ML 1000 - Wasmachine ACEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ML 1000 ACEC in PDF-formaat.
| Producttype | Wasmachine |
| Merk | ACEC |
| Model | ML 1000 |
| Maximale centrifugetoerental | 1000 tpm |
| Capaciteit | 5 kg |
| Afmetingen (B x D x H) | 60 x 60 x 85 cm |
| Gewicht | 70 kg |
| Energieklasse | C |
| Waterverbruik per wasbeurt | 45 liter |
| Programma's | Katoen, Synthetisch, Fijn, Wol, Handwas, Spoelen, Centrifugeren |
| Extra functies | Voorwas, Startuitstel, Halfvolle lading |
| Geluidsniveau wassen | 58 dB |
| Geluidsniveau centrifugeren | 76 dB |
| Aansluitwaarde | 2200 W |
| Netspanning | 230 V ~ 50 Hz |
| Watertoevoer | Koud water |
| Type deur | Vuldeur van voren |
| Deuropening | 30 cm |
| Onderhoud | Reinig het pluizenfilter en de zeepbakje periodiek |
| Veiligheid | Kinderbeveiliging, Overvulbeveiliging |
| Reparatie | Reservedelen beschikbaar via erkende service |
Veelgestelde vragen - ML 1000 ACEC
Gebruikersvragen over ML 1000 ACEC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ML 1000 - ACEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ML 1000 van het merk ACEC.
GEBRUIKSAANWIJZING ML 1000 ACEC
| Waarschuwingen | blz. | 16 |
| Installatie | blz. | 17 |
| Transportbeveiliging | blz. | 17 |
| Plaatsen | blz. | 17 |
| Watertoevoer | blz. | 17 |
| Waterafvoer | blz. | 18 |
| Elektrische aansluiting | blz. | 18 |
| Waterpas stellen | blz. | 18 |
| Gebruik | blz. | 19 |
| Bedieningspaneel | blz. | 19 |
| Symbolen en bedieningselementen | blz. | 19 |
| Adviezen en tips voor het wassen | blz. | 20 |
| Wasmiddelen | blz. | 21 |
| Wasprogramma's | blz. | 22-23 |
| Textielbehandelingssymbolen | blz. | 24 |
| Volgorde van handelingen. | blz. | 25 |
| Onderhoud | blz. | 26 |
| Buitenkant | blz. | 26 |
| Wasmiddelhouder | blz. | 26 |
| Afvoerfilter | blz. | 26 |
| Toevoerfiltertje | blz. | 26 |
| Eenvoudige storingen | blz. | 27 |
TECHNISCHE GEGEVENS
| AFMETINGEN | hoogte | 85 cm |
| breedte | 60 cm | |
| diepte | 52 cm | |
| NETSPANNING/-FREKWENTIE | 220-230V / 50 Hz | |
| AANSLUITWAARDE | 2200 W | |
| ZEKEREN MET MINIMAAL | 10 A | |
| WATERLEIDINGDRUKGRENZEN | minimum | 5 N/cm2 |
| maximum | 80 N/cm2 | |
| MAXIMUM VULGEWICHT: | katoen | 4,5 kg |
| synthetika | 2 kg | |
| wol | 1 kg | |
| CENTRIFUGEERTOERENTAL | 1000 / min. |
CE Dit toestel voldoet aan de EG-richtlijn 89/336/EEG, 73/23/EEG.
Het is uiterst belangrijk dat het bij het apparaat behorende instruktieboekje bewaard blijft. Zou het apparaat door u aan iemand anders gegeven of verkocht worden, of zou het apparaat in het huis van waaruit u verhuist achterblijven, dan dient de nieuwe gebruik(st)er over het instruktieboekje en de daarin opgenomen waarschuwingen te kunnen beschikken.
Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen te hebben, alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik neemt.
- Indien u tijdens de aflevering een schade aan het apparaat vastgesteld hebt, meldt u dit dan, vóór u het apparaat installeert en/of in gebruik neemt, direkt aan uw leverancier.
- Dit apparaat is bedoeld en gemaakt voor het gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk om kinderen het apparaat te laten bedienen of als speelgoed te laten gebruiken.
■ Het is gevaarlijk om, in welke vorm dan ook, dit apparaat of de eigenschappen daarvan te veranderen. - Een eventueel noodzakelijke wijziging aan de elektrische huisinstallatie ten behoeve van de installatie van dit apparaat, mag uitsluitend door een daartoe bevoegd persoon uitgevoerd worden.
- Een eventueel noodzakelijke wijziging van de watertoe- en/of afvoervoorzieningen ten behoeve van de installatie van dit apparaat mag uitsluitend door een daartoe bevoegd persoon uitgevoerd worden.
- Laat inspektie- en/of herstelwerkzaamheden uitvoeren door de servicedienst van de fabrikant of door een door de fabrikant bevoegd verklaarde servicedienst en laat geen andere dan originele onderdelen plaatsen.
■ Overtuig u ervan dat na de installatie of het verplaatsen het apparaat niet op het aansluitsnoer staat. - Schakel na het gebruik altijd de stroomtoevoer af door, afhankelijk van de wijze van installatie, de steker uit het stopkontakt te nemen of de badkamertrekschakelaar op de UIT-stand te schakelen. Draai na het gebruik altijd de watertoevoerkraan dicht.
■ Overlaad het apparaat niet. Raadpleeg de betreffende adviezen in de gebruiksaanwijzing. - Kijk, vóór u de vuldeur (voorlader) opent, altijd eerst of het water weggepompt is. Indien dat niet het geval is, laat de machine dan eerst het water afpompen. Raadpleeg in twijfelgeval de gebruiksaanwijzing.
- Dit apparaat is zwaar. Wees voorzichtig bij het verplaatsen.
Alle delen die tot de transportbeveiliging behoren moeten beslist verwijderd zijn, alvorens het apparaat in gebruik te nemen. Ernstige schade aan het apparaat of andere zaken in de omgeving kan het gevolg zijn van het niet of niet geheel verwijderen van de transportbeveiliging. - De glasdeur (voorlader) kan tijdens het gebruik zeer heet worden. Houd kinderen uit de buurt van het apparaat zolang het in werking is.
■ Laat de vuldeur (voorlader) op een kier staan indien het apparaat niet gebruikt wordt. Dat is beter voor de rubbermanchet en u voorkomt het ontstaan van een muffe lucht.
- Was geen artikelen in de wasautomaat die hier niet voor geschikt zijn. Raadpleeg het textielonderhoudsetiket. Informeer in twijfelgeval bij de leverancier van het artikel.
- Overtuig u ervan dat, vóór u een artikel in de wasautomaat doet, de borst- en broekzakken leeg zijn, ritssluitingen gesloten zijn en eventueel loshangende knopen verwijderd of eerst aangenaaid zijn. Was geen rafelig of gescheurd goed; herstel het voortijds. Verwijder voortijds verf-, inkt-, roest- en grasvlekken. Was bh's met beugels niet in de wasautomaat.
- Objekten zoals munten, veiligheidsspelden, naalden, spijkers, schroeven en andere harde of scherpe materialen behoren niet in de wasautomaat; zij kunnen aanzienlijke schade veroorzaken.
■ Met vluchtige stoffen, zoals alcohol, benzine, terpentine en dergelijke, gereinigde artikelen mogen niet in de wasautomaat. Indien zulke reinigingsmiddelen gebruikt werden om voortijds vlekken te verwijderen, dan moet met het wassen in de wasautomaat gewacht worden tot het artikel volledig uitgedampt is.
■ Was kleine artikelen, zoals babysokjes, ceintuurs en dergelijke in een sloop. Zulke kleine artikelen kunnen tussen de trommel en de kuip slippen.
■ Wees voorzichtig met wasverzachter. Een te grote dosering kan schade aan het wasartikel toebrengen. Raadpleeg de instrukties van de fabrikant van de wasverzachter.
- Kleine huisdieren hebben de gewoonte in de trommel van de wasautomaat (voorlader) te kruipen. Hebt u zo'n huisdier, kontroleer dan eerst en sluit daarna pas de vuldeur.
- Elk in werking zijnd apparaat kan defekt raken. Het is niet ondenkbaar dat dan, tijdens uw afwezigheid schade ontstaat. Uw wasautomaat voldoet aan alle op het moment van produceren bestaande veiligheidsvoorschriften. Toch adviseren wij u de machine niet te laten werken wanneer er voor langere tijd niemand thuis is.
■ Tracht, in geval van een storing of defekt, dit apparaat niet zelf te repareren. Reparaties welke door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden.
■ Maak het oude apparaat dat u, in afwachting van het weghalen of wegbrengen zolang terzijde zet onbruikbaar. Knip het netsnoer eraf en verwijder de deursluiting. Informeer bij de gemeente wie het oude apparaat ophaalt of waar u het moet bezorgen, ten-einde er zeker van te zijn dat het apparaat zorgvuldig verschrot of gerecycled wordt.
Transportbeveiliging
Het is beslist noodzakelijk dat u de transportbeveiligingen verwijdert voor u de machine in gebruik neemt.
Wij adviseren u de verwijderde delen te bewaren; in geval van verhuizing moeten ze wederom aangebracht worden.
U gaat als volgt te werk:

