Estate Pro 9102 XWSY - Tractor STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Estate Pro 9102 XWSY STIGA in PDF-formaat.
| Kenmerken | Details |
|---|---|
| Producttype | Tuintractor |
| Motorkracht | 10,5 kW (14,3 pk) |
| Motortype | Benzinemotor, 4-takt |
| Maaibreedte | 102 cm |
| Maaihoogte | 25 tot 80 mm, verstelbaar |
| Tankinhoud | 6 liter |
| Transmissie | Hydrostatisch |
| Draaicirkel | 1 m |
| Gewicht | 220 kg |
| Aangeraden gebruik | Grote gazons, oneffen terrein |
| Onderhoud | Regelmatige olieverversing, luchtfilter reinigen |
| Veiligheid | Parkeerrem, bescherming tegen onbedoeld starten |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - Estate Pro 9102 XWSY STIGA
Gebruikersvragen over Estate Pro 9102 XWSY STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Estate Pro 9102 XWSY - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Estate Pro 9102 XWSY van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Estate Pro 9102 XWSY STIGA
Dank u voor uw aanschaf van een Honda motor! We helpen u graag om met uw nuiewe motor optimale resultaten te behalen en deze veilig te gebruiken. Deze handleiding bevat informatie hierover, lees deze darom zorgvuldig door voordat u uw motor gebruikt. Als zich een probleem Voordoet of als uw vragen heeft over uw motor, neem dan contact op met een erkende Honda onderhoudsdealer.
Alle in deze uitgave opgenomen informatatie is gebaseerd op de meest recente beschikbare informatatie bij het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd. bevoudt zich te allen tjide hetrecht voor om zonder kennisgeving vooraf wijzigingen aan te brengen zonder hiermee verplichtingen op zich te nemen. Nietsuit deze uitgave mag worden gereproduederd zonder schrifelijke toestemming.
Deze handleiding is te beschouwen als een permanent onderdeel van de motor en hoor bij verkoop ervan aan de neue eigenaar te worden overhandig.
Neem de instructies bij de doore.Deze motor aangedreven apparatuur door voor aanvullende informatie over starten en uitschakelen van de motor, bediening, afstelingen of eventuèle speciale onderhoudinstructies.
Verenigde Staten, Puerto Rico en Amerikaanse Maagdeneilanden: Wij raden u aan de garantiepolis door te lezen om de dekking eran en uw verantwoordelijkheden als eigenaar hebelaal te begrijpen. Het garantieboekje is een afzonderlijk document dat uw dealer aan u hoor te hebben overhandig.
VEILIGHEIDSMEDEDELINGEN
Uw eigeneeiligkeit en die van anderen zichen van het grootste belang. Overal in deze handleiding en op de motor zich vindt u belangrijke veiligheidsmededelingen. Lees deze mededelingen aandachtig.
Een veiligheidsmededeling maakt u attent op potentielle risico'saarbjt letsei aan uzelf of andereen kan worden toegebracht. Voor elkere veiligheidsmededeling ziet u een veiligheidssymbolaan en een van de drie aanduidingen GEVAAR, WAARSCHUING OFVOORZICHTIG.
Deze signalwoorden beteken:
GEVAAR
WAARSCHUWING
VOORZICHTIG
U loopt BESLIST DODELUK of ERNSTIG letsei op als u instructies Niet opvolgt.
U loopt MOGELUKD ODELUJK OF ERNSTIG letsel op als u instructies Niet opvolgt.
U KUNT LETSEL oplopen als u instructies nicht opvolgt.
Elke mededeling maakt duidelijk wat het risico is, wat er kan gebeuren en wat u kunt doe om letsel te vermijden of te beperken.
INFORMATIE OVER SCHADEPREVENTIE
U treft ook andere belangrijke mededelingen aan waar bij het woord OPMERKING staat.
Dit woord betekent:
ATTENTIE Uw motor, andere eigendommen of het milieu kennen beschadigingen oplopen als u instructies Niet opvolgt.
Dit gehele handboek bevat vele belangrijke verligheidsinformatie - lees het aandachtig.
HONDA
INSTRUCTIEBOEKJE
GXV630·GXV690

#
WAARSCHUWING:
De motoruitlaatgassen van dit product bevatten chemische stoffen die volgens de staat van Californie kanker, geboorteafwijkingen of schade aan voortplantingsorganen konnen toebrengen.
INHOU
INLEIDING. 1
VEILIGHEIDSMEDEDELINGEN.1
VEILIGHEIDSINFORMATIE. 2
LOCATIEVEILIGHEIDSSTICKER 2
Locatie serialnummer.. 13
Accuaansluitingen voor elektrische
starter. 13
Verbinding voor externe
bediening 14
Carburaturmodificaties voor
werking op grotere
geografische hoogte 14
Informatie over het
emissieregelsysteme 15
- Zorgat u de werkung van alle bedieningsorganen begrijpt en dat u weet hoe u de motor in een nooodgeval snel uitschaktig. Zorgat du gebruiker de juiste instructies krijtigt voordat hij de apparatuur gaat gebruiken.
- De motor mag Niet door kinderen worden gebruikt. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt terwijl de motor in gebruik is.
- De uilaatgassen van uw motor bevatten giftig kooolmonoxidegas. Laat de motor Niet draaien zonder voldoende ventilatie en laat de motor nooit binnenschuis draaien.
- De motor en de uittlaat wordenijdens gebruik zeer heet.
Zet de motor minstens op een meter afstand van gebouwen en apparatuur als.Deze in gebruik is.Houd ontvlambaar materiaal bij de motor vandaan en zet niets op de motor terwijl.Deze draait.
LOCATIE VEILIGHEIDSSTICKER
Deze sticker waarschuwt u voor risico's die ernstig letsel tot gevolgKnownen hebben. Lees.Deze aandachtig door.
Als de sticker losraakt of Nieteer goed leesbaar is, kunt u bij uw Honda-onderhoudsdealer een neue sticker krijgen.

| WAARSCHUWINGSLABEL Voor | EU | Uitgezonderd EU |
| bevestigdaan het product | meegeleverd met product | |
| ▲WARNING Gasoline is highly flammable and explosive. Turn engine off and let cool before refueling. The engine emits toxic carbon monoxide. Do not run in an enclosed area. Read Owner's Manual before operation. | meegeleverd met product | bevestigdaan het product |
| ▲ATTENTION L'essence est trésoreriable et exploitative. Amérique meuta et la labeurne de l'air pleint d'essence. Le体制改革 les capaurs rodes de monacryde de carbone. Ne pas utiliser dans un local enclus. Lire le manuel de propriété avant'utilisation. | meegeleverd met product | meegeleverd met product |

Benzine is uiterst brandbaar en explosief. Schakel de motoruit en laatdezese akfoelenvoordatubrandstof bijvult.

De uitaalgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxidegas. Laat de motor Niet draaien in een afgesloten ruimte.

Lees het instructieboekje voordat u de motor gebruikt.


LOCATIONS VAN COMPONENTEN & SCHAKELAARS
KENMERKEN
Magneetklep onderbreking brandstofoevoer
De motor is uitergerust met een magneetklep voor brandstofoevoer; deze geeft de brandstofoevoer aan de hoofdsproeier van de carburateur vrij wanner de motorschakelaar in de stand ON of START staat en sluit de brandstofstroom aan de hoofdsproeier af wanner de motorschakelaar in de stand OFF staat.
De motor要去 zich aangesloten op de accu om de magnetecklep voor brandstoftoeveer te kuren bekrachtigen en zo de motor te lately lopen. Als de accu Niet is aangesloten, is de brandstoftoeveer maar de carburateur onderbroken.

