BF922R1B1 - BF922R1B1 - Inbouwoven SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BF922R1B1 - BF922R1B1 SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Inbouwoven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BF922R1B1 - BF922R1B1 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BF922R1B1 - BF922R1B1 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING BF922R1B1 - BF922R1B1 SIEMENS
NL Gebruikershandleiding en installatie-instructies 79
Materiële schade vermijden 83
Voor het eerste gebruik 85
Reiniging en onderhoud 92
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookprocessen ononderbroken in het oog. ¡ In het huishouden en soortgelijke toepassingen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor medewerkers in winkels, kantoren en andere commerciële omgevingen, in boerderijen; van klanten in hotels en andere verblijven, in bed and breakfasts. ¡ tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau. Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen. 1.4 Veiliger gebruik Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten. ▶ Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte. ▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. ▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Accessoires of vormen worden zeer heet. ▶ Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden. ▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage. ▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan. ▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten. ▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. ▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen. ▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen. ▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen. Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 95 WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. 1.5 Magnetron BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten. ▶ Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat. ▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen. ▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden. ▶ Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden. ▶ Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal. ▶ Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing. ▶ Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron. ▶ Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog
magnetronvermogen of gedurende een te lange tijd ontdooien of verwarmen. Spijsolie kan vlam vatten. ▶ Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen. ▶ Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen. ▶ Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen. ▶ Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken. ▶ Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken. ▶ Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel. De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding. ▶ Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen. ▶ Verwijder altijd het deksel of de speen. ▶ Na het verwarmen goed roeren of schudden. ▶ Voordat de voeding aan het kind wordt gegeven dient de temperatuur te worden gecontroleerd. Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden. ▶ Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen. ▶ Houd altijd de opgaven op de verpakking aan. ▶ Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben. ▶ Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat. ▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen. ▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten. ▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen. ▶ Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd. ▶ Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron. ▶ Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Het apparaat werkt met hoogspanning. ▶ Nooit de behuizing verwijderen. WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid! Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie. ▶ Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwijderen. ▶ Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur en deuraanslag altijd schoon. → "Reiniging en onderhoud", Pagina 92 Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen. ▶ Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte, de deurafdichting of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is. ▶ Alleen door de servicedienst laten repareren. Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt komt energie van microgolven vrij. ▶ De afdekking van de behuizing nooit verwijderen. ▶ Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantenservice.
Materiële schade vermijden
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen LET OP! Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen. ▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten. Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie. ▶ Veeg het condenswater na elk bereiding af. ▶ Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte. ▶ Bewaar geen gerechten in de binnenruimte. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken. ▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. ▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken. ▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
2.2 Magnetron Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.
LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd. ▶ Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat. Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting. ▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte. ▶ Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen. ▶ Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in. ▶ Gebruik maximaal 600 Watt. ▶ Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Twee kopjes met vloeistof tegelijkertijd opwarmen. ¡ Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijkertijd vraagt minder energie dan het verwarmen van meerdere gerechten na elkaar. Het display in de basisinstellingen uitschakelen. ¡ Het apparaat spaart energie in stand-by. Opmerkingen ¡ Het display vermindert de helderheid in stand-bystand automatisch in stand 1. ¡ Het apparaat verbruikt: – in stand-by met uitgeschakeld display max. 0,5 W
nl Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Functie Kinderslot activeren of deactiveren. Apparaatdeur openen In het touchdisplay naar links navigeren. In het touchdisplay naar rechts navigeren.
4.3 Touchdisplay In het touchdisplay ziet u de keuzemogelijkheden en de instellingen bij de actuele functie. Om een van de punten uit te kiezen op het betreffende tekstveld tippen.
Het instelbereik is in tegels weergegeven. Het aantal tegels toont u de actuele selectiemogelijkheden en reeds uitgevoerde instellingen. Druk op de betreffende tegel om een functie te kiezen. Informatie wordt tevens in tegels weergegeven. Gebruik om meerdere tegels naar links of rechts te bladeren de nagivatieknoppen en . Mogelijke symbolen in tegels
Betekenis Bij veel inhoud in de tegel bladeren. Instelwaarde verlagen of verhogen. Instelwaarde resetten. Tegel sluiten.
4.2 Touchvelden Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren. Tiptoets
Functie Apparaat in- of uitschakelen. → "De Bediening in essentie", Pagina 86 Directe toegang tot de magnetron → "Magnetron", Pagina 86 Een instelling teruggaan. Werking starten of onderbreken. → "De Bediening in essentie", Pagina 86 Timer selecteren. → "Timer instellen", Pagina 90
4.4 Automatische deuropener Als u de automatische deuropening bedient, dan springt de apparaatdeur open. U kunt de apparaatdeur volledig met de hand openen. Opmerkingen ¡ Bij een stroomuitval werkt de automatische deuropening niet. U kunt de deur met de hand openen. ¡ Als u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, wordt de werking onderbroken. ¡ Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet. Start de werking. ¡ Als het apparaat langere tijd is uitgeschakeld, dan gaat de apparaatdeur bij het indrukken van de deuropeningstotes open met een kleine vertraging.
