C67P70NO - Magnetron NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C67P70NO NEFF in PDF-formaat.
| Type product | Inbouw magnetron |
| Merk | Neff |
| Model | C67P70NO |
| Afmetingen (B x H x D) | 59.5 x 45.5 x 35.0 cm |
| Inbouwafmetingen (B x H x D) | 56.0 x 45.0 x 35.0 cm |
| Gewicht | Ca. 30 kg |
| Vermogen magnetron | 900 Watt |
| Vermogen grill | 1200 Watt |
| Vermogen combi | 900 W (magnetron + grill) |
| Capaciteit | 34 liter |
| Materiaal binnenruimte | Roestvrijstaal met easy-clean coating |
| Deur | Zwart glas, scharnier links |
| Bediening | Touch display met draaiknop |
| Functies | Magnetron, grill, combi, ontdooien, automatische programma's |
| Programma's | 10 automatische recepten |
| Ontdooien | Op gewicht of tijd |
| Kinderslot | Ja, vergrendelbaar display |
| Timer | Ja, tot 90 minuten |
| Verlichting | LED, aan/uit schakelbaar |
| Stroomvoorziening | 230 V / 16 A / 50 Hz |
| Energieverbruik | 0.9 kWh (magnetron), 1.2 kWh (grill) |
| Inclusief | Draaiplateau, rooster, gebruiksaanwijzing |
| Reparatie/info | Reserveonderdelen via Neff-service |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - C67P70NO NEFF
Gebruikersvragen over C67P70NO NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Magnetron in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C67P70NO - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C67P70NO van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING C67P70NO NEFF
Gebruiksaanwijzing ....2
Magnetron-compactoven C67P70N0

nl Inhoudsopgave
Veiligheidsvoorschriften.... 3
Voor het inbouwen....3
Instructies voor uw veiligheid ....3
Instructies voor de magnetron 4
Oorzaken van schade....4
Energie- en milieutips....5
Energie besparen 5
Milieuvriendelijk afvoeren 5
Uw nieuwe apparaat.... 6
Bedieningspaneel 6
Functies 6
Inschuifhoogtes 7
Toebehoren....7
Binnenruimte....7
Het apparaat in- en uitschakelen 8
Inschakelen 8
Uitschakelen 8
Voor het eerste gebruik ....8
Tijd instellen 8
Binnenruimte opwarmen 8
Toebehoren reinigen 8
Apparaat bedienen 8
Functie en temperatuur instellen. 9
CombiSpeed normaal CombiSpeed intensief....9
Verwarmingscontrole 9
Snelvoorverwarming instellen.... 10
De magnetron ....10
Aanwijzingen voor de vormen 10
Combinatie instellen.... 11
Serie instelling....12
Vormen 12
Serie-instelling instellen 12
Memory.... 12
Instellingen in Memory opslaan 12
Memory starten 12
Voorkeuze-functie 14
Tijd instellen 14
Kinderslot....14
Blokkering 14
Permanente blokkering.... 14
Automatische veiligheidsuitschakeling 15
Autostart 15
Basisinstellingen....15
Basisinstellingen wijzigen.... 16
Ovenreiniging 16
Voorbereiding 16
Ovenreiniging instellen 16
Na afloop van de reiniging 16
Onderhoud en reiniging 16
Schoonmaakmiddelen.... 17
Reiniging van de ovenruiten.... 17
Storingen en reparaties 18
Storingstabel.... 18
Ovenlamp vervangen 19
Deurdichting vervangen 20
Servicedienst.... 20
E-nummer en FD-nummer 20
Individueel aanpassen 21
Ontdooien en garen met de automatische programma's..... 21
Voor u in onze kookstudio getest. 26
Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron 26
Tips voor de magnetron 29
Taart, cake en gebak.... 29
Tips voor het bakken 31
Braden en grillen 31
Tips voor het braden en grillen.... 35
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast.... 35
Kant-en-klaar producten 35
Langzaam garen.... 36
Langzaam garen toepassen 36
Langzaam garen 37
Tips voor het langzaam garen 37
Testgerechten.... 37
Bakken.... 38
Grillen.... 38
Acrylamide in levensmiddelen.... 39
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.neff-international.com en in de online-shop: www.neff-eshop.com
Veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u uw apparaat goed en veilig bedienen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift goed. Geeft u het apparaat door aan anderen, doe de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift er dan bij.
Voor het inbouwen
Transportschade
Controleer het apparaat na het uitpakken. Bij transportschade mag u het apparaat niet aansluiten.
Elektrische aansluiting
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Opstellen en aansluiten
Neem het speciale installatievoorschrift in acht.
Instructies voor uw veiligheid
Dit apparaat is alleen voor huishoudelijk gebruik bestemd. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten.
Volwassenen en kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht gebruiken wanneer
■ ze hiertoe lichamelijk of geestelijk niet in staat zijn, ■ of niet over de nodige kennis en ervaring beschikken.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Hete binnenruimte
Risico van verbranding!
- Nooit de hete oppervlakken van verwarmings- en kooktoestellen aanraken. Nooit de hete binnenkant van de binnenruimte en de verwarmingselementen aanraken. De deur van de binnenruimte voorzichtig openen. Er kan hete damp vrijkomen. Houd kleine kinderen uit de buurt.
- Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Gebruik alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage en open de deur van de binnenruimte voorzichtig.
Risico van brand!
- Geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte bewaren. Nooit de deur openen wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Zet het apparaat uit. Haal de netstekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Bij het voorverwarmen het bakpapier nooit onbevestigd op de toebehoren leggen. Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een tochtstroom. Het bakpapier kan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bekleed alleen het benodigde oppervlak met bakpapier. Het bakpapier mag niet over de toebehoren uitsteken.
Risico van kortsluiting!
Nooit aansluitkabels van elektrische apparaten tussen de hete apparaatdeur beklemd laten raken. De kabelisolatie kan smelten.
Kans op verbrandingen!!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan hete waterdamp.
Hete toebehoren en vormen
Risico van verbranding!
Nooit hete toebehoren of vormen zonder pannenlappen uit de binnenruimte nemen.
Beschadigde deur van de binnenruimte of deurdichting
Ernstig gezondheidsrisico!
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Dan kan er energie van de magnetron vrijkomen. Gebruik het apparaat pas weer als het gerepareerd is.
Doorgeroeste oppervlakken
Ernstig gezondheidsrisico!
Bij een gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat in de loop van de tijd doorroesten. Dan kan er energie van de magnetron vrijkomen. Maak het apparaat regelmatig schoon.
Open behuizing
Kans op een elektrische schok!
Nooit de behuizing verwijderen. Het apparaat werkt met hoogspanning.
Ernstig gezondheidsrisico!
Nooit de behuizing verwijderen. Deze biedt bescherming tegen het vrijkomen van energie van de magnetron.
Hete of vochtige omgeving
Risico van kortsluiting!
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Ondeskundige reparaties
Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, schakel dan de zekering in de meterkast uit of haal de netstekker uit het stopcontact. Neem contact op met de servicedienst.
Dragers van elektronische implantaten
Ernstig gezondheidsrisico!
Voor dragers van elektronische implantaten, bijv. pacemakers en insulinepompen:
Kom nooit direct aan het apparaat wanneer u instelt of reinigt. In de schakelaars zitten sterke magneten. Deze zorgen ervoor dat de schakelaars kunnen worden ingedrukt. Het kan zijn dat implantaten door magneetvelden beïnvloed worden.
Ovenreiniging
Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en braadsap kunnen tijdens de ovenreiniging vlam vatten. Verwijder voor het schoonmaken altijd de grove verontreiniging uit de oven. - Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen. Het apparaat wordt tijdens het
schoonmaken aan de buitenkant zeer heet. Houd kinderen uit de buurt.
Ernstig gezondheidsrisico!
Nooit platen en vormen met een anti-aanbaklaag meereinigen bij de ovenreiniging. Door de grote hitte wordt de anti-aanbaklaag aangetast en ontstaan er giftige gassen.
Instructies voor de magnetron
Bereiding van levensmiddelen
Risico van brand!
Gebruik de magnetron uitsluitend voor de bereiding van levensmiddelen die geschikt zijn voor consumptie. Andere toepassingen kunnen gevaarlijk zijn en schade veroorzaken. Verwarmde granen of zaadjes kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
Vormen
Risico van letsel!
■ Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een lege ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen. - Gebruik nooit vormen die niet geschikt zijn voor de magnetron.
Risico van verbranding!
Door hete gerechten kunnen de vormen worden verhit. Neem servies en toebehoren altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Magnetronvermogen en -tijd
Risico van brand!
Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. De levensmiddelen kunnen vlam vatten en het apparaat beschadigen. Houd u aan de informatie in deze gebruiksaanwijzing.
Verpakkingen
Risico van brand!
- Nooit gerechten opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden. ■ Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal.
Risico van verbranding!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan barsten. Houd u aan de informatie op de verpakking. Gebruik altijd pannenlappen wanneer u de gerechten uit het apparaat neemt.
Dranken
Kans op verbrandingen!!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat er bellen ontstaan. Al bij een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof plotseling hevig overkoken en opspatten. Wanneer u vloeistof verhit, zet dan altijd een lepel in het voorwerp waarin de vloeistof zich bevindt. Zo voorkomt u kookvertraging.

■ Nooit dranken verwarmen in dicht afgesloten voorwerpen. ■ Alcoholische dranken nooit te veel verwarmen.
Babyvoeding
Risico van verbranding!
Nooit babyvoeding in gesloten vormen opwarmen. Verwijder altijd het deksel of de speen. Na het verwarmen goed roeren of schudden. Op deze manier wordt de warmte gelijkmatig verdeeld. Controleer de temperatuur voordat u uw kind de voeding geeft.
Levensmiddelen met vel of schil
Risico van verbranding!
- Nooit eieren koken in de schil. Nooit hardgekookte eieren opwarmen. Deze kunnen exploderen. Dit geldt ook voor schaal- en schelpdieren. Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik hier voor het verwarmen gaatjes in.
Levensmiddelen drogen
Risico van brand!
Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron.
Levensmiddelen met een laag watergehalte
Risico van brand!
Nooit levensmiddelen met weinig water, zoals bijv. brood, met een te hoog vermogen of gedurende lange tijd ontdooien of verwarmen.
Spijsolie
Risico van brand!
Warm nooit uitsluitend spijsolie op met de magnetron.
Oorzaken van schade
Attentie!
■ Het ontstaan van vonken: Metaal - bijv. de lepel in het glas - moet minstens 2 cm van de ovenwanden en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Door vonken kan het glas aan de binnenkant van de deur worden vernietigd. Bakplaat, bakpapier, aluminiumfolie of vormen op de bodem van de binnenruimte: Plaats geen bakplaat of vormen op de bodem van de binnenruimte. Geen aluminiumfolie op de bodem van de binnenruimte leggen. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd. Aluminiumschalen: Geen aluminiumschalen in het apparaat gebruiken. Het apparaat wordt door het ontstaan van vonken beschadigd. ■ Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de
verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
■ Vochtige levensmiddelen: Geen vochtige levensmiddelen langere tijd in de afgesloten binnenruimte bewaren. Het email raakt dan beschadigd. Sla geen gerechten op in het apparaat. Dit kan tot leiden tot corrosie. ■ Vruchtensap: De braadslede bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de braadslede druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. ■ Afkoelen met de deur open: De binnenruimte alleen laten afkoelen wanneer deze afgesloten is. Zorg ervoor dat er niets tussen de deur klemt. Ook wanneer de deur slechts op een kier openstaat, kunnen aangrenzende voorzijden van meubels op den duur worden beschadigd. ■ Sterk vervuilde dichting: Als de dichting sterk vervuild is, sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De
aangrenzende voorzijden van meubels kunnen worden beschadigd. De dichting altijd schoon houden.
- De deur van het apparaat als vlak om op te zitten of iets op te plaatsen: Niet op de open deur zitten of staan. Geen vormen of toebehoren op de deur plaatsen. ■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
- Gebruik van de magnetron zonder levensmiddelen: Schakel de magnetron alleen in als zich levensmiddelen in de binnenruimte bevinden. Zonder levensmiddelen kan het apparaat overbelast raken. Een uitzondering hierop is de korte serviestest (zie "Aanwijzingen over serviesgoed"). ■ Magnetron-popcorn: Nooit een te hoog magnetronvermogen instellen. Maximaal 600 watt gebruiken. De popcornzak altijd op een glazen bord leggen. Door overbelasting kan de ruit springen.
Energie- en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen
De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Hierdoor kan de baktijd voor de tweede taart of cake korter zijn.
Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro- en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.
Uw nieuwe apparaat
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
■ het bedieningspaneel ■ de functies
■ de inschuifhoogtes ■ de toebehoren
Bedieningspaneel
| Bedieningseleme Gebruiknten | |
| 90 Magnetronvermogen 90 watt kiezen | |
| 180 Magnetronvermogen 180 watt kiezen | |
| 360 Magnetronvermogen 360 watt kiezen | |
| 600 Magnetronvermogen 600 watt kiezen | |
| 1000 Magnetronvermogen 1000 watt kiezen | |
| Serie-instelling kiezen | |
| KlokfunctietoetsDe gewenste klokfunctie of de functie Snel voorverwarmen kiezen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok) | |
| DraaiknopInstellingen binnen een klokfunctie uitvoeren of de functie Snel voorverwarmen inschakelen (zie het hoofdstuk: Elektronische klok | |
| FunctiekeuzeknopGewenste functie kiezen (zie het hoofdstuk: Apparaat inschakelen) | |
| i | Info-toetsActuele temperatuur tijdens het opwarmen weergeven (zie het hoofdstuk: Apparaat inschakelen)Menu Basisinstellingen opvragen (zie het hoofdstuk: Basisinstellingen wijzigen) |
| TemperatuurkeuzeknopTemperatuur instellen (zie het hoofdstuk: Apparaat inschakelen)Instellingen in het menu Basisinstellingen wijzigen (zie het hoofdstuk: Basisinstellingen wijzigen | |
| NavigatietoetsNaar een andere regel van het tekstdisplay gaan. | |
| Automatische programma's kiezen | |
| Bedieningselementen | Gebruik |
| M | Memory kiezen |
| Start | Hiermee start u de ovenfunctie. |
| Stop | Hiermee onderbreekt u de ovenfunctie resp. wist u de instelling |
Magnetronvermogen en bedieningselementen
Wanneer u op een toets drukt, is de betreffende indicatie verlicht.
De draai-, temperatuur- en functiekeuzeknop zijn indrukbaar. Om in en uit te schakelen op de daarvoor bestemde keuzeknop drukken.
Functies
Hier krijgt u een overzicht van de functies van uw apparaat.
| Functies en temperatuurbereik | Toepassing | |
| Hete lucht30-250 °C | Voor het bakken en braden op één niveau. | |
| Hete lucht plus30-250 °C | Voor het bakken van gebak en klein gebak op twee niveaus. | |
| Boven- en onderwarmte30-300 °C | Voor het bakken en braden op één niveau. Bijzonder geschikt voor taarten met een vochtige bedekking (bijv. kwarktaarten). | |
| Onderwarmte30-200 °C | Voor gerechten en bakwaren die aan de onderkant sterker gebruind of krokant moeten worden.Schakel de onderwarmte aan het einde van de baktijd slechts kort in. | |
| Thermogrillen100-250 °C | Voor gevogelte en grotere stukken vlees. | |
| Grill, groot zwak (1) gemiddeld (2) sterk (3) | Voor grote hoeveelheden platte, kleine gerechten van de grill (bijv. steaks, worstjes) | |
| Grill, klein zwak (1) gemiddeld (2) sterk (3) | Voor kleine hoeveelheden platte, kleine gerechten van de grill (bijv. steaks, toast) | |
| Langzaam garen 70-100 °C | Voor malse stukken vlees die medium/rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. | |
| CombiSpeed normaal 30-250 °C | Voor roerdeeg in vormen, sappig gevuld zandtaartdeeg en gebak van bakmengsels. Bij de ovenfunctie wordt automatisch een lager magnetronvermogen ingeschakeld. | |
| CombiSpeed intensief 30-250 °C | Voor gevogete, vis en ovenschotelsBij de ovenfunctie wordt automatisch een gemiddeld magnetronvermogen ingeschakeld. | |
| Warmhouden 60-100 °C | Voor het warmhouden van gerechten.Attentie!Warme gerechten bederven sneller. Houd de gerechten niet langer dan twee uur warm. | |
| Ovenreiniging Automatische reiniging van de binnenruimte. De oven warmt op tot het vuil verdwenen is. | ||
Inschuifhoogtes
De toebehoren kunnen op 3 verschillende hoogtes in de binnenruimte geschoven worden.

