SCX-4726FD - Printer SAMSUNG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SCX-4726FD SAMSUNG in PDF-formaat.
| Type de produit | Monochrome multifunctionele laserprinter (print, kopieer, scan, fax) |
| Afmetingen (B x D x H) | 469 x 405 x 482 mm |
| Gewicht | 14,9 kg |
| Stroomvoorziening | 220-240 V AC, 50/60 Hz |
| Stroomverbruik (gemiddeld) | 550 W (afdrukken), 30 W (stand-by) |
| Afdruksnelheid | Tot 26 ppm (A4) |
| Maximale papierformaat | A4 |
| Papierlade capaciteit | 250 vel (standaard) |
| Automatische documentinvoer (ADF) | Ja, 50 vel |
| Dubbelzijdig afdrukken | Handmatig |
| Scannerspecificaties | Kleurenscanner, 600 x 600 dpi |
| Faxspecificaties | 33,6 kbps modem, 3-seconden per pagina |
| Connectiviteit | USB 2.0, Ethernet 10/100 Base-TX |
| Netwerkfuncties | Inteligeerd netwerkbeheer, AirPrint ondersteund |
| Tonercartridge | MLT-D203L (3000 pagina's) / MLT-D203S (1500 pagina's) |
| Drumunit | MLT-R203 (tot 9000 pagina's) |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de scannerrol en de papierpad met een droge, pluisvrije doek |
| Veiligheid | Secure Print-functie voor wachtwoordbeveiligde afdrukken |
| Vervangbare onderdelen | Tonercartridge, drumunit, fotogeleidereenheid |
| Garantie | 1 jaar (afhankelijk van regio) |
Veelgestelde vragen - SCX-4726FD SAMSUNG
Gebruikersvragen over SCX-4726FD SAMSUNG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SCX-4726FD - SAMSUNG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SCX-4726FD van het merk SAMSUNG.
GEBRUIKSAANWIJZING SCX-4726FD SAMSUNG
Gebruikershandleiding
SCX-472x Series
SCX-470x Series
BASIS
Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het oplossen van problemen in Windows.
GEVORDERD
Deze handleiding geeft informatie over de installatie, geavanceerde instelling, gebruik en het oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.
BASIS

1. Inleiding
Belangrijkste voordelen 5
Nuttig om te weten 14
Informatie over deze gebruikershandleiding 15
Veiligheidsinformatie 16
Apparaatoverzicht 21
Overzicht van het bedieningspaneel 25
Het apparaat inschakelen 29
Lokaal installeren van het stuurprogramma 30
Het stuurprogramma opnieuw installeren 31

2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Menuoverzicht 33
De taal op het display wijzigen 42
Afdrukmateriaal en lade 43
Eenvoudige afdruktaken 57
Normaal kopiëren 62
Basisfuncties voor scannen 66
Basisfuncties voor faxen 67

3. Onderhoud
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 73
Beschikbare verbruiksartikelen 74
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 75
Toner herverdelen 76
De tonercassette vervangen 77
De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 79
Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 80
Het apparaat reinigen 81

4. Problemen oplossen
Tips om papierstoringen te voorkomen 88
Vastgelopen originelen verwijderen 89
Papierstoringen verhelpen 93
Informatie over de status-LED 98
Informatie over displaymeldingen 100
BASIS

5. Bijlage
Specifications 107
Informatie over wettelijke voorschriften 116
Copyright 131

In dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te gebruiken.
- Belangrijkste voordelen 5
- Functies per model 7
- Nuttig om te weten 14
- Informatie over deze gebruikershandleiding 15
• Veiligheidsinformatie 16 - Apparaatoverzicht 21
• Overzicht van het bedieningspaneel 25
• Het apparaat inschakelen 29 - Lokaal installeren van het stuurprogramma 30
- Het stuurprogramma opnieuw installeren 31
Belangrijkste voordelen
Milieuvriendelijk

- Dit apparaat beschikt over een Eco-functie waarmee u toner en papier kunt sparen.
- U kunt meerdere pagina's op één vel afdrukken om papier te besparen (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 229).
- Om papier te besparen, kunt u op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken) (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 229).
- Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.
Snel afdrukken met hoge resolutie

- U kunt afdrukken met een resolutie tot 1.200 x 1.200 dpi effectieve uitvoer.
- Snel on-demand afdrukken. SCX-472x Series, SCX-470x Series:
- Voor enkelzijdig afdrukken, 28 ppm (A4) of 29 ppm (Letter).
- Voor dubbelzijdig afdrukken, 14 ppm (A4) of 15 ppm (Letter).
Gemak

- Met Easy Capture Manager kunt u gemakkelijk bewerken en afdrukken wat u met de toets Print Screen (op het toetsenbord) hebt vastgelegd (zie "Easy Capture Manager" op pagina 274).
- Afdrukstatus (of Smart Panel) is een programma dat de status van het apparaat controleert en u daarvan op de hoogte houdt. U kunt hiermee ook de instellingen van het apparaat aanpassen (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 229).
Belangrijkste voordelen
- Met AnyWeb Print kunt u een schermopname of afdrukvoorbeeld maken van een scherm in Windows Internet Explorer, en deze bewerken of afdrukken, op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma (zie "Samsung AnyWeb Print" op pagina 275).
- Met Slim bijwerken kunt u controleren op de nieuwste software en de nieuwste versie installeren tijdens het installatieproces van het printerstuurprogramma. Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.
Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.

- Ondersteuning voor verschillende papierformaten (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 109).
- Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten aanpassen met woorden zoals "Vertrouwelijk" (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 229).
- Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op elke pagina van uw document worden vergroot en afgedrukt over verschillende vellen papier die u kunt samenvoegen tot een poster (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 229).
- U kunt in verschillende besturingssystemen afdrukken (zie "Systeemvereisten" op pagina 112).
- Het apparaat is uitgerust met een USB- en/of een netwerkinterface.
Functions per model
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land.
Besturingssysteem
| Besturingssysteem | SCX-472xFD Series SCX-472xHD Series SCX-472xHN Series | SCX-472xFW Series SCX-472xHW Series | SCX-470x ND Series |
| Windows • • • | |||
| Macintosh • • • | |||
| Linux • • • | |||
| Unix • • • |
(●: beschikbaar. Leeg: niet beschikbaar)
Software
| Software | SCX-472xFD Series SCX-472xHD Series SCX-472xHN Series | SCX-472xFW Series SCX-472xHW Series | SCX-470x ND Series |
| PCL/SPL-printerstuurprogramma a | • • • | ||
| PS-printerstuurprogramma | |||
| XPS-printerstuurprogramma | |||
| Hulpprogramma Direct afdrukken |
Functions per model
| Software | SCX-472xFD Series SCX-472xHD Series SCX-472xHN Series | SCX-472xFW Series SCX-472xHW Series | SCX-470x ND Series | |
| Samsung Easy Printer Manager | Instellingen voor scannen naar pc | • • • | ||
| Instellingen voor faxen naar pc | • | • | ||
| Apparaatinstellingen • | • • | |||
| Samsung-printerstatus • • • | ||||
| Smart Panel • • • | ||||
| AnyWeb Print • • • | ||||
| SyncThruTM Web Service • • • | ||||
| SyncThru Admin Web Service • • • | ||||
| Easy Eco Driver • • • | ||||
| Faxen Samsung Network PC Fax | • | • | ||
Functions per model
| Software | SCX-472xFD Series SCX-472xHD Series SCX-472xHN Series | SCX-472xFW Series SCX-472xHW Series | SCX-470x ND Series | |
| Scannen Twain- | scanstuurprogramma | ● ● ● | ||
| WIA- scanstuurprogramma | ● ● ● | |||
| Samsung Scanassistent | ● ● ● | |||
| SmarThru 4 | ||||
| SmarThru Office ● ● | ● | |||
a. Afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt, kan het geïnstalleerde printerstuurprogramma afwijken.
(●: beschikbaar. Leeg: niet beschikbaar)
Functions per model
Verschillende functies
| functies | SCX-472xFD Series SCX-472xHD Series SCX-472xHN Series | SCX-472xFW Series SCX-472xHW Series | SCX-470xND Series |
| Hi-Speed USB 2.0 • • • | |||
| Netwerkinterface Ethernet 10/100 Base TX bedraad LAN | • • • | ||
| Netwerkinterface 802.11b/g/n draadloos LAN | • | ||
| Eco-afdrukken • • • | |||
| Dubbelzijdlig afdrukken • • • | |||
| USB-geheugeninterface | |||
| Dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADI) | |||
| Automatische documentinvoer (ADI) • • | • | ||
| Telefoonhoorn • | (alleen SCX-472xHD Series, SCX-472xHN Series) | •(alleen SCX-472xHW Series) |
Functions per model
| functies | SCX-472xFD Series SCX-472xHD Series SCX-472xHN Series | SCX-472xFW Series SCX-472xHW Series | SCX-470xND Series | |
| Faxen Meerdere verz. | ● ● | |||
| Uitgest.verz. ● ● | ||||
| Prior.verz. ● ● | ||||
| Dubbelzijdig verzenden | ||||
| Veilige ontv. ● ● | ||||
| Dubbelz.afdr. ● ● | ||||
| Naar ander nr./Ontv. en doorst.-fax | ● | ● | ||
| Naar ander nr./Ontv. en doorst.-e-mail | ||||
| Naar ander nr./Ontv. en doorst.-server | ||||
Functions per model
| functies | SCX-472xFD Series SCX-472xHD Series SCX-472xHN Series | SCX-472xFW Series SCX-472xHW Series | SCX-470xND Series | |
| Scannen Scannen naar e-mail | ||||
| Scannen naar SMB-server | ||||
| Scannen naar FTP-server | ||||
| Dubbelzijdig scannen | ||||
| Scan naar pc • • • | ||||
| Kopieren Identiteitskaarten kopiëren | • • • | |||
| Sorteren • • • | ||||
| Posters afdrukken • • | ||||
| Klonen • • • | ||||
| Boek | ||||
Functions per model
| functies | SCX-472xFD Series SCX-472xHD Series SCX-472xHN Series | SCX-472xFW Series SCX-472xHW Series | SCX-470xND Series | |
| Kopiëren (Vervolg) 2 | pagina's/vel, 4 pagina's/vel | • • • | ||
| Achtergrond wijzigen | • • • | |||
| Marge versch. | ||||
| Rand wissen | ||||
| Grijs verbeteren | ||||
| Dubbelzijdig kopiëren | • • • | |||
(●: beschikbaar. Leeg: niet beschikbaar)
Nuttig om te weten

Het apparaat drukt niet af.
- Open de afdruklijst en verwijder het document uit de lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op pagina 58).
- Verwijder het stuurprogramma en installeer deze opnieuw (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 30).
- Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows.

Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen kopen?
• Vraag na bij een Samsung-distributeur of uw detailhandelaar.
- Kijk op www.samsung.com/supplies. Kies uw land of regio voor productinformatie.

De status-LED knippert of blijft branden.
- Schakel het apparaat uit en weer in.
- Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in deze handleiding en los het probleem op (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 98).

- Open de klep aan de voorzijde en sluit ze weer.
- Zoek de instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier in deze handleiding en los het probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 93).

De afdrukken zijn vaag.
- Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld. Schud de tonercassette heen en weer.
- Probeer een andere instelling voor de resolutie.
• Vervang de tonercassette.

Waar kan ik het stuurprogramma van de printer downloaden?
- Kijk op www.samsung.com voor de laatste versie van het stuurprogramma van de printer en installeer deze op uw systeem.
Informatie over deze gebruikershandleiding
Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het gebruik van het apparaat.
- Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt.
- Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat.
- De termen die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de woordenlijst.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat.
- De schermafbeeldingen in deze Beheerdersgids kunnen afwijken van de schermweergave van uw apparaat afhankelijk van de firmware-/stuurprogrammaversie.
- De procedures in deze gebruikershandleiding zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.
Afspraken
Sommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn verwisselbaar:
- Document is synoniem met origineel.
- Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.
- Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer.
Algemene pictogrammen
| Pictogram | Tekst Omschrijving | |
![]() | Opgepast | Biedt gebruikers informatie om het apparaat te beschermen tegen mogelijke mechanische schade of defecten. |
![]() | Opmerking | Biedt aanvullende informatie of gedetailleerde uitleg over een functie of voorziening van het apparaat. |
Veiligheidsinformatie
Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document goed nadat u het hebt gelezen.
Belangrijke veiligheidssymbolen
Verklaring van alle pictogrammen en symbolen in dit hoofdstuk
| Waarsch uwing | Gevaren of onveilige praktijken die ernstig letsel of de dood kunnen veroorzaken. | |
| Opgepast | Gevaren of onveilige praktijken die een klein letsel of eigendomsschade kunnen veroorzaken. | |
| NIET proberen. | ||
Bedrijfsomgeving

Waarschuwing
![]() | Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het stopcontact niet geaard is.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten, enzovoort).Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | • Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit, maakt het vreemde geluiden of verspreidt het vreemde geuren.Schakel onmiddellijk de stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.• De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in geval van nood de stekker uit het stopcontact te kunnen trekken.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware voorwerpen op.Het trappen op of beknellen van het netsnoer door een zwaar voorwerp kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met natte handen.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
Veiligheidsinformatie

Opgepast
![]() | Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of als u het apparaat niet gebruikt.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
| Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.U kunt brandwonden oplopen. | |
| Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd lijkt, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt uitgevoerd, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als hij er moeilijk ingaat.U riskeert een elektrische schok. Neem contact op met een elektricien om het stopcontact te vervangen. | |
| Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de telefoonkabel of de kabel naar de computer bijten.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw huisdier verwonden. |
Bedieningswijze

Opgepast
![]() | Trek het papier niet uit de printer tijdens het afdrukken.Dit kan het apparaat beschadigen. |
![]() | Houd uw hand niet tussen het apparaat en de papierlade.U kunt letsel oplopen. |
| [xx8T] | Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het stopcontact. |
![]() | Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen papier verwijdert.Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen veroorzaken. |
![]() | Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de onderzijde van het uitvoergebied heet worden. Houd kinderen uit de buurt.Zij kunnen brandwonden oplopen. |
Veiligheidsinformatie
![]() | Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen om vastgelopen papier te verwijderen.Dit kan het apparaat beschadigen. |
![]() | Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade.Dit kan het apparaat beschadigen. |
![]() | Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen in.Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand ontstaan of kan het apparaat beschadigd raken. |
| [2XD7] | Als u het apparaat niet bedient zoals beschreven in deze handleiding of procedures uitvoert die afwijken van de procedures die hier zijn vermeld, kan resulteren in gevaarlijke blootstelling aan straling. |
Installatie/verplaatsen

Waarschuwing

Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige ruimte of op een plek waar water lekt. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

Opgepast

Schakel de stroom uit en maak alle kabels los voordat u het apparaat verplaatst.
Til vervolgens het apparaat op deze wijze op:
- Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door één persoon worden opgetild.
- een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee personen worden opgetild.
- een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door vier of meer personen worden opgetild.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken.

Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak. Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken.

Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWG a of, indien nodig, een grotere telefoondraad.
Zo niet kan het apparaat beschadigd raken.

Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie
| Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een apparaat van 110V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn.Zo niet kan het apparaat beschadigd raken en een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron met hetzelfde energieniveau als op het label.Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt controleren, neemt u contact op met de elektriciteitsmaatschappij. | |
| Dek het apparaat niet af en plaats het niet in een slecht geventileerde ruimte, zoals een kast.Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd, kan er brand ontstaan. | |
| Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of verlengsnoer aan.Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische schok of brand veroorzaken. |
a. AWG: American Wire Gauge
Onderhoud/controle
! Opgepast




| Trek het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact als u de binnenkant van het apparaat wilt reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen, verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water in het apparaat.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
| Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u verbruiksartikelen in het apparaat vervangt of de binnenkant schoonmaakt.U kunt letsel oplopen. |
| Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.Kinderen kunnen letsel oplopen. |
| U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen of weer in elkaar steken.Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact op met een professioneel technicus als het apparaat gerepareerd moet worden. |
Veiligheidsinformatie
| Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof- en watervrij.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het apparaat werd meegeleverd om het apparaat te reinigen en te bedienen.Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen. | |
| • Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die vastgeschroefd zijn.• Fixeereenheden mogen alleen worden hersteld door een gekwalificeerde servicemedewerker. Reparatie door niet-gekwalificeerde technici kan brand of elektrische schokken veroorzaken.• Dit apparaat mag alleen worden hersteld door een medewerker van de technische dienst van Samsung. |
Gebruik van verbruiksartikelen

Opgepast

Haal de tonercassette niet uit elkaar.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
![]() | Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een tonercassette of fixeereenheid.Dit kan een explosie of onbeheersbare brand veroorzaken. |
![]() | Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u verbruiksartikelen (bijvoorbeeld tonercassettes) bewaart.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. |
![]() | Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kledij terechtkomt bij het vervangen van de tonercassette of het verwijderen van vastgelopen papier.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. |
![]() | Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm water gebruiken.Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik altijd koud water. |
![]() | Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen, zoals toner, kan het apparaat beschadigen.Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecyclede verbruiksartikelen zullen reparatiekosten in rekening worden gebracht. |
Apparaatoverzicht
Toebehoren
![]() | ![]() |
| Netsnoer Beknopte installatiehandleiding | |
![]() | ![]() |
| Software-cda | Telefoonhoornb |
![]() | |
| Div. accessoiresc | |
a. De software-cd bevat de stuurprogramma's van de printer en programma's.
b. Alleen voor model met telefoonhoorn (zie "Functies per model" op pagina 7)
c. Diverse, bij uw printer geleverde accessoires kunnen verschillen per land van aankoop en specifiek model.
Apparaatoverzicht
Voorkant

- Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).

| 1 | Documentinvoerklep | 7 | Handmatige invoer | 13 | Glasplaat van de scanner |
| 2 | Klep van documentinvoergeleider 8 Voorklep | 14 Documentinvoerlade | |||
Apparaatoverzicht
| 3 | Documentuitvoerlade | 9 | Uitvoerlade | 15 | Papierbreedtegeleiders op een documentinvoer |
| 4 | Configuratiescherm | 10 | Papieruitvoersteun | 16 | Steun voor documentuitvoer |
| 5 | Indicator papierniveau | 11 | Papierbreedtegeleider op een handmatige invoer | 17 | Telefoonhoorna |
| 6 | Lade 12 Scannerdeksel |
a. Alleen voor model met telefoonhoorn (zie "Functies per model" op pagina 7)
Apparaatoverzicht
Achterkant

- Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).

| 1 | Netwerkpoort | 3 | Telefoonkabelaansluiting (Line) (alleen SCX-472x Series) | 5 | Aansluiting netsnoer |
| 2 | Uitgang voor extra telefoontoestel (EXT) (alleen SCX-472x Series) | 4 | USB-poort | 6 | Achterklep |
Overzicht van het bedieningspaneel

Dit bedieningspaneel kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende types bedieningspanelen.
| 1 | Eco Overschakelen naar de eco-modus voor het besparen van toner en papier (zie "Eco-afdruk" op pagina 60). | |
| 2 | (WPS) | Hiermee kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer (zie handleiding Geavanceerd). |
| Darkness Hiermee past u de helderheid aan om een kopie te verkrijgen die beter leesbaar is als het origineel onduidelijke markeringen en donkere afbeeldingen bevat. | ||
| 3 | kopie ID Hiermee kunt u beide zijden van een identiteitskaart of een rijbewijs op één zijde van een vel papier kopiëren (zie "Identiteitskaarten kopiëren" op pagina 64). | |
| 4 | (Power) | Het apparaat in- of uitschakelen of het apparaat activeren vanuit de energiebesparingsmodus. Druk langer dan drie seconden op deze knop om het apparaat uit te schakelen. |
| 5 | Fax) | Hiermee schakelt u over naar de faxmodus. |
| 6 | Copy) | Hiermee schakelt u over naar de kopieermodus. |
| 7 | ,Scan) | Hiermee schakelt u over naar de scanmodus. |
Overzicht van het bedieningspaneel
| 8 | Menu) | Hiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu's. |
| 9 | Pijlen-links/rechts Hiermee bladert u door de beschikbare opties in het geselecteerde menu en verhoogt of verlaagt u waarden. | |
| 10 | OK Hiermee bevestigt u de selectie op het scherm. | |
| 11 | (Back) | Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu. |
| 12 | (Start) | Hiermee start u een taak. |
| 13 | (Stop/Clear) | Hiermee kunt u op elk moment een taak onderbreken. |
| 14 | Status-LED De functie geeft de status van uw printer weer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 98). | |
| 15 | Numeriek toetsenblok | Hiermee kiest u een nummer of voert u alfanumerieke tekens in. |
| 16 | (On Hook Dial) | Wanneer u op deze knop drukt, kunt u een kiestoon horen. Voer vervolgens het faxnummer in. Dit is vergelijkbaar met bellen via de telefoonluidspreker. |
| 17 | Redial/Pause(-) | Hiermee kiest u het laatste nummer opnieuw (in gereedmodus) of voegt u een pauze (-) in een faxnummer in (in bewerkingsmodus). |
| 18 | (Address Book) | Hiermee kunt u vaak gekozen faxnummers opslaan of opgeslagen faxnummers zoeken. |
| 19 | Display screen Met deze functie wordt de huidige status weergegeven en worden berichten tijdens een bewerking weergegeven. | |
Overzicht van het bedieningspaneel
1 Eco Overschakelen naar de eco-modus voor het
| besparen van toner en papier (zie "Eco-afdruk" op pagina 60). |
| 2 Darkness Hiermee past u de helderheid aan om een kopiete verkrijgen die beter leesbaar is als hetorigineel onduidelijke markeringen en donkereafbeeldingen bevat. | ||
| 3 | kopie ID Hiermee kunt u beide zijden van eenidentiteitskaart of een rijbewijs op één zijde vaneen vel papier kopiëren (zie "Identiteitskaartenkopiëren" op pagina 64). | |
| 4 | Scan to Verzend gescande informatie (zie"Basisfuncties voor scannen" op pagina 66). | |
| 5 | [4550] (Power) | Het apparaat in- of uitschakelen of het apparaatactiveren vanuit de energiebesparingsmodus.Druk langer dan drie seconden op deze knopom het apparaat uit te schakelen. |
| 6 | Display screen Met deze functie wordt de huidige statusweergegeven en worden berichten tijdens eenbewerking weergegeven. | |
| 7 | [HS43](Menu) | Hiermee opent u de menumodus en bladert udoor de beschikbare menu's. |
| 8 | Pijlen-links/rechts Hiermee bladert u door de beschikbare opties inhet geselecteerde menu en verhoogt of verlaagtu waarden. | |
| 9 | OK Hiermee bevestigt u de selectie op het scherm. | |
| 10 | [OKX3](Back) | Hiermee keert u terug naar het bovenliggendemenu. |
Overzicht van het bedieningspaneel
| 11 | (Start) | Hiermee start u een taak. |
| 12 | (Stop/Clear) | Hiermee kunt u op elk moment een taak onderbreken. |
| 13 | Status-LED De functie | geeft de status van uw printer weer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 98). |
Het configuratiescherm aanpassen

Het apparaat inschakelen
1 Sluit de printer eerst op de netvoeding aan.
Als het apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de schakelaar aan.

Lokaal installeren van het stuurprogramma
Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat met een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u naar het deel over de installatie van het stuurprogramma voor een apparaat dat met een netwerk is verbonden (zie handleiding Geavanceerd).

- Zie de handleiding Geavanceerd als u een Macintosh, Linux of Unix OS-gebruiker bent.
- Het installatievenster in deze Gebruikershandleiding kan verschillen afhankelijk van het apparaat en de gebruikte interface.
- Door Aangepaste installatie te selecteren kunt u kiezen welke programma's u wilt installeren.
- Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter.
Windows
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.

Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren om het venster te sluiten.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
Klik op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cdrom-station en klik op OK.
3 Selecteer Nu installeren.

(SCX-470x Series ondersteunt het menu Draadloze verbindingen instellen en installeren)
4 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst Klik daarna op Volgende.
5 Volg de instructies in het installatievenster.
Het stuurprogramma opnieuw installeren
Als het printerstuurprogramma niet naar behoren werkt, volg dan de onderstaande stappen om het stuurprogramma opnieuw te installeren.
Windows
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Selecteer in het menu Start achtereenvolgens Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > naam van uw printerstuurprogramma > Deinstalleren.
3 Volg de instructies in het installatievenster.
4 Plaats de software-cd in uw cd-rom-station in installeer het stuurprogramma opnieuw (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 30).

2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Dit hoofdstuk levert informatie over de algemene menustructuur en de opties voor de basisinstellingen.
- Menuoverzicht 33
- De taal op het display wijzigen 42
- Afdrukmateriaal en lade 43
• Eenvoudige afdruktaken 57
• Normaal kopieren 62 - Basisfuncties voor scannen 66
- Basisfuncties voor faxen 67
Menuoverzicht
Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu's voor de instelling en het gebruik van het apparaat.

- Naast het gekozen menu verschijnt een sterretje (*).
- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
• D e SCX-470x Series ondersteunt de faxfuncties niet.
Toegang tot het menu
1 Selecteer de knop Faxen, Kopieren of Scannen op het bedieningspaneel, afhankelijk van de functie die u wilt gebruiken.
2 Selecteer * (Menu) tot het gewenste menu op de onderste regel van het display wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijl-links/rechts tot het gewenste menu-item verschijnt en druk op OK.
4 Herhaal stap 3 als het geselecteerde menu-item submenu's heeft.
5 Druk op de pijl-links/rechts om de gewenste waarde te zoeken.
6 Druk op OK om de selectie op te slaan.
7 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
SCX-472x Series
| Items Opties | ||
| Faxfunctie a | Tonersterkte Licht+5- Licht+1NormaalDonker+1- Donker+5 | |
| Contrast Licht+5- Licht+1NormaalDonker+1- Donker+5 | ||
| Resolutie StandaardFijnSuperfijnFotofaxKleurenfax | ||
| Scanformaat | ||
| Meerdere verz. | ||
| Uitgest. verz. | ||
Menuoverzicht
| Items Opties | ||
| Faxfunctie a | Prior. verz. | |
| Doorsturen Fax | PC | |
| Veilige ontv. Aan | UitAfdrukken | |
| Pag. toevoegen | ||
| Taak annuleren | ||
| Faxinstel. a | Verzending Aant. | kiespog.Opn. kiezen naKenget. kiezenECM-modusTransm.rapportTCR voor afb.Kiesmodus b |
| Items Opties | ||
| Faxinstel.a | Ontvangst Ontvangstmodus | |
| Opn. na bels. | ||
| Ontv.g. stemp. | ||
| Startc. ontv. | ||
| Aut. verklein. | ||
| Grootte neger. | ||
| Inst. ong. fax | ||
| DRPD-modus | ||
| Dubbelz. afdr. | ||
| St.inst. wijz. Resolutie | ||
| Tonersterkte | ||
| Contrast | ||
| Scanformaat | ||
| Autom. rapport Aan | ||
| Uit | ||
| Kopleerfunctie | Scanformaat | |
| Verkl./vergr. | ||
| Tonersterkte Licht+5- Licht+1 | ||
| Normaal | ||
| Donker+1- Donker+5 | ||
Menuoverzicht
| Items Opties | ||
| Kopieerfunctie | Contrast Licht+5- | Licht+1NormaalDonker+1- Donker+5 |
| Oorspr. type TekstTekst/FotoFoto | ||
| Lay-out Normaal | 2 op4 opkopie IDPoster kopier.Meer op 1 vel | |
| Achtergrondkl. Uit | AutoVersterk.nv.1Versterk.nv.2Vervag.niv. 1 - Vervag.niv. 4 | |
| Dubbelzijdig Uit | 1->2Lan. zij.1->2Kor. zij. | |
| Items Opties | ||
| Kopieerinstel. | St.inst. wijz. Scanformaat | |
| ExemplarenKopieen sort.Verkl./vergr.DubbelzijdigTonersterkteContrastOorspr. typeAchtergrondkl. | ||
| Afdrukinst. Afdrukstand Staand | Liggend | |
| Dubbelzijdig Uit | 1->2Lan. zij.1->2Kor. zij. | |
| Exemplaren [1-999]:1 | ||
| Resolutie 600 dpi-Norm.1200 dpi-Best | ||
| Tonersterkte Normaal | ||
| LichtDonker | ||
Menuoverzicht
| Items Opties | ||
| Afdrukinst. Duid. Tekst Uit | MinimumMediumMaximum | |
| Auto CR LF | LF+CR | |
| Emulatie Type emulatieInstellingen | ||
| Items Opties | |
| Systeeminst. Apparaatinst. Apparaat-id | |
| FaxnummeraDatum en tijdKlokmodusTaalEnerg.spaarst.Ontw.gebeurt.Time-out syst.Time-out taakLuchtdrukcorr.Aut. doorgaancVerkeerd papierVerv. papiercLege pg. afdr.TonerbesparingEco-instel. | |
| Papierinstel. PapierformaatType papierPapierinvoerMarge | |
Menuoverzicht
| Items Opties | ||
| Systeeminst. Geluid/Volume Toetsgeluid | ||
| Waarsch.geluidLuidsprekerBelsignaal | ||
| Rapport Alle rapporten | ConfiguratieInfo verb.art.AdresboekFax verzenden a Fax verzonden a Fax ontvangen a Geplande takenOngewenste fax a Netwerkconf.GebruikstellerFaxopties a | |
| Onderhoud | Toner Op wis. d GebruiksduurSerienr.Ws tr bijna op | |
| Items Opties | ||
| Systeeminst. Instel. wissen Alle instel. | ||
| Afdrukinst.Faxinstel.aKopieerinstel.Systeeminst.Netwerkinstel.AdresboekFax verzondenaFax ontvangena | ||
| Netwerk TCP/IP (IPv4) DHCP | BOOTPStatisch | |
Menuoverzicht
| Items Opties | |
| Netwerk Instel. wissen | |
| Netwerkconf. | |
| Draadloosa | Wi-Fi AAN/UITWPS-inst.WLAN-inst.WLAN StandaardWLAN-signaal |
a. alleen SCX-472x Series.
b. Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar.
c. Deze optie is alleen beschikbaar als 'Verkeerd papier' is ingeschakeld.
d. Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette nog een kleine hoeveelheid toner bevat.
SCX-470x Series
| Items Opties | |
| Kopieerfunctie | Scanformaat |
| Verkl./vergr. | |
| Tonersterkte Licht+5- Licht+1NormaalDonker+1- Donker+5 | |
| Items Opties | ||
| Kopieerfunctie | Contrast Licht+5- | Licht+1NormaalDonker+1- Donker+5 |
| Oorspr. type TekstTekst/FotoFoto | ||
| Lay-out Normaal | 2 op4 opkopie IDPoster kopier.Meer op 1 vel | |
| Achtergrondkl. Uit | AutoVersterk.nv.1Versterk.nv.2Vervag.niv. 1 - Vervag.niv. 4 | |
| Dubbelzijdig Uit | 1->2Lan. zij.1->2Kor. zij. | |
Menuoverzicht
| Items Opties | ||
| Kopieerinstel. | St.inst. wijz. Scanformaat | |
| ExemplarenKopieen sort.Verkl./vergr.DubbelzijdigTonersterkteContrastOorspr. typeAchtergrondkl. | ||
| Afdrukinst. Afdrukstand Staand | Liggend | |
| Dubbelzijdig Uit1->2Lan. zij.1->2Kor. zij. | ||
| Exemplaren [1-999]:1 | ||
| Resolutie 600 dpi-Norm.1200 dpi-Best | ||
| Tonersterkte NormaalLichtDonker | ||
| Items Opties | ||
| Afdrukinst. Duid. Tekst Uit | MinimumMediumMaximum | |
| Auto CR LF | LF+CR | |
| Emulatie Type emulatieInstellingen | ||
Menuoverzicht
| Items Opties | |
| Systeeminst. Apparaatinst. Apparaat-id | |
| Datum en tijdKlokmodusTaalEnerg.spaarst.Ontw.gebeurt.Time-out syst.Time-out taakLuchtdrukcorr.Aut. doorgaan a Verkeerd papierVerv. papier c Lege pagina afdrukkenTonerbesparingEco-instel. | |
| Papierinstel. Papierformaat | |
| Type papierPapierinvoerMarge | |
| Items Opties | |
| Systeeminst. Rapport Alle rapporten | |
| ConfiguratieInfo verb.art.Geplande takenNetwerkconf.Gebruiksteller | |
| Onderhoud | Toner Op wis. b GebruiksduurSerienummerWs tr bijna op |
| Systeeminst. Instel. wissen Alle instel. | |
| Afdrukinst.Kopieerinstel.Systeeminst.Netwerkinstel. | |
Menuoverzicht
| Items Opties | ||
| Netwerk TCP/IP (IPv4) DHCP | BOOTPStatisch | |
| TCP/IP (IPv6) IPv6 | activerenDHCPv6 config | |
| Ethernet-snel. Onmiddellijk10 Mbps Half10 Mbps Full100 Mbps Half100 Mbps Full | ||
| Netwerk Instel. wissen | ||
a. Deze optie is alleen beschikbaar als 'Verkeerd papier' is ingeschakeld.
b. Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette nog een kleine hoeveelheid toner bevat.
De taal op het display wijzigen
Volg onderstaande stappen om de taal op het bedieningspaneel te wijzigen:
1 Selecteer *Menu> Systeeminst. > Apparaatinst. > Taal op het bedieningspaneel.

Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
2 Selecteer de taal die u wilt weergeven op het bedieningspaneel.
3 Druk op OK om de selectie op te slaan.
Afdrukmateriaal en lade
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst.

- Wanneer u afdrukmateriaal gebruikt dat niet voldoet aan deze specificaties, kan dit problemen veroorzaken waarvoor reparatie vereist is. Zulke reparaties worden niet gedekt door de garantie of serviceovereenkomst van Samsung.
- Zorg ervoor dat u geen fotopapier voor inkjetprinters gebruikt. Dit kan uw apparaat beschadigen.
- Gebruik van ontvlambaar afdrukmateriaal kan brand veroorzaken.
- Gebruik aangegeven afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 109).

Het gebruik van ontvlambaar materiaal of het achterblijven van vreemde materialen in de printen kan oververhitting veroorzaken en in zeldzame gevallen brand.
Lade overzicht
Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders aanpassen.

1 Geleider voor lade-
uitbreiding
2 Papierlengtegeleider
3 Papierbreedtegeleider

Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.
Afdrukmateriaal en lade

De papierniveau-indicator geeft aan hoeveel papier er in de lade ligt.

Beschikbare papiersoorten voor dubbelzijdig afdrukken
Afhankelijk van het stroomvoltage dat uw apparaat gebruikt, verschillen de beschikbare papiersoorten voor dubbelzijdig afdrukken. Raadpleeg de onderstaande tabel.
| Stroomvoltage Beschikbaar papier | |
| 110V Letter, Legal, US Folio, Oficio | |
| 220V A4 | |
Afdrukmateriaal en lade
Papier in de lade plaatsen

Wanneer u afdrukt met de lade, moet u geen papier in de handmatige invoer plaatsen omdat dit een papierstoring kan veroorzaken.

- Menuoverzicht en basisinstellingen
Afdrukmateriaal en lade
Papier plaatsen in handmatige invoer
In de handmatige invoer kunnen speciale soorten en formaten afdrukmateriaal worden geplaatst, zoals briefkaarten, notitiekaarten en enveloppen (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 109).

Tips voor het gebruik van de handmatige invoer
- Plaats slechts één soort, formaat en gewicht van afdrukmedia tegelijk in de handmatige invoer.
- Voeg tijdens het afdrukken geen papier toe als de handmatige invoer nog papier bevat. Dit zou papierstoringen kunnen veroorzaken.
- Plaats afdrukmaterialen in de handmatige invoer met de te bedrukken zijde naar boven en met de bovenrand eerst en zorg ervoor dat het materiaal in het midden van de lade ligt.
- Let voor optimale adrukkwaliteit en ter voorkoming van vastlopend papier (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 109) op de volgende aanwijzingen.
- Maak omgekrulde kaarten, enveloppen en etiketten vlak, voor u ze in de lade voor handmatige invoer plaatst.
- Volg bij het afdrukken op speciaal afdrukmedia de richtlijnen voor het plaatsen van afdrukmateriaal (zie "Afdrukken op speciale afdrukmedia" op pagina 47).
- Als vellen overlappen bij het afdrukken via de handmatige invoer, opent u de lade, verwijdert u de overlappende vellen en probeert u opnieuw af te drukken.
- Als het papier niet goed wordt doorgevoerd bij het afdrukken, duwt u het papier met de hand tot het automatisch wordt doorgevoerd.
- Wanneer de machine zich in de energiebesparende modus bevindt, voert het apparaat geen papier in van de handmatige invoer. Haal het apparaat uit de slaapstand door op de aan/uit-knop te drukken voordat u de handmatige invoer gebruikt.
Afdrukmateriaal en lade

Afdrukken op speciale afdrukmedia
De onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale afdrukmedia in elke lade.
De media wordt ook weergegeven in Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Voor de beste afdrukkwaliteit selecteert u het juiste mediatype in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken > tabblad Papier > Papiertype (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58).
Als u bijvoorbeeld op etiketten wilt afdrukken, selecteert u Etiketten als Papiertype.
Afdrukmateriaal en lade

- Voor het gebruik van speciale afdrukmedia raden wij u aan om telkens een vel per keer in te voeren (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 109).
- Afdrukken op speciale media (voorzijde naar boven)
Als speciale media afdrukt worden met vouwen, kreuken of dikke zwarte lijnen, moet u de achterklep openen en het afdrukken nogmaals proberen. Houd de achterklep tijdens het afdrukken geopend.

Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 109 voor papiergewicht per vel.
| Types Lade Handmatige invoer | ||
| Normaal papier | ● | ● |
| Dik papier ● | ● | |
| Dikker ● | ||
| Dun papier ● | ● | |
| Bankpost ● | ● | |
| Kleur ● | ||
| Kartonpapier ● | ● | |
| Etiketten ● | ||
| Transparanten ● | ||
| Envelop ● | ||
| Dikke envelop ● | ||
| Voorbedrukt ● | ||
| Katoen | ● | |
| Kringlooppapier | ● | ● |
| Archiefpapier | ● | ● |
(●: beschikbaar. Leeg: niet beschikbaar)
Afdrukmateriaal en lade
Enveloppen
Of enveloppen goed worden bedrukt, is afhankelijk van de kwaliteit.
Plaats een envelop op de volgende manier om deze te bedrukken.

Als enveloppen worden afgedrukt met vouwen, kreukels of dikke zwarte lijnen, moet u de achterklep openen en het afdrukken nogmaals proberen. Houd de achterklep tijdens het afdrukken geopend.
- Houd bij de keuze van enveloppen rekening met de volgende factoren:
- Gewicht: niet zwaarder dan 90 g/m 2 , anders kunnen de enveloppen vastlopen.
-
Samenstelling: plat liggend met minder dan 6 mm opkrullende rand, zonder lucht.
-
Toestand: geen gekrulde, verkreukelde of beschadigde enveloppen.
-
Temperatuur: dienen tegen de warmte en druk van het apparaat in werking te kunnen.
-
Gebruik alleen goed gevormde enveloppen met scherpe vouwen.
- Gebruik geen afgestempelde enveloppen.
- Gebruik geen enveloppen met sluithaakjes, knipsluitingen, vensters, gecoate binnenbekleding, zelfklevende sluitingen of andere synthetische materialen.
- Gebruik geen beschadigde enveloppen of enveloppen van slechte kwaliteit.
- Controleer of de naad aan beide uiteinden van de envelop helemaal doorloopt tot in de hoek.

1 Aanvaardbaar
2 Onaanvaardbaar

- Enveloppen met een verwijderbare strip of met meer dan één zelfklevende vouwbare klep moeten van een kleefmiddel zijn voorzien dat gedurende 0,1 seconde bestand is tegen de fixeertemperatuur van het apparaat, ongeveer 170 C. De extra kleppen en strips kunnen kreuken, scheuren en papierstoringen veroorzaken, en kunnen zelfs de fixeereenheid beschadigen.
Afdrukmateriaal en lade
- Voor de beste afdrukkwaliteit plaatst u de marges best niet dichter dan 15 mm van de rand van de envelop.
- Druk niet af op de plaats waar de naden van de envelop samenkomen.
Transparanten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen mag u uitsluitend transparanten gebruiken die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.

- Bestand tegen de fixeertemperatuur in het apparaat.
-
Plaats transparanten op een vlak oppervlak nadat u ze uit het apparaat hebt gehaald.
-
Laat transparanten niet te lang in de papierlade liggen. Er kan zich dan stof en vuil op afzetten, wat leidt tot vlekken bij het afdrukken.
- Let op dat u geen vingerafdrukken op de transparanten maakt. Dit veroorzaakt vlekken tijdens het afdrukken.
- Bescherm transparanten na het afdrukken tegen langdurige blootstelling aan zonlicht om te voorkomen dat ze gaan vervagen.
- Zorg dat de transparanten niet kreukelen, krullen of gescheurde hoeken hebben.
- Gebruik geen transparanten die loskomen van de achterzijde.
- Om te vermijden dat afgedrukte transparanten aan elkaar gaan kleven, mag u ze tijdens het afdrukken niet laten opstapelen in de uitvoerlade.
- Aanbevolen afdrukmedia: transparanten voor een kleurenlaserprinter van Xerox, zoals 3R 91331 (A4) en 3R 2780 (Letter)
Afdrukmateriaal en lade
Etiketten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u uitsluitend etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.

- Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren:
- Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van het apparaat. Controleer de specificaties van uw apparaat voor informatie over de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C).
-
Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten loskomen van het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen tot gevolg hebben.
-
Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer dan 13 mm omkrullen.
-
Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes vertonen of loskomen van het rugvel.
-
Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal blootligt. Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken.
- Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De klevende achterzijde mag slechts een keer door het apparaat worden gevoerd.
- Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen, gekreukt of anderszins beschadigd zijn.
Afdrukmateriaal en lade
Kartonpapier/papier van een aangepast formaat

- Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4 mm van de zijkanten van de afdrukmedia.
Voorbedrukt papier
Bij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde bovenaan liggen en mag de voorzijde niet gekruld zijn. Bij invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties wat de afdrukkwaliteit betreft.

- Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige inkkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen uitstoot als ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat.
- De inkt op het voorbedrukt papier mag niet ontvlambaar zijn en mag de printerrollen niet beschadigen.
Afdrukmateriaal en lade
- Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of de inkter op het papier droog is. Natte inkter kan tijdens het fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor de afdrukkaliteit afneemt.
Papierformaat en -type instellen
Nadat u het papier in de lade hebt geplaatst moet u het papierformaat en - type instellen met behulp van de knoppen op het bedieningspaneel.

Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer * (Menu) > Systeeminst. > Papierinstel. > Papierformaat of Type papier op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste lade en de gewenste optie.
3 Druk op OK om de selectie op te slaan.

- De instellingen die via het apparaatstuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen die via het bedieningspaneel werden opgegeven.
a Als u afdrukt vanuit een toepassing, opent u de toepassing en het afdrukmenu.
b Open Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58).
c Klik op het tabblad Papier en selecteer het juiste papiertype.
- Als u papier met speciale afmetingen wilt gebruiken, zoals factuurpapier, selecteert u het tabblad Papier > Formaat > Bewerken... en stelt u Instellingen aangepast papierformaat in Voorkeursinstellingen voor afdrukken in (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58).
Originelen voorbereiden
- Plaats geen papier dat kleiner is dan 142 × 148 mm of groter dan 216 × 356 mm.
- Vermijd het gebruik van de volgende papiertypes om papierstoringen, een slechte afdrukkwaliteit en schade aan het apparaat te voorkomen.
- Carbonpapier of papier met carbonrug
- Gecoat papier
- Licht doorschijnend of dun papier
- Gekreukt of gevouwen papier
Afdrukmateriaal en lade
- Gekruld of opgerold papier
-
Papier met scheuren
-
Verwijder alle nietjes en paperclips voor u het papier plaatst.
- Controleer of eventuele lijm, inkt of correctievloeistof op het papier volledig droog is voor u het plaatst.
- Plaats geen originelen van verschillend formaat of gewicht.
- Plaats geen boekjes, foldertjes, transparanten of documenten met andere afwijkende eigenschappen.
Originelen plaatsen
U kunt de glasplaat van de scanner gebruiken om een document te kopiëren, te scannen of als fax verzenden (alleenSCX-472x Series)
Op de glasplaat van de scanner
Vanaf de glasplaat van de scanner kunt u originele kopieren of scannen. Voor de beste scankwaliteit, met name bij afbeeldingen in kleur of grijstinten, doet u er goed aan de glasplaat te gebruiken. Zorg dat er zich geen originelen in de documentinvoer bevinden. Wanneer een origineel wordt gedetecteerd in de documentinvoer, krijgt deze voorrang op het origineel op de glasplaat van de scanner.
1 Til het deksel van de scanner op.

Afdrukmateriaal en lade
2 Plaats de originelen met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner. Plaats het document zorgvuldig in het verlengde van de markering linksboven op de glasplaat.

3 Sluit het deksel van de scanner.

- Als u het deksel van de scanner tijdens het kopieren niet sluit, kan dat een nadelig effect hebben op de kopieerkwaliteit en het tonerverbruik.
- Stof op de glasplaat kan leiden tot zwarte vlekken op de afdruk. Houd de glasplaat schoon (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81).
- Als u een pagina uit een boek of tijdschrift wilt kopieren, opent u het deksel van de scanner tot tegen de aanslag en sluit u het daarna weer. Als het boek of tijdschrift dikker is dan 30 mm, laat u het deksel van de scanner openstaan tijdens het kopieren.

- Doe dit voorzichtig om te voorkomen dat het scannerglas breekt en u zich kwetst.
- Plaats uw hand niet onder het scannerdeksel terwijl u het sluit. Het scannerdeksel kan op uw handen vallen en letsel veroorzaken.
- Kijk tijdens het kopieren of scannen niet in het licht van de scanner. Dit is schadelijk voor de ogen.
In de automatische documentinvoer
In de documentinvoer kunt u tot 40 vellen papier van 75 g/m2 voor één taak plaatsen.
Afdrukmateriaal en lade
1 Buig de papierstapel of waaier het papier uit om de pagina's van elkaar te scheiden voor u de originelen plaatst.

2 Plaats de originelen in de documentinvoerlade met de bedrukte zijde naar boven. Zorg ervoor dat de onderkant van de stapel originelen samenvalt met de markering voor het papierformaat op de invoerlade.

