Tech 160 - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Tech 160 AL-KO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Tech 160 AL-KO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Tech 160 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Tech 160 van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING Tech 160 AL-KO
NL Vertaling van de originele gebruikershandleiding.... 34
Beschrijving van het product....34
Veiligheidsvoorschriften....36
Montage....37
Inbedrijfstelling....38
Onderhoud en verzorging.... 43
Opslag.... 45
Reparatie....45
Afvoeren.... 45
Hulp bij storingen.... 46
EG-Verklaring van Conformiteit.... 47
GARANTIE.... 47
OVER DIT HANDBOEK
Lees deze documentatie door voordat u de grasmaaier gaat gebruiken. Dit is een voorwaarde om veilig te kunnen werken en voor een storingvrij gebruik. Maak u vertrouwd met de werking van de bedienorganen en met de werking van de machine.
Raadpleeg de veiligheidinstructies en waarschuwingen, opgenomen in deze documentatie en aangebracht op de machine.
Deze documentatie vormt een permanent onderdeel van het beschreven product en moet bij verkoop aan de koper worden overhandigd.
Verklaring van de pictogrammen

LET OP!
Het nauwkeurig in acht nemen van deze waarschuwingen kan verwondingen en/ of materiële schade voorkomen.

Speciale aanwijzingen voor een beter begrip en gebruik.
Deze documentatie beschrijft verscheidene modellen grasmaaiers, die voorzien zijn van een benzinemotor. Enkele modellen zijn voorzien van een grasopvangbak en/of zijn bovendien geschikt om mee te mulchen.
Identificeer uw model grasmaaier aan de hand van de productfoto's en de beschrijving van de verscheidene opties.
Beoogd gebruik
Deze machine is bedoeld voor het maaien van gazons in particulier gebruik. Gebruik de grasmaaier uitsluitend op een droog gazon.
Elk ander of verdergaand gebruik geldt als niet beoogd.
Mogelijk onjuist gebruik
- Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik in openbare omgevingen, parken, op sportterreinen of in de landen bosbouw.
U mag de veiligheidvoorzieningen niet demonteren of overbruggen. - Gebruik de machine niet bij regen en/of op nat gras.
- Gebruik de machine niet bedrijfsmatig.
Veiligheidvoorzieningen en beschermende voorzieningen

LET OP!
Risico op letsel!
Veiligheidsvoorzieningen en beveiligingen mogen niet buiten werking worden gesteld.
Veiligheidbeugel
De machine is voorzien van een veiligheidbeugel.

LET OP!
Gevaar voor letsel!
Laat de veiligheidbeugel los zodra ge- vaar dreigt.
Maaimachines zonder maaikoppeling:
■ Maaimessen worden gestopt
Motor wordt gestopt
Maaimachines met maaikoppeling:
Maaimessen worden gestopt
Let op! - Motor loopt verder
Beschermklep
De beschermklep houdt eruitspringende voorwerpen tegen.
Productoverzicht

| 1 Startkabel 10 Maaikoppeling * | ||
| 2 Start, Stop * 11 Variotransmissie * | ||
| 3 Tractievoorziening (aandrijving van de wie- len) * | 12 Gebruikershandleiding | |
| 4 Veiligheidbeugel 13 Uitwerper * | ||
| 5 Ergonomische hoogteversteller * 14 Sluitklap * | ||
| 6 Niveau-indicator * 15 Mulcher * | ||
| 7 Stuitklap* 16 Brandstoftank | ||
| 8 Grasopvangbak * 17 Olievulstomp | ||
| 9 Maaihoogteversteller * | ||
* afhankelijk van de uitvoering
Symbolen op het apparaat
![]() | Let op!Wees voorzichtig in de omgang met de machinebediening! |
![]() | Lees eerst de gebruikershandleiding door voordat u de machine gaat gebruiken! |
![]() | Let op!Houd anderen uit de buurt van de gevarenzone! |
![]() | Let op!Houd handen en voeten weg van het snijmechanisme! |
![]() | Houd afstand tot de gevarenzone! |
![]() | Neem eerst de steker van de bougie weg voordat u werkzaamheden aan het snijwerk gaat verrichten! |
![]() | Los de motorrem! |
![]() | Schakel de tractie in! |
![]() | Gasafstandsbediening Stop / Start |
| Additionele symbolen bij machines met elektrischestartmotor | |
| Let op!Let op! Gevaar door elektrische schokken! | |
| Let op!Houd de aansluitkabel weg van de snijmessen! | |
| Scheid de machine altijd van het elektriciteitsnet als u onderhoud gaat plegen of als de netvoedingkabel beschadigd is! | |
Additionele symbolen bij machines met elektrischestartmotor
| Let op!Let op! Gevaar door elektrische schokken! | |
| Let op!Houd de aansluitkabel weg van de snij-messen! | |
| Scheid de machine altijd van het elek-triciteitsnet als u onderhoud gaat ple-gen of als de netvoedingkabel beschadigd is! |
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

LET OP!
Gebruik de machine uitsluitend in technisch correcte staat!