Aanwijzing: Wanneer de toebehoren heet worden, kunnen ze vervormen. Zodra ze weer afgekoeld zijn, verdwijnt de vervorming en de werking wordt hierdoor niet beïnvloed.
Toebehoren
Bij de levering van uw apparaat zijn de volgende toebehoren inbegrepen:

Braadslede
voor grote braadstukken en vochtig gebak, ovenschotels en gegratineerde gerechten.
Hij dient ook als bescherming tegen spetters, wanneer u vlees direct op het rooster grilt. Schuif de braadslede hiervoor met de schuine kant naar de ovendeur in de oven.

Rooster
voor servies, taartvormen, braad- en grillstukken.

Glazen schaal
voor grote braadstukken, vochtig gebak, ovenschotels en gegratineerde gerechten. Plaats de glazen vorm op het rooster.
Meer toebehoren kunt u kopen in speciaalzaken:
| Toebehoren Bestelnummer | ||
| Bakplaat geëmailleerd Z6360X0 | ||
| Glazen schaal Z6360X0 | ||
| Klantenservice-artikelenVoor uw huishoudelijke apparaten kunt u bij de klantenservice, in de vakhandel of via het Internet voor afzonderlijke landen in de e-shop de juiste onderhouds- en reinigingsmiddelen of andere toebehoren kopen. Geef hiervoor het betreffende artikelnummer op. | ||
| Schoonmaakdoekjes voor roestvrijstalen oppervlakken | Artikel-nr. 311134 | Het afzetten van vuil wordt tegengegaan. Door de impregnatie met een speciale olie worden de oppervlakken van roestvrijstalen apparaten optimaal schoongemaakt. |
| Oven-grillreiniger-gel | Artikel-nr. 463582 | Voor het reinigen van de binnenruimte. De gel is reukloos. |
| Microvezeldoek met honingraatstructuur | Artikel-nr. 460770 | Bijzonder geschikt voor het schoonmaken van gevoelige oppervlakken, zoals bijv. glas, glaskeramiek, roestvrij staal of aluminium. Het microvezeldoekje verwijdert in één keer vochtig en vethoudend vuil. |
| Deurbeveiliging Artikel-nr. 612594 | Om te voorkomen dat kinderen de ovendeur openen. De beveiliging wordt vastgeschroefd op een manier die afhangt van de apparaatdeur. Neem de aanwijzingen in het bijlageblad bij de deurbeveiliging in acht. | |
Toebehoren Bestelnummer
Binnenruimte
Uw apparaat heeft een koelventilator.
Koelventilator
De koelventilator wordt zonodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur.
Attentie!
De ventilatiesleuven niet afdekken. Anders raakt de oven oververhit.
Aanwijzingen
■ Na gebruik loopt de koelventilator een bepaalde tijd lang na. - Bij gebruik van de magnetron wordt het apparaat niet warm. Toch wordt de koelventilator ingeschakeld. Hij kan ook doorlopen wanneer de magnetronfunctie beëindigd is. - Bij het deurvenster, de binnenwanden en op de bodem kan condenswater optreden. Dit is normaal, de werking van de magnetron wordt hierdoor niet gehinderd. Veeg het condenswater na de bereiding weg.
Het apparaat in- en uitschakelen
Met de functiekeuzeknop schakelt u de magnetron-compactoven in en uit.
Inschakelen
- Op de functiekeuzeknop drukken.
Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar". Het apparaat gaat aan.
- Kies een nieuwe functie:
■ Toets 90, 180, 360, 600 of 1000 W voor een magnetronvermogen
■ Toets 123 = serie-instelling ■ Een functie en temperatuur instellen. ■ Toets = automatische programma's ■ Toets ☐ = memory-programma
Hoe u instelt, kunt u in de afzonderlijke hoofdstukken nalezen.
Uitschakelen
De functiekeuzeknop terugdraaien naar de stand o en indrukken. De oven gaat uit. Er wordt een aflopende wekker of de restwarmte in de binnenruimte weergegeven.
Voor het eerste gebruik
In dit hoofdstuk leest u
■ hoe u de tijd instelt ■ hoe u het apparaat voor het eerste gebruik schoonmaakt
Tijd instellen
Op het klokdisplay knippert 0:00.
- Druk op de klokfunctietoets. De symbolen ◀◀▶ en Ⓧ zijn verlicht. Op het klokdisplay verschijnt 12:00.
- Stel de actuele tijd in met de draaiknop.

Uw instelling wordt na 3 seconden automatisch overgenomen.
Tijd wijzigen
Om de tijd later te wijzigen, drukt u herhaaldelijk op de klokfunctietoets totdat de symbolen ◀▶ en √ verlicht zijn. Wijzig de actuele tijd met de draaiknop.
Binnenruimte opwarmen
Om de geur van het nieuwe apparaat te verwijderen, verwarmt u de lege, gesloten binnenruimte. Stel boven- en onderwarmte □ en 240 °C in.
Let erop dat er geen verpakkingsresten, zoals piepschuimkorrels, in de binnenruimte achterblijven.
Ventileer de keuken terwijl de oven opwarmt.
- Druk op de functiekeuzeknop. Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar".
- Kies met de functiekeuzeknop boven- en onderwarmte ☐.
- Stel 240 °C in met de temperatuurkeuzeknop.
- Druk op de toets Start.
- Schakel het apparaat na 60 minuten uit met de functiekeuzeknop. Maak de afgekoelde binnenruimte schoon met warm sop.
Toebehoren reinigen
Reinig de toebehoren voor het eerste gebruik grondig met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
Apparaat bedienen
In dit hoofdstuk leest u
■ welke functies er voor uw oven beschikbaar zijn ■ hoe u een functie en temperatuur kiest ■ hoe u de snelvoorverwarming instelt
Voor uw magnetron-compactoven zijn een groot aantal functies beschikbaar. Als u instelt verschijnt er altijd een voorgestelde temperatuur.
| Functie Voorgestelde | temperatuur in °C | Temperatuurbereik in °C | |
| Hete lucht 160 30-250 | |||
| Hete lucht plus 160 30-250 | |||
| Boven- en onderwarmte | 180 30-300 | ||
| Functie | Voorgestelde temperatuur in °C | Temperatuurbereik in °C | |
| ☐ Onderwarmte 180 30-200 | |||
| ☒ Thermogrillen 190 100-250 | |||
| ☒ Grill, groot sterk (3) gemiddeld (2) | zwak (1) | ||
| ☒ Grill, klein sterk (3) gemiddeld (2) | zwak (1) | ||
| ☒ Langzaam garen | 80 | 70-100 | |
| ☒ CombiSpeed normaal | 180 30-250 | ||
| Functie Voorgestelde | temperatuur in °C | Temperatuurbereik in °C | |
| CombiSpeed intensief | 200 30-250 | ||
| Warmhouden 70 60-100 | |||
Functie en temperatuur instellen.
Het voorbeeld in de afbeelding:
Boven- en onderwarmte ☐, 200 °C.
- Aan de functieschakelaar draaien tot de gewenste functie op het tekstdisplay verschijnt.
Op het temperatuurdisplay verschijnt een voorgestelde temperatuur.
2.Aan de temperatuurkeuzeknop draaien om de voorgestelde temperatuur te wijzigen.

- De toets ■an indrukken.
De werking start. Op het temperatuurdisplay verschijnen de verwarmingsbalken van de temperatuurcontrole.
Uitschakelen
Wanneer het gerecht klaar is, de oven met de functiekeuzeknop uitschakelen of opnieuw instellen.
Temperatuur of grillstand wijzigen
Dit is altijd mogelijk. Met de draaiknop de temperatuur of grillstand wijzigen.
Ovendeur tussentijds openen
De werking wordt onderbroken. Slun knippert. Na het sluiten van de deur opnieuw op de toetsban drukken. De functie wordt voortgezet.
Werking onderbreken
De toets Škort indrukken. Škniippert. De oven bevindt zich in de pauzetoestand. Opnieuw op Šdrukken, de werking wordt voortgezet.
Werking afbreken
De oven met de functiekeuzeknop uitschakelen.
Aanwijzingen
■ Wanneer u ook een gebruiksduur instelt, schakelt de ingestelde functie hierna automatisch uit. Zie het hoofdstuk Elektronische klok.
■ Wanneer u een gebruiksduur en een eindtijdstip instelt, schakelt de ingestelde functie automatisch in en uit. Zie het hoofdstuk Elektronische klok.
CombiSpeed normaal CombiSpeed intensief
Bij deze verwarmingsmethoden wordt automatisch een magnetronvermogen ingeschakeld. U stelt eenvoudig de in het recept opgegeven temperatuur in en houdt de helft van de bereidingstijd aan.
CombiSpeed normaal
CombiSpeed normaal is geschikt voor gebak in vormen, zoals
■ cake, bijv. marmercake, cake met rozijnen en amandel- of vruchtentaart ■ taarten van zandtaartdeeg met een sappige vulling, bijv. donkere appeltaart, kwarktaart. ■ gebak van bakmengsels ■ taarten van gistdeeg, bijv. rozentaart ■ Ook voor braadvlees kan met deze verwarmingsmethode de helft van de bereidingstijd worden aangehouden.
Aanwijzing: Gebruik donkere bakvormen van metaal of flexibele vormen van kunststof. Voor braadvlees is een hittebestendige glazen vorm met of zonder deksel geschikt.
CombiSpeed intensief
Deze verwarmingsmethode is geschikt voor
■ gevogelte, bijv. kip ■ ovenschotels, bijv. noedelsoufflé ■ gegratineerde gerechten, bijv. gegratineerde aardappels ■ gegratineerde vis, vers en diepvries
Aanwijzing: Gebruik hittebestendige vormen van glas of keramiek.
Zo stelt u in
Staan er in het recept verschillende verwarmingsmethoden, neem dan de instelling voor boven- en onderwarmte. De in het recept opgegeven bereidingstijd mag niet korter zijn dan 30 minuten.
Schuif het gerecht in de onverwarmde binnenruimte. Plaats de vorm midden op het rooster op hoogte 1.
- Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode CombiSpeed normaal of CombiSpeed intensief instellen. Er wordt een vooraf ingestelde gebruiksduur van I→I20.00 minuten voorgesteld.
2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur instellen.
- De klokfunctietoets ◀ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀◀◀ en |→| verlicht zijn.
4. Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
- De toets Start indrukken.
De werking start.
De tijdsduur is afgelopen.
Er klinkt een signaal. De werking is beëindigd. U kunt het geluidssignaal voortijdig met de toets ↔ uitschakelen. Op het klokdisplay staat → 0:00.
Verwarmingscontrole
De vijf balken van de verwarmingscontrole geven de opwarmfase of de restwarmte in de binnenruimte aan.
Actuele temperatuur
Druk op de toets i. De actuele temperatuur wordt 3 seconden weergegeven.
Opwarmfasen
Na de start verschijnen er vijf balken in de statusregel. De ingestelde temperatuur is bereikt wanneer de laatste balk gevuld is.

Wanneer u een grillstand of de magnetron heeft ingesteld, verschijnen de balken niet.
Tijdens het opwarmen kunt u met de toets i de actuele opwarmtemperatuur opvragen. Door de thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje anders zijn dan de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Restwarmte-indicatie
Op het temperatuurdisplay ziet u of de restwarmte in de binnenruimte hoog of laag is.
| Temperatuurdisplay Tekstdisplay | |
| H | Restwarmte hoog |
| h | Restwarmte laag |
Snelvoorverwarming instellen
Het snel voorverwarmen is niet geschikt voor alle functies.
Geschikte functies
Hete lucht, Hete lucht plus, Boven- en onderwarmte
Geschikte temperaturen
De functie Snelvoorverwarming werkt niet wanneer de ingestelde temperatuur beneden de 100 °C ligt. Als de temperatuur in de binnenruimte slechts enigszins lager is dan de ingestelde temperatuur, is het snel voorverwarmen niet nodig. Deze functie wordt niet ingeschakeld.
Snelvoorverwarming instellen
Voorwaarde: er moet een passende functie en temperatuur ingesteld zijn.
- Functie en temperatuur instellen.
- De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot de symbolen ◀◀/□ en Ⅲ verlicht zijn en OFF op het klokdisplay verschijnt.
- De draaiknop naar rechts draaien.
Op het klokdisplay wordt 0n weergegeven en is het symbool Ⅲ verlicht. De functie Snel voorverwarmen is ingeschakeld.