3 Stel de ADI in overeenkomstig het papierformaat.

- Stof op de glasplaat van de ADI kan zwarte strepen op de afdruk veroorzaken. Houd de glasplaat schoon (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81).
- Om af te drukken op beide zijden van het papier met de ADI, moet u op het bedieningspaneel drukken op (Copy) > (Menu) >
Kopieerfunctie > Dubbelzijdig > 1->2Lan. zij. of 1->2Kor. zij. en op één zijde van het papier afdrukken en het papier opnieuw laden om de andere zijde af te drukken.
Eenvoudige afdruktaken

Raadpleeg de Handleiding Geavanceerd (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 229) voor speciale afdrukfuncties.
Tijdens het afdrukken

Wanneer u gebruik maakt van Macintosh of Linux, raadpleegt u "Afdrukken in Macintosh" op pagina 239 of "Afdrukken in Linux" op pagina 241.
Het volgende venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken is voor Notepad in Windows 7.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.

4 De basisafdrukinstellingen, inclusief het aantal kopieën en het afdrukbereik, worden geselecteerd in het venster Afdrukken.
Klik op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken om gebruik te maken van de geavanceerde afdrukopties. (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58).
5 Klik in het venster Afdrukken op OK of Afdrukken om de afdruktaak te starten.
Eenvoudige afdruktaken
Een afdruktaak annuleren
Een afdruktaak die in een afdrukrij of afdrukspooler wacht om afgedrukt te worden, annuleert u op de volgende manier:
- U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat () in de taakbalk van Windows.
- U kunt de huidige taak ook annuleren door op (Stop/Clear) op het bedieningspaneel te drukken.
Voorkeursinstellingen openen

- Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken in deze gebruikshandleiding verschilt mogelijk van het venster dat u ziet omdat dit afhankelijk is van de gebruikte printer.
- Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen voor afdrukken verschijnt er mogelijk een waarschuwingsteken, of . Een uitroepteken () wil zeggen dat u deze optie wel kunt selecteren maar dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil zeggen dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de instellingen of omgeving van het apparaat.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Kies Afdrukken in het menu Bestand. Het venster Afdrukken wordt weergegeven.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4 Klik op Eigenschappen of op Voorkeuren.

U kunt de huidige status van het apparaat controleren door op de knop Printerstatus te drukken (zie "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 285).
Eenvoudige afdruktaken
Voorkeursinstellingen gebruiken
Met de optie Vooraf ingest. die op elk tabblad maar niet op het tabblad Samsung verschijnt kunt u de huidige voorkeurinstellingen opslaan voor toekomstig gebruik.
Volg deze stappen om een Vooraf ingest.-item op te slaan.
1 Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in.
2 Typ in het invoervak Vooraf ingest. een naam voor deze instellingen.

3 Klik op ☐ (Toevoegen). Als u instellingen opslaat onder Vooraf ingest. worden alle huidige stuurprogramma-instellingen opgeslagen.

Selecteer meer opties en klik op (Wijzigen). De instellingen worden toegevoegd aan de voorinstellingen die u hebt opgegeven. Om de bewaarde instelling te gebruiken kiest u deze in de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest.. Het apparaat is nu ingesteld om afdrukken te maken met de gekozen instellingen. Om de opgeslagen instellingen te wissen kiest u deze uit de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest. en klikt u op (Wissen).
U kunt de standaardinstellingen van het printerstuurprogramma ook herstellen door Vooraf ingest. stand. te selecteren in de vervolgkeuzelijst Vooraf ingest.
Help gebruiken
Klik op de optie waarover u meer wilt weten op het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken en druk op F1 op uw toetsenbord.
Eenvoudige afdruktaken
Eco-afdruk
Met de functie Eco spaart u toner en papier uit. De functie Eco spaart natuurlijke hulpbronnen en helpt u milieuvriendelijke afdrukken te maken.
Als u op het bedieningspaneel op de knop Eco drukt, staat deze modus aan. De standaardinstelling van de Eco-modus is Dubbelzijdig afdrukken (Lange zijde), Meerdere pagina's per zijde (2), Blanco pagina's overslaan en Tonerspaarstand.

Afhankelijk van het printerstuurprogramma dat u gebruikt, werkt Blanco pagina's overslaan mogelijk niet juist. Als de functie Blanco pagina's overslaan niet goed werkt, moet u deze functie instellen vanuit de Easy Eco Driver (zie "Easy Eco Driver" op pagina 276).
Instellen van Eco-modus op het bedieningspaneel.

- De instellingen die via het stuurprogramma zijn opgegeven krijgen voorrang op de instellingen via het bedieningspaneel.
- Het openen van de menu's kan verschillen per model (zie "Toegang tot het menu" op pagina 33).
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer * (Menu) > Systeeminst. > Apparaatinst. > Eco-instel. op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
- Standaardmodus: In deze modus is de eco-modus uitgeschakeld. (Dubbelzijdig (lange zijde)/tonerbesparing/2 op 1 vel/blanco pagina's overslaan)
- Uit: Zet de eco-modus uit.
- Aan: Zet de eco-modus aan.

Als u de eco-modus instelt met een wachtwoord via de SyncThru™ Web Service(tabblad Settings > Machine Settings > System > Eco > Settings), de melding Gedwongen verschijnt. U moet het wachtwoord invoeren om de eco-modus te wijzigen.
Eenvoudige afdruktaken
- Temp wijz: Volg de instellingen van de Syncthru™ Web Service. Voordat u dit onderdeel selecteert, moet u de eco-functie instellen de SyncThru™ Web Service> tabblad Settings > Machine Settings > System > Eco > Settings.
3 Druk op OK om de selectie op te slaan.
Eco-modus in het stuurprogramma instellen
Open het tabblad Eco om de Eco-modus in te stellen. Als u de eco-afbeelding ziet ( ), betekent dit dat de eco-modus momenteel is ingeschakeld.
Eco-opties
- Standaardinstelling printer: Volg de instellingen op het bedieningspaneel van de printer.
- Geen: Schakelt Eco-modus uit.
- Eco-afdruk: Schakelt eco-modus in. Activeer de verschillende Eco-onderdelen die u wilt gebruiken.
- Wachtwoord: Als de beheerder de Eco-modus heeft ingeschakeld, moet u het wachtwoord opgeven om de status te wijzigen.
Resultaatsimulator
De Resultaatsimulator toont de resultaten van verlaagde kooldioxide-emissies, elektriciteitsverbruik en de hoeveelheid uitgespaard papier, naargelang de door u gekozen instellingen.
- De resultaten worden berekend op basis van een totaal aantal van honderd pagina's zonder blanco pagina, als de Eco-modus is uitgeschakeld.
- Zie voor de berekeningscoëfficiënt met betrekking tot CO2, energie en papier het IEA, de index van het Japanse ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie en www.remanufacturing.org.uk. Elk model gebruikt een ander kengetal.
- Het elektriciteitsverbruik in afdrukmodus betreft bij dit apparaat het gemiddelde elektriciteitsverbruik bij afdrukken.
- De werkelijke bespaarde of verlaagde hoeveelheden kan verschillen naargelang het gebruikte besturingssysteem, computerkracht, programma's, aansluitmethode, mediatype, mediaformaat, complexiteit van de afdruktaak, enz.
Normaal kopiëren

Raadpleeg de Handleiding Geavanceerd (zie "Menu Kopiëren" op pagina 189) voor speciale afdrukfuncties.
Normaal kopieren
1 Selecteer (kopiëren) op het bedieningspaneel.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
3 Om de kopieerinstellingen, zoals onder meer Verkl./vergr., Tonersterkte, Contrast en Origineel aan te passen via de knoppen op het configuratiescherm (zie "De instellingen per kopie wijzigen" op pagina 62).
4 Voer indien nodig het aantal kopieën in met behulp van de pijl of het numeriek toetsenblok.
5 Druk op (Start).
Als u de kopieertaak moet annuleren terwijl deze wordt uitgevoerd, drukt u op (Stop/Clear). De kopieertaak wordt dan gestopt.
De instellingen per kopie wijzigen
Het apparaat beschikt over standaardinstellingen voor kopieren zodat u snel en gemakkelijk een kopie kunt maken. Met behulp van de kopieerfunctieknoppen op het bedieningspaneel kunt u de opties per kopie wijzigen.

- Als u tijdens het instellen van de kopieeropties op (Stop/Clear) drukt, worden alle opties die u voor de huidige kopieertaak hebt ingesteld, geannuleerd en worden de standaardinstellingen hersteld. Na afloop van een kopieerproces worden de standaardinstellingen altijd automatisch hersteld.
- Het openen van de menu's kan verschillen per model (zie "Toegang tot het menu" op pagina 33).
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
Tonersterkte
Als er vlekken en donkere afbeeldingen op uw origineel staan, kunt u de helderheid aanpassen om de kopie beter leesbaar te maken.
Normaal kopiëren
1 Selecteer (kopiëren) > (Menu) > Kopieerfunctie > Tonersterkte op het bedieningspaneel.
Of druk op de knop Tonersterkte op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
Bijvoorbeeld Licht+5 is de lichtste en Donker+5 is de donkerste.
3 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Contrast
In het menu Contrast kunt u het verschil tussen lichte en donkere stukken in een afbeelding verkleinen of vergroten.
1 Selecteer (kopiëren) > * (Menu) > Kopieerfunctie > Contrast op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de optie die u wilt en druk op OK. Selecteer Donker om het contrast te verhogen en selecteer Licht om dit te verlagen.
3 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Origineel
Met de oorspronkelijke instelling kunt u de kwaliteit van de kopie verbeteren door het documenttype voor de huidige kopieertaak te selecteren.
1 Selecteer (kopiëren) > * (Menu) > Kopieerfunctie > Origineel op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
- Tekst: gebruik deze optie voor originelen die hoofdzakelijk uit tekst bestaan.
- Tekst/Foto: gebruik deze optie voor originelen die tekst en foto's bevatten.
Als de tekst op de afdruk onscherp is, selecteert u Tekst om scherpe teksten te krijgen.
- Foto: gebruik deze optie voor foto's.
3 Druk op Ⓧ(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Verkleinde of vergrote kopie
U kunt het formaat van een gekopieerde afbeelding verkleinen tot 25% of vergroten tot 400% wanneer u originelen kopieert via de glasplaat.
Normaal kopiëren

- Afhankelijk van het model of optionele onderdelen zijn enkele LED's mogelijk niet beschikbaar (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
- Wanneer het apparaat is ingesteld op Eco-modus, zijn de vergrooten verkleinfuncties niet beschikbaar.
Om uit de vooraf ingestelde kopieerformaten te selecteren
1 Selecteer (kopiëren) > (Menu) > Kopieerfunctie > Verkl./vergr. op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
3 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Om de grootte van de kopie aan te passen door rechtstreeks de schaalverhouding in te voeren
1 Selecteer (kopiëren) > * (Menu) > Kopieerfunctie > Verkl./vergr. > Aangepast op het bedieningspaneel.
2 Geef het gewenste kopieerformaat op met het numerieke toetsenblok.
3 Druk op OK om de selectie op te slaan.
4 Druk op Ⓕ(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Als u een verkleinde kopie maakt, kunnen er onderaan op de kopie zwarte lijnen verschijnen.
Identiteitskaarten kopiëren
Uw apparaat kan dubbelzijdige originelen afdrukken op één vel.
Hierbij wordt één zijde van het origineel op de bovenste helft van het vel papier afgedrukt en de andere zijde op de onderste helft zonder dat het origineel daarbij wordt verkleind. Deze functie is handig voor het kopieren van kleine documenten zoals visitekaartjes.

- Voor deze functie moet het origineel op de glasplaat van de scanner worden geplaatst.
- Als het apparaat is ingesteld op Eco-modus is deze functie niet beschikbaar.
- Selecteer voor een betere afbeeldingskwaliteit (kopiëren) >
Menu) > Kopieerfunctie > Oorspr. type > Foto op het bedieningspaneel.
Normaal kopiëren
1 Druk op ID Copy op het bedieningspaneel.
2 Plaats een origineel op de glasplaat met de voorzijde naar onder zoals aangegeven door de pijlen. Sluit vervolgens het deksel van de scanner.

3 Plaats voorzijde en druk op Start verschijnt op het display.
4 Druk op Start.
Het apparaat begint de voorzijde te scannen. Op het display verschijnt Plaats achterz. en druk op Start.
5 Keer het origineel om en leg het op de glasplaat zoals wordt aangegeven door de pijlen. Sluit vervolgens het deksel van de scanner.

6 Druk op Start.


- Als u niet op ◇ (Start) drukt, wordt alleen de voorzijde gekopieerd.
- Als het origineel groter is dan het afdrukgebied, worden sommige gedeelten mogelijk niet afgedrukt.
Basisfuncties voor scannen

Raadpleeg de Handleiding Geavanceerd (zie "Scanfuncties" op pagina 246) voor speciale scanfuncties.
Basisfuncties voor scannen
Dit is de normale en gebruikelijke procedure voor het scannen van originelen.
Dit is een basisscanmethode voor een apparaat dat via USB is verbonden.

- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
- Als u wilt scannen via het netwerk, raadpleegt u de handleiding Geavanceerd (zie "Scannen vanaf een apparaat dat is aangesloten op een netwerk" op pagina 254).
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
2 Selecteer 📋(scannen) > Naar pc scan. > Lokale comp. op het bedieningspaneel.

Als u het bericht Niet beschikbaar ziet, controleert u de poortconnectie of selecteert u Scannen vanaf paneel op apparaat inschakelen in
Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde modus activeren > Instellingen voor scannen naar pc.

Selecteer de gewenste toepassing en druk op OK. De standaardinstelling is Mijn docum..

U kunt de map waarin het gescande bestand is opgeslagen toevoegen of verwijderen in Samsung Easy Printer Manager >

Geavanceerde modus activeren. > Instellingen voor scannen naar pc.

Selecteer de gewenste optie en druk op OK.

Het apparaat begint te scannen.

De gescande afbeelding wordt opgeslagen in C:\Gebruikers\gebruikersnaam\Mijn documenten. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma.
Basisfuncties voor faxen

- Deze functie wordt niet ondersteund voor SCX-470X Series (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 25).
- Raadpleeg de Handleiding Geavanceerd (zie "Faxfuncties" op pagina 258), voor speciale faxfuncties.

- U kunt dit apparaat niet als faxapparaat gebruiken via een internettelefoon. Raadpleeg uw internetprovider voor meer informatie.
- Wij raden het gebruik van traditionele analoge telefoondiensten (PSTN: Public Switched Telephone Network) wanneer u telefoonlijnen aansluit om de fax te gebruiken. Als u andere internetdiensten (DSL, ISDN, VoIP) gebruikt, kunt u de kwaliteit van de verbinding verbeteren door gebruik te maken van een microfilter. Een microfilter elimineert ruissignalen en verbetert de kwaliteit van de netwerk/internetverbinding. Aangezien er geen DSL-microfilter met het apparaat wordt meegeleverd, neemt u best contact op met uw internetprovider als u er gebruik van wilt maken.

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["EXT"]
B --> C["LINE"]
C --> D["2"]
D --> E["3"]
E --> F["Output"]
1 Lijnpoort
2 Microfilter
3 DSL-modem / telefoonlijn (zie "Achterkant" op pagina 24).
• D e SCX-470x Series ondersteunt de faxfuncties niet.
Voorbereiden om te faxen

De SCX-470x Series ondersteunt de faxfuncties niet.
Voordat u een fax kunt verzenden of ontvangen moet u het meegeleverde telefoonsnoer aansluiten op een telefoonaansluiting in de wand (zie "Achterkant" op pagina 24). Raadpleeg de Beknopte installatiehandleiding voor informatie over de aansluiting. Het maken van een telefoonverbinding verschilt van land tot land.
Een fax verzenden

- U kunt originelen op de glasplaat van de scanner of in de ADI plaatsen. Als er zich zowel originelen in de ADI als op de glasplaat van de scanner bevinden, worden de originelen in de ADI eerst gelezen omdat de ADI een hogere prioriteit heeft bij het scannen.
• D e SCX-470x Series ondersteunt de faxfuncties niet.
Basisfuncties voor faxen
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
2 Selecteer 📞(faxen) op het bedieningspaneel.
3 Stel de gewenste resolutie en tonersterkte in (zie "De documentinstellingen aanpassen" op pagina 70).
4 Voer het faxnummer van de ontvanger in.
5 Druk op ◆ (Start) op het bedieningspaneel. Het document wordt gescand en naar de bestemmingen gefaxt.

- M e t Samsung Network PC Fax kunt u een fax rechtstreeks vanaf uw computer verzenden (zie "Een fax met uw computer verzenden" op pagina 259).
- Als u een faxtaak wilt annuleren, drukt u op (Stop/Clear) voordat het apparaat begint met verzenden.
- Als u een fax verzendt vanaf de glasplaat van de scanner, verschijnt er een bericht waarin u wordt gevraagd een volgende pagina in te voeren.
Een fax handmatig verzenden
Voer de volgende stappen uit om een fax te verzenden met Ⓔ(On Hook Dial) op het configuratiescherm. Als uw apparaat over een hoorn beschikt, kunt u een fax verzenden met de hoorn (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
2 Selecteer 📄(faxen) op het bedieningspaneel.
3 Stel de gewenste resolutie en tonersterkte in (zie "De documentinstellingen aanpassen" op pagina 70).
4 Druk op On Hook Dial op het bedieningspaneel of neem de hoorn van de haak.
5 Voer een faxnummer in met behulp van het numeriek toetsenblok op het bedieningspaneel.
6 Druk op ◇ (Start) op het bedieningspaneel zodra u een hoge faxtoon hoort van het ontvangende faxapparaat.
Basisfuncties voor faxen
Groepsverzending (faxen naar meerdere bestemmingen verzenden)
Met de functie Groepsverzending kunt u een fax naar meerdere bestemmingen verzenden. Uw documenten worden automatisch in het geheugen opgeslagen en naar een extern faxapparaat verzonden. Na verzending worden de originelen automatisch uit het geheugen gewist (zie "Functies per model" op pagina 7).

U kunt geen faxen verzenden met deze functie wanneer u hebt gekozen voor superfijn of wanneer de fax in kleur is.
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
2 Selecteer (faxen) op het bedieningspaneel.
3 Stel de gewenste resolutie en tonersterkte in (zie "De documentinstellingen aanpassen" op pagina 70).
4 Selecteer ⚙️(Menu) > Faxfunctie > Meerdere verz. op het bedieningspaneel.
5 Voer het nummer van het eerste ontvangende faxapparaat in en druk op OK.
U kunt snelkiesnummers oproepen of een groepskiesnummer selecteren met de knop (Address Book) (zie de handleiding Geavanceerd).
6 Voer het tweede faxnummer in en druk op OK.
U wordt gevraagd om het volgende faxnummer waarnaar u het document wilt verzenden in te voeren.
7 Als u meer faxnummers wilt invoeren drukt u op OK zodra Ja verschijnt en herhaalt u stappen 5 en 6. U kunt tot 10 bestemmingen toevoegen.

Na het invoeren van een groepskiesnummer kunt u geen ander groepskiesnummer invoeren.
8 Als u klaar bent met het invoeren van faxnummers, selecteert u Nee op de vraag Nog een nummer? en drukt u op OK.
Het apparaat verzendt de fax naar de verschillende nummers in de volgorde waarin u ze hebt ingevoerd.
Basisfuncties voor faxen
Een fax ontvangen

De SCX-470x Series ondersteunt de faxfuncties niet.
Uw apparaat is standaard ingesteld op faxmodus. Als u een fax ontvangt, beantwoordt het apparaat de oproep na een opgegeven aantal belsignalen en wordt de fax automatisch ontvangen.
De documentinstellingen aanpassen

De SCX-470x Series ondersteunt de faxfuncties niet.
Voordat u een fax verstuurt, wijzigt u de volgende instellingen overeenkomstig de eigenschappen van het origineel voor een optimaal resultaat.

Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
Resolutie
De standaard documentinstellingen leveren goede resultaten voor een normaal tekstdocument. Als u echter originelen verstuurt die foto's bevatten of van een slechte kwaliteit zijn, kunt u de resolutie aanpassen om een fax van een betere kwaliteit te versturen.
1 Selecteer 🏠 (faxen) > ⚙️ (Menu) > Faxfunctie > Resolutie op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
- Standaard: originelen met tekens van normale grootte.
- Fijn: originelen met kleine tekens of dunne lijnen, of originelen die met een matrixprinter zijn afgedrukt.
- Superfijn: originelen met zeer kleine details. De modus Superfijn wordt alleen ingeschakeld als het apparaat waarmee u communiceert deze resolutie ondersteunt.

- Verzenden vanuit het geheugen is niet mogelijk in de modus Superfijn. De resolutie-instelling wordt automatisch gewijzigd in Fijn.
-
Als het apparaat ingesteld is op de resolutie Superfijn, maar het ontvangende faxapparaat de resolutie Superfijn niet ondersteunt, wordt de fax verzonden in de hoogste resolutie die het ontvangende faxapparaat ondersteunt.
• Fotofax: originelen met grijstinten of foto's. -
Menuoverzicht en basisinstellingen
Basisfuncties voor faxen
- Kleurenfax: originelen met kleuren.

- Verzenden vanuit het geheugen is niet beschikbaar in deze modus.
- U kunt alleen een kleurenfax verzenden als het apparaat waarmee u communiceert, de ontvangst van een kleurenfax ondersteunt en als u de fax handmatig verzendt.
3
Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Tonersterkte
U kunt de helderheid van het originele document selecteren.

De ingestelde helderheid geldt voor de huidige faxtaak. Voor het aanpassen van de standaardinstellingen (zie"Menu Faxen" op pagina 196).
1
Selecteer 📋(faxen) > ⚙️(Menu) > Faxfunctie > Tonersterkte op het bedieningspaneel.
2
Selecteer de gewenste tonerinstelling.
3
Druk op ✕(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen, accessoires en onderdelen voor het onderhoud van uw apparaat kunt aankopen.
- Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 73
- Beschikbare verbruiksartikelen 74
- Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 75
• Toner herverdelen 76 - De tonercassette vervangen 77
- De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 79
- Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 80
• Het apparaat reinigen 81
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen

De verkrijgbare accessoires kunnen verschillen van land tot land. Neem contact op met uw verkoper voor de lijst met beschikbare verbruiksartikelen en onderdelen.
Als u door Samsung goedgekeurde verbruiksartikelen, accessoires of reserveonderdelen wilt bestellen, neemt u contact op met de lokale Samsung-dealer of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. Of ga naar www.samsung.com/supplies en selecteer uw land/regio voor de contactgegevens van de klantenservice.
Beschikbare verbruiksartikelen
Als de verbruiksartikelen het einde van hun gebruiksduur naderen, kunt u de volgende verbruiksartikelen voor uw apparaat bestellen:
| Type | Gemiddeld aantal afdrukkena | Benaming van onderdeel |
| Standaardrendement tonercassette | Ong. 1.500 pagina's MLT-D103S | |
| Tonercassette met hoge capaciteit | Ong. 2.500 pagina's MLT-D103L | |
a. Opgegeven rendement overeenkomstig ISO/IEC 19752.

De levensduur van de tonercassette kan variëren afhankelijk van de opties, het percentage afbeeldingen en de taakmodus.

Als u nieuwe tonercassettes of verbruiksartikelen aanschaft, doet u dit best in het land waar u het apparaat hebt gekocht. Nieuwe tonercassettes of andere verbruiksartikelen zijn mogelijk niet compatibel met het apparaat omdat de configuratie van tonercassettes en andere verbruiksartikelen per land kunnen verschillen.

Samsung raadt gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele Samsung-tonercassettes niet garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van Samsung vallen niet onder de garantie van het apparaat.
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
Neem contact op met de winkel waar u het apparaat hebt gekocht om reserveonderdelen te bestellen. Laat onderhoudsonderdelen alleen vervangen door een erkende servicemedewerker, de leverancier of personeel van de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. De vervanging van onderdelen waarvan de gemiddelde levensduur is verstreken, valt niet onder de garantie.
Onderhoudsonderdelen worden op gezette tijdstippen vervangen om te verhinderen dat de afdrukkwaliteit verslechtert en er papierinvoerstoringen optreden als gevolg van versleten onderdelen (zie onderstaande tabel). Uw apparaat moet op elk moment perfect functioneren. De te vervangen onderdelen moeten worden vervangen wanneer de levensduur van het desbetreffende onderdeel is verstreken.
| Onderdelen | Gemiddeld aantal afdrukkena |
| Rubbermat van de ADI. Ong. 20.000 pagina's | |
| Transportrol Ong. 100.000 pagina's | |
| fixeereenheid Ong. 50.000 pagina's | |
| Opneemrol Ong. 50.000 pagina's | |
| Vertragingsrol Ong. 50.000 pagina's | |
| Voorwaartse rol Ong. 50.000 pagina's | |
| Aanvoerrol Ong. 50.000 pagina's |
a. De afdruksnelheid is afhankelijk van het gebruikte besturingssysteem, de snelheid van de computer, de gebruikte toepassing, de verbindingsmethode, de media, het formaat van de media en de complexiteit van de taak.
Toner herverdelen
Als de tonercassette bijna leeg is:
- Witte strepen, onduidelijke afdruk en/of verschillende dichtheid aan beide kanten.
- knippert de Status-LED rood.
In dat geval kunt u de afdrukkwaliteit tijdelijk verbeteren door de resterende toner in de tonercassette opnieuw te verdelen. Soms blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, ook nadat de toner opnieuw is verdeeld.

Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Met warm water hecht de toner zich aan de stof.

Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet aan. Neem de cassette vast bij de handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt.

flowchart
graph LR
A["Input Image"] --> B["Receipts with 1/2 filters"]
B --> C["Image Collection"]
C --> D["Image Display"]
D --> E["Final Output"]
subgraph Input
direction TB
A -->|1| B
B -->|2| C
end
subgraph Processing
direction TB
C -->|5-6| D
end
subgraph Output
direction TB
E -->|1| F["Final Output"]
end
De tonercassette vervangen

- Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals een mes of een schaar om de verpakking van de tonercassette te openen. Scherpe voorwerpen veroorzaken mogelijk krassen op het oppervlak van de cassette.
- Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
- Schud de tonercassette grondig. Dit verhoogt de afdrukkwaliteit in het begin.
- Raak de groene onderzijde van de tonercassette niet aan. Neem de cassette vast bij de handgreep om te vermijden dat u de onderkant aanraakt.
De tonercassette vervangen
Als een tonercassette het eind van de levensduur bereikt heeft, stopt de printer met afdrukken.

De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren
Als u regelmatig geconfronteerd wordt met papierstoringen of afdrukproblemen, controleert u het aantal pagina's dat het apparaat heeft afgedrukt of gescand. Vervang indien nodig de betrokken onderdelen.

Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer * (Menu) > Systeeminst. > Onderhoud > Gebruiksduur op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
- Info verb.art.: drukt een pagina af met de gegevens van verbruiksartikelen.
- Totaal: toont het totaal aantal afgedrukte pagina's.
- ADI-scan: toont het aantal pagina's dat is afgedrukt via de automatische documentinvoer.
- Scan. via glas: toont het aantal pagina's dat is gescand via de glasplaat.
3 Druk op Ⓕ(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op"
Als de tonercassette bijna leeg is, verschijnt een bericht of gaat er een LED branden die aangeeft dat u de tonercassette moet vervangen. U kunt instellen of u wenst dat dit bericht of deze LED verschijnt of niet.
1 Selecteer * (Menu) > Systeeminst. > Onderhoud > Ws tr bijna op op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie.
3 Druk op OK om de selectie op te slaan.
Het apparaat reinigen
Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u uw apparaat in een stofrijke omgeving gebruikt, moet u uw apparaat regelmatig schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit te blijven garanderen en de gebruiksduur van uw apparaat te verlengen.

- Als u de behuizing van het apparaat reinigt met reinigingsmiddelen die veel alcohol, oplosmiddelen of andere agressieve substanties bevatten, kan de behuizing verkleuren of vervormen.
- Als er toner in het apparaat of in de directe omgeving ervan is terecht gekomen, raden wij u aan om de toner te verwijderen met een zachte, met water bevochtigde doek of tissue. Als u een stofzuiger gebruikt, wordt de toner in de lucht geblazen. Dit kan schadelijk voor u zijn.
- Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof verzamelen. Dit kan op een gegeven moment problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals tonervlekken of vegen. Deze problemen kunnen worden gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het apparaat te reinigen.
De buitenkant reinigen
Maak het apparaat aan de buitenkant schoon met een zachte, pluisvrije doek. U kunt de doek enigszins bevochtigen met water, maar let erop dat er geen water op of in het apparaat terechtkomt.
Het apparaat reinigen
De binnenkant reinigen

- Gebruik een niet-pluizende doek om het apparaat te reinigen.
- Als uw apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de aan/uit-schakelaar uit voordat u het apparaat reinigt.
- Voordat u de voorklep opent, moet u eerst de uitvoersteun sluiten.

flowchart
graph LR
A["Input Printer"] --> B["Printer Input"]
B --> C["Printer Plot"]
C --> D["Printer Output"]
D --> E["Warning icon: No text present"]

flowchart
graph TD
A["Printer Input"] --> B["Printing"]
B --> C["Disassembly"]
C --> D["Final Display"]
Het apparaat reinigen
Reinigen van de opneemrol

- Voordat u de voorklep opent, moet u eerst de uitvoersteun sluiten.
- Als uw apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de aan/uit-schakelaar uit voordat u het apparaat reinigt.
Het apparaat reinigen


Het apparaat reinigen
Scannereenheid reinigen
Houd de scannereenheid goed schoon. Dat komt de kwaliteit van de kopieën ten goede. Wij raden u aan de scannereenheid aan het begin van elke dag te reinigen en dit zo nodig in de loop van de dag te herhalen.
1 Bevochtig een niet-pluizende, zachte doek of een velletje keukenrol met een beetje water.
2 Til het deksel van de scanner op.
3 Veeg de glasplaat schoon en droog ze af.

1 Scannerdeksel
2 Glasplaat van de scanner
3 Glasplaat van de documentinvoer
4 Witte strook
Het apparaat reinigen
4 Veeg de onderkant van het scannerdeksel schoon en droog deze af.
5 Sluit het deksel van de scanner.

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.
- Tips om papierstoringen te voorkomen 88
• Vastgelopen originelen verwijderen 89
• Papierstoringen verhelpen 93 - Informatie over de status-LED 98
• Informatie over displaymeldingen 100

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt. Als uw apparaat beschikt over een displayscherm, moet u eerst hierop kijken om de fout op te lossen. Als u in dit hoofdstuk geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, kijkt u in het hoofdstuk Problemen oplossen in de Gebruikershandleiding Geavanceerd. Als u geen oplossing kunt vinden in de Gebruikershandleiding of als het probleem blijft optreden kunt u naar de klantenservice bellen.
Tips om papierstoringen te voorkomen
U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Zie de volgende tips om storingen met vastzittend papier te voorkomen:
• Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie "Lade overzicht" op pagina 43).
- Plaats niet te veel papier in de lade. Zorg dat de papierstapel niet boven de maximummarkering aan de binnenzijde van de lade uitkomt.
- Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken.
- Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de lade plaatst.
- Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier.
- Plaats geen verschillende soorten papier in een lade.
- Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 109).
Vastgelopen originelen verwijderen
Als een origineel vastloopt in de ADI verschijnt er een waarschuwingsbericht op het display.

Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat het scheurt.

Gebruik de glasplaat van de scanner voor originelen van dik, dun of gemengd papier om papierstoringen te voorkomen.
Vastgelopen originelen verwijderen
Er is een origineel vastgelopen vóór de scanner

Vastgelopen originelen verwijderen
Het origineel is in de scanner vastgelopen

flowchart
graph TD
A["Start: Printer with Top Panel"] --> B["Step 1: Insert Top Panel"]
B --> C["Step 2: Insert Top Panel"]
C --> D["Step 3: Insert Top Panel"]
D --> E["Step 4: Insert Top Panel"]
E --> F["Step 5: Insert Top Panel"]
F --> G["End: Box with Open lid"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#bbf,stroke:#333
Vastgelopen originelen verwijderen
Het origineel is vastgelopen in het uitvoergebied van de scanner.
1 Verwijder alle resterende pagina's uit de ADI.
2 Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig uit de ADI.

Papierstoringen verhelpen

Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat het scheurt.
In de papierlade

Papierstoringen verhelpen
In de lade voor handmatige invoer

Papierstoringen verhelpen
Binnenin het apparaat

Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert.

flowchart
graph TD
A["Input: Printer"] --> B{1: Receipts}
B --> C["2: Paper"]
C --> D["3: Press"]
D --> E["4: Display"]
E --> F["5: Export"]
F --> G["6: Print & Screen"]
G --> H["7: Export & Screen"]
H --> I["8: Export & Screen"]
I --> J["9: Export & Screen"]
J --> K["10: Export & Screen"]
- Problemen oplossen
Papierstoringen verhelpen
In het uitvoergebied

Papierstoringen verhelpen
Rond de duplexeenheid

De kleur van de LED geeft de huidige status van het apparaat aan.

- Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED's mogelijk niet beschikbaar.
- Zie de foutmelding en de bijbehorende instructies om de fout op te lossen.
- U kunt de fout ook oplossen met de tips in het programmavenster Afdrukstatus of Smart Panel.
- Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
| Status Omschrijving | |||
| Status-LED | Ult | Het apparaat is offline. | |
| Groen | Knippert | Als het lampje knippert, is het apparaat bezig met het ontvangen of afdrukken van gegevens. | |
| Aan • Het | apparaat is online en klaar voor gebruik. | ||
| Rood | Knippert | Er is een kleine storing opgetreden en het apparaat wacht tot het probleem is verholpen. Bekijk het bericht op het display. Als het probleem is opgelost, gaat de printer door met afdrukken. Deze functie is niet van toepassing op enkele modellen zonder displayscherm op het bedieningspaneel.De tonercassette is bijna leeg. Het einde van de geschatte levensduur van de cassette is bijna bereikt. Bereid een nieuwe cassette voor ter vervanging van de oude. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 76). | |
| Aan | De tonercassette heeft de geschatte levensduur a Het verdient aanbeveling de tonercassette te vervangen (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).De klep is geopend. Sluit de klep.De papierlade is leeg. Plaats papier in de lade.Het apparaat is gestopt als gevolg van een ernstige fout. Bekijk de melding op het display (zie "Informatie over displaymeldingen" op pagina 100). | ||
Informatie over de status-LED
| Status Omschrijving | |||
| WPS-LEDb | Blauw | Aan | Als het apparaat met een draadloos netwerk is verbonden, gaat de WPS-LED blauw branden. |
| Power-LED | Blauw Aan | Het apparaat bevindt zich in energiebesparende modus. | |
| Uit Het apparaat staat in de gereedmodus of het apparaat is uitgeschakeld. | |||
| Eco-knop | Groen | Aan | Eco-modus is ingeschakeld. De functies voor dubbelzijdig afdrukken, 2 per vel afdrukken, tonerbesparing en lege pagina's overslaan worden automatisch toegepast tijdens het afdrukken (zie "Eco-afdruk" op pagina 60). |
| Uit Eco-modus is uitgeschakeld. | |||
a. bijna bereikt.
De geschatte gebruiksduur van een cassette verwijls naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Dit geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld kunnen worden gemaakt met de cassette conform ISO/IEC 19752. Het aantal pagina's kan worden beïnvloed door de omgevingsomstandigheden, het percentage van de afbeelding, de tijd tussen afdruktaken, media en formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterblijven in de cassette, ook als de rode LED brandt en de printer stopt met afdrukken.
b. alleen SCX-472x Series.
Informatie over displaymeldingen
Er verschijnen berichten op het display van het bedieningspaneel om de status van het apparaat of fouten te melden. Raadpleeg de onderstaande tabellen voor de betekenis van de berichten en verhelp indien nodig het probleem.

- Als het bericht niet in de tabel voorkomt, schakelt u het apparaat uit en weer in en probeert u de afdruktaak opnieuw uit te voeren. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
- Als u contact opneemt met de klantenservice, is het nuttig dat u het bericht op het display doorgeeft aan een medewerker van de klantenservice.
- Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige meldingen mogelijk niet op het display.
• [foutnummer] geeft het foutnummer aan.
• [ladenummer] geeft het ladenummer aan.
Foutmeldingen gerelateerd aan vastgelopen papier
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| • Doc. vastgel. Verw. vastgel. papier | Het geplaatste origineel is vastgelopen in de documentinvoer. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "Vastgelopen originelen verwijderen" op pagina 89). |
| • Pap.st. in lade | Er is papier vastgelopen bij de papierinvoer. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "In de papierlade" op pagina 93). |
| • Papierstoring in handm. invoer | Er is papier vastgelopen bij de lade voor handmatige invoer. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "In de lade voor handmatige invoer" op pagina 94). |
| • Pap.st. in app. | Er is papier vastgelopen in het apparaat. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "Binnenin het apparaat" op pagina 95). |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| • Pap.st.in uitv.gebied | Er is papier vastgelopen in het papieruitvoergebied. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "In het uitvoergebied" op pagina 96). |
| • Pap.st. onderk. DE• Papierst. bovenkant duplexeenh. | Er is papier vastgelopen in het duplex-gebied. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "Rond de duplexeenheid" op pagina 97). |
Informatie over displaymeldingen
Meldingen over de tonercassette
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| • Plaats tonercas. | Er is geen tonercassette geplaatst. | Plaats een tonercassette. |
| • Zwarte TC comp. | De tonercassette die u hebt geplaatst, is niet geschikt voor uw apparaat. | Installeer tonercassettes van Samsung die speciaal bedoeld zijn voor uw apparaat. |
| • Bereid nieuwe cass. Voor | De tonercassette bevat nog een kleine hoeveelheid toner. Het einde van de geschatte levensduur van de cassette is bijna bereikt. | Houd een nieuwe cassette gereed om de oude cassette te vervangen. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 76). |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| • Plaats nieuwe cass.• Geen toner meer | De tonercassette heeft de geschatte levensduur bereikt. Stopt het apparaat met afdrukken.[AXTT] De geschatte gebruiksduur van een cassette verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er met de cassette gemiddeld kunnen worden gemaakt conform ISO/IEC 19752 (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 74). Het aantal pagina's kan afhankelijk zijn van de omgevingsomstandigheden, het percentage afbeeldingen, de tijd tussen de afdruktaken, media en het mediaformaat. Het is mogelijk dat de cassette nog wat toner bevat wanneer de desbetreffende melding verschijnt en de printer stopt met afdrukken. | • U kunt kiezen tussenStopof Doorgaan, zoals weergegeven op het bedieningspaneel. Als uStopselecteert, stopt de printer met afdrukken en kunt u niet meer afdrukken zolang u de cassette niet hebt vervangen. Als uDoorgaankiest, gaat de printer door met afdrukken maar kan de afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd.• Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven genieten, dient u de tonercassette te vervangen wanneer dit bericht verschijnt. Als u de cassette verder blijft gebruiken kunnen er problemen optreden met de afdrukkwaliteit (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).[SCHY] Samsung raadt het gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde of gerecyclede cassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele Samsung-tonercassettes immers niet garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van Samsung worden niet gedekt door de garantie van het apparaat.• Als het apparaat stopt met afdrukken, vervangt u de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77). |
Informatie over displaymeldingen
Meldingen over de papierlade
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| • Uitvoervak vol Verw. pap. | De uitvoerlade is vol. Zodra het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat de printer door met afdrukken. | |
| • is leeg in [ladetype] | Er bevindt zich geen papier in de lade of handmatige invoer. | Plaats papier in de lade (zie "Papier in de lade plaatsen" op pagina 45, "Papier in de lade plaatsen" op pagina 45). |
| • Fout papier in lade • Fout papier in handmatige Invoer | Het in de printereigenschappen opgegeven papierformaat stemt niet overeen met het door u geplaatste papier. | Plaats het juiste papier. |
Meldingen over het netwerk
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| • Netw.probl.: IP-conflict | Het door u ingestelde IP-adres wordt al door iemand anders gebruikt. | Controleer het IP-adres en stel het zo nodig opnieuw in (zie handleiding Geavanceerd). |
| • Draadloos Netwerkfout | Draadloze module is niet geïnstalleerd. | Neem contact op met de klantenservice. |
Div. meldingen
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| • Klep scanner open. | De klep van de documentinvoer is niet goed vergrendeld. | Sluit de klep goed. Deze moet vastklikken. |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| • Fout [foutnummer] Zet uit en aan | Het apparaat kan niet bestuurd worden. | Start het apparaat opnieuw op en probeer nogmaals af te drukken. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
| • Geh. vol Verw. taak | Het geheugen is vol. U kunt de ontvangen faxtaak afdrukken of verwijderen in Veilige ontv. (zie de handleiding Geavanceerd). | |
| • Scanner geblok. De scanner is vergrendeld. | Start het apparaat opnieuw op. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. | |

In dit hoofdstuk staan productspecificaties en informatie met betrekking tot toepasbare regelgeving.
- Specifications 107
- Informatie over wettelijke voorschriften 116
• Copyright 131

Algemene specificaties

De specificaties hieronder kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Ga naar www.samsung.com voor mogelijk gewijzigde informatie.
| Items Omschrijving | ||
| Afmetingena | Breedte x Lengte x Hoogte 406 x 338 x 384mm (15,98 x 13,30 x 15,12 inches) | |
| Gewichta | Apparaat inclusiefverbruiksartikelen | 10,98 kg |
| Geluidsniveaub | Stand-bymodus 26 dB (A) | |
| Afdrukmodus Minder dan 50 dB(A) | ||
| Kopleermodus Minder dan 53 dB(A) | ||
| Scanmodus (glasplaat van de scanner) | 52 dB (A) | |
| Scanmodus(documentinvoer) | 53 dB (A) | |
| Temperatuur Gebruik 10 tot 32°C | ||
Specifications
| Items Omschrijving | ||
| Relatieve luchtvochtigheid | Gebruik 20 tot 80% RV | |
| Opslag (in verpakking) 10 tot 90% RV | ||
| Nominaal vermogen c | Modellen op 110 volt AC 110 – | 127 V |
| Modellen op 220 volt AC 220 – | 240 V | |
| Stroomverbruik Gemiddeld vermogen Minder dan 400W | ||
| Stand-bymodus minder dan 50 Watt | ||
| Energiebesparende modus minder dan 3,0 Watt | ||
| Uitgeschakelde toestandMinder dan 0,2 W (0,1 Wd ) | ||
| Draadloose e | Module U98Z058 | |
a. De afmetingen en het gewicht zijn gebaseerd op een apparaat zonder handset.
b. Geluidsdrukniveau, ISO 7779. Geteste configuratie: basisinstallatie apparaat, A4-papierformaat, enkelzijdig afdrukken.
c. Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage (V), de frequentie (hertz) en het type stroom (A) voor uw apparaat.
d. Printer met aan/uit-schakelaar.
e. Alleen voor draadloze modellen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Specifications
Specificaties van de afdrukmedia
| Type Formaat Afmetingen | Gewicht/capaciteit afdrukmedia a | |||
| Lade | Handmatige invoerb | |||
| Normaal papier | Letter 216 x 279 mm | 60 tot 163 g/m 2 (bankpostpapier)• 250 vellen van 80 g/m 2 (bankpostpapier) | 60 tot 220 g/m 2 (bankpostpapier).• 1 vel van 80 g/m 2 (bankpostpapier) | |
| Legal 216 x 356 mm | ||||
| US Follo 216 x 330 mm | ||||
| A4 210 x 297 mm | ||||
| Oficio 216 x 343 mm | ||||
| JIS B5 182 x 257 mm | ||||
| ISO B5 176 x 250 mm | ||||
| Executive 184 x 267 mm | ||||
| A5 148 x 210 mm | ||||
| A6 105 x 148 mm | ||||
Specifications
| Type Formaat Afmetingen | Gewicht/capaciteit afdrukmedia a | |||
| Lade | Handmatige invoerb | |||
| Enveloppen | Monarch-envelop | 98 x 191 mm Niet beschikbaar in lade | 60 tot 220 g/m 2 (bankpostpapier). | |
| Envelop Nr. 10 105 x 241 mm | ||||
| Envelop DL 110 x 220 mm | ||||
| Envelop C5 162 x 229 mm | ||||
| Envelop C6 114 x 162 mm | ||||
| Dik papier | Zie Normaal papier | Zie Normaal papier | 91 tot 105 g/m 2 (bankpostpapier) 91 tot 105 g/m 2 (bankpostpapier) | |
| Dikker papier | Zie Normaal papier | Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade | 164 tot 220 g/m 2 (bankpostpapier). | |
| Dun papier | Zie Normaal papier | Zie Normaal papier | 60 tot 70 g/m 2 (bankpostpapier) 60 tot 70 g/m 2 (bankpostpapier) | |
| Transparanten Letter, A4 | Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade | 138 tot 146 g/m 2 (bankpostpapier) | ||
| Etketten c | Letter, Legal, US Folio, A4, JIS B5, ISO B5, Executive, A5 | Zie Normaal papier Niet beschikbaar in lade | 120 tot 150 g/m 2 (bankpostpapier) | |
Specifications
| Type Formaat Afmetingen | Gewicht/capaciteit afdrukmedia a | |||
| Lade | Handmatige invoerb | |||
| Kartonpapier | Letter, Legal, US Folio, A4, JIS B5, ISO B5, Executive, A5 Briefkaart 4x6 | Zie Normaal papier | 121 tot 163 g/m 2 (bankpostpapier) 121 tot 163 g/m 2 (bankpostpapier) | |
| Bankpostpapier | Zie Normaal papier | Zie Normaal papier | 106 tot 120 g/m 2 (bankpostpapier) 106 tot 120 g/m 2 (bankpostpapier) | |
| Minimaal formaat (aangepast) | • Handmatige Invoer: 76 x 127 mm• Lade: 105 x 148,5 mm | 60 tot 163 g/m 2 (bankpostpapier) d,e | ||
| Maximaal formaat (aangepast) 216 x 356 mm | ||||
a. De maximumcapaciteit kan verschillen en is afhankelijk van het gewicht en de dikte van afdrukmedia en de omgevingsomstandigheden.
b. 1 vel voor de handmatige invoer
c. De zachtheid van de voor dit apparaat gebruikte etiketten moet tussen 100 tot 250 (sheffield) bedragen. Deze getallen verwijzen naar het gladheidsniveau.
d. De beschikbare papiersoorten in de handmatige invoer: Normaal, Dik, Dikker, Dun, Katoen-, Gekleurd, Voorbedrukt, Kringloop-, Envelop, Transparant, Etiketten, Karton, Bankpost-, Archief-
e. De beschikbare papiersoorten in lade: Normaal, Dik, Dun, Kringloop, Karton, Bankpost, Archief
Specifications
Systeemvereisten
Microsoft® Windows®
| Besturingssysteem | Vereisten (aanbevolen) | ||
| Processor RAM Vrije schijfruimte | |||
| Windows® 2000 Intel | ® Pentium® II 400 MHz (Pentium III 933 MHz) | 64 MB (128 MB) 600 MB | |
| Windows® XP Intel | ® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz) | 128 MB (256 MB) 1,5 GB | |
| Windows Server® 2003 Intel | ® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz) | 128 MB (512 MB) 1,25 GB tot 2 GB | |
| Windows Server® 2008 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz (Pentium IV 2 GHz) | 512 MB (2 GB) 10 GB | |
| Windows Vista® | Intel® Pentium® IV 3 GHz | 512 MB (1 GB) 15 GB | |
| Windows® 7 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger | 1 GB (2 GB) 16 GB | |
| • Ondersteuning voor DirectX® 9 graphics met 128 MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen). • DVD-R/W-station | |||
| Windows Server® 2008 R2 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz- (x86) of 1,4 GHz- (x64) processoren (2 GHz of sneller) | 512 MB (2 GB) 10 GB | |
Specifications

- Internet Explorer 6.0 of hoger is minimum vereist voor alle Windows-besturingssystemen.
- Gebruikers kunnen de software installeren als ze beheerdersrechten hebben.
- Windows Terminal Services is compatibel met uw apparaat.
• Voor Windows 2000 is Service Pack 4 of hoger vereist.
Macintosh
| Besturingssysteem | Verelsten (aanbevolen) | ||
| Processor RAM Vrije | schijfruimte | ||
| Mac OS X 10.4 | • I n®tpreceissoren• P o w e r P C G 4 | • 128 MB voor Mac met PowerPC (512 MB)/ G 5• 512 MB voor een Mac op basis van Intel (1 GB) | 1 GB |
| Mac OS X 10.5 | • I n®tpreceissoren• 867 MHz of sneller Power PC G4/G5 | 512 MB (1 GB) 1 GB | |
| Mac OS X 10.6 | • I n®tpreceissoren | 1 GB (2 GB) 1 GB | |
| Mac OS X 10.7 | • I n®tpreceissoren | 2 GB 4 GB | |
Specifications
Linux
| Items Vereisten | |
| Besturingssysteem | Redhat® Enterprise Linux WS 4, 5 (32/64 bits) Fedora 5 ~ 13 (32/ 64 bit) SuSE Linux 10.1 (32 bits) OpenSuSE® 10.2, 10.3, 11.0, 11.1, 11.2 (32/64 bit) Mandriva 2007, 2008, 2009, 2009.1, 2010 (32/64 bit) Ubuntu 6.06, 6.10, 7.04, 7.10, 8.04, 8.10, 9.04, 9.10, 10.04 (32/64 bit) SuSE Linux Enterprise Desktop 10, 11 (32/64 bits) Debian 4.0, 5.0 (32/64 bits) |
| Processor Pentium IV | 2,4GHz (Intel CoreTM2) |
| RAM 512 MB (1 GB) | |
| Vrije schijfruimte 1 GB | (2 GB) |
Unix
| Items Verelsten | |
| Besturingssysteem Sun | Solaris 9, 10 (x86, SPARC)HP-UX 11.0, 11i v1, 11i v2, 11i v3 (PA-RISC, Itanium)IBM AIX 5.1, 5.2, 5.3, 5.4 |
| Vrije schijfruimte Tot 100 MB | |
Specifications
Netwerkomgeving

Alleen voor draadloze en netwerkmodellen (zie "Functies per model" op pagina 7).
U moet de netwerkprotocollen installeren op het apparaat om het als netwerkprinter te kunnen gebruiken. In de volgende tabel worden de netwerkomgevingen vermeld die door het apparaat worden ondersteund.
| Items Specificaties | |
| Netwerkinterface • Ethernet 10/100 Base-TX bedraad LAN• 802.11b/g/n draadloos LAN (alleen SCX-472x Series) | |
| Netwerkbesturingssysteem | • Windows 2000/Server 2003/Server 2008/XP/Vista/7/Server 2008 R2• Diverse Linux-besturingssystemen• Mac OS X 10.4 ~ 10.7• U n i x |
| Netwerkprotocollen • TCP/IPv4 | • DHCP, BOOTP• DNS, WINS, Bonjour, SLP, UPnP• Standard TCP/IP Printing(RAW), LPR, IPP, WSD• SNMPv 1/2/3, HTTP, IPSec• TCP/IPv6 (DHCP, DNS, RAW, LPR, SNMPv 1/2/3, HTTP, IPSec) |
| Draadloze netwerkbeveiliging | • Verificatie: OSA, gedeelde sleutel, WPA Personal, WPA2 Personal (PSK)• Codering: WEP64, WEP128, TKIP, AES |
Informatie over wettelijke voorschriften
Dit apparaat is ontworpen voor een normale werkomgeving en is gecertificeerd conform verschillende veiligheidsvoorschriften.
Verklaring inzake laserveiligheid
De printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als zijnde in overeenstemming met de vereisten van DHHS 21 CFR, hoofdstuk 1, subhoofdstuk J voor laserproducten van klasse I(1), en is elders gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1: 2007.
Laserproducten van klasse I worden niet als gevaarlijk beschouwd. Het lasersysteem en de printer zijn zo ontworpen dat bij normaal gebruik, gebruiksonderhoud of onder de voorgeschreven servicevoorwaarden personen niet worden blootgesteld aan laserstralen hoger dan Klasse I.
Waarschuwing
De printer mag nooit worden gebruikt of nagekeken als de beschermkap van de laser/scanner is verwijderd. Hoewel ze onzichtbaar is, kan de gereflecteerde laserstraal uw ogen beschadigen.
Neem bij het gebruik van dit apparaat altijd deze elementaire veiligheidsmaatregelen in acht om het risico op brand, elektrische schokken en letsels te beperken.