GEBRUIKSCONTROLES VOORAF
IS UW MOTOR GEBRUKSCLAAR?
Voor uw eigen verilgihd en voor een maximale levensduur van uw apparatuur, is het van groot belang om voordat u de motor aanzet steeds evenijd te nemen en de conditie van de motor te controeren. Los eventuale gezenden problemen op of的那一 door uw onderhoudsdealer verhelppen voordat u de motor weer gebruikt.
WAARSCHUWING
Als de motor nicht correct worden onderhoden of problemen Niet worden verholpen voordat de motor worden gebruikt, kunnen ernstige storingen ontstaan.
Voer voorafgaand aan elk gebruik een controle uit en verhemp eventuele problemen.
Controleer voordat u de gebrukscontrole uitvoert eerst of de motor wel horizontal staat en de motorschakelaar in de stand OFF (UIT) staat.
Controleer altijd de volgende punten voordat u de motor start:
Controleer de algehele conditie van de motor
- Inspectoroor elk gebruik de ruimte rond en onder de motor op sporen van olie- of benzinelekkage.
- Verwijder een teveel aan vuil of rommel, vooral rondon deuitlaatdemper.
- Verwijder eventuele voorwerpen of vuil die koeluchttoevoer blokkeren bij de afdekking van het zeefrooster. Als de motor draait met een geblokkeerde luchttoevoer, kan er motorschade ontstaan.
- Let op tekenen van schade.
- Controller of alle afschemkappen en deksels op hun plaats zitten en of alle moeren, bouteen en schroeven goed zichn vastgedraid.
Controleer de motor
- Controleer het brandstofniveau. Als u met een volle tank begint, hoeft u uw werk Niet of nauwelijks te onderbreken om te tanken.
- Controller het motoroliepeil (zie paginga 7). Als de motor draait met een te laag oliepeil, kan er motorschade ontstaan.
- Controller het luchtfilterelement (zie pagina 9). Een verruild luchtfilterelement belemmert de luchtstroming maar de carburateur, zodat de motor minder goed presteert.
- Controller de apparatuur die doorcke motor wordt aangedreven.
Neem de instructies door die worden geleverd bij de apparatuur die door deze motor worden aangedreten en let op voorzsgmaatregelen en procedures die u hoor te voilen voordat u de motor start.
BEDIENING
VOORZORGEN VOOR VEILIG GEBRUIK
Lees bij de ingebruikname van de motor de paragraaf met VEILIGHEIDSINFORMATIE op pagina 2 en de GEBRUIKCONTROLES VOORAF op pagina 4.
Gevaar voor koolmonoxide
Laat voor uw eigen veilgheid de motor Niet draaien in een afgesloten ruimte zoals een garde. De uilaatgassen van de motor bevatten giftig koolmonoxide dat in een afgesloten ruimte snel een concentratie bereikt die schadelijk of dodelijk is.
WAARSCHUWING
Uitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide dat in afgesloten ruimten een gevaarlijke concentratie kan bereiken.
Het inademen van koolmonoxide kan leiden tot bewusteloosheid of de dood.
Laat de motor nooit in een (deels) afgesloten ruimte draaien.
Lees de instructies die zich meegeleverd bij de apparatuur die worden aangedreten dooreze mot om te zien welke verilgheidsmaatregelen u in achont moot nemen bij het starten, uitschakenel of gebruik van de motor.
Gebruik de motor Niet op hellingen vaneer dan 20^ (36%)
DE MOTOR STARTEN
- Als de brandstoftank een kraan heeft, draai de kraanhendel dan maar de stand OPEN of ON voordat u de motor start.
- Zet om een koude motor te starten de chokehendel in de stand CLOSED (DICT).
Zet om een nog warme motor te herstarten de chokehendel in de stand OPEN.
Sommige motoruitvoeringen hebben een extern gemonteerde chokehendel en geen aan de motoren gemonteerde chokehendelzoals hier is afgebeeld. Raadpleeg de instructies meegeleverd met de door.Deze motor aangaedreven apparatuur voor informatie over exter bedieten.

- Zet de gashendeluit de stand SLOW, tot op ca. 1/3 van de afstand maar de stand FAST.
Sommige motoruitvoeringen hebben een extern gemonteerde gashendel en geen aan de motor gemonteerde gashendelzoals hier is afgebeid. Raadpleeg de instructeurs meegelevererd met de door.Deze motor aangedreten apparatuur voor informatie over exter bediening.

-
Zet de motorschakelaar in de stand ON (AAN).
-
Bedien de starter.
Draai de motorschakelaar in de stand START en houd in die stand vast totdat de motor aanslaat.
Als de motor Niet binnen 5 seconden aanslaat, laut de motorschekelaar dan los en wacht minstens 10 seconden voordat u de starter opnieuw bedient.
ATTENTIE
Als u de elektrische starter per keer langer dan 5 Seconden gebruikt, raakt de startmotor oververhit en kurz u deze zo beschadigen.
Laat zodra de motor aanslaat de motorschakelaar los, zodatdezeterugkomt in de stand ON.
-
Laat de motor 2 tot 3 minuten warmdraaien.
-
Als u de chokehendel in de stand CLOSED hebt gezet om de motor starten, zet.Deze dan geleidelijk in de stand OPEN naarmate de motor opwarmt.

DE MOTOR UITZETTEN
Als u in een nooodgeval de motor snel moet uitschakelen, draait u de motorschakelaar gewoonaar de stand UIT. Hanteer onder normale omstandigheden de volgende procedure. Zie de instructies die door de fabrikant van de apparatuur zijn meegeleverd.
- Zet de chokehendel in de stand SLOW (langzaam).
Sommige motoruitvoeringen hebben een extern gemonteerde gashendel en geen aan de motor gemonteerde gashendel zoals hier is afgebeeld. Raadpleeg de instructies meegeleverd met de door.Deze motor aangedreven apparatuur voor informatie over externe bedlening.

GASHENDEL
- Zet de motorschakelaar in de stand OFF (UIT).
- Als de brandstoftank een kraan heeft, draai deleze dan maar de stand CLOSED of OFF.
MOTORTOERENTAL INSTELLEN
Zet de gashendel in de stand voor het gewenste motortoerental.
Sommige motoruitvoeringen haben een extern gemonteerde gashendel en geen aan de motor gemonteerde gashendel zoals hier is afgebeeld. Zie de instructures die door de fabrikant van de apparatuur zijn meegeleverd.
Zie voor het aanbevolen motortoerental de instructies bij de apparatuur die door deze motor worden aangedreten.