- De toets Start indrukken.
Het apparaat warmt op.
Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, doet u het gerecht pas in de oven wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
Het snel voorverwarmen is beëindigd.
Na het bereiken van de ingestelde temperatuur schakelt de functie Snel voorverwarmen uit. Het symbool ( ) verdwijnt. Plaats uw gerecht in de oven.
Snel voorverwarmen afbreken.
De klokfunctietoets zo vaak indrukken tot n op het klokdisplay verschijnt. Met de draaiknop naar links draaien tot FF op het klokdisplay verschijnt. Het symbool verdwijnt van het klokdisplay.
Aanwijzingen
■ Wanneer u een functie wijzigt, wordt het snel voorverwarmen afgebroken. ■ Tijdens het snel voorverwarmen kunt u met de toets i de actuele temperatuur van de binnenruimte opvragen. ■ Een ingestelde gebruiksduur loopt onafhankelijk van het snel voorverwarmen direct na de start af. ■ Wanneer u de ovendeur tussentijds opent, wordt het snel voorverwarmen afgebroken.
De magnetron
De microgolven worden in de levensmiddelen omgezet in warmte. U kunt de magnetron solo, d.w.z. alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
In dit hoofdstuk krijgt u
■ informatie over de vormen ■ aanwijzingen hoe u de magnetron instelt
Aanwijzing: In het hoofdstuk 'Voor u in onze kookstudio getest' vindt u voorbeelden voor het ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron.
Aanwijzingen voor de vormen
Geschikte vormen
Geschikt zijn hittebestendige vormen van glas, glaskeramiek, porselein, keramiek of temperatuurvaste kunststof. Deze materialen laten microgolven door.
U kunt ook servies voor het opdienen gebruiken. Zo hoeft u de gerechten niet over te plaatsen. Als uw serviesgoed een versiering van goud of zilver heeft, mag u het uitsluitend gebruiken indien de fabrikant garandeert dat het geschikt is voor de magnetron.
Ongeschikte vormen
Vormen van metaal zijn niet geschikt. Metaal laat geen microgolven door. In gesloten metalen voorwerpen blijven de gerechten koud.
Attentie!
Het ontstaan van vonken: metaal - bijv. een lepel in het glas - dient zich op minstens 2 cm van de ovenwanden en de binnenzijde van de deur te bevinden. Door vonken kan het glas aan de binnenkant van de deur worden vernietigd.
Vormtest
De magnetron nooit inschakelen als er geen levensmiddelen in zitten. De enige uitzondering hierop is de volgende vormtest.
Wanneer u niet zeker weet of een vorm geschikt is voor de magnetron, doet u deze test:
- Plaats de lege vorm ½ tot 1 minuut bij maximaal vermogen in het apparaat.
- Controleer tussentijds de temperatuur.
De vorm moet goed koud of handwarm zijn.
Als hij heet wordt of als er vonken ontstaan, is hij niet geschikt.
Magnetronvermogens
Met de toetsen stelt u het gewenste magnetronvermogen in.
90 W voor het ontdooien van gevoelige gerechten.
180 W voor het ontdooien en doorgaren
360 W voor het garen van vlees en het opwarmen van gevoelige gerechten.
600 W voor het verwarmen en garen van gerechten
1000 W voor het verwarmen van vloeistoffen
Aanwijzingen
■ Wanneer u op een toets drukt, is het gekozen vermogen verlicht.
■ Het magnetronvermogen 1000 watt kunt u voor maximaal 30 minuten instellen. Bij alle andere vermogens is een tijdsduur tot 1 uur en 30 minuten mogelijk.
Magnetron instellen
Voorbeeld: magnetronvermogen 600 W, tijdsduur 15 minuten.
- Op de functiekeuzeknop drukken.
Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar".
- De toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken.
De toets is verlicht en 1.00 minuten verschijnt als voorgestelde tijd op het klokdisplay.
- Met de draaiknop de tijdsduur instellen.
- De toets Start indrukken.
De werking start. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
De tijdsduur is afgelopen.
Er klinkt een signaal. De magnetronfunctie is beëindigd. U kunt het geluidssignaal voortijdig met de toets ▶ uitschakelen. Het apparaat uitzetten of opnieuw instellen.
Tijdsduur veranderen.
Dit is op elk moment mogelijk. Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
Magnetronvermogen veranderen.
De toets voor het nieuwe magnetronvermogen indrukken. Met de draaiknop de tijdsduur instellen en weer starten.
Ovendeur tussentijds openen.
De werking wordt onderbroken. Start knippert. Na het sluiten van de deur de toets Start indrukken. De functie wordt voortgezet.
Werking onderbreken.
De toets Stop kort indrukken. Start knippert. De oven bevindt zich in de pauzetoestand. Opnieuw op de toets Start drukken, de werking wordt voortgezet.
Werking afbreken.
Druk de toets ☐ twee keer in, of houd de toets ☐ ingedrukt tot de melding "Apparaat gebruiksklaar" verschijnt. U kunt opnieuw instellen.
Aanwijzing: Wanneer u de deur van het apparaat tussentijds opent, kan de ventilator verder lopen.
Combinatie
Hierbij wordt een functie gebruikt in combinatie met de magnetron. Uw gerechten zijn door de microgolven sneller klaar en worden toch mooi bruin.
U kunt een tijdsduur tot 1 uur en 30 minuten instellen.
In dit hoofdstuk leest u
■ welke functies en magnetronvermogens geschikt zijn
■ hoe u de combinatiefunctie instelt
Geschikte functies
■ Hete lucht
■ Hete lucht plus
■ Boven- en onderwarmte
Thermogrillen
Grill, groot
Grill, klein
Aanwijzing: Het snel voorverwarmen kan niet worden ingeschakeld bij de combinatiefunctie.
Alle magnetronvermogens, behalve 1000 watt, kunt u combineren met een functie.
Combinatie instellen
Voorbeeld: magnetron 360 W, 17 minuten en boven- en onderwarmte ☐ 200 °C.
- Aan de functiekeuzeknop draaien tot boven- en onderwarmte ☐ op het tekstdisplay verschijnt. Op het temperatuurdisplay wordt 180 °C voorgesteld.
- Met de temperatuurkeuzeknop 200 °C instellen.
- De toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken. 15:00 min en het symbool I→I verschijnen op het klokdisplay.
- Met de draaiknop de tijdsduur instellen.
- De toets Start indrukken.
De werking start. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
De tijdsduur is afgelopen
Er klinkt een signaal. De combifunctie is beëindigd. U kunt het geluidssignaal voortijdig met de toets ↔ uitschakelen. Apparaat uitzetten of opnieuw instellen.
Temperatuur of grillstand wijzigen
Dit is altijd mogelijk. Met de draaiknop de temperatuur of grillstand wijzigen.
Magnetronvermogen veranderen
De toets voor het nieuwe magnetronvermogen indrukken. Met de draaiknop de tijdsduur instellen en weer starten.
Ovendeur tussentijds openen
De werking wordt onderbroken. Start knippert. Na het sluiten van de deur de toets Start indrukken. De functie wordt voortgezet.
Werking onderbreken
De toets kort indrukken. knippert. De oven bevindt zich in de pauzetoestand. Opnieuw op de toets drukken, de werking wordt voortgezet.
Werking afbreken
De toets Stop twee keer indrukken, of de toets Stop ingedrukt houden en met de functiekeuzeknop uitschakelen.
Serie instelling
Bij de serie instelling kunt u tot drie verschillende functies achter elkaar instellen en dan starten. Voorwaarde: u moet voor elke stap een tijdsduur instellen.
Geschikt zijn:
■ alle magnetronvermogens ■ de combinatiefunctie
Vormen
Gebruik altijd hittebestendige vormen die geschikt zijn voor de magnetron.
Serie-instelling instellen
Voorwaarde: de functiekeuzeknop mag niet ingedrukt zijn.
- De toets 123 indrukken. De 1 voor de eerste serie-instelling is verlicht.
- Het eerste magnetronvermogen en de tijdsduur instellen.
- De toets 123 opnieuw indrukken. De 2 voor de tweede serie-instelling is verlicht.
- Het tweede magnetronvermogen en de tijdsduur instellen.
- De toets 123 opnieuw indrukken. De ☐ voor de derde serie-instelling is verlicht.
- Het derde magnetronvermogen en de tijdsduur instellen.
- De toets Start indrukken.
De werking start. Op het klokdisplay wordt de tijdsduur van de eerste serie-instelling weergegeven. Het symbool voor de eerste serie-instelling is verlicht.
De totale of resterende tijdsduur opvragen
De klokfunctietoets ◀ twee keer indrukken, de actuele resterende tijdsduur wordt weergegeven.
De tijdsduur is afgelopen
Er klinkt een signaal. De serie-instelling is beëindigd. U kunt het symbool voortijdig met de toets 📄 uitschakelen. Het apparaat uitzetten of opnieuw instellen.
Ovendeur tussentijds openen
De werking wordt onderbroken. Start knippert. Na het sluiten van de deur de toets Start indrukken. De functie wordt voortgezet.
Instelling wijzigen
Een verandering is alleen voor de start mogelijk. Met de toets 123 naar de gewenste instelling gaan en wijzigen.
Aanwijzing: U kunt ook een functie combineren met de serie-instelling. Stel eerst de ovenfunctie in.
Memory
Memory geeft u de mogelijkheid eigen instellingen op te slaan en met een druk op een toets weer op te vragen. U heeft hiervoor zes geheugenplaatsen tot uw beschikking. Memory is nuttig voor gerechten die u zeer vaak klaarmaakt.
In dit hoofdstuk leest u
■ hoe u Memory opslaat
■ hoe u Memory start
Instellingen in Memory opslaan
Uitzondering: de ovenreiniging kan niet worden opgeslagen. Voorwaarde: de functiekeuzeknop mag niet ingedrukt zijn.
- Functie, temperatuur en een tijdsduur voor het gewenste gerecht instellen of een programma kiezen. Niet starten.
- De toets Ⓜ indrukken. "Memory 1 - vrij" verschijnt.
- Met de functiekeuzeknop een van de zes geheugenplaatsen kiezen.
- De toets M lang ingedrukt houden tot er een signaal klinkt en "Memory opgeslagen" verschijnt.
Memory starten
U kunt de opgeslagen instellingen voor uw gerecht op elk moment starten.
Voorwaarde: de functiekeuzeknop mag niet ingedrukt zijn.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
- De toets Ⓜ kort indrukken en met de draaiknop de geheugenplaats kiezen. De opgeslagen instellingen worden weergegeven. Wanneer "Memory vrij" verschijnt, is er nog geen instelling opgeslagen op deze geheugenplaats.
- De toets Start indrukken.
Memory-instelling start.
Geheugenplaats wijzigen
Na de start kunt u de geheugenplaats niet meer veranderen.
Instellingen veranderen
Dit is altijd mogelijk. Wanneer u de volgende keer Memory start, verschijnt weer de oorspronkelijk opgeslagen instelling.
Elektronische klok
Uw apparaat heeft verschillende klokfuncties.
In dit hoofdstuk leggen wij u uit
■ hoe het klokdisplay werkt
■ hoe u de kookwekker instelt ■ hoe u het apparaat automatisch uitschakelt (gebruiksduur en gebruikseinde)
■ hoe u het apparaat automatisch in- en uitschakelt (voorkeuze-functie) ■ hoe u de tijd instelt of wijzigt.
Klokdisplay

Klokfunctietoets Draaiknop
Klokfunctie Gebruik
| ⚠️ | Kookwekker U kunt de wekker gebruiken als een kook- of eierwekker. Het apparaat gaat niet automatisch aan of uit. | |
| I→I | Gebruiksduur | Het apparaat gaat na een ingestelde gebruiksduur (bijv. 1:30 uur) automatisch uit |
| →I | Gebruikseinde | Het apparaat gaat op een ingesteld tijdstip (bijv. 12:30 uur) automatisch uit |
| Voorkeuze-functie | Het apparaat wordt automatisch in- en uitgeschakeld. Gebruiksduur en gebruikseinde worden gecombineerd | |
| 💡 | Tijd Tijd instellen | |
| ### | Snel voorverwarmen Opwarmtijd verkorten | |
Aanwijzingen
■ Tussen 22:00 en 5:59 uur wordt het klokdisplay verduisterd wanneer u in deze tijd niets instelt of als er geen klokfunctie geactiveerd is. - Bij de klokfuncties Kookwekker ⚠, Gebruiksduur I→I, Gebruikseinde →I en Voorkeuze-functie klinkt er na afloop van de instellingen een signaal en knippert het betreffende symbool. Wilt u het geluidssignaal voortijdig beëindigen, druk dan op de klokfunctietoets. ■ U kunt uw instellingen op elk moment opvragen. Druk zo vaak op de klokfunctietoets tot het betreffende symbool verlicht is. ■ Wilt u een instelling wissen, draai de ingestelde tijd dan terug naar 0:00 en schakel het apparaat uit. ■ U kunt de instelling zo nodig met de draaiknop corrigeren.
Klokdisplay uit- en inschakelen
De functiekeuzeknop terugdraaien naar de stand o en indrukken.
- De klokfunctietoets ← enkele seconden lang ingedrukt houden. Het klokdisplay wordt uitgeschakeld. Is er een klokfunctie actief, dan blijft het bijbehorende symbool verlicht.
- De klokfunctietoets ← enkele seconden lang ingedrukt houden. Het klokdisplay wordt ingeschakeld.
Kookwekker
- De klokfunctietoets ◀ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀ en △ verlicht zijn.
- Met de draaiknop de tijdsduur instellen (bijv. 5:00 minuten). De instelling wordt automatisch overgenomen. Hierna wordt weer de tijd weergegeven en loopt de kookwekker af.

Gebruiksduur
Automatisch uitschakelen na een bepaalde tijdsduur.
1. Functie en temperatuur instellen. 2. De klokfunctietoets ◀ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀ en I→I verlicht zijn. 3. Met de draaiknop de gebruiksduur instellen (bijv. 1:30 uur). 4. De toets Start indrukken. Het apparaat warmt op

- De functiekeuzeknop terugdraaien naar de O-stand en indrukken.
Na afloop van de gebruiksduur gaat het apparaat automatisch uit.
Gebruikseinde
Automatisch uitschakelen op een ingesteld tijdstip.
- Functie en temperatuur instellen.
- De klokfunctietoets ◀ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀◀ en →l verlicht zijn.
- Met de draaiknop de gebruiksduur instellen (bijv. 12:30 uur).

- De toets Start indrukken. Na het ingestelde gebruikseinde gaat het apparaat automatisch uit.
- De functiekeuzeknop terugdraaien naar de o-stand en indrukken.
Voorkeuze-functie
Het apparaat gaat automatisch aan en op het gekozen gebruikseinde uit. Combineer hiervoor de klokfuncties Gebruiksduur I→I en Gebruikseinde →I.
- Functie en temperatuur instellen.
- De klokfunctietoets ◀ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀◀◀ en I→I verlicht zijn.
- Met de draaiknop de gebruiksduur instellen (bijv. 1:30 uur).
- De klokfunctietoets ◀ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀ en →l verlicht zijn.
- Met de draaiknop de gebruiksduur instellen (bijv. 12:30 uur).
- De toets Indrukken. Het apparaat wacht op een geschikt tijdstip om in te schakelen (in het voorbeeld om 11:00). Na het ingestelde gebruikseinde gaat het apparaat automatisch uit (12:30 uur). Er klinkt een signaal en het symbool → knippert.
- De functiekeuzeknop terugdraaien naar de O-stand en indrukken.
Tijd instellen
- De klokfunctietoets ◀ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀ en √ verlicht zijn.
- Met de draaiknop de actuele tijd instellen.
- De klokfunctietoets ◀ zo vaak indrukken tot de symbolen ◀◀ en ⚙ verlicht zijn.
- Met de draaiknop de actuele tijd instellen.