Veiligheid in verband met ozon

De ozonemissie van dit apparaat ligt onder 0,1 ppm. Ozon is zwaarder dan lucht. Zet dit apparaat dus op een plaats met goede ventilatie.
Informatie over wettelijke voorschriften
Kwik

Bevat kwik en moet weggegooid worden conform de plaatselijke voorschriften, de wetten van de staten en de federale wetten (alleen voor VSA).
Energiebesparingsmodus

Deze printer is uitgerust met een geavanceerde energiebesparende technologie die het stroomverbruik vermindert wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.
Als de printer gedurende enige tijd geen gegevens ontvangt, wordt het stroomverbruik automatisch verlaagd.
ENERGY STAR en het ENERGY STAR-merk zijn gedeponeerde Amerikaanse handelsmerken.
Meer informatie over het ENERGY STAR-programma vindt u op http://www.energystar.gov
Voor modellen met ENERGY STAR-certificering staat het etiket van ENERGY STAR op uw apparaat. Controleer of uw apparaat gecertificeerd is met ENERGY STAR.
Recycleren

Recycle de verpakkingsmaterialen van dit product, of verwijder ze op een milieuvriendelijke wijze.
Alleen voor China
回收和再循环
Informatie over wettelijke voorschriften
Correcte verwijdering van dit product (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur)
(Van toepassing in de Europese Unie en andere Europese landen met gescheiden inzamelingssystemen voor batterijen)

Deze aanduiding op het product, op de accessoires of in de documentatie geeft aan dat het product en zijn elektronische accessoires (bijv. lader, hoofdtelefoon, USB-kabel) aan het eind van hun levensduur niet met ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid. Gelieve deze items te scheiden van andere soorten afval en ze op een verantwoorde wijze te recyclen met het oog op een duurzaam hergebruik van materialen en ter voorkoming van eventuele schade aan het milieu of de gezondheid als gevolg van een ongecontroleerde afvalverwijdering.
Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen.
Zakelijke gebruikers dienen contact op te nemen met hun leverancier en dienen de voorwaarden en bepalingen van de verkoopovereenkomst te controleren. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd.
(Alleen voor de Verenigde Staten)
Verwijder elektronica door deze naar een goedgekeurd recyclingbedrijf te brengen. Vind recyclingbedrijven bij u in de buurt op onze website: www.samsung.com/recyclingdirect Of bel (877) 278 - 0799
Informatie over wettelijke voorschriften
Correcte verwerking van de in dit product gebruikte batterijen
(Van toepassing op de Europese Unie en andere Europese landen met afzonderlijke inzamelingssystemen voor batterijen)

Deze aanduiding op de batterij, handleiding of verpakking geeft aan dat de batterijen in dit product aan het eind van hun levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid. Een markering met de chemische symbolen Hg, Cd of Pb geeft aan dat de batterij een dosis kwik, cadmium of lood bevat die hoger is dan de referentieniveaus uit EG-Richtlijn 2006/66. Als de batterijen niet op de juiste manier worden weggeworpen, kunnen deze stoffen schade berokkenen aan mens en milieu. Om de natuurlijke hulpbronnen te beschermen en het hergebruik van materialen aan te moedigen, verzoeken wij u afgedankte accu's en batterijen te scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan te bieden bij het gratis inzamelingssysteem voor accu's en batterijen in uw omgeving.
Alleen voor Taiwan
警告
Dit apparaat is conform Deel 15 van de FCC-voorschriften. Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden:
- dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken
- en moet alle ontvangen interferentie aanvaarden, inclusief interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken.
Informatie over wettelijke voorschriften
Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten voor digitale apparaten van klasse B, zoals vastgelegd in deel 15 van de FCC-voorschriften. Deze beperkingen zijn bedoeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie binnenshuis. Dit apparaat genereert, gebruikt en straalt mogelijk radiofrequentie-energie uit en kan, indien het niet volgens de richtlijnen wordt geïnstalleerd en gebruikt, schadelijke interferentie voor radiocommunicatie veroorzaken. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat bij een bepaalde installatie geen interferentie optreedt. Als dit apparaat schadelijke interferentie voor radio- of tv-ontvangst veroorzaakt, wat u kunt controleren door het apparaat in en uit te schakelen, raden wij de gebruiker aan de interferentie te beperken door de volgende maatregelen te treffen:
- Verplaats de ontvangstantenne of draai ze een andere kant op.
- Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger.
- Sluit de apparatuur aan op een stopcontact van een andere stroomkring dan die waarop de ontvanger is aangesloten.
- raadpleeg uw verdeler of een ervaren radio-/televisiemonteur.

Wijzigingen of modificaties die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de fabrikant (die ervoor moet zorgen dat het apparaat aan de normen voldoet) kunnen ertoe leiden dat de toestemming aan de gebruiker om het apparaat te gebruiken vervalt.
Canadese regelgeving inzake radio-interferentie
Dit digitale apparaat blijft binnen de grenzen (limieten van klasse B) voor stoorsignalen vanuit digitale apparatuur die zijn bepaald in de standaard voor apparatuur die interferentie zou kunnen veroorzaken, met de titel "Digital Apparatus", ICES-003 van Industry and Science Canada.
Verenigde Staten van Amerika
Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. Deze sectie is alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig zijn. Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze apparaten aanwezig zijn.
Eventuele draadloze apparaten in uw systeem zijn enkel gekwalificeerd voor gebruik in de Verenigde Staten van Amerika als er een FCC ID-nummer op het systeemlabel staat.
Informatie over wettelijke voorschriften
De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt aangegeven dat de afstand tussen een draadloos apparaat en het lichaam minstens 20 cm moet bedragen, bij gebruik van het apparaat nabij het lichaam (uitstekende delen niet meegerekend). Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het lichaam worden gehouden wanneer de draadloze apparatuur is ingeschakeld. Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, liegt ruimschoots onder de RF-blootstellingsgrenzen die de FCC heeft bepaald.
Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender worden opgesteld of bediend.
Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken en (2) dit apparaat moet alle ontvangen interferentie accepteren, inclusief interferentie die een ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken.

Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie. Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant.
FCC-bepaling voor het gebruik in draadloze LAN's:

Tijdens de installatie en het gebruik van een combinatie van deze zender en antenne kan dicht bij de geïnstalleerde antenne de RF-blootstellingsgrens van 1 mW/cm2 worden overschreden. Daarom moet de gebruiker altijd minstens 20 cm afstand houden van de antenne. Dit apparaat kan niet worden geïnstalleerd met een andere zender en verzendantenne.
Alleen voor Rusland
AB57

Минсвязи России

Informatie over wettelijke voorschriften
Alleen Duitsland
Volgens de Telephone Consumer Protection Act van 1991 is het wettelijk verboden om met een computer of een ander elektronisch apparaat faxberichten te verzenden tenzij ze voorzien zijn van een duidelijke strook aan de onderkant of bovenkant van iedere verzonden pagina of op de eerste pagina met de volgende gegevens:
1 verzenddatum en -tijd;
2 naam van het bedrijf, de bedrijfsafdeling of afzender; en
3 telefoonnummer van het verzendapparaat, het bedrijf, de bedrijfsafdeling of de persoon.
Informatie over wettelijke voorschriften
De telefoonmaatschappij kan wijzigingen aanbrengen in haar communicatiefaciliteiten, in de werking van haar installaties of in procedures waar dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, mits dit niet indruist tegen de regels en voorschriften van FCC Deel 68. Als van zulke wijzigingen redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze tot gevolg hebben dat bepaalde telefoonrandapparatuur niet meer compatibel is met de communicatiemiddelen van de telefoonmaatschappij, of dat wijzigingen of modificaties van deze randapparatuur nodig zijn, of op enige andere wijze materiële gevolgen hebben voor het gebruik of de prestaties van de randapparaten, moet de klant hiervan op adequate wijze schriftelijk op de hoogte worden gesteld, zodat hij kan ononderbroken kan blijven genieten van de service.
REN-nummer (Ringer Equivalence Number)
De aansluitfactor en het FCC-registratienummer voor dit apparaat vindt u op een etiket aan de achterkant of op de onderkant van het apparaat. In een aantal gevallen moet deze informatie aan het telefoonbedrijf worden verstrekt.
De aansluitfactor is een getal dat aangeeft hoe zwaar een apparaat de telefoonlijn belast. Hiermee kunt u bepalen hoeveel apparaten u op dezelfde lijn kunt aansluiten voordat deze wordt "overbelast". Als u te veel apparaten op dezelfde lijn aansluit, ontstaan er problemen met het telefoneren en beantwoorden van inkomende oproepen. Een veel voorkomend probleem is dat de apparaten niet meer overgaan. Er mogen niet meer dan vijf apparaten tegelijk worden aangesloten om er zeker van te zijn dat de telefoonmaatschappij in staat is om de diverse diensten ter beschikking te stellen. In een aantal gevallen kunnen er geen vijf toestellen aangesloten worden. Als een aangesloten telefoonapparaat niet goed werkt, moet u het onmiddellijk loskoppelen van de telefoonlijn aangezien het schade kan toebrengen aan het telefoonnet.
Dit apparaat is in overeenstemming met Deel 68 van de FCC-regels en de vereisten die door de ACTA werden aangenomen. Op de achterkant van dit apparaat bevindt zich een label dat onder meer een product-id bevat met de notatie US:AAAEQ##TXXXX. Dit nummer moet op verzoek worden meegedeeld aan de telefoonmaatschappij.
Informatie over wettelijke voorschriften

Volgens de voorschriften van de FCC (Federal Communication Commission) kunnen wijzigingen of modificaties aan dit apparaat die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de fabrikant ertoe leiden dat de gebruiker het recht verliest om het apparaat te gebruiken. Wanneer randapparatuur schade aan het telefoonnet veroorzaakt, moet de telefoonmaatschappij de klant waarschuwen dat de dienst kan worden onderbroken. Wanneer het echter praktisch onmogelijk is om de klant vooraf te verwittigen, kan de telefoonmaatschappij de dienstverlening tijdelijk onderbreken op voorwaarde dat ze:
a de klant onmiddellijk op de hoogte brengt;
b de klant de gelegenheid biedt om het probleem met de randapparatuur te verhelpen,
c de klant erop wijst dat hij het recht heeft om een klacht in te dienen bij de Federal Communication Commission volgens de procedures uiteengezet in "FCC Rules and Regulations Subpart E of Part 68".
- Als u zich in een gebied bevindt waar veel onweer voorkomt of regelmatig spanningspieken optreden in het lichtnet, raden we u aan om zowel voor het lichtnet als de telefoonlijn een piekspanningsbeveiliging te installeren. Piekspanningsbeveiligingen kunt u aanschaffen bij uw dealer of bij een elektronica speciaalzaak.
- Wanneer u een alarmnummer in het apparaat programmeert en/of een alarmnummer draait om te testen of alles goed werkt, bel dan eerst het normale nummer (dus niet het alarmnummer) van de alarmdienst om de dienst op de hoogte te brengen van de test. De dienst kan u dan meteen inlichten over de testprocedure die u kunt volgen.
- Dit apparaat mag niet worden aangesloten op een muntautomaat of een lijn die wordt gebruikt voor telefonisch vergaderen.
- Dit apparaat heeft een magnetische koppeling voor gehoorapparaten.
U kunt het apparaat veilig op een telefoonnet aansluiten via een standaard modulaire connector, USOC RJ-11C.
Verder moet u weten:
- Dat het apparaat niet ontworpen is voor aansluiting op een PBX-centrale.
- Als u het apparaat wilt aansluiten op de telefoonlijn waarop ook een computerfax/modem is aangesloten, is het mogelijk dat alle op de lijn aangesloten apparaten problemen ondervinden met verzenden of ontvangen. We raden u aan om buiten een normaal telefoontoestel geen andere apparaten aan te sluiten op de lijn waarop het apparaat is aangesloten.
Informatie over wettelijke voorschriften
De stekker van het netsnoer vervangen (alleen voor het VK)
Belangrijk
Het netsnoer van dit apparaat is voorzien van een standaardstekker (BS 1363) van 13 ampère en een zekering van 13 ampère. Als u de zekering vervangt, moet u het juiste type van 13 ampère gebruiken. Nadat u de zekering hebt gecontroleerd of vervangen, moet u de afdekkap van de zekering weer sluiten. Als u de afdekkap van de zekering verloren bent, mag u de stekker niet gebruiken totdat u er een nieuwe afdekkap hebt op gezet.
Neem contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt gekocht.
Stekkers van 13 ampère zijn het meest voorkomende type in het Verenigd Koninkrijk en kunnen in de meeste gevallen worden gebruikt. Sommige (vooral oudere) gebouwen hebben echter geen normale stopcontacten van 13 ampère. U moet een geschikt verloopstuk (adapter) kopen. Verwijder nooit de aangegoten stekker van het netsnoer.

Als u de aangegoten stekker afsnijdt of weggooit, kunt u hem er niet meer op bevestigen en riskeert u een elektrische schok te krijgen als u hem in het stopcontact steekt.
Belangrijke waarschuwing:

Dit apparaat moet op een geaard stopcontact worden aangesloten.
De aders van het netsnoer hebben de volgende kleurcodering:
• Groen/geel: aarding
- Blauw: neutraal
- Bruin: fase
Ga als volgt te werk als de kleuren van de aders in het netsnoer niet overeenstemmen met die van de stekker.
Sluit de geel-groene aardedraad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "E", het aardingssymbool, en geel-groen of groen is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "N" of zwart is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "L" of de kleur zwart.
In de stekker, adapter of verdeelkast moet een zekering van 13 ampère zijn aangebracht.
Informatie over wettelijke voorschriften
Verklaring van overeenstemming (Europese landen)
Goedkeuringen en certificeringen

Samsung Electronics verklaart hierbij dat deze [SCX-470xND Series] voldoet aan de essentiële vereisten en andere regelgeving van de laagspanningsrichtlijn (2006/95/EC) en de EMC-richtlijn (2004/108/EC).
Samsung Electronics verklaar hierbij dat deze [SCX-472xFW Series/SCX-472xHW Series/SCX-472xFD Series/SCX-472xHD SeriesSCX-472xHN Series, SCX-470xDN Series] voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen in de R&TTE-richtlijn 1999/5/EC.
De conformiteitsverklaring vindt u op www.samsung.com. Daar klikt u op Support > Download center en voert u de printernaam (MFP) in om EuDoC te doorzoeken.
1 januari 1995: Richtlijn 2006/95/EC van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen.
1 januari 1996: Richtlijn 2004/108/EC van de Raad inzake de harmonisatie van de wetgevingen in de lidstaten betreffende elektromagnetische compatibiliteit.
9 maart 1999: Richtlijn 1999/5/EC van de Raad inzake radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge herkenning van hun conformiteit. U kunt bij uw vertegenwoordiger van Samsung Electronics Co., Ltd. een volledige verklaring krijgen waarin de relevante richtlijnen en de normen waarnaar wordt verwezen, zijn gedefinieerd.
EC-certificering
Certificering voor Richtlijn 1999/5/EC inzake radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie (FAX)
Dit product van Samsung is gecertificeerd door Samsung zelf voor enkele-terminalverbindingen in heel Europa met het openbare telefoonnet (PSTN), in overeenstemming met richtlijn 1999/5/EC. Het product is ontworpen voor gebruik met de nationale openbare telefoonnetten en compatibele PBX-en van de Europese landen:
Indien er problemen optreden, moet u in eerste instantie contact opnemen met het Euro QA Lab van Samsung Electronics Co., Ltd.
Het product is getest op TBR21. Het European Telecommunication Standards Institute (ETSI) heeft voor gebruik en toepassing in overeenstemming met deze norm een adviesdocument gepubliceerd (EG 201 121), waarin opmerkingen en extra voorwaarden staan voor netwerkcompatibiliteit van TBR21-terminals. Het product is getest op, en voldoet aan, alle relevante adviezen in dit document.
Informatie over wettelijke voorschriften
Europese radiogoedkeuringsinformatie (voor producten uitgerust met door de EU goedgekeurde radioapparaten)
Deze printer is bestemd voor gebruik thuis of op kantoor. Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4/5 GHz-band. Deze sectie is alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig zijn. Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze apparaten aanwezig zijn.

Draadloze apparaten die mogelijk in uw systeem aanwezig zijn mogen in de Europese Unie of daarmee verbonden regio's alleen worden gebruikt als het systeemlabel een CE-markering, een registratienummer van een aangemelde instantie en het waarschuwingssymbool bevat.
Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de RF-blootstellingsgrenzen die de Europese Commissie in de R&TTE-richtlijn heeft vastgelegd.
Krachtens de goedkeuring van draadloze apparaten gekwalificeerde Europese lidstaten:
EU-landen
Europese landen met gebruiksbeperkingen:
EU
In Frankrijk is het frequentiebereik beperkt tot 2454-2483,5 MHz voor apparaten met een zendvermogen van meer dan 10 mW, zoals draadloze apparaten
EEA/EFTA-landen
Geen beperkingen op dit ogenblik.
Alleen voor Israël
Informatie over wettelijke voorschriften
Mededelingen aangaande normen
Draadloze geleiding
Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. De volgende sectie geeft een algemeen overzicht van beschouwingen die betrekking hebben op het gebruik van een draadloos apparaat.
Bijkomende beperkingen, waarschuwingen en overwegingen voor specifieke landen zijn opgenomen in de specifieke landensecties (of landengroepensecties). De draadloze apparaten in uw systeem zijn uitsluitend gekwalificeerd voor gebruik in de landen die geïdentificeerd kunnen worden aan de hand van de markering "Radio gekeurd" op het systeemclassificatielabel. Als het land waar u het draadloos apparaat wilt gebruiken niet in de lijst is opgenomen, neemt u contact op met het plaatselijke instantie voor radiogoedkeuring voor meer informatie over de vereisten. Draadloze apparaten zijn streng gereguleerd en mogen niet worden gebruikt.
Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de tot dusver bekende RF-blootstellingsgrenzen. Omdat de draadlozen apparaten (die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd) minder energie afgeven dan conform de veiligheidsnormen en aanbevelingen inzake radiofrequentie is toegestaan, is de producent ervan overtuigd dat deze apparaten veilig zijn in het gebruik. Ongeacht het vermogensniveau moet menselijk contact tijdens de normale werking zoveel mogelijk worden vermeden.
De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt aangegeven dat de afstand tussen het draadloze apparaat en het lichaam, voor gebruik van een draadloos apparaat nabij het lichaam (zonder uitstekende delen), minstens 20 cm moet bedragen. Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het lichaam worden gehouden, wanneer de draadloze apparatuur is ingeschakeld en bezig is met zenden.
Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender worden opgesteld of bediend.
Sommige omstandigheden leggen beperkingen op aan draadloze apparaten. Hieronder zijn voorbeelden van gebruikelijke beperkingen opgenomen.
Informatie over wettelijke voorschriften

Draadloze RF-communicatie kan interferentie veroorzaken met apparatuur aan boord van burgerluchtvaarttoestellen. De huidige luchtvaartreglementeringen eisen dat draadloze toestellen aan boord van een vliegtuig worden uitgeschakeld tijdens de vlucht. IEEE 802.11- (beter bekend als draadloos Ethernet) en Bluetooth-communicatieapparaten zijn voorbeelden van draadloze communicatieapparaten.

In omgevingen waar het risico op interferentie met andere apparaten of diensten schadelijk is of als dusdanig wordt beschouwd, kan gebruik van een draadloos apparaat beperkt of verboden worden. Luchthavens, ziekenhuizen en ruimtes gevuld met zuurstof en ontvlambare gassen zijn enkele voorbeelden van omgevingen waar het gebruik van draadloze apparaten beperkt of verboden kan zijn. Als u zich in een omgeving bevindt waarvan u niet zeker weet of het gebruik van draadloze apparaten gesanctioneerd is, vraagt u de plaatselijke autoriteiten om toelating voor u het draadloze apparaat inschakelt of in gebruik neemt.

Elk land voorziet verschillende beperkingen voor het gebruik van draadloze apparaten. Aangezien uw systeem uitgerust is met een draadloos apparaat, moet u, als u van het ene land naar het andere reist, voorafgaand aan uw vertrek bij de plaatselijke radiogoodkeuringsinstanties informeren of er beperkingen gelden voor het gebruik van draadloze apparaten in het land van bestemming.

Als uw systeem uitgerust is met een ingebouwd draadloos apparaat, mag u het draadloos apparaat niet gebruiken tenzij alle kleppen en schermen op hun plaats zitten en het systeem compleet is.

Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie. Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant.

Gebruik alleen stuurprogramma's die goedgekeurd zijn voor het land waar het apparaat gebruikt zal worden. Raadpleeg de systeemherstelkit van de fabrikant of neem contact op met de technische dienst van de fabrikant voor meer informatie.
Informatie over wettelijke voorschriften
Alleen voor China
产品中有毒有害物质或元素的名称及含量
| 部件名称 | 有毒有害物质或元素 | |||||
| 铅(Pb) | 汞(Hg) | 镉(Cd) | 六价铬( Cr6+ ) | 多溴联苯(PBB) | 多溴联苯醚(PBDE) | |
| 塑料 | O | O | O | O | O | O |
| 金属(机箱) | X | O | O | O | O | O |
| 印刷电路部件(PCA) | X | O | O | O | O | O |
| 电缆/连接器 | X | O | O | O | O | O |
| 电源设备 | X | O | O | O | O | O |
| 电源线 | X | O | O | O | O | O |
| 机械部件 | X | O | O | O | O | O |
| 卡盒部件 | X | O | O | O | O | O |
| 定影部件 | X | O | O | O | O | O |
| 扫描仪部件-CCD(如果有) | X | X | O | O | O | O |
| 扫描仪部件-其它(如果有) | X | O | O | O | O | O |
| 印刷电路板部件(PBA) | X | O | O | O | O | O |
| 墨粉 | O | O | O | O | O | O |
| 滚筒 | O | O | O | O | O | O |
© 2011 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruikershandleiding dient uitsluitend ter informatie. Alle informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Samsung Electronics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van of in verband met het gebruik van deze gebruikershandleiding.
• Samsung en het Samsung-logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd.
- Microsoft, Windows, Windows Vista, Windows 7 en Windows Server 2008 R2 zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation.
- TrueType, LaserWriter en Macintosh zijn handelsmerken van Apple Computer, Inc.
- Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven of organisaties.
Raadpleeg het bestand "LICENSE.txt" op de meegeleverde cd-rom voor open-sourcelicentiegegevens.
REV. 1.1
Gebruikershandleiding
SCX-472x Series
SCX-470x Series
GEAVANCEERD
Deze handleiding geeft informatie over de installatie, geavanceerde instelling, gebruik en het oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.
BASIS
Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het oplossen van problemen in Windows.
GEAVANCEERD

1. Installatie van de software
Installatie voor de Macintosh 136
Opnieuw installeren voor Macintosh 138
Installatie voor Linux 139
Opnieuw installeren voor Linux 141

2. Een netwerkapparaat gebruiken
Nuttige netwerkprogramma's 143
Instelling bekabeld netwerk 145
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 148
IPv6-configuratie 158
Draadloos netwerk instellen 161

3. Menu's met nuttige instellingen
Voordat u een hoofdstuk gaat lezen 187
Menu Afdrukken 188
Menu Kopiëren 189
Menu Faxen 196
Menu Scannen 200
Systeeminstallatie 202
Beheerinstellingen 216
Aangepaste instellingen 217

4. Speciale functies
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 219
E-mailadressen opslaan 220
Verschillende tekens invoeren 222
Het faxadresboek instellen 224
Gemachtigde gebruikers registreren 227
Afdrukfuncties 228
Scanfuncties 246
Faxfuncties 258
Functies voor gedeelde map gebruiken 271
Gebruik van geheugen-/harde schijffuncties 272

5. Handige beheerprogramma's
Easy Capture Manager 274
Samsung AnyWeb Print 275
Easy Eco Driver 276
GEAVANCEERD
SyncThru™ Web Service gebruiken 277
Samsung Easy Printer Manager gebruiken 281
Samsung-printerstatus gebruiken 285
Smart Panel gebruiken 287
De Linux Unified Driver Configurator gebruiken 289

6. Problemen oplossen
Problemen met papierinvoer 294
Problemen met de voeding en het netsnoer 295
Afdrukproblemen 296
Problemen met de afdrukkwaliteit 301
Problemen met kopieren 309
Problemen met scannen 311
Problemen met faxen 313
Problemen met het besturingssysteem 315

1. Installatie van de software
Dit hoofdstuk levert instructies voor het installeren van essentiële en nuttige software voor gebruik in een opstelling waarbij het apparaat via een kabel aangesloten is. Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat op een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een netwerkapparaat (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 148).
• Installatie voor de Macintosh 136
- Opnieuw installeren voor Macintosh 138
• Installatie voor Linux 139
- Opnieuw installeren voor Linux 141

- Als u gebruik maakt van het besturingsysteem Windows, kijkt u in de basishandleiding voor installatie van het stuurprogramma (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 30).
- Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter.
Installatie voor de Macintosh
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X.
5 Klik op Ga door.
6 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Ga door.
7 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst.
8 Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Ga door.
9 Klik op Ga door in het paneel Gebruikersopties.
10 Klik op Installeer. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u klikt op Aanpassen, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
11 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
12 Na het installeren van de software moet u uw computer opnieuw opstarten. Klik op Ga door met installatie.
13 Nadat de installatie is voltooid klikt u op Herstart.
14 Open de map Programma's > Hulpprogramma's > Printerconfiguratie.
- Voor Mac OS X 10.5-10.7 opent u de map Programma's > Systeemvoorkeuren en klikt u op Afdrukken en faxen.
15 Klik op Voeg toe op de Printerlijst.
- Voor Mac OS X 10.5-10.7 klikt u op het pictogram +, waarna een venster verschijnt.
16 Klik op Standaardkiezer en zoek de USB-verbinding.
- In Mac OS X 10.5-10.7 klikt u op Standaard en zoekt u de USBverbinding.
17 Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de naam van uw apparaat in Model.
- Voor Mac OS X 10.5-10.7: als Automatisch selecteren niet goed werkt, selecteert u Selecteer besturingsbestand... en de naam van uw apparaat in Druk af via.
Uw apparaat verschijnt in Printerlijst en wordt ingesteld als standaardapparaat.
18 Klik op Voeg toe.
Installatie voor de Macintosh

Het faxstuurprogramma installeert u als volgt:
a Open de map Programma's > Samsung > Faxwachtrijmaker.
b Uw apparaat wordt weergegeven in de Printerlijst
c Selecteer het apparaat dat u wilt gebruiken en klik op de knop Maken
Opnieuw installeren voor Macintosh
Als het printerbesturingsbestand niet correct werkt, maakt u de installatie van het besturingsbestand ongedaan en installeert u het opnieuw.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Uninstaller OS X.
5 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
6 Nadat de installatie ongedaan is gemaakt, klikt u op OK.

Als een apparaat al is toegevoegd, kunt u het verwijderen via Printerconfiguratie of Afdrukken en faxen.
Installatie voor Linux
U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung om de printersoftware te installeren (http://www.samsung.com > vind uw product > Service en downloads).
Het Unified Linux-stuurprogramma installeren
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.

U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3 Download het Unified Linux Driver-pakket van de website van Samsung.
4 Klik met de rechtermuisknop op het Unified Linux Driver-pakket en pak het uit.
5 Dubbelklik op cdroot > autorun.
6 Klik op Next zodra het welkomstscherm verschijnt.
7 Zodra de installatie is voltooid, klikt u op Finish.
Het installatieprogramma heeft het pictogram Unified Driver Configurator op het bureaublad geplaatst en de groep Unified Driver aan het systeemmenu toegevoegd. Als u problemen ondervindt, raadpleegt u de schermhulp die u kunt openen via het systeemmenu of vanuit het stuurprogrammapakket van Windows-toepassingen, zoals Unified Driver Configurator of Image Manager.
Smart Panel installeren
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u root in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.

U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3 Download het Smart Panel-pakket van de website van Samsung en plaats het op uw computer.
4 Klik met uw rechtermuisknop op het Smart Panel-pakket en pak het uit.
Installatie voor Linux
5 Dubbelklik op cdroot > Linux > smartpanel > install.sh.
Printer Settings Utility installeren
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.

U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3 Download het pakket Printer Settings Utility vanaf de website van Samsung.
4 Klik met de rechtermuisknop op het pakket Printer Settings Utility en decomprimeer het.
5 Dubbelklik op cdroot > Linux > psu > install.sh.
Opnieuw installeren voor Linux
Als het printerstuurprogramma niet correct werkt, maakt u de installatie van het stuurprogramma ongedaan en installeert u het opnieuw.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.
U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de installatie van het printerstuurprogramma ongedaan te maken. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
3 Klik op het pictogram onderaan op het bureaublad. Wanneer het venster Terminal verschijnt, typt u het volgende:
[root@localhost root]# cd /opt/Samsung/mfp/uninstall/
[root@localhost uninstall]# ./uninstall.sh
4 Klik op Uninstall.
5 Klik op Next.
6 Klik op Finish.

2. Een netwerkapparaat gebruiken
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt dat via het netwerk aangesloten is en hoe u de software instelt.
- Nuttige netwerkprogramma's 143
- Instelling bekabeld netwerk 145
- Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 148
- IPv6-configuratie 158
• Draadloos netwerk instellen 161

De ondersteunde optionele apparaten en functies kunnen van model tot model verschillen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Nuttige netwerkprogramma's
Er zijn verschillende programma's voorhanden om in een netwerkomgeving de netwerkinstellingen op een eenvoudige manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder diverse apparaten in het netwerk beheren.

- Voordat u onderstaande programma's gaat gebruiken moet u het IP-adres instellen.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
SyncThru™ Web Service
Met de in het netwerkapparaat geïntegreerde webserver kunt u het volgende doen (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 277).
- Informatie over en status van verbruiksartikelen opvragen.
- Apparaatinstellingen aanpassen.
- E-mail-meldingsopties instellen. Als u deze optie instelt, wordt de apparaatstatus (als de tonercassette leeg is of als er een foutmelding is) automatisch naar het e-mailadres van een bepaalde persoon gestuurd.
- De noodzakelijke netwerkparameters voor het apparaat instellen, zodat u een verbinding kunt maken met diverse netwerkomgevingen.
SyncThru™ Web Admin Service
Een webgebaseerd apparaatbeheersysteem voor netwerkbeheerders. Met SyncThru™ Web Admin Service kunt u netwerkapparatuur op een efficiënte manier beheren en op afstand controleren. U kunt bovendien problemen oplossen vanaf iedere plek waar u via het internet toegang hebt tot het bedrijfsnetwerk.
- U kunt dit programma downloaden via http://solution.samsungprinter.com.
Nuttige netwerkprogramma's
SetIP installatie van bedraad netwerk
Met dit hulpprogramma kunt u een netwerkinterface selecteren en handmatig IP-adressen configureren voor gebruik met het TCP/IP-protocol.
- zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)" op pagina 145.
- zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Macintosh)" op pagina 146.
- zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)" op pagina 147.

- Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 24).
- TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund.
Instelling bekabeld netwerk
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat, waarin de huidige netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit zal u helpen bij de installatie van een netwerk.
- De machine heeft een displayscherm: Druk op de knop (Menu) op het configuratiescherm en selecteer Netwerk > Netwerkconf. (Netwerkconfiguratie).
- Het apparaat heeft een aanraakscherm: Druk op Instelling vanuit het hoofdscherm > Netwerk > Volg. > Netwerkconfiguratie.
- De printer heeft geen display: Houd de knop (Cancel of Stop/ Clear) op het configuratiescherm meer dan 4\~5 seconden ingedrukt.
In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IP-adres van uw apparaat vinden.
Voorbeeld:
• MAC-adres: 00:15:99:41:A2:78
• IP-adres: 192.0.0.192
Het IP-adres instellen

- Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 24).
- TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund.
Eerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en afdrukken via het netwerk. In de meeste gevallen wordt een IP-adres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk bevindt.
IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Configuratiescherm > Beveiligingscentrum > Windows Firewall.
1 Installeer dit programma vanaf de meegeleverde cd-rom door te dubbelklikken op Application > SetIP > Setup.exe.
2 Volg de instructies in het installatievenster.
3 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel.
Instelling bekabeld netwerk
4 Schakel het apparaat in.
5 In het menu Start van Windows selecteert u Alle programma's > Samsung Printers > SetIP > SetIP.
6 Klik op het pictogram (derde van links) in het scherm SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
7 Voer als volgt de nieuwe apparaatgegevens in in het configuratievenster. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.


Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 145). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8.
8 Klik op Toepassen en vervolgens op OK. Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt. Bevestig dat alle instellingen juist zijn.
IPv4-configuratie met het programma SetIP (Macintosh)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Systeemvoorkeuren > Beveiliging > Firewall.

De volgende instructies kunnen verschillen per model.
1 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel.
2 Plaats de installatie-cd en open het schijfvenster. Selecteer vervolgens MAC_Installer > MAC_Printer > SetIP > SetIPapplet.html.
3 Dubbelklik op het bestand en Safari zal automatisch worden geopend. Selecteer vervolgens Vertrouw. De pagina SetIPapplet.html wordt geopend in de browser. Hier vindt u de naam en het IP-adres van de printer.
4 Klik op het pictogram ⚙ (derde van links) in het scherm SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
Instelling bekabeld netwerk
5 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.

Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 145). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8.
6 Selecteer Apply, OK en opnieuw OK.
7 Sluit Safari af.
IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via System Preferences or Administrator.

De volgende instructies kunnen verschillen per model of besturingssysteem.
1 Open /opt/Samsung/mfp/share/utils/.
2 Dubbelklik op het bestand SetIPApplet.html.
3 Klik hier om het venster TCP/IP Configuration te openen.
4 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.

Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 145). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8.
5 Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk

- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
- Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 24).
Windows
1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 145).

Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren om het venster te sluiten.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3 Selecteer Nu installeren.


- Aangepaste installatie laat u toe om de verbinding van het apparaat te selecteren en aan te geven welke individuele onderdelen u wilt installeren. Volg de aanwijzingen op het scherm.
- SCX-470x Series ondersteunt het menu Draadloze verbindingen instellen en installeren.
Installeren van een stuurprogramma over het
4 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en vink het selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst aan. Klik daarna op Volgende.
Het programma zoekt het apparaat.

Als het apparaat niet in het netwerk of lokaal wordt gevonden, verschijnt er een foutbericht. Selecteer de gewenste optie en klik op Volgende.
5 De gevonden apparaten worden op het scherm weergegeven. Selecteer het gewenste apparaat en klik op OK.

Als er slechts één apparaat is gevonden, verschijnt het bevestigingsvenster.
6 Volg de instructies in het installatievenster.
De modus installatie op de achtergrond
De modus installatie op de achtergrond is een installatiemethode die geen tussenkomst van de gebruiker vereist. Zodra u met de installatie start, worden het stuurprogramma van het apparaat en de software automatisch op uw computer geïnstalleerd. U kunt de installatie op de achtergrond ook starten door /s of /S in het opdrachtvenster te typen.
Opdrachtregelparameters
De volgende tabel geeft opdrachten weer die kunnen worden gebruikt in het opdrachtvenster.

De volgende opdrachtregels zijn effectief en worden gehanteerd wanneer de opdracht gebruikt wordt met /s of /S. /h, /H of /? zijn uitzonderlijke opdrachten die alleen gebruikt kunnen worden.
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | |
| /s of /S Start installatie op de achtergrond. | Hiermee worden apparaatstuurprogramma's geinstalleerd zonder UI's op te roepen en zonder tussenkomst van de gebruiker. |
Installeren van een stuurprogramma over het
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /p""of/P"" | Specificeert de printerpoort. | De printerpoortnaam kan worden opgegeven als IP-adres, hostnaam, lokale USB-poortnaam of IEEE1284-poortnaam.Voorbeeld:• /p"xxx.xxx.xxx.xxx" waarin "xxx.xxx.xxx.xxx" staat voor het IP-adres van de netwerkprinter. / p"USB001", /P"LPT1:", / p"hostnaam". |
| [HWKS] Er wordt een netwerkpoort gemaakt aan de hand van de standaard TCP/IP-poortmonitor. Voor een lokale poort moet deze poort op het systeem bestaan voor deze door een opdracht wordt gespecificeerd. | ||
| /a""of/A"" | Specificeert het doelpad voor de installatie. | Aangezien apparaatstuurprogramma's geïnstalleerd moeten worden op een voor het besturingssysteem specifiek pad, is deze opdracht alleen van toepassing op toepassingssoftware. |
| [4653] Het doelpad moet een volledig gekwalificeerd pad zijn. | ||
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| / i"" of /l"" | Specificeert het aangepaste installatiescriptbestand voor aangepaste installatie. | Het aangepaste scriptbestand kan worden toegewezen voor een aangepaste installatie op de achtergrond. Dit scriptbestand kan door het hulpprogramma voor aangepaste installatie of door de teksteditor worden gemaakt of gewijzigd. |
| [50XC] De scriptbestandsnaa m moet een volledig gekwalificeerde bestandsnaam zijn. | [0008] dit aangepaste scriptbestand heeft voorrang op de standaard installatie-instelling in het installatiepakket, maar heeft geen voorrang op opdrachtregelparam eters. | |
Installeren van een stuurprogramma over het
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /n""of /N"" | Specificeert de printernaam. De printerinstantie zal worden gemaakt conform de opgegeven printernaam. | Met deze parameter kunt u naar wens printerinstanties toevoegen. |
| /nd of /ND Geeft de opdracht het geïnstalleerde stuurprogramma niet in te stellen als standaard apparaatstuurprogramma. | Het geeft aan dat het geïnstalleerde apparaatstuurprogramma niet het standaard apparaatstuurprogramma op uw systeem zal zijn als er meer dan een printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Als er geen apparaatstuurprogramma op uw systeem is geïnstalleerd, is deze optie niet van toepassing omdat het Windowsbesturingssysteem het geïnstalleerde printerstuurprogramma als standaardstuurprogramma zal instellen. | |
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /x of /X Maakt gebruik van bestaande apparaatstuurprogramma bestanden om de printerinstantie te maken als deze al is geïnstalleerd. | Deze opdracht biedt een mogelijkheid om een printerinstantie te installeren die gebruikmaakt van geïnstalleerde printerstuurprogrammabest anden zonder een bijkomend stuurprogramma te installeren. | |
| /up""of/UP"" | Verwijdert alleen de opgegeven printerinstantie en niet de stuurprogrammabestande n. | Deze opdracht biedt een mogelijkheid om alleen de opgegeven printerinstantie van uw systeem te verwijderen zonder effect op andere printerstuurprogramma's. Hiermee zullen de printerstuurprogramma's niet van uw systeem worden verwijderd. |
| /d of /D Verwijdert alle apparaatstuurprogramma's en toepassingen van uw systeem. | Deze opdracht verwijdert alle geïnstalleerde apparaatstuurprogramma's en toepassingssoftware van uw systeem. | |
Installeren van een stuurprogramma over het
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /v""of /V"" | Deelt het geïnstalleerde apparaat en voegt andere platformstuurprogramma's toe voor Point & Print. | Alle ondersteunde apparaatstuurprogramma's van het Windows-besturingssysteem worden geïnstalleerd en gedeeld met de opgegevenvoor Point & Print. |
| /o of /O Opent de map | Printers en faxapparaten na installatie. | Deze opdracht opent de map Printers en faxapparaten na installatie op de achtergrond. |
| /f""of /F"" | Specificeert de naam van het logboekbestand.Indien niet gespecificeerd, wordt het standaard logboekbestand gemaakt in de tijdelijke map op het systeem. | Er wordt een logboekbestand gemaakt in een opgegeven map. |
| /h, /H of /? Toont het | gebruik van de opdrachtregel. | |
Macintosh
1 Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden en ingeschakeld is.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer.
4 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X.
5 Klik op Ga door.
6 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Ga door.
7 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst.
8 Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat alle programma's worden afgesloten. Klik op Ga door.
9 Klik op Ga door in het paneel Gebruikersopties.
Installeren van een stuurprogramma over het

Als u het IP-adres nog niet hebt ingesteld, klikt u op IP-adres instellen en raadpleegt u "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Macintosh)" op pagina 146. Als u de draadloze instelling wilt gebruiken, raadpleegt u "Instellen met Macintosh" op pagina 175.
10 Klik op Installeer. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.
Als u klikt op Aanpassen, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.
11 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
12 Na het installeren van de software moet u uw computer opnieuw opstarten. Klik op Ga door met installatie.
13 Nadat de installatie is voltooid klikt u op Herstart.
14 Open de map Programma's > Hulpprogramma's > Printerconfiguratie.
- Voor Mac OS X 10.5-10.7 opent u de map Programma's > Systeemvoorkeuren en klikt u op Afdrukken en faxen.
15 Klik op Voeg toe op de Printerlijst.
- In Mac OS X 10.5 -10.7 klikt u op het pictogram "+". Er verschijnt een weergavevenster.
16 In Mac OS X 10.4 klikt u op IP-printer.
• In Mac OS X 10.5-10.7 klikt u op IP.
17 Selecteer HP Jetdirect - Socket in Protocol.