Schroef met een sleutel de rechtse schroef aan de achterkant van de machine los.
Leg de machine voorzichtig op z'n achterkant; zodanig dat de slangen niet kunnen beschadigen.

Verwijder het polystyrene vulblok uit de onderkant van de machine. Dit blok hoeft u niet te bewaren.
Trek voorzichtig de rechter plastic zak (1) uit de machine, terwijl hij naar het midden van de machine getrokken wordt.
Trek nu ook de linker plastic zak (2) uit de machine.

Zet de machine rechtop en verwijder de 2 overige schroeven uit de achterwand.

Verwijder de drie plastic afstandshulzen uit de gaten waar de schroeven in zaten.
Dicht de vrijgekomen gaten af met de meegeleverde stopsels. U vindt de stopsels op de achterkant van de machine.
Plaatsen
Plaats de machine op een vlakke, harde vloer. Laat een houten vloer met een 5 cm dikke hardhout-plaat versterken, over tenminste twee draagbalken. De verstevigingsplaat moet aan alle kanten enkele centimeters buiten de machine steken.
Zorg er voor dat de machine niet tegen de muur of andere keukenmeubels kan leunen.
Wij gaan er van uit dat de waterkraan, de afvoermogelijkheid en de elektriciteitsvoorziening zich binnen het bereik van de machineslangen en het aansluitsnoer bevinden. Als dat niet zo is, dan adviseren wij u uw installateur de kraan en/of de afvoer en/of het stopkontakt te laten verplaatsen.

Watertoevoer
Draai, nadat u eerst het filtertje in de wartel hebt gelegd, de wartel van de toevoerslang stevig op de 3/4 " schroefdraad van de kraan.
Wat ons betreft hoeft de kraan niet «belucht» te zijn (de machine is voorzien van een beluchter), maar het kan zijn dat de gemeente waar u woont dat toch eist.
Mocht het u bekend zijn dat de leidingwaterdruk soms zeer hoog is, leg dan een gummi kraanschijf 3/4", 23x4x4mm, in de wartel aan de machinekant van de slang.
De toevoerslang mag niet verlengd worden. Mocht de slang te kort zijn en wilt u de kraan niet laten verplaatsen, koop dan een langere, komplete, hogedrukslang welke speciaal voor dit doel gemaakt is.


Het andere eind van de toevoerslang, aan de machine-kant, kan naar alle richtingen verdraaid worden. Wartel iets losdraaien, haakse bocht verdraaien en wartel weer stevig vastdraaien.
Waterafvoer
De bocht, aan het eind van de afvoerslang, kunt u op drie manieren plaatsen:

