CS600X GPS - Fietscomputer POLAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS600X GPS POLAR in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CS600X GPS POLAR
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fietscomputer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS600X GPS - POLAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS600X GPS van het merk POLAR.
GEBRUIKSAANWIJZING CS600X GPS POLAR
Menustructuur.... 10
Polar stuurhouder installeren.... 10
Fietscomputer op de stuurhouder bevestigen 10
- TRAINING VOORBEREIDEN....12
Training plannen.... 12
Trainingstypen 12
Nieuwe trainingen aanmaken met uw fietscomputer 13
Nieuwe trainingen aanmaken met Polar ProTrainer 5 software 14
Hartslagsensor dragen....14
- TRAINING....16
Training starten 16
Informatie op het display....17
Grafiekweergave 18
Display van de fietscomputer personaliseren.... 18
Symbolen op het display 19
Functies van de knoppen....21
Ronde vastleggen....21
Zone vergrendelen....21
Display inzoomen 22
Display verlichten (nachtmodus aan)....22
Instellingenmenu weergeven 22
Training pauzeren 23
Uw OwnZone (Persoonlijke hartslagzone) bepalen 23
Training stoppen 24
- NA TRAINING 25
Trainingsresultaten analyseren 25
Trainingslogboek 25
Wekelijks overzicht 32
Totalen 33
Bestanden verwijderen 33
- INSTELLINGEN....34
Trainingsinstellingen 34
Functie-instellingen 34
GPS ^* 34
Hoogte 34
Registratie-interval 35
Functie RR-gegevens....37
Automatische ronderegistratie 37
Hartslagweergave 37
Sport zones (Sport zones) 37
Fietsinstellingen 37
Wielmaat 37
Speed (Snelheid): On / Off (Aan / Uit) 38
Aankomsttijd 38
Autostart: On / Off (Aan / Uit) 38
Power (Vermogen)*: On / Off (Aan / Uit)....38
Cadence (Trapfrequentie)*: On / Off (Aan / Uit) 39
Gebruikersinstellingen.... 39
Heart Rate (Hartslag): HRmax, HRsit 40
Maximal Oxygen Intake (Maximale zuurstofopname): VO2max 40
Algemene instellingen 41
Geluid 41
Volume 41
TZ Alarm (Target Zone Alarm – Hartslagzonealarm) 41
Knopvergrendeling 41
Eenheden 41
Taal 41
Slaapstand 41
Horloge-instellingen 42
Herinnering 42
Evenement 42
Alarm 43
Tijd 43
Tijdzone 43
Datum 43
Snelknop (Snelmenu) 43
- TRAININGSPROGRAMMA......44
Programma bekijken 44
Geprogrammeerde training uitvoeren 45
Trainen met fasen 45
Weergaven tijdens de training....45
Functies tijdens de training....46
Rondemenu 46
- TESTS....47
Polar Fitness Test™ 47
Vóór de test 47
De test uitvoeren 48
Na de test 48
Polar OwnOptimizer™ 50
Vóór de test 50
De test uitvoeren 50
Na de test 51
OwnOptimizer-trend 52
OwnOptimizer-waarde verwijderen 53
Trendbestand resetten 53
Resultaten analyseren met Polar ProTrainer 5-software 53
10.NIEUWE HARTSLAGSENSOR GEBRUIKEN....54
Nieuwe hartslagsensor gebruiken 54
Nieuwe hartslagsensor aanmelden 54
11.NIEUWE ACCESSOIRE GEBRUIKEN 55
Nieuwe accessoire gebruiken....55
Nieuwe snelheidssensor programmeren....55
Nieuwe trapfrequentiesensor programmeren* 55
Nieuwe vermogenssensor* programmeren....55
Nieuwe G5 GPS sensor* aanmelden....56
12.ACHTERGRONDINFORMATIE 57
Polar Sport Zones 57
NEDERLANDS
Hartslag in een zittende positie 59
Hartslagreserve 59
Hartslagvariatie 60
R-R-registratie....60
13.INFORMATIE OVER KLANTENSERVICE 61
Onderhoud 61
Zorgen voor uw product....61
Service 61
Batterijen vervangen....61
Batterij van fietscomputer vervangen....62
Voorzorgsmaatregelen 63
Interferentie tijdens de training 63
Risico's tijdens trainen beperken....64
Technische specificaties....65
Vaak gestelde vragen....66
Beperkte internationale garantie van Polar 68
Aansprakelijkheid 69
REGISTER 70
1. INLEIDING
Gefeliciteerd! U hebt een volledig trainingssysteem aangeschaft dat geheel aan uw trainingsbehoeften kan worden aangepast. Deze gebruiksaanwijzing bevat volledige instructies om het beste uit uw fietscomputer te halen.
COMPLEET TRAININGSSYSTEEM
Plan uw trainingen met de Polar ProTrainer 5 software. Verstuur uw planningen naar uw fietscomputer.
Bekijk gedetailleerde informatie over uw training. Sla uw trainingsgegevens op in de Polar ProTrainer 5 software om ze te volgen en analyseren op lange termijn.

text_image
TRAINING PLANNING ANALYZING TRAININGUw fietscomputer begeleidt u door uw training en bewaart uw trainingsgegevens. Verstuur na de training, uw resultaten naar de Polar ProTrainer 5 software.
De meest recente versie van deze gebruiksaanwijzing kunt u downloaden op http://www.polar.com/support. Ga naar http://www.polar.com/en/support/video_tutorials voor video-instructies.
2. ONDERDELEN FIETSCOMPUTER

1 H3 hartslagsensor/ WearLink+ borstband W.I.N.D.
2 G5/G3 GPS sensor
3 CS trapfrequentiesensor W.I.N.D.
4 CS snelheidssensor W.I.N.D.
5 Kéo Power/
Power Output Sensor W.I.N.D.
polarpersonaltrainer.com IrDA USB Adapter WebLink software
- Polar CS600X fietscomputer: Registreert en geeft fiets- en trainingsgegevens weer tijdens de training.
- Polar H3 hartslagsensor: Bestaat uit een zender en een borstband en zendt het hartslagsignaal naar de fietscomputer.
- Polar Bike Mount™: Zet de stuurhouder vast op uw fiets en bevestig hierop de fietscomputer.
- Polar Snelheidssensor™ W.I.N.D.: Meet draadloos de snelheid en afstand tijdens het fietsen.
- CD-ROM: Bevat de Polar ProTrainer 5™ software en een volledige gebruiksaanwijzing om u te helpen het beste uit uw fietscomputer te halen.
Met de Polar ProTrainer 5 software kunt u uw training van tevoren met meerdere opties plannen en de instellingen overdragen naar uw Polar product. Na de training kunt u uw resultaten met veelzijdige grafieken analyseren en deze aan uw wensen aanpassen.
Ook kunt u uw trainingsgegevens overdragen naar de webservice polarpersonaltrainer.com. Polarpersonaltrainer.com is uw online trainingsdagboek en interactieve community die u gemotiveerd houdt.
Optionele accessoires
- Polar Snelheidssensor™ W.I.N.D.: Meet draadloos de snelheid en afstand tijdens het fietsen.
- Trapfrequentiesensor™ W.I.N.D.: Meet draadloos de snelheid waarmee u de trapas van uw fiets ronddraait, uitgedrukt in omwentelingen per minuut (rpm).
- Polar LOOK Kéo Power systeem: Meet de gemiddelde en maximale trapfrequentie, het geleverd vermogen en de trapindex, alsmede de links-rechtsbalans.
- Polar G5 GPS sensor™: Levert gegevens over snelheid, afstand en locatie, alsmede informatie over de route bij alle buitensporten die GPS-technologie (Global Positioning System) gebruiken. U kunt de route-informatie overdragen naar de Polar ProTrainer 5 software om deze in Google Earth te bekijken of te converteren naar een GPX-bestand. Zie de help-functie van de software voor meer informatie.
Bij gebruik van de Polar G5 GPS sensor in combinatie met een Polar snelheidssensor wordt de GPS alleen gebruikt voor het volgen van de locatie en de route. Echter, als de snelheidssensor niet binnen het bereik valt (bijv. het
sporttype verandert tijdens de training), ontvangt de fietscomputer de snelheids- en afstandsgegevens automatisch van de GPS sensor. Zo wordt de meting van de snelheid en de afstand gedurende uw hele trainingssessie veiliggesteld. Om de snelheidssensor weer te activeren houdt u LICHT even ingedrukt en kiest u Seek sensor (Sensor zoeken).
3. AAN DE SLAG
Ga naar http://www.polar.com/en/support/video_tutorials voor video-instructies.
Voordat u de fietscomputer gaat activeren, dient u de wielmaat van uw fiets te meten.
Wielmaat meten
Voor nauwkeurige fietsgegevens moet de wielmaat worden ingesteld. Op twee manieren kunt u de wielmaat van uw fiets bepalen.
Methode 1
Zoek de diameter in inches of in ETRTO die op het wiel is afgedrukt. Vergelijk deze met de wielmaat in millimeters in de rechterkolom van de ETRTO-tabel.
| ETRTO | Wieldiameter (inches) | Instelling wielmaat (mm) |
| 25-559 26 x 1,0 1884 | ||
| 23-571 650 x 23C 1909 | ||
| 35-559 26 x 1,50 1947 | ||
| 37-622 700 x 35C 1958 | ||
| 47-559 26 x 1,95 2022 | ||
| 20-622 700 x 20C 2051 | ||
| 52-559 26 x 2,0 2054 | ||
| 23-622 700 x 23C 2070 | ||
| 25-622 700 x 25C 2080 | ||
| 28-622 700 x 28 2101 | ||
| 32-622 700 x 32C 2126 | ||
| 42-622 700 x 40C 2189 | ||
| 47-622 700 x 47C 2220 | ||
| 55-622 29 x 2.2 2282 | ||
| 55-584 27.5 x 2.2 2124 |

Wielmaten in de tabel zijn richtwaarden, omdat de wielmaat afhankelijk is van het wieltype en de bandenspanning.
Methode 2
Meet het wiel handmatig op voor het meest nauwkeurige resultaat.
Gebruik het ventiel om het punt te markeren waar het wiel de grond raakt. Trek een lijn op de grond om dat punt te markeren. Duw op een vlakke ondergrond uw fiets één complete omwenteling van het wiel vooruit. Het wiel moet loodrecht op de grond staan. Trek een andere lijn op de grond op de plaats waar het ventiel een volledige omwenteling heeft gemaakt. Meet de afstand tussen beide lijnen.
Bepaal de wielomtrek door daar 4 mm van af te trekken vanwege uw gewicht op de fiets. Voer deze waarde in op de fietscomputer.
Basisinstellingen
Pas eerst de basisinstellingen aan, voordat u uw fietscomputer in gebruik neemt. Voer zo nauwkeurig mogelijk uw gegevens in voor een juiste feedback op basis van uw prestaties.

text_image
INFRAROOD LICHT Display- verlichting UP (OMHOOG) Naar de volgende functie/geselecteerde waarde verhogen STOP De functie stoppen, onderbroken of annuleren / terug naar de vonge weergave DOWN (OMLAAG) Naar de voorgaande functie/geselecteerde waarde verlagen OK De functie starten, invoeren of accepterenGebruik UP en DOWN om de gegevens aan te passen en OK om te accepteren. De waarden veranderen sneller als u UP of DOWN ingedrukt houdt.
- Druk tweemaal op OK om uw fietscomputer te activeren. Als deze eenmaal geactiveerd is, kunt u hem niet meer uitschakelen!
- Het Polar-logo verschijnt. Druk op OK.
- Language (Taal): kies English, Deutsch, Español, Français of Italiano. Druk op OK.
- Start with bike settings (Start met de fietsinstellingen) verschijnt. Druk op OK.
- Number of bikes (Aantal fietsen): kies 1, 2 of 3, afhankelijk van het aantal fietsen dat u zult gebruiken. Als u slechts één fiets gebruikt, kunnen de instellingen voor fiets 2 en 3 later worden ingevoerd. Zie Fietsinstellingen (pagina 37).
- Wheel (Wiel). voer de wielmaat (mm) in voor elke fiets. Zie Wielmaat meten (pagina 8) voor meer informatie.
- Start with basic settings (Start met de basisinstellingen) verschijnt. Druk op OK en pas de volgende gegevens aan.
- Time (Tijd): kies 12h of 24h (12-uurs- of 24-uursnotatie). Kies bij 12h (12-uurs) tussen AM of PM. Stel de lokale tijd in.
- Date (Datum): voer de huidige datum in; dd = dag, mm = maand, yy = jaar. Als u Engelse eenheden gebruikt, kies dan de volgorde mm = maand, dd = dag en yy = jaar.
- Units (Eenheden): kies metrische (kg/cm/km) of Engelse (lb/ft/mi) eenheden.
- Weight (Gewicht): voer uw gewicht in. Houd LICHT ingedrukt om de eenheden te wijzigen.
- Height (Lengte): voer uw lengte in. Voer voor Engelse maten eerst de voeten en vervolgens de inches in.
- Birthday (Geboortedatum): boer uw geboortedatum in, dd = dag, mm = maand, yy = jaar.
- Sex (Geslacht): kies Male (Man) of Female (Vrouw).
- Settings OK? (Instellingen OK?) weergegeven. Selecteer Yes (Ja) of No (Nee). Kies Yes (Ja) om de instellingen te accepteren en op te slaan. De fietscomputer geeft daarna de tijd aan. Kies No (Nee) als de instellingen onjuist zijn en gewijzigd moeten worden. Druk op STOP om terug te gaan naar de gegevens die u wilt wijzigen.
Menustructuur

flowchart
graph TD
A["Menu zichtbaar als u geprogrammeerde trainingen van de software naar de fietscomputer heeft overgedragen."] --> B["Trainings-programma"]
B --> C["Program"]
C --> D["File"]
D --> E["ExerciseLog (Train.logb.) Weekly (Wekelijks) Totals (Totalen) Delete (Verwijderen)"]
D --> F["Settings"]
F --> G["Exercise (Training) Feature (Functie) Bike (Fiets) User (Gebruiker) General (Algemeen) Watch (Horloge)"]
F --> H["Test"]
H --> I["Fitness Test Optimizer"]
H --> J["Connect"]
J --> K["Infrarood-communicatie"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style K fill:#f9f,stroke:#333
Polar stuurhouder installeren
U kunt de stuurhouder en de fietscomputer op de dwarsstang en zowel links als rechts op de stuurstang bevestigen.
- Plaats het rubberen onderdeel op de stuur- of dwarsstang en zet de stuurhouder daarop vast.
1

- Draai de tie raps om de stuurhouder en pas ze aan op de stuur- of dwarsstang. Zet de stuurhouder stevig vast. Snijd de uitstekende delen van de tie raps af.
2.

Fietscomputer op de stuurhouder bevestigen
1) Plaats de fietscomputer op de stuurhouder. Draai de fietscomputer rechtsom totdat u een klik hoort.
2) Maak de fietscomputer los door hem omlaag te drukken en tegelijk linksom te draaien.
4. TRAINING VOORBEREIDEN
Training plannen
Trainingstypen
U kunt de geïnstalleerde voorgedefinieerde trainingen gebruiken, of zelf nieuwe maken op de fietscomputer. U kunt ook meer veelzijdige trainingen maken en ze met de Polar ProTrainer 5 software overdragen naar de fietscomputer. Zie Trainingsprogramma (pagina 44) voor meer informatie over het overdragen van trainingen.
Het menu Exercises (Trainingen) bevat een lijst van trainingen.
Blader met UP en DOWN door de opties.

• Free (Vrij): vrije training zonder instellingen.
- Basic (Basis): training met lichte intensiteit. Duur ongeveer 45 min.
- OwnZone: op OwnZone (persoonlijke hartslagzone) gebaseerde training met gemiddelde intensiteit. De fietscomputer kan uw persoonlijke aerobe (cardiovasculaire) hartslagzone tijdens de warming-up automatisch bepalen. Dit wordt de OwnZone genoemd. Aanbevolen duur 45 minuten. Zie Uw OwnZone (Persoonlijke hartslagzone) bepalen (pagina 23) voor meer informatie. Zie voor meer achtergrondinformatie OwnZone-training (pagina 58).
- Interval (Interval): de intervaltraining begint met een warming-up van 15 minuten, gevolgd door een interval van 5 km (inspanningsfase) en een herstelperiode van 5 minuten, wat 3 keer wordt herhaald. De sessie eindigt met een cooling-down van 15 minuten.
- Add new (Nieuw): maak uw eigen training en sla deze op. U kunt in totaal 10 trainingen + 1 vrije training in uw fietscomputer opslaan.
Na het kiezen van de gewenste training (Free (Vrij), Basic (Basis), OwnZone (Persoonlijke hartslagzone) Interval (Interval) of Add new (Nieuw)) verschijnen de volgende opties. Kies de gewenste optie en druk op OK.
- Select (Kies) de training als standaardtraining. De volgende keer dat u traint, biedt de fietscomputer deze training standaard aan.
- View (Bekijk) de trainingsinstellingen. Blader UP en DOWN om de instellingen te bekijken.
a. Training in 1-3 trainingszones: hartslagzone, snelheids-, trapfrequentie-* of vermogenslimieten* voor elke zone, timer of afstand voor de zone, of
b. Training met fasen: naam, omschrijving, trainingstijd. (Houd LICHT ingedrukt om de trainingsfasen en het gekozen sportprofiel te bekijken.)
-
Kies Edit (Bewerken), Basic (Basis) of OwnZone (Persoonlijke hartslagzone) om de training aan uw behoeften aan te passen. U kunt ook een met de fietscomputer gemaakte training bewerken. Zie Nieuwe trainingen maken met de fietscomputer voor meer informatie. Als u met de Polar ProTrainer 5 software een training met fasen hebt gemaakt, kunt u deze niet bewerken met de fietscomputer.
-
Kies Rename (Hernoemen), Basic (Basis), Interval of een andere met de fietscomputer gemaakte training om deze te hernoemen.
-
Kies Default (Standaard) om terug te keren naar standaardinstellingen voor Basis-, Interval-, of OwnZone-training.
-
Kies Delete (Wissen) om de training te wissen die u met de fietscomputer of de Polar ProTrainer 5 software gemaakt hebt.
* Optionele sensor vereist.
Nieuwe trainingen aanmaken met uw fietscomputer Nieuwe training met zones aanmaken
Uw eigen training aanmaken met de fietscomputer.
Kies Settings (Instellingen) > Exercises (Trainingen) > Add new (Nieuw).
- Stel het NUMBER OF ZONES (Aantal zones) voor de training in (0-3) en druk op OK. Zie ook Nieuwe training zonder zones maken.
- Kies Zone type (Zonetype):
A. Hartslag
B. Snelheid
C. Cadence (Trapfrequentie)*
D. Power (Vermogen) ^*
Druk op OK.
A. Kies voor Heart rate (Hartslag) Sport zone (Sport zone) of Manual (Handmatig) om de hartslagzone handmatig in te stellen. Druk op OK.
- Sport zones (Sport zones): kies een van de sport zones (bijv. Z1: 50-59% HR _max ) voor uw training. Druk op OK om door te gaan naar stap 3.
Polar sport zones zijn hartslagzones die worden uitgedrukt in percentages van uw maximale hartslag. Standaard zijn er vijf verschillende sport zones in de fietscomputer ingesteld: very light (zeer licht) (50-59% HR max ), light (licht) (60-69% HR max ), moderate (gemiddeld) (70-79% HR max ), hard (zwaar) (80-89% HR max ) en maximum (maximaal) (90-100% HR max ). De standaardwaarde van HRmax (maximale hartslag) is gewoonlijk gebaseerd op leeftijd, maar als u uw aerobe en anaerobe grenswaarden kent, of uw verwachte maximale hartslag (HR max-p ) hebt gemeten in een Polar Fitness Test™, of zelf uw maximale hartslag in een laboratorium hebt laten meten, kunt u beter aan uw trainingsbehoeften aangepaste sport zones definiëren.
- Manual (Handmatig): stel de boven- en onderlimieten voor de zone in als hartslagen per minuut (hsm) of als HR% / HRR% (hartslagpercentage / percentage hartslagreserve) en druk op OK om door te gaan naar stap 3.
B. Als u speed (snelheid), cadence (trapfrequentie)* of power (vermogen)* als zones hebt geselecteerd, stel dan de boven- en onderlimiet van deze zones in. Druk op OK om door te gaan naar stap 3.
- Als u trapfrequentie als zonetype hebt geselecteerd, zal de zone worden uitgedrukt in omwentelingen per minuut (rpm).
-
Als u vermogen als zonetype hebt geselecteerd, zal de zone worden uitgedrukt in Watt
-
Stel Zone guide (Zonegids) in om na een bepaalde tijd of afstand van zones te wisselen. Tijdens de training geeft de fietscomputer een waarschuwing als u van zone wisselt.
-
Timers: stel de timer in voor de zone (minuten en seconden) en druk op OK.
- Distances (Afstanden): stel de afstand voor de zone in en druk op OK.
- OFF (Uit): deactiveer timers en afstanden en druk op OK.
NEDERLANDS
Nadat u de eerste zone gedefinieerd hebt, verschijnt Zone 1 OK. Herhaal voor meer dan één trainingszone de stappen stap 2 en 3 tot alle zones zijn gedefinieerd.
Als de training klaar is, verschijnt New exercise added (Nieuwe training toegevoegd). De nieuwe training (NewExe) wordt opgeslagen in het menu Exercises (Trainingen), waar u deze kunt selecteren tijdens uw volgende training. Hernoem de training door Rename (Hernoemen) te kiezen in de lijst.
Nieuwe training zonder zones aanmaken
Om een nieuwe training zonder zones te maken kunt u timers of afstanden gebruiken om uw training te leiden.
Kies Settings (Instellingen) > Exercises (Trainingen) > Add new (Nieuw)
- Number of zones (Aantal zones): stel het aantal zones in op 0.
- Guide type (Gidstype): kies voor een timeralarm tijdens de training (om u eraan te herinneren om te drinken bijvoorbeeld), of stel een afstand in (voor het volgen van rondetijden zonder ze te registreren).
Timers
• Number of timers (Aantal timers): kies het aantal timers (1-3) voor de sessie. Druk op OK.
- Timer 1: stel het aantal minuten en seconden in voor de timer en druk op OK.
Afstanden
• Number of distances (Aantal afstanden): kies het aantal afstanden (1-3) voor de sessie. Druk op OK.
- Distance 1 (Afstand 1): voer de afstand(en) in en druk op OK.
Herhaal stap 2 tot u de timers of afstanden hebt gedefinieerd. Als de training klaar is, verschijnt New exercise added (Nieuwe training toegevoegd). De nieuwe training (NewExe) wordt opgeslagen in het menu Exercises (Trainingen), waarin u deze kunt selecteren tijdens uw volgende training. Hernoem de training door Rename (Hernoemen) te kiezen in de lijst.
* Optionele sensor vereist.
Nieuwe trainingen aanmaken met Polar ProTrainer 5 software
Maak meer gevarieerde trainingen aan met de Polar ProTrainer 5 software. Zie de help-functie in Polar ProTrainer 5 software voor meer informatie.
Hartslagsensor dragen
Draag de hartslagsensor om de hartslag te meten.