Als u een document van vele pagina's afdrukt, kunt u de prestaties van de printer verbeteren door Socket te kiezen in de opties bij Printertype.
18 Typ het IP-adres van uw printer in het invoerveld Adres.
19 Typ de wachtrijnaam in het invoerveld Wachtrij. Als u de wachtrijnaam voor uw apparaatserver niet kunt bepalen, probeert u eerst de standaardwachtrij.
Installeren van een stuurprogramma over het
20 Als automatisch selecteren in Mac OS X 10.4 niet goed werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de naam van uw apparaat in Model.
- Als bij Mac OS X 10.5-10.7 Automatisch selecteren niet goed werkt, kiest u Printersoftware selecteren en de naam van uw apparaat in Druk af via.
21 Klik op Voeg toe.
Uw printer verschijnt op de Printerlijst en wordt ingesteld als standaardprinter.

Het faxstuurprogramma installeert u als volgt:
a Open de map Programma's > Samsung > Faxwachtrijmaker.
b Uw apparaat wordt weergegeven in de Printerlijst.
c Selecteer het apparaat dat u wilt gebruiken en klik op de knop Maken.
Linux
U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung om de printersoftware te installeren (http://www.samsung.com > vind uw product > Service en downloads).

Om andere software te installeren:
- zie "Smart Panel installeren" op pagina 139.
- zie "Printer Settings Utility installeren" op pagina 140.
Het Linux-stuurprogramma installeren en een netwerkprinter toevoegen
1 Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet bovendien zijn ingesteld.
2 Download het Unified Linux Driver-pakket van de website van Samsung.
3 Extraheer het bestand UnifiedLinuxDriver.tar.gz en open de nieuwe map.
4 Dubbelklik op de map Linux > het pictogram install.sh.
5 Het venster Samsung Installer wordt geopend. Klik op Continue.
6 Het venster "Add printer wizard" gaat open. Klik op Next.
7 Selecteer Netwerkprinter en klik op de knop Search.
8 Het IP-adres en het model van de printer verschijnen in de lijst.
Installeren van een stuurprogramma over het
9 Selecteer uw apparaat en klik op Next.
10 Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next.
11 Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish.
12 Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Finish.
Een netwerkprinter toevoegen
1 Dubbelklik op Unified Driver Configurator.
2 Klik op Add Printer..
3 Het venster Add printer wizard wordt geopend. Klik op Next.
4 Selecteer Network printer en klik op de knop Search.
5 Het IP-adres en de modelnaam van de printer worden in de lijst weergegeven.
6 Selecteer uw apparaat en klik op Next.
7 Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next.
8 Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish.
UNIX

- Controleer of uw printer het besturingssysteem UNIX ondersteunt, voordat u het UNIX-stuurprogramma installeert (zie "Besturingssysteem" op pagina 7).
- De commando's zijn gemarkeerd met """. Wanneer u de commando's invoert, moet u geen """ typen.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Besturingssysteem" op pagina 7).
Om het UNIX-printerstuurprogramma te gebruiken moet u eerst het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren en vervolgens de printer instellen. U kunt het UNIX-printerstuurprogrammapakket downloaden van de website van Samsung (( http://www.samsung.com > vind uw product > Service en downloads).
Het UNIX-printerstuurprogrammapakket installeren
De installatieprocedure is identiek voor alle varianten van het bovengenoemde UNIX-besturingssysteem.
Installeren van een stuurprogramma over het
1 Download het UNIX-stuurprogrammapakket van de website van Samsung en pak het uit op uw computer.
2 Zorg dat u machtigingen voor de hoofdmap heeft. "su -"
3 Kopieer het juiste stuurprogrammabestand naar de UNIX-computer.
Raadpleeg de handleiding van uw UNIX-besturingssysteem voor meer informatie.
4 Pak het UNIX-printerstuurprogrammabestand uit.
Op IBM AIX gebruikt u bijvoorbeeld de volgende commando's:
"gzip -d < voor de pakketnaam in | tar xf -"
5 Ga naar de uitgepakte map.
6 Voer het installatiescript uit. "./install"
install is het installatiescriptbestand dat wordt gebruikt om het UNIX-printerstuurprogrammapakket te installeren/deinstalleren.
Gebruik de opdracht "chmod 755 install" om de uitvoering van het installatiescript te machtigen.
7 Voer de opdracht "./install -c" uit om de resultaten van de installatie te controleren.
8 Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel. Hiermee wordt het venster van de wizard Add Printer Wizard geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende manier in:
In sommige UNIX-besturingssystemen, zoals Solaris 10, zijn zojuist toegevoegde printers mogelijk niet ingeschakeld en/of kunnen geen taken ontvangen. In dat geval moet u de volgende twee opdrachten uitvoeren in de root-terminal:
"accept
"enable
De installatie van het printerstuurprogrammapakket ongedaan maken
Het hulpprogramma moet gebruikt worden om de geïnstalleerde printer uit het systeem te verwijderen.
a Voer de opdracht "uninstallprinter" uit vanaf de terminal. Hierdoor wordt Uninstall Printer Wizard geopend. De geïnstalleerde printers verschijnen in de vervolgkeuzelijst.
b Selecteer de printer die u wilt verwijderen.
c Klik op Delete om de printer uit het systeem te verwijderen.
Installeren van een stuurprogramma over het
d Voer de opdracht "./Install -d" uit om de installatie van het volledige pakket ongedaan te maken.
e Voer de opdracht ". /Install -c" uit om de resultaten van de deïnstallatie te controleren.
Gebruik de opdracht ". /install" om de binaire gegevens opnieuw te installeren.
De printer instellen
Voer "installprinter" uit vanaf de opdrachtregel om de printer toe te voegen aan uw UNIX-systeem. Hiermee wordt het venster van de wizard Printer toevoegen geopend. Stel in dit venster de printer op de volgende manier in:
1 Typ de naam van de printer.
2 Selecteer het juiste printermodel uit de lijst van modellen.
3 Voer een beschrijving in voor het type van uw printer in het veld Type. Dit is optioneel.
4 Geef in het veld Description een beschrijving van de printer op. Dit is optioneel.
5 Geef in het veld Location een beschrijving van de printer op.
6 Typ het IP-adres of de DNS-naam van de printer in het tekstvak Device voor netwerkprinters. Op IBM AIX met jetdirect kunt u alleen Queue type invoeren. U kunt geen numeriek IP-adres invoeren.
7 Queue type toont de verbinding als lpd of jetdirect in de overeenkomstige keuzelijst. Op Sun Solaris OS is bovendien een usb type beschikbaar.
8 Selecteer Copies om het aantal exemplaren in te stellen.
9 Schakel de optie Collate in om exemplaren gesorteerd af te drukken.
10 Schakel de optie Reverse Order in om exemplaren in omgekeerde volgorde af te drukken.
11 Schakel de optie Make Default in om deze printer in te stellen als standaardprinter.
12 Klik op OK om de printer toe te voegen.
IPv6-configuratie

IPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of latere versies.

- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7 of "Menuoverzicht" op pagina 33).
- Als het IPv6-netwerk niet lijkt te werken, zet u alle netwerkinstellingen terug naar de fabrieksinstellingen en probeert u het opnieuw met behulp van Instel. wissen.
Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om het IPv6-adres te gebruiken.
Via het bedieningspaneel
1 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel.
2 Schakel het apparaat in.
3 Druk een netwerkconfiguratierappor af om de IPv6-adressen te controleren (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 145).
4 Selecteer Start > Configuratiescherm > Printers en faxapparaten.
5 Klik op Een printer toevoegen in het linkerdeelvenster van Printers en faxapparaten.
6 Kies Een lokale printer toevoegen op het venster Printer toevoegen.
7 Het venster Wizard Printer toevoegen wordt geopend. Volg de instructies in het venster.

Als het apparaat niet in een netwerkomgeving wordt gebruikt, activeert u IPv6. Raadpleeg de volgende sectie.
IPv6 activeren
1 Druk op de knop (Menu) op het configuratiescherm.
2 Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > IPv6 activeren.
3 Selecteer Aan en druk op OK.
4 Zet het apparaat uit en weer aan.
5 Installeer het printerstuurprogramma opnieuw.
IPv6-configuratie
IPv6-adressen instellen
Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het afdrukken vanaf het netwerk en voor netwerkbeheer.
- Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-adressen (adres begint met FE80).
- Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres.
- Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres.
- Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres.
DHCPv6-adresconfiguratie (Stateful)
Als uw netwerk gebruikmaakt van een DHCPv6-server kunt u een van de volgende opties instellen voor standaard dynamische host-configuratie.
1 Druk op de knop (Menu) op het configuratiescherm.
2 Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > DHCPv6 config.
3 Druk op de toets OK om de gewenste waarde te selecteren.
- DHCPv6 Addr: gebruik DHCPv6 altijd, ook als de router er niet om vraagt.
- DHCPv6 uit: gebruik DHCPv6 nooit, ook niet als een router erom vraagt.
- Router: Gebruik DHCPv6 alleen als een router erom vraagt.
Via de SyncThru™ Web Service

Voor modellen zonder display op het bedieningspaneel moet u eerst SyncThru™ Web Service openen met behulp van het IPv4-adres en de onderstaande procedure volgen om IPv6 te gebruiken.
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich aanmelden als beheerder. Geef de standaard-ID en het standaardwachtwoord op die hieronder worden weergegeven.
• ID: admin
- beheerder wijzigen: sec00000
3 Wanneer het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, plaatst u de muisaanwijzer op Settings bovenaan in de menublak en klikt u op Network Settings.
4 Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website.
5 Schakel het selectievakje IPv6 Protocol in om IPv6 te activeren.
IPv6-configuratie
6 Schakel het selectievakje Manual Address in. Vervolgens wordt het tekstvak Address/Prefix geactiveerd.
7 Voer de rest van het adres in (bijv. 3FFE:10:88:194::AAAA. "A" is de hexadecimaal 0 tot 9, A tot F).
8 Selecteer de DHCPv6-configuratie.
9 Klik op de knop Apply.
SyncThru™ Web Service gebruiken
1 Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6-adressering als URL ondersteunt.
2 Selecteer een van de IPv6-adressen (Link-local Address, Stateless Address, Stateful Address, Manual Address) uit het netwerkconfiguratierapport (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 145).
3 Voer de IPv6-adressen in (bijv. http://[FE80::215:99FF:FE66:7701]).

De adressen moeten tussen vierkante haakjes ("[ ]") worden geplaatst.
Draadloos netwerk instellen

- Controleer of uw apparaat een draadloos netwerk ondersteunt. Afhankelijk van het model is een draadloos netwerk mogelijk niet beschikbaar. (zie "Functies per model" op pagina 7).
- Deze functies zijn uitsluitend beschikbaar voor SCX-472xW Series.
Aan de slag
Uitleg over het type netwerk
Normaal is er tussen uw computer en het apparaat maar één verbinding tegelijk mogelijk.

Infrastructuurmodus
Deze modus wordt doorgaans gebruikt in woningen, kleine kantoren en thuiskantoren. In deze modus verloopt de communicatie met het draadloze apparaat via een toegangspunt.

Ad-hocmodus
In deze modus wordt geen toegangspunt gebruikt. De draadloze computer en het draadloze apparaat communiceren rechtstreeks met elkaar.
Naam van draadloos netwerk en netwerksleutel
Draadloze netwerken vereisen een hoger beveiligingsniveau. Als u voor het eerst een toegangspunt installeert, worden een netwerknaam (SSID), een beveiligings-id en een netwerksleutel voor het netwerk gegenereerd. Zoek deze gegevens op voordat u verder gaat met de installatie van de printer.
Kiezen van het installatietype
U kunt een draadloos netwerk installeren via het bedieningspaneel van het apparaat of via de computer.
Via het bedieningspaneel
U kunt draadloze parameters configureren via het bedieningspaneel.
- zie "De knop WPS gebruiken" op pagina 162.
- zie "Gebruik van de Menu-knop" op pagina 166.
Draadloos netwerk instellen
Via de computer
Wij raden aan een USB-kabel te gebruiken met het programma dat op de meegeleverde cd met software staat.
- zie "Instellen met Windows" op pagina 168.
- zie "Instellen met Macintosh" op pagina 175.
- Met een USB-kabel: U kunt een draadloos netwerk instellen met behulp van het programma op de bijgeleverde cd met software. Alleen de besturingssystemen Windows en Macintosh worden ondersteund (zie "Instellen met Windows" op pagina 168 of "Instellen met Macintosh" op pagina 175).

U kunt een draadloos netwerk ook met behulp van een USB-kabel installeren via Hulpprogramma Printerinstellingen nadat u het stuurprogramma hebt geïnstalleerd (dit werkt onder Windows en Macintosh).
- Met een netwerkkabel: U kunt een draadloos netwerk instellen met behulp van het programma SyncThru™ Web Service (zie "Een netwerkkabel gebruiken" op pagina 180).
De knop WPS gebruiken
Als uw printer en een toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunen, kunt u de instellingen voor het draadloze netwerk eenvoudig en zonder computer configureren door op het
configuratiescherm op de knop (WPS) te drukken.

Als u het draadloze netwerk wilt gebruiken in de infrastructuurmodus, koppelt u de netwerkkabel los van het apparaat. Of u de knop WPS (PBC) gebruikt of het PIN-nummer invoert om verbinding te maken met het toegangspunt, hangt af van het toegangspunt (of de draadloze router) die u gebruikt. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) dat u gebruikt voor meer informatie.
Wat u nodig hebt
- Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
- Controleer of uw apparaat Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
• Netwerkcomputer (alleen in de PIN-modus)
Draadloos netwerk instellen
Uw type kiezen
Met behulp van de knop (WPS) op het configuratiescherm kunt u op twee manieren een verbinding met een draadloos netwerk tot stand brengen voor uw apparaat.
Met de Push Button Configuration (PBC)-methode kunt u het apparaat een verbinding laten maken met een draadloos netwerk door te drukken op
de knop ⬤ (WPS) op het configuratiescherm van uw apparaat en op de knoo WPS (PBC) op een toegangspunt dat (of draadloze router die) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
Bij de PIN (Personal Identification Number)-methode kunt u uw apparaat verbinding laten maken met een draadloos netwerk door de meegeleverde PIN-gegevens in te voeren op een toegangspunt (of draadloze router) dat WPS (Wi-Fi Protected Setup™) ondersteunt.
De fabrieksinstelling voor uw apparaat is de modus PBC. Deze wordt aanbevolen voor een gewone draadloze netwerkomgeving.

Druk op * (Menu) > Netwerk > Draadloos > OK > WPS-inst. om de WPS-modus te wijzigen.
Apparaten met een display
Aansluiten in PBC-modus
1 Druk meer dan twee seconden op de knop (WPS) op het configuratiescherm.
De machine wacht maximaal twee minuten tot u op de knop WPS (of PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router) hebt gedrukt.
2 Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router).
De berichten worden in de onderstaande volgorde op het LCD-display weergegeven:
a Verbinden: Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router).
b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
c AP-SSID: nadat er een verbinding is gemaakt met het draadloos netwerk, verschijnt de SSID van het toegangspunt op het display.
Draadloos netwerk instellen
Verbinding maken in PIN-modus
1 Druk meer dan twee seconden op de knop (WPS) op het configuratiescherm.
2 De achtcijferige PIN-code verschijnt op het display.
U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code invoeren op de computer die is aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router).
De berichten worden in de onderstaande volgorde op het LCD-display weergegeven:
a Verbinden: het apparaat maakt een verbinding met het draadloos netwerk.
b Verbonden: Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
c AP-SSID: Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, worden de SSID-gegevens van het toegangspunt weergegeven op het LCD-display.
Apparaten zonder een display
Aansluiten in PBC-modus
1 Houd de knop (WPS) op het configuratiescherm ingedrukt totdat de status-LED snel begint te knipperen (na ongeveer 2 - 4 seconden).
Er wordt verbinding gemaakt met het draadloze netwerk. De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u op de PBC-knop op een toegangspunt (of draadloze router) drukt.
2 Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router).
a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router).
b Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
Draadloos netwerk instellen
Verbinding maken in PIN-modus
1 Het netwerkconfiguratierapport met het PIN-nummer moet worden afgedrukt.
Houd in de stand-bymodus de knop (Cancel of Stop/Clear) op het configuratiescherm ca. 5 seconden ingedrukt. Het PIN-nummer van uw apparaat wordt weergegeven.
2 Houd de knop " (WPS) op het configuratiescherm ingedrukt totdat de status-LED snel gaat branden (na 4 seconden).
Het apparaat maakt verbinding met het toegangspunt (of draadloze router).
3 U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code invoeren op de computer die is aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router).
De LED knippert maximaal twee minuten langzaam tot u de achtcijferige PIN-code invoert.
De WPS-LED begint op de volgende manier te knipperen:
a Het lampje van de WPS-LED knippert snel. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router).
b Als het apparaat verbonden is met het draadloze netwerk, blijft de WPS-LED branden.
Opnieuw verbinding maken met een netwerk
Wanneer de draadloze netwerkfunctie is uitgeschakeld, wordt automatisch opnieuw geprobeerd een verbinding tot stand te brengen met het toegangspunt (of de draadloze router) met behulp van de eerder gebruikte instellingen voor de draadloze verbinding en het adres.

In de volgende gevallen wordt automatisch een nieuwe verbinding met het draadloze netwerk tot stand gebracht:
- Het apparaat wordt uit- en weer aangezet.
- Het toegangspunt (of de draadloze router) wordt uit- en weer ingeschakeld.
Annuleren van het maken van een verbinding
Als u het verbinden met een draadloos netwerk wilt annuleren terwijl dit proces wordt uitgevoerd, drukt u op de knop (Cancel of Stop/Clear) op het configuratiescherm en laat u deze weer los. Wacht 2 minuten voordat u opnieuw verbinding met het draadloze netwerk probeert te maken.
Draadloos netwerk instellen
Verbinding met een netwerk verbreken
U kunt de draadloze netwerkverbinding verbreken door langer dan twee seconden op de knop " (WPS) op het configuratiescherm te drukken.
- Als het Wi-Fi-netwerk zich in de niet-actieve modus bevindt: De verbinding tussen het apparaat en het draadloze netwerk wordt onmiddellijk verbroken en de WPS-LED is uit.
- Wanneer het Wi-Fi-netwerk in gebruik is: Zolang het apparaat wacht tot de huidige taak is afgerond, knippert het lampje van de WPS-LED snel. Vervolgens wordt de verbinding met het draadloze netwerkverbinding automatisch verbroken. De WPS-LED gaat uit.
Gebruik van de Menu-knop
Voor u begint moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloos netwerk kennen, evenals de netwerksleutel als deze is gecodeerd. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt.

Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 148).
1 Selecteer (Menu) > Netwerk > OK > Draadloos > OK > WLAN-inst. > OK op het configuratiescherm.
2 Druk op OK om de gewenste installatiemethode te selecteren.
- Wizard: De interfacekaart voor het draadloos netwerk van het apparaat zoekt naar draadloze netwerken in de omgeving, waarna de resultaten worden weergegeven.
- Aangepast: U kunt de instellingen naar wens configureren.
Wizard-modus
1 De interfacekaart voor het draadloze netwerk van het apparaat zoekt naar draadloze netwerken in de omgeving en toont de resultaten.
2 Druk op Zoeklijst > OK > selecteer het netwerk > OK.
U kunt een netwerk selecteren met SSID.
3 Druk op WLAN Beveilig. > OK > Geen > OK.
Ga door met de volgende stap als u een ander bericht ziet.
Draadloos netwerk instellen
4 Afhankelijk van het netwerk dat u selecteert zal de WLAN-beveiligingscodering WEP of WPA zijn.
• In geval van WEP drukt u op Open systeem of Ged. sleutel.
- Open systeem: Verificatie wordt niet gebruikt, en Codering kan wel of niet worden gebruikt, afhankelijk van de behoefte aan gegevensbeveiliging. Voer de WEP-sleutel in nadat u Open systeem hebt geselecteerd.
- Ged. sleutel: Verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot het netwerk. Voer de WEP-sleutel in na selectie van Ged. sleutel.
- Bij WPA voert u de WPA Key in. De sleutel mag 8 tot 63 tekens lang zijn.
5 Druk op OK.
Aangepaste modus
1 Voer de SSID in als SSID bewerken op de bovenste regel van het display verschijnt. Dit is de naam van een draadloos netwerk. De SSID is hoofdlettergevoelig, dus let op tijdens het invoeren. Druk op OK.
2 Selecteer het type draadloze verbinding.
3 Druk op OK om de Werkingsmodus te selecteren.
- Ad-hoc: In deze modus kunnen draadloze apparaten rechtstreeks met elkaar communiceren in een peer-to-peeromgeving. Ga naar stap 4.
- Infrastruct.: in deze modus kunnen draadloze apparaten via een toegangspunt met elkaar te communiceren. Ga naar stap 5.
4 Druk op OK om de Kanaalkeuze te selecteren.
Als u Auto selecteert, worden de kanalen automatisch ingesteld met de draadloze-netwerkinterfacekaart in uw apparaat.
5 Druk op OK om de WLAN Beveilig. te selecteren.
- Geen: Dit wordt gebruikt wanneer de validatie van de identiteit van een draadloos apparaat en gegevenscodering niet vereist zijn voor uw netwerk. Open systeem wordt gebruikt voor IEEE 802.11-verificatie.
- Statisch WEP: Maakt gebruik van het WEP-algoritme (Wired Equivalent Privacy) dat door de IEEE 802.11-standaard wordt voorgesteld voor beveiligingsdoeleinden. De beveiligingsmodus Statisch WEP vereist een WEP-sleutel voor gegevenscodering, decodering en IEEE 802.11-verificatie. Druk op OK om de instelmethode in Verificatie te selecteren.
- Open systeem: Verificatie wordt niet gebruikt en codering wordt eventueel gebruikt, naargelang de behoefte aan gegevensbeveiliging. Voer de WEP-sleutel in.
- Ged. sleutel: Verificatie wordt gebruikt. Voer de WEP-sleutel in na selectie van Ged. sleutel.
Draadloos netwerk instellen
- WPA-PSK of WPA2-PSK: U kunt WPA-PSK of WPA2-PSK selecteren om op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel de afdrukserver te verifiëren. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (doorgaans vooraf gedeelde wachtwoordzin genoemd) die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van zijn clients.
a Druk op OK als WPA-PSK of WPA2-PSK op het display verschijnt.
b Druk op OK om TKIP te selecteren of AES in Codering. Als u WPA2-PSK selecteert, drukt u op OK om AES of TKIP + AES te selecteren bij Codering.
c Voer de WPA Key in.

Druk op OK.

Koppel de netwerkkabel los (standaard of crossover). Als het goed is, communiceert uw apparaat nu draadloos met het netwerk. In de ad-hocmodus kunt u tegelijkertijd een draadloos LAN en een bekabeld LAN gebruiken.
Instellen met Windows

Snelkoppeling naar programma Draadloze verbindingen instellen zonder CD: All u het printerstuurprogramma eenmaal heeft geïnstalleerd, heeft u zonder CD toegang tot het programma Draadloze verbindingen instellen. Selecteer in het Startmenu achtereenvolgens Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > naam van uw printerstuurprogramma > Programma voor het instellen van draadloze verbindingen.
Toegangspunt via USB-kabel
Wat u nodig hebt
- Toegangspunt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-netwerkinterface
• U S B - k a b e l
Draadloos netwerk instellen
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten.
2 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
Klik op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cd-romstation en klik op OK.
4 Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en installeren.

- Nu installeren: Als u al een draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op deze knop om het printerstuurprogramma te installeren, zodat u de draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de knop Draadloze verbindingen instellen en installeren om een draadloos netwerk in te stellen. Klik daarna op de knop Nu installeren.
- Draadloze verbindingen instellen en installeren: Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw apparaat en installeer vervolgens het printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel. Deze procedure is uitsluitend bedoeld voor gebruikers die nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben ingesteld.
5 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst Klik daarna op Volgende.
6 De software zoekt het draadloos netwerk.
Draadloos netwerk instellen

Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het venster.

Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u gebruikt en klik op Volgende.

Als u de netwerknaam van uw keuze niet kunt vinden of als u de draadloze configuratie handmatig wilt instellen, klikt u op Geavanceerde instelling.
- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig).
- Werkingsmodus: Selecteer Infrastructuur.
- Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
WPA Privé of WPA2 Privé: selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients.
- Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES, TKIP AES).
- Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in.
- Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering.
- WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.

Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de beveiligingsmodus: WEP of WPA.
• WEP
Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op Volgende.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd.
• WPA
Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Volgende.
WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP (Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt.
Draadloos netwerk instellen
8 Het venster bevat de instellingen voor het draadloze netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op Volgende.
- Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te wijzigen.
• Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch in het venster wordt vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
9 Als de instelling van het draadloos netwerk is voltooid, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het apparaat los. Klik op Volgende.
10 Het venster Instelling van draadloos netwerk voltooid wordt geopend.
Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt doorgaan.
Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren.
Klik daarna op Volgende.
11 Klik op Next wanneer het venster Printeraansluiting bevestigen verschijnt.
12 Selecteer de onderdelen die u wilt installeren. Klik op Volgende.
13 Wanneer u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook de printernaam wijzigen, de printer instellen voor gedeeld gebruik in het netwerk, de printer instellen als standaardprinter en de poortnaam van elk apparaat wijzigen. Klik op Volgende.
14 Wanneer de installatie is voltooid, verschijnt er een venster met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina afdrukken.
In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met stap 16.
15 Als de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt u op Ja. Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken.
Draadloos netwerk instellen
16 Als u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat zodat u informatie kunt ontvangen van Samsung, klikt u op Online registratie.
17 Klik op Voltooien.
Ad-hoc via USB-kabel
Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog draadloos met uw computer verbinden door een draadloos ad-hocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige stappen.
Wat u nodig hebt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-netwerkinterface
- USB-kabel
Ad-hocnetwerken in Windows instellen
1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten.
2 Zet de computer en het draadloos-netwerkapparaat aan.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
Klik op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cdromstation en klik op OK.
4 Selecteer de optie Draadloze verbindingen instellen en installeren.

- Nu installeren: Als u een draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op deze knop om het printerstuurprogramma te installeren, zodat u de draadloze netwerkprinter kunt gebruiken. Als u nog geen draadloos netwerk hebt ingesteld, klikt u op de knop Draadloze verbindingen instellen en installeren om een draadloos netwerk in te stellen. Pas daarna klikt u op de knop Nu installeren.
- Draadloze verbindingen instellen en installeren: Configureer de draadloze netwerkinstellingen van uw apparaat en installeer vervolgens het printerstuurprogramma met behulp van de USB-kabel. Deze procedure geldt uitsluitend voor gebruikers die nog nooit een draadloze netwerkverbinding hebben ingesteld.
Draadloos netwerk instellen
5 Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en kies Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst Klik daarna op Volgende.
6 De software zoekt het draadloos netwerk.

Als het netwerk niet kan worden gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer op de juiste manier is aangesloten. Volg verder de instructies in het venster.
7 Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het apparaat heeft gevonden.
Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is portthru en het Signaal is Printernetwerk.
Klik daarna op Volgende.
Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een ander draadloos netwerk in de lijst.

Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop Geavanceerde instelling.
- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig).
- Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc.
• Kanaal: selecteer het kanaal. (Auto-inst. of 2.412 tot 2.467 MHz.)
- Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
• Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128).
- Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in.
- Netwerksleutel bevestigen:: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering.
- WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk verschijnt als het ad-hocnetwerk een beveiligingsinstelling heeft.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt.
Selecteer Open syst. of Ged. sleutel voor de verificatie en klik op Volgende.
- WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd.
8 Er verschijnt een venster met de instellingen van het draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op Volgende.
Draadloos netwerk instellen

Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook Statisch zijn.
Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het draadloze netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
• Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IP-adres automatisch ontvangen (DHCP).
• Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
9
Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer los. Klik op Volgende.

Als het venster Computernetwerkinstelling wijzigen verschijnt, volgt u de stappen op het venster.
Klik op Volgende als u klaar bent met de instellingen voor het draadloze netwerk van de computer.
Als het draadloze netwerk van de computer is ingesteld op DHCP, duurt het enkele minuten om het IP-adres te ontvangen.
10
Het venster Instelling van draadloos netwerk voltooid wordt geopend.
Kies Ja als u de huidige instellingen aanvaardt en u wilt doorgaan.
Kies Nee als u naar het beginvenster wilt terugkeren.
Klik daarna op Volgende.
11
Klik op Volgende wanneer het venster Printeraansluiting bevestigen verschijnt.
Draadloos netwerk instellen
12 Selecteer de onderdelen die u wilt installeren. Klik op Volgende.
Nadat u de onderdelen hebt geselecteerd, kunt u ook de naam van het apparaat wijzigen, het apparaat instellen om in het netwerk te worden gedeeld, het apparaat instellen als standaardapparaat en de poortnaam van elk apparaat wijzigen. Klik op Volgende.
13 Wanneer de installatie is voltooid, verschijnt er een venster met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een testpagina wilt afdrukken klikt u op Een testpagina afdrukken.
In het andere geval klikt u op Volgende en gaat u door met stap 15.
14 Als de testpagina op de juiste manier wordt afgedrukt, klikt u op Ja. Zo niet, dan klikt u op Nee om deze opnieuw af te drukken.
15 Als u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat om informatie te ontvangen van Samsung, klikt u op Online registratie.
16 Klik op Voltooien.
Instellen met Macintosh
Wat u nodig hebt
- Toegangspunt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-netwerkinterface
• U S B - k a b e l
Toegangspunt via USB-kabel
1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten.
2 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer.
5 Dubbelklik op de map MAC_Installer.
6 Dubbelklik op het pictogram Installer OS X.
7 Klik op Ga door.
8 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Ga door.
9 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst.
10 Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Ga door.
Draadloos netwerk instellen
11 Selecteer Instelling van draadloos netwerk.
12 De software zoekt het draadloos netwerk.

Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het venster.
13 Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u gebruikt en klik op Next.

Als u de draadloze configuratie handmatig instelt, klikt u op Geavanceerde instelling.
- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het gewenste toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig).
- Werkingsmodus: selecteer Infrastruct..
- Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
WPA Privé of WPA2 Privé: selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients.
- Codering: selecteer de codering. (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES, TKIP, AES.)
- Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in.
- Netwerksleutel bevestigen: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering.
- WEP-sleutelindex:: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex:.
Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Het venster kan verschillen naargelang de beveiligingsmodus: WEP of WPA.
• WEP
Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de verificatie en typ de WEP-beveiligingssleutel. Klik op Next.
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd.
• WPA
Voer de gedeelde WPA-sleutel in en klik op Next.
WPA machtigt en identificeert gebruikers op basis van een geheime sleutel die op gezette tijden automatisch wordt gewijzigd. Bij WPA worden tevens TKIP (Temporal Key Integrity Protocol) en AES (Advanced Encryption Standard) voor gegevenscodering gebruikt.
Draadloos netwerk instellen
14 Het venster bevat de instellingen voor het draadloze netwerk en controleert of deze instellingen juist zijn. Klik op Next.
• Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP in het venster wordt vermeld. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode in DHCP te wijzigen.
• Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch in het venster wordt vermeld. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren. Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de computer is ingesteld op DHCP, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn de netwerkgegevens van de printer als volgt:
- IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
15 Er wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt volgens de netwerkconfiguratie.
16 Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer los.
17 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten of Herstart.
Ad-hoc via USB-kabel
Als u geen toegangspunt hebt, kunt u de printer alsnog draadloos verbinden met uw computer door een draadloos ad-hocnetwerk in te stellen. Volg hiervoor de volgende eenvoudige stappen.
Wat u nodig hebt
- Netwerkcomputer
- Cd met software die bij uw apparaat is geleverd
- Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-netwerkinterface
• U S B - k a b e l .
Draadloos netwerk instellen
Een ad-hocnetwerk instellen in Macintosh
1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten.
2 Schakel de computer en de printer in.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
4 Dubbelklik op het pictogram in de vorm van een cd-rom op het bureaublad van uw Macintosh-computer.
5 Dubbelklik in de map MAC_Installer op het pictogram Installer OS X.
6 Klik op Ga door.
7 Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Ga door.
8 Klik op Akkoord als u akkoord gaat met de gebruiksrechtovereenkomst.
9 Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Ga door.
10 Klik op Draadloze netwerkverbindingen instellen en installeren.
11 De software zoekt naar draadloze netwerkapparaten.

Als het draadloze netwerk niet wordt gevonden, controleert u of de USB-kabel tussen de computer en de printer goed is aangesloten en volgt u de instructies in het venster.
12 Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het apparaat heeft gevonden.
Als u de standaardinstelling voor ad-hocnetwerken van Samsung wilt gebruiken, selecteert u het laatste draadloze netwerk in de lijst met de Netwerknaam (SSID). Deze is portthru en het Signaal isPrinternetwerk.
Klik daarna op Next.
Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een ander draadloos netwerk in de lijst.

Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop Geavanceerde instelling.
- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Voer de SSID in (de SSID is hoofdlettergevoelig).
- Werkingsmodus: Selecteer Ad-hoc.
- Kanaal: Selecteer het kanaal (Auto-inst. of 2412 MHz tot 2467 MHz).
Draadloos netwerk instellen
- Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
- Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128).
- Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in.
- Netwerksleutel bevestigen: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering.
- WEP-sleutelindex:: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex:.

Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk verschijnt als het ad-hocnetwerk een beveiligingsinstelling heeft.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Selecteer Open syst. of Ged. Sleutel voor de verificatie en klik op Next.
- WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat ervoor zorgt dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot uw draadloze netwerk. Via WEP wordt het gegevensgedeelte van elk pakket dat via een draadloos netwerk wordt verzonden met een 64-bits of 128-bits WEP-coderingssleutel gecodeerd.
13
Er verschijnt een venster met de instellingen van het draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op Next.

Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de netwerkinstellingen van de computer weten. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op Statisch, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook Statisch zijn.
Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het draadloos netwerk de instelling Statisch wilt gebruiken, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het statische IP-adres.
• Voor de methode DHCP
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u op TCP/IP wijzigen om de toewijzingsmethode te wijzigen in IP-adres automatisch ontvangen (DHCP).
• Voor de methode Statisch
Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het venster Bevestiging van instelling van draadloos netwerk. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop TCP/IP wijzigen om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
- IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat: - IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
Draadloos netwerk instellen
14 Er wordt verbinding met het draadloze netwerk gemaakt volgens de netwerkconfiguratie.
15 Als de instelling van het draadloos netwerk is voltooid, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en het apparaat los.
16 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op Afsluiten of Herstart.
Een netwerkkabel gebruiken
Uw apparaat is netwerkcompatibel. Om uw apparaat netwerkcompatibel te maken, moet u enkele configuratieprocedures doorlopen.

- Nadat de verbinding met het draadloze netwerk is gemaakt, moet u een apparaatstuurprogramma installeren om vanuit een toepassing te kunnen afdrukken (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 148).
- Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die uw draadloos netwerk heeft ingesteld voor informatie over uw netwerkconfiguratie.
Wat u nodig hebt
- Toegangspunt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Het apparaat met een daarop geïnstalleerd draadloos-netwerkinterface
- Netwerkkabel
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt bepalen welke netwerkinstellingen voor uw apparaat worden gebruikt door een netwerkconfiguratierapport af te drukken.
zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 145.
IP-adres instellen via het programma SetIP (Windows)
Dit programma wordt gebruikt om het IP-adres van uw apparaat handmatig in te stellen met behulp van het MAC-adres, om te communiceren met het apparaat. Het MAC-adres is een hardwareserienummer van de netwerkinterface dat u terugvindt in het netwerkconfiguratierapport terugvindt.
zie "Het IP-adres instellen" op pagina 145.
Draadloos netwerk instellen
Het draadloze netwerk van het apparaat configureren
Voordat u begint, moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloze netwerk en de netwerksleutel (als deze is gecodeerd) weten. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt.
Om parameters van het draadloos netwerk te configureren, kunt u SyncThru™ Web Service gebruiken.
SyncThru™ Web Service gebruiken
Controleer de status van de kabelverbinding voor u begint met de configuratie van de parameters voor het draadloze netwerk.
1 Controleer of de netwerkkabel op de printer is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in.
Voorbeeld:

http://192.168.1.133/
3 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login.
• ID: admin
- Password: sec00000
5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings.
6 Klik op Wireless > Wizard.

De Wizard zal u door de configuratie van het draadloos netwerk loodsen. Als u het draadloos netwerk echter rechtstreeks wilt instellen, selecteert u Custom.
Draadloos netwerk instellen
7 Selecteer de Network Name(SSID) in de lijst.
- SSID: SSID (Service Set Identifier) is een naam die een draadloos netwerk aanduidt. Toegangspunten en draadloze apparaten die een verbinding proberen te maken met een bepaald draadloos netwerk, moeten dezelfde SSID gebruiken. De SSID is hoofdlettergevoelig.
-
Operation Mode: Operation Mode verwijst naar het type draadloze verbinding (zie "Naam van draadloos netwerk en netwerksleutel" op pagina 161).
-
Ad-hoc: In deze modus kunnen draadloze apparaten rechtstreeks met elkaar communiceren in een peer-to-peer-omgeving.
- Infrastructure: in deze modus kunnen draadloze apparaten via een toegangspunt met elkaar te communiceren.

Als de Operation Mode van uw netwerk ingesteld is op Infrastructure selecteert u de SSID van het toegangspunt. Als Operation Mode ingesteld is op Ad-hoc selecteert u de SSID van het apparaat. Houd er rekening mee dat "portthru" de standaard SSID van uw apparaat is.
8 Klik op Next.
Als het venster met beveiligingsinstellingen voor draadloze netwerken verschijnt, voert u het geregistreerde wachtwoord (netwerksleutel) in en klikt u op Next.
9 Het bevestigingsvenster verschijnt. Controleer de instellingen van het draadloze netwerk. Als de instellingen juist zijn, klikt u op Apply.

Ontkoppel de netwerkkabel (standaard of netwerk). Als het goed is, communiceert uw apparaat nu draadloos met het netwerk. In de ad-hocmodus kunt u tegelijkertijd een draadloos LAN en een bekabeld LAN gebruiken.
Het Wi-Fi-netwerk in- of uitschakelen

U kunt Wi-Fi ook in-/uitschakelen via het menu Network op het bedieningspaneel van het apparaat.
1 Controleer of de netwerkkabel op het apparaat is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in.
Voorbeeld:

http://192.168.1.133/
Draadloos netwerk instellen
3 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login.
• ID: admin
- Password: sec00000
5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings.
6 Klik op Wireless > Custom.
U kunt het Wi-Fi-netwerk ook in- of uitschakelen.
Problemen oplossen
Problemen tijdens het instellen of de installatie van het stuurprogramma
Printers niet gevonden
- Mogelijk staat uw printer niet aan. Zet de computer en printer aan.
- De USB-kabel tussen de computer en het apparaat is niet aangesloten. Verbind de printer met de computer door middel van de USB-kabel.
- Het apparaat ondersteunt geen draadloze netwerken. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de printer op de software-cd die bij het apparaat is geleverd en zorg dat u beschikt over een draadloze netwerkprinter.
Verbindingsprobleem - SSID niet gevonden
- De geselecteerde of opgegeven netwerknaam (SSID) kan niet worden gevonden. Controleer de netwerknaam (SSID) op uw toegangspunt en probeer opnieuw verbinding te maken.
- Uw toegangspunt is uitgeschakeld. Zet het toegangspunt aan.
Draadloos netwerk instellen
Verbindingsprobleem - Ongeldige beveiliging
- De beveiliging is niet goed geconfigureerd. Controleer de beveiliging die op het toegangspunt en de printer is geconfigureerd.
Verbindingsprobleem - Algemene verbindingsfout
- Uw computer ontvangt geen signaal van uw apparaat. Controleer de USB-kabel en de stroomtoevoer van de printer.
Verbindingsprobleem - Verbonden bedraad netwerk
- De printer is verbonden met een netwerkkabel. Koppel de netwerkkabel los van uw apparaat.
Fout bij verbinding met pc
- Het geconfigureerde netwerkadres kan geen verbinding maken tussen uw computer en het apparaat.
- Voor een DHCP-netwerkomgeving
De printer ontvangt automatisch het IP-adres (DHCP) als de toewijzingsmethode voor het IP-adres is ingesteld op DHCP.
- Voor een statische netwerkomgeving
De printer gebruikt het statische adres als de toewijzingsmethode voor het IP-adres op de computer is ingesteld op Statisch.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer).
- Gateway: 169.254.133.1
Andere problemen
Als zich tijdens het gebruik van de printer in een netwerk problemen voordoen, controleert u de volgende punten:

Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) voor specifieke informatie.
- Mogelijk is uw computer, het toegangspunt (of de draadloze router) of de printer niet ingeschakeld.
- Controleer de draadloze ontvangst van het signaal rond het apparaat. Als de router ver van de printer staat of als er een obstakel in de weg staat, kan dat de ontvangst van het signaal bemoeilijken.
- Schakel het toegangspunt (of de draadloze router), de printer en de computer uit en weer aan. Soms kan dat helpen om de communicatie met het netwerk te herstellen.
Draadloos netwerk instellen
- Controleer of firewallsoftware (V3 of Norton) de communicatie blokkeert.
Als de computer en de printer op hetzelfde netwerk zijn aangesloten maar niet kunnen worden gevonden, blokkeert de firewall-software mogelijk de communicatie. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de firewall-software voor informatie over het uitschakelen van de firewall. Probeer vervolgens nogmaals of de printer kan worden gevonden. - Controleer of het IP-adres van het apparaat juist is toegewezen. U kunt het IP-adres controleren door het netwerkconfiguratierapport af te drukken.
- Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) met een wachtwoord beveiligd is. Als er een wachtwoord is ingesteld, neemt u contact op met de beheerder van het toegangspunt (of de draadloze router).
- Controleer het IP-adres van de printer. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw en wijzig de instellingen om een verbinding te maken met het apparaat op het netwerk. Bij DHCP is het mogelijk dat het toegewezen IP-adres verandert als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt of als het toegangspunt opnieuw is ingesteld.
- Controleer de draadloze omgeving. Mogelijk kunt u geen verbinding maken met het netwerk in de infrastructuuromgeving waar u gebruikersgegevens moet invoeren voordat u een verbinding hebt gemaakt met een toegangspunt (of draadloze router).
-
Dit apparaat ondersteunt alleen IEEE 802.11b/g/n en Wi-Fi. Andere draadloze communicatietypes (b.v. Bluetooth) worden niet ondersteund.
-
In de ad-hocmodus onder besturingssystemen zoals Windows Vista is het mogelijk dat u de draadloze verbinding bij elk gebruik van de draadloze printer opnieuw moet instellen.
- Bij draadloze netwerkprinters van Samsung kunnen de infrastructuurmodus en de ad-hocmodus niet tegelijkertijd worden gebruikt.
- Het apparaat moet zich binnen het bereik van het draadloos netwerk bevinden.
- De printer mag niet in de buurt staan van obstakels die het draadloze signaal kunnen blokkeren.
Verwijder grote metalen voorwerpen die zich tussen het toegangspunt (of de draadloze router) en het apparaat bevinden.
Controleer of er geen palen, muren of steunpilaren van metaal of beton tussen de printer en het draadloze toegangspunt (of de draadloze router) staan.
- De printer mag niet in de buurt staan van andere elektronische apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren.
Er zijn veel apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren, waaronder magnetrons en bepaalde Bluetooth-apparaten.