4.5 Verwarmingsmethoden en functies Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij uitleg over de verschillen en toepassingen.
Voor het eerste gebruik
Vermogen/standen 90/180/360/600/"boost"
Gerechten Reiniging Basisinstellingen
4.6 Binnenruimte Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Verlichting van de binnenruimte Wanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichting van de binnenruimte aan. Wanneer de apparaatdeur langer dan ca. 15 minuten is geopend, dan schakelt de verlichting van de binnenruimte uit. Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting van de binnenruimte aan als het programma loopt. Wanneer het gebruik eindigt, gaat de verlichting van de binnenruimte uit.
Gebruik Voor het ontdooien, bereiden en verwarmen van gerechten en vloeistoffen. → "Magnetron", Pagina 86 Voor vele gerechten zijn er voorgeprogrammeerde instellingen. Reinigingsfunctie voor de binnenruimte kiezen. → "humidClean", Pagina 91 Basisinstellingen aanpassen. → "Basisinstellingen", Pagina 90 De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer het apparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijft het apparaat koud, de koelventilator schakelt niettemin in. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneer het gebruik van de magnetron reeds is beëindigd.
4.7 Condenswater Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven de apparaatdeur. LET OP! Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit. ▶ Dek de ventilatiesleuven niet af.
De apparaatdeur kunt u met openen. Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Wanneer de apparaatdeur weer is gesloten, kunt u het gebruik met hervatten.
Voor het eerste gebruik
5 Voor het eerste gebruik Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires. Voor het eerste gebruik
5.1 Eerste gebruik U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uitvoeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Taal instellen 1. Op drukken. 2. De gewenste taal kiezen. 3. Druk op .
Tijd instellen Vereiste: Op het display wordt 12:00 weergegeven. De uren knipperen. 1. Met en de uren instellen. 2. Op de minuten drukken. 3. Met en de minuten instellen. 4. Op drukken.
Datum instellen Vereiste: Het display toont een datum. De dag knippert. 1. Met en de dag instellen. 2. Druk op de maand. 3. Met en de maand instellen. 4. Druk op het jaar. 5. Met en het jaar instellen. 6. Druk op "Klaar". a Er wordt aan aanwijzing weergegeven dat de eerste inbedrijfstelling is afgesloten.
5.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen. 1. Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen verpakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen bevinden. 2. De gladde oppervlakken in de binnenruimte met een zachte, vochtige doek reinigen.
drukken. a Het apparaat is klaar voor gebruik.
6.4 Werking onderbreken
6.2 Apparaat uitschakelen ▶ Op drukken. a Het apparaat breekt de lopende functies af. a Het display geeft gedurende enkele minuten de tijd aan.
1. Open de apparaatdeur of druk op . a De werking wordt onderbroken. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op . a De werking wordt voortgezet.
6.5 Werking afbreken ▶ Op drukken. a Het apparaat breekt de lopende functies af.
7 Magnetron Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen of ontdooien. Magnetron
7.1 Magnetronvermogen Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en een aanbeveling voor het gebruik ervan. Magnetronvermogen in watt 90 W
180 W Maximale duur in uur 1:30 1:30
Opmerkingen ¡ Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron "boost" gedurende de eerste minuten trapsgewijs tot 600 W gereduceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperiode weer beschikbaar. ¡ De magnetronvermogens komen niet overeen met het daadwerkelijke opgenomen vermogen van het apparaat.
7.2 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken. Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit.
Gebruik Gevoelige gerechten ontdooien. Gerechten ontdooien en verder bereiden. Vlees en vis bereiden of gevoelige gerechten opwarmen. Gerechten verwarmen en bereiden. Vloeistoffen verwarmen. Geschikt voor de magnetron Servies Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: ¡ Glas ¡ Glaskeramiek ¡ Porselein ¡ Temperatuurbestendige kunststof ¡ Volledig geglazuurd keramiek zonder barsten Bestek van metaal
Toelichting Deze materialen laten microgolven door. Microgolven beschadigen hittebestendige vormen niet.
Opmerking: Om kookvertraging te voorkomen kunt u metalen bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas.
LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Niet geschikt voor de magnetron Servies Vormen van metaal
Servies met goud- of zilverdecor
Toelichting Metaal laat geen microgolven door. De gerechten warmen nauwelijks op. Microgolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen. Tip: Wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat de vorm geschikt is voor de magnetron, kunt u de vorm gebruiken.
7.3 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen. 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maximale magnetronvermogen instellen. 3. In werking stellen. 4. De vorm meerdere keren controleren: – Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron. – Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
7.4 Magnetron instellen Opmerking: Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: ¡ De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen. → Seite 81 ¡ De aanwijzingen voor het vermijden van materiële schade in acht nemen. → Seite 83 ¡ De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen en accessoires in acht nemen. 1. Druk op of "Magnetron".
