MIELE F 9252 i - Vriezer

F 9252 i - Vriezer MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis F 9252 i MIELE in PDF-formaat.

📄 48 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MIELE F 9252 i - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Vriezer (inbouw)
Model F 9252 i
Merk Miele
Afmetingen (H x B x D) 87,5 cm x 59,7 cm x 55,5 cm
Gewicht 38 kg
Energieklasse E (oude label: A++)
Geluidsniveau 35 dB(A) re 1 pW
Vriescapaciteit 16 kg/24h
Netto inhoud vriezer 242 liter
Bewaartijd bij stroomuitval 24 uur
Klimaatklasse SN-N-ST-T
Ontdooimethode Handmatig (geen NoFrost)
Deurscharnier Rechts, omkeerbaar
Inbouwmaten (H x B x D) 88,0 cm x 60,0 cm x 55,5 cm
SuperVriezen Ja, met automatische uitschakeling
Temperatuuralarm Ja, optisch en akoestisch
Stroomuitvalalarm Ja
Verlichting LED, dimbaar
Aantal lades 6
Deurvakken 2
IJsblokjesmaker Nee
Vermogensaansluiting 220-240 V, 50 Hz, 10 A
Jaarlijks energieverbruik ca. 260 kWh

Veelgestelde vragen - F 9252 i MIELE

Hoe stel ik de temperatuur in op mijn Miele F 9252 i vriezer?
De temperatuur wordt ingesteld via het draaiknopje (thermostaat) in het apparaat, kies een stand tussen 1 (warmst) en 7 (koudst). Aanbevolen: stand 4 of 5 voor -18°C.
Wat moet ik doen als het temperatuuralarm afgaat?
Het alarm klinkt als de temperatuur te hoog wordt. Druk op de alarmknop om het geluid uit te schakelen. Controleer of de deur goed gesloten is en of er geen warme producten zijn bijgeplaatst.
Kan ik de deur van de vriezer omdraaien?
Ja, de deur is omkeerbaar. Dit moet door een vakman worden gedaan. In de handleiding staat een stapsgewijze uitleg.
Hoe ontdooi ik de vriezer?
Schakel het apparaat uit, verwijder alle levensmiddelen en laat de deur open staan of gebruik een ijsblokjesmaker. Gebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen.
Wat is SuperVriezen en hoe gebruik ik het?
SuperVriezen versnelt het invriezen van verse producten. Druk op de SuperVriezen-knop 6 uur van tevoren. De functie schakelt automatisch uit.
Welke onderdelen kan ik zelf vervangen?
U kunt deurvakken, lades en de deur zelf vervangen. Voor elektrische onderdelen zoals de thermostaat of compressor dient u een Miele servicemonteur in te schakelen.
Wat is de beste manier om de vriezer schoon te maken?
Reinig het apparaat met een zachte doek en warm water met een afwasmiddel. Gebruik geen schuurmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen. Droog alles goed af.
Hoe lang duurt het voordat de vriezer de juiste temperatuur bereikt na het inschakelen?
Na het inschakelen duurt het ongeveer 12 tot 24 uur voordat de vriezer de ingestelde temperatuur bereikt. Plaats geen levensmiddelen voordat de temperatuur stabiel is.
Wat is de maximale omgevingstemperatuur voor de vriezer?
De vriezer is geschikt voor omgevingstemperaturen van 10°C tot 43°C (klimaatklasse SN-N-ST-T). Bij hogere temperaturen kan de koelcapaciteit afnemen.
Waar kan ik reserveonderdelen vinden voor mijn Miele F 9252 i?
Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij Miele servicediensten of online via de Miele webshop. Gebruik altijd originele onderdelen voor optimale prestaties.

Gebruikersvragen over F 9252 i MIELE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F 9252 i - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F 9252 i van het merk MIELE.

GEBRUIKSAANWIJZING F 9252 i MIELE

Montage- en gebruiksaanwijzing

MIELE F 9252 i - Montage- en gebruiksaanwijzing - 1

Lees in elk geval de ge-

bruiksaanwijzing voor u het toestel opstelt, installeert en in gebruik neemt.

Dat is veiliger voor uzelf

u vermijdt schade aan het toestel.

n l - B E

M.-Nr. 07 465 440

Inhoud

Beschrijving van het toestel 4

Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu 5

Opmerkingen omtrent uw veiligheid 6

Hoe kunt u energie besparen? 11

Toestel in- en uitschakelen 12

Vergrendeling 12

Bij langdurige afwezigheid 13

De juiste temperatuur 14

Temperatuur instellen 14

Mogelijke instelwaarden voor de temperatuur 15

Temperatuurindicator 15

Lichtsterkte van de temperatuurindicator....15

Waarschuwingssignaal 17

Temperatuuralarm 17

Deuralarm 17

Waarschuwingssysteem inschakelen 17

Waarschuwingssignaal vroegtijdig uitschakelen....17

Superfrost gebruiken 18

Functie Superfrost 18

Superfrost inschakelen 18

Superfrost uitschakelen 18

Invriezen en bewaren....19

Maximaal invriesvermogen 19

Wat gebeurt er als verse levensmiddelen worden ingevroren? 19

Diepvriesvoedsel bewaren 19

Zelf levensmiddelen invriezen....20

Hou bij het invriezen rekening met het volgende 20

Verpakken. 20

Voor u de levensmiddelen in het toestel legt 21

In het toestel plaatsen....21

Grote stukken plaatsen 21

Vrieskalender 21

Ingevroren voedsel ontdooien 22

IJsblokjes maken 22

Dranken snel koelen 22

Vriestablet gebruiken. 23

Koelaccu gebruiken. 23

Ontdooien 24

Reinigen 26

Binnenruimte, toebehoren 26

Openingen voor luchttoevoer en -afvoer 26

Deurdichting 26

Wat gedaan als ... ? 27

Waar bepaalde geluiden vandaan komen 30

Technische Dienst van Miele/garantie 31

Elektrische aansluiting 32

Montagerichtlijnen 33

Opstelplaats. 3 3

Klimaatklasse 33

Luchttoevoer en -afvoer....33

Voor u het toestel inbouwt 34

Maakte het oude toestel gebruik van een andere scharniertechniek? . . . . . . . 34

Voorzijde in roestvrij staal 34

Inbouwafmetingen 35

De scharnieren verplaatsen 37

Toesteldeur 37

Het toestel inbouwen 40

Gewicht van de meubeldeur 40

Inbouw in een scheidingswand....40

De meubeldeur monteren 44

***

- 18 °C ① + - Super ② ③ ④ ⑤ ⑥

① Controlelampje van de vergrendeling
② Toets aan/uit
③ Temperatuurindicator

④ Toetsen voor het instellen van de temperatuur (+ voor warmer; - voor kouder)
⑤ Superfrost-toets en controlelampje
⑥ Uitschakeltoets voor het waarschuwingssignaal

MIELE F 9252 i - Het toestel inbouwen 40 - 2

① Vriesladen met vrieskalender

Recycleerbare verpakking

De verpakking behoedt het toestel voor transportschade. Er werd materiaal gekozen dat door het milieu wordt verdragen en opnieuw kan worden benut.

Door de verpakking weer in kringloop te brengen, wordt er grondstof gespaard en verkleint de afvalberg. Geef deze stoffen dus niet met het gewone vuilnis mee. Breng ze liever naar het dichtstbijzijnde gemeentelijk containerpark. Waar u dat vindt, komt u zeker bij uw gemeentebestuur aan de weet.

MIELE F 9252 i - Recycleerbare verpakking - 1

Berging van uw oud toestel

Bij de aankoop van uw nieuw toestel heeft u een bijdrage betaald. Die wordt volledig gebruikt voor de toekomstige recyclage van dat toestel. Dat bevat trouwens nog waardevol materiaal. Door te recycleren wordt er dan ook minder verspild en vervuild.

Als u vragen heeft omtrent het af- danken van uw oud toestel, neem dan contact op met

- de handelaar bij wie u het kocht

of

– de firma Recupel,

telefoon 02 706 86 10,

website: www.recupel.be

of

- uw gemeentebestuur als u uw toestel naar een containerpark brengt.

Zorg ervoor dat de buisleidingen van de compressor geen schade oplopen voordat het toestel terdege wordt geborgen. Zo vermijdt u dat er koelmiddel uit het koelcircuit of olie uit de compressor in het milieu terechtkomt.

Zorg er ook voor dat het toestel kinder-veilig wordt bewaard voor u het laat wegbrengen.

Dit toestel voldoet aan de voorge-schreven veiligheidsvoorschriften. Door ondeskundig gebruik kunnen gebruikers echter letsel oplopen en kan er schade optreden aan het toestel.

Voor u het toestel in gebruik neemt, moet u de gebruiksaanwijzing aan-dachtig lezen. U vindt er belangrijke opmerkingen omtrent uw veiligheid, de installatie, het gebruik en het onderhoud van uw toestel. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan het toestel.

Bewaar de gebruiksaanwijzing en geef ze door aan wie het toestel eventueel na u gebruikt.

Juist gebruik

Het toestel is bedoeld voor gebruik in het huishouden en gelijkaardige omgevingen zoals

  • in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomgevingen,
  • op boerderijen
  • door klanten in hotels, motels, bed-and-breakfasts en andere typische woonomgevingen.