3. Menu's met nuttige instellingen
In dit hoofdstuk leest u hoe u de huidige status van het apparaat controleert en hoe u geavanceerde apparaatinstellingen instelt.
- Voordat u een hoofdstuk gaat lezen 187
- Menu Afdrukken 188
- Menu Kopiëren 189
- Menu Faxen 196
- Menu Scannen 200
- Systeeminstallatie 202
- Beheerinstellingen 216
• Aangepaste instellingen 217
Voordat u een hoofdstuk gaat lezen
In dit hoofdstuk worden alle beschikbare functies voor dit model beschreven om gebruikers te helpen deze functies te begrijpen. U kunt controlleren welke functies beschikbaar zijn voor ieder model in de Basishandleiding (zie "Menuoverzicht" op pagina 33). Hier volgen een aantal tips voor het gebruiken van dit hoofdstuk
- Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu's voor de instelling en het gebruik van het apparaat. Druk op ☐ (Menu) om toegang te krijgen tot deze menu's.
- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder (Menu) op het configuratiescherm (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 25).
- Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
Menu Afdrukken

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
• Druk op 📋 (Menu) > Afdrukinst. op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Printerinstelling op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Afdrukstand | Selecteert de richting waarin informatie wordt afgedrukt op een pagina. |
| Exemplaren | U kunt het aantal kopieën wijzigen met behulp van het numerieke toetsenblok. |
| Resolutie | Specificeert het aantal afgedrukte punten per inch (dpi - dots per inch). Hoe hoger de instelling, hoe scherper de tekens en afbeeldingen worden afgedrukt. |
| Tonersterkte | Maakt de afdruk op de pagina helderder of donkerder.De instellingNormaal levert doorgaans het beste resultaat. Gebruik de instellingLicht om toner te besparen. |
| Tkst dnk. mk. | Drukt de tekst donkerder af dan op een normaal document. |
Item Omschrijving
Emulatie Stelt het type en de optie voor emulatie in.
Menu Kopiëren
Kopieerfunctie

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (kopiëren) > (Menu) > Kopieerfunctie op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Standaardinstelling > Standaard kopieren op het aanraakscherm.
- Of druk op Kopie > selecteer het gewenste menu-item op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| • Scanformaat• Formaat van origineel | hiermee stelt u de grootte van de afbeelding in. |
| Exemplaren | U kunt het aantal kopieën wijzigen met behulp van het numerieke toetsenblok. |
| Item Omschrijving | |
| Verkl./vergr. | Hiermee verkleint of vergroot u een gekopieerde afbeelding (zie "Verkleinde of vergrote kopie" op pagina 63).Wanneer het apparaat is ingesteld op eco-modus, zijn de vergroot- en verkleinfuncties niet beschikbaar. |
| Tonersterkte | Hiermee past u de helderheid aan voor een origineel met onduidelijke markeringen en donkere afbeeldingen, zodat de kopie beter leesbaar is (zie "Tonersterkte" op pagina 62). |
| Contrast | Hiermee kunt u het contrastniveau aanpassen voor een origineel met vage of te donkere inhoud, zodat de gescande kopie beter leesbaar is (zie "Contrast" op pagina 63). |
| Oorspr. type | Hiermee verbetert u de kopieerkwaliteit door het documenttype voor de huidige kopieertaak te selecteren (zie "Origineel" op pagina 63). |
| Oorspronkelijke stand | Hiermee stelt u de stand in van het originele afbeelding. |
| Lay-out | Hiermee kunt u de instelling voor lay-out opgeven zoals Poster, Klonen, Kopie ID, 2/4 op 1 vel, Boekje enzovoort. |
Menu Kopiëren
| Item Omschrijving | |
| Kopleen sort.Sortering kopieren | Hiermee stel u het apparaat zo in dat de kopieën worden gesorteerd. Als u bijvoorbeeld 2 kopieën wilt maken van een document met 3 pagina's, krijgt u eerst één volledige kopie van het 3 pagina's tellende document en vervolgens een tweede volledige kopie.Aan:hiermee drukt u de pagina's gegroepeerd af in dezelfde volgorde als het origineel. Ult:hiermee drukt u af en sorteert u het resultaat in stapels van afzonderlijke pagina's.![]() |
| Item Omschrijving | |
| • 2 op of 4 op verkleinde originelen per vel• N-up kopieren | Hiermee worden de originele afbeeldingen verkleind en worden 2 of 4 pagina's afgedrukt op één vel papier.![]() |
| [8727] Deze kopieerfunctie is alleen beschikbaar als u originelen in de ADI plaatst. | |
Menu Kopiëren
| Item Omschrijving | |
| Poster kopier. | U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2), 9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van 4x4) papier drukken om ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken.![]() ![]() |
![]() | |
| Item Omschrijving | |
| Meer op 1 vel | Hiermee wordt de originele afbeelding meerdere keren afgedrukt op één pagina. Het aantal afbeeldingen per vel wordt automatisch bepaald op basis van de grootte van het origineel en het papierformaat.[IMAGE]Deze kopieerfunctie is alleen beschikbaar als u via de glasplaat kopieert.U kunt het kopieerformaat niet instellen met Reduce/Enlarge voor de functie Meer op 1 vel. |
Menu Kopiëren
| Item Omschrijving | |
| Boek kopieren | Met deze functie kunt u een volledig boek kopieren. Als het boek te dik is, opent u het deksel tot de scharnieren niet verder kunnen en sluit u het deksel weer. Als het boek of tijdschrift dikker is dan 30 mm, laat u tijdens het kopieren het deksel open. Ult: deze functie wordt niet gebruikt.Linkerpagina: gebruik deze optie om de linkerpagina van het boek af te drukken.Rechterpagina: gebruik deze optie om de rechterpagina van het boek af te drukken.Beide pagina's: gebruik deze optie om beide pagina's van het boek af te drukken.[74K4]Deze kopierfunctie is alleen beschikbaar als u via de glasplaat kopieert. |

Menu Kopiëren
| Item Omschrijving | |
| Marge versch. bij kopieren | Hiermee kunt u een bindmarge maken voor het document. Het beeld kan op de pagina naar boven of naar onder worden bijgesteld en/of naar links of naar rechts worden verschoven. Uit: deze functie wordt niet gebruikt.Aut. centreren: hiermee kunt u automatisch in het midden van het papier kopieren. Deze functie is alleen beschikbaar als u via de glasplaat kopieert.Aangep. marge: voer de linker-, rechter-, boven- en ondermarge in met behulp van het numeriek toetsenblok. |
| Item Omschrijving | |
| Geen schaduwr. bij kopiëren | Hiermee kunt u vlekken, perforatie-openingen, vouwen en nietafdrukken langs een van de vier randen van een document wissen. Uit: deze functie wordt niet gebruikt.Klein origineel: hiermee wordt de rand van het origineel gewist als het klein is. Deze functie is alleen beschikbaar als u via de glasplaat kopieert.Perforeren: hiermee worden de sporen van boekbindgaatjes gewist.Boek midden: hiermee wordt het middelste deel van het papier gewist, dat een zwarte horizontale baan vormt wanneer u een boek kopieert. Deze functie is alleen beschikbaar als u via de glasplaat kopieert.Rand wissen: voer de linker-, rechter-, boven- en ondermarge in met behulp van het numeriek toetsenblok. |
| Grljst. verb. bij kopiëren | Als u een origineel in grijstinten kopieert, verbetert u met deze functie de kwaliteit van de kopie. |
Menu Kopiëren
| Item Omschrijving | |
| Watermerk kopieren | Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand document, U gebruikt het bijvoorbeeld om in grote grijze letters "CONCEPT" of "VERTROUWELIJK" diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina's afdrukken.![]() |
| Dubbelzijdig | U kunt uw apparaat instellen om kopieën op beide zijden van het papier af te drukken.Uitgeschakeld: hiermee kunt u afdrukken in modus Normaal.1->2-zijdig kort 1->2-zijdig lang![]() |
| Item Omschrijving | |
| Dubbelzijdig (vervolg) | • 2 -> 1-zijdig • 2 -> 2-zijdig • 2->1-zijd. ROT 2![]() |
Menu Kopiëren
Kopieerinstel.

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
Druk op 📋 (kopiëren) > 📋 (Menu) > Kopieerinstel. op het configuratiescherm.
| Item Omschrijving | |
| St.inst. wijz. | Hiermee herstelt u de waarde of instelling opnieuw in op de beginwaarde. |
Menu Faxen
Faxfunctie

- Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op 📋 (kopiëren) > 📋 (Menu) > Faxfunctie op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Standaardinstelling > Standaard faxen op het aanraakscherm.
- Of druk op Fax > selecteer het gewenste menu-item op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| • Scanformaat | hiermee stelt u de grootte van de afbeelding in. |
| • Formaat van origineel | |
| Item Omschrijving | |
| Contrast | Hiermee kunt u het contrastniveau aanpassen voor een origineel met vage of te donkere inhoud zodat de gescande kopie beter leesbaar is. |
| Tonersterkte | Hiermee kunt u de helderheid aanpassen voor een origineel met onduidelijke markeringen en donkere afbeeldingen zodat de gescande kopie beter leesbaar is (zie "Tonersterkte" op pagina 62). |
| Resolutie | De standaardinstellingen leveren een goed resultaat op voor een origineel met tekst. Als u echter originelen verstuurt die foto's bevatten of van een slechte kwaliteit zijn, kunt u de resolutie aanpassen om een fax van een betere kwaliteit te versturen (zie "Resolutie" op pagina 70). |
| Dubbelzijdig | Hiermee worden ontvangen faxen op beide zijden van het papier afgedrukt. |
| Meerdere verz. | Hiermee kunt u een fax naar meerdere bestemmingen verzenden (zie "Groepsverzending (faxen naar meerdere bestemmingen verzenden)" op pagina 69). |
| U kunt met deze functie geen kleurenfax verzenden. | |
Menu Faxen
| Item Omschrijving | |
| Uitgest. verz. | Hiermee kunt u het apparaat zo instellen dat een fax op een later tijdstip (tijdens uw afwezigheid) wordt verzonden (zie "Uitgestelde faxverzending" op pagina 260). |
| [TAOT] U kunt met deze functie geen kleurenfax verzenden. | |
| Prior. verz. | Het originele document wordt in het geheugen opgeslagen en onmiddellijk verzonden zodra de lopende taak is voltooid. Met een verzending met hoge prioriteit wordt een verzending naar meerdere bestemmingen onderbroken (de fax met hoge prioriteit wordt verzonden na de verzending naar ontvanger A en vóór de verzending naar ontvanger B). Kiespogingen worden ook onderbroken voor een verzending met hoge prioriteit (zie "Een fax verzenden met een hoge prioriteit" op pagina 261). |
| Doorsturen | Hiermee wordt de ontvangen of verzonden fax naar een andere bestemming verzonden per fax of via een pc. Deze functie is nuttig als u een fax wilt ontvangen wanneer u niet op kantoor bent.Zie "Een verzonden fax doorsturen naar een andere bestemming" op pagina 262.Zie "Ontvangen faxen doorsturen" op pagina 263. |
| Item Omschrijving | |
| Veilige ontv. | Hiermee wordt de ontvangen fax opgeslagen in het geheugen zonder dat deze wordt afgedrukt. Als u ontvangen documenten wilt afdrukken, moet u het wachtwoord invoeren. Zo kunt u voorkomen dat onbevoegde personen de ontvangen faxen kunnen bekijken (zie "Ontvangen in veilige ontvangstmodus" op pagina 268). |
| Pag. toevoegen | Hiermee kunt u extra documenten toevoegen aan een uitgestelde faxtaak (zie "Documenten toevoegen aan een gereserveerde fax" op pagina 261). |
| Taak annuleren | Hiermee kunt u de uitgestelde faxtaak annuleren die in het geheugen is opgeslagen (zie "Een gereserveerde faxtaak annuleren" op pagina 261). |
Verzendinstellingen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Menu Faxen
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Verzending op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Standaardinstelling > Standaard faxen op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Aant. kiespog. | Hiermee kunt u het aantal kiespogingen instellen.Als u 0 invoert, zal het apparaat niet opnieuw kiezen. |
| Opn. klezen na | Hiermee kunt u het tijdsinterval instellen voor automatisch opnieuw kiezen. |
| Kenget. kiezen | Hiermee kunt u een prefix van maximaal vijf cijfers instellen. Dit nummer wordt dan altijd gekozen voordat er een automatisch kiesnummer wordt gevormd. Dit is nuttig om toegang te krijgen tot een telefooncentrale. |
| ECM-modus | Hiermee kunt u de foutcorrectiemodus (ECM) inschakelen om faxen zonder fouten te verzenden.Als u deze modus inschakelt, kan het verzenden van faxen langer duren. |
| Transm.rapport | Hiermee stelt u het apparaat in om een rapport af te drukken, ongeacht of the faxverzending geslaagd is of niet. Wanneer u Aan-Fout selecteert, drukt het apparaat alleen een rapport af wanneer de verzending niet geslaagd is. |
| Item Omschrijving | |
| TCR voor afb. | Hiermee drukt u een verzendrapport af dat een miniatuurafbeelding van de eerste pagina van de verzonden fax bevat. |
| Kiesmodus | Hiermee stelt u de kiesmodus in op tonen of pulsen. Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. |
| Daluren | Hiermee kunt u op de telefoonkosten besparen door de verzending van een faxbericht uit te stellen tot een van te voren ingesteld tijdstip. Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. |
| Wizard Instellen | Hiermee wordt het gemakkelijk om de benodigde faxopties te configureren zoals apparaat-id, faxnummer, enzovoort. |
Ontvangstinstellingen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Menu Faxen
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Ontvangst op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Standaardinstelling > Standaard faxen op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Ontvangstmodus | Hiermee kunt u de standaardmodus voor het ontvangen van fax selecteren. |
| Opn. na bels. | Hiermee kunt u opgeven hoe vaak het apparaat moet overgaan voordat een inkomende oproep wordt beantwoord. |
| Ontv.g. stemp. | Hiermee kunt u instellen dat het paginanummer en de ontvangstdatum en -tijd automatisch onder aan elke pagina van een ontvangen fax worden afgedrukt. |
| Startc. ontv. | Hiermee kunt u een fax ontvangen vanaf een telefoontoestel dat aangesloten is op de EXT-uitgang aan de achterkant van het apparaat. Als u de hoorn van het telefoontoestel neemt en faxtonen hoort, voert u de code in. De code is voorgeprogrammeerd op *9*. |
| Aut. verklein. | Hiermee kunt u een binnenkomende fax automatisch verkleinen zodat de fax op het papier past dat in het apparaat is geplaatst. |
| Item Omschrijving | |
| Grootte neger. | Hiermee kunt u instellen dat een bepaald gedeelte aan het einde van de ontvangen fax niet wordt afgedrukt. |
| Inst. ong. fax | Hiermee kunt u faxen blokkeren die in het geheugen zijn opgeslagen als ongewenste faxnummers. Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. |
| DRPD-modus | Hiermee kan een gebruiker met één telefoonlijn verschillende telefoonnummers beantwoorden. U kunt het apparaat zo instellen dat verschillende belsignalen worden herkend voor de afzonderlijke nummers. Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar (zie "Faxen ontvangen in DRPD-modus" op pagina 267). |
| Dubbelz. afdr. | Hiermee kunnen de ontvangen faxgegevens op beide zijden van het papier worden afgedrukt. Zo kunt u besparen op het papiergebruik. |
| • Doc.vak opslaan• Opslaan docum.vak | Hiermee worden ontvangen faxen opgeslagen in het algemene vak. Dit menu verschijnt alleen als er een optioneel massaopslagapparaat (HDD) is geïnstalleerd (zie "Verschillende functies" op pagina 10). |
Menu Scannen
Scanfunctie

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op 📋 (scannen) > ⚙️ (Menu) > Scanfunctie op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Standaardinstelling > Standaard scannen op het aanraakscherm.
- Of druk op Scan > selecteer het gewenste menu-item op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| • USB-standaard• USB | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een USB-apparaat. U kunt de originelen scannen en de gescande afbeeldingen opslaan op een USB-apparaat. |
| Item Omschrijving | |
| • E-mailstand.• E-mail verz.• E-mail aanpassen | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een e-mailtoepassing. U kunt de originelen scannen en de gescande afbeeldingen per e-mail naar de gewenste bestemming verzenden (zie "Scannen naar e-mail" op pagina 248). |
| • FTP-standaard• FTP | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een FTP-server. U kunt de originelen scannen en de gescande afbeeldingen verzenden naar een FTP-server (zie "Scannen naar een FTP-/SMB-server" op pagina 249). |
| • SMB-standaard• SMB | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een SMB-server. U kunt de originelen scannen en de gescande afbeeldingen verzenden naar een SMB-server (zie "Scannen naar een FTP-/SMB-server" op pagina 249). |
| Transm.rapport | Hiermee drukt u een bevestigingsrapport af waarin wordt aangegeven of het verzenden van de gescande afbeelding is gelukt. |
| Lok pc | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een via USB aangesloten computer. U scant de originelen en slaat de gescande afbeelding op in een map zoals Mijn documenten (zie "Basisfuncties voor scannen" op pagina 66). |
Menu Scannen
| Item Omschrijving | |
| Netwerk-pc | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een via netwerk aangesloten computer. U scant de originelen en slaat de gescande afbeelding op in een map zoals Mijn documenten (zie "Scannen vanaf een apparaat dat is aangesloten op een netwerk" op pagina 247). |
| Documentenvak | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een Documentenvak. U scant de originelen en stuurt de gescande afbeeldingen naar de opslag die Documentenvak heet op het apparaat. |
| Ged. vakken | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een gedeeld vak. U kunt een gedeelde map maken en deze gebruiken (zie "Functies voor gedeelde map gebruiken" op pagina 271). |
Scaninstellingen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op 📋(scannen) > ⚙️ (Menu) > Scaninstel. op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Standaardinstelling > Standaard scannen op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| • Scanformaat• Formaat van origineel | hiermee stelt u de grootte van de afbeelding in. |
| Oorspr. type Bepaalt het documenttype van het origineel. | |
| Resolutie Hiermee stelt u de afbeeldingsresolutie in. | |
| Kleurmodus Hiermee stelt u de kleurmodus in. | |
| Bestandsind. | Hiermee stelt u de bestandsindeling in waarin de afbeelding moet worden opgeslagen. Als u BMP, JPEG, TIFF of PDF selecteert, hebt u de mogelijkheid om meerdere pagina's te scannen. |
| Tonersterkte | Hiermee past u het helderheidsniveau voor scannen aan. |
| Contrast | Hiermee past u het contrastniveau aan om de gescande kopie lichter of donkerder te maken dan het origineel. |
Systeeminstallatie
Apparaatinstellingen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op 📋 (Menu) > Systeeminst. > Apparaatinst. op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Initiële instellingen op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Apparaat-id | Hiermee stelt u de apparaat-id in die boven aan elke faxpagina die u verzendt, wordt afgedrukt. |
| Faxnummer | Hiermee stelt u het faxnummer in dat boven aan elke faxpagina die u verzendt, wordt afgedrukt. |
| Datum en tijd Stelt de datum en tijd in. | |
| Klokmodus | Stelt de indeling voor het weergeven van de tijd in, 12- uur of 24-uur. |
| Item Omschrijving | |
| Menu Formulier | • Ult: hiermee kunt u afdrukken in modus Normaal.• Enkel form.: Hiermee worden alle pagina's afgedrukt met het eerste formulier.• Dubbel form.: hiermee wordt het voorblad afgedrukt met het eerste formulier, en de achterpagina met het tweede formulier. |
| Form. select. | Formulier-overlay zijn afbeeldingen die op een massaopslagapparaat (HDD) van de printer zijn opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in een willekeurig document in lagen kunnen worden afgedrukt. |
| In wachtrij plaatsen op vaste schijf | Als deze optie Aan staat, worden documenten op het massaopslagapparaat (HDD) opgeslagen voor afdrukken op het netwerk. |
| Taal Stelt de taal van | de tekst op het display in. |
| Standaardmodus | Hiermee stelt u de standaardmodus van het apparaat in op de fax-, kopieer- of scanmodus. |
| Standaardpapierformaat | Hiermee kunt u het standaard papierformaat selecteren. |
| Energ.spaarst. | Stel in na welke wachttijd de printer overschakelt naar de energiebesparende modus.Wanneer het apparaat gedurende langere tijd geen gegevens ontvangt wordt het energiegebruik automatisch verlaagd. |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| En.sprst. scan | Hiermee stelt u hoe lang het duurt voor de scanner overschakelt naar de energiebesparende modus.Als de scanner gedurende enige tijd geen gegevens ontvangt, wordt het stroomverbruik automatisch verlaagd. |
| Time-out syst. | Hiermee stelt u in hoelang het apparaat eerder gebruikte kopieerinstellingen bewaart. Nadat de time-out is opgetreden, worden de standaardinstellingen voor kopiëren hersteld. |
| Time-out taak | Hiermee kunt u instellen hoe lang de printer moet wachten voordat de laatste pagina wordt afgedrukt van een afdruktaak die niet eindigt met een opdracht om de pagina af te drukken. |
| Ontw.gebeurt. | U kunt instellen in welke situaties de printer moet ontwaken uit sluimerstand. Zet het onderdeel aan.Druk op knop: Als u op een willekeurige knop drukt, uitgezonderd de aan/uitknop, wordt het apparaat wakker uit sluimerstand.Scanner: Wanneer u papier invoert in de documentinvoer, ontwaakt het apparaat uit de sluimerstand.Printer: Als u de papierlade opent of sluit, ontwaakt het apparaat uit de sluimerstand. |
| Item Omschrijving | |
| Aut. doorgaan | Bepaalt of de printer door moet gaan met afdrukken als waargenomen wordt dat het gebruikte papier niet overeenkomt met de instellingen.Uit: Als het type of formaat papier niet overeenkomt, wacht het apparaat tot u de juiste papiersoort invoert.Aan: Als er een papierstoring optreedt, wordt er een foutbericht getoond. De printer zal ongeveer 30 seconden wachten, het bericht automatisch wissen en doorgaan met afdrukken. |
| Luchtdrukcorr.Hoogtecorrectie | Afdrukkwaliteit optimaliseren naargelang de hoogte boven zeeniveau. |
| Auto CR | Met deze optie kunt u een harde return plaatsen aan het einde van een regel, zeer handig voor Unix- of DOS-gebruikers. |
| Firmwareversie | Hiermee kunt u de firmwareversie van het product weergeven. |
| Automatisch aanvullen | Hiermee worden suggesties geboden terwijl u een e-mailadres of faxnummer typt. Zo kunt u de gegevens vinden en selecteren zonder deze volledig uit te typen. |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| • Ladekoppelling• Aut. Ladekeuze | Hiermee bepaalt u of het apparaat moet doorgaan met afdrukken als wordt vastgesteld dat het gebruikte papier niet overeenkomt met de instellingen. Als bijvoorbeeld lade 1 en lade 2 zijn gevuld met hetzelfde papierformaat, drukt het apparaat automatisch af vanuit lade 2 als het papier op is in lade 1. |
| [×658] Deze optie wordt niet weergegeven als u Automatisch hebt geselecteerd bij Invoerlade in het printerstuurprogramma. | |
| Papier vervangen | Hiermee wordt ingestelde papierformaat in het printerstuurprogramma automatisch vervangen om inconsistenties tussen A4- en Letter-papier te voorkomen. Als u bijvoorbeeld A4-papier in de lade hebt geplaatst, maar u het papierformaat in het printerstuurprogramma op Letter hebt ingesteld, kan het apparaat immers afdrukken op A4-papier en omgekeerd. |
| Verkeerd papier | Hiermee wordt bepaald of de foutmelding van verkeerd papier wordt genegeerd of niet. Wanneer u Uit selecteert, stopt het apparaat niet met afdrukken, zelfs niet wanneer het papier verkeerd is. |
| Item Omschrijving | |
| Lege pg. afdr. | De printer detecteert de afdrukgegevens van de computer ongeacht of de pagina leeg is of gegevens bevat. U kunt instellen dat de pagina moet worden afgedrukt of overgeslagen. |
| Meerdere vakken | Modus: Selecteert de te gebruiken modus met meerdere vakken.Standaardlade: Selecteert de te gebruiken lade als standaardlade. |
| Standaardbron | Hiermee wordt de te gebruiken lade ingesteld als standaardlade. |
| Adresboek | Hiermee kan de telefoonlijst of de lijst met e-mailadressen worden weergegeven en afgedrukt. |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| Onderhoud | Drum reinigen: Reinigt de OPC-drum van de cassette door middel van het afdrukken van een vel.Fuser reinig.: Reinigt de fixeereenheid door middel van het afdrukken van een vel.Toner Op wis.: Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette leeg is.Info verb.art.: Via dit menu-item kunt u zien hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel toner er nog in de cassette zit.Ws tr bijna op: Als er geen toner meer in de tonercassette zit, verschijnt een bericht waarin de gebruiker wordt gevraagd om de tonercassette te vervangen. U kunt de weergave van dit bericht in- en uitschakelen.Papier stapel.: Als u het apparaat in een vochtige omgeving gebruikt of afdrukmaterialen gebruikt die vochtig zijn als gevolg van een hoge luchtvochtigheid, kunnen de afgedrukte vellen krullen vertonen en worden ze mogelijk niet goed gestapeld. In dit geval kunt u het apparaat instellen om de functie te gebruiken waarmee de afdrukken goed gestapeld worden. Deze functie zal de afdruksnelheid echter verlagen. |
| Inst. import. | Importeert gegevens opgeslagen op een USB-geheugenstick naar het apparaat. |
| Item Omschrijving | |
| Inst. export. | Exporteert de op het apparaat opgeslagen instellingen naar een geheugenstick. |
| Tonerbesparing | Als u deze modus activeert, gaat uw tonercassette langer mee en zijn de kosten per pagina lager dan wanneer u in de normale modus afdrukt. Dit gaat echter wel ten koste van de afdrukkwaliteit. |
| Stille modus | Met dit menu kan de hoeveelheid lawaai tijdens het afdrukken verminderd worden. De snelheid en de kwaliteit van de afdruk kan echter lager worden. |
| Eco-instel. | Met deze optie kunt u hulpbronnen besparen en milieuvriendelijke afdrukken maken.Standaardmodus: Selecteert of de Eco-modus in- of uitgeschakeld wordt.Gedwongen (Aan-verplicht): Schakelt de Eco-modus in en beveiligt de instelling met een wachtwoord. Als een gebruiker de Eco- modus wil wijzigen, moet deze het wachtwoord invoeren.Sjabloon selecteren (Sjabloon sel.): Kiest het ingestelde eco-sjabloon via de SyncThruTM Web Service. |
Instel. wissen Herstelt de standaardinstellingen vanuit de fabriek.
Systeeminstallatie
Papierinstellingen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminst. > Papierinstel. op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Papierinstelling op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Papierformaat | Hiermee kunt u naar eigen keuze het papierformaat instellen op A4, Letter of andere papierformaten. |
| Type papier Hiermee | selecteert u het type papier voor elke lade. |
| Papierinvoer | Hier selecteert u uit welke lade het papier moet worden gebruikt. |
| Marge Hiermee stelt | u de marges van het document in. |
| Item Omschrijving | |
| Lade bevestigen | Activeert de melding ter bevestiging van de lade. Als u een lade opent en sluit, wordt een venster geopend met de vraag om het papierformaat en -type van de zojuist geopende lade in te stellen. |
Geluid/Volume

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op ☑ (Menu) > Systeeminst. > Geluid/Volume op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Initiële instellingen > Geluid/Volume op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Toetsgeluid | hiermee schakelt u het geluid van de toetsen in of uit.Als deze optie is ingesteld op Aan, wordt een toon afgepeeld wanneer er op een toets wordt gedrukt. |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| Waarsch.geluid | schakelt het alarmsignaal in of uit. Als deze optie is ingesteld op Aan, hoort u een waarschuwingstoon wanneer een fout optreedt of wanneer een faxverbinding wordt beeindigd. |
| Luidspreker | schakelt weergave van geluiden van de telefoonlijn via de luidspreker (bijvoorbeeld een kiestoon of een faxsignaal) aan of uit. Als deze optie is ingesteld op Communicatie, staat de luidspreker aan tot het externe apparaat reageert. |
| U kunt het volume regelen met behulp van On Hook Dial. U kunt het volume van de luidspreker alleen wijzigen als de telefoonlijn open is.a Druk op (faxen) op het configuratiescherm.b Druk op On Hook Dial. U hoort een kiestoon uit de luidspreker.c Druk op de pijl-links/rechts tot u het gewenste volume hoort.d Druk op On Hook Dial om de wijziging op te slaan en terug te keren naar gereedmodus. | |
| Item Omschrijving | |
| Belsignaal | stelt het volume van de beltoon in. U kunt een laag, gemiddeld of hoog beltoonvolume instellen of het volume uitschakelen. |
Rapport

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminst. > Rapport op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Rapporten op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Menuoverzicht | Drukt het menuoverzicht met de lay-out en de huidige instellingen van dit apparaat af. |
| Alle rapporten | Hiermee worden alle soorten rapporten afgedrukt die dit apparaat biedt. |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| Configuratie | Drukt een overzicht van de globale instellingen van het apparaat af. |
| • Info verb.art.• Biedt informatie | Drukt een pagina met gegevens over verbruiksartikelen af. |
| Adresboek | Hiermee drukt u alle e-mailadressen af die in het geheugen van het apparaat zijn opgeslagen. |
| Demopagina | Druk de demopagina af om te controleren of uw apparaat goed werkt. |
| Fax verzenden | Hiermee drukt u voor een faxtaak een rapport af met het faxnummer, het aantal pagina's, de verzendduur, de communicatiemodus en het resultaat van de communicatie. U kunt uw apparaat zodanig instellen dat het automatisch een verzendrapport afdrukt na elke faxtaak. |
| Fax verzonden | Hiermee drukt u een rapport af met informatie over de faxen die u onlangs hebt verzonden. |
| Fax ontvangen | Hiermee drukt u een rapport af met informatie over de faxen die u onlangs hebt ontvangen. |
| E-mail verz. | Hiermee drukt u een rapport af met informatie over de e-mails die u onlangs hebt verzonden. |
| Item Omschrijving | |
| • Geplande taken• Geplande taken faxen | Hiermee drukt u een document af met een overzicht van de uitgestelde faxen die in het geheugen zijn opgeslagen, met de begintijd en de aard van elke taak. |
| Ongewenste fax | Hiermee drukt u de faxnummers af die zijn opgegeven als ongewenste faxnummers. |
| • Netwerkconf.• Netwerkconfiguratie | Hiermee drukt u informatie af over de netwerkverbinding en -configuratie van uw apparaat. |
| • Gebr.verific.• Verificatie van lokale gebruiker | Hiermee drukt u een overzicht af van de gebruikers die de e-mailfunctie mogen gebruiken. |
| PCL-lettertype De lijst met PCL-lettertypen afdrukken. | |
| • PS-lettertype• PS3-lettertype | Hiermee drukt u de lijst met PS/PS3-lettertypen af. |
| EPSON-lettert. De lijst met EPSON-lettertypen afdrukken. | |
| KSC5843-ltttrt. De lijst met KS5843-lettertypen afdrukken. | |
| KSC5895-ltttrt. De lijst met KS5895-lettertypen afdrukken. | |
| KSSM-lettertype De lijst met KSSM-lettertypen afdrukken. | |
| • Net gebr.ver.• Verificatie van netwerkgebruiker | Hiermee drukt u een lijst af van de gebruikers die zich hebben aangemeld bij het domein en de bijbehorende gebruikers-id's. |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| Gebruiksteller | Hiermee drukt u een verbruikspagina af. De pagina met informatie over het verbruik bevat het totaal aantal afgedrukte pagina's. |
| Faxopties | Hiermee drukt u een rapport over de faxopties af. |
| • Opgesl. taak• Opgeslagen taken | Drukt de momenteel in het geheugen of op een massaopslagapparaat (HDD) opgeslagen afdruktaken af. |
| • Taak voltooid• Voltooide taken | Drukt de lijst met voltooide afdruktaken af. |
| • Accountrapport• Accountbeheer | Deze functie is alleen beschikbaar als Job Accounting is ingeschakeld in het programma SyncThruTM Web Admin Service. Voor elke gebruiker kunt u een rapport met aantal afdrukken printen. |
Onderhoud

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminst. > Onderhoud op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Initiële instellingen op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Toner Op wis. | Deze optie wordt weergegeven als de tonercassette leeg is. U kunt het bericht over de lege cassette wissen. |
| Toner op neg. | U kunt het apparaat zo instellen dat het bericht over een lege tonercassette wordt genegeerd en het apparaat documenten blijft afdrukken, behalve inkomende faxberichten. |
| Gebruiksduur | Hiermee kunt u de indicatoren voor gebruiksduur weergeven (zie "De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren" op pagina 79). |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| Ws tr bijna op | Hiermee kunt u het niveau instellen waarop de melding over een lege of bijna lege tonercassette wordt weergegeven (zie "Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op"" op pagina 80). |
| • Serienummer • Serienr. | Hiermee kunt u het serienummer van het apparaat weergeven. Dit nummer hebt u nodig als u belt voor ondersteuning of u registreert als gebruiker op de website van Samsung. |
| Papier stapel. | Hiermee schakelt u de automatische koppelingsfunctie voor laden in. Als een printerlade geen papier of het verkeerde papier bevat, kunt u met deze optie papier uit een andere beschikbare lade gebruiken. |
| Gekl. papier | Hiermee kunt u de instellingen voor kleur aanpassen, zoals contrastniveau, kleurregistratie, kleurdichtheid enzovoort. |
| Ramschijf | Hiermee kunt u de een gedeelte van de Ramschijf toewijzen als opslaggebied voor taken. Wanneer u dit opslaggebied gebruikt, wordt het menu voor taakbeheer (zie "Taakbeheer" op pagina 211) geactiveerd. Hiermee kunnen de gegevens van uw computer naar de afdrukwachtrij op de Ramschijf worden verzonden. |
Instellingen wissen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminst. > Instel. wissen op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Opties herstellen op het aanraakscherm.
| Item Omschrijving | |
| Alle instel. | Wist alle gegevens uit het geheugen en herstelt de standaardinstellingen. |
| Printerinstellingen | Hiermee worden alle standaard printeropties hersteld. |
| Papierinstelling | Hiermee worden alle standaard papieropties hersteld. |
| • Faxinstel.• Standaard faxen | Herstelt alle standaard faxopties. |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| • KopleerInstel.• Standaard kopieren | Herstelt alle standaard kopieeropties. |
| • ScanInstel.• Standaard scannen | Herstelt alle standaard scanopties. |
| Systeeminst. Herstelt alle | standaard systeemopties. |
| Netwerkinstel. | Herstelt alle standaard netwerkopties.(Opnieuw starten vereist) |
| Adresboek | Wist alle in het geheugen opgeslagen e-mailadressen. |
| • Fax verzonden• Verzendrapport | Hiermee wordt alle informatie over verzonden faxberichten gewist. |
| E-mail verz. | Hiermee wordt alle informatie over verzonden e-mailberichten gewist. |
| • Fax ontvangen• Rapp. ontv. fax.• Ontvangstrapport | Wist alle informatie over ontvangen faxberichten. |
Taakbeheer

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminst. > Taakbeheer op het configuratiescherm.
| Item Omschrijving | |
| Actieve taak | Hiermee worden de afdruktaken weergegeven die nog moeten worden afgedrukt. |
| Taak opslaan | Hiermee worden de afdruktaken weergegeven die zijn opgeslagen op de schijf. |
| Best.beleid | Als een bestandsnaam die u invoert al aanwezig is in het geheugen, kunt u de naam wijzigen of het bestand overschrijven. |
Systeeminstallatie
Afbeeldingen overschrijven

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
- Druk op (Menu) > Systeeminst. > Afb. overschr. op het configuratiescherm.
| Item Omschrijving | |
| Handmatig | U kunt het geïntegreerde USB-geheugen overschrijven om alle gegevens in het geheugen te wissen. |
USB-instellingen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
• Druk op USB op het aanraakscherm.
| Optie Omschrijving | |
| Afdrukken vanaf Hiermee kan de bestandenlijst vanuitBestandsnavigatie worden bekeken. Selecteer een bestand om af te drukken. | |
| Naar USB scan. | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een USB-apparaat. U kunt de originelen scannen en de gescande afbeeldingen opslaan op een USB-apparaat. |
| Bestandsbeheer Hiermee kan de bestandenlijst vanuitBestandsnavigatie worden bekeken. Selecteer een bestand om te verwijderen. U kunt het USB-apparaat formatteren. | |
| Ruimte tonen Hiermee wordt de resterende ruimte weergegeven. | |
Systeeminstallatie
Emulatie-instellingen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
- Druk op (Menu) > Afdrukinst. > Emulatie op het configuratiescherm.
| Item Omschrijving | |
| Type emulatie | De apparaattaal definieert hoe de computer met het apparaat communiceert. |
| Instellingen | Stelt de gedetailleerde instellingen voor het geselecteerde emulatietype in. |
E-mailinst.

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > E-mailinstel. op het aanraakscherm.
| Optie Omschrijving | |
| SMTP-server | Met deze functie wordt de SMTP-serverconfiguratie ingesteld. |
| Naar zichzelf | Hiermee wordt ingesteld dat de e-mail naar uzelf wordt verzonden, zodat u de e-mail kunt opslaan of als herinnering kunt gebruiken. |
| Standaardontvanger | Hiermee wordt een ontvangstadres ingesteld als het standaard e-mailadres. |
| Standaardafz. | Hiermee wordt een verzendadres ingesteld als het standaard e-mailadres. |
| Standaard onderwerp | Hiermee wordt een het onderwerp van een e-mail ingesteld als het standaard onderwerp. |
Systeeminstallatie
Adresboekinstellingen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Adresboek op het aanraakscherm.
| Optie Omschrijving | |
| Telefoonlijst | Hiermee kunt u de telefoonlijst weergeven, afdrukken of verwijderen en er items aan toevoegen. U kunt ook een groep maken. |
| Hiermee kunt u de e-maillijst weergeven, afdrukken of verwijderen en kunt u er items aan toevoegen. U kunt ook een groep maken. | |
Instellingen van documentenvak

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
Functie Documentvak
- Druk op (Menu) > Documentenvak > Functie Documentvak op het configuratiescherm.
| Optie Omschrijving | |
| Toev. vanaf scan | Hiermee slaat u gescande documenten op in een vak.Het opgeslagen bestand zal automatisch een naam krijgen van het formaat"jaarmaaddaguurminuutseconde". |
| Taak vanuit vak | Hiermee drukt u een document af vanuit een vak. |
Instell. Documentvak
- Druk op 📋 (Menu) > Documentenvak > Instell. Documentvak op het configuratiescherm.
| Optie Omschrijving | |
| Toev. vanaf scan | Hiermee stelt u de standaardopties in voor het opslaan van een document in een vak. |
| Taak vanuit vak | Hiermee stelt u de standaardopties in voor het afdrukken van een document vanuit een vak. |
Systeeminstallatie
Netwerkinstallatie

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
• Druk op * (Menu) > Netwerk op het configuratiescherm.
- Of druk op Instelling > Apparaatinst. > Netwerkinstellingen op het aanraakscherm.
| Optie Omschrijving | |
| TCP/IP (IPv4) | Selecteer het passende protocol en de configuratieparameters voor gebruik in de netwerkomgeving. |
| Er moeten heel wat parameters ingesteld worden. Als u niet zeker bent, laat u ze ongemoeid of raadpleeg u de netwerkbeheerder. | |
| TCP/IP (IPv6) | Selecteer deze optie om gebruik te maken van een IPv6-netwerkomgeving (zie "IPv6-configuratie" op pagina 158). |
| Optie Omschrijving | |
| Ethernet-snel. | Hiermee kunt u de transmissiesnelheid van het netwerk configureren. |
| 802.1x | U kunt de gebruikersverificatie voor netwerkcommunicatie instellen. Raadpleeg uw netwerkbeheerder voor details. |
| Draadloos | Selecteer deze optie om gebruik te maken van een draadloos netwerk. |
| Instel. wissen | Hiermee zet u de standaard netwerkinstellingen terug. (Opnieuw starten vereist) |
| • Netwerkconf.• Netwerkconfigura tie | Deze lijst toont informatie over de netwerkverbinding en -configuratie van uw apparaat. |
| Net. activeren U kunt | instellen of u Ethernet aan of uit wilt zetten. |
| Http activeren | U kunt selecteren of u al dan niet gebruik wilt maken van de functie SyncThruTM Web Service. |
Beheerinstellingen
| Item Omschrijving | |
| Wacht bescherming | Stelt het wachtwoord in voor toegang tot het menu Beheerinstellingen. Kies Aan om gebruik te maken van deze optie en om het wachtwoord in te voeren. |
| Wachtw. wijzigen | Wijzigt het wachtwoord voor toegang tot de Beheerinstellingen van het apparaat. |
| Onderhoud | Fixeereenheid reinigen: Reinigt de fixeereenheid door middel van het afdrukken van een vel. Het afgedrukte vel bevat tonerresten.Toner Op wissen: Voorkomt dat het bericht Toner bijna op op het display wordt weergegeven.Info verb.art.: Via dit menu-item kunt u zien hoeveel afdrukken er zijn gemaakt en hoeveel toner er nog in de cassette zit.Toner bijna op: Als er geen toner meer in de tonercassette zit, verschijnt een bericht waarin de gebruiker wordt gevraagd om de tonercassette te vervangen. U kunt de weergave van dit bericht in- en uitschakelen.Ramschijf: Schakelt de Ramschijf in of uit voor het beheren van afdruktaken. Afhankelijk van de grootte van het geïnstalleerde optionele geheugen, kunt u de grootte van de Ramschijf instellen tussen 32 en 64 MB. Deze optie wordt niet weergegeven als u een massaopslagapparaat (HDD) hebt geïnstalleerd. |
Aangepaste instellingen
Dit menu wordt alleen weergegeven wanneer de XOA-toepassing (eXtensible Open Architecture) is geïnstalleerd. Neem contact op met de beheerder om dit menu te gebruiken.

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
• Druk op 📋 (Menu) > Aangepast op het configuratiescherm.

4. Speciale functies
In dit hoofdstuk worden de speciale functies voor kopiëren, scannen, faxen en afdrukken besproken.
• Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 219
• E-mailadressen opslaan 220
• Verschillende tekens invoeren 222
• Het faxadresboek instellen 224
• Gemachtigde gebruikers registreren 227
• Afdrukfuncties 228
- Scanfuncties 246
- Faxfuncties 258
- Functies voor gedeelde map gebruiken 271
- Gebruik van geheugen-/harde schijffuncties 272

- De procedures in dit hoofdstuk zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte
De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waar het apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit.
Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in.

area
| Location | Height (ft) | | -------- | ----------- | | Hoog 3 | 13,123 | | Hoog 2 | 9,842 | | Hoog 1 | 6,561 | | Normaal | 3,280 |U kunt de hoogte instellen via Apparaatinstellingen in Samsung Easy Printer Manager of de sectie Machine in Hulpprogramma Printerinstellingen.
- Zie "Apparaatinstellingen" op pagina 283 als u Windows of Macintosh gebruikt.
- Zie "Smart Panel gebruiken" op pagina 287 als u Linux gebruikt.

- Als uw apparaat is verbonden met internet, kunt u de hoogte instellen via SyncThru™ Web Service (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 277).
- U kunt de hoogte ook instellen via de optie Systeeminst. op het display van het apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 33).
E-mailadressen opslaan
U kunt een adresboek met veelgebruikte e-mailadressen instellen via SyncThru™ Web Service en zo snel en gemakkelijk e-mailadressen invoeren door de plaatsnummers in te voeren die eraan zijn toegewezen in het adresboek.
Opslaan op uw apparaat
Als u een afbeelding wilt scannen en als bijlage per e-mail wilt versturen, moet u eerst het e-mailadres instellen met behulp van SyncThru™ Web Service.
1 De SyncThru™ Web Service weergeven (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 277).
2 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
3 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login.
• ID: admin
- Password: sec00000
4 Klik op Address Book > Individual > Add.
5 Selecteer Speed No. en voer een e-mailadres en faxnummer in.

Als u SMB of FTP-servergegevens moet instellen, schakelt u SMB of FTP in en voert u de gegevens in.
6 Klik op Apply.
7 Klik op Address Book > E-mail Group > Add Group als u een groep wilt maken.
8 Selecteer Speed No. en voer een waarde in voer Group Name.

U kunt gemakkelijk individuele adressen toevoegen als u Yes voor Add individual(s) after this group is created inschakelt.
9 Klik op Apply.
E-mailadressen opslaan
Een e-mailadres zoeken
Het geheugen alfabetisch doorzoeken
1 Selecteer 📋(scannen) > Ⓞ (Address Book) > Zoek. en verz. > Selecteer een adresgroep > Alle op het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. > Adresboek > E-mail > Lijst bekijken > Individueel of Groep op het aanraakscherm.
2 U kunt het volledige geheugen doorzoeken in numerieke volgorde en de gewenste naam en het gewenste adres selecteren.
Zoeken met een specifieke beginletter
1 Selecteer 📋(scannen) op het configuratiescherm.
2 Druk op 📋 (Address Book) > Zoek. en verz. > Selecteer een adresgroep > ID op het configuratiescherm.
3 Voer de eerste letters in van de naam die u zoekt.
4 Druk op de pijltoetsen totdat de gewenste naam en het gewenste nummer verschijnen.
Verschillende tekens invoeren
U zult voor verschillende taken namen en nummers moeten invoeren. Bij de installatie van uw apparaat moet u bijvoorbeeld uw naam of de naam van uw bedrijf en het faxnummer invoeren. Wanneer u faxnummers of e-mailadressen in het geheugen opslaat, kunt u ook de bijbehorende namen invoeren.
Alfanumerieke tekens invoeren
Druk een aantal keren op deze toets tot de gewenste letter op het display verschijnt. Om de letter O in te voeren drukt u bijvoorbeeld op cijfertoets 6 met opschrift MNO. Telkens wanneer u op cijfertoets 6 drukt, verschijnt er een andere letter op het display, M, N, O, m, n, o en ten slotte 6. Zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 222 om de letter te vinden die u wilt invoeren.

- U kunt een spatie invoeren door twee keer op 1 te drukken.
- Druk op de pijl naar links/rechts of de pijl-omhoog/omlaag om het laatste cijfer of teken te verwijderen.
Letters en cijfers op het toetsenblok

- Afhankelijk van het model en de geïnstalleerde opties kan uw apparaat andere speciale tekensets bevatten.
- Enkele van de volgende sleutelwaarden verschijnen mogelijk niet afhankelijk van de taak die u uitvoert.
| Toets Toegewezen cijfers, letters of tekens | |
| 1@/.‘1 | |
| 2 A B C a b c 2 | |
| 3DEFdef3 | |
| 4GHIghi4 | |
| 5JKLjkl5 | |
| 6MNOmno6 | |
| 7PQRSpqrs7 | |
| 8 T U V t u v 8 | |
| 9WXYZwxyz9 | |
| 0 & + - , 0 |
Verschillende tekens invoeren
| Toets Toegewezen cijfers, letters of tekens | |
| **% _~!#$( ) [ ](Deze symbolen zijn beschikbaar voor het invoeren van uw netwerkidentificatiegegevens) | |
| ##= | ? " : { } < > ;(Deze symbolen zijn beschikbaar voor het invoeren van uw netwerkidentificatiegegevens) |
Het faxadresboek instellen
U kunt snelkiesnummers voor veelgebruikte faxnummers instellen via SyncThru™ Web Service en zo snel en gemakkelijk faxnummers invoeren door de positienummers in te voeren die aan de nummers zijn toegewezen in het adresboek.
Een snelkiesnummer vastleggen
1
Selecteer (faxen) > (Address Book) > Nieuw en bew. > Snelkiesnummerop het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. > Adresboek > Telefoonlijst > Lijst bekijken > Individueel > (opties) > Toevoeg. op het aanraakscherm.
2
Voer een snelkiesnummer in en druk op OK.

Als een item reeds is opgeslagen in het door u gekozen nummer, toont het display het bericht dat u het kunt wijzigen. Als u opnieuw wilt beginnen met een ander snelkiesnummer, drukt u op (Back).
3
Voer de gewenste naam in en druk op OK.
4
Voer het faxnummer in dat u wilt opslaan en druk op OK.
5
Druk op ✉ (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Snelkiesnummers gebruiken
Wanneer u tijdens het versturen van een fax wordt gevraagd om een nummer in te voeren, voert u het snelkiesnummer in waaronder u het gewenste faxnummer hebt opgeslagen.

- In het geval van een snelkiesnummer dat uit één cijfer (0-9) bestaat, houdt u de cijfertoets op het numeriek klavier langer dan 2 seconden ingedrukt.
- In het geval van een snelkiesnummer dat uit twee of drie cijfers bestaat, drukt u op de eerste cijfertoets(en) en houdt u vervolgens de laatste cijfertoets meer dan twee seconden ingedrukt.
- U kunt de adresboeklijst afdrukken door (faxen) > (Address Book) > Afdrukken te selecteren.
Snelkiesnummers bewerken
1
Selecteer (faxen) > (Address Book) > Nieuw en bew. > Snelkiesnummerop het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. > Adresboek > Telefoonlijst > Lijst bekijken > Individueel op het aanraakscherm.
2
Voer het snelkiesnummer in dat u wilt bewerken en druk op OK.
Het faxadresboek instellen
3 Wijzig de naam en druk op OK.
4 Wijzig het faxnummer en druk op OK.
5 Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Een groepskiesnummer vastleggen
1 Selecteer 📊 (faxen) > Ⓤ (Address Book) > Nieuw en bew. > Groepsnummerop het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. > Adresboek >
Telefoonlijst > Lijst bekijken > Groep > (opties) > Toevoeg. op het aanraakscherm.
2 Voer een groepkiesnummer in en druk op OK.

