SL-C410W - Printer SAMSUNG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SL-C410W SAMSUNG in PDF-formaat.
| Type product | Kleurenlaserprinter |
| Merk | Samsung |
| Model | SL-C410W |
| Afmetingen (B x D x H) | 406 x 362 x 288 mm |
| Gewicht | 12,4 kg |
| Stroomverbruik (afdrukken) | 310 W |
| Stroomverbruik (stand-by) | 60 W |
| Stroomverbruik (slaapstand) | < 2 W |
| Af druksnelheid (zwart) | 18 ppm |
| Afdruksnelheid (kleur) | 4 ppm |
| Afdrukresolutie | 2400 x 600 dpi |
| Papierformaten | A4, A5, A6, B5, Legal, Letter |
| Invoercapaciteit | 150 vel |
| Uitvoercapaciteit | 50 vel |
| Connectiviteit | USB 2.0, Ethernet, Wi-Fi |
| Maandelijkse cyclus (max.) | 20.000 pagina's |
| Aanbevolen maandvolume | 250 - 1.500 pagina's |
| Toners | CLT-C404S (cyaan), CLT-M404S (magenta), CLT-Y404S (geel), CLT-K404S (zwart) |
| Onderhoud | Reinigingspagina afdrukken; toner vervangen indien leeg |
| Veiligheid | Laserklasse 1, CE-markering |
| Repareerbaarheid | Vervangbare toners en beelddrager; reserveonderdelen beschikbaar |
| Garantie | 1 jaar |
Veelgestelde vragen - SL-C410W SAMSUNG
Gebruikersvragen over SL-C410W SAMSUNG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SL-C410W - SAMSUNG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SL-C410W van het merk SAMSUNG.
GEBRUIKSAANWIJZING SL-C410W SAMSUNG
Gebruikershandleiding
Samsung Multifunction Xpress
C48x series
C48xW series
C48xFN series
C48xFW series
BASIS
Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het oplossen van problemen in Windows.
GEAVANCEERD
Deze handleiding geeft informatie over installatie, geavanceerde instellingen, gebruik en het oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.
BASIS

1. Inleiding
Belangrijkste voordelen 5
Nuttig om te weten 12
Informatie over deze gebruikershandleiding 13
Veiligheidsinformatie 14
Apparaatoverzicht 20
Overzicht van het bedieningspaneel 24
Het apparaat inschakelen 29
Lokaal installeren van het stuurprogramma 30
Het stuurprogramma opnieuw installeren 32

2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Menuoverzicht 34
De standaardinstellingen van het apparaat 38
Afdrukmateriaal en lade 40
Eenvoudige afdruktaken 54
Normaal kopiëren 61
Basisfuncties voor scannen 66
Basisfuncties voor faxen 67
Een USB-geheugenapparaat gebruiken 71

3. Onderhoud
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 77
Beschikbare verbruiksartikelen 78
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 80
De tonercassette bewaren 81
Toner herverdelen 83
De tonercassette vervangen 85
De beeldeenheid vervangen 87
De cassette voor gebruikte toner vervangen 89
De gebruiksduur van de
verbruiksartikelen controleren 91
Instellen van de waarschuwing
"Toner bijna op" 92
Het apparaat reinigen 93
Tips voor het verplaatsen en opbergen
van uw apparaat 97
BASIS

4. Problemen oplossen
Tips om papierstoringen te voorkomen 99
Papierstoringen verhelpen 100
Informatie over de status-LED 109
Informatie over displaymeldingen 112

5. Bijlage
Specifications 121
Informatie over wettelijke voorschriften 130
Copyright 145

In dit hoofdstuk staat informatie die u nodig heeft om het apparaat te gebruiken.
- Belangrijkste voordelen 5
- Functies per model 7
- Nuttig om te weten 12
- Informatie over deze gebruikershandleiding 13
• Veiligheidsinformatie 14 - Apparaatoverzicht 20
• Overzicht van het bedieningspaneel 24
• Het apparaat inschakelen 29 - Lokaal installeren van het stuurprogramma 30
- Het stuurprogramma opnieuw installeren 32
Belangrijkste voordelen
Milieuvriendelijk

- Dit apparaat beschikt over een Eco-functie waarmee u toner en papier kunt sparen (zie "Eco-afdruk" op pagina 58).
- U kunt meerdere pagina's op één vel afdrukken om papier te besparen (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 233).
- Om papier te besparen, kunt u op beide zijden van het papier afdrukken (dubbelzijdig afdrukken) (handmatig) (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 233).
- Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het stroomverbruik aanzienlijk te beperken wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.
- We raden aan kringlooppapier te gebruiken om energie te besparen.
Snel afdrukken met hoge resolutie

- U kunt een brede waaier van kleuren afdrukken met cyaan, magenta, geel en zwart.
- U kunt afdrukken met een resolutie tot 2.400 x 600 dpi effectieve output (600 x 600 x 2 bit).
• Snel on-demand afdrukken.
Gemak

- Raak met uw telefoon de NFC-tag op uw printer aan en druk uw afdruktaak af (zie "De NFC-functie gebruiken" op pagina 187).
- U kunt mobiel afdrukken vanaf uw smartphone of uw computer door gebruik te maken van Samsung Cloud Print-apps (zie "Samsung Cloud Print" op pagina 198).
- U kunt mobiel afdrukken vanaf uw smartphone of met uw computer door gebruik te maken van de apps voor Google Cloud Print (zie "Google Cloud Print™" op pagina 201).
- Met Easy Capture Manager kunt u gemakkelijk bewerken en afdrukken wat u met de toets Print Screen op het toetsenbord hebt vastgelegd (zie "Easy Capture Manager" op pagina 266).
- Samsung Easy Printer Manager en Afdrukstatus zijn programma's die de status van het apparaat controleren en u deze doorgeven, en waarmee u de instellingen van het apparaat kunt aanpassen (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 275 of "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 278).
- Samsung Easy Document Creator is een toepassing om gebruikers te helpen grote documenten of andere gescande of gefaxte digitale informatie samen te stellen en te delen. (zie "Werken met Samsung Easy Document Creator" op pagina 277).
- Met Slim bijwerken kunt u controleren op de nieuwste software en de nieuwste versie installeren tijdens het installatieproces van het printerstuurprogramma. Deze functie is alleen beschikbaar in Windows.
Belangrijkste voordelen
- Als u toegang hebt tot het internet, kunt u op de website van Samsung (www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads) terecht voor hulp, ondersteuning, printerstuurprogramma's, handleidingen en andere informatie.
Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.

- Ondersteuning voor verschillende papierformaten (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123).
- Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten aanpassen met woorden zoals "CONFIDENTIAL" (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 233).
- Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op elke pagina van uw document worden vergroot en afgedrukt over verschillende vellen papier die u kunt samenvoegen tot een poster (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 233).
- U kunt in verschillende besturingssystemen afdrukken (zie "Systeemvereisten" op pagina 126).
- Het apparaat is uitgerust met een USB- en/of een netwerkinterface.
Ondersteund verschillende instellingsmethoden voor draadloze netwerken.

- De WPS (Wi-Fi Protected Setup™)-knop gebruiken
- U kunt gemakkelijk verbinding maken met een draadloos netwerk door de WPS-knop op het apparaat en op het toegangspunt (een draadloze router) te gebruiken.
- De USB-kabel of netwerkkabel gebruiken
- U kunt verbinding maken en verschillende instellingen voor het draadloze netwerk configureren met een USB-kabel of netwerkkabel.
• Wi-Fi Direct gebruiken - U kunt eenvoudig vanaf uw mobiele apparaat afdrukken met Wi-Fi of Wi-Fi Direct.

Zie "Methoden voor het instellen van een draadloos netwerk" op pagina 168.
Functions per model
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land.
Besturingssysteem
| Besturingssysteem | C48x series | C48xW series | C48xFN series | C48xFW series |
| Windows • • • • | ||||
| Mac • • • • | ||||
| Linux • • • • |
(●: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Functions per model
Software
U kunt het printerstuurprogramma en de software installeren wanneer u de software-cd in het cd-rom-station van uw computer plaatst.
Selecteer voor Windows het printerstuurprogramma en de software in het scherm Selecteer de te installeren software en hulpprogramma's.
| Software | C48x series | C48xW series | C48xFN series | C48xFW series | |
| SPL-printerstuurprogramma • • • • | |||||
| PCL-printerstuurprogramma • • • • | |||||
| PS-printerstuurprogramma ^1 | • • • • | ||||
| XPS-printerstuurprogramma ^1 | • • • • | ||||
| Samsung Easy Printer Manager | Instellingen voor scannen naar pc | ^2 | • • • | ||
| Instellingen voor faxen naar pc | • | • | |||
| Geavanceerde instellingen | • • • • | ||||
| Samsung Easy Document Creator ^1 | • • • • | ||||
| Samsung Easy Color Manager • • • • | |||||
| Samsung-printerstatus • • • • | |||||
| Samsung Printer Center • • • • | |||||
| SyncThru ^TM Web Service • • • | |||||
Functions per model
| Software | C48x series | C48xW series | C48xFN series | C48xFW series | |
| Samsung Eco Driver Pack ^3 | ● ● ● ● | ||||
| Samsung Stylish Driver Pack ^4 | ● ● ● ● | ||||
| SyncThru ^TM Web Service | ● | ● | ● | ● | |
| Faxen Samsung Network PC Fax | ● | ● | |||
| Scannen Twain- | scanstuurprogramma | ● ● ● ● | |||
| WIA- scanstuurprogramma | ● ● ● ● | ||||
- Download de software van de website van Samsung en installeer deze: (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads). Controleer of het besturingssysteem van uw computer de software ondersteunt voordat u met de installatie begint.
- Sommige modellen ondersteunen deze functie niet. Als deze functie niet wordt weergegeven in het menu van Samsung Easy Printer Manager, dan is deze functie niet beschikbaar voor uw model.
- Om de Easy Eco Driver-functies te kunnen gebruiken, moet het Eco Driver Pack geïnstalleerd zijn.
- Het printerstuurprogramma omvat een interface die is geoptimaliseerd voor touchscreens. Om deze gebruikersinterface te gebruiken klikt u op Samsung Printer Center > Apparaatopties en selecteert u vervolgens Stijlvolle gebruikersinterface (zie "Het Samsung Printer Center gebruiken" op pagina 269).
(●: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Functions per model
Verschillende functies
| functies | C48x series | C48xW series | C48xFN series | C48xFW series |
| Hi-Speed USB 2.0 • • • | ||||
| Netwerkinterface Ethernet 10/100 Base TX bedraad LAN | • • • | |||
| Netwerkinterface 802.11b/g/n draadloos LAN ^1 | • | • | ||
| NFC(Near Field Communication) • • | ||||
| Mopria ^TM • • • | ||||
| Samsung Cloud Print • • • | ||||
| Google Cloud Print ^TM • • • | ||||
| AirPrint • • • | ||||
| Eco-afdrukken (bedieningspaneel) • • • | ||||
| Dubbelzijdig afdrukken (handmatlg) ^2 | • • • • | |||
| USB-geheugeninterface • • • | ||||
| Automatische documentinvoer (ADI) | • • |
- Draadloze netwerkinterfacekaarten (LAN-kaarten) zijn niet in alle landen verkrijgbaar. In sommige landen kan alleen 802.11 b/g worden gebruikt. Neem contact op met uw plaatselijke Samsung-dealer of de winkel waar u het apparaat kocht.
- Alleen Windows.
(●: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Functions per model
| functies | C48x series | C48xW series | C48xFN series | C48xFW series | |
| Faxen Meerdere verz. • • | |||||
| Uitgest. verz. • • | |||||
| Veilige ontv. • • | |||||
| Naar ander nr./ Ontv. en doorst. - fax/e-mail | • | • | |||
| Scannen Scan naar pc • • • | |||||
| Kopieren Identiteitskaarten kopieren • • | • • | ||||
| Verkleinend of vergrotend kopieren | • • • • | ||||
| Sorteren • • • • | |||||
| 2 pagina's/vel, 4 pagina's/vel | • • • • | ||||
| Achtergrond wijzigen • • | • • | ||||
(●: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Nuttig om te weten

Het apparaat drukt niet af.
- Open de afdruklijst en verwijder het document uit de lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op pagina 55).
- Verwijder het stuurprogramma en installeer deze opnieuw (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 30).
- Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows (zie "Uw apparaat instellen als standaardprinter" op pagina 233).

Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen kopen?
- Vraag na bij een Samsung-distributeur of uw detailhandelaar.
- Kijk op www.samsung.com/supplies. Kies uw land of regio voor productinformatie.

De status-LED knippert of blijft branden.
- Schakel het apparaat uit en weer in.
- Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in deze handleiding en los het probleem op (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 109).

- Open de klep en sluit deze weer (zie "Voorkant" op pagina 21).
- Zoek de instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier in deze handleiding en los het probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 100).

De afdrukken zijn vaag.
- Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld. Schud de tonercassette (zie "Toner herverdelen" op pagina 83).
- Probeer een andere instelling voor de resolutie (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56).
- Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85).

Waar kan ik het stuurprogramma van de printer downloaden?
- U kunt op de website van Samsung (www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads) terecht voor hulp en ondersteuning, printerstuurprogramma's, handleidingen en bestelinformatie.
Informatie over deze gebruikershandleiding
Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens gedetailleerde informatie over de verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het gebruik van het apparaat.
- Gooi deze handleiding niet weg, maar bewaar deze ter referentie.
- Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt.
- Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van het apparaat.
- De termen die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het hoofdstuk met de woordenlijst.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat.
- De schermafbeeldingen in deze Beheerdersgids kunnen afwijken van de schermweergave van uw apparaat afhankelijk van de firmware-/stuurprogrammaversie.
- De procedures in deze gebruikershandleiding zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.
Afspraken
Sommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn verwisselbaar:
- Document is synoniem met origineel.
- Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.
- Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer.
Algemene pictogrammen
| Pictogram | Tekst Omschrijving | |
| Waarsch uwing | Gebruikt om gebruikers te waarschuwen voor de mogelijkheid op persoonlijk letsel. | |
| Opgepast | Biedt gebruikers informatie om het apparaat te beschermen tegen mogelijke mechanische schade of defecten. | |
| Opmerking | Biedt aanvullende informatie of gedetailleerde uitleg over een functie of voorziening van het apparaat. | |
Veiligheidsinformatie
Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en verwondingen aan uzelf of anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document goed nadat u het hebt gelezen.
Belangrijke veiligheidssymbolen
Verklaring van alle pictogrammen en symbolen in dit hoofdstuk
![]() | Waarsch uwing | Gevaren of onveilige praktijken die ernstig letsel of de dood kunnen veroorzaken. |
![]() | Opgepas t | Gevaren of onveilige praktijken die een klein letsel of eigendomsschade kunnen veroorzaken. |
![]() | NIET proberen. | |
Bedrijfsomgeving

Waarschuwing
![]() | Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het stopcontact niet geaard is.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of zware voorwerpen, kaarsen, brandende sigaretten, enzovoort).Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | • Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit, maakt het vreemde geluiden of verspreidt het vreemde geuren.Schakel onmiddellijk de stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.• De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in geval van nood de stekker uit het stopcontact te kunnen trekken.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware voorwerpen op.Het trappen op of beknellen van het netsnoer door een zwaar voorwerp kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer te trekken; trek de stekker er niet uit met natte handen.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
Veiligheidsinformatie

Opgepast
![]() | Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of als u het apparaat niet gebruikt.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
| Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.U kunt brandwonden oplopen. | |
| Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd lijkt, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt uitgevoerd, koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als hij er moeilijk ingaat.U riskeert een elektrische schok. Neem contact op met een elektricien om het stopcontact te vervangen. | |
| Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de telefoonkabel of de kabel naar de computer bijten.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw huisdier verwonden. |
Bedieningswijze

Opgepast
![]() | Trek het papier niet uit de printer tijdens het afdrukken.Dit kan het apparaat beschadigen. |
![]() | Houd uw hand niet tussen het apparaat en de papierlade.U kunt letsel oplopen. |
![]() | Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen papier verwijdert.Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen veroorzaken. |
![]() | Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de onderzijde van het uitvoergebied heet worden. Houd kinderen uit de buurt.Zij kunnen brandwonden oplopen. |
![]() | Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen om vastgelopen papier te verwijderen.Dit kan het apparaat beschadigen. |
![]() | Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade.Dit kan het apparaat beschadigen. |
Veiligheidsinformatie
| Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen in.Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand ontstaan of kan het apparaat beschadigd raken. | |
| Als u het apparaat niet bedient zoals beschreven in deze handleiding of procedures uitvoert die afwijken van de procedures die hier zijn vermeld, kan resulteren in gevaarlijke blootstelling aan straling. | |
| Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het stopcontact. |
Installatie/verplaatsen

Waarschuwing

Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige ruimte of op een plek waar water lekt.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

Plaats de machine in een omgeving die voldoet aan de gestelde specificaties voor werkingstemperatuur en vochtigheid.
Gebruik het apparaat niet bij vriestemperaturen of nadat het pas vanuit een plaats met vriestemperaturen werd verplaatst.
Dit kan het apparaat beschadigen. Gebruik het apparaat alleen wanneer de interne apparaattemperatuur zich binnen de bedrijfstemperatuur- en vochtigheidsspecificaties bevindt.
Dit kan de afdrukkwaliteit negatief beïnvloeden en het apparaat beschadigen.
zie "Algemene specificaties" op pagina 121.
Veiligheidsinformatie

Opgepast
![]() | Schakel de stroom uit en maak alle kabels los voordat u het apparaat verplaatst. De onderstaande informatie bevat slechts aanbevelingen gebaseerd op het apparaatgewicht. Wanneer u vanwege uw medische conditie niet kunt tillen, til het apparaat dan niet op. Voor veilig tillen moet u anderen vragen om u te helpen en het apparaat altijd met het juiste aantal personen optillen.Til vervolgens het apparaat op deze wijze op:Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door één persoon worden opgetild.een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee personen worden opgetild.een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door vier of meer personen worden opgetild.Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. |
![]() | Kies een locatie met een vlakke ondergrond en voldoende ventilatie voor het apparaat. Houd ook rekening met een ruimte die nodig is voor het deksel en de laden.De ruimte moet goed geventileerd zijn en het apparaat mag niet worden blootgesteld aan direct zonlicht, hitte en vocht. |
![]() | Wanneer u het apparaat langdurig gebruikt of een groot aantal pagina's in een niet-geventileerde ruimte afdrukt, kan de lucht vervuild raken en schadelijk worden voor uw gezondheid.Plaats het apparaat in een goed geventileerde ruimte of open regelmatig een raam om schonen lucht binnen te laten. |
![]() | Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak.Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken. |
![]() | Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWG ^1 of, indien nodig, een grotere telefoondraad.Zo niet kan het apparaat beschadigd raken. |
![]() | Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw apparaat werd meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een apparaat van 110V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn.Zo niet kan het apparaat beschadigd raken en een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Dek het apparaat niet af en plaats het niet in een slecht geventileerde ruimte, zoals een kast.Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd, kan er brand ontstaan. |
Veiligheidsinformatie
| Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of verlengsnoer aan.Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische schok of brand veroorzaken. | |
| Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron met hetzelfde energieniveau als op het label.Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt controleren, neemt u contact op met de elektriciteitsmaatschappij. |
![]() | Trek het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact als u de binnenkant van het apparaat wilt reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen, verdunningsmiddel of alcohol, en spuit geen water in het apparaat.Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken. |
![]() | Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u verbruiksartikelen in het apparaat vervangt of de binnenkant schoonmaakt.U kunt letsel oplopen. |
![]() | Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen. Kinderen kunnen letsel oplopen. |
![]() | U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen of weer in elkaar steken.Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact op met een professioneel technicus als het apparaat gerepareerd moet worden. |
![]() | Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het apparaat werd meegeleverd om het apparaat te reinigen en te bedienen.Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen. |
![]() | Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof- en watervrij.Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. |
| [1504] | • Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die vastgeschroefd zijn.• Fixeereenheden mogen alleen worden hersteld door een gekwalificeerde servicemedewerker. Reparatie door niet-gekwalificeerde technici kan brand of elektrische schokken veroorzaken.• Dit apparaat mag alleen worden hersteld door een medewerker van de technische dienst van Samsung. |
Veiligheidsinformatie
Gebruik van verbruiksartikelen

Opgepast
![]() | Haal de tonercassette niet uit elkaar.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. |
![]() | Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een tonercassette of fixeereenheid.Dit kan een explosie of onbeheersbare brand veroorzaken. |
![]() | Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u verbruiksartikelen (bijvoorbeeld tonercassettes) bewaart.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. |
| Volg de onderstaande instructies voor verbruiksartikelen die tonerstof bevatten (tonercartridge, cassette voor gebruikte toner, beeldeenheid, enzovoort).Volg de instructies voor verwijdering wanneer u de verbruiksartikelen weggooit. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor verwijderingsinstructies.De verbruiksartikelen mogen niet gewassen worden.Gebruik de cassette voor gebruikte toner niet opnieuw nadat u deze hebt geleegd.Als u de bovenstaande instructies niet opvolgt, kan dit resulterende defecten in het apparaat of verontreiniging van het milieu. De garantie dekt geen kosten die zijn veroorzaakt door nalatigheid van de gebruiker. | |
| Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen, zoals toner, kan het apparaat beschadigen.Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecyclede verbruiksartikelen zullen reparatiekosten in rekening worden gebracht. | |
| Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm water gebruiken.Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik altijd koud water. | |
| Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kledij terechtkomt bij het vervangen van de tonercassette of het verwijderen van vastgelopen papier.Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname. |
Apparaatoverzicht
Onderdelen
Het werkelijke onderdeel kan verschillen van de onderstaande illustratie. Sommige onderdelen kunnen afhankelijk van de configuratie afwijken.
![]() | ![]() |
| Netsnoer Beknopte installatiehandleiding | |
![]() | ![]() |
| Software-cd ^1 | Div. accessoires ^2 |
-
De software-cd bevat de stuurprogramma's van de printer, de gebruikershandleiding en softwaretoepassingen.
-
Diverse, bij uw printer geleverde accessoires kunnen verschillen per land van aankoop en specifiek model.
Apparaatoverzicht
Voorkant

- Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende apparaattypes.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
C48x/C48xW series

| 1 | Scannerdeksel 8 Tonercassettes | ||
| 2 | Hendel voorkant 9 Opvangbak voor gebruikte toner | ||
| 3 | Lade 10 Beeldeenheid | ||
| 4 | Voorklep | 11 | Scannereenheid^12 |
| 5 | Papieruitvoersteun | 12 | USB-geheugenpoort ^3 |
| 6 | Bedieningspaneel 13 Glasplaat van de scanner | ||
| 7 | NFC tag^3 | ||
- Sluit de klep van de scanner voor u de scannereenheid opent.
- Zorg ervoor dat uw vingers niet beklemd raken.
- Alleen C48xW series.
Apparaatoverzicht
| 1 | Documentinvoerklep | 10 | NFC tag ^1 |
| 2 | Breedtegeleider voor documenten | 11 | Tonercassettes |
| 3 | Documentinvoerlade 12 Opvangbak | voor gebruikte toner | |
| 4 | S t e u n v documentuitvoer | 13 | Beeldeenheid |
| 5 | Hendel voorkant | 14 | Scannereenheid ^2 3 |
| 6 | Lade 15 USB-geheugenpoort | ||
| 7 | Voorklep 16 Scannerdeksel | ||
| 8 | Papieruitvoersteun 17 Glasplaat van de scanner | ||
| 9 | Bedieningspaneel | ||
- Alleen C48xFW series.
- Sluit de klep van de scanner voor u de scannereenheid opent.
- Zorg ervoor dat uw vingers niet beklemd raken.
Apparaatoverzicht
Achterkant

- Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende apparaattypes.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
C48x/C48xW series

| 1 Achterklep 3 USB-poort | |||
| 2 | Aansluiting netsnoer | 4 | Netwerkpoort ^1 |
| 1 Achterklep 4 Netwerkpoort | |||
| 2 | Aansluiting netsnoer | 5 Telefoonkabelaansluiting (LINE) | |
| 3 | USB-poort | 6 Uitgang voor extra telefoontoestel (EXT.) | |
Overzicht van het bedieningspaneel

- Dit bedieningspaneel kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende types bedieningspanelen.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
C48x/C48xW series

| 1 | WPS ^1 | Hiermee kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer (zie "Het menu WPS-instellingen gebruiken" op pagina 169). |
| 2 | Scan to ^1 | Hiermee schakelt u tussen de scan- en de kopieermodus. De LED Scan to gaat aan in de scanmodus en uit in kopieermodus. |
| 3 | Weergavescherm | Met deze functie wordt de huidige status weergegeven en worden berichten tijdens een bewerking weergegeven. |
Overzicht van het bedieningspaneel
| 4 | pijlen | Hiermee bladert u door de beschikbare opties in het geselecteerde menu en verhoogt of verlaagt u waarden. | |
| 5 | Menu | [DSH3] | Hiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu's (zie "Menuoverzicht" op pagina 34). |
| 6 OK Hiermee bevestigt u de selectie op het scherm. | |||
| 7 | Stop/Clear | ![]() | Hiermee kunt u op elk moment een taak onderbreken. |
| 8 Power/Wake Up | ![]() | Het apparaat in- of uitschakelen of het apparaat activeren vanuit de energiebesparingsmodus. Druk langer dan drie seconden op deze knop om het apparaat uit te schakelen, wanneer deze zich in de stand-bymodus bevindt. | |
| 9 | Start | ![]() | Hiermee start u een taak. |
| 10 | Back | ![]() | Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu. |
| 11 | Status/Wireless-LED ^1 | De functie geeft de status van uw printer weer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 109). | |
| Status-LED ^2 | |||
| 12 | Eco ^1 | Overschakelen naar de eco-modus voor het besparen van toner en papier, alleen bij afdrukken en kopiëren via een pc (zie "Eco-afdruk" op pagina 58). | |
| 13 | Direct USB ^1 | Hiermee kunt u bestanden die opgeslagen zijn op een USB-opslagapparaat direct afdrukken wanneer dit apparaat aangesloten is op de USB-poort aan de voorkant van de printer. | |
Overzicht van het bedieningspaneel
| 1 | WPS1 | Hiermee kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer (zie "Het menu WPS-instellingen gebruiken" op pagina 169). | |
| 2 | ID Copy | Hiermee kunt u beide zijden van een identiteitskaart of een rijbewijs op één zijde van een vel papier kopiëren (zie "Identiteitskaarten kopieren" op pagina 64). | |
| 3 | weergavescherm | Met deze functie wordt de huidige status weergegeven en worden berichten tijdens een bewerking weergegeven. | |
| 4 | Kopiëren | ![]() | Hiermee schakelt u over naar de kopieermodus. |
| 5 | Fax | ![]() | Hiermee schakelt u over naar de faxmodus. |
| 6 | pijlen | Hiermee bladert u door de beschikbare opties in het geselecteerde menu en verhoogt of verlaagt u waarden. | |
Overzicht van het bedieningspaneel
| 7 | Menu | [H805] | Hiermee opent u de menumodus en bladert u door de beschikbare menu's (zie "Menuoverzicht" op pagina 34). |
| 8 OK Hiermee bevestigt u de selectie op het scherm. | |||
| 9 | Numeriek toetsenblok | Hiermee kiest u een nummer of voert u alfanumerieke tekens in (zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 227). | |
| 10 | Address Book | ![]() | Hiermee kunt u vaak gekozen faxnummers opslaan of opgeslagen faxnummers zoeken (zie "Het faxadresboek instellen" op pagina 229). |
| 11 | Redial/Pause | [5D0W] | Hiermee kiest u het laatst verzonden faxnummer of ontvangen nummergave opnieuw, of voegt u een pauze (-) in een faxnummer in, in de bewerkingsmodus (zie"Faxnummer opnieuw kiezen" op pagina 255). |
| 12 | Stop/Clear | ![]() | Hiermee kunt u op elk moment een taak onderbreken. |
| 13 | Power/Wake Up | ![]() | Het apparaat in- of uitschakelen of het apparaat activeren vanuit de energiebesparingsmodus. Druk langer dan drie seconden op deze knop om het apparaat uit te schakelen, wanneer deze zich in de stand-bymodus bevindt. |
| 14 | Start | ![]() | Hiermee start u een taak. |
| 15 | On Hook Dial | ![]() | Wanneer u op deze knop drukt, kunt u een kiestoon horen. Voer vervolgens een faxnummer in. Dit is vergelijkbaar met bellen via de telefoonluidspreker (zie "Handmatig ontvangen in telefoonmodus" op pagina 261). |
| 16 | Back | ![]() | Hiermee keert u terug naar het bovenliggende menu. |
| 17 | Scannen | ![]() | Hiermee schakelt u over naar de scanmodus. |
| 18 | Status/Wireless-LED ^1 | De functie geeft de status van uw printer weer (zie "Informatie over de status-LED" op pagina 109). | |
| Status-LED ^2 | |||
Overzicht van het bedieningspaneel
| 19 | Eco | Overschakelen naar de eco-modus voor het besparen van toner en papier, alleen bij afdrukken en kopiëren via een pc (zie "Eco-afdruk" op pagina 58). |
| 20 | Direct USB | Hiermee kunt u bestanden die opgeslagen zijn op een USB-opslagapparaat direct afdrukken wanneer dit apparaat aangesloten is op de USB-poort aan de voorkant van de printer. |
Het apparaat inschakelen

Gebruik het meegeleverde netsnoer voor het apparaat. Anders kan het apparaat worden beschadigd of kan er brand ontstaan.
1
Sluit de printer eerst op de netvoeding aan.
Als het apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de schakelaar aan.

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
2
De stroom wordt automatisch ingeschakeld.
Voor de C48x/C48xW series, drukt u op de knop (Power/Wake Up) op het bedieningspaneel.

Als u het apparaat wilt uitschakelen, houdt u ⏻ (Power/Wake Up) ongeveer 3 seconden ingedrukt.
Lokaal installeren van het stuurprogramma
Een lokale printer is een printer die via een USB-kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat met een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een netwerkapparaat (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 159).

- Wanneer u gebruik maakt van Mac of Linux, raadpleegt u "Installatie voor Mac" op pagina 150 of "Installatie voor Linux" op pagina 152.
- Het installatievenster in deze Gebruikershandleiding kan verschillen afhankelijk van het apparaat en de gebruikte interface.
- Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter.
Windows
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cdrom-station en klik op OK.
- Voor Windows 8:
Als het installatievenster niet wordt weergegeven, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Apps(App) en zoekt u Uitvoeren. Typ X:\Setup.exe, waarbij u 'X' vervangt door de letter van uw cd-romstation, en klik op OK.
Als het pop-upvenster Tik om te kiezen wat met deze schijf moet gebeuren wordt weergegeven, klikt u op het venster en selecteert u Run Setup.exe.
3 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna op Volgende.
4 Selecteer USB in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.
5 Volg de instructies in het installatievenster.
Lokaal installeren van het stuurprogramma

U kunt de softwaretoepassingen selecteren in het venster Selecteer de te installeren software en hulpprogramma's.
Vanaf het Startscherm van Windows 8

- Het V4-stuurprogramma wordt automatisch gedownload van Windows Update als uw computer verbinding heeft met internet. Als dit niet het geval is, kunt u het V4-stuurprogramma handmatig downloaden van de Samsung-website, www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
- U kunt de app Samsung Printer Experience downloaden van de Windows Store. Als u de Windows Store(Store) wilt gebruiken, hebt u een Microsoft-account nodig.
1 Selecteer vanuit de balk Charms(charms) de optie Zoeken.
2 Klik op Store(Store).
3 Zoek naar en klik op Samsung Printer Experience.
4 Klik op Installeer.
- Als u het stuurprogramma installeert met de meegeleverde software-cd, wordt het V4-stuurprogramma niet geïnstalleerd. Als u het V4-stuurprogramma wilt gebruiken in het Bureaubladscherm, kunt u het downloaden van de Samsung-website, www.samsung.com >zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
- Als u de managementhulpmiddelen voor printers van Samsung wilt installeren, moet u deze installeren met de meegeleverde software-cd.
1 Zorg ervoor dat uw computer is ingeschakeld en verbonden met internet.
2 Zorg ervoor dat het apparaat is ingeschakeld.
3 Sluit de computer en het apparaat aan met een USB-kabel.
Het stuurprogramma wordt automatisch geïnstalleerd via Windows Update.
Het stuurprogramma opnieuw installeren
Als het printerstuurprogramma niet naar behoren werkt, volg dan de onderstaande stappen om het stuurprogramma opnieuw te installeren.
Windows
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Selecteer in het menu Start achtereenvolgens Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > Samsung printersoftware verwijderen.
- Voor Windows 8:
1 Selecteer vanuit de balk Charms de optie Zoeken > Apps(App).
2 Zoek naar en klik op Configuratiescherm.
3 Klik op Programma's en onderdelen.
4 Klik met de rechtermuisknop op het stuurprogramma dat u wilt deïnstalleren en kies Installatie ongedaan maken.
3 Volg de instructies in het installatievenster.
4 Plaats de software-cd in uw cd-rom-station en installeer het stuurprogramma opnieuw (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 30).
Vanaf het Startscherm van Windows 8
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Klik op de tegel Samsung-printersoftware deïnstalleren in het Startscherm.
3 Volg de instructies in het venster.
- Als u geen tegel voor Samsung-printersoftware kunt vinden, deinstalleert u vanuit de bureaubladmodus.
- Als u de hulpmiddelen voor printermanagement van Samsung wilt deïnstalleren vanuit het Startscherm, klikt u met de rechtermuisknop op het programma dat u wilt Installatie ongedaan maken > Installatie ongedaan maken en volgt u de instructie in het venster.

2. Menuoverzicht en basisinstellingen
Dit hoofdstuk levert informatie over de algemene menustructuur en de opties voor de basisinstellingen.
- Menuoverzicht 34
- De standaardinstellingen van het apparaat 38
- Afdrukmateriaal en lade 40
• Eenvoudige afdruktaken 54
• Normaal kopiëren 61 - Basisfuncties voor scannen 66
- Basisfuncties voor faxen 67
- Een USB-geheugenapparaat gebruiken 71
Menuoverzicht
Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu's voor de instelling en het gebruik van het apparaat.

- Naast het gekozen menu verschijnt een sterretje (*).
- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
- De menu's worden beschreven in de handleiding Geavanceerd (zie "Menu's met nuttige instellingen" op pagina 204).
Toegang tot het menu
1 Selecteer de knop Kopiëren, Faxen of Scannen op het bedieningspaneel, afhankelijk van de functie die u wilt gebruiken.
2 Selecteer (Menu) tot het gewenste menu op de onderste regel van het scherm wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijl-links/rechts tot het gewenste menu-item verschijnt en druk op OK.
4 Herhaal stap 3 als het geselecteerde menu-item submenu's heeft.
5 Druk op OK om de selectie op te slaan.
6 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Menuoverzicht
| Kopieerfunctie(Zie "Kopiëren" op pagina 207.) | Kopieerinstellingen(Zie "Kopiëren" op pagina 207.) | Faxfunctie1(Zie "Faxen" op pagina 211.) | Faxinstel.1(Zie "Faxen" op pagina 211.) | ||
| Oorspronkelijke grootte | Standaardw.wijz. | Tonersterkte | Ontv. Doorsturen | Verzending | Standaardw.wijz. |
| Verkleinen/vergroten | Oorspronkelijke grootte | Licht+5- Licht+1 | Doorst. nr fax | Aant. kiespog. | Tonersterkte |
| Tonersterkte | grootte | Normaal | Doorst. nr pc | Opn. kiezen na | Resolutie |
| Normaal | Exemplaren | Donker+1- | Doorst. nr e-mail | Kenget. kiezen | Oorspronkelijke grootte |
| Donker+1- Donker+5 | Verkleinen/vergroten | Donker+5 | Doorst. en afd. | ECM-modus | |
| Licht+5- Licht+1 | Tonersterkte | Resolutie | Veilige ontv. | Modemsnelheid | Diag. Smartfax |
| Type origineel | Type origineel | Standaard | Uit | Faxbevestiging | Aut. config. |
| Tekst | Sorteren | Fijn | Aan | TCR voor afb. | Nu starten |
| Tekst/Foto | Superfijn | Afdrukken | Kiesmodus^2 | Initialiseren | |
| Foto | Fotofax | Taak annuleren | Ontvangst | Handmatig V/O | |
| Tijdschrift | Oorspronkelijke grootte | Ontvangstmodus | Aan | ||
| Sorteren | Meerdere verz. | Aant. x | Uit | ||
| Aan | Uitgesteld verzenden | Ontv.g. stemp. | |||
| Uit | Naar ander nr. | Startc. ontv. | |||
| Lay-out | Doorst. nr fax | Aut. verklein. | |||
| Normaal | Doorst. nr e-mail | Grootte neger. | |||
| 2 op 1 vel | Inst. ong. fax | ||||
| 4 op 1 vel | DRPD-modus ^2 | ||||
| Id-kopie | |||||
| Achtergrondkl. | |||||
| Uit | |||||
| Auto | |||||
| Verbeteringsniveau 1 | |||||
| Verbeteringsniveau 2 | |||||
| Ontvlekkingsniveau 1 -Ontvlekkingsniveau 4 | |||||
- Alleen C48xFN/C48xFW series.
- Deze optie is niet in alle landen beschikbaar.
Menuoverzicht
| Scanfunctie1(Zie "Scannen" op pagina 215.) | Scaninstel.1(Zie "Scannen" op pagina 215.) | Afdrukinst.(Zie "Afdrukken" op pagina 206.) | |
| USB-functie | Standaardw.wijz. | Afdrukstand | Venster |
| Oorspronkelijke grootte | USB-standaard | Staand | Normaal |
| Type origineel | Standaard e-mail2 | Liggend | Verbeterd |
| Resolutie | Samsung Cloud2 | Exemplaren | Gedetailleerd |
| Kleurmodus | [1 - 999] | Auto CR | |
| Bestandsindelling | Resolutie | LF | |
| Tonersterkte | Standaard | Regelinvoer (LF) + regelterugloop (CR) | |
| E-mailfunctie2 | Hoge resolutie | ||
| Oorspronkelijke grootte | Duid. Tekst | Blanco pagina's overslaan | |
| Type origineel | Uit | Aan | |
| Resolutie | Minimum | Uit | |
| Kleurmodus | Medium | Emulatie | |
| Tonersterkte | Maximum | Type emulatie | |
| Samsung Cloud2 | Randverbet. | Instellingen | |
| Oorspronkelijke grootte | Uit | ||
| Type origineel | Normaal | ||
| Resolutie | Maximum | ||
| Kleurmodus | Invanging | ||
| Tonersterkte | Uit | ||
| Normaal | |||
| Maximum | |||
| Systeeminst.(Zie "Systeemininstallatie" op pagina 217.) | Netwerk^1 (Zie "Netwerkinstallatie" op pagina 223.) | ||||
| Apparaatinst. | Papierinstel. | Rapport | Onderhoud | TCP/IP (IPv4) | Wi-Fi ^5 |
| Apparaat-id^2 | Papierformaat | Configuratie | Toner Op wissen ^4 | DHCP | Wi-Fi AAN/UIT |
| Faxnummer^2 | Type papier | Demopagina | Gebruiksduur | BOOTP | Wi-Fi-instellingen |
| Datum en tijd^2 | Marge | Netwerkconf.^1 | Beeldmgr. | Statisch | WPS |
| Klokmodus^2 | Geluid/Volume^2 | Info verb.art. | Aangep. kleur | TCP/IP (IPv6) | Wi-Fi Direct |
| Taal | Toetsgeluid | Gebruiksteller | Ws tr bijna op | IPv6-protocol | Wi-Fi-signaal |
| Waarsch.geluid | Fax ontvangen ^2 | Bldeenh bn lg | DHCPv6 config | Wi-Fi standaard | |
| Standaardmodus^2 | Luidspreker | Fax verzonden ^2 | Serienummer | Ethernet | Protocolmgr. |
| Energ.spaarst. | Belsignaal | Gepl. taken ^2 | Ethernetpoort | HTTP | |
| Autom. uitsch.^3 | Faxbevestiging ^2 | Ethernet-snel. | SCP | ||
| Ontw.gebeurt. | WINS | ||||
| Time-out syst. | verzonden ^2 | SNMPv1/v2 | |||
| Time-out taak | Ongewenste fax^2 | UPnP(SSDP) | |||
| Luchtdrukcorr. | PCL-lettertype | mDNS | |||
| Vochtigheid | PS-lettertype | SetIP | |||
| Aut. doorgaan | Adresboek ^2 | SLP | |||
| Verv. papier | Netwerkconf. | ||||
| Eco-instel. | Inst. wissen | ||||
- Alleen C48xW/C48xFN/C48xFW series.
- Alleen C48xFN/C48xFW series.
- Alleen C48x/C48xW series.
- Deze optie verschijnt alleen als de tonercassette nog een kleine hoeveelheid toner bevat.
- Alleen C48xW/C48xFW series
De standaardinstellingen van het apparaat

U kunt de apparaatinstellingen van het apparaat wijzigen met Samsung Easy Printer Manager of SyncThru™ Web Service.
- Als uw apparaat lokaal is verbonden, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde instelling > Apparaatinstellingen (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 275).
- Als uw apparaat is verbonden met het netwerk, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via SyncThru™ Web Service > het tabblad Settings > Machine Settings (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 272).
Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven.
Om de standaardinstellingen van het apparaat aan te passen, volgt u de volgende stappen:

Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2 Druk op Systeeminstellingen > Apparaatinst..
3 Kies de gewenste optie en druk op OK.
- Taal: pas de taal aan die wordt weergegeven op het bedieningsscherm.
- Datum & Tijd: Zodra u tijd en datum hebt ingesteld, worden ze gebruikt in uitgesteld faxen en uitgesteld afdrukken. Ze worden afgedrukt in rapporten. Als ze echter verkeerd zijn, moet u ze wijzigen.

Voer de juiste tijd en datum in, met behulp van de pijltoetsen of het numeriek toetsenblok (zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 227).
• Maand = 01 t/m 12
- Dag = 01 t/m 31
- Jaar = vier cijfers vereist
- Uur = 01 t/m 12
- Minuut = 00 t/m 59
- Klokmodus: U kunt uw apparaat zo instellen dat de tijd wordt weergegeven in de 12-uursnotatie of de 24-uursnotatie.
- Energiebesparing: Gebruik deze functie om energie te besparen als u het apparaat niet gebruikt.
De standaardinstellingen van het apparaat

- Als u op de knop Power/Wake Up drukt, start met afdrukken of een fax ontvangt, zal het toestel ontwaken uit de energiezuinige modus.
- Druk op (Menu) > Systeeminst. > Apparaatinst. > Ontw.gebeurt. > Aan op het bedieningspaneel. Wanneer u op een knop drukt, behalve de Power/Wake Up knop, zal de machine ontwaken uit de energiezuinige modus.
- Luchtdrukcorr.: De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waarop het apparaat zich bevindt. Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in (zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 226).
4 Kies de gewenste optie en druk op OK.
5 Druk op OK om de selectie op te slaan.
6 Druk op Ⓧ(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.

Raadpleeg de onderstaande koppelingen voor het configureren van andere nuttige instellingen voor het gebruik van het apparaat.
- zie "Verschillende tekens invoeren" op pagina 227.
- zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 227.
- zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 49.
- zie "Het faxadresboek instellen" op pagina 229.
Afdrukmateriaal en lade
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst.
Afdrukmateriaal selecteren
U kunt afdrukken op verschillende afdrukmedia, zoals op gewoon papier, enveloppen, etiketten en transparanten. Gebruik uitsluitend afdrukmateriaal dat voldoet aan de in deze gebruikershandleiding vermelde richtlijnen.
Richtlijnen om afdrukmedia te selecteren
Afdrukmedia die niet aan de richtlijnen uit de gebruikershandleiding voldoen kunnen de volgende problemen veroorzaken:
- Slechte afdrukkwaliteit.
- Meer papierstoringen
- Versnelde slijtage van het apparaat.
De eigenschappen van het papier, zoals gewicht, samenstelling, vezel- en vochtgehalte, zijn van grote invloed op de prestaties van het apparaat en de afdrukkwaliteit. Houd bij de keuze van afdrukmedia rekening met het volgende:
- Het type, formaat en gewicht van het afdrukmateriaal voor uw apparaat worden beschreven in de specificaties van afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123).
- Gewenst resultaat: de afdrukmedia die u kiest moeten geschikt zijn voor het doel.
- Helderheid: sommige afdrukmaterialen zijn witter dan andere en leveren scherpere, helderdere en levendigere afbeeldingen op.
- Gladheid van het oppervlak: de gladheid van de afdrukmedia bepaalt hoe scherp de afdrukken er uitzien op papier.

- Het is mogelijk dat bepaalde afdrukmedia aan alle richtlijnen van deze gebruikershandleiding voldoen en toch geen bevredigende resultaten opleveren. Dit kan het gevolg zijn van eigenschappen van de vellen, een onjuiste bediening, een ongewenst temperatuur- en vochtigheidsniveau of andere variabele omstandigheden waarover men geen controle heeft.
- Voordat u grote hoeveelheden afdrukmedia koopt, controleert u of het papier voldoet aan de vereisten in deze handleiding.
Afdrukmateriaal en lade

- Wanneer u afdrukmateriaal gebruikt dat niet voldoet aan deze specificaties, kan dit problemen veroorzaken waarvoor reparatie vereist is. Zulke reparaties worden niet gedekt door de garantie of serviceovereenkomst van Samsung.
- Hoeveel papier u in de lade kunt plaatsen is afhankelijk van het gebruikte afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123).
- Zorg ervoor dat u geen fotopapier voor inkjetprinters gebruikt. Dit kan uw apparaat beschadigen.
- Gebruik van ontvlambaar afdrukmateriaal kan brand veroorzaken.
- Gebruik aangegeven afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123).

Het gebruik van ontvlambaar materiaal of het achterblijven van vreemde materialen in de printer kan oververhitting veroorzaken en in zeldzame gevallen brand.
Hoeveel papier u in de lade kunt plaatsen is afhankelijk van het gebruikte afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123).
Lade overzicht
Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders aanpassen.

1 Papierklep
2 Vergrendeling van de geleider
3 Papierlengtegeleider
4 Papierbreedtegeleider

Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.
Afdrukmateriaal en lade
Papier in de lade plaatsen

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
1
Open de papierlade (zie "Lade overzicht" op pagina 41).

3
Houd om het formaat te wijzigen de breedtegeleider en lengtegeleider ingedrukt om ze in de sleuf te plaatsen met het papierformaat dat onderaan de lade wordt aangegeven.

Buig de papierstapel of waaier het papier uit, om de pagina's van elkaar te scheiden voor u het papier in het apparaat plaatst.

- Menuoverzicht en basisinstellingen
Afdrukmateriaal en lade
5
Plaats het papier in de lade met de te bedrukken zijde naar boven.

Bij papier met een kleiner formaat dan A4-formaat ontgrendelt u de geleider van de lade en duwt u de lade naar binnen. Stel vervolgens de papierlengte- en papierbreedtegeleider in.

Bij papier dat langer is dan Letter-formaat ontgrendelt u de geleider van de lade en trekt u de lade naar buiten. Stel vervolgens de papierlengte- en papierbreedtegeleider in.

- Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de rand van het papier, omdat het papier daardoor kan buigen.
- Gebruik geen papier waarvan de voorste rand opgekruld is. Hierdoor kan het papier vastlopen of kreukelen.



- Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier vastlopen.



Afdrukmateriaal en lade
6 Houd de breedtegeleider ingedrukt en schuif deze tegen de stapel papier, zonder het papier te buigen.

8 Plaats de papierlade.

9 Stel het papiertype en -formaat voor de lade in als u een document wilt afdrukken (zie "Papierformaat en -type instellen" op pagina 49).
De lade is standaard ingesteld op het papierformaat Letter of A4, afhankelijk van het land waar u de printer hebt gekocht. Als u de formaatinstelling wilt veranderen in A4 of Letter, moet u de hendel en de papierbreedtegeleider juist instellen.
Afdrukmateriaal en lade
1 Trek de lade uit het apparaat. Open de papierklep en verwijder indien nodig het papier uit de lade.
2 Als u het formaat wilt wijzigen in Letter, draait u de hendel aan de achterkant van de lade naar rechts. U kunt de hendel zien wanneer u de papierlengtegeleider naar het papier van het Legal-formaat verplaatst.