De instelling wordt automatisch overgenomen.
Tijd wijzigen
bijv. van zomer- in wintertijd
Stel in zoals in punt 1 en 2 beschreven.
Kinderslot
Om te voorkomen dat kinderen de oven per ongeluk inschakelen of een lopende functie veranderen, is hij voorzien van een kinderslot.
In dit hoofdstuk leest u
■ hoe u het apparaat blokkeert ■ hoe u het apparaat permanent blokkeert
Blokkering
Om het apparaat weer in te schakelen moet u deze ontgrendelen. Na gebruik wordt het apparaat niet automatisch geblokkeerd. Blokkeer het eventueel opnieuw of activeer de permanente blokkering.
Apparaat blokkeren
- Op de functiekeuzeknop drukken. Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar".
- De info-toets i ingedrukt houden Op het tekstdisplay verschijnt "Taal kiezen".
- De info-toets i opnieuw indrukken. c 10 verschijnt op het temperatuurdisplay.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c // op het temperatuurdisplay verschijnt.
- De info-toets i ingedrukt houden tot het symbool ⇔ op het temperatuurdisplay verschijnt.
Aanwijzing: Wanneer u een functie wilt instellen verschijnt op het temperatuurdisplay - 5- en op het tekstdisplay "Apparaat geblokkeerd".
Apparaat deblokkeren
- Op de functiekeuzeknop drukken
- De info-toets i ingedrukt houden tot c : : op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c 10 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- De info-toets i ingedrukt houden tot het symbool ∞ verdwijnt.
Permanente blokkering
Om een functie in te stellen, moet u de permanente blokkering even onderbreken. Nadat u het apparaat uitgeschakeld heeft, wordt het weer automatisch geblokkeerd.
Apparaat permanent blokkeren
- Op de functiekeuzeknop drukken. Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar".
- De info-toets i ingedrukt houden. Op het tekstdisplay verschijnt "Taal kiezen".
- De info-toets i opnieuw indrukken.
c 10 verschijnt op het temperatuurdisplay.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c2 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- De info-toets i ingedrukt houden.
Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar".
Uw apparaat wordt na 30 seconden geblokkeerd. Op het temperatuurdisplay verschijnt het symbool.
Aanwijzing: Wanneer u een functie wilt instellen verschijnt op het temperatuurdisplay -SP- en op het tekstdisplay "Apparaat permanent geblokkeerd".
Permanente blokkering onderbreken.
- Op de functiekeuzeknop drukken.
Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar".
- De info-toets i ingedrukt houden tot c21 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c20 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Info-toets i ingedrukt houden tot het symbool ⇌ verdwijnt. De permanente blokkering is onderbroken.
5. Apparaat binnen 30 seconden inschakelen.
Na het uitschakelen wordt de permanente blokkering weer geactiveerd.
Apparaat permanent deblokkeren.
- Op de functiekeuzeknop drukken.
Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar".
- De info-toets i ingedrukt houden tot c2 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c20 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- Info-toets i ingedrukt houden tot het symbool ⇌ verdwijnt.
- Binnen 30 seconden de info-toets i opnieuw enkele seconden lang ingedrukt houden.
- Aan de temperatuurkeuzeknop draaien tot c 10 op het temperatuurdisplay verschijnt.
- De info-toets i ingedrukt houden.
Het apparaat is permanent gedeblokkeerd.
Automatische veiligheidsuitschakeling
De automatische veiligheidsuitschakeling wordt uitsluitend geactiveerd, wanneer u gedurende een langere periode geen instellingen uitvoert op uw apparaat.
De tijdsduur waarna uw apparaat uitgaat, is afhankelijk van uw instellingen.
Op het tekstdisplay verschijnt "Veiligheidsuitschakeling" en op het temperatuurdisplay knippert 000. De werking van het apparaat wordt onderbroken.
Draai de functiekeuzeknop naar de stand o terug om het te deactiveren.
Autostart
In principe is uw apparaat zo ingesteld dat u op de toets Start moet drukken om de ingestelde ovenfunctie te laten starten.
Bij "Autostart" start de ovenfunctie automatisch na het sluiten van de ovendeur.
In het hoofdstuk Basisinstellingen wijzigen kunt u bij "Basisinstellingen wijzigen" nalezen hoe u overschakelt naar Autostart.
Basisinstellingen
Uw apparaat heeft verschillende basisinstellingen die u op elk moment aan uw behoeften kunt aanpassen.
Aanwijzing: In de tabel vindt u alle basisinstellingen en de wijzigingsmogelijkheden. Afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat worden op het display alleen de basisinstellingen weergegeven die geschikt zijn voor uw apparaat.
Basisinstellingen Mogelijkheden Toelichting
| - Taal kiezen: "Nederlands" | Er zijn 5 andere talen mogelijk Taal voor het tekstdisplay | ||
| c1 | 0 = apparaat gedeblokkeerd | 1 = apparaat geblokkeerd | Kinderslot activeren |
| c2 | 0 = apparaat eenmalig gedeblokkeerd | 1 = apparaat permanent geblokkeerd | Kinderslot permanent activeren |
| c3 | 2 = geluidssignaal gemiddeld | 0 = uit1 = kort = 30 seconden2 = gemiddeld = 2 minuten3 = lang = 10 minuten | Signaal na afloop van een tijdsduur |
| c4 | 0 = Verder na deur sluiten:uit | 1 = automatisch0 = uit* | De manier waarop de werking na het openen en weer sluiten van de ovendeur wordt voortgezet.*met [sat] de werking voortzetten |
| c5 | Individueel aanpassen -3 □□□■□□□ +3 | bijv. bereidingsresultaat steeds intensiever-3 □□□□□□■□ +3 | Het bereidingsresultaat van alle automatische programma's wijzigen naar rechts = intensiever naar links = zwakker |
| c6 | Netspanning instellen1 = 220-230V | 2 = 230-240V | Netspanning aanpassen |
| c7 | 1 = Fabrieksinstellingen niet terugzetten | 2 = Fabrieksinstellingen terugzetten | Alle wijzigingen direct terugzetten naar de basisinstellingen |
Basisinstellingen wijzigen
Voorwaarde: de functiekeuzeknop mag niet ingedrukt zijn.
- De toets i enkele seconden lang ingedrukt houden. Op het tekstdisplay verschijnt de eerste basisinstelling.
- De toets i zo vaak indrukken tot de bijbehorende basisinstelling wordt weergegeven.
- Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste instelling uitvoeren.
- De info-toets i enkele seconden lang ingedrukt houden. Uw instelling wordt overgenomen.
U kunt de instellingen op elk moment weer wijzigen.
Ovenreiniging
Bij de ovenreiniging wordt de binnenruimte verhit tot ca. 480 °C. Resten van het braden, grillen of bakken worden verbrand. De ovenreiniging duurt inclusief opwarm- en afkoeltijd ca. 2 uur.
Aanwijzingen
■ Voor uw veiligheid vergrendelt de ovendeur automatisch. U kunt de ovendeur pas weer openen wanneer de binnenruimte wat afgekoeld is en het slotsymbool van de vergrendeling verdwenen is. Probeer niet de haken met de hand te verschuiven. ■ Opent u de deur na de start nog een keer, dan kan boven bij de oven de vergrendelhaak zichtbaar zijn. Dit is normaal. Wanneer u de deur weer sluit, verdwijnt de haak automatisch. Probeer niet om de haak met de hand te verschuiven. ■ Probeer de deur niet te openen zolang de zelfreiniging bezig is. Daardoor kan het reinigen worden afgebroken. ■ De lamp in de binnenruimte blijft tijdens de zelfreiniging uit. De balken van de temperatuurcontrole verschijnen niet.
Risico van brand!
■ De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet. Zorg ervoor dat de voorzijde van het apparaat vrij blijft. Houd kleine kinderen uit de buurt. - Nooit brandbare voorwerpen, bijv. theedoeken aan de deurgreep hangen.
Voorbereiding
Neem alle toebehoren en vormen uit de oven.
⚠️ Ernstig gezondheidsrisico!
Nooit platen en vormen met een anti-aanbaklaag meereinigen. Door de grote hitte wordt de anti-aanbaklaag aangetast en ontstaan er giftige gassen.
Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Neem de bodem, de binnenkant van de deur en de vlakken aan de voorkant van de oven met een vochtige doek af. De deurdichting van de oven mag niet worden geschuurd.

Het is voldoende wanneer u de binnenruimte elke twee tot drie maanden reinigt. Zo nodig kunt u hem ook vaker reinigen. Voor het schoonmaken zijn slechts ca. 3,8 kilowattuur nodig.
Ovenreiniging instellen
- Op de functiekeuzeknop drukken. Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar".
- Aan de functieschakelaar draaien tot op het tekstdisplay de Ovenreiniging 📄 verschijnt.
- Met Start de reiniging starten.
De ovendeur vergrendelt kort na de start. Op het tekstdisplay verschijnt "Deur vergrendeld".
Na afloop van de ovenreiniging
De reiniging is beëindigd. De oven warmt niet meer op. Op het tekstdisplay verschijnt "Apparaat gebruiksklaar".
Reinigingsduur opvragen
De klokfunctietoets ◀ twee keer indrukken. De resterende tijdsduur zonder afkoelingstijd verschijnt enkele seconden.
Het instellen afbreken
Met de functiekeuzeknop het apparaat uitschakelen. Is de oven al vergrendeld, dan kunt u de ovendeur pas openen wanneer de indicatie "Deur vergrendeld" verdwijnt.
De reiniging moet 's nachts aflopen
Om de oven overdag te kunnen gebruiken, verzet u het tijdstip van het einde van de reiniging naar de nacht. Zie het hoofdstuk Elektronische klok, de eindtijd op een later tijdstip zetten.
Na afloop van de reiniging
Wanneer de binnenruimte afgekoeld is, verwijdert u de achtergebleven as met een vochtig doekje uit de binnenruimte.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de magnetron goed verzorgt en schoonmaakt, blijft hij lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u het apparaat op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
In dit hoofdstuk vindt u informatie over
■ Reiniging en onderhoud van uw apparaat
■ Schoonmaakmiddelen ■ Reiniging van de ovenruiten

Risico van kortsluiting!
Gebruik nooit een hogedrukreiniger of een stoomstraalapparaat.

Risico van verbranding!
Het apparaat nooit direct na het uitschakelen schoonmaken. Het apparaat laten afkoelen.
Aanwijzingen
■ Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal. ■ Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp. - Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. - Onaangename geurtjes, zoals na het bereiden van vis, kunt u op een hele eenvoudige manier opheffen. Doe een paar druppels citroensap in een kopje water. Zet er ook een lepel in, om kookvertraging te voorkomen. Verwarm het water gedurende 1 tot 2 minuten op maximaal magnetronvermogen.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen beschadigd raken, dient u zich te houden aan de gegevens in de tabel. Gebruik
■ geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen, - geen metalen of glazen schrapers om het glas van de deur schoon te maken. - geen metalen of glazen schrapers om de deurdichting schoon te maken. - geen harde schuur- en schoonmaaksponsjes, ■ geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
Aanwijzing: Was nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik goed uit.
Bereik Schoonmaakmiddelen
| Voorkant van het apparaat | Warm zeepsop:met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Geen glasreiniger, metalen of glazenschraper gebruiken voor het schoonmaken. |
| Roestvrij staal Warm zeepsop:met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ontstaan. Bij de klantenservice of in speciaalzaken zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar. | |
| Oven Warm zeepsop of water met azijn:met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Bij sterke verontreiniging:Kunt u het beste gebruikmaken van een roestvrijstalen spons of de ovenreiniging. | |
| Glazen afscherming van de ovenlamp | Warm zeepsop:met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Ruiten van de deur Glasreiniger:met een schoonmaakdoekje reinigen. | |
Bereik Schoonmaakmiddelen
| Dichting Warm zeepsop: | |
| met een schoonmaakdoekje reinigen, niet schuren. | |
| Toebehoren Warm zeepsop: | |
| laten weken en met schoonmaakdoekje of een borstel schoonmaken. | |
Reiniging van de ovenruiten
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur afnemen.

Risico van verbranding!
Verwijder ze niet direct nadat het apparaat uitgeschakeld is. De oven dient onverwarmd te zijn.
Demontage
1. Ovendeur openen. 2. De twee schroeven van de deur met een sleufschroevendraaier (klingbreedte 8-11 mm) losdraaien. Hierbij de deurruit met één hand vasthouden. (Afbeelding A) 3. De deur langzaam sluiten en de voorste ruit er met de deurgreep naar boven uittrekken. (Afbeelding B)

- De middelste ruit vasthouden en de knip op de deur naar boven drukken. De ruit er naar boven uittrekken. (Afbeelding C)

Reinig de ovenruiten met glasreiniger en een zachte doek. - Gebruik in geen geval bijtende of schurende reinigingsproducten. De schraper is niet geschikt. Het glas kan hierdoor beschadigd raken.
Montage
- De middelste ruit inbrengen en naar beneden drukken tot hij inklikt. (Afbeelding A)
Aanwijzing: Let erop dat de ruit beneden recht zit.
- Het opschrift moet leesbaar rechtsboven staan. (Afbeelding B)

- De knip naar beneden drukken. (Afbeelding C)
- De deurruit met beide handen in de geleiding plaatsen. (Afbeelding D)

- De deurruit naar beneden drukken, iets optillen en boven inhaken. (Afbeelding E)

Let erop dat de deurruit gelijk loopt met het bedieningspaneel.

- Deur helemaal openen, hierbij de ruiten met één hand vasthouden. (Afbeelding F)
- De deur nogmaals naar beneden drukken en de schroeven met een sleufschroevendraaier (klingbreedte 8-11 mm) stevig vastdraaien. De deur sluiten. (Afbeelding G)

U mag de oven pas weer gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn aangebracht.
Aanwijzing: U mag de oven pas weer gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn aangebracht.
Storingen en reparaties
Er hoeft niet altijd contact te worden opgenomen met de klantenservice. In veel gevallen kunt u zelf voor een oplossing zorgen. In de volgende tabel staan een paar tips om storingen op te lossen.
⚠️ Kans op een elektrische schok!
■ Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd. - Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen. Automatische
beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing / aanwijzing
| Het apparaat werkt niet De stekker is niet in het stopcontact gestoken. In het stopcontact steken. | |
| De stroom is uitgevallen. Controleer of de keukenverlichting werkt. | |
| Zekering defect. Controleer in de meterkast of de zekering voor het toestel in orde is. | |
| Foutieve functie. Schakel de zekering in de meterkast voor het apparaat uit en na ca. 10 seconden weer in. | |
Op het klokdisplay knipperen de dubbele punt en drie nullen.
De stroom is uitgevallen. Stel de tijd opnieuw in.
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing / aanwijzing
| De magnetron wordt niet ingeschakeld. | De deur is niet helemaal gesloten. Controleer of er resten van een gerecht of een voorwerp tussen de deur klem zitten. | |
| De toets Start is niet ingedrukt. | Druk op de toets Start. | |
| Het apparaat warmt niet op de ingestelde temperatuur op. | De toets Start is niet ingedrukt. De toets Start indrukken. | |
| De magnetronfunctie wordt zonder duidelijke reden afgebroken. | De magnetron heeft een storing. Treedt deze fout vaker op, neem dan contact op met de servicedienst. De ovenfunctie zonder magnetron is mogelijk. | |
| Bij de magnetronfunctie worden de gerechten langzamer warm dan gewoonlijk. | Er is een te klein magnetronvermogen ingesteld. | Kies een hoger magnetronvermogen. |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan. | Dubbele hoeveelheid - bijna dubbele tijdsduur. | |
| De gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. De gerechten tussentijds omroeren of keren. | ||
| De oven warmt niet op. Op het temperatuurdisplay verschijnt “o“. | De demoschakeling is geactiveerd. Op het tekstdisplay verschijnt "Demoschakeling geactiveerd". | De zekering in de meterkast uitschakelen en na ca. 20 seconden weer inschakelen. |
| Op het temperatuurdisplay verschijnt “oo”. | De automatische uitschakeling is geactiveerd. De oven warmt niet meer op. | Druk op een toets of zet het apparaat uit. |
Foutmeldingen met E
Wordt op het display een foutmelding met E weergegeven, druk dan zo vaak op de klokfunctietoets ↔ tot de symbolen ◁/□ en ⊛ verschijnen. Stel vervolgens de tijd opnieuw in. Wordt de fout opnieuw weergegeven, neem dan contact op met de servicedienst.

Kans op een elektrische schok!
■ Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen
uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
Is het apparaat defect, schakel dan de zekering in de meterkast uit of haal de netstekker uit het stopcontact. Neem contact op met de servicedienst.
Bij enkele foutmeldingen kunt u zelf voor een oplossing zorgen.
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing / aanwijzing
| Op het klokdisplay verschijnt de foutmelding “E101” of “E104”. | De temperatuursensor is uitgevallen. Neem contact op met de servicedienst. De magnetronfunctie solo is mogelijk. | |
| Op het display verschijnt de foutmelding "E011" | Een toets is te lang ingedrukt of is beklemd geraakt. | Druk alle toetsen afzonderlijk in. Neem contact op met de servicedienst wanneer de foutmelding aanhoudt. |
| Op het klokdisplay verschijnt de foutmelding "E106". U heeft de ovenreiniging ingesteld. | De vergrendeling van de ovendeur is defect. | Het apparaat met de toets [Stop] uitschakelen en contact opnemen met de servicedienst. U kunt alle andere ovenfuncties gebruiken. |
| Op het klokdisplay verschijnt de foutmelding “E010”, “E310”, “E009” of “E309”. | Technisch defect. Neem contact op met de servicedienst. | |
Ovenlamp vervangen
U kunt de ovenlamp vervangen. Temperatuurbestendige halogeenlampen, 12 W, 20 V, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak.

Kans op een elektrische schok!
De ovenlamp nooit vervangen wanneer het apparaat ingeschakeld is. Haal de netstekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
Aanwijzing: Neem de nieuwe halogeenlamp altijd met een droge doek uit de verpakking. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
Zo gaat u te werk
1. Zekering in de meterkast uitschakelen. 2. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen. 3. Glazen afscherming verwijderen. Daarvoor de afscherming met de hand van onderaf openen. Kan de afscherming moeilijk worden verwijderd, gebruik er dan een lepel bij. (Afbeelding A)

- Lamp eruit halen en vervangen door hetzelfde type lamp. (Afbeelding B)
- De afscherming weer aanbrengen. (Afbeelding C)

- Droogdoek verwijderen.
- Zekering in de meterkast weer inschakelen of de netstekker in het stopcontact steken.
Deurdichting vervangen
Is de deurdichting defect, dan moet deze worden vervangen. Vervangende dichtingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het E-nummer en het FD-nummer van uw apparaat.
⚠️ Ernstig gezondheidsrisico!
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deurdichting beschadigd is. Dan kan er energie van de magnetron vrijkomen. Het apparaat pas opnieuw gebruiken wanneer het gerepareerd is.
- Ovendeur openen.
- Oude deurdichting eraf trekken.
- Aan de deurdichting zijn 5 haken bevestigd. Met deze haken de nieuwe dichting aan de ovendeur bevestigen.

Aanwijzing: De las onderaan in het midden van de deurdichting heeft een technische reden.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u in de oven. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr.
FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4040
B 070 222 143
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Dit apparaat beantwoordt aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B.
Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
Automatische programma's
Met de automatische programma's kunt u heel eenvoudig twee gerechten klaarmaken. U kiest het programma en voert het gewicht van uw gerecht in. Automatisch wordt de optimale instelling gekozen.
Programma kiezen
Het voorbeeld in de afbeelding:
Programma voor 0,30 kg polenta kiezen en instellen.
- De functiekeuzeknop naar buiten drukken. Het apparaat is klaar voor gebruik.
- De toets P indrukken.
De eerste programmagroep wordt weergegeven.