Als een item reeds is opgeslagen in het door u gekozen nummer, toont het display het bericht dat u het kunt wijzigen. Als u opnieuw wilt beginnen met een ander snelkiesnummer, drukt u op (Back).
3 Zoek naar het snelkiesnummer dat u wilt toevoegen aan de groep door de eerste letters van de naam in te voeren.
4 Selecteer de gewenste naam en het gewenste nummer en druk op OK.
5 Selecteer Ja als Nog een nr? wordt weergegeven.
6 Herhaal stap 3 om andere snelkiesnummers in de groep op te nemen.
7 Als u klaar bent, selecteert u Nee als Nog een nr? wordt weergegeven en drukt u op OK.
8 Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Groepsnummers bewerken
1 Selecteer 📁 (faxen) > Ⓞ (Address Book) > Nieuw en bew. > Groepsnummerop het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. > Adresboek > Telefoonlijst > Lijst bekijken > Groep op het aanraakscherm.
2 Voer het groepskiesnummer in dat u wilt bewerken en druk op OK.
3 Als u een nieuw snelkiesnummer invoert dat u wilt toevoegen en op OK drukt, wordt Toevoegen? weergegeven.
Als u een snelkiesnummer invoert dat in de groep is opgeslagen en op OK drukt, wordt Verwijderen? weergegeven.
4 Druk op OK om het nummer toe te voegen of te verwijderen.
Het faxadresboek instellen
5 Herhaal stap 3 om meer nummers toe te voegen of te verwijderen.
6 Selecteer Nee als Nog een nr? wordt weergegeven en druk op OK.
7 Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Een item in het adresboek zoeken
U kunt op twee manieren een nummer in het geheugen opzoeken. U doorzoekt het adresboek alfabetisch of u voert de eerste letters in van de naam die aan dat nummer is gekoppeld.
1 Selecteer (faxen) > (Address Book) > Zoek. en kiez. > Snelkiesnummer of Groepsnummer op het configuratiescherm.
2 Voer Alle of ID in en druk op OK.
3 Druk op de naam en het nummer, of op de toetsenblokknop met de letter waarnaar u wilt zoeken.
Als u bijvoorbeeld de naam 'MOBIEL' zoekt, drukt u op de toets 6 met het opschrift 'MNO'.
4 Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Adresboek afdrukken
U kunt de instellingen van uw Ⓞ (Address Book) controleren door ze in een lijst af te drukken.
1 Selecteer 📊 (faxen) > Ⓞ (Address Book) > Afdrukken op het configuratiescherm.
2 Het apparaat begint met afdrukken.
Gemachtigde gebruikers registreren
Als uw apparaat aangesloten is op een netwerk en de netwerkparameters juist zijn ingesteld, kunt u via het netwerk afbeeldingen scannen en versturen. Om een ingescande afbeelding op een veilige manier via e-mail of de netwerkserver te verzenden, moet u de accountgegevens van gemachtigde gebruikers met behulp van SyncThru™ Web Service op uw lokale computer of op de netwerkserver registreren.
1 De SyncThru™ Web Service weergeven (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 277).
2 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
3 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login.
• ID: admin
- Password: sec00000
4 Klik op Security > User Access Control > Authentication.
5 Selecteer Local Authentication bij Authentication Method en klik op Apply.
6 Klik op OK in het berichtvenster voor de bevestiging.
7 Klik op User Profile > Add.
8 Voer een waarde in voor User Name, Login ID, Password, Confirm Password, E-mail Address en Fax Number.

U kunt gemakkelijk individuele adressen toevoegen als u Yes voor Add individual(s) after this group is created inschakelt.
9
Klik op Apply.
Afdrukfuncties

- Voor basisfuncties voor het afdrukken, raadpleeg de Basishandleiding (zie "Eenvoudige afdruktaken" op pagina 57).
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
De standaardafdrukinstellingen wijzigen
1 Klik op het menu Start van Windows.
2 Selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers.
3 Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
4 Open Voorkeursinstellingen voor afdrukken.

Als bij Voorkeursinstellingen voor afdrukken het symbool ▶ staat, kunt u andere printerstuurprogramma's voor de geselecteerde printer selecteren.
5 Wijzig de instellingen op elk tabblad.
6 Klik op OK.

In Voorkeursinstellingen voor afdrukken kunt u de instellingen voor elke afdruktaak wijzigen.
Uw apparaat instellen als standaardprinter
1 Klik op het menu Start van Windows.
2 Selecteer Configuratiescherm > Apparaten en printers.
3 Selecteer uw apparaat.
4 Klik met uw rechtermuisknop op uw apparaat en selecteer Als standaard instellen.

Als bij Voorkeursinstellingen voor afdrukken het symbool ▶ staat, kunt u andere printerstuurprogramma's voor de geselecteerde printer selecteren.
Afdrukfuncties
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken

XPS-printerstuurprogramma: wordt gebruikt om af te drukken in een XPS-bestandsindeling
• Zie "Functions per model" op pagina 7.
- Het XPS-printerstuurprogramma kan alleen geïnstalleerd worden op Windows Vista OS of een recentere versie.
- Installeer extra geheugen wanneer een XPS-taak niet wordt afgedrukt omdat de printer onvoldoende geheugen heeft.
- Voor modellen waarbij het XPS-stuurprogramma wordt geleverd op de bijgeleverde cd-rom:
- U kunt het XPS-stuurprogramma installeren wanneer u de software-cd in het cd-rom-station plaatst. Wanneer het installatiescherm wordt weergegeven, selecteert u Geavanceerde installatie > Aangepaste installatie. U kunt het XPS-printerstuurprogramma selecteren in het scherm Selecteer de te installeren software en hulpprogramma's.
- Voor modellen waarbij het XPS-stuurprogramma beschikbaar is via de website van Samsung, www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
Afdrukken naar een bestand (PRN)
Het kan soms handig zijn om de af te drukken gegevens op te slaan als een bestand.
1 Kruis het selectievak Afdrukkennaar bestand in het venster Afdrukken aan.

2 Klik op Afdrukken.
3 Voer het doelpad en de bestandsnaam in en klik vervolgens op OK. Bijvoorbeeld c:\Temp\bestandsnaam.
Als u enkel de bestandsnaam invoert wordt het bestand automatisch opgeslagen in Mijn documenten, Documents and Settings of Gebruikers. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma.
Afdrukfuncties
Speciale afdrukfuncties verklaard
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken, klikt u op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken van de toepassing om de afdrukinstellingen te wijzigen. De apparaatnaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van het gebruikte apparaat.

- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Selecteer het menu Help, of klik op de knop ? uit het venster, of druk op F1 op uw toetsenbord, en klik op de optie waar u meer over wilt weten (zie "Help gebruiken" op pagina 59).
| Item Omschrijving | |
| Meerdere pagina's per zijde | U kunt het aantal pagina's selecteren dat u op één vel wilt afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt worden de pagina's verkleind en in de door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel tot 16 pagina's afdrukken. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
Poster afdrukken![]() | U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2), 9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van 4x4) papier drukken om ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken.Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in millimeters of inches door het keuzerondje bovenaan rechts op het tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar te kunnen plakken.![]() |
Boekje afdrukkena![]() | Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het papier afdrukken en worden de pagina's zo gerangschikt dat u het afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken.Als u een boekje wilt maken, moet u afdrukken op afdrukmateriaal van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio.De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle papierformaten. Kies de Formaat-optie onder het tabblad Papier om te kijken welke papierformaten beschikbaar zijn.Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt deze optie mogelijk automatisch geannuleerd. Selecteer alleen beschikbaar papier (papier waarbij geen of staat). |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| • Dubbelzijdig afdrukken• Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)a | U kunt op beide zijden van een vel papier afdrukken (dubbelzijdig). Voor u afdrukt, moet u de gewenste afdrukstand van het document opgeven. |
| • U kunt deze functie gebruiken met papier van het formaat Letter, Legal, A4, US Folio of Oficio.• Als uw printer geen duplexeenheid heeft, moet u de afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer drukt eerst elke andere pagina van het document af. Hierna verschijnt er een bericht op uw computer.• De functie Blanco pagina's overslaan werkt niet als u de dubbelzijdige optie heeft ingeschakeld. | |
| • Dubbelzijdig afdrukken• Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)a | • Standaardinstelling printer: Als u deze optie selecteert, wordt deze functie bepaald door de instelling die u hebt opgegeven op het bedieningspaneel van de printer. Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL/XPS-printerstuurprogramma.• Geen: Hiermee schakelt u deze functie uit.• Lange zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die bij boekbinden wordt gebruikt. • Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt. • Omgekeerd dubbelzijdig afdrukken: Schakel deze optie in om de afdrukvolgorde om te keren bij het dubbelzijdig afdrukken. Deze optie is niet beschikbaar wanneer u Dubbelzijdig afdrukken (handmatig) gebruikt. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
Papleropties![]() | Wijzigt de afmetingen van een document zodat deze kleiner of groter op het vel afgedrukt wordt, door een percentage in te voeren waarmee het document vergroot of verkleind wordt. |
Watermerk![]() | Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand document, U gebruikt het bijvoorbeeld om in grote grijze lettersDRAFT of CONFIDENTIAL diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina's afdrukken. |
| Watermerk(Een watermerk maken) | a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend.c Voer een tekst in het vak Tekst watermerk in.U kunt maximaal 256 tekens invoeren. De tekst wordt in het voorbeeldvenster weergegeven. |
| Watermerk(Een watermerk bewerken) | a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend.c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt bewerken en wijzig de tekst van het watermerk en de opties.d Klik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan.e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Watermerk(Een watermerk verwijderen) | a Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Watermerk. Het venster Watermerken bewerken wordt geopend.c Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt verwijderen en klik op de knop Wissen.d Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. |
Overlaya ![]() | Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL/SPL-printerstuurprogramma (zie "Software" op pagina 7).Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van de computer is opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in een willekeurig document kan worden afgedrukt. Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorgedrukte formulieren en papier met een briefhoofd. In plaats van een voorgedrukt briefhoofd kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van uw bedrijf wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het apparaat te plaatsen. U drukt het briefhoofd gewoon als overlay op uw document af.Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe paginaoverlay maken met uw logo of afbeelding.[IMAGE]• Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van de documenten die u met de overlay afdrukt. Maak geen overlay met een watermerk.• De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn als die van het document waarop u de overlay wilt afdrukken. |
| Overlaya (Een nieuwe paginaoverlay maken) | a Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken als u het document als een overlay wilt opslaan.b Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst. Het venster Overlay bewerken verschijnt.c Klik in het venster Overlay bewerken op Maken.d Typ een naam van maximaal acht tekens in het vak Opslaan als in het venster Bestandsnaam. Selecteer indien nodig de map waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map C:\Formover.e Klik op opslaan. De naam verschijnt in Overzicht overlays.f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de harde schijf van uw computer. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Overlaya (Een paginaoverlay gebruiken) | a Klik op het tabblad Geavanceerd.b Selecteer de gewenste overlay in de vervolgkeuzelijst Tekst.c Als het overlaybestand dat u zoekt niet in de vervolgkeuzelijst Tekst voorkomt, selecteert u Bewerken... in de lijst en klikt u op Laden.Selecteer het overlaybestand dat u wilt gebruiken.Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt opgeslagen, kunt u het bestand ook laden vanuit het venster Openen.Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand verschijnt in het vak Overzicht overlays en kan worden afgedrukt.Selecteer de overlay in de vervolgkeuzelijst Overzicht overlays.d Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor afdrukken in. Als dit selectievakje is ingeschakeld, verschijnt telkens als u een document naar de printer verzendt een berichtvenster waarin u gevraagd wordt om te bevestigen of u een overlay op uw document wilt afdrukken.Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is geselecteerd, wordt de overlay automatisch op uw document afgedrukt.e Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. |
| Overlaya (Een paginaoverlay verwijderen) | a Klik in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken op het tabblad Geavanceerd.b Selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst.c Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt verwijderen.d Klik op Wissen.e Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op Ja.f Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. Paginaoverlays die u niet meer gebruikt, kunt u verwijderen. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Afdrukmodus | Deze functie is alleen beschikbaar als u het optionele geheugen of optionele massaopslagapparaat (HDD) hebt geïnstalleerd (zie "Verschillende functies" op pagina 10).Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.Afdrukmodus:de standaard AfdrukmodusisNormaal, en is bedoeld om af te drukken zonder het afdrukbestand op te slaan in het geheugen.Normaal:in deze modus wordt uw document afgedrukt zonder het op te slaan in het optioneel geheugen.Proefafdruk:deze modus is handig als u meer dan een exemplaar wilt afdrukken. U kunt eerst een exemplaar afdrukken om te controleren en daarna de andere exemplaren afdrukken.Vertrouwelijk:deze modus wordt gebruikt voor het afdrukken van vertrouwelijke documenten. U moet een wachtwoord invoeren om af te drukken.Opslaan:Selecteer deze instelling om een document op het massaopslagapparaat (HDD) op te slaan zonder het af te drukken.Opslaan en afdrukken:Deze modus wordt gebruikt wanneer een document tegelijkertijd wordt opgeslagen en afgedrukt.Wachtrij:deze optie is handig om een grote hoeveelheid gegevens te verwerken. Als u deze instelling selecteert, wordt het document op het massaopslagapparaat (HDD) in een afdrukwachtrij geplaatst en vervolgens van daaruit afgedrukt. Op die manier wordt de belasting van de computer lager.Afdrukschema:selecteer deze instelling om het document op een opgegeven tijdstip af te drukken.Gebruikersnaam:deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het bedieningspaneel.Taaknaam:deze optie wordt gebruikt als u een opgeslagen bestand wilt vinden via het bedieningspaneel. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Taakcodering | Hiermee worden afdrukgegevens eerst gecodeerd en vervolgens verzonden naar het apparaat. Met deze functie blijven de afdrukgegevens beveiligd, zelfs als de gegevens worden onderschept op een netwerk. |
| De functie Taakcodering is alleen beschikbaar als het massaopslagapparaat (HDD) is geïnstalleerd. Het massaopslagapparaat (HDD) wordt gebruikt om afdrukgegevens te decoderen (zie "Verschillende functies" op pagina 10). | |
a. Deze optie is alleen beschikbaar als u het XPS-stuurprogramma gebruikt.
Afdrukfuncties
Werken met Hulpprogramma Direct afdrukken

- Hulpprogramma direct afdrukken is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 7).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windowsbesturingssystemen.
Wat is Hulpprogramma Direct afdrukken?
Hulpprogramma Direct afdrukken is een programma dat PDF-bestanden rechtstreeks naar uw printer stuurt om ze af te drukken zonder dat u deze bestanden hoeft te openen.
Als u dit programma wilt installeren, selecteert u Geavanceerde installatie
Aangepaste installatie en schakelt u het selectievakje voor het programma in tijdens de installatie van het printerstuurprogramma.

- Uw massaopslagapparaat (HDD) moet geïnstalleerd zijn op uw apparaat om met dit programma bestanden af te drukken. (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
-
U kunt geen PDF-bestanden afdrukken waarvoor een afdrukbeperking geldt. Schakel de functie voor de afdrukbeperking uit en probeer opnieuw af te drukken.
-
U kunt geen PDF-bestanden afdrukken die met een wachtwoord worden beschermd. Schakel de wachtwoordfunctie uit en probeer opnieuw af te drukken.
- Of een PDF-bestand al dan niet afgedrukt kan worden met het Hulpprogramma Direct afdrukken is afhankelijk van de manier waarop het PDF-bestand is gemaakt.
- Het programma Hulpprogramma Direct afdrukken ondersteunt PDF versie 1,7 en lager. Bestanden van latere versies moet u openen om te kunnen afdrukken.
Afdrukken
Er zijn verschillende manieren waarop u kunt afdrukken met het Hulpprogramma Direct afdrukken.
1 Selecteer in het menu Start Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > Hulpprogramma Direct afdrukken > Hulpprogramma Direct afdrukken.
Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt geopend.
2 Selecteer uw printer uit de vervolgkeuzelijst Printer selecteren en klik op Bladeren.
3 Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en klik op Openen.
Het bestand wordt nu toegevoegd aan de sectie Bestanden selecteren.
Afdrukfuncties
4 Pas de printerinstellingen naar wens aan.
5 Klik op Afdruk. Het geselecteerde PDF-bestand wordt naar de printer verzonden.
Via het contextmenu
1 Klik met de rechtermuisknop op het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en kies Direct afdrukken.
Het venster Hulpprogramma Direct afdrukken wordt geopend. Het PDF-bestand is hierin al toegevoegd.
2 Kies het te gebruiken apparaat.
3 De apparaatinstellingen aanpassen.
4 Klik op Afdruk. Het geselecteerde PDF-bestand wordt naar de printer verzonden.
Afdrukken in Macintosh

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund.
Een document afdrukken
Als u afdrukt met een Macintosh-computer moet u in elke toepassing die u gebruikt de instellingen van het printerstuurprogramma controleren. Volg de onderstaande stappen om af te drukken vanaf een Macintosh-computer:
1 Open het af te drukken document.
2 Open het menu Bestand en klik op Pagina-instelling (Documentinstellingen in enkele toepassingen).
3 Selecteer papierformaat, -oriëntatie, -schaal en andere opties, en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd. Klik op OK.
4 Open het menu Bestand en klik op Druk af.
5 Kies het aantal exemplaren en geef aan welke pagina's u wilt afdrukken.
6 Klik op Druk af.
Printerinstellingen wijzigen
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Open een toepassing en selecteer Druk af in het menu Bestand. De printernaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van de gebruikte printer. Het printereigenschappenvenster is afgezien van de naam vergelijkbaar met het onderstaande venster.
Afdrukfuncties
Meerdere pagina's per vel afdrukken
U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is een goedkope manier om conceptpagina's af te drukken.
1 Open een toepassing en selecteer Druk af uit het menu Bestand.
2 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Afdrukstand. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina's per vel het aantal pagina's dat u op één vel papier wilt afdrukken.
3 Kies de andere te gebruiken opties.
4 Klik op Druk af.
Het apparaat drukt het gekozen aantal pagina's op één vel papier af.
Dubbelzijdig afdrukken

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
Voordat u dubbelzijdig afdrukt, moet u aangeven langs welke rand u de pagina's wilt inbinden. De bindopties zijn:
- Lange kant binden: dit is de klassieke opmaak die bij het boekbinden wordt gebruikt.
- Korte kant binden: deze optie wordt vaak gebruikt voor kalenders.
1 Selecteer Druk af in het menu Bestand van uw Macintosh-toepassing.
2 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Afdrukstand.
3 Selecteer een bindrichting in de optie Dubblezijdig.
4 Kies de andere te gebruiken opties.
5 Als u op Druk af klikt, drukt de printer op beide zijden van het papier af.

Als u meer dan 2 kopieën afdrukt, kunnen de eerste en de tweede kopie op hetzelfde vel papier worden afgedrukt. Vermijd op beide zijden van het papier af te drukken als u meer dan 1 kopie afdrukt.
Afdrukfuncties
Help gebruiken
Klik op het vraagteken in de linkeronderhoek van het venster en klik op het onderwerp waarover u meer wilt weten. Er verschijnt een pop-upvenster met informatie over de functie van die optie waarover het stuurprogramma beschikt.

Afdrukken in Linux

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund.
Afdrukken vanuit een toepassing
Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken met Common UNIX Printing System (CUPS). U kunt vanuit al deze toepassingen met uw printer afdrukken.
1 Open een toepassing en selecteer Print in het menu File.
2 Selecteer rechtstreeks Print via lpr.
3 Selecteer uw model uit de lijst met printers in het venster LPR GUI en klik op Properties.
4 Wijzig de eigenschappen van de afdruktaak met behulp van de volgende vier tabbladen die bovenaan in het venster worden weergegeven.
- General: Wijzigt het papierformaat, papiertype en de afdrukstand van de documenten. Hiermee kunt u de functie dubbelzijdig afdrukken inschakelen, scheidingspagina's toevoegen aan het begin en op het einde, en het aantal pagina's per vel wijzigen.

Afhankelijk van het model is automatisch/handmatig dubbelzijdig afdrukken mogelijk niet beschikbaar. Als alternatief kunt u het lpr- afdruksysteem of andere programma's gebruiken voor het afdrukken van even en oneven pagina's.
Afdrukfuncties
- Text: Stelt de paginamarges en tekstopties, zoals regelafstand en kolommen in.
- Graphics: Op dit tabblad kunt u afbeeldingsopties instellen voor het afdrukken van afbeeldingsbestanden, zoals kleuropties en grootte of positie van de afbeelding.
- Advanced: Afdrukresolutie, papierbron en bestemming instellen.
5 Klik op Apply om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster Properties.
6 Klik op OK in het venster LPR GUI om met afdrukken te beginnen.
7 Het venster Printing verschijnt. Hierin kunt u de status van de afdruktaak controleren.
Klik op Cancel als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.
Bestanden afdrukken
U kunt een groot aantal bestandstypen afdrukken op dit apparaat door de standaard-CUPS-methode direct vanaf de opdrachtregel toe te passen. Met het CUPS-lpr-hulpgramma kunt u dat doen, maar het programma uit het besturingsbestand vervang het standaard lpr-hulpprogramma door een veel gebruiksvriendelijker LPR GUI-programma.
Zo drukt u elk bestand af:
1 Typ lpr
Wanneer u enkel lpr typt en op Enter drukt, verschijnt eerst het venster Select file(s) to print. Selecteer de bestanden die u wilt afdrukken en klik op Open.
2 In het venster LPR GUI selecteert u uw apparaat uit de lijst en wijzigt u de eigenschappen van de afdruktaak.
3 Klik op OK om met afdrukken te beginnen.
Printereigenschappen configureren
In Printer Properties dat u kunt openen in het venster Printers configuration kunt u de verschillende eigenschappen van uw printer wijzigen.
1 Open Unified Driver Configurator.
Schakel indien nodig over naar Printers configuration.
2 Selecteer uw apparaat in de lijst met beschikbare printers en klik op Properties.
Afdrukfuncties
3 Het venster Printer Properties wordt geopend.
Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen:
- General: locatie en naam van de printer wijzigen. De naam die u op dit tabblad invoert, wordt weergegeven in de printerlijst in Printers configuration.
- Connection: een andere poort bekijken of selecteren. Als u de poort van het apparaat van USB wijzigt in parallel of omgekeerd terwijl de printer in gebruik is, moet u de poort van het apparaat op dit tabblad opnieuw configureren.
- Driver: Hiermee kunt u een ander printerstuurprogramma bekijken of selecteren. Klik op Options als u de standaardopties van het apparaat wilt instellen.
- Jobs: de lijst met afdruktaken weergeven. Klik op Cancel job om de geselecteerde taak te annuleren. Schakel het selectievakje Show completed jobs in om een lijst met vorige afdruktaken weer te geven.
- Classes: Hier ziet u de klasse waartoe uw apparaat behoort. Klik op Add to Class om uw apparaat toe te voegen aan een bepaalde klasse of klik op Remove from Class als u het apparaat wilt verwijderen uit een geselecteerde klasse.
4 Klik op OK om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster Printer Properties.
Afdrukken in Unix

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund (zie "Functies per model" op pagina 7).
Doorgaan met de afdruktaak
Kies na de installatie van de printer een afbeelding, tekst, PS- of HPGLbestand om af te drukken.
1 Voer de opdracht "printui
U wilt bijvoorbeeld "document1" afdrukken.
printui document1
Hiermee wordt Print Job Manager van het UNIX-
printerstuurprogramma geopend waarin de gebruiker verschillende
afdrukopties kan instellen.
2 Selecteer een printer die reeds is toegevoegd.
3 Selecteer de afdrukopties uit het venster, zoals Page Selection.
4 Selecteer in Number of Copies hoeveel exemplaren u nodig hebt.
Afdrukfuncties

Druk op Properties om gebruik te maken van de printerfuncties die uw printerstuurprogramma biedt.
5
Druk op OK om te beginnen met de afdruktaak.
Printerinstellingen wijzigen
Het UNIX-printerstuurprogramma Print Job Manager waarin de gebruiker verschillende afdrukopties kan selecteren in printer Properties.
De volgende sneltoetsen kunnen worden gebruikt: "H" voor Help, "O" voor OK, "A" voor Apply en "C" voor Cancel.
Het tabblad General
- Paper Size: Hiermee kunt u naar eigen keuze het papierformaat instellen op A4, Letter of andere papierformaten.
- Paper Type: hiermee kiest u het type papier. Beschikbare opties uit de keuzelijst zijn: Printer Default, Plain en Thick.
- Paper Source: Kiest uit welke lade het papier gehaald moet worden. De standaardinstelling is Auto Selection.
- Orientation: hiermee selecteert u de richting waarin informatie wordt afgedrukt op een pagina.
- Duplex: hiermee worden beide zijden van het papier bedrukt om papier te besparen.

Afhankelijk van het model is automatisch/handmatig dubbelzijdig afdrukken mogelijk niet beschikbaar. Als alternatief kunt u het lpr- afdruksysteem of andere programma's gebruiken voor het afdrukken van even en oneven pagina's.
- Multiple pages: Hiermee worden meerdere pagina's afgedrukt op één vel papier.
- Page Border: Hiermee kunt een van de randstijlen kiezen (bv.: Single-line hairline, Double-line hairline).
Het tabblad Image
Op dit tabblad kunt u de helderheid, resolutie of de positie van een afbeelding op uw document wijzigen.
Het tabblad Text
Stel de tekenafstand, regelafstand of de kolommen op de afdruk in.
Het tabblad HPGL/2
- Use only black pen: Hiermee worden alle grafische elementen in zwart/wit afgedrukt.
- Fit plot to page: Hiermee wordt de volledige afbeelding aangepast zodat ze op een enkele pagina past.
Afdrukfuncties
Het tabblad Margins
- Use Margins: Hiermee stelt u de marges van het document in. De marges zijn standaard uitgeschakeld. De gebruiker kan de marges instellen door de waarde in de respectieve velden aan te passen. Standaard worden deze waarden bepaald door het geselecteerde papierformaat.
- Unit: Hiermee kunt u de eenheden wijzigen in points, inches of centimeters.
Het tabblad Printer-Specific Settings
Selecteer verschillende opties in de JCL en General frames om verschillende instellingen aan te passen. Deze opties zijn specifiek voor de printer en afhankelijk van het PPD-bestand.
Scanfuncties

- Voor basisfuncties voor het scannen, raadpleeg de Basishandleiding (zie "Basisfuncties voor scannen" op pagina 66).
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
- De maximale resolutie, die kan worden bereikt hangt af van verschillende factoren, zoals de snelheid van de computer, de beschikbare schijfruimte, het geheugen, de grootte van de afbeelding die wordt gescand en de bitdiepte-instellingen. Dus afhankelijk van uw systeem en wat u wilt scannen, kunt u mogelijk niet op een bepaalde resolutie scannen, vooral wanneer verbeterde dpi wordt gebruikt.
Basiscanmethode

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
U kunt de originelen met uw apparaat scannen via een USB-kabel of via het netwerk. De volgende methodologieën kunnen worden gebruikt voor het scannen van uw documenten:
- Naar pc scan.: Hiermee kunt u originelen via het configuratiescherm scannen. De gescande gegevens worden vervolgens opgeslagen in de map Mijn documenten op de verbonden computers (zie "Basisfuncties voor scannen" op pagina 66).
- TWAIN: TWAIN is een van de vooraf ingestelde beeldtoepassingen. Wanneer u een afbeelding scant, wordt de geselecteerde toepassing gestart zodat u het scanproces kunt beheren. U kunt deze functie gebruiken via de lokale verbinding of de netwerkverbinding (zie "Scannen vanuit een programma voor het bewerken van afbeeldingen" op pagina 250).
- Samsung-scanassistent/SmarThru 4/SmarThru Office: U kunt dit programma gebruiken voor het scannen van afbeeldingen of documenten.
- Zie "Scannen met de Samsung-scanassistent" op pagina 252.
- Zie "Scannen met SmarThru 4" op pagina 252.
- Zie "Scannen met SmarThru Office" op pagina 253.
- WIA: WIA staat voor Windows Images Acquisition. U kunt deze functie alleen gebruiken als de computer rechtstreeks op het apparaat is aangesloten met een USB-kabel (zie "Scannen met het WIA-stuurprogramma" op pagina 251).
- USB-geheugen: U kunt een document scannen en de gescande afbeelding op een USB-geheugenapparaat opslaan.
Scanfuncties
- E-mail: Hiermee kunt u een afbeelding scannen en als bijlage bij een e-mailbericht verzenden (zie "Scannen naar e-mail" op pagina 248).
- FTP/SMB: Hiermee kunt u een afbeelding scannen en naar een FTP/SMB-server uploaden (zie "Scannen naar een FTP-/SMB-server" op pagina 249).
De scaninstellingen in de computer configureren

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 Open Samsung Easy Printer Manager (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 281).
2 Selecteer het juiste apparaat in de Lijst met printers.
3 Selecteer het menu Instellingen voor scannen naar pc.
4 Selecteer de gewenste optie.
- Scannen activeren: Hiermee bepaalt u of de scanfunctie is ingeschakeld of het apparaat.
- profiel: Hiermee geeft u de opgeslagen scanprofielen op het geselecteerde apparaat weer.
- Het tabblad Standaard: Dit tabblad bevat algemene scan- en apparaatinstellingen.
- Het tabblad Afbeelding: Dit tabblad bevat instellingen voor beeldbewerking.
5 Druk op OK.
Scannen vanaf een apparaat dat is aangesloten op een netwerk
U moet het printerstuurprogramma op uw computer installeren vanaf de software-cd omdat het scanprogramma onderdeel is van het printerstuurprogramma (zie basishandleiding "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 30).
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
2 Selecteer (Scan) > Naar pc scan. > Netwerkcomp. op het configuratiescherm.
Of selecteer Scan > Netwerk-pc op het aanraakscherm.
Scanfuncties

Als u het bericht Niet beschikbaar ziet, controleert u de poortverbinding.
3
Selecteer uw geregistreerd computer-Id en voer indien nodig het Wachtwoord in.

- ID is hetzelfde ID als het geregistreerde scan-ID voor de Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde modus activeren > Instellingen voor scannen naar pc.
- Wachtwoord is het geregistreerde wachtwoord van vier cijfers voor de Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde modus activeren > Instellingen voor scannen naar pc.
4
Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
5
Het apparaat begint te scannen.

De gescande afbeelding wordt opgeslagen in C:\Gebruikers\gebruikersnaam\Afbeeldingen\map. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma.
Scannen naar e-mail

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Een e-mailaccount maken
1 De SyncThru™ Web Service weergeven (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 277).
2 Selecteer Settings > Network Settings en Outgoing Mail Server(SMTP).
3 Voer het IP-adres in als decimale notatie met punten of als een hostnaam.
4 Voer het poortnummer van de server in, een getal tussen 1 en 65535.
5 Schakel het selectievakje naast SMTP Requires Authentication in voor verificatie.
6 Voer de aanmeldingsnaam en het wachtwoord van de SMTP-server in.
7 Druk op Apply.
Scanfuncties

- Als de verificatiemethode van de SMTP-server POP3 Before SMTP is, schakelt u het selectievakje SMTP Requires POP Before SMTP Authentication in.
- Voer het IP-adres en poortnummer in.
Scannen en per e-mail verzenden
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
2 Selecteer 📋(scannen) > Naar email sc. op het configuratiescherm.
Of selecteer Scan > E-mail verz. op het aanraakscherm.
3 Voer de aanmeldingsnaam en het wachtwoord in die u hebt geconfigureerd op SyncThru™ Web Service (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 277).
4 Voer het e-mailadres van de afzender en de ontvanger in.
U kunt u een e-mail naar uzelf verzonden door de optie Auto Send To Self in te schakelen bij Settings > Scan > Scan To E-mail op SyncThru™ Web Service.
5 Voer het onderwerp van de e-mail in en druk op OK.
6 Selecteer de bestandsindeling voor scannen en druk op OK.
7 Voer de aanmeldingsnaam en het wachtwoord van de SMTP-server in.
8 Het apparaat begint te scannen en verzendt vervolgens de e-mail.
Scannen naar een FTP-/SMB-server

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Een FTP-/SMB-server instellen
1 De SyncThru™ Web Service weergeven (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 277).
2 Selecteer Address Book > Individual > Add.
3 Schakel het selectievakje naast Add FTP of Add SMB in.
4 Voer het IP-adres in als decimale notatie met punten of als een hostnaam.
Scanfuncties
5 Voer het poortnummer van de server in, een getal tussen 1 en 65535.
6 Schakel het selectievakje naast Anonymous zodat de server toegang geeft aan ongemachtigde gebruikers.
7 Voer de aanmeldingsnaam en het wachtwoord in.
8 Voer de domeinnaam in als de server is verbonden met een bepaald domein of geef de naam van de computer op die is geregistreerd op de SMB-server.
9 Voer het pad in naar de locatie waar de gescande afbeelding moet worden opgeslagen.
- De map waarin de gescande afbeelding wordt opgeslagen, moet zich in de root van de server bevinden.
- De map moet zijn ingesteld als een netwerkshare.
- Voor uw gebruikersnaam moeten lees- en schrijfrechten voor de map zijn ingesteld.
10 Druk op Apply.
Scannen en verzenden naar een FTP-/SMB-server
1 Controleer of uw apparaat met een netwerk is verbonden.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
3 Selecteer (scannen) > Naar SMB scan. of Naar FTP scan. op het configuratiescherm.
Of selecteer Scan > SMB of FTP op het aanraakscherm.
4 Selecteer de gewenste server en scanindeling.
5 Het apparaat begint met te scannen en verzendt het origineel daarna naar de opgegeven server.
Scannen vanuit een programma voor het bewerken van afbeeldingen
U kunt documenten scannen en importeren via software voor het bewerken van afbeeldingen, zoals Adobe Photoshop, als de software TWAIN-compatibel is. Volg de onderstaande stappen om te scannen met TWAIN-compatibele software.
Scanfuncties
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
3 Open een toepassing, bijvoorbeeld Adobe Photoshop.
4 Klik op Bestand > Importeren en selecteer de scanner.
5 Stel de scanopties in.
6 Scan uw afbeelding en sla deze op.
Scannen met het WIA-stuurprogramma
Uw apparaat ondersteunt ook het WIA-stuurprogramma (Windows Image Acquisition) voor het scannen van afbeeldingen. WIA is een van de standaardonderdelen van Microsoft Windows 7 en werkt met digitale camera's en scanners. In tegenstelling tot het TWAIN-stuurprogramma kunt u met het WIA-stuurprogramma zonder aanvullende software moeiteloos afbeeldingen scannen en bewerken:

Het WIA-stuurprogramma werkt alleen onder besturingssystemen van Windows (behalve Windows 2000) met een USB-poort.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
3 Klik op Start > Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Apparaten en printers.
4 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van het apparaatstuurprogramma in Printers en faxapparaten en kies Zoeken starten.
5 De toepassing Nieuwe scan wordt gestart.
6 Geef uw scanvoorkeuren op en klik op Voorbeeld om te zien welke invloed uw voorkeuren op de afbeelding hebben.
7 Scan uw afbeelding en sla deze op.
Scanfuncties
Scannen met de Samsung-scanassistent

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
- U kunt de functie OCR (Optical Character Recognition, optische tekenherkenning) van het programma Samsung Scanassistent gebruiken.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
3 Klik op Start > Alle programma's > Samsung-printer en start Samsung Scanassistent.

Selecteer het menu Help of klik op de knop ? in het venster, en klik op de optie waar u meer over wilt weten.
4 Stel de scanopties in.
5 Klik op Scannen.
Scannen met SmarThru 4

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
- U kunt de functie OCR (Optical Character Recognition, optische tekenherkenning) van het programma SmarThru 4 gebruiken.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
3 Dubbelklik op het pictogram SmarThru 4.
4 SmarThru wordt weergegeven.
- Scan to: u kunt een afbeelding scannen en opslaan in een toepassing of map, e-mailen of publiceren op een website.
- Image: u kunt een afbeelding bewerken en verzenden naar een toepassing of map, e-mailen of publiceren op een website.
- Print: u kunt de afbeeldingen die u hebt opgeslagen, afdrukken.
Scanfuncties

Selecteer het menu Help of klik op de knop ? in het venster, en klik op de optie waar u meer over wilt weten.
5
Klik op Scan to.
6
Selecteer voor de bestemming de optie Application, E-mail, Folder, OCR of Web.
7
Klik zo nodig op Settings om de instellingen aan te passen.
8
Klik op Scan.
Scannen met SmarThru Office

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
- O m SmarThru Office te gebruiken, moet u het programma handmatig installeren van de meegeleverde CD. Selecteer Geavanceerde installatie > Aangepaste installatie en selecteer SmarThru Office om te installeren.
- U kunt de functie OCR (Optical Character Recognition, optische tekenherkenning) van het programma SmarThru Office gebruiken.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
3 Dubbelklik op het pictogram SmarThru Office.
4 SmarThru Office wordt weergegeven.

Klik op de knop Help of ? in het venster, en klik op de optie waar u meer over wilt weten.
5 Klik op het pictogram van SmarThru Office (1) in het systeemvak van Windows om het startprogramma SmarThru Office te activeren.
6 Klik op het scanpictogram (P) om het scanvenster te openen.
7 Het venster Scan Setting wordt geopend.
8 Geef de scaninstellingen op en klik op Scan.
Scanfuncties
Scannen via een apparaat dat is aangesloten via USB
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
3 Start Programma's en klik op Fotolader.

Als het bericht Er is geen apparaat voor het vastleggen van afbeeldingen aangesloten. verschijnt, maakt u de USB-kabel los en verbindt u hem opnieuw. Als het probleem blijft bestaan, raadpleegt u de help bij Fotolader.
4 Selecteer de gewenste optie.
5 Scan uw afbeelding en sla deze op.

Als u niet kunt scannen met Fotolader moet u Mac OS opwaarderen tot de laatste versie. Fotolader werkt naar behoren onder Mac OS X 10.4.7 of hogere versies.
Scannen vanaf een apparaat dat is aangesloten op een netwerk

Alleen voor draadloze of netwerkmodellen (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 Controleer of uw apparaat met een netwerk is verbonden.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
3 Start Programma's en klik op Fotolader.
4 Gebruik de onderstaande stappen voor het betreffende besturingssysteem.
• Voor 10.4
- Klik op de menubalk op Apparaten > Blader door apparaten.
Scanfuncties
- Selecteer uw apparaat bij de optie TWAIN-apparaten. Zorg ervoor dat het selectievakje Gebruik TWAIN-software is ingeschakeld.
- Klik op Verbind.
Als er een waarschuwingsbericht wordt weergegeven, klikt u op Poort wijzigen om een poort te selecteren. Als de TWAIN-interface wordt weergegeven, klikt u op Poort wijzigen op het tabblad Voorkeuren om een nieuwe poort te selecteren.
• Voor 10.5
- Klik op de menubalk op Apparaten > Blader door apparaten.
- Controleer of het selectievakje Verbonden naast uw apparaat is ingeschakeld is in Bonjour-apparaten.
- Als u via TWAIN wilt scannen, raadpleegt u de bovenstaande procedure voor Mac OS X 10.4.
• Voor 10.7 selecteert u uw apparaat bij GEDEELD.
5 Stel de scanopties in dit programma in.
6 Scan uw afbeelding en sla deze op.

- Als u niet kunt scannen met Fotolader, moet u Mac OS bijwerken met de nieuwste versie. Fotolader werkt correct in Mac OS X 10.4.7 en hoger.
- Raadpleeg de Help bij Fotolader voor meer informatie.
- U kunt ook TWAIN-compatibele software gebruiken, zoals Adobe Photoshop.
Scannen in Linux
Scannen
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Dubbelklik op Unified Driver Configurator op het bureaublad.
3 Klik op de knop om het venster Scanners Configuration te openen.
Scanfuncties
4 Selecteer de scanner in de lijst.

5 Klik op Properties.
6 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).
7 Klik in het venster Scanner Properties op Preview.
8 Het document wordt gescand en er verschijnt een voorbeeld van de afbeelding in het Preview Pane.

9 Sleep met de muisaanwijzer over het gedeelte dat u wilt scannen in het Preview Pane.
10 Selecteer de gewenste optie.
11 Scan uw afbeelding en sla deze op.
Scanfuncties

U kunt uw scaninstellingen opslaan en toevoegen aan de vervolgkeuzelijst Job Type zodat u de instellingen opnieuw kunt gebruiken.
Een afbeelding bewerken met Image Manager
In de toepassing Image Manager (Afbeeldingen beheren) vindt u menuopties en knoppen voor de bewerking van gescande afbeeldingen.

- Voor basisfuncties voor het faxen, raadpleeg de Basishandleiding (zie "Basisfuncties voor faxen" op pagina 67).
- Deze functie wordt niet ondersteund voor SCX-470x Series (zie "Functies per model" op pagina 7).
Automatisch opnieuw kiezen
Als de lijn van het gekozen nummer bezet is of als het faxapparaat van de ontvanger niet antwoordt, wordt het nummer automatisch opnieuw gekozen. De tijd voor een nieuwe kiespoging is afhankelijk van de standaardinstellingen voor uw land.
Wanneer Opnieuw kiezen? op het display verschijnt, drukt u op ◇ (Start) om het nummer onmiddellijk opnieuw te kiezen. Druk op Ⓧ (Cancel of Stop/Clear) als u de functie voor automatisch opnieuw kiezen wilt annuleren.
U kunt ook de wachttijd tussen twee kiespogingen en het aantal kiespogingen wijzigen.
1 Druk op 📋 (faxen) > 📋 (Menu) > Faxinstel. > Verzending op het configuratiescherm.
2 Selecteer Aant. kiespog. of Opn. kiezen na.
3 Selecteer de gewenste optie.
Faxnummer opnieuw kiezen
1 Druk op (Redial/Pause) op het configuratiescherm.
2 Selecteer het gewenste faxnummer.
Tien recent verzonden faxnummer met tien ontvangen nummerweergaven worden weergegeven.
3 Het apparaat begint automatisch met verzenden wanneer een origineel in de ADI wordt geplaatst.
Als een origineel op de glasplaat ligt, selecteert u Ja om een andere pagina toe te voegen. Plaats een ander origineel en druk op OK. Als u klaar bent, selecteert Nee als Nog een pagina? wordt weergegeven.
Een verzending bevestigen
Wanneer de laatste pagina van uw origineel correct is verzonden, hoort u een pieptoon waarna het apparaat terugkeert naar stand-bymodus.
Faxfuncties
Als er tijdens de verzending van uw fax iets fout gaat, verschijnt een foutbericht op het display. Wanneer u een foutmelding ontvangt, drukt u op (Cancel of Stop/Clear) om het bericht te wissen en opnieuw te proberen om de fax te verzenden.

U kunt het apparaat zo instellen dat er na elke verzonden fax automatisch een verzendrapport wordt afgedrukt. Druk op (faxen)
(Menu) > Faxinstel. > Verzending > Transm.rapport op het configuratiescherm.
Een fax met uw computer verzenden

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Hiermee kunt u een fax verzenden vanaf uw computer zonder gebruik te maken van het configuratiescherm op het apparaat.
Om een fax te versturen vanaf uw computer moet het programma Samsung Network PC Fax zijn geïnstalleerd. Dit programma wordt automatisch geïnstalleerd tijdens de installatie van het printerstuurprogramma.
1 Open het document dat u wilt verzenden.
2 Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
Het venster Afdrukken verschijnt. Afhankelijk van uw toepassing kan dit venster er iets anders uitzien.
3 Selecteer Samsung Network PC Fax uit het venster Afdrukken.
4 Klik op Afdrukken of OK.
5 Voer de nummers van de ontvangers in en selecteer opties

Faxfuncties

Selecteer het menu Help of klik op de knop ? in het venster, en klik op de optie waar u meer over wilt weten.
6
Klik op Verzenden.
Uitgestelde faxverzending
U kunt het apparaat zo instellen dat een fax op een later tijdstip (tijdens uw afwezigheid) wordt verzonden. U kunt met deze functie geen kleurenfax verzenden.
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Druk op (faxen) op het configuratiescherm.
3 Pas de resolutie en helderheid naar wens aan.
4 Druk op (Menu) > Faxfunctie > Uitgest. verz. op het configuratiescherm.
Of selecteer Fax > Uitgesteld verzenden > Aan op het aanraakscherm.
5 Voer het nummer van het ontvangende faxapparaat in en druk op OK.
6 U wordt gevraagd om het volgende faxnummer waarnaar u het document wilt verzenden in te voeren.
7 Als u meerdere faxnummers wilt invoeren, drukt u op OK wanneer Ja oplicht, en herhaalt u stap 5.
• U kunt maximaal 10 bestemmingen ingeven.
- Na het invoeren van een groepskiesnummer kunt u geen ander groepskiesnummer meer invoeren.
8 Voer de naam en de tijd in van de taak.
Als u een tijdstip instelt dat vroeger is dan de huidige tijd, wordt de fax de volgende dag op het ingestelde tijdstip verzonden.
9 Het document wordt in het geheugen opgeslagen voordat het wordt verzonden.
Het apparaat keert terug naar stand-bymodus. Het display herinnert u eraan dat het apparaat zich in stand-bymodus bevindt en dat er een uitgesteld faxbericht is ingesteld.
Faxfuncties

Hiermee kunt u de lijst van uitgestelde faxtaken controleren.
Druk op (Menu) > Systeeminst. > Rapport > Geplande taken op het configuratiescherm.
Documenten toevoegen aan een gereserveerde fax
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Druk op 🖼 (faxen) > 📄 (Menu) > Faxfunctie > Pag. toevoegen op het configuratiescherm.
3 Selecteer de faxtaak en druk op OK.
Als u klaar bent, selecteert Nee als Nog een pagina? wordt weergegeven. Het apparaat scant het origineel in en slaat het op in het geheugen.
4 Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Een gereserveerde faxtaak annuleren
1 Druk op 🖼 (faxen) > 📄 (Menu) > Faxfunctie > Taak annuleren op het configuratiescherm.
2 Selecteer de gewenste faxtaak en druk op OK.
3 Druk op OK wanneer Ja verschijnt.
De geselecteerde fax wordt uit het geheugen gewist.
4 Druk op Ⓕ(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Een fax verzenden met een hoge prioriteit
U gebruikt deze functie als u een fax met hoge prioriteit moet verzenden voorafgaand aan andere geplande taken. Het origineel wordt naar het geheugen gescand en onmiddellijk verzonden zodra de lopende taak is voltooid.
Faxfuncties
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Druk op (Faxen) > ☐ (Menu) > Faxfunctie > Prior. verz. op het configuratiescherm.
Of selecteer Fax > Prioritair verzenden > Aan op het aanraakscherm.
3 Voer het ontvangende faxnummer in en druk op OK.
4 Voer de naam van de taak in en druk op OK.
5 Als er een origineel op de glasplaat ligt, selecteert u Ja om een andere pagina toe te voegen. Plaats een ander origineel en druk op OK.
Als u klaar bent, selecteert Nee als Nog een pagina? wordt weergegeven.
Het document wordt gescand en gefaxt naar de bestemmingen.
Een verzonden fax doorsturen naar een andere bestemming
U kunt het apparaat instellen om een ontvangen of verzonden fax naar een andere bestemming te verzenden per fax, e-mail of via een server. Deze functie is nuttig als u een fax wilt ontvangen wanneer u niet op kantoor bent.
- Wanneer u een fax doorstuurt via de e-mail, moet u eerst de e-mailserver en het IP-adres invoeren in SyncThru™ Web Service (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 277).
- Ongeacht of u een kleurenfax hebt verzonden of ontvangen, worden de gegevens doorgestuurd in grijstinten.
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Druk op 🎨 (faxen) > 📄 (Menu) > Faxfunctie > Doorsturen > Fax > Naar ander nr. > Aan op het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Fax instellen > Doorsturen > Fax, E-mail of Server > Naar ander nr. > Aan op het aanraakscherm.
De optie Doorsturen is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
3 Voer het ontvangende faxnummer, e-mailadres of serveradres in en druk op OK.
Faxfuncties
4 Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Na elkaar verzonden faxen zullen doorgestuurd worden naar het opgegeven faxapparaat.
Ontvangen faxen doorsturen
U kunt het apparaat instellen om een ontvangen of verzonden fax naar een andere bestemming te verzenden per fax, e-mail of via een server. Deze functie is nuttig als u een fax wilt ontvangen wanneer u niet op kantoor bent.