Koppel de accu Niet af van de motor terwijl de motor draait. Als u de accu aufkoppelt, onderbreekt de magneetklep voor brandstofoevoer de brandstofstroom maar de hoofsdproeier van de carburateur en slaat de motor af.
ONDERHOUD AAN UW MOTOR
HET BELANG VAN ONDERHOUD
Deugdelijk onderhoud is van groot belang voor een veilige, zuinige en storingsvrij wekking. Ook helpt u zo milieuverontreiniging voorkomen.
WAARSCHUWING
Als de motor nicht correct worden onderhoden of problemen.
niet worden verholpen voordat de motor worden gebruikt,
kunnen ernstige storingen ontstaan.
Sommige storingen kuren ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
Volg alotijd de aanbevelingen voor inspectie en onderhoud en de schema's in deze instructiehandleiding.
Op de volgende pagina's staan een onderhoudsschema en beschrijvingen van routine-inspecties en eenvoudige onderhoudsprocedures met basisgereedschap zodate u uw motor goed kurz onderhoden. Andere onderhoudstaken die wat ingewiekkelder zich of waarvoort special gereedschap nodig is, kunt u better overlaten aan vakmensen en latentuitvoeren door een monteur van Honda of een andere geschoolde monteur.
Het onderhoudsschem is van toepassing op normale gebruiksomstandigeden. Als u de motor gebruikt onder zware omstandigden, zaals bij continu gebruik onder zware belasting of bij hoge temperaturen of onder engwoon vochtige of stoffige condities, neem dan contact op met uw onderhoudsdealer voor advies over uw specifieke behoeften en gebruik.
Onderhoud, verwang of reparatie van voorzieningen en systemen voor emissieregeling mogen door een motorreparatiebedrijf of monteur alleen worden uitgevoerd met grabuikmaking van onderden die "gecertificerd" zijn volgens EPA-normen (Environmental Protection Agency; instituut voor milieubescherming in Verenigde Staten).
VEILIG ONDERHOUD
In dit deel worden een aantal zeer belangrijke veiligheidsvoorzorgen beschreiben. We konnen darüber nicht waarschuwen gegen elk möglich risico dat zich bij het uitvoeren van onderhoud kan voordoen. U kunt alleen zich beslissen of u een bepaalde taak al dan Niet aankunt.
WAARSCHUWING
Verkeerd uitgevoerd onderhoud kan leiden tot onveilig situations.
Als de onderhoudsinstructies en Voorzorgsmaatregelen nicht juist worden gevolgd, kan dat leiden tot ernstig letset of dedood.
Volg altijd de procedures en voorzorgsmaatregelen in deze instructiehandleiding.
VEILIGHEIDSVOORZORGEN
- Schakel de motoruit voordat u begint met onderhoud of een reparatie. Haal de bougieedlop dos van le bougie om onbedoeld starten te voorkomen. Daarmee neemt u enkele potentielle risico'sweg:
Koolmonoxidevergifting door uitlaatgassen.
Buiten uittvoeren, nicht in de buurt van open ramen of deuren. - Brandwonden door hare onderdelen.
Laat de motor en het uitlaatsystemeefkoelen voordat u deze aanraakt. - Letsel door bewegende onderdelen.
Schakel de motor pas in als de instructie dat aangeeft.
Lees de instructies voordat u begint en controller of u het vereiste gereedschap en de deskundigheid bezit. - Wees voorzichtig wonneer u met benzine werk, om het risico op brand of explosie te verminderen. Gebruik een Niet-ontvlambaar oplosmiddel en geen benzine om onderdelen te reinigen. Blijf met een brandende sigaret, vonden of open vuuruit de buurt van alle onderdelen van het brandstofsysteme.
Denk eraan dat een erkende Honda-onderhoudsdealer uw motor het beste kent en goed is uitergerust om deze te onderhoden en te repareren.
Gebruik voor de Beste kwaliteit in betrouwbaarheid alleenijke originele Honda- of gelijkwaardige onderdelen ter reparatie en verwang.
ONDERHOUDSSCHEMA
| NORMAALONDERHOUDSINTERVAL (3)Uitvoeren bij elkangegeven maand of nahe aanat bedrifsuren,haar bij de eerst bereektelimiet geldt. | Elk gebruik | Eerste maandof20 uur | Iedere 6maandenof100 uur | ElkJAARoof300 uur | Iedere 2maandenof500 uur | Raad-pleegpagina | |
| ONDERDEEL | |||||||
| Motorolie | Peilcontroleren | o | 7 | ||||
| Verversen o o8 | |||||||
| Motoroliefilter Vervangen Elke 200 uur 8 | |||||||
| Luchtfilter | Controleren | o | 9 | ||||
| Reinlagen | o (1) | 9 | |||||
| Vervagen | o* | ||||||
| Bougle | Controleren-aftstellen | o | 10 | ||||
| Vervangen | o | ||||||
| Stationair toerenal | Controleren-aftstellen | o (2) | ** | ||||
| Klepseling | Controleren-aftstellen | o (2) | ** | ||||
| Verbrandingskamer | Reinlagen | Na elke 1000 uur (2) | ** | ||||
| Brandstofffilter Vervangen | o (2) | ** | |||||
| Brandstoffeiding | Controleren | Elke 2aar (Vervangen indien nodig) (2) | ** | ||||
- Vervanguitsuiitend het papieren filterelement.
** Raadpleeg het werkplaatshandboek.
(1) Voer vaker onderhoud uit wanner u in een stoffige omgeving werkt.
(2) Onderhoud op deze punten moet worden uitgevoerd door uw onderhoudsdealer, als u Niet over het juiste gereedschap beschikt en geen ervaren monteur bent. Zie het Honda-werkplaatshandboek voor onderhoudsprocedures.
(3) Houd bij commerciele toepassingen het aantal bedrijfsuren schriftelijk bij, om de correcte onderhoudsinterval te konnen bepalen.
Als dit onderhoudsschemia Niet wordt opgevolgd, kan dit leiden tot defecten die Niet door de garantie worden gedekt.
BRANDSTOF TANKEN
Aanbevolen brandstof
| Loodvrije benzine | |
| VS Pompactaengehalte van 86 of hoger | |
| Uitgezonderd VS Research-octaengehalte van 91 of hoger | |
| Pompactaengehalte van 86 of hoger |
Deze motor is alleen vrijgeveen voor gebruik met loodvrijne benzine met een pomp-octaangehalte (RON) van 86 of hoger (een research-octaangehalte (PON) van 91 of hoger).
Tanken dient plaat te vinden in een goed geventileerde ruimte en met uitgezette motor. Als de motor heeft gedraaid, laat deze eerst afkoelen. Tank nooit in een gebouw waar benzinedampen in contact kuren komen met vlammen of vonden.
U kunt ongelode benzine gebruiken met Niet meer dan 10% ethanol (E10) of 5% methanol per volume. Daarnaast moet de methanol verdunners en corrosieremmers bevatten. Gebruik van brandstoffen met een hoger ethanol-of methanolgehalte dan hierboven wordt aangegeven, kan leiden tot starten/of prestatieproblemen. Er kan dan ook schade optreden aan metalen,
rubberen en kunststoffen onderdelen van het brandstofsysteme. De garantie dekt geen motorschade of prestatieproblemen die het gevolg zichen van het gebruik van een brandstof met een hoger percentage ethanol of methanol dan hierboven is aangegeven.
Als de apparatuur onregelmatig of slechts sporadisch worden gebruikt, raadpleeg dan het gedeelte Brandstof in het hoofdstuk UW MOTOR STALLEN (zie pagina 10) voor meer informatie over verslechtering van de brandstoffkwaliteit.
WAARSCHUWING
Benzine is uiterst brandbaar en explosief.
Bij de omgang met benzine kunt u brandwonden of ernstig letsel oplopen.
- Schakel de motor uit en laat hem afkoelen voordat u met brandstof gaat werken.
Houd warmte, vonken en open vuuruit de buurt. - Werk alleen in de buitenlucht met benzine.
Houd afstand tot uw voertuig.
Veeg gemorste brandstof direct weg.
ATTENTIE
Brandstof kan schade toebrengen aan de lak en sommige soorten kunststof. Wees voorzichtig en mors geen brandstof terwijl u de brandstoffank bijvult. Schade verooorzaakt door morsen van brandstof worden nicht gedekt door de dealergarantie (Distributor's Limited Warranty).
Gebruik nooit oude of verruilde benzine of benzine waaraan olie is toegevoegd. Zorg dat er geen vuil of water in de brandstoffankterechtkomt.
Plaats de uitgeschakelde motor op een vlokne ondergrond, verwijder de brandstofvuldop en controller het brandstofniveau. Vul de tank bij als het brandstofniveau laag staat.
Zie de instructies bij de apparatuur die door deze motor wordt aangedreten.
Vul in een goed geventileerde ruimte brandstof bij voordat u de motor start. Als de motor gedraaid hebelt, maar dan eerst afkoelen. Vul zorgvuldig bij om morsen van brandstof te voorkomen. Eventuele moet u het brandstofniveauiens verlagen, dat hangt af van de gebruiksomstandigheden. Breng na bijvullen de tankdop aan en zet stevig vast.
Blij met benzine uit de buurt van waakvlammen, barbecues, elektrische huishoudelijkte apparatuur, elektrisch gereedschap, enz.
Gemorste benzine levert nicht alleen een brandgevaar op, maar veroorzaakt ook milieuverontreiniging. Veeg gemorste brandstof direct weg.
MOTOROLIE
Olie heeft een belangrijke invloed op de prestaties en de levensduur. Gebruik olie voor 4-takt automotoren met reinigende eigenschappen.
Aanbevolen olie
Gebruik 4-taktmotorolie die voldoet aan de eisen voor API-classificatie SJ of hoger (of gelijkwaardig). Controller het API-servicelabel op de olieverpakking om te zien of de aanduidingen SJ of hogere klasse (of gelijkwaardig) vermeld staan.

