurende 10 seconden op het maximum ingesteld.
TOSHIBA-bericht voor vasteschijfbeveiliging
Geeft aan of er een bericht wordt weergegeven wanneer de TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging wordt geactiveerd.

Deze functie werkt niet terwijl de computer wordt opgestart, stand-by of in de sluimerstand staat, overgaat naar de sluimerstand, wordt geactiveerd uit de sluimerstand of is uitgeschakeld. Let erop dat u de computer niet blootstelt aan trillingen of schokken terwijl deze functie is uitgeschakeld.
Het touchscreen gebruiken (geleverd bij sommige modellen)
Deze computer is uitgerust met een touchscreen dat het mogelijk maakt met uw vinger het scherm aan te raken om zo dezelfde functies uit te voeren als met een touchpad of muis. De touchscreenmonitor biedt de volgende functies.
■ Multi-touch ondersteuning voor het aanraaktoetsenbord: het touchscreen ondersteunt multi-touch voor het soft-touch toetsenbord voor een natuurlijker ervaring. Zo kunt u bijvoorbeeld meerdere knoppen tegelijk indrukken, zoals SHIFT +
■ Zoomen: met de zoomfunctie kunt u inzoomen op een afbeelding door twee vingers naar elkaar toe te bewegen of uitzoomen door twee vingers uit elkaar te bewegen in Windows Verkenner en veel andere toepassingen. Met deze zoombewegingen kunt u gemakkelijk schakelen tussen weergavemodi, zoals overschakelen van kleine pictogrammen naar extra grote pictogrammen.
Drukken en tikken voor rechtsklikken: het touchscreen ondersteunt een nieuwe snelle multi-touch beweging om het menu van de rechtermuisknop weer te geven. Raak eenvoudig een item aan met een vinger en tik met een andere vinger.
Items slepen, neerzetten en selecteren: u kunt het touchscreen nu gebruiken om tekst te slepen, neer te zetten en te selecteren in websites die horizontaal en verticaal schuiven ondersteunen.
Aandachtspunten met betrekking tot het touchscreen
Als u zich niet aan deze richtlijnen houdt, kan dit leiden tot schade of defecten aan het touchscreen.
■ Bedien het touchscreen met uw vinger.
■ Oefen niet te veel druk uit op het touchscreen.
Raak het touchscreen niet aan met een natte vinger of natte voorwerpen. Houd het sensoroppervlak droog en vrij van waterdamp.
■ Raak de sensor niet aan met een vuile vinger.
■ Plaats geen zware voorwerpen op de computer.
■ Raak het scherm niet aan met lange vingernagels of ringen of andere metalen voorwerpen.
■ Het touchscreen bevat glas en elektronische onderdelen die zeer voorzichtig moeten worden behandeld. Het product kan breken als het valt of bij zware stoten.
Als het touchscreen vuil wordt, reinigt u het met een brillendoekje of droge doek terwijl de computer is uitgeschakeld. Reinig het scherm niet met vluchtige vloeistoffen zoals alcohol, terpentijn of benzine.
- Om schade aan het beeldscherm te voorkomen, mag u alleen de hier vermelde bedieningsmethoden toepassen. Doet u dat niet, dan kan dit tot onjuist of slecht functioneren leiden.
Touchscreeninstellingen
■ U configureert de instellingen van het touchscreen door te klikken op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Instellingen voor Tablet PC -> Instellen (in het vak Configureren).
U kalibreert het touchscreen door te klikken op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Instellingen voor Tablet PC ->Kalibreren.
Als u de invoerinstellingen wilt wijzigen, klikt u op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Pen en aanraken -> Aanraken (tabblad).
Als u de instellingen voor links- of rechtshandige gebruikers wilt wijzigen, klikt u op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Instellingen voor Tablet PC -> Overige (tabblad).
Als u de toewijzing van snelle penbewegingen wilt wijzigen of maken, klikt u op Start -> Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Pen en aanraken -> Bewegingen (tabblad).
Touchscreenbewegingen
| Beweging Windows- gebruik | Actie Diagram | |
| Tikken Klikken Licht op een object op het scherm tikken heeft dezelfde functie als een muisklik. Dubbel tikken is hetzelfde als dubbelklikken. | ![]() | |
| Snel bewegen Standaard: omhoog/omlaag/ naar links/naar rechts schuiven | Door snel omhoog, omlaag, naar links of naar rechts te bewegen op het scherm kunt u diverse functies uitvoeren, afhankelijk van de toewijzingen die zijn ingesteld in het Configuratiescherm. | ![]() |
| Slepen Slepen met de muis | Plaats uw vinger op een item op het scherm en beweeg vervolgens uw vinger om zo items naar verschillende posities op het scherm te verplaatsen. Met dezelfde beweging kunt u ook langzaam door een scherm bladeren. | ![]() |
| Knijpen Uitzoomen Raak het scherm aan met twee vingers uit elkaar en beweeg de vingers naar elkaar toe om uit te zoomen. | ![]() |
| Uitduwen Inzoomen Raak het scherm aan met twee vingers dicht bij elkaar en beweeg ze uit elkaar om in te zoomen. | ![]() | ||
| Draaien Draaien Raak twee punten op een afbeelding aan en beweeg uw vingers in een rondgaande beweging om de afbeelding te draaien. | ![]() | ||
| Drukken en tikken | Klikken met de rechtermuisknop | Druk met één vinger op het scherm en tik vervolgens met een tweede vinger in de buurt om het menu van de rechtermuisknop weer te geven. | ![]() |
| Drukken en vasthouden | Klikken met de rechtermuisknop | Als u met één vinger op het scherm drukt, de vinger laat staan en vervolgens de vinger weer weghaalt, verschijnt het menu van de rechtermuisknop. | ![]() |
Hoofdstuk 5
Het toetsenbord
Het toetsenbord van de computer is compatibel met een uitgebreid toetsenbord met 104/105 toetsen. Door bepaalde toetsen tegelijkertijd in te drukken kunt u alle functies uitvoeren die op een toetsenbord met 104/105 toetsen beschikbaar zijn.
Het aantal toetsen op uw toetsenbord is afhankelijk van de toetsenbordindeling waarmee uw computer is geconfigureerd. Er zijn toetsenborden voor verschillende talen beschikbaar.
Er zijn zes soorten toetsenbordtoetsen: typemachinetoetsen, geïntegreerde numerieke toetsen, functietoetsen, 'softkeys', speciale Windows®-toetsen en cursorbesturingstoetsen.
Typemachinetoetsen
De typemachinetoetsen produceren de hoofdletters en kleine letters, cijfers, leestekens en speciale symbolen die op het scherm verschijnen.
Er zijn echter enkele verschillen tussen het gebruik van een typemachine en het gebruik van een computertoetsenbord:
Letters en cijfers die met de computer zijn geproduceerd, verschillen van breedte. Spaties, die door een 'spatieteken' worden gecreëerd, kunnen ook variëren, al naar gelang uitlijning en andere factoren.
- Op computers zijn de kleine letter I (el) en het cijfer 1 (één) niet verwisselbaar.
■ De hoofdletter O en de 0 (nul) zijn niet verwisselbaar.
Caps Lock, de functietoets voor hoofdlettervergrendeling, is alleen van invloed op de lettertoetsen, niet (zoals op typemachines) op de cijfer- en symbooltoetsen.
De Shift-toetsen (of hoofdlettertoetsen), de Tab-toets en de BackSpace-toets hebben dezelfde functie als de gelijknamige typemachinetoetsen maar hebben bovendien speciale computerfuncties.
Functietoetsen F1 ... F12
De functietoetsen, niet te verwarren met de Fn-toets, zijn de 12 toetsen bovenaan op het toetsenbord. Deze toetsen werken anders dan de overige toetsen.

F1 tot en met F12 worden functietoetsen genoemd, omdat u hiermee geprogrammeerde functies kunt uitvoeren. Als u pictogramtoetsen in combinatie met de Fn-toets gebruikt, worden specifieke functies op de computer uitgevoerd. Raadpleeg het gedeelte Softkeys: Fn-toetscombinaties in dit hoofdstuk. De werking van individuele toetsen is afhankelijk van de software die u gebruikt.
Softkeys: Fn-toetscombinaties
De toets Fn (functie) vormt in combinatie met andere toetsen 'softkeys'. Softkeys zijn toetscombinaties die specifieke voorzieningen activeren, uitschakelen of configureren.

In sommige softwareprogramma's werken softkeys niet naar behoren of werken ze in het geheel niet. De softkey-instellingen worden niet hersteld door de slaapstandfunctie.
Toetsen op een uitgebreid toetsenbord emuleren

Afbeelding 5-1 Een uitgebreid toetsenbord met 101 toetsen
Het toetsenbord is zodanig ontworpen dat het voorziet in alle functies van het uitgebreide toetsenbord met 104 toetsen, zoals geïllustreerd in de vorige afbeelding. Het uitgebreide toetsenbord met 104/105 toetsen heeft een numeriek toetsenblok en een Scroll Lock-toets. Het heeft bovendien een extra Enter- en Ctrl-toets rechts van het hoofdtoetsenbord. Aangezien dit toetsenbord kleiner is en minder toetsen heeft, moet een aantal van de functies van het uitgebreide toetsenbord worden gesimuleerd door middel van toetscombinaties.
Het is mogelijk dat uw softwaretoepassing een toets vereist die niet op het toetsenbord voorkomt. Door de Fn-toets in combinatie met een van de volgende toetsen in te drukken, emuleert u de geavanceerde functies van het toetsenbord.
Druk op Fn + F11 om de geïntegreerde numerieke toetsen te activeren. Als deze functie is geactiveerd, veranderen toetsen met een grijze marking op de onderrand in numerieke toetsen. Raadpleeg de paragraaf Geïntegreerde numerieke toetsen in dit hoofdstuk voor meer informatie over het gebruik van deze toetsen. Standaard zijn beide functies bij het opstarten van de computer uitgeschakeld. Druk op Fn + F12 om de cursor op een bepaalde regel te vergrendelen. Bij het opstarten is deze functie standaard uitgeschakeld.
Sneltoetsen

Dempen: hiermee schakelt u het volume in of uit.

Vergrendelen hiermee activeert de modus 'Computer vergrendelen'. U kunt uw bureaublad alleen herstellen door u opnieuw aan te melden.

Energiebeheerschema: hiermee worden de energiebesparingsmodi weergegeven, waarna u wijzigingen in de energie-instellingen kunt aanbrengen.

Sleep (Slaapstand): hiermee wordt het systeem in de slaapstand gezet.

Sluimerstand: hiermee wordt het systeem in de sluimerstand gezet.

Output (Uitvoer): hiermee kunt u een ander weergaveapparaat kiezen.

Helderheid (verlagen): hiermee verlaagt u de helderheid van de monitor.

Helderheid (verhogen): hiermee verhoogt u de helderheid van de monitor.

Draadloos: hiermee schakelt u tussen de actieve draadloze apparaten als de schakelaar voor draadloze communicatie is ingeschakeld.

Touchpad: hiermee kunt u het touchpad in- of uitschakelen.

Toetsenblok inschakelen: hiermee schakelt u de toetsenblokfunctie in of uit.

NumLock: hiermee schakelt u de NumLock-functie in of uit.

Scroll Lock: hiermee schakelt u de Scroll Lock-functie in of uit.

Zoom: hiermee kunt u de beeldschermresolutie wijzigen.

TOSHIBA-hulpprogramma Zooming (verkleinen): hiermee verkleint u de grootte van het pictogram op het bureaublad of de lettergrootte in een van de ondersteunde toepassingen.

TOSHIBA-hulpprogramma Zoom (vergroten): hiermee vergroot u de grootte van het pictogram op het bureaublad of de lettergrootte in een van de ondersteunde toepassingen.

Voordat u Fn+1 en Fn+2 gebruikt, dient u het TOSHIBA-hulpprogramma Zoom te installeren. Dit hulpprogramma ondersteunt uitsluitend de volgende toepassingen: Microsoft Internet Explorer, Microsoft Office, Windows Media Player, Adobe Reader en de pictogrammen op het bureaublad.

Toetsenbordverlichting (aan/uit)*: hiermee schakelt u de verlichting van het toetsenbord in en uit.
* Deze functie is aanwezig op sommige modellen.

Volume omlaag: hiermee verlaagt u het volume.

Volume omhoog: hiermee verhoogt u het volume.
Fn-plaktoets (afhankelijk van het aangeschafte model)
Met het hulpprogramma TOSHIBA Toegankelijkheid kunt u de Fn-toets vergrendelen, zodat u deze toets bij het gebruik van toetscombinaties niet ingedrukt hoeft te houden. In plaats hiervan drukt u eenmaal op de Fn-toets, laat u de toets los en drukt u op een functietoets (dat wil zeggen F1 ... F12). U start het hulpprogramma TOSHIBA Toegankelijkheid door te klikken op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> Toegankelijkheid.
Speciale Windows®-toetsen
Het toetsenbord is voorzien van twee toetsen die in Windows® een speciale functie hebben: de toets met het Windows®-logo activeert het menu Start, terwijl de andere toets, de toepassingstoets, dezelfde functie heeft als de rechtermuisknop.

Deze toets activeert het Windows®-menu Start.

Deze toets heeft dezelfde functie als de secundaire muisknop.
Geïntegreerde numerieke toetsen
In plaats van een apart numeriek toetsenblok heeft het toetsenbord van uw computer geïntegreerde numerieke toetsen.
De toetsen met de grijze opschriften in het midden van het toetsenbord zijn de geïntegreerde numerieke toetsen. Deze toetsen hebben dezelfde functie als de numerieke toetsenbloktoetsen van het uitgebreide toetsenbord met 104/105 toetsen, zoals eerder beschreven.
De geïntegreerde numerieke toetsen inschakelen
De geïntegreerde numerieke toetsen kunnen worden gebruikt om numerieke gegevens in te voeren.
Numerieke modus
U activeert de numerieke modus door op Fn + F11 te drukken. Nu kunt u cijfers invoeren met de toetsen die in de volgende afbeelding worden geïllustreerd. Druk nogmaals op Fn + F11 om de geïntegreerde numerieke toetsen uit te schakelen.

Afbeelding 5-2 De geïntegreerde numerieke toetsen
Tijdelijk het gewone toetsenbord gebruiken (geïntegreerde numerieke toetsen ingeschakeld)
Tijdens het gebruik van de geïntegreerde numerieke toetsen kunt u tijdelijk met het gewone toetsenbord werken zonder de geïntegreerde numerieke toetsen uit te schakelen:
- Houd Fn ingedrukt en druk op een andere toets. Alle toetsen werken alsof de geïntegreerde numerieke toetsen zijn uitgeschakeld.
- U typt hoofdletters door Fn + Shift ingedrukt te houden en op een lettertoets te drukken.
- Laat Fn los om de geïntegreerde numerieke toetsen weer in gebruik te nemen.
ASCII-tekens genereren
Niet alle ASCII-tekens kunnen via het gewone toetsenbord worden gegenereerd. U kunt deze tekens echter door middel van hun ASCII-codes genereren.
Voer de volgende stappen uit met de geïntegreerde numerieke toetsen ingeschakeld:
- Houd Alt ingedrukt.
- Typ de ASCII-code met behulp van de geïntegreerde numerieke toetsen.
- Laat Alt los; het ASCII-teken verschijnt op het scherm.
Als de geïntegreerde numerieke toetsen zijn uitgeschakeld, voert u de volgende stappen uit:
- Houd Alt + Fn ingedrukt.
- Typ de ASCII-code met behulp van de geïntegreerde numerieke toetsen.
- Laat Alt + Fn los, waarna het ASCII-teken op het scherm verschijnt.
Hoofdstuk 6
Stroomvoorziening en spaarstanden
De computer kan via de netadapter of via de interne accu van stroom worden voorzien. In dit hoofdstuk leest u hoe u deze voedingsbronnen optimaal gebruikt en hoe u de accu oplaadt en vervangt. Verder worden tips gegeven voor het besparen van accu-energie en krijgt u informatie over spaarstanden.
Stroomvoorzieningsomstandigheden
De bedrijfscapaciteit en de energiestatus van de accu in de computer worden beïnvloed door de stroomvoorzieningsomstandigheden: of een netadapter is aangesloten, of een accu is geïnstalleerd en wat het ladingsniveau van de accu is.
Tabel met stroomvoorzieningsomstandigheden
| Stroom is ingeschakeld Stroom uitgeschakeld (buiten werking) | |||
| Netadapter aangesloten | Accu volledig opgeladen | In werkingLampje: Accu wit | Lampje: Accu wit |
| Accu gedeeltelijk opgeladen of leeg | In werkingSnel opladenLampje: Accu oranje | Wordt snel opgeladenLampje: Accu oranje | |
| Geen accu geïnstalleerd | In werkingWordt niet opgeladenLampje: Accu uit | Wordt niet opgeladenLampje: Accu uit | |
Tabel met stroomvoorzieningsomstandigheden
| Stroom is ingeschakeld | Stroom uitgeschakeld(buiten werking) | ||
| Universele netadapter niet aangesloten | Acculading is boven activeringsniveau lage acculading | • In working• Lampje: Accuuit | |
| Acculading is onder activeringsniveau lage acculading | • In working• Lampje: Accu knippert oranje | ||
| Accu is leeg De computer wordt uitgezet | |||
| Geen accu geïnstalleerd | • Buiten werking• Lampje: Accuuit | ||
Voedingslampjes
Zoals in de vorige tabel wordt aangegeven, maken het accu- en aan/uit-lampje op het lampjespaneel u attent op de bedrijfscapaciteit en de accuspanningsstatus van de computer.
Acculampje
Controleer het acculampje om de status van de accu-eenheid te bepalen. De accustatus wordt als volgt aangegeven:
| Lampje knippert oranje | De accu is bijna leeg. De netadapter moet worden aangesloten om de accu op te laden. |
| Oranje | Geeft aan dat de netadapter is aangesloten en dat de accu wordt opgeladen. |
| Wit Geeft aan dat de netadapter is aangesloten en dat de accu volledig is opgeladen. | |
| Lampje brandt niet In alle andere omstandigheden is het lampje uit. | |

Als de accu tijdens het opladen te heet wordt, wordt het opladen stopgezet en gaat het acculampje uit. Zodra de accu een normale temperatuur heeft bereikt, wordt verder gegaan met opladen, ongeacht of de computer aan of uit is.
Aan/uit-lampje
Aan de hand van het aan/uit-lampje kunt u de algemene stroomvoorzieningsstatus controleren:
Wit Geeft aan dat de computer van stroom wordt voorzien en is ingeschakeld.
Lampje knippert oranje
Geeft aan dat de computer van stroom wordt voorzien en in de slaapstand staat. Het lampje is één seconde aan en twee seconden uit.
Lampje brandt niet In alle andere omstandigheden is het lampje uit.
Accu
Accu typen
De computer bevat de volgende accu's en batterijen:
Accu-eenheid (6 cellen of 12 cellen, afhankelijk van het model.)
■ RTC-batterij (batterij voor de real-time klok)

De accu-eenheid bestaat uit een lithium-ion batterij. Indien de batterij onjuist wordt vervangen, gebruikt, gehanteerd of afgedankt, bestaat ontploffingsgevaar. Houd u bij het afdanken van de accu aan de plaatselijke verordeningen of voorschriften. Gebruik alleen accu's die door TOSHIBA zijn aanbevolen.
Verwijder de accu-eenheid niet terwijl de computer in de slaapstand staat. Gegevens worden in het RAM opgeslagen, dus als de stroomvoorziening naar de computer wordt afgebroken, gaan de gegevens verloren. Wanneer de computer in de slaapstand wordt gezet en de netadapter niet is aangesloten, levert de accu-eenheid stroom ter handhaving van de gegevens en programma's in het geheugen. Als de accu-eenheid leeg raakt, functioneert de slaapstand niet en gaan alle gegevens in het geheugen verloren.
Accu-eenheid
De verwisselbare lithium-ion accu-eenheid, in deze handleiding aangeduid als de hoofdaccu, is de voornaamste voedingsbron van de computer wanneer de netadapter niet is aangesloten. U kunt extra accu-eenheden kopen voor langdurig computergebruik zonder netstroom.
Alvorens de accu-eenheid te verwijderen dient u de computer in de slaapstand te zetten, of uw gegevens op te slaan en de computer af te sluiten. Verwissel de accu-eenheid niet terwijl de netadapter is aangesloten.