Ongeacht of u een kleurenfax hebt verzonden of ontvangen, worden de gegevens doorgestuurd in grijstinten.
1 Druk op (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Doorsturen > Fax, E-mail, of Server > Ontv. en doorst. > Doorsturen op het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Fax instellen > Doorsturen > Fax, E-mail of Server > Ontv. en doorst. > Aan op het aanraakscherm.

De optie Doorsturen is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
2 Selecteer Forward & Afdrukken als u wilt dat het apparaat de fax afdrukt nadat het deze heeft doorgestuurd.
3 Voer het ontvangende faxnummer, e-mailadres of serveradres in en druk op OK.
4 Voer de starttijd en de eindtijd in, en druk vervolgens op OK.
5 Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Na elkaar verzonden faxen zullen doorgestuurd worden naar het opgegeven faxapparaat.
Faxfuncties
Faxen dubbelzijdig verzenden.

- Deze functie is alleen beschikbaar als u originelen in de ADI plaatst.
- Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Druk op (faxen) > Duplex op het configuratiescherm.
Of selecteer Fax > Selecteer het gewenste menu > Selecteer Dubbelzijdig in het sub-menu > op het aanraakscherm.
- Uit: faxt in normale modus.
- 2 zijden: faxt beide zijden van het origineel.
- 2->1zijd ROT2: faxt beide zijden van het origineel en drukt elke zijde op een afzonderlijk vel af terwijl de gegevens aan de achterzijde van de afdruk 180° worden gedraaid.
3 Druk op OK.
Een fax met uw computer ontvangen

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
- Om deze functie te kunnen gebruiken, moet u de volgende optie op het configuratiescherm instellen:
Druk op 🖼 (faxen) > 📄 (Menu) > Faxfunctie > Doorsturen > pc > Aan op het configuratiescherm. Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. > Fax instellen > Doorsturen > PC > Aan op het aanraakscherm.
1 Open Samsung Easy Printer Manager.
2 Selecteer het juiste apparaat in de Lijst met printers.
3 Selecteer het menu Instellingen voor faxen naar pc.
4 Wijzig de faxinstellingen met Faxontvangst instellen.
- Faxontvangst op apparaat inschakelen: Selecteren of u deze functie wilt gebruiken.
- Type afbeelding: De ontvangen faxberichten converteren naar PDF of TIFF.
- Opslaglocatie: De locatie selecteren voor het opslaan van geconverteerde faxberichten.
Faxfuncties
- Prefix: Pad selecteren naar bestand of map als prefix.
- Ontvangen fax afdrukken: stelt na ontvangst van de fax de afdrukgegevens in voor het ontvangen faxbericht.
- Waarschuw me bij ontvangst van een fax: Als een fax wordt ontvangen, wordt een pop-upvenster geopend met een melding.
- Openen met standaardtoepassing: Na ontvangst van de fax wordt de fax geopend met de standaardapplicatie.
- Geen: Het apparaat meldt het ontvangen van de fax niet bij de gebruiker en opent de applicatie ook niet.
5 Druk op OK.
De ontvangstmodus wijzigen
1 Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Ontvangst > Ontvangstmodus op het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. >
Standaardinstelling > Standaard faxen > Algemeen >
Ontvangstmodus op het aanraakscherm.
2 Selecteer de gewenste optie.
- Fax: hiermee wordt een inkomende faxoproep aangenomen en wordt onmiddellijk overgeschakeld naar de faxontvangstmodus.
- Tel: Hiermee ontvangt u een faxt door op 📋(On Hook Dial) en vervolgens op Start te drukken.
- Ant/Fax: wordt gebruikt als er een antwoordapparaat is aangesloten op uw apparaat. Inkomende oproepen worden beantwoord door het antwoordapparaat en de better kan een boodschap op het antwoordapparaat achterlaten. Als het faxapparaat een faxtoon op de lijn opvangt, schakelt het automatisch over naar faxmodus om de fax te ontvangen.

Sluit een antwoordapparaat aan op de EXT-uitgang aan de achterkant van het apparaat om de Ant/Fax-modus te gebruiken.
Faxfuncties
- DRPD: u kunt een oproep aannemen met de DRPD-functie (Distinctive Ring Pattern Detection – detectie van distinctieve belpatronen). "Distinctive Ring" of beltoonherkenning is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee men via één telefoonlijn meerdere oproepen gelijktijdig kan beantwoorden. Zie "Faxen ontvangen in DRPD-modus" op pagina 267 voor meer informatie.

Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar.
3
Druk op OK.
4
Druk op ✕ (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Handmatig ontvangen in telefoonmodus
Wanneer u de faxtoon van het extern faxapparaat hoort, kunt een
faxoproep ontvangen door achtereenvolgens op Ⓞ(On Hook Dial) en op
(Start). Als uw apparaat een telefoonhoorn heeft, kunt u oproepen beantwoorden met de telefoonhoorn (zie "Functies per model" op pagina 7).
Automatisch ontvangen in antwoordapparaat/faxmodus
Als u deze modus wilt gebruiken, moet u een antwoordapparaat aansluiten op de EXT-uitgang aan de achterzijde van uw apparaat. Als de better een bericht achterlaat, slaat het antwoordapparaat het bericht op. Als het apparaat een faxtoon op de lijn detecteert, wordt de fax automatisch ontvangen.

- Als u het apparaat in deze modus hebt ingesteld en het antwoordapparaat is uitgeschakeld of er is geen antwoordapparaat op de EXT-uitgang aangesloten, wordt na een vooraf ingesteld aantal belsignalen automatisch overgeschakeld naar de faxmodus.
- Als uw antwoordapparaat een door de gebruiker instelbare teller voor beltonen heeft, stelt u het apparaat zo in dat het inkomende oproepen binnen de eerste beltoon aanneemt.
- Als de telefoonmodus van het apparaat is ingeschakeld, moet u het faxapparaat met het antwoordapparaat loskoppelen of uitschakelen. Anders zal het uitgaande bericht van het antwoordapparaat uw telefoongesprek verstoren.
Faxfuncties
Faxen ontvangen via een intern telefoontoestel
Als u een intern telefoontoestel gebruikt dat is aangesloten op de EXT-aansluiting, kunt u een fax ontvangen van iemand met wie u in gesprek bent op het interne telefoontoestel zonder dat u naar het faxapparaat hoeft te gaan.
Wanneer u een oproep ontvangt op een intern telefoontoestel en u hoort faxtonen, drukt u op de toetsen *9* op het intern telefoontoestel. Het apparaat ontvangt de fax.
*9* is de voorgeprogrammeerde fabriekscode voor ontvangst op afstand. De eerste en de laatste asterisk liggen vast, maar u kunt het middelste cijfer naar wens wijzigen.

Wanneer u een gesprek via het telefoontoestel dat is aangesloten op de EXT-aansluiting, zijn de functies voor scannen en kopiëren niet beschikbaar.
"Distinctive Ring" of beltoonherkenning is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee men via één telefoonlijn meerdere oproepen gelijktijdig kan beantwoorden. Deze functie wordt vaak gebruikt door antwoorddiensten die voor verschillende klanten telefoonoproepen beantwoorden en moeten weten welk nummer iemand heeft gekozen om de oproep correct te kunnen beantwoorden.
1 Selecteer 📋 (faxen) > 📋 (Menu) > Faxinstel. > Ontvangst > DRPD-modus > Wacht op belsign op het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. > Standaardinstelling > Standaard faxen > Algemeen > Ontvangstmodus > DRPD op het aanraakscherm.
2 Bel met een andere telefoon naar uw faxnummer.
3 Als het apparaat begint te rinkelen, beantwoordt u de oproep niet. Het apparaat heeft enkele belsignalen nodig om het patroon te "leren" herkennen.
Als het patroon is herkend voor later gebruik, verschijnt DRPD-instelling voltooid op het display. Als de instelling van DRPD mislukt, verschijnt Fout DRPD-belsignaal.
4 Druk op OK wanneer DRPD verschijnt en begin opnieuw vanaf stap 2.
Faxfuncties

- Als u uw faxnummer wijzigt of als u het apparaat aansluit op een andere telefoonlijn, moet u DRPD opnieuw instellen.
- Nadat u DRPD hebt ingesteld, belt u opnieuw naar uw faxnummer om te controleren of het apparaat antwoordt met een faxtoon. Bel vervolgens naar een ander nummer dat aan dezelfde lijn is toegekend om te controleren of de oproep wordt doorgeschakeld naar uw intern telefoontoestel of naar het antwoordapparaat dat is aangesloten op de EXT-uitgang.
Ontvangen in veilige ontvangstmodus

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Mogelijk wilt u niet dat faxberichten die tijdens uw afwezigheid binnenkomen door anderen worden bekeken. Als u de veilige ontvangstmodus inschakelt, worden alle inkomende faxen in het geheugen opgeslagen. U kunt de faxen vervolgens afdrukken door het wachtwoord in te voeren.

Als u de veilige ontvangstmodus wilt gebruiken, moet u het menu activeren via (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Veilige ontv. op het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. > Fax instellen > Veilige ontv. op het aanraakscherm.
Ontvangen faxen afdrukken
1 Selecteer 📋 (faxen) > 📋 (Menu) > Faxfunctie > Veilige ontv. > Afdrukken op het configuratiescherm.
Of selecteer Instelling > Apparaatinst. > Volg. > Fax instellen > Veilige ontv. > Afdrukk. op het aanraakscherm.
2 Voer een wachtwoord van vier cijfers in en druk op OK.
3 Alle in het geheugen opgeslagen faxberichten worden afgedrukt.
Faxfuncties
Faxen op beide zijden van het papier afdrukken

- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Ontvangst > Dubbelz. afdr. op het configuratiescherm.
- Uit: hiermee kunt u afdrukken in normale modus.
- Lange zijde: drukt pagina's zo af dat ze gelezen kunnen worden als een boek.

- Korte zijde: drukt de pagina's zo af dat ze gelezen kunnen worden als een notitieblok.

3 Druk op OK.
4 Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Faxen ontvangen in het geheugen
Aangezien het apparaat meerdere taken tegelijk kan uitvoeren, kan het faxen ontvangen terwijl u kopieert of afdrukt. Als u tijdens het kopieren of afdrukken een fax ontvangt, slaat het apparaat de inkomende fax in het geheugen op. Zodra u klaar bent met kopieren of afdrukken, wordt de fax automatisch afgedrukt.

Wanneer de fax is ontvangen en wordt afgedrukt, kunnen tegelijkertijd geen andere kopieer- of afdrukopdrachten worden verwerkt.
Faxfuncties
Automatisch een verzendrapport afdrukken
U kunt het apparaat zo instellen dat een rapport wordt afgedrukt met gedetailleerde informatie over de 50 laatste faxen (zowel verzonden als ontvangen), met vermelding van datum en tijd.
1 Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Autom. rapport > Aan op het configuratiescherm.
2 Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Functies voor gedeelde map gebruiken
Met deze functie kan het geheugen van het apparaat als een gedeelde map worden gebruikt. Het voordeel van deze functie is dat u gemakkelijk gebruik kunt maken van de gedeelde map via het scherm van uw computer.

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
- U kunt deze functie gebruiken bij de modellen die over een opslagapparaat beschikken (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
- De beheerder kan de id en het wachtwoord instellen om de toegang van de gebruiker te beperken. Daarnaast kan de beheerder het maximaal aantal gelijktijdige gebruikers instellen.
Een gedeelde map maken
1 Open het venster van de Windows Verkenner op de computer.
2 Voer het [IP-adres] van de printer in (bijvoorbeeld: \169.254.133.42) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
3 Maak een nieuwe map in de map nfsroot.
De gedeelde map gebruiken
U kunt de gedeelde map op precies dezelfde manier gebruiken als op de normale computer. Maak, bewerk en verwijder de map of het bestand zoals een normale Windows-map. U kunt ook de gescande gegevens in de gedeelde map opslaan. U kunt bestanden die zijn opgeslagen in een gedeelde map rechtstreeks afdrukken. U kunt de bestanden in de indelingen TIFF, BMP, JPEG en PRN afdrukken.
Gebruik van geheugen-/harde schijffuncties

U kunt deze functie gebruiken bij de modellen die over een massaopslagapparaat (HDD) of geheugen beschikken (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
Het optionele geheugen instellen
vanuit het stuurprogramma van de printer
Als het optionele geheugen is geïnstalleerd, kunt u gebruikmaken van geavanceerde afdrukfuncties, zoals een afdruktaak opslaan of in de wachtrij op de harde schijf plaatsen, een afdruktaak controleren en een persoonlijke afdruktaak specificeren in het venster Afdrukken. Kies Eigenschappen of Voorkeur en stel de afdrukmodus in.
Via het bedieningspaneel
Als uw apparaat beschikt over een optioneel geheugen of een optionele harde schijf, dan kunt u deze functies gebruiken via de knop (Menu) > Systeeminst. > Taakbeheer.
- Actieve taak: Alle afdruktaken die nog niet zijn afgedrukt bevinden zich in de actieve wachtrij in de volgorde waarin u ze naar de printer hebt gestuurd. U kunt een afdruktaak verwijderen uit de wachtrij voordat deze wordt afgedrukt of een afdruktaak sneller laten afdrukken.
- Best.beleid: U kunt het bestandsbeleid kiezen voor het genereren van een bestandsnaam voor u doorgaat met een afdruktaak vanaf het optioneel geheugen. Als de naam reeds in het optioneel geheugen is opgeslagen, wijzigt u de naam of overschrijft u de bestaande naam.
- Opgesl. taak: Hiermee kunt u een opgeslagen afdruktaak afdrukken of verwijderen.

- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Na het installeren van de harde schijf kunt u ook de vooraf gedefinieerde documentsjablonen afdrukken via de knop (Menu) > Systeeminst. > Menu Formulier.

Dit hoofdstuk introduceert beheerprogramma's waarmee u de mogelijkheden van uw apparaat maximaal kunt benutten.
- Easy Capture Manager 274
• Samsung AnyWeb Print 275 - Easy Eco Driver 276
- SyncThru™ Web Service gebruiken 277
• Samsung Easy Printer Manager gebruiken 281
• Samsung-printerstatus gebruiken 285
• Smart Panel gebruiken 287 - De Linux Unified Driver Configurator gebruiken 289
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 7).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers van Windows-besturingssystemen (zie "Software" op pagina 7).
Maak een schermafbeelding en start Easy Capture Manager door op de toets Scherm afdrukken te drukken. U kunt nu gemakkelijk uw schermafbeelding onbewerkt of bewerkt afdrukken.
Samsung AnyWeb Print

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 7).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers van Windows- en Macintosh-besturingssystemen (zie "Software" op pagina 7).
Met dit hulpprogramma kunt u van schermen in Windows Internet Explorer een schermopname of afdrukvoorbeeld maken en afdrukken, op een veel eenvoudigere manier dan in het gebruikelijke programma. Klik op Start > Alle programma's > Samsung Printers > Samsung AnyWeb Print > Download the latest version om naar de website te gaan waar u het hulpprogramma kunt downloaden.
Easy Eco Driver

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 7).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers van Windows-besturingssystemen (zie "Software" op pagina 7).
Met de Easy Eco Driver kunt u Eco-functies toepassen om papier en toner te besparen, voordat u met afdrukken begint. Als u deze toepassing wilt gebruiken, moet u het selectievakje Easy Eco Driver starten voordat taak wordt afgedrukt in de printereigenschappen inschakelen.
De functie Easy Eco Driver biedt u ook de mogelijkheid tot simpele bewerkingen zoals het verwijderen van afbeeldingen en tekst, het veranderen van lettertypes en nog meer. U kunt instellingen die u vaak gebruikt, opslaan als voorinstelling.
Gebruiken:
1 Open een document dat u wilt afdrukken.
2 Druk het document af.
Er verschijnt een voorbeeldvenster.
3 Selecteer de opties die u wilt toepassen op het document.
U kunt een voorbeeld van de toegepaste functies bekijken.
4 Klik op Afdruk.
SyncThru™ Web Service gebruiken

- Voor SyncThru™ Web Service is minimaal Internet Explorer 6.0 of hoger vereist.
- De uitleg over SyncThru™ Web Service in deze gebruikershandleiding kan afhankelijk zijn van de opties en het model, en komt mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat.
- Alleen voor netwerkmodel (zie "Software" op pagina 7).
SyncThru™ Web Service weergeven
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
Aanmelden bij SyncThru™ Web Service
Voor u de opties in SyncThru™ Web Service kunt instellen, moet u zich aanmelden als beheerder. U kunt SyncThru™ Web Service nog altijd gebruiken zonder u aan te melden, maar u zult geen toegang hebben tot het tabblad Settings en het tabblad Security.
1 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
2 Typ de juiste gegevens bij ID en Password en klik vervolgens op Login.
• ID: admin
- Password: sec00000
SyncThru™ Web Service overzicht

Information
Settings
Security
Maintenance

Afhankelijk van uw model zullen sommige menu's mogelijk niet verschijnen.
SyncThru™ Web Service gebruiken
Het tabblad Information
Op dit tabblad wordt algemene informatie over het apparaat weergegeven. U kunt diverse gegevens controleren, waaronder de resterende hoeveelheid toner. U kunt ook rapporten afdrukken, zoals een foutenrapport.
• Active Alerts: Toont de waarschuwingen die in het apparaat zijn gegenereerd en hun ernst.
- Supplies: Toont hoeveel pagina's zijn afgedrukt en hoeveel toner er nog in de cassette zit.
- Usage Counters: Toont het tellers van het aantal vellen per type afdruk: enkelzijdig en dubbelzijdig.
- Current Settings: Toont informatie of het apparaat en het netwerk.
- Print information: Drukt rapporten af zoals systeemgerelateerde rapporten, e-mailadressen en lettertyperapporten.
Het tabblad Settings
Op dit tabblad kunt u de configuratie van uw apparaat en netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
- Het tabblad Machine Settings: Stelt de door uw machine geleverde opties in.
- Het tabblad Network Settings: Toont opties voor de netwerkomgeving Stelt opties in zoals TCP/IP en netwerkprotocollen.
Het tabblad Security
Op dit tabblad kunt u de beveiligingsgegevens van uw systeem en van het netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
- System Security: Stelt de gegevens van de systeembeheerder in en schakelt tevens de apparaatfuncties in- of uit.
- Network Security: Stelt instellingen voor HTTPS, IPSec, IPv4/IPv6 filtering, 802.1x en verificatieservers in.
- User Access Control: Hiermee worden gebruikers ingedeeld in verschillende groepen op basis van de rol van de afzonderlijke gebruikers. De machtigings-, verificatie- en accountinginstellingen van elke gebruiker worden bepaald door de rol die aan de groep is toegewezen.
Het tabblad Maintenance
Op dit tabblad kunt u uw apparaat onderhouden door de firmware te upgraden en contactgegevens voor het versturen van e-mails in te stellen. U kunt ook verbinding maken met de website van Samsung of stuurprogramma's downloaden door het menu Link te selecteren.
- Firmware Upgrade: Bijwerken van de firmware van uw apparaat.
- Contact Information: Contactgegevens tonen.
- Link: Toont koppelingen naar nuttige sites waar u informatie kunt downloaden of lezen.
SyncThru™ Web Service gebruiken
E-mailmelding instellen
U kunt e-mails ontvangen over de status van uw apparaat door deze optie in te stellen. Door gegevens, zoals IP-adressen, hostnaam, e-mailadressen en SMTP-servergegevens in te stellen zal de apparaatstatus (tonercassette leeg of machinefout) automatisch naar het e-mailadres van een bepaald persoon worden verzonden. Deze optie wordt mogelijk vaker gebruikt door een apparaatbeheerder.
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3 Selecteer Machine Settings > E-mail Notification op het tabblad Settings.

Als u de server voor uitgaande e-mail nog niet hebt geconfigureerd, gaat u naar Settings > Network Settings > Outgoing Mail Server(SMTP) om de netwerkomgeving te configureren voor u e-mailmelding instelt.
4 Schakel het selectievakje voor Enable in om E-mail Notification te gebruiken.
5 Klik op de knop Add om een gebruiker van e-mailmelding in te stellen.
Stel de naam van de ontvanger in en het (de) e-mailadres(sen) met meldingsitems waarvoor u een waarschuwing wilt ontvangen.
6 Klik op Apply.

Als de firewall is ingeschakeld, zal de e-mail mogelijk niet verzonden kunnen worden. Neem in dat geval contact op met de netwerkbeheerder.
Informatie over de systeembeheerder instellen
Deze instelling is nodig om gebruik te kunnen maken van de optie e-mailmelding.
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3 Selecteer op het tabblad Security System Security > System Administrator.
SyncThru™ Web Service gebruiken
4 Voer de naam, het telefoonnummer, locatie en e-mailadres van de beheerder in.
5 Klik op Apply.
Samsung Easy Printer Manager gebruiken

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 7).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers van Windows- en Macintosh-besturingssystemen (zie "Software" op pagina 7).
- Voor Samsung Easy Printer Manager met Windows is minimaal Internet Explorer 6.0 of hoger vereist.
Samsung Easy Printer Manager is een programma waarbinnen alle printerinstellingen van Samsung op een enkele plaats samengebracht zijn. Samsung Easy Printer Manager combineert printerinstellingen met omgevingsfactoren, instellingen/taakopties en startopties. Met al deze functies heeft overzichtelijk toegang tot alle functies van uw Samsung-printer. Samsung Easy Printer Manager biedt twee verschillende interfaces waaruit de gebruiker kan kiezen: een basisinterface en een interface voor gevorderde gebruikers. Overschakelen tussen de twee interfaces is eenvoudig: klik gewoon op een knop.
Informatie over Samsung Easy Printer Manager
Openen van het programma:
Voor Windows:
Kies Start > Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > Samsung Easy Printer Manager > Samsung Easy Printer Manager.
Voor Macintosh:
Open de map Programma's > de map Samsung > Samsung Easy Printer Manager.
De Samsung Easy Printer Manager-interface bestaat uit verschillende kaders die in de onderstaande tabel worden beschreven:

De schermafbeelding kan verschillen, afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt.

| 1 | Printerlijst | De printerlijst geeft printers weer die geïnstalleerd zijn op uw computer en netwerkprinters die zijn toegevoegd met netwerkverkenning (alleen in Windows). |
Samsung Easy Printer Manager gebruiken
| 2 | Printerinformatie | In dit kader staat algemene informatie over uw apparaat. U kunt deze informatie controleren, zoals de naam van het printermodel, het IP-adres (of poortnummer) en de printerstatus. U kunt deGebruikershandleidingonlinebekijken.Knop Problemen oplossen:Deze knop verandert inProbleemoplossingsgidsals er een fout optreedt. U kunt direct naar het desbetreffende deel in de gebruikershandleiding gaan. |
| 3 | Programma-informatie | Bevat koppelingen voor overschakelen naar geavanceerde instellingen, voorkeursinstellingen, hulp en informatie over het programma.[KXQ2]Met de knopkunt u de interface wijzigen in deinterface voorgevorderdegebruikers(zie "Overzicht interface instellingen voor gevorderde gebruikers" op pagina 283). |
| 4 | Snelkoppelingen | Toont Snelkoppelingen naar printerspecifieke functies. Dit gedeelte bevat ook koppelingen naar toepassingen in de geavanceerde instellingen. Als u op het apparaat verbinding maakt met een netwerk, wordt het pictogram SyncThruTM Web Service geactiveerd. |
| 5 | Inhoud Toont informatie over de geselecteerde printer, het niveau van de toner en het papier. De informatie wijzigt naargelang de gekozen printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. | |
| 6 | Benodigdheden bestellen | Klik op de knop Bestellen in het deelvenster om verbruiksartikelen te bestellen. U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. |

Samsung Easy Printer Manager gebruiken
De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de beheerder van het netwerk en de printers.
Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
Apparaatinstellingen
U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en afdrukinformatie instellen.
Instellingen voor scannen naar pc
Dit menu bevat instellingen waarmee u profielen voor scannen naar pc kunt maken of verwijderen.
-
Scannen activeren: Hiermee bepaalt u of de scanfunctie is ingeschakeld of het apparaat.
• profiel: Hiermee geeft u de opgeslagen scanprofielen op het geselecteerde apparaat weer. -
Het tabblad Standaard: Dit tabblad bevat algemene scan- en apparaatinstellingen.
- Het tabblad Afbeelding: Dit tabblad bevat instellingen voor beeldbewerking.
Instellingen voor faxen naar pc
Dit menu bevat instellingen voor de basisfaxfunctie van het geselecteerde apparaat.
- Uitschakelen: Als Uitschakelen is ingesteld op Aan, worden binnenkomende faxen niet ontvangen op dit apparaat.
- Faxontvangst op apparaat inschakelen: Hiermee kunt u faxen op het apparaat inschakelen en meer opties voor de faxfunctie instellen.
Waarschuwingsinstellingen (alleen voor Windows)
Dit menu bevat instellingen gerelateerd aan de waarschuwingen over fouten en storingen.
- Printerwaarschuwing: Levert instellingen met betrekking tot wanneer waarschuwingen ontvangen worden.
- E-mailwaarschuwing: Levert opties met betrekking tot het ontvangen van waarschuwingen via e-mail.
Samsung Easy Printer Manager gebruiken
- Overzicht van waarschuwingen: Levert een geschiedenis met betrekking tot waarschuwingen gerelateerd aan het apparaat en de toner.
Taakaccountbeheer
Levert een overzicht van informatie over de verdeling van afdruktaken per specifieke gebruiker. Deze verdeling kan aangemaakt en toegepast worden op op apparaten via taakaccountancysoftware zoals SyncThru™ of de CounThru™ administratiesoftware.
Samsung-printerstatus gebruiken
Samsung-printerstatus is een programma dat de status van de printer controleert en u daarvan op de hoogte houdt.

- Het venster Samsung-printerstatus en de inhoud die in deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte besturingssysteem.
- Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie "Specificaties" op pagina 107).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers van Windowsbesturingssystemen (zie "Software" op pagina 7).
Overzicht Samsung-printerstatus
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik van het apparaat, kunt u de fout controleren in Samsung-printerstatus. Samsung-printerstatus wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de apparaatsoftware installeert.
U kunt Samsung-printerstatus ook handmatig opstarten. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Basis > de knop Printerstatus.
Deze pictogrammen verschijnen op de Windows-taakbalk:
| Pictogram | betekent Omschrijving | |
![]() | Normaal Het apparaat staat klaar voor gebruik en er zijn geen fouten of waarschuwingen. | |
![]() | Waarschuwing | Het apparaat is in een toestand waarin er in de toekomst een fout kan optreden. Dit is bijvoorbeeld als het niveau van de toner laag is, wat kan leiden tot de toner-leegstatus. |
![]() | Fout Er is minstens één fout in het apparaat. | |

| 1 | Tonerniveau Hier wordt het resterende tonerniveau in de cassette(s) weergegeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. |
Samsung-printerstatus gebruiken
| 2 | Optie U kunt instellingen voor waarschuwingen gerelateerd aan afdruktaken opgeven. | |
| 3 | Artikelen bestellen | U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. |
| 4 | User's Guide U kunt de Gebruikershandleiding online bekijken. | |
| [waadz] Deze knop verandert in Troubleshooting Guide als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. | ||
| 5 | Sluiten Sluit het venster. | |
Smart Panel gebruiken
Smart Panel is een programma waarmee de status van het apparaat wordt bewaakt. U kunt de status bekijken en de apparaatinstellingen aanpassen. U kunt Smart Panel downloaden van de website van Samsung (zie "Smart Panel installeren" op pagina 139).

- Het venster Smart Panel en de inhoud die in deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte besturingssysteem.
- Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie "Specificaties" op pagina 107).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Linux-besturingssystemen (zie "Software" op pagina 7).
Overzicht Smart Panel
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik, kunt u de fout controleren in Smart Panel. U kunt Smart Panel ook handmatig starten.
Dubbelklik op het Smart Panel-pictogram ( ) in het berichtenkader.

| 1 | Tonerniveau Hier wordt het resterende tonerniveau in de cassette(s) weergegeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer. Deze functie is niet van toepassing op uw apparaat wanneer u deze functie niet kunt zien. | |
| 2 | Buy Now | U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. |
| 3 | Deze knop verandert in Troubleshooting Guide als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. | |
Smart Panel gebruiken
| 4 | Printer Setting U kunt diverse apparaatinstellingen configureren in het venster Hulpprogramma Printerinstellingen. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. | |
| [4A45] Als u uw apparaat op een netwerk aansluit, verschijnt het venster SyncThruTM Web Service in plaats van Hulpprogramma Printerinstellingen. | ||
Wijzigen van de instellingen van Smart Panel
Klik in Linux met de rechtermuisknop op het pictogram Smart Panel en selecteer Configure smart panel. Selecteer de gewenste instellingen in het venster Configure smart panel.
De Linux Unified Driver Configurator gebruiken
Unified Linux Driver Configurator is een hulpprogramma dat hoofdzakelijk bestemd is voor de configuratie van apparaten. U moet Unified Linux Driver installeren om Unified Driver Configurator te kunnen gebruiken (zie "Installatie voor Linux" op pagina 139).
Na de installatie van het stuurprogramma op uw Linux-systeem wordt automatisch het pictogram voor Unified Driver Configurator op uw bureaublad geplaatst.
1 Dubbelklik op Unified Driver Configurator op het bureaublad. U kunt ook op pictogram van het menu Startup klikken en Samsung Unified Driver > Unified Driver Configurator selecteren.
2 Klik op de knoppen links om het overeenkomstige configuratievenster te openen.

Klik op de knop Help of ? in het venster om gebruik te maken van de schermhulp.

Breng de wijzigingen aan in de configuratie en klik op Exit om Unified Driver Configurator te sluiten.
Printerconfiguratie
Printers configuration bevat twee tabbladen: Printers en Classes.
Het tabblad Printers
Klik op het pictogram van het apparaat links in het venster Unified Driver Configurator om de printerconfiguratie van het huidige systeem weer te geven.

| 1 | Schakelt naar Printers configuration. |
| 2 | Hier worden alle geïnstalleerde apparaten weergegeven. |
| 3 | Hiermee worden de status, modelnaam en URI van uw apparaat weergegeven. |
De Linux Unified Driver Configurator
De bedieningsknoppen van de printer zijn:
- Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare apparaten.
- Add Printer: hiermee voegt u een nieuw apparaat toe.
- Remove Printer: hiermee verwijdert u het geselecteerde apparaat.
- Set as Default: hiermee stelt u het geselecteerde apparaat in als standaardapparaat.
- Stop/Start: hiermee kunt u het apparaat stoppen/starten.
- Test: hiermee kunt u een testpagina afdrukken om te controleren of de printer goed werkt.
- Properties: Hiermee kunt u de eigenschappen van de printer weergeven en wijzigen.
Het tabblad Classes
Op het tabblad Classes wordt een lijst met beschikbare apparaatklassen weergegeven.

1 Hiermee geeft u alle apparaatklassen weer.
2
Hiermee geeft u de status van de klasse en het aantal apparaten in de klasse aan.
- Refresh: vernieuwt de lijst met klassen.
- Add Class: hiermee kunt u een nieuwe apparaatklasse toevoegen.
De Linux Unified Driver Configurator
- Remove Class: hiermee verwijdert u de geselecteerde apparaatklasse.
Ports configuration
In dit venster kunt u de lijst met beschikbare poorten weergeven, de status van elke poort controleren en een poort vrijgeven die bezet wordt door een afgebroken taak.

| 1 | Schakelt naar Ports configuration. |
| 2 | Alle beschikbare poorten. |
| 3 | Hiermee geeft u het poorttype, het op de poort aangesloten apparaat en de status weer. |
- Refresh: hiermee vernieuwt u de lijst met beschikbare poorten.
- Release port: hiermee kunt u de geselecteerde poort vrijgeven.

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.
- Problemen met papierinvoer 294
- Problemen met de voeding en het netsnoer 295
- Afdrukproblemen 296
- Problemen met de afdrukkwaliteit 301
- Problemen met kopiëren 309
- Problemen met scannen 311
• Problemen met faxen 313 - Problemen met het besturingssysteem 315
Problemen met papierinvoer
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het papier loopt vast tijdens het afdrukken. | Verwijder het vastgelopen papier. |
| Papier kleeft aan elkaar. • Controleer de maximale papiercapaciteit van de lade.Zorg dat u een geschikte papiersoort gebruikt.Haal het papier uit de lade en buig het of waaier het uit.In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan elkaar blijven kleven. | |
| Invoerprobleem met een aantal vellen tegelijk. | Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden geplaatst. Plaats alleen papier van hetzelfde soort en hetzelfde formaat en gewicht. |
| Afdrukpapier wordt niet ingevoerd. | • Verwijder vastgelopen papier in het apparaat.• Het papier werd niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier en plaats het op de juiste manier in de lade.• Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier.• Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat. |
| Het papier blijft vastlopen. | • Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. Gebruik de lade voor handmatige invoer als u op speciaal materiaal afdrukt.• U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat.• Misschien zitten er materiaalresten in het apparaat. Open de voorklep en verwijder de resten. |
| Transparanten plakken aan elkaar in de papieruitvoerlade. | Gebruik alleen transparanten die speciaal zijn bedoeld voor laserprinters. Verwijder elk transparant zodra het is uitgevoerd. |
| Enveloppen trekken scheef of worden niet goed ingevoerd. | Zorg dat de papiergeleiders aan beide kanten van de envelop goed zijn ingesteld (ze moeten de envelop net raken). |
Problemen met de voeding en het netsnoer
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat krijgt geen stroom, of de verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. | Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. Als het apparaat een knop (Power) op het bedieningspaneel heeft, drukt u hierop.Maak de kabel van het apparaat los en sluit deze opnieuw aan. |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Het apparaat drukt niet af. | Het apparaat krijgt geen stroom. | Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. Als het apparaat een knop (Power) op het bedieningspaneel heeft, drukt u hierop. |
| Het apparaat is niet als standaardprinter geselecteerd. | Selecteer uw printer als standaardprinter in Windows. | |
| Controleer het volgende:De klep is niet gesloten. Sluit de klep.Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 93).De papierlade is leeg. Plaats papier (zie "Papier in de lade plaatsen" op pagina 45).Er is geen tonercassette geplaatst. Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).Zorg dat het beschermingsmateriaal is verwijderd van de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als er een systeemfout optreedt. | ||
| De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. | Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan (zie "Achterkant" op pagina 24). | |
| De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is mogelijk defect. | Sluit de kabel indien mogelijk aan op een andere computer die naar behoren werkt en druk een document af. U kunt ook proberen om een andere kabel voor uw apparaat te gebruiken. | |
| De poortinstelling is niet juist. Controleer de printerinstellingen in Windows om vast te stellen of de afdruktaak naar de juiste poort wordt gestuurd. Als uw computer meerdere poorten heeft, controleert u of het apparaat op de juiste poort is aangesloten. | ||
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Het apparaat drukt niet af. | Het apparaat is mogelijk niet goed geconfigureerd. | Controleer de Voorkeursinstellingen voor afdrukken om na te gaan of alle afdrukinstellingen correct zijn. |
| Mogelijk is het printerstuurprogramma niet goed geinstalleerd. | Deïnstalleer het stuurprogramma van uw printer en installeer het programma opnieuw. | |
| Het apparaat werkt niet goed. Kijk of het display | van het bedieningspaneel een systeemfout aangeeft. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. | |
| Het document is zo groot dat er niet voldoende ruimte op de harde schijf van de computer is om toegang te krijgen tot de afdruktaak. | Maak extra ruimte op de harde schijf vrij en druk het document opnieuw af. | |
| De uitvoerlade is vol. | Wanneer het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat het apparaat door met afdrukken. | |
| Het apparaat haalt papier uit de verkeerde invoer. | De papieroptie die in Voorkeursinstellingen voor afdrukken is geselecteerd is mogelijk onjuist. | In veel softwareopassingen kunt u de papierinvoer instellen op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58). Selecteer de juiste papierbron. Raadpleeg Help bij het printerstuurprogramma (zie "Help gebruiken" op pagina 59). |
| Een afdruktaak wordt ulterst langzaam afgedrukt. | Mogelijk is de afdruktaak zeer complex. Maak de pagina minder complex of wijzig de instellingen voor de afdrukkwaliteit. | |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| De helft van de pagina is blanco. | Mogelijk is de afdrukstand verkeerd ingesteld. | Wijzig de afdrukstand in het desbetreffende programma (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58). Raadpleeg Help bij het printerstuurprogramma (zie "Help gebruiken" op pagina 59). |
| Het ingestelde papierformaat stemt niet overeen met het formaat van het papier in de lade. | Controleer of het papierformaat dat is ingesteld in het printerstuurprogramma overeenstemt met het papier in de papierlade. Controleer of het papierformaat dat is ingesteld in het printerstuurprogramma overeenstemt met het papier dat is geselecteerd in het programma dat u gebruikt (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58). | |
| Het apparaat drukt wel af, maar de tekst is niet correct, vervormd of niet volledig. | De kabel van het apparaat zit los of is defect. | Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. Druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Sluit de kabel en het apparaat indien mogelijk aan op een andere computer en druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Als dit alles niet helpt, probeert u een nieuwe printerkabel. |
| Het verkeerde printerstuurprogramma is geselecteerd. | Controleer in het afdrukmenu van de toepassing of u de juiste printer hebt geselecteerd. | |
| De softwaretoepassing werkt niet naar behoren. | Probeer een document af te drukken vanuit een andere toepassing. | |
| Het besturingssysteem werkt niet naar behoren. | Sluit Windows af en start de computer opnieuw op. Schakel het apparaat uit en weer in. | |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Er worden blanco pagina's afgedrukt. | De tonercassette is leeg of beschadigd. Herverdeel indien nodig het tonerpoeder. Vervang indien nodig de tonercassette.Zie "Toner herverdelen" op pagina 76.Zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77. | |
| Mogelijk bevat het bestand blanco pagina's. | Controleer of het bestand blanco pagina's bevat. | |
| Mogelijk is een onderdeel van het apparaat defect (bijvoorbeeld de controller of het moederbord). | Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. | |
| Het apparaat drukt het PDF-bestand niet juist af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. | Incompatibiliteit tussen het PDF-bestand en de Acrobat-producten. | Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Afdrukken als afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat in. Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. |
| De afdrukkwaliteit van foto's is niet goed. De afbeeldingen zijn niet duldelijk. | De resolutie van de foto is zeer laag. | Verklein de afmetingen van de foto. Als u de afmetingen van de foto in het programma vergroot, wordt de resolutie verlaagd. |
| Er komt voor het afdrukken ter hoogte van de uitvoerlade stoom uit het apparaat. | Het gebruik van geperforeerd papier kan damp veroorzaken tijdens het afdrukken. | Dit is geen probleem. Ga gewoon door met afdrukken. |
| Het apparaat drukt geen speciaal papier zoals rekeningpapier af. | Het papierformaat en de papierformaatinstelling komen niet overeen. | Stel het juiste papierformaat in onder Aangepast in het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58). |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | |
| Het afgedrukte papier krult op. | De instelling voor de papiersoort klopt niet. Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel de papiersoort in op Dik papier (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande tabel om het probleem te verhelpen.
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Lichte of vage afdrukkenAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCc | Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is de toner bijna op. Plaats een nieuwe tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of bevindt het apparaat zich in energiebesparende modus. Wijzig de afdrukresolutie en schakel de energiebesparende modus uit. Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma.Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de tonercassette moet worden gereinigd. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81).Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
| De bovenste helft van het papier is lichter bedrukt dan de rest van het papier.AaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCc | De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naarVoorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabbladPapieren stel het papiertype in opKringlooppapier(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
Tonervlekken![]() | Mogelijk voldoet het papier niet aan de specificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81).Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81). |
Onregelmatigheden![]() | Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken verschijnen:Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document opnieuw af.Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het papier bevat vochtplekken. Probeer papier van een ander merk.Een hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie kunnen ertoe leiden dat sommige delen toner afstoten. Probeer een ander soort of merk papier.Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar deVoorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabbladPapieren stel de papiersoort in opDik papier(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58).Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Witte vlekken Er verschijnen witte vlekken op de pagina:![]() | Het papier is te ruw en er valt veel papierstof op de interne onderdelen van het apparaat, wat erop wijst dat de rol vuil kan zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81).Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81).Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Verticale strepen Als de pagina | zwarte, verticale strepen vertoont:Er zitten mogelijk krassen op het oppervlak (drumgedeelte) van de tonercassette in het apparaat. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).Als de pagina witte verticale strepen vertoont:Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
| Zwarte of gekleurde achtergrond | Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond):Gebruik papier met een lager gewicht.Controler de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge omstandigheden of een hoge luchtvochtigheid (meer dan 80% RV) kunnen aanleiding geven tot een grijzere achtergrond.Verwijder de oude tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).Herverdeel de toner grondig (zie "Toner herverdelen" op pagina 76). |
| Tonervegen | Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81).Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
Verticaal terugkerende afwijkingen![]() | Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont:De tonercassette is mogelijk beschadigd. Als de problemen zich na het afdrukken blijven voordoen, vervangt u de oude tonercassette door een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als de afwijkingen zich op de achterkant van de pagina bevinden zal het probleem waarschijnlijk na enkele pagina's vanzelf verdwijnen.De fixeereenheid is mogelijk beschadigd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Schaduwvlekken![]() | Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner die willekeurig verspreid op de afdruk voorkomen.Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een andere partij. Maak een pak papier pas open op het moment dat u het gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt.Wijzig de afdruklay-out als er schaduwvlekken verschijnen op een envelop om te voorkomen dat wordt afgedrukt op een gebied met overlappende naden aan de rugzijde. Afdrukken op naden kan problemen veroorzaken.Of selecteerDik papierin het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58).Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina wordt bedekt met schaduwvlekken, kiest u een andere afdrukresolutie in het softwareprogramma of in deVoorkeursinstellingen voor afdrukken(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58). Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkten dit probleem tot gevolg hebben.Als u een nieuwe tonercassette gebruikt, moet u de toner eerst herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 76). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Er blijven tonerdeeltjes hangen rond vetgedrukte tekens of donkere foto's. | De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naarVoorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabbladPapieren stel het papiertype in opKringlooppapier(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58).Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkten dit probleem tot gevolg hebben. |
![]() | |
| Misvormde tekst | Als tekst er vervormd uitziet ("uitgehold" effect) is het papier mogelijk te glad. Probeer een ander soort papier. |
![]() | |
| Papier schuin• Plaats het papier op de juiste manier in de lade. | Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.Let erop dat de geleiders niet te dicht en niet te ver af staan van de stapel papier. |
![]() | |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Gekruld of gegolfd • Plaats het | papier op de juiste manier in de lade. |
| • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen als de temperatuur of de vochtigheid te hoog is. • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade. | |
| Vouwen of kreuken • Plaats het | papier op de juiste manier in de lade. |
| • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. • Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade. | |
| Achterkant van afdrukken is vuil | |
| • Mogelijk lekt een tonercassette. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81). | |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
Volledig gekleurde of zwarte pagina's![]() | Mogelijk is de tonercassette niet goed geplaatst. Verwijder de cassette en plaats deze opnieuw.Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Losse toner![]() | Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81).Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Openingen in tekens![]() | Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken verschijnen op plaatsen die zwart zouden moeten zijn:Als dit probleem optreedt bij transparanten, probeert u een ander soort transparant. Als gevolg van de samenstelling van de transparanten kunnen onvolledige tekens voorkomen.Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder het papier en draai het om.Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Horizontale strepen Controleer | bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende:De tonercassette is mogelijk verkeerd geplaatst. Verwijder de cassette en plaats deze opnieuw.Mogelijk is de tonercassette defect. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77).Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat waarschijnlijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerk van de klantenservice. |
![]() | |
| Krullen | Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt ingevoerd, doet u het volgende:Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180irc te draaien in de lade.Wijzig de papierinstelling op de printer en probeer het opnieuw. Ga naar deVoorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabbladPapieren stel de papiersoort in opDun papier(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 58). |
![]() | |
| • Op enkele vellen verschijnt herhaaldelijk een onbekende afbeelding.Losse tonerVage afdruk of vervuiling | Uw apparaat wordt mogelijk gebruikt op een hoogte van 1.000 m of hoger. Een dergelijke hoogte kan de afdrukkwaliteit beïnvloeden (bijv. losse toner of een vage afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte (zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 219). |
Problemen met kopiëren
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Kopieën zijn te licht of te donker. | Pas de tonersterkte in de kopieerfunctie aan om de achtergrond van kopieën lichter of donkerder te maken (zie "De instellingen per kopie wijzigen" op pagina 62). |
| Als de afwijking na het schoonmaken van het apparaat nog altijd verschijnt | stelt u de volgende instelling inKopieerfunctie>Achtergrond wijzigen>Auto.(zie "Menuoverzicht" op pagina 33). |
| Er verschijnen vegen, strepen, vlekken of stippen op kopieën. | Gebruik Tonersterkte in Kopieerfunctie om de achtergrond van uw kopieën lichter te maken als de onregelmatigheden zich op het origineel bevinden.Als het origineel geen onregelmatigheden vertoont, moet u de scannereenheid reinigen (zie "Scannereenheid reinigen" op pagina 85). |
| Kopie staat scheef. | Zorg ervoor dat het origineel is uitgelijnd met de centreergeleider.Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 81). |
| Afgedrukte kopieën zijn blanco. | Controleer of het origineel op de glasplaat ligt met de bedrukte zijde naar onder of in de automatische documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven.Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
| Afdruk geeft gemakkelijk af. | Vervang het papier in de lade door papier uit een ander pak.In vochtige omstandigheden mag u papier niet te lang ongebruikt in het apparaat laten zitten. |
| Kopieerpapier loopt regelmatig vast. | Waaier de stapel papier uit en leg hem ondersteboven terug in de lade. Vervang het papier in de lade door papier uit een nieuw pak. Controleer de papiergeleiders en stel deze zo nodig beter af.Controleer of het papier het juiste type en het juiste gewicht heeft (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 109).Nadat u vastgelopen papier hebt verwijderd, controleert u of er resten van kopieerpapier in het apparaat zijn achtergebleven. |
Problemen met kopiëren
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| De tonercassette gaat minder lang mee dan verwacht. | Uw originelen bevatten mogelijk afbeeldingen, opgevulde vlakken of dikke lijnen. Uw originelen zijn bijvoorbeeld formulieren, nieuwsbrieven, boeken of andere documenten die meer toner verbruiken.Het deksel van de scanner is mogelijk opengelaten tijdens het kopiëren.Schakel het apparaat uit en weer in. |
Problemen met scannen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| De scanner doet het niet. | Zorg ervoor dat u het te scannen origineel op de glasplaat plaatst met de bedrukte zijde naar onder en in de automatische documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven (zie "Originelen plaatsen" op pagina 54).Er is mogelijk niet voldoende geheugen beschikbaar voor het document dat u wilt scannen. Ga na of de prescanfunctie werkt. Probeer een lagere scanresolutie.Controleer of de printerkabel op de juiste wijze werd aangesloten op uw apparaat.Controleer of de printerkabel niet stuk is. Vervang de kabel door een kabel waarvan u zeker weet dat hij werkt. Vervang indien nodig de kabel.Controleer of de scanner op de juiste manier is geconfigureerd. Controleer de scaninstellingen in SmarThru Office of in de toepassing die u wilt gebruiken om er zeker van te zijn dat de scantaak naar de juiste poort wordt verzonden (bijvoorbeeld USB001). |
| Het apparaat doet erg lang over een scanopdracht. | Controleer of er tegelijkertijd ontvangen gegevens worden afgedrukt op het apparaat. Wacht in dat geval met scannen totdat de afdruktaak is voltooid.Het inscannen van afbeeldingen kost meer tijd dan het inscannen van tekst.De communicatiesnelheid kan laag zijn in de scanmodus omdat er veel geheugen nodig is om de ingescande afbeelding te analyseren en te reproduceren. Stel de printerpoort van uw computer in op de ECP-modus (in de BIOS-instellingen van de computer). De communicatiesnelheid gaat dan omhoog. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw computer voor meer informatie over de BIOS-instellingen. |
Problemen met scannen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het volgende bericht verschijnt op het computerscherm:Apparaat kan niet in de gewenste H/W-modus staan.Poort wordt gebruikt door een ander programma.Poort is uitgeschakeld.'Scanner is bezig met ontvangen of afdrukken van data. Probeer het opnieuw zodra de huidige opdracht is afgerond.Ongeldige ingang.Scannen is mislukt. | Er wordt mogelijk een kopieer- of afdruktaak uitgevoerd. Probeer uw taak opnieuw uit te voeren nadat de voorgaande taak is voltooid.De geselecteerde poort is momenteel in gebruik. Start uw computer opnieuw op en probeer het opnieuw.De kabel van uw apparaat is wellicht niet goed aangesloten of het apparaat is niet ingeschakeld.Het scannerstuurprogramma is niet geïnstalleerd of het besturingssysteem is niet correct ingesteld.Controler of het apparaat op de juiste wijze is aangesloten en ingeschakeld is. Start de computer vervolgens opnieuw op.De USB-kabel is mogelijk niet goed aangesloten of het apparaat is niet ingeschakeld. |
Problemen met faxen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat werkt niet, het display blijft leeg of de toetsen reageren niet. | • Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en steek deze er weer in.• Controleer of er stroom staat op het stopcontact.• Controleer of de stroom aan staat. |
| Geen kiestoon. | • Controleer of het telefoonsnoer op de juiste wijze is aangesloten (zie "Achterkant" op pagina 24).• Controleer of de wandcontactdoos in orde is door er een ander telefoontoestel op aan te sluiten. |
| De in het geheugen opgeslagen nummers worden verkeerd gekozen. | Controleer of de nummers correct in het geheugen zijn opgeslagen. U kunt dit controleren door een adresboeklijst af te drukken. |
| Het origineel wordt niet in het apparaat ingevoerd. | • Controleer of het papier niet gekreukt is en zorg dat u het op de juiste wijze invoert. Ga na of het origineel het juiste formaat heeft en niet te dik of te dun is.• Controleer of de ADI goed is gesloten.• De rubbermat van de automatische documentinvoer is mogelijk aan vervanging toe. Neem contact op met een medewerkervan de klantenservice (zie "Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud" op pagina 75). |
| Faxberichten worden niet automatisch ontvangen. | • De ontvangstmodus moet ingesteld zijn op fax (zie "De ontvangstmodus wijzigen" op pagina 265).• Controleer of de lade papier bevat (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 109).• Controleer of er een foutmelding wordt weergegeven op het display. Los in dat geval het gemelde probleem op. |
| Het apparaat verzendt geen faxberichten. | • Zorg dat het origineel zich in de ADI of op de glasplaat van de scanner bevindt.• Controleer of het andere faxapparaat uw faxbericht kan ontvangen. |
Problemen met faxen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Een ontvangen faxbericht is gedeeltelijk blanco of is van slechte kwaliteit. | Er is mogelijk een probleem met het faxapparaat van de verzender.Een slechte telefoonlijn kan verbindingsproblemen veroorzaken.Controler het apparaat door een kopie te maken.De tonercassette heeft de geschatte levensduur bijna bereikt. Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 77). |
| Sommige woorden van een ontvangen faxbericht zijn uitgerekt. | Er is een tijdelijke storing opgetreden in het documenttransport vanaf het apparaat waarvan het faxbericht afkomstig is. |
| Er staan strepen op de originelen die u hebt verzonden. | Controleer of de scannereenheid vuil is en reinig deze indien nodig (zie "Scannereenheid reinigen" op pagina 85). |
| Het nummer wordt gekozen maar er kan geen verbinding tot stand worden gebracht met de andere fax. | Misschien is het andere faxapparaat uitgeschakeld, is het papier op of kunnen er geen oproepen worden beantwoord. Vraag de bediener van het andere apparaat om het probleem aan zijn kant op te lossen. |
| Faxen worden niet in het geheugen opgeslagen. | Er is mogelijk niet voldoende geheugen om de fax op te slaan. Als het scherm met de status van het geheugen verschijnt, verwijdert u faxberichten die u niet meer nodig hebt uit het geheugen en probeert u vervolgens de fax opnieuw op te slaan. Neem contact op met de klantenservice. |
| Er verschijnen blanco stukken onder aan de pagina, met een korte strook tekst bovenaan. | U hebt mogelijk de verkeerde papierinstellingen gekozen in de door de gebruiker in te stellen opties. Controleer het papierformaat en -type nogmaals. |
Problemen met het besturingssysteem
Algemene Windows-problemen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Tijdens de installatie verschijnt het bericht "Bestand in gebruik". | Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de opstartgroep en start vervolgens Windows weer op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw. |
| Het bericht "Algemene beschermingsfout", "OE-uitzondering", "Spool 32" of "Ongeldige bewerking" verschijnt. | Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken. |
| De berichten "Kan niet afdrukken" of "Er is een time-outfout in de printer opgetreden" verschijnen. | Deze meldingen kunnen tijdens het afdrukken verschijnen. Wacht gewoon even tot het apparaat klaar is met afdrukken. Als het bericht verschijnt als de printer klaar staat voor gebruik of nadat de afdruk is voltooid, controleert u de aansluiting en gaat u na of er een fout is opgetreden. |