Druk op "Magnetronvermogen". Selecteer het gewenste magnetronvermogen. Druk op "Overnemen". Druk op "Tijdsduur". Stel de gewenste duur in. → "Tijdsduur instellen", Pagina 89 Met kunt u de ingestelde duur resetten. 7. Druk op "Overnemen". 8. Stel de eindtijd in wanneer een eindtijd is gewenst. ‒ Druk op "Einde". ‒ Stel de gewenste tijd in. ‒ Druk op "Overnemen". Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. 9. Start de werking met . a Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal. Tip: Om uw apparaat optimaal te gebruiken, kunt u zich aan de informatie in de insteladviezen oriënteren. → "Zo lukt het", Pagina 95 2. 3. 4. 5. 6.
7.5 Magnetronvermogen wijzigen U kunt het magnetronvermogen tijdens het gebruik wijzigen. 1. Op het ingestelde magnetronvermogen drukken. 2. Het gewenste magnetronvermogen selecteren. Wanneer de ingestelde tijdsduur de maximale tijdsduur van het magnetronvermogen overschrijdt, dan reduceert het apparaat de tijdsduur automatisch. 3. Druk op "Overnemen".
7.6 Tijdsduur wijzigen 1. Op de ingestelde duur drukken. 2. Stel de gewenste duur in. 3. Druk op "Overnemen".
7.7 Gerechten nagaren Na het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerecht nagaren. 1. Druk op "Voeg extra kooktijd toe". 2. Stel de gewenste duur in. → "Tijdsduur instellen", Pagina 89 Met kunt u de ingestelde duur resetten. 3. Druk op "Overnemen". 4. Start de werking met .
7.8 Werking onderbreken 1. Open de apparaatdeur of druk op . a De werking wordt onderbroken. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op . a De werking wordt voortgezet.
7.9 Werking afbreken ▶ Op drukken. a Het apparaat breekt de lopende functies af.
8 Gerechten Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen. Gerechten
8.1 Automatisch uitschakelen U kunt ontspannen koken dankzij de automatische uitschakelfunctie. Om een optimaal resultaat te verkrijgen, verwijdert u het gerecht na het einde van het programma.
8.2 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen volgt u deze aanwijzingen op: ¡ Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit. ¡ De levensmiddelen uit de verpakking nemen en afwegen. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar boven af. ¡ Gebruik uitsluitend voor magnetron geschikte vormen, bijv. van glas of keramiek. ¡ Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte. Ontdooien ¡ De levensmiddelen vlak en verdeeld in porties bij -18°C invriezen en bewaren. ¡ Leg de diepvriesproducten op een vlakke vorm, bijvoorbeeld een glazen of porseleinen bord. ¡ Het kan zijn dat levensmiddelen na beëindigen van het programma nog niet volledig zijn ontdooid. De levensmiddelen kunnen echter goed verder worden verwerkt. ¡ Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt. ¡ Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaat vloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. De vloeistof verder niet gebruiken of met andere levensmiddelen in contact laten komen. ¡ Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. ¡ Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde en stukken gevogelte eerst met de kant van het vel op de vorm leggen. Groente ¡ Verse groente: in stukken van gelijke grootte snijden. Voeg per 100 g één eetlepel water toe. ¡ Diepvriesgroente: alleen geblancheerde, niet voorgekookte groente is geschikt. Diepvriesgroente met roomsaus is niet geschikt. 1 tot 3 eetlepels water toevoegen. Bij spinazie en rode kool geen water toevoegen.
Aardappelen ¡ Aardappels om te koken: snijd deze in stukken van gelijke grootte. Voeg per 100 g twee eetlepels water en een beetje zout toe. ¡ Aardappels in de schil: gebruik aardappels van gelijke grootte. Wassen en meerdere gaatjes in de schil prikken. Aardappelen nog vochtig in een vorm zonder water doen. Rijst ¡ Gebruik geen zilvervliesrijs of rijst in kookzakjes. ¡ Twee tot twee en een half keer de hoeveelheid water bij de rijst doen.
8.3 Programma instellen Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld. 1. Druk op "Gerechten". 2. Een programma selecteren. 3. Druk op "Gewicht". 4. Met en het gewicht instellen 5. Druk op "Overnemen". 6. Stel de eindtijd in wanneer een eindtijd is gewenst. ‒ Druk op "Einde". ‒ Stel de gewenste tijd in. ‒ Druk op "Overnemen". Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. 7. De gerechten in de binnenruimte plaatsen. 8. Sluit de deur van het apparaat. 9. Op drukken. a Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal. Opmerking: Bij vele programma's verschijnen tijdens de bereiding aanwijzingen op het display. Volg deze aanwijzingen op.
Gerechten nagaren Na het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerecht nagaren. 1. Druk op "Voeg extra kooktijd toe". 2. Stel de gewenste duur in. → "Tijdsduur instellen", Pagina 89 Met kunt u de ingestelde duur resetten. 3. Druk op "Overnemen". 4. Start de werking met .