- Met de functiekeuzeknop de gewenste programmagroep kiezen.

- De toets ♦ indrukken.
Het eerste programma van de programmagroep verschijnt op het tekstdisplay.
5. Aan de functiekeuzeknop draaien tot het passende programma verschijnt.

- Met de temperatuurkeuzeknop het gewicht van het gerecht instellen.
De programmaduur I→I wordt op het klokdisplay weergegeven.
- De toets indrukken.
Het programma start.
Aanwijzing: Na de start: de toets i een keer indrukken. Op de displays worden de ingestelde waarden weergegeven.
Het programma is beëindigd.
Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. De oven met de functiekeuzeknop uitschakelen of opnieuw een functie kiezen en instellen.
Programma afbreken:
Met de toets 510 de oven uitschakelen en de functiekeuzeknop op de O-stand draaien en indrukken.
Informatie opvragen
Voor de start: de toets i kort indrukken. Er worden verschillende soorten informatie bij de programma's weergegeven. Voor elke nieuwe informatie weer de toets i kort indrukken.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Zie het hoofdstuk Elektronische klok.
Individueel aanpassen
Wanneer het bereidingsresultaat dat een programma oplevert niet aan uw voorstellingen beantwoordt, kunt u dit de volgende keer veranderen.
Stel in volgens de beschrijving bij punt 1 tot 5.
De toets ♦ indrukken en met de functiekeuzeknop het verlichte veld verplaatsen.
Naar links = bereidingsresultaat zwakker.
Naar rechts = bereidingsresultaat sterker.
Met de toets Start starten.
De tijdsduur is gewijzigd.
Ontdooien en garen met de automatische programma's
Aanwijzingen
■ Neem het product uit de verpakking en weeg het. Kunt u het exacte gewicht niet invoeren, rond het dan naar boven of beneden af. - Gebruik voor de programma's altijd vormen die geschikt zijn voor de magnetron, bijv. van glas of keramiek, of de braadslede. Let op de tips over de toebehoren in de programmatabel. ■ Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte - Na de tips vindt u een tabel met geschikte levensmiddelen, het betreffende gewichtsbereik en de benodigde toebehoren. ■ Het is niet mogelijk gewichten in te stellen buiten het gewichtsbereik. - Bij veel gerechten klinkt na enige tijd een signaal. Keer het gerecht of roer het om.
Ontdooien
Aanwijzingen
■ De levensmiddelen zo vlak mogelijk en verdeeld in porties bij 18 °C invriezen en bewaren. ■ Leg de diepvriesproducten op een ondiepe vorm van bijv. glas of porselein. Broodjes legt u rechtstreeks op het rooster. - Kwetsbare en uitstekende delen afdekken met kleine stukken aluminiumfolie. Zo voorkomt u dat de gerechten aanbakken. Let er op dat de aluminiumfolie de wanden van de binnenruimte niet raakt. ■ Laat de levensmiddelen na het ontdooien met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling nog 10 tot 90 minuten rusten. - Bij het ontdooien van vlees, gevogelte of vis komt vloeistof vrij. U dient deze bij het keren te verwijderen. In geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking brengen. Leg rund-, lams- en varkensvlees eerst met de vette kant naar onderen op de vorm. ■ Brood dient u alleen in de benodigde hoeveelheid te ontdooien. Het wordt snel oudbakken. ■ Verwijder gehakt dat al ontdooid is na het keren. ■ Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde en stukken gevogelte eerst met de zijde van het vel op de vorm leggen. Poten en vleugels afdekken met kleine stukken aluminiumfolie. - Bij hele vis de staartvinnen, bij visfilet de randen en bij viskotelet de uitstekende uiteinden afdekken met aluminiumfolie.
| Programmagroep Programma | Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik | in kg | Vorm / toebehoren, inschuifhoogte |
| Ontdooien | |||
| Tarwebrood 0,10 - 0,60 Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 | |||
| Volkorenbrood*** 0,20 - 1,50 Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 | |||
| Broodjes 0,05 - 0,45 Rooster, hoogte 1 | |||
| Taart, droog* Cake zonder glazuur en couverture, koek van gistdeeg | 0,20 - 1,50 Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 | ||
| Taart, vochtig Cake met vruchten zonder couverture, glazuur of gelatine, zonder crème of slagroom | 0,20 - 1,20 Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 | ||
| Gehakt* | Gehakt van rund-, lams- of varkensvlees | 0,20 - 1,00 | Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 |
| Rundvlees** | Rundvlees, kalfsvlees, steak | 0,20 - 2,00 | Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 |
| Varkensvlees** | Halsstuk zonder been, rollade, schnitzel, goulash | 0,20 - 2,00 | Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 |
| Lamsvlees** | Lamsbout, lamsschouder, lamsrollade | 0,20 - 2,00 | Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 |
| Gevogelte, heel** | Kip, eend | 0,70 - 2,00 | Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 |
| Stukken gevogette** | Kippenpoten, halve kippen, ganzenbout, ganzenborst, eendenborst | 0,20 - 1,20 | Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 |
| Hele vis** | Forel, dors, kabeljauw | 0,20 - 1,20 | Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 |
| Visfilet** | Filet van snoek, kabeljauw, zalm, roodbaars, koolvis, snoekbaars | 0,20 - 1,00 | Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 |
| Viskotelet* | Kotelet van kabeljauw, snoek, dors, zalm | 0,20 - 1,00 | Ondiepe open vorm rooster, hoogte 1 |
* Signaal voor het keren na ca. de helft van de bereidingstijd. ** Signaal voor het keren na 1/3 en 2/3 van de bereidingstijd. *** Signaal voor het keren na 2/3 van de bereidingstijd.
Garen
Groente
Aanwijzingen
■ Verse groente: in stukken van gelijke grootte snijden. 2 eetlepels water per 100 g groente toevoegen.
■ Diepvriesgroente: alleen geblancheerde, niet voorgekookte groente is geschikt. Diepvriesgroente met roomsaus is niet geschikt. 1 tot 2 eetlepels water per 100 g toevoegen. Bij spinazie en rode kool geen water toevoegen. ■ Laat de groente na afloop van het programma nog ca. 5 minuten rusten.
| Programmagroep Programma | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vorm / toebehoren, inschuifhoogte |
| Groente | |||
| verse groente garen* | Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, prei, paprika, courgettes | 0,20 - 1,00 gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| diepvriesgroente garen* | Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, rode kool, spinazie | 0,20 - 1,00 gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
* Signaal voor het omroeren na de helft van de bereidingstijd.
Aardappels
Aanwijzingen
Aardappels: snijd deze in stukken van gelijke grootte. Per 100 g aardappels twee eetlepels water en wat zout toevoegen. Aardappels in de schil: gebruik aardappels van gelijke grootte. Aardappels wassen en meerdere keren in de schil prikken. Nog vochtig in een vorm zonder water doen.
■ Laat de aardappels na afloop van het programma nog ca. 5 minuten rusten. Giet eerst het water dat is ontstaan af. ■ Gegratineerde aardappels in een laag van 3 tot 4 cm in een ondiepe vorm leggen. ■ Laat de ovenschotel na afloop van het programma nog 5 tot 10 minuten in het apparaat rusten. ■ Frites, kroketten en rösti moeten geschikt zijn voor bereiding in de oven.
| Programmagroep Programma | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vorm / toebehoren, inschuifhoogte |
| Aardappels | |||
| Gekookte aardappels* | Vastkokende, overwegend vastkokende of droogkokende aardappels | 0,20 - 1,00 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
* Signaal voor het omroeren na de helft van de bereidingstijd.
** Signaal voor het keren na 2/3 van de bereidingstijd.
| Programmagroep Programma | Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik in kg Vorm / toebehoren, inschuifhoogte | |
| Aardappels in de schil* Vastkokende, overwegend vastkokende of droogkokende aardappels | 0,20 - 1,00 gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Gegratineerde aardappels, vers | 0,50 - 3,00 Ondiepe open vorm, rooster hoogte 1 | |
| Frites, diepvries** | 0,20 - 0,60 | Braadslede, hoogte 2 |
| Kroketten, diepvries** 0,20 - 0,70 Braadslede, hoogte 2 | ||
| Rösti, diepvries** 0,20 - 0,80 Braadslede hoogte 2 | ||
* Signaal voor het omroeren na de helft van de bereidingstijd. ** Signaal voor het keren na 2/3 van de bereidingstijd.
Graanproducten
Aanwijzingen
■ Graan schuimt sterk tijdens het koken. Neem daarom voor alle graanproducten een hoge vorm met een deksel. Stel het brutogewicht van het graanproduct (zonder vloeistof) in. ■ Rijst: gebruik geen rijst in kookbuideltjes. Twee tot tweeënhalf keer zoveel vloeistof bij de rijst doen.
■ Polenta: gebruik bij polenta afhankelijk van de maling twee tot drie keer zoveel water. ■ Couscous: voeg twee keer zo veel vloeistof toe. ■ Gierst: voeg twee tot tweeënhalf keer zoveel vloeistof toe. ■ Laat het graanproduct na afloop van het programma nog ca. 5 tot 10 minuten rusten.
| Programmagroep Programma | Gewichtsbereik in kg Vorm / toebehoren, inschuifhoogte | |
| Graanproducten | ||
| Rijst met lange korrel* | 0,10 - 0,50 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Basmatirijst* | 0,10 - 0,50 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Zilvervliesrijst* | 0,10 - 0,50 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Polenta*** | 0,10 - 0,50 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Couscous** | 0,10 - 0,50 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Gierst* | 0,10 - 0,50 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
* Signaal voor het omroeren afhankelijk van het gewicht na 2-14 minuten. ** Signaal voor het omroeren na 1-2 minuten. *** Signaal voor het omroeren na de helft van de bereidingstijd.
Ovenschotel
Aanwijzingen
Plaats het gerecht altijd in een voor de magnetron geschikte vorm op het rooster. Doe hartige en zoete ovenschotel altijd in een laag van ca. 5 cm in een ondiepe vorm.
Leg gegratineerde aardappels in een laag van 3 tot 4 cm in een ondiepe vorm. Laat de gegratineerde aardappels na afloop van het programma nog 5 tot 10 minuten in het apparaat rusten.
| Programmagroep Programma | Gewichtsbereik in kg | Vorm / toebehoren, inschuifhoogte |
| Ovenschotel | ||
| Lasagne bolognese diepvries | 0,40 - 1,00 | open vorm, rooster, hoogte 1 |
| Canneloni, diepvries | 0,40 - 1,00 | open vorm, rooster, hoogte 1 |
| Macaronisoufflé, diepvries | 0,40 - 1,00 | open vorm, rooster, hoogte 1 |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten. | 0,40 - 3,00 | Ondiepe open vorm, rooster, hoogte 1 |
| Ovenschotel, zoet | 0,50 - 1,80 | Ondiepe open vorm, rooster, hoogte 1 |
| Gegratineerde aardappels, vers | 0,50 - 3,00 | Ondiepe open vorm, rooster, hoogte 1 |
Diepvriesproducten
Aanwijzingen
Gebruik voorgebakken diepvriespizza's en pizza-baguettes. Frites, kroketten en rösti moeten geschikt zijn voor bereiding in de oven.
Loempia's en mini-loempia's dienen geschikt te zijn voor bereiding in de oven. Let erop dat diepvriesgerechten niet op elkaar liggen.
| Programmagroep Programma | Gewichtsbereik in kg Vorm / toebehoren, inschuifhoogte | |
| Pizza, dunne bodem 0,30 - 0,50 Braadslede, hoogte 1 | ||
| Pizza, dikke bodem 0,40 - 0,60 Braadslede, hoogte 1 | ||
| Mini-pizza's 0,10 - 0,60 Braadslede, hoogte 1 | ||
| Pizza-baguettes, voorgebakken 0,10 - 0,75 Braadslede, hoogte 1 | ||
| Frites* 0,20 - 0,60 Braadslede, hoogte 2 | ||
| Kroketten* 0,20 - 0,70 Braadslede, hoogte 2 | ||
| Rösti* 0,20 - 0,80 Braadslede, hoogte 2 | ||
| Lasagne bolognese 0,40 - 1,00 open vorm, rooster, hoogte 1 | ||
| Canneloni 0,40 - 1,00 open vorm, rooster, hoogte 1 | ||
| Macaronisoufflé | 0,40 - 1,00 | open vorm, rooster, hoogte 1 |
| Loempia's** | 0,10 - 1,00 Braadslede hoogte 2 | |
| Mini-loempia's** | 0,10 - 0,60 Braadslede, hoogte 2 | |
| Vissticks* | 0,20 - 0,90 Braadslede, hoogte 2 | |
| Gepaneerde inkvisringen* | 0,20 - 0,50 | Braadslede, hoogte 2 |
* Signaal voor het keren na 2/3 van de bereidingstijd. ** Signaal voor het keren na de helft van de bereidingstijd.
Gevogelte
Aanwijzingen
Leg de kip of de poularde eerst met de borstzijde naar onderen in de vorm. Leg de stukken kip met de kant van het vel naar boven in de vorm.
Bereid kalkoenfilet zonder vel. Voeg aan de kalkoenfilet 100 tot 150 ml vloeistof toe. Voeg na het keren eventueel opnieuw 50 tot 100 ml vloeistof toe. Laat de kalkoenfilet na afloop van het programma nog 10 minuten rusten.
| Programmagroep Programma | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vorm / toebehoren, inschuifhoogte |
| Gevogelte | |||
| Kip, vers* | Hele kip, vers | 0,80 - 1,80 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Stukken kip, vers | Kippenpoten, halve kippen | 0,40 - 1,20 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Poularde, vers* | 1,50 - 3,00 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Kalkoenfilet, vers** | Kalkoenfilet zonder vel | 0,80 - 2,00 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
* Signaal voor het keren bij hele kip na 2/3 van de bereidingstijd. ** Signaal voor het keren na de helft van de bereidingstijd.
Vlees
Aanwijzingen
■ Rosbief eerst bereiden met de kant van het vet naar onderen. ■ Rundvlees, kalfsvlees, kalfsschenkel, lamsbout en varkensvlees: het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Voeg aan het vlees 50 tot 100 ml vloeistof toe.
Voeg na het keren eventueel opnieuw 50 tot 100 ml vloeistof toe.
■ Voeg aan het gehakt 50 tot 100 ml vloeistof toe. ■ Laat het vlees na afloop van het programma nog 10 minuten rusten.
| Programmagroep Programma | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vorm / toebehoren, inschuifhoogte |
| Rundvlees | |||
| Stoofvlees, vers** | 0,80 - 2,00 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Rosbief, medium * | 5 - 6 cm hoge rosbief | 0,80 - 2,00 | open vorm, rooster, hoogte 1 |
| Rosbief, doorbakken* | 5 - 6 cm hoge rosbief | 0,80 - 2,00 | open vorm, rooster, hoogte 1 |
| Gehakt | ca. 8 cm hoog | 0,80 - 1,50 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Vleesrolletjes | 0,50 - 3,00 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
* Signaal voor het keren na de helft van de bereidingstijd ** Signaal voor het keren na 1/3 en 2/3 van de bereidingstijd *** Signaal voor het keren na 2/3 van de bereidingstijd
| Programmagroep Programma | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vorm / toebehoren, inschuifhoogte |
| Kalfsvlees | |||
| Braadstuk, vers* | Bout, fricandeau | 0,80 - 2,00 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Schenkel met been, vers 0,80 - 3,00 gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |||
| Osso buco | 0,80 - 3,00 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Varkensvlees | |||