Afbeelding 6-1 Accu-eenheid
Om de maximale capaciteit van de accu-eenheid te handhaven, dient u de computer ten minste eenmaal per maand op accu-energie te gebruiken tot de accu totaal leeg is. Raadpleeg Gebruiksduur van de accu verlengen in dit hoofdstuk voor procedures. Als de computer geruime tijd (langer dan een maand) continu via de netadapter op netstroom wordt gebruikt, bestaat het risico dat de accucapaciteit wordt aangetast. De accu zal dan niet langer efficiënt functioneren, zelfs als de verwachte levensduur nog niet is verstreken. Bovendien kunt u er niet langer op vertrouwen dat het acculampje gaat branden ter aanduiding van een laag accu-energieniveau.
RTC-batterij
De RTC-batterij (Real Time Clock) levert stroom voor de interne real-time klok en kalender. Deze batterij handhaaft tevens de systeemconfiguratie.
Als de RTC-batterij leeg is, gaan deze gegevens verloren en werken de realtime klok en kalender niet meer.

De RTC-batterij van de computer is een lithium-ion batterij en dient uitsluitend door uw dealer of een TOSHIBA-servicevertegenwoordiger te worden vervangen. Indien de batterij onjuist wordt vervangen, gebruikt, gehanteerd of afgedankt, bestaat ontploffingsgevaar. Houd u bij het afdanken van de accu aan de plaatselijke verordeningen of voorschriften

■ U kunt de instellingen van de Real Time Clock wijzigen door tijdens de POST op F2 te drukken.
Nadat u de datum en tijd voor de RTC-batterij hebt ingesteld, kunt u de computer het beste inschakelen, zodat de RTC-batterij wordt opgeladen. Raadpleeg hoofdstuk 9, Problemen oplossen, voor meer informatie.
Als het volgende bericht op het LCD-scherm wordt weergegeven:
ERROR 0271: Datum- en tijdinstellingen controlleren. WARNING 0251: System CMOS checksum bad - Default configuration used. Press [F1] to resume, [F2] to setup.
is de RTC-batterij leeg of bijna leeg. In dat geval dient u de datum en tijd in te stellen in het scherm BIOS Setup. Voer de volgende stappen uit:
- Druk op F2. Het scherm BIOS Setup wordt weergegeven.
- Geef de datum op met System Date.
- Geef de tijd op met System Time.
- Druk op F10. Er verschijnt een bevestigingsbericht.
Druk op Enter. BIOS Setup wordt gesloten en de computer wordt opnieuw opgestart.

Het verdient aanbeveling om de computer na het instellen van de datum en tijd in te schakelen en vervolgens aan te laten, zodat de RTC-batterij kan worden opgeladen.
Onderhoud en gebruik van de accu-eenheid
Dit gedeelte bevat belangrijke voorzorgsmaatregelen voor een correcte behandeling van de accu-eenheid.
Raadpleeg de bijgesloten Instructiegids voor veiligheid en comfort voor gedetailleerde voorzorgsmaatregelen en bedieningsinstructies.

Zorg dat de accu-eenheid correct in de computer is geïnstalleerd voordat u probeert de eenheid op te laden. Onjuiste installatie kan resulteren in beschadiging van de accu-eenheid of in rookontwikkeling of brand.
Houd de accu-eenheid buiten het bereik van baby's en kinderen. De accu kan letsel veroorzaken.

De accu-eenheid bestaat uit een lithium-ion batterij. Indien de batterij onjuist wordt vervangen, gebruikt, gehanteerd of afgedankt, bestaat ontploffingsgevaar. Houd u bij het afdanken van de accu aan de plaatselijke verordeningen of voorschriften. Gebruik alleen accu's die door TOSHIBA zijn aanbevolen.
Laad de accu-eenheid op bij een omgevingstemperatuur tussen 5° en 35° Celsius Als u de accu-eenheid bij hogere of lagere temperaturen oplaadt, kan elektrolytische vloeistof ontsnappen en kunnen de werking en de gebruiksduur van de eenheid achteruitgaan.
Installeer of verwijder de accu-eenheid nooit voordat de computer is uitgeschakeld en de netadapter is ontkoppeld. Verwijder de accueenheid nooit terwijl de slaapstand op de computer is geactiveerd. Doet u dit toch, dan kunnen gegevens verloren gaan.

Verwijder de accu-eenheid nooit terwijl de functie Activering op LAN ingeschakeld is. Doet u dit toch, dan gaan gegevens verloren. Schakel de functie Activering op LAN uit alvorens de accu-eenheid te verwijderen.
De accu opladen
Als de lading in de accu-eenheid opraakt, gaat het Accu-lampje oranje knipperen om aan te geven dat er slechts acculading voor enkele minuten resteert. Als u de computer blijft gebruiken terwijl het acculampje knippert, wordt de sluimerstand geactiveerd (zodat u geen gegevens verliest) en wordt de computer automatisch afgesloten.
U moet een accu-eenheid opladen wanneer deze leeg raakt.
Procedures
Als u een accu-eenheid wilt opladen terwijl deze in de computer is geïnstalleerd, steekt u het ene uiteinde van de netadapter in de gelijkstroomingang (DC IN 19V) en het andere uiteinde in een functionerend stopcontact.
Tijdens het opladen van de accu brandt het acculampje oranje.

Laad de accu-eenheid alleen op via de computer terwijl deze is aangesloten op het elektriciteitsnet. Probeer nooit om de accu-eenheid met een andere oplader op te laden.
Tijd
In de volgende tabel wordt aangegeven hoe lang het ongeveer duurt om een lege accu volledig op te laden.
Oplaadtijd (uren)
Type accu/batterij Stroom ingeschakeld Stroom uitgeschakeld
Accu-eenheid 4 - 10 uur max. 4 uur (6 cellen, 12 cellen)
RTC-batterij Circa 24 uur Circa 24 uur

De oplaadtijd wanneer de computer aan is, wordt beïnvloed door de omgevingstemperatuur, de temperatuur van de computer en de manier waarop u de computer gebruikt. Als u bijvoorbeeld intensief gebruik maakt van externe apparaten, wordt de accu tijdens gebruik wellicht nauwelijks opgeladen. Raadpleeg ook de paragraaf Bedrijfstijd van de accu maximaliseren.
Accuaanwijzingen over opladen
In de volgende omstandigheden kan het gebeuren dat de accu niet direct wordt opgeladen:
De accu is extreem heet of koud. Bij extreem hoge temperaturen kan het gebeuren dat de accu in het geheel niet wordt opgeladen. Om te zorgen dat de accu maximaal wordt opgeladen, dient u bij een kamertemperatuur van 10° tot 30°C op te laden.
■ De accu is praktisch leeg. Laat de netadapter enkele minuten aangesloten; hierna begint het opladen.
Als u een accu in de volgende omstandigheden probeert op te laden, kan het gebeuren dat het acculampje een snelle daling in de gebruiksduur van de accu aangeeft:
■ De accu is lange tijd niet gebruikt.
■ De accu is na verlies van zijn lading lange tijd in de computer gelaten.
■ Een koele accu is in een warme computer geïnstalleerd.
Voer in dergelijke gevallen de volgende stappen uit.
- Ontlaad de accu volledig door deze in de ingeschakelde computer te laten tot de stroom automatisch wordt uitgeschakeld.
- Sluit de netadapter aan.
- Laad de accu op tot het Accu-lampje blauw gaat branden.
Herhaal deze stappen twee à drie keer tot de accucapaciteit het normale niveau heeft bereikt.

Als u de netadapter aangesloten laat, neemt de gebruiksduur van de accu-eenheid af. Gebruik de computer ten minste eenmaal per maand op accu-energie tot de eenheid totaal leeg is. Laad de accu vervolgens op.
Accucapaciteit controleren
De resterende accu-energie kan als volgt worden gecontroleerd.
■ Door te klikken op het accupictogram op de taakbalk
■ Via het venster Windows Mobiliteitscentrum

Wacht ten minste 16 seconden na het inschakelen van de computer voordat u probeert de resterende bedrijfstijd te controleren. De computer heeft deze tijd nodig om de resterende accucapaciteit te controleren en de resterende bedrijfstijd te berekenen op basis van het huidige stroomverbruik en de resterende accucapaciteit. De werkelijke resterende gebruiksduur kan enigszins afwijken van de berekende tijd.
Bij herhaald ontladen en opladen zal de capaciteit van de accu geleidelijk afnemen. Een veelgebruikte oudere accu zal derhalve niet zo lang werken als een nieuwe accu, zelfs indien beide volledig opgeladen zijn.
Bedrijfstijd van de accu maximaliseren
De bruikbaarheid van een accu is afhankelijk van de gebruiksduur die één acculading levert, terwijl de gebruiksduur van de lading in een accu afhangt van het volgende:
■ CPU-verwerkingssnelheid (afhankelijk van het aangeschafte model)
■ Helderheid van scherm
■ Koelmethode (afhankelijk van het aangeschafte model)
■ Slaapstand
■ Systeem in slaapstand
Monitor uit
■ frequentie en duur van het gebruik van de vaste schijf en het optische schijfstation;
■ Het oorspronkelijke ladingsniveau van de accu.
■ de wijze waarop u gebruik maakt van optionele apparaten (zoals een PC-kaart) die door de accu van stroom worden voorzien;
■ het activeren van de slaapstand bij regelmatig in- en uitschakelen van de computer;
- De locatie waar u uw programma's en gegevens opslaat.
■ Het sluiten van het beeldscherm wanneer u het toetsenbord niet gebruikt om energie te besparen.
■ De omgevingstemperatuur (de gebruiksduur neemt af bij lage temperaturen).
De toestand van de accupolen. Zorg dat de polen schoon blijven door ze met een schone, droge doek af te vegen voordat u de accu-eenheid installeert.
Gegevens behouden bij uitschakelen van computer
Als u de computer uitschakelt terwijl de accu en RTC-batterij volledig zijn opgeladen, zorgen de accu en batterij dat gegevens gedurende de volgende tijdsperiodes behouden blijven.
| Accu-eenheid(6 cellen, 12 cellen) | Circa 2 dagen (slaapstand, 6 cellen) |
| Circa 4 dagen (slaapstand, 12 cellen) | |
| Circa 5 dagen (afsluitmodus, 6 cellen) | |
| Circa 10 dagen (afsluitmodus, 12 cellen) |
RTC-batterij Circa 3 maanden
Gebruiksduur van de accu verlengen
U kunt de gebruiksduur van de accu-eenheid als volgt verlengen:
■ Ontkoppel de computer ten minste eenmaal per maand van de netstroom en gebruik het systeem op accu-energie tot de accu-eenheid totaal leeg is. Voer eerst de volgende stappen uit:
- Schakel de computer uit.
- Ontkoppel de netadapter en schakel de computer in. Als de computer niet wordt opgestart, gaat u naar stap 4.
- Laat de computer vijf minuten aanstaan. Als de accu-eenheid voldoende capaciteit heeft voor vijf minuten, laat u de computer aanstaan tot de accu-eenheid totaal leeg is. Als het acculampje gaat knipperen of als u op een andere manier wordt geattendeerd op een laag accu-energieniveau, gaat u verder met stap 4.
- Sluit de netadapter op de computer aan en steek de stekker in het stopcontact. Het acculampje moet oranje branden om aan te geven dat de accu-eenheid wordt geladen. Als de acculampje niet brandt, wordt de computer niet van stroom voorzien. Controleer in dat geval of de netadapter en het netsnoer correct zijn aangesloten.
- Laad de accu-eenheid op totdat het acculampje wit brandt.
■ Als u extra accu-eenheden hebt, gebruik deze dan afwisselend.
■ Verwijder de accu-eenheid als u het systeem geruime tijd (langer dan een maand) niet gebruikt.
Bewaar reserve-accu's op een koele, droge plek zonder direct zonlicht.
De accu-eenheid vervangen
Als de accu-eenheid volledig versleten is, moet u een nieuwe eenheid installeren. Normaal gesproken is dit aan de orde nadat de accu-eenheid ongeveer 500 maal opnieuw is opgeladen. Als het acculampje kort na het opladen van de accu oranje knippert, betekent dit dat de accu-eenheid versleten is en dat u een nieuwe accu moet installeren.
U kunt een lege accu-eenheid ook vervangen door een reserve-accu als u de computer niet op het elektriciteitsnet hebt aangesloten. In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de accu-eenheid verwijdert en installeert.
De accu-eenheid verwijderen
Voer de volgende stappen uit om een lege accu te vervangen.

Wees bij het hanteren van accu-eenheden voorzichtig dat u de accupolen niet kortsluit. Laat de eenheid niet vallen en vermijd schokken; kras of breek het accuoppervlak niet en buig of verdraai de accu-eenheid niet.
■ Verwijder de accu-eenheid niet terwijl de computer in de slaapstand staat. Gegevens worden in het RAM opgeslagen, dus als de stroomvoorziening naar de computer wordt afgebroken, gaan de gegevens verloren.
In de slaapstand gaan gegevens verloren als u de accu verwijdert of de netadapter ontkoppelt voordat het opslagproces is voltooid. Wacht totdat het lampje van de ingebouwde vaste schijf uitgaat.
Raak de ontgrendelingsschuif van de accuhouder niet aan terwijl u de computer vasthoudt. Als u de schuif per ongeluk opzij duwt, komt de accu te vallen en kunt u zich bezeren.
- Sla uw werk op.
- Schakel de computer uit. Controleer of het aan/uit-lampje uit is.
- Koppel alle kabels van de computer los.
- Zet de computer ondersteboven.
- Zet de accu-ontgrendelingsschuif in de ontgrendelde stand, duw de accuvergrendeling opzij en houd deze vast, en schuif de accu-eenheid uit de computer.

- Vergrendeling accu-eenheid
- Accu-eenheid
- Ontgrendelingsschuif accuhouder
Afbeelding 6-2 De accu-eenheid vrijgeven
De accu-eenheid installeren
Voer de volgende stappen uit om een accu te installeren.

De accu-eenheid bestaat uit een lithium-ion batterij. Indien de batterij onjuist wordt vervangen, gebruikt, gehanteerd of afgedankt, bestaat ontploffingsgevaar. Houd u bij het afdanken van de accu aan de plaatselijke verordeningen of voorschriften. Gebruik alleen accu's die door TOSHIBA zijn aanbevolen.
Raak de accu-ontgrendelingsschuif niet aan terwijl u de computer vasthoudt omdat de accu-eenheid er dan uit kan vallen doordat de accuhouder per ongeluk wordt ontgrendeld en letsel kan veroorzaken.
- Schakel de computer uit.
- Ontkoppel alle kabels van de computer.
- Plaats de accu-eenheid.
- Zorg dat de accuvergrendeling in de vergrendelde stand wordt gezet.

- Vergrendeling accu-eenheid
- Accu-eenheid
Afbeelding 6-3 De accu-eenheid vastzetten
De computer opstarten met een wachtwoord
Voer de volgende stappen uit om de computer op te starten met het gebruikerswachtwoord:
- Schakel de computer in volgens de instructies in hoofdstuk 3, Aan de slag. Het volgende bericht verschijnt.

Wachtwoord=

Op dit moment werken de sneltoetsen Fn + F1 t/m F9 niet. U kunt ze pas weer gebruiken nadat u het wachtwoord hebt ingevoerd.
- Voer het wachtwoord in.
- Druk op Enter.

Als u het wachtwoord driemaal achtereen onjuist invoert, wordt de computer afgesloten. In dat geval schakelt u de computer opnieuw in en probeert u opnieuw het wachtwoord in te voeren.
of indien beschikbaar
Haal uw vinger over de sensor als u uw vingerafdruk al hebt geregistreerd met het hulpprogramma voor vingerafdrukken en de opstartbeveiliging via vingerafdrukken hebt ingeschakeld. Als u uw vinger niet wilt gebruiken of als de vingerafdruk om een of andere reden niet kan worden geverifieerd, drukt u op de toets Backspace om het venster voor vingerafdrukverificatie over te slaan. U kunt maximaal vijfmaal proberen uw vingerafdruk te laten verifiëren. Als de vingerafdrukverificatie vaker dan vijfmaal mislukt, moet u het wachtwoord handmatig invoeren om de computer te starten.
Opstartstanden
De computer heeft de volgende spaarstanden:
- Opstartmodus: in deze modus wordt de computer afgesloten zonder gegevens op te slaan. Sla uw werk altijd op voordat u de computer uitschakelt in de opstartmodus.
■ Sluimerstand: in deze stand worden de gegevens in het geheugen op de vaste schijf opgeslagen.
■ Slaapstand: in deze stand worden de gegevens bewaard in het hoofdgeheugen van de computer.

Raadpleeg tevens de paragrafen De computer inschakelen en De computer uitschakelen in hoofdstuk 3, Aan de slag.
Sneltoetsen
U kunt de slaapstand inschakelen met de sneltoets Fn + F3 en de sluimerstand met Fn + F4. Zie hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
In-/uitschakelen via LCD
U kunt de computer zo instellen dat de stroom automatisch wordt uitgeschakeld als u het LCD-scherm sluit. Als u het scherm vervolgens opent terwijl de computer zich in de slaapstand of de sluimerstand bevindt, wordt de stroom ingeschakeld.