Werking onderbreken 1. Open de apparaatdeur of druk op . a De werking wordt onderbroken. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op . a De werking wordt voortgezet.
Werking afbreken ▶ Op drukken. a Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.4 Overzicht van de gerechten Gerecht
Geschikte levensmiddelen
Brood, heel, rond of langwerpig, brood in sneetjes, cake, gistgebak, vruchtengebak, taart zonder glazuur, slagroom of gelatine 1 Vlees ontdooien Braadstukken, platte stukken vlees, kip, gehakt Vis ontdooien1 Hele vis, visfilet, viskotelet 2 Groente, vers Bijv. bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, prei, paprika, courgette Groente, diepvries2 Bijv. bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, rode kool, spinazie 2 Rijst Rijst met lange korrel Gekookte Aardappels met of zonder schil, aardappelaardappelen2 partjes even groot 1 Let op het keersignaal. 2 Let op het roersignaal.
Vlakke open vorm Gesloten vorm
Hoge, gesloten vorm Gesloten vorm
9 Tijdfuncties Het apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur, het einde van het programma en de wekker kunt instellen. Tijdfuncties
Tijdfuncties Tijdsduur
Gebruik Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Deze beïnvloedt het apparaat niet.
9.1 Tijdsduur instellen De tijdsduur voor de werking met "boost" kunt u instellen tot 30 minuten. De duur voor alle andere standen kunt u tot 90 minuten instellen. Vereiste: Een functie en een stand zijn ingesteld. 1. Druk op "Tijdsduur". 2. Stel met en de seconden in of selecteer een vooringestelde waarde op het display. 3. Druk om minuten om de minuten in te stellen. 4. Stel met en de minuten in of selecteer een vooringestelde waarde op het display. 5. Start de werking met .
Gerechten nagaren Na het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerecht nagaren. 1. Druk op "Voeg extra kooktijd toe". 2. Stel de gewenste duur in. → "Tijdsduur instellen", Pagina 89
kunt u de ingestelde duur resetten.
3. Druk op "Overnemen". 4. Start de werking met
Tijdsduur wijzigen U kunt de tijdsduur altijd wijzigen. 1. Druk op de tijdsduur. 2. Stel met en de seconden in of selecteer een vooringestelde waarde op het display. 3. Druk op de minuten om de minuten in te stellen. 4. Stel met en de minuten in of selecteer een vooringestelde waarde op het display. 5. Druk op "Overnemen".
Tijdsduur afbreken U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken. 1. Druk op de tijdsduur. 2. Reset de tijdsduur met . Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat de tijdsduur naar de vooringestelde waarde. 3. Druk op "Overnemen".
9.2 Eindtijd instellen Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven. Opmerkingen ¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart. ¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan. Vereisten ¡ Een functie en een stand zijn ingesteld. ¡ Er is een tijdsduur ingesteld. 1. Druk op "Einde".
nl Kinderslot 2. De tijd met 3.
of aanpassen. Reset indien nodig de instelwaarde met . Druk op . Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand. Als de starttijd is bereikt, begint de werking en de tijdsduur loopt af. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd. Voer wanneer de tijdsduur is verstreken één van de volgende acties uit: ‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten. ‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Eindtijd veranderen Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde tijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt. 1. Druk op de eindtijd. 2. Wijzig de tijd met of . 3. Druk op "Overnemen".
Eindtijd afbreken U kunt de ingestelde tijd altijd wissen. 1. Druk op de eindtijd. 2. Reset de tijd met . 3. Druk op "Overnemen".
1. Druk op . a De minuten knipperen. 2. Stel de minuten in met en . 3. Druk om de uren in te stellen op uren. 4. Stel de uren in met en . 5. Druk op de seconden om de seconden in te stellen. 6. Stel de seconden in met en . 7. Druk op "Start". a De timer start. a Bij sommige display-indicaties loopt de timer op de achtergrond verder. Druk op om de timer weer te geven.
Timer beëindigen Vereiste: Er klinkt een signaal. ▶ Op een willekeurig veld drukken. a De timer is uitgeschakeld.
Timer wijzigen 1. Druk op . 2. Druk op "Stop".
a De minuten knipperen. 3. Stel de minuten in met en . 4. Druk om de uren in te stellen op uren. 5. Stel de uren in met en . 6. Druk op de seconden om de seconden in te stellen. 7. Stel de seconden in met en . 8. Druk op "Start".
Timer annuleren 1. Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de
timer met 2. Druk op
U kunt een timertijd vastleggen, waarbij er na afloop een signaal klinkt. U kunt een timertijd van maximaal 24 uur instellen. De functie werkt onafhankelijk van de werking en andere tijdfuncties. Het timersignaal onderscheidt zich van andere signalen.