Gebruik het toestel uitsluitend in het huishouden voor het bewaren van diepvriesproducten, voor het invriezen van verse levensmiddelen en voor het maken van ijsblokjes.

Gebruik voor andere doeleinden is niet toegelaten en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die werd veroorzaakt doordat het toestel voor andere doeleinden werd gebruikt of verkeerd werd bediend.

▶ Personen die door hun fysieke, zintuiglijke of geestelijke mogelijkheden of hun onervarenheid of gebrek aan kennis niet in staat zijn om het toestel veilig te bedienen, mogen dit toestel alleen onder het toezicht of de begeleiding van een verantwoordelijk iemand gebruiken.

Kinderen in het huishouden

Kinderen mogen het toestel alleen maar gebruiken wanneer hen de bediening ervan zo uitgelegd is dat ze het veilig kunnen bedienen. Kinderen moeten de eventuele risico's van een foutieve bediening kunnen beseffen.
Let op kinderen die in de buurt van het toestel komen. Let op dat kinderen niet met het toestel spelen, bijv. in de vrieslade gaan zitten of aan de toesteldeur gaan hangen.

Vóórdat u de diepvrieskast opstelt, controleert u het toestel op zichtbare schade.

Een beschadigde diepvrieskast mag u niet opstellen en in gebruik nemen.

Als de aansluiting op het stroomnet beschadigd is, moet die worden vervangen door een vakman die door de constructeur is gemachtigd. Op die manier kunnen risico's voor de gebruiker worden vermeden.

Dit toestel bevat het koelmiddel isobutaan (R600a), een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het is niet schadelijk voor de ozonlaag en draagt niet bij tot het broeikaseffect. Het gebruik van dit milieuvriendelijke koelmiddel veroorzaakt wel een lichte verhoging van het werkingsgeluid. Naast de werkingsgeluiden van de compressor kunnen er stromingsgeluiden in het volledige koelcircuit voorkomen. Dat is jammer genoeg niet te vermijden, maar heeft geen invloed op de prestaties van het toestel.

Let er bij het transporteren en het opstellen van het toestel op dat geen enkel onderdeel van het koelcircuit beschadigd raakt. Wegspattend koelmiddel kan tot oogletsels leiden!

Bij beschadiging:

  • vermijd open vuur of ontstekingsbronnen,
  • trek de stekker uit het stopcontact,
  • verlucht het vertrek waarin het toestel staat, en
  • verwittig de Technische Dienst van Miele.

Hoe meer koelmiddel er in een toestel zit, hoe groter de ruimte moet zijn waarin het toestel wordt opgesteld. Bij een eventueel lek kan er in een te kleine ruimte een brandbaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m ^3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel is aangegeven op het typeplaatje in het toestel.

Het apparaat werkt enkel gegaran- deerd veilig als het gemonteerd en aangesloten is volgens de gebruiks- aanwijzing.

▶ Voordat u het toestel aansluit, dient u eerst de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet te vergelijken.

Deze gegevens dienen absoluut overeen te stemmen. Anders treedt er schade op aan uw toestel. Vraag bij twijfel inlichtingen aan uw installateur.

Gebruik geen verlengsnoeren om het toestel aan te sluiten op het elektriciteitsnet.

Die bieden niet voldoende veiligheidsgaranties.

Er bestaat onder meer gevaar voor oververhitting.

De elektrische veiligheid van het apparaat is slechts gegarandeerd als het is aangesloten aan een massakabelsysteem dat beantwoordt aan de voorschriften. Het is zeer belangrijk dat deze fundamentele veiligheidsvoorwaarden vervuld zijn. Laat in geval van twijfel de huisinstallatie controleren door een gespecialiseerd elektricien.

De constructeur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt omdat de massakabel ontbreekt of onderbroken is (bv. elektrische schok).

Installatie- en onderhoudswerken evenals reparaties mogen enkel worden uitgevoerd door vaklieden die zijn gemachtigd door de constructeur.

Onvakkundige installatie- en onder- houdswerken of reparaties kunnen lei- den tot gevaarlijke situaties voor de ge- bruiker. De constructeur is daarvoor niet aansprakelijk

▶ Een herstelling van het toestel tijdens de garantieperiode mag enkel gebeuren door een naverkoopdienst erkend door de fabricant, zoniet vervalt de garantie bij eventuele later defekt.

Het toestel is pas stroomloos indien aan een van deze voorwaarden werd voldaan:

- De stekker van het toestel is uitgetrokken.

Trek daarbij niet aan het snoer, wel aan de stekker.

- De zekering op uw elektrische installatie is uitgeschakeld.

  • De schroefzekering op uw elektrische installatie is helemaal uitgedraaid.
    ▶ Defecte onderdelen mogen enkel worden vervangen door originele vervangstukken van Miele. Enkel voor die onderdelen garandeert de fabrikant dat ze beantwoorden aan de veiligheidsvereisten
    Als u het toestel niet op een vaste plaats installeert, bijv. op een schip, laat dit karwei dan enkel uitvoeren door vakmensen. Die moeten ervoor

zorgen dat u het toestel veilig kunt gebruiken.

Efficiënt gebruik

Raak bevoren levensmiddelen niet met natte handen aan. Uw handen zouden kunnen vastvriezen. U zou zich kunnen verwonden.
Steek nooit ijsblokjes en ijslolly's, met name waterijsjes, in de mond wanneer u ze net uit de diepvraskast hebt gehaald.

Door de zeer lage temperatuur van de bevroren levensmiddelen kunnen uw lippen of tong vastvriezen. U zou zich kunnen verwonden.

Gedeeltelijk of volledig ontdooide levensmiddelen mogen niet opnieuw worden ingevroren.

Verbruik deze levensmiddelen zo snel mogelijk, want de levensmiddelen verliezen hun voedingswaarde en bederven. Ontdooide levensmiddelen kunt u opnieuw invriezen nadat u ze heeft gekookt of gebraden.

Bewaar geen explosieve stoffen en geen producten met brandbare drijf-gassen (bijv. spuitbussen) in het toestel. Als de thermostaat wordt ingeschakeld, kunnen er vonken ontstaan. Die kunnen ontvlambare mengsels tot ontploffing brengen.

Gebruik geen elektrische toestellen in het toestel (bijv. om softijs te maken). Er kunnen vonken ontstaan. Ontploffingsgevaar!

Bewaar geen blikjes en flessen met koolzuurhoudende dranken of met vloeistoffen die kunnen bevriezen in de vrieszone. De blikjes of flessen kunnen uit elkaar springen. U kunt zich verwonden en er kan schade ontstaan.

Als u flessen snel in de diepvries wenst te koelen, moet u ze uiterlijk na één uur weer uit het toestel halen. De flessen kunnen ontploffen. U kunt zich verwonden en er kan schade ontstaan.

Als u levensmiddelen eet die te lang bewaard werden, bestaat er gevaar voor voedselvergiftiging. De bewaarduur is afhankelijk van diverse factoren, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden bewaard. Hou rekening met de bewaarinstructies en de verbruikstermijnen van de fabrikant van de levensmiddelen.

Gebruik geen voorwerpen met een scherpe punt of rand om

- rijm- en ijslagen te verwijderen,

- vastgevroren ijsblokjesbakken en levensmiddelen los te wrikken.

Als u dat doet, beschadigt u de koelelementen en functioneert het toestel niet meer correct.

Plaats nooit elektrische verwarmingstoestellen of kaarsen in het toestel om het te ontdooien.

De kunststof zou beschadigd raken.

Gebruik geen ontdooisprays of - producten om ijs te verwijderen.

Die kunnen immers explosieve gassen vormen, ze kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die de kunststof aantasten of ze kunnen de gezondheid schaden.

▶ Behandel de deurdichting niet met olie of vet.

Daardoor wordt de deurdichting na ver- loop van tijd poreus.

Dek de aanzuigopening voor de lucht in de voet en de afvoeropening boven in de behuizing niet af.

Als die openingen afgedekt zijn, kan er geen goede luchtcirculatie plaatsvinden. Het stroomverbruik stijgt en schade aan onderdelen kan niet worden uitgesloten.

Het toestel is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder- en bovengrens gerespecteerd moeten worden. De klimaatklasse is vermeld op het typeplaatje aan de binnenzijde van het toestel.

Een lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat het koelelement gedurende een lange tijd stilstaat, zodat het toestel de vereiste temperatuur niet kan aanhouden.

Gebruik voor het ontdooien en reinigen van het toestel in geen geval een stoomreiniger.

Stoom kan in aanraking komen met onderdelen van het toestel die onder spanning staan en zo een kortsluiting veroorzaken.

Wat met een afgedankte diepvrieskast?

▶ Vernietig het knip- of vergrendelslot van uw oude diepvrieskast als u die afdankt.

Op die manier voorkomt u dat spelende kinderen zich in het toestel opsluiten, wat levensgevaarlijk kan zijn.

▶ Beschadig geen onderdelen van het koelcircuit, bijv. door

- koelmiddelkanalen van de verdamper open te prikken;

- buizen te knikken;

- oppervlaktecoatings weg te krassen.

Als er koelmiddel uit spuit, kan dat oogletsels veroorzaken.

De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is doordat deze veiligheidsrichtlijnen niet in acht werden genomen.