LET OP!
Risico op letsel!
Veiligheidsvoorzieningen en beveiligingen mogen niet buiten werking worden gesteld.

VOORZICHTIG!
Gevaar voor brand!
Zet een volgetankte machine niet weg in een gebouw, waar benzinedampen in contact zouden kunnen met vuur of met vonken!
Houd de omgeving van motor, uitlaat, accubak, brandstoftank vrij van maaisel, benzine en motorolie.

LET OP!
Brandgevaar!
Benzine en olie zijn uiterst brandbaar!
Derden buiten de gevarenzone houden
Ga nooit maaien terwijl er dieren of mensen, met name kinderen, in de nabijheid zijn.
De gebruiker of de bediener van de machine is verantwoordelijk voor ongevallen met andere personen en hun eigendommen.
- Kinderen en personen die deze gebruiksaanwijzing niet kennen, mogen de machine niet gebruiken
De plaatselijke regelgeving met betrekking tot de minimumleeftijd van de bedienende persoon in acht nemen.
De machine niet bedienen onder invloed van alcohol, drugs of medicatie.
Draag geschikte werkkleding:
lange broek
■ stevige en stroeve schoenen
■ gehoorbeschermers
Bij het werken op hellingen:
■ Werk nooit op een gladde en glibberige helling.
Altijd opletten dat u stabiel staat.
Altijd dwars ten opzichte van de helling maaken, nooit omhoog of omlaag.
Niet maaien op helling van meer dan 20°!
Wees zeer voorzichtig bij het keren!
■ Werk alleen bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting
Houd lichaam, ledematen en kleding uit de buurt van het snijmechanisme.
Neem de specifieke voorschriften voor de gebruikstijden in uw land in acht.
Laat een machine die gereed is voor gebruik niet zonder toezicht ergens staan
Maai alleen met een scherp snijmes
- Gebruik het apparaat nooit wanneer beveiligingen ontbreken of beschadigd zijn.
- Gebruik de machine nooit als de veiligheidvoorzieningen (bijvoorbeeld: de stuitklep, grasopvang) niet volledig zijn gemonteerd
Inspecteer de machine voorafgaand aan elk gebruik op beschadigingen. Laat alle beschadigde onderdelen vervangen voordat u de machine weer gaat gebruiken.
Vervang versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten uitsluitend per stel om onbalans te voorkomen.
Ontkoppel alle messen en aandrijvingen voordat u de motor gaat starten.
Schakel de motor uit, wacht tot de machine tot stilstand is gekomen (zowel het rijwerk als het snijwerk) neem de startsleutel uit en neem de bougiesteker los:
bij het verlaten van de machine
bij het inspecteren, schoonmaken of bij het uitvoeren van werkzaamheden aan de machine
na het optreden van storingen
■ voor het wegnemen van blokkeringen
■ voor het verwijderen van verstoppingen
na contact met vreemde voorwerpen
alvorens u gaat bijtanken
als zich storingen voordoen of als de machine op een ongebruikelijk manier trilt (onverwijld inspecteren is dan een vereiste)

Zoek naar beschadigingen aan de grasmaaier en voer de vereiste reparaties uit alvorens u de machine opnieuw gaat starten of met de grasmaaier gaat werken.
Steek de steker van de bougiekabel op de bougie en start de motor
zodra de storing is verhopen (zie storing-tabel) en u de machine hebt geïnspecte-erd,
na het schoonmaken van de machine.
Start de motor niet als u voor het uitwerpkanaal staat.
Inspecteer het te maaien gazon eerst zorg-vuldig en verwijder alle vreemde voorwerpen.
Let bijzonder goed op als u de rijrichting van de grasmaaier omkeert of als u de grasmaaier naar u toetrekt
Maai niet over obstakels (bijv. takken, boomwortels)
Gemaaid materiaal alleen bij stilstaande motor verwijderen.
Schakel de motor uit, wanneer u een vlak oversteekt dat niet hoeft te worden gemaaid
- Til of draag de machine nooit met lopende motor
Eet of drink niet als u benzine of motorolie bijvult.
Adem benzinedampen niet in.
- Gebruik de machine op wandelsnelheid.
Inspecteer voorafgaand aan het gebruik of moeren, schroeven en bouten goed vastzitten.
Sluit de smoorklep als de motor na het uitschakelen uitloopt. Is de motor voorzien van een benzineafsluiter? Sluit deze dan zodra u klaar met maaien bent.
MONTAGE
Raadpleeg de bijgesloten montagehandleiding.

