GE205 UT - Zentralheizkessel BUDERUS - Kostenlose Bedienungsanleitung
Finden Sie kostenlos die Bedienungsanleitung des Geräts GE205 UT BUDERUS als PDF.
Benutzerfragen zu GE205 UT BUDERUS
0 Frage zu diesem Gerät. Beantworten Sie die, die Sie kennen, oder stellen Sie Ihre eigene.
Eine neue Frage zu diesem Gerät stellen
Laden Sie die Anleitung für Ihr Zentralheizkessel kostenlos im PDF-Format! Finden Sie Ihr Handbuch GE205 UT - BUDERUS und nehmen Sie Ihr elektronisches Gerät wieder in die Hand. Auf dieser Seite sind alle Dokumente veröffentlicht, die für die Verwendung Ihres Geräts notwendig sind. GE205 UT von der Marke BUDERUS.
BEDIENUNGSANLEITUNG GE205 UT BUDERUS
Bedieningsvoorschrift
voor de gietijzeren Buderus »Loganatherm-Unit« GK 205 UT en »Loganatherm-Unit-Ecomatic« GE 205 UT verwarmingsketels, voor oliestook
1. Algemeen
De gietijzeren Buderus »Loganatherm-Unit« GK 205 UT en de »Loganatherm-Unit-Ecomatic« GE 205 UT verwarmingsketel zijn speciaal geschikt voor het stoken van olie, met natuurlijke trek.
Brandstof
Huisbrandolie EL volgens DIN 51603.
Branderinstelling
De brander is reeds in de fabriek op de nominale ketelcapaciteit ingesteld.
De brander moet in het werk, door de installateur alsnog op de warmtevraag van het gebouw worden afgesteld.
De instelling van de brander moet in combinatie met de schoorsteentrek, met regelmatige tussenpozen worden gecontroleerd.
Schoorsteentrek
| Ketel-type | Leden | Brander-instelling op nominale ketel-capaciteit (fabrieksinst.) kW | Nominale ketelcapaciteit | Rookgas-temperatuur1) °C | Rookgas-hoevel-heid (bij CO2 = 13%) kg/h | Scheor-steen-trek circa mbar | |
| kW | Mcal/h | ||||||
| 17 | 3 | 17 | 17 | 14,6 | 150 | 28,1 | 0,09 |
| 21 | 3 | 21 | 21 | 18,1 | 150 | 34,7 | 0,12 |
| 28 | 4 | 28 | 28 | 24,1 | 160 | 45,3 | 0,14 |
| 35 | 5 | 35 | 35 | 30,1 | 173 | 55,9 | 0,12 |
| 43 | 6 | 43 | 43 | 37,0 | 178 | 68,0 | 0,14 |
1) Volgens DIN 4702 voor 80/60°C. Afhankelijk van de vervuiling van de verwarmende oppervlakken, zijn afwijkingen mogelijk.
Bij rookgastemperaturen onder 160°C moet de rookgasinstallatie zo uitgevoerd zijn, dat geen schade door condensatie ontstaat.
4) Vanaf keteltype 21 kan zonodig door het verwijderen van de keerstrip op het voorlid de rookgasafvoertemperatuur verhoogd worden.
Een te hoge schoorsteentrek vermindert het rendement (daroom een trekbegrenzer in de schoorsteen monteren.)
De toestand van de verwarmingsinstallatie
Radiatorventielen, strangafsluiters en schuifafsluiters in de gehele verwarmingsinstallatie openen. De totale installatie op de hiervoor bestemde punten ontluchten. De waterstand van de installatie controleren. Bij installations met een hoog geplaatst open expansiereservoir, moet de wijzer van de manometer gelijk staan met de rode streep. Bij gesloten installations met een eventueel laag geplaatst expansiereservoir, kan de wijzer binnen het groene vlak afwijken van de instelling van de rode wijzer. Zonodig bijvullen en opnieuw ontluchten.
Nooit koudwater bijvullen in een hete ketel!
De stookruimte moet steeds schoon, droog en altijd goed geventileerd zijn.
2. Inbedrijfname / Buitenbedrijfstellen
Voor de inbedrijfname en de buitenbedrijfstelling van de oliestookinstallatie is het bij de brander behorende speciale bedieningsvoorschrift maatgevend. Het verloop van het stookbedrijf geschiedt geheel automatsch via de thermostatische besturing. De installatie moet de eerste keer door de installateur, of een in zijn plaats benoemde monteur (zo mogelijk in het bijzijn van de installatie eigenaar of gebruiker) in bedrijf worden genomen.
Bij een lange periode van bedrijfsonderbreking, de ketel rookgaszijdig grondig reinigen, ter voorkoming van corrosie. Alle luiken en deuren goed afsluiten. De schoorsteentrekregelaar (indien aanwezig) geheel openen.
Ter verhindering van ketelsteenvorming en waterzijdige corrosie, moet de installatie principieel gevuld blijven – afgezien van bij bedrijfsonderbrekingen gedurende vorstperiodes.
Zie voor de regeling het betreffende bedieningsvoorschrift.
Zie ook de achterzijde van dit bedieningsvoorschrift!