Hoe kunt u energie besparen?

normaal energieverbruik verhoogd energieverbruik
OpstellenIn een verluchtbare ruimte.In een gesloten, niet te verluchten ruimte
Beschermd tegen directe zonnestraling.Bij directe zonnestraling.
Niet naast een warmtebron (verwarmingselement, fornuis).Naast een warmtebron (verwarmingselement, fornuis).
Bij een ideale kamertemperatuur van 20 °C.Bij een hogere omgevingstemperatuur.
Temperatuurinstelling Thermostaat "niveaugetallen" (regeling in niveaus)Bij een gemiddelde instelling van 2 tot 3.Bij een hoge instelling: Hoe lager de temperatuur in het vriesvak, hoe hoger het energieverbruik!
Temperatuurinstelling Thermostaat "graadaanduidingen" (digitaal scherm)Keldervak van 8 tot 12 °CBij toestellen met een winterschakeling moet u erop letten dat die schakelaar bij temperaturen boven 16 resp. 18 °C uitgeschakeld is.
Koelvak van 4 tot 5 °C
PerfectFresh-zone bijna 0 °C
Vriesvak -18 °C
Wijnbewaarzone van 10 tot 12 °C
GebruikDe deur alleen maar zo kort mogelijk openen.De deur vaak en langdurig openen = koudeverlies
Levensmiddelen goed gesorteerd inladen.Wanneer alles door elkaar ligt, moet u lang zoeken en blijft de deur lang openstaan.
Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het toestel afkoelen.Warme gerechten in het toestel doen de compressor langdurig werken (het toestel probeert harder te koelen).
Levensmiddelen goed verpakt of goed afgedekt inladen.Wanneer vloeistoffen in de koelzone verdampen en condenseren, leidt dat tot verlies van het koelvermogen.
Leg ingevroren producten in de koelzone om ze te ontdooien.
Doe de vakken niet te vol zodat de lucht kan circuleren.
OntdooienOntdooi het vriesvak bij een ijslaag van 0,5 cm.Een ijslaag vermindert de overdracht van de koude aan de in te vriezen levensmiddelen en doet het stroom-verbruik stijgen.

Vóór het eerste gebruik

■ Reinig het inwendige van het toestel en het toebehoren. Gebruik daarvoor lauw water; wrijf daarna alles droog met een doek.

Laat het toestel na het transport ca. 1/2 tot 1 uur staan voor u het aan-sluit. Dit is zeer belangrijk voor de latere werking!

Het toestel inschakelen

MIELE F 9252 i - Het toestel inschakelen - 1

■ Druk op de toets aan/uit.

Op de temperatuurindicator ziet u streepjes en de vrieszone begint te koelen.

Om zeker te zijn dat de temperatuur laag genoeg is, dient u het toestel en- kele uren te laten voorkoelen voordat u voor het eerst levensmiddelen in het toestel plaatst.

Koelaccu

Plaats de koelaccu in de bovenste vrieslade of op het vriestablet (om plaats te besparen). Na ca. 24 uur kan de koelaccu zijn maximaal koelvermo-gen leveren.

Het toestel uitschakelen

■ Druk op de toets aan/uit tot de temperatuurindicator uitgaat.

De koeling is uitgeschakeld. (Als dit niet het geval is, is de vergrendeling ingeschakeld!)

Vergrendeling

Met de vergrendeling kunt u het toestel beveiligen, zodat het niet ongewenst wordt uitgeschakeld.

Vergrendeling in-/uitschakelen

Super

■ Hou de Superfrost-toets gedurende ca. 5 seconden ingedrukt.

Het controlelampje van de Superfrost-toets knippert en op de temperatuurindicator knippert c.

■ Druk nogmaals op de Superfrost-toets.

Op de indicator ziet u c.

+-

■ Door op de toetsen voor het instellen van de temperatuur te drukken, kunt u nu kiezen tussen c 0 en c 1:
0: de vergrendeling is uitgeschakeld, 1: de vergrendeling is ingeschakeld.
■ Druk op de Superfrost-toets om de instelling op te slaan.

Als de vergrendeling ingeschakeld is, brandt het controlelampje van de vergrendeling 📋.

MIELE F 9252 i - Vergrendeling in-/uitschakelen - 2

■ Beëindig de instelmodus door op de toets aan/uit te drukken.

Na ca. 2 minuten schakelt de elektronische besturing naar normale werking.

Bij langdurige afwezigheid

Als u het toestel gedurende lange tijd niet gebruikt:

■schakel het toestel uit,
■ trek de stekker uit het stopcontact,
■ ontdooi en reinig het toestel en
■ laat de toesteldeur op een kier staan om geurvorming te vermijden.

Als het toestel bij langdurige afwezigheid wordt uitgeschakeld maar niet gereinigd, bestaat er gevaar voor schimmelvorming als de deur gesloten blijft.

Bij het bewaren van levensmiddelen is de juiste temperatuurinstelling zeer belangrijk. Levensmiddelen bederven snel ten gevolge van micro-organismen, wat door de juiste bewaartemperatuur kan worden verhinderd of vertraagd. De temperatuur beïnvloedt de groeisnelheid van de micro-organismen. Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer dit proces verloopt.

Om verse levensmiddelen in te vriezen en ze langdurig te bewaren, is een temperatuur van -18 °C vereist. Bij die temperatuur komt de groei van micro-organismen in hoge mate tot stilstand. Zodra de temperatuur boven -10 °C stijgt, begint de ontbinding door de micro-organismen; de levensmiddelen kunnen minder lang worden bewaard. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas opnieuw ingevroren worden, nadat ze verwerkt werden (koken of braden). Door de hoge temperaturen worden de meeste micro-organismen gedood.

De temperatuur in het toestel stijgt

  • als u vaak en gedurende lange tijd de toesteldeur opent,
  • hoe meer levensmiddelen er worden bewaard,
  • als de verse levensmiddelen warm zijn,
  • als de omgevingstemperatuur van het toestel hoog is.
    Het toestel is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder- en bovengrens gerespecteerd moeten worden.

Temperatuur instellen

De temperatuur in de vrieszone kunt u instellen met de twee toetsen onder de temperatuurindicator.

Door het indrukken van de

MIELE F 9252 i - Temperatuur instellen - 1

toets + : stijgt de temperatuur toets - : daalt de temperatuur

Tijdens het instellen wordt de insteltemperatuur knipperend aangegeven.

Volgende wijzigingen zijn in de temperatuurindicator merkbaar als u op de toetsen drukt:

  • Eén keer drukken: de laatst gekozen temperatuurwaarde wordt knippe-rend aangegeven.
  • Telkens als u nogmaals drukt: De temperatuurwaarde verandert in stappen van 1 °C.
  • Toets ingedrukt houden: de temperatuurwaarde wijzigt ononderbroken.

Ongeveer 5 seconden nadat u de laatste keer op de toets heeft gedrukt, geeft de temperatuurindicator automatisch de effectieve temperatuurwaarde aan die momenteel in de vrieszone heerst.

Als u de temperatuur heeft gewijzigd, controleert u de temperatuurindicator na ca. 6 uur als er weinig voedsel in het toestel zit en na ca. 24 uur als het toestel volledig gevuld is. Pas dan is de effectieve temperatuur ingesteld. Als de temperatuur na die tijd nog te hoog of te laag is, stelt u de temperatuur opnieuw in.

Mogelijke instelwaarden voor de temperatuur

De temperatuur kan als volgt worden ingesteld: van -14 °C tot -28 °C.

Het bereiken van de laagste temperatuur is afhankelijk van de opstelplaats en van de omgevingstemperatuur. Bij een hoge omgevingstemperatuur kan de laagste temperatuur niet altijd worden bereikt.

Temperatuurindicator

De temperatuurindicator in het bedie- ningspaneel toont bij een normale wer- king de temperatuur van de warmste plaats in de vrieszone.

Als de temperatuur in het toestel niet binnen het mogelijke temperatuurbereik (onder 0 °C) ligt, branden in de temperatuurindicator alleen streepjes.

De temperatuurindicator knippert als

  • een andere temperatuur wordt ingesteld,
  • de temperatuur in het toestel met verschillende graden gestegen is, om koudeverlies aan te geven.

Een kortstondig koudeverlies vormt geen probleem als dit ontstaat omdat

  • de deur van het toestel één keer gedurende lange tijd geopend blijft, bijv. om grote hoeveelheden levensmiddelen in of uit het toestel te halen,
  • u verse levensmiddelen invriest.

Als de temperatuur in de vrieszone gedurende langere tijd warmer is dan -18 °C, gaat u na of de ingevroren levensmiddelen gedeeltelijk of volledig ontdooid zijn. In dit geval dient u deze levensmiddelen zo snel mogelijk te verbruiken!

Lichtsterkte van de temperatuur-indicator

De lichtsterkte van de temperatuurindicator is bij levering van het toestel ingesteld op laag. Zodra de deur wordt geopend, een instelling wordt gewijzigd of een alarmtoestand heerst, brandt de temperatuurindicator gedurende ca. 1 minuut met de maximumlichtsterkte.

U kunt de lichtsterkte van de temperatuurindicator wijzigen:

Super

■ Hou de Superfrost-toets gedurende ca. 5 seconden ingedrukt.

Het controlelampje van de Superfrost-toets knippert en op de temperatuurindicator knippert c.

MIELE F 9252 i - Lichtsterkte van de temperatuur-indicator - 2

■ Druk enkele keren op een van de toetsen voor het instellen van de temperatuur, tot op de indicator h wordt weergegeven.
■ Druk nogmaals op de Superfrost-toets.