| Halsstuk, vers, zonder been*** 0,80 - 2,00 gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |||
| Halsstuk, vers, met been* | 0,80 - 2,50 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Braadstuk met korstje, vers 0,80 - 2,00 gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |||
| Gehakt | ca. 8 cm hoog | 0,80 - 1,50 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Rollade, vers* | 1,00 - 3,00 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Lamsvlees | |||
| Bout, vers, zonder been, medium* | 0,80 - 2,00 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Bouten, vers, met been, doorbakken* | 0,80 - 2,00 gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | ||
| Gehakt | ca. 8 cm hoog | 0,80 - 1,50 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Wildbraad | |||
| Hertenvlees, vers* | 0,50 - 3,00 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Reebout, zonder been, vers*** | 0,50 - 2,50 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Hazenbout, met been, vers*** | 0,50 - 1,50 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Wild zwijn, vers*** | 0,50 - 2,50 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Konijn, vers | 0,50 - 2,00 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
* Signaal voor het keren na de helft van de bereidingstijd ** Signaal voor het keren na 1/3 en 2/3 van de bereidingstijd *** Signaal voor het keren na 2/3 van de bereidingstijd
Vis
Aanwijzingen
■ Hele vis, vers:
1 tot 3 eetlepels water of citroensap toevoegen.
Visfilet, vers:
1 tot 3 eetlepels water of citroensap toevoegen.
■ Gepaneerde inktvisringen, diepvries:
deze moeten geschikt zijn voor bereiding in de oven.
| Programmagroep Programma | Gewichtsbereik in kg | Vorm / toebehoren, inschuifhoogte |
| Verse vis in zijn geheel stoven | 0,30 - 1,10 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Verse visfilet stoven | 0,20 - 1,00 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Vissticks* | 0,20 - 0,90 | Braadslede, hoogte 2 |
| Inktvisringen, diepvries* | 0,20 - 0,50 | Braadslede, hoogte 2 |
* Signaal voor het keren na 2/3 van de bereidingstijd.
Gehakt en eenpansgerecht
Aanwijzing: Voeg 50 tot 100 ml vloeistof aan het gehakt toe.
| Programmagroep Programma | Geschikte levensmiddelen | Gewichtsbereik in kg | Vorm / toebehoren, inschuifhoogte |
| Gehakt | |||
| van vers rundvlees | ca. 8 cm hoog | 0,80 - 1,50 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| van vers varkensvlees | ca. 8 cm hoog | 0,80 - 1,50 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| van vers, gemengd vlees | ca. 8 cm hoog | 0,80 - 1,50 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| van vers lamsvlees | ca. 8 cm hoog | 0,80 - 1,50 | gesloten vorm, rooster, hoogte 1 |
| Eenpansgerecht* | |||
| Goulash | 0,30 - 2,00 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
| Vleesrolletjes | 0,50 - 3,00 | Hoge gesloten vorm, rooster, hoogte 1 | |
* Gewicht van het vlees instellen
Voor u in onze kookstudio getest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode, temperatuur of welk magnetronvermogen het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
■ De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst. Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Verwijder voor het gebruik alle toebehoren die u niet nodig heeft uit de binnenruimte. ■ Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren. ■ De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. ■ Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in speciaalzaken kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen. - Gebruik altijd pannenlappen wanneer u hete accessoires of serviesgoed uit de binnenruimte neemt.
Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron
In de volgende tabellen vindt u vele mogelijkheden en instelwaarden voor de magnetron.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de vorm, de kwaliteit, de temperatuur en de aard van de levensmiddelen.
In de tabellen zijn vaak tijdsbereiken aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
Het kan zijn dat u andere hoeveelheden heeft dan in de tabellen staan aangegeven. Hiervoor bestaat een vuistregel: Dubbele hoeveelheid - bijna dubbele tijdsduur. halve hoeveelheid - halve tijdsduur.
Schuif het rooster in op hoogte 1. Zet de vorm in het midden. Zo kunnen de microgolven de gerechten van alle kanten bereiken.
Ontdooien
Aanwijzingen
Zet de diepvriesproducten in een open vorm op het rooster. Kwetsbare delen, bijvoorbeeld kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken, kunt u afdekken met kleine stukjes aluminiumfolie. De folie mag de wanden van de binnenruimte niet raken. Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen. De gerechten tussendoor 1 tot 2 maal keren of omroeren. Grote stukken meerdere keren omdraaien. Verwijder tijdens het keren de vloeistof die door het ontdooien is ontstaan. Laat het ontdooide gerecht nog 10 tot 60 minuten rusten bij kamertemperatuur, zodat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld. Bij gevogelte kunt u dan de ingewanden verwijderen.
| Ontdooien Gewicht Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten | Aanwijzingen | ||||
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been) | 800 g 180 W, 15 min. + 90 W, 10-15 min. meerdere malen keren. | ||||
| 1 kg 180 W, 15 min. + 90 W, 20-30 min. | |||||
| 1,5 kg 180 W, 25 min. + 90 W, 25-35 min. | |||||
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 200 g 180 W, 5 min. + 90 W, 4-6 min. tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden. | ||||
| 500 g 180 W, 8 min. + 90 W, 5-10 min. | |||||
| 800 g 180 W, 10 min. + 90 W, 10-15 min. | |||||
| Gehakt, gemengd 200 g 90 W, 8-15 min. meerdere malen keren, al ontdood | vlees verwijderen | ||||
| 500 g 180 W, 5 min. + 90 W, 10-15 min. | |||||
| 800 g 180 W, 10 min. + 90 W, 15-20 min. | |||||
| 1 kg 180 W, 10 min. + 90 W, 20-25 min. | |||||
| Gevogelte of stukken gevogete | 600 g 180 W, 5 min. + 90 W, 13-18 min. | tussendoor keren. | |||
| 1,2 kg 180 W, 10 min. + 90 W, 10-15 min. | |||||
| Eend | 2 kg 180 W, 10 min. + 90 W, 30-40 min. meerdere malen keren. | ||||
| Gans | 4,5 kg 180 W, 20 min. + 90 W, 60-80 min. om de 20 minuten keren, ontdooivloeistof verwijderen | ||||
| Visfilet, viskotelet of plakken | 400 g | 180 W, 5 min. + 90 W, 10-15 min. | ontdooide delen van elkaar scheiden. | ||
| Hele vis | 300 g 180 W, 3 min. + 90 W, 10-15 min. | tussendoor keren. | |||
| 600 g 180 W, 8 min. + 90 W, 10-15 min. | |||||
| Groente, bijv. erwten | 300 g | 180 W, 5-15 min. | tussendoor voorzichtig roeren. | ||
| 600 g 180 W, 10 min. + 90 W, 8-13 min. | |||||
| Fruit, bijv. frambozen | 300 g | 180 W, 5-10 min. | tussendoor voorzichtig roeren en ontdooide delen van elkaar scheiden. | ||
| 500 g 180 W, 8 min. + 90 W, 5-10 min. | |||||
| Boter, ontdooien | 125 g | 90 W, 7-9 min. | Verpakking volledig verwijderen. | ||
| 250 g 180 W, 2 min. + 90 W, 3-5 min. | |||||
| Heel brood | 500 g | 180 W, 3 min. + 90 W, 10-15 min. | tussendoor keren. | ||
| 1 kg 180 W, 3 min. + 90 W, 15-25 min. | |||||
| Gebak, droog, bijv. cake | 500 g 90 W, 10-15 min. | alleen voor gebak zonder glazuur, room of crème, stukken van elkaar scheiden | |||
| 750 g 180 W, 2 min. + 90 W, 10-15 min. | |||||
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart | 500 g 180 W, 5 min. + 90 W, 15-20 min. alleen voor gebak zonder glazuur, slagroom of crème. | ||||
| 750 g 180 W, 10 min. + 90 W, 15-20 min. | |||||
Ontdooien, verhitten of garen van diepvriesgerechten
Aanwijzingen
Neem de kant-en-klare gerechten uit de verpakking. In vormen die geschikt zijn voor de magnetron worden ze sneller en gelijkmatiger opgewarmd. Verschillende bestanddelen van de gerechten kunnen snel of minder snel worden opgewarmd dan andere. Platte gerechten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de gerechten daarom zo plat mogelijk in de vorm. U dient geen levensmiddelen in lagen op elkaar te leggen. Dek de gerechten altijd af. Wanneer u geen geschikte deksel voor uw vorm heeft, neemt u een bord of speciaal folie voor de magnetron.
Tussendoor dient u de gerechten 2 tot 3 maal om te roeren of te keren. Laat de gerechten nadat ze opgewarmd zijn nog 2 tot 5 minuten rusten, met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling. Gebruik altijd keukenhandschoenen of pannenlappen wanneer u de vorm eruit neemt. De eigen smaak van de gerechten blijft in hoge mate behouden. Daarom kunt u spaarzaam omgaan met zout en kruiden.
| Ontdooien, verhitten of garen van diepvriesgerechten | Gewicht Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten | Aanwijzingen | |
| Menu, schotel, kant-en-klaar gerecht | 300-400 g | 600 W, 11-15 min. | Gerecht uit de verpakking nemen, voor het verwarmen afdekken |
| Soep | 400-500 g | 600 W, 8-13 min. | gesloten vorm |
| Eenpansgerechten | 500 g | 600 W, 10-15 min. | gesloten vorm |
| 1 kg | 600 W, 20-25 min. | ||
| Lapjes of stukken vlees in saus, bijv. goulash | 500 g | 600 W, 12-17 min. | gesloten vorm |
| 1 kg | 600 W, 25-30 min. | ||
| Vis, bijv. stukken filet | 400 g | 600 W, 10-15 min. | afgedekt |
| 800 g | 600 W, 18-23 min. | ||
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta | 250 g | 600 W, 2-5 min. | gesloten vorm; vloeistof toevoegen |
| 500 g | 600 W, 7-10 min. | ||
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels | 300 g | 600 W, 8-12 min. | gesloten vorm; 1 el water toevoegen |
| 600 g | 600 W, 13-18 min. | ||
| Spinazie à la crème | 450 g | 600 W, 11-16 min. | zonder toevoeging van water garen |
Gerechten verhitten
⚠️ Kans op verbrandingen!!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat er bellen ontstaan. Al bij een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof plotseling hevig overkoken en opspatten. Wanneer u vloeistof verhit, zet dan altijd een lepel in het voorwerp waarin de vloeistof zich bevindt. Zo voorkomt u kookvertraging.
Attentie!
Metaal - bijvoorbeeld de lepel in het glas - moet minstens 2 cm van de ovenwanden en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Door vonken kan het glas aan de binnenkant van de deur worden vernietigd.
Aanwijzingen
- Neem kant-en-klare gerechten uit de verpakking. In vormen die geschikt zijn voor de magnetron worden ze sneller en gelijkmatiger opgewarmd. Verschillende bestanddelen van de gerechten kunnen snel of minder snel worden opgewarmd dan andere. Dek de gerechten altijd af. Wanneer u geen geschikte deksel voor uw vorm heeft, neemt u een bord of speciaal folie voor de magnetron. Tussendoor dient u de gerechten meermaals door te roeren of te keren. Controleer de temperatuur. Laat de gerechten nadat ze opgewarmd zijn nog 2 tot 5 minuten rusten, met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling. Gebruik altijd keukenhandschoenen of pannenlappen wanneer u de vorm eruit neemt.
| Gerechten verhitten | Gewicht | Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten | Aanwijzingen |
| Menu, schotel, kant-en-klaar gerecht | 350-500 g | 600 W, 4-8 min. | Gerecht uit de verpakking nemen, voor het verwarmen afdekken |
| Dranken 150 ml 1000 W, 1-3 min. Attentie! | |||
| 300 ml 1000 W, 3-4 min. | Lepel in het glas zetten, alcoholische dranken niet oververhitten., tussendoor controleren | ||
| 500 ml 1000 W, 4-5 min. | |||
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk 50 ml | 360 W, 1⁄2-1 min. Flesjes zonder speen of deksel op de | ||
| 100 ml 360 W, 1-11⁄2 min. | bodem van de binnenruimte plaatsen, na het verwarmen goed schudden of omroeren, beslist de temperatuur controleren | ||
| 200 ml 360 W, 1-2 min. | |||
| Soep 1 kop 2 koppen 4 koppen 175 g 1000 W, 11⁄2-2 min. - | |||
| Lapjes of stukken vlees in saus, bijv. goulash | 500 g 600 W, 7-10 min. afgedekt | ||
| Eenpansgerecht 400 g 600 W, 5-7 min. gesloten vorm | |||
| Groente | 150 g 600 W, 2-3 min. | een beetje vloeistof toevoegen | |
| 300 g 600 W, 3-5 min. | |||
Gerechten garen
Aanwijzingen
- Platte gerechten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de gerechten daarom zo plat mogelijk in de vorm. U dient geen levensmiddelen in lagen op elkaar te leggen. ■ Bereid alle gerechten in een gesloten vorm. Wanneer u geen geschikte deksel voor uw vorm heeft, neemt u een bord of speciaal folie voor de magnetron.
■ De eigen smaak van de gerechten blijft in hoge mate behouden. Daarom kunt u spaarzaam omgaan met zout en kruiden. ■ Laat de gerechten met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling na het garen nog 2 tot 5 minuten rusten. - Gebruik altijd keukenhandschoenen of pannenlappen wanneer u de vorm eruit neemt.
| Gerechten garen | Gewicht | Magnetronvermogen in watt Tijdsduur in minuten | Aanwijzingen |
| Hele kip, vers, zonder ingewanden | 1,5 kg | 600 W, 25-30 min. | halverwege de bereidingstijd keren. |
| Visfilet, vers | 400 g | 600 W, 8-13 min. | - |
| Groente, vers | 250 g | 600 W, 6-10 min. | In stukken van gelijke grootte snijden, per 100 g 1 tot 2 el water toevoegen, tussendoor roeren |
| 500 g | 600 W, 10-15 min. | ||
| Aardappels | 250 g | 600 W, 8-11 min. | In stukken van gelijke grootte snijden, per 100 g 1 tot 2 el water toevoegen, tussendoor roeren |
| 500 g | 600 W, 12-15 min. | ||
| 750 g | 600 W, 15-22 min. | ||
| Rijst | 125 g | 600 W, 4-6 min. + 180 W, 12-15 min. | dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen; een hoge, gesloten vorm gebruiken |
| 250 g | 600 W, 7-9 min. + 180 W, 15-20 min. | ||
| Zoete desserts, bijv. pudding (instant) | 500 ml | 600 W, 5-8 min. | tussendoor met de garde 2 tot 3 keer roeren |
| Fruit, compote | 500 g | 600 W, 9-12 min. | - |
Popcorn voor de magnetron
Aanwijzingen
■ Gebruik hittebestendige, ondiepe vormen, bijv. de deksel van een ovenschaal, een glazen bord of een glazen schaal (pyrex) ■ Plaats de vorm altijd op het rooster op hoogte 1. ■ Geen porseleinen of zeer gewelfde borden gebruiken.
■ Instellen volgens de beschrijving in de tabel. Afhankelijk van product en hoeveelheid kan een tijdsaanpassing nodig zijn. - Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt de popcornzak er na 1 minuut en 30 seconden even uitnemen en schudden. Let op: heet!
⚠️ Kans op verbrandingen!!
■ Popcornzak voorzichtig openen, er kan hete damp vrijkomen. ■ Nooit het volledige magnetronvermogen instellen.
| Gewicht | Toebehoren | Hoogte | Magnetronvermogen in watt Tijdsduur in minuten | |
| Popcorn voor de magnetron | 1 zak à 100 g | Vorm, rooster | 1 | 600 W, 4-min. |
Tips voor de magnetron
| U vindt geen instelgegevens voor de voorbereide hoeveelheid voedsel. | Verleng of verkort de gaartijden aan de hand van de volgende vuistregel:dubbele hoeveelheid is = bijna de dubbele tijdhalve hoeveelheid = halve tijd |