text_image
1 H₂O 2 Pressure 3 4- Maak de elektroden van de band vochtig.
Onder veeleisende condities, bijv. tijdens langdurige evenementen, is het raadzaam om geleidende lotion of gel voor de elektroden te gebruiken voor een beter contact. Het is belangrijk om de hartslagsensor daarna zorgvuldig uit te wassen.
- Bevestig de zender aan de band.
- Doe de band om uw borst, net onder de borstspieren en bevestig het haakje aan de andere kant van de band.
- Stel de lengte zo in dat de borstband strak maar comfortabel zit. Zorg ervoor dat de vochtige elektroden goed in contact komen met de huid en dat het Polar-logo op de zender rechtop in het midden zit.
Maak de zender na elk gebruik los van de band om de levensduur van de batterij te verlengen. Door zweet en vocht kunnen de elektroden van de band vochtig blijven, waardoor de hartslagsensor actief blijft. Dit verkort de levensduur van de batterij. Zie Onderhoud (pagina 61) voor meer gedetailleerde wasinstructies.
Ga naar http://www.polar.com/en/polar_community/videos voor een video-instructie.
De Polar H3 hartslagsensor kan worden gebruikt in combinatie met speciale kleding die ingebouwde zachte textiele elektroden heeft. Bevochtig de elektrodegebieden van de kleding. Bevestig de hartslagsensor op de kleding, zonder de borstband, zodat het Polar-logo van de zender rechtop staat.
5. TRAINING
Training starten
Doe de borstband om en plaats de fietscomputer op de stuurhouder.
- Start de hartslagmeting door op OK te drukken. De fietscomputer gaat in de pauzemodus.
- Selecteer de fiets waarmee u gaat trainen. Bike 1 (Fiets 1) is de standaardinstelling. Kies Settings (Instellingen) > Bike (Fiets) > Bike 1 / Bike 2 / Bike 3 > OK. Kies Other (Andere) om alleen de hartslag, de hoogte, de temperatuur en de door de GPS sensor geleverde gegevens te meten.

Het cijfer de rechtsonder geeft de fiets aan die gebruikt zal worden. Schakel snel tussen de fietsen door DOWN ingedrukt te houden. Houd OMHOOG ingedrukt om tussen trainingen te schakelen.
Alleen fietsen die INgeschakeld zijn, worden in deze keuzelijst genoemd. Zie Fietsinstellingen (pagina ?) voor meer informatie.
-
Binnen vier seconden verschijnt uw hartslag op het display. Het kader rond het hartsymbool geeft aan dat de overdracht wordt gecodeerd. Afhankelijk van de gebruikte sensor knippert het fietser- of GPS-symbool (of beide) linksonder in het display totdat alle sensoren zijn gevonden.
-
Begin met trainen door op OK te drukken Het trainingstype wordt linksboven weergegeven.
U kunt ook Settings (Instellingen), Reset trip (Afstand opnieuw instellen) of Location (Locatie) kiezen.
In Settings (Instellingen) kunt u vóór het trainen verschillende instellingen wijzigen of bekijken. Zie Instellingen (pagina 34) voor meer informatie over alle mogelijke instellingen Het menu Settings (Instellingen) bevat de volgende opties.
- Exercise (Training): Kies Free (Vrij), Basic (Basis), OwnZone (Persoonlijke hartslagzone) of Interval (Interval) en druk op OK. (Als u nieuwe trainingen hebt aangemaakt, worden deze ook getoond.)
- Select (Kiezen): een standaardtraining kiezen om direct mee te starten, of
- View (Bekijken): trainingsinstellingen bekijken.
• GPS: GPS-functie in- of uitschakelen.
• Altitude (Hoogte): hoogte kalibreren.
• Rec.rate (Registratie-interval): registratie-interval instellen.
- RR data (RR-gegevens): RR-registratie in- of uitschakelen.
- TZ Alarm (Hartslagzonealarm): geluid hartslagzonealarm in- of uitschakelen.
- HR view (Hartslagweergave): hartslag weergeven in slagen per minuut (hsm), als een percentage van de maximale hartslag (HR%), of als een percentage van de hartslagreserve (HRR%).
- Bike (Fiets): kies fiets 1, 2, 3 of Other (Andere).
• A.Lap (Automatische ronde): automatische-rondefunctie in- of uitschakelen.
- Arr. time (Aankomsttijd): in- of uitschakelen van de aankomsttijdfunctie en de afstand van uw rit instellen. Als u de functie R.Lap (Automatische ronde) hebt ingeschakeld, wordt de afstand die u voor de rit hebt ingesteld ook op de automatische ronde toegepast.
- Display (Weergave): weergave aanpassen. Zie Display van de fietscomputer personaliseren (pagina 18) voor meer informatie.
In Reset trip (Afstand opnieuw instellen) kunt u de afstand opnieuw instellen voordat u met een trainingssessie begint.
In Location (Locatie)** kunt u de huidige locatie controleren. De trainingscomputer zal uw locatie vaststellen aan de hand van de laatste GPS-coördinaten. Breedte en lengte worden in graden en minuten uitgedrukt. Het aantal satellieten is zichtbaar op de onderste regel.
Draag de gegevens over naar Polar ProTrainer 5 voor verdere analyse van de route informatie. Zie de help-functie in de software voor instructies.
Hier volgen enkele snelkeuzes die u kunt gebruiken als u in het menu Exercise pause (Trainingspauze) bent.
- Door OMHOOG ingedrukt te houden kunt u snel wisselen tussen trainingssessietypen. Het standaard trainingssessietype is Vrije training.
- Door OMLAAG ingedrukt te houden kunt u snel wisselen tussen fietsen.
• Druk op TERUG voor de tijdmodus. - Houd LICHT ingedrukt om het menu Settings (Instellingen) te bekijken.
Als u de functie AutoStart inschakelt, zal de fietscomputer de registratie van uw training automatisch starten en stoppen wanneer u begint of stopt met fietsen. Zie Fietsinstellingen (pagina 37) voor meer informatie over AutoStart. De fietscomputer kiest automatisch de fiets die u tijdens de vorige training hebt gebruikt.
Als (naam van de training) requiresSpeed/Cadence/Power, Exercise changed to Free (vereist dat de snelheids-, trapfrequentie-* of vermogens*training op Vrij is ingesteld) verschijnt, is een sensor nodig voor het weergeven van de snelheids-, trapfrequentie-* of vermogens*gegevens. Zie Fietsinstellingen (pagina 37) voor instructies over het activeren van de sensor voor Bike 1 /Bike 2 /Bike 3 (Fiets 1, 2 of 3).
* Optionele sensor vereist.
Informatie op het display
Uw fietscomputer biedt u drie regels voor het weergeven van trainingsinformatie. Door op UP en DOWN te drukken kunt u verschillende displays bekijken. De naam van het display verschijnt enkele seconden. Deze naam geeft de informatie uit de onderste regel aan. De weergave hangt af van de sensor die u geïnstalleerd hebt, de functies die ON (AAN) gezet zijn en welk trainingstype u aan het uitvoeren bent.
i Pas de weergaven op uw fietscomputer eenvoudig naar uw eigen wensen aan met Polar ProTrainer software.
Standaardweergave op uw display bij gebruik van een snelheidssensor

Snelheid
Hartslag
Ritafstand
Snelheid in km/u

Hartslag
Calorieverbruik/u
Ritafstand
Huidige hartslag

Stopwatch
Gemiddelde hartslag
Gemiddelde snelheid
Stopwatch

Hoogte
Tijd
Stijging
Hoogte in meters

Grafiek
Hartslaggrafiek
Hoogtegrafiek
Stopwatch (Totale duur van de training tot dusver)

Zonevergrendeling
Countdown timer
Zone pointer
Huidige hartslag
Pas de weergaven op het display van uw fietscomputer eenvoudig naar uw eigen wensen aan, zodat deze de informatie weergeeft die u wilt zien. Zie Display van de fietscomputer personaliseren (pagina 18).
* Optionele sensoren.
Grafiekweergave
De grafiekweergave geeft u de mogelijkheid twee waarden met elkaar te vergelijken tijdens de training. Kies bijvoorbeeld een grafisch overzicht van uw hartslag en hoogte.

De grafiekweergave kan naar uw eigen wens worden aangepast. Voor de bovenste en middelste regels kunt u kiezen voor weergave van Power (Vermogen), Speed (Snelheid), Altitude (Hoogte) of Heart rate (Hartslag) in grafiekvorm.
Display van de fietscomputer personaliseren
Kies in de tijdweergave OK > Settings (Instellingen) > Display (Weergeven) > Edit (Bewerken)
U kunt de fietscomputer personaliseren om de gegevens te laten tonen die u tijdens het trainen wilt zien. U kunt het display ook aanpassen met de Polar ProTrainer 5 software. Een training die onderdeel is van een trainingsprogramma heeft eigen display-instellingen die niet kunnen worden aangepast De informatie op het display is afhankelijk van de geactiveerde functies. Als bijvoorbeeld de snelheidsmeting niet geactiveerd is, kan de snelheid niet op het display worden weergegeven.
Zie Symbolen op het display (pagina 19) voor meer bijzonderheden over displaysymbolen.
Selecteer het display dat u wilt wijzigen door op UP en DOWN te drukken, en druk daarna op OK. Stel de informatie voor de knipperende bovenste regel in met UP en DOWN en druk op OK.
Herhaal dit voor de middelste en onderste regel. Elk display is genoemd naar de informatie die op de onderste regel wordt weergegeven. Om de standaardinstellingen van het display te herstellen houdt u LICHT ingedrukt wanneer de regels knipperen.
Activeer Titles (Titels) om de naam van het display te zien als u tijdens het trainen van weergave wisselt. Kies in de tijdweergave OK > Settings (Instellingen) > Display > Titles (Titels).

Elke fiets (fiets 1, 2 of 3) heeft afzonderlijke display-instellingen. Als u de displays voor een fiets wijzigt, heeft dat
geen invloed op het display van de andere fietsen. De displayweergave is afhankelijk van de geactiveerde functies. Zie Functie-instellingen (pagina 34) en Fietsinstellingen (pagina 37) voor meer informatie.
Symbolen op het display
| Symbool Verklaring | |
| Time of day (Tijd) | |
| Cycling symbol (Fietssymbool)Alle benodigde sensoren zijn gevonden als het symbool stopt met knipperen. | |
| G | GPS symbol (GPS-symbool)Alle benodigde sensoren zijn gevonden als het symbool stopt met knipperen. |
| 2 | Bike number (Fietsnummer)Het cijfer rechtsonder geeft aan welke fiets in gebruik is tijdens deze training. |
| Key lock on (Knopvergrendeling aan)Geeft aan dat de knoppen zijn vergrendeld. | |
| Rec -symbol (Registratiesymbool)Wordt weergegeven in de registratiemodus wanneer de stopwatch loopt en de registratie is ingeschakeld. Het symbool knippert wanneer het geheugen bijna vol is. | |
| Interval icon (Intervalpictogram)Geeft aan dat er gekozen is voor intervaltraining. | |
| Countd. Timer (Countdowntimer)Countdowntimer | |
| Lap number and time (Rondenummer en tijd)Rondenummer en tijd | |
| Lap distance (Rondeafstand)Afstand van de huidige ronde | |
| StopwatchTotale duur van de training tot dusver | |
| Heart rate (Hartslag)Huidige hartslag | |
| Avg heart rate (Gemiddelde hartslag)Gemiddelde hartslag | |
| Calories (Calorieën)Verbruikte calorieën in kcal of Cal | |
| (Afstand)Afgelegde afstand tot dusver | |
| Trip (Traject)Afstand tussen punten A en B. Telkens als op OK is gedrukt, wordt deze afstand gereset. | |
| →1 | Arrival time (Aankomsttijd)Geschatte aankomsttijd |
| Symbol Verklaring | |
| RR-variatieVariatie van slag tot slag in hartslagintervallen, d.w.z. de variatie in tijd tussen de opeenvolgende hartslagen. | |
| Cycl Economy (Fietsefficiëntie)Fietsefficiëntie als kcal/km of Cal/mi en kcal/u of Cal/u. Numerieke vergelijking van fietsefficiëntie en rendement tussen verschillende trainingen of omstandigheden, of zelfs tussen verschillende rijders. | |
| Ascent (Stijging)Gestegen meters/feet | |
| Descent (Daling)Gedaalde meters/feet | |
| IncUnometer (Hellingsmeter)Stijg-/daalhoek in percentage en graden. Numerieke schatting van hoe steil de stijging of afdaling is bij het fietsen. Helpt u om uw fietsinspanningen dienovereenkomstig aan te passen. | |
| Altitude (Hoogte)Huidige hoogte | |
| Temperature (Temperatuur)Temperatuurmeting (°C).Omdat de temperatuurmeting wordt beïnvloed door uw lichaamstemperatuur, kunt u de polsunit het beste minstens tien minuten voordat u de meting uitvoert, afdoen. | |
| Cadence (Trapfrequentie)*Meet de snelheid waarmee u de trappers van uw fiets (d.w.z. trapfrequentie) ronddraait, in omwentelingen per minuut (rpm). | |
| Avg Cadence (Gemiddelde trapfrequentie)Gemiddelde trapfrequentie | |
| Speed (Snelheid)Snelheid waarmee u op dat moment fietst De gegevens komen van de snelheidssensor. | |
| Max speed (Maximumsnelheid)De maximumsnelheid tijdens uw training. De gegevens komen van de snelheidssensor. | |
| Avg speed (Gemiddelde snelheid)De gemiddelde snelheid waarmee u fietst. De gegevens komen van de snelheidssensor. | |
| Power (Vermogen)*De vermogenssensor meet de huidige, gemiddelde en maximale vermogenswaarden. | |
| Pedal index (Fietsindex)*Geeft aan hoe gelijkmatig het vermogen tijdens één trapcyclus verdeeld is. | |
| L/R balans (Links-rechtbalans)*Het verschil in vermogen tussen het linker- en rechterbeen in percentage. | |
| Zone pointer (Zone pointer) (hartslag)Als het hartsymbol niet zichtbaar is en/of een alarm klinkt, is uw hartslag buiten de hartslagzone. | |
| Symbool Verklaring | |
| 1|2|♥|4|5 | Zone pointer (Zone pointer) (Polar sportzones)Hartslagzone-indicator met een hartsymbool dat afhankelijk van uw hartslag naar links en rechts op de sport zoneschaal beweegt. Zie Functies van de knoppen (pagina 21) voor meer informatie over het instellen van een sportzone. |
| 165 ......145 ...... | Target zone (Hartslagzone)Een grafiek die uw werkelijke hartslag weergeeft vergeleken met de ingestelde hartslagzones. |
| •••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••• | Zone pointer (Zone pointer) (snelheid/tempo)Als het symbool niet zichtbaar is en/of er een alarm klinkt, is uw snelheid/tempo buiten de hartslagzone. |
| ••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••• | Zone pointer (Zone pointer)* (trapfrequentie)Als het trapfrequentiesymbool niet zichtbaar is en/of er een alarm klinkt, dan bent u buiten de limieten van de trapfrequentiezone. |
| •••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••• | Zone pointer (Zone pointing)* (vermogen)Als het vermogenssymbol niet zichtbaar is en/of een alarm klinkt, dan bent u buiten de limieten van de bedoelde vermogenszone. |
| G | Time in zone (Tijd in zone)Verblijfsduur binnen de zone |
| G | Speed/pace (Snelheid/tempo)*Huidige snelheid/tempo. De gegevens komen van de G5 GPS sensor. Het aantal balken boven de letter G geeft de sterkte van het GPS signaal aan. |
| MAXG | Max speed (Maximale snelheid)*Maximale snelheid/-tempo tot dusver De gegevens komen van de G5 GPS sensor. |
| AUGG | Average speed (Gemiddelde snelheid)*Gemiddelde snelheid/tempo tot dusver De gegevens komen van de G5 GPS sensor. |
* Optionele sensor vereist.
Functies van de knoppen
Ronde vastleggen
Druk op OK om een ronde te registreren. Het display geeft aan:

Rondenummer
Gemiddelde hartslag van de ronde
Rondetijd

Rondenummer
Rondeafstand
Gemiddelde snelheid
Zone vergrendelen
Als u traint zonder voorgedefinieerde hartslagzones (FREE (Vrije) training), kunt u uw hartslag
NEDERLANDS
vergrendelen binnen een sportzone. Zie Polar Sport Zones (pagina 57) voor meer informatie. Op die manier kunt u de hartslagzone instellen tijdens een training, als u tevoren geen tijd hebt gehad om hartslagzones te definiëren.
Houd LAP (Ronde) (OK) ingedrukt voor Lock /Unlock zone (Zone vergrendelen/Zone ontgrendelen).

Als u bijvoorbeeld aan het fietsen bent met een hartslag van 130 hsm, wat 75% van uw maximale hartslag is en overeenkomt met sportzone 3, kunt u RONDE ingedrukt houden om uw hartslag in deze zone vast te zetten. Sport zone3 Locked 70%-79% (Sportzone3 vergrendeld 70%-79%) verschijnt. Er klinkt een alarm als u onder of boven de sportzone komt (als de alarmfunctie voor de hartslagzone ingeschakeld is). Ontgrendel een hartslagzone door OK nogmaals even ingedrukt te houden. Sport zone3 Unlocked (Sportzone3 ontgrendeld) verschijnt.
Display inzoomen

Houd OMHOOG ingedrukt om in te zoomen op de bovenste regel, en OMLAAG om in te zoomen op de middelste regel. U keert terug naar de normale weergave door de knop nogmaals ingedrukt te houden.
Display verlichten (nachtmodus aan)
Druk tijdens de training op LICHT om uw display te verlichten. De nachtmodus wordt ingeschakeld en het display wordt automatisch verlicht als op een knop wordt gedrukt of als de trainingsfase wisselt.
Instellingenmenu weergeven
Het menu Settings (Instellingen) verschijnt wanneer u LICHT ingedrukt houdt. In het instellingenmenu kunt u bepaalde instellingen wijzigen zonder de trainingsregistratie te pauzeren. De inhoud van dit menu hangt af van het trainingstype. Zie Instellingen (pagina 34) voor meer informatie.
- Prev. phase (Vorige fase): overzicht van de vorige fase of herhaling bekijken (verschijnt wanneer u een training met fasen hebt gemaakt met de Polar ProTrainer 5 software).
- Keylock (Knopvergrendeling): knoppen vergrendelen/ontgrendelen om het per ongeluk indrukken van knoppen te voorkomen.
- Autoscr. (Automatisch bladeren): schakel de automatische bladerfunctie in of uit om het display wel of niet te laten doorbladeren tijdens de training.
- TZ Alarm (Hartslagzonealarm): hartslagzonealarm in- of uitschakelen.
- Change zone (Zone wijzigen): hartslagzone wijzigen (verschijnt als u meerdere hartslagzones hebt gedefinieerd, behalve als een training met fasen is gemaakt met de Polar ProTrainer 5 software).
- HR view (Hartslagweergave): kiezen hoe uw hartslag wordt weergegeven.
- Seek sensor (Sensor zoeken): zoeken naar WearLink, snelheids-, trapfrequentie-* en vermogensgegevens*, als het signaal door interferentie verdwijnt tijdens de training.