3 Knijp de papierbreedtegeleider samen en schuif deze tot tegen de hendel.

Als u het formaat wilt wijzigen in A4, schuift u de papierbreedtegeleider naar links en draait u de hendel naar links. Forceer de hendel niet, anders kan de lade worden beschadigd.
Afdrukmateriaal en lade
Afdrukken op speciale afdrukmedia

- Voor het gebruik van speciale afdrukmedia raden wij u aan om telkens een vel per keer in te voeren (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123).
De onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale afdrukmedia voor elke lade.
De papierinstelling van de machine en het stuurprogramma moeten overeenkomen om af te drukken zonder dat er een foutmelding voor verkeerd papier wordt gegeven.

De papierinstelling van de machine en het stuurprogramma moeten overeenkomen om af te drukken zonder dat er een foutmelding voor verkeerd papier wordt gegeven.
- U kunt de papierinstellingen van het apparaat wijzigen met het programma Samsung Easy Printer Manager of SyncThru™ Web Service.
- Als uw apparaat lokaal is verbonden, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde Instelling > Apparaatinstellingen (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 275).
- Als uw apparaat is verbonden met het netwerk, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via SyncThru™ Web Service > het tabblad Settings > Machine Settings (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 272).
- U kunt dit instellen via Systeeminstellingen > Papierinstelling > selecteer desgewenst de knop Papierformaat of Papiertype in het bedieningspaneel.
Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123 voor papiergewicht per vel.
| Types | Lade ^1 |
| Normaal papier ● | |
| Dik papier ● | |
| Dun papier ● |
Afdrukmateriaal en lade
| Types | Lade ^1 |
| Bankpost • | |
| Kleur • | |
| Kaarten • | |
| Etiketten • | |
| Voorbedrukt • | |
| Katoen • | |
| Kringlooppapier • | |
| Archiefpapier • | |
| Glossy foto • | |
| Foto mat • |
- De beschikbare papiersoorten voor handmatige invoer in de lade.
(●: ondersteund)
Etiketten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u uitsluitend etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters.

- Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren:
- Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van het apparaat (circa 170°C).
- Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel tussen de etiketten niet blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten loskomen van het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen tot gevolg hebben.
- Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer dan 13 mm omkrullen.
- Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes vertonen of loskomen van het rugvel.
Afdrukmateriaal en lade
- Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal blootligt. Blootliggende delen kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken.
- Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De klevende achterzijde mag slechts een keer door het apparaat worden gevoerd.
- Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen, gekreukt of anderszins beschadigd zijn.
Kartonpapier/papier van een aangepast formaat

- Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4 mm van de zijkanten van de afdrukmedia.
Voorbedrukt papier
Bij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde bovenaan liggen en mag de voorzijde niet gekruld zijn. Bij invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties wat de afdrukkwaliteit betreft.

- Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige inkkt die niet smelt, verdampt of schadelijke gassen uitstoot als ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat.
- De inkt op het voorbedrukt papier mag niet ontvlambaar zijn en mag de printerrollen niet beschadigen.
- Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of de inkt op het papier droog is. Natte inkt kan tijdens het fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor de afdrukkwaliteit afneemt.
Afdrukmateriaal en lade
Papierformaat en -type instellen
Nadat u het papier in de lade hebt geplaatst moet u het papierformaat en - type instellen met behulp van de knoppen op het bedieningspaneel.

De papierinstelling van de machine en het stuurprogramma moeten overeenkomen om af te drukken zonder dat er een foutmelding voor verkeerd papier wordt gegeven.
- U kunt de papierinstellingen van het apparaat wijzigen met het programma Samsung Easy Printer Manager of SyncThru™ Web Service.
- Als uw apparaat lokaal is verbonden, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde instelling > Apparaatinstellingen (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 275).
- Als uw apparaat is verbonden met het netwerk, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via SyncThru™ Web Service > het tabblad Settings > Machine Settings (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 272).
- U kunt dit instellen via Systeeminstellingen > Papierinstelling > selecteer desgewenst de knop Papierformaat of Papiertype in het bedieningspaneel.
3 Selecteer de gewenste lade en de gewenste optie.
4 Druk op OK om de selectie op te slaan.
5 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.

- Als u papier met speciale afmetingen wilt gebruiken, zoals factuurpapier, selecteert u het tabblad Papier > Grootte > Bewerken... en stelt u Aang. papierform. inst. in Voorkeursinstellingen voor afdrukken in (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56).
1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2 Druk op Systeeminst. > Papierinstel. > Papierformaat of Type papier.
Afdrukmateriaal en lade
De uitvoersteun gebruiken

Het oppervlak van de uitvoerlade kan warm worden wanneer u veel pagina's tegelijk afdrukt. Let erop dat u het oppervlak niet aanraakt en houd kinderen uit de buurt.
De afgedrukte pagina's worden op de uitvoersteun gestapeld en de uitvoersteun helpt bij het rechtleggen van de afgedrukte pagina's. De uitvoer wordt standaard naar de uitvoerlade gestuurd.

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
Originelen voorbereiden
- Plaats geen papier dat kleiner is dan 142 × 148 mm of groter dan 216 × 356 mm.
- Vermijd het gebruik van de volgende papiertypes om papierstoringen, een slechte afdrukkwaliteit en schade aan het apparaat te voorkomen.
- Carbonpapier of papier met carbonrug
- Gecoat papier
- Licht doorschijnend of dun papier
- Gekreukt of gevouwen papier
- Gekruld of opgerold papier
- Papier met scheuren
- Verwijder alle nietjes en paperclips voor u het papier plaatst.
- Controleer of eventuele lijm, inkt of correctievloeistof op het papier volledig droog is voor u het plaatst.
- Plaats geen originelen van verschillend formaat of gewicht.
Afdrukmateriaal en lade
- Plaats geen boekjes, foldertjes, transparanten of documenten met andere afwijkende eigenschappen.
Originelen plaatsen
U kunt de glasplaat van de scanner gebruiken om een document te kopieren, te scannen of als fax verzenden.

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
Op de glasplaat van de scanner
Vanaf de glasplaat van de scanner kunt u originele kopieren of scannen. Voor de beste scankwaliteit, met name bij afbeeldingen in kleur of grijstinten, doet u er goed aan de glasplaat te gebruiken. Zorg dat er zich geen originelen in de documentinvoer bevinden. Wanneer een origineel wordt gedetecteerd in de documentinvoer, krijgt deze voorrang op het origineel op de glasplaat van de scanner.
1 Til het deksel van de scanner op.

Afdrukmateriaal en lade
2 Plaats de originelen met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat van de scanner. Plaats het document zorgvuldig in het verlengde van de markering linksboven op de glasplaat.

3 Sluit het deksel van de scanner.

- Als u het deksel van de scanner tijdens het kopieren niet sluit, kan dat een nadelig effect hebben op de kopieerkwaliteit en het tonerverbruik.
- Stof op de glasplaat kan leiden tot zwarte vlekken op de afdruk. Houd de glasplaat schoon (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93).
- Als u een pagina uit een boek of tijdschrift wilt kopieren, opent u het deksel van de scanner tot tegen de aanslag en sluit u het daarna weer. Als het boek of tijdschrift dikker is dan 30 mm, laat u het deksel van de scanner openstaan tijdens het kopieren.

- Doe dit voorzichtig om te voorkomen dat het scannerglas breekt en u zich kwetst.
- Plaats uw hand niet onder het scannerdeksel terwijl u het sluit. Het scannerdeksel kan op uw handen vallen en letsel veroorzaken.
- Kijk tijdens het kopieren of scannen niet in het licht van de scanner. Dit is schadelijk voor de ogen.
Afdrukmateriaal en lade
In de automatische documentinvoer
1 Buig de papierstapel of waaier het papier uit om de pagina's van elkaar te scheiden voor u de originelen plaatst.

2 Plaats de originelen in de documentinvoerlade met de bedrukte zijde naar boven. Zorg ervoor dat de onderkant van de stapel originelen samenvalt met de markering voor het papierformaat op de invoerlade.

3 Stel de ADI in overeenkomstig het papierformaat.

Stof op de glasplaat van de ADI kan zwarte strepen op de afdruk veroorzaken. Houd de glasplaat schoon (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93).
Eenvoudige afdruktaken

Raadpleeg de handleiding Geavanceerd (zie "Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken" op pagina 233) voor speciale afdrukfuncties.
Afdrukken

- Afdrukken vanaf een Mac (zie "Afdrukken vanaf een Mac" op pagina 241).
- Afdrukken vanuit Linux (zie "Afdrukken in Linux" op pagina 244).
Het volgende scherm met Voorkeursinstellingen voor afdrukken is voor Notepad in Windows 7. Uw scherm met Voorkeursinstellingen voor afdrukken kan hiervan afwijken, afhankelijk van het besturingssysteem of van het programma dat u gebruikt.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Kies Afdrukken in het menu Bestand.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.

4 De basisafdrukinstellingen, inclusief het aantal kopieën en het afdrukbereik, worden geselecteerd in het venster Afdrukken.
Klik op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken om gebruik te maken van de geavanceerde afdrukopties. (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56).
5 Klik in het venster Afdrukken op OK of Afdrukken om de afdruktaak te starten.
- Menuoverzicht en basisinstellingen
Eenvoudige afdruktaken
Een afdruktaak annuleren
Een afdruktaak die in een afdrukrij of afdrukspooler wacht om afgedrukt te worden, annuleert u op de volgende manier:
- U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat () in de taakbalk van Windows.
- U kunt de huidige taak ook annuleren door op (Stop/Clear) op het bedieningspaneel te drukken.
Eenvoudige afdruktaken
Voorkeursinstellingen openen

- Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken in deze gebruikshandleiding verschilt mogelijk van het venster dat u ziet omdat dit afhankelijk is van de gebruikte printer.
- Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen voor afdrukken verschijnt er mogelijk een waarschuwingsteken, of
. Een uitroepteken ( ) wil zeggen dat u deze optie wel kunt selecteren maar dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil zeggen dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de instellingen of omgeving van het apparaat.
- Zie "Meer instellingen openen" op pagina 284 als u Windows 8 gebruikt.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Kies Afdrukken in het menu Bestand. Het venster Afdrukken wordt weergegeven.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4 Klik op Eigenschappen of op Voorkeuren.

De schermafbeelding kan variëren afhankelijk van het model.

Eenvoudige afdruktaken

- U kunt voordat u gaat afdrukken eco-functies toepassen om papier en toner te besparen (zie "Easy Eco Driver" op pagina 268).
- U kunt de huidige status van het apparaat controleren door op de knop Printerstatus te drukken (zie "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 278).
- Het printerstuurprogramma omvat een interface die is geoptimaliseerd voor touchscreens. Om deze gebruikersinterface te gebruiken klikt u op Samsung Printer Center > Apparaatopties en selecteert u vervolgens Stijlvolle gebruikersinterface (zie "Het Samsung Printer Center gebruiken" op pagina 269).
Voorkeursinstellingen gebruiken
De Favorieten optie, die zichtbaar is op elke voorkeurentab, behalve voor de Samsung tab, laat u de huidige instellingen bewaren voor toekomstig gebruik.
Volg de volgende stappen om een Favorieten onderdeel te bewaren:
1 Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in.
2 Vul de naam van het onderdeel in in het vak in Favorieten.

3 Klik op Opslaan.
4 Vul de naam en beschrijving in en selecteer daarna het gewenste symbool.
5 Klik op OK. Als u Favorieten opslaat, worden alle huidige driverinstellingen bewaard.

Om een opgeslagen instelling te gebruiken moet u ze selecteren in de Favorieten tab. Het apparaat is nu ingesteld om afdrukken te maken met de geselecteerde instellingen. Om een opgeslagen instelling te verwijderen, selecteert u deze uit de vervolgkeuzelijst Favorieten en klikt u op Wissen.
Eenvoudige afdruktaken
Help gebruiken
Klik op de optie waarover u meer wilt weten op het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken en druk op F1 op uw toetsenbord.
Eco-afdruk
Met de functie Eco spaart u toner en papier uit. De functie Eco spaart natuurlijke hulpbronnen en helpt u milieuvriendelijke afdrukken te maken.
Als u op het bedieningspaneel op de knop Eco drukt, staat deze modus aan. De standaardinstelling van de Eco-modus is Meerdere pagina's per vel (2) en Tonerspaarstand. Afhankelijk van het model zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.

- U kunt de apparaatinstellingen van het apparaat wijzigen met Samsung Easy Printer Manager of SyncThru™ Web Service.
- Als uw apparaat lokaal is verbonden, kunt u de apparaatinstellingen instellen met Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde instelling > Apparaatinstellingen (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 275).
- Als uw apparaat is verbonden met het netwerk, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via SyncThru™ Web Service > het tabblad Settings > Machine Settings (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 272).

Afhankelijk van het printerstuurprogramma dat u gebruikt, werkt Blanco pagina's overslaan mogelijk niet juist. Als de functie Blanco pagina's overslaan niet goed werkt, moet u deze functie instellen vanuit de Easy Eco Driver (zie "Easy Eco Driver" op pagina 268).
Eenvoudige afdruktaken
Instellen van Eco-modus op het bedieningspaneel.
1

(Menu) > Systeeminstellingen > Apparaatinst. >
Eco-instellingen op het bedieningsscherm.
2
Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
- Standaardmodus: In deze modus is de eco-modus uitgeschakeld.
- Uit: Zet de eco-modus uit.
- Aan: Zet de eco-modus aan.

Als u de eco-modus instelt met een wachtwoord via de SyncThru™ Web Service (tabblad Settings > Machine Settings > System > Eco Settings) of Samsung Easy Printer Manager (Geavanceerde instellingen > Apparaatinstellingen > Eco), verschijnt het bericht Geforc.. U moet het wachtwoord invoeren om de eco-modus te wijzigen.
- Sjabloon sel.: Volg de instellingen van Syncthru™ Web Service of Samsung Easy Printer Manager. Voordat u dit onderdeel selecteert, moet u eerst de eco-functie instellen in SyncThru™ Web Service (tabblad Settings > Machine Settings > System
Eco Settings) of Samsung Easy Printer Manager (Geavanceerde instellingen > Apparaatinstellingen > Eco).
- Stand.-Eco: Het apparaat is ingesteld op de Stand.-Ecomodus.
- Aang Eco: Pas alle vereiste waarden aan.
3
Druk op OK om de selectie op te slaan.
Eco-modus in het stuurprogramma instellen
Open het tabblad Eco om de Eco-modus in te stellen. Als u de eco-afbeelding ziet ( ), betekent dit dat de eco-modus momenteel is ingeschakeld.
Eco-opties
- Standaardinstelling printer: Volg de instellingen op het bedieningspaneel van de printer.
- Geen: Schakelt Eco-modus uit.
- Afdrukken in ecomodus: Schakelt eco-modus in. Activeer de verschillende Eco-onderdelen die u wilt gebruiken.
Eenvoudige afdruktaken
- Wachtwoord: Als de beheerder heeft ingesteld dat de Eco-modus moet worden gebruikt, moet u een wachtwoord opgeven om de status te wijzigen.
Resultaatsimulator
De Resultaatsimulator toont de geschatte resultaten van verlaagde uitstoot van kooldioxide, elektriciteitsverbruik en de hoeveelheid uitgespaard papier, naargelang de door u gekozen instellingen.
- De resultaten worden berekend op basis van een totaal aantal van honderd pagina's zonder blanco pagina, als de Eco-modus is uitgeschakeld.
- Zie voor de berekeningscoëfficiënt met betrekking tot CO2, energie en papier het IEA, de index van het Japanse ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie en www.remanufacturing.org.uk. Elk model gebruikt een ander kengetal.
- Het elektriciteitsverbruik in afdrukmodus betreft bij dit apparaat het gemiddelde elektriciteitsverbruik bij afdrukken.
- De weergegeven hoeveelheid is slechts een schatting omdat de werkelijke hoeveelheid kan verschillen naargelang het gebruikte besturingssysteem, computerkracht, programma's, aansluitmethode, mediatype, mediaformaat, complexiteit van de afdruktaak, enz.
Normaal kopiëren

Raadpleeg de handleiding Handleiding Geavanceerd (zie "Kopiëren" op pagina 207) voor speciale afdrukfuncties.
Normaal kopieren
1 C48xW series: Controleer of de LED van de knop Scan to uit is.
C48xFN/C48xFW series: Selecteer (Kopieren) op het bedieningspaneel.
2 Selecteer (Menu) > Kopieerfunctie op het bedieningspaneel.
3 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
4 Om de kopieerinstellingen, zoals onder meer Verkleinen/vergroten, Tonersterkte, Type origineel, aan te passen via de knoppen op het bedieningspaneel (zie "De instellingen per kopie wijzigen" op pagina 61).
5 Voer indien nodig het aantal kopieën in met behulp van de pijl of het numeriek toetsenblok.
6 Druk op (Start).

Als u de kopieertaak moet annuleren terwijl deze wordt uitgevoerd, drukt u op (Stop/Clear). De kopieertaak wordt dan gestopt.
De instellingen per kopie wijzigen
Het apparaat beschikt over standaardinstellingen voor kopiëren zodat u snel en gemakkelijk een kopie kunt maken.

- Als u tijdens het instellen van de kopieeropties op (Stop/Clear) drukt, worden alle opties die u voor de huidige kopieertaak hebt ingesteld, geannuleerd en worden de standaardinstellingen hersteld. Na afloop van een kopieerproces worden de standaardinstellingen altijd automatisch hersteld.
- Het openen van de menu's kan verschillen per model (zie "Toegang tot het menu" op pagina 34).
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
Donkerte
Als er vlekken en donkere afbeeldingen op uw origineel staan, kunt u de helderheid aanpassen om de kopie beter leesbaar te maken.
Normaal kopiëren
1 C48xW series: Controleer of de LED van de knop Scan to uit is.
C48xFN/C48xFW series: Selecteer (Kopiëren) op het bedieningspaneel.
2 Selecteer (Menu) > Kopieerfunctie > Tonersterkte op het bedieningspaneel.
3 Selecteer de gewenste optie en druk op OK. Bijvoorbeeld Licht+5 is de lichtste en Donker+5 is de donkerste.
4 Druk op Ⓧ(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Origineel
Met de oorspronkelijke instelling kunt u de kwaliteit van de kopie verbeteren door het documenttype voor de huidige kopieertaak te selecteren.
1 C48xW series: Controleer of de LED van de knop Scan to uit is.
C48xFN/C48xFW series: Selecteer (Kopieren) op het bedieningspaneel.
2 Selecteer (Menu) > Kopieerfunctie > Type origineel op het bedieningspaneel.
3 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
- Tekst: gebruik deze optie voor originelen die hoofdzakelijk uit tekst bestaan.
- Tekst/foto: gebruik deze optie voor originelen die tekst en foto's bevatten.

Als de tekst op de afdruk onscherp is, selecteert u Tekst om scherpe teksten te krijgen.
- Foto: gebruik deze optie voor foto's.
- Tijdschrift: gebruik als de originelen magazines zijn.
4 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Verkleinde of vergrote kopie
U kunt het formaat van een gekopieerde afbeelding verkleinen of vergroten van 25% tot 400%, wanneer u originelen kopieert via de documentinvoer of de glasplaat.
Normaal kopiëren

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
- Wanneer het apparaat is ingesteld op Eco-modus, zijn de vergrooten verkleinfuncties niet beschikbaar.
Om uit de vooraf ingestelde kopieerformaten te selecteren
1 C48xW series: Controleer of de LED van de knop Scan to uit is.
C48xFN/C48xFW series: Selecteer (Kopieren) op het bedieningspaneel.
2 Select (Menu) > Kopieerfunctie > Verkleinen/vergroten op het bedieningspaneel.
3 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
4 Druk op Ⓧ(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Om de grootte van de kopie aan te passen door rechtstreeks de schaalverhouding in te voeren
1 C48xW series: Controleer of de LED van de knop Scan to uit is.
C48xFN/C48xFW series: Selecteer (Kopieren) op het bedieningspaneel.
2 Selecteer (Menu) > Kopieerfunctie > Verkleinen/vergroten > Aangepast op het bedieningspaneel.
3 Geef het gewenste kopieerformaat op met het numerieke toetsenblok.
4 Druk op OK om de selectie op te slaan.
5 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Als u een verkleinde kopie maakt, kunnen er onderaan op de kopie zwarte lijnen verschijnen.
Normaal kopiëren
Identiteitskaarten kopiëren
Uw apparaat kan dubbelzijdige originelen afdrukken op één vel.
Hierbij wordt één zijde van het origineel op de bovenste helft van het vel papier afgedrukt en de andere zijde op de onderste helft zonder dat het origineel daarbij wordt verkleind. Deze functie is handig voor het kopieren van kleine documenten zoals visitekaartjes.

- Voor deze functie moet het origineel op de glasplaat van de scanner worden geplaatst.
- Als het apparaat is ingesteld op Eco-modus is deze functie niet beschikbaar.
Afhankelijk van het model kan de gebruiksprocedure verschillen.
1 Druk op ID Copy op het bedieningspaneel.
2 Plaats een origineel op de glasplaat met de voorzijde naar onder zoals aangegeven door de pijlen. Sluit vervolgens het deksel van de scanner.

3 Plaats voorzijde en druk [Start] verschijnt op het scherm.
4 Druk op (Start).
Het apparaat begint de voorzijde te scannen. Op het scherm verschijnt Plaats achterz. en druk [Start].
Normaal kopiëren
5 Keer het origineel om en leg het op de glasplaat zoals wordt aangegeven door de pijlen. Sluit vervolgens het deksel van de scanner.

6 Druk op de knop (Start).

- Als u niet op ◇ (Start) drukt, wordt alleen de voorzijde gekopieerd.
- Als het origineel groter is dan het afdrukgebied, worden sommige gedeelten mogelijk niet afgedrukt.
Basisfuncties voor scannen

Raadpleeg de handleiding Handleiding Geavanceerd (zie "Scanfuncties" op pagina 247), voor speciale scanfuncties.
Basisfuncties voor scannen
Dit is de normale en gebruikelijke procedure voor het scannen van originelen.
Dit is een basisscanmethode voor een apparaat dat via USB is verbonden.

- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
- Als u wilt scannen via het netwerk, raadpleegt u de handleiding Geavanceerd (zie "Scannen vanaf een apparaat dat is aangesloten op een netwerk" op pagina 248).
- C48xW series ondersteunen alleen de toets Scan to op het bedieningspaneel (zie "Basisscanmethode" op pagina 247).
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
2 C48xW series: Druk op Scan to > Naar pc scan. > Lokale comp. op het bedieningspaneel.
C48xFN/C48xFW series: Selecteer 📋(scannen) > Naar pc scan. > Lokale comp. op het bedieningspaneel.

Als u het bericht Niet beschikbaar ziet, controleert u de poortconnectie of selecteert u Scannen vanaf paneel op apparaat inschakelen in Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde instelling > Instellingen voor scannen naar pc.

Selecteer de gewenste scanbestemming en druk op OK. De standaardinstelling is Mijn docum..

- U kunt een profiellijst met veelgebruikte instellingen aanmaken en opslaan. U kunt ook profielen toevoegen en verwijderen, en profielen opslaan naar verschillende paden.
- Voor het aanpassen van deSamsung Easy Printer Manager > Geavanceerde instelling > Instellingen voor scannen naar pc.

Selecteer de gewenste optie en druk op OK.

Het apparaat begint te scannen.

De gescande afbeelding wordt opgeslagen op de computer in C:\Gebruikers\gebruikersnaam\Mijn documenten. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma.
Basisfuncties voor faxen

- Alleen C48xFN/C48xFW series.
- Raadpleeg de handleiding Handleiding Geavanceerd (zie "Faxfuncties" op pagina 255), voor speciale faxfuncties.

- U kunt dit apparaat niet als faxapparaat gebruiken via een internettelefoon. Raadpleeg uw internetprovider voor meer informatie.
- Wij raden het gebruik van traditionele analoge telefoondiensten (PSTN: Public Switched Telephone Network) wanneer u telefoonlijnen aansluit om de fax te gebruiken. Als u andere internetdiensten (DSL, ISDN, VoIP) gebruikt, kunt u de kwaliteit van de verbinding verbeteren door gebruik te maken van een microfilter. Een microfilter elimineert ruissignalen en verbetert de kwaliteit van de netwerk/internetverbinding. Aangezien er geen DSL-microfilter met het apparaat wordt meegeleverd, neemt u best contact op met uw internetprovider als u er gebruik van wilt maken.

1 Lijnpoort
2 Microfilter
3 DSL-modem / telefoonlijn (zie "Achterkant" op pagina 23).
Voorbereiden om te faxen
Voordat u een fax kunt verzenden of ontvangen moet u het meegeleverde telefoonsnoer aansluiten op een telefoonaansluiting in de wand (zie "Achterkant" op pagina 23). Raadpleeg de Beknopte installatiehandleiding voor informatie over de aansluiting. Het maken van een telefoonverbinding verschilt van land tot land.
Een fax verzenden

U kunt originelen op de glasplaat van de scanner of in de ADI plaatsen. Als er zich zowel originelen in de ADI als op de glasplaat van de scanner bevinden, worden de originelen in de ADI eerst gelezen omdat de ADI een hogere prioriteit heeft bij het scannen.
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
2 Selecteer (faxen) op het bedieningspaneel.
3 Stel de gewenste resolutie en helderheid in voor uw fax (zie "De documentinstellingen aanpassen" op pagina 69).
- Menuoverzicht en basisinstellingen
Basisfuncties voor faxen
4 Voer het faxnummer van de ontvanger in (zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 227).
5 Druk op ◆(Start) op het bedieningspaneel. Het document wordt gescand en naar de bestemmingen gefaxt.

- M e t Samsung Network PC Fax kunt u de fax rechtstreeks vanaf uw computer verzenden (zie "Een fax verzenden vanaf uw computer" op pagina 256).
- Als u een faxtaak wilt annuleren, drukt u op (Stop/Clear) voordat het apparaat begint met verzenden.
- Als u een fax verzendt vanaf de glasplaat van de scanner, verschijnt er een bericht waarin u wordt gevraagd een volgende pagina in te voeren.
Een fax handmatig verzenden
Voer de volgende stappen uit om een fax te verzenden met (Qn Hook Dial) op het configuratiescherm.

Als uw apparaat over een hoorn beschikt, kunt u een fax verzenden met de hoorn (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
2 Selecteer (faxen) op het bedieningspaneel.
3 Stel de gewenste resolutie en helderheid in voor uw fax (zie "De documentinstellingen aanpassen" op pagina 69).
4 Druk op Ⓤ (On Hook Dial) op het bedieningspaneel of neem de hoorn van de haak.
5 Voer een faxnummer in met behulp van het numeriek toetsenblok op het bedieningspaneel.
6 Druk op ◆ (Start) op het bedieningspaneel zodra u een hoge faxtoon hoort van het ontvangende faxapparaat.
Groepsverzending (faxen naar meerdere bestemmingen verzenden)
Met de functie Groepsverzending kunt u een fax naar meerdere bestemmingen verzenden. Uw documenten worden automatisch in het geheugen opgeslagen en naar een extern faxapparaat verzonden. Na verzending worden de originelen automatisch uit het geheugen gewist.
Basisfuncties voor faxen

U kunt geen faxen verzenden met deze functie wanneer u hebt gekozen voor superfijn of wanneer de fax in kleur is.
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
2 Selecteer (faxen) op het bedieningspaneel.
3 Stel de gewenste resolutie en helderheid in voor uw fax (zie "De documentinstellingen aanpassen" op pagina 69).
4 Selecteer (Menu) > Faxfunctie > Meerdere verz. op het bedieningspaneel.
5 Voer het nummer van het eerste ontvangende faxapparaat in en druk op OK.
U kunt snelkiesnummers oproepen of een groepskiesnummer selecteren met de knop (Address Book).
6 Voer het tweede faxnummer in en druk op OK.
U wordt gevraagd om het volgende faxnummer waarnaar u het document wilt verzenden in te voeren.
7 Als u meerdere faxnummers wilt invoeren, drukt u op OK wanneer Ja oplicht, en herhaalt u stap 5 en 6.

U kunt maximaal 10 bestemmingen ingeven.
8 Als u klaar bent met het invoeren van faxnummers, selecteert u Nee op de vraag Nog een nummer? en drukt u op OK.
Het apparaat verzendt de fax naar de verschillende nummers in de volgorde waarin u ze hebt ingevoerd.
Een fax ontvangen
Uw apparaat is standaard ingesteld op faxmodus. Als u een fax ontvangt, beantwoordt het apparaat de oproep na een opgegeven aantal belsignalen en wordt de fax automatisch ontvangen.
De documentinstellingen aanpassen
Voordat u een fax verstuurt, wijzigt u de volgende instellingen overeenkomstig de eigenschappen van het origineel voor een optimaal resultaat.

Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
Basisfuncties voor faxen
Resolutie
De standaard documentinstellingen leveren goede resultaten voor een normaal tekstdocument. Als u echter originelen verstuurt die foto's bevatten of van een slechte kwaliteit zijn, kunt u de resolutie aanpassen om een fax van een betere kwaliteit te versturen.
1 Selecteer (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Resolutie op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
- Standaard: originelen met tekens van normale grootte.
- Fijn: originelen met kleine tekens of dunne lijnen, of originelen die met een matrixprinter zijn afgedrukt.
- Superfijn: originelen met zeer kleine details. De modus Superfijn wordt alleen ingeschakeld als het apparaat waarmee u communiceert deze resolutie ondersteunt.

- Verzenden vanuit het geheugen is niet mogelijk in de modus Superfijn. De resolutie-instelling wordt automatisch gewijzigd in Fijn.
- Als het apparaat ingesteld is op de resolutie Superfijn, maar het ontvangende faxapparaat de resolutie Superfijn niet ondersteunt, wordt de fax verzonden in de hoogste resolutie die het ontvangende faxapparaat ondersteunt.
• Fotofax: originelen met grijstinten of foto's.
3 Druk op Ⓧ(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Tonersterkte
U kunt de helderheid van het originele document selecteren.

De ingestelde helderheid geldt voor de huidige faxtaak. Voor het aanpassen van de standaardinstellingen (zie"Faxen" op pagina 211).
1 Selecteer (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Tonersterkte op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste tonerinstelling.
3 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Een USB-geheugenapparaat gebruiken

C48x series ondersteunen geen USB-geheugenpoort.
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u een USB-geheugenapparaat samen met uw apparaat kunt gebruiken.
Over USB-geheugen
Er bestaan USB-geheugenapparaten met verschillende geheugencapaciteiten die meer ruimte bieden voor de opslag van documenten, presentaties, gedownloade muziek en video's, hogeresolutieafbeeldingen en alle andere bestanden die u wilt opslaan of verplaatsen.
U kunt het volgende doen met uw apparaat en een USB-geheugenapparaat.
- documenten scannen en op een USB-geheugenapparaat opslaan
- afdrukken vanaf een USB-geheugenapparaat
- back-upbestanden terugzetten in het geheugen van het apparaat
- het USB-geheugenapparaat formatteren
- de beschikbare geheugenruimte controleren
Een USB-geheugenapparaat aansluiten
Til het deksel van de scanner iets op en plaats het USB-geheugenapparaat in de USB-geheugenpoort. Sluit het deksel van de scanner weer voordat u het apparaat gebruikt.

De USB-geheugenpoort op de voorkant van uw apparaat ondersteunt USB V1.1- en USB V2.0-geheugenapparaten. Op uw apparaat worden USB-geheugenapparaten met FAT16/FAT32 en sectoren van 512 bytes ondersteund.
Controleer het bestandssysteem van het USB-geheugenapparaat van uw leverancier.
Een USB-geheugenapparaat gebruiken
U mag alleen een geautoriseerd USB-opslagapparaat met een A plugverbinding gebruiken.


Gebruik alleen een metalen en afgeschermd USB-geheugenapparaat.

Gebruik alleen een USB-geheugenapparaat dat compatibel is, anders wordt het mogelijk niet herkend.

- Verwijder het USB-geheugenapparaat niet terwijl het apparaat actief is of bezig is met lezen van of schrijven naar het USB-geheugen. Schade veroorzaakt door onjuist gebruik valt niet onder de garantie.
- Als uw USB-geheugenapparaat bepaalde functies heeft, zoals beveiligings- en wachtwoordinstellingen, kan uw apparaat het mogelijk niet automatisch detecteren. Raadpleeg de Gebruikershandleiding van het USB-geheugenapparaat voor meer informatie over deze functies.
Afdrukken vanaf een USB-geheugenapparaat
U kunt bestanden die opgeslagen zijn op een USB-geheugenapparaat rechtstreeks afdrukken.
Bestand wordt ondersteund door de optie Rechtstreeks afdrukken.
- PRN: Alleen bestanden die zijn gemaakt met het bijgeleverde stuurprogramma zijn compatibel.

Als u PRN-bestanden afdrukt die op een ander apparaat zijn gemaakt, zal de afdruk verschillen.
• TIFF: TIFF 6.0 Baseline
• JPEG: JPEG Baseline
• PDF: PDF 1.7 of een lagere versie
Om een document af te drukken vanaf een USB-geheugenapparaat
1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op de USB-geheugenoort op uw apparaat en druk vervolgens op Direct USB.
2 Selecteer Via USB afdrukken.
Een USB-geheugenapparaat gebruiken
3 Selecteer de map of bestand dat u wenst en druk op OK.
Als [+] of [D] voor de naam van een map staat, staat er een of meer bestanden of mappen in de geselecteerde map.
4 Selecteer het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken of geef een getal op.
5 Druk op OK, Start ofPrintom te beginnen met het afdrukken van het geselecteerde bestand.
Nadat het bestand is afgedrukt wordt u op het display gevraagd of u nog iets wilt afdrukken.
6 Druk op OK wanneer Ja verschijnt voor een andere afdruktaak en herhaal de procedure vanaf stap 2.
Of druk op de pijl-links/rechts om Nee te selecteren en vervolgens op OK.
7 Druk op Ⓧ(Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Scannen naar een USB-geheugenapparaat

- Het openen van de menu's kan verschillen per model (zie "Toegang tot het menu" op pagina 34)
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
U kunt een document scannen en de gescande afbeelding op een USB-geheugenapparaat opslaan.
Scannen
1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op de USB-geheugenpoort van uw apparaat.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
3 Selecteer (scannen) > Naar USB scannen > OK op het bedieningsscherm.
Het apparaat start met scannen.
Een USB-geheugenapparaat gebruiken
Als u meerdere pagina's wilt scannen, selecteert u Yes wanneer Another Page? Yes/No wordt weergegeven. Na het scannen kunt u het USB-geheugenapparaat uit het apparaat verwijderen.
Aangepast scannen naar USB
U kunt het formaat, de grootte en de kleurenmodus van afbeeldingen instellen telkens als u ze naar een USB-geheugenapparaat scant.
1 Selecteer 📋(scannen) > 📋(Menu) > Scanfunctie > USB-functie op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie.
- Oorspronkelijke grootte: Hiermee stelt u de grootte van de afbeelding in.
- Type origineel: Stelt de originele documenten in.
- Resolutie: Hiermee stelt u de afbeeldingsresolutie in.
- Kleurmodus: Hiermee stelt u de kleurenmodus in. Als u in deze optie Mono selecteert, kunt u JPEG niet selecteren in Bestandsindeling.
- Bestandsindeling: Hiermee stelt u de bestandsindeling in waarin de afbeelding moet worden opgeslagen. Als u JPEG selecteert in deze optie, kunt u Mono niet selecteren in Kleurenmodus.
- Tonersterkte: Hiermee stelt u het helderheidsniveau voor het scannen van een origineel in.
3 Selecteer de gewenste status en druk op OK.
4 Herhaal stappen 2 en 3 om andere opties in te stellen.
5 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
U kunt de standaardscaninstellingen wijzigen. Raadpleeg de handleiding Geavanceerd.
USB-geheugen beheren
U kunt afbeeldingsbestanden op een USB-geheugenapparaat een voor een of allemaal tegelijk verwijderen door het apparaat opnieuw te formatteren.
Als [+] of [D] voor de naam van een map staat, staat er een of meer bestanden of mappen in de geselecteerde map.
Bestanden kunnen niet meer worden teruggezet nadat u ze hebt verwijderd of nadat u het USB-geheugenapparaat opnieuw hebt geformatteerd. Voordat u ze verwijdert, moet u dan ook nagaan of u ze niet meer nodig hebt.
Een USB-geheugenapparaat gebruiken
Een afbeeldingsbestand verwijderen
1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op de USB-geheugenpoort op uw apparaat en druk vervolgens op Direct USB.
2 Selecteer Bestandsbeheer > Verwijderen en druk op OK.
3 Selecteer het bestand dat u wilt verwijderen en druk op OK.
4 Selecteer Ja.
5 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
USB-geheugenapparaat formatteren
1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op de USB-geheugenpoort op uw apparaat en druk vervolgens op Direct USB.
2 Selecteer Bestandsbeheer > Indeling en druk op OK.
3 Selecteer Ja.
4 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
De USB-geheugenstatus weergeven
U kunt controleren hoeveel geheugenruimte er nog beschikbaar is voor het scannen en opslaan van documenten.
1 Sluit een USB-geheugenapparaat aan op de USB-geheugenpoort op uw apparaat en druk vervolgens op Direct USB.
2 Selecteer Contr. of er ruimte is.
3 Op het scherm wordt de beschikbare geheugenruimte weergegeven.
4 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen, accessoires en onderdelen voor het onderhoud van uw apparaat kunt aankopen.
- Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 77
- Beschikbare verbruiksartikelen 78
- Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 80
• De tonercassette bewaren 81 - Toner herverdelen 83
- De tonercassette vervangen 85
- De beeldeenheid vervangen 87
- De cassette voor gebruikte toner vervangen 89
- De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren 91
- Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op" 92
• Het apparaat reinigen 93 - Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat 97
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen

De verkrijgbare accessoires kunnen verschillen van land tot land. Neem contact op met uw verkoper voor de lijst met beschikbare verbruiksartikelen en onderdelen.
Als u door Samsung goedgekeurde verbruiksartikelen, accessoires of reserveonderdelen wilt bestellen, neemt u contact op met de lokale Samsung-dealer of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. Of ga naar www.samsung.com/supplies en selecteer uw land/regio voor de contactgegevens van de klantenservice.
Beschikbare verbruiksartikelen
Als de verbruiksartikelen het einde van hun gebruiksduur naderen, kunt u de volgende verbruiksartikelen voor uw apparaat bestellen:
| Type | Gemiddeld aantal afdrukken1 | Benaming van onderdeel |
| Tonercassette • Gemiddeld aantal onafgebroken afdrukken met een zwarte tonercassette: Ong. 1.500 standaardpagina's (Zwart)• Gemiddeld aantal onafgebroken afdrukken met een kleurentonercassette: Ong. 1.000 standaardpagina's (Geel/Magenta/Cyaan) | K404 (CLT-K404S): ZwartC404 (CLT-C404S): CyaanM404 (CLT-M404S): MagentaY404(CLT-Y404S): Geel | |
| Beeldeenheid | Ong. 16.000 afbeeldingen2 | CLT-R406 |
| Opvangbak voor gebruikte toner | Ong. 7.000 afbeeldingen2 | CLT-W406 |
- Opgegeven gebruiksduur overeenkomstig ISO/IEC 19798. Het aantal pagina's kan worden beïnvloed door de gebruiksomstandigheden, de tijd tussen afdruktaken, afbeeldingen en het type en formaat van het afdrukmateriaal.
- Aantal afbeeldingen op basis van één kleur op elke pagina. Als u documenten afdrukt in vier kleuren (cyaan, magenta, geel, zwart), neemt de gebruiksduur van dit artikel met 25% af.

De levensduur van de tonercassette kan variëren afhankelijk van de opties, het percentage afbeeldingen en de taakmodus.

Als u nieuwe tonercassettes of verbruiksartikelen aanschaft, doet u dit best in het land waar u het apparaat hebt gekocht. Nieuwe tonercassettes of andere verbruiksartikelen zijn mogelijk niet compatibel met het apparaat omdat de configuratie van tonercassettes en andere verbruiksartikelen per land kunnen verschillen.
Beschikbare verbruiksartikelen

- De tonercassette die bij uw printer of het all-in-one-product is meegeleverd, is niet in de verkoop verkrijgbaar en is niet gegarandeerd compatibel met andere printers.
- Samsung raadt gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde of gereviseerde tonercassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele Samsung-tonercassettes niet garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van Samsung vallen niet onder de garantie van het apparaat.
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
U dient de onderhoudsgevoelige onderdelen regelmatig te vervangen om de machine in goede conditie te houden, en problemen met de afdrukkwaliteit en aanvoerstoringen als gevolg van versleten onderdelen te voorkomen. Onderhoudsgevoelige onderdelen zijn voornamelijk rollen, riemen en rubbermatten. De vervangingsperiode en betreffende onderdelen kunnen per model verschillen. Laat onderhoudsonderdelen alleen vervangen door een erkende servicemedewerker, de leverancier of personeel van de winkel waar u het apparaat hebt gekocht. Neem contact op met de oorspronkelijke leverancier van de machine voor aankoop van onderhoudsonderdelen. De vervangingsperiode voor de onderhoudsonderdelen wordt aangegeven door het programma "Samsung-printerstatus". Het kan ook op de gebruikersinterface worden aangegeven als uw apparaat een weergavescherm heeft. De vervangingsperiode kan afhangen van het gebruikte besturingssysteem, rekenprestaties, toepassingssoftware, verbindingsmethode, papiertype, papierformaat, en complexiteit van de taak.
De tonercassette bewaren
Tonercassettes bevatten componenten die gevoelig zijn voor licht, temperatuur en vochtigheid. Samsung raadt u aan deze aanbevelingen te volgen met het oog op optimale prestaties, de hoogste kwaliteit en de langste gebruiksduur van uw nieuwe Samsung-tonercassette.
Bewaar deze cassette op de plaats waar de printer wordt gebruikt; Idealiter in een omgeving met gecontroleerde temperatuur en vochtigheid. Haal de tonercassette pas uit haar originele, ongeopende verpakking op het moment dat u de cassette gaat installeren. Als de originele verpakking ontbreekt, moet u de bovenste opening van de cassette bedekken met papier en moet u de cassette in een donkere kast bewaren.
Door de verpakking van de cassette te openen voor u de cassette in gebruik neemt, zal de levensduur en bewaartijd van de cassette aanzienlijk verkorten. Bewaar tonercassetten niet op de grond. Volg de onderstaande procedures om een tonercassette die u uit de printer hebt verwijderd, te bewaren.
- Bewaar de cassette in de beschermhoes van de originele verpakking.
- Bewaar de tonercassette liggend (niet staand) met dezelfde kant boven als bij de installatie.
-
Bewaar geen verbruiksartikelen onder de volgende omstandigheden:
-
Temperaturen boven 40°C (104°F).
- In een omgeving met een luchtvochtigheid van minder dan 20% of van meer dan 80%.
- In een omgeving met extreme temperatuur- of vochtigheidsschommelingen.
-
In direct zon- of kunstlicht.
-
Op stoffige plaatsen.
- In een auto gedurende een lange periode.
- In een omgeving met corrosieve dampen.
- In een omgeving met zilte lucht.
Behandelingsinstructies
- Stel de cassette niet bloot aan onnodige trillingen of schokken.
Gebruik tonercassette
Samsung Electronics raadt het gebruik van andere tonercassettes dan van Samsung af, met inbegrip van generische, hervulde of gerecycleerde tonercassettes of tonercassettes van witte producten.

De printergarantie van Samsung dekt geen schade aan het apparaat die ontstaan is door het gebruik van een bijgevulde cassette, gerecyclede cassette of een tonercassette van een ander merk dan Samsung.
De tonercassette bewaren
Geschatte gebruiksduur van tonercassette
De geschatte levensduur van een cassette is afhankelijk van de hoeveelheid toner die afdruktaken vereisen. De eigenlijke capaciteit kan variëren afhankelijk van de afdrukdichtheid van de pagina's waarop u afdrukt, de omgeving, percentage afbeeldingen, de tijd tussen de afdruktaken, het type media en het mediaformaat. Als u bijvoorbeeld veel afbeeldingen afdrukt, wordt er meer toner verbruikt en moet de cassette waarschijnlijk vaker worden vervangen.
Toner herverdelen
Als de tonercassette bijna leeg is:
- Witte strepen of onduidelijke afdruk en/of verschillende dichtheid aan beide kanten.
- De Status-led knippert oranje. Er verschijnt mogelijk een bericht op het scherm dat aangeeft dat de toner bijna op is.
- Het programmavenster van Samsung-printerstatus verschijnt op het computerscherm om aan te geven welke kleurentonercassette bijna leeg is (zie "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 278).
In dat geval kunt u de afdrukkwaliteit tijdelijk verbeteren door de resterende toner in de tonercassette opnieuw te verdelen. Soms blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, ook nadat de toner opnieuw is verdeeld.

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).

- Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals een mes of een schaar om de verpakking van de tonercassette te openen. Scherpe voorwerpen veroorzaken mogelijk krassen op het oppervlak van de cassette.
- Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
- Houd de ADI en de papierlade samen wanneer u een papierlade opent.
- Doorgaan met afdrukken wanneer u de melding over een lege tonercassette hebt gehad, kan leiden tot ernstige schade aan uw apparaat.
Toner herverdelen

De tonercassette vervangen
Als een tonercassette het einde van de levensduur bereikt heeft, wordt het venster Afdrukstatus weergegeven op de computer, waarin wordt aangegeven dat er een tonercassette moet worden geplaatst.

- Schud de tonercassette grondig. Dit verhoogt de afdrukkwaliteit in het begin.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).

- Gebruik geen scherpe voorwerpen, zoals een mes of een schaar, om de verpakking van de tonercassette te openen. Scherpe voorwerpen veroorzaken mogelijk krassen op het oppervlak van de cassette.
- Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
- Houd de ADI en de papierlade samen wanneer u een papierlade opent.
- Doorgaan met afdrukken wanneer u de melding over een lege tonercassette hebt gehad, kan leiden tot ernstige schade aan uw apparaat.
De tonercassette vervangen

De beeldeenheid vervangen
Wanneer de beeldeenheid is versleten, verschijnt het venster Afdrukstatus op het computerscherm, waarin wordt aangegeven dat de beeldeenheid moet worden vervangen. Anders stopt het apparaat met afdrukken.

- Gebruik geen scherpe voorwerpen, zoals een mes of schaar, om de beeldeenheid uit de verpakking te halen. U zou het oppervlak van de beeldeenheid kunnen beschadigen.
- Let erop dat u geen krassen maakt op het oppervlak van de beeldeenheid.
- Stel de beeldeenheid niet langer dan enkele minuten bloot aan licht, om schade te voorkomen. Bedek de tonercassette indien nodig met een stuk papier om ze te beschermen.
- Controleer voordat u de voorklep sluit of alle tonercassettes goed zijn geplaatst.
De beeldeenheid vervangen


De cassette voor gebruikte toner vervangen
Als de cassette voor gebruikte toner versleten is, verschijnt er een bericht op het display van het bedieningspaneel om aan te geven dat de cassette voor gebruikte toner vervangen moet worden. Controleer de cassette voor gebruikte toner van uw apparaat (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 78). Voor informatie over het installeren van de cassette voor gebruikte toner raadpleegt u de installatiehandleiding voor de cassette voor gebruikte toner, die is meegeleverd in het pakket.

- Er kunnen tonerdeeltjes loskomen in het apparaat maar dit betekent niet dat het apparaat beschadigd is. Neem contact op met de klantenservice als er zich problemen met de afdrukkwaliteit voordoen.
- Als u de cassette voor gebruikte toner uit het apparaat haalt, beweegt u deze voorzichtig en laat u deze niet vallen.
- Plaats de cassette voor gebruikte toner op een horizontaal oppervlak, zodat de toner niet uit de cassette kan lekken.

Draai de cassette voor gebruikte toner niet om en houd deze niet schuin.
De cassette voor gebruikte toner vervangen

De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren
Als u regelmatig geconfronteerd wordt met papierstoringen of afdrukproblemen, controleert u het aantal pagina's dat het apparaat heeft afgedrukt of gescand. Vervang indien nodig de betrokken onderdelen.

Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer (Menu) > Systeeminst. > Onderhoud > Gebruiksduur op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
3 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op"
Als de tonercassette bijna leeg is, verschijnt een bericht of gaat er een LED branden die aangeeft dat u de tonercassette moet vervangen. U kunt instellen of u wenst dat dit bericht of deze LED verschijnt of niet.

- U kunt de apparaatinstellingen van het apparaat wijzigen met Samsung Easy Printer Manager of SyncThru™ Web Service.
- Als uw apparaat lokaal is verbonden, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde instelling > Apparaatinstellingen (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 275).
- Als uw apparaat is verbonden met het netwerk, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via SyncThru™ Web Service > het tabblad Settings > Machine Settings (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 272).
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
1 Selecteer (Menu) > Systeeminst. > Onderhoud > Ws tr bijna op op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie.
3 Druk op OK om de selectie op te slaan.
Het apparaat reinigen
Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u uw apparaat in een stofrijke omgeving gebruikt, moet u uw apparaat regelmatig schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit te blijven garanderen en de gebruiksduur van uw apparaat te verlengen.

- Als u de behuizing van het apparaat reinigt met reinigingsmiddelen die veel alcohol, oplosmiddelen of andere agressieve substanties bevatten, kan de behuizing verkleuren of vervormen.
- Als er toner in het apparaat of in de directe omgeving ervan is terecht gekomen, raden wij u aan om de toner te verwijderen met een zachte, met water bevochtigde doek of tissue. Als u een stofzuiger gebruikt, wordt de toner in de lucht geblazen. Dit kan schadelijk voor u zijn.
De buitenkant of het schermpje reinigen
Maak het apparaat aan de buitenkant en het schermpje van het display schoon met een zachte, pluisvrije doek. U kunt de doek enigszins bevochtigen met water, maar let erop dat er geen water op of in het apparaat terechtkomt.
Het apparaat reinigen
De binnenkant reinigen
Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof verzamelen. Dit kan op een gegeven moment problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals tonervlekken of vegen. Deze problemen kunnen worden gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het apparaat te reinigen.

- Om schade aan de beeldeenheid te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze niet langer dan enkele minuten wordt blootgesteld aan licht. Dek de cassette zo nodig af met een stuk papier.
- Raak het groene gedeelte van de beeldeenheid niet aan. Neem de beeldeenheid vast bij de handgreep zodat u de onderkant niet hoeft aan te raken.
- Gebruik een droge pluisvrije doek voor het reinigen van de binnenkant van het apparaat. Let op dat u de transportrol of andere onderdelen niet beschadigt. Gebruik geen oplosmiddelen, zoals benzeen of verdunner. Dit kan de afdrukkwaliteit negatief beïnvloeden en het apparaat beschadigen.

- Gebruik een niet-pluizende doek om het apparaat te reinigen.
- Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht totdat het apparaat is afgekoeld. Als uw apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de aan/uit-schakelaar uit voordat u het apparaat reinigt.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
- Houd de ADI en de papierlade samen wanneer u een papierlade opent.
Het apparaat reinigen

Het apparaat reinigen
Scannereenheid reinigen
Houd de scannereenheid goed schoon. Dat komt de kwaliteit van de kopieën ten goede. Wij raden u aan de scannereenheid aan het begin van elke dag te reinigen en dit zo nodig in de loop van de dag te herhalen.

- Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht totdat het apparaat is afgekoeld. Als uw apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de aan/uit-schakelaar uit voordat u het apparaat reinigt.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
1 Bevochtig een niet-pluizende, zachte doek of een velletje keukenrol met een beetje water.
2 Til het deksel van de scanner op.
3 Veeg de glasplaat van de scanner schoon en droog.

1 Witte strook
2 Glasplaat van de documentinvoer
3 Wit blad
4 Scannerdeksel
5 Glasplaat van de scanner
4 Sluit het deksel van de scanner.
Tips voor het verplaatsen en opbergen van uw apparaat
- U mag het apparaat bij het verplaatsen niet ondersteboven of op zijn kant houden. Er kan immers toner vrijkomen binnenin het apparaat waardoor er schade aan het apparaat kan ontstaan of de afdrukkwaliteit kan verslechteren.
- Als u het apparaat verplaatst, moet u ervoor zorgen dat ten minste twee mensen het apparaat goed vasthouden.

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.
- Tips om papierstoringen te voorkomen 99
• Papierstoringen verhelpen 100
• Informatie over de status-LED 109
• Informatie over displaymeldingen 112

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt. Als uw apparaat beschikt over een displayscherm, moet u eerst hierop kijken om de fout op te lossen. Als u in dit hoofdstuk geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, kijkt u in het hoofdstuk Problemen oplossen in de handleiding Handleiding Geavanceerd (zie "Problemen oplossen" op pagina 288). Als u geen oplossing kunt vinden in de Gebruikershandleiding of als het probleem blijft optreden, kunt u met de klantenservice bellen.
Tips om papierstoringen te voorkomen
U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Zie de volgende tips om storingen met vastzittend papier te voorkomen:
• Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie "Lade overzicht" op pagina 41).
- Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken.
- Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de lade plaatst.
- Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier.
- Plaats geen verschillende soorten papier in een lade.
- Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123).
- Vezel is de uitlijning van de papiervezels in een papiervel. Langvezelig papier wordt aanbevolen.
- Gebruik geen papier met ruwe randen.
- Geperforeerd papier of papier met reliëf kan niet gemakkelijk worden gescheiden. Buig de vellen heen en weer om ze los te maken, en waaier ze uit. Voer één vel in vanuit de lade als er meerdere vellen worden opgehaald of als er papierstoringen optreden.
Papierstoringen verhelpen
Als een origineel vastloopt in de ADI verschijnt er een waarschuwingsbericht op het display.

Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat het scheurt.

Gebruik de glasplaat van de scanner voor originelen van dik, dun of gemengd papier om papierstoringen te voorkomen.
In de papierlade

De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
Papierstoringen verhelpen

Papierstoringen verhelpen
Binnenin het apparaat

- Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
Papierstoringen verhelpen

Papierstoringen verhelpen
In het uitvoergebied

- Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het apparaat verwijdert.
- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).

Papierstoringen verhelpen
Er is een origineel vastgelopen vóór de scanner

- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
- Deze probleemoplossing is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).

Papierstoringen verhelpen
Het origineel is in de scanner vastgelopen

- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
- Deze probleemoplossing is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
Papierstoringen verhelpen

Papierstoringen verhelpen
Het origineel is vastgelopen in het uitvoergebied van de scanner

- De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type apparaat (zie "Voorkant" op pagina 21).
- Deze probleemoplossing is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Voorkant" op pagina 21).
1 Verwijder alle resterende pagina's uit de ADI.
2 Verwijder het vastgelopen papier voorzichtig uit de ADI.

De kleur van de LED geeft de huidige status van het apparaat aan.

- Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED's mogelijk niet beschikbaar (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 24).
- Zie de foutmelding en de bijbehorende instructies om de fout op te lossen (zie "Informatie over displaymeldingen" op pagina 112).
- U kunt de fout ook oplossen met behulp de richtlijnen uit het Samsung-printerstatus venster van de computer (zie "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 278).
- Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
Informatie over de status-LED
| LED Status Omschrijving | |||
| Status | Uit Het apparaat is offline. | ||
| Blauw | Knippert | Als het lampje knippert, is het apparaat bezig met het ontvangen of afdrukken van gegevens. | |
| Aan • Het apparaat is online en klaar voor gebruik. | |||
| Oranje | Knippert | Er is een kleine storing opgetreden en het apparaat wacht tot het probleem is verholpen. Bekijk het bericht op het display. Als het probleem is opgelost, gaat de printer door met afdrukken.De tonercassette is bijna leeg. Geschatte levensduur van een cassette ^1 van de tonercassette is bijna bereikt. Houd een nieuwe cassette klaar ter vervanging van de oude cassette. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 83). ^2 | |
| Aan | De tonercassette heeft de geschatte levensduur ^1 bijna bereikt. Het wordt aanbevolen de tonercassette te vervangen (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85).De klep is geopend. Sluit de klep.De papierlade is leeg tijdens het ontvangen of afdrukken van gegevens. Plaats papier in de lade.Het apparaat is gestopt als gevolg van een ernstige fout. Bekijk de melding op het display (zie "Informatie over displaymeldingen" op pagina 112).Er is een papierstoring opgetreden (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 100). | ||
| Wireless ^2 | Blauw | Knippert Het apparaat maakt verbinding met een draadloos netwerk. | |
| Aan | Het apparaat maakt verbinding met een draadloos netwerk (zie "Draadloos netwerk instellen" op pagina 168). | ||
| Uit De verbinding tussen het apparaat en het draadloze netwerk is verbroken. | |||
| Power/Wake Up ( ) | Blauw | Aan Het apparaat bevindt zich in energiebesparende modus. | |
| Uit Het apparaat staat in de gereedmodus of het apparaat is uitgeschakeld. | |||
Informatie over de status-LED
| LED Status Omschrijving | |||
| Eco Groen | Aan Eco-modus is ingeschakeld.De standaardinstelling in de eco-modus is 2 op 1 vel en tonerbesparing. | ||
| Uit Eco-modus is uitgeschakeld. | |||
| Scan to ^2 | Blauw | Aan Scanmodus is ingeschakeld.Hiermee schakelt u tussen de scan- en de kopieermodus. De LED Scan to gaat aan in de scanmodus en uit in kopieermodus. | |
| Uit Scanmodus is uitgeschakeld en Kopieermodus is ingeschakeld. | |||
- De geschatte gebruiksduur van een cassette verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Dit geeft aan hoeveel afdrukken er gemiddeld kunnen worden gemaakt met de cassette conform ISO/IEC 19798. Het aantal pagina's kan worden beïnvloed door de omgevingsomstandigheden, het percentage van de afbeelding, de tijd tussen afdruktaken, media en formaat van het afdrukmateriaal. Er kan wat toner achterbijven in de cassette, ook als de rode LED brandt en de printer stopt met afdrukken.
- Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED's mogelijk niet beschikbaar (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 24).
Informatie over displaymeldingen
Er verschijnen berichten op het display van het bedieningspaneel om de status van het apparaat of fouten te melden. Raadpleeg de onderstaande tabellen voor de betekenis van de berichten en verhelp indien nodig het probleem.

- Deze functie wordt niet ondersteund op apparaten met een bedieningspaneel met display. U kunt de fout oplossen met behulp van de tips in het venster Afdrukstatus op de computer (zie "Samsung-printerstatus gebruiken" op pagina 278).
- Als het bericht niet in de tabel voorkomt, schakelt u het apparaat uit en weer in en probeert u de afdruktaak opnieuw uit te voeren. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen.
- Als u contact opneemt met de klantenservice, is het nuttig dat u het bericht op het display doorgeeft aan een medewerker van de klantenservice.
- Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige meldingen mogelijk niet op het display.
• [foutnummer] geeft het foutnummer aan.
• [ladenummer] geeft het ladenummer aan.
• [media type] toont het mediatype.
• [media size] toont de mediagrootte. - [kleur] geeft de kleur van de toner aan.
Foutmeldingen gerelateerd aan vastgelopen papier
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Verw. vastgel.doc. | Het geplaatste origineel is vastgelopen in de documentinvoer. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "Origineel is vastgelopen" op pagina 105). |
| Pap.st.in app. | Er is papier vastgelopen in het apparaat. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "Binnenin het apparaat" op pagina 102). |
| Papierstoring in lade | Papier is vastgelopen in de lade. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 100). |
| Pap.st.in ultv.gebied | Er is papier vastgelopen bij de uitgang. | Verwijder het vastgelopen papier (zie "Het origineel is vastgelopen in het uitvoergebied van de scanner" op pagina 108). |
| Papier op in lade | De lade is leeg. Plaats papier | in de lade (zie "Papier in de lade plaatsen" op pagina 42). |
Informatie over displaymeldingen
Meldingen over de tonercassette
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Plaats tonercas. | Er is geen tonercassette geplaatst. | Plaats een tonercassette. |
| [kleur] TC niet comp. | De tonercassette is niet geschikt voor uw apparaat. | Vervang de betreffende tonercassette door een originele cassette van Samsung. |
| Ber. toner voor | De tonercassette bevat nog een kleine hoeveelheid toner. De tonercassette heeft de geschatte levensduur bijna bereikt. | Houd een nieuwe cassette gereed om de oude cassette te vervangen. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen door de toner te herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 83). |
| Melding Betekenis Voorgestelde oplossing | ||
| Vervang toner | De aangegeven tonercassette is bijna aan het einde van de geschatte levensduur.1 | • U kunt kiezen tussenStop of Doorgaan, zoals weergegeven op het bedieningspaneel. Als uStoppen selecteert, stopt de printer met afdrukken en kunt u niet meer afdrukken zolang u de cassette niet hebt vervangen. Als uDoorgaankiest, gaat de printer door met afdrukken maar kan de afdrukkwaliteit niet worden gegarandeerd. Het apparaat kan immers beschadigd raken.• Als u van een optimale afdrukkwaliteit wilt blijven genieten, dient u de tonercassette te vervangen wanneer dit bericht verschijnt. Als u de cassette verder blijft gebruiken kunnen er problemen optreden met de afdrukkwaliteit (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85). |
| De aangegeven tonercassette is aan het einde van de geschatte levensduur.1Het apparaat stopt mogelijk met afdrukken. | Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85). | |
Informatie over displaymeldingen
- De geschatte gebruiksduur van een cassette verwijst naar de verwachte of geschatte gebruiksduur van een tonercassette. Het geeft aan hoeveel afdrukken er met de cassette gemiddeld kunnen worden gemaakt conform ISO/IEC 19798 (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 78). Het aantal pagina's kan afhankelijk zijn van de omgevingsomstandigheden, het percentage afbeeldingen, de tijd tussen de afdruktaken, media en het mediaformaat. Het is mogelijk dat de cassette nog wat toner bevat wanneer de desbetreffende melding verschijnt en de printer stopt met afdrukken.

Samsung raadt het gebruik van niet-originele Samsung-tonercassettes (bijv. hervulde of gerecyclede cassettes) af. Samsung kan de kwaliteit van niet-originele Samsung-tonercassettes immers niet garanderen. Onderhoud en herstellingen die vereist zijn als gevolg van het gebruik van andere tonercassettes dan die van Samsung worden niet gedekt door de garantie van het apparaat.
Informatie over displaymeldingen
Meldingen over de papierlade
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Verkeerd papierin lade | Het in de printereigenschappen opgegeven papierformaat stemt niet overeen met het door u geplaatste papier. | Plaats het correcte papier in de lade. |
Meldingen over het netwerk
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Verbinding met WPS mislukt | Het apparaat kan geen verbinding maken via WPS. | Controleer de WPS-instellingen (zie "Het menu WPS-instellingen gebruiken" op pagina 169). |
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Installeer draadloze NIC | Er is een probleem in de netwerkinterface. | Schakel het apparaat uit en weer in. Neem contact op met de klantendienst als het probleem zich blijft voordoen. |
| Netw.probl.: IP-conflict | Het door u ingestelde IP-adres wordt al door iemand anders gebruikt. | Controleer het IP-adres en stel het zo nodig opnieuw in (zie "Een netwerkconfiguratierapp ort afdrukken" op pagina 156). |
| Draadloos netw. niet gevonden | Het apparaat kan het draadloos netwerk niet vinden. | Controleer de status van de draadloze router of het toegangspunt. Controleer ook de configuratie, de stroomaansluitingen en apparaten die de draadloze communicatie mogelijk beïnvloeden. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Inst. draadloos niet juist | De opties voor het draadloos netwerk zijn onjuist geconfigureerd voor de beveiligingsmethode.Het ingevoerde wachtwoord in de draadloze beveiligingsopties is onjuist.Het apparaat ondersteunt de beveiligingsmethode niet die door het toegangspunt of de draadloze router wordt gebruikt.Het toegangspunt of de draadloze router werkt niet goed. | Configureer de opties voor draadloos opnieuw op het apparaat, de SWS, het toegangspunt of de draadloze router. De beveiligingsmethode WPA2-PSK/AES wordt aanbevolen. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Draadloos AP niet verbonden | Het apparaat kan geen verbinding maken met het draadloos toegangspunt of de draadloze router. | Controleer de status van het toegangspunt. Controleer ook de configuratie, de stroomaansluitingen en apparaten die de draadloze communicatie mogelijk beïnvloeden. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
| Wi-Fi Direct niet gereed | Het apparaat kan de Wi-Fi Direct-verbinding niet initialiseren. | Start het apparaat opnieuw op om de draadloze instellingen te initialiseren. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Wi-Fi Direct niet verbonden | Het apparaat kan geen verbinding maken via Wi-Fi Direct. | Schakel de functie Wi-Fi Direct uit en weer aan, of start het apparaat of het mobiele apparaat opnieuw op. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
Div. meldingen
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Klep openSluit klep. | De klep is niet goed gesloten. | Sluit de klep goed. Deze moet vastklikken. |
| Klep van scanner staat open. | De klep van de scanner is niet goed gesloten. | Sluit de klep goed. Deze moet vastklikken. |
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Fout:[foutnummer]Cont. klantend. | Er is een probleem met het systeem. | Start het apparaat opnieuw op. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
| Fout:[foutnummer]Klep open/dicht | De beeldeenheid is niet goed geïnstalleerd of de klep is niet goed gesloten. | Installeer de beeldeenheid opnieuw om er zeker van te zijn dat deze goed op zijn plaats zit. Sluit de klep goed. Deze moet vastklikken. |
| Fout:[foutnummer]Zet uit en aan | Het apparaat kan niet bestuurd worden. | Start het apparaat opnieuw op en probeer nogmaals af te drukken. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
| Fout ID-controleCheck CTD-sensor | Er is een probleem met de CTD-sensor. | Start het apparaat opnieuw op. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Uitvoervak vol Verw. pap. | De uitvoerlade is vol. Of de sensor is niet omlaag gericht. | Zodra het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat de printer door met afdrukken. Of controleer of de sensor omlaag is gericht. Neem contact op met de klantendienst als het probleem zich blijft voordoen. |
| Bereid fixeer-eenheid voor | De fixeereenheid is versleten. | Plaats een nieuwe fixeereenheid. Neem contact op met de servicevertegenwoordige r. |
| Bereid nieuwe beeldeenheid vr. | De levensduur van de beeldeenheid is bijna verstreken. | Vervang de beeldeenheid door een nieuwe. Neem contact op met de servicevertegenwoordige r. |
| Bereid nieuwe transp.riem voor | De levensduur van de transportriem zal binnenkort verlopen. | Vervang de transportriem met een nieuwe. Neem contact op met de servicevertegenwoordige r. |
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Nieuw voorber. Transportrol | De levensduur van de transportriem zal binnenkort verlopen. | Vervang de transportriem met een nieuwe. Neem contact op met de servicevertegenwoordige r. |
| Plaats nieuwe fixeereenheid | De fixeereenheid is versleten. | Vervang de fixeereenheid door een nieuwe. Neem contact op met de servicevertegenwoordige r. |
| Plaats nieuwe beeldeenheid | De levensduur van de beeldeenheid is bijna verlopen. | Vervang de beeldeenheid door een nieuwe. Neem contact op met de servicevertegenwoordige r. |
| Plaats nieuwetransportriem | De transportriem is versleten. | Vervang de transportriem met een nieuwe. Neem contact op met de servicevertegenwoordige r. |
Informatie over displaymeldingen
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Plaats nieuwe transportrol | De transportriem is versleten. | Vervang de transportriem met een nieuwe. Neem contact op met de servicevertegenwoordige r. |
| Cas. gebr. toner verv./plaatsen | De levensduur van de gebruikte tonercassette is verlopen en de printen zal stoppen met werken tot een nieuwe tonercassette in de printer geplaatst wordt. | Vervang de gebruikte tonercassette met een echte Samsung tonercassette. |
| Scanner gebl. De scanner is vergrendeld. Start het apparaat opnieuw op. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. | ||
| Scaneenheid open of storing uitv. | De scanner is niet goed gesloten. Er is papier vastgelopen in het papieruitvoergebied. | • Verwijder het vastgelopen papier (zie "Origineel is vastgelopen" op pagina 105). • Sluit de klep goed. Deze moet vastklikken. |
| Melding Betekenis | Voorgestelde oplossing | |
| Fout van transp.riem | De transportriem kan niet worden gecontroleerd. | Start het apparaat opnieuw op en probeer nogmaals af te drukken.Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum. |

In dit hoofdstuk staan productspecificaties en informatie met betrekking tot toepasbare regelgeving.
- Specifications 121
- Informatie over wettelijke voorschriften 130
• Copyright 145

Algemene specificaties

Deze specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Ga naar www.samsung.com voor meer specificaties en informatie over wijzigingen van de specificaties.
| Items Omschrijving | |||
| Afmetingen^1 | Breedte x Lengte x Hoogte C48x/C48xW series 406 x 362 x 288,6 mm | ||
| C48xFN/C48xFW series 406 x 362 x 333,5 mm | |||
| Gewicht^1 | Apparaat inclusief verbruiksartikelen | C48x/C48xW series 12,89 kg (28,42 lbs) | |
| C48xFN/C48xFW series 14,06 kg (31,00 lbs) | |||
| Geluldsniveau^23 | Stand-bymodus Achtergrondgeluid | ||
| Afdrukmodus Afdrukken in kleur | Minder dan 46 dB(A) | ||
| Afdrukken in zwart-wit Minder dan 48 dB(A) | |||
| Kopieermodus Glasplaat van de scanner Minder dan 52 dB(A) | |||
| Scanmodus Glasplaat van de scanner Minder dan 51 dB(A) | |||
| Temperatuur Gebruik 10 tot 30 °C | |||
Specifications
| Items Omschrijving | ||
| Luchtvochtigheid Gebruik | 20 tot 80% RV | |
| Opslag (in verpakking) 10 tot 90% RV | ||
| Nominaal vermogen4 | Modellen op 110 volt AC 110 - | 127 V |
| Modellen op 220 volt AC 220 - | 240 V | |
| Stroomverbruik5 | Gemiddeld vermogen Minder dan 290 Watt | |
| Stand-bymodus Minder dan 60 Watt | ||
| Energiebesparende modus | • C48x: Minder dan 1,2 Watt• C48xW: Minder dan 1,5 W• C48xFN: Minder dan 1,5 W• C48xFW: Minder dan 1,8 W | |
| Uitgeschakelde toestand6 | Minder dan 0,45 Watt | |
| Network Standby-modus (Activering alle poorten) | • C48xW/C48xFW: Minder dan 1,30 W | |
| Draadloos7 | Module SPW-B43143S | |
-
De afmetingen en het gewicht zijn gebaseerd op een apparaat zonder accessoires.
-
Geluidsdrukniveau, ISO 7779. Geteste configuratie: basisinstallatie apparaat, A4-papierformaat, enkelzijdig afdrukken.
-
Alleen voor China Als het geluid van de apparatuur luider is dan 63 dB (A), moet de apparatuur in een aparte ruimte worden geplaatst.
-
Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage (V), de frequentie (hertz) en het type stroom (A) voor uw apparaat.
-
Het stroomverbruik is afhankelijk van de status van de machine, de instellingen, de omgevingsvoorwaarden en de meetapparatuur en -methode die het land gebruikt.
-
Stroomverbruik kan alleen volledig worden voorkomen wanneer de voedingskabel niet is aangesloten.
-
Alleen voor draadloze modellen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Specifications
Specificaties van de afdrukmedia
| Type Formaat Afmetingen | Gewicht/capaciteit afdrukmedia ^1 | ||
| Lade | |||
| Normaal papier | Letter 216 x 279 mm | 60 tot 85 g/m ^2 • 150 vellen van 75 g/m ^2 • Maximale hoogte stapel: 15,5 mm | |
| Legal 216 x 356 mm | |||
| US Folio 216 x 330 mm | |||
| A4 210 x 297 mm | |||
| Oficio 216 x 343 mm | |||
| JIS B5 182 x 257 mm | |||
| ISO B5 176 x 250 mm | |||
| Executive 184 x 267 mm | |||
| A5 148 x 210 mm | |||
| A6 105 x 148 mm | |||
| Dik papier Zie Normaal papier | Zie Normaal papier | 86 tot 120 g/m ^2 • 5 v e l l e n | |
| Dun papier Zie Normaal papier | Zie Normaal papier | 60 tot 70 g/m ^2 • 150 vellen van 60 g/m ^2 • Maximale hoogte stapel: 15,5 mm | |
Specifications
| Type Formaat Afmetingen | Gewicht/capaciteit afdrukmedia ^1 | ||
| Lade | |||
| Katoen Zie Normaal papier | Zie Normaal papier | 75 tot 90 g/m ^2 • 150 vellen van 75 g/m ^2 | |
| Gekleurd Voorbedrukt | Zie Normaal papier | Zie Normaal papier | 60 tot 85 g/m ^2 • 150 vellen van 75 g/m ^2 • Maximale hoogte stapel: 15,5 mm |
| Kringlooppapier Zie | Normaal papier | Zie Normaal papier | 60 tot 85 g/m ^2 • 150 vellen van 75 g/m ^2 • Maximale hoogte stapel: 15,5 mm |
| Etiketten ^2 | Letter, Legal, Oficio, US Folio, A4, JIS B5, ISO B5, Executive, A5 | Zie Normaal papier | 120 tot 150 g/m ^2 • 5 v e l l e n |
| Kartonpapier | Letter, Legal, Oficio, US Folio, A4, JIS B5, ISO B5, Executive, A5, Briefkaart 4x6 | Zie Normaal papier | 121 tot 163 g/m ^2 • 5 v e l l e n |
| Bankpostpapier Zie | Normaal papier | Zie Normaal papier | 105 tot 120 g/m ^2 • 10 vellen |
Specifications
| Type Formaat Afmetingen | Gewicht/capaciteit afdrukmedia ^1 | |
| Lade | ||
| Archiefpapier Zie Normaal papier | Zie Normaal papier | 70 tot 90 g/m ^2 • 1 0 0 v e l l e n• Maximale hoogte stapel: 15,5 mm |
| Glossy fotoFoto mat | Letter, A4,Briefkaart 4x6 | Zie Normaal papier |
| Minimaal formaat (aangepast) 105 x 148,5 mm | 111 tot 220 g/m ^2 • 1 v e l l e n | |
| Maximaal formaat (aangepast) 216 x 356 mm | 60 tot 120 g/m ^2 | |
- De maximumcapaciteit kan verschillen en is afhankelijk van het gewicht en de dikte van afdrukmedia en de omgevingsomstandigheden.
- De zachtheid van de voor dit apparaat gebruikte etiketten moet tussen 100 tot 250 (sheffield) bedragen. Deze getallen verwijzen naar het gladheidsniveau.

Plaats de vellen een voor een in de lade als het gewicht van het afdrukmateriaal groter is dan 120 g/m ^2 .
Specifications
Systeemvereisten
Microsoft® Windows®
| Besturingssysteem | Vereisten (aanbevolen) | ||
| Processor RAM Vrije schijfruimte | |||
| Windows® XP Service Pack 3 | Intel® Pentium® III 1 GHz (Pentium IV 2 GHz) | 512 MB (1 GB) 1,5 GB | |
| Windows Server® 2003 Intel | ® Pentium® III 1 GHz (Pentium IV 2 GHz) | 512 MB (1 GB) 1,5 GB | |
| Windows Server® 2008 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz (Pentium IV 2 GHz) | 512 MB (2 GB) 10 GB | |
| Windows Vista® | Intel® Pentium® IV 3 GHz | 512 MB (1 GB) 15 GB | |
| Windows® 7 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger | 1 GB (2 GB) 16 GB | |
| • Ondersteuning voor DirectX ® 9 graphics met 128 MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen). • DVD-R/W-station | |||
| Windows Server® 2008 R2 Intel | ® Pentium® IV 1 GHz- (x86) of 1,4 GHz- (x64) processoren (2 GHz of sneller) | 512 MB (2 GB) 10 GB | |
| Windows® 8 | Intel® Pentium® IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger | 2 GB (2 GB) 20 GB | |
| Windows® 8.1 | • Ondersteuning voor DirectX ® 9 graphics met 128 MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen). • DVD-R/W-station | ||
| Windows® 10 | |||
| Windows Server® 2016 | |||
Specifications
| Besturingssysteem | Vereisten (aanbevolen) | ||
| Processor RAM Vrije schijfruimte | |||
| Windows Server® 2012 | Intel® Pentium® IV 1,4 GHz-processoren (x64) (2 GHz of sneller) | 512 MB (2 GB) 32 GB | |
| Windows Server® 2012 R2 | |||

- Internet Explorer 6.0 of hoger is minimum vereist voor alle Windows-besturingssystemen.
- Gebruikers kunnen de software installeren als ze beheerdersrechten hebben.
- Windows Terminal Services is compatibel met uw apparaat.
Mac
| Besturingssysteem | Vereisten (aanbevolen) | ||
| Processor RAM Vrije schijfruimte | |||
| Mac OS X 10.6 | • I n®precelssoren | 1 GB (2 GB) 1 GB | |
| Mac OS X 10.7 - 10.10 | • I n®precelssoren | 2 GB 4 GB | |
Specifications
Linux
| Items Vereisten | |
| Besturingssysteem Red Hat Enterprise Linux 5, 6, 7Fedora 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20OpenSUSE 11.2, 11.3, 11.4, 12.1, 12.2, 12.3, 13.1Ubuntu 10.04, 10.10, 11.04, 11.10, 12.04, 12.10, 13.04, 13.10, 14.04SUSE Linux Enterprise Desktop 10, 11Debian 6,0, 7,0Mint 13, 14, 15, 16, 17 | |
| Processor Pentium IV 2,4GHz (Intel CoreTM2) | |
| RAM 512 MB (1 GB) | |
| Vrije schijfruimte 1 GB (2 GB) | |
Specifications
Netwerkomgeving

Alleen voor draadloze en netwerkmodellen (zie "Functies per model" op pagina 7).
U moet de netwerkprotocollen op het apparaat installeren om het als netwerkprinter te kunnen gebruiken. In de volgende tabel worden de netwerkomgevingen vermeld die door het apparaat worden ondersteund.
| Items Specificaties | |
| Netwerkinterface • Ethernet 10/100 Base-TX bedraad LAN• 802.11b/g/n draadloos LAN | |
| Netwerkbesturingssysteem | • W i n ®X® Survise Pack 3, Windows Server® 2003, Windows Vista®, Windows® 7/8, Windows Server® 2008 R2• Diverse Linux-besturingssystemen• Mac os x 10.6-10.10 |
| Netwerkprotocollen • TCP/IPv4 | • DHCP, BOOTP• DNS, WINS, Bonjour, SLP, UPnP• Standard TCP/IP Printing(RAW), LPR, IPP, WSD• SNMPv 1/2/3, HTTP• TCP/IPv6 (DHCP, DNS, RAW, LPR, SNMPv 1/2/3, HTTP) |
| Draadloze netwerkbeveiliging | • Verificatie: Open Syst., Ged. Sleutel, WPA Privé, WPA2 Privé (PSK)• Codering: WEP64, WEP128, TKIP, AES |
Informatie over wettelijke voorschriften
Dit apparaat is ontworpen voor een normale werkomgeving en is gecertificeerd conform verschillende veiligheidsvoorschriften.
Verklaring inzake laserveiligheid
De printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als zijnde in overeenstemming met de vereisten van DHHS 21 CFR, hoofdstuk 1, subhoofdstuk J voor laserproducten van klasse I(1), en is elders gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1: 2007.
Laserproducten van klasse I worden niet als gevaarlijk beschouwd. Het lasersysteem en de printer zijn zo ontworpen dat bij normaal gebruik, gebruiksonderhoud of onder de voorgeschreven servicevoorwaarden personen niet worden blootgesteld aan laserstralen hoger dan Klasse I.
Waarschuwing
De printer mag nooit worden gebruikt of nagekeken als de beschermkap van de laser/scanner is verwijderd. Hoewel ze onzichtbaar is, kan de gereflecteerde laserstraal uw ogen beschadigen.
Neem bij het gebruik van dit apparaat altijd deze elementaire veiligheidsmaatregelen in acht om het risico op brand, elektrische schokken en letsels te beperken.

CAUTION - CLASS 3B. INVISIBLE LASER RADIATION WHEN OPEN. AVOID EXPOSURE TO THE BEAM.
ATTENTION - CLASSE 3B. RADIATION LASER INVISIBLE EN CAS D'OUVERTURE. EVITER L'EXPOSITION AU FAISCEAU.
Informatie over wettelijke voorschriften
Veiligheid in verband met ozon

De ozonemissie van dit apparaat ligt onder 0,1 ppm. Ozon is zwaarder dan lucht. Zet dit apparaat dus op een plaats met goede ventilatie.
Waarschuwing voor perchloraat
Deze waarschuwing voor perchloraat is alleen van toepassing op primaire CR (Mangaandioxide) lithiumbatterijen in producten die UITSLUITEND in Californië (VS) worden verkocht of gedistribueerd.
Perchloraat bevattend materiaal – vereist mogelijk speciale verwerking.
Ga naar www.dtsc.ca.gov/hazardouswaste/perchlorate. (alleen VS).
Energiebesparingsmodus

Deze printer is uitgerust met een geavanceerde energiebesparende technologie die het stroomverbruik vermindert wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.
Als de printer gedurende enige tijd geen gegevens ontvangt, wordt het stroomverbruik automatisch verlaagd.
ENERGY STAR en het ENERGY STAR-merk zijn gedeponeerde Amerikaanse handelsmerken.
Meer informatie over het ENERGY STAR-programma vindt u op http://www.energystar.gov
Voor modellen met ENERGY STAR-certificering staat het etiket van ENERGY STAR op uw apparaat. Controleer of uw apparaat gecertificeerd is met ENERGY STAR.
Recycleren

Recycle de verpakkingsmaterialen van dit product, of verwijder ze op een milieuvriendelijke wijze.
Informatie over wettelijke voorschriften
Correcte verwijdering van dit product (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur)
(Van toepassing in landen met afzonderlijke verzamelsystemen)

Deze aanduiding op het product, op de accessoires of in de documentatie geeft aan dat het product en zijn elektronische accessoires (bijv. lader, hoofdtelefoon, USB-kabel) aan het eind van hun levensduur niet met ander huishoudelijk afval mogen worden weggegooid. Gelieve deze items te scheiden van andere soorten afval en ze op een verantwoorde wijze te recyclen met het oog op een duurzaam hergebruik van materialen en ter voorkoming van eventuele schade aan het milieu of de gezondheid als gevolg van een ongecontroleerde afvalverwijdering.
Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen.
Zakelijke gebruikers dienen contact op te nemen met hun leverancier en dienen de voorwaarden en bepalingen van de verkoopovereenkomst te controleren. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd.
(Alleen voor de Verenigde Staten)
Verwijder elektronica door deze naar een goedgekeurd recyclingbedrijf te brengen. Vind recyclingbedrijven bij u in de buurt op onze website: www.samsung.com/recyclingdirect Of bel (877) 278 - 0799
Europese Reach SVHC-verklaring
Ga voor meer informatie over de milieutoezeggingen van Samsung en productspecifieke wettelijke verplichtingen (bijv. Reach) naar: www.samsung.com/uk/aboutsamsung/samsungelectronics/corporatecitizenship/data_corner.html
Proposition 65 van de Staat Californië, Waarschuwing (Alleen voor V.S.)
Informatie over wettelijke voorschriften
Radiofrequentiestraling
FCC-normen (VS)
Dit apparaat is conform Deel 15 van de FCC-voorschriften. Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden:
- dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken
- en moet alle ontvangen interferentie aanvaarden, inclusief interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken.
Dit apparaat is getest en voldoet aan de limieten voor digitale apparaten van klasse B, zoals vastgelegd in deel 15 van de FCC-voorschriften. Deze beperkingen zijn bedoeld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie binnenshuis. Dit apparaat genereert, gebruikt en straalt mogelijk radiofrequentie-energie uit en kan, indien het niet volgens de richtlijnen wordt geïnstalleerd en gebruikt, schadelijke interferentie voor radiocommunicatie veroorzaken. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat bij een bepaalde installatie geen interferentie optreedt. Als dit apparaat schadelijke interferentie voor radio- of tv-ontvangst veroorzaakt, wat u kunt controleren door het apparaat in en uit te schakelen, raden wij de gebruiker aan de interferentie te beperken door de volgende maatregelen te treffen:
- Verplaats de ontvangstantenne of draai ze een andere kant op.
- Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger.
- Sluit de apparatuur aan op een stopcontact van een andere stroomkring dan die waarop de ontvanger is aangesloten.
- raadpleeg uw verdeler of een ervaren radio-/televisiemonteur.

Wijzigingen of modificaties die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de fabrikant (die ervoor moet zorgen dat het apparaat aan de normen voldoet) kunnen ertoe leiden dat de toestemming aan de gebruiker om het apparaat te gebruiken vervalt.
Canadese regelgeving inzake radio-interferentie
Dit digitale apparaat blijft binnen de grenzen (limieten van klasse B) voor stoorsignalen vanuit digitale apparatuur die zijn bepaald in de standaard voor apparatuur die interferentie zou kunnen veroorzaken, met de titel "Digital Apparatus", ICES-003 van Industry and Science Canada.
RFID-apparatuur is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) het apparaat mag geen interferentie veroorzaken, en (2) het apparaat moet alle ontvangen interferentie accepteren, inclusief interferentie die een ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken. (Alleen VSA, Frankrijk en Taiwan.)
Informatie over wettelijke voorschriften
Verenigde Staten van Amerika
Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. Deze sectie is alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig zijn. Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze apparaten aanwezig zijn.
Eventuele draadloze apparaten in uw systeem zijn enkel gekwalificeerd voor gebruik in de Verenigde Staten van Amerika als er een FCC ID-nummer op het systeemlabel staat.
De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt aangegeven dat de afstand tussen een draadloos apparaat en het lichaam minstens 20 cm moet bedragen, bij gebruik van het apparaat nabij het lichaam (uitstekende delen niet meegerekend). Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het lichaam worden gehouden wanneer de draadloze apparatuur is ingeschakeld. Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, liegt ruimschoots onder de RF-blootstellingsgrenzen die de FCC heeft bepaald.
Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender worden opgesteld of bediend.
Het gebruik van dit apparaat is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken en (2) dit apparaat moet alle ontvangen interferentie accepteren, inclusief interferentie die een ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken.

Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie. Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant.
FCC-bepaling voor het gebruik in draadloze LAN's:

Tijdens de installatie en het gebruik van een combinatie van deze zender en antenne kan dicht bij de geïnstalleerde antenne de RF-blootstellingsgrens van 1 mW/cm2 worden overschreden. Daarom moet de gebruiker altijd minstens 20 cm afstand houden van de antenne. Dit apparaat kan niet worden geïnstalleerd met een andere zender en verzendantenne.
Informatie over wettelijke voorschriften
Faxidentificatie
Volgens de Telephone Consumer Protection Act van 1991 is het wettelijk verboden om met een computer of een ander elektronisch apparaat faxberichten te verzenden tenzij ze voorzien zijn van een duidelijke strook aan de onderkant of bovenkant van iedere verzonden pagina of op de eerste pagina met de volgende gegevens:
1 verzenddatum en -tijd;
2 naam van het bedrijf, de bedrijfsafdeling of afzender; en
3 telefoonnummer van het verzendapparaat, het bedrijf, de bedrijfsafdeling of de persoon.
De telefoonmaatschappij kan wijzigingen aanbrengen in haar communicatiefaciliteiten, in de werking van haar installaties of in procedures waar dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, mits dit niet indruist tegen de regels en voorschriften van FCC Deel 68. Als van zulke wijzigingen redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze tot gevolg hebben dat bepaalde telefoonrandapparatuur niet meer compatibel is met de communicatiemiddelen van de telefoonmaatschappij, of dat wijzigingen of modificaties van deze randapparatuur nodig zijn, of op enige andere wijze materiële gevolgen hebben voor het gebruik of de prestaties van de randapparaten, moet de klant hiervan op adequate wijze schriftelijk op de hoogte worden gesteld, zodat hij kan ononderbroken kan blijven genieten van de service
REN-nummer (Ringer Equivalence Number)
De aansluitfactor en het FCC-registratienummer voor dit apparaat vindt u op een etiket aan de achterkant of op de onderkant van het apparaat. In een aantal gevallen moet deze informatie aan het telefoonbedrijf worden verstrekt.
De aansluitfactor is een getal dat aangeeft hoe zwaar een apparaat de telefoonlijn belast. Hiermee kunt u bepalen hoeveel apparaten u op dezelfde lijn kunt aansluiten voordat deze wordt "overbelast". Als u te veel apparaten op dezelfde lijn aansluit, ontstaan er problemen met het telefoneren en beantwoorden van inkomende oproepen. Een veel voorkomend probleem is dat de apparaten niet meer overgaan. Er mogen niet meer dan vijf apparaten tegelijk worden aangesloten om er zeker van te zijn dat de telefoonmaatschappij in staat is om de diverse diensten ter beschikking te stellen. In een aantal gevallen kunnen er geen vijf toestellen aangesloten worden. Als een aangesloten telefoonapparaat niet goed werkt, moet u het onmiddellijk loskoppelen van de telefoonlijn aangezien het schade kan toebrengen aan het telefoonnet.
Dit apparaat is in overeenstemming met Deel 68 van de FCC-regels en de vereisten die door de ACTA werden aangenomen. Op de achterkant van dit apparaat bevindt zich een label dat onder meer een product-id bevat met de notatie US:AAAEQ##TXXXX. Dit nummer moet op verzoek worden meegedeeld aan de telefoonmaatschappij.
Informatie over wettelijke voorschriften

Volgens de voorschriften van de FCC (Federal Communication Commission) kunnen wijzigingen of modificaties aan dit apparaat die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de fabrikant ertoe leiden dat de gebruiker het recht verliest om het apparaat te gebruiken. Wanneer randapparatuur schade aan het telefoonnet veroorzaakt, moet de telefoonmaatschappij de klant waarschuwen dat de dienst kan worden onderbroken. Wanneer het echter praktisch onmogelijk is om de klant vooraf te verwittigen, kan de telefoonmaatschappij de dienstverlening tijdelijk onderbreken op voorwaarde dat ze:
a de klant onmiddellijk op de hoogte brengt;
b de klant de gelegenheid biedt om het probleem met de randapparatuur te verhelpen,
c de klant erop wijst dat hij het recht heeft om een klacht in te dienen bij de Federal Communication Commission volgens de procedures uiteengezet in "FCC Rules and Regulations Subpart E of Part 68".
- Als u zich in een gebied bevindt waar veel onweer voorkomt of regelmatig spanningspieken optreden in het lichtnet, raden we u aan om zowel voor het lichtnet als de telefoonlijn een piekspanningsbeveiliging te installeren. Piekspanningsbeveiligingen kunt u aanschaffen bij uw dealer of bij een elektronica speciaalzaak.
- Wanneer u een alarmnummer in het apparaat programmeert en/of een alarmnummer draait om te testen of alles goed werkt, bel dan eerst het normale nummer (dus niet het alarmnummer) van de alarmdienst om de dienst op de hoogte te brengen van de test. De dienst kan u dan meteen inlichten over de testprocedure die u kunt volgen.
- Dit apparaat mag niet worden aangesloten op een muntautomaat of een lijn die wordt gebruikt voor telefonisch vergaderen.
- Dit apparaat heeft een magnetische koppeling voor gehoorapparaten.
U kunt het apparaat veilig op een telefoonnet aansluiten via een standaard modulaire connector, USOC RJ-11C.
Verder moet u weten:
- Dat het apparaat niet ontworpen is voor aansluiting op een PBX-centrale.
- Als u het apparaat wilt aansluiten op de telefoonlijn waarop ook een computerfax/modem is aangesloten, is het mogelijk dat alle op de lijn aangesloten apparaten problemen ondervinden met verzenden of ontvangen. We raden u aan om buiten een normaal telefoontoestel geen andere apparaten aan te sluiten op de lijn waarop het apparaat is aangesloten.
Informatie over wettelijke voorschriften
De stekker van het netsnoer vervangen (alleen voor het VK)
Belangrijk
Het netsnoer van dit apparaat is voorzien van een standaardstekker (BS 1363) van 13 ampère en een zekering van 13 ampère. Als u de zekering vervangt, moet u het juiste type van 13 ampère gebruiken. Nadat u de zekering hebt gecontroleerd of vervangen, moet u de afdekkap van de zekering weer sluiten. Als u de afdekkap van de zekering verloren bent, mag u de stekker niet gebruiken totdat u er een nieuwe afdekkap hebt op gezet.
Neem contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt gekocht.
Stekkers van 13 ampère zijn het meest voorkomende type in het Verenigd Koninkrijk en kunnen in de meeste gevallen worden gebruikt. Sommige (vooral oudere) gebouwen hebben echter geen normale stopcontacten van 13 ampère. U moet een geschikt verloopstuk (adapter) kopen. Verwijder nooit de aangegoten stekker van het netsnoer.

Als u de aangegoten stekker afsnijdt of weggooit, kunt u hem er niet meer op bevestigen en riskeert u een elektrische schok te krijgen als u hem in het stopcontact steekt.
Belangrijke waarschuwing:
Dit apparaat moet op een geaard stopcontact worden aangesloten.
De aders van het netsnoer hebben de volgende kleurcodering:
• Groen/geel: aarding
- Blauw: neutraal
- Bruin: fase
Ga als volgt te werk als de kleuren van de aders in het netsnoer niet overeenstemmen met die van de stekker.
Sluit de geel-groene aardedraad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "E", het aardingssymbool, en geel-groen of groen is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "N" of zwart is gekleurd.
Sluit de blauwe draad aan op de pool die gemarkeerd is met de letter "L" of de kleur zwart.
In de stekker, adapter of verdeelkast moet een zekering van 13 ampère zijn aangebracht.
Informatie over wettelijke voorschriften
Alleen voor Taiwan
警告
Alleen Rusland/Kazachstan/Wit-Rusland

Informatie over wettelijke voorschriften
Alleen voor China
回收和再循环
Informatie over wettelijke voorschriften
Alleen voor Duitsland
Alleen voor Thailand
Informatie over wettelijke voorschriften
Verklaring van overeenstemming (Europese landen)
Goedkeuringen en certificeringen
CE
Samsung Electronics verklaart hierbij dat deze [Xpress C48x series] voldoet aan de essentiële vereisten en andere regelgeving van de laagspanningsrichtlijn (2006/95/EG) en de EMC-richtlijn (2004/108/EG).
Samsung Electronics verklaart dat de [Xpress C48xW series/Xpress C48xFN series/Xpress C48xFW series] in overeenstemming is met de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van de R&TTE-richtlijn (1999/5/EG).
De conformiteitsverklaring vindt u op www.samsung.com. Daar klikt u op Support > Download center en geeft u de printernaam (MFP) in om EuDoC te doorzoeken.
1 januari 1995: Richtlijn 2006/95/EC van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen.
1 januari 1996: Richtlijn 2004/108/EC van de Raad inzake de harmonisatie van de wetgevingen in de lidstaten betreffende elektromagnetische compatibiliteit.
9 maart 1999: Richtlijn 1999/5/EC van de Raad inzake radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge herkenning van hun conformiteit. U kunt bij uw vertegenwoordiger van Samsung Electronics Co., Ltd. een volledige verklaring krijgen waarin de relevante richtlijnen en de normen waarnaar wordt verwezen, zijn gedefinieerd.
EC-certificering
Certificering voor Richtlijn 1999/5/EC inzake radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie (FAX)
Dit product van Samsung is gecertificeerd door Samsung zelf voor enkele-terminalverbindingen in heel Europa met het openbare telefoonnet (PSTN), in overeenstemming met richtlijn 1999/5/EC. Het product is ontworpen voor gebruik met de nationale openbare telefoonnetten en compatibele PBX-en van de Europese landen:
Indien er problemen optreden, moet u in eerste instantie contact opnemen met het Euro QA Lab van Samsung Electronics Co., Ltd.
Het product is getest op TBR21. Het European Telecommunication Standards Institute (ETSI) heeft voor gebruik en toepassing in overeenstemming met deze norm een adviesdocument gepubliceerd (EG 201 121), waarin opmerkingen en extra voorwaarden staan voor netwerkcompatibiliteit van TBR21-terminals. Het product is getest op, en voldoet aan, alle relevante adviezen in dit document.
Informatie over wettelijke voorschriften
Europese radiogoedkeuringsinformatie (voor producten uitgerust met door de EU goedgekeurde radioapparaten)
Deze printer is bestemd voor gebruik thuis of op kantoor. Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4/5 GHz-band. Deze sectie is alleen van toepassing als deze apparaten aanwezig zijn. Controleer het systeemlabel om na te gaan of er draadloze apparaten aanwezig zijn.
CE
Draadloze apparaten die mogelijk in uw systeem aanwezig zijn mogen in de Europese Unie of daarmee verbonden regio's alleen worden gebruikt als een EG-conformiteitsmerkteken op het systeemlabel staat.
Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de RF-blootstellingsgrenzen die de Europese Commissie in de R&TTE-richtlijn heeft vastgelegd.
Krachtens de goedkeuring van draadloze apparaten gekwalificeerde Europese lidstaten:
EU-landen
Europese landen met gebruiksbeperkingen:
EU
EEA/EFTA-landen
Geen beperkingen op dit ogenblik.
Mededelingen aangaande normen
Draadloze geleiding
Mogelijk bevat uw printer radio-LAN-apparaten met een laag vermogen (radiofrequentieapparaten voor draadloze communicatie) die werken in de 2,4 GHz/5 GHz-band. De volgende sectie geeft een algemeen overzicht van beschouwingen die betrekking hebben op het gebruik van een draadloos apparaat.
Bijkomende beperkingen, waarschuwingen en overwegingen voor specifieke landen zijn opgenomen in de specifieke landensecties (of landengroepensecties). De draadloze apparaten in uw systeem zijn uitsluitend gekwalificeerd voor gebruik in de landen die geïdentificeerd kunnen worden aan de hand van de markering "Radio gekeurd" op het systeemclassificatielabel. Als het land waar u het draadloos apparaat wilt gebruiken niet in de lijst is opgenomen, neemt u contact op met het plaatselijke instantie voor radiogoedkeuring voor meer informatie over de vereisten. Draadloze apparaten zijn streng gereguleerd en mogen niet worden gebruikt.
Informatie over wettelijke voorschriften
Het afgegeven vermogen van het draadloze apparaat of de draadloze apparaten die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd, ligt ruimschoots onder de tot dusver bekende RF-blootstellingsgrenzen. Omdat de draadlozen apparaten (die mogelijk in uw printer zijn ingebouwd) minder energie afgeven dan conform de veiligheidsnormen en aanbevelingen inzake radiofrequentie is toegestaan, is de producent ervan overtuigd dat deze apparaten veilig zijn in het gebruik. Ongeacht het vermogensniveau moet menselijk contact tijdens de normale werking zoveel mogelijk worden vermeden.
De FCC heeft een algemene richtlijn uitgevaardigd waarin wordt aangegeven dat de afstand tussen het draadloze apparaat en het lichaam, voor gebruik van een draadloos apparaat nabij het lichaam (zonder uitstekende delen), minstens 20 cm moet bedragen. Dit apparaat moet op meer dan 20 cm van het lichaam worden gehouden, wanneer de draadloze apparatuur is ingeschakeld en bezig is met zenden.
Deze zender mag niet samen met een andere antenne of zender worden opgesteld of bediend.
Sommige omstandigheden leggen beperkingen op aan draadloze apparaten. Hieronder zijn voorbeelden van gebruikelijke beperkingen opgenomen.