LET OP!
U mag de machine pas gebruiken nadat die volledig is gemonteerd.
Tanken
Vul de brandstoftank van de benzinemotor van de grasmaaier voordat u deze machine gaat gebruiken.

WAARSCHUWING!
Brandgevaar!
Benzine en olie zijn uiterst brandbaar!

Raadpleeg altijd de meegeleverde gebruikershandleiding, verstrekt door de fabrikant van de motor.
Bedrijfsstoffen
| Benzine Motorolie | ||
| Soort Normale benzine / loodvrij | Zie de instructie van de motorfabrikant | |
| Tank-inhoud | Zie de instructie van de motorfabrikant | ca. 0,6 liter |
Bedrijfsstoffen
Veiligheid

WAARSCHUWING!
De motor nooit in afgesloten ruimten la- ten lopen. Vergiftigingsgevaar!
Bewaar benzine en olie uitsluitend in daar- voor bestemde voorraadtanks.
Vul benzine of motorolie uitsluitend in de open lucht bij als de motor koud is. Datzelfde geldt voor het laten aflopen van benzine of motorolie.
- Vul nooit benzine of motorolie bij als de motor loopt..
- Vul de tank niet te vol (benzine expandeert).
Bij het tanken niet roken
De tankdop bij lopende of warme motor niet openen
Beschadigde tank of tankdop vervangen
De tankdop altijd goed sluiten
Start in geen geval de motor als u benzine hebt gemorst. Duw de machine weg van oppervlakken waarop benzine is gemorst. Start de motor niet voordat de benzinedampen zijn weggetrokken.
■ Hebt u motorolie gemorst of is er motorolie uitgelopen:
■ Start dan de motor niet
Neem uitgelopen of gemorste motorolie op met een oliebindmiddel of lap. Verwijder bindmiddel en lap volgens de voorschriften
■ Maak de machine schoon

Afgewerkte olie:
■ hoort niet bij huishoudelijk afval
hoort niet in het riool, in afwatering of in de aarde terecht te komen
Wij adviseren u afgewerkte olie in een gesloten vat te gieten en af te geven bij een inzamelpunt voor hergebruik of bij een klantenservicepunt.
Benzine bijvullen
- Schroef de tankdop los. Leg de tankdop op een schone plek weg.
- Plaats een trechter in de vulstomp en giet benzine bij.
- Sluit de tankdop stevig. Maak de omgeving van tankdop en vulstomp schoon.
Motorolie bijvullen
- Schroef de oliedop los. Leg de oliedop op een schone plek weg.
- Plaats een trechter in de vulstomp en giet motorolie bij.
- Sluit de olievulopening en maak de omgeving ervan schoon.
INBEDRIJFSTELLING

LET OP!
Het apparaat mag niet worden gebruikt met een los, beschadigd of versleten snijmechanisme en/of bevestigingsonderdelen.
Vóór ingebruikname altijd een visuele controle uitvoeren.
Instellen van de maaihoogte

LET OP!
Gevaar voor letsel!
Verstel de maaihoogte uitsluitend bij uitgeschakelde motor en stilstaande snijmessen.

Stel op alle wielen dezelfde maaihoogte in.
De manier van verstellen van de maaihoogte verschilt per model.
Centrale versteller (1)
Houd de knop van de centrale hoogteversteller ingedrukt. (1/1)
Druk voor kort maaien de handgreep van de centrale hoogteversteller omlaag. (1/2)
Druk voor lang maaien de hand-greep van de centrale hoogteversteller omhoog. (1/2)
De stand van de centrale hoogteversteller wordt getoond. (1/3)
Laat de knop los in de gewenste maaihoogte.
Asverstelller of centrale versteller (2, 3)
Druk om te ontgrendelen de hendel opzij en houd deze vast.
Druk de hendel naar links of naar rechts tot u de gewenste maaihoogte hebt bereikt.
■ Laat de hendel zich vergrendelen.
Let op de juiste vergrendelstand van alle wie- len.
Versteller voor een enkel wiel of asversteller (4)
Druk om te ontgrendelen de hendel opzij en houd deze vast.
Druk de hendel naar links of naar rechts tot u de gewenste maaihoogte hebt bereikt.
■ Laat de hendel zich vergrendelen.
Let op de juiste vergrendelstand van alle wielen.
Versteller voor een enkel wiel (5)
Los de wielschroef linksom of rechtsom draaiend.
■ Steek de wielschroef in het gat voor de gewenste maaihoogte.
Draai de wielschroef vast.