3. Controle en onderhoud van de verwarmingsketel
Let op: Belangrijk in verband met energiebesparing!
Laat U de brandercapaciteit afstemmen op de warmtevraag van het gebouw. – Let op een goed rendement (een hoog CO₂- percentage) en een roetvrije verbranding. – Reinig Uw ketel minstens eenmaal per verwarmingsperiode. Hiervoor levert Buderus reinigingsvriendelijke en handzame gereedschappen (bij elke nieuwe verwarmingsketel wordt een complete set reinigingsgereedschap meegeleverd). – Gebruik uitsluitend de originele Buderus reinigingsborstels. – Wij bevelen U aan, om een onderhouds-contract af te sluiten met een verwarmingsinstallateur.
Reiniging met behulp van borstels
De meegeleverde kunststofborstels nooit in aanraking laten komen met de vlammen.
De volgorde van de reiniging
Voordat werkzaamheden aan de brander worden verricht, de installatie geheel stroomloos maken.
De olietoevoer afsluiten. De branderdeur openen. Met behulp van de reinigingsborstel (1) de rookgaskanalen aan beide zijden, alsmede het middelste rookgasverzamelkanaal, door draaiende bewegingen reinigen. Met de reinigingsborstel (2) de vuurhaard reinigen. De reiniging tussen de leden geschiedt door het enigszins draaien en tegelijkertijd heen- en weerbewegen van de reinigingsborstel. De verbrandingsresten verwijderen. Het reinigingsdeksel op de rookgasafvoeraansluiting of op de rookgasgeluiddemper openen en de verbrandingsresten verwijderen. De branderdeur sluiten. Eerst controleren of het afdichtkoord nog geheel intact en niet te sterk verhard is. Zonodig vernieuwen. De branderdeur en het reinigingsdeksel vastschroeven.
Chemische reiniging
Bij chemische reiniging het gebruiksvoorschrift van het betreffende reinigingsmiddel hanteren.
- Maximale waarden
| Verwarmingswatertemperatuur | max. 110 °C |
| Werkoverdruk | max. 6 bar |
| Tapwatertemperatuur | max. 95 °C |
| Werkoverdruk | max. 10 bar |
. Controle en onderhoud van de warmwaterboiler
Indien niet schriftelijk anders is vermeld, mag de warmwater-boiler uitsluitend worden toegepast voor drinkwaterdoeleinden.
Algemeen wordt aanbevolen om de warmwaterboiler met tussenpozen van hoogstens twee jaar, door een vakman te laten controleren en reinigen.
Bij ongunstige waterkwaliteiten (hard tot zeer hard water) in combinatie met hoge temperatuurbelastingen, moeten kortere reinigingsintervallen worden gekozen.
Bij constateerde aantasting van de magnesiumanode tot op 15 - 10 mm ∅, moet deze worden vervangen.
De parkerschroef bevenaan de achterkant bij de tapwater-aansluiting losdraaien en vervolgens het stabilisatieplaatje verwijderen.
De vier parkerschroeven (2 bovenaan de voorkant en 2 achter) uit de boilerwanden draaien. Het boilerdeksel eraf lichten.
De midden op de boiler liggende styroporafdekking verwijderen.
De zeskantbouten uit het handgatdeksel schroeven en het handgatdeksel samen met de magnesiumanode en de pakking eraf nemen.
De pakking controleren en zonodig vernieuwen.
De gladde glasachtige oppervlakte van het Buderus-Thermoglazuur, maakt een snelle en eenvoudige reiniging mogelijk, met behulp van een stevige waterstraal, bij gebruikmaking van een sproeikop en een koudwaterdruk van 4-5 bar. Tegelijkertijd moet, indien mogelijk de verwarmingsspiraal met behulp van verwarmingswater op een hogere temperatuur worden gebracht (schokeffect).
Metalen hulpmiddelen of gereedschappen met scherpe kanten, mogen niet worden gebruikt voor het verwijderen van eventueel aanwezige kalkresten of afzettingen.
Bij grote hoeveelheden kalkafzetting, wordt de toepassing van een industriestofzuiger aanbevolen. Met behulp van een voldoende lange kunststofzuigslang kunnen dan deze hoevelheden kalk worden verwijderd.
In de meeste gevallen is een mechanische reiniging voldoende.
Uitsluitend bij bijzonder extreme situaties moet de reiniging met behulp van chemicaliën worden uitgevoerd.
Het is aan te bevelen om de chemische reiniging te laten verzorgen door een hierin gespecialiseerd bedrijf.
Na de reiniging en de eventuele vervanging van de magnesiumanode, het handgatdeksel voorzien van pakking weer aanbrengen en met behulp van de zeskantbouten bevestigen.
De zeskantbouten "handvast" draaien en dan met een schroefsleutel ^3/4 slag natrekken (= 40 Nm met een draai-momentsluetel).
Het handgatdeksel op dichtheid controleren.
De handgatdekselafdekking vastschroefen.
De warmwaterboiler mag niet bevriezen en moet daarom bij vorst hier tegen worden beschermd, of worden afgetapt.
De goede werking van het veiligheidsventiel, moet van tijd tot tijd worden gecontroleerd.