Als de functie Uitschakelen via LCD is geactiveerd en u Windows® afsluiten gebruikt, dient u het scherm niet te sluiten voordat de afsluitfunctie is voltooid.
Systeem automatisch uitschakelen
Met deze functie wordt het systeem automatisch uitgeschakeld zodra de ingestelde tijdlimiet voor systeeminactiviteit verstrijkt. Het systeem wordt afgesloten in de slaapstand of de sluierstand in Windows®.
Hoofdstuk 7
HW Setup
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de computer met behulp van het programma TOSHIBA HW Setup configureert. Met TOSHIBA HW Setup kunt u instellingen configureren voor Algemeen, Wachtwoord, Beeldscherm, Opstartprioriteit, Toetsenbord, LAN en USB. De onderdelen van HW Setup hangen af van het gebruikte model.
HW Setup starten
Als u HW Setup wilt starten, klikt u op

Alle programma's -> TOSHIBA
Het venster HW Setup
Het HW Setup-venster bestaat uit de volgende tabbladen: Algemeen, Wachtwoord, Beeldscherm, Opstartprioriteit, Toetsenbord, USB en LAN. Er zijn ook deze drie knoppen:
OK Bevestigt uw wijzigingen en sluit het venster HW Setup.
Annuleren Sluit het venster zonder uw wijzigingen door te voeren.
Toepassen Bevestigt al uw wijzigingen zonder het venster HW Setup te sluiten.
Algemeen
Dit venster toont de BIOS-versie en bevat twee knoppen:
Standaard De fabrieksinstellingen van alle HW Setup-opties herstellen.
Info Versiegegevens van HW Setup weergeven.
Installatie
Dit veld toont de BIOS-versie en de datum.
Wachtwoord
Met deze tab kunt u het gebruikerswachtwoord voor opstarten instellen of wijzigen.
Gebruikerswachtwoord
Hiermee kunt een nieuw wachtwoord registreren of een bestaand wachtwoord verwijderen.
Niet geregistreerd Verwijderd een bestaande wachtwoorden
Geregistreerd Registreer een nieuw wachtwoord door de aanwijzingen op het scherm uit te voeren
Eigenaarstekenreeks
Dit lege veld wordt gebruikt om een bericht weer te geven als bij het opstarten het veld voor het wachtwoord wordt weergegeven. Als een wachtwoord niet is geregistreerd, wordt dit bericht niet weergegeven. De maximale lengte is 256 tekens.
Beeldscherm
Dit tabblad biedt de keuze uit de interne LCD en/of externe monitor bij het opstarten van de computer.
Beeldscherm bij opstarten
Hiermee kunt u opgeven welk beeldscherm bij het opstarten van de computer moet worden gebruikt. (Deze optie kan alleen worden ingesteld in de SVGA-modus en is niet beschikbaar op het Windows®-bureaublad.)
Autom. geselecteerd Als een extern beeldscherm is aangesloten, wordt bij het opstarten alleen het externe scherm gebruikt. Zo niet, dan wordt alleen het LCD-scherm gebruikt.
Alleen systeem-LCD Ongeacht of een extern beeldscherm is aangesloten, wordt na het opstarten alleen de interne LCD gebruikt.
Opstartprioriteit
Opstartprioriteitsopties
Hier kunt u de prioriteit voor het opstarten van de computer instellen.
Voer de volgende stappen uit om het gewenste opstartstation te selecteren:
- Start de computer op en druk op F12 om het opstartmenu te openen.
- In het opstartselectiescherm worden verschillende apparaat weergegeven, zoals vaste schijf, CD/DVD, diskettestation en LAN.
- Gebruik de pijltoets omhoog/omlaag om het gewenste opstartapparaat te markeren en pas deze toe.
Toetsenbord
Activering op toetsenbord
Als deze functie actief is en de computer in de slaapstand, kunt u de computer inschakelen door op een willekeurige toets te drukken. De functie is alleen van toepassing op het interne toetsenbord en werkt alleen wanneer de computer in de slaapstand staat.
Ingeschakeld Schakelt Activering op toetsenbord in.
Uitgeschakeld Schakelt Activering op toetsenbord uit (standaardinstelling).
USB
USB Legacy-ondersteuning
Gebruik deze optie om Legacy USB-ondersteuning in of uit te schakelen. Als uw besturingssysteem geen USB ondersteunt, kunt u toch een USB-muis, -toetsenbord en diskettestation gebruiken door Legacy USB-ondersteuning in te schakelen.
LAN
Activering op LAN
Deze functie zorgt dat de computer wordt ingeschakeld uit de uitgeschakelde stand wanneer deze een activeringspakket (Magic-pakket) via het LAN ontvangt.
Voor Activering op LAN vanuit de slaapstand of de sluimerstand moet u het selectievakje 'Dit apparaat mag de computer uit de slaapstand halen' in de eigenschappen van het LAN-apparaat inschakelen.
(Deze functie is niet van invloed op de functie Activering op LAN in de slaapstand of sluimerstand.)
Ingeschakeld Schakelt Activering op LAN in
Uitgeschakeld Schakelt Activering op LAN uit (standaardinstelling).
Intern LAN
Met deze functie wordt het interne LAN in- of uitgeschakeld.
Ingeschakeld Schakelt functie voor het geïntegreerde LAN in (standaardinstelling).
Uitgeschakeld Schakelt functie voor intern LAN uit.
Verlichting
Verlichting aan/uit
Met deze functie kunt u de instellingen voor de verlichting bepalen.
Aan Aan (standaardinstelling)
Uit Uit.
Toetsenbordverlichting
Met deze functie kunt u de instellingen voor de toetsenbordverlichting bepalen.
Auto De toetsenbordverlichting wordt ingeschakeld
wanneer u op een toets drukt. Nadat de [Schermverlichtingsduur] is verstreken, wordt de schermverlichting uitgeschakeld. [Schermverlichtingsduur] is standaard ingesteld op 15 seconden.
Aan Aan. (U kunt drukken op FN + Z of FN + z om de toetsenbordverlichting in of uit te schakelen.)
UIT Uit. (U kunt drukken op FN + Z of FN + z om de toetsenbordverlichting in of uit te schakelen.)
Knopinstelling
Functieknop
Met deze functie kunt u de instellingen voor de aan/uit-knop en/of andere knoppen bepalen.
Ingeschakeld Schakelt de functieknop in (standaardinstelling)
Uitgeschakeld Schakelt de functienop uit.
Hoofdstuk 8
Optionele apparaten
Optionele apparaten kunnen de mogelijkheden en de veelzijdigheid van de computer uitbreiden. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aansluiting of installatie van de volgende apparaten, die beschikbaar zijn bij uw TOSHIBA-leverancier:
Kaarten/geheugen
ExpressCard
■ SD (Secure Digital) / SDHC (Secure Digital High Capacity) / MMC (Multi Media Card) / MEMORY STICK / MEMORY STICK PRO / xD (xDPicture Card)
■ Geheugenuitbreiding
Voedingsapparaten
Extra accu-eenheid
Extra netadapter
Randapparaten
■ Externe monitor
Overige
Beveiligingsslot
ExpressCard-sleuf
De computer is voorzien van een ExpressCard-sleuf waarin één ExpressCard kan worden geplaatst.
Een ExpressCard plaatsen
De ExpressCard-connector bevindt zich aan de linkerkant van de computer. Dankzij de functie voor 'direct installeren' (hot install) van de computer kunt u een ExpressCard plaatsen terwijl de computer is ingeschakeld.
Voer de volgende stappen uit om een ExpressCard te installeren.
- Plaats de ExpressCard.
- Druk voorzichtig totdat de kaart vastzit.
Dankzij de Windows®-voorziening voor direct installeren (hot install) kunt u een ExpressCard plaatsen terwijl de computer is ingeschakeld.

Afbeelding 8-1 De ExpressCard plaatsen
Raadpleeg na het plaatsen van de kaart de documentatie bij de kaart en controleer in Windows® of de configuratie juist is voor uw kaart.
Een ExpressCard verwijderen

■ Controleer alvorens een ExpressCard te verwijderen of de kaart wordt gebruikt door toepassingen of systeemservices.
■ Verwijder de ExpressCard pas nadat u deze hebt uitgeschakeld. Anders kan het systeem onherstelbare schade oplopen.
Voer de volgende stappen uit om de Express te verwijderen.
- Klik op het pictogram Hardware veilig verwijderen op de taakbalk.
- Klik op de ExpressCard die u wilt verwijderen.
- Druk één keer op de uitwerpknop van de ExpressCard. De knop steekt nu uit.
- Verwijder de ExpressCard.

Afbeelding 8-2 De ExpressCard verwijderen
Geheugenkaarten SD/SDHC/MMC/MEMORY STICK/MEMORY STICK PRO/xD
De computer is voorzien van een kaartsleuf voor meerdere digitale media die ruimte biedt voor geheugenkaarten van het type SD/SDHC/MMC/MEMORY STICK/MEMORY STICK PRO/xD. Door middel van deze geheugenkaarten kunt u gemakkelijk gegevens overbrengen van apparaten, bijvoorbeeld digitale camera's en PDA's (Personal Digital Assistants), die gebruik maken van flashgeheugen.
| Kaarttype Capaciteiten | |
| SD maximaal 2 GB | |
| SDHC maximaal 16 GB | |
| MMC maximaal 2 GB | |
| MEMORYSTICK-KAART | maximaal 128 MB, 256 MB (128 MB x 2) |
| MEMORY STICK PRO maximaal 4 GB | |
| xD maximaal 2 GB | |

Zorg dat er geen voorwerpen in de geheugenkaartsleuf terechtkomen. Een speld of soortgelijk voorwerp kan de schakelingen van de computer beschadigen.

Formatteer geheugenkaarten niet met Windows® aangezien deze methode ertoe kan leiden dat deze kaarten bij sommige randapparaten niet goed werken.

Plaats geen Memory Stick Duo/PRO Duo in de sleuf zonder de MEMORY STICK-adapter. Gegevens gaan mogelijk verloren of raken beschadigd als u kaarten gebruikt die niet worden ondersteund.

De kaart kan slechts op één manier worden geplaatst. Gebruik geen overmatige kracht om de kaart in de sleuf te duwen.

Raadpleeg de handleiding bij de geheugenkaarten voor nadere informatie.

Het logo van een SD-geheugenkaart is


Het logo van een SDHC-geheugenkaart is

Een geheugenkaart installeren
Een geheugenkaart installeren:
- Plaats de geheugenkaart in de sleuf.
- Druk voorzichtig totdat de kaart vastzit.

Afbeelding 8-3 Een geheugenkaart plaatsen

Wees voorzichtig dat u de geheugenkaart niet verkeerd om plaatst. Als Windows® de kaart niet kan lezen, dient u de kaart te verwijderen en opnieuw te plaatsen.

In de kaartsleuf voor meerdere digitale media kunt u slechts één soort kaart tegelijk plaatsen. Probeer niet meer dan één kaart te plaatsen aangezien u anders het risico loopt de kaarten zelf of de computer te beschadigen.
Een geheugenkaart verwijderen
Voer de volgende stappen uit om een geheugenkaart te verwijderen:
- Klik op het pictogram Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen op de taakbalk.
-
Selecteer het te verwijderen apparaat en klik op de knop Stoppen. Er kan een bevestigingsvenster worden weergegeven, afhankelijk van de manier waarop het apparaat bij het systeem is geregistreerd. Als dat gebeurt, bevestig dan dat u het apparaat wilt verwijderen.
-
Druk zachtjes op de geheugenkaart in de sleuf om deze uit te werpen.
-
Vervolgens kunt u de kaart verwijderen.

Afbeelding 8-4 Een geheugenkaart verwijderen

Zorg dat het lampje van de geheugenkaart uit is voordat u de kaart verwijdert of de computer uitschakelt. Wanneer u de kaart verwijdert of de computer uitschakelt terwijl de computer de kaart gebruikt, bestaat het gevaar dat gegevens op de kaart verloren gaan of beschadigd raken.
■ Verwijder de kaart niet wanneer de computer in de slaapstand of sluimerstand staat. Hierdoor kan de computer instabiel raken of kunnen gegevens op de geheugenkaart verloren gaan.
Schakel de computer niet uit en plaats de computer niet in de slaapstand of sluimerstand wanneer er gegevens naar de geheugenkaart worden verplaatst of er vandaan worden gekopieerd. Hierdoor kan het systeem instabiel raken of kunnen gegevens op de geheugenkaart verloren gaan.
Behandeling van geheugenkaarten

Zet de schrijfbeveiligingsschakelaar in de vergrendelde stand als u geen gegevens wilt vastleggen.
- Schrijf niet naar een geheugenkaart als de accu bijna leeg is. Een laag energieniveau kan de schrijfkwaliteit aantasten.
- Verwijder een geheugenkaart niet tijdens het lezen of schrijven van gegevens.
- De geheugenkaart kan slechts op één manier worden ingebracht. Gebruik geen overmatige kracht om de kaart in de sleuf te duwen.
- Laat een geheugenkaart niet gedeeltelijk in de sleuf gestoken. Duw de kaart in de sleuf tot deze vastklikt.
- Buig geheugenkaarten niet.
- Houd geheugenkaarten uit de buurt van vloeistoffen en bewaar de kaarten niet op een vochtige plaats.
- Plaats de geheugenkaart na gebruik terug in de houder.
- Raak het metalen vlak niet aan en laat het niet vochtig of vuil worden.
Geheugenuitbreiding
U kunt het RAM van de computer uitbreiden door extra geheugenmodules te plaatsen. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een geheugenmodule installeert en verwijdert.

- Gebruik alleen geheugenmodules die zijn goedgekeurd door TOSHIBA.
■ Probeer niet onder de volgende omstandigheden een geheugenmodule te installeren of verwijderen. Hierdoor kunt u de computer en de module beschadigen. Bovendien gaan dan gegevens verloren.
a. Als de computer is ingeschakeld.
b. Als de computer is afgesloten in de slaapstand of de sluimerstand.
Raadpleeg het gedeelte Geheugenuitbreiding in hoofdstuk 9, Problemen oplossen, voor meer informatie als een onjuiste geheugenkaart is geïnstalleerd.
- Geheugenmodules zijn elektronische precisiecomponenten die onherstelbaar kunnen worden beschadigd door statische elektriciteit. Aangezien het menselijk lichaam een kleine hoeveelheid statische elektriciteit heeft, dient u deze te laten afvloeien voordat u een geheugenmodule installeert. Raak eenvoudig met blote handen een metalen voorwerp aan om de statische elektriciteit van uw lichaam te laten afvloeien.

Gebruik een kruiskopschroevendraaier nummer 1 om de schroeven te verwijderen en vast te draaien. Een verkeerde schroevendraaier kan de schroefkoppen beschadigen.
Een geheugenmodule installeren
Voer de volgende stappen uit om een geheugenmodule te installeren.
- Zet de computer in de opstartmodus en zet de computer uit.
- Koppel alle kabels van de computer los.
- Zet de computer ondersteboven en verwijder de accu-eenheid (zie hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden).
- Draai de schroeven waarmee het afdekplaatje van de geheugenmodules is bevestigd, los.
- Schuif uw nagel of een dun voorwerp onder het plaatje en til het op.

Afdekking vaste schijf en geheugenmodule
Afbeelding 8-5 Het afdekplaatje van de geheugenmodules verwijderen
- Til het isolatieblad aan één kant op en plaats de moduleconnectoren met een hoek van circa 45 graden in de computerconnectoren. Duw voorzichtig tot de module vastzit.

Raak de connectoren op de geheugenmodule en op de computer niet aan. Vuil op de connectoren kan problemen met de toegang tot het geheugen veroorzaken.

Sleuf A is bestemd voor het hoofdgeheugen, sleuf B voor een geheugenuitbreiding. Als er slechts één geheugenmodule is geïnstalleerd, gebruikt u sleuf A. Sleuf A bevindt zich lager dan sleuf B.
- Duw de module omlaag, zodat deze vlak ligt. Veertjes aan weerszijden van de module zorgen ervoor dat deze op zijn plaats klikt.

Afbeelding 8-6 Een geheugenmodule installeren
- Plaats het beschermplaatje terug en bevestig het met de schroeven.
- Plaats de accu-eenheid terug volgens de instructies in hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden.
- Zet de computer aan en controleer of het toegevoegde geheugen wordt herkend door te gaan naar Configuratischerm -> Systeem en beveiliging -> Systeem.
Een opmerking over een foutmelding aangaande de geheugenmodule
Als u een geheugenmodule installeert die niet compatibel is met de computer, gaat het aan/uit-lampje knipperen (0,5 seconde aan, 0,5 seconde uit) op de volgende manieren:
■ Als er alleen een fout in Sleuf A is: knippert herhaaldelijk tweemaal oranje, daarna blauw.
Als er alleen een fout in Sleuf B is: knippert herhaaldelijk oranje, daarna tweemaal blauw.
Als er een fout in Sleuf A en Sleuf B is: knippert herhaaldelijk tweemaal oranje, daarna tweemaal blauw.
Schakel de computer in elk van deze gevallen uit en verwijder de incompatibele module(s)
Een geheugenmodule verwijderen
Als u de geheugenmodule wilt verwijderen, zorgt u dat de computer in de opstartmodus is en voert u de volgende stappen uit:
- Zorg dat de computer is uitgeschakeld en dat alle kabels zijn losgekoppeld.
- Zet de computer ondersteboven en verwijder de accu en de schroeven waarmee het afdekplaatje van de geheugenmodules is bevestigd.
- Schuif uw nagel of een dun voorwerp onder het plaatje en til het op.
- Til het isolatieblad aan één kant op en duw de klemmetjes naar buiten om de module los te maken. Eén uiteinde van de module komt omhoog.
- Pak de module aan weerszijden vast en trek de module eruit.

Bij langdurig computergebruik worden de geheugenmodules heet. Laat de geheugenmodules in dat geval afkoelen tot kamertemperatuur alvorens de modules te vervangen. Als u de modules eerder aanraakt, kunt u zich branden.
Raak de connectoren op de geheugenmodule en op de computer niet aan. Vuil op de connectoren kan problemen met de toegang tot het geheugen veroorzaken.

Afbeelding 8-7 De geheugenmodule verwijderen
- Plaats het beschermplaatje terug, bevestig het met schroeven en plaats de accu-eenheid terug.
Extra accu-eenheid
Met aanvullende accu-eenheden kunt u de computer langer gebruiken als u niet in de buurt van een stopcontact bent en de accu leegraakt, aangezien u de accu in dit geval kunt vervangen door een volledig opgeladen accu. Zie hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden.
Extra netadapter
Als u de computer regelmatig op verschillende locaties gebruikt, bijvoorbeeld thuis en op kantoor, kunt u het vervoer vergemakkelijken door op elke locatie een netadapter achter de hand te houden.
Externe monitor
Op de computerpoort voor de externe monitor kan een externe analoge monitor worden aangesloten. De computer ondersteunt verscheidene videomodi. Raadpleeg bijlage B, Beeldschermcontroller. Voer de volgende stappen uit om een monitor aan te sluiten.
- Schakel de computer uit.
- Sluit de monitor aan op de poort voor de externe monitor.
- Schakel de monitor in.
- Schakel de computer in.
Wanneer u de computer inschakelt, verschijnt het opstartscherm van Windows® (Windows®-logo) op het beeldscherm.
Het Windows®-bureaublad wordt echter weergegeven op het beeldscherm dat u gebruikte toen u de pc uitzette, indien dit beeldscherm aanwezig is wanneer u de computer aanzet.
Als u de beeldscherminstellingen wilt wijzigen, drukt u op Fn + F5. Als u de monitor loskoppelt alvorens de computer uit te schakelen, dient u op Fn + F5 te drukken om over te schakelen naar het interne beeldscherm. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie over het wijzigen van de beeldscherminstelling met behulp van sneltoetsen.

Als het bureaublad wordt weergegeven op een externe analoge monitor, wordt dit soms in het midden van de monitor weergegeven met zwarte balken rondom (in een klein formaat). Raadpleeg in dat geval de handleiding van de monitor en stel een weergavemodus in die wordt ondersteund door de monitor. Het bureaublad wordt dan weergegeven in een geschikt formaat en met de juiste verhoudingen.
HDMI
Op de HDMI-uit-poort van de computer kunt u een HDMI-monitor aansluiten. De signaalindelingen 1080p, 1080i, 720p, 576p en 480p worden ondersteund. De werkelijke signaalindeling die u kunt gebruiken is afhankelijk van de HDMI-monitor. Voer de volgende stappen uit om een monitor aan te sluiten.

Aangezien de poortwerking niet van alle HDMI-monitoren (High-Definition Multimedia Interface) is gecontroleerd, werken sommige HDMI-monitoren mogelijk niet correct.
- Sluit het ene uiteinde van de HDMI-kabel aan op de HDMI-poort van het HDMI-apparaat.

Afbeelding 8-8 Een HDMI-kabel aansluiten
- Sluit het andere uiteinde van de HDMI-kabel aan op de HDMI-uit-poort van de computer.
Instelling voor beeldweergave op HDMI
Als u beelden op een HDMI-apparaat wilt weergeven, dient u de volgende instellingen te configureren. Als u dit niet doet, wordt er mogelijk niets weergegeven.

Gebruik vóór u met afspelen begint de sneltoets FN + F5 om het weergaveapparaat te selecteren.
Kies geen ander weergaveapparaat in de volgende situaties:
Als een televisie of externe monitor op de HDMI-poort is aangesloten en het weergaveapparaat is ingesteld op HDMI.
Als een televisie of externe monitor is aangesloten op de HDMI-poort en u de televisie, de externe monitor of het externe geluidsapparaat op een andere poort aansluit.
■ Terwijl video wordt afgespeeld.
■ Terwijl er gegevens worden gelezen of weggeschreven.
■ Terwijl er communicatie plaatsvindt.
Wanneer u de HDMI-kabel verwijdert en weer aansluit, dient u ten minste vijf seconden te wachten voordat u de HDMI-kabel opnieuw aansluit.
Als u de beelduitvoer wijzigt of de HDMI-kabel aansluit/verwijdert, kunnen het uitvoerapparaat voor beeld en voor geluid automatisch worden gewijzigd door het systeem.
Instellingen voor audio op HDMI
Voer de volgende stappen uit als u het audio-apparaat wilt instellen voor HDMI.
- Klik op Start.
- Klik op Configuratiescherm.
- Klik op Hardware en geluid.
- Klik op Geluid.
- Klik op Digital Output Device (HDMI) (Digital uitvoerapparaat).
- Klik op de knop Set Default Device (Standaardapparaat instellen).
Voer de volgende stappen uit als u de interne luidspreker als audio-apparaat wilt gebruiken.
- Klik op Start.
- Klik op Configuratiescherm.
- Klik op Hardware en geluid.
- Klik op Geluid.
-
Klik op Luidsprekers.
-
Klik op de knop Set Default Device (Standaardapparaat instellen).
Beveiligingsslot
Met een beveiligingsslot kunt u de computer aan een bureau of ander groot voorwerp verankeren om te voorkomen dat de computer door onbevoegden wordt verwijderd.
De computer heeft een beveiligingsslot aan de linkerkant. Bevestig één uiteinde van de kabel aan een bureau en het andere uiteinde aan de sleuf voor het beveiligingsslot.
- Zet de computer met de linkerkant naar u toe.
- Koppel het beveiligingsslot aan de hiervoor bestemde sleuf.