De wielschroeven zijn voorzien van linksdraaiende schroefdraad of van rechtsdraaiende schroefdraad. Let bij het inschroeven op de juiste richting van de schroefdraad in de behuizing van de maaimachine en zorg dat u de bijbehorende schroeven gebruikt.
Let erop dat de gatpositie bij alle wielen identiek is.
Centrale asversteller (6)
Leg beide duimen op de uiteinden van de as.
Leg een vinger onder de behuizing van de maaier.
■ Trek de as met beide duimen uit de huidige inkeping voor de maaihoogte.
■ Trek de as met beide duimen naar de gewenste inkeping voor de maaihoogte en laat de as vergrendelen.
- Let op de juiste vergrendelstand van alle wielen.
Maaien met grasopvangbak (8)

LET OP!
Gevaar voor letsel!
Verwijder of bevestig de grasopvangbak uitsluitend als de motor is uitgeschakeld en als de snijmessen tot stilstand zijn gekomen.
- Til de stuitklep op en plaats de grasopvangbak in zijn houder.
Niveau-indicator
De niveau-indicatie wordt door de luchtstroom bij het maaien naar boven gedrukt (7a). Als de grasopvangbak vol is, ligt de niveau-indicatie tegen de bak (7b). De grasopvangbak moet worden leeggemaakt.
Legen van de grasopvangbak
- Til de stuitklep op.
- Haak de grasopvangbak uit en neem deze naar achter toe weg (8).
- Leeg de grasopvangbak.
- Til de stuitklep op en plaats de grasopvangbak weer in zijn houder (8).
Maaien zonder grasopvangbak

LET OP!
Gevaar voor letsel!
Maai uitsluitend zonder grasopvangbak als de draaiveer van de stuitklep goed werkt!
De stuitklep ligt door de kracht van de veer tegen de behuizing van de grasmaaier aan. Het maaisel wordt zo naar achteren toe uitgeworpen.
Mulchen met de mulcher (optie)
Bij mulchen wordt het maaisel niet verzameld maar blijft op het gazon achter. Mulch beschermt
de grond tegen uitdrogen en voorziet de grond van voedingstoffen.
U verkrijgt de beste resultaten als u het gras regelmatig ca. 2 cm afmaait. Uitsluitend jong gras met een zachte bladstructuur verteert snel.
Grashoogte voorafgaand aan het mulchen: maximaal 8 cm
Grashoogte na het mulchen: minstens 4 cm

Pas uw loopsnelheid bij het mulchen aan. Loop niet te snel!
Plaatsen van de mulcher

LET OP! Gevaar voor letsel!
Plaats de mulcher of neem de mulcher uitsluitend weg als de motor is uitgeschakeld en als de snijmessen tot stilstand zijn gekomen!
- Neem de grasopvangbak weg. (8)
- Til de stuitklep op en plaats de mulcher in de uitwerpschacht. (9)
De vergrendeling moet vastklikken.

Vergrendelt de mulcher niet? Dan kunnen mulcher en snijmessen beschadigd raken.
Wegnemen van de mulcher

LET OP! Gevaar voor letsel!
Plaats de mulcher of neem de mulcher uitsluitend weg als de motor is uitgeschakeld en als de snijmessen tot stilstand zijn gekomen!
- Til de stuitklep op. (10)
- Ontgrendel de mulcher. (10)
- Trek de mulcher uit de uitwerpschacht.
Maaien met zij-uitworp (optie)

LET OP! Gevaar voor letsel!
Verwijder of bevestig de zij-uitwerper uitsluitend als de motor is uitgeschakeld en als de snijmessen tot stilstand zijn gekomen!
Aanbrengen van de zij-uitwerper
- Neem de grasopvangbak weg en plaats de mulcher.
- Klap de afdekplaat voor de zij-uitwerper omhoog en houd die klep vast (11/1).
- Plaats het zij-uitwerpkanaal (11/2).
- Sluit de afdekplaat langzaam.
⇒ De afdekplaat borgt dat het zij-uitwerpkanaal niet kan uitvallen.
Wegnemen van de zij-uitwerper
- Klap de afdekplaat voor de zij-uitwerper omhoog en houd die klep vast (11/1).
- Neem de zij-uitwerper weg en sluit de afdekplaat (11/2).
Instellen van de hoogte van de greep (optie)
U kunt de hoogte van de greep naar behoefte in twee standen instellen.
1 Draai beide greepschroeven uit de schroef-koppeling van de onderstang.
2 Neem de schroefbouten uit. Steek ze op de gewenste greepstand weer in een van beide vierkantboringen op de houders en in de onderstang (12).
Let erop dat u in elke houder dezelfde boring gebruikt!
3 Let erop dat u in elke houder dezelfde boring gebruikt!
Starten van de motor

WAARSCHUWING!
De motor nooit in afgesloten ruimten la- ten lopen. Vergiftigingsgevaar!

LET OP! Gevaar voor letsel!
Kantel de machine niet tijdens het starten!

Start de motor uitsluitend als de messen zijn gemonteerd (de messen fungeren als vliegwiel)!
- Gebruik bij het starten van een bedrijfswarme motor (HONDA) de knop voor choke of de knop voor de brandstofopvoer NIET!
Wijzig de instellingen van de brandstofregelaar op de motor niet!
Versteller voor een enkel wiel of asversteller (4)
Druk om te ontgrendelen de hendel opzij en houd deze vast.
Druk de hendel naar links of naar rechts tot u de gewenste maaihoogte hebt bereikt.
Laat de hendel zich vergrendelen.
Let op de juiste vergrendelstand van alle wie- len.
Start de machine niet als het uitwerpkanaal niet door een van onderstaande onderdelen wordt afgedekt:
Grasopvangbak
Stuitklep
Mulcher
Bedien de startschakelaar met bijzonder op- merkzaamheid en wel in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.
Let op een voldoende afstand van uw voeten tot het snijwerk.
■ Start de machine in laag gras.
Positietekens op de machine
| Choke * | ![]() | ||
| Starten Draaien Stoppen | |||
| Gasaf-standsbediening * | ![]() | ||
| Starten Stoppen | |||
| Gasaf-standsbediening met choke * | ![]() | ||
| Variotransmissie * | ![]() | ||
| Snel Langzaam | |||
| Maaikoppe-ling * | ![]() | ||
| Aan Uit | |||
* afhankelijk van de uitvoering
Handmatig starten
zonder gasafstandsbediening, met choke
| Choke * | ![]() | ||
![]() | |||
| [3HT] | ![]() | ||
1 Breng de choke in de stand (13/1).
2 Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (17) – De veiligheidbeugel vergrendelt niet.
3 Trek de handstarter snel uit en laat die start-kabel daarna weer langzaam inrollen (18).
4 Na het opwarmen van de motor (ca. 15...20 seconden) brengt u de choke naar stand 2 (13/2).

De motor is voorzien van een vaste instelling voor de brandstoftoevoer. Daarom kunt u het toerental niet regelen.
zonder gasafstandsbediening, met benzi-neopvoer (16)
1 Druk met tussenpozen van twee seconden op de knop om brandstof op te voeren (16). Druk vijfmaal op die brandstofknop als de temperatuur lager is dan 10 °C.
2 Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (17) – De veiligheidbeugel vergrendelt niet.
3 Trek de handstarter snel uit en laat die start-kabel daarna weer langzaam inrollen (18).

De motor is voorzien van een vaste instelling voor de brandstoftoevoer. Daarom kunt u het toerental niet regelen.
zonder afstandbediening, zonder benzineopvoer of choke
1 Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (17) – De veiligheidbeugel vergrendelt niet.
2 Trek de handstarter snel uit en laat die start-kabel daarna weer langzaam inrollen (18).