Op de indicator ziet u h.

■ Door op de toetsen voor het instellen van de temperatuur te drukken, kunt u nu de lichtsterkte van de indicator wijzigen. U kunt kiezen uit de standen 1 tot 5:

■ Druk op de Superfrost-toets om de instelling op te slaan.

MIELE F 9252 i - Lichtsterkte van de temperatuur-indicator - 3

■ Beëindig de instelmodus door op de toets aan/uit te drukken.

Na ca. 2 minuten schakelt de elektronische besturing op de normale werking over.

Het toestel is voorzien van een waarschuwingssysteem, zodat de temperatuur in de vrieszone niet ongemerkt kan stijgen en om energieverlies te vermijden als de deur open blijft staan.

Temperatuuralarm

Stijgt de temperatuur te hoog, dan klinkt er een waarschuwingssignaal of knippert de temperatuurindicator. De ingestelde temperatuur bepaalt wanneer het toestel een temperatuurbereik als te warm herkent.

Het akoestische en optische signaal wordt gegeven

  • als bij het herschikken en uitnemen van ingevroren levensmiddelen te veel warme kamerlucht binnenstroomt;
  • als u een grote hoeveelheid levensmiddelen vers invriest;
  • als er zich een lange stroomonderbreking heeft voorgedaan.

Deuralarm

Als de toesteldeur langer dan ca. 60 seconden open blijft staan, weerklinkt het waarschuwingssignaal.

Waarschuwingssysteem inschakelen

Het waarschuwingssysteem is altijd automatisch actief. Het moet niet extra worden ingeschakeld.

Waarschuwingssignaal vroegtijdig uitschakelen

Zodra het ingestelde temperatuurbereik in de vrieszone bereikt is, wordt het waarschuwingssignaal uitgeschakeld en brandt de temperatuurindicator constant. Als het waarschuwingssignaal u echter stoort, kunt u het vroegtijdig uitschakelen.

MIELE F 9252 i - Waarschuwingssignaal vroegtijdig uitschakelen - 1

■ Druk op de uitschakeltoets voor het waarschuwingssignaal. Het waarschuwingssignaal wordt uitgeschakeld. De temperatuurindicator blijft knipperen tot de alarmtoestand beëindigd is. Daarna brandt de temperatuurindicator constant. Hiermee is het waarschuwingssysteem weer gebruiksklaar.

Functie Superfrost

Om verse levensmiddelen optimaal in te vriezen, dient u eerst de functie Superfrost in te schakelen.

Op die manier worden de levensmiddelen snel doorvroren en blijven de voedingswaarde, de vitamines, het uiterlijk en de smaak behouden.

Uitzonderingen:

  • Als u reeds ingevroren levensmiddelen in het toestel plaatst.
  • Als u dagelijks slechts maximaal 2 kg levensmiddelen plaatst.

Superfrost inschakelen

De functie Superfrost dient u 6 uur vóór het plaatsen van de in te vriezen levensmiddelen in te schakelen. Als u het maximale invriesvermogen wenst te gebruiken, dient u 24 uur vooraf de functie Superfrost in te schakelen!

Super

■ Druk op de toets Superfrost, zodat het controlelampje brandt.

De temperatuur in het toestel daalt, want het toestel werkt met het maximale koelvermogen.

Superfrost uitschakelen

De functie Superfrost wordt ten vroegste na ca. 30 uur en ten laatste na 65 uur automatisch uitgeschakeld. Het controlelampje gaat uit en het toestel werkt weer met het normale koelvermo-gen.

Om energie te sparen, kunt u de functie Superfrost zelf uitschakelen zodra er een constante temperatuur van minstens -18 °C in de vrieszone bereikt is. Controleer de temperatuur in het toestel.

■ Druk op de toets Superfrost, zodat het controlelampje uitgaat.

De koeling van het toestel werkt weer met het normale vermogen.

Maximaal invriesvermogen

Om de levensmiddelen zo snel mogelijk tot in de kern in te vriezen, mag het maximale invriesvermogen niet worden overschreden. Het maximale invriesvermogen binnen 24 uur is vermeld op het typeplaatje "Invriesvermogen ...kg/24 u".

De maximale diepvriescapaciteit op het typeschildje werd bepaald volgens de norm DIN EN ISO 15502.

Wat gebeurt er als verse levensmiddelen worden ingevroren?

Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk volledig worden doorvroren, zodat de voedingswaarde, de vitamines, het uitzicht en de smaak behouden blijven.

Hoe langzamer de levensmiddelen worden doorvroren, hoe meer vloeistof er uit elke cel naar de tussenruimten loopt. De cellen krimpen.

Tijdens het ontdooien kan slechts een deel van de voordien vrijgekomen vloeistof naar de cellen terugvloeien. In de praktijk betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat kunt u zelf vaststellen: tijdens het ontdooien vormt er zich immers een grote waterplas rond het levensmiddel.

Als het levensmiddel snel wordt doorvroren, heeft de celvloeistof minder tijd om uit de cellen naar de tussen- ruimten te lopen. De cellen krimpen veel minder.

Tijdens het ontdooien kan de kleine hoeveelheid vloeistof die naar de tus-

senruimten was gelopen, terugkeren naar de cellen, zodat het vochtverlies zeer gering is. Er vormt zich slechts een kleine waterplas!

Diepvriesvoedsel bewaren

Als u diepvriesvoedsel wenst te bewaren, controleert u tijdens de aankoop in de winkel

– de verpakking op beschadigingen,

- de houdbaarheidsdatum en

- de temperatuur in de koelruimte van de winkeldiepvries. Als die temperatuur hoger is dan -18 °C, vermindert de houdbaarheid van het diepgevroren voedsel.

■ Koop diepvriesvoedsel pas op het einde van het winkelen, en transporteer het in krantenpapier of in een koelzak.

■ Plaats het diepvriesvoedsel onmiddellijk in het toestel.

Gedeeltelijk of volledig ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Pas nadat u de levensmiddelen heeft verwerkt (koken of braden), kunt u ze opnieuw invriezen.

Zelf levensmiddelen invriezen

Vries uitsluitend verse levensmiddelen in perfecte staat in!

Hou bij het invriezen rekening met het volgende

  • Onderstaande levensmiddelen kunnen ingevroren worden: vers vlees, gevogelte, wild, vis, groenten, kruiden, onbewerkt fruit, zuivelproducten, bakkerijproducten, voedselresten, eigeel, eiwit en talrijke kant-en-klaargerechten.
  • Volgende levensmiddelen zijn niet geschikt om in te vriezen: wijndruiven, bladsalade, radijsjes, ramenas, zure room, mayonaise, volledige eieren in de schaal, uien, volledige onbewerkte appelen en pe-ren.
  • Om de kleur, de smaak, het aroma en de vitamine C te behouden, moeten groenten voor het invriezen worden geblancheerd. Doe de groenten in porties gedurende 2 - 3 minuten in kokend water. Neem de groenten daarna uit het water en koel ze snel in koud water af. Laat de groenten uitdruppen.
  • Mager vlees is beter geschikt om in te vriezen dan vet vlees en kan veel langer worden bewaard.
  • Plaats telkens een folie uit kunststof tussen koteletten, steaks, schnitzels enz. Zo vermijdt u dat ze tot één blok samen vriezen.
  • Rauwe levensmiddelen en geblancheerde groenten voor het invriezen niet kruiden en zouten, schotels

slechts lichtjes kruiden en zouten. Bij sommige kruiden verandert tijdens het invriezen de smaakintensiteit.

- Warme schotels of dranken eerst buiten het toestel laten afkoelen, om te voorkomen dat reeds bevroren levensmiddelen gedeeltelijk ontdooien en dat het stroomverbruik stijgt.

Verpakken

■Vries per portie in.

Geschikte verpakking

  • Kunststoffolie
  • Buisfolie uit polyethyleen
  • Aluminiumfolie
  • Diepvriesdozen

Ongeschikte verpakking

  • Pakpapier
  • Perkamentpapier
  • Cellofaan
  • Vuilniszakjes
  • Gebruikte winkelzakjes

■ Druk de lucht goed uit de verpakking.
■ Sluit de verpakking goed af met

- elastiekjes

- kunststofclips

- touw of

- koudebestendige kleefband.

Zakjes en buisfolie uit polyethyleen kunt u ook met een folielasapparaat dichtlassen.

■ Noteer de inhoud en de invriesdatum op de verpakking.

Voor u de levensmiddelen in het toestel legt

■ Als u meer dan 2 kg verse levensmiddelen dient in te vriezen, dient u enige tijd vooraf de functie Superfrost in te schakelen (zie "Superfrost gebruiken").
De levensmiddelen die al in het toestel liggen, krijgen zo een koudereserve.

In het toestel plaatsen

U kunt de levensmiddelen overal in de vrieszone invriezen, Grotere hoeveelheden moeten direct op de glazen platen worden gelegd, omdat levensmiddelen daar bijzonder snel en dus voorzichtig worden ingevroren. Daartoe de diepvrieslade uittrekken.

Als u de diepvriesladen uitneemt zorg er dan voor dat de ventilatorgleuven aan de achterzijde van het toestel niet worden toegedekt. Ze zijn belangrijk voor een perfecte werking!

De onderste diepvrieslade altijd in het apparaat laten!

Elke vrieslade en elke glazen plaat kan met maximaal 25 kg worden be- last!

■ Plaats de levensmiddelen naast elkaar op de bodem van de vriesladen of op de glazen platen van het toestel, zodat de levensmiddelen zo snel mogelijk tot in de kern worden ingevroren.
■ Leg de levensmiddelen droog in het toestel om te vermijden dat ze aan elkaar of aan het toestel vastvriezen.

In te vriezen levensmiddelen mogen niet in aanraking komen met reeds ingevroren levensmiddelen. Anders zouden deze ontdooien.

Grote stukken plaatsen

Als u grote levensmiddelen zoals een gans of wild in het toestel wilt plaatsen, kunt u de glazen platen tussen de vriesladen uitnemen. Daartoe

■ de vriesladen uitnemen en de glazen plaat lichtjes optillen en langs voren uittrekken!

Indien nodig kunt u ook alle vriesladen en glazen platen uit het toestel nemen om de hele binnenruimte te gebruiken.

Vrieskalender

De vrieskalender op de vrieslade geeft de gebruikelijke bewaartijd in maanden aan voor verschillende soorten levensmiddelen, op voorwaarde dat ze vers in het toestel worden ingevroren.

Bij in de handel verkrijgbare diepvriesproducten is de bewaarduur aangegeven op de verpakking.

2 - 3 6 - 8 3 - 5 10 - 12

2 - 3 maanden: Gebak, ijs, eenpansgerechten

3 - 5 maanden: Vis, champignons, brood

6 - 8 maanden:

Varkensvlees, kalfsvlees, gevogelte

10 - 12 maanden:

Rundvlees, fruit, groenten

Ingevroren voedsel ontdooien

Ingevroren voedsel kunt u op verschillende manieren ontdooien

– in de microgolfoven,
- in de gewone oven met de modus "hete lucht" of "ontdooien",
- bij kamertemperatuur,
- in de koelkast (de koude die de ingevroren levensmiddelen afgeven, wordt gebruikt om te koelen),
- in de stoomoven.

Platte stukken vlees en vis kunnen licht ontdooid in een hete pan worden gelegd.

Fruit kan bij kamertemperatuur in de verpakking of in een afgedekte schotel worden ontdooid.

Groenten kunnen algemeen in bevro- ren toestand in het kokende water wor- den gedaan of in heet vet worden ge- stoofd. Wegens de gewijzigde celstructuur is de bereidingstijd iets korter dan bij verse groenten.

Gedeeltelijk of volledig ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Pas nadat u de levensmiddelen heeft verwerkt (koken of braden), kunt u ze opnieuw invriezen.

IJsblokjes maken

MIELE F 9252 i - IJsblokjes maken - 1

■ Vul de ijsblokjesbak voor drie kwart met water en plaats deze op de bodem van het vriesvak.
■ Gebruik een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel, om een vastgevroren ijsblokjesbak los te maken.
■ De ijsblokjes komen gemakkelijk los uit de bak als u de bak kort onder stromend water houdt.

Dranken snel koelen

Als u flessen in de vrieszone plaatst om ze snel te koelen, dient u de flessen uiterlijk na één uur weer uit te nemen, anders zullen de flessen ontploffen!

Vriestablet gebruiken

Op het vriestablet kunt u bessen, kruiden, groenten en ander klein mate- riaal invriezen zonder dat ze stuk gaan. De levensmiddelen blijven hun vorm grotendeels behouden en de verschil- lende stukken vriezen niet aan elkaar vast.

MIELE F 9252 i - Vriestablet gebruiken - 1

■ Plaats de in te vriezen levensmiddelen los op het vriestablet.
■ Haak het vriestablet in een van de bovenste vriesladen.

Laat de levensmiddelen gedurende 10 tot 12 uur grondig invriezen. Plaats de levensmiddelen dan in een diepvrieszakje of doos en leg ze zo in de vriesladen.

Koelaccu gebruiken

In geval van een stroomonderbreking voorkomt de koelaccu dat de temperatuur in de vrieszone te snel stijgt.

Plaats de koelaccu in de bovenste vrieslade rechtstreeks op de levens-middelen of op het vriestablet (om plaats te besparen). Na ca. 24 uur kan de koelaccu zijn maximaal koelvermo-gen leveren.

In geval van een stroomonderbreking legt u de koelaccu rechtstreeks op de ingevroren levensmiddelen in de bo- venste lade, om een zo groot mogelijke bewaartijd te verzekeren.

Als u verse levensmiddelen in het toestel wenst te plaatsen, gebruikt u de koel-accu als scheiding tussen de reeds ingevroren levensmiddelen en de verse levensmiddelen, zodat de reeds ingevroren levensmiddelen niet ont-dooien.

U kunt de koelaccu ook gebruiken om voedsel of dranken gedurende korte tijd in een koelbox te koelen.

Bij normale werking zetten er zich na verloop van tijd rijp en ijs in de vrieszone af. Daardoor vermindert de koudeafgifte en stijgt het stroomverbruik.

U mag de rijp- of ijslagen niet wegschrapen. Hierdoor zou u immers het toestel kunnen beschadigen.

Het toestel functioneert dan niet meer.

Ontdooi het toestel regelmatig, maar uiterlijk als er zich een ijslaag van ca. 0,5 cm dik heeft gevormd. Doe dat bij voorkeur als het toestel weinig of geen bevroren levensmiddelen bevat.

Vóór het ontdooien

■ Schakel ca. 1 dag vóór het ontdooien de functie Superfrost in. Daardoor krijgen de reeds ingevroren levensmiddelen een extra koudereserve en kunnen ze dus iets langer bij kamertemperatuur worden bewaard.
■ Haal de ingevroren levensmiddelen uit het toestel en wikkel ze in meerde-re lagen krantenpapier of in een de-ken. Bewaar ze op een koele plek tot het toestel opnieuw bedrijfsklaar is.
■ Neem alle vriesladen en glazen platen uit het toestel.

Ontdooien

Ontdooien moet snel gebeuren. Hoe langer u de ingevroren levensmiddelen bij kamertemperatuur bewaart, des te korter wordt de houdbaarheid ervan.

■ Schakel het toestel uit en trek de stekker uit het stopcontact.
■ Laat de deur van het toestel open.

U kunt het ontdooien versnellen door twee potten met heet (niet kokend) water op onderleggers in het toestel te plaatsen. In dit geval laat u de deur tijdens het ontdooien gesloten, zodat de warmte niet kan ontsnappen.

■ Neem het dooiwater op met een spons of een doek.

Plaats nooit elektrische verwarmingstoestellen of kaarsen in het toestel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken.

Gebruik geen ontdooisprays of - producten om ijs te verwijderen. Die kunnen immers explosieve gassen vormen, oplos- of drijfmiddelen bevatten, of de gezondheid schaden.

Na het ontdooien

■ Reinig het toestel en wrijf het droog.
■ Sluit de toesteldeur, steek de stekker in het stopcontact en schakel het toestel in.
■ Schakel de functie Superfrost in, zo- dat het toestel snel koud wordt. Het controlelampje gaat aan.
■ Schuif de glazen platen en de vries-laden met de bevroren waren in het toestel zodra de temperatuur in het toestel laag genoeg is.
■ Schakel de functie Superfrost uit door op de Superfrost-toets te drukken, zodra er een constante temperatuur van minstens -18 °C in de vrieszone is bereikt.
Het controlelampje gaat uit.

Gebruik nooit reinigingsmiddelen die zand, schuurmiddelen, soda, zuren of chloorverbindingen bevatten. Gebruik ook geen chemische oplos-middelen.

Ook ongeschikt zijn zogenaamde schuurmiddelen die "vrij zijn van schuurmiddelen", want die veroorza- ken matte vlekken.

Zorg ervoor dat er geen water te-rechtkomt in de temperatuurrege-laar.

Gebruik geen stoomreiniger. De stoom kan terechtkomen op onderdelen van het toestel die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.

Het typeplaatje in het toestel mag niet worden verwijderd. De informatie op dit plaatje is belangrijk in geval van een storing.

Vóór het reinigen

■ Schakel het toestel uit en trek de stekker uit het stopcontact.
■ Haal de ingevroren levensmiddelen uit het toestel en bewaar ze op een koele plaats.
■ Neem alle onderdelen die uit het toestel genomen kunnenworden uit het toestel om ze te reinigen.
■ Ontdooi de vrieszone.

Binnenruimte, toebehoren

Die reinigt u het best met lauwwarm water waarin u een beetje afwasmiddel doet. Reinig alle onderdelen met de hand, niet in de afwasautomaat.

■ Veeg de binnenruimte en het toebehoren na de reiniging af met schoon water en wrijf alles droog met een doek. Laat de deur van het toestel korte tijd openstaan.

Openingen voor luchttoevoer en -afvoer

■ Reinig alle openingen voor de lucht-toevoer en -afvoer regelmatig met een borsteltje of een stofzuiger. Wanneer er zich stof ophoopt, verhoogt het energieverbruik.

Deurdichting

Behandel de deurdichting niet met olie of vet. Anders wordt ze na verloop van tijd poreus.

Reinig de deurdichting regelmatig uit-sluitend met schoon water en droog ze daarna grondig met een doek.

Na het reinigen

■ Sluit de toesteldeur en schakel het toestel in.
■ Schakel de functie Superfrost in, zo- dat het toestel snel koud wordt. Het controlelampje gaat aan.
■ Schuif de vriesladen met de ingevroren levensmiddelen in het toestel zo- dra de temperatuur laag genoeg is.
■ Schakel de functie Superfrost weer uit. Het controlelampje gaat uit.

Reparaties aan elektrische toestellen mag u enkel en alleen door een erkend vakman laten uitvoeren. Door ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen er niet te onderschatten risico's voor de gebruiker ontstaan.

Wat gedaan als ...

... het toestel niet koelt?

■ Ga na of het toestel ingeschakeld is. De temperatuurindicator moet branden.
■ Ga na of de stekker van het toestel goed in het stopcontact zit.
■ Controleer of de zekering op uw elektrische installatie uitgeschakeld is. Als dit het geval is, doet u een be-roep op de Technische Dienst van Miele.

... d e toesteldeur niet verschillende keren na elkaar kan worden geopend?

Dit is geen storing. Door de zuigende werking kunt u de deur pas na enige tijd zonder extra moeite openen.

... de temperatuur in het toestel te koud is?

■ Stel een hogere temperatuur in.
■ De functie Superfrost is nog ingeschakeld. Ze schakelt automatisch uit na 30 tot 65 uur.

... d e inschakelfrequentie en inschakelduur van de compressor toenemen?

■ Ga na of de luchttoevoeropening onderaan in de voet van de kast en de luchtafvoeropening bovenaan in de ombouwkast afgesloten of verstopt zijn.
■ De toesteldeur werd vaak geopend of er werden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingevroren.
■ Ga na of de toesteldeur goed sluit.
■ Ga na of er zich een dikke rijplaag in de vrieszone heeft gevormd. Als dit het geval is, dient u toestel te ont-dooien.

... d e compressor constant werkt?

Om energie te besparen schakelt de compressor bij een gering koudeverbruik op een laag toerental over. Daardoor wordt de werkingstijd van de compressor verlengd.

... d e levensmiddelen vastgevroren zijn?

Maak de levensmiddelen los met een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel.

... de vrieszone een dikke ijslaag vertoont?

■ Ga na of de deur van het toestel goed sluit.
■ Ontdooi en reinig het toestel.

Een dikke ijslaag vermindert het koelvermogen, waardoor het stroomverbruik stijgt.

... het waarschuwingssignaal weer- klinkt en de temperatuurindicator knippert?

■ Staat de toesteldeur reeds langer dan 60 seconden open?

Als dit niet het geval is, is de vrieszone afhankelijk van de ingestelde temperatuur te warm, omdat

■ de toesteldeur vaak werd geopend of grote hoeveelheden verse levensmiddelen werden ingevroren.
■ de ventilatieroosters afgedekt waren.
■ er zich een lange stroomonderbreking heeft voorgedaan.

Als de storingen verholpen zijn, brandt de temperatuurindicator constant en wordt het waarschuwingssignaal uitgeschakeld.

... i n d e temperatuurindicator een streepje brandt/knippert?

Controleer de temperatuurindicator ca. 6 uur na het inschakelen van het toestel. Er wordt slechts een temperatuur aangegeven als de temperatuur in het toestel binnen het weergeefbare bereik ligt.

... o p d e temperatuurindicator "F0" tot "F9" verschijnt?

Er zit een storing in het toestel. Doe een beroep op de Technische Dienst van Miele.

... o p d e temperatuurindicator "nA" verschijnt?

De temperatuur is de voorbije dagen of uren wegens een stroomonderbreking te hoog gestegen.

■ Druk op de uitschakeltoets voor het waarschuwingssignaal, zolang "nA" verlicht is.

Op de temperatuurindicator wordt de hoogste temperatuur weergegeven die tijdens de stroomonderbreking in de vrieszone werd bereikt.

Afhankelijk van de temperatuur controleert u of de levensmiddelen gedeeltelijk of volledig ontdooid zijn. Als dit het geval is, verwerkt u de levensmiddelen (koken of braden) voor u ze weer invriest.

De warmste temperatuur wordt gedurende ca. 1 minuut weergegeven. Daarna verschijnt weer de effectieve temperatuur in de vrieszone.

Wanneer de stroomonderbreking voorbij is, werkt het toestel met de laatst gekozen temperatuurinstelling verder.

... het Superfrost-controlelampje niet brandt, maar de compressor draait?

Het controlelampje is defect. Doe een beroep op de Technische Dienst van Miele.

... u het toestel niet kunt uitschakelen?

De vergrendeling is ingeschakeld.

Als u de storing niet kunt verhelpen aan de hand van deze aanwijzingen, dient u een beroep te doen op de Technische Dienst van Miele.

Om het koudeverlies zo beperkt mogelijk te houden, opent u indien mogelijk de deur van het toestel niet tot de storing verholpen is.

Waar bepaalde geluiden vandaan komen

Heel normale geluidenWaar komen ze vandaan?
Brrrrr...Gebrom komt van de motor (compressor). Dat kan even wat harder worden terwijl de motor ingeschakeld wordt.
Blubb, blubb....Geborrel, geklots of gezoem komt van het koelmiddel dat door de buisjes vloeit.
Klik....U hoort een klik telkens als de thermostaat de motor in- of uit-schakelt.
Sssrrrrr....Bij toestellen met verschillende zones of bij No-Frostmodellen kan u een zacht geruis horen van de luchtstroming in de binnen-ruimte van het toestel.
Krak....Wanneer het materiaal in uw toestel uitzet kan men gekraak ho-ren.

Bedenk echter dat motor- en stromingsgeluiden in de koelingskringloop niet te vermijden zijn!

Geluid waaraan u vlot kan verhelpenWaar komt het vandaan en wat kan u ertegen doen?
Geklepper, gerammel, gerinkelHet toestel staat niet waterpas: Stel het toestel waterpas.Schroef de voetjes in of uit het toestel of leg iets onder het toestel.
Het toestel raakt andere toestellen of meubels aan: Schuif het toestel van de meubels of andere toestellen weg.
Laden, korven of legplaten trillen of knellen: Controleer de uit-neembare onderdelen en zet ze eventueel opnieuw op hun plaats.
Flessen of recipiënten raken elkaar: Schuif de flessen of recipiënten wat uit elkaar.
De snoerhouder hangt nog tegen de achterzijde van het toestel: Neem de snoerhouder weg.

Neem in geval van storingen die u zelf niet kan verhelpen, contact op met

■ uw Miele-handelaar

of

Het adres en de telefoonnummers van onze Technische Dienst vindt u op de rugzijde van deze gebruiksaanwijzing.

Wanneer u daar een beroep op doet, geef dan a.u.b. altijd het type- en het machinenummer van uw toestel op.

Deze gegevens vindt u op het typeplaatje binnen in het toestel.

Duur en voorwaarden van de garantie

De duur van de garantie bedraagt 2 jaar.

Meer informatie over de garantievoorwaarden kan u bekomen op onze site of per telefoon bij Miele. Zie keerzijde van deze gebruiksaanwijzing.

Dit toestel wordt aansluitklaar geleverd, is dus voorzien van snoer en stekker. Het apparaat is geschikt om te worden aangesloten op eenfasige stroom 220 - 240 V, 50 Hz. Dit toestel mag en- kel op een degelijk geaard stopcontact worden aangesloten.

Om de veiligheid te verhogen, verdient het aanbeveling een verliesstroomschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA voor het toestel te schakelen.

U dient smeltveiligheden van 10 A te voorzien.

Plaats het stopcontact naast of vlakbij het toestel. Dat dient vlot toegankelijk te zijn.

Gebruik geen verlengsnoeren om het toestel op het stroomnet aan te sluiten. Die waarborgen niet de nodige veiligheid. Er is risico van oververhitting.

Sluit uw toestel niet aan op stroomom-zetters die bij apart werkende stroom- voorziening worden gebruikt, bv. bij zonne-energie. Bij het inschakelen van uw toestel kunnen er anders span-ningspieken optreden waardoor het voor uw veiligheid wordt uitgeschakeld. Daardoor kan de elektronische bestu-ring echter schade oplopen!

Gebruik uw toestel ook niet met zogeheten stroomsparende stekkers.

Daardoor wordt de stroomtoevoer naar het toestel immers beperkt zodat het toestel te warm wordt.

Dient het aansluitsnoer te worden vervangen, dan mag dat enkel worden uitgevoerd door een erkend elektricien.

Een niet-ingebouwd toestel kan kan- telen!

Opstelplaats

Kies geen plaats direct naast een for- nuis, een verwarming of in de omge- ving van een venster met directe inval van zonnestralen. Hoe hoger de omge- vingstemperatuur, hoe langer de com- pressor moet werken, waardoor er meer stroom wordt verbruikt.

Een droge, ventileerbare ruimte is geschikt.

Klimaatklasse

Het toestel is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder- en bovengrens gerespecteerd moeten worden. De klimaatklasse is vermeld op het typeplaatje aan de binnenzijde van het toestel.

Klimaatklasse Kamertemperatuur

SN, Ntot +32 °C *
STtot +38 °C *
Ttot +43 °C *

Een goede werking van het toestel is gewaarborgd tot een onderste omgevingstemperatuur van +5 °C.

Luchttoevoer en -afvoer

De lucht aan de achterwand van het toestel wordt opgewarmd. Daarom moet het inbouwmeubel zo geconstrueerd zijn dat de aan- en afvoer van lucht niet gehinderd worden.

Met het oog op de aan- en afvoer van de lucht moet er langs de achterzijde van het toestel een afvoerkanaal van minimum 38 mm diep voorzien worden. De lucht wordt via de voet van de keukenkast aangevoerd.

De diameter van de verluchting moet minstens 200 cm ^2 bedragen zodat de opgewarmde lucht ongehinderd kan wegstromen. In het andere geval moet de compressor harder werken waar- door het stroomverbruik toeneemt.

De verluchtingsopeningen mogen niet afgedekt of afgesloten worden. Bovendien moeten ze geregeld gereinigd worden.

Voor u het toestel inbouwt

■ Voor u het toestel inbouwt, neemt u de opvullijst, de boordband en het andere toebehoren uit het toestel of van de achterzijde van het toestel.

MIELE F 9252 i - Voor u het toestel inbouwt - 1

■ Neem in geen geval de afstandsstukken van de rugzijde van het toestel weg. Ze zorgen ervoor dat de noodzakelijke afstand tussen de rug en de wand bewaard blijft.

■ Verwijder de kabelhouder aan de achterzijde van het toestel.

MIELE F 9252 i - Voor u het toestel inbouwt - 2

■ Verwijder de rode transportbeveili- ging ① en sluit het gat dat hierdoor ontstaat met de bijgeleverde stop ②.

■ Ga na of alle onderdelen op de achterwand van het toestel vrij zijn. Buig eventueel aanpalende onderdelen voorzichtig weg.

Maakte het oude toestel gebruik van een andere scharniertechniek?

Als uw oude toestel van een andere scharniertechniek gebruikmaakte, kunt u toch nog de deur van het meubel gebruiken. Neem in dat geval de oude scharnieren van de inbouwkast weg; die zijn niet meer nodig omdat de deur nu op de toesteldeur gemonteerd wordt. Alle noodzakelijke onderdelen zijn bij het toestel gevoegd of kunnen bij de Technische Dienst besteld worden.

Voorzijde in roestvrij staal

(afhankelijk van het model)

Indien het oude toestel van een andere scharniertechniek gebruik maakte en u de oude deur niet meer kunt of wilt gebruiken, of als uw meubeldeur om andere redenen niet meer te gebruiken is, kunt u die door een voorzijde in roestvrij staal vervangen.

Deze voorzijde in roestvrij staal is in de vakhandel of bij de Technische Dienst van Miele beschikbaar.

≥38 ≥200 cm ≥550 ≤2100 560-568 A ≥200 cm [mm]

Hoogte van de nis [mm]A
F 9252 i874 - 890
F 9552 i1397 - 1413

De deurscharnieren werden in de fabriek zo ingesteld dat de toesteldeur ver geopend kan worden.

Moet de openingshoek van de toesteldeur om bepaalde redenen beperkt worden, dan kan dat gebeuren door de scharnier in te stellen.

- Als de toesteldeur bijv. tegen een aangrenzende muur zou slaan als ze geopend worden, moet u de openingshoek van de toesteldeur tot 90° begrenzen:

MIELE F 9252 i - Voorzijde in roestvrij staal - 2

■ Breng de bijgevoegde pen voor de deurbegrenzing langs boven in de scharnier aan.

De openingshoek van de toesteldeur is nu tot 90° beperkt.

- Als u wenst dat de toesteldeur bij het openen afgeveerd wordt en de deur zachter opent, kunt u de veerkracht van de toesteldeur versterken.

Stel met het oog daarop de deurschar- nieren met de bijgevoegde inbussleutel in.

MIELE F 9252 i - Voorzijde in roestvrij staal - 3

Ⓐ De toesteldeur moet niet zo ver geopend worden:

■ Draai de inbussleutel met de wijzers mee.

Het scharnier heeft nu een stuggere afstelling en kan niet meer zo gemakkelijk wijd openen.

⑧ De toesteldeur mag wijd geopend worden:

■ Draai de inbussleutel tegen de wijzers in.

Voor u het toestel inbouwt, dient u na te gaan naar welke zijde de deur moet opengaan. Als de scharnieren links moeten staan, moet u ze verplaatsen.

Om de deurscharnieren te verplaatsen, heeft u torx-schroevendraaiers van verschillende grootte nodig, een sleuf-schroevendraaier, alsook een steek-sleutel!

Toesteldeur

■Open de toesteldeur.

MIELE F 9252 i - Toesteldeur - 1

■ Neem de afdekkingen ①, ② en ③ met behulp van een sleufschroeven-draaier weg.
■ Draai de bevestigingsschroeven ④ iets los.
■ Schuif de toesteldeur naar buiten en hang ze op ⑤.

■ Draai de bevestigingsschroeven ④ helemaal los en schroef ze in het bovenste en onderste gat in de tegenovergestelde zijde ⑥.

Als u een pen in het scharnier geplaatst had om de openingshoek van de deur te beperken:

MIELE F 9252 i - Toesteldeur - 2

■ Trek de pen langs boven uit de scharnier.

De deursluitdemper losmaken

■ Leg de afgenomen toesteldeur met de buitenzijde naar onderen gericht op een stabiele ondergrond.

MIELE F 9252 i - De deursluitdemper losmaken - 1

■ Schuif de spanveer ① met een schroevendraaier voorzichtig naar buiten.

Let op! De deurdemper trekt in ge- demonteerde toestand samen! U kunt zich verwonden!

De scharnieren verplaatsen

■ Schroef de houder ② af en neem de deurdemper ③ naar onderen toe af.
■ Maak de kogeltap ④ met behulp van een steeksleutel los en neem deze af.

MIELE F 9252 i - De scharnieren verplaatsen - 1

■ Plaats de toesteldeur rechtop, zodat u vooraan de scharnieren kunt losmaken. (De scharnieren blijven in geopende toestand.)
■ Draai de schroeven ① los en sluit de vrijgekomen openingen af met de bijgevoegde stoppen ③.

Klap de scharnieren niet dicht. U kan zich verwonden.

■ Verplaats de scharnieren in diagonale richting ②.
■ Gebruik een elektrische schroeven-draaier (met batterij) om de schroeven vast te draaien - de schroeven ① zijn tapschroeven.

De deursluitdemper bevestigen

■ Leg de toesteldeur opnieuw met de buitenzijde naar onderen gericht op een stabiele ondergrond.

MIELE F 9252 i - De deursluitdemper bevestigen - 1

■ Schroef de kogeltap ④ van de deurdemper ③ in de nieuwe bevestigingsopening.
■ Schuif de spanveer ① weer naar binnen.
■ Schroef de houder ② vast op het scharnier.
■ Trek de deurdemper ③ open en haak hem vast in de kogeltap ④.

MIELE F 9252 i - De deursluitdemper bevestigen - 2

■ Schuif de toesteldeur op de vooraf gemonteerde schroeven en draai de schroeven vast.
■ Breng de afdekkingen ①, ② en ③ aan.

MIELE F 9252 i - De deursluitdemper bevestigen - 3

■ Breng de pen om de openingshoek van de deur te begrenzen langs boven in de scharnieren aan.

Alle montagestappen zijn beschreven voor een toestel met een rechtsscharnierende deur. Als u de draairichting van de deur hebt veranderd naar links, moet u hier-mee rekening houden in de montagestappen.

Voor de inbouw van het toestel hebt u het volgende gereedschap nodig:

  • een kruiskopschroevendraaier,
  • torx-schroevendraaiers in verschillende groottes,
  • een inbussleutel.

Gewicht van de meubeldeur

Voordat u de meubeldeur monteert, dient u te controleren of de te monteren meubeldeur niet te veel weegt:

ToestelMaximaal gewicht van de meubeldeur (in kg)

F 9252 i 20

F 9552 i 20

Gemonteerde meubeldeuren die meer wegen dan het maximaal toe-gelaten gewicht kunnen tot beschadiging van de scharnieren leiden!

Inbouw in een scheidingswand

Als het toestel in een scheidingswand wordt ingebouwd, moet de achterzijde van de inbouwnis ter hoogte van het toestel worden afgedekt.

De inbouwnis uitlijnen

A A 90° A 90° A = 200 cm²!

Voor u het toestel inbouwt, moet u de inbouwkast zorgvuldig met een waterpas uitlijnen. De hoeken van de kast moeten in een hoek van 90° ten opzichte van elkaar staan omdat de meubeldeur anders niet tegen alle vier de hoeken van de kast komt.

Het toestel in gereedheid brengen

MIELE F 9252 i - Het toestel in gereedheid brengen - 1

■ Schuif de opvullijst ① (noppen naar onderen) in de gleuf en haak ze met de noppen in de sleutelgaten ② vast.
■ Verplaats het aansluitsnoer zodat u het toestel na de inbouw gemakkelijk op het elektriciteitsnet kunt aan-sluiten.
■ Schuif het toestel voor twee derde in de inbouwnis.

Let erop dat het aansluitsnoer niet gekneld raakt wanneer u het toestel op zijn plaats schuift.

■ Alleen bij 16 mm dikke meubelwanden:

Klem de afstandsstukken ② op de scharnieren.

■ Open de deur van het toestel.

MIELE F 9252 i - Het toestel in gereedheid brengen - 2

■ Verwijder de afdekking ③ van de bovenhoek van het toestel. Gebruik hiervoor een sleufschroevendraaier.
■ Plaats de afdekking ④ op het bevestigingsprofiel ⑤.
■ Schroef het bevestigingsprofiel ⑤ met de schroeven ⑥ (M5 x 15) boven aan het toestel vast.

MIELE F 9252 i - Het toestel in gereedheid brengen - 3

■ Plaats de afdekking ⑦ op het bevestigingsprofiel ⑧.

■ Schroef het bevestigingsprofiel ⑧ met de schroeven ⑨ (M5 x 15) onder aan het toestel vast.

■ Trek de beschermfolie van de boordband ⑩.

■ Kleef de boordband op de kant van het toestel langs waar de deur open gaat. De boordband moet in één lijn liggen met de voorzijde. Start de boordband hierbij vanaf de onderkant van de bovenste afdekking ④ en stop 2 - 3 mm boven het onderste bevestigingsprofiel ⑧. Daar snijdt u het resterende stuk af.

■ Schuif het toestel nu in de inbouwnis, tot de afdekkingen ④ en ⑦ tegen de voorkant van de zijwand van het meubel komen.

Het toestel inbouwen
16 mm 19 mm 42mm 4

- Bij 16 mm dikke meubelwanden:

De afstandsstukken komen bovenaan en onderaan tegen de voorkant van de zijwand van het meubel ①.

- Bij 19 mm dikke meubelwanden:

De voorzijde van de scharnieren bo- ven en onder liggen in één lijn met de voorkant van de zijwand van het meubel ②.

■ Controleer nogmaals of de afdekkingen van de bevestigingsprofielen boven en onder de voorkant van de zijwand van het meubel ④ raken.

Zo is er een afstand van 42 mm tot de voorzijde van de zijwanden van het meubel.

Bij meubels met stootonderdelen (zoals noppen, dichtingsstroken enz.)

moet de opbouwdikte van deze onder- delen worden ingecalculeerd, zodat er ook hier een afstand van 42 mm is.

■ Trek het toestel wat uit, naar gelang de opbouwdikte.

De scharnieren en afdekkingen staan nu naar gelang de opbouwdikte wat meer naar voren.

Tip: Verwijder de stootonderdelen! Ook dan bevindt alles zich in één lijn met de naastliggende meubeldeuren.

Als de afstand van 42 mm (van het toestel tot de voorkant van de meubelzijwanden) niet wordt nageleefd, sluit de toesteldeur mogelijk niet correct.

Dat kan tot ijsvorming, condenswatervorming en functiestoringen leiden!

■ Lijn het toestel langs beide kanten met de regelvoetjes en de bijgeleverde steeksleutel uit tot het recht staat ③.

Het toestel in de nis bevesti- gen

MIELE F 9252 i - Het toestel in de nis bevesti- gen - 1

■ Duw het toestel aan de kant van de scharnieren tegen de meubelwand.

■ Om het toestel langs boven en langs onderen met de kast te verbinden, schroeft u de lange spaanplaat-schroeven ① (4 x 20 mm) boven en onder door de scharnierklampen.

MIELE F 9252 i - Het toestel in de nis bevesti- gen - 2

■ Draai de schroeven ② op de bovenste en onderste bevestigingsprofielen ③ wat los.

■ Schuif de bevestigingsprofielen ③ tot tegen de meubelwand en draai de schroeven ② weer vast.

■ Schroef de bevestigingsprofielen ③ met de schroeven ④ vast op de meubelwand. Boor vooraf eventueel gaten in de meubelwand.

■ Breek het uitstekende stuk van de bovenste afdekking ⑤ af en plaats de afdekking omgedraaid op het bovenste bevestigingsprofiel ③.

■ Plaats de langwerpige afdekking ⑥ op het bovenste bevestigingsprofiel ③.

■ Breek het uitstekende stuk van de onderste afdekking ⑤ af. U hebt dit niet meer nodig.

■ Plaats de profielafdekking ⑦ op het onderste bevestigingsprofiel ③.

■ Sluit de toesteldeur.

De meubeldeur monteren
① ② ③ ④ 8 mm

■ Stel de afstand tussen de deur van het toestel en de bevestigingstraverse in op 8 mm ①.

■ Schuif de montagehulpstukken ② op de hoogte van de meubeldeur: De onderste aanslag X van de montagehulpstukken moet zich op dezelfde hoogte bevinden als de bovenzijde van de te monteren meubeldeur, te- ken ▲.

■ Draai de moeren ③ los en neem de bevestigingstraverse ④ samen met de montagehulpstukken weg.

MIELE F 9252 i - Het toestel in de nis bevesti- gen - 4

■ Teken met een potlood dunnetjes een middellijn op de binnenkant van de meubeldeur.
■ Hang de bevestigingstraverse ④ met de montagehulpstukken op de binnenzijde van de meubeldeur. Plaats de bevestigingstraverse juist in het midden.
■ Schroef de bevestigingstraverse met minstens 6 korte spaanplaatschroeven ⑤ (4 x 14 mm) vast. (Bij cassettedeuren gebruikt u maar 4 schroeven op de rand).
■ Trek de montagehulpstukken naar boven weg ⑥.
■ Keer de montagehulpstukken om en steek ze (om ze te bewaren) helemaal in de middelste sleuf van de bevestigingstraverse ⑦.

MIELE F 9252 i - Het toestel in de nis bevesti- gen - 5

■ Hang de meubeldeur op de regelbouten ⑧.
■ Draai de moeren ③ losjes op de regelbouten.
■ Sluit de deur en controleer de afstand tussen de deur en de omringende meubeldeuren.
■ Plaats de meubeldeur op één lijn met de naastliggende meubeldeuren: De zijdelingse aanpassing X verkrijgt u door de meubeldeur te verschuiven, de hoogteaanpassing Y door de regelbouten ⑧ met een sleufschroe-vendraaier te verdraaien.
■ Draai de moeren ③ vast.

De toesteldeur op de meubeldeur vastschroeven:

MIELE F 9252 i - De toesteldeur op de meubeldeur vastschroeven: - 1

■ Schroef het bevestigingsprofiel ① met de inbusschroef ② in de voorgeboorde gaten in de toesteldeur. Zorg ervoor dat de twee metalen randen ③ in één lijn staan (symbool /l).
■ Boor de bevestigingsgaten ④ voor in de meubeldeur en draai de schroeven ⑤ (4 x 14 mm) erin.

(Bij grote of tweedelige meubeldeuren schroeft u een tweede set bevestigingsprofielen ① ter hoogte van de greep in de deur vast. Gebruik daarvoor de voorgeboorde gaten in de toesteldeur).

- Regel de diepte Z van de meubeldeur: Draai de schroeven ⑥ boven aan de toesteldeur en de schroef ⑦ onder aan het bevestigingsprofiel los. Verschuif de meubeldeur tot er een luchtspleet is van 2 mm tussen de meubeldeur en de voorzijde van de nis.

MIELE F 9252 i - De toesteldeur op de meubeldeur vastschroeven: - 2

■ Sluit daarvoor de deur en neem de omringende meubeldeuren als referentie.
■ Draai de moeren ⑧ op de toesteldeur vast. Hou tegelijk de regelbout ⑨ met een sleufschroevendraaier tegen.
■ De opvullijst ⑩ mag niet uitsteken. Hij moet volledig in de nis verdwijnen.
■ Draai alle schroeven nog een keer vast.

MIELE F 9252 i - De toesteldeur op de meubeldeur vastschroeven: - 3

Controleer op de volgende manier of het toestel correct is ingebouwd:

  • De deur moet correct sluiten.
  • De deur mag niet vlak tegen het meubel liggen.
  • De dichting in de bovenhoek aan de kant met de greep moet nauw aan-sluiten.

Plaats bij wijze van test een ingeschakelde zaklamp in het toestel en sluit de toesteldeur.

Verduister het vertrek en controleer of er licht te zien is aan de zijkanten van het toestel. Is dat het geval, dan overloopt u de afzonderlijke montagestappen.

N.V. Miele België

Z.5 Mollem 480

Hof te Bollebeeklaan 9 –1730 Mollem

Herstellingen bij u thuis

Bij storingen staan verschillende Miele-technici voor u klaar in uw onmiddellijke omgeving.

Kies dus het telefoonnummer van uw streek.

MIELE F 9252 i - Herstellingen bij u thuis - 1

geo | Location | Value | | -------- | ----- | | 03 | 232 | | 089 | 35 | | 02 | 451 | | 09 | 220 | | 065 | 36 | | 071 | 35 | | 081 | 73 | | 061 | 22 | | 04 | 227 | | 081 | 73 | | 061 | 22 | | 050 | 34 | | 056 | 75 | | 05 | 34 | | 056 | 75 | | 05 | 58 | | 05 | 55 | | 05 | 10 | | 05 | 45 | | 05 | 16 | | 05 | 16 | | 05 | 16 | | 05 | 16 | | 05 | 16 | | 05 | 16 | | 05 | 16 | | 05 | 16 | | 05 | 16 | | 05 | 16 |

Dienst "Onderdelen en Toebehoren": (02) 451.16.00

Voor nadere inlichtingen: dienst "Consumentenbelangen": (02) 451.16.80

Fax: (02) 451.14.14

Internet: http://www.miele.be

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MIELE

Model : F 9252 i

Categorie : Vriezer