Afbeelding 8-9 Beveiligingsslot
Hoofdstuk 9
Problemen oplossen
TOSHIBA-computers hebben een duurzaam ontwerp. Mochten er echter problemen optreden, dan kunt u aan de hand van de procedures in dit hoofdstuk bepalen wat er aan de hand is.
Alle gebruikers dienen dit hoofdstuk te lezen. Als u weet wat er fout kan gaan, kunt u bepaalde problemen wellicht vermijden.
Handelwijze bij probleemoplossing
Het oplossen van problemen zal u veel gemakkelijker afgaan als u de volgende richtlijnen in acht neemt:
- Stop meteen als zich een probleem voordoet, omdat doorgaan kan leiden tot gegevensverlies of schade. Misschien vernietigt u informatie die waardevolle aanwijzingen voor het oplossen van het probleem kan verschaffen.
■ Let op wat er gebeurt. Noteer wat het systeem doet en welke handelingen u verrichtte vlak vóór het probleem zich voordeed. Als er een printer is aangesloten, maakt u met de toets PrtSc een afdruk van het scherm.
De vragen en procedures in dit hoofdstuk zijn bedoeld als leidraad, niet als onfeilbare probleemoplossingstechnieken. Veel problemen kunnen op eenvoudige wijze worden opgelost, maar in bepaalde gevallen zult u uw leverancier moeten inschakelen. Als u uw leverancier of anderen wilt raadplegen, dient u het probleem zo gedetailleerd mogelijk te beschrijven.
Algemene controlepunten
Overweeg eerst de eenvoudigste oplossing. De punten in deze lijst zijn eenvoudig te controleren maar kunnen ten grondslag liggen aan schijnbaar ernstige problemen.
■ Zet alle randapparatuur aan alvorens u de computer aanzet. Hiertoe behoren ook de printer en alle externe apparatuur waarvan u gebruik maakt.
■ Schakel de computer uit voordat u een extern apparaat aansluit. Het nieuwe apparaat wordt automatisch herkend wanneer u de computer weer inschakelt.
Zorg dat alle opties correct zijn ingesteld in het Setup-programma.
■ Controleer alle kabels. Zijn ze correct en stevig aangesloten? Losse kabels kunnen signaalfouten veroorzaken.
■ Controleer alle verbindingskabels op losse draden en alle connectoren op losse pinnen.
■ Controleer of uw CD/DVD/CD-RW juist is ingebracht.
Maak notities van uw waarnemingen in een permanent foutenlogboek. Hierdoor kunt u gemakkelijker aan uw leverancier uitleggen wat de problemen zijn. Als een probleem zich nogmaals voordoet, kunt u het probleem aan de hand van dit logboek sneller identificeren.
Het probleem analyseren
Soms geeft het systeem aanwijzingen aan de hand waarvan u kunt bepalen wat er aan de hand is. Stel uzelf bij het oplossen van problemen de volgende vragen:
Welk deel van het systeem werkt niet naar behoren: toetsenbord, vaste schijf, station voor optische media, beeldscherm? De symptomen die u waarneemt, geven aan om welk apparaat het gaat.
Is het besturingssysteem correct geconfigureerd? Controleer de configuratie-opties.
■ Wat is er op het beeldscherm te zien? Zijn er berichten, of tekens in willekeurige volgorde? Maak een afdruk van het scherm als er een printer is aangesloten. Zoek de berichten op in de documentatie bij de software en het besturingssysteem. Controleer of alle kabels correct zijn aangesloten en goed vastzitten. Losse kabels kunnen foutieve of onderbroken signalen veroorzaken.
Branden er lampjes? Welke? Welke kleur hebben ze? Branden ze ononderbroken of knipperen ze? Noteer wat u ziet.
■ Hoort u pieptonen? Hoeveel? Zijn ze lang of kort? Zijn het hoge of lage pieptonen? Maakt de computer ongebruikelijke geluiden? Noteer wat u hoort.
Registreer uw waarnemingen, zodat u ze aan uw leverancier kunt beschrijven.
| Software De problemen worden wellicht door de software of schijf veroorzaakt. Als u een softwarepakket niet kunt laden, is het medium of het programma misschien beschadigd. Probeer een andere kopie van de software te laden.Als tijdens het gebruik van een softwarepakket een foutbericht verschijnt, raadpleegt u de softwaredocumentatie. Deze documentatie bevat meestal een gedeelte over probleemoplossing of een samenvatting van foutberichten.Vervolgens leest u de documentatie bij het besturingssysteem op foutberichten na. |
Hardware Als u geen softwareprobleem kunt vinden, controleert u de hardware.
Werk eerst de eerder genoemde controlelijst af. Kunt u het probleem nog steeds niet kunt verhelpen, dan probeert u de bron van het probleem vast te stellen. Het volgende gedeelte bevat controlelijsten voor afzonderlijke onderdelen en randapparaten.

Controleer, voordat u randapparatuur of toepassingen gaat gebruiken die niet door Toshiba zijn goedgekeurd, of deze geschikt zijn voor gebruik met uw computer. Het gebruik van incompatibele apparaten kan leiden tot letsel of tot schade aan de computer.
Controlelijst voor hardware en systeem
In dit gedeelte wordt ingegaan op problemen die worden veroorzaakt door de computerhardware of de aangesloten randapparaten. In de volgende gebieden kunnen zich elementaire problemen voordoen:
■ Opstartprocedure van het systeem
Zelftest
Voeding
Wachtwoord
Toetsenbord
Intern beeldscherm
Vaste schijf
■ DVD Super Multi-station met Double Layer
USB-diskettestation
ExpressCard
SD/SDHC-geheugenkaart
Aanwijsapparaat
■ Sensor voor vingerafdrukken
USB-apparaat
eSATA-apparaat
■ Aanvullende geheugenmodule
Geluidssysteem
Volumeregelaar
■ Externe monitor
Modem
LAN
Draadloos LAN
Bluetooth
Herstelschijven
Opstartprocedure van het systeem
Als de computer niet correct wordt opgestart, controleert u het volgende:
Zelftest
■ Voedingsbronnen
■ Wachtwoord voor opstarten
Zelftest
Wanneer de computer wordt opgestart, wordt de zelftest automatisch uitgevoerd en verschijnt het volgende bericht op het scherm:

TOSHIBA
Toonaangevend in innovatie >>>
Dit bericht blijft enkele seconden zichtbaar.
Als de zelftest slaagt, probeert de computer het besturingssysteem te laden, afhankelijk van de instelling voor Opstartprioriteit in het programma TOSHIBA HW Setup.
Als een van de volgende situaties optreedt, is de zelftest mislukt:
■ De computer stopt en toont afgezien van het TOSHIBA-logo geen informatie of berichten.
Er verschijnen willekeurige tekens op het scherm en het systeem functioneert niet normaal.
■ Er verschijnt een foutbericht op het scherm.
Schakel de computer uit en controleer alle kabelaansluitingen. Als de test hierna weer mislukt, neemt u contact op met de leverancier.
Voeding
Als de computer niet op een stopcontact is aangesloten, is de accueenheid de voornaamste voedingsbron. De computer heeft echter een aantal andere voedingsbronnen, zoals de intelligente stroomvoorziening en de RTC-batterij. Deze bronnen staan met elkaar in verband en kunnen elk ten grondslag liggen aan schijnbare stroomvoorzieningsproblemen. Dit gedeelte bevat controlelijsten voor de netvoeding en de accu. Als u een probleem niet kunt oplossen aan de hand van deze lijsten, ligt de oorzaak misschien bij een andere voedingsbron. Neem in dat geval contact op met uw dealer.
Uitschakelen bij oververhitting
Als de interne temperatuur van de computer te hoog oploopt, wordt de computer automatisch in de slaapstand of sluimerstand gezet en afgesloten. Als u de computer na het bereiken van kamertemperatuur nog steeds niet kunt opstarten, of als de notebook na opstarten meteen wordt uitgeschakeld, neemt u contact op met uw dealer.
Probleem Procedure
| Computer wordt afgesloten en DC IN-lampje knippert oranje. | Laat de computer uitstaan totdat het DC IN-lampje ophoudt met knipperen. |

Het verdient aanbeveling de computer uit te laten staan totdat de interne onderdelen op kamertemperatuur zijn gekomen, zelfs als het DC IN-lampje niet meer knippert.
| Als u de computer na het bereiken van kamertemperatuur nog steeds niet kunt opstarten, of als de notebook na opstarten meteen wordt uitgeschakeld, neemt u contact op met uw verkoper, leverancier of servicemedewerker. | |
| Computer wordt uitgeschakeld en het DC -lampje knippert wit. | Dit duidt op en probleem met het warmteverspreidingssysteem. Neem contact op met uw verkoper, leverancier of servicemedewerker. |
Netvoeding
Als zich bij het inschakelen van de computer problemen voordoen terwijl de netadapter is aangesloten, controleert u het acculampje. Raadpleeg hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden, voor meer informatie.
Probleem Procedure
| Netadapter voorziet de computer niet van stroom. | Controleer de aansluitingen. Zorg dat het snoer stevig is verbonden met de computer en een stopcontact. |
| Controleer de toestand van het snoer en de aansluitpunten. Is het snoer versleten of beschadigd, dan vervangt u het. Als de aansluitpunten vuil zijn, veegt u deze af met een schone, droge doek. | |
| Als de netadapter de computer nog steeds niet van stroom voorziet, neemt u contact op met uw dealer. |
Accu
Als u vermoedt dat er een probleem met de accu is, controleer dan het Accu-lampje. Raadpleeg hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden, voor meer informatie over de accu-eenheid en de lampjes.
Probleem Procedure
| Accu voorziet de computer niet van stroom | De accu is wellicht ontladen. Sluit de netadapter aan om de accu op te laden. |
| Accu wordt niet opgeladen wanneer de netadapter is aangesloten (acculampje brandt niet oranje.) | Als de accu volledig is ontladen, begint het oplaadproces niet meteen. Wacht enkele minuten. Wordt de accu nog steeds niet opgeladen, dan controleert u of het stopcontact waaraan de netadapter is gekoppeld, stroom levert.Sluit een ander apparaat op het stopcontact aan en kijk of het werkt. |
| Controleer of de accu heet of koud aanvoelt: een te hete of te koude accu wordt niet correct opgeladen. Laat de accu op kamertemperatuur komen. | |
| Verwijder de netadapter en de accu om te controleren of de accupolen schoon zijn. Veeg de polen zo nodig af met een schone, droge doek die is bevochtigd met alcohol.Sluit de netadapter aan en plaats de accu terug. Zorg dat de accu goed vastzit.Controleer het Accu-lampje. Als dit niet brandt, laat u de accu minimaal 20 minuten opladen via de computer. Indien het acculampje hierna brandt, laat u de accu nog minstens 20 minuten opladen alvorens de computer in te schakelen.Als het lampje nog steeds niet brandt, is de accu misschien versleten. Vervang de accu.Als de accu volgens u nog niet aan vervanging toe is, raadpleegt u de leverancier. | |
| Accu levert minder lang stroom dan verwacht | Als u een gedeeltelijk opgeladen accu herhaalde malen oplaadt, wordt de accu mogelijk niet optimaal opgeladen. Ontlaad de accu volledig en probeer deze vervolgens op te laden. |
| Controleer de instellingen voor stroomverbruik in Energiebeheer. Misschien is het een goed idee om een energiebesparingsfunctie te gebruiken. |
Pc en pc-accu verwijderen
■ Verwijder deze pc overeenkomstig de toepasselijke wetten en voorschriften. Raadpleeg uw lokale overheid voor nadere informatie.
- Deze pc is uitgerust met een oplaadbare accu. Na herhaaldelijk gebruik zal de accu uiteindelijk niet meer kunnen worden opgeladen en moet deze worden vervangen. Volgens de geldende wetten en voorschriften is het mogelijk niet toegestaan om oude accu's weg te gooien met het huisvuil.
Denk om het milieu. Raadpleeg de lokale overheden voor nadere details met betrekking tot de recycling van oude accu's of het op de juiste wijze weggooien hiervan. Dit product bevat kwik. Om milieuredenen kunnen er regels gelden voor de verwijdering van dit materiaal. Raadpleeg uw lokale overheid voor nadere informatie over verwijdering, hergebruik of recycling.
Als uw vaste schijf of andere opslagmedia vertrouwelijke gegevens bevatten, moet u zich ervan bewust zijn dat bij standaard verwijderingsprocedures geen gegevens van de media worden verwijderd. Tot de standaard verwijderingsprocedures behoren onder andere:
■ Optie Verwijderen selecteren voor een bestand
■ Bestand in de Prullenbak plaatsen en de Prullenbak legen
■ Het medium opnieuw formatteren
■ Een besturingssysteem opnieuw installeren vanaf het herstelmedium
Tijdens de bovengenoemde procedures wordt alleen het eerste deel van de gegevens gewist dat wordt gebruikt voor bestandsbeheer.
Hierdoor wordt het bestand onzichtbaar voor het besturingssysteem.
De gegevens kunnen echter nog steeds worden gelezen met speciale hulpprogramma's. Als u de pc wegdoet, verwijdert u alle gegevens van de vaste schijf. Op die manier kunt u onbevoegd gebruik van dergelijke gegevens voorkomen. U kunt er als volgt voor zorgen dat uw gegevens niet worden gebruikt voor onbevoegde doeleinden:
■ Vernietig de vaste schijf
- Gebruik een betrouwbaar, gespecialiseerd hulpprogramma om alle gegevens te overschrijven
■ Breng de vaste schijf naar een professionele verwijderservice
RTC (Real Time Clock)
Probleem Procedure
De BIOS-instelling en systeemdatum/-tijd zijn verloren gegaan.
De RTC-batterij is leeg of bijna leeg. U dient de datum en tijd in te stellen in het scherm BIOS Setup.
- Druk op F2. BIOS Setup wordt geopend.
- Geef de datum op met System Date.
- Geef de tijd op met System Time.
- Druk op F10. Er verschijnt een bevestigingsbericht.
- Druk op Enter. BIOS Setup wordt gesloten en de computer wordt opnieuw opgestart.