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Microsoft Windows die met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over foutmeldingen in Windows.
Problemen met het besturingssysteem
Algemene Macintosh-problemen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat drukt het PDF-bestand niet juist af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. | Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Afdrukken als afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat in.[7084] Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. |
| Bepaalde letters worden niet normaal weergegeven tijdens het afdrukken van het voorblad. | Mac OS kan bij het afdrukken van het voorblad het gebruikte lettertype niet maken . Normale letters en cijfers worden normaal weergegeven op het voorblad. |
| Als u op een Macintosh-computer een document afdrukt met Acrobat Reader 6.0 of hoger worden de kleuren niet op de juiste wijze afgedrukt. | Controleer of de resolutie-instelling in uw printerstuurprogramma overeenkomt met de resolutie-instelling in Acrobat Reader. |

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Macintosh die met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over Macintosh-foutmeldingen.
Problemen met het besturingssysteem
Algemene Linux-problemen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat drukt niet af. | Controleer of het printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Open Unified Driver Configurator en selecteer het tabblad Printers in Printers configuration om de lijst met beschikbare printers weer te geven. Controleer of uw apparaat in de lijst staat. Als dit niet zo is, opent u Add new printer wizard om uw apparaat in te stellen.Controleer of het apparaat is ingeschakeld. Open Printers configuration en selecteer uw apparaat uit de lijst met printers. Bekijk de omschrijving in het deelvenster Selected printer. Druk op de knop Start als tussen de status de tekenreeks Stopped voorkomt. Hierna zou de printer weer normaal moeten werken. De status "stopped" is mogelijk geactiveerd wanneer zich problemen met het afdrukken voordoen.Controleer of er speciale afdrukopties zijn ingesteld voor de toepassing, zoals "-oraw". Als de parameter "-oraw" is opgegeven in de opdrachtregel verwijdert u deze om het afdrukprobleem op te lossen. Voor Gimp front-end kiest u "print" -> "Setup printer" en bewerkt u de opdrachtregelparameter in de menuoptie. |
| Bepaalde kleurafbeeldingen worden volledig zwart afgedrukt. | Dit is een bekende bug in Ghostscript (tot GNU Ghostscript versie 7.05) als de basiskleurruimte van het document geïndexeerde kleurruimte is en via CIE-kleurruimte wordt geconverteerd. Aangezien PostScript CIE-kleurruimte gebruikt voor het kleuraanpassingssysteem, moet u Ghostscript op uw systeem upgraden naar GNU Ghostscript versie 7.06 of een hogere versie. Recente Ghostscript-versies vindt u op www.ghostscript.com. |
| Sommlige kleurafbeeldingen worden afgedrukt in onverwachte kleuren. | Dit is een gekende bug in Ghostscript (tot GNU Ghostscript versie 7.xx) als de basiskleurruimte van het document wordt geïndexeerd als RGB-kleurruimte en wordt geconverteerd via CIE-kleurruimte. Omdat Postscript CIE-kleurruimte gebruikt voor het kleurvergelijkingssysteem, dient u Ghostscript op uw systeem bij te werken naar GNU Ghostscript versie 8.xx of een hogere versie. Recente Ghostscript-versies vindt u op www.ghostscript.com. |
| Het apparaat drukt geen volledige pagina's af. Slechts de helft van de pagina wordt afgedrukt. | Dit is een bekend probleem dat zich voordoet bij gebruik van een kleurenprinter met versie 8.51 of een oudere versie van Ghostscript, 64-bits Linux OS. Dit probleem is bij bugs.ghostscript.com gemeld als Ghostscript Bug 688252. Het probleem is opgelost in AFPL Ghostscript versie 8.52 en hoger. Download de meest recente versie van AFPL Ghostscript van http://sourceforge.net/projects/ghostscript/ en installeer deze om dit probleem op te lossen. |
Problemen met het besturingssysteem
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Ik kan niet scannen via mijn Gimp front-end. | Controleer of u in Gimp Front-end het venster Xsane:Device dialog. kunt openen via het menu Acquire. Als dat niet het geval is, moet u de Xsane-plug-in voor Gimp installeren op de computer. U vindt de Xsane-plug-in voor Gimp op de cd van uw Linux-distributie of op de homepage van Gimp. Raadpleeg het Help-systeem op de cd van uw Linux-distributie of van de Gimp front-endtoepassing voor meer informatie.Raadpleeg de Help-informatie bij de toepassing als u een ander soort scantoepassing wilt gebruiken. |
| Tijdens het afdrukken van een document wordt de foutmelding "Cannot open port device file" getoond. | Wijzig nooit de parameters van een afdruktaak (bijvoorbeeld met LPR GUI) terwijl er een afdruktaak wordt uitgevoerd. Diverse versies van CUPS-server breken de afdruktaak af als de afdrukopties worden gewijzigd en proberen vervolgens de taak vanaf het begin opnieuw uit te voeren. Aangezien Unified Linux Driver de poort tijdens het afdrukken wordt vergrendelt, blijft deze vergrendeld door het abrupte afbreken van het stuurprogramma zodat de poort niet beschikbaar is voor volgende afdruktaken. Als deze situatie zich voordoet, probeert u de poort vrij te geven doorRelease portte selecteren inPort configuration. |
| Het apparaat komt niet voor in de scannerlijst. | • Controleer of uw apparaat met uw computer is verbonden, op de juiste manier op de USB-poort is aangesloten en ingeschakeld is.• Controleer of het scannerstuurprogramma voor uw apparaat op uw computer is geinstalleerd. Open het venster Unified Linux Driver Configurator, ga naar Scanners configuration en klik op Drivers. Kijk of de lijst in het venster een stuurprogramma voor uw apparaat bevat.• Controleer of de MFP-poort bezet is. Aangezien de functionele onderdelen van het apparaat (printer en scanner) dezelfde I/O-interface (poort) delen, is het mogelijk dat verschillende toepassingen tegelijkertijd toegang proberen te verkrijgen tot dezelfde poort. Om conflicten te voorkomen mag slechts één toepassing tegelijk een taak uitvoeren op het apparaat. Op het systeem van de andere gebruiker wordt de melding "Device busy" (Apparaat bezet) weergegeven. Dit gebeurt doorgaans bij het starten van een scanprocedure. Er verschijnt een overeenkomstig dialoogvenster.Om de oorsprong van het probleem te achterhalen, moet u de poortconfiguratie openen en de aan uw scanner toegewezen poort selecteren. Poortindicatie /dev/mfp0 komt overeen met de bestemming LP:0 die wordt weergegeven in de scanneropties, /dev/mfp1 heeft betrekking op LP:1, enzovoort. USB-poorten beginnen bij dev/mfp4, dus de scanner op USB:0 komt overeen met dev/mfp4, enzovoort. In het paneel Selected port kunt u zien of de poort is bezet door een andere toepassing. Als dit het geval is, wacht u tot de uit te voeren taak is voltooid of drukt u op de knop Release port als u zeker weet dat de huidige poort niet naar behoren werkt. |
Problemen met het besturingssysteem
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat scant niet. | Zorg ervoor dat het document in het apparaat is geladen en dat uw apparaat met de computer is verbonden.Mogelijk treedt er een I/O-fout op tijdens het scannen. |

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Linux die bij uw computer werd geleverd voor meer informatie over Linux-foutberichten.
Veelvoorkomende PostScript-problemen
De volgende problemen hebben specifiek betrekking op de PS-taal en kunnen optreden als er meerdere printertalen worden gebruikt.
| Probleem Mogelijke | oorzaak Oplossing | |
| Het PostScript-bestand kan niet worden afgedrukt | Mogelijk is het PostScript-stuurprogramma niet correct geïnstalleerd. | • Installeer het PostScript-stuurprogramma (zie "Installatie van de software" op pagina 135). • Druk een configuratiepagina af en controleer of u kunt afdrukken in PS. • Neem contact op met de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen. |
| Het rapport Fout limietcontrole wordt afgedrukt | De afdruktaak is te complex. Maak de pagina minder complex of breid het geheugen uit. | |
| Er wordt een PostScript-foutenpagina afgedrukt | De afdruktaak is mogelijk geen PostScript-taak. | Controleer of de afdruktaak een PostScript-taak is. Controleer of de softwaretoepassing verwacht dat er een installatiebestand of PostScript-headerbestand naar het apparaat wordt gestuurd. |
Problemen met het besturingssysteem
| Probleem Mogelijke | oorzaak Oplossing | |
| De optionele lade is niet geselecteerd in het stuurprogramma | Het printerstuurprogramma is niet geconfigureerd om de optionele lade te herkennen. | Open de eigenschappen van het PostScript-stuurprogramma, selecteer het tabblad Apparaatopties en stel de ladeoptie in. |
| Als u op een Macintosh-computer een document afdrukt met Acrobat Reader 6.0 of hoger worden de kleuren niet op de juiste wijze afgedrukt | Mogelijk komt de resolutie-instelling in het printerstuurprogramma niet overeen met de resolutie-instelling in Acrobat Reader. | Controleer of de resolutie-instelling in uw printerstuurprogramma overeenkomt met de resolutie-instelling in Acrobat Reader. |
Contact SAMSUNG worldwide
Verklarende woordenlijst

De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken met het product en de terminologie die in deze gebruikershandleiding wordt gebruikt en verband houdt met afdrukken.
802.11
802.11 bevat een reeks standaarden voor draadloze-netwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE LAN/MAN-Standards Committee (IEEE 802).
802.11b/g/n
802.11b/g/n kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte van 2,4 GHz. 802.11b ondersteunt een bandbreedte tot maximaal 11 Mbps, 802.11n ondersteunt een bandbreedte tot 150 Mbps. 802.11b/g/n-apparaten kunnen interferentie ondervinden van magnetrons, draadloze telefoons en Bluetooth-apparaten.
Toegangspunt
Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is een apparaat dat draadlozecommunicatieapparaten verbindt in een draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale zender en ontvanger van WLAN-radiosignalen.
ADF
De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat automatisch een origineel vel papier invoert zodat het apparaat een gedeelte van het papier in één keer kan scannen.
AppleTalk
AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door Apple Inc ontwikkelde protocollen voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
Bitdiepte
Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig zijn om de kleur van één pixel in een bitmapafbeelding te vertegenwoordigen. Een hogere kleurdiepte geeft een breder scala van te onderscheiden kleuren. Naarmate het aantal bits toeneemt, wordt het aantal mogelijke kleuren te groot voor een kleurtabel. Een 1-bits kleur wordt doorgaans monochroom of zwart-wit genoemd.
BMP
Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het grafische subsysteem van Microsoft Windows (GDI) en algemeen wordt gebruikt als een eenvoudige grafische bestandsindeling op dat platform.
Verklarende woordenlijst
BOOTP
Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door een netwerkclient om automatisch het IP-adres op te halen. Dit gebeurt doorgaans in het bootstrapproces van computers of de daarop uitgevoerde besturingssystemen. De BOOTP-servers wijzen aan iedere client een IP-adres toe uit een pool van adressen. Met BOOTP kunnen computers met een "schijfloos werkstation" een IP-adres ophalen voordat een geavanceerd besturingssysteem wordt geladen.
CCD
CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak mogelijk maakt. Het CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook gebruikt om de CCD-module te blokkeren en schade te voorkomen wanneer u het apparaat verplaatst.
Sorteren
Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit meerdere exemplaren in sets wordt afgedrukt. Wanneer de optie Sorteren is ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt voordat de overige kopieën worden gemaakt.
Configuratiescherm
Een configuratiescherm is het platte, doorgaans verticale, gedeelte waarop de bedienings- of controle-instrumenten worden weergegeven. Deze bevinden zich doorgaans aan de voorzijde van het apparaat.
Dekkingsgraad
Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij het afdrukken te meten. Een dekkingsgraad van 5% betekent bijvoorbeeld dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst bevat. Dus als het papier of origineel ingewikkelde afbeeldingen of veel tekst bevat, is de dekkingsgraad en daarmee het tonergebruik hoger.
CSV
Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type bestandsindeling. CSV wordt gebruikt om gegevens uit te wisselen tussen verschillende toepassingen. Deze bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt en is min of meer de norm geworden in de IT-sector, ook op niet-Microsoftplatformen.
DADF
De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een scanmechanisme waarmee een origineel automatisch wordt ingevoerd en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van het papier kan inscannen.
Verklarende woordenlijst
Standaard
De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit de verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt ingesteld of wordt geïntialiseerd.
DHCP
Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt configuratieparameters naar de DHCP-clienthost die deze gegevens opvraagt om deel te kunnen uitmaken van een IP-netwerk. DHCP biedt ook een mechanisme voor de toewijzing van IP-adressen aan clienthosts.
DIMM
De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat met geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het apparaat op, zoals afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens.
DLNA
DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard waarmee apparaten in een thuisnetwerk gegevens met elkaar kunnen uitwisselen via het netwerk.
DNS
DNS (Domain Name Server) is een systeem dat domeinnaaminformatie opslaat in een gedistribueerde database op netwerken, zoals het internet.
Matrixprinter
Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en weer loopt over de pagina en afdrukt door middel van aanslagen, waarbij een van inkt voorzien lint tegen het papier wordt geslagen, zoals bij een typemachine.
DPI
DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt gebruikt voor scannen en afdrukken. Over het algemeen leidt een hogere DPI tot een hogere resolutie, meer zichtbare details in de afbeelding en een groter bestandsformaat.
DRPD
Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee een gebruiker met een enkele telefoonlijn oproepen naar verschillende telefoonnummers kan ontvangen.
Verklarende woordenlijst
Dubbelzijdig
Een mechanisme dat een vel papier automatisch omkeert zodat het apparaat beide zijden van het vel kan bedrukken (of scannen). Een printer met een duplexeenheid kan afdrukken op beide zijden van een vel papier tijdens één printcyclus.
Afdrukvolume
Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte pagina's per maand die de printerprestaties niet beïnvloedt. Doorgaans heeft de printer een beperkte levensduur, zoals een bepaald aantal pagina's per jaar. De levensduur duidt de gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal binnen de garantieperiode. Als het afdrukvolume bijvoorbeeld 48 000 pagina's per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer het aantal pagina's tot 2 400 per dag.
ECM
Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor foutcorrectie die is opgenomen in faxapparaten of faxmodems van Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van faxen, die soms worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn, automatisch opgespoord en gecorrigeerd.
Emulatie
Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde resultaten worden behaald als met een ander.
Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een ander systeem, zodat het tweede systeem zich als het eerste gedraagt. Emulatie is gericht op de exacte reproductie van extern gedrag, in tegenstelling tot simulatie; dit houdt verband met een abstract model van het systeem dat wordt gesimuleerd, vaak met betrekking tot de interne staat.
Ethernet
Ethernet is een op frames gebaseerde computernetwerktechnologie voor LAN's. Hiermee worden de bedrading en de signalen gedefinieerd voor de fysieke laag en frameformaten en protocollen voor de MAC/gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt meestal gestandaardiseerd als IEEE 802.3. Het is sedert de jaren '90 van afgelopen eeuw de meest gebruikte LAN-technologie.
EtherTalk
Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Macintosh (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
Verklarende woordenlijst
FDI
Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat is geïnstalleerd zodat andere apparaten van derden, bijvoorbeeld een muntautomaat of een kaartlezer, kunnen worden aangesloten. Met deze apparaten kunt u laten betalen voor afdrukservices die worden uitgevoerd met uw apparaat.
FTP
Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen gebruikt protocol voor de uitwisseling van bestanden via een willekeurig netwerk dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals internet of een intranet).
Fixeereenheid
Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het afdrukmateriaal fixeert. De eenheid bestaat uit een rol die het papier verwarmt en een rol die druk uitoefent. Nadat toner op het papier is aangebracht, maakt de fixeereenheid gebruik van hitte en druk om ervoor te zorgen dat de toner aan het papier hecht. Dat verklaart ook waarom het papier warm is als het uit een laserprinter komt.
Gateway
Een verbinding tussen computernetwerken of tussen computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways worden veel gebruikt omdat het computers of netwerken zijn die toegang bieden tot andere computers of netwerken.
Grijswaarden
Grijstinten die de lichte en donkere delen van een afbeelding weergeven worden omgezet in grijswaarden; kleuren worden door verschillende grijstinten weergegeven.
Halftoon
Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal punten te variëren. Kleurrijke gebieden bestaan uit een groot aantal punten, terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal punten bestaan.
Massaopslagapparaat (HDD)
Een massaopslagapparaat (HDD), doorgaans een harde of vaste schijf genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat dat digitaal gecodeerde gegevens opslaat op snel draaiende platen met een magnetisch oppervlak.
IEEE
Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is een internationale professionele non-profitorganisatie voor de bevordering van elektrische technologie.
Verklarende woordenlijst
IEEE 1284
De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers). De term "1284-B" verwijst naar een bepaald type connector aan het uiteinde van de parallelle kabel die kan worden aangesloten op het randapparaat (bijvoorbeeld een printer).
Intranet
Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen, netwerkconnectiviteit en eventueel het openbaar telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige manier bedrijfsgegevens te laten uitwisselen of verrichtingen te laten uitvoeren. De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar de meest zichtbare dienst, de interne website.
IP-adres
Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat apparaten gebruiken om elkaar te identificeren en informatie uit te wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocol-standaard.
IPM
IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de snelheid van een printer wordt gemeten. Het IPM-cijfer geeft het aantal vellen papier aan dat een printer binnen één minuut eenzijdig kan bedrukken.
IPP
IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor zowel afdrukken als het beheren van afdruktaken, mediaformaat, resolutie, enzovoort. IPP kan lokaal of via het internet voor honderden printers worden gebruikt en ondersteunt tevens toegangsbeheer, verificatie en codering, waardoor het een veel effectievere en veiligere afdrukoplossing is dan eerdere oplossingen.
IPX/SPX
IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced Packet Exchange. Het is een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door de besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX bieden beide verbindingsservices aan die vergelijkbaar zijn met TCP/IP, waarbij het IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX vergelijkbaar is met TCP. IPX/SPX was in eerste instantie bedoeld voor LAN's (lokale netwerken) en is een bijzonder efficiënt protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen de prestaties die van TCP/IP in een LAN).
ISO
De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een internationale organisatie die normen vastlegt en samengesteld is uit vertegenwoordigers van nationale standaardiseringsorganisaties. De ISO produceert wereldwijd industriële en commerciële normen.
Verklarende woordenlijst
ITU-T
De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale organisatie die is opgericht voor de standaardisering en regulering van internationale radio- en telecommunicatie. De belangrijkste taken omvatten standaardisering, de toewijzing van het radiospectrum en de organisatie van onderlinge verbindingen tussen verschillende landen waarmee internationale telefoongesprekken mogelijk worden gemaakt. De -T in ITU-T duidt op telecommunicatie.
ITU-T No. 1 chart
Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T voor het verzenden van faxdocumenten.
JBIG
JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de compressie van afbeeldingen zonder verlies van nauwkeurigheid of kwaliteit, die ontworpen is voor de compressie van binaire afbeeldingen, in het bijzonder voor faxen, maar ook voor andere afbeeldingen.
JPEG
JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte standaardcompressiemethode voor foto's. Deze indeling wordt gebruikt voor het opslaan en verzenden van foto's over het internet.
LDAP
LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een netwerkprotocol voor het zoeken in en aanpassen van directoryservices via TCP/IP.
LED
Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status van een apparaat aangeeft.
MAC-adres
Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat aan een netwerkadapter is gekoppeld. Het MAC-adres is een unieke naam van 48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12 hexadecimale tekens die telkens per twee worden gegroepeerd (bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e). Dit adres wordt doorgaans door de fabrikant in een netwerkinterfacekaart (NIC) geprogrammeerd en gebruikt als een hulpmiddel aan de hand waarvan routers apparaten kunnen vinden in grote netwerken.
MFP
Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat verschillende functies in één fysieke behuizing combineert, bijvoorbeeld een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en scanner.
Verklarende woordenlijst
MH
MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het beperken van de hoeveelheid gegevens die tussen faxapparaten worden verzonden om een afbeelding te versturen. MH wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MH is een op een codeboek gebaseerd lengtecoderingsschema dat geoptimaliseerd werd om op een doeltreffende wijze witruimtes te comprimeren. Aangezien de meeste faxen voornamelijk uit witruimte bestaan, kan hiermee de verzendtijd van de meeste faxen tot een minimum worden teruggebracht.
MMR
MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.6.
Modem
Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale informatie te coderen en een dergelijk signaal demoduleert om de verzonden informatie te decoderen.
MR
MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MR codeert de eerst gescande lijn met behulp van MH. De volgende regel wordt vergeleken met de eerste, het verschil wordt vastgesteld en vervolgens worden de verschillen gecodeerd en verzonden.
NetWare
Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell, Inc. Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik van coöperatieve multi-tasking om verschillende services op een pc te kunnen uitvoeren en waren de netwerkprotocollen gebaseerd op de klassieke Xerox XNS-stack. Tegenwoordig ondersteunt NetWare zowel TCP/IP als IPX/SPX.
OPC
Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een virtuele afbeelding maakt om af te drukken met behulp van een laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en cilindervormig.
Indien een beeldeenheid een drum bevat, wordt het oppervlak van de drum op den duur aangetast door het gebruik in de printer. De drum moet dan ook regelmatig worden vervangen, omdat deze slijt door het contact met de ontwikkelborstel van de cassette, het reinigingsmechanisme en het papier.
Originelen
Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of tekst, dat wordt gekopieerd, gereproduceerd of omgezet om volgende exemplaren te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets anders is gekopieerd of afgeleid.
Verklarende woordenlijst
OSI
OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel dat is ontwikkeld door de ISO (International Organization for Standardization). OSI biedt een standaard modulaire benadering van netwerkontwerp waarmee de vereiste set complexe functies wordt opgesplitst in hanteerbare, op zichzelf staande, functionele lagen. De lagen zijn van boven naar onder: applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk, gegevenskoppeling en fysiek.
PABX
PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch telefoonschakelsysteem in een besloten onderneming.
PCL
Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL) die ontwikkeld is door HP als printerprotocol en inmiddels is uitgegroeid tot een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk ontwikkeld voor de eerste inkjetprinters en is in verschillende versies verschenen voor thermische printers, matrix- en laserprinters.
PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems ontwikkelde bestandsindeling voor het weergeven van tweedimensionale documenten in een apparaat- en resolutieonafhankelijke indeling.
PostScript
PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal die voornamelijk gebruikt wordt voor e-publishing en desktop publishing. - die in een interpreter wordt uitgevoerd om een afbeelding te produceren.
Printerstuurprogramma
Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden en gegevens over te brengen van de computer naar de printer.
Afdrukmedia
Het materiaal, zoals papier, enveloppen, etiketten en transparanten, dat in een printer, scanner, fax of kopieerapparaat kan worden gebruikt.
PPM
Pagina's per minuut (PPM) is een methode voor het meten van de snelheid van een printer en verwijst naar het aantal pagina's dat een printer in één minuut kan afdrukken.
PRN-bestand
Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs software kan communiceren met het apparaatstuurprogramma via standaard invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken worden vereenvoudigd.
Verklarende woordenlijst
Protocol
Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en het gegevensverkeer tussen twee computers inschakelt of controleert.
PS
Zie PostScript.
PSTN
Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd dat in een bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt gerouteerd.
RADIUS
RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een protocol voor gebruikersidentificatie en accountbeheer op afstand. RADIUS laat toe om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen en wachtwoorden met behulp van een AAA-concept (authentication, authorization en accounting) voor het beheer van de netwerktoegang.
Resolutie
De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per inch). Hoe hoger de dpi, hoe hoger de resolutie.
SMB
SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat hoofdzakelijk wordt toegepast op gedeelde bestanden, printers, seriële poorten en diverse verbindingen tussen de knooppunten in een netwerk. Het biedt tevens een geverifieerd communicatiemechanisme voor processen onderling.
SMTP
SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor e-mailverkeer over het internet. SMTP is een relatief eenvoudig op tekst gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van een bericht worden aangegeven, waarna de berichttekst wordt verzonden. Het is een client-serverprotocol, waarbij de client een e-mailbericht verzendt naar de server.
SSID
SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in een draadloos netwerk gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te communiceren. De SSID's zijn hoofdlettergevoelig en kunnen tot 32 tekens lang zijn.
Subnetmasker
Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het netwerkadres om te bepalen welk deel van het adres het netwerkadres is en welk deel het hostadres.
Verklarende woordenlijst
TCP/IP
TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol): de set communicatieprotocollen die de protocolstack implementeren waarop het internet en de meeste commerciële netwerken draaien.
TCR
Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending weer, zoals de taakstatus, het verzendresultaat en het aantal verzonden pagina's. Er kan worden ingesteld dat dit rapport na elke taak of alleen na een mislukte verzending wordt afgedrukt.
TIFF
TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie. TIFF beschrijft de afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de scanner. TIFF-afbeeldingen maken gebruik van tags: trefwoorden die de kenmerken definiëren van de in het bestand opgenomen afbeelding. Deze flexibele en platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt voor illustraties die met diverse beeldverwerkingstoepassingen zijn gemaakt.
Tonercassette
Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt gebruikt en die toner bevat. Toner is een poeder dat in laserprinters en kopieerapparaten wordt gebruikt voor het vormen van tekst en afbeeldingen op afdrukpapier. Toner wordt gefixeerd door een combinatie van hitte en druk vanuit de fixeereenheid, waardoor het zich aan de vezels in het papier gaat hechten.
TWAIN
Een standaard voor scanners en software. Als een TWAIN-compatibele scanner wordt gebruikt met een TWAIN-compatibel programma, kan een scan worden gestart vanuit het programma; dit een API voor het vastleggen van afbeeldingen voor de besturingssystemen van Microsoft Windows en Apple Macintosh.
UNC-pad
UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om gedeelde netwerkbronnen te benaderen in Windows NT en andere Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is:
(
Verklarende woordenlijst
URL
URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van documenten en informatiebronnen op internet. Het eerste deel van het adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en het tweede deel geeft het IP-adres of de domeinnaam aan waar de informatiebron zich bevindt.
USB
USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers Forum, Inc. ontwikkelde standaard om computers en randapparatuur met elkaar te verbinden. In tegenstelling tot de parallelle poort is USB ontworpen om een enkele computer-USB-poort tegelijkertijd met meerdere randapparaten te verbinden.
Watermerk
Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat helderder oplicht wanneer het voor een lichtbron wordt gehouden. Watermerken werden voor het eerst in 1282 in het Italiaanse Bologna gebruikt door papiermakers om hun product te merken. Ze werden ook toegepast in postzegels, papiergeld en andere officiële documenten om fraude te voorkomen.
WEP
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om eenzelfde beveiligingsniveau als een bedraad LAN te garanderen. WEP beveiligt gegevens door deze via radiogolven te coderen, zodat ze veilig van het ene punt naar het andere kunnen worden verzonden.
WIA
WIA (Windows Imaging Architecture) is een beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in Windows Me en Windows XP. Een scan kan vanuit deze besturingssystemen worden gestart door middel van een WIA-compatibele scanner.
WPA
WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor de beveiliging van draadloze (Wi-Fi) computernetwerken die ontwikkeld werd voor een betere beveiliging van WEP.
Verklarende woordenlijst
WPA-PSK
WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPA-modus voor kleine ondernemingen en thuisgebruikers. Een gedeelde sleutel of een gedeeld wachtwoord wordt geconfigureerd in het draadloze toegangspunt (WAP) en draadloze laptop- of desktopapparaten. WPA-PSK genereert een unieke sleutel voor elke sessie tussen een draadloze client en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere veiligheid.
WPS
WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als uw draadloze toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer.
XPS
XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw uitwisselbaar documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit vectorgebaseerd apparaatonafhankelijk documentformaat is gebaseerd op XML en op een nieuw afdrukpad.
Index
A
aangepaste instellingen 217
achterkant 24
adresboek
algemene instelling 214
bewerken 224
groep bewerken 225
groep vastleggen 225
registreren 224
werken met 224
adresboekinstellingen 224
afdrukfunctie 228
afdrukken
afdrukken naar een bestand 229
algemene instelling 188
de standaardafdrukinstellingen wijzigen 228
dubbelzijdig afdrukken
Macintosh 240
een document afdrukken
Windows 57
het hulpprogramma Direct afdrukken
gebruiken 238
instellen als standaardapparaat 228
Linux 241
Macintosh 239
meerdere paginas afdrukken op één vel papier
Macintosh 240
speciale afdrukfuncties 230
UNIX 243
afdrukmateriaal
het papierformaat instellen 53
het papiertype instellen 53
uitvoersteun gebruiken 109
voorbedrukt papier 52
afdrukmedia
envelop 49
etiketten 51
kartonpapier 52
speciale media 47
transparanten 50
afdrukresolutie instellen
Linux 242
algemene instellingen 202
algemene pictogrammen 15
AnyWeb Print 275
apparaat instellen
apparaatstatus 189, 195, 196, 201, 207 apparaatgegevens 189, 195, 196, 201, 207
B
bedieningspaneel 25
bellen met de hoorn op de haak knop 26
C
conventie 15
D
documentenvak 214
algemene instelling 214
draadloos
adhocmodus 161
bedieningspaneel 161
computer 162
Infrastructuurmodus 161
installatie 161
USBkabel 168
WPS
verbinding verbreken 163, 164
WPS De printer heeft geen display PBC 164
Index
PIN 165
draadloos netwerk
netwerkkabel 180
E
E 220
ecoafdruk 60
een document afdrukken
Linux 241
Macintosh 239
UNIX 243
algemene instelling 213
emailadres 220
opslaan 220
zoeken 221
emulatie
algemene instelling 213
emulatieinstellingen 213
F
fax
algemene instelling 196
Automatisch een verzendrapport
afdrukken 270
automatisch opnieuw kiezen 258
de ontvangstmodus wijzigen 265
Documenten toevoegen aan een gereserveerde fax 261
Een fax in de computer verzenden 259
een fax met uw computer ontvangen 264
een fax verzenden met een hoge prioriteit 261
Een gereserveerde faxtaak annuleren 261
een ontvangen fax doorsturen naar een andere bestemming 263
een verzonden fax doorsturen naar een andere bestemming 262
faxen dubbelzijdig afdrukken 269
faxen dubbelzijdig verzenden 264
faxen ontvangen in het geheugen 269
het laatste nummer opnieuw kiezen 258
ontvangen in de DRPDmodus 267
ontvangen in faxmodus 266
ontvangen in telefoonmodus 266
ontvangen in veilige modus 268
ontvangen met een intern telefoontoestel
267
uitgestelde faxverzending 260
fax verzenden
groepsverzending 69
faxen
helderheid aanpassen 71
ontvangen in faxmodus 70
resolutie aanpassen 70
voorbereiden om te faxen 67
faxfunctie 258
foutmelding 100
functies 5
eigenschappen van afdrukmateriaal 109
functies van het apparaat 186
G
geheugenharde schijffuncties 271, 272
gemachtigde gebruikers
registreren 227
H
handmatige invoermultifunctionele lade plaatsen 46
help gebruiken 59, 241
Index
het programma SetIP 145, 180
hulpprogramma Direct afdrukken 238
|
id kopiëren 64
informatie over de statusLED 98
informatie over wettelijke voorschriften 116
Instellingen van beheerder 216
instellingen voor favorieten voor afdrukken 59
K
kopie ID knop 25, 27
kopiëren
algemene instelling 189
kopieën vergroten of verkleinen 63
normaal kopiëren 62
kopiëren knop 25, 27
L
lade
breedte en lengte instellen 43
de grootte van de lade aanpassen 43
papier in de handmatige
invoermultifunctionele lade plaatsen 46
papierformaat en type instellen 53
LCDdisplay
de status van het apparaat controleren
189, 195, 196, 201, 207
Linux
afdrukken 241
algemene Linuxproblemen 317
besturingsbestand opnieuw installeren
voor een via een USBkabel verbonden
apparaat 141
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk 154
printereigenschappen 242
scannen 255
SetIP gebruiken 147
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren 139
besturingsbestand opnieuw installeren
voor een via een USBkabel verbonden
apparaat 138
installatie van het stuurprogramma voor
het verbonden netwerk 152
scannen 254
SetIP gebruiken 146
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren 136
veelvoorkomende problemen onder
Macintosh 316
meerdere pagina's op één vel afdrukken nup
Macintosh 240
menu Afdrukken 188
menuoverzicht 33
Multifunctionele lade
gebruikstips 46
speciale afdrukmedia gebruiken 47
N
netwerk
algemene instelling 214, 215
Index
het programma SetIP 145, 146, 147, 180
installatie van draadloos netwerk 161
installatieomgeving 115
instelling bekabeld netwerk 145
introductie van netwerkprogrammas 143
IPv6configuratie 158
stuurprogrammainstallatie
Linux 154
Macintosh 152
UNIX 155
Windows 148
0
onderdelen voor onderhoud 75
opnieuw kiezenpauzeren knop 26, 27
optioneel geheugen
het optionele geheugen instellen 272
optionele lade
papier plaatsen 45
originelen plaatsen 54
originelen voorbereiden 53
overlay afdrukken
afdrukken 235
maken 234
verwijderen 235
P
papierstoring
origineel document verwijderen 89
papier verwijderen 93
tips om papierstoringen te voorkomen 88
plaatsen
papier in de handmatige
invoermultifunctionele lade 46
plaatsen in lade 1 45
speciale media 47
plaatsing van het apparaat
aanpassing aan de hoogte 219
PostScriptstuurprogramma
problemen oplossen 319
printerstatus
algemene informatie 285, 287
printervoorkeursinstellingen
Linux 242
probleem
problemen met het besturingssysteem 315
problemen
afdrukproblemen 296
problemen met betrekking tot netvoeding 295
problemen met de afdrukkwaliteit 301
problemen met faxen 313
problemen met kopiëren 309
problemen met papierinvoer 294
problemen met scannen 311
R
rapporten
apparaatgegevens 189, 196, 198, 199, 201, 202, 203, 208
reinigen
binnenkant 82
buitenkant 81
opneemrol 83
scannereenheid 85
resolutie
faxen 70
s
Samsungprinterstatus 285
Scanassistent 252
scanfunctie 246
Index
Scannen
Scannen met Samsung Scanassistent 252
Scannen met SmarThru 4 252
scannen
algemene instelling 200
basisinformatie 246
Scannen in Linux 255
Scannen met het WIAstuurprogramma 251
Scannen met SmarThru Office 253
Scannen naar een FTPSMBserver 249
Scannen naar email 248
Scannen vanaf een apparaat dat is aangesloten op een netwerk 247
Scannen vanuit een programma voor het bewerken van afbeeldingen 250
scannen in Linux 255
Speciale functies 218
specificaties 107
afdrukmateriaal 109
standaardinstellingen
instellingen voor lade 53
status 26, 28
stuurprogrammainstallatie
Unix 155
SyncThru Web Service 277
algemene informatie 277
T
tekens invoeren 222
Tijdens 57
tonercassette
de cassette vervangen 77
toner herverdelen 76
U
UNIX
afdrukken 243 installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 155
Unix
algemene instellingen van USB 212
USBkabel
besturingsbestand opnieuw installeren 138, 141
stuurprogrammainstallatie 30, 31, 136, 139
uw apparaat reinigen 81
V
veiligheid
info 16
symbolen 16
verbruiksartikelen
beschikbare verbruiksartikelen 74
bestellen 74
de gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 79
tonercassette vervangen 77
verklarende woordenlijst 325
voorkant 22
W
watermerk
bewerken 233
maken 233
Index
verwijderen 234
Windows
installatie van het stuurprogramma voor het verbonden netwerk 148
SetIP gebruiken 145, 180
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat installeren
30, 31
veelvoorkomende problemen onder
Windows 315

























(WPS)
(Power)
Fax)
Copy)
,Scan)
Ult:hiermee drukt u af en sorteert u het resultaat in stapels van afzonderlijke pagina's.




Ult: deze functie wordt niet gebruikt.Linkerpagina: gebruik deze optie om de linkerpagina van het boek af te drukken.Rechterpagina: gebruik deze optie om de rechterpagina van het boek af te drukken.Beide pagina's: gebruik deze optie om beide pagina's van het boek af te drukken.[74K4]Deze kopierfunctie is alleen beschikbaar als u via de glasplaat kopieert.
Uit: deze functie wordt niet gebruikt.Aut. centreren: hiermee kunt u automatisch in het midden van het papier kopieren. Deze functie is alleen beschikbaar als u via de glasplaat kopieert.Aangep. marge: voer de linker-, rechter-, boven- en ondermarge in met behulp van het numeriek toetsenblok.
Uit: deze functie wordt niet gebruikt.Klein origineel: hiermee wordt de rand van het origineel gewist als het klein is. Deze functie is alleen beschikbaar als u via de glasplaat kopieert.Perforeren: hiermee worden de sporen van boekbindgaatjes gewist.Boek midden: hiermee wordt het middelste deel van het papier gewist, dat een zwarte horizontale baan vormt wanneer u een boek kopieert. Deze functie is alleen beschikbaar als u via de glasplaat kopieert.Rand wissen: voer de linker-, rechter-, boven- en ondermarge in met behulp van het numeriek toetsenblok.
1->2-zijdig lang
• 2 -> 2-zijdig
• 2->1-zijd. ROT 2



• Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt.
• Omgekeerd dubbelzijdig afdrukken: Schakel deze optie in om de afdrukvolgorde om te keren bij het dubbelzijdig afdrukken. Deze optie is niet beschikbaar wanneer u Dubbelzijdig afdrukken (handmatig) gebruikt.


U kunt deGebruikershandleidingonlinebekijken.Knop Problemen oplossen:Deze knop verandert inProbleemoplossingsgidsals er een fout optreedt. U kunt direct naar het desbetreffende deel in de gebruikershandleiding gaan.
Als u op het apparaat verbinding maakt met een netwerk, wordt het pictogram SyncThruTM Web Service geactiveerd.


Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag.