Over de rand van een wasbak. U moet er dan voor zorgen dat de bocht niet, door het snel uitstromende water, van de rand kan schieten. Bijvoorbeeld met een touwtje aan de kraan of een haak in de muur op hangen.
In een aftakking van de wasbakafvoer. Die aftakking moet boven de siphon (stankafsluiter) zitten en zodanig dat de bocht van de slang zich op tenminste 60 cm van de vloer bevindt.
In een afvoerpijp. Wij adviseren een standpijp van 65 cm hoogte; in ieder geval niet lager dan 60 cm en niet hoger dan 90 cm.
Het eind van de afvoerslang moet altijd belucht zijn, dat wil zeggen dat de binnendiameter van de pijp groter moet zijn dan de buitendiameter van het slangeind.
U mag de afvoerslang verlengen tot een maximale totale lengte van 180 cm. Gebruik een verlengslang van tenminste dezelfde binnendiameter als de originele slang en gebruik een koppeling die voor dat doel bestemd is.
De verlengde slang legt u vanuit de machinekant over de vloer en pas bij de afvoermogelijkheid omhoog.
Elektrische aansluiting
Kontroleer op het typeplaatje (op de binnenkant vuldeur) of de machine voor 220-230V / 50Hz gemaakt is. De machine is voorzien van een drie-aderig aansluit-snoer en steker met aardkontakten.
De steker mag u uitsluitend plaatsen in een stopkontakt met (aangesloten en funktionerende) aardkontakten; de machine dient deugdelijk geaard te zijn.
Het aansluitsnoer mag u niet verlengen. Indien het snoer te kort blijkt te zijn, laat uw installateur dan of een langer snoer aan de machine monteren of het stopkontakt verplaatsen.
Het gebruik van een verlengsnoer of kabelhaspel is niet toegestaan.
In bad- of doucheruimten moet doorgaans een zogeheten «vaste aansluiting» gemaakt worden; raadpeeg uw installateur.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade of letsel, ontstaan door het niet voldoen aan bovenstaande veiligheidsvoorschriften.
Waterpas stellen
Schuif de wasautomaat op z'n definitieve plaats en stel de machine waterpas op. Dat doet u door middel van het in- of uitdraaien van een of twee van de verstelbare voetjes. Als de machine op tapijt staat, stel de voeten dan zodanig in dat de lucht vrij kan cirkuleren. Zorg er voor dat de machine op alle vier de voetjes stevig tegen de vloer staat; ook dat is zeer belangrijk. Draai, na het waterpas stellen, de kontramoeren van alle vier de voetjes stevig tegen de machinebodem. Gebruik hiervoor een schroevendraaier.