Nadat u de datum en tijd voor de RTC-batterij hebt ingesteld, kunt u de computer het beste inschakelen, zodat de RTC-batterij wordt opgeladen.
Toetsenbord
Toetsenbordproblemen kunnen worden veroorzaakt door de computerconfiguratie. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
Probleem Procedure
| Sommige lettertoetsen produceren cijfers. | Controleer of de geïntegreerde numerieke toetsen zijn geselecteerd. Druk op Fn + F11 en typ opnieuw. |
| De tekens worden niet correct weergegeven op het scherm. | Controleer of de software opnieuw wordt ingedeeld door het toetsenbord. Dat wil zeggen dat de betekenis van de toetsen door de software opnieuw wordt toegewezen. Raadpleeg de softwaredocumentatie.Als u het toetsenbord nog steeds niet kunt gebruiken, raadpleegt u uw leverancier. |
LCD-scherm
LCD-problemen kunnen te maken hebben met de computerconfiguratie.
Probleem Procedure
| Het scherm blijft leeg. | Druk op de sneltoets Fn + F5 om de beeldschermprioriteit te wijzigen, zodat deze niet op een externe monitor is ingesteld. |
| De zojuist genoemde problemen houden aan of er treden andere problemen op. | Raadpleeg de documentatie bij de software om te bepalen of het probleem wordt veroorzaakt door de software. |
| Voer de diagnostische test uit.Neem contact op met uw leverancier als de problemen aanhouden. | |
| Het scherm knippert terwijl een DVD wordt afgespeeld | Als het scherm knippert terwijl u een DVD met ondertitels afspeelt in Media Player, gebruikt u TOSHIBA DVD Player of Media Center om de DVD af te spelen. |
Vaste schijf
Probleem Procedure
| Computer wordt niet opgestart vanaf de vaste schijf. | Er is mogelijk een probleem met uw besturingssysteembestanden. Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem. |
| Computer werkt traag. | Uw bestanden zijn misschien gefragmenteerd. Voer Schijfdefragmentatie uit om de toestand van uw bestanden en schijf te controleren. Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem of de online Help voor informatie over het uitvoeren van Schijfdefragmentatie. |
| Als niets helpt, formatteert u de vaste schijf opnieuw. Vervolgens laadt u het besturingssysteem en andere bestanden opnieuw.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Solid-state drive
Probleem Procedure
| Computer wordt niet opgestart vanaf de vaste schijf. | Er is mogelijk een probleem met uw besturingssysteembestanden. Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem. |
Herstelschijven
Probleem Procedure
Het volgende bericht verschijnt wanneer u Recovery Media Creator start.
'Recovery Media Creator kan niet worden gestart omdat er geen herstelpartitie is.'
U ziet dit bericht als u de partitie eerder hebt verwijderd en een herstelmedium probeert te maken. Als er geen herstelpartitie is, kan Recovery Media Creator geen herstelmedia maken. Als u echter al een herstelmedium hebt gemaakt, kunt u hiermee de herstelpartitie herstellen.
Volg eenvoudig de aanwijzingen in het gedeelte 'De vooraf geïnstalleerde software herstellen met de herstelmedia' in deze handleiding. Hierbij moet u 'Fabrieksinstellingen herstellen' selecteren in het vervolgmenu. Als u geen herstelmedium hebt gemaakt, neemt u voor hulp contact op met de ondersteuning van TOSHIBA.
DVD Super Multi-station met Double Layer
Raadpleeg hoofdstuk 4, Basisbeginselen voor meer informatie.
Probleem Procedure
U kunt geen toegang krijgen tot een CD/DVD in het station.
Controleer of de stationslade goed dicht zit. Duw zachtjes totdat de lade vastklikt.
Open de lade en controleer of de CD/DVD goed ligt: plat op het ladeoppervlak met het opschrift omhoog.
Een vreemd voorwerp in de lade kan leesactiviteit verhinderen. Zorg dat de laser niet wordt geblokkeerd. Verwijder eventuele voorwerpen.
Controleer of de CD/DVD vuil is. Veeg de schijf zo nodig af met een schone doek die is bevochtigd met water of een neutraal schoonmaakmiddel. Raadpleeg de paragraaf Behandeling van schijven in hoofdstuk 4, Basisbeginselen, voor meer informatie over reiniging.
Probleem Procedure
| Sommige CD's/DVD's worden correct uitgevoerd, maar andere niet. | Het probleem kan worden veroorzaakt door de software- of hardwareconfiguratie. Controleer of de hardwareconfiguratie juist is voor de software. Lees de documentatie bij de CD/DVD na. |
| Controleer welk type CD/DVD u gebruikt. Het station ondersteunt: DVD-ROM: DVD-ROM, DVD-video CD-ROM: CD-DA, CD-Text, Photo CD (single/multi-session), CD-ROM Mode 1, Mode 2, CD-ROM XA Mode 2 (Form1, Form2), Enhanced CD (CD-EXTRA), Adresseringsmethode 2 ■ DVD Super Multi-station met Double Layer Beschrijfbare DVD: DVD-R/-R DL, DVD+R/+R DL, DVD-RW, DVD+RW, DVD-RAM | |
| Controleer de regiocode op de DVD. Deze moet overeenkomen met de regiocode op het DVD Super Multi-station (Double Layer). Regiocodes worden vermeld in de paragraaf Optisch station in hoofdstuk 2, Rondleiding. | |
| Kan niet goed schrijven. | Indien er problemen zijn met schrijven, controleert u of u de volgende voorschriften in acht hebt genomen: Gebruik alleen media die worden aanbevolen door TOSHIBA. Gebruik de muis en het toetsenbord niet tijdens het schrijven. Gebruik alleen de software die bij de computer is geleverd voor het opnemen van gegevens. Gebruik of start geen andere software tijdens het schrijven. Stoot niet tegen de computer tijdens het schrijven. Koppel of ontkoppel geen externe apparaten en installeer/verwijder geen interne kaarten tijdens het schrijven. Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
USB-diskettestation
Raadpleeg hoofdstuk 8, Optionele apparaten voor meer informatie.
Probleem Procedure
| Station werkt niet. Controleer de aansluiting tussen de computer en het station en kijk of deze goed vast zit. | |
| Sommigeprogramma’s worden correct uitgevoerd, maar andere niet. | Het probleem kan worden veroorzaakt door de configuratie van de hardware of de software. Ga na of deze configuraties aan de eisen voldoen (raadpleeg de relevante documentatie, bijvoorbeeld van de gebruikte software, voor meer informatie). |
| U kunt niet lezen van of schrijven naar het externe diskettestation. | Probeer het met een andere diskette. Als u toegang hebt tot deze diskette, is er iets aan de hand met de oorspronkelijke diskette (niet met het diskettestation).Als u het probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met uw verkoper, leverancier of servicemedewerker. |
Geheugenkaart: Secure Digital (SD), Secure Digital High Capacity (SDHC), Memory Stick (MS), Memory Stick Pro (MS Pro), MultiMediaCard (MMC) en xD-Picture Card (xD)
Raadpleeg hoofdstuk 8, Optionele apparaten voor meer informatie.
Probleem Procedure
| Fout met geheugenkaart | Plaats de geheugenkaart opnieuw en zorg dat deze stevig vastzit.Raadpleeg de documentatie bij de kaart. |
| U kunt niet schrijven naar de geheugenkaart. | Controleer of de kaart beveiligd is tegen schrijven. |
| U kunt een bestand niet lezen. | Controleer of de geheugenkaart die in de sleuf is ingebracht, het gewenste bestand bevat.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Aanwijsapparaat
Als u een USB-muis gebruikt, raadpleeg dan tevens de paragraaf USB in dit hoofdstuk, en de documentatie bij de muis.
Touchpad
Probleem Procedure
| Schermaanwijzer reageert niet wanneer het touchpad wordt gebruikt. | Misschien is het systeem bezet. Als de aanwijzer de vorm van een zandloper heeft, wacht u tot de aanwijzer weer de normale vorm heeft en probeert u het opnieuw. |
| Dubbel aantikken werkt niet | Wijzig de dubbelkliksnelheid in het hulpprogramma voor muisbesturing.1. U opent dit hulpprogramma door te klikken op Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis (onder Apparaten en printers).2. Klik in het venster Muiseigenschappen op het tabblad Knoppen.3. Stel de dubbelkliksnelheid naar wens in en klik op OK. |
| Schermaanwijzer wordt te snel of te traag verplaatst. | Wijzig de snelheid van de aanwijzer in het hulpprogramma voor muisbesturing.1. U opent dit hulpprogramma door te klikken op Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis (onder Apparaten en printers).2. Klik in het venster Muiseigenschappen op het tabblad Aanwijzeropties.3. Stel de snelheid van de aanwijzer naar wens in en klik op OK. |
Probleem Procedure
Het touchpad reageert te sterk.
Wijzig de gevoeligheid van het touchpad.
- U opent dit hulpprogramma door te klikken op Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis (onder Apparaten en printers).
- Klik in het venster Muiseigenschappen op het tabblad Geavanceerd.
- Klik op de knop Geavanceerde functies instellen....
- Geavanceerde functies instellen wordt weergegeven.
- Klik op de knop Instellingen... in het gedeelte Aanwijzersnelheid en instellingen voor tikken.
- Een venster met uitgebreide touchpadinstellingen wordt weergegeven.
- Verplaats de schuifregelaar voor Aanraakgevoeligheid om de gevoeligheid aan te passen.
- Klik op OK.
- Klik op OK op het tabblad Geavanceerde functies instellen.
Als u het probleem nog steeds niet kunt oplossen, neemt u contact op met uw verkoper, leverancier of servicemedewerker.
USB
Raadpleeg tevens de documentatie bij uw USB-apparaat.
Probleem Procedure
USB-apparaat werkt niet.
Controleer of de kabelverbinding tussen de USB-poort op de computer en het USB-apparaat in orde is.
Controleer of de USB-apparaatstuurprogramma's correct zijn geïnstalleerd. Raadpleeg de documentatie van Windows® 7 voor informatie over het controleren van de stuurprogramma's.
Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier.
USB-muis
| Probleem Procedure | |
| Schermaanwijzer reageert niet wanneer de muis wordt gebruikt. | Misschien is het systeem bezet. Als de aanwijzer de vorm van een zandloper heeft, wacht u tot de aanwijzer weer de normale vorm heeft en probeert u het opnieuw. |
| Controleer of de muis correct op de USB-poort is aangesloten. | |
| Dubbelklikken werkt niet. | Wijzig de dubbelkliksnelheid in het hulpprogramma voor muisbesturing.1. U opent dit hulpprogramma door te klikken op Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis (onder Apparaten en printers).2. Klik in het venster Muiseigenschappen op het tabblad Knoppen.3. Stel de dubbelkliksnelheid naar wens in en klik op OK. |
| Schermaanwijzer wordt te snel of te traag verplaatst. | Wijzig de snelheid van de aanwijzer in het hulpprogramma voor muisbesturing.1. U opent dit hulpprogramma door te klikken op Configuratiescherm -> Hardware en geluiden -> Muis (onder Apparaten en printers).2. Klik in het venster Muiseigenschappen op het tabblad Aanwijzeropties.3. Stel de snelheid van de aanwijzer naar wens in en klik op OK. |
| U kunt de muisaanwijzer niet normaal verplaatsen. | Misschien is de muis vuil. Raadpleeg de documentatie bij de muis voor informatie over schoonmaken.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Functie voor USB-slaapstand en laden
| Probleem Procedure | |
| Ik kan de functie‘USB-slaapstand en laden’ niet gebruiken. | De functie ‘USB-slaapstand en laden’ is mogelijk ingesteld op [Uitgeschakeld]. Wijzig de instelling in [Ingeschakeld] in het TOSHIBA-hulpprogramma USB-slaapstand en laden. |
| Als het externe apparaat dat op de compatibele poort is aangesloten, te veel stroom trekt, kan de toevoer van USB-stroom (5 V) uit veiligheidsoverwegingen worden gestopt. Als dit gebeurt, koppelt u een extern apparaat los als meerdere externe apparaten zijn aangesloten. Zet vervolgens de computer aan om de functie te herstellen. Als deze functie nog steeds niet kan worden gebruikt terwijl slechts één extern apparaat is aangesloten, dient u dit externe apparaat niet te gebruiken aangezien het stroomverbruik boven de aanvaardbare waarde van deze computer ligt. | |
| Sommige externe apparaten kunnen de functie ‘USB-slaapstand en laden’ niet gebruiken. Probeer in dat geval een of meer van de volgende methoden.■ Wijzig de instellingen voor de stroomvoorzieningsmodus in het TOSHIBA-hulpprogramma USB-slaapstand en laden.■ Zet de computer uit terwijl externe apparaten zijn aangesloten.■ Sluit de externe apparaten aan nadat u de computer hebt uitgezet.Als deze functie nog steeds niet kan worden gebruikt, wijzig de instelling dan in [Disabled] in BIOS Setup en gebruik de functie niet. | |
Probleem Procedure
| De accu raakt snel leeg, zelfs nadat ik de computer heb uitgeschakeld. | Als de functie ‘USB-slaapstand en laden’ is ingesteld op [Inschakelen], krijgen externe apparaten die zijn aangesloten op compatibele poorten USB-stroom (5 V). Als een extern apparaat is aangesloten op een compatibele poort terwijl de netadapter niet op de computer is aangesloten, zal de accu van de computer leeg raken, zelfs als de computer is uitgeschakeld.Sluit de netadapter aan op de computer of wijzig de instelling voor ‘USB-slaapstand en laden’ in [Uitschakelen]. Als er een USB-poort is waarvoor het pictogram voor compatibiliteit met USB-slaapstand en slapen (↓) niet wordt weergegeven, gebruikt u die poort. |
| Externe apparaten die zijn aangesloten op een compatibele poort werken in dit geval niet. | Sommige externe apparaten werken niet als ze zijn aangesloten op een compatibele poort terwijl de functie ‘USB-slaapstand en laden’ in het TOSHIBA-hulpprogramma USB-slaapstand en laden is ingesteld op [Ingeschakeld].Sluit het externe apparaat opnieuw aan nadat u de computer hebt aangezet.Als het externe apparaat nog steeds niet werkt, sluit u het apparaat aan op een USB-poort zonder pictogram voor de functie ‘USB-slaapstand en laden’ (↓) of wijzigt u de instelling voor de functie ‘USB-slaapstand en laden’ in het TOSHIBA-hulpprogramma USB-slaapstand en laden in [Uitgeschakeld]. |
| De functie USB-activering werkt niet. | Als de functie ‘USB-slaapstand en laden’ in het TOSHIBA-hulpprogramma USB-slaapstand en laden is ingesteld op [Ingeschakeld], werkt de functie ‘USB-activering’ niet voor poorten die de functie ‘USB-slaapstand en laden’ ondersteunen.Gebruik in dat geval een USB-poort zonder pictogram voor de functie ‘USB-slaapstand en laden’ (↓) of wijzig de instelling voor deze functie in het TOSHIBA-hulpprogramma USB-slaapstand en laden in [Uitgeschakeld]. |
Geheugenuitbreiding
Raadpleeg ook hoofdstuk 8, Optionele apparaten, voor informatie over het installeren van geheugenmodules.
Probleem Procedure
| De computer loopt vast | Controleer of de geheugenmodule die in de uitbreidingssleuf is geïnstalleerd, compatibel is met de computer.Als een incompatibele module is geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit.1. Schakel de computer uit.2. Ontkoppel de netadapter en alle randapparaten.3. Verwijder de accu-eenheid.4. Verwijder de geheugenmodule.5. Plaats de accu-eenheid terug en/of sluit de netadapter aan.6. De computer inschakelen.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Geluidssysteem
Raadpleeg tevens de documentatie bij uw geluidsapparatuur.
Probleem Procedure
| Geen geluid hoorbaar. | Controleer de volume-instellingen in de software. |
| Ga na of de hoofdtelefoon stevig is aangesloten.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Externe monitor
Raadpleeg ook hoofdstuk 8, Optionele apparaten, en de documentatie bij uw monitor.
Probleem Procedure
| Monitor kan niet worden ingeschakeld. | Controleer of de aan/uit-schakelaar van de externe monitor op aan staat. Ga na of het netsnoer van de monitor op het stopcontact is aangesloten. |
| Het scherm blijft leeg. Stel het contrast en de helderheid op de externe monitor bij. |
| Druk op de sneltoets Fn + F5 om de beeldschermprioriteit te wijzigen, zodat deze niet op het interne beeldscherm is ingesteld. |
| Beeldschermfout Controleer of de kabel tussen de externe monitor en de computer stevig is bevestigd. |
| Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
Modem
Probleem Procedure
| Communicatiesoftware kan de modem niet initialiseren. | Controleer of de instellingen van de computermodem correct zijn. Raadpleeg Telefoon- en modemopties in het Configuratiescherm. |
| U hoort een kiestoon maar u kunt niet bellen | Als u een PBX-verbinding gebruikt, dient u te zorgen dat de functie voor toonkeuzedetectie van de toepassing is uitgeschakeld.U kunt tevens de opdracht ATX gebruiken. |
| U hebt een nummer gebeld, maar er kan geen verbinding worden gemaakt | Controleer of de instellingen in de communicatietoepassing correct zijn. |
| U hoort geen belsignaal nadat u een nummer belt. | Controleer of de keuzemethode (toon/puls) in de communicatietoepassing correct is ingesteld.U kunt tevens de opdracht ATD gebruiken. |
| De communicatie wordt plotseling afgebroken. | De communicatie wordt automatisch afgebroken wanneer een bepaalde tijd lang geen draaggolf is waargenomen. Probeer de tijdlimiet voor draaggolfdetectie te verlengen. |
Probleem Procedure
| Een CONNECT-bericht wordt snel opgevolgd door NO CARRIER | Controleer de instelling voor foutcontrole (Error control) in de communicatietoepassing.U kunt tevens de opdracht AT\N gebruiken. |
| Verstoorde tekenweergave tijdens communicatie. | Controleer of de instellingen voor het pariteitsbit en het stopbit (voor gegevensoverdracht)corresponderen met die van de andere computer.Controleer de transportbesturing (flow control) en het communicatieprotocol. |
| U kunt een binnenkomende oproep niet ontvangen. | Controleer in de communicatietoepassing na hoeveel belsignalen een oproep automatisch wordt beantwoord.U kunt tevens de opdracht ATS0 gebruiken.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
LAN
Probleem Procedure
| Kan geen toegang krijgen tot het LAN. | Controleer of de kabel tussen de LAN-poort en de LAN-hub stevig is aangesloten.Als de problemen aanhouden, raadpleegt u de LAN-beheerder. |
Draadloos LAN
Als u na het uitvoeren van de volgende procedure nog steeds geen toegang tot het LAN hebt, neemt u contact op met de netwerkbeheerder. Voor meer informatie over draadloze communicatie raadpleegt u hoofdstuk 4, Basisbeginselen.
Probleem Procedure
| Kan geen toegang krijgen tot draadloos LAN | Controleer of de schakelaar voor draadloze communicatie van de computer op aan staat.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met de LAN-beheerder. |