10 Kinderslot Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen. Kinderslot
10.1 Kinderslot activeren ▶ Toets ca. 4 seconden ingedrukt houden. a De bedieningselementen zijn geblokkeerd.
a Wanneer een timertijd is ingesteld, dan loopt deze door. Zolang het kinderslot actief is, kunt u de timertijd niet wijzigen. Om geluidssignalen, bijv. na het verstrijken van de timertijd, te beëindigen op een willekeurige toets drukken.
10.2 Kinderslot deactiveren 1. Toets ca. 4 seconden ingedrukt houden. 2. De bedieningselementen zijn gedeblokkeerd.
11 Basisinstellingen U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen. Basisinstellingen
11.1 Overzicht van de basisinstellingen Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
Opmerkingen ¡ Wijzigingen van de instellingen van de taal, de sensortoetstoon en de display-helderheid hebben direct effect. Alle andere instellingen zijn pas actief wanneer u de instellingen opslaat. ¡ Uw wijzigingen van de basisinstellingen blijven ook na een stroomstoring bewaard.
Basisinstellingen Taal Tijd Datum
Keuze Zie de selectie op het apparaat "Tijd" in het 24 uursformaat "Datum" in het formaat
DD.MM.JJJJ Display Helderheid "Tijd", Standby-toestand
Keuze ¡ Standen 1 t/m 81 ¡ Aan (deze instelling verhoogt het energieverbruik) ¡ tijdslimiet1 ¡ Uit "Tijd", weergave ¡ Digitaal + datum1 ¡ Digitaal ¡ Analoog Afstelling ¡ Display horizontaal en verticaal stellen. 1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken) Aardewerk Toetssignaal
Personalisering Merklogo
Keuze ¡ Indicaties1 ¡ Niet weergeven Werking na inschakelen ¡ Hoofdmenu1 ¡ Magnetron ¡ Gerechten Kinderslot ¡ Beschikbaar ¡ Gedeactiveerd 1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken) Fabrieksinstellingen Fabrieksinstellingen Demostand
Keuze ¡ Terugzetten ¡ Afbreken ¡ "Demostand" instellen Wordt alleen in de eerste 5 minuten na een reset of bij de eerste ingebruikstelling weergegeven. ¡ "Apparaat informatie" weergeven
Keuze ¡ Aan1 ¡ Uit Geluidssignaal ¡ Zeer kort ¡ Korte duur ¡ Gemiddelde duur1 ¡ Lange duur 1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
11.2 Basisinstellingen wijzigen
Instellingen van het appa- Keuze raat Verlichting ¡ Aan1 ¡ Uit Magnetronvermogen ¡ 90 W voorinst. ¡ 180 W ¡ 360 W ¡ 600 W ¡ boost 1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
U kunt de tijd wijzigen in de basisinstellingen. Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld. 1. Druk op "Basisinstellingen". 2. Druk op de basisinstelling "Tijd". a Het display toont de ingestelde waarde. De uren knipperen. 3. Stel de uren in met en . 4. Druk op de minuten. 5. Stel de minuten in met en . 6. Druk op "Overnemen". 7. Keer met terug naar het overzicht of het hoofdmenu.
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld. 1. Druk op "Basisinstellingen". 2. Druk op de gewenste basisinstelling. 3. Wijzig de gewenste instellingen op het display. 4. Keer met terug naar het overzicht of het hoofdmenu.
12 humidClean De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd. humidClean
Druk op "humidClean". Volg de aanwijzingen op het display. Druk op "Overnemen". Druk op . a Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal. 5. Volg de aanwijzingen op het display. 1. 2. 3. 4.
12.1 Reinigingsondersteuning instellen Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
nl Reiniging en onderhoud
Reiniging en onderhoud
13 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. Reiniging en onderhoud
13.1 Reinigingsmiddelen Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen. WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat. ▶ Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen. ▶ Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen. ▶ Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes. ▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging. ▶ Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen. Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit kan oppervlakken beschadigen. ▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen. In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
13.2 Apparaat reinigen Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. ▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten. ▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. 2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht nemen. 3. Indien niet anders vermeld: ‒ De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje. 92
Droog na met een zachte doek.
13.3 Binnenruimte reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen. ▶ Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. 2. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen. 3. Bij sterke verontreiniging voor roestvrijstalen oppervlakken geschikte ovenreiniger gebruiken. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken. Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen. 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen. 5. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
13.4 Ruiten van de deur schoonmaken LET OP! Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen. ▶ Geen schraper gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. 2. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een glasreiniger. Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de verlichting van de binnenruimte. 3. Met een zachte doek nadrogen.
13.5 Deurafdichting reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting beschadigen. ▶ Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vitrokeramische kookplaat voor het reinigen. ▶ Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. 2. Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een zachte vaatdoek. 3. Met een zachte doek nadrogen.
13.6 Voorzijde van het apparaat reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen. ▶ Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken. ▶ Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. ▶ Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. 2. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen. Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel
heel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel. 4. Met een zachte doek nadrogen.
