WS 6351 - Wasmachine BRANDT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WS 6351 BRANDT in PDF-formaat.
| Producttype | Wasmachine |
| Merk | Brandt |
| Model | WS 6351 |
| Afmetingen (H x B x D) | 850 x 450 x 600 mm |
| Netspanning | 230 V ~ 50 Hz |
| Opgenomen vermogen | 2200 W |
| Zekering | 10 A |
| Capaciteit (katoen) | 5 kg |
| Waterverbruik (60°C) | 55 liter |
| Energieverbruik (60°C) | 1,15 kWh |
| Programmaduur (60°C) | 125 minuten |
| Programma's | Kook/Bontwas, Kreukherstellend, Fijnwas, Wolwas, Spoelen, Centrifugeren, Afpompen |
| Extra functies | Voorwas, Water+, Kort, Eco, Tijdinstelling |
| Max. centrifugeersnelheid (fijnwas) | 700 omw/min |
| Max. centrifugeersnelheid (wol) | 500 omw/min |
| Waterdruk | 1 - 10 bar |
| Afvoerhoogte | 0,80 - 1,10 m |
| Centrifugeerbeveiliging | Ja |
| Deurvergrendeling | Ja |
Veelgestelde vragen - WS 6351 BRANDT
Gebruikersvragen over WS 6351 BRANDT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WS 6351 - BRANDT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WS 6351 van het merk BRANDT.
GEBRUIKSAANWIJZING WS 6351 BRANDT
Gebruiksaanwijzing Wasautomaat
D
Veiligheidsinstructies
en waarschuwingen 4
Plaatsing
Transportbeveiliging achter 5
Transportbeveiliging voor 5
Uitrichten 5
Ondergrond 5
Aansluiting
Watertoevoer 5
Waterafvoer 5
Elektrische aansluiting 6
Voorbereiding van het wasprogramma .. 6
Sorteren van het wasgoed 6
Kleurechtheid 7
oplosmiddelen bevatten 7
Kleuren / Ontkleuren 7
Ontkalken 7
Wol 7
Gordijnen 7
Vullen met wasgoed
Openen van de machine 7
Wasgoed in de machine leggen .....7
Wasmiddel
Wasmiddelkeuze en -dosering .....8
Wasmiddelenbakje 8
Poedervormige en vloeibare
wasmiddelen 8
Wasverzachter 8
Bediening
Programma en temperatuur .....9
Kiezen van het toerental voor
centrifugeren 9
Centrifugeerbeveiligingssysteem ....9
Inschakelen van de machine .....9
Uitschakelen van de machine .....9
Programma afbreken 9
Programma-overzicht 10-11
Programma's voor vergelijkende
en standaardtests 10
Programmaverloop
en speciale programma's 12
Extra functies 13
Verzorging en onderhoud
Pomp 14
Wasmiddelenbakje 14
Behuizing 14
Bedieningspaneel 14
Slangen 14
Schimmelgevaar 14
Vervanging van de
watertoevoerslang 14
Opheffen van storingen
De machine start niet 15
Er stroomt geen water in de machine . 15
Er blijft water in de machine staan .. 15
De machine staat niet stabiel ..... 15
De machine lekt 15
Het wasmiddel schuimt te sterk .... 15
Het wasgoed is na het
centrifugeren nog te nat 15
Technische gegevens en afmetingen .. 16
Geachte klant,
Het verheugt ons zeer dat u voor een wasautomaat van Brandt heeft gekozen. U hebt hiermee een hoogwaardig merkartikel aangeschaft. Om zo lang mogelijk plezier van uw machine te hebben, raden wij u aan alle in deze gebruiksaanwijzing gegeven informatie aandachtig door te lezen. U vindt hierin alle belangrijke gegevens met betrekking tot veiligheid, installatie, gebruik en onderhoud van uw wasmachine. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem in ieder geval door aan een eventuele volgende eigenaar.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Uw wasmachine is bedoeld voor het wassen van textiel dat volgens het wasetiket van de fabrikant met de wasmachine gewassen kan worden Het gebruik van de machine voor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn Gebruik ook nooit oplosmiddelen in uw machine (brand-, explosiegevaar)