De functie voor draadloos LAN is niet op alle modellen beschikbaar.
Sensor voor vingerafdrukken
| Probleem Procedure | |
| De vingerafdruk wordt niet correct gelezen | Probeer het opnieuw op de juiste manier.RaadpleegDe sensor voor vingerafdrukken gebruikenin hoofdstuk 4,Basisbeginselen.Voer het herkenningsproces opnieuw uit met een andere opgeslagen vinger. |
| De vingerafdruk kan niet worden gelezen vanwege verwondingen aan de vinger | Voer het herkenningsproces opnieuw uit met een andere opgeslagen vinger.Als de vingerafdruk van geen enkele opgeslagen vinger kan worden gelezen, meldt u zich ditmaal aan door het wachtwoord in te voeren via het toetsenbord.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
| De vingerafdrukfunctie of de functie voor enkelvoudige aanmelding kan niet worden ingeschakeld | Gebruik TOSHIBA HW Setup om het gebruikerswachtwoord te registreren als dit nog niet is geregistreerd. |
| De vingerafdrukfunctie werkt niet | Zorg dat u een vingerafdruk hebt geregistreerd in uw Windows®-account.Stel het gebruikerswachtwoord in via TOSHIBA HW Setup en start het systeem opnieuw op.Zorg dat het vakje ‘Enable Pre-OS Fingerprint Authentication’ in TrueSuite Access Manager een vinkje bevat. |
ExpressCard
Raadpleeg ook hoofdstuk 8, Optionele apparaten.
Probleem Procedure
| ExpressCard-fout Plaats de ExpressCard opnieuw om te zorgen dat deze stevig vastzit. |
| Controleer of er een stevige verbinding is tussen het externe apparaat en de kaart. |
| Raadpleeg de documentatie bij de kaart.Als de problemen aanhouden, neemt u contact op met uw leverancier. |
TOSHIBA-ondersteuning
Als u extra technische hulp nodig hebt of als u problemen hebt bij het gebruik van de computer, kunt u contact opnemen met TOSHIBA.
Voordat u opbelt
Aangezien sommige problemen wellicht te wijten zijn aan het besturingssysteem of het programma dat u gebruikt, is het belangrijk om eerst andere hulpbronnen te raadplegen. Probeer het volgende alvorens contact op te nemen met TOSHIBA:
■ Bestudeer de informatie over probleemoplossing in de documentatie bij de software en randapparaten.
Als een probleem optreedt tijdens de uitvoering van softwareprogramma's, zoekt u in de softwaredocumentatie naar suggesties voor het oplossen van problemen. Neem zo nodig contact op met de afdeling voor technische ondersteuning van het softwarebedrijf.
- Neem contact op met de leverancier waar u de computer en/of software hebt gekocht. Uw leverancier is de aangewezen bron van actuele informatie.
Schrijven naar TOSHIBA
Als u het probleem nog steeds niet kunt verhelpen en u vermoedt dat het met de hardware te maken heeft, schrijft u naar TOSHIBA (zie de bijgeleverde garantie-informatie voor het adres) of gaat u naar www.toshiba-europe.com op internet.
Hoofdstuk 10
Wettelijke voetnoten
Dit hoofdstuk bevat de wettelijke voetnoten die van toepassing zijn op TOSHIBA-computers. In deze handleiding wordt met *XX aangegeven welke wettelijke voetnoot betrekking heeft op TOSHIBA-computers. Verklaringen die betrekking hebben op deze computer, worden in deze handleiding gemarkeerd met de aanduiding *XX in blauw. Wanneer u op *XX klikt, wordt de corresponderende verklaring weergegeven.
Processor
Juridische verklaring met betrekking tot CPU-prestaties. De prestaties van de CPU (Central Processing Unit ofwel Centrale Verwerkingseenheid) in uw computer kunnen afwijken van de specificaties, onder invloed van de volgende factoren:
■ gebruik van bepaalde externe randapparaten;
- gebruik van accuvoeding in plaats van netvoeding;
- gebruik van bepaalde multimedia, door de computer gegenereerde afbeeldingen of videoepassingen;
■ gebruik van standaardtelefoonlijnen of langzame netwerkverbindingen;
- gebruik van complexe ontwerpsoftware, bijvoorbeeld geavanceerde CAD-toepassingen;
■ gelijktijdig gebruik van verschillende toepassingen of functies;
- gebruik van de computer in gebieden met lage luchtdruk (grote hoogte > 1000 meter boven zeeniveau);
- gebruik van de computer bij temperaturen onder 5 °C of boven 30 °C, of boven 25 °C op grote hoogte. (Deze temperatuurlimieten zijn niet precies en kunnen afwijken al naar gelang het specifieke computermodel. Raadpleeg de computerdocumentatie of bezoek de Toshiba-website op www.pcsupport.toshiba.com voor meer informatie.)
De CPU-prestaties kunnen bovendien afwijken van de specificaties als gevolg van de ontwerpconfiguratie.
In bepaalde omstandigheden kan het gebeuren dat de computer wordt uitgeschakeld. Dit is een normale beschermende maatregel ter voorkoming van gegevensverlies of beschadiging van het product bij gebruik buiten de aanbevolen omstandigheden. Vermijd het risico van gegevensverlies door altijd back-ups van gegevens te maken. Dit doet u door de gegevens van tijd tot tijd op een extern opslagmedium op te slaan. Voor optimale prestaties dient u uw computer alleen onder de aanbevolen omstandigheden te gebruiken. Lees de aanvullende beperkingen in de productdocumentatie door. Neem voor meer informatie contact op met de TOSHIBA-afdeling voor service en ondersteuning. Raadpleeg het gedeelte TOSHIBA-ondersteuning in hoofdstuk 9, Problemen oplossen, voor meer informatie.
64-bits computergebruik.
64-bits processors zijn ontworpen voor 32-bits en 64-bits computergebruik.
Voor 64-bits computergebruik moet worden voldaan aan de volgende hardware- en softwarevereisten:
■ 64-bits besturingssysteem
■ 64-bits processor, chipset en BIOS (Basic Input/Output System)
64-bits apparaatstuurprogramma's
■ 64-bits toepassingen
Bepaalde apparaatstuurprogramma's en/of toepassingen zijn mogelijk niet compatibel met 64-bits processoren en werken daarom niet correct. Een 32-bits versie van het besturingssysteem is vooraf op uw computer geïnstalleerd, tenzij expliciet wordt vermeld dat het besturingssysteem 64-bits is.
Hoofdgeheugen
Een deel van het hoofdsysteemgeheugen kan door het grafische systeem worden gebruikt om de grafische prestaties te verbeteren, waardoor de beschikbare hoeveelheid systeemgeheugen voor andere computeractiviteiten afneemt. De hoeveelheid systeemgeheugen die wordt toegewezen om de grafische prestaties te verbeteren, hangt af van het grafische systeem, de gebruikte toepassingen, de grootte van het systeemgeheugen en andere factoren. Voor computers met 4 GB systeemgeheugen zal de totale hoeveelheid systeemgeheugen voor computeractiviteiten aanzienlijk minder zijn en afhangen van het model en de systeemconfiguratie.
Gebruiksduur van de accu
De gebruiksduur van de accu varieert sterk al naar gelang factoren zoals productmodel, configuratie, toepassingen, energiebeheerinstellingen en gebruikte functies. Bovendien is de gebruiksduur onderhevig aan de natuurlijke prestatievariaties die voortvloeien uit het ontwerp van afzonderlijke onderdelen. Bepaalde modellen en configuraties die door TOSHIBA vóór het tijdstip van publicatie zijn getest, worden geleverd met een classificatie voor de gebruiksduur van de accu. De oplaadtijd is afhankelijk van het gebruik. De accu wordt mogelijk niet opgeladen wanneer de computer maximale stroom verbruikt.
Nadat de accu meerdere malen is opgeladen en ontladen, kan deze niet langer op maximale capaciteit werken en is het tijd voor vervanging. Dat geldt voor alle accu's. Zie de informatie over accessoires die bij de computer is geleverd om na te gaan hoe en waar u een nieuwe accu-eenheid kunt aanschaffen.
Capaciteit van vaste schijf (HDD)
1 Gigabyte (GB) betekent 109 = 1.000.000.000 bytes met de macht 10. Het besturingssysteem van de computer vermeldt de opslagcapaciteit echter met de macht 2 waarbij GB = 230 = 1.073.741.824 bytes. Hierdoor wordt een lagere geheugencapaciteit vermeld. De beschikbare opslagcapaciteit is minder als er op het product een of meer besturingssystemen zijn vooraf geïnstalleerd, zoals Microsoft Windows, en/of een of meer toepassingen zijn vooraf geïnstalleerd. De werkelijke capaciteit na formatteren kan per model verschillen.
LCD
Na verloop van tijd en afhankelijk van het gebruik van de computer, neemt de helderheid van het LCD-scherm af. Dit is een bekend kenmerk van de LCD-technologie.
Maximale helderheid is alleen beschikbaar wanneer de computer op netvoeding wordt gebruikt. Het beeldscherm wordt gedimd wanneer computer op accu-energie wordt gebruikt. Het is niet mogelijk de helderheid van het scherm te vergroten.
De prestaties van de GPU ofwel Graphics Processing Unit wisselen al naar gelang het productmodel, de ontwerpconfiguratie, de toepassingen, de instellingen voor energiebeheer en de gebruikte functies.
De GPU-prestaties worden alleen geoptimaliseerd wanneer het apparaat op netstroom werkt. De prestaties zijn aanzienlijk minder wanneer de accu wordt gebruikt.
De totaal beschikbare hoeveelheid grafisch geheugen is het totaal van, indien van toepassing, speciaal videogeheugen, systeemvideogeheugen en gedeeld systeemgeheugen. De hoeveelheid gedeeld videogeheugen hangt af van de grootte van het systeemgeheugen en andere factoren.
Draadloos LAN
De verzendsnelheid via het draadloos LAN en het maximale bereik van draadloos LAN kunnen variëren al naar gelang de elektromagnetische omgeving, obstakels, ontwerp en configuratie van toegangspunten, clientontwerp en software-/hardwareconfiguratie. De werkelijke verzendsnelheid zal lager zijn dan de theoretische maximumsnelheid.
De draadloze adapter is gebaseerd op conceptversie 2.0 van de IEEE 802.11n-specificatie en is mogelijk niet volledig compatibel met of ondersteunt niet alle functies (zoals beveiliging) van bepaalde Wi-Fi-apparatuur.
Kopieerbeveiliging
Technologie ter bescherming van het auteursrecht in sommige media verhindert mogelijk het weergeven en opnemen van die media.
Afbeeldingen
Alle afbeeldingen zijn gesimuleerd voor illustratiedoeleinden.
Niet-toepasselijke pictogrammen
Bepaalde computerchassis zijn ontworpen om alle mogelijke configuraties voor een volledige productserie te huisvesten. Het door u geselecteerde model heeft dus mogelijk niet alle voorzieningen en specificaties die corresponderen met de pictogrammen of schakelaars op het computerchassis.
USB-slaapstand en laden
De functie ‘USB-slaapstand en laden’ werkt mogelijk niet bij bepaalde apparaten, zelfs als deze compatibel zijn met de USB-specificatie. Zet in die gevallen de computer aan om het apparaat op te laden.
Bijlage A
Specifications
Deze bijlage verschaft een overzicht van de technische kenmerken van de computer.
Werkomgeving
| Omstandigheden Omgevingstemperatuur Relatieve vochtigheid | |
| In werking 5°C tot 35°C 20% tot 80% | (geen condensvorming) |
| Niet in werking -20°C tot 65°C 10% tot 90% | (geen condensvorming) |
| Natte-boltemperatuur maximaal 26 °C | |
| Omstandigheden Hoogte(vanaf zeeniveau) | |
| In werking 0 tot 3.000 meter | |
| Niet in werking 0 tot 10.000 meter | |
| Stroomvoorziening | |
| Netadapter 100 -240 V wisselstroom50 of 60 hertz (cycli per seconde) | |
| Computer 19 V gelijkstroom | |
Ingebouwde modem

Deze informatie is van toepassing op modellen met een ingebouwde modem.
| Network control unit (NCU) | |
| Type NCU AA | |
| Type lijn Telefoonlijn (alleen analoog) | |
| Keuzesysteem PulsToon | |
| Besturingsopdracht AT-opdrachtenEIA-578-opdrachten | |
| Controlefunctie Computerluidspreker | |
| Communicatiespecificaties | |
| Communicatiesysteem Data: FullduplexFax: Halfduplex | |
| Communicatieprotocol Data | |
| ITU-T-Rec(Voorheen CCITT) Bell Fax:ITU-T-Rec(voorheen CCITT) V.21/V.22/V.22bis/V.32/V.32bis/V.34/V.90/V.92103/212A V.17/V.29/V.27ter/V.21 ch2 | |
| Communicatiesnelheid Gegevenstransmissie en -ontvangst300/1200/2400/4800/7200/9600/12000/14400/16800/19200/21600/24000/26400/28800/31200/33600 bpsGegevensontvangst alleen met V.9028000/29333/30666/32000/33333/34666/36000/37333/38666/40000/41333/42666/44000/45333/46666/48000/49333/50666/52000/53333/54666/56000 bpsFax2400/4800/7200/9600/12000/14400 bps | |
| Verzendniveau -10 dBm | |
| Ontvangstniveau -10 tot -40 dBm | |
| Invoer-/uitvoerimpedantie 600 ohm ±30% | |
| Foutcorrectie MNP klasse 4 en ITU-T V.42 | |
| Datacompressie MNP klasse 5 en ITU-T V.42bis | |
| Stroomvoorziening +3,3 V (geleverd door computer) | |
Bijlage B
Beeldschermcontroller
Beeldschermcontroller
De beeldschermcontroller zet software-opdrachten om in hardware-opdrachten die bepaalde pixels in- of uitschakelen.
De controller is een geavanceerde VGA-kaart (Video Graphics Array) die SVGA (Super VGA) en XGA (Extended Graphics Array) ondersteunt voor het interne LCD-scherm en externe monitors.
Een op de computer aangesloten externe monitor met hoge resolutie kan maximaal 2048 horizontale en 1536 verticale pixels in maximaal 16 miljoen kleuren weergeven.
De schermcontroller bestuurt tevens de videomodus, die de schermresolutie en het maximum aantal kleuren op het beeldscherm bepaalt op basis van industriestandaardregels.
Software die voor een bepaalde videomodus is geschreven, kan worden gebruikt op elke computer die deze modus ondersteunt.
De schermcontroller van de computer ondersteunt alle SVGA- en XGA-modi, de meest gangbare industrienormen.
Bijlage C
Draadloos LAN
Kaartspecificaties
| Model PCI Express Mini-kaart | |
| Compatibiliteit | IEEE 802.11-norm voor draadloze LAN'sWi-Fi (Wireless Fidelity), gecertificeerd door de Wi-Fi Alliance. Het logo ‘Wi-Fi certified’ is een keurmerk van de Wi-Fi Alliance. |
| Netwerkbesturings-systeem | Microsoft® Windows Networking |
| Media Access Protocol | CSMA/CA (Collision Avoidance) met Acknowledgement (ACK) |
| Gegevenssnelheid | 54/48/36/24/18/12/9/6 Mb/s (a/IEEE 802.11g)11/5.5/2/1 Mb/s (IEEE 802.11 b) |

De functie voor draadloos LAN is niet op alle modellen beschikbaar.
Radiospecificaties
De radiospecificaties van draadloze LAN-kaarten kunnen variëren per:
■ land/regio waarin het product is aangeschaft
type product
Draadloze communicatie is vaak gebonden aan plaatselijke voorschriften voor radiocommunicatie. Hoewel netwerkproducten voor draadloos LAN zijn ontworpen voor gebruik op de vrij toegankelijk band 2,4 GHz en 5 GHz, is het mogelijk dat onder plaatselijke radiovoorschriften beperkingen worden gesteld aan het gebruik van apparatuur voor draadloze communicatie.
RF-frequentie
■ Band 2,4 GHz (2400-2497 MHz) voor 802.11b/g/n (conceptversie)
■ Band 5 GHz (5150-5850 MHz) voor 802.11a/n (conceptversie)
Modulatietechniek
■ DSSS-CCK, DSSS-DQPSK, DSSS-DBPSK (IEEE 802.11b)
■ OFDM-BPSK, OFDM-QPSK,
OFDM-16QAMOFDM-16QAM ( IEEE802.11a/g)
Het bereik van het draadloze signaal is afhankelijk van de overdrachtssnelheid van het draadloze communicatie-apparaat.
Bij een lagere overdrachtssnelheid kan over grotere afstanden worden gecommuniceerd.
■ Het bereik van uw draadloze apparaten kan worden aangetast wanneer de antennes in de buurt van metalen oppervlakken en materialen met een hoge dichtheid worden geplaatst.
- Het bereik kan eveneens afnemen als gevolg van obstakels op het pad van het radiosignaal. Deze obstakels kunnen het radiosignaal namelijk absorberen of reflecteren.
Ondersteunde subfrequenties
Afhankelijk van de radiovoorschriften die in uw land/regio van kracht zijn, is het mogelijk dat uw draadloos LAN-kaart een afwijkende groep 2,4 GHz-kanalen ondersteunt. Neem contact op met een bevoegde draadloos LAN- of TOSHIBA-leverancier voor informatie over de radiovoorschriften die in uw land/regio van kracht zijn.
Wireless IEEE 802.11-kanalen (Revisie B, G en N [concept])
| Frequentiebereik Kanaal-id | 2400-2483.5 MHz | ||
| 1 | 2 | 4 | 1 |
| 2 | 2 | 4 | 1 |
| 3 | 2 | 4 | 2 |
| 4 | 2 | 4 | 2 |
| 5 | 2 | 4 | 3 |
| 6 | 2 | 4 | 3 |
| 7 | 2 | 4 | 4 |
| 8 | 2 | 4 | 4 |
| 9 | 2 | 4 | 5 |
| 10 2457 | |||
| 11 2462 | |||
| 12 2467 | *1 | ||
| 13 2472 | *1 |
*1 Controleer of deze kanalen in uw land/regio kunnen worden gebruikt. Tijdens de installatie van kaarten voor draadloos LAN worden de kanalen als volgt geconfigureerd:
■ Voor draadloze clients in een draadloze LAN-infrastructuur start de draadloze LAN-kaart automatisch met het kanaal dat wordt aangeduid door het draadloze LAN-toegangspunt. Wanneer u wisselt tussen verschillende toegangspunten, kan het station zo nodig automatisch overschakelen op een ander kanaal.
In een draadloos LAN-toegangspunt gebruikt de draadloos LAN-kaart het door de fabrikant ingestelde standaardkanaal (vetgedrukt), tenzij de LAN-beheerder tijdens de configuratie van het draadloze LAN-toegangspunt een ander kanaal heeft geselecteerd.
Bijlage D
Netsnoer en connectoren
De stekker van het netsnoer moet compatibel zijn met de diverse internationale wandcontactaansluitingen en het netsnoer moet voldoen aan de normen van het land/gebied waarin het wordt gebruikt. Alle snoeren moeten voldoen aan de volgende specificaties:
lengte: Minimaal 1,7 meter
Kabeldikte: Minimaal 0,75 mm 2
Stroomsterkte: Minimaal 2,5 ampère
Spanning: 125 of 250 V wisselstroom (afhankelijk van de netspanning die in het land/gebied wordt gebruikt)
Certificeringsinstanties
VS en Canada: Goedgekeurd door UL en CSA Nr. 18 AWG, Type SVT of SPT-2 dubbelgeleider
Australië: AS
Japan: DENANHO
Europa:
Oostenrijk: OVE Italië: IMQ
| België: | CEBEC | Nederland: | KEMA |
| Denemarken: | DEMKO | Noorwegen: | NEMKO |
| Finland: | SETI | Zweden: | SEMKO |
| Frankrijk: | UTE | Zwitserland: | SEV |
| Duitsland: | VDE | Verenigd Koninkrijk: | BSI |
In Europa moet gebruik worden gemaakt van netsnoeren van het type VDE, H05VVH2-F (dubbelgeleider).
Voor de Verenigde Staten en Canada moeten stekkers de configuratie 2-15P (250 V) of 1-15P (125 V) hebben, conform het U.S. National Electrical Code Handbook en de Canadian Electrical Code Part II.
In de onderstaande illustraties worden de stekkervormen voor de VS en Canada, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Europa weergegeven.
V.S. en Canada Verenigd Koninkrijk

Goedgekeurd door UL Goedgekeurd door CSA

Goedgekeurd door de desbetreffende instantie
Bijlage E
Het programma TOSHIBA PC Health Monitor controleert functies van het computersysteem, zoals stroomverbruik, het koelsysteem en de HDD/SSD-waarschuwing. Het programma waarschuwt gebruikers via pop-upberichten over specifieke systeemstatussen. Het houdt ook het gebruik van de computer en verwante apparaten bij, waarbij relevante informatie wordt opgeslagen in een logbestand op de vaste schijf van de computer.
■ Het programma verzamelt onder andere de volgende informatie: werkingsduur van het apparaat en het aantal activeringen of statuswijzigingen (dat wil zeggen, het aantal malen dat de aan/uit-knop en combinaties met de Fn-toets worden gebruikt, netadapter, accu, LCD, ventilator, vaste schijf, geluidsvolume, schakelaar voor draadloze communicatie, TOSHIBA Express Port Replicator en USB-informatie), datum waarop het systeem voor het eerst werd gebruikt, en het gebruik van computer en apparaten (zoals energie-instellingen, accutemperatuur, het opladen van de accu, CPU, geheugen, gebruiksduur van de schermverlichting en de temperatuur voor diverse apparaten), exemplaarspecifieke gegevens (zoals productnaam, modelnummer, artikelnummer, serienummer, BIOS-versie, firmwareversie) van het systeem en componenten (zoals video-apparaat, geluidsapparaat, netwerkapparaat, vaste schijf, solid-state drive, optisch station) en informatie over het besturingssysteem en de software (zoals versie en installatiedatum van het besturingssysteem, DirectX-versie, versie van Internet Explorer, geïnstalleerde updates en lijsten met stuurprogramma's). De opgeslagen gegevens nemen een klein deel van de totale ruimte van de vaste schijf in beslag, circa 10 MB of minder per jaar.
Deze informatie wordt gebruikt om de systeemstatus te bepalen en een bericht over het effect hiervan op de prestaties van uw Toshiba-computer te tonen. De informatie kan ook worden gebruikt om een diagnose van problemen te stellen indien de computer onderhoud vereist door Toshiba of een door Toshiba erkende servicedienst. Daarnaast kan Toshiba deze informatie ook gebruiken voor kwaliteitscontrole en -analyse. Onder voorwaarde van de bovenstaande beperkingen kunnen de gegevens die zijn vastgelegd op de vaste schijf worden overgedragen aan instanties buiten het land of de regio waarin u verblijft (zoals de Europese Unie). Deze landen kunnen wel of niet beschikken over de wetten of niveaus voor gegevensbeveiliging die zijn vereist in uw land of regio van verblijf.
Nadat u TOSHIBA PC Health Monitor hebt ingeschakeld, kunt u dit op elk gewenst moment uitschakelen door de software te verwijderen via Een programma verwijderen in Configuratiescherm. Hiermee wordt tevens alle verzamelde informatie van de vaste schijf verwijderd.
De software TOSHIBA PC Health Monitor vergroot of wijzigt op geen enkele wijze de verplichtingen van Toshiba volgens de standaard beperkte garantie. De voorwaarden en beperkingen in de standaard beperkte garantie van Toshiba blijven van toepassing.
U kunt TOSHIBA PC Health Monitor als volgt starten:
■ Dubbelklik op TOSHIBA PC Health Monitor in het Welkomstcentrum.
Klik op Start -> Alle programma's -> TOSHIBA -> Hulpprogramma's -> PC Health Monitor.
Klik op het pictogram in het systeemvak en klik op het bericht 'TOSHIBA PC Health Monitor is niet ingeschakeld. Klik hier voor meer informatie.' wanneer dit verschijnt. (*)
Ongeacht de gebruikte methode verschijnt er een venster met uitleg over TOSHIBA PC Health Monitor.
Klik op Volgende om het venster TOSHIBA PC Health Monitor Software Notice & Acceptance weer te geven. Lees zorgvuldig de weergegeven informatie. Als u 'lk ga akkoord' selecteert en vervolgens op OK klikt, wordt het programma ingeschakeld. Door de software TOSHIBA PC Health Monitor in te schakelen gaat u akkoord met deze voorwaarden en bepalingen en met het gebruiken en delen van de verzamelde informatie. Nadat het programma is ingeschakeld, verschijnt het venster TOSHIBA PC Health Monitor en start het programma met het controleren van de systeemfuncties en het verzamelen van informatie.
(*) Dit bericht wordt niet meer weergegeven nadat u klikt op Enable this software program now (Deze software nu inschakelen) of Disable this software program now (Deze software nu uitschakelen) in het venster TOSHIBA PC Health Monitor Software Notice & Acceptance.
Als een bericht van TOSHIBA PC Health Monitor wordt weergegeven
Er wordt een bericht weergegeven als er wijzigingen worden gedetecteerd die de werking van het programma kunnen verstoren. Als het volgende speciale bericht verschijnt, voert u de onderstaande procedures uit.
Als het bericht It is possible that the PC cooling performance has decreased. Please click [OK] to run the TOSHIBA Cooling Performance Diagnostic Tool to check the cooling performance of your PC.' ((Het is mogelijk dat de koelprestaties van de pc zijn afgenomen. Klik op OK om het diagnostisch programma voor koelprestaties van uw pc uit te voeren.)
- Klikt u op OK om TOSHIBA Cooling Performance Diagnostic Tool te starten.
- Het is mogelijk dat de koelprestaties van de pc zijn afgenomen. We raden u ten zeerste aan uw computer te laten nakijken door een geautoriseerde Toshiba servicemedewerker.
Als u de pc nog even moet gebruiken voordat u deze naar de erkende Toshiba serviceprovider brengt, verdient het aanbeveling een andere instelling voor koelmethode te kiezen.
Klik op Start -> Configuratiescherm -> Systeem en beveiliging -> Energiebeheer -> Gebalanceerd -> De schema-instellingen wijzigen -> Geavanceerde energie-instellingen wijzigen -> TOSHIBA Power Saver -> Instellingen koelmethode -> Op accu EN Op netvoeding -> Optimaal accugebruik.
Dit diagnostische programma voor koelprestaties van de pc vormt geen uitbreiding of wijziging van Toshiba's verplichtingen binnen de standaard beperkte aansprakelijkheid. De voorwaarden en beperkingen in de standaard beperkte garantie van Toshiba blijven van toepassing.
* Als er een ander bericht wordt weergegeven, volgt u de instructies op het scherm.
Bijlage F
Als uw computer wordt gestolen

Ga verantwoord met uw computer om en probeer diefstal te voorkomen. U bent de eigenaar van een waardevol apparaat dat zeer aantrekkelijk is voor dieven: laat het dus nooit onbeheerd achter. Extra bescherming tegen diefstal is verkrijgbaar in de vorm van beveiligingskabels, waarmee u de notebook thuis of op kantoor aan een zwaar voorwerp kunt verankeren.
Noteer het type, modelnummer en serienummer van uw computer en bewaar deze gegevens op een veilige plaats. Deze informatie is te vinden op de onderkant van de notebook. Bewaar tevens het ontvangstbewijs voor de computer.
Mocht de computer ondanks uw voorzorgsmaatregelen toch worden gestolen, dan zullen we u helpen hem terug te vinden. Ter identificatie van uw computer dient u de volgende informatie paraat te hebben wanneer u contact opneemt met TOSHIBA:
In welk land is uw computer gestolen?
■ Wat is het type van uw computer?
■ Wat is het modelnummer (PA-nummer)?
■ Wat is het serienummer (8 cijfers)?
■ Op welke datum is de computer gestolen?
■ Wat is uw adres, telefoonnummer en faxnummer?
Volg deze procedures om de diefstal op papier te registreren:
■ Op de volgende pagina vindt u het formulier voor TOSHIBA-diefstalregistratie: vul dit formulier (of een kopie hiervan) in.
■ Voeg een kopie van uw ontvangstbewijs bij waarop wordt aangegeven waar u de computer hebt gekocht.
■ Stuur het registratieformulier en ontvangstbewijs per fax of post naar Toshiba (de adresgegevens vindt u op de volgende pagina).
Volg deze procedures om de diefstal online te registreren:
Ga naar www.toshiba-europe.com op internet. Kies in de lijst met productcategorieën Computer Systems.
- Open het menu Support & Downloads en kies de optie Stolen units database.
De gegevens die u invoert, worden in onze servicecenters gebruikt om uw computer op te sporen.
TOSHIBA-diefstalregistratie
Aan: TOSHIBA Europe GmbH Technical Service and Support Blumenstrasse 26 93055 Regensburg Duitsland
Modelnummer: (bijvoorbeeld PSL50EYXT)
Serienummer: (bijvoorbeeld 12345678G)

Datum van diefstal: Jaar Maand dag

Gegevens van eigenaar
Achternaam, voornaam:
Bedrijf:
Adres:
Postcode/plaatsnaam:
Land:
Telefoon:
Fax:
Woordenlijst
In deze woordenlijst worden onderwerpen toegelicht die verband houden met deze handleiding. Alternatieve benamingen zijn ter referentie opgenomen.
Afkortingen
DC: Direct Current (gelijkstroom)
DDC: Display Data Channel (schermgegevenskanaal)
DDR: double data rate
DIMM: dual inline memory module
DVD: Digital Versatile Disc
DVD-R: Digital Versatile Disc-Recordable
DVD-RAM: Digital Versatile Disc-Random Access Memory
HDD: Hard Disk Drive (vasteschijfstation)
I/O: Input/Output (invoer/uitvoer)
KB: Kilobyte
LAN: local area network (lokaal netwerk)
LCD: Liquid Crystal Display
LED: Light Emitting Diode (lampje)
MB: Megabyte
RGB: Red, Green and Blue (rood, groen en blauw)
aanwijsapparaat: een willekeurig apparaat, bijvoorbeeld een TouchPad of een muis, waarmee u de cursor op het scherm kunt bewegen.
AC (wisselstroom): elektrische stroom die periodiek van richting verandert.
adapter: een apparaat dat zorgt voor een compatibele verbinding tussen twee apparaten. De adapter van het ingebouwde scherm van de computer ontvangt bijvoorbeeld informatie van de software en vertaalt dit naar beelden op het scherm. Een adapter kan variëren van een microprocessor tot een eenvoudige connector: een intelligente adapter (die in staat is gegevens te verwerken) wordt ook wel een controller genoemd.
alfanumeriek: toetsenbordtekens met inbegrip van letters, cijfers en andere symbolen, zoals leestekens of rekenkundige symbolen.
analoog signaal: een signaal waarvan de kenmerken, zoals amplitude en frequentie, evenredig variëren met (analoog zijn met) de te verzenden waarde. In spraakcommunicatie worden analoge signalen gebruikt.
apparaatstuurprogramma: een programma ('driver' genoemd) waarmee een computer kan communiceren met een ander apparaat.
ASCII: American Standard Code for Information Interchange. ASCII is een reeks van 256 binaire codes die de meest gangbare letters, cijfers en symbolen vertegenwoordigen.
B
back-up: een kopie van een bestand, gewoonlijk op een verwisselbare schijf, die wordt bewaard in het geval dat het originele bestand beschadigd of zoek raakt.
beeldscherm: een CRT-scherm, LCD-scherm of ander weergaveapparaat dat wordt gebruikt om computeruitvoer op weer te geven.
bestand: een verzameling verwante gegevens, programma's of beide.
besturingssysteem: een groep programma's die bepaalt hoe een computer werkt. Het besturingssysteem zorgt bijvoorbeeld voor het interpreteren van programma's, het maken van gegevensbestanden en het besturen van de gegevensoverdracht (invoer/uitvoer) tussen het geheugen en het randapparaat.
binair: talstelsel met grondtal twee dat door de meeste digitale computers wordt gebruikt en waarin de getallen door nullen en enen worden voorgesteld. Het meest rechtse cijfer van een binair getal heeft de waarde 1, en de respectievelijke cijfers daarnaast 2, 4, 8, 16 enzovoort. Bijvoorbeeld: het getal 5 wordt in het binaire stelsel als 101 voorgesteld. Zie ook ASCII.
BIOS: Basic Input/Output System De firmware die de gegevensstroom binnen de computer bestuurt. Zie ook firmware.
bit: afgeleid van 'binary digit' (binair cijfer), de basiseenheid van informatie die de computer gebruikt. Een bit kan de waarde 0 of 1 hebben. Acht bits vormen samen één byte. Zie ook byte.
Bluetooth: een radiotechnologie met een kort bereik die is ontworpen om draadloze communicatie tussen computers, communicatieapparatuur en internet te vereenvoudigen.
boot disk: zie systeemschijf.
bootable disk: zie systeemschijf.
bps: bits per seconde. Meestal gebruikt ter aanduiding van de gegevensoverdrachtssnelheid van een modem.
buffer: het gedeelte van het computergeheugen waarin gegevens tijdelijk worden opgeslagen. Bij gegevensoverdracht dienen buffers vaak ter compensatie van het verschil in stroomsnelheid tussen twee apparaten.
bus: een interface voor verzending van signalen, gegevens of elektrische stroom.
byte: de weergave van één teken. Een reeks van acht bits die als een eenheid wordt behandeld; tevens de kleinste adresseerbare eenheid in het systeem.
C
cachegeheugen: een deel van een zeer snel geheugen waarin veelgebruikte informatie wordt gekopieerd voor snelle toegang. Gegevens openen vanuit cache gaat sneller dan vanuit het hoofdgeheugen van de computer. Zie ook L1 cache, L2 cache.
capaciteit: de hoeveelheid gegevens die kan worden opgeslagen op een magnetisch opslagmedium zoals een diskette of vaste schijf. De capaciteit wordt doorgaans uitgedrukt in kilobytes (KB), megabytes (MB) en gigabytes (GB), waarbij KB = 1024 bytes, 1 MB = 1024 KB en 1 GB = 1024 MB.
CardBus: een standaardbus voor 32-bits PC-kaarten.
CD: een afzonderlijke compact disc. Zie ook CD-ROM.
CD-R: een Compact Disc-Recordable die eenmaal kan worden beschreven en meermaals kan worden gelezen. Zie ook CD-ROM.
CD-ROM: een Compact Disc-Read Only Memory-schijf is een schijf met een hoge capaciteit die kan worden gelezen maar niet kan worden beschreven. Het CD-ROM-station gebruikt een laserstraal om gegevens van de disc te lezen.
CD-RW: een Compact Disc-Read/Write die vele malen opnieuw worden beschreven en waar meermaals van kan worden gelezen. Zie ook CD-ROM.
chassis: de behuizing waarin de computer is gemonteerd.
chip: een kleine halfgeleider waarop schakelingen zijn aangebracht ten behoeve van gegevensverwerking, geheugen, I/O-functies en het besturen van andere chips.
CMOS: Complementary Metal-Oxide Semiconductor. Een elektronische schakeling die op een stukje silicone is aangebracht en die heel weinig stroom nodig heeft. Geïntegreerde schakelingen die compatibel zijn met de CMOS-technologie, kunnen dicht bijeen worden geplaatst en zijn uiterst betrouwbaar.
COM1, COM2, COM3 en COM4: de namen voor de seriële en communicatiepoorten.
compatibiliteit: 1) het vermogen van een computer om gegevens op dezelfde manier te gebruiken als een andere computer zonder deze gegevens of de gegevensindeling te hoeven wijzigen. 2) De mogelijkheid om een apparaat aan te sluiten op of te laten communiceren met een ander systeem of onderdeel.
computerprogramma: een reeks instructies die de computer uitvoert om een bepaald resultaat te bereiken.
computersysteem: een combinatie van hardware, software, firmware en randapparaten die dient voor het verwerken van gegevens.
configuratie: de specifieke onderdelen van het systeem (zoals de terminal, printer en schijfstations) en de instellingen die bepalen hoe het systeem werkt. U beheert uw systeemconfiguratie met het programma HW Setup.
controller: ingebouwde hardware en software die de functies van een specifiek intern of randapparaat besturen (bijvoorbeeld een toetsenbordcontroller).
CPU: Central Processing Unit (centrale verwerkingseenheid). Het deel van de computer dat instructies interpreteert en uitvoert.
CRT: Cathode Ray Tube. Een vacuümbuis waarin een elektronenbundel een scherm aftast dat met een fluorescerend laagje is bedekt, waardoor lichtpuntjes ontstaan. De CRT-techniek wordt bijvoorbeeld gebruikt in tv's.
cursor: een klein, knipperend blokje of streepje dat de huidige invoerpositie op het beeldscherm aanduidt.
D
DC: Direct Current (gelijkstroom). Elektrische stroom die in één richting loopt. Dit type stroom wordt normaal gesproken door accu's en batterijen geleverd.
dialoogvenster: een venster dat invoer van de gebruiker accepteert om systeeminstellingen te maken of andere gegevens vast te leggen.
diskette: een verwisselbaar schijfje voor het opslaan van magnetisch gecodeerde gegevens.
diskettestation: een elektromechanisch apparaat dat gegevens van een diskette leest en ernaar wegschrijft.
documentatie: de handleidingen en/of andere schriftelijke instructies voor de gebruikers van een computersysteem of -toepassing. De documentatie bij computersystemen omvat normaal gesproken zowel informatie over systeemfuncties als stapsgewijze instructies en zelfstudiemateriaal.
draadloos LAN: een lokaal netwerk (LAN of Local Area Network) waarin draadloos wordt gecommuniceerd.
draadloos WAN: een uitgebreid netwerk (WAN of Wide Area Network) waarin draadloos wordt gecommuniceerd.
dubbelklikken: het snel twee keer achter elkaar indrukken en loslaten van de primaire knop op het aanwijsapparaat zonder het te bewegen. In het Windows®-besturingssysteem verwijst dit naar de linkerknop op het aanwijsapparaat, tenzij anders aangegeven.
DVD: een afzonderlijk digital versatile (of video) disc. Zie ook DVD-ROM.
DVD-R (+R, -R): een Digital Versatile Disc-Recordable kan eenmaal worden beschreven en vele malen worden herschreven. Een DVD-R-station gebruikt een laserstraal om gegevens vanaf schijf te lezen.
DVD-RAM: een Digital Versatile Disc Random Access Memory-schijf is een hoogwaardige schijf met grote capaciteit waarop u grote hoeveelheden gegevens kunt opslaan. Het DVD-ROM-station gebruikt een laserstraal om gegevens van de schijf te lezen.
DVD-ROM: een Digital Versatile Disc Read Only Memory is een hoogwaardige schijf met grote capaciteit, geschikt voor weergave van video en andere bestanden met hoge gegevensdichtheid. Het DVD-ROM-station gebruikt een laserstraal om gegevens van de schijf te lezen.
DVD-RW (+RW, -RW): een Digital Versatile Disc-ReWritable die vele malen opnieuw kan worden beschreven.
E
echo: techniek waarbij ontvangen gegevens worden teruggezonden naar het apparaat van oorsprong. U kunt de informatie op het scherm weergeven, naar de printer sturen of beide. Wanneer een computer gegevens terugontvangt die naar een CRT (of een ander randapparaat) zijn verzonden, en de gegevens vervolgens opnieuw verzendt naar de printer, wordt de CRT door de printer 'geëchood'.
escape: een code (ASCII-code 27) die de computer meedeelt dat hetgeen volgt, opdrachten zijn; wordt gebruikt bij randapparaten zoals printers en modems.
2) Een manier om de actieve taak af te breken.
escapewachttijd: de tijd voor en na verzending van een escape-code naar het modem; hierdoor worden de escapes die deel uitmaken van de verzonden gegevens, onderscheiden van de escapes die zijn bedoeld als opdrachten voor de modem.
F
firmware: een reeks instructies die in de hardware is ingebouwd en die de activiteiten van een microprocessor bestuurt.
flashgeheugen: niet-vluchtig geheugen dat kan worden gelezen en beschreven. Informatie in het flashgeheugen blijft bewaard, ook als de computer niet van voeding wordt voorzien. Dit type geheugen wordt gebruikt om
formatteren: het proces waarmee een lege schijf wordt gereedgemaakt voor gegevensopslag. Bij het formatteren wordt de schijf voorzien van een structuur die het besturingssysteem nodig heeft om bestanden of programma's naar de schijf te kunnen schrijven.
functietoetsen: de toetsen F1 tot en met F12 die de computer instrueren om bepaalde functies uit te voeren.
G
gegevens: feitelijke, meetbare of statistische gegevens die de computer kan verwerken, opslaan of ophalen.
gegevensbits: een parameter voor gegevenscommunicatie die het aantal bits bestuurt waaruit een byte bestaat. Als databits = 7, kan de computer 128 unieke tekens genereren. Als databits = 8, kan de computer 256 unieke tekens genereren.
geheugen: verwijst naar het hoofdgeheugen van de computer, van waaruit programma's worden uitgevoerd en waarin gegevens tijdelijk worden opgeslagen en verwerkt. Het geheugen kan vluchtig zijn en gegevens tijdelijk opslaan (RAM), en het kan niet-vluchtig zijn en gegevens permanent opslaan (ROM). Het hoofdgeheugen van de computer is RAM. Zie RAM, ROM.
geïntegreerde numerieke toetsen: een functie waarmee u bepaalde toetsen op het toetsenbord kunt gebruiken voor invoer van numerieke gegevens of cursor- en paginabesturing.
gigabyte (GB): een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1024 megabytes. Zie ook megabyte.
graphics: informatie in de vorm van tekeningen, figuren of andere beelden, zoals diagrammen of grafieken.
H
hardware: de fysieke elektronische en mechanische onderdelen van een computersysteem: meestal de computer zelf, externe schijfstations enzovoort. Zie ook software en firmware.
hertz: een eenheid voor frequentie die overeenkomt met 1 cyclus per seconde.
hoofdkaart: zie moederbord.
host: de computer die informatie bestuurt en beheert, en naar apparaten of andere computers verzendt.
HW Setup: een TOSHIBA-hulpprogramma waarmee u de parameters voor verschillende hardware-onderdelen kunt instellen.
|
I/O: Input/Output (invoer/uitvoer). Heeft betrekking op gegevensoverdracht van en naar de computer.
I/O-apparaten: apparaten die worden gebruikt om met de computer te communiceren en om gegevens van en naar de computer over te dragen.
inschakelen: hiermee schakelt u een optie op de computer in. Zie ook uitschakelen.
instructie: opdracht die aangeeft hoe een bepaalde taak moet worden uitgevoerd.
interface: 1) hardware- en/of softwareonderdelen van een systeem die specifiek dienen voor het aansluiten van het ene op het andere systeem of apparaat. 2) Fysieke verbinding tussen het ene en het andere systeem of apparaat door middel waarvan gegevens worden uitgewisseld. 3) De elementen die de gebruiker in staat stellen te communiceren met de computer en het programma, bijvoorbeeld het toetsenbord of een menu.
invoer: de gegevens of instructies die de gebruiker via het toetsenbord of een intern/extern gegevensopslagapparaat doorgeeft aan een computer, een communicatieapparaat of een ander randapparaat. De gegevens van de zendende computer (ofwel de uitvoer) zijn de invoer van de ontvangende computer.
K
k: afkorting van het Griekse woord kilo, dat 1000 betekent; vaak gebruikt als equivalent van 1024, ofwel 2 tot de tiende macht. Zie ook byte en kilobyte.
kaart: een printplaat. Een interne kaart waarop elektronische componenten, chips genaamd, zijn aangebracht die een specifieke functie uitvoeren of de mogelijkheden van het systeem uitbreiden.
kilobyte (KB): een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1024 bytes. Zie ook byte en megabyte.
klikken: de primaire knop op het aanwijsapparaat indrukken en loslaten zonder het apparaat bewegen. In het Windows®-besturingssysteem verwijst dit naar de linkerknop op het aanwijsapparaat, tenzij anders aangegeven. Zie ook dubbelklikken.
koude start: het opstarten van de computer wanneer deze is uitgeschakeld (de stroomvoorziening inschakelen).
L
L1 cache: niveau 1 cache. Cachegeheugen dat is ingebouwd in de processor om de processorsnelheid te verbeteren. Zie ook cachegeheugen, L2 cache.
L2 cache: cachegeheugen dat is geïnstalleerd op het moederbord om de processorsnelheid te verbeteren. Dit geheugen is langzamer dan L1 cache, maar sneller dan het hoofdgeheugen. Zie ook cachegeheugen, L1 cache.
LAN: een groep computers of andere apparaten verspreid over een relatief kleine omgeving en verbonden door een communicatiekoppeling waarmee de apparaten over het netwerk met elkaar kunnen communiceren.
Light Emitting Diode (LED): een lichtgevende diode. Een half-geleiderapparaatje dat licht uitstraalt als er stroom op wordt gezet.
Liquid Crystal Display (LCD): Scherm bestaande uit vloeibare kristallen tussen twee glasplaten die met doorzichtig, geleidend materiaal zijn bedekt. Op de zichtbare kant van het glas is een matrix van tekenvormende segmenten aangebracht. Een spanning aanbrengen tussen de glasplaten.
M
map: een pictogram in Windows dat dient voor het opslaan van documenten of andere mappen.
megabyte (MB): een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1024 kilobytes. Zie ook byte en kilobyte.
megahertz: een eenheid voor frequentie die overeenkomt met 1 miljoen cycli per seconde. Zie ook hertz.
menu: een software-interface die een lijst met opties op het scherm weergeeft. Ook wel scherm genoemd.
microprocessor: een geïntegreerde schakeling die instructies uitvoert; een van de belangrijkste hardwareonderdelen van de computer. Ook wel CPU of centrale verwerkingseenheid genoemd.
modem: afgeleid van modulator/demodulator. Een apparaat dat digitale gegevens omzet (moduleert) voor transmissie via telefoonlijnen en de gemoduleerde gegevens bij aankomst weer omzet (demoduleert) naar een digitale indeling.
modus: een werkwijze, bijvoorbeeld de opstartmodus, de slaapstand of de sluimerstand.
moederbord: de belangrijkste printplaat in gegevensverwerkende apparatuur. Het moederbord bevat meestal geïntegreerde schakelingen die voorzien in de basisfuncties van de computer en aansluitingen voor het toevoegen van andere kaarten die speciale functies verrichten.
monitor: een apparaat dat rijen en kolommen pixels gebruikt om alfanumerieke tekens of grafische beelden weer te geven. Zie ook CRT.
N
netwerk: een verzameling computers en bijbehorende apparaten die verbonden zijn door communicatiefaciliteiten. Met een netwerk kunt u gegevens en randapparaten, zoals printers, delen met andere gebruikers en e-mail uitwisselen.
niet-systeemschijf: een schijf voor het opslaan van programma's en gegevens die niet kunnen worden gebruikt voor het opstarten van de computer. Vergelijk systeemschijf.
niet-vluchtig geheugen: geheugen dat permanent gegevens kan opslaan. De gegevens in het niet-vluchtige geheugen blijven bewaard wanneer de computer wordt uitgeschakeld.
0
OCR: Optical Character Recognition ofwel optische tekenherkenning. Een techniek waarbij tekens door middel van lichtgevoelige apparatuur worden geïdentificeerd en in de computer worden ingevoerd.
onderdelen: de componenten van een systeem waaruit het geheel is opgebouwd.
online stand: de stand waarin een randapparaat gereed is voor het ontvangen of verzenden van gegevens.
opdrachten: instructies die u via het toetsenbord invoert om de acties van de computer of de randapparatuur te besturen.
opnieuw opstarten: een procedure waarbij de computer opnieuw wordt opgestart zonder de stroom uit te schakelen (ook wel 'warme start', 'soft reset' of 'reboot' genoemd). Zie ook opstartmodus.
opstartmodus: een programma dat de computer opstart of opnieuw opstart. Het programma laadt vanaf een opslagapparaat instructies in het computergeheugen.
P
parallel: processen die gelijktijdig plaatsvinden. Als het gaat om communicatie, betekent dit de overdracht van meer dan één bit aan informatie tegelijk. Op uw computer biedt de parallelle poort een parallelle communicatie-interface tussen de computer en een geschikt apparaat. Vergelijk serieel.
pariteit: 1) de symmetrische verhouding tussen twee parameterwaarden (gehele getallen) die allebei hetzij aan of uit, hetzij even of oneven, hetzij 0 of 1 zijn. 2) In seriële communicatie: een foutdetectiebit dat aan een groep databits wordt toegevoegd om de som van de bits even of oneven te maken. De pariteit kan op Even, Odd (oneven) of None (geen) worden ingesteld.
PCI: Peripheral Component Interconnect Een standaard 32-bits bus.
PC-kaart: een uitbreidingsleuf van creditcard-formaat die is ontworpen om de capaciteit van notebookcomputers te verhogen. PC-kaarten bieden functies, bijvoorbeeld een modem, fax/modem, vaste schijf, netwerkadapter, geluidskaart of SCSI-adapter.
pictogram: een klein grafisch figuurtje op het scherm of in het paneel met systeemlampjes. Een pictogram vertegenwoordigt in Windows een object waarmee de gebruiker kan werken.
pixel: een beeldelement (afkorting van 'picture element'). De kleinste punt die op een beeldscherm kan worden weergegeven of op een printer kan worden afgedrukt. Ook wel pel genoemd.
plug & play: een eigenschap van Windows waarmee het systeem automatisch aangesloten externe apparaten kan herkennen en de nodige configuratie op de computer verzorgt.
poort: de elektrische verbinding door middel waarvan de computer gegevens van en naar apparaten of andere computers ontvangt en verzendt.
Power Saver: een TOSHIBA-hulpprogramma waarmee u de parameters voor diverse energiebesparingsfuncties kunt instellen.
programma: een reeks instructies die een computer kan uitvoeren om een bepaald resultaat te bewerkstelligen. Zie ook toepassing.
prompt: een schermbericht dat aangeeft dat de computer wacht op gegevensinvoer of een handeling van de kant van de gebruiker.
R
randapparaat: een apparaat, zoals een printer of joystick, dat is aangesloten op de computer en wordt aangestuurd door de CPU van de computer.
Random Access Memory (RAM): vluchtig geheugen dat kan worden gelezen en beschreven. Vluchtig betekent hier dat informatie in RAM verloren gaat wanneer u de computer uitschakelt. Dit type geheugen wordt gebruikt voor het hoofdgeheugen van uw computer. Zie ook geheugen. Vergelijk ROM.
Read Only Memory (ROM): niet-vluchtig geheugen dat kan worden gelezen maar niet kan worden beschreven. Niet-vluchtig betekent dat informatie in ROM bewaard blijft, ook als de computer niet wordt gevoed. Dit type geheugen wordt gebruikt om het BIOS van uw computer op te slaan. Dit zijn belangrijke instructies die de computer leest tijdens het opstarten. Zie ook BIOS, geheugen. Vergelijk RAM.
resolutie: een eenheid van de scherpte van de beelden die door een printer kunnen worden geproduceerd of op een scherm kunnen worden weergegeven. Voor een printer wordt de resolutie uitgedrukt in dots per inch (dpi). Voor een scherm wordt de resolutie uitgedrukt in het aantal horizontaal en verticaal beschikbare pixels
RFI-afscherming (Radio Frequency Interference): een metalen afscherming rond de printplaten van de printer of computer ter voorkoming van radio- en tv-storing. Alle computerapparatuur genereert hoogfrequente signalen. De FCC-voorschriften bepalen hoeveel signalen een computerapparaat buiten de afscherming mag doorlaten. Een apparaat van klasse A is geschikt voor kantoorgebruik. Apparaten van klasse B zijn aan strengere voorschriften onderworpen en zijn veilig voor gebruik in woongebieden. Draagbare TOSHIBA-computers voldoen aan de voorschriften voor klasse B.
RGB: rood, groen, blauw. Een RGB-apparaat gebruikt drie invoersignalen die elk een elektronenkanon voor een van deze drie primaire kleuren activeren. Een RGB-apparaat wordt aangesloten op een RGB-poort. Zie ook CRT.
RJ45: een modulaire LAN-poort.
sec
S/PDIF: een standaard van een digitale interface voor audio.
schijfopslag: het opslaan van gegevens op een magneetschijf. Gegevens worden in concentrische sporen vastgelegd, zoals op een grammofoonplaat.
schijfstation: een apparaat dat informatie van een schijf naar het computergeheugen kopieert en vice versa. Hiertoe draait het apparaat de schijf op hoge snelheid langs een lees-/schrijfkop.
schrijfbeveiliging: een methode om de gegevens op een diskette te beschermen tegen abusievelijk wissen.
SCSI: Small Computer System Interface. Een industriestandaard voor de aansluiting van verscheidene randapparaten.
SD-kaart: SD- ofwel Secure Digital-kaarten zijn flash-geheugenkaarten die worden gebruikt in uiteenlopende digitale apparaten, zoals digitale camera's en PDA's (Personal Digital Assistants).
serieel: processen die gelijktijdig worden uitgevoerd. In communicatie betekent dit de overdracht van één bit tegelijk en na elkaar over een enkel kanaal. Op uw computer biedt de seriële poort een seriële interface tussen de computer en een geschikt apparaat. Vergelijk parallel.
SIO: Serial Input/Output. De elektronische methodologie die bij seriële gegevensoverdracht wordt gebruikt.
sneltoets: een toetscombinatie van een bepaalde toets met de functietoets, FN, die kan worden gebruikt om systeemparameters, zoals het luidsprekervolume, in te stellen.
softkey: toetscombinaties waarmee toetsen op het IBM-toetsenbord worden geëmuleerd, een aantal configuratieopties worden gewijzigd, programma's worden gestaakt en de geïntegreerde numerieke toetsen worden geactiveerd.
software: de reeks programma's, procedures en bijbehorende documentatie die bij het computersysteem horen. Heeft vooral betrekking op de computerprogramma's die de activiteiten van het computersysteem regelen en besturen. Zie ook hardware.
standaardinstelling: de parameterwaarde die automatisch door het systeem wordt geselecteerd als de gebruiker of het programma geen instructies verschaffen. Ook wel een vooraf ingestelde waarde genoemd.
stopbit: een of meer bits van een byte die in asynchrone seriële communicatie het verzonden teken volgen of codes groeperen.
stuurprogramma: een softwareprogramma dat een specifiek apparaat bestuurt (vaak een randapparaat zoals een printer of muis) en dat meestal deel uitmaakt van het besturingssysteem. Stuurprogramma's worden ook wel drivers genoemd.
systeemschijf: een diskette met besturingssysteembestanden die nodig zijn voor het opstarten van de computer. Elke diskette kan worden geformatteerd tot systeemschijf. Een systeemschijf wordt ook wel 'opstartbare schijf' of 'opstartschijf' genoemd. Vergelijk niet-systeemschijf.
T
teken: elke letter en elk cijfer, leesteken of symbool waarvan de computer gebruikmaakt. Ook synoniem voor byte.
terminal: een toetsenbord (zoals dat van een schrijfmachine) en een CRT-beeldscherm die op de computer zijn aangesloten en waarmee gegevens worden ingevoerd/weergegeven.
TFT-beeldscherm: LCD-scherm met een reeks vloeibare-kristallencellen. Gebruikt actieve-matrixtechnologie met dunne-laagtransistors (TFT's).
toepassing: een reeks programma's die gezamenlijk voor een specifieke taak worden gebruikt, zoals boekhouding, financiële planning, spreadsheets, tekstverwerking en games.
toetsenbord: een invoerapparaat met schakelaars die worden geactiveerd door het indrukken van toetsen met opschriften. Elke toetsaanslag activeert een schakelaar die een specifieke code naar de computer zendt. De code die via een toets wordt verzonden, vertegenwoordigt het (ASCII-)teken dat op deze toets is aangegeven.
touchpad: een aanwijsapparaat dat in de polssteun van de TOSHIBA-computer is geïntegreerd. Ook wel aanraakvlak genoemd.
U
uitschakelen: hiermee schakelt u een optie op de computer uit. Zie ook inschakelen.
uitvoer: de resultaten van een computerbewerking. Deze term duidt meestal op gegevens die 1) op papier zijn afgedrukt, 2) op een beeldscherm worden weergegeven, 3) via de seriële poort of interne modem worden verzonden of 4) op een magnetisch opslagmedium zijn vastgelegd.
uitvoeren: een instructie interpreteren en ten uitvoer brengen.
USB: Universal Serial Bus. Via deze seriële interface kunt u communiceren met verschillende apparaten die in een keten op één computeroport zijn aangesloten.
V
vaste schijf: een opslagapparaat bestaande uit een harde plaat of harde platen die magnetisch gecodeerd kan worden met gegevens. Vaste schijven bevatten veel meer informatie dan diskettes en worden gebruikt voor het langdurig opslaan van programma's en gegevens. De primaire (of enige) vaste schijf in een computer is gewoonlijk vast, maar sommige computers hebben secundaire vaste schijven die verwisselbaar zijn. Standaard heeft de vaste schijf de letter C.
vasteschijfstation (HDD): een elektromechanisch apparaat dat gegevens van een vaste schijf leest en ernaar schrijft. Zie ook vaste schijf.
venster: een deel van het beeldscherm waarin een toepassing of document wordt weergegeven. Vaak gebruikt als synoniem van Microsoft Windows-venster.
verwijderen: het verwijderen van gegevens van een schijf of ander opslagmedium. Synoniem met wissen.
VGA: Video Graphics Array. Een industriestandaard voor grafische adapters die alle populaire software ondersteunen.
vingerafdrukgegevens op te slaan: Zie ook geheugen. Vergelijk RAM en ROM.
vingerafdruksensor: de sensor voor vingerafdrukken vergelijkt en analyseert de unieke eigenschappen van een vingerafdruk.
vluchtig geheugen: RAM (Random Access Memory) waarin informatie bewaard blijft zolang de computer van stroom wordt voorzien.
W
wachtwoord: een unieke reeks tekens die ter identificatie van een specifieke gebruiker dient. De computer biedt verschillende niveaus van wachtwoordbeveiliging, zoals gebruiker, supervisor.
warme start: een computer opnieuw opstarten zonder deze uit te schakelen.
Wi-Fi®: een gedeponeerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance dat staat voor Wireless Fidelity. Het is een andere term voor het communicatieprotocol dat een Ethernet-verbinding toestaat draadloze communicatiecomponenten te gebruiken.
wissen: zie verwijderen.
Index
A
Aanwijsapparaat, 1-7, 9-13
Touchpad, 2-9, 4-1, 9-13
Touchpadbedieningsknoppen, 2-9
Accu, 6-3
afdanken, -vi, 9-7
capaciteit controleren, 6-7
energiebesparingsmodus, 1-11
levensduur verlengen, 6-9
opladen, 6-6
problemen, 9-6
RTC-batterij, 1-4, 6-4, 9-8
Accu-eenheid, 2-8, 6-3
extra, 8-11
vervangen, 6-9
ASCII-tekens, 5-7
B
Beeldscherm, 1-7
automatisch uitschakelen, 1-10
controller, 1-7
openen, 3-4
Beeldschermcontroller, B-1
Behandeling van media
geheugenkaarten, 8-7
Behandeling van schijven, 4-32
CD's/DVD's, 4-32
diskettes, 4-33
Beveiligingsslot, 8-13
Bluetooth, 1-9
Bluetooth-stack voor Windows van TOSHIBA, 4-39
C
Controlelijst van apparatuur, 1-1
D
De computer opnieuw opstarten, 3-10
De computer verplaatsen, 4-46
De slaapstand inschakelen, 3-6
Documentatielijst, 1-2
Draadloos LAN, 1-9, 4-38, 9-20
DVD Super Multi-station (Double Layer) gebruik, 4-19
problemen, 9-10
E
eSATA/USB-combinatiepoort, 2-3
ExpressCard, 8-2
plaatsen, 8-2
problemen, 9-21
verwijderen, 8-3
Externe monitor, 1-7, 2-3, 8-11
problemen, 9-19
F
Fn + 1 (TOSHIBA Hulpprogramma Zoom (verkleinen)), 5-4
Fn + 2 (TOSHIBA Hulpprogramma Zoom (vergroten)), 5-4
Fn + ESC (dempen), 5-3
Fn + F1 (vergrendelen), 5-3
Fn + F10 (touchpad inschakelen), 5-4
Fn + F11 (Num Lock), 5-4
Fn + F5 (uitvoer), 5-4
Fn + F6 (helderheid verlagen), 5-4
Fn + F7 (helderheid verhogen), 5-4
Fn + F8 (draadloos), 5-4
Fn + F9 (touchpad), 5-4
Fn + spatiebalk (zoomen), 5-4
Fn + Z (toetsenbordverlichting), 5-5
Fn-plaktoets, 5-5
Functietoetsen, 5-2
G
Geheugen, 1-3
installeren, 8-5
uitbreiding, 8-7
geheugen
verwijderen, 8-6
Geïntegreerde numerieke toetsen, 5-6
inschakelen, 5-6
numerieke modus, 5-6
tijdelijk gewone toetsenbord gebruiken (geïntegreerde numerieke toetsen aan), 5-7
Geluidssysteem, 4-34
hoofdtelefoonaansluiting, 2-3
microfoon, 2-11, 4-15
microfoonaansluiting, 2-3
problemen, 9-18
volumeknop, 2-9
Gemeenschappelijk stuurprogramma voor
TOSHIBA-componenten, 1-14
Grafische controller, 1-7
H
Herstelschijfstation, 3-11, 3-12
Herstelschijven, 3-12, 3-14
problemen, 9-10
HW Setup, 1-14, 7-1
algemeen, 7-1
beeldscherm, 7-2
LAN, 7-3
Opstartprioriteit, 7-2
toegang, 7-1
toetsenbord, 7-3
USB, 7-3
wachtwoord, 7-2
|
Inschakelen
computer, 3-5
L
LAN, 4-40
kabeltypen, 4-41
poort, 2-5
Problemen, 9-20
verbindingen maken, 4-41
verbindingen verbreken, 4-42
Luchtopeningen, 2-3
M
Modem, 4-35
aansluiten, 4-37
menu met eigenschappen, 4-36
regioselectie, 4-36
verwijderen, 4-37
Onderhoud van diskettes, 4-33
Opstartprioriteit, 7-2
Opstartstanden, 6-12
Optisch station, 1-6, 2-5, 2-12
gebruik, 4-19
Optisch station met sleuf, 2-5
plaatsen, 4-21
verwijderen, 4-23
P
Poorten, 1-7
Problemen
Aanwijsapparaat, 9-13
accu, 9-6
analyseren, 9-2
draadloos LAN, 9-20
herstelschijven, 9-10
LAN, 9-20
LCD-scherm, 9-9
modem, 9-19
monitor, 9-19
Real Time Clock, 9-8
SD/SDHC-geheugenkaart, 9-12
toetsenbord, 9-8
USB, 9-14
USB-diskettesstation, 9-12
vaste schijf, 9-9
vingerafdruksensor, 9-21
wisselstroom, 9-5
S
Schakelaar voor draadloze communicatie, 1-9, 4-38
Sensor voor vingerafdrukken, 2-10 gebruik, 4-2
Slaapstand
instelling, 3-6
systeem automatisch, 1-11
Sluimerstand, 1-12, 3-8
Sneltoetsen, 1-10, 5-3 dempen, 5-3
draadloos, 5-4
energiebeheerschema, 5-3
helderheid verhogen, 5-4
helderheid verlagen, 5-4
Num Lock, 5-4
Scroll Lock, 5-4
slaapstand, 5-3
toetsenbordverlichting, 5-5
TOSHIBA Hulpprogramma Zoom (vergroten), 5-4
TOSHIBA Hulpprogramma Zoom (verkleinen), 5-4
touchpad, 5-4
touchpad Inschakelen, 5-4
vergrendelen, 5-3
zoomen, 5-4
Softkeys, 5-2
Stroomvoorziening
afsluitmodus (opstartmodus), 3-6
in-/uitschakelen via LCD, 6-12
lampjes, 6-2
omstandigheden, 6-1
sluimerstand, 3-8
systeem automatisch uit, 6-12
T
Toetsenbord, 5-1
Fn-plaktoets, 5-5
functietoetsen, 5-2
problemen, 9-8
sneltoetsen, 5-3
speciale Windows®-toetsen, 5-5
typemachinetoetsen, 5-1
uitgebreid toetsenbord emuleren, 5-2
TOSHIBA Toegankelijkheid, 1-14
TOSHIBA-diefstalregistratie, F-2
TOSHIBA-flashkaarten, 1-13
TOSHIBA-hulpprogramma USB-slaapstand en laden, 1-18, 4-10 problemen, 9-16
TOSHIBA-knopondersteuning, 1-14
TOSHIBA-ondersteuning, 9-22
TOSHIBA-vasteschijfbeveiliging, 4-47
Touchpad
gebruiken, 4-1
locatie, 2-9
U
Uitschakelen
computer, 3-6
USB-apparaten
problemen, 9-14
V
Vaste schijf, 1-5
automatisch uitschakelen, 1-10
Vasteschijfbeveiliging, 1-11, 4-47
Video-RAM, 1-4
Vingerafdruksensor
problemen, 9-21
Volumeknop, 2-9
W
Wachtwoord
computer opstarten met, 6-11
stroom inschakelen, 1-10
Webcam, 2-9
gebruik, 4-13