Het kontrolelampje gaat branden wanneer de machine in bedrijf is.
3 Toets «verlagen centrifugeertoerental»!©
Door het voortijds indrukken van deze toets verlaagt u het centrifugeertoerental tot 650/min. in de programma's voor katoen en linnen. In het programma «P» centrifugeert de machine automatisch met een verlaagd toerental (650/min).
4 Toets «half- volle belading» 1/2
Door het voortijds indrukken van deze toets spoelt de machine bij de programma's A-B-C en D voor katoen en linnen vier maal in plaats van vijf maal.
Wij adviseren u de toets in te drukken als de trommel minder dan half vol is.
5 Draaiknop voor temperatuurkeuze
Knop links- of rechtsom draaien. U kunt ook met de temperatuur van het ingekomen leidingwater wassen, door de knop op « ✕ » in te stellen.
6 Draaiknop voor programmakeuze H01 H00
Met de programmaknop kiest u, rechtsom draaiend, het gewenste programma.
Door het uittrekken van de programmaknop schakelt u de machine IN. Door het indrukken van de programmaknop schakelt u de machine UIT.
Adviezen en tips voor het wassen
Was niet te lang opsparen
In de eerste plaats adviseren wij u wasgoed niet al te lang op te sparen, in ieder geval niet als het vochtig is (gaat schimmelen en veroorzaakt een muffe geur).
Men zegt ook wel dat «het weer er in gekomen is»; weervlekken krijgt u er niet meer uit.
Sorteren
Neemt u vooral even de tijd om de in dit boekje afgedrukte kaart voor de behandelingssymbolen aandachtig te lezen.
Een streep onder de tobbe betekent dat u het artikel niet in de krachtige katoen-programma's mag wassen.
Witte was wast u niet samen met bonte was.
Sterke kreukherstellende stoffen, zoals polyester/katoen, vallen onder «synthetika».
Zwakke stoffen, zoals acryl en meestal ook vitrages, vallen onder «fijnwas».
Het wolwasprogramma is een speciaal programma voor «zuivere scheerwol». Bij alle andere wolsoorten en mengsels kan niet worden uitgesloten dat het krimpt en/of vervilt in de wasmaschine.
Wol moet u direkt na het wassen kort centrifugeren.
Voorwas
In principe doet u geen voorwas.Uw nieuwe machine, in kombinatie met de moderne wasmiddelen, wast ook zonder voorwas schoon. Dat spaart energie, tijd, water en wasmiddel.
Indien echter het wasgoed zeer vuil is, bijvoorbeeld garagekleding of slagerskleding, kan een voorwas met biologisch voorwasmiddel gewenst zijn. Het voorwasmiddel doet u in vakje U.
Temperaturen
Wij adviseren u kookwas (witte katoen en linnen) met 60°C in plaats van 95°C te wassen. Als het goed niet al te vuil is wordt het ook dan schoon. Het spaart zo'n dertig procent aan energie.
Datzelfde geldt, in mindere mate, ook voor lichtbonte was. Normaal wast u dit goed met 60°C. Is het goed weinig vuil, dan wordt het met 40°C ook nog schoon.
Donkerbonte was wast u met een temperatuur niet hoger dan 40°C.
Wast u lichtbont en donkerbont door elkaar, dan stelt u volgens donkerbont in, dus niet hoger dan 40°C.
Witte en lichtgekleurde synthetika kan doorgaans met 60°C gewassen worden. Maar ook hier geldt dat het ook met 40°C schoon wordt als het niet al te vuil is.
Donkergekleurde synthetika, fijnwas en wol wast u met een temperatuur niet hoger dan 40°C. Geeft één van de etiketten 30°C aan, dan kiest u voor de gehele was 30°C. Meestal kan det betreffende artikel wel tegen 40°C, maar de fabrikant van uw wasautomaat kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor schade door wassen met te hoge temperatuur.
Hoeveel wasgoed in de trommel?
Eigenlijk zoudt u het wasgoed steeds moeten wegen.
Van katoen en linnen (kook- en bontwas) mag u een bepaalde maximum hoeveelheid in kilogrammen in de trommel doen (zie Technische gegevens). Ook voor synthetika en wol gelden maximum hoeveelheden in kilogrammen.
Wegen is omslachtig, daarom geven wij u een ander hulpmiddel:
Katoen en linnen: volle belading, maar niet proppen
Sterke synthetika, mengsels en kreukherstellende stoffen: halfvolle of iets meer dan half-volle belading
Wol en fijnwas: éénderde van de trommel.
Vóór u het wasgoed in de trommel doet
Herstel scheuren, gaten en halen voortijds.
Naai loshangende knopen eerst aan of knip ze af.
Sluit drukknopen en ritssluitingen.
Was geen rafelig goed; herstel eerst de zomen.
Verwijder voortijds achtergebleven kleine voorwerpen uit borst- en broekzakken. Spijkers, spelden, paperclips en dergelijke kunnen grote schade aan uw machine en het wasgoed aanrichten.
Haal de haken uit vitrage en doe de vitrage in een sloop of linnen zak.
Was gekleurd goed, met name donker gekleurd, eerst een keer apart. De kans is groot dat het kleur afgeeft.
Behandel moeilijke vlekken, zoals die van gras, roest, teer, verf, ballpoint, voortijds met een vlekkenoplosser. Gebruikt u, bijvoorbeeld voor het verwijderen van verf, een vluchtige stof, zoals terpentine en dergelijke, dan moet u met wassen wachten tot het kledingstuk geheel uitgedampt is.
De fabrikant van uw wasautomaat is niet aansprakelijk voor schade of letsel, ontstaan door het gebruik van vluchtige, brandbare of giftige stoffen.
Wasmiddelen
Er zijn, op het eerste gezicht, vele soorten: poedervormig en vloeibaar, wel en niet gekoncentreerd, totaal-en speciale wasmiddelen. In de praktijk zult u echter niet meer dan twee, hoogstens drie verschillende soorten gebruiken.
Niet geschikte wasmiddelen
Gebruik, uit welke overwegingen dan ook, nimmer zeep of handafwasmiddelen. U kunt er aanzienlijke schade aan de machine en het wasgoed door veroorzaken.
Traditionele poeder-wasmiddelen
Deze wasmiddelen doet u in de vakjes ☐ voor de voorwas en ☐ voor de hoofdwas.
Vloeibare wasmiddelen
Gebruikt u een vloeibaar wasmiddel, dan mag u dat, mits u geen voorwas doet, direkt in het vakje Ⓐ voor het hoofdwasmiddel gieten. Wel meteen daarna de machine starten.
Vloeibare wasmiddelen zijn zeer geschikt voor lage wastemperaturen, dus 30°C en 40°C. Voor hogere temperaturen, 60°C tot 95°C, adviseren wij u een poedervormig wasmiddel te gebruiken.
Geconcentreerde poeder-wasmiddelen (ULTRA's, MICRO's en dergelijke)
Gekoncentreerde wasmiddelen kunt u op dezelfde manier als vloeibare wasmiddelen doseren. Uiteraard past u de hoeveelheid aan, omdat u van deze wasmiddelen minder nodig hebt.
Voorwasmiddel
Voor een voorwas adviseren wij u een biologisch voor- wasmiddel te gebruiken.
Waterhardheid
| Bereik | Eigenschap | Duitse schaal | Franse schaal |
| 1 | zacht | 0-7 | 0-15 |
| 2 | middelmatig | 8-14 | 16-25 |
| 3 | hard | 15-21 | 26-37 |
| 4 | zeer hard | meer dan 21 | meer dan 37 |
Bontwas, fijnwas en wolwas
Er zijn aparte bontwasmiddelen, fijnwasmiddelen en machine-wolwasmiddelen.
Wij adviseren u om, in ieder geval voor de fijnwas en de wolwas, van deze speciale middelen gebruik te maken.
Vloeibare wasverzachter
Een (vloeibare) wasverzachter kan gewenst zijn. Bijvoorbeeld als u synthetika in de trommeldroger droogt. De stof wordt dan tijdens het drogen niet «statisch». Doseer niet meer dan tot het roostertje of het filtermet of het symbool MAX in het vakje voor de wasverzachter.
Hoeveel wasmiddel doseren?
In de eerste plaats moet u weten dat uw nieuwe machine zuinig met wasmiddel omspringt, omdat hij voorzien is van een «sopcirkulatiesysteem».
Doseer om te beginnen zoveel als de fabrikant van het wasmiddel op z'n verpakking aangeeft. Houd rekening met de waterhardheid. Als u niet weet hoe hard het aan u geleverde water is, vraag dat dan even na bij het waterleidingbedrijf.
Als de trommel slechts half gevuld is kunt u, vanzelfsprekend, ook wat minder wasmiddel dan voor een volle trommel doseren; probeer een kwart minder.
Erg hard water
In het wasmiddel zitten kalkbindende stoffen. Daarom moet u meer doseren naarmate de waterhardheid hoger is.
Bij te weinig kalkbindende stoffen zal het wasgoed, vooral bij hogere temperaturen, vergrauwen en stug worden.
Bij erg hard water doseert u dus van alle andere in het wasmiddel voorkomende stoffen meer dan nodig is. Dat kunt u verhelpen door minder wasmiddel te doseren en het verschil aan te vullen met een aparte kalkbinder, zoals Calgon.
Houdt u zich aan de voorschriften op de verpakking en doseer Calgon gewoon in het vakje 📊.
Adviesprogramma's voor katoen en linnen
Maximum belading: 4,5 kg
| Programma voor | Vuil-graad | Te vullen wasmiddel-vakjes | Temp. knop op: | Prog. knop op: | Beschrijving |
| Kookwas met voorwas | erg vuil | ![]() | 60°-95° | A | VoorwassenWassen 60°-95°CSpoelenCentrifugeren |
| Kookwas zonder voorwas | normaal vuil | ![]() | 60°-95° | B | Wassen 60°-95°CSpoelenCentrifugeren |
| Bontwas | normaal vuil | ![]() | 40°-60° | C | Wassen 40°-60°CSpoelenCentrifugeren |
| Spoelen | ![]() | D | Spoelen, indien gewenst met nabehandelingsmiddelCentrifugeren | ||
| Lang centrifugeren | F | Afpompen en centrifugeren |
40 ÷ 60 of 60÷95 betekent dat u naar eigen inzicht, afhankelijk van de textielsoort, een temperatuur kiest.
Adviesprogramma's voor synthetika, fijnwas en wol
Het laatste spoelwater wordt niet automatisch afgepompt, teneinde kreukvorming te voorkomen indien het wasgoed niet direkt na het beëindigen van het programma uit de machine zou worden genomen. Om het water af te pompen kiest u het programma P of Q.
| Programma voor | Vuil-graad | Te vullen wasmiddel-vakjes | Temp. knop op: | Prog. knop op: | Beschrijving |
| Synthetika met voorwas | erg vuil | ![]() | 60° | G | VoorwassenWassen 60°C SpoelenSpoelstop |
| Synthetika zonder voorwas | normaal vuil | ![]() | 60° | H | Wassen 60°C SpoelenSpoelstop |
| Fijnwas | normaal vuil | ![]() | 40° | J | Wassen 40°C SpoelenSpoelstop |
| Wol | normaal vuil | ![]() | 40° | Wassen 40°C SpoelenSpoelstop | |
| Kort programma | licht vuil | ![]() | 30° | L | Wassen 30°C SpoelenSpoelstop |
| Spoelen | ![]() | M | Spoelen, indien gewenst met nabehandelingsmiddelSpoelstop | ||
| Wasverzachten | ![]() | N | 1 maal spoelen, indien gewenst met nabehandelingsmiddelSpoelstop | ||
| Kort centrifugeren | P | Afpompen en kortcentrifugeren | |||
| Afpompen | Q | Water afvoeren |
TEXTIELBEHANDELINGSSYMBOLEN
«Plak op uw wasmachine»
| WASSEN | 95 95 | 60 60 | 40 40 | 40 | |||||
| Gewoonprogramma | Anti-kreuk-programma | Gewoonprogramma | Anti-kreuk-programma | Gewoonprogramma | Anti-kreuk-programma | Wolwas-programma | Alleen snellehandwas | Niet wassen,ook niet weken | |
| De getallen in de tobben geven de hoogst toelaatbare temperaturen aan; deze niet overschrijden.Tot de gewone wasprogramma's behoren ook E-, spaar- en halve wasprogramma's.Anti-kreukprogramma's: voor artikelen die synthelische vezels bevatten en/of kreukherstellend zijn gemaakt; machine beladen met de helft van het maximale gewicht. Handwas lauw of koud.Wolwas in de machine: uitsluitend Superwash en alleen met door het Internationaal Wol Secretariaat (IWS) goedgekeurde programma's. Belading: 1⁄3 tot 1⁄4 van het maximale gewicht. | |||||||||
| BLEKEN | Koud bleken met bleekwater of geconcentreerd chloorbleekmiddel in verdunde oplossing mogelijk | Niet mogelijk | |||||||
| STRIJKEN | Heet strijken | Warm strijken | Lauw strijken | Niet strijken | |||||
| De punten verwijzen naar de punten op de regelknop van het strijkijzer. | |||||||||
| CHEMISCHREINIGEN=STOMEN=DRY CLEANING | A P Gewone reiniging | P F Speciale reiniging | Niet chemisch reinigen | ||||||
| Artikelen met P of F in de cirkel kunnen meestal niet worden ontvlekt met tetra of tri.De letters zijn vooral bestemd voor de chemisch reiniger. Zij geven het te gebruiken oplosmiddel aan. Reiniging met F is nauwelijks mogelijk.De streep onder de cirkel betekent: lichte belading, hoge vlotverhouding, weinig mechanische beweging, korte reinigings, -spoel- encentrifugeertijden; en vooral: geen water toevoegen. | |||||||||
| TROMMEL-DROGEN | Normale textiel | Hittegevoelige textiel | Niet drogen in droogtrommel | ||||||
Meer informatie in het boekje "Textiel ABC", te verkrijgen door overmaking van f 15,36 op gironummer 666402 van VTWS, Deift. Telefoon (015) 61 12 05.
Volgorde van handelingen
1 Doe het wasgoed in de trommel

Open de vuldeur. Doe de stukken wasgoed één voor één in de trommel. Haal opgevouwen was- goed eerst uit elkaar. Sluit de vuldeur; druk hem goed in het slot.
2 Doe wasmiddel in het vakje

Trek de wasmiddelhouder uit het bedieningspaneel tot hij stuit.
Meet de gewenste hoeveelheid wasmiddel in een maatbekertje af en giet het in het vakje voor het hoofdwasmiddel [1]. Gaat u echter ook voorwassen, doe dan een biologisch voorwasmiddel in het vakje [1].
3 Doe, eventueel, wasverzachter in het vakje

Giet, indien gewenst, was-verzachter in het daarvoor bestemde vakje ✉. Overschrijd het nivo MAX of het roostertje niet.
4 Druk funktietoets(en) in
Druk, indien gewenst, de toets ↓© en/of 1/2 in.
5 Stel de temperatuur in

Draai de knop voor de temperatuurregeling op de gewenste temperatuur.
6 Kies het gewenste programma en start de machine
Trek, indien aanwezig, de badkamertrekschakelaar op AAN, of steek de steker in het stopkontakt.
Draai de kraan open.
Kontroleer of de afvoerslang goed geplaatst is.

Draai de programmak- nop rechtsom op het gewenste programma.

Trek de programmaknop uit: het kontrolelampje brandt en de machine werkt het gekozen programma automatisch af.
Hebt u een programma met "spoelstop" gekozen, dan moet het laatste spoelwater afgepompt worden.
Wacht één tot twee minuten alvorens de vuldeur te openen; die tijd heeft de elektrische deurvergrendeling nodig om te ontgrendelen.
Schakel de machine UIT door de programmaknop in te drukken. Het kontrolelampje gaat uit.
Draai de kraan dicht en neem de steker uit het stopkontakt of trek de badkamertrekschakelaar op UIT. Laat alle funktietoetsen terugkomen.
Open de vuldeur en neem het wasgoed uit de trommel. Draai de trommel met de hand een keer rond, om te zien of hij werkelijk geheel leeg is.
Laat de vuldeur enige tijd op een kier staan, zodat de machine uit kan dampen.
De buitenkant
De buitenkant van de machine kunt u, naar behoefte, reinigen met een lauwwarm zeepsopje.
Nalappen met schoon water en daarna droogzemen.
Belangrijk: Gebruik nooit alcohol, terpentine en dergelijke oplosmiddelen.
De wasmiddelhouder

Wasmiddelen en wasverzachter koeken na verloop van tijd aan.
Maak de wasmiddelhouder af en toe schoon onder de stromende kraan. U kunt daartoe de houder geheel uit de machine nemen door op de pal, links achterin, te drukken.

De bovenkant van het vakje voor de wasverzachter kunt u, ten behoeve van het schoonma-ken, verwijderen.
De behuizing van de wasmiddelhouder

Ook daarin kan zich op den duur wasmiddel verzamelen. Maak de binnenkant met een oude tandenborstel schoon.
Plaats de houder terug in z'n behuizing en laat de machine, zonder was- goed, een spoelgang doen.
Het afvoerfilter
Het afvoerfilter is bedoeld voor het opvangen van grove pluis en rafels. Raakt het filter verstopt, dan zal onherroepelijk programmastoring optreden.
Kontroleer regelmatig of het filter schoon is.

Open het filterdeksel
Plaats een schaaltje onder het filterdeksel en schroef het filter linksom los.
Trek het filter uit het filterhuis.

Reinig het filter onder de stromende kraan.
Het toevoerfiltertje

Wanneer u merkt dat de machine langer over het wateropnemen gaat doen, verdient het aanbeveling om het toevoerfiltertje te kontroleren op verstopping.
Daartoe draait u eerst de kraan dicht en vervolgens draait u de slangwartel
van de kraan af.
Trekt u met een platbektang het filtertje uit z'n behuizing. Met een borsteltje reinigen en weer terugplaatsen.
De machine start niet
Na het instellen van een programma en het inschakelen, start de machine niet en ook het kontrolelampje brandt niet:
■ Kijk of de betreffende groepzekering heel is.
■ Schakelde u de wasautomaat in terwijl ook de trommeldroger, op dezelfde groep, AAN staat dan raakt vrijwel zeker de zekering defekt.
■ Kijk of de programmaknop uitgetrokken is.
De machine start niet, maar het kontrolelampje brandt wel:
■ Staat de waterkraan open?
■ Geeft de kraan water? Probeert u dat even uit.
■ Toevoerslang bekneld of geknikt geraakt?
■ Toevoerfiltertje verstopt?
■ Vuldeur gesloten?
■ Programmaknop juist ingesteld?
De machine neemt wel water op, maar dat stroomt er door de afvoer weer uit:
- Het uitstroomeind van de afvoerslang bevindt zich op een te laag punt, ten opzichte van de vloer waarop de machine staat. Raadpleeg het betreffende hoofdstuk.
De machine pompt niet af en/of centrifugeert niet:
■ Afvoerslang bekneld of geknikt geraakt?
■ Afvoerfilter verstopt?
■ Programma met «spoelstop» gekozen?
Er ligt water op de vloer:
■ Teveel wasmiddel gebruikt?
■ Wasmiddel is ongeschikt omdat het teveel schuimt? Teveel schuim veroorzaakt lekkage.
- Een van de toevoerslangwartels lekt? U ziet nauwelijks dat er water langs de slang loopt; voelt u dus even of de slang nat is.
De machine dreunt of is erg luidruchtig:
■ Zijn alle transportbeveiligingen verwijderd?
■ Leunt de machine ergens tegenaan?
■ Staan alle stelvoeten stevig tegen de vloer en zijn de kontramoeren goed tegen de machinebodem
gedraaid?
Kunt u de storing niet zelf lokaliseren of verhelpen, raadpleegt u dan de servicedienst.
Noteer, voor u gaat telefoneren, even merk, typenummer en aankoopdatum van uw machine; de servicedienst zal u er om vragen.

124985960/2×
(124985962)
914789110
11 - 12 / 1995