Draadloze RF-communicatie kan interferentie veroorzaken met apparatuur aan boord van burgerluchtvaarttoestellen. De huidige luchtvaartreglementeringen eisen dat draadloze toestellen aan boord van een vliegtuig worden uitgeschakeld tijdens de vlucht. IEEE 802.11- (beter bekend als draadloos Ethernet) en Bluetooth-communicatieapparaten zijn voorbeelden van draadloze communicatieapparaten.

In omgevingen waar het risico op interferentie met andere apparaten of diensten schadelijk is of als dusdanig wordt beschouwd, kan gebruik van een draadloos apparaat beperkt of verboden worden. Luchthavens, ziekenhuizen en ruimtes gevuld met zuurstof en ontvlambare gassen zijn enkele voorbeelden van omgevingen waar het gebruik van draadloze apparaten beperkt of verboden kan zijn. Als u zich in een omgeving bevindt waarvan u niet zeker weet of het gebruik van draadloze apparaten gesanctioneerd is, vraagt u de plaatselijke autoriteiten om toelating voor u het draadloze apparaat inschakelt of in gebruik neemt.

Elk land voorziet verschillende beperkingen voor het gebruik van draadloze apparaten. Aangezien uw systeem uitgerust is met een draadloos apparaat, moet u, als u van het ene land naar het andere reist, voorafgaand aan uw vertrek bij de plaatselijke radiogoodkeuringsinstanties informeren of er beperkingen gelden voor het gebruik van draadloze apparaten in het land van bestemming.
Informatie over wettelijke voorschriften

Als uw systeem uitgerust is met een ingebouwd draadloos apparaat, mag u het draadloos apparaat niet gebruiken tenzij alle kleppen en schermen op hun plaats zitten en het systeem compleet is.

Draadloze apparaten mogen niet door de gebruiker zelf worden hersteld. Ze mogen onder geen enkel beding gewijzigd worden. Wanneer u wijzigingen aanbrengt aan een draadloos apparaat, vervalt de gebruikerslicentie. Neem voor ondersteuning contact op met de fabrikant.

Gebruik alleen stuurprogramma's die goedgekeurd zijn voor het land waar het apparaat gebruikt zal worden. Raadpleeg de systeemherstelkit van de fabrikant of neem contact op met de technische dienst van de fabrikant voor meer informatie.
Copyright
© 2015 Samsung Electronics Co., Ltd. Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruikershandleiding dient uitsluitend ter informatie. Alle informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Samsung Electronics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van of in verband met het gebruik van deze gebruikershandleiding.
• Samsung en het Samsung-logo zijn handelsmerken van Samsung Electronics Co., Ltd.
- Microsoft, Windows, Windows Vista, Windows 7, Windows 8 Windows Server 2008 R2, Windows 10 en Windows Server 2016 zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation.
- Microsoft, Internet Explorer, Excel, Word, PowerPoint en Outlook zijn geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen.
• Google, Picasa, Google Cloud Print, Google Docs, Android en Gmail zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Google Inc.
- iPad, iPhone, iPod touch, Mac en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S en andere landen.
• AirPrint en het AirPrint-logo zijn handelsmerken van Apple Inc.
- Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven of organisaties.

QR-code
De software geleverd bij dit product bevat open-sourcesoftware. U kunt de complete broncode ter beschikking krijgen voor een periode van drie jaar na de laatste verzending van dit product door een e-mail te sturen naar: oss.request@samsung.com. Het is ook mogelijk om de complete broncode te krijgen op een fysiek medium, zoals een cd-rom; hiervoor wordt een klein bedrag in rekening gebracht.
De volgende URL https://opensource.samsung.com/opensource/Samsung_C48x_Series/seq/48brengt u naar de downloadpagina van de beschikbare broncode en de informatie over de open-sourcelicentie met betrekking tot dit product. Dit aanbod is geldig voor iedereen die deze informatie ontvangt.
REV. 9.09
Gebruikershandleiding
Samsung Multifunction Xpress
C48x series
C48xW series
C48xFN series
C48xFW series
GEAVANCEERD
Deze handleiding geeft informatie over de installatie, geavanceerde instelling, gebruik en het oplossen van problemen in verschillende besturingssystemen.
Afhankelijk van het model of land zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar.
BASIS
Deze handleiding geeft informatie met betrekking tot de installatie, normaal gebruik en het oplossen van problemen in Windows.
GEAVANCEERD

1. Installatie van de software
Installatie voor Mac 150
Opnieuw installeren voor Mac 151
Installatie voor Linux 152
Opnieuw installeren voor Linux 153

2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
Nuttige netwerkprogramma's 155
Instelling bekabeld netwerk 156
Installeren van een stuurprogramma
over het netwerk 159
IPv6-configuratie 165
Draadloos netwerk instellen 168
Samsung Mobile Print 186
De NFC-functie gebruiken 187
Mopria™ 194
AirPrint 196
Samsung Cloud Print 198
Google Cloud Print™ 201

3. Menu's met nuttige instellingen
Voordat u een hoofdstuk gaat lezen 205
Afdrukken 206
Kopiëren 207
Faxen 211
Scannen 215
Systeeminstallatie 217
Netwerkinstallatie 223

4. Speciale functies
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 226
Verschillende tekens invoeren 227
Het faxadresboek instellen 229
Afdrukfuncties 232
Scanfuncties 247
Faxfuncties 255

5. Nuttige beheerprogramma's
Managementhulpmiddelen gebruiken 265
GEAVANCEERD
Easy Capture Manager 266
Samsung Easy Color Manager 267
Easy Eco Driver 268
Het Samsung Printer Center gebruiken 269
SyncThru™ Web Service gebruiken 272
Samsung Easy Printer Manager gebruiken 275
Werken met Samsung Easy Document
Creator 277
Samsung-printerstatus gebruiken 278
Samsung Printer Experience gebruiken 281

6. Problemen oplossen
Problemen met papierinvoer 289
Problemen met de voeding en het netsnoer 290
Afdrukproblemen 291
Problemen met de afdrukkwaliteit 296
Problemen met kopiëren 304
Problemen met scannen 306
Problemen met faxen 308
Problemen met het besturingssysteem 310

1. Installatie van de software
Dit hoofdstuk levert instructies voor het installeren van essentiële en nuttige software voor gebruik in een opstelling waarbij het apparaat via een kabel aangesloten is. Een lokale printer is een printer die via een USB-kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat op een netwerk is aangesloten, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een netwerkapparaat (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 159).
• Installatie voor Mac 150
- Opnieuw installeren voor Mac 151
• Installatie voor Linux 152
- Opnieuw installeren voor Linux 153

- Als u gebruik maakt van het besturingsysteem Windows, kijkt u in de basishandleiding voor installatie van het stuurprogramma (zie "Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 30).
- Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter.
Installatie voor Mac
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3 Selecteer het CD-ROM-volume dat verschijnt in vindfunctie.
4 Dubbelklik op het pictogram Software installeren.
5 Lees de licentieovereenkomst en vink het vakje akkoord voor installatie aan.
6 Klik op Volgende en volg de instructies in het installatievenster.

Het faxstuurprogramma installeert u als volgt:
a Open de map Programma's > Samsung > Faxwachtrijmaker.
b Uw apparaat wordt weergegeven in de Printerlijst
c Selecteer het gewenste apparaat en klik op de knop Maken
Opnieuw installeren voor Mac
Als het printerbesturingsbestand niet correct werkt, maakt u de installatie van het besturingsbestand ongedaan en installeert u het opnieuw.
1 Open de map Programma's > Samsung > Printer Software Uninstaller.
2 Klik op Ga door om de printersoftware te deïnstalleren.
3 Selecteer het programma dat u wilt verwijderen en klik op Maak installatie ongedaan.
4 Voer het wachtwoord in en klik op OK.
5 Klik na het deïnstalleren op Sluiten.

Als een apparaat al is toegevoegd, kunt u het verwijderen via Printerconfiguratie of Afdrukken en faxen.
Installatie voor Linux
Om de printersoftware te onderzoeken, moet u softwarepakketten voor Linux downloaden van de Samsung-website (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
Het Unified Linux-stuurprogramma installeren

U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Kopieer het Unified Linux Driver-pakket naar uw systeem.
3 Open het terminalprogramma en ga naar de map waarnaar u het pakket hebt gekopieerd.
4 Pak het pakket uit.
5 Ga naar de map uld.
6 Voer de opdracht './install.sh' uit (als u niet bent aangemeld als root, voert u de opdracht uit met 'sudo': 'sudo ./install.sh')
7 Ga verder met de installatie.
8 Start het hulpprogramma voor afdrukken nadat de installatie is voltooid (ga naar System > Administration > Printing of voer de opdracht 'system-config-printer' uit in het terminalprogramma).
9 Klik op de knop Add.
10 Selecteer uw printer.
11 Klik op de knop Forward om de printer aan het systeem toe te voegen.
Opnieuw installeren voor Linux
Als het printerstuurprogramma niet correct werkt, maakt u de installatie van het stuurprogramma ongedaan en installeert u het opnieuw.
1 Open het Terminalprogramma.
2 Ga naar de map uld van het uitgepakte Unified Linux Driverpakket.
3 Voer de opdracht '/uninstall.sh' uit (als u niet bent aangemeld als root, voert u de opdracht uit met 'sudo': 'sudo ./uninstall.sh')
4 Ga door met het verwijderen van het stuurprogramma.

2. Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt dat via het netwerk aangesloten is en hoe u de software instelt.
- Nuttige netwerkprogramma's 155
- Instelling bekabeld netwerk 156
- Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 159
- IPv6-configuratie 165
• Draadloos netwerk instellen 168
• Samsung Mobile Print 186 - De NFC-functie gebruiken 187
- Mopria™ 194
- AirPrint 196
• Samsung Cloud Print 198
• Google Cloud Print™ 201

De ondersteunde optionele apparaten en functies kunnen van model tot model verschillen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Nuttige netwerkprogramma's
Er zijn verschillende programma's voorhanden om in een netwerkomgeving de netwerkinstellingen op een eenvoudige manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder diverse apparaten in het netwerk beheren.

- Voordat u onderstaande programma's gaat gebruiken moet u het IP-adres instellen.
- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
SyncThru™ Web Service
Met de in het netwerkapparaat geïntegreerde webserver kunt u het volgende doen (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 272).
- Informatie over en status van verbruiksartikelen opvragen.
- Apparaatinstellingen aanpassen.
- E-mail-meldingsopties instellen. Als u deze optie instelt, wordt de apparaatstatus (als de tonercassette leeg is of als er een foutmelding is) automatisch naar het e-mailadres van een bepaalde persoon gestuurd.
- De noodzakelijke netwerkparameters voor het apparaat instellen, zodat u een verbinding kunt maken met diverse netwerkomgevingen.
SetIP instelling bekabeld netwerk
Met dit hulpprogramma kunt u een netwerkinterface selecteren en handmatig IP-adressen configureren voor gebruik met het TCP/IP-protocol.
- zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)" op pagina 156.
- zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Mac)" op pagina 157.
- zie "IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)" op pagina 158.

- Als uw apparaat geen netwerkverbinding ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 23).
- TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund.
Instelling bekabeld netwerk
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat, waarin de huidige netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit zal u helpen bij de installatie van een netwerk.
Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel en kies Netwerk > Netwerkconf. .
In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IP-adres van uw apparaat vinden.
Voorbeeld:
Het IP-adres instellen

- Als uw apparaat geen netwerkverbinding ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 23).
- TCP/IPv6 wordt door dit programma niet ondersteund.
Eerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en afdrukken via het netwerk. In de meeste gevallen wordt een IP-adres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk bevindt.
IPv4-configuratie met het programma SetIP (Windows)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Configuratiescherm > Beveiligingscentrum > Windows Firewall.

De onderstaande instructies kunnen afwijken voor uw model.
1 Download de software van de website van Samsung. Pak de software vervolgens uit en installeer deze op uw computer. (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
2 Volg de instructies in het installatievenster.
3 Sluit het apparaat op het netwerk aan met een netwerkkabel.
4 Schakel het apparaat in.
5 In het menu Start van Windows selecteert u Alle programma's > Samsung Printers > SetIP > SetIP.
- Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
Instelling bekabeld netwerk
6 Klik op het pictogram ⚙ (derde van links) in het scherm SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
7 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.

Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 156). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8.

Klik op Toepassen en vervolgens op OK. Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt. Bevestig dat alle instellingen juist zijn.
IPv4-configuratie met het programma SetIP (Mac)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via Systeemvoorkeuren > Beveiliging (of Beveiliging en privacy) > Firewall.
1 Download de software van de website van Samsung. Pak de software vervolgens uit en installeer deze op uw computer. (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
2 Schakel het apparaat in.
3 Voer de gedownloade SetIP-toepassing uit.
4 Klik op het pictogram ⚙ (derde van links) in het scherm SetIP om het TCP/IP-configuratievenster te openen.
5 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.

Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 156). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8.
6 Klik op Apply en vervolgens op OK. Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt. Bevestig dat alle instellingen juist zijn.
Instelling bekabeld netwerk
IPv4-configuratie met het programma SetIP (Linux)
Voordat u het programma SetIP gebruikt, moet u de firewall van de computer uitschakelen via System Preferences or Administrator.

De volgende instructies kunnen verschillen per model of besturingssysteem.
1 Download het programma SetIP vanaf de website van Samsung en pak het programma uit.
2 Dubbelklik op het bestand SetIPApplet.html in de map cdroot/Linux/noarch/at_opt/share/utils.
3 Klik hier om het venster TCP/IP Configuration te openen.
4 Voer de nieuwe apparaatgegevens in het configuratievenster in. In een bedrijfsintranet moeten deze gegevens mogelijk worden toegewezen door een netwerkbeheerder voordat u verder kunt gaan.

Zoek het MAC-adres in het netwerkconfiguratierapport en voer het hier in (zonder dubbele punten) (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 156). Bijvoorbeeld: 00:15:99:29:51:A8 wordt dus 0015992951A8.
5 Het Netwerkconfiguratierapport wordt automatisch op het apparaat afgedrukt.
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk

- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
- Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Achterkant" op pagina 23).
- U kunt het printerstuurprogramma en de software installeren wanneer u de software-cd in het cd-rom-station van uw computer plaatst. Voor Windows selecteert u het printerstuurprogramma en de software in het venster Selecteer de te installeren software en hulpprogramma's.
Windows

De firewallsoftware blokkeert mogelijk de netwerkcommunicatie. Schakel de firewall op de computer uit, voordat u het apparaat met het netwerk verbindt.
1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 156).
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cdrom-station en klik op OK.
•Voor Windows 8:
Als het installatievenster niet wordt weergegeven, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Apps(App) en zoekt u Uitvoeren. Typ X:\Setup.exe, waarbij u 'X' vervangt door de letter van uw cd-romstation, en klik op OK.
Als het pop-upvenster Tik om te kiezen wat met deze schijf moet gebeuren wordt weergegeven, klikt u op het venster en selecteert u Run Setup.exe.
3 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna op Volgende.
4 Selecteer Netwerk in het scherm Type printerverbinding. Klik vervolgens op Volgende.
5 Volg de instructies in het installatievenster.
Installeren van een stuurprogramma over het
Vanaf het Startscherm van Windows 8

- Het V4-stuurprogramma wordt automatisch gedownload van Windows Update als uw computer verbinding heeft met internet. Als dit niet het geval is, kunt u het V4-stuurprogramma handmatig downloaden van de Samsung-website, http://www.samsung.com >zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
- U kunt de app Samsung Printer Experience downloaden van de Windows Store. Als u de Windows Store(Store) wilt gebruiken, hebt u een Microsoft-account nodig.
a Selecteer vanuit de balk Charms(charms) de optie Zoeken.
b Klik op Store(Store).
c Zoek naar en klik op Samsung Printer Experience.
d Klik op Installeer. - Als u het stuurprogramma installeert met de meegeleverde software-cd, wordt het V4-stuurprogramma niet geïnstalleerd. Als u het V4-stuurprogramma wilt gebruiken in het Bureaubladscherm, kunt u het downloaden van de Samsung-website, http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
- Als u de managementhulpmiddelen voor printers van Samsung wilt installeren, moet u deze installeren met de meegeleverde software-cd.
1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 156).
2 Ga naar Charms(charms), selecteer Instellingen > Pc-instellingen wijzigen > Apparaten.
3 Klik op Een apparaat toevoegen.
De gedetecteerde apparaten worden op het scherm weergegeven.
4 Klik op de modelnaam of de hostnaam die u wilt gebruiken.
U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat, waarop de hostnaam van het huidige apparaat wordt weergegeven (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 179).
5 Het stuurprogramma wordt automatisch geïnstalleerd via Windows Update.
De modus installatie op de achtergrond
De modus installatie op de achtergrond is een installatiemethode die geen tussenkomst van de gebruiker vereist. Zodra u met de installatie start, worden het stuurprogramma van het apparaat en de software automatisch op uw computer geïnstalleerd. U kunt de installatie op de achtergrond ook starten door /s of /S in het opdrachtvenster te typen.
Installeren van een stuurprogramma over het
Opdrachtregelparameters
De volgende tabel geeft opdrachten weer die kunnen worden gebruikt in het opdrachtvenster.

De volgende opdrachtregels zijn effectief en worden gehanteerd wanneer de opdracht gebruikt wordt met /s of /S. /h, /H of /? zijn uitzonderlijke opdrachten die alleen gebruikt kunnen worden.
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | |
| /s of /S Start installatie op de achtergrond. | Hiermee worden apparaatstuurprogramma's geïnstalleerd zonder UI's op te roepen en zonder tussenkomst van de gebruiker. |
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /p""of/P"" | Specificeert de printerpoort. | De printerpoortnaam kan worden opgegeven als IP-adres, hostnaam, lokale USB-poortnaam of IEEE1284-poortnaam.Voorbeeld:• /p"xxx.xxx.xxx.xxx" waarin "xxx.xxx.xxx.xxx" staat voor het IP-adres van de netwerkprinter. / p"USB001", /P"LPT1:", /p"hostnaam" |
| Er wordt een netwerkpoort gemaakt aan de hand van de standaard TCP/IP-poortmonitor. Voor een lokale poort moet deze poort op het systeem bestaan voor deze door een opdracht wordt gespecificeerd. | ||
| /a""of/A"" | Specificeert het doelpad voor de installatie. | Aangezien apparaatstuurprogramma's geïnstalleerd moeten worden op een voor het besturingssysteem specifiek pad, is deze opdracht alleen van toepassing op toepassingssoftware. |
| Het doelpad moet een volledig gekwalificeerd pad zijn. | ||
Installeren van een stuurprogramma over het
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /n""of /N"" | Specificeert de printernaam. De printerinstantie zal worden gemaakt conform de opgegeven printernaam. | Met deze parameter kunt u naar wens printerinstanties toevoegen. |
| /nd of /ND Geeft de opdracht het geïnstalleerde stuurprogramma niet in te stellen als standaard apparaatstuurprogramma. | Het geeft aan dat het geïnstalleerde apparaatstuurprogramma niet het standaard apparaatstuurprogramma op uw systeem zal zijn als er meer dan een printerstuurprogramma is geïnstalleerd. Als er geen apparaatstuurprogramma op uw systeem is geïnstalleerd, is deze optie niet van toepassing omdat het Windowsbesturingssysteem het geïnstalleerde printerstuurprogramma als standaardstuurprogramma a zal instellen. | |
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /x of /X Maakt gebruik van bestaande apparaatstuurprogramma bestanden om de printerinstantie te maken als deze al is geïnstalleerd. | Deze opdracht biedt een mogelijkheid om een printerinstantie te installeren die gebruikmaakt van geïnstalleerde printerstuurprogrammabe standen zonder een bijkomend stuurprogramma te installeren. | |
| /up""of/UP"" | Verwijdert alleen de opgegeven printerinstantie en niet de stuurprogrammabestanden. | Deze opdracht biedt een mogelijkheid om alleen de opgegeven printerinstantie van uw systeem te verwijderen zonder effect op andere printerstuurprogramma's. Hiermee zullen de printerstuurprogramma's niet van uw systeem worden verwijderd. |
| /d of /D Verwijdert alle apparaatstuurprogramma's en toepassingen van uw systeem. | Deze opdracht verwijdert alle geïnstalleerde apparaatstuurprogramma's en toepassingssoftware van uw systeem. | |
Installeren van een stuurprogramma over het
| Opdrachtregel Definitie Omschrijving | ||
| /v""of /V"" | Deelt het geïnstalleerde apparaat en voegt andere platformstuurprogramma's toe voor Point & Print. | Alle ondersteunde apparaatstuurprogramma's van het Windows-besturingssysteem worden geïnstalleerd en gedeeld met de opgegevenvoor Point & Print. |
| /o of /O Opent de map | Printers en faxapparaten na installatie. | Deze opdracht opent de map Printers en faxapparaten na installatie op de achtergrond. |
/h, /H of /? Toont het gebruik van de opdrachtregel.
Mac
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3 Selecteer het CD-ROM-volume dat verschijnt in vindfunctie.
4 Dubbelklik op het pictogram Software installeren.
5 Lees de licentieovereenkomst en vink het vakje akkoord voor installatie aan.
6 Klik op Volgende.
7 Selecteer Netwerk in het scherm Type printerverbinding.
8 Klik op Volgende.
9 Volg de instructies in het installatievenster.
Linux
Om de printersoftware te onderzoeken, moet u softwarepakketten voor Linux downloaden van de Samsung-website (http://www.samsung.com >zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
1 Controleer of het apparaat met uw netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres van uw apparaat moet bovendien zijn ingesteld.
2 Kopieer het Unified Linux Driver-pakket naar uw systeem.
3 Open het terminalprogramma en ga naar de map waarnaar u het pakket hebt gekopieerd.
Installeren van een stuurprogramma over het
4 Pak het pakket uit.
5 Ga naar de map uld.
6 Voer de opdracht "./install.sh" uit (als u niet bent aangemeld als root, voert u de opdracht uit met "sudo" as "sudo ./install.sh").
7 Ga verder met de installatie.
8 Start het hulpprogramma Printing nadat de installatie is voltooid (Ga naar System > Administration > Printing of voer de opdracht "system-config-printer" uit in het terminalprogramma).
9 Klik op de knop Add.
10 Selecteer AppSocket/HP JetDirect en voer het IP-adres van het apparaat in.
11 Klik op de knop Forward om de printer aan het systeem toe te voegen.
Een netwerkprinter toevoegen
1 Dubbelklik op Unified Driver Configurator.
2 Klik op Add Printer..
3 Het venster Add printer wizard wordt geopend. Klik op Next.
4 Selecteer Network printer en klik op de knop Search.
5 Het IP-adres en de modelnaam van de printer worden in de lijst weergegeven.
6 Selecteer uw apparaat en klik op Next.
7 Voer de beschrijving van de printer in en klik op Next.
8 Nadat de software is toegevoegd klikt u op Finish.
IPv6-configuratie

IPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of latere versies.

- Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7 of "Menuoverzicht" op pagina 34).
- Als het IPv6-netwerk niet lijkt te werken, zet u alle netwerkinstellingen terug naar de fabrieksinstellingen en probeert u het opnieuw met behulp van Instel. wissen.
Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het afdrukken vanaf het netwerk en voor netwerkbeheer.
- Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-adressen (adres begint met FE80).
- Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres.
- Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres.
- Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres.
Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om het IPv6-adres te gebruiken.
Via het bedieningspaneel
IPv6 activeren
1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2 Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > IPv6-protocol
3 Selecteer Aan en druk op OK.
4 Zet het apparaat uit en weer aan.
Als u het printerstuurprogramma installeert, moet u niet zowel IPv4 als IPv6 configureren. We raden u aan IPv4 óf IPv6 te configureren (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina 159).
DHCPv6 adresconfiguratie
Als uw netwerk gebruikmaakt van een DHCPv6-server kunt u een van de volgende opties instellen voor standaard dynamische host-configuratie.
1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel.
2 Druk op Netwerk > TCP/IP (IPv6) > DHCPv6 Config
IPv6-configuratie
3 Druk op de toets OK om de gewenste waarde te selecteren.
-Router: Gebruik DHCPv6 alleen als een router erom vraagt.
- Altijd gebr.: gebruik DHCPv6 altijd, ook als de router er niet om vraagt.
- Nooit gebruiken: gebruik DHCPv6 nooit, ook niet als een router erom vraagt.
Via de SyncThru™ Web Service
IPv6 activeren
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich aanmelden als beheerder. Geef de standaard-ID en het standaardwachtwoord op die hieronder worden weergegeven. We raden u aan om het wachtwoord om veiligheidsredenen te wijzigen.
•ID: admin
•Wachtwoord: sec00000
3 Wanneer het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, plaatst u de muisaanwijzer op Settings bovenaan in de menublak en klikt u op Network Settings.
4 Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website.
5 Schakel het selectievakje IPv6 Protocol in om IPv6 te activeren.
6 Klik op de knop Apply.
7 Zet het apparaat uit en weer aan.

• U kunt ook DHCPv6 instellen.
- Ga als volgt te werk om het IPv6-adres handmatig in te stellen: Schakel het selectievakje Manual Address in. Vervolgens wordt het tekstvak Address/Prefix geactiveerd. Voer de rest van het adres in (bijv. 3FFE:10:88:194::AAAA. "A" is de hexadecimaal 0 tot 9, A tot F).
IPv6-configuratie
IPv6-adresconfiguratie
1 Start een webbrowser zoals Internet Explorer die IPv6-adressering als URL ondersteunt.
2 Selecteer een van de IPv6-adressen (Link-local Address, Stateless Address, Stateful Address, Manual Address) uit het netwerkconfiguratierapport (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 156).
- Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-adressen (adres begint met FE80).
- Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres.
- Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres.
- Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres.
3 Voer de IPv6-adressen in (bijv. http://[FE80::215:99FF:FE66:7701]).

De adressen moeten tussen vierkante haakjes ("[ ]") worden geplaatst.
Draadloos netwerk instellen

- Afhankelijk van het model is een draadloos netwerk mogelijk niet beschikbaar (zie "Functies per model" op pagina 7).
Draadloze netwerken vereisen een hoger beveiligingsniveau. Als u voor het eerst een toegangspunt installeert, worden een netwerknaam (SSID), het type beveiliging en een netwerkwachtwoord voor het netwerk gegenereerd. Vraag uw netwerkbeheerder om deze informatie voordat u verder gaat met de installatie van het apparaat.
Methoden voor het instellen van een draadloos netwerk
U kunt de instellingen van uw draadloze netwerk configureren vanaf het apparaat of de computer. Kies de instellingsmethode uit de onderstaande tabel.

- Sommige installatiemethoden voor het draadloze netwerk zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van het model of land.
- Het wordt ten strengste aangeraden dat u het wachtwoord instelt op Access Points (Toegangspunten). Als u het wachtwoord niet instelt op Acces Points (Toegangspunten) kunnen onbekende apparaten, waaronder pc's, smartphones en printers, mogelijk illegal toegang krijgen. Raadpleeg de gebruikershandleiding Acces Points (Toegangspunten) voor de wachtwoordinstellingen.
Draadloos netwerk instellen
| Installatiemethode | Verbindingsmethode | Beschrijving & Gebruiksaanwijzing |
| Mettoegangspunt | Via de computer Zie | "Instellen via USB-kabel" op pagina 172 voor Windows. |
| Zie "Toegangspunt zonder USB-kabel" op pagina 174 voor Windows. | ||
| Zie "Instellen via USB-kabel" op pagina 176 voor Mac. | ||
| Zie "Toegangspunt zonder USB-kabel" op pagina 178 voor Mac. | ||
| Zie "Een netwerkkabel gebruiken" op pagina 178. | ||
| Vanaf het bedieningspaneel van het apparaat | zie "Het menu WPS-instellingen gebruiken" op pagina 169. | |
| Zie "Wi-Fi-netwerken gebruiken" op pagina 171. | ||
| Wi-Fi Direct installeren | zie "Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen" op pagina 181. | |
Het menu WPS-instellingen gebruiken
Als uw printer en een toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunen, kunt u de instellingen voor het draadloze netwerk eenvoudig zonder computer configureren via het menu WPS Settings.

- Als u het draadloze netwerk wilt gebruiken in de infrastructuurmodus, koppelt u de netwerkkabel los van het apparaat. Of u de knop WPS (PBC) gebruikt of het PIN-nummer invoert om verbinding te maken met het toegangspunt, hangt af van het toegangspunt (of de draadloze router) die u gebruikt. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) dat u gebruikt voor meer informatie.
- Wanneer u de WPS-knop gebruikt om het draadloos netwerk in te stellen, kunnen de beveiligingsinstellingen wijzigen. Vergrendel de WPS-optie in de beveiligingsinstellingen van het huidige draadloze netwerk om dit te voorkomen. De naam van de optie kan verschillen afhankelijk van het toegangspunt (of draadloze router) dat/die u gebruikt.
Wat u nodig hebt
- Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
-
Controleer of uw apparaat Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
-
Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
Draadloos netwerk instellen
• Netwerkcomputer (alleen in de PIN-modus)
Uw type kiezen
Er zijn twee methoden waarmee u het apparaat kunt verbinden met een draadloos netwerk.
- Met de Push Button Configuration (PBC)-methode kunt u het apparaat een verbinding laten maken met een draadloos netwerk door te drukken op het menu WPS Settings op het bedieningspaneel van uw apparaat en op de WPS-knop (of PBC-knop) op een toegangspunt dat (of draadloze router die) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
- Bij de PIN (Personal Identification Number)-methode kunt u uw apparaat verbinding laten maken met een draadloos netwerk door de meegeleverde PIN-gegevens in te voeren op een toegangspunt dat (of draadloze router die) WPS (Wi-Fi Protected Setup™) ondersteunt.
WPS-verbinding maken
De fabrieksinstelling voor uw apparaat is de modus PBC. Deze wordt aanbevolen voor een gewone draadloze netwerkomgeving.
Aansluiten in PBC-modus
1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel en selecteer Netwerk.
2 Klik op Wi-Fi.
3 Druk op WPS > PBC.
4 Druk op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router).
5 Volg de instructies op het scherm.
De berichten worden weergegeven op het scherm.
Verbinding maken in PIN-modus
1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel en selecteer Netwerk.
2 Klik op Wi-Fi.
3 Druk op WPS > PIN.
- Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
Draadloos netwerk instellen
4 De achtcijferige PIN-code verschijnt op het display.
U moet binnen twee minuten de achtcijferige PIN-code invoeren op de computer die is aangesloten op het toegangspunt (of de draadloze router).

U voert het PIN-nummer van de computer in om verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router), afhankelijk van het toegangspunt (of de draadloze router) dat u gebruikt. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) dat u gebruikt voor meer informatie.
5 Volg de instructies op het scherm.
De berichten worden weergegeven op het scherm.
Wi-Fi-netwerken gebruiken
Voor u begint moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloos netwerk kennen, evenals de netwerksleutel als deze is gecodeerd. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt.
1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel en selecteer Netwerk.
2 Druk op Wi-Fi AAN/UIT > AAN.
3 Het apparaat geeft een lijst met beschikbare netwerken. Nadat een netwerk is geselecteerd, vraagt de printer naar de bijbehorende beveiligingscode.
4 Selecteer de gewenste Wi-Fi-netwerkoptie.
Draadloos netwerk instellen
Instellen met Windows

Snelkoppeling naar programma Samsung Easy Wireless Setup zonder CD: Als u het printerstuurprogramma eenmaal hebt geïnstalleerd, hebt u zonder cd toegang tot het programma Samsung Easy Wireless Setup.
Instellen via USB-kabel
Wat u nodig hebt
- Toegangspunt
• Netwerkcomputer - Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
- USB-kabel
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten.
2 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cd-rom-station en klik op OK.
•Voor Windows 8:
Als het installatievenster niet wordt weergegeven, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Apps(App) en zoekt u Uitvoeren. Typ X:\Setup.exe, waarbij u 'X' vervangt door de letter van uw cd-romstation, en klik op OK.
Als het pop-upvenster Tik om te kiezen wat met deze schijf moet gebeuren wordt weergegeven, klikt u op het venster en selecteert u Run Setup.exe.
4 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna op Volgende.
5 Selecteer Draadloos in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.
Draadloos netwerk instellen
6 Selecteer in het scherm Stelt u uw printer voor de eerste keer in? de optie Ja, ik wil het draadloze netwerk voor mijn printer instellen. Klik daarna op Volgende.
Als uw printer al is verbonden met het netwerk, selecteert u Nee, mijn printer is al verbonden met mijn netwerk.
7 Selecteer Een USB-kabel gebruiken op het scherm Selecteer de installatiemethode voor een draadloze verbinding. Klik daarna op Volgende.

8 Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u wilt gebruiken en klik op Volgende.

Als u de netwerknaam van uw keuze niet kunt vinden of als u de draadloze configuratie handmatig wilt instellen, klikt u op Geavanceerde instelling.
- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig).
- Werkingsmodus: Selecteer Infrastructuur.
- Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
WPA Privé of WPA2 Privé: Selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van een vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients.
- Codering: Selecteer de codering (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES).
- Wachtwoord netwerk: Voer de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord in.
Draadloos netwerk instellen
- Netwerkwachtwoord bevestigen: Bevestig de sleutelwaarde van het netwerkwachtwoord.
- WEP-sleutelindex: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex.
Als het toegangspunt is beveiligd, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Voer het netwerkwachtwoord van het toegangspunt (of de router) in.
9 Het volgende scherm verschijnt als uw printer Wi-Fi Direct ondersteunt.
Klik op Volgende.

- De optie Wi-Fi Direct verschijnt alleen op het scherm als uw printer deze functie ondersteunt.
-
M e t Samsung Easy Printer Manager kunt u Wi-Fi Direct opbouwen (zie "Wi-Fi Direct installeren" op pagina 181).
-
Naam Wi-Fi Direct: De standaard Wi-Fi Direct-naam is de modelnaam en is maximaal 22 tekens lang.
- Wachtwoordinstelling is de numerieke reeks en tussen de 8 en 64 tekens lang.
10 Als het instellen van het draadloze netwerk is voltooid, verwijder dan de USB-kabel tussen de computer en de printer. Klik op Volgende.
11 Selecteer de onderdelen die u wilt installeren.
12 Volg de instructies in het installatievenster.
Toegangspunt zonder USB-kabel
Wat u nodig hebt
- PC met WiFi en Windows 7 of hoger en een toegangspunt (router)
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken

Wanneer het draadloze netwerk wordt ingesteld, gebruikt het apparaat het draadloze LAN van de pc. U kunt mogelijk geen verbinding maken met internet.
Draadloos netwerk instellen
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.

Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start > Alle programma's > Toebehoren > Uitvoeren.
Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van uw cdrom-station en klik op OK.
•Voor Windows 8:
Als het installatievenster niet wordt weergegeven, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Apps(App) en zoekt u Uitvoeren. Typ X:\Setup.exe, waarbij u 'X' vervangt door de letter van uw cd-romstation, en klik op OK.
Als het pop-upvenster Tik om te kiezen wat met deze schijf moet gebeuren wordt weergegeven, klikt u op het venster en selecteert u Run Setup.exe.
3 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna op Volgende.
4 Selecteer Draadloos in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.
5 Selecteer in het scherm Stelt u uw printer voor de eerste keer in? de optie Ja, ik wil het draadloze netwerk voor mijn printer instellen. Klik vervolgens op Volgende.
Als uw printer al is verbonden met het netwerk, selecteert u Nee, mijn printer is al verbonden met mijn netwerk.
6 Selecteer Een directe, draadloze verbinding gebruiken in het scherm Selecteer de installatiemethode voor een draadloze verbinding. Klik daarna op Volgende.

Draadloos netwerk instellen

- Zelfs als uw computer werkt op Windows 7 of hoger, kunt u deze functie niet gebruiken als uw pc geen draadloos netwerk ondersteunt. Stel het draadloze netwerk in met een USB-kabel (zie "Instellen via USB-kabel" op pagina 172).
- Als het hieronder afgebeelde scherm wordt weergegeven, moet u binnen twee minuten op de “(WPS)-knop drukken op het bedieningspaneel.
7 Wanneer het instellen van het draadloze netwerk voltooid is, klikt u op Volgende.
8 Volg de instructies in het installatievenster.
Instellen met Mac
Wat u nodig hebt
- Toegangspunt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
- USB-kabel
Instellen via USB-kabel
1 Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en aan staat.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3 Selecteer het CD-ROM-volume dat verschijnt in vindfunctie.
4 Dubbelklik op het pictogram Install Software.
5 Lees de licentieovereenkomst en vink het vakje akkoord voor installatie aan.
6 Klik op Volgende.
7 Select Wireless on the Printer Connection Type.
8 Klik op Volgende.
9 Als het installatieprogramma vraagt om toegang tot de sleutelketen, klikt u op Weigeren.

Als u bij deze stap op Altijd toestaan hebt geklikt, wordt het venster Een draadloze printer selecteren weergegeven zonder dat er om toegang tot de sleutelketen is gevraagd. Als dit gebeurt, klikt u in het venster Een draadloze printer selecteren op Annuleren.
Draadloos netwerk instellen
10 Selecteer op het scherm Selecteer de installatiemethode voor een draadloze verbinding Een USB-kabel gebruiken en klik vervolgens op Volgende.
Ga verder met stap 14 als het scherm niet wordt weergegeven.
11 Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID) van het toegangspunt dat u wilt gebruiken en klik op Volgende.

Als u de draadloze configuratie handmatig instelt, klikt u op Geavanceerde instelling.
- Voer de naam van het draadloze netwerk in: Typ de SSID van het toegangspunt (de SSID is hoofdlettergevoelig).
- Werkingsmodus: Selecteer Infrastructuur.
- Verificatie: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel heeft toegang tot tot het netwerk.
WPA Privé of WPA2 Privé: Selecteer deze optie als u wilt dat de afdrukserver wordt geverifieerd op basis van de vooraf gedeelde WPA-sleutel. Hierbij wordt een gedeelde geheime sleutel gebruikt (de zogenaamde vooraf gedeelde wachtwoordzin), die handmatig wordt geconfigureerd op het toegangspunt en elk van de bijbehorende clients.
- Codering: selecteer de codering. (Geen, WEP64, WEP128, TKIP, AES)
- Netwerksleutel: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in.
- Netwerksleutel bevestigen: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering.
- WEP-sleutelindex:: Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste WEP-sleutelindex:.
Als de beveiliging van het toegangspunt is ingeschakeld, verschijnt het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk.
Voer de netwerksleutel van het toegangspunt (of de router) in.
12 Er verschijnt een venster met de instellingen van het draadloze netwerk. Controleer de instellingen en klik op Volgende.

- U kunt Wi-Fi Direct starten door gebruik te maken van het bedieningspaneel (zie "Wi-Fi Direct installeren" op pagina 181).
- Naam WI-Fi Direct: De standaard Wi-Fi Direct-naam is de modelnaam en is maximaal 22 tekens lang.
- Wachtwoordinstellingen is de numerieke reeks en tussen de 8 en 64 tekens lang.
13 Het venster Instelling van draadloos netwerk voltooid wordt geopend. Klik op Volgende.
14 Als de instellingen van het draadloze netwerk voltooid zijn, koppelt u de USB-kabel tussen de computer en de printer los. Klik op Volgende.
15 Volg de instructies in het installatievenster.
Draadloos netwerk instellen
Toegangspunt zonder USB-kabel
Wat u nodig hebt
• Mac met WiFi en Mac OS 10.7 of hoger en een toegangspunt (router)
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
1 Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en aan staat.
2 Plaats de meegeleverde software-cd in uw cd-romstation.
3 Selecteer het CD-ROM-volume dat verschijnt in vindfunctie.
4 Dubbelklik op het pictogram Install Software.
5 Lees de licentieovereenkomst en vink het vakje akkoord voor installatie aan.
6 Klik op Volgende.
7 Selecteer Draadloos in het scherm Type printerverbinding.
8 Klik op Volgende.
9 Als het installatieprogramma vraagt om toegang tot de sleutelketen, klikt u op Toestaan.
10 Als het venster Een draadloze printer selecteren wordt weergegeven, selecteert u de printer met de naam DIRECT-xxx.
Als het scherm Op de WPS-knop van uw printer drukken wordt weergegeven, drukt u binnen 2 minuten op de (WPS-)knop in het bedieningspaneel.
11 Als het instellen van het draadloze netwerk is voltooid, volgt u de instructies in het installatievenster.
Een netwerkkabel gebruiken
Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die uw draadloos netwerk heeft ingesteld voor informatie over uw netwerkconfiguratie.
Uw apparaat is netwerkcompatibel. Om uw apparaat netwerkcompatibel te maken, moet u enkele configuratieprocedures doorlopen.
Draadloos netwerk instellen
Wat u nodig hebt
• Toegangspunt
- Netwerkcomputer
- Software-cd die bij het apparaat is geleverd
- Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
- Netwerkkabel
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt bepalen welke netwerkinstellingen voor uw apparaat worden gebruikt door een netwerkconfiguratierapport af te drukken.
zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 156.
IP-adres instellen via het programma SetIP (Windows)
Dit programma wordt gebruikt om het IP-adres van uw apparaat handmatig in te stellen met behulp van het MAC-adres, om te communiceren met het apparaat. Het MAC-adres is een hardwareserienummer van de netwerkinterface dat u terugvindt in het netwerkconfiguratierapport terugvindt.
zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 156.
Het draadloze netwerk van het apparaat configureren
Voordat u begint, moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloze netwerk en de netwerksleutel (als deze is gecodeerd) weten. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent met de draadloze omgeving waarin u werkt.
Om parameters van het draadloos netwerk te configureren, kunt u SyncThru™ Web Service gebruiken.
SyncThru™ Web Service gebruiken
Controleer de status van de kabelverbinding voor u begint met de configuratie van de parameters voor het draadloze netwerk.
1 Controleer of de netwerkkabel op de printer is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in.
Voorbeeld:

http://192.168.1.133/
Draadloos netwerk instellen
3 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich aanmelden als beheerder. Geef de standaard-ID en het standaard Password op die hieronder worden weergegeven. We raden u aan om het wachtwoord om veiligheidsredenen te wijzigen.
•ID: admin
•Wachtwoord: sec00000
5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings.
6 Klik op Wi-Fi > Wizard.
7 Selecteer de Network Name(SSID) in de lijst.
8 Klik op Next.
Als het venster met beveiligingsinstellingen voor draadloze netwerken verschijnt, voert u het geregistreerde wachtwoord (netwerkwachtwoord) in en klikt u op Next.
9 Het bevestigingsvenster verschijnt. Controleer de instellingen van het draadloze netwerk. Als de instellingen juist zijn, klikt u op Apply.
Het Wi-Fi-netwerk in- of uitschakelen
1 Controleer of de netwerkkabel op het apparaat is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in.
Voorbeeld:
http://192.168.1.133/
3 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich aanmelden als beheerder. Typ het onderstaande standaard-ID en het standaard-Password. We raden u aan om het wachtwoord om veiligheidsredenen te wijzigen.
•ID: admin
•Wachtwoord: sec00000
5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Network Settings.
6 Klik op Wi-Fi.
7 U kunt het Wi-Fi-netwerk in- en uitschakelen.

Draadloos netwerk instellen
Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen
Wi-Fi Direct biedt een veilige en gebruiksvriendelijke peer-to-peerverbinding tussen een Wi-Fi Direct-printer en mobiel apparaat.
Met Wi-Fi Direct kunt u uw printer aansluiten op een Wi-Fi Direct-netwerk, terwijl deze ook verbonden is met een toegangspunt. U kunt ook tegelijkertijd gebruik maken van een bekabeld netwerk en een Wi-Fi Direct-netwerk, zodat meerdere gebruikers documenten kunnen openen en afdrukken via Wi-Fi Direct en het bekabelde netwerk.