De motor is voorzien van een vaste instelling voor de brandstoftoevoer. Daarom kunt u het toerental niet regelen.
met de gasafstandsbediening, met choke
Gasaf- standsbe- diening met choke *

1 Breng de gashendel in de stand (N4/1).
2 Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (17) – De veiligheidbeugel vergrendelt niet.
3 Trek de handstarter snel uit en laat de start-kabel daarna weer langzaam inrollen (18).
4 Na het opwarmen van de motor (ca. 15...20 seconden) brengt u de gashendel naar een stand tussen en (14/2).
met gasafstandsbediening, zonder benzi- neopvoer of choke
| Afstandbediening van de gasaf-standsbediening * | ![]() | |
| Starten Stoppen | ||
1 Breng de gashendel in de stand (20/1).
2 Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (17) – De veiligheidbeugel vergrendelt niet.
3 Trek de handstarter snel uit en laat de start-kabel daarna weer langzaam inrollen (18).
4 Na het opwarmen van de motor (ca. 15...20 seconden) brengt u de gashendel naar een stand tussen en (20).
met gasafstandsbediening, met benzineopvoer (16)
| Afstandbediening van de gasaf-standsbediening * | ![]() | |
| Starten Stoppen | ||
1 Breng de gashendel in de stand (20/1).
2 Druk met tussenpozen van twee seconden op de knop om brandstof op te voeren (16). Druk vijfmaal op die brandstofknop als de temperatuur lager is dan 10 °C.
3 Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (17) – De veiligheidbeugel vergrendelt niet.
4 Trek de handstarter snel uit en laat de start-kabel daarna weer langzaam inrollen (18).
5 Breng de gashendel - zodra de motor loopt - om het gewenste toerental in te stellen in een stand tussen en (20).
Elektrisch starten (optie)
Elektrisch starten met brandstofopvoer (16)
1 Breng de gashendel in de stand 'Start' (15/1).
2 Druk met tussenpozen van twee seconden op de knop om brandstof op te voeren (16). Druk vijfmaal op die brandstofknop als de temperatuur lager is dan 10 °C.
3 Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (17) – De veiligheidbeugel vergrendelt niet.
4 Draai de startsleutel in het startslot volledig rechtsom (19).
5 Laat de startsleutel los zodra de motor loopt, (de sleutel springt terug naar de '0 '-stand).
6 Breng de gashendel overeenkomstig het ge- wenste motortoerental in een stand tussen en (15/2).
Elektrisch starten zonder brandstofopvoer/choke (15)
1 Breng de gashendel in de stand 'Start' (15/1).
2 Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (17) – De veiligheidbeugel vergrendelt niet.
3 Draai de startsleutel in het startslot volledig rechtsom (19). Laat de startsleutel los zodra de motor loopt, (de sleutel springt terug naar de '0' -stand).
4 Breng de gashendel overeenkomstig het ge- wenste motortoerental in een stand tussen en (15/2).
Messenkoppeling (optie)
| Messen-koppeling * | ![]() | |
| Aan Uit | ||
U kunt de snijmessen met behulp van de messenkoppeling snijmessen aankoppelen of afkoppelen en wel terwijl de motor doorloopt.
Aankoppelen van de snijmessen
- Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (17).
→ De veiligheidbeugel vergrendelt niet.
- Duw de koppelhendel van u af (21/1).
⇒ De snijmessen worden aangekoppeld.
Afkoppelen van de snijmessen
- Laat de veiligheidbeugel los (25).
⇒ De snijmessen worden afgekoppeld.
⇒ De koppelhendel keert terug in zijn ruststand (21/2).
Uitschakelen van de motor
Machine zonder maaikoppeling
1 Breng de gashendel in de stand (20/2)
2 Laat de veiligheidbeugel los (25).
⇒ De motor schakelt uit.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor snijwonden!
De messenas loopt door! Na uitschakeling niet meteen onder het apparaat grijpen.
Maaimachines met messenkoppeling
Messen- koppeling *


Aan Uit
1 Laat de veiligheidbeugel los (25).
2 Breng de gashendel in de stand (20/2).
→ De motor schakelt uit.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor snijwonden!
De messenas loopt door! Na uitschakeling niet meteen onder het apparaat grijpen.
Tractie (optie)

LET OP!
Schakel de transmissie uitsluitend bij als de motor loopt.
Inschakelen van de tractie
- Trek de veiligheidbeugel tegen de bovenstang en houd beide vast (22) – De transmissieschakelbeugel vergrendelt niet.
⇒ De tractie schakelt in.
Uitschakelen van de tractie
- Laat de transmissieschakelbeugel los (24).
⇒ De tractie schakelt uit.
Variotransmissie (optie)
Variotransmissie *


Snel Langzam
Met behulp van de variotransmissie kunt u de rij-snelheid van de grasmaaier traploos wijzigen.

LET OP!
Bedien de hendel uitsluitend als de motor loopt. Schakelen zonder motoraandrijving kan het aandrijfmechanisme beschadigen.
-
Trek de hendel (23) in de richting (23/2) voor een hogere snelheid #.
-
Trek de hendel (23) in de richting (23/1) voor een lagere snelheid.

Pas de rijsnelheid altijd aan op de toe- stand van grond en gazon!
ONDERHOUD EN VERZORGING

LET OP!
Risico op letsel!
■ Voor alle onderhouds- en verzorgingswerkzaamheden moet de motor altijd worden uitgeschakeld en moet de bougiestekker worden uitgetrokken!
De motor kan nalopen. Controleer na het uitschakelen of de motor echt stilstaat!
Bij onderhouds- en reparatiewerkzaamheden van het mes altijd werkhandschoenen dragen!
Alle moeren, bouten en schroeven moeten vast zijn aangedraaid.
De machine moet in een veilige arbeidstoestand verkeren.
Laat de motor afkoelen voordat u de machine wegzet.
- Inspecteer de grasopvangbak periodiek op goede werking en slijtage.
Maak de machine na elk gebruik schoon.
Spuit de machine niet met water af. Binnendringend water kan aanleiding tot storingen geven (ontsteker, vergasser).
- Inspecteer de snijmessen periodiek op beschadigingen.
- Vervang defect geluiddempers onverwijld.
Neigen van de grasmaaier
Afhankelijk van de fabrikant van de motor moet:
de vergasser / het luchtfilter omhoog wijzen (26)
■ de bougie omhoog wijzen (27)

Raadpleeg de bedieninstructies van de motorfabrikant!
Bijslijpen / vervangen van de snijmessen
Laat stompe of beschadigde snijmessen uitsluitend bij een AL-KO servicestation of een daartoe geautoriseerd en daarin gespecialiseerd bedrijf slijpen of vervangen.
Nageslepen snijmessen moeten gebalanceerd zijn.

LET OP!
Niet uitgebalanceerde snijmessen leiden tot sterke trillingen en beschadigen de maaier.
Opladen van de startaccu (optie)
De startaccu vergt geen onderhoud en wordt gebruikelijk door de maaimachine opgeladen. Onder bijzondere situaties moet u als gebruiker zelf de accu laden:
■ voordat u de maaimachine voor het eerst gaat gebruiken.
bij ontlading, voor de winterpauze of na een langere periode van stilstand (>6 maanden).
Laadproces:
1 Neem de lader uit de accubak.
2 Neem de accukabel los van de motorkabel (28).
3 Sluit de accukabel aan op de acculader (29).
4 Sluit de accu aan op het elektriciteitsnet. De spanning op het elektriciteitsnet moet overeenstemmen van de bedrijfspanning van de acculader.
De laadduur bedraagt ca. 36 uur. Gebruikt uitsluitend de meegeleverde originele acculader.

LET OP!
Laad de startaccu uitsluitend in een droge, goed geventileerde ruimte!
Stel de grasmaaier tijdens het laden van de accu niet in werking!
Motoronderhoud
Vervangen van motorolie
1 Zet een geschikte opvangbak klaar om de uit-
lopende olie op te vangen.
2 Laat de olie via de olievulopening volledig aflopen. Zuig eventueel de olie uit.

Verwijder afgewerkte motorolie op een milieuvriendelijke manier!
Wij adviseren u afgewerkte olie in een gesloten vat te gieten en af te geven bij een inzamelpunt voor hergebruik of bij een klantenservicepunt.
Afgewerkte olie:
■ hoort niet bij huishoudelijk afval
in het riool of in een afwatering
of via de aarde weg te vloeien
Vervangen van de luchtfilter
Raadpleeg de instructies van de motorfabrikant.
Vervangen van de bougie
Raadpleeg de instructies van de motorfabrikant.
Tractie (optie)
Instellen van de bowdenkabel
Kunt u bij draaiende motor de tractie niet meer inschakelen of uitschakelen? Dan moet u de desbetreffende bowdenkabel nastellen.

LET OP!
Gevaar voor letsel!
Verstel de bowdenkabel uitsluitend als de motor is uitgeschakeld.
- Draai de versteller op de bowdenkabel in de richting van de pijl (30).
- Start de motor en schakel de tractie in om de instelling te inspecteren.
- Functioneert de tractie nog steeds niet Breng dan uw grasmaaier naar een servicepunt of naar een daartoe geautoriseerd en daarin gespecialiseerd bedrijf.
Inoliën van het aandrijfrondsel
Olie het aandrijfrondsel op de aandrijfas periodiek met spuitolie in.