13.7 Bedieningspaneel reinigen LET OP! Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen. ▶ Het bedieningspaneel nooit nat afnemen. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. 2. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen. 3. Met een zachte doek nadrogen.
14 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. Storingen verhelpen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is. → "Servicedienst", Pagina 95
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
14.1 Functiestoringen Storing Apparaat werkt niet.
De magnetron werkt niet. De gerechten warmen niet op.
Oorzaak en probleemoplossing Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 95 Deur is niet helemaal gesloten. ▶ Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen. 1. Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kort uit te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 5 minuten in de basisinstellingen. → Pagina 90
Storing Verlichting van de binnenruimte werkt niet.
Oorzaak en probleemoplossing Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de → "Servicedienst", Pagina 95. Magnetronfunctie Storing breekt af. 1. Het apparaat resetten. ‒ Ofwel de toets minstens 10 seconden ingedrukt houden. ‒ Of de zekering in de meterkast uitschakelen. De zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 2. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 95 De gerechten worden Magnetronvermogen is te laag ingesteld. langzamer warm dan ▶ Stel een hoger magnetronvermogen in. voorheen. Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan. ▶ Stel een langere tijdsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig. Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▶ Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. De tijd verschijnt niet Het display schakelt na enkele seconden uit. wanneer het apparaat Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. is uitgeschakeld
14.2 Aanwijzingen op het display Storing Melding met "D" of "E" verschijnt op het display.
Oorzaak en probleemoplossing Storing 1. Het apparaat resetten. ‒ Ofwel de toets minstens 6 seconden ingedrukt houden. ‒ Of de zekering in de meterkast uitschakelen. De zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 2. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 95
15 Afvoeren Afvoeren
15.1 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt. 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van de energieklasse D. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen. Servicedienst
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Zo lukt het Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd. Zo lukt het
17.1 Zo kunt u het best te werk gaan Hier vertellen we u hoe u als beste stap voor stap optimaal kunt profiteren van het insteladvies. U krijgt informatie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat optimaal kunt gebruiken en instellen. Tip Aanwijzingen voor de bereiding ¡ De insteladviezen gelden altijd voor de koude en lege binnenruimte. ¡ De opgegeven tijden in de overzichten zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen. ▶ Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen. ▶ Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken. ▶ Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken. ▶ Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de
schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel. 1. Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de bin-
nenruimte verwijderen. 2. Kies een gewenst gerecht uit de insteladviezen. 3. Doe het gerecht in een geschikte vorm. 4. Plaats de vorm in het midden op de bodem van de
binnenruimte. Zo kunnen de microgolven de gerechten van alle kanten bereiken. 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies. Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de tijdsduur verlengen. 6. Gebruik pannenlappen wanneer u hete vormen uit de binnenruimte neemt.
17.2 Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron Instellingsadviezen voor het ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron. De tijdsduur is afhankelijk van het servies en van de temperatuur, aard en hoeveelheid van het product. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Als u andere hoeveelheden gebruikt dan aangegeven in de tabellen, houdt u zich dan aan de vuistregel: dubbele hoeveelheid - bijna dubbele tijdsduur, halve hoeveelheid - halve tijdsduur.
Ontdooien met de magnetron Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Vries het voedsel vlak in. ¡ Gebruik open servies dat geschikt is voor de magnetron. ¡ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. ¡ De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren. Bij het keren de ontdooivloeistof verwijderen. ¡ Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaat vloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. Verder niet gebruiken of met andere levensmiddelen in contact laten komen. ¡ Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen.
nl Zo lukt het ¡ Bij het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden. ¡ Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt. Gerechten Gewicht Vlees in zijn geheel, met en 800 g zonder bot1 Vlees in zijn geheel, met en 1000 g zonder bot1 Vlees in zijn geheel, met en 1500 g zonder bot1 Vlees in stukken of 200 g plakken1, 2 Vlees in stukken of 500 g plakken1, 2 Vlees in stukken of 800 g plakken1, 2 Gehakt, gemengd1, 2 200 g 1, 2 Gehakt, gemengd 500 g Gehakt, gemengd1, 2
Groente, bijv. erwten3 Fruit, bijv. frambozen3 Fruit, bijv. frambozen3
Gebak, droog, bijv. cake5, 6 Gebak, droog, bijv. cake5, 6
2. 90 W Gebak, vochtig, bijv. vruch- 500 g tentaart, kwarktaart5 Gebak, vochtig, bijv. vruch- 750 g tentaart, kwarktaart5 1 Het voedsel herhaaldelijk keren. 2 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden. 3 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren. 4 De verpakking volledig verwijderen. 5 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien. 6 De stukken gebak van elkaar scheiden.