| Het gerecht is te droog geworden. Stel de volgende keer een korte gaartijd in of kies een laag magnetronvermogen. Dek het gerecht af en voeg meer vloeistof toe. | |
| Het gerecht is na afloop van de ingestelde tijd nog niet ontdooid, warm of gaar. | Stel een langere tijd in. Grotere hoeveelheden en hogere gerechten hebben meer tijd nodig. |
| Aan het einde van de gaartijd is het gerecht bij de randen te heet, maar in het midden nog niet klaar. | Roer tussendoor om en kies de volgende keer een lager vermogen en een langere tijdsduur. |
| Na het ontdooien is het gevogelte of het vlees van buiten gaar, maar in het midden nog niet ontdooid. | Kies de volgende keer een lager magnetronvermogen. Bij grotere hoeveelheden dient u het te ontdooien gerecht ook meerdere malen te keren. |
Taart, cake en gebak
Bij de tabellen
Aanwijzingen
■ De opgegeven tijden gelden voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. ■ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de kwaliteit en de hoeveelheid van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer hoger in. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt.
■ Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen. ■ Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
Bakvormen
Aanwijzing: Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Hete lucht ■ Boven- en onderwarmte
| Gebak in vormen Toebehoren Hoogte Verwar | mings methode | Temperatuur °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minutes | ||
| Cake eenvoudig Krans-/rechthoekige vorm | 1 | 160-180 90 W 30-40 | ||||
| Cake fijn (bijv. zandtaart) | Krans-/rechthoekige vorm | 1 | 150-170 - 60-80 | |||
| Taartbodem roerdeeg Vorm | vruchtentaartbodem | 2 | 160-180 - 25-35 | |||
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg Springvorm/tulbandvorm | 1 | 160-180 90 W 30-40 | ||||
| Biscuitbodem, 2 eieren Vorm | vruchtentaartbodem | 1 | 150-160 - 20-25 | |||
| Biscuittaart, 6 eieren, voorverwarmen | donkere springvorm | 1 | 170-180 - 30-40 | |||
| Bodem van zandtaartdeeg met rand | donkere springvorm | 1 | 170-190 - 30-40 | |||
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg* | donkere springvorm | 2 | 160-170 180 W 30-40 | |||
| Tulband | Tulbandvorm | 1 | 160-180 90 W 30-40 | |||
| Notentaart | donkere springvorm | 1 | 170-180 90 W 35-45 | |||
| Pizza, dunne bodem, weinig bedekking** | ronde pizzaplaat | 1 | 220-240 - 15-20 | |||
| Hartig gebak* | donkere springvorm | 1 | 180-200 - 50-60 | |||
* Gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen ** De binnenruimte voorverwarmen
| Gebak op de plaat Toebehoren Hoogte Verwarm | ingsmethode | Temperatuur °C | Magnetronvermo gen in watt | Tijdsduur in minuten | ||
| Roerdeeg met droge bedekking Braadslede 2 | 160-180 - 25-35 | |||||
| Roerdeeg met droge bedekking Braadslede + emailen bakplaat* | 13 | 150-170 - 40-50 | ||||
| Roerdeeg met vochtige bedekking (vruchten) | Braadslede 1 | 160-180 90 W 30-40 | ||||
| Gistdeeg met droge bedekking Braadslede 2 | 170-190 - 35-45 | |||||
| Gistdeeg met droge bedekking Braadslede + emailen bakplaat | 13 | 160-180 - 50-60 | ||||
| Gistdeeg met vochtige bedekking (vruchten) | Braadslede 2 | 170-190 - 45-55 | ||||
| Gistdeeg met vochtige bedekking (vruchten) | Braadslede + emailen bakplaat* | 13 | 160-180 - 50-60 | |||
| Zandtaartdeeg met droge bedekking Braadslede 2 | 160-180 - 25-35 | |||||
| Zandtaartdeeg met droge bedekking Braadslede + emailen bakplaat* | 13 | 160-180 - 30-40 | ||||
| Zandtaartdeeg met vochtige bedekking (vruchten) | Braadslede 1 | 160-180 - 50-60 | ||||
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede 1 | 190-200 - 40-50 | |||||
| Biscuitrol, voorverwarmen | Braadslede 2 | 170-190 - 10-20 | ||||
| Broodvlecht van 500 g bloem | Braadslede 2 | 160-180 - 40-50 | ||||
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede | 2 | 150-170 - 60-70 | |||
| Kerststol van 1 kg bloem | Braadslede 2 | 140-150 - 65-75 | ||||
| Strudel, zoet | Braadslede 1 | 190-210 180 W | 30-40 | |||
| Pizza | Braadslede 1 | 210-230 - 25-35 | ||||
| Pizza | Braadslede + emailen bakplaat* | 13 | 190-200 - 40-50 | |||
* Emaillen bakplaten kunt u als extra toebehoren kopen in uw speciaalzaak.
■ Boven- en onderwarmte ■ Hetelucht plus
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte | Verwarmi ngsmeth ode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Koekjes | Braadslede | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Koekjes | Braadslede + emailen bakplaat* | 13 | 140-160 | 30-40 | |
| Bitterkoekjes | Braadslede | 2 | 120-140 | 35-45 | |
| Bitterkoekjes | Braadslede + emailen bakplaat* | 13 | 110-130 | 40-50 | |
| Schuimgebak | Braadslede | 2 | 80-100 | 90-110 | |
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 2 | 160-180 | 35-45 | |
| Muffins | steeds 1 muffinplaat op braadslede + rooster | 13 | 140-160 | 50-60 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Braadslede | 2 | 200-220 | 30-40 | |
| Bladerdeeggebak | Braadslede | 2 | 170-190 | 25-35 | |
| Bladerdeeggebak | Braadslede + emailen bakplaat* | 13 | 170-190 | 30-40 | |
| Gistdeeggebak Braadslede | 2 | 200-220 | 20-30 |
* Emaillen bakplaten kunt u als extra toebehoren kopen in uw speciaalzaak.
■ Boven- en onderwarmte ■ Hete lucht
De binnenruimte voorverwarmen.
| Brood en broodjes Toebehoren Hoogte Verwarmi | ngsmethode | Temperatuur in °C Tijdsduur in minuten | ||
| Gistbrood van 1 kg bloem Braadslede 2 | ☐ | 300+ 170 | 1015-25 | |
| Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloem Braadslede 2 | ☐ | 300+ 170 | 1040-50 | |
| Plat rond brood Braadslede 2 | ☒ | 220-240 15-20 | ||
| Broodjes Braadslede 2 | ☐ | 200-220 20-30 | ||
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Braadslede 2 | ☐ | 190-210 15-25 | |
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| U wilt een vorm van silicone, glas, kunststof of keramiek gebruiken. | De vorm moet tot 250 °C hittebestendig zijn. In deze vormen wordt het gebak minder bruin. Wanneer u de magnetron inschakelt, wordt de tijdsduur eventueel korter dan wat in de tabel staat aangegeven. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Steek ongeveer 10 minuten voor het einde van de opgegeven baktijd een houten prikker in op de plek waar het gebak het hoogst is. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in en houd een langere baktijd aan. Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | Vet nu de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker. | Kies een lagere temperatuur en een wat langere baktijd. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd kortere baktijden aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor, deze bestrooit u met amandelen of paneermeel en vervolgens brengt u de bovenste laag erop aan. Let op recepten en baktijden. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen, dan komt het gemakkelijker los uit de vorm. Als het er nog steeds niet uit komt, maakt u de rand voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer goed in en strooi er ook paneermeel in. |
| U heeft met uw eigen thermometer de oventemperatuur gemeten en daarbij een afwijking vastgesteld. | De oventemperatuur wordt door de fabrikant met een testrooster na een bepaalde tijd in het middelpunt van de binnenruimte gemeten. Alle vormen en toebehoren hebben invloed op de gemeten waarde, zodat u altijd een verschil zult vaststellen wanneer u zelf meet. |
| Tussen vorm en rooster ontstaan vonken. | Controleer of de vorm van buiten schoon is. Verander de positie van de vorm in de binnenruimte. Als dat niet helpt, bakt u zonder magnetron verder. De bakduur wordt dan langer. |
Braden en grillen
Bij de tabellen
Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de kwantiteit en de kwaliteit van de gerechten. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer hoger in.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor het braden en grillen" na de tabellen.
Vormen
U kunt elke vorm gebruiken die hittebestendig en geschikt voor de magnetron is. Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie.
De vorm kan heel heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt.
Zet hete vormen van glas op een droge keukendoek. Wanneer u deze op een natte of koude ondergrond zet, kan het glas knappen.
Aanwijzingen voor het braden
Gebruik voor het bakken en braden van vlees en gevogelte een hoge vorm.
Controleer of de vorm in de binnenruimte past. Deze mag niet te groot zijn.
Vlees:
Zorg ervoor dat de bodem van de vorm net met vloeistof bedekt is. Voeg aan stoofvlees wat meer vloeistof toe. Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd. Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Gevogelte:
Keer de stukken vlees na 2/3 van de bereidingstijd.
Aanwijzingen voor het grillen
Gril altijd met de ovendeur dicht, zonder voorverwarmen.
Gebruik zoveel mogelijk stukken van gelijke dikte voor het grillen. Steaks moeten minstens 2 tot 3 cm dik zijn. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Zout de steaks pas na het grillen.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Donker vlees, bijv. rundvlees, wordt sneller bruin dan licht kalfs- of varkensvlees. Grillstukken van licht vlees of vis zijn vaak
Rundvlees
Aanwijzingen
- Keer het stoofrundvlees na 1/3 en 2/3 van de bereidingstijd. Tot slot nog ca. 10 minuten laten staan.
alleen aan de oppervlakte lichtbruin, maar van binnen gaar en sappig.
Het grillelement schakelt automatisch uit en weer in. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Aanwijzingen voor het stoven
Gebruik voor het stoven van vis een vorm met deksel.
Doe twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.
■ Runderfilet en rosbief halverwege de bereidingstijd keren. Tot slot nog ca. 10 minuten laten staan. ■ Steaks na 2/3 van de bereidingstijd keren. ■ Boven- en onderwarmte Grill, groot
| Rundvlees Toebehoren Hoogt | e | Verwar mingsmethode | Temperatuur °C, grillstand | Magnetronvermo gen in watt | Tijdsduur in minuten | |
| Gestoofd rundvlees, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 190-210 - 120-140 | |||
| Gestoofd rundvlees, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 180-200 - 140-160 | |||
| Gestoofd rundvlees, ca. 2 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 170-190 - 160-180 | |||
| Runderfilet, medium, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 180-200 90 W 30-40 | |||
| Runderfilet, medium, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 200-220 90 W 45-55 | |||
| Rosbief medium, ca. 1 kg | open vorm, rooster 1 | 240-260 180 W 30-40 | ||||
| Steaks medium, 3 cm dik | Braadslede + rooster | 13 | 3 | - 1e kant: ca. 10-152e kant: ca. 5-10 | ||
Kalfsvlees
Aanwijzing: Kalfsvlees en -schenkel halverwege de bereidingstijd keren. Tot slot nog ca. 10 minuten laten staan.
■ Hete lucht ■ Thermogrillen
| Kalfsvlees | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur°C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten |
| Gebraden kalfsvlees, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 210-220 | 90 W | 60-70 | |
| Gebraden kalfsvlees, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 200-210 | 90 W | 70-80 | |
| Gebraden kalfsvlees, ca. 2 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 190-200 | 90 W | 80-100 | |
| Kalfsschenkel, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 190-200 | - | 120-130 |
Varkensvlees
Aanwijzingen
■ Keer mager varkensvlees en vlees zonder zwoerd halverwege de bereidingstijd. Tot slot nog ca. 10 minuten laten staan. Leg het vlees met het zwoerd naar boven in de vorm. Zwoerd insnijden. Het vlees niet keren. Tot slot nog ca. 10 minuten laten staan. ■ Varkensfilet en casselerrib niet keren. Tot slot nog ca. 5 minuten laten staan. ■ Het halsstuk na 2/3 van de bereidingstijd keren.
| Varkensvlees Toebehoren Hoogte Verwar | mingsmethode | Temperatuur °C, grillstand | Magnetronvermo gen in watt | Tijdsduur in minuten | ||
| Vlees zonder zwoerd (bijv. halsstuk), ca. 750 g | gesloten vorm, rooster | 1 | ☒ | 220-240 180 W | 40-50 | |
| Braadstuk met zwoerd (bijv. schouder) ca. 1,5 kg | open vorm, rooster | 1 | ☒ | 180-200 - 150 | ||
| Braadstuk met zwoerd bijv. schouder), ca. 2 kg | open vorm, rooster | 1 | ☒ | 170-190 - 180 | ||
| Varkensfilet, ca. 500 g gesloten vorm, rooster | 1 | ☒ | 210-230 90 W | 20-25 | ||
| Varkensvlees mager, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | ☒ | 210-230 90 W | 50-60 | |
| Varkensvlees mager, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | ☒ | 200-220 90 W | 70-80 | |
| Varkensvlees mager, ca. 2 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | ☒ | 190-210 180 W, 10 min. + 90 W, 75-85 min. | 85-95 | |
| Casselerrib met been, ca. 1 kg | open vorm, rooster | 1 | - | - | 360 W | 45-50 |
| Halsstuk 2 cm dik | Braadslede + rooster | 1 | ☒ | 2 | - 1e kant: ca. 15-20 | |
| 3 | 2e kant: ca. 10-15 | |||||
Lams- en wildbraad
Aanwijzing: Lams- en wildbraad halverwege de bereidingstijd keren.
Thermogrillen
■ Boven- en onderwarmte
| Lams- en wildbraad | Toebehoren | Hoog te | Verwar mingsmethode | Temperatuur °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten |
| Lamszadel met been, ca. 1 kg | open vorm, rooster | 1 | 190-210 | - | 40-50 | |
| Lamsbout zonder been, medium, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 180-200 | - | 90-100 | |
| Reerug met been, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 210-220 | - | 40-50 | |
| Reebout zonder been, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 180-190 | - | 105-120 | |
| Wild zwijn, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 200-220 | - | 100-110 | |
| Hertenvlees, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 200-220 | - | 90-100 | |
| Konijn, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 200-220 | 90 W | 25-35 |
Diversen
Aanwijzingen
■ Laat het gehakt tot slot nog ca. 10 minuten staan.
Thermogrillen
Grill, groot
■ Keer de worstjes na 2/3 van de bereidingstijd.
| Diversen | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur °C, grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten | |
| Gehakt van ca. 1 kg vlees | open vorm, rooster | 1 | 170-190 | 600 W180 W | 10m40-50 min. | |
| Worstjes om te grillen, 4-6 stuks, à ca. 150 g | Braadslede + rooster | 13 | 3 | - | 1e kant: ca. 10-152e kant: ca. 5-10 | |
Gevogelte
Aanwijzingen
Leg hele kippen, kipfilets en kalkoen met de borstzijde naar beneden. Na 2/3 van de bereidingstijd keren.
Leg de poularde met de borstzijde naar beneden. Na 2/3 van de bereidingstijd keren en het magnetronvermogen op 180 watt zetten.