De tractietransmissie is onderhoudsvrij.
OPSLAG

LET OP! Gevaar voor explosies!
■ Sla de machine niet op bij open vuur of warmtebronnen!
■ Laat de motor afkoelen.
Klap voor een plaatsbesparende opslag de bovenstang in.
■ Sla de machine droog en onbereikbaar voor kinderen en onbevoegden op.
■ Sla de startaccu vorstvrij op.
■ Laad de startaccu periodiek bij.
Leeg de benzinetank.
■ Trek de steker van de bougie af.
REPARATIE
Uitsluitend servicestations van AL-KO en daar- toe geautoriseerde, daarin gespecialiseerde be- drijven mogen herstellingen of reparaties uitvoe- ren.
AFVOEREN

Gebruikte apparaten, batterijen of accu's niet afvoeren via de vuilnisophaaldienst!
Verpakking, apparaat en accessoires zijn gemaakt van recyclebare materialen en moeten ook als zodanig worden afgevoerd.
HULP BIJ STORINGEN

LET OP!
Messen en motoras mogen niet worden uitgelijnd!
| Storing Oplossing | |
| Motor start niet Benzine bijvullen | Breng de gashendel in de stand 'StartSchakel de choke inDruk de motorschakelaarbeugel tegen de bovenstangInspecteer de bougies. Vervang ze zo nodigMaak de luchtfilter schoonDraaien de maaimessen vrij?Laad de startaccu bijStart de motor op een gemaaid gazon |
| Motorvermogen neemt af Stel de maaihoogte bij | Slijp de maaimessen of vernieuw zeMaak het uitwerpkanaal / de behuizing schoonMaak de luchtfilter schoonVerminder de maai//rijsnelheid |
| Onzuivere snede Slijp de maaimessen of vernieuw ze | Stel de maaihoogte bij |
| Grasopvangbak wordt onvol-doende gevuld | Stel de maaihoogte bijLaat het gazon drogenSlijp de maaimessen of vernieuw zeMaak het rooster van grasopvangbak schoonMaak het uitwerpkanaal / de behuizing schoon |
| De tractie functioneert niet Stel de bowdenkabel bij | De V-snaar is defectBreng een bezoek aan de werkplaats van de klantenserviceVuil in de tractievoorziening, neem tandriem en transmissie wegOlie de vrijloop in met spuitolie (aandrijfrondsel op de transmis-sieas) |
| De wielen draaien bij inge-schakelde transmissie niet mee | Haal de wielschroeven aanDe wielnaaf is defectDe V-snaar is defectBreng een bezoek aan de werkplaats van de klantenservice |
| De maaimachine trilt buiten-gewoon sterk | Inspecteer de maaimessen |

Bij storingen die niet in deze tabel zijn vermeld of die u niet zelf kunt verhelpen, moet u contact opnemen met onze daarvoor verantwoordelijke afdeling Klantenservice.
Controle door een vakman is vereist:
■ wanneer er tegen een obstakel is gereden
bij plotse stilstand van de motor
bij schade aan de transmissie
bij een defecte V-snaar
bij een verbogen mes
bij een verbogen motoras
EG-VERKLARING VAN CONFORMITEIT
■ Zie de montagehandleiding.
GARANTIE
Eventuele materiaal- of fabricagefouten aan het apparaat verhelpen we gedurende de wettelijke termijn voor garantieaanspraken naar onze keuze door reparatie of een vervangende levering. Deze garantietermijn wordt bepaald door de wetgeving in het land, waar het apparaat is gekocht.
Onze garantietoezegging geldt enkel bij:
■ correcte behandeling van het apparaat
■ inachtneming van de bedieningshandleiding
- gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
■ pogingen tot reparatie van het apparaat
technische wijzigingen aan het apparaat
- gebruik dat niet in overeenstemming is met de bestemming
Uitgesloten van de garantie zijn:
■ lakschade die is veroorzaakt door normale slijtage
■ slijtageonderdelen, die op de kaart met reserveonderdelen zijn gekenmerkt met de omkadering [xxx xxx (x)]
■ verbrandingsmotoren (hiervoor gelden de aparte garantiebepalingen van de betreffende motorfabrikant)
De garantieperiode begint op de aankoop door de eerste eindgebruiker. Bepalend is de datum van het ontvangstbewijs. Bij garantieaanspraken kunt u zich met deze garantieverklaring en het aankoopbewijs wenden tot de distributeur o f de bevoegde klantenservice bij u in de buurt. Met deze garantietoezegging blijven de wettelijke aanspraken bij gebreken van de koper tegenover de verkoper onverkort van kracht.



