Uw fietscomputer verwijst als WearLink naar de hartslagsensor.
• A.Lap (Automatische ronderegistratie): kiezen tussen automatische ronderegistratie in- of uitschakelen.
- Arr. time (Aankomsttijd): aankomsttijd in- of uitschakelen
Nadat u de instellingen hebt gewijzigd, keert de fietscomputer terug naar de trainingsmodus.
* Optionele sensor vereist.
Training pauzeren
Pauzeer de trainingsregistratie door op STOP te drukken.
In de pauzemodus kunt het volgende kiezen.
- Continue (Doorgaan), doorgaan met de trainingsregistratie.
- Exit (Stoppen): stoppen met de trainingsregistratie.
- Summary (Overzicht), een overzicht van functies weergeven.
- Settings (Instellingen), alle instellingen wijzigen die tijdens de training zijn gebruikt, inclusief de displaypersonalisatie die tijdens de training niet beschikbaar is.
- Reset (Opnieuw instellen), geregistreerde trainingsgegevens verwijderen. Bevestig met OK en druk nogmaals op OK om de registratie opnieuw te starten.
- Reset trip (Afstand opnieuw instellen), ritafstand opnieuw instellen. Bevestig met OK en druk nogmaals op OK om de registratie opnieuw te starten.
- Location (Locatie)*, voor de huidige locatie aan de hand van de laatste GPS-coördinaten. Breedte en lengte worden in graden en minuten uitgedrukt. Het aantal satellieten is zichtbaar op de onderste regel.
- Free mode (Vrije modus), het trainingsprofiel wijzigen in het vrije trainingstype. Hierdoor wordt niet de uitgevoerde training verwijdert, maar zet u de training voort zonder instellingen. Als u naar de vrije modus overschakelt, kunt u de oorspronkelijke training opnieuw starten door de training nogmaals te pauzeren en vervolgens Restart P1 (P1 herstarten) te kiezen.
* Optionele G5 GPS sensor vereist.
Uw OwnZone (Persoonlijke hartslagzone) bepalen
Zie OwnZone-training (pagina 58) voor achtergrondinformatie over Polar OwnZone®.
Kies Settings > Exercise > OwnZone (Instellingen > Training > Persoonlijke hartslagzone).
Bepaal in 1-5 minuten uw OwnZone tijdens een warming-up door te fietsen, te lopen of te joggen. U dient langzaam te beginnen met een lage intensiteit en daarna de intensiteit geleidelijk te verhogen door de hartslag toe te laten nemen.
Uw OwnZone moet in de volgende gevallen opnieuw worden bepaald.
- Wanneer u wisselt van trainingsomgeving of -modus.
- Wanneer u weer begint met trainen nadat u dit meer dan een week niet hebt gedaan.
- Wanneer u niet geheel zeker bent van uw lichamelijke of geestelijke conditie, bijvoorbeeld wanneer u nog niet bent hersteld van de vorige training of u zich niet lekker voelt of gestrest bent.
- Na het wijzigen van uw gebruikersinstellingen.
Voordat u uw OwnZone gaat bepalen, moet u eerst zorgen voor het volgende.
- Uw gebruikersinstellingen moeten juist zijn.
-
De functie OwnZone (Persoonlijke hartslagzone) moet geactiveerd zijn. Als de OwnZone-functie ingeschakeld is, bepaalt de fietscomputer telkens wanneer u begint met trainen automatisch de OwnZone.
-
Doe de hartslagsensor om volgens de instructies. Begin de meting door tweemaal op OK te drukken.
-
Wanneer de training begint, verschijnt 0Z en begint de OwnZone-bepaling.
Het bepalen van uw OwnZone gebeurt in vijf fasen. Als het geluid geactiveerd is, zal een pieptoon het einde van elke fase aangeven.
0Z > Fiets of wandel gedurende één minuut in een rustig tempo. Zorg ervoor dat uw hartslag tijdens deze eerste fase onder de 100 hsm / 50% van HR _max blijft.
0Z >> Fiets of wandel gedurende één minuut in een normaal tempo. Voer uw hartslag geleidelijk op met 10 hsm / 5% van HR _max .
0Z >>> Fiets of wandel gedurende één minuut in een vlot tempo. Voer uw hartslag geleidelijk op met 10 hsm / 5% van HR _max .
NEDERLANDS
0Z >>>> Fiets of wandel gedurende één minuut in een vlot tempo. Voer uw hartslag geleidelijk op met 10 hsm / 5% van HR _max .
0Z >>>> Fiets of wandel gedurende één minuut in een vlot tempo. Voer uw hartslag geleidelijk op met 10 hsm / 5 % van HR _max .
- Als u twee pieptonen achter elkaar hoort, betekent dit dat uw OwnZone bepaald is.
- OwnZone Updated (Persoonlijke hartslagzone geüpdatet) en de hartslagzone worden vervolgens weergegeven. Afhankelijk van uw instellingen wordt de zone aangegeven in hartslagen per minuut (hsm), als percentage van de maximale hartslag (HF%) of als percentage van uw hartslagreserve (HRR%).
- Als de OwnZone-bepaling niet succesvol was, wordt uw vorige OwnZone gebruikt en verschijnt OwnZone Limits (OwnZone-limieten). Als de OwnZone niet eerder is bepaald, worden automatisch op leeftijd gebaseerde limieten gebruikt.
U kunt nu doorgaan met uw training. Probeer binnen de opgegeven hartslagzones te blijven voor een optimaal trainingsresultaat.
U kunt ook de OwnZone-bepaling overslaan en de vorige OwnZone gebruiken. Druk hiervoor op OK in een willekeurige fase van het proces.
De bij de OwnZone-bepaling verstreken tijd wordt opgenomen in uw trainingsregistratie.
Training stoppen
Pauzeer de trainingsregistratie door op STOP te drukken. Kies EXIT (Sluiten) om de registratie volledig te stoppen.
6. NA TRAINING
Zorg na het trainen voor uw hartslagsensor. Maak na gebruik de zender los van het elastische bandje. Houd de hartslagsensor schoon en droog.
Zie Onderhoud (pagina 61) voor volledige verzorgings- en onderhoudsinstructies.
Trainingsresultaten analyseren

Zie File (Bestand) voor basisgegevens betreffende uw prestaties op uw fietscomputer. Draag voor een volledige analyse de gegevens over naar de Polar ProTrainer 5-software. De software biedt u verschillende opties voor analyse van de gegevens.
De fietscomputer en software zijn via IrDA verbonden. Start de toepassing. Kies daarna Connect (Verbinden) op uw fietscomputer en plaats de polsunit voor het infraroodvenster van de Polar IrDA USB-adapter of op de computer of een andere IrDA-compatibele infraroodadapter. Zie de help van de software voor volledige instructies over gegevensoverdracht.
- Start de Polar ProTrainer 5 software.
- Kies Connect (Verbinden) op de fietscomputer en plaats deze voor het infraroodvenster van de computer.

- Klik op Transfer Data (Gegevens uitwisselen) in de menubalk van de software.
Zie de help-functie in de software voor meer informatie over gegevensoverdracht.
Het bekijken van een bestand op de fietscomputer
Kies File (Bestand) > OK voor de volgende opties.
- Het Exercise Log (Trainingslogboek) bevat maximaal 99 trainingsbestanden.
- Weekly (Wekelijks) bevat overzichten over de afgelopen 16 weken.
• Totals (Totalen) toont cumulatieve trainingsgegevens. - In het menu Delete (Verwijderen) kunt u trainingsbestanden verwijderen.
Trainingslogboek
Kies File (Bestand) > Exercise log (Trainingslogboek).

In het Exercise log (Trainingslogboek) kunt u gedetailleerde gegevens over uw trainingssessies bekijken. De volgende gegevens verschijnen.
- Naam van de training.
- Een grafiekbalk die een trainingssessie weergeeft. De hoogte van de balk geeft de trainingsduur aan.
- Datum van de training.
NEDERLANDS
De informatie die op het display verschijnt (weergaven a - e hieronder) is afhankelijk van de instellingen en het trainingstype (d.w.z. als uw training geen fasen heeft, zal geen fase-informatie worden gegeven).
Blader door de trainingsbalken met UP en DOWN en druk op OK om het volgende te bekijken.

a. Basic information (Basisinformatie)

b. Bike information (Fietsinformatie)

c. Sport zones information (Sport zone-informatie)

d. Phases information (Faseninformatie)

e. Laps information (Rondeninformatie)
a. Basic information (Basisinformatie)
Kies File (Bestand) > Exercise log (Trainingslogboek). Blader met UP en DOWN om de training te kiezen en druk daarna op OK. Gebruik UP en DOWN om door de volgende gegevens te bladeren.

Naam van de training
Starttijd van de training
Afgelegde afstand
Totale trainingstijd

Heart rate (Hartslag) in slagen per minuut (hsm), afgewisseld met een percentage van uw maximale hartslag (HR%), of als percentage van uw hartslagreserve (HRR%).
Maximale hartslag
Minimale hartslag
Gemiddelde hartslag

Target zones (HR / speed / Cadence / power) (Hartslagzones (hartslag / snelheid / trapfrequentie / vermogen)), afwisselend zone 1, zone 2 en zone 3.
Bovenlimiet Onderlimiet

Time in, above, and below zone 1/2/3 (Tijd in, boven en onder zone 1/2/3)
Tijd boven zone Tijd onder zone Tijd in zone

Tijdens de training verbruikte Calories (Calorieën). Het calorieverbruik geeft de totale inspanning tijdens de training aan.
Druk op BACK (Terug) om terug te keren naar de weergave van de basisinformatie.
Aanvullende basisinformatie
Om uw eigen trainingsgegevens toe te voegen, of de training te verwijderen uit File (Bestand), houdt u LICHT ingedrukt in de weergave van de basisinformatie.
Kies File (Bestand) > OK > Exercise log (Trainingslogboek) > OK > Basic (Basis) > OK, houd LICHT ingedrukt > Add info (Informatie toevoegen) > OK.
• Rank (Niveau): waardeer uw training.
- Feeling (Gevoel): evalueer uw subjectieve gevoel tijdens de training.
- Temperat. (Temperatuur): stel de temperatuur in met UP en DOWN.
- Distance (Afstand): stel de afstand in voor fiets 1, fiets 2, fiets 3 of andere.

Als u de afstand verandert, zal dit effect hebben op de bij totalen gegeven afstand
b. Bike information (Fietsinformatie)
Kies File (Bestand) > Exercise log (Trainingslogboek) > Bike information (Fietsinformatie).

Druk op OK en blader met UP en DOWN om de fietsinformatie te bekijken:

Snelheid
Maximumsnelheid Gemiddelde snelheid Afstand

Trapfrequentie
Maximale trapfrequentie Gemiddelde trapfrequentie
NEDERLANDS

Vermogen
Maximaal vermogen
Gemiddeld vermogen
Fietsefficiëntie
Fietsefficiëntie is uw energieverbruik omgerekend naar het vermogen dat nodig is voor het voortbewegen van de fiets. De fietsefficiëntie wordt gemeten zodra de hartslag boven 100 hsm/min komt en de training langer heeft geduurd dan 1 minuut. Als de hartslag tijdens de training beneden 100 hsm/min zakt, zal het meten van de fietsefficiëntiewaarde worden gestopt totdat uw hartslag weer boven 100 hsm/min komt. Verbetering van fietsefficiëntie is een indicatie voor een verbetering van prestatierendement.

Links-rechtsbalans
Calorieën per kilometer

Stijging
Gedaalde meters/feet

Temperatuur
Maximum °C
Minimum °C
Gemiddeld °C

Odometer (Afstandsmeter)
Fiets 1, 2 of 3
Kilometers
c. Sport zones
Kies File (Bestand) > Exercise log (Trainingslogboek) > Basic (Basis) > OK

Druk in de weergave van de basisinformatie op DOWN om de gegevens over de Sport zones (Sport zones) te bekijken.

Druk op OK en blader met UP en DOWN om de in elke sportzone bestede tijd te bekijken. Hier wordt de variatie in uw trainingssessies op grafische wijze weergegeven.
Druk op BACK (Terug) om terug te keren naar de gegevensweergave Sport zones (Sport zones).
d. Fasen
Kies File (Bestand) > Exercise log (Trainingslogboek) > Phases (Fasen)
Het menu Phases (Fasen) wordt alleen getoond als de training is gemaakt met behulp van de Polar ProTrainer 5 software en deze fasen bevat.

Druk in de gegevensweergave Sport zones (Sport zones) op DOWN om gegevens over de Phases (Fasen) te bekijken. Elke fase kan afzonderlijk worden bekeken.
Blader door de gegevens van een afzonderlijke fase door op OK te drukken. Vergelijk fasen door op UP en DOWN te drukken.

Fasenaam
Tussentijd
Duur van huidige fase

Heart rate (Hartslag) in slagen per minuut (hsm), afgewisseld met een percentage van uw maximale hartslag (HF%) of als percentage van de hartslagreserve (HRR%).
Maximale hartslag
Gemiddelde hartslag

Toename hartslag / Herstel hartslag / Hartslagverschil
Het verschil in de hartslag aan het begin en het einde van de fase. Huidige hartslag in slagen per minuut (hsm), afgewisseld met een percentage van uw maximale hartslag (HF%), of als percentage van uw hartslagreserve (HRR%).
Toename hartslag: als de hartslag aan het begin van de fase lager was dan aan het einde, dan geeft de fietscomputer het verschil in hartslag aan (hartslag aan het einde min hartslag aan het begin). Tijdens de prestatiefase geeft de fietscomputer de toename van de hartslag aan.
Herstel hartslag: als de hartslag aan het begin van de fase hoger was dan aan het einde, dan geeft de fietscomputer het verschil in hartslag aan (hartslag aan het begin min hartslag aan het einde). Tijdens de herstelfase geeft de fietscomputer de herstelwaarde van de hartslag aan.
Hartslagverschil: als de hartslag aan het begin en einde van de fase hetzelfde was, geeft de fietscomputer een hartslagverschilwaarde van 0 aan.

Snelheid
Maximumsnelheid
Gemiddelde snelheid

Afstand
Tussenafstand
Afstand van huidige fase

Cadence (Trapfrequentie)*
Maximale trapfrequentie
Gemiddelde trapfrequentie van de huidige fase

Vermogen
Maximaal vermogen
Gemiddelde trapfrequentie van de huidige fase
Druk op BACK (Terug) om terug te keren naar Phases (Fasen).
* Optionele sensor vereist.
e. Ronden
Kies File (Bestand) > Exercise log (Trainingslogboek) > Basic (Basis) > Laps (Ronden)
Bekijk in de weergave Phases (Fasen) de Rondeninformatie door op DOWN te drukken. Rondegegevens worden alleen getoond als er meer dan één ronde in het geheugen aanwezig is.

ronden/automatische ronden) (geregistreerde rondeninformatie wordt afgewisseld met gegevens van automatische ronden)
Gemiddelde rondetijd/automatische rondetijd
Nummer van beste (snelste) ronde/automatische ronde wisselt af met de rondetijd
De laatste ronde wordt nooit aangegeven als beste ronde, zelfs niet als het de snelste ronde is. Als u
meedoet aan een fietsevenement en u wilt uw laatste ronde registreren, druk dan aan de finish op OK in plaats van STOP. U kunt dan na de finish stoppen met registreren.
Blader door de rondegegevens door op OK te drukken.
Vergelijk gegevens van verschillende ronden door op UP en DOWN te drukken.
Draag de gegevens over naar de Polar ProTrainer 5 software om de rondegegevens makkelijker te kunnen bekijken, en analyseer de training in de Curve-weergave.

Tijd
Tussentijd
Rondetijd

Heart rate (Hartslag) in slagen per minuut (hsm), afgewisseld met een percentage van uw maximale hartslag (HF%), of als percentage van hartslagreserve (HRR%).
Maximale hartslag
Gemiddelde hartslag
Hartslag aan einde van ronde

SneTheid in km/u
Gemiddelde snelheid
Snelheid aan einde van de ronde
Houd LICHT ingedrukt om de snelheid om te schakelen.

Afstand
Rondeafstand

Cadence (Trapfrequentie)*
Maximum
Gemiddelde trapfrequentie van de ronde

Power (Vermogen)*
Gemiddelde vermogen tijdens de ronde
Eindvermogen van de ronde

Trapindex
Gemiddeld %
NEDERLANDS

Fietsefficiëntie
Fietsefficiëntie is uw energieverbruik omgerekend naar het vermogen dat nodig is voor het voortbewegen van de fiets. De fietsefficiëntie wordt gemeten zodra de hartslag boven 100 hsm/min komt en de training langer heeft geduurd dan 1 minuut. Als de hartslag tijdens de training beneden 100 hsm/min zakt, zal het meten van de fietsefficiëntiewaarde worden gestopt totdat uw hartslag weer boven 100 hsm/min komt. Verbetering van fietsefficiëntie is een indicatie voor een verbetering van prestatierendement.

Stijging
Druk op BACK (Terug) om terug te keren naar de weergave van Rondeninformatie.
* Optionele sensor vereist.
Wekelijks overzicht
Kies File (Bestand) > Weekly (Wekelijks)
In het Weekly (Wekelijks) overzicht kunt u de gecombineerde gegevens van 16 weken training bekijken. De balk geheel rechts genaamd This week (Deze week) toont het trainingsoverzicht van de huidige week. De balken daarvoor hebben de datum van de zondag van de desbetreffende week. Blader door de getoonde weken met UP en DOWN, en bekijk de totale trainingsduur op de onderste regel.

Selecteer de week met OK om de totale calorieën, de afstand, en de trainingsduur van de week te bekijken.

Druk op DOWN om de sport zones van de week te bekijken.

Om de in elke sportzone bestede tijd te bekijken, drukt u op OK en bladert u door de sport zones met UP en DOWN.
Totalen
Kies File (Bestand) > Totals (Totalen)
Totals (Totalen) bevat cumulatieve gegevens die zijn geregistreerd tijdens alle trainingssessies sinds de laatste reset. Gebruik het totaalwaardenbestand als een seizoens- of maandelijks overzicht van trainingsgegevens. De waarden worden automatisch bijgewerkt wanneer u de registratie van de training beëindigt.
Gebruik UP en DOWN om door de volgende gegevens te bladeren.
- Bike 1 distance (Afstand fiets 1) (Cumulatieve afstand met fiets 1; kan worden gereset)
• Bike 2 distance (Afstand fiets 2)
• Bike 3 distance (Afstand fiets 3)
• GPS distance (GPS-afstand)
• Total distance (Totale afstand) (Cumulatieve afstand; kan worden gereset)
• Totale duur
• Totaal aantal calorieën
• Totaal aantal trainingen - Totale stijging
- Total odometer (Totaal afstandsmeter) (cumulatieve afstand; kan niet worden gereset)
- Reset totals (Totalen resetten)
Totaalwaarden resetten
Kies File (Bestand) > Totals (Totalen) > Reset totals (Totalen resetten)
Kies uit het menu de waarde die u wilt resetten en bevestig de keuze met OK. Kies Yes (Ja) om het resetten te bevestigen. Verwijderde gegevens kunnen niet worden teruggehaald. Kies No (Nee) om terug te keren naar het menu Reset.
Bestanden verwijderen
Kies File (Bestand) > Delete (Verwijderen) > Exercise (Training)
Met Delete (Verwijderen) kunt u eerdere trainingen een voor een verwijderen, alle trainingen tegelijk verwijderen, of totaalwaarden verwijderen.
Blader met UP en DOWN door de volgende gegevens.
- Exercise (Training): kies een enkele training om te verwijderen.
• ALL exerc. (Alle trainingen): verwijder alle trainingen.
- Totals (Totalen): totaalwaarden een voor een of alle tegelijk verwijderen.
Bevestig door Yes (Ja) te kiezen.
7. INSTELLINGEN
U kunt de instellingen eenvoudig wijzigen met de Polar ProTrainer 5 software. Zie de help-functie in de software voor meer informatie.
Trainingsinstellingen
Zie Trainingstypen (pagina 34) voor meer informatie over trainingen.
Functie-instellingen
Kies Settings (Instellingen) > Features (Functions).

GPS\*
Kies Settings (Instellingen) > Features (Functies) > GPS > On (Aan) om de GPS-functie te activeren. Teach new sensor? (Nieuwe sensor programmeren?) weergegeven.
- Kies No (Nee) als uw sensor al geprogrammeerd is.
- Zie anders Nieuwe accessoire gebruiken (pagina 55) voor meer informatie over programmeren van sensoren.
* Optionele sensor vereist.
Hoogte
De fietscomputer meet de hoogte en geeft deze weer. Wijzig de instellingen van de hoogtemeter in het menu Altitude (Hoogte). U kunt de hoogtemeter handmatig en automatisch kalibreren.
Hoogte handmatig kalibreren
Kies Settings (Instellingen) > Features (Functies) > Altitude (Hoogte) > Calibrate (Kalibreren) > stel de hoogte van de huidige locatie in
Als de hoogte van uw locatie sterk verschilt van de op het display weergegeven hoogte, wordt Calibrate to xx? (Kalibreren op xx?) weergegeven.
Yes (Ja): Altitude calibrated to xx (Hoogte gekalibreerd op xx) verschijnt.
No (Nee): Altitude calibration canceled (Hoogtekalibratie geannuleerd) verschijnt.
Kalibreer de hoogte om te zorgen dat deze nauwkeurig blijft. Stel de referentiehoogte altijd in als een betrouwbare referentie beschikbaar is, zoals een piek of een topografische kaart, of wanneer u zich op zeeniveau bevindt.
Hoogte automatisch kalibreren
Kies Settings > Features > Altitude > AutoCalib > On/Off (Instellingen > Functies > Hoogte > Automatisch kalibreren > Aan/Uit).
Bij gebruik van automatisch kalibreren kunt u de beginhoogte altijd op dezelfde waarde instellen aan het begin van de training. Kalibreer de hoogte handmatig en schakel automatisch kalibreren (AutoCalib) in. Van nu af aan zal deze hoogte bij aanvang van de training altijd als basishoogte worden gebruikt bij automatische hoogtekalibratie. Als automatisch kalibreren is ingeschakeld en u de fietscomputer handmatig kalibreert, wordt deze nieuwe waarde eveneens gebruikt als een nieuwe beginhoogte voor de
optie AutoCalib.
Als de hoogte of de luchtdruk sterk verandert, wordt u gevraagd om de verandering te bevestigen. Altitude calibrated to xx m/ft (Hoogte gekalibreerd op xx m/ft) geeft aan dat de kalibratie is gelukt. Als Altitude calibration failed (Hoogtekalibratie mislukt) verschijnt, kalibreer de hoogte dan opnieuw.
U kunt de hoogte voor AutoCalib ook instellen met de Polar ProTrainer 5 software. Zie de help-functie in de software voor meer informatie.

Kies deze optie als u in dezelfde omgeving traint. Dan zijn de hoogtewaarden altijd correct.
Als automatische kalibratie in het sportprofiel van de training opgenomen is, begint de meting altijd op deze hoogte, ongeacht de algemene hoogte-instellingen.
Registratie-interval
De fietscomputer registreert de trainingsgegevens standaard met een interval van 5 seconden. In Settings (Instellingen) > Features (Functies) > Rec.rate (Registratie-interval) > 1 / 2 / 5 / 15 / 60 sec kunt u een ander registratie-interval instellen.
De fietscomputer kan uw hartslag, snelheid, trapfrequentie, vermogen en hoogte registreren met intervallen van 1, 2, 5, 15 of 60 seconden. Een langer interval geeft u meer registratietijd, terwijl u met een korter interval meer hartslag- en andere gegevens kunt registreren. Dit maakt een nauwkeurige analyse met behulp van de Polar ProTrainer 5 software mogelijk.
Een korter registratie-interval verbruikt het geheugen van de fietscomputer sneller. Bij het instellen van het interval wordt de resterende registratietijd op de onderste regel aangegeven. Het standaard registratie-interval is 5 seconden.
Wanneer minder dan 30 minuten registratietijd over is, wordt het registratie-interval automatisch gewijzigd om de registratietijd te verlengen (1s > 2s > 5s > 15s > 60s). Hierdoor wordt de tijd om trainingsgegevens te registreren gemaximaliseerd. Aan het einde van de sessie blijft het huidige registratie-interval gehandhaafd bij de volgende trainingssessie.
De volgende tabel toont de maximale registratietijden voor elk registratie-interval. De maximale registratietijd kan korter zijn, als u een groot aantal korte trainingssessies registreert.

Het registratie-interval kan veranderen als er minder dan 30 minuten registratietijd over is. Memory low (Weinig geheugen) verschijnt 60 minuten voordat het geheugen vol is.
| RR-gegevens Snelheid Trapfrequenti Vermogen GPS Registratie-interval | |||||||
| 1s 2s 5s 15s 60s | |||||||
| Uit | Uit Uit Uit Uit | 22u30min | 45u00min | 112u40min | 338u10min | 1352u55min | |
| Uit | Uit Uit Aan Uit | 9u30min | 19u 10min | 48u10min | 144u50min | 579u40min | |
| Uit | Uit Aan Uit Uit | 16u50min | 33u40min | 84u30min | 253u40min | 1014u40min | |
| Uit | Uit Aan Aan Uit | 8u20min | 16u50min | 42u10min | 126u50min | 507u20min | |
| Uit | Aan Uit Uit Uit | 11u10min | 22u30min | 56u20min | 144u50min | 579u40min | |
| Uit | Aan Uit Uit Aan | 4u40min | 9u30min | 24u00min | 67u30min | 270u30min | |
RR-gegevens Snelheid Trapfrequenti Vermogen GPS Registratie-interval
De tijden in de tabel zijn benaderingen. Voor RR-gegevens is de maximale registratietijd afhankelijk van de hartslag en de hartslagvariatie. Als u ronden registreert of als u met de Polar ProTrainer 5 software een training met fasen hebt gemaakt, wordt de maximale registratietijd korter.
Functie RR-gegevens
Kies Settings (Instellingen) > Features (Functions) > RR data (RR-gegevens) > On / Off (Aan / Uit)
De registratiefunctie voor RR-gegevens meet en registreert hartslagvariaties met een resolutie van één milliseconde. Hiermee kunt u de hartslagvariatie (HRV) analyseren met behulp van de Polar ProTrainer 5 software. De functie RR-gegevens maakt gebruik van het geheugen van de fietscomputer. Als u deze functie inschakelt, wordt de resterende registratietijd op de onderste regel van het display weergegeven.
Automatische ronderegistratie
Automatische ronderegistratie instellen
Kies Settings (Instellingen) > Features (Functies) > A.Lap (Automatische ronde) > On (Aan) > stel de rondeafstand in
De fietscomputer zal automatisch ronden registreren. Kies OFF (Uit) om het te deactiveren.
Hartslagweergave
Kies een notatie voor het bekijken van uw hartslag
Kies Settings > Features > HR view > HR / HR% / HRR% (Instellingen > Functies > Hartslagweergave > HR / HR% / HRR% (Hartslag / Hartslagpercentage / Percentage hartslagreserve)).
Sport zones (Sport zones)
Sport zones in de trainingscomputer definiëren
Kies Settings (Instellingen) > Features (Functies) > Sport zones (Sport zones) > Sport zone low limit (Onderlimiet sport zone)
Stel de onderlimiet van sportzone 1 in door op UP en DOWN te drukken. Druk daarna op OK. Stel op dezelfde manier de onderlimiet van elke sportzone in. Bij het instellen van de onderlimiet wordt automatisch de bovenlimiet van de vorige zone ingesteld.
Houd LICHT ingedrukt om tussen de sportzoneweergaven te schakelen: HR% (percentage van maximale hartslag), BPm (hsm – hartslagen per minuut) of HRR% (percentage van hartslagreserve).
U kunt de instellingen eenvoudig wijzigen met de Polar ProTrainer 5 software. Zie de help-functie in de software voor meer informatie.
U kunt de sportzone vergrendelen en ontgrendelen door de knop LAP (Ronde) tijdens de rit ingedrukt te houden.
Fietsinstellingen
Kies Settings > Bike (Instellingen > Fiets)
U kunt drie fietsvoorkeuren instellen voor de fietscomputer. Configureer de instellingen voor de fietsen en kies Fiets 1, 2 of 3 wanneer u begint met trainen. Bike 1 (Fiets 1) is de standaardinstelling.

Kies Settings > Bike > Bike 1, Bike 2, Bike 3 (Instellingen > Fiets, Fiets 1, Fiets 2 of Fiets 3) of Other (Andere). Bike 2 en Bike 3 kunnen worden in- en uitgeschakeld. Kies Other (Andere) om de sensoren voor snelheid en trapfrequentie te deactiveren en alleen de hartslag, hoogte en temperatuur te meten.
Wielmaat
Kies Bike > Bike 1 > Wheel (Fiets > Fiets 1 > Wiel)
Instelling van de wielmaat is vereist voor correcte fietsgegevens. Zie Wielmaat meten (pagina 8) voor meer bijzonderheden over het meten van de wielmaat
Speed (Snelheid): On / Off (Aan / Uit)
De snelheidsmeting is standaard OFF (Uit) voor fiets 1.
Kies Settings > Bike > Bike 1 > Speed > On (Instellingen > Fiets > Fiets 1 > Snelheid > Aan) om de snelheidssensor in de fietscomputer te activeren Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) wordt weergegeven.
- Kies No (Nee) als uw sensor al aangemeld is.
- Zie anders Nieuwe accessoire gebruiken (pagina 55) voor meer informatie over aanmelden.
Snelheidsinstellingen kunnen handmatig worden gekozen of met de Polar ProTrainer 5 software.
Aankomsttijd
Kies Settings > Bike > Bike 1 > Arr. time (Instellingen > Fiets > Fiets 1 > Aankomsttijd)
Stel de afstand in die u wilt gaan fietsen en de fietscomputer zal de geschatte aankomsttijd berekenen en weergeven op basis van de fietssnelheid. Installeer de Polar snelheidssensor op uw fiets voor het meten van snelheid en afstand. Zie de gebruiksaanwijzing van de Polar snelheidssensor voor meer informatie over de installatie van deze sensor.

• Kies door op OK te drukken.
- Kies On/Off (Aan/Uit) om de functie in of uit te schakelen.
- Kies Set dist. (Afstand instellen) om de afstand in te stellen die u gaat fietsen.
Autostart: On / Off (Aan / Uit)
Kies Settings > Bike > Bike1 > Autostrt (Instellingen > Fiets > Fiets 1 > Automatisch starten)
Met de functie Autostart wordt de trainingsregistratie automatisch gestart of gestopt wanneer u begint en stopt met fietsen. Voor deze functie is de Polar snelheidssensor W.I.N.D. vereist.
Power (Vermogen)\*: On / Off (Aan / Uit)
U kunt een optionele vermogenssensor op uw fiets installeren.
Kies Settings > Bike > Bike 1 > Power > On (Instellingen > Fiets > Fiets 1 > Vermogen > Aan) om de vermogensensor in de fietscomputer te activeren. Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) wordt weergegeven.
- Kies No (Nee) als uw sensor al aangemeld is.
- Zie anders Nieuwe accessoire gebruiken (pagina 55) voor meer informatie over aanmelden.
Vermogensinstellingen: om het juiste vermogen te kunnen meten moet u op de fietscomputer het kettinggewicht (g), de kettinglengte (mm) en de spanlengte (mm) invoeren.
Als u het Polar LOOK Kéo Power systeem gebruikt, volg dan de onderstaande instructies.
Kies Settings > Bike > Bike1, Bike 2 or Bike 3 > Power > Settings (Instellingen > Fiets > Fiets 1, Fiets 2 of Fiets 3 > Vermogen > Instellingen) en
Set chain weight 304 g > OK (Stel kettinggewicht in op 304 g > OK)
Set chain length 1473 mm > OK (Stel kettinglengte in op 1473 mm > OK)
Set span length 420 mm > OK (Stel spanlengte in op 420 mm > OK)
Om het Polar LOOK Kéo Power systeem correct te laten werken moet de fietscomputer de standaardinstellingen gebruiken. Zelfs als u de juiste waarden voor uw fiets kent, gebruik die dan niet.
Als u de Polar Power Output Sensor™ W.I.N.D. gebruikt, volg dan de onderstaande instructies.
Kies Settings > Bike > Bike1, Bike 2 or Bike 3 > Power > Settings (Instellingen > Fiets > Fiets 1, Fiets 2 of Fiets 3 > Vermogen > Instellingen) en
Set chain weight in grams > OK (Stel kettinggewicht in op 304 g > OK)
Set chain length in millimeters > OK (Stel kettinglengte in op 1473 mm > OK)
Set span length in millimeters > OK (Stel spanlengte in op 420 mm > OK)
| Voorbeelden van kettinggewichten en -lengtes (Vanwege de variatie van de metingen, kan Polar niet verantwoordelijk worden gehouden voor hun geldigheid.) | ||
| Gewicht Lengte | ||
| Shimano Dura-Ace CN-7700 Super narrow HG | 280 g 1473 mm | |
| Shimano Dura-Ace CN-7701 Ultegra CN-HG92, 105 HG72,105 HG73 | 280 g 1473 mm | |
| Shimano Sora CN-HG50 | 335 g | 1473 mm |
| Campagnolo Record 2000, ketting voor 10 versnellingen | 260 g 1473 mm | |
| Campagnolo kettingen voor 10 versnellingen Chorus, Centaur | 274 g 1473 mm | |
| Campagnolo Veloce, Mirage en Xenon | 277 g 1473 mm | |
Voor precieze waarden moeten alle instellingen zo nauwkeurig mogelijk zijn. Kettinglengte en -gewicht zijn rechtstreeks evenredig aan de vermogenswaarde. Als die bijvoorbeeld 1% fout zijn, dan is de vermogenswaarde ook 1% fout.
Het is niet nodig om kettinglengte en -gewicht opnieuw in te voeren als schakels zijn verwijderd. Het systeem gebruikt kettingdichtheid (gewicht/lengte). Het verwijderen van schakels uit de ketting heeft geen invloed op de dichtheid.
Zie de gebruiksaanwijzing van de vermogenssensor voor meer informatie over de vermogensinstellingen.
Gebruik de Polar ProTrainer 5 software voor de vermogensinstellingen.
* Optionele sensor vereist.
Cadence (Trapfrequentie)\*: On / Off (Aan / Uit)
U kunt een optionele Polar trapfrequentiesensor op uw fiets installeren.
Kies Settings > Bike > Bike 1 > Cadence > On (Instellingen > Fiets > Fiets 1 > Trapfrequentie > Aan) om de trapfrequentiesensor in de fietscomputer te activeren Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) wordt weergegeven.
- Kies No (Nee) als uw sensor al aangemeld is.
- Zie anders Nieuwe accessoire gebruiken (pagina 55) voor meer informatie over aanmelden.
Gebruikersinstellingen
Voer de juiste gebruikersgegevens op de fietscomputer in voor een juiste feedback over uw prestaties.
Kies Settings (Instellingen) > User (Gebruiker) voor het invoeren van gebruikersgegevens op de fietscomputer.

- Weight (Gewicht): houd LICHT ingedrukt om de eenheden te wijzigen.
- Height (Lengte): houd LICHT ingedrukt om de eenheden te wijzigen.
- Birthday (Geboortedatum): dd=dag, mm=maand, yy=jaar
• Sex (Geslacht): Male (Man) / Female (Vrouw)
• Activity (Activiteit): Top/High/Moderate/Low (Top/Hoog/Gemiddeld/Laag)
• Heart Rate (Hartslag): HR_max , HR_sit
• 0_2max : Maximale zuurstofopname
Activiteitenniveau
Het activiteitenniveau is een indicatie van het niveau van uw lichamelijke activiteit. Kies de optie die de algemene hoeveelheid en intensiteit van uw lichamelijke activiteiten over de laatste drie maanden het best beschrijft.
- Top: u traint tenminste vijf keer per week, met een hoge lichamelijke inspanning, of u traint om uw prestaties te verbeteren voor competitiedoeleinden.
- High (Hoog): u neemt minstens drie keer per week deel aan zware lichamelijke training, u fietst bijvoorbeeld 2 tot 4 uur (40-120 km / 25-75 mijl) per week of besteedt zoveel tijd aan vergelijkbare lichamelijke activiteit.
- Moderate (Gemiddeld): u neemt geregeld deel aan recreatieve sporten; u fietst bijvoorbeeld 1/2 tot 2 uur (15-40 km / 3-25 mijl) per week, besteedt zoveel tijd aan vergelijkbare lichamelijke activiteit of uw werk vereist lichte lichamelijke activiteit.
- Low (Laag): u neemt niet geregeld deel aan recreatieve sport of zware lichamelijke activiteit; u traint bijvoorbeeld zo weinig dat u slechts af en toe zwaar ademhaalt of transpireert.
In de fietscomputer worden deze waarden gebruikt om uw energieverbruik te berekenen.
(Hartslag): HRmax, HR
HR max (Maximale hartslag): standaard wordt uw op leeftijd gebaseerde HR max -waarde (220 - leeftijd) gebruikt. Stel uw HR _max handmatig in, als uw maximale hartslag klinisch bepaald is, als u de fitnesstest met de Polar CS600X fietscomputer uitgevoerd hebt, of als u de maximale hartslag zelf tijdens een praktijktest bepaald hebt.
HR_sit (Hartslagwaarde in een zittende houding): standaard wordt uw op leeftijd gebaseerde HF_sit -waarde gebruikt. Stel uw HF_sit -waarde in als u deze volgens de instructies bepaald hebt. Zie Hartslag in een zittende positie (pagina 59) in Achtergrondinformatie voor instructies.
Maximal Oxygen Intake (Maximale zuurstofopname): VO _2max
VO_2max is de maximale zuurstofopnamecapaciteit van uw lichaam tijdens maximale inspanning. De meest nauwkeurige manier om VO_2max te bepalen is via een maximale-inspanningstest in een laboratorium. Als u weet wat uw medisch geteste waarde voor VO_2max precies is, stel dan de waarde in op de fietscomputer. Meet anders een vergelijkbare waarde, OwnIndex, door de Polar Fitness Test™ te doen. Zie Polar Fitness Test™ (pagina 47) voor meer informatie.
Als er wijzigingen in de gebruikersinstellingen worden aangebracht, verschijnt User settings updated (Gebruikersinstellingen bijgewerkt).
U kunt de gebruikersinstellingen invoeren en wijzigen met de Polar ProTrainer 5 software. Zie de help-functie in de software voor meer informatie.
Algemene instellingen

Geluid
Kies Settings (Instellingen) > General (Algemeen) > Sound (Geluid)
Volume
Kies Settings (Instellingen) > General (Algemeen) > Sound (Geluid) > Volume > On / Off (Aan / Uit)
De volume-instellingen bepalen de geluiden van knoppen en activiteiten tijdens de training. Dit heeft geen effect op de horloge- en hartslagzonealarmen (TZ Alarm).
TZ Alarm (Target Zone Alarm – Hartslagzonealarm)
U kunt het harslagzonealarm in- en uitschakelen.
Kies Settings (Instellingen) > General (Algemeen) > Sound (Geluid) > TZ Alarm (Hartslagzonealarm) > On/Off (Aan/Uit)
Als het hartslagzonealarm gedeactiveerd is, knippert de meetwaarde van de hartslag als u buiten de ingestelde zone komt.
Knopvergrendeling
Instellingen voor knopvergrendeling opgeven
Kies Settings (Instellingen) > General (Algemeen) > Keylock (Knopvergrendeling) > Manual / Automatic (Handmatig / Automatisch)
Knopvergrendeling voorkomt dat knoppen per ongeluk worden ingedrukt.
Manual (Handmatig): knopvergrendeling handmatig activeren.
Automatic (Automatisch): knopvergrendeling wordt in de tijdweergave geactiveerd als u één minuut lang geen knop hebt ingedrukt.
Om de knopvergrendeling On/Off (in en uit) te schakelen, moet u LICHT minimaal een seconde ingedrukt houden en daarna op OK drukken.
Eenheden
Voorkeur voor eenheden instellen op de fietscomputer
Kies Settings (Instellingen) > General (Algemeen) > Units (Eenheden) > kg/cm/km of lb/ft/mi
Taal
Taal kiezen
Kies Settings (Instellingen) > General (Algemeen) > Language (Taal) > English / Deutsch / Español / Français / Italiano
Slaapstand
Slaapstand activeren
Kies Settings (Instellingen) > General (Algemeen) > Sleep (Slaapstand) > Activate sleep mode? (Slaapstand activeren? > Yes [Ja])
Door de slaapstand te activeren wordt de batterij gespaard wanneer de fietscomputer gedurende een langere periode niet in gebruik is. Het horlogealarm functioneert wel gewoon in de slaapstand.
NEDERLANDS
Fietscomputer wekken
Druk op een willekeurige toets > Turn display on? (Display inschakelen?) > Yes / No (Ja / Nee)
Yes (Ja): de fietscomputer wordt geactiveerd.
No (Nee): de fietscomputer blijft in de slaapstand.
Horloge-instellingen

Herinnering
Herinnering instellen voor verschillende taken of trainingen
Kies Settings (Instellingen) > Watch (Horloge) > Reminders (Herinneringen) > Add new
Date (Datum): voer de datum van de taak in, dd=dag, mm=maand, yy=jaar.
Reminder time (Herinneringstijd): voer de tijd voor de herinnering in.
Alarm stel het alarm in zodat dit afgaat op het tijdstip van de taak, of 10 min / 30 min / 1 uur tevoren.
Sound (Geluid): kies het alarmgeluid Silent (Stil) / Beep (Piep) / Normal (Normaal)
Repeat (Herhalen): laat de herinnering herhalen, Once (Eenmaal) / Hourly (Elk uur) / Daily (Dagelijks) / Weekly (Wekelijks) / Monthly (Maandelijks) / Yearly (Jaarlijks).
Exercise (Training): kies een training om aan de herinnering te koppelen. Wanneer het herinneringsalarm afgaat, toont de fietscomputer standaard deze training. Kies NONE (GEEN) als u de herinnering niet aan een trainingssessie wilt koppelen.
Rename (Hernoemen): kies de letters met UP en DOWN om de herinnering te hernoemen en accepteer met OK.
U kunt zeven herinneringen in de fietscomputer programmeren.
Actieve herinneringen bekijken en aanpassen
Kies Settings (Instellingen) > Watch (Horloge) > Reminders (Herinneringen)
Kies een herinnering om te bekijken, bewerken, hernoemen of verwijderen.
Evenement
Aftellen tot een evenement instellen op de fietscomputer
Kies Settings (Instellingen) > Watch (Horloge) > Event (Evenement)
Event day (Dag evenement): dd=dag, mm=maand.
Rename (Hernoemen): kies de letters met UP en DOWN om het evenement te hernoemen en accepteer met OK.
Aftellen tot evenement wijzigen
Kies Settings (Instellingen) > Watch (Horloge) > Event (Evenement)
U kunt het aftellen bekijken, een nieuwe datum instellen en het evenement hernoemen of verwijderen.
Houd in de tijdweergave UP ingedrukt om het aftellen te verbergen of weer te tonen.
Alarm
Alarm instellen op de fietscomputer
Kies Settings (Instellingen) > Watch (Horloge) > Alarm > Off (Uit) / Once (Eenmaal) / Mon-Fri (Maandag t/m vrijdag) / Daily (Dagelijks)
U kunt het afgaan van het alarm instellen op één keer (Once), dagelijks van maandag t/m vrijdag (Mon-Fri), dagelijks (Daily) of u kunt het afgaan uitschakelen (Off). Het alarm gaat in alle modi behalve de trainingsmodus af, en houdt een minuut aan, tenzij u op STOP drukt. Het horlogealarm werkt ook in de slaapstand en zelfs als u het geluid hebt uitgeschakeld in de General (Algemene) instellingen.
Om het alarm 10 minuten uit te stellen, drukt u op UP, DOWN of OK: Snooze (Sluimeren) verschijnt en de sluimertijd telt af. Druk op STOP om het sluimerend alarm af te breken.
Als een batterijsymbool op het display verschijnt, kan het alarm niet worden geactiveerd.
Tijd
Tijd 1 instellen op de fietscomputer
Kies Settings (Instellingen) > Watch (Horloge) > Time 1 (Tijd 1) > 24h / 12h (12- of 24-uurs
Tijd 2 instellen op de fietscomputer
Kies Settings (Instellingen) > Watch (Horloge) > Time 2 (Tijd 2)
Stel het tijdsverschil in uren tussen tijd 1 en tijd 2 in met UP en DOWN.
Tijdzone
Tussen tijdzones schakelen
Kies Settings (Instellingen) > Watch (Horloge) > Time zone (Tijdzone) > Time 1 / Time 2 (Tijd 1 / Tijd 2)
Tijdzone kiezen
In de tijdweergave kunt u van tijdzone wisselen door DOWN ingedrukt te houden. Het cijfer 2 rechtsonder in het display geeft aan dat tijd 2 wordt gebruikt.
Datum
Datum instellen op de fietscomputer
Kies Settings (Instellingen) > Watch (Horloge) > Date (Datum)
dd=dag, mm=maand, yy=jaar
U kunt de instellingen eenvoudig wijzigen met de Polar ProTrainer 5 software. Zie de help-functie in de software voor meer informatie.
Snelknop (Snelmenu)
Sommige instellingen kunnen met een snelknop in de tijdweergave worden gewijzigd.
Houd LICHT ingedrukt > Quick menu (Snelmenu)
• Keylock (Knopvergrendeling)
- Reminders (Herinneringen)
- Alarm
- Time zone (Tijdzone)
- Sleep (Slaapstand)
8. TRAININGSPROGRAMMA
Programma bekijken
Met de Polar ProTrainer 5 software kunt u een persoonlijk trainingsprogramma maken en downloaden naar uw fietscomputer. Dit hoofdstuk bevat de basisinstructies voor het navigeren en beheren van het programma nadat u het naar uw fietscomputer hebt gedownload. Zie de help-functie in de Polar ProTrainer 5 software voor meer bijzonderheden over het maken van geprogrammeerde trainingen met de software, het overdragen daarvan naar uw fietscomputer, en het analyseren van uw prestaties na de training.
Nadat het programma gedownload is, verschijnen twee speciale menu's op uw fietscomputer, waarmee u uw programma en uw dagelijkse schema kunt bekijken. Blader door weken, dagen en trainingen met UP en DOWN. Kies een week en dag met OK.


Uw wekelijkse programma bekijken
Kies Program (Programma) > Week view (Wekelijkse weergave)
De wekelijkse weergave biedt een overzicht van uw wekelijkse trainingen. De witte balk geeft geplande trainingstijden aan en de zwarte balk geeft uitgevoerde trainingstijden aan. De wekelijkse doeltrainingstijd staat onder de balken.
Houd LICHT ingedrukt om de volgende gegevens over de week te bekijken.
- Week info (Weekinformatie): weeknaam en omschrijving.
- Targets (Doelen): overzicht van de doelen voor de week. Calorieën, afstand en duur. Geplande tijd voor sport zones: druk op OK en blader door de sport zones met UP en DOWN.
- Results (Resultaten): overzicht van de resultaten van de week. Calorieën, afstand en duur. Geplande tijd voor sport zones: druk op OK en blader door de sport zones met UP en DOWN.
- Reminder (Herinnering): alarm instellen (op tijd, 10 min, 30 min, of 1 uur voor de training) en geluidstype instellen (stil, piep, normaal).
- Program off (Programma uit): programma uit uw fietscomputer verwijderen.
Uw dagelijkse programma bekijken
Kies Program (Programma) > Week view (Wekelijkse weergave) > Day view (Dagelijkse weergave)
Kies Today (Vandaag) > Exercise view (Trainingsweergave)
De dagelijkse weergave geeft een overzicht van uw dagelijkse trainingen. De witte balk geeft geplande trainingstijden aan en de zwarte balk geeft uitgevoerde trainingstijden aan. De dagelijkse trainingstijd staat onder de balken.
Houd LICHT ingedrukt om aanvullende informatie over de dag te bekijken:
- Targets (Doelen): overzicht van de doelen voor de dag. Calorieën, afstand en duur. Geplande tijd voor sport zones: druk op OK en blader door de sport zones met UP en DOWN.
- Results (Resultaten): overzicht van de resultaten van de dag. Calorieën, afstand en duur. Geplande tijd voor sport zones: druk op OK en blader door de sport zones met UP en DOWN.
Uw dagelijkse training bekijken
Kies Program (Programma) > Week view (Wekelijkse weergave) > Day view (Dagelijkse weergave) > Exercise view (Trainingsweergave)
De trainingsweergave toont de volgende gegevens: trainingsnaam, omschrijving en duur.
Houd LICHT ingedrukt om de volgende gegevens te bekijken.
- Targets (Doelen): overzicht van de doelen voor de trainingssessie. Calorieën, afstand en duur. Geplande tijd voor sport zones: druk op OK en blader door de sport zones met UP en DOWN.
- Phases (Fasen): overzicht van de fasen voor de trainingssessie.
- Sport profile (Sportprofiel): de naam van het gekozen sportprofiel bekijken. Zie de help van Polar ProTrainer 5 voor meer informatie.
- Reminder (Herinnering): herinneringstijd instellen.
Geprogrammeerde training uitvoeren
Training beginnen
Als u een herinnering hebt ingesteld, zal de fietscomputer u er volgens schema aan herinneren om op de geplande datum te trainen. Bekijk de geplande trainingsgegevens door op OK te drukken wanneer het herinneringsalarm afgaat.
Dagelijkse training starten
Kies Today (Vandaag) > Exercise view (Trainingsweergave) (naam van de training) > OK
Kies Program (Programma) > Week view (Wekelijkse weergave) > Day view (Dagelijkse weergave) > Exercise view (Trainingsweergave) > OK > OK
Zie Training starten (pagina 16) voor meer informatie over trainingsregistratie. Uw fietscomputer leidt u door de sessie.
Trainen met fasen
Hieronder is een voorbeeld van een intervaltraining, die in vier fasen is verdeeld.
Warm up / P1 (Warming up / P1): fiets 15 minuten met een hartslag tussen 60 en 70% van uw maximale hartslag.
Interval / P2: fiets 5 km met een hartslag tussen 80 en 90% van uw maximale hartslag.
Recovery / P3 (Herstel / P3): fiets 5 minuten met een hartslag tussen 55 en 65% van uw maximale hartslag. Herhaal de fasen 2 en 3 beide drie keer.
Cool down / P4 (Cooling-down / P4): fiets 15 minuten met een hartslag tussen 55 en 65% van uw maximale hartslag.
Weergaven tijdens de training
Tijdens de training ziet u de volgende weergavetypen.

Elke fase begint met een weergave met:
Fasenaam
Zonetype
Zonelimieten

Tijdens het trainen toont de faseweergave:
Countdown timer/afstand, countup timer, nummer van de huidige fase
Hartslagzone op grafische wijze (wordt elke 10 seconden bijgewerkt, waarbij de laatste 8 minuten worden weergegeven)
Hartslag
Aantal resterende faseherhalingen

Elke fase eindigt met een fase-eindeweergave met de volgende informatie:
Faseduur of -afstand
Hartslagverschil (hoeveel uw hartslag is toe- of afgenomen tijdens de fase), of de gemiddelde snelheid
Gemiddelde hartslag
Nummer van de beëindigde fase

Aan het einde van een geprogrammeerde training toont het display dat de training voltooid is, Ride 1 completed (Rit 1 voltooid) verschijnt.
De fietscomputer schakelt dan over naar de vrije-trainingsmodus, waarin u kunt trainen zonder instellingen. De training wordt geregistreerd en opgeslagen.
Zie de help-functie in de Polar ProTrainer 5 software voor meer bijzonderheden over het plannen van trainingssessies en het overdragen daarvan naar uw fietscomputer.
Functies tijdens de training
Voor een geprogrammeerde training kunt u dezelfde instellingen wijzigen als voor elk ander trainingstype. Zie Functies van de knoppen (pagina 21) voor meer bijzonderheden over de verschillende functies tijdens trainingen.
De geprogrammeerde training gebruikt de in de Polar ProTrainer 5 software ingestelde sportprofielinstellingen. Als u de instellingen van de fietscomputer (bijvoorbeeld de hartslagweergave) tijdens het trainen wijzigt, zijn de wijzigingen alleen van toepassing op de huidige training. Bij het volgende begin van dezelfde training gebruikt de fietscomputer de in de software gedefinieerde sportprofielinstellingen.
Rondemenu
Houd OK ingedrukt om het rondemenu te bekijken tijdens een geprogrammeerde training. Blader door de opties met UP en DOWN en kies met OK. De inhoud van het rondemenu is afhankelijk van uw training.
- End phase (Fase beëindigen): huidige fase beëindigen en naar de volgende fase in de training gaan.
- Jump to (Springen naar): naar een andere fase in de training gaan.
Kies File (Bestand) > Exercise log (Trainingslogboek) om de trainingsresultaten te bekijken.
Na het uitvoeren van een geprogrammeerde training, worden de trainingsgegevens opgeslagen onder File (Bestand). Zie Trainingsresultaten analyseren (pagina 25).
9. TESTS
Polar Fitness Test™
Kies Test > Fitness

De Polar Fitness Test™ is een gemakkelijke, veilige en snelle manier om uw aerobe (cardiovasculaire) conditie in rust te meten. Het resultaat, de Polar OwnIndex, is vergelijkbaar met de maximale zuurstofopname (VO _2max ), die vaak gebruikt wordt voor het bepalen van de aerobe (cardiovasculaire) conditie. Uw lichamelijke activiteitenniveau op lange termijn, hartslag, hartslagvariatie in rust, geslacht, leeftijd, lichaamslengte en gewicht zijn allemaal van invloed op de OwnIndex. De Polar Fitness Test is ontwikkeld voor gebruik door gezonde volwassen.
De aerobe conditie geeft aan hoe goed uw cardiovasculaire systeem de zuurstoftoevoer in uw lichaam regelt. Hoe beter uw aerobe conditie is, des te sterker en efficiënter is uw hart. Een goede aerobe conditie heeft veel voordelen voor uw gezondheid. Het helpt bijvoorbeeld een hoge bloeddruk en de kans op cardiovasculaire aandoeningen en hartaanvallen te verlagen. Als u uw aerobe conditie wilt verbeteren, moet u gemiddeld ten minste zes weken regelmatig sporten voor een merkbaar verschil in uw OwnIndex. Mensen met een slechte conditie boeken zelfs nog sneller resultaten. Hoe beter uw aerobe conditie is, des te sterker en efficiënter is uw hart.
Uw aerobe conditie verbetert het snelst door oefeningen waarbij u grote spiergroepen gebruikt. Zulke activiteiten zijn onder andere hardlopen, fietsen, wandelen, roeien, zwemmen, schaatsen, en langlaufen.
Om uw voortgang te volgen, moet u tijdens de eerste twee weken een aantal keren uw OwnIndex meten om een basiswaarde te krijgen en vervolgens de test ongeveer eenmaal per maand herhalen.
Met de Polar Fitness Test kunt u ook de verwachte maximale hartslag (HF max -p) berekenen. De HF max -p-score geeft een nauwkeuriger beeld van de individuele maximale hartslag dan de formule die op leeftijd gebaseerd is (220 – leeftijd). Zie Gebruikersinstellingen (pagina 39) voor meer informatie over HF _max .
Om te zorgen dat de testresultaten betrouwbaar zijn, zijn de volgende basisvoorwaarden van toepassing.
- U kunt de test overal uitvoeren – thuis, op kantoor, op een fitnessclub – zolang de omgeving maar rustig is. Zorg ervoor dat er geen storende elementen zijn (bijvoorbeeld tv, radio of telefoon) en dat er geen mensen tegen u praten.
- Doe de test altijd in dezelfde omgeving en op hetzelfde tijdstip.
- Nuttig geen zware maaltijd en rook niet 2 tot 3 uur voor de test.
- Vermijd zware lichamelijke inspanningen, alcohol en stimulerende middelen op de dag van de test en de dag ervoor.
- Zorg ervoor dat u ontspannen en kalm bent. Ga liggen en ontspan uzelf 1 tot 3 minuten voordat u aan de test begint.
Ga naar http://www.polar.com/en/polar_community/videos voor een video-instructie.
Vóór de test
De hartslagsensor dragen
Zie Hartslagsensor dragen (pagina 14) voor meer informatie.
Gebruikersgegevens invoeren
(Instellingen > Gebruiker). Om de Polar Fitness Test uit te voeren moet u uw persoonlijke gebruikersgegevens en lichamelijke activiteitenniveau op lange termijn invoeren in de Gebruikersinstellingen (pagina 39). (Als u dat al eerder hebt gedaan, hoeft u dit niet opnieuw te doen.)
HF_max -p inschakelen
Als u uw verwachte maximale hartslag wilt berekenen, schakel HR_max-p dan in.
Kies Test > Fitness > HR max-p > On (Test > Fitness > HF max-p > Aan)
De test uitvoeren
Kies Test > Fitness > Start > Fitness Test Lie Down (Test > Fitness > Start > Fitnesstest liggend)
De fitnesstest begint na vijf seconden. Pijlen geven aan dat de test wordt uitgevoerd. Ontspan u en beperk lichaamsbewegingen en contact met andere mensen.
Als u uw lichamelijke activiteitenniveau op lange termijn nog niet hebt ingesteld in de gebruikersinstellingen, verschijnt Set your personal activity level (Persoonlijke activiteitenniveau instellen). Kies Top (Top), High (Hoog), Moderate (Gemiddeld), of Low (Laag). Zie Gebruikersinstellingen voor meer informatie over activiteitenniveaus.
Als uw fietscomputer aan het begin of tijdens de test uw hartslag niet ontvangt, mislukt de test en verschijnt Test failed, check WearLink (Test mislukt, controleer WearLink). Controleer of de elektroden van de hartslagsensor nat zijn, of de textiele band goed vastzit, en start de test opnieuw.
Wanneer de test is afgelopen, hoort u twee geluidssignalen. OwnIndex verschijnt met een numerieke waarde en een niveauevaluatie. Zie Fitheidsklassen voor meer informatie over evaluaties.
Druk op OMLAAG om uw Predicted maximum heart rate (Verwachte maximale hartslag) weer te geven. Druk op OK om te stoppen.
Update to V02 max? (Bijwerken naar V02 max?) verschijnt.
- Kies Yes (Ja) om de OwnIndex-waarde op te slaan in uw gebruikersinstellingen en het menu Fitness Test Trend (Trend fitnesstest).
- Kies alleen No (Nee) als u uw klinisch gemeten VO _2max -waarde kent en deze waarde meer dan één fitnessklasse verschilt van het OwnIndex-resultaat. Uw OwnIndex-waarde wordt alleen in het menu Fitness Test Trend (Trend fitnesstest) opgeslagen. Zie Trend fitnesstest voor meer informatie.
Update to HR max? (Bijwerken naar HF max?) (als HRmax-p (als HFmax-p ingeschakeld is) wordt weergegeven.
- Kies Yes (Ja) om de waarde op te slaan in de gebruikersinstellingen.
- Kies No (Nee) als u uw klinisch bepaalde HF _max kent.
U kunt de test op elk moment beëindigen door op STOP te drukken. Gedurende enkele seconden verschijnt Fitness Test cancelled (Fitnesstest geannuleerd).
Nadat de waarden voor OwnIndex en HF _max -p zijn opgeslagen, worden deze gebruikt om het calorieverbruik te berekenen.
Na de test
Fitheidsklassen
Uw OwnIndex is het meest zinvol als u de individuele waarden en hun veranderingen in de loop der tijd vergelijkt. OwnIndex kan ook op basis van geslacht en leeftijd worden geïnterpreteerd. Zoek uw OwnIndex op in onderstaande tabel en kijk hoe uw aerobe conditie is in vergelijking met anderen van hetzelfde geslacht en leeftijd.
Topatleten scoren gewoonlijk OwnIndex-waarden van meer dan 70 (mannen) of 60 (vrouwen). Waarden tot 95 kunnen worden bereikt door duuratleten op Olympisch niveau. OwnIndex is het hoogst bij sporten waarbij grote spiergroepen zijn betrokken, zoals hardlopen en langlaufen.
Mannen
| Leeftijd / Jaren | Zeer laag Laag Redelijk Gemiddeld Goed Zeer goed Uitstekend |
| 20-24 < 32 32-37 38-43 44-50 51-56 57-62 > 62 | |
| 25-29 < 31 31-35 36-42 43-48 49-53 54-59 > 59 | |
| 30-34 < 29 29-34 35-40 41-45 46-51 52-56 > 56 | |
| 35-39 < 28 28-32 33-38 39-43 44-48 49-54 > 54 | |
| 40-44 < 26 26-31 32-35 36-41 42-46 47-51 > 51 | |
| 45-49 < 25 25-29 30-34 35-39 40-43 44-48 > 48 | |
| 50-54 < 24 24-27 28-32 33-36 37-41 42-46 > 46 | |
| 55-59 < 22 22-26 27-30 31-34 35-39 40-43 > 43 | |
| 60-65 < 21 21-24 25-28 29-32 33-36 37-40 > 40 | |
Vrouwen
| Leeftijd / Jaren | Zeer laag Laag Redelijk Gemiddeld Goed Zeer goed Uitstekend | |||||||
| 20-24 < 27 | 27-31 | 32-36 | 37-41 | 42-46 | 47-51 > 51 | |||
| 25-29 < 26 | 26-30 | 31-35 | 36-40 | 41-44 | 45-49 > 49 | |||
| 30-34 < 25 | 25-29 | 30-33 | 34-37 | 38-42 | 43-46 > 46 | |||
| 35-39 < 24 | 24-27 | 28-31 | 32-35 | 36-40 | 41-44 > 44 | |||
| 40-44 < 22 | 22-25 | 26-29 | 30-33 | 34-37 | 38-41 > 41 | |||
| 45-49 < 21 | 21-23 | 24-27 | 28-31 | 32-35 | 36-38 > 38 | |||
| 50-54 < 19 | 19-22 | 23-25 | 26-29 | 30-32 | 33-36 > 36 | |||
| 55-59 < 18 | 18-20 | 21-23 | 24-27 | 28-30 | 31-33 > 33 | |||
| 60-65 < 16 | 16-18 | 19-21 | 22-24 | 25-27 | 28-30 > 30 | |||
De classificatie is gebaseerd op literatuuronderzoek van 62 studies waarbij de VO _2max rechtstreeks werd gemeten bij gezonde volwassenen in de Verenigde Staten, Canada en 7 Europese landen. Naslagwerk: Shvartz E, Reibold RC: Aerobic fitness norms for males and females aged 6 to 75 years: a review. Aviat Space Environ Med; 61:3-11, 1990.
Trend fitnesstest
Bekijk in het menu Trend hoe uw OwnIndex-waarde zich heeft ontwikkeld. Op het display worden tot 16 OwnIndex-waarden en respectievelijke datums vermeld. Wanneer het testtrendbestand vol raakt, wordt automatisch het oudste resultaat verwijderd.
De meest recente testdatum, een grafiek van uw OwnIndex-resultaten, en de laatste OwnIndex-waarde worden weergegeven. Blader OMHOOG en OMLAAG om andere waarden te bekijken.
OwnIndex-waarde verwijderen
NEDERLANDS
.Kies de waarde die u wilt verwijderen en houd LICHT ingedrukt > Delete value? No/Yes (Waarde verwijderen? Nee/Ja) verschijnt. Bevestig met OK.
OwnIndex-resultaten analyseren met Polar ProTrainer 5-software
Door de testresultaten naar de Polar ProTrainer 5 software te downloaden, kunt u de resultaten op verschillende manieren analyseren, en hebt u toegang tot meer gedetailleerde informatie over uw voortgang. Met de software kunt u ook grafische vergelijkingen maken met vorige resultaten. Bij het downloaden van trainingsgegevens met de optie Transfer data (Gegevens uitwisselen) worden de resultaten van de Polar Fitness Test automatisch naar de software gedownload.
Polar OwnOptimizer™

Algemeen
Voor succesvol trainen is een tijdelijke overbelasting nodig: een langere trainingsduur, hogere intensiteit, of hoger totaalvolume. Om ernstig overtrainen te voorkomen, moet overbelasten altijd worden gevolgd door een passende herstelperiode. Zonder een passende herstelperiode kunnen uw prestaties bij hoge trainingsvolumes verslechteren, in plaats van verbeteren. Polar OwnOptimizer is een gemakkelijke en betrouwbare manier om te bepalen of uw trainingsprogramma uw prestaties optimaal ontwikkelt. Polar OwnOptimizer is ontwikkeld voor gebruik door gezonde volwassen.
Polar OwnOptimizer is een aanpassing van een traditionele orthostatische overbelastingstest. Het is een perfect in de fietscomputer ingebouwd gereedschap voor iedereen die regelmatig en tenminste driemaal per week traint voor conditieverbetering of voor het bereiken van prestatiegerichte doelen. Deze functie is gebaseerd op de hartslag en de hartslagvariatie die tijdens een orthostatische test worden gemeten (opstaan vanuit ontspannen rusthouding). OwnOptimizer helpt u tijdens een trainingsprogramma uw trainingsbelasting te optimaliseren, zodat uw prestaties toenemen en u niet over- of ondertraint raakt op de lange termijn. Polar OwnOptimizer is gebaseerd op een regelmatige meting van vijf hartslagparameters over een langere periode. Twee van deze vijf waarden worden in rusttoestand berekend, een tijdens het opstaan, en twee staand. Telkens wanneer u de test uitvoert, slaat de polsunit de hartslagwaarden op en vergelijkt ze met de eerder geregistreerde waarden.
Vóór de test Basislijntests
Als u OwnOptimizer voor het eerst gebruikt, moeten er gedurende een periode van twee weken zes basislijntests worden uitgevoerd om uw persoonlijke basislijnwaarde te bepalen. Deze basislijnmetingen moeten tijdens gewone basistrainingsweken worden gedaan, niet tijdens zware trainingsweken. De basislijnmetingen moeten na een trainingsdag en na hersteldagen worden uitgevoerd.
OwnOptimizer-waarden volgen
Na de basislijnregistratie moet u de test 2 tot 3 keer per week blijven uitvoeren. Voer wekelijks een test uit in de ochtend na een hersteldag en na een zware trainingsdag (of na een reeks zware trainingsdagen). Eventueel kunt u een derde test uitvoeren na een normale trainingsdag. OwnOptimizer biedt mogelijk geen betrouwbare informatie tijdens aftrainen of een periode waarin zeer onregelmatig wordt getraind. Als u het trainen 14 dagen of langer onderbreekt, moeten de basislijntests opnieuw worden uitgevoerd.
De test uitvoeren
Voor de meest betrouwbare resultaten moet de test altijd worden uitgevoerd in normale en vergelijkbare omstandigheden. Het is raadzaam de test 's ochtends voor het ontbijt te doen. De volgende basisvoorwaarden zijn van toepassing.
- Doe de hartslagsensor om Zie Hartslagsensor dragen (pagina 14) voor meer informatie.
• Zorg ervoor dat u ontspannen en kalm bent. - U kunt in een ontspannen houding zitten of op bed liggen. De positie moet altijd hetzelfde zijn als u de test uitvoert.
- U kunt de test overal uitvoeren – thuis, op kantoor of op een fitnessclub – zolang de omgeving maar rustig is. Zorg ervoor dat er geen storende geluiden zijn (bijvoorbeeld tv, radio of telefoon) en dat er geen mensen tegen u praten.
- Eet, drink, en rook niet gedurende 2-3 uur voor de test.
De test uitvoeren
Kies Test > Optimizer > Start > Optimizer Lie Down (Test > Optimizer > Start > Optimizer liggend)
Pijlen geven aan dat de test wordt uitgevoerd. Beweeg niet tijdens dit eerste deel van de test, dat 3 minuten duurt.
Na 3 minuten piept de fietscomputer en verschijnt Optimizer Stand up (Optimizer opstaan). Sta op en blijf 3 minuten stil staan.
Na 3 minuten piept de fietscomputer nogmaals en is de test afgelopen.
De interpretatie van het resultaat wordt in cijfers en tekst weergegeven. Druk op OMLAAG om uw gemiddelde hartslag (hsm) te zien bij het liggen (HRrest), de hoogste hartslag bij het opstaan (HRpeak), en de gemiddelde hartslag bij het staan (HRstand).
U kunt de test op elk moment onderbreken door op STOP te drukken. Optimizer Test canceled (Optimizertest geannuleerd) verschijnt.
Als de fietscomputer uw hartslagsignaal niet kan ontvangen, verschijnt de melding Test failed. Check WearLink (Test mislukt. Controleer WearLink). Controleer in dat geval of de elektroden van de hartslagsensor vochtig zijn en of de textiele band strak genoeg zit.
Na de test
Interpretatie van de resultaten
De fietscomputer berekent vijf parameters gebaseerd op de hartslag en de hartslagvariatie. De OwnOptimizer-waarden worden berekend door uw meest recente resultaten te vergelijken met eerder geregistreerde waarden. De fietscomputer toont een tekstuele omschrijving van uw trainingsstatus. De omschrijvingen worden hieronder in detail uitgewerkt.
Good Recovery (Goed herstel) (1)
Uw hartslag is lager dan gemiddeld. Dit geeft aan dat u heel goed hersteld bent. U kunt verder gaan met trainen, ook met intensieve trainingssessies.
Normal State (Normaal) (2)
Uw hartslag is op een normaal niveau. Ga verder met uw training, waaronder lichte en intensieve trainingssessies en hersteldagen.
Uw hartslag is hoger dan gemiddeld. U hebt de afgelopen dagen mogelijk intensief getraind. U hebt twee opties: 1) rust uit of train 1 à 2 dagen licht, of 2) ga 1 à 2 dagen door met intensief trainen en herstel daarna goed. Andere stressoorzaken zoals een beginnende koorts of griep kunnen hetzelfde resultaat hebben.
Steady State (Stabiel) (4)
Uw hartslag is nu langere tijd op een normaal niveau geweest. Om effectief te trainen is zware training en goed herstel nodig, wat variatie in uw hartslagresultaten zou moeten veroorzaken. Uw OwnOptimizer-resultaat geeft aan dat u enige tijd geen intensieve training of goed herstel hebt gehad.
NEDERLANDS
Voer de test nogmaals uit na een rustdag of lichte trainingsdag. Als het herstel effectief is, moet uw resultaat Good Recovery (Goed herstel) aangeven.
Stagnant State (Stagnatie) (5)
Uw hartslag is nog steeds op een normaal niveau en dit is al langere tijd zo. Het resultaat geeft aan dat uw training niet intensief genoeg is geweest voor een optimale ontwikkeling. Om uw conditie effectief te verbeteren, moet u meer intensieve of langere trainingssessies in uw programma opnemen.
Uw hartslag is verschillende keren hoger dan gemiddeld geweest. Mogelijk hebt u bewust hard getraind. Het resultaat geeft overbelasting aan en u zou nu moeten proberen goed te herstellen. Voer om uw herstel te volgen de test na een of twee rustdagen of lichte trainingsdagen nogmaals uit.
Overreaching (Overreiken) (7)
Uw OwnOptimizer-resultaat geeft aan dat u meerdere dagen of weken zeer intensief hebt getraind. Uw hartslag is doorlopend op een hoog niveau. Dit geeft duidelijk aan dat u een volledige herstelperiode zou moeten doorlopen. Hoe langer u intensief hebt getraind, hoe langer de noodzakelijke herstelperiode is. Voer de test nogmaals uit na minstens twee hersteldagen.
Sympathetic Overtraining (Sympathetische overtraining) (8)
Uw OwnOptimizer-resultaat geeft aan dat u meerdere dagen of weken zeer intensief hebt getraind en dat het herstel onvoldoende is geweest. Dit heeft tot overtraining geleid. Om terug te gaan naar een normale trainingstoestand, moet u een zorgvuldig bewaakte herstelperiode doorlopen. Volg uw herstel door de OwnOptimizer-test 2 tot 3 keer per week uit te voeren.
Parasympathetic Overtraining (Parasympathetische overtraining) (9)
Uw hartslag is op een laag niveau gebleven, wat gewoonlijk een teken is van een goed herstel. Andere parameters geven echter parasympathetische overtraining aan. Mogelijk hebt u lange tijd een hoog trainingsvolume aangehouden en is het herstel onvoldoende geweest. Controleer op andere tekenen van overtraining, zoals verminderde prestaties, toegenomen vermoeidheid, stemmingswisselingen, slaapproblemen, aanhoudende spierpijn, en/of een gevoel opgebrand of leeg te zijn. U kunt ook onderhevig zijn geweest aan andere spanningen.
Gewoonlijk gaat aan parasympathetische overtraining een lange periode met zware trainingsvolumes vooraf. Om te herstellen van parasympathetische overtraining, moet u de lichaamsbalans volledig herstellen. Herstel kan meerdere weken in beslag nemen. U moet niet trainen, maar volledig rusten gedurende het grootste deel van de herstelperiode. U kunt wellicht enkele dagen licht aeroob trainen in korte sessies, en slechts af en toe korte sessies met hoge intensiteit inpassen.
U kunt ook overwegen iets anders te doen dan uw belangrijkste sport. Het moet echter wel een sport zijn waarmee u bekend bent en u zich prettig bij voelt. Volg uw herstel door de OwnOptimizer-test 2 tot 3 keer per week uit te voeren. Als uw lichaamsbalans naar uw gevoel hersteld is en uw resultaat, bij voorkeur meermaals, Normal State (Normaal) of Good Recovery (Goed herstel) aangeeft, dan kunt u overwegen het trainen te hervatten. Als u weer begint met trainen, start dan een nieuwe testperiode met nieuwe basislijnmetingen.
Neem, voordat u uw trainingsprogramma radicaal wijzigt, uw OwnOptimizer-resultaten in overweging samen met subjectieve gevoelens en symptomen die u mogelijk hebt. Herhaal de OwnOptimizer-test als de gestandaardiseerde omstandigheden onzeker zijn. Een afzonderlijk testresultaat kan worden beïnvloed door verschillende externe factoren, zoals stress, sluimerende ziekte, omgevingswisselingen (temperatuur, hoogte), enz. U moet de basislijnberekeningen tenminste eenmaal per jaar vernieuwen, wanneer u aan een nieuw trainingsseizoen begint.
OwnOptimizer-trend
Kies Test > Optimizer > Trend
Bekijk in het menu Trend hoe uw OwnIndex-waarde zich heeft ontwikkeld. Het menu bevat de 16 meest
recente OwnOptimizer-waarden en de data waarop de resultaten zijn geregistreerd. Wanneer het trendbestand vol raakt, overschrijft het laatste resultaat automatisch het oudste.
De meest recente testdatum, een grafiek van uw resultaten, en de laatste waarde worden weergegeven. Druk op OK om de tekstuele beschrijving van het resultaat te zien. Blader OMHOOG en OMLAAG om andere waarden te bekijken.
OwnOptimizer-waarde verwijderen
Kies Test > Optimizer > Trend
Selecteer de waarde en houd LICHT ingedrukt. Delete value? No/Yes (Waarde verwijderen? Nee/Ja) verschijnt. Bevestig met OK.
Trendbestand resetten
Kies Test > Optimizer > Reset
U kunt de OwnOptimizer-testperiode resetten. Alle testresultaten worden uit het geheugen verwijderd. Als u de test uitvoert na een testperiode van 365 dagen, of voor het eerst in 30 dagen, wordt Reset test period? (Testperiode resetten?) weergegeven.
Resultaten analyseren met Polar ProTrainer 5-software
Door de testresultaten naar de Polar ProTrainer 5-software te downloaden, kunt u de resultaten op verschillende manieren analyseren, en hebt u toegang tot meer gedetailleerde informatie over uw voortgang. Met de software kunt u ook grafische vergelijkingen maken met vorige resultaten. Bij het downloaden van trainingsgegevens met de optie Transfer data (Gegevens uitwisselen) worden de resultaten van de Polar OwnOptimizer automatisch naar de software gedownload.
10. NIEUWE HARTSLAGSENSOR GEBRUIKEN
Nieuwe hartslagsensor gebruiken
Uw fietscomputer CS600X is aangemeld voor samenwerking met de Polar H3 hartslagsensor. Anders gezegd, uw fietscomputer ontvangt alleen signalen van uw eigen hartslagsensor, waardoor u storingsvrij kunt trainen in een groep.
Als u een nieuwe hartslagsensor als afzonderlijke accessoire aanschaft, moet deze bij de fietscomputer worden geïntroduceerd. Dit wordt aanmelden genoemd en duurt slechts enkele seconden.
Zorg dat u, om interferentie tijdens een fietsevenement te voorkomen, het aanmelden tevoren hebt uitgevoerd.
Nieuwe hartslagsensor aanmelden
Doe de hartslagsensor om en zorg dat u niet in de buurt (40 m / 131 ft) bent van andere hartslagsensoren. Druk in de tijdmodus op OK. De fietscomputer begint het signaal van de hartslagsensor te zoeken.
Nadat de nieuwe hartslagsensor herkend is, verschijnt New WearLink found, Teach new WearLink? (Nieuwe WearLink gevonden; deze aanmelden?).
- Kies Yes (Ja) om het aanmelden te bevestigen. Completed! (Voltooid!) verschijnt als het aanmelden voltooid is. Start de trainingsregistratie door op OK te drukken.
- Kies No (Nee) om het aanmelden te annuleren.

Uw fietscomputer verwijst als WearLink naar de hartslagsensor.
11. NIEUWE ACCESSOIRE GEBRUIKEN
Nieuwe accessoire gebruiken
Als u een nieuwe sensor aanschaft, moet deze door de fietscomputer worden geactiveerd en aangemeld. Dit wordt programmeren genoemd en duurt slechts enkele seconden. Zo wordt gewaarborgd dat uw fietscomputer alleen signalen van uw sensor ontvangt, waardoor u storingsvrij kunt trainen in een groep. Als u de sensor tegelijk met de fietscomputer als set hebt aangeschaft, is de sensor al geprogrammeerd voor samenwerking met de fietscomputer. Dan hoeft u de sensor alleen te activeren in uw fietscomputer.
① Voor elke fietsinstelling kunt u een snelheids-, trapfrequentie- en vermogenssensor aanmelden.
Nieuwe snelheidssensor programmeren
Kies Settings > Bike > Bike1/2/3 > Speed > On/Off (Instellingen > Fiets > Fiets1/2/3 > Snelheid > Aan/Uit). Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) verschijnt
- Zorg dat u niet in de buurt (40 meter / 131 ft) van andere snelheidssensoren bent. Kies Yes (Ja) om het aanmelden te bevestigen. Start test drive (Test starten) verschijnt. Draai het wiel enkele malen rond om de sensor te activeren. Een knipperend rood licht geeft aan dat de sensor geactiveerd is. Completed! (Voltooid!) verschijnt als het aanmelden voltooid is. De fietscomputer is nu klaar voor ontvangst van de gegevens over snelheid en afstand.
- Kies No om het aanmelden te annuleren. De eerder aangemelde snelheidssensor wordt in gebruik genomen.
Als een snelheidssensor aangemeld is voor herkenning van de fietscomputer, zal de sensor dat altijd doen, ook als hij uitgeschakeld is. Als de snelheidssensor weer wordt ingeschakeld, verschijnt Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) Kies NEE. Bij JA gaat het display in aanmeldmodus.
Ga naar http://www.polar.com/en/polar_community/videos voor video-instructies.
Nieuwe trapfrequentiesensor programmeren\*
Kies Settings > Bike > Bike1/2/3 > Cadence > On/Off (Instellingen > Fiets > Fiets1/2/3 > Trapfrequentie > Aan/Uit). Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) verschijnt
- Zorg dat u niet in de buurt (40 meter/131 ft) van andere trapfrequentiesensoren bent. Kies Yes (Ja) om het aanmelden te bevestigen. Start test drive (Test starten) verschijnt. Draai het wiel enkele malen rond om de sensor te activeren. Een knipperend rood licht geeft aan dat de sensor geactiveerd is. Completed! (Voltooid!) verschijnt als het aanmelden voltooid is. De fietscomputer is nu klaar voor ontvangst van de trapfrequentiegegevens.
- Kies No (Nee) om het aanmelden te annuleren. De fietscomputer zal de trapfrequentiegegevens niet kunnen meten.
Als een trapfrequentiesensor aangemeld is voor herkenning van de fietscomputer, zal de sensor dat altijd doen, ook als hij uitgeschakeld is. Als de trapfrequentiesensor weer wordt ingeschakeld, verschijnt Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) Kies NEE en het display gaat in On/Off (Aan/Uit)-modus. Kies AAN om de trapfrequentiesensor te activeren. Bij JA gaat het display in aanmeldmodus.
Ga naar http://www.polar.com/en/polar_community/videos voor video-instructies.
Nieuwe vermogenssensor\* programmeren
Kies Bike > Bike1/2/3 > Power > On/Off (Fiets > Fiets1/2/3 > Vermogen > (Aan/Uit). Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) wordt weergegeven.
- Zorg dat u niet in de buurt (40 meter/131 ft) van andere vermogenssensoren bent. Kies Yes (Ja) om het aanmelden te bevestigen. Start test drive (Test starten) verschijnt. Draai het wiel enkele malen rond om de sensor te activeren. Een knipperend rood licht geeft aan dat de sensor geactiveerd is. Completed!
NEDERLANDS
(Voltooid!) verschijnt als het aanmelden voltooid is. De fietscomputer is nu klaar voor ontvangst van gegevens over het vermogen.
- Kies No (Nee) om het aanmelden te annuleren. De fietscomputer zal de vermogensgegevens niet kunnen meten.
Als een vermogensensor aangemeld is voor herkenning van een fietscomputer, zal de sensor dat altijd doen, ook als hij uitgeschakeld is. Als de vermogensensor weer wordt ingeschakeld, verschijnt Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) Kies NEE. Het display gaat in On/Off (Aan/Uit)-modus. De laatst aangemelde vermogensensor wordt in gebruik genomen. Bij Yes (Ja) gaat de fietscomputer in aanmeldmodus.
Ga naar http://www.polar.com/en/polar_community/videos voor video-instructies.
Nieuwe G5 GPS sensor\* aanmelden
Schakel de G5 GPS sensor in en kies daarna Settings > Features > GPS > On (Instellingen > Functies > GPS > Aan) op uw fietscomputer. Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) wordt weergegeven.
- Kies Yes (Ja) om het aanmelden te bevestigen. Completed! (Voltooid!) verschijnt.
- Kies No (Nee) om het aanmelden te annuleren. De fietscomputer zal de GPS-gegevens niet kunnen meten.
Ga naar http://www.polar.com/en/polar_community/videos voor video-instructies.
*Optionele sensoren vereist
12. ACHTERGRONDINFORMATIE
Polar Sport Zones
Polar Sport Zones (Sport zones) introduceren een nieuw effectiviteitsniveau in op hartslag gebaseerde training. De training wordt verdeeld in vijf sport zones, gebaseerd op percentages van de maximale hartslag. Met sport zones kunt u makkelijk trainingsintensiteiten selecteren en trainingsprogramma's volgen die op sport zones van Polar gebaseerd zijn.
| Hartslagzone Intensiteitspercen | van HRmax, hsm | Voorbeeld trainingsduur | Trainingsnut | |
| MAXIMUM | Nut: maximale of vrijwel maximale inspanning voor ademhaling en spieren. | |||
![]() | 90–100%171–190 hsm | minder dan 5 minuten | Gevoel: zeer uitputtend voor ademhaling en spieren.Ranbevolen voor: zeer ervaren en fitter fietsers. Slechts korte intervallen, gewoonlijk laatste voorbereiding voor korte fietsevenementen. | |
| INTENSIEF | Nut: beter in staat tot langdurige hoge snelheden. | |||
![]() | 80–90%152–172 hsm | 2–20 minuten | Gevoel: vermoeide spieren en zware ademhaling.Ranbevolen voor: ervaren fietsers. Wordt het hele trainingsjaar gebruikt in verschillende lengtes. Wordt belangrijker tijdens voorseizoen. | |
| GEMIDDELD | Nut: verbetert het algemeen trainingstempo, uithoudingsvermogen en de efficiëntie. | |||
![]() | 70–80%133–152 hsm | 10–60 minuten | Gevoel: fietsen in goed tempo met constant hoge trapfrequentie.Ranbevolen voor: fietsers in opbouw naar evenementen of naar betere prestaties. | |
| LICHT | Nut: verhoogt het basisuithoudingsvermogen en stimuleert de vetverbranding. | |||
![]() | 60–70%114-133 hsm | 60–300 minuten | Gevoel: prettig en gemakkelijk, beperkte belasting voor spieren en hart en bloedvaten.Ranbevolen voor: iedereen. Voor lange trainingssessies tijdens basistrainings perioden en voor herstel tijdens wedstrijdseizoen. | |
| ZEER LICHT | Nut: helpt bij de warming-up en cooling-down en bevordert herstel. | |||
![]() | 50–60%104–114 hsm | 20–60 minuten | Gevoel: erg gemakkelijk, lichte inspanning.Ranbevolen voor: voor herstel en cooling-down-oefeningen tijdens het hele trainingsjaar. | |
HR_max = maximale hartslag (220-leeftijd). Voorbeeld: 30 jaar oud, 220-30=190 hsm.
Fietsen in sport zone 1 (Zeer licht) gebeurt met zeer lage intensiteit. Het belangrijkste trainingsprincipe is dat uw prestatieniveau verbetert tijdens het herstel na het trainen, niet alleen tijdens het trainen. U kunt het herstelproces versnellen met een training met zeer lichte intensiteit.
Sport zone 2 (Licht) is voor duurtraining, een essentieel onderdeel van elk trainingsprogramma.
Fietssessies in deze zone zijn makkelijk en aeroob. Duurtrainen in deze lichte zone leidt tot een effectief energieverbruik. Om vooruitgang te boeken moet men volhouden.
NEDERLANDS
Het aerobe vermogen wordt verbetert in sport zone 3. De trainingsintensiteit is hoger dan in de sport zones 1 en 2, maar nog hoofdzakelijk aeroob. Trainen in sport zone 3 kan bijvoorbeeld bestaan uit intervallen gevolgd door herstel. Fietsen in deze zone is met name effectief voor het verbeteren van de bloedcirculatie in het hart en de beenderspieren.
Als uw doel competitie op topniveau is, zult u moeten trainen in sport zones 4 en 5. In deze zones fietst u anaeroob, in intervallen van maximaal 10 minuten. Hoe korter het interval, hoe hoger de intensiteit. Voldoende herstel tussen de intervallen is zeer belangrijk. Het trainingspatroon in de zones 4 en 5 is ontwikkeld om topprestaties op te leveren.
Als u in een bepaalde sportzone fietst, is de middensectie ervan een goede doelstelling, maar houd uw hartslag niet voortdurend op dat exacte punt. Trainingsintensiteit, herstelniveau, omgevings- en soortgelijke factoren dragen alle bij tot reacties van de hartslag. Het is daarom belangrijk om op subjectieve vermoeidheidsgevoelens te letten en uw trainingsprogramma daaraan aan te passen.
Een eenvoudige manier om de sport zones te gebruiken is uw hartslagzones in te stellen. Zie Training plannen (pagina 12) voor meer informatie.
Aan het einde van de sessie wordt de trainingsduur in de sportzone weergegeven. Ga naar de Weekly (Wekelijkse) weergave om te zien in welke sport zones u hebt getraind, en hoelang u in elke daarvan hebt getraind. De Polar ProTrainer 5 software biedt maximaal 10 sport zones om beter te voldoen aan uw trainingsbehoeften en hartslagreserve.
OwnZone-training
Uw fietscomputer bepaalt automatisch een persoonlijke en veilige zone voor de trainingsintensiteit: uw OwnZone. De unieke Polar OwnZone definieert uw persoonlijke trainingszone voor aerobe training. De functie leidt u door een warming-up en houd rekening met uw huidige lichamelijke en geestelijke conditie. Bij de meeste volwassenen ligt deze zone tussen 65 en 85% van de maximale hartslag.
De OwnZone kan tijdens een warming-up van 1 tot 5 minuten worden bepaald door te fietsen, te wandelen, te joggen, of een andere sport te beoefenen. De bedoeling is dat u langzaam begint met een lage intensiteit en de intensiteit daarna langzaam verhoogt door de hartslag toe te laten nemen. OwnZone is ontwikkeld voor gezonde mensen. Bepaalde medische factoren kunnen ertoe leiden dat het bepalen van de OwnZone op basis van hartslagvariaties niet lukt. Deze factoren zijn onder andere een hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, en het gebruik van bepaalde medicijnen.
Het luisteren naar en interpreteren van de signalen die uw lichaam tijdens lichamelijke inspanning afgeeft, is een belangrijk onderdeel van fit worden. Warming-uproutines verschillen voor verschillende typen training, en uw lichamelijke en geestelijke conditie kan ook per dag verschillen (vanwege stress of ziekte). Gebruik de OwnZone-functie daarom voor elke sessie, zodat de beste hartslagzone wordt gebruikt voor dat bepaalde trainingstype op die bepaalde dag.
Zie Uw OwnZone (Persoonlijke hartslagzone) bepalen (pagina 23) voor meer informatie over het bepalen van uw OwnZone.
Maximale hartslag
Maximale hartslag (HR max ) is het hoogste aantal hartslagen per minuut (hsm) bij een maximale fysieke inspanning. De waarde is persoonlijk en hangt af van de leeftijd, erfelijke factoren, en het fitnessniveau. Hij kan ook variëren naargelang het type sport. HR max wordt gebruikt om de trainingsintensiteit uit te drukken.
Maximale hartslag bepalen
Uw HR _max kan op verschillende manieren worden bepaald.
De meest nauwkeurige methode is uw HR_max medisch te laten bepalen. Een inspanningstest onder toezicht van een cardioloog of een sportfysioloog wordt doorgaans uitgevoerd op een loopband of een (fiets)ergometer.
U kunt uw HR _max ook bepalen door een veldtest te doen samen met een trainingspartner.
U kunt een HR_max -p-score verkrijgen die uw HR_max bepaalt door de Polar Fitness Test te doen.
Onderzoek toont aan dat de algemeen gebruikte vuistregel, 220 – leeftijd, niet erg nauwkeurig is, in het bijzonder niet voor ouderen en personen die al vele jaren fit zijn.
Als u de afgelopen weken stevig hebt getraind en weet dat u veilig uw maximale hartslag kunt halen, kunt u veilig zelf een test doen om uw HR _max te bepalen. Het is raadzaam tijdens de test een trainingspartner te hebben. Als u onzeker bent, raadpleeg dan een dokter voordat u de test doet.
Hier is een voorbeeld van een eenvoudige test.
Stap 1: warm gedurende 20 minuten op, op een vlak terrein, om uw normale trainingstempo op te bouwen.
Stap 2: kies een heuvel die meer dan 2 minuten kost om te beklimmen. Fiets eenmaal de heuvel op, in een zo snel mogelijk tempo dat u 20 minuten zou kunnen volhouden. Ga terug naar de voet van de heuvel.
Stap 3: fiets nogmaals de heuvel op, in een zo snel mogelijk tempo dat u net 10 minuten zou kunnen volhouden. Noteer uw hoogste hartslag. Uw maximale hartslag is ongeveer 10 slagen hoger dan de genoteerde waarde.
Stap 4: fiets terug de heuvel af, en laat daarbij uw hartslag 30-40 slagen per minuut zakken.
Stap 5: fiets nogmaals de heuvel op, in een tempo dat u slechts 1 minuut zou kunnen volhouden. Probeer tot halverwege de heuvel te fietsen. Noteer uw hoogste hartslag. Hierdoor komt u dicht in de buurt van uw maximale hartslag. Gebruik deze waarde als uw maximale hartslag bij het instellen van trainingszones.
Stap 6: zorg voor een goede cooling-down van minimaal 15 minuten.
Hartslag in een zittende positie
HR_sit is uw gemiddelde hartslag in volledige rust (terwijl u zit). Om de HR_sit gemakkelijk te bepalen: doe de hartslagsensor om, ga zitten, en voer geen lichamelijke activiteiten uit. Herhaal voor een nauwkeurigere meting de procedure meerdere malen en bereken het gemiddelde.
Hartslagreserve
Hartslagreserve (HRR) is het verschil tussen de maximale hartslag (HR max ) en de rusthartslag (HR rest )*. HRR wordt gebruikt om de trainingshartslagen te berekenen. Het is het bereik waarbinnen de hartslag varieert, afhankelijk van het inspanningsniveau. HRR is gelijk aan de zuurstofopnamereserve (VO _2 R).
De trainingshartslag kan worden bepaald aan de hand van de Karvonen-formule**. Tel het percentage hartslagreserve op bij de hartslag in rust.
Trainingshartslag = % van trainingsintensiteit (HR max - HR rest t) + HR _rest .
Voorbeeld
Trainingsintensiteit 70% van HRR voor een persoon met HR max 201 hsm en HR rest 50 hsm.
Trainingshartslag = 70% (201–50) + 50
Trainingshartslag = 156 hsm
Voor een nauwkeurige trainingshartslag hebt u uw exacte HR_max en HR_rest nodig. Bij gebruik van de geschatte HR_max zijn de trainingshartslagwaarden altijd schattingen.
* Bij de Polar CS600X training computer wordt de hartslagwaarde in een rusttoestand gemeten in een zittende houding (HR sit ). Dit wordt gedaan om praktische redenen, omdat HR sit vanwege de nauwkeurigheid wordt gebruikt bij het berekenen van het energiegebruik. HR _sit is de lage intensiteit waarmee verschillende trainingsintensiteiten kunnen worden vergeleken.
De snelheid waarmee het hart klopt, varieert per slag. Hartslagvariatie (HRV) is de variatie van slagintervallen, ook bekend als R-R-intervallen.

line
| Time | Value | |------|-------| | 1 | 845 | | 2 | 745 | | 3 | 812 | | 4 | 732 |De HRV geeft de schommelingen van de hartslag rond een gemiddelde hartslag aan. Een gemiddelde hartslag van 60 slagen per minuut (hsm) betekent niet dat het interval tussen twee opeenvolgende hartslagen exact 1,0 seconde is, maar kan variëren van 0,5 tot 2,0 seconde.
De HRV wordt beïnvloed door de aerobe conditie. De HRV van een hart in goede conditie is meestal groot in rust. Andere factoren die de HRV beïnvloeden zijn leeftijd, genen, lichaamshouding, tijdstip en gezondheidstoestand. Tijdens inspanning wordt de HRV lager als de hartslag hoger wordt en de inspanningsintensiteit groter wordt. De HRV neemt ook af tijdens perioden van stress.
De HRV wordt geregeld door het autonome zenuwstelsel. Parasympathetische activiteit verlaagt de hartslag en verhoogt de HRV, terwijl sympathetische activiteit de hartslag verhoogt en de HRV verlaagt.
De HRV wordt gebruikt bij de functies OwnZone, OwnIndex, en OwnOptimizer. Hij kan ook afzonderlijk worden gevolgd met de fietscomputer. Als uw HRV wijzigt bij een bepaald fietstempo en hartslag, kan dit een verandering in uw trainingsbelasting en stress aangeven.
R-R-registratie
R-R-registratie slaat hartslagintervallen op, dat wil zeggen intervallen tussen opeenvolgende hartslagen. Deze informatie wordt ook aangegeven als momentane hartslag in slagen per minuut in de opgeslagen voorbeelden.
Wanneer elk afzonderlijk interval wordt geregistreerd, kunnen extra systolen en artefacten worden waargenomen. Wij raden u aan contactgel (ECG-gel) te gebruiken om het contact tussen uw huid en de hartslagsensor te optimaliseren. Onjuiste meetwaarden van de hartslag kunnen worden aangepast en gecorrigeerd met de Polar ProTrainer 5-software.
Ga naar Polar Article Library [http://www.polar.com/en/training_with_polar/training_articles].
13. INFORMATIE OVER KLANTENSERVICE
Onderhoud
Net als met elk ander elektronisch instrument dient u zorgvuldig om te gaan met de Polar fietscomputer. Onderstaande aanwijzingen helpen u in overeenstemming met de garantievoorwaarden te handelen en nog vele jaren plezier te hebben van dit product.
Zorgen voor uw product
Zender: maak na elk gebruik de zender los van de band en droog de zender af met een zachte handdoek. Reinig de zender zo nodig met een oplossing van water en een zachte zeep. Gebruik nooit alcohol of schuurmiddelen (bijv. staalwol of chemische reinigingsmiddelen).
Borstband: Spoel de band na elk gebruik af onder stromend water en hang hem op om te drogen. Reinig de band zo nodig met een oplossing van water en een zachte zeep. Gebruik geen hydraterende zeep omdat deze restanten op de band kan achterlaten. Week, strijk, stoom of bleek de band niet. Rek de band niet en vouw de elektroden niet strak om.
Controleer het label op je borstband om te zien of hij in de wasmachine gewassen mag worden. Plaats de band of zender nooit in de droger!
Trainingscomputer en sensoren. Houd de fietscomputer en de sensoren schoon. Voor behoud van de waterdichtheid mogen de trainingscomputer en de sensoren niet met een hogedrukreiniger worden gereinigd en niet in water worden gedompeld. Reinig de trainingscomputer en de sensoren met een oplossing van zachte zeep en water en spoel ze af met schoon water. Dompel ze niet in water. Droog ze zorgvuldig af met een zachte handdoek. Gebruik nooit alcohol of schuurmiddelen als staalwol of chemische reinigingsmiddelen.
Bewaar de trainingscomputer en de sensoren op een droge en koele plaats. Bewaar ze niet in een vochtige omgeving, niet-ademend materiaal (een plastic zak of een sporttas), of samen met geleidend materiaal (een natte handdoek). De fietscomputer en compatibele sensoren zijn waterbestendig, zodat u deze in de regen kunt gebruiken. Stel de fietscomputer niet langdurig bloot aan direct zonlicht. Laat hem bijvoorbeeld niet in de auto liggen of op de stuurhouder zitten.
Vermijd harde schokken voor de fietscomputer en de sensoren; anders kunnen de sensoren schade oplopen.
Service
Het is raadzaam om tijdens de garantieperiode van twee jaar de servicewerkzaamheden alleen door een erkend Polar Service Center te laten uitvoeren. De garantie geldt niet voor schade of gevolgschade die veroorzaakt is bij een niet door Polar Electro erkende service. Zie Beperkte internationale garantie van Polar (pagina 68) voor meer informatie
Ga naar www.polar.com/support [http://www.polar.com/support] en landgebonden websites voor contactgegevens en alle adressen van Polar Service Centers.
Registreer uw Polar-product via http://register.polar.fi/ om te zorgen dat wij onze producten en diensten steeds beter op uw wensen kunnen blijven afstemmen.
De gebruikersnaam voor uw Polar account is altijd uw e-mailadres. Dezelfde gebruikersnaam en hetzelfde wachtwoord zijn van toepassing voor registratie van het Polar product, polarpersonaltrainer.com, het Polar discussieforum en de nieuwsbrief.
Batterijen vervangen
De CS600X fietscomputer en de Polar H3 hartslagsensor hebben beide een verwisselbare batterij. Om zelf de batterij te vervangen dient u nauwkeurig de instructies te volgen die onder Batterij fietscomputer vervangen vermeld zijn.
De batterijen van de snelheids- en trapfrequentiesensoren kunnen niet worden vervangen. Polar heeft de
NEDERLANDS
snelheids- en trapfrequentiesensoren verzegeld ter wille van een maximale mechanische levensduur en betrouwbaarheid. De sensoren zijn voorzien van batterijen met een lange levensduur. Neem voor aanschaf van een nieuwe sensor contact op met uw erkende Polar Service Center of dealer.
Zie de gebruiksaanwijzing van Polar LOOK Kéo Power voor instructies over het vervangen van de batterij van het Polar LOOK Kéo Power systeem.
De G5 GPS sensor heeft een interne oplaadbare batterij die niet kan worden verwijderd. Zie de gebruiksaanwijzing van de G5 GPS sensor voor instructies over het opladen van de batterij van de sensor.
Houd batterijen uit de buurt van kinderen. Raadpleeg bij inslikken van batterijen onmiddellijk een arts. Batterijen dienen in overeenstemming met de plaatselijke regelgeving te worden opgeruimd.

Als u de batterij door een onjuist type batterij vervangt, bestaat het risico op explosie.
Batterij van fietscomputer vervangen
Voor vervanging van de batterij in de fietscomputer hebt u een muntstuk en een batterij (CR 2354) nodig.
- Gebruik een munt om het batterijklepje te openen door zachtjes te drukken en linksom te draaien.
- Verwijder het afsluitklepje. De batterij is bevestigd aan het klepje, dat u voorzichtig moet optillen. Verwijder de batterij en vervang deze door een nieuwe. Pas op dat u de schroefdraad van het klepje niet beschadigt.
- Plaats de positieve (+) pool van de batterij tegen het afsluitklepje en de negatieve (−) pool tegen de fietscomputer.
- De afsluitring van de batterijhouder is ook bevestigd aan het afsluitklepje. Vervang de afsluitring als deze beschadigd is. Controleer vóór het sluiten van de batterijhouder of de afsluitring van het klepje onbeschadigd is en op de juiste wijze in de gleuf geplaatst is.
- Plaats het afsluitklepje terug en draai het met een muntstuk rechtsom vast naar de stand CLOSE (Sluiten). Zorg ervoor dat het afsluitklepje goed wordt gesloten!
Door veelvuldig gebruik van de verlichting raakt de batterij van de fietscomputer sneller leeg. In koude weersomstandigheden kan het batterijsymbool verschijnen en in een warmere omgeving weer verdwijnen. Open het afsluitklepje van de batterijhouder voor een maximale levensduur hiervan alleen bij het vervangen van de batterij. Zorg bij het vervangen van de batterij ervoor dat de afsluitring niet wordt beschadigd, anders moet u deze vervangen door een nieuwe.
Ga naar www.polar.com/en/polar_community/videos [http://www.polar.com/en/polar_community/videos] voor video-instructies over het vervangen van de batterijen.
Er is geen afzonderlijke video-instructie voor het vervangen van de batterij van de CS600X; zie daarvoor de video-instructie voor het vervangen van de batterij van de CS200, maar houd er rekening mee dat het type batterij anders is.


Batterij hartslagsensor
Batterij van de Polar H1/H2/H3 hartslagsensor vervangen
- Til het batterijklepje omhoog met de klem op de borstband.
- Neem de oude batterij uit het batterijklepje met een stevig stokje of staafje van geschikte afmeting zoals een tandenstoker. Een niet-metalen hulpmiddel heeft de voorkeur. Wees voorzichtig om de batterijdeksel niet te beschadigen.
- Plaats de batterij in de deksel met de negatieve (-) kant naar buiten. Zorg dat de afsluitring in de groef zit om de waterdichtheid te waarborgen.
- Plaats het batterijklepje in de juiste positie terug in de uitsparing van de zender en druk het batterijklepje weer op zijn plaats. U dient een klikgeluid te horen.

text_image
1 2 3 4Ga naar www.polar.com/en/polar_community/videos [http://www.polar.com/en/polar_community/videos] voor video-instructies over het vervangen van de batterijen.
Batterij van de Polar WearLink+ hartslagsensor vervangen
- Gebruik een munt om het batterijklepje te openen door dit linksom te draaien naar OPEN.
- Plaats de batterij (CR2025) onder het klepje met de positieve zijde (+) tegen het klepje. Zorg ervoor dat de afsluitring in de groef zit, zodat het omhulsel waterdicht blijft.
- Druk het klepje terug in de zender.
- Draai met de munt het klepje rechtsom naar CLOSE (Sluiten).

Open het klepje ter wille van een lange levensduur alleen om de batterij te vervangen en controleer of de afsluitring niet beschadigd is; anders moet u deze vervangen door een nieuwe.
Ga naar www.polar.com/en/polar_community/videos [http://www.polar.com/en/polar_community/videos] voor video-instructies over het vervangen van de batterijen.
Afsluitringen en batterijsetjes zijn verkrijgbaar bij de officiële Polar dealer en erkende Polar Service Centers. In de VS en Canada zijn nieuwe afsluitringen verkrijgbaar bij erkende Polar Service Centers. In de VS zijn de afsluitringen batterijsets ook verkrijgbaar via www.shoppolar.com [http://www.shoppolar.com]. Ga naar www.polar.com [http://www.polar.com] om de online shoppolar-winkel voor uw land te zoeken.
Voorzorgsmaatregelen
Interferentie tijdens de training
Elektromagnetische interferentie en trainingsapparatuur
In de buurt van magnetrons en computers kan storing optreden. Ook WLAN-basisstations kunnen interferentie veroorzaken bij het trainen met de CS600X. Voorkom onregelmatige metingen of slecht functioneren door uit de buurt te blijven van mogelijke storingsbronnen.
NEDERLANDS
Trainingsapparatuur met elektronische of elektrische onderdelen zoals LED-displays, motoren, en elektrische remmen kunnen interferentie veroorzaken vanwege diffuse straling. Probeer het volgende om deze problemen te verhelpen.
- Doe de hartslagsensor af en gebruik de trainingsapparatuur zoals u gewend bent.
- Verplaats de fietscomputer totdat u een positie vindt waar geen ongewenste signalen worden ontvangen en waar het hartsymbool niet vanzelf knippert. Interferentie is vaak het sterkst recht voor het display van de apparatuur, terwijl links of rechts van het display relatief weinig interferentie optreedt.
- Doe de hartslagsensor weer om en houd de fietscomputer zoveel mogelijk in het interferentievrije gebied.
Als de fietscomputer dan nog niet werkt met het trainingsapparaat, veroorzaakt dit mogelijk teveel elektrische ruis voor draadloze hartslagmeting.
Risico's tijdens trainen beperken
Trainen kan risico's met zich meebrengen. Voordat u begint aan een vast trainingsprogramma is het raadzaam dat u eerst de volgende vragen betreffende uw gezondheid beantwoordt. Als u één van deze vragen met ja beantwoordt, raden wij u aan eerst een arts te raadplegen voordat u met een trainingsprogramma begint.
- Hebt u de afgelopen vijf jaar niets aan sport gedaan?
- Hebt u een hoge bloeddruk of een hoog cholesterolgehalte?
- Vertoont u symptomen van een ziekte?
- Gebruikt u medicijnen voor uw bloeddruk of uw hart?
- Hebt u wel eens last van ademhalingsproblemen?
- Bent u herstellende van een zware ziekte of medische ingreep?
- Gebruikt u een pacemaker of andere geïmplanteerde elektronische apparatuur?
- Rookt u?
- Bent u zwanger?
Behalve de trainingsintensiteit, kunnen ook medicijnen voor het hart, de bloeddruk, psychische aandoeningen, astma, luchtwegen, enz. en sommige energiedranken, alcohol en nicotine de hartslag beïnvloeden.
Het is belangrijk om op te letten hoe uw lichaam reageert tijdens het sporten. Als u plotseling pijn of overmatige vermoeidheid voelt tijdens het sporten, raden wij u aan te stoppen of op een lager inspanningsniveau verder te gaan.
Opmerking! Dragen van een pacemaker is geen belemmering voor het gebruik van Polar trainingscomputers. In theorie kunnen Polar-producten geen storing veroorzaken voor pacemakers. In de praktijk zijn er geen rapporten die erop wijzen dat iemand ooit storing heeft ondervonden. Vanwege de verscheidenheid aan pacemakers en andere geïmplanteerde apparaten, kunnen wij nochtans niet officieel garanderen dat onzeproducten geschikt zijn voor al deze instrumenten. Als u twijfels hebt of uitzonderlijke gevoelens ervaart tijdens het gebruik van Polar-producten, raadpleeg dan uw arts of neem contact op met de fabrikant van het elektronische apparaat om na te gaan of de veiligheid in uw geval voldoende gewaarborgd is.
Als u overgevoelig bent voor een stof die in contact komt met de huid, of als u een allergische reactie vermoedt vanwege het gebruik van het product, controleer dan de in de Technische specificaties genoemde materialen. Draag ter voorkoming van huidreacties de hartslagsensor over een shirt, maar maak het shirt onder de elektroden goed vochtig voor een probleemloze werking.
Door de combinatie van vocht en het schuren van de hartslagsensor kan deze afgeven en zwarte vlekken op lichtkleurige kleding achterlaten. Als u zich insmeert met een anti-insectenmiddel, zorg er dan voor dat dit niet in contact komt met de hartslagsensor.
Technische specificaties
Fietscomputer
De polsunit is een klasse 1 laserproduct
Levensduur batterij:
Batterijtype: CR 2354
Afsluitring voor de batterij:
Gebruikstemperatuur:
Materialen: Thermoplastisch polymeer
Nauwkeurigheid horloge:
Nauwkeurigheid van de hartslagmeter:
Meetbereik hartslag: 15-240
Huidig snelheidsweergavebereik:
Hoogteweergavebereik:
Stijgingsresolutie:
Gemiddeld 1 jaar (1 uur/dag, 7 dagen/week)
0-ring 20,0 x 1,0, siliconen
-10 °C tot +50 °C / 14 °F tot 122 °F
Beter dan ±0,5 seconden per dag bij een temperatuur van 25 °C / 77 °F. De grootste van ±1% of 1 hsm. De definities zijn van toepassing bij gelijkmatige omstandigheden.
0-127 km/u of 0-75 mph
-550 m tot +9000 m / -1800 ft tot +29500 ft
5 m / 20 ft
Limietwaarden fietscomputer
Maximum aantal bestanden:
Maximale tijd:
Maximum aantal ronden: 99
Totale afstand:
Totale duur:
Totaal calorieën:
Totaal aantal trainingen: 9999
Totale stijging:
99
99 uur 59 min. 59 sec.
999 999 km / 621370 mi
9999 uur, 59 min. en 59 sec.
999.999 kcal
304.795 m / 999.980 ft
Hartslagsensor
Levensduur batterij Polar H3 hartslagsensor:
Batterijtype:
Afsluitring voor de batterij:
Gebruikstemperatuur:
Materiaal zender:
Materiaal borstband:
1600 u
CR2025
0-ring 20,0 x 0,90, siliconen
-10^ tot +40^ / 14^ tot 104^
Polyamide
38% polyamide, 29% polyurethaan, 20% elastaaan, 13% polyester
Polar ProTrainer 5 ^TM
Systeemeisen:
PC
Windows® 2000/XP (32-bits), Vista
IrDA-compatibele poort (een extern IrDA-apparaat of een interne IR-poort)
Daarnaast dient uw PC voor de software een Pentium II 200 MHz of snellere processor te hebben, een monitor met SVGA- of hogere resolutie, 50 MB schijfruimte en een CD-ROM-station.
Polar WebLink met IrDA-communicatie
Systeemeisen:
PC
Windows® 2000/XP/Vista 32/64-bits of Windows 7 32/64-bits
IrDA-compatibele poort (een extern IrDA-apparaat of een interne IR-poort)
De Polar fietscomputer toont uw prestatie-indicatoren. Hij is bedoeld om het niveau van lichamelijke belasting en van het herstel aan te geven tijdens en na een trainingssessie. Ook meet de computer de snelheid en de afstand bij het fietsen met een Polar snelheidssensor. De Polar G5 GPS sensor bepaalt de snelheid, afstand en de locatie en levert bovendien route-informatie. De Polar trapfrequentiesensor is bedoeld voor het meten van de trapfrequentie tijdens het fietsen. Het Polar LOOK Kéo Power systeem is bedoeld voor het meten van het geleverd vermogen tijdens het fietsen. Zij zijn niet geschikt of bedoeld voor andere doeleinden.
De Polar fietscomputer dient niet te worden gebruikt voor het uitvoeren van milieumetingen waarvoor professionele of industriële precisie vereist is. Bovendien dient het instrument niet te worden gebruikt voor
NEDERLANDS
het uitvoeren van metingen tijdens onderwateractiviteiten en activiteiten in de lucht.
De waterbestendigheid van Polar producten is getest volgens de internationale standaard IEC 60529 IPX7 (1 m, 30 min, 20 °C). Producten worden verdeeld in vier categorieën, afhankelijk van de waterbestendigheid. Zie de achterzijde van uw Polar product voor de waterbestendigheidscategorie en vergelijk deze in onderstaande tabel. Deze definities zijn niet noodzakelijkerwijs van toepassing op producten van andere fabrikanten.
| Markering op de bodemplaat | Kenmerken waterbestendigheid |
| Waterbestendig IPX7* | Niet geschikt voor baden en zwemmen. Bestand tegen waterspatten en regendruppels. Niet wassen met hogedrukreiniger. |
| Waterbestendig** | Niet geschikt voor zwemmen. Bestand tegen spatwater, zweet, regendruppels enz. Niet wassen met hogedrukreiniger. |
| Waterbestendig 30 m/50 m** | Geschikt voor baden en zwemmen. |
| Waterbestendig 100 m | Geschikt voor zwemmen en snorkelen (zonder zuurstoftanks). |
* Polar LOOK Kéo Power systeem
** Polar CS600X fietscomputer, CS snelheidssensor W.I.N.D. en CS trapfrequentiesensor W.I.N.D.
*** De Polar H3 hartslagsensor is waterbestendig tot 30 m, maar meet de hartslag niet onder water.
Vaak gestelde vragen
Wat moet ik doen als...
...het batterijsymbool en Battery low (Batterij bijna leeg) verschijnen?
De batterijindicator is gewoonlijk het eerste teken dat de batterij bijna leeg is. Bij koud weer kan de batterijindicator echter ook verschijnen. De indicator verdwijnt zodra u weer in een warmere omgeving komt. Wanneer het symbool verschijnt, worden het geluid en de verlichting van de fietscomputer automatisch uitgeschakeld. Zie Onderhoud (pagina 61) voor meer informatie over het vervangen van de batterij.
...ik niet weet waar ik ben in het menu?
Houd STOP ingedrukt tot de tijd wordt weergegeven.
...de knoppen niet reageren?
Reset de fietscomputer door alle knoppen aan de zijkant tegelijk twee seconden ingedrukt te houden. Druk vervolgens op de rode knop. Start with bike settings (Start met fietsinstellingen) verschijnt. U kunt de fietsinstellingen accepteren met OK of de fietsinstellingen wijzigen. Daarna verschijnt Basic Settings (Basisinstellingen). Stel nu de datum en de tijd in; alle andere instellingen worden opgeslagen. Zie Basisinstellingen (pagina 9) en Wielmaat meten (pagina 8) voor meer informatie. Als u de overige instellingen niet wilt wijzigen, kunt u deze overslaan door STOP ingedrukt te houden. Alle trainingsgegevens worden opgeslagen.
...de fietscomputer de calorieën niet meet?
Het calorieverbruik wordt alleen berekend wanneer u de hartslagsensor draagt en alle basisinstellingen correct zijn ingevoerd. Zie Basisinstellingen (pagina 9) voor meer informatie.
...iemand anders met een fietscomputer of hartslagmeter interferentie veroorzaakt?
Zie Voorzorgsmaatregelen (pagina 63).
...de hartslag onregelmatig of extreem hoog wordt, of nul (00) aangeeft?
• Zorg dat de fietscomputer zich niet verder dan 40 m/131 ft van de hartslagsensor bevindt.
- Controleer of de band van de hartslagsensor niet losser is gaan zitten tijdens het trainen.
- Zorg ervoor dat de textiele elektroden in de sportkleding goed aansluiten op uw lichaam.
- Controleer of de elektroden van de hartslagsensor of de sportkleding vochtig zijn.
- Controleer of de hartslagsensor of de sportkleding schoon is.
- Zorg ervoor dat geen andere hartslagsensor zender binnen 40 m/131 ft aanwezig is.
- Krachtige elektromagnetische signalen kunnen tot onregelmatige metingen leiden. Zie Voorzorgsmaatregelen (pagina 63) voor meer informatie.
- Als de hartslagmeting onregelmatig blijft, ondanks dat u uit de buurt bent gegaan van de storingsbron, verlaag dan uw snelheid en controleer handmatig uw hartslag. Als de hartslag overeen lijkt te komen met de hoge meting op het display, hebt u mogelijk last van hartritmestoornissen. De meeste gevallen van hartritmestoornissen zijn niet ernstig, maar u kunt beter toch uw arts raadplegen.
- Een hartprobleem kan uw ECG-diagram hebben veranderd. Raadpleeg in dat geval uw arts.
...Check WearLink! (Wearlink controlleren!) verschijnt en de fietscomputer het hartslagsignaal niet kan vinden?
- Zorg dat de fietscomputer zich niet verder dan 40 m/131 ft van de hartslagsensor bevindt.
- Controleer of de band van de hartslagsensor niet losser is gaan zitten tijdens het trainen.
- Zorg ervoor dat de textiele elektroden in de sportkleding goed aansluiten op uw lichaam.
- Controleer of de elektroden van de hartslagsensor of de sportkleding vochtig zijn.
- Controleer of de hartslagsensor en de elektroden in de sportkleding schoon en niet beschadigd zijn.
- Als de hartslagmeting niet werkt met de sportkleding, probeer het dan met een zachte borstband. Als uw hartslag met de borstband wordt waargenomen, zit het probleem waarschijnlijk in de kleding. Neem contact op met de kledingverkoper of -fabrikant.
- Als u alle bovenstaande handelingen hebt uitgevoerd, maar de melding nog steeds verschijnt en de hartslagmeting niet werkt, dan is mogelijk de batterij van de hartslagsensor leeg. Zie Onderhoud (pagina 61) voor meer informatie.
i Uw fietscomputer verwijst als WearLink naar de hartslagsensor.
...New WearLink found. Teach new WearLink? (Nieuwe WearLink gevonden. Nieuwe WearLink aanmelden?) wordt weergegeven?
Als u een nieuwe hartslagsensor als accessoire hebt gekocht, moet deze bij de fietscomputer worden geïntroduceerd. Zie Nieuwe hartslagsensor gebruiken (pagina 54) voor meer informatie.
Als u de bij de productset behorende hartslagsensor gebruikt en deze tekst op het display verschijnt, detecteert de fietscomputer mogelijk het signaal van een andere hartslagsensor. Controleer in dat geval of u uw eigen hartslagsensor draagt, of de elektroden bevochtigd zijn en of de hartslagsensor niet los zit. Als de melding nog steeds verschijnt, is de batterij van uw hartslagsensor leeg. Zie Onderhoud (pagina 61) voor meer informatie.
...Check Speed! (Controleer snelheid!) verschijnt?
Zie de gebruiksaanwijzing van de snelheidssensor W.I.N.D. voor meer informatie.
...Check Speed! (Controleer vermogen!) verschijnt?*
Controleer of de functie Vermogenssensor geactiveerd is in de fietscomputer. Als dat zo is, moet het fietsersymbool zichtbaar zijn op de computer. Zorg ervoor dat uw vermogenssensor correct gepositioneerd is. De batterij van uw vermogenssensor is mogelijk leeg. Zie de gebruiksaanwijzing van de vermogenssensor voor meer informatie.
...Teach new sensor? (Nieuwe sensor aanmelden?) verschijnt?
Als u een nieuwe Polar H3 hartslagsensor, een Polar trapfrequentiesensor W.I.N.D.* of een Polar LOOK Kéo Power systeem* als accessoire hebt gekocht, moet deze worden geïntroduceerd bij de fietscomputer. Zie Nieuwe accessoire gebruiken (pagina 55) voor meer informatie.
NEDERLANDS
...de hoogte blijft veranderen, zelfs als ik niet beweeg?
De fietscomputer zet de gemeten luchtdruk om in een hoogtemeting. Hierdoor kunnen wijzigingen in de weersomstandigheden wijzigingen in de hoogtemetingen veroorzaken.
...de aangegeven hoogte onjuist is?
Uw hoogtemeter kan een onjuiste hoogte aangeven als deze blootgesteld is aan externe factoren, zoals harde wind of airconditioning. Probeer in dat geval de hoogtemeter te kalibreren. Als de metingen doorlopend onjuist zijn, worden de luchtdrukkanalen mogelijk geblokkeerd door vuil of stof. Stuur de fietscomputer in dat geval op naar een Polar Service Center.
....Memory low (Weinig geheugen) verschijnt?
Memory low (Weinig geheugen) verschijnt als er nog voor ongeveer één uur geheugen beschikbaar is. Als het geheugen vol is, verschijnt Memory full (Geheugen vol). Maak geheugenruimte vrij door trainingsgegevens over te brengen naar de Polar ProTrainer 5-software en wis deze gegevens uit het geheugen van de fietscomputer.
* Optionele sensor vereist.
Beperkte internationale garantie van Polar
- Deze garantie heeft geen invloed op de wettelijke rechten van de klant volgens de geldende nationale en Europese regelgeving, noch op de rechten van de klant ten opzichte van de dealer die voortvloeien uit hun verkoop- of aankoopovereenkomst.
- Deze beperkte internationale garantie wordt verleend door Polar Electro Inc. aan klanten die dit product in de Verenigde Staten of Canada hebben aangeschaft. Deze beperkte internationale garantie wordt verleend door Polar Electro Oy aan klanten die dit product in andere landen hebben aangeschaft.
- Polar Electro Oy/Polar Electro Inc. verleent de oorspronkelijke gebruiker of koper van dit product garantie tegen materiaal- en productiefouten gedurende twee (2) jaar na de aankoopdatum.
- De kassabon van de oorspronkelijke aanschaf is uw aankoopbewijs!
- De garantie geldt niet voor de batterij, normale slijtage, schade ten gevolge van onjuist of oneigenlijk gebruik, ongevallen, het niet voldoen aan de voorzorgsmaatregelen, onjuist onderhoud, commercieel gebruik, gebarsten of gebroken behuizingen of displays, de armband, de elastische band en Polar-kleding.
- De garantie geldt niet voor schade, verlies, kosten of uitgaven die direct, indirect of incidenteel als gevolg van of als zodanig voortvloeien uit of samenhangen met het product.
- Tweedehands gekochte artikelen zijn niet gedekt door de garantie van twee (2) jaar, tenzij door plaatselijke wetgeving anders is bepaald.
- Gedurende de garantieperiode zal het product worden gerepareerd of vervangen door een van de erkende Polar Service Centers, ongeacht het land van aankoop.
Garantie ten aanzien van enig product is beperkt tot landen waarin het product oorspronkelijk op de markt is gebracht.
C€0537
Dit product voldoet aan de richtlijnen 93/42/EEC, 1999/5/EC en 2011/65/EU. De desbetreffende conformiteitsverklaring is beschikbaar op www.polar.com/support [http://www.polar.com/support].

Het symbool van de doorgekruiste verrijdbare afvalcontainer geeft aan dat de Polar-producten elektronische apparaten zijn en onder de richtlijn 2002/96/EC vallen van het Europese Parlement en de Raad van elektrische en elektronische afvalproducten (WEEE). In de producten gebruikte batterijen en accu's vallen onder de richtlijn 2006/66/EC van het Europese Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's. Deze producten en de batterijen en accu's in Polar-producten moeten dus afzonderlijk worden opgeruimd in de EU-landen.

Deze aanduiding geeft aan dat het product beveiligd is tegen elektrische schokken.
Informatie over regelgeving is beschikbaar op www.polar.com/support [http://www.polar.com/support].
Polar Electro Oy is een met ISO 9001:2008 gecertificeerde onderneming.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze gebruiksaanwijzing mag zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van Polar Electro Oy in welke vorm dan ook worden gebruikt of gereproduceerd. De namen en logo's die in deze gebruiksaanwijzing of op de verpakking van dit product zijn handelsmerken van Polar Electro Oy. De namen en logo's die in deze gebruiksaanwijzing of op de verpakking van dit product met het symbool ^® zijn gemarkeerd, zijn gedeponeerde handelsmerken van Polar Electro Oy. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation en Mac OS is een gedeponeerd handelsmerk van Apple Inc.
Aansprakelijkheid
- De inhoud van deze gebruiksaanwijzing dient uitsluitend ter informatie. De hierin beschreven producten kunnen in verband met het voortdurende ontwikkelingsprogramma van de fabrikant zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
- Polar Electro Inc. / Polar Electro Oy geeft geen garanties voor deze snel van start gids of de hierin beschreven producten.
- Op geen enkele wijze kan Polar Electro Inc. / Polar Electro Oy aansprakelijk worden gesteld voor schade, verlies, kosten en uitgaven die direct, indirect of incidenteel als gevolg of als zodanig voortvloeien uit of samenhangen met het gebruik van dit materiaal of de hierin beschreven producten.
Dit product is gepatenteerd door een van de volgende patenten:
US6361502, EP1405594, FI 111514B, DE19781642T1, GB2326240, HK1016857, US6277080, US20070082789, EP1795128, FI20085432, US12/434143, EP09159601.5, FI114202, US6537227, EP1147790, HK1040065, FI115289, EP1127544, US6540686, HK1041188, FI 110303, US6104947, EP0748185, JP3831410, EP1694106, US7226321.
Andere octrooien aangevraagd.
Geproduceerd door:
Polar Electro Oy
Professorintie 5
FIN-90440 KEMPELE
Tel +358 8 5202 100
Fax +358 8 5202 300
www.polar.com [http://www.polar.com]
17937603.02 NLD 01/2013
REGISTER
12/24-uursnotatie 43
Aanmelden 54
Activiteitenniveau 40
Aftellen tot evenement 42
Alarminstelling 43
Automatische ronderegistratie aan- en uitschakelen 37
Batterij bijna leeg 66
Batterij vervangen 61
Bestand verwijderen 33
Calorieverbruik 25
Datuminstellingen 43
Display aanpassen 18
Display inzoomen 22
Display verlichten 22
Fasen 45
Fietscomputer resetten 66
Fietssymbool 16, 19
Fitnessstest 47
Garantie 61, 68
Gegevensoverdracht 25
Geluid 41
Geprogrammeerde training 44, 45
Handmatige limieten 13
Hartslagmeting starten 16
Hartslagsensor 14
Hartslagzones 13
Herinneringen 42
HF_max-p 48
Hoogtekalibratie 34
HR _max 40,58
HR_sit^max 40, 59
Instelling eenheden 41
Intervaltraining 12
Knoppen op de fietscomputer 9
Knopvergrendeling 41
Nachtmodus 22
Onderhoudsinstructies 61
OwnIndex 47
OwnOptimizer 50
OwnZone 23,58
Snelheidslimieten 13
Taalinstellingen 41
Tijdinstellingen 43
Tijdzone 43
Timer instellen 13
Titels 18
Totalen 33
Totalenbestand resetten 33
Training analyseren in de software 25
Trainingen maken 12
Training pauzeren 23
Trainingsgegevens terugzoeken 25
Trainingsinstellingen 12, 13
Trainingsregistratie starten 16
Trainingstype kiezen 12
Trapfrequentie: Aan / Uit 39
Trend fitnesstest 49
Vaak gestelde vragen 66
Verlichting 9
Vermogen aan/uit 38
Verwachte maximale hartslag 48
VO_2max 40, 47
Volume 41
Voorzorgsmaatregelen 63
Waterbestendigheid 66