OMGEVINGSTEMPERATUUR
SAE 10W-30 of 5W-30 worden aanbevolen voor algemene gebruksdoelieinden. Gebruik een volledig synthetische 5W-30 olie voor start-/ bedrifstemperaturen tussen -15^ en -25^ . Andere viscositeitsklassen die in het schema staan aangegeven, sunt u gebruiken als de gemiddelde temperatuur in uw omgeving binnen het aangeduide bereik ligt.
Oliepeil controlleren
Controleer het motoroliepeil verwijl de motor isuitgeschakeld en horizontaal staat.
- Start de motor en LAST deze 1 tot 2 minuten stationair draiaien. Zet de motor af en wacht 2 tot 3 minuten.
- Verwijder de olievuldop/peilstok en veeg deze schoon.
- Steek de olievuldop/peilstok in de olievulpijp zonder deze vast te draaien en neem weer uit om het op de peilstok getoonde olieneveau te controleren.
- Als het olieniveau bij of beneden de onderste peilstreep op de peilstok staat, vul dan bij met aanbevolen oliie tot aan de bovenste peilstreep.
- Plaats de olievuldop/peilstok terug

ATTENTIE
Als de motor draaiit要去 te laag oliepeil, kan er motorschade ontstaan. Dergelingke schade wordeniet gedekt door de dealergarantine (Distributor's Limited Warranty).
Olie verversen
Tap de verbruike olie af terwijl de motor warm is. Warne olie stroomt snel en gemakkelijk uit de motor.
- Plaatse een geschichte opvangbak onder de motor om de verbruikte olipe te vangen en verwijder dan de olievuldop/peilstok, de aftapplug en de afdichtring.
- Laat de verbruike olie helemaal uistromen, breng dan de aftapplug en de neue afdichtring aan en draai de aftapplug stevig vast.
Voer verbruike motorolie op correcte wijze af, zodat u het milieu geen schade toebrengt. We raden aan om de verbruike olie voor verdere verworking in een afgesloten verpakking af te leveren bij uwplaatselijk inamelstation voor hergebruik. Gooi de olie Niet weg bij het huisvuil en giet deze Niet op de grond of in het riool.
- Vul met de motor in horizontale positie de aanbevolen olie bij tot aan de bovenste peilstreep op de peilstok.
Vulhoeveelheid motorolie:
Zonder verranging van het olieffilter: 1,7 L
Met verranging oliefilter: 1,9 L

ATTENTIE
Als de motor draaiit met een te laag olipeil, kan er motorschade ontstaan. Dergelijke schade worden nicht gedekt door de dealergarantie (Distributor's Limited Warranty).
- Breng de olievuldop/peilstok wee stevig aan.
OLEIFILTER
Verversen
- Tap de motorolie af en draai de aftapplug wee stevig vast.
- Verwijder het oliefilter met een oliefilterinbussleutel en-Laat de nog achtergebleven ole in een geschikte opvangbak wegloen.Voer de verwbruike ole en het filter op millieuvriendelijk wijze af.
ATTENTIE
Gebruik liever een oliefilterinbussleutel inplaats van een riemsleutel, om schade aan het oliefilter te voorkomen.

- Reinig de filtrvoet en smeer de afdichtring van het neue oliefilter in met schone motorolie.
ATTENTIE
Gebruik alleen een origineel Honda oliefilter of een filter van gelijkwaardige kwaliteit zoals gespecifieerd voor uw motoruitvoering. Bij gebruik van een verkeerd filter of een Niet origineel Honda filter van een verkeerde kwaliteit kan er schade aan de motor ontstaan.
- Schroef hetijke oliefilter met de hand op totdat de afdichtring de filtrvoet raakt en gebruik dan een oliefilternbusseutel om het filter nog een extra 3/4 slag vast te zeitten.
Aantrekkoppel oliefilter: 12 N-m (1,2 kgf-m) - Vul het carter met de voorgeschreven hoeveelheid aanbevolen motorolie (zie pagina 7). Plaats de olievuldop/peilstok terug.
- Start de motor en controller op lekkage.
- Zet de motor af en controller het olieniveau zoals beschreiben op pagina 7. Vul zo nodig olie bij tot aan de bovenste peilstreep op de peilstok.
LUCHTFILTER
Een verruild luchtfilter belemmert de luchtstromingaar de carburateur, zodat de motor minder goed presteert. Als u de motor in een erg stoffige omgeving gebruikt, reinig het luchtfilter dan vaker dan staat aangegeven in het ONDERHOUDSSCHEMA (zie pagina 6).
ATTENTIE
Als de motor draaizonder luchtfilter of met een beschadigluchtfilter,komt er vuiil de motor, wat snelle slijte van de moter voorzaakt. Dergelijke schade wordertietnegete doorde dealergarantie(Distributor's Limited Warranty).
Inspectie
Verwijder het luchtfilterdeksel en inspecteer de luchtfilterelementen. Reinig of verwang vervulde luchtfilterelementen. Vervang beschadigde luchtfilterelementen altijd.
Reinigen
- Zet de luchtfilterdekselvergrendeling in de ontgrendelde stand en verwijder het deksel.
- Maak de twee veerklemmen los van de elementhouser, verwijder verzolgens de elementhouser en verwijder het schuimrubberen filtrerelement uit de elementhouser.
- Verwijder het papieren filterelement.

-
Controller beide filterelementen en verwang ze als ze beschadig+zijn. Vervang het papieren filtrelement altdijd volgens het interval uit het onderhoudsschema (zie pagina 6).
-
Reinig de filtrelementen als u ze opnieuw gebruikt.
Papieren filterelement: Tik eenaarkeer met het filterelement op een hardoppervlakomvui te verwilderen,ofblaas met perslucht [maximale druk 207kPa (2,1kgf / cm^2)] het filterelement vanaf de schone rijde (aan motorzijde) door.Borstel vuiil nooitweg,u drukt de vuideeljteszo in de verzelstraatu. Vervang het papieren filterelement als dit erg verwuid is.

Schuimrubberen filterelement: Reinig in een warm zeepsopje, spoel met schoon water en laat dan grondig drogen. Of reinig in een Nietontvlaambaar oplosmiddel en laat verzolgens drogen. Doop het filterelement in schonemotorlen en knijp verzolgens alle overtollige olie eruit. De motor zal bij de eerstvolgende start veel rook afgeven als er te veel olie in het schuimrubber achterblift.