De onderstaande instructies dienen in ieder geval te worden opgevolgd, aangezien anders iedere aansprakelijkheid onzerzijds vervalt
- Het verpakkingsmateriaal dient volgens de geldende milieuvoorschriften te worden afgevoerd
- Indien de wasautomaat zichtbaar beschadigd is, mag deze niet worden aangesloten Neem in dit geval contact op met uw leverancier
- De wasautomaat is niet geschikt om te worden geplaatst in ruimten waarin gevaar voor vorst bestaat. Inwerking van vorst kan leiden tot beschadiging van slangen (scheuren of springen) en tot het niet goed functioneren van elektrische en elektronische onderdelen
- Let erop dat de toe- en afvoerslang overeenkomstig de instructies voor aan-sluiting zijn bevestigd Slechte bevestiging kan overstroming veroorzaken Door scheurtjes, knikken ed kunnen de slangen in de loop van de tijd gaan lekken Controleer deze daarom regelmatig om waterschade te voorkomen
- De wasautomaat mag uitsluitend volgens de gebruiksaanwijzing worden gebruikt om schade aan het wasgoed en beschadiging van de wasautomaat te voorkomen. De automaat mag alleen voor het wassen en centrifugeren van huis-houdelijk wasgoed worden gebruikt
Gebruik uitsluitend was- en behandelings- middelen die uitdrukkelijk bedoeld zijn voor gebruik in huishoudelijke wasmachines
- Controleer of de trommel helemaal stilstaat voordat u met uw handen in de trommel grijpt Raak de wasmachine niet met vochtige handen aan
- Laat kinderen niet met de wasmachine spelen en houd huisdieren op een afstand
- Vreemde voorwerpen (zoals munten, schroeven, spijkers, paperclips e d) dienen vóór het wassen verwijderd te worden, aangezien deze de kuip en de trommel kunnen beschädigen
- Indien er storingen optreden die niet met behulp van de informatie in deze gebruiksaanwijzing opgeheven kunnen worden, de automaat losnemen van het net (stekker uit het stopcontact trekken, altijd aan de stekker zelf, nooit aan het snoer) of schakel resp draai de betreffende zekering (er)uit Daarna de watertoevoerkraan sluiten en de technische dienst waarschuwen
- De elektrische apparatuur voldoet aan de desbetreffende veiligheidsvoorschriften Reparaties aan elektrische apparatuur mogen alleen door vaklieden worden uitgevoerd Ondeskundige reparaties kunnen ernstig gevaar voor de gebruiker opleveren Om verdere schade te voorkomen dienen uitsluitend originele reserveonderdelen te worden gebruikt
- Afgedankte wasmachines dienen onmiddellijk onbruikbaar te worden gemaakt Eerst de stekker uit het stopcontact trekken en het netsnoer doorsnijden De watertoevoerkraan sluiten en de toevoerslang verwijderen De deurver-grendeling onbruikbaar maken
- Het in de machine aanwezige water kan niet als drinkwater worden gebruikt
Plaatsing
Alvorens de machine in gebruik te nemen, dienen in ieder geval de in de figuren 1 en 2 getoonde stappen uitgevoerd te worden.
Verwijder van te voren alle styropor onder- delen van het deksel van de machine
Transportbeveiliging achter (Fig. 1 ① t/m ④).
① Draai de zes schroeven los met behulp van een schroevendraaier of een steeksleutel, maat 10
② Verwijder de transportbeveiliging
③ Maak het netsnoer los van het kunststof onderdeel waardoor het met de transportbeveiliging is verbonden
④ Maak de gaten waarin de bevestiging aangebracht was, dicht met de bijgeleverde afdekplaatjes en draai de 4 buitenste schroeven op de machine-behuizing vast
Transportbeveiliging voor (Fig. 2 ① t/m ⑤).
① Draai de afdekstrip los met een munt
② Verwijder de afdekstrip
③ Draai vervolgens met een sleutel maat 10 de bevestigingsschroef van de voorste bevestiging van kunststof los (wegtrekken!)
④ Sluit de gaten waarin de bevestiging aangebracht was, met het overgebleven afdekplaatje
⑤ Breng de afdekstrip weer aan en draai de 2 schroeven vast
Uitrichten (Fig. 6 ① ②).
Maak de rolhefboom los en breng deze in de uiterste stand
Draai de beide schroeven los met behulp van een schroevendraaier
Stel de beide voetjes met een platte sleutel of een tang zodanig in dat de machine goed uitgericht is
Plaats de machine met behulp van de rolhefboom weer op de grond en controleer of de machine goed staat
Wanneer de machine goed uitgericht is, de beide borgschroeven weer vastdraaien
Controleer of de machine recht en stevig op de grond staat, zodat deze bij het centrifugeren niet trilt!
Indien uw machine tegen andere meubels geplaatst wordt, kunt u de haken die voor bevestiging van de slangen dienen, verwijderen
Attentie ! Zorg ervoor dat de slangen niet ingedrukt worden!
Ondergrond
De machine dient op een vlakke en stabiele ondergrond te worden geplaatst
Belangrijk Indien u de wasautomaat op vloerbedekking wilt plaatsen, dient u ervoor te zorgen dat de lucht aan de onderzijde van de machine vrij kan circuleren
Bij plaatsing op een houten vloer moet de machine op een multiplex plaat van ten minste 4 cm dikte worden gezet De plaat moet op de vloer worden vastgeschroefd
Aansluiting
Watertoevoer (Fig. 5)
Uw wasautomaat kan op elke koud- waterleiding worden aangesloten Gebruik daarvoor bij voorkeur de bijgeleverde toevoerslang
De waterdruk kan variëren tussen 10 en 100 N/cm² (1-10 bar) Breng bij een hoge waterdruk een drukregelaar aan Uw waterleidingbedrijf kan u hierover informatie verschaffen
Waterafvoer (Fig. 5)
Attentie Zorg ervoor dat de afvoerslang goed vastzit om overstroming te voor- komen
De buiging van de slang moet echter in ieder geval tussen minimaal 0,80 m en maximaal 1,10 m liggen De slang dient zodanig te worden bevestigd dat deze niet beweegt (b v bij het oog van de slanghouder) en de opening dient zich boven het waterniveau te bevinden
Elektrische aansluiting (Fig. 5)
Aansluiting op het elektriciteitsnet mag uitsluitend geschieden via een randgeaarde wandcontactdoos of, bij een vaste aan-sluiting, op een hoofdschakelaar met ten minste 3 mm contactafstand De elektrische aansluiting moet voldoen aan de landelijke voorschriften en de aanvullende voorschriften van de energiebedrijven De machine mag pas worden ingeschakeld nadat deze op het elektriciteitsnet is aangesloten
Raadpleeg het hoofdstuk «Technische gegevens en afmetingen»
De machine moet op een 2-polige* geaarde wandcontactdoos worden aangesloten De aansluitplaats moet vrij toegankelijk blijven
De aansluiting moet voldoen aan de landelijke voorschriften
Gebruik geen verlengsnoer, adapter of stekkerdoos
Het keurmerk alsmede het type en het nummer van de wasautomaat vindt u op het typeplaatje aan de achterzijde van de machine, onder de aansluitdoos van het aansluitsnoer
De machine dient bij aansluiting op het elektriciteitsnet uitgeschakeld te zijn (stand UIT)
* Wij zijn niet aansprakelijk voor storingen die het gevolg zijn van een slechte aarding van de machine
Voorbereiding van het wasprogramma
Was zoveel mogelijk gelijksoortig wasgoed in één wasbeurt
Internationale behandelingssymbolen
Kreukherstellend wasgoed en fijne was



Wol


Niet geschikt voor de wasmachine

Handwas

Niet wassen

Koud bleken met chloor

Droger hoog ingesteld

Droger laag ingesteld

Strijktemperatuur
• laag
•• middel
••• hoog

Chemisch reinigen

Verbodsbepalingen in acht nemen
Sorteren van het wasgoed
Sorteer het wasgoed aan de hand van de behandelingssymbolen (zie overzicht), de mate van vervuiling en het gewicht
Uit plooien en zakken van de kleding- stukken alle vreemde voorwerpen ver- wijderen, ritsen sluiten
Beugelbeha's in een doek binden omdat de beugels los kunnen raken en tussen trommel en kuip kunnen komen
Vreemde voorwerpen zoals haarspelden, paperclips, munten, schroeven, naalden e d kunnen de wasmachine beschadigen
Sterk vervuilde plekken voorbehandelen Bij probleemgevallen kunt u het beste een specialist raadplegen (drogist, stomerij)
Kleurechtheid
Nieuw wasgoed op kleurechtheid controleren In geval van twijfel nieuwe bonte was apart wassen
Reinigingsmiddelen die oplosmiddelen bevatten
Wasgoed dat met dergelijke middelen voor- behandeld is, mag niet in de wasmachine worden gewassen. Er bestaat namelijk het gevaar dat machineonderdelen beschadigd worden en dat er giftige dampen vrijkomen (brand- en explosiegevaar)
Indien wasgoed met dergelijke middelen voorbehandeld is, moet het eerst goed uitgespoeld worden in schoon water
Kleuren / Ontkleuren
Alleen kleur- en ontkleuringsmiddelen gebruiken die geschikt zijn voor gebruik in de wasmachine De aanwijzingen van de fabrikant dienen te worden opgevolgd
Wij zijn niet aansprakelijk voor schade ontstaan door het gebruik van kleur- of ontkleuringsmiddelen
Ontkalken
Gebruik alleen ontkalkingsmiddelen met beveiliging tegen corrosie Aangezien deze middelen zuren bevatten, dienen de aanwijzingen van de fabrikant nauwkeurig te worden opgevolgd Na het ontkalken meerdere keren het spoelprogramma laten draaien tot alle zuurresten weggespoeld zijn
Wol
Wollen kledingstukken met de aanduiding «met speciale behandeling, niet verviltend» of «machinewasbare wol door superwash» kunnen zonder problemen in deze machine gewassen worden
Gordijnen
Loodband dat niet in de zoom ingenaaid is en niet-roestvrije gordijnhaakjes verwijderen Vastzittende gordijnhaakjes in stof wikkelen, bij voorbeeld in een kussensloop, en dichtknopen om te voorkomen dat ze in de trommel vast komen te zitten
Vullen met wasgoed
Controleer of de keuzeschakelaar voor het wasprogramma in de stand «UIT» staat
Openen van de machine (Fig. 3 en 4)
Open het deksel van de machine door op de knop aan de voorzijde te drukken (Fig 4)
Druk op de vergrendeling op de voorste helft van het trommeldeksel en houd de achterste omhoog springende dekselhelft vast om de trommel te openen (Fig 3 ① ②)
Wasgoed in de machine leggen
Leg het wasgoed losjes in de machine om een goed wasresultaat te verkrijgen
Het wasgoed moet vrij in de trommel liggen Grote en kleine stukken wasgoed zo goed mogelijk mengen Kwetsbaar textiel binnenstebuiten keren, kussenslopen dichtknopen, etc
Let erop dat er geen wasgoed naast de trommel valt
Een te volle trommel geeft geen goed wasresultaat Een emmer van 10 liter kan ongeveer 1 tot 1,5 kg droge was (katoen) bevatten
Sluit de trommel met beide handen en let erop dat de knop goed terugspringt
Het gekleurde gedeelte moet zichtbaar zijn (Fig 3 ③ ④)
Let er tevens op dat er geen wasgoed tussen de beide dekselhelften geklemd wordt
Maximale hoeveelheid
Kookwas 5 kg
Bonte was 5 kg
Kreukherstellend 2,5 kg
Fijne was 1,5 kg
Wol 1 kg
Wasmiddel
Wasmiddelkeuze en -dosering
Gebruik alleen wasmiddelen die voor wasautomaten geschikt zijn
De keuze van het wasmiddel is afhankelijk van de wastemperatuur, de kleur en het soort wasgoed Volg altijd de aanwijzingen van de wasmiddelfabrikant op De benodigde hoeveelheid wasmiddel is afhankelijk van de mate van vervuiling, de hoeveelheid wasgoed en de waterhardheid Wij adviseren u bij het plaatselijke water-leidingbedrijf te informeren naar de water-hardheid in uw regio
Waterhardheid
| 1zacht0° - 7° dH | 2gemiddeld10° - 16° dH | 3hardboven 16° dH |
Een te hoge dosering kan overmatige schuimvorming veroorzaken en het was- en spoelresultaat ongunstig beinvloeden. Een te lage dosering kan tot beschadigende kalkafzetting en tot een grauwsluier op het wasgoed leiden. Poedervormige was- middelen hebben de neiging in combinatie met wateronthardingsmiddelen te gaan klonteren. Doseer daarom altijd eerst het wasmiddel en pas daarna het onthardings- middel in het wasmiddelenbakje
Wasmiddelenbakje
Voordat u met wassen begint, vult u met behulp van het maatbekertje het betreffende vakje resp de vakjes met wasmiddel
Het bakje kan worden verwijderd en onder stromend water worden gereinigd (Fig 7)
Zorg ervoor dat het vakje niet tot boven het bovenste merkstreepje wordt gevuld

Poedervormige en vloeibare wasmiddelen
U kunt zowel poedervormige als vloeibare wasmiddelen gebruiken
Bij programma's met voorwas echter geen vloeibare wasmiddelen gebruiken
Bij geconcentreerde wasmiddelen moeten de op de verpakking geadviseerde hoeveelheden worden aangehouden
Wasverzachter
Doseer de wasverzachter zoals aange- geven door de fabrikant
Bediening

radar
| Category | Value | | ------------------ | ----- | | Fijnwas | 40 | | Wolwas | 30 | | koud | 30 | | UIT | 60 | | 90°C | 60 | | Kook/Bontwas | 30 | | Kreukherstellend | 40 | | Fijnwas | 30 |Programma en temperatuur (Fig 10 ①)
Kies het programma en de temperatuur afhankelijk van het soort wasgoed en de mate van vervuiling (zie programma-overzicht en behandelingssymbolen in het wasgoed)
Kook/Bontwas Katoen en linnen
Maximale hoeveelheid 5 kg
Volume trommel helemaal vol
Temperatuur van 30°C tot 90°C
Kreukherstellend Sterke synthetische- of meng-weefsels
Maximale hoeveelheid 2,5 kg
Volume trommel voor twee derde vol
Temperatuur van 30°C tot 60°C
Fijnwas Zijde, kant, gevoelige was
Volume trommel voor de helft vol
Temperatuur van 30°C tot 40°C
Wolwas wol geschikt voor machinewas
Maximale hoeveelheid 1 kg
Volume trommel voor één derde vol
Temperatuur van koud tot 40°C
Kiezen van het toerental voor centrifugeren (Fig. 10 ②)
Met een hoog toerental gecentrifugeerd wasgoed (niet-gevoelige was) droogt sneller
Een beveiligingssysteem begrenst het maximale toerental tot 700 omw /min bij fijne was en tot 500 omw /min bij wol
Uw machine is tevens uitgerust met een beveiligingssysteem dat ervoor zorgt dat het centrifugeren niet wordt gestart wanneer de trommel niet gelijkmatig gevuld is (b v een dekbed)

Uw wasautomaat beschikt over een beveiligingssysteem dat ervoor zorgt dat er niet kan worden gecentrifugeerd wanneer de trommel niet gelijkmatig is gevuld. In dat geval opent u de trommel, verdeelt u het wasgoed en stelt u het centrifugeerprogramma opnieuw in
Inschakelen van de machine
Zorg ervoor dat de machine op het elektriciteits-net is aangesloten en dat de watertoevoerkraan geopend en het deksel gesloten is
Schakel de machine in door de programma- schakelaar voor het kiezen van het was- programma in de gewenste stand te zetten
Druk vervolgens op «Start» (Fig 10 ⑦) Het wasprogramma wordt gestart
Uitschakelen van de machine
Zet de programmaschakelaar in de stand «UIT» wanneer het programma beëindigd is of wanneer u tijdens het wassen nog wasgoed wilt toevoegen
Het deksel is om veiligheidsredenen vergrendeld
Wacht ten minste twee minuten alvorens het deksel te openen en in de trommel te grijpen Indien het wasprogramma nog niet beëindigd was, wordt het voortgezet nadat de machine opnieuw is ingeschakeld
Programma afbreken
U kunt het wasprogramma op elk moment afbreken door de programmaschakelaar op «Reset» te zetten
Het programma stopt en de controlelamp «Aan» gaat branden totdat een nieuw programma is gekozen
Programma-overzicht
| Behandelingssymbol | Vervuilingsgraad Textielsoort | Hoeveelheid wasgoed, alleen wassen |
![]() | normaal vervuild wasgoed - katoen en linnen | 5 kg |
![]() | licht vervuild wasgoed - katoen en linnen | 5 kg |
![]() | normaal vervuild wasgoed - katoen en linnen | 5 kg |
| 40 60 70 95 | sterk vervuild wasgoed - katoen en linnen | 5 kg |
![]() | normaal vervuild wasgoed - mengweefsel | 2,5 kg |
![]() | licht vervuild wasgoed - mengweefsel | 2,5 kg |
![]() | normaal vervuild wasgoed - mengweefsel | 2,5 kg |
![]() | sterk vervuild wasgoed - mengweefsel | 2,5 kg |
![]() | strijkvrije overhemden,licht en normaal vervuild | 2,5 kg |
![]() | strijkvrije overhemden,sterk vervuild | 2,5 kg |
![]() | normaal vervuild wasgoed - fijne was | 1,5 kg |
![]() | licht vervuild wasgoed - fijne was | 1,5 kg |
![]() | licht en normaal vervuilde gordijnen | 1,5 kg |
![]() | normaal vervuilde wol, geschikt voor machinewas | 1 kg |
![]() | licht vervuilde wol, geschikt voor machinewas | 1 kg |
Programma's voor vergelijkende en standaardtests
| Hoeveel-heid | Water | Energie | Tijd | |
| Programma «Kook/Bontwas» 60°C zonder voorwas, max toerental bij centrifugeren | 5 kg | 55 l | 1,15 kWh | 125 min |
Voor de tests de afvoerslang aan de haak aan de achterzijde van de machine bevestigen Voor de gegevens op het energieplaatje zijn de tests overeenkomstig de Europese richtlijn 92/75/EEG met nominale capaciteit uitgevoerd, onder waarborging van het volledige verbruik van het wasmiddel CEI vanaf het begin van de wasfase
| Programmakeuze | Wasmiddel -vakje | Extra functie | ||||
| WASPROGRAMMA | CENTRIFUGEREN | |||||
| Kook/Bontwas | 30° - 90° | Max | II | - | ||
| Kook/Bontwas | 30° - 60° | Max | II | KORT | ||
| Kook/Bontwas | 30° - 60° | Max | II | ECO | ||
| Kook/Bontwas | 30° - 90° | Max | I | II | VOORWAS | |
| Kreukherstellend | 30° - 60° | Max | II | - | ||
| Kreukherstellend | 30° - 60° | Max | II | KORT | ||
| Kreukherstellend | 30° - 40° | Max | II | ECO | ||
| Kreukherstellend | 30° - 60° | Max | I | II | VOORWAS | |
| Kreukherstellend | 30° - 60° | Max | II | - | ||
| Kreukherstellend | 30° - 60° | Max | I | II | VOORWAS | |
| Fijnwas | 30° - 40° | 700 | II | - | ||
| Fijnwas | 30° - 40° | 700 | II | KORT | ||
| Fijnwas | 30° - 40° | 700 | II | - | ||
| Wolwas | Koud - 40° | 500 | II | - | ||
| Wolwas | Koud - 40° | 500 | II | KORT | ||
| SPOELEN |
| CENTRIFUGEREN |

Programmaverloop en speciale programma's
| Aan | Tijdinstelling | Voorwas | Hoofdwas | Spoelen | Spoelstop | Centrifugeren | Parkeerstand |
Programmaverloop
Branden van de controlelamp «Aan» geeft aan dat het programma beëindigd is en het wasgoed uit de machine genomen kan worden
Knipperen van de controlelamp «Tijdinstelling» geeft aan dat een vertraagde start van het programma gekozen is
De controlelampen «Voorwas», «Hoofdwas», «Spoelen», «Centrifugeren» gaan na elkaar branden om aan te geven in welke fase het programma zich bevindt
Branden van de controlelamp «Spoelstop» geeft aan dat de machine met een met water gevulde trommel stilstaat
Aan het einde van het programma brandt het controlelamp «Parkeerstand», gedurende de fase van het plaatsen van de trommel
Zodra dit lampje uitgaat, is het deksel van de machine ontgrendeld en kunt u de was uit de trommel halen
Wanneer alle controlelampen uit zijn, krijgt de machine geen spanning meer
Speciale programma's
Behalve de basisprogramma's, die een compleet wasprogramma met wassen, spoelen en centrifugeren inhouden, zijn er de speciale programma's Deze kunt u gebruiken waneer u maar een deel van het wasprogramma wilt uitvoeren
Alleen spoelen
Zet de programmaschakelaar (Fig 10 ①) op «Stijven» Kies vervolgens een toerental voor centrifugeren of «Pompen» of «Spoelstop» en druk op «Start»
Alleen centrifugeren
Zet de programmaschakelaar (Fig 10 ①) op «Centrifugeren» Kies vervolgens een toerental voor centrifugeren en druk op «Start»
Afpompen (Fig 10 ②):
Kies deze functie wanneer u het wasgoed na het spoelen niet wilt centrifugeren Het laatste spoelwater wordt alleen afgepompt
Kies deze functie wanneer u het gekozen programma wilt onderbreken vóór het centrifugeren Het wasgoed blijft dan in het laatste spoelwater staan
U kunt dan, afhankelijk van het soort wasgoed, het spoelwater afpompen of een toerental voor centrifugeren kiezen
Directe toegang : trommelopening boven
Om het wasgoed na beëindiging van het wasprogramma gemakkelijker uit de machine te kunnen halen, blijft de trommel automatisch met de opening naar boven staan
Extra functies

Door één of meer extra functies te kiezen kunt u het wasprogramma nog beter aan de speciale eigenschappen van uw wasgoed aanpassen
VOORWAS (Fig 10 ④)
Voor de programma's «Kook/Bontwas» en «Kreukherstellend» bij sterk vervuild was-goed
Vergeet niet de bijbehorende hoeveelheid wasmiddel in de voorwas- en hoofdwasvakjes te doen
WATER + (Fig 10 ⑤)
Met deze toets wordt de hoeveelheid spoelwater bij de programma's «Kook/Bontwas» en «Kreukherstellend» verhoogd
KORT (Fig 10 ⑥)
Kort programma met verkorte wasduur voor licht vervuilde of weinig gedragen wasgoed. Deze extra functie kan bij alle wasprogramma's worden gekozen. De standaardduur van het programma wordt met ongeveer een half uur bekort
ECO (Fig 10⑧)
De ECO-toets (Energiebesparingstoets) heeft een verlenging van de wastijd tot gevolg om ook bij lage temperaturen een goed wasresultaat te bereiken Wanneer u de ECO-toets hebt ingedrukt, kunt u bij voorbeeld een normaal vervuilde kookwas in plaats van op 90°C op 60°C wassen (laat u in dat geval de programmaschakelaar op 90°C staan, uw machine verlaagt automatisch de temperatuur)
U bespaart daarbij 25 tot 35% energie U kunt deze extra functie kiezen bij de programma's «Kook/Bontwas» en «Kreukherstellend»

TIJDINSTELLING (Fig 10 ③)
Deze keuzemogelijkheid stelt u in staat voor het programma een bepaalde starttijd te programmeren om zo van het nachstroomtarief te kunnen profiteren of om uw wasgoed op een bepaald tijdstip schoon aan te treffen
De controlelamp «Tijdinstelling» knippert vanaf het moment waarop de vertraagde programmastart gekozen is tot aan de start van het wasprogramma
Om een programma onmiddellijk te starten of een ingestelde tijd op te heffen, de schakelaar in de stand «Zonder Tijdkeuze» zetten
In het programma Kook/Bontwas en Kreukherstellend is de tijdprogrammering gecombineerd met «inweken» Dit betekent dal meteen na het indrukken van de starttoets water in de kuip loopt (daarom het wasmiddel al toevoegen!) Tot de start van het gekozen wasprogramma wordt het wasgoed regelmatig door het draaien van de trommel in het koude sop verplaatst Als de voorgeprogrammeerde tijd verstreken is, begint automatisch het gewenste programma te draaien
Als u milieuvriendelijk en economisch wilt wassen, kunt u in plaats van de voorwas beter de inweekfuntie kiezen, omdat voor de hoofd-was het inweeksop wordt gebruikt
Hierdoor bespaart u water, wasmiddel en energie
In het Wolwas en fijnwas programma start de machine pas na het verstrijken van de ingestelde starttijd
Verzorging en onderhoud
Alvorens onderhoudswerkzaamheden aan de machine te verrichten, moet in ieder geval eerst de stekker uit het stopcontact worden getrokken
Pomp (Fig. 8)
- Om bij de afvoerzeef te komen, eerst het restwater afpompen en vervolgens de stekker uit het stopcontact trekken
- Verwijder de afdekstrip Leg een dweil en een platte bak onder de toegang tot de pompruimte
- Neem de afsluitdop van het waterafvoerslangetje uit de houder en trek het slangetje naar buiten
- Verwijder de afsluitdop en laat het water in de bak lopen
- Breng de afsluitdop weer goed aan en plaats deze in de houder terug .
• Draai het deksel van de pomp los - Reinig de zeef, controleer of de pomp-vleugel gemakkelijk draait en draai het deksel weer stevig vast
- Breng de afdekstrip weer aan
Laat de machine een spoelgang uitvoeren en controleer of de machine daarbij geen water lekt
Wasmiddelenbakje (Fig. 7)
- Verwijder het bakje door de knop naar voren en het bakje omhoog te trekken
- Spoel het hele bakje schoon onder warm stromend water
- Om het schoonmaken te vergemakkelijken heeft het vakje voor de wasverzachter een uitneembare sifon (blauw) Let erop dat deze weer goed aangebracht wordt
- Plaats het bakje daarna weer terug en controleer of deze goed aangebracht is
Behuizing
Behuizing, trommelopening en wasmiddelen- bakje mogen alleen met een met water bevochtigde spons en vloeibare zeep worden gereinigd
Schuurmiddelen, metalen of kunststof sponsen, alcoholhoudende middelen, verdunners ed mogen in geen geval worden gebruikt
Bedieningspaneel
Gebruik voor het schoonmaken uitsluitend een vochtige doek
Slangen
Zodra u ook maar het kleinste scheurtje ontdekt, dient de toevoer- of afvoerslang onmiddellijk te worden vervangen U kunt de levensduur van de elektrisch bediende klep verlengen door de watertoevoerkraan na elke wasbeurt te sluiten Bij bevriezingsgevaar schroeft u de watertoevoerslang los en pompt u het in de kuip en de pomp aanwezige water af
Schimmelgevaar
Om op vochtige plaatsen schimmelvorming te voorkomen, adviseren wij u het volgende
- Laat na het wassen het deksel enige tijd open staan
- Ongeveer een keer per maand de plastic en rubberen delen van de toegang tot de kuip schoon te maken met behulp van een licht chloorhoudend product Vervolgens deze onderdelen af te spoelen om alle resten van dit product te verwijderen
- Minstens een keer per maand een wasprogramma op 90°C uit te voeren
Vervanging van de toevoerslang (Fig. 9)
Indien u de toevoerslang wilt vervangen, wendt u zich tot uw handelaar, die u een geschikte slang kan leveren
Let er bij bij het vervangen op, dat de onderdelen stevig vastgedraaid zijn en aan beide uiteinden een afdichtring aangebracht is
Opheffen van storingen
Brandt heeft een eigen technische dienst Kleine storingen kunt u echter ook zelf verhelpen Controleer daarom eerst de volgende punten voordat u de technische dienst belt
De machine start niet
- Controleer de zekering in de zekeringenkast
- Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit
Er stroomt geen water in de machine
- Controleer of de waterkraan open is
- Misschien is de druk in het waterleidingnet te laag Controleer de waterdruk
- Misschien kan het water niet ongehinderd door de afvoerslang stromen
Er blijft water in de machine staan
- De machine staat in de «UIT»-stand Zet de schakelaar «PROGRAMMAKEUZE» op «Centrifugeren» en de schakelaar «CENTRIFUGEREN» op «Pompen», of kies een toerental voor centrifugeren
- Misschien kan het water niet ongehinderd door de afvoerslang stromen
- De pomp, de kuipbodem of de verbindings-slang kunnen verstopt zijn Verwijder zo nodig vreemde voorwerpen
De wasmachine staat niet stabiel
- Controleer of de transportbeveiliging verwijderd is
- Controleer of de machine goed geplaatst is De machine rust misschien op zijn rollen
- Misschien kan het water niet ongehinderd door de afvoerslang lopen
De machine lekt
- Controleer of de toe- en afvoerslang goed aangesloten zijn
- Controleer of het deksel van de pomp goed dichtgedraaid is
- Kijk of de machine tijdens het wassen te veel schuim ontwikkelt en of er schuim door het wasmiddelenbakje naar buiten komt
Het wasmiddel schuimt te sterk
- Bent u er zeker van dat u een machine-wasmiddel gebruikt hebt ? In dat geval hebt u teveel wasmiddel gebruikt Stop dan het programma, pomp het water af en voer een aantal spoelgangen uit Start het programma opnieuw met een geringere hoeveelheid wasmiddel
- Het kan zijn dat de waterhardheid zeer laag is Informeer bij uw waterleidingbedrijf naar de hardheidsgraad en doseer een overeenkomstig lagere hoeveelheid wasmiddel
- Als er ook nog bij de laatste spoelgang of de laatste centrifugeergang schuim ontstaat, kan dat aan het wasmiddel liggen. Dit heeft echter geen invloed op het spoelresultaat
Het wasgoed is na het centrifugeren nog te nat
- Het ingestelde toerental is te laag
- Door onbalans is het automatische centrifugeerbeveiligingssysteem geactiveerd Daardoor is het toerental gereduceerd of het centrifugeerproces afgebroken Onbalans kan ontstaan doordat slechts enkele grote stukken wasgoed gewassen worden Doe daarom steeds grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel
- Een vreemd voorwerp kan in de machine vast zijn gaan zitten en een goed centrifugeren verhinderen Onderzoek de pomp, de kuipbodem en de verbindingsslang
Technische dienst
Indien u een storing niet zelf kunt opheffen, wendt u zich onder vermelding van de op het typeplaatje ingeponste modelaanduiding en identificatienummer tot de technische dienst
Het adres en telefoonnummer van de servicetechnicus voor uw woonplaats kunt u opvragen bij onze centrale servicedienst
Brandt Nederland BV
Afdeling Service (tijdens kantooruren)
Telefoonnummer · 077- 351 11 11
Faxnummer 077-351 15 66
Wij wensen u veel plezier toe met uw aakoop
BRANDT NEDERLAND BV
Technische gegevens en afmetingen
Hoogte 850 mm
Breedte 450 mm
Diepte 600 mm
• 230 V - 50 Hz
Opgenomen vermogen 2200 W
• Zekering 10 A
Opmerking Indien het aansluitsnoer wordt vervangen, dient het volgende snoertype te worden gebruikt
HO5 V-V-F 3 G 1,5 mm² (Fig 9)
Dit apparaat voldoet aan de Europese richtlijnen 73/23/EEG (Richtlijn voor laagspanning), 89/336/EEG
(elektromagnetische compatibiliteit), gewijzigd door de richtlijn 93/68/EEG
Inhaltsverzeichnis
Seite
Sicherheits-
und Warnhinweise 18
Aufstellung
Afdeling Service (tijdens kantooruren)
Telefon 077-351 11 11
Telefax 077-351 15 66



Afdeling Service (tijdens kantooruren)
Phone 077-351 11 11
Fax 077-351 15 66
Afdeling Service (tijdens kantooruren)
Téléphone 077-351 11 11
Fax 077-351 15 66
Technische wijzigingen voorbehouden