■ Leg halve kippen en stukken kip met de kant van het vel naar boven. Niet omdraaien.
■ Eend en gans na 1/3 en 2/3 van de bereidingstijd keren.
■ Leg eend- en ganzenborst met de kant van het vel naar beneden. Halverwege de bereidingstijd keren. ■ Ganzenbouten halverwege de bereidingstijd keren. Gaatjes in het vel prikken. ■ Kalkoenrollade na 2/3 van de bereidingstijd keren. ■ Leg kalkoenfilet en -bouten met de kant van het vel naar beneden. Na 2/3 van de bereidingstijd keren.
Thermogrillen Grill, groot Hete lucht ■ Boven- en onderwarmte
| Gevogelte Toebehoren Hoogte Verwarm | Temperatuur °C, Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minutes | ||||
| ingsmethode | grillstand | |||||
| Kip, heel, ca. 1,2 kg gesloten vorm, rooster 1 | ☒ | 230-250 360 W 25-35 | ||||
| Poularde, heel gesloten vorm, rooster 1 | ☒ | 200-220 360 W 180 W | 30 15-25 | |||
| Kip, gehalveerd, elk 500 g open vorm, rooster 1 | ☒ | 180-200 360 W 30-35 | ||||
| Stukken kip, ca. 800 g | open vorm, rooster | 1 | ☒ | 190-210 360 W 30-35 | ||
| Stukken kip, ca. 1,5 kg | open vorm, rooster | 1 | ☒ | 190-210 360 W 35-40 | ||
| Kipfilet ca. 500 g | open vorm, rooster | 1 | ☒ | 190-210 180 W 25-30 | ||
| Eend, heel, 1,5 tot 1,7 kg | Braadslede | 1 | ☒ | 170-190 180 W 60-80 | ||
| Eendenborst, heel, 2 stuks à 300 tot 400 g | Rooster + Braadslede* | 2 | ☒ | 3 90 W | 18-22 | |
| Gans, heel, 3 tot 3,5 kg | Braadslede | 1 | ☒ | 170-190 180 W 80-90 | ||
| Ganzenborst, 2 stuks à 500 g | Rooster + braadslede* | 2 | ☒ | 210-230 90 W | 20-25 | |
| Ganzenbouten, 4 stuks ca. 1,5 kg | Rooster + braadslede* | 2 | ☒ | 170-190 180 W 30-40 | ||
| Kalkoen, heel, ca. 3 kg | Braadslede | 1 | ☒ | 170-180 180 W 60-70 | ||
| Kalkoen, heel, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | ☒ | 190-200 180 W 60-70 | ||
| Kalkoenfilet, ca. 1 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | ☐ | 200-210 - | 80-90 | |
| Kalkoenbout, ca. 1,3 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | ☒ | 210-230 360 W 45-50 | ||
* 50 ml water in de braadslede doen.
Vis
Aanwijzingen
■ Leg om te grillen de hele vis, bijv. forel, in het midden van het rooster. ■ Maak hele, gestoofde vis klaar in de zwemhouding.
Grill, klein Grill, groot
| Vis | Toebehoren Hoogte | Verwar | mingsmethode | Grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten |
| Vis heel, bijv. forel ca. 300 g, gegrild | Braadslede + rooster* | 13 | 2 | - | 1e kant: ca. 10-152e kant: ca. 8-12 | |
| Viskotelet, bijv. zalm, 3 cm dik, gegrild | Braadslede + rooster* | 13 | 3 | - | 1e kant: ca. 10-122e kant: ca. 8-12 | |
| Vissen heel, 2 tot 3 stuks à 300 g, gegrild | Braadslede + rooster* | 13 | 2 | - | 1e kant: ca. 10-152e kant: ca. 10-15 | |
| Vis, heel ca. 1 kg, gestoofd gesloten vorm, rooster | 1 | - | - | 600 W | 10-15 | |
| Vis, heel ca. 1,5 kg, gestoofd | gesloten vorm, rooster | 1 | - | - | 600 W360 W | 10-155-10 |
| Vis, heel ca. 2 kg, gestoofd gesloten vorm, rooster | 1 | - | - | 600 W360 W | 15-2010-15 | |
| Visfilet bijv. zeezalm ca. 800 g, gestoofd | gesloten vorm, rooster | 1 | - | - | 600 W | 9-14 |
* Het rooster eerst met olie invetten.
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Kies voor kleinere stukken vlees een hogere temperatuur en een kortere bereidingstijd. Kies voor grotere stukken vlees een lagere temperatuur en een langere bereidingstijd. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de "lepeltest". Druk met de lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Het vlees is niet doorbakken. Snijd het vlees open. Maak de saus klaar in het braadgerei en leg de plakken vlees in de saus. Bereid het vlees verder alleen met de magnetron. | |
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast
Aanwijzingen
■ De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. - Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een grote, lage vorm. In kleine, hoge vormen hebben de gerechten meer tijd nodig en wordt de bovenkant donkerder. ■ Doe de ovenschotel in een vorm die geschikt is voor de magnetron en zet deze op het rooster ■ Laat ovenschotels en gegratineerde gerechten nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven nagaren. - Gebruik voor ovenschotels, gegratineerde aardappels en lasagne een 4 tot 5 cm hoge ovenschaal. ■ Doe soufflé in portievormen of in een hoge ovenschaal. De binnenruimte voorverwarmen. ■ Gegrilde toasts: 4 stuks naast elkaar in het midden van de braadslede leggen. 12 stuks gelijkmatig over de braadslede verdelen.
Gebruik voor ovenschotels, gegratineerde aardappels en lasagne een 4 tot 5 cm hoge ovenschaal.
Doe het soufflé in portievormen of in een hoge ovenschaal. Verwarm de binnenruimte voor.
Gegrilde toasts: leg 4 stuks naast elkaar in het midden van de braadslede. Verdeel 12 stuks gelijkmatig over de braadslede.
Thermogrillen, hete lucht, boven- en onderwarmte, grill klein, grill groot.
| Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast | Toebehoren Hoogte Verwar | mingsmethode | Temperatuur °C, grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in minuten | |
| Ovenschotel, zoet, ca. 1,5 kg | gesloten vorm, rooster | 1 | 140-160 360 W | 25-35 | ||
| Soufflé open vorm, rooster | 1 | 160-180 - 40-45 | ||||
| Soufflé in portievormen | Rooster | 1 | 200-210 - 12-17 | |||
| Noedelsoufflé, ca. 1 kg | open vorm, rooster | 1 | 140-160 600 W | 20-30 | ||
| Lasagne, ca. 2 kg | open vorm, rooster | 2 | 180-200 600 W | 20-30 | ||
| Gegratineerde aardappels van rauwe ingrediënten, ca. 1,1 kg | open vorm, rooster | 1 | 170-190 600 W | 20-25 | ||
| Toast grillen, 4 stuks | Braadslede | 2 | 3 | -8-13 | ||
| Toast grillen, 12 stuks | Braadslede | 2 | 3 | -9-14 | ||
Kant-en-klaar producten
Aanwijzingen
Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking. De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. Frites, kroketten en rösti niet op elkaar leggen. Vissticks, kipsticks, nuggets en groenteburgers halverwege de bereidingstijd keren. Slagroomtaart zonder toebehoren op de bodem van de oven, hoogte 0, plaatsen.
Boven- en onderwarmte, hete lucht
Thermogrill
| Kant-en-klaar producten Toebehoren Hoogte Verwar | mingsmethode | Temperatuur°C | Magnetronvermo gen in watt | Tijdsduur in minuten | ||
| Pizza met dunne bodem Braadslede 1 | ☐ | 210-230 - 20-25 | ||||
| Pizza met dikke bodem Braadslede 2 | ☐ | 200-220 90 W 15-25 | ||||
| Minipizza | Braadslede | 2 | ☐ | 210-230 - 15-20 | ||
| Pizza-baguette | Braadslede 2 | ☒ | 180-190 - 15-20 | |||
| Frites | Braadslede 2 | ☐ | 220-230 - 20-25 | |||
| Kroketten | Braadslede 2 | ☐ | 200-220 - 25-35 | |||
| Rösti, gevulde aardappelflappen | Braadslede 2 | ☐ | 200-220 - 25-35 | |||
| Broodjes, baguette | Rooster | 2 | ☐ | 200-220 - 15-20 | ||
| Zoute krakelingen, niet voorgebakken | Braadslede* | 2 | ☐ | 190-210 - 20-25 | ||
| Afbakbroodje of -stokbrood | Rooster | 2 | ☒ | 140-150 - 12-15 | ||
| Vissticks | Braadslede 2 | ☒ | 190-210 180 W | 10-15 | ||
| Kipsticks, nuggets | Braadslede 2 | ☒ | 190-210 360 W | 15-20 | ||
| Groenteburgers | Braadslede | 2 | ☒ | 200-220 180 W | 15-25 | |
| Strudel | Braadslede | 2 | ☒ | 200-220 90 W 20-25 | ||
| Lasagne | Rooster | 2 | ☐ | 200-210 180 W | 18-23 | |
| Slagroomtaart | - | 0 | ☐ | 30 | - 120-150 | |
Bekleed de braadslede met bakpapier. Het bakpapier moet geschikt zijn voor deze temperaturen.
Langzaam garen
In dit hoofdstuk vindt u informatie
over langzaam garen, over tips en trucs
Langzaam garen wordt ook wel garen bij een lage temperatuur genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die medium/rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
Langzaam garen toepassen
Schakel de functie Langzaam garen alleen in wanneer de binnenruimte volledig is afgekoeld (kamertemperatuur).
Wanneer na het inschakelen van de functie Langzaam garen op het tekstdisplay "niet mogelijk" verschijnt, is de binnenruimte niet volledig afgekoeld.
Wacht tot de binnenruimte afgekoeld is en schakel de functie Langzaam garen opnieuw in.
- Glazen of porseleinen bord op een rooster in de oven op inschuifhoogte 1 plaatsen om het voor te verwarmen.
- Langzaam garen kiezen en een temperatuur tussen 70 en 100 °C instellen. De binnenruimte voorverwarmen en daarbij de vorm mee verwarmen.
Tijdens de opwarmfase (15 minuten) verschijnt "Even geduld.." op het tekstdisplay.
- Vet en zenen uit het vlees verwijderen.
- Het vlees van alle kanten goed aanbraden, zodat er zich een korst vormt met braadaroma's.
- Wanneer er een signaal klinkt en op het tekstdisplay "In gebruik" verschijnt, het gerecht op het glazen of porseleinen bord in de oven plaatsen.
- Het gerecht na afloop van de gaartijd uit de oven nemen en de oven uitschakelen.
Aanwijzing: Zacht gegaard vlees heeft geen rusttijd nodig en kan probleemloos bij lage temperaturen worden warm gehouden.
Let op de volgende punten:
Aanwijzingen
■ Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees. ■ Gebruik uitsluitend vlees zonder been. ■ Gebruik geen ontdooid vlees. ■ U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. ■ De materiaaleigenschappen van de pan en het vermogen van de kookzone kunnen de duur van het aanbraden beïnvloeden. ■ Gebruik voor het langzaam garen altijd inschuifhoogte 1. ■ Dek het vlees tijdens het garen in de binnenruimte niet af. ■ Stukken vlees tijdens het langzaam garen niet keren. - Om te controleren of het vlees gaar is, gebruikt u een braadthermometer. Een kerntemperatuur van 60 °C dient minstens 30 minuten te worden aangehouden. ■ Na het langzaam garen ziet het vlees er van binnen altijd rosé uit. Dit wijst niet op een te korte bereidingsduur. ■ De grootte, dikte en soort van de stukken vlees is bepalend voor de tijden van het aanbraden en langzaam garen. - Gebruik de functie Langzaam garen niet samen met de klokvoorkeuzefunctie.
Langzaam garen
Aanwijzingen
Langzaam garen
■ De waarden in de tabel zijn richtwaarden. De aanbraadduur heeft betrekking op het aanbraden in een hete pan met vet. - Gebruik een vorm met passend deksel, bijv. een glazen schaal. De braadslede op het rooster zetten.
| Langzaam garen Hoogte Verwarmingsme | thode | Temperatuur °C Tijdsduur in minuten | |
| Gevogelte | |||
| Kalkoenfilet 1 | [IMAGE] | 80 240-270 | |
| Eendenborst zonder vel 1 | [IMAGE] | 80 110-140 | |
| Rundvlees | |||
| Gebraden rundvlees (bijv. heupstuk) | 1 | [IMAGE] | 80 270-300 |
| Runderfilet 1 | [IMAGE] | 80 150-180 | |
| Rosbief 1 | [IMAGE] | 80 180-220 | |
| Rundersteaks, 3 cm dik 1 | [IMAGE] | 80 70-100 | |
| Kalfsvlees | |||
| Kalfsvlees (bijv. bovenbout) 1 | [IMAGE] | 80 180-220 | |
| Kalfsfilet 1 | [IMAGE] | 80 80-100 | |
| Varkensvlees | |||
| Varkensvlees (bijv. lendestuk) | 1 | [IMAGE] | 80 180-210 |
| Varkensfricandeau | 1 | [IMAGE] | 80 140-170 |
| Lamsvlees | |||
| Lamsfilet | 1 | [IMAGE] | 80 40-70 |
Tips voor het langzaam garen
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de oven van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. |
| U wilt langzaam gegaard vlees warmhouden. | Zet na het langzaam garen de temperatuur weer op 70 °C. Kleine stukken vlees kunnen maximaal 45 minuten, grote stukken tot 2 uur worden warmgehouden. |
Testgerechten
De kwaliteit en de werking van magnetron-combiapparaten worden aan de hand van deze gerechten getest door keuringsdiensten.
Volgens de norm EN 60705, IEC 60705 resp. DIN 44547 en EN 60350 (2009)
Ontdooien met de magnetron
| Gerecht | Magnetronvermogen watt, tijdsduur in minuten | N.B. |
| Vlees | 180 W, 5 min. + 90 W, 10-15 min. | Pyrexvorm ∅ 22 cm op het rooster, hoogte 1 plaatsen. Na ca. 10 minuten ontdooid vlees verwijderen. |
Garen met de magnetron
| Gerecht | Magnetronvermogen watt, tijdsduur in minuten | N.B. |
| Vla | 360 W, 10 min. + 180 W, 20-25 min. | Pyrexform op het rooster, hoogte 1 plaatsen. |
| Biscuittaart | 600 W, 8–10 min. | Pyrexvorm ∅ 22 cm op het rooster, hoogte 1 plaatsen. |
| Gebraden gehakt | 600 W, 20-25 min. | Pyrexform op het rooster, hoogte 1 plaatsen. |
Garen in combinatie met de magnetron
| Gerecht Magnetronvermogen watt, tijdsduur in minuten | Verwarmin gsmethode | Temperatuur °C N.B. | |
| Gegratineerde aardappels | 600 W, 20-25 min. | 170-190 Pyrexvorm ∅ 22 cm op het rooster, hoogte 1 plaatsen. | |
| Gebak 180 W, 15-20 min. | 180-200 Pyrexvorm ∅ 22 cm op het rooster, hoogte 1 plaatsen. | ||
| Kip* 360 W, 30-35 min. | 200-220 Na 15 minuten keren. | ||
* Plaats het rooster op hoogte 2 en de braadslede op hoogte 1.
Bakken
Aanwijzingen
■ De tabel geldt voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst. ■ Bedekte appeltaart: donkere springvormen verspringend naast elkaar plaatsen.
■ Boven- en onderwarmte ■ Hete lucht ■ Hete lucht plus
| Vormen Hoogte Verwarmings | methode | Temperatuur °C Tijdsduur, minuten | |||
| Sprits Braadslede 2 | ☐ | 160-180 | 20-30 | ||
| Braadslede 2 | ☒ | 150-170 | 20-30 | ||
| Braadslede* + emailen bakplaat** | 1 | ☒ | 140-150 | 30-40 | |
| Small cakes | Braadslede 2 | ☐ | 160-180 | 25-35 | |
| Braadslede 2 | ☒ | 140-160 | 25-35 | ||
| Small cakes | Braadslede* + emailen bakplaat** | 1 | ☒ | 150-170 | 35-45 |
| Waterbiscuit | Springvorm op het rooster | 1 | ☐ | 160-170 | 30-40 |
| Plaatgebak met gist | Braadslede 2 | ☐ | 170-190 | 45-55 | |
| Braadslede* + emailen bakplaat** | 1 | ☒ | 160-180 | 50-60 | |
| Bedekte appeltaart 2 springvormen ∅ 20 cm op het rooster | 2 | ☐ | 170-190 | 70-90 | |
* Bij het bakken op twee niveaus de emaillen bakplaat altijd boven de braadslede inschuiven. ** Emaillen bakplaten kunt u als extra toebehoren kopen in uw speciaalzaak.
Grillen
Grill, groot
| Gerecht | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Grillstand | Tijdsduur, minuten |
| Toast bruinen* | Rooster 3 | [IMAGE] | 3 | 1-2 | |
| Beefburger 12 stuks** | Rooster en Braadslede | 31 | [IMAGE] | 3 | 30 |
* 5 minuten voorverwarmen. ** Halverwege de bereidingstijd keren.
Acrylamide in levensmiddelen
Om welke gerechten gaat het?
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals
bijv. aardappelchips, frites, toast, broodjes, brood, fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
| Algemeen Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden. Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden. Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. | |
| Bakken koekjes Oven-frites | Met boven- en onderwarmte max. 200 °C, met hete lucht plus of hete lucht max.180 °C. Met boven- en onderwarmte max. 190 °C, met hete lucht plus of hete lucht max. 170 °C. Ei of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen. Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen. |
Constructa Neff
Vertriebs-GmbH
Carl-Wery-Straße 34
D-81739 München