- Veeg met een vochtige doek vuil veg vanuit de binnenkant van het luchtfilterhuis en het filterdeksel. Wees voorzichtig en Voorkom dat vuil in de luchtkamer aan carburateurzijde binnendringt.
- Breng het papieren filterelement opnieuw aan.
- Plaats het schuimrubberen luchtfilterelement op de elementhouser en monteer de elementhouser op het luchtfilterhuis. Haak de twee veerklemmen stevig vast.
- Zet de luchtfilterdekselvergrendeling stevig vast.
BOUGIE
Aanbevolen bougie: ZFR5F (NGK) FR2A (NGK)
De aanbevolen bougie heeft de correcte warmtegraad voor de normale bedriifstemperatuur van de motor.
ATTENTIE
Het gebruik van verkeerde bougies kan de motor beschadigen.
Als de motor gedraaid—heft, daß deze dan eerst afkoelen voordat u onderhoud aan de bougies pleegt.
Voor een goede werkinq moeten de bougies de juiste elektrodenafstand hebben en mag er geen aanslag op aanwezig zich.
- Haal de bougiedoppen los van de bougies en verwijder eventueel vuil direct rondon de bougies.
- Verwijder de bougies met een 5/8-inch bougiesleutel.

- Inspector de bougies. Vervang bougies als ze beschadigd of erg verruild zich en als de afdichtring in slechte conditie is of de elektronde versleten is.
4.Meet de elektrodenafstand met een voelermaat van het draadtype. Corrigeer de elektrodenafstand zo nodig door de zijelektrode voorzichtig ie ts te buigen. De elektrodenafstand moet zijn: 0,7-0,8 mm - Monteer de bougies zorgvuldig met de hand, om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
- Trek de bougie nadat deutsche anligt nog ieis na met een 5/8-inch bougiesleutel om de afdichtring vast te zetten.
Bij het monteren van een neue bougie要去 nadat hij aanligt nog 1/2 slag extra worden aangedraid om de ring samen te drukken.
Bij het opnieuw monteren van de oude bougie moet deze kadat hij aanligt nog 1/8-1/4 slag extra worden aangedraaid om de ring vast te zieten.
Door en losse bougie kan de motor oververhit raken en schade oplopen. Als de bougie te strak wordt vastgedraaid, kan de schroefdraad in de cilinderkop worden beschadigd.
- Bevestig de bougiedoppen op de bougies.
HANDIGTIPS & SUGGESTIES
UWMOTORSTALLEN
Voorbereiding op stalling
Correct stallen is van groot belang om uw motor in storingsvrije conditie te houden en er goed te lately uitzien. Met de volgende stappen voorkomt u dat roest en corrosie de werkeng de aanblik van uw motor verslechteren en za de motor de volgende keer weeig gemakkelijk starten.
Reinigen
Als de motor heeft gedraaid, laat dan minstens een half uur akfoelen voordat u gaat reinigen. Reinig de motar aan de buitenzijde, werk beschadigde lak bij en smeer andere geedeelten die kuren roestenicht in met olie.
ATTENTIE
Door te reinigen met water UIT een tuinslang of met een hagedrukreiniger, kan er water in het luchtfilter of in de uitaatdempoperpening dringen. Water in het luchtfilter word opgezogen door het luchtfilterelement en wat dat zo het luchtfilter of de uitaatdemp perasseert kan in de cilinder terechtkommen en schade voorzaken.
Brandstof
ATTENTIE
Afhankelijk van de regio waar u de apparatuur gebruikt, kan de samenstelling van de brandstof snel verslechteren en oxideren. Verslechtering en oxidatie van de brandstof kunnen al binnen 30 dagen optreden en kunnen schade veroorkaken aan de carburateur en/of het brandstofsystem. Raadpleeg uw onderhoudsdealer voor aanbevelingen voor opsglag.
Benzine zal tijdens stalling oxideren en gaat dan kwalitatief achteruit. Met slechte benzine zal de motor moeijlk starten en blijft er een harsaanslag achechter die het brandstofsystem kan verstoppen. Als de kwaliteit van de benzine in uw motor tijdens stalling achteruitgaat, is mogelijk extra onderhoud nodig aan de carburateur of andere onderdelen van het brandstofsysteme of moeten deze worden verrangen.
De tijdsduur dat benzine in uw brandstoftank en carburateur kan worden gelaten, zonder fonctionele problemen te vereoorzaken, hangt van verzillende factoren at zoals benzinemengsel, uw oplagtemperaten, en of de brandstoftank hebelaal of gedeeltelijk vol is. De lustcht in een gedeeltelijke bevulde brandstoftank bevordert brandstofverval. Warme opslagtemperaturen versnellen het brandstofverval. Brandstofverslechteringsproblemen konnen dan al binnen een paar maanden optreden, of zichs ceder als de benzine waarmee uw benzinetank is bevuld niet nuw was.
Schade aan het brandstofsysteme of problemen in de motorwerking als gevolg van een slechte stallingvoorbereiding, vallen nicht onder de garantie van de dealer (Distributor's Limited Warranty).
U kunst de levensduur van brandstof in stalling verlengen door een benzinestabilisator toe te voegen die speciala waaroor is samengesteld, of u voorkomt problemen met brandstoffkwaliteit doortevoren de brandstoftank en de carburateur af te tappen.
Een benzinstabilisator toevoegen voor langere brandstofhoudhaarheid
Wanner u een benzinstabilisator toevoegt, vul de brandstoffank dan met neue benzine. Als de tank slechts gedeeltelijkGVuld is, zal de lucht in de tank leiden tot brandstofverslechteringijdens de stalling. Als u een benzinevat gebrukt om bij te tanken, zorg dan dat dele alsien venee benzine bevat.
- Voeg benzinestabilisator toe volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
- Laat na toevoeging van een benzinstabilisator de motor gedurende tien minutes in de buitenlucht draaien, zodat in de carburateur alle onbehandelde benzine is verrangen door behandelde benzine.
- Zet de motor af en als de brandstoftank een brandstofkraan heeft, draai de kraanhendel dan maar de stand CLOSED of OFF.
Brandstoftank en carburateur aftappen
WAARSCHUWING
Benzine is uiterst brandbaar en explosief.
Bij de omgang met benzine kunt u brandwonden of ernstig letsel oplopen.
- Schakel de motor uit en LAST hem afkoelen voordat u met brandstof gaat werken.
Houd warmte, vonken en open vuuruit de buurt. -
Werk alleen in de buitenlucht met benzine.
Houd afstand tot uw voertuig.
Veeg gemorste brandstof direct weg. -
Koppel de brandstoffleiding maar de motor af en tap de brandstoftank af in een geschkitte opvangbak. Als de brandstoffank een kraan heeft, draai deze dan waar de stand OPEN OF ON zodat de brandstof gemakkelijk uitstroomt. Sluit na aftappen de brandstoffleiding weer aan.
- Draai de aftapschroef van de carburateur los en tap de carburateur af in een geschikte opvangbak. Draai na het aftappen de aftapschroef in de carburateur vast stevig vast.

Motorolie
- Ververs de motorolie (zie pagina 8).
- Verwijder de bougies (zie pagina 10).
- Giet 5-10 cm (5-10 cc, een à twee theelepels) schone motorolie in elke cilinder.
- Laat de motor een paar seconden draaien door de motorschakelaar in de stand START te zetten, zodat de olie goed in de cilinders worden verdeld.
- Breng de bougies weean.
Voorzorgen bij stalling
Als u uw motor stalt met benzine in de brandstoffank en de carburateur, moet het risico op ontbranding van benzinedamp zoveel möglichk worden tegengegaan. Kies een goedGeVentileerde stallingruimte, op ruime afstand van apparatuur met open vuur zoals een fornuis, een waterverwarmer of een kledingdroger. Vermijd ook een plek met een elektromotor die vonden producesert of waar elektrisch gereedschap worden gebruikt.
Kies ook geen stallingruimte die erg vochtig is, want vocht bevordert roest en corrosie.
Zet de motor horizontal neer bij het stallen. Door te kanteelen kan er brandstof of olielekkage ontstaan.
Wacht tot alle brandstof uit de tank is gestroomd voordat u de brandstofkraan uit de stand CLOSED OFF zet, om lekkage van brandstof gegen te gaan.
Dek de motor af nadat de motor en het uitlaatsystemelijk zich afgekoeld, om stof buiten te houden. Een warme motor en uitlaatsystem kunnen sommige materialien doen ontbranden of smelten. Gebruik geen plastic folie als afdekking gegen stof.
Onder zo'n Niet doorlatende afdekking blijft vocht rondon de motor acheer en verloopt roestvorming en corrosie sneller.
Verwijder de accu en berg.Deze op een koele en drogelek op.Laad de accu.
eens per maand op zolang de motor in stalling staat.Hiermee verlengt u de
levendsduur van de accu.
Uit stalling nemen
Controleer uw motor zoals beschreiben in de paragraaf GEBRUJKSCONTROLES VOORAF in deze handleiding (zie pagina 4).
Als u de brandstof heeft afgetapt ter Voorbereiding op stalling, vul de tank dan waar metijke benzine. Als u een benzinevat gebruikt om bij te tanken, zorg dan dat dit altijd alleenijke benzine bevat. Na verloop vanijd oxideert benzine en verslechtert de kwaliteit, waardoor starten worden bemoeilijkt.
Als de cilinders ter Voorbereiding op stalling werden geolied, zal de motor heel even roken bij de eerste start. Dit is normal.
TRANSPORT
Als de motor heeft gedraid, daß dan eerst minstens 15 minutes akoelen voordat u de motor op het transportvoertuig zich. Een hete motor en uitlaatsystem konnen brandwonden veroorzaken en materiaalen doen ontbranden.
Houd de motor horizontal aanweener u deze vervoort, om de kans op lekkage van brandstof te verkleinen. Als de brandstoftank een brandstoffkaan heeft, draai de brandstoffkaanhendel dan maar de stand CLOSED OF OFF.
ONVERWACHETPEPROBLEMENOPLOSSEN
MOTOR WIL NIET STARTEN
| Mogelijk oorzaak Correctie | |
| Accu leeg. Laad accu op. | |
| Zekering gesprongen. Vervang zekering. | |
| Brandstoffkaan CLOSED (DICT) of OFF (UIT) (indien aanwezig). | Zet hendel in stand OPEN of ON (AAN). |
| Choke OPEN. Zet hendel in stand CLOSED | CLOSED (DICT) tenzij de motor warm is. |
| Motorschakelaar OFF (UIT). Draai motorschakelaar in stand ON (AAN). | |
| Geen brandstof. Tanken (p. 7). | |
| Slechte brandstof: motor opgeslagen zonder behandelig/ aftappen van benzine of slechte benzine getankt. | Tap de brandstoffank en de carburateur af (p. 11).Tank neue benzine (p. 7). |
| Bougies defect, vuil of met verkeerde elektrodenafstand. | Pas elektrodenafstand aan of verrang bougies (p. 10). |
| Bougies nat van brandstof (verzopen motor). | Droog de bougies en plaats deze terug (p. 10).Start motor met gashendel in stand FAST (SNEL) (p. 5). |
| Brandstofffilter verstoct, storing in carburateur, storing in ontsteking, kleppen vast, etc. | Breng de motor maar uw onderhoudsdealer of raadpleeg het werkplaatshandboek. |
MOTOR HEEFT GEEN VERMOGEN
| Mogelijk oorzaak Correctie | |
| Filterelement(en) verstocht. Reinig of v | ervang filterelement(en)(p. 9). |
| Slechte brandstof: motor opgeslagen zonder behandlung/aftappen van benzine of slechte benzine getankt. | Tap de brandstoffank en de carburateur af (p. 11).Tank neue benzine (p. 7). |
| Brandstofffilter verstocht, storing in carburateur, storing in ontsteking, kleppen vast, etc. | Breng de motor maar uw onderhoudsdealer of raadpleeg het werkplaatshandboek. |
Noteer het motorserienummer, de uitvoering en de aanschafdatum in de ruimtes hieronder. U heeft deze informatie nodig bij het bestellen van onderdelen en bij vragen over technische kwesties of over de garantie.

Motorserienummer:
Motortype:
Aanschafdatum: / /
Accuaansluitingen voor elektrische starter
Aanbevolen accu
| GXV630 | 12 V-36 Ah |
| GXV690 |
Pas op en sluit de accupolen Niet omgekeerd aan, u veroorzaakt zo kortsluiting in het acculaadsysteme. Sluit alotijd de positieve (+) accukabel aan op de accupool voordat u de negatieve accukabel (-) aansluit; uw gereedschap kan dan geen kortsluitie veroorazieren als u hiermee een aan massa verbonden onderdeel aanraakt verwijl u de positieve kabel (+) vastzet.
WAARSCHUWING
Als u de correcte werkwijze Niet opvolgt, kan een accu exploderen en dan omstanders ernstig letseti toebrngen.
Houd vonken, open vuur en rookartikelen bij de accu vandaan.
WAARSCHUWING
De accu bevat zwavelzuar (elektrolyt) dat sterk corrosief en giftig is.
Als u elektrolyt in uw ogen of op uw huid krijgt, hunnen ernstige brandwonden ontstaan.
Draag beschermende kleding en oogbescherming bij het werkdenicht bij de accu.
HOUD KINDEREN OP AFSTAND VAN DE ACCU.
WAARSCHUING: Accupolen, accuklemen en bijbehorende accessoires bevatten loed en loodhoudende stoffen. Was uw handen na gebruik.
- Sluit de positieve accukabel (+) aan op de aansluiting van de startersolenioide, zoals in de afbeelding getoond.
- Sluit de negatieve (-) accukabel aan op een motorbevestigingsbout, een framebout of een ander goed massapunt aan de motor.
- Sluit de positieve accukabel (+) aan op de positieve (+) accupool, zoals in de afbeelding getoond.
- Sluit de negatieve (-) accukabel aan op de negatieve (-) accupool, zoals in de afbeilding getoond.
- Smeer de aansluitpolen en de kabeluiteinden in met vet.

Verbinding voor externe bediening
De gas-en chokehendels zijn uitgevoerd met gaten om een extra babel te kunnen bevestigen. De volgende afbeelden tonen installmentievoorbelden van een massieve draadkabel en een babel met flexibile gewlochten draad.

BEDIENING LINKERZIJDE

BEDIENINGSKABEL
DRAADHOUDER

Voor gaskdephendel

- Voor chokehendel
Carburaturmodificaties voor werking op grotere geografische hoogte
Op grotere geografische hoogte is het lucht/brandstof mensgel van de standardcarburateur te rijk. Dit verooraakt zowel een verlies van het vermogen als een hodger brandstofverbruik. Als het mensgel erg rijk is, raakte ook de bougie verruild en za del motor moeilijker starten. Bij langdurig gebruik op een afwijkende geografische hoogte dan waarvooor deze motor is gecertificateerd, kan de emissie toenemen.
De werkung op grotere geografische hoogte kan worden verbeterd door specifieke modificaties aan de carburateur. Als u uw motor algijd gebruikt op een hoogte boven 610 meter, laat deze carburaeurmodificatie dan uitvoeren door uw onderhoudsdealer. Als u deleze motor op grotere hoogten gebruikt na de waaroor bedoelede carburaeurmodificatie, za gedurende gehele levensduar aan de emissienorm worden voldaan.
Ook met de carburaturmodificatie neemt het motorvermögen af met ca. 3,5% per elk 300 meter toename in hoogte. De geografische hoogte werkct echter extra nadelig voor het motorvermögen dan zonder.Deze carburaturmodificatie.
ATTENTIE
Als de carburateur is gewijzigd voor gebruik op grotere geografische hoogte, is het lucht/brandstofmengse te arm voor gebruik op lagere hoogten. Als u een gewijzigde carburateur gebruikt beneden 610 meter, kan de motor oververhit raken en kan er ernstige motorschade ontstaan. Laat bij gebruik op lagere hoogten uw onderhoudsdealer de carburateur weer wijzigen volgens de originele fabriekspecifications.
Informatie over het emissieregelsystem
Garantie met betrekking tot het emissieregelsysteme
Uw neue Honda voldoet aan de emissievoorschriften van zowel de Amerikaanse EPA als de staat Californie. American Honda biedt bezelfde emissiegarantiedekking voor Honda Power Equipment-motoren die in alle 50 staten worden verkocht. Uw Honda Power Equipment-motor is ontworpen, gebouwd en uitergerust om te voldoen aan de emissienormen voor vonkontstekingsmotoren van zowel de Amerikaanse EPA als het California Air Resources Board.
Garantie
Honda Power Equipment-motoren die zichgcertificieerd volgens de
Amerikaanse CARB- en EPA-voorschriften zichgegarandeerd vrij van
gebreken in materiaal en uitvoerung die tot govolgh hebben dat de motor nicht
voldoet aan de toepasselijk CARB- en EPA-normen gedurende eenperiode
van minimaal 2aar of de duur van de beperke garantie van de Honda Power
Equipment-distributeur,welke het langst duurt,vanaf de oorspronkelijke
datum van levering aan de eerste eigenaar.Deze garantie kan worden
overgedragen op elke volgende eigenaar voor de duur van de
garantieperiode.
Garantiereparaties zullen worden uitgevoerd zonder kosten voor diagnose,
onderdenen en arbeitd.Neem voor informatie over het indieren van een
garantielseam en beschrijving van het indieren van een claim en/of het
verkrijgen van service contact op met een erkende Honda Power Equipment
dealerof met American Honda op een van de volgende manieren:
E-mail: powerequipmentemissions@ahm.honda.com
Telefoon: (888) 888-3139
Deze garantie heeft betrekking op alle componenten waarvan een defect resulteert in een verhoging van de emissies van enige aan voorschriften onderworpen verruilende stof of verdampingsemissies. Het afzonderlijk bijgevoegde emissiegarantietdocument bevat een overzicht van de specifieke componenten.
Het emissiegarantiedocument bevat ook de specifieke garantievoorwaarden, de omvang van de dekking, beperkingen en de procedure voor het verkrijgen van garantieservice. Het emissiegarantiedocument is ook beschikkaar op de website van Honda Power Equipment of via de volgende link: http://powerequipment.honda.com/support/warranty
Emissiebron
Het verbrandingsproces produeert koolmonoxide, stikstofoxiden en koolwaterstoffen. De beperking van de uitstoot van koolwaterstoffen en stikstofoxides is erg belangrijk, waar deze bij bepaalde omstandigeden onder invoed van zonlich fotochemische smog vormen. Koolmonoxide reageert net op dieze manier, maar is giftig.
Honda-motoren makegruik van specifieke lucht/brandstofverhoudingen en emissieregelystemen om de uitsoot van koalmonoxide, stiktstoffiden en koalwaterstoffen terug te dringen. Daarnaast makes Honda-brandstofsystemen gebruik van componenten en regeltechniekoen verdampingsemissies te verminderen.
Wetgeving op luchtverontreiniging in de Verenigde Staten en in de staat Californie en de milieuwetgeving in Canada
De wet- en regelgeving van het Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency), de staat Californie en Canada verplicht alle fabrikanten om schriftelijkte instructies op te stellen die de werkung en het onderhoud aan emissieregelsystemen beschrijven.
De volgende instructies en procedures moeten worden opgevolgd om te zorgen dat de emissie van uw Honda-motor aan de emissienormen voldoet.
Manipulatie en aanpassing
ATTENTIE
Manipulatie is een overtrding van de Amerikaanse federale en Californische wetgeving.
Door manipulatie en aanpassing van het emissieregelsystem kunden de emissiewaarden toenemen tot boven de wettelijk toegestane grenswaarden. Onder manipulatie worden onder andere verstraan:
- Het verwijderen of aanpassen van delen van het inlaat-, brandstof- ofuitlaatsystem.
- Het aanpassen of buiten werkung stellen van het Regelmechanisme of toerentalregelaar waardeoor de motor kan functioneren buiten de originele ontwerpparameters.
Problemen die van invloed können zich op de emissie
Als de motor een van de volgende symptomen vertoont, LAST hem dan inspecteren en repareren door uw onderhoudsdealer.
Moeilijk starten of afslaan na het starten.
- Onregelmatig stationair lopen.
- Overslaan of terugslaan onder belasting.
Naverbranding (terugslaan).
Zwartrookuit de uityaat of een hoog brandstofverbruik.
Vervangingsonderdelen
De emissieregelsystemen van uw nieuwe Honda-motor zich ontworpen, gebouwd en gecertificerd om te voldoen aan de emissionnormen van de Amerikaanse EPA, de staat Californie en Canada. Wij raden aan om bij alle onderhoud originele Honda-onderdelen te gebrueken. Deze door Honda ontopwern verwangingsonderdelen zijn geproducedr volgensdezelfden nomen als de originele onderdelen, zodat u kunt vertrouwen op een goede werkinq. Honda kan geen emissiegarantiedekking afwijzen enkel op grond van het grabruik van andere dan Honda-verbangingsonderdelen of het uitvoeren van onderhoud op een andere locatie dan een erkende Honda-dealer. U mag volgens de Amerikaanse EPA-voerschriften gecertificierde onderdelen gebrueken en onderhoud latentu uitvoeren bij andere dan Honda-locaties. Het grabruik van verwangingsonderdelen van een ander ontwerp of mindfulness kaliteit kan de werking van uw emissieregelsystemelijk naderig beinvloeden.
De fabrikant van een los verkrijigbaar onderdeel is ervoor verantwoordelijk dat het onderdeel de emissieprestaties Niet nadelig beinvloedt. De fabrikant van het onderdeel of het revisiebedrijf moet aantonen dat het gebruik van het onderdeel Niet betekent dat de motor Nieteer aan de emissienormen kan voldoen.
Onderhoud
Als eigenaar van de Power Equipment-motor bent u verantwoordelijk voor de uitvoering van al het in uw instructiehandleiding aangegeven onderhoud. Honda raadt u aan om alle onderhoudsfacturen met betrekking tot uw Power Equipment-motor te bewaren, maar Honda kan geen garantiedekking afwijzen op grond van het uitsluitend ontbreken van onderhoudsfacturen of het Niet zorgen voor uitvoering van al het geplande onderhoud. Volg het ONDERHOUDSSCHEMA op pagina 6. Let erop dat dit schema is gebaseerd op de veronderstelling dat uw motor wordt gebrukt voor het doel waarvoort deze is ontworpen. Bij langdurige hoge belastinge of gebruik bij hoge temperatures of in stoffige omstandigheden moet uw motor vaker worden onderhouden.
(Uitvoeringen die zijn goedgekeurd voor verkoop in Califormie)
Een label met luchtindexinformatie (Air Index Information) is bevestigd aan motoren die zichgcertificeerd voor een emissiedururzaamheidsperiode overeenkomstig de eisen van de California Air Resources Board (Californisch instituut voor schonlucht).
De staafgrafiek is bedoeld om u, once klant, in staat te stellen de emissie van de verkruijbare motoren met elkaar te vergelijkden. Hoe lager de Air Index, hoe minder出击oot.
De duurzaamheidsbeschrijing is bedoeld om u te informeren over de duurzaamheid van de motoremissie.
De beschrijvende term geeft de nuttige gebruilsduur aan van het motoremissieregelsystem. Zie de garantie voor uw emissieregelsystem voor nadere informatiek.
| Beschrijvende term | Van toepassing op emissieduurzaamheidsperiode |
| Matig 50 uur (0-80 cc, inclusief)125 uur (groter dan 80 cc) | |
| Gemiddeld 125 uur (0-80 cc, inclusief)250 uur (groter dan 80 cc) | |
| Verlengd 300 uur (0-80 cc, inclusief)500 uur (groter dan 80 cc)1.000 uur (225 cc en groter) |
Het label/sticker met luchtindexinformationatie moet aan de motor bevestigd bijven tot deze worden verkocht. Verwijder het label voordat u de motor gaat gebruiven.
Specifications
GXV630 (type QAF)
| lengtexbreedtexhoogte 443×420×446 mm | |
| Drooggewicht [gewicht] 45,7kg | |
| Motortype 4-takt, overheadklip, 2 cylinders (90° V-Twin) | |
| Cilinderinhoud [boringxslag] | 688,0 cm3[78,0x72,0 mm] |
| Nettovermogen (in overeenstemming met SAE J1349*) | 15,5 kW (21,1 PS) bij 3.600 min-1(tpm) |
| Max. nettokoppel (in overeenstemming met SAE J1349*) | 48,3 N-m (4,93 kgf·m) bij 2.500 min-1(tpm) |
| Capaciteit motorolie Zonder | vervanging van het oliefilter: 1,7 L Met verwanging oliefilter: 1,9 L |
| Koelsystem Geforceerde luucht | |
| Ontstekingsystem Type CD magneto ontsteking | |
| Draailing PTO-as Linksom | |
GXV690 (type TAF)
| lengtexbreedtexhoogte 443×420×463 mm | |
| Drooggewicht [gewicht] 45,9 kg | |
| Motortype 4-takt, overhead | lep, 2 cilinders (90° V-Twin) |
| Cilinderinhoud [boringxslag] | 688,0 cm³ [78,0×72,0 mm] |
| Nettovermogen (in overeenstemming met SAE J1349*) | 16,5 kW (22,4 PS) bij 3.600 min-1(tpm) |
| Max. nettokoppel (in overeenstemming met SAE J1349*) | 48,3 N-m (4,93 kgf·m) bij 2.500 min-1(tpm) |
| Capaciteit motorolie Zonder | vervanging van het oliefilter: 1,7 L Met verwanging oliefilter: 1,9 L |
| Koelsystem Geforceerde lucht | |
| Ontstekingssystem Type CDI magneto ontsteking | |
| Draailing PTO-as Linksom | |
- Het nominale vermogen van de motor dat staat vermeld in dit document is het netto geleverd vermogen zoals getest aan een productiemotor voor het betreffende model, gemeten in overeenstemming met SAE J1349 bij 3.600 min-1(tpm) (nettovermögen) en bij 2.500 min-1(tpm) (max. nettokoppel). Motoren akomstig van massaproductie hunnen van dieze waarde afwijken. Het feitelijk geleverd vermogen voor de motor die uiteindelijk in het chassis worden ingebouwd, kan afhangen van talloze factoren, zoals het toenental van de motor in de praktijk, de omgevingsomstandigheden, het onderhoud en andere variabelen.
Aftstelspecificities GXV630/690
| ONDERDEEL SPECIFICATIE ONDERHOUD | ||
| Elektrodenafstand 0,7-0,8 mm Raadpleeg pagina 10. | ||
| Stationair toerental | 1,400±150 min-1(tpm) | Neem contact op met uw onderhoudsdealer |
| Klepspeling (koud) IN: 0,08±0,02 mmUIT: 0,10±0,02 mm | ||
| Overige specificaties | Geen andere afstallingen nodig. | |
Beknopte naslaginformatie
| Brandstof Ongel | ode benzine (zie pagina 7). | |
| VS Pomp | octaangehalte van 86 of hoger | |
| Behalve de VS | Research-octaangehalte van 91 of hoger | |
| Pompocctaangehalte van 86 of hoger | ||
| Motorolie SAE | OW-30, API SJ of later, voor algemeen gebruik. Raadpleeg pagina 7. | |
| Bougie ZFR5F (NGK), FR2A (NGK) | ||
| Onderhoud Vóor elk gebruik: | ||
| • Controller motoroliepeil. Raadpleeg pagina 7. • Controller luchtfilter. Raadpleeg pagina 9. | ||
| Eerste 20 uur: Ververs de motorolie. Raadpleeg pagina 8. | ||
| Vervolgens: Volg het onderhoudsschema op pagina 6. | ||
Bedradingsschema's

2,7 A Type laadspoel

17 A Type Iaadspoel
GEBRUIKERSINFORMATIE
GARANTIE EN INFORMATIE OVER DISTRIBUTEURS/DEALERS
Verenigde Staten, Puerto Rico en Amerikaanse Maagdeneilanden: Bezoek unsere website: www.honda-engines.com
Canada:
Bel (888) 9HONDA9
of bezoek once website: www.honda.ca
Voor Europese gebiedsdelen:
Bezoek onze website: http://www.honda-engines-eu.com
KLANTENSERVICE-INFORMATIE
De onderhoudsmonteurs bij uw dealervestiging zich goed opgeleide vakrmensen. Zij zullen vrijwel elkve raag waarmeu zit+kunnen beantwoorden. Als u een probleem heeft dat uw dealer Niet maar tevredenheid oplost, bespreek dit dan met het management van de dealervestiging. De werkplaatsmanager, algemeen manager of de eigenaar kunnen u helpen. Vrijwel alle problemen worden op deze wijze opgelost.
Verenigde Staten, Puerto Rico en Amerikaanse Maagdeneilanden: Als u niet tevreden bent met een beslissing van het management van de dealervesting, neem dan contact op met de regiodealer voor Honda motoren in uw gebied (Honda Regional Engine Distributer).
Als u ook na een gesprek met de regiodealer (Regional Engine Distributer) nog ontevreten bent, kutu contact opnemen met het vermelde Honda kantoor.
Alle overige gebieden:
Als u Niet tevreden bent met een beslissing van het management van de dealervestiging, neem dan contact op met het vermelde Honda kantoort.
(Honda kantoor)
Als u schrijft of belt, geef dan de volgende informatie door:
- De nom van de fabrikant en het modelnummer van de apparatuur waaraan de motor is gemonteerd
- Motoruitvoering, serienummer en type (zie pagina 13)
- Naam van de dealer die de motor aan u verkocht
- Naam, adres en contactperson van de dealer die het onderhoud aan uw motor verricht
Aanschafdatum
Uw naam, adres en telefoonnummer - Een gedetailleerde beschrijving van het probleem
Verenigde Staten, Puerto Rico en Amerikaanse Maagdeneilanden:
Ga naar www.honda.ca
voor adresinformationie
Telefoon: (888) 9HONDA9 Gratis
(888)946-6329
Fax: (877) 939-0909 Gratis
Voor Europese gebiedsdelen:
Neem contact op met de Honda dealer in uw gebied voor assistentie.