Opwarmen of bereiden van diepgevroren gerechten met magnetron Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht. Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. ¡ De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. ¡ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. ¡ De gerechten tussendoor meerdere malen keren of omroeren. ¡ De gerechten na het bereiden 2 tot 5 minuten laten rusten. ¡ De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate. ¡ Om optimale resultaten te behalen, adviseren wij levensmiddelen of kant-en-klare gerechten bij 600 watt te verwarmen. Wanneer op de verpakking een hoger magnetronvermogen is aangegeven, verleng dan de tijd. Gerechten Gewicht Menu, bordgerecht, kant300-400 g en-klaargerecht (2-3 componenten) Soep 400 g Eenpansgerechten 500 g Plakken of stukken vlees in 500 g saus, bijv. goulash Vis, bijv. filetstukken1 400 g Ovenschotels, bijv. lasagne 450 g of cannelloni (ca. 3 cm hoog) Bijgerechten, bijv. rijst, 250 g pasta1 Bijgerechten, bijv. rijst, 500 g pasta1 Groenten, bijv. erwten, 300 g broccoli, wortelen1 Groenten, bijv. erwten, 600 g broccoli, wortelen1 Spinazie a la crème2 450 g 1 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen. 2 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
Tips voor het de volgende keer ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron. Vraag Uw gerecht is te droog.
Tip ¡ Verkort de tijdsduur of kies een lager magnetronvermogen. ¡ Het gerecht afdekken en meer vloeistof toevoegen.
600 W Tijdsduur 8-10 min.
Vraag Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd nog niet ontdooid, opgewarmd of gaar. Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd van binnen nog niet klaar, maar van de buitenkant reeds oververhit. Uw vlees of gevogelte is na het ontdooien van binnen nog steeds niet ontdooid, maar van buiten al gegaard.
Tip Verleng de tijdsduur. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. ¡ Tussentijds doorroeren. ¡ Verlaag het magnetronvermogen en verleng de tijdsduur. ¡ Verlaag het magnetronvermogen. ¡ Grote te ontdooien producten meerdere malen keren.
17.3 Opwarmen Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen.
Opwarmen met de magnetron Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten. ▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
Gerechten Gewicht Schotel, gekoeld 1 portie 1, 2, 3 Dranken 125 ml Dranken1, 2, 3 200 ml 1, 2, 3 Dranken 500 ml Babyvoeding, bijv. flesjes 50 ml melk4, 5, 3 Babyvoeding, bijv. flesjes 100 ml melk4, 5, 3 Babyvoeding, bijv. flesjes 200 ml melk4, 5, 3 Soep, 1 kopje6 à 175 g 6 Soep, 2 koppen à 175 g 7 Vlees in saus 500 g Eenpansgerecht6 400 g 6 Eenpansgerecht 800 g Groente, 1 portie6 150 g 6 Groente, 2 porties 300 g 1 Doe een lepel in het glas. 2 Alcoholische dranken niet verwarmen. 3 Beslist de temperatuur controleren. 4 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen. 5 Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden. 6 Het voedsel tussendoor controleren. 7 De lapjes vlees van elkaar scheiden.
17.4 Bereiden Met uw apparaat kunt u gerechten bereiden.
LET OP! Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. ¡ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. ¡ De gerechten tussendoor meerdere malen keren of omroeren. ¡ De gerechten na het bereiden 2 tot 5 minuten laten rusten. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. ¡ Om optimale resultaten te behalen, adviseren wij levensmiddelen of kant-en-klare gerechten bij 600 watt te verwarmen. Wanneer op de verpakking een hoger magnetronvermogen is aangegeven, verleng dan de tijd. Magnetronvermogen 600 W boost boost boost
W W W W W W W Zo lukt het
Bereiden met magnetron Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. ¡ De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. ¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen. ¡ De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate. ¡ De gerechten na het bereiden 2 tot 5 minuten laten rusten. ¡ De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. ¡ Om optimale resultaten te behalen, adviseren wij levensmiddelen of kant-en-klare gerechten bij 600 watt te verwarmen. Wanneer op de verpakking een hoger magnetronvermogen is aangegeven, verleng dan de tijd. Gerechten Hele kip, vers, zonder ingewanden1 Visfilet, vers2 Groente, vers3, 2, 4 Groente, vers3, 2, 4 Aardappelen3, 2, 4 Aardappelen3, 2, 4 Aardappelen3, 2, 4 Rijst5, 4
600 W Zoete gerechten, bijv. pudding (instant)4 500 ml 4 Vruchtencompote 500 g 1 Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd. 2 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen. 3 In stukken van gelijke grootte snijden. 4 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren. 5 De dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.
Tijdsduur 25 – 30 min. 7 – 8 min. 5 – 6 min. 10 – 12 min. 7 – 9 min. 10 – 12 min. 15 – 20 min. 1. 4 – 5 min. 1. 12 – 15 min. 1. 6 – 8 min. 1. 15 – 18 min. 5 – 8 min. 9 – 12 min.
Pudding van puddingpoeder
2. De rest van de melk toevoegen en nogmaals door-
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden. ▶ Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. 1. Een pakje puddingpoeder volgens de aanwijzingen op de verpakking met suiker en een beetje melk in een voor de magnetron geschikte hoge schaal door elkaar roeren, zodat er geen klontjes aanwezig zijn.