- U kunt uw mobiele apparaat niet verbinden met het internet via Wi-Fi Direct op uw printer.
- De lijst met ondersteunde protocollen kan verschillen per model. Wi-Fi Direct-netwerken ondersteunen niet IPv6-, netwerkfilterings-, IPSec-, WINS- en SLP-diensten.
- Er kunnen maximaal 4 apparaten via Wi-Fi Direct worden aangesloten.
Wi-Fi Direct installeren
U kunt de Wi-Fi Direct-optie inschakelen volgens een van de volgende methoden.
Vanaf het apparaat
1 Druk op de knop (Menu) op het bedieningspaneel en selecteer Netwerk > Wi-Fi > Wi-Fi Direct op het scherm.
2 Tik op Wi-Fi Direct.
3 Schakel Wi-Fi Direct in.
Vanaf een computer met netwerkverbinding
Wanneer uw printer een netwerkkabel of een draadloos toegangspunt gebruikt, kunt u Wi-Fi Direct inschakelen en configureren via SyncThru™ Web Service.
1 Ga naar SyncThru™ Web Service en kies Settings > Network Settings > Wi-Fi > Wi-Fi Direct™.
2 Schakel Wi-Fi Direct™ in en stel andere opties in.
Het mobiele apparaat instellen
- Raadpleeg de gebruikershandleiding voor het mobiele apparaat na het instellen van Wi-Fi Direct op uw printer om Wi-Fi Direct in te stellen op het mobiele apparaat.
- Na het inschakelen van Wi-Fi Direct moet u de toepassing voor mobiel afdrukken downloaden (bijvoorbeeld: Samsung Mobile printer) om af te kunnen drukken vanaf uw smartphone.
Draadloos netwerk instellen

- Wanneer u de printer heeft gevonden waar u verbinding mee wilt leggen vanaf uw mobiele apparaat, selecteert u de printer en gaat het LED-lampje op de printer branden. Wanneer u op de WPS-knop van de printer drukt, wordt er verbinding gemaakt met uw mobiele apparaat. Als u geen WPS-knop hebt, drukt u op de gewenste optie wanneer het bevestigingsbericht van de Wi-Fi-verbinding op het scherm wordt weergegeven. Er wordt dan verbinding gemaakt met uw mobiele apparaat.
- Wanneer uw mobiele apparaat Wi-Fi Direct niet ondersteunt, moet u de netwerksleutel van een printer invoeren in plaats van op de WPS-knop te drukken.
Problemen met draadloze netwerken oplossen
Problemen tijdens het instellen of de installatie van het stuurprogramma
Printers niet gevonden
- Mogelijk staat uw printer niet aan. Zet de computer en printer aan.
- De USB-kabel tussen de computer en het apparaat is niet aangesloten. Verbind de printer met uw computer door middel van de USB-kabel.
- De printer ondersteunt geen draadloze netwerken. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de printer op de software-cd die bij het apparaat is geleverd en zorg dat u beschikt over een draadloze netwerkprinter.
Verbindingsprobleem - SSID niet gevonden
- De printer kan de door u geselecteerde of ingevoerde netwerknaam (SSID) niet vinden. Controleer de netwerknaam (SSID) op uw toegangspunt en probeer opnieuw verbinding te maken.
- Uw toegangspunt is uitgeschakeld. Zet het toegangspunt aan.
Draadloos netwerk instellen
Verbindingsprobleem - Ongeldige beveiliging
- De beveiliging is niet op de juiste manier geconfigureerd. Controleer de beveiliging die op het toegangspunt en de printer is geconfigureerd.
Verbindingsprobleem - Algemene verbindingsfout
- Uw computer ontvangt geen signaal van uw apparaat. Controleer de USB-kabel en de stroomtoevoer van de printer.
Verbindingsprobleem - Verbonden bedraad netwerk
- De printer is verbonden met een netwerkkabel. Koppel de netwerkkabel los van uw apparaat.
Verbindingsprobleem - Het IP-adres toewijzen
- Schakel het toegangspunt (of de draadloze router) en het apparaat uit en weer in.
Fout bij verbinding met pc
- Het geconfigureerde netwerkadres kan geen verbinding maken tussen uw computer en het apparaat.
-Voor een DHCP-netwerkomgeving
De printer ontvangt automatisch het IP-adres (DHCP) als de toewijzingsmethode voor het IP-adres is ingesteld op DHCP.

Als u in DHCP-modus niet kunt afdrukken, wordt het probleem waarschijnlijk veroorzaakt door het automatisch gewijzigde IP-adres. Vergelijk het IP-adres van het product met dat van de printerpoort.
Hoe kunt u vergelijken:
1 Druk het netwerkinformatierapport van uw printer af en controleer het IP-adres (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 156).
2 Controleer het IP-adres van de printerpoort op uw computer.
a Klik op het menu Start van Windows.
• In Windows 8: selecteer in Charms(charms) achtereenvolgens Zoeken > Instellingen.
b Voor Windows XP Service Pack 3/2003 selecteert u Printers en faxapparaten.
- Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.
- In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers.
- In Windows 7/ Windows 8: selecteer achtereenvolgens Configuratiescherm > Apparaten en printers.
c Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
d Voor Windows XP Service Pack 3/2003/2008/Vista, drukt u op Eigenschappen.
In Windows 7/Windows 8 of Windows Server 2008 R2: selecteer in de contextmenu's de optie Eigenschappen van printer.
Als bij het item Eigenschappen van printer het teken ▶ staat, kunt u andere printerstuurprogramma's voor de geselecteerde printer selecteren.
e Klik op het tabblad Poort.
Draadloos netwerk instellen
f Klik op de knop Poort configureren...
g Controleer of de Printernaam of het IP-adres: hetzelfde is als op de netwerkconfiguratiepagina.
3 Wijzig het IP-adres van de printerpoort als het niet overeen komt met het adres op het netwerkinformatierapport.
Als u de installatie-cd wilt gebruiken om het IP-adres van de poort te wijzigen, maakt u verbinding met een netwerkprinter. vervolgens opnieuw verbinding te maken met het IP-adres.
-Voor een statische netwerkomgeving
De printer gebruikt het statische adres als de toewijzingsmethode voor het IP-adres op de computer is ingesteld op Statisch.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn:
•IP-adres: 169.254.133.42
- Subnetmasker: 255.255.0.0
Dan zijn dit de netwerkgegevens van het apparaat:
-IP-adres: 169.254.133.43
- Subnetmasker: 255.255.0.0 (gebruik het subnetmasker van de computer.)
Als zich tijdens het gebruik van de printer in een netwerk problemen voordoen, controleert u de volgende punten:

Raadpleeg de gebruikershandleiding bij het toegangspunt (of de draadloze router) voor specifieke informatie.
- U kunt geen bekabelde en draadloze netwerken tegelijkertijd inschakelen.
- Mogelijk is uw computer, het toegangspunt (of de draadloze router) of de printer niet ingeschakeld.
- Controleer de draadloze ontvangst van het signaal rond het apparaat. Als de router ver van de printer staat of als er een obstakel in de weg staat, kan dat de ontvangst van het signaal bemoeilijken.
- Schakel het toegangspunt (of de draadloze router), de printer en de computer uit en weer aan. Soms kan dat helpen om de communicatie met het netwerk te herstellen.
- Controleer of firewallsoftware (V3 of Norton) de communicatie blokkeert.
Als de computer en de printer op hetzelfde netwerk zijn aangesloten maar niet kunnen worden gevonden, blokkeert de firewall-software mogelijk de communicatie. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de firewall-software voor informatie over het uitschakelen van de firewall. Probeer vervolgens nogmaals of de printer kan worden gevonden. - Controleer of het IP-adres van het apparaat juist is toegewezen. U kunt het IP-adres controleren door het netwerkconfiguratierapport af te drukken.
Draadloos netwerk instellen
- Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) met een wachtwoord beveiligd is. Als er een wachtwoord is ingesteld, neemt u contact op met de beheerder van het toegangspunt (of de draadloze router).
- Controleer het IP-adres van de printer. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw en wijzig de instellingen om een verbinding te maken met het apparaat op het netwerk. Bij DHCP is het mogelijk dat het toegewezen IP-adres verandert als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt of als het toegangspunt opnieuw is ingesteld. Registreer het MAC-adres van het product als u de DHCP-server configureert op het toegangspunt (of de draadloze router). Dan kunt u altijd het ingestelde IP-adres gebruiken dat is ingesteld met behulp van het MAC-adres. U kunt het MAC-adres van uw apparaat vinden door een netwerkconfiguratierapport af te drukken (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 156).
- Controleer de draadloze omgeving. Mogelijk kunt u geen verbinding maken met het netwerk in de infrastructuuromgeving waar u gebruikersgegevens moet invoeren voordat u een verbinding hebt gemaakt met een toegangspunt (of draadloze router).
- Dit apparaat ondersteunt alleen IEEE 802.11b/g/n en Wi-Fi. Andere draadloze communicatietypes (b.v. Bluetooth) worden niet ondersteund.
- Bij draadloze netwerkprinters van Samsung kan de infrastructuurmodus niet tegelijkertijd worden gebruikt.
-
Het apparaat moet zich binnen het bereik van het draadloos netwerk bevinden.
-
De printer mag niet in de buurt staan van obstakels die het draadloze signaal kunnen blokkeren.
Verwijder grote metalen voorwerpen die zich tussen het toegangspunt (of de draadloze router) en het apparaat bevinden.
Controleer of er geen palen, muren of steunpilaren van metaal of beton tussen de printer en het draadloze toegangspunt (of de draadloze router) staan. - De printer mag niet in de buurt staan van andere elektronische apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren.
Er zijn veel apparaten die het draadloze signaal kunnen verstoren, waaronder magnetrons en bepaalde Bluetooth-apparaten. - Telkens als de configuratie van uw toegangspunt (of draadloze router) verandert, moet u het draadloze netwerk van het product opnieuw instellen.
- Er kunnen maximaal 3 apparaten via Wi-Fi Direct worden aangesloten.
- Als Wi-Fi Direct is Aan, ondersteunt dit apparaat alleen IEEE 802.11 b/g.
- Als het toegangspunt is ingesteld om alleen met de 802.11n-standaard te werken, maakt het mogelijk geen verbinding met uw machine.
Samsung Mobile Print
Wat is Samsung Mobile Print?
Samsung Mobile Print is een gratis toepassing waarmee gebruikers foto's, documenten en webpagina's direct van hun smartphone of tablet kunnen afdrukken. Samsung Mobile Print is niet alleen compatibel met uw Android- en iOS-smartphones maar ook met uw iPod Touch en tablet-pc. Het verbindt uw mobiele apparaat met een printer van Samsung die met het netwerk is verbonden of met een draadloze printer via een Wi-Fi-toegangspunt. U hoeft geen nieuw stuurprogramma te installeren of netwerkinstellingen te configureren: u hoeft alleen de toepassing Samsung Mobile Print te installeren en deze detecteert automatisch compatibele Samsung-printers. Behalve het afdrukken van foto's, webpagina's en PDF's kunt u met deze toepassing ook scannen. Als u een multifunctioneel apparaat van Samsung hebt, kunt u elk gewenst document scannen naar een document met de indeling JPG, PDF of PNG en deze snel en eenvoudig op uw mobiele apparaat weergeven.
Samsung Mobile Print download
Voor het downloaden van Samsung Mobile Print gaat u naar de toepassingenwinkel (Samsung Apps, Play Store, App Store) op uw mobiele apparaat en zoekt u naar 'Samsung Mobile Print'. U kunt ook naar iTunes op uw computer gaan voor Apple-apparaten.
• Samsung Mobile Print
-Android: Zoek naar Samsung Mobile Print in de Play Store en download de app.
-iOS: Zoek naar Samsung Mobile Print in de App Store en download de app.
Ondersteund mobiel besturingssysteem
- Android OS 2,3 of hoger
- iOS 7.0 of hoger
De NFC-functie gebruiken
Met de NFC-printer (Near Field Communication) kunt u direct vanaf uw mobiele telefoon afdrukken en scannen door uw telefoon boven de NFC-tag op uw printer te houden. U hoeft geen printerstuurprogramma te installeren of verbinding te maken met een toegangspunt. U moet alleen een telefoon hebben die NFC ondersteunt. Als u deze functie wilt gebruiken, moet de Samsung Mobile Print-app zijn geïnstalleerd op uw telefoon.

- Afhankelijk van het materiaal van de behuizing van de mobiele telefoon werkt NFC-herkenning mogelijk niet goed.
- De overdrachtssnelheid is afhankelijk van de mobiele telefoon die u gebruikt.
Vereisten
- Voor NFC en Wi-Fi Direct geschikte mobiele telefoon met Android 4.0 of hoger waarop de Mobile Print-app is geïnstalleerd.

Alleen in Android 4.1 of hoger wordt de Wi-Fi Direct-functie op uw mobiele telefoon automatisch ingeschakeld wanneer u de NFC-functie inschakelt. Als u de NFC-functie wilt gebruiken, kunt u uw mobiele telefoon het beste bijwerken naar Android 4.1 of hoger.
- Printer met Wi-Fi Direct-functie. Wi-Fi Direct-functie is standaard ingeschakeld.
Afdrukken
1 Controleer of de functies NFC en Wi-Fi Direct zijn ingeschakeld op uw mobiele telefoon en of de Wi-Fi Direct-functie is ingeschakeld op uw printer (zie "Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen" op pagina 181).
2 Houd de NFC-antenne op uw mobiele telefoon (meestal op de achterkant van uw telefoon) boven de NFC-tag (NFC) op uw printer. Wacht een aantal seconden totdat de app Samsung Mobile Print is gestart.

De NFC-functie gebruiken

- Mogelijk bevindt de NFC-antenne van sommige mobiele telefoons zich niet aan de achterkant van de telefoon. Controleer de locatie van de NFC-antenne op uw telefoon, voordat u deze functie gebruikt.
- Als er een foutbericht over gewijzigde pincode wordt weergegeven, moet u de gewijzigde pincode opgeven en op OK drukken. Volg de instructies op het scherm van de app om de pincode bij te werken.
- Als u de app Samsung Mobile Print niet hebt geïnstalleerd op uw mobiele telefoon, maakt de telefoon automatisch verbinding met de downloadpagina van de Samsung Mobile Print-app. Download de app en probeer het opnieuw.
3 Selecteer de inhoud die u wilt afdrukken.
Wijzig de afdrukoptie indien nodig door op te drukken.
4 Houd de NFC-antenne op uw mobiele telefoon (meestal op de achterkant van uw telefoon) boven de NFC-tag (NFC) op uw printer. Wacht een aantal seconden totdat de mobiele telefoon verbinding heeft gemaakt met de printer.

- Mogelijk bevindt de NFC-antenne van sommige mobiele telefoons zich niet aan de achterkant van de telefoon. Controleer de locatie van de NFC-antenne op uw telefoon, voordat u deze functie gebruikt.
- Als er een foutbericht over gewijzigde pincode wordt weergegeven, moet u de gewijzigde pincode opgeven en op OK drukken. Volg de instructies op het scherm van de app om de pincode bij te werken.
5 Het apparaat start met afdrukken.
De NFC-functie gebruiken
Scannen
1 Controleer of de functies NFC en Wi-Fi Direct zijn ingeschakeld op uw mobiele telefoon en of de Wi-Fi Direct-functie is ingeschakeld op uw printer (zie "Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen" op pagina 181).
2 Houd de NFC-antenne op uw mobiele telefoon (meestal op de achterkant van uw telefoon) boven de NFC-tag (NPP) uw printer. Wacht een aantal seconden totdat de app Samsung Mobile Print is gestart.

- Mogelijk bevindt de NFC-antenne van sommige mobiele telefoons zich niet aan de achterkant van de telefoon. Controleer de locatie van de NFC-antenne op uw telefoon, voordat u deze functie gebruikt.
- Als er een foutbericht over gewijzigde pincode wordt weergegeven, moet u de gewijzigde pincode opgeven en op OK drukken. Volg de instructies op het scherm van de app om de pincode bij te werken.
- Als u de app Samsung Mobile Print niet hebt geïnstalleerd op uw mobiele telefoon, maakt de telefoon automatisch verbinding met de downloadpagina van de Samsung Mobile Print-app. Download de app en probeer het opnieuw.
3 Selecteer scanmodus.
4 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
Wijzig de scanoptie indien nodig door op te drukken.
De NFC-functie gebruiken
5 Houd de NFC-antenne op uw mobiele telefoon (meestal op de achterkant van uw telefoon) boven de NFC-tag (λp) op uw printer. Wacht een aantal seconden totdat de mobiele telefoon verbinding heeft gemaakt met de printer.

Als u wilt doorgaan met scannen, volgt u de instructies op het appvenster.

- Mogelijk bevindt de NFC-antenne van sommige mobiele telefoons zich niet aan de achterkant van de telefoon. Controleer de locatie van de NFC-antenne op uw telefoon, voordat u deze functie gebruikt.
- Als er een foutbericht over gewijzigde pincode wordt weergegeven, moet u de gewijzigde pincode opgeven en op OK drukken. Volg de instructies op het scherm van de app om de pincode bij te werken.
6 De printer begint met het scannen van de inhoud.
De gescande gegevens worden op uw mobiele telefoon opgeslagen.
De NFC-functie gebruiken
Fax verzenden
1 Controleer of de functies NFC en Wi-Fi Direct zijn ingeschakeld op uw mobiele apparaat en of de Wi-Fi Direct-functie is ingeschakeld op uw printer (zie "Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen" op pagina 181).
2 Houd de NFC-tag op uw mobiele apparaat (meestal op de achterkant van uw mobiele apparaat) boven de NFC-tag (uw printer.
Wacht een aantal seconden totdat de app Samsung Mobile Print is gestart.

- Op sommige mobiele apparaten bevindt de NFC-tag zich mogelijk niet op de achterkant van het mobiele apparaat. Controleer de locatie van de NFC-antenne op uw mobiele apparaat voordat u deze functie gebruikt.
- Als er een foutbericht over een gewijzigde pincode wordt weergegeven, moet u de gewijzigde pincode opgeven en op OK drukken. Volg de instructies op het scherm van de app om de pincode bij te werken.
- Als u de app Samsung Mobile Print niet hebt geïnstalleerd op uw mobiele apparaten, wordt automatisch verbinding gemaakt met de downloadpagina van de app Samsung Mobile Print. Download de app en probeer het opnieuw.
3 Selecteer faxmodus.
4 Selecteer de inhoud die u wilt faxen.
Geef het faxnummer op en wijzig indien nodig de faxoptie door op

te drukken.
De NFC-functie gebruiken
5 Houd de NFC-tag op uw mobiele apparaat (meestal op de achterkant van uw mobiele apparaat) boven de NFC-tag (uw printer.
Wacht een aantal seconden totdat het mobiele apparaat verbinding heeft gemaakt met de printer.

- Op sommige mobiele apparaten bevindt de NFC-tag zich mogelijk niet op de achterkant van het mobiele apparaat. Controleer de locatie van de NFC-antenne op uw mobiele apparaat voordat u deze functie gebruikt.
- Als er een foutbericht over een gewijzigde pincode wordt weergegeven, moet u de gewijzigde pincode opgeven en op OK drukken. Volg de instructies op het scherm van de app om de pincode bij te werken.
6 De printer begint met het faxen van de inhoud.
Registreren van Google Cloud Print.
1 Controleer of de functies NFC en Wi-Fi Direct zijn ingeschakeld op uw mobiele apparaat en of de Wi-Fi Direct-functie is ingeschakeld op uw printer.
2 Houd de NFC-tag op uw mobiele apparaat (meestal op de achterkant van uw mobiele apparaat) boven de NFC-tag (NPP uw printer.
Wacht een aantal seconden totdat de app Samsung Mobile Print is gestart.

De NFC-functie gebruiken

- Op sommige mobiele apparaten bevindt de NFC-tag zich mogelijk niet op de achterkant van het mobiele apparaat. Controleer de locatie van de NFC-antenne op uw mobiele apparaat voordat u deze functie gebruikt.
- Als er een foutbericht over een gewijzigde pincode wordt weergegeven, moet u de gewijzigde pincode opgeven en op OK drukken. Volg de instructies op het scherm van de app om de pincode bij te werken.
- Als u de app Samsung Mobile Print niet hebt geïnstalleerd op uw mobiele apparaten, wordt automatisch verbinding gemaakt met de downloadpagina van de app Samsung Mobile Print. Download de app en probeer het opnieuw.
3 Selecteer het statuspictogram van het apparaat.
4 Selecteer Google Cloud Print > Registreer Google Cloud Printer.
4 Selecteer Google Cloud Print > Registreer Google Cloud Printer.
5 Houd de NFC-tag op uw mobiele apparaat (meestal op de achterkant van uw mobiele apparaat) boven de NFC-tag (NPP) uw printer.
Wacht een aantal seconden totdat het mobiele apparaat verbinding heeft gemaakt met de printer.

- Op sommige mobiele apparaten bevindt de NFC-tag zich mogelijk niet op de achterkant van het mobiele apparaat. Controleer de locatie van de NFC-antenne op uw mobiele apparaat voordat u deze functie gebruikt.
- Als er een foutbericht over een gewijzigde pincode wordt weergegeven, moet u de gewijzigde pincode opgeven en op OK drukken. Volg de instructies op het scherm van de app om de pincode bij te werken.
6 Geef in het pop-upvenster de bevestiging op voor uw printer. Uw printer is nu geregistreerd bij de service Google Cloud Print™.
Mopria™

Alleen machines met Mopria-certificering kunnen de Mopria-functie gebruiken. Controleer op de doos waarin uw machine geleverd is of de machine gecertificeerd is voor Mopria.

Mopria™ Print Service is een mobiele afdrukoplossing waarmee de nieuwe afdrukfunctionaliteit op een Android-telefoon of -tablet (Android-versie 4.4 of hoger) wordt verbeterd. Met deze service kunt u verbinding maken met en afdrukken maken op een printer met Mopria-certificering die is aangesloten op hetzelfde netwerk als uw mobiele apparaat zonder dat u opnieuw iets moet instellen. Veel systeemeigen Android-apps bieden ondersteuning voor afdrukken; denk hierbij aan Chrome, Gmail, Gallery, Drive en Quickoffice.
Het apparaat instellen voor afdrukken met Mopria
U apparaat moet over Bonjour(mDNS)- en IPP-protocollen beschikken alvorens de Mopria-functie kan worden gebruikt. Voer de volgende stappen uit om de Mopria-functie in te stellen.
1 Controleer of het apparaat is verbonden met het netwerk.
2 Open op uw computer een webbrowser (Internet Explorer, Safari of Firefox) en voer het IP-adres van het apparaat in de adresbalk. Druk vervolgens op Enter.
Voorbeeld:
http://192,168,1,133/
3 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Voer de id en het Password in.


Zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 272 als u een nieuwe gebruiker wilt maken of als u het wachtwoord wilt wijzigen.
5 Als het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Settings > Network Settings > Standard TCP/IP, LPR, IPP > IPP. Selecteer vervolgens Enable.
6 Klik op Settings > Network Settings > mDNS.. Selecteer vervolgens Enable.
7 Klik op Security > System Security > Feature Management > Mopria. Selecteer vervolgens Enable.
Mopria™
Mopria instellen op uw mobiele apparaat
Als Mopria Print Service niet is geïnstalleerd op uw mobiele apparaat, gaat u naar de toepassingenwinkel (Play Store, App Store) op uw mobiele apparaat en zoekt, downloadt en installeert u Mopria Print Service.
1 Tik in het menu Settings van uw Android-apparaat op Printing.

De locatie van deze optie kan afhankelijk van uw mobiele apparaat variëren. Kunt u de optie Printing niet vinden? Raadpleeg dan de gebruikershandleiding van uw mobiele apparaat.
2 Tik onder Print Services op Mopria Print Service.
3 Tik op de schuifregelaar op On/Off om de Mopria Print Service in te schakelen.
Afdrukken via Mopria
Op een Android-apparaat afdrukken via Mopria:
1 Open de e-mail, de foto, de webpagina of het document dat u wilt afdrukken.
2 Tik in het menu op de app op Afdrukken.
3 Selecteer uw printer en configureer de afdrukopties.
4 Tik nogmaals op Afdrukken om het document af te drukken

Om een afdruktaak te annuleren: Selecteer en verwijder het document in de meldingsbalk uit de afdrukrij.
AirPrint

Alleen machines met AirPrint-certificering kunnen worden gebruikt met de functie AirPrint. Controleer op de doos waarin uw machine geleverd is of de machine gecertificeerd is voor AirPrint.

Met AirPrint kunt u rechtstreeks draadloos afdrukken vanaf uw iPhone, iPad en iPod touch met de nieuwste versie van iOS.
AirPrint instellen
Bonjour(mDNS)- enIPP-protocollen zijn vereist om de AirPrint-functie te kunnen gebruiken op uw apparaat. U kunt de AirPrint-functie inschakelen volgens een van de volgende methoden.
1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden.
2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster het nieuwe IP-adres van uw apparaat in.
Voorbeeld:

http://192.168.1.133/
3 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich aanmelden als beheerder. Geef de standaard-ID en het standaard Password op die hieronder worden weergegeven. We raden u aan om het wachtwoord om veiligheidsredenen te wijzigen.
•ID: admin
•Wachtwoord: sec00000
5 Als het venster Embedded Web Service opent, klikt u op Settings > Network Settings.
6 Klik op Raw TCP/IP, LPR, IPP of mDNS.
U kunt het IPP- of mDNS-protocol inschakelen.
Afdrukken via AirPrint
De iPad-handleiding geeft bijvoorbeeld de volgende instructies:
1 Open de e-mail, foto, internetpagina of het document dat u wilt afdrukken.
2 Raak het bewerkingpictogram aan (
3 Selecteer de naam van uw printerstuurprogramma en het optiemenu om de gegevens in te stellen.
4 Raak de knop Afdrukken aan. Druk het af.
- Een via een netwerk aangesloten apparaat gebruiken
AirPrint

Afdruktaak annuleren: Klik op pictogram van het afdrukcentrum (in het multi-taskinggebied om de afdruktaak te annuleren of het overzicht van de afdruktaak te bekijken. U kunt in het afdrukcentrum op annuleren klikken.
Samsung Cloud Print
Samsung Cloud Print is een gratis cloudservice waarmee u kunt afdrukken of scannen met uw Samsung-printer of MFP vanaf uw smartphone of tablet. Nadat u de Samsung Cloud Print-app heeft geïnstalleerd, kunt u registreren bij de Samsung Cloud Print-service met alleen uw mobiele nummer ter verifiëring. Er is geen andere login vereist, maar u kunt de app wel koppelen aan uw Samsung-account als u dat wenst.

Als u op de knop ( ) in de Samsung Cloud Print-app drukt, kunnen uw mobiele apparaat en printer of MFP worden gekoppeld via een QR-code of het handmatig invoeren van het MAC-adres. Zodra ze gekoppeld zijn, kunt u vanaf iedere locatie afdrukken en scannen.
Uw printer registreren in de Samsung Cloudserver
Registreren via de webbrowser

Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld verbinding heeft met een (draadloos) netwerk dat toegang geeft tot internet.
1 Open de webbrowser.
2 Voer in het adresveld het IP-adres van de printer in en druk vervolgens op de Enter-toets of klik op Ga naar.
3 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
4 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich aanmelden als beheerder. Geef de standaard-ID en het standaard Password op die hieronder worden weergegeven. We raden u aan om het wachtwoord om veiligheidsredenen te wijzigen.
•ID: admin
•Wachtwoord: sec00000

Zie "Het tabblad Security" op pagina 273 als u een nieuwe gebruiker wilt maken of als u het wachtwoord wilt wijzigen.
5 Zodra het venster SyncThru™ Webservice opent, klikt u op Settings > Network Settings > Samsung Cloud Print.
6 Het Samsung Cloud Print-protocol inschakelen.
7 Uw printer is nu geregistreerd in de Samsung Cloud Print-service.
Samsung Cloud Print
Afdrukken met Samsung Cloud Print

Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld verbinding heeft met een (draadloos) netwerk dat toegang geeft tot internet.
Een printer registreren vanaf een toepassing op een mobiel apparaat
De volgende stappen vormen een voorbeeld voor het gebruiken van de Samsung Cloud Print-app met een Android-telefoon.
1
Open de Samsung Cloud Print-app.

Als u geen Samsung Cloud Print-app op uw mobiele telefoon hebt geïnstalleerd, gaat u naar de toepassingenwinkel (Samsung Apps, Play Store, App Store) op uw mobiele apparaat om de app te zoeken en te downloaden.
2
Druk op de knop ( ) in de Samsung Cloud Print-app.
3
Uw mobiele apparaat en printer of MFP kunnen gekoppeld worden via NFC, een QR-code of het handmatig invoeren van het MAC-adres.
Afdrukken via een toepassing of mobiel apparaat.
De volgende stappen vormen een voorbeeld voor het gebruiken van de Samsung Cloud Print-app met een Android-telefoon.
1
Open de Samsung Cloud Print-app.

Als u geen Samsung Cloud Print-app op uw mobiele telefoon hebt geïnstalleerd, gaat u naar de toepassingenwinkel (Samsung Apps, Play Store, App Store) op uw mobiele apparaat om de app te zoeken en te downloaden.
2
Tik op de knop Opties van het document dat u wilt afdrukken.
3
Stel indien nodig de gewenste afdrukopties in.
4
Tik op Send Job.
Scannen en verzenden naar Samsung Cloud Print
U kunt een afbeelding scannen en de scangegevens worden in Samsung Cloud Print opgeslagen.
Samsung Cloud Print
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
2 Druk op (scannen) op het bedieningspaneel.
3 Druk op Samsung Cloud.
4 Voer de landcode en het telefoonnummer van de ontvanger in.
5 Voer de informatie van de afzender in.
6 Druk op de knop ◇(Start) om te scannen en het bestand op te slaan in de Samsung Cloud-server.

Als de gebruiker niet is geregistreerd in Samsung Cloud Print, verschijnt er een bevestigingsvenster. Selecteer een al dan niet lopende taak.
Google Cloud Print™
Met Google Cloud Print™ kunt u gegevens afdrukken via uw smartphone, tablet of een ander apparaat dat met internet is verbonden. U hoeft alleen uw Google-account bij de printer te registreren om de service Google Cloud Print te kunnen gebruiken. U kunt uw document of e-mail afdrukken via het Chrome-besturingssysteem, de Chrome-browser of een Gmail™/Google Docs™-toepassing op uw mobiele apparaat zodat u geen printerstuurprogramma hoeft te installeren. Raadpleeg de Google-website (http://support.google.com/cloudprint) voor meer informatie over Google Cloud Print.
Uw Google-account registreren op de printer

- Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld verbinding heeft met een (draadloos) netwerk dat toegang geeft tot internet.
- U moet van tevoren een Google-account maken.
1 Open de Chrome-browser.
2 Ga naar www.google.com.
3 Meld u aan bij de Google-website met uw Gmail-adres.
4 Voer in het adresveld het IP-adres van de printer in en druk vervolgens op de Enter-toets of klik op Ga naar.
5 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
6 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich aanmelden als beheerder. Geef de standaard-ID en het standaard Password op die hieronder worden weergegeven. We raden u aan om het wachtwoord om veiligheidsredenen te wijzigen.
•ID: admin
•Wachtwoord: sec00000

Als de netwerkomgeving gebruikmaakt van een proxyserver, moet u het IP-adres en het poortnummer van de proxy te configureren bij Settings > Network Settings > Google Cloud Print > Proxy Setting. Neem contact op met uw netwerkprovider of -beheerder voor meer informatie.
7 Wanneer het venster SyncThru™ Web Service wordt geopend, klikt u op Settings > Network Settings > Google Cloud Print.
8 Voer de naam en beschrijving van uw printer in.
9 Klik op Register.
De verschijnt een pop-upvenster met de bevestiging.
Google Cloud Print™

Als u uw browser hebt ingesteld om pop-ups te blokkeren, verschijnt het bevestigingsvenster niet. Sta pop-ups van deze site toe.
Uw printer is nu geregistreerd bij de service Google Cloud Print.
In de lijst worden apparaten weergegeven die gereed zijn voor Google Cloud Print.
Afdrukken met Google Cloud Print™
Het afdrukproces is afhankelijk van de toepassing of het apparaat dat u gebruikt. U kunt de lijst bekijken met toepassingen die de service Google Cloud Print ondersteunen.

Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld verbinding heeft met een (draadloos) netwerk dat toegang geeft tot internet.
Afdrukken via een toepassing of mobiel apparaat.
De volgende stappen zijn een voorbeeld van het gebruik van Google Docs op een mobiele telefoon met Android.
1 Installeer de toepassing Cloud Print op uw mobiele apparaat.

Als u die toepassing nog niet hebt, kunt u deze in de Android Market of App Store downloaden.
2 Open de toepassing Google Docs vanaf uw mobiele apparaat.
3 Tik op de knop Opties van het document dat u wilt afdrukken.
4 Tik op de knop Verzenden
5 Tik op de knop Cloud Print
6 Stel indien nodig de gewenste afdrukopties in.
7 Tik op Click here to Print.
Google Cloud Print™
Afdrukken via de Chrome-browser
De onderstaande stappen zijn een voorbeeld van hoe u de Chromebrowser kunt gebruiken.
1 Start Chrome.
2 Open het document of de e-mail die u wilt afdrukken.
3 Klik op het moersleutelpictogram in de rechterbovenhoek van de browser.
4 Klik op Afdrukken. Er verschijnt een nieuw tabblad met afdrukopties.
5 Selecteer Afdrukken via Google Cloud Print.
6 Klik op de knop Afdrukken.

3. Menu's met nuttige instellingen
In dit hoofdstuk leest u hoe u de huidige status van het apparaat controleert en hoe u geavanceerde apparaatinstellingen instelt.
- Voordat u een hoofdstuk gaat lezen 205
- Afdrukken 206
• Kopieren 207 - Faxen 211
- Scannen 215
- Systeeminstallatie 217
• Netwerkinstallatie 223
Voordat u een hoofdstuk gaat lezen
In dit hoofdstuk worden alle beschikbare functies voor dit model beschreven om gebruikers te helpen deze functies te begrijpen. U kunt controlleren welke functies beschikbaar zijn voor ieder model in de Basishandleiding (zie "Menuoverzicht" op pagina 34). Hier volgen een aantal tips voor het gebruiken van dit hoofdstuk
- Het bedieningspaneel biedt toegang tot verschillende menu's voor de instelling en het gebruik van het apparaat. Druk op (Menu) om toegang te krijgen tot deze menu's.
- Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Deze functie is niet van toepassing op modellen zonder (Menu) op het configuratiescherm (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 24).
- Afhankelijk van het model kunnen sommige menu-onderdelen op uw apparaat een andere naam hebben.
Afdrukken

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
• Druk op (Menu) > Printerinstelling op het configuratiescherm.
| Item Omschrijving | |
| Afdrukstand | Selecteert de richting waarin informatie wordt afgedrukt op een pagina. |
| Exemplaren | U kunt het aantal kopieën wijzigen met behulp van het numerieke toetsenblok. |
| Resolutie | Specificeert het aantal afgedrukte punten per inch (dpi - dots per inch). Hoe hoger de instelling, hoe scherper de tekens en afbeeldingen worden afgedrukt. |
| Invanging | Hiermee wordt de witte ruimte verminderd die wordt veroorzaakt door het verkeerd uitlijnen van kleurkanalen in de kleurenafdrukmodus. Zwarte tekst wordt ook overschreven op andere kleuren. |
| Item Omschrijving | |
| Venster | Deze optie beïnvloedt de resolutie en helderheid van de weergegeven kleuren.·Verbeterd:Deze modus genereert een pagina- afdruk met scherp afgelijnde tekst en vloeiende afbeeldingen/foto's.·Gedetailleerd:deze modus genereert afdrukken met scherpe details over de volledige pagina.·Normaal:deze modus genereert afdrukken waarbij de toner gelijkmatig over de volledige pagina wordt verdeeld. |
| Duid. Tekst | Selecteer deze optie om de teksten duidelijker af te drukken dan op een normaal document. |
| Auto CR | Met deze optie kunt u een harde return plaatsen aan het einde van een regel, zeer handig voor Unix- of DOS-gebruikers. |
| Emulatie Stelt het type en de optie voor emulatie in. | |
| Randverbet. Gebruikers kunnen de scherpte van tekst en afbeeldingen aanpassen om de leesbaarheid te verbeteren. | |
| Tonersterkte | U kunt de tonersterkte aanpassen. Met deze functie kunt u donkere afbeeldingen lichter afdrukken of lichtere afbeeldingen meer donker maken. |
| Blanco pagina's overslaan | maakt het mogelijk een blanco of gedrukt scheidingsvel aan transparanten toe te voegen. |
Kopiëren
Kopieerfunctie

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
Druk in de kopieermodus op (Menu) > Kopieerfunctie op het bedieningspaneel.

- C48xW series: Wanneer de LED van de knop Scan to uit is, is het apparaat in kopieermodus.
- C48xFN/C48xFW series: Druk op (kopiëren) op het bedieningspaneel.
| Item Beschrijving | |
| Oorspronkelijke grootte | Hiermee stelt u de grootte van de afbeelding in. |
| Item Beschrijving | |
| Verkleinen/vergroten | Hiermee verkleint of vergroot u een gekopieerde afbeelding (zie "Verkleinde of vergrote kopie" op pagina 62).Wanneer het apparaat is ingesteld op eco-modus, zijn de vergroot- en verkleinfuncties niet beschikbaar. |
| Tonersterkte | Hiermee past u de helderheid aan voor een origineel met onduidelijke markeringen en donkere afbeeldingen, zodat de kopie beter leesbaar is (zie "Donkerte" op pagina 61) |
| Type origineel | Hiermee verbetert u de kopieerkwaliteit door het documenttype voor de huidige kopieertaak te selecteren (zie "Origineel" op pagina 62) |
| Sorteren Hiermee stel | u het apparaat zo in dat de kopieën worden gesorteerd. Als u bijvoorbeeld 2 kopieën wilt maken van een document met 3 pagina's, krijgt u eerst één volledige kopie van het 3 pagina's tellende document en vervolgens een tweede volledige kopie. |
| Lay-out | Hiermee kunt u de instelling voor lay-out opgeven, zoals Normaal, ld-kopie en 2 of 4 op 1 vel. |
Kopiëren
| Item Beschrijving | |
| Lay-out > 2 op 1 vel of Lay-out > 4 op 1 vel | Hiermee worden de originele afbeeldingen verkleind en worden 2 of 4 pagina's afgedrukt op één vel papier. |
![]() | |
Deze kopieerfunctie is alleen beschikbaar als u originelen in de ADI plaatst. | |
| Lay-out > Id-kopie | Hierbij wordt één zijde van het origineel op de bovenste helft van het vel papier afgedrukt en de andere zijde op de onderste helft zonder dat het origineel daarbij wordt verkleind. Deze functie is handig voor het kopiëren van kleine documenten zoals visitekaartjes. |
| Item Beschrijving | |
| Achtergrondkl. | Hiermee drukt u een afbeelding zonder achtergrond af. Deze kopieerfunctie verwijdert de achtergrondkleur en is handig voor het kopieren van een origineel met een gekleurde achtergrond, zoals een krant of catalogus.Uit: deze functie wordt niet gebruikt.Auto: de achtergrond wordt geoptimaliseerd.Versterk.nv.1~2: Hoe hoger het getal, hoe levendiger de achtergrond.Vervag.niv. 1~4: Hoe hoger het getal, hoe lichter de achtergrond. |
Kopiëren
Kopieerinstel.

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
Druk in de kopieermodus op (Menu) > Kopieerinstellingen op het bedieningspaneel.

- C48xW series: Wanneer de LED van de knop Scan to uit is, is het apparaat in kopieermodus.
- C48xFN/C48xFW series: Druk op (kopiëren) op het bedieningspaneel.
| Item Omschrijving | |
| Standaardw.wijz. | Hiermee herstelt u de waarde of instelling opnieuw in op de beginwaarde. |
| Standaardw.wijz. > Oorspronkelijke grootte | Hiermee verbetert u de kopieerkwaliteit door het documentformaat voor de huidige kopieertaak te selecteren. |
| Item Omschrijving | |||
| Standaardw.wijz. > Exemplaren | U kunt het aantal kopieën wijzigen met behulp van het numerieke toetsenblok. | ||
| Standaardw.wijz. > Sorteren | Hiermee stel u het apparaat zo in dat de kopieën worden gesorteerd. Als u bijvoorbeeld 2 kopieën wilt maken van een document met 3 pagina's, krijgt u eerst één volledige kopie van het 3 pagina's tellende document en vervolgens een tweede volledige kopie.Aan: hiermee drukt u de pagina's gegroepeerd af in dezelfde volgorde als het origineel. Uit: hiermee drukt u af en sorteert u het resultaat in stapels van afzonderlijke pagina's. ![]() | ||
Kopiëren
| Item Omschrijving | |
| Standaardw.wijz. > Verkleinen/ vergroten | Hiermee verkleint of vergroot u een gekopieerde afbeelding (zie "Verkleinde of vergrote kopie" op pagina 62). |
| [HT24] Wanneer het apparaat is ingesteld op eco-modus, zijn de vergroot- en verkleinfuncties niet beschikbaar. | |
| Standaardw.wijz. > Tonersterkte | Hiermee past u de helderheid aan voor een origineel met onduidelijke markeringen en donkere afbeeldingen, zodat de kopie beter leesbaar is (zie "Donkerte" op pagina 61) |
| Standaardw.wijz. > Type origineel | Hiermee verbetert u de kopieerkwaliteit door het documenttype voor de huidige kopieertaak te selecteren (zie "Origineel" op pagina 62) |
Faxen
Faxfunctie

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (faxen) > (Menu) > Faxfunctie op het configuratiescherm.
| Item Beschrijving | |
| Tonersterkte | Hiermee kunt u de helderheid aanpassen voor een origineel met onduidelijke markeringen en donkere afbeeldingen zodat de gescande kopie beter leesbaar is (zie "Tonersterkte" op pagina 70). |
| Resolutie | De standaard documentinstellingen leveren goede resultaten voor een normaal tekstdocument. Als u echter originelen verstuurt die foto's bevatten of van een slechte kwaliteit zijn, kunt u de resolutie aanpassen om een fax van een betere kwaliteit te versturen (zie "Resolutie" op pagina 70). |
| Oorspronkelijke grootte | hiermee stelt u de grootte van de afbeelding in. |
| Item Beschrijving | |
| Meerdere verz. | Hiermee kunt u een fax naar meerdere bestemmingen verzenden (zie "Groepsverzending (faxen naar meerdere bestemmingen verzenden)" op pagina 68).U kunt met deze functie geen kleurenfax verzenden. |
| Ultgesteld verzenden | Hiermee kunt u het apparaat zo instellen dat een fax op een later tijdstip (tijdens uw afwezigheid) wordt verzonden (zie "Uitgestelde faxverzending" op pagina 257).U kunt met deze functie geen kleurenfax verzenden. |
| Naar ander nr. | Stuurt de verzonden fax door naar een andere bestemming. Zie "Een verzonden fax doorsturen naar een andere bestemming" op pagina 258. |
| Ontv. Doorsturen | Stuurt de ontvangen fax door naar een andere bestemming. Deze functie is nuttig als u een fax wilt ontvangen wanneer u niet op kantoor bent. Zie "Ontvangen faxen doorsturen" op pagina 258. |
Faxen
| Item Beschrijving | |
| Veilige ontv. | Hiermee wordt de ontvangen fax opgeslagen in het geheugen zonder dat deze wordt afgedrukt. Als u ontvangen documenten wilt afdrukken, moet u het wachtwoord invoeren. Zo kunt u voorkomen dat onbevoegde personen de ontvangen faxen kunnen bekijken (zie "Ontvangen in veilige ontvangstmodus" op pagina 263). |
| Taak annuleren | Hiermee kunt u de uitgestelde faxtaak annuleren die in het geheugen is opgeslagen (zie "Een gereserveerde faxtaak annuleren" op pagina 258). |
Verzendinstellingen

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Verzending op het configuratiescherm.
| Item Beschrijving | |
| Aant. kiespog. | Hiermee kunt u het aantal kiespogingen instellen.Als u 0 invoert, zal het apparaat niet opnieuw kiezen. |
| Opn. kiezen na | Hiermee kunt u het tijdsinterval instellen voor automatisch opnieuw kiezen. |
| Kenget. klezen | Hiermee kunt u een prefix van maximaal vijf cijfers instellen. Dit nummer wordt dan altijd gekozen voordat er een automatisch kiesnummer wordt gevormd. Dit is nuttig om toegang te krijgen tot een telefooncentrale. |
| ECM-modus | Hiermee kunt u de foutcorrectiemodus (ECM) inschakelen om faxen zonder fouten te verzenden.Als u deze modus inschakelt, kan het verzenden van faxen langer duren. |
| Faxbevestiging | Hiermee stelt u het apparaat in om een rapport te verzenden, ongeacht of the faxverzending geslaagd is of niet. Wanneer u Aan-Fout selecteert, drukt het apparaat alleen een rapport af wanneer de verzending niet geslaagd is. |
Faxen
| Item Beschrijving | |
| Modemsnelheid | Hiermee kunt u de maximale modemsnelheid instellen als de telefoonlijn een hogere snelheid niet ondersteunt. |
| TCR voor afb. | Hiermee drukt u een verzendrapport af dat een miniatuurafbeelding van de eerste pagina van de verzonden fax bevat. |
| Kiesmodus | Hiermee stelt u de kiesmodus in op tonen of pulsen. Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. |
Ontvangstinstellingen

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op 📋 (faxen) > 📋 (Menu) > Faxinstel. > Bzg met ontv. op het configuratiescherm.
| Item Beschrijving | |
| Ontvangstmodus | Hiermee kunt u de standaardmodus voor het ontvangen van fax selecteren. |
| Opn. na bels. | Hiermee kunt u opgeven hoe vaak het apparaat moet overgaan voordat een inkomende oproep wordt beantwoord. |
| Ontv.g. stemp. | Hiermee kunt u instellen dat het paginanummer en de ontvangstdatum en -tijd automatisch onder aan elke pagina van een ontvangen fax worden afgedrukt. |
| Startc. ontv. | Hiermee kunt u een fax ontvangen vanaf een telefoontoestel dat aangesloten is op de EXT-uitgang aan de achterkant van het apparaat. Als u de hoorn van het telefoontoestel neemt en faxtonen hoort, voert u de code in. De code is voorgeprogrammeerd op *9*. |
| Aut. verklein. | Hiermee kunt u een binnenkomende fax automatisch verkleinen zodat de fax op het papier past dat in het apparaat is geplaatst. |
Faxen
| Item Beschrijving | |
| Grootte neger. | Hiermee kunt u instellen dat een bepaald gedeelte aan het einde van de ontvangen fax niet wordt afgedrukt. |
| Inst. ong. fax | Hiermee kunt u faxen blokkeren die in het geheugen zijn opgeslagen als ongewenste faxnummers. Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. |
| DRPD-modus | Hiermee kan een gebruiker met één telefoonlijn verschillende telefoonnummers beantwoorden. U kunt het apparaat zo instellen dat verschillende belsignalen worden herkend voor de afzonderlijke nummers. Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar (zie "Faxen ontvangen in DRPD-modus" op pagina 262). |
Een andere installatie

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op 📋(faxen) > 📋 (Menu) > Faxinstel. op het bedieningspaneel.
| Item Beschrijving | |
| Standaardw.wijz. | Hiermee herstelt u de waarde of instelling opnieuw in op de beginwaarde. |
| Diag. Smartfax | Met de Diag. Smartfax-functie kunt u de instellingen voor de faxlijn optimaliseren. |
| Handmatig V/O | Door het instellen van deze optie op AAN kunt u een fax verzenden of ontvangen terwijl de lijn bezet is. U kunt ervoor kiezen om een fax te verzenden of te ontvangen door de hoorn van het intern telefoontoestel op te pakken en op de knop Start te drukken. U kunt ook op de knop On Hook Dial en vervolgens op de knop Start drukken. |
Scannen
Scanfunctie

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
Druk in de scanmodus op (Menu) > Scanfunctie op het bedieningspaneel.

- C48xW series: Wanneer de LED van de knop Scan to aan is, is het apparaat in scanmodus.
• C48xFN/C48xFW series: Druk op (scannen) op het bedieningspaneel.
| Item Omschrijving | |
| USB-functie | Hiermee stelt u de scanbestemming in op een USB-apparaat. U kunt de originelen scannen en de gescande afbeeldingen opslaan op een USB-apparaat. |
| Item Omschrijving | |
| • USB-functie >Oorspronkelijke grootte• E-mail-functie >Oorspronkelijke grootte• Samsung Cloud >Oorspronkelijke grootte | Hiermee stelt u de grootte van de afbeelding in. |
| • USB-functie > Type origineel• E-mail-functie > Type origineel• Samsung Cloud > Type origineel | Bepaalt het documenttype van het origineel. |
| • USB-functie > Resolutie• E-mail-functie > Resolutie• Samsung Cloud > Resolutie | Hiermee stelt u de afbeeldingsresolutie in. |
| • USB-functie > Kleurmodus• E-mail-functie > Kleurmodus• Samsung Cloud > Kleurmodus | Hiermee stelt u de kleurenmodus in. |
Scannen
| Item Omschrijving | |
| • USB-functie > Tonersterkte• E-mail-functie > Tonersterkte• Samsung Cloud > Tonersterkte | Hiermee past u het helderheidsniveau voor scannen aan. |
| USB-functie > Bestandsind. | Hiermee stelt u de bestandsindeling in waarin de afbeelding moet worden opgeslagen. Als u JPEG, TIFF, PDF of XPS selecteert, hebt u de mogelijkheid om meerdere pagina's te scannen. |
Scaninstellingen

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
Druk in de scanmodus op (Menu) > Scaninstel. op het bedieningspaneel.

- C48xW series: Wanneer de LED van de knop Scan to aan is, is het apparaat in scanmodus.
- C48xFN/C48xFW series: Druk op (scannen) op het bedieningspaneel.
| Item Beschrijving | |
| Standaardw.wijz. | Hiermee herstelt u de waarde of instelling opnieuw in op de beginwaarde. |
| Standaardw.wijz. > USB-standaard | Hiermee stelt u de USB-scaninstelling opnieuw in op de beginwaarde. |
| Standaardw.wijz. > E-mail-standaard | Hiermee stelt u de e-mail-scaninstelling opnieuw in op de beginwaarde. |
| Standaardw.wijz. > Samsung Cloud | Hiermee stelt u de Samsung Cloud-scaninstelling opnieuw in op de beginwaarde. |

Systeeminstallatie
Apparaatinstellingen

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminstellingen > Apparaatinst. op het configuratiescherm.
| Item Omschrijving | |
| Apparaat-id | Hiermee stelt u de apparaat-id in die boven aan elke faxpagina die u verzendt, wordt afgedrukt. |
| Faxnummer | Hiermee stelt u het faxnummer in dat boven aan elke faxpagina die u verzendt, wordt afgedrukt. |
| Datum en tijd Hiermee stelt u de datum en tijd in. | |
| Klokmodus | Stelt de indeling voor het weergeven van de tijd in, 12- uur of 24-uur. |
| Taal Stelt de taal van de tekst op het bedieningspaneel in. | |
| Standaardmodus Hiermee stelt u de standaard status in. | |
| Item Omschrijving | |
| Energ.spaarst. | Stel in na welke wachttijd de printer overschakelt naar de energiebesparende modus.Wanneer het apparaat gedurende langere tijd geen gegevens ontvangt, wordt het energiegebruik automatisch verlaagd. |
| Autom. uitsch. Schakelt het apparaat automatisch uit als het een bepaalde tijd in de sluimerstand staat. Deze tijdsduur is ingesteld in Autom. uitsch. > Aan > Time-out. | |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| Ontw.gebeurt. | U kunt instellen in welke situaties de printer moet ontwaken uit sluimerstand.Aan: Het apparaat ontwaakt in de volgende gevallen uit de energiebesparende modus:- Druk op een willekeurige knop- Open of sluit de papierlade- Voer papier in de documentinvoer inUit: De machine ontwaakt alleen uit de energiebesparende modus wanneer een knop op het bedieningspaneel wordt ingedrukt. |
| Time-out syst. | Hiermee stelt u in hoelang het apparaat eerder gebruikte kopieerinstellingen bewaart. Nadat de time-out is opgetreden, worden de standaardinstellingen voor kopiëren hersteld. |
| Time-out taak | Hiermee kunt u instellen hoe lang de printer moet wachten voordat de laatste pagina wordt afgedrukt van een afdruktaak die niet eindigt met een opdracht om de pagina af te drukken. |
| Luchtdrukcorr. | Afdrukkwaliteit optimaliseren naargelang de hoogte boven zeeniveau. |
| Vochtigheid | Hiermee optimaliseert u de afdrukkwaliteit aan de hand van de relatieve luchtvochtigheid in de omgeving. |
| Item Omschrijving | |
| Aut. doorgaan | Bepaalt of de printer door moet gaan met afdrukken als waargenomen wordt dat het gebruikte papier niet overeenkomt met de instellingen.Uit: Als het type of formaat papier niet overeenkomt, wacht het apparaat tot u de juiste papiersoort invoert.Na 0 sec.: Zelfs als er een papierstoring optreedt, gaat de printer door met afdrukken.Na 30 sec.: Als er een papierstoring optreedt, wordt er een foutbericht getoond. De printer zal ongeveer 30 seconden wachten, het bericht automatisch wissen en doorgaan met afdrukken. |
| Verv. papier | Hiermee wordt het ingestelde papierformaat in het printerstuurprogramma automatisch vervangen om inconsistenties tussen A4- en Letter-papier te voorkomen. Als u bijvoorbeeld A4-papier in de lade hebt geplaatst, maar u het papierformaat in het printerstuurprogramma op Letter hebt ingesteld, zal het apparaat afdrukken op A4-papier en omgekeerd. |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| Eco-instel. | Met deze optie kunt u hulpbronnen besparen en milieuvriendelijke afdrukken maken.Standaardmodus: Selecteer of de Eco-modus in- of uitgeschakeld wordt.[402] Geforc. (Geforc.): Schakelt de Eco-modus in en beveiligt de instelling met een wachtwoord. Als een gebruiker de Eco-modus wil wijzigen, moet deze het wachtwoord invoeren.Sjabloon sel.: Kiest het ingestelde eco-sjabloon via de SyncThruTM Web Service. |
Papierinstellingen

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminstellingen > Papierinstel. op het configuratiescherm.
| Item Beschrijving | |
| Papierformaat | Hiermee kunt u naar eigen keuze het papierformaat instellen op A4, Letter of andere papierformaten. |
| Type papier Hiermee | selecteert u het type papier voor elke lade. |
| Marge Hiermee stelt u de marges van het document in. | |
Systeeminstallatie
Geluid/Volume

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminst. > Geluid/Volume op het configuratiescherm.
| Item Omschrijving | |
| Toetsgeluid | Hiermee schakelt u het geluid van de toetsen in of uit. Als deze optie is ingesteld op Aan, wordt een toon afgepeeld wanneer er op een toets wordt gedrukt. |
| Waarsch.geluid | Schakelt het alarmsignaal in of uit. Als deze optie is ingesteld op Aan, hoort u een waarschuwingstoon wanneer een fout optreedt of wanneer een faxverbinding wordt beëindigd. |
| Item Omschrijving | |
| Luidspreker | Schakelt geluiden van de telefoonlijn via de luidspreker (bijvoorbeeld een kiestoon of een faxsignaal) aan of uit. Als deze optie is ingesteld op Communicatie, staat de luidspreker aan tot het externe apparaat reageert. |
| U kunt het volume regelen met behulp van On Hook Dial. U kunt het volume van de luidspreker alleen wijzigen als de telefoonlijn open is.a Druk op (dixen) op het configuratiescherm.b Druk op On Hook Dial. U hoort een kiestoon uit de luidspreker.c Druk op de pijl-links/rechts tot u het gewenste volume hoort.d Druk op On Hook Dial om de wijziging op te slaan en terug te keren naar gereedmodus. | |
| Belsignaal | Hiermee stelt u het volume van het belsignaal in. U kunt een laag, gemiddeld of hoog beltoonvolume instellen of het volume uitschakelen. |
Systeeminstallatie
Rapport

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminstellingen > Rapporten op het configuratiescherm.
| Item Omschrijving | |
| Configuratie | Drukt een overzicht van de globale instellingen van het apparaat af. |
| Info verb.art. | Een pagina met gegevens over verbruiksartikelen afdrukken. |
| Demopagina | Druk de demopagina af om te controleren of uw apparaat goed werkt. |
| Adresboek | Hiermee drukt u alle faxnummers af die in het geheugen van het apparaat zijn opgeslagen. |
| Item Omschrijving | |
| Faxbevestiging | Hiermee drukt u een verzendrapport af met het faxnummer, het aantal pagina's, de verzendduur, de communicatiemodus en het resultaat van de communicatie. U kunt uw apparaat zodanig instellen dat het automatisch een verzendrapport afdrukt na elke faxtaak. |
| E-mail verzonden U kunt dit | afdrukken om de overdrachtsstatus van de taak Naar e-mail scannen te controleren. |
| Fax verzonden | Hiermee drukt u een rapport af met informatie over de faxen die u onlangs hebt verzonden. |
| Fax ontvangen | Hiermee drukt u een rapport af met informatie over de faxen die u onlangs hebt ontvangen. |
| Gepl. taken | Hiermee drukt u een document af met een overzicht van de uitgestelde faxen die in het geheugen zijn opgeslagen, met de begintijd en de aard van elke taak. |
| Ongewenste fax | Hiermee drukt u de faxnummers af die zijn opgegeven als ongewenste faxnummers. |
| PCL-lettertype U kunt dit afdrukken om de lijst met PCL-lettertypen weer te geven. | |
| PS-lettertype Druk deze af om de lijst van PS-lettertypes te zien. | |
Systeeminstallatie
| Item Omschrijving | |
| Netwerkconf. | Hiermee drukt u informatie af over de netwerkverbinding en -configuratie van uw apparaat. |
| Gebruiksteller | Drukt een gebruikspagina af. De pagina met gebruiksinformatie bevat het totaal aantal afgedrukte pagina's. |
Onderhoud

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
Om de menuopties te wijzigen:
- Druk op (Menu) > Systeeminstellingen > Onderhoud op het configuratiescherm.
| Item Beschrijving | |
| Toner Op wissen | Deze optie wordt weergegeven als de tonercassette leeg is. U kunt het bericht over de lege cassette wissen. |
| Item Beschrijving | |
| Gebruiksduur | Hiermee kunt u de indicatoren voor gebruiksduur weergeven (zie "De gebruiksduur van de verbruiksartikelen controleren" op pagina 91.) |
| Beeldmgr. | Hiermee kunt u de instellingen voor kleur aanpassen, zoals contrastniveau, kleurregistratie, kleurdichtheid, enzovoort.Aangep. kleur: Hiermee past u kleur voor kleur het contrast aan.Standaard: Hiermee worden de kleuren automatisch geoptimaliseerd.- Afdrukdichth.: Hiermee kunt u het kleurcontrast voor elke cassette handmatig aanpassen. Er wordt aanbevolen om de instelling Standaard te gebruiken voor de beste kleurkwaliteit. |
| Serlenummer | Hiermee kunt u het serienummer van het apparaat weergeven. Dit nummer hebt u nodig als u belt voor ondersteuning of u registreert als gebruiker op de website van Samsung. |
| Ws tr bijna op | Hiermee kunt u het niveau instellen waarop de melding over een lege of bijna lege tonercassette wordt weergegeven (zie "Instellen van de waarschuwing "Toner bijna op"" op pagina 92). |
| Bldeenh bn lg Hiermee kunt u het niveau instellen waarop de melding over een bijna lege beeldeenheid wordt weergegeven. | |
Netwerkinstallatie

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat (zie "Menuoverzicht" op pagina 34).
• Druk op (Menu) > Netwerk op het bedieningspaneel.
| Optie Beschrijving | |
| TCP/IP (IPv4) | Selecteer het passende protocol en de configuratieparameters voor gebruik in de netwerkomgeving. |
| [59-45] Er moeten veel parameters ingesteld worden.Als u niet zeker bent, laat u ze ongemoeid of raadpleegt u de netwerkbeheerder. | |
| TCP/IP (IPv6) | Selecteer deze optie om gebruik te maken van een IPv6-netwerkomgeving (zie "IPv6-configuratie" op pagina 165). |
| Ethernet Hiermee kunt u de transmissiesnelheid van het netwerk en de actieve poort configureren. | |
| Wi-Fi | Selecteer deze optie om gebruik te maken van een Wi-Fi-netwerk. |
| Instel. wissen | Hiermee zet u de standaard netwerkinstellingen terug.(Opnieuw starten vereist) |
| Optie Beschrijving | |
| Netwerkconf. | Deze lijst toont informatie over de netwerkverbinding en -configuratie van uw apparaat. |
| Protocolmgr. | U kunt de volgende protocollen activeren of uitschakelen.HTTP: U kunt selecteren of u al dan niet gebruik wilt maken van de functie SyncThruTM Web Service.bwze! Zet het apparaat uit en aan nadat u deze instelling hebt gewijzigd.WINS: U kunt de WNS-server configureren. WINS (Windows Internet Name Service) wordt gebruikt in het Windows-besturingssysteem.dervol Schakel het apparaat uit en weer in nadat u deze optie hebt gewijzigd. |
Netwerkinstallatie
| Optie Beschrijving | |
| Protocolmgr. | • SNMPv1/v2:U moet deze optie inschakelen om het protocol SNMP V1/V2 te kunnen gebruiken. Systeembeheerders kunnen gebruikmaken van SNMP om apparaten in het netwerk te monitoren en beheren.• UPnP(SSDP):U moet deze optie inschakelen om het protocol UPnP(SSDP) te kunnen gebruiken.[5504] Zet het apparaat uit en weer aan nadat u deze optie hebt gewijzigd. |
| • mDNS:U moet deze optie inschakelen om het protocol MDNS (Multicast Domain Name System) te kunnen gebruiken.• SetIP:U moet deze optie inschakelen om het protocol SetIP te kunnen gebruiken.• SLP:U kunt SLP-instellingen (Service Location Protocol) configureren. Met dit protocol kunnen host-toepassingen diensten in een LAN vinden zonder dat daarvoor eerst instellingen hoeven te worden geconfigureerd.[K70W] Zet het apparaat uit en aan nadat u deze instelling hebt gewijzigd. | |

4. Speciale functies
In dit hoofdstuk worden de speciale functies voor kopiëren, scannen, faxen en afdrukken besproken.
• Aanpassing aan luchtdruk of hoogte 226
• Verschillende tekens invoeren 227
• Het faxadresboek instellen 229
• Afdrukfuncties 232
- Scanfuncties 247
- Faxfuncties 255

- De procedures in dit hoofdstuk zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.
- Voor bepaalde modellen moet u mogelijk op OK drukken om naar menu's op lagere niveaus te gaan.
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte
De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de hoogte boven zeeniveau waar het apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit.
Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in.
• Normaal: 0 \~ 1.000 m
• Hoog 1 : 1.000 m \~ 2.000 m
• Hoog 2: 2.000 m \~ 3.000 m
• Hoog 3: 3.000 m \~ 4.000 m
• Hoog 4: 4.000 m \~ 5.000 m
U kunt de hoogtewaarde instellen in Apparaatinstellingen in Samsung Easy Printer Manager.

- Als uw apparaat lokaal is verbonden, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde instelling > Apparaatinstellingen (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 275).
- Als uw apparaat is verbonden met het netwerk, kunt u de instellingen van het apparaat instellen via SyncThru™ Web Service > het tabblad Settings > Machine Settings (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 272).
- U kunt de hoogte ook instellen via de optie Systeeminst. op het display van het apparaat (zie "De standaardinstellingen van het apparaat" op pagina 38).
Verschillende tekens invoeren

Alleen C48xFN/C48xFW series (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 24).
U zult voor verschillende taken namen en nummers moeten invoeren. Bij de installatie van uw apparaat moet u bijvoorbeeld uw naam of de naam van uw bedrijf en het faxnummer invoeren. Wanneer u faxnummers of e-mailadressen in het geheugen opslaat, kunt u ook de bijbehorende namen invoeren.
Alfanumerieke tekens invoeren
Druk een aantal keren op deze toets tot de gewenste letter op het display verschijnt. Om de letter O in te voeren drukt u bijvoorbeeld op cijfertoets 6 met opschrift MNO. Telkens wanneer u op cijfertoets 6 drukt, verschijnt er een andere letter op het display, M, N, O, m, n, o en ten slotte 6. Zie "Letters en cijfers op het toetsenblok" op pagina 227 om de letter te vinden die u wilt invoeren.

- U kunt een spatie invoeren door twee keer op 1 te drukken.
- Druk op de pijl naar links/rechts of de pijl-omhoog/omlaag om het laatste cijfer of teken te verwijderen.
Letters en cijfers op het toetsenblok

- Afhankelijk van het model en de geïnstalleerde opties kan uw apparaat andere speciale tekensets bevatten.
- Enkele van de volgende sleutelwaarden verschijnen mogelijk niet afhankelijk van de taak die u uitvoert.
| Toets Toegewezen cijfers, letters of tekens | |
| 1@/.'1 | |
| 2 | A B C a b c 2 |
| 3DEFdef3 | |
| 4GHIghi4 | |
| 5JKLjkl5 | |
| 6MNOmno6 | |
| 7PQRSpqrs7 | |
| 8 | T U V t u v 8 |
| 9WXYZxyz9 | |
| 0 | & + - , 0 |
Verschillende tekens invoeren
Toets Toegewezen cijfers, letters of tekens
**% ^ _ ~ ! # $ ( ) [ ]
(Deze symbolen zijn beschikbaar voor het invoeren van uw netwerkidentificatiegegevens)
<h2 id="section">= | ? " : { } < > ;</h2>
(Deze symbolen zijn beschikbaar voor het invoeren van uw netwerkidentificatiegegevens)
Het faxadresboek instellen

Alleen C48xFN/C48xFW series (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 24).
U kunt snelkiesnummers voor veelgebruikte faxnummers instellen via SyncThru™ Web Service en zo snel en gemakkelijk faxnummers invoeren door de positienummers in te voeren die aan de nummers zijn toegewezen in het adresboek.
Een snelkiesnummer vastleggen
1 Selecteer (faxen) > (Address Book) > Nieuw en bew. > Snelkiesnummer op het bedieningspaneel.
2 Voer een snelkiesnummer in en druk op OK.

Als een item reeds is opgeslagen in het door u gekozen nummer, toont het display het bericht dat u het kunt wijzigen. Als u opnieuw wilt beginnen met een ander snelkiesnummer, drukt u op (Back).
3 Voer de gewenste naam in en druk op OK.
4 Voer het faxnummer in dat u wilt opslaan en druk op OK.
5 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Snelkiesnummers gebruiken
Wanneer u tijdens het versturen van een fax wordt gevraagd om een nummer in te voeren, voert u het snelkiesnummer in waaronder u het gewenste faxnummer hebt opgeslagen.

- In het geval van een snelkiesnummer dat uit één cijfer (0-9) bestaat, houdt u de cijfertoets op het numeriek klavier langer dan 2 seconden ingedrukt.
- In het geval van een snelkiesnummer dat uit twee of drie cijfers bestaat, drukt u op de eerste cijfertoets(en) en houdt u vervolgens de laatste cijfertoets meer dan twee seconden ingedrukt.
- U kunt de adresboeklijst afdrukken door (faxen) > (Address Book) > Afdrukken te selecteren.
Snelkiesnummers bewerken
1 Selecteer (faxen) > (Address Book) > Nieuw en bew. > Snelkiesnummer op het bedieningspaneel.
2 Voer het snelkiesnummer in dat u wilt bewerken en druk op OK.
3 Wijzig de naam en druk op OK.
Het faxadresboek instellen
4 Wijzig het faxnummer en druk op OK.
5 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Een groepskiesnummer vastleggen
1 Selecteer (faxen) > (Address Book) > Nieuw en bew. > Groepsnummer op het bedieningspaneel.
2 Voer een groepkiesnummer in en druk op OK.
Als een item reeds is opgeslagen in het door u gekozen nummer, toont het display het bericht dat u het kunt wijzigen. Als u opnieuw wilt beginnen met een ander snelkiesnummer, drukt u op 📞 (Back).
3 Zoek naar het snelkiesnummer dat u wilt toevoegen aan de groep door de eerste letters van de naam in te voeren.
4 Selecteer de gewenste naam en het gewenste nummer en druk op OK.
5 Selecteer Ja als Toevoegen? wordt weergegeven.
6 Herhaal stap 3 om andere snelkiesnummers in de groep op te nemen.
7 Als u klaar bent, selecteert u Nee als Nog een nummer? wordt weergegeven en drukt u op OK.
8 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Groepsnummers bewerken
1 Selecteer 📋 (faxen) > Ⓞ (Address Book) > Nieuw en bew. > Groepsnummer op het bedieningspaneel.
2 Voer het groepskiesnummer in dat u wilt bewerken en druk op OK.
3 Als u een nieuw snelkiesnummer invoert dat u wilt toevoegen en op OK drukt, wordt Toevoegen? weergegeven.
Als u een snelkiesnummer invoert dat in de groep is opgeslagen en op OK drukt, wordt Verwijderd weergegeven.
4 Druk op OK om het nummer toe te voegen of te verwijderen.
5 Herhaal stap 3 om meer nummers toe te voegen of te verwijderen.
6 Selecteer Nee als Nog een nummer? wordt weergegeven en druk op OK.
7 Druk op Ⓧ (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Het faxadresboek instellen
Een item in het adresboek zoeken
U kunt op twee manieren een nummer in het geheugen opzoeken. U doorzoekt het adresboek alfabetisch of u voert de eerste letters in van de naam die aan dat nummer is gekoppeld.
1 Selecteer (fax) > (Address Book) > Zoek. en kiez. > Snelkiesnummers of Groepsnummer op het configuratiescherm.
2 Voer Alle of ID in en druk op OK.
3 Druk op de naam en het nummer, of op de toetsenblokknop met de letter waarnaar u wilt zoeken.
Als u bijvoorbeeld de naam "MOBIEL" zoekt, drukt u op de toets 6 met het opschrift "MNO."
4 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Adresboek afdrukken
U kunt de instellingen van uw Ⓤ (Address Book) controlleren door ze in een lijst af te drukken.
1 Selecteer 📊 (faxen) > Ⓞ (Address Book) > Afdrukken op het configuratiescherm.
2 Druk op OK.
Het apparaat begint met afdrukken.
Afdrukfuncties

- Voor basisfuncties voor het afdrukken, raadpleeg de Basishandleiding (zie "Eenvoudige afdruktaken" op pagina 54).
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
De standaardafdrukinstellingen wijzigen
1 Klik op het menu Start van Windows.
- In Windows 8: selecteer in Charms(charms) achtereenvolgens Zoeken > Instellingen.
2 Voor Windows XP Service Pack 3/2003 selecteert u Printers en faxapparaten.
- Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.
- In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers.
- In Windows 7/8 selecteert u Configuratiescherm > Apparaten en printers.
3 Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
4 In Windows XP Service Pack 3/Server 2003/Server 2008/Vista kiest u Voorkeursinstellingen voor afdrukken. In Windows 7/8 en Windows Server 2008 R2 selecteert u Voorkeursinstellingen voor afdrukken in de contextmenu's.

Als bij het item Voorkeursinstellingen voor afdrukken het teken ▶ staat, kunt u andere printerstuurprogramma's voor de geselecteerde printer selecteren.
5 Wijzig de instellingen op elk tabblad.
6 Klik op OK.

In Voorkeursinstellingen voor afdrukken kunt u de instellingen voor elke afdruktaak wijzigen.
Afdrukfuncties
Uw apparaat instellen als standaardprinter
1 Klik op het menu Start van Windows.
- In Windows 8: selecteer in Charms(charms) achtereenvolgens Zoeken > Instellingen.
2 Voor Windows XP Service Pack 3/2003 selecteert u Printers en faxapparaten.
- Als u Windows Server 2008/Vista gebruikt, selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.
- In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers.
- In Windows 7/8 selecteert u Configuratiescherm > Apparaten en printers.
3 Selecteer uw apparaat.
4 Klik met uw rechtermuisknop op uw apparaat en selecteer Als standaard instellen.

Als bij het item Als standaard instellen voor Windows 7 of Windows Server 2008 R2 het teken ▶ staat, kunt u andere printerstuurprogramma's selecteren die met de geselecteerde printer verbonden zijn.
Geavanceerde afdrukfuncties gebruiken

XPS-printerstuurprogramma: wordt gebruikt om af te drukken in een XPS-bestandsindeling.
- Zie "Functions per model" op pagina 7.
- Het XPS-printerstuurprogramma kan alleen geïnstalleerd worden op Windows Vista OS of een recentere versie.
- Voor modellen waarbij het XPS-stuurprogramma beschikbaar is via de website van Samsung, http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads.
Afdrukken naar een bestand (PRN)
Het kan soms handig zijn om de af te drukken gegevens op te slaan als een bestand.
Afdrukfuncties
1 Kruis het selectievak Afdrukken Afdrukken naar bestand in het venster Afdrukken aan.

2 Klik op Afdrukken.
3 Voer het doelpad en de bestandsnaam in en klik vervolgens op OK. Bijvoorbeeld c:\Temp\bestandsnaam.

Als u enkel de bestandsnaam invoert wordt het bestand automatisch opgeslagen in Mijn documenten, Documents and Settings of Gebruikers. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma.
Afdrukfuncties
Speciale afdrukfuncties verklaard
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken, klikt u op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken van de toepassing om de afdrukinstellingen te wijzigen. De apparaatnaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van het gebruikte apparaat.

- Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Selecteer het menu Help, of klik op de knop ? uit het venster, of druk op F1 op uw toetsenbord, en klik op de optie waar u meer over wilt weten (zie "Help gebruiken" op pagina 58).
Item Omschrijving
U kunt het aantal pagina's selecteren dat u op één vel wilt afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt worden de pagina's verkleind en in de door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel tot 16 pagina's afdrukken.
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
Poster afdrukken![]() | U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2), 9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van 4x4) papier drukken om ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken.Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in millimeters of inches door het keuzerondje bovenaan rechts op het tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar te kunnen plakken.![]() |
Boekje afdrukkena![]() | Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het papier afdrukken en worden de pagina's zo gerangschikt dat u het afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken.Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL/SPL-stuurprogramma. Deze optie is alleen beschikbaar als u het XPS-stuurprogramma gebruikt.De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle papierformaten. Kies de Grootte-optie onder het tabblad Papier om te kijken welke papierformaten beschikbaar zijn.Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt deze optie mogelijk automatisch geannuleerd. Selecteer alleen beschikbaar papier (papier waarbij geen of staat). |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Dubbelzijdig afdrukken (handmatig) | U kunt op beide zijden van een vel papier afdrukken (dubbelzijdig). Voor u afdrukt, moet u de gewenste afdrukstand van het document opgeven. |
Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL/SPL-stuurprogramma. Deze optie is alleen beschikbaar als u het XPS-stuurprogramma gebruikt.Als uw printer geen duplexeenheid heeft, moet u de afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer drukt eerst elke andere pagina van het document af. Hierna verschijnt er een bericht op uw computer.De functie Blanco pagina's overslaan werkt niet als u de dubbelzijdige optie heeft ingeschakeld. | |
• Geen: Hiermee schakelt u deze functie uit.Lange zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die bij boekbinden wordt gebruikt. Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt.![]() | |
Papieropties![]() | Wijzigt de afmetingen van een document zodat deze kleiner of groter op het vel afgedrukt wordt, door een percentage in te voeren waarmee het document vergroot of verkleind wordt. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Watermerk | Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand document. U gebruikt het bijvoorbeeld om in grote grijze letters "DRAFT" of "CONFIDENTIAL" diagonaal op de eerste pagina of op alle pagina's af te drukken. |
![]() | Koptekst: U kunt de geselecteerde tekst toevoegen aan de linker-, midden- of rechterbovenzijde.Voettekst: U kunt de geselecteerde tekst toevoegen aan de linker-, midden- of rechteronderzijde. |
| Watermerk(Een watermerk maken) | aAls u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56).bOp het tabblad Geavanceerd selecteert u Bewerken... in de keuzelijst Watermerk.cVoer een tekst in het vak Tekst watermerk in. U kunt maximaal 256 tekens invoeren.Als u het selectievakje Alleen eerste pagina inschakelt wordt het watermerk alleen op de eerste pagina afgedrukt.d Watermerkopties selecteren.U kunt de naam, stijl, kleur, grootte en grijswaarde van het lettertype selecteren in het gedeelte Tekenstijl, en de hoek van het watermerk instellen in het gedeelte Uitlijning en hoek van watermerk.eKlik op Toevoegen om het nieuwe watermerk aan de lijst Huidige watermerken toe te voegen.fWanneer u klaar bent met bewerken klikt u op OK of Afdrukken tot u het menu Afdrukken verlaat. |
| Watermerk(Een watermerk bewerken) | aAls u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56).bKlik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Watermerk.cSelecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt bewerken en wijzig de tekst van het watermerk en de opties.dKlik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan.eKlik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Watermerk(Een watermerk verwijderen) | aAls u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.bKlik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de vervolgkeuzelijst Watermerk.cSelecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u wilt verwijderen en klik op de knop Wissen.dKlik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. |
Overlay^a ![]() | Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL/SPL-printerstuurprogramma (zie "Software" op pagina 8).Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van de computer is opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die in een willekeurig document kan worden afgedrukt. Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorgedrukte formulieren en papier met een briefhoofd. In plaats van een voorgedrukt briefhoofd kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van uw bedrijf wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het apparaat te plaatsen. U drukt het briefhoofd gewoon als overlay op uw document af.Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe paginaoverlay maken met uw logo of afbeelding.[IMAGE]• Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn als dat van de documenten die u met de overlay afdrukt. Maak geen overlay met een watermerk.• De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn als die van het document waarop u de overlay wilt afdrukken. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Overlay^a (Een nieuwe paginaoverlay maken) | aMaak of open een document met de tekst of afbeelding die u voor de overlay wilt gebruiken. Zorg ervoor dat de tekst of afbeelding precies op de plaats staat waar ze als overlay moet worden afgedrukt.bGa naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken als u het document als een overlay wilt opslaan.cKlik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Maken in de vervolgkeuzelijst Overlay.dTyp een naam van maximaal acht tekens in het vakOpslaan als in het venster Taaknaam. Selecteer indien nodig de map waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map C:\Formover.e Klik opOpslaan.fKlik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op Ja.gHet bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de harde schijf van uw computer. |
| Overlay^a (Een paginaoverlay gebruiken) | a Maak of open het document dat u wilt afdrukken.bAls u de afdrukinstellingen vanuit de softwareopassing wilt wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.cKlik op het tabblad Geavanceerd.dSelecteer Overlay afdrukken van de vervolgkeuzelijst Overlay.eAls het overlaybestand dat u zoekt niet in de vervolgkeuzelijsten Overlaybes. 1 of Overlaybes. 2, selecteer dan Laden van de Overzicht overlays Selecteer het overlaybestand dat u wilt gebruiken.Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt opgeslagen, kunt u het bestand ook laden vanuit het venster Laden.Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand verschijnt in het vak Overzicht overlays en kan worden afgedrukt.Selecteer de overlay in de vervolgkeuzelijst Overzicht overlays.fSchakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor afdrukken in. Als dit selectievakje is ingeschakeld, verschijnt telkens als u een document naar de printer verzendt een berichtvenster waarin u gevraagd wordt om te bevestigen of u een overlay op uw document wilt afdrukken.Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is geselecteerd, wordt de overlay automatisch op uw document afgedrukt.gKlik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten.De geselecteerde overlay wordt op uw document afgedrukt. |
Afdrukfuncties
| Item Omschrijving | |
| Overlaya(Een paginaoverlay verwijderen) | aKlik in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken op het tabblad Geavanceerd.bSelecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst.cSelecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt verwijderen.d Klik op Wissen.eAls er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt gevraagd, klikt u op Ja.fKlik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt afgesloten. Paginaoverlays die u niet meer gebruikt, kunt u verwijderen. |
a. Deze optie is alleen beschikbaar als u het XPS-stuurprogramma gebruikt.
Afdrukken vanaf een Mac

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund.
Een document afdrukken
Als u afdrukt met een Mac, moet u in elke toepassing die u gebruikt de instellingen van het printerstuurprogramma controleren. Volg de onderstaande stappen om af te drukken vanaf een Mac:
1 Open het af te drukken document.
2 Open het menu Bestand en klik op Pagina-instelling (Documentinstellingen in enkele toepassingen).
3 Selecteer papierformaat, -oriëntatie, -schaal en andere opties, en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd. Klik op OK.
- Speciale functies
Afdrukfuncties
4 Open het menu Bestand en klik op Druk af.
5 Kies het aantal exemplaren en geef aan welke pagina's u wilt afdrukken.
6 Klik op Druk af.
Printerinstellingen wijzigen
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Open een toepassing en selecteer Druk af in het menu Bestand. De printernaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van de gebruikte printer. Het printereigenschappenvenster is afgezien van de naam vergelijkbaar met het onderstaande venster.
Meerdere pagina's per vel afdrukken
U kunt meer dan één pagina afdrukken op één vel papier. Dit is een goedkope manier om conceptpagina's af te drukken.
1 Open een toepassing en selecteer Druk af uit het menu Bestand.
2 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina's per vel het aantal pagina's dat u op één vel papier wilt afdrukken.
3 Kies de andere te gebruiken opties.
4 Klik op Druk af.
Het apparaat drukt het gekozen aantal pagina's op één vel papier af.
Afdrukfuncties
Dubbelzijdig afdrukken

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
Voordat u dubbelzijdig afdrukt, moet u aangeven langs welke rand u de pagina's wilt inbinden. De bindopties zijn:
- Lange kant binden: dit is de klassieke opmaak die bij het boekbinden wordt gebruikt.
- Korte kant binden: deze optie wordt vaak gebruikt voor kalenders.
1 Selecteer Druk af in het menu Bestand van uw Mac-toepassing.
2 Selecteer Lay-out in de vervolgkeuzelijst Richting.
3 Selecteer een bindrichting in de optie Dubblezijdig.
4 Kies de andere te gebruiken opties.
5 Als u op Druk af klikt, drukt de printer op beide zijden van het papier af.

Als u meer dan 2 kopieën afdrukt, kunnen de eerste en de tweede kopie op hetzelfde vel papier worden afgedrukt. Vermijd op beide zijden van het papier af te drukken als u meer dan 1 kopie afdrukt.
Afdrukfuncties
Help gebruiken
Klik op het vraagteken in de linkeronderhoek van het venster en klik op het onderwerp waarover u meer wilt weten. Er verschijnt een pop-upvenster met informatie over de functie van die optie waarover het stuurprogramma beschikt.

Afdrukken in Linux

Afhankelijk van het model of opties zijn enkele functies mogelijk niet beschikbaar. Dit betekent dat de functies niet worden ondersteund.
Afdrukken vanuit een toepassing
Vanuit een groot aantal Linux-toepassingen kunt u afdrukken met Common UNIX Printing System (CUPS). U kunt vanuit al deze toepassingen met uw printer afdrukken.
Afdrukfuncties
1 Open het af te drukken document.
2 Open het menu File en klik op Page Setup (Print Setup in een aantal toepassingen).
3 Selecteer papierformaat en afdrukstand en zorg ervoor dat uw apparaat is geselecteerd. Klik op Apply.
4 Open het menu File en klik op Print.
5 Selecteer het apparaat waarmee u wilt afdrukken.
6 Kies het aantal exemplaren en geef aan welke pagina's u wilt afdrukken.
7 Wijzig indien nodig andere afdrukopties in elk tabblad.
8 Klik op Print.

Automatisch/handmatig dubbelzijdig afdrukken is niet altijd beschikbaar, afhankelijk van het model. U kunt eventueel oneven-even pagina's afdrukken via het lpr-afdruksysteem of andere toepassingen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Bestanden afdrukken
U kunt tekst-, afbeeldings- of PDF-bestanden afdrukken op dit apparaat door de standaard-CUPS-methode direct vanaf de opdrachtregel toe te passen. U werkt dan met het CUPS lpr-programma. U kunt deze bestanden afdrukken met de onderstaande opdrachtnotatie.
"lp -d
Raadpleeg de man-pagina voor lp of lpr op uw systeem voor meer informatie.
Afdrukfuncties
Printereigenschappen configureren
U kunt de standaardopties voor afdrukken of het verbindingstype wijzigen met het hulpprogramma voor afdrukken van het besturingssysteem.
1 Start het hulpprogramma voor afdrukken (ga naar System > Administration > Printing of voer de opdracht 'system-config-printer' uit in het terminalprogramma).
2 Dubbelklik op uw printer.
3 Wijzig de standaardopties voor afdrukken of het verbindingstype.
4 Klik op de knop Apply.
Scanfuncties

- Voor basisfuncties voor het scannen, raadpleeg de Basishandleiding (zie "Basisfuncties voor scannen" op pagina 66).
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
- De maximale resolutie die kan worden bereikt hangt af van verschillende factoren, zoals de snelheid van de computer, de beschikbare schijfruimte, het geheugen, de grootte van de afbeelding die wordt gescand en de bitdiepte-instellingen. Dus afhankelijk van uw systeem en wat u wilt scannen, kunt u mogelijk niet op een bepaalde resolutie scannen, vooral wanneer verbeterde dpi wordt gebruikt.
Basiscanmethode

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
U kunt de originelen met uw apparaat scannen via een USB-kabel of via het netwerk. De volgende methodologieën kunnen worden gebruikt voor het scannen van uw documenten:
- Scannen naar pc: Hiermee kunt u originelen via het bedieningspaneel scannen. De gescande gegevens worden vervolgens opgeslagen in de map Mijn documenten op de verbonden computers (zie "Basisfuncties voor scannen" op pagina 66).
- Naar e-mail scannen: U kunt de gescande afbeelding als e-mailbijlage verzenden (zie "Scannen naar e-mail" op pagina 249).
- Naar WSD scannen: Scant de originelen en slaat de scangegevens op de aangesloten computer op als deze de WSD-functie (Web Service for Device) ondersteunt (zie "Naar WSD scannen" op pagina 250).
- Samsung Cloud: U kunt de gescande afbeelding verzenden met Samsung Cloud (zie "Scannen en verzenden naar Samsung Cloud Print" op pagina 199).
- TWAIN: TWAIN is een van de vooraf ingestelde beeldtoepassingen. Wanneer u een afbeelding scant, wordt de geselecteerde toepassing gestart zodat u het scanproces kunt beheren. U kunt deze functie gebruiken via de lokale verbinding of de netwerkverbinding (zie "Scannen vanuit een programma voor het bewerken van afbeeldingen" op pagina 252).
- Samsung Easy Document Creator: U kunt dit programma gebruiken voor het scannen van afbeeldingen of documenten (zie "Werken met Samsung Easy Document Creator" op pagina 277).
Scanfuncties
- WIA: WIA staat voor Windows Images Acquisition. U kunt deze functie alleen gebruiken als de computer rechtstreeks op het apparaat is aangesloten met een USB-kabel (zie "Scannen met het WIA-stuurprogramma" op pagina 253).
- Naar USB scannen: U kunt een document scannen en de gescande afbeelding op een USB-geheugenapparaat opslaan (zie "Scannen naar een USB-geheugenapparaat" op pagina 73).
De scaninstellingen in de computer configureren

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 Open Samsung Easy Printer Manager (zie "Samsung Easy Printer Manager gebruiken" op pagina 275).
2 Selecteer het juiste apparaat in de Lijst met printers.
3 Selecteer het menu Instellingen voor scannen naar pc.
4 Selecteer de gewenste optie.
-Scannen activeren: Hiermee bepaalt u of de scanfunctie is ingeschakeld op het apparaat.
- Het tabblad Standaard: Dit tabblad bevat algemene scan- en apparaatinstellingen.
- Het tabblad Afbeelding: Dit tabblad bevat instellingen voor beeldbewerking.
5 Druk op Opslaan > OK.
Scannen vanaf een apparaat dat is aangesloten op een netwerk

Deze functie is niet beschikbaar voor een apparaat dat de netwerkinterface niet ondersteunt (zie "Achterkant" op pagina 23).
U moet het printerstuurprogramma op uw computer installeren vanaf de software-cd omdat het scanprogramma onderdeel is van het printerstuurprogramma (zie basishandleiding"Lokaal installeren van het stuurprogramma" op pagina 30).
Scanfuncties
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
2 Selecteer (Scan) > Naar pc scan. > Netwerkcomp. op het configuratiescherm.
Als u het bericht Niet beschikbaar ziet, controleert u de poortverbinding.
3 Selecteer uw geregistreerd computer-Id en voer indien nodig het Wachtwoord in.
- ID is hetzelfde ID als het geregistreerde scan-ID voor de Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde instellingen > Instellingen voor scannen naar pc. - Wachtwoord is het geregistreerde wachtwoord van vier cijfers voor de Samsung Easy Printer Manager > Geavanceerde modus activeren > Instellingen voor scannen naar pc.
4 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
5 Het apparaat begint te scannen.
De gescande afbeelding wordt opgeslagen op de computer in C:\Gebruikers\gebruikersnaam\Mijn documenten. De opslagmap kan verschillen, afhankelijk van uw besturingssysteem of het gebruikte programma.
Scannen naar e-mail
Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Een e-mailaccount maken
1 De SyncThru™ Web Service weergeven (zie "SyncThru™ Web Service gebruiken" op pagina 272).
2 Selecteer Settings > Network Settings en Outgoing Mail Server(SMTP).
3 Voer het IP-adres in als decimale notatie met punten of als een hostnaam.
4 Voer het poortnummer van de server in, een getal tussen 1 en 65535.
Scanfuncties
5 Schakel het selectievakje naast SMTP Requires Authentication in voor verificatie.
6 Voer de aanmeldingsnaam en het wachtwoord van de SMTP-server in.
7 Druk op Apply.

- Als de verificatiemethode van de SMTP-server POP3 Before SMTP is, schakelt u het selectievakje SMTP Requires POP Before SMTP Authentication in.
- Voer het IP-adres en poortnummer in.
Scannen en per e-mail verzenden
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
2 Selecteer 📁(scannen) > Naar e-mail scannen op het configuratiescherm.
3 Voer het e-mailadres van de afzender en de ontvanger in.

U kunt u een e-mail naar uzelf verzonden door de optie Auto Send To Self in te schakelen bij Settings > Scan > Scan To E-mail op SyncThru™ Web Service.
4 Voer het onderwerp van de e-mail in en druk op OK.
5 Selecteer de bestandsindeling voor scannen en druk op OK.
6 Het apparaat begint te scannen en verzendt vervolgens de e-mail.
Naar WSD scannen
Scant de originelen en slaat de scangegevens op de aangesloten computer op als deze de WSD-functie (Web Service for Device) ondersteunt. Als u de WSD-functie wilt gebruiken, moet u het WSD-printerstuurprogramma op uw computer installeren. In Windows 7 kunt u het WSD-stuurprogramma installeren om door te gaan naar Configuratiescherm > Apparaten en printers > Een printer toevoegen. Klik op Een netwerkprinter toevoegen via de wizard.
Scanfuncties

- Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet gebruiken (zie "Functies per model" op pagina 7).
- De WSD-functie werkt alleen met Windows Vista® of latere versies op een WSD-compatibele computer.
- Volg onderstaande installatiestappen voor een Windows 7 computer.
Een WSD-printerstuurprogramma installeren
1 Klik op Start > Configuratiescherm > Apparaten en printers > Een printer toevoegen.
2 Klik op Netwerkprinter, draadloze printer of Bluetooth-printer toevoegen via de wizard.
3 Selecteer in de printerlijst de printer die u wilt gebruiken en klik op Volgende.

- Het IP-adres voor een WSD-printer is http://IP address/ws/ (voorbeeld: http://111.111.111.111/ws/).
- Als er geen WSD-printer wordt weergegeven in de lijst, klikt u op De printer die ik wil gebruiken staat niet in de lijst > Een printer met behulp van een TCP/IP-adres of hostnaam toevoegen en selecteert u Apparaat voor webservices via Apparaattype. Voer vervolgens het IP-adres van de printer in.
4 Volg de instructies in het installatievenster.
Scannen via de WSD-functie
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
3 Selecteer 📋(Scan) > Scan naar WSD op het bedieningspaneel.

Als u het bericht Niet beschikbaar ziet, controleert u de poortverbinding. Of controleer of het printerstuurprogramma voor WSD juist is geïnstalleerd.
4 Selecteer uw computernaam via de WSD PC-lijst.
5 Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
6 Het apparaat begint te scannen.
Scanfuncties
Scannen met Samsung Easy Document Creator
Samsung Easy Document Creator is een programma dat u helpt bij het scannen, verzamelen en bewaren van documenten in verschillende formaten, inclusief het .epub formaat.

- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windows- en Macbesturingssystemen.
- U hebt minimaal Windows XP Service Pack 3 of recenter en Internet Explorer 6.0 of hoger nodig om met Samsung Easy Document Creator te kunnen werken.
- Samsung Easy Document Creator wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de apparaatsoftware installeert (zie "Werken met Samsung Easy Document Creator" op pagina 277).
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
2 Selecteer in het menu Start Programma's of Alle programma's > Samsung-printer.
Mac-gebruikers gaan naar Programma's > Samsung > SamsungEasy Document Creator.
3 Klik op Samsung Easy Document Creator.
4 Klik op Scannen in het startscherm.
5 Selecteer het scantype of een favoriet en maak dan aanpassingen aan de afbeelding (Opties).
6 Klik op Scannen om een definitieve afbeelding te scannen of op Voorbeeldscan om eerst nog een voorbeeld te zien te krijgen.
7 Druk op Verzenden.
8 Druk op de gewenste optie.
9 Druk op OK.

Klik op de knop Help ( ? ) onder in het venster en klik op de optie waar u meer over wilt weten.
Scannen vanuit een programma voor het bewerken van afbeeldingen
U kunt documenten scannen en importeren via software voor het bewerken van afbeeldingen, zoals Adobe Photoshop, als de software TWAIN-compatibel is. Volg de onderstaande stappen om te scannen met TWAIN-compatibele software.
Scanfuncties
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
3 Open een toepassing, bijvoorbeeld Adobe Photoshop.
4 Klik op Bestand > Importeren en selecteer de scanner.
5 Stel de scanopties in.
6 Scan uw afbeelding en sla deze op.
Scannen met het WIA-stuurprogramma
Uw apparaat ondersteunt ook het WIA-stuurprogramma (Windows Image Acquisition) voor het scannen van afbeeldingen. WIA is een van de standaardonderdelen van Microsoft Windows 7 en werkt met digitale camera's en scanners. In tegenstelling tot het TWAIN-stuurprogramma kunt u met het WIA-stuurprogramma zonder aanvullende software moeiteloos afbeeldingen scannen en bewerken:

Het WIA-stuurprogramma werkt alleen onder besturingssystemen van Windows (behalve Windows 2000) met een USB-poort.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
3 Klik op Start > Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Apparaten en printers.
4 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van het apparaatstuurprogramma in Printers en faxapparaten en kies.
5 De toepassing Nieuwe scan wordt gestart.
6 Geef uw scanvoorkeuren op en klik op Voorbeeld om te zien welke invloed uw voorkeuren op de afbeelding hebben.
7 Scan uw afbeelding en sla deze op.
Scanfuncties
Scannen met de Mac
U kunt documenten scannen met het programma Fotolader. Mac OS X biedt het programma Fotolader.
Scannen met netwerk
1 Controleer of uw apparaat met een netwerk is verbonden.
2 Plaats de originelen in de ADF met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel origineel met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner en sluit de ADF (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).
3 Open de map Toepassingen en voer Fotolader uit.
4 Selecteer uw apparaat onder GEDEELD.
5 Stel de scanopties in dit programma in.
6 Scan uw afbeelding en sla deze op.

- Als u niet kunt scannen met Fotolader, moet u Mac OS bijwerken met de nieuwste versie.
-
Raadpleeg de Help bij Fotolader voor meer informatie.
-
U kunt ook TWAIN-compatibele software gebruiken, zoals Adobe Photoshop.
- U kunt scannen met de Samsung Easy Document Creator-software. Open de map Programma's > de map Samsung > Samsung Easy Document Creator.
Scannen in Linux
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Start een scantoepassing, zoals xsane of simple-scan. (Als de toepassing niet is geïnstalleerd, installeert u deze handmatig om de scanfuncties te gebruiken. U kunt bijvoorbeeld "yum install xsane" voor systemen met rpm-pakketten en "apt-get install xsane" voor systemen met deb-pakketten gebruiken om xsane te installeren.)
3 Selecteer uw apparaat uit de lijst en stel de scanopties in die u wilt toepassen.
4 Klik op de knop Scan.
Faxfuncties

- Voor basisfuncties voor het faxen, raadpleeg de Basishandleiding (zie "Basisfuncties voor faxen" op pagina 67).
- Alleen C48xFN/C48xFW series (zie "Overzicht van het bedieningspaneel" op pagina 24).
Automatisch opnieuw kiezen
Als de lijn van het gekozen nummer bezet is of als het faxapparaat van de ontvanger niet antwoordt, wordt het nummer automatisch opnieuw gekozen. De tijd voor een nieuwe kiespoging is afhankelijk van de standaardinstellingen voor uw land.
Wanneer Opnieuw kiezen? op het display verschijnt, drukt u op ◇ (Start) om het nummer onmiddellijk opnieuw te kiezen. Als u de functie Automatisch opnieuw kiezen wilt annuleren, drukt u op ✉ (Stop/Clear).
U kunt ook de wachttijd tussen twee kiespogingen en het aantal kiespogingen wijzigen.
1 Druk op 📋 (faxen) > 📋 (Menu) > Faxinstel. > Verzending op het configuratiescherm.
2 Selecteer Aant. kiespog. of Opn. kiezen na.
3 Selecteer de gewenste optie.
Faxnummer opnieuw kiezen
1 Druk op (Redial/Pause) op het configuratiescherm.
2 Selecteer het gewenste faxnummer.
Tien recent verzonden faxnummer met tien ontvangen nummerweergaven worden weergegeven.
3 Het apparaat begint automatisch met verzenden wanneer een origineel in de ADI wordt geplaatst.
Als een origineel op de glasplaat ligt, selecteert u Ja om een andere pagina toe te voegen. Plaats een ander origineel en druk op OK. Als u klaar bent, selecteert Nee als Nog een pagina? wordt weergegeven.
Een verzending bevestigen
Wanneer de laatste pagina van uw origineel correct is verzonden, hoort u een pieptoon waarna het apparaat terugkeert naar stand-bymodus.
Als er tijdens de verzending van uw fax iets fout gaat, verschijnt een foutbericht op het display. Druk op (Stop/Clear) om het weergegeven foutbericht te wissen en probeer de fax opnieuw te verzenden.
Faxfuncties

U kunt het apparaat zo instellen dat er na elke verzonden fax
automatisch een verzendrapport wordt afgedrukt. Druk op (tax) >
(Menu) > Faxinstel. > Verzending > Faxbevestiging op het bedieningspaneel.
Een fax verzenden vanaf uw computer

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Hiermee kunt u een fax verzenden vanaf uw computer zonder gebruik te maken van het bedieningspaneel op het apparaat.
Zorg ervoor dat uw apparaat en de computer op hetzelfde netwerk zijn aangesloten.
Een fax verzenden (Windows)
Om een fax te versturen vanaf uw computer moet het programma Samsung Network PC Fax zijn geïnstalleerd. Dit programma wordt automatisch geïnstalleerd tijdens de installatie van het printerstuurprogramma.

Voor meer informatie over Samsung Network PC Fax klikt u op Help.
1 Open het document dat u wilt verzenden.
2 Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
Het venster Afdrukken verschijnt. Afhankelijk van uw toepassing kan dit venster er iets anders uitzien.
3 Selecteer Samsung Network PC Fax uit het venster Afdrukken
4 Klik op Afdrukken of OK.
5 Voer het faxnummer van de ontvanger in en stel indien nodig de opties in.
6 Klik op verzenden.
Een lijst met verzonden faxberichten controlleren (Windows)
U kunt de lijst met verzonden faxberichten op uw computer controleren.
Klik in het menu Start op Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > Geschiedenis faxoverdracht. Vervolgens wordt het venster weergegeven met de lijst met verzonden faxberichten.
Faxfuncties

Voor meer informatie over Geschiedenis faxoverdracht klikt u op de knop Help (P)
Uitgestelde faxverzending
U kunt het apparaat zo instellen dat een fax op een later tijdstip (tijdens uw afwezigheid) wordt verzonden. U kunt met deze functie geen kleurenfax verzenden.
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Druk op (faxen) op het configuratiescherm.
3 Pas de resolutie en helderheid naar wens aan.
4 Druk op (Menu) > Faxfunctie > Uitgesteld verzenden op het configuratiescherm.
5 Voer het nummer van het ontvangende faxapparaat in en druk op OK.
6 U wordt gevraagd om het volgende faxnummer waarnaar u het document wilt verzenden in te voeren.
7 Als u meerdere faxnummers wilt invoeren, drukt u op OK wanneer Ja oplicht, en herhaalt u stap 5.

U kunt maximaal 10 bestemmingen ingeven.

Voer de naam en de tijd in van de taak.

Als u een tijdstip instelt dat vroeger is dan de huidige tijd, wordt de fax de volgende dag op het ingestelde tijdstip verzonden.

Het document wordt in het geheugen opgeslagen voordat het wordt verzonden.
Het apparaat keert terug naar stand-bymodus. Het display herinnert u eraan dat het apparaat zich in stand-bymodus bevindt en dat er een uitgesteld faxbericht is ingesteld.

Hiermee kunt u de lijst van uitgestelde faxtaken controleren.
Druk op (Menu) > Systeeminst. > Rapport > Geplande taken op het bedieningspaneel.
Faxfuncties
Een gereserveerde faxtaak annuleren
1 Druk op 🚗 (faxen) > 📄 (Menu) > Faxfunctie > Taak annuleren op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste faxtaak en druk op OK.
3 Druk op OK wanneer Ja verschijnt.
De geselecteerde fax wordt uit het geheugen gewist.
4 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Een verzonden fax doorsturen naar een andere bestemming
U kunt het apparaat instellen om een ontvangen of verzonden fax naar een andere bestemming te verzenden per fax, e-mail of via een server. Deze functie is nuttig als u een fax wilt ontvangen wanneer u niet op kantoor bent.
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Druk op (faxen) > (Menu) > Fax Feature > Send Forward > Forward to Fax, Fwd. to Email > On op het bedieningspaneel.
De optie Fax is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
3 Voer het ontvangende faxnummer, e-mailadres of serveradres in en druk op OK.
4 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus. Na elkaar verzonden faxen zullen doorgestuurd worden naar het opgegeven faxapparaat.
Ontvangen faxen doorsturen
U kunt het apparaat instellen om een ontvangen of verzonden fax naar een andere bestemming te verzenden per fax, e-mail of via een server. Deze functie is nuttig als u een fax wilt ontvangen wanneer u niet op kantoor bent.
Faxfuncties
1 Druk op (faxen) > (Menu) > Fax Feature > Rcv.Forward >Forward to Fax, Forward to PC, Fwd. to Email >Forward op het bedieningspaneel.

- De optie Fax is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
- Selecteer Doorst. en afd. als u wilt dat het apparaat de fax afdrukt nadat deze is doorgestuurd.
2 Voer het ontvangende faxnummer, e-mailadres of serveradres in en druk op OK.
3 Voer de starttijd en de eindtijd in, en druk vervolgens op OK.
4 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus. Na elkaar verzonden faxen zullen doorgestuurd worden naar het opgegeven faxapparaat.
Een fax met uw computer ontvangen

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
- Om deze functie te kunnen gebruiken, moet u de volgende optie op het bedieningspaneel instellen:
Druk op 📄 (faxen) > 📋 (Menu) > Faxfunctie > Ontv. doorst. > Doorst. nr pc > Fax op het bedieningspaneel.
1 Open Samsung Easy Printer Manager.
2 Selecteer het juiste apparaat in de Lijst met printers.
3 Selecteer het menu Instellingen voor faxen naar pc.
4 Wijzig de faxinstellingen met Faxontvangst op apparaat inschakelen.
- Type afbeelding: De ontvangen faxberichten converteren naar PDF of TIFF.
- Opslaglocatie: De locatie selecteren voor het opslaan van geconverteerde faxberichten.
- Prefix: Selecteer een prefix.
Faxfuncties
- Ontvangen fax afdrukken: Met deze optie stelt u in dat gegevens voor de ontvangen fax worden afgedrukt, nadat u de fax hebt ontvangen.
• Waarschuwen bij voltooiing: Als een fax wordt ontvangen, wordt een pop-upvenster geopend met een melding. - Openen met standaardtoepassing: Na ontvangst van de fax wordt de fax geopend met de standaardapplicatie.
-Geen: Het apparaat meldt het ontvangen van de fax niet bij de gebruiker en opent de applicatie ook niet.
5 Druk op Opslaan > OK.
De ontvangstmodus wijzigen
1 Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Bzg met ontv. > Ontv.modus op het bedieningspaneel.
2 Selecteer de gewenste optie.
- Fax: hiermee wordt een inkomende faxoproep aangenomen en wordt onmiddellijk overgeschakeld naar de faxontvangstmodus.
- Tel: Hiermee ontvangt u een fax door op 📊(On Hook Dial) en vervolgens op ◆(Start) te drukken.
- Ant/Fax: Wordt gebruikt als er een antwoordapparaat op uw apparaat is aangesloten. Inkomende oproepen worden beantwoord door het antwoordapparaat en de beller kan een boodschap op het antwoordapparaat achterlaten. Als het faxapparaat een faxtoon op de lijn opvangt, schakelt het automatisch over naar faxmodus om de fax te ontvangen.

Sluit een antwoordapparaat aan op de EXT-uitgang aan de achterkant van het apparaat om de Ant/Fax-modus te gebruiken.
- DRPD: U kunt een oproep aannemen met de DRPD-functie (Distinctive Ring Pattern Detection – detectie van distinctieve belpatronen). "Distinctive Ring" of beltoonherkenning is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee men via één telefoonlijn meerdere oproepen gelijktijdig kan beantwoorden. Zie "Faxen ontvangen in DRPD-modus" op pagina 262 voor meer informatie.

Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar.
3 Druk op OK.
4 Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.
Faxfuncties
Handmatig ontvangen in telefoonmodus
Wanneer u de faxtoon van het extern faxapparaat hoort, kunt een
faxoproep ontvangen door achtereenvolgens op Ⓤ(On Hook Dial) en op
(Start).
Automatisch ontvangen in antwoordapparaat/faxmodus
Als u deze modus wilt gebruiken, moet u een antwoordapparaat aansluiten op de EXT-uitgang aan de achterzijde van uw apparaat. Als de better een bericht achterlaat, slaat het antwoordapparaat het bericht op. Als het apparaat een faxtoon op de lijn detecteert, wordt de fax automatisch ontvangen.

- Als u het apparaat in deze modus hebt ingesteld en het antwoordapparaat is uitgeschakeld of er is geen antwoordapparaat op de EXT-uitgang aangesloten, wordt na een vooraf ingesteld aantal belsignalen automatisch overgeschakeld naar de faxmodus.
- Als uw antwoordapparaat een door de gebruiker instelbare teller voor beltonen heeft, stelt u het apparaat zo in dat het inkomende oproepen binnen de eerste beltoon aanneemt.
- Als de telefoonmodus van het apparaat is ingeschakeld, moet u het faxapparaat met het antwoordapparaat loskoppelen of uitschakelen. Anders zal het uitgaande bericht van het antwoordapparaat uw telefoongesprek verstoren.
Faxen ontvangen via een intern telefoontoestel
Als u een intern telefoontoestel gebruikt dat is aangesloten op de EXT-aansluiting, kunt u een fax ontvangen van iemand met wie u in gesprek bent op het interne telefoontoestel zonder dat u naar het faxapparaat hoeft te gaan.
Wanneer u een oproep ontvangt op een intern telefoontoestel en u hoort faxtonen, drukt u op de toetsen *9* op het intern telefoontoestel. Het apparaat ontvangt de fax.
*9* is de voorgeprogrammeerde fabriekscode voor ontvangst op afstand. De eerste en de laatste asterisk liggen vast, maar u kunt het middelste cijfer naar wens wijzigen.
Faxfuncties

Wanneer u een gesprek via het telefoontoestel dat is aangesloten op de EXT-aansluiting, zijn de functies voor scannen en kopieren niet beschikbaar.
Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. "Distinctive Ring" of beltoonherkenning is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee men via één telefoonlijn meerdere oproepen gelijktijdig kan beantwoorden. Deze functie wordt vaak gebruikt door antwoorddiensten die voor verschillende klanten telefoonoproepen beantwoorden en moeten weten welk nummer iemand heeft gekozen om de oproep correct te kunnen beantwoorden.

Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar.
1
Selecteer (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Ontvangst > DRPD-modus > Wacht op belsign op het bedieningspaneel.
2
Bel met een andere telefoon naar uw faxnummer.
3 Als het apparaat begint te rinkelen, beantwoordt u de oproep niet. Het apparaat heeft enkele belsignalen nodig om het patroon te "leren" herkennen.
Als het patroon is herkend voor later gebruik, verschijnt voltooid voltooid op het display. Als de instelling van DRPD mislukt, verschijnt Fout DRPD-belsignaal.
4 Druk op OK wanneer DRPD verschijnt en begin opnieuw vanaf stap 2.

- Als u uw faxnummer wijzigt of als u het apparaat aansluit op een andere telefoonlijn, moet u DRPD opnieuw instellen.
- Nadat u DRPD hebt ingesteld, belt u opnieuw naar uw faxnummer om te controleren of het apparaat antwoordt met een faxtoon. Bel vervolgens naar een ander nummer dat aan dezelfde lijn is toegekend om te controleren of de oproep wordt doorgeschakeld naar uw intern telefoontoestel of naar het antwoordapparaat dat is aangesloten op de EXT-uitgang.
Faxfuncties
Ontvangen in veilige ontvangstmodus

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
Mogelijk wilt u niet dat faxberichten die tijdens uw afwezigheid binnenkomen door anderen worden bekeken. Als u de veilige ontvangstmodus inschakelt, worden alle inkomende faxen in het geheugen opgeslagen. U kunt de faxen vervolgens afdrukken door het wachtwoord in te voeren.

Als u de veilige ontvangstmodus wilt gebruiken, moet u het menu
activeren via (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Veilige ontv. op het bedieningspaneel.
Ontvangen faxen afdrukken
1
Selecteer (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Veilige ontv. > Afdrukken op het bedieningspaneel.
2
Voer een wachtwoord van vier cijfers in en druk op OK.
3
Alle in het geheugen opgeslagen faxberichten worden afgedrukt.
Faxen ontvangen in het geheugen
Aangezien het apparaat meerdere taken tegelijk kan uitvoeren, kan het faxen ontvangen terwijl u kopieert of afdrukt. Als u tijdens het kopiëren of afdrukken een fax ontvangt, slaat het apparaat de inkomende fax in het geheugen op. Zodra u klaar bent met kopiëren of afdrukken, wordt de fax automatisch afgedrukt.

Wanneer de fax is ontvangen en wordt afgedrukt, kunnen tegelijkertijd geen andere kopieer- of afdrukopdrachten worden verwerkt.

Dit hoofdstuk introduceert beheerprogramma's waarmee u de mogelijkheden van uw apparaat maximaal kunt benutten.
- Managementhulpmiddelen gebruiken 265
- Easy Capture Manager 266
• Samsung Easy Color Manager 267 - Easy Eco Driver 268
• Het Samsung Printer Center gebruiken 269 - SyncThru™ Web Service gebruiken 272
• Samsung Easy Printer Manager gebruiken 275
• Werken met Samsung Easy Document Creator 277
• Samsung-printerstatus gebruiken 278
• Samsung Printer Experience gebruiken 281
Managementhulpmiddelen gebruiken
Samsung biedt verschillende managementhulpmiddelen voor Samsung-printers.
1 Controleer of de printer op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
2 Selecteer in het menu StartProgramma's of Alle programma's.
- Als u Windows 8 gebruikt, gaat u naar Charms(charms) en selecteert u Zoeken > Apps(App).
3 Zoek naar Samsung-printer.
4 Onder Samsung-printer ziet u geïnstalleerde managementhulpmiddelen.
5 Klik op de managementhulpmiddelen die u wilt gebruiken.

- Nadat het stuurprogramma is geïnstalleerd, kunt u bepaalde managementhulpmiddelen rechtstreeks openen vanuit het Startmenu > Programma's of Alle programma's.
- Als u Windows 8 gebruikt, kunt u nadat het stuurprogramma is geïnstalleerd, bepaalde managementhulpmiddelen rechtstreeks openen vanuit het Startscherm door op de bijbehorende tegel te klikken.
- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 8).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers van Windows-besturingssystemen (zie "Software" op pagina 8).
Maak een schermafbeelding en start Easy Capture Manager door op de toets Print Screen op het toetsenbord te drukken. U kunt nu gemakkelijk uw schermafbeelding onbewerkt of bewerkt afdrukken.
Samsung Easy Color Manager
Samsung Easy Color Manager helpt gebruikers om subtiele wijzigingen aan te brengen met behulp van 6 kleurtonen en andere eigenschappen, zoals helderheid, contrast en verzadiging. Wijzigingen van kleurtoon kunnen worden opgeslagen als profiel en worden gebruikt vanaf het stuurprogramma of het apparaat zelf.

- Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie "Software" op pagina 8).
- Deze functie is alleen beschikbaar voor gebruikers met een Windows- of Macintosh-besturingssysteem (zie "Software" op pagina 8).
Hiermee kunnen gebruikers van kleurenlaserprinters van Samsung kleuren naar wens aanpassen.
Download de software van de website van Samsung. Pak de software vervolgens uit en installeer deze op uw computer. (http://www.samsung.com > zoek uw product > Ondersteuning of Downloads).
Easy Eco Driver

- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windows-besturingssystemen.
- Om de Easy Eco Driver-functies te kunnen gebruiken, moet het Eco Driver Pack geïnstalleerd zijn.
Met Easy Eco Driver kunt u eco-functies toepassen om papier en toner te besparen voordat u afdrukt.
De functie Easy Eco Driver biedt u ook de mogelijkheid tot simpele bewerkingen zoals het verwijderen van afbeeldingen en tekst en nog meer. U kunt instellingen die u vaak gebruikt, opslaan als favoriet.
Gebruiken:
1 Open een document dat u wilt afdrukken.
2 Open het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56).
3 Selecteer op het tabblad Favorieten de optie Eco Printing Preview.
4 Klik op OK > Afdrukken in het venster.
Er verschijnt een voorbeeldvenster.
5 Selecteer de opties die u wilt toepassen op het document.
U kunt een voorbeeld van de toegepaste functies bekijken.
6 Klik op Afdrukken.

- Als u Easy Eco Driver bij iedere afdruktaak wilt gebruiken, selecteert u het selectievakje Easy Eco Driver starten voor afdrukken van taak op het tabblad Basis van het venster met afdrukvoorkeuren.
- Klik op Samsung Printer Center > Apparaatopties en selecteer vervolgens Stijlvolle gebruikersinterface om deze functie te gebruiken in de Stijlvolle gebruikersinterface (zie "Het Samsung Printer Center gebruiken" op pagina 269).
Het Samsung Printer Center gebruiken

- Alleen beschikbaar voor Windows-gebruikers.
Het Samsung Printer Center stelt u in staat om vanuit een enkele geïntegreerde toepassing alle op uw computer geïnstalleerde printerstuurprogramma's te beheren. U kunt het Samsung Printer Center gebruiken om printerstuurprogramma's toe te voegen of te verwijderen, de status van printers te bekijken, printersoftware bij te werken en instellingen van printerstuurprogramma's te configureren.
Het Samsung Printer Center begrijpen
Openen van het programma:
Voor Windows:
Kies Start > Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > Samsung Printer Center.
Het tabblad Printers

De schermafbeelding kan verschillen, afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt.

| 1 | Printerlijst | Geeft de printerstuurprogramma's weer die op uw computer zijn geïnstalleerd. Klik op de knop om een printerstuurprogramma aan de lijst toe te voegen. |
Het Samsung Printer Center gebruiken
| 2 | Snelkoppelingen | Geeft koppelingen weer naar verschillende beheerfuncties voor printerstuurprogramma's. De snelkoppelingen in het tabblad Printers maken een koppeling naar de volgende functies:Instellingen: stelt u in staat de instellingen voor een individueel printerstuurprogramma te configureren.- Als standaardprinter instellen: Stelt het geselecteerde printerstuurprogramma in als standaard printer. Indien het geselecteerde printerstuurprogramma reeds als standaard printer is ingesteld, is deze optie niet actief.- Voorkeursinstellingen voor afdrukken: stelt u in staat de standaard afdrukinstellingen te configureren.- Apparaatopties: stelt u in staat om geavanceerde opties te configureren, zoals de instellingen voor optionele apparaten en extra functies.De optie stelt u in staat om de instellingen voor Printerstatus en Stijlvolle gebruikersinterface te wijzigen.- Apparaat wijzigen: stelt u in staat het apparaat te wijzigen in een ander apparaat.- Eigenschappen: stelt u in staat om de eigenschappen van het printerstuurprogramma te configureren, zoals de naam van het printerstuurprogramma en de locatie ervan, of om commentaar over het printerstuurprogramma toe te voegen.Acties: stelt u in staat om de scanfunctie te gebruiken (deze optie is alleen ingeschakeld wanneer het geselecteerde apparaat de scanfunctie ondersteunt).Beheer: stelt u in staat om de in het programma geregistreerde apparaten te beheren.- Een nieuwe printer toevoegen / Printer verwijderen: voegt een nieuw apparaat toe of verwijdert een bestaand apparaat.- Problemen met de printer vaststellen: diagnosticeert problemen in het geselecteerde apparaat en stelt oplossingen voor.- Software bijwerken: downloadt de toepasselijke software-updates en voert deze uit. |
| 3 | Printerinformatie | Geeft algemene informatie over het geselecteerde apparaat, zoals het model, het IP-adres, het poortnummer en de status. |
Het tabblad Scanner & Fax

- De schermafbeelding kan verschillen, afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt.
- Alleen beschikbaar voor multifunctionele producten.

Het Samsung Printer Center gebruiken
| 1 | Printerlijst | Geeft de fax- en scannerstuurprogramma's weer die op uw computer zijn geïnstalleerd. Klik op de knop (↓ Fax toevoegen) of (↓ Scanner toevoegen) om een fax- of een scannerstuurprogramma aan de lijst toe te voegen. |
| Snelkoppelingen | geeft koppelingen weer naar de beschikbare functies voor het beheren van fax- of scannerstuurprogramma's. De snelkoppelingen in het tabbladScanner & Faxbieden de volgende functies:Om deze functie te gebruiken moet het fax- en scannerstuurprogramma op de computer geïnstalleerd zijn.Instellingen: stelt u in staat de instellingen voor fax- of scannerstuurprogramma's te configureren.-Adresboek(alleen fax): opent het adresboek.-Geschiedenis faxoverdracht(alleen fax): opent de faxoverdrachtgeschiedenis.-Faxvoorkeuren(alleen fax): stelt u in staat de standaard faxinstellingen te configureren.-Apparaat wijzigen: stelt u in staat de apparaten te wijzigen in een ander apparaat.-Eigenschappen: stelt u in staat om de eigenschappen van een apparaat te configureren, zoals de locatie, en om commentaren over het apparaat toe te voegen.Acties:hiermee kunt u de scanfunctie gebruiken.Beheer: stelt u in staat om de in het programma geregistreerde apparaten te beheren.-Fax verwijderenof Scanner verwijderen: verwijdert het geselecteerde fax- of scannerstuurprogramma.-Software bijwerken: downloadt de toepasselijke software-updates en voert deze uit. | |
| 2 | ||
| 3 | Printerinformatie | Geeft algemene informatie over het geselecteerde apparaat, zoals het model, het IP-adres, het poortnummer en de apparaatstatus. |
SyncThru™ Web Service gebruiken

- Voor SyncThru™ Web Service is minimaal Internet Explorer 6.0 of hoger vereist.
- De uitleg over SyncThru™ Web Service in deze gebruikershandleiding kan afhankelijk zijn van de opties en het model, en komt mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat.
- Alleen voor draadloos model (zie "Verschillende functies" op pagina 10).
SyncThru™ Web Service openen
1 Open een webbrowser, zoals Internet Explorer, in Windows.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
Aanmelden bij SyncThru™ Web Service
Voor u de opties in SyncThru™ Web Service kunt instellen, moet u zich aanmelden als beheerder. U kunt SyncThru™ Web Service nog altijd gebruiken zonder u aan te melden, maar u zult geen toegang hebben tot het tabblad Settings en het tabblad Security.
1 Klik op Login in de rechterbovbenhoek van de SyncThru™ Web Service-website.
2 Als u zich voor het eerst aanmeldt bij SyncThru™ Web Service, moet u zich aanmelden als beheerder. Typ het onderstaande standaard-ID en het standaard-Password. We raden u aan om het wachtwoord om veiligheidsredenen te wijzigen.
•ID: admin
- Password: sec00000
SyncThru™ Web Service-overzicht

Information
Settings
Security
Maintenance

Afhankelijk van uw model zullen sommige menu's mogelijk niet verschijnen.
SyncThru™ Web Service gebruiken
Het tabblad Information
Op dit tabblad wordt algemene informatie over het apparaat weergegeven. U kunt diverse gegevens controleren, waaronder de resterende hoeveelheid toner. U kunt ook rapporten afdrukken, zoals een foutenrapport.
• Active Alerts: Toont de waarschuwingen die in het apparaat zijn gegenereerd en hun ernst.
- Supplies: Toont hoeveel pagina's zijn afgedrukt en hoeveel toner er nog in de cassette zit.
- Usage Counters: Toont de gebruiksteller van het aantal vellen per type afdruk: enkelzijdig en dubbelzijdig.
- Current Settings: Toont informatie over het apparaat en het netwerk.
- Print information: Drukt rapporten af zoals systeemgerelateerde rapporten, e-mailadressen en lettertyperapporten.
Het tabblad Settings
Op dit tabblad kunt u de configuratie van uw apparaat en netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
- Het tabblad Machine Settings: Stelt de door uw machine geleverde opties in.
- Het tabblad Network Settings: Toont opties voor de netwerkomgeving. Stelt opties in zoals TCP/IP en netwerkprotocollen.
Het tabblad Security
Op dit tabblad kunt u de beveiligingsgegevens van uw systeem en van het netwerk instellen. U moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
- System Security: Stelt de gegevens van de systeembeheerder in en schakelt tevens de apparaatfuncties in- of uit.
- Network Security: Hiermee worden de instellingen voor IPv4/IPv6-filtering en verificatieservers ingesteld.
Het tabblad Maintenance
Op dit tabblad kunt u uw apparaat onderhouden door de firmware bij te werken en contactgegevens voor het versturen van e-mails in te stellen. U kunt ook een verbinding maken met de website van Samsung of stuurprogramma's downloaden door het menu Link te selecteren.
- Firmware Upgrade: Bijwerken van de firmware van uw apparaat.
- Contact Information: Geeft de contactgegevens weer.
- Link: Toont koppelingen naar nuttige websites waar u informatie kunt downloaden of lezen.
SyncThru™ Web Service gebruiken
Informatie over de systeembeheerder instellen
Deze instelling is nodig om gebruik te kunnen maken van de optie e-mailmelding.

Afhankelijk van de opties of het model verschijnen sommige menu's mogelijk niet op het display. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
1 Open een webbrowser, zoals Internet Explorer, in Windows.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3 Selecteer op het tabblad Security System Security > System Administrator
4 Voer de naam, het telefoonnummer, locatie en e-mailadres van de beheerder in.
5 Klik op Apply
Samsung Easy Printer Manager gebruiken

- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windows- en Macbesturingssystemen.
- Voor Samsung Easy Printer Manager met Windows is minimaal Internet Explorer 6.0 of hoger vereist.
Samsung Easy Printer Manager is een programma waarbinnen alle printerinstellingen van Samsung op een enkele plaats samengebracht zijn. Samsung Easy Printer Manager combineert printerinstellingen met omgevingsfactoren, instellingen/taakopties en startopties. Met al deze functies heeft overzichtelijk toegang tot alle functies van uw Samsung-printer. Samsung Easy Printer Manager biedt twee verschillende interfaces waaruit de gebruiker kan kiezen: een basisinterface en een interface voor gevorderde gebruikers. Overschakelen tussen de twee interfaces is eenvoudig: klik gewoon op een knop.
Informatie over Samsung Easy Printer Manager
Openen van het programma:
Voor Windows:
Kies Start > Programma's of Alle programma's > Samsung Printers > Samsung Easy Printer Manager.
Mac-gebruikers,
Open de map Programma's > de map Samsung > Samsung Easy Printer Manager.
De Samsung Easy Printer Manager-interface bestaat uit verschillende kaders die in de onderstaande tabel worden beschreven:

De schermafbeelding kan verschillen, afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt.

| 1 | Printerlijst | De printerlijst geeft printers weer die geïnstalleerd zijn op uw computer en netwerkprinters die zijn toegevoegd met netwerkverkenning (alleen in Windows). |
Samsung Easy Printer Manager gebruiken
2
Geavancee rde instelling
De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de beheerder van het netwerk en de printers.

Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu's mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
- Apparaatinstellingen: U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en afdrukinformatie instellen.

Als u op het apparaat verbinding maakt met een netwerk, wordt het venster SyncThru™ Web Service weergegeven.
- Instellingen voor scannen naar pc: Dit menu bevat instellingen waarmee u profielen voor scannen naar pc kunt maken of verwijderen.
- Scannen activeren: Hiermee bepaalt u of de scanfunctie is ingeschakeld op het apparaat.
- Het tabblad Standaard: Dit tabblad bevat algemene scan- en apparaatinstellingen.
- Waarschuwingsinstellingen (alleen voor Windows): Dit menu bevat instellingen gerelateerd aan de waarschuwingen over fouten en storingen.
- Printerwaarschuwing: Levert instellingen met betrekking tot wanneer waarschuwingen ontvangen worden.
- E-mailwaarschuwing: Levert opties met betrekking tot het ontvangen van waarschuwingen via e-mail.
- Overzicht van waarschuwingen: Levert een geschiedenis met betrekking tot waarschuwingen gerelateerd aan het apparaat en de toner.
| 3 | Programma-informatie | Bevat koppelingen voor overschakelen naar vernieuwen, voorkeursinstelling, hulp en informatie over het programma. |
| 4 | Printerinformatie | In dit kader staat algemene informatie over uw apparaat. U kunt deze informatie controlleren, zoals de naam van het printermodel, het IP-adres (of poortnummer) en de printerstatus.[8H42] Deze knop verandert inProbleemoplossingsgidsals er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. |
| 5 | Snelkoppelingen | ToontSnelkoppelingennaar printerspecifieke functies. Dit gedeelte bevat ook koppelingen naar toepassingen in de geavanceerde instellingen. Als u op het apparaat verbinding maakt met een netwerk, wordt het venster SyncThruTMWeb Service weergegeven. |
| 6 | Inhoud | Toont informatie over de geselecteerde printer, het niveau van de toner en het papier. De informatie wijzigt naargelang de gekozen printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. |
| 7 | Benodigdhedenbestellen | Klik op de knopBestellinen in het deelvenster om verbruiksartikelen te bestellen. U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. |

Selecteer het menu Help of klik op de knop ? in het venster, en klik op de optie waar u meer over wilt weten.
Werken met Samsung Easy Document Creator

- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windows- en Macbesturingssystemen.
- U hebt minimaal Windows ^ XP Service Pack 3 of recenter en Internet Explorer 6.0 of hoger nodig om met Samsung Easy Document Creator te kunnen werken.
Samsung Easy Document Creator is een programma dat u helpt bij het scannen, verzamelen en bewaren van documenten in verschillende formaten, inclusief het .epub formaat. Deze documenten kunnen vervolgens via sociale netwerken of fax worden gedeeld. Of u nu als student onderzoeksgegevens uit de bibliotheek moet ordenen of als moeder foto's van het verjaardagsfeestje van vorig jaar wilt delen, met Samsung Easy Document Creator beschikt u over alle benodigde hulpmiddelen.
De Samsung Easy Document Creator biedt de volgende functies:
- Scannen: te gebruiken voor het scannen van afbeeldingen of documenten.
- Tekst converteren-scan (alleen Windows): Te gebruiken voor documenten die in een bewerkbare tekstopmaak moeten worden opgeslagen.
- Document converteren: biedt de mogelijkheid om bestaande bestanden om te zetten in meerdere bestandsindelingen.
- Fax: Biedt de mogelijkheid om direct vanuit Easy Document Creator een fax te verzenden als het Samsung Network PC Fax-stuurprogramma is geïnstalleerd.
Samsung-printerstatus gebruiken
Samsung-printerstatus is een programma dat de status van de printer controleert en u daarvan op de hoogte houdt.

- Het venster Samsung-printerstatus en de inhoud die in deze gebruikershandleiding worden getoond, kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer of het gebruikte besturingssysteem.
- Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie "Specificaties" op pagina 121).
- Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windowsbesturingssystemen (zie "Software" op pagina 8).
Overzicht Samsung-printerstatus
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik van het apparaat, kunt u de fout controleren in Samsung-printerstatus. Samsung-printerstatus wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de apparaatsoftware installeert.
U kunt Samsung-printerstatus ook handmatig opstarten. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Basis > de knop Printerstatus.
Deze pictogrammen verschijnen op de Windows-taakbalk:
Samsung-printerstatus gebruiken
| Pictogram | Betekent Omschrijving |
| Normaal Het apparaat staat klaar voor gebruik en er zijn geen fouten of waarschuwingen. | |
| Waarschuwing Het apparaat is in een toestand waarin er in de toekomst een fout kan optreden. Dit is bijvoorbeeld het geval als het niveau van de toner laag is, wat kan leiden tot de toner-leegstatus. | |
| Fout Er is minstens één fout in het apparaat. |

| 1 | Apparaatinformatie | In deze omgeving kunt u de apparaatstatus, de modelnaam van de huidige printer en de naam van de verbonden poort zien. |
Samsung-printerstatus gebruiken
| 2 | Gebruikershandleiding | U kunt de Gebruikershandleiding bekijken. |
| [50sw] Deze knop verandert inProbleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. | ||
| 3 | Bledt informatie | U kunt het percentage resterende toner in de cassette(s) weergeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken over deze functie. |
| 4 | Optle | U kunt instellingen voor waarschuwingen gerelateerd aan afdruktaken opgeven. |
| 5 | Benod.bestellen | U kunt online reservetonercassette(s) bestellen. |
| 6 | AfdrukkenannulerenofSluiten | Afdrukken annuleren : Als er een afdruktaak in de afdrukwachtrij of printer staat, annuleert u alle printtaken van de gebruiker die in de afdrukwachtrij of printer staan.Sluiten : Afhankelijk van de status van het apparaat of de ondersteunde functies kan de knop Sluiten mogelijk verschijnen om het statusscherm te sluiten. |
| 7 Informatie toner/papier | Dit knoppengebied voor informatie over toner en papier zijn afhankelijk van het apparaat beschikbaar. |
Samsung Printer Experience gebruiken
Samsung Printer Experience is een Samsung-toepassing die beheer en instellingen van Samsung-apparaten in één locatie combineert. U kunt apparaatinstellingen instellen, verbruiksartikelen bestellen, handleidingen voor probleemoplossing bestellen, de website van Samsung bezoeken en informatie over aangesloten systemen controleren. Deze toepassing wordt automatisch gedownload vanaf de Windows Store(Store) als het apparaat is aangesloten op een computer met een internetverbinding.
Alles over Samsung Printer Experience
De toepassing openen,
Vanaf het Startscherm selecteert u de tegel Samsung Printer Experience

De interface van Samsung Printer Experience biedt verschillende nuttige functies, zoals beschreven in de volgende tabel:

De schermafbeelding kan verschillen afhankelijk van het model dat u gebruikt.

| 1 | Printerinformat le | In dit kader staat algemene informatie over uw apparaat. U kunt informatie over de machine controleren, zoals de status, de locatie, het IP-adres en het resterende tonerniveau. |
Samsung Printer Experience gebruiken
| 2 | Gebruikershandleiding | U kunt de Gebruikershandleiding bekijken. U moet verbinding hebben met internet om deze functie te gebruiken. |
Deze knop verandert inProbleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding. | ||
| 3 | BestellenVerbruiksartikelen | Klik op deze knop om nieuwe tonercassettes online te bestellen. U moet verbinding hebben met internet om deze functie te gebruiken. |
| 4 | Ga naarSamsung | Koppelingen naar de Samsung-printerwebsite. U moet verbinding hebben met internet om deze functie te gebruiken. |
| 5 | Printerinstellingen | U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en afdrukinformatie instellen via SyncThruTM Web Service. Uw apparaat moet verbinding hebben met een netwerk. Deze knop is uitgeschakeld wanneer uw apparaat is aangesloten via een USB-kabel. |
| 6 | Apparatenlijst en Laatst gescande afbeelding | In de scannerlijst worden apparaten weergegeven die Samsung Printer Experience ondersteunen. Onder het apparaat ziet u de laatst gescande afbeeldingen. Uw apparaat moet verbinding hebben met een netwerk om van hieraf te scannen. Dit gedeelte is voor gebruikers met multifunctionele printers. |
Printers toevoegen/verwijderen
Als u geen printers hebt toegevoegd aan de Samsung Printer Experience of als u een printer wilt toevoegen/verwijderen, volgt u de onderstaande instructies.

U kunt alleen op het netwerk aangesloten printers verwijderen/toevoegen.
Een printer toevoegen
1 Ga naar Charms(charms) en selecteer Instellingen.
U kunt ook met de rechtermuisknop op de pagina Samsung Printer Experience klikken en Instellingen selecteren.
2 Selecteer Printer toevoegen
Samsung Printer Experience gebruiken
3 Selecteer de printer die u wilt toevoegen.
U kunt de toegevoegde printer zien.

Als u de markering ziet, kunt u ook op de markering klikken om printers toe te voegen.
Een printer verwijderen
1 Ga naar Charms(charms) en selecteer Instellingen.
U kunt ook met de rechtermuisknop op de pagina Samsung Printer Experience klikken en Instellingen selecteren.
2 Selecteer Printer verwijderen
3 Selecteer de printer die u wilt verwijderen.
4 Klik op Ja.
U kunt zien dat de verwijderde printer niet meer op het scherm wordt weergegeven.
Afdrukken vanuit Windows 8
In dit gedeelte worden veelvoorkomende afdruktaken vanuit het Startscherm uitgelegd.
Eenvoudige afdruktaken
1 Open het af te drukken document.
2 Ga naar Charms(charms) en selecteer Apparaten.
3 Selecteer uw printer in de lijst
4 Selecteer de printerinstellingen, zoals het aantal exemplaren en de afdrukstand.
Samsung Printer Experience gebruiken
5
Klik op Afdrukken om de afdruktaak te starten.

Een afdruktaak annuleren
U kunt als volgt een afdruktaak annuleren in een afdrukwachtrij of afdrukspooler:
- U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat ( ) in de taakbalk van Windows.
- U kunt de huidige afdruktaak ook annuleren door te drukken op de knop

(Stop/Clear) op het bedieningspaneel.
Meer instellingen openen

Het scherm kan afwijken afhankelijk van het model of de opties.
U kunt meer afdrukparameters instellen.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Ga naar Charms(charms) en selecteer Apparaten.
3 Selecteer uw printer in de lijst
4 Klik op Meer instellingen.
Samsung Printer Experience gebruiken
Het tabblad Basis

Basis
Met deze optie kunt u de basisinstellingen voor afdrukken kiezen, zoals het aantal exemplaren, de afdrukstand en het documenttype.
Eco-instellingen
Met deze optie kunt u meerdere pagina's per kant afdrukken om materiaal te besparen.
Het tabblad Geavanceerd

Papierinstellingen
Met deze optie kunt u de basisspecificaties voor het verwerken van papier instellen.
Lay-outinstellingen
Met deze optie kunt u de verschillende manieren instellen om uw document vorm te geven.
Samsung Printer Experience gebruiken
Het tabblad Beveiliging

Sommige functies zijn niet beschikbaar afhankelijk van het model of de opties. Als dit tabblad onzichtbaar of uitgeschakeld is, betekent dit dat deze functies niet worden ondersteund.

Taakaccountbeheer
Met deze optie kunt u afdrukken met de gegeven machtiging.
Vertrouwelijk afdrukken
Deze optie wordt gebruikt voor het afdrukken van vertrouwelijke documenten. U moet een wachtwoord invoeren om het document te kunnen afdrukken.
De deelfunctie gebruiken
Met Samsung Printer Experience kunt u via de deelfunctie afdrukken vanuit andere toepassingen die op de computer zijn geïnstalleerd.

Deze functie is alleen beschikbaar voor het afdrukken van bestanden met de indelingen jpeg, bmp, tiff, gif en png.
1 Selecteer de inhoud die u wilt afdrukken vanuit een andere toepassing.
2 In Charms(charms) selecteert u Delen > Samsung Printer Experience.
3 Selecteer de printerinstellingen, zoals het aantal exemplaren en de afdrukstand.
4 Klik op Afdrukken om de afdruktaak te starten.
Samsung Printer Experience gebruiken
Scannen vanuit Windows 8

Dit gedeelte is voor gebruikers met multifunctionele printers.
Met de scanfunctie zet u tekst en afbeeldingen om in digitale bestanden die u op de computer kunt opslaan.
Scannen vanuit Samsung Printer Experience
Voor snel scannen worden de meestgebruikte afdrukmenu's weergegeven.
1 Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.
2 Klik op de tegel Samsung Printer Experience op het Startscherm.
3 Klik op Scannen ( )
4 Stel de scanparameters in, zoals het type afbeelding, de documentgrootte en de resolutie.
5 Klik op Voorbeeldscan ( ) om de afbeelding te controleren.
6 Pas de voorgescande afbeelding aan met functies voor scanbewerking, zoals draaien en spiegelen.
7 Klik op Scannen ( ) en sla de afbeelding op.

- Wanneer u de originelen in de ADF plaatst, is (of DADF),
Voorbeeldscan (1) niet beschikbaar.
- Als de optie Voorbeeldscan is geselecteerd, kunt u de vijfde stap overslaan.

In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.
- Problemen met papierinvoer 289
- Problemen met de voeding en het netsnoer 290
• Afdrukproblemen 291 - Problemen met de afdrukkwaliteit 296
- Problemen met kopiëren 304
- Problemen met scannen 306
• Problemen met faxen 308 - Problemen met het besturingssysteem 310

Voor fouten die optreden tijdens het installeren en instellen van de draadloze software, raadpleegt u de sectie met probleemoplossingen in het hoofdstuk over het instellen van het draadloze netwerk (zie "Problemen met draadloze netwerken oplossen" op pagina 182).
Problemen met papierinvoer
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het papier loopt vast tijdens het afdrukken. | Verwijder het vastgelopen papier. |
| Papier kleeft aan elkaar. • Controleer de maximale papiercapaciteit van de lade.Zorg dat u een geschikte papiersoort gebruikt.Haal het papier uit de lade en buig het of waaier het uit.In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan elkaar blijven kleven. | |
| Invoerprobleem met een aantal vellen tegelijk. | Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden geplaatst. Plaats alleen papier van hetzelfde soort en hetzelfde formaat en gewicht. |
| Afdrukpapier wordt niet Ingevoerd. | • Verwijder vastgelopen papier in het apparaat.• Het papier werd niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier en plaats het op de juiste manier in de lade.• Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier.• Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat. |
| Het papier blijft vastlopen. | • Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier. Gebruik de lade voor handmatige invoer als u op speciaal materiaal afdrukt.• U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de specificaties van het apparaat.• Misschien zitten er materiaalresten in het apparaat. Open de voorklep en verwijder de resten. |
Problemen met de voeding en het netsnoer
Start het apparaat opnieuw op. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met een servicecentrum.
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat krijgt geen stroom, of de verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. | 1 Sluit de printer eerst op de netvoeding aan. 2 Controleer de USB-kabel of de netwerkkabel aan de achterkant van het apparaat.![]() 3Verwijder de USB-kabel of de netwerkkabel aan de achterkant van het apparaat en plaats de kabel opnieuw. |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Het apparaat drukt niet af. | Het apparaat krijgt geen stroom. Sluit de printer | eerst op de netvoeding aan. Druk, indien het apparaat hierover beschikt, op de (Power/Wake Up)-knop op het bedieningspaneel. |
| Het apparaat is niet als standaardprinter geselecteerd. | Selecteer uw printer als standaardprinter in Windows. | |
| Controleer het volgende:De klep is niet gesloten. Sluit de klep.Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 100).De papierlade is leeg. Plaats papier (zie "Papier in de lade plaatsen" op pagina 42).Er is geen tonercassette geplaatst. Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85).Zorg dat het beschermingsmateriaal is verwijderd van de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85).Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als er een systeemfout optreedt. | ||
| De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is niet goed aangesloten. | Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan (zie "Achterkant" op pagina 23). | |
| De verbindingskabel tussen de computer en het apparaat is mogelijk defect. | Sluit de kabel indien mogelijk aan op een andere computer die naar behoren werkt en druk een document af. U kunt ook proberen om een andere kabel voor uw apparaat te gebruiken. | |
| De poortinstelling is niet juist. Controleer de printerinstellingen in Windows om vast te stellen of de afdruktaak naar de juiste poort wordt gestuurd. Als uw computer meerdere poorten heeft, controleert u of het apparaat op de juiste poort is aangesloten. | ||
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Het apparaat drukt niet af. | Het apparaat is mogelijk niet goed geconfigureerd. | Controleer de Voorkeursinstellingen voor afdrukken om na te gaan of alle afdrukinstellingen correct zijn. |
| Mogelijk is het printerstuurprogramma niet goed geïnstalleerd. | Deïnstalleer het stuurprogramma van uw printer en installeer het programma opnieuw. | |
| Het apparaat werkt niet goed. Kijk of het display van het bedieningspaneel een systeemfout aangeeft. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. | ||
| Het document is zo groot dat er niet voldoende ruimte op de harde schijf van de computer is om toegang te krijgen tot de afdruktaak. | Maak extra ruimte op de harde schijf vrij en druk het document opnieuw af. | |
| De uitvoerlade is vol. | Wanneer het papier uit de uitvoerlade is verwijderd, gaat het apparaat door met afdrukken. | |
| Het apparaat haalt papier uit de verkeerde invoer. | De papieroptie die in Voorkeursinstellingen voor afdrukken is geselecteerd is mogelijk onjuist. | In veel softwaretoepassingen kunt u de papierbron instellen op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56). Selecteer de juiste papierbron. Raadpleeg Help bij het printerstuurprogramma (zie "Help gebruiken" op pagina 58). |
| Een afdruktaak wordt ulterst langzaam afgedrukt. | Mogelijk is de afdruktaak zeer complex. Maak de pagina minder complex of wijzig de instellingen voor de afdrukkwaliteit. | |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| De helft van de pagina is blanco. | Mogelijk is de afdrukstand verkeerd ingesteld. | Wijzig de afdrukstand in het desbetreffende programma (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56). Raadpleeg Help bij het printerstuurprogramma (zie "Help gebruiken" op pagina 58). |
| Het ingestelde papierformaat stemt niet overeen met het formaat van het papier in de lade. | Controleer of het papierformaat dat is ingesteld in het printerstuurprogramma overeenstemt met het papier in de papierlade. Controleer of het papierformaat dat is ingesteld in het printerstuurprogramma overeenstemt met het papier dat is geselecteerd in het programma dat u gebruikt (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56). | |
| Het apparaat drukt wel af, maar de tekst is niet correct, vervormd of niet volledig. | De kabel van het apparaat zit los of is defect. | Maak de kabel van het apparaat los en sluit hem opnieuw aan. Druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Sluit de kabel en het apparaat indien mogelijk aan op een andere computer en druk een document af dat u eerder wel correct hebt kunnen afdrukken. Als dit alles niet helpt, probeert u een nieuwe printerkabel. |
| Het verkeerde printerstuurprogramma is geselecteerd. | Controleer in het afdrukmenu van de toepassing of u de juiste printer hebt geselecteerd. | |
| De softwaretoepassing werkt niet naar behoren. | Probeer een document af te drukken vanuit een andere toepassing. | |
| Het besturingssysteem werkt niet naar behoren. | Sluit Windows af en start de computer opnieuw op. Schakel het apparaat uit en weer in. | |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | ||
| Er worden blanco pagina's afgedrukt. | De tonercassette is leeg of beschadigd. Herverdeel indien nodig het tonerpoeder. Vervang indien nodig de tonercassette.• zie "Toner herverdelen" op pagina 83.• Zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85. | |
| Mogelijk bevat het bestand blanco pagina's. | Controleer of het bestand blanco pagina's bevat. | |
| Mogelijk is een onderdeel van het apparaat defect (bijvoorbeeld de controller of het moederbord). | Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. | |
| Het apparaat drukt het PDF-bestand niet juist af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. | Incompatibiliteit tussen het PDF-bestand en de Acrobat-producten. | Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Afdrukken als afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat in.[601A] Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. |
| De afdrukkwaliteit van foto's is niet goed. De afbeeldingen zijn niet duldelijk. | De resolutie van de foto is zeer laag. | Verklein de afmetingen van de foto. Als u de afmetingen van de foto in het programma vergroot, wordt de resolutie verlaagd. |
| Er komt voor het afdrukken ter hoogte van de uitvoerlade stoom uit het apparaat. | Het gebruik van geperforeerd papier kan damp veroorzaken tijdens het afdrukken. | Dit is geen probleem. Ga gewoon door met afdrukken. |
| Het apparaat drukt geen speciaal papier zoals rekeningpapier af. | Het papierformaat en de papierformaatinstelling komen niet overeen. | Stel het juiste papierformaat in onder Aangepast in het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56). |
Afdrukproblemen
| Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing | |
| Het afgedrukte papier krult op. | De instelling voor de papiersoort klopt niet. Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel de papiersoort in op Dik papier (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande tabel om het probleem te verhelpen.
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Lichte of vage afdrukkenAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCc | Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is de toner bijna op. Plaats een nieuwe tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85).Als u nog steeds een verticale witte strook of vaag gedeelte op de pagina ziet zelfs als het apparaat nog voldoende toner heeft, opent en sluit u de voorklep 3 tot 4 keer achtereenvolgens (zie "Apparaatoverzicht" op pagina 20).Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of bevindt het apparaat zich in energiebesparende modus. Wijzig de afdrukresolutie en schakel de energiebesparende modus uit. Raadpleeg de Help bij het printerstuurprogramma.Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de tonercassette moet worden gereinigd. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93).Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
| De bovenste helft van het papier is lichter bedrukt dan de rest van het papier.AaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCcAaBbCc | De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
Tonervlekken![]() | Mogelijk voldoet het papier niet aan de specificaties. Het papier kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93).Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93). |
Onregelmatigheden![]() | Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken verschijnen:Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document opnieuw af.Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het papier bevat vochtplekken. Probeer papier van een ander merk.Een hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie kunnen ertoe leiden dat sommige delen toner afstoten. Probeer een ander soort of merk papier.Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar deVoorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabbladPapieren stel de papiersoort in opDik papier(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56).Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Witte vlekken Er verschijnen witte vlekken op de pagina:![]() | Het papier is te ruw en er valt veel papierstof op de interne onderdelen van het apparaat, wat erop wijst dat de rol vuil kan zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93).Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93).Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Verticale strepen Als de pagina | zwarte, verticale strepen vertoont:Er zitten mogelijk krassen op het oppervlak (drumgedeelte) van de beeldeenheid in het apparaat. Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 87).Als de pagina witte verticale strepen vertoont:Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
| Zwarte of gekleurde achtergrond | Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond):Gebruik papier met een lager gewicht.Controler de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge omstandigheden of een hoge luchtvochtigheid (meer dan 80% RV) kunnen aanleiding geven tot een grijzere achtergrond.Verwijder de oude beeldeenheid en plaats een nieuwe (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 87).Herverdeel de toner grondig (zie "Toner herverdelen" op pagina 83). |
| Tonervegen | Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93).Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 87). |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Verticaal terugkerende afwijkingen | Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont:De beeldeenheid is mogelijk beschadigd. Als de problemen zich na het afdrukken blijven voordoen, vervangt u de oude beeldeenheid door een nieuwe (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 87).Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als de afwijkingen zich op de achterkant van de pagina bevinden zal het probleem waarschijnlijk na enkele pagina's vanzelf verdwijnen.De fixeereenheid is mogelijk beschadigd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
![]() | |
| Schaduwvlekken | Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner die willekeurig verspreid op de afdruk voorkomen.Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een andere partij. Maak een pak papier pas open op het moment dat u het gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt.Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina wordt bedekt met schaduwvlekken, kiest u een andere afdrukresolutie in het softwareprogramma of in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56). Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit probleem tot gevolg hebben.Als u een nieuwe tonercassette gebruikt, moet u de toner eerst herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 83). |
![]() | |
| Er blijven tonerdeeltjes hangen rond vetgedrukte tekens of donkere foto's. | De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel het papiertype in op Kringlooppapier (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56).Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Dikker papier wordt geselecteerd, maar als er momenteel Normaal papier gebruikt wordt, kan het papier verzadigen met inkt en dit probleem tot gevolg hebben. |
![]() | |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Misvormde tekst | • Als tekst er vervormd uitziet ("uitgehold" effect) is het papier mogelijk te glad. Probeer een ander soort papier. |
| Papier schuin • Plaats het papier op de juiste manier in de lade. | |
| Gekruld of gegolfd • Plaats het papier op de juiste manier in de lade. | |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
Vouwen of kreuken • Plaats het papier op de juiste manier in de lade.![]() | • Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.• Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade. |
Achterkant van afdrukken is vuil![]() | • Mogelijk lekt een tonercassette. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93). |
Volledig gekleurde of zwarte pagina's![]() | • Mogelijk is de beeldeenheid niet goed geplaatst. Verwijder de beeldeenheid en plaats deze opnieuw.• De beeldeenheid is mogelijk defect. Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 87).• Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Losse toner | Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93).Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85).Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
![]() | |
| Openingen in tekens | Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken verschijnen op plaatsen die zwart zouden moeten zijn:Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder het papier en draai het om.Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. |
![]() | |
| Horizontale strepen Controleer | bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende:Mogelijk is de beeldeenheid niet goed geplaatst. Verwijder de beeldeenheid en plaats deze opnieuw.De beeldeenheid is mogelijk defect. Verwijder de beeldeenheid en plaats een nieuwe (zie "De beeldeenheid vervangen" op pagina 87).Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat waarschijnlijk worden hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice. |
Problemen met de afdrukkwaliteit
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
Krullen![]() | Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt ingevoerd, doet u het volgende:Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180° te draaien in de lade.Wijzig de papierinstelling op de printer en probeer het opnieuw. Ga naar deVoorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabbladPapieren stel de papiersoort in opDun papier(zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 56). |
| • Op enkele vellen verschijnt herhaaldelijk een onbekende afbeelding.• Losse toner• Vage afdruk of vervuiling | Uw apparaat wordt mogelijk gebruikt op een hoogte van 1.000 m of hoger. Een dergelijke hoogte kan de afdrukkwaliteit beïnvloeden (bijv. losse toner of een vage afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte (zie "Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 226). |
Problemen met kopiëren
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Kopieën zijn te licht of te donker. | Pas de tonersterkte in de kopieerfunctie aan om de achtergrond van kopieën lichter of donkerder te maken (zie "De instellingen per kopie wijzigen" op pagina 61). |
| Er verschijnen vegen, strepen, vlekken of stippen op kopieën. | Gebruik Tonersterkte in Kopieerfunctie om de achtergrond van uw kopieën lichter te maken als de onregelmatigheden zich op het origineel bevinden.Met Achtergrond wijzigen in de kopieerinstellingen verwijdert u de achtergrondkleur (zie "Achtergrondkl." op pagina 208).Als het origineel geen onregelmatigheden vertoont, moet u de scannereenheid reinigen (zie "Scannereenheid reinigen" op pagina 96). |
| Kopie staat scheef. | Zorg ervoor dat het origineel is uitgelijnd met de centreergeleider.Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 93). |
| Afgedrukte kopieën zijn blanco. | Controleer of het origineel op de glasplaat ligt met de bedrukte zijde naar onder of in de automatische documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven.Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op met een medewerker van de klantenservice. |
| Afdruk geeft gemakkelijk af. | Vervang het papier in de lade door papier uit een ander pak.In vochtige omstandigheden mag u papier niet te lang ongebruikt in het apparaat laten zitten. |
| Kopieerpapier loopt regelmatig vast. | Waaier de stapel papier uit en leg hem ondersteboven terug in de lade. Vervang het papier in de lade door papier uit een nieuw pak. Controleer de papiergeleiders en stel deze zo nodig beter af.Controleer of het papier het juiste type en het juiste gewicht heeft (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123).Nadat u vastgelopen papier hebt verwijderd, controleert u of er resten van kopieerpapier in het apparaat zijn achtergebleven. |
Problemen met kopiëren
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| De tonercassette gaat minder lang mee dan verwacht. | Uw originelen bevatten mogelijk afbeeldingen, opgevulde vlakken of dikke lijnen. Uw originelen zijn bijvoorbeeld formulieren, nieuwsbrieven, boeken of andere documenten die meer toner verbruiken.Het deksel van de scanner is mogelijk opengelaten tijdens het kopiëren.Schakel het apparaat uit en weer in. |
Problemen met scannen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| De scanner doet het niet. | Zorg ervoor dat u het te scannen origineel op de glasplaat plaatst met de bedrukte zijde naar onder en in de automatische documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven (zie "Originelen plaatsen" op pagina 51).Er is mogelijk niet voldoende geheugen beschikbaar voor het document dat u wilt scannen. Ga na of de prescanfunctie werkt. Probeer een lagere scanresolutie.Controleer of de printerkabel op de juiste wijze werd aangesloten op uw apparaat.Controleer of de printerkabel niet stuk is. Vervang de kabel door een kabel waarvan u zeker weet dat hij werkt. Vervang indien nodig de kabel.Controleer of de scanner op de juiste manier is geconfigureerd. Controleer de scaninstellingen in Easy Document Creator of in de toepassing die u wilt gebruiken om er zeker van te zijn dat de scantaak naar de juiste poort wordt verzonden (bijvoorbeeld USB001). |
| Het apparaat doet erg lang over een scanopdracht. | Controleer of er tegelijkertijd ontvangen gegevens worden afgedrukt op het apparaat. Wacht in dat geval met scannen totdat de afdruktaak is voltooid.Het inscannen van afbeeldingen kost meer tijd dan het inscannen van tekst. |
Problemen met scannen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het volgende bericht verschijnt op het computerscherm:Apparaat kan niet in de gewenste H/W-modus staan.Poort wordt gebruikt door een ander programma.Poort is uitgeschakeld.'Scanner is bezig met ontvangen of afdrukken van data. Probeer het opnieuw zodra de huidige opdracht is afgerond.Ongeldige ingang.Scannen is mislukt. | Er wordt mogelijk een kopieer- of afdruktaak uitgevoerd. Probeer uw taak opnieuw uit te voeren nadat de voorgaande taak is voltooid.De geselecteerde poort is momenteel in gebruik. Start uw computer opnieuw op en probeer het opnieuw.De kabel van uw apparaat is wellicht niet goed aangesloten of het apparaat is niet ingeschakeld.Het scannerstuurprogramma is niet geïnstalleerd of het besturingssysteem is niet correct ingesteld.Controler of het apparaat op de juiste wijze is aangesloten en ingeschakeld is. Start de computer vervolgens opnieuw op.De USB-kabel is mogelijk niet goed aangesloten of het apparaat is niet ingeschakeld. |
Problemen met faxen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat werkt niet, het display blijft leeg of de toetsen reageren niet. | • Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en steek deze er weer in.• Controleer of er stroom staat op het stopcontact.• Controleer of de stroom aan staat. |
| Geen klestoon. | • Controleer of het telefoonsnoer op de juiste wijze is aangesloten (zie "Achterkant" op pagina 23).• Controleer of de wandcontactdoos in orde is door er een ander telefoontoestel op aan te sluiten. |
| De in het geheugen opgeslagen nummers worden verkeerd gekozen. | Controleer of de nummers correct in het geheugen zijn opgeslagen. U kunt dit controleren door een adresboeklijst af te drukken. |
| Het origineel wordt niet in het apparaat ingevoerd. | • Controleer of het papier niet gekreukt is en zorg dat u het op de juiste wijze invoert. Ga na of het origineel het juiste formaat heeft en niet te dik of te dun is.• Controleer of de ADI goed is gesloten.• De rubbermat van de automatische documentinvoer is mogelijk aan vervanging toe. Neem contact op met een medewerkervan de klantenservice (zie "Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud" op pagina 80). |
| Faxberichten worden niet automatisch ontvangen. | • De ontvangstmodus moet ingesteld zijn op fax (zie "De ontvangstmodus wijzigen" op pagina 260).• Controleer of de lade papier bevat (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 123).• Controleer of er een foutmelding wordt weergegeven op het display. Los in dat geval het gemelde probleem op. |
| Het apparaat verzendt geen faxberichten. | • Zorg dat het origineel zich in de ADI of op de glasplaat van de scanner bevindt.• Controleer of het andere faxapparaat uw faxbericht kan ontvangen. |
Problemen met faxen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Een ontvangen faxbericht is gedeeltelijk blanco of is van slechte kwaliteit. | Er is mogelijk een probleem met het faxapparaat van de verzender.Een slechte telefoonlijn kan verbindingsproblemen veroorzaken.Controler het apparaat door een kopie te maken.De tonercassette heeft de geschatte levensduur bijna bereikt. Vervang de tonercassette (zie "De tonercassette vervangen" op pagina 85). |
| Sommige woorden van een ontvangen faxbericht zijn uitgerekt. | Er is een tijdelijke storing opgetreden in het documenttransport vanaf het apparaat waarvan het faxbericht afkomstig is. |
| Er staan strepen op de originelen die u hebt verzonden. | Controleer of de scannereenheid vuil is en reinig deze indien nodig (zie "Scannereenheid reinigen" op pagina 96). |
| Het nummer wordt gekozen maar er kan geen verbinding tot stand worden gebracht met de andere fax. | Misschien is het andere faxapparaat uitgeschakeld, is het papier op of kunnen er geen oproepen worden beantwoord. Vraag de bediener van het andere apparaat om het probleem aan zijn kant op te lossen. |
| Faxen worden niet in het geheugen opgeslagen. | Er is mogelijk niet voldoende geheugen om de fax op te slaan. Als het scherm met de status van het geheugen verschijnt, verwijdert u faxberichten die u niet meer nodig hebt uit het geheugen en probeert u vervolgens de fax opnieuw op te slaan. Neem contact op met de klantenservice. |
| Er verschijnen blanco stukken onder aan de pagina, met een korte strook tekst bovenaan. | U hebt mogelijk de verkeerde papierinstellingen gekozen in de door de gebruiker in te stellen opties. Controleer het papierformaat en -type nogmaals. |
Problemen met het besturingssysteem
Algemene Windows-problemen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Tijdens de installatie verschijnt het bericht "Bestand in gebruik". | Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de opstartgroep en start vervolgens Windows weer op. Installeer het printerstuurprogramma opnieuw. |
| Het bericht "Algemene beschermingsfout", "OE-uitzondering", "Spool 32" of "Ongeldige bewerking" verschijnt. | Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en probeer opnieuw af te drukken. |
| De berichten "Kan niet afdrukken" of "Er is een time-outfout in de printer opgetreden" verschijnen. | Deze meldingen kunnen tijdens het afdrukken verschijnen. Wacht gewoon even tot het apparaat klaar is met afdrukken. Als het bericht verschijnt als de printer klaar staat voor gebruik of nadat de afdruk is voltooid, controleert u de aansluiting en gaat u na of er een fout is opgetreden. |
| Samsung Printer Experience wordt niet weergegeven wanneer u klikt op Meer instellingen. | Samsung-printer Experience is niet geïnstalleerd. Download de app van de Windows Store(Store) en installeer deze. |
| Apparaatgegevens worden niet weergegeven wanneer u op het apparaat in Apparaten en printers klikt. | Selecteer het selectievakje Eigenschappen van printer. Klik op de tab Poorten.(Configuratiescherm > Apparaten en printers > Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw printer en selecteer Eigenschappen van printer)Als de poort is ingesteld op Bestand of LPT, verwijdert u de selectiemarkering en selecteert u TCP/IP, USB of WSD. |
Problemen met het besturingssysteem

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Microsoft Windows die met uw computer is meegeleverd voor meer informatie over foutmeldingen in Windows.
Veelvoorkomende Mac-problemen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Het apparaat drukt het PDF-bestand niet juist af. Sommige delen van afbeeldingen, tekst of illustraties ontbreken. | Het bestand kan worden afgedrukt door het PDF-bestand af te drukken als een afbeelding. Schakel Afdrukken als afbeelding uit de afdrukopties van Acrobat in.Een PDF-bestand als afbeelding afdrukken neemt meer tijd in beslag. |
| Bepaalde letters worden niet normaal weergegeven tijdens het afdrukken van het voorblad. | Mac OS kan bij het afdrukken van het voorblad het gebruikte lettertype niet maken . Normale letters en cijfers worden normaal weergegeven op het voorblad. |
| Als u op een Mac-computer een document afdrukt met Acrobat Reader 6.0 of hoger, worden de kleuren niet op de juiste wijze afgedrukt. | Controleer of de resolutie-instelling in uw printerstuurprogramma overeenkomt met de resolutie-instelling in Acrobat Reader. |

Raadpleeg de Mac-gebruikershandleiding bij uw computer voor meer informatie over Mac-foutmeldingen.
Problemen met het besturingssysteem
Algemene Linux-problemen
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Er is geen xsane of eenvoudige scan-toepassing op mijn Linux-apparaat. | Sommige Linux-versies beschikken niet over een standaard scantoepassing. Als u scanfuncties wilt gebruiken, installeert u een scantoepassing via het downloadcenter van uw besturingssysteem (bijv. Ubuntu Software Center voor Ubuntu, Install/ Remove Software voor openSUSE, Software voor Fedora). |
| Scanner kan niet via het netwerk worden gevonden. | Bij sommige Linux-versies is een krachtige firewall ingeschakeld; deze kan ons installatieprogramma verhinderen om de benodigde poort te openen voor het zoeken naar netwerkapparaten. Open in dat geval handmatig snmp-poort 22161 of schakel de firewall tijdens uit terwijl u het apparaat gebruikt. |
| Als u meer dan één exemplaar afdrukt, wordt het tweede exemplaar niet afgedrukt. | Dit probleem doet zich voor in Ubuntu 12.04 vanwege een probleem in het standaard CUPS-filter 'pdftops'. Werk het pakket 'cups-filters' bij naar versie 1.0.18 om het probleem te verhelpen ('pdftops' is onderdeel van het pakket 'cups-filters'). |
| De sorteroptie kan niet worden uitgeschakeld in het dialoogvenster voor afdrukken. | Voor sommige distributies treedt een probleem op bij de verwerking van de sorteroptie in het dialoogvenster voor afdrukken van GNOME. U kunt dit probleem oplossen door de standaardwaarde voor de sorteroptie in te stellen op False met het systeemhulpprogramma voor afdrukken (voer 'system-config-printer' uit met het terminalprogramma). |
| Er wordt altijd dubbelzijdig afgedrukt. | Dit probleem met dubbelzijdig afdrukken doet zich voor in het in Ubuntu 9.10 CUPS-pakket. Werk de CUPS-versie bij naar 1.4.1-5ubuntu2.2. |
| De printer kan niet worden toegevoegd via het hulpprogramma voor afdrukken van het systeem. | Dit probleem treedt op in Debian 7 vanwege een fout in het pakket 'system-config-printer' van Debian 7 (http://bugs.debian.org/cgi-bin/bugreport.cgi?bug=662813 in het systeem voor het bijhouden van fouten in Debian). Gebruik een andere methode om de printer toe te voegen (bijvoorbeeld via CUPS WebUI) |
Problemen met het besturingssysteem
| Toestand Voorgestelde oplossing | |
| Wanneer u tekstbestanden opent, zijn de instellingen voor papierformaat en afdrukstand uitgeschakeld in het dialoogvenster voor afdrukken. | Dit probleem treedt op in Fedora 19 en heeft betrekking op de teksteditor 'leafpad' in Fedora 19. Gebruik een andere teksteditor, bijvoorbeeld 'gedit'. |
| Afdrukken produceert onderverdeelde afbeeldingen. | Dit probleem treedt op in openSUSE 13.2 vanwege een verkeerd ghostscript van het systeem. Werk het pakket 'cups-filters-ghostscript' bij met het commando "zypper install --force cups-filters-ghostscript" of met het hulpprogramma "Install/Remove Software". |

Raadpleeg de gebruikershandleiding van Linux die bij uw computer werd geleverd voor meer informatie over Linux-foutberichten.
Problemen met het besturingssysteem
Veelvoorkomende PostScript-problemen
De volgende problemen hebben specifiek betrekking op de PS-taal en kunnen optreden als er meerdere printertalen worden gebruikt.
| Probleem Mogelijke | porzaak Oplossing | |
| Het PostScript-bestand kan niet worden afgedrukt | Mogelijk is het PostScript-stuurprogramma niet correct geïnstalleerd. | • Installeer het PostScript-stuurprogramma (zie "Installatie van de software" op pagina 149).• Druk een configuratiepagina af en controleer of u kunt afdrukken in PS.• Neem contact op met de klantenservice als het probleem zich blijft voordoen. |
| Het rapport Fout limietcontrole wordt afgedrukt | De afdruktaak is te complex. Maak de pagina minder complex of breid het geheugen uit. | |
| Er wordt een PostScript-foutenpagina afgedrukt | De afdruktaak is mogelijk geen PostScript-taak. | Controleer of de afdruktaak een PostScript-taak is. Controleer of de softwaretoepassing verwacht dat er een installatiebestand of PostScript-headerbestand naar het apparaat wordt gestuurd. |
| De optionele lade is niet geselecteerd in het stuurprogramma | Het printerstuurprogramma is niet geconfigureerd om de optionele lade te herkennen. | Open de eigenschappen van het stuurprogramma, selecteer het tabblad Apparaatopties en stel de ladeoptie in. |
| Als u op een Mac-computer een document afdrukt met Acrobat Reader 6.0 of hoger, worden de kleuren niet op de juiste wijze afgedrukt. | Mogelijk komt de resolutie-instelling in het printerstuurprogramma niet overeen met de resolutie-instelling in Acrobat Reader. | Controleer of de resolutie-instelling in uw printerstuurprogramma overeenkomt met de resolutie-instelling in Acrobat Reader. |
Verklarende woordenlijst

De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken met het product en de terminologie die in deze gebruikershandleiding wordt gebruikt en verband houdt met afdrukken.
802.11
802.11 bevat een reeks standaarden voor draadloze-netwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE LAN/MAN-Standards Committee (IEEE 802).
802.11b/g/n
802.11b/g/n kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte van 2,4 GHz. 802.11b ondersteunt een bandbreedte tot maximaal 11 Mbps, 802.11n ondersteunt een bandbreedte tot 150 Mbps. 802.11b/g/n-apparaten kunnen interferentie ondervinden van magnetrons, draadloze telefoons en Bluetooth-apparaten.
Toegangspunt
Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is een apparaat dat draadlozecommunicatieapparaten verbindt in een draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale zender en ontvanger van WLAN-radiosignalen.
ADF
De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat automatisch een origineel vel papier invoert zodat het apparaat een gedeelte van het papier in één keer kan scannen.
AppleTalk
AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door Apple Inc ontwikkelde protocollen voor computernetwerken. Het was inbegrepen in de originele Mac (1984) en wordt nu door Apple ontraden ten gunste van TCP/IP netwerken.
Bitdiepte
Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig zijn om de kleur van één pixel in een bitmapafbeelding te vertegenwoordigen. Een hogere kleurdiepte geeft een breder scala van te onderscheiden kleuren. Naarmate het aantal bits toeneemt, wordt het aantal mogelijke kleuren te groot voor een kleurtabel. Een 1-bits kleur wordt doorgaans monochroom of zwart-wit genoemd.
BMP
Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het grafische subsysteem van Microsoft Windows (GDI) en algemeen wordt gebruikt als een eenvoudige grafische bestandsindeling op dat platform.
Verklarende woordenlijst
BOOTP
Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door een netwerkclient om automatisch het IP-adres op te halen. Dit gebeurt doorgaans in het bootstrapproces van computers of de daarop uitgevoerde besturingssystemen. De BOOTP-servers wijzen aan iedere client een IP-adres toe uit een pool van adressen. Met BOOTP kunnen computers met een "schijfloos werkstation" een IP-adres ophalen voordat een geavanceerd besturingssysteem wordt geladen.
CCD
CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak mogelijk maakt. Het CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook gebruikt om de CCD-module te blokkeren en schade te voorkomen wanneer u het apparaat verplaatst.
Sorteren
Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit meerdere exemplaren in sets wordt afgedrukt. Wanneer de optie Sorteren is ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt voordat de overige kopieën worden gemaakt.
Configuratiescherm
Een bedieningspaneel is het platte, doorgaans verticale, gedeelte waarop de bedienings- of controle-instrumenten worden weergegeven. Deze bevinden zich doorgaans aan de voorzijde van het apparaat.
Dekkingsgraad
Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij het afdrukken te meten. Een dekkingsgraad van 5% betekent bijvoorbeeld dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst bevat. Dus als het papier of origineel ingewikkelde afbeeldingen of veel tekst bevat, is de dekkingsgraad en daarmee het tonergebruik hoger.
CSV
Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type bestandsindeling. CSV wordt gebruikt om gegevens uit te wisselen tussen verschillende toepassingen. Deze bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt en is min of meer de norm geworden in de IT-sector, ook op niet-Microsoftplatformen.
DADF
De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een scanmechanisme waarmee een origineel automatisch wordt ingevoerd en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van het papier kan inscannen.
Verklarende woordenlijst
Standaard
De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit de verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt ingesteld of wordt geïntialiseerd.
DHCP
Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt configuratieparameters naar de DHCP-clienthost die deze gegevens opvraagt om deel te kunnen uitmaken van een IP-netwerk. DHCP biedt ook een mechanisme voor de toewijzing van IP-adressen aan clienthosts.
DIMM
De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat met geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het apparaat op, zoals afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens.
DLNA
DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard waarmee apparaten in een thuisnetwerk gegevens met elkaar kunnen uitwisselen via het netwerk.
DNS
DNS (Domain Name Server) is een systeem dat domeinnaaminformatie opslaat in een gedistribueerde database op netwerken, zoals het internet.
Matrixprinter
Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en weer loopt over de pagina en afdrukt door middel van aanslagen, waarbij een van inkt voorzien lint tegen het papier wordt geslagen, zoals bij een typemachine.
DPI
DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt gebruikt voor scannen en afdrukken. Over het algemeen leidt een hogere DPI tot een hogere resolutie, meer zichtbare details in de afbeelding en een groter bestandsformaat.
DRPD
Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee een gebruiker met een enkele telefoonlijn oproepen naar verschillende telefoonnummers kan ontvangen.
Verklarende woordenlijst
Dubbelzijdig
Een mechanisme dat een vel papier automatisch omkeert zodat het apparaat beide zijden van het vel kan bedrukken (of scannen). Een printer met een duplexeenheid kan afdrukken op beide zijden van een vel papier tijdens één printcyclus.
Afdrukvolume
Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte pagina's per maand die de printerprestaties niet beïnvloedt. Doorgaans heeft de printer een beperkte levensduur, zoals een bepaald aantal pagina's per jaar. De levensduur duidt de gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal binnen de garantieperiode. Als het afdrukvolume bijvoorbeeld 48.000 pagina's per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer het aantal pagina's tot 2 400 per dag.
ECM
Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor foutcorrectie die is opgenomen in faxapparaten of faxmodems van Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van faxen, die soms worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn, automatisch opgespoord en gecorrigeerd.
Emulatie
Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde resultaten worden behaald als met een ander.
Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een ander systeem, zodat het tweede systeem zich als het eerste gedraagt. Emulatie is gericht op de exacte reproductie van extern gedrag, in tegenstelling tot simulatie; dit houdt verband met een abstract model van het systeem dat wordt gesimuleerd, vaak met betrekking tot de interne staat.
Ethernet
Ethernet is een op frames gebaseerde computernetwerktechnologie voor LAN's. Hiermee worden de bedrading en de signalen gedefinieerd voor de fysieke laag en frameformaten en protocollen voor de MAC/gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt meestal gestandaardiseerd als IEEE 802.3. Het is sedert de jaren '90 van afgelopen eeuw de meest gebruikte LAN-technologie.
EtherTalk
Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor computernetwerken. Het was inbegrepen in de originele Mac (1984) en wordt nu door Apple ontraden ten gunste van TCP/IP netwerken.
Verklarende woordenlijst
FDI
Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat is geïnstalleerd zodat andere apparaten van derden, bijvoorbeeld een muntautomaat of een kaartlezer, kunnen worden aangesloten. Met deze apparaten kunt u laten betalen voor afdrukservices die worden uitgevoerd met uw apparaat.
FTP
Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen gebruikt protocol voor de uitwisseling van bestanden via een willekeurig netwerk dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals internet of een intranet).
Fixeereenheid
Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het afdrukmateriaal fixeert. De eenheid bestaat uit een rol die het papier verwarmt en een rol die druk uitoefent. Nadat toner op het papier is aangebracht, maakt de fixeereenheid gebruik van hitte en druk om ervoor te zorgen dat de toner aan het papier hecht. Dat verklaart ook waarom het papier warm is als het uit een laserprinter komt.
Gateway
Een verbinding tussen computernetwerken of tussen computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways worden veel gebruikt omdat het computers of netwerken zijn die toegang bieden tot andere computers of netwerken.
Grijswaarden
Een grijstint die de lichte en donkere delen van een afbeelding weergeeft wanneer kleurenafbeeldingen worden omgezet in grijswaarden; kleuren worden door verschillende grijstinten weergegeven.
Halftoon
Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal punten te variëren. Kleurrijke gebieden bestaan uit een groot aantal punten, terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal punten bestaan.
Massaopslagapparaat (HDD)
Een massaopslagapparaat (HDD), doorgaans een harde of vaste schijf genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat dat digitaal gecodeerde gegevens opslaat op snel draaiende platen met een magnetisch oppervlak.
IEEE
Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is een internationale professionele non-profitorganisatie voor de bevordering van elektrische technologie.
Verklarende woordenlijst
IEEE 1284
De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers). De term "1284-B" verwijst naar een bepaald type connector aan het uiteinde van de parallelle kabel die kan worden aangesloten op het randapparaat (bijvoorbeeld een printer).
Intranet
Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen, netwerkconnectiviteit en eventueel het openbaar telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige manier bedrijfsgegevens te laten uitwisselen of verrichtingen te laten uitvoeren. De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar de meest zichtbare dienst, de interne website.
IP-adres
Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat apparaten gebruiken om elkaar te identificeren en informatie uit te wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocol-standaard.
IPM
IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de snelheid van een printer wordt gemeten. Het IPM-cijfer geeft het aantal vellen papier aan dat een printer binnen één minuut eenzijdig kan bedrukken.
IPP
IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor zowel afdrukken als het beheren van afdruktaken, mediaformaat, resolutie, enzovoort. IPP kan lokaal of via het internet voor honderden printers worden gebruikt en ondersteunt tevens toegangsbeheer, verificatie en codering, waardoor het een veel effectievere en veiligere afdrukoplossing is dan eerdere oplossingen.
IPX/SPX
IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced Packet Exchange. Het is een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door de besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX bieden beide verbindingsservices aan die vergelijkbaar zijn met TCP/IP, waarbij het IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX vergelijkbaar is met TCP. IPX/SPX was in eerste instantie bedoeld voor LAN's (lokale netwerken) en is een bijzonder efficiënt protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen de prestaties die van TCP/IP in een LAN).
ISO
De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een internationale organisatie die normen vastlegt en samengesteld is uit vertegenwoordigers van nationale standaardiseringsorganisaties. De ISO produceert wereldwijd industriële en commerciële normen.
Verklarende woordenlijst
ITU-T
De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale organisatie die is opgericht voor de standaardisering en regulering van internationale radio- en telecommunicatie. De belangrijkste taken omvatten standaardisering, de toewijzing van het radiospectrum en de organisatie van onderlinge verbindingen tussen verschillende landen waarmee internationale telefoongesprekken mogelijk worden gemaakt. De -T in ITU-T duidt op telecommunicatie.
ITU-T No. 1 chart
Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T voor het verzenden van faxdocumenten.
JBIG
JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de compressie van afbeeldingen zonder verlies van nauwkeurigheid of kwaliteit, die ontworpen is voor de compressie van binaire afbeeldingen, in het bijzonder voor faxen, maar ook voor andere afbeeldingen.
JPEG
JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte standaardcompressiemethode voor foto's. Deze indeling wordt gebruikt voor het opslaan en verzenden van foto's over het internet.
LDAP
LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een netwerkprotocol voor het zoeken in en aanpassen van directoryservices via TCP/IP.
LED
Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status van een apparaat aangeeft.
MAC-adres
Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat aan een netwerkadapter is gekoppeld. Het MAC-adres is een unieke naam van 48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12 hexadecimale tekens die telkens per twee worden gegroepeerd (bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e). Dit adres wordt doorgaans door de fabrikant in een netwerkinterfacekaart (NIC) geprogrammeerd en gebruikt als een hulpmiddel aan de hand waarvan routers apparaten kunnen vinden in grote netwerken.
MFP
Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat verschillende functies in één fysieke behuizing combineert, bijvoorbeeld een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en scanner.
Verklarende woordenlijst
MH
MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het beperken van de hoeveelheid gegevens die tussen faxapparaten worden verzonden om een afbeelding te versturen. MH wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MH is een op een codeboek gebaseerd lengtecoderingsschema dat geoptimaliseerd werd om op een doeltreffende wijze witruimtes te comprimeren. Aangezien de meeste faxen voornamelijk uit witruimte bestaan, kan hiermee de verzendtijd van de meeste faxen tot een minimum worden teruggebracht.
MMR
MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.6.
Modem
Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale informatie te coderen en een dergelijk signaal demoduleert om de verzonden informatie te decoderen.
MR
MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MR codeert de eerst gescande lijn met behulp van MH. De volgende regel wordt vergeleken met de eerste, het verschil wordt vastgesteld en vervolgens worden de verschillen gecodeerd en verzonden.
NetWare
Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell, Inc. Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik van coöperatieve multi-tasking om verschillende services op een pc te kunnen uitvoeren en waren de netwerkprotocollen gebaseerd op de klassieke Xerox XNS-stack. Tegenwoordig ondersteunt NetWare zowel TCP/IP als IPX/SPX.
OPC
Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een virtuele afbeelding maakt om af te drukken met behulp van een laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en cilindervormig.
Indien een beeldeenheid een drum bevat, wordt het oppervlak van de drum op den duur aangetast door het gebruik in de printer. De drum moet dan ook regelmatig worden vervangen, omdat deze slijt door het contact met de ontwikkelborstel van de cassette, het reinigingsmechanisme en het papier.
Originelen
Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of tekst, dat wordt gekopieerd, gereproduceerd of omgezet om volgende exemplaren te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets anders is gekopieerd of afgeleid.
Verklarende woordenlijst
OSI
OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel dat is ontwikkeld door de ISO (International Organization for Standardization). OSI biedt een standaard modulaire benadering van netwerkontwerp waarmee de vereiste set complexe functies wordt opgesplitst in hanteerbare, op zichzelf staande, functionele lagen. De lagen zijn van boven naar onder: applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk, gegevenskoppeling en fysiek.
PABX
PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch telefoonschakelsysteem in een besloten onderneming.
PCL
Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL) die ontwikkeld is door HP als printerprotocol en inmiddels is uitgegroeid tot een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk ontwikkeld voor de eerste inkjetprinters en is in verschillende versies verschenen voor thermische printers, matrix- en laserprinters.
PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems ontwikkelde bestandsindeling voor het weergeven van tweedimensionale documenten in een apparaat- en resolutieonafhankelijke indeling.
PostScript
PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal die voornamelijk gebruikt wordt voor e-publishing en desktop publishing. - die in een interpreter wordt uitgevoerd om een afbeelding te produceren.
Printerstuurprogramma
Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden en gegevens over te brengen van de computer naar de printer.
Afdrukmedia
Het materiaal, zoals papier, etiketten en transparanten, dat in een printer, scanner, fax of kopieerapparaat kan worden gebruikt.
PPM
Pagina's per minuut (PPM) is een methode voor het meten van de snelheid van een printer en verwijst naar het aantal pagina's dat een printer in één minuut kan afdrukken.
PRN-bestand
Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs software kan communiceren met het apparaatstuurprogramma via standaard invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken worden vereenvoudigd.
Verklarende woordenlijst
Protocol
Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en het gegevensverkeer tussen twee computers inschakelt of controleert.
PS
Zie PostScript.
PSTN
Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd dat in een bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt gerouteerd.
RADIUS
RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een protocol voor gebruikersidentificatie en accounting op afstand. RADIUS laat toe om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen en wachtwoorden met behulp van een AAA-concept (authentication, authorization en accounting) voor het beheer van de netwerktoegang.
Resolutie
De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per inch). Hoe hoger de dpi, hoe hoger de resolutie.
SMB
SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat hoofdzakelijk wordt toegepast op gedeelde bestanden, printers, seriële poorten en diverse verbindingen tussen de knooppunten in een netwerk. Het biedt tevens een geverifieerd communicatiemechanisme voor processen onderling.
SMTP
SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor e-mailverkeer over het internet. SMTP is een relatief eenvoudig op tekst gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van een bericht worden aangegeven, waarna de berichttekst wordt verzonden. Het is een client-serverprotocol, waarbij de client een e-mailbericht verzendt naar de server.
SSID
SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in een draadloos netwerk gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te communiceren. De SSID's zijn hoofdlettergevoelig en kunnen tot 32 tekens lang zijn.
Subnetmasker
Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het netwerkadres om te bepalen welk deel van het adres het netwerkadres is en welk deel het hostadres.
Verklarende woordenlijst
TCP/IP
TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol): de set communicatieprotocollen die de protocolstack implementeren waarop het internet en de meeste commerciële netwerken draaien.
TCR
Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending weer, zoals de taakstatus, het verzendresultaat en het aantal verzonden pagina's. Er kan worden ingesteld dat dit rapport na elke taak of alleen na een mislukte verzending wordt afgedrukt.
TIFF
TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie. TIFF beschrijft de afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de scanner. TIFF-afbeeldingen maken gebruik van tags: trefwoorden die de kenmerken definiëren van de in het bestand opgenomen afbeelding. Deze flexibele en platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt voor illustraties die met diverse beeldverwerkingstoepassingen zijn gemaakt.
Tonercassette
Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt gebruikt en die toner bevat. Toner is een poeder dat in laserprinters en kopieerapparaten wordt gebruikt voor het vormen van tekst en afbeeldingen op afdrukpapier. Toner wordt gefixeerd door een combinatie van hitte en druk vanuit de fixeereenheid, waardoor het zich aan de vezels in het papier gaat hechten.
TWAIN
Een standaard voor scanners en software. Als een TWAIN-compatibele scanner wordt gebruikt met een TWAIN-compatibel programma, kan een scan worden gestart vanuit het programma; Het is een API-beeldopname voor Microsoft en Apple Mac besturingssystemen.
UNC-pad
UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om gedeelde netwerkbronnen te benaderen in Windows NT en andere Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is:
(
Verklarende woordenlijst
URL
URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van documenten en informatiebronnen op internet. Het eerste deel van het adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en het tweede deel geeft het IP-adres of de domeinnaam aan waar de informatiebron zich bevindt.
USB
USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers Forum, Inc. ontwikkelde standaard om computers en randapparatuur met elkaar te verbinden. In tegenstelling tot de parallelle poort is USB ontworpen om een enkele computer-USB-poort tegelijkertijd met meerdere randapparaten te verbinden.
Watermerk
Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat helderder oplicht wanneer het voor een lichtbron wordt gehouden. Watermerken werden voor het eerst in 1282 in het Italiaanse Bologna gebruikt door papiermakers om hun product te merken. Ze werden ook toegepast in postzegels, papiergeld en andere officiële documenten om fraude te voorkomen.
WEP
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om eenzelfde beveiligingsniveau als een bedraad LAN te garanderen. WEP beveiligt gegevens door deze via radiogolven te coderen, zodat ze veilig van het ene punt naar het andere kunnen worden verzonden.
WIA
Windows Imaging Architecture (WIA) is een beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in Windows Me en in Windows XP Service Pack 3. Een scan kan vanuit deze besturingssystemen worden gestart door middel van een WIA-compatibele scanner.
WPA
WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor de beveiliging van draadloze (Wi-Fi) computernetwerken die ontwikkeld werd voor een betere beveiliging van WEP.
Verklarende woordenlijst
WPA-PSK
WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPA-modus voor kleine ondernemingen en thuisgebruikers. Een gedeelde sleutel of een gedeeld wachtwoord wordt geconfigureerd in het draadloze toegangspunt (WAP) en draadloze laptop- of desktopapparaten. WPA-PSK genereert een unieke sleutel voor elke sessie tussen een draadloze client en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere veiligheid.
WPS
WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als uw draadloze toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk configureren zonder computer.
XPS
XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw uitwisselbaar documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit vectorgebaseerd apparaatonafhankelijk documentformaat is gebaseerd op XML en op een nieuw afdrukpad.
Contact SAMSUNG worldwide
groep vastleggen 230
registreren 229
werken met 229
adresboekinstellingen 229
afdrukfunctie 232
afdrukken
afdrukken naar een bestand 233
algemene instellingen 206
de standaardafdrukinstellingen
wijzigen 232
dubbelzijdig afdrukken Mac 243
een document afdrukken Windows 54
instellen als standaardapparaat 233
Linux 244
Mac 241
meerdere paginas afdrukken
op één vel papier
Mac 242
mobiel afdrukken 186
mobiel besturingssysteem 186
speciale afdrukfuncties 235
USBgeheugen 72
afdrukken via google cloud 201
afdrukken via samsung cloud print 198
afdrukmateriaal
het papierformaat instellen 49
het papiertype instellen 49
kartonpapier 48
richtlijnen 40
voorbedrukt papier 48
afdrukmedia
etiketten 47
speciale media 46
uitvoersteun gebruiken 123
AirPrint 196
algemene instellingen 217
algemene pictogrammen 13
apparaat instellingen
apparaatstatus 207, 209, 211, 216, 221
apparaatgegevens 207, 209, 211, 216, 221
B
bedieningspaneel 24
C
conventie 13
D
draadloos
USBkabel 174
WPS
converteren naar ebook 277
ecoafdruk 58
een document afdrukken
Linux 244
Mac 241
F
fax verzenden
Index
groepsverzending 68
faxen
algemene instellingen 211
automatisch opnieuw kiezen 255
de ontvangstmodus wijzigen 260
Een fax in de computer verzenden 256
een fax met uw computer ontvangen 259
Een gereserveerde faxtaak
annuleren 258
een ontvangen fax doorsturen
naar een andere bestemming 258
een verzonden fax doorsturen
naar een andere bestemming 258
faxen ontvangen in het geheugen 263
helderheid aanpassen 70
het laatste nummer opnieuw kiezen 255
ontvangen in de DRPDmodus 262
ontvangen in faxmodus 69, 261
ontvangen in telefoonmodus 261
ontvangen in veilige modus 263
ontvangen met een intern
telefoontoestel 261
resolutie aanpassen 70
uitgestelde faxverzending 257
voorbereiden om te faxen 67
faxfunctie 255
foutmelding 112
functies 5
eigenschappen van afdrukmateriaal 123
functies van het apparaat 204
H
help gebruiken 58,244
het programma SetIP 156, 179
|
id kopieren 64
informatie over de statusLED 109
informatie over wettelijke
voorschriften 130
instellingen voor favorieten voor
afdrukken 57
K
kopiëren
algemene instellingen 207
kopieën vergroten of verkleinen 62
normaal kopieren 61
L
lade
breedte en lengte instellen 41
de grootte van de lade aanpassen 41
papierformaat en type instellen 49
LCDdisplay
de status van het
apparaat
controleren 207, 209, 211, 216, 221
Linux
afdrukken 244
algemene Linuxproblemen 312
besturingsbestand opnieuw
installeren voor een via een
USBkabel verbonden apparaat 153
installatie van het stuurprogramma
voor het verbonden netwerk 163
printereigenschappen 246
scannen 254
SetIP gebruiken 158
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden apparaat
installeren 152
Index
M
Mac
afdrukken 241
besturingsbestand opnieuw
installeren voor een via een
USBkabel verbonden apparaat 151
installatie van het stuurprogramma
voor het verbonden netwerk 163
SetIP gebruiken 157
stuurprogramma van een met een
USBkabel verbonden
apparaat installeren 150
veelvoorkomende Macproblemen 311
Macintosh
scannen 254
meerdere pagina's op één vel
afdrukken nup
Mac 242
menu Afdrukken 206
menuoverzicht 34
Mopria 194
Multifunctionele lade
speciale afdrukmedia gebruiken 46
N
netwerk
algemene instellingen 223
het programma SetIP 156, 157, 158, 179
installatie van draadloos netwerk 168
installatieomgeving 129
instelling bekabeld netwerk 156
introductie van netwerkprogrammas 155
IPv6configuratie 165
stuurprogrammainstallatie
Linux 163
Mac 163
Windows 159
0
onderdelen voor onderhoud 80
originelen plaatsen 51
originelen voorbereiden 50
overlay afdrukken
afdrukken 240
maken 240
verwijderen 241
P
papierstoring
origineel document verwijderen 100
tips om papierstoringen te voorkomen 99
plaatsen
plaatsen in lade 1 42
speciale media 46
plaatsing van het apparaat
aanpassing aan de hoogte 226
PostScriptstuurprogramma
problemen oplossen 314
Printerstatus
algemene informatie 278
printervoorkeursinstellingen
Linux 246
probleem
problemen met het besturingssysteem 310
problemen
afdrukproblemen 291
problemen met betrekking
tot netvoeding 290
problemen met de afdrukkwaliteit 296
problemen met faxen 308
Index
problemen met kopiëren 304
problemen met papierinvoer 289
problemen met scannen 306
R
rapporten
apparaatgegevens 207, 211, 212, 213, 217,
218, 221, 222
reinigen
binnenkant 94
buitenkant 93
scannereenheid 96
resolutie
faxen 70
S
samsung printer experience 281
Samsungprinterstatus 278
scanfunctie 247
Scannen
Scannen
met Samsungscanassistent 252
scannen
algemene instellingen 215
basisinformatie 247
Macintosh 254
Scannen in Linux 254
Scannen met het
WIAstuurprogramma 253
Scannen naar email 249
Scannen vanaf een apparaat
dat is aangesloten
op een netwerk 248, 250
Scannen vanuit een programma
voor het bewerken van afbeeldingen 252
USBflashgeheugen 73
Speciale functies 225
specificaties 121
afdrukmedia 123
standaardinstellingen
instellingen voor lade 49
status 25, 27
SyncThru Web Service 272
algemene informatie 272
T
tekens invoeren 227
toetsen
eco 25,28
id kopiiären 26
numeriek toetsenblok 27
scannen naar 24
WPS 24, 26
tonercassette
behandelingsinstructies 81
bewaren 81
de cassette vervangen 85
geschatte levensduur 82
nietoriginele Samsung en bijgevulde
cassettes 81
toner herverdelen 83
U
uitvoersteun gebruiken 50
Unix
besturingsbestand opnieuw
installeren 151, 153
stuurprogrammainstallatie 30, 32, 150, 152
uw apparaat reinigen 93
v
veiligheid
info 14
symbolen 14
verbruiksartikelen
beschikbare verbruiksartikelen 78
bestellen 78
de gebruiksduur van de
verbruiksartikelen controleren 91
geschatte levensduur van
tonercassette 82
tonercassette vervangen 85
verklarende woordenlijst 315
voorkant 21
W
watermerk
bewerken 238
maken 238
verwijderen 239
Windows
installatie van het stuurprogramma
voor het verbonden netwerk 159
SetIP gebruiken 156, 179
stuurprogramma van een met
een USBkabel verbonden
apparaat installeren 30, 32
systeemvereisten 126
veelvoorkomende problemen
onder Windows 310


















































Deze kopieerfunctie is alleen beschikbaar als u originelen in de ADI plaatst.
Uit: hiermee drukt u af en sorteert u het resultaat in stapels van afzonderlijke pagina's.




Deze optie is alleen beschikbaar bij gebruik van het PCL/SPL-stuurprogramma. Deze optie is alleen beschikbaar als u het XPS-stuurprogramma gebruikt.Als uw printer geen duplexeenheid heeft, moet u de afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer drukt eerst elke andere pagina van het document af. Hierna verschijnt er een bericht op uw computer.De functie Blanco pagina's overslaan werkt niet als u de dubbelzijdige optie heeft ingeschakeld.
Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor kalenders wordt gebruikt.



Als u op het apparaat verbinding maakt met een netwerk, wordt het venster SyncThruTMWeb Service weergegeven.
Deze knop verandert inProbleemoplossingsgids als er een fout optreedt. U kunt direct naar het deel met de probleemoplossing gaan in de gebruikershandleiding.
2 Controleer de USB-kabel of de netwerkkabel aan de achterkant van het apparaat.
3Verwijder de USB-kabel of de netwerkkabel aan de achterkant van het apparaat en plaats de kabel opnieuw.