3. De schaal in de binnenruimte plaatsen en de appa-
roeren. raatdeur sluiten. 4. Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies. 5. Na 3 minuten voor de eerste keer omroeren. Dan
steeds na één minuut omroeren, tot de gewenste consistentie is bereikt. De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur van de melk en de gebruikte kom.
nl Montagehandleiding
Popcorn voor de magnetron WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen. ▶ Houd altijd de opgaven op de verpakking aan. ▶ Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte. LET OP! De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn direct na elkaar met een te hoog magnetronvermogen kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte. ▶ Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere minuten afkoelen. ▶ Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in.
▶ Gebruik maximaal 600 Watt. ▶ Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen.
Opmerking: Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. ¡ Gebruik een platte, hittebestendige vorm. Geen porselein of sterk gebogen borden gebruiken. ¡ De popcornzak met de gemarkeerde zijde naar onderen op kom leggen. ¡ De duur afhankelijk van de hoeveelheid aanpassen. ¡ Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt, de popcornzak na 1 minuut en 30 seconden even uit de oven nemen en schudden. Opgelet, de popcorn is heet.
Gerechten Gewicht Magnetronvermogen Tijdsduur Popcorn voor de 1 zak à 100 g 600 W 2,5 min magnetron1 1 Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen. De aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen.
17.5 Testgerechten Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Bereiden met magnetron Gerecht Kandeel, 1000 g Biscuit, 475 g Gehakt, 900 g Schotel, gekoeld, 1 portie
Magnetronvermogen in W 1. 600 W 2. 180 W 600 W 600 W
600 W Tijdsduur in min 1. 11-12 min. 2. 8-10 min. 7-9 min. 20-25 min. 5-6 min.
Aanwijzing Pyrexform
Tijdsduur in min 1. 5-6 min. 2. 7-10 min.
Aanwijzing Pyrexvorm, Ø 24 cm
Pyrexvorm, Ø 22 cm Pyrexvorm, Ø 28 cm lang Magnetronafdekkap
Ontdooien met de magnetron Gerecht Vlees, 500 g
18.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden. ▶ Veiligheidshandschoenen dragen. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. ▶ Neem contact op met de service wanneer het netsnoer te kort is. 18.3 Inbouwmeubel
18.2 Veilige montage Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. ¡ De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling. ¡ Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade. ¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur. ¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen. ¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur van maximaal 90 °C, aangrenzende voorzijden van meubels tegen een temperatuur van maximaal 65 °C. ¡ Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting. ¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten. ¡ Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast. De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben. De minimale inbouwhoogte bedraagt 850 mm. Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen mogen niet worden afgedekt.
18.4 Elektrische aansluiting Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen. ¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt. ¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften. ¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn. ¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aansluitkabel worden aangesloten. ¡ De aansluitkabel moet op de achterkant van het apparaat worden aangesloten. Een 3 m lange aansluitkabel is bij de klantenservice verkrijgbaar. ¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door een originele kabel. Die is bij de servicedienst verkrijgbaar.
Apparaat elektrisch aansluiten Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd. 1. De apparaatstekker van het aansluitsnoer op het apparaat aansluiten. De apparaatstekker op vastheid controleren. 2. De stekker van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. Als het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang tot de netstekker niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
nl Montagehandleiding
18.5 Inbouw in bovenkast
De stelvoeten instellen.
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
18.7 Apparaat inbouwen Het apparaat slechts zo hoog inbouwen, dat de accessoires er zonder probleem uitgehaald kunnen worden. Verwijder de voetjes.
18.6 Inbouw in een hoge kast Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
Het apparaat slechts zo hoog inbouwen, dat de accessoires er zonder probleem uitgehaald kunnen worden.
1. Schuif het apparaat er helemaal in.
De aansluitkabel niet knikken, inklemmen of over scherpe randen leiden. 2. De afstand tot de aanliggende apparaten controleren.
Montagehandleiding 3. LET OP!
Bij het openen van de apparaatdeur kan het apparaat naar voren kantelen. ▶ Houd het apparaat in positie bij het openen van de apparaatdeur. Open de apparaatdeur langzaam.
7. Schroef het apparaat aan de zijde van de scharnie-
ren op het meubel vast.
8. Verwijder verpakkingsmateriaal en plakfolie uit de
binnenruimte en van de deur.
4. Schroef het apparaat op de tegenoverliggende zijde
van de scharnieren op het meubel vast.
18.8 Apparaat demonteren 1. Maak het apparaat spanningsloos. 2. Draai de bevestigingsschroeven los. 3. Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
5. De gaten voor het bevestigen aan de kant van de
scharnieren in het meubel voorboren.
Dek de deurscharnieren af. Gebruik een houtboor van 2 mm doorsnede. 6. Verwijder de spanen uit de binnenruimte.
Notice